Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
LooftH3034 den HEEREH3068, wantH3588 Hij is goedH2896; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769;
Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid;
KJV
O give thanks1
unto the LORD;2
for he is good:4
for his mercy7
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
LooftH3034 den GodH430 der godenH430; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
O give thanks1
unto the God2
of gods:3
for his mercy6
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
LooftH3034 den HeereH113 der herenH113; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
O give thanks1
to the Lord2
of lords:3
for his mercy6
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Dien, Die alleen groteH1419 wonderenH6381 doetH6213; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Dien, Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
To him who alone doeth1
great3
wonders:2
for his mercy7
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Dien, die de hemelenH8064 met verstandH8394 gemaaktH6213 heeft; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
To him that by wisdom3
made1
the heavens:2
for his mercy6
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Dien, Die de aardeH776 opH5921 het waterH4325 uitgespannenH7554 heeft; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
To him that stretched out1
the earth2
above the waters:4
for his mercy7
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Dien, Die de groteH1419 lichtenH216 heeft gemaaktH6213; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
To him that made1
great3
lights:2
for his mercy6
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
De zonH8121 tot heerschappijH4475 op den dagH3117; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
The sun2
to rule3
by day:4
for his mercy7
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
De maanH3394 en sterrenH3556 tot heerschappijH4475 in den nachtH3915; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
The moon2
and stars3
to rule4
by night:5
for his mercy8
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Dien, Die de EgyptenarenH4714 geslagenH5221 heeft in hun eerstgeborenenH1060; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
To him that smote1
Egypt2
in their firstborn:3
for his mercy6
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
En heeft IsraelH3478 uit het middenH8432 van hen uitgebrachtH3318; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
And brought out1
Israel2
from among3
them: for his mercy6
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Met een sterkeH2389 handH3027, en met een uitgestrekteH5186 armH2220; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
With a strong2
hand,1
and with a stretched out4
arm:3
for his mercy7
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Dien, Die de SchelfzeeH5488 in delenH1506 deeldeH1504; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
To him which divided1
the Red3
sea2
into parts:4
for his mercy7
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
En voerdeH5674 IsraelH3478 door het middenH8432 van dezelve; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
And made Israel2
to pass through1
the midst3
of it: for his mercy6
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Hij heeft FaraoH6547 met zijn heirH2428 gestortH5287 in de SchelfzeeH5488; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
But overthrew1
Pharaoh2
and his host3
in the Red5
sea:4
for his mercy8
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Die Zijn volkH5971 door de woestijnH4057 geleidH3212 heeft; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
To him which led1
his people2
through the wilderness:3
for his mercy6
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Die groteH1419 koningenH4428 geslagenH5221 heeft; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
To him which smote1
great3
kings:2
for his mercy6
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
En heeft heerlijkeH117 koningenH4428 gedoodH2026; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
And slew1
famous3
kings:2
for his mercy6
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
SihonH5511, de AmorietischenH567 koningH4428; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
Sihon1
king2
of the Amorites:3
for his mercy6
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
En OgH5747, den koningH4428 van BasanH1316; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
And Og1
the king2
of Bashan:3
for his mercy6
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
En heeft hun landH776 ten erveH5159 gegevenH5414; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
And gave1
their land2
for an heritage:3
for his mercy6
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Ten erveH5159 aan Zijn knechtH5650 IsraelH3478; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
Even an heritage1
unto Israel2
his servant:3
for his mercy6
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
Die aan ons gedachtH2142 heeft in onze nederigheidH8216; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
Who remembered2
us in our low estate:1
for his mercy6
endureth for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
En Hij heeft ons onzen tegenpartijdersH6862 ontruktH6561; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
And hath redeemed1
us from our enemies:2
for his mercy5
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
Die allenH3605 vleesH1320 spijsH3899 geeftH5414; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
Who giveth1
food2
to all flesh:4
for his mercy7
endureth for ever.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
LooftH3034 den GodH410 des hemelsH8064; wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in der eeuwigheidH5769.
Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
KJV
O give thanks1
unto the God2
of heaven:3
for his mercy6
endureth for ever.
den HEERE,
Dit woord staat hier in de volgende verzen in het getal van velen, landate, looft gijlieden. Eenigen menen dat deze psalm alle dagen door de Levieten in de gemeente Gods is gezongen geweest. Zie 1 Kron. 16:41 .
Hertaald:
den HEERE,
Dit woord staat hier en in de volgende verzen in het meervoud: looft u allen. Sommigen menen dat deze psalm elke dag door de Levieten in Gods gemeente gezongen is. Zie 1 Kron. 16:41.
is in der eeuwigheid;
Dat is, duurt, en alzo in de volgende verzen van dezen psalm.
Hertaald:
is in der eeuwigheid;
Dat is: duurt; en zo ook in de volgende verzen van deze psalm.
God der goden;
Dat is, den opperste God, die te gebieden heeft over de engelen, koningen en alle overheden. Zie de aantekening bij Deut. 10:17 .
Hertaald:
God der goden;
Dat is: de hoogste God, Die te gebieden heeft over de engelen, de koningen en alle overheden. Zie de aantekening bij Deut. 10:17.
den Heere der
Hebr. de Heere, des heren, gelijk Gen. 24:9 , en Gen. 39:16 , Gen. 39:20 , en Gen. 42:30 ; Ex. 21:4 , en elders meer.
Hertaald:
den Heere der
Hebreeuws: de Heere van de heren, zoals Gen. 24:9, en Gen. 39:16, Gen. 39:20, en Gen. 42:30; Ex. 21:4, en elders meer.
met verstand
Dat is, met uitnemende grote wijsheid.
Hertaald:
met verstand
Dat is: met uitnemend grote wijsheid.
op het water
Of, boven aan, of nevens de wateren. Zie Job 26:7 , en Ps. 24:2 .
Hertaald:
op het water
Of: boven op, of naast de wateren. Zie Job 26:7, en Ps. 24:2.
op den dag;
Of, over den dag.
Hertaald:
op den dag;
Of: over de dag.
de Egyptenaren
Anders: Egypte.
Hertaald:
de Egyptenaren
Anders: Egypte.
Israël
Dat is, het volk Israël.
Hertaald:
Israël
Dat is: het volk Israël.
Met een sterke
Dat is, met macht. Zie de aantekening bij 1 Kon. 8:42 .
Hertaald:
Met een sterke
Dat is: met macht. Zie de aantekening bij 1 Kon. 8:42.
de Schelfzee
Anders, de rode zee, of de Biezenzee.
Hertaald:
de Schelfzee
Anders: de Rode Zee, of de Biezenzee.
in delen deelde;
Of, in stukken sneed.
Hertaald:
in delen deelde;
Of: in stukken sneed.
gestort in
Hebr. geschud.
Hertaald:
gestort in
Hebreeuws: geschud.
Zijn volk
Het volk Israël.
Hertaald:
Zijn volk
Het volk Israël.
door de woestijn
Of, in.
Hertaald:
door de woestijn
Of: in.
grote koningen
Dat is, machtige.
Hertaald:
grote koningen
Dat is: machtige.
heerlijke koningen
Of, treffelijke, machtige, geweldige, doorluchtige.
Hertaald:
heerlijke koningen
Of: uitnemende, machtige, geweldige, doorluchtige.
van Basan;
Dat is, van het land Basan. Zie de aantekening bij Deut. 32:14 . Zie ook van Basan Ps. 22:13 ; Jer. 50:19 ; Mi. 7:14 .
Hertaald:
van Basan;
Dat is: van het land Basan. Zie de aantekening bij Deut. 32:14. Zie ook over Basan Ps. 22:13; Jer. 50:19; Micha 7:14.
hun land ten
Te weten, de beide voorgenoemde koningen.
Hertaald:
hun land ten
Namelijk: van de twee eerder genoemde koningen.
aan Zijn knecht
Dat is, de Israëlieten, die Hij in zijne bescherming heeft aangenomen, opdat zij Hem dienen zouden. De gangse natie wordt geacht alsof het maar een man ware. Alzo wordt het volk Israël genoemd de eerstgeborenen Gods, Ex. 4:22 .
Hertaald:
aan Zijn knecht
Dat is: de Israëlieten, die Hij in Zijn bescherming aangenomen heeft opdat zij Hem zouden dienen. Het hele volk wordt beschouwd alsof het één man was. Zo wordt het volk Israël ook de eerstgeborene van God genoemd, Ex. 4:22.
gedacht heeft
Te weten, ten beste, gelijk Gen. 8:1 .
Hertaald:
gedacht heeft
Namelijk: ten goede, zoals Gen. 8:1.
in onze nederigheid;
Dat is, in onzen nederen staat, toen wij van onze vijanden onderdrukt werden; te weten, ten tijde der richters, waarvan dat gehele boek doorgaans spreekt.
Hertaald:
in onze nederigheid;
Dat is: in onze nederige staat, toen wij door onze vijanden onderdrukt werden, namelijk in de tijd van de richters, waarover dat hele boek doorlopend spreekt.
ontrukt;
Dat is, gelijk als uit hunne handen gescheurd en gebroken, gelijk Ps. 7:3 .
Hertaald:
ontrukt;
Dat is: als het ware uit hun handen gescheurd en gebroken, zoals Ps. 7:3.
allen vlees
Dat is, alle dieren of levende schepselen.
Hertaald:
allen vlees
Dat is: alle dieren of levende schepselen.
spijs geeft;
Het Hebr. woord lechem, of brood, wordt genomen voor allerlei spijs. Marc. 6:36 staat: om kopen; maar Matt. 14:15 staat: om spijs te kopen. Brood wordt ook gebruikt voor spijs of voeder der beesten, Ps. 147:9 . In het geheel wil de profeet zeggen dat God alle geschapen dingen van nooddruft verzorgt.
Hertaald:
spijs geeft;
Het Hebreeuwse woord lechem, of brood, wordt opgevat als allerlei voedsel. In Mark. 6:36 staat: om te kopen, maar in Matth. 14:15: om voedsel te kopen. Brood wordt ook gebruikt voor het voedsel van de dieren, Ps. 147:9. Alles bij elkaar wil de profeet zeggen dat God alle geschapen dingen van het nodige voorziet.
des hemels;
Anders, der hemelen; dat is, die in den hemel woont.
Hertaald:
des hemels;
Anders: van de hemelen; dat is: Die in de hemel woont. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid" (Ps. 136:1). Die tweede helft staat in elk van de zesentwintig verzen. Waarschijnlijk zong een voorzanger de eerste helft en antwoordde de gemeente met het refrein. Wat er in de eerste helften genoemd wordt, is de hele geschiedenis. Eerst de schepping: de hemelen met verstand gemaakt, de aarde op het water uitgespannen, de grote lichten (Ps. 136:5-7). Dan de uittocht en de woestijn, en de koningen die verslagen werden. En aan het einde wordt het weer persoonlijk: "Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid" (Ps. 136:23), en: "Die allen vlees spijs geeft" (Ps. 136:25). Bijbelse betekenis: De herhaling is de boodschap. Wat er ook genoemd wordt — sterren, zee, koningen, brood — telkens klinkt dezelfde reden: Zijn goedertierenheid duurt eeuwig. Daarmee wordt de hele geschiedenis onder één noemer gebracht. Merk op hoe breed de reeks is. Zij begint bij de schepping van het heelal en eindigt bij het eten van alle vlees; het grootste en het gewoonste hebben dezelfde grond. Let ten slotte op Ps. 136:23. Daar wordt het refrein verbonden met de nederigheid van het volk; de eeuwige goedertierenheid buigt zich naar wie klein is. Typologie: Paulus zegt van diezelfde alomvattende zorg: "in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij" (Hand. 17:28). Ps. 136:1-26; Hand. 17:28 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het verbond niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking Deze psalm is gemaakt om beurtelings gezongen te worden: de voorzanger noemt een daad van God, en het volk antwoordt met dezelfde regel. Zesentwintig verzen lang, zesentwintig keer hetzelfde antwoord. Bij elke daad van God, van de schepping tot het dagelijks brood, staat dezelfde regel — en die regel gaat over Zijn trouw aan het verbond. Het woord dat zesentwintig keer terugkeert, is in het Nederlands vertaald met goedertierenheid, en het is een van de grootste woorden van het Oude Testament. Elders wordt het weergegeven met weldadigheid of met barmhartigheid. Het duidt de onvoorwaardelijke trouw van God aan: trouw aan wat Hij beloofd heeft, en aan de mensen aan wie Hij het beloofde. Het is dus geen algemene vriendelijkheid maar verbondstrouw. Dat verklaart waarom die regel bij zulke uiteenlopende dingen past. De psalm begint bij de schepping — Die de hemelen met verstand gemaakt heeft, Die de aarde op de wateren uitgespannen heeft, Die de grote lichten gemaakt heeft. Dan gaat zij over op de uittocht: de eerstgeborenen van Egypte, de doortocht door de Schelfzee, Farao die erin gestort wordt. Dan de woestijn en de koningen die verslagen worden. Dan het land, gegeven tot een erfdeel. En telkens diezelfde regel, als een refrein dat door de zaal terugkaatst. En dan komt er tegen het eind iets kleiners, en juist daar valt het op. “Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid” — dat is niet de schepping en niet de uittocht, dat gaat over hen zelf, en over een tijd waarin er weinig van hen over was. En het allerlaatste voorbeeld is nog gewoner: Die allen vlees spijs geeft. Van het uitspannen van de hemelen tot het eten van vandaag staat er dezelfde regel onder. Daar zit de kracht van deze psalm. Het antwoord verandert nooit, omdat de reden nooit verandert. Wat God doet loopt uiteen van sterrenstelsels tot brood; wat eronder ligt is telkens hetzelfde. De Schrift zegt elders dat God Zijn verbond eeuwig geboden heeft, en dat Hij Zijn verbond gedenkt tot in eeuwigheid, tot in duizend geslachten. Verbonden werden in het Oude Testament met een eed bekrachtigd. Ook de belofte van de Messias heeft God met een eed bevestigd; bij Abraham zwoer Hij bij Zichzelf, omdat Hij bij niemand groter zweren kon. Daarmee raakt dit refrein het hart van het Evangelie. De goedertierenheid van God is Zijn trouw aan het verbond, en het verbond heeft zijn inhoud in Christus. Zo bezien zingt deze psalm zesentwintig keer over Hem, zonder Zijn naam te noemen. Paulus zegt hetzelfde in één zin: al de beloften Gods zijn in Hem ja en in Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons. In het Nieuwe Testament: 2 Korinthe 1:20; Hebreeën 6:13-18; Lukas 1:72-73; Psalm 105:8; Romeinen 15:8 Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Psalm 136 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op de betekenis van het woord dat in elk vers terugkeert: het duidt in het Oude Testament de trouw van God aan Zijn verbond aan. Dat het verbond zijn inhoud heeft in Christus, zegt het Nieuwe Testament op andere plaatsen; de verbinding met deze psalm is een gevolgtrekking daaruit en geen aanhaling.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas 17 Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 18 En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 19 Sihon, den Amorietischen… 10 Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 11 En heeft Israël uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn… 1 Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid; 2 Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 3 Looft… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 136
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid — 136:1-9, 23-26
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Psalm 136:17-26
Psalm 136:10-16
Psalm 136:1-9


Psalmen 136
Psalmen 136:1.KruisverwijzingenPsalmen 106:1→Psalmen 118:1→1 Kronieken 16:34→Psalmen 107:1→2 Kronieken 20:21→1 Kronieken 16:41→Ezra 3:11→2 Kronieken 7:3→
— Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid;
Dat is het begin van onze lof: de wezenlijke goedheid van God, waaruit alle stromen van barmhartigheid vloeien. O diepe afgrond van oneindige liefde!
Dit is een van de voornaamste lofliederen die wij in de Schrift vinden. Het is niet verwonderlijk dat zo’n dichter als John Milton er de bewerking van geschreven heeft die wij vaak zingen: laten wij met een blijmoedig gemoed de HEERE loven, want Hij is goedertieren; want Zijn barmhartigheden zullen duren, altijd getrouw, altijd gewis.
Psalmen 136:2-3.KruisverwijzingenDeuteronomium 10:17→Daniël 2:47→Jozua 22:22→2 Kronieken 2:5→Psalmen 97:9→Exodus 18:11→Psalmen 97:7→Psalmen 82:1→
— Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Zijn grootheid, die die van alle machthebbers op aarde of overheden in de hemel overtreft — ook dat moet de stof van ons blijde lied zijn. Zijn grootheid en Zijn goedheid samen doen ons Zijn naam grootmaken.
De psalm geeft ons drie namen van God: eerst als Jehova, dan als Elohim, en dan als Adonai of Heere. Met welke naam wij Hem ook noemen, Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid.
Psalmen 136:4.KruisverwijzingenPsalmen 72:18→Job 5:9→Openbaring 15:3→Psalmen 86:10→Exodus 15:11→
— Dien, Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Niets is volstrekt wonderlijk behalve God, en alle andere dingen worden in wonderlijkheid gedwergd en verkleind vergeleken bij Hem. De zeven wonderen van de wereld zijn beuzelingen vergeleken bij de zeven miljoen wonderen van God.
Psalmen 136:5.KruisverwijzingenJeremia 51:15→Genesis 1:1→Psalmen 104:24→Spreuken 8:22→Psalmen 33:6→Jeremia 10:12→Spreuken 3:19→
— Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Zij beroemden zich op de Colossus die over de zee heen schreed; maar wat zullen wij zeggen van de hemelen die niet alleen de aarde maar heel het heelal overspannen? En in die hemelen is barmhartigheid te zien zo goed als wijsheid: de aanpassing van de stoffelijke wereld aan de omstandigheden van de mens.
Psalmen 136:6-9.KruisverwijzingenPsalmen 24:2→Jeremia 10:12→Genesis 1:9→Jesaja 44:24→Jesaja 42:5→Job 37:18→Psalmen 104:2→Job 26:7→
— Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Zie hoe deze oude godvruchtigen ervan hielden bij een zaak stil te staan. Was de toon “licht”, dan zongen zij die niet even door om er dan mee klaar te zijn, maar er waren koren en herhalingen in hun muziek. De muziek van vandaag is: ratel er zo snel door als je kunt en wees er gauw vanaf. Onze voorvaderen bleven er graag bij toeven.
Psalmen 136:10.KruisverwijzingenPsalmen 135:8→Exodus 12:29→Psalmen 78:51→Exodus 12:12→Hebreeën 11:28→Psalmen 105:36→Exodus 11:5→
— Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Toch was het een ontzagwekkend gericht, en er is een eerbiedige, nederige, heilige geest nodig om zelfs over de gerichten van God te zingen. Waren zekere godgeleerden van deze tijd bij de Schelfzee aanwezig geweest, dan zouden zij in gevoelvolle deernis over de Egyptenaren geweend hebben; maar in plaats daarvan nam Mirjam een trommel en zei: zing de HEERE!
Psalmen 136:11-15.KruisverwijzingenExodus 12:51→Psalmen 78:13→Exodus 14:22→Exodus 13:3→Psalmen 78:53→Deuteronomium 4:34→Jeremia 32:21→Exodus 6:6→
— En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Zie hoe zij de toon aanhielden. En wat een gezegende oefening is dat: de barmhartigheden stuk voor stuk te nemen en alle bijzonderheden na te gaan, en voor elk onderdeel van Gods goedheid aan ons een eigen vers te hebben.
Psalmen 136:16.KruisverwijzingenExodus 15:22→Exodus 13:18→Deuteronomium 8:15→Psalmen 77:20→Nehemia 9:12→Jesaja 49:10→Numeri 9:17→Deuteronomium 8:2→
— Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Daarom zal Hij u door de woestijn leiden en u door grote droogten brengen; en uw manna zal uit de hemel neerdalen en uw water uit de steenrots vloeien. Zing dan Zijn naam, u die in de woestijn bent.
Psalmen 136:17-18.KruisverwijzingenPsalmen 135:10→Jozua 12:1→Deuteronomium 29:7→
— Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Dat is een verschrikkelijke en tragische zaak, dat slaan van koningen. Ja — maar deze zangers kreunden er niet over. Er staan er niet minder dan vier tonen over.
Psalmen 136:19-23.KruisverwijzingenNumeri 21:33→Deuteronomium 32:36→Psalmen 102:17→Genesis 8:1→Psalmen 113:7→Numeri 21:21→Deuteronomium 29:7→Deuteronomium 2:30→
— Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
De toon daalt een weinig van die krijgshaftige klank van de bazuin, van de geslagen koningen en de verdronken ruiterij van Egypte; maar al zinkt hij, hoe zoet wordt hij! Wat een zachte, heldere klank zit er in.
Psalmen 136:24-26.KruisverwijzingenPsalmen 104:27→Psalmen 145:15→Psalmen 107:2→Spreuken 23:10→Jesaja 63:9→Titus 2:14→Lukas 1:68→Deuteronomium 15:15→
— En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Heerlijke verlossing! Dat is altijd de uitgelezenste toon van alle. Laat die zilveren bel nog eens klinken. Dit is het ware beloofde land van grote geestelijke zegeningen voor de christen. Mogen wij geloof genoeg hebben om het volle bezit ervan in te gaan.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Op den 4den Hallelujah-Psalm onder het vorige nummer (Psalm 106 ), volgt hier de 4de Hodoe-Psalm (Psalm 118 ); wat den inhoud betreft, sluit hij zich aan dien Hallelujah-Psalm, maar wat zijne bestemming aangaat, aan het derde Hodoe (Psalm 118) aan. (Zie op Ezra 6: 18 en op Psalm 118: 29). Onmiskenbaar is het lied tot een beurtzang ingericht; de eerste regel van ieder vers moet door de Levitische zangers, het tweede door de gemeente gezongen, of door haar meegezongen worden.
I. Vs. 1-3.KruisverwijzingenDeuteronomium 10:17→Psalmen 106:1→Psalmen 118:1→1 Kronieken 16:34→Psalmen 107:1→2 Kronieken 20:21→1 Kronieken 16:41→Ezra 3:11→
— Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid; Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Vooraf gaat ene driemaal herhaalde oproeping om den Heere te danken, die ook aanstonds met een driewerf loven van Zijne goedheid beantwoord wordt.
Looft (dankt) den HEERE 1), gij priesters en Levieten, gij ganse gemeente van Israël, vooral gij lieden, die den Heere vreest, dankt Hem met uwe harten en monden en met uwen gehelen wandel, want Hij is goed (Jer. 33: 11. (Psalm 106: 1); want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid 2) (1 (Kronieken 16: 34).
Deze Psalm bevat een opwekking tot lofverheffing van des Heeren naam. Want Zijne goedheid en genade spreidt Hij ten toon: 1e. (vs. 4-9) in Zijn scheppingswerk: 2e (vs. 10-24) in de leiding van Zijn volk, en 3e. (vs. 25 en 26) in Zijne bemoeienissen met alle Zijne schepselen.
Dit refrein heeft de beste reden tot grondslag. Want ofschoon allen gedwongen worden te erkennen, dat Gods vrijgevigheid de bron is van alle goederen, wordt toch Zijne goedheid niet zuiver en volkomen erkend. Waaraan toch de Schrift altijd de hoogste plaats toezegt. Ja, Paulus (Rom. 3: 23), over haar sprekende, noemt haar bij uitnemendheid de roem Gods, alsof hij wil zeggen, dat God die om alle Zijne werken den hoogsten lof verdient, voornamelijk wil verheerlijkt worden in Zijne genade. En uit de heilige historie is het gemakkelijk op te maken, dat uit het voorschrift van David, omtrent het zingen, dit is voorgeschreven, dat de Levieten bij afwisseling moesten zeggen: Dewijl Zijne goedertierenheid tot in eeuwigheid is.
Aleer de dichter in de volgende verzen wijst op de schepping en leiding en verzorging Gods, wijst hij in deze eerste verzen op Gods Verbondsbetrekking, op Zijn hoge Macht en op Zijn Opperbeheer over alle schepselen. Daarom noemt hij den Heere bij Zijn drie namen, bij dien van Jehova, Elohim en Adonai, opdat het volk wel zou verstaan, Wiens goedertierenheid zij bezongen, als durende tot in eeuwigheid.
Looft (dankt) den God der goden, den onbegrijpelijken, onzichtbaren, alleen wijzen God, die hoog verheven is, terwijl de afgoden der heidenen goud en zilver zijn (Psalm 105: 15-17. 105.15-17 Deuteronomium 10: 17), want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Looft (dankt) den Heere der heren (1 Tim. 6: 15); want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid. De drievoudige opwekking om te danken en het drievoudig noemen van God is niet zonder betekenis. Het behoort tot het geheim van het drietal, dat wij ook in Numeri 6: 24 vv. Jes. 6:
aantreffen; eveneens in Psalm 103: 20-22. Ook in Psalm 113: 1-3 hebben wij daarvan een spoor, en het is nauwelijks te betwijfelen, dat de Israëliet, evenals in de verdeling der schepping (Psalm 135: 6), zo ook in het wezen Gods ene drievuldigheid gevoelde.
4.
II. Vs. 4-9.KruisverwijzingenPsalmen 72:18→Jeremia 51:15→Genesis 1:1→Psalmen 24:2→Genesis 1:9→Jesaja 44:24→Psalmen 104:24→Job 5:9→
— Dien, Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
In tweemaal drie verzen wordt hierop God, de Heere wegens Zijne macht en wijsheid, in de schepping blijkbaar, ge prezen.
Dien God willen wij danken, die alleen grote wonderen doet (Psalm 72: 18); want Zijne goedertierenheid duurt in der eeuwigheid.
Dien, a) die de hemelen met verstand (Spreuken 3: 19. (Jer. 10: 12) gemaakt heeft; die daarin zulke heerlijke bewijzen Zijner wijsheid gegeven heeft; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Genesis 1: 1.
Dien, die de aarde op het water (liever: boven de wateren, Psalm 24: 2) uitgespannen heeft; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Dien, die de grote lichten (Genesis 1: 14)heeft gemaakt; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
a) De zon tot heerschappij op den dag; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Genesis 1: 16.
De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid. Het werk der schepping is zo vol diepten van Goddelijke wijsheid en almacht, dat een sterveling daarbij buiten gedachten geraakt en moet blijven staan bij de eeuwigdurende goedheid Gods. Wie met ontdekte ogen de wonderen van ‘s Heeren macht en wijsheid in de schepping aanschouwt, dien is het niet te veel, om tot meer dan zesmaal aanbiddend uit te roepen: de goedertierenheid des Heeren is tot in der eeuwigheid. En hoger klinkt de lof des Heeren, wanneer de dichter overgaat, om de wonderen van Zijne almacht en liefde te vermelden, die Hij tot verlossing van Zijn volk uit Egypte en inbrenging in Kanaän gedaan heeft.
10.
III. Vs. 10-15.KruisverwijzingenExodus 12:51→Psalmen 78:13→Exodus 14:22→Psalmen 135:8→Exodus 12:29→Psalmen 78:51→Exodus 13:3→Psalmen 78:53→
— Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Weer in tweemalen drie verzen wordt de Heere verder geprezen voor Zijne reddende en richtende daden, waarmee Hij te voren Israël uit Egypte heeft uitgeleid.
a) Dien, die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen (Psalm 135: 8 vv), zullen wij loven; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Exodus 12: 29. Psalm 78: 43,51.
En heeft Israël a) uit het midden van hen uitgebracht; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Exodus 12: 31,51; 13: 3,17
Met ene sterke hand, en a) met enen uitgestrekten arm; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Exodus 6: 5. Deuteronomium 4: 34; 5: 15
Looft Hem a), die de Schelfzee in delen deelde; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Exodus 14: 21,22. Psalm 78: 13. Nehemia 9: 11.
En voerde Israël door het midden van deze; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
a) Hij heeft Faraö met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Exodus 14: 24,26 vv. Dat ook van wege de verdelging der vijanden gezegd wordt: “Zijne goedertierenheid duurt in der eeuwigheid,” is zo op te vatten, als wanneer een kind door een dier ware aangevallen, en men doodt ter wille van het kind het dier, zo ware dat eigenlijk een werk der liefde. Eveneens betoont God Zijne goedheid, wanneer Hij ter redding der Zijnen de vijanden ombrengt. Zijne wraak is ijver, en Zijn ijver is liefde, en daaruit vloeien al Zijne werken voort.
16.
IV. Vs. 16-24.KruisverwijzingenExodus 15:22→Exodus 13:18→Deuteronomium 8:15→Psalmen 77:20→Psalmen 135:10→Numeri 21:33→Deuteronomium 32:36→Psalmen 102:17→
— Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Thans volgen driemaal drie verzen, in welke vooreerst Gods leiding door de woestijn en de toedeling van het beloofde land aan Zijn volk, vervolgens ook Zijn genadig gedenken geprezen wordt, waarin Hij Zich onlangs over Israël ontfermde en het van de vijanden verloste.
a) Die Zijn volk door de woestijn geleid, en wonderdadig onderhouden heeft (Deuteronomium 8: 15); want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Exodus 15: 16,17,19. Psalm 78: 53.
a) Die grote koningen geslagen heeft, omdat zij Israël den doortocht naar het beloofde land weigerden; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Numeri 21: 24,25,34,35. Jozua 12: 1. Psalm 135: 10,11.
En heeft heerlijke koningen gedood, beroemd door macht en dapperheid; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Sihon, den Amorietischen koning, dien men voor onverwinlijk hield, wiens hoogte was als de hoogte der cederen, en die sterk was als de eiken, heeft de Almachtige ten behoeve van Israël ten onder gebracht; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
a) En Og, den koning van Basan, heeft Hij door Israëls wapenen gedood; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Deuteronomium 3: 1 vv.
En heeft Israël in Kanaän geleid en hun dat gezegend land a) ten erve gegeven; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Jozua 12: 6.
Hij gaf het ten erve aan Zijnen knecht Israël (Psalm 135: 10-12), het door Hem uitverkoren nakroost van Israël; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
En een dergelijk werk van macht en goedheid, als Hij toen aan ons gedaan heeft, heeft Hij in de laatste dagen weer aan ons gedaan, die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid 1); want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Beter: In onze vernedering. In het Hebr. Betchefleenoe. Eigenlijk, in onzen lagen en ellendigen toestand. God had den lagen staat van Zijn volk aangezien, hun ellende, en uit die ellende verlossing gegeven. Daarom moet de Gemeente de Heere loven voor Zijne bijzondere gunst en ontferming.
En Hij heeft ons onzen tegenpartijen ontrukt, ons verlost van de heerschappij der vijanden; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid. Gods macht is onvergelijkelijk, Zijne wijsheid zonder maat, Zijne liefde zonder einde. Helaas! dat de mensen zo laat beginnen God te erkennen en zo vroeg ophouden Hem te danken! dat zij zoveel het geloof tegenstaan en zo weinig de gehoorzaamheid der liefde betonen!. 25.
V. Vs. 25 KruisverwijzingenPsalmen 104:27→Psalmen 145:15→Psalmen 147:9→
— Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
en 26. Ten slotte gaat het lied van de daden van Gods bijzondere genade over tot Zijne goedheid jegens allen, als Schepper en Onderhouder der wereld, en roept het noch eens tot danken jegens dezen God op.
Die, gelijk de in dezen oogsttijd op het veld rijpende vruchten tonen, alle vlees spijs geeft
(Psalm 145: 15; 147: 9); want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Eindelijk verheft hij de Vaderlijke voorzienigheid Gods zonder onderscheid, niet alleen ten opzichte van het gehele menselijke geslacht, maar over alles wat adem heeft, zodat het geenszins verwonderlijk is, dat Hij zulk een in alles voorzienenden en gewillig Vader is voor alle Zijne uitverkorenen, Hij, die Zich zelfs verwaardigt voor de ossen en ezels, de raven en mussen zorg te dragen. Wanneer derhalve de mensen de stomme beesten verre overtreffen en zij ook van elkaar veel verschillen, niet om eigene waardigheid, maar door aanneming Gods, zo leert de Profeet, van het mindere tot het meerdere besluitende, dat wij niet genoeg de onvergelijkelijke genade Gods jegens Zijne knechten kunnen verheffen.
Looft dan den God des hemels (Ezra 1: 2. Dan 2: 28 ), gij priesters en Levieten, gij ganse gemeente van Israël, vooral gij, die den Heere vreest. looft Hem met hart en mond en met uwen gansen wandel; want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid. Zo dikwijls als wij ene bete broods eten en enen frissen teug doen, zo dikwijls kunnen wij smaken en zien, dat de Heere goed is. Er is gene waarheid zo dikwijls, herhaald en zozeer verheerlijkt in de Schrift als deze. Gene waarheid is lieflijker voor zondige en bovendien sterflijke schepselen. Zijne genade zal zich uitstrekken door ene gezegende eeuwigheid. Het zal het eeuwig gezang des hemels zijn, en daarom zal het ook in het huis van onze vreemdelingschap onze vreugde en onze Psalm zijn. Laat ons opmerken al de gunsten, die wij ontvangen uit deze bron, en onophoudelijk offeranden des lofs offeren. Niemand onzer zal het wel hinderen, dat dezelfde woorden zes en twintig malen in dit lied worden herhaald; want behalve dat dit tot het gewijde koorgezang behoorde en daaraan leven en kracht moest bijzetten, en strekken moest om den voornamen hoofdinhoud des gezangs, kort, eenvoudig en nadrukkelijk, des te krachtiger en levendiger in te prenten, zo erkennen wij het gaarne, dat wij den lof van Gods goedertierenheid nooit genoeg vermelden en bezingen kunnen, vooral wanneer wij opmerken, dat de Heere in Zichzelven ver boven onzen lof verheven is en dien niet nodig heeft, dat Hij aan ons niets verplicht is en wij van onze zijde niets verdiend hebben; maar bovenal, dat Zijne goedertierenheid in het onwaardeerbare geschenk van Zijnen Zoon, en in de verlossing door Zijnen dood aangebracht, zo onberekenbaar groot, zo onuitsprekelijk heerlijk en eindeloos van duurzaamheid en kracht is, dat wij van niets dan van vrije genade, ongehoudene goedheid en van goddelijke ontferming mogen spreken. Mocht het den Heere behagen ons daarvan zulk enen indruk en zodanig ene ondervinding te geven, dat wij niet slechts op aarde met Zijne gemeente van Zijne goedertierenheid zingen, maar dat wij dit ook tot in eeuwigheid mogen vermelden en daarin zalig zijn.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel