Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Psalmen 104

1 Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 LoofH1288 den HEEREH3068, mijn zielH5315! O HEEREH3068, mijn GodH430! Gij zijt zeerH3966 groot, Gij zijt bekleedH3847 met majesteitH1935 en heerlijkheidH1926. Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.

KJV Bless1 the LORD,4 O my soul.2 O LORD5 my God,6 thou art very8 great;7 thou art clothed11 with honour9 and majesty.

1 בָּרֲכִ֥י H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 2 נַפְשִׁ֗י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יְה֫וָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֱ֭לֹהַי H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 גָּדַ֣לְתָּ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 8 מְּאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 9 ה֭וֹד H1935 majesteit, Majesteit, heerlijkheid beauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty 10 וְהָדָ֣ר H1926 heerlijkheid, sieraad, eer beauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty 11 לָבָֽשְׁתָּ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Hij bedektH5844 Zich met het lichtH216, als met een kleedH8008; Hij rektH5186 den hemelH8064 uit als een gordijnH3407. Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.

KJV Who coverest1 thyself with light2 as with a garment:3 who stretchest out4 the heavens5 like a curtain:

1 עֹֽטֶה H5844 bedekt, bewimpelen, bewinden array self, be clad, (put a) cover (-ing, self), fill, put on, [idiom] surely, turn aside 2 א֭וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 3 כַּשַּׂלְמָ֑ה H8008 klederen, kleed, kleding clothes, garment, raiment 4 נוֹטֶ֥ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 5 שָׁ֝מַ֗יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 כַּיְרִיעָֽה H3407 gordijnen, gordijn curtain
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Die Zijn opperzalenH5944 zoldertH7136 in de waterenH4325, Die van de wolkenH5645 Zijn wagenH7398 maaktH7760, Die opH5921 de vleugelenH3671 des windsH7307 wandeltH1980. Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.

KJV Who layeth the beams1 of his chambers3 in the waters:2 who maketh4 the clouds5 his chariot:6 who walketh7 upon the wings9 of the wind:

1 הַ֥מְקָרֶֽה H7136 wedervaren, ontmoet, ontmoeten appoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed 2 בַמַּ֗יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 3 עֲֽלִיּ֫וֹתָ֥יו H5944 opperzaal, opperzalen, opperkamer ascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour 4 הַשָּׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 5 עָבִ֥ים H5645 wolken, wolk, dichte clay, (thick) cloud, [idiom] thick, thicket. Compare H5672 (עֲבִי) 6 רְכוּב֑וֹ H7398 wagen chariot 7 הַֽ֝מְהַלֵּ֗ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 כַּנְפֵי H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 10 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Hij maakt Zijn engelen geesten, Zijn dienaars tot een vlammend vuur.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Hij maaktH6213 Zijn engelenH4397 geestenH7307, Zijn dienaarsH8334 tot een vlammendH3857 vuurH784. Hij maakt Zijn engelen geesten, Zijn dienaars tot een vlammend vuur.

KJV Who maketh1 his angels2 spirits;3 his ministers4 a flaming6 fire:

1 עֹשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 מַלְאָכָ֣יו H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 3 רוּח֑וֹת H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 4 מְ֝שָׁרְתָ֗יו H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 5 אֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 6 לֹהֵֽט H3857 brand, vlam zetten, aangestoken burn (up), set on fire, flaming, kindle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Hij heeft de aardeH776 gegrondH3245 opH5921 haar grondvestenH4349; zij zal nimmermeerH5769 noch eeuwiglijkH5703 wankelenH4131. Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen.

KJV Who laid1 the foundations4 of the earth,2 that it should not be removed6 for ever.7

1 יָֽסַד H3245 gegrond, gegrondvest, grond appoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure 2 אֶ֭רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 מְכוֹנֶ֑יהָ H4349 vaste plaats, woning, vastigheid foundation, habitation, (dwelling-, settled) place 5 בַּל H1077 niet, geenszins lest, neither, no, none (that...), not (any), nothing 6 תִּ֝מּ֗וֹט H4131 wankelen, bewogen, wankele be carried, cast, be out of course, be fallen in decay, [idiom] exceedingly, fall(-ing down), be (re-) moved, be ready, shake, slide, slip 7 עוֹלָ֥ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 8 וָעֶֽד H5703 eeuwigheid, altoos, eeuwiglijk eternity, ever(-lasting, -more), old, perpetually, [phrase] world without end
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Gij hadt ze met den afgrond als een kleed overdekt; de wateren stonden boven de bergen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Gij hadt ze met den afgrondH8415 als een kleedH3830 overdektH3680; de waterenH4325 stondenH5975 bovenH5921 de bergenH2022. Gij hadt ze met den afgrond als een kleed overdekt; de wateren stonden boven de bergen.

KJV Thou coveredst3 it with the deep1 as with a garment:2 the waters7 stood6 above the mountains.

1 תְּ֭הוֹם H8415 afgrond, afgronden, afgronds deep (place), depth 2 כַּלְּב֣וּשׁ H3830 kleed, kleding, gewaad apparel, clothed with, clothing, garment, raiment, vestment, vesture 3 כִּסִּית֑וֹ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הָ֝רִ֗ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 6 יַֽעַמְדוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 7 מָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 VanH4480 Uw scheldenH1606 vlodenH5127 zij, zij haasttenH2648 zich weg voor de stemH6963 Uws dondersH7482. Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders.

KJV At1 thy rebuke2 they fled;3 at the voice5 of thy thunder6 they hasted

1 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 גַּעֲרָ֣תְךָ֣ H1606 schelden, schelding, bestraffing rebuke(-ing), reproof 3 יְנוּס֑וּן H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 6 רַֽ֝עַמְךָ֗ H7482 donder, donders thunder 7 יֵחָפֵזֽוּן H2648 haasten, haastte, haastten (make) haste (away), tremble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrond hadt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 De bergenH2022 rezenH5927 op, de dalenH1237 daaldenH3381, ter plaatseH4725, dieH2088 Gij voor hen gegrondH3245 hadt. De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrond hadt.

KJV They go up1 by the mountains;2 they go down3 by the valleys4 unto the place6 which7 thou hast founded

1 יַעֲל֣וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 הָ֭רִים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 3 יֵרְד֣וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 4 בְקָע֑וֹת H1237 vallei, dal, dalen plain, valley 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 מְ֝ק֗וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 7 זֶ֤ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 יָסַ֬דְתָּ H3245 gegrond, gegrondvest, grond appoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure 9 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Gij hebt een paal gesteld, dien zij niet overgaan zullen; zij zullen de aarde niet weder bedekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Gij hebt een paalH1366 gesteldH7760, dien zij niet overgaanH5674 zullen; zij zullen de aardeH776 niet weder bedekkenH3680. Gij hebt een paal gesteld, dien zij niet overgaan zullen; zij zullen de aarde niet weder bedekken.

KJV Thou hast set2 a bound1 that they may not pass over;4 that they turn not again6 to cover7 the earth.

1 גְּֽבוּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 2 שַׂ֭מְתָּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 3 בַּל H1077 niet, geenszins lest, neither, no, none (that...), not (any), nothing 4 יַֽעֲבֹר֑וּן H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 5 בַּל H1077 niet, geenszins lest, neither, no, none (that...), not (any), nothing 6 יְ֝שׁוּב֗וּן H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 לְכַסּ֥וֹת H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 8 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Die de fonteinen uitzendt door de dalen, dat zij tussen de gebergten henen wandelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Die de fonteinenH4599 uitzendtH7971 door de dalenH5158, dat zij tussenH996 de gebergtenH2022 henen wandelenH1980. Die de fonteinen uitzendt door de dalen, dat zij tussen de gebergten henen wandelen.

KJV He sendeth1 the springs2 into the valleys,3 which run6 among the hills.

1 הַֽמְשַׁלֵּ֣חַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 מַ֭עְיָנִים H4599 fonteinen, fontein, waterfonteinen fountain, spring, well 3 בַּנְּחָלִ֑ים H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 4 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 5 הָ֝רִ֗ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 6 יְהַלֵּכֽוּן H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Zij drenken al het gedierte des velds; de woudezels breken er hun dorst mede.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Zij drenkenH8248 alH3605 het gedierteH2416 des veldsH7704; de woudezelsH6501 brekenH7665 er hun dorstH6772 mede. Zij drenken al het gedierte des velds; de woudezels breken er hun dorst mede.

KJV They give drink1 to every beast3 of the field:4 the wild asses6 quench5 their thirst.

1 יַ֭שְׁקוּ H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 חַיְת֣וֹ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 4 שָׂדָ֑י H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 5 יִשְׁבְּר֖וּ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 6 פְרָאִ֣ים H6501 woudezel, woudezels, woudezelen wild (ass) 7 צְמָאָֽם H6772 dorst, dorstig thirst(-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Bij dezelve woont het gevogelte des hemels, een stem gevende van tussen de takken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 BijH5921 dezelve woontH7931 het gevogelteH5775 des hemelsH8064, een stemH6963 gevendeH5414 van tussenH996 de takkenH6073. Bij dezelve woont het gevogelte des hemels, een stem gevende van tussen de takken.

KJV By them shall the fowls2 of the heaven3 have their habitation,4 which sing7 among5 the branches.

1 עֲ֭לֵיהֶם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 עוֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 3 הַשָּׁמַ֣יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 4 יִשְׁכּ֑וֹן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 5 מִבֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 6 עֳ֝פָאיִ֗ם H6073 takken branch 7 יִתְּנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 קֽוֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Hij drenkt de bergen uit Zijn opperzalen; de aarde wordt verzadigd van de vrucht Uwer werken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Hij drenktH8248 de bergenH2022 uit Zijn opperzalenH5944; de aardeH776 wordt verzadigdH7646 van de vruchtH6529 Uwer werkenH4639. Hij drenkt de bergen uit Zijn opperzalen; de aarde wordt verzadigd van de vrucht Uwer werken.

KJV He watereth1 the hills2 from his chambers:3 the earth7 is satisfied6 with the fruit4 of thy works.

1 מַשְׁקֶ֣ה H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 2 הָ֭רִים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 3 מֵעֲלִיּוֹתָ֑יו H5944 opperzaal, opperzalen, opperkamer ascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour 4 מִפְּרִ֥י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 5 מַ֝עֲשֶׂ֗יךָ H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 6 תִּשְׂבַּ֥ע H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 7 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten, en het kruid tot dienst des mensen, doende het brood uit de aarde voortkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Hij doet het grasH2682 uitspruitenH6779 voor de beestenH929, en het kruidH6212 tot dienstH5656 des mensenH120, doende het broodH3899 uitH4480 de aardeH776 voortkomenH3318. Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten, en het kruid tot dienst des mensen, doende het brood uit de aarde voortkomen.

KJV He causeth the grass2 to grow1 for the cattle,3 and herb4 for the service5 of man:6 that he may bring forth7 food8 out of the earth;

1 מַצְמִ֤יחַ H6779 uitspruiten, gewassen, spruiten bear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up) 2 חָצִ֨יר H2682 gras, hooi, look grass, hay, herb, leek 3 לַבְּהֵמָ֗ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 4 וְ֭עֵשֶׂב H6212 kruid, gras, kruiden grass, herb 5 לַעֲבֹדַ֣ת H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 6 הָאָדָ֑ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 7 לְה֥וֹצִיא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 לֶ֝֗חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En den wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En den wijnH3196, die het hartH3824 des mensenH582 verheugtH8055, doende het aangezichtH6440 blinkenH6670 van olieH8081; en het broodH3899, dat het hartH3824 des mensenH582 sterktH5582. En den wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt.

KJV And wine1 that maketh glad2 the heart3 of man,4 and oil7 to make his face6 to shine,5 and bread8 which strengtheneth11 man's10 heart.

1 וְיַ֤יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 2 יְשַׂמַּ֬ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 3 לְֽבַב H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 4 אֱנ֗וֹשׁ H582 mannen, lieden, mens another, [idiom] (blood-) thirsty, certain, chap(-man); divers, fellow, [idiom] in the flower of their age, husband, (certain, mortal) man, people, person, servant, some ([idiom] of them), [phrase] stranger, those, [phrase] their trade. It is often unexpressed in the English versions, especially when used in apposition with another word. Compare H376 (אִישׁ) 5 לְהַצְהִ֣יל H6670 Juich, Roep luide, blinken bellow, cry aloud (out), lift up, neigh, rejoice, make to shine, shout 6 פָּנִ֣ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 מִשָּׁ֑מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 8 וְ֝לֶ֗חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 9 לְֽבַב H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 10 אֱנ֥וֹשׁ H582 mannen, lieden, mens another, [idiom] (blood-) thirsty, certain, chap(-man); divers, fellow, [idiom] in the flower of their age, husband, (certain, mortal) man, people, person, servant, some ([idiom] of them), [phrase] stranger, those, [phrase] their trade. It is often unexpressed in the English versions, especially when used in apposition with another word. Compare H376 (אִישׁ) 11 יִסְעָֽד H5582 Sterk, sterkt, Ondersteun comfort, establish, hold up, refresh self, strengthen, be upholden
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 De bomen des HEEREN worden verzadigd, de cederbomen van Libanon, die Hij geplant heeft;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 De bomenH6086 des HEERENH3068 worden verzadigdH7646, de cederbomenH730 van LibanonH3844, dieH834 Hij geplantH5193 heeft; De bomen des HEEREN worden verzadigd, de cederbomen van Libanon, die Hij geplant heeft;

KJV The trees2 of the LORD3 are full1 of sap; the cedars4 of Lebanon,5 which he hath planted;

1 יִ֭שְׂבְּעוּ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 2 עֲצֵ֣י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 3 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אַֽרְזֵ֥י H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 5 לְ֝בָנ֗וֹן H3844 Libanon Lebanon 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 נָטָֽע H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Alwaar de vogeltjes nestelen; des ooievaars huis zijn de dennebomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Alwaar de vogeltjesH6833 nestelenH7077; des ooievaarsH2624 huisH1004 zijn de dennebomenH1265. Alwaar de vogeltjes nestelen; des ooievaars huis zijn de dennebomen.

KJV Where the birds3 make their nests:4 as for the stork,5 the fir trees6 are her house.

1 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 שָׁ֭ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 3 צִפֳּרִ֣ים H6833 vogel, gevogelte, vogelen bird, fowl, sparrow 4 יְקַנֵּ֑נוּ H7077 nestelen, nestelt, nestelden make...nest 5 חֲ֝סִידָ֗ה H2624 ooievaar, ooievaars [idiom] feather, stork 6 בְּרוֹשִׁ֥ים H1265 dennebomen, denneboom, dennen fir (tree) 7 בֵּיתָֽהּ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 De hoge bergen zijn voor de steenbokken; de steenrotsen zijn een vertrek voor de konijnen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 De hogeH1364 bergenH2022 zijn voor de steenbokkenH3277; de steenrotsenH5553 zijn een vertrekH4268 voor de konijnenH8227. De hoge bergen zijn voor de steenbokken; de steenrotsen zijn een vertrek voor de konijnen.

KJV The high2 hills1 are a refuge5 for the wild goats;3 and the rocks4 for the conies.

1 הָרִ֣ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 2 הַ֭גְּבֹהִים H1364 hogen, hoge, hoog haughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly 3 לַיְּעֵלִ֑ים H3277 steenbokken, steengeiten wild goat 4 סְ֝לָעִ֗ים H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 5 מַחְסֶ֥ה H4268 Toevlucht, toevlucht, betrouwen hope, (place of) refuge, shelter, trust 6 לַֽשְׁפַנִּֽים H8227 Safan, konijnen, konijn coney
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Hij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden, de zon weet haar ondergang.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Hij heeft de maanH3394 gemaaktH6213 tot de gezette tijdenH4150, de zonH8121 weetH3045 haar ondergangH3996. Hij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden, de zon weet haar ondergang.

KJV He appointed1 the moon2 for seasons:3 the sun4 knoweth5 his going down.

1 עָשָׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 יָ֭רֵחַ H3394 maan moon. Yrechow. See H3405 (יְרִיחוֹ) 3 לְמוֹעֲדִ֑ים H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 4 שֶׁ֝֗מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 5 יָדַ֥ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 6 מְבוֹאֽוֹ H3996 ingang, ondergang, ingangen by which came, as cometh, in coming, as men enter into, entering, entrance into, entry, where goeth, going down, [phrase] westward. Compare H4126 (מוֹבָא)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Gij beschikt de duisternis, en het wordt nacht, in denwelken al het gedierte des wouds uittreedt:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Gij beschiktH7896 de duisternisH2822, en het wordt nachtH3915, in denwelken alH3605 het gedierteH2416 des woudsH3293 uittreedtH7430: Gij beschikt de duisternis, en het wordt nacht, in denwelken al het gedierte des wouds uittreedt:

KJV Thou makest1 darkness,2 and it is night:4 wherein all the beasts8 of the forest9 do creep

1 תָּֽשֶׁת H7896 zetten, zet, zette apply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take 2 חֹ֭שֶׁךְ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity 3 וִ֣יהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 לָ֑יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 5 בּֽוֹ 6 תִ֝רְמֹ֗שׂ H7430 kruipt, roert, kruipende gedierte creep, move 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 חַיְתוֹ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 9 יָֽעַר H3293 woud, wouds, wouden (honey-) comb, forest, wood
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 De jonge leeuwen, briesende om een roof, en om hun spijs van God te zoeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 De jonge leeuwenH3715, briesendeH7580 om een roofH2964, en om hun spijsH400 van GodH410 te zoekenH1245. De jonge leeuwen, briesende om een roof, en om hun spijs van God te zoeken.

KJV The young lions1 roar2 after their prey,3 and seek4 their meat6 from God.

1 הַ֭כְּפִירִים H3715 jonge leeuwen, jonge leeuw, jongen leeuws (young) lion, village. Compare H3723 (כָּפָר) 2 שֹׁאֲגִ֣ים H7580 brullen, brullende, gebruld [idiom] mightily, roar 3 לַטָּ֑רֶף H2964 roof, spijze, bladeren leaf, meat, prey, spoil 4 וּלְבַקֵּ֖שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 5 מֵאֵ֣ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 6 אָכְלָֽם H400 spijze, spijs, eten eating, food, meal(-time), meat, prey, victuals
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 De zon opgaande, maken zij zich weg, en liggen neder in hun holen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 De zonH8121 opgaandeH2224, maken zij zich wegH622, en liggen nederH7257 in hun holenH4585. De zon opgaande, maken zij zich weg, en liggen neder in hun holen.

KJV The sun2 ariseth,1 they gather themselves together,3 and lay them down6 in their dens.

1 תִּזְרַ֣ח H2224 opgaan, opgaat, oprees arise, rise (up), as soon as it is up 2 הַ֭שֶּׁמֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 3 יֵאָסֵפ֑וּן H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 4 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 מְ֝עוֹנֹתָ֗ם H4585 holen, woningen, woning den, habitation, (dwelling) place, refuge 6 יִרְבָּצֽוּן H7257 nederliggen, legeren, ligt crouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 De mens gaat dan uit tot zijn werk, en naar zijn arbeid tot den avond toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 De mensH120 gaat dan uit tot zijn werkH6467, en naar zijn arbeidH5656 totH5704 den avondH6153 toe. De mens gaat dan uit tot zijn werk, en naar zijn arbeid tot den avond toe.

KJV Man2 goeth forth1 unto his work3 and to his labour4 until the evening.

1 יֵצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 אָדָ֣ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 לְפָעֳל֑וֹ H6467 werk, daden, arbeiden act, deed, do, getting, maker, work 4 וְֽלַעֲבֹ֖דָת֣וֹ H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 5 עֲדֵי H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 עָֽרֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 HoeH7231 groot zijn Uw werkenH4639, o HEEREH3068! Gij hebt ze alleH3605 met wijsheidH2451 gemaaktH6213; het aardrijkH776 is volH4390 van Uw goederenH7075. Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.

KJV O LORD,4 how manifold2 are thy works!3 in wisdom6 hast thou made7 them all: the earth9 is full8 of thy riches.

1 מָֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 רַבּ֬וּ H7231 vermenigvuldigd, vermenigvuldigen, vele increase, be many(-ifold), be more, multiply, ten thousands 3 מַעֲשֶׂ֨יךָ H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 4 יְֽהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כֻּ֭לָּם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 בְּחָכְמָ֣ה H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 7 עָשִׂ֑יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 מָלְאָ֥ה H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 9 הָ֝אָ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 קִנְיָנֶֽךָ H7075 bezitting, have, bezat getting, goods, [idiom] with money, riches, substance
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Deze zee, die groot en wijd van ruimte is, daarin is het wriemelende gedierte, en dat zonder getal, kleine gedierten met grote.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Deze zeeH3220, die grootH1419 en wijdH7342 van ruimteH3027 is, daarin is het wriemelende gedierteH7431, en dat zonderH369 getalH4557, kleineH6996 gediertenH2416 metH5973 groteH1419. Deze zee, die groot en wijd van ruimte is, daarin is het wriemelende gedierte, en dat zonder getal, kleine gedierten met grote.

KJV So is this great3 and wide4 sea,2 wherein are things creeping7 innumerable,9 both small11 and great13 beasts.

1 זֶ֤ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 2 הַיָּ֥ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 3 גָּדוֹל֮ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 4 וּרְחַ֪ב H7342 wijd, wijde, breden broad, large, at liberty, proud, wide 5 יָ֫דָ֥יִם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 7 רֶ֭מֶשׂ H7431 kruipend gedierte, kruipende, kruipend that creepeth, creeping (moving) thing 8 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 מִסְפָּ֑ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 10 חַיּ֥וֹת H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 11 קְ֝טַנּ֗וֹת H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 12 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 13 גְּדֹלֽוֹת H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Daar wandelen de schepen, en de Leviathan, dien Gij geformeerd hebt, om daarin te spelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 DaarH8033 wandelenH1980 de schepenH591, en de LeviathanH3882, dienH2088 Gij geformeerdH3335 hebt, om daarin te spelenH7832. Daar wandelen de schepen, en de Leviathan, dien Gij geformeerd hebt, om daarin te spelen.

KJV There go3 the ships:2 there is that leviathan,4 whom thou hast made6 to play

1 שָׁ֭ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 2 אֳנִיּ֣וֹת H591 schepen, schip ship(-men) 3 יְהַלֵּכ֑וּן H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 לִ֝וְיָתָ֗ן H3882 Leviathan, Leviathans, rouw leviathan, mourning 5 זֶֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 יָצַ֥רְתָּ H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose 7 לְשַֽׂחֶק H7832 lachen, belacht, spelen deride, have in derision, laugh, make merry, mock(-er), play, rejoice, (laugh to) scorn, be in (make) sport 8 בּֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Zij allenH3605 wachtenH7663 op U, dat Gij hun hun spijzeH400 geeftH5414 te zijner tijdH6256. Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd.

KJV These wait3 all upon thee; that thou mayest give4 them their meat5 in due season.

1 כֻּ֭לָּם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 אֵלֶ֣יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 יְשַׂבֵּר֑וּן H7663 wachten, hoop, hoopten hope, tarry, view, wait 4 לָתֵ֖ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 אָכְלָ֣ם H400 spijze, spijs, eten eating, food, meal(-time), meat, prey, victuals 6 בְּעִתּֽוֹ H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Geeft Gij ze hun, zij vergaderen ze; doet Gij Uw hand open, zij worden met goed verzadigd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 GeeftH5414 Gij ze hun, zij vergaderenH3950 ze; doet Gij Uw handH3027 openH6605, zij worden met goedH2896 verzadigdH7646. Geeft Gij ze hun, zij vergaderen ze; doet Gij Uw hand open, zij worden met goed verzadigd.

KJV That thou givest1 them they gather:3 thou openest4 thine hand,5 they are filled6 with good.

1 תִּתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 לָ֭הֶם 3 יִלְקֹט֑וּן H3950 lezen, verzamelen, opgelezen gather (up), glean 4 תִּפְתַּ֥ח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 5 יָֽ֝דְךָ֗ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 יִשְׂבְּע֥וּן H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 7 טֽוֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Verbergt Gij Uw aangezicht, zij worden verschrikt; neemt Gij hun adem weg, zij sterven, en zij keren weder tot hun stof.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 VerbergtH5641 Gij Uw aangezichtH6440, zij worden verschriktH926; neemt Gij hun ademH7307 wegH622, zij stervenH1478, en zij kerenH7725 weder totH413 hun stofH6083. Verbergt Gij Uw aangezicht, zij worden verschrikt; neemt Gij hun adem weg, zij sterven, en zij keren weder tot hun stof.

KJV Thou hidest1 thy face,2 they are troubled:3 thou takest away4 their breath,5 they die,6 and return9 to their dust.

1 תַּסְתִּ֥יר H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 2 פָּנֶיךָ֮ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 יִֽבָּהֵ֫ל֥וּן H926 verschrikt, beroerd, verbaasd be (make) affrighted (afraid, amazed, dismayed, rash), (be, get, make) haste(-n, -y, -ily), (give) speedy(-ily), thrust out, trouble, vex 4 תֹּסֵ֣ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 5 ר֭וּחָם H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 6 יִגְוָע֑וּן H1478 geest, doodbrakende, eest die, be dead, give up the ghost, perish 7 וְֽאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 עֲפָרָ֥ם H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 9 יְשׁוּבֽוּן H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Zendt Gij Uw Geest uit, zo worden zij geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 ZendtH7971 Gij Uw GeestH7307 uit, zo worden zij geschapenH1254, en Gij vernieuwtH2318 het gelaatH6440 des aardrijksH127. Zendt Gij Uw Geest uit, zo worden zij geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks.

KJV Thou sendest1 forth thy spirit,2 they are created:3 and thou renewest4 the face5 of the earth.

1 תְּשַׁלַּ֣ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 ר֭וּחֲךָ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 3 יִבָּרֵא֑וּן H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 4 וּ֝תְחַדֵּ֗שׁ H2318 vernieuwen, vernieuwt, vernieuw renew, repair 5 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 אֲדָמָֽה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 De heerlijkheid des HEEREN zij tot in der eeuwigheid; de HEERE verblijde Zich in Zijn werken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 De heerlijkheidH3519 des HEERENH3068 zijH1961 tot in der eeuwigheidH5769; de HEEREH3068 verblijdeH8055 Zich in Zijn werkenH4639. De heerlijkheid des HEEREN zij tot in der eeuwigheid; de HEERE verblijde Zich in Zijn werken.

KJV The glory2 of the LORD3 shall endure for ever:4 the LORD6 shall rejoice5 in his works.

1 יְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְב֣וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 לְעוֹלָ֑ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 5 יִשְׂמַ֖ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 6 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 בְּמַעֲשָֽׂיו H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Als Hij de aarde aanschouwt, zo beeft zij; als Hij de bergen aanroert, zo roken zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Als Hij de aardeH776 aanschouwtH5027, zo beeftH7460 zij; als Hij de bergenH2022 aanroertH5060, zo rokenH6225 zij. Als Hij de aarde aanschouwt, zo beeft zij; als Hij de bergen aanroert, zo roken zij.

KJV He looketh1 on the earth,2 and it trembleth:3 he toucheth4 the hills,5 and they smoke.

1 הַמַּבִּ֣יט H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 2 לָ֭אָרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 וַתִּרְעָ֑ד H7460 beeft, bevende, sidderende tremble 4 יִגַּ֖ע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 5 בֶּהָרִ֣ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 6 וְֽיֶעֱשָֽׁנוּ H6225 roken, rookte be angry (be on a) smoke
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Ik zal den HEERE zingen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Ik zal den HEEREH3068 zingenH7891 in mijn levenH2416; ik zal mijn GodH430 psalmzingenH2167, terwijlH5750 ik nog ben. Ik zal den HEERE zingen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.

KJV I will sing1 unto the LORD2 as long as I live:3 I will sing4 praise to my God5 while I have my being.

1 אָשִׁ֣ירָה H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 2 לַיהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 בְּחַיָּ֑י H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 4 אֲזַמְּרָ֖ה H2167 psalmzingen, psalmzingt, Psalmzingt give praise, sing forth praises, psalms 5 לֵאלֹהַ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 בְּעוֹדִֽי H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Mijn overdenking van Hem zal zoet zijn; ik zal mij in den HEERE verblijden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Mijn overdenkingH7879 van Hem zal zoetH6149 zijn; ikH595 zal mij in den HEEREH3068 verblijdenH8055. Mijn overdenking van Hem zal zoet zijn; ik zal mij in den HEERE verblijden.

KJV My meditation3 of him shall be sweet:1 I will be glad5 in the LORD.

1 יֶעֱרַ֣ב H6149 zoet, vermengd be pleasant(-ing), take pleasure in, be sweet 2 עָלָ֣יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 שִׂיחִ֑י H7879 klacht, beklag, gedachten babbling, communication, complaint, meditation, prayer, talk 4 אָ֝נֹכִ֗י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 5 אֶשְׂמַ֥ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 6 בַּיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof den HEERE, mijn ziel! Hallelujah!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 De zondaarsH2400 zullen vanH4480 de aardeH776 verdaanH8552 worden, en de goddelozenH7563 zullen nietH369 meerH5750 zijn. LoofH1288 den HEEREH3068, mijn zielH5315! HallelujahH1984! De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof den HEERE, mijn ziel! Hallelujah!

KJV Let the sinners2 be consumed1 out of the earth,4 and let the wicked5 be no more. Bless8 thou the LORD,11 O my soul.9 Praise12 ye the LORD.

1 יִתַּ֤מּוּ H8552 verteerd, verdaan, geeindigd accomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole 2 חַטָּאִ֨ים H2400 zondaars, zondaren, gezondigd offender, sinful, sinner 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הָאָ֡רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וּרְשָׁעִ֤ים H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 6 ע֤וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 7 אֵינָ֗ם H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 בָּרֲכִ֣י H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 9 נַ֭פְשִׁי H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 הַֽלְלוּ H1984 prijzen, Looft, Hallelujah (make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine 13 יָֽהּ H3050 HEERE, HEEREN, Heere Jah, the Lord, most vehement. Compare names in '-iah,' '-jah.'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Psalmen 104:1 Psalmen 103:22 Psalmen 93:1 Psalmen 104:35 Psalmen 145:3 Psalmen 96:6 Psalmen 103:1 Jesaja 59:17 Daniël 7:9
Psalmen 104:2 Jesaja 40:22 Daniël 7:9 Jesaja 45:12 1 Timotheüs 6:16 Zacharia 12:1 Hebreeën 1:10 Mattheüs 17:2 1 Johannes 1:5
Psalmen 104:3 Amos 9:6 Jesaja 19:1 2 Samuël 22:11 Mattheüs 26:64 Psalmen 139:9 Nahum 1:3 Openbaring 1:7 Psalmen 18:10
Psalmen 104:4 Hebreeën 1:7 2 Koningen 2:11 Psalmen 148:8 2 Koningen 6:17 Ezechiël 1:13 Hebreeën 1:14 Handelingen 23:8
Psalmen 104:5 Psalmen 24:2 Job 26:7 Psalmen 96:10 Openbaring 20:11 2 Petrus 3:10 Psalmen 136:6 Prediker 1:4 Openbaring 6:14
Psalmen 104:6 Genesis 7:19 2 Petrus 3:5 Genesis 1:2
Psalmen 104:7 Psalmen 18:15 Genesis 8:1 Markus 4:39 Psalmen 114:3 Psalmen 106:9 Psalmen 77:18 Spreuken 8:28
Psalmen 104:8 Psalmen 33:7 Genesis 8:5
Psalmen 104:9 Job 26:10 Jeremia 5:22 Genesis 9:11 Job 38:10 Jesaja 54:9 Psalmen 33:7
Psalmen 104:10 Jesaja 41:18 Psalmen 107:35 Jesaja 35:7 Deuteronomium 8:7
Psalmen 104:11 Psalmen 145:16 Job 39:5 Psalmen 104:13
Psalmen 104:12 Psalmen 148:10 Psalmen 104:16 Mattheüs 8:20 Psalmen 84:3 Psalmen 147:9 Mattheüs 6:26 Psalmen 50:11
Psalmen 104:13 Jeremia 10:13 Psalmen 147:8 Jeremia 14:22 Deuteronomium 11:11 Mattheüs 5:45 Psalmen 104:3 Job 38:37 Handelingen 14:17
Psalmen 104:14 Job 28:5 Psalmen 147:8 Genesis 9:3 Genesis 3:18 Psalmen 136:25 1 Korinthe 3:7 Genesis 4:12 Genesis 1:29
Psalmen 104:15 Richteren 9:13 Psalmen 23:5 Prediker 10:19 Psalmen 92:10 Spreuken 31:6 Richteren 9:9 Deuteronomium 28:40 Markus 14:23
Psalmen 104:16 Numeri 24:6 Ezechiël 17:23 Psalmen 29:5 Psalmen 92:2
Psalmen 104:17 Psalmen 104:12 Leviticus 11:19 Daniël 4:21 Mattheüs 13:32 Jeremia 8:7 Obadja 1:4 Jeremia 22:23 Ezechiël 31:6
Psalmen 104:18 Spreuken 30:26 Job 39:1 Deuteronomium 14:7 1 Samuël 24:2 Leviticus 11:5
Psalmen 104:19 Psalmen 8:3 Psalmen 19:6 Jeremia 31:35 Job 31:26 Psalmen 136:7 Deuteronomium 4:19 Job 38:12 Genesis 1:14
Psalmen 104:20 Jesaja 45:7 Psalmen 74:16 Psalmen 50:10 Genesis 8:22 Amos 1:13 Psalmen 139:10 Genesis 1:4
Psalmen 104:21 Job 38:39 Joël 1:20 Amos 3:4 Joël 2:22 Psalmen 34:10 Psalmen 145:15 Psalmen 147:9 Joël 1:18
Psalmen 104:22 Job 37:8 Nahum 3:17 Johannes 3:20 Job 24:13
Psalmen 104:23 Genesis 3:19 2 Thessalonicenzen 3:8 Efeze 4:28 Prediker 5:12 Richteren 19:16
Psalmen 104:24 Psalmen 40:5 Jeremia 10:12 Psalmen 8:3 Efeze 1:8 Job 5:9 Efeze 3:10 Genesis 1:31 Nehemia 9:6
Psalmen 104:25 Psalmen 69:34 Psalmen 95:4 Genesis 1:20 Genesis 3:1 Handelingen 28:5 Deuteronomium 33:19 Genesis 1:28 Deuteronomium 33:14
Psalmen 104:26 Jesaja 27:1 Psalmen 107:23 Psalmen 74:14 Genesis 49:13 Ezechiël 27:9 Job 3:8 Job 41:1
Psalmen 104:27 Psalmen 147:9 Psalmen 136:25 Job 36:31 Job 38:41 Psalmen 36:6 Lukas 12:24 Psalmen 145:15
Psalmen 104:28 Psalmen 145:16
Psalmen 104:29 Job 34:14 Psalmen 30:7 Genesis 3:19 Prediker 12:7 Psalmen 146:4 Psalmen 90:3 Deuteronomium 31:17 Job 10:9
Psalmen 104:30 Job 33:4 Openbaring 21:5 Job 26:13 Ezechiël 37:9 Titus 3:5 Efeze 2:4 Efeze 2:1 Psalmen 33:6
Psalmen 104:31 Genesis 1:31 Hebreeën 13:21 Jesaja 65:18 Openbaring 5:12 Lukas 15:5 1 Petrus 5:11 Romeinen 11:36 Jeremia 32:41
Psalmen 104:32 Psalmen 144:5 Exodus 19:18 Habakuk 3:10 Psalmen 97:4 Psalmen 114:7 Habakuk 3:5 Jeremia 5:22 Amos 8:8
Psalmen 104:33 Psalmen 63:4 Psalmen 146:2 Psalmen 145:1
Psalmen 104:34 Psalmen 1:2 Psalmen 119:111 Psalmen 9:2 Filippenzen 4:4 Psalmen 119:127 Habakuk 3:17 Psalmen 139:17 Psalmen 77:12
Psalmen 104:35 Psalmen 37:38 Psalmen 59:13 Psalmen 106:48 Psalmen 105:45 Psalmen 103:22 Spreuken 2:22 Psalmen 101:8 Psalmen 73:27
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Psalmen 104 vers 2

Hij bedekt Of, Hij bekleedt; of omhangt, of bewindt zich. Zie de aantekening bij Job 40:5 .

Hertaald: Hij bedekt Of: Hij bekleedt Zich, of omhangt of omwindt Zich. Zie de aantekening bij Job 40:5.

Psalmen 104 vers 3

zijn opperzalen Hierbij worden verstaan de verscheidene streken, die in de lucht of in het uitspansel zijn, waar ook de wolken gelijk als hangende blijven, gelijk vs.13.

Hertaald: zijn opperzalen Hieronder worden de verschillende gebieden verstaan die in de lucht of in het uitspansel zijn, waar ook de wolken als het ware blijven hangen, zoals vers 13.

in de wateren, Of, met de wateren; versta die wateren, die boven in de wolken zijn, Gen. 1:7 . Zie Job 26:8 .

Hertaald: in de wateren, Of: met de wateren; versta de wateren die boven in de wolken zijn, Gen. 1:7. Zie Job 26:8.

die van de wolken Hebr. die de wolken zijnen wagen stelt.

Hertaald: die van de wolken Hebreeuws: Die de wolken tot Zijn wagen stelt.

die op de vleugelen Dat is, op den wind, die snellijk voortvliegt alsof hij vleugelen had. Zie Jes. 19:1 .

Hertaald: die op de vleugelen Dat is: op de wind, die snel voortvliegt alsof hij vleugels had. Zie Jes. 19:1.

Psalmen 104 vers 4

maakt zijn Dat is, Hij maakt en gebruikt de engelen als boden om allerlei zaken te verrichten.

Hertaald: maakt zijn Dat is: Hij maakt en gebruikt de engelen als boden om allerlei zaken uit te voeren.

geesten, De apostel, Hebr. 1:7 , op deze spreuk ziende, besluit dat de engelen schepselen en dienstbare geesten zijn, of winden, bij welke de engelen in snelheid mogen vergeleken worden.

Hertaald: geesten, De apostel leidt in Hebr. 1:7, met het oog op deze uitspraak, af dat de engelen schepselen en dienende geesten zijn, of winden, waarmee de engelen in snelheid vergeleken mogen worden.

tot een vlammend Dat is, Hij geeft hun grote sterkte om zijne oordelen uit te richten, alzo dat zij voortvaren en doordringen als vuur. Hiervan worden de engelen serafim genoemd, Jes. 6:2 , hetwelk betekent brandende. Zie 2 Kon. 2:11 , en 2 Kon. 6:17 .

Hertaald: tot een vlammend Dat is: Hij geeft hun grote sterkte om Zijn oordelen uit te voeren, zodat zij voortgaan en doordringen als vuur. Daarom worden de engelen serafim genoemd, Jes. 6:2, wat brandende betekent. Zie 2 Kon. 2:11, en 2 Kon. 6:17.

Psalmen 104 vers 5

heeft de aarde De profeet wil hier zeggen dat het aardrijk zo vast van den Heere gegrond is, alsof het op een vasten en sterken bodem, fondament of steunsel stond. Zie de aantekening bij Ps. 24:2 , en Job 26:7 .

Hertaald: heeft de aarde De profeet wil hier zeggen dat de aarde zo vast door de Heere gegrond is alsof zij op een vaste en sterke bodem, fundament of steunsel stond. Zie de aantekening bij Ps. 24:2, en Job 26:7.

Psalmen 104 vers 6

met den afgrond Dat is, met de diepe en grondeloze wateren, die God op den eersten dag geschapen heeft; Gen. 1:2 .

Hertaald: met den afgrond Dat is: met de diepe en grondeloze wateren die God op de eerste dag geschapen heeft; Gen. 1:2.

overdekt; Te weten, van het begin der schepping tot aan den derden dag, in welken eerst het aardrijk droog geworden is; Gen. 1:9 ,10. De wateren hebben ook het aardrijk ten tijde van den zondvloed overdekt; Gen. 7:19 .

Hertaald: overdekt; Namelijk: van het begin van de schepping tot de derde dag, waarop de aarde pas droog geworden is; Gen. 1:9-10. De wateren hebben de aarde ook overdekt ten tijde van de zondvloed; Gen. 7:19.

Psalmen 104 vers 7

Van uw schelden Het schijnt dat hier door het schelden Gods moeten verstaan worden de sterken winden en stormen. Zie Ps. 18:16 . Anders: van uw schelden; dat is, van uw enrstig bevel. Zie Job 26:12 .

Hertaald: Van uw schelden Het lijkt erop dat hier onder Gods schelden de sterke winden en stormen verstaan moeten worden. Zie Ps. 18:16. Anders: van Uw schelden, dat is: van Uw ernstige bevel. Zie Job 26:12.

voor de stem Dat is, van uw grote en krachtige stem, die als een donder is.

Hertaald: voor de stem Dat is: van Uw grote en krachtige stem, die als een donder is.

Psalmen 104 vers 8

bergen rezen op, Of, zij [te weten, de wateren] rezen op de bergen en daalden door de valleien, naar de plaats, die Gij hun [te weten, de wateren] gegrond hadt.

Hertaald: bergen rezen op, Of: zij, namelijk de wateren, stegen op over de bergen en daalden af door de dalen, naar de plaats die U voor hen gegrond had.

ter plaatse Dat is, in de laagten der aarde; Gen. 1:9-10 ; Job 38:10-11 .

Hertaald: ter plaatse Dat is: in de laagten van de aarde; Gen. 1:9-10; Job 38:10-11.

Psalmen 104 vers 9

zij niet overgaan Te weten, de wateren. Verg. met de woorden van den tekst Job 26:10 , en Job 38:8 , Job 38:10-11 ; Ps. 148:6 ; Jer. 5:22 .

Hertaald: zij niet overgaan Namelijk: de wateren. Vergelijk met de woorden van de tekst Job 26:10, en Job 38:8, Job 38:10-11; Ps. 148:6; Jer. 5:22.

zij zullen de Te weten, tenzij, Heere, Gij het hun gebiedt, gelijk in den zondvloed geschied is, Hebr. zij zullen niet wederkeren om de aarde te bedekken, of bedekkende de aarde.

Hertaald: zij zullen de Namelijk: tenzij U het hun gebiedt, Heere, zoals bij de zondvloed gebeurd is. Hebreeuws: zij zullen niet terugkeren om de aarde te bedekken, of: de aarde bedekkend.

Psalmen 104 vers 10

fonteinen Versta hier door de fonteinen de rivieren en de beken, die haren oorsprong uit de fonteinen nemen, gelijk te zien is uit de naastvolgende woorden.

Hertaald: fonteinen Versta hier onder de fonteinen de rivieren en beken die hun oorsprong uit de bronnen nemen, zoals uit de volgende woorden blijkt.

wandelen Dat is, lopen. Alzo ook Ps. 105:41 .

Hertaald: wandelen Dat is: lopen. Zo ook Ps. 105:41.

Psalmen 104 vers 11

breken er hun Te weten, met de wateren der fonteinen en rivieren. Anders: zij lessen er hunnen dorst mede.

Hertaald: breken er hun Namelijk: met het water van de bronnen en rivieren. Anders: zij lessen daarmee hun dorst.

Psalmen 104 vers 12

het gevogelte Dat is, de vogels, die in den hemel, dat is in de lucht, vliegen.

Hertaald: het gevogelte Dat is: de vogels die in de hemel, dat is: in de lucht, vliegen.

Psalmen 104 vers 13

drenkt de Dat is, Hij bevochtigt hen, te weten, met het regenwater.

Hertaald: drenkt de Dat is: Hij bevochtigt ze, namelijk met het regenwater.

uit zijn Dat is, uit de wolken, gelijk vs.3.

Hertaald: uit zijn Dat is: uit de wolken, zoals vers 3.

aarde wordt Alsof hij zeide: Het aardrijk wordt met den regen zijn dorst geblust, nadat het lang dorst geleden heeft.

Hertaald: aarde wordt Alsof hij zei: de dorst van de aarde wordt door de regen gelest, nadat zij lang dorst geleden heeft.

van de vrucht Dat is, van den regen, welken God alleen geeft; Jer. 10:13 , en Jer. 14:22 . Of, van den regen, die uit uwe werken, o Heere, dat is uit de wolken gelijk als ene vrucht voortkomt. Van den regen wast het koren en gras; idem alle kruiden en boomvruchten. Verg. hiermede Job 38:26-28 ; Deut. 11:14-15 .

Hertaald: van de vrucht Dat is: van de regen, die God alleen geeft; Jer. 10:13, en Jer. 14:22. Of: van de regen, die uit Uw werken, o Heere, dat is: uit de wolken, als een vrucht voortkomt. Door de regen groeien het koren en het gras, en ook alle kruiden en boomvruchten. Vergelijk hiermee Job 38:26-28; Deut. 11:14-15.

Psalmen 104 vers 14

het gras Zie de aantekening bij 1 Kon. 18:5 .

Hertaald: het gras Zie de aantekening bij 1 Kon. 18:5.

het kruid Te weten, allerlei kruid tot spijs en tot medicijn.

Hertaald: het kruid Namelijk: allerlei kruid tot voedsel en tot geneesmiddel.

het brood Te weten, het koren, waar het brood van gemaakt wordt, gelijk Job 28:5 ; Pred. 11:1 ; Jes. 28:28 , en Jes. 30:23 . Het woord brood betekent hier, gelijk op vele plaatsen, allerlei spijs.

Hertaald: het brood Namelijk: het koren waarvan het brood gemaakt wordt, zoals Job 28:5; Pred. 11:1; Jes. 28:28, en Jes. 30:23. Het woord brood betekent hier, zoals op veel plaatsen, allerlei voedsel.

Psalmen 104 vers 15

den wijn, Te weten, doet Hij voortkomen. Den wijn, dat is, den wijnstok waar de druiven vol wijn aan wassen.

Hertaald: den wijn, Namelijk: brengt Hij voort. De wijn, dat is: de wijnstok waaraan de druiven vol wijn groeien.

verheugt, Zie Richt. 9:9 , Richt. 9:13 ; Ps. 23:5 .

Hertaald: verheugt, Zie Richt. 9:9, Richt. 9:13; Ps. 23:5.

van olie; Het was eertijds zeer gebruikelijk in het Joodse land, dat de mensen hun lichaam, inzonderheid het hoofd en het aangezicht, met olie bestreken om het te verfrissen; Ps. 23:5 .

Hertaald: van olie; Het was vroeger in het Joodse land zeer gebruikelijk dat mensen hun lichaam, en vooral hoofd en gezicht, met olie insmeerden om het te verfrissen; Ps. 23:5.

het brood, dat Dat is, het koren, waar men het brood van maakt.

Hertaald: het brood, dat Dat is: het koren waarvan men brood maakt.

sterkt Of, ondersteunt, onderstut. Zie 1 Kon. 13:7 .

Hertaald: sterkt Of: ondersteunt, schraagt. Zie 1 Kon. 13:7.

Psalmen 104 vers 16

De bomen Dat is, de zeer hoge bomen. Zie de aantekening bij Ps. 80:11 , of, die zonder mensenarbeid, alleen door Gods regering, worden opgebracht.

Hertaald: De bomen Dat is: de zeer hoge bomen. Zie de aantekening bij Ps. 80:11. Of: de bomen die zonder menselijke arbeid, alleen door Gods bestuur, worden voortgebracht.

worden Te weten, van den regen. Alsof hij zeide: Hoe groot en hoe hoog de bomen zijn, zo krijgen zij voedsel of lafenis genoeg van den regen om te groeien en te wassen.

Hertaald: worden Namelijk: door de regen. Alsof hij zei: hoe groot en hoe hoog de bomen ook zijn, zij krijgen van de regen voedsel en lafenis genoeg om te groeien en op te schieten.

de cederbomen Deze bomen wassen zeer hoog en groot, inzonderheid op den berg Libanon.

Hertaald: de cederbomen Deze bomen groeien zeer hoog en groot, vooral op de berg Libanon.

Psalmen 104 vers 17

de vogeltjes Zie Gen. 7:14 , en Lev. 14:4 .

Hertaald: de vogeltjes Zie Gen. 7:14, en Lev. 14:4.

ooievaars Zie Lev. 11:19 .

Hertaald: ooievaars Zie Lev. 11:19.

de dennebomen Zie 1 Kon. 5:8 .

Hertaald: de dennebomen Zie 1 Kon. 5:8.

Psalmen 104 vers 18

de steenrotsen Te weten, de gaten en kloven, die in en tussen de rotsachtige gebergten zijn.

Hertaald: de steenrotsen Namelijk: de gaten en kloven die in en tussen de rotsachtige gebergten zijn.

voor de konijnen Zie Spr. 30:24 , Spr. 30:26 .

Hertaald: voor de konijnen Zie Spr. 30:24, Spr. 30:26.

Psalmen 104 vers 19

tot de gezette Zie Gen. 1:14 .

Hertaald: tot de gezette Zie Gen. 1:14.

weet haar Namelijk, waar en wanneer zij tot alle tijden des jaars zal ondergaan. Hebr. haren ingang; te weten, wanneer zij in hare slaapkamer zal gaan. Zie Job 38:12 ; Ps. 19:6 .

Hertaald: weet haar Namelijk: waar en wanneer zij in elke tijd van het jaar zal ondergaan. Hebreeuws: haar ingang, namelijk wanneer zij haar slaapkamer binnengaat. Zie Job 38:12; Ps. 19:6.

Psalmen 104 vers 20

beschikt de Te weten, door den ondergang der zon.

Hertaald: beschikt de Namelijk: door het ondergaan van de zon.

denwelken Te weten, nacht.

Hertaald: denwelken Namelijk: de nacht.

uittreedt Te weten, elk uit zijn hol of schuilplaats.

Hertaald: uittreedt Namelijk: elk uit zijn hol of schuilplaats.

Psalmen 104 vers 21

De jonge leeuwen, Te weten, kruipen uit hunne holen.

Hertaald: De jonge leeuwen, Namelijk: komen uit hun holen.

briesende Hij wil zeggen dat het briesen der leeuwen is als hun gebed, waarmede zij van God nooddruft des levens verzoeken.

Hertaald: briesende Hij wil zeggen dat het brullen van de leeuwen als hun gebed is, waarmee zij van God het nodige voor hun leven vragen.

Psalmen 104 vers 22

maken zij zich Te weten, naar hunne holen. Hebr. zij vergaderen zich.

Hertaald: maken zij zich Namelijk: naar hun holen. Hebreeuws: zij verzamelen zich.

holen Hebr. woningen.

Hertaald: holen Hebreeuws: woningen.

Psalmen 104 vers 23

arbeid tot Of, akkerwerk; of landbouwerij.

Hertaald: arbeid tot Of: akkerwerk, of landbouw.

Psalmen 104 vers 24

Hoe groot Of, hoe vele.

Hertaald: Hoe groot Of: hoe vele.

uw goederen Dat is, van rijkdommen, die U eigenlijk toebehoren.

Hertaald: uw goederen Dat is: van rijkdommen die U eigenlijk toebehoren.

Psalmen 104 vers 25

wijd van ruimte Hebr. wijd aan beide handen; dat is, aan beide zijden breed en ruim, gelijk Gen. 34:21 ; Neh. 7:4 .

Hertaald: wijd van ruimte Hebreeuws: wijd aan beide handen; dat is: aan beide zijden breed en ruim, zoals Gen. 34:21; Neh. 7:4.

Psalmen 104 vers 26

leviathan, dien Zie Ps. 74:14 . Dit zeemonster wordt wijdlopig beschreven Job 40:20 .

Hertaald: leviathan, dien Zie Ps. 74:14. Dit zeemonster wordt uitvoerig beschreven in Job 40:20.

om daarin te Evenals de behemoth en andere beesten op de bergen spelen; Job 40:15 .

Hertaald: om daarin te Zoals de behemoth en andere dieren op de bergen spelen; Job 40:15.

Psalmen 104 vers 27

Zij alle Te weten, al die dieren, van welke boven gesproken is.

Hertaald: Zij alle Namelijk: al die dieren waarover hierboven gesproken is.

hun spijze Dat is, de spijs, die Gij hun verordineerd hebt.

Hertaald: hun spijze Dat is: het voedsel dat U hun toebedeeld hebt.

te zijner tijd Dat is, ter bekwamer tijd.

Hertaald: te zijner tijd Dat is: op de juiste tijd.

Psalmen 104 vers 28

goed verzadigd Zie Job 21:13 .

Hertaald: goed verzadigd Zie Job 21:13.

Psalmen 104 vers 29

Verbergt Gij Dat is, als Gij hun uwen zegen onttrekt.

Hertaald: Verbergt Gij Dat is: wanneer U hun Uw zegen onttrekt.

neemt Gij Hebr. vergadert Gij hunne adem.

Hertaald: neemt Gij Hebreeuws: vergadert U hun adem.

adem weg, Hebr. geest.

Hertaald: adem weg, Hebreeuws: geest.

zij sterven Of, zij gaan uit, of zij geven den geest, of zij ademen uit.

Hertaald: zij sterven Of: zij gaan uit, of: zij geven de geest, of: zij ademen uit.

tot hun stof Dat is, tot hetgeen waar zij van gemaakt zijn.

Hertaald: tot hun stof Dat is: tot datgene waaruit zij gemaakt zijn.

Psalmen 104 vers 30

uw Geest uit, Versta dit van den Heilige Geest, door welken aanvankelijk alle dingen geschapen zijn, en nu nog onderhouden en vernieuwd worden; gelijk Job 33:4 ; Ps. 33:6 .

Hertaald: uw Geest uit, Versta dit van de Heilige Geest, door Wie in het begin alle dingen geschapen zijn en door Wie zij nu nog onderhouden en vernieuwd worden; zoals Job 33:4; Ps. 33:6.

Gij vernieuwt Te weten, nieuwe schepselen voortbrengende in de plaats van de verstorvene en verdorvene; Pred. 1:4 .

Hertaald: Gij vernieuwt Namelijk: doordat U nieuwe schepselen voortbrengt in de plaats van de gestorven en vergane; Pred. 1:4.

Psalmen 104 vers 31

verblijde zich Dat is, dat Hij een goed behagen in zijne werken hebbe om die te onderhouden en niet te verderven; hiervan is het tegendeel dat de Heere gezegd wordt berouw te hebben dat Hij den mens of ander werken geschapen heeft, en die te willen verderven.

Hertaald: verblijde zich Dat is: dat Hij een welgevallen in Zijn werken heeft om die te onderhouden en niet te verderven. Het tegendeel daarvan is dat van de Heere gezegd wordt dat Hij er berouw over heeft dat Hij de mens of andere werken geschapen heeft, en dat Hij die wil verderven.

Psalmen 104 vers 32

beeft zij; Te weten, voor zijn grote heerlijkheid en majesteit. Zie Ex. 19:18 .

Hertaald: beeft zij; Namelijk: voor Zijn grote heerlijkheid en majesteit. Zie Ex. 19:18.

roken zij Dat is, een teken van schrik en vaardigheid; gelijk Ps. 144:5 .

Hertaald: roken zij Dat is: een teken van schrik en verschrikking, zoals Ps. 144:5.

Psalmen 104 vers 34

Mijn overdenking Of, mijn aandachtige rede.

Hertaald: Mijn overdenking Of: mijn aandachtige overdenking.

Psalmen 104 vers 35

De zondaars Anders, O dat de zondaars van de aarde verdaan werden, enz.; te weten, die zich overgeven tot zondigen, gelijk Ps. 1:1 ; Joh. 9:31 , en ondankbaar zijnde, den Heere niet eren in het gebruik zijner schepselen, van welke in deze psalm, tot Gods lof, gesproken is.

Hertaald: De zondaars Anders: o, dat de zondaars van de aarde verdelgd werden, enzovoort; namelijk zij die zich aan het zondigen overgeven, zoals Ps. 1:1; Joh. 9:31, en die ondankbaar de Heere niet eren in het gebruik van Zijn schepselen, waarover in deze psalm tot Gods lof gesproken is.

Hallelujah Dat is, Looft den Heere. Het Hebr. woord Hallelujah heeft de Christelijke kerk van de Joodse kerk behouden, dienende om elkander te verwekken tot Gods lof in de heilige vergaderingen. Zie Openb. 19:1 , Openb. 19:3 .

Hertaald: Hallelujah Dat is: looft de Heere. Het Hebreeuwse woord Hallelujah heeft de christelijke kerk van de Joodse kerk overgenomen; het dient om elkaar in de heilige samenkomsten op te wekken tot Gods lof. Zie Openb. 19:1, Openb. 19:3.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE  — de grote scheppingspsalm, waarin de wereld van dag tot dag door God onderhouden wordt (Ps. 104:1-35)

"Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot" (Ps. 104:1). De psalm volgt in grote lijnen de volgorde van de scheppingsdagen. God bedekt Zich met het licht als met een kleed en spant de hemel uit als een gordijn (Ps. 104:2). Van de engelen staat er: "Hij maakt Zijn engelen geesten, Zijn dienaars tot een vlammend vuur" (Ps. 104:4). Halverwege komt de uitroep: "Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt" (Ps. 104:24). En dan volgt het gedeelte dat deze psalm zo bijzonder maakt: alles wacht op God. "Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd" (Ps. 104:27), en: "neemt Gij hun adem weg, zij sterven, en zij keren weder tot hun stof. Zendt Gij Uw Geest uit, zo worden zij geschapen" (Ps. 104:29-30).

Bijbelse betekenis: Deze psalm beschrijft niet alleen dat God gemaakt heeft maar dat Hij onderhoudt. De schepping staat niet los van Hem als een opgewonden uurwerk; iedere maaltijd van ieder dier komt uit Zijn open hand (Ps. 104:28). Merk op hoe kort de afstand is tussen leven en dood in Ps. 104:29-30. Adem wegnemen en Geest uitzenden zijn hier twee kanten van dezelfde hand. Let ten slotte op Ps. 104:26. De Leviathan, elders het beeld van het onbeheersbare, is hier een dier dat God formeerde om in de zee te spelen; wat de mens vreest, is voor Hem geen bedreiging.

Typologie: De Hebreeënbrief haalt Ps. 104:4 aan om te laten zien dat de engelen dienaars zijn en de Zoon niet: "Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs" (Hebr. 1:7).

Ps. 104:1-35; Hebr. 1:7

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Psalmen 104

Psalmen 104:1.KruisverwijzingenPsalmen 103:22Psalmen 93:1Psalmen 104:35Psalmen 145:3Psalmen 96:6Psalmen 103:1Jesaja 59:17Daniël 7:9
— Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.
Daar is de grondtoon. Sla hem aan, broeders, ieder van u!

Dit is een wonderlijke psalm. De wereld — en deze psalm is een wereldbeeld — is een wereld die in vlam staat van lof. Het is de hele schepping, van de bergtop tot de beken die door de valleien schitteren, die God looft. Ik heb deze psalm vaak gelezen in de bossen en op de berghelling. Wanneer wij thuiskwamen van een tocht in de Italiaanse bergen, zei ik tegen mijn reisgenoten: nu zullen wij Psalm 104 lezen. Het is de psalm van wie de natuur liefheeft — de psalm van de natuur, gezien door het oog van het geloof.

Psalmen 104:1-3.KruisverwijzingenPsalmen 103:22Psalmen 93:1Amos 9:6Jesaja 40:22Jesaja 19:1Psalmen 104:35Psalmen 145:3Psalmen 96:6
— Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid. Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn. Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.
Of, zoals wij het uit het Hebreeuws mogen lezen: die Zijn zalen maakt in de wateren. Die verborgen wateren boven het uitspansel worden hier getekend als de koele, afgezonderde woonplaats van de ontzagwekkende Godheid.

Psalmen 104:3.KruisverwijzingenAmos 9:6Jesaja 19:12 Samuël 22:11Mattheüs 26:64Psalmen 139:9Nahum 1:3Openbaring 1:7Psalmen 18:10
— Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.
Een meesterlijk tafereel, alsof de HEERE rechtop stond op de twee vleugels van de wind, en alsof de wind, als een machtige geest, om de wereld heen vloog met de grote Jehova op zijn vleugels, en zo voortreed.

Psalmen 104:6.KruisverwijzingenGenesis 7:192 Petrus 3:5Genesis 1:2
— Gij hadt ze met den afgrond als een kleed overdekt; de wateren stonden boven de bergen.
Wat een luisterrijke daad van goddelijke kracht, toen de wateren die eerst als getemde leeuwen in hun holen sliepen, hongerig en fel opkwamen en de hele aarde verzwolgen!

Psalmen 104:7-8.KruisverwijzingenPsalmen 18:15Genesis 8:1Markus 4:39Psalmen 114:3Psalmen 106:9Psalmen 77:18Spreuken 8:28Psalmen 33:7
— Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders. De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrond hadt.
Op het geluid van Gods stem weken die machtige diepten terug in een grote orkaan. Wie water gezien heeft dat met grote snelheid voortgaat, door stormen gezweept, heeft het als tot bergen zien opgeworpen worden, met daartussen enorme gaten als geweldige valleien. Zo rezen de wateren op als bergen en vielen neer als valleien, tot zij de kanalen van de diepte vonden die God voor hen gegrond had.

Psalmen 104:9.KruisverwijzingenJob 26:10Jeremia 5:22Genesis 9:11Job 38:10Jesaja 54:9Psalmen 33:7
— Gij hebt een paal gesteld, dien zij niet overgaan zullen; zij zullen de aarde niet weder bedekken.
Jehova legt het gebit van zand in de mond van de zee, en zij komt niet verder dan haar gestelde grenzen. Nu moet u zich voorstellen dat de psalmist de volle straten en de vuile, stoffige, rokerige verblijven van de mensen verlaat en op de vleugels van zijn dankbaarheid en zijn lof wegvliegt naar de stilte van het vruchtbare land.

Psalmen 104:10-12.KruisverwijzingenJesaja 41:18Psalmen 107:35Psalmen 148:10Jesaja 35:7Deuteronomium 8:7Psalmen 145:16Job 39:5Psalmen 104:13
— Die de fonteinen uitzendt door de dalen, dat zij tussen de gebergten henen wandelen. Zij drenken al het gedierte des velds; de woudezels breken er hun dorst mede. Bij dezelve woont het gevogelte des hemels, een stem gevende van tussen de takken.
Ik weet geen plaats die iemands vreugde en lof beter naar boven lijkt te brengen dan wanneer u staat aan de kant van een klaterend beekje dat tussen de rotsen door een kloof naar beneden tuimelt, en u de dieren ziet komen drinken en de vogels vrolijk hoort zingen tussen de takken, of ziet overhangen en in de stroom zelf dopen. Zelfs het lézen van deze psalm kan als een koele en verkwikkende bries voor u zijn, en uw ziel kan in de verbeelding met David wegvliegen terwijl ook u uw God looft en zegent.

Psalmen 104:13-15.KruisverwijzingenJeremia 10:13Psalmen 147:8Job 28:5Richteren 9:13Psalmen 23:5Prediker 10:19Psalmen 92:10Spreuken 31:6
— Hij drenkt de bergen uit Zijn opperzalen; de aarde wordt verzadigd van de vrucht Uwer werken. Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten, en het kruid tot dienst des mensen, doende het brood uit de aarde voortkomen. En den wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt.
Uit die waterzalen boven het uitspansel giet Hij de regenbuien neer. De geest van de lof vliegt over de akkers die door de mens geploegd en bebouwd zijn, over de vruchtbare wijngaarden rood van druiventrossen, en over de olijfhoven en andere plaatsen waar het handwerk van de mens de aarde vruchtbaar gemaakt heeft. Nu stijgt de psalmist nog hoger en komt in de bossen.

Psalmen 104:16-18.KruisverwijzingenSpreuken 30:26Psalmen 104:12Job 39:1Numeri 24:6Leviticus 11:19Ezechiël 17:23Psalmen 29:5Psalmen 92:2
— De bomen des HEEREN worden verzadigd, de cederbomen van Libanon, die Hij geplant heeft; Alwaar de vogeltjes nestelen; des ooievaars huis zijn de dennebomen. De hoge bergen zijn voor de steenbokken; de steenrotsen zijn een vertrek voor de konijnen.
Er is dus geen deel van de aarde dat niet vol is van Gods goedheid; zelfs de rotsen, die de ploeg niets opleveren, verschaffen een toevlucht aan de konijnen, en de hoge bergen zijn een tehuis voor de steenbokken, terwijl de vruchtbare aarde beneden het hart van de mens blij maakt.

Psalmen 104:19-21.KruisverwijzingenJesaja 45:7Job 38:39Psalmen 74:16Joël 1:20Psalmen 8:3Psalmen 19:6Jeremia 31:35Job 31:26
— Hij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden, de zon weet haar ondergang. Gij beschikt de duisternis, en het wordt nacht, in denwelken al het gedierte des wouds uittreedt: De jonge leeuwen, briesende om een roof, en om hun spijs van God te zoeken.
Zal hij nu zijn lied staken? Nee, want God houdt niet op met werken. Zelfs de nacht heeft dus zijn verborgen muziek, en het brullen van de jonge leeuwen is een schatting aan de voorzienigheid van de goede God, die zelfs zorgt voor de dieren die vergaan.

Psalmen 104:22.KruisverwijzingenJob 37:8Nahum 3:17Johannes 3:20Job 24:13
— De zon opgaande, maken zij zich weg, en liggen neder in hun holen.
U ziet het: de psalmist houdt niet op met loven, maar vindt zelfs in de rust van de dieren stof voor muziek.

Psalmen 104:23-24.KruisverwijzingenGenesis 3:19Psalmen 40:5Jeremia 10:122 Thessalonicenzen 3:8Efeze 4:28Prediker 5:12Richteren 19:16Psalmen 8:3
— De mens gaat dan uit tot zijn werk, en naar zijn arbeid tot den avond toe. Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.
De psalmist heeft een lange reis gemaakt, vliegend juist daar waar hij alles op het aardoppervlak kon zien; maar hij bedenkt dat hij nog niet de helft van Gods werken gezien heeft, want daar ligt de Middellandse Zee te glinsteren in de morgenzon. Dus neemt hij nog een vlucht.

Psalmen 104:25-26.KruisverwijzingenJesaja 27:1Psalmen 107:23Psalmen 74:14Psalmen 69:34Psalmen 95:4Genesis 1:20Genesis 3:1Handelingen 28:5
— Deze zee, die groot en wijd van ruimte is, daarin is het wriemelende gedierte, en dat zonder getal, kleine gedierten met grote. Daar wandelen de schepen, en de Leviathan, dien Gij geformeerd hebt, om daarin te spelen.
Een machtige vis springt uit de zee; het oog van de psalmist vangt er een glimp van, en hij zet zelfs dat monster in zijn lofzang.

Psalmen 104:27-28.KruisverwijzingenPsalmen 147:9Psalmen 136:25Job 36:31Job 38:41Psalmen 145:16Psalmen 36:6Lukas 12:24Psalmen 145:15
— Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd. Geeft Gij ze hun, zij vergaderen ze; doet Gij Uw hand open, zij worden met goed verzadigd.
Wat een gedachte hebben wij hier van God, die alle schepselen van de aarde en de zee onderhoudt! Zij wachten alle op Hem; zij kunnen naar geen andere voorraadkamer gaan dan de Zijne, geen andere schuur kan in hun behoeften voorzien. Voorzeker hoeven wij niet bang te zijn dat Hij ons zal begeven. Voedt Hij de leviathan met zijn grote behoeften en de vele vogels met hun kleine behoeften, dan zal Hij Zijn kinderen niet vergeten; Hij zal geen werkelijk goed onthouden aan wie in oprechtheid wandelen.

En dat is alles wat Hij hoeft te doen, ziet u: enkel Zijn hand openen. Was die hand eenmaal stevig gesloten, dan zouden zij alle sterven; maar om in de behoeften van al Zijn schepselen te voorzien, hoeft Hij niets anders te doen dan Zijn hand te openen.

Psalmen 104:29-30.KruisverwijzingenJob 33:4Openbaring 21:5Job 34:14Job 26:13Ezechiël 37:9Titus 3:5Psalmen 30:7Genesis 3:19
— Verbergt Gij Uw aangezicht, zij worden verschrikt; neemt Gij hun adem weg, zij sterven, en zij keren weder tot hun stof. Zendt Gij Uw Geest uit, zo worden zij geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks.
Alsof Hij enkel Zijn hand voor de helderheid van Zijn aangezicht zette. Wanneer God het milde licht van de zomerzon wegneemt, wat een menigte schepselen sterft er dan; en wanneer dan de zachte adem van de lente over de aarde blaast, hoe snel komen de menigten insecten dan weer tevoorschijn!

Christen, hier is troost voor u! Heeft God Zijn Geest een tijdje van u onthouden, en zijn veel van uw vreugden en troostingen dood gevallen? Hij hoeft slechts te spreken, en Hij kan in een ogenblik al uw troostingen vernieuwen.

Psalmen 104:31-35.KruisverwijzingenGenesis 1:31Psalmen 1:2Psalmen 144:5Exodus 19:18Psalmen 63:4Psalmen 119:111Psalmen 9:2Filippenzen 4:4
— De heerlijkheid des HEEREN zij tot in der eeuwigheid; de HEERE verblijde Zich in Zijn werken. Als Hij de aarde aanschouwt, zo beeft zij; als Hij de bergen aanroert, zo roken zij. Ik zal den HEERE zingen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben. Mijn overdenking van Hem zal zoet zijn; ik zal mij in den HEERE verblijden. De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof den HEERE, mijn ziel! Hallelujah!
Het lijkt alsof de geest van de lof in de psalmist een geest van verontwaardiging tegen de zonde gewekt heeft; hij kon geen geduld meer hebben met wie zo’n groot en zo’n goed God niet wilden aanbidden. En daarom spreekt hij deze bede over hun hoofd uit, die veeleer een voorzegging is van hun lot: laten de zondaars van de aarde verdaan worden en de goddelozen niet meer zijn.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Wie leert op de juiste wijze te zien op zeeën en bergen, op dieren en vogels, op zon en maan en sterren, die ziet God in alle dingen.

Verdiepende artikelen

Tijd met God

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Ik zal voor de HEERE zingen in mijn leven, ik zal voor mijn God psalmen zingen, mijn leven lang. Mijn overdenking van Hem zal aangenaam zijn, ík zal…

Gelijk, maar toch verschillend

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Daar nestelen de vogeltjes, de cipressen zijn het huis voor de ooievaar. De hoge bergen zijn voor de steenbokken, de rotsen zijn een toevluchtsoord voor de klipdassen. Psalm…

Door Goddelijk voedsel zul je leven

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" De bomen van de HEERE worden verzadigd. Psalm 104 vers 16 Zonder sap kan een boom niet bloeien, en zelfs niet…

Toenemen in de genade

Met Spurgeon Het Jaar Door

Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten. Psalm 104:14 Hier is nog een les wat de leer betreft. Er staat: ‘Hij doet het gras uitspruiten.’ Gras groeit…

God heeft een verbond met Zijn uitverkorenen

Met Spurgeon Het Jaar Door

Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten. Psalm 104:14 Waarom geeft God het vee gras? De reden is dat het vee van Hem is. Hier is een…

Verzadig mijn mond met het goede, en vernieuw mijn jeugd

Met Spurgeon Het Jaar Door

Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten. Psalm 104:14 Gods werk is in het gras, want het vee laat ons iets zien van de genade. Ik ga…

Hij zal voor u zorgen, de hemel vergeet u niet

Met Spurgeon Het Jaar Door

Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten. Psalm 104:14 Bedenk dat God werkt in dingen ver bij ons vandaan. Gras groeit niet alleen waar mensen ervoor zorgen,…

Uw zegen is over Uw volk

Met Spurgeon Het Jaar Door

Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten. Psalm 104:14 Het is aangenamer om te bedenken dat ‘gras’ in de Schrift wordt gebruikt als een beeld van Gods…

Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten

Met Spurgeon Het Jaar Door

Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten. Psalm 104:14 Als we naar het gras kijken, kunnen we ervan leren: het is het symbool van onze sterfelijkheid. Alle…

De ceders van de Libanon, die Hij geplant heeft

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" De ceders van de Libanon, die Hij geplant heeft… Psalm 104 vers 16 De ceders van Libanon zijn een beeld van…

Psalm 104:31-35

De Schatkamer Van David

31 De heerlijkheid des HEEREN zij tot in der eeuwigheid; de HEERE verblijde Zich in Zijn werken. 32 Als Hij de aarde aanschouwt, zo beeft zij; als Hij de…

Psalm 104:19-30

De Schatkamer Van David

19 Hij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden, de zon weet haar ondergang. 20 Gij beschikt de duisternis, en het wordt nacht, in denwelken al het gedierte…

Psalm 104:7-18

De Schatkamer Van David

7 Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders. 8 De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen…

Psalm 104:1-6

De Schatkamer Van David

1 Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid. 2 Hij bedekt Zich met het licht, als…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content