Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Openbaring 3

1 En schrijf aan den engel der Gemeente, die te Sardis is: Dit zegt, Die de zeven geesten Gods heeft, en de zeven sterren: Ik weet uw werken, dat gij den naam hebt, dat gij leeft, en gij zijt dood.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG2532 schrijfG1125 aan den engelG32 der GemeenteG1577, die te SardisG4554 is: Dit zegtG3004, Die de zevenG2033 geestenG4151 GodsG2316 heeftG2192, enG2532 de zevenG2033 sterrenG792: Ik weetG1492 uw werkenG2041, datG3754 gij den naamG3686 hebtG2192, datG3754 gij leeftG2198, enG2532 gij zijtG1510 doodG3498. En schrijf aan den engel der Gemeente, die te Sardis is: Dit zegt, Die de zeven geesten Gods heeft, en de zeven sterren: Ik weet uw werken, dat gij den naam hebt, dat gij leeft, en gij zijt dood.

KJV And1 unto the angel3 of the church7 in5 Sardis6 write;8 These things9 saith10 he that hath12 the seven16 Spirits18 of God,20 and21 the seven23 stars;24 I know25 thy works,28 that29 thou hast32 a name31 that33 thou livest,34 and35 art dead.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αγγελω G32 engel, engelen, engels angel, messenger 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 σαρδεσιν G4554 Sardis Sardis 7 εκκλησιας G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church 8 γραψον G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 9 ταδε G3592 deze, dit he, she, such, these, thus 10 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 18 πνευματα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 24 αστερας G792 sterren, ster star 25 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 26 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 27 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 29 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 30 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 32 εχεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 33 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 34 ζης G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 35 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 36 νεκρος G3498 doden, dood, dode dead 37 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zijt wakende, en versterk het overige, dat sterven zou; want Ik heb uw werken niet vol gevonden voor God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Zijt wakendeG1127, enG2532 versterkG4741 het overigeG3062, datG3739 stervenG599 zou; wantG1063 Ik heb uw werkenG2041 nietG3756 volG4137 gevondenG2147 voor GodG2316. Zijt wakende, en versterk het overige, dat sterven zou; want Ik heb uw werken niet vol gevonden voor God.

KJV Be1 watchful,2 and3 strengthen4 the things which remain,6 that7 are8 ready to die:9 for11 I have12 not10 found thy works15 perfect16 before17 God.

1 γινου G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 γρηγορων G1127 waakt, Waakt, waken be vigilant, wake, (be) watch(-ful) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 στηριξον G4741 versterkt, versterk, versterke fix, (e-)stablish, stedfastly set, strengthen 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λοιπα G3062 anderen, andere, overige other, which remain, remnant, residue, rest 7 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 μελλει G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 9 αποθανειν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 12 ευρηκα G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 13 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 14 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 16 πεπληρωμενα G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 17 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Gedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het, en bekeer u. Indien gij dan niet waakt, zo zal Ik over u komen als een dief, en gij zult niet weten, op wat ure Ik over u komen zal.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 GedenkG3421 danG3767, hoeG4459 gij het ontvangenG2983 enG2532 gehoordG191 hebt, enG2532 bewaarG5083 het, enG2532 bekeerG3340 u. IndienG1437 gij danG3767 niet waaktG1127, zo zal Ik overG1909 u komenG2240 alsG5613 een diefG2812, enG2532 gij zult niet wetenG1097, op wat ureG5610 Ik overG1909 uG4771 komenG2240 zal. Gedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het, en bekeer u. Indien gij dan niet waakt, zo zal Ik over u komen als een dief, en gij zult niet weten, op wat ure Ik over u komen zal.

KJV Remember1 therefore2 how3 thou hast received4 and5 heard,6 and7 hold fast,8 and9 repent.10 If therefore12 thou shalt14 not watch, I will come15 on16 thee as18 a thief,19 and20 thou shalt23 not know what24 hour25 I will come26 upon27 thee.

1 μνημονευε G3421 gedenkt, Gedenkt, Gedenk make mention; be mindful, remember 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 4 ειληφας G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηκουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 τηρει G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 μετανοησον G3340 bekeerd, bekeert, bekeren repent 11 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 12 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 γρηγορησης G1127 waakt, Waakt, waken be vigilant, wake, (be) watch(-ful) 15 ηξω G2240 komen, kom come 16 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 19 κλεπτης G2812 dief, dieven thief 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 23 γνως G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 24 ποιαν G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 25 ωραν G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 26 ηξω G2240 komen, kom come 27 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 28 σε G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Doch gij hebt enige weinige namen ook te Sardis, die hun klederen niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte klederen, overmits zij het waardig zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Doch gij hebtG2192 enige weinigeG3641 namenG3686 ookG2532 te SardisG4554, dieG3739 hunG846 klederenG2440 nietG3756 bevlektG3435 hebben, enG2532 zij zullen met MijG1473 wandelenG4043 inG1722 witteG3022 klederen, overmitsG3754 zij het waardigG514 zijnG1510. Doch gij hebt enige weinige namen ook te Sardis, die hun klederen niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte klederen, overmits zij het waardig zijn.

KJV Thou hast1 a few2 names3 even4 in5 Sardis6 which7 have9 not8 defiled their12 garments;11 and13 they shall walk14 with15 me in17 white:18 for19 they are worthy.

1 εχεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 2 ολιγα G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while 3 ονοματα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 σαρδεσιν G4554 Sardis Sardis 7 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 εμολυναν G3435 bevlekt defile 10 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 12 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 περιπατησουσιν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 15 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 16 εμου G1473 mij, ik I, me 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 λευκοις G3022 witte, wit, witten white 19 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 20 αξιοι G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 21 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Die overwint, die zal bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Die overwintG3528, dieG3778 zal bekleedG4016 worden metG1722 witteG3022 klederenG2440; enG2532 Ik zal zijn naamG3686 geenszinsG3364 uitdoenG1813 uitG1537 het boekG976 des levensG2222, enG2532 Ik zal zijn naamG3686 belijdenG1843 voor MijnG3450 VaderG3962 enG2532 voor Zijn engelenG32. Die overwint, die zal bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

KJV He that overcometh,2 the same3 shall be clothed4 in5 white7 raiment;6 and8 I will11 not blot out his14 name13 out of15 the book17 of life,19 but20 I will confess21 his24 name23 before25 my Father,27 and29 before30 his33 angels.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 νικων G3528 overwint, overwonnen, overwinnen conquer, overcome, prevail, get the victory 3 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 περιβαλειται G4016 bekleed, gekleed, Werp array, cast about, clothe(-d me), put on 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 ιματιοις G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 7 λευκοις G3022 witte, wit, witten white 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 11 εξαλειψω G1813 afwissen, Uitgewist, uitdoen blot out, wipe away 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βιβλου G976 boek, boeken, boeks book 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ζωης G2222 leven, levens, Leven life(-time) 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 εξομολογησομαι G1843 belijden, belijdende, dank confess, profess, promise 22 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 26 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 28 μου G1473 mij, ik I, me 29 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 30 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 31 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 αγγελων G32 engel, engelen, engels angel, messenger 33 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Die orenG3775 heeftG2192, die horeG191 watG5101 de GeestG4151 tot de GemeentenG1577 zegtG3004. Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

KJV He that hath2 an ear,3 let him hear4 what5 the Spirit7 saith8 unto the churches.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 ους G3775 oren, oor ear 4 ακουσατω G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εκκλησιαις G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Filadelfia is: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die den sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand sluit, en Hij sluit, en niemand opent:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG2532 schrijfG1125 aan den engelG32 der GemeenteG1577, die inG1722 FiladelfiaG5359 is: Dit zegtG3004 de HeiligeG40, de WaarachtigeG228, Die den sleutelG2807 DavidsG1138 heeftG2192; Die opentG455, enG2532 niemandG3762 sluitG2808, enG2532 Hij sluitG2808, enG2532 niemandG3762 opentG455: En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Filadelfia is: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die den sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand sluit, en Hij sluit, en niemand opent:

KJV And1 to the angel3 of the church7 in5 Philadelphia6 write;8 These things9 saith10 he that is holy,12 he that is true,14 he that hath16 the key18 of David,20 he that openeth,22 and23 no man24 shutteth;25 and26 shutteth,27 and28 no man29 openeth;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αγγελω G32 engel, engelen, engels angel, messenger 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 φιλαδελφεια G5359 Filadelfia Philadelphia 7 εκκλησιας G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church 8 γραψον G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 9 ταδε G3592 deze, dit he, she, such, these, thus 10 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αγιος G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αληθινος G228 waarachtig, waarachtige, ware true 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 κλειδα G2807 sleutel, sleutelen, sleutels key 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δαβιδ G1138 David, Davids David 21 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ανοιγων G455 geopend, open, openen open 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 25 κλειει G2808 gesloten, sluit, sluiten shut (up) 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 κλειει G2808 gesloten, sluit, sluiten shut (up) 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 30 ανοιγει G455 geopend, open, openen open
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ik weetG1492 uw werkenG2041; zieG2400, Ik heb een geopendeG455 deurG2374 voor uG4771 gegevenG1325, enG2532 niemandG3762 kanG1410 die sluitenG2808; wantG3754 gij hebt kleineG3398 krachtG1411, en gij hebt MijnG3450 woordG3056 bewaardG5083, enG2532 hebt MijnG3450 NaamG3686 nietG3756 verloochendG720. Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend.

KJV I know1 thy works:4 behold, I have set6 before7 thee an open10 door,9 and11 no man12 can13 shut14 it:15 for16 thou hast18 a little17 strength,19 and20 hast kept21 my word,24 and25 hast27 not26 denied my name.

1 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 3 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 5 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 δεδωκα G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 θυραν G2374 deur, deuren, Deur door, gate 10 ανεωγμενην G455 geopend, open, openen open 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 13 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 14 κλεισαι G2808 gesloten, sluit, sluiten shut (up) 15 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 17 μικραν G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 18 εχεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 19 δυναμιν G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ετηρησας G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 22 μου G1473 mij, ik I, me 23 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 27 ηρνησω G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 28 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 30 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge des satans, dergenen, die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar liegen; zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen, en aanbidden voor uw voeten, en bekennen, dat Ik u liefheb.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 ZieG2400, Ik geefG1325 uG4771 enigen uitG1537 de synagogeG4864 des satansG4567, dergenen, die zeggenG3004, dat zij JodenG2453 zijnG1510, enG2532 zijnG1510 het nietG3756, maarG235 liegenG5574; zieG2400, Ik zal makenG4160, dat zij zullen komenG2240, enG2532 aanbiddenG4352 voor uw voetenG4228, enG2532 bekennenG1097, dat IkG1473 uG4771 liefhebG25. Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge des satans, dergenen, die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar liegen; zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen, en aanbidden voor uw voeten, en bekennen, dat Ik u liefheb.

KJV Behold, I will make2 them of3 the synagogue5 of Satan,7 which4 say9 they10 are Jews,11 and13 are not,14 but16 do lie;17 behold, I will make19 them20 to21 come22 and23 worship24 before25 thy feet,27 and29 to know30 that31 I32 have loved33 thee.

1 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 διδωμι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 συναγωγης G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 σατανα G4567 satan, satanas, satans Satan 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λεγοντων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 11 ιουδαιους G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 12 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 17 ψευδονται G5574 lieg, liegen, Liegt falsely, lie 18 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 19 ποιησω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 20 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 22 ηξωσιν G2240 komen, kom come 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 προσκυνησωσιν G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 25 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 26 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 ποδων G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 28 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 29 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 30 γνωσιν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 31 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 32 εγω G1473 mij, ik I, me 33 ηγαπησα G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 34 σε G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zo zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 OmdatG3754 gij het woordG3056 Mijner lijdzaamheidG5281 bewaardG5083 hebt, zo zal IkG1473 ook uG4771 bewarenG5083 uitG1537 de ureG5610 der verzoekingG3986, die over de gehele wereldG3625 komenG3195 zal, om te verzoekenG3985, die opG1909 de aardeG1093 wonenG2730. Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zo zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen.

KJV Because1 thou hast kept2 the word4 of my patience,6 I also8 will keep10 thee from11 the hour13 of temptation,15 which3 shall come17 upon19 all22 the world,21 to try23 them that dwell25 upon26 the earth.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 ετηρησας G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 υπομονης G5281 lijdzaamheid, verdraagzaamheid, geduld enduring, patience, patient continuance (waiting) 7 μου G1473 mij, ik I, me 8 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 9 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 10 τηρησω G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 11 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ωρας G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πειρασμου G3986 verzoeking, verzoekingen temptation, X try 16 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μελλουσης G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 18 ερχεσθαι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 19 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 20 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 οικουμενης G3625 wereld, aardbodem, aardrijk earth, world 22 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 23 πειρασαι G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try 24 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 κατοικουντας G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 26 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 27 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Zie, Ik kom haastelijk; houd dat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 ZieG2400, Ik komG2064 haastelijkG5035; houdG2902 dat gijG4771 hebtG2192, opdatG2443 niemandG3367 uw kroonG4735 nemeG2983. Zie, Ik kom haastelijk; houd dat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.

KJV Behold, I come2 quickly:3 hold that fast4 which5 thou hast,6 that7 no man8 take9 thy crown.

1 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 ερχομαι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 ταχυ G5035 haastelijk, haastiglijk, haast lightly, quickly 4 κρατει G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 5 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 εχεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 8 μηδεις G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 9 λαβη G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 στεφανον G4735 kroon, kronen, doornenkroon crown 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven den Naam Mijns Gods, en de naam der stad Mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwen Naam.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Die overwintG3528, IkG1473 zal hemG846 makenG4160 totG1909 een pilaarG4769 inG1722 den tempelG3485 Mijns GodsG2316, enG2532 hij zal niet meer daaruit gaan; en IkG1473 zal op hemG846 schrijvenG1125 den NaamG3686 Mijns GodsG2316, enG2532 de naamG3686 der stadG4172 Mijns GodsG2316, namelijk des nieuwenG2537 JeruzalemsG2419, datG3739 uitG1537 den hemelG3772 vanG575 MijnG3450 GodG2316 afdaaltG2597, en ookG2532 MijnG3450 nieuwenG2537 NaamG3686. Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven den Naam Mijns Gods, en de naam der stad Mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwen Naam.

KJV Him4 that overcometh2 will I make3 a pillar5 in6 the temple8 of my God,10 and12 he shall go16 no more17 out:13 and18 I will write19 upon20 him21 the name23 of my God,25 and27 the name29 of the city31 of my God,33 which is1 new36 Jerusalem,37 which7 cometh down40 out of45 heaven47 from48 my God:50 and52 I will write upon him my new57 name.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 νικων G3528 overwint, overwonnen, overwinnen conquer, overcome, prevail, get the victory 3 ποιησω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 στυλον G4769 pilaar, pilaren pillar 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ναω G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 14 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 εξελθη G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 17 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 γραψω G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 20 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 21 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 26 μου G1473 mij, ik I, me 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 30 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 πολεως G4172 stad, steden city 32 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 34 μου G1473 mij, ik I, me 35 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 36 καινης G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 37 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 39 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 40 καταβαινουσα G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 42 η G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 43 καταβαινει G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 45 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 46 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 47 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 48 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 49 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 50 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 51 μου G1473 mij, ik I, me 52 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 53 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 54 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 55 μου G1473 mij, ik I, me 56 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 57 καινον G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Die orenG3775 heeftG2192, die horeG191 watG5101 de GeestG4151 tot de GemeentenG1577 zegtG3004. Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

KJV He that hath2 an ear,3 let him hear4 what5 the Spirit7 saith8 unto the churches.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 ους G3775 oren, oor ear 4 ακουσατω G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εκκλησιαις G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG2532 schrijfG1125 aan den engelG32 van de GemeenteG1577 der LaodicensenG2994: Dit zegtG3004 de AmenG281, de trouweG4103, enG2532 waarachtigeG228 GetuigeG3144, het BeginG746 der scheppingG2937 GodsG2316: En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:

KJV And1 unto the angel3 of the church5 of the Laodiceans6 write;7 These things8 saith9 the Amen,11 the faithful15 and16 true17 witness,13 the beginning19 of the creation21 of God;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αγγελω G32 engel, engelen, engels angel, messenger 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εκκλησιας G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church 6 λαοδικεων G2994 Laodicensen Laodicean 7 γραψον G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 8 ταδε G3592 deze, dit he, she, such, these, thus 9 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μαρτυς G3144 getuigen, getuige, Getuige martyr, record, witness 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πιστος G4103 getrouw, getrouwe, gelovigen believe(-ing, -r), faithful(-ly), sure, true 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αληθινος G228 waarachtig, waarachtige, ware true 18 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αρχη G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 20 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 κτισεως G2937 schepsel, schepping, kreaturen building, creation, creature, ordinance 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Ik weetG1492 uw werkenG2041, datG3754 gijG4771 noch koudG5593 zijtG1510, noch heetG2200; ochG3785, of gij koudG5593 waartG1498, ofG2228 heetG2200! Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet!

KJV I know1 thy works,4 that5 thou art neither6 cold7 nor9 hot:10 I would11 thou wert cold12 or14 hot.

1 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 3 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 7 ψυχρος G5593 koud cold 8 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 10 ζεστος G2200 heet hot 11 οφελον G3785 Och, och would (to God) 12 ψυχρος G5593 koud cold 13 ειης G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 15 ζεστος G2200 heet hot

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 ZoG3779 dan, omdatG3754 gij lauwG5513 zijtG1510, enG2532 noch koudG5593 noch heetG2200, IkG1473 zal uG4771 uitG1537 MijnG3450 mondG4750 spuwenG1692. Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.

KJV So1 then because2 thou art lukewarm,3 and5 neither6 cold7 nor8 hot,9 I will10 spue12 thee out of13 my mouth.

1 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 2 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 3 χλιαρος G5513 lauw lukewarm 4 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 7 ψυχρος G5593 koud cold 8 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 9 ζεστος G2200 heet hot 10 μελλω G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 11 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 12 εμεσαι G1692 spuwen (will) spue 13 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 στοματος G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 16 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WantG3754 gij zegtG3004: Ik benG1510 rijkG4145, enG2532 verrijktG4147 geworden, enG2532 hebG2192 geens dingsG3762 gebrekG5532; enG2532 gij weetG1492 nietG3756, datG3754 gijG4771 zijtG1510 ellendigG5005, enG2532 jammerlijkG1652, enG2532 armG4434, enG2532 blindG5185, enG2532 naaktG1131. Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.

KJV Because1 thou sayest,2 I am5 rich,4 and6 increased with goods,7 and8 have12 need11 of nothing;9 and13 knowest15 not14 that3 thou17 art wretched,20 and21 miserable,22 and23 poor,24 and25 blind,26 and27 naked:

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 λεγεις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 πλουσιος G4145 rijk, rijken, rijke rich 5 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 πεπλουτηκα G4147 rijk, rijken, verrijkt be increased with goods, (be made, wax) rich 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ουδενος G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 11 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 12 εχω G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 οιδας G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 16 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 17 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ταλαιπωρος G5005 ellendig wretched 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ελεεινος G1652 ellendigste, jammerlijk miserable 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 πτωχος G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 τυφλος G5185 blinden, blind, blinde blind 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 γυμνος G1131 naakt, bloot, naakte naked
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Ik raadG4823 u dat gijG4771 van MijG1473 kooptG59 goudG5553, beproefdG4448 komendeG1537 uit het vuurG4442, opdatG2443 gij rijkG4147 moogt worden; enG2532 witteG3022 klederenG2440, opdatG2443 gij moogt bekleedG4016 worden, enG2532 de schandeG152 uwer naaktheidG1132 nietG3361 geopenbaardG5319 worde; enG2532 zalfG1472 uw ogenG3788 met ogenzalfG2854, opdatG2443 gijG4771 zienG991 moogt. Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.

KJV I counsel1 thee to buy3 of4 me gold6 tried7 in8 the fire,9 that10 thou mayest be rich;11 and12 white14 raiment,13 that15 thou mayest be clothed,16 and17 that the shame21 of thy nakedness23 do19 not18 appear; and25 anoint27 thine eyes29 with eyesalve,26 that31 thou mayest see.

1 συμβουλευω G4823 beraadslaagden zamen, geraden, hielden consult, (give, take) counsel (together) 2 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 3 αγορασαι G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 4 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 5 εμου G1473 mij, ik I, me 6 χρυσιον G5553 goud gold 7 πεπυρωμενον G4448 beproefd, brande, branden burn, fiery, be on fire, try 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 πυρος G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 10 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 11 πλουτησης G4147 rijk, rijken, verrijkt be increased with goods, (be made, wax) rich 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 14 λευκα G3022 witte, wit, witten white 15 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 16 περιβαλη G4016 bekleed, gekleed, Werp array, cast about, clothe(-d me), put on 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 19 φανερωθη G5319 geopenbaard, openbaar, openbaar maakt appear, manifestly declare, (make) manifest (forth), shew (self) 20 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 αισχυνη G152 schande, schaamte dishonesty, shame 22 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 γυμνοτητος G1132 naaktheid nakedness 24 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 κολλουριον G2854 ogenzalf eyesalve 27 εγχρισον G1472 zalf anoint 28 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 οφθαλμους G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 30 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 31 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 32 βλεπης G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Zo wie IkG1473 liefhebG5368, die bestrafG1651 enG2532 kastijdG3811 Ik; weesG2206 danG3767 ijverigG2206, enG2532 bekeerG3340 u. Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.

KJV As many as2 I love,4 I1 rebuke5 and6 chasten:7 be zealous8 therefore,9 and10 repent.

1 εγω G1473 mij, ik I, me 2 οσους G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 3 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 4 φιλω G5368 lief, liefheeft, liefheb kiss, love 5 ελεγχω G1651 bestraft, bestraf, overtuigd convict, convince, tell a fault, rebuke, reprove 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 παιδευω G3811 getuchtigd, kastijden, kastijdt chasten(-ise), instruct, learn, teach 8 ζηλωσον G2206 ijvert, ijveren, ijverig affect, covet (earnestly), (have) desire, (move with) envy, be jealous over, (be) zealous(-ly affect) 9 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 μετανοησον G3340 bekeerd, bekeert, bekeren repent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 ZieG2400, Ik staG2476 aanG1909 de deurG2374, enG2532 Ik klopG2925; indienG1437 iemandG5100 MijnG3450 stemG5456 zal horenG191, enG2532 de deurG2374 opendoenG455, Ik zal totG4314 hem inkomenG1525, enG2532 Ik zal met hem avondmaalG1172 houden, enG2532 hij met Mij. Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.

KJV Behold, I stand2 at3 the door,5 and6 knock:7 if8 any man9 hear10 my voice,12 and14 open15 the door,17 I will come in18 to19 him,20 and21 will sup22 with23 him,24 and25 he26 with27 me.

1 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 εστηκα G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 3 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θυραν G2374 deur, deuren, Deur door, gate 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 κρουω G2925 klopt, klop, kloppen knock 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 10 ακουση G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 φωνης G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 13 μου G1473 mij, ik I, me 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ανοιξη G455 geopend, open, openen open 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θυραν G2374 deur, deuren, Deur door, gate 18 εισελευσομαι G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 19 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 δειπνησω G1172 avondmaal, avond eten, avondmaals sup (X -er) 23 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 28 εμου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Die overwintG3528, Ik zal hemG846 gevenG1325 met Mij te zittenG2523 inG1722 MijnG3450 troonG2362, gelijk alsG5613 Ik overwonnenG3528 heb, enG2532 ben gezetenG2523 met MijnG3450 VaderG3962 inG1722 Zijn troonG2362. Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.

KJV To him4 that overcometh2 will I grant3 to sit5 with6 me in8 my throne,10 even13 as12 I also overcame,14 and15 am set down16 with17 my Father19 in21 his24 throne.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 νικων G3528 overwint, overwonnen, overwinnen conquer, overcome, prevail, get the victory 3 δωσω G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 καθισαι G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 6 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 7 εμου G1473 mij, ik I, me 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θρονω G2362 troon, tronen, troons seat, throne 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 13 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 14 ενικησα G3528 overwint, overwonnen, overwinnen conquer, overcome, prevail, get the victory 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εκαθισα G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 17 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 20 μου G1473 mij, ik I, me 21 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 22 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θρονω G2362 troon, tronen, troons seat, throne 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Die orenG3775 heeftG2192, die horeG191, watG5101 de GeestG4151 tot de GemeentenG1577 zegtG3004. Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

KJV He that hath2 an ear,3 let him hear4 what5 the Spirit7 saith8 unto the churches.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 ους G3775 oren, oor ear 4 ακουσατω G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εκκλησιαις G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Openbaring 3:1 1 Timotheüs 5:6 Openbaring 1:4 Openbaring 1:16 Openbaring 1:11 Lukas 15:24 Openbaring 4:5 Openbaring 5:6 Judas 1:12
Openbaring 3:2 Openbaring 2:4 Openbaring 16:15 Handelingen 20:28 1 Petrus 4:7 1 Petrus 5:8 Handelingen 18:23 Mattheüs 23:5 2 Kronieken 25:2
Openbaring 3:3 Openbaring 2:5 2 Petrus 3:10 1 Thessalonicenzen 5:2 Openbaring 16:15 Mattheüs 25:13 Mattheüs 24:42 1 Thessalonicenzen 5:4 Markus 13:33
Openbaring 3:4 Openbaring 7:9 Openbaring 6:11 Prediker 9:8 Openbaring 4:4 Judas 1:23 Openbaring 3:5 Openbaring 3:18 Openbaring 7:13
Openbaring 3:5 Openbaring 20:15 Mattheüs 10:32 Openbaring 17:8 Openbaring 13:8 Openbaring 20:12 Openbaring 21:27 Lukas 12:8 Psalmen 69:28
Openbaring 3:6 Openbaring 2:7
Openbaring 3:7 Jesaja 22:22 1 Johannes 5:20 Mattheüs 16:19 Lukas 1:32 Openbaring 6:10 Openbaring 3:14 Job 12:14 Openbaring 1:18
Openbaring 3:8 1 Korinthe 16:9 2 Korinthe 2:12 Kolossenzen 4:3 Handelingen 14:27 Lukas 12:9 Johannes 17:6 Openbaring 3:7 Openbaring 2:13
Openbaring 3:9 Openbaring 2:9 Jesaja 49:23 Jesaja 60:14 Jesaja 43:4 1 Samuël 2:36 Exodus 11:8 Exodus 12:30 Job 42:8
Openbaring 3:10 Openbaring 17:8 Openbaring 6:10 2 Petrus 2:9 Openbaring 1:9 Mattheüs 24:14 Openbaring 2:10 Openbaring 8:13 Jesaja 24:17
Openbaring 3:11 Openbaring 2:25 Openbaring 2:10 Jakobus 1:12 Openbaring 22:20 Openbaring 3:3 2 Timotheüs 4:8 Openbaring 22:7 Openbaring 22:12
Openbaring 3:12 Openbaring 22:4 Openbaring 21:2 Openbaring 14:1 Galaten 2:9 1 Koningen 7:21 Jeremia 1:18 Openbaring 2:17 Hebreeën 12:22
Openbaring 3:13 Openbaring 2:7
Openbaring 3:14 Openbaring 1:5 2 Korinthe 1:20 Kolossenzen 1:15 Openbaring 3:7 Kolossenzen 1:18 Openbaring 22:13 Openbaring 19:11 Openbaring 22:6
Openbaring 3:15 Romeinen 12:11 Mattheüs 24:12 Lukas 14:27 Openbaring 2:4 2 Korinthe 12:20 Mattheüs 6:24 Jakobus 1:8 1 Koningen 18:21
Openbaring 3:16 Openbaring 2:5 Jeremia 15:1 Zacharia 11:8 Jeremia 14:19
Openbaring 3:17 Romeinen 12:3 Spreuken 13:7 Hosea 12:8 Zacharia 11:5 Mattheüs 9:12 Exodus 32:35 Openbaring 2:9 Johannes 9:40
Openbaring 3:18 Openbaring 16:15 Openbaring 19:8 Jesaja 55:1 Mattheüs 13:44 Daniël 12:2 Jakobus 2:5 Openbaring 2:9 Mattheüs 25:9
Openbaring 3:19 Openbaring 2:5 1 Korinthe 11:32 Spreuken 3:11 Hebreeën 12:5 Jeremia 31:18 Openbaring 2:21 Job 5:17 Jeremia 30:11
Openbaring 3:20 Johannes 14:21 Lukas 12:36 Openbaring 19:9 Hooglied 5:2 Lukas 17:8 Mattheüs 24:33
Openbaring 3:21 Mattheüs 19:28 Openbaring 2:7 2 Timotheüs 2:12 Johannes 16:33 Mattheüs 28:18 1 Johannes 5:4 Openbaring 2:26 Openbaring 12:11
Openbaring 3:22 Openbaring 2:7 Openbaring 2:11 Openbaring 3:13 Openbaring 3:6 Openbaring 2:17
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Openbaring 3 vers 1

den engel der Zie hiervoor Rev 2.

Hertaald: den engel der Zie hiervoor Openb. 2.

Sardis is Dit was een zeer grote en vermaarde stad in Lybië, waar eertijds het hof en de woonplaats van den koning Cresus geweest is.

Hertaald: Sardis is Dit was een zeer grote en beroemde stad in Lydië, waar vroeger het hof en de woonplaats van koning Krésus geweest is.

die de zeven Geesten Gods heeft Daar deze titel in de beschrijving van de verschijning van Christus, Rev 1, niet staat, zo menen sommigen dat die genomen is uit de voorrede van dit boek, Openb. 1:4, waar de Heilige Geest zo wordt genaamd om de redenen daar verklaard. Want de Heilige Geest is niet alleen de Geest des Vaders, maar ook des Zoons, die Hij zijn gelovigen tot een leidsman en trooster geeft, Joh. 15:26; Gal. 4:6. Anderen menen dat deze zeven geesten hier zeven engelen zijn, waarvan meermalen in deze openbaring wordt gesproken, die in Christus' hand als Zijn dienaars zijn, om die te gebruiken waar het Hem belieft, gelijk ook de zeven sterren, de zeven engelen of opzieners der gemeente betekenen, gelijk verklaard is Openb. 1:20. Doch daar het woord geesten in deze openbaring nergens van de engelen wordt gebruikt, zo is de eerste verklaring de beste.

Hertaald: die de zeven Geesten Gods heeft Omdat deze aanduiding niet in de beschrijving van de verschijning van Christus in Openb. 1 staat, menen sommigen dat die genomen is uit de inleiding van dit boek, Openb. 1:4, waar de Heilige Geest zo genoemd wordt om de redenen die daar verklaard zijn. Want de Heilige Geest is niet alleen de Geest van de Vader, maar ook van de Zoon, Die Hij Zijn gelovigen als Leidsman en Trooster geeft, Joh. 15:26; Gal. 4:6. Anderen menen dat deze zeven geesten hier zeven engelen zijn, waarover in deze openbaring meermalen gesproken wordt en die in de hand van Christus zijn als Zijn dienaars, om ze te gebruiken waar het Hem behaagt; zoals ook de zeven sterren de zeven engelen of opzieners van de gemeente betekenen, zoals verklaard is bij Openb. 1:20. Maar omdat het woord geesten in deze openbaring nergens van de engelen gebruikt wordt, is de eerste verklaring de beste.

den naam hebt dat gij leeft, Dat is, den schijn dat gij een naarstig en trouw opziener der gemeente zijt, en gij zijt het niet, gelijk vs.2 verklaart.

Hertaald: den naam hebt dat gij leeft, Dat is: de schijn dat u een nauwgezette en trouwe opziener van de gemeente bent, terwijl u dat niet bent, zoals vers 2 verklaart.

Openbaring 3 vers 2

Zijt wakende, Of waak op; namelijk uit uwe slapheid en geveinsdheid, gelijk Ef. 5:14. Zie ook Ezech. 34:16.

Hertaald: Zijt wakende, Of: waak op, namelijk uit uw slapheid en geveinsdheid, zoals in Ef. 5:14. Zie ook Ezech. 34:16.

dat sterven zoude; Dat is, meer en meer verzuimend zou worden en eindelijk verloren gaan, zo het met goede vermaningen en voorbeelden niet wordt opgewekt en gesterkt.

Hertaald: dat sterven zoude; Dat is: dat meer en meer verwaarloosd zou worden en ten slotte verloren zou gaan als het niet met goede aansporingen en voorbeelden opgewekt en gesterkt wordt.

niet vol gevonden Grieks niet vervuld; dat is, niet oprecht, niet ernstig en ijverig genoeg. Want anders struikelen ook de allerheiligsten in velen; Jak. 3:2.

Hertaald: niet vol gevonden Grieks: niet vervuld; dat is: niet oprecht, niet ernstig en niet ijverig genoeg. Want overigens struikelen ook de allerheiligsten in veel dingen; Jak. 3:2.

voor God Anderen lezen, voor mijn God; dat is, hoewel gij de mensen met dezen schijn kondt voldoen, God is met den schijn niet tevreden, maar eist een oprecht gemoed en een ernstige daad.

Hertaald: voor God Anderen lezen: voor mijn God; dat is: hoewel u de mensen met deze schijn zou kunnen tevredenstellen, is God met de schijn niet tevreden, maar Hij eist een oprecht gemoed en een ernstige daad.

Openbaring 3 vers 3

hoe gij het ontvangen Dat is, welken last gij ontvangen, en welke leer gij van de apostelen gehoord hebt, als gij tot dezen dienst zijt geroepen.

Hertaald: hoe gij het ontvangen Dat is: welke opdracht u ontvangen hebt en welke leer u van de apostelen gehoord hebt toen u tot deze dienst geroepen bent.

als een dief, Dat is, haastig en onvoorziens, gelijk Matt. 24:43, hetwelk òf van een haastigen dood over hem, òf van andere straffen kan verstaan worden.

Hertaald: als een dief, Dat is: snel en onverwacht, zoals in Matth. 24:43. Dat kan óf verstaan worden van een snelle dood over hem, óf van andere straffen.

Openbaring 3 vers 4

namen ook te Sardis, Dat is, personen, gelijk Hand. 1:15.

Hertaald: namen ook te Sardis, Dat is: personen, zoals in Hand. 1:15.

hun klederen niet Dat is, die zichzelf met onzuivere leer en met een onkuis leven, gelijk de Nicolaïeten, niet hebben ontreinigd. Zie 1 Thess. 4:4. Deze gelijkenis gebruikt ook Jud. 1:23.

Hertaald: hun klederen niet Dat is: zij die zichzelf niet verontreinigd hebben met onzuivere leer en met een onkuis leven, zoals de Nikolaïeten deden. Zie 1 Thess. 4:4. Deze vergelijking gebruikt ook Judas 1:23.

met mij wandelen Waarvan Christus een voorbeeld of proeve gegeven heeft; Matt. 17:2.

Hertaald: met mij wandelen Waarvan Christus een voorbeeld of proeve gegeven heeft; Matth. 17:2.

in witte klederen, Namelijk als overwinnaars der zonden en der wereld. Want de witte klederen zijn eertijds tekenen geweest van overwinning en heerlijkheid, gelijk blijkt het vs.5. Zie ook hierna Openb. 7:9, en Openb. 19:14.

Hertaald: in witte klederen, Namelijk als overwinnaars van de zonde en van de wereld. Want de witte kleren zijn vroeger tekenen van overwinning en heerlijkheid geweest, zoals blijkt uit vers 5. Zie ook hierna Openb. 7:9 en Openb. 19:14.

zij het waardig zijn Deze waardigheid in hen komt niet uit hun krachten noch verdiensten, maar van Christus en om Christus' verdiensten wil, terwijl hun Christus door Zijn verdiensten zodanige vergelding uit genade waardig acht en waardig maakt. Zie 2 Kor. 3:4-5; 2 Thess. 1:5, 2 Thess. 1:11; Hebr. 13:21.

Hertaald: zij het waardig zijn Deze waardigheid in hen komt niet uit hun eigen krachten en niet uit hun verdiensten, maar van Christus en om de verdiensten van Christus, omdat Christus hun door Zijn verdiensten zulk een vergelding uit genade waardig acht en waardig maakt. Zie 2 Kor. 3:4-5; 2 Thess. 1:5, 2 Thess. 1:11; Hebr. 13:21.

Openbaring 3 vers 5

Ik zal zijn naam geenszins Dit wordt gezegd tot troost der gelovigen, die in twijfel zouden mogen komen over hun verkiezing. Niet dat iemand, die waarlijk geschreven is in het boek des levens, daaruit kan gedaan worden, want het tegendeel blijkt uit Openb. 13:8; Openb. 17:8; Openb. 20:15, en Openb. 21:27; maar omdat enigen ten opzichte van de roeping en hun belijdenis daarin schijnen geschreven te zijn, die daarna metterdaad tonen, dat zij uitgedaan worden uit het boek des levens, en dat zij met de rechtvaardigen niet worden geschreven, waar het laatste het eerste verklaart.

Hertaald: Ik zal zijn naam geenszins Dit wordt gezegd tot troost van de gelovigen die over hun verkiezing in twijfel zouden kunnen komen. Niet dat iemand die werkelijk in het boek van het leven geschreven is daaruit weggedaan kan worden, want het tegendeel blijkt uit Openb. 13:8; Openb. 17:8; Openb. 20:15 en Openb. 21:27. Het is omdat sommigen met het oog op hun roeping en hun belijdenis daarin geschreven lijken te zijn. Daarna tonen zij in de praktijk aan dat zij uit het boek van het leven uitgedaan worden en dat zij niet met de rechtvaardigen geschreven worden; het laatste verklaart daar het eerste.

zijn naam belijden Namelijk als mijn ware dienaars en discipelen; Matt. 10:32.

Hertaald: zijn naam belijden Namelijk als Mijn ware dienaars en discipelen; Matth. 10:32.

Openbaring 3 vers 7

Filadelfia is Dit was een stad in Mysië, niet ver van Lydië; zo genoemd door zekeren Attalus Filadelfus, die deze stad eerst had laten bouwen; die wel niet zeer bloeide, omdat zij vele aardbevingen onderworpen was, maar evenwel een zeer schone en vrome gemeente had, gelijk uit den brief zelf blijkt.

Hertaald: Filadelfia is Dit was een stad in Mysië, niet ver van Lydië, zo genoemd naar een zekere Attalus Filadelfus, die deze stad als eerste had laten bouwen. Zij bloeide niet zeer, omdat zij aan veel aardbevingen onderworpen was, maar zij had toch een zeer mooie en vrome gemeente, zoals uit de brief zelf blijkt.

de Heilige, de Deze twee titels worden God doorgaans in het Oude Testament toegeschreven, gelijk te zien is Jes. 6:3; Ps. 145:17, welke Christus, als de ware Zoon Gods, Zichzelf hier ook geeft, daar Hij is degene die niet alleen in Zichzelf heilig is, maar ook ons heilig maakt, en die waarachtig is in al zijn beloften en dreigementen.

Hertaald: de Heilige, de Deze twee aanduidingen worden in het Oude Testament telkens aan God toegeschreven, zoals te zien is in Jes. 6:3; Ps. 145:17. Christus geeft die als de ware Zoon van God hier ook aan Zichzelf, omdat Hij Degene is Die niet alleen in Zichzelf heilig is, maar Die ons ook heilig maakt, en Die waarachtig is in al Zijn beloften en Zijn dreigingen.

den sleutel Davids Dat is, der gemeente van Christus, waarvan David en zijn huis een voorbeeld was. Hier wordt gezien op de plaats Jes. 22:22, waar aan Eljakim zulke belofte wordt gedaan, en daardoor wordt verstaan de opperste macht van inlaten in de gemeente, en uitsluitend uit deze, en vervolgens ook in en uit den hemel, gelijk Christus Zijn gemeente ook een geestelijke macht, doch onder Hem, beloofd heeft; Matt. 16:19; Matt. 18:18.

Hertaald: den sleutel Davids Dat is: de sleutel van de gemeente van Christus, waarvan David en zijn huis een voorbeeld was. Hier wordt gezien op de plaats Jes. 22:22, waar aan Eljakim zulk een belofte gedaan wordt. Daarmee wordt de hoogste macht bedoeld om in de gemeente in te laten en daaruit uit te sluiten, en vervolgens ook om in de hemel in te laten en daaruit uit te sluiten. Zo heeft Christus Zijn gemeente ook een geestelijke macht beloofd, maar dan onder Hem; Matth. 16:19; Matth. 18:18.

Openbaring 3 vers 8

een geopende deur voor u Dat is, een zekere en onverhinderde gelegenheid om het Evangelie met goeden voortgang te verbreiden, gelijk 1 Kor. 16:9; 2 Kor. 2:12.

Hertaald: een geopende deur voor u Dat is: een zekere en onverhinderde gelegenheid om het Evangelie met goede voortgang te verbreiden, zoals in 1 Kor. 16:9; 2 Kor. 2:12.

kleine kracht, Namelijk van uzelf of bij uzelf, om zo groot een werk te volbrengen. Dus [wil hij zeggen], wijl gij getrouw zijt in het bewaren van mijn Woord, zo zal Ik u de deur door mijn Geest openen, en niemand hoezeer hij daartegen woelt, zal zulks verhinderen. Want de kracht Gods wordt in onze zwakheid volbracht, 2 Kor. 12:9. Anderen zetten het over: Gij hebt nog een weinig kracht; dat is, daar is nog door mijn genade wat goeds bij u, namelijk dat Ik in u voorts zal zegenen.

Hertaald: kleine kracht, Namelijk kracht van uzelf of bij uzelf, om zo groot een werk te volbrengen. Hij wil dus zeggen: omdat u trouw bent in het bewaren van Mijn Woord, zal Ik u de deur door Mijn Geest openen, en niemand zal dat verhinderen, hoe sterk hij zich daartegen ook verzet. Want de kracht van God wordt in onze zwakheid volbracht, 2 Kor. 12:9. Anderen vertalen het: u hebt nog een weinig kracht; dat is: er is door Mijn genade nog iets goeds bij u, dat Ik in u verder zal zegenen.

Openbaring 3 vers 9

Ik zal maken, dat Dat is, ik zal zelfs uit de Joden, die nu gezworen vijanden mijner gemeente zijn, enigen tot mij bekeren; gelijk namelijk in Paulus, en andere overblijfselen der genade, tevoren geschied is, en naar Christus' belofte in deze gemeente nog meer moet geschied zijn.

Hertaald: Ik zal maken, dat Dat is: Ik zal zelfs uit de Joden, die nu gezworen vijanden van Mijn gemeente zijn, sommigen tot Mij bekeren; zoals dat eerder bij Paulus en bij andere overblijfselen van de genade gebeurd is en zoals dat naar de belofte van Christus in deze gemeente nog meer gebeurd moet zijn.

aanbidden voor uwe Dat is, zichzelf u en mijn gemeente onderwerpen, en zich van hun vorigen wederstand bekeren; een gelijkenis, genomen uit de wijze van doen onder de volken van het Oosten, gebruikelijk bij hen die erkenden overwonnen te zijn. Zie Ps. 72:9.

Hertaald: aanbidden voor uwe Dat is: zichzelf aan u en aan Mijn gemeente onderwerpen en zich van hun eerdere tegenstand bekeren. Dit is een vergelijking, genomen van de gebruiken bij de volken van het Oosten, die gebruikelijk waren bij hen die erkenden dat zij overwonnen waren. Zie Ps. 72:9.

Openbaring 3 vers 10

het woord mijner lijdzaamheid Zo wordt het Evangelie genoemd, omdat het ons het lijden en de lijdzaamheid van Christus voor ogen stelt, en ons doorgaans tot lijden en lijdzaamheid vermaant.

Hertaald: het woord mijner lijdzaamheid Zo wordt het Evangelie genoemd, omdat het ons het lijden en de volharding van Christus voor ogen stelt en ons telkens tot lijden en volharding aanspoort.

bewaren uit de ure Dat is, beletten dat de verzoeking tot u niet zal komen; of zo zij komt, dat zij u aan uw ziel niet zal beschadigen.

Hertaald: bewaren uit de ure Dat is: verhinderen dat de verzoeking tot u komt; of, als zij komt, dat zij uw ziel niet zal schaden.

der verzoeking, die Dat is, der vervolging, gelijk meermalen is aangewezen; en hier schijnt Christus te spreken van de tienjarige vervolging, die Trajanus de gehele wereld door kort hierna tegen de Christenen heeft verwekt.

Hertaald: der verzoeking, die Dat is: van de vervolging, zoals meermalen aangewezen is. Christus lijkt hier te spreken over de tienjarige vervolging die Trajanus kort hierna over de hele wereld tegen de christenen verwekt heeft.

Openbaring 3 vers 11

houd dat gij hebt, Namelijk het geloof en een goed geweten; gelijk Paulus verklaart 1 Tim. 1:19.

Hertaald: houd dat gij hebt, Namelijk het geloof en een goed geweten, zoals Paulus verklaart in 1 Tim. 1:19.

uw kroon neme Sommigen verstaan dit van de kroon van het leerambt, waarin deze leraar zich tot dien tijd wel had gekweten; doch het kan ook verstaan worden van de kroon des eeuwigen levens, gelijk hiervoor Openb. 2:10, welke hier gedreigd wordt van iemand genomen te zullen worden, wanneer hij in zorgeloosheid van zijn ambt, of des levens zou komen te vervallen; en zulke waarschuwingen zijn middelen die dienen, dat de gelovigen in het goede volstandig zouden blijven. Want Christus belooft in vs.10, dat Hij hen zal bewaren uit de ure der verzoeking; en in vs.12, dat die een pilaar is in den Tempel Gods, waaruit hij niet meer zal gaan.

Hertaald: uw kroon neme Sommigen verstaan dit van de kroon van het leerambt, waarin deze leraar zich tot die tijd goed gekweten had. Maar het kan ook verstaan worden van de kroon van het eeuwige leven, zoals hiervoor in Openb. 2:10. Hier wordt gedreigd dat die iemand ontnomen zal worden wanneer hij tot zorgeloosheid over zijn ambt of over zijn leven zou vervallen; en zulke waarschuwingen zijn middelen die dienen om de gelovigen standvastig in het goede te doen blijven. Want Christus belooft in vers 10 dat Hij hen zal bewaren uit het uur van de verzoeking, en in vers 12 dat hij een pilaar is in de tempel van God, waaruit hij niet meer zal gaan.

Openbaring 3 vers 12

tot een pilaar in den tempel Dat is, in de gemeente der uitverkorenen van mijn God, die hier wordt opgetimmerd, en hiernamaals in den hemel zal verbouwd zijn; en hier ziet de apostel op de twee kolommen, die in den tempel van Salomo gesteld waren, waarvan te lezen is 1 Kon. 7:15, die een versiersel en vastigheid daarin waren, waarvan de ene door Salomo genoemd is Jachin, dat is, hij zal bevestigen, en de andere Boaz, dat is, in hem is sterkte. Zie ook Gal. 2:9.

Hertaald: tot een pilaar in den tempel Dat is: in de gemeente van de uitverkorenen van Mijn God, die hier opgebouwd wordt en die hierna in de hemel voltooid zal zijn. Hier ziet de apostel op de twee kolommen die in de tempel van Salomo gesteld waren, waarover te lezen is in 1 Kon. 7:15; die waren daarin een versiering en een sterkte. De ene is door Salomo Jachin genoemd, dat is: hij zal bevestigen, en de andere Boaz, dat is: in hem is sterkte. Zie ook Gal. 2:9.

hij zal niet meer Namelijk, gelijk deze pilaren, die schaduwen waren in den tempel van het Oude Testament, van de Chaldeën daaruit zijn weggevoerd, gelijk te zien is Jer. 52:17. Want die een pilaar is in de gemeente der ware uitverkorenen, kan niet vervoerd worden, Matt. 24:24, en wordt nooit uitgeworpen; Joh. 6:37.

Hertaald: hij zal niet meer Namelijk zoals deze pilaren, die schaduwen waren in de tempel van het Oude Testament, daaruit door de Chaldeeën weggevoerd zijn, zoals te zien is in Jer. 52:17. Want wie een pilaar is in de gemeente van de ware uitverkorenen, kan niet weggevoerd worden, Matth. 24:24, en wordt nooit uitgeworpen; Joh. 6:37.

ik zal op hem schrijven Namelijk gelijk men op de kolommen enige eretitels placht te schrijven, en gelijk de twee kolommen in den tempel van Salomo deze twee namen ook voerden, waarvan tevoren gesproken is.

Hertaald: ik zal op hem schrijven Namelijk zoals men op de kolommen gewoonlijk enkele eretitels schreef, en zoals de twee kolommen in de tempel van Salomo ook deze twee namen droegen, waarover eerder gesproken is.

den naam mijns Gods, Namelijk tot een teken dat hij God als een eigendom toekomt, gelijk wij plegen dingen, die ons eigen zijn, met onzen naam te tekenen, en gelijk ook eertijds de soldaten met den naam hunner oversten, en de dienstknechten met den naam van hun heren plachten getekend te worden. Zie hierna Openb. 7:3. Want hoewel wij hier weten dat wij kinderen Gods zijn, zo is het nochtans inderdaad niet geopenbaard wat wij worden zullen; 1 Joh. 3:2.

Hertaald: den naam mijns Gods, Namelijk tot een teken dat hij God als eigendom toekomt. Zo tekenen wij de dingen die ons eigen zijn gewoonlijk met onze naam, en zo werden vroeger ook de soldaten met de naam van hun bevelhebbers en de dienstknechten met de naam van hun heren getekend. Zie hierna Openb. 7:3. Want hoewel wij hier weten dat wij kinderen van God zijn, is het toch nog niet werkelijk geopenbaard wat wij zullen zijn; 1 Joh. 3:2.

des nieuwen Jeruzalems, Dat is, de ware gemeente van Christus die hier gesteld wordt tegen het uiterlijk of oude Jeruzalem gelijk Gal. 4:26.

Hertaald: des nieuwen Jeruzalems, Dat is: de ware gemeente van Christus, die hier gesteld wordt tegenover het uiterlijke of oude Jeruzalem, zoals in Gal. 4:26.

dat uit den hemel Namelijk ten opzichte van de kracht waardoor zij op de aarde wordt vergaderd, en van de heerlijkheid, waarmede zij ten laatsten dage zal worden aangedaan. Zie Openb. 21:2, enz.

Hertaald: dat uit den hemel Namelijk met het oog op de kracht waardoor zij op de aarde vergaderd wordt, en op de heerlijkheid waarmee zij op de laatste dag bekleed zal worden. Zie Openb. 21:2, enzovoort.

ook mijn nieuwen naam Namelijk tot een teken dat hij mijn dienaar is en mijn heerlijkheid zal deelachtig worden. Van welken nieuwen naam, dien Christus van den Vader na Zijn verhoging heeft verworven; zie Fil. 2:9-10; Openb. 19:12, Openb. 19:16.

Hertaald: ook mijn nieuwen naam Namelijk tot een teken dat hij Mijn dienaar is en dat hij deel zal krijgen aan Mijn heerlijkheid. Over die nieuwe naam die Christus na Zijn verhoging van de Vader verworven heeft, zie Filipp. 2:9-10; Openb. 19:12, Openb. 19:16.

Openbaring 3 vers 14

der laodicensen Laodicea was een rijke en vermaarde stad, gelegen in Frygië aan de rivier Lycus, niet ver van Colosse, waarvan ook gewag gemaakt wordt Kol. 2:1, en Kol. 4:16.

Hertaald: der laodicensen Laodicea was een rijke en beroemde stad, gelegen in Frygië aan de rivier Lycus, niet ver van Kolosse; daarvan wordt ook gewag gemaakt in Kol. 2:1 en Kol. 4:16.

de Amen, Dit woord Amen wordt gesteld voor een naam of titel van Christus, gelijk Openb. 1:8 : Die is, die was, en die komen zal. En gelijk Ex. 3:14 het woord Eheje, dat is, ik zal zijn, wordt gesteld voor een naam of titel Gods, waardoor verstaan wordt de getrouwheid en standvastigheid van Christus in het volvoeren van alle beloften Gods; 2 Kor. 1:19-20.

Hertaald: de Amen, Dit woord Amen staat hier als een naam of aanduiding van Christus, zoals in Openb. 1:8: Die is, Die was en Die komen zal. En zoals in Ex. 3:14 het woord Ehjeh, dat is: Ik zal zijn, als een naam of aanduiding van God staat. Daarmee wordt de trouw en de standvastigheid van Christus bedoeld in het volbrengen van al Gods beloften; 2 Kor. 1:19-20.

de trouwe en waarachtige Gelijk het woord Amen betekent de standvastigheid van Christus in het uitvoeren van Zijn beloften, zo betekenen deze woorden Zijn getrouwheid en waarheid in het voorstellen van de leer der zaligheid, die Hij ons uit den schoot des Vaders heeft gebracht.

Hertaald: de trouwe en waarachtige Zoals het woord Amen de standvastigheid van Christus in het uitvoeren van Zijn beloften aanduidt, zo duiden deze woorden Zijn trouw en waarheid aan in het voorstellen van de leer van de zaligheid, die Hij ons uit de schoot van de Vader gebracht heeft.

het Begin der Dat is, een auteur en oorsprong der schepping van alle dingen, gelijk Joh. 1:3; Kol. 1:15. Anderen zetten het over: prins of overste van de schepselen Gods, gelijk Hij ook Hebr. 1:2 een erfgenaam van alle dingen genoemd wordt.

Hertaald: het Begin der Dat is: de Bewerker en Oorsprong van de schepping van alle dingen, zoals in Joh. 1:3; Kol. 1:15. Anderen vertalen het: Vorst of Overste van de schepselen van God, zoals Hij in Hebr. 1:2 ook een Erfgenaam van alle dingen genoemd wordt.

Openbaring 3 vers 15

noch koud zijt, Dat is, noch ijverig zijt in de aangenomen waarheid, noch vreemd daarvan, als die wel de waarheid hebt aangenomen, doch zoekt in uw leven of uitwendigen godsdienst u te schikken naar de wereld, om ondank en vervolgingen te ontgaan, welke mensen erger zijn en moeilijker terecht te brengen, dan degenen die nog vreemd zijn van de waarheid, gelijk Christus van de Farizeën spreekt; Joh. 9:41; Elia van de Israelieten; 1 Kon. 18:21.

Hertaald: noch koud zijt, Dat is: u bent niet ijverig in de aangenomen waarheid en ook niet vreemd daarvan. U hebt de waarheid wel aangenomen, maar u probeert u in uw leven of in uw uiterlijke godsdienst naar de wereld te richten om ondank en vervolgingen te ontgaan. Zulke mensen zijn erger en moeilijker terecht te brengen dan zij die nog vreemd zijn van de waarheid, zoals Christus over de farizeeën spreekt, Joh. 9:41, en Elia over de Israëlieten, 1 Kon. 18:21.

Openbaring 3 vers 16

uit mijn mond spuwen Niet dat zulke lauwen in den mond van Christus of in Christus zijn; maar omdat zij door hun belijdenis daarin schijnen en roemen te zijn.

Hertaald: uit mijn mond spuwen Niet dat zulke lauwe mensen in de mond van Christus of in Christus zijn, maar omdat zij door hun belijdenis daarin lijken te zijn en daarop roemen.

Openbaring 3 vers 17

gij zegt Ik ben rijk, Dat is, gij roemt of meent, dat gij in alle geestelijke gaven overvloeit, omdat het u wel gaat naar de wereld, gelijk de Farizeën meenden, Luk 18; maar het tegendeel is waar, gelijk Christus hun van stuk tot stuk aanwijst.

Hertaald: gij zegt Dat is: u roemt of meent dat u in alle geestelijke gaven overvloeit omdat het u naar de wereld goed gaat, zoals de farizeeën meenden, Luk. 18. Maar het tegendeel is waar, zoals Christus hun punt voor punt aanwijst.

blind, en Namelijk in de kennis van uzelf, en van uw ellende.

Hertaald: blind, en Namelijk blind in de kennis van uzelf en van uw ellende.

naakt Namelijk van de ware gerechtigheid en heiligheid, die voor God geldt, gelijk vs.18 aantoont.

Hertaald: naakt Namelijk naakt van de ware gerechtigheid en heiligheid die voor God geldt, zoals vers 18 aantoont.

Openbaring 3 vers 18

van mij koopt goud, Dat is, begeert of zoekt te verkrijgen, niet door enige uwer verdienste [want Christus zegt hier dat Hij naakt en arm was], maar uit genade en om niet, door het gebed, gelijk verklaard wordt Jes. 55:1; zie ook Matt. 11:28.

Hertaald: van mij koopt goud, Dat is: begeert of probeert te verkrijgen; niet door enige verdienste van u — want Christus zegt hier dat hij naakt en arm was — maar uit genade en om niets, door het gebed, zoals verklaard wordt in Jes. 55:1; zie ook Matth. 11:28.

beproefd komende uit Of dat gloeiend uit het vuur komt; dat is, dat uit het vuur getrokken nu de proef heeft doorstaan, waardoor het ware geloof verstaan wordt, hetwelk door het vuur der verzoekingen beproefd wordt, 1 Petr. 1:7, en dat al de rijkdommen van Christus' lijden zich toeëigent en tot zich overbrengt.

Hertaald: beproefd komende uit Of: dat gloeiend uit het vuur komt; dat is: goud dat, uit het vuur getrokken, nu de proef doorstaan heeft. Daarmee wordt het ware geloof bedoeld, dat door het vuur van de verzoekingen beproefd wordt, 1 Petr. 1:7, en dat al de rijkdommen van het lijden van Christus zich toe-eigent en tot zich brengt.

witte klederen, opdat Dat is, de rechtvaardigheid en heiligheid van Christus, waardoor onze geestelijke ellende en naaktheid voor God bedekt wordt, gelijk verklaard wordt Openb. 7:13-14, en Openb. 19:8.

Hertaald: witte klederen, opdat Dat is: de gerechtigheid en heiligheid van Christus, waardoor onze geestelijke ellende en naaktheid voor God bedekt wordt, zoals verklaard wordt in Openb. 7:13-14 en Openb. 19:8.

ogenzalf, opdat gij zien moogt Of ogenwater; dat is het rechte verstand van Zijn woord en de kracht van Zijn Geest, waardoor wij gebracht worden tot kennis van onszelf en van de genade Gods jegens ons; Ps. 19:9, en Ps. 119:105.

Hertaald: ogenzalf, opdat gij zien moogt Of: ogenwater; dat is: het juiste verstaan van Zijn Woord en de kracht van Zijn Geest, waardoor wij tot kennis van onszelf en van de genade van God tegenover ons gebracht worden; Ps. 19:9 en Ps. 119:105.

Openbaring 3 vers 19

Zo wie Ik liefheb, Deze verzachting doet Christus hierbij om de scherpheid van de vorige vermaning wat te matigen, dewijl die uit liefde jegens hen voortkomt.

Hertaald: Zo wie Ik liefheb, Deze verzachting voegt Christus hieraan toe om de scherpte van de voorgaande aansporing wat te matigen, omdat die uit liefde tot hen voortkomt.

bestraf en Namelijk met woorden en overtuigingen, gelijk het Griekse woord meebrengt.

Hertaald: bestraf en Namelijk met woorden en met overtuigingen, zoals het Griekse woord meebrengt.

kastijd Ik; wees Namelijk met werkelijke bezoekingen en bestraffingen. Zie dergelijke Hebr. 12:5-6.

Hertaald: kastijd Ik; wees Namelijk met werkelijke bezoekingen en bestraffingen. Zie iets dergelijks in Hebr. 12:5-6.

Openbaring 3 vers 20

Ik sta aan de deur Deze plaats schijnt genomen uit het Hooglied van Salomo, Hoogl. 5:2, waar dergelijk kloppen van den bruidegom Christus aan de deur van Zijn slaperige bruid beschreven wordt; en daardoor wordt verstaan het geestelijk aanmanen van Christus, aan de deur van ons geweten, door Zijn Woord en Geest, om ons uit onze zonden en slaperigheid op te wekken, en Zijn vermaning bij ons plaats te doen hebben.

Hertaald: Ik sta aan de deur Deze plaats lijkt genomen te zijn uit het Hooglied van Salomo, Hoogl. 5:2, waar een dergelijk kloppen van de Bruidegom Christus aan de deur van Zijn slaperige bruid beschreven wordt. Daarmee wordt het geestelijke aanmanen van Christus bedoeld aan de deur van ons geweten, door Zijn Woord en Zijn Geest, om ons uit onze zonden en onze slaperigheid op te wekken en om Zijn aansporing bij ons ruimte te geven.

indien iemand mijn stem Dit wordt niet gesteld in den vrijen wil des mensen, maar deze vermaning is een middel waardoor Christus de deur van onze harten opent, dewijl hij hier spreekt tot leden van Zijn gemeente, waarvan velen reeds den Geest van Christus deelachtig waren, welke gave door zulke vermaningen meer en meer verwekt wordt, gelijk Paulus tot Timotheüs spreekt, 2 Tim. 1:6-7; want niemand komt tot Christus dan die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, dien de Vader trekt en dien het van den Vader gegeven is, Joh. 6:44-45, Joh. 6:65. Zodat niemand voor Christus' vermaningen zijn hart open doet, dan dien God zelf het hart eerst opent om op Zijn Woord acht te nemen, gelijk David bidt, Ps. 119:18, en van Lydia betuigd wordt, Hand. 16:14, en van alle gelovigen, Fil. 2:13.

Hertaald: indien iemand mijn stem Dit wordt niet in de vrije wil van de mens gesteld, maar deze aansporing is een middel waardoor Christus de deur van onze harten opent. Want Hij spreekt hier tot leden van Zijn gemeente, van wie velen al deel hadden aan de Geest van Christus; die gave wordt door zulke aansporingen meer en meer opgewekt, zoals Paulus tegen Timotheüs zegt, 2 Tim. 1:6-7. Want niemand komt tot Christus dan wie het van de Vader gehoord en geleerd heeft, wie de Vader trekt en wie het van de Vader gegeven is, Joh. 6:44-45, Joh. 6:65. Zo doet niemand zijn hart open voor de aansporingen van Christus dan wie God Zelf eerst het hart opent om op Zijn Woord te letten, zoals David bidt, Ps. 119:18, en zoals van Lydia betuigd wordt, Hand. 16:14, en van alle gelovigen, Filipp. 2:13.

avondmaal houden, Dat is, mij met hem door mijn Geest meer en meer te verenigen, en mijn genade en gunst tot zijn troost en versterking hem meer en meer doen gevoelen; Joh. 14:21, Joh. 14:23, en hiernamaals hem de eeuwige vreugde doen genieten, die ook bij het aanzitten aan een rijke tafel wordt vergeleken; Matt. 8:11, en Luc. 14:15.

Hertaald: avondmaal houden, Dat is: Mij door Mijn Geest meer en meer met hem verenigen en hem Mijn genade en gunst meer en meer laten ervaren tot zijn troost en versterking; Joh. 14:21, Joh. 14:23. En hierna hem de eeuwige vreugde laten genieten, die ook vergeleken wordt met het aanzitten aan een rijke tafel; Matth. 8:11 en Luk. 14:15.

Openbaring 3 vers 21

in mijn troon, gelijk als Ik Dat is, Ik zal hem hiernamaals mijn heerlijkheid en macht in het oordelen deelachtig maken, gelijk Christus verklaart Matt. 19:28, en Joh. 17:5, enz., en Paulus, Rom. 8:17; 1 Kor. 6:2-3.

Hertaald: in mijn troon, gelijk als Ik Dat is: Ik zal hem hierna deel geven aan Mijn heerlijkheid en aan Mijn macht in het oordelen, zoals Christus verklaart in Matth. 19:28 en Joh. 17:5, enzovoort, en Paulus in Rom. 8:17; 1 Kor. 6:2-3.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De brieven aan de zeven Gemeenten  — de zeven brieven van Christus Zelf aan Efeze, Smyrna, Pergamus, Thyatire, Sardis, Filadelfia en Laodicea (Op. 2-3), elk in hetzelfde vaste patroon opgebouwd

Johannes moet schrijven wat hij ziet en zenden "aan de zeven Gemeenten, die in Azie zijn" (Op. 1:11). Elke brief volgt dezelfde vaste opbouw. Zij opent met een zelfaanduiding van Christus, ontleend aan het visioen van Op. 1:12-18. Dan volgt een "Ik weet uw werken", met lof waar die past en bestraffing waar die nodig is, en een oproep tot bekering of volharding. Elke brief sluit met de herhaalde formule "Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt" en een belofte aan "die overwint". Twee gemeenten, Smyrna en Filadelfia, ontvangen geen enkel verwijt (Op. 2:8-11; 3:7-13); twee andere, Sardis en Laodicea, ontvangen nauwelijks lof (Op. 3:1-6,14-22).

Bijbelse betekenis: Elke brief opent met een andere zelfaanduiding van Christus, steeds ontleend aan het visioen van hoofdstuk 1. Daarin toont Hij Zich telkens aan de gemeente zoals die gemeente Hem juist nodig heeft: aan de vervolgde gemeente van Smyrna als "de Eerste en de Laatste, Die dood geweest is" (Op. 2:8), aan de lauwe gemeente van Laodicea als "de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige" (Op. 3:14). Het is bovendien Christus Zelf Die de gemeenten kent en beoordeelt, niet Johannes: elke brief begint met "Ik weet". En het getal zeven, in heel Openbaring het getal van de volheid, maakt dat deze zeven gemeenten model staan voor de gemeente van alle plaatsen en alle tijden.

Typologie: De belofte "die overwint" loopt door heel Openbaring door. Zij vindt haar vervulling in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde: wie overwint, zal alles beërven, en God zal hem tot een God zijn en hij Hem tot een zoon (Op. 21:7). Zo staan deze zeven brieven, aan het begin van het boek, al met de uitkomst aan het einde verbonden.

Op. 1:11-18; Op. 2:1-29; Op. 3:1-22; Op. 21:7

Boek des levens  — het hemelse register waarin de namen staan van hen die tot het eeuwige leven bestemd zijn — voor het eerst met deze naam genoemd in de brief aan Sardis: "Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens" (Op. 3:5)

Aan de gemeente van Sardis belooft Christus dat wie overwint, bekleed zal worden met witte klederen, "en Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen" (Op. 3:5). Openbaring keert nog vijf maal naar dit boek terug. Het is er reeds vóór de grondlegging der wereld (Op. 13:8; 17:8). Het bepaalt bij het laatste oordeel wie in de poel des vuurs geworpen wordt en wie niet (Op. 20:12,15). En alleen wie erin geschreven staat, komt binnen in het nieuwe Jeruzalem (Op. 21:27). Paulus noemt zijn eigen medearbeiders mensen "welker namen zijn in het boek des levens" (Fil. 4:3).

Bijbelse betekenis: Het beeld is niet nieuw in Openbaring. Mozes bidt voor het volk na de zonde met het gouden kalf: "Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt" (Ex. 32:32) — een boek dat dus al vóór Sinaï bekend is. De psalmist bidt over de goddelozen: "laat hen uitgedelgd worden uit het boek des levens" (Ps. 69:29). Het boek staat zo voor Gods vaste, van eeuwigheid bepaalde kennis van wie de Zijnen zijn. De belofte aan Sardis is dan ook geen dreiging met verlies van iets dat ooit zeker was, maar een bevestiging: Christus zal de naam van de overwinnaar juist niet uitdoen.

Typologie: Het boek heet in Op. 21:27 uitdrukkelijk "het boek des levens des Lams" — het is dus aan Christus Zelf gebonden, aan Zijn bloed waarmee Hij mensen "uit alle geslacht en taal en volk en natie" Gode gekocht heeft (Op. 5:9, reeds behandeld bij Losser). Zo verbindt Openbaring de eeuwige verkiezing onlosmakelijk aan het volbrachte werk van het geslachte Lam.

Op. 3:5; Op. 13:8; Op. 17:8; Op. 20:12,15; Op. 21:27; Ex. 32:32; Ps. 69:29; Fil. 4:3

Lauwheid (noch koud noch heet)  — de toestand van de gemeente van Laodicea, die Christus "uit Zijn mond" dreigt te spuwen: "Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet" (Op. 3:15), en daarop: "Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen" (Op. 3:15-16)

Aan geen van de zeven gemeenten spreekt Christus zo zonder enige lof als aan Laodicea. Haar toestand wordt getekend met een beeld uit het dagelijks leven: water is verfrissend als het koud is en heilzaam als het heet is, maar lauw water wekt walging op. Het ergste is dat de gemeente zichzelf voor rijk houdt — "ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek" — terwijl Christus haar werkelijke staat blootlegt: "ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt" (Op. 3:17). De raad die volgt is even nuchter als de aanklacht: goud beproefd uit het vuur, witte klederen, en ogenzalf om te kunnen zien (Op. 3:18). Zelfs deze scherpe brief eindigt met liefde: "Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik" (Op. 3:19).

Bijbelse betekenis: Lauwheid is geen gebrek aan werken of aan uiterlijke welstand — Laodicea was juist welvarend — maar een gebrek aan innerlijke gloed: geen openlijke vijandschap tegen Christus, maar ook geen brandende toewijding aan Hem. Juist die tussenpositie, die zich voor onschuldig of zelfs voor voorspoedig houdt, wekt walging op waar openlijke koudheid dat niet zou doen. Zelfbedrog is hier de kern: de gemeente kent haar eigen armoede niet.

Typologie: Christus' kastijding van wie Hij liefheeft, herhaalt wat de Hebreeënbrief leert: "dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij" (Hebr. 12:5-6, reeds behandeld bij Kastijding des Heeren). En de raad om goud te kopen "beproefd komende uit het vuur" herinnert aan de beproeving van het geloof die kostbaarder is dan vergankelijk goud (1 Petr. 1:6-7, reeds behandeld bij Beproefd geloof, kostbaarder dan goud).

Op. 3:14-19; Hebr. 12:5-6; 1 Petr. 1:6-7

Christus klopt aan de deur  — "Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij" (Op. 3:20)

Onmiddellijk na de vermaning aan de lauwe gemeente van Laodicea volgt dit beeld: Christus staat buiten en klopt, en wacht op iemand die de deur opendoet. De belofte die volgt, is er een van gemeenschap: Hij zal binnenkomen en met die persoon de maaltijd houden — een beeld van de innigste, vertrouwelijke omgang.

Bijbelse betekenis: In het verband van Openbaring 3 richt dit woord zich niet tot ongelovigen buiten de gemeente, maar tot de gemeente van Laodicea zelf, die zichzelf voor rijk hield terwijl Christus buitengesloten stond. Het is dus allereerst geen tekst over de eerste bekering van een onbekeerde, maar een oproep tot hernieuwde gemeenschap aan een gemeente die, ondanks haar belijdenis, Christus Zelf de deur uit had laten glijden. De tekst is hierin vaak losgemaakt van dit verband en algemeen evangeliserend gebruikt. Dat neemt niets weg van de troost die erin ligt: Christus dringt Zich nooit op, maar wacht en klopt. Maar de eerste, letterlijke toepassing geldt een dwalende gemeente die tot inkeer geroepen wordt, niet een willekeurige onbekeerde ziel.

Typologie: Hetzelfde beeld van wachten en waken keert terug in de gelijkenis van de dienstknechten die gereed staan wanneer hun heer "klopt": "opdat, als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen" (Luk. 12:36, reeds mede aangehaald bij Aanhoudend gebed). En de maaltijd die Christus hier aanbiedt, wijst vooruit naar de volle gemeenschap van de bruiloft des Lams, wanneer Zijn vrouw zich bereid heeft (Op. 19:7,9, reeds behandeld bij Huwelijk als beeld van Christus en de Gemeente).

Op. 3:20; Luk. 12:35-36; Op. 19:7,9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Engel des HEEREN niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Ik sta aan de deur en Ik klop — 3:14-22

De laatste van de zeven brieven gaat naar Laodicéa, de enige gemeente waarover niets goeds gezegd wordt. Zij is rijk en meent niets nodig te hebben; Hij noemt haar arm, blind en naakt. En dan klopt Hij aan.

De Bruidegom staat buiten Zijn eigen gemeente en klopt — en de aansporing is zelf het middel waardoor de deur opengaat.

Hij noemt Zich eerst: de Amen, de trouwe en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods. Dan volgt het verwijt, en het is niet dat zij koud zijn maar lauw — en juist dat is onverdraaglijk.

Hun eigen woorden krijgen zij te horen: gij zegt, ik ben rijk en verrijkt geworden en heb geens dings gebrek. En daarnaast wat Hij ziet: gij weet niet dat gij zijt ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt.

Dan komt de raad, en die staat in de taal van hun eigen handelsstad: Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, en witte klederen, en ogenzalf. Zij moeten kopen bij Hem wat zij menen al te hebben.

En dan het vers dat iedereen kent: zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.

De kanttekening wijst eerst aan waar dat beeld vandaan komt: deze plaats lijkt genomen te zijn uit het Hooglied, waar een dergelijk kloppen van de Bruidegom Christus aan de deur van Zijn slaperige bruid beschreven wordt. Zij verklaart het als het geestelijke aanmanen van Christus aan de deur van ons geweten.

En dan zegt zij iets wat men bij dit vers zelden hoort. Dit wordt niet in de vrije wil van de mens gesteld — deze aansporing is een middel waardoor Christus de deur van onze harten ópent. Zij voegt eraan toe dat Hij hier spreekt tot leden van Zijn gemeente, van wie velen al deel hadden aan de Geest.

Het kloppen is dus niet een vraag die aan de deur blijft hangen tot iemand hem beantwoordt. Het is de manier waarop Hij binnenkomt.

Bij het avondmaal houden tekent zij aan: Mij door Mijn Geest meer en meer met hem verenigen, en hem Mijn genade laten ervaren tot zijn troost — en hierna hem de eeuwige vreugde laten genieten.

Het slot gaat nog verder dan de maaltijd: die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb.

  1. Hooglied 5:2 — De Bruidegom klopt aan de deur van Zijn slapende bruid.
  2. Openbaring 3:17 — Gij zegt: ik ben rijk — en weet niet dat gij arm en naakt zijt.
  3. Openbaring 3:18 — Koop van Mij goud, witte klederen en ogenzalf.
  4. Openbaring 3:20 — Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop.
  5. Johannes 14:23 — Wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken.
  6. Openbaring 3:21 — Die overwint zal met Mij zitten in Mijn troon.

In het Nieuwe Testament: Hooglied 5:2-6; Johannes 14:21-23; Lukas 12:37; Openbaring 19:9

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Openbaringen 3

Openbaring 3:8.Kruisverwijzingen1 Korinthe 16:92 Korinthe 2:12Kolossenzen 4:3Handelingen 14:27Lukas 12:9Johannes 17:6Openbaring 3:7Openbaring 2:13
— Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend.
Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn Woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend.” De gemeente van Filadelfia was niet groot, maar wel goed. Zij was niet machtig, maar wel trouw. De Heere verwijt Zijn kinderen niet dat zij weinig kracht hebben, maar dat zij weinig liefde, weinig geloof, weinig ijver en weinig toewijding bezitten.

De gelovigen in Filadelfia leken op een zeeslak, die weliswaar weinig kracht heeft, maar zich des te steviger vastklemt aan de rots. Juist daarom worden zij door de Heere geprezen.

Openbaring 3:16.KruisverwijzingenOpenbaring 2:5Jeremia 15:1Zacharia 11:8Jeremia 14:19
— Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.
Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.” Zoals lauw water misselijkheid opwekt, zo is een lauwe godsdienstige belijdenis een gruwel voor de Almachtige. Hij verdraagt eerder de koude van onverschilligheid of de warmte van vurige ijver dan de lauwheid van iemand die beweert Hem te dienen, maar zonder hartstocht leeft.

Vond de Heere Jezus de zaligheid van zondaren zo belangrijk dat Hij de heerlijkheid van de hemel verliet om haar te verwerven? Was het Evangelie Hem zo dierbaar dat Hij Zijn leven wijdde aan de verkondiging ervan? Achtte Hij de verlossing zo kostbaar dat Hij Zijn eigen dierbaar bloed vergoot om haar te volbrengen?

Wanneer ik belijd deze waarheden te geloven en er toch onverschillig onder blijf, beledig ik Christus dan niet? Wek ik daarmee niet de indruk dat Zijn heilige ernst en Zijn onuitsprekelijk lijden eigenlijk overbodig waren?

Openbaring 3:17.KruisverwijzingenRomeinen 12:3Spreuken 13:7Hosea 12:8Zacharia 11:5Mattheüs 9:12Exodus 32:35Openbaring 2:9Johannes 9:40
— Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.
“Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.” Deze woorden zijn niet gericht tot de wereld, maar tot de gemeente van Laodicéa. Zij meende in een voortreffelijke geestelijke toestand te verkeren en had een bijzonder hoge dunk van zichzelf. In werkelijkheid was zij lauw, juist omdat zij zichzelf rijk achtte, terwijl zij arm was.

De Laodicenzen kenden hun werkelijke geestelijke toestand niet. Zij gingen er vanzelfsprekend van uit dat alles in orde was. Zij hadden zichzelf slechts oppervlakkig onderzocht en waren nooit doorgedrongen tot de waarheid van hun eigen hart. Maar „de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige” laat hun de werkelijkheid zien zoals die werkelijk is. Wat een verschil bestaat er tussen de vervormende spiegel van eigenwaan en de heldere spiegel van Gods waarheid.

Is het niet veel beter om verontrust te zijn en de waarheid te kennen, dan gerust te zijn terwijl men zichzelf bedriegt? Het is oneindig beter met heilige bezorgdheid de werkelijkheid onder ogen te zien dan in valse zekerheid te leven. Vele huizen zijn op zand gebouwd en wachten slechts op de dag waarop de regen valt, de stromen komen en de winden waaien.

Openbaring 3:18.KruisverwijzingenOpenbaring 16:15Openbaring 19:8Jesaja 55:1Mattheüs 13:44Daniël 12:2Jakobus 2:5Openbaring 2:9Mattheüs 25:9
— Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.
Ik raad u, dat gij van Mij koopt…” Zojuist had de Heere gezegd dat zij „ellendig, en jammerlijk, en arm” waren. Hoe kunnen zulke mensen dan kopen? Hier wordt ongetwijfeld gewezen op de gezegende voorwaarden van de vrije genade, zoals de Heere die aanbiedt op de markt van Zijn goddelijke liefde: “O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt, en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk.” (Jesaja 55:1). Wie is afgedwaald, laat hem tot Christus komen en van Hem kopen. Heeft iemand slechts een geloof ontvangen van zijn vader of moeder, van een zondagsschoolonderwijzer of van vrienden, dan is dat niet voldoende. Alle ware genade moet van Christus Zelf ontvangen worden, op de voorwaarden van de vrije genade.

Hij zegt: “Ik raad u, dat gij van Mij koopt…” Maar wat moeten wij kopen? Alles. Alles wat een zondaar nodig heeft, bevindt zich in Zijn hand. Niemand anders kan „goud, beproefd komende uit het vuur” geven. Niemand anders kan “witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden” schenken. Niemand anders kan “oogenzalf, opdat gij zien moogt” geven. De gehele schat van de genade rust in de Persoon en in de ambten van Jezus Christus.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Heeft iemand slechts een geloof ontvangen van zijn vader of moeder, van een zondagsschoolonderwijzer of van vrienden, dan is dat niet voldoende.

Verdiepende artikelen

Werk met ijver voor Christus

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Wees dan ijverig. Openbaringen 3:19 Als het je oprechte verlangen is dat zielen tot geloof in Christus worden gebracht en je jouw Heiland wilt verheerlijken en verhogen, wees…

Matt. 25:10‭ - Ingang en uitsluiting

Preekaantekeningen

Die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Matt. 25:10 Gedurende de wachttijd schenen de maagden tamelijk veel op elkaar te…

Gebruik de middagmaaltijd

Voor Iedere Dag

Kom, gebruik de middagmaaltijd. (Johannes 21:12) Lees verder Openbaring 3:14—22. We moeten leven in het geloof in God en luisteren naar Zijn stem als Hij zegt, “Eet, o vrienden,…

Daar ben Ik in hun midden

Voor Iedere Dag

Zing vrolijk, onvruchtbare, u die niet gebaard hebt, breek uit in gejuich en jubel het uit, u die geen weeën gekend hebt, want de kinderen van de eenzame…

Zij zullen met Mij wandelen in witte kleren

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Maar u hebt ook in Sardis enkele personen die hun kleren niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in…

Priesters die de Allerhoogste tegemoet gaan

Aan De Voeten Van De Meester

Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen…

Een geopende Deur

Bank Des Geloofs

Zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten. Openbaring 3:8 Voor gelovigen die trouw blijven aan de waarheid van God staat de…

Perfecte Zuiverheid

Bank Des Geloofs

Die overwint, die zal bekleed worden met witte klederen. Openbaring 3: 5 Soldaat van het kruis, vecht door! Rust nooit totdat de overwinning behaald is, want je eeuwige…

Het bewaren van Gods Woord

Preken

Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn Woord…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content