Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Numeri 21

1 Als de Kanaaniet, de koning van Harad, wonende tegen het zuiden, hoorde, dat Israel door den weg der verspieders kwam, zo streed hij tegen Israel, en hij voerde enige gevangenen uit denzelven gevankelijk weg.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Als de KanaanietH3669, de koningH4428 van HaradH6166, wonendeH3427 tegen het zuidenH5045, hoordeH8085, datH3588 IsraelH3478 door den wegH1870 der verspiedersH871 kwamH935, zo streedH3898 hij tegen IsraelH3478, en hij voerdeH7617 enige gevangenenH7628 uitH4480 denzelven gevankelijk weg. Als de Kanaaniet, de koning van Harad, wonende tegen het zuiden, hoorde, dat Israel door den weg der verspieders kwam, zo streed hij tegen Israel, en hij voerde enige gevangenen uit denzelven gevankelijk weg.

KJV And when king3 Arad4 the Canaanite,2 which dwelt5 in the south,6 heard1 tell that Israel9 came8 by the way10 of the spies;11 then he fought12 against Israel,13 and took14 some of them prisoners.

1 וַיִּשְׁמַ֞ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 הַכְּנַעֲנִ֤י H3669 Kanaanieten, Kanaaniet, Kanaanietische Canaanite, merchant, trafficker 3 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 עֲרָד֙ H6166 Harad, Arad Arad 5 יֹשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 הַנֶּ֔גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 7 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 דֶּ֖רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 הָאֲתָרִ֑ים H871 verspieders spies. b 12 וַיִּלָּ֨חֶם֙ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 13 בְּיִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 14 וַיִּ֥שְׁבְּ H7617 gevankelijk, gevangen, voerden (bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away 15 מִמֶּ֖נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 16 שֶֽׁבִי H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Toen beloofde Israel den HEERE een gelofte, en zeide: Indien Gij dit volk geheel in mijn hand geeft, zo zal ik hun steden verbannen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Toen beloofdeH5087 IsraelH3478 den HEEREH3068 een gelofteH5088, en zeideH559: IndienH518 Gij ditH2088 volkH5971 geheelH5414 in mijn handH3027 geeftH5414, zo zal ik hun stedenH5892 verbannenH2763. Toen beloofde Israel den HEERE een gelofte, en zeide: Indien Gij dit volk geheel in mijn hand geeft, zo zal ik hun steden verbannen.

KJV And Israel2 vowed1 a vow3 unto the LORD,4 and said,5 If thou wilt indeed7 deliver8 this people10 into my hand,12 then I will utterly destroy13 their cities.

1 וַיִּדַּ֨ר H5087 beloofd, beloofde, belooft (make a) vow 2 יִשְׂרָאֵ֥ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 נֶ֛דֶר H5088 gelofte, geloften vow(-ed) 4 לַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַיֹּאמַ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 7 נָתֹ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 תִּתֵּ֜ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הָעָ֤ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 12 בְּיָדִ֔י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 13 וְהַֽחֲרַמְתִּ֖י H2763 verbannen, verbande, verbanden make accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 עָרֵיהֶֽם H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 De HEERE dan verhoorde de stem van Israel, en gaf de Kanaanieten over; en hij verbande hen en hun steden; en hij noemde den naam dier plaats Horma.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 De HEEREH3068 dan verhoordeH8085 de stemH6963 van IsraelH3478, en gafH5414 de KanaanietenH3669 over; en hij verbandeH2763 hen en hun stedenH5892; en hij noemdeH7121 den naamH8034 dier plaatsH4725 HormaH2767. De HEERE dan verhoorde de stem van Israel, en gaf de Kanaanieten over; en hij verbande hen en hun steden; en hij noemde den naam dier plaats Horma.

KJV And the LORD2 hearkened1 to the voice3 of Israel,4 and delivered up5 the Canaanites;7 and they utterly destroyed8 them and their cities:11 and he called12 the name13 of the place14 Hormah.

1 וַיִּשְׁמַ֨ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 בְּק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 4 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וַיִּתֵּן֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַֽכְּנַעֲנִ֔י H3669 Kanaanieten, Kanaaniet, Kanaanietische Canaanite, merchant, trafficker 8 וַיַּחֲרֵ֥ם H2763 verbannen, verbande, verbanden make accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away) 9 אֶתְהֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עָרֵיהֶ֑ם H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 12 וַיִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 13 שֵׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 14 הַמָּק֖וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 15 חָרְמָֽה H2767 Horma Hormah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen reisden zij van den berg Hor, op den weg der Schelfzee, dat zij om het land der Edomieten heentogen; doch de ziel des volks werd verdrietig op dezen weg.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen reisdenH5265 zij van den bergH2022 HorH2023, op den wegH1870 der SchelfzeeH5488, dat zij om het landH776 der EdomietenH123 heentogenH5437; doch de zielH5315 des volksH5971 werd verdrietigH7114 op dezen wegH1870. Toen reisden zij van den berg Hor, op den weg der Schelfzee, dat zij om het land der Edomieten heentogen; doch de ziel des volks werd verdrietig op dezen weg.

KJV And they journeyed1 from mount3 Hor2 by the way4 of the Red6 sea,5 to compass7 the land9 of Edom:10 and the soul12 of the people13 was much discouraged11 because of the way.

1 וַיִּסְע֞וּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 2 מֵהֹ֤ר H2023 Hor Hor 3 הָהָר֙ H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 4 דֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 יַם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 6 ס֔וּף H5488 Schelfzee, biezen, Suf flag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף) 7 לִסְבֹ֖ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 אֱד֑וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 11 וַתִּקְצַ֥ר H7114 maaien, maaiers, inoogsten [idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex 12 נֶֽפֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 13 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 בַּדָּֽרֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En het volkH5971 sprakH1696 tegen GodH430 en tegen MozesH4872: WaaromH4100 hebt gijlieden ons doen optrekkenH5927 uit EgypteH4714, opdat wij stervenH4191 zouden in de woestijnH4057? WantH3588 hier is geenH369 broodH3899, ook geenH369 waterH4325, en onze zielH5315 walgtH6973 over dit zeer lichteH7052 broodH3899. En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood.

KJV And the people2 spake1 against God,3 and against Moses,4 Wherefore have ye brought us up6 out of Egypt7 to die8 in the wilderness?9 for there is no bread,12 neither is there any water;14 and our soul15 loatheth16 this light18 bread.

1 וַיְדַבֵּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 הָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 בֵּֽאלֹהִים֮ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 וּבְמֹשֶׁה֒ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לָמָ֤ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 הֶֽעֱלִיתֻ֨נוּ֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 מִמִּצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 לָמ֖וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 9 בַּמִּדְבָּ֑ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 10 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 לֶ֨חֶם֙ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 13 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 14 מַ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 15 וְנַפְשֵׁ֣נוּ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 16 קָ֔צָה H6973 verdrietig, afkeer, beangstigd abhor, be distressed, be grieved, loathe, vex, be weary 17 בַּלֶּ֖חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 18 הַקְּלֹקֵֽל H7052 lichte light
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Toen zond de HEERE vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volks van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Toen zondH7971 de HEEREH3068 vurigeH8314 slangenH5175 onder het volkH5971, die betenH5391 het volkH5971; en er stierfH4191 veelH7227 volksH5971 van IsraelH3478. Toen zond de HEERE vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volks van Israel.

KJV And the LORD2 sent1 fiery6 serpents5 among the people,3 and they bit7 the people;9 and much12 people11 of Israel13 died.

1 וַיְשַׁלַּ֨ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 בָּעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַנְּחָשִׁ֣ים H5175 slang, slangen serpent 6 הַשְּׂרָפִ֔ים H8314 draak, serafs, vurige fiery (serpent), seraph 7 וַֽיְנַשְּׁכ֖וּ H5391 bijten, woekeren, beet bite, lend upon usury 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 וַיָּ֥מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 11 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 רָ֖ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 13 מִיִּשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom kwam het volk tot Mozes, en zij zeiden: Wij hebben gezondigd, omdat wij tegen den HEERE en tegen u gesproken hebben; bid den HEERE, dat Hij deze slangen van ons wegneme. Toen bad Mozes voor het volk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daarom kwamH935 het volkH5971 totH413 MozesH4872, en zij zeidenH559: Wij hebben gezondigdH2398, omdatH3588 wij tegen den HEEREH3068 en tegen u gesprokenH1696 hebben; bidH6419 den HEEREH3068, dat Hij deze slangenH5175 van ons wegnemeH5493. Toen badH6419 MozesH4872 voor het volkH5971. Daarom kwam het volk tot Mozes, en zij zeiden: Wij hebben gezondigd, omdat wij tegen den HEERE en tegen u gesproken hebben; bid den HEERE, dat Hij deze slangen van ons wegneme. Toen bad Mozes voor het volk.

KJV Therefore the people2 came1 to Moses,4 and said,5 We have sinned,6 for we have spoken8 against the LORD,9 and against thee; pray11 unto the LORD,13 that he take away14 the serpents17 from us. And Moses19 prayed18 for the people.

1 וַיָּבֹא֩ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הָעָ֨ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֜ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 וַיֹּאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 חָטָ֗אנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 דִבַּ֤רְנוּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 9 בַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וָבָ֔ךְ 11 הִתְפַּלֵּל֙ H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 וְיָסֵ֥ר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 15 מֵעָלֵ֖ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַנָּחָ֑שׁ H5175 slang, slangen serpent 18 וַיִּתְפַּלֵּ֥ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 19 מֹשֶׁ֖ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 20 בְּעַ֥ד H1157 voor, om; door heen about, at by (means of), for, over, through, up (-on), within 21 הָעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En de HEERE zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang; en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En de HEEREH3068 zeideH559 totH413 MozesH4872: MaakH6213 u een vurige slangH8314, en stelH7760 ze opH5921 een stangH5251; en het zal geschiedenH1961, dat alH3605 wie gebetenH5391 is, als hij haar aanzietH7200, zo zal hij levenH2425. En de HEERE zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang; en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven.

KJV And the LORD2 said1 unto Moses,4 Make5 thee a fiery serpent,7 and set8 it upon a pole:11 and it shall come to pass, that every one that is bitten,14 when he looketh15 upon it, shall live.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֗ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 עֲשֵׂ֤ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 לְךָ֙ 7 שָׂרָ֔ף H8314 draak, serafs, vurige fiery (serpent), seraph 8 וְשִׂ֥ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 9 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 נֵ֑ס H5251 banier, stang, zeil banner, pole, sail, (en-) sign, standard 12 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 הַנָּשׁ֔וּךְ H5391 bijten, woekeren, beet bite, lend upon usury 15 וְרָאָ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 16 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 וָחָֽי H2425 leven, leefde, leve live, save life
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En MozesH4872 maakteH6213 een koperenH5178 slangH5175, en steldeH7760 ze opH5921 een stangH5251; en het geschieddeH1961, alsH518 een slangH5175 iemandH376 beetH5391, zo zagH5027 hij de koperenH5178 slangH5175 aan, en hij bleef levendH2425. En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.

KJV And Moses2 made1 a serpent3 of brass,4 and put5 it upon a pole,7 and it came to pass, that if a serpent11 had bitten10 any man,13 when he beheld14 the serpent16 of brass,17 he lived.

1 וַיַּ֤עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 מֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 נְחַ֣שׁ H5175 slang, slangen serpent 4 נְחֹ֔שֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 5 וַיְשִׂמֵ֖הוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הַנֵּ֑ס H5251 banier, stang, zeil banner, pole, sail, (en-) sign, standard 8 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 10 נָשַׁ֤ךְ H5391 bijten, woekeren, beet bite, lend upon usury 11 הַנָּחָשׁ֙ H5175 slang, slangen serpent 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 וְהִבִּ֛יט H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 נְחַ֥שׁ H5175 slang, slangen serpent 17 הַנְּחֹ֖שֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 18 וָחָֽי H2425 leven, leefde, leve live, save life
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen verreisden de kinderen Israels, en zij legerden zich te Oboth.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen verreisdenH5265 de kinderenH1121 IsraelsH3478, en zij legerdenH2583 zich te ObothH88. Toen verreisden de kinderen Israels, en zij legerden zich te Oboth.

KJV And the children2 of Israel3 set forward,1 and pitched4 in Oboth.

1 וַיִּסְע֖וּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 2 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 וַֽיַּחֲנ֖וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 5 בְּאֹבֹֽת H88 Oboth Oboth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Daarna reisden zij van Oboth, en legerden zich aan de heuvelen van Abarim in de woestijn, die tegenover Moab is, tegen den opgang der zon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Daarna reisdenH5265 zij van ObothH88, en legerdenH2583 zich aan de heuvelen van AbarimH5863 in de woestijnH4057, dieH834 tegenoverH6440 MoabH4124 is, tegen den opgangH4217 der zonH8121. Daarna reisden zij van Oboth, en legerden zich aan de heuvelen van Abarim in de woestijn, die tegenover Moab is, tegen den opgang der zon.

KJV And they journeyed1 from Oboth,2 and pitched3 at Ijeabarim,4 in the wilderness6 which is before9 Moab,10 toward the sunrising.11

1 וַיִּסְע֖וּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 2 מֵאֹבֹ֑ת H88 Oboth Oboth 3 וַֽיַּחֲנ֞וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 4 בְּעִיֵּ֣י H5863 Abarim, heuvelen Abarim Ije-abarim 5 הָֽעֲבָרִ֗ים H5863 Abarim, heuvelen Abarim Ije-abarim 6 בַּמִּדְבָּר֙ H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 7 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 11 מִמִּזְרַ֖ח H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun) 12 הַשָּֽׁמֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Van daar reisden zij, en legerden zich bij de beek Zered.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Van daarH8033 reisdenH5265 zij, en legerdenH2583 zich bij de beekH5158 ZeredH2218. Van daar reisden zij, en legerden zich bij de beek Zered.

KJV From thence they removed,2 and pitched3 in the valley4 of Zared.

1 מִשָּׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 2 נָסָ֑עוּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 3 וַֽיַּחֲנ֖וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 4 בְּנַ֥חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 5 זָֽרֶד H2218 Zered Zared, Zered
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Van daar reisden zij, en legerden zich aan deze zijde van de Arnon, welke in de woestijn is, uitgaande uit de landpalen der Amorieten; want de Arnon is de landpale van Moab, tussen Moab en tussen de Amorieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Van daarH8033 reisdenH5265 zij, en legerdenH2583 zich aan deze zijde van de ArnonH769, welkeH834 in de woestijnH4057 is, uitgaandeH3318 uit de landpalenH1366 der AmorietenH567; wantH3588 de ArnonH769 is de landpaleH1366 van MoabH4124, tussenH996 MoabH4124 en tussenH996 de AmorietenH567. Van daar reisden zij, en legerden zich aan deze zijde van de Arnon, welke in de woestijn is, uitgaande uit de landpalen der Amorieten; want de Arnon is de landpale van Moab, tussen Moab en tussen de Amorieten.

KJV From thence they removed,2 and pitched3 on the other side4 of Arnon,5 which is in the wilderness7 that cometh out8 of the coasts9 of the Amorites:10 for Arnon12 is the border13 of Moab,14 between Moab16 and the Amorites.

1 מִשָּׁם֮ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 2 נָסָעוּ֒ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 3 וַֽיַּחֲנ֗וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 4 מֵעֵ֤בֶר H5676 gene, zijden, recht [idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight 5 אַרְנוֹן֙ H769 Arnon Arnon 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 בַּמִּדְבָּ֔ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 8 הַיֹּצֵ֖א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 מִגְּב֣וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 10 הָֽאֱמֹרִ֑י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 11 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 אַרְנוֹן֙ H769 Arnon Arnon 13 גְּב֣וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 14 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 15 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 16 מוֹאָ֖ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 17 וּבֵ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 18 הָאֱמֹרִֽי H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 (Daarom wordt gezegd in het boek van de oorlogen des HEEREN: Tegen Waheb, in een wervelwind, en tegen de beken Arnon,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 (DaaromH3651 wordt gezegdH559 in het boekH5612 van de oorlogenH4421 des HEERENH3068: Tegen WahebH2052, in een wervelwindH5492, en tegen de bekenH5158 ArnonH769, (Daarom wordt gezegd in het boek van de oorlogen des HEEREN: Tegen Waheb, in een wervelwind, en tegen de beken Arnon,

KJV Wherefore it is said3 in the book4 of the wars5 of the LORD,6 What he did8 in the Red sea,9 and in the brooks11 of Arnon,

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 כֵּן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 יֵֽאָמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 בְּסֵ֖פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 5 מִלְחֲמֹ֣ת H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 וָהֵ֣ב H2052 Waheb what he did 9 בְּסוּפָ֔ה H5492 wervelwind, draaiwind, wervelwinden Red Sea, storm, tempest, whirlwind, Red sea 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הַנְּחָלִ֖ים H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 12 אַרְנֽוֹן H769 Arnon Arnon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En den afloop der beken, die zich naar de gelegenheid van Ar wendt, en leent aan de landpale van Moab.)
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En den afloopH793 der bekenH5158, dieH834 zich naar de gelegenheidH3427 van ArH6144 wendtH5186, en leentH8172 aan de landpaleH1366 van MoabH4124.) En den afloop der beken, die zich naar de gelegenheid van Ar wendt, en leent aan de landpale van Moab.)

KJV And at the stream1 of the brooks2 that goeth down4 to the dwelling5 of Ar,6 and lieth7 upon the border8 of Moab.

1 וְאֶ֨שֶׁד֙ H793 afloop stream 2 הַנְּחָלִ֔ים H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 3 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 נָטָ֖ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 5 לְשֶׁ֣בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 עָ֑ר H6144 Ar, Ar-moabs Ar 7 וְנִשְׁעַ֖ן H8172 steunen, gesteund, leunde lean, lie, rely, rest (on, self), stay 8 לִגְב֥וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 9 מוֹאָֽב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En van daar reisden zij naar Beer. Dit is de put, van welken de HEERE tot Mozes zeide: Verzamel het volk, zo zal Ik hun water geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En van daarH8033 reisden zijH1931 naar BeerH876. Dit is de putH875, van welkenH834 de HEEREH3068 tot MozesH4872 zeideH559: VerzamelH622 het volkH5971, zo zal Ik hun waterH4325 gevenH5414. En van daar reisden zij naar Beer. Dit is de put, van welken de HEERE tot Mozes zeide: Verzamel het volk, zo zal Ik hun water geven.

KJV And from thence they went to Beer:2 that is the well4 whereof the LORD7 spake6 unto Moses,8 Gather9 the people11 together, and I will give12 them water.

1 וּמִשָּׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 2 בְּאֵ֑רָה H876 Beer Beer 3 הִ֣וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 הַבְּאֵ֗ר H875 put, puts, waterput pit, well 5 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 אָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 לְמֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 9 אֱסֹף֙ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 וְאֶתְּנָ֥ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 לָהֶ֖ם 14 מָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 (Toen zong Israel dit lied: Spring op, gij put, zingt daarvan bij beurte!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 (Toen zongH7891 IsraelH3478 ditH2063 liedH7892: SpringH5927 op, gij putH875, zingtH6030 daarvan bij beurteH6030! (Toen zong Israel dit lied: Spring op, gij put, zingt daarvan bij beurte!

KJV Then Israel3 sang2 this song,5 Spring up,7 O well;8 sing

1 אָ֚ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 יָשִׁ֣יר H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 3 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַשִּׁירָ֖ה H7892 lied, gezang, liederen musical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song 6 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 7 עֲלִ֥י H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 8 בְאֵ֖ר H875 put, puts, waterput pit, well 9 עֱנוּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 10 לָֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Gij put, dien de vorsten gegraven hebben, dien de edelen des volks gedolven hebben, door den wetgever, met hun staven.) En van de woestijn reisden zij naar Mattana;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Gij putH875, dien de vorstenH8269 gegravenH2658 hebben, dien de edelenH5081 des volksH5971 gedolvenH3738 hebben, door den wetgeverH2710, met hun stavenH4938.) En van de woestijnH4057 reisden zij naar MattanaH4980; Gij put, dien de vorsten gegraven hebben, dien de edelen des volks gedolven hebben, door den wetgever, met hun staven.) En van de woestijn reisden zij naar Mattana;

KJV The princes3 digged2 the well,1 the nobles5 of the people6 digged4 it, by the direction of the lawgiver,7 with their staves.8 And from the wilderness9 they went to Mattanah:

1 בְּאֵ֞ר H875 put, puts, waterput pit, well 2 חֲפָר֣וּהָ H2658 gegraven, graven, groef dig, paw, search out, seek 3 שָׂרִ֗ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 4 כָּר֨וּהָ֙ H3738 gegraven, graaft, gedolven dig, [idiom] make (a banquet), open 5 נְדִיבֵ֣י H5081 prinsen, vrijwilligen, edelen free, liberal (things), noble, prince, willing (hearted) 6 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 בִּמְחֹקֵ֖ק H2710 wetgever, wetgevers, Wetgever appoint, decree, governor, grave, lawgiver, note, pourtray, print, set 8 בְּמִשְׁעֲנֹתָ֑ם H4938 staf, rietstaf, stok staff 9 וּמִמִּדְבָּ֖ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 10 מַתָּנָֽה H4980 Mattana Mattanah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En van Mattana tot Nahaliel; en van Nahaliel tot Bamoth;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En van MattanaH4980 tot NahalielH5160; en van NahalielH5160 tot BamothH1120; En van Mattana tot Nahaliel; en van Nahaliel tot Bamoth;

KJV And from Mattanah1 to Nahaliel:2 and from Nahaliel3 to Bamoth:

1 וּמִמַּתָּנָ֖ה H4980 Mattana Mattanah 2 נַחֲלִיאֵ֑ל H5160 Nahaliel Nahaliel 3 וּמִנַּחֲלִיאֵ֖ל H5160 Nahaliel Nahaliel 4 בָּמֽוֹת H1120 Bamoth, Baal, Bamoth-baal Bamoth, Bamoth-baal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En van Bamoth tot het dal, dat in het veld van Moab is, aan de hoogte van Pisga, en dat tegen de wildernis ziet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En van BamothH1120 tot het dalH1516, datH834 in het veldH7704 van MoabH4124 is, aan de hoogteH7218 van PisgaH6449, en dat tegenH5921 de wildernisH3452 ziet. En van Bamoth tot het dal, dat in het veld van Moab is, aan de hoogte van Pisga, en dat tegen de wildernis ziet.

KJV And from Bamoth1 in the valley,2 that is in the country4 of Moab,5 to the top6 of Pisgah,7 which looketh8 toward10 Jeshimon.

1 וּמִבָּמ֗וֹת H1120 Bamoth, Baal, Bamoth-baal Bamoth, Bamoth-baal 2 הַגַּיְא֙ H1516 dal, dalen, vallei valley 3 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 בִּשְׂדֵ֣ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 5 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 6 רֹ֖אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 7 הַפִּסְגָּ֑ה H6449 Pisga Pisgah 8 וְנִשְׁקָ֖פָה H8259 keek, zag, nedergezien appear, look (down, forth, out) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 הַיְשִׁימֹֽן H3452 wildernis, woestijn desert, Jeshimon, solitary, wilderness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen zond Israel boden tot Sihon, den koning der Amorieten, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen zondH7971 IsraelH3478 bodenH4397 totH413 SihonH5511, den koningH4428 der AmorietenH567, zeggendeH559: Toen zond Israel boden tot Sihon, den koning der Amorieten, zeggende:

KJV And Israel2 sent1 messengers3 unto Sihon5 king6 of the Amorites,7 saying,

1 וַיִּשְׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 מַלְאָכִ֔ים H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 סִיחֹ֥ן H5511 Sihon Sihon 6 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 הָאֱמֹרִ֖י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 8 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Laat mij door uw land trekken. Wij zullen niet afwijken in de akkers, noch in de wijngaarden; wij zullen het water der putten niet drinken; wij zullen op den koninklijken weg gaan, totdat wij uw landpale doorgetogen zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Laat mij door uw landH776 trekkenH5674. Wij zullen nietH3808 afwijkenH5186 in de akkersH7704, noch in de wijngaardenH3754; wij zullen het waterH4325 der puttenH875 niet drinkenH8354; wij zullen op den koninklijkenH4428 wegH1870 gaanH3212, totdatH5704 wij uw landpaleH1366 doorgetogenH5674 zijn. Laat mij door uw land trekken. Wij zullen niet afwijken in de akkers, noch in de wijngaarden; wij zullen het water der putten niet drinken; wij zullen op den koninklijken weg gaan, totdat wij uw landpale doorgetogen zijn.

KJV Let me pass1 through thy land:2 we will not turn4 into the fields,5 or into the vineyards;6 we will not drink8 of the waters9 of the well:10 but we will go along13 by the king's12 high way,11 until we be past16 thy borders.

1 אֶעְבְּרָ֣ה H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 בְאַרְצֶ֗ךָ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 נִטֶּה֙ H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 5 בְּשָׂדֶ֣ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 6 וּבְכֶ֔רֶם H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 7 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 נִשְׁתֶּ֖ה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 9 מֵ֣י H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 בְאֵ֑ר H875 put, puts, waterput pit, well 11 בְּדֶ֤רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 12 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 נֵלֵ֔ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 14 עַ֥ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 נַעֲבֹ֖ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 17 גְּבֻלֶֽךָ H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Doch Sihon liet Israel niet toe, door zijn landpale te trekken; maar Sihon vergaderde al zijn volk, en hij ging uit, Israel tegemoet, naar de woestijn, en hij kwam te Jahza, en streed tegen Israel;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Doch SihonH5511 liet IsraelH3478 nietH3808 toe, door zijn landpaleH1366 te trekkenH5674; maar SihonH5511 vergaderdeH622 alH3605 zijn volkH5971, en hij ging uit, IsraelH3478 tegemoetH7125, naar de woestijnH4057, en hij kwamH935 te JahzaH3096, en streedH3898 tegen IsraelH3478; Doch Sihon liet Israel niet toe, door zijn landpale te trekken; maar Sihon vergaderde al zijn volk, en hij ging uit, Israel tegemoet, naar de woestijn, en hij kwam te Jahza, en streed tegen Israel;

KJV And Sihon3 would not suffer2 Israel5 to pass6 through his border:7 but Sihon9 gathered8 all his people12 together, and went out13 against14 Israel15 into the wilderness:16 and he came17 to Jahaz,18 and fought19 against Israel.

1 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 נָתַ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 סִיחֹ֣ן H5511 Sihon Sihon 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יִשְׂרָאֵל֮ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 עֲבֹ֣ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 7 בִּגְבֻלוֹ֒ H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 8 וַיֶּאֱסֹ֨ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 9 סִיחֹ֜ן H5511 Sihon Sihon 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 עַמּ֗וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 וַיֵּצֵ֞א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 14 לִקְרַ֤את H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 15 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 הַמִּדְבָּ֔רָה H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 17 וַיָּבֹ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 יָ֑הְצָה H3096 Jahza, Jahaz, Jaza Jahaz, Jahazah, Jahzah 19 וַיִּלָּ֖חֶם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 20 בְּיִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Maar Israel sloeg hem met de scherpte des zwaards, en nam zijn land in erfelijke bezitting, van de Arnon af tot de Jabbok toe, tot aan de kinderen Ammons; want de landpale der kinderen Ammons was vast.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Maar IsraelH3478 sloegH5221 hem met de scherpteH6310 des zwaardsH2719, en namH3423 zijn landH776 in erfelijke bezittingH3423, van de ArnonH769 af totH5704 de JabbokH2999 toe, tot aan de kinderenH1121 AmmonsH5983; wantH3588 de landpaleH1366 der kinderenH1121 AmmonsH5983 was vastH5794. Maar Israel sloeg hem met de scherpte des zwaards, en nam zijn land in erfelijke bezitting, van de Arnon af tot de Jabbok toe, tot aan de kinderen Ammons; want de landpale der kinderen Ammons was vast.

KJV And Israel2 smote1 him with the edge3 of the sword,4 and possessed5 his land7 from Arnon8 unto Jabbok,10 even unto the children12 of Ammon:13 for the border16 of the children17 of Ammon18 was strong.

1 וַיַּכֵּ֥הוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 לְפִי H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 4 חָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 5 וַיִּירַ֨שׁ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אַרְצ֜וֹ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 מֵֽאַרְנֹ֗ן H769 Arnon Arnon 9 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 יַבֹּק֙ H2999 Jabbok Jabbok 11 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 12 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 עַמּ֔וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 14 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 עַ֔ז H5794 sterke, sterken, sterk fierce, [phrase] greedy, mighty, power, roughly, strong 16 גְּב֖וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 17 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 עַמּֽוֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Alzo nam Israel al deze steden in; en Israel woonde in al de steden der Amorieten, te Hesbon, en in al haar onderhorige plaatsen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Alzo namH3947 IsraelH3478 alH3605 dezeH428 stedenH5892 in; en IsraelH3478 woondeH3427 in alH3605 de stedenH5892 der AmorietenH567, te HesbonH2809, en in alH3605 haar onderhorige plaatsenH1323. Alzo nam Israel al deze steden in; en Israel woonde in al de steden der Amorieten, te Hesbon, en in al haar onderhorige plaatsen.

KJV And Israel2 took1 all these cities:5 and Israel8 dwelt7 in all the cities10 of the Amorites,11 in Heshbon,12 and in all the villages

1 וַיִּקַּח֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הֶעָרִ֖ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 הָאֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 וַיֵּ֤שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 הָֽאֱמֹרִ֔י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 12 בְּחֶשְׁבּ֖וֹן H2809 Hesbon, Hesbons, Hezbon Heshbon 13 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 בְּנֹתֶֽיהָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Want Hesbon was de stad van Sihon, den koning der Amorieten; en hij had gestreden tegen den vorigen koning der Moabieten, en hij had al zijn land uit zijn hand genomen, tot aan de Arnon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 WantH3588 HesbonH2809 was de stadH5892 van SihonH5511, den koningH4428 der AmorietenH567; en hijH1931 had gestredenH3898 tegen den vorigenH7223 koningH4428 der MoabietenH4124, en hijH1931 had alH3605 zijn landH776 uit zijn handH3027 genomenH3947, totH5704 aan de ArnonH769. Want Hesbon was de stad van Sihon, den koning der Amorieten; en hij had gestreden tegen den vorigen koning der Moabieten, en hij had al zijn land uit zijn hand genomen, tot aan de Arnon.

KJV For Heshbon2 was the city3 of Sihon4 the king5 of the Amorites,6 who had fought9 against the former12 king10 of Moab,11 and taken13 all his land16 out of his hand,17 even unto Arnon.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 חֶשְׁבּ֔וֹן H2809 Hesbon, Hesbons, Hezbon Heshbon 3 עִ֗יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 סִיחֹ֛ן H5511 Sihon Sihon 5 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 הָאֱמֹרִ֖י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 7 הִ֑וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 וְה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 נִלְחַ֗ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 10 בְּמֶ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 מוֹאָב֙ H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 12 הָֽרִאשׁ֔וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 13 וַיִּקַּ֧ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 אַרְצ֛וֹ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 17 מִיָּד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 19 אַרְנֹֽן H769 Arnon Arnon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Daarom zeggen zij, die spreekwoorden gebruiken: Komt tot Hesbon; men bouwe en bevestige de stad van Sihon!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 DaaromH3651 zeggenH559 zij, die spreekwoordenH4911 gebruiken: KomtH935 tot HesbonH2809; men bouweH1129 en bevestigeH3559 de stadH5892 van SihonH5511! Daarom zeggen zij, die spreekwoorden gebruiken: Komt tot Hesbon; men bouwe en bevestige de stad van Sihon!

KJV Wherefore they that speak in proverbs4 say,3 Come5 into Heshbon,6 let the city9 of Sihon10 be built7 and prepared:

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 כֵּ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 יֹאמְר֥וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 הַמֹּשְׁלִ֖ים H4911 gebruik, spreekwoord, gebruiken be(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter 5 בֹּ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 חֶשְׁבּ֑וֹן H2809 Hesbon, Hesbons, Hezbon Heshbon 7 תִּבָּנֶ֥ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 8 וְתִכּוֹנֵ֖ן H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 9 עִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 סִיחֽוֹן H5511 Sihon Sihon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Want er is een vuur uitgegaan uit Hesbon; een vlam uit de stad van Sihon; zij heeft verteerd Ar der Moabieten, en de heren der hoogten van de Arnon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 WantH3588 er is een vuurH784 uitgegaanH3318 uit HesbonH2809; een vlamH3852 uit de stadH7151 van SihonH5511; zij heeft verteerdH398 ArH6144 der MoabietenH4124, en de herenH1167 der hoogtenH1181 van de ArnonH769. Want er is een vuur uitgegaan uit Hesbon; een vlam uit de stad van Sihon; zij heeft verteerd Ar der Moabieten, en de heren der hoogten van de Arnon.

KJV For there is a fire2 gone out3 of Heshbon,4 a flame5 from the city6 of Sihon:7 it hath consumed8 Ar9 of Moab,10 and the lords of the high places of Arnon.

1 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 3 יָֽצְאָ֣ה H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 4 מֵֽחֶשְׁבּ֔וֹן H2809 Hesbon, Hesbons, Hezbon Heshbon 5 לֶהָבָ֖ה H3852 vlam, vlammend, vlammig flame(-ming), head (of a spear) 6 מִקִּרְיַ֣ת H7151 stad city 7 סִיחֹ֑ן H5511 Sihon Sihon 8 אָֽכְלָה֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 9 עָ֣ר H6144 Ar, Ar-moabs Ar 10 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 11 בַּעֲלֵ֖י H1167 burgers, heer, man [phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of 12 בָּמ֥וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 13 אַרְנֹֽן H769 Arnon Arnon

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Wee u, Moab! Gij, volk Kamoz zijt verloren! Hij heeft zijn zonen, die ontliepen, en zijn dochters in de gevangenis geleverd aan Sihon, den koning der Amorieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 WeeH188 u, MoabH4124! Gij, volkH5971 KamozH3645 zijt verlorenH6! Hij heeft zijn zonenH1121, die ontliepenH6412, en zijn dochtersH1323 in de gevangenisH7622 geleverdH5414 aan SihonH5511, den koningH4428 der AmorietenH567. Wee u, Moab! Gij, volk Kamoz zijt verloren! Hij heeft zijn zonen, die ontliepen, en zijn dochters in de gevangenis geleverd aan Sihon, den koning der Amorieten.

KJV Woe1 to thee, Moab!3 thou art undone,4 O people5 of Chemosh:6 he hath given7 his sons8 that escaped,9 and his daughters,10 into captivity unto Sihon14 king12 of the Amorites.

1 אוֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 2 לְךָ֣ 3 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 4 אָבַ֖דְתָּ H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 5 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 כְּמ֑וֹשׁ H3645 Kamos, Kamoz Chemosh 7 נָתַ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 בָּנָ֤יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 פְּלֵיטִם֙ H6412 ontkomen, ontkome, ontkomene (that have) escape(-d, -th), fugitive 10 וּבְנֹתָ֣יו H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 11 בַּשְּׁבִ֔ית H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 12 לְמֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 אֱמֹרִ֖י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 14 סִיחֽוֹן H5511 Sihon Sihon

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En wij hebben hen nedergeveld! Hesbon is verloren tot Dibon toe; en wij hebben hen verwoest tot Nofat toe, welke tot Medeba toe reikt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En wij hebben hen nedergeveldH3384! HesbonH2809 is verlorenH6 tot DibonH1769 toe; en wij hebben hen verwoestH8074 totH5704 NofatH5302 toe, welkeH834 totH5704 MedebaH4311 toe reikt. En wij hebben hen nedergeveld! Hesbon is verloren tot Dibon toe; en wij hebben hen verwoest tot Nofat toe, welke tot Medeba toe reikt.

KJV We have shot1 at them; Heshbon3 is perished2 even unto Dibon,5 and we have laid them waste6 even unto Nophah,8 which reacheth unto Medeba.

1 וַנִּירָ֛ם H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 2 אָבַ֥ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 3 חֶשְׁבּ֖וֹן H2809 Hesbon, Hesbons, Hezbon Heshbon 4 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 5 דִּיב֑וֹן H1769 Dibon, Dibon-gad Dibon. (Also, with H1410 (גָּד) added, Dibon-gad.) 6 וַנַּשִּׁ֣ים H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 נֹ֔פַח H5302 Nofat Nophah 9 אֲשֶׁ֖רׄ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 מֵֽידְבָֽא H4311 Medeba Medeba
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Alzo woonde Israel in het land van den Amoriet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Alzo woondeH3427 IsraelH3478 in het landH776 van den AmorietH567. Alzo woonde Israel in het land van den Amoriet.

KJV Thus Israel2 dwelt1 in the land3 of the Amorites.

1 וַיֵּ֨שֶׁב֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 בְּאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 הָאֱמֹרִֽי H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Daarna zond Mozes om Jaezer te verspieden; en zij namen haar onderhorige plaatsen in; en hij dreef de Amorieten, die er waren, uit de bezitting.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Daarna zondH7971 MozesH4872 om JaezerH3270 te verspiedenH7270; en zij namenH3920 haar onderhorige plaatsenH1323 in; en hij dreefH3423 de AmorietenH567, dieH834 er waren, uit de bezittingH3423. Daarna zond Mozes om Jaezer te verspieden; en zij namen haar onderhorige plaatsen in; en hij dreef de Amorieten, die er waren, uit de bezitting.

KJV And Moses2 sent1 to spy out3 Jaazer,5 and they took6 the villages7 thereof, and drove out8 the Amorites

1 וַיִּשְׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 מֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 לְרַגֵּ֣ל H7270 verspieders, verspieden, achterklapt backbite, search, slander, (e-) spy (out), teach to go, view 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יַעְזֵ֔ר H3270 Jaezer, Jaezers Jaazer, Jazer 6 וַֽיִּלְכְּד֖וּ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 7 בְּנֹתֶ֑יהָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 8 וַיּ֖וֹרֶשׁ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הָאֱמֹרִ֥י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 11 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Toen wendden zij zich en trokken op den weg van Basan; en Og, de koning van Basan, ging uit hen tegemoet, hij en al zijn volk, tot den strijd, en Edrei.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Toen wenddenH6437 zij zich en trokkenH5927 op den wegH1870 van BasanH1316; en OgH5747, de koningH4428 van BasanH1316, ging uit hen tegemoetH7125, hijH1931 en alH3605 zijn volkH5971, tot den strijdH4421, en EdreiH154. Toen wendden zij zich en trokken op den weg van Basan; en Og, de koning van Basan, ging uit hen tegemoet, hij en al zijn volk, tot den strijd, en Edrei.

KJV And they turned1 and went up2 by the way3 of Bashan:4 and Og6 the king7 of Bashan8 went out5 against9 them, he, and all his people,12 to the battle13 at Edrei.

1 וַיִּפְנוּ֙ H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 2 וַֽיַּעֲל֔וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 דֶּ֖רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 הַבָּשָׁ֑ן H1316 Bazan, Basan Bashan 5 וַיֵּצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 עוֹג֩ H5747 Og Og 7 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 הַבָּשָׁ֨ן H1316 Bazan, Basan Bashan 9 לִקְרָאתָ֜ם H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 10 ה֧וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 עַמּ֛וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 לַמִּלְחָמָ֖ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 14 אֶדְרֶֽעִי H154 Edrei Edrei
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 De HEERE nu zeide tot Mozes: Vrees hem niet; want Ik heb hem in uw hand gegeven, en al zijn volk, ook zijn land; en gij zult hem doen, gelijk als gij Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon woonde, gedaan hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 De HEEREH3068 nu zeideH559 totH413 MozesH4872: VreesH3372 hem nietH408; wantH3588 Ik heb hem in uw handH3027 gegevenH5414, en alH3605 zijn volkH5971, ook zijn landH776; en gij zult hem doenH6213, gelijk als gij SihonH5511, den koningH4428 der AmorietenH567, dieH834 te HesbonH2809 woondeH3427, gedaanH6213 hebt. De HEERE nu zeide tot Mozes: Vrees hem niet; want Ik heb hem in uw hand gegeven, en al zijn volk, ook zijn land; en gij zult hem doen, gelijk als gij Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon woonde, gedaan hebt.

KJV And the LORD2 said1 unto Moses,4 Fear6 him not: for I have delivered10 him into thy hand,9 and all his people,14 and his land;16 and thou shalt do17 to him as thou didst20 unto Sihon21 king22 of the Amorites,23 which dwelt25 at Heshbon.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תִּירָ֣א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 7 אֹת֔וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 בְיָדְךָ֞ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 נָתַ֧תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 אֹת֛וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 עַמּ֖וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 אַרְצ֑וֹ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 17 וְעָשִׂ֣יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 לּ֔וֹ 19 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 עָשִׂ֗יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 21 לְסִיחֹן֙ H5511 Sihon Sihon 22 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 23 הָֽאֱמֹרִ֔י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 24 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 25 יוֹשֵׁ֖ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 26 בְּחֶשְׁבּֽוֹן H2809 Hesbon, Hesbons, Hezbon Heshbon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En zij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk, alzo dat hem niemand overbleef; en zij namen zijn land in erfelijke bezitting.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En zij sloegenH5221 hem, en zijn zonenH1121, en alH3605 zijn volkH5971, alzo dat hem niemandH8300 overbleefH7604; en zij namenH3423 zijn landH776 in erfelijke bezittingH3423. En zij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk, alzo dat hem niemand overbleef; en zij namen zijn land in erfelijke bezitting.

KJV So they smote1 him, and his sons,4 and all his people,7 until there was none9 left10 him alive:12 and they possessed13 his land.

1 וַיַּכּ֨וּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 אֹת֤וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בָּנָיו֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 עַמּ֔וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 9 בִּלְתִּ֥י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 10 הִשְׁאִֽיר H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 11 ל֖וֹ 12 שָׂרִ֑יד H8300 overigen, overgeblevenen, niemand [idiom] alive, left, remain(-ing), remnant, rest 13 וַיִּֽירְשׁ֖וּ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 אַרְצֽוֹ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 21:1 Richteren 1:16 Numeri 33:40 Jozua 12:14 Psalmen 44:3 Jozua 11:19 Deuteronomium 2:32 Numeri 13:21 Jozua 7:5
Numeri 21:2 Genesis 28:20 Richteren 11:30 Psalmen 132:2 Psalmen 116:18 2 Samuël 15:7 Jozua 6:26 Jozua 6:17 1 Samuël 1:11
Numeri 21:3 Numeri 14:45 Deuteronomium 1:44 1 Samuël 30:30 Psalmen 102:17 Psalmen 91:15 Psalmen 10:17
Numeri 21:4 Richteren 11:18 Exodus 6:9 Numeri 33:41 1 Thessalonicenzen 3:3 Numeri 20:27 Deuteronomium 2:5 Numeri 20:18 Numeri 32:9
Numeri 21:5 Psalmen 78:19 Exodus 17:2 Numeri 11:1 Exodus 16:7 Numeri 16:13 Exodus 16:31 Exodus 16:15 Exodus 15:24
Numeri 21:6 1 Korinthe 10:9 Deuteronomium 8:15 Jeremia 8:17 Jesaja 14:29 Jesaja 30:6 Genesis 3:14 Amos 9:3
Numeri 21:7 Numeri 11:2 Psalmen 78:34 Handelingen 8:24 Exodus 8:8 Exodus 8:28 1 Koningen 13:6 1 Samuël 15:30 Exodus 32:30
Numeri 21:8 Psalmen 145:8 Psalmen 106:43 Johannes 3:14
Numeri 21:9 2 Koningen 18:4 Johannes 3:14 Zacharia 12:10 2 Korinthe 5:21 Johannes 1:29 Romeinen 1:17 1 Johannes 3:8 Johannes 6:40
Numeri 21:10 Numeri 33:43
Numeri 21:12 Deuteronomium 2:13
Numeri 21:13 Richteren 11:18 Numeri 22:36 Numeri 21:14 Jeremia 48:20 Jesaja 16:2 Deuteronomium 2:24
Numeri 21:14 2 Samuël 1:18 Jozua 10:13
Numeri 21:15 Deuteronomium 2:18 Numeri 21:28 Deuteronomium 2:9 Deuteronomium 2:29 Jesaja 15:1
Numeri 21:16 Richteren 9:21 Jesaja 12:3 Numeri 20:8 Exodus 17:6 Johannes 4:14 Johannes 7:37 Openbaring 21:6 Openbaring 22:17
Numeri 21:17 Psalmen 105:2 Exodus 15:1 Jesaja 12:5 Richteren 5:1 Jakobus 5:13 Jesaja 12:1 Psalmen 106:12
Numeri 21:18 Deuteronomium 5:31 Numeri 33:45 Deuteronomium 33:4 Nehemia 3:1 Johannes 1:17 Jakobus 4:12 2 Kronieken 17:7 1 Timotheüs 6:17
Numeri 21:20 Numeri 23:28 Numeri 33:49 Deuteronomium 1:5 Numeri 23:14 Numeri 22:1 Deuteronomium 34:1 Deuteronomium 4:49 Deuteronomium 3:27
Numeri 21:21 Richteren 11:19 Deuteronomium 2:26 Numeri 20:14
Numeri 21:22 Numeri 20:17
Numeri 21:23 Richteren 11:20 Deuteronomium 2:30 Deuteronomium 29:7 Jeremia 48:34 Jesaja 15:4 Numeri 20:21
Numeri 21:24 Amos 2:9 Nehemia 9:22 Genesis 32:22 Psalmen 136:19 Jozua 24:8 Jozua 13:8 Richteren 12:1 Psalmen 135:10
Numeri 21:25 Jeremia 48:45 Ezechiël 16:46 Ezechiël 16:49 Jeremia 48:2 Numeri 21:31 Jeremia 48:34 Jesaja 15:4 Hooglied 7:4
Numeri 21:27 Habakuk 2:6 Numeri 21:14 Jesaja 14:4
Numeri 21:28 Numeri 21:15 Jeremia 48:45 Amos 2:5 Numeri 22:41 Amos 1:14 Amos 1:7 Jesaja 15:1 Richteren 9:20
Numeri 21:29 Richteren 11:24 2 Koningen 23:13 Jeremia 48:46 1 Koningen 11:33 1 Koningen 11:7 Jeremia 48:7 Jeremia 48:13 Jesaja 15:5
Numeri 21:30 Jeremia 48:18 Jesaja 15:2 Jeremia 48:22 Numeri 32:3 Jozua 13:17 Numeri 32:34 2 Samuël 11:24 Genesis 49:23
Numeri 21:31 Numeri 32:33 Deuteronomium 3:16 Jozua 12:1 Jozua 13:8
Numeri 21:32 Numeri 32:1 Jeremia 48:32 Numeri 32:35 Jesaja 16:8 Numeri 32:3
Numeri 21:33 Jozua 13:12 Deuteronomium 29:7 Deuteronomium 1:4 Deuteronomium 3:1 Jesaja 33:9 Deuteronomium 4:47 Jozua 9:10 Psalmen 22:12
Numeri 21:34 Numeri 21:24 Numeri 14:9 2 Koningen 3:18 Deuteronomium 20:3 Richteren 11:30 Deuteronomium 7:24 Jozua 8:7 Deuteronomium 3:2
Numeri 21:35 Psalmen 136:17 Jozua 12:4 Psalmen 135:10 Deuteronomium 3:3 Romeinen 8:37 Jozua 13:12 Deuteronomium 29:7
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 21 vers 1

Harad, Harad schijnt te wezen de stad, waar deze koning zijn zetel had. Zie Joz. 12:14. Anderen menen dat Harad geweest is de naam diens konings.

Hertaald: Harad, Harad lijkt de stad te zijn waar deze koning zijn zetel had. Zie Joz. 12:14. Anderen menen dat Harad de naam van die koning was.

het zuiden, Te weten, van het land Kanaän, waarheen de verspieders getrokken waren, Num. 13:17. Zie ook Num. 33:40.

Hertaald: het zuiden, Namelijk: van het land Kanaän, waarheen de verspieders getrokken waren, Num. 13:17. Zie ook Num. 33:40.

Israël door den weg der verspieders kwam, Dat is, door den weg, dien de verspieders, welken Mozes uitgezonden had, gereisd waren. Sommigen houden Atharim [hetwelk hier is overgezet verspieders ] voor den naam van een zekere plaats.

Hertaald: Israël door den weg der verspieders kwam, Dat is: via de weg die de verspieders, die Mozes had uitgezonden, gereisd waren. Sommigen houden Atharim [hier vertaald als verspieders] voor de naam van een bepaalde plaats.

Numeri 21 vers 2

verbannen Dat is, ik zal hen voor mij, of tot ons voordeel niet houden, maar ik zal hen u heiligen, of u ter ere verdelgen. Zie Joz. 6:17, Joz. 6:19, Joz. 6:21, Joz. 6:24, en Lev. 27:28-29.

Hertaald: verbannen Dat is: ik zal hen niet voor mijzelf, of tot ons voordeel houden, maar Ik zal hen aan U wijden, of tot Uw eer vernietigen. Zie Joz. 6:17, Joz. 6:19, Joz. 6:21, Joz. 6:24, en Lev. 27:28-29.

Numeri 21 vers 3

gaf de Kanaänieten over; Te weten, in zijne hand, gelijk vs.2.

Hertaald: gaf de Kanaänieten over; Namelijk: in zijn hand, zoals in vers 2.

verbande hen en hun steden; Dit is niet volkomenlijk geschied ten tijde van Mozes, maar door Jozua. Zie Joz. 12:14, en Richt. 1:16-17.

Hertaald: verbande hen en hun steden; Dit is niet volledig gebeurd in de tijd van Mozes, maar door Jozua. Zie Joz. 12:14 en Richt. 1:16-17.

hij noemde den naam dier plaats Te weten, Israël, dat is, de Israëlieten.

Hertaald: hij noemde den naam dier plaats Namelijk: Israël, dat is: de Israëlieten.

Horma Dat is, verbanning.

Hertaald: Horma Dat is: verbanning.

Numeri 21 vers 4

Schelfzee, Zie Ex. 13:18.

Hertaald: Schelfzee, Zie Ex. 13:18.

werd verdrietig Hebreeuws, werd verkort. Zie Richt. 10:16.

Hertaald: werd verdrietig Hebreeuws: werd verkort. Zie Richt. 10:16.

op dezen weg Of, vanwege dezen weg.

Hertaald: op dezen weg Of: vanwege deze weg.

Numeri 21 vers 5

dit zeer lichte brood Aldus noemt dit volk het hemelse brood.

Hertaald: dit zeer lichte brood Zo noemt dit volk het hemelse brood.

Numeri 21 vers 6

vurige slangen onder het volk, Hebreeuws, brandende. Alzo genoemd omdat zij den mensen, die zij beten, dodelijken brand en volgens dien groten dorst aanbrachten.

Hertaald: vurige slangen onder het volk, Hebreeuws: brandende. Zo genoemd omdat zij bij de mensen die zij beten, een dodelijke brand en daaropvolgend hevige dorst veroorzaakten.

Numeri 21 vers 8

een vurige slang, vs.9 wordt zij genoemd een koperen slang. De zin dezer woorden is: maak een koperen slang, die de vurige gelijk zij.

Hertaald: een vurige slang, In vers 9 wordt zij een koperen slang genoemd. De betekenis van deze woorden is: maak een koperen slang, gelijk aan de vurige.

stang; Of, staak, spar. Anders, tot een teken, of op een banier

Hertaald: stang; Of: staak, spar. Ook mogelijk: tot een teken, of op een banier.

zo zal hij leven Dat is, hij zal genezen worden en het leven behouden.

Hertaald: zo zal hij leven Dat is: hij zal genezen worden en in leven blijven.

Numeri 21 vers 13

aan deze zijde van de Arnon, Anders, aan het veer van Arnon.

Hertaald: aan deze zijde van de Arnon, Ook mogelijk: bij de doorwaadbare plaats van de Arnon.

Numeri 21 vers 14

wordt gezegd Anders, zal gezegd worden; te weten in toekomende eeuwen.

Hertaald: wordt gezegd Ook mogelijk: zal gezegd worden; namelijk in latere eeuwen.

boek Dit boek, geschrift of verhaal is niet meer voorhanden, nochtans zonder kwetsing of vermindering der kanonieke boeken.

Hertaald: boek Dit boek, geschrift of verhaal is niet meer voorhanden, echter zonder schade of vermindering voor de canonieke boeken.

oorlogen des HEEREN Dat is, der oorlogen, die door de beschikking en kracht van God geschied zijn.

Hertaald: oorlogen des HEEREN Dat is: van de oorlogen die door de beschikking en kracht van God gebeurd zijn.

Tegen Hierdoor kan men verstaan: waren de oorlogen des Heeren, of, strijdende, of iets dergelijks. De volgende woorden, alsook vs.15 zijn zwaar te verstaan en worden onderscheidenlijk uitgelegd; wij stellen die hier, gelijk zij door de voornaamsten onder de geleerden vertaald worden.

Hertaald: Tegen Hierdoor kan men verstaan: waren de oorlogen van de HEERE, of: strijdend, of iets dergelijks. De volgende woorden, evenals vers 15, zijn moeilijk te begrijpen en worden verschillend uitgelegd; wij geven ze hier weer zoals de belangrijkste geleerden ze vertalen.

Waheb, Men meent dat dit de naam des konings van Moab is, wien Sihon zou overwonnen hebben; vs.26.

Hertaald: Waheb, Men neemt aan dat dit de naam is van de koning van Moab, die Sihon zou hebben overwonnen; vers 26.

wervelwind, Hebreeuws, Besupha. Eenigen nemen dit woord voor den naam ener plaats, anders genoemd Suf; Deut. 1:1. Anders, de Rode zee.

Hertaald: wervelwind, Hebreeuws: Besupha. Sommigen nemen dit woord als de naam van een plaats, ook wel Suf genoemd; Deut. 1:1. Ook mogelijk: de Rode Zee.

Numeri 21 vers 15

gelegenheid Of, situatie

Hertaald: gelegenheid Of: situatie.

Ar wendt, Ar is de naam ener stad in het land der Moabieten; vs.28.

Hertaald: Ar wendt, Ar is de naam van een stad in het land van de Moabieten; vers 28.

leunt aan de landpale van Moab Of, grenst, stoot, is gelegen.

Hertaald: leunt aan de landpale van Moab Of: grenst, raakt, ligt.

Numeri 21 vers 17

dit lied Met dit lied zingen en roemen zij de weldaad Gods, hun bewezen door het geven van dien bornput.

Hertaald: dit lied Met dit lied bezingen en roemen zij de weldaad van God, hun bewezen door het geven van die bron.

zingt daarvan bij beurte Of, zingt het bij beurte. Zie Ex. 15:21, en 1 Sam. 18:7; Ps. 147:7.

Hertaald: zingt daarvan bij beurte Of: zingt het bij beurten. Zie Ex. 15:21 en 1 Sam. 18:7; Ps. 147:7.

Numeri 21 vers 18

den wetgever, Dat is, door het beleid des welgevers, te weten, Mozes; alzo ook Deut. 33:21; of versta, God zelf door den wetgever, gelijk Jes. 33:22.

Hertaald: den wetgever, Dat is: door het beleid van de wetgever, namelijk Mozes; zo ook Deut. 33:21; of versta: God Zelf door de wetgever, zoals Jes. 33:22.

met hun staven Versta dit van de staven van Mozes en Aäron, of van de regimentsstaven, die de vorsten en regeerders gemeenlijk in de hand hadden, tot een teken van hun ambt en hun macht, die zij van God ontvangen hadden.

Hertaald: met hun staven Versta dit van de staven van Mozes en Aäron, of van de regeringsstaven, die de vorsten en leiders gewoonlijk in de hand hadden, als teken van hun ambt en macht, die zij van God ontvangen hadden.

Numeri 21 vers 20

in het veld van Moab is, Dat is, in het land.

Hertaald: in het veld van Moab is, Dat is: in het land.

de wildernis ziet Anders, Jesimoth.

Hertaald: de wildernis ziet Ook mogelijk: Jesimoth.

Numeri 21 vers 23

Jahza, De naam ener stad, van welke ook gesproken wordt Deut. 2:32; Richt. 11:20; Jer. 48:21, Jer. 48:34.

Hertaald: Jahza, De naam van een stad, waarover ook gesproken wordt in Deut. 2:32; Richt. 11:20; Jer. 48:21, Jer. 48:34.

Numeri 21 vers 24

scherpte des zwaards, Hebreeuws, mond

Hertaald: scherpte des zwaards, Hebreeuws: mond.

Arnon . . . Jabbok Dit zijn de namen van rivieren.

Hertaald: Arnon . . . Jabbok Dit zijn de namen van rivieren.

want de landpale der kinderen Ammons was vast Dit is de reden, waarom Sihon de landpalen niet heeft kunnen innemen, gelijk hij het land der Moabieten had ingenomen.

Hertaald: want de landpale der kinderen Ammons was vast Dit is de reden waarom Sihon de gebieden niet heeft kunnen innemen, zoals hij het land van de Moabieten had ingenomen.

Numeri 21 vers 25

onderhorige plaatsen Hebreeuws, dochters; dat is, kleine steden, dorpen en vlekken, die onder Hesbon behoorden, als onder haar moederstad of hoofdstad. Mozes noemt ze onbemuurde steden, Deut. 3:5.

Hertaald: onderhorige plaatsen Hebreeuws: dochters; dat is: kleine steden, dorpen en gehuchten, die onder Hesbon vielen, als onder hun moederstad of hoofdstad. Mozes noemt ze onbemuurde steden, Deut. 3:5.

Numeri 21 vers 26

tegen den vorigen koning der Moabieten, Te weten, met dien koning, die het naast vóór Balak koning geweest was.

Hertaald: tegen den vorigen koning der Moabieten, Namelijk: met de koning die het laatst vóór koning Balak geweest was.

Numeri 21 vers 27

men bouwe en bevestige de stad van Sihon Te weten, groter en sterker dan het tevoren geweest is.

Hertaald: men bouwe en bevestige de stad van Sihon Namelijk: groter en sterker dan zij tevoren was.

Numeri 21 vers 28

is een vuur uitgegaan uit Hesbon; Dat is, Sihon, nadat hij Hesbon ingenomen had, is vandaar als een vuur voortgevlogen naar de Moabieten toe.

Hertaald: is een vuur uitgegaan uit Hesbon; Dat is: Sihon is, nadat hij Hesbon had ingenomen, van daaruit als een vuur voortgesneld naar de Moabieten toe.

Ar der Moabieten, Dit was de hoofdstad van het land der Moabieten, waarvan het gehele land den naam gekregen heeft.

Hertaald: Ar der Moabieten, Dit was de hoofdstad van het land van de Moabieten, waarnaar het hele land vernoemd is.

de heren der hoogten van de Arnon Versta, de priesters en vorsten, die de stad door hun afgod niet hebben kunnen bevrijden. Zie Jer. 48:7. Anders, de burgers van Bamoth, te Arnon.

Hertaald: de heren der hoogten van de Arnon Versta: de priesters en vorsten, die de stad door hun afgod niet hebben kunnen bevrijden. Zie Jer. 48:7. Ook mogelijk: de burgers van Bamoth, bij de Arnon.

Numeri 21 vers 29

volk Kamoz zijt verloren Dat is, gij volk, dat den Chamos eert en dient. Aldus werd genoemd de afgod der Moabieten, 1 Kon. 11:33.

Hertaald: volk Kamoz zijt verloren Dat is: u volk dat Kamos vereert en dient. Zo werd de afgod van de Moabieten genoemd, 1 Kon. 11:33.

Hij heeft Te weten, Chamos.

Hertaald: Hij heeft Namelijk: Chamos.

zijn zonen, Te weten, van Moab; dat is, de Moabieten.

Hertaald: zijn zonen, Namelijk: van Moab; dat is: de Moabieten.

die ontliepen, Dat is, Chamos heeft hen gevankelijk laten wegvoeren, zonder dat hij hen heeft kunnen beschermen.

Hertaald: die ontliepen, Dat is: Chamos heeft hen gevankelijk laten wegvoeren, zonder hen te kunnen beschermen.

Numeri 21 vers 30

nedergeveld Of, geschoten; te weten, met pijlen. Anders, hun lamp is vergaan; dat is, hun heerlijkheid.

Hertaald: nedergeveld Of: neergeschoten; namelijk met pijlen. Ook mogelijk: hun lamp is vergaan; dat is: hun heerlijkheid.

Dibon toe; Een van de hoge plaatsen of steden in het land Moab; Jes. 14:2; Jer. 48:18, Jer. 48:22.

Hertaald: Dibon toe; Een van de hoge plaatsen of steden in het land Moab; Jes. 14:2; Jer. 48:18, Jer. 48:22.

Médeba toe reikt. Een stad in het land Moab; Jes. 15:2.

Hertaald: Médeba toe reikt. Een stad in het land Moab; Jes. 15:2.

Numeri 21 vers 32

Jáëzer te verspieden; De naam ener stad, die eertijds den Moabieten had toebehoord, van welke gesproken wordt Num. 32:1, Num. 32:3, Num. 32:35, en Jer. 48:32.

Hertaald: Jáëzer te verspieden; De naam van een stad, die vroeger aan de Moabieten had toebehoord, waarover gesproken wordt in Num. 32:1, Num. 32:3, Num. 32:35, en Jer. 48:32.

onderhorige plaatsen in; Zie boven, vs.25.

Hertaald: onderhorige plaatsen in; Zie hierboven, vers 25.

Numeri 21 vers 33

Basan; Dit was een goed, vet weiland, van hetwelk gesproken wordt Deut. 32:14; Ps. 22:13; Jer. 50:19; Am. 4:1; Mi. 7:14.

Hertaald: Basan; Dit was een goed, vet weiland, waarover gesproken wordt in Deut. 32:14; Ps. 22:13; Jer. 50:19; Am. 4:1; Mi. 7:14.

Og, Deze Og is ook een koning der Amorieten geweest, een reus. Zie van hem Deut. 3:1, Deut. 3:11.

Hertaald: Og, Deze Og was ook een koning van de Amorieten, een reus. Zie hierover Deut. 3:1, Deut. 3:11.

Edreï Een stad in het koninkrijk van Og gelegen; Deut. 3:10.

Hertaald: Edreï Een stad in het koninkrijk van Og; Deut. 3:10.

Numeri 21 vers 35

niemand overbleef; Hebreeuws, geen overige overbleEf

Hertaald: niemand overbleef; Hebreeuws: geen overige bleef over.

zijn land in erfelijke bezitting Te weten, het land van den koning Og.

Hertaald: zijn land in erfelijke bezitting Namelijk: het land van koning Og.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sihon  — neerslaand, of: verwoester

De koning van de Amorieten, die zetelde te Hesbon en heel het land tussen de Arnon en de Jabbok bezat. Toen hij de Israëlieten niet door zijn land wilde laten trekken en hen aanviel, versloeg Israël hem en nam zijn hele land in bezit (Num. 21:21-30).

Og  — reus, of: lang van hals

De koning van Basan, de laatste van de reuzen (Rafaïeten), die het gebied tussen de Jabbok en de Hermon bezat. Ook hij trok tegen Israël ten strijde en werd, samen met zijn hele volk, door Israël verslagen; zijn land werd daarna aan de stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse gegeven (Num. 21:33-35).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horma  — Hebreeuws voor "verbanning" of "volledige verwoesting" (van dezelfde stam als "cherem", de ban)

Ligging: Een plaats in het Zuiderland (Negeb), niet ver van Arad; de precieze locatie is onbekend.

Geschiedenis: Toen het volk, na van de HEERE gehoord te hebben dat het wegens zijn ongeloof niet in Kanaän mocht komen, eigenmachtig en zonder de ark en zonder Mozes toch de berg optrok om het land alsnog in te nemen, versloegen de Amalekieten en Kanaänieten hen en vervolgden hen tot Horma toe (Num. 14:40-45). Later, in Num. 21:1-3, versloeg Israël hier juist wél overwinnend de koning van Arad, en wijdde de plaats met een gelofte aan de ban — vandaar de naam.

Bijbelse betekenis: Eerst het toneel van een pijnlijke nederlaag door eigenwillig ongehoorzame overmoed (buiten Gods bevel om ten strijde trekken), later van een overwinning wanneer het volk wél in afhankelijkheid van de HEERE streed — een scherp contrast tussen eigen kracht en geloofsgehoorzaamheid.

Num. 14:45; 21:1-3; Deut. 1:44; Richt. 1:17

Oboth  — Hebreeuws voor "(dodenbezweerders-)holen" of "waterzakken"

Ligging: Een pleisterplaats aan de oostzijde van Edom, op de route naar Moab; de precieze locatie is onbekend.

Geschiedenis: Een van de kampementen op de lange omtrekkende tocht rond Edom, na de nederlaag van Israël bij Horma (Num. 21:4-10).

Bijbelse betekenis: Eén van de vele, soms nauwelijks meer dan bij naam bekende, haltes die de trouw van de HEERE tonen om Zijn volk, ondanks zijn aanhoudend gemor (zie de koperen slang, eerder in dit hoofdstuk), stap voor stap naar het beloofde land te leiden.

Num. 21:10-11; 33:43-44

Ijje-Abarim  — Hebreeuws voor "puinhopen van Abarim" of "puinhopen aan de overzijde"

Ligging: Een pleisterplaats aan de grens van Moab, in de woestijn ten oosten daarvan; de precieze locatie is onbekend.

Geschiedenis: De volgende halte na Oboth, "in de woestijn, die voor aan Moab is, tegen den opgang der zon" (Num. 21:11).

Bijbelse betekenis: Onderdeel van dezelfde geduldige, stap-voor-stap-leiding van de HEERE als de overige pleisterplaatsen in dit hoofdstuk.

Num. 21:11; 33:44-45

Dal Zered  — Hebreeuws "Zered" is van onzekere afleiding, mogelijk "welig, overvloedig"

Ligging: Een dal/rivier(bed) dat de grens vormde tussen Edom en Moab, uitmondend in de zuidoosthoek van de Dode Zee.

Geschiedenis: Hier trok Israël doorheen op weg naar het gebied van de Amorieten (Num. 21:12). Mozes noemt later uitdrukkelijk dat er van Kades tot aan de doortocht door dit dal achtendertig jaar verlopen waren — de tijd die nodig was totdat het hele geslacht der strijdbare mannen uit die generatie omgekomen was, zoals de HEERE gezworen had (Deut. 2:13-14).

Bijbelse betekenis: Een stille, feitelijke markering van het einde van het oordeel over de ongelovige generatie van Kades: met het oversteken van deze grensrivier is de veertigjarige straftijd nagenoeg voorbij.

Num. 21:12; Deut. 2:13-14

Arnon  — mogelijk verwant aan een Hebreeuws woord voor "ruisen, bruisen" (van stromend water)

Ligging: Een diep ingesneden rivier(dal) die in de Dode Zee uitmondt en de natuurlijke grens vormde tussen Moab (ten zuiden) en het land van de Amorieten (ten noorden).

Geschiedenis: Israël legerde zich aan de overzijde van deze rivier, die de grens van Moab vormde (Num. 21:13). Genoemd in het "Boek van de oorlogen des HEEREN" (Num. 21:14) als grensrivier, en later herhaaldelijk als de vaste noordgrens van Moab en zuidgrens van het gebied dat aan Ruben en Gad werd toegewezen.

Bijbelse betekenis: Een van de belangrijkste geografische ijkpunten van het Overjordaanse gebied doorheen de rest van de Schrift, tot in de latere oordeelsprofetieën over Moab (Jes. 16:2; Jer. 48:20).

Archeologie: Algemeen geïdentificeerd met de huidige Wadi Mujib in Jordanië, een indrukwekkende kloof die nog altijd als natuurlijke grens in het landschap zichtbaar is.

Num. 21:13-15, 24, 26, 28; Deut. 2:24, 36; 3:8, 16; Jozua 12:1-2; 13:9, 16; Richt. 11:18, 22; Jes. 16:2; Jer. 48:20

Beër ("de put")  — Hebreeuws voor "put, bron"

Ligging: Een pleisterplaats nabij de grens van Moab; de precieze locatie is onbekend.

Geschiedenis: Hier gaf de HEERE Mozes de opdracht het volk te vergaderen, waarna Hij hun water gaf; het volk zong bij die gelegenheid het "Lied van de put" (Num. 21:16-18) — in schril contrast met het eerdere morren over gebrek aan water.

Bijbelse betekenis: Een verkwikkend moment van dankbare lofzang temidden van de woestijnreis, alsof het volk hier, aan de vooravond van de intocht, voor het eerst weer leert Gods gaven met vreugde te ontvangen in plaats van te morren.

Num. 21:16-18

Mattana, Nahaliël en Bamoth  — Mattana: Hebreeuws "geschenk"; Nahaliël: "beekdal van God"; Bamoth: "hoogten" (verwant aan het latere Bamoth-Baal)

Ligging: Opeenvolgende pleisterplaatsen tussen "de put" en het veld van Moab; de precieze locaties zijn onbekend.

Geschiedenis: Kort na elkaar genoemde haltes op de laatste etappe voor Israël het veld van Moab bereikte, tegenover de berg Nebo/Pisga (Num. 21:18-20).

Bijbelse betekenis: Ook deze bondig genoemde haltes onderstrepen dat elke stap van de woestijnreis, tot in de kleinste bijzonderheden, onder de leiding van de HEERE stond.

Num. 21:18-20

Pisga (de hoogte van Pisga)  — Hebreeuws, mogelijk "gespleten (bergkam)"

Ligging: Een bergrug in het Abarimgebergte ten oosten van de Jordaan/Dode Zee, waarvan de berg Nebo een van de toppen is; ligt tegenover Jericho.

Geschiedenis: Voor het eerst genoemd als het punt vanwaar het dal in het veld van Moab overzien werd (Num. 21:20). Later, aan het einde van de woestijnreis, beklom Bileam een van de toppen van Pisga om Israël te vervloeken — en zegende in plaats daarvan (Num. 23:14). Uiteindelijk was het ook de top van Pisga (de Nebo) vanwaar Mozes, vlak voor zijn dood, het hele beloofde land mocht aanschouwen dat hijzelf niet zou binnengaan (Deut. 34:1).

Bijbelse betekenis: Een plaats die zowel een mislukte vervloeking in een onvermijdelijke zegen ziet omslaan (Bileam), als de aangrijpende plek wordt waar Mozes het land van de belofte mag zien, maar niet betreden — een diep symbool van de wet die wel naar het land wijst, maar er zelf niet in kan brengen.

Num. 21:20; 23:14; Deut. 3:27; 34:1

Ar (van Moab)  — Hebreeuws voor "stad"

Ligging: Vermoedelijk de (hoofd)stad of het kernland van Moab, aan de Arnon; de precieze locatie is onbekend.

Geschiedenis: Genoemd als grenspunt bij Israëls tocht rond Moab (Num. 21:15) en in het "Boek van de oorlogen des HEEREN" aangehaald als markering van de Arnon-grens (Num. 21:28, waar het door Sihon, koning der Amorieten, veroverd bleek te zijn). De HEERE had Israël uitdrukkelijk verboden Moab zelf lastig te vallen, omdat Hij dit land aan de kinderen van Lot gegeven had (Deut. 2:9).

Bijbelse betekenis: Onderstreept dat de HEERE Zelf de grenzen van de volken bepaalt en bewaakt — ook van volken buiten Israël — en dat Israëls verovering strikt beperkt bleef tot wat God hun uitdrukkelijk gaf, namelijk het land van de Amorieten, niet dat van Moab zelf.

Num. 21:15, 28; Deut. 2:9, 18

Hesbon  — Hebreeuws, mogelijk "vernuft" of "vesting"

Ligging: Gelegen ten oosten van de Jordaan, ongeveer halverwege tussen de Dode Zee en de Jabbok, op de grens tussen het latere gebied van Ruben en Gad.

Geschiedenis: De hoofdstad van Sihon, koning der Amorieten, die Israël vreedzame doortocht weigerde en zelfs ten strijde trok. Israël versloeg hem en nam zijn hele land, van de Arnon tot de Jabbok, in bezit, met Hesbon als kernstad (Num. 21:21-31). De stad werd nadien aan de Rubenieten toegewezen, maar later als Levietenstad aan de Gadieten (Joz. 13:17; 21:39).

Bijbelse betekenis: De eerste grote, blijvende gebiedsverovering van Israël in het Overjordaanse — het begin van de daadwerkelijke inbezitname van het land dat de HEERE beloofd had, na veertig jaar van omzwerving.

Archeologie: Meestal geïdentificeerd met Tell Hesban in Jordanië, waar opgravingen resten uit vele perioden hebben blootgelegd, al is directe archeologische bevestiging van de Sihon-periode zelf (rond de tijd van de uittocht) beperkt.

Num. 21:21-31; 32:3, 37; Deut. 1:4; 2:24-30; Joz. 13:17, 21, 27; 21:39; Hoogl. 7:4; Jes. 15:4; 16:8-9; Jer. 48:2, 34, 45

Jaser  — Hebreeuws, mogelijk "Hij (God) helpt"

Ligging: Ten noorden van Hesbon, in het gebied dat later aan Gad werd toegewezen; de precieze locatie is onbekend, al wordt vaak aan Khirbet es-Sar of Khirbet Jazzir gedacht.

Geschiedenis: Door Israël verspied en op de Amorieten veroverd, kort na de inname van Hesbon (Num. 21:32). Later een Levietenstad in het gebied van Gad, en beroemd om zijn wijngaarden (Jes. 16:8-9; Jer. 48:32).

Bijbelse betekenis: Een verdere bevestiging dat de HEERE Israël stap voor stap heel het land van de Amorieten in handen gaf, zoals Hij beloofd had.

Num. 21:32; 32:1, 3, 35; Joz. 13:25; 21:39; 2 Sam. 24:5; Jes. 16:8-9; Jer. 48:32

Basan  — Hebreeuws, mogelijk verwant aan een woord voor "vruchtbaar, zacht (land)"

Ligging: Het hoogland ten oosten van het meer van Galilea en ten noorden van de Jabbok, bekend om zijn vruchtbare weiden, eiken en vee.

Geschiedenis: Het rijk van Og, de laatste van de reuzen (Refaïeten), die Israël bij Edreï versloeg, waarna heel Basan met zijn zestig ommuurde steden in Israëls bezit kwam (Num. 21:33-35; Deut. 3:1-11). Later toegewezen aan de halve stam van Manasse.

Bijbelse betekenis: Basans vruchtbaarheid en de kracht van zijn koning maken de tweede grote overwinning in het Overjordaanse tot een even krachtig teken van de HEERE, Die de sterkste vijanden voor Zijn volk ten val brengt — Basans stieren en eiken worden later in de profeten en psalmen juist beeld van hoogmoed die voor God moet buigen (Ps. 22:13; Jes. 2:13; Amos 4:1).

Num. 21:33-35; 32:33; Deut. 3:1-13; Joz. 12:4-5; 13:12, 30-31; Ps. 22:13; 68:16; Jes. 2:13; Ez. 27:6; Amos 4:1

Edreï  — Hebreeuws, mogelijk "machtig, sterk"

Ligging: Een van de twee hoofdsteden van Og in Basan (naast Astharoth), in het huidige zuiden van Syrië.

Geschiedenis: Hier versloeg Israël koning Og van Basan met zijn hele volk, zodat niemand van hem overbleef, en nam zijn land in bezit (Num. 21:33-35; Deut. 3:1-3).

Bijbelse betekenis: Het toneel van de tweede grote, beslissende overwinning in het Overjordaanse — samen met Hesbon het bewijs dat de HEERE, Die Zijn volk veertig jaar in de woestijn liet zwerven om zijn ongeloof, hen nu met kracht voor Zijn beloofde land toerust.

Archeologie: Doorgaans geïdentificeerd met het huidige Daraa in Zuid-Syrië, waar ondergrondse grotten/gangenstelsels uit de oudheid bewaard zijn gebleven.

Num. 21:33-35; Deut. 1:4; 3:1, 10; Joz. 12:4; 13:12, 31

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Koperen slang  — Hebreeuws: nechasj nechosjet, "koperen slang"; later Nehustan genoemd (2 Kon. 18:4)

Toen het volk opnieuw tegen God en Mozes sprak, zond de HEERE vurige slangen onder hen, zodat velen stierven. Op de voorbede van Mozes gebood God hem een vurige slang te maken en die op een stang te stellen: wie gebeten was en haar aanzag, bleef leven (Num. 21:4-9). Eeuwen later bleek Israël voor dit koperen beeld reukwerk te zijn gaan branden; koning Hizkia verbrijzelde het daarom en noemde het minachtend Nehustan, een naam die niet meer zegt dan een stuk koper (2 Kon. 18:4).

Bijbelse betekenis: Er was geen kruid, geen tegengif en geen inspanning: er was alleen het opzien. De genezing lag niet in de blik zelf maar in Gods belofte die eraan verbonden was, en zij stond open voor iedere gebetene zonder uitzondering — de zwaarst gebetene zag met dezelfde uitwerking op als de licht getroffene. De latere afgoderij met hetzelfde voorwerp laat zien hoe snel een teken van God tot een afgod wordt zodra men het losmaakt van Zijn Woord.

Typologie: Christus past deze geschiedenis rechtstreeks op Zichzelf toe, en het is een van de weinige plaatsen waar Hij dat met zoveel woorden doet: "En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" (Joh. 3:14-15). In de geest van Spurgeon is dit de eenvoudigste prediking van het evangelie die er is: zien is leven, en het oog dat ziet hoeft niet sterk te zijn, alleen gericht op de Verhoogde.

Num. 21:4-9; 2 Kon. 18:4; Joh. 3:14-15; Jes. 45:22

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe functie

Opzien naar wat u doodde — 21:4-9

Het volk loopt om Edom heen en het geduld is op. Zij spreken tegen God en tegen Mozes, over brood dat zij verachten en water dat er niet is. Dan komen de slangen, en er sterven mensen.

Wie gebeten is moet kijken naar een koperen slang op een paal — en wie kijkt, blijft leven.

Er is geen dokter, geen tegengif en geen tijd. Mensen liggen te sterven aan het gif in hun aderen. En het middel dat God geeft is ontwapenend eenvoudig: maak een vurige slang, stel ze op een stang, en al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven.

Bedenk wat daar aan die stang hing. Een beeld van precies datgene wat hen aan het doden was. Wie leven wilde moest kijken naar de gedaante van zijn eigen ondergang — en juist daar was de redding.

Er staat niets over verdienen. Niet: wie berouw genoeg heeft. Niet: wie zich sterk genoeg opricht. Alleen kijken. De zwakste stervende die zijn ogen nog net die kant op kreeg, bleef leven.

Jezus heeft deze geschiedenis zelf uitgelegd, in een nachtgesprek met een schriftgeleerde die het had kunnen weten. Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve maar het eeuwige leven hebbe. Het vers dat daarop volgt is het bekendste van heel de Bijbel — en het staat er als gevolgtrekking uit een koperen slang op een paal.

En er is een naspel. Eeuwen later stond die slang er nog, en werd zij aanbeden. Koning Hizkia verbrijzelde haar en noemde haar Nehustan, dat is: een stuk koper. Ook het beste zinnebeeld wordt een afgod zodra men erbij blijft staan in plaats van te zien op Wie het aanwees.

  1. Numeri 21:6 — Vurige slangen bijten het volk, en er sterven mensen.
  2. Numeri 21:8 — Zie de slang aan op de stang, en gij zult leven.
  3. 2 Koningen 18:4 — Eeuwen later verbrijzelt Hizkia haar: zij was een afgod geworden.
  4. Johannes 3:14 — Gelijk Mozes de slang verhoogde, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden.
  5. 2 Korinthe 5:21 — Hem heeft God zonde voor ons gemaakt, Die geen zonde gekend heeft.

In het Nieuwe Testament: Johannes 3:14-16; Johannes 12:32; 2 Korinthe 5:21; 2 Koningen 18:4

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Numeri 21

Numeri 21:1-4.KruisverwijzingenRichteren 1:16Numeri 33:40Richteren 11:18Exodus 6:9Jozua 12:14Genesis 28:20Richteren 11:30Numeri 14:45
— Als de Kanaaniet, de koning van Harad, wonende tegen het zuiden, hoorde, dat Israel door den weg der verspieders kwam, zo streed hij tegen Israel, en hij voerde enige gevangenen uit denzelven gevankelijk weg. Toen beloofde Israel den HEERE een gelofte, en zeide: Indien Gij dit volk geheel in mijn hand geeft, zo zal ik hun steden verbannen. De HEERE dan verhoorde de stem van Israel, en gaf de Kanaanieten over; en hij verbande hen en hun steden; en hij noemde den naam dier plaats Horma. Toen reisden zij van den berg Hor, op den weg der Schelfzee, dat zij om het land der Edomieten heentogen; doch de ziel des volks werd verdrietig op dezen weg.
De kinderen Israëls waren in werkelijk gevaar. Zij werden aangevallen door een woeste vijand die, waarschijnlijk wetend dat hij ten verderve gedoemd was, besloot de strijd voor te zijn door de Israëlieten aan te vallen terwijl zij onvoorbereid waren, en hun zoveel schade toe te brengen als hij kon. Arad blijkt een koning van aanzienlijke macht te zijn geweest, en zijn bekwaamheid in de oorlog blijkt uit het feit dat hij tegen de Israëlieten althans gedeeltelijk voorspoedig was.

Wil een christen opgroeien tot de volle maat van een man in Christus, dan moet hij aan de scherpe winden van beproeving en verzoeking onderworpen worden. Ik heb vaak zo’n opmerking gehoord als deze: “Ik heb nooit geweten wat een christen die-en-die was, totdat hij zijn goed verloor, of zijn vrouw, of zijn kinderen, of totdat hij op het bed van ziekte en dood werd uitgestrekt.” Iets in de scherpe winterlucht versterkt ons en maakt ons sterk voor het werk, terwijl het zomerwindje van het gemak ons vaak verzwakt.

En al mogen geloften nooit lichtvaardig of goddeloos gedaan worden, er zijn tijden waarin een gelofte op ons kan rusten als een plicht. Vele belangrijke stappen die ik gezet heb en die God gezegend heeft, heb ik gezet vanwege een gelofte die ik Hem deed toen mijn ziel in moeite was. En ik denk soms dat moeite, in mijn eigen geval, altijd een voorbereiding is op het ingaan van een nieuwe weg van plicht of het beginnen van een nieuwe onderneming voor mijn dierbare Heere en Meester.

Daarna werd hun niet toegestaan door het land Edom te trekken; zij moesten daarom omkeren en juist wegtrekken van het land waar zij eenmaal hoopten te wonen, en de weg was bijzonder zwaar, over heet en brandend zand: “doch de ziel des volks werd verdrietig op dezen weg”.

Numeri 21:4-6.Kruisverwijzingen1 Korinthe 10:9Richteren 11:18Exodus 6:9Deuteronomium 8:15Jeremia 8:17Psalmen 78:19Numeri 33:41Jesaja 14:29
— Toen reisden zij van den berg Hor, op den weg der Schelfzee, dat zij om het land der Edomieten heentogen; doch de ziel des volks werd verdrietig op dezen weg. En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood. Toen zond de HEERE vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volks van Israel.
Vele beproevingen overkwamen hen in de woestijn, meestal door hun eigen zonde. Zij waren het meest begunstigde volk op de hele aarde. En toch, met al deze voorrechten, werd de ziel des volks heel verdrietig op de weg. Soms worden Gods eigen kinderen, wanneer zij bevinden dat zij in het geestelijk leven niet zo ver gevorderd zijn als zij meenden, wanneer zij oude zonden weer zien opleven en de moeiten zich op hen samenpakken, “verdrietig op dezen weg”. Is dat onze ervaring, laten wij dan niet vallen in de zonde waarin deze Israëlieten vielen, maar laten wij ons zelfs in onze moedeloosheid tot onze God keren.

Vorige week zag ik mijn dierbare oude grootvader, die ongeveer zevenentachtig jaar is, en ik zei tegen hem: “Ik veronderstel, grootvader, dat u in uw lange leven veel moeiten hebt gehad.” Hij antwoordde: “Wel, ik heb er niet te veel gehad, behalve die ik mijzelf heb aangedaan.” En ik verwacht dat dat voor de meesten van ons waar is.

Toen de Israëlieten ongeduldig werden, brachten zij hun moeite toen tot God, zoals zij eerder gedaan hadden? O nee! In plaats daarvan “spraken zij tegen God en tegen Mozes”. Wie belijdenis van het geloof doen, leggen de schuld van hun moeiten vaak op anderen. Zij zeggen: “Als mijn vader een voorzichtiger man geweest was”, of: “Als die-en-die mij wijzer raad gegeven had”, of: “Als mijn man niet zo’n verkwister was, dan was ik niet in zulke moeite geraakt.” Vaak is dat maar een bedekte manier van morren tegen God.

Denk niet dat het een kleinigheid is tegen God te morren of over Zijn voorzienige handelingen met ons te klagen. Nee, het is in werkelijkheid ons feilbaar oordeel of onze eigen wil stellen tegenover de oneindige wijsheid van de Allerhoogste. Het is hoogverraad tegen de Koning der koningen.

Numeri 21:5.KruisverwijzingenPsalmen 78:19Exodus 17:2Numeri 11:1Exodus 16:7Numeri 16:13Exodus 16:31Exodus 16:15Exodus 15:24
— En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood.
Men wordt, bij het lezen van de omzwervingen van Israël in de woestijn, moe van dit papegaaiengeschreeuw: “Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte?” Bijna veertig jaar lang was dit hun kreet zodra zij enige moeilijkheid ontmoetten. Hoe moe moet God van hun geroep zijn geweest, en hoe moe ook van hen! En nu werd het opgeheven omdat zij gevoed waren met “engelenspijs”, die zij “dit zeer lichte brood” noemden. Het was licht te verteren, gezond, en de allerbeste soort voedsel voor hen in de woestijn; maar zij wilden iets steviger, iets met een grover smaak, meer van de aarde en minder van de hemel. Een onwedergeboren hart is niet te verzadigen. Al hadden wij alle zegeningen van dit leven, wij zouden nog naar meer haken.

Numeri 21:6-7.Kruisverwijzingen1 Korinthe 10:9Deuteronomium 8:15Jeremia 8:17Numeri 11:2Psalmen 78:34Handelingen 8:24Exodus 8:8Jesaja 14:29
— Toen zond de HEERE vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volks van Israel. Daarom kwam het volk tot Mozes, en zij zeiden: Wij hebben gezondigd, omdat wij tegen den HEERE en tegen u gesproken hebben; bid den HEERE, dat Hij deze slangen van ons wegneme. Toen bad Mozes voor het volk.
Als een waar middelaar was hij altijd gereed — zelfs wanneer zij hem het meest beledigd en zijn zachtmoedige en stille geest bedroefd hadden — om toch de knie te buigen en voor hen bij de Heere tussen te treden. Het volk smeekte hem te vragen of de slangen van hen weggenomen mochten worden; maar naar het schijnt bleven die hen nog kwellen. Echter, verhoort God het gebed niet op de ene wijze, dan doet Hij het op de andere.

Het krachtige gebed van een rechtvaardige mag niet altijd baten in de bepaalde richting waarin het opgezonden wordt, maar het “vermag veel” in de ene of andere richting. Zoals wanneer de nevels opstijgen: zij dalen misschien niet neer op juist die plek waaruit zij opgestegen zijn, maar zij vallen ergens neer. En het ware gebed gaat nooit verloren; het komt terug in zegen, zo niet naar onze zin, dan naar een andere zin die vriendelijker en wijzer is dan de onze.

Numeri 21:9.Kruisverwijzingen2 Koningen 18:4Johannes 3:14Zacharia 12:102 Korinthe 5:21Johannes 1:29Romeinen 1:171 Johannes 3:8Johannes 6:40
— En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.
Na hun belijdenis en het gebed van hun middelaar gebood de Heere Mozes een koperen slang te maken, opdat zij daarop zouden zien en leven. Toen ik als een arme zondaar voor het eerst tot Christus kwam, achtte ik Hem het kostelijkste voorwerp dat mijn ogen ooit gezien hadden. Maar ik zie op Hem terwijl ik predik, mijn eigen moedeloosheden en klagen indachtig — en ik bevind mijn Heere Jezus dierbaarder dan ooit.

Ik ben ernstig ziek geweest en droevig neergedrukt. Ik vrees dat ik weerspannig geweest ben. Daarom zie ik opnieuw op Hem. Het is een verrukkelijke zaak dat er een fontein geopend is waarin zondaren zich kunnen wassen. Die fontein is niet alleen voor uitgeworpenen, maar voor de heiligen, voor de burgers van Jeruzalem, voor het huis van David. Zondigen wij nog? Ja, dat doen wij; maar “het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” (1 Joh. 1:7).

De koperen Slang genas mij toen ik de Heere voor het eerst zag — en de koperen Slang geneest mij vanavond, en zal dat doen totdat ik sterf. Jezus is verhoogd, opdat de heiligen niet zouden verloren gaan maar in de genade zouden volharden tot het eeuwige leven. En hoe wordt ons geestelijk leven eeuwigdurend gemaakt dan door het voortduren van dat zien? Wij hebben ons leven lang op Jezus te blijven zien: “Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus” (Hebr. 12:2). God houde ons ziende als wij gezien hebben, en brenge ons tot het zien op Jezus als wij nooit gezien hebben.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Denk niet dat het een kleinigheid is tegen God te morren of over Zijn voorzienige handelingen met ons te klagen. Nee, het is in werkelijkheid ons feilbaar oordeel of onze eigen wil stellen tegenover de oneindige wijsheid van de Allerhoogste. Het is hoogverraad tegen de Koning der koningen.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content