Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 8

1 Toen Hij nu van den berg afgeklommen was, zijn Hem vele scharen gevolgd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen Hij nuG1161 vanG575 den bergG3735 afgeklommenG2597 was, zijn HemG846 veleG4183 scharenG3793 gevolgdG190. Toen Hij nu van den berg afgeklommen was, zijn Hem vele scharen gevolgd.

KJV When2 he3 was come down1 from4 the mountain,6 great10 multitudes9 followed7 him.

1 καταβαντι G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ορους G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 7 ηκολουθησαν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 οχλοι G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 10 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En ziet, een melaatse kwam, en aanbad Hem, zeggende: Heere! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En zietG3708, een melaatseG3015 kwamG2064, en aanbadG4352 HemG846, zeggendeG3004: HeereG2962! indienG1437 Gij wiltG2309, Gij kuntG1410 mijG1473 reinigenG2511. En ziet, een melaatse kwam, en aanbad Hem, zeggende: Heere! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.

KJV And,1 behold, there came4 a leper3 and worshipped5 him,6 saying,7 Lord,8 if9 thou wilt,10 thou canst11 make13 me clean.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 λεπρος G3015 melaatse, melaatsen leper 4 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 5 προσεκυνει G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 10 θελης G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 11 δυνασαι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 12 με G1473 mij, ik I, me 13 καθαρισαι G2511 gereinigd, reinigen, reinigt (make) clean(-se), purge, purify
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd! En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En JezusG2424, de handG5495 uitstrekkendeG1614, heeft hemG846 aangeraaktG680, zeggendeG3004: Ik wilG2309, word gereinigdG2511! EnG2532 terstondG2112 werd hijG846 van zijn melaatsheidG3014 gereinigdG2511. En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd! En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.

KJV And1 Jesus8 put forth2 his hand,4 and touched5 him,6 saying,9 I will;10 be thou clean.11 And12 immediately13 his15 leprosy17 was cleansed.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εκτεινας G1614 strekte, Strek, uitstrekkende cast, put forth, stretch forth (out) 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 χειρα G5495 handen, hand hand 5 ηψατο G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 11 καθαρισθητι G2511 gereinigd, reinigen, reinigt (make) clean(-se), purge, purify 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 14 εκαθαρισθη G2511 gereinigd, reinigen, reinigt (make) clean(-se), purge, purify 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 λεπρα G3014 melaatsheid leprosy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Jezus zeide tot hem: Zie, dat gij dit niemand zegt; maar ga heen, toon uzelven den priester, en offer de gave, die Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG2532 JezusG2424 zeideG3004 tot hemG846: ZieG3708, dat gij dit niemandG3367 zegtG2036; maarG235 ga heen, toonG1166 uzelven den priesterG2409, enG2532 offerG4374 de gaveG1435, dieG3739 MozesG3475 gebodenG4367 heeft, hunG846 totG1519 een getuigenisG3142. En Jezus zeide tot hem: Zie, dat gij dit niemand zegt; maar ga heen, toon uzelven den priester, en offer de gave, die Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.

KJV And1 Jesus5 saith2 unto him,3 See6 thou tell no man;7 but9 go thy way,10 shew12 thyself11 to the priest,14 and15 offer16 the gift18 that19 Moses21 commanded,20 for22 a testimony23 unto them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 ορα G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 μηδενι G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 8 ειπης G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 10 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 11 σεαυτον G4572 uzelf thee, thine own self, (thou) thy(-self) 12 δειξον G1166 tonen, toonde, getoond shew 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιερει G2409 priester, priesters, priesteren (high) priest 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 προσενεγκε G4374 brachten, geofferd, gebracht bring (to, unto), deal with, do, offer (unto, up), present unto, put to 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δωρον G1435 gave, gaven, geschenken gift, offering 19 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 20 προσεταξεν G4367 bevolen, geboden, beval bid, command 21 μωσης G3475 Mozes Moses 22 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 23 μαρτυριον G3142 getuigenis, getuiging to be testified, testimony, witness 24 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Als nu Jezus te Kapernaum ingegaan was, kwam tot Hem een hoofdman over honderd, biddende Hem,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Als nuG1161 JezusG2424 te KapernaumG2584 ingegaanG1525 was, kwam totG1519 HemG846 een hoofdmanG1543 over honderd, biddendeG3870 HemG846, Als nu Jezus te Kapernaum ingegaan was, kwam tot Hem een hoofdman over honderd, biddende Hem,

KJV And2 when1 Jesus4 was entered into5 Capernaum,6 there came7 unto him8 a centurion,9 beseeching10 him,

1 εισελθοντι G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 καπερναουμ G2584 Kapernaum Capernaum 7 προσηλθεν G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εκατονταρχος G1543 hoofdman honderd, hoofdman, hoofdmannen honderd centurion 10 παρακαλων G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En zeggende: Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 EnG2532 zeggendeG3004: HeereG2962! mijn knechtG3816 ligtG906 te huisG3614 geraaktG3885, en lijdtG928 zwareG1171 pijnenG928. En zeggende: Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen.

KJV And1 saying,2 Lord,3 my servant5 lieth7 at8 home10 sick of the palsy,11 grievously12 tormented.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 παις G3816 knecht, Kind, kind child, maid(-en), (man) servant, son, young man 6 μου G1473 mij, ik I, me 7 βεβληται G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 11 παραλυτικος G3885 geraakte, geraakt, geraakten that had (sick of) the palsy 12 δεινως G1171 hard, zware grievously, vehemently 13 βασανιζομενος G928 gepijnigd, pijnigt, gekweld pain, toil, torment, toss, vex
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Jezus zeide tot hem: Ik zal komen en hem genezen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En JezusG2424 zeideG3004 tot hem: IkG1473 zal komenG2064 en hemG846 genezenG2323. En Jezus zeide tot hem: Ik zal komen en hem genezen.

KJV And1 Jesus5 saith2 unto him,3 I6 will come7 and heal8 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 εγω G1473 mij, ik I, me 7 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 θεραπευσω G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG2532 de hoofdmanG1543 over honderd, antwoordendeG611, zeideG5346: HeereG2962! ikG1473 benG1510 nietG3756 waardigG2425, datG2443 Gij onderG5259 mijn dakG4721 zoudt inkomenG1525; maarG235 spreekG2036 alleenlijk een woordG3056, enG2532 mijn knechtG3816 zal genezenG2390 worden. En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden.

KJV The centurion4 answered2 and1 said,5 Lord,6 I am8 not7 worthy9 that10 thou shouldest come15 under12 my roof:14 but16 speak the word19 only,17 and20 my servant23 shall be healed.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εκατονταρχος G1543 hoofdman honderd, hoofdman, hoofdmannen honderd centurion 5 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 6 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ικανος G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 10 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 στεγην G4721 dak roof 15 εισελθης G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 16 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 17 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 18 ειπε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 19 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ιαθησεται G2390 gezond, genezen, geneze heal, make whole 22 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 παις G3816 knecht, Kind, kind child, maid(-en), (man) servant, son, young man 24 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten; en ik zeg tot dezen: Ga! en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 WantG1063 ik benG1510 ookG2532 een mensG444 onder de machtG1849 van anderen, hebbendeG2192 onder mij krijgsknechtenG4757; enG2532 ik zegG3004 tot dezenG5129: Ga! en hij gaat; enG2532 tot den anderen: KomG2064! enG2532 hij komtG2064; enG2532 tot mijn dienstknechtG1401: Doe datG3778! enG2532 hij doet het. Want ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten; en ik zeg tot dezen: Ga! en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.

KJV For2 I3 am5 a man4 under6 authority,7 having8 soldiers11 under9 me:10 and1 I say13 to this man, Go,15 and12 he goeth;17 and16 to another,19 Come,20 and18 he cometh;22 and21 to my servant,25 Do27 this, and23 he doeth

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εγω G1473 mij, ik I, me 4 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 7 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 8 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 9 υπ G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 10 εμαυτον G1683 mijzelf, mij me, mine own (self), myself 11 στρατιωτας G4757 krijgsknechten, krijgsknecht, krijgslieden soldier 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 πορευθητι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 πορευεται G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 αλλω G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 20 ερχου G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 δουλω G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 26 μου G1473 mij, ik I, me 27 ποιησον G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 28 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 29 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 30 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot dengenen, die Hem volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 JezusG2424 nuG1161, dit horendeG191, heeft Zich verwonderdG2296, en zeideG2036 tot dengenen, die Hem volgdenG190: VoorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771, Ik heb zelfsG3761 inG1722 IsraelG2474 zo groot een geloofG4102 niet gevondenG2147. Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot dengenen, die Hem volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden.

KJV When2 Jesus4 heard1 it, he marvelled,5 and6 said to them that followed,9 Verily10 I say7 unto you, I have19 not13 found so great17 faith,18 no, not in14 Israel.

1 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εθαυμασεν G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ακολουθουσιν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 10 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 11 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 17 τοσαυτην G5118 zoveel, zovele, langen as large, so great (long, many, much), these many 18 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 19 ευρον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 DochG1161 Ik zegG3004 uG4771, datG3754 velenG4183 zullen komenG2240 vanG575 oostenG395 en westenG1424 en zullen met AbrahamG11, en IzakG2464, en JakobG2384, aanzittenG347 inG1722 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772; Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen;

KJV And2 I say1 unto you, That4 many5 shall come10 from6 the east7 and8 west,9 and11 shall sit down12 with13 Abraham,14 and15 Isaac,16 and17 Jacob,18 in19 the kingdom21 of heaven.

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 6 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 7 ανατολων G395 oosten, Oosten, opgang dayspring, east, rising 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 δυσμων G1424 westen, Westen west 10 ηξουσιν G2240 komen, kom come 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ανακλιθησονται G347 aanzitten, nederzitten, leide lay, (make) sit down 13 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 14 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ισαακ G2464 Izak, Izaks, Izaak Isaac 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 22 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En de kinderenG5207 des KoninkrijksG932 zullen uitgeworpenG1544 worden inG1519 de buitensteG1857 duisternisG4655; aldaar zal weningG2805 zijnG1510, en knersingG1030 der tandenG3599. En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.

KJV But2 the children3 of the kingdom5 shall be cast out6 into7 outer11 darkness:9 there12 shall be weeping15 and16 gnashing18 of teeth.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 6 εκβληθησονται G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 σκοτος G4655 duisternis darkness 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 εξωτερον G1857 buitenste outer 12 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 13 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κλαυθμος G2805 wening, geween wailing, weeping, X wept 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 βρυγμος G1030 knersing gnashing 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 οδοντων G3599 tanden, tand tooth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te diezelver ure.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 JezusG2424 zeideG2036 tot den hoofdmanG1543 over honderd: Ga heen, enG2532 u geschiedeG1096, gelijkG5613 gijG4771 geloofdG4100 hebt. EnG2532 zijn knechtG3816 is gezondG2390 geworden te diezelver ureG5610. En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te diezelver ure.

KJV And1 Jesus4 said unto the centurion,6 Go thy way;7 and8 as9 thou hast believed,10 so be it done11 unto thee. And13 his17 servant16 was healed14 in18 the selfsame21 hour.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εκατονταρχω G1543 hoofdman honderd, hoofdman, hoofdmannen honderd centurion 7 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 επιστευσας G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 11 γενηθητω G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 12 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ιαθη G2390 gezond, genezen, geneze heal, make whole 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 παις G3816 knecht, Kind, kind child, maid(-en), (man) servant, son, young man 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 21 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Jezus gekomen zijnde in het huis van Petrus, zag zijn vrouws moeder te bed liggen, hebbende de koorts.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG2532 JezusG2424 gekomenG2064 zijnde inG1519 het huisG3614 van PetrusG4074, zagG1492 zijn vrouws moederG3994 te bed liggenG906, hebbende de koortsG4445. En Jezus gekomen zijnde in het huis van Petrus, zag zijn vrouws moeder te bed liggen, hebbende de koorts.

KJV And1 when Jesus4 was come2 into5 Peter's8 house,7 he saw his12 wife's mother11 laid,13 and14 sick of a fever.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 8 πετρου G4074 Petrus Peter, rock 9 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πενθεραν G3994 schoonmoeder, vrouws moeder mother in law, wife's mother 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 βεβλημενην G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 πυρεσσουσαν G4445 koorts be sick of a fever

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar; en zij stond op, en diende henlieden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En Hij raakteG680 haar handG5495 aan, en de koortsG4446 verlietG863 haar; enG2532 zij stondG1453 op, enG2532 diendeG1247 henlieden. En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar; en zij stond op, en diende henlieden.

KJV And1 he touched2 her5 hand,4 and6 the fever10 left7 her:8 and11 she arose,12 and13 ministered14 unto them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηψατο G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 3 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 χειρος G5495 handen, hand hand 5 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 αφηκεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 8 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πυρετος G4446 koorts, koortsen fever 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ηγερθη G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 διηκονει G1247 dienen, dient, gediend (ad-)minister (unto), serve, use the office of a deacon 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij wierp de boze geesten uit met den woorde, en Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En als het laat geworden was, hebben zij velenG4183, van den duivel bezetenG1139, tot HemG846 gebrachtG4374, en Hij wierpG1544 de boze geestenG4151 uit met den woordeG3056, en Hij genasG2323 allenG3956, die kwalijkG2560 gesteldG2192 waren; En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij wierp de boze geesten uit met den woorde, en Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren;

KJV When2 the even1 was come,3 they brought4 unto him5 many7 that were possessed with devils:6 and8 he cast out9 the spirits11 with his word,12 and13 healed18 all14 that were17 sick:

1 οψιας G3798 avond, avondstond even(-ing, (-tide)) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 προσηνεγκαν G4374 brachten, geofferd, gebracht bring (to, unto), deal with, do, offer (unto, up), present unto, put to 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 δαιμονιζομενους G1139 duivel bezeten, bezetene, bezetenen have a (be vexed with, be possessed with) devil(-s) 7 πολλους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εξεβαλεν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 10 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πνευματα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 λογω G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 κακως G2560 kwalijk, ziek, deerlijk amiss, diseased, evil, grievously, miserably, sick, sore 17 εχοντας G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 18 εθεραπευσεν G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, den profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Opdat vervuldG4137 zou worden, dat gesprokenG4483 was doorG1223 JesajaG2268, den profeetG4396, zeggendeG3004: HijG846 heeft onze krankhedenG769 op Zich genomenG2983, enG2532 onze ziektenG3554 gedragenG941. Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, den profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen.

KJV That it might1 be fulfilled2 which was spoken by5 Esaias6 the prophet,8 saying,9 Himself10 took14 our infirmities,12 and15 bare18 our sicknesses.

1 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 2 πληρωθη G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ρηθεν G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 5 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 6 ησαιου G2268 Jesaja Esaias 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 9 λεγοντος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ασθενειας G769 zwakheid, zwakheden, krankheden disease, infirmity, sickness, weakness 13 ημων G1473 mij, ik I, me 14 ελαβεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 νοσους G3554 ziekten, ziekte disease, infirmity, sickness 18 εβαστασεν G941 dragen, gedragen, draagt bear, carry, take up

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Jezus, vele scharen ziende rondom Zich, beval aan de andere zijde over te varen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG1161 JezusG2424, veleG4183 scharenG3793 ziendeG1492 rondomG4012 Zich, bevalG2753 aanG1519 de andere zijde over te varenG565. En Jezus, vele scharen ziende rondom Zich, beval aan de andere zijde over te varen.

KJV Now2 when Jesus4 saw great5 multitudes6 about7 him,8 he gave commandment9 to depart10 unto11 the other side.

1 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 πολλους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 6 οχλους G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 7 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εκελευσεν G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 10 απελθειν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En er kwam een zeker Schriftgeleerde tot Hem, en zeide tot Hem: Meester! ik zal U volgen, waar Gij ook henengaat.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En er kwam een zekerG1520 SchriftgeleerdeG1122 tot Hem, en zeideG2036 tot Hem: MeesterG1320! ik zal U volgenG190, waar Gij ook henengaatG565. En er kwam een zeker Schriftgeleerde tot Hem, en zeide tot Hem: Meester! ik zal U volgen, waar Gij ook henengaat.

KJV And1 a certain3 scribe4 came,2 and said unto him,6 Master,7 I will follow8 thee whithersoever11 thou goest.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 γραμματευς G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 8 ακολουθησω G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 9 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 10 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 11 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 12 απερχη G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En JezusG2424 zeideG3004 tot hemG846: De vossenG258 hebbenG2192 holenG5454, en de vogelenG4071 des hemelsG3772 nestenG2682; maarG1161 de ZoonG5207 des mensenG444 heeftG2192 nietG3756, waar Hij het hoofdG2776 nederleggeG2827. En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.

KJV And1 Jesus5 saith2 unto him,3 The foxes7 have9 holes,8 and10 the birds12 of the air14 have nests;15 but17 the Son18 of man20 hath22 not21 where23 to lay26 his head.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αλωπεκες G258 vossen, vos fox 8 φωλεους G5454 holen hole 9 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πετεινα G4071 vogelen, dieren vogelen, gevogelte bird, fowl 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 15 κατασκηνωσεις G2682 nesten nest 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 21 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 23 που G4226 waar where, whither 24 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 26 κλινη G2827 nederlegge, buigende, dalen bow (down), be far spent, lay, turn to flight, wear away
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En een ander uit Zijn discipelen zeide tot Hem: Heere! laat mij toe, dat ik eerst heenga, en mijn vader begrave.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En een anderG2087 uit Zijn discipelenG3101 zeideG2036 tot HemG846: HeereG2962! laat mij toe, dat ik eerstG4412 heengaG565, en mijn vaderG3962 begraveG2290. En een ander uit Zijn discipelen zeide tot Hem: Heere! laat mij toe, dat ik eerst heenga, en mijn vader begrave.

KJV And2 another1 of his5 disciples4 said unto him,7 Lord,8 suffer9 me first11 to go12 and13 bury14 my father.

1 ετερος G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 επιτρεψον G2010 toegelaten, liet, toelaten give leave (liberty, license), let, permit, suffer 10 μοι G1473 mij, ik I, me 11 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 12 απελθειν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 θαψαι G2290 begraven, begroeven, begrave bury 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 17 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Doch Jezus zeide tot hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 DochG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot hemG846: VolgG190 MijG1473, en laat de dodenG3498 hun dodenG3498 begravenG2290. Doch Jezus zeide tot hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.

KJV But2 Jesus3 said unto him,5 Follow6 me; and8 let9 the dead11 bury12 their14 dead.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ακολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 7 μοι G1473 mij, ik I, me 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 αφες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 νεκρους G3498 doden, dood, dode dead 12 θαψαι G2290 begraven, begroeven, begrave bury 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εαυτων G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 15 νεκρους G3498 doden, dood, dode dead

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En als Hij in het schip gegaan was, zijn Hem Zijn discipelen gevolgd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG2532 als Hij inG1519 het schipG4143 gegaanG1684 was, zijn HemG846 Zijn discipelenG3101 gevolgdG190. En als Hij in het schip gegaan was, zijn Hem Zijn discipelen gevolgd.

KJV And1 when he3 was entered2 into4 a ship,6 his8 disciples10 followed7 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εμβαντι G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 7 ηκολουθησαν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En ziet, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij sliep.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En zietG3708, er ontstondG1096 een groteG3173 onstuimigheidG4578 inG1722 de zeeG2281, alzo dat het schipG4143 vanG5259 de golvenG2949 bedektG2572 werd; dochG1161 HijG846 sliepG2518. En ziet, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij sliep.

KJV And,1 behold, there arose5 a great4 tempest3 in6 the sea,8 insomuch that9 the ship11 was covered12 with13 the waves:15 but17 he16 was asleep.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 σεισμος G4578 aardbeving, aardbevingen, onstuimigheid earthquake, tempest 4 μεγας G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 5 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θαλασση G2281 zee sea 9 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 12 καλυπτεσθαι G2572 bedekt, bedekken, Bedekt cover, hide 13 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 14 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κυματων G2949 baren, golven wave 16 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 εκαθευδεν G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Zijn discipelen, bij Hem komende, hebben Hem opgewekt, zeggende: Heere, behoed ons, wij vergaan!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 EnG2532 Zijn discipelenG3101, bij Hem komendeG4334, hebben Hem opgewektG1453, zeggendeG3004: HeereG2962, behoedG4982 ons, wij vergaanG622! En Zijn discipelen, bij Hem komende, hebben Hem opgewekt, zeggende: Heere, behoed ons, wij vergaan!

KJV And1 his5 disciples4 came2 to him, and awoke6 him,7 saying,8 Lord,9 save10 us: we perish.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ηγειραν G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 10 σωσον G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 11 ημας G1473 mij, ik I, me 12 απολλυμεθα G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen? Toen stond Hij op, en bestrafte de winden en de zee; en er werd grote stilte.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: WatG5101 zijtG1510 gij vreesachtigG1169, gij kleingelovigenG3640? Toen stondG1453 Hij op, en bestrafteG2008 de windenG417 enG2532 de zeeG2281; enG2532 er werdG1096 groteG3173 stilteG1055. En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen? Toen stond Hij op, en bestrafte de winden en de zee; en er werd grote stilte.

KJV And1 he saith2 unto them,3 Why4 are ye fearful,5 O ye of little faith?7 Then8 he arose,9 and rebuked10 the winds12 and13 the sea;15 and16 there was17 a great19 calm.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 δειλοι G1169 vreesachtig, vreesachtigen fearful 6 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 ολιγοπιστοι G3640 kleingelovigen, kleingelovige of little faith 8 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 9 εγερθεις G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 10 επετιμησεν G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 11 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανεμοις G417 wind, winden wind 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θαλασση G2281 zee sea 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 18 γαληνη G1055 stilte calm 19 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En de mensen verwonderden zich, zeggende: Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En de mensenG444 verwonderdenG2296 zich, zeggendeG3004: HoedanigG4217 een isG1510 DezeG3778, dat ookG2532 de windenG417 en de zeeG2281 HemG846 gehoorzaamG5219 zijn! En de mensen verwonderden zich, zeggende: Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!

KJV But2 the men3 marvelled,4 saying,5 What manner of man6 is this,8 that9 even10 the winds12 and13 the sea15 obey16 him!

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ανθρωποι G444 mensen, mens, Mens certain, man 4 εθαυμασαν G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 5 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ποταπος G4217 hoedanige, Hoedanig, hoe what (manner of) 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανεμοι G417 wind, winden wind 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θαλασσα G2281 zee sea 16 υπακουουσιν G5219 gehoorzaam, gehoorzaamt, gehoorzamen hearken, be obedient to, obey 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En als Hij over aan de andere zijde was gekomen in het land der Gergesenen, zijn Hem twee, van den duivel bezeten, ontmoet, komende uit de graven, die zeer wreed waren, alzo dat niemand door dien weg kon voorbij gaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG2532 als HijG846 over aanG1519 de andere zijde was gekomenG2064 inG1519 het landG5561 der GergesenenG1086, zijn Hem tweeG1417, van den duivel bezetenG1139, ontmoetG5221, komendeG1831 uitG1537 de gravenG3419, die zeer wreedG5467 waren, alzo dat niemandG3361 doorG1223 dienG1565 wegG3598 konG2480 voorbijG3928 gaan. En als Hij over aan de andere zijde was gekomen in het land der Gergesenen, zijn Hem twee, van den duivel bezeten, ontmoet, komende uit de graven, die zeer wreed waren, alzo dat niemand door dien weg kon voorbij gaan.

KJV And1 when he3 was come2 to4 the other side6 into7 the country9 of the Gergesenes,11 there met12 him13 two14 possessed with devils,15 coming19 out of16 the tombs,18 exceeding21 fierce,20 so that22 no23 man25 might24 pass26 by27 that30 way.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθοντι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 χωραν G5561 land, landen, lands coast, county, fields, ground, land, region 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 γεργεσηνων G1086 Gergesenen Gergesene 12 υπηντησαν G5221 tegemoet, ontmoet, ontmoette (go to) meet 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 15 δαιμονιζομενοι G1139 duivel bezeten, bezetene, bezetenen have a (be vexed with, be possessed with) devil(-s) 16 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μνημειων G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb 19 εξερχομενοι G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 20 χαλεποι G5467 wreed, zware fierce, perilous 21 λιαν G3029 zeer, uitermate exceeding, great(-ly), sore, very (+ chiefest) 22 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 23 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 24 ισχυειν G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work 25 τινα G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 26 παρελθειν G3928 voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaan come (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress 27 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 28 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 οδου G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 30 εκεινης G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En ziet, zij riepen, zeggende: Jezus, Gij Zone Gods! wat hebben wij met U te doen? Zijt Gij hier gekomen om ons te pijnigen voor den tijd?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 EnG2532 zietG3708, zij riepenG2896, zeggendeG3004: JezusG2424, GijG4771 ZoneG5207 GodsG2316! watG5101 hebben wij met U te doen? Zijt Gij hier gekomenG2064 om ons te pijnigenG928 voor den tijdG2540? En ziet, zij riepen, zeggende: Jezus, Gij Zone Gods! wat hebben wij met U te doen? Zijt Gij hier gekomen om ons te pijnigen voor den tijd?

KJV And,1 behold, they cried out,3 saying,4 What5 have we to do with7 thee, Jesus,9 thou Son10 of God?12 art thou come13 hither14 to torment17 us before15 the time?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 εκραξαν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 4 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 ημιν G1473 mij, ik I, me 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 9 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 υιε G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 ηλθες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 14 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 15 προ G4253 eer, Eer, vooral above, ago, before, or ever 16 καιρου G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 17 βασανισαι G928 gepijnigd, pijnigt, gekweld pain, toil, torment, toss, vex 18 ημας G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En verre van hen was een kudde veler zwijnen, weidende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 EnG1161 verreG3112 vanG575 henG846 wasG1510 een kuddeG34 velerG4183 zwijnenG5519, weidendeG1006. En verre van hen was een kudde veler zwijnen, weidende.

KJV And2 there was a good way off3 from4 them5 an herd6 of many8 swine7 feeding.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μακραν G3112 verre, ver (a-)far (off), good (great) way off 4 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 αγελη G34 kudde herd 7 χοιρων G5519 zwijnen swine 8 πολλων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 9 βοσκομενη G1006 weidden, weidende, Weid feed, keep
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En de duivelen baden Hem, zeggende: Indien Gij ons uitwerpt, laat ons toe, dat wij in die kudde zwijnen varen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 EnG1161 de duivelenG1142 badenG3870 HemG846, zeggendeG3004: IndienG1487 Gij ons uitwerptG1544, laat ons toe, dat wij inG1519 die kuddeG34 zwijnenG5519 varenG565. En de duivelen baden Hem, zeggende: Indien Gij ons uitwerpt, laat ons toe, dat wij in die kudde zwijnen varen.

KJV So2 the devils3 besought4 him,5 saying,6 If7 thou cast8 us out, suffer10 us to go away12 into13 the herd15 of swine.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 δαιμονες G1142 duivelen, duivel devil 4 παρεκαλουν G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 8 εκβαλλεις G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 9 ημας G1473 mij, ik I, me 10 επιτρεψον G2010 toegelaten, liet, toelaten give leave (liberty, license), let, permit, suffer 11 ημιν G1473 mij, ik I, me 12 απελθειν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αγελην G34 kudde herd 16 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 χοιρων G5519 zwijnen swine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En Hij zeide tot hen: Gaat heen. En zij uitgaande, voeren heen in de kudde zwijnen; en ziet, de gehele kudde zwijnen stortte van de steilte af in de zee, en zij stierven in het water.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En Hij zeideG2036 totG1519 hen: Gaat heen. En zijG846 uitgaandeG1831, voerenG565 heen in de kuddeG34 zwijnenG5519; en zietG3708, de geheleG3956 kuddeG34 zwijnenG5519 stortteG3729 van de steilteG2911 af in de zeeG2281, en zij stiervenG599 in het waterG5204. En Hij zeide tot hen: Gaat heen. En zij uitgaande, voeren heen in de kudde zwijnen; en ziet, de gehele kudde zwijnen stortte van de steilte af in de zee, en zij stierven in het water.

KJV And1 he said unto them,3 Go.4 And6 when they were come out,7 they went8 into9 the herd11 of swine:13 and,14 behold, the whole17 herd19 of swine21 ran violently16 down22 a steep place24 into25 the sea,27 and28 perished29 in30 the waters.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 εξελθοντες G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 8 απηλθον G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αγελην G34 kudde herd 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χοιρων G5519 zwijnen swine 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 16 ωρμησεν G3729 stortte, liepen gedruis, vielen run (violently), rush 17 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 18 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αγελη G34 kudde herd 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 χοιρων G5519 zwijnen swine 22 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 κρημνου G2911 steilte steep place 25 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 26 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 θαλασσαν G2281 zee sea 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 απεθανον G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 30 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 31 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 υδασιν G5204 water, wateren, waters water

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En die ze weidden, zijn gevlucht; en als zij in de stad gekomen waren, boodschapten zij al deze dingen, en wat den bezetenen geschied was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En die ze weiddenG1006, zijn gevluchtG5343; en als zij inG1519 de stadG4172 gekomen waren, boodschaptenG518 zij alG3956 deze dingen, en wat den bezetenenG1139 geschied was. En die ze weidden, zijn gevlucht; en als zij in de stad gekomen waren, boodschapten zij al deze dingen, en wat den bezetenen geschied was.

KJV And2 they that kept3 them fled,4 and5 went their ways6 into7 the city,9 and told10 every thing,11 and12 what was befallen to the possessed of the devils.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 βοσκοντες G1006 weidden, weidende, Weid feed, keep 4 εφυγον G5343 vlieden, vliedt, gevloden escape, flee (away) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 απελθοντες G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πολιν G4172 stad, steden city 10 απηγγειλαν G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 11 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 δαιμονιζομενων G1139 duivel bezeten, bezetene, bezetenen have a (be vexed with, be possessed with) devil(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En ziet, de gehele stad ging uit, Jezus tegemoet; en als zij Hem zagen, baden zij, dat Hij uit hun landpalen wilde vertrekken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En zietG3708, de geheleG3956 stadG4172 ging uit, JezusG2424 tegemoetG1519; enG2532 als zij Hem zagenG1492, badenG3870 zij, dat Hij uitG575 hun landpalenG3725 wilde vertrekkenG3327. En ziet, de gehele stad ging uit, Jezus tegemoet; en als zij Hem zagen, baden zij, dat Hij uit hun landpalen wilde vertrekken.

KJV And,1 behold, the whole3 city5 came out6 to7 meet8 Jesus:10 and11 when they saw him,13 they besought14 him that15 he would depart16 out of17 their20 coasts.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πολις G4172 stad, steden city 6 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 συναντησιν G4877 meet 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 παρεκαλεσαν G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 15 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 16 μεταβη G3327 overgegaan, Vertrek, gegaan depart, go, pass, remove 17 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 οριων G3725 landpalen, landpale border, coast 20 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 8:1 Mattheüs 8:18 Mattheüs 4:25 Markus 3:7 Mattheüs 19:2 Lukas 14:25 Mattheüs 12:15 Mattheüs 15:30 Lukas 5:15
Mattheüs 8:2 Mattheüs 18:26 Mattheüs 15:25 Openbaring 22:8 Leviticus 13:44 Johannes 9:38 Mattheüs 9:28 Lukas 5:12 Deuteronomium 24:8
Mattheüs 8:3 Psalmen 33:9 Lukas 5:13 Genesis 1:3 2 Koningen 5:14 Markus 7:34 Johannes 15:24 Johannes 5:21 2 Koningen 5:11
Mattheüs 8:4 Leviticus 14:2 Lukas 5:14 Markus 7:36 Mattheüs 9:30 Mattheüs 17:9 Markus 5:43 Lukas 17:14 Mattheüs 10:18
Mattheüs 8:5 Lukas 7:1 Mattheüs 9:1 Mattheüs 4:13 Handelingen 23:17 Handelingen 27:43 Markus 15:39 Mattheüs 27:54 Handelingen 27:13
Mattheüs 8:6 Mattheüs 4:24 Handelingen 10:7 Kolossenzen 3:11 Job 31:13 Mattheüs 9:2 Handelingen 9:33 Filemon 1:16 Kolossenzen 4:1
Mattheüs 8:7 Lukas 7:6 Markus 5:23 Mattheüs 9:18
Mattheüs 8:8 Psalmen 107:20 Lukas 7:6 Johannes 1:27 Lukas 15:21 Mattheüs 8:3 Genesis 32:10 Numeri 20:8 Mattheüs 15:26
Mattheüs 8:9 Efeze 6:5 Lukas 4:35 Psalmen 119:91 Lukas 4:39 Ezechiël 14:17 Titus 2:9 Lukas 7:8 Jeremia 47:6
Mattheüs 8:10 Mattheüs 15:28 Lukas 7:50 Lukas 7:9 Markus 6:6 Lukas 5:20
Mattheüs 8:11 Lukas 13:28 Maleachi 1:11 Efeze 3:6 Jesaja 2:2 Efeze 2:11 Jesaja 59:19 Openbaring 3:20 Micha 4:1
Mattheüs 8:12 Mattheüs 13:42 Mattheüs 25:30 Lukas 13:28 Mattheüs 13:50 Mattheüs 24:51 Mattheüs 21:43 2 Petrus 2:17 Mattheüs 3:9
Mattheüs 8:13 Mattheüs 9:22 Markus 9:23 Markus 7:29 Prediker 9:7 Mattheüs 9:29 Johannes 4:52 Mattheüs 17:20 Mattheüs 8:4
Mattheüs 8:14 Lukas 4:38 Markus 1:29 1 Korinthe 9:5 Hebreeën 13:4 1 Timotheüs 3:2 1 Timotheüs 4:3 Mattheüs 17:25 Mattheüs 8:20
Mattheüs 8:15 2 Koningen 13:21 Handelingen 19:11 Markus 1:41 Mattheüs 9:20 Mattheüs 9:29 Mattheüs 8:3 Mattheüs 20:34 Mattheüs 14:36
Mattheüs 8:16 Handelingen 19:13 Lukas 4:40 Markus 1:32 Mattheüs 9:2 Markus 9:25 Mattheüs 8:33 Mattheüs 12:22 Markus 5:8
Mattheüs 8:17 Jesaja 53:4 1 Petrus 2:24 Mattheüs 1:22
Mattheüs 8:18 Markus 4:35 Lukas 8:22 Johannes 6:15 Mattheüs 14:22 Markus 8:13 Markus 5:21 Mattheüs 8:1 Markus 1:35
Mattheüs 8:19 Markus 12:32 Lukas 9:57 1 Korinthe 1:20 Lukas 22:33 Johannes 13:36 Ezra 7:6 Lukas 14:25 Lukas 14:33
Mattheüs 8:20 Psalmen 84:3 Mattheüs 12:40 Lukas 2:7 Lukas 2:16 Mattheüs 12:8 Mattheüs 16:13 Psalmen 69:29 Psalmen 104:17
Mattheüs 8:21 Lukas 9:59 Hagai 1:2 Numeri 6:6 Leviticus 21:11 1 Koningen 19:20 Deuteronomium 33:9 Mattheüs 19:29 2 Korinthe 5:16
Mattheüs 8:22 Johannes 1:43 Efeze 5:14 Mattheüs 9:9 Lukas 15:32 Kolossenzen 2:13 Efeze 2:5 Efeze 2:1 Mattheüs 4:18
Mattheüs 8:23 Lukas 8:22 Markus 4:36 Mattheüs 9:1 Lukas 7:22
Mattheüs 8:24 Lukas 8:23 Handelingen 27:14 Johannes 6:17 Jona 1:4 Markus 4:37 Jesaja 54:11 Psalmen 107:23 Johannes 11:5
Mattheüs 8:25 Psalmen 10:1 Jesaja 51:9 2 Kronieken 20:12 Markus 4:38 Jona 1:6 Psalmen 44:22 Lukas 8:24 2 Kronieken 14:11
Mattheüs 8:26 Jesaja 41:10 Mattheüs 6:30 Psalmen 65:7 Psalmen 89:9 Lukas 8:24 Psalmen 107:28 Markus 6:48 Mattheüs 16:8
Mattheüs 8:27 Markus 1:27 Mattheüs 14:33 Markus 7:37 Markus 6:51 Mattheüs 15:31
Mattheüs 8:28 Handelingen 10:38 Lukas 8:26 Markus 5:1 Mattheüs 4:24 Richteren 5:6
Mattheüs 8:29 Markus 1:24 Lukas 4:34 Johannes 2:4 Markus 5:7 2 Samuël 16:10 Lukas 8:28 2 Samuël 19:22 2 Petrus 2:4
Mattheüs 8:30 Deuteronomium 14:8 Leviticus 11:7 Jesaja 66:3 Lukas 8:32 Jesaja 65:3 Markus 5:11 Lukas 15:15
Mattheüs 8:31 Openbaring 20:1 Markus 5:12 Markus 5:7 Lukas 8:30 Openbaring 12:12
Mattheüs 8:32 Handelingen 4:28 Lukas 8:33 Job 1:10 Job 2:3 Openbaring 20:7 Markus 5:13 Handelingen 2:23 1 Koningen 22:22
Mattheüs 8:33 Lukas 8:34 Markus 5:14 Handelingen 19:15
Mattheüs 8:34 Handelingen 16:39 Lukas 5:8 1 Koningen 17:18 Job 22:17 Job 21:14 Lukas 8:37 1 Koningen 18:17 Markus 5:17
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 8 vers 1

den berg afgeklommen was, Namelijk op welken Hij geklommen was om te prediken; Zie Matt. 5:1 .

Hertaald: den berg afgeklommen was, Namelijk de berg waarop Hij geklommen was om te prediken; zie Matth. 5:1.

Mattheüs 8 vers 2

melaatse kwam en aanbad Hem, Melaatsheid was in die landen een zeer wrede en vuile ziekte of schurftheid, ontstaande uit bedorven bloed in de mensen, en was een plaag, besmettende niet alleen de mensen, maar ook de klederen en huizen. Zie Lev 13 en Lev 14 .

Hertaald: melaatse kwam en aanbad Hem, Melaatsheid was in die landen een zeer kwaadaardige en afzichtelijke ziekte of huidaandoening, die ontstond uit bedorven bloed in de mens. Het was een plaag die niet alleen mensen besmette, maar ook kleren en huizen. Zie Lev. 13 en Lev. 14.

Mattheüs 8 vers 3

aangeraakt, Namelijk om hem te genezen. Anders waren naar de wet onrein die melaatsen aanraakten, zie Lev. 13:46 .

Hertaald: aangeraakt, Namelijk om hem te genezen. Anders werden volgens de wet degenen die melaatsen aanraakten onrein, zie Lev. 13:46.

Mattheüs 8 vers 4

niemand zegt; De reden hiervan, zie Matt. 12:16 .

Hertaald: niemand zegt; Zie de reden hiervan bij Matth. 12:16.

toon uzelven den priester, Namelijk om van hem geschouwd of bezichtigd te worden of hij waarachtig gereinigd was, Zie Lev. 14:2 ; waaruit de oorbiecht kan bewezen worden, daar Christus hem niet zendt om gereinigd te worden, maar om verklaard te worden dat hij gereinigd was.

Hertaald: toon uzelven den priester, Namelijk om door hem bekeken en beoordeeld te worden of hij werkelijk gereinigd was; zie Lev. 14:2. Daaruit kan de oorbiecht niet bewezen worden, aangezien Christus hem niet stuurt om gereinigd te worden, maar om vastgesteld te krijgen dát hij gereinigd was.

Mozes geboden heeft, Of, ingesteld heeft. Zie Lev. 14:4 , enz.

Hertaald: Mozes geboden heeft, Of: ingesteld heeft. Zie Lev. 14:4, enzovoort.

een getuigenis Of, overtuiging, namelijk dat zij kwalijk deden Christus verwerpende, van wiens wonderen zij zelf getuigenis hadden gegeven.

Hertaald: een getuigenis Of: overtuiging, namelijk dat zij verkeerd deden door Christus te verwerpen, terwijl zij zelf van Zijn wonderen getuigenis gegeven hadden.

Mattheüs 8 vers 9

onder de macht van anderen, Dat is, indien ik, die onder het gebied van anderen sta, zulk een gezag heb over degenen, die onder mij staan en ook mensen zijn als ik, hoeveel te meer moeten alle dingen onder uw bevel staan, die een Heere over alles zijt.

Hertaald: onder de macht van anderen, Dat is: als ik, die onder het gezag van anderen sta, al zo'n gezag heb over hen die onder mij staan en net als ik ook maar mensen zijn, hoeveel te meer moeten dan alle dingen onder Uw bevel staan, Die een Heere over alles bent.

Mattheüs 8 vers 10

zo groot geloof niet gevonden Namelijk als bij deze heidense hoofdman.

Hertaald: zo groot geloof niet gevonden Namelijk zoals bij deze heidense hoofdman.

Mattheüs 8 vers 11

van oosten en westen, Grieks, van den opgang en ondergang; namelijk der zon, dat is, uit alle gewesten der wereld; waarmede voorzegd wordt de beroeping, bekering en zaligheid der heidenen; Joh. 11:52 .

Hertaald: van oosten en westen, Grieks: van de opgang en de ondergang, namelijk van de zon; dat is: uit alle streken van de wereld. Daarmee wordt de roeping, bekering en zaligheid van de heidenen voorzegd; Joh. 11:52.

Mattheüs 8 vers 12

kinderen des koninkrijks Dat is, die uit Joden, met wie God wel een uiterlijk verbond gemaakt had, maar die zich door hun ongeloof dat onwaardig maakten. Hand. 13:46 .

Hertaald: kinderen des koninkrijks Dat is: zij uit de Joden met wie God wel een uiterlijk verbond gesloten had, maar die zich dat door hun ongeloof onwaardig maakten. Hand. 13:46.

buitenste duisternis; Dat is, die buiten het koninkrijk der hemelen is, namelijk in de hel.

Hertaald: buitenste duisternis; Dat is: de duisternis die buiten het Koninkrijk der hemelen is, namelijk in de hel.

Mattheüs 8 vers 14

zijner vrouws moeder Waaruit blijkt dat de apostel Petrus getrouwd is geweest en, apostel geworden zijnde, zijn huisvrouw niet heeft verlaten; zie ook 1 Kor. 9:5 .

Hertaald: zijner vrouws moeder Daaruit blijkt dat de apostel Petrus getrouwd geweest is en zijn vrouw niet verlaten heeft toen hij apostel werd; zie ook 1 Kor. 9:5.

liggen Gr. geworpen

Hertaald: liggen Grieks: geworpen.

Mattheüs 8 vers 15

henlieden Anders, hem

Hertaald: henlieden Anders: hem.

Mattheüs 8 vers 16

laat Of, avond

Hertaald: laat Of: avond.

met het woord, Dat is, door zijn bevel alleen.

Hertaald: met het woord, Dat is: alleen door Zijn bevel.

allen, die kwalijk gesteld waren; Namelijk die tot Hem kwamen, of, gebracht werden. Zie Matt. 4:24 .

Hertaald: allen, die kwalijk gesteld waren; Namelijk zij die tot Hem kwamen of tot Hem gebracht werden. Zie Matth. 4:24.

Mattheüs 8 vers 17

Jesája den profeet, Dit wordt, Jes. 53:4 , voornamelijk van onze geestelijke krankheden en ziekten verstaan; dat is, van onze zonden, die Christus van ons op zich geladen heeft, om daarvoor genoeg te doen, en daarmede ook van dezelve te verlossen, hetwelk Hij met de genezingen van lichamelijke ziekten ook heeft te verstaan gegeven.

Hertaald: Jesája den profeet, Dit wordt in Jes. 53:4 vooral verstaan van onze geestelijke zwakheden en ziekten, dat is: van onze zonden, die Christus van ons op Zich geladen heeft om daarvoor genoeg te doen en ons er ook van te verlossen. Dat heeft Hij met de genezing van lichamelijke ziekten ook te kennen gegeven.

Mattheüs 8 vers 18

aan de andere zijde over te varen Namelijk van het Galilese meer, naar het land der Gergesenen, tegenover Kapernaüm. Zie vs.5, 28.

Hertaald: aan de andere zijde over te varen Namelijk het meer van Galilea, naar het land van de Gergesenen, tegenover Kapernaüm. Zie vers 5 en 28.

Mattheüs 8 vers 19

Meester Of, leraar.

Hertaald: Meester Of: leraar.

Mattheüs 8 vers 20

hemels Dat is, der lucht, gelijk Matt. 6:26 .

Hertaald: hemels Dat is: van de lucht, zoals Matth. 6:26.

nesten; Of, rustplaatsen, waar zij als onder een tent ter rust gaan, gelijk het Griekse woord eigenlijk medebrengt.

Hertaald: nesten; Of: rustplaatsen, waar zij als onder een tent gaan rusten, zoals het Griekse woord eigenlijk aanduidt.

Mattheüs 8 vers 22

de doden hun doden begraven Die in hun zonden leven, worden geestelijk dood genaamd, 1 Tim. 5:6 ; Openb. 3:1 .

Hertaald: de doden hun doden begraven Zij die in hun zonden leven worden geestelijk dood genoemd, 1 Tim. 5:6; Openb. 3:1.

Mattheüs 8 vers 24

ontstond een grote Grieks, werd.

Hertaald: ontstond een grote Grieks: werd.

onstuimigheid in de zee, Of, beweging, beroering.

Hertaald: onstuimigheid in de zee, Of: beweging, beroering.

Mattheüs 8 vers 26

bestrafte de winden en de zee; Hun bevelende stil te zijn. Zie Marc. 4:39 .

Hertaald: bestrafte de winden en de zee; Doordat Hij hun beval stil te zijn. Zie Mark. 4:39.

stilte Of, kalmte.

Hertaald: stilte Of: kalmte.

Mattheüs 8 vers 28

der Gergesenen, Marcus 5:1 en Luc. 8:26 , zeggen: der Gadarenen. Want die steden Gadara en Gergessa lagen bij elkander aan de Galilese zee tegenover Kapernaüm,

Hertaald: der Gergesenen, Mark. 5:1 en Luk. 8:26 zeggen: van de Gadarenen. Want die steden Gadara en Gergesa lagen dicht bij elkaar aan het meer van Galilea, tegenover Kapernaüm.

graven, De graven waren daar veel in spelonken, holen of kelders, buiten de steden, gelijk te zien is Matt. 27:60 .

Hertaald: graven, De graven waren daar vaak in spelonken, holen of kelders buiten de steden, zoals te zien is in Matth. 27:60.

Mattheüs 8 vers 29

vóór den tijd? Namelijk van God bestemd tot hun pijniging, hetwelk wezen zal in het uiterste oordeel. Zie 2 Petr. 2:4 en Jud. 1:6 .

Hertaald: vóór den tijd? Namelijk de tijd die door God bepaald is voor hun pijniging, wat in het laatste oordeel zal zijn. Zie 2 Petr. 2:4 en Judas 1:6.

Mattheüs 8 vers 30

zwijnen weidende Deze plaatsen werden veel van Grieken of heidenen bewoond, tot wier gebruik deze zwijnen geweid werden. Want den Joden was het eten van varkensvlees verboden. Zie Lev 11 .

Hertaald: zwijnen weidende Deze streken werden veel door Grieken of heidenen bewoond, voor wier gebruik deze zwijnen gehoed werden. Want de Joden was het eten van varkensvlees verboden. Zie Lev. 11.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Simon Petrus  — Simon: hij heeft gehoord; Petrus: steen, rots

Een visser aan het meer van Galilea, broer van Andreas. Jezus riep hem, samen met zijn broer, om Hem te volgen en "vissers der mensen" te worden; hij liet terstond zijn netten achter en volgde Jezus na (Matth. 4:18-20). Hij zou uitgroeien tot de voorman onder de twaalf apostelen.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Het land der Gadarenen (Gergesa) en het Tienstedenland (Decapolis)  — Gadara: hoofdstad van het gelijknamige gebied; Gergesa: een kleinere plaats aan het meer zelf, binnen het gebied van Gadara; Decapolis: Grieks voor "tien steden", een bond van overwegend heidense steden

Ligging: Aan de oostelijke/zuidoostelijke oever van het meer van Galilea (reeds bestaand), grotendeels buiten het eigenlijke jodendom gelegen, onderdeel van het overwegend heidense Tienstedenland.

Geschiedenis: Hier genas de Heere Jezus twee (bij Markus en Lukas: één) door duivelen bezeten mannen, waarna de uitgedreven boze geesten op hun verzoek in een kudde zwijnen voeren, die zich vervolgens in het meer stortte — een wonder dat de inwoners er eerder toe bracht Hem te smeken hun landpalen te verlaten dan tot geloof te komen (Matt. 8:28-34; Mark. 5:1-20; Luk. 8:26-39). De bevrijde man kreeg de opdracht in het Tienstedenland te verkondigen wat de HEERE aan hem gedaan had (Mark. 5:19-20).

Bijbelse betekenis: Een aangrijpend contrast: de eerste bekeerling die door de Heere Jezus wordt uitgezonden om Zijn daden te verkondigen, is geen Jood maar een heiden uit dit overwegend heidense gebied — een vroege aanwijzing dat het Evangelie zich niet tot Israël zou beperken, temidden van gewone inwoners die, uit vrees om hun bezit (de zwijnen), de aanwezigheid van de Heere Jezus liever kwijt dan rijk waren.

Archeologie: De ruïnes van Gadara (het huidige Umm Qais, Jordanië) omvatten een omvangrijk Grieks-Romeins theater, een zuilenstraat en badhuizen; Gergesa wordt doorgaans geïdentificeerd met het huidige Kursi, aan de oostoever van het meer, waar de resten van een Byzantijns klooster met kerk zijn opgegraven — een vroege, plaatselijke herinnering aan dit Evangeliegebeuren.

Recente inzichten: Umm Qais (Gadara, Jordanië) en Kursi (Gergesa, Israël).

Matt. 4:25; 8:28-34; Mark. 5:1-20; 7:31; Luk. 8:26-39

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zoon des mensen  — Grieks: ho huios tou anthropou, naar het Aramese bar enasj — de aanduiding die Christus in de Evangeliën vrijwel uitsluitend van Zichzelf gebruikt

De uitdrukking komt in Mattheüs ruim dertig maal voor en altijd uit Zijn eigen mond. Zij klinkt het eerst in armoede: de vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft niet waar Hij het hoofd nederlegge (Matt. 8:20). Zij klinkt in gezag: de Zoon des mensen heeft macht op de aarde de zonden te vergeven (Matt. 9:6), en Hij is een Heere ook van de sabbat (Matt. 12:8). Zij klinkt in het lijden: driemaal kondigt Hij aan dat de Zoon des mensen overgeleverd zal worden en ten derden dage opstaan (Matt. 17:22-23; 20:18-19). En zij klinkt in heerlijkheid: men zal Hem zien komen op de wolken des hemels, en voor Hem zullen alle volken vergaderd worden (Matt. 24:30; 25:31-32).

Bijbelse betekenis: De aanduiding is met opzet dubbelzinnig. In het gewone Aramees betekent zij niet meer dan "mens", en juist daarom kon Christus haar gebruiken zonder Zich vóór de tijd bloot te geven. Maar bij Daniël is zij een titel van hemelse waardigheid, en dáár grijpt Hij naar terug op het beslissende ogenblik. Voor de hogepriester zegt Hij onder ede dat men de Zoon des mensen zal zien zitten ter rechterhand der kracht en komen op de wolken des hemels (Matt. 26:64). Daarop volgt het vonnis. De laagheid en de hoogheid zitten dus in één woord.

Typologie: Daniël zag in de nachtgezichten "Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon", en Hem werd heerschappij, eer en het koninkrijk gegeven, een eeuwige heerschappij die niet vergaan zal (Dan. 7:13-14). Stefanus ziet die Zoon des mensen staande ter rechterhand Gods (Hand. 7:56). De Hebreeënbrief past Psalm 8 op Hem toe: wij zien nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn, maar wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond vanwege het lijden des doods (Hebr. 2:6-9). De weg van Matt. 8:20 naar Matt. 25:31 is dus geen omslag maar één weg.

Matt. 8:20; Matt. 9:6; Matt. 12:8; Matt. 17:22-23; Matt. 20:18-19; Matt. 24:30; Matt. 25:31-32; Matt. 26:64; Dan. 7:13-14; Hand. 7:56; Hebr. 2:6-9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Hij heeft onze krankheden op Zich genomen — 8:1-3, 14-17

Het offer en de plaatsvervanging niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

De bergrede is uitgesproken en Hij komt van de berg af. Wat volgt is een reeks genezingen op één dag: een melaatse, een knecht, een schoonmoeder, en tegen de avond een hele stroom mensen aan de deur.

Mattheüs legt onder die dag een verklaring uit Jesaja 53 — Hij nam de krankheden niet weg zonder ze te dragen.

De eerste die komt is een melaatse. Om te begrijpen wat er dan gebeurt, moet men weten wat de wet over hem zei. Zijn klederen moesten gescheurd zijn, zijn hoofd ontbloot, en van hemzelf gold: “daartoe zal hij roepen: Onrein, onrein!” Hij woonde alleen, buiten het leger. Niemand raakte hem aan, want wie hem aanraakte werd zelf onrein.

En dan staat er: “En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt.”

Het had niet gehoeven — bij de knecht van de hoofdman geneest Hij even verderop op afstand, met een woord. Hier raakt Hij aan. En de onreinheid slaat niet van de zieke over. Het gaat de andere kant op: de reinheid komt van Hem naar de zieke toe.

De dag loopt door. De schoonmoeder van Petrus ligt met koorts, Hij raakt haar hand aan, en zij staat op en dient. En tegen de avond brengen zij velen, en Hij werpt de boze geesten uit met een woord en geneest allen.

En dan komt de zin waarom dit hoofdstuk hier staat: “Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, den profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen.”

Dat is uit het vierde vers van Jesaja 53 — het hoofdstuk over de Knecht Die om onze overtredingen verwond werd. Mattheüs haalt het niet aan bij het kruis, waar men het zou verwachten, maar bij een avond vol zieken in Kapernaüm.

De kanttekening geeft daar het juiste evenwicht bij. Bij Jesaja gaat het in de eerste plaats over onze geestelijke krankheden, dat is over onze zonden, die Christus van ons op Zich geladen heeft om ervoor genoeg te doen. Met de genezing van lichamelijke ziekten heeft Hij dat ook te verstaan gegeven.

Daar ligt het punt voor deze lijn. Er staat niet dat Hij de ziekten wegnam, al deed Hij dat. Er staat dat Hij ze op Zich nam en droeg. Dat is de taal van het offer: iets gaat van de een naar de ander over. Op de grote verzoendag legde de priester beide handen de bok op de kop en beleed daarover de ongerechtigheden. Wat aan het volk kleefde, ging mee de woestijn in.

Zo werkt het hier ook, en dat verklaart waarom Hij aanraakt. Wie draagt, moet dichtbij komen.

En het loopt niet op een genezingsdienst uit maar op een kruis. Dezelfde profeet zei drie verzen verder dat de straf die ons de vrede aanbrengt op Hem was. Wat op die avond aan de deur van een huis begon, is daar afgemaakt.

  1. Leviticus 13:46 — De melaatse woont alleen, buiten het leger; niemand raakt hem aan.
  2. Leviticus 16:21 — Op de verzoendag gaat wat aan het volk kleeft over op één dier.
  3. Jesaja 53:4 — Van de Knecht heet het dat Hij onze krankheden op Zich nam.
  4. Mattheüs 8:3 — Hij raakt de melaatse aan, en de reinheid gaat van Hem uit.
  5. Mattheüs 8:17 — Mattheüs legt Jesaja 53 onder die hele dag.
  6. Jesaja 53:5 — En drie verzen verder: de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem.

In het Nieuwe Testament: Jesaja 53:4; Jesaja 53:5; Leviticus 13:45-46; Leviticus 16:21; 1 Petrus 2:24

Hoever dit reikt: Mattheüs past deze plaats uit Jesaja 53 toe op lichamelijke genezingen. De kanttekening merkt op dat zij bij Jesaja in de eerste plaats over de zonden gaat, en dat de genezingen dat te verstaan geven. Uit dit vers volgt dus niet dat elke ziekte in dit leven weggenomen wordt. Mattheüs zegt wat Hij die dag deed, en waarvan dat de vervulling was.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Mattheüs 8

Mattheüs 8:1.KruisverwijzingenMattheüs 8:18Mattheüs 4:25Markus 3:7Mattheüs 19:2Lukas 14:25Mattheüs 12:15Mattheüs 15:30Lukas 5:15
— Toen Hij nu van den berg afgeklommen was, zijn Hem vele scharen gevolgd.
Er was een aantrekkelijkheid in Zijn prediking. Niet dat Hij Zijn leer verzachtte of Zijn voorschriften besnoeide; Hij sprak zeer duidelijk en zeer doorzoekend. En toch kwam het volk Hem horen.

Er is iets in het geweten van de mens dat hem doet afkeren van wat hem vleit, en dat hem bijna tegen zijn zin doet horen naar wat hem doorzoekt.

Mattheüs 8:2.KruisverwijzingenMattheüs 18:26Mattheüs 15:25Openbaring 22:8Leviticus 13:44Johannes 9:38Mattheüs 9:28Lukas 5:12Deuteronomium 24:8
— En ziet, een melaatse kwam, en aanbad Hem, zeggende: Heere! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
“En ziet, een melaatse kwam, en aanbad Hem, zeggende: Heere! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.”

Let er niet op de menigte; vestig uw oog op die ene man. Er wordt bijzondere melding van dit ene geval gemaakt. In elke gemeente kan wel opgetekend worden dat er zoveel mensen samenkwamen. Maar het bijzondere geval dat de engel opschrijft, zal dat zijn van iemand die met zijn eigen persoonlijke noden tot Christus komt en er verlichting van krijgt.

Deze man kon niet in de stad wonen, maar op de berg was hij te vinden, aan de rand van de menigte, waar hij die genadige stem kon horen. En hij kwam en aanbad Hem en zei: Heere, indien U wilt, U kunt mij reinigen. Daarin bespeur ik geen ongeloof maar juist een zeer sterk geloof: als U maar wílt, dan kán ik gereinigd worden.

Zijn geloof was niet zo sterk als het had kunnen zijn. Er zat een “indien” in. Maar toch was het echt geloof, en onze liefdevolle Heere vestigde Zijn oog eerder op het geloof dan op het gebrek dat eraan zat.

Ziet Hij in u, geliefde vriend, zelfs een bevend geloof, dan zal Hij Zich daarin verheugen en u erom zegenen. Hij zal Zijn zegen niet inhouden omdat u niet zo sterk in het geloof bent als u zou moeten zijn. Waarschijnlijk zult u een grotere zegen ontvangen als u een groter geloof hebt. Maar zelfs een klein geloof krijgt grote zegeningen van Christus.

Mattheüs 8:3.KruisverwijzingenPsalmen 33:9Lukas 5:13Genesis 1:32 Koningen 5:14Markus 7:34Johannes 15:24Johannes 5:212 Koningen 5:11
— En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd! En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.
“En Jezus, de hand uitstrekkende, heeft hem aangeraakt, zeggende: Ik wil, word gereinigd! En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.”

Hij maakte Zichzelf niet onrein, zoals ieder ander mens gedaan zou hebben, maar Hij maakte hem réin die Hij aanraakte. “Ik wil” is een woord van bemoediging; “word gereinigd” is een woord van kracht.

De genade van Christus werkte gewoonlijk meteen, in een ogenblik — en zij werkte voor altijd. De man was gereinigd om nooit meer ziek te worden, volkomen genezen.

Mattheüs 8:4.KruisverwijzingenLeviticus 14:2Lukas 5:14Markus 7:36Mattheüs 9:30Mattheüs 17:9Markus 5:43Lukas 17:14Mattheüs 10:18
— En Jezus zeide tot hem: Zie, dat gij dit niemand zegt; maar ga heen, toon uzelven den priester, en offer de gave, die Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.
Verbreid het nieuws niet; de menigte is al lastig genoeg. Het was niet alleen de bescheidenheid van Christus maar ook Zijn wijsheid om de toeloop een beetje in te tomen, want er verzamelden zich te veel mensen om Hem heen.

Zolang de ceremoniële wet nog stond, was Christus er zeer zorgvuldig op haar eer te geven. Hij kwam niet om af te breken, maar om op te bouwen en te vervullen. Hij wilde dat deze man ging en van de priester een verklaring kreeg dat hij gereinigd was.

Ging hij niet meteen, dan zou die verklaring hem misschien geweigerd worden zodra men ontdekte dat Chrístus hem genezen had. En dan kon de man zich niet onder de mensen begeven. Daarom zond Hij hem haastig weg, om met zijn offer naar de priester te gaan en de zekerheid te krijgen dat hij werkelijk gereinigd was. Wanneer het werk van Christus door de stem van Christus bekrachtigd wordt, dan is het pas werkelijk zeker.

Mattheüs 8:5-6.KruisverwijzingenLukas 7:1Mattheüs 9:1Mattheüs 4:24Mattheüs 4:13Handelingen 23:17Handelingen 27:43Markus 15:39Mattheüs 27:54
— Als nu Jezus te Kapernaum ingegaan was, kwam tot Hem een hoofdman over honderd, biddende Hem, En zeggende: Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen.
Kapernaum mag ik Zijn hoofdkwartier noemen; Hij schijnt daar een tijd Zijn verblijf gekozen te hebben en heen en weer naar Kapernaum gegaan te zijn.

Een hoofdman over honderd was een officier over honderd man, in die dagen van enig gewicht. Hij stond over een kleine afdeling van het Romeinse leger, in het gebied van Herodes gelegerd, misschien om de wacht te houden.

Er bestaat een soort verlamming die met grote pijn gepaard gaat. Wij weten zelfs uit de apocriefe boeken dat er een geval is van iemand die zwaar door verlamming gepijnigd werd — misschien niet precies hetzelfde wat wij vandaag verlamming noemen.

Mattheüs 8:7.KruisverwijzingenLukas 7:6Markus 5:23Mattheüs 9:18
— En Jezus zeide tot hem: Ik zal komen en hem genezen.
Hij zei niet: Ik zal komen en naar hem kijken; dat zou vriendelijk geweest zijn. Hij zei ook niet wat u en ik zouden zeggen: Ik zal komen en met hem bidden; dat is alles wat wij kunnen doen. Hij zei: Ik zal komen en hem genezen. Hier is de tederheid van de mens en de macht van God.

Mattheüs 8:8-9.KruisverwijzingenPsalmen 107:20Lukas 7:6Johannes 1:27Lukas 15:21Mattheüs 8:3Genesis 32:10Numeri 20:8Mattheüs 15:26
— En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden. Want ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten; en ik zeg tot dezen: Ga! en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.
“En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden. Want ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten; en ik zeg tot dezen: Ga! en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.”

Hier was een groot punt: hier was een man met een opdracht, een man met bevoegdheid, omgord met gezag. En zo zag hij ook Christus: van God gezonden, onder goddelijk gezag, met een hemelse opdracht omgord.

Uit zijn eigen macht over zijn soldaten en zijn knechten leidde hij af dat Christus ten minste een gelijke macht over alle krachten van de natuur moest hebben. Een hoofdman hoefde niet alles zelf te gaan doen; hij gaf zijn bevelen aan zijn knecht. Zo hoefde de grote Bevelhebber tot Wie hij sprak de zieke man toch zeker niet met Zijn eigen tegenwoordigheid te vereren. Hij hoefde slechts het bevel te spreken.

Vindt u dit een vernuftig betoog? Dat is het zeker, maar het is ook zeer eenvoudig en zeer krachtig. Ik heb veel vernuftige betogen vóór het ongeloof gelezen en gehoord. En ik heb vaak gewenst dat de helft van dat tevergeefs bestede vernuft besteed werd aan het vinden van redenen om te gelóven.

Het valt mij dus op dat deze bevelhebber over honderd Romeinse soldaten niets anders deed dan uit zijn eigen positie afleiden. En zo werkte hij in zijn gemoed een nog groter vertrouwen op de macht van Christus. Is er niet iets aan uzelf waaruit u, als u het in het rechte licht bekeek, betogen zou kunnen samenlezen over de macht van de Heere Jezus Christus?

Hij legde het niet verder uit. Het is soms jammer dat wij God in het gebed dingen uitleggen, en ik vrees dat wij dat vaak doen. God weet wat wij bedoelen.

Mattheüs 8:10.KruisverwijzingenMattheüs 15:28Lukas 7:50Lukas 7:9Markus 6:6Lukas 5:20
— Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot dengenen, die Hem volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden.
“Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot dengenen, die Hem volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden.”

Hij had Zich over het ongeloof van mensen verwonderd; nu verwondert Hij Zich over hun geloof. Wat de verwondering van God raakt, is dus het ongeloof van de mens en het geloof van de mens.

De evangeliën melden niet dat Jezus verbaasd stond over de reusachtige bouw van de tempel. Ook niet over de wonderlijke krijgstucht van het Romeinse leger, of over de diepe kennis van de rabbijnen. Naar het verslag heeft Hij Zich maar twéé keer verwonderd, en beide keren over iemands gelóóf: eenmaal over het ontbreken ervan en eenmaal over de aanwezigheid ervan. In het eerste geval verwonderde Jezus Zich over het ongeloof van Zijn eigen stadgenoten. In het verhaal dat voor ons ligt verwondert Hij Zich over het geloof van een hoofdman.

Deze man is geen Israeliet; hij is een Romeins soldaat. En toch heeft Jezus zoveel geloof niet gevonden bij hen die er geboren zijn als bij deze vreemdeling. Deze Romeinse soldaat was ruw door opleiding en ervaring. Hij ging meer met harde vechtersbazen om dan met mensen die hem over Christus konden onderwijzen. En toch had hij meer geloof dan Jezus tot dan toe in Israel gevonden had.

Laten wij niet onverschillig worden voor de wonderen van de goddelijke genade. De vele wonderen van onze wereld zijn niets vergeleken met de talloze wonderen van de genade. Alleen een dwaas mens bewondert de werken van God in de natuur niet; wie de hand van God in de geschiedenis niet met eerbied nagaat, is lichtzinnig. Maar nog onverstandiger is hij die de meesterstukken van goddelijke kunst en wijsheid voorbijziet die in het rijk van de genade te zien zijn.

In het Koninkrijk van God is de museumzaal van de genade rijker dan die van de natuur. Een hart dat om de zonde verbroken is, is een veel groter wonder dan de zeldzaamste versteende vondst. En dat hoeveel die ook over oude overstromingen van de zee of schokken van het land te zeggen heeft. Een oog dat glinstert van de tranen van de boetvaardigheid is een groter wonder dan de watervallen van Niagara.

Geloof dat zich nederig aan Christus verbindt, heeft in zich een even grote schoonheid als de regenboog. En het vertrouwen dat alleen op Jezus ziet, is even zeer een voorwerp van bewondering als de zon wanneer zij in haar kracht schijnt. Laten anderen de wonderen toejuichen die zij gezien hebben. Het is aan de verlosten om te zeggen dat Gods werk van de verlossing verbazender is dan al het andere in onze wereld.

Mattheüs 8:11-12.KruisverwijzingenMattheüs 13:42Mattheüs 25:30Mattheüs 13:50Mattheüs 24:51Lukas 13:28Mattheüs 21:43Maleachi 1:11Efeze 3:6
— Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen; En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.
“Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen; En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.”

Zij zullen komen uit verschillende landen en van de uiterste afstanden, en zij zullen aanzitten — dat is: in gemak en rust aanliggen. En de kinderen van het Koninkrijk zijn zij die in Israel geboren zijn en tot het beloofde zaad behoren.

Dat is een vreemde zaak, en toch gebeurt het nog altijd, hoe vreemd het ook is. Mensen die in zo’n bevoorrechte positie geplaatst zijn dat u natuurlijk zou verwachten dat zij gelovigen werden, blijven ongelovig. Terwijl anderen, die in een vreselijk nadelige positie geplaatst zijn, toch vaak recht uit de zonde en recht uit de onwetendheid tevoorschijn komen en in Christus gaan geloven.

Och, of niemand van ons een droevig voorbeeld van deze waarheid mocht zijn — wij die van rustdag tot rustdag onder het geluid van het evangelie zitten. En och, of anderen, die niet gewend zijn naar het Woord te horen, een blij voorbeeld mochten zijn. Want de HEERE neemt nog altijd vreemdelingen en neemt hen in Zijn huisgezin aan.

Mattheüs 8:13.KruisverwijzingenMattheüs 9:22Markus 9:23Markus 7:29Prediker 9:7Mattheüs 9:29Johannes 4:52Mattheüs 17:20Mattheüs 8:4
— En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te diezelver ure.
“En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te diezelver ure.”

Het is zeer belangrijk niet alleen dát wij geloven, maar dat wij zoveel geloven als wij ooit kunnen, en dat wij alles geloven wat Christus gesproken heeft. Sommige mensen geloven bij hun bekering dat zij uit de genade kunnen vallen, en dan vállen zij ook. Naar hun geloof geschiedt het hun.

Jezus zal allen naar deze regel behandelen: zoals u geloofd hebt, zo zal het u geschieden. Kunt u grote dingen van Hem geloven, dan zult u grote dingen van Hem ontvangen. Houdt u Hem voor goed en groot en machtig, dan zult u Hem zo bevinden. Kunt u grotere dingen van Hem denken dan ooit iemand anders gedaan heeft, dan zult u Hem al uw voorstellingen waardig bevinden, en uw grootste geloof zal overtroffen worden. Het is een wet van Zijn Koninkrijk, waarvan Christus nooit afwijkt.

Mattheüs 8:14-15.Kruisverwijzingen2 Koningen 13:21Lukas 4:38Markus 1:291 Korinthe 9:5Handelingen 19:11Hebreeën 13:41 Timotheüs 3:21 Timotheüs 4:3
— En Jezus gekomen zijnde in het huis van Petrus, zag zijn vrouws moeder te bed liggen, hebbende de koorts. En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar; en zij stond op, en diende henlieden.
Dat was misschien het meest opmerkelijke van alles. Want wanneer een koorts genezen wordt, laat zij gewoonlijk grote zwakheid achter. Mensen die van de koorts hersteld zijn, kunnen hun bed niet meteen verlaten en meteen het huishouden gaan doen. Maar de moeder van Petrus’ vrouw deed dat wél.

Leer hieruit dat de Heere Jezus niet alleen de ziekte van de zonde van ons kan wegnemen, maar ook al haar gevolgen. Hij kan iemand die in de dienst van de satan versleten is, in de dienst van de HEERE weer jong maken. Soms lijkt het alsof wij Hem, ook al zijn wij bekeerd, nooit van enig nut kunnen zijn. Maar Hij kan de gevolgen van boze gewoonten wegnemen en ons tot heldere en geheiligde gelovigen maken. Wat is Hem onmogelijk?

In de oude tijd beweerden koningen de macht te hebben om met een aanraking te genezen. Dat was een bijgeloof. Maar déze Koning kan het — alle eer aan Zijn gezegende naam! Mocht Hij Zijn genadige hand op velen van u leggen. Want kon die hand genezen vóórdat zij doorboord werd, hoeveel meer kan zij nu elke door de zonde geslagen ziel genezen die zij aanraakt.

Mattheüs 8:16.KruisverwijzingenHandelingen 19:13Lukas 4:40Markus 1:32Mattheüs 9:2Markus 9:25Mattheüs 8:33Mattheüs 12:22Markus 5:8
— En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij wierp de boze geesten uit met den woorde, en Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren;
Het was de avond na de sabbat. Zij waagden het niet hun zieken naar buiten te brengen voordat de dag van de rust voorbij was. En de Zaligmaker, Die niets over dat overblijvende bijgeloof zei, begon machtig onder hen te werken.

Hij dreef de geesten uit met Zijn woord. Wat een kracht is er in het woord van Jezus! Er is niets dat daarmee te vergelijken is voor het uitdrijven van duivelen. Al onze wijsbegeerten doen niet wat dat woord doet; de vijand zal zeggen: Jezus ken ik, en Paulus weet ik, maar wie bent u?

Mattheüs 8:17.KruisverwijzingenJesaja 53:41 Petrus 2:24Mattheüs 1:22
— Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, den profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen.
“Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, den profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen.”

Het lijkt geen vervulling, behalve op het wonderlijke beginsel van de plaatsvervanging. Jezus neemt de ziekte op Zich, en daarom neemt Hij haar van ons weg. Hij geneest onze zwakheden omdat Hij ze op Zichzelf genomen heeft.

Zou het zo zijn dat elk wonder van genezing dat Christus deed iets uit Hem wegnam? Wij herinneren ons dat Jezus, toen de vrouw met de bloedvloeiing door het aanraken van Zijn kleed genezen werd, zei: Ik heb bekend dat kracht van Mij uitgegaan is. Zou het zo zijn dat Hij leed terwijl Hij het lijden zo verlichtte? Het was de vreugde van Zijn hart het menselijk geslacht te zegenen, maar elke zegen die Hij gaf kostte Hem zeer veel. Ik denk dat die waarheid in de verklaring van de evangelist besloten ligt.

Mattheüs 8:18.KruisverwijzingenMarkus 4:35Lukas 8:22Johannes 6:15Mattheüs 14:22Markus 8:13Markus 5:21Mattheüs 8:1Markus 1:35
— En Jezus, vele scharen ziende rondom Zich, beval aan de andere zijde over te varen.
Dit lijkt niet te volgen. U en ik zouden gezegd hebben: zijn er grote menigten om ons heen, laten wij dan tot hen spreken zolang wij hier zijn.

Maar wij mogen niet altijd oordelen naar het schijnbare nut van het ogenblik; wij moeten ook aan de rest van onze loopbaan denken. Onze Zaligmaker wist dat de landvoogden zeer wantrouwend waren. Kwamen er mensen in grote aantallen samen, dan konden zij opstand en omwenteling vermoeden. Dan zouden zij er met hun troepen zijn, en dan konden veel onschuldige mensen gedood worden. En dan zou, menselijk gesproken, Zijn nuttige werk snel beëindigd zijn.

Bovendien had Hij de volksgunst niet lief; Hij zag haar als een schaduw die Hem noodzakelijk volgde, en niet als iets om na te jagen. Zij volgde Hem als Zijn schaduw, maar Hij ging altijd voor haar uit; Hij volgde haar nooit en zocht haar nooit. Dat bleek in de diepe nederigheid van Zijn geest, en in die liefde voor de eenzaamheid die zo natuurlijk was voor Iemand Die in bestendige gemeenschap met God wandelde. Soms zullen wij werkelijk méér doen door voor het ogenblik minder te doen.

Mattheüs 8:19-20.KruisverwijzingenPsalmen 84:3Mattheüs 12:40Lukas 2:7Lukas 2:16Markus 12:32Lukas 9:571 Korinthe 1:20Lukas 22:33
— En er kwam een zeker Schriftgeleerde tot Hem, en zeide tot Hem: Meester! ik zal U volgen, waar Gij ook henengaat. En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.
“En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.”

Hoe stoutmoedig is die schriftgeleerde in zijn opschepperij! Maar Jezus weet dat de snelste belijders vaak even snel afvallers zijn, en daarom toetst Hij hem voordat Hij hem in de schare van Zijn volgelingen opneemt.

Christus bedoelt dit: kunt u de Zoon des mensen volgen wanneer er geen loon is dan Hijzelf? Wanneer er zelfs geen plaats is om uw hoofd op te laten rusten, geen huis waarin u troost kunt vinden? Kunt u Hem aanhangen wanneer de eenzame berghelling de plaats is waar Hij hele nachten in gebed doorbrengt, terwijl de dauw zwaar op Hem valt? Kunt u Hem dán volgen? Dat is een toets van liefde die velen te licht doet bevinden. Van deze man horen wij niets meer; waarschijnlijk heeft de getrouwheid van onze Zaligmaker hem weggezonden.

Mattheüs 8:21-22.KruisverwijzingenLukas 9:59Hagai 1:2Numeri 6:6Leviticus 21:11Johannes 1:43Efeze 5:141 Koningen 19:20Deuteronomium 33:9
— En een ander uit Zijn discipelen zeide tot Hem: Heere! laat mij toe, dat ik eerst heenga, en mijn vader begrave. Doch Jezus zeide tot hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.
“Doch Jezus zeide tot hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.”

Deze man was een discipel, let daarop. En naar Lukas had de Heere tot hem gezegd: volg Mij. En toch bracht hij deze verontschuldiging in: laat mij eerst heengaan en mijn vader begraven.

Het moet Christus eerst zijn en de vader daarna. Wij bewijzen onze dierbaarste verwanten en vrienden geen oneer wanneer wij hen ná Christus stellen; dat is hun eigen plaats. Hen vóór Christus stellen, het schepsel boven de Schepper verkiezen, is verraad tegen de Koning der koningen. Wie er ook op de tweede plaats komt, Christus moet de eerste zijn.

Ik houd het ervoor dat dit niet zozeer een woord tot de gewone discipel is als tot een discipel die tot een bijzondere dienst geroepen wordt. Uw dienst moet uw eerste, uw voornaamste, uw enige bezigheid zijn: volg Mij, en laat de doden hun doden begraven. Laten de staatslieden de staatszaken behartigen, laten de hervormers voor de hervormingen zorgen. Maar u, blijf bij uw eigen werk en volg Mij.

Komen Gods dienaars tot dat punt, dat zij zielen moeten winnen en dat dát hun enige zaak is, dan zullen er zielen gewonnen worden. Er zijn genoeg dode mensen om de doden te begraven, en er zijn genoeg zedelijke mensen om voor de gewone zaken van de zedelijkheid te zorgen. Laten wíj Christus volgen en bij onze ene zaak blijven.

Mattheüs 8:23-24.KruisverwijzingenLukas 8:22Lukas 8:23Markus 4:36Handelingen 27:14Johannes 6:17Jona 1:4Markus 4:37Mattheüs 9:1
— En als Hij in het schip gegaan was, zijn Hem Zijn discipelen gevolgd. En ziet, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij sliep.
“En ziet, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij sliep.”

Hij ging eerst, en zij volgden daarna. Is het schip het beeld van de gemeente, dan is Christus de eerste aan boord: Hij is de Kapitein, en de discipelen vormen de bemanning.

Wat? Een storm waar Christus is? Ja, dat is gewoonlijk zo. Lijkt alles zeer stil, dan mag u zich afvragen of Christus er wel is. Maar gaat Hij het schip in en volgen Zijn discipelen Hem, dan is het niet opmerkelijk dat de duivel er ook achteraan komt.

Dat meer van Galilea ligt zeer diep, en het is omringd door hoge klippen en gapende kloven die als trechters voor de wind werken. Daardoor is het tot op deze dag zeer gevaarlijk voor wie er in een boot op zijn.

“Maar Hij sliep.” Hier is de zwakheid van de mensheid, en hier is ook de sterkte van het geloof. Jezus ging slapen omdat die boot in de handen van Zijn Vader was, en Hij zou er wel voor zorgen. Soms is het beste wat wij kunnen doen naar bed gaan. U maakt zich zorgen en kwelt uzelf, en u kunt niets doen: ga slapen, broeder. Het is het toppunt van het geloof om alle zorg van u af te kunnen schudden en te gevoelen: zorgt de HEERE voor mij, waarom zou ik dan niet slapen?

Denk aan wat Alexander de Grote van zijn vriend Parmenio zei: Alexander mag slapen, want Parmenio waakt. En wij, die een veel grotere vriend hebben dan Parmenio, mogen zeker altijd zeggen: wij mogen slapen, want God waakt. Slapen was ook het beste wat Jezus kon doen om Zijn lichamelijke krachten te vernieuwen. Zo bereidde Hij Zich voor op het uur waarin Zijn inspanning nodig zou zijn om Zijn discipelen uit gevaar te verlossen.

Mattheüs 8:25-26.KruisverwijzingenJesaja 41:10Mattheüs 6:30Psalmen 65:7Psalmen 89:9Psalmen 107:28Markus 6:48Mattheüs 16:8Psalmen 10:1
— En Zijn discipelen, bij Hem komende, hebben Hem opgewekt, zeggende: Heere, behoed ons, wij vergaan! En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen? Toen stond Hij op, en bestrafte de winden en de zee; en er werd grote stilte.
“En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen? Toen stond Hij op, en bestrafte de winden en de zee; en er werd grote stilte.”

De discipelen hadden kunnen antwoorden: Heere, hoe kunt U ons vragen waarom wij vreesachtig zijn? Het schip wordt door de golven bedekt, de zee dreigt het en ons allemaal te verzwelgen. Toch hadden zij ook kunnen denken: is Christus aan boord van het schip, zal Hij het dan laten zinken? Kan Híj verdrinken? Wij dragen Christus en heel Zijn zaak; is ons schip dan niet buiten alle gevaar verzekerd?

En toen werd het een grote stilte — zo groot als de storm geweest was die eraan voorafging. Geen gewone stilte van de zee, maar een grote stilte. En dat ook nog eens plotseling! Stormen huilen zich gewoonlijk in slaap door lange tussenpozen van onrust, maar wanneer Jezus het bevel spreekt, is de storm meteen weg.

Waarschijnlijk is geen stilte zo diep als die welke volgt op de storm van de ziel die Jezus met Zijn vredesprekende woord tot bedaren brengt. Denk aan de stilte van de natuur, de stilte van een lang voortgaande voorspoed, de stilte van een gemakkelijk humeur. Die zijn alle bedrieglijk en worden gemakkelijk door plotselinge en woedende stormen verbroken. Maar dan wordt de ziel tot op haar fondamenten toe verscheurd, met een ontzaglijke deining en golven van diepe verzoeking. En daarná geeft Jezus vrede, en dan is er een grote stilte. Verwacht na grote moeite een diepe, verrukkelijke rust en vrede, als u een kind van God bent.

Mattheüs 8:27.KruisverwijzingenMarkus 1:27Mattheüs 14:33Markus 7:37Markus 6:51Mattheüs 15:31
— En de mensen verwonderden zich, zeggende: Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!
Wij hebben ons vaak op dezelfde manier verwonderd. Maar wij weten dat Hij niet slechts een mens is: Hij Die waarlijk mens was, was ook waarachtig God uit God, de God-mens, de Middelaar tussen God en mensen.

Zij kenden hun Heere nog niet — en wij ook niet. Misschien moeten wij naar zee gaan om meer van Hem te leren. Ik bedoel: misschien moeten er nog moeiten en beproevingen van een zwaardere soort komen dan wij eerder gekend hebben, om ons schoolmeesters te zijn die ons leren Wie Jezus is. Die met schepen ter zee afvaren en handel doen op grote wateren, die zien de werken van de HEERE en Zijn wonderwerken in de diepte. U die aan land blijft bent dankbaar voor uw rust, maar u ziet niet zoveel van Jezus als andere discipelen van Hem.

Mattheüs 8:28-29.KruisverwijzingenMarkus 1:24Lukas 4:34Johannes 2:4Markus 5:72 Samuël 16:10Handelingen 10:38Lukas 8:26Markus 5:1
— En als Hij over aan de andere zijde was gekomen in het land der Gergesenen, zijn Hem twee, van den duivel bezeten, ontmoet, komende uit de graven, die zeer wreed waren, alzo dat niemand door dien weg kon voorbij gaan. En ziet, zij riepen, zeggende: Jezus, Gij Zone Gods! wat hebben wij met U te doen? Zijt Gij hier gekomen om ons te pijnigen voor den tijd?
Hoe kropen die duivelen aan Zijn voeten! De honden van de hel kenden de macht van Zijn tong; dat was een zweep waarvan zij de slag al eerder gevoeld hadden.

Zij weten dat er een tijd komt waarin Hij hen zal richten en waarin hun pijniging zal beginnen. Zeg wat u wilt: de zonde zal in mensen of in duivelen door pijniging gevolgd worden, door een onbeschrijfelijke en onuitsprekelijke smart. En deze duivelen wisten het, en zij waren gedwongen de waarheid te bekennen. Zij waren bang dat Jezus gekomen was om hun de straf voor hun boze daden op te leggen vóór die laatste grote dag.

Mattheüs 8:30-32.KruisverwijzingenDeuteronomium 14:8Leviticus 11:7Jesaja 66:3Lukas 8:32Jesaja 65:3Markus 5:11Openbaring 20:1Markus 5:12
— En verre van hen was een kudde veler zwijnen, weidende. En de duivelen baden Hem, zeggende: Indien Gij ons uitwerpt, laat ons toe, dat wij in die kudde zwijnen varen. En Hij zeide tot hen: Gaat heen. En zij uitgaande, voeren heen in de kudde zwijnen; en ziet, de gehele kudde zwijnen stortte van de steilte af in de zee, en zij stierven in het water.
De eigenaars van die dieren hadden daar helemaal geen zwijnen mogen hebben. Zwijnen waren in dat heilige land verboden en hadden daar niet gehouden mogen worden.

Wat een wonderlijk schepsel is een mens, vergeleken met een dier! Een legioen duivelen kon in deze twee mensen weggeborgen worden, maar zij hadden een hele kudde zwijnen nodig om hen allen te bevatten. Hoeveel groter is een mens dan een beest — dat wil zeggen: hoeveel meer ontvankelijk voor geestelijke invloed, ten kwade zowel als ten goede!

Jezus verspilt nooit woorden aan duivelen; Hij is altijd kort en scherp tegen hen: gaat heen. Het spreekwoord zegt: zij lopen snel die de duivel drijft. Zij lopen naar hun verderf, zoals deze zwijnen in het water omkwamen.

Mattheüs 8:33-34.KruisverwijzingenHandelingen 16:39Lukas 5:81 Koningen 17:18Lukas 8:34Markus 5:14Handelingen 19:15Job 22:17Job 21:14
— En die ze weidden, zijn gevlucht; en als zij in de stad gekomen waren, boodschapten zij al deze dingen, en wat den bezetenen geschied was. En ziet, de gehele stad ging uit, Jezus tegemoet; en als zij Hem zagen, baden zij, dat Hij uit hun landpalen wilde vertrekken.
U voelt dat zij Hem gaan aanbidden, of Hem ten minste gaan vragen te komen en hun de weg van de zaligheid te leren. Maar niets van dat alles.

Dat was een droevig gebed, en toch stond Jezus hun verzoek toe. Mensen kunnen één keer te vaak aan de Heilige Geest vragen van hen weg te gaan. Zij kunnen Hem nog eens bedroeven, en dan zal Hij voorgoed met hen gedaan hebben.

Ik meen het wegvarende zeil te zien — liefde, hoop en vrede die aan de verre horizon wegsmelten — en de Gergesenen achtergelaten om te vergaan. O God, doe dat met niemand van ons! Zeg niet: Efraïm is aan de afgoden verbonden; laat hem varen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content