Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 3

1 En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG1161 inG1722 dieG1565 dagenG2250 kwam JohannesG2491 de DoperG910, predikendeG2784 inG1722 de woestijnG2048 van JudeaG2449, En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea,

KJV In1 those5 days4 came6 John7 the Baptist,9 preaching10 in11 the wilderness13 of Judaea,

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ημεραις G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 εκειναις G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 6 παραγινεται G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 7 ιωαννης G2491 Johannes John 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 βαπτιστης G910 Doper Baptist 10 κηρυσσων G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ερημω G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ιουδαιας G2449 Judea Judæa
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 zeggendeG3004: BekeertG3340 u; wantG1063 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 is nabijG1448 gekomen. En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

KJV And1 saying,2 Repent ye:3 for5 the kingdom7 of heaven9 is at hand.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 μετανοειτε G3340 bekeerd, bekeert, bekeren repent 4 ηγγικεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 5 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want deze is het, van denwelken gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende: De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantG1063 dezeG3778 is het, vanG5259 denwelken gesprokenG4483 isG1510 door JesajaG2268, den profeetG4396, zeggendeG3004: De stemG5456 des roependenG994 inG1722 de woestijnG2048: BereidtG2090 den wegG3598 des HeerenG2962, maaktG4160 Zijn padenG5147 rechtG2117! Want deze is het, van denwelken gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende: De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht!

KJV For2 this1 is he that was spoken of by6 the prophet9 Esaias,7 saying,10 The voice11 of one crying12 in13 the wilderness,15 Prepare ye16 the way18 of the Lord,19 make21 his24 paths23 straight.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ρηθεις G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 6 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 7 ησαιου G2268 Jesaja Esaias 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 10 λεγοντος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 12 βοωντος G994 roependen, riep, roepende cry 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ερημω G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 16 ετοιμασατε G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 19 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 20 ευθειας G2117 terstond, recht, rechten anon, by and by, forthwith, immediately, straightway 21 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 22 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 τριβους G5147 paden path 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En dezelve Johannes had zijn kleding van kemelshaar, en een lederen gordel om zijn lenden; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En dezelveG846 JohannesG2491 hadG2192 zijn kledingG1742 van kemelshaarG2574, en een lederenG1193 gordelG2223 om zijn lendenG3751; en zijn voedselG5160 wasG1510 sprinkhanenG200 en wildeG66 honigG3192. En dezelve Johannes had zijn kleding van kemelshaar, en een lederen gordel om zijn lenden; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig.

KJV And2 the same1 John4 had5 his8 raiment7 of9 camel's11 hair,10 and12 a leathern14 girdle13 about15 his18 loins;17 and20 his22 meat21 was locusts24 and25 wild27 honey.

1 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιωαννης G2491 Johannes John 5 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ενδυμα G1742 kleding, schaapsklederen clothing, garment, raiment 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 10 τριχων G2359 haren, haars hair 11 καμηλου G2574 kemel, kemelshaar camel 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ζωνην G2223 gordel, gordels girdle, purse 14 δερματινην G1193 lederen leathern, of a skin 15 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 οσφυν G3751 lenden, lendenen loin 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 21 τροφη G5160 spijze, voedsel, spijs food, meat 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 24 ακριδες G200 sprinkhanen locust 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 μελι G3192 honig honey 27 αγριον G66 wilde, Wilde wild, raging
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Toen is tot hem uitgegaan Jeruzalem en geheel Judea, en het gehele land rondom de Jordaan;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Toen is totG4314 hemG846 uitgegaanG1607 JeruzalemG2414 enG2532 geheelG3956 JudeaG2449, enG2532 het gehele land rondomG4066 de JordaanG2446; Toen is tot hem uitgegaan Jeruzalem en geheel Judea, en het gehele land rondom de Jordaan;

KJV Then1 went out2 to3 him4 Jerusalem,5 and6 all7 Judaea,9 and10 all11 the region round about13 Jordan,

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 εξεπορευετο G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιουδαια G2449 Judea Judæa 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 περιχωρος G4066 omliggende land, land rondom, omliggenden lands country (round) about, region (that lieth) round about 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ιορδανου G2446 Jordaan Jordan
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 EnG2532 werden vanG5259 hem gedooptG907 inG1722 de JordaanG2446, belijdendeG1843 hunG846 zondenG266. En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden.

KJV And1 were baptized2 of6 him7 in3 Jordan,5 confessing8 their11 sins.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εβαπτιζοντο G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιορδανη G2446 Jordaan Jordan 6 υπ G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εξομολογουμενοι G1843 belijden, belijdende, dank confess, profess, promise 9 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 11 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen tot zijn doop komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 HijG846 danG1161, ziendeG1492 velenG4183 van de FarizeenG5330 en SadduceenG4523 tot zijn doopG908 komenG2064, sprakG2036 tot henG846: Gij adderengebroedselsG1081! wieG5101 heeft uG4771 aangewezenG5263 te vliedenG5343 vanG575 den toekomendenG3195 toornG3709? Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen tot zijn doop komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?

KJV But2 when he saw many3 of the Pharisees5 and6 Sadducees7 come8 to9 his12 baptism,11 he said unto them,14 O generation15 of vipers,16 who17 hath warned18 you to flee20 from21 the wrath24 to come?

1 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πολλους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 σαδδουκαιων G4523 Sadduceen Sadducee 8 ερχομενους G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 9 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 βαπτισμα G908 doop baptism 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 γεννηματα G1081 adderengebroedsels, vrucht, gewas fruit, generation 16 εχιδνων G2191 adder viper 17 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 18 υπεδειξεν G5263 tonen, aangewezen, getoond show, (fore-)warn 19 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 20 φυγειν G5343 vlieden, vliedt, gevloden escape, flee (away) 21 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 22 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 μελλουσης G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 24 οργης G3709 toorn, toorns, gramschap anger, indignation, vengeance, wrath

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 BrengtG4160 danG3767 vruchtenG2590 voortG4160, der bekeringG3341 waardigG514. Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig.

KJV Bring forth1 therefore2 fruits3 meet4 for repentance:

1 ποιησατε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 καρπους G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 4 αξιους G514 waardig, billijk, waarderen due reward, meet, (un-)worthy 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μετανοιας G3341 bekering, berouws repentance
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En meent niet bij uzelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG2532 meentG1380 nietG3361 bijG1722 uzelven te zeggenG3004: Wij hebbenG2192 AbrahamG11 tot een vaderG3962; want ik zegG3004 uG4771, dat GodG2316 zelfsG1537 uit dezeG3778 stenenG3037 AbrahamG11 kinderenG5043 kanG1410 verwekkenG1453. En meent niet bij uzelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.

Ook in dit vers zelvenG1438

KJV And1 think3 not2 to say4 within5 yourselves,6 We have8 Abraham10 to our father:7 for12 I say11 unto you, that14 God17 is able15 of18 these stones20 to raise up22 children23 unto Abraham.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 3 δοξητε G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 4 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 8 εχομεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 11 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 18 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 λιθων G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 21 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 εγειραι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 23 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 24 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En ook is alrede de bijl aan den wortel der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En ookG2532 is alredeG2235 de bijlG513 aanG4314 den wortelG4491 der bomenG1186 gelegdG2749; alleG3956 boomG1186 dan, die geenG3361 goedeG2570 vruchtG2590 voortbrengtG4160, wordt uitgehouwenG1581 en inG1519 het vuurG4442 geworpenG906. En ook is alrede de bijl aan den wortel der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.

KJV And2 now1 also3 the axe5 is laid11 unto6 the root8 of the trees:10 therefore13 every12 tree14 which bringeth16 not15 forth good18 fruit17 is hewn down,19 and20 cast23 into21 the fire.

1 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αξινη G513 bijl axe 6 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ριζαν G4491 wortel, Wortel, wortelen root 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δενδρων G1186 boom, bomen tree 11 κειται G2749 gezet, liggen, liggende be (appointed, laid up, made, set), lay, lie 12 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 13 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 14 δενδρον G1186 boom, bomen tree 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 ποιουν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 17 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 18 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 19 εκκοπτεται G1581 uitgehouwen, afgehouwen, houwt cut down (off, out), hew down, hinder 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 22 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 23 βαλλεται G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 IkG1473 doopG907 uG4771 wel metG1722 waterG5204 totG1519 bekeringG3341; maarG1161 Die na mijG1473 komtG2064, is sterkerG2478 dan ikG1473, Wiens schoenenG5266 ik nietG3756 waardigG2425 benG1510 HemG846 na te dragenG941; Die zal uG4771 met den HeiligenG40 GeestG4151 en metG1722 vuurG4442 dopenG907. Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen.

KJV I1 indeed2 baptize3 you with5 water6 unto7 repentance:8 but10 he that cometh13 after11 me is mightier than14 I, whose17 shoes22 I am16 not18 worthy20 to bear:23 he24 shall baptize26 you with27 the Holy29 Ghost,28 and30 with fire:

1 εγω G1473 mij, ik I, me 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 βαπτιζω G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 4 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 υδατι G5204 water, wateren, waters water 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 μετανοιαν G3341 bekering, berouws repentance 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 14 ισχυροτερος G2478 sterke, sterken, sterker boisterous, mighty(-ier), powerful, strong(-er, man), valiant 15 μου G1473 mij, ik I, me 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 ικανος G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 21 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 υποδηματα G5266 schoenen, schoenriem shoe 23 βαστασαι G941 dragen, gedragen, draagt bear, carry, take up 24 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 26 βαπτισει G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 27 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 28 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 29 αγιω G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 30 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 31 πυρι G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Wiens wanG4425 in Zijn handG5495 is, en HijG846 zal Zijn dorsvloerG257 doorzuiverenG1245, en Zijn tarweG4621 in Zijn schuurG596 samenbrengenG4863, en zal het kafG892 metG1722 onuitblusselijkG762 vuurG4442 verbrandenG2618. Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.

KJV Whose1 fan3 is in4 his7 hand,6 and8 he will throughly purge9 his12 floor,11 and13 gather14 his17 wheat16 into18 the garner;20 but22 he will burn up24 the chaff23 with unquenchable26 fire.

1 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πτυον G4425 wan fan 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 χειρι G5495 handen, hand hand 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 διακαθαριει G1245 doorzuiveren thoroughly purge 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αλωνα G257 dorsvloer floor 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 συναξει G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 σιτον G4621 tarwe, koren corn, wheat 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 αποθηκην G596 schuur, schuren barn, garner 21 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 23 αχυρον G892 kaf chaff 24 κατακαυσει G2618 verbrand, verbranden, verbrandden burn (up, utterly) 25 πυρι G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 26 ασβεστω G762 onuitblusselijk not to be quenched, unquenchable
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om van hem gedoopt te worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen kwam JezusG2424 van GalileaG1056 naar de JordaanG2446, totG4314 JohannesG2491, om van hemG846 gedooptG907 te worden. Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om van hem gedoopt te worden.

KJV Then1 cometh2 Jesus4 from5 Galilee7 to8 Jordan10 unto11 John,13 to be baptized15 of16 him.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 παραγινεται G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee 8 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιορδανην G2446 Jordaan Jordan 11 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ιωαννην G2491 Johannes John 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 βαπτισθηναι G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 16 υπ G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 DochG1161 JohannesG2491 weigerdeG1254 HemG846 zeer, zeggendeG3004: MijG1473 is nodigG5532 vanG5259 UG4771 gedooptG907 te worden, en komtG2064 GijG4771 totG4314 mijG1473? Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?

KJV But2 John3 forbad4 him, saying,6 I7 have9 need8 to be baptized12 of10 thee, and13 comest15 thou11 to16 me?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιωαννης G2491 Johannes John 4 διεκωλυεν G1254 weigerde forbid 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 εγω G1473 mij, ik I, me 8 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 9 εχω G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 11 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 12 βαπτισθηναι G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 15 ερχη G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 17 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Maar JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 totG4314 hem: Laat nu af; wantG1063 aldusG3779 betaamtG4241 ons alleG3956 gerechtigheidG1343 te vervullenG4137. Toen lietG863 hij van Hem af. Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af.

KJV And2 Jesus4 answering1 said unto6 him,7 Suffer8 it to be so now:9 for11 thus10 it becometh12 us to fulfil15 all16 righteousness.17 Then18 he suffered19 him.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 αφες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 9 αρτι G737 nu, thans, terstond this day (hour), hence(-forth), here(-after), hither(-to), (even) now, (this) present 10 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 11 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 12 πρεπον G4241 betaamt, betaamde, betamelijk become, comely 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 ημιν G1473 mij, ik I, me 15 πληρωσαι G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 16 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 17 δικαιοσυνην G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 18 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 19 αφιησιν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 JezusG2424, gedooptG907 zijnde, is terstondG2117 opgeklommenG305 uitG575 het waterG5204; enG2532 zietG3708, de hemelenG3772 werden HemG846 geopendG455, enG2532 hij zagG1492 den GeestG4151 GodsG2316 nederdalenG2597, gelijk een duiveG4058, enG2532 opG1909 HemG846 komenG2064. En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen.

KJV And1 Jesus,4 when he was baptized,2 went up5 straightway out of7 the water:9 and,10 lo, the heavens15 were opened12 unto him,13 and16 he saw the Spirit19 of God21 descending22 like23 a dove,24 and25 lighting26 upon27 him:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 βαπτισθεις G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ανεβη G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 6 ευθυς G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 7 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 υδατος G5204 water, wateren, waters water 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 12 ανεωχθησαν G455 geopend, open, openen open 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ουρανοι G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 22 καταβαινον G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 23 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 24 περιστεραν G4058 duiven, duif, duive dove, pigeon 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 ερχομενον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 27 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 28 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 zietG3708, een stemG5456 uitG1537 de hemelenG3772, zeggendeG3004: DezeG3778 isG1510 Mijn ZoonG5207, Mijn GeliefdeG27, inG1722 Denwelken IkG1473 Mijn welbehagenG2106 heb! En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!

KJV And1 lo a voice3 from4 heaven,6 saying,7 This8 is my beloved14 Son,11 in15 whom16 I am well pleased.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 7 λεγουσα G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αγαπητος G27 geliefden, geliefde, Geliefden (dearly, well) beloved, dear 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 ευδοκησα G2106 welbehagen, behaagd, behagen think good, (be well) please(-d), be the good (have, take) pleasure, be willing
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Oude stenen waterstructuur in droog landschap
De doopplaats aan de oostelijke oever van de Jordaan is een van de belangrijkste recente ontdekkingen in de Bijbelse archeologie.
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 3:1 Jesaja 40:3 Mattheüs 16:14 Richteren 1:16 Johannes 1:6 Jozua 14:10 Mattheüs 11:11 Johannes 1:15 Handelingen 1:22
Mattheüs 3:2 Mattheüs 4:17 Mattheüs 6:10 Daniël 2:44 Markus 1:15 Mattheüs 10:7 Handelingen 11:18 2 Timotheüs 2:25 Ezechiël 33:11
Mattheüs 3:3 Jesaja 40:3 Johannes 1:23 Lukas 1:76 Maleachi 3:1 Lukas 1:17 Markus 1:3 Lukas 3:3 Jesaja 57:14
Mattheüs 3:4 2 Koningen 1:8 Leviticus 11:22 Zacharia 13:4 Markus 1:6 Mattheüs 11:8 Mattheüs 11:18 Deuteronomium 32:13 1 Samuël 14:25
Mattheüs 3:5 Markus 1:5 Johannes 3:23 Lukas 16:16 Lukas 3:7 Johannes 5:35 Mattheüs 11:7 Mattheüs 4:25
Mattheüs 3:6 Handelingen 19:18 Handelingen 1:5 Handelingen 2:38 Mattheüs 3:13 Mattheüs 3:11 Markus 1:5 Handelingen 10:36 Kolossenzen 2:12
Mattheüs 3:7 Mattheüs 23:33 1 Thessalonicenzen 1:10 Mattheüs 12:34 Mattheüs 22:23 Mattheüs 16:6 Handelingen 23:6 Romeinen 5:9 Handelingen 5:17
Mattheüs 3:8 Handelingen 26:20 Efeze 5:9 Galaten 5:22 Lukas 3:8 Jeremia 36:3 Filippenzen 1:11 2 Petrus 1:4 Romeinen 2:4
Mattheüs 3:9 Romeinen 9:7 Handelingen 13:26 Johannes 8:53 Romeinen 4:1 Johannes 8:33 Lukas 16:24 Lukas 3:8 Galaten 4:22
Mattheüs 3:10 Johannes 15:6 Johannes 15:2 Lukas 13:6 Lukas 3:9 Mattheüs 7:19 Psalmen 92:13 1 Petrus 4:17 Psalmen 80:15
Mattheüs 3:11 Handelingen 1:5 Lukas 3:16 Jesaja 4:4 Efeze 3:8 Mattheüs 3:6 Handelingen 13:24 Markus 1:4 Handelingen 11:15
Mattheüs 3:12 Maleachi 4:1 Lukas 3:17 Mattheüs 13:30 Jeremia 7:20 Mattheüs 13:41 Jesaja 41:16 Jeremia 51:2 Psalmen 1:4
Mattheüs 3:13 Mattheüs 2:22 Johannes 1:32 Lukas 3:21 Markus 1:9
Mattheüs 3:14 Galaten 4:6 Romeinen 3:23 Openbaring 7:9 Handelingen 1:5 Johannes 1:16 Galaten 3:22 Lukas 1:43 Johannes 3:3
Mattheüs 3:15 Johannes 4:34 Johannes 8:29 1 Johannes 2:6 Filippenzen 2:7 Lukas 1:6 Johannes 13:7 1 Petrus 2:21 Johannes 15:10
Mattheüs 3:16 Markus 1:10 Lukas 3:21 Johannes 1:31 Jesaja 11:2 Jesaja 42:1 Handelingen 7:56 Jesaja 61:1 Johannes 3:34
Mattheüs 3:17 Mattheüs 17:5 Psalmen 2:7 Jesaja 42:1 Lukas 9:35 Markus 9:7 Mattheüs 12:18 Johannes 12:28 2 Petrus 1:17
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 3 vers 1

En in die dagen Mamelijk in het vijftiende jaar van den keizer Tiberius, toen Christus omtrent dertig jaren oud was; Luc. 3:1 , Luc. 3:23 .

Hertaald: En in die dagen Namelijk in het vijftiende jaar van keizer Tiberius, toen Christus ongeveer dertig jaar oud was; Luk. 3:1, Luk. 3:23.

Johannes de Doper Van Johannes, van zijn ouders, geboorte en ambt, zie Luk 1 , en Joh 1 . Hij wordt genaamd Doper, omdat hij de eerste is geweest, die den doop heeft bediend uit Gods bevel in het Nieuwe Testament. Zie Matt. 21:25 ; Joh. 1:33 .

Hertaald: Johannes de Doper Over Johannes, zijn ouders, zijn geboorte en zijn ambt, zie Luk. 1 en Joh. 1. Hij wordt Doper genoemd omdat hij de eerste geweest is die de doop op Gods bevel bediend heeft in het Nieuwe Testament. Zie Matth. 21:25; Joh. 1:33.

de woestijn van Judea Niet zulk een wildernis waar geen mensen woonden, maar een woest land van bossen en gebergten waar Zacharias, de vader van Johannes, woonde, Luc. 1:39 , waarin zes steden geteld worden, Joz. 15:61-62 , die dan ook haar dorpen of gehuchten gehad hebben.

Hertaald: de woestijn van Judea Niet zo'n wildernis waar geen mensen woonden, maar een woest land met bossen en bergen, waar Zacharias, de vader van Johannes, woonde, Luk. 1:39. Daarin worden zes steden geteld, Joz. 15:61-62, die dus ook hun dorpen of gehuchten gehad hebben.

Mattheüs 3 vers 2

het koninkrijk der hemelen Dat is, de oprichting en verbreiding der gemeente Gods, door de predikatie van het Evangelie, ten tijde der komst van den Messias.

Hertaald: het koninkrijk der hemelen Dat is: de oprichting en verbreiding van de gemeente van God door de prediking van het Evangelie, in de tijd van de komst van de Messias.

Mattheüs 3 vers 3

Bereidt den weg des Heeren, Een gelijkenis, genomen van een prins of koning, tegen wiens komst de wegen bereid en geëffend worden.

Hertaald: Bereidt den weg des Heeren, Een vergelijking, ontleend aan een vorst of koning, voor wiens komst de wegen gereedgemaakt en geëffend worden.

Mattheüs 3 vers 4

kleding van kemelshaar, Zodanige ruige klederen droegen eertijds de profeten in het Oude Testament. Zie Zach. 13:4 ; Hebr. 11:37 , gelijk van Elia in het bijzonder betuigd wordt, 2 Kon. 1:8 , in wiens geest en kracht Johannes de Doper gekomen was; Mal. 4:5 ; Luc. 1:17 .

Hertaald: kleding van kemelshaar, Zulke ruwe kleren droegen vroeger de profeten in het Oude Testament. Zie Zach. 13:4; Hebr. 11:37, zoals van Elia in het bijzonder getuigd wordt, 2 Kon. 1:8 — in wiens geest en kracht Johannes de Doper gekomen was; Mal. 4:5; Luk. 1:17.

sprinkhanen en wilde honig De sprinkhanen zijn in die landen groot en veel, en worden aldaar onder de geringe lieden gegeten, gelijk zij ook onder de reine spijzen gesteld worden; Lev. 11:22 .

Hertaald: sprinkhanen en wilde honig De sprinkhanen zijn in die landen groot en talrijk en worden daar door de eenvoudige mensen gegeten; zij worden ook tot de reine spijzen gerekend, Lev. 11:22.

Mattheüs 3 vers 6

belijdende hun zonden Deze belijdenis van de zonden is geen oorbiecht geweest, daar denzelve voor den doop, in het algemeen en in het openbaar geschiedde.

Hertaald: belijdende hun zonden Deze belijdenis van de zonden is geen oorbiecht geweest, aangezien zij vóór de doop in het algemeen en in het openbaar plaatsvond.

Mattheüs 3 vers 7

Farizeën en Sadduceën Farizeën en Sadduceën zijn geweest twee sekten onder de Joden, gelijk er nog een derde was der Esseën. Zie van denzelve den historieschrijver Josefus Antiq. l.18,c.2, de bello Iud.l.

Hertaald: Farizeën en Sadduceën Farizeeën en Sadduceeën waren twee sekten onder de Joden; er was ook nog een derde, die van de Essenen. Zie daarover de geschiedschrijver Josefus, Antiquitates boek 18, hoofdstuk 2, en De bello Iudaico.

Mattheüs 3 vers 8

Waardig Dat is, betamelijk, of met de ware bekering overeenkomende.

Hertaald: Waardig Dat is: passend, of: in overeenstemming met de ware bekering.

Mattheüs 3 vers 10

de bijl aan den wortel der bomen gelegd; De straf Gods is nakende, niettegenstaande gij roemt afkomstig te zijn van Abraham, tenzij gij Abrahams werken doet; Joh. 8:39 .

Hertaald: de bijl aan den wortel der bomen gelegd; De straf van God staat voor de deur, ondanks dat u zich erop beroemt van Abraham af te stammen — tenzij u de werken van Abraham doet; Joh. 8:39.

Mattheüs 3 vers 11

met water tot bekering; Grieks: in het water.

Hertaald: met water tot bekering; Grieks: in het water.

die na mij komt Of achter mij, Joh. 1:15 , Joh. 1:27 .

Hertaald: die na mij komt Of: achter mij, Joh. 1:15, Joh. 1:27.

wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen Dat is, den allerminsten of slechtsten dienst te doen.

Hertaald: wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen Dat is: de allerminste of geringste dienst te bewijzen.

die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen Johannes onderscheidt hier zijn uiterlijken doop van den inwendigen doop van Christus, waarmede Hij onze harten door zijnen Geest zuivert, gelijk het vuur de metalen van alle schuim en onreinheden. Zie dergelijke Joh. 3:5 , en Hand. 1:5 , en Hand. 2:4 .

Hertaald: die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen Johannes onderscheidt hier zijn uiterlijke doop van de innerlijke doop van Christus, waarmee Hij onze harten door Zijn Geest reinigt, zoals het vuur de metalen van alle schuim en onreinheid zuivert. Zie iets dergelijks in Joh. 3:5, Hand. 1:5 en Hand. 2:4.

Mattheüs 3 vers 12

wan in zijn hand is, Grieks: werpschup; waarmede men het graan omwerpt om van het kaf te zuiveren, hetwelk bij ons door den wan geschiedt.

Hertaald: wan in zijn hand is, Grieks: werpschop, waarmee men het graan omhoog werpt om het van het kaf te zuiveren — wat bij ons met de wan gebeurt.

tarwe Of, koren, gelijk hierna dikwijls.

Hertaald: tarwe Of: koren, zoals hierna vaker.

schuur samenbrengen, Anders, korenzolder; of plaats waar iets weggelegd wordt om te bewaren.

Hertaald: schuur samenbrengen, Anders: korenzolder, of: de plaats waar iets weggelegd wordt om te bewaren.

Mattheüs 3 vers 14

weigerde Hem zeer, Dat is, verhinderde Hem zeer, of stelde zich daar zeer tegen, zo met woorden als anderszins.

Hertaald: weigerde Hem zeer, Dat is: verhinderde Hem sterk, of: verzette zich daar krachtig tegen, zowel met woorden als op andere wijze.

Mattheüs 3 vers 15

Laat nu af; Namelijk om mij zulks te verhinderen.

Hertaald: Laat nu af; Namelijk om Mij dat te verhinderen.

alle gerechtigheid Dat is, al wat God ingesteld en bevolen heeft om Hem volkomen gehoorzaamheid te bewijzen.

Hertaald: alle gerechtigheid Dat is: alles wat God ingesteld en bevolen heeft om Hem volkomen gehoorzaamheid te bewijzen.

Mattheüs 3 vers 16

gelijk een duif, Dat is, in lichamelijke gedaante gelijk een duif, Luc. 8:22 (?), in hoedanig een gedaante de Heilige Geest, die overal tegenwoordig is, zich hier op Christus heeft willen openbaren, om zijn onschuld, zachtmoedigheid, vriendelijkheid en oprechtheid te kennen te geven.

Hertaald: gelijk een duif, Dat is: in lichamelijke gedaante als een duif, Luk. 3:22. In die gedaante heeft de Heilige Geest, Die overal tegenwoordig is, Zich hier op Christus willen openbaren, om Zijn onschuld, zachtmoedigheid, vriendelijkheid en oprechtheid te kennen te geven.

Mattheüs 3 vers 17

En zie, een stem uit de hemelen, Hier is een klaar getuigenis van de drie onderscheidene personen in het enig goddelijk wezen; de Vader, die spreekt uit den hemel, de Zoon, van wien Hij spreekt, en de Heilige Geest, die nederdaalt.

Hertaald: En zie, een stem uit de hemelen, Hier is een duidelijk getuigenis van de drie onderscheiden personen in het enige goddelijke wezen: de Vader, Die uit de hemel spreekt; de Zoon, over Wie Hij spreekt; en de Heilige Geest, Die neerdaalt.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Johannes de Doper  — de HEERE is genadig

Een profeet, prediker van bekering in de woestijn van Judea, gekleed in kemelshaar met een lederen gordel, levend van sprinkhanen en wilde honing. Hij doopte het volk in de Jordaan tot bekering, en doopte ook Jezus, ondanks zijn aanvankelijke weigering, waarna de hemel geopend werd en Gods stem Jezus als Zijn geliefde Zoon aanwees (Matth. 3).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Farizeeën  — afgezonderden (mogelijk van het Hebreeuws parash, "afscheiden")

De Farizeeën waren een joodse groepering die zich onderscheidde door een strikte, uiterlijke naleving van de wet en van de overleveringen der ouden — een uitgebreid stelsel van mondelinge voorschriften naast de geschreven wet (Mark. 7:3-5). Zij worden voor het eerst genoemd wanneer velen van hen tot Johannes de Doper komen om gedoopt te worden, en hij hen "adderengebroedsels" noemt omdat hun leven de bekering die zij beleden niet waarmaakte (Matt. 3:7-8).

Bijbelse betekenis: De Farizeeën stonden in Israël bekend om hun ijver voor de wet. Christus hield hun echter telkens voor dat die uiterlijke stiptheid — tienden geven van munt, dille en komijn — samenging met het verwaarlozen van de gewichtigste zaken van de wet: recht, barmhartigheid en geloof (Matt. 23:23). Hun gerechtigheid bleef aan de buitenkant steken.

Typologie: Christus waarschuwt uitdrukkelijk: "Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij" dan die der Schriftgeleerden en Farizeeën, komt men het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnen (Matt. 5:20). Dat is niet omdat hun ijver te groot was, maar omdat een uiterlijke gerechtigheid zonder een vernieuwd hart nooit voor God kan bestaan. Alleen de gerechtigheid die door het geloof aan de gelovige wordt toegerekend, voldoet (vgl. Fil. 3:9).

Matt. 3:7-8; Matt. 5:20; Matt. 23:23; Mark. 7:1-9; Fil. 3:9

Doop  — Grieks: baptisma, van baptizo, "indopen, onderdompelen"

Johannes de Doper trad op in de woestijn van Judea met de prediking "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen", en zij die tot hem kwamen werden gedoopt in de Jordaan "belijdende hun zonden" (Matt. 3:1-6). Hij eist daarbij vruchten die der bekering waardig zijn en wijst het beroep op de afstamming van Abraham uitdrukkelijk af: God kan uit stenen Abraham kinderen verwekken (Matt. 3:7-9). Johannes onderscheidt zijn eigen doop met water van de doop met de Heilige Geest en met vuur, die de Komende geven zal (Matt. 3:11). Christus Zelf liet Zich dopen, niet om vergeving maar omdat, zoals Hij Johannes antwoordde, "aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen" (Matt. 3:13-15). Bij Zijn heengaan gaf Hij het bevel de volken te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (Matt. 28:19).

Bijbelse betekenis: In Mattheüs 3 komen twee dingen samen. De doop staat in het teken van de belijdenis: er wordt gedoopt terwijl men de zonden belijdt, en de eis van vrucht gaat eraan vooraf. En de doop is geen erfstuk: juist tegen wie zich op Abraham beriep, klinkt dat afstamming niets vrijwaart. Van de doop van Christus Zelf zegt de Schrift bovendien nadrukkelijk dat zij een ander doel had dan die van de zondaar — Hij had geen zonde te belijden, en Johannes weigerde eerst juist daarom.

Typologie: Paulus legt uit waarnaar de doop verwijst: wij zijn met Christus begraven door de doop in de dood, opdat wij ook in nieuwheid des levens zouden wandelen (Rom. 6:3-4). Elders zegt hij dat de gelovigen met Hem begraven zijn in de doop en mede opgewekt door het geloof (Kol. 2:12). In Handelingen gaan prediking, geloof en doop steeds in die orde: wie het woord aannam werd gedoopt (Hand. 2:41), de Samaritanen werden gedoopt nadat zij Filippus geloofd hadden (Hand. 8:12), en de kamerling wordt gedoopt op zijn belijdenis (Hand. 8:35-38). Daarom houdt de reformatorisch-baptistische opvatting vast aan de doop op belijdenis van het geloof: het teken volgt op de zaak en gaat er niet aan vooraf. Wie dit anders verstaat, beroept zich doorgaans op de plaats van de besnijdenis in het verbond (zie *Besnijdenis*, Gen. 17); maar het Nieuwe Testament verbindt de doop nergens aan de geboorte en overal aan het geloof.

Matt. 3:1-15; Matt. 28:19; Rom. 6:3-4; Kol. 2:12; Hand. 2:41; Hand. 8:12,35-38

Koninkrijk der hemelen  — Grieks: basileia ton ouranon; bij de andere Evangelisten "Koninkrijk Gods" — Mattheüs vermijdt uit eerbied de Godsnaam

Het is de uitdrukking waarmee zowel Johannes de Doper als Christus Zelf begint: "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen" (Matt. 3:2; 4:17). Mattheüs gebruikt haar meer dan dertig maal. Zij duidt niet een gebied aan maar een heerschappij: God die regeert, en mensen die zich onder die regering stellen. De Bergrede opent en sluit met dat Koninkrijk (Matt. 5:3,10). Het staat ook in het middelpunt van het gebed dat de Heere Zijn discipelen leert — "Uw Koninkrijk kome" (Matt. 6:10) — en het is de zaak die men eerst zoeken moet (Matt. 6:33). In hoofdstuk 13 legt Christus met zeven gelijkenissen uit hoe het zich in deze wereld gedraagt. Het begint klein als een mosterdzaad, het werkt verborgen als zuurdeeg, en het groeit op tussen onkruid dat pas bij de oogst gescheiden wordt (Matt. 13:24-33,47-50).

Bijbelse betekenis: Het Koninkrijk is in Mattheüs tegelijk nabij en nog niet voleindigd, en die spanning is geen onduidelijkheid maar de zaak zelf. Het is nabij gekomen in de Koning die er staat, het wordt ingegaan door bekering en niet door afkomst of prestatie, en het wordt pas bij de oogst van alle vermenging gezuiverd. Vandaar dat het geweld aangedaan wordt (Matt. 11:12) en tegelijk gegeven wordt aan wie als een kind wordt (Matt. 18:3; 19:14). En vandaar dat de eis om het eerst te zoeken niet zwaar valt: wie het zoekt, ontvangt de rest toe.

Typologie: Daniël zag reeds dat de God des hemels een Koninkrijk zou oprichten dat in eeuwigheid niet verstoord zal worden (Dan. 2:44). Hij zag ook dat de Zoon des mensen heerschappij, eer en het koninkrijk ontving (Dan. 7:13-14) — de woorden waarmee Christus Zich voor de hogepriester bekende (Matt. 26:64). Paulus zegt dat de Zoon het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgeven wanneer Hij alle vijanden onder Zijn voeten gesteld heeft (1 Kor. 15:24-25). En Openbaring bezingt dat de koninkrijken der wereld de koninkrijken van onze Heere geworden zijn (Op. 11:15).

Matt. 3:2; Matt. 4:17; Matt. 5:3,10; Matt. 6:10,33; Matt. 13:24-33,47-50; Matt. 18:3; Matt. 26:64; Dan. 2:44; Dan. 7:13-14; 1 Kor. 15:24-25; Op. 11:15

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

De Geest daalde neder en bleef op Hem — 3:11-17

Johannes doopt bij de Jordaan en preekt dat er Iemand na hem komt Die sterker is. Dan komt die Iemand naar voren en vraagt om gedoopt te worden — en Johannes weet zich geen raad.

Bij Zijn aantreden wordt Hij gezalfd zoals in Israël een profeet, priester of koning gezalfd werd — maar met de Geest zelf, en die blijft.

Johannes weigert eerst. Zijn doop is een doop tot bekering, en de Enige die niets te bekeren heeft, komt erom vragen. Het antwoord is kort: “aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen.” De kanttekening legt dat uit als alles wat God ingesteld en bevolen heeft, om Hem volkomen gehoorzaamheid te bewijzen. Hij begint dus waar Hij ook eindigen zal: op de plaats van anderen.

Wat er daarna gebeurt, is een aanstelling. In Israël werd niemand vanzelf profeet, priester of koning; men werd ertoe gezalfd, en de olie was het teken dat de Geest van de HEERE op iemand kwam. Hier komt de Geest zelf, zichtbaar: “de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen.”

Daar zit een verschil in met alles wat eraan voorafging. In het Oude Testament kwam de Geest telkens tijdelijk en voor een bepaalde taak. Hij kwam over Simson, over Saul, over de profeten — en Hij kon ook weer wijken. Johannes was tevoren gezegd waarop hij letten moest: op Wie de Geest zou nederdalen en op Hem blijven. Dat is wat hij zag. Nergens in de evangeliën staat dan ook dat de Geest later opnieuw op Hem kwam; dat hoefde niet meer.

En dan de stem: “Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!”

Dat is één zin, maar hij bestaat uit twee oude regels. Het eerste deel staat in de tweede psalm, waar tot de Koning gezegd wordt: Gij zijt Mijn Zoon. Het tweede deel staat bij Jesaja, aan het begin van het eerste knechtslied: “Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven.”

De psalm gaat over de Koning die de volken tot Zijn erfdeel krijgt. Het knechtslied gaat over de Knecht die niet schreeuwen zal op de straten en het gekrookte riet niet verbreken. Koning en Knecht, in één zin over één Persoon — en in de regel uit Jesaja staat de Geest er zelf bij, precies zoals Johannes Hem ziet neerdalen.

De kanttekening bij het slotvers wijst nog op iets anders: hier zijn de drie Personen tegelijk te zien. De Vader spreekt uit de hemel, de Zoon staat in het water, de Geest daalt neer. Bij het begin van Zijn bediening staat het er alle drie bij.

Zo is dit hoofdstuk de aanstelling. Wat bij Aäron met olie gebeurde en bij David met een hoorn, gebeurt hier zonder olie en zonder hoorn. Er is geen priester die Hem zalft; de hemel doet het zelf.

  1. Exodus 29:7 — Aäron wordt met olie gezalfd om priester te zijn.
  2. 1 Samuël 16:13 — David wordt gezalfd, en de Geest vaardigt over hem.
  3. Jesaja 42:1 — Van de Knecht heet het: Ik heb Mijn geest op Hem gegeven.
  4. Mattheüs 3:16 — Bij de Jordaan daalt de Geest zichtbaar op Hem neer.
  5. Johannes 1:33 — En Hij blijft op Hem — dat was het afgesproken teken.
  6. Handelingen 10:38 — God heeft Hem gezalfd met de Heilige Geest en met kracht.

In het Nieuwe Testament: Psalm 2:7; Jesaja 42:1; Johannes 1:32-33; Handelingen 10:38; Jesaja 61:1

Hoever dit reikt: Dat de stem uit de hemel twee oudtestamentische plaatsen samenneemt, blijkt uit de bewoordingen. Mattheüs zegt er zelf niet bij dat hij Psalm 2 en Jesaja 42 aanhaalt. Dat de Geest op Hem bleef, staat niet in Mattheüs maar in Johannes 1, waar het uitdrukkelijk als het teken genoemd wordt dat Johannes de Doper meegekregen had. Waarom Hij Zich liet dopen terwijl Hij niets te belijden had, wordt met één zin beantwoord en verder niet uitgelegd.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Mattheüs 3

Mattheüs 3:1-4.KruisverwijzingenMattheüs 4:17Johannes 1:23Mattheüs 6:10Lukas 1:76Jesaja 40:3Daniël 2:44Markus 1:15Mattheüs 10:7
— En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea, En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Want deze is het, van denwelken gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende: De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht! En dezelve Johannes had zijn kleding van kemelshaar, en een lederen gordel om zijn lenden; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig.
Alles wat met Johannes de Doper te maken had, was in overeenstemming met zijn boodschap. Hij was de prediker van de bekering, en dus was de plaats waar hij predikte volkomen passend. Het was in de woestijn, waar niets de aandacht van zijn hoorders aftrok, zoals in volle steden wel gebeurd zou zijn. Zijn kleding was opvallend, en alles aan hem, tot aan het voedsel dat hij at, wees erop dat hij de ruwe wegbereider was die de weg voor zijn Meester baande.

Johannes leerde niet de volheid van vreugde en vrede; dat werd aan onze Heere Jezus overgelaten om te verkondigen. Maar Johannes kwam om de weg van de HEERE te bereiden door de bekering te prediken.

“En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Er is geen ingaan in het Koninkrijk der hemelen zonder het koninkrijk van de duisternis te verlaten. Wij moeten ons van de zonde bekeren, of wij kunnen de zegeningen van de zaligheid niet ontvangen. Van ieder mens, wie hij ook is, of hij uiterlijk zedelijk of openlijk goddeloos is, wordt bekering geëist. Dat is de deur van de hoop; er is geen andere weg in het Koninkrijk.

Zijn kleding en zijn voedsel waren als zijn leer: ruw en eenvoudig. Bij Johannes de Doper was er geen omzichtig woordgebruik en geen maken van mooie volzinnen. Zijn boodschap was eenvoudig: bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen komt. Wij hebben in onze dagen meer van dit onderwijs van Johannes de Doper nodig. Dan worden mensen hun gebreken openlijk gezegd, en worden zij gewaarschuwd die weg te doen om Christus Jezus als hun Zaligmaker te ontvangen.

Mattheüs 3:5.KruisverwijzingenMarkus 1:5Johannes 3:23Lukas 16:16Lukas 3:7Johannes 5:35Mattheüs 11:7Mattheüs 4:25
— Toen is tot hem uitgegaan Jeruzalem en geheel Judea, en het gehele land rondom de Jordaan;
Er schijnt in die tijd een wijdverbreide verwachting van de komst van de Messias geweest te zijn. En dus, zodra het bericht kwam dat er een profeet in de woestijn predikte, gingen grote menigten naar hem toe om hem te horen.

Mattheüs 3:5-7.KruisverwijzingenHandelingen 19:18Mattheüs 23:331 Thessalonicenzen 1:10Mattheüs 12:34Markus 1:5Mattheüs 22:23Handelingen 1:5Handelingen 2:38
— Toen is tot hem uitgegaan Jeruzalem en geheel Judea, en het gehele land rondom de Jordaan; En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden. Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen tot zijn doop komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?
Dit waren de invloedrijke mensen van die tijd. De farizeeën waren de ritualisten van die eeuw, en de sadduceeën waren de rationalisten van die dagen.

Wel, Johannes, u had uw tong wat moeten strijken en enkele aangename woorden tot deze grote heren moeten spreken. Want daarmee had u misschien enkele farizeeën gewonnen of enkele sadduceeën het Koninkrijk in gepraat! Ach nee, dat is de manier van Johannes niet. Hij is openhartig en handelt oprecht met zijn hoorders. Want hij weet dat bekeerlingen die door vleierij gemaakt zijn, niets anders zijn dan vleiende bekeerlingen die geen werkelijke waarde hebben.

Mattheüs 3:6-8.KruisverwijzingenHandelingen 26:20Handelingen 19:18Efeze 5:9Mattheüs 23:331 Thessalonicenzen 1:10Mattheüs 12:34Galaten 5:22Mattheüs 22:23
— En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden. Hij dan, ziende velen van de Farizeen en Sadduceen tot zijn doop komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn? Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig.
Sprak hij niet in de trant van de profeet Elia? En toch waren die stoutmoedige uitspraken van hem in het geheel niet sterker dan de kwaden van die eeuw vroegen. Toen de eigengerechtige farizeeën en de twijfelende sadduceeën bij hem kwamen om gedoopt te worden, verwelkomde hij hen niet. Hij gebood hun vruchten voort te brengen die de bekering waardig zijn: bewijzen van een veranderd hart en leven.

Mattheüs 3:8-9.KruisverwijzingenHandelingen 26:20Efeze 5:9Galaten 5:22Lukas 3:8Jeremia 36:3Romeinen 9:7Handelingen 13:26Filippenzen 1:11
— Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig. En meent niet bij uzelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.
“En meent niet bij uzelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.”

Hij wees op de stenen in de rivier de Jordaan, waar hij doopte, en op de stenen langs de oevers. En hij zei tegen de farizeeën en de sadduceeën: er is uiteindelijk niets aan uw natuurlijke afkomst van Abraham. God heeft belofte gedaan dat Abraham een zaad zal hebben, maar denk niet dat Hij voor dat zaad van ú afhankelijk is. Hij kan Zijn belofte zonder u vervullen. Hij kan de kiezelstenen van de beek in kinderen voor Abraham veranderen.

God komt niet te kort aan mensen om zalig te maken. Willen sommigen van u Hem niet hebben, denk dan niet dat Hij bij u komt bedelen. Er zijn anderen die Hem wél willen hebben, en Zijn rijke vrijmachtige genade zal hen wel vinden. Wees op uw hoede, u die hoogmoedig bent en hoog over uzelf denkt, want God zal Zich niet voor u vernederen. Hij ziet op de nederige en de geringe, maar de hoogmoedige kent Hij van verre.

Johannes gebood hun niet te roemen op hun afkomst van Abraham, en toch was dat juist de grote zaak waarin zij roemden. Zij verachtten de heidenen als zovelen buiten de ware schaapskooi. Let erop hoe Johannes de Doper ons het evangelie eigenlijk zijdelings predikt terwijl hij hun vertrouwen op hun vleselijke afkomst afkeurt. De wedergeboorte is niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een man, maar uit God.

Mattheüs 3:10.KruisverwijzingenJohannes 15:6Johannes 15:2Lukas 13:6Lukas 3:9Mattheüs 7:19Psalmen 92:131 Petrus 4:17Psalmen 80:15
— En ook is alrede de bijl aan den wortel der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
Andere leraars kwamen als het ware alleen om de bomen te snoeien en uit te dunnen, maar de tijd was gekomen om die te vellen die geen vrucht droegen. Johannes deed dat, en onze Heere Jezus Christus deed het ook, want Zijn prediking groef de wortels van de zonde, het bijgeloof en het kwaad van elke soort op.

Mattheüs 3:11-12.KruisverwijzingenHandelingen 1:5Maleachi 4:1Lukas 3:16Jesaja 4:4Efeze 3:8Lukas 3:17Mattheüs 13:30Jeremia 7:20
— Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen. Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.
“Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.”

De Christus is de dienaar van de barmhartigheid, maar er is in Zijn leer een doorzoekende en toetsende kracht. Alleen wie oprecht van hart is, kan de wan van Christus verdragen. De onoprechten worden weggeblazen als het kaf op de dorsvloer, en hun einde is het verderf. God geve dat wij gerekend worden onder het koren dat Christus in Zijn hemelse schuur zal verzamelen!

Mattheüs 3:13-14.KruisverwijzingenMattheüs 2:22Johannes 1:32Lukas 3:21Markus 1:9Galaten 4:6Romeinen 3:23Openbaring 7:9Handelingen 1:5
— Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om van hem gedoopt te worden. Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?
Het leek zeer vreemd dat Johannes, de knecht, Jezus, de Meester, moest dopen. Wie van ons zou niet gevoeld hebben zoals Johannes deed? Zal de knecht de Meester dopen — en dan zo’n Meester, zijn eigen Heere en Zaligmaker? Maar het is niets anders dan de neerbuigende goedheid van onze gezegende Heere. Hij wilde alles doen wat Hij daarna van Zijn volk wenste, en daarom wilde Hij gedoopt worden en het voorbeeld geven dat zij allen moesten volgen.

Mattheüs 3:15.KruisverwijzingenJohannes 4:34Johannes 8:291 Johannes 2:6Filippenzen 2:7Lukas 1:6Johannes 13:71 Petrus 2:21Johannes 15:10
— Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af.
Dat wil zeggen: de Leraar moet Zelf de wetten gehoorzamen die Hij op het punt staat te geven. En omdat Hij anderen gaan gebieden zal gedoopt te worden, zal Hij het voorbeeld geven en Zelf gedoopt worden.

Ik denk ook dat de doop van Christus het beeld, de voorafschaduwing en het zinnebeeld was van het werk dat Hij daarna volbracht. Hij werd in het lijden gedompeld; Hij stierf en werd in het graf begraven; Hij is uit het graf opgestaan. En dat alles wordt uitgebeeld in het uiterlijke zinnebeeld van Zijn doop in de rivier de Jordaan.

Wij mogen nooit zo bescheiden zijn dat wij ongehoorzaam worden aan de bevelen van Christus. Wij hebben er gekend bij wie de nederigheid alleen in de tuin van het hart opgroeide, zonder de andere lieflijke bloemen die er naast haar hadden moeten opkomen. En zo is hun nederigheid tot een soort hoogmoed uitgegroeid. Johannes was gemakkelijk te overreden om te doen wat zijn gevoel eerst leek te verbieden.

Mattheüs 3:16-17.KruisverwijzingenMarkus 1:10Lukas 3:21Mattheüs 17:5Psalmen 2:7Johannes 1:31Jesaja 11:2Jesaja 42:1Lukas 9:35
— En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen. En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!
“En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen. En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!”

Johannes had Jezus juist in de rivier de Jordaan gedoopt. En Johannes erkende dat Hij de Zoon van God was, omdat het teken uit de hemel gegeven was waarnaar hij had moeten uitzien. Toen Jezus uit het water opkwam, daalde de Geest van God in een zichtbare gedaante op Hem neer en bleef op Hem.

Op hetzelfde ogenblik dat de duif neerdaalde en op Christus bleef, wees een stem uit de hemel Jezus aan. Dat was de stem van God de Vader, Die Zich niet in een lichamelijke gestalte openbaarde, maar wonderlijke woorden sprak zoals sterfelijke oren nooit eerder gehoord hadden. De Vader openbaarde Zich niet aan de ogen, zoals de Geest deed, maar aan de oren. En de woorden die Hij sprak, wezen duidelijk uit dat het God de Vader was Die van Zijn geliefde Zoon getuigde.

Het intreden van Christus in Zijn openbare dienst op aarde was de uitgekozen gelegenheid. Daar werd de innige eenheid tussen God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest openlijk betoond.

Sommigen schijnen te menen dat Jezus Christus onze Zaligmaker is met uitsluiting van God de Vader en van God de Heilige Geest. Maar dat is een zeer verkeerde gedachte. Wij zijn zalig geworden door het dierbare bloed van Christus. Maar God de Vader en God de Heilige Geest hebben even goed hun deel gehad in het grote werk van onze zaligheid. Sommigen zijn in die dwaling verstrikt geraakt. Opdat wij er niet in zouden vallen, heeft het God behaagd ons bij het begin van Christus’ openbare dienst een duidelijke aanwijzing te geven. Hij kwam niet alleen, en Hij ondernam het werk van onze verlossing niet los van de andere aanbiddelijke Personen van de eeuwig gezegende Drie-eenheid.

En zo is het ook de knechten van Christus overkomen, net als hun Meester. In het houden van Gods geboden werd hun door de Heilige Geest een lieflijke bevestiging gegeven. Ik vertrouw dat ook wij, naar onze mate van het zoonschap, in ons hart de stem uit de hemel gehoord hebben die zegt: deze is Mijn geliefde Zoon. En dat wij het neerdalen van de duifachtige Geest ondervonden hebben, Die ons vrede van hart en zachtmoedigheid van aard brengt.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content