Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 26

1 En het is geschied, als Jezus al deze woorden geeindigd had, dat Hij tot Zijn discipelen zeide:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG2532 het is geschiedG1096, als JezusG2424 alG3956 deze woordenG3056 geeindigdG5055 had, dat HijG846 tot Zijn discipelenG3101 zeideG2036: En het is geschied, als Jezus al deze woorden geeindigd had, dat Hij tot Zijn discipelen zeide:

KJV And1 it came to pass,2 when3 Jesus6 had finished4 all7 these sayings,9 he said unto his14 disciples,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 4 ετελεσεν G5055 geeindigd, volbracht, volbrengt accomplish, make an end, expire, fill up, finish, go over, pay, perform 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λογους G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 10 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Gij weetG1492, datG3754 naG3326 tweeG1417 dagenG2250 het paschaG3957 is, enG2532 de ZoonG5207 des mensenG444 zal overgeleverdG3860 worden, omG1519 gekruisigdG4717 te worden. Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden.

KJV Ye know1 that2 after3 two4 days5 is8 the feast of the passover,7 and9 the Son11 of man13 is betrayed14 to15 be crucified.

1 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 3 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 4 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 5 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover 8 γινεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 14 παραδιδοται G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 σταυρωθηναι G4717 gekruist, gekruisigd, kruisigen crucify
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Toen vergaderdenG4863 de overpriestersG749 enG2532 de SchriftgeleerdenG1122, enG2532 de ouderlingenG4245 des volksG2992, inG1519 de zaalG833 des hogepriestersG749, die genaamdG3004 was KajafasG2533; Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas;

KJV Then1 assembled together2 the chief priests,4 and5 the scribes,7 and8 the elders10 of the people,12 unto13 the palace15 of the high priest,17 who3 was called19 Caiaphas,

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 συνηχθησαν G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πρεσβυτεροι G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 λαου G2992 volk, volks, volke people 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αυλην G833 zaal, stal, voorhof court, (sheep-)fold, hall, palace 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 λεγομενου G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 20 καιαφα G2533 Kajafas Caiaphas
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En zij beraadslaagden te zamen, dat zij Jezus met listigheid vangen en doden zouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En zij beraadslaagden te zamen, datG2443 zij JezusG2424 met listigheidG1388 vangenG2902 enG2532 dodenG615 zouden. En zij beraadslaagden te zamen, dat zij Jezus met listigheid vangen en doden zouden.

Ook in dit vers beraadslaagden zamenG4823

KJV And1 consulted2 that3 they might take6 Jesus5 by subtilty,7 and8 kill

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 συνεβουλευσαντο G4823 beraadslaagden zamen, geraden, hielden consult, (give, take) counsel (together) 3 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 κρατησωσιν G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 7 δολω G1388 bedrog, listigheid craft, deceit, guile, subtilty 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 αποκτεινωσιν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Doch zij zeiden: Niet in het feest, opdat er geen oproer worde onder het volk.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 DochG1161 zij zeidenG3004: NietG3361 inG1722 het feestG1859, opdatG2443 er geenG3361 oproerG2351 wordeG1096 onderG1722 het volkG2992. Doch zij zeiden: Niet in het feest, opdat er geen oproer worde onder het volk.

KJV But2 they said,1 Not3 on4 the feast6 day, lest there be10 an uproar9 among11 the people.

1 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εορτη G1859 feest, feestdag feast, holyday 7 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 θορυβος G2351 oproer, beroerte tumult, uproar 10 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 λαω G2992 volk, volks, volke people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Als nu Jezus te Bethanie was, ten huize van Simon, de melaatse,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Als nuG1161 JezusG2424 te BethanieG963 wasG1096, ten huizeG3614 van SimonG4613, de melaatseG3015, Als nu Jezus te Bethanie was, ten huize van Simon, de melaatse,

KJV Now2 when Jesus3 was4 in5 Bethany,6 in7 the house8 of Simon9 the leper,

1 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 γενομενου G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 βηθανια G963 Bethanie Bethany 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 9 σιμωνος G4613 Simon, Simons Simon 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 λεπρου G3015 melaatse, melaatsen leper
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan tafel zat.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Kwam tot HemG846 een vrouwG1135, hebbendeG2192 een albasten flesG211 met zeer kostelijkeG927 zalfG3464, enG2532 gootG2708 ze uit opG1909 Zijn hoofdG2776, daar HijG846 aan tafelG345 zat. Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan tafel zat.

KJV There came1 unto him2 a woman3 having6 an alabaster box4 of very precious7 ointment,5 and8 poured it9 on10 his13 head,12 as he sat

1 προσηλθεν G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 4 αλαβαστρον G211 albasten fles (alabaster) box 5 μυρου G3464 zalf, zalven ointment 6 εχουσα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 βαρυτιμου G927 kostelijke very precious 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 κατεχεεν G2708 goot pour 10 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ανακειμενου G345 aanzaten, aanzittende, aanzat guest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Zijn discipelen, dat ziende, namen het zeer kwalijk, zeggende: Waartoe dit verlies?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG1161 Zijn discipelenG3101, dat ziendeG1492, namen het zeer kwalijkG23, zeggendeG3004: WaartoeG1519 ditG3778 verliesG684? En Zijn discipelen, dat ziende, namen het zeer kwalijk, zeggende: Waartoe dit verlies?

KJV But2 when his5 disciples4 saw it, they had indignation,6 saying,7 To8 what purpose9 is this12 waste?

1 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ηγανακτησαν G23 kwalijk, kwalijk namen, kwalijk nemen be much (sore) displeased, have (be moved with, with) indignation 7 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 απωλεια G684 verderf, verderve, verderfs damnable(-nation), destruction, die, perdition, X perish, pernicious ways, waste 12 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en de penningen den armen gegeven worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 WantG1063 dezeG3778 zalfG3464 had kunnen duurG4183 verkochtG4097, enG2532 de penningen den armenG4434 gegevenG1325 worden. Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en de penningen den armen gegeven worden.

KJV For2 this ointment5 might1 have been sold6 for much,7 and8 given9 to the poor.

1 ηδυνατο G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μυρον G3464 zalf, zalven ointment 6 πραθηναι G4097 verkocht, verkochte, verkochten sell 7 πολλου G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 δοθηναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 πτωχοις G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Maar Jezus, zulks verstaande, zeide tot hen: Waarom doet gij deze vrouw moeite aan? want zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 MaarG1161 JezusG2424, zulks verstaandeG1097, zeideG2036 tot henG846: WaaromG5101 doet gij deze vrouwG1135 moeiteG2873 aan? wantG1063 zij heeft een goedG2570 werkG2041 aanG1519 MijG1473 gewrochtG2038. Maar Jezus, zulks verstaande, zeide tot hen: Waarom doet gij deze vrouw moeite aan? want zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.

KJV When2 Jesus4 understood1 it, he said unto them,6 Why7 trouble ye8 the woman?11 for13 she hath wrought15 a good14 work12 upon16 me.

1 γνους G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 κοπους G2873 arbeid, moeite labour, + trouble, weariness 9 παρεχετε G3930 Betoon, bewezen, biedt bring, do, give, keep, minister, offer, shew, + trouble 10 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 γυναικι G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 12 εργον G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 13 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 14 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 15 ειργασατο G2038 werkt, werken, werkende commit, do, labor for, minister about, trade (by), work 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 εμε G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantG1063 de armenG4434 hebtG2192 gij altijdG3842 metG3326 u, maarG1161 MijG1473 hebtG2192 gij nietG3756 altijdG3842. Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.

KJV For2 ye have5 the poor4 always1 with6 you;7 but9 me ye have12 not10 always.

1 παντοτε G3842 altijd, tijd, tijde alway(-s), ever(-more) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πτωχους G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 5 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 6 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 7 εαυτων G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 8 εμε G1473 mij, ik I, me 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 παντοτε G3842 altijd, tijd, tijde alway(-s), ever(-more) 12 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want als zij deze zalf op Mijn lichaam gegoten heeft, zo heeft zij het gedaan tot een voorbereiding van Mijn begrafenis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 WantG1063 als zij dezeG3778 zalfG3464 opG1909 Mijn lichaamG4983 gegotenG906 heeft, zo heeft zij het gedaanG4160 totG4314 een voorbereiding van Mijn begrafenisG1779. Want als zij deze zalf op Mijn lichaam gegoten heeft, zo heeft zij het gedaan tot een voorbereiding van Mijn begrafenis.

KJV For in that2 she3 hath poured1 this ointment5 on7 my body,9 she did15 it for11 my burial.

1 βαλουσα G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μυρον G3464 zalf, zalven ointment 6 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 σωματος G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 10 μου G1473 mij, ik I, me 11 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ενταφιασαι G1779 begrafenis, begraven bury 14 με G1473 mij, ik I, me 15 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 VoorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: Alwaar ditG3778 EvangelieG2098 geprediktG2784 zal worden in de gehele wereldG2889, daar zal ookG2532 totG1519 haarG846 gedachtenisG3422 gesprokenG2980 worden van hetgeenG3739 zij gedaanG4160 heeft. Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft.

KJV Verily1 I say2 unto you, Wheresoever4 this gospel8 shall be preached6 in10 the whole11 world,13 there shall also15 this, that16 this woman9 hath done,17 be told14 for19 a memorial20 of her.

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 κηρυχθη G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ευαγγελιον G2098 Evangelie, Evangelies gospel 9 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ολω G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κοσμω G2889 wereld, versiersel adorning, world 14 λαληθησεται G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 18 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 μνημοσυνον G3422 gedachtenis memorial 21 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Toen ging eenG1520 van de twaalvenG1427, genaamdG3004 JudasG2455 IskariotG2469, totG4314 de overpriestersG749, Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters,

KJV Then1 one3 of the twelve,5 called7 Judas8 Iscariot,9 went2 unto10 the chief priests,

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 πορευθεις G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 3 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λεγομενος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 9 ισκαριωτης G2469 Iskariot Iscariot 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En zeideG2036: WatG5101 wiltG2309 gij mijG1473 gevenG1325, en ik zal Hem uG4771 overleverenG3860? EnG1161 zijG846 hebben hemG846 toegelegdG2476 dertigG5144 zilverenG694 penningen. En zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen.

KJV And said unto them, What2 will ye3 give5 me, and6 I will deliver8 him9 unto you? And11 they covenanted12 with him13 for thirty14 pieces of silver.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 3 θελετε G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 4 μοι G1473 mij, ik I, me 5 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 6 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 7 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 8 παραδωσω G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 εστησαν G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 τριακοντα G5144 dertig thirty 15 αργυρια G694 geld, zilveren, gelds money, (piece of) silver (piece)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En van toen af zocht hij gelegenheid, opdat hij Hem overleveren mocht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 van toen af zochtG2212 hij gelegenheidG2120, opdatG2443 hij HemG846 overleverenG3860 mocht. En van toen af zocht hij gelegenheid, opdat hij Hem overleveren mocht.

KJV And1 from2 that time3 he sought4 opportunity5 to6 betray8 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 3 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 4 εζητει G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 5 ευκαιριαν G2120 gelegenheid opportunity 6 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 παραδω G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En op den eerste dag der ongehevelde broden kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij U bereiden het pascha te eten?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG1161 op den eersteG4413 dag der ongeheveldeG106 broden kwamen de discipelenG3101 tot JezusG2424, zeggendeG3004 tot HemG846: Waar wiltG2309 Gij, dat wij U bereidenG2090 het paschaG3957 te etenG5315? En op den eerste dag der ongehevelde broden kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij U bereiden het pascha te eten?

KJV Now2 the first3 day of the feast of unleavened bread5 the disciples8 came6 to Jesus,10 saying11 unto him,12 Where13 wilt thou14 that we prepare15 for thee to eat17 the passover?

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πρωτη G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αζυμων G106 ongehevelde, ongezuurd, ongezuurde unleavened (bread) 6 προσηλθον G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 που G4226 waar where, whither 14 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 15 ετοιμασωμεν G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready 16 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 17 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Hij zeide: Gaat heen in de stad, tot zulk een, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal bij u het pascha houden met Mijn discipelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En Hij zeideG2036: Gaat heen inG1519 de stadG4172, totG4314 zulk een, en zegt hemG846: De MeesterG1320 zegt: Mijn tijdG2540 isG1510 nabijG1451, IkG1473 zal bij uG4771 het paschaG3957 houdenG4160 metG3326 Mijn discipelenG3101. En Hij zeide: Gaat heen in de stad, tot zulk een, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal bij u het pascha houden met Mijn discipelen.

Ook in dit vers zegtG3004 totG4314

KJV And2 he said, Go4 into5 the city7 to8 such a man,10 and11 say unto him,13 The Master15 saith,3 My time18 is at hand;20 I will keep24 the passover26 at22 thy house with27 my disciples.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πολιν G4172 stad, steden city 8 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δεινα G1170 such a man 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ειπατε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 διδασκαλος G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 16 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 καιρος G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 19 μου G1473 mij, ik I, me 20 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready 21 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 23 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 24 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 25 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover 27 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 28 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 30 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de discipelen deden, gelijk Jezus hun bevolen had, en bereidden het pascha.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 EnG2532 de discipelenG3101 dedenG4160, gelijkG5613 JezusG2424 hunG846 bevolenG4929 had, enG2532 bereiddenG2090 het paschaG3957. En de discipelen deden, gelijk Jezus hun bevolen had, en bereidden het pascha.

KJV And1 the disciples4 did2 as5 Jesus9 had appointed6 them;7 and10 they made ready11 the passover.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εποιησαν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 6 συνεταξεν G4929 bevolen appoint 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ητοιμασαν G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En als het avond geworden was, zat Hij aan met de twaalven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG1161 als het avondG3798 geworden wasG1096, zat Hij aan metG3326 de twaalvenG1427. En als het avond geworden was, zat Hij aan met de twaalven.

KJV Now2 when the even1 was come,3 he sat down4 with5 the twelve.

1 οψιας G3798 avond, avondstond even(-ing, (-tide)) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 ανεκειτο G345 aanzaten, aanzittende, aanzat guest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table 5 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 EnG2532 toen zij atenG2068, zeideG2036 HijG846: VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, datG3754 eenG1520 vanG1537 uG4771 MijG1473 zal verradenG3860. En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden.

KJV And1 as they3 did eat,2 he said, Verily5 I say4 unto you, that8 one9 of10 you shall betray12 me.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εσθιοντων G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 6 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 10 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 12 παραδωσει G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 13 με G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 EnG2532 zij, zeer bedroefdG3076 geworden zijnde, begonG756 een iegelijkG1538 van hen tot Hem te zeggenG3004: BenG1510 ikG1473 het, HeereG2962? En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?

KJV And1 they were exceeding3 sorrowful,2 and began4 every one7 of them6 to say5 unto him,8 Lord,12 is11 it9 I?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λυπουμενοι G3076 bedroefd, droevig, bedroef cause grief, grieve, be in heaviness, (be) sorrow(-ful), be (make) sorry 3 σφοδρα G4970 zeer exceeding(-ly), greatly, sore, very 4 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 5 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εκαστος G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 μητι G3385 toch niet? not (the particle usually not expressed, except by the form of the question) 10 εγω G1473 mij, ik I, me 11 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Hij, antwoordende, zeide: Die de hand met Mij in den schotel indoopt, die zal Mij verraden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG1161 Hij, antwoordendeG611, zeideG2036: Die de handG5495 met Mij inG1722 den schotelG5165 indooptG1686, die zal Mij verradenG3860. En Hij, antwoordende, zeide: Die de hand met Mij in den schotel indoopt, die zal Mij verraden.

KJV And2 he answered3 and said, He that dippeth6 his hand13 with7 me in9 the dish,11 the same14 shall betray16 me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εμβαψας G1686 indoopt, ingedoopt dip 7 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 8 εμου G1473 mij, ik I, me 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 τρυβλιω G5165 schotel dish 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χειρα G5495 handen, hand hand 14 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 με G1473 mij, ik I, me 16 παραδωσει G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt; het ware hem goed, zo die mens niet geboren was geweest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 De ZoonG5207 des mensenG444 gaat wel heen, gelijk vanG4012 Hem geschrevenG1125 is; maarG1161 weeG3759 dien mensG444, doorG1223 welkenG3739 de ZoonG5207 des mensenG444 verradenG3860 wordt; het wareG2258 hem goedG2570, zoG1487 die mensG444 nietG3756 geborenG1080 wasG1510 geweest. De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt; het ware hem goed, zo die mens niet geboren was geweest.

KJV The Son3 of man5 goeth6 as7 it is written8 of9 him:10 but12 woe11 unto that15 man14 by16 whom17 the Son19 of man21 is betrayed!22 it had been good23 for that31 man25 if26 he30 had28 not27 been born.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 υπαγει G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 7 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 8 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 9 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 15 εκεινω G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 16 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 17 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 22 παραδιδοται G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 23 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 24 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 25 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 27 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 28 εγεννηθη G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 29 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 31 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Judas, die Hem verried, antwoordde en zeide: Ben ik het, Rabbi? Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En JudasG2455, die HemG846 verriedG3860, antwoorddeG611 en zeide: BenG1510 ikG1473 het, RabbiG4461? HijG846 zeide tot hem: GijG4771 hebt het gezegdG2036. En Judas, die Hem verried, antwoordde en zeide: Ben ik het, Rabbi? Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.

Ook in dit vers zeideG3004

KJV Then2 Judas,3 which4 betrayed5 him,6 answered1 and said, Master,11 is10 it8 I?9 He said7 unto him,13 Thou14 hast said.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 παραδιδους G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 μητι G3385 toch niet? not (the particle usually not expressed, except by the form of the question) 9 εγω G1473 mij, ik I, me 10 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 12 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 15 ειπας G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En als zij atenG2068, namG2983 JezusG2424 het broodG740, en gezegendG2127 hebbende, brakG2806 HijG846 het, en gafG1325 het den discipelenG3101, en zeideG2036: NeemtG2983, eetG5315, datG3778 isG1510 Mijn lichaamG4983. En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.

KJV And2 as they3 were eating,1 Jesus6 took4 bread,8 and9 blessed10 it, and brake11 it, and12 gave13 it to the disciples,15 and16 said, Take,18 eat;19 this is my body.

1 εσθιοντων G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ευλογησας G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 11 εκλασεν G2806 brak, gebroken, breken break 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εδιδου G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 14 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 λαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 19 φαγετε G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 20 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 21 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 24 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En HijG846 namG2983 den drinkbekerG4221, enG2532 gedanktG2168 hebbende, gafG1325 hunG846 dien, zeggendeG3004: DrinktG4095 allenG3956 daaruit; En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit;

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV And1 he took2 the cup,4 and5 gave thanks,6 and gave7 it to them,8 saying,9 Drink ye10 all13 of11 it;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ευχαριστησας G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 7 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 πιετε G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 11 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 WantG1063 datG3778 isG1510 Mijn bloedG129, het bloed des NieuwenG2537 TestamentsG1242, hetwelk voor velenG4183 vergotenG1632 wordt, totG1519 vergevingG859 der zondenG266. Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.

KJV For2 this is my blood5 of the new9 testament,10 which4 is shed14 for12 many13 for15 the remission16 of sins.

1 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood 6 μου G1473 mij, ik I, me 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 καινης G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 10 διαθηκης G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 13 πολλων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 14 εκχυνομενον G1632 goot, uitgestort, vergoten gush (pour) out, run greedily (out), shed (abroad, forth), spill 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 αφεσιν G859 vergeving, loslating, vrijheid deliverance, forgiveness, liberty, remission 17 αμαρτιων G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En Ik zegG3004 uG4771, dat Ik van nu aan niet zal drinkenG4095 van de vruchtG1081 des wijnstoksG288, tot op dienG1565 dagG2250, wanneer Ik metG1537 uG4771 dezelve nieuwG2537 zal drinkenG4095 inG1722 het KoninkrijkG932 Mijns VadersG3962. En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.

KJV But2 I say1 unto you, I will7 not4 drink22 henceforth8 of10 this fruit13 of the vine,15 until16 that19 day18 when20 I drink it21 new25 with23 you in26 my Father's30 kingdom.

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 πιω G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 8 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 9 αρτι G737 nu, thans, terstond this day (hour), hence(-forth), here(-after), hither(-to), (even) now, (this) present 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 γεννηματος G1081 adderengebroedsels, vrucht, gewas fruit, generation 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αμπελου G288 wijnstoks, Wijnstok, wijnstok vine 16 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 19 εκεινης G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 20 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 21 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 πινω G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 23 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 24 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 25 καινον G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 29 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 31 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 EnG2532 als zij den lofzangG5214 gezongen hadden, gingenG1831 zij uit naarG1519 den OlijfbergG3735. En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

KJV And1 when they had sung an hymn,2 they went out3 into4 the mount6 of Olives.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 υμνησαντες G5214 lofzang, lofzangen, lofzingen sing a hymn (praise unto) 3 εξηλθον G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ελαιων G1636 Olijf, Olijfberg, olijfbomen olive (berry, tree)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Toen zeide Jezus tot hen: Gij zult allen aan Mij geergerd worden in deze nacht; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Toen zeideG3004 JezusG2424 tot henG846: GijG4771 zult allenG3956 aan Mij geergerdG4624 worden inG1722 dezeG3778 nachtG3571; wantG1063 er is geschrevenG1125: Ik zal den HerderG4166 slaanG3960, enG2532 de schapenG4263 der kuddeG4167 zullen verstrooidG1287 worden. Toen zeide Jezus tot hen: Gij zult allen aan Mij geergerd worden in deze nacht; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden.

KJV Then1 saith2 Jesus5 unto them,3 All6 ye shall be offended8 because9 of me11 this night:13 for16 it is written,15 I will smite17 the shepherd,19 and20 the sheep23 of the flock25 shall be scattered abroad.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 8 σκανδαλισθησεσθε G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 εμοι G1473 mij, ik I, me 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 νυκτι G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 14 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 16 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 17 παταξω G3960 slaan, slaande, sloeg smite, strike 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ποιμενα G4166 Herder, herder, herders shepherd, pastor 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 διασκορπισθησεται G1287 verstrooid, gestrooid, doorbracht disperse, scatter (abroad), strew, waste 22 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 προβατα G4263 schapen, schaap sheep(-fold) 24 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ποιμνης G4167 kudde flock, fold
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 MaarG1161 nadatG3326 Ik zal opgestaanG1453 zijn, zal IkG1473 uG4771 voorgaanG4254 naarG1519 GalileaG1056. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.

KJV But2 after1 I am risen again,4 I will go before6 you into8 Galilee.

1 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εγερθηναι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 5 με G1473 mij, ik I, me 6 προαξω G4254 voorgaan, varen, voorgingen bring (forth, out), go before 7 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γαλιλαιαν G1056 Galilea, Galilese Galilee
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Doch Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Al werden zij ook allen aan U geergerd, ik zal nimmermeer geergerd worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 DochG1161 PetrusG4074, antwoordendeG611, zeideG2036 tot Hem: Al werden zij ookG2532 allenG3956 aan UG4771 geergerdG4624, ikG1473 zal nimmermeerG3763 geergerdG4624 worden. Doch Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Al werden zij ook allen aan U geergerd, ik zal nimmermeer geergerd worden.

KJV Peter4 answered1 and2 said unto him,6 Though all9 men shall be offended10 because11 of thee, yet will I13 never14 be offended.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 10 σκανδαλισθησονται G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 13 εγω G1473 mij, ik I, me 14 ουδεποτε G3763 nooit, nimmermeer, Nooit neither at any time, never, nothing at any time 15 σκανδαλισθησομαι G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 JezusG2424 zeideG5346 tot hemG846: VoorwaarG281, Ik zegG3004 u, dat gij inG1722 dezenG3778 zelfdenG5026 nachtG3571, eerG4250 de haanG220 gekraaidG5455 zal hebben, MijG1473 driemaalG5151 zult verloochenenG533. Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.

KJV Jesus4 said1 unto him,2 Verily5 I say6 unto thee, That8 this9 night,12 before13 the cock14 crow,15 thou shalt deny17 me thrice.

1 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 6 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 νυκτι G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 13 πριν G4250 eer, Eer before (that), ere 14 αλεκτορα G220 haan cock 15 φωνησαι G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 16 τρις G5151 driemaal, Driemaal, drie maal three times, thrice 17 απαρνηση G533 verloochenen, verloochend, verloochene deny 18 με G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Petrus zeide tot Hem: Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! Desgelijks zeiden ook al de discipelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 PetrusG4074 zeideG3004 tot HemG846: Al moestG1163 ikG1473 ook met UG4771 stervenG599, zo zal ik UG4771 geenszinsG3364 verloochenenG533! Desgelijks zeidenG2036 ookG2532 alG3956 de discipelenG3101. Petrus zeide tot Hem: Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! Desgelijks zeiden ook al de discipelen.

KJV Peter4 said1 unto him,2 Though5 I should6 die10 with8 thee, yet will I14 not deny thee. Likewise15 also16 said all17 the disciples.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 καν G2579 en indien, al ware het and (also) if (so much as), if but, at the least, though, yet 6 δεη G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 7 με G1473 mij, ik I, me 8 συν G4862 met, samen met beside, with 9 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 10 αποθανειν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 11 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 14 απαρνησομαι G533 verloochenen, verloochend, verloochene deny 15 ομοιως G3668 insgelijks, evenzo likewise, so 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 20 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Toen ging JezusG2424 metG3326 henG846 inG1519 een plaatsG5564 genaamdG3004 GethsemaneG1068, enG2532 zeideG3004 tot de discipelenG3101: ZitG2523 hier nederG2193, totdat Ik heengaG565, en aldaar zal gebedenG4336 hebben. Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben.

KJV Then1 cometh2 Jesus6 with3 them4 unto7 a place8 called9 Gethsemane,10 and11 saith12 unto the disciples,14 Sit ye15 here,16 while17 I go19 and pray20 yonder.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 χωριον G5564 akker, plaats, land field, land, parcel of ground, place, possession 9 λεγομενον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 γεθσημανη G1068 Gethsemane Gethsemane 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 15 καθισατε G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 16 αυτου G847 (t-)here 17 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 18 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 απελθων G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 20 προσευξωμαι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 21 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeus, begon Hij droevig en zeer beangst te worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En met Zich nemendeG3880 PetrusG4074, enG2532 de tweeG1417 zonenG5207 van ZebedeusG2199, begonG756 Hij droevigG3076 enG2532 zeer beangstG85 te worden. En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeus, begon Hij droevig en zeer beangst te worden.

KJV And1 he took with him2 Peter4 and5 the two7 sons8 of Zebedee,9 and began10 to be sorrowful11 and12 very heavy.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παραλαβων G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 8 υιους G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 ζεβεδαιου G2199 Zebedeus Zebedee 10 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 11 λυπεισθαι G3076 bedroefd, droevig, bedroef cause grief, grieve, be in heaviness, (be) sorrow(-ful), be (make) sorry 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 αδημονειν G85 beangst be full of heaviness, be very heavy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Toen zeideG3004 Hij tot hen: Mijn zielG5590 isG1510 geheel bedroefdG4036 tot den doodG2288 toe; blijftG3306 hier enG2532 waaktG1127 metG3326 MijG1473. Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.

KJV Then1 saith he2 unto them,3 My soul7 is exceeding sorrowful,4 even unto9 death:10 tarry ye11 here,12 and13 watch14 with15 me.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 περιλυπος G4036 bedroefd, droevig exceeding (very) sorry(-owful) 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ψυχη G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 10 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 11 μεινατε G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 12 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 γρηγορειτε G1127 waakt, Waakt, waken be vigilant, wake, (be) watch(-ful) 15 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 16 εμου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan? doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En een weinigG3397 voortgegaanG4281 zijnde, vielG4098 HijG846 opG1909 Zijn aangezichtG4383, biddendeG4336 enG2532 zeggendeG3004: Mijn VaderG3962, indienG1487 het mogelijkG1415 isG1510, laat dezenG5124 drinkbekerG4221 vanG575 MijG1473 voorbijgaanG3928? doch nietG3756, gelijkG5613 IkG1473 wilG2309, maarG235 gelijkG5613 GijG4771 wilt. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan? doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.

KJV And1 he went2 a little further, and fell4 on5 his7 face,6 and9 prayed,8 saying,10 O my Father,11 if13 it be possible,14 let16 this cup20 pass from17 me: nevertheless22 not23 as24 I12 will,26 but27 as28 thou

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προελθων G4281 gingen, voortgegaan, eerst go before (farther, forward), outgo, pass on 3 μικρον G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 4 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 προσωπον G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 προσευχομενος G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 πατερ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 14 δυνατον G1415 machtig, mogelijk, krachtig able, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 παρελθετω G3928 voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaan come (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress 17 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 18 εμου G1473 mij, ik I, me 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 21 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 23 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 24 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 25 εγω G1473 mij, ik I, me 26 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 27 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 28 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 29 συ G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Kunt gij dan niet een uur met Mij waken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 En Hij kwamG2064 totG4314 de discipelenG3101 enG2532 vondG2147 henG846 slapendeG2518, enG2532 zeideG3004 tot PetrusG4074: KuntG2480 gij dan nietG3756 eenG1520 uurG5610 metG3326 MijG1473 wakenG1127? En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Kunt gij dan niet een uur met Mij waken?

KJV And1 he cometh2 unto3 the disciples,5 and6 findeth7 them8 asleep,9 and10 saith11 unto Peter,13 What,14 could ye16 not15 watch19 with20 me one hour?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ευρισκει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 8 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 καθευδοντας G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πετρω G4074 Petrus Peter, rock 14 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 ισχυσατε G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work 17 μιαν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 18 ωραν G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 19 γρηγορησαι G1127 waakt, Waakt, waken be vigilant, wake, (be) watch(-ful) 20 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 21 εμου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 WaaktG1127 en bidtG4336, opdatG2443 gij nietG3361 inG1519 verzoekingG3986 komtG1525; de geestG4151 is wel gewilligG4289, maarG1161 het vleesG4561 is zwakG772. Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

KJV Watch1 and2 pray,3 that ye enter6 not into7 temptation:8 the spirit11 indeed10 is willing,12 but14 the flesh15 is weak.

1 γρηγορειτε G1127 waakt, Waakt, waken be vigilant, wake, (be) watch(-ful) 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 προσευχεσθε G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 εισελθητε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 πειρασμον G3986 verzoeking, verzoekingen temptation, X try 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 11 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 προθυμον G4289 gewillig, volvaardig ready, willing 13 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 σαρξ G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 16 ασθενης G772 zwak, zwakken, krank more feeble, impotent, sick, without strength, weak(-er, -ness, thing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Wederom ten tweeden male heengaande, bad Hij, zeggende: Mijn Vader! Indien deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 WederomG3825 ten tweeden maleG1208 heengaandeG565, badG4336 Hij, zeggendeG3004: Mijn VaderG3962! Indien deze drinkbekerG4221 vanG575 Mij niet voorbijG3928 kanG1410 gaan, tenzijG3362 dat Ik hemG846 drinkeG4095, Uw wilG2307 geschiedeG1096! Wederom ten tweeden male heengaande, bad Hij, zeggende: Mijn Vader! Indien deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede!

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV He went away4 again1 the2 second time,3 and prayed,5 saying,6 O my Father,7 if9 this cup14 may11 not10 pass away15 from16 me, except I drink21 it,20 thy will24 be done.

1 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 2 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 3 δευτερου G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 4 απελθων G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 5 προσηυξατο G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 6 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 πατερ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 12 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 15 παρελθειν G3928 voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaan come (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress 16 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 17 εμου G1473 mij, ik I, me 18 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 19 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 20 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 πιω G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 22 γενηθητω G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 23 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 25 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En komende bij hen, vond Hij hen wederom slapende; want hun ogen waren bezwaard.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 EnG2532 komendeG2064 bij hen, vondG2147 Hij hen wederomG3825 slapendeG2518; wantG1063 hunG846 ogenG3788 warenG1510 bezwaardG916. En komende bij hen, vond Hij hen wederom slapende; want hun ogen waren bezwaard.

KJV And1 he came2 and found3 them4 asleep6 again:5 for8 their9 eyes11 were heavy.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 ευρισκει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 6 καθευδοντας G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep 7 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οφθαλμοι G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 12 βεβαρημενοι G916 bezwaard burden, charge, heavy, press
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En hen latende, ging Hij wederom heen, en bad ten derden male, zeggende dezelfde woorden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 EnG2532 hen latendeG863, ging Hij wederomG3825 heen, en badG4336 ten derdenG5154 male, zeggendeG2036 dezelfde woordenG3056. En hen latende, ging Hij wederom heen, en bad ten derden male, zeggende dezelfde woorden.

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV And1 he left2 them,3 and went away4 again,5 and prayed6 the third time,8 saying the same10 words.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αφεις G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 απελθων G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 5 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 6 προσηυξατο G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 7 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 8 τριτου G5154 derde, derden third(-ly) 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 12 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Toen kwam Hij tot Zijn discipelen, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; ziet, de ure is nabij gekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 Toen kwamG2064 Hij totG4314 Zijn discipelenG3101, enG2532 zeideG3004 tot henG846: SlaaptG2518 nu voortG3063, enG2532 rustG373; zietG3708, de ureG5610 is nabijG1448 gekomen, enG2532 de ZoonG5207 des mensenG444 wordt overgeleverdG3860 inG1519 de handenG5495 der zondarenG268. Toen kwam Hij tot Zijn discipelen, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; ziet, de ure is nabij gekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.

KJV Then1 cometh he2 to3 his6 disciples,5 and7 saith8 unto them,9 Sleep on10 now, and14 take your rest:15 behold, the hour20 is at hand,18 and21 the Son23 of man25 is betrayed26 into27 the hands28 of sinners.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 καθευδετε G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 λοιπον G3062 anderen, andere, overige other, which remain, remnant, residue, rest 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 αναπαυεσθε G373 rust, verkwikt, rusten take ease, refresh, (give, take) rest 17 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 18 ηγγικεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 19 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 26 παραδιδοται G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 27 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 28 χειρας G5495 handen, hand hand 29 αμαρτωλων G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Staat op, laat ons gaan; ziet, hij is nabij, die Mij verraadt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 StaatG1453 op, laat ons gaan; zietG3708, hij is nabijG1448, die MijG1473 verraadtG3860. Staat op, laat ons gaan; ziet, hij is nabij, die Mij verraadt.

KJV Rise,1 let us be going:2 behold, he is at hand4 that doth betray6 me.

1 εγειρεσθε G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 2 αγωμεν G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 3 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 4 ηγγικεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 παραδιδους G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 7 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 En als Hij nog sprak, ziet, Judas, een van de twaalven, kwam, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters en ouderlingen des volks.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 En als HijG846 nog sprakG2980, zietG3708, JudasG2455, eenG1520 van de twaalvenG1427, kwamG2064, enG2532 metG3326 hemG846 een grote schareG3793, metG3326 zwaardenG3162 enG2532 stokkenG3586, gezonden vanG575 de overpriestersG749 enG2532 ouderlingenG4245 des volksG2992. En als Hij nog sprak, ziet, Judas, een van de twaalven, kwam, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters en ouderlingen des volks.

KJV And1 while2 he3 yet spake,4 lo, Judas,6 one7 of the twelve,9 came,10 and11 with12 him13 a great15 multitude14 with16 swords17 and18 staves,19 from20 the chief priests22 and23 elders24 of the people.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 λαλουντος G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 5 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 7 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 10 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 15 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 16 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 17 μαχαιρων G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ξυλων G3586 hout, stokken, boom staff, stocks, tree, wood 20 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 21 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 αρχιερεων G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 πρεσβυτερων G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 25 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 λαου G2992 volk, volks, volke people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 En die Hem verried, had hun een teken gegeven, zeggende: Dien ik zal kussen, Dezelve is het, grijpt Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 EnG1161 die Hem verriedG3860, had hunG846 een tekenG4592 gegevenG1325, zeggendeG3004: DienG3739 ik zal kussenG5368, DezelveG846 isG1510 het, grijptG2902 HemG846. En die Hem verried, had hun een teken gegeven, zeggende: Dien ik zal kussen, Dezelve is het, grijpt Hem.

KJV Now2 he that betrayed3 him4 gave5 them6 a sign,7 saying,8 Whomsoever9 I shall kiss,11 that same12 is he:15 hold14 him fast.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παραδιδους G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 8 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 11 φιλησω G5368 lief, liefheeft, liefheb kiss, love 12 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 κρατησατε G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 En terstond komende tot Jezus, zeide hij: Wees gegroet, Rabbi! en hij kuste Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 EnG2532 terstondG2112 komendeG4334 tot JezusG2424, zeideG2036 hij: Wees gegroetG5463, RabbiG4461! enG2532 hij kusteG2705 Hem. En terstond komende tot Jezus, zeide hij: Wees gegroet, Rabbi! en hij kuste Hem.

KJV And1 forthwith2 he came3 to Jesus,5 and said, Hail,7 master;8 and9 kissed10 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 χαιρε G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 8 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 κατεφιλησεν G2705 kuste, kussen, kusten kiss 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 Maar Jezus zeide tot hem: Vriend! waartoe zijt gij hier! Toen kwamen zij toe, en sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 MaarG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot hemG846: VriendG2083! waartoeG1909 zijt gij hier! Toen kwamen zij toe, en sloegenG1911 de handenG5495 aan JezusG2424 en grepenG2902 HemG846. Maar Jezus zeide tot hem: Vriend! waartoe zijt gij hier! Toen kwamen zij toe, en sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem.

KJV And2 Jesus3 said unto him,5 Friend,6 wherefore7 art thou come?9 Then10 came they,11 and laid12 hands14 on15 Jesus,17 and18 took19 him.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εταιρε G2083 Vriend, gezellen fellow, friend 7 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 παρει G3918 tegenwoordig, tegenwoordige, ware come, X have, be here, + lack, (be here) present 10 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 11 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 12 επεβαλον G1911 sloegen, sloeg, slaan beat into, cast (up-)on, fall, lay (on), put (unto), stretch forth, think on 13 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χειρας G5495 handen, hand hand 15 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 εκρατησαν G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 En ziet, een van degenen, die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hogepriesters, hieuw zijn oor af.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 En zietG3708, eenG1520 van degenen, die metG3326 JezusG2424 waren, de handG5495 uitstekendeG1614, trokG645 zijn zwaardG3162 uit, enG2532 slaandeG3960 den dienstknechtG1401 des hogepriestersG749, hieuwG851 zijn oorG5621 af. En ziet, een van degenen, die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hogepriesters, hieuw zijn oor af.

KJV And,1 behold, one3 of them which were with5 Jesus6 stretched out7 his hand,9 and drew10 his13 sword,12 and14 struck15 a servant17 of the high priest's,19 and smote off20 his21 ear.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 6 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 εκτεινας G1614 strekte, Strek, uitstrekkende cast, put forth, stretch forth (out) 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 χειρα G5495 handen, hand hand 10 απεσπασεν G645 gescheiden, scheidde, trekken (with-)draw (away), after we were gotten from 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μαχαιραν G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 παταξας G3960 slaan, slaande, sloeg smite, strike 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δουλον G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 20 αφειλεν G851 hieuw, afdoen, afdoet cut (smite) off, take away 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ωτιον G5621 oor ear
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 Toen zeideG3004 JezusG2424 totG1519 hemG846: Keer uw zwaardG3162 weder in zijn plaatsG5117; wantG1063 allenG3956, die het zwaardG3162 nemenG2983, zullen doorG1722 het zwaardG3162 vergaanG622. Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.

KJV Then1 said2 Jesus5 unto him,3 Put up again6 thy sword9 into10 his13 place:12 for15 all they14 that take17 the sword18 shall perish21 with19 the sword.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 αποστρεψον G654 afkeren, afwenden, afgewend bring again, pervert, turn away (from) 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 μαχαιραν G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 13 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 16 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 λαβοντες G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 18 μαχαιραν G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 μαχαιρα G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 21 απολουνται G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
53 Of meent gij, dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

53 OfG2228 meentG1380 gij, datG3754 IkG1473 Mijn VaderG3962 nu nietG3756 kanG1410 biddenG3870, enG2532 Hij zal MijG1473 meer danG2228 twaalfG1427 legioenenG3003 engelenG32 bijzettenG3936? Of meent gij, dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten?

KJV Thinkest thou2 that3 I cannot4 now6 pray7 to my Father,9 and11 he shall presently give12 me more than1 twelve16 legions17 of angels?

1 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 2 δοκεις G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 δυναμαι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 6 αρτι G737 nu, thans, terstond this day (hour), hence(-forth), here(-after), hither(-to), (even) now, (this) present 7 παρακαλεσαι G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 10 μου G1473 mij, ik I, me 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 παραστησει G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 13 μοι G1473 mij, ik I, me 14 πλειους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 15 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 16 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 17 λεγεωνας G3003 Legio, legioen, legioenen legion 18 αγγελων G32 engel, engelen, engels angel, messenger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
54 Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden, die zeggen, dat het alzo geschieden moet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

54 HoeG4459 zouden danG3767 de SchriftenG1124 vervuldG4137 worden, die zeggen, datG3754 het alzoG3779 geschiedenG1096 moetG1163? Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden, die zeggen, dat het alzo geschieden moet?

KJV But how1 then2 shall the scriptures5 be fulfilled,3 that6 thus7 it must8 be?

1 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 πληρωθωσιν G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 4 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γραφαι G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 8 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 9 γενεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
55 Ter zelfder ure sprak Jezus tot de scharen: Gij zijt uitgegaan als tegen een moordenaar, met zwaarden en stokken, om Mij te vangen; dagelijks zat Ik bij u, lerende in den tempel, en gij hebt Mij niet gegrepen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

55 Ter zelfderG1565 ureG5610 sprakG2036 JezusG2424 totG4314 de scharenG3793: Gij zijt uitgegaanG1831 alsG5613 tegen een moordenaarG3027, met zwaardenG3162 enG2532 stokkenG3586, om Mij te vangenG4815; dagelijksG2250 zat Ik bij u, lerendeG1321 inG1722 den tempelG2411, enG2532 gij hebt MijG1473 nietG3756 gegrepenG2902; Ter zelfder ure sprak Jezus tot de scharen: Gij zijt uitgegaan als tegen een moordenaar, met zwaarden en stokken, om Mij te vangen; dagelijks zat Ik bij u, lerende in den tempel, en gij hebt Mij niet gegrepen;

KJV In1 that same2 hour4 said Jesus7 to the multitudes,9 Are ye come out13 as10 against11 a thief12 with14 swords15 and16 staves17 for to take18 me? I sat24 daily21 with22 you teaching25 in26 the temple,28 and29 ye laid31 no30 hold on me.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 3 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οχλοις G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 10 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 11 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 ληστην G3027 moordenaars, moordenaar, moordenaren robber, thief 13 εξηλθετε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 14 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 15 μαχαιρων G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ξυλων G3586 hout, stokken, boom staff, stocks, tree, wood 18 συλλαβειν G4815 bevrucht, vangen, gegrepen catch, conceive, help, take 19 με G1473 mij, ik I, me 20 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 21 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 22 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 23 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 24 εκαθεζομην G2516 zitten, bleef, zaten sit 25 διδασκων G1321 lerende, leerde, leren teach 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 29 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 30 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 31 εκρατησατε G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 32 με G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
56 Doch dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten zouden vervuld worden. Toen vluchtten al de discipelen, Hem verlatende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

56 DochG1161 ditG3778 allesG3650 is geschiedG1096, opdatG2443 de SchriftenG1124 der profetenG4396 zouden vervuldG4137 worden. Toen vluchttenG5343 alG3956 de discipelenG3101, HemG846 verlatendeG863. Doch dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten zouden vervuld worden. Toen vluchtten al de discipelen, Hem verlatende.

KJV But2 all3 this was done,4 that5 the scriptures8 of the prophets10 might be fulfilled.6 Then11 all14 the disciples13 forsook15 him,16 and fled.

1 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 4 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 πληρωθωσιν G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 7 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γραφαι G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 11 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 14 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 αφεντες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 εφυγον G5343 vlieden, vliedt, gevloden escape, flee (away)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
57 Die nu Jezus gevangen hadden, leidden Hem heen tot Kajafas, den hogepriester, alwaar de Schriftgeleerden en ouderlingen vergaderd waren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

57 Die nuG1161 JezusG2424 gevangenG2902 hadden, leiddenG520 Hem heen totG4314 KajafasG2533, den hogepriesterG749, alwaar de SchriftgeleerdenG1122 en ouderlingenG4245 vergaderdG4863 waren. Die nu Jezus gevangen hadden, leidden Hem heen tot Kajafas, den hogepriester, alwaar de Schriftgeleerden en ouderlingen vergaderd waren.

KJV And2 they that had laid hold3 on Jesus5 led him away6 to7 Caiaphas8 the high priest,10 where11 the scribes13 and14 the elders16 were assembled.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 κρατησαντες G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 απηγαγον G520 leidden, leidt, Leid bring, carry away, lead (away), put to death, take away 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 καιαφαν G2533 Kajafas Caiaphas 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αρχιερεα G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 11 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πρεσβυτεροι G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 17 συνηχθησαν G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
58 En Petrus volgde Hem van verre tot aan de zaal des hogepriesters, en binnengegaan zijnde, zat hij bij de dienaren, om het einde te zien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

58 En PetrusG4074 volgdeG190 HemG846 vanG575 verreG3113 tot aan de zaalG833 des hogepriestersG749, en binnengegaanG2080 zijnde, zat hij bij de dienarenG5257, om het eindeG5056 te zienG1492. En Petrus volgde Hem van verre tot aan de zaal des hogepriesters, en binnengegaan zijnde, zat hij bij de dienaren, om het einde te zien.

KJV But2 Peter3 followed4 him5 afar off6 unto8 the high priest's12 palace,10 and13 went14 in,15 and sat16 with17 the servants,19 to see the end.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 ηκολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 7 μακροθεν G3113 verre afar off, from far 8 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αυλης G833 zaal, stal, voorhof court, (sheep-)fold, hall, palace 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εισελθων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 15 εσω G2080 inwendigen, binnengegaan, daarbinnen (with-)in(-ner, -to, -ward) 16 εκαθητο G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 17 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 υπηρετων G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 20 ιδειν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 21 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 τελος G5056 einde, Einde, tol + continual, custom, end(-ing), finally, uttermost

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
59 En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

59 En de overpriestersG749, en de ouderlingenG4245, en de gehele grote raadG4892 zochtenG2212 valse getuigenisG5577 tegenG2596 JezusG2424, opdat zij Hem dodenG2289 mochten; en vondenG2147 niet. En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet.

KJV Now2 the chief priests,3 and4 elders,6 and7 all10 the council,9 sought11 false witness12 against13 Jesus,15 to16 put18 him17 to death;

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πρεσβυτεροι G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 συνεδριον G4892 raad, raadsvergaderingen, raads council 10 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 11 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 12 ψευδομαρτυριαν G5577 valse getuigenis, valse getuigenissen false witness 13 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 16 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 θανατωσωσιν G2289 doden, gedood, doodt become dead, (cause to be) put to death, kill, mortify

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
60 En hoewel er vele valse getuigen toegekomen waren, zo vonden zij toch niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

60 En hoewel er veleG4183 valse getuigenG5575 toegekomenG4334 waren, zo vondenG2147 zij toch nietG3756. En hoewel er vele valse getuigen toegekomen waren, zo vonden zij toch niet.

KJV But1 found3 none:2 yea,4 though many5 false witnesses6 came,7 yet found they9 none.8 At the last11 came13 two14 false witnesses,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 ευρον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 πολλων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 6 ψευδομαρτυρων G5575 valse getuigen false witness 7 προσελθοντων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 8 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 ευρον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 11 υστερον G5305 laatste, namaals afterward, (at the) last (of all) 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 14 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 15 ψευδομαρτυρες G5575 valse getuigen false witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
61 Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

61 Maar ten laatsteG5305 kwamen tweeG1417 valse getuigenG5575, en zeidenG2036: DezeG3778 heeft gezegdG5346: Ik kanG1410 den tempelG3485 GodsG2316 afbrekenG2647, enG2532 in drieG5140 dagenG2250 denzelvenG846 opbouwenG3618. Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen.

KJV And said, This2 fellow said,3 I am able4 to destroy5 the temple7 of God,9 and10 to build14 it15 in11 three12 days.

1 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 4 δυναμαι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 5 καταλυσαι G2647 afgebroken, afbreekt, afbreken destroy, dissolve, be guest, lodge, come to nought, overthrow, throw down 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ναον G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 12 τριων G5140 drie, Drie three 13 ημερων G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 14 οικοδομησαι G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
62 En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

62 EnG2532 de hogepriesterG749, opstaandeG450, zeideG2036 tot HemG846: AntwoordtG611 Gij nietsG3762? WatG5101 getuigenG2649 dezenG3778 tegen U? En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?

KJV And1 the high priest4 arose,2 and said unto him,6 Answerest thou8 nothing?7 what9 is it which these10 witness against12 thee?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 8 αποκρινη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 12 καταμαρτυρουσιν G2649 getuigen witness against

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
63 Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

63 DochG1161 JezusG2424 zweeg stilG4623. En de hogepriesterG749, antwoordendeG611, zeideG2036 tot HemG846: IkG1473 bezweerG1844 UG4771 bij den levendenG2198 GodG2316, datG2443 Gij ons zegtG2036, ofG1487 GijG4771 zijtG1510 de ChristusG5547, de ZoonG5207 van GodG2316? Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?

KJV But2 Jesus3 held his peace.4 And5 the high priest8 answered6 and said unto him,10 I adjure11 thee by13 the living17 God,15 that18 thou tell us whether21 thou12 be the Christ,25 the Son27 of God.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 εσιωπα G4623 zwijgen, zweeg stil, Zwijg dumb, (hold) peace 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 9 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 εξορκιζω G1844 bezweer adjure 12 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 13 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ζωντος G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 18 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 19 ημιν G1473 mij, ik I, me 20 ειπης G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 21 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 22 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 23 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 24 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 26 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 28 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

64 JezusG2424 zeideG3004 tot hemG846: GijG4771 hebt het gezegdG2036. Doch Ik zegG3004 ulieden: VanG575 nu aan zult gijG4771 zienG3700 den ZoonG5207 des mensenG444, zittendeG2521 ter rechterG1188 hand der krachtG1411 Gods, enG2532 komendeG2064 opG1909 de wolkenG3507 des hemelsG3772. Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV Jesus4 saith1 unto him,2 Thou5 hast said: nevertheless7 I say6 unto you, Hereafter11 shall ye see the Son14 of man16 sitting17 on18 the right hand19 of power,21 and22 coming23 in24 the clouds26 of heaven.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ειπας G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 8 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 10 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 11 αρτι G737 nu, thans, terstond this day (hour), hence(-forth), here(-after), hither(-to), (even) now, (this) present 12 οψεσθε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 17 καθημενον G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 18 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 19 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 20 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 δυναμεως G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 ερχομενον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 24 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 25 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 νεφελων G3507 wolk, wolken cloud 27 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
65 Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

65 Toen verscheurdeG1284 de hogepriesterG749 zijn klederenG2440, zeggendeG3004: HijG846 heeft God gelasterdG987, watG5101 hebben wij nog getuigenG3144 van nodeG5532? ZietG3708, nu hebt gij Zijn gods lasteringG988 gehoordG191. Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord.

KJV Then1 the high priest3 rent4 his7 clothes,6 saying,8 He hath spoken blasphemy;10 what11 further12 need13 have we14 of witnesses?15 behold, now17 ye have heard18 his21 blasphemy.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 4 διερρηξεν G1284 scheurde, scheurden, verbrak break, rend 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 εβλασφημησεν G987 gelasterd, lasteren, lasterden (speak) blaspheme(-er, -mously, -my), defame, rail on, revile, speak evil 11 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 13 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 14 εχομεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 15 μαρτυρων G3144 getuigen, getuige, Getuige martyr, record, witness 16 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 17 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 18 ηκουσατε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βλασφημιαν G988 lastering, lasteringen blasphemy, evil speaking, railing 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
66 Wat dunkt ulieden? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

66 WatG5101 dunktG1380 ulieden? EnG1161 zij, antwoordendeG611, zeidenG2036: Hij isG1510 des doodsG2288 schuldigG1777. Wat dunkt ulieden? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig.

KJV What1 think3 ye? They answered6 and5 said, He is guilty8 of death.

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 δοκει G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 6 αποκριθεντες G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 7 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ενοχος G1777 schuldig, strafbaar, onderworpen in danger of, guilty of, subject to 9 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
67 Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

67 Toen spogenG1716 zij inG1519 Zijn aangezichtG4383, en sloegenG2852 HemG846 met vuistenG2852. Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten.

KJV Then1 did they spit2 in3 his6 face,5 and7 buffeted8 him;9 and11 others smote him with the palms of their hands,

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 ενεπτυσαν G1716 bespogen, bespuwen, gespogen spit (upon) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 προσωπον G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εκολαφισαν G2852 vuisten slaan, geslagen, sloegen buffet 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 ερραπισαν G4474 gaven, kinnebakslagen, slaat smite (with the palm of the hand)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
68 En anderen gaven Hem kinnebakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

68 En anderen gavenG4474 Hem kinnebakslagenG4474, zeggendeG3004: ProfeteerG4395 ons, ChristusG5547, wieG5101 isG1510 het, die UG4771 geslagenG3817 heeft? En anderen gaven Hem kinnebakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?

KJV Saying,1 Prophesy2 unto us, thou Christ,4 Who5 is he that smote8 thee?

1 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 προφητευσον G4395 profeteren, geprofeteerd, profeteert prophesy 3 ημιν G1473 mij, ik I, me 4 χριστε G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 5 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 παισας G3817 geslagen, sloeg, gestoken smite, strike 9 σε G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
69 En Petrus zat buiten in de zaal; en een dienstmaagd kwam tot hem, zeggende: Gij waart ook met Jezus, den Galileer.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

69 En PetrusG4074 zat buitenG1854 inG1722 de zaalG833; en eenG1520 dienstmaagdG3814 kwam tot hemG846, zeggendeG3004: GijG4771 waartG2258 ookG2532 met JezusG2424, den GalileerG1057. En Petrus zat buiten in de zaal; en een dienstmaagd kwam tot hem, zeggende: Gij waart ook met Jezus, den Galileer.

KJV Now2 Peter3 sat5 without4 in6 the palace:8 and9 a damsel13 came10 unto him,11 saying,14 Thou16 also15 wast with18 Jesus19 of Galilee.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 5 εκαθητο G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αυλη G833 zaal, stal, voorhof court, (sheep-)fold, hall, palace 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 προσηλθεν G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 μια G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 13 παιδισκη G3814 dienstmaagd, dienstmaagden bondmaid(-woman), damsel, maid(-en) 14 λεγουσα G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 17 ησθα G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 19 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 γαλιλαιου G1057 Galileer, Galileers, Galilese Galilean, of Galilee

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
70 Maar hij loochende het voor allen, zeggende: Ik weet niet, wat gij zegt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

70 MaarG1161 hij loochendeG720 het voor allenG3956, zeggendeG3004: Ik weetG1492 nietG3756, watG5101 gij zegtG3004. Maar hij loochende het voor allen, zeggende: Ik weet niet, wat gij zegt.

KJV But2 he denied3 before4 them all,5 saying,6 I know8 not7 what9 thou sayest.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηρνησατο G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 4 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 5 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 λεγεις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
71 En als hij naar de voorpoort uitging, zag hem een andere dienstmaagd, en zeide tot degenen, die aldaar waren: Deze was ook met Jezus den Nazarener.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

71 En als hij naarG1519 de voorpoortG4440 uitgingG1831, zagG1492 hemG846 een andere dienstmaagd, en zeideG3004 tot degenen, die aldaar waren: Deze was ookG2532 metG3326 JezusG2424 den NazarenerG3480. En als hij naar de voorpoort uitging, zag hem een andere dienstmaagd, en zeide tot degenen, die aldaar waren: Deze was ook met Jezus den Nazarener.

KJV And2 when he3 was gone out1 into4 the porch,6 another9 maid saw him,8 and10 said11 unto them that were there,13 This15 fellow was also14 with17 Jesus18 of Nazareth.

1 εξελθοντα G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πυλωνα G4440 poorten, voorpoort, poort gate, porch 7 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 αλλη G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 18 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ναζωραιου G3480 Nazarener, NAZARENER, Nazarenen Nazarene, of Nazareth

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
72 En hij loochende het wederom met een eed, zeggende: Ik ken den Mens niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

72 EnG2532 hij loochendeG720 het wederomG3825 metG3326 een eedG3727, zeggende: Ik kenG1492 den MensG444 nietG3756. En hij loochende het wederom met een eed, zeggende: Ik ken den Mens niet.

Ook in dit vers [zeggende]G3754

KJV And1 again2 he denied3 with4 an oath,5 I do8 not7 know the man.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 3 ηρνησατο G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 4 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 5 ορκου G3727 eed, eden, ede oath 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
73 En een weinig daarna, die er stonden, bijkomende, zeiden tot Petrus: Waarlijk, gij zijt ook van die, want ook uw spraak maakt u openbaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

73 En een weinigG3397 daarna, die er stondenG2476, bijkomendeG4334, zeidenG2036 tot PetrusG4074: WaarlijkG230, gijG4771 zijtG1510 ook vanG1537 die, wantG1063 ook uw spraakG2981 maaktG4160 uG4771 openbaarG1212. En een weinig daarna, die er stonden, bijkomende, zeiden tot Petrus: Waarlijk, gij zijt ook van die, want ook uw spraak maakt u openbaar.

KJV And3 after1 a while came unto him they4 that stood by,6 and said to Peter,9 Surely10 thou12 also11 art one of13 them;14 for17 thy speech19 bewrayeth21 thee.

1 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 2 μικρον G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εστωτες G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 7 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πετρω G4074 Petrus Peter, rock 10 αληθως G230 waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijk indeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 13 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 18 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 λαλια G2981 spraak, zeggens saying, speech 20 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 21 δηλον G1212 openbaar + bewray, certain, evident, manifest 22 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 23 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
74 Toen begon hij zich te vervloeken, en te zweren: Ik ken den Mens niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

74 Toen begonG756 hij zich te vervloekenG2653, enG2532 te zwerenG3660: Ik kenG1492 den MensG444 nietG3756. Toen begon hij zich te vervloeken, en te zweren: Ik ken den Mens niet.

KJV Then1 began he2 to curse3 and4 to swear,5 saying,6 I know8 not7 the man.10 And11 immediately12 the cock13 crew.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 3 καταναθεματιζειν G2653 vervloeken curse 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ομνυειν G3660 gezworen, zweert, zweren swear 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 13 αλεκτωρ G220 haan cock 14 εφωνησεν G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
75 En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

75 En terstondG2112 kraaideG5455 de haanG220; enG2532 PetrusG4074 werd indachtigG3415 het woordG4487 van JezusG2424, Die tot hemG846 gezegdG2046 had: EerG4250 de haanG220 gekraaidG5455 zal hebben, zult gij MijG1473 driemaalG5151 verloochenenG533. EnG2532 naar buitenG1854 gaandeG1831, weendeG2799 hij bitterlijkG4090. En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.

KJV And1 Peter4 remembered the word6 of Jesus,8 which3 said9 unto him,10 Before11 the cock13 crow,14 thou shalt deny16 me thrice.15 And18 he went out,20 and19 wept21 bitterly.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εμνησθη G3403 Gedenkt, gedenkt be mindful, remember 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ρηματος G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 ειρηκοτος G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 πριν G4250 eer, Eer before (that), ere 13 αλεκτορα G220 haan cock 14 φωνησαι G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 15 τρις G5151 driemaal, Driemaal, drie maal three times, thrice 16 απαρνηση G533 verloochenen, verloochend, verloochene deny 17 με G1473 mij, ik I, me 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 20 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 21 εκλαυσεν G2799 weent, wenende, weende bewail, weep 22 πικρως G4090 bitterlijk bitterly

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Eeuwenoude olijfbomen in de Hof van Gethsémané De knoestige, eeuwenoude olijfbomen die nog altijd in de Hof van Gethsémané staan, aan de voet van de Olijfberg.
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 26:1 Mattheüs 19:1 Mattheüs 7:28
Mattheüs 26:2 Lukas 22:1 Markus 14:1 Johannes 11:55 Mattheüs 20:18 Lukas 24:6 Exodus 34:25 Johannes 13:1 Exodus 12:11
Mattheüs 26:3 Johannes 11:47 Johannes 18:24 Markus 14:54 Mattheüs 26:57 Jeremia 18:18 Psalmen 94:20 Psalmen 2:1 Jeremia 17:27
Mattheüs 26:4 Mattheüs 12:14 Mattheüs 23:33 Handelingen 7:19 2 Korinthe 11:3 Genesis 3:1 Handelingen 13:10 Psalmen 2:2
Mattheüs 26:5 Mattheüs 27:24 Markus 14:2 Jesaja 46:10 Klaagliederen 3:37 Markus 14:27 Mattheüs 21:26 Mattheüs 14:5 Johannes 18:28
Mattheüs 26:6 Mattheüs 21:17 Markus 14:3 Johannes 12:1 Lukas 7:37 Markus 11:12 Johannes 11:1
Mattheüs 26:7 Lukas 7:37 Prediker 10:1 Jesaja 57:9 Psalmen 133:2 Prediker 9:8 Exodus 30:23 Johannes 12:2 Hooglied 1:3
Mattheüs 26:8 Exodus 5:17 1 Samuël 17:28 Markus 14:4 Amos 8:5 Hagai 1:2 Johannes 12:4 Prediker 4:4 Maleachi 1:13
Mattheüs 26:9 Jozua 7:20 2 Koningen 5:20 Johannes 12:5 Markus 14:5 1 Samuël 15:9 2 Petrus 2:15 1 Samuël 15:21
Mattheüs 26:10 Titus 3:14 Titus 3:8 Galaten 1:7 Titus 1:16 Hebreeën 13:21 Titus 2:14 2 Timotheüs 2:21 1 Petrus 2:12
Mattheüs 26:11 Deuteronomium 15:11 Markus 14:7 Johannes 12:8 Johannes 16:28 Mattheüs 28:20 Mattheüs 18:20 Galaten 2:10 Johannes 14:19
Mattheüs 26:12 Johannes 12:7 2 Kronieken 16:14 Lukas 23:56 Markus 14:8 Markus 16:1 Johannes 19:39
Mattheüs 26:13 Markus 14:9 Mattheüs 24:14 Hebreeën 6:10 Psalmen 98:2 Jesaja 52:9 1 Samuël 2:30 Psalmen 112:6 1 Timotheüs 2:6
Mattheüs 26:14 Mattheüs 10:4 Lukas 22:3 Johannes 13:30 Johannes 13:2 Mattheüs 27:3 Johannes 6:70 Mattheüs 26:25 Markus 14:10
Mattheüs 26:15 Exodus 21:32 Zacharia 11:12 2 Petrus 2:3 Mattheüs 27:3 Richteren 17:10 2 Petrus 2:14 Genesis 37:26 1 Timotheüs 6:9
Mattheüs 26:16 Lukas 22:6 Markus 14:11
Mattheüs 26:17 Exodus 12:18 Exodus 12:6 Mattheüs 17:24 Exodus 13:6 Lukas 22:7 Leviticus 23:5 Mattheüs 26:19 Markus 14:12
Mattheüs 26:18 Johannes 7:6 Johannes 13:1 Johannes 7:30 Johannes 7:8 Johannes 17:1 Johannes 12:23 Lukas 22:53 Markus 14:13
Mattheüs 26:19 Mattheüs 21:6 Johannes 2:5 Exodus 12:4 Johannes 15:14 2 Kronieken 35:10
Mattheüs 26:20 Markus 14:17 Johannes 13:21 Lukas 22:14 Exodus 12:11 Hooglied 1:12
Mattheüs 26:21 Johannes 13:21 Johannes 6:70 Psalmen 55:12 Mattheüs 26:14 Hebreeën 4:13 Lukas 22:21 Mattheüs 26:2 Openbaring 2:23
Mattheüs 26:22 Lukas 22:23 Johannes 13:22 Johannes 21:17 Markus 14:19
Mattheüs 26:23 Johannes 13:18 Psalmen 41:9 Johannes 13:26 Lukas 22:21
Mattheüs 26:24 Lukas 24:46 Handelingen 26:22 Markus 9:12 Mattheüs 26:54 1 Korinthe 15:3 Mattheüs 18:7 Mattheüs 26:56 Handelingen 17:2
Mattheüs 26:25 Mattheüs 26:64 Mattheüs 27:11 Lukas 22:70 Johannes 18:37 Spreuken 30:20 2 Koningen 5:25 Mattheüs 23:7 Mattheüs 26:49
Mattheüs 26:26 1 Korinthe 11:23 Mattheüs 14:19 1 Korinthe 10:16 Markus 6:41 Lukas 24:30 Lukas 22:18 Handelingen 20:7 Markus 14:22
Mattheüs 26:27 Lukas 22:20 Hooglied 5:1 1 Korinthe 11:28 Jesaja 25:6 1 Korinthe 10:16 Jesaja 55:1 Markus 14:23 Psalmen 116:13
Mattheüs 26:28 Mattheüs 20:28 Exodus 24:7 Openbaring 7:14 Hebreeën 9:28 1 Johannes 2:2 Openbaring 7:9 Hebreeën 9:14 Hebreeën 13:20
Mattheüs 26:29 Handelingen 10:41 Mattheüs 13:43 Markus 14:25 Openbaring 14:3 Psalmen 104:15 Hebreeën 12:2 Openbaring 7:17 Lukas 12:32
Mattheüs 26:30 Lukas 22:39 Mattheüs 21:1 Lukas 21:37 Johannes 18:1 Johannes 14:31 Markus 14:26 Efeze 5:19 Kolossenzen 3:16
Mattheüs 26:31 Zacharia 13:7 Johannes 16:32 Markus 14:27 Ezechiël 34:5 Mattheüs 11:6 Jesaja 53:10 Klaagliederen 1:19 Job 19:13
Mattheüs 26:32 Mattheüs 28:16 Mattheüs 28:10 Lukas 18:33 Markus 16:7 1 Korinthe 15:6 Markus 9:9 Johannes 21:1 Mattheüs 20:19
Mattheüs 26:33 Lukas 22:33 Filippenzen 2:3 Psalmen 17:5 Spreuken 20:6 Psalmen 119:116 1 Petrus 5:5 Johannes 13:36 Johannes 21:15
Mattheüs 26:34 Johannes 13:38 Lukas 22:34 Mattheüs 26:75 Markus 14:30
Mattheüs 26:35 Johannes 13:37 Exodus 19:8 Mattheüs 20:22 1 Petrus 1:17 Filippenzen 2:12 Romeinen 11:20 1 Korinthe 10:12 Spreuken 29:23
Mattheüs 26:36 Mattheüs 26:42 Lukas 22:39 Mattheüs 26:39 Psalmen 22:1 Psalmen 69:1 Markus 14:32 Hebreeën 5:7 Johannes 18:1
Mattheüs 26:37 Mattheüs 4:21 Mattheüs 17:1 Markus 5:37 Markus 14:33 Lukas 22:44 Mattheüs 20:20 Johannes 12:27 Mattheüs 4:18
Mattheüs 26:38 Johannes 12:27 Jesaja 53:3 1 Petrus 3:18 Mattheüs 26:40 Mattheüs 25:13 Galaten 3:13 Romeinen 8:32 Jesaja 53:10
Mattheüs 26:39 Mattheüs 26:42 Johannes 6:38 Johannes 5:30 Filippenzen 2:8 Hebreeën 5:7 Johannes 12:27 Mattheüs 20:22 Numeri 14:5
Mattheüs 26:40 Mattheüs 25:5 Mattheüs 26:35 Mattheüs 26:43 Markus 14:37 Lukas 9:32 1 Koningen 20:11 Lukas 22:45 Mattheüs 26:38
Mattheüs 26:41 Mattheüs 6:13 Lukas 22:46 1 Korinthe 16:13 Mattheüs 25:13 Markus 14:38 1 Korinthe 9:27 Psalmen 119:32 2 Petrus 2:9
Mattheüs 26:42 Mattheüs 26:39 Markus 14:39 Hebreeën 4:15 Psalmen 88:1 Psalmen 22:1 Psalmen 69:1 Psalmen 69:17 Hebreeën 5:7
Mattheüs 26:43 Lukas 9:32 Handelingen 20:9 1 Thessalonicenzen 5:6 Romeinen 13:1 Jona 1:6 Spreuken 23:34
Mattheüs 26:44 2 Korinthe 12:8 Mattheüs 6:7 Lukas 18:1 Daniël 9:17
Mattheüs 26:45 Johannes 13:1 Johannes 17:1 Lukas 22:53 Mattheüs 26:18 1 Koningen 18:27 Markus 14:41 Mattheüs 26:14 Johannes 12:27
Mattheüs 26:46 Johannes 14:31 1 Samuël 17:48 Lukas 22:15 Lukas 9:51 Lukas 12:50 Handelingen 21:13
Mattheüs 26:47 Mattheüs 26:55 Handelingen 1:16 Lukas 22:47 Johannes 18:1 Mattheüs 26:14 Markus 14:43
Mattheüs 26:48 Psalmen 55:20 Markus 14:44 2 Samuël 20:9 Psalmen 28:3 2 Samuël 3:27
Mattheüs 26:49 Mattheüs 26:25 Markus 14:45 Lukas 7:45 Mattheüs 27:29 Johannes 19:3 Genesis 27:26 1 Thessalonicenzen 5:26 1 Samuël 10:1
Mattheüs 26:50 Mattheüs 20:13 Mattheüs 22:12 Lukas 22:48 Psalmen 41:9 2 Samuël 16:17 Psalmen 55:13
Mattheüs 26:51 Markus 14:47 Johannes 18:36 2 Korinthe 10:4 Mattheüs 26:35 Lukas 9:55 Lukas 22:49 Johannes 18:10 Lukas 22:36
Mattheüs 26:52 Genesis 9:6 Openbaring 13:10 Romeinen 12:19 1 Petrus 3:9 1 Petrus 2:21 Mattheüs 5:39 1 Korinthe 4:11 Mattheüs 23:34
Mattheüs 26:53 Mattheüs 4:11 2 Koningen 6:17 Daniël 7:10 Lukas 8:30 Mattheüs 25:31 2 Thessalonicenzen 1:7 Judas 1:14 Mattheüs 10:1
Mattheüs 26:54 Mattheüs 26:24 Zacharia 13:7 Lukas 24:25 Handelingen 1:16 Johannes 10:35 Jesaja 53:1 Daniël 9:24 Lukas 24:44
Mattheüs 26:55 Markus 12:35 Johannes 8:2 Lukas 21:37 Johannes 7:28 Johannes 18:20 Lukas 22:52 Johannes 7:14 Markus 14:48
Mattheüs 26:56 Mattheüs 26:31 Johannes 16:32 Johannes 18:15 Mattheüs 26:54 Zacharia 13:7 Handelingen 2:23 Johannes 18:8 Genesis 3:15
Mattheüs 26:57 Mattheüs 26:3 Johannes 18:12 Markus 14:53 Lukas 22:54 Johannes 11:49 Johannes 18:19 Psalmen 56:5
Mattheüs 26:58 Johannes 7:32 Johannes 7:45 Johannes 18:25 Johannes 18:15
Mattheüs 26:59 Deuteronomium 19:16 Handelingen 24:1 Psalmen 27:12 Mattheüs 5:22 Handelingen 6:11 1 Koningen 21:8 Psalmen 94:20 Markus 14:55
Mattheüs 26:60 Deuteronomium 19:15 Psalmen 35:11 Psalmen 27:12 Daniël 6:4 Markus 14:57 1 Petrus 3:16 Titus 2:8
Mattheüs 26:61 Mattheüs 27:40 Markus 15:29 Jesaja 53:3 Jesaja 49:7 Handelingen 6:13 Handelingen 22:22 Genesis 19:9 1 Koningen 22:27
Mattheüs 26:62 Lukas 23:9 Johannes 18:19 Johannes 19:9 Mattheüs 27:12 Markus 14:60
Mattheüs 26:63 Mattheüs 16:16 Leviticus 5:1 Mattheüs 27:12 Johannes 10:24 1 Samuël 14:26 Jesaja 53:7 Mattheüs 27:14 Johannes 20:31
Mattheüs 26:64 Daniël 7:13 Markus 14:62 Mattheüs 26:25 Hebreeën 1:3 Psalmen 110:1 Mattheüs 16:27 Mattheüs 24:30 Openbaring 1:7
Mattheüs 26:65 Mattheüs 9:3 Johannes 10:36 Jeremia 36:24 1 Koningen 21:10 Leviticus 21:20 Handelingen 14:14 Lukas 5:21 Johannes 10:33
Mattheüs 26:66 Johannes 19:7 Leviticus 24:11 Jakobus 5:6 Handelingen 7:52 Handelingen 13:27
Mattheüs 26:67 Mattheüs 27:30 Jesaja 50:6 Johannes 18:22 Mattheüs 5:39 Jesaja 52:14 Jesaja 53:3 Klaagliederen 3:30 Hebreeën 12:2
Mattheüs 26:68 Markus 14:65 Lukas 22:63 Mattheüs 27:28 Markus 15:18 Johannes 19:2 Mattheüs 27:39 Richteren 16:25 1 Petrus 2:4
Mattheüs 26:69 Mattheüs 26:71 Mattheüs 26:3 Johannes 7:52 Psalmen 1:1 2 Petrus 2:7 Johannes 7:41 Markus 14:66 Johannes 18:16
Mattheüs 26:70 Openbaring 21:8 1 Korinthe 10:12 Jeremia 17:9 Psalmen 119:115 Mattheüs 26:34 Romeinen 11:20 Spreuken 29:25 Mattheüs 26:56
Mattheüs 26:71 Johannes 18:25 Lukas 22:58 Markus 14:68
Mattheüs 26:72 Mattheüs 26:74 Maleachi 3:5 Mattheüs 5:34 Zacharia 8:17 Zacharia 5:3 Lukas 22:34 Jesaja 48:1 Exodus 20:7
Mattheüs 26:73 Richteren 12:6 Nehemia 13:24 Johannes 18:26 Lukas 22:59
Mattheüs 26:74 1 Korinthe 16:22 Openbaring 3:19 Mattheüs 10:28 Handelingen 23:12 Richteren 21:18 Johannes 18:27 Mattheüs 10:32 Richteren 17:2
Mattheüs 26:75 Mattheüs 26:34 Johannes 13:38 Romeinen 7:18 Lukas 22:31 Lukas 22:61 Galaten 6:1 1 Petrus 1:5 1 Korinthe 4:7
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 26 vers 1

deze woorden geëindigd had, Namelijk tot nog toe in de voorgaande hoofdstukken verhaald; zodat Christus zijn profetisch ambt dusverre volbracht hebbende, nu begint zijn priesterambt nader te treden.

Hertaald: deze woorden geëindigd had, Namelijk de woorden die tot nu toe in de voorgaande hoofdstukken verteld zijn. Zo begint Christus, nu Hij Zijn profetisch ambt tot zover volbracht heeft, meer in Zijn priesterlijk ambt te treden.

Mattheüs 26 vers 2

pascha is, Het is een Hebreeuws woord, betekenende een voorbijgang of overschrijding, waarmede genaamd werd het eerste van de drie grote jaarlijkse feesten der Joden, gehouden op de veertiende dag der eerste maand, die met onzen Maart bijna overeenkwam; ingesteld ter gedaachtenis van de verlossing der kinderen Israëls uit Egypte, en inzonderheid van dat de slaande engel, die de eerstgeborenen der Egyptenaars doodde, de huizen der Israëlieten voorbijging. Zie hiervan Exo 12 . Op welken tijd Christus ook heeft willen geslacht worden, omdat het slachten van het paaslam daarvan een voorbeeld was. Zie 1 Kor. 5:7-8 .

Hertaald: pascha is, Het is een Hebreeuws woord dat een voorbijgaan of overschrijden betekent. Daarmee werd het eerste van de drie grote jaarlijkse feesten van de Joden genoemd, dat gehouden werd op de veertiende dag van de eerste maand, die ongeveer met onze maart overeenkwam. Het was ingesteld ter gedachtenis van de verlossing van de kinderen van Israël uit Egypte, en in het bijzonder daaraan dat de slaande engel, die de eerstgeborenen van de Egyptenaren doodde, de huizen van de Israëlieten voorbijging. Zie hierover Ex. 12. Op dat tijdstip heeft Christus ook geslacht willen worden, omdat het slachten van het paaslam daarvan een voorafbeelding was. Zie 1 Kor. 5:7-8.

Mattheüs 26 vers 3

de overpriesters Uit dezen allen bestond in dien tijd de hoge Raad der Joden, bij welken de allerzwaarste zaken verhandeld werden, waarvan de hogepriester het hoofd en de overste was.

Hertaald: de overpriesters Uit hen allen bestond in die tijd de hoge Raad van de Joden, waar de allerzwaarste zaken behandeld werden en waarvan de hogepriester het hoofd en de voorzitter was.

in de zaal des hogepriesters, Of, in het hof, of paleis.

Hertaald: in de zaal des hogepriesters, Of: in het hof, of paleis.

Kajafas Van dezen Kajafas zie ook Joh. 11:49 en bij Jos-Antiq. lib. 18, cap. 3,6.

Hertaald: Kajafas Zie over deze Kajafas ook Joh. 11:49 en Josefus, Antiquitates boek 18, hoofdstuk 3 en 6.

Mattheüs 26 vers 4

met listigheid Omdat zij het openbaar niet durfden doen, uit vrees van het volk.

Hertaald: met listigheid Omdat zij het niet openlijk durfden te doen, uit vrees voor het volk.

Mattheüs 26 vers 5

Niet in het feest, Dat is, laat ons niet wachten tot op het feest, maar hetzelve voorkomen gelijk ook geschied is.

Hertaald: Niet in het feest, Dat is: laten wij niet wachten tot op het feest, maar het vóór zijn — zoals ook gebeurd is.

Mattheüs 26 vers 6

den melaatse, Niet die toen melaats was, want zulkem mochten in de steden of vlekken niet wonen, en men nocht met hen niet eten of omgaan. Num. 5:2 , maar die òf zulks geweest was, òf zulk een toenaam had van zijne voorouders.

Hertaald: den melaatse, Niet iemand die toen melaats was, want zulke mensen mochten niet in de steden of vlekken wonen en men mocht niet met hen eten of omgaan, Num. 5:2. Maar iemand die dat geweest was, of die zo'n bijnaam van zijn voorouders had.

Mattheüs 26 vers 7

zeer kostelijke zalf, Grieks, van zwaren prijs; die uitgedrukt wordt Marc. 14:5 .

Hertaald: zeer kostelijke zalf, Grieks: van hoge prijs; die genoemd wordt in Mark. 14:5.

Mattheüs 26 vers 9

duur verkocht Grieks, voor veel.

Hertaald: duur verkocht Grieks: voor veel.

Mattheüs 26 vers 10

een goed werk aan mij gewrocht Dat is, hetgeen zij aan mij gedaan heeft, is welgedaan.

Hertaald: een goed werk aan mij gewrocht Dat is: wat zij aan Mij gedaan heeft, is goed gedaan.

Mattheüs 26 vers 11

niet altijd Namelijk naar mijn lichamelijke tegenwoordigheid, want naar zijne godheid en genade zal Hij altijd bij ons blijven; Matt. 28:20 .

Hertaald: niet altijd Namelijk naar Zijn lichamelijke tegenwoordigheid, want naar Zijn godheid en genade zal Hij altijd bij ons blijven; Matth. 28:20.

Mattheüs 26 vers 12

gegoten heeft, Grieks, geworpen.

Hertaald: gegoten heeft, Grieks: geworpen.

tot een voorbereiding van Niet dat deze vrouw zulks voorgehad heeft, maar omdat Gods voorzienigheid hetzelve zo heeft bestuurd, dat zijn lichaam juist vóór zijn sterven alzo zou gezalfd worden; gelijk de dode lichamen der personen van aanzien alzo tot de begrafenis werden bereid, Gen. 50:2 . Zie ook Marc. 14:8 . Gelijk het Griekse woord zulk ook medebrengt.

Hertaald: tot een voorbereiding van Niet dat deze vrouw dat beoogd heeft, maar Gods voorzienigheid heeft het zo bestuurd dat Zijn lichaam juist vóór Zijn sterven zo gezalfd zou worden — zoals de dode lichamen van aanzienlijke personen zo voor de begrafenis werden klaargemaakt, Gen. 50:2. Zie ook Mark. 14:8; het Griekse woord duidt dat ook aan.

Mattheüs 26 vers 15

overleveren? Namelijk heimelijk, zonder moeite en buiten kennis van het volk.

Hertaald: overleveren? Namelijk heimelijk, zonder moeite en buiten medeweten van het volk.

toegelegd Of toegezegd of toegewogen; gelijk dit woord ook zomtijds genomen wordt alzo men eertijds het geld placht toe te wegen, Gen. 23:16 ; 1 Kon. 20:39 .

Hertaald: toegelegd Of: toegezegd, of toegewogen; zo wordt dit woord soms ook opgevat, aangezien men vroeger het geld placht toe te wegen, Gen. 23:16; 1 Kon. 20:39.

zilveren Grieks, zilverlingen. dit woord wannneer het aldus alleen gesteld wordt, betekent gemeenlijk een sikkel, welke was òf des heiligdoms, doende omtrent een halven rijksdaalder; òf een gemene, doende half zoveel.En dit was de prijs waarmede een slaaf, die door een anders os gedood was, geboet moest worden. Ex. 21:23 , en het schijnt dat zij Christus niet meer waardeerden dan een slaaf placht gewaardeerd te zijn, gelijk God hierover klaagt bij Zach. 11:12-13 en hetzelfde in het volgende Zach. 12:9 aangewezen wordt.

Hertaald: zilveren Grieks: zilverlingen. Wanneer dit woord zo alleen gebruikt wordt, duidt het gewoonlijk een sikkel aan: hetzij die van het heiligdom, ongeveer een halve rijksdaalder waard, hetzij een gewone, die half zoveel waard was. Dit was de boete die betaald moest worden voor een slaaf die door de os van een ander gedood was, Ex. 21:23. Het lijkt erop dat zij Christus niet hoger waardeerden dan een slaaf gewaardeerd placht te worden, zoals God daarover klaagt in Zach. 11:12-13, en zoals in het vervolg van Zach. 12:9 aangewezen wordt.

Mattheüs 26 vers 16

gelegenheid, Of, bekwamen tijd.

Hertaald: gelegenheid, Of: een geschikt moment.

Mattheüs 26 vers 17

eersten dag Dat is, op dien dag als men des avonds moest beginnen de ongehevelde broden te eten en het Pascha te slachten.

Hertaald: eersten dag Dat is: op de dag waarop men 's avonds moest beginnen de ongezuurde broden te eten en het pascha te slachten.

Mattheüs 26 vers 18

zulk enen, Alzo spreekt men, als men een persoon met zekere tekenen aanwijst, wiens naam men niet uitdrukt; Ruth 4:1 . De tekenen van dezen man worden aangewezen Marc. 14:13 ; Luc. 22:10 .

Hertaald: zulk enen, Zo spreekt men wanneer men een persoon met bepaalde kenmerken aanduidt zonder zijn naam te noemen; Ruth 4:1. De kenmerken van deze man worden aangewezen in Mark. 14:13; Luk. 22:10.

Mattheüs 26 vers 19

het pascha Dat is, het paaslam; een oneigenlijke manier van spreken, zeer gebruikelijk in de Heilige Schrift als er van sacramenten gesproken wordt.

Hertaald: het pascha Dat is: het paaslam. Het is een oneigenlijke manier van spreken die in de Heilige Schrift veel gebruikt wordt wanneer er over sacramenten gesproken wordt.

Mattheüs 26 vers 20

het avond geworden was, Christus heeft dan het pascha gegeten ter rechter tijd, op den avond van den veertienden dag, gelijk God bevolen had, Ex. 12:6 , Ex. 12:18 ; Lev. 23:5 . Doch de Joden hebben hetzelve toen ter tijd eerst gegeten des anderen daags des avonds, gelijk blijkt uit de gehele geschiedenis en inzonderheid Joh. 18:28 . Hetwelk geschiedde uit een oud gebruik, waardoor zij, als de veertiende dag viel op den dag voor den sabbat, denzelven verzetten op den volgenden sabbat, opdat zij niet genoodzaakt zouden zijn twee dagen aan elkander van hun werk te rusten. Zo is dan Christus, het ware pascha, op den rechten dag van God geordonneerd voor onze zonden opgeofferd.

Hertaald: het avond geworden was, Christus heeft het pascha dus op de juiste tijd gegeten, op de avond van de veertiende dag, zoals God bevolen had, Ex. 12:6, Ex. 12:18; Lev. 23:5. Maar de Joden hebben het in die tijd pas de volgende avond gegeten, zoals blijkt uit de hele geschiedenis en in het bijzonder uit Joh. 18:28. Dat kwam door een oude gewoonte, waarbij zij de veertiende dag, wanneer die op de dag vóór de sabbat viel, verschoven naar de sabbat daarna, om niet gedwongen te zijn twee dagen achtereen van hun werk te rusten. Zo is Christus, het ware pascha, op de juiste door God bepaalde dag voor onze zonden geofferd.

Mattheüs 26 vers 23

Die de hand Dat is, een die met mij dagelijks eet, die mijn huis en tafelgenoot is. Zie Ps. 41:10 ; Marc. 14:20 ; Joh. 13:18 . Niet dat Christus toen juist met hem tezamen indoopte; want zo zouden de discipelen zekerlijk hebben kunne weten wie hij was.

Hertaald: Die de hand Dat is: iemand die dagelijks met Mij eet, die Mijn huis- en tafelgenoot is. Zie Ps. 41:10; Mark. 14:20; Joh. 13:18. Niet dat Christus op dat moment precies tegelijk met hem indoopte, want dan hadden de discipelen zeker geweten wie het was.

Mattheüs 26 vers 24

wee dien mens, De voorzienigheid Gods verontschuldig dan de mensen niet die kwaad doen.

Hertaald: wee dien mens, De voorzienigheid van God verontschuldigt dus de mensen niet die kwaad doen.

Mattheüs 26 vers 25

Gij hebt het gezegd Dat is ene manier van spreken wanneer men ene zaak niet ronduit wil zeggen, maar evenwel niet ontkent. Zie hiervan vs.64,65. Verg. met Marc. 14:62 .

Hertaald: Gij hebt het gezegd Dat is een manier van spreken wanneer men een zaak niet ronduit wil zeggen, maar haar toch niet ontkent. Zie hierover vers 64 en 65; vergelijk met Mark. 14:62.

Mattheüs 26 vers 26

als zij aten, Dat is, toen zij na het eten des paaslams nog aan tafel zaten.

Hertaald: als zij aten, Dat is: toen zij na het eten van het paaslam nog aan tafel zaten.

gezegend hebbende, Lucas 22:19, en Paulus 1 Kor. 11:24 , in plaats van gezegend hebbende, gebruiken het woord gedankt hebbende, gelijk sommige Griekse boeken hier ook hebben. Zodat zegenen en danken of dankzeggen voor eenzelfde zaak genomen worden en betenen het brood, alsook daarna den wijn, van algemeen gebruik afzonderen den door dankzegging tot God heiligen, of tot een heilig gebruik toeëigenen, gelijk Gen. 2:3 , de zevende dag van God gezegend en geheiligd wordt.

Hertaald: gezegend hebbende, Luk. 22:19 en Paulus in 1 Kor. 11:24 gebruiken in plaats van gezegend hebbende het woord gedankt hebbende, zoals sommige Griekse handschriften hier ook hebben. Zo worden zegenen en danken voor dezelfde zaak gebruikt, en betekenen zij: het brood en daarna ook de wijn van het gewone gebruik afzonderen en door dankzegging aan God heiligen, of tot een heilig gebruik toe-eigenen — zoals in Gen. 2:3 de zevende dag door God gezegend en geheiligd wordt.

dat is Namelijk brood, gelijk de zaak zelve uitwijst en Paulus verklaart 1 Kor. 10:16 .

Hertaald: dat is Namelijk brood, zoals de zaak zelf uitwijst en zoals Paulus verklaart in 1 Kor. 10:16.

mijn lichaam Dat is, een teken zijns lichaams; naar de manier van spreken in de sacramenten gebruikelijk, gelijk hiervoor een lam een pascha genoemd wordt, vs.19. Het brood is de gemeenschap des lichaams van Christus, 1 Kor. 10:16 , en de drinkbeker het Nieuwe Testament, 1 Kor. 11:25 , omdat het tekenen en zegelen zijn van onze gestelijke gemeenschap met Christus, en van het Nieuwe Testament, hetwelk met zijn bloed is bevestigd.

Hertaald: mijn lichaam Dat is: een teken van Zijn lichaam, naar de manier van spreken die bij de sacramenten gebruikelijk is — zoals hiervoor een lam een pascha genoemd wordt, vers 19. Het brood is de gemeenschap van het lichaam van Christus, 1 Kor. 10:16, en de drinkbeker het Nieuwe Testament, 1 Kor. 11:25, omdat het tekenen en zegels zijn van onze geestelijke gemeenschap met Christus en van het Nieuwe Testament, dat met Zijn bloed bevestigd is.

Mattheüs 26 vers 27

dien, zeggende Namelijk drinkbeker.

Hertaald: dien, zeggende Namelijk de drinkbeker.

Mattheüs 26 vers 28

mijn bloed, Dat is, een teken van mijn bloed, gelijk tevoren vs.26, het brood zijn lichaam genaamd wordt.

Hertaald: mijn bloed, Dat is: een teken van Mijn bloed, zoals in vers 26 het brood Zijn lichaam genoemd wordt.

vergoten wordt Dat is, kort hierna uitgestort zal worden. Zie hiervan Hebr. 9:14-15 , enz, waar de apostel van dit bloed des Nieuwe Testaments een brede verklaring doet, met ene tegenstelling van het bloed des Oude Testaments.

Hertaald: vergoten wordt Dat is: kort hierna uitgestort zal worden. Zie hierover Hebr. 9:14-15, enzovoort, waar de apostel een uitvoerige verklaring geeft van dit bloed van het Nieuwe Testament, met een tegenstelling tot het bloed van het Oude Testament.

Mattheüs 26 vers 29

dien dag, Sommigen verstaan dit van den tijd van veertig dagen na zijne opstanding, in welke Hij met zijne discipelen gegeten en gedronken heeft, Hand. 10:41 . anderen, van de eeuwige vreugde in het eeuwige leven, hetwelk doorgaans bij een maaltijd vergeleken wordt, Matt. 8:11 ; Luc. 22:29 ; Openb. 19:9 .

Hertaald: dien dag, Sommigen verstaan dit van de veertig dagen na Zijn opstanding, waarin Hij met Zijn discipelen gegeten en gedronken heeft, Hand. 10:41. Anderen van de eeuwige vreugde in het eeuwige leven, dat vaak met een maaltijd vergeleken wordt, Matth. 8:11; Luk. 22:29; Openb. 19:9.

Mattheüs 26 vers 30

den lofzang gezongen hadden, Naar het gebruik der Joden, die toen plachten te zingen enige psalmen, gelijk sommigen menen van de Psa 113 af tot den Psa 119 toe.

Hertaald: den lofzang gezongen hadden, Naar de gewoonte van de Joden, die dan enkele psalmen plachten te zingen — volgens sommigen van Ps. 113 tot en met Ps. 118.

Mattheüs 26 vers 31

aan mij geërgerd worden Grieks, in mij.

Hertaald: aan mij geërgerd worden Grieks: in Mij.

Mattheüs 26 vers 34

eer de haan gekraaid zal hebben, Dat is, eer de mogenstond aankomt, vanner de hanen gemeenlijk voor de laatste maal beginnen te kraaien, Marc. 13:35 .

Hertaald: eer de haan gekraaid zal hebben, Dat is: voordat de ochtend aanbreekt, wanneer de hanen gewoonlijk voor de laatste keer beginnen te kraaien, Mark. 13:35.

Mattheüs 26 vers 36

ene plaats, Of, gehucht; namelijk van huizen en hoven; Joh. 18:1 zegt dat het een hof was, waar Christus placht te gaan om te bidden.

Hertaald: ene plaats, Of: gehucht, namelijk van huizen en hoven. Joh. 18:1 zegt dat het een hof was, waar Christus placht te komen om te bidden.

Mattheüs 26 vers 37

twee zonen van Zebedeüs, Namelijk Jakobus en Johannes; Marc. 10:35 .

Hertaald: twee zonen van Zebedeüs, Namelijk Jakobus en Johannes; Mark. 10:35.

droevig en zeer beangst te worden Met deze woorden wordt te kennen gegeven een uiterste droefheid en benauwdheid, die Hem het bloedige zweet uitgedrukt heeft, Luc. 22:44 , en is onstaan, niet zo zeer uit vrees van den aanstaanden wreden dood, die ook vele martelaars onbeschroomd hebben ondergaan, als wel uit het voorgevoel van den last des toorns van God en der helse kwalen, die Hij aan het kruis voor ons geleden heeft; Jes. 53:4-6 ; Gal. 3:13 .

Hertaald: droevig en zeer beangst te worden Met deze woorden wordt een uiterste droefheid en benauwdheid aangeduid, die Hem het bloedige zweet uitgeperst heeft, Luk. 22:44. Die is niet zozeer ontstaan uit vrees voor de aanstaande wrede dood, die ook veel martelaars onbeschroomd ondergaan hebben. Zij kwam veeleer voort uit het voorgevoel van de last van Gods toorn en van de helse smarten, die Hij aan het kruis voor ons geleden heeft; Jes. 53:4-6; Gal. 3:13.

Mattheüs 26 vers 38

geheel bedroefd Of aan alle zijden; dat is met droefheid gelijk als omsingeld.

Hertaald: geheel bedroefd Of: aan alle kanten; dat is: als het ware door droefheid omsingeld.

Mattheüs 26 vers 39

dezen drinkbeker Dat is, dit bitter lijden. Zie Matt. 20:22 .

Hertaald: dezen drinkbeker Dat is: dit bittere lijden. Zie Matth. 20:22.

voorbijgaan; Of, weggaan.

Hertaald: voorbijgaan; Of: weggaan.

gelijk Ik wil maar gelijk Gij Namelijk naar de genegenheid, die de menselijke natuur is ingeschapen, om zijn eigen verderf te ontvlieden, welke Ik nochtans uwen wil in alles onderwerp. En is daarom deze genegenheid van Christus zonder zonde geweest.

Hertaald: gelijk Ik wil maar gelijk Gij Namelijk naar de neiging die de menselijke natuur ingeschapen is om zijn eigen ondergang te ontvluchten — een neiging die Ik toch in alles aan Uw wil onderwerp. Daarom is deze neiging van Christus zonder zonde geweest.

Mattheüs 26 vers 40

dan niet een uur met mij waken? Grieks, zo.

Hertaald: dan niet een uur met mij waken? Grieks: zo.

Mattheüs 26 vers 41

geest is wel gewillig, Dat is, uw wil is wel goed, maar wordt verhinderd door uw natuurlijke zwakheid.

Hertaald: geest is wel gewillig, Dat is: uw wil is wel goed, maar wordt gehinderd door uw natuurlijke zwakheid.

Mattheüs 26 vers 43

bezwaard Namelijk met slaap, door waken en droefheid.

Hertaald: bezwaard Namelijk met slaap, door het waken en de droefheid.

Mattheüs 26 vers 45

Slaapt nu Dit zegt Hij bestraffenderwijze gelijk men dikwijls iemand eindelijk iets schijnt toe te laten als het te laat is, waarvan men hem tevergeefs heeft afgemaand.

Hertaald: Slaapt nu Dit zegt Hij bij wijze van bestraffing, zoals men iemand vaak iets ten slotte lijkt toe te staan wanneer het te laat is, terwijl men hem er tevergeefs van heeft afgeraden.

Mattheüs 26 vers 47

een grote schare Namelijk een ganse bende krijgsknechten met de dienaars der overpriesters schriftgeleerden. Zie Joh. 18:3 .

Hertaald: een grote schare Namelijk een hele afdeling krijgsknechten met de dienaars van de overpriesters en schriftgeleerden. Zie Joh. 18:3.

Mattheüs 26 vers 50

Vriend, Grieks, gezel.

Hertaald: Vriend, Grieks: makker.

Mattheüs 26 vers 51

een van degenen, Namelijk Petrus. Zie Joh. 18:10 .

Hertaald: een van degenen, Namelijk Petrus. Zie Joh. 18:10.

hieuw zijn oor af Grieks, nam zijn oor weg.

Hertaald: hieuw zijn oor af Grieks: nam zijn oor weg.

Mattheüs 26 vers 52

nemen, zullen Namelijk zonder wettelijk beroep of last daartoe te hebben.

Hertaald: nemen, zullen Namelijk zonder daartoe een wettige roeping of opdracht te hebben.

door het zwaard vergaan Namelijk door bevel der overheid, welke tot dat einde het zwaard gegeven is, om de doodslager met den dood te straffen; Gen. 9:6 ; Rom. 13:4 .

Hertaald: door het zwaard vergaan Namelijk op bevel van de overheid, die daartoe het zwaard gegeven is, om de doodslager met de dood te straffen; Gen. 9:6; Rom. 13:4.

Mattheüs 26 vers 53

legioenen engelen Een legioen was bij de Romeinen een regiment krijgsvolk, bestaande uit enige duizenden, somtijd vier, somtijds zes, en somtijds meer.

Hertaald: legioenen engelen Een legioen was bij de Romeinen een legereenheid van enkele duizenden man — soms vier-, soms zesduizend, en soms meer.

Mattheüs 26 vers 55

moordenaar, Of, straatschender.

Hertaald: moordenaar, Of: struikrover.

Mattheüs 26 vers 57

tot Kajafas, Namelijk nadat zij Hem eerst tot Annas hadden gebracht, die Kajafas schoonvader was; Joh. 18:13 .

Hertaald: tot Kajafas, Namelijk nadat zij Hem eerst naar Annas gebracht hadden, die de schoonvader van Kajafas was; Joh. 18:13.

Mattheüs 26 vers 58

zaal des hogepriesters, Of, tot aan het paleis.

Hertaald: zaal des hogepriesters, Of: tot aan het paleis.

Mattheüs 26 vers 59

vonden niet Namelijk wat met enigen schijn zou kunnen voortgebracht worden, om daarop Hem te veroordelen.

Hertaald: vonden niet Namelijk iets wat met enige schijn van recht aangevoerd zou kunnen worden om Hem daarop te veroordelen.

Mattheüs 26 vers 61

Deze heeft gezegd Dit was een verdraaiing der woorden van Christus, Joh. 2:19 , want Christus heeft aldaar niet gezegd: Ik kan den tempel afbreken. enz., maar: breekt gij den tempel af, enz., verstaande dat van den tempels zijns lichaams.

Hertaald: Deze heeft gezegd Dit was een verdraaiing van de woorden van Christus in Joh. 2:19. Want Christus heeft daar niet gezegd: Ik kan de tempel afbreken, maar: breekt u de tempel af, enzovoort — waarbij Hij de tempel van Zijn lichaam bedoelde.

Mattheüs 26 vers 63

zweeg stil Om daarmede te kennen te geven dat deze zaak zo ongegrond was, dat zij niet waardig was beantwoord te worden.

Hertaald: zweeg stil Om daarmee te kennen te geven dat deze zaak zo ongegrond was dat zij geen antwoord waard was.

Mattheüs 26 vers 64

Gij hebt het gezegd Zie hier voor vs.25.

Hertaald: Gij hebt het gezegd Zie hiervoor vers 25.

zult gij zien den Zoon des mensen Dat is, gij zult alsdan metterdaad bevinden, dat Ik de Zoon Gods ben, inzonderheid als gij voor Mij zult moeten verschijnen om geoordeeld te worden.

Hertaald: zult gij zien den Zoon des mensen Dat is: u zult dan metterdaad ondervinden dat Ik de Zoon van God ben, in het bijzonder wanneer u voor Mij zult moeten verschijnen om geoordeeld te worden.

Mattheüs 26 vers 65

verscheurde Dit plachten de Joden te doen als zij een uiterste droefheid of mishagen over zekere zaak wilden betonen als godslastering, enz. Zie 2 Kon. 19:1 .

Hertaald: verscheurde Dat plachten de Joden te doen wanneer zij uiterste droefheid of afkeer over een bepaalde zaak wilden betonen, zoals bij godslastering. Zie 2 Kon. 19:1.

Mattheüs 26 vers 68

gaven Hem kinnebakslagen, Anders, sloegen Hem met stokjes, of roeden.

Hertaald: gaven Hem kinnebakslagen, Anders: sloegen Hem met stokjes of roeden.

Mattheüs 26 vers 69

buiten in de zaal; Namelijk buiten de plaats waar de Joodse Raad vergaderd was, voor welken Christus stond, gelijk blijkt uit vs.71, 75.

Hertaald: buiten in de zaal; Namelijk buiten de plaats waar de Joodse Raad vergaderd was, waarvoor Christus stond, zoals blijkt uit vers 71 en 75.

den Galileër Zo wordt Hij hier genaamd, omdat Hij te Nazareth was opgevoed, hetwelk ene stad van Galilea was. Zie vs.71 en Matt. 2:23 .

Hertaald: den Galileër Zo wordt Hij hier genoemd omdat Hij in Nazareth opgevoed was, dat een stad van Galilea was. Zie vers 71 en Matth. 2:23.

Mattheüs 26 vers 71

de voorpoort uitging, Of, portaal, voorhuis.

Hertaald: de voorpoort uitging, Of: portaal, voorhuis.

Mattheüs 26 vers 73

maakt u openbaar Namelijk dat gij een Galileër zijt, gelijk Marc. 14:70 , en Luc. 22:59 , uitdrukken.

Hertaald: maakt u openbaar Namelijk dat u een Galileeër bent, zoals Mark. 14:70 en Luk. 22:59 uitdrukken.

Mattheüs 26 vers 74

zich te vervloeken en te zweren Dat is, den vloek of de wraak van God zichzelven toewensend indien hij Hem kende.

Hertaald: zich te vervloeken en te zweren Dat is: hij wenste zichzelf de vloek of de wraak van God toe als hij Hem kende.

Mattheüs 26 vers 75

werd indachtig het woord van Jezus, Namelijk nadat hem Christus aangezien had. Zie Luc. 22:61 .

Hertaald: werd indachtig het woord van Jezus, Namelijk nadat Christus hem aangezien had. Zie Luk. 22:61.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Simon Petrus  — Simon: hij heeft gehoord; Petrus: steen, rots

Een visser aan het meer van Galilea, broer van Andreas. Jezus riep hem, samen met zijn broer, om Hem te volgen en "vissers der mensen" te worden; hij liet terstond zijn netten achter en volgde Jezus na (Matth. 4:18-20). Hij zou uitgroeien tot de voorman onder de twaalf apostelen.

Kajafas  — verdiepende, of: ondervrager (onzeker)

De hogepriester in dat jaar, in wiens paleis de overpriesters en oudsten samenkwamen om te overleggen Jezus met list te vangen en te doden; voor hem werd Jezus na Zijn gevangenneming verhoord, waar Hij zichzelf de Zoon van God noemde, wat Kajafas als godslastering uitlegde (Matth. 26:3, 57-66).

Simon (de Kananiet)  — hij heeft gehoord

Een van de twaalf apostelen van Jezus, aangeduid als "de Kananiet" (of Zeloot); niet dezelfde persoon als Simon Petrus (Matth. 10:4).

Judas Iskariot  — Judas: lof; Iskariot: man uit Kerioth

Een van de twaalf apostelen van Jezus, die Hem later voor dertig zilverlingen aan de overpriesters zou verraden (Matth. 10:4; 26:14-16, 47-50).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Gethsémané  — "olijfpers", naar de olijfpersen die hier gestaan zullen hebben

Ligging: Een hof aan de voet van de Olijfberg (reeds bestaand), aan de overzijde van het Kidrondal, tegenover Jeruzalem.

Geschiedenis: Hier bracht de Heere Jezus, na het laatste avondmaal, Zijn laatste, aangrijpende uren in gebed door vóór Zijn gevangenneming — zo bovenmate bedroefd dat Zijn zweet werd als grote druppels bloed, terwijl Zijn discipelen insliepen (Matt. 26:36-46; Luk. 22:39-46). Hier werd Hij door Judas met een kus verraden en gevangengenomen (Matt. 26:47-56; Joh. 18:1-12).

Bijbelse betekenis: In Gethsémané, letterlijk de plaats van de olijfpers, werd de Heere Jezus Zelf als het ware "geperst" onder de last van de zonde der wereld die Hij op Zich zou nemen — Zijn gebed "doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt" is een van de diepste uitingen van gewillige gehoorzaamheid in de gehele Schrift.

Archeologie: De huidige Hof van Gethsémané, naast de Kerk van Alle Naties, bevat enkele olijfbomen waarvan wortelonderzoek een leeftijd van vele eeuwen aantoont — hoewel niet uit de eerste eeuw zelf, staan zij vermoedelijk op de wortelstronken van veel oudere bomen, aangezien olijfbomen zich telkens vanuit hun wortelstelsel kunnen vernieuwen.

Recente inzichten: De Hof van Gethsémané, aan de voet van de Olijfberg, Jeruzalem.

Matt. 26:36-56; Mark. 14:32-52; Luk. 22:39-53; Joh. 18:1-12

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Avondmaal (de instelling)  — In de Statenvertaling wordt de maaltijd des Heeren zo genoemd naar het uur van instelling, in de paasnacht

Terwijl zij het Pascha aten, nam Jezus het brood, zegende het, brak het en gaf het Zijn discipelen met de woorden dat het Zijn lichaam is. Daarna nam Hij de drinkbeker, dankte en gaf hun die met de woorden dat dit Zijn bloed is, het bloed des Nieuwen Testaments, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving der zonden (Matt. 26:26-28). Daarop volgt de belofte dat Hij van nu aan niet meer van deze vrucht des wijnstoks zal drinken tot op de dag dat Hij die met hen nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Zijn Vader (Matt. 26:29). De instelling gebeurt dus binnen het Pascha en in de plaats daarvan: het oude teken wijst terug naar de uittocht uit Egypte, het nieuwe naar het bloed dat de volgende dag vergoten wordt.

Bijbelse betekenis: Het gewicht ligt op de bijvoeging bij de beker: het bloed des Nieuwen Testaments, vergoten tot vergeving der zonden. Daarmee wordt de maaltijd aan een verbond gebonden en niet aan een gevoel, en de vergeving aan bloed en niet aan berouw alleen. Even opmerkelijk is wie er aanzat: Judas was aan de tafel en Petrus zou binnen enkele uren verloochenen. En de blik gaat vooruit, niet alleen terug — de beker wordt eerst weer geheven in het Koninkrijk.

Typologie: Paulus geeft de overlevering door met dezelfde woorden en voegt de opdracht toe om dat tot Zijn gedachtenis te doen. Zo vaak als men dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondigt men den dood des Heeren totdat Hij komt (1 Kor. 11:23-26). Hij noemt de beker de gemeenschap aan het bloed van Christus en het brood de gemeenschap aan Zijn lichaam, en leidt uit het ene brood de eenheid van de velen af (1 Kor. 10:16-17). Daarbij hoort de waarschuwing dat men zichzelf beproeve, want wie onwaardig eet en drinkt, eet en drinkt zichzelf een oordeel (1 Kor. 11:27-29). Dat de vergeving aan bloed hangt, verklaart de Hebreeënbrief: zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving (Hebr. 9:22). Zie in dit register ook *Pascha* (Ex. 12) en *Dankoffer* (Lev. 3), waar de maaltijd in de tegenwoordigheid van God al beschreven wordt.

Matt. 26:26-29; 1 Kor. 10:16-17; 1 Kor. 11:23-29; Hebr. 9:22

Zoon des mensen  — Grieks: ho huios tou anthropou, naar het Aramese bar enasj — de aanduiding die Christus in de Evangeliën vrijwel uitsluitend van Zichzelf gebruikt

De uitdrukking komt in Mattheüs ruim dertig maal voor en altijd uit Zijn eigen mond. Zij klinkt het eerst in armoede: de vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft niet waar Hij het hoofd nederlegge (Matt. 8:20). Zij klinkt in gezag: de Zoon des mensen heeft macht op de aarde de zonden te vergeven (Matt. 9:6), en Hij is een Heere ook van de sabbat (Matt. 12:8). Zij klinkt in het lijden: driemaal kondigt Hij aan dat de Zoon des mensen overgeleverd zal worden en ten derden dage opstaan (Matt. 17:22-23; 20:18-19). En zij klinkt in heerlijkheid: men zal Hem zien komen op de wolken des hemels, en voor Hem zullen alle volken vergaderd worden (Matt. 24:30; 25:31-32).

Bijbelse betekenis: De aanduiding is met opzet dubbelzinnig. In het gewone Aramees betekent zij niet meer dan "mens", en juist daarom kon Christus haar gebruiken zonder Zich vóór de tijd bloot te geven. Maar bij Daniël is zij een titel van hemelse waardigheid, en dáár grijpt Hij naar terug op het beslissende ogenblik. Voor de hogepriester zegt Hij onder ede dat men de Zoon des mensen zal zien zitten ter rechterhand der kracht en komen op de wolken des hemels (Matt. 26:64). Daarop volgt het vonnis. De laagheid en de hoogheid zitten dus in één woord.

Typologie: Daniël zag in de nachtgezichten "Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon", en Hem werd heerschappij, eer en het koninkrijk gegeven, een eeuwige heerschappij die niet vergaan zal (Dan. 7:13-14). Stefanus ziet die Zoon des mensen staande ter rechterhand Gods (Hand. 7:56). De Hebreeënbrief past Psalm 8 op Hem toe: wij zien nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn, maar wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond vanwege het lijden des doods (Hebr. 2:6-9). De weg van Matt. 8:20 naar Matt. 25:31 is dus geen omslag maar één weg.

Matt. 8:20; Matt. 9:6; Matt. 12:8; Matt. 17:22-23; Matt. 20:18-19; Matt. 24:30; Matt. 25:31-32; Matt. 26:64; Dan. 7:13-14; Hand. 7:56; Hebr. 2:6-9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het verbond niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Het bloed des Nieuwen Testaments — 26:26-46

Zij vieren het pascha, zoals elk jaar sinds Egypte. Op tafel ligt het lam, en er wordt verteld waarom deze nacht anders is dan alle andere. En dan doet Christus iets wat niet in de orde van dat maal staat.

Midden in het oudste feest van Israël zet Hij een nieuw teken in, en Hij noemt het bloed van het verbond.

Hij neemt het brood, dankt, breekt het en zegt: neemt, eet, dat is Mijn lichaam. De kanttekening geeft de betekenis van dat woordje is: een teken van Mijn lichaam, zoals ook bij de drinkbeker.

Dan de beker: dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.

Elk woord daarin komt ergens vandaan. Bloed des verbonds is wat Mozes zei toen hij het volk besprengde bij de Sinaï. Nieuw Testament is de belofte van Jeremia 31. En vergeving der zonden is precies wat daar aan het slot beloofd werd.

De kanttekening merkt op dat er staat: kort hierna uitgestort zal worden, en zij verwijst naar Hebreeën 9, waar de apostel dit bloed van het Nieuwe Testament uitvoerig verklaart en tegenover het bloed van het oude stelt.

Het oude verbond werd bezegeld met het bloed van dieren en brak op de belofte van het volk: al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen. Het nieuwe wordt bezegeld met Zijn eigen bloed en rust op wat Hij doen zal.

Enkele uren later ligt Hij in Gethsémané op Zijn aangezicht en bidt of deze drinkbeker voorbij mag gaan. Datzelfde woord drinkbeker had Hij zojuist in Zijn handen gehad. Wat aan tafel werd rondgegeven, moest Hij zelf leegdrinken.

En dan volgt de zin waarin heel Zijn gehoorzaamheid samengevat is: doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.

  1. Exodus 12:7 — In Egypte het bloed van het lam aan de deurposten.
  2. Exodus 24:8 — Mozes sprengt bloed op het volk: dit is het bloed des verbonds.
  3. Jeremia 31:31-34 — Een nieuw verbond, met vergeving der zonden.
  4. Mattheüs 26:28 — Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments.
  5. Mattheüs 26:39 — Laat dezen drinkbeker voorbijgaan — doch niet gelijk Ik wil.
  6. Hebreeën 9:15 — Daarom is Hij de Middelaar des Nieuwen Testaments.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 9:14-22; 1 Korinthe 11:23-26; Lukas 22:20; Jeremia 31:31-34

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Mattheüs 26

Mattheüs 26:8-9.KruisverwijzingenExodus 5:171 Samuël 17:28Markus 14:4Amos 8:5Hagai 1:2Johannes 12:4Prediker 4:4Jozua 7:20
— En Zijn discipelen, dat ziende, namen het zeer kwalijk, zeggende: Waartoe dit verlies? Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en de penningen den armen gegeven worden.
“En Zijn discipelen, dat ziende, namen het zeer kwalijk, zeggende: Waartoe dit verlies? Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en de penningen den armen gegeven worden.”

Doet u het beste wat u kunt, uit de zuiverste beweegredenen, en neemt uw Heere uw dienst aan — verwacht dan niet dat anderen alles wat u doet zullen goedkeuren. Er is nooit een schoner bewijs van liefde tot Christus geweest dan deze zalving te Betanië, en toch vonden de discipelen er iets op aan te merken.

Omdat zij tegen de daad zelf niets konden inbrengen, wierpen zij op dat iets anders beter geweest zou zijn. Er is heel wat van dat soort wijsheid in de wereld. Maar wachten wij tot wij die wijsheid geleerd hebben, dan zullen wij nooit iets voor onze Heere doen.

Had deze toegewijde en geestdriftige vrouw op de raad van deze voorzichtige mensen gewacht, dan had zij de zalf nóch verkocht nóch uitgegoten. Zij deed er goed aan haar eigen liefhebbende hart te raadplegen. Toen goot zij de kostbare olie uit op dat dierbare hoofd dat zo spoedig met doornen gekroond zou worden.

Zo liet zij zien dat er ten minste één hart in de wereld was dat niets te goed vond voor haar Heere. Het beste van het beste behoort Hem gegeven te worden. Moge zij in elke eeuw vele navolgers hebben, totdat Jezus wederkomt!

Mattheüs 26:14-16.KruisverwijzingenMattheüs 10:4Lukas 22:3Exodus 21:32Zacharia 11:12Johannes 13:30Johannes 13:2Mattheüs 27:3Johannes 6:70
— Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters, En zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen. En van toen af zocht hij gelegenheid, opdat hij Hem overleveren mocht.
“Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters, En zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen. En van toen af zocht hij gelegenheid, opdat hij Hem overleveren mocht.”

Het was één van de twaalf die naar de overpriesters ging om over de prijs van het verraad van zijn Heere te onderhandelen. Hij noemde de Naam van Christus in zijn schandelijke vraag niet eens: “Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren?”

Het overeengekomen bedrag, dertig zilverlingen, was de prijs van een slaaf. Het liet zien hoe weinig waarde de overpriesters aan Jezus hechtten, en het openbaarde tegelijk de hebzucht van Judas, die zijn Meester voor zo’n klein bedrag verkocht.

Toch hebben velen Jezus voor een lagere prijs verkocht dan Judas ontving. Een glimlach of een spotlach is genoeg geweest om hen ertoe te brengen hun Heere te verraden.

Laten wij, die met het kostbare bloed van Christus gekocht zijn, Hem hoog achten, veel aan Hem denken en veel tot Zijn lof zeggen. Denken wij met schaamte en droefheid aan deze dertig zilverlingen? Laten wij Hem dan nooit onderschatten, en de onschatbare dierbaarheid niet vergeten van Hem Die niet meer waard geacht werd dan een slaaf.

Mattheüs 26:17-19.KruisverwijzingenJohannes 7:6Johannes 13:1Johannes 7:30Johannes 7:8Johannes 17:1Exodus 12:18Johannes 12:23Lukas 22:53
— En op den eerste dag der ongehevelde broden kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij U bereiden het pascha te eten? En Hij zeide: Gaat heen in de stad, tot zulk een, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal bij u het pascha houden met Mijn discipelen. En de discipelen deden, gelijk Jezus hun bevolen had, en bereidden het pascha.
“En op den eerste dag der ongehevelde broden kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij U bereiden het pascha te eten? En Hij zeide: Gaat heen in de stad, tot zulk een, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal bij u het pascha houden met Mijn discipelen. En de discipelen deden, gelijk Jezus hun bevolen had, en bereidden het pascha.”

Hoe waarlijk koninklijk was Jezus van Nazareth, zelfs in Zijn vernedering! Hij had geen eigen huis waarin Hij met Zijn discipelen het Pascha kon houden, en Hij zou spoedig een openbare en schandelijke dood sterven. En toch hoefde Hij maar twee van Zijn discipelen naar de stad te zenden tot een zeker iemand, en de opperzaal stond meteen, toebereid en gereed, tot Zijn beschikking.

Hij nam die zaal niet met willekeurig geweld, zoals een aards vorst gedaan zou hebben, maar Hij verkreeg haar door de goddelijker dwang van de almachtige liefde. Zelfs in Zijn laagste staat had onze Heere Jezus de harten van alle mensen onder Zijn beheer. Wat een macht heeft Hij nu Hij in heerlijkheid regeert!

Zie hier ook hoe volkomen vrijwillig Zijn offer was. Hij werd niet gedwongen in onze plaats te staan, en Hij werd tot lijden door niets genoodzaakt dan door de drang van Zijn eigen grote liefde. Alles was vrij, zoals het bij de vrijheid van Zijn genade paste. Zal dan de liefde van ons hart niet vrijelijk naar Hem uitgaan? Moeten wij tot gehoorzaamheid gegeseld worden? Och nee, geliefden! Laten wij dan bedenken wat wij vrijwillig doen kunnen ter ere van onze goddelijke Heere, Die Zijn alles voor ons gaf.

Deden de discipelen van Christus altijd trouw wat Jezus hun opdroeg, dan zouden zij altijd voorspoedig zijn op Zijn boodschappen. Er zijn in de wereld veel meer mensen bereid zich aan Christus over te geven dan sommigen van ons denken. Gingen wij maar tot hen zoals Petrus en Johannes tot deze man in Jeruzalem gingen, en zeiden wij hun wat de Meester zegt! Dan zouden wij merken dat hun harten geopend werden om Christus te ontvangen, zoals het huis van deze man gewillig werd afgestaan.

Mattheüs 26:20-21.KruisverwijzingenMarkus 14:17Johannes 13:21Johannes 6:70Lukas 22:14Exodus 12:11Hooglied 1:12Psalmen 55:12Mattheüs 26:14
— En als het avond geworden was, zat Hij aan met de twaalven. En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden.
“En als het avond geworden was, zat Hij aan met de twaalven. En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden.”

Onze Heere bleef in afzondering tot de avond, en ging toen naar de aangewezen plaats en zat aan met de twaalven. Waarom zovelen het avondmaal van de Heere in de morgen vieren kan ik mij niet voorstellen. Het lijkt wel of zij alles tegengesteld aan het bevel en het voorbeeld van hun Heere wensen te doen. Ik meen niet dat er een bindende inzetting is die de avond tot de enige tijd voor deze plechtigheid maakt. Maar de morgen tot de enige tijd maken is zeker niet naar het Woord van God.

En terwijl zij aten, zei Hij: “Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden.” Dat was een heel onaangename gedachte om op een feest te brengen. En toch was zij bij het Pascha heel gepast, want het gebod van God aan Mozes over het eerste paaslam luidde: “met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten”.

Het was een pijnlijke overweging voor onze Heere, en ook voor Zijn twaalf uitverkoren metgezellen. Een van u — en Zijn ogen zullen de tafel rondgegaan zijn terwijl Hij het zei — een van u zal Mij verraden.

Die korte zin sloeg als een bom in bij de lijfwacht van de Zaligmaker. Zij schrokken ervan. Zij hadden allen grote betuigingen van genegenheid voor Hem afgelegd, en die betuigingen waren voor het grootste deel oprecht.

Mattheüs 26:22.KruisverwijzingenLukas 22:23Johannes 13:22Johannes 21:17Markus 14:19
— En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?
“En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?”

Het is een schone trek in het karakter van de discipelen dat zij elkaar niet verdachten. Ieder van hen vroeg bijna ongelovig, zoals de vorm van de vraag aangeeft: ben ik het, Heere? Niemand zei: is het Judas, Heere?

Misschien dacht geen van de elven dat Judas laag genoeg was om de Heere te verraden Die hem een eervolle plaats onder Zijn apostelen gegeven had. Wij doen geen goed door onze broeders te verdenken, maar wij kunnen grote diensten bewijzen door ónszelf te verdenken. Zelfverdenking is naaste verwant aan ootmoed.

Het is een uitnemende manier om een preek te horen: haal hem naar uzelf toe, vooral als er een bestraffing of een waarschuwing in zit. Welke angst wekt die vraag altijd in het hart van elke ware gelovige! Zal ik ooit mijn Heere en Meester verraden? Zal ik Hem ooit verloochenen of verlaten? God geve dat niemand van ons doet wat Judas deed!

Mattheüs 26:23-24.KruisverwijzingenJohannes 13:18Lukas 24:46Psalmen 41:9Handelingen 26:22Markus 9:12Mattheüs 26:541 Korinthe 15:3Mattheüs 18:7
— En Hij, antwoordende, zeide: Die de hand met Mij in den schotel indoopt, die zal Mij verraden. De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt; het ware hem goed, zo die mens niet geboren was geweest.
“En Hij, antwoordende, zeide: Die de hand met Mij in den schotel indoopt, die zal Mij verraden. De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt; het ware hem goed, zo die mens niet geboren was geweest.”

Iemand kan heel dicht bij Christus komen, ja zelfs met Hem de hand in dezelfde schotel indopen, en Hem toch verraden. Hij die met de kas van het kleine groepje naaste discipelen belast was, was degene die op het punt stond zijn Heere te verraden. Sinds die tijd is Christus dikwijls verraden door hen die vertrouwensposten bekleedden en die onder Zijn discipelen voorgingen.

Uit de woorden van onze Heere leren wij dat goddelijke besluiten een zondige daad haar schuld niet ontnemen: “De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt.” Zijn misdadigheid is even groot alsof er nooit een bepaalde raad en voorkennis van God geweest was.

Het ware hem goed, zo die mens niet geboren was geweest. Het lot van de goddelozen is iets veel ergers dan niet te bestaan, anders zou Christus dit over Judas Iskariot niet gezegd hebben. Dat geldt in het bijzonder van allen die een tijdlang met Christus omgegaan zijn en Hem daarna verloochenen en verraden.

Och, broeders en zusters, mogen wij allen voor deze verschrikkelijke zonde bewaard blijven! Het zou beter zijn voor Hem te sterven dan Hem te verloochenen. En het zou beter zijn nooit geboren te zijn dan met Hem vertrouwelijk omgegaan te hebben en Hem dan te verraden.

Mattheüs 26:25.KruisverwijzingenMattheüs 26:64Mattheüs 27:11Lukas 22:70Johannes 18:37Spreuken 30:202 Koningen 5:25Mattheüs 23:7Mattheüs 26:49
— En Judas, die Hem verried, antwoordde en zeide: Ben ik het, Rabbi? Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.
“En Judas, die Hem verried, antwoordde en zeide: Ben ik het, Rabbi? Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.”

Judas schijnt de laatste van de twaalven geweest te zijn die de vraag stelde: ben ik het? Wie zichzelf het laatst verdenken, zijn gewoonlijk juist degenen die het eerst aan zelfverdenking behoorden te doen.

Judas sprak Christus niet aan met Heere, zoals de andere discipelen gedaan hadden, maar noemde Hem Rabbi, Meester. Voor het overige was zijn vraag als die van zijn elf metgezellen; maar hij kreeg van Christus een antwoord dat niemand anders kreeg: “Gij hebt het gezegd.”

Waarschijnlijk bereikte dat antwoord alleen zijn oor. En was hij geen hopeloos verworpene geweest, dan had dit ontmaskeren van zijn verraderlijke opzet hem tot berouw kunnen drijven. Maar er was in zijn hart niets dat op de stem van Christus antwoordde. Hij had zichzelf aan satan verkocht voordat hij zijn Heere verkocht.

Mattheüs 26:26.Kruisverwijzingen1 Korinthe 11:23Mattheüs 14:191 Korinthe 10:16Markus 6:41Lukas 24:30Lukas 22:18Handelingen 20:7Markus 14:22
— En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
“En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.”

Het Joodse Pascha ging in het avondmaal van de Heere over, zoals de sterren van de morgen in het licht van de zon opgaan. Midden onder het paasmaal stelde onze Heere de heilige plechtigheid in die voortaan het avondmaal van de Heere heten zou. Zo zacht smolt de ene inzetting in de andere over dat wij nauwelijks weten of dit voorval met Judas Iskariot onder het Pascha dan wel onder het avondmaal plaatsvond.

Let er bij het lezen van dit verhaal zorgvuldig op of u hier ook maar een spoor van een altaar ziet. Kijk met beide ogen of u een spoor kunt vinden van een priester die een offer brengt. Zie ijverig toe of u ook maar iets bespeurt over knielen, of over het omhoogheffen en aanbidden van de hostie.

De roomse kerk weet zelf beter dan te geloven wat zij doet. De meesten van u hebben afbeeldingen gezien van het beroemde schilderij van Leonardo da Vinci, zelf een katholiek van de oude school. Hoe schildert hij hen die bij de instelling van het avondmaal waren? Wel, zij zitten allen om een tafel, met de Heere Jezus in hun midden.

Het verwondert mij dat zij zo’n schilderij tentoonstellen en nog altijd in hun kerken dulden, terwijl het, door een van hun eigen kunstenaars geschilderd, hun lage afgoderij zo afdoend veroordeelt.

Hij nam een stuk van het brood dat voor het paasmaal klaarlag, het gewone ongezuurde brood. En Hij brak het en gaf het Zijn discipelen en zei: neemt, eet, dat is Mijn lichaam. De roomsgezinden breken het brood niet eens; zij hebben een ouwel, om alles te vermijden wat op navolging van het voorbeeld van onze Heere lijkt.

Christus kan onmogelijk bedoeld hebben dat het brood Zijn lichaam wás, want Zijn lichaam lag daar aan tafel, heel en al. Zij zouden bovenmate verbaasd geweest zijn als zij Hem letterlijk verstaan hadden. Dat deden zij evenmin als toen Christus zei: Ik ben de Deur, of: Ik ben de goede Herder.

Mattheüs 26:27.KruisverwijzingenLukas 22:20Hooglied 5:11 Korinthe 11:28Jesaja 25:61 Korinthe 10:16Jesaja 55:1Markus 14:23Psalmen 116:13
— En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit;
“En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit;”

Drinkt allen daaruit: ieder van u, neem uw eigen persoonlijke deel. Ook dit hebben de roomsgezinden verdraaid, door de beker aan de leken te onthouden. En toch zegt onze Zaligmaker tot Zijn discipelen: drinkt allen daaruit.

Mattheüs 26:28.KruisverwijzingenMattheüs 20:28Exodus 24:7Openbaring 7:14Hebreeën 9:281 Johannes 2:2Openbaring 7:9Hebreeën 9:14Hebreeën 13:20
— Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.
“Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.”

Hun was de zonde nadrukkelijk voor ogen gesteld, en zij hadden een persoonlijke herinnering gekregen aan hun eigen vatbaarheid voor de zonde. En nu zouden zij een blijvend onderpand van de vergeving van de zonde ontvangen. Dat is de beker, het zinnebeeld van het bloed van Christus, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.

Hier is geen spoor van enig altaar of enige priester. Hier is niets over het omhoogheffen of aanbidden van de hostie; er is geen overeenkomst tussen het avondmaal van de Heere en de roomse mis. Laten wij ons in alles strikt aan de letter en de geest van Gods Woord houden. Want als de een er een beetje bij doet, zal de ander er meer bij doen. En verandert de een dit punt en de ander dat, dan is niet te zeggen hoe ver wij van de waarheid afraken.

Mattheüs 26:29.KruisverwijzingenHandelingen 10:41Mattheüs 13:43Markus 14:25Openbaring 14:3Psalmen 104:15Hebreeën 12:2Openbaring 7:17Lukas 12:32
— En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.
“En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.”

Zo legde Jezus de grote nazireeërgelofte af. Hij zou niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken, totdat Hij die nieuw met Zijn discipelen drinken zou in het Koninkrijk van Zijn Vader.

Hij zal Zijn afspraak met al Zijn volgelingen houden, en zij zullen met Hem voor eeuwig hoogtij vieren. Hij heeft ons in die beker eens voor altijd toegedronken, en nu onthoudt Hij Zich totdat Hij ons weer ontmoet. Zo ziet Hij uit naar een heerlijke ontmoeting; maar Hij gebiedt ons intussen de beker te nemen en Hem zo te gedenken totdat Hij komt.

Mattheüs 26:30.KruisverwijzingenLukas 22:39Mattheüs 21:1Lukas 21:37Johannes 18:1Johannes 14:31Markus 14:26Efeze 5:19Kolossenzen 3:16
— En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
“En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.”

Was het niet werkelijk dapper van onze dierbare Heere om onder zulke omstandigheden te zingen? Hij ging Zijn laatste vreselijke strijd tegemoet, naar Gethsemane, naar Gabbatha en naar Golgotha — en toch ging Hij met een lied op de lippen.

Hij moet het gezang aangeheven hebben, want de discipelen waren te bedroefd om de lofzang te beginnen waarmee het paasmaal besloten werd. Tot Zijn laatste grote veldslag gaat de Held zingend, begeleid door zwakke volgelingen die Hem niet konden beschermen maar die met Hem konden zingen. Zij vielen in bij die heilige oefening, want er staat dat zíj zowel als hun Heere de lofzang zongen.

Staat u een beproeving te wachten, bid dan een gebed; maar zing, als u kunt, ook een lied. Het zal van groot geloof getuigen als u, voordat u de brandende oven ingaat, psalmen kunt zingen tot de HEERE, Die Zijn volk verlost.

Mattheüs 26:31-32.KruisverwijzingenZacharia 13:7Johannes 16:32Markus 14:27Mattheüs 28:16Ezechiël 34:5Mattheüs 11:6Mattheüs 28:10Lukas 18:33
— Toen zeide Jezus tot hen: Gij zult allen aan Mij geergerd worden in deze nacht; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
“Toen zeide Jezus tot hen: Gij zult allen aan Mij geergerd worden in deze nacht; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.”

Let op de gewoonte van onze Heere om de Schrift aan te halen. Hij kon woorden van onfeilbare waarheid spreken die nooit eerder gebruikt waren, en toch viel Hij voortdurend terug op het ingegeven Woord van het Oude Testament.

Sommigen vitten tegenwoordig op het Woord van God en belijden toch volgelingen van Christus te zijn. Zij vinden voor hun gedrag geen verontschuldiging in het voorbeeld dat Hij ons nagelaten heeft. Hij haalde de Schrift zelfs aan wanneer dat niet nodig leek. Broeders en zusters in Christus, hebt uw Bijbel eerst in uw hart en dan op het puntje van uw tong. Dan kunt u altijd een goede en goddelijk gezaghebbende grond geven voor wat u zegt.

Jezus was de Herder Die geslagen zou worden, maar Hij voorzegde ook de verstrooiing van de schapen. Zelfs de leiders van de kudde, die het eerst door Christus gekozen waren en het meest met Hem omgegaan hadden, zouden op die vreselijke nacht struikelen en van Hem afvallen.

Maar de Herder zou hen niet loslaten; er zou een hereniging komen tussen Hem en Zijn schapen: nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea. Nog eenmaal zou Hij voor een korte tijd het ambt van hun Herder-Koning hervatten. Ik zal u voorgaan: dat wekt de gedachte aan de goede herder die zijn kudde naar oosterse trant voórgaat. Gelukkig zijn Zijn schapen met zo’n Leidsman, en zalig zijn zij die Hem volgen waar Hij ook heen gaat.

Mattheüs 26:33.KruisverwijzingenLukas 22:33Filippenzen 2:3Psalmen 17:5Spreuken 20:6Psalmen 119:1161 Petrus 5:5Johannes 13:36Johannes 21:15
— Doch Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Al werden zij ook allen aan U geergerd, ik zal nimmermeer geergerd worden.
“Doch Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Al werden zij ook allen aan U geergerd, ik zal nimmermeer geergerd worden.”

Dit was een heel vermetel woord, niet alleen om het zelfvertrouwen dat het verried, maar ook omdat het regelrecht inging tegen wat de Meester zojuist gezegd had. Jezus zei: “Gij zult allen aan Mij geërgerd worden in deze nacht.” Maar Petrus dacht dat hij het beter wist dan Christus, en antwoordde: al werden zij ook allen aan U geërgerd, ik zal nimmermeer geërgerd worden.

Deze woorden kwamen ongetwijfeld uit zijn hart. Maar “arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het”. Petrus moet de volgende morgen verbaasd geweest zijn toen hij de arglistigheid en de boosheid van zijn eigen hart ontdekte, zoals die zich in zijn drievoudige verloochening openbaarde.

Wie zich veel sterker acht dan zijn broeders, is juist de man die zwakker zal blijken dan velen van hen — zoals Petrus, nog geen uur nadat hij zich beroemd had.

Mattheüs 26:34.KruisverwijzingenJohannes 13:38Lukas 22:34Mattheüs 26:75Markus 14:30
— Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.
“Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.”

Jezus zegt Zijn zich beroemende discipel nu dat hij vóór het hanengekraai van de volgende morgen zijn Heere driemaal verloochenen zal. Hij zou niet alleen met zijn medediscipelen struikelen en vallen. Hij zou hen allen overtreffen in het herhaalde verloochenen van die dierbare Meester — Die hij naar eigen zeggen inniger liefhad dan zelfs Johannes.

Petrus verklaarde dat hij Christus trouw zou blijven al was hij de enige trouwe vriend die overbleef. Jezus voorzegde dat van al de twaalven alleen Judas de pocher in boosheid overtreffen zou.

Het hanengekraai was een erkende tijdsaanduiding: het viel vlak voor het opgaan van de zon. Volgens het bericht van Markus zou de haan één keer kraaien voordat Petrus zijn Heere driemaal verloochend had, en dat gebeurde ook. Toen hij zijn derde verloochening uitgesproken had, kraaide de haan een tweede maal. En toen werd zijn sluimerende geweten gewekt, en ging hij uit en weende bitter.

Sommigen kennen de godsdienstige plechtigheden van de Joden goed. Zij zeggen dat de tijd die het hanengekraai heette de tijd was voor het offer van het morgenlam. Het was dus ongeveer op dat uur dat Petrus zijn Heere verloochende.

Mattheüs 26:35.KruisverwijzingenJohannes 13:37Exodus 19:8Mattheüs 20:221 Petrus 1:17Filippenzen 2:12Romeinen 11:201 Korinthe 10:12Spreuken 29:23
— Petrus zeide tot Hem: Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! Desgelijks zeiden ook al de discipelen.
“Petrus zeide tot Hem: Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! Desgelijks zeiden ook al de discipelen.”

Hier spreekt Petrus zijn Meester opnieuw recht in het gezicht tegen. Het was al jammer dat hij zich één keer beroemd had na de duidelijke voorzegging van zijn Heere dat alle discipelen die nacht geërgerd zouden worden. Maar het was schandelijk dat Petrus zijn zelfverzekerde verklaring herhaalde, dwars tegen de uitdrukkelijke voorzegging van Christus over hem in.

Hij stond niet alleen in zijn woord, want dat zeiden ook al de discipelen. Zij voelden allen dat zij onder geen enkele omstandigheid hun Heere zouden kunnen verloochenen. Wij hebben geen bericht van een verloochening van Christus door de andere tien apostelen, hoewel zij Hem allen verlieten en vluchtten en Hem daarmee feitelijk verloochenden.

Denk aan het wassen van hun voeten door hun Heere en Meester, aan de wonderlijke woorden waarnaar zij geluisterd hadden en aan die plechtige gemeenschap in de grote opperzaal. Dan verbaast het u niet dat zij zich voor altijd aan Hem gebonden voelden. Maar helaas, ondanks hun betuigingen werd de voorzegging van de Koning volkomen vervuld, want die nacht werden zij allen geërgerd.

Mattheüs 26:36-40.KruisverwijzingenJohannes 6:38Johannes 5:30Filippenzen 2:8Mattheüs 4:21Mattheüs 20:22Mattheüs 17:1Numeri 14:5Mattheüs 25:5
— Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben. En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeus, begon Hij droevig en zeer beangst te worden. Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan? doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt. En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Kunt gij dan niet een uur met Mij waken?
“Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben. En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeus, begon Hij droevig en zeer beangst te worden. Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan? doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt. En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Kunt gij dan niet een uur met Mij waken?”

Christus moest de wijnpersbak alleen treden, en toch liet Hij zien hoe volkomen Zijn menszijn was door enkele uitgelezen vrienden dicht bij Zich te willen hebben. Hij voelde in dat ontzaglijke uur de behoefte aan menselijk meegevoel. En toch faalden zelfs de uitverkoren drie Hem in Zijn uur van de grootste nood.

Petrus had zich tot woordvoerder van het apostolisch gezelschap gemaakt. Daarom richtte de Meester de vraag tot hem, al gold zij ook zijn metgezellen: “Kunt gij dan niet een uur met Mij waken?” Zij hadden allen hun toewijding aan Hem betuigd, en toch waren zij in slaap gevallen terwijl Hij hun geboden had te waken.

Mattheüs 26:41.KruisverwijzingenMattheüs 6:13Lukas 22:461 Korinthe 16:13Mattheüs 25:13Markus 14:381 Korinthe 9:27Psalmen 119:322 Petrus 2:9
— Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
“Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.”

Bewonder de tederheid van Jezus, dat Hij Zijn discipelen zo verontschuldigt. Wat Hij van hen zei was waar; maar niet iedereen zou die zachtmoedige waarheid op zo’n beproevend ogenblik uitgesproken hebben.

Lieve vrienden, maak verontschuldigingen voor elkaar waar u maar kunt. Maak ze nooit voor uzelf, maar dikwijls voor anderen. En wanneer iemand u naar uw gevoel heel onvriendelijk behandelt, wees dan des te vriendelijker tegen hem.

Mattheüs 26:42-44.KruisverwijzingenMattheüs 26:39Markus 14:39Hebreeën 4:15Lukas 9:322 Korinthe 12:8Psalmen 88:1Psalmen 22:1Psalmen 69:1
— Wederom ten tweeden male heengaande, bad Hij, zeggende: Mijn Vader! Indien deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede! En komende bij hen, vond Hij hen wederom slapende; want hun ogen waren bezwaard. En hen latende, ging Hij wederom heen, en bad ten derden male, zeggende dezelfde woorden.
“Wederom ten tweeden male heengaande, bad Hij, zeggende: Mijn Vader! Indien deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede! En komende bij hen, vond Hij hen wederom slapende; want hun ogen waren bezwaard. En hen latende, ging Hij wederom heen, en bad ten derden male, zeggende dezelfde woorden.”

U kunt niet veel afwisseling in uw taal gebruiken wanneer uw hart heel zwaar is; u blijft op zo’n tijd meestal bij een paar woorden hangen. Verwijt uzelf dat niet; het is natuurlijk, en het is goed. Zelfs uw Heere, de Meester van de taal, bad ten derden male, sprekende dezelfde woorden.

Mattheüs 26:45-46.KruisverwijzingenJohannes 13:1Johannes 17:1Lukas 22:53Johannes 14:31Mattheüs 26:181 Koningen 18:27Markus 14:41Mattheüs 26:14
— Toen kwam Hij tot Zijn discipelen, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; ziet, de ure is nabij gekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren. Staat op, laat ons gaan; ziet, hij is nabij, die Mij verraadt.
“Toen kwam Hij tot Zijn discipelen, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; ziet, de ure is nabij gekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren. Staat op, laat ons gaan; ziet, hij is nabij, die Mij verraadt.”

Moge de Meester dit nooit over een van ons hoeven te zeggen, om Zijn dierbare Naam wil! Amen.

Mattheüs 26:57.KruisverwijzingenMattheüs 26:3Johannes 18:12Markus 14:53Lukas 22:54Johannes 11:49Johannes 18:19Psalmen 56:5
— Die nu Jezus gevangen hadden, leidden Hem heen tot Kajafas, den hogepriester, alwaar de Schriftgeleerden en ouderlingen vergaderd waren.
“Die nu Jezus gevangen hadden, leidden Hem heen tot Kajafas, den hogepriester, alwaar de Schriftgeleerden en ouderlingen vergaderd waren.”

Het was nacht, maar deze goddeloze mensen konden voor dit wrede werk wel opblijven: om de Heere der heerlijkheid te oordelen en de Onschuldige te beschamen.

Mattheüs 26:58.KruisverwijzingenJohannes 7:32Johannes 7:45Johannes 18:25Johannes 18:15
— En Petrus volgde Hem van verre tot aan de zaal des hogepriesters, en binnengegaan zijnde, zat hij bij de dienaren, om het einde te zien.
“En Petrus volgde Hem van verre tot aan de zaal des hogepriesters, en binnengegaan zijnde, zat hij bij de dienaren, om het einde te zien.”

Ik heb Petrus wel horen voorstellen alsof hij er verkeerd aan deed Christus van verre te volgen. Ik meen dat hij de dapperste van alle apostelen was, want vrijwel geen van hen volgde Christus op dat ogenblik.

Later kwam Johannes tot zichzelf en ging het rechthuis binnen. Petrus bleef op een afstand van zijn Heere. Maar hij vólgde Hem, en hij gíng het paleis van de hogepriester binnen, en zat bij de dienaars om het einde te zien. Petrus deed er goed genoeg aan Christus te volgen; het was pas daarna, toen de verzoeking kwam, dat hij zo jammerlijk viel.

Mattheüs 26:59-60.KruisverwijzingenDeuteronomium 19:15Psalmen 35:11Deuteronomium 19:16Daniël 6:4Markus 14:571 Petrus 3:16Titus 2:8Handelingen 24:1
— En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet. En hoewel er vele valse getuigen toegekomen waren, zo vonden zij toch niet.
“En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet. En hoewel er vele valse getuigen toegekomen waren, zo vonden zij toch niet.”

Zij vonden er geen, dat wil zeggen: geen die overeenstemden. De leugen die de een sprak, werd door de volgende weerlegd. Omdat zij niet overeenkwamen, hielden zij geen stand. Dat is de zwakheid van de leugen: zij spreekt zichzelf tegen.

Deze mannen voelden dat zij zelfs bij het veroordelen van Christus enige schijn van waarheid moesten hebben, en die konden zij eerst zelfs van hun valse getuigen niet krijgen.

Mattheüs 26:60-61.KruisverwijzingenDeuteronomium 19:15Psalmen 35:11Psalmen 27:12Mattheüs 27:40Daniël 6:4Markus 14:571 Petrus 3:16Titus 2:8
— En hoewel er vele valse getuigen toegekomen waren, zo vonden zij toch niet. Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen.
“En hoewel er vele valse getuigen toegekomen waren, zo vonden zij toch niet. Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen.”

Broeders, let erop dat dit maar een lichte verdraaiing van de woorden van Christus was. En toch maakte die geringe verwringing ze zo verschillend als maar mogelijk is van wat Hij werkelijk gezegd had. Hij heeft nooit iets van dien aard gezegd; het was een hoogst goddeloze verkeerde voorstelling van Zijn woorden.

Willen mensen een aanklacht tegen ons vinden, dan kunnen zij dat zonder enige bouwstof. Werd onze Heere op deze wijze onrecht aangedaan, dan hoeft niemand zich te verbazen als hetzelfde hem overkomt.

Zij zeiden geen ander woord over Hem, alsof zij in geen enkele taal een woord kenden dat laag genoeg voor Hem was. Déze, zeiden zij — en onze vertalers hebben er heel terecht het woord mens bij gezet.

Mattheüs 26:62.KruisverwijzingenLukas 23:9Johannes 18:19Johannes 19:9Mattheüs 27:12Markus 14:60
— En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?
“En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?”

Wat had antwoorden voor zin? Wat heeft antwoorden ooit voor zin wanneer het enige bewijs dat tegen iemand ingebracht wordt een tastbare en opzettelijke verkeerde voorstelling is?

Daarom zweeg de Zaligmaker. En zo bewees Hij niet alleen Zijn wijsheid, maar vervulde Hij ook die wonderlijke profetie van Jesaja: “Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.”

Mattheüs 26:63-64.KruisverwijzingenDaniël 7:13Mattheüs 16:16Leviticus 5:1Markus 14:62Mattheüs 26:25Hebreeën 1:3Psalmen 110:1Mattheüs 27:12
— Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.
“Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.”

Nu kwam het antwoord, de goede belijdenis die onze Heere voor Zijn wrede tegenstanders aflegde. Hoe moet die zin als een bliksemflits voor hun gezicht gekomen zijn! Wat een verklaring van macht, uit de mond van Iemand Die daar gebonden voor Zijn vijanden stond, ogenschijnlijk weerloos en op het punt te sterven!

Hij bindt hen eraan voor Hem te verschijnen wanneer Híj de Rechter wordt — en dan zullen zíj de plaats van de misdadiger innemen.

Mattheüs 26:65-66.KruisverwijzingenJohannes 19:7Mattheüs 9:3Johannes 10:36Jeremia 36:241 Koningen 21:10Leviticus 21:20Handelingen 14:14Lukas 5:21
— Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord. Wat dunkt ulieden? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig.
“Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord. Wat dunkt ulieden? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig.”

Hij ziet rond op de zeventig oudsten van het volk die daar in de grote raad zaten, en zij antwoordden en zeiden: “Hij is des doods schuldig.” Waarschijnlijk waren Jozef van Arimathea en Nicodemus er niet bij; zij waren de enige twee vrienden die de Heere in de Sanhedrin had.

Mattheüs 26:67-68.KruisverwijzingenMattheüs 27:30Jesaja 50:6Johannes 18:22Mattheüs 5:39Jesaja 52:14Jesaja 53:3Markus 14:65Lukas 22:63
— Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten. En anderen gaven Hem kinnebakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?
“Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten. En anderen gaven Hem kinnebakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?”

Hiermee eindigde het eigenlijke kerkelijke verhoor van Christus. Er verliep enige tijd voordat Pilatus, de wereldlijke bestuurder, bereid was Christus te zien; maar zodra de dageraad gekomen was, sleepten zij Hem voor een andere rechtbank.

Onze Heere had deze spotters gezegd dat zij Hem eenmaal zouden zien komen “op de wolken des hemels”. Wat een dag zal dat zijn voor wie Hem hier bespot hebben.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Toen kwam die vertwijfelde worsteling waarin de grote Overste van onze zaligheid streed tot een bloedig zweet toe — en overwon.

Verdiepende artikelen

Neem, eet!

Preken

"Neem, eet! Dit is Mijn lichaam." Avondmaal symboliseert Christus' dood. Neem Hem aan door geloof en word behouden!

Oorlog

Voor kinderen

'...allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen' Mattheüs 26:52 Het is erg triest dat er bijna constant ergens op de wereld oorlogen worden uitgevochten.…

Een dapper en heilig sonnet

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

Als u, geliefde lezer, wist dat u omstreeks tien uur vanavond zou worden weggeleid om bespot, veracht en gegeseld te worden en de ochtendzon u als vals beschuldigd…

Op één wenk van Jezus

Nabij De Zon

Of meent gij, dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten ? Hoe zouden dan de Schriften vervuld…

Het hart van de christelijke waarheid

Nabij De Zon

Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden. Mattheüs 26:28 Uit de Heilige Schrift weten we dat deze…

Toen verlieten al de discipelen Hem en vluchtten

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Toen verlieten al de discipelen Hem en vluchtten. Mattheüs 26 vers 56 Hij verliet hen nooit, maar zij vluchtten al toen…

Opnieuw 

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Lukas 22:44 De droefheid was opnieuw over…

Het persoonlijke gebed

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" En nadat Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich met het gezicht ter aarde, en bad. Mattheüs 26 vers 39…

Een waarschuwing

Bank Des Geloofs

Doch Petrus antwoordende zeide tot Hem: Al werden zij ook allen aan U geërgerd, ik zal nimmermeer geërgerd worden. Matth. 26:33        Wacht eens”, roept iemand, "dit…

Genade en Verantwoordelijkheid

Diversen

Soevereine genade en de verantwoordelijkheid van de mens. 'En Jesaja verstout zich en zegt: Ik ben gevonden van degenen die Mij niet zochten: Ik ben openbaar geworden degenen…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content