Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 21

1 En als zij nu Jeruzalem genaakten, en gekomen waren te Beth-fage, aan de Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen, zeggende tot hen:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG2532 als zij nu JeruzalemG2414 genaaktenG1448, enG2532 gekomenG2064 waren te Beth-fageG967, aanG1519 de OlijfbergG3735, toen zondG649 JezusG2424 tweeG1417 discipelenG3101, zeggendeG3004 totG4314 hen: En als zij nu Jeruzalem genaakten, en gekomen waren te Beth-fage, aan de Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen, zeggende tot hen:

KJV And1 when2 they drew nigh3 unto4 Jerusalem,5 and6 were come7 to8 Bethphage,9 unto10 the mount12 of Olives,14 then15 sent18 Jesus17 two19 disciples,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 3 ηγγισαν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 βηθφαγη G967 Beth-fage Bethphage 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ελαιων G1636 Olijf, Olijfberg, olijfbomen olive (berry, tree) 15 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 18 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 19 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 20 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Gaat heen inG1519 het vlekG2968, dat tegen u over ligt, enG2532 gij zult terstondG2112 een ezelinG3688 gebondenG1210 vindenG2147, enG2532 een veulenG4454 metG3326 haarG846; ontbindtG3089 ze, en brengtG71 ze tot MijG1473. Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij.

KJV Saying1 unto them,2 Go3 into4 the village6 over against8 you, and10 straightway11 ye shall find12 an ass13 tied,14 and15 a colt16 with17 her:18 loose19 them, and bring20 them unto me.

1 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 πορευθητε G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κωμην G2968 vlek, vlekken town, village 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 απεναντι G561 tegenover, tegenwoordigheid before, contrary, over against, in the presence of 9 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 12 ευρησετε G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 13 ονον G3688 ezelin, ezel an ass 14 δεδεμενην G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 πωλον G4454 veulen colt 17 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 18 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 λυσαντες G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 20 αγαγετε G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 21 μοι G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En indien u iemand iets zegt, zo zult gij zeggen, dat de Heere deze van node heeft, en hij zal ze terstond zenden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En indien uG4771 iemandG5100 ietsG5100 zegtG2036, zo zult gij zeggenG2046, datG3754 de HeereG2962 deze van nodeG5532 heeftG2192, en hijG846 zal ze terstondG2112 zendenG649. En indien u iemand iets zegt, zo zult gij zeggen, dat de Heere deze van node heeft, en hij zal ze terstond zenden.

KJV And1 if2 any man3 say ought6 unto you, ye shall say,7 The Lord10 hath13 need12 of them;11 and15 straightway14 he will send16 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ειπη G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 7 ερειτε G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 11 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 13 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 14 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 αποστελει G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 17 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 DitG3778 allesG3650 nuG1161 is geschiedG1096, opdatG2443 vervuldG4137 worde, hetgeen gesprokenG4483 is doorG1223 den profeetG4396, zeggendeG3004: Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende:

KJV All2 this was done,4 that5 it might be fulfilled6 which7 was spoken by9 the prophet,11 saying,

1 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 4 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 πληρωθη G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ρηθεν G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 9 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 12 λεγοντος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 ZegtG2036 der dochterG2364 SionsG4622: ZieG2400, uw KoningG935 komtG2064 tot uG4771, zachtmoedigG4239 enG2532 gezetenG1910 opG1909 een ezelinG3688 enG2532 een veulenG4454, zijnde een jongG5207 ener jukdragendeG5268 ezelin. Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin.

KJV Tell ye the daughter3 of Sion,4 Behold, thy King7 cometh9 unto thee, meek,11 and12 sitting13 upon14 an ass,15 and16 a colt17 the foal18 of an ass.

1 ειπατε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 θυγατρι G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 4 σιων G4622 Sion, Sions Sion 5 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 10 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 11 πραυς G4239 zachtmoedigen, zachtmoedig meek 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 επιβεβηκως G1910 gingen, aangekomen, gegaan come (into), enter into, go abroad, sit upon, take ship 14 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 ονον G3688 ezelin, ezel an ass 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 πωλον G4454 veulen colt 18 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 19 υποζυγιου G5268 jukdragende ass

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En de discipelen heengegaan zijnde, en gedaan hebbende, gelijk Jezus hun bevolen had,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En de discipelenG3101 heengegaanG4198 zijnde, en gedaanG4160 hebbende, gelijk JezusG2424 hunG846 bevolenG4367 had, En de discipelen heengegaan zijnde, en gedaan hebbende, gelijk Jezus hun bevolen had,

KJV And2 the disciples4 went,1 and5 did6 as7 Jesus11 commanded8 them,

1 πορευθεντες G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ποιησαντες G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 8 προσεταξεν G4367 bevolen, geboden, beval bid, command 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Brachten de ezelin en het veulen, en legden hun klederen op dezelve, en zetten Hem daarop.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 BrachtenG71 de ezelinG3688 enG2532 het veulenG4454, enG2532 legdenG2007 hunG846 klederenG2440 op dezelveG846, enG2532 zettenG1940 HemG846 daarop. Brachten de ezelin en het veulen, en legden hun klederen op dezelve, en zetten Hem daarop.

KJV And brought1 the ass,3 and4 the colt,6 and7 put8 on9 them10 their13 clothes,12 and14 they set16 him thereon.20

1 ηγαγον G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 2 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ονον G3688 ezelin, ezel an ass 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πωλον G4454 veulen colt 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 επεθηκαν G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 9 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 10 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 13 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 επεκαθισεν G1940 zetten set on 18 επεκαθισαν G1940 zetten set on 20 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 21 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En de meeste schare spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen takken van de bomen, en spreidden ze op den weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En de meesteG4118 schareG3793 spreiddenG4766 hun klederenG2440 opG1722 den wegG3598, en anderen hieuwenG2875 takkenG2798 vanG575 de bomenG1186, en spreiddenG4766 ze opG1722 den wegG3598. En de meeste schare spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen takken van de bomen, en spreidden ze op den weg.

KJV And2 a very great multitude4 spread5 their6 garments8 in9 the way;11 others13 cut down14 branches15 from16 the trees,18 and19 strawed20 them in21 the way.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πλειστος G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 4 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 εστρωσαν G4766 spreidden, spreid, toegerust make bed, furnish, spread, strew 6 εαυτων G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 12 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 εκοπτον G2875 hieuwen, bedrijven, geweend cut down, lament, mourn, (be-)wail 15 κλαδους G2798 takken, tak branch 16 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δενδρων G1186 boom, bomen tree 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 εστρωννυον G4766 spreidden, spreid, toegerust make bed, furnish, spread, strew 21 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 22 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En de scharenG3793, die voorgingenG4254 en die volgdenG190, riepenG2896, zeggendeG3004: HosannaG5614 den ZoneG5207 DavidsG1138! GezegendG2127 is Hij, Die komtG2064 inG1722 den NaamG3686 des HeerenG2962! HosannaG5614 inG1722 de hoogsteG5310 hemelen! En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!

KJV And2 the multitudes3 that went before,5 and6 that followed,8 cried,9 saying,10 Hosanna11 to the Son13 of David:14 Blessed15 is he that cometh17 in18 the name19 of the Lord;20 Hosanna21 in22 the highest.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οχλοι G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 προαγοντες G4254 voorgaan, varen, voorgingen bring (forth, out), go before 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ακολουθουντες G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 9 εκραζον G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 10 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 ωσαννα G5614 Hosanna hosanna 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 υιω G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 14 δαβιδ G1138 David, Davids David 15 ευλογημενος G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 20 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 21 ωσαννα G5614 Hosanna hosanna 22 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 23 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 υψιστοις G5310 Allerhoogsten, hoogste, Allerhoogste most high, highest
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En als Hij te Jeruzalem inkwam, werd de gehele stad beroerd, zeggende: Wie is Deze?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 als HijG846 te JeruzalemG2414 inkwamG1525, werd de geheleG3956 stadG4172 beroerdG4579, zeggendeG3004: WieG5101 isG1510 DezeG3778? En als Hij te Jeruzalem inkwam, werd de gehele stad beroerd, zeggende: Wie is Deze?

KJV And1 when he3 was come2 into4 Jerusalem,5 all7 the city9 was moved,6 saying,10 Who11 is this?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εισελθοντος G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 6 εσεισθη G4579 beefde, beroerd, bewegen move, quake, shake 7 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πολις G4172 stad, steden city 10 λεγουσα G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de scharen zeiden: Deze is Jezus, de Profeet van Nazareth in Galilea.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EnG1161 de scharenG3793 zeidenG3004: DezeG3778 isG1510 JezusG2424, de ProfeetG4396 vanG575 NazarethG3478 in GalileaG1056. En de scharen zeiden: Deze is Jezus, de Profeet van Nazareth in Galilea.

KJV And2 the multitude3 said,4 This5 is Jesus7 the prophet9 of11 Nazareth16 of Galilee.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οχλοι G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 4 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 13 ναζαρετ 15 ναζαρεθ 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 JezusG2424 ging in den tempelG2411 GodsG2316, enG2532 dreefG1544 uit allenG3956, die verkochtenG4453 enG2532 kochtenG59 in den tempelG2411, enG2532 keerdeG2690 omG1519 de tafelenG5132 der wisselaarsG2855, enG2532 de zitstoelenG2515 dergenen, die de duivenG4058 verkochtenG4453. En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten.

KJV And1 Jesus4 went2 into5 the temple7 of God,9 and10 cast out11 all them12 that sold14 and15 bought16 in17 the temple,19 and20 overthrew25 the tables22 of the moneychangers,24 and26 the seats28 of them that sold30 doves,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εξεβαλεν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 12 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πωλουντας G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αγοραζοντας G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 τραπεζας G5132 tafel, tafelen, bank bank, meat, table 23 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 κολλυβιστων G2855 wisselaars, wisselaren (money-)changer 25 κατεστρεψεν G2690 keerde overthrow 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 καθεδρας G2515 zitstoelen, stoel seat 29 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 πωλουντων G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 31 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 περιστερας G4058 duiven, duif, duive dove, pigeon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En HijG846 zeideG3004 tot henG846: Er is geschrevenG1125: Mijn huisG3624 zal een huisG3624 des gebedsG4335 genaamdG2564 worden; maarG1161 gijG4771 hebt dat tot een moordenaarskuilG3027 gemaaktG4160. En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt.

KJV And1 said2 unto them,3 It is written,4 My house6 shall be called10 the house8 of prayer;9 but12 ye have made14 it13 a den15 of thieves.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οικος G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 7 μου G1473 mij, ik I, me 8 οικος G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 9 προσευχης G4335 gebeden, gebed, bidden X pray earnestly, prayer 10 κληθησεται G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 11 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 εποιησατε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 15 σπηλαιον G4693 kuil, spelonken, spelonk cave, den 16 ληστων G3027 moordenaars, moordenaar, moordenaren robber, thief
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En er kwamen blinden en kreupelen tot Hem in den tempel, en Hij genas dezelve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En er kwamen blindenG5185 enG2532 kreupelenG5560 tot Hem inG1722 den tempelG2411, enG2532 Hij genasG2323 dezelve. En er kwamen blinden en kreupelen tot Hem in den tempel, en Hij genas dezelve.

KJV And1 the blind4 and5 the lame6 came2 to him3 in7 the temple;9 and10 he healed11 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσηλθον G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τυφλοι G5185 blinden, blind, blinde blind 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 χωλοι G5560 kreupelen, kreupel, kreupele cripple, halt, lame 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εθεραπευσεν G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 12 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Als nu de overpriesters en Schriftgeleerden zagen de wonderheden, die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel, en zeggende: Hosanna den Zone Davids! namen zij dat zeer kwalijk;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Als nuG1161 de overpriestersG749 en SchriftgeleerdenG1122 zagenG1492 de wonderhedenG2297, dieG3739 Hij deedG4160, en de kinderenG3816, roependeG2896 inG1722 den tempelG2411, en zeggendeG3004: HosannaG5614 den ZoneG5207 DavidsG1138! namen zij dat zeer kwalijkG23; Als nu de overpriesters en Schriftgeleerden zagen de wonderheden, die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel, en zeggende: Hosanna den Zone Davids! namen zij dat zeer kwalijk;

KJV And2 when the chief priests4 and5 scribes7 saw the wonderful things9 that10 he did,11 and12 the children14 crying15 in16 the temple,18 and19 saying,20 Hosanna21 to the Son23 of David;24 they were sore displeased,

1 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 8 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θαυμασια G2297 wonderheden wonderful thing 10 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 παιδας G3816 knecht, Kind, kind child, maid(-en), (man) servant, son, young man 15 κραζοντας G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 λεγοντας G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 21 ωσαννα G5614 Hosanna hosanna 22 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 υιω G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 24 δαβιδ G1138 David, Davids David 25 ηγανακτησαν G23 kwalijk, kwalijk namen, kwalijk nemen be much (sore) displeased, have (be moved with, with) indignation

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En zeiden tot Hem: Hoort Gij wel, wat dezen zeggen? En Jezus zeide tot hen: Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit de mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En zeidenG2036 tot Hem: HoortG191 Gij wel, watG5101 dezenG3778 zeggenG3004? En JezusG2424 zeideG3004 tot henG846: Ja; hebt gij nooitG3763 gelezenG314: UitG1537 de mondG4750 der jonge kinderenG3516 en der zuigelingenG2337 hebt Gij U lofG136 toebereidG2675? En zeiden tot Hem: Hoort Gij wel, wat dezen zeggen? En Jezus zeide tot hen: Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit de mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid?

KJV And1 said unto him,3 Hearest thou4 what5 these6 say?2 And9 Jesus10 saith7 unto them,12 Yea;13 have ye never14 read,15 Out of17 the mouth18 of babes19 and20 sucklings21 thou hast perfected22 praise?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ακουεις G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ναι G3483 ja even so, surely, truth, verily, yea, yes 14 ουδεποτε G3763 nooit, nimmermeer, Nooit neither at any time, never, nothing at any time 15 ανεγνωτε G314 gelezen, leest, lezen read 16 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 17 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 στοματος G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 19 νηπιων G3516 kind, jonge kinderen, kinderen babe, child (+ -ish) 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 θηλαζοντων G2337 zogenden, gezogen, gezoogd (give) suck(-ling) 22 κατηρτισω G2675 toebereid, vermakende, volmaakt fit, frame, mend, (make) perfect(-ly join together), prepare, restore 23 αινον G136 lof praise

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En hen verlatende, ging Hij van daar uit de stad, naar Bethanie, en overnachtte aldaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 hen verlatendeG2641, ging Hij van daar uit de stadG4172, naarG1519 BethanieG963, enG2532 overnachtteG835 aldaar. En hen verlatende, ging Hij van daar uit de stad, naar Bethanie, en overnachtte aldaar.

KJV And1 he left2 them,3 and went4 out of5 the city7 into8 Bethany;9 and10 he lodged11 there.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 καταλιπων G2641 verlaten, gelaten, verlatende forsake, leave, reserve 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 5 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πολεως G4172 stad, steden city 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 βηθανιαν G963 Bethanie Bethany 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ηυλισθη G835 overnachtte, vernachtte abide, lodge 12 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En des morgens vroeg, als Hij wederkeerde naar de stad, hongerde Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG1161 des morgens vroegG4405, als Hij wederkeerdeG1877 naarG1519 de stadG4172, hongerdeG3983 Hem. En des morgens vroeg, als Hij wederkeerde naar de stad, hongerde Hem.

KJV Now2 in the morning1 as he returned3 into4 the city,6 he hungered.

1 πρωιας G4405 morgens vroeg, morgenstond early, morning 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επαναγων G1877 Steek, afstak, wederkeerde launch (thrust) out, return 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πολιν G4172 stad, steden city 7 επεινασεν G3983 hongerde, hongerig, hongeren be an hungered
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En ziendeG1492, eenG1520 vijgeboomG4808 aan den wegG3598, ging Hij naarG1519 hemG846 toe, enG2532 vondG2147 nietsG3762 aan denzelvenG846, dan alleenlijk bladerenG5444; enG2532 zeideG3004 tot hemG846: UitG1537 uG4771 wordeG1096 geenG3361 vruchtG2590 meer in der eeuwigheidG165! EnG2532 de vijgeboomG4808 verdordeG3583 terstondG3916. En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond.

KJV And1 when he saw a fig tree3 in5 the way,7 he came8 to9 it,10 and11 found13 nothing12 thereon,14 but leaves18 only,19 and20 said21 unto it,15 Let no27 fruit26 grow on24 thee henceforward23 for28 ever.30 And31 presently33 the fig tree35 withered away.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 συκην G4808 vijgeboom fig tree 4 μιαν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οδου G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 8 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 9 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 13 ευρεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 17 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 18 φυλλα G5444 bladeren leaf 19 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 22 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 μηκετι G3371 niet meer, voortaan niet any longer, (not) henceforth, hereafter, no henceforward (longer, more, soon), not any more 24 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 25 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 26 καρπος G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 27 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 28 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 29 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 αιωνα G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 31 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 32 εξηρανθη G3583 verdord, verdorde, dor dry up, pine away, be ripe, wither (away) 33 παραχρημα G3916 terstond, stonde forthwith, immediately, presently, straightway, soon 34 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 συκη G4808 vijgeboom fig tree

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En de discipelen, dat ziende, verwonderden zich, zeggende: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG2532 de discipelenG3101, dat ziendeG1492, verwonderdenG2296 zich, zeggendeG3004: HoeG4459 is de vijgeboomG4808 zo terstondG3916 verdordG3583? En de discipelen, dat ziende, verwonderden zich, zeggende: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord?

KJV And1 when the disciples4 saw it, they marvelled,5 saying,6 How7 soon8 is the fig tree11 withered away!

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 εθαυμασαν G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 6 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 8 παραχρημα G3916 terstond, stonde forthwith, immediately, presently, straightway, soon 9 εξηρανθη G3583 verdord, verdorde, dor dry up, pine away, be ripe, wither (away) 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 συκη G4808 vijgeboom fig tree

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij geloof hadt, en niet twijfeldet, gij zoudt niet alleenlijk doen, hetgeen den vijgeboom is geschied; maar indien gij ook tot deze berg zeidet: Word opgeheven en in de zee geworpen! het zou geschieden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 DochG1161 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: VoorwaarG281 zegG3004 Ik u: IndienG1437 gij geloofG4102 hadtG2192, en niet twijfeldetG1252, gij zoudt niet alleenlijk doenG4160, hetgeen den vijgeboomG4808 is geschied; maarG235 indien gij ookG2532 tot dezeG3778 bergG3735 zeidetG2036: Word opgehevenG142 en inG1519 de zeeG2281 geworpenG906! het zou geschiedenG1096. Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij geloof hadt, en niet twijfeldet, gij zoudt niet alleenlijk doen, hetgeen den vijgeboom is geschied; maar indien gij ook tot deze berg zeidet: Word opgeheven en in de zee geworpen! het zou geschieden.

KJV Jesus4 answered1 and2 said unto them,6 Verily7 I say5 unto you, If10 ye have11 faith,12 and13 doubt15 not,14 ye shall21 not16 only17 do this which is done to the fig tree,20 but22 also if23 ye shall say unto this mountain,25 Be thou removed,28 and29 be thou cast30 into31 the sea;33 it shall be done.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 8 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 10 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 11 εχητε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 15 διακριθητε G1252 twijfelende, onderscheid, oordelen contend, make (to) differ(-ence), discern, doubt, judge, be partial, stagger, waver 16 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 συκης G4808 vijgeboom fig tree 21 ποιησετε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 22 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 23 καν G2579 en indien, al ware het and (also) if (so much as), if but, at the least, though, yet 24 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ορει G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 26 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 27 ειπητε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 28 αρθητι G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 29 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 30 βληθητι G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 31 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 32 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 θαλασσαν G2281 zee sea 34 γενησεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 EnG2532 alG3956 wat gij zult begerenG154 inG1722 het gebedG4335, gelovendeG4100, zult gij ontvangenG2983. En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.

KJV And1 all things,2 whatsoever4 ye shall ask5 in6 prayer,8 believing,9 ye shall receive.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 4 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 5 αιτησητε G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 προσευχη G4335 gebeden, gebed, bidden X pray earnestly, prayer 9 πιστευοντες G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 10 ληψεσθε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En als Hij in den tempel gekomen was, kwamen tot Hem, terwijl Hij leerde, de overpriesters en de ouderlingen des volks, zeggende: Door wat macht doet Gij deze dingen? En Wie heeft U deze macht gegeven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG2532 als Hij in den tempelG2411 gekomen was, kwamen totG1519 HemG846, terwijl Hij leerdeG1321, de overpriestersG749 enG2532 de ouderlingenG4245 des volksG2992, zeggendeG3004: DoorG1722 wat machtG1849 doetG4160 Gij dezeG3778 dingen? EnG2532 WieG5101 heeft UG4771 dezeG3778 machtG1849 gegevenG1325? En als Hij in den tempel gekomen was, kwamen tot Hem, terwijl Hij leerde, de overpriesters en de ouderlingen des volks, zeggende: Door wat macht doet Gij deze dingen? En Wie heeft U deze macht gegeven?

KJV And1 when he3 was come2 into4 the temple,6 the chief priests11 and12 the elders14 of the people16 came7 unto him8 as he was teaching,9 and said,17 By18 what19 authority20 doest thou22 these things? and23 who24 gave26 thee this authority?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθοντι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple 7 προσηλθον G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 διδασκοντι G1321 lerende, leerde, leren teach 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πρεσβυτεροι G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 λαου G2992 volk, volks, volke people 17 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 20 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 21 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 ποιεις G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 25 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 26 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 27 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 29 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, hetwelk indien gij Mij zult zeggen, zo zal Ik u ook zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG1161 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: Ik zal u ook eenG1520 woordG3056 vragenG2065, hetwelkG3739 indienG1437 gij MijG1473 zult zeggen, zo zal Ik uG4771 ook zeggen, doorG1722 wat machtG1849 Ik dezeG3778 dingen doeG4160. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, hetwelk indien gij Mij zult zeggen, zo zal Ik u ook zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe.

Ook in dit vers zeggenG2046

KJV And2 Jesus4 answered1 and said unto them,6 I also9 will ask7 you one11 thing,10 which12 if13 ye tell me, I in like wise16 will tell18 you by19 what20 authority21 I do23 these things.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ερωτησω G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 8 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 9 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 10 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 11 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 12 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 14 ειπητε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 μοι G1473 mij, ik I, me 16 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 17 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ερω G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 21 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 22 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 23 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 De doop van Johannes, van waar was die, uit de hemel, of uit de mensen? En zij overlegden bij zichzelven en zeiden: Indien wij zeggen: Uit de hemel; zo zal Hij ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 De doopG908 van JohannesG2491, van waar wasG1510 die, uitG1537 de hemelG3772, ofG2228 uitG1537 de mensenG444? EnG1161 zij overlegdenG1260 bij zichzelvenG1438 en zeidenG3004: IndienG1437 wij zeggen: UitG1537 de hemelG3772; zo zal Hij ons zeggen: WaaromG5101 hebt gij hemG846 dan nietG3756 geloofdG4100? De doop van Johannes, van waar was die, uit de hemel, of uit de mensen? En zij overlegden bij zichzelven en zeiden: Indien wij zeggen: Uit de hemel; zo zal Hij ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?

Ook in dit vers zeggenG2046

KJV The baptism2 of John,3 whence4 was it? from6 heaven,7 or8 of9 men?10 And12 they reasoned13 with14 themselves,15 saying,16 If17 we shall say, From19 heaven;20 he will say21 unto us, Why did ye27 not26 then25 believe him?

1 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 βαπτισμα G908 doop baptism 3 ιωαννου G2491 Johannes John 4 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 5 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 7 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 8 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 9 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 διελογιζοντο G1260 overlegt, overleiden, overdachten cast in mind, consider, dispute, muse, reason, think 14 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 15 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 16 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 18 ειπωμεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 19 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 20 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 21 ερει G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 22 ημιν G1473 mij, ik I, me 23 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 24 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 25 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 26 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 27 επιστευσατε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 28 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En indien wij zeggen: Uit de mensen: zo vrezen wij de schare; want zij houden allen Johannes voor een profeet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG1161 indien wij zeggenG2036: UitG1537 de mensenG444: zo vrezenG5399 wij de schareG3793; wantG1063 zij houdenG2192 allenG3956 JohannesG2491 voor een profeetG4396. En indien wij zeggen: Uit de mensen: zo vrezen wij de schare; want zij houden allen Johannes voor een profeet.

KJV But2 if1 we shall say, Of4 men;5 we fear6 the people;8 for10 all9 hold11 John13 as14 a prophet.

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπωμεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 φοβουμεθα G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 9 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ιωαννην G2491 Johannes John 14 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 15 προφητην G4396 profeten, profeet, Profeet prophet

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En zij, Jezus antwoordende, zeiden: Wij weten het niet. En Hij zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik dit doe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En zij, JezusG2424 antwoordendeG611, zeidenG2036: Wij wetenG1492 het nietG3756. En Hij zeideG5346 tot henG846: Zo zegG3004 IkG1473 uG4771 ook niet, doorG1722 wat machtG1849 Ik ditG3778 doeG4160. En zij, Jezus antwoordende, zeiden: Wij weten het niet. En Hij zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik dit doe.

KJV And1 they answered2 Jesus,4 and said, We cannot6 tell.7 And10 he9 said8 unto them,11 Neither12 tell5 I13 you by16 what17 authority18 I do20 these things.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεντες G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 13 εγω G1473 mij, ik I, me 14 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 18 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 19 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 20 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 MaarG1161 watG5101 dunktG1380 uG4771? Een mensG444 hadG2192 tweeG1417 zonenG5043, en gaandeG4334 tot den eerstenG4413, zeideG2036: ZoonG5043! ga heen, werkG2038 hedenG4594 inG1722 mijn wijngaardG290. Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard.

KJV But2 what1 think4 ye? A certain man5 had6 two8 sons;7 and9 he came10 to the first,12 and said, Son,14 go15 work17 to day16 in18 my vineyard.

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 δοκει G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 5 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 8 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πρωτω G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 13 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 τεκνον G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 15 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 16 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 17 εργαζου G2038 werkt, werken, werkende commit, do, labor for, minister about, trade (by), work 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 αμπελωνι G290 wijngaard, wijngaards vineyard 21 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Doch hij antwoorddeG611 en zeideG2036: Ik wilG2309 nietG3756; enG1161 daarna berouwG3338 hebbende, ging hij heen. Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen.

KJV He answered2 and said, I will6 not:5 but8 afterward7 he repented,9 and went.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 7 υστερον G5305 laatste, namaals afterward, (at the) last (of all) 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 μεταμεληθεις G3338 berouw, berouwd, berouwen repent (self) 10 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En gaandeG4334 tot den tweedenG1208, zeideG2036 desgelijks, en deze antwoorddeG611 en zeideG2036: IkG1473 ga, heerG2962! en hij gingG565 nietG3756. En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet.

KJV And1 he came2 to the second,4 and said likewise.6 And8 he answered9 and said, I11 go, sir:12 and13 went15 not.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δευτερω G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ωσαυτως G5615 insgelijks even so, likewise, after the same (in like) manner 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 10 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 εγω G1473 mij, ik I, me 12 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 WieG5101 vanG1537 deze tweeG1417 heeft den wilG2307 des vadersG3962 gedaanG4160? Zij zeidenG3004 tot HemG846: De eersteG4413. JezusG2424 zeideG3004 tot henG846: VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, datG3754 de tollenaarsG5057 enG2532 de hoerenG4204 uG4771 voorgaanG4254 inG1519 het KoninkrijkG932 GodsG2316. Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.

KJV Whether1 of2 them twain4 did5 the will7 of his father?9 They say10 unto him,11 The first.13 Jesus17 saith14 unto them,15 Verily18 I say19 unto you, That21 the publicans23 and24 the harlots26 go27 into29 the kingdom31 of God33 before you.

1 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 5 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 10 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 14 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 18 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 19 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 20 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 21 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 22 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 τελωναι G5057 tollenaars, tollenaren, tollenaar publican 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 πορναι G4204 hoer, hoeren, hoererijen harlot, whore 27 προαγουσιν G4254 voorgaan, varen, voorgingen bring (forth, out), go before 28 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 29 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 30 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 32 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; doch gij, zulks ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 WantG1063 JohannesG2491 is totG4314 uG4771 gekomenG2064 inG1722 den wegG3598 der gerechtigheidG1343, en gij hebt hem nietG3756 geloofdG4100; maarG1161 de tollenaarsG5057 en de hoerenG4204 hebben hemG846 geloofdG4100; dochG1161 gijG4771, zulks ziendeG1492, hebt daarna geenG3756 berouwG3338 gehad, om hemG846 te gelovenG4100. Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; doch gij, zulks ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.

KJV For2 John5 came1 unto3 you in6 the way7 of righteousness,8 and9 ye believed11 him12 not:10 but14 the publicans15 and16 the harlots18 believed19 him:20 and22 ye, when ye had seen it, repented25 not24 afterward,26 that ye might believe28 him.

1 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ιωαννης G2491 Johannes John 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 8 δικαιοσυνης G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 επιστευσατε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 τελωναι G5057 tollenaars, tollenaren, tollenaar publican 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 πορναι G4204 hoer, hoeren, hoererijen harlot, whore 19 επιστευσαν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 20 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 22 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 23 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 24 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 25 μετεμεληθητε G3338 berouw, berouwd, berouwen repent (self) 26 υστερον G5305 laatste, namaals afterward, (at the) last (of all) 27 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 πιστευσαι G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 29 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde dien den landlieden, en reisde buiten 's lands.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 HoortG191 een andere gelijkenisG3850. Er wasG1510 een heerG444 des huizesG3617, die een wijngaardG290 plantteG5452, enG2532 zetteG4060 een tuinG5418 daarom, enG2532 groefG3736 een wijnpersbakG3025 daarin, enG2532 bouwdeG3618 een torenG4444, enG2532 verhuurdeG1554 dien den landliedenG1092, enG2532 reisde buitenG589 's lands. Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde dien den landlieden, en reisde buiten 's lands.

KJV Hear3 another1 parable:2 There was a certain4 householder,7 which8 planted9 a vineyard,10 and11 hedged12 it13 round about,14 and15 digged16 a winepress19 in17 it,18 and20 built21 a tower,22 and23 let24 it25 out to husbandmen,26 and27 went into a far country:

1 αλλην G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 3 ακουσατε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 4 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 οικοδεσποτης G3617 heer huizes, huizes, Heer huizes goodman (of the house), householder, master of the house 8 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 9 εφυτευσεν G5452 geplant, plant, plantte plant 10 αμπελωνα G290 wijngaard, wijngaards vineyard 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 φραγμον G5418 tuin, afscheidsels, heggen hedge (+ round about), partition 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 περιεθηκεν G4060 stak, zette, omlegden bestow upon, hedge round about, put about (on, upon), set about 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ωρυξεν G3736 groef dig 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 ληνον G3025 wijnpersbak winepress 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ωκοδομησεν G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 22 πυργον G4444 toren tower 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 εξεδοτο G1554 verhuurde, verhuren let forth (out) 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 γεωργοις G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 απεδημησεν G589 buiten lands, reisde buiten, trok go (travel) into a far country, journey
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Toen nu de tijd der vruchten genaakte, zond hij zijn dienstknechten tot de landlieden, om zijn vruchten te ontvangen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Toen nuG1161 de tijdG2540 der vruchtenG2590 genaakteG1448, zondG649 hijG846 zijn dienstknechtenG1401 totG4314 de landliedenG1092, om zijn vruchtenG2590 te ontvangenG2983. Toen nu de tijd der vruchten genaakte, zond hij zijn dienstknechten tot de landlieden, om zijn vruchten te ontvangen.

KJV And2 when1 the time5 of the fruit7 drew near,3 he sent8 his11 servants10 to12 the husbandmen,14 that they might receive15 the fruits17 of it.

1 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηγγισεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καιρος G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 καρπων G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 8 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δουλους G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 γεωργους G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 15 λαβειν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 16 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 καρπους G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En de landlieden, nemende zijn dienstknechten, hebben den een geslagen, en den anderen gedood, en den derden gestenigd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En de landliedenG1092, nemendeG2983 zijn dienstknechtenG1401, hebben den een geslagenG1194, en den anderen gedoodG615, en den derdenG3739 gestenigdG3036. En de landlieden, nemende zijn dienstknechten, hebben den een geslagen, en den anderen gedood, en den derden gestenigd.

KJV And1 the husbandmen4 took2 his7 servants,6 and beat10 one,8 and12 killed13 another,11 and15 stoned16 another.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λαβοντες G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γεωργοι G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 δουλους G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 10 εδειραν G1194 geslagen, sloegen, slaat beat, smite 11 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 απεκτειναν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 14 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 ελιθοβολησαν G3036 gestenigd, stenigden, stenigt stone, cast stones
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Wederom zond hij andere dienstknechten, meer in getal dan de eersten, en zij deden hun desgelijks.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 WederomG3825 zondG649 hij andere dienstknechtenG1401, meer in getal dan de eerstenG4413, enG2532 zij dedenG4160 hun desgelijks. Wederom zond hij andere dienstknechten, meer in getal dan de eersten, en zij deden hun desgelijks.

KJV Again,1 he sent2 other3 servants4 more than the first:7 and8 they did9 unto them10 likewise.

1 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 2 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 3 αλλους G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 4 δουλους G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 5 πλειονας G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πρωτων G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εποιησαν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 10 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ωσαυτως G5615 insgelijks even so, likewise, after the same (in like) manner
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En ten laatste zond hij tot hen zijn zoon, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 EnG1161 ten laatsteG5305 zondG649 hij totG4314 henG846 zijn zoonG5207, zeggendeG3004: Zij zullen mijn zoonG5207 ontzienG1788. En ten laatste zond hij tot hen zijn zoon, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien.

KJV But2 last of all1 he sent3 unto4 them5 his8 son,7 saying,9 They will reverence10 my son.

1 υστερον G5305 laatste, namaals afterward, (at the) last (of all) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 εντραπησονται G1788 ontzien, beschaamd, beschamen regard, (give) reference, shame 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 13 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, en zijn erfenis aan ons behouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 MaarG1161 de landliedenG1092, den zoonG5207 ziendeG1492, zeidenG2036 onderG1722 elkander: DezeG3778 isG1510 de erfgenaamG2818, komtG1205, laat ons hemG846 dodenG615, en zijn erfenisG2817 aan ons behoudenG2722. Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, en zijn erfenis aan ons behouden.

KJV But2 when the husbandmen3 saw the son,6 they said among8 themselves,9 This10 is the heir;13 come,14 let us kill15 him,16 and17 let us seize18 on his21 inheritance.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 γεωργοι G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 4 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 7 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 10 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κληρονομος G2818 erfgenaam, erfgenamen, Erfgenaam heir 14 δευτε G1205 Komt, komt, Volgt come, X follow 15 αποκτεινωμεν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 κατασχωμεν G2722 behouden, behoudt, houden have, hold (fast), keep (in memory), let, X make toward, possess, retain, seize on, stay, take, withhold 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 κληρονομιαν G2817 erfenis, erfdeel, erve inheritance 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En hem nemende, wierpen zij hem uit, buiten de wijngaard, en doodden hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 EnG2532 hem nemendeG2983, wierpenG1544 zij hem uit, buitenG1854 de wijngaardG290, enG2532 dooddenG615 hem. En hem nemende, wierpen zij hem uit, buiten de wijngaard, en doodden hem.

KJV And1 they caught2 him,3 and cast4 him out of5 the vineyard,7 and8 slew

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λαβοντες G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εξεβαλον G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 5 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αμπελωνος G290 wijngaard, wijngaards vineyard 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 απεκτειναν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Wanneer dan de heer des wijngaards komen zal, wat zal hij dien landlieden doen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Wanneer danG3767 de heerG2962 des wijngaardsG290 komenG2064 zal, watG5101 zal hij dienG1565 landliedenG1092 doenG4160? Wanneer dan de heer des wijngaards komen zal, wat zal hij dien landlieden doen?

KJV When1 the lord5 therefore2 of the vineyard7 cometh,3 what8 will he do9 unto those12 husbandmen?

1 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ελθη G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αμπελωνος G290 wijngaard, wijngaards vineyard 8 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 ποιησει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 10 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 γεωργοις G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 12 εκεινοις G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Zij zeiden tot hem: Hij zal den kwaden een kwaden dood aandoen, en zal den wijngaard aan andere landlieden verhuren, die hem de vruchten op haar tijden zullen geven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Zij zeidenG3004 tot hem: Hij zal den kwaden een kwaden dood aandoenG622, enG2532 zal den wijngaardG290 aan andere landliedenG1092 verhurenG1554, die hemG846 de vruchtenG2590 opG1722 haarG846 tijdenG2540 zullen geven. Zij zeiden tot hem: Hij zal den kwaden een kwaden dood aandoen, en zal den wijngaard aan andere landlieden verhuren, die hem de vruchten op haar tijden zullen geven.

Ook in dit vers kwadenG2556 kwadenG2560

KJV They say1 unto him,2 He will miserably4 destroy5 those6 wicked men,3 and7 will let out10 his vineyard9 unto other11 husbandmen,12 which13 shall render14 him15 the fruits17 in18 their21 seasons.

1 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 κακους G2556 kwaad, kwade, kwaads bad, evil, harm, ill, noisome, wicked 4 κακως G2560 kwalijk, ziek, deerlijk amiss, diseased, evil, grievously, miserably, sick, sore 5 απολεσει G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 6 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αμπελωνα G290 wijngaard, wijngaards vineyard 10 εκδοσεται G1554 verhuurde, verhuren let forth (out) 11 αλλοις G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 12 γεωργοις G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 13 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 14 αποδωσουσιν G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 15 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 καρπους G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 καιροις G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 21 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van de Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 JezusG2424 zeideG3004 tot henG846: Hebt gij nooitG3763 gelezenG314 in de SchriftenG1124: De steenG3037, die de bouwliedenG3618 verworpenG593 hebben, deze is geworden totG1519 een hoofdG2776 des hoeksG1137; van de HeereG2962 is ditG3778 geschiedG1096, enG2532 het isG1510 wonderlijkG2298 in onze ogenG3788? Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van de Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?

KJV Jesus4 saith1 unto them,2 Did ye6 never5 read in7 the scriptures,9 The stone10 which11 the builders14 rejected,12 the same15 is become16 the head18 of the corner:19 this23 is20 the Lord's21 doing,22 and24 it is marvellous26 in27 our eyes?

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ουδεποτε G3763 nooit, nimmermeer, Nooit neither at any time, never, nothing at any time 6 ανεγνωτε G314 gelezen, leest, lezen read 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γραφαις G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 10 λιθον G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 11 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 απεδοκιμασαν G593 verworpen disallow, reject 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 οικοδομουντες G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 15 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 εγενηθη G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 19 γωνιας G1137 hoeks, hoeken, hoek corner, quarter 20 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 21 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 22 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 23 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 26 θαυμαστη G2298 wonderlijk, wonder, wonderbaar marvel(-lous) 27 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 28 οφθαλμοις G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 29 ημων G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Daarom zegG3004 Ik ulieden, dat het KoninkrijkG932 GodsG2316 vanG575 uG4771 zal weggenomenG142 worden, enG2532 een volkG1484 gegevenG1325, dat zijn vruchtenG2590 voortbrengtG4160. Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.

KJV Therefore1 say I3 unto you,5 The kingdom10 of God12 shall be taken6 from7 you, and13 given14 to a nation15 bringing forth16 the fruits18 thereof.

1 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 2 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 αρθησεται G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 7 αφ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 δοθησεται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 15 εθνει G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 16 ποιουντι G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 17 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 καρπους G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 19 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En wie op deze steen valt, die zal verpletterd worden; en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 En wie op dezeG3778 steenG3037 valtG4098, die zal verpletterdG4917 worden; en opG1909 wien hij valtG4098, dien zal hijG846 vermorzelenG3039. En wie op deze steen valt, die zal verpletterd worden; en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.

KJV And1 whosoever shall fall3 on4 this stone6 shall be broken:8 but11 on9 whomsoever10 it shall fall,13 it will grind14 him15 to powder.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πεσων G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λιθον G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 7 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 συνθλασθησεται G4917 verpletterd break 9 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 13 πεση G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 14 λικμησει G3039 vermorzelen grind to powder 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 En als de overpriesters en Farizeen deze Zijn gelijkenissen hoorden, verstonden zij, dat Hij van hen sprak.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 En als de overpriestersG749 enG2532 FarizeenG5330 deze Zijn gelijkenissenG3850 hoordenG191, verstondenG1097 zij, datG3754 Hij vanG4012 hen sprakG3004. En als de overpriesters en Farizeen deze Zijn gelijkenissen hoorden, verstonden zij, dat Hij van hen sprak.

KJV And1 when the chief priests4 and5 Pharisees7 had heard2 his10 parables,9 they perceived11 that12 he spake15 of13 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 8 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 παραβολας G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 εγνωσαν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 En zoekende Hem te vangen, vreesden zij de scharen, dewijl deze Hem hielden voor een profeet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 EnG2532 zoekendeG2212 HemG846 te vangenG2902, vreesdenG5399 zij de scharenG3793, dewijl deze Hem hieldenG2192 voor een profeetG4396. En zoekende Hem te vangen, vreesden zij de scharen, dewijl deze Hem hielden voor een profeet.

KJV But1 when they sought2 to lay hands4 on him,3 they feared5 the multitude,7 because8 they took12 him11 for9 a prophet.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ζητουντες G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 κρατησαι G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 5 εφοβηθησαν G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οχλους G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 8 επειδη G1894 nademaal, Nademaal, Overmits after that, because, for (that, -asmuch as), seeing, since 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 προφητην G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 21:1 Johannes 8:1 Handelingen 1:12 Mattheüs 26:30 Mattheüs 24:3 Lukas 21:37 Zacharia 14:4 Markus 11:1 Lukas 22:39
Mattheüs 21:2 Johannes 2:5 Markus 14:13 Markus 11:2 Mattheüs 26:18 Lukas 19:30
Mattheüs 21:3 Johannes 17:2 Hagai 2:8 2 Korinthe 8:16 Ezra 7:27 Ezra 1:5 Psalmen 24:1 2 Korinthe 8:9 Ezra 1:1
Mattheüs 21:4 Zacharia 9:9 Johannes 12:15 Mattheüs 1:22 Johannes 19:36 Mattheüs 26:56
Mattheüs 21:5 Zacharia 9:9 Jesaja 62:11 Mattheüs 11:29 Genesis 49:10 Richteren 5:10 Zacharia 6:12 Markus 11:4 2 Samuël 16:2
Mattheüs 21:6 Genesis 6:22 1 Samuël 15:11 Exodus 39:43 Genesis 12:4 Johannes 15:14 Exodus 40:16
Mattheüs 21:7 Lukas 19:32 2 Koningen 9:13 Markus 11:4
Mattheüs 21:8 Johannes 12:13 2 Koningen 9:13 Leviticus 23:40
Mattheüs 21:9 Mattheüs 23:39 Psalmen 118:24 Lukas 2:14 Mattheüs 21:15 Mattheüs 9:27 Lukas 19:37 Markus 11:9 Johannes 12:13
Mattheüs 21:10 Jesaja 63:1 Lukas 20:2 Lukas 9:9 Ruth 1:19 Hooglied 3:6 1 Samuël 16:4 Handelingen 9:5 Mattheüs 2:3
Mattheüs 21:11 Johannes 6:14 Johannes 7:40 Lukas 7:16 Johannes 9:17 Mattheüs 2:23 Johannes 1:21 Handelingen 7:37 Lukas 24:19
Mattheüs 21:12 Johannes 2:14 Markus 11:15 Leviticus 1:14 Lukas 19:45 Leviticus 12:8 Leviticus 5:7 Lukas 2:24 Exodus 30:13
Mattheüs 21:13 Jeremia 7:11 Jesaja 56:7 Lukas 19:46 Markus 11:17 Psalmen 93:5
Mattheüs 21:14 Handelingen 3:1 Mattheüs 11:4 Mattheüs 9:35 Handelingen 10:38 Jesaja 35:5 Mattheüs 4:23
Mattheüs 21:15 Mattheüs 21:9 Lukas 19:39 Mattheüs 27:1 Lukas 22:2 Mattheüs 9:27 Johannes 11:57 Johannes 4:1 Johannes 12:19
Mattheüs 21:16 Psalmen 8:2 Mattheüs 11:25 Mattheüs 19:4 Mattheüs 22:31 Mattheüs 12:3 Markus 2:25 Handelingen 4:16 Johannes 11:47
Mattheüs 21:17 Johannes 11:18 Johannes 11:1 Markus 11:11 Mattheüs 16:4 Lukas 24:50 Markus 11:19 Markus 11:1 Lukas 8:37
Mattheüs 21:18 Mattheüs 4:2 Hebreeën 4:15 Mattheüs 12:1 Markus 11:20 Markus 11:12 Lukas 4:2
Mattheüs 21:19 Lukas 13:6 Titus 1:16 Markus 11:14 2 Petrus 2:20 Openbaring 22:11 Hebreeën 6:7 Judas 1:12 Lukas 3:9
Mattheüs 21:20 Jakobus 1:10 Markus 11:20 Jesaja 40:6
Mattheüs 21:21 Mattheüs 17:20 Jakobus 1:6 Romeinen 4:19 1 Korinthe 13:2 Lukas 17:6 Markus 11:22 Mattheüs 8:12
Mattheüs 21:22 Mattheüs 7:7 Johannes 15:7 Johannes 16:24 1 Johannes 3:22 1 Johannes 5:14 Mattheüs 18:19 Jakobus 5:16 Lukas 11:8
Mattheüs 21:23 Handelingen 4:7 Handelingen 7:27 Exodus 2:14 1 Kronieken 24:1 Lukas 19:47 Mattheüs 26:55 Markus 11:27
Mattheüs 21:24 Kolossenzen 4:6 Lukas 6:9 Mattheüs 10:16 Spreuken 26:4
Mattheüs 21:25 1 Johannes 3:20 Mattheüs 3:1 Mattheüs 11:7 Johannes 1:15 Lukas 1:67 Markus 11:27 Lukas 20:5 Johannes 5:33
Mattheüs 21:26 Markus 6:20 Mattheüs 14:5 Mattheüs 21:46 Mattheüs 11:9 Johannes 5:35 Markus 12:12 Lukas 20:6 Handelingen 5:26
Mattheüs 21:27 Maleachi 2:6 Johannes 9:40 Jesaja 56:10 Mattheüs 16:3 2 Thessalonicenzen 2:9 Jesaja 42:19 2 Korinthe 4:3 Jeremia 8:7
Mattheüs 21:28 Mattheüs 20:1 Mattheüs 17:25 1 Korinthe 10:15 Mattheüs 21:33 Lukas 15:11 Markus 13:34 1 Korinthe 15:58 Lukas 13:4
Mattheüs 21:29 2 Kronieken 33:10 Mattheüs 3:2 Efeze 4:17 Jona 3:2 Handelingen 26:20 Daniël 4:34 Efeze 2:1 Ezechiël 18:28
Mattheüs 21:30 Titus 1:16 Mattheüs 23:3 Ezechiël 33:31 Romeinen 2:17
Mattheüs 21:31 Lukas 7:37 Lukas 7:29 2 Petrus 3:9 Mattheüs 7:21 Mattheüs 12:50 Romeinen 9:30 Lukas 19:9 Mattheüs 20:16
Mattheüs 21:32 Mattheüs 21:25 Lukas 7:29 Lukas 7:37 2 Petrus 2:21 Mattheüs 11:18 Openbaring 2:21 Johannes 5:33 Handelingen 13:25
Mattheüs 21:33 Jesaja 5:1 Mattheüs 25:14 Hooglied 8:11 Markus 13:34 Lukas 20:9 Markus 12:1 Deuteronomium 16:18 Hosea 4:1
Mattheüs 21:34 Lukas 20:10 Nehemia 9:29 Mattheüs 22:3 Jeremia 35:15 Jesaja 5:4 Hooglied 8:11 Zacharia 7:9 Markus 12:2
Mattheüs 21:35 Hebreeën 11:36 Mattheüs 5:12 Nehemia 9:26 Handelingen 7:52 2 Kronieken 36:15 2 Kronieken 16:10 Mattheüs 23:31 1 Koningen 19:2
Mattheüs 21:36 Mattheüs 22:4
Mattheüs 21:37 Mattheüs 3:17 Markus 12:6 Sefanja 3:7 Johannes 3:35 Jesaja 5:4 Johannes 3:16 Lukas 20:13 Johannes 1:34
Mattheüs 21:38 Mattheüs 2:13 Hebreeën 1:2 Markus 12:7 Mattheüs 27:1 Psalmen 2:2 Genesis 37:18 Handelingen 5:24 Handelingen 4:27
Mattheüs 21:39 Handelingen 2:23 Mattheüs 26:57 Handelingen 4:25 Johannes 18:24 Markus 14:46 Handelingen 5:30 Handelingen 7:52 Jakobus 5:6
Mattheüs 21:40 Hebreeën 10:29 Lukas 20:15 Markus 12:9
Mattheüs 21:41 Handelingen 18:6 Handelingen 28:28 Mattheüs 21:43 Psalmen 2:4 Zacharia 11:8 Hebreeën 12:25 Handelingen 15:7 Zacharia 12:12
Mattheüs 21:42 Psalmen 118:22 Jesaja 28:16 Handelingen 4:11 1 Petrus 2:4 Romeinen 9:33 Efeze 2:20 Markus 12:10 Lukas 20:17
Mattheüs 21:43 Lukas 17:20 Johannes 3:3 Jesaja 26:2 Jesaja 28:2 Mattheüs 21:41 Johannes 3:5 Mattheüs 12:28 1 Petrus 2:9
Mattheüs 21:44 Jesaja 8:14 Daniël 2:44 Lukas 20:18 Daniël 2:34 Mattheüs 27:25 1 Petrus 2:8 Mattheüs 26:24 Romeinen 9:33
Mattheüs 21:45 Mattheüs 12:12 Lukas 20:19 Lukas 11:45
Mattheüs 21:46 Mattheüs 21:11 Mattheüs 21:26 Spreuken 9:7 Lukas 7:39 2 Samuël 12:7 Lukas 7:16 Johannes 7:40 Jesaja 29:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 21 vers 1

Beth-fage, Marcus 11:1, en Luc. 19:29 , stelt hierbij Bethanië, welke waren twee vlekken of plaatsen bij elkaar gelegen aan de Olijfberg omtrent vijftien stadiën van Jeruzalem, gelijk te zien is Joh. 11:18 .

Hertaald: Beth-fage, Mark. 11:1 en Luk. 19:29 noemen hierbij Bethanië. Dat waren twee vlekken of plaatsen die dicht bij elkaar aan de Olijfberg lagen, ongeveer vijftien stadiën van Jeruzalem, zoals te zien is in Joh. 11:18.

Olijfberg, Grieks, berg der olijven; die gelegen was een sabbatsreis oostwaarts van Jeruzalem; Hand. 1:12 .

Hertaald: Olijfberg, Grieks: berg van de olijven; die lag een sabbatsreis ten oosten van Jeruzalem; Hand. 1:12.

Mattheüs 21 vers 2

en brengt haar tot mij Anders, leidt haar.

Hertaald: en brengt haar tot mij Anders: leidt haar.

Mattheüs 21 vers 3

zenden Anders, weder zenden; alzo dat dit de woorden van Christus zouden zijn, die Hij de eigenaar van deze ezelin heeft doen aanzeggen.

Hertaald: zenden Anders: terugzenden, zodat dit woorden van Christus zouden zijn die Hij de eigenaar van deze ezelin liet aanzeggen.

Mattheüs 21 vers 5

der dochter Sions Dat is, de inwoners der stad Jeruzalem, die alzo genaamd worden omdat een gedeelte van Jeruzalem op de berg Zion gebouwd was; 2 Kon. 19:21 . En hierdoor wordt ook de kerk Gods verstaan, van welke Jeruzalem en Zion voorbeelden waren.

Hertaald: der dochter Sions Dat is: de inwoners van de stad Jeruzalem, die zo genoemd worden omdat een deel van Jeruzalem op de berg Sion gebouwd was; 2 Kon. 19:21. Hiermee wordt ook de kerk van God bedoeld, waarvan Jeruzalem en Sion voorafbeeldingen waren.

ezelin Christus heeft eigenlijk op het veulen gezeten, gelijk blijkt uit Marc. 11:7 ; Luc. 19:35 , maar de ezelin wordt hier bijgevoegd, om te tonen dat het een veulen was, dat nog zijn moeder volgde, zodat niemand nog daarop gezeten had, gelijk de andere Evangelisten getuigen.

Hertaald: ezelin Christus heeft eigenlijk op het veulen gezeten, zoals blijkt uit Mark. 11:7 en Luk. 19:35. Maar de ezelin wordt hier erbij genoemd om te laten zien dat het een veulen was dat nog zijn moeder volgde, zodat er nog niemand op gezeten had, zoals de andere evangelisten getuigen.

jong Grieks, zoon.

Hertaald: jong Grieks: zoon.

Mattheüs 21 vers 7

daarop Namelijk op de klederen.

Hertaald: daarop Namelijk op de kleren.

Mattheüs 21 vers 8

spreidden hun klederen Namelijk tot een teken van blijdschap en eer, die men gewoon was grote heren en koningen daarmee te bewijzen. Zie 2 Kon. 9:13 .

Hertaald: spreidden hun klederen Namelijk als teken van blijdschap en eerbetoon, zoals men dat gewoonlijk aan grote heren en koningen bewees. Zie 2 Kon. 9:13.

Mattheüs 21 vers 9

Hosanna den Zone Davids Het woord Hosanna, genomen uit Ps. 118:25 , is een Hebreeuws woord, van twee een gemaakt, en betekent zoveel als: behoed toch, of geef toch geluk en voorspoed.

Hertaald: Hosanna den Zone Davids Het woord Hosanna, ontleend aan Ps. 118:25, is een Hebreeuws woord dat uit twee woorden gevormd is en zoveel betekent als: behoud toch, of: geef toch geluk en voorspoed.

is Hij, Of, zij, Hij.

Hertaald: is Hij, Of: zij Hij.

naam des Heeren Dat is, gezonden van de Heere om, volgens zijn beloften, zijn werk uit te voeren; Luc. 1:32-33 .

Hertaald: naam des Heeren Dat is: gezonden door de HEERE om overeenkomstig Zijn beloften Zijn werk uit te voeren; Luk. 1:32-33.

Mattheüs 21 vers 12

dreef uit allen, Grieks, wierp uit.

Hertaald: dreef uit allen, Grieks: wierp uit.

wisselaars om, Deze wisselaars en verkopers werden, buiten Gods bevel, door de overpriesters toegelaten in de tempel, wel onder de schijn om de godsdienst te bevorderen, maar inderdaad uit gierigheid, opdat het volk altijd gangbaar geld en beesten hebben mocht tot de offeranden, waarvan zij hun voordeel hadden.

Hertaald: wisselaars om, Deze wisselaars en verkopers werden buiten Gods bevel om door de overpriesters in de tempel toegelaten — ogenschijnlijk om de godsdienst te bevorderen, maar in werkelijkheid uit hebzucht, opdat het volk altijd gangbaar geld en offerdieren bij de hand zou hebben, waar zij hun voordeel mee deden.

Mattheüs 21 vers 13

moordenaarskuil gemaakt Of, rovers, straatschenders; want gelijk de rovers hun spelonken plegen te hebben in de rotsstenen, waar zij hun roof brachten en deelden, zo deden ook de priesters in de tempel. Deze woorden zijn genomen uit Jer. 7:11 .

Hertaald: moordenaarskuil gemaakt Of: rovers, struikrovers. Want zoals de rovers hun holen in de rotsen plachten te hebben, waar zij hun buit brachten en verdeelden, zo deden de priesters in de tempel. Deze woorden zijn ontleend aan Jer. 7:11.

Mattheüs 21 vers 15

wonderheden, Grieks, wonderlijke, namelijk daden.

Hertaald: wonderheden, Grieks: wonderlijke, namelijk daden.

Mattheüs 21 vers 16

Hoort gij wel Dit zeggen zij als bij manier van bestraffing, dat Hij de kinderen niet deed zwijgen.

Hertaald: Hoort gij wel Dat zeggen zij bij wijze van bestraffing, omdat Hij de kinderen niet liet zwijgen.

toebereid? Of, volmaakt.

Hertaald: toebereid? Of: volmaakt.

Mattheüs 21 vers 17

Bethanië, Van Bethanië, zie de aantekening bij vs.1.

Hertaald: Bethanië, Zie over Bethanië de aantekening bij vers 1.

overnachtte aldaar Of, logeerde daar, en nam daar zijn herberg.

Hertaald: overnachtte aldaar Of: verbleef daar, en nam daar Zijn intrek.

Mattheüs 21 vers 21

geloof had Van dit geloof, zie tevoren Matt. 17:20 .

Hertaald: geloof had Zie over dit geloof Matth. 17:20.

Mattheüs 21 vers 23

Door wat Grieks, in.

Hertaald: Door wat Grieks: in.

macht Of, autoriteit.

Hertaald: macht Of: gezag.

deze dingen Namelijk die tevoren beschreven zijn.

Hertaald: deze dingen Namelijk de dingen die hiervoor beschreven zijn.

Mattheüs 21 vers 24

woord vragen, Dat is, zaak.

Hertaald: woord vragen, Dat is: zaak.

Mattheüs 21 vers 25

doop van Johannes, Dat is, de leer van Johannes door zijn doop bevestigd. Met deze vraag beantwoordt Christus de vraag van de overpriesters, overmits Johannes, wiens leer uit de hemel was, getuigenis van Hem gegeven had dat Hij de ware Messias was; gelijk ook God, de Vader zelf, toen Christus door Johannes gedoopt werd.

Hertaald: doop van Johannes, Dat is: de leer van Johannes, die door zijn doop bevestigd werd. Met deze vraag beantwoordt Christus de vraag van de overpriesters, aangezien Johannes — wiens leer uit de hemel was — van Hem getuigd had dat Hij de ware Messias was; zoals God de Vader Zelf ook deed toen Christus door Johannes gedoopt werd.

Uit de hemel Dat is, van God; Luc. 15:18 .

Hertaald: Uit de hemel Dat is: van God; Luk. 15:18.

bij zichzelven Of, onder elkander.

Hertaald: bij zichzelven Of: onder elkaar.

Mattheüs 21 vers 28

zonen, Grieks, kinderen.

Hertaald: zonen, Grieks: kinderen.

eersten, Door de eerste zoon worden verstaan de openbare zondaars, die, zich bekerende, het Evangelie gehoorzaam zijn.

Hertaald: eersten, Met de eerste zoon worden de openbare zondaars bedoeld, die zich bekeren en gehoorzaam zijn aan het Evangelie.

Mattheüs 21 vers 30

tweeden, Door de tweede zoon worden verstaan degenen, die belijdenis doen van God te dienen, en nochtans in der waarheid zulks niet doen.

Hertaald: tweeden, Met de tweede zoon worden zij bedoeld die belijden God te dienen, maar dat in werkelijkheid niet doen.

Mattheüs 21 vers 31

tollenaars en de hoeren Namelijk bekeerd zijnde.

Hertaald: tollenaars en de hoeren Namelijk wanneer zij zich bekeerd hebben.

voorgaan in het koninkrijk Gods Dat is, zij bekeren zich en nemen het Evangelie aan, daar gij, onbekeerd zijnde en blijvende, hetzelve verwerpt; en zullen dienvolgens ook in de hemel ingaan, waar gij zult uitgesloten worden. Zie Matt. 25:12 .

Hertaald: voorgaan in het koninkrijk Gods Dat is: zij bekeren zich en nemen het Evangelie aan, terwijl u, onbekeerd zijnde en blijvende, het verwerpt. Daarom zullen zij ook de hemel binnengaan, waar u buitengesloten zult worden. Zie Matth. 25:12.

Mattheüs 21 vers 32

weg der gerechtigheid, Dat is, de rechte weg der zaligheid lerende en in dezelve wandelende.

Hertaald: weg der gerechtigheid, Dat is: terwijl hij de rechte weg van de zaligheid leerde en daarin ook zelf wandelde.

Mattheüs 21 vers 33

een heer des huizes, Grieks, een mens, die een heer des huisgezins was.

Hertaald: een heer des huizes, Grieks: een mens die heer van het huisgezin was.

tuin Of, heining, heg, haag.

Hertaald: tuin Of: heining, heg, haag.

wijnpersbak Namelijk waarin de wijn onder de pers inloopt en vergaderd wordt.

Hertaald: wijnpersbak Namelijk de bak waarin de wijn onder de pers vandaan loopt en verzameld wordt.

toren, Namelijk om de gehele wijngaard te overzien en die te bewaken.

Hertaald: toren, Namelijk om de hele wijngaard te overzien en te bewaken.

verhuurde Grieks, gaf die uit.

Hertaald: verhuurde Grieks: gaf hem uit.

Mattheüs 21 vers 34

zond hij In deze gelijkenis wordt God vergeleken met een huisvader; de Joodse gemeente met een wijngaard; de priesters en schriftgeleerden met de landlieden; de profeten en getrouwe leraren met de dienstknechten; Christus met de zoon des huisvaders; en het geloof en de gehoorzaamheid met de vruchten, welke, mits zij die niet voortbrachten, zo wordt hun ondergang door de Romeinen bedreigd en de roeping der heidenen in hun plaats voorzegd. Zie dergelijke gelijkenis Ps. 80:9 ; Jes. 5:1 ; Jer. 12:10 .

Hertaald: zond hij In deze gelijkenis wordt God vergeleken met een huisvader, de Joodse gemeente met een wijngaard, de priesters en schriftgeleerden met de landlieden, de profeten en trouwe leraars met de dienstknechten, Christus met de zoon van de huisvader, en het geloof en de gehoorzaamheid met de vruchten. Omdat zij die vruchten niet voortbrachten, wordt hun ondergang door de Romeinen aangekondigd en de roeping van de heidenen in hun plaats voorzegd. Zie een soortgelijke gelijkenis in Ps. 80:9; Jes. 5:1; Jer. 12:10.

Mattheüs 21 vers 35

den een geslagen, Zie hiervan Hebr. 11:36-37 .

Hertaald: den een geslagen, Zie hierover Hebr. 11:36-37.

Mattheüs 21 vers 42

De steen, Deze steen is Christus, 1 Petr. 2:4 , welke de bouwlieden, dat is de schriftgeleerden en overpriesters, verworpen hebben.

Hertaald: De steen, Deze steen is Christus, 1 Petr. 2:4, Die de bouwlieden — dat is: de schriftgeleerden en overpriesters — verworpen hebben.

verworpen hebben, Grieks, afgekeurd.

Hertaald: verworpen hebben, Grieks: afgekeurd.

hoofd des hoeks; Dat is, de uiterste hoeksteen, op welke twee muren vast staan en aan elkander gehecht worden, namelijk de gemeente uit de Joden en heidenen bijeengebracht. Zie Ef. 2:13 , Ef. 2:20 en 1 Petr. 2:7-8 .

Hertaald: hoofd des hoeks; Dat is: de uiterste hoeksteen, waarop twee muren rusten en waarmee zij aan elkaar verbonden worden — namelijk de gemeente die uit Joden en heidenen bijeengebracht is. Zie Ef. 2:13, Ef. 2:20 en 1 Petr. 2:7-8.

Mattheüs 21 vers 43

zijn vruchten voortbrengt Namelijk van het koninkrijk der hemelen; dat is die het koninkrijk betamen.

Hertaald: zijn vruchten voortbrengt Namelijk de vruchten van het Koninkrijk der hemelen; dat is: de vruchten die bij dat Koninkrijk passen.

Mattheüs 21 vers 44

valt, die zal verpletterd worden; Namelijk door verachting of ongeloof, 1 Petr. 2:8 .

Hertaald: valt, die zal verpletterd worden; Namelijk door verachting of ongeloof, 1 Petr. 2:8.

valt, dien zal hij Namelijk door de last van zijn oordeel of van zijn straf.

Hertaald: valt, dien zal hij Namelijk door de last van Zijn oordeel of van Zijn straf.

vermorzelen Grieks, wannen; dat is zo klein verbrijzelen, dat men het zou kunnen wannen of ziften; Ps. 2:9 .

Hertaald: vermorzelen Grieks: wannen; dat is: zo fijn verbrijzelen dat men het zou kunnen wannen of ziften; Ps. 2:9.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Johannes (zoon van Zebedeüs)  — de HEERE is genadig

Zoon van Zebedeüs en broer van Jakobus; een visser, geroepen door Jezus om Hem te volgen (Matth. 4:21-22); niet dezelfde persoon als Johannes de Doper. Hij zou een van de twaalf apostelen worden en het naar hem genoemde Evangelie en andere boeken van het Nieuwe Testament schrijven.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De Olijfberg, Bethanië en Betfage  — Olijfberg: vernoemd naar de olijfbomen die de helling bedekten; Bethanië: "huis van de ellende/armoede" of "huis van dadels"; Betfage: "huis van de onrijpe vijgen"

Ligging: Een heuvelrug onmiddellijk ten oosten van Jeruzalem (reeds bestaand), gescheiden door het Kidrondal; Betfage en Bethanië beide dorpen aan de oostelijke helling van deze berg, ongeveer drie kilometer van de stad.

Geschiedenis: Vanuit Betfage en Bethanië zond de Heere Jezus twee discipelen om de ezelin en het veulen te halen waarop Hij Zijn intocht in Jeruzalem hield (Matt. 21:1-11). In Bethanië woonden Zijn geliefde vrienden Lazarus, Martha en Maria, bij wie Hij dikwijls te gast was en waar Hij Lazarus uit de dood opwekte (Joh. 11:1-44) en waar Hij, kort voor Zijn lijden, gezalfd werd door Maria (Matt. 26:6-13). Op de Olijfberg zelf hield de Heere Jezus Zijn grote profetische rede over de laatste dingen (Matt. 24-25) en van hieraf voer Hij ten hemel (Hand. 1:9-12).

Bijbelse betekenis: Deze drie, onderling nauw verbonden plaatsen omvatten enkele van de meest geliefde momenten uit het leven van de Heere Jezus — Zijn koninklijke, ootmoedige intocht, Zijn innige vriendschap met een gewoon gezin, Zijn onderwijs over de toekomst, en tenslotte Zijn verheerlijkte hemelvaart — een treffende samenvatting van vernedering en verhoging op nauwelijks meer dan een steenworp afstand van elkaar.

Archeologie: Op de top van de Olijfberg staat de Hemelvaartskapel, oorspronkelijk een vierde-eeuwse Byzantijnse kerk; bij het huidige Al-Eizariya ("plaats van Lazarus", de Arabische naam bewaart Bethanië's Bijbelse geschiedenis) zijn resten van vroege kerken over de traditionele plaats van Lazarus' graf opgegraven.

Recente inzichten: De Olijfberg (Har HaZeitim) grenst nog altijd aan Jeruzalems oostzijde; Bethanië is het huidige Al-Eizariya; de exacte locatie van Betfage wordt in de nabijheid daarvan gezocht, gemarkeerd door een Frankische kapel.

Matt. 21:1-11; 24:3; 26:6-13; Joh. 11:1-44; Hand. 1:9-12

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gelijkenis  — Grieks: parabole, van paraballo, "naast elkaar leggen" — een verhaal uit het gewone leven naast een hemelse zaak gelegd; in het Hebreeuws masjal

Mattheüs 13 bundelt zeven gelijkenissen over het Koninkrijk der hemelen: de zaaier, het onkruid onder de tarwe, het mosterdzaad, het zuurdeeg, de verborgen schat, de kostelijke perel en het net (Matt. 13:1-50). Christus spreekt tot de scharen "vele dingen door gelijkenissen" (Matt. 13:3), en op de vraag van de discipelen waarom, antwoordt Hij dat het hun gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk te weten, maar aan de scharen niet. Daarbij haalt Hij Jesaja aan over horen zonder verstaan (Matt. 13:10-15; Jes. 6:9-10). Van de eerste twee geeft Hij Zelf de uitlegging (Matt. 13:18-23,36-43). Het hoofdstuk merkt op dat Hij zonder gelijkenis niet tot hen sprak, opdat vervuld zou worden wat door de profeet gezegd is (Matt. 13:34-35; Ps. 78:2).

Bijbelse betekenis: Een gelijkenis is geen versiering en ook geen vereenvoudiging. Zij werkt twee kanten uit: voor wie hoort ontsluit zij, voor wie niet wil horen sluit zij toe — precies wat Christus in Matt. 13:10-15 zegt. Daarom is het beeld altijd eenvoudig en de zaak nooit: iedereen in Galilea kende zaad, onkruid en netten, en juist daardoor kan niemand zeggen dat de zaak te hoog was. En de gelijkenis vraagt om een beslissing in plaats van om een verklaring: de schat en de perel worden gekocht, met alles wat men heeft.

Typologie: Christus Zelf noemt de reden dat Hij zo spreekt een vervulling: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen, Ik zal voortbrengen dingen die verborgen waren van de grondlegging der wereld (Matt. 13:35, uit Ps. 78:2). Dat de verborgenheid nu geopend is, is in het Nieuwe Testament de kern van de zaak. God, Die gebood dat het licht uit de duisternis zou schijnen, heeft geschenen in onze harten tot verlichting van de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus (2 Kor. 4:6). De natuurlijke mens begrijpt intussen de dingen die des Geestes Gods zijn niet (1 Kor. 2:14). De gelijkenis legt daarmee bloot wat een mens is voordat God hem opent.

Matt. 13:1-52; Jes. 6:9-10; Ps. 78:2; 1 Kor. 2:14; 2 Kor. 4:6

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Uw Koning komt tot u, zachtmoedig — 21:1-16

Het is de eerste dag van de laatste week. Tot nu toe heeft Hij herhaaldelijk verboden bekend te maken wie Hij is; nu regelt Hij Zelf een intocht, en laat Hij toe dat de scharen Hem Zoon van David noemen.

Wat er gebeurt is een aangekondigde intocht: Hij vraagt om het ene dier waarop de profeet had gezegd dat de Koning zou komen.

De twee discipelen krijgen een merkwaardige opdracht: haal een ezelin met haar veulen, en als iemand er iets van zegt, zeg dan dat de Heere ze nodig heeft. Mattheüs schrijft er zelf bij waarom: opdat vervuld zou worden wat door de profeet gesproken is.

Dat is Zacharia, en zijn woorden verdienen het om helemaal gelezen te worden, want er staat meer in dan het dier: “Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel.”

Vier dingen staan daar over die Koning, en zij horen bij elkaar.

**Hij is de beloofde Koning.** Toen Zacharia dit schreef, was de troon van David leeg en was het volk pas uit de ballingschap terug. Er stond niets dat op een koning leek. Hij zegt bovendien niet een koning maar úw Koning — de belofte wordt aan de hoorder persoonlijk toegezegd.

**Hij is rechtvaardig.** Dat was de vaste verwachting van de Zoon van David: dat hij zou richten met gerechtigheid. Bij deze Koning gaat het niet alleen om hoe Hij regeren zal, maar om hoe Hij geleefd heeft.

**Hij is een Heiland.** Het Hebreeuwse woord kan twee kanten op. Het kan betekenen dat Hij redt, en het kan betekenen dat Hij zelf gered wordt. Beide zijn van Hem waar. Van de kribbe tot Gethsémané is Hij telkens bewaard voor een dood die te vroeg zou komen, en de grootste redding was die uit het graf.

**Hij is arm.** Dat woord betekent meer dan eenvoud van gemoed; het heeft de klank van gedrukt en verdrukt worden, en het omvat Zijn hele lijdensweg. Het staat dicht bij wat Jesaja over de Knecht zei, die geen gedaante had die men begeren zou.

En dan het dier. Men denkt gemakkelijk dat de ezel hier tegenover het strijdros staat als het nederige tegenover het statige. Maar in Israël reden ook rechters en vorstenzonen op ezels, en de scharen waren dan ook niet verbaasd. Zij begrepen het ogenblikkelijk, want zij riepen: Hosanna den Zone Davids! De kanttekening merkt op dat het woord Hosanna uit Psalm 118 komt en zoveel betekent als: behoud toch.

Het nederige zit ergens anders. Zacharia zegt in het volgende vers wat er met de wapens gebeurt: de wagens worden uitgeroeid uit Efraïm, de paarden uit Jeruzalem, en de strijdboog wordt uitgeroeid. Deze Koning komt binnen zonder leger, en Hij spreekt de heidenen vrede.

Wat Hij bij aankomst doet, past daarbij. Hij gaat de tempel in, keert de tafels om, en geneest de blinden en kreupelen die naar Hem toe komen — juist degenen die volgens de oude bepalingen op afstand bleven. En als de overpriesters zich ergeren aan de kinderen die roepen, antwoordt Hij met een psalm: uit de mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid.

Een koning die de tempel schoonveegt, de gebrekkigen binnenlaat en zich door kinderen laat toejuichen. Vijf dagen later hangt Hij aan een kruis met een opschrift erboven waarop staat dat Hij Koning is.

  1. 2 Samuël 7:16 — Een troon voor David, tot in eeuwigheid.
  2. Zacharia 9:9 — Als die troon leeg staat: uw Koning komt, arm en op een ezel.
  3. Zacharia 9:10 — En de wagens en paarden worden uitgeroeid; Hij spreekt vrede.
  4. Mattheüs 21:2 — Hij vraagt Zelf om juist dat dier.
  5. Mattheüs 21:9 — En de scharen roepen Hem toe als de Zoon van David.
  6. Mattheüs 27:37 — Vijf dagen later staat boven Zijn hoofd dat Hij Koning is.

In het Nieuwe Testament: Zacharia 9:9-10; Psalm 118:25-26; Psalm 8:3; Jesaja 53:2; 2 Samuël 23:3

Hoever dit reikt: Dat Zacharia's woord over het Heiland-zijn ook gelezen kan worden als het zelf gered worden, ligt in de vorm van het Hebreeuwse werkwoord; de Statenvertaling kiest hier voor Heiland. Mattheüs noemt de ezelin naast het veulen. Volgens de kanttekening zat Hij eigenlijk op het veulen, en wordt de moeder erbij genoemd om te tonen dat het dier nog jong was en nog niet bereden. Dat de scharen begrepen wie Hij was, blijkt uit hun roepen; hoeveel zij ervan begrepen, staat er niet bij.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Mattheüs 21

Mattheüs 21:1-3.KruisverwijzingenJohannes 8:1Handelingen 1:12Mattheüs 26:30Mattheüs 24:3Lukas 21:37Zacharia 14:4Markus 11:1Johannes 2:5
— En als zij nu Jeruzalem genaakten, en gekomen waren te Beth-fage, aan de Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen, zeggende tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij. En indien u iemand iets zegt, zo zult gij zeggen, dat de Heere deze van node heeft, en hij zal ze terstond zenden.
“En als zij nu Jeruzalem genaakten, en gekomen waren te Beth-fage, aan de Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen, zeggende tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij. En indien u iemand iets zegt, zo zult gij zeggen, dat de Heere deze van node heeft, en hij zal ze terstond zenden.”

De tijd was gekomen dat onze Heere Zijn grote werk op aarde zou voleindigen, en Zijn opgaan naar Jeruzalem had juist dat doel. Nu besluit Hij Zijn hoofdstad openlijk binnen te trekken en Zich daar als Koning bekend te maken. Daartoe zond Hij, toen Hij de stad naderde, twee discipelen om het veulen van een ezelin te halen waarop Hij rijden zou.

Zijn opdracht aan die twee verdient onze aandacht. Hij wees hun de plaats aan waar zij het dier vinden zouden: gaat heen in het vlek dat tegen u over ligt. De HEERE weet waar te vinden is wat Hij nodig heeft. Misschien is het dichterbij dan wij dromen: tegen ons over.

Hij zei hun dat zij niet hoefden te zoeken: “gij zult terstond een ezelin gebonden vinden”. Zendt de HEERE ons ergens heen, dan bespoedigt Hij onze weg. Hij beschreef ook de toestand van de dieren: een ezelin gebonden, en een veulen bij haar. Onze Heere kent de plaats van elk dier ter wereld, en Hij acht geen enkele omstandigheid beneden Zijn aandacht.

Hij liet Zijn discipelen evenmin zonder aanwijzing hoe zij te werk moesten gaan: ontbindt ze en brengt ze tot Mij. Er hoefde niet geaarzeld en niet geredetwist te worden; zij mochten meteen handelen. Vragen blijven stellen past de boodschappers van onze Koning niet: het is hun plicht het bevel van hun Heere te gehoorzamen en niets te vrezen.

De twee dieren zouden gewillig door hun eigenaar afgestaan worden zodra de discipelen zeiden: de Heere heeft ze van node. Ja, hij zou ze niet alleen afstaan, maar “hij zal ze terstond zenden”. Ofwel de eigenaar was zelf in het verborgen een discipel, ofwel er lag enig ontzag voor de Heere Jezus op zijn gemoed. Hoe dan ook, hij wilde de ezelin en haar veulen van harte afstaan voor het doel waarvoor zij nodig waren.

Wat een merkwaardige samenvoeging van woorden staat hier: de Heere, en: heeft van node! Jezus had, zonder Zijn heerschappij af te leggen, een natuur vol behoeften aangenomen. En toch was Hij, terwijl Hij nood had, nog altijd de Heere, Die Zijn onderdanen bevelen kon en hun bezit vorderen mocht.

Wanneer wij iets hebben waaraan de zaak van de HEERE nood heeft, hoe blijmoedig behoren wij het Hem dan af te staan! De eigenaar van de ezelin en haar veulen rekende het zich tot een eer dat hij Jezus een dier verschaffen mocht om op te rijden. Hoe groot is de macht van Jezus over de gedachten van mensen, dat Hij hen met een enkel woord stil beweegt Zijn wil te doen!

Wij hebben hier het bericht dat twee discipelen uitgezonden werden om een ezelin te halen. Wie kleine dingen voor Jezus doen worden daarmee geëerd. Hun boodschap leek vreemd, want wat zij deden kon op diefstal lijken. Maar Hij Die hen zond zorgde ervoor dat zelfs de schaduw van een verdenking hun bespaard bleef. De boodschappers wierpen geen vraag op, maakten geen bezwaar en stuitten op geen enkele moeilijkheid. Aan ons is het te doen wat Jezus ons gebiedt, zóals Hij het gebiedt en omdát Hij het gebiedt, want Zijn bevel is ons gezag.

Mattheüs 21:4-5.KruisverwijzingenZacharia 9:9Jesaja 62:11Johannes 12:15Mattheüs 1:22Johannes 19:36Mattheüs 11:29Genesis 49:10Mattheüs 26:56
— Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende: Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin.
“Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende: Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin.”

Mattheüs herinnert ons voortdurend aan het Oude Testament, en dat mag hij ook wel, want onze Heere is het voortdurend aan het vervullen. Elk onderdeel is naar het profetische model: dit alles geschiedde opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet.

Mensen hebben boeken geschreven over de overeenstemming van de evangeliën, maar God heeft ons een overeenstemming van het Oude en het Nieuwe Testament gegeven. De plaats waarnaar verwezen wordt is Zacharia 9:9. Zij stelt de Koning van Sion voor als zachtmoedig en nederig, zelfs op het uur van Zijn zegevierende intocht in Zijn hoofdstad. Hij rijdt niet op een strijdros maar op een jonge ezel waarop nog nooit iemand gezeten had.

Hij had eerder van Zichzelf gezegd dat Hij zachtmoedig en nederig van hart is. Nu geeft Hij nog een bewijs dat Zijn eigen woorden waar zijn, en tegelijk dat de profetie vervuld wordt. Hij haalde niet, zoals Salomo, paarden uit Egypte om zijn hoogmoed te dienen. Nee, Hij Die meer was dan Salomo nam genoegen met een veulen, het jong van een ezelin, en zelfs dat nederige dier was geleend, want Hij had er zelf geen.

De tederheid van Jezus komt uit in het feit dat Hij de ezelin met haar veulen liet halen, zodat zij niet gescheiden zouden worden. Als Koning was Hij enkel zachtmoedigheid en barmhartigheid: Zijn grootheid bracht geen pijn mee, zelfs niet voor het geringste levende schepsel. Hoe gezegend is het door zo’n Koning geregeerd te worden!

Er leefde onder het gewone Joodse volk een verwachting dat de Messias komen ging. Zij verwachtten Hem als een aardse koning, iemand die de Romeinen de oorlog zou aandoen en de Joden hun verloren volksbestaan zou teruggeven.

Er waren er velen die, hoewel zij niet met een geestelijk geloof in Christus geloofden, toch hoopten dat Hij misschien een groot aards verlosser voor hen zou zijn. Wij lezen zelfs dat zij Hem bij een of twee gelegenheden hadden willen grijpen om Hem koning te maken, maar Hij verborg Zich voor hen. Er was een gespannen verlangen dat iemand de vaan van de opstand zou heffen en het volk tegen zijn onderdrukkers zou aanvoeren.

Toen zij de machtige dingen zagen die Christus deed, verbeeldden zij zich dat Hij het koninkrijk waarschijnlijk aan Israel zou kunnen teruggeven en hen zo vrij zou kunnen maken. De Zaligmaker zag ten slotte dat het op een beslissing uitliep. Voor Hem moest het óf de dood zijn omdat Hij de volksverwachting teleurstelde, óf Hij moest aan de wens van het volk toegeven en koning gemaakt worden. Wij weten welk van beide Hij koos. Hij kwam om anderen te behouden, en niet om koning gemaakt te worden in de zin waarin zij Hem verstonden.

Wij moeten ons dus niet inbeelden dat allen die de takken op de weg wierpen en Hosanna riepen om Jezus als een geestelijke Koning gaven. Nee, zij dachten dat Hij een aards verlosser zijn zou. Toch moest de profetie vervuld worden, en het was ook nodig dat Hij openlijk aanspraak maakte op de Zoon van David te zijn en de rechtmatige erfgenaam van Davids troon. En dat deed Hij bij deze gelegenheid. Maar het Koninkrijk van Christus is een ander dan het volk verwachtte. Het was en het is volkomen anders dan iets wat ooit in deze wereld gezien is of ooit gezien zal worden.

Mattheüs 21:19.KruisverwijzingenLukas 13:6Titus 1:16Markus 11:142 Petrus 2:20Openbaring 22:11Hebreeën 6:7Judas 1:12Lukas 3:9
— En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond.
“En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond.”

De verdorde vijgenboom was een treffend beeld van de Joodse staat. Dat volk had God grote dingen beloofd. Alle andere volken waren als bomen zonder blad en legden geen enkele belijdenis van trouw aan de ware God af. Maar het Joodse volk was bedekt met het loof van een overvloedige godsdienstige belijdenis.

Schriftgeleerden, farizeeën, priesters en oudsten van het volk hielden allen stijf vast aan de letter van de wet en beroemden zich erop dat zij de enige God aanbaden. Zij waren een vijgenboom in vol blad. Maar er was geen vrucht, want het volk was niet heilig, niet rechtvaardig, niet oprecht, niet getrouw tegenover God en niet liefdevol tegenover de naaste.

Onze Heere had in de tempel gekeken en het huis van het gebed een moordenaarskuil bevonden. Hij veroordeelde de Joodse vergadering ertoe een levenloos en vruchteloos ding te blijven, en zo is het geworden. De synagoge bleef open, maar haar onderwijs werd een dode vorm.

Christus verwoestte de godsdienstige inrichting van de Jood niet. Hij liet die staan zoals zij was, maar zij verdorde van de wortel af, totdat de Romeinen kwamen en met de bijlen van hun legioenen de vruchteloze stam wegruimden.

Mattheüs 21:23.KruisverwijzingenHandelingen 4:7Handelingen 7:27Exodus 2:141 Kronieken 24:1Lukas 19:47Mattheüs 26:55Markus 11:27
— En als Hij in den tempel gekomen was, kwamen tot Hem, terwijl Hij leerde, de overpriesters en de ouderlingen des volks, zeggende: Door wat macht doet Gij deze dingen? En Wie heeft U deze macht gegeven?
“En als Hij in den tempel gekomen was, kwamen tot Hem, terwijl Hij leerde, de overpriesters en de ouderlingen des volks, zeggende: Door wat macht doet Gij deze dingen? En Wie heeft U deze macht gegeven?”

Jezus wist dat deze mannen niet met een goed doel tot Hem kwamen en dat zij Hem alleen in Zijn woorden probeerden te vangen. Hij was altijd bereid te onderwijzen wanneer mensen bereid waren te leren, maar Hij wilde Zijn parelen niet voor de zwijnen werpen. Let daarom op de heilige omzichtigheid en het gewijde vernuft waarmee onze Heere deze mannen antwoordde.

Mattheüs 21:24-27.KruisverwijzingenMarkus 6:20Kolossenzen 4:61 Johannes 3:20Mattheüs 14:5Mattheüs 21:46Mattheüs 11:9Johannes 5:35Lukas 6:9
— En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, hetwelk indien gij Mij zult zeggen, zo zal Ik u ook zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe. De doop van Johannes, van waar was die, uit de hemel, of uit de mensen? En zij overlegden bij zichzelven en zeiden: Indien wij zeggen: Uit de hemel; zo zal Hij ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd? En indien wij zeggen: Uit de mensen: zo vrezen wij de schare; want zij houden allen Johannes voor een profeet. En zij, Jezus antwoordende, zeiden: Wij weten het niet. En Hij zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik dit doe.
“En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, hetwelk indien gij Mij zult zeggen, zo zal Ik u ook zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe. De doop van Johannes, van waar was die, uit de hemel, of uit de mensen? En zij overlegden bij zichzelven en zeiden: Indien wij zeggen: Uit de hemel; zo zal Hij ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd? En indien wij zeggen: Uit de mensen: zo vrezen wij de schare; want zij houden allen Johannes voor een profeet. En zij, Jezus antwoordende, zeiden: Wij weten het niet. En Hij zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik dit doe.”

Hij droeg de strijd het kamp van de vijand binnen. Hij antwoordde Zijn aanklagers door hun een vraag te stellen die zij op geen van beide manieren konden beantwoorden zonder zichzelf te veroordelen.

Mattheüs 21:28-32.KruisverwijzingenLukas 7:37Lukas 7:29Mattheüs 20:1Mattheüs 17:251 Korinthe 10:15Mattheüs 21:33Titus 1:162 Petrus 3:9
— Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard. Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen. En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet. Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods. Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; doch gij, zulks ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.
“Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard. Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen. En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet. Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods. Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; doch gij, zulks ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.”

Die arme gevallen vrouwen en verachte tollenaars hadden met hun leven feitelijk gezegd: wij willen de HEERE niet dienen. Hun vroegere kwade leven was een welbewuste verwerping van het gezag van God. En toch, toen Johannes de Doper kwam, bekeerden zij zich en geloofden zij. Ieder van hen had als de oudste zoon gezegd: ik wil niet — en toch deden zij het.

Maar deze overpriesters en oudsten dan, die hun hele leven de HEERE uiterlijk gediend hadden en gezegd hadden: ik ga heen om in Gods wijngaard te werken? Toen Johannes kwam en hun Gods eigen Zoon aanwees, wilden zij Hem niet aannemen. Zij hadden Hem zojuist opnieuw verworpen door te weigeren te zeggen of de boodschapper van de HEERE uit de hemel of uit de mensen was. Daarmee bewezen zij dat zij zich niet bekeerd hadden. Zij geloofden Johannes niet, zij hadden dat zelf erkend, en dus werden zij uit hun eigen mond veroordeeld.

Ik vraag mij af of er in deze gelijkenis een les ligt voor sommigen hier; het zou mij niet verbazen. Ik hoop dat er onder u zijn die tot nu toe gezegd hebben: ik wil niet gaan, en die zich bekeren zullen en hun God gaan dienen. En van de andere kant is te vrezen dat er hier ook zijn die altijd gezegd hebben: ik ga, heer. Toch zijn zij niet gegaan, en misschien zullen zij nooit gaan maar tot het laatst ongehoorzaam aan Gods bevel blijven. De HEERE geve dat het niet zo zal zijn!

Mattheüs 21:33-41.KruisverwijzingenHandelingen 18:6Jesaja 5:1Mattheüs 25:14Hooglied 8:11Hebreeën 11:36Handelingen 2:23Markus 13:34Lukas 20:9
— Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde dien den landlieden, en reisde buiten 's lands. Toen nu de tijd der vruchten genaakte, zond hij zijn dienstknechten tot de landlieden, om zijn vruchten te ontvangen. En de landlieden, nemende zijn dienstknechten, hebben den een geslagen, en den anderen gedood, en den derden gestenigd. Wederom zond hij andere dienstknechten, meer in getal dan de eersten, en zij deden hun desgelijks. En ten laatste zond hij tot hen zijn zoon, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien. Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, en zijn erfenis aan ons behouden. En hem nemende, wierpen zij hem uit, buiten de wijngaard, en doodden hem. Wanneer dan de heer des wijngaards komen zal, wat zal hij dien landlieden doen? Zij zeiden tot hem: Hij zal den kwaden een kwaden dood aandoen, en zal den wijngaard aan andere landlieden verhuren, die hem de vruchten op haar tijden zullen geven.
“Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde dien den landlieden, en reisde buiten ‘s lands. Toen nu de tijd der vruchten genaakte, zond hij zijn dienstknechten tot de landlieden, om zijn vruchten te ontvangen. En de landlieden, nemende zijn dienstknechten, hebben den een geslagen, en den anderen gedood, en den derden gestenigd. Wederom zond hij andere dienstknechten, meer in getal dan de eersten, en zij deden hun desgelijks. En ten laatste zond hij tot hen zijn zoon, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien. Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, en zijn erfenis aan ons behouden. En hem nemende, wierpen zij hem uit, buiten de wijngaard, en doodden hem. Wanneer dan de heer des wijngaards komen zal, wat zal hij dien landlieden doen? Zij zeiden tot hem: Hij zal den kwaden een kwaden dood aandoen, en zal den wijngaard aan andere landlieden verhuren, die hem de vruchten op haar tijden zullen geven.”

U ziet meteen hoe deze gelijkenis op de leiders van het Joodse volk sloeg. Geslacht na geslacht hebben zij de profeten van God veracht, vervolgd en gedood. En toen onze Heere Zelf verscheen, terwijl zij Zijn heerlijkheid gemakkelijk hadden kunnen zien, wierpen zij Hem uit hun midden en brachten zij Hem ter dood.

Maar, geliefde vrienden, wij mogen de Schriften nooit beschouwen als iets dat alleen over vreemden en over mensen van vroeger eeuwen gaat. Wij moeten ook zien wat zij over onszelf te zeggen hebben. Het verwerpen van Gods profeten is de zonde van heel ons menselijk geslacht. En de moord op de Zoon van God was de misdaad niet alleen van de Joden maar van heel de mensheid. Ook wij hebben er deel aan, want ook wij hebben de Zoon van de Allerhoogste verworpen.

Maar wij waren er niet bij, zegt u. Nee, en toch kunnen wij dat vreselijke treurspel in ons eigen leven herhaald hebben. God heeft u vele boodschappers gezonden. Bent u op dit ogenblik nog onbekeerd, dan hebt u hen niet goed behandeld, want anders zou u uw hart aan God overgegeven hebben.

Sommigen van hen hebt u verworpen door uw onverschilligheid, en anderen zijn het voorwerp van uw spot en verachting geweest. Tegen sommigen hebt u zich heftig verzet, want uw eigen geweten was geraakt en u moest uw geweten geweld aandoen om hun boodschap te kunnen afwijzen.

Ten laatste is de Zoon van God Zelf tot u gekomen in de prediking van het evangelie. U hebt van Zijn dood gehoord en van Zijn verzoenend offer, maar u hebt ze verworpen. En daarmee hebt u, voor zover het in uw vermogen lag, hetzelfde gedaan als zij die de Zaligmaker kruisigden.

U weigert nog altijd Hem tot uw Zaligmaker te hebben; u verloochent Hem als uw Koning; u verzet zich tegen Zijn rechtvaardige heerschappij. U zegt mij dat u dat niet doet. Welnu, dan hebt u zich aan Hem overgegeven en bent u behouden. Maar is dat niet zo, dan blijft u zo’n tegenstander van God dat u Zijn Zoon verwerpt.

Mattheüs 21:42.KruisverwijzingenPsalmen 118:22Jesaja 28:16Handelingen 4:111 Petrus 2:4Romeinen 9:33Efeze 2:20Markus 12:10Lukas 20:17
— Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van de Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
“Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van de Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?”

Wat een vraag was dit! Onze Heere stelde haar aan mannen die beweerden de hele Schrift op hun duimpje te kennen en de enige bevoegde uitleggers ervan te zijn: “Hebt gij nooit gelezen in de Schriften?”

Mattheüs 21:43.KruisverwijzingenLukas 17:20Johannes 3:3Jesaja 26:2Jesaja 28:2Mattheüs 21:41Johannes 3:5Mattheüs 12:281 Petrus 2:9
— Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.
“Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.”

En op deze dag genieten wij, heidenen, de voorrechten van het evangelie, terwijl het arme Israel naar de vier winden van de hemel verstrooid is. Maar Hij Die de natuurlijke olijfboom niet gespaard heeft, zal ook de ingeente takken niet sparen als wij zonder vrucht bevonden worden.

God neemt het evangelie van het ene volk weg en geeft het aan het andere. Maar wordt het door dat andere volk niet aangenomen, en krijgt Hij er niet alle eer van, dan zal Hij het ook van dat volk wegnemen. Zo kan Hij ook met ons handelen. Stel dat Engeland een dronken volk wordt, een wreed volk, een hoogmoedig volk, een ongelovig volk, een bijgelovig volk. Stel dat het de kwade vruchten van de wijnstok van Sodom voortbrengt. Dan mogen wij niet verwachten dat God Zijn koninkrijk altijd onder ons zal laten.

Mattheüs 21:44.KruisverwijzingenJesaja 8:14Daniël 2:44Lukas 20:18Daniël 2:34Mattheüs 27:251 Petrus 2:8Mattheüs 26:24Romeinen 9:33
— En wie op deze steen valt, die zal verpletterd worden; en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.
“En wie op deze steen valt, die zal verpletterd worden; en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.”

Struikelt u over Christus, de hoofdhoeksteen van Gods gebouw, dan zult u verbroken worden. Verwerpt u Hem, dan zult u ernstig verlies lijden.

En wekt u de toorn van Christus op, zodat de Rots der eeuwen op u valt, dan zult u vermorzeld worden. Denk aan een geweldige klip die van zijn hoge plaats op de reiziger neerstort en hem tot onherkenbaarheid verplettert.

Mattheüs 21:45-46.KruisverwijzingenMattheüs 21:11Mattheüs 21:26Mattheüs 12:12Lukas 20:19Lukas 11:45Spreuken 9:7Lukas 7:392 Samuël 12:7
— En als de overpriesters en Farizeen deze Zijn gelijkenissen hoorden, verstonden zij, dat Hij van hen sprak. En zoekende Hem te vangen, vreesden zij de scharen, dewijl deze Hem hielden voor een profeet.
“En als de overpriesters en Farizeen deze Zijn gelijkenissen hoorden, verstonden zij, dat Hij van hen sprak. En zoekende Hem te vangen, vreesden zij de scharen, dewijl deze Hem hielden voor een profeet.”

Ongelukkige mensen, die Hem verwierpen Die hen alleen zegenen kon, en die toch bevreesd waren voor Hem Die zij probeerden te verachten! Laat het met niemand van ons zo zijn, maar moge Jezus door Zijn overvloedige genade voor altijd onze Leraar, onze Vriend en onze Zaligmaker worden. Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content