Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 20

1 Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk een heer des huizes, die met den morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 WantG1063 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 isG1510 gelijk een heerG444 des huizesG3617, die met den morgenstondG260 uitgingG1831, om arbeidersG2040 te hurenG3409 in zijn wijngaardG290. Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk een heer des huizes, die met den morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard.

KJV For2 the kingdom5 of heaven7 is like1 unto a man8 that is an householder,9 which10 went out11 early in the morning12 to hire14 labourers15 into16 his19 vineyard.

1 ομοια G3664 hoornen, gelijke like, + manner 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 8 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 οικοδεσποτη G3617 heer huizes, huizes, Heer huizes goodman (of the house), householder, master of the house 10 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 11 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 12 αμα G260 meteen, zamen, tegelijk also, and, together, with(-al) 13 πρωι G4404 morgens vroeg, morgens, vroeg early (in the morning), (in the) morning 14 μισθωσασθαι G3409 gehuurd, huren hire 15 εργατας G2040 arbeiders, arbeider, handwerkers labourer, worker(-men) 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αμπελωνα G290 wijngaard, wijngaards vineyard 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En als hij met de arbeiders eens geworden was, voor een penning des daags, zond hij hen heen in zijn wijngaard.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG1161 als hij metG1537 de arbeidersG2040 eens geworden was, voor een penningG1220 des daagsG2250, zondG649 hij hen heen inG1519 zijn wijngaardG290. En als hij met de arbeiders eens geworden was, voor een penning des daags, zond hij hen heen in zijn wijngaard.

KJV And2 when he had agreed1 with3 the labourers5 for6 a penny7 a day,9 he sent10 them11 into12 his15 vineyard.

1 συμφωνησας G4856 komt, overeen, overeengestemd agree (together, with) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εργατων G2040 arbeiders, arbeider, handwerkers labourer, worker(-men) 6 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 7 δηναριου G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 10 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 11 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αμπελωνα G290 wijngaard, wijngaards vineyard 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En uitgegaan zijnde omtrent de derde ure, zag hij anderen, ledig staande op de markt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 uitgegaanG1831 zijnde omtrentG4012 de derdeG5154 ureG5610, zagG1492 hij anderen, ledigG692 staandeG2476 opG1722 de marktG58. En uitgegaan zijnde omtrent de derde ure, zag hij anderen, ledig staande op de markt.

KJV And1 he went out2 about3 the third5 hour,6 and saw others8 standing9 idle13 in10 the marketplace,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τριτην G5154 derde, derden third(-ly) 6 ωραν G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 7 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 8 αλλους G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 9 εστωτας G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αγορα G58 markten, markt market(-place), street 13 αργους G692 ledig, ijdel, luie barren, idle, slow

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En hij zeide tot dezelve: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zal ik u geven. En zij gingen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En hij zeideG2036 tot dezelve: Gaat ookG2532 gij heen inG1519 den wijngaardG290, en zoG1437 watG3739 rechtG1342 isG1510, zal ik uG4771 gevenG1325. En zij gingenG565. En hij zeide tot dezelve: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zal ik u geven. En zij gingen.

KJV And said unto them;1 Go3 ye also4 into6 the vineyard,8 and9 whatsoever10 is right13 I will give14 you. And18 they went their way.

1 κακεινοις G2548 Dezen, dezen and him (other, them), even he, him also, them (also), (and) they 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αμπελωνα G290 wijngaard, wijngaards vineyard 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 12 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 δικαιον G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 14 δωσω G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 15 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 19 απηλθον G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Wederom uitgegaan zijnde omtrent de zesde en negende ure, deed hij desgelijks.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WederomG3825 uitgegaanG1831 zijnde omtrentG4012 de zesdeG1623 enG2532 negendeG1766 ureG5610, deedG4160 hij desgelijks. Wederom uitgegaan zijnde omtrent de zesde en negende ure, deed hij desgelijks.

KJV Again1 he went out2 about3 the sixth4 and5 ninth6 hour,7 and did8 likewise.

1 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 2 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 4 εκτην G1623 zesde, zesden sixth 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εννατην G1766 negende, negender ninth 7 ωραν G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 8 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 ωσαυτως G5615 insgelijks even so, likewise, after the same (in like) manner
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En uitgegaan zijnde omtrent de elfde ure, vond hij anderen ledig staande, en zeide tot hen: Wat staat gij hier den gehele dag ledig?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En uitgegaanG1831 zijnde omtrentG4012 de elfdeG1734 ureG5610, vondG2147 hij anderen ledigG692 staandeG2476, en zeideG3004 tot henG846: WatG5101 staatG2476 gij hier den gehele dagG2250 ledigG692? En uitgegaan zijnde omtrent de elfde ure, vond hij anderen ledig staande, en zeide tot hen: Wat staat gij hier den gehele dag ledig?

KJV And2 about1 the eleventh4 hour5 he went out,6 and found7 others8 standing9 idle,10 and11 saith12 unto them,13 Why14 stand ye16 here15 all17 the day19 idle?

1 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ενδεκατην G1734 elfde, elfder eleventh 5 ωραν G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 6 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 7 ευρεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 8 αλλους G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 9 εστωτας G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 10 αργους G692 ledig, ijdel, luie barren, idle, slow 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 16 εστηκατε G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 17 ολην G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 18 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 20 αργοι G692 ledig, ijdel, luie barren, idle, slow
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zij zeiden tot hem: Omdat ons niemand gehuurd heeft. Hij zeide tot hen: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zult gij ontvangen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zij zeidenG3004 tot hemG846: OmdatG3754 ons niemandG3762 gehuurdG3409 heeft. Hij zeideG3004 tot henG846: Gaat ookG2532 gijG4771 heen inG1519 den wijngaardG290, enG2532 zoG1437 watG3739 rechtG1342 isG1510, zult gij ontvangenG2983. Zij zeiden tot hem: Omdat ons niemand gehuurd heeft. Hij zeide tot hen: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zult gij ontvangen.

KJV They say1 unto him,2 Because3 no man4 hath hired6 us. He saith7 unto them,8 Go9 ye also10 into12 the vineyard;14 and15 whatsoever16 is right,19 that shall ye receive.

1 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 5 ημας G1473 mij, ik I, me 6 εμισθωσατο G3409 gehuurd, huren hire 7 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αμπελωνα G290 wijngaard, wijngaards vineyard 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 18 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 δικαιον G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 20 ληψεσθε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Als het nu avond geworden was, zeide de heer des wijngaards, tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders, en geef hun het loon, beginnende van de laatsten tot de eersten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Als het nuG1161 avondG3798 geworden wasG1096, zeideG3004 de heerG2962 des wijngaardsG290, tot zijn rentmeesterG2012: RoepG2564 de arbeidersG2040, en geefG591 hunG846 het loonG3408, beginnendeG756 vanG575 de laatstenG2078 tot de eerstenG4413. Als het nu avond geworden was, zeide de heer des wijngaards, tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders, en geef hun het loon, beginnende van de laatsten tot de eersten.

KJV So2 when even1 was come,3 the lord6 of the vineyard8 saith4 unto his11 steward,10 Call12 the labourers,14 and15 give16 them17 their hire,19 beginning20 from21 the last23 unto24 the first.

1 οψιας G3798 avond, avondstond even(-ing, (-tide)) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αμπελωνος G290 wijngaard, wijngaards vineyard 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 επιτροπω G2012 rentmeester, voogden steward, tutor 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 καλεσον G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εργατας G2040 arbeiders, arbeider, handwerkers labourer, worker(-men) 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αποδος G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 17 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 20 αρξαμενος G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 21 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 22 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 εσχατων G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 24 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 25 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 πρωτων G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En als zij kwamen, die ter elfder ure gehuurd waren, ontvingen zij ieder een penning.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG2532 als zij kwamenG2064, die ter elfderG1734 ureG5610 gehuurd waren, ontvingenG2983 zij ieder een penningG1220. En als zij kwamen, die ter elfder ure gehuurd waren, ontvingen zij ieder een penning.

KJV And1 when they came2 that were hired about4 the eleventh6 hour,7 they received8 every man9 a penny.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθοντες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ενδεκατην G1734 elfde, elfder eleventh 7 ωραν G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 8 ελαβον G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 9 ανα G303 twee, geschiede, midden and, apiece, by, each, every (man), in, through 10 δηναριον G1220 penning, penningen pence, penny(-worth)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En de eersten komende, meenden, dat zij meer ontvangen zouden; en zij zelven ontvingen ook elk een penning.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En de eerstenG4413 komendeG2064, meendenG3543, datG3754 zij meer ontvangenG2983 zouden; en zij zelven ontvingenG2983 ookG2532 elk een penningG1220. En de eersten komende, meenden, dat zij meer ontvangen zouden; en zij zelven ontvingen ook elk een penning.

KJV But2 when the first4 came,1 they supposed5 that6 they should have received8 more; and9 they likewise11 received10 every man12 a penny.

1 ελθοντες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πρωτοι G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 5 ενομισαν G3543 menende, Meent, meende suppose, thing, be wont 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 πλειονα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 8 ληψονται G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ελαβον G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ανα G303 twee, geschiede, midden and, apiece, by, each, every (man), in, through 14 δηναριον G1220 penning, penningen pence, penny(-worth)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En dien ontvangen hebbende, murmureerden zij tegen den heer des huizes,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EnG1161 dien ontvangenG2983 hebbende, murmureerdenG1111 zij tegenG2596 den heer des huizesG3617, En dien ontvangen hebbende, murmureerden zij tegen den heer des huizes,

KJV And2 when they had received1 it, they murmured3 against4 the goodman of the house,

1 λαβοντες G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εγογγυζον G1111 murmureerden, Murmureert, gemurmureerd murmur 4 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οικοδεσποτου G3617 heer huizes, huizes, Heer huizes goodman (of the house), householder, master of the house
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zeggende: Deze laatsten hebben maar een uur gearbeid, en gij hebt ze ons gelijk gemaakt, die den last des daags en de hitte gedragen hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 ZeggendeG3004: DezeG3778 laatstenG2078 hebben maar eenG1520 uurG5610 gearbeidG4160, enG2532 gij hebt ze ons gelijk gemaakt, die den lastG922 des daagsG2250 enG2532 de hitteG2742 gedragenG941 hebben. Zeggende: Deze laatsten hebben maar een uur gearbeid, en gij hebt ze ons gelijk gemaakt, die den last des daags en de hitte gedragen hebben.

KJV Saying,1 These3 last5 have wrought8 but one hour,7 and9 thou hast made13 them12 equal10 unto us, which4 have borne15 the burden17 and20 heat22 of the day.

1 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 3 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εσχατοι G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 6 μιαν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 7 ωραν G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 8 εποιησαν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ισους G2470 even, evengelijk, eenparig + agree, as much, equal, like 11 ημιν G1473 mij, ik I, me 12 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εποιησας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 14 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 βαστασασιν G941 dragen, gedragen, draagt bear, carry, take up 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βαρος G922 last, gewicht, lasten burden(-some), weight 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 καυσωνα G2742 hitte (burning) heat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Doch hij, antwoordende, zeide tot een van hen: Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden voor een penning?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 DochG1161 hij, antwoordendeG611, zeideG2036 tot eenG1520 van henG846: VriendG2083! ik doe u geenG3756 onrechtG91; zijt gijG4771 niet met mij eens geworden voor een penningG1220? Doch hij, antwoordende, zeide tot een van hen: Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden voor een penning?

KJV But2 he answered3 one5 of them,6 and said, Friend,7 I do9 thee no8 wrong: didst13 not11 thou agree with me for a penny?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 ενι G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 6 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εταιρε G2083 Vriend, gezellen fellow, friend 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 αδικω G91 onrecht, beschadigen, ongelijk hurt, injure, be an offender, be unjust, (do, suffer, take) wrong 10 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 11 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 12 δηναριου G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 13 συνεφωνησας G4856 komt, overeen, overeengestemd agree (together, with) 14 μοι G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Neem het uwe en ga heen. Ik wil deze laatsten ook geven, gelijk als u.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 NeemG142 het uwe en ga heen. Ik wilG2309 dezeG3778 laatstenG2078 ookG2532 gevenG1325, gelijk als uG4771. Neem het uwe en ga heen. Ik wil deze laatsten ook geven, gelijk als u.

KJV Take1 that thine3 is, and4 go thy way:5 I will6 give11 unto this last,10 even13 as12 unto thee.

1 αρον G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 σον G4674 uw, de uwe thine (own), thy (friend) 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 6 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εσχατω G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 11 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 12 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Of is het mij niet geoorloofd, te doen met het mijne, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Of is het mij nietG3756 geoorloofdG1832, te doenG4160 metG1722 het mijneG1699, watG3739 ik wilG2309? Of is uw oogG3788 boosG4190, omdatG3754 ikG1473 goedG18 benG1510? Of is het mij niet geoorloofd, te doen met het mijne, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?

KJV Is it not2 lawful3 for me to do5 what6 I will7 with8 mine own?10 Is thine eye13 evil,15 because17 I4 am16 good?

1 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 4 μοι G1473 mij, ik I, me 5 ποιησαι G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 6 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εμοις G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 11 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 οφθαλμος G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 πονηρος G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 18 εγω G1473 mij, ik I, me 19 αγαθος G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 20 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 AlzoG3779 zullen de laatstenG2078 de eerstenG4413 zijnG1510, en de eerstenG4413 de laatstenG2078; wantG1063 velenG4183 zijnG1510 geroepenG2822, maarG1161 weinigenG3641 uitverkorenG1588. Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

KJV So1 the last4 shall be first,5 and6 the first8 last:9 for11 many10 be called,13 but15 few14 chosen.

1 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 2 εσονται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εσχατοι G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 5 πρωτοι G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πρωτοι G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 9 εσχατοι G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 10 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 11 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 12 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 κλητοι G2822 geroepen, geroepenen called 14 ολιγοι G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 εκλεκτοι G1588 uitverkorenen, uitverkoren, uitverkorene chosen, elect
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op de weg, en zeide tot hen:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 JezusG2424, opgaandeG305 naar JeruzalemG2414, namG3880 totG1519 Zich de twaalfG1427 discipelenG3101 alleen op de wegG3598, enG2532 zeideG2036 tot henG846: En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op de weg, en zeide tot hen:

KJV And1 Jesus4 going up2 to5 Jerusalem6 took7 the twelve9 disciples10 apart11 in13 the way,15 and16 said unto them,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναβαινων G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 7 παρελαβεν G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with) 8 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 10 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 11 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 12 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 ZietG3708, wij gaan op naar JeruzalemG2414, enG2532 de ZoonG5207 des mensenG444 zal den overpriesterenG749 enG2532 SchriftgeleerdenG1122 overgeleverdG3860 worden, enG2532 zij zullen Hem ter doodG2288 veroordelenG2632; Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen;

KJV Behold, we go up2 to3 Jerusalem;4 and5 the Son7 of man9 shall be betrayed10 unto the chief priests12 and13 unto the scribes,14 and15 they shall condemn16 him17 to death,

1 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 αναβαινομεν G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 10 παραδοθησεται G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 11 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αρχιερευσιν G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 γραμματευσιν G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 κατακρινουσιν G2632 veroordeeld, veroordelen, verdoemd condemn, damn 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 θανατω G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En zij zullen Hem den heidenen overleveren, om Hem te bespotten en te geselen, en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En zij zullen Hem den heidenenG1484 overleverenG3860, omG1519 Hem te bespottenG1702 enG2532 te geselenG3146, enG2532 te kruisigenG4717; enG2532 ten derdenG5154 dageG2250 zal Hij weder opstaanG450. En zij zullen Hem den heidenen overleveren, om Hem te bespotten en te geselen, en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.

KJV And1 shall deliver2 him3 to the Gentiles5 to6 mock,8 and9 to scourge,10 and11 to crucify12 him: and13 the third15 day16 he shall rise again.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παραδωσουσιν G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εθνεσιν G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εμπαιξαι G1702 bespotten, bespot, bedrogen mock 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 μαστιγωσαι G3146 geselen, gegeseld, geselde scourge 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 σταυρωσαι G4717 gekruist, gekruisigd, kruisigen crucify 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 τριτη G5154 derde, derden third(-ly) 16 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 17 αναστησεται G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem met haar zonen, Hem aanbiddende, en begerende wat van Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Toen kwam de moederG3384 der zonenG5207 van ZebedeusG2199 tot Hem metG3326 haar zonenG5207, HemG846 aanbiddendeG4352, enG2532 begerendeG154 wat van Hem. Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem met haar zonen, Hem aanbiddende, en begerende wat van Hem.

KJV Then1 came2 to him3 the mother5 of Zebedee's8 children7 with9 her12 sons,11 worshipping13 him, and14 desiring15 a certain16 thing17 of him.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 προσηλθεν G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μητηρ G3384 moeder, moeders mother 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 υιων G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 8 ζεβεδαιου G2199 Zebedeus Zebedee 9 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 υιων G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 12 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 προσκυνουσα G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 αιτουσα G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 16 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 17 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechter- en de ander tot Uw linker hand in Uw Koninkrijk.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En Hij zeide tot haar: WatG5101 wiltG2309 gijG4771? Zij zeide tot HemG846: ZegG2036, dat dezeG3778 mijn tweeG1417 zonenG5207 zittenG2523 mogen, de een tot Uw rechter-G1188 en de anderG1520 tot Uw linkerG2176 hand inG1722 Uw KoninkrijkG932. En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechter- en de ander tot Uw linker hand in Uw Koninkrijk.

Ook in dit vers uit/metG1537 uit/metG1537 zeideG3004

KJV And2 he said unto her,4 What5 wilt thou?6 She saith3 unto him,8 Grant that10 these12 my two14 sons15 may sit,11 the one17 on18 thy right hand,19 and21 the other22 on23 the left,24 in25 thy kingdom.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 7 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ειπε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 11 καθισωσιν G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 12 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 15 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 16 μου G1473 mij, ik I, me 17 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 18 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 19 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 20 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 23 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 24 ευωνυμων G2176 linker (on the) left 25 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 26 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 28 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 MaarG1161 JezusG2424 antwoorddeG611 en zeideG2036: Gijlieden weetG1492 nietG3756 wat gij begeertG154; kuntG1410 gij den drinkbekerG4221 drinkenG4095, dienG3739 IkG1473 drinkenG4095 zal, en met den doopG908 gedooptG907 worden, waarmede IkG1473 gedooptG907 worde? Zij zeidenG3004 tot Hem: Wij kunnen. Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen.

KJV But2 Jesus4 answered1 and said, Ye know7 not6 what8 ye ask.9 Are ye able10 to drink11 of the cup13 that14 I15 shall16 drink of,17 and18 to be baptized23 with the baptism20 that21 I22 am baptized with?24 They say5 unto him,26 We are able.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 αιτεισθε G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 10 δυνασθε G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 11 πιειν G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 14 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 εγω G1473 mij, ik I, me 16 μελλω G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 17 πινειν G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βαπτισμα G908 doop baptism 21 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 22 εγω G1473 mij, ik I, me 23 βαπτιζομαι G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 24 βαπτισθηναι G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 25 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 26 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 δυναμεθα G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Hij zeide tot hen: Mijn drinkbeker zult gij wel drinken, en met den doop, waarmede Ik gedoopt worde, zult gij gedoopt worden; maar het zitten tot Mijn rechter- en tot Mijn linker hand staat bij Mij niet te geven, maar het zal gegeven worden dien het bereid is van Mijn Vader.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En Hij zeideG3004 tot henG846: Mijn drinkbekerG4221 zult gij wel drinkenG4095, en metG1537 den doopG908, waarmede IkG1473 gedooptG907 worde, zult gij gedooptG907 worden; maar het zittenG2523 tot Mijn rechter-G1188 en tot Mijn linkerG2176 hand staatG2076 bij MijG1473 nietG3756 te geven, maar het zal gegeven worden dienG3739 het bereidG2090 isG1510 vanG5259 Mijn VaderG3962. En Hij zeide tot hen: Mijn drinkbeker zult gij wel drinken, en met den doop, waarmede Ik gedoopt worde, zult gij gedoopt worden; maar het zitten tot Mijn rechter- en tot Mijn linker hand staat bij Mij niet te geven, maar het zal gegeven worden dien het bereid is van Mijn Vader.

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV And1 he saith2 unto them,3 Ye shall drink8 indeed5 of my cup,6 and9 be baptized14 with the baptism11 that12 I7 am baptized with:15 but17 to sit18 on19 my right hand,20 and22 on23 my left,24 is not26 mine28 to give,29 but30 it shall be given to them for whom31 it is prepared32 of33 my Father.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 6 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 7 μου G1473 mij, ik I, me 8 πιεσθε G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 βαπτισμα G908 doop baptism 12 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 εγω G1473 mij, ik I, me 14 βαπτιζομαι G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 15 βαπτισθησεσθε G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 καθισαι G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 19 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 20 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 21 μου G1473 mij, ik I, me 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 24 ευωνυμων G2176 linker (on the) left 25 μου G1473 mij, ik I, me 26 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 27 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 28 εμον G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 29 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 30 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 31 οις G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 32 ητοιμασται G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready 33 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 34 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 36 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En als de andere tien dat hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG2532 als de andere tienG1176 dat hoordenG191, namen zij het zeer kwalijkG23 vanG4012 de tweeG1417 broedersG80. En als de andere tien dat hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders.

KJV And1 when the ten4 heard2 it, they were moved with indignation5 against6 the two8 brethren.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 5 ηγανακτησαν G23 kwalijk, kwalijk namen, kwalijk nemen be much (sore) displeased, have (be moved with, with) indignation 6 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 9 αδελφων G80 broeders, broeder, broederen brother
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En als Jezus hen tot Zich geroepen had, zeide Hij: Gij weet, dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen, en de groten gebruiken macht over hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En als JezusG2424 hen tot Zich geroepenG4341 had, zeideG2036 Hij: Gij weetG1492, datG3754 de overstenG758 der volkenG1484 heerschappij voerenG2634 over henG846, en de grotenG3173 gebruiken machtG2715 over henG846. En als Jezus hen tot Zich geroepen had, zeide Hij: Gij weet, dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen, en de groten gebruiken macht over hen.

KJV But2 Jesus3 called4 them5 unto him, and said, Ye know7 that8 the princes10 of the Gentiles12 exercise dominion over13 them,14 and15 they that are great17 exercise authority upon18 them.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 5 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αρχοντες G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εθνων G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 13 κατακυριευουσιν G2634 heerschappij voeren, heerschappij voerende, meester exercise dominion over (lordship), be lord over, overcome 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μεγαλοι G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 18 κατεξουσιαζουσιν G2715 macht exercise authority 19 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Doch alzoG3779 zal het onderG1722 uG4771 nietG3756 zijn; maar zo wie onderG1722 uG4771 zal willenG2309 grootG3173 wordenG1096, die zijG1510 uw dienaarG1249; Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar;

KJV But3 it shall not1 be so2 among5 you: but7 whosoever8 will10 be14 great13 among11 you, let him be your minister;

1 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 7 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 10 θελη G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 13 μεγας G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 14 γενεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 15 εστω G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 17 διακονος G1249 dienaar, dienaars, diakenen deacon, minister, servant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 EnG2532 zoG1437 wie onderG1722 uG4771 zal willenG2309 de eersteG4413 zijn, die zij uw dienstknechtG1401. En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht.

KJV And1 whosoever2 will4 be chief8 among5 you, let him be your servant:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 4 θελη G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 7 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 9 εστω G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 11 δουλος G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Gelijk de ZoonG5207 des mensenG444 nietG3756 is gekomenG2064 om gediendG1247 te worden, maarG235 om te dienenG1247, enG2532 Zijn zielG5590 te gevenG1325 tot een rantsoenG3083 voor velenG4183. Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.

KJV Even as1 the Son3 of man5 came7 not6 to be ministered unto,8 but9 to minister,10 and11 to give12 his15 life14 a ransom16 for17 many.

1 ωσπερ G5618 gelijkerwijs, geschiedt (even, like) as 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 διακονηθηναι G1247 dienen, dient, gediend (ad-)minister (unto), serve, use the office of a deacon 9 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 10 διακονησαι G1247 dienen, dient, gediend (ad-)minister (unto), serve, use the office of a deacon 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 λυτρον G3083 rantsoen ransom 17 αντι G473 in plaats van, voor, tegenover for, in the room of 18 πολλων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 EnG2532 als zij vanG575 JerichoG2410 uitgingenG1607, is Hem een grote schareG3793 gevolgdG190. En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd.

KJV And1 as they3 departed2 from4 Jericho,5 a great9 multitude8 followed6 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εκπορευομενων G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 ιεριχω G2410 Jericho Jericho 6 ηκολουθησεν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 9 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En ziet, twee blinden, zittende aan den weg, als zij hoorden, dat Jezus voorbijging, riepen, zeggende: Heere, Gij Zone Davids! ontferm U onzer.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 EnG2532 zietG3708, tweeG1417 blindenG5185, zittendeG2521 aan den wegG3598, als zij hoordenG191, datG3754 JezusG2424 voorbijgingG3855, riepenG2896, zeggendeG3004: HeereG2962, Gij ZoneG5207 DavidsG1138! ontfermG1653 U onzer. En ziet, twee blinden, zittende aan den weg, als zij hoorden, dat Jezus voorbijging, riepen, zeggende: Heere, Gij Zone Davids! ontferm U onzer.

KJV And,1 behold, two3 blind men4 sitting5 by the way8 side,6 when they heard9 that10 Jesus11 passed by,12 cried out,13 saying,14 Have mercy15 on us, O Lord,17 thou Son18 of David.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 4 τυφλοι G5185 blinden, blind, blinde blind 5 καθημενοι G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 6 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 9 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 12 παραγει G3855 voorbij, voorbijgaande, voorbijging depart, pass (away, by, forth) 13 εκραξαν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 14 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 ελεησον G1653 ontferm, barmhartigheid, ontfermd have compassion (pity on), have (obtain, receive, shew) mercy (on) 16 ημας G1473 mij, ik I, me 17 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 18 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 19 δαβιδ G1138 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En de schare bestrafte hen, opdat zij zwijgen zouden; maar zij riepen te meer, zeggende: Ontferm U onzer, Heere, Gij Zone Davids!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 EnG1161 de schareG3793 bestrafteG2008 henG846, opdatG2443 zij zwijgenG4623 zouden; maarG1161 zij riepenG2896 te meer, zeggendeG3004: OntfermG1653 U onzer, HeereG2962, Gij ZoneG5207 DavidsG1138! En de schare bestrafte hen, opdat zij zwijgen zouden; maar zij riepen te meer, zeggende: Ontferm U onzer, Heere, Gij Zone Davids!

KJV And2 the multitude3 rebuked4 them,5 because6 they should hold their peace:7 but9 they cried11 the more, saying,12 Have mercy13 on us, O Lord,15 thou Son16 of David.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 4 επετιμησεν G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 7 σιωπησωσιν G4623 zwijgen, zweeg stil, Zwijg dumb, (hold) peace 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 μειζον G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 11 εκραζον G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 12 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 ελεησον G1653 ontferm, barmhartigheid, ontfermd have compassion (pity on), have (obtain, receive, shew) mercy (on) 14 ημας G1473 mij, ik I, me 15 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 16 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 17 δαβιδ G1138 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En Jezus, stil staande, riep hen en zeide: Wat wilt gij, dat Ik u doe?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En JezusG2424, stil staandeG2476, riepG5455 henG846 enG2532 zeideG2036: WatG5101 wiltG2309 gijG4771, dat Ik u doeG4160? En Jezus, stil staande, riep hen en zeide: Wat wilt gij, dat Ik u doe?

KJV And1 Jesus4 stood still,2 and called5 them,6 and7 said, What9 will ye10 that I shall do11 unto you?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 στας G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εφωνησεν G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 6 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 θελετε G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 11 ποιησω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Zij zeidenG3004 tot HemG846: HeereG2962! datG2443 onze ogenG3788 geopendG455 worden. Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden.

KJV They say1 unto him,2 Lord,3 that4 our eyes8 may be opened.

1 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 ανοιχθωσιν G455 geopend, open, openen open 6 ημων G1473 mij, ik I, me 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οφθαλμοι G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En Jezus, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheid, raakte hun ogen aan; en terstond werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En JezusG2424, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheidG4697, raakteG680 hun ogenG3788 aan; en terstondG2112 werden hun ogenG3788 ziendeG308, en zij volgdenG190 Hem. En Jezus, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheid, raakte hun ogen aan; en terstond werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.

KJV So2 Jesus4 had compassion1 on them, and touched5 their8 eyes:7 and9 immediately10 their12 eyes14 received sight,11 and15 they followed16 him.

1 σπλαγχνισθεις G4697 ontferming bewogen, barmhartigheid, bewogen have (be moved with) compassion 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ηψατο G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οφθαλμων G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 11 ανεβλεψαν G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 12 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 οφθαλμοι G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ηκολουθησαν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 20:1 Mattheüs 13:24 Hooglied 8:11 Jesaja 5:1 Mattheüs 22:2 Mattheüs 13:33 Mattheüs 13:47 Mattheüs 9:37 Mattheüs 13:31
Mattheüs 20:2 2 Timotheüs 3:15 Mattheüs 22:19 Mattheüs 18:28 Openbaring 6:6 1 Koningen 3:6 1 Samuël 3:21 1 Koningen 18:12 Prediker 12:1
Mattheüs 20:3 1 Timotheüs 5:13 Hebreeën 6:12 Spreuken 19:15 Ezechiël 16:49 Handelingen 2:15 Mattheüs 11:16 Handelingen 17:17 Mattheüs 20:6
Mattheüs 20:4 Lukas 19:7 Kolossenzen 4:1 1 Petrus 1:13 Romeinen 6:16 Mattheüs 9:9 Titus 3:8 1 Korinthe 6:11 1 Timotheüs 1:12
Mattheüs 20:5 Johannes 11:9 Johannes 1:39 Lukas 23:44 Genesis 12:1 Hebreeën 11:24 Handelingen 10:9 Handelingen 3:1 Jozua 24:2
Mattheüs 20:6 Johannes 9:4 Lukas 23:40 Handelingen 17:21 Spreuken 19:15 Hebreeën 6:12 Ezechiël 16:49 Prediker 9:10
Mattheüs 20:7 Romeinen 10:14 Mattheüs 22:9 Handelingen 17:30 Efeze 6:8 Handelingen 4:16 Romeinen 16:25 Johannes 9:4 Prediker 9:10
Mattheüs 20:8 Leviticus 19:13 Deuteronomium 24:15 1 Korinthe 4:1 Mattheüs 25:19 Genesis 39:4 Mattheüs 25:31 Lukas 10:7 1 Petrus 4:10
Mattheüs 20:9 Mattheüs 20:2 Lukas 23:40 Romeinen 5:20 Romeinen 4:3 Efeze 1:6 1 Timotheüs 1:14 Efeze 2:8 Mattheüs 20:6
Mattheüs 20:11 Handelingen 11:2 Handelingen 13:45 Handelingen 22:21 Lukas 15:2 Judas 1:16 Lukas 19:7 Lukas 5:30 1 Thessalonicenzen 2:16
Mattheüs 20:12 Jakobus 1:11 Lukas 12:55 Maleachi 3:14 Romeinen 3:27 Maleachi 1:13 2 Korinthe 11:23 Zacharia 7:3 Romeinen 9:30
Mattheüs 20:13 Mattheüs 26:50 Mattheüs 22:12 Job 34:8 Job 40:8 Romeinen 9:14 Job 35:2 Job 34:17 Romeinen 9:20
Mattheüs 20:14 Mattheüs 6:6 Ezechiël 29:18 Lukas 16:25 Mattheüs 6:16 2 Koningen 10:16 Lukas 15:31 Mattheüs 6:2 Romeinen 3:4
Mattheüs 20:15 Deuteronomium 15:9 Mattheüs 6:23 Markus 7:22 Romeinen 9:15 Spreuken 23:6 1 Korinthe 4:7 Jakobus 1:18 Spreuken 28:22
Mattheüs 20:16 Mattheüs 19:30 Markus 10:31 Lukas 14:24 Romeinen 8:30 Lukas 17:17 Johannes 12:19 Jakobus 1:23 Mattheüs 7:13
Mattheüs 20:17 Markus 10:32 Mattheüs 13:11 Handelingen 10:41 Lukas 18:31 Johannes 12:12 Johannes 15:15 Genesis 18:17 Mattheüs 16:13
Mattheüs 20:18 Mattheüs 16:21 Mattheüs 27:1 Mattheüs 26:66 Handelingen 4:27 Lukas 22:71 Psalmen 2:1 Mattheüs 26:2 Psalmen 22:1
Mattheüs 20:19 Mattheüs 16:21 Markus 15:16 Handelingen 2:23 Mattheüs 27:27 Jesaja 53:3 Psalmen 35:16 Johannes 19:1 Lukas 23:1
Mattheüs 20:20 Mattheüs 4:21 Mattheüs 8:2 Mattheüs 27:56 Markus 10:35 Markus 15:40 Mattheüs 2:11 Mattheüs 28:17 Mattheüs 15:25
Mattheüs 20:21 Mattheüs 19:28 Mattheüs 18:1 Psalmen 110:1 Esther 5:3 Markus 10:36 Mattheüs 20:32 1 Koningen 3:5 Markus 6:22
Mattheüs 20:22 Lukas 22:42 Johannes 18:11 Mattheüs 26:42 Mattheüs 26:39 Markus 14:36 Jesaja 51:22 Jakobus 4:3 Romeinen 8:26
Mattheüs 20:23 Openbaring 1:9 Handelingen 12:2 Mattheüs 25:34 Romeinen 8:17 2 Timotheüs 2:11 1 Korinthe 2:9 Markus 10:40 Hebreeën 11:16
Mattheüs 20:24 1 Petrus 5:5 Spreuken 13:10 Filippenzen 2:3 Markus 10:41 Jakobus 4:5 Lukas 22:23 1 Korinthe 13:4 Jakobus 3:14
Mattheüs 20:25 Lukas 22:25 Mattheüs 20:25 Johannes 13:12 Mattheüs 18:3 Daniël 3:2 Daniël 5:19 Daniël 2:12 Mattheüs 11:29
Mattheüs 20:26 Markus 9:35 Markus 10:43 Markus 10:45 1 Petrus 5:3 Ezechiël 24:13 Openbaring 17:6 1 Petrus 4:11 Mattheüs 25:44
Mattheüs 20:27 Markus 9:33 Lukas 22:26 1 Korinthe 9:19 Mattheüs 18:4 2 Korinthe 11:23 2 Korinthe 4:5 Romeinen 1:14 2 Korinthe 11:5
Mattheüs 20:28 Lukas 22:27 Hebreeën 9:28 Titus 2:14 1 Petrus 1:18 1 Timotheüs 2:6 2 Korinthe 8:9 Johannes 13:4 Filippenzen 2:4
Mattheüs 20:29 Markus 10:46 Lukas 18:35 Mattheüs 9:27
Mattheüs 20:30 Mattheüs 22:42 Mattheüs 21:9 Mattheüs 9:27 Jesaja 42:16 Mattheüs 12:22 Psalmen 146:8 Lukas 4:18 Markus 10:46
Mattheüs 20:31 Mattheüs 19:13 Lukas 18:39 Lukas 18:1 Kolossenzen 4:2 Mattheüs 7:7 Lukas 11:8 Mattheüs 15:23 Genesis 32:25
Mattheüs 20:32 Ezechiël 36:37 Filippenzen 4:6 Mattheüs 20:21 Handelingen 10:29
Mattheüs 20:33 Efeze 1:17 Psalmen 119:18
Mattheüs 20:34 1 Petrus 3:8 Mattheüs 14:14 Handelingen 26:18 Mattheüs 15:32 Psalmen 119:71 Psalmen 145:8 Hebreeën 4:15 Mattheüs 9:29
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 20 vers 1

het koninkrijk der hemelen Hieruit blijkt dat deze gelijkenis door Christus bijgebracht wordt tot bevestiging van de spreuk in Matt. 19:30 , en ook in vs.16.

Hertaald: het koninkrijk der hemelen Hieruit blijkt dat Christus deze gelijkenis aanvoert ter bevestiging van de uitspraak in Matth. 19:30, en ook in vers 16.

heer des huizes, Grieks, een mens, die een heer des huizes is.

Hertaald: heer des huizes, Grieks: een mens die een heer des huizes is.

Mattheüs 20 vers 2

penning des daags, Grieks, denarias. Zie daarvan Matt. 18:28 ; Openb. 6:6 .

Hertaald: penning des daags, Grieks: denarius. Zie daarover Matth. 18:28; Openb. 6:6.

Mattheüs 20 vers 3

derde ure De Joden verdeelden de dag in twaalf uren, gelijk te zien is Joh. 11:9 , zodat het uur van elf tot twaalf het laatste was van de dag en van de arbeid, en het derde met ons negende voor de middag overeenkwam.

Hertaald: derde ure De Joden verdeelden de dag in twaalf uren, zoals te zien is in Joh. 11:9. Zo was het uur van elf tot twaalf het laatste van de dag en van de arbeid, en het derde uur kwam overeen met ons negen uur in de ochtend.

Mattheüs 20 vers 8

rentmeester Grieks, Epitropos; dat is, die de bediening of zorg had van zijn goederen, of die zorg had over het ontvangen en uitgeven van zijn inkomen.

Hertaald: rentmeester Grieks: epitropos; dat is: iemand die het beheer of de zorg over zijn goederen had, of die zorg droeg voor de ontvangsten en uitgaven van zijn inkomsten.

Mattheüs 20 vers 9

een penning Hieruit blijkt dat het loon hiernamaals niet gegeven zal worden naar verdiensten; anders zouden deze laatsten minder hebben moeten ontvangen dan de eersten.

Hertaald: een penning Hieruit blijkt dat het loon hierna niet naar verdienste gegeven zal worden; anders hadden deze laatsten minder moeten ontvangen dan de eersten.

Mattheüs 20 vers 11

murmureerden Hieruit volgt niet dat er ten laatste dage onder de gelovigen enige murmurering zal zijn, daar alle delen der gelijkenissen niet mogen toegepast worden; maar dit wordt hier gesteld om te tonen dat er alsdan geen oorzaak van murmureren zijn zal, overmits het loon gegeven zal worden uit Gods goedheid en naar genade, gelijk blijkt uit vs.15.

Hertaald: murmureerden Hieruit volgt niet dat er op de laatste dag onder de gelovigen enig gemor zal zijn, want niet alle onderdelen van een gelijkenis mogen toegepast worden. Dit staat er om te laten zien dat er dan geen reden tot morren zal zijn, aangezien het loon uit Gods goedheid en naar genade gegeven zal worden, zoals blijkt uit vers 15.

Mattheüs 20 vers 12

gearbeid, Of, doorgebracht in de arbeid.

Hertaald: gearbeid, Of: doorgebracht in de arbeid.

Mattheüs 20 vers 13

Vriend, Grieks, gezel.

Hertaald: Vriend, Grieks: makker.

Mattheüs 20 vers 15

boos, Dat is, afgunstig, nijdig.

Hertaald: boos, Dat is: afgunstig, jaloers.

Mattheüs 20 vers 16

eersten zijn Dat is als de eersten.

Hertaald: eersten zijn Dat is: als de eersten.

laatsten; Dat is als de laatsten. Hiermede leert Christus dat niemand oorzaak heeft om te murmureren over de beloning, die namaals gegeven zal worden, al is het dat iemand meer gearbeid of langer God gediend heeft, overmits dezelve gegeven zal worden uit genade en naar de eeuwige verkiezing, gelijk Christus in de volgende woorden getuigt, als Hij zegt: Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Anderen menen dat door de eersten verstaan worden die uit hun eigen werken willen gerechtvaardigd en zalig worden, hoedanig de jongeling was, waarvan in het voorgaande hoofdstuk gepsproken is; en door de laatsten degenen, die uit kracht der genadige verkiezing Gods de roeping ter zaligheid met een waarachtig geloof aannemen.

Hertaald: laatsten; Dat is: als de laatsten. Hiermee leert Christus dat niemand reden heeft om te morren over de beloning die hierna gegeven zal worden, ook al heeft iemand meer gearbeid of langer God gediend — aangezien die uit genade en naar de eeuwige verkiezing gegeven zal worden, zoals Christus in de volgende woorden getuigt: want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Anderen menen dat met de eersten zij bedoeld worden die uit hun eigen werken gerechtvaardigd en zalig willen worden, zoals de jongeman over wie in het vorige hoofdstuk gesproken is, en met de laatsten zij die door de kracht van Gods genadige verkiezing de roeping tot de zaligheid met een waar geloof aannemen.

Mattheüs 20 vers 20

moeder der zonen van Zebedeüs Namelijk Salome, gelijk blijkt uit vergelijk van Matt. 27:56 met Marc. 15:40 .

Hertaald: moeder der zonen van Zebedeüs Namelijk Salome, zoals blijkt uit de vergelijking van Matth. 27:56 met Mark. 15:40.

zonen, Namelijk Johannes en Jakobus; Matt. 10:2 en Marc. 10:35 .

Hertaald: zonen, Namelijk Johannes en Jakobus; Matth. 10:2 en Mark. 10:35.

Mattheüs 20 vers 21

zitten mogen Dat is, dat zij de grootste of meeste na U mogen zijn. Een gelijkenis, genomen van koningen, die op hun troon zitten en degenen, die naast aan hen zijn, aan beide zijden naast hen plegen te zetten. Zie 1 Kon. 2:19 ; Ps. 45:10 en Ps. 110:1 .

Hertaald: zitten mogen Dat is: dat zij na U de grootsten of voornaamsten mogen zijn. Het is een vergelijking, ontleend aan koningen die op hun troon zitten en degenen die het dichtst bij hen staan aan weerszijden naast zich plegen te zetten. Zie 1 Kon. 2:19; Ps. 45:10 en Ps. 110:1.

Mattheüs 20 vers 22

weet niet Want zij verstonden nog niet de staat des koninkrijks van Christus, en waartoe zij geroepen waren, niet om in de wereld te heersen, maar om te dienen en te lijden.

Hertaald: weet niet Want zij begrepen de aard van het Koninkrijk van Christus nog niet, en evenmin waartoe zij geroepen waren: niet om in de wereld te heersen, maar om te dienen en te lijden.

drinkbeker drinken, Door de drinkbeker alsook door de doop verstaat Christus zwaar lijden, waardoor de mens als met een bittere drank gedrenkt en als met water overstort wordt, Ps. 75:9 ; Jes. 51:17 , Matt. 26:42 ; Luc. 12:50 .

Hertaald: drinkbeker drinken, Met de drinkbeker en ook met de doop bedoelt Christus zwaar lijden, waardoor de mens als met een bittere drank gedrenkt en als met water overstelpt wordt; Ps. 75:9; Jes. 51:17; Matth. 26:42; Luk. 12:50.

Mattheüs 20 vers 23

staat bij mij Grieks, het is mijne niet. Namelijk in deze mijn nederige staat, en om zulke redenen als gij u inbeeldt; anders zal Christus namaals ook geven te zitten op zijn troon degenen die overwinnen, Openb. 3:21 . Of, dan wie het bereid is. Zie Marc. 10:40 .

Hertaald: staat bij mij Grieks: het is het Mijne niet; namelijk in deze nederige staat van Mij, en om zulke redenen als u zich inbeeldt. Overigens zal Christus hierna ook aan wie overwinnen geven met Hem op Zijn troon te zitten, Openb. 3:21. Of: dan voor wie het bereid is. Zie Mark. 10:40.

bereid is van mijn Vader Dat is, van eeuwigheid verordineerd. Zie Matt. 25:34 .

Hertaald: bereid is van mijn Vader Dat is: van eeuwigheid verordend. Zie Matth. 25:34.

Mattheüs 20 vers 24

tien dat hoorden, Namelijk apostelen.

Hertaald: tien dat hoorden, Namelijk apostelen.

Mattheüs 20 vers 25

volken Anders, heidenen.

Hertaald: volken Anders: heidenen.

Mattheüs 20 vers 26

u niet zijn; Namelijk mijn apostelen en alle anderen, die tot de dienst der kerk geroepen zullen worden, dewelken zulke wereldse wijze van heersen hier verboden wordt. Want anders zullen en mogen onder de Christenen ook koningen en heerschappijvoerders zijn; Ps. 2:10 , en Jes. 49:23 .

Hertaald: u niet zijn; Namelijk Mijn apostelen en alle anderen die tot de dienst van de kerk geroepen zullen worden; hun wordt zo'n wereldse manier van heersen hier verboden. Want overigens zullen en mogen er onder de christenen ook koningen en heersers zijn; Ps. 2:10 en Jes. 49:23.

Mattheüs 20 vers 28

ziel te geven tot Dat is, leven. Of, zichzelven naar lichaam en ziel.

Hertaald: ziel te geven tot Dat is: Zijn leven. Of: Zichzelf naar lichaam en ziel.

rantsoen Of, losgeld; hetgeen gegeven wordt tot lossing van degenen, die gevangen zitten.

Hertaald: rantsoen Of: losgeld; wat gegeven wordt tot vrijkoping van hen die gevangenzitten.

voor velen Dat is, in plaats van velen, namelijk de uitverkoren kinderen Gods, om hen daarmede van de eeuwige dood te verlossen; Joh. 10:15 , en Joh. 11:52 , en Joh. 17:9 .

Hertaald: voor velen Dat is: in plaats van velen, namelijk de uitverkoren kinderen van God, om hen daarmee van de eeuwige dood te verlossen; Joh. 10:15, Joh. 11:52 en Joh. 17:9.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gelijkenis  — Grieks: parabole, van paraballo, "naast elkaar leggen" — een verhaal uit het gewone leven naast een hemelse zaak gelegd; in het Hebreeuws masjal

Mattheüs 13 bundelt zeven gelijkenissen over het Koninkrijk der hemelen: de zaaier, het onkruid onder de tarwe, het mosterdzaad, het zuurdeeg, de verborgen schat, de kostelijke perel en het net (Matt. 13:1-50). Christus spreekt tot de scharen "vele dingen door gelijkenissen" (Matt. 13:3), en op de vraag van de discipelen waarom, antwoordt Hij dat het hun gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk te weten, maar aan de scharen niet. Daarbij haalt Hij Jesaja aan over horen zonder verstaan (Matt. 13:10-15; Jes. 6:9-10). Van de eerste twee geeft Hij Zelf de uitlegging (Matt. 13:18-23,36-43). Het hoofdstuk merkt op dat Hij zonder gelijkenis niet tot hen sprak, opdat vervuld zou worden wat door de profeet gezegd is (Matt. 13:34-35; Ps. 78:2).

Bijbelse betekenis: Een gelijkenis is geen versiering en ook geen vereenvoudiging. Zij werkt twee kanten uit: voor wie hoort ontsluit zij, voor wie niet wil horen sluit zij toe — precies wat Christus in Matt. 13:10-15 zegt. Daarom is het beeld altijd eenvoudig en de zaak nooit: iedereen in Galilea kende zaad, onkruid en netten, en juist daardoor kan niemand zeggen dat de zaak te hoog was. En de gelijkenis vraagt om een beslissing in plaats van om een verklaring: de schat en de perel worden gekocht, met alles wat men heeft.

Typologie: Christus Zelf noemt de reden dat Hij zo spreekt een vervulling: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen, Ik zal voortbrengen dingen die verborgen waren van de grondlegging der wereld (Matt. 13:35, uit Ps. 78:2). Dat de verborgenheid nu geopend is, is in het Nieuwe Testament de kern van de zaak. God, Die gebood dat het licht uit de duisternis zou schijnen, heeft geschenen in onze harten tot verlichting van de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus (2 Kor. 4:6). De natuurlijke mens begrijpt intussen de dingen die des Geestes Gods zijn niet (1 Kor. 2:14). De gelijkenis legt daarmee bloot wat een mens is voordat God hem opent.

Matt. 13:1-52; Jes. 6:9-10; Ps. 78:2; 1 Kor. 2:14; 2 Kor. 4:6

Rantsoen (losprijs)  — Grieks: lutron, "losprijs" — de prijs waarmee een gevangene of slaaf werd vrijgekocht; in de Statenvertaling "rantsoen"

Wanneer de zonen van Zebedeüs om de eerste plaatsen vragen en de anderen daarover verstoord worden, zet Christus de heerschappij van de volken tegenover de orde onder Zijn discipelen: wie de eerste wil zijn, moet aller dienstknecht zijn. En dan geeft Hij Zichzelf als de maatstaf, in het enige woord van Mattheüs dat de betekenis van Zijn dood uitdrukkelijk noemt: "Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen" (Matt. 20:25-28). Het woord is aan de losprijs ontleend, en veronderstelt dus een gevangenschap waaruit men niet op eigen kracht loskomt.

Bijbelse betekenis: Het gewicht ligt op drie woorden. Geven — de prijs wordt niet gevorderd maar gebracht. Ziel — de prijs is niet iets dat Hij bezat maar Hijzelf. En voor velen: het rantsoen is niet in het algemeen gesteld maar in de plaats van bepaalde personen. Even opmerkelijk is het verband waarin de uitspraak staat: zij is geen leerstuk in een dogmatiek maar een terechtwijzing van eerzucht. Wie ruzie maakt over de eerste plaats, moet naar het kruis kijken.

Typologie: Paulus zegt dat er één Middelaar is tussen God en de mensen, de Mens Christus Jezus, die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen (1 Tim. 2:5-6). Petrus wijst op de aard van de prijs: gij zijt niet verlost door zilver of goud, maar door het dierbaar bloed van Christus als van een onbevlekt en onbestraffelijk Lam (1 Petr. 1:18-19). En Paulus leidt daaruit de eigendomsverhouding af: gij zijt niet van uzelf, want gij zijt duur gekocht (1 Kor. 6:19-20). Dit register beschrijft bij *Losser* (Lev. 25) het Oudtestamentische recht waarin dit beeld wortelt: de naaste bloedverwant die kon lossen wat verloren was.

Matt. 20:25-28; 1 Kor. 6:19-20; 1 Tim. 2:5-6; 1 Petr. 1:18-19

Zoon des mensen  — Grieks: ho huios tou anthropou, naar het Aramese bar enasj — de aanduiding die Christus in de Evangeliën vrijwel uitsluitend van Zichzelf gebruikt

De uitdrukking komt in Mattheüs ruim dertig maal voor en altijd uit Zijn eigen mond. Zij klinkt het eerst in armoede: de vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft niet waar Hij het hoofd nederlegge (Matt. 8:20). Zij klinkt in gezag: de Zoon des mensen heeft macht op de aarde de zonden te vergeven (Matt. 9:6), en Hij is een Heere ook van de sabbat (Matt. 12:8). Zij klinkt in het lijden: driemaal kondigt Hij aan dat de Zoon des mensen overgeleverd zal worden en ten derden dage opstaan (Matt. 17:22-23; 20:18-19). En zij klinkt in heerlijkheid: men zal Hem zien komen op de wolken des hemels, en voor Hem zullen alle volken vergaderd worden (Matt. 24:30; 25:31-32).

Bijbelse betekenis: De aanduiding is met opzet dubbelzinnig. In het gewone Aramees betekent zij niet meer dan "mens", en juist daarom kon Christus haar gebruiken zonder Zich vóór de tijd bloot te geven. Maar bij Daniël is zij een titel van hemelse waardigheid, en dáár grijpt Hij naar terug op het beslissende ogenblik. Voor de hogepriester zegt Hij onder ede dat men de Zoon des mensen zal zien zitten ter rechterhand der kracht en komen op de wolken des hemels (Matt. 26:64). Daarop volgt het vonnis. De laagheid en de hoogheid zitten dus in één woord.

Typologie: Daniël zag in de nachtgezichten "Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon", en Hem werd heerschappij, eer en het koninkrijk gegeven, een eeuwige heerschappij die niet vergaan zal (Dan. 7:13-14). Stefanus ziet die Zoon des mensen staande ter rechterhand Gods (Hand. 7:56). De Hebreeënbrief past Psalm 8 op Hem toe: wij zien nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn, maar wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond vanwege het lijden des doods (Hebr. 2:6-9). De weg van Matt. 8:20 naar Matt. 25:31 is dus geen omslag maar één weg.

Matt. 8:20; Matt. 9:6; Matt. 12:8; Matt. 17:22-23; Matt. 20:18-19; Matt. 24:30; Matt. 25:31-32; Matt. 26:64; Dan. 7:13-14; Hand. 7:56; Hebr. 2:6-9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Een rantsoen voor velen — 20:20-28

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Hij heeft zojuist voor de derde keer gezegd dat Hij in Jeruzalem overgeleverd, bespot, gegeseld en gekruisigd zal worden. En dan komt de moeder van Jakobus en Johannes met een verzoek over de zitplaatsen.

Middenin een gesprek over rangorde valt de zin waarin Hij zegt waarvoor Hij gekomen is.

**Het verzoek.** Twee plaatsen, links en rechts, in Zijn koninkrijk. Het is vlak na de derde aankondiging van het kruis; zij hebben dus gehoord wat Hij zei en denken aan de stoelen.

**De tegenvraag.** “Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal?” Zij zeggen ja, zonder te weten wat zij zeggen. Die beker komt terug in de hof, waar Hij bidt of hij voorbij mag gaan.

**De omkering.** De andere tien worden kwaad, en dan zet Hij de hele orde op zijn kop: bij de volken voeren de oversten heerschappij, en dan: “Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar.” Wie groot wil worden, is dienaar; wie eerste wil zijn, is dienstknecht.

**En dan de grond eronder.** Er komt geen voorbeeld uit de geschiedenis en geen spreuk. Er komt een zin over Hemzelf: “Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.”

**Wat daar staat.** De kanttekening pakt de twee woorden op die ertoe doen. Rantsoen is losgeld: hetgeen gegeven wordt tot lossing van wie gevangen zit. En voor velen betekent hier: in plaats van velen, om hen daarmee van de eeuwige dood te verlossen.

Daarmee staat de hele verlossingslijn in één bijzin. Die lijn begint bij een volk dat zichzelf niet vrij kon kopen en met een sterke hand werd uitgeleid. Zij loopt door het recht van de losser, die terugkopen moest wat zijn familielid kwijt was, en er zelf voor betaalde. En zij loopt langs Psalm 49: niemand kan zijn broeder verlossen of Gode zijn rantsoen geven.

Hier zegt Iemand dat Hij dat komt doen, en waarmee: niet met zilver, maar met Zijn ziel.

**De volgorde blijft staan.** Hij zegt het niet als een leerstuk maar als afsluiting van een ruzie over ereplaatsen. Wie in dit koninkrijk hoog wil, moet weten hoe de Koning eraan gekomen is.

  1. Exodus 6:5 — Ik zal u verlossen met een uitgestrekte arm.
  2. Leviticus 25:25 — De losser koopt terug wat zijn broeder kwijt is.
  3. Psalm 49:8 — Maar niemand kan zijn broeder werkelijk loskopen.
  4. Jesaja 53:11 — De Knecht draagt hun ongerechtigheden.
  5. Mattheüs 20:28 — Hij geeft Zijn ziel tot een rantsoen voor velen.
  6. 1 Petrus 1:19 — Niet met zilver of goud, maar met dierbaar bloed.

In het Nieuwe Testament: Psalm 49:8-9; Jesaja 53:11-12; 1 Timotheüs 2:6; 1 Petrus 1:18-19; Mattheüs 26:39; Leviticus 25:25

Hoever dit reikt: Het woord rantsoen betekent losgeld; de kanttekening legt dat uit en verstaat voor velen als in plaats van velen. Over de vraag hoe ver die velen reiken wordt binnen de kerk verschillend gedacht; deze post volgt de bewoording en de uitleg van de kanttekening en gaat daar niet buiten.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Mattheüs 20

Mattheüs 20:1-2.KruisverwijzingenMattheüs 13:24Hooglied 8:11Jesaja 5:1Mattheüs 22:2Mattheüs 13:33Mattheüs 13:47Mattheüs 9:37Mattheüs 13:31
— Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk een heer des huizes, die met den morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard. En als hij met de arbeiders eens geworden was, voor een penning des daags, zond hij hen heen in zijn wijngaard.
“Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk een heer des huizes, die met den morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard. En als hij met de arbeiders eens geworden was, voor een penning des daags, zond hij hen heen in zijn wijngaard.”

Het Koninkrijk der hemelen is geheel uit genade, en zo is ook de dienst die eraan verbonden is. Houd dat vast bij de uitleg van deze gelijkenis: de roeping tot het werk, de bekwaamheid ertoe en het loon ervoor rusten alle op genade en niet op verdienste.

Dit was geen gewone man. Zijn uitgaan om arbeiders in zijn wijngaard te huren ging niet op de gebruikelijke manier van mensen, want die willen een volle dag werk voor een vol dagloon. Deze heer des huizes dacht eerder aan de arbeiders dan aan zichzelf.

Hij was op voordat de dauw van het gras verdwenen was, vond arbeiders en zond hen naar de wijngaard. Het was een uitgelezen voorrecht om zo vroeg in de morgen met heilige dienst te mogen beginnen. Zij werden het met hem eens en gingen op zijn voorwaarden aan het werk.

Zij mochten tevreden zijn, want hun was een vol dagloon beloofd en zij zouden het zeker krijgen. Een penning per dag was het gewone en aanvaarde loon, het dagloon van een Romeins soldaat. De heer des huizes en de arbeiders werden het over het bedrag eens, en juist dat punt komt verderop terug.

Jonge gelovigen hebben een gezegend vooruitzicht. Zij mogen zich verheugen: goed werk, op een goede plaats, voor een goede Meester, en op goede voorwaarden.

Wie Christus dienen wijzen Hem nooit af. En al worden in deze gelijkenis sommigen voorgesteld als mensen die op hun loon aanmerking maken, de ware knechten van Christus doen dat niet. Hun enige bede is: ontsla mij van Uw dienst niet, Heere. Zij vinden het loon genoeg dat zij door mogen werken.

Dat is trouwens een van de manieren waarop wij ons loon onder de dag al ontvangen. Houden wij het ene gebod, dan geeft God ons genade om het volgende te houden. Doen wij de ene plicht, dan geeft God ons het voorrecht de volgende te doen. Zo worden wij goed betaald. Wij werken in het werk — wij zeggen niet: voor het werk, want wij zijn onnutte dienstknechten. En toch is er de penning per dag.

Mattheüs 20:3-4.Kruisverwijzingen1 Timotheüs 5:13Hebreeën 6:12Spreuken 19:15Ezechiël 16:49Handelingen 2:15Mattheüs 11:16Handelingen 17:17Mattheüs 20:6
— En uitgegaan zijnde omtrent de derde ure, zag hij anderen, ledig staande op de markt. En hij zeide tot dezelve: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zal ik u geven. En zij gingen.
“En uitgegaan zijnde omtrent de derde ure, zag hij anderen, ledig staande op de markt. En hij zeide tot dezelve: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zal ik u geven. En zij gingen.”

Hij haatte de ledigheid en het deed hem pijn dat hij anderen werkeloos op de markt zag staan. Daarom huurde hij omtrent de derde ure nog meer arbeiders. Zij zouden maar driekwart dag maken, maar het was goed voor hen dat zij ophielden met rondhangen op de straathoek.

Dit zijn de mensen wier kindsheid voorbij is maar die nog niet oud zijn. Zij hebben het voorrecht dat een goed deel van hun levensdag nog voor gewijde dienst beschikbaar is. Het was slecht voor hen daar te staan. Ledige mensen leren niets goeds in ledig gezelschap; bij elkaar ontsteken zij een vuur dat brandt als de vlammen van de hel.

Tegen hen zei de goede heer des huizes: “Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zal ik u geven.” Hij wees naar hen die al in het veld waren, en het woordje “ook” deed hier het werk. En hij beloofde hun geen vast bedrag, zoals hij de eersten gedaan had, maar wat recht was.

Zij gingen aan hun werk, want zij wilden geen leeglopers blijven. En als rechtgeaarde mannen konden zij geen twist maken over de afspraak van de heer des huizes om hun te geven wat recht was. Och, dat de mensen om ons heen die in hun opkomende manbaarheid zijn meteen hun gereedschap opnamen om de grote Heere te gaan dienen!

Let erop dat de eerste arbeiders een afspraak met de heer des huizes maakten. Hij werd het met hen eens voor een penning per dag en zond hen toen zijn wijngaard in. Zo scheen onze Heere tegen Petrus te zeggen: gaat u een overeenkomst sluiten over uw dienst, dan zal het u niet lonen. U zegt immers: wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden?

Die gezindheid deugt niet; Christus laat Zich niet door huurlingen dienen. Zodra de gedachte binnenkomt dat wij iets aan Zijn hand verdiend hebben, bederven wij heel onze dienst. En wie de eersten zouden kunnen zijn worden de laatsten zodra zij dat denkbeeld in het hoofd krijgen. Deze gelijkenis laat zien dat het zo is.

Mattheüs 20:5.KruisverwijzingenJohannes 11:9Johannes 1:39Lukas 23:44Genesis 12:1Hebreeën 11:24Handelingen 10:9Handelingen 3:1Jozua 24:2
— Wederom uitgegaan zijnde omtrent de zesde en negende ure, deed hij desgelijks.
“Wederom uitgegaan zijnde omtrent de zesde en negende ure, deed hij desgelijks.”

Was het enkel en alleen een zakelijke overeenkomst geweest, dan zou de heer des huizes gewacht hebben tot er een nieuwe dag begon. Hij zou nooit een vol dagloon geven voor een deel van een dag werk. De hele zaak was alleen uit genade.

Daarom riep hij, toen de halve dag voorbij was, omtrent de zesde ure nog arbeiders. Mannen van veertig en vijftig worden geroepen de wijngaard in te gaan. Ja, en omtrent de negende ure werden er nog mensen aangenomen: op hun zestigste roept de HEERE er velen door Zijn genade!

Het is verkeerd te beweren dat mensen na hun veertigste niet meer zalig worden. Wij weten wel beter en zouden voorbeelden kunnen noemen. God roept in de grootheid van Zijn liefde mensen in Zijn dienst bij wie de overvloed van bruikbare kracht al geweken is. Hij neemt de tanende uren van hun dag aan.

Hij heeft werk voor de zwakken zowel als voor de sterken. En Hij laat niemand voor Zich arbeiden zonder het loon van de genade, ook al hebben zij hun beste dagen in de zonde doorgebracht. Dit is geen aanmoediging om uit te stellen, maar het moet oude zondaars ertoe brengen de HEERE meteen te zoeken. Veel meer uit barmhartigheid dan om enig voordeel dat hij van hen krijgen kon riep hij hen binnen.

Mattheüs 20:6-7.KruisverwijzingenJohannes 9:4Lukas 23:40Handelingen 17:21Spreuken 19:15Hebreeën 6:12Ezechiël 16:49Prediker 9:10Romeinen 10:14
— En uitgegaan zijnde omtrent de elfde ure, vond hij anderen ledig staande, en zeide tot hen: Wat staat gij hier den gehele dag ledig? Zij zeiden tot hem: Omdat ons niemand gehuurd heeft. Hij zeide tot hen: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zult gij ontvangen.
“En uitgegaan zijnde omtrent de elfde ure, vond hij anderen ledig staande, en zeide tot hen: Wat staat gij hier den gehele dag ledig? Zij zeiden tot hem: Omdat ons niemand gehuurd heeft. Hij zeide tot hen: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zult gij ontvangen.”

De dag was bijna voorbij; er restte nog maar één uur. En toch ging hij omtrent de elfde ure nog uit. De milde heer des huizes was bereid nog meer werklieden aan te nemen en hun loon te geven, hoewel de zon onderging.

Hij vond een groepje dat bij de hoek van de leeglopers stond te dralen, werkeloos. Hij wilde de hele stad van luiaards schoonvegen, en dus zei hij tot hen: “Wat staat gij hier den gehele dag ledig?”

Zijn vraag laat zich lezen door elk woord om beurten nadruk te geven, en dan geeft zij een volheid van betekenis. Waárom bent u werkeloos? Wat hebt u eraan? Wat staat u híer werkeloos, waar iedereen bezig is? Wat staat u de gehele dág werkeloos — is een korter tijd niet genoeg? En wat staat u daar werkéloos? U hebt te werken, u kunt het, en u moest er meteen mee beginnen.

Waarom blijft iemand van ons tegenover God werkeloos? Heeft nog niets ons in gewijde dienst kunnen brengen? Durven wij te zeggen dat niemand ons gehuurd heeft? Bijna zeventig jaar oud en nog onbekeerd! Laten wij ons haasten. Het is tijd dat wij zonder uitstel gaan wieden en snoeien en iets voor onze Heere in Zijn wijngaard doen.

Wat anders dan rijke genade kon hem ertoe brengen de dralers van elf uur nog aan te nemen? Toch nodigt hij hen even ernstig als hen die in de morgen kwamen, en even zeker zal hij hun hun loon geven.

Mattheüs 20:8-9.KruisverwijzingenLeviticus 19:13Deuteronomium 24:15Mattheüs 20:21 Korinthe 4:1Mattheüs 25:19Genesis 39:4Mattheüs 25:31Lukas 10:7
— Als het nu avond geworden was, zeide de heer des wijngaards, tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders, en geef hun het loon, beginnende van de laatsten tot de eersten. En als zij kwamen, die ter elfder ure gehuurd waren, ontvingen zij ieder een penning.
“Als het nu avond geworden was, zeide de heer des wijngaards, tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders, en geef hun het loon, beginnende van de laatsten tot de eersten. En als zij kwamen, die ter elfder ure gehuurd waren, ontvingen zij ieder een penning.”

Zo was de grote heer des huizes blij toen hij de markt van leeglopers leeggemaakt had. Van de vroege morgen tot zonsondergang had hij er zovelen binnengebracht die aan het werk konden zijn — en er gelukkig aan het werk waren.

Ik vraag mij af of hier iemand is die nog vroeg in de morgen van het leven staat en nog niet in de wijngaard gekomen is. Zo ja, dan roept de Meester u. Bent u in het midden van uw leven? Hebt u de zesde ure bereikt en bent u nog niet in Zijn dienst getreden? Dan roept de Meester u opnieuw. En bent u aan de elfde ure toe, afgeleefd, op uw staf leunend, voorovergebogen naar uw graf? Dan roept Hij u ook nu nog en gebiedt Hij u zelfs op dit late uur de wijngaard in te komen.

Want zielen die tot Christus komen, hoe laat het ook is, krijgen dezelfde blijdschap en dezelfde weergaloze en volmaakte vrede. Ja, zij krijgen dezelfde zaligheid als zij die kwamen toen zij nog jong waren. Het is waar dat zij veel dagen en veel uren van blijde dienst verloren hebben. Zij hebben de zon laten dalen en veel tijd verspild. Maar de Meester geeft hun toch hetzelfde leven vanbinnen, dezelfde aanneming tot kinderen in het gezin van God, dezelfde zegen.

Mattheüs 20:10-12.KruisverwijzingenJakobus 1:11Lukas 12:55Handelingen 11:2Handelingen 13:45Handelingen 22:21Lukas 15:2Judas 1:16Lukas 19:7
— En de eersten komende, meenden, dat zij meer ontvangen zouden; en zij zelven ontvingen ook elk een penning. En dien ontvangen hebbende, murmureerden zij tegen den heer des huizes, Zeggende: Deze laatsten hebben maar een uur gearbeid, en gij hebt ze ons gelijk gemaakt, die den last des daags en de hitte gedragen hebben.
“En de eersten komende, meenden, dat zij meer ontvangen zouden; en zij zelven ontvingen ook elk een penning. En dien ontvangen hebbende, murmureerden zij tegen den heer des huizes, Zeggende: Deze laatsten hebben maar een uur gearbeid, en gij hebt ze ons gelijk gemaakt, die den last des daags en de hitte gedragen hebben.”

Ziet u wel? Zij brachten hun aanspraak in op grond van verdienste, en dus kregen zij waarover zij afgedongen hadden, maar niet meer. Zij waren het eerst aangenomen, maar omdat zij de huurlingengeest hadden werden zij de laatsten.

Er zijn er onder ons die nu al in de wijngaard van Christus zijn sinds zij jongens waren. Maar wij moeten niet denken dat wij meer zullen of kunnen ontvangen dan zij die er pas binnengekomen zijn.

Ik heb mensen horen zeggen: kijk toch, deze mensen zijn pas bekeerd en zij zingen en juichen. En sommige ouderen die de HEERE al jaren volgen lijken niet half zoveel blijdschap te hebben. Nee, dat is waar. Het is het oude verhaal van de oudste zoon en de verloren zoon, opnieuw.

Maar laten wij dat niet eeuwig herhalen. Laten wij niet van de lijn van de vrije, rijke en soevereine genade afraken en gaan denken dat er in ons enige waardigheid, enige verdienste is. Och, broeders, ik wil graag genoeg aan de voeten zitten van het geringste kind van God, als ik maar in het gezin geduld word. Ik wil graag genoeg dezelfde zaligheid hebben die de stervende moordenaar ontving, al zag hij pas op het laatste ogenblik op Christus.

Mattheüs 20:13-16.KruisverwijzingenMattheüs 19:30Mattheüs 26:50Mattheüs 22:12Deuteronomium 15:9Mattheüs 6:23Markus 7:22Markus 10:31Lukas 14:24
— Doch hij, antwoordende, zeide tot een van hen: Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden voor een penning? Neem het uwe en ga heen. Ik wil deze laatsten ook geven, gelijk als u. Of is het mij niet geoorloofd, te doen met het mijne, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben? Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
“Doch hij, antwoordende, zeide tot een van hen: Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden voor een penning? Neem het uwe en ga heen. Ik wil deze laatsten ook geven, gelijk als u. Of is het mij niet geoorloofd, te doen met het mijne, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben? Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.”

God wil dat wij weten dat Hij, wanneer Hij met ons als Zijn knechten handelt, ons niets verplicht is. Verkiest Hij een loon te geven, dan is dat loon niet uit schuld maar uit Zijn soevereine genade.

Wij zijn gebonden Hem te dienen alleen al omdat Hij onze Schepper is, geheel los van enig loon. Wij moeten er dus niet over spreken met Hem op voet van beloning om te gaan. Dat is een te hoge toon voor ons, arme wormen, in de tegenwoordigheid van de almachtige God. Spreken wij toch zo, dan zal Hij ons spoedig op onze plaats zetten.

Het grote beginsel van de verkiezing in Gods soevereiniteit komt niet op één plaats naar boven maar op vele. God wil dat wij weten dat Híj Meester is. In het rijk van de genade ontfermt Hij Zich over wie Hij Zich ontfermen wil, en bij het uitdelen van die genade geeft Hij naar Zijn eigen welbehagen. Zodra wij beginnen te morren of aanspraken op te stellen, antwoordt Hij ons meteen: is het mij niet geoorloofd te doen met het mijne wat ik wil?

Toch dringt die onevangelische geest zich telkens op, die inbeelding dat wij een soort aanspraak of recht hebben. Die moet streng onderdrukt worden. Het is uit genade — uit genade alleen; genade om mee te beginnen, genade om mee door te gaan, genade om mee te eindigen. Menselijke verdienste mag er nergens ook maar een vinger tussen krijgen. Waar is dan de roem, zegt de apostel? Hij is uitgesloten. De deur is voor zijn neus dichtgedaan.

Dienen u en ik God een lang leven lang, dan zullen wij in dat leven zeker veel gelukkiger zijn. Gelukkiger dan zij kunnen zijn die pas op het laatst tot Christus komen. Maar wat de evangeliezegen betreft die Christus geeft, is het dezelfde zaligheid die de pasgeboren christen geniet als die welke de meest gevorderde gelovige nu smaakt. Ieder krijgt de penning, en die draagt het beeld van de Koning zelf.

Mattheüs 20:17-19.KruisverwijzingenMattheüs 16:21Markus 10:32Mattheüs 27:1Markus 15:16Mattheüs 26:66Handelingen 2:23Mattheüs 27:27Mattheüs 13:11
— En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op de weg, en zeide tot hen: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen; En zij zullen Hem den heidenen overleveren, om Hem te bespotten en te geselen, en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.
“En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op de weg, en zeide tot hen: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen; En zij zullen Hem den heidenen overleveren, om Hem te bespotten en te geselen, en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.”

Onze Heere besloot vastberaden naar Jeruzalem te gaan, ongeveer twee weken voor het Pascha, met het doel Gods Paaslam te worden. Jezus verliet Jeruzalem dikwijls wanneer Zijn leven gevaar liep, omdat Zijn ure nog niet gekomen was. Daarin gaf Hij ons het voorbeeld om ons niet moedwillig in gevaar te begeven en het ook niet met roekeloosheid te trotseren.

Maar nu Hij wist dat het uur van Zijn offer nabij was, aarzelde Hij niet en zocht Hij er niet aan te ontkomen. Vastbesloten ging Hij Zijn lijden en Zijn dood tegemoet.

Toen Hij op de weg naar Jeruzalem was, liep Hij vóór de kleine schare van Zijn discipelen uit. Zijn tred was zo krachtig en onverschrokken, en Zijn heldenmoed zo kalm en vastberaden, dat Zijn volgelingen met verbazing vervuld werden. Markus schrijft het zo: “En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd.”

Zij wisten uit Zijn eigen mond dat Hij het lijden en de dood tegemoet ging. En zij waren er uit hun eigen waarneming van overtuigd dat Hij op het punt stond de felste tegenstand te ontmoeten. Daarom stonden zij verbaasd over Zijn onversaagde moed en vroegen zij zich af wat Hem zo vastbesloten maakte.

Wij lezen ook dat zij bevreesd waren: enigszins voor zichzelf, maar bovenal voor Hém. Zou Zijn onverschrokkenheid niet uitlopen op een botsing met de overheid, en zouden er dan geen vreselijke dingen kunnen gebeuren, met Hem en met hen? Het was niet louter vreesachtigheid maar ontzag dat hen overviel, want Zijn houding was zo majesteitelijk en verheven.

Hij beschreef de verschrikkelijke dingen die Hem wachtten en die tot Zijn dood zouden leiden, toen Hij het Paaslam werd. En daarna zei Hij er ook bij dat Hij uit de doden zou opstaan. Dat mogen wij nooit vergeten, want Híj vergat het nooit. Hij is ten derden dage uit de doden opgestaan.

Mattheüs 20:20-21.KruisverwijzingenMattheüs 19:28Mattheüs 4:21Mattheüs 8:2Mattheüs 27:56Mattheüs 18:1Psalmen 110:1Esther 5:3Markus 10:36
— Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem met haar zonen, Hem aanbiddende, en begerende wat van Hem. En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechter- en de ander tot Uw linker hand in Uw Koninkrijk.
“Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem met haar zonen, Hem aanbiddende, en begerende wat van Hem. En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechter- en de ander tot Uw linker hand in Uw Koninkrijk.”

Dan komt daar, op het meest ongelegen ogenblik van de wereld, de moeder van de zonen van Zebedeüs met een eerzuchtig verzoek voor haar jongens. En dat terwijl Jezus sprak over bespot, gekruisigd en gedood worden.

Hij denkt aan een kruis en zij dromen van een kroon. Hij spreekt over bespot en ter dood gebracht worden, en zij hebben gedachten over koningschap en willen de eerste plaats in het komende koninkrijk.

Och, wat lijkt dat op onszelf. Onze Meester denkt erover hoe Hij Zich nog verder kan neerbuigen, en wij denken erover hoe de mensen ons behoren te achten en beter behoren te behandelen dan zij doen. Och, die zelfzucht die in ons is. Moge het voorbeeld van onze Meester haar helpen tegenhouden.

Mattheüs 20:22-24.KruisverwijzingenOpenbaring 1:9Handelingen 12:2Lukas 22:42Johannes 18:11Mattheüs 26:42Mattheüs 25:34Mattheüs 26:39Markus 14:36
— Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. En Hij zeide tot hen: Mijn drinkbeker zult gij wel drinken, en met den doop, waarmede Ik gedoopt worde, zult gij gedoopt worden; maar het zitten tot Mijn rechter- en tot Mijn linker hand staat bij Mij niet te geven, maar het zal gegeven worden dien het bereid is van Mijn Vader. En als de andere tien dat hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders.
“Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. En Hij zeide tot hen: Mijn drinkbeker zult gij wel drinken, en met den doop, waarmede Ik gedoopt worde, zult gij gedoopt worden; maar het zitten tot Mijn rechter- en tot Mijn linker hand staat bij Mij niet te geven, maar het zal gegeven worden dien het bereid is van Mijn Vader. En als de andere tien dat hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders.”

Daarmee lieten de tien zien dat zij precies zo waren als die twee. Want zij zeiden: kijk die twee nu, die Jakobus en Johannes, zij willen boven ons voorgetrokken worden; dat laten wij niet gebeuren. Bij ieder van hen leefde dezelfde gezindheid: eerzucht naar de eerste plaats in de eer.

Ach, vrienden, het gebeurt dikwijls dat wij anderen juist zo hevig veroordelen omdat wij in dezelfde zonde vallen. Ik twijfel er niet aan dat sommigen de paus haten omdat zij het wezen van het pausdom in zichzelf hebben.

Twee van hetzelfde vak worden het nooit eens. De ene mens is heel boos op de ander omdat die zo boos is; de een is heel verontwaardigd dat de ander zo hoogmoedig is. Híj is niet hoogmoedig… Hij is er trots op te zeggen dat hij nederig is, en juist daarmee bewijst hij hoe hoogmoedig hij is. Och, dat die balken uit onze eigen ogen weggenomen werden. Dan zouden wij de splinters in de ogen van onze broeders waarschijnlijk niet meer zien.

Mattheüs 20:29-30.KruisverwijzingenMarkus 10:46Lukas 18:35Mattheüs 22:42Mattheüs 21:9Mattheüs 9:27Jesaja 42:16Mattheüs 12:22Psalmen 146:8
— En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd. En ziet, twee blinden, zittende aan den weg, als zij hoorden, dat Jezus voorbijging, riepen, zeggende: Heere, Gij Zone Davids! ontferm U onzer.
“En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd. En ziet, twee blinden, zittende aan den weg, als zij hoorden, dat Jezus voorbijging, riepen, zeggende: Heere, Gij Zone Davids! ontferm U onzer.”

Op Jericho had een vloek gerust, maar de tegenwoordigheid van Jezus bracht er een zegen. Wij vermoeden dat Hij door Jericho moest gaan, zoals Hij eerder door Samaria moest gaan. Onze Heere vertrok van Jericho en een grote schare volgde Hem, want Zijn faam had zich wijd en zijd verbreid.

Er wordt niets opmerkelijks over Zijn doen vermeld totdat er twee bedelaars ten tonele komen. De barmhartigheid heeft ellende nodig om aanleiding te vinden te werken. Ziet, twee blinden zaten aan de weg. Zij konden Jezus niet zien, maar óns wordt gevraagd hén te zien.

Zij hadden een hoopvolle plaats ingenomen, aan de weg, want daar zouden zij goed nieuws horen en daar zouden zij door de meelijdenden gezien worden. Zij hadden oren, ook al hadden zij geen ogen, en zij gebruikten hun gehoor goed. Op hun vraag hoorden zij dat Jezus voorbijging. En omdat zij geloofden dat Hij hun het gezicht kon teruggeven, werden zij ernstig in het gebed: zij riepen.

Hun pleitgrond was medelijden: “ontferm U onzer”. Hun beroep gold het koninklijke hart van Jezus: “Heere, Gij Zone Davids!” De preek van onze Heere werd door het herhaalde geroep van deze twee blinde bedelaars van Jericho onderbroken. Maar dat mishaagde Hem nooit — en ware predikers van het evangelie zouden ook niet van hun stuk raken als sommigen van hun hoorders met eenzelfde vurigheid om zaligheid riepen.

Mattheüs 20:31.KruisverwijzingenMattheüs 19:13Lukas 18:39Lukas 18:1Kolossenzen 4:2Mattheüs 7:7Lukas 11:8Mattheüs 15:23Genesis 32:25
— En de schare bestrafte hen, opdat zij zwijgen zouden; maar zij riepen te meer, zeggende: Ontferm U onzer, Heere, Gij Zone Davids!
“En de schare bestrafte hen, opdat zij zwijgen zouden; maar zij riepen te meer, zeggende: Ontferm U onzer, Heere, Gij Zone Davids!”

De schare wilde Jezus horen, maar kon dat niet vanwege het geroep van de blinden. Daarom bestraften zij hen. Verweten zij hun onbeleefdheid, of lawaai, of een schrille toon, of zelfzucht omdat zij Jezus voor zich alleen wilden hebben? Wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok.

De mensen wilden dat zij zwegen, en zij vonden argumenten genoeg waarom dat moest. Dat ging heel goed voor wie hun vermogens nog bezaten. Maar mensen die hun gezicht verloren hebben zijn niet tot zwijgen te brengen wanneer er een gelegenheid is het terug te krijgen. En omdat die gelegenheid snel aan deze arme mannen voorbijging, werden zij heftig in hun ernst.

Door de dreigementen van de schare niet weerhouden, riepen zij des te meer. Sommige mensen worden door elke poging om hen terug te trekken juist vooruitgedreven. Zoeken wij de HEERE, dan doen wij er goed aan van elke hindernis een prikkel te maken. Wij kunnen bestraffing en afwijzing best verdragen wanneer het ons erom gaat barmhartigheid van Jezus te verkrijgen.

Onveranderd bleef de roep van de blinde bedelaars: “Ontferm U onzer, Heere, Gij Zone Davids!” Zij hadden geen tijd om naar afwisseling van woorden te zoeken. Zij hadden gevraagd wat zij nodig hadden, in woorden die uit hun hart opsprongen, en zij herhaalden hun bede en hun pleitgrond — en dat was geen ijdel verhaal van woorden.

Mattheüs 20:32.KruisverwijzingenEzechiël 36:37Filippenzen 4:6Mattheüs 20:21Handelingen 10:29
— En Jezus, stil staande, riep hen en zeide: Wat wilt gij, dat Ik u doe?
“En Jezus, stil staande, riep hen en zeide: Wat wilt gij, dat Ik u doe?”

Jezus bleef staan. Op de stem van het gebed hield de Zon der gerechtigheid stil op Zijn weg. Gelovig roepen kan de Zoon van God bij de voeten grijpen.

Hij riep hen, en dat omdat zij Hém geroepen hadden. Wat een troost gaf die roep hun! Er staat niet dat zij tot Hem kwamen; dat hoeft ons ook niet verteld te worden. Zij lagen aan Zijn voeten zodra de woorden gesproken waren. Hoe treurig blind zijn zij die, duizendmaal door de stem van de barmhartigheid geroepen, toch weigeren te komen!

Onze Heere verlichtte het verstand zowel als de ogen, en daarom wilde Hij dat de blinden hun nood met inzicht zouden voelen en uitspreken. Hij stelt hun de persoonlijke vraag: “Wat wilt gij, dat Ik u doe?” Het is geen moeilijke vraag, en toch zou menigeen die onze samenkomsten bezoekt haar moeilijk kunnen beantwoorden. U zegt dat u zalig wilt worden: wat bedoelt u met die woorden?

Mattheüs 20:33.KruisverwijzingenEfeze 1:17Psalmen 119:18
— Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden.
“Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden.”

Juist zo. Zij hadden geen tijd nodig om zich te bedenken. Och, dat onze mensen even snel waren met de bede: Heere, dat onze ogen geopend worden! Zij gingen recht op de zaak af. Er is in hun uitleggende gebed geen woord te veel. Er was geen boek nodig en geen vast formulier; het verlangen kleedde zich in eenvoudige, natuurlijke en ernstige taal.

Mattheüs 20:34.Kruisverwijzingen1 Petrus 3:8Mattheüs 14:14Handelingen 26:18Mattheüs 15:32Psalmen 119:71Psalmen 145:8Hebreeën 4:15Mattheüs 9:29
— En Jezus, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheid, raakte hun ogen aan; en terstond werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.
“En Jezus, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheid, raakte hun ogen aan; en terstond werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.”

Omdat zij hun begeerte zo uitspraken en zo’n grote nood hadden, werd Jezus met innerlijke ontferming over hen bewogen. Hij had medelijden met hun eenzaamheid in het donker en met hun gemis aan vreugde. Hij had medelijden met hun onvermogen een ambacht uit te oefenen, en met de armoede die daarvan het gevolg was.

Hij raakte hun ogen aan. Wat waren dat voor handen, die zo’n nederige omgang met menselijk vlees aangingen en zulke daden van kracht deden! Meteen werden hun ogen ziende. Slechts een aanraking, en het licht kwam binnen. Tijd is voor de genezingen van Jezus niet nodig.

Het bewijs van hun gezicht kwam er meteen, want zij volgden Hem. Wij gebruiken ons geestelijk gezicht het best wanneer wij op Jezus zien en dicht op Zijn hielen blijven. Och, dat de lezer, als hij geestelijk blind is, om de aanraking van Jezus vraagt en die meteen ontvangt, want dan zal hij op hetzelfde ogenblik ziende worden.

Een innerlijk licht zal in een oogwenk over de ziel opgaan, en de geestelijke wereld zal voor het verlichte verstand zichtbaar worden. De Zone Davids leeft nog, en Hij opent nog steeds de ogen van blinden. Hij hoort nog het ootmoedige gebed van wie hun blindheid en hun armoede kennen. Vreest de lezer dat ook hij geestelijk blind is, laat hij dan op ditzelfde ogenblik tot de HEERE roepen. Dan zal hij zien wat hij zien zal, en dan zal hij voor eeuwig de hand zegenen die de ogen van zijn ziel het gezicht gaf.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Denk zoveel u wilt aan Golgotha — en dat behoort u ook te doen — en laat uw tranen stromen als rivieren. Maar ten slotte moet u die tranen afdrogen, want Christus is niet in het graf.

Verdiepende artikelen

Groten dienen de kleinen

Voor Iedere Dag

En wie onder u de eerste wil zijn, die moet uw slaaf zijn. (Mattheüs 20:27) Lees verder Ezechiël 34:1—24. Er zijn veel jonge Christenen die jaren geleden hebben door…

Bijzondere verzoening

Preken

Een preek gehouden op zondagmorgen 28 februari 1858, door C. H. Spurgeon in de Music Hall, Royal Surrey Gardens. De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend…

Een Plaatsvervanger voor velen

Met Spurgeon Het Jaar Door

Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Mattheüs 20:28…

In onze plaats

Met Spurgeon Het Jaar Door

Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Mattheüs 20:28…

Hij gaf Zichzelf voor velen

Met Spurgeon Het Jaar Door

Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Mattheüs 20:28…

De Zoon des mensen is gekomen om te dienen

Met Spurgeon Het Jaar Door

Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Mattheüs 20:28…

Een rantsoen voor velen

Met Spurgeon Het Jaar Door

Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Mattheüs 20:28…

De Zoon des mensen

Met Spurgeon Het Jaar Door

Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Mattheüs 20:28…

U zult uw loon ontvangen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Roep de arbeiders en geef hun het loon. Mattheus 20:8 God is een goede Betaalmeester; Hij beloont Zijn knechten zowel terwijl zij…

Vroeg en laat in de wijngaard

Preken

Want het koninkrijk der hemelen is gelijk een heer des huizes, die met de morgenstond uitging om arbeiders te huren in zijn wijngaard . . . En uitgegaan…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content