Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 18

1 Te dierzelfder ure kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Te dierzelfderG1565 ureG5610 kwamen de discipelenG3101 tot JezusG2424, zeggendeG3004: WieG5101 isG1510 toch de meesteG3187 inG1722 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772? Te dierzelfder ure kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen?

KJV At1 the same2 time4 came5 the disciples7 unto Jesus,9 saying,10 Who11 is the greatest in15 the kingdom17 of heaven?

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 3 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 5 προσηλθον G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 αρα G687 of soms therefore 13 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Jezus een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 JezusG2424 een kindekenG3813 tot Zich geroepenG4341 hebbende, steldeG2476 dat inG1722 het middenG3319 van henG846; En Jezus een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen;

KJV And1 Jesus4 called2 a little child5 unto him, and set6 him7 in8 the midst9 of them,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 παιδιον G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 6 εστησεν G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 7 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 10 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zeideG2036: VoorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: IndienG1437 gij u nietG3361 verandertG4762, enG2532 wordtG1096 gelijkG5613 de kinderkensG3813, zo zult gij inG1519 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 geenszinsG3364 ingaanG1525. En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.

KJV And1 said, Verily3 I say2 unto you, Except ye be converted,8 and9 become10 as11 little children,13 ye shall16 not enter into17 the kingdom19 of heaven.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 4 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 στραφητε G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 γενησθε G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 παιδια G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 14 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 εισελθητε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zo wie dan zichzelven zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zo wie dan zichzelvenG1438 zal vernederenG5013, gelijkG5613 ditG3778 kindekenG3813, dezeG3778 isG1510 de meesteG3187 inG1722 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772. Zo wie dan zichzelven zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen.

KJV Whosoever1 therefore2 shall humble3 himself4 as5 this little child,7 the same8 is greatest in13 the kingdom15 of heaven.

1 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ταπεινωση G5013 vernederd, Vernedert, vernederen abase, bring low, humble (self) 4 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 5 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παιδιον G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 8 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 16 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En zo wie zodanig een kindeken ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 zoG1437 wie zodanigG5108 eenG1520 kindekenG3813 ontvangtG1209 in Mijn NaamG3686, die ontvangtG1209 MijG1473. En zo wie zodanig een kindeken ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij.

KJV And1 whoso2 shall receive4 one7 such6 little child5 in8 my name10 receiveth13 me.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 4 δεξηται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 5 παιδιον G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 6 τοιουτον G5108 zodanige, zodanigen, zodanig like, such (an one) 7 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 εμε G1473 mij, ik I, me 13 δεχεται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem nutter, dat een molensteen aan zijn hals gehangen, en dat hij verzonken ware in de diepte der zee.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 zo wieG3739 een van dezeG3778 kleinenG3398, die in MijG1473 gelovenG4100, ergertG4624, het wareG4851 hemG846 nutterG4851, dat een molensteenG3458 aan zijn halsG5137 gehangenG2910, en dat hijG846 verzonkenG2670 ware in de diepteG3989 der zeeG2281. Maar zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem nutter, dat een molensteen aan zijn hals gehangen, en dat hij verzonken ware in de diepte der zee.

KJV But2 whoso1 shall offend4 one5 of these little ones7 which6 believe10 in11 me, it were better13 for him14 that15 a millstone17 were hanged16 about19 his22 neck,21 and23 that he were drowned24 in25 the depth27 of the sea.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 σκανδαλιση G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 5 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μικρων G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 8 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πιστευοντων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 εμε G1473 mij, ik I, me 13 συμφερει G4851 nut, oorbaar, voordeel be better for, bring together, be expedient (for), be good, (be) profit(-able for) 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 16 κρεμασθη G2910 gehangen, hangende, hangt hang 17 μυλος G3458 molensteen, molens millstone 18 ονικος G3684 millstone 19 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 τραχηλον G5137 hals neck 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 καταποντισθη G2670 neder zinken, verzonken drown, sink 25 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 26 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 πελαγει G3989 diepte, zee depth, sea 28 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 θαλασσης G2281 zee sea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Wee der wereld van de ergernissen, want het is noodzakelijk, dat de ergernissen komen; doch wee dien mens, door welken de ergernis komt!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 WeeG3759 der wereldG2889 vanG575 de ergernissenG4625, wantG1063 het isG1510 noodzakelijkG318, dat de ergernissenG4625 komenG2064; doch weeG3759 dien mensG444, doorG1223 welkenG3739 de ergernisG4625 komtG2064! Wee der wereld van de ergernissen, want het is noodzakelijk, dat de ergernissen komen; doch wee dien mens, door welken de ergernis komt!

KJV Woe1 unto the world3 because of4 offences!6 for8 it must needs7 be that offences12 come;10 but13 woe14 to that man16 by17 whom18 the offence21 cometh!

1 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 2 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 κοσμω G2889 wereld, versiersel adorning, world 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σκανδαλων G4625 ergernis, ergernissen, aanstoot occasion to fall (of stumbling), offence, thing that offends, stumblingblock 7 αναγκη G318 nood, noodzaak, nodig distress, must needs, (of) necessity(-sary), needeth, needful 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 σκανδαλα G4625 ergernis, ergernissen, aanstoot occasion to fall (of stumbling), offence, thing that offends, stumblingblock 13 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 14 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 17 εκεινω G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 18 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 19 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 20 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 σκανδαλον G4625 ergernis, ergernissen, aanstoot occasion to fall (of stumbling), offence, thing that offends, stumblingblock 22 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Indien dan uw hand of uw voet u ergert, houwt ze af en werpt ze van u. Het is u beter, tot het leven in te gaan, kreupel of verminkt zijnde, dan twee handen of twee voeten hebbende, in het eeuwige vuur geworpen te worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 IndienG1487 dan uw handG5495 of uw voetG4228 uG4771 ergertG4624, houwtG1581 ze af en werptG906 ze vanG575 u. Het isG1510 u beterG2570, tot het levenG2222 in te gaan, kreupelG5560 of verminktG2948 zijnde, dan tweeG1417 handenG5495 of tweeG1417 voetenG4228 hebbendeG2192, inG1519 het eeuwigeG166 vuurG4442 geworpenG906 te worden. Indien dan uw hand of uw voet u ergert, houwt ze af en werpt ze van u. Het is u beter, tot het leven in te gaan, kreupel of verminkt zijnde, dan twee handen of twee voeten hebbende, in het eeuwige vuur geworpen te worden.

KJV Wherefore2 if1 thy hand4 or6 thy foot8 offend thee,10 cut12 them13 off, and14 cast15 them from16 thee: it is better18 for thee to enter into21 life24 halt25 or26 maimed,27 rather than28 having34 two29 hands30 or31 two32 feet33 to be cast35 into22 everlasting40 fire.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 χειρ G5495 handen, hand hand 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πους G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 σκανδαλιζει G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 11 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 12 εκκοψον G1581 uitgehouwen, afgehouwen, houwt cut down (off, out), hew down, hinder 13 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 βαλε G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 16 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 17 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 18 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 19 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 22 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 23 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 25 χωλον G5560 kreupelen, kreupel, kreupele cripple, halt, lame 26 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 27 κυλλον G2948 lammen, verminkt maimed 28 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 29 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 30 χειρας G5495 handen, hand hand 31 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 32 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 33 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 34 εχοντα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 35 βληθηναι G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 36 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 37 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 38 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 39 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 40 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u. Het is u beter, maar een oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En indienG1487 uw oog uG4771 ergertG4624, trektG1807 het uit, enG2532 werptG906 het vanG575 u. Het isG1510 u beterG2570, maar een oog hebbende, totG1519 het levenG2222 in te gaan, danG2228 tweeG1417 ogenG3788 hebbendeG2192, inG1519 het helseG1067 vuurG4442 geworpenG906 te worden. En indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u. Het is u beter, maar een oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden.

Ook in dit vers oogG3442 oogG3788

KJV And1 if2 thine eye4 offend6 thee, pluck8 it9 out, and10 cast11 it from12 thee: it is better14 for thee to enter21 into18 life20 with one eye,17 rather than22 having25 two23 eyes24 to be cast26 into27 hell29 fire.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οφθαλμος G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 σκανδαλιζει G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 7 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 8 εξελε G1807 trekt, Verlossende, ontnomen deliver, pluck out, rescue 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 βαλε G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 12 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 13 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 14 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 15 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 μονοφθαλμον G3442 oog with one eye 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 21 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 22 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 23 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 24 οφθαλμους G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 25 εχοντα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 26 βληθηναι G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 27 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 28 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 γεενναν G1067 hel, helse, helle hell 30 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 πυρος G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg ulieden, dat hun engelen, in de hemelen, altijd zien het aangezicht Mijns Vaders, Die in de hemelen is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 ZietG3708 toe, dat gijG4771 nietG3361 eenG1520 van dezeG3778 kleinenG3398 verachtG2706. Want IkG1473 zegG3004 ulieden, dat hunG846 engelenG32, inG1722 de hemelenG3772, altijdG1223 zienG991 het aangezichtG4383 Mijns VadersG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is. Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg ulieden, dat hun engelen, in de hemelen, altijd zien het aangezicht Mijns Vaders, Die in de hemelen is.

KJV Take heed1 that ye despise3 not2 one4 of these little ones;6 for9 I say8 unto you, That11 in15 heaven16 their14 angels13 do always17 behold19 the face21 of my Father23 which5 is in26 heaven.

1 ορατε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 3 καταφρονησητε G2706 veracht, verachten, verachte despise 4 ενος G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μικρων G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 7 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αγγελοι G32 engel, engelen, engels angel, messenger 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 17 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 18 παντος G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 19 βλεπουσιν G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 20 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 προσωπον G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 24 μου G1473 mij, ik I, me 25 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken, dat verloren was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantG1063 de ZoonG5207 des mensenG444 is gekomenG2064 om zaligG4982 te maken, dat verlorenG622 was. Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken, dat verloren was.

KJV For2 the Son4 of man6 is come1 to save7 that which3 was lost.

1 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 σωσαι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 απολωλος G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Wat dunkt u, indien enig mens honderd schapen had, en een uit dezelve afgedwaald ware, zal hij niet de negen en negentig laten, en op de bergen heengaande, het afgedwaalde zoeken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 WatG5101 dunktG1380 uG4771, indienG1437 enigG5100 mensG444 honderdG1540 schapenG4263 had, enG2532 eenG1520 uitG1537 dezelve afgedwaaldG4105 ware, zal hij niet de negen en negentig latenG863, en opG1909 de bergenG3735 heengaandeG4198, het afgedwaaldeG4105 zoekenG2212? Wat dunkt u, indien enig mens honderd schapen had, en een uit dezelve afgedwaald ware, zal hij niet de negen en negentig laten, en op de bergen heengaande, het afgedwaalde zoeken?

Ook in dit vers negen negentigG1768

KJV How1 think3 ye? if4 a man7 have5 an hundred8 sheep,9 and10 one12 of13 them14 be gone astray,11 doth he16 not15 leave the ninety and nine,18 and goeth22 into19 the mountains,21 and seeketh23 that which17 is gone astray?

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 δοκει G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 4 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 5 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 τινι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 7 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 εκατον G1540 honderd, Honderd, honderd- hundred 9 προβατα G4263 schapen, schaap sheep(-fold) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 πλανηθη G4105 verleiden, Dwaalt, verleid go astray, deceive, err, seduce, wander, be out of the way 12 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 13 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 16 αφεις G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 17 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 εννενηκονταεννεα G1768 negen negentig ninety and nine 19 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ορη G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 22 πορευθεις G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 23 ζητει G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 24 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 πλανωμενον G4105 verleiden, Dwaalt, verleid go astray, deceive, err, seduce, wander, be out of the way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En indien het geschiedt, dat hij hetzelve vindt, voorwaar zeg Ik u, dat hij zich meer verblijdt over hetzelve, dan over de negen en negentig, die niet afgedwaald zijn geweest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 indienG1437 het geschiedtG1096, dat hij hetzelve vindtG2147, voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771, datG3754 hij zich meer verblijdtG5463 overG1909 hetzelveG846, danG2228 overG1909 de negen en negentig, die nietG3361 afgedwaaldG4105 zijn geweest. En indien het geschiedt, dat hij hetzelve vindt, voorwaar zeg Ik u, dat hij zich meer verblijdt over hetzelve, dan over de negen en negentig, die niet afgedwaald zijn geweest.

Ook in dit vers negen negentigG1768

KJV And1 if so2 be3 that he find4 it,5 verily6 I say7 unto you,9 he rejoiceth10 more13 of11 that12 sheep, than14 of15 the ninety and nine17 which16 went20 not19 astray.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 ευρειν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 5 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 7 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 χαιρει G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 11 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 14 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 15 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 εννενηκονταεννεα G1768 negen negentig ninety and nine 18 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 20 πεπλανημενοις G4105 verleiden, Dwaalt, verleid go astray, deceive, err, seduce, wander, be out of the way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Alzo is de wil niet uws Vaders, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren ga.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 AlzoG3779 isG1510 de wilG2307 nietG3756 uws VadersG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is, dat eenG1520 van dezeG3778 kleinenG3398 verlorenG622 ga. Alzo is de wil niet uws Vaders, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren ga.

KJV Even so1 it is not2 the will4 of5 your Father7 which6 is in10 heaven,11 that12 one14 of these little ones16 should perish.

1 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 5 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 8 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 12 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 13 αποληται G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 14 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 μικρων G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 17 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 MaarG1161 indien uw broederG80 tegen uG4771 gezondigdG264 heeft, ga heen en bestrafG1651 hemG846 tussen uG4771 en hemG846 alleen; indienG1437 hij uG4771 hoortG191, zo hebt gijG4771 uw broederG80 gewonnenG2770. Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen.

KJV Moreover2 if1 thy brother7 shall trespass3 against4 thee, go9 and10 tell11 him12 his fault between13 thee and15 him16 alone:17 if18 he shall hear20 thee, thou hast gained21 thy brother.

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αμαρτηση G264 gezondigd, zondigt, zondigen for your faults, offend, sin, trespass 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ελεγξον G1651 bestraft, bestraf, overtuigd convict, convince, tell a fault, rebuke, reprove 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 μεταξυ G3342 tussen; ondertussen between, mean while, next 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 μονου G3441 alleen, enig alone, only, by themselves 18 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 19 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 20 ακουση G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 21 εκερδησας G2770 winnen, gewonnen, won (get) gain, win 22 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 24 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u; opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord besta.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 MaarG1161 indien hij u nietG3361 hoortG191, zoG1437 neemG3880 nog eenG1520 ofG2228 tweeG1417 metG3326 u; opdatG2443 in de mondG4750 van tweeG1417 ofG2228 drieG5140 getuigenG3144 alleG3956 woordG4487 bestaG2476. Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u; opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord besta.

KJV But2 if he will4 not hear thee, then take5 with6 thee one9 or10 two11 more,8 that12 in13 the mouth14 of two15 or17 three18 witnesses16 every20 word21 may be established.

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 ακουση G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 5 παραλαβε G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with) 6 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 9 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 10 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 11 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 12 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 στοματος G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 15 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 16 μαρτυρων G3144 getuigen, getuige, Getuige martyr, record, witness 17 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 18 τριων G5140 drie, Drie three 19 σταθη G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 20 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 21 ρημα G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En indien hij denzelven geen gehoor geeftG3878; zoG1437 zegG2036 het der gemeenteG1577; en indienG1437 hij ookG2532 der gemeenteG1577 geen gehoor geeftG3878, zo zij hij uG4771 als de heidenG1482 en de tollenaarG5057. En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar.

KJV And2 if1 he shall neglect to hear3 them,4 tell it unto the church:7 but9 if8 he neglect to hear13 the church,12 let him be unto thee as16 an heathen man18 and10 a publican.

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παρακουση G3878 gehoor geeft neglect to hear 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ειπε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εκκλησια G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εκκλησιας G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church 13 παρακουση G3878 gehoor geeft neglect to hear 14 εστω G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 16 ωσπερ G5618 gelijkerwijs, geschiedt (even, like) as 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 εθνικος G1482 heiden, heidenen heathen (man) 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 τελωνης G5057 tollenaars, tollenaren, tollenaar publican

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 VoorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: Al wat gij op de aardeG1093 bindenG1210 zult, zal inG1722 de hemelG3772 gebondenG1210 wezenG1510; enG2532 al wat gij op de aardeG1093 ontbindenG3089 zult, zal inG1722 den hemelG3772 ontbondenG3089 wezenG1510. Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen.

KJV Verily1 I say2 unto you, Whatsoever4 ye shall bind6 on7 earth9 shall be bound11 in12 heaven:14 and15 whatsoever16 ye shall loose18 on19 earth21 shall be loosed23 in24 heaven.

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 δησητε G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 7 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 10 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 δεδεμενα G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 17 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 18 λυσητε G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 19 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 20 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 22 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 23 λελυμενα G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 24 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 25 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Wederom zeg Ik u: Indien er twee van u samenstemmen op de aarde, over enige zaak, die zij zouden mogen begeren, dat die hun zal geschieden van Mijn Vader, Die in de hemelen is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 WederomG3825 zegG3004 IkG1473 uG4771: IndienG1437 er tweeG1417 van uG4771 samenstemmenG4856 op de aardeG1093, over enigeG3956 zaakG4229, dieG3739 zij zouden mogen begerenG154, dat die hunG846 zal geschiedenG1096 van Mijn VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is. Wederom zeg Ik u: Indien er twee van u samenstemmen op de aarde, over enige zaak, die zij zouden mogen begeren, dat die hun zal geschieden van Mijn Vader, Die in de hemelen is.

KJV Again1 I say2 unto you, That4 if5 two6 of you shall agree8 on9 earth11 as touching12 any13 thing14 that15 they shall ask,17 it shall be done18 for them19 of20 my Father22 which10 is in25 heaven.

1 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 7 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 8 συμφωνησωσιν G4856 komt, overeen, overeengestemd agree (together, with) 9 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 12 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 13 παντος G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 14 πραγματος G4229 zaak, zaken, daad business, matter, thing, work 15 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 17 αιτησωνται G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 18 γενησεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 19 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 23 μου G1473 mij, ik I, me 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 26 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 WantG1063 waar tweeG1417 ofG2228 drieG5140 vergaderdG4863 zijn in MijnG1699 NaamG3686, daar benG1510 Ik in het middenG3319 van henG846. Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.

KJV For2 where1 two4 or5 three6 are gathered together7 in8 my10 name,11 there12 am I3 in14 the midst15 of them.

1 ου G3757 waar where(-in), whither(-soever) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 5 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 6 τρεις G5140 drie, Drie three 7 συνηγμενοι G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εμον G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 11 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 12 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 13 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 16 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen kwam Petrus tot Hem, en zeide: Heere! hoe menigmaal zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven! Tot zevenmaal?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen kwam PetrusG4074 tot HemG846, en zeideG2036: HeereG2962! hoe menigmaalG4212 zal mijn broederG80 tegen mijG1473 zondigenG264, enG2532 ikG1473 hemG846 vergevenG863! Tot zevenmaalG2034? Toen kwam Petrus tot Hem, en zeide: Heere! hoe menigmaal zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven! Tot zevenmaal?

KJV Then1 came2 Peter5 to him,3 and said, Lord,7 how oft8 shall my brother13 sin9 against10 me, and15 I forgive16 him?17 till18 seven times?

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 8 ποσακις G4212 menigmaal how oft(-en) 9 αμαρτησει G264 gezondigd, zondigt, zondigen for your faults, offend, sin, trespass 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 εμε G1473 mij, ik I, me 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 14 μου G1473 mij, ik I, me 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αφησω G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 19 επτακις G2034 zevenmaal seven times

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal zeven maal.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 JezusG2424 zeideG3004 tot hemG846: Ik zegG3004 uG4771, nietG3756 tot zevenmaalG2034, maarG235 tot zeventigmaalG1441 zevenG2033 maal. Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal zeven maal.

KJV Jesus4 saith1 unto him,2 I say6 not5 unto thee, Until8 seven times:9 but,10 Until11 seventy times12 seven.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 8 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 9 επτακις G2034 zevenmaal seven times 10 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 11 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 12 εβδομηκοντακις G1441 zeventigmaal seventy times 13 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Daarom wordt het Koninkrijk der hemelen vergeleken bij een zeker koning, die rekening met zijn dienstknechten houden wilde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Daarom wordt het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 vergelekenG3666 bij een zekerG444 koningG935, die rekeningG3056 metG3326 zijn dienstknechtenG1401 houdenG4868 wildeG2309. Daarom wordt het Koninkrijk der hemelen vergeleken bij een zeker koning, die rekening met zijn dienstknechten houden wilde.

KJV Therefore1 is the kingdom5 of heaven7 likened3 unto a certain8 king,9 which10 would11 take12 account13 of14 his17 servants.

1 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 2 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 ωμοιωθη G3666 vergelijken, vergeleken be (make) like, (in the) liken(-ess), resemble 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 8 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 βασιλει G935 koning, Koning, koningen king 10 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 ηθελησεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 12 συναραι G4868 hield, houden, rekenen reckon, take 13 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 14 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δουλων G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Als hij nu begon te rekenen, werd tot hem gebracht een, die hem schuldig was tien duizend talenten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Als hij nuG1161 begonG756 te rekenenG4868, werd tot hem gebrachtG4374 eenG1520, die hem schuldigG3781 was tien duizendG3463 talentenG5007. Als hij nu begon te rekenen, werd tot hem gebracht een, die hem schuldig was tien duizend talenten.

KJV And2 when he3 had begun1 to reckon,4 one7 was brought5 unto him,6 which owed8 him ten thousand9 talents.

1 αρξαμενου G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 συναιρειν G4868 hield, houden, rekenen reckon, take 5 προσηνεχθη G4374 brachten, geofferd, gebracht bring (to, unto), deal with, do, offer (unto, up), present unto, put to 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 οφειλετης G3781 schuldenaars, schuldenaar, schuldenaren debtor, which owed, sinner 9 μυριων G3463 tien duizend ten thousand 10 ταλαντων G5007 talenten, talent talent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En als hij niet had, om te betalen, beval zijn heer, dat men hem zou verkopen, en zijn vrouw en kinderen, en al wat hij had, en dat de schuld zou betaald worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En als hij nietG3361 hadG2192, om te betalenG591, bevalG2753 zijn heerG2962, dat men hemG846 zou verkopenG4097, en zijn vrouwG1135 en kinderenG5043, en alG3956 wat hijG846 hadG2192, en dat de schuld zou betaaldG591 worden. En als hij niet had, om te betalen, beval zijn heer, dat men hem zou verkopen, en zijn vrouw en kinderen, en al wat hij had, en dat de schuld zou betaald worden.

KJV But forasmuch as3 he4 had2 not1 to pay,5 his7 lord9 commanded6 him10 to be sold,11 and12 his15 wife,14 and16 children,18 and19 all20 that21 he had,22 and23 payment to be made.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 εχοντος G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 αποδουναι G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 6 εκελευσεν G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 πραθηναι G4097 verkocht, verkochte, verkochten sell 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 21 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 22 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 αποδοθηναι G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 De dienstknecht dan, nedervallende, aanbad hem, zeggende: Heer! wees lankmoedig over mij, en ik zal u alles betalen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 De dienstknechtG1401 danG3767, nedervallendeG4098, aanbadG4352 hemG846, zeggendeG3004: HeerG2962! wees lankmoedigG3114 overG1909 mijG1473, enG2532 ik zal uG4771 allesG3956 betalenG591. De dienstknecht dan, nedervallende, aanbad hem, zeggende: Heer! wees lankmoedig over mij, en ik zal u alles betalen.

KJV The servant4 therefore2 fell down,1 and worshipped5 him,6 saying,7 Lord,8 have patience9 with10 me, and12 I will pay15 thee all.

1 πεσων G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δουλος G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 5 προσεκυνει G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 μακροθυμησον G3114 lankmoedig, Wees lankmoedig, lankmoediglijk verwacht bear (suffer) long, be longsuffering, have (long) patience, be patient, patiently endure 10 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 εμοι G1473 mij, ik I, me 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 14 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 15 αποδωσω G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En de heer van dezen dienstknecht, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, heeft hem ontslagen, en de schuld hem kwijtgescholden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En de heerG2962 van dezenG1565 dienstknechtG1401, met barmhartigheidG4697 innerlijk bewogen zijnde, heeft hem ontslagenG630, en de schuldG1156 hemG846 kwijtgescholdenG863. En de heer van dezen dienstknecht, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, heeft hem ontslagen, en de schuld hem kwijtgescholden.

KJV Then2 the lord4 of that7 servant6 was moved with compassion,1 and loosed8 him,9 and10 forgave13 him14 the debt.

1 σπλαγχνισθεις G4697 ontferming bewogen, barmhartigheid, bewogen have (be moved with) compassion 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 δουλου G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 7 εκεινου G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 8 απελυσεν G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δανειον G1156 schuld debt 13 αφηκεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Maar dezelve dienstknecht, uitgaande, heeft gevonden een zijner mededienstknechten, die hem honderd penningen schuldig was, en hem aanvattende, greep hem bij de keel, zeggende: Betaal mij, wat gij schuldig zijt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 MaarG1161 dezelve dienstknechtG1401, uitgaandeG1831, heeft gevondenG2147 eenG1520 zijner mededienstknechtenG4889, die hem honderdG1540 penningenG1220 schuldigG3784 was, en hemG846 aanvattendeG2902, greepG4155 hem bij de keelG4155, zeggendeG3004: BetaalG591 mijG1473, watG3739 gij schuldigG3784 zijt. Maar dezelve dienstknecht, uitgaande, heeft gevonden een zijner mededienstknechten, die hem honderd penningen schuldig was, en hem aanvattende, greep hem bij de keel, zeggende: Betaal mij, wat gij schuldig zijt.

KJV But2 the same5 servant4 went out,1 and found6 one7 of his10 fellowservants,9 which11 owed12 him13 an hundred14 pence:15 and16 he laid hands17 on him,18 and took him by the throat,19 saying,20 Pay21 me that thou owest.

1 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δουλος G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 5 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 6 ευρεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 7 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 συνδουλων G4889 mededienstknecht, mededienstknechten fellowservant 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 ωφειλεν G3784 schuldig, moet, moeten behove, be bound, (be) debt(-or), (be) due(-ty), be guilty (indebted), (must) need(-s), ought, owe, should 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 εκατον G1540 honderd, Honderd, honderd- hundred 15 δηναρια G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 κρατησας G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 18 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 επνιγεν G4155 greep, keel, versmoorden choke, take by the throat 20 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 21 αποδος G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 22 μοι G1473 mij, ik I, me 23 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 24 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 25 οφειλεις G3784 schuldig, moet, moeten behove, be bound, (be) debt(-or), (be) due(-ty), be guilty (indebted), (must) need(-s), ought, owe, should
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Zijn mededienstknecht dan, nedervallende aan zijn voeten, bad hem, zeggende: Wees lankmoedig over mij, en ik zal u alles betalen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Zijn mededienstknechtG4889 danG3767, nedervallendeG4098 aan zijn voetenG4228, badG3870 hemG846, zeggendeG3004: Wees lankmoedigG3114 overG1909 mijG1473, enG2532 ik zal uG4771 allesG3956 betalenG591. Zijn mededienstknecht dan, nedervallende aan zijn voeten, bad hem, zeggende: Wees lankmoedig over mij, en ik zal u alles betalen.

KJV And2 his5 fellowservant4 fell down1 at6 his9 feet,8 and besought10 him,11 saying,12 Have patience13 with14 me, and16 I will pay18 thee all.

1 πεσων G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 συνδουλος G4889 mededienstknecht, mededienstknechten fellowservant 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 παρεκαλει G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 μακροθυμησον G3114 lankmoedig, Wees lankmoedig, lankmoediglijk verwacht bear (suffer) long, be longsuffering, have (long) patience, be patient, patiently endure 14 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 εμοι G1473 mij, ik I, me 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 18 αποδωσω G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 19 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Doch hij wilde niet, maar ging heen, en wierp hem in de gevangenis, totdat hij de schuld zou betaald hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Doch hij wildeG2309 nietG3756, maar ging heenG565, enG1161 wierpG906 hemG846 inG1519 de gevangenisG5438, totdat hij de schuldG3784 zou betaaldG591 hebben. Doch hij wilde niet, maar ging heen, en wierp hem in de gevangenis, totdat hij de schuld zou betaald hebben.

KJV And2 he would4 not:3 but9 went10 and cast11 him12 into13 prison,14 till15 he should pay17 the debt.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 4 ηθελεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 6 αλλα 8 αλλ 10 απελθων G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 11 εβαλεν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 φυλακην G5438 gevangenis, gevangenissen, wake cage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch 15 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 16 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 αποδω G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 οφειλομενον G3784 schuldig, moet, moeten behove, be bound, (be) debt(-or), (be) due(-ty), be guilty (indebted), (must) need(-s), ought, owe, should
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Als nu zijn mededienstknechten zagen, hetgeen geschied was, zijn zij zeer bedroefd geworden; en komende, verklaarden zij hunnen heer al wat er geschied was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Als nuG1161 zijn mededienstknechtenG4889 zagenG1492, hetgeen geschiedG1096 was, zijn zij zeer bedroefdG3076 geworden; en komendeG2064, verklaardenG1285 zij hunnenG846 heerG2962 alG3956 wat er geschiedG1096 was. Als nu zijn mededienstknechten zagen, hetgeen geschied was, zijn zij zeer bedroefd geworden; en komende, verklaarden zij hunnen heer al wat er geschied was.

KJV So2 when his5 fellowservants4 saw what was done,7 they were very9 sorry,8 and10 came11 and told12 unto their15 lord14 all16 that was done.

1 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 συνδουλοι G4889 mededienstknecht, mededienstknechten fellowservant 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γενομενα G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 8 ελυπηθησαν G3076 bedroefd, droevig, bedroef cause grief, grieve, be in heaviness, (be) sorrow(-ful), be (make) sorry 9 σφοδρα G4970 zeer exceeding(-ly), greatly, sore, very 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ελθοντες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 12 διεσαφησαν G1285 verklaarden tell unto 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 15 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 17 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 γενομενα G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Toen heeft hem zijn heer tot zich geroepen, en zeide tot hem: Gij boze dienstknecht, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, dewijl gij mij gebeden hebt;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Toen heeft hem zijn heerG2962 tot zich geroepenG4341, en zeideG3004 tot hem: Gij bozeG4190 dienstknechtG1401, alG3956 dieG1565 schuldG3782 heb ik u kwijtgescholdenG863, dewijl gij mijG1473 gebedenG3870 hebt; Toen heeft hem zijn heer tot zich geroepen, en zeide tot hem: Gij boze dienstknecht, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, dewijl gij mij gebeden hebt;

KJV Then1 his3 lord,5 after that he had called2 him,6 said7 unto him,8 O thou wicked10 servant,9 I forgave15 thee all11 that14 debt,13 because17 thou desiredst18 me:

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 δουλε G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 10 πονηρε G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 11 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 οφειλην G3782 schuld, schuldig debt, due 14 εκεινην G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 15 αφηκα G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 16 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 17 επει G1893 anderszins, Anders, overmits because, else, for that (then, -asmuch as), otherwise, seeing that, since, when 18 παρεκαλεσας G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 19 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Behoordet gij ook niet u over uw mededienstknecht te ontfermen, gelijk ik ook mij over u ontfermd heb?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 BehoordetG1163 gij ookG2532 nietG3756 u over uw mededienstknechtG4889 te ontfermenG1653, gelijkG5613 ik ookG2532 mij over uG4771 ontfermdG1653 heb? Behoordet gij ook niet u over uw mededienstknecht te ontfermen, gelijk ik ook mij over u ontfermd heb?

KJV Shouldest2 not1 thou also3 have had compassion5 on thy fellowservant,7 even10 as9 I11 had pity13 on thee?

1 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 εδει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ελεησαι G1653 ontferm, barmhartigheid, ontfermd have compassion (pity on), have (obtain, receive, shew) mercy (on) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 συνδουλον G4889 mededienstknecht, mededienstknechten fellowservant 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εγω G1473 mij, ik I, me 12 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ηλεησα G1653 ontferm, barmhartigheid, ontfermd have compassion (pity on), have (obtain, receive, shew) mercy (on)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En zijn heer, vertoornd zijnde, leverde hem den pijnigers over, totdat hij zou betaald hebben al wat hij hem schuldig was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 EnG2532 zijn heerG2962, vertoorndG3710 zijnde, leverdeG3860 hemG846 den pijnigersG930 over, totdat hij zou betaaldG591 hebben alG3956 watG3739 hij hem schuldigG3784 was. En zijn heer, vertoornd zijnde, leverde hem den pijnigers over, totdat hij zou betaald hebben al wat hij hem schuldig was.

KJV And1 his5 lord4 was wroth,2 and delivered6 him7 to the tormentors,9 till10 he should pay12 all13 that was due15 unto him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οργισθεις G3710 toornig, vergrimde, vertoornd be angry (wroth) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 παρεδωκεν G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 βασανισταις G930 pijnigers tormentor 10 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 11 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 αποδω G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 13 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οφειλομενον G3784 schuldig, moet, moeten behove, be bound, (be) debt(-or), (be) due(-ty), be guilty (indebted), (must) need(-s), ought, owe, should 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Alzo zal ook Mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet van harte vergeeft een iegelijk zijn broeder zijn misdaden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 AlzoG3779 zal ookG2532 Mijn hemelseG2032 VaderG3962 u doenG4160, indienG1437 gij nietG3361 vanG575 harteG2588 vergeeftG863 een iegelijkG1538 zijn broederG80 zijn misdadenG3900. Alzo zal ook Mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet van harte vergeeft een iegelijk zijn broeder zijn misdaden.

KJV So1 likewise shall my heavenly7 Father4 do8 also2 unto you, if ye from17 your hearts19 forgive12 not every one13 his16 brother15 their23 trespasses.

1 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 5 μου G1473 mij, ik I, me 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 επουρανιος G2032 hemelse, hemel, Hemelse celestial, (in) heaven(-ly), high 8 ποιησει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 10 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 αφητε G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 13 εκαστος G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αδελφω G80 broeders, broeder, broederen brother 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 καρδιων G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 20 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 21 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 παραπτωματα G3900 misdaden, misdaad, val fall, fault, offence, sin, trespass 23 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 18:1 Mattheüs 20:20 Lukas 9:46 Markus 9:33 Markus 10:35 Mattheüs 3:2 Lukas 22:24 Markus 10:14
Mattheüs 18:2 Mattheüs 19:13 Jeremia 1:7 Markus 9:36 1 Koningen 3:7
Mattheüs 18:3 1 Petrus 2:2 Markus 10:14 Mattheüs 19:14 1 Korinthe 14:20 Jakobus 5:19 Lukas 18:16 Mattheüs 5:20 Lukas 22:32
Mattheüs 18:4 Mattheüs 23:11 Psalmen 131:1 Mattheüs 18:1 Lukas 9:48 1 Petrus 5:5 Mattheüs 20:26 Lukas 14:11 Jesaja 57:15
Mattheüs 18:5 Mattheüs 25:40 Galaten 4:14 Mattheüs 10:40 Lukas 17:1 Lukas 9:48 Mattheüs 25:45 Markus 9:37 Johannes 13:20
Mattheüs 18:6 Markus 9:42 2 Thessalonicenzen 1:6 Mattheüs 18:10 Psalmen 105:15 Romeinen 14:13 Zacharia 2:8 Mattheüs 18:14 Zacharia 13:7
Mattheüs 18:7 Lukas 17:1 1 Korinthe 11:19 Mattheüs 26:24 1 Samuël 2:17 2 Thessalonicenzen 2:3 Romeinen 2:23 2 Samuël 12:14 Markus 13:7
Mattheüs 18:8 Mattheüs 5:29 Mattheüs 25:41 Deuteronomium 13:6 Jesaja 33:14 Mattheüs 25:46 Lukas 16:24 Openbaring 20:15 Openbaring 14:10
Mattheüs 18:9 Mattheüs 5:22 Mattheüs 5:29 Mattheüs 18:8 Markus 9:47 Openbaring 21:27 Lukas 9:24 Mattheüs 19:23 Hebreeën 4:11
Mattheüs 18:10 Hebreeën 1:14 Psalmen 91:11 Psalmen 34:7 Romeinen 14:10 Romeinen 14:21 Handelingen 12:23 1 Koningen 22:19 Handelingen 12:7
Mattheüs 18:12 Lukas 15:4 Ezechiël 34:12 Jeremia 50:6 Ezechiël 34:16 Ezechiël 34:28 Mattheüs 21:28 Ezechiël 34:6 Jesaja 53:6
Mattheüs 18:13 Johannes 4:34 Sefanja 3:17 Jakobus 2:13 Micha 7:18 Psalmen 147:11 Lukas 15:5 Jesaja 62:5 Lukas 15:23
Mattheüs 18:14 2 Petrus 3:9 Johannes 17:12 Johannes 21:15 Lukas 12:32 1 Petrus 1:3 Efeze 1:5 Romeinen 8:28 Mattheüs 6:32
Mattheüs 18:15 Leviticus 19:17 Kolossenzen 3:13 2 Thessalonicenzen 3:15 Leviticus 6:2 Lukas 17:3 1 Korinthe 9:19 1 Petrus 3:1 Psalmen 141:5
Mattheüs 18:16 Deuteronomium 19:15 1 Timotheüs 5:19 Johannes 8:17 2 Korinthe 13:1 Hebreeën 10:28 Numeri 35:30 Deuteronomium 17:6 1 Koningen 21:13
Mattheüs 18:17 2 Thessalonicenzen 3:6 1 Korinthe 5:3 Efeze 4:17 Ezechiël 11:12 1 Korinthe 5:9 Ezra 6:21 3 Johannes 1:9 2 Thessalonicenzen 3:14
Mattheüs 18:18 Mattheüs 16:19 Johannes 20:23 2 Korinthe 2:10 Openbaring 3:7
Mattheüs 18:19 1 Johannes 5:14 Markus 11:24 Jakobus 5:14 Mattheüs 7:7 Johannes 16:23 Handelingen 4:24 Efeze 6:18 Mattheüs 21:22
Mattheüs 18:20 Johannes 20:26 Openbaring 21:3 1 Korinthe 5:4 Johannes 20:19 Zacharia 2:5 Genesis 49:10 Exodus 20:24 Mattheüs 28:20
Mattheüs 18:21 Lukas 17:3 Mattheüs 18:15
Mattheüs 18:22 Kolossenzen 3:13 Markus 11:25 Efeze 4:31 Mattheüs 6:14 Mattheüs 6:11 Efeze 4:26 Romeinen 12:21 1 Timotheüs 2:8
Mattheüs 18:23 Mattheüs 13:24 Mattheüs 13:47 Mattheüs 25:19 Romeinen 14:12 Mattheüs 13:33 Mattheüs 13:31 1 Korinthe 4:5 Mattheüs 25:14
Mattheüs 18:24 Lukas 13:4 Psalmen 40:12 Lukas 7:41 Lukas 16:7 Ezra 9:6 Psalmen 130:3 Psalmen 38:4 1 Kronieken 29:7
Mattheüs 18:25 2 Koningen 4:1 Nehemia 5:5 Leviticus 25:39 Nehemia 5:8 Lukas 7:42 Jesaja 50:1 Exodus 21:2
Mattheüs 18:26 Lukas 7:43 Mattheüs 8:2 Mattheüs 18:29 Romeinen 10:3
Mattheüs 18:27 Psalmen 145:8 Nehemia 9:17 Psalmen 86:5 Psalmen 78:38 Psalmen 86:15 Richteren 10:16 Hosea 11:8
Mattheüs 18:28 Mattheüs 20:2 Jesaja 58:3 Nehemia 10:31 Nehemia 5:7 Nehemia 5:10 Ezechiël 45:9 Deuteronomium 15:2
Mattheüs 18:29 Mattheüs 18:26 Mattheüs 6:12 Filemon 1:18
Mattheüs 18:30 1 Koningen 22:27 1 Koningen 21:27
Mattheüs 18:31 Markus 3:5 Hebreeën 13:17 Genesis 37:2 Hebreeën 13:3 Lukas 14:21 Romeinen 9:1 Psalmen 119:158 Psalmen 119:136
Mattheüs 18:32 Lukas 19:22 Mattheüs 25:26 Romeinen 3:19
Mattheüs 18:33 Kolossenzen 3:13 Efeze 4:32 Mattheüs 6:12 Mattheüs 5:44 Lukas 6:35
Mattheüs 18:34 Mattheüs 5:25 Lukas 12:58 Jakobus 2:13 2 Thessalonicenzen 1:8 Openbaring 14:10 Mattheüs 18:30
Mattheüs 18:35 Lukas 6:37 Mattheüs 6:14 Markus 11:25 Mattheüs 6:12 Mattheüs 7:1 Jakobus 2:13 Spreuken 21:2 Lukas 16:15
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 18 vers 1

ure Dat is, tijd.

Hertaald: ure Dat is: tijd.

is toch de meeste Dat is, zal toch de meeste zijn.

Hertaald: is toch de meeste Dat is: zal toch de grootste zijn.

Mattheüs 18 vers 3

verandert Grieks, keert; dat is afkeert, namelijk van dezen hoogmoed en eergierigheid.

Hertaald: verandert Grieks: keert; dat is: zich afkeert, namelijk van deze hoogmoed en eerzucht.

kinderkens, Namelijk gelijk David van zichzelven getuigt Psa 131 .

Hertaald: kinderkens, Namelijk zoals David van zichzelf getuigt in Ps. 131.

Mattheüs 18 vers 5

kindeken ontvangt in Mijn naam, Namelijk niet alleen in ouderdom, maar ook degenen die als kinderen nederig van gemoed zijn, gelijk het volgende genoeg uitwijst, Matt. 17:6 .

Hertaald: kindeken ontvangt in Mijn naam, Namelijk niet alleen wat de leeftijd betreft, maar ook hen die als kinderen nederig van gemoed zijn, zoals uit het vervolg voldoende blijkt, Matth. 18:6.

Mattheüs 18 vers 6

ergert, Dat is, iets doet, spreekt of leert waardoor hij een ander tot zondigen of afval beweegt.

Hertaald: ergert, Dat is: iets doet, zegt of leert waardoor hij een ander tot zonde of afval brengt.

molensteen aan zijn hals Grieks, ezels molensteen; gelijk wij zouden zeggen, een rosmolensteen.

Hertaald: molensteen aan zijn hals Grieks: een ezelsmolensteen; zoals wij zouden zeggen: een rosmolensteen.

Mattheüs 18 vers 7

noodzakelijk Namelijk ten aanzien van de boosheid des duivels, der mensen verdorvenheid en Gods rechtvaardige toelating en oordeel. Zie 1 Kor. 11:19 ; 2 Thess. 2:11-12 .

Hertaald: noodzakelijk Namelijk met het oog op de boosheid van de duivel, de verdorvenheid van de mensen en Gods rechtvaardige toelating en oordeel. Zie 1 Kor. 11:19; 2 Thess. 2:11-12.

Mattheüs 18 vers 8

hand of uw voet Zie hiervan de aantekening bij Matt. 5:29 .

Hertaald: hand of uw voet Zie hierover de aantekening bij Matth. 5:29.

Mattheüs 18 vers 10

hun engelen Dat is, die tot hun beschutting en dienst gezonden worden; Hebr. 1:14 .

Hertaald: hun engelen Dat is: de engelen die tot hun bescherming en dienst gezonden worden; Hebr. 1:14.

zien het aangezicht Dat is, hebben altijd toegang tot den troon Gods, om bevelen te ontvangen tot hunne bescherming,en tot straf dergenen, die hen zouden mogen verachten of verdrukken. Ene gelijkenis, genomen van de koningen in het oosten, die hunnen voornaamsten dienaars, door welke zij hun rijk regeerden, toegang gaven om hun aangezicht te zien; gelijk te zien is Est. 1:14 ; zie ook Luc. 1:19 ; Openb. 8:2 .

Hertaald: zien het aangezicht Dat is: zij hebben altijd toegang tot de troon van God om bevelen te ontvangen tot bescherming van hen, en tot straf van wie hen zouden verachten of verdrukken. Het is een vergelijking, ontleend aan de koningen in het oosten, die hun voornaamste dienaren — door wie zij hun rijk regeerden — toegang gaven om hun aangezicht te zien, zoals te zien is in Est. 1:14; zie ook Luk. 1:19; Openb. 8:2.

Mattheüs 18 vers 12

indien enig mens honderd schapen had, Met deze gelijkenis wil Christus leren dat wanneer iemand van de gelovigen zou verleid worden, Hij niet ophoudt voordat Hij dien terecht gebracht zal hebben.

Hertaald: indien enig mens honderd schapen had, Met deze vergelijking wil Christus leren dat Hij, wanneer een van de gelovigen verleid zou worden, niet ophoudt voordat Hij hem terechtgebracht heeft.

Mattheüs 18 vers 14

uws Vaders, Grieks, voor uwen Vader.

Hertaald: uws Vaders, Grieks: voor uw Vader.

deze kleinen verloren ga Namelijk die in mij geloven, gelijk vs.6, uitgedrukt staat.

Hertaald: deze kleinen verloren ga Namelijk zij die in Mij geloven, zoals in vers 6 uitgedrukt staat.

Mattheüs 18 vers 15

tegen u gezondigd heeft, Dat is, u enigen aanstoot geeft, hetzij dat hij u zelf verongelijkt of anderzins tegen God of den naaste misdoet met uwe kennis, zonder dat zulks openbaar is. Want openbare zonden moeten openbaar bestraft worden; 1 Tim. 5:20 .

Hertaald: tegen u gezondigd heeft, Dat is: u enige aanstoot geeft, hetzij doordat hij u zelf onrecht doet, hetzij doordat hij anderszins tegen God of de naaste misdoet terwijl u ervan weet, zonder dat het openbaar is. Want openbare zonden moeten openbaar bestraft worden; 1 Tim. 5:20.

bestraf hem Dat is: vermaan en overtuig hem van zijne misdaad.

Hertaald: bestraf hem Dat is: vermaan hem en overtuig hem van zijn misdaad.

Mattheüs 18 vers 16

alle woord besta Dat is, alle zaken of waarheid voor vast gehouden worde; Deut. 19:15 .

Hertaald: alle woord besta Dat is: opdat elke zaak of waarheid als vaststaand aangenomen wordt; Deut. 19:15.

Mattheüs 18 vers 17

gemeente; Dat is, de regeerders der gemeente, die de ganse gemeente als vertegenwoordigen. Zie 1 Kor. 12:28 , en 2 Kor. 2:6 .

Hertaald: gemeente; Dat is: de bestuurders van de gemeente, die de hele gemeente als het ware vertegenwoordigen. Zie 1 Kor. 12:28 en 2 Kor. 2:6.

als de heiden en de tollenaar Dat is, als een die vreemd is van de gemeente van Christus; Hand. 10:28 .

Hertaald: als de heiden en de tollenaar Dat is: als iemand die vreemd is aan de gemeente van Christus; Hand. 10:28.

Mattheüs 18 vers 18

al wat gij op de aarde binden zult, Zie hiervan Matt. 16:19 .

Hertaald: al wat gij op de aarde binden zult, Zie hierover Matth. 16:19.

Mattheüs 18 vers 19

die zij zouden mogen begeren, Namelijk uit het geloof en naar Gods wil; Jak. 1:6 , en 1 Joh. 5:14 .

Hertaald: die zij zouden mogen begeren, Namelijk uit het geloof en naar Gods wil; Jak. 1:6 en 1 Joh. 5:14.

geschieden van mijnen Vader, Of, geworden.

Hertaald: geschieden van mijnen Vader, Of: geschonken worden.

Mattheüs 18 vers 20

daar ben Ik Namelijk met mijn Geest en genade; Joh. 14:16 , Joh. 14:23 .

Hertaald: daar ben Ik Namelijk met Mijn Geest en genade; Joh. 14:16, Joh. 14:23.

Mattheüs 18 vers 22

zeventigmaal zeven- maal. Dat is, zo menigmaal als hij u misdoet, en zeker getal voor een groot en onzeker getal genomen zijnde, gelijk Gen. 4:24 .

Hertaald: zeventigmaal zeven- maal. Dat is: zo vaak als hij tegen u misdoet — waarbij een bepaald getal genomen wordt voor een groot en onbepaald getal, zoals Gen. 4:24.

Mattheüs 18 vers 23

houden wilde Grieks, opnemen.

Hertaald: houden wilde Grieks: opnemen.

Mattheüs 18 vers 24

een, die hem schuldig was Grieks, een schuldenaar van tienduizend talenten.

Hertaald: een, die hem schuldig was Grieks: een schuldenaar van tienduizend talenten.

talenten Een gewoon talent wordt geschat op zeshonderd gouden kronen.

Hertaald: talenten Een gewoon talent wordt geschat op zeshonderd gouden kronen.

Mattheüs 18 vers 25

verkopen, Dit was in het Ouden Testament gebruikelijk, dat de kinderen met hunne ouders om derzelver schuld tot slaven verkocht mochten worden. Zie Ex. 22:3 ; 2 Kon. 4:1 .

Hertaald: verkopen, Het was in het Oude Testament gebruikelijk dat de kinderen samen met hun ouders vanwege hun schuld als slaven verkocht mochten worden. Zie Ex. 22:3; 2 Kon. 4:1.

Mattheüs 18 vers 28

penningen Grieks, denariën. Een denarie was een zilvergeld, wegende omtrent een drachme of vierendeel lood zilvers, waarde zijnde omtrent een enkele reaal of zes stuivers.

Hertaald: penningen Grieks: denarii. Een denarie was een zilverstuk dat ongeveer een drachme of een kwart lood zilver woog en ongeveer een enkele reaal of zes stuivers waard was.

greep hem bij de keel, Grieks, worgde; dat is, greep hem bij de keel, dat hij hem bijna worgde.

Hertaald: greep hem bij de keel, Grieks: wurgde; dat is: hij greep hem zo bij de keel dat hij hem bijna wurgde.

Mattheüs 18 vers 34

leverde hem den pijners over, Het oogmerk van Christus is hier niet om te leren dat God, de zonden eens vergeven hebbende, dezelve daarna nog zou straffen, want dat doet God niet Hebr. 8:12 , maar HIj verklaart zijn oogmerk zelf, vs.35, en het is bekend dat de parabelen of gelijkenissen niet verder behoren getrokken te worden dan het voornaamste oogmerk derzelve lijden kan.

Hertaald: leverde hem den pijners over, Christus wil hier niet leren dat God zonden die Hij eenmaal vergeven heeft daarna alsnog zou straffen, want dat doet God niet, Hebr. 8:12. Hij verklaart Zijn bedoeling Zelf in vers 35, en het is bekend dat gelijkenissen niet verder doorgetrokken moeten worden dan hun hoofdbedoeling toelaat.

totdat hij zou betaald hebben Dat is, in de eeuwigheid, want de zondaar kan voor zijne zonden nimmermeer voldoen: Matt. 16:26 , en Matt. 25:46 .

Hertaald: totdat hij zou betaald hebben Dat is: in eeuwigheid, want de zondaar kan voor zijn zonden nooit voldoen: Matth. 16:26 en Matth. 25:46.

Mattheüs 18 vers 35

van harte vergeeft Grieks, van uwe harten.

Hertaald: van harte vergeeft Grieks: uit uw harten.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Simon Petrus  — Simon: hij heeft gehoord; Petrus: steen, rots

Een visser aan het meer van Galilea, broer van Andreas. Jezus riep hem, samen met zijn broer, om Hem te volgen en "vissers der mensen" te worden; hij liet terstond zijn netten achter en volgde Jezus na (Matth. 4:18-20). Hij zou uitgroeien tot de voorman onder de twaalf apostelen.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Koninkrijk der hemelen  — Grieks: basileia ton ouranon; bij de andere Evangelisten "Koninkrijk Gods" — Mattheüs vermijdt uit eerbied de Godsnaam

Het is de uitdrukking waarmee zowel Johannes de Doper als Christus Zelf begint: "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen" (Matt. 3:2; 4:17). Mattheüs gebruikt haar meer dan dertig maal. Zij duidt niet een gebied aan maar een heerschappij: God die regeert, en mensen die zich onder die regering stellen. De Bergrede opent en sluit met dat Koninkrijk (Matt. 5:3,10). Het staat ook in het middelpunt van het gebed dat de Heere Zijn discipelen leert — "Uw Koninkrijk kome" (Matt. 6:10) — en het is de zaak die men eerst zoeken moet (Matt. 6:33). In hoofdstuk 13 legt Christus met zeven gelijkenissen uit hoe het zich in deze wereld gedraagt. Het begint klein als een mosterdzaad, het werkt verborgen als zuurdeeg, en het groeit op tussen onkruid dat pas bij de oogst gescheiden wordt (Matt. 13:24-33,47-50).

Bijbelse betekenis: Het Koninkrijk is in Mattheüs tegelijk nabij en nog niet voleindigd, en die spanning is geen onduidelijkheid maar de zaak zelf. Het is nabij gekomen in de Koning die er staat, het wordt ingegaan door bekering en niet door afkomst of prestatie, en het wordt pas bij de oogst van alle vermenging gezuiverd. Vandaar dat het geweld aangedaan wordt (Matt. 11:12) en tegelijk gegeven wordt aan wie als een kind wordt (Matt. 18:3; 19:14). En vandaar dat de eis om het eerst te zoeken niet zwaar valt: wie het zoekt, ontvangt de rest toe.

Typologie: Daniël zag reeds dat de God des hemels een Koninkrijk zou oprichten dat in eeuwigheid niet verstoord zal worden (Dan. 2:44). Hij zag ook dat de Zoon des mensen heerschappij, eer en het koninkrijk ontving (Dan. 7:13-14) — de woorden waarmee Christus Zich voor de hogepriester bekende (Matt. 26:64). Paulus zegt dat de Zoon het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgeven wanneer Hij alle vijanden onder Zijn voeten gesteld heeft (1 Kor. 15:24-25). En Openbaring bezingt dat de koninkrijken der wereld de koninkrijken van onze Heere geworden zijn (Op. 11:15).

Matt. 3:2; Matt. 4:17; Matt. 5:3,10; Matt. 6:10,33; Matt. 13:24-33,47-50; Matt. 18:3; Matt. 26:64; Dan. 2:44; Dan. 7:13-14; 1 Kor. 15:24-25; Op. 11:15

Gemeente (kerk)  — Grieks: ekklesia, "samengeroepen vergadering", in de Griekse overzetting van het Oude Testament het woord voor Israëls vergadering (qahal)

Mattheüs is het enige Evangelie waarin dit woord voorkomt, en het staat er tweemaal. Op de belijdenis van Petrus antwoordt Christus: "op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen", waarna Hij hem de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen toezegt met de macht van binden en ontbinden (Matt. 16:16-19). De tweede plaats staat in het onderwijs over de broeder die zondigt: eerst onder vier ogen, dan met twee of drie getuigen, en hoort hij dan nog niet, "zo zeg het der gemeente". Hoort hij ook de gemeente niet, dan moet hij als een heiden en tollenaar gelden. Daarop volgt dezelfde macht van binden en ontbinden, nu aan de gemeente, met de belofte dat Hij in het midden is waar twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn (Matt. 18:15-20).

Bijbelse betekenis: Drie dingen staan hier bij elkaar die in de praktijk gemakkelijk uiteenvallen. De gemeente is Zíjn gemeente en Hij bouwt haar — het werkwoord staat in de eerste persoon, en de belofte tegen de poorten der hel hangt daaraan. Zij is gegrond op de belijdenis die de Vader geopenbaard heeft (Matt. 16:17), niet op een menselijke instemming. En zij heeft werkelijk gezag over haar leden, want de tucht van Matt. 18 wordt door de Heere Zelf met de hemel verbonden. Dat de belofte van Zijn tegenwoordigheid bij twee of drie juist in dat verband staat, is opmerkelijk: zij geldt niet los van de tucht maar er middenin.

Typologie: Paulus noemt Christus het Hoofd van het lichaam, namelijk der gemeente, en de eerstgeborene uit de doden (Kol. 1:18), en spreekt van de gemeente die Hij Zich heeft verkregen door Zijn eigen bloed (Hand. 20:28). De gelovigen worden als levende stenen gebouwd tot een geestelijk huis (1 Petr. 2:5), en het einde is een gemeente zonder vlek of rimpel, die Hij Zichzelf heerlijk voorstelt (Ef. 5:25-27). Wie zo over de gemeente denkt, kan haar niet lichtvaardig nemen: zij is met bloed gekocht.

Matt. 16:16-19; Matt. 18:15-20; Hand. 20:28; Ef. 5:25-27; Kol. 1:18; 1 Petr. 2:5

Gebed (het Onze Vader)  — Grieks: proseuche; het gebed dat de Heere Zijn discipelen leerde wordt naar de aanhef het Onze Vader genoemd

In de Bergrede onderwijst Christus het gebed eerst negatief. Het moet niet zijn zoals bij de huichelaars, die staande in de synagogen en op de hoeken der straten bidden om van de mensen gezien te worden. Het moet ook niet met een overvloed van woorden als bij de heidenen, want de Vader weet wat men nodig heeft voordat men bidt (Matt. 6:5-8). Daarop volgt het gebed zelf, met een aanspraak en zes beden: de eerste drie voor Gods Naam, Koninkrijk en wil, de laatste drie voor brood, vergeving en bewaring (Matt. 6:9-13). Onmiddellijk erna staat de enige bede die Hij uitlegt, en het is de moeilijkste: wie de mensen hun misdaden niet vergeeft, wordt ook zelf niet vergeven (Matt. 6:14-15). Elders leert Hij volharding in het gebed — bidt, en u zal gegeven worden (Matt. 7:7-11) — en dat waar twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn, Hij in het midden is (Matt. 18:19-20).

Bijbelse betekenis: De orde van de beden is het onderwijs. Er wordt niet begonnen bij de nood van de bidder maar bij de eer van God, en het brood komt pas op de vierde plaats. Het meervoud valt eveneens op: ons, onze, wij — het is een gebed dat men niet alleen bidt. En de aanspraak zelf is het grootste: dat een mens God "onze Vader" mag noemen, is in het Oude Testament nauwelijks gehoord en hier het uitgangspunt.

Typologie: Dat dit geen aangeleerde formule maar een geschonken vrijmoedigheid is, legt Paulus uit: wij hebben niet ontvangen de geest der dienstbaarheid tot vrees, maar de Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader (Rom. 8:15; vgl. Gal. 4:6). En omdat wij niet weten wat wij bidden zullen, pleit de Geest Zelf voor ons (Rom. 8:26). Daarbij komt de voorbede van Christus: Hij leeft altijd om voor hen te bidden (Hebr. 7:25), en door Hem hebben wij de toegang tot de Vader in één Geest (Ef. 2:18). Het Onze Vader is dus niet de prestatie van de bidder maar de vrucht van het werk van de Middelaar.

Matt. 6:5-15; Matt. 7:7-11; Matt. 18:19-20; Rom. 8:15,26; Gal. 4:6; Ef. 2:18; Hebr. 7:25

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Daar ben Ik in het midden van hen — 18:11-14, 18-20

God bij Zijn volk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

De discipelen hebben gevraagd wie de meeste is in het koninkrijk. Hij zet een kind in het midden en spreekt daarna over kleinen die afdwalen, over vermaning onder vier ogen, en over wat een gemeente bindt en ontbindt.

Middenin een stuk over kerkelijke tucht staat een belofte over Zijn eigen tegenwoordigheid.

**Waar het over gaat.** Dit hoofdstuk is nuchter en praktisch: hoe men iemand terughaalt die dwaalt, hoe men een zaak uitpraat, en wat er gebeurt als dat niet lukt.

**De herder.** Eerst het beeld dat alles draagt: honderd schapen, één afgedwaald, en de negenennegentig worden achtergelaten om dat ene te zoeken. En met zoveel woorden: “Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken, dat verloren was.”

**Het gezag.** Dan de zin over binden en ontbinden: wat op aarde gebonden wordt, zal in de hemel gebonden zijn. Dat is groot gesproken over een groepje mensen dat bij elkaar zit.

**En dan de grond eronder.** Waarom dat kan, staat in één zin: “Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.”

De kanttekening zegt hoe: namelijk met Zijn Geest en genade.

**Waarom dit de hele lijn samenvat.** Van de tabernakel af gaat het over een plaats waar God in het midden woont. Er was een tent met een wolk erboven, en een tempel waar de heerlijkheid het huis vervulde. Er waren maten, hoven, een voorhangsel, en priesters die wisten hoe men naderen moest.

Hier is de opgave: twee of drie mensen, en Zijn Naam.

Geen gebouw, geen dienstrooster, geen minimumaantal. Twee is genoeg. En de kleinste vergadering is niet minder bezet dan de tempel was, want Degene om Wie het in de tempel ging, staat er middenin.

**Wat dat betekent voor de tucht.** Daarom is het geen vergadering van mensen die over elkaar oordelen. Wie iemand terughaalt, doet wat de Herder in vers 12 doet — en Hij is erbij.

  1. Exodus 25:8 — Een heiligdom, opdat Ik in het midden van hen wone.
  2. Ezechiël 34:11 — Ik zal Mijn schapen zoeken en ze opzoeken.
  3. Mattheüs 18:11 — De Zoon des mensen is gekomen om te zoeken wat verloren was.
  4. Mattheüs 18:20 — Waar twee of drie in Zijn Naam samen zijn, is Hij in het midden.
  5. Johannes 14:23 — Wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken.
  6. Mattheüs 28:20 — En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding.

In het Nieuwe Testament: Exodus 25:8; Ezechiël 34:11-12; Mattheüs 28:20; Johannes 14:23; Openbaring 1:13; Lukas 15:4

Hoever dit reikt: De belofte in vers 20 staat in het verband van vermaning en gebed. Hoe ver zij reikt, wordt niet omschreven; de kanttekening verklaart de tegenwoordigheid als die met Zijn Geest en genade. Het binden en ontbinden wordt hier niet uitgewerkt; deze post gaat daar niet op in.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Mattheüs 18

Mattheüs 18:1.KruisverwijzingenMattheüs 20:20Lukas 9:46Markus 9:33Markus 10:35Mattheüs 3:2Lukas 22:24Markus 10:14
— Te dierzelfder ure kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen?
“Te dierzelfder ure kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen?”

Die vraag hebben wij ook wel in andere vormen horen stellen: welk ambt staat het hoogst, en welke dienst krijgt de meeste eer? Alsof wij hovelingen waren die hun plaats naar rang moeten innemen.

Mattheüs 18:2.KruisverwijzingenMattheüs 19:13Jeremia 1:7Markus 9:361 Koningen 3:7
— En Jezus een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen;
“En Jezus een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen;”

Zij vroegen zich allemaal af wat Hij ging doen. Het kind was er ongetwijfeld blij mee dat het zich in zulk vriendelijk gezelschap bevond.

Mattheüs 18:3.Kruisverwijzingen1 Petrus 2:2Markus 10:14Mattheüs 19:141 Korinthe 14:20Jakobus 5:19Lukas 18:16Mattheüs 5:20Lukas 22:32
— En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.
“En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.”

“Voorwaar zeg Ik u” — dat is gericht tot u, mannen of vrouwen, die niet gering over uzelf denkt en graag wilt weten wie de meeste is. Dat u die vraag stelt, betekent dat ieder van u zichzelf al tamelijk goed vindt zoals hij is.

Iemand zei vanmorgen tegen mij dat het een dag was om te groeien. Ik antwoordde dat ik hoopte dat wij allen geestelijk mochten groeien. Welke kant op, vroeg hij, kleiner of groter? Laat het kleiner zijn, broeders; dat is beslist de zekerste weg om te groeien. Kunnen wij vandaag veel minder worden, dan groeien wij. Wij zijn opgegroeid, zoals wij dat noemen. Laten wij vandaag naar beneden toe groeien en als de kinderkens worden, want anders zullen wij het Koninkrijk der hemelen niet ingaan.

Mattheüs 18:4.KruisverwijzingenMattheüs 23:11Psalmen 131:1Mattheüs 18:1Lukas 9:481 Petrus 5:5Mattheüs 20:26Lukas 14:11Jesaja 57:15
— Zo wie dan zichzelven zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen.
“Zo wie dan zichzelven zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen.”

Hoe lager, hoe hoger. In zekere zin gaat de weg naar de hemel omlaag — in onze eigen achting in elk geval. “Hij moet wassen, maar ik minder worden.” En wanneer dat kaarsrechte woordje ik, dat zich zo vaak op de voorgrond dringt, helemaal verdwijnt tot er geen letter van over is, dan worden wij aan onze Heere gelijk.

Mattheüs 18:5.KruisverwijzingenMattheüs 25:40Galaten 4:14Mattheüs 10:40Lukas 17:1Lukas 9:48Mattheüs 25:45Markus 9:37Johannes 13:20
— En zo wie zodanig een kindeken ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij.
“En zo wie zodanig een kindeken ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij.”

De geringste en de kleinste in het gezin van de goddelijke liefde brengt, wanneer hij ontvangen wordt, dezelfde zegen mee als het ontvangen van Christus Zelf.

Mattheüs 18:6.KruisverwijzingenMarkus 9:422 Thessalonicenzen 1:6Mattheüs 18:10Psalmen 105:15Romeinen 14:13Zacharia 2:8Mattheüs 18:14Zacharia 13:7
— Maar zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem nutter, dat een molensteen aan zijn hals gehangen, en dat hij verzonken ware in de diepte der zee.
“Maar zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem nutter, dat een molensteen aan zijn hals gehangen, en dat hij verzonken ware in de diepte der zee.”

Het gaat er niet om dat u hem uit zijn humeur brengt doordat hij zich dwaas gekwetst voelt. Het betekent: hem tot zonde brengen, hem doen struikelen, hem tot een aanstoot zijn. Over wie dát doet gaat dit woord.

De molensteen waarover hier gesproken wordt is niet de gewone steen die vrouwen plachten te draaien. Het is een grotere steen die door een ezel gedraaid werd, in een molen die dus in zijn geheel groter was. Zelfs het zwaarste vonnis dat wij ons denken kunnen zou beter zijn dan een struikelblok te zijn op de weg van de allergeringste van Gods kinderen.

Toch heb ik mensen horen zeggen dat de zaak geoorloofd is. Staat het een zwakke broeder niet aan, dan kunnen zij daar niets aan doen; hij moest maar niet zo zwak zijn. Nee, broeder, zo zou Christus u niet willen horen spreken. U moet rekening houden met de zwakheid van uw broeder. Alle dingen mogen u geoorloofd zijn, maar alle dingen zijn niet oorbaar. Paulus zegt: “Daarom, indien de spijs mijn broeder ergert, zo zal ik in eeuwigheid geen vlees eten, opdat ik mijn broeder niet ergere.”

Bedenk dat wij het tempo waarin de kudde reizen kan uiteindelijk moeten afmeten aan de zwakste van de kudde. Doen wij dat niet, dan zullen wij veel van de schapen van Christus achter ons moeten laten. Het tempo waarin een gezelschap gaan moet, hangt af van hoe snel de zwakken en de zieken kunnen lopen. Is het niet zo? Het zou alleen anders zijn als wij bereid waren van hen te scheiden, en ik vertrouw dat wij dat niet zijn.

Laten wij er dus voor zorgen dat wij zelfs de zwaksten niet doen struikelen door iets wat wij zonder schade voor onszelf kunnen laten, maar wat hun schade zou doen. En dan weet ik nog niet of iets wat de zwakste schaadt niet ook óns zou schaden, want wij zijn niet zo sterk als wij denken. Zouden wij ons beter meten, dan zouden wij onszelf misschien ook bij de zwaksten rekenen.

Mattheüs 18:7-8.KruisverwijzingenLukas 17:1Mattheüs 5:291 Korinthe 11:19Mattheüs 25:41Mattheüs 26:24Deuteronomium 13:6Jesaja 33:14Mattheüs 25:46
— Wee der wereld van de ergernissen, want het is noodzakelijk, dat de ergernissen komen; doch wee dien mens, door welken de ergernis komt! Indien dan uw hand of uw voet u ergert, houwt ze af en werpt ze van u. Het is u beter, tot het leven in te gaan, kreupel of verminkt zijnde, dan twee handen of twee voeten hebbende, in het eeuwige vuur geworpen te worden.
“Wee der wereld van de ergernissen, want het is noodzakelijk, dat de ergernissen komen; doch wee dien mens, door welken de ergernis komt! Indien dan uw hand of uw voet u ergert, houwt ze af en werpt ze van u. Het is u beter, tot het leven in te gaan, kreupel of verminkt zijnde, dan twee handen of twee voeten hebbende, in het eeuwige vuur geworpen te worden.”

Doe weg wat u het meest van dienst is, wat u het meest onmisbaar lijkt, liever dan dat u zich erdoor laat afdwalen en tot zonde brengen.

Bedenk dat dit het woord van Jezus is: het eeuwige vuur. Het is niet het woord van een van die ruwe, wrede godgeleerden over wie u tegenwoordig zoveel hoort, maar het woord van Jezus Christus, de Meester Zelf. U kunt niet tederder zijn dan Hij; te doen alsof dat wel zo is bewijst alleen dat wij heel dwaas zijn.

Mattheüs 18:9.KruisverwijzingenMattheüs 5:22Mattheüs 5:29Mattheüs 18:8Markus 9:47Openbaring 21:27Lukas 9:24Mattheüs 19:23Hebreeën 4:11
— En indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u. Het is u beter, maar een oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden.
“En indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u. Het is u beter, maar een oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse vuur geworpen te worden.”

Het oog is zo nodig voor uw vreugde, voor uw kennis en voor de weg die u gaat. En toch, als het u tot zonde brengt…

Beter een verminkt gelovige te zijn dan een volleerd ongelovige. Beter een onontwikkelde heilige dan een ontwikkeld modern denker. Het is beter dat u een oog verliest of een hand, dan dat u uw geloof in God en in Zijn Woord verliest. Dat laatste kost u uw ziel en werpt u in het helse vuur.

Mattheüs 18:10.KruisverwijzingenHebreeën 1:14Psalmen 91:11Psalmen 34:7Romeinen 14:10Romeinen 14:21Handelingen 12:231 Koningen 22:19Handelingen 12:7
— Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg ulieden, dat hun engelen, in de hemelen, altijd zien het aangezicht Mijns Vaders, Die in de hemelen is.
“Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg ulieden, dat hun engelen, in de hemelen, altijd zien het aangezicht Mijns Vaders, Die in de hemelen is.”

Wij zijn er zo toe geneigd. Wanneer iemand geen volmaakte kennis blijkt te hebben en geen grote aanspraken maakt, denken wij zo gemakkelijk: och, hij is een nul.

Er is een engel om over elk kind van God te waken. De erfgenamen van de hemel hebben die heilige geesten om hen te bewaken en te bewaren. En deze gewijde wezens, die over het volk van God waken, aanschouwen tegelijk het aangezicht van God. Zij doen Zijn geboden, gehoorzaam aan de stem van Zijn woord, en zien al die tijd Zijn aangezicht.

Worden deze kleinen zo eervol door de engelen van God begeleid, veracht hen dan nooit. Zij mogen in grof linnen gekleed gaan, zij mogen de armoedigste katoen dragen, maar zij worden als vorsten begeleid. Behandel hen daarom ook zo.

Mattheüs 18:11.
— Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken, dat verloren was.
“Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken, dat verloren was.”

Dat is nog een reden waarom u hen niet verachten mag. Wat dunkt u? Zet uw denkmuts op en denk er eens een ogenblik over na.

Mattheüs 18:12-14.KruisverwijzingenLukas 15:4Ezechiël 34:12Jeremia 50:6Ezechiël 34:16Ezechiël 34:28Mattheüs 21:28Ezechiël 34:6Johannes 4:34
— Wat dunkt u, indien enig mens honderd schapen had, en een uit dezelve afgedwaald ware, zal hij niet de negen en negentig laten, en op de bergen heengaande, het afgedwaalde zoeken? En indien het geschiedt, dat hij hetzelve vindt, voorwaar zeg Ik u, dat hij zich meer verblijdt over hetzelve, dan over de negen en negentig, die niet afgedwaald zijn geweest. Alzo is de wil niet uws Vaders, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren ga.
“Wat dunkt u, indien enig mens honderd schapen had, en een uit dezelve afgedwaald ware, zal hij niet de negen en negentig laten, en op de bergen heengaande, het afgedwaalde zoeken? En indien het geschiedt, dat hij hetzelve vindt, voorwaar zeg Ik u, dat hij zich meer verblijdt over hetzelve, dan over de negen en negentig, die niet afgedwaald zijn geweest. Alzo is de wil niet uws Vaders, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren ga.”

En zij zullen ook niet verloren gaan. Christus is juist daarvoor gekomen, om hen op te zoeken; en Hij zál hen vinden. Heeft Hij er honderd die Zijn Vader Hem gegeven heeft, dan zal Hij Zich niet tevredenstellen met negenennegentig, maar zullen die honderd er alle zijn.

En dan, alsof Hij ons wil tonen dat wij zelfs de allerkleinste in het gezin niet mogen verachten en ook de meest afdwalende niet, brengt Hij het ons persoonlijk thuis.

Mattheüs 18:15.KruisverwijzingenLeviticus 19:17Kolossenzen 3:132 Thessalonicenzen 3:15Leviticus 6:2Lukas 17:31 Korinthe 9:191 Petrus 3:1Psalmen 141:5
— Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen.
“Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen.”

Zeg niet: hij moet maar naar mij toe komen. Ga naar hém toe; hij heeft tegen u gezondigd, het is een persoonlijke zaak, ga hem opzoeken.

Het heeft geen zin te verwachten dat wie het onrecht deed vrede zal proberen te sluiten. Het is altijd de gekwetste die vergeven moet, hoewel hijzelf niets te laten vergeven heeft. Daar komt het altijd op neer. En het is de gekwetste die, als hij de gezindheid van Christus heeft, met de verzoening beginnen moet.

Mattheüs 18:16-17.Kruisverwijzingen2 Thessalonicenzen 3:6Deuteronomium 19:151 Timotheüs 5:19Johannes 8:172 Korinthe 13:1Hebreeën 10:28Numeri 35:301 Korinthe 5:3
— Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u; opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord besta. En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar.
“Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u; opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord besta. En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar.”

Verlaat zijn gezelschap. Hij heeft de laatste rechtbank veracht; nu moet u hem laten gaan. Wees niet boos op hem. Vergeef hem van harte, maar ga niet meer met hem om.

Mattheüs 18:18.KruisverwijzingenMattheüs 16:19Johannes 20:232 Korinthe 2:10Openbaring 3:7
— Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen.
“Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen.”

Waar de gemeente juist handelt, heeft zij de plechtige goedkeuring van God. Wat deze mindere rechtbank op aarde besluit, wordt door de grote rechtbank daarboven bekrachtigd. Daarmee wordt dit binden en ontbinden dat Christus aan Zijn gemeente gegeven heeft een heel ernstige zaak.

Mattheüs 18:19-20.Kruisverwijzingen1 Johannes 5:14Johannes 20:26Markus 11:24Jakobus 5:14Openbaring 21:3Mattheüs 7:71 Korinthe 5:4Johannes 16:23
— Wederom zeg Ik u: Indien er twee van u samenstemmen op de aarde, over enige zaak, die zij zouden mogen begeren, dat die hun zal geschieden van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.
“Wederom zeg Ik u: Indien er twee van u samenstemmen op de aarde, over enige zaak, die zij zouden mogen begeren, dat die hun zal geschieden van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.”

Het is dus niet een grote gemeente die met deze wonderlijke kracht van het gebed omgord is, maar zelfs twee of drie. Christus wil niet dat wij één mens verachten, en Hij wil ook niet dat wij twee of drie verachten. “Want wie veracht den dag der kleine dingen?”

Meet integendeel naar hoedanigheid en niet naar hoeveelheid. En schiet zelfs de hoedanigheid tekort, meet dan naar de liefde, en niet naar een of andere regel van recht die u zelf hebt opgesteld.

Mattheüs 18:21.KruisverwijzingenLukas 17:3Mattheüs 18:15
— Toen kwam Petrus tot Hem, en zeide: Heere! hoe menigmaal zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven! Tot zevenmaal?
“Toen kwam Petrus tot Hem, en zeide: Heere! hoe menigmaal zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven! Tot zevenmaal?”

Petrus dacht dat hij zijn mond wel heel wijd opendeed toen hij dat zei.

Mattheüs 18:22.KruisverwijzingenKolossenzen 3:13Markus 11:25Efeze 4:31Mattheüs 6:14Mattheüs 6:11Efeze 4:26Romeinen 12:211 Timotheüs 2:8
— Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal zeven maal.
“Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal zeven maal.”

Het verwondert mij niet dat wij elders lezen dat de discipelen zeiden: “Vermeerder ons het geloof.” Want er is veel geloof nodig om zoveel geduld te hebben en steeds maar weer te blijven vergeven.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content