Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 8

1 In dezelfde dagen, als er een geheel grote schare was, en zij niets hadden wat zij eten zouden, riep Jezus Zijn discipelen tot Zich, en zeide tot hen:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 InG1722 dezelfde dagenG2250, als er een geheelG3827 grote schareG3793 wasG1510, enG2532 zij niets haddenG2192 watG5101 zij etenG5315 zouden, riepG4341 JezusG2424 Zijn discipelenG3101 tot Zich, en zeideG3004 tot henG846: In dezelfde dagen, als er een geheel grote schare was, en zij niets hadden wat zij eten zouden, riep Jezus Zijn discipelen tot Zich, en zeide tot hen:

KJV In1 those2 days4 the multitude6 being very great,5 and8 having10 nothing9 to eat,12 Jesus15 called13 his18 disciples17 unto him, and saith19 unto them,

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 εκειναις G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 3 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ημεραις G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 παμπολλου G3827 geheel very great 6 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 7 οντος G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 εχοντων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 11 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 φαγωσιν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 13 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 16 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 20 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare; want zij zijn nu drie dagen bij Mij gebleven, en hebben niet, wat zij eten zouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Ik word innerlijk met ontferming bewogenG4697 overG1909 de schareG3793; wantG3754 zij zijn nu drieG5140 dagenG2250 bij MijG1473 geblevenG4357, enG2532 hebbenG2192 nietG3756, watG5101 zij etenG5315 zouden. Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare; want zij zijn nu drie dagen bij Mij gebleven, en hebben niet, wat zij eten zouden.

KJV I have compassion1 on2 the multitude,4 because5 they have9 now6 been with me three8 days,7 and11 have13 nothing12 to eat:

1 σπλαγχνιζομαι G4697 ontferming bewogen, barmhartigheid, bewogen have (be moved with) compassion 2 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 7 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 8 τρεις G5140 drie, Drie three 9 προσμενουσιν G4357 gebleven, blijft abide still, be with, cleave unto, continue in (with) 10 μοι G1473 mij, ik I, me 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 14 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 φαγωσιν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En indien Ik hen nuchteren naar hun huis laat gaan, zo zullen zij op den weg bezwijken; want sommigen van hen komen van verre.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 indien Ik hen nuchterenG3523 naarG1519 hun huisG3624 laat gaan, zo zullen zijG846 op den wegG3598 bezwijkenG1590; wantG1063 sommigenG5100 van henG846 komenG2240 van verreG3113. En indien Ik hen nuchteren naar hun huis laat gaan, zo zullen zij op den weg bezwijken; want sommigen van hen komen van verre.

KJV And1 if2 I send3 them4 away fasting5 to6 their own8 houses,7 they will faint9 by10 the way:12 for14 divers13 of them15 came17 from far.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 απολυσω G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 νηστεις G3523 nuchteren fasting 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εκλυθησονται G1590 bezwijken, bezwijkt, vermoeid faint 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 13 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 14 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 15 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 μακροθεν G3113 verre afar off, from far 17 ηκασιν G2240 komen, kom come
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Zijn discipelen antwoordden Hem: Van waar zal iemand dezen met broden hier in de woestijn kunnen verzadigen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG2532 Zijn discipelenG3101 antwoorddenG611 HemG846: Van waar zal iemandG5100 dezenG5128 met brodenG740 hier in de woestijnG2047 kunnen verzadigenG5526? En Zijn discipelen antwoordden Hem: Van waar zal iemand dezen met broden hier in de woestijn kunnen verzadigen?

KJV And1 his3 disciples5 answered2 him,6 From whence7 can9 a man10 satisfy12 these men with bread13 here11 in14 the wilderness?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απεκριθησαν G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 8 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 δυνησεται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 10 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 11 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 12 χορτασαι G5526 verzadigd, verzadigen feed, fill, satisfy 13 αρτων G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 14 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 ερημιας G2047 woestijn, woestijnen desert, wilderness

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Hij vraagde hun: Hoeveel broden hebt gij? En zij zeiden: Zeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En Hij vraagdeG1905 hunG846: HoeveelG4214 brodenG740 hebtG2192 gij? En zij zeidenG2036: ZevenG2033. En Hij vraagde hun: Hoeveel broden hebt gij? En zij zeiden: Zeven.

KJV And1 he asked2 them,3 How many4 loaves6 have ye?5 And8 they said, Seven.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επηρωτα G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ποσους G4214 hoeveel, Hoeveel, hoevele how great (long, many), what 5 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 6 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Hij gebood de schare neder te zitten op de aarde, en Hij nam de zeven broden, en gedankt hebbende, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze zouden voorleggen; en zij legden ze de schare voor.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 EnG2532 Hij geboodG3853 de schareG3793 neder te zitten opG1909 de aardeG1093, enG2532 Hij namG2983 de zevenG2033 brodenG740, en gedanktG2168 hebbende, brakG2806 Hij ze, enG2532 gafG1325 ze Zijn discipelenG3101, opdatG2443 zijG846 ze zouden voorleggenG3908; enG2532 zij legden ze de schareG3793 voor. En Hij gebood de schare neder te zitten op de aarde, en Hij nam de zeven broden, en gedankt hebbende, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze zouden voorleggen; en zij legden ze de schare voor.

Ook in dit vers neder zittenG377 leidenG3908

KJV And1 he commanded2 the people4 to sit down5 on6 the ground:8 and9 he took10 the seven12 loaves,13 and gave thanks,14 and brake,15 and16 gave17 to his20 disciples19 to21 set before22 them; and23 they did set them before24 the people.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παρηγγειλεν G3853 geboden, beval, bevelen (give in) charge, (give) command(-ment), declare 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οχλω G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 αναπεσειν G377 neder zitten, gevallen, nederzitten lean, sit down (to meat) 6 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 13 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 14 ευχαριστησας G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 15 εκλασεν G2806 brak, gebroken, breken break 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εδιδου G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 18 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 22 παραθωσιν G3908 voorgesteld, voorleggen, beveel allege, commend, commit (the keeping of), put forth, set before 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 παρεθηκαν G3908 voorgesteld, voorleggen, beveel allege, commend, commit (the keeping of), put forth, set before 25 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 οχλω G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En zij hadden weinige visjes; en als Hij gezegend had, zeide Hij, dat zij ook die zouden voorleggen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En zij hadden weinigeG3641 visjesG2485; enG2532 als Hij gezegendG2127 had, zeideG2036 Hij, dat zij ookG2532 die zouden voorleggenG3908. En zij hadden weinige visjes; en als Hij gezegend had, zeide Hij, dat zij ook die zouden voorleggen.

KJV And1 they had2 a few4 small fishes:3 and5 he blessed,6 and commanded to set8 them10 also9 before

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 ιχθυδια G2485 visjes little (small) fish 4 ολιγα G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ευλογησας G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 παραθειναι G3908 voorgesteld, voorleggen, beveel allege, commend, commit (the keeping of), put forth, set before 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En zij hebben gegeten, en zijn verzadigd geworden, en zij namen het overschot der brokken op, zeven manden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En zij hebben gegetenG5315, en zijn verzadigdG5526 geworden, en zij namenG142 het overschotG4051 der brokkenG2801 op, zevenG2033 mandenG4711. En zij hebben gegeten, en zijn verzadigd geworden, en zij namen het overschot der brokken op, zeven manden.

KJV So2 they did eat,1 and3 were filled:4 and5 they took up6 of the broken8 meat that was left7 seven9 baskets.

1 εφαγον G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 εχορτασθησαν G5526 verzadigd, verzadigen feed, fill, satisfy 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηραν G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 7 περισσευματα G4051 overvloed, overschot abundance, that was left, over and above 8 κλασματων G2801 brokken broken, fragment 9 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 10 σπυριδας G4711 manden, mand basket
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Die nu gegeten hadden, waren omtrent vier duizend; en Hij liet hen gaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Die nuG1161 gegetenG5315 hadden, warenG1510 omtrent vier duizendG5070; en Hij lietG630 hen gaan. Die nu gegeten hadden, waren omtrent vier duizend; en Hij liet hen gaan.

KJV And2 they that had eaten4 were about5 four thousand:6 and7 he sent8 them9 away.

1 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φαγοντες G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 5 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 6 τετρακισχιλιοι G5070 vier duizend four thousand 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 απελυσεν G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 9 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En terstond in het schip gegaan zijnde met Zijn discipelen, is Hij gekomen in de delen van Dalmanutha.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 terstondG2112 inG1519 het schipG4143 gegaanG1684 zijnde metG3326 Zijn discipelenG3101, is HijG846 gekomenG2064 inG1519 de delenG3313 van DalmanuthaG1148. En terstond in het schip gegaan zijnde met Zijn discipelen, is Hij gekomen in de delen van Dalmanutha.

KJV And1 straightway2 he entered3 into4 a ship6 with7 his10 disciples,9 and came11 into12 the parts14 of Dalmanutha.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 εμβας G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 7 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 μερη G3313 deel, dele, delen behalf, course, coast, craft, particular (+ -ly), part (+ -ly), piece, portion, respect, side, some sort(-what) 15 δαλμανουθα G1148 Dalmanutha Dalmanutha
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de Farizeen gingen uit, en begonnen met Hem te twisten, begerende van Hem een teken van den hemel, Hem verzoekende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En de FarizeenG5330 gingenG1831 uit, enG2532 begonnenG756 met Hem te twistenG4802, begerendeG2212 van HemG846 een tekenG4592 vanG575 den hemelG3772, HemG846 verzoekendeG3985. En de Farizeen gingen uit, en begonnen met Hem te twisten, begerende van Hem een teken van den hemel, Hem verzoekende.

KJV And1 the Pharisees4 came forth,2 and5 began6 to question7 with him,8 seeking9 of10 him11 a sign12 from13 heaven,15 tempting16 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξηλθον G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 7 συζητειν G4802 handelde, ondervraagden, tezamen woorden dispute (with), enquire, question (with), reason (together) 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ζητουντες G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 10 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 13 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 16 πειραζοντες G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Hij, zwaarlijk zuchtende in Zijn geest, zeide: Wat begeert dit geslacht een teken? Voorwaar, Ik zeg u: Zo aan dit geslacht een teken gegeven zal worden!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 HijG846, zwaarlijk zuchtendeG389 in Zijn geestG4151, zeideG3004: WatG5101 begeertG1934 ditG3778 geslachtG1074 een tekenG4592? VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771: ZoG1487 aan ditG3778 geslachtG1074 een tekenG4592 gegevenG1325 zal worden! En Hij, zwaarlijk zuchtende in Zijn geest, zeide: Wat begeert dit geslacht een teken? Voorwaar, Ik zeg u: Zo aan dit geslacht een teken gegeven zal worden!

KJV And1 he sighed deeply2 in his5 spirit,4 and saith,6 Why7 doth12 this10 generation9 seek after a sign?11 verily13 I say14 unto you, There shall no16 sign21 be given17 unto this generation.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναστεναξας G389 zwaarlijk zuchtende sigh deeply 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γενεα G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 10 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 12 επιζητει G1934 verzoekt, zoeken, zoek desire, enquire, seek (after, for) 13 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 14 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 16 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 17 δοθησεται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 18 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 γενεα G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 20 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 21 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Hij verliet hen, en wederom in het schip gegaan zijnde, voer Hij weg naar de andere zijde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En Hij verlietG863 hen, en wederomG3825 inG1519 het schipG4143 gegaanG1684 zijnde, voer Hij wegG565 naarG1519 de andere zijde. En Hij verliet hen, en wederom in het schip gegaan zijnde, voer Hij weg naar de andere zijde.

KJV And1 he left2 them,3 and entering4 into6 the ship8 again5 departed9 to10 the other side.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αφεις G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εμβας G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 5 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 9 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Zijn discipelen hadden vergeten brood mede te nemen, en hadden niet dan een brood met zich in het schip.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En Zijn discipelenG1950 hadden vergeten broodG740 medeG2532 te nemenG2983, en hadden niet dan eenG1520 broodG740 met zichG1438 inG1722 het schipG4143. En Zijn discipelen hadden vergeten brood mede te nemen, en hadden niet dan een brood met zich in het schip.

KJV Now1 the disciples had forgotten2 to take8 bread,9 neither10 had16 they in19 the ship21 with17 them18 more than one13 loaf.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επελαθοντο G1950 vergeten, Vergeet, discipelen (be) forget(-ful of) 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 λαβειν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 9 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 14 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 17 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 18 εαυτων G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πλοιω G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Hij gebood hun, zeggende: Ziet toe, wacht u van den zuurdesem der Farizeen, en van den zuurdesem van Herodes.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 Hij geboodG1291 hunG846, zeggendeG3004: ZietG3708 toe, wachtG991 u vanG575 den zuurdesemG2219 der FarizeenG5330, enG2532 van den zuurdesemG2219 van HerodesG2264. En Hij gebood hun, zeggende: Ziet toe, wacht u van den zuurdesem der Farizeen, en van den zuurdesem van Herodes.

KJV And1 he charged2 them,3 saying,4 Take heed,5 beware6 of7 the leaven9 of the Pharisees,11 and12 of the leaven14 of Herod.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διεστελλετο G1291 gebood, bevolen, geboden charge, that which was (give) commanded(-ment) 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 ορατε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 βλεπετε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 7 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ζυμης G2219 zuurdesem leaven 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ζυμης G2219 zuurdesem leaven 15 ηρωδου G2264 Herodes Herod
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En zij overlegden onder elkander, zeggende: Het is, omdat wij geen broden hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 zij overlegdenG1260 onder elkanderG240, zeggendeG3004: Het is, omdatG3754 wij geenG3756 brodenG740 hebbenG2192. En zij overlegden onder elkander, zeggende: Het is, omdat wij geen broden hebben.

Ook in dit vers totG4314

KJV And1 they reasoned2 among3 themselves,4 saying,5 It is because6 we have9 no8 bread.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διελογιζοντο G1260 overlegt, overleiden, overdachten cast in mind, consider, dispute, muse, reason, think 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 5 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 εχομεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Jezus, dat bekennende, zeide tot hen: Wat overlegt gij, dat gij geen broden hebt? Bemerkt gij nog niet, en verstaat gij niet, hebt gij nog uw verharde hart?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 JezusG2424, dat bekennendeG1097, zeideG3004 tot henG846: WatG5101 overlegtG1260 gij, datG3754 gij geen brodenG740 hebtG2192? BemerktG3539 gij nogG3768 niet, en verstaatG4920 gij niet, hebtG2192 gij nog uw verhardeG4456 hartG2588? En Jezus, dat bekennende, zeide tot hen: Wat overlegt gij, dat gij geen broden hebt? Bemerkt gij nog niet, en verstaat gij niet, hebt gij nog uw verharde hart?

KJV And1 when Jesus4 knew2 it, he saith5 unto them,6 Why7 reason ye,8 because9 ye have12 no11 bread?10 perceive ye14 not yet,13 neither15 understand?16 have ye19 your heart21 yet17 hardened?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 γνους G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 διαλογιζεσθε G1260 overlegt, overleiden, overdachten cast in mind, consider, dispute, muse, reason, think 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 11 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 ουπω G3768 nog hitherto not, (no…) as yet, not yet 14 νοειτε G3539 Verstaat, merke, verstaan consider, perceive, think, understand 15 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 16 συνιετε G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise 17 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 18 πεπωρωμενην G4456 verhard, verharde blind, harden 19 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 καρδιαν G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 22 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ogen hebbende, ziet gij niet? En oren hebbende, hoort gij niet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 OgenG3788 hebbendeG2192, ziet gij nietG3756? EnG2532 orenG3775 hebbendeG2192, hoortG191 gij nietG3756? Ogen hebbende, ziet gij niet? En oren hebbende, hoort gij niet?

KJV Having2 eyes,1 see ye4 not?3 and5 having7 ears,6 hear ye9 not?8 and10 do ye12 not11 remember?

1 οφθαλμους G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 2 εχοντες G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 4 βλεπετε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ωτα G3775 oren, oor ear 7 εχοντες G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 ακουετε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 μνημονευετε G3421 gedenkt, Gedenkt, Gedenk make mention; be mindful, remember
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En gedenkt gij niet, toen Ik de vijf broden brak onder de vijf duizend mannen, hoeveel volle korven met brokken gij opnaamt? Zij zeiden Hem: Twaalf.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En gedenktG3421 gij niet, toen Ik de vijfG4002 brodenG740 brakG2806 onder de vijf duizendG4000 mannen, hoeveelG4214 volleG4134 korvenG2894 met brokkenG2801 gij opnaamtG142? Zij zeidenG3004 HemG846: TwaalfG1427. En gedenkt gij niet, toen Ik de vijf broden brak onder de vijf duizend mannen, hoeveel volle korven met brokken gij opnaamt? Zij zeiden Hem: Twaalf.

KJV When1 I brake5 the five3 loaves4 among6 five thousand,8 how many9 baskets10 full11 of fragments12 took ye up?13 They say14 unto him,15 Twelve.

1 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 2 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five 4 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 5 εκλασα G2806 brak, gebroken, breken break 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πεντακισχιλιους G4000 vijf duizend five thousand 9 ποσους G4214 hoeveel, Hoeveel, hoevele how great (long, many), what 10 κοφινους G2894 korven basket 11 πληρεις G4134 vol, volle full 12 κλασματων G2801 brokken broken, fragment 13 ηρατε G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 14 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En toen Ik de zeven brak onder de vier duizend mannen, hoeveel volle manden met brokken gij opnaamt? En zij zeiden: Zeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG1161 toen Ik de zevenG2033 brak onder de vier duizendG5070 mannen, hoeveelG4214 volleG4138 mandenG4711 met brokkenG2801 gij opnaamtG142? EnG1161 zij zeidenG2036: ZevenG2033. En toen Ik de zeven brak onder de vier duizend mannen, hoeveel volle manden met brokken gij opnaamt? En zij zeiden: Zeven.

Ook in dit vers [brak]G1519

KJV And2 when1 the seven4 among5 four thousand,7 how many8 baskets9 full10 of fragments11 took ye up?12 And14 they said, Seven.

1 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 τετρακισχιλιους G5070 vier duizend four thousand 8 ποσων G4214 hoeveel, Hoeveel, hoevele how great (long, many), what 9 σπυριδων G4711 manden, mand basket 10 πληρωματα G4138 volheid, vervulling, aangenaaide lap which is put in to fill up, piece that filled up, fulfilling, full, fulness 11 κλασματων G2801 brokken broken, fragment 12 ηρατε G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Hij zeide tot hen: Hoe verstaat gij niet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: HoeG4459 verstaatG4920 gij nietG3756? En Hij zeide tot hen: Hoe verstaat gij niet?

KJV And1 he said2 unto them,3 How4 is it that ye do6 not5 understand?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 συνιετε G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Hij kwam te Bethsaida; en zij brachten tot Hem een blinde, en baden Hem, dat Hij hem aanraakte.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En Hij kwamG2064 te BethsaidaG966; enG2532 zij brachtenG5342 totG1519 HemG846 een blindeG5185, enG2532 badenG3870 HemG846, datG2443 Hij hemG846 aanraakteG680. En Hij kwam te Bethsaida; en zij brachten tot Hem een blinde, en baden Hem, dat Hij hem aanraakte.

KJV And1 he cometh2 to3 Bethsaida;8 and9 they bring10 a blind man12 unto him,11 and13 besought14 him15 to16 touch18 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 βηθσαιδαν 7 βηθσαιδα 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 φερουσιν G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 τυφλον G5185 blinden, blind, blinde blind 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 παρακαλουσιν G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 αψηται G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En de hand des blinden genomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en legde de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En de handG5495 des blindenG5185 genomenG1949 hebbende, leiddeG1806 Hij hemG846 uit buitenG1854 het vlekG2968, enG2532 spoogG4429 inG1519 zijn ogenG3659, en legdeG2007 de handenG5495 op hemG846, en vraagdeG1905 hemG846, ofG1487 hij ietsG1536 zagG991. En de hand des blinden genomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en legde de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag.

KJV And1 he took2 the blind man6 by the hand,4 and led7 him8 out of9 the town;11 and12 when he had spit13 on14 his17 eyes,16 and put18 his hands20 upon him,21 he asked22 him23 if he saw26 ought.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επιλαβομενος G1949 nam, namen, greep catch, lay hold (up-)on, take (by, hold of, on) 3 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 χειρος G5495 handen, hand hand 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 τυφλου G5185 blinden, blind, blinde blind 7 εξηγαγεν G1806 leidde, uitgeleid, geleid bring forth (out), fetch (lead) out 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 κωμης G2968 vlek, vlekken town, village 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 πτυσας G4429 spoog, gespogen spit 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ομματα G3659 ogen eye 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 επιθεις G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 19 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 χειρας G5495 handen, hand hand 21 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 επηρωτα G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 23 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 25 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 26 βλεπει G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En hij, opziende, zeide: Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, wandelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG2532 hij, opziendeG308, zeideG3004: Ik zie de mensenG444, wantG3754 ik zie hen, alsG5613 bomenG1186, wandelenG4043. En hij, opziende, zeide: Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, wandelen.

Ook in dit vers zieG991 zieG3708

KJV And1 he looked up,2 and said,3 I see4 men6 as11 trees,12 walking.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναβλεψας G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 3 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 βλεπω G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανθρωπους G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 12 δενδρα G1186 boom, bomen tree 14 ορω G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 17 περιπατουντας G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Daarna legde Hij de handen wederom op zijn ogen, en deed hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Daarna legdeG2007 Hij de handenG5495 wederomG3825 opG1909 zijn ogenG3788, enG2532 deedG4160 hemG846 opzienG308. EnG2532 hij werd hersteldG600, enG2532 zagG1689 hen allen ver en klaar. Daarna legde Hij de handen wederom op zijn ogen, en deed hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar.

Ook in dit vers ver klaarG5081

KJV After1 that he put3 his hands5 again2 upon6 his9 eyes,8 and10 made11 him12 look up:13 and14 he was restored,15 and16 saw17 every man19 clearly.

1 ειτα G1534 daarna, vervolgens after that(-ward), furthermore, then 2 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 3 επεθηκεν G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 4 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 χειρας G5495 handen, hand hand 6 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οφθαλμους G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 αναβλεψαι G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 αποκατεσταθη G600 hersteld, oprichten, wedergegeven restore (again) 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ενεβλεψεν G1689 zag, aanziende, Aanziet behold, gaze up, look upon, (could) see 18 τηλαυγως G5081 ver klaar clearly 19 απαντας G537 alles all (things), every (one), whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En Hij zond hem naar zijn huis, zeggende: Ga niet in het vlek, en zeg het niemand in het vlek.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG2532 HijG846 zondG649 hemG846 naarG1519 zijn huisG3624, zeggendeG3004: Ga niet in het vlekG2968, en zegG2036 het niemandG5100 in het vlekG2968. En Hij zond hem naar zijn huis, zeggende: Ga niet in het vlek, en zeg het niemand in het vlek.

KJV And1 he sent2 him3 away to4 his7 house,6 saying,8 Neither9 go13 into10 the town,12 nor14 tell it to any16 in17 the town.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κωμην G2968 vlek, vlekken town, village 13 εισελθης G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 14 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 15 ειπης G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 τινι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 κωμη G2968 vlek, vlekken town, village

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En Jezus ging uit en Zijn discipelen naar de vlekken van Cesarea Filippi. En op den weg vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende tot hen: Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 EnG2532 JezusG2424 ging uit enG2532 Zijn discipelenG3101 naarG1519 de vlekkenG2968 van CesareaG2542 FilippiG5376. EnG2532 op den wegG3598 vraagdeG1905 Hij Zijn discipelenG3101, zeggendeG3004 tot henG846: WieG5101 zeggenG3004 de mensenG444, dat IkG1473 benG1510? En Jezus ging uit en Zijn discipelen naar de vlekken van Cesarea Filippi. En op den weg vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende tot hen: Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?

KJV And1 Jesus4 went out,2 and5 his8 disciples,7 into9 the towns11 of Caesarea12 Philippi:14 and15 by16 the way18 he asked19 his22 disciples,21 saying23 unto them,24 Whom25 do27 men29 say that I am?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 κωμας G2968 vlek, vlekken town, village 12 καισαρειας G2542 Cesarea Cæsarea 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 φιλιππου G5376 Filippus, Filippi Philip 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 19 επηρωτα G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 20 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 24 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 τινα G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 26 με G1473 mij, ik I, me 27 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 28 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 ανθρωποι G444 mensen, mens, Mens certain, man 30 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En zij antwoordden: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Een van de profeten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En zij antwoorddenG611: JohannesG2491 de DoperG910; en anderen: EliasG2243; en anderen: EenG1520 van de profetenG4396. En zij antwoordden: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Een van de profeten.

KJV And2 they answered,3 John4 the Baptist:6 but11 some8 say, Elias;9 and7 others,10 One12 of the prophets.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 απεκριθησαν G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ιωαννην G2491 Johannes John 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 βαπτιστην G910 Doper Baptist 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 9 ηλιαν G2243 Elias, Elia Elias 10 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij dat Ik ben? En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Gij zijt de Christus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En Hij zeideG3004 tot henG846: MaarG1161 gijlieden, wieG5101 zegtG3004 gij dat IkG1473 benG1510? En PetrusG4074, antwoordendeG611, zeideG3004 tot HemG846: GijG4771 zijtG1510 de ChristusG5547. En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij dat Ik ben? En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Gij zijt de Christus.

KJV And1 he2 saith3 unto them,4 But6 whom7 say9 ye that I am? And12 Peter14 answereth11 and saith15 unto him,16 Thou5 art the Christ.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 τινα G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 με G1473 mij, ik I, me 9 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 15 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij het niemand zouden zeggen van Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 EnG2532 Hij geboodG2008 hun scherpelijkG2008, datG2443 zij het niemandG3367 zouden zeggenG3004 vanG4012 Hem. En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij het niemand zouden zeggen van Hem.

KJV And1 he charged2 them3 that4 they should tell6 no man5 of7 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επετιμησεν G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 μηδενι G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 6 λεγωσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En Hij begon hun te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en na drie dagen wederom opstaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 EnG2532 Hij begonG756 hun te lerenG1321, datG3754 de ZoonG5207 des mensenG444 veelG4183 moestG1163 lijdenG3958, enG2532 verworpenG593 worden vanG575 de ouderlingenG4245, enG2532 overpriestersG749, enG2532 SchriftgeleerdenG1122, enG2532 gedoodG615 worden, enG2532 naG3326 drieG5140 dagenG2250 wederom opstaanG450. En Hij begon hun te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en na drie dagen wederom opstaan.

KJV And1 he began2 to teach3 them,4 that5 the Son8 of man10 must6 suffer12 many things,11 and13 be rejected14 of15 the elders,17 and18 of the chief priests,19 and20 scribes,21 and22 be killed,23 and24 after25 three26 days27 rise again.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 3 διδασκειν G1321 lerende, leerde, leren teach 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 11 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 12 παθειν G3958 lijden, geleden, lijdt feel, passion, suffer, vex 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 αποδοκιμασθηναι G593 verworpen disallow, reject 15 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 16 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πρεσβυτερων G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 αρχιερεων G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 γραμματεων G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 αποκτανθηναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 26 τρεις G5140 drie, Drie three 27 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 28 αναστηναι G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En dit woord sprak Hij vrij uit; en Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En dit woordG3056 sprakG2980 Hij vrijG3954 uit; enG2532 PetrusG4074, HemG846 tot zich genomenG4355 hebbende, begonG756 HemG846 te bestraffenG2008; En dit woord sprak Hij vrij uit; en Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen;

KJV And1 he spake5 that saying4 openly.2 And6 Peter10 took7 him,8 and began11 to rebuke12 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παρρησια G3954 vrijmoedigheid, vrijuit, vrijmoedigheid bold (X -ly, -ness, -ness of speech), confidence, X freely, X openly, X plainly(-ness) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 5 ελαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 προσλαβομενος G4355 namen, genomen, aangenomen receive, take (unto) 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 11 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 12 επιτιμαν G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Maar Hij, Zich omkerende, en Zijn discipelen aanziende, bestrafte Petrus, zeggende: Ga heen, achter Mijn, satanas, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Maar HijG846, Zich omkerendeG1994, en Zijn discipelenG3101 aanziendeG1492, bestrafteG2008 PetrusG4074, zeggendeG3004: Ga heen, achterG3694 Mijn, satanasG4567, wantG3754 gij verzintG5426 nietG3756 de dingen, die GodsG2316 zijn, maar die der mensenG444 zijn. Maar Hij, Zich omkerende, en Zijn discipelen aanziende, bestrafte Petrus, zeggende: Ga heen, achter Mijn, satanas, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.

KJV But2 when he had turned about3 and4 looked on his8 disciples,7 he rebuked9 Peter,11 saying,12 Get thee13 behind14 me, Satan:16 for17 thou savourest19 not18 the things that be of God,22 but23 the things that be of men.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επιστραφεις G1994 bekeren, bekeerd, keerde come (go) again, convert, (re-)turn (about, again) 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 επετιμησεν G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πετρω G4074 Petrus Peter, rock 12 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 14 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 15 μου G1473 mij, ik I, me 16 σατανα G4567 satan, satanas, satans Satan 17 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 18 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 φρονεις G5426 gevoelen, bedenken, gevoelt set the affection on, (be) care(-ful), (be like-, + be of one, + be of the same, + let this) mind(-ed), regard, savour, think 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 23 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 24 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En tot Zich geroepen hebbende de schare met Zijn discipelen, zeide Hij tot hen: Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 EnG2532 tot Zich geroepenG4341 hebbende de schareG3793 met Zijn discipelenG3101, zeideG2036 Hij tot hen: Zo wie achterG3694 MijG1473 wilG2309 komenG2064, die verloocheneG533 zichzelvenG1438, enG2532 nemeG142 zijn kruisG4716 op, enG2532 volgeG190 MijG1473. En tot Zich geroepen hebbende de schare met Zijn discipelen, zeide Hij tot hen: Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.

KJV And1 when he had called2 the people4 unto him with5 his8 disciples7 also, he said unto them,10 Whosoever11 will12 come15 after13 me, let him deny16 himself,17 and18 take up19 his22 cross,21 and23 follow24 me.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 συν G4862 met, samen met beside, with 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 12 θελει G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 13 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 14 μου G1473 mij, ik I, me 15 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 απαρνησασθω G533 verloochenen, verloochend, verloochene deny 17 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 αρατω G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 σταυρον G4716 kruis, kruises cross 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 ακολουθειτω G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 25 μοι G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven zal verliezen, om Mijnentwil, en om des Evangelies wil, die zal hetzelve behouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 WantG1063 zo wie zijn levenG5590 zal willenG2309 behoudenG4982, die zal hetzelveG846 verliezenG622; maarG1161 zo wieG3739 zijn levenG5590 zal verliezenG622, om MijnentwilG1700, en om des EvangeliesG2098 wilG1752, die zal hetzelveG846 behoudenG4982. Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven zal verliezen, om Mijnentwil, en om des Evangelies wil, die zal hetzelve behouden.

KJV For2 whosoever1 will4 save8 his7 life6 shall lose9 it;10 but12 whosoever11 shall lose14 his17 life16 for18 my sake and20 the gospel's,22 the same23 shall save24 it.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 θελη G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 σωσαι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 9 απολεσει G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 10 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 14 απολεση G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 ενεκεν G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 19 εμου G1473 mij, ik I, me 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ευαγγελιου G2098 Evangelie, Evangelies gospel 23 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 24 σωσει G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 25 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Want wat zou het den mens baten zo hij de gehele wereld won, en zijner ziele schade leed?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 WantG1063 watG5101 zou het den mensG444 batenG5623 zoG1437 hijG846 de gehele wereldG2889 wonG2770, enG2532 zijner zieleG5590 schade leedG2210? Want wat zou het den mens baten zo hij de gehele wereld won, en zijner ziele schade leed?

KJV For2 what1 shall it profit3 a man,4 if5 he shall gain6 the whole9 world,8 and10 lose11 his own14 soul?

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ωφελησει G5623 nut, baat, nuttigheid advantage, better, prevail, profit 4 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 κερδηση G2770 winnen, gewonnen, won (get) gain, win 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world 9 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ζημιωθη G2210 schade lijden, geleden, lijdt schade be cast away, receive damage, lose, suffer loss 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 OfG2228 watG5101 zal een mensG444 gevenG1325, tot lossingG465 van zijn zielG5590? Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?

KJV Or1 what2 shall3 a man4 give in exchange5 for his8 soul?

1 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 2 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 3 δωσει G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 4 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 ανταλλαγμα G465 lossing in exchange 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ψυχης G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Want zo wie zich Mijns en Mijner woorden zal geschaamd hebben, in dit overspelig en zondig geslacht, diens zal Zich de Zoon des mensen ook schamen, wanneer Hij zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met de heilige engelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 WantG1063 zo wieG3739 zich Mijns en Mijner woordenG3056 zal geschaamdG1870 hebben, inG1722 ditG3778 overspeligG3428 enG2532 zondigG268 geslachtG1074, diensG846 zal Zich de ZoonG5207 des mensenG444 ook schamenG1870, wanneer Hij zal komenG2064 inG1722 de heerlijkheidG1391 Zijns VadersG3962, met de heiligeG40 engelenG32. Want zo wie zich Mijns en Mijner woorden zal geschaamd hebben, in dit overspelig en zondig geslacht, diens zal Zich de Zoon des mensen ook schamen, wanneer Hij zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met de heilige engelen.

KJV Whosoever1 therefore2 shall be ashamed4 of me and6 of my8 words9 in10 this adulterous15 and16 sinful17 generation;12 of him24 also18 shall23 the Son20 of man22 be ashamed, when25 he cometh26 in27 the glory29 of his32 Father31 with33 the holy37 angels.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 επαισχυνθη G1870 geschaamd, schaamt, schamen be ashamed 5 με G1473 mij, ik I, me 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εμους G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 9 λογους G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γενεα G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 13 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μοιχαλιδι G3428 overspelig, overspeelster, overspel adulteress(-ous, -y) 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αμαρτωλω G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 23 επαισχυνθησεται G1870 geschaamd, schaamt, schamen be ashamed 24 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 26 ελθη G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 27 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 28 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 δοξη G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 30 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 32 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 33 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 34 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 αγγελων G32 engel, engelen, engels angel, messenger 36 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 37 αγιων G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 8:1 Mattheüs 15:32 Markus 6:34
Markus 8:2 Mattheüs 9:36 Mattheüs 6:32 Psalmen 145:15 Markus 6:34 Mattheüs 4:2 Micha 7:19 Johannes 4:30 Hebreeën 4:15
Markus 8:3 1 Samuël 14:28 Richteren 8:4 Jesaja 40:31 1 Samuël 30:10
Markus 8:4 Markus 6:52 Johannes 6:7 2 Koningen 4:42 Markus 6:36 Psalmen 78:19 Numeri 11:21 2 Koningen 7:2 Mattheüs 15:33
Markus 8:5 Mattheüs 14:15 Markus 6:38 Mattheüs 15:34 Lukas 9:13
Markus 8:6 Romeinen 14:6 1 Samuël 9:13 1 Korinthe 10:30 Mattheüs 26:26 Johannes 6:10 Lukas 12:37 Johannes 2:5 Markus 6:39
Markus 8:7 Mattheüs 14:19 Johannes 21:8 Lukas 24:41 Lukas 6:41 Johannes 21:5
Markus 8:8 2 Koningen 4:42 Psalmen 107:8 Openbaring 7:16 Johannes 6:11 2 Koningen 4:2 Johannes 6:32 Johannes 6:47 Markus 8:19
Markus 8:10 Mattheüs 15:39
Markus 8:11 Mattheüs 12:38 Lukas 11:16 Johannes 4:48 Deuteronomium 6:16 Lukas 10:25 Johannes 6:30 1 Korinthe 10:9 Mattheüs 22:18
Markus 8:12 Markus 7:34 Lukas 11:29 Lukas 19:41 Markus 9:19 Jesaja 53:3 Markus 3:5 Lukas 16:29 Mattheüs 12:39
Markus 8:13 Johannes 12:36 Jeremia 23:33 Johannes 8:21 Handelingen 13:45 Zacharia 11:8 Lukas 8:37 Hosea 9:12 Psalmen 81:12
Markus 8:14 Mattheüs 16:5
Markus 8:15 1 Korinthe 5:6 Markus 12:13 Mattheüs 16:6 2 Timotheüs 2:14 1 Timotheüs 6:13 1 Kronieken 28:9 Lukas 12:15 Leviticus 2:11
Markus 8:16 Mattheüs 16:7 Lukas 20:5 Lukas 9:46
Markus 8:17 Markus 6:52 Markus 2:8 Markus 3:5 Johannes 16:30 Hebreeën 4:12 Markus 16:14 Mattheüs 16:8 Lukas 24:25
Markus 8:18 Markus 4:12 Jeremia 5:21 Handelingen 28:26 Jesaja 6:9 Ezechiël 12:2 Mattheüs 13:14 Romeinen 11:8 Johannes 12:40
Markus 8:19 Lukas 9:12 Johannes 6:5 Markus 6:38 Mattheüs 14:17
Markus 8:20 Mattheüs 15:34 Markus 8:1
Markus 8:21 Markus 6:52 Markus 8:12 1 Korinthe 15:34 1 Korinthe 6:5 Psalmen 94:8 Mattheüs 16:11 Johannes 14:9 Markus 9:19
Markus 8:22 Mattheüs 11:21 Markus 6:45 Mattheüs 8:15 Mattheüs 8:3 Markus 2:3 Markus 6:55 Johannes 1:44 Markus 5:27
Markus 8:23 Markus 7:33 Handelingen 9:8 Markus 5:23 Jeremia 31:32 Johannes 9:6 Jesaja 44:2 Hebreeën 8:9 Jesaja 51:18
Markus 8:24 Jesaja 29:18 Richteren 9:36 1 Korinthe 13:9 Jesaja 32:3
Markus 8:25 Mattheüs 13:12 2 Petrus 3:18 1 Petrus 2:9 Spreuken 4:18 Filippenzen 1:6
Markus 8:26 Mattheüs 8:4 Mattheüs 12:16 Mattheüs 9:30 Markus 5:43 Markus 7:36 Markus 8:23
Markus 8:27 Lukas 9:18 Mattheüs 16:13
Markus 8:28 Maleachi 4:5 Mattheüs 14:2 Johannes 1:21 Mattheüs 16:14 Markus 9:11 Markus 6:14 Lukas 9:7
Markus 8:29 Johannes 6:69 Johannes 11:27 Johannes 4:42 Lukas 9:20 Handelingen 8:36 1 Johannes 4:15 Johannes 1:41 Handelingen 9:20
Markus 8:30 Lukas 9:21 Mattheüs 16:20 Markus 9:9 Markus 8:26 Markus 7:36 Mattheüs 8:4
Markus 8:31 Mattheüs 12:40 Hosea 6:2 Lukas 17:25 Markus 10:33 Lukas 24:26 Markus 12:10 Johannes 2:19 Handelingen 7:51
Markus 8:32 Johannes 16:25 Johannes 16:29 Mattheüs 16:22 Markus 4:38 Lukas 10:40 Johannes 18:20 Johannes 13:6
Markus 8:33 Mattheüs 4:10 1 Johannes 2:15 Filippenzen 3:19 1 Petrus 4:1 Romeinen 8:5 1 Timotheüs 5:20 Psalmen 141:5 Job 2:10
Markus 8:34 Mattheüs 10:38 Lukas 14:26 1 Koningen 14:8 Numeri 14:24 Johannes 10:27 1 Johannes 3:16 Galaten 5:24 Mattheüs 16:24
Markus 8:35 2 Timotheüs 1:8 Lukas 17:33 Mattheüs 10:39 1 Korinthe 9:23 Mattheüs 19:29 Handelingen 21:13 Openbaring 2:10 Mattheüs 10:22
Markus 8:36 Lukas 9:25 Jakobus 1:9 Job 2:4 Psalmen 49:17 Romeinen 6:21 Job 22:2 Mattheüs 16:26 Hebreeën 11:24
Markus 8:37 Psalmen 49:7 1 Petrus 1:18
Markus 8:38 Mattheüs 26:64 Mattheüs 25:31 Mattheüs 16:27 Deuteronomium 33:2 Mattheüs 13:41 Romeinen 1:16 Daniël 7:10 Daniël 7:13
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 8 vers 1

dezelfde dagen, Dat is, omtrent denzelfden tijd.

Hertaald: dezelfde dagen, Dat is: ongeveer in dezelfde tijd.

Markus 8 vers 2

innerlijk met ontferming bewogen over de schare; Of, van harte, hartelijk.

Hertaald: innerlijk met ontferming bewogen over de schare; Of: van harte, hartelijk.

drie dagen bij Mij gebleven, In de hete Oosterse landen konden de mensen den honger langer verdragen dan men in deze landen kan doen.

Hertaald: drie dagen bij Mij gebleven, In de hete oosterse landen konden de mensen de honger langer verdragen dan men in deze streken kan.

Markus 8 vers 3

nuchteren naar hun huis laat gaan, Dat is, zonder eten.

Hertaald: nuchteren naar hun huis laat gaan, Dat is: zonder eten.

Markus 8 vers 4

En Zijn discipelen antwoordden Hem Van dit gehele wonder zie ook Matt. 15:32 .

Hertaald: En Zijn discipelen antwoordden Hem Zie over dit hele wonder ook Matth. 15:32.

Markus 8 vers 6

neder te zitten op de aarde, Grieks, neder te vallen.

Hertaald: neder te zitten op de aarde, Grieks: neer te vallen.

Markus 8 vers 7

gezegend had, Of, gedankt; zie hiervan Matt. 15:36 .

Hertaald: gezegend had, Of: gedankt; zie hierover Matth. 15:36.

Markus 8 vers 10

in de delen van Dalmanûtha Zie hiervan Matt. 15:39 .

Hertaald: in de delen van Dalmanûtha Zie hierover Matth. 15:39.

Markus 8 vers 11

twisten, Dat is, in twist en geschil te komen.

Hertaald: twisten, Dat is: in twist en geschil te komen.

Markus 8 vers 12

zuchtende in Zijn geest, Namelijk over hunne verkeerdheid en hardnekkigheid.

Hertaald: zuchtende in Zijn geest, Namelijk over hun verkeerdheid en hardnekkigheid.

Zo aan dit geslacht een teken gegeven zal worden Dit is een afgebroken manier van spreken, bij de Hebreën gebruikelijk, wanneer men als met ede wil bevestigen dat zulks niet zal geschieden, gelijk te zien is Gen. 14:23 ; Ps. 95:11 ; Hebr. 3:11 . Anders, dit geslacht zal geen teken gegeven worden; namelijk zulk een als zij begeren van den hemel.

Hertaald: Zo aan dit geslacht een teken gegeven zal worden Dit is een afgebroken manier van spreken die bij de Hebreeën gebruikelijk is, wanneer men als met een eed wil bevestigen dat iets niet zal gebeuren, zoals te zien is in Gen. 14:23; Ps. 95:11; Hebr. 3:11. Anders: aan dit geslacht zal geen teken gegeven worden, namelijk zo'n teken uit de hemel als zij verlangen.

Markus 8 vers 13

naar de andere zijde Namelijk van de zee Gennesareth naar Bethsaïda toe, gelijk te zien is vs.22.

Hertaald: naar de andere zijde Namelijk van de zee van Gennesareth naar Bethsaïda toe, zoals te zien is in vers 22.

Markus 8 vers 15

wacht u Grieks, ziet.

Hertaald: wacht u Grieks: ziet toe.

zuurdesem der Farizeën, Zie hiervan Matt. 16:12 .

Hertaald: zuurdesem der Farizeën, Zie hierover Matth. 16:12.

Heródes Van welken de Herodianen genoemd werden. Zie van dezelve Matt. 22:16 .

Hertaald: Heródes Naar wie de Herodianen genoemd werden. Zie over hen Matth. 22:16.

Markus 8 vers 17

verharde hart? Grieks, verweerd, of vereeld. Zie de aantekeningen Marc. 6:52 .

Hertaald: verharde hart? Grieks: verweerd, of vereelt. Zie de aantekeningen bij Mark. 6:52.

Markus 8 vers 20

hoeveel volle manden Grieks, hoe veler manden volheden met brokken.

Hertaald: hoeveel volle manden Grieks: hoeveel manden vol met brokken.

Markus 8 vers 21

verstaat gij niet? Namelijk hetgeen zo kort en zo openbaarlijk geschied is.

Hertaald: verstaat gij niet? Namelijk wat zo kort geleden en zo openlijk gebeurd is.

Markus 8 vers 22

Bethsáïda; Een stadje of vlek, gelegen aan de Galilese zee, vanwaar Petrus, Andreas en Filippus afkomstig waren, Joh. 1:45 ; waar Christus ook vele wonderen gedaan heeft, Matt. 11:21 .

Hertaald: Bethsáïda; Een stadje of vlek aan de zee van Galilea, waar Petrus, Andreas en Filippus vandaan kwamen, Joh. 1:45, en waar Christus ook veel wonderen gedaan heeft, Matth. 11:21.

Markus 8 vers 23

spoog in zijn ogen, Dit teken gebruikt Christus om te tonen dat deze genezing van Hem kwam, en het heeft enige gelijkenis met oogwater, waardoor de zwakke ogen gesterkt worden.

Hertaald: spoog in zijn ogen, Dit teken gebruikt Christus om te laten zien dat deze genezing van Hem kwam. Het heeft ook enige overeenkomst met oogwater, waardoor zwakke ogen versterkt worden.

Markus 8 vers 24

hij, opziende, Namelijk de blinde.

Hertaald: hij, opziende, Namelijk de blinde.

ik zie hen, als bomen, wandelen Anders, ik zie mensen, als bomen, wandelende.

Hertaald: ik zie hen, als bomen, wandelen Anders: ik zie mensen als bomen wandelen.

Markus 8 vers 25

wederom op zijn ogen, Christus kon dezen blinde wel dadelijk genezen hebben, gelijk Hij op andere tijden gedaan heeft, maar het schijnt dat Hij zulks alhier allengskens heeft willen doen, om af te beelden dat onze geestelijke verlichting allengskens meer en meer geschiedt.

Hertaald: wederom op zijn ogen, Christus had deze blinde ook meteen kunnen genezen, zoals Hij bij andere gelegenheden gedaan heeft. Maar het lijkt erop dat Hij het hier geleidelijk heeft willen doen, om af te beelden dat ook onze geestelijke verlichting geleidelijk meer en meer gebeurt.

Markus 8 vers 26

Ga niet in het vlek, Zie de reden van dit verbod, Matt. 12:16-17 .

Hertaald: Ga niet in het vlek, Zie de reden van dit verbod bij Matth. 12:16-17.

Markus 8 vers 27

Cesarea Filippi Zie van deze stad Matt. 16:13 .

Hertaald: Cesarea Filippi Zie over deze stad Matth. 16:13.

Markus 8 vers 29

de Christus Dat is, de beloofde Messias of Gezalfde; Joh. 1:42 .

Hertaald: de Christus Dat is: de beloofde Messias of Gezalfde; Joh. 1:42.

Markus 8 vers 31

na drie dagen wederom opstaan Dat is, binnen drie dagen, gelijk de overpriesters zelf, die manier van spreken gebruikende, tonen en verklaren alzo verstaan te hebben; Matt. 27:63-64 .

Hertaald: na drie dagen wederom opstaan Dat is: binnen drie dagen, zoals de overpriesters zelf laten zien het begrepen te hebben toen zij dezelfde manier van spreken gebruikten; Matth. 27:63-64.

Markus 8 vers 33

satanas, Zie van dit woord Matt. 16:23 .

Hertaald: satanas, Zie over dit woord Matth. 16:23.

Markus 8 vers 35

leven zal willen behouden, Grieks, ziel. Zie Matt. 16:25 .

Hertaald: leven zal willen behouden, Grieks: ziel. Zie Matth. 16:25.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Evangelie  — Grieks: euangelion, "goede boodschap, blijde tijding" — oorspronkelijk het bericht van een overwinning

Markus opent met dit woord: "Het begin des Evangelies van JEZUS CHRISTUS, den Zone Gods" (Mark. 1:1). Het is geen boektitel maar een aanduiding van de zaak zelf, en Markus gebruikt het meer dan de andere Evangelisten. Christus komt in Galilea "predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods" en vat Zijn boodschap samen in vier woorden: de tijd is vervuld, het Koninkrijk is nabij gekomen, bekeert u, en gelooft het Evangelie (Mark. 1:14-15). Verderop staat het naast Hemzelf, als iets waarvoor men zijn leven verliezen kan — "om Mijnentwil, en om des Evangelies wil" (Mark. 8:35) — en aan het eind wordt het bevel gegeven het te prediken "aan alle kreaturen" (Mark. 16:15).

Bijbelse betekenis: Het Evangelie is naar zijn aard een bericht en geen program: iets wat gebeurd is, wordt aangezegd. Daarom staat de oproep in Mark. 1:15 in die orde — eerst de mededeling dat de tijd vervuld is, dan de eis van bekering en geloof. Opmerkelijk is dat Markus het woord zowel voor de boodschap áls voor de Persoon kan gebruiken: in Mark. 8:35 staan "om Mijnentwil" en "om des Evangelies wil" naast elkaar als één zaak. Er is dus geen Evangelie los van Christus, en geen Christus los van de aanzegging.

Typologie: Paulus geeft de kortste inhoudsopgave die de Schrift kent: dat Christus gestorven is voor onze zonden naar de Schriften, en dat Hij begraven is en opgewekt ten derden dage naar de Schriften (1 Kor. 15:1-4). Hij noemt het een kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft, waarin de rechtvaardigheid Gods geopenbaard wordt uit geloof tot geloof (Rom. 1:16-17). En hij houdt vast dat er maar één is: wie een ander evangelie verkondigt, zij vervloekt — al ware het een engel uit de hemel (Gal. 1:6-9). Jesaja had de bode al gezien die goede boodschap brengt en tot Sion zegt: uw God is Koning (Jes. 52:7; vgl. Rom. 10:15).

Mark. 1:1,14-15; Mark. 8:35; Mark. 16:15; Jes. 52:7; Rom. 1:16-17; Rom. 10:15; 1 Kor. 15:1-4; Gal. 1:6-9

Zwijggebod (de verborgenheid van Zijn Messiasschap)  — De herhaalde opdracht van Christus om over Zijn daden en over Wie Hij is te zwijgen — een trek die in Markus het sterkst uitkomt

Het loopt door heel Markus heen. De onreine geesten die Hem kennen, moeten zwijgen (Mark. 1:25,34; 3:11-12). De genezen melaatse krijgt te horen: "Zie, dat gij niemand iets zegt" (Mark. 1:44). Bij de dochter van Jaïrus beveelt Hij nadrukkelijk dat niemand het weten zal (Mark. 5:43). Na de genezing van de dove bij Dekapolis verbiedt Hij het opnieuw, en en hoe meer Hij het verbood, hoe meer zij het uitriepen (Mark. 7:36). Het scherpst staat het bij de belijdenis van Petrus: op "Gij zijt de Christus" volgt niet een bevestiging voor het volk maar een streng gebod dat zij het niemand zouden zeggen van Hem (Mark. 8:29-30). Onmiddellijk daarna volgt de eerste aankondiging van Zijn lijden (Mark. 8:31). Na de verheerlijking op de berg geldt het verbod tot na de opstanding (Mark. 9:9).

Bijbelse betekenis: De reden ligt in de tekst zelf en niet in geheimzinnigheid. De titel Christus was in die dagen met politieke verwachtingen beladen; wie Hem als Messias uitriep zonder het kruis, riep iets anders uit dan Hij was. Vandaar de vaste orde in Markus 8: eerst de belijdenis, dan het zwijggebod, dan het lijden — en wie die orde omkeert, krijgt hetzelfde antwoord als Petrus. Opvallend is dat het verbod eindigt waar het lijden begint: vanaf Mark. 9:9 geldt het tot na de opstanding, en voor de hogepriester zwijgt Hij niet meer maar belijdt Hij openlijk (Mark. 14:61-62). Wie Hij is, kan pas gezegd worden als duidelijk is wat Hij doen zou.

Typologie: Jesaja had die stilte al getekend: Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem op de straten laten horen (Jes. 42:2), en juist die woorden past Mattheüs op Hem toe bij een van deze verboden (Matt. 12:16-19). Paulus noemt hetzelfde met een ander woord een verborgenheid die van alle eeuwen verzwegen is geweest maar nu geopenbaard (Rom. 16:25-26). Hij zegt ook dat geen van de oversten dezer wereld haar gekend heeft, want indien zij haar gekend hadden, zo zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben (1 Kor. 2:7-8). Het zwijgen was dus geen achterhouden maar een tijdorde: eerst het kruis, dan de prediking — en na de opstanding volgt het bevel om het juist overal te zeggen (Mark. 16:15).

Mark. 1:25,34,44; Mark. 3:11-12; Mark. 5:43; Mark. 7:36; Mark. 8:29-31; Mark. 9:9; Mark. 14:61-62; Mark. 16:15; Jes. 42:2; Matt. 12:16-19; Rom. 16:25-26; 1 Kor. 2:7-8

Zelfverloochening (het kruis opnemen)  — Grieks: aparneomai heauton, "zichzelf verloochenen, zichzelf afzeggen" — hetzelfde woord dat Markus gebruikt voor Petrus' verloochening van Christus

Onmiddellijk na de eerste aankondiging van Zijn lijden en na de terechtwijzing van Petrus roept Christus de schare mét Zijn discipelen tot Zich. Dan zegt Hij: zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij (Mark. 8:34). Daarop volgt de tegenstelling die dit onderwijs draagt: wie zijn leven zal willen behouden, zal het verliezen, maar wie het verliezen zal om Zijnentwil en om des Evangelies wil, zal het behouden (Mark. 8:35). En dan twee vragen die geen antwoord verwachten: wat baat het een mens zo hij de gehele wereld won en schade leed aan zijn ziel, en wat zal een mens geven tot lossing van zijn ziel (Mark. 8:36-37)? Het gedeelte sluit met de waarschuwing tegen schaamte: wie zich Zijner en Zijner woorden schaamt in dit geslacht, diens zal de Zoon des mensen Zich schamen als Hij komt in de heerlijkheid Zijns Vaders (Mark. 8:38).

Bijbelse betekenis: Het woord dat hier voor verloochenen staat, is hetzelfde dat Markus later voor Petrus gebruikt bij het vuur: iemand zeggen dat men hem niet kent. Zelfverloochening is dus niet vooral afzien van dingen, maar de eigen persoon niet meer als de beslissende partij erkennen. Het kruis in vers 34 was in die tijd geen sieraad en geen beeldspraak: wie zijn kruis droeg, liep naar zijn terechtstelling. Even opmerkelijk is dat dit onderwijs niet apart aan de twaalf gegeven wordt maar aan de schare erbij — en dat het volgt op de eerste aankondiging van Zijn eigen lijden. Niemand wordt naar een weg geroepen die Hij niet zelf ging.

Typologie: De grond staat in de brieven. Paulus zegt dat hij met Christus gekruist is, en niet meer hij leeft maar Christus in hem (Gal. 2:20), en dat wie Christus toebehoren het vlees gekruist hebben met de bewegingen en begeerlijkheden (Gal. 5:24). Wie gedoopt is, is met Hem begraven opdat hij in nieuwheid des levens wandelt (Rom. 6:4-6). Petrus verbindt het aan het voorbeeld van de Meester: Christus heeft voor ons geleden en ons een voorbeeld nagelaten opdat wij Zijn voetstappen zouden navolgen (1 Petr. 2:21). En de Hebreeënbrief geeft er de blijdschap onder die het draagbaar maakt: Hij heeft om de vreugde die Hem voorgesteld was het kruis verdragen (Hebr. 12:2). Zelfverloochening is daarmee geen zuurheid maar een ruil, en de vraag van Mark. 8:37 heeft haar antwoord in het rantsoen van Mark. 10:45.

Mark. 8:34-38; Mark. 10:45; Rom. 6:4-6; Gal. 2:20; Gal. 5:24; 1 Petr. 2:21; Hebr. 12:2

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Gij zijt de Christus — 8:22-29, 34-35

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

Vlak vóór de belijdenis bij Cesarea Filippi staat een genezing die alleen Markus vertelt: een blinde die in twee keer gaat zien. De twee taferelen staan met opzet naast elkaar.

Een man ziet eerst half en dan helder, en de discipelen doen precies hetzelfde.

**De blinde bij Bethsaida.** Hij wordt bij de hand het dorp uitgeleid, en na de eerste aanraking zegt hij iets merkwaardigs: “Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, wandelen.”

Hij ziet wel, maar niet goed. Dan legt Hij opnieuw de handen op, en hij ziet allen ver en klaar.

Het is de enige genezing in de Evangeliën die in twee stappen gaat. Markus zet hem niet voor niets hier neer.

**De vraag onderweg.** Wie zeggen de mensen dat Ik ben? Johannes de Doper, Elia, een van de profeten — allemaal eervol, allemaal te klein.

En dan de vraag die scheidt: “Maar gijlieden, wie zegt gij dat Ik ben?”

**Het antwoord.** “Gij zijt de Christus.”

Drie woorden, en er staat een ambt in. Christus betekent Gezalfde: in Israël werden er drie soorten mensen gezalfd — de profeet, de priester en de koning. Petrus zegt dus niet dat Hij een goede leraar is; hij zegt dat Hij Degene is op Wie die drie ambten uitliepen.

**En dan blijkt hij het half te zien.** Want zodra Christus zegt dat de Zoon des mensen veel lijden moet, verworpen worden en gedood, neemt Petrus Hem apart en bestraft Hem. Hij heeft de titel goed en de inhoud niet.

Zoals de man bij Bethsaida: hij zag mensen als bomen.

**Wat er dan gezegd wordt.** “Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.”

De volgorde is niet omkeerbaar. Eerst wordt gezegd wie Hij is, dan wat Zijn weg is, en pas daarna wat dat voor Zijn volgelingen betekent.

**Waarom dit bij de ambten hoort.** Het hele register volgt profeet, priester en koning door de Schrift heen. Hier valt het woord dat ze alle drie samenbindt, uit de mond van een visser — en hij begrijpt er nog maar de helft van.

  1. Exodus 29:7 — De priester wordt met olie gezalfd en zo aangesteld.
  2. 1 Samuël 16:13 — En Samuël zalft David tot koning, met de hoorn.
  3. Jesaja 61:1 — De Geest des HEEREN is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft.
  4. Markus 8:24 — De blinde ziet eerst mensen als bomen wandelen.
  5. Markus 8:29 — Gij zijt de Christus — de Gezalfde van die drie ambten.
  6. Handelingen 10:38 — God heeft Hem gezalfd met de Heilige Geest en met kracht.

In het Nieuwe Testament: 1 Samuël 16:13; Exodus 29:7; Psalm 2:2; Jesaja 61:1; Handelingen 10:38; Jesaja 53:3

Hoever dit reikt: Dat de twee taferelen — de blinde in twee stappen en de halve belijdenis van Petrus — met opzet naast elkaar staan, is een gevolgtrekking uit de plaatsing; Markus zegt dat niet. De betekenis van het woord Christus als Gezalfde is een gegeven van de taal, en het zalven van profeten, priesters en koningen staat in de wet en de geschiedenis.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Markus 8

Markus 8:1-4.KruisverwijzingenMattheüs 15:32Mattheüs 9:36Markus 6:34Mattheüs 6:32Psalmen 145:15Mattheüs 4:2Micha 7:19Johannes 4:30
— In dezelfde dagen, als er een geheel grote schare was, en zij niets hadden wat zij eten zouden, riep Jezus Zijn discipelen tot Zich, en zeide tot hen: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare; want zij zijn nu drie dagen bij Mij gebleven, en hebben niet, wat zij eten zouden. En indien Ik hen nuchteren naar hun huis laat gaan, zo zullen zij op den weg bezwijken; want sommigen van hen komen van verre. En Zijn discipelen antwoordden Hem: Van waar zal iemand dezen met broden hier in de woestijn kunnen verzadigen?
“In dezelfde dagen, als er een geheel grote schare was, en zij niets hadden wat zij eten zouden, riep Jezus Zijn discipelen tot Zich, en zeide tot hen: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare; want zij zijn nu drie dagen bij Mij gebleven, en hebben niet, wat zij eten zouden. En indien Ik hen nuchteren naar hun huis laat gaan, zo zullen zij op den weg bezwijken; want sommigen van hen komen van verre. En Zijn discipelen antwoordden Hem: Van waar zal iemand dezen met broden hier in de woestijn kunnen verzadigen?”

Waarom vroegen zij hun Meester niet wat Híj in zo’n nood doen kon? Na zoveel ondervinding van Zijn macht als zij al hadden, is het verbazend dat zij de zaak niet aan Hem voorlegden.

Zij hadden kunnen zeggen: Heere, U kunt de schare spijzigen; wij smeken U het te doen. Maar zo wijs handelden zij niet. In plaats daarvan begonnen zij te vragen naar wegen en middelen: “Van waar zal iemand dezen met broden hier in de woestijn kunnen verzadigen?”

Markus 8:5-9.KruisverwijzingenMattheüs 14:19Mattheüs 14:152 Koningen 4:42Markus 6:38Mattheüs 15:34Lukas 9:13Romeinen 14:61 Samuël 9:13
— En Hij vraagde hun: Hoeveel broden hebt gij? En zij zeiden: Zeven. En Hij gebood de schare neder te zitten op de aarde, en Hij nam de zeven broden, en gedankt hebbende, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze zouden voorleggen; en zij legden ze de schare voor. En zij hadden weinige visjes; en als Hij gezegend had, zeide Hij, dat zij ook die zouden voorleggen. En zij hebben gegeten, en zijn verzadigd geworden, en zij namen het overschot der brokken op, zeven manden. Die nu gegeten hadden, waren omtrent vier duizend; en Hij liet hen gaan.
“En Hij vraagde hun: Hoeveel broden hebt gij? En zij zeiden: Zeven. En Hij gebood de schare neder te zitten op de aarde, en Hij nam de zeven broden, en gedankt hebbende, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze zouden voorleggen; en zij legden ze de schare voor. En zij hadden weinige visjes; en als Hij gezegend had, zeide Hij, dat zij ook die zouden voorleggen. En zij hebben gegeten, en zijn verzadigd geworden, en zij namen het overschot der brokken op, zeven manden. Die nu gegeten hadden, waren omtrent vier duizend; en Hij liet hen gaan.”

Christus is de grote Meester in de kunst van het vermenigvuldigen. Hoe klein de voorraad ook is waarmee wij beginnen, wij hoeven die alleen maar geheel aan Hem toe te wijden. Dan zal Hij haar vermenigvuldigen en vermeerderen tot ver boven onze uiterste verwachting, en er zal na de maaltijd meer overblijven dan er vóór het begin was.

Breng uw kleine talenten, breng de weinige genade die u hebt, tot Christus. Want Hij kan uw voorraad zó vermeerderen dat u nooit gebrek zult kennen. U zult juist des te groter overvloed hebben naarmate er meer van die voorraad gevraagd wordt.

Waren deze vierduizend mensen niet door Christus op wonderbare wijze gespijzigd, dan waren de zeven broden en de weinige visjes gebleven zoals zij waren. Maar nu de vierduizend gespijzigd moeten worden, worden de broden en de vissen door Christus op een heel buitengewone manier vermenigvuldigd. Zo is er aan het eind veel meer voorraad dan er in het begin was.

Verwacht dus, geliefden, door uw verliezen verrijkt te worden. Verwacht te groeien door wat u lijkt te zullen verpletteren, en groter te worden door wat u dreigt te vernietigen. Geef uzelf maar in de handen van Christus. Dan zal Hij goed gebruik van u maken en u beter achterlaten dan u was voordat Hij u gebruikte om anderen te helpen en te zegenen.

Markus 8:10-12.KruisverwijzingenMattheüs 12:38Markus 7:34Mattheüs 15:39Lukas 11:16Johannes 4:48Deuteronomium 6:16Lukas 10:25Johannes 6:30
— En terstond in het schip gegaan zijnde met Zijn discipelen, is Hij gekomen in de delen van Dalmanutha. En de Farizeen gingen uit, en begonnen met Hem te twisten, begerende van Hem een teken van den hemel, Hem verzoekende. En Hij, zwaarlijk zuchtende in Zijn geest, zeide: Wat begeert dit geslacht een teken? Voorwaar, Ik zeg u: Zo aan dit geslacht een teken gegeven zal worden!
“En terstond in het schip gegaan zijnde met Zijn discipelen, is Hij gekomen in de delen van Dalmanutha. En de Farizeen gingen uit, en begonnen met Hem te twisten, begerende van Hem een teken van den hemel, Hem verzoekende. En Hij, zwaarlijk zuchtende in Zijn geest, zeide: Wat begeert dit geslacht een teken? Voorwaar, Ik zeg u: Zo aan dit geslacht een teken gegeven zal worden!”

Het ongeloof stak Hem altijd in het hart en bedroefde Hem zeer. Vertrouwden mensen Hem, dan verheugde Hij Zich erin Zijn weergaloze genade te tonen. Maar vitten en vroegen zij, dan was Zijn hart zwaar en wendde Hij Zich van hen af.

Markus 8:13.KruisverwijzingenJohannes 12:36Jeremia 23:33Johannes 8:21Handelingen 13:45Zacharia 11:8Lukas 8:37Hosea 9:12Psalmen 81:12
— En Hij verliet hen, en wederom in het schip gegaan zijnde, voer Hij weg naar de andere zijde.
“En Hij verliet hen, en wederom in het schip gegaan zijnde, voer Hij weg naar de andere zijde.”

Maar helaas, zelfs aan boord van dat scheepje was er ongeloof. Ook uit de kleine en uitgelezen kring van Zijn eigen discipelen kreeg Hij om diezelfde reden nieuwe grond tot droefheid.

Markus 8:14-21.KruisverwijzingenMarkus 4:12Jeremia 5:21Handelingen 28:26Jesaja 6:9Ezechiël 12:2Mattheüs 13:14Romeinen 11:8Johannes 12:40
— En Zijn discipelen hadden vergeten brood mede te nemen, en hadden niet dan een brood met zich in het schip. En Hij gebood hun, zeggende: Ziet toe, wacht u van den zuurdesem der Farizeen, en van den zuurdesem van Herodes. En zij overlegden onder elkander, zeggende: Het is, omdat wij geen broden hebben. En Jezus, dat bekennende, zeide tot hen: Wat overlegt gij, dat gij geen broden hebt? Bemerkt gij nog niet, en verstaat gij niet, hebt gij nog uw verharde hart? Ogen hebbende, ziet gij niet? En oren hebbende, hoort gij niet? En gedenkt gij niet, toen Ik de vijf broden brak onder de vijf duizend mannen, hoeveel volle korven met brokken gij opnaamt? Zij zeiden Hem: Twaalf. En toen Ik de zeven brak onder de vier duizend mannen, hoeveel volle manden met brokken gij opnaamt? En zij zeiden: Zeven. En Hij zeide tot hen: Hoe verstaat gij niet?
“En Zijn discipelen hadden vergeten brood mede te nemen, en hadden niet dan een brood met zich in het schip. En Hij gebood hun, zeggende: Ziet toe, wacht u van den zuurdesem der Farizeen, en van den zuurdesem van Herodes. En zij overlegden onder elkander, zeggende: Het is, omdat wij geen broden hebben. En Jezus, dat bekennende, zeide tot hen: Wat overlegt gij, dat gij geen broden hebt? Bemerkt gij nog niet, en verstaat gij niet, hebt gij nog uw verharde hart? Ogen hebbende, ziet gij niet? En oren hebbende, hoort gij niet? En gedenkt gij niet, toen Ik de vijf broden brak onder de vijf duizend mannen, hoeveel volle korven met brokken gij opnaamt? Zij zeiden Hem: Twaalf. En toen Ik de zeven brak onder de vier duizend mannen, hoeveel volle manden met brokken gij opnaamt? En zij zeiden: Zeven. En Hij zeide tot hen: Hoe verstaat gij niet?”

Kunnen wij dan niets uit het verleden leren? Heeft de HEERE ons eerder geholpen, is Hij dan niet even bereid ons opnieuw te helpen?

Wat! Er zijn maar een paar discipelen aan boord, en dan begint u uw Heere te wantrouwen omdat u nog maar één brood hebt? Terwijl Hij voedsel genoeg vond voor vijfduizend en voor vierduizend uit een paar karige broden?

O ongelovige kinderen van God, wat een oneindig geduld heeft uw genadige God met u, hoewel u Hem zo vaak en zo schandelijk wantrouwt! “Ogen hebbende, ziet gij niet? En oren hebbende, hoort gij niet?” En: “Hoe verstaat gij niet?”

Kan het zijn dat alle lessen van liefde en alle daden van vriendelijkheid van uw Heere u niets geleerd hebben? Twijfelt u nog altijd aan Hem, wantrouwt u Hem nog altijd? Heeft Hij u uit zes benauwdheden verlost, en kunt u Hem in de zevende niet vertrouwen? Heeft Hij u door Zijn genade bewaard tot u zeventig jaar oud bent, en kunt u Hem de weinige jaren die u nog rest niet toevertrouwen? Och, schande over ons, dat wij zulke trage leerlingen zijn in de school van Christus!

Markus 8:22-26.KruisverwijzingenMarkus 7:33Mattheüs 11:21Markus 6:45Handelingen 9:8Mattheüs 8:15Mattheüs 8:3Markus 2:3Markus 5:23
— En Hij kwam te Bethsaida; en zij brachten tot Hem een blinde, en baden Hem, dat Hij hem aanraakte. En de hand des blinden genomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en legde de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag. En hij, opziende, zeide: Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, wandelen. Daarna legde Hij de handen wederom op zijn ogen, en deed hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar. En Hij zond hem naar zijn huis, zeggende: Ga niet in het vlek, en zeg het niemand in het vlek.
“En Hij kwam te Bethsaida; en zij brachten tot Hem een blinde, en baden Hem, dat Hij hem aanraakte. En de hand des blinden genomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en legde de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag. En hij, opziende, zeide: Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, wandelen. Daarna legde Hij de handen wederom op zijn ogen, en deed hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar. En Hij zond hem naar zijn huis, zeggende: Ga niet in het vlek, en zeg het niemand in het vlek.”

Het is alsof Hij zei: uw huis ligt buiten Bethsaïda, ga dus om de stad heen en kom thuis zonder er binnen te gaan. En komt een van uw buren u bezoeken, zeg hun dan niets over Mij, want Ik wil voorlopig verborgen blijven.

Markus 8:27.KruisverwijzingenLukas 9:18Mattheüs 16:13
— En Jezus ging uit en Zijn discipelen naar de vlekken van Cesarea Filippi. En op den weg vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende tot hen: Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?
“En Jezus ging uit en Zijn discipelen naar de vlekken van Cesarea Filippi. En op den weg vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende tot hen: Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?”

Het was de gewoonte van Christus om, wanneer Hij met Zijn discipelen wandelde, de tijd met heilig gesprek te korten. Het zou goed zijn als wij dat altijd deden. Wij zouden veel goed kunnen doen, en wij zouden veel goeds kunnen krijgen, als wij onze Heere Jezus tot het onderwerp van onze gesprekken onderweg maakten.

Het was een belangrijke vraag die Hij Zijn discipelen stelde: wie zeggen de mensen dat Ik ben?

Markus 8:28-29.KruisverwijzingenJohannes 6:69Johannes 11:27Maleachi 4:5Mattheüs 14:2Johannes 1:21Mattheüs 16:14Markus 9:11Markus 6:14
— En zij antwoordden: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Een van de profeten. En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij dat Ik ben? En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Gij zijt de Christus.
“En zij antwoordden: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Een van de profeten. En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij dat Ik ben? En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Gij zijt de Christus.”

Dat is het voornaamste punt. Het doet er weinig toe wat andere mensen over Mij zeggen; of zij gelijk hebben of niet, gaat u misschien niet aan. Maar wat is uw eigen oordeel? Wat weet u van Mij? “Maar gijlieden, wie zegt gij dat Ik ben?”

“Gij zijt de Christus”, antwoordde Petrus — U bent de Messias. Wij weten uit het evangelie van Mattheüs dat het over deze belijdenis was dat onze Heere tot Petrus zei: “Zalig zijt gij, Simon, Bar-jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.”

Markus 8:30.KruisverwijzingenLukas 9:21Mattheüs 16:20Markus 9:9Markus 8:26Markus 7:36Mattheüs 8:4
— En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij het niemand zouden zeggen van Hem.
“En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij het niemand zouden zeggen van Hem.”

Hij wilde in die tijd betrekkelijk in de beslotenheid blijven; het was Hem er niet om te doen dat Zijn wonderen rondgebazuind werden.

Hij zou spoedig sterven. En Hij ontleende Zijn roem liever aan Zijn dóód dan aan Zijn leven, en oogstte Zijn eer liever van Zijn kruis dan van Zijn wonderen.

Hij gebood nooit iemand te zwijgen over Zijn dood aan het kruis. Maar wanneer Hem van Zijn wonderen eer onder de mensen dreigde toe te komen, gebood Hij dikwijls dat zij niemand van Hem zeggen zouden. Die beperking geldt niet meer; zij is na de opstanding van onze Heere geheel opgeheven, toen Hij Zijn discipelen uitzond om alle volken te onderwijzen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content