Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En na sommige dagenG2250 is Hij wederomG3825 binnen KapernaumG2584 gekomen; en het werd gehoordG191, datG3754 Hij inG1519huisG3624wasG1510.En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.
KJVAnd1again2he entered3into4Capernaum5after6some days;7and8it was noised9that10he wasin11the house.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2παλινG3825wederom, opnieuwagain3εισηλθενG1525ingaan, ingegaan, inkomenX arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)4ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with5καπερναουμG2584KapernaumCapernaum6διG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)7ημερωνG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9ηκουσθηG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand10οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why11ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with12οικονG3624huis, huize, huizenhome, house(-hold), temple13εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was
2En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2EnG2532terstondG2112vergaderdenG4863 daar velenG4183, alzo dat ook zelfsG4314 de plaatsen omtrent de deurG2374 hen niet meer konden bevattenG5562; enG2532 Hij sprakG2980 het woordG3056 tot hen.En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.
KJVAnd1straightway2many4were gathered together,3insomuch that5there was7no6room to receivethem, no, not so much8as about10the door:12and13he preached14the word17unto them.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ευθεωςG2112terstond, dadelijkanon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway3συνηχθησανG4863vergaderd, vergaderden, vergadert+ accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in4πολλοιG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly5ωστεG5620zodat, daarom(insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore6μηκετιG3371niet meer, voortaan nietany longer, (not) henceforth, hereafter, no henceforward (longer, more, soon), not any more7χωρεινG5562bevatten, plaats, vattencome, contain, go, have place, (can, be room to) receive8μηδεG3366en niet, ook niet, nochneither, nor (yet), (no) not (once, so much as)9ταG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)11τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12θυρανG2374deur, deuren, Deurdoor, gate13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14ελαλειG2980spreken, gesproken, sprakpreach, say, speak (after), talk, tell, utter15αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which16τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17λογονG3056woord, Woord, woordenaccount, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work
3En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3EnG2532 er kwamenG2064 sommigen totG4314HemG846, brengendeG5342 een geraakteG3885, die vanG5259vierG5064gedragenG142 werd.En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.
KJVAnd1they come2unto3him,4bringing6one sick of the palsy,5which was borne7of8four.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ερχονταιG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set3προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)4αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5παραλυτικονG3885geraakte, geraakt, geraaktenthat had (sick of) the palsy6φεροντεςG5342brachten, draagt, gebrachtbe, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold7αιρομενονG142weggenomen, namen, neemaway with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up)8υποG5259van, onder, dooramong, by, from, in, of, under, with9τεσσαρωνG5064vierfour
4En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4EnG2532nietG3361kunnendeG1410 tot HemG846genakenG4331, overmitsG1223 de schareG3793, ontdektenG648 zij het dakG4721, waar Hij wasG1510; enG2532datG3739opgebrokenG1846 hebbende, lietenG5465 zij het beddekenG2895nederG5465, daar de geraakteG3885opG1909lagG2621.En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.
KJVAnd1when they could3not2come nigh4unto him5for6the press,8they uncovered9the roof11where12he was:and14when they had broken it up,15they let down16the bed18wherein19the sick of the palsy22lay.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without3δυναμενοιG1410kan, kunt, konbe able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power4προσεγγισαιG4331genakencome nigh5αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)7τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8οχλονG3793schare, scharen, volkcompany, multitude, number (of people), people, press9απεστεγασανG648ontdektenuncover10τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11στεγηνG4721dakroof12οπουG3699waar, waarheenin what place, where(-as, -soever), whither (+ soever)13ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15εξορυξαντεςG1846opgebroken, uitgegravenbreak up, pluck out16χαλωσινG5465aflatende, lieten, nederlet down, strike17τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18κραββατονG2895beddeken, beddekens, bedbed19εφG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with20ωG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc21οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22παραλυτικοςG3885geraakte, geraakt, geraaktenthat had (sick of) the palsy23κατεκειτοG2621lag, gelegen, tafelkeep, lie, sit at meat (down)
5En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5EnG1161JezusG2424, hunG846geloofG4102ziendeG1492, zeideG3004 tot den geraakteG3885: ZoonG5043, uw zondenG266 zijn uG4771vergevenG863.En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
KJVWhen2Jesus4sawtheir7faith,6he said8unto the sick of the palsy,10Son,11thysins15be forgiven12thee.
1ιδωνG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus5τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6πιστινG4102geloof, geloofs, geloveassurance, belief, believe, faith, fidelity7αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter9τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10παραλυτικωG3885geraakte, geraakt, geraaktenthat had (sick of) the palsy11τεκνονG5043kinderen, kind, zoonchild, daughter, son12αφεωνταιG863vergeven, verlaten, lietcry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up13σοιG4771u, gij, gijliedenthou14αιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15αμαρτιαιG266zonde, zonden, zondigenoffence, sin(-ful)16σουG4771u, gij, gijliedenthou
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En sommigenG5100 van de SchriftgeleerdenG1122zatenG2258 aldaar, en overdachtenG1260inG1722hunG846hartenG2588:En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:
KJVBut2there werecertain3of the scribes5sitting7there,6and8reasoning9in10their13hearts,
1ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3τινεςG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)4τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5γραμματεωνG1122Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerdescribe, town-clerk6εκειG1563daar, aldaarthere, thither(-ward), (to) yonder (place)7καθημενοιG2521zittende, zit, zittendwell, sit (by, down)8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9διαλογιζομενοιG1260overlegt, overleiden, overdachtencast in mind, consider, dispute, muse, reason, think10ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)11ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12καρδιαιςG2588hart, harten, harte(+ broken-)heart(-ed)13αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Wat spreektG2980DezeG3778aldusG3779 gods lasteringenG988? WieG5101kanG1410 de zondenG266vergevenG863, dan alleen GodG2316?Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?
8En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8EnG2532JezusG2424, terstondG2112 in Zijn geestG4151bekennendeG1921, dat zijG846alzoG3779 in zichzelvenG1438overdachtenG1260, zeideG2036 tot henG846: WatG5101overdenktG1260gijG4771dezeG3778 dingen inG1722 uw hartenG2588?En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ευθεωςG2112terstond, dadelijkanon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway3επιγνουςG1921kenden, bekennende, gekend(ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus6τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7πνευματιG4151Geest, geest, Geestesghost, life, spirit(-ual, -ually), mind8αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which9οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why10ουτωςG3779alzo, aldus, zoafter that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what11διαλογιζονταιG1260overlegt, overleiden, overdachtencast in mind, consider, dispute, muse, reason, think12ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)13εαυτοιςG1438zichzelven, zich, onszelvenalone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)14ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter15αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which16τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why17ταυταG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who18διαλογιζεσθεG1260overlegt, overleiden, overdachtencast in mind, consider, dispute, muse, reason, think19ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)20ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc21καρδιαιςG2588hart, harten, harte(+ broken-)heart(-ed)22υμωνG4771u, gij, gijliedenthou
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
9Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9WatG5101isG1510lichterG2123, te zeggenG2036 tot den geraakteG3885: De zondenG266 zijn uG4771vergevenG863, ofG2228 te zeggenG2036: StaG1453 op, enG2532neemG142 uw beddekenG2895 op, enG2532wandelG4043?Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?
KJVWhether1is iteasier3to sayto the sick of the palsy,6Thy sins10be forgiven7thee;or11to say,Arise,13and14take up15thybed,18and19walk?
1τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why2εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was3ευκοπωτερονG2123lichtereasier4ειπεινG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6παραλυτικωG3885geraakte, geraakt, geraaktenthat had (sick of) the palsy7αφεωνταιG863vergeven, verlaten, lietcry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up8σοιG4771u, gij, gijliedenthou9αιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10αμαρτιαιG266zonde, zonden, zondigenoffence, sin(-ful)11ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea12ειπεινG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter13εγειραιG1453opgewekt, opgestaan, Staawake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15αρονG142weggenomen, namen, neemaway with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up)16σουG4771u, gij, gijliedenthou17τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18κραββατονG2895beddeken, beddekens, bedbed19καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet20περιπατειG4043wandelen, wandelt, wandelendego, be occupied with, walk (about)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10DochG1161opdatG2443 gij moogt wetenG1492, dat de ZoonG5207 des mensenG444machtG1849 heeft, om de zondenG266 op de aardeG1093 te vergevenG863 (zeideG3004 Hij tot den geraakteG3885):Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):
KJVBut2that1ye may know3that4the Son8of man10hath6power5on12earth14to forgive11sins,15(he saith16to the sick of the palsy,)
1ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ειδητεG1492weet, zag, ziendebe aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot4οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why5εξουσιανG1849macht, machten, gebiedauthority, jurisdiction, liberty, power, right, strength6εχειG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use7οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8υιοςG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son9τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10ανθρωπουG444mensen, mens, Menscertain, man11αφιεναιG863vergeven, verlaten, lietcry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up12επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with13τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14γηςG1093aarde, land, Egyptelandcountry, earth(-ly), ground, land, world15αμαρτιαςG266zonde, zonden, zondigenoffence, sin(-ful)16λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter17τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18παραλυτικωG3885geraakte, geraakt, geraaktenthat had (sick of) the palsy
11Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Ik zegG3004uG4771: StaG1453 op, enG2532neemG142 uw beddekenG2895 op, enG2532 ga heen naarG1519 uw huisG3624.Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.
12En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En terstondG2112stondG1453 hij op, enG2532 het beddekenG2895opgenomenG142 hebbende, ging hij uit in allerG3956tegenwoordigheidG1726; zodat zij zich allen ontzettenG1839enG2532verheerlijktenG1392GodG2316, zeggendeG3004: Wij hebben nooitG3763 zulks gezienG3708!En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!
KJVAnd1immediately3he arose,2took up5the bed,7and4went forth8before9them all;10insomuch that11they were12all13amazed,and14glorified15God,17saying,18Wenever20sawit on this fashion.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ηγερθηG1453opgewekt, opgestaan, Staawake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up3ευθεωςG2112terstond, dadelijkanon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway4καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet5αραςG142weggenomen, namen, neemaway with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up)6τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7κραββατονG2895beddeken, beddekens, bedbed8εξηλθενG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad9εναντιονG1726tegenwoordigheidbefore, in the presence of10παντωνG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever11ωστεG5620zodat, daarom(insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore12εξιστασθαιG1839ontzetten, oud ontzetten, buiten zinnenamaze, be (make) astonished, be beside self (selves), bewitch, wonder13πανταςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15δοξαζεινG1392verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten(make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify16τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17θεονG2316God, Gods, GodeX exceeding, God, god(-ly, -ward)18λεγονταςG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter19οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why20ουδεποτεG3763nooit, nimmermeer, Nooitneither at any time, never, nothing at any time21ουτωςG3779alzo, aldus, zoafter that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what22ειδομενG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed
13En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En Hij ging wederomG3825 uit naar de zeeG2281; enG2532 de geheleG3956schareG3793kwamG2064totG4314HemG846, enG2532 Hij leerdeG1321 hen.En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.
KJVAnd1he went forth2again3by4the sea side;6and7all8the multitude10resorted11unto12him,13and14he taught15them.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εξηλθενG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad3παλινG3825wederom, opnieuwagain4παραG3844van, bij, naastabove, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with5τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6θαλασσανG2281zeesea7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8παςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever9οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10οχλοςG3793schare, scharen, volkcompany, multitude, number (of people), people, press11ηρχετοG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set12προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)13αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15εδιδασκενG1321lerende, leerde, lerenteach16αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
14En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14EnG2532voorbijgaandeG3855zagG1492 Hij LeviG3018, den zoon van AlfeusG256, zittenG2521 in het tolhuisG5058, enG2532zeideG3004totG1909hemG846: VolgG190MijG1473. EnG2532 hij opstaandeG450, volgdeG190HemG846.En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
KJVAnd1as he passed by,2he sawLevi4the son of Alphaeus7sitting8at9the receipt of custom,11and12said13unto him,14Follow15me.And17he arose18and followed19him.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2παραγωνG3855voorbij, voorbijgaande, voorbijgingdepart, pass (away, by, forth)3ειδενG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed4λευινG3018LeviLevi5τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7αλφαιουG256AlfeusAlpheus8καθημενονG2521zittende, zit, zittendwell, sit (by, down)9επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with10τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11τελωνιονG5058tolhuisreceipt of custom12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter14αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which15ακολουθειG190volgde, gevolgd, volgdenfollow, reach16μοιG1473mij, ikI, me17καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet18ανασταςG450stond, opgestaan, opstaanarise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)19ηκολουθησενG190volgde, gevolgd, volgdenfollow, reach20αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En het geschieddeG1096, als HijG846aanzatG2621inG1722 deszelfs huisG3614, dat ookG2532veleG4183tollenarenG5057enG2532zondarenG268aanzatenG4873metG1722JezusG2424enG2532 Zijn discipelenG3101; wantG1063 zij warenG1510velenG4183, enG2532 waren HemG846gevolgdG190.En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd.
KJVAnd1it came to pass,2that,3as Jesus6sat at meat5in7his10house,9many12publicans13and11sinners15sat16also14together withJesus18and19his22disciples:21for24there weremany,25and26they followed27him.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εγενετοG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought3ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)4τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5κατακεισθαιG2621lag, gelegen, tafelkeep, lie, sit at meat (down)6αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)8τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9οικιαG3614huis, huizen, huizehome, house(-hold)10αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12πολλοιG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly13τελωναιG5057tollenaars, tollenaren, tollenaarpublican14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15αμαρτωλοιG268zondaars, zondaren, zondaarsinful, sinner16συνανεκειντοG4873mede aanzaten, aanzaten, aanzittensit (down, at the table, together) with (at meat)17τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18ιησουG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus19καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet20τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc21μαθηταιςG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple22αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which23ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was24γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet25πολλοιG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly26καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet27ηκολουθησανG190volgde, gevolgd, volgdenfollow, reach28αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
16En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En de SchriftgeleerdenG1122enG2532 de FarizeenG5330, ziendeG1492HemG846etenG2068metG3326 de tollenarenG5057enG2532zondarenG268, zeidenG3004 tot Zijn discipelenG3101: WatG5101 is het, datG3754HijG846metG3326 de tollenarenG5057enG2532zondarenG268eetG2068enG2532drinktG4095?En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt?
KJVAnd1when the scribes3and4Pharisees6sawhim8eat9with10publicans12and13sinners,14they said15unto his18disciples,17How19is it that20he eateth26and24drinketh28with21publicans23and27sinners?
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3γραμματειςG1122Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerdescribe, town-clerk4καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet5οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6φαρισαιοιG5330Farizeen, Farizeer, FarizeersPharisee7ιδοντεςG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed8αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which9εσθιονταG2068eet, eten, atendevour, eat, live10μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)11τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12τελωνωνG5057tollenaars, tollenaren, tollenaarpublican13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14αμαρτωλωνG268zondaars, zondaren, zondaarsinful, sinner15ελεγονG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter16τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17μαθηταιςG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple18αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which19τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why20οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why21μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)22τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23τελωνωνG5057tollenaars, tollenaren, tollenaarpublican24καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet25αμαρτωλωνG268zondaars, zondaren, zondaarsinful, sinner26εσθιειG2068eet, eten, atendevour, eat, live27καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet28πινειG4095drinken, drinkt, drinkendedrink
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17EnG2532JezusG2424, dat horendeG191, zeideG3004 tot henG846: Die gezondG2480 zijn, hebbenG2192 de medicijnmeesterG2395nietG3756 van nodeG5532, maarG235 die ziekG2560 zijn. Ik ben nietG3756gekomenG2064, om te roepenG2564rechtvaardigenG1342, maarG235zondaarsG268totG1519bekeringG3341.En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
KJVWhen1Jesus4heard2it, he saith5unto them,6They that are whole11have9no7need8of the physician,12but13they that are16sick:15I came18not17to call19the righteous,20but21sinners22to23repentance.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ακουσαςG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand3οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus5λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but8χρειανG5532node, nooddruft, noodbusiness, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want9εχουσινG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use10οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11ισχυοντεςG2480konden, kracht, Kuntbe able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work12ιατρουG2395medicijnmeester, medicijnmeesters, Medicijnmeesterphysician13αλλG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet14οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15κακωςG2560kwalijk, ziek, deerlijkamiss, diseased, evil, grievously, miserably, sick, sore16εχοντεςG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use17ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but18ηλθονG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set19καλεσαιG2564genaamd, geroepen, genoodbid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called))20δικαιουςG1342rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardigejust, meet, right(-eous)21αλλαG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet22αμαρτωλουςG268zondaars, zondaren, zondaarsinful, sinner23ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with24μετανοιανG3341bekering, berouwsrepentance
18En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de discipelenG3101 van JohannesG2491 en der FarizeenG5330vasttenG2258; en zij kwamenG2064 en zeidenG3004 tot HemG846: WaaromG5101vastenG3522 de discipelenG3101 van JohannesG2491 en der FarizeenG5330, en Uw discipelenG3101vastenG3522nietG3756?En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?
KJVAnd1the disciples4of John5and6of the Pharisees9usedto fast:10and11they come12and13say14unto him,15Whydo25the disciples19of John20and21of the Pharisees24fast,31but27thy28disciples29fastnot?
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was3οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4μαθηταιG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple5ιωαννουG2491JohannesJohn6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9φαρισαιωνG5330Farizeen, Farizeer, FarizeersPharisee10νηστευοντεςG3522vasten, vast, vasttenfast11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12ερχονταιG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14λεγουσινG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter15αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which16διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)17τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why18οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19μαθηταιG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple20ιωαννουG2491JohannesJohn21καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet22οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc24φαρισαιωνG5330Farizeen, Farizeer, FarizeersPharisee25νηστευουσινG3522vasten, vast, vasttenfast26οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc27δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)28σοιG4674uw, de uwethine (own), thy (friend)29μαθηταιG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple30ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but31νηστευουσινG3522vasten, vast, vasttenfast
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19EnG2532JezusG2424zeideG2036 tot henG846: Kunnen ook de bruiloftskinderenG5207vastenG3522, terwijlG1722 de BruidegomG3566 bij henG846isG1510? Zo langenG3745tijdG5550 zij den BruidegomG3566 bij zichG1438hebbenG2192, kunnen zij niet vastenG3522.En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten.
KJVAnd1Jesus5saidunto them,3Can7the children9of the bridechamber11fast,19while12the bridegroom15iswith16them?17as long as20they have24the bridegroom26with22them,23they cannot27fast.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus6μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without7δυνανταιG1410kan, kunt, konbe able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power8οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9υιοιG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son10τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11νυμφωνοςG3567bridechamber12ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)13ωG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc14οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15νυμφιοςG3566Bruidegom, bruidegom, bruidegomsbridegroom16μετG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)17αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which18εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was19νηστευεινG3522vasten, vast, vasttenfast20οσονG3745zoveel als, allen dieall (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever)21χρονονG5550tijd, tijden, tijds+ years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while22μεθG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)23εαυτωνG1438zichzelven, zich, onszelvenalone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)24εχουσινG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use25τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc26νυμφιονG3566Bruidegom, bruidegom, bruidegomsbridegroom27ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but28δυνανταιG1410kan, kunt, konbe able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power29νηστευεινG3522vasten, vast, vasttenfast
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20MaarG1161 de dagenG2250 zullen komenG2064, wanneer de BruidegomG3566vanG575henG846 zal weggenomenG522 zijn, en alsdanG5119 zullen zij vastenG3522inG1722 dezelven dagenG2250.Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.
KJVBut2the days3will come,1when4the bridegroom9shall be taken away5from6them,7and10then11shall they fast12in13those14days.
1ελευσονταιG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ημεραιG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years4οτανG3752wanneer, zodraas long (soon) as, that, + till, when(-soever), while5απαρθηG522weggenomentake (away)6απG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with7αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9νυμφιοςG3566Bruidegom, bruidegom, bruidegomsbridegroom10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11τοτεG5119toen, daarnathat time, then12νηστευσουσινG3522vasten, vast, vasttenfast13ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)14εκειναιςG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those15ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16ημεραιςG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years
21En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En niemandG3762naaitG1976 een lapG1915ongevoldG46lakenG4470opG1909 een oudG3820kleedG2440; andersG1490scheurtG142 deszelfs nieuweG2537aangenaaide lapG4138 iets af van het oudeG3820 kleed, en er wordtG1096 een ergereG5501scheurG4978.En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur.
KJVNo man2also1seweth6a piece3of new5cloth4on7an old9garment:8elsethe new piece18that filled it up15taketh away13from16the old,20and21the rent23is made24worse.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ουδειςG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought3επιβλημαG1915lap, oude lappiece4ρακουςG4470lakencloth5αγναφουG46ongevoldnew6επιρραπτειG1976naaitsew on7επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with8ιματιωG2440klederen, kleed, kleedsapparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture9παλαιωG3820oude, oud, oudenold10ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether11δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)12μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without13αιρειG142weggenomen, namen, neemaway with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up)14τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15πληρωμαG4138volheid, vervulling, aangenaaide lapwhich is put in to fill up, piece that filled up, fulfilling, full, fulness16αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which17τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18καινονG2537nieuw, nieuwe, nieuwennew19τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20παλαιουG3820oude, oud, oudenold21καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet22χειρονG5501erger, ergere, ergerssorer, worse23σχισμαG4978tweedracht, scheur, scheuringendivision, rent, schism24γινεταιG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
22En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En niemandG3762 doet nieuwenG3501wijnG3631inG1519oudeG3820 lederzakken; andersG1490 doet de nieuwe wijnG3631 de leder zakkenG779berstenG4486 en de wijnG3631 wordt uitgestortG1632, en de leder zakkenG779verdervenG622; maar nieuwenG3501wijnG3631moetG992 men inG1519 nieuwe leder zakkenG779 doen.En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.
Ook in dit vers
[leder] zakkenG779
nieuweG2537
nieuweG3501
KJVAnd1no man2putteth3new5wine4into6old8bottles:7elsethe new16wine14doth burst12the bottles,18and19the wine21is spilled,22and23the bottles25will be marred:26but27new29wine28must be put33into30new32bottles.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ουδειςG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought3βαλλειG906geworpen, wierp, werpenarise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust4οινονG3631wijn, wijnswine5νεονG3501nieuwen, jonge, jongennew, young6ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with7ασκουςG779zakken, leder zakkenbottle8παλαιουςG3820oude, oud, oudenold9ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether10δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)11μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without12ρησσειG4486bersten, breek, scheurdebreak (forth), burst, rend, tear13οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14οινοςG3631wijn, wijnswine15οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16νεοςG3501nieuwen, jonge, jongennew, young17τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18ασκουςG779zakken, leder zakkenbottle19καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet20οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc21οινοςG3631wijn, wijnswine22εκχειταιG1632goot, uitgestort, vergotengush (pour) out, run greedily (out), shed (abroad, forth), spill23καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet24οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc25ασκοιG779zakken, leder zakkenbottle26απολουνταιG622verloren, verliezen, verdervendestroy, die, lose, mar, perish27αλλαG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet28οινονG3631wijn, wijnswine29νεονG3501nieuwen, jonge, jongennew, young30ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with31ασκουςG779zakken, leder zakkenbottle32καινουςG2537nieuw, nieuwe, nieuwennew33βλητεονG992moetmust be put
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En het geschieddeG1096, dat HijG846opG1722 een sabbatdagG4521 door het gezaaideG4702 ging, enG2532 Zijn discipelenG3101begonnenG756, al gaandeG3598, arenG4719 te plukkenG5089.En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken.
KJVAnd1it came to pass,2that he4went3through8the corn fields10on5the sabbath day;7and11his15disciples14began,12as they went,16to pluck18the ears of corn.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εγενετοG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought3παραπορευεσθαιG3899voorbijgingen, reisden, voorbijgaandego, pass (by)4αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)6τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7σαββασινG4521sabbat, week, sabbatssabbath (day), week8διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)9τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10σποριμωνG4702gezaaidecorn(-field)11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12ηρξαντοG756begon, begonnen, beginnen(rehearse from the) begin(-ning)13οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14μαθηταιG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple15αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which16οδονG3598weg, wegen, Wegjourney, (high-)way17ποιεινG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield18τιλλοντεςG5089plukken, pluktenpluck19τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20σταχυαςG4719aren, aarear (of corn)
24En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24EnG2532 de FarizeenG5330zeidenG3004 tot HemG846: ZieG2396, waaromG5101doenG4160 zij opG1722 den sabbatdagG4521, wat nietG3756geoorloofdG1832 is?En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3φαρισαιοιG5330Farizeen, Farizeer, FarizeersPharisee4ελεγονG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6ιδεG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed7τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why8ποιουσινG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield9ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)10τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11σαββασινG4521sabbat, week, sabbatssabbath (day), week12οG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc13ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but14εξεστινG1832geoorloofdbe lawful, let, X may(-est)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
25En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: Hebt gij nooitG3763gelezenG314, watG5101DavidG1138gedaanG4160 heeft, als hij noodG5532hadG2192, enG2532hemG846hongerdeG3983, enG2532 dengenen, die metG3326 hem waren?En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?
KJVAnd1he2said3unto them,4Have ye never5read6what7David9did,8when10he had12need,11and13was an hungred,14he,15and16they that were with18him?
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2αυτοςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which3ελεγενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter4αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5ουδεποτεG3763nooit, nimmermeer, Nooitneither at any time, never, nothing at any time6ανεγνωτεG314gelezen, leest, lezenread7τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why8εποιησενG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield9δαβιδG1138David, DavidsDavid10οτεG3753toen, wanneerafter (that), as soon as, that, when, while11χρειανG5532node, nooddruft, noodbusiness, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want12εσχενG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14επεινασενG3983hongerde, hongerig, hongerenbe an hungered15αυτοςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which16καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet17οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18μετG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)19αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
26Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26HoeG4459 hij ingegaanG1525 is inG1519 het huisG3624GodsG2316, ten tijdeG1909 van AbjatharG8, den hogepriesterG749, enG2532 de toonbrodenG740gegetenG5315 heeft, dieG3739niemandG3756 zijn geoorloofdG1832 te etenG5315, dan den priesterenG2409, en ook gegevenG1325 heeft dengenen, die met hemG846 waren?Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren?
KJVHow1he went2into3the house5of God7in the days8of Abiathar9the high priest,11and12did eat17the shewbread,14which18is20not19lawfulto eat21but forthe priests,25and26gave27also28to them which werewith30him?
1πωςG4459hoe?, op welke wijzehow, after (by) what manner (means), that2εισηλθενG1525ingaan, ingegaan, inkomenX arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)3ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with4τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5οικονG3624huis, huize, huizenhome, house(-hold), temple6τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7θεουG2316God, Gods, GodeX exceeding, God, god(-ly, -ward)8επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with9αβιαθαρG8AbjatharAbiathar10τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11αρχιερεωςG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14αρτουςG740brood, broden, Brood(shew-)bread, loaf15τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16προθεσεωςG4286voornemen, toonbrodenpurpose, shew(-bread)17εφαγενG5315eten, gegeten, eeteat, meat18ουςG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc19ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but20εξεστινG1832geoorloofdbe lawful, let, X may(-est)21φαγεινG5315eten, gegeten, eeteat, meat22ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether23μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without24τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc25ιερευσινG2409priester, priesters, priesteren(high) priest26καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet27εδωκενG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield28καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet29τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc30συνG4862met, samen metbeside, with31αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which32ουσινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was
27En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: De sabbatG4521 is gemaakt omG1223 den mensG444, nietG3756 de mensG444omG1223 den sabbatG4521.En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ελεγενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5σαββατονG4521sabbat, week, sabbatssabbath (day), week6διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)7τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8ανθρωπονG444mensen, mens, Menscertain, man9εγενετοG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought10ουχG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but11οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12ανθρωποςG444mensen, mens, Menscertain, man13διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)14τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15σαββατονG4521sabbat, week, sabbatssabbath (day), week
28Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Zo isG1510 dan de ZoonG5207 des mensenG444 een HeereG2962ookG2532 van den sabbatG4521.Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.
KJVTherefore1the Son5of man7isLord2also8of the sabbath.
1ωστεG5620zodat, daarom(insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore2κυριοςG2962Heere, Heeren, heerGod, Lord, master, Sir3εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5υιοςG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son6τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7ανθρωπουG444mensen, mens, Menscertain, man8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10σαββατουG4521sabbat, week, sabbatssabbath (day), week
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 2:1— En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.Mattheüs 9:1→Lukas 18:35→Markus 1:45→Johannes 4:47→Markus 7:24→Lukas 5:18→Handelingen 2:6→
Markus 2:2— En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.Markus 1:45→Markus 2:13→Handelingen 11:19→Romeinen 10:8→Lukas 8:11→Handelingen 16:6→Mattheüs 5:2→Handelingen 14:25→
Markus 2:3— En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.Lukas 5:18→Mattheüs 4:24→Mattheüs 9:1→
Markus 2:4— En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.Lukas 5:19→Deuteronomium 22:8→
Markus 2:5— En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.Mattheüs 9:2→Johannes 5:14→Jakobus 5:15→Mattheüs 9:22→Lukas 5:20→Lukas 7:47→Markus 5:34→Handelingen 14:9→
Markus 2:6— En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:Lukas 5:21→Mattheüs 16:7→2 Korinthe 10:5→Markus 8:17→
Markus 2:7— Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?Jesaja 43:25→Lukas 7:49→Johannes 10:33→Daniël 9:9→Psalmen 130:4→Markus 14:64→Johannes 20:20→Lukas 5:21→
Markus 2:8— En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?1 Kronieken 29:17→Lukas 24:38→Ezechiël 38:10→Hebreeën 4:13→Markus 7:21→Handelingen 8:22→Spreuken 15:26→Lukas 7:39→
Markus 2:9— Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?Mattheüs 9:5→Lukas 5:22→
Markus 2:10— Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):Daniël 7:13→Johannes 5:20→Mattheüs 9:6→Handelingen 5:31→Mattheüs 16:13→1 Timotheüs 1:13→
Markus 2:11— Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.Johannes 5:8→Markus 1:41→Johannes 6:63→
Markus 2:12— En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!Mattheüs 9:8→Mattheüs 9:33→Lukas 7:16→Lukas 13:13→Lukas 17:15→Lukas 5:26→Markus 1:27→Mattheüs 15:31→
Markus 2:13— En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.Markus 1:45→Markus 2:2→Markus 3:20→Mattheüs 13:1→Spreuken 1:20→Markus 3:7→Lukas 19:48→Markus 4:1→
Markus 2:14— En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.Markus 3:18→Lukas 5:27→Markus 1:17→Mattheüs 9:9→Mattheüs 4:19→Lukas 6:15→Handelingen 1:13→
Markus 2:15— En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd.Lukas 15:1→Lukas 5:29→Lukas 6:17→Mattheüs 9:10→Mattheüs 21:31→
Markus 2:16— En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt?Handelingen 23:9→Jesaja 65:5→Lukas 19:7→Lukas 18:11→Mattheüs 9:11→1 Korinthe 2:15→Lukas 19:10→Hebreeën 12:3→
Markus 2:17— En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.Lukas 5:31→Mattheüs 9:12→Lukas 19:10→Lukas 15:7→1 Timotheüs 1:15→Mattheüs 18:10→Handelingen 26:20→Titus 3:3→
Markus 2:18— En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?Mattheüs 6:18→Lukas 18:12→Mattheüs 6:16→Mattheüs 9:14→Romeinen 10:3→Mattheüs 23:5→Lukas 5:33→
Markus 2:19— En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten.Richteren 14:10→Mattheüs 25:1→Genesis 29:22→Psalmen 45:14→Hooglied 6:8→
Markus 2:20— Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.Lukas 17:22→Jesaja 54:5→Johannes 13:33→Hooglied 3:11→2 Korinthe 6:5→Openbaring 19:7→2 Korinthe 11:2→Handelingen 13:2→
Markus 2:21— En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur.Mattheüs 9:16→1 Korinthe 10:13→Psalmen 103:13→Jesaja 57:16→
Markus 2:22— En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.Lukas 5:37→Mattheüs 9:17→Jozua 9:4→Jozua 9:13→Psalmen 119:83→Job 32:19→Psalmen 119:80→
Markus 2:23— En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken.Lukas 6:1→Mattheüs 12:1→Deuteronomium 23:24→
Markus 2:24— En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?Exodus 20:10→Mattheüs 15:2→Jesaja 56:6→Mattheüs 23:23→Mattheüs 7:3→Exodus 31:15→Jeremia 17:20→Jesaja 56:2→
Markus 2:25— En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?Mattheüs 21:16→1 Samuël 21:3→Markus 12:20→Markus 12:26→Mattheüs 22:31→Mattheüs 21:42→Mattheüs 19:4→Lukas 10:26→
Markus 2:26— Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren?2 Samuël 8:17→Leviticus 24:5→1 Samuël 21:1→1 Kronieken 24:6→1 Koningen 1:7→1 Koningen 2:26→1 Samuël 22:20→2 Samuël 15:35→
Markus 2:27— En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat.Kolossenzen 2:16→Deuteronomium 5:14→Exodus 23:12→Lukas 6:9→Nehemia 9:13→Ezechiël 20:20→Ezechiël 20:12→Jesaja 58:13→
Markus 2:28— Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.Openbaring 1:10→Johannes 9:5→Johannes 5:9→Lukas 6:5→Johannes 9:14→Johannes 5:17→Mattheüs 12:8→Efeze 1:22→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 2 vers 1— En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.
sommige dagen
Het woord sommige wordt bij de Hebreën veeltijds nagelaten wanneer er enige tijd tussenbeiden komt, Gen. 4:3 en Gen. 24:55 , en nochtans daarbij verstaan.
Hertaald:sommige dagen
Het woord sommige wordt bij de Hebreeën vaak weggelaten wanneer er enige tijd tussen ligt, Gen. 4:3 en Gen. 24:55, terwijl het er toch bij verstaan wordt.
gekomen;
Namelijk stillekens en onverwacht.
Hertaald:gekomen;
Namelijk stilletjes en onverwacht.
huis was
Namelijk waarin hij woonde. Of, tehuis was; zie Matt. 4:13 .
Hertaald:huis was
Namelijk het huis waarin Hij woonde. Of: thuis was; zie Matth. 4:13.
Markus 2 vers 2— En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.
het Woord tot hen
Namelijk des koninkrijks, of des Evangelies.
Hertaald:het Woord tot hen
Namelijk het Woord van het Koninkrijk, of van het Evangelie.
Markus 2 vers 3— En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.
geraakte,
Of, lamme; gelijk Matt. 4:24 .
Hertaald:geraakte,
Of: lamme, zoals Matth. 4:24.
gedragen werd
Grieks, opgenomen.
Hertaald:gedragen werd
Grieks: opgenomen.
Markus 2 vers 4— En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.
dak,
Of, zoldering.
Hertaald:dak,
Of: zoldering.
opgebroken hebbende,
Grieks, uitgegraven. Want de daken waren boven plat en met gebakken stenen of tegels gedekt, die zij hier uitgroeven. Zie Luc. 5:19 .
Hertaald:opgebroken hebbende,
Grieks: uitgegraven. Want de daken waren van boven plat en bedekt met gebakken stenen of tegels, die zij hier uitgroeven. Zie Luk. 5:19.
beddeken neder,
Grieks, Crabbaton; hetwelk was een licht bedje, gelijk een matras, waar men des middags op placht te rusten, en waarop men de zieken veel placht te leggen, om hen bekwamelijk van de ene plaats tot de andere te dragen.
Hertaald:beddeken neder,
Grieks: krabbaton; dat was een licht bedje als een matras, waarop men 's middags placht te rusten en waarop men vaak de zieken legde om hen gemakkelijk van de ene plaats naar de andere te dragen.
Markus 2 vers 5— En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
hun geloof ziende,
Namelijk zo van den geraakte als dergenen, die hem droegen.
Hertaald:hun geloof ziende,
Namelijk zowel van de verlamde als van hen die hem droegen.
Markus 2 vers 7— Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?
gods lasteringen?
Zie hiervan de aantekening bij Matt. 9:3 .
Hertaald:gods lasteringen?
Zie hierover de aantekening bij Matth. 9:3.
Markus 2 vers 8— En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?
geest bekennende,
Dat is, in zijne ziel; namelijk door de openbaring zijner godheid, die ook door het woord geest dikwijls uitgedrukt wordt; Rom. 1:4 ; Hebr. 9:14 ; 1 Petr. 3:18 .
Hertaald:geest bekennende,
Dat is: in Zijn ziel; namelijk door de openbaring van Zijn godheid, die ook vaak met het woord geest uitgedrukt wordt; Rom. 1:4; Hebr. 9:14; 1 Petr. 3:18.
Markus 2 vers 9— Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?
Wat is lichter,
Zie hiervan en van het volgende de aantekening bij Matt. 9:5 , enz.
Hertaald:Wat is lichter,
Zie hierover en over het vervolg de aantekening bij Matth. 9:5, enzovoort.
Markus 2 vers 12— En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!
zulks gezien
Grieks, alzo.
Hertaald:zulks gezien
Grieks: zo.
Markus 2 vers 13— En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.
naar de zee;
Namelijk het meer van Galilea of Gennesareth, aan hetwelk Kapernaüm lag.
Hertaald:naar de zee;
Namelijk het meer van Galilea of Gennesareth, waaraan Kapernaüm lag.
Markus 2 vers 14— En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
Levi,
Die ook Mattheus genaamd was; zie Matt. 9:9 .
Hertaald:Levi,
Die ook Mattheüs genoemd werd; zie Matth. 9:9.
in het tolhuis,
Of, op den tol, of aanhet tolhuis.
Hertaald:in het tolhuis,
Of: bij de tol, of aan het tolhuis.
Markus 2 vers 15— En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd.
aanzat in deszelfs huis,
Namelijk aan de tafel.
Hertaald:aanzat in deszelfs huis,
Namelijk aan de tafel.
Markus 2 vers 16— En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt?
tollenaren en zondaren,
Zie de aantekening bij Matt. 9:10 .
Hertaald:tollenaren en zondaren,
Zie de aantekening bij Matth. 9:10.
Markus 2 vers 17— En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
ziek zijn
Grieks, die kwalijk hebben; dat is, die kwalijk tepas, of kwalijk gesteld zijn.
Hertaald:ziek zijn
Grieks: die het slecht hebben; dat is: die er slecht aan toe zijn.
Markus 2 vers 18— En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?
vastten;
Namelijk dikwijls, gelijk verklaard wordt Matt. 9:14 , en Luc. 5:33 .
Hertaald:vastten;
Namelijk vaak, zoals verklaard wordt in Matth. 9:14 en Luk. 5:33.
Waarom vasten de discipelen
Zie ook van deze gehele geschiedenis en gelijkenissen, Matt. 9:14 .
Hertaald:Waarom vasten de discipelen
Zie ook over deze hele geschiedenis en de gelijkenissen Matth. 9:14.
Markus 2 vers 22— En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.
bersten
Of, scheuren.
Hertaald:bersten
Of: scheuren.
verderven;
Of, gaan verloren.
Hertaald:verderven;
Of: gaan verloren.
Markus 2 vers 23— En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken.
sabbatdag
Grieks, sabbaten.
Hertaald:sabbatdag
Grieks: sabbatten.
door het gezaaide ging,
Zie hiervan ook de verklaring in de aantekening bij Matt. 12:1 .
Hertaald:door het gezaaide ging,
Zie hierover ook de verklaring in de aantekening bij Matth. 12:1.
al gaande,
Grieks, te gaan aren plukkende.
Hertaald:al gaande,
Grieks: al gaande aren plukkend.
Markus 2 vers 24— En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?
sabbatdag,
Grieks, sabbaten.
Hertaald:sabbatdag,
Grieks: sabbatten.
Markus 2 vers 26— Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren?
Abjathar,
Deze Abjatar wordt Achimelech genaamd 1 Sam. 21:1 , en zijn zoon wordt Abjatar genaamd. Doch het blijkt uit verscheiden plaatsen der Schriftuur dat den vader en den zoon deze beide namen gegeven worden. Zie 2 Sam. 8:17 , en 2 Sam. 15:29 , 2 Sam. 15:35 ; 1 Kon. 2:26-27 , en 1 Kron. 24:6 .
Hertaald:Abjathar,
Deze Abjathar wordt Achimelech genoemd in 1 Sam. 21:1, en zijn zoon wordt Abjathar genoemd. Maar uit verscheidene plaatsen van de Schrift blijkt dat aan de vader en de zoon deze beide namen gegeven worden. Zie 2 Sam. 8:17 en 2 Sam. 15:29, 2 Sam. 15:35; 1 Kon. 2:26-27 en 1 Kron. 24:6.
Markus 2 vers 27— En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat.
gemaakt
Grieks, geworden.
Hertaald:gemaakt
Grieks: geworden.
om den mens,
Namelijk om den mens te dienen tot versterking naar de ziel en verkwikking naar zijn lichaam, en niet om hem te laten vergaan.
Hertaald:om den mens,
Namelijk om de mens te dienen tot versterking van zijn ziel en verkwikking van zijn lichaam, en niet om hem te laten omkomen.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Vergeving der zonden — Grieks: aphesis, "loslating, kwijtschelding" — van aphiemi, "weglaten, laten gaan"; het woord van de kwijtgescholden schuld
Vier mannen breken het dak open om een geraakte bij Christus te brengen, en Hij zegt niet eerst dat de man opstaan moet: "Zoon, uw zonden zijn u vergeven" (Mark. 2:5). De Schriftgeleerden vatten dat onmiddellijk op als godslastering, en met een sluitende redenering: wie kan de zonden vergeven dan alleen God (Mark. 2:7)? Christus weerspreekt die vooronderstelling niet maar bevestigt haar. Daarna geeft Hij een zichtbaar teken van een onzichtbare zaak: opdat gij weten moogt dat de Zoon des mensen macht heeft om de zonden op de aarde te vergeven — sta op, neem uw bed op (Mark. 2:10-11). Het thema staat al aan het begin van het boek: Johannes predikte de doop der bekering tot vergeving der zonden (Mark. 1:4).
Bijbelse betekenis: De volgorde in dit hoofdstuk is het onderwijs. De man kwam voor zijn benen en kreeg eerst iets anders, en dat is geen omweg: de diepste nood van de mens is niet zijn verlamming. Verder is de redenering van de Schriftgeleerden juist en hun conclusie onjuist — omdat alleen God zonden vergeven kan, moet men zich afvragen Wie hier dan spreekt. En vergeving is naar het woord een kwijtschelding: er wordt niet goedgepraat en niet vergoelijkt, er wordt losgelaten wat werkelijk verschuldigd was.
Typologie: Waarop die kwijtschelding rust, zegt de Hebreeënbrief onomwonden: zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving (Hebr. 9:22). Paulus verbindt haar daarom rechtstreeks aan het bloed van Christus: in Welken wij de verlossing hebben, namelijk de vergeving der zonden, naar de rijkdom Zijner genade (Ef. 1:7; vgl. Kol. 1:14). Hij tekent haar bovendien als een uitgewiste schuldbrief: God heeft het handschrift dat tegen ons was uitgewist en aan het kruis genageld (Kol. 2:13-14). En de belofte van het nieuwe verbond loopt op ditzelfde woord uit: Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn en hun zonden niet meer gedenken (Jer. 31:34; Hebr. 8:12). Zie in dit register ook *Zondoffer* (Lev. 4) en *Verzoendag* (Lev. 16).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
Wie kan de zonden vergeven dan alleen God? — 2:1-17
Het huis in Kapérnaüm zit zo vol dat er zelfs bij de deur geen plaats meer is. Vier mannen dragen een verlamde en komen er niet in. Zij klimmen op het dak, breken het open en laten het bed neer, midden voor Hem.
Christus zegt eerst iets heel anders dan de vier mannen kwamen halen, en de schriftgeleerden trekken er meteen de juiste gevolgtrekking uit.
Wat Hij zegt als Hij hun geloof ziet, gaat niet over de benen: zoon, uw zonden zijn u vergeven.
De schriftgeleerden die daar zitten, zeggen niets hardop maar overleggen in hun harten. Hun redenering is scherp en op zichzelf volkomen juist: wat spreekt Deze aldus godslasteringen? Wie kan de zonden vergeven dan alleen God?
Zij hebben gelijk in de vooronderstelling. Een mens kan vergeven wat hem is aangedaan; niemand kan vergeven wat een ander tegen God misdeed. Wie dat toch doet, maakt zich aan iets ongehoords schuldig — of Hij is God.
Christus ontkent hun redenering niet en Hij verzacht haar niet. Hij weet wat zij denken en stelt een tegenvraag: Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?
Zeggen is even makkelijk. Alleen is het ene niet te controleren en het andere wel.
Daarom doet Hij het zichtbare om het onzichtbare te bewijzen: doch opdat gij moogt weten dat de Zoon des mensen macht heeft om de zonden op de aarde te vergeven — en Hij zegt tegen de man dat hij opstaan moet. Die staat op voor aller ogen, zodat zij allen ontzet waren.
Het vervolg van het hoofdstuk hoort erbij. Hij roept Levi de tollenaar, eet bij hem aan huis met tollenaars en zondaars, en op de aanmerking daarover antwoordt Hij met een spreekwoord: die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
Zo staan de twee helften van dit hoofdstuk bij elkaar. Eerst de macht om te vergeven, en dan bij wie Hij daarmee aan tafel gaat.
Jesaja 43:25 — Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg om Mijnentwil.
Markus 2:5 — Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
Markus 2:7 — Wie kan de zonden vergeven dan alleen God?
Markus 2:10 — Opdat gij weet dat de Zoon des mensen macht heeft te vergeven.
Daniël 7:13 — De titel Zoon des mensen komt uit het gezicht van Daniël.
Markus 2:17 — Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.
In het Nieuwe Testament: Jesaja 43:25; Daniël 7:13-14; Lukas 5:17-32; Kolossenzen 3:13
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Markus 2:1-2.KruisverwijzingenMarkus 2:13→Mattheüs 9:1→Lukas 18:35→Markus 1:45→Johannes 4:47→Markus 7:24→Lukas 5:18→Handelingen 11:19→ — En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was. En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen. “En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was. En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.”
Hij kon niet verborgen blijven. De genezen melaatse had Zijn Naam zo beroemd gemaakt dat de mensen samendrongen om Hem te zien. En Hij maakte van hun nieuwsgierigheid gebruik en sprak het woord tot hen.
Het is een heel merkwaardig verschijnsel: hoewel de mens in de natuurlijke staat van zijn hart tegen het evangelie gekant is, wordt hij er toch toe getrokken het te horen. Al verafschuwt hij het, toch kan hij het dikwijls niet laten ernaar te luisteren.
Waar Jezus Christus is, hetzij in eigen persoon, hetzij in de prediking van het Woord, daar zal het zeker rondverteld worden en zullen menigten komen horen. De grootste aantrekkingskracht, in de hemel en daarbuiten, is nog altijd de Zaligmaker.
Markus 2:3.KruisverwijzingenLukas 5:18→Mattheüs 4:24→Mattheüs 9:1→ — En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd. “En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.”
Een verlamde: dat is het juiste woord. Iemand die niet uit zichzelf komen kon, maar die er een heel groot verlangen naar had te komen. Vier van zijn buren waren het erover eens hem te dragen.
Markus 2:4.KruisverwijzingenLukas 5:19→Deuteronomium 22:8→ — En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag. “En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.”
Zij hadden het bij de deur heel vaak geprobeerd, maar konden er onmogelijk in. Waarschijnlijk gingen zij de trap van het buurhuis op, en toen van het ene platte dak op het andere. Zo kwamen zij boven de veranda die Christus beschutte terwijl Hij tot het volk op de binnenplaats sprak.
Het schijnt geen heel lichte bouw geweest te zijn, maar enige arbeid gevergd te hebben. Toch braken zij hem open.
Waar een wil is, is een weg; en waar geen weg is, maakt een vastberaden wil er een. Beter door het plafond tot Christus te komen dan helemaal niet te komen. Beter aan een touw tot Hem neergelaten te worden dan niet in Zijn tegenwoordigheid te zijn.
Markus 2:5.KruisverwijzingenMattheüs 9:2→Johannes 5:14→Jakobus 5:15→Mattheüs 9:22→Lukas 5:20→Lukas 7:47→Markus 5:34→Handelingen 14:9→ — En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven. “En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.”
Hij heeft een heel scherp oog voor het geloof. Wij lezen niet dat zij iets gezegd hadden; zij hadden hun geloof dus niet uitgesproken.
Maar deze stoutmoedige en waagzieke daad, het openbreken van het dak en al het stof dat om het hoofd van de Zaligmaker viel, liet hun geloof zien. Zij vreesden niet Hem te tergen, maar vertrouwden op Zijn zachtmoedigheid en Zijn geduld. Zij waren ervan overtuigd dat zij de man alleen maar hoefden te brengen waar Christus hem zien kon, en dat er dan goeds van komen zou.
Christus zegende deze man om het geloof van de vier die hem droegen, en mogelijk ook om zijn eigen geloof. Let erop dat onze Heere niet eerst tot de zieke man zei dat hij van zijn geraaktheid genezen was. Hij zei: zoon, uw zonden zijn u vergeven. Dat was de bijl aan de wortel leggen, want de zonde ligt aan de bodem van het verdriet. En waar de zonde vergeven wordt, worden zelfs de gevolgen van de zonde weggenomen.
Markus 2:6-7.KruisverwijzingenJesaja 43:25→Lukas 7:49→Lukas 5:21→Johannes 10:33→Daniël 9:9→Psalmen 130:4→Markus 14:64→Johannes 20:20→ — En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God? “En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?”
Zij waren met een kwade beweegreden gekomen. Zij wilden wat aan te merken vinden. Zij namen hun plaats in om alles heel zorgvuldig te horen, aantekeningen te maken en er zoveel onheil van te stichten als zij maar konden. Zij hadden hun oren wijd open.
Zij wisten echter niet dat Hij hun hart lezen kon, anders waren zij misschien niet zo voortvarend geweest in Zijn tegenwoordigheid te komen.
Hij lastert God, zeiden zij. Dat was volkomen juist als aanklacht — maar Hij wás God, en daarom was het geen godslastering. Godslastering zou het geweest zijn als Hij niet goddelijk was.
Markus 2:8-9.KruisverwijzingenMattheüs 9:5→Lukas 5:22→1 Kronieken 29:17→Lukas 24:38→Ezechiël 38:10→Hebreeën 4:13→Markus 7:21→Handelingen 8:22→ — En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten? Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel? “En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten? Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?”
Het was even gemakkelijk het ene te zeggen als het andere. Wat er ook gezegd wordt, de almacht ligt erin besloten. Alleen de tegenwoordigheid en de kracht van God konden aan een van beide woorden kracht geven; maar voor Hém is het ene even gemakkelijk als het andere.
Vraagt niet elk van beide een goddelijke macht? Ben Ik goddelijk, dan zal Ik dat bewijzen door deze man te genezen. Dan heb Ik het recht te zeggen: uw zonden zijn u vergeven.
Markus 2:10-12.KruisverwijzingenMattheüs 9:8→Mattheüs 9:33→Daniël 7:13→Lukas 7:16→Johannes 5:20→Mattheüs 9:6→Handelingen 5:31→Mattheüs 16:13→ — Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis. En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien! “Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis. En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!”
Wij verwachten de schare bij de deur te zien staan, maar er was zelfs voor de hoorders in de deuropening geen plaats toen Jezus Christus predikte. Er gaat een aantrekkende kracht uit van de stem van Jezus. Laten wij Jezus in de bediening spreken en niet te veel onze eigen gedachten en onze eigen woorden, dan mogen wij verwachten dat het evangelie diezelfde aantrekkingskracht houdt.
Bewonder en volg het geloof en de gehoorzaamheid van deze verlamde na. Hij deed het beter dan sommigen, want er zijn er geweest die uit louter dankbaarheid Christus ongehoorzaam werden.
Zijn dankbaarheid zou hem ongetwijfeld gedreven hebben om te blijven en zich aan de voeten van zijn Weldoener te werpen. Of om tenminste te blijven en een lofzang tot God te zingen. En toch weet hij dat gehoorzamen de beste vorm van dankbaarheid is. Christus had hem gezegd: ga heen naar uw huis — en dat deed hij ook.
Het beste wat u voor Christus doen kunt, is doen wat Christus u gebiedt. Er zijn veel glinsterende vormen van dankbaarheid, maar het is niet alles goud wat er blinkt. De gulden dankbaarheid is die welke nauwgezet aan elk gebod van Jezus Christus gehoorzaamt.
Markus 2:13.KruisverwijzingenMarkus 1:45→Markus 2:2→Markus 3:20→Mattheüs 13:1→Spreuken 1:20→Markus 3:7→Lukas 19:48→Markus 4:1→ — En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen. “En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.”
Betere lucht dan er in het huis was, en meer ruimte. Maar Hij hield hetzelfde evangelie aan; Hij leerde hen.
Markus 2:14.KruisverwijzingenMarkus 3:18→Lukas 5:27→Markus 1:17→Mattheüs 9:9→Mattheüs 4:19→Lukas 6:15→Handelingen 1:13→ — En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem. “En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.”
Hij veegde zijn geldstukken bij elkaar, sloot zijn rekenboeken en bleef geen ogenblik langer. Hij stond op van de tolboom om de Meester te volgen.
Hier is ook een verandering te zien in de manier waarop Christus Zijn macht toont. Tot de geraakte zei Hij: sta op, neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis. Maar tot de man in een beroep dat hem verlaagde zei Christus: volg Mij. En hij stond op en volgde Hem.
God zij geloofd: wij hebben nog altijd de levende Heere in ons midden, Die vandaag even goed wonderen van barmhartigheid kan doen als toen Hij op aarde was. En wij hebben niet slechts te vermanen, te overreden en te smeken, al hebben wij dat alles ook te doen. Wij hebben ook met gezag te spreken in de Naam van deze heerlijke Zoon van God, en mensen te gebieden zich te bekeren en in Hem te geloven.
Markus 2:15-17.KruisverwijzingenLukas 5:31→Mattheüs 9:12→Lukas 15:7→1 Timotheüs 1:15→Lukas 15:1→Handelingen 23:9→Jesaja 65:5→Lukas 19:7→ — En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd. En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt? En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering. “En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd. En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt? En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.”
Voor gewone christenen kan het gevaarlijk zijn om te gaan met mensen zoals de tollenaars en de zondaars van de dagen van Christus, want “kwade samensprekingen verderven goede zeden”. Christenen moeten voorzichtig zijn met het gezelschap waarin zij zich bevinden.
Maar dat christenen zó onder zulke mensen gaan om hun goed te doen, is naar het voorbeeld van Christus. De gemeente van Christus faalt altijd in haar plicht wanneer zij een of andere groep mensen als beneden haar aandacht of als te ver heen beschouwt.
De zending van onze Heere was de noden van de mensen op te sporen en te vervullen. En Hij schijnt bijzondere aandacht besteed te hebben aan de allerslechtsten, omdat die Hem het meest nodig hadden. Zijn gemeente behoort zich bij de keuze van haar werk altijd te laten leiden door de nood van hen die haar zorg behoeven.
En broeders, u en ik die in de bediening staan hebben ook te kiezen. Niet die plaats waar wij het gelukkigst en het gemakkelijkst zitten, maar die waar wij het meest nodig zijn. Was ik een lamp en mocht ik kiezen waar ik opgehangen werd, dan koos ik de donkerste plek van de stad, waar ik het meest van dienst kon zijn.
Markus 2:18-20.KruisverwijzingenMattheüs 6:18→Lukas 18:12→Mattheüs 6:16→Mattheüs 9:14→Lukas 17:22→Jesaja 54:5→Romeinen 10:3→Mattheüs 23:5→ — En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet? En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen. “En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet? En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.”
Zolang Christus in eigen persoon bij Zijn volk was, konden zij niet anders dan blijdschap en vreugde hebben. Maar wanneer Hij van hen weggenomen was, moesten zij Zijn afwezigheid bewenen.
Markus 2:21-22.KruisverwijzingenMattheüs 9:16→Lukas 5:37→Mattheüs 9:17→1 Korinthe 10:13→Psalmen 103:13→Jesaja 57:16→Jozua 9:4→Jozua 9:13→ — En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur. En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen. “En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur. En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.”
De zakken waren van leer gemaakt, en de wijn die erin gedaan werd moest van de juiste soort zijn. Zijn discipelen vasten voorschrijven terwijl Hij hen blij maakte met Zijn persoonlijke tegenwoordigheid, zou ongerijmd en ongepast geweest zijn.
Er zijn dingen die wij niet van jonge christenen behoren te verwachten, en andere die wij niet van oude en gerijpte christenen behoren te verwachten. Wij moeten geen nieuwe wijn in oude zakken verwachten, en geen oude wijn in nieuwe zakken.
Een plaats voor alles, en alles op zijn plaats: dat is niet alleen een regel voor het huis en het kantoor. Het is ook een regel die in de gemeente van Christus in acht genomen behoort te worden. Want God is een God van orde en zet de dingen altijd op hun eigen plaats en in de juiste volgorde.
Markus 2:23-24.KruisverwijzingenLukas 6:1→Mattheüs 12:1→Exodus 20:10→Mattheüs 15:2→Deuteronomium 23:24→Jesaja 56:6→Mattheüs 23:23→Mattheüs 7:3→ — En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken. En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is? “En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken. En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?”
Zij hadden de farizeeën al beledigd door niet te vasten, en nu beledigden zij hen opnieuw op een soortgelijke manier, al ging het om iets anders.
Volgens sommige rabbijnen mocht men op de sabbat wel een korenaar plukken. Maar wreef men die tussen de handen, dan noemden zij dat een soort arbeid die op de sabbat niet verricht mocht worden. Zij bedachten allerlei vernuftige beperkingen, te belachelijk om aan te halen.
Deze discipelen waren volgens hen dus schuldig aan zonde, omdat zij korenaren geplukt hadden en er op de sabbat het werk van het dorsen aan verricht hadden.
En er leven vandaag nog mensen van dat slag, die de kleinste zaak nemen, die volstrekt onbeduidend is en waarin goed noch kwaad steekt, en die opblazen en verdraaien. En dan maken zij van iemand een zwaar overtreder om vrijwel niets. Wij hebben geleerd ons door wat zij ook zeggen niet erg te laten verontrusten.
Markus 2:25-28.KruisverwijzingenKolossenzen 2:16→Deuteronomium 5:14→2 Samuël 8:17→Exodus 23:12→Leviticus 24:5→Lukas 6:9→Openbaring 1:10→Mattheüs 21:16→ — En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren? Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren? En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat. Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat. “En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren? Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren? En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat. Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.”
Hij heeft de sabbat gemaakt tot een dag die geen dag van slavernij meer is, maar een dag van gezegende rust en heilige dienst voor God. Werken van noodzaak, werken van godsvrucht en werken van barmhartigheid mogen op de sabbat niet alleen gedaan worden, maar zijn geboden.
I. Vs. 1-12.KruisverwijzingenJesaja 43:25→Lukas 5:19→Mattheüs 9:2→Markus 2:13→Deuteronomium 22:8→Johannes 5:14→Jakobus 5:15→Mattheüs 9:22→ — En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was. En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen. En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd. En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag. En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven. En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God? En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten? Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel? Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Nu volgt een tweede groep van vijf gebeurtenissen die bij elkaar horen. De vorige groep (Hoofdstuk . 1: 14-45) moest het begin van Jezus’ openbare werkzaamheid in onderscheiding van die van de Doper karakteriseren als een wezenlijke stap voorwaarts van het mindere tot het hogere en de hoogte en de populariteit tot welke de Heere ten gevolge van die arbeid kwam, voorstellen. In deze worden nu die verhalen bij elkaar gevoegd, uit welke duidelijk wordt hoe de oppositie is ontstaan en zich heeft gevormd, tot welke in onderscheiding van de menigte van het volk, de schriftgeleerden en farizeeën hoe langer hoe meer kwamen. De geschiedenis van de verlamde vormt het begin.
KruisverwijzingenMattheüs 9:1→Lukas 18:35→Markus 1:45→Johannes 4:47→Markus 7:24→Lukas 5:18→Handelingen 2:6→— En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.
En na enige dagen die Hij elders had doorgebracht is Hij wederom eens, zoals dat Zijn gewoonte was wanneer Hij Zijn stad voor enige tijd had verlaten, binnen Kapèrnaüm gekomen en het werd, zoals altijd bij Zijn terugkeren in de stad, gehoord, dat hij in huis was gekomen.
Het is niet mogelijk dat de Evangelist met de “enige dagen” bedoeld heeft de tijd van de zeker niet al te lange afwezigheid van Jezus gedurende welke Hij in de nabij van zijn steden predikte, daar onder de schriftgeleerden in vs. 6, volgens Luk. 5: 17 zich mensen bevinden die uit alle dorpen van Galilea en Judea en van Jeruzalem naar Kapèrnaüm zijn gekomen, zeker om met de Heere in strijd te komen. Er moet dus reeds veel gebeurd zijn wat tot organisatie van de vijandschap tegen Hem aanleiding heeft gegeven (MATTHEUS. 4: 24 v. ). Dat in alle vijf stukken van de hier voor ons liggende groep van de schriftgeleerden en farizeeën melding wordt gemaakt, zonder dat zij een enkele maal buiten beschouwing blijven, bewijst dat de Evangelist geschiedenissen wil samenvoegen die op hen betrekking hebben. Hij heeft het begin van de vijandschap van godsdienstige volksleiders in het oog gevat nadat hij vooraf het begin van het grote gevolg van de werkzaamheid van Christus in Galilea heeft geschilderd en laat nu deze vijandschap zich ontwikkelen tot eigenlijke doodvijandschap.
KruisverwijzingenMarkus 1:45→Markus 2:13→Handelingen 11:19→Romeinen 10:8→Lukas 8:11→Handelingen 16:6→Mattheüs 5:2→Handelingen 14:25→— En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.
En meteen vergaderden daar velen tot Hem om Hem te horen, in het midden van Zijn woning, die slechts uit één verdieping bestond, zodat ook zelfs de plaatsen om de deur in het voorportaal hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord van het koninkrijk Gods tot hen.
KruisverwijzingenLukas 5:18→Mattheüs 4:24→Mattheüs 9:1→— En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.
En er kwamen sommigen tot Hem, een verlamde brengend die door vier op een rustbed gedragen werd.
KruisverwijzingenLukas 5:19→Deuteronomium 22:8→— En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.
En langs de gewone weg, door de deur heen, niet tot Hem kunnende komen, omdat de schare in een dicht aaneengesloten menigte de huisdeur omringde, stegen zij de trap op die van de straat tot het huis leidde (MATTHEUS. 24: 17)en ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat, door wegneming van de stenen of tichelen (Luk. 5: 19), opgebroken hebbend lieten zij het beddeken aan touwen neer tot voor Zijn voeten, waar de verlamde op lag.
KruisverwijzingenMattheüs 9:2→Johannes 5:14→Jakobus 5:15→Mattheüs 9:22→Lukas 5:20→Lukas 7:47→Markus 5:34→Handelingen 14:9→— En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
En Jezus, hun geloof ziende dat zich op zo’n buitengewone wijze een weg zocht, zei tot de verlamde, die, het meest door geloof en verlangen gedragen, zeker de eigenlijke uitvinder van het waagstuk was en nu van schrik voor de majesteit van Hem wie hij in de ogen zag, bovenal hulp voor zijn ziel verlangde: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
De weg die de dragers kozen ging over het platte dak, tot welk men onmiddellijk van de straat, misschien over de daken van naburige huizen, kon komen. Nu bestond het huis alleen uit de benedenste verdieping, of de Heere was op de zolder, d. i. in de bovenste verdieping, in ieder geval onmiddellijk onder het dak. Het eerste is het natuurlijkste, ook meer overeenkomstig het in vs. 2 beschrevene, waar gezegd wordt dat de ruimte voor de deur niet meer toereikend was, geen mensen meer kon bevatten, zodat wij te denken hebben aan een menigte van volk op de straat voor het huis samengestroomd. Het uit opgelegde platte stenen of met tichelen belegde, in elk geval licht gebouwde dak, werd door de dragers zo ver geopend en waar het met leem of aarde bedekt was zo ver opgegraven als nodig was om de zieke tussen de balken van het dak neer te laten voor de voeten van Jezus. Niet zonder reden wordt daarom bij alle drie de Evangelisten gezegd: “hun geloof, ” niet alleen dat van de verlamde, maar ook van de dragers; want alleen een vast vertrouwen op de reddende macht van Jezus kon zo’n ijver van de liefde doen ontbranden.
Jezus spreekt tot de zieke niet in de eerste plaats een woord van lichaamsgenezing, zoals dit met verlangen werd tegemoet gezien, maar een woord dat door uitstel van hulp het geloof beproefde en door het verschaffen van hulp voor de grootste schade het diepste verlangen van de ziel te voorschijn riep en stilde. Zo min echter de genezing een echte hulp zou zijn wanneer haar niet de vergeving voorafging, zo min zou het volle heil volbracht zijn wanneer niet eindelijk ook uit de lichamelijke ellende een triomf werd gegeven, zoals het later (vs. 11 v. ) gebeurt. In de volle genezing moeten beide tesamen zijn, zoals ook zonde en bezoldiging van de zonde samenhangen.
KruisverwijzingenLukas 5:21→Mattheüs 16:7→2 Korinthe 10:5→Markus 8:17→— En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:
En sommigen van de schriftgeleerden uit de sekte van de farizeeën (Luk. 5: 21) zaten daar onder degenen die Jezus in huis omgaven en Zijn prediking hoorden en overdachten in hun harten, naar aanleiding van het woord datde Heere tot de zieke gesproken had.
KruisverwijzingenJesaja 43:25→Lukas 7:49→Johannes 10:33→Daniël 9:9→Psalmen 130:4→Markus 14:64→Johannes 20:20→Lukas 5:21→— Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?
Wat spreekt deze, een gewoon mens die niet eens een geestelijk ambt bekleedt, aldus? Het zijn woorden waartoe alleen God macht kan geven. Begaat Hij daarmee geenGodslasteringen, omdat Hij in de Majesteitsrechten van God intreedt? a) Wie toch kan de zonden vergeven dan alleen God?
Ps. 32: 5. 51: 3. Jes. 43: 25.
De liturgie van de wet kende een rein verklaren door middel van de priester, bijvoorbeeld van de melaatse (Hoofdstuk . 1: 44), maar geen vrijspraak van zonde door de priester; in het algemeen kende het Jodendom geen absolutie door een mens. Jesaja (Hoofdstuk 6) wordt door een Seraf en Jozua, de Hogepriester, door een engel van God geabsolveerd (Zach. 3); maar in die beide profetische gezichten is het een goddelijke opdracht, welke de hemelse geesten volbrengen, want zonden vergeven is een uitsluitend voorrecht van God en wanneer enig schepsel de anderen hun zonden vergeeft kan het niet in eigene macht, maar alleen ten gevolge van goddelijke volmacht geschieden.
Het woord van Jezus tot de verlamde zou ook zo kunnen worden verstaan dat Jezus de vergeving alleen te kennen wilde geven, niet zelf schenken, maar de wijze waarop Hij later de verdenking beantwoordt, als was door Hem een lastering geschied, bewijst dat Hij niet als Profeet, maar als Rechter het woord gesproken heeft, anders zou Hij niet hebben moeten spreken van de macht, niet tot het vergeven op aarde, maar van het verzekeren dat die in de hemel geschied was. “Op aarde, ” voegt Hij er bij, niet om het vergeven op de aarde tegenover dat in de hemel te stellen, wat hier zonder betekenis zou zijn, maar om te zeggen dat in plaats van aan lastering te denken de schriftgeleerden zich integendeel moesten verheugen over het horen van het woord van de vergeving bij de met schuld beladen mens.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:17→Lukas 24:38→Ezechiël 38:10→Hebreeën 4:13→Markus 7:21→Handelingen 8:22→Spreuken 15:26→Lukas 7:39→— En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?
En Jezus, die wist wat in de mens was en niet nodig had dat een ander, of ook eigen voorkomen en gebaren getuigenis gaven van een mens (Joh. 2: 25), meteen in Zijn Geest bekennende dat zij zo in zichzelf overdachten, zei tot hen: Wat overdenkt u deze dingen in uw harten? Waarom laat u Mij niet eerst tijd om Mijn woord als volle waarheid en kracht van God aan de verlamde te bevestigen.
KruisverwijzingenMattheüs 9:5→Lukas 5:22→— Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?
Die bevestiging zal nu geschieden door een tweede woord, dat Ik op het eerste zal laten volgen: Wat is lichter naar het oordeel van de mensen, die alleen volgens uitwendige, zichtbare en tastbare feiten kunnen beslissen, te zeggen tot de verlamde, zoals Ik gedaan heb: De zonden zijn u vergeven, of tot hem te zeggen, zoals Ik nu wil doen: Sta op en neem uw beddeken op en wandel, op menselijk standpunt is toch zeker het tweede woord het moeielijkste, omdat niemand anders het kan spreken, dan die in het volle bezit van de goddelijke macht is.
KruisverwijzingenDaniël 7:13→Johannes 5:20→Mattheüs 9:6→Handelingen 5:31→Mattheüs 16:13→1 Timotheüs 1:13→— Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):
Echter opdat gij moogt weten en uit hetgeen voor uw ogen geschiedt het besluit kunt trekken dat Hij, die u voor godslasteraar hebt uitgemaakt, de Zoon des mensen (“Uit 8. 20″) en 16: 13”) is en deze voor alle dingen ook macht heeft om de zonden op de aarde te vergeven (zei Hij tot de verlamde, van de aankondiging van Zijn woord meteen tot het uitspreken daarvan overgaande, zonder de aangevangen zin te voltooien):
KruisverwijzingenJohannes 5:8→Markus 1:41→Johannes 6:63→— Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.
Ik zeg u, sta in de kracht van de nieuwe gezondheid die Ik u verleen op en neem uw beddeken, waarop u hierheen gedragen bent op en ga naar uw huis als iemand die weer vaste stappen kan doen.
KruisverwijzingenMattheüs 9:8→Mattheüs 9:33→Lukas 7:16→Lukas 13:13→Lukas 17:15→Lukas 5:26→Markus 1:27→Mattheüs 15:31→— En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!
En meteen greep hij zich vast aan het tot hem gesproken woord met vol geloofsvertrouwen en stond hij op. En het beddeken opgenomen hebbende, zoals hem bevolen was, ging hij onder het prijzen van God (Luk. 5: 25) uit het huis in de tegenwoordigheid van allen, midden door hen heen, zodat zij zich allen ontzetten. Allen die het wonder voor hun ogen hadden zien volbrengen, zelfs de schriftgeleerden, werden met een diepe eerbied vervuld voor Hem die dat door Zijn woord had teweeggebracht en allen uit het volk die zich niet moedwillig, zoals de farizeeën, tegen die indruk verhardden, verheerlijkten God, die zodanige macht aan de mensen gegeven had (MATTHEUS. 9: 8), zeggende: Wij hebben nooit zoiets gezien als vandaag gebeurd is, nu de goddelijke majesteit van deze Jezus van Nazareth ons zo zichtbaar voor ogen getreden is.
In Hoofdstuk 1: 40 vv. wijst Jezus de genezene alleen op het voornemen van de oude heilige ordening van het Israëlitische land en laat Hij het daarbij blijven, zonder van enige dank voor Zichzelf buiten en naast die aan God te willen weten, als had Hij niets bijzonders bij de genezing van de zieke gedaan. Hier geschiedt de genezing echter op een zodanige wijze dat zij geheel voorkomt als betoning van een macht die Jezus aan God gelijk stelt en dat zij door Jezus uitdrukkelijk als bewijs daarvoor wordt gesteld, dat Hij ten opzichte van de zondevergeving op aarde een macht heeft die, naast de volmacht van God in de hemel, door de mensen erkend moet worden. Markus heeft dit stuk aan het hoofd van de tweede afdeling van zijn verhalen geplaatst. Hij heeft dit gedaan om vooral op de voorgrond te stellen dat het hier nog slechts een inwendige en uitwendig blijvende opwelling van ergernis is, tot welke de leiders van het volk door het veelbetekenend optreden van Jezus gedreven werden en dat de Heere alles gedaan had om dadelijk in het begin door overtuiging met de daad de waarheid van Zijn woorden te bevestigen, aan die aanstoot zijn grond te ontnemen en het aangroeien van die onrechtmatige ergernis te voorkomen.
II. Vs. 13-17.KruisverwijzingenLukas 5:31→Mattheüs 9:12→Markus 3:18→Lukas 15:7→1 Timotheüs 1:15→Markus 1:45→Lukas 5:27→Lukas 15:1→ — En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen. En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem. En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd. En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt? En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering. Het hier volgende verhaal van de roeping van Mattheüs of Levi en het maal met tollenaars in zijn huis komt met de geschiedkundige opvolging van tijd overeen. Het staat tevens met de vooraf vertelde gebeurtenis in een verband, dat met het plan dat Markus heeft samenhangt. Daar namen de farizeeën aanstoot aan Jezus woord over Zijn macht tot vergeving van de zonden; toch waagden zij niet, nadat Hij het met een wonderdaad als waarachtig bewezen had, het opnieuw aan te vallen. Hier menen zij in Zijn leefwijze een rechtvaardige grond tot het verwijt te hebben gevonden, dat Zijn omgang met openbaar gebrandmerkte mensen niet in overeenstemming was met de heilige macht waarop Hij voor Zijn persoon aanspraak maakte. Zij wagen het hun bedenking voor de discipelen uit te spreken. Gelijk daar Jezus door de rechte daad verhinderde dat hun beschuldiging van godslastering verder voortging, zo had Hij hier spoedig het woord bij de hand om hun bedenking als nietig en verkeerd ten toon te stellen, voordat het woord in de harten van de discipelen wortel schoot.
KruisverwijzingenMarkus 1:45→Markus 2:2→Markus 3:20→Mattheüs 13:1→Spreuken 1:20→Markus 3:7→Lukas 19:48→Markus 4:1→— En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.
En Hij ging enige dagen na het in vs. 1 vv. medegedeelde voorval weer, evenals in Hoofdstuk 1: 16, uit de stad Kapèrnaüm over de vissersplaats Bethsaïda naar de zee; en de gehele menigte, die zich steeds bij Hem aansloot wanneer Hij Zich openlijk vertoonde, kwam ook nu tot Hem en Hij onderwees hen al op de weg; nog meer wilde Hij dit doen aan het strand.
KruisverwijzingenMarkus 3:18→Lukas 5:27→Markus 1:17→Mattheüs 9:9→Mattheüs 4:19→Lukas 6:15→Handelingen 1:13→— En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
En het tolhuis, dat dicht bij de zee lag, voorbijgaande, zag Hij Levi, de zoon van Alfeüs, zitten in het tolhuis en Hij zei tot hem, aan een inwendig verlangen van zijn hart tegemoet komend 9: 9″): Volg Mij als een van Mijn discipelen. En hij, die tot hiertoe Levi heette, maar voortaan Mattheus werd genoemd, opstaande, verliet voor altijd zijn vorige broodwinning en volgde Hem, zodat Hij nog diezelfden dag de prediking aan de zee bijwoonde.
KruisverwijzingenLukas 15:1→Lukas 5:29→Lukas 6:17→Mattheüs 9:10→Mattheüs 21:31→— En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd.
En het geschiedde, toen Hij de daaropvolgenden dag, op welke Levi aan zijn vorige medetollenaars een afscheidsmaal gaf, aanzat in diens huis dat ook vele tollenaren en zondaren (want die beide namen werden voor eensluidendgehouden) aanzaten met Jezus en Zijn discipelen: want zij, de voor zondaars gehouden tollenaars die Hem lief hadden gekregen en heilbegerige toehoorders waren geworden, waren met veel en zij waren vele en waren Hem gevolgd, verheugd dat zij Hem in hun eigen midden hadden.
KruisverwijzingenHandelingen 23:9→Jesaja 65:5→Lukas 19:7→Lukas 18:11→Mattheüs 9:11→1 Korinthe 2:15→Lukas 19:10→Hebreeën 12:3→— En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt?
En de schriftgeleerden en de farizeeën van die plaats, aan wie die uit Judea en Jeruzalem (vs. 6) bij hun terugkeren bijzondere instructies hadden gegeven hoe zij moesten opletten en Hem beloeren, zagen Hem eten met de tollenaren en zondaren en ergerden zich daarover. Bij het eindigen van de maaltijd wachtten zij al voor de deur van het huis en zeiden tot Zijn discipelen bij hun uittreden uit het huis: Wat is het, dat uw Meester Zich geheel niet bemoeit met degenen die voor de vromen en rechtvaardigen in Israël worden gehouden en dat Hij daarentegen met detollenaren en zondaren eet en drinkt? Daardoor stelt Hij Zich in een slecht daglicht.
KruisverwijzingenLukas 5:31→Mattheüs 9:12→Lukas 19:10→Lukas 15:7→1 Timotheüs 1:15→Mattheüs 18:10→Handelingen 26:20→Titus 3:3→— En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
En Jezus, die juist daarbij kwam toen de discipelen, zo aangesproken, verlegen waren hoe zij een geschikt antwoord zouden vinden, dat horende zei tot hen: Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet nodig, maar die ziek zijn. a) Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering (vgl. de verklaring bij MATTHEUS. 9: 12 vv. , waar de Heere mede het woord uit Hosea 6: 6 in Zijn rede invlecht).
MATTHEUS. 21: 31. Luk. 19: 10. 1 Tim. 1: 15.
Dat de gezonden de geneesheer niet nodig hebben maar de zieken is de hoofdzin die vooraan staat; dat de Heere in de plaats van de geneesheer staat is de duidelijke, hoewel niet uitgesproken veronderstelling; daaruit volgt hoe dwaas het is de geneesheer de omgang met zieken tot een verwijt te maken. Daardoor is niet toegegeven dat zij gezond zijn, maar slechts aangetoond dat hun berisping zonder grond is, zelfs wanneer zij het waren. Ook wanneer hun duisternis, in welke zij zich voor de zodanigen hielden, gerechtigd was, zouden zij met hun berisping toch ongelijk hebben – maar die is niet gerechtvaardigd. Dat bewijst de uitspraak uit Hosea, die Markus weglaat, zoals doorgaans de heenwijzing naar het Oude Testament.
III. Vs. 18-22.KruisverwijzingenMattheüs 6:18→Lukas 18:12→Mattheüs 6:16→Mattheüs 9:14→Lukas 17:22→Jesaja 54:5→Mattheüs 9:16→Lukas 5:37→ — En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet? En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen. En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur. En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen. In dezelfde tijd, zelfs in onmiddellijk verband met de vorige geschiedenis, viel nog een andere voor, die hier geheel op haar plaats is. Het is de vraag van de discipelen van Johannes, bij welke spoedig de farizeeën zich als bondgenoten aansluiten: waarom Jezus Zijn discipelen de farizese instelling van het vasten niet laat waarnemen?
KruisverwijzingenMattheüs 6:18→Lukas 18:12→Mattheüs 6:16→Mattheüs 9:14→Romeinen 10:3→Mattheüs 23:5→Lukas 5:33→— En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?
En, om tot nader begrip van een gebeurtenis die met de vorige in onmiddellijk verband staat een opmerking te laten voorafgaan: de discipelen van Johannes, die sinds de gevangenneming van hun Meester (Hoofdstuk . 1: 14) zich nog meer dan vroeger op een strenge leefwijze toelegden en zo ook de discipelen van de farizeeën, die in het beoefenen van uitwendige werken van vroomheid vaak nog hun leraars te boven gingen, vastten veel. Zij hadden op die dag, toen Jezus met Zijn discipelen aan het gastmaal bij Levi had deelgenomen (vs. 15), ongeveer op een Maandag weer zo’n vastendag En zij kwamen, namelijk enigen van Johannes’ jongeren (MATTHEUS. 9: 14), bijgestaan door de zich daar bevindende farizeeën (Luk. 5: 33) en zeiden tot Hem, anders dan de schriftgeleerden en farizeeën in vs. 16, zich onmiddellijk tot Jezus zelf met hun verwijt wendend: Waarom vasten de discipelen van Johannes en van de farizeeën en Uw discipelen met U, hun Meester, vasten niet? U moest hen meer tot een ernstige, matige leefwijze dringen en hen niet laten verzuimen, wat een vrome, heilige wandel eist.
De leefwijze van onze Heere was niet in de vorm en naar de snede van farizese heiligheid. Er was in Zijn wandel geen angstige dienstbaarheid, maar een edele kinderlijke vrijheid; maar wel zo, dat Hij nooit de minste gegronde aanleiding gaf om te geloven dat Zijn leven een Sadducese wandel was naar eigen lust. Slechts eenmaal lezen wij van Hem dat Hij, en wel een lange tijd, vastte (MATTHEUS. 4: 2) vóór Zijn openlijk optreden voor het volk, dit zo, dat het ook Zijn vrienden niet wisten. Hij gebood Zijn discipelen ook niet, dat of hoe vaak zij moesten vasten; Hij veronderstelde echter (MATTHEUS. 6: 16 vv. ), dat zij soms zouden vasten en liet de zaak aan hun eigen begeerte over, Hij was zeer gesteld op eenzaamheid en stilte tot versterking en verheffing van de geest en was dikwijls alleen, ver van alle mensen, om ongestoord te kunnen bidden (Hoofdstuk 1: 35, 45; 3: 13 enz. ). Dan keerde Hij weer tot het gezelschap van de mensen terug en maakte dan geen angstig onderscheid tussen heilige en onheilige mensen, zodat Hij de laatsten geheel van Zijn omgang zou hebben uitgesloten, maar gaf Zich met de gezindheid van liefde van God aan allen over die door de besturing van Zijn hemelsen Vader tot Hem kwamen en zocht de verdwaalden terecht te brengen en allen te helpen, zo velen als er behoefte hadden aan Zijn hulp en bekwaam waren om die te ontvangen.
Vasten is wel goed, maar er een verdienstelijkheid van te maken of er het geweten mee te bezwaren is tegen de Christelijke vrijheid. Er is een geestelijke trotsheid wanneer men omtrent dingen die God aan onze vrijheid heeft overgelaten begeert, dat een ander zijn vroomheid naar de onze moet inrichten.
KruisverwijzingenRichteren 14:10→Mattheüs 25:1→Genesis 29:22→Psalmen 45:14→Hooglied 6:8→— En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten.
En Jezus zei tot hen: a) Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten terwijl de bruidegom bij hen is? Zo lang zij de bruidegom bij zich hebben en zij een hart vol vreugde in zich hebben kunnen zij niet vasten; dat zou helemaal niet met de stemming van hun hart overeenkomen.
Jes. 62: 5. 2 Kor. 11: 2.
KruisverwijzingenLukas 17:22→Jesaja 54:5→Johannes 13:33→Hooglied 3:11→2 Korinthe 6:5→Openbaring 19:7→2 Korinthe 11:2→Handelingen 13:2→— Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.
Maar de dagen zullen komen wanneer de bruidegom van hen zal weggenomen zijn en dan zullen zij, door treurigheid daartoe vanzelf gedrongen, vasten in die dagen, zonder dat iemand het hen hoeft te bevelen.
In het antwoord van Jezus treden twee gezichtspunten op de voorgrond. Het vasten kan ten eerste worden beschouwd als een algemeen menselijke, natuurlijke uitdrukking van bedroefdheid van het hart. In die zin kunnen ook Zijn discipelen van het vasten niet zijn uitgezonderd. Daar dit vasten alleen daar een reden heeft en natuurlijk is waar iets treurigs het hart bedroefd heeft en er aan de andere kant tijden zijn, in welke alleen heldere vreugde natuurlijk en gerechtigd is, zo is het de vraag of de discipelen als zodanig, dat is als metgezellen van Jezus bij Zijn rondreizen en prediken, reden tot treurigheid of tot vreugde hebben. Nu kan Jezus de tijd van het onmiddellijk persoonlijke omgaan met Hem niet anders dan een tijd van enkel vreugde beschouwen; Hij kan als een reden van treurigheid voor Zijn discipelen alleen het ophouden van die omgang met Hem aanzien. Zijn hande en toch is niets anders dan het verwekken van de hoogste vreugde en omdat het deelhebben aan Zijn werken hen het zekere uitzicht waarborgt op het deelgenootschap aan de te verwekken vreugde, zo kan daarmee geen droefheid bestaan. Deze zal eerst dan komen, wanneer het door Zijn gewelddadige verwijdering schijnt alsof de gewenste verschaffing van vreugde en zo ook het deelhebben daaraan voor Zijn discipelen, voor altijd voorbij is. (Aan het slot van vs. 20 volgt nog de bijvoeging “in die dagen; ” dit is niet overbodig, want daardoor wordt het misverstand voorkomen alsof de gehele tijd, in welke de discipelen de persoonlijke nabijheid van Jezus moesten ontberen, een tijd van enkel treurigheid zou zijn, dat is integendeel alleen de dag op welke de wegneming plaats heeft, zonder dat hen de opstanding van de weggenomene bekend was, dus de tijd tussen sterven en opstanding). Maar er is ook nog een tweede gezichtspunt van hetwelk de Heere het vasten beschouwt, in zo verre namelijk het vasten een karakteristiek bestanddeel was van de gewoonten van die kring, die uit aanhangers van Johannes en uit farizeeën gevormd was, en die zich een godsdienstig leven ten doel hadden gesteld. In zo verre nu ook Jezus een kring van discipelen om Zich heeft, met welke Hij Zich op bijzondere wijze de beoefening van een godsdienstig leven voorgesteld heeft is de vraag omtrent het vasten van Zijn discipelen tevens een vraag naar het doel waarmee Hij een bijzonder gezelschap tot gemeenschappelijk leven rondom Zich verzamelt en of dit overeenkomt met datgene waarnaar die genootschappen streven die al langer bestonden. Wanneer deze Jezus aansporen om in Zijn kring dezelfde leefregels als zij hebben in te voeren, zo veronderstellen wij dat Hij niets bedoelt dan hetgeen zij willen, niets dat boven het doel van die kring zich verheft. In dat opzicht beantwoordt Jezus de vraag in de beide volgende verzen.
KruisverwijzingenMattheüs 9:16→1 Korinthe 10:13→Psalmen 103:13→Jesaja 57:16→— En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur.
En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt zijn nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed en er wordt een ergere scheur (vgl. de verklaring bij Matth. 9: 16 en 17).
KruisverwijzingenLukas 5:37→Mattheüs 9:17→Jozua 9:4→Jozua 9:13→Psalmen 119:83→Job 32:19→Psalmen 119:80→— En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.
En niemand doet nieuwe wijn in oude leder-zakken; anders doet de nieuwe wijn de leder-zakken barsten en de wijn wordt uitgestort en de leder-zakken verderven; maar nieuwe wijn moet men in nieuwe leder-zakken doen, zo worden beide metelkaar behouden, de wijn door de zakken en deze door de wijn.
De veronderstelling, uit welke de vraag in vs. 18 bij de vragers is ontstaan, komt van de zijde van Jezus overeen met hetgeen aan deze beide beelden ten grondslag ligt, namelijk dat Hij iets absoluut nieuws wil met de vorming van de kring van Zijn discipelen. In Zijn discipelen breidt Hij voor Zijn volk een nieuwe levensvorm, een nieuwe levensgeest. Is nu de bedoeling van het eerste beeld (vs. 21) deze, dat wie een oud kleed met ongevold laken wil herstellen, dwaas handelt, omdat hij het oude kleed door de nieuwe stof bederft, waaruit hij iets had kunnen verkrijgen, en die van het tweede (vs. 22), dat hij die de nieuwe wijn in oude zakken doet die slecht verzorgt, zo wil Jezus hiermee zeggen dat Hij voor de naaktheid van Zijn volk slecht zou zorgen wanneer Hij alleen daartoe discipelen rondom Zich verzamelde om de verdorven levensvorm met verbetering van het een of ander punt te behouden, terwijl Hij bij hen de stof heeft om een geheel en al nieuwe en duurzame te vormen; dat Hij voor de nieuwe levenskracht, die zijn discipelenkring van Hem ontvangt, slecht zou zorgen wanneer Hij hun levenskracht in vreemde, uit een geheel andere geest voortkomende vormen wilde insluiten. In die laatste stelling ligt de bewering dat de gemeenschap met Hem een absoluut nieuwe geest werkt en in de eerste dat door persoonlijke gemeenschap met Hem degenen, die tot Hem behoren, een stof worden tot hervorming die de wereld vernieuwt. Met zijn persoon is in de wereld een levenskracht gekomen aan welke de toekomst behoort, die, in plaats van zich in oude vormen uit te werken, integendeel de roeping heeft zelf alles te vernieuwen.
In de eerste plaats spoorden de Asceten de Heere aan om Zijn werk als middel aan te wenden om hun oud levensgewaad op te lappen. Nu Hij die dwang afwees, nu Hij het Jodendom als zodanig niet met Zijn Christendom wilde hervormen, zo kon men ten minste wensen dat het een mildere vorm aannam, men kon verwachten dat Hij ten minste Zijn leven, het Christendom, in de Joodse vormen bijv. van het vasten en van het ascetische profetisme, van farizese instellingen of klerikaal priesterschap zou voorstellen. Maar ook die aandrang verwierp Hij en daartoe bedient Hij Zich van de tweede gelijkenis, terwijl Hij tevens Zijn gedachte over de verhouding van het nieuwe tot het oude daarin nader ontwikkelt.
De eerste gelijkenis spreekt van de objectieve leer van Christus; deze, wil Hij zeggen, kan niet met de oude instellingen van het farizeïsme verbonden worden; daartoe heeft Hij een te reine, vrije geest; het zou slechts een ellendige lapperij worden. De tweede gelijkenis spreekt daarentegen van de subjecten die de leer moeten opnemen, van de subjectieve vatbaarheid van de leerlingen. De farizeeën waren te verdorven dan dat zij de leer van Christus hadden kunnen opnemen, te verzuurd. Christus had ook geen leerling uit de farizese school; alleen een nog ongevormd onvooringenomen hart is vatbaar voor waarheid.
IV. Vs. 23-28.KruisverwijzingenKolossenzen 2:16→Deuteronomium 5:14→2 Samuël 8:17→Exodus 23:12→Lukas 6:1→Mattheüs 12:1→Leviticus 24:5→Lukas 6:9→ — En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken. En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is? En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren? Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren? En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat. Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat. Terwijl de drie eerste stukken van deze groep ook de chronologische op elkaar volging in het oog hielden is het volgende genomen uit een aanmerkelijk latere tijd. Wij worden van september 28 in de paastijd van het jaar 29 verplaatst door de geschiedenis van het arenplukken van de discipelen op een sabbat.
KruisverwijzingenLukas 6:1→Mattheüs 12:1→Deuteronomium 23:24→— En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken.
En het geschiedde zeven maanden later dat Hij uit de synagoge te Chorazin, na het eindigen van de godsdienst op een sabbatdag (juister: op de sabbatten d. i. op de week-sabbat van pasen, waaraan een feestsabbat voorafging enwaarop eveneens een volgde) door het gezaaide, het reeds rijp wordende graan, ging terwijl de farizeeën op Hem loerden. En Zijn discipelen, die nog nuchter en dientengevolge hongerig waren begonnen, al gaande middendoor de halmen, volgens het recht, dat de wet (Deut. 23: 25) hun gaf, aren te plukken. Zij wreven die met de handen en stilden met de zo gewonnen graankorrels, als met een door God zelf hun gegeven voedingsmiddel, hun honger.
Begint de Evangelist het verhaal met een uitvoerige opgaaf van plaats en gelegenheid, zo geeft hij te kennen dat, wanneer de vorige stukken nauwer aan elkaar verenigd waren, dit in het geheel geen samenhang wat de tijd aangaat met het vorige had. Het kan dus alleen een zakelijk verband zijn dat hem bewogen heeft het hier te plaatsen. Hoe gepast het juist hier geplaatst is ligt voor de hand. De argwaan van vermeende lastering, die de stukken vs. 1-12 in Zijn tegenstanders was opgewekt had Jezus door Zijn daad van de genezing weerlegd en vernietigd. Des te meer recht meenden de farizeeën te hebben om Zijn leefregels bedenkelijk te vinden, Zijn omgang en het uitwendig gedrag van Zijn discipelen. Terwijl zij nu uit het stuk vs. 13-17 in de discipelen argwaan zoeken op te wekken en bedenkingen tegen het verkeer van hun Meester met mensen die in kwade reuk stonden, treden zij in het volgende tot Jezus zelf. Naar de schijn is het een misprijzen van de discipelen, die bij dergelijke gezelschappen zozeer afsteken door hun ongebonden leven; in werkelijkheid willen zij echter Hem zelf gebrek aan heilige ernst en strengheid voorwerpen. In het voor ons liggend stuk hebben zij nu iets gevonden wat, zo het al niet een grote overtreding was van een uitdrukkelijk gebod, toch het breken van de sabbat nabij kwam. Zij verwijten dat niet aan Hem zelf, maar aan Zijn discipelen. Hij antwoordt hun echter zo daarop, alsof de sabbatswet werkelijk en door Hemzelf was overtreden en leidt tot verantwoording uit de betekenis van Zijn persoon grondstellingen af, die hun op het zekerste waarborgen dat zij ook Hemzelf na korter of langer tijd op sabbatsschennis (naar hun mening) zouden betrappen. Zo wordt gepast, als toppunt, aan deze met hoofdstuk 2 geopende rij de volgende afdeling (Hoofdstuk 3: 1 vv. ) aangesloten, waarin wij de farizeeën op openlijke sabbatsschennis door Jezus zelf zien wachten.
Christus heeft nooit wonderen gedaan om in hongersnood Zich en Zijn discipelen te spijzigen. Hij wilde hun tonen dat zij zonder noodzaak geen buitengewone wegen moesten zoeken en dat de nood van hun naasten hun meer dan hun eigene ter harte moest gaan. Hij zelf heeft honger, terwijl Zijn discipelen eten, om daardoor te tonen dat de Meester, een overste, een boven anderen geplaatste, volkomener dan Zijn discipelen moest zijn.
KruisverwijzingenExodus 20:10→Mattheüs 15:2→Jesaja 56:6→Mattheüs 23:23→Mattheüs 7:3→Exodus 31:15→Jeremia 17:20→Jesaja 56:2→— En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?
En de farizeeën, dit bemerkend, hadden hun verwijt al klaar en zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij, Uw discipelen, op de sabbatdag a) wat hoewel anders geoorloofd, toch op de sabbat niet geoorloofd is.
Ex. 20: 10.
KruisverwijzingenMattheüs 21:16→1 Samuël 21:3→Markus 12:20→Markus 12:26→Mattheüs 22:31→Mattheüs 21:42→Mattheüs 19:4→Lukas 10:26→— En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?
En Hij, het recht van Zijn discipelen verdedigende, zei tot hen: Hebt gij nooit gelezen, (1 Sam. 21: 6) wat David gedaan heeft toen hij nood had en hij hongerde en degenen die met hem waren.
Kruisverwijzingen2 Samuël 8:17→Leviticus 24:5→1 Samuël 21:1→1 Kronieken 24:6→1 Koningen 1:7→1 Koningen 2:26→1 Samuël 22:20→2 Samuël 15:35→— Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren?
Hoe hij ingegaan is in het huis van God ten tijde van Abjatbar de hogepriester en de toonbroden gegeten heeft die (volgens Lev. 24: 9) niemand zijn geoorloofd te eten behalve de priesters en ook gegeven heeft degenen die met hem waren. Er was daar een geval van nood, waarbij een gebod van de ceremoniële wet moest achterstaan en men handelde daar aldus zonder enige bedenking, alsof de wet werd verbroken.
Eigenlijk heette de toenmalig hogepriester Abimelech (1 Sam. 21: 9 vv. ). Deze werd spoedig daarna ten gevolge van Doëgs verraad door Saul vermoord en zijn zoon, die alleen het bloedbad ontkwam, Abjathar, kwam tot de hogepriesterlijke waardigheid. Deze, die vervolgens in de geschiedenis van David een zo veelbetekenende rol speelde 2: 31) was waarschijnlijk reeds, toen David op zijn vlucht naar Nob tot de hogepriester kwam, degene die het bij zijn vader te weeg bracht dat hen de toonbroden werden uitgeleverd. Dat God hem het bloedbad liet ontkomen en tot de hogepriesterlijke waardigheid liet komen, daarin lag als het ware een goedkeuring van hetgeen hij tot David’s redding gedaan had. Van zoveel te meer betekenis is het wanneer de Heere hem in plaats van zijn vader Abimelech noemt, terwijl het geenszins, zoals vele uitleggers beweren, op een falen van het geheugen berust. De Joodse traditie kende veel aanvullingen van de heilige geschiedenis (vgl. Hand. 7 en 2 Tim. 3: 8); het behoorde tot de schriftgeleerdheid op gepaste plaatsen hiervan gebruik te maken.
KruisverwijzingenKolossenzen 2:16→Deuteronomium 5:14→Exodus 23:12→Lukas 6:9→Nehemia 9:13→Ezechiël 20:20→Ezechiël 20:12→Jesaja 58:13→— En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat.
En Hij zei tot hen, na eerst nog enige andere gezegden daaraan te hebben toegevoegd (MATTHEUS. 12: 5-7), om Zijn ganse leer over de sabbat voor de tijd van het Nieuwe Testament in een somma samen te vatten: De sabbat is gemaakt om de mens, niet de mens om de sabbat.
KruisverwijzingenOpenbaring 1:10→Johannes 9:5→Johannes 5:9→Lukas 6:5→Johannes 9:14→Johannes 5:17→Mattheüs 12:8→Efeze 1:22→— Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.
Zo is dan de Zoon des mensen ook een Heer van de sabbat (MATTHEUS. 12: 8. Luk. 6: 5).
De sabbat is gemaakt om de mens en niet de mens om de sabbat; dat is de levensidee van de sabbat. Hij moet de mens in zijn hogere levensbehoefte beveiligen en beschermen tegen een werkdienst en loondienst die het inwendige leven in gevaar brengt en de hogere wijding en waarde van het menselijk leven schaadt. Omdat de sabbat deze bestemming heeft kan men de sabbatswet, niettegenstaande de schreeuwenden nood tegen de honger of tegen de behoefte aan genezing van de lijdenden mens volhouden, omdat men juist daardoor een angst, kwelling en levensverwoesting, een fijne loondienst verwekt welke ten slotte erger zou zijn dan de grove loondienst. Op die wijze zou men de mens opofferen om de sabbat te redden. Zo zou men juist de sabbat in zijn meest eigenlijke bestemming te gronde richten, terwijl men de mens uit zijn vreugde een dag van kwelling en duizend pijnlijke waarnemingen, ten slotte zelfs een dag van verhongeren en van hopeloos blijven in nood maakte.
De Evangelische Christen mag dus omwille van de dag niet op de sabbat dringen, maar wel omwille van de aanbidding, die hij in de gemeente van de Heere wenste te brengen en omwille van de broeders, die gelijk hij de rustdag voor lichaam en ziel nodig hebben. Hij moet het als een gebrek aan liefde tot de Heere en als een geringschatting van de gemeente, vooral van geringe en weerloze broeden beklagen, wanneer de gewoonte doordringt om alle dagen even onheilig te houden en door wereldse bezigheden de rustdag te niet gaat.
De sabbatdagen zijn dagen van de Zoon des mensen. Hij is de Heere van de dag tot wiens eer hij moet worden waargenomen. De kleine verandering kort daarna gemaakt door de eersten dag van de week te verwisselen, was ter herinnering aan Zijn opstanding; daarom is de Christelijke sabbatdag de dag des Heeren genoemd. (Openbaring . 1: 10).
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Markus 2
Markus 2:1-2.KruisverwijzingenMarkus 2:13→Mattheüs 9:1→Lukas 18:35→Markus 1:45→Johannes 4:47→Markus 7:24→Lukas 5:18→Handelingen 11:19→
— En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was. En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.
“En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was. En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.”
Hij kon niet verborgen blijven. De genezen melaatse had Zijn Naam zo beroemd gemaakt dat de mensen samendrongen om Hem te zien. En Hij maakte van hun nieuwsgierigheid gebruik en sprak het woord tot hen.
Het is een heel merkwaardig verschijnsel: hoewel de mens in de natuurlijke staat van zijn hart tegen het evangelie gekant is, wordt hij er toch toe getrokken het te horen. Al verafschuwt hij het, toch kan hij het dikwijls niet laten ernaar te luisteren.
Waar Jezus Christus is, hetzij in eigen persoon, hetzij in de prediking van het Woord, daar zal het zeker rondverteld worden en zullen menigten komen horen. De grootste aantrekkingskracht, in de hemel en daarbuiten, is nog altijd de Zaligmaker.
Markus 2:3.KruisverwijzingenLukas 5:18→Mattheüs 4:24→Mattheüs 9:1→
— En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.
“En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.”
Een verlamde: dat is het juiste woord. Iemand die niet uit zichzelf komen kon, maar die er een heel groot verlangen naar had te komen. Vier van zijn buren waren het erover eens hem te dragen.
Markus 2:4.KruisverwijzingenLukas 5:19→Deuteronomium 22:8→
— En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.
“En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.”
Zij hadden het bij de deur heel vaak geprobeerd, maar konden er onmogelijk in. Waarschijnlijk gingen zij de trap van het buurhuis op, en toen van het ene platte dak op het andere. Zo kwamen zij boven de veranda die Christus beschutte terwijl Hij tot het volk op de binnenplaats sprak.
Het schijnt geen heel lichte bouw geweest te zijn, maar enige arbeid gevergd te hebben. Toch braken zij hem open.
Waar een wil is, is een weg; en waar geen weg is, maakt een vastberaden wil er een. Beter door het plafond tot Christus te komen dan helemaal niet te komen. Beter aan een touw tot Hem neergelaten te worden dan niet in Zijn tegenwoordigheid te zijn.
Markus 2:5.KruisverwijzingenMattheüs 9:2→Johannes 5:14→Jakobus 5:15→Mattheüs 9:22→Lukas 5:20→Lukas 7:47→Markus 5:34→Handelingen 14:9→
— En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
“En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.”
Hij heeft een heel scherp oog voor het geloof. Wij lezen niet dat zij iets gezegd hadden; zij hadden hun geloof dus niet uitgesproken.
Maar deze stoutmoedige en waagzieke daad, het openbreken van het dak en al het stof dat om het hoofd van de Zaligmaker viel, liet hun geloof zien. Zij vreesden niet Hem te tergen, maar vertrouwden op Zijn zachtmoedigheid en Zijn geduld. Zij waren ervan overtuigd dat zij de man alleen maar hoefden te brengen waar Christus hem zien kon, en dat er dan goeds van komen zou.
Christus zegende deze man om het geloof van de vier die hem droegen, en mogelijk ook om zijn eigen geloof. Let erop dat onze Heere niet eerst tot de zieke man zei dat hij van zijn geraaktheid genezen was. Hij zei: zoon, uw zonden zijn u vergeven. Dat was de bijl aan de wortel leggen, want de zonde ligt aan de bodem van het verdriet. En waar de zonde vergeven wordt, worden zelfs de gevolgen van de zonde weggenomen.
Markus 2:6-7.KruisverwijzingenJesaja 43:25→Lukas 7:49→Lukas 5:21→Johannes 10:33→Daniël 9:9→Psalmen 130:4→Markus 14:64→Johannes 20:20→
— En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?
“En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?”
Zij waren met een kwade beweegreden gekomen. Zij wilden wat aan te merken vinden. Zij namen hun plaats in om alles heel zorgvuldig te horen, aantekeningen te maken en er zoveel onheil van te stichten als zij maar konden. Zij hadden hun oren wijd open.
Zij wisten echter niet dat Hij hun hart lezen kon, anders waren zij misschien niet zo voortvarend geweest in Zijn tegenwoordigheid te komen.
Hij lastert God, zeiden zij. Dat was volkomen juist als aanklacht — maar Hij wás God, en daarom was het geen godslastering. Godslastering zou het geweest zijn als Hij niet goddelijk was.
Markus 2:8-9.KruisverwijzingenMattheüs 9:5→Lukas 5:22→1 Kronieken 29:17→Lukas 24:38→Ezechiël 38:10→Hebreeën 4:13→Markus 7:21→Handelingen 8:22→
— En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten? Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?
“En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten? Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?”
Het was even gemakkelijk het ene te zeggen als het andere. Wat er ook gezegd wordt, de almacht ligt erin besloten. Alleen de tegenwoordigheid en de kracht van God konden aan een van beide woorden kracht geven; maar voor Hém is het ene even gemakkelijk als het andere.
Vraagt niet elk van beide een goddelijke macht? Ben Ik goddelijk, dan zal Ik dat bewijzen door deze man te genezen. Dan heb Ik het recht te zeggen: uw zonden zijn u vergeven.
Markus 2:10-12.KruisverwijzingenMattheüs 9:8→Mattheüs 9:33→Daniël 7:13→Lukas 7:16→Johannes 5:20→Mattheüs 9:6→Handelingen 5:31→Mattheüs 16:13→
— Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis. En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!
“Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis. En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!”
Wij verwachten de schare bij de deur te zien staan, maar er was zelfs voor de hoorders in de deuropening geen plaats toen Jezus Christus predikte. Er gaat een aantrekkende kracht uit van de stem van Jezus. Laten wij Jezus in de bediening spreken en niet te veel onze eigen gedachten en onze eigen woorden, dan mogen wij verwachten dat het evangelie diezelfde aantrekkingskracht houdt.
Bewonder en volg het geloof en de gehoorzaamheid van deze verlamde na. Hij deed het beter dan sommigen, want er zijn er geweest die uit louter dankbaarheid Christus ongehoorzaam werden.
Zijn dankbaarheid zou hem ongetwijfeld gedreven hebben om te blijven en zich aan de voeten van zijn Weldoener te werpen. Of om tenminste te blijven en een lofzang tot God te zingen. En toch weet hij dat gehoorzamen de beste vorm van dankbaarheid is. Christus had hem gezegd: ga heen naar uw huis — en dat deed hij ook.
Het beste wat u voor Christus doen kunt, is doen wat Christus u gebiedt. Er zijn veel glinsterende vormen van dankbaarheid, maar het is niet alles goud wat er blinkt. De gulden dankbaarheid is die welke nauwgezet aan elk gebod van Jezus Christus gehoorzaamt.
Markus 2:13.KruisverwijzingenMarkus 1:45→Markus 2:2→Markus 3:20→Mattheüs 13:1→Spreuken 1:20→Markus 3:7→Lukas 19:48→Markus 4:1→
— En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.
“En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.”
Betere lucht dan er in het huis was, en meer ruimte. Maar Hij hield hetzelfde evangelie aan; Hij leerde hen.
Markus 2:14.KruisverwijzingenMarkus 3:18→Lukas 5:27→Markus 1:17→Mattheüs 9:9→Mattheüs 4:19→Lukas 6:15→Handelingen 1:13→
— En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
“En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.”
Hij veegde zijn geldstukken bij elkaar, sloot zijn rekenboeken en bleef geen ogenblik langer. Hij stond op van de tolboom om de Meester te volgen.
Hier is ook een verandering te zien in de manier waarop Christus Zijn macht toont. Tot de geraakte zei Hij: sta op, neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis. Maar tot de man in een beroep dat hem verlaagde zei Christus: volg Mij. En hij stond op en volgde Hem.
God zij geloofd: wij hebben nog altijd de levende Heere in ons midden, Die vandaag even goed wonderen van barmhartigheid kan doen als toen Hij op aarde was. En wij hebben niet slechts te vermanen, te overreden en te smeken, al hebben wij dat alles ook te doen. Wij hebben ook met gezag te spreken in de Naam van deze heerlijke Zoon van God, en mensen te gebieden zich te bekeren en in Hem te geloven.
Markus 2:15-17.KruisverwijzingenLukas 5:31→Mattheüs 9:12→Lukas 15:7→1 Timotheüs 1:15→Lukas 15:1→Handelingen 23:9→Jesaja 65:5→Lukas 19:7→
— En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd. En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt? En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
“En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd. En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt? En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.”
Voor gewone christenen kan het gevaarlijk zijn om te gaan met mensen zoals de tollenaars en de zondaars van de dagen van Christus, want “kwade samensprekingen verderven goede zeden”. Christenen moeten voorzichtig zijn met het gezelschap waarin zij zich bevinden.
Maar dat christenen zó onder zulke mensen gaan om hun goed te doen, is naar het voorbeeld van Christus. De gemeente van Christus faalt altijd in haar plicht wanneer zij een of andere groep mensen als beneden haar aandacht of als te ver heen beschouwt.
De zending van onze Heere was de noden van de mensen op te sporen en te vervullen. En Hij schijnt bijzondere aandacht besteed te hebben aan de allerslechtsten, omdat die Hem het meest nodig hadden. Zijn gemeente behoort zich bij de keuze van haar werk altijd te laten leiden door de nood van hen die haar zorg behoeven.
En broeders, u en ik die in de bediening staan hebben ook te kiezen. Niet die plaats waar wij het gelukkigst en het gemakkelijkst zitten, maar die waar wij het meest nodig zijn. Was ik een lamp en mocht ik kiezen waar ik opgehangen werd, dan koos ik de donkerste plek van de stad, waar ik het meest van dienst kon zijn.
Markus 2:18-20.KruisverwijzingenMattheüs 6:18→Lukas 18:12→Mattheüs 6:16→Mattheüs 9:14→Lukas 17:22→Jesaja 54:5→Romeinen 10:3→Mattheüs 23:5→
— En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet? En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.
“En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet? En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.”
Zolang Christus in eigen persoon bij Zijn volk was, konden zij niet anders dan blijdschap en vreugde hebben. Maar wanneer Hij van hen weggenomen was, moesten zij Zijn afwezigheid bewenen.
Markus 2:21-22.KruisverwijzingenMattheüs 9:16→Lukas 5:37→Mattheüs 9:17→1 Korinthe 10:13→Psalmen 103:13→Jesaja 57:16→Jozua 9:4→Jozua 9:13→
— En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur. En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.
“En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur. En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.”
De zakken waren van leer gemaakt, en de wijn die erin gedaan werd moest van de juiste soort zijn. Zijn discipelen vasten voorschrijven terwijl Hij hen blij maakte met Zijn persoonlijke tegenwoordigheid, zou ongerijmd en ongepast geweest zijn.
Er zijn dingen die wij niet van jonge christenen behoren te verwachten, en andere die wij niet van oude en gerijpte christenen behoren te verwachten. Wij moeten geen nieuwe wijn in oude zakken verwachten, en geen oude wijn in nieuwe zakken.
Een plaats voor alles, en alles op zijn plaats: dat is niet alleen een regel voor het huis en het kantoor. Het is ook een regel die in de gemeente van Christus in acht genomen behoort te worden. Want God is een God van orde en zet de dingen altijd op hun eigen plaats en in de juiste volgorde.
Markus 2:23-24.KruisverwijzingenLukas 6:1→Mattheüs 12:1→Exodus 20:10→Mattheüs 15:2→Deuteronomium 23:24→Jesaja 56:6→Mattheüs 23:23→Mattheüs 7:3→
— En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken. En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?
“En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken. En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?”
Zij hadden de farizeeën al beledigd door niet te vasten, en nu beledigden zij hen opnieuw op een soortgelijke manier, al ging het om iets anders.
Volgens sommige rabbijnen mocht men op de sabbat wel een korenaar plukken. Maar wreef men die tussen de handen, dan noemden zij dat een soort arbeid die op de sabbat niet verricht mocht worden. Zij bedachten allerlei vernuftige beperkingen, te belachelijk om aan te halen.
Deze discipelen waren volgens hen dus schuldig aan zonde, omdat zij korenaren geplukt hadden en er op de sabbat het werk van het dorsen aan verricht hadden.
En er leven vandaag nog mensen van dat slag, die de kleinste zaak nemen, die volstrekt onbeduidend is en waarin goed noch kwaad steekt, en die opblazen en verdraaien. En dan maken zij van iemand een zwaar overtreder om vrijwel niets. Wij hebben geleerd ons door wat zij ook zeggen niet erg te laten verontrusten.
Markus 2:25-28.KruisverwijzingenKolossenzen 2:16→Deuteronomium 5:14→2 Samuël 8:17→Exodus 23:12→Leviticus 24:5→Lukas 6:9→Openbaring 1:10→Mattheüs 21:16→
— En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren? Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren? En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat. Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.
“En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren? Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren? En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat. Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.”
Hij heeft de sabbat gemaakt tot een dag die geen dag van slavernij meer is, maar een dag van gezegende rust en heilige dienst voor God. Werken van noodzaak, werken van godsvrucht en werken van barmhartigheid mogen op de sabbat niet alleen gedaan worden, maar zijn geboden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-12.KruisverwijzingenJesaja 43:25→Lukas 5:19→Mattheüs 9:2→Markus 2:13→Deuteronomium 22:8→Johannes 5:14→Jakobus 5:15→Mattheüs 9:22→
— En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was. En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen. En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd. En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag. En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven. En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God? En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten? Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel? Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):
Nu volgt een tweede groep van vijf gebeurtenissen die bij elkaar horen. De vorige groep (Hoofdstuk . 1: 14-45) moest het begin van Jezus’ openbare werkzaamheid in onderscheiding van die van de Doper karakteriseren als een wezenlijke stap voorwaarts van het mindere tot het hogere en de hoogte en de populariteit tot welke de Heere ten gevolge van die arbeid kwam, voorstellen. In deze worden nu die verhalen bij elkaar gevoegd, uit welke duidelijk wordt hoe de oppositie is ontstaan en zich heeft gevormd, tot welke in onderscheiding van de menigte van het volk, de schriftgeleerden en farizeeën hoe langer hoe meer kwamen. De geschiedenis van de verlamde vormt het begin.
En na enige dagen die Hij elders had doorgebracht is Hij wederom eens, zoals dat Zijn gewoonte was wanneer Hij Zijn stad voor enige tijd had verlaten, binnen Kapèrnaüm gekomen en het werd, zoals altijd bij Zijn terugkeren in de stad, gehoord, dat hij in huis was gekomen.
Het is niet mogelijk dat de Evangelist met de “enige dagen” bedoeld heeft de tijd van de zeker niet al te lange afwezigheid van Jezus gedurende welke Hij in de nabij van zijn steden predikte, daar onder de schriftgeleerden in vs. 6, volgens Luk. 5: 17 zich mensen bevinden die uit alle dorpen van Galilea en Judea en van Jeruzalem naar Kapèrnaüm zijn gekomen, zeker om met de Heere in strijd te komen. Er moet dus reeds veel gebeurd zijn wat tot organisatie van de vijandschap tegen Hem aanleiding heeft gegeven (MATTHEUS. 4: 24 v. ). Dat in alle vijf stukken van de hier voor ons liggende groep van de schriftgeleerden en farizeeën melding wordt gemaakt, zonder dat zij een enkele maal buiten beschouwing blijven, bewijst dat de Evangelist geschiedenissen wil samenvoegen die op hen betrekking hebben. Hij heeft het begin van de vijandschap van godsdienstige volksleiders in het oog gevat nadat hij vooraf het begin van het grote gevolg van de werkzaamheid van Christus in Galilea heeft geschilderd en laat nu deze vijandschap zich ontwikkelen tot eigenlijke doodvijandschap.
En meteen vergaderden daar velen tot Hem om Hem te horen, in het midden van Zijn woning, die slechts uit één verdieping bestond, zodat ook zelfs de plaatsen om de deur in het voorportaal hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord van het koninkrijk Gods tot hen.
En er kwamen sommigen tot Hem, een verlamde brengend die door vier op een rustbed gedragen werd.
En langs de gewone weg, door de deur heen, niet tot Hem kunnende komen, omdat de schare in een dicht aaneengesloten menigte de huisdeur omringde, stegen zij de trap op die van de straat tot het huis leidde (MATTHEUS. 24: 17)en ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat, door wegneming van de stenen of tichelen (Luk. 5: 19), opgebroken hebbend lieten zij het beddeken aan touwen neer tot voor Zijn voeten, waar de verlamde op lag.
En Jezus, hun geloof ziende dat zich op zo’n buitengewone wijze een weg zocht, zei tot de verlamde, die, het meest door geloof en verlangen gedragen, zeker de eigenlijke uitvinder van het waagstuk was en nu van schrik voor de majesteit van Hem wie hij in de ogen zag, bovenal hulp voor zijn ziel verlangde: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
De weg die de dragers kozen ging over het platte dak, tot welk men onmiddellijk van de straat, misschien over de daken van naburige huizen, kon komen. Nu bestond het huis alleen uit de benedenste verdieping, of de Heere was op de zolder, d. i. in de bovenste verdieping, in ieder geval onmiddellijk onder het dak. Het eerste is het natuurlijkste, ook meer overeenkomstig het in vs. 2 beschrevene, waar gezegd wordt dat de ruimte voor de deur niet meer toereikend was, geen mensen meer kon bevatten, zodat wij te denken hebben aan een menigte van volk op de straat voor het huis samengestroomd. Het uit opgelegde platte stenen of met tichelen belegde, in elk geval licht gebouwde dak, werd door de dragers zo ver geopend en waar het met leem of aarde bedekt was zo ver opgegraven als nodig was om de zieke tussen de balken van het dak neer te laten voor de voeten van Jezus. Niet zonder reden wordt daarom bij alle drie de Evangelisten gezegd: “hun geloof, ” niet alleen dat van de verlamde, maar ook van de dragers; want alleen een vast vertrouwen op de reddende macht van Jezus kon zo’n ijver van de liefde doen ontbranden.
Jezus spreekt tot de zieke niet in de eerste plaats een woord van lichaamsgenezing, zoals dit met verlangen werd tegemoet gezien, maar een woord dat door uitstel van hulp het geloof beproefde en door het verschaffen van hulp voor de grootste schade het diepste verlangen van de ziel te voorschijn riep en stilde. Zo min echter de genezing een echte hulp zou zijn wanneer haar niet de vergeving voorafging, zo min zou het volle heil volbracht zijn wanneer niet eindelijk ook uit de lichamelijke ellende een triomf werd gegeven, zoals het later (vs. 11 v. ) gebeurt. In de volle genezing moeten beide tesamen zijn, zoals ook zonde en bezoldiging van de zonde samenhangen.
En sommigen van de schriftgeleerden uit de sekte van de farizeeën (Luk. 5: 21) zaten daar onder degenen die Jezus in huis omgaven en Zijn prediking hoorden en overdachten in hun harten, naar aanleiding van het woord datde Heere tot de zieke gesproken had.
Wat spreekt deze, een gewoon mens die niet eens een geestelijk ambt bekleedt, aldus? Het zijn woorden waartoe alleen God macht kan geven. Begaat Hij daarmee geenGodslasteringen, omdat Hij in de Majesteitsrechten van God intreedt? a) Wie toch kan de zonden vergeven dan alleen God?
Ps. 32: 5. 51: 3. Jes. 43: 25.
De liturgie van de wet kende een rein verklaren door middel van de priester, bijvoorbeeld van de melaatse (Hoofdstuk . 1: 44), maar geen vrijspraak van zonde door de priester; in het algemeen kende het Jodendom geen absolutie door een mens. Jesaja (Hoofdstuk 6) wordt door een Seraf en Jozua, de Hogepriester, door een engel van God geabsolveerd (Zach. 3); maar in die beide profetische gezichten is het een goddelijke opdracht, welke de hemelse geesten volbrengen, want zonden vergeven is een uitsluitend voorrecht van God en wanneer enig schepsel de anderen hun zonden vergeeft kan het niet in eigene macht, maar alleen ten gevolge van goddelijke volmacht geschieden.
Het woord van Jezus tot de verlamde zou ook zo kunnen worden verstaan dat Jezus de vergeving alleen te kennen wilde geven, niet zelf schenken, maar de wijze waarop Hij later de verdenking beantwoordt, als was door Hem een lastering geschied, bewijst dat Hij niet als Profeet, maar als Rechter het woord gesproken heeft, anders zou Hij niet hebben moeten spreken van de macht, niet tot het vergeven op aarde, maar van het verzekeren dat die in de hemel geschied was. “Op aarde, ” voegt Hij er bij, niet om het vergeven op de aarde tegenover dat in de hemel te stellen, wat hier zonder betekenis zou zijn, maar om te zeggen dat in plaats van aan lastering te denken de schriftgeleerden zich integendeel moesten verheugen over het horen van het woord van de vergeving bij de met schuld beladen mens.
En Jezus, die wist wat in de mens was en niet nodig had dat een ander, of ook eigen voorkomen en gebaren getuigenis gaven van een mens (Joh. 2: 25), meteen in Zijn Geest bekennende dat zij zo in zichzelf overdachten, zei tot hen: Wat overdenkt u deze dingen in uw harten? Waarom laat u Mij niet eerst tijd om Mijn woord als volle waarheid en kracht van God aan de verlamde te bevestigen.
Die bevestiging zal nu geschieden door een tweede woord, dat Ik op het eerste zal laten volgen: Wat is lichter naar het oordeel van de mensen, die alleen volgens uitwendige, zichtbare en tastbare feiten kunnen beslissen, te zeggen tot de verlamde, zoals Ik gedaan heb: De zonden zijn u vergeven, of tot hem te zeggen, zoals Ik nu wil doen: Sta op en neem uw beddeken op en wandel, op menselijk standpunt is toch zeker het tweede woord het moeielijkste, omdat niemand anders het kan spreken, dan die in het volle bezit van de goddelijke macht is.
Echter opdat gij moogt weten en uit hetgeen voor uw ogen geschiedt het besluit kunt trekken dat Hij, die u voor godslasteraar hebt uitgemaakt, de Zoon des mensen (“Uit 8. 20″) en 16: 13”) is en deze voor alle dingen ook macht heeft om de zonden op de aarde te vergeven (zei Hij tot de verlamde, van de aankondiging van Zijn woord meteen tot het uitspreken daarvan overgaande, zonder de aangevangen zin te voltooien):
Ik zeg u, sta in de kracht van de nieuwe gezondheid die Ik u verleen op en neem uw beddeken, waarop u hierheen gedragen bent op en ga naar uw huis als iemand die weer vaste stappen kan doen.
En meteen greep hij zich vast aan het tot hem gesproken woord met vol geloofsvertrouwen en stond hij op. En het beddeken opgenomen hebbende, zoals hem bevolen was, ging hij onder het prijzen van God (Luk. 5: 25) uit het huis in de tegenwoordigheid van allen, midden door hen heen, zodat zij zich allen ontzetten. Allen die het wonder voor hun ogen hadden zien volbrengen, zelfs de schriftgeleerden, werden met een diepe eerbied vervuld voor Hem die dat door Zijn woord had teweeggebracht en allen uit het volk die zich niet moedwillig, zoals de farizeeën, tegen die indruk verhardden, verheerlijkten God, die zodanige macht aan de mensen gegeven had (MATTHEUS. 9: 8), zeggende: Wij hebben nooit zoiets gezien als vandaag gebeurd is, nu de goddelijke majesteit van deze Jezus van Nazareth ons zo zichtbaar voor ogen getreden is.
In Hoofdstuk 1: 40 vv. wijst Jezus de genezene alleen op het voornemen van de oude heilige ordening van het Israëlitische land en laat Hij het daarbij blijven, zonder van enige dank voor Zichzelf buiten en naast die aan God te willen weten, als had Hij niets bijzonders bij de genezing van de zieke gedaan. Hier geschiedt de genezing echter op een zodanige wijze dat zij geheel voorkomt als betoning van een macht die Jezus aan God gelijk stelt en dat zij door Jezus uitdrukkelijk als bewijs daarvoor wordt gesteld, dat Hij ten opzichte van de zondevergeving op aarde een macht heeft die, naast de volmacht van God in de hemel, door de mensen erkend moet worden. Markus heeft dit stuk aan het hoofd van de tweede afdeling van zijn verhalen geplaatst. Hij heeft dit gedaan om vooral op de voorgrond te stellen dat het hier nog slechts een inwendige en uitwendig blijvende opwelling van ergernis is, tot welke de leiders van het volk door het veelbetekenend optreden van Jezus gedreven werden en dat de Heere alles gedaan had om dadelijk in het begin door overtuiging met de daad de waarheid van Zijn woorden te bevestigen, aan die aanstoot zijn grond te ontnemen en het aangroeien van die onrechtmatige ergernis te voorkomen.
II. Vs. 13-17.KruisverwijzingenLukas 5:31→Mattheüs 9:12→Markus 3:18→Lukas 15:7→1 Timotheüs 1:15→Markus 1:45→Lukas 5:27→Lukas 15:1→
— En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen. En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem. En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd. En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt? En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
Het hier volgende verhaal van de roeping van Mattheüs of Levi en het maal met tollenaars in zijn huis komt met de geschiedkundige opvolging van tijd overeen. Het staat tevens met de vooraf vertelde gebeurtenis in een verband, dat met het plan dat Markus heeft samenhangt. Daar namen de farizeeën aanstoot aan Jezus woord over Zijn macht tot vergeving van de zonden; toch waagden zij niet, nadat Hij het met een wonderdaad als waarachtig bewezen had, het opnieuw aan te vallen. Hier menen zij in Zijn leefwijze een rechtvaardige grond tot het verwijt te hebben gevonden, dat Zijn omgang met openbaar gebrandmerkte mensen niet in overeenstemming was met de heilige macht waarop Hij voor Zijn persoon aanspraak maakte. Zij wagen het hun bedenking voor de discipelen uit te spreken. Gelijk daar Jezus door de rechte daad verhinderde dat hun beschuldiging van godslastering verder voortging, zo had Hij hier spoedig het woord bij de hand om hun bedenking als nietig en verkeerd ten toon te stellen, voordat het woord in de harten van de discipelen wortel schoot.
En Hij ging enige dagen na het in vs. 1 vv. medegedeelde voorval weer, evenals in Hoofdstuk 1: 16, uit de stad Kapèrnaüm over de vissersplaats Bethsaïda naar de zee; en de gehele menigte, die zich steeds bij Hem aansloot wanneer Hij Zich openlijk vertoonde, kwam ook nu tot Hem en Hij onderwees hen al op de weg; nog meer wilde Hij dit doen aan het strand.
En het tolhuis, dat dicht bij de zee lag, voorbijgaande, zag Hij Levi, de zoon van Alfeüs, zitten in het tolhuis en Hij zei tot hem, aan een inwendig verlangen van zijn hart tegemoet komend 9: 9″): Volg Mij als een van Mijn discipelen. En hij, die tot hiertoe Levi heette, maar voortaan Mattheus werd genoemd, opstaande, verliet voor altijd zijn vorige broodwinning en volgde Hem, zodat Hij nog diezelfden dag de prediking aan de zee bijwoonde.
En het geschiedde, toen Hij de daaropvolgenden dag, op welke Levi aan zijn vorige medetollenaars een afscheidsmaal gaf, aanzat in diens huis dat ook vele tollenaren en zondaren (want die beide namen werden voor eensluidendgehouden) aanzaten met Jezus en Zijn discipelen: want zij, de voor zondaars gehouden tollenaars die Hem lief hadden gekregen en heilbegerige toehoorders waren geworden, waren met veel en zij waren vele en waren Hem gevolgd, verheugd dat zij Hem in hun eigen midden hadden.
En de schriftgeleerden en de farizeeën van die plaats, aan wie die uit Judea en Jeruzalem (vs. 6) bij hun terugkeren bijzondere instructies hadden gegeven hoe zij moesten opletten en Hem beloeren, zagen Hem eten met de tollenaren en zondaren en ergerden zich daarover. Bij het eindigen van de maaltijd wachtten zij al voor de deur van het huis en zeiden tot Zijn discipelen bij hun uittreden uit het huis: Wat is het, dat uw Meester Zich geheel niet bemoeit met degenen die voor de vromen en rechtvaardigen in Israël worden gehouden en dat Hij daarentegen met detollenaren en zondaren eet en drinkt? Daardoor stelt Hij Zich in een slecht daglicht.
En Jezus, die juist daarbij kwam toen de discipelen, zo aangesproken, verlegen waren hoe zij een geschikt antwoord zouden vinden, dat horende zei tot hen: Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet nodig, maar die ziek zijn. a) Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering (vgl. de verklaring bij MATTHEUS. 9: 12 vv. , waar de Heere mede het woord uit Hosea 6: 6 in Zijn rede invlecht).
MATTHEUS. 21: 31. Luk. 19: 10. 1 Tim. 1: 15.
Dat de gezonden de geneesheer niet nodig hebben maar de zieken is de hoofdzin die vooraan staat; dat de Heere in de plaats van de geneesheer staat is de duidelijke, hoewel niet uitgesproken veronderstelling; daaruit volgt hoe dwaas het is de geneesheer de omgang met zieken tot een verwijt te maken. Daardoor is niet toegegeven dat zij gezond zijn, maar slechts aangetoond dat hun berisping zonder grond is, zelfs wanneer zij het waren. Ook wanneer hun duisternis, in welke zij zich voor de zodanigen hielden, gerechtigd was, zouden zij met hun berisping toch ongelijk hebben – maar die is niet gerechtvaardigd. Dat bewijst de uitspraak uit Hosea, die Markus weglaat, zoals doorgaans de heenwijzing naar het Oude Testament.
III. Vs. 18-22.KruisverwijzingenMattheüs 6:18→Lukas 18:12→Mattheüs 6:16→Mattheüs 9:14→Lukas 17:22→Jesaja 54:5→Mattheüs 9:16→Lukas 5:37→
— En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet? En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen. En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur. En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.
In dezelfde tijd, zelfs in onmiddellijk verband met de vorige geschiedenis, viel nog een andere voor, die hier geheel op haar plaats is. Het is de vraag van de discipelen van Johannes, bij welke spoedig de farizeeën zich als bondgenoten aansluiten: waarom Jezus Zijn discipelen de farizese instelling van het vasten niet laat waarnemen?
En, om tot nader begrip van een gebeurtenis die met de vorige in onmiddellijk verband staat een opmerking te laten voorafgaan: de discipelen van Johannes, die sinds de gevangenneming van hun Meester (Hoofdstuk . 1: 14) zich nog meer dan vroeger op een strenge leefwijze toelegden en zo ook de discipelen van de farizeeën, die in het beoefenen van uitwendige werken van vroomheid vaak nog hun leraars te boven gingen, vastten veel. Zij hadden op die dag, toen Jezus met Zijn discipelen aan het gastmaal bij Levi had deelgenomen (vs. 15), ongeveer op een Maandag weer zo’n vastendag En zij kwamen, namelijk enigen van Johannes’ jongeren (MATTHEUS. 9: 14), bijgestaan door de zich daar bevindende farizeeën (Luk. 5: 33) en zeiden tot Hem, anders dan de schriftgeleerden en farizeeën in vs. 16, zich onmiddellijk tot Jezus zelf met hun verwijt wendend: Waarom vasten de discipelen van Johannes en van de farizeeën en Uw discipelen met U, hun Meester, vasten niet? U moest hen meer tot een ernstige, matige leefwijze dringen en hen niet laten verzuimen, wat een vrome, heilige wandel eist.
De leefwijze van onze Heere was niet in de vorm en naar de snede van farizese heiligheid. Er was in Zijn wandel geen angstige dienstbaarheid, maar een edele kinderlijke vrijheid; maar wel zo, dat Hij nooit de minste gegronde aanleiding gaf om te geloven dat Zijn leven een Sadducese wandel was naar eigen lust. Slechts eenmaal lezen wij van Hem dat Hij, en wel een lange tijd, vastte (MATTHEUS. 4: 2) vóór Zijn openlijk optreden voor het volk, dit zo, dat het ook Zijn vrienden niet wisten. Hij gebood Zijn discipelen ook niet, dat of hoe vaak zij moesten vasten; Hij veronderstelde echter (MATTHEUS. 6: 16 vv. ), dat zij soms zouden vasten en liet de zaak aan hun eigen begeerte over, Hij was zeer gesteld op eenzaamheid en stilte tot versterking en verheffing van de geest en was dikwijls alleen, ver van alle mensen, om ongestoord te kunnen bidden (Hoofdstuk 1: 35, 45; 3: 13 enz. ). Dan keerde Hij weer tot het gezelschap van de mensen terug en maakte dan geen angstig onderscheid tussen heilige en onheilige mensen, zodat Hij de laatsten geheel van Zijn omgang zou hebben uitgesloten, maar gaf Zich met de gezindheid van liefde van God aan allen over die door de besturing van Zijn hemelsen Vader tot Hem kwamen en zocht de verdwaalden terecht te brengen en allen te helpen, zo velen als er behoefte hadden aan Zijn hulp en bekwaam waren om die te ontvangen.
Vasten is wel goed, maar er een verdienstelijkheid van te maken of er het geweten mee te bezwaren is tegen de Christelijke vrijheid. Er is een geestelijke trotsheid wanneer men omtrent dingen die God aan onze vrijheid heeft overgelaten begeert, dat een ander zijn vroomheid naar de onze moet inrichten.
En Jezus zei tot hen: a) Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten terwijl de bruidegom bij hen is? Zo lang zij de bruidegom bij zich hebben en zij een hart vol vreugde in zich hebben kunnen zij niet vasten; dat zou helemaal niet met de stemming van hun hart overeenkomen.
Jes. 62: 5. 2 Kor. 11: 2.
Maar de dagen zullen komen wanneer de bruidegom van hen zal weggenomen zijn en dan zullen zij, door treurigheid daartoe vanzelf gedrongen, vasten in die dagen, zonder dat iemand het hen hoeft te bevelen.
In het antwoord van Jezus treden twee gezichtspunten op de voorgrond. Het vasten kan ten eerste worden beschouwd als een algemeen menselijke, natuurlijke uitdrukking van bedroefdheid van het hart. In die zin kunnen ook Zijn discipelen van het vasten niet zijn uitgezonderd. Daar dit vasten alleen daar een reden heeft en natuurlijk is waar iets treurigs het hart bedroefd heeft en er aan de andere kant tijden zijn, in welke alleen heldere vreugde natuurlijk en gerechtigd is, zo is het de vraag of de discipelen als zodanig, dat is als metgezellen van Jezus bij Zijn rondreizen en prediken, reden tot treurigheid of tot vreugde hebben. Nu kan Jezus de tijd van het onmiddellijk persoonlijke omgaan met Hem niet anders dan een tijd van enkel vreugde beschouwen; Hij kan als een reden van treurigheid voor Zijn discipelen alleen het ophouden van die omgang met Hem aanzien. Zijn hande en toch is niets anders dan het verwekken van de hoogste vreugde en omdat het deelhebben aan Zijn werken hen het zekere uitzicht waarborgt op het deelgenootschap aan de te verwekken vreugde, zo kan daarmee geen droefheid bestaan. Deze zal eerst dan komen, wanneer het door Zijn gewelddadige verwijdering schijnt alsof de gewenste verschaffing van vreugde en zo ook het deelhebben daaraan voor Zijn discipelen, voor altijd voorbij is. (Aan het slot van vs. 20 volgt nog de bijvoeging “in die dagen; ” dit is niet overbodig, want daardoor wordt het misverstand voorkomen alsof de gehele tijd, in welke de discipelen de persoonlijke nabijheid van Jezus moesten ontberen, een tijd van enkel treurigheid zou zijn, dat is integendeel alleen de dag op welke de wegneming plaats heeft, zonder dat hen de opstanding van de weggenomene bekend was, dus de tijd tussen sterven en opstanding). Maar er is ook nog een tweede gezichtspunt van hetwelk de Heere het vasten beschouwt, in zo verre namelijk het vasten een karakteristiek bestanddeel was van de gewoonten van die kring, die uit aanhangers van Johannes en uit farizeeën gevormd was, en die zich een godsdienstig leven ten doel hadden gesteld. In zo verre nu ook Jezus een kring van discipelen om Zich heeft, met welke Hij Zich op bijzondere wijze de beoefening van een godsdienstig leven voorgesteld heeft is de vraag omtrent het vasten van Zijn discipelen tevens een vraag naar het doel waarmee Hij een bijzonder gezelschap tot gemeenschappelijk leven rondom Zich verzamelt en of dit overeenkomt met datgene waarnaar die genootschappen streven die al langer bestonden. Wanneer deze Jezus aansporen om in Zijn kring dezelfde leefregels als zij hebben in te voeren, zo veronderstellen wij dat Hij niets bedoelt dan hetgeen zij willen, niets dat boven het doel van die kring zich verheft. In dat opzicht beantwoordt Jezus de vraag in de beide volgende verzen.
En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt zijn nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed en er wordt een ergere scheur (vgl. de verklaring bij Matth. 9: 16 en 17).
En niemand doet nieuwe wijn in oude leder-zakken; anders doet de nieuwe wijn de leder-zakken barsten en de wijn wordt uitgestort en de leder-zakken verderven; maar nieuwe wijn moet men in nieuwe leder-zakken doen, zo worden beide metelkaar behouden, de wijn door de zakken en deze door de wijn.
De veronderstelling, uit welke de vraag in vs. 18 bij de vragers is ontstaan, komt van de zijde van Jezus overeen met hetgeen aan deze beide beelden ten grondslag ligt, namelijk dat Hij iets absoluut nieuws wil met de vorming van de kring van Zijn discipelen. In Zijn discipelen breidt Hij voor Zijn volk een nieuwe levensvorm, een nieuwe levensgeest. Is nu de bedoeling van het eerste beeld (vs. 21) deze, dat wie een oud kleed met ongevold laken wil herstellen, dwaas handelt, omdat hij het oude kleed door de nieuwe stof bederft, waaruit hij iets had kunnen verkrijgen, en die van het tweede (vs. 22), dat hij die de nieuwe wijn in oude zakken doet die slecht verzorgt, zo wil Jezus hiermee zeggen dat Hij voor de naaktheid van Zijn volk slecht zou zorgen wanneer Hij alleen daartoe discipelen rondom Zich verzamelde om de verdorven levensvorm met verbetering van het een of ander punt te behouden, terwijl Hij bij hen de stof heeft om een geheel en al nieuwe en duurzame te vormen; dat Hij voor de nieuwe levenskracht, die zijn discipelenkring van Hem ontvangt, slecht zou zorgen wanneer Hij hun levenskracht in vreemde, uit een geheel andere geest voortkomende vormen wilde insluiten. In die laatste stelling ligt de bewering dat de gemeenschap met Hem een absoluut nieuwe geest werkt en in de eerste dat door persoonlijke gemeenschap met Hem degenen, die tot Hem behoren, een stof worden tot hervorming die de wereld vernieuwt. Met zijn persoon is in de wereld een levenskracht gekomen aan welke de toekomst behoort, die, in plaats van zich in oude vormen uit te werken, integendeel de roeping heeft zelf alles te vernieuwen.
In de eerste plaats spoorden de Asceten de Heere aan om Zijn werk als middel aan te wenden om hun oud levensgewaad op te lappen. Nu Hij die dwang afwees, nu Hij het Jodendom als zodanig niet met Zijn Christendom wilde hervormen, zo kon men ten minste wensen dat het een mildere vorm aannam, men kon verwachten dat Hij ten minste Zijn leven, het Christendom, in de Joodse vormen bijv. van het vasten en van het ascetische profetisme, van farizese instellingen of klerikaal priesterschap zou voorstellen. Maar ook die aandrang verwierp Hij en daartoe bedient Hij Zich van de tweede gelijkenis, terwijl Hij tevens Zijn gedachte over de verhouding van het nieuwe tot het oude daarin nader ontwikkelt.
De eerste gelijkenis spreekt van de objectieve leer van Christus; deze, wil Hij zeggen, kan niet met de oude instellingen van het farizeïsme verbonden worden; daartoe heeft Hij een te reine, vrije geest; het zou slechts een ellendige lapperij worden. De tweede gelijkenis spreekt daarentegen van de subjecten die de leer moeten opnemen, van de subjectieve vatbaarheid van de leerlingen. De farizeeën waren te verdorven dan dat zij de leer van Christus hadden kunnen opnemen, te verzuurd. Christus had ook geen leerling uit de farizese school; alleen een nog ongevormd onvooringenomen hart is vatbaar voor waarheid.
IV. Vs. 23-28.KruisverwijzingenKolossenzen 2:16→Deuteronomium 5:14→2 Samuël 8:17→Exodus 23:12→Lukas 6:1→Mattheüs 12:1→Leviticus 24:5→Lukas 6:9→
— En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken. En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is? En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren? Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren? En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat. Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.
Terwijl de drie eerste stukken van deze groep ook de chronologische op elkaar volging in het oog hielden is het volgende genomen uit een aanmerkelijk latere tijd. Wij worden van september 28 in de paastijd van het jaar 29 verplaatst door de geschiedenis van het arenplukken van de discipelen op een sabbat.
En het geschiedde zeven maanden later dat Hij uit de synagoge te Chorazin, na het eindigen van de godsdienst op een sabbatdag (juister: op de sabbatten d. i. op de week-sabbat van pasen, waaraan een feestsabbat voorafging enwaarop eveneens een volgde) door het gezaaide, het reeds rijp wordende graan, ging terwijl de farizeeën op Hem loerden. En Zijn discipelen, die nog nuchter en dientengevolge hongerig waren begonnen, al gaande middendoor de halmen, volgens het recht, dat de wet (Deut. 23: 25) hun gaf, aren te plukken. Zij wreven die met de handen en stilden met de zo gewonnen graankorrels, als met een door God zelf hun gegeven voedingsmiddel, hun honger.
Begint de Evangelist het verhaal met een uitvoerige opgaaf van plaats en gelegenheid, zo geeft hij te kennen dat, wanneer de vorige stukken nauwer aan elkaar verenigd waren, dit in het geheel geen samenhang wat de tijd aangaat met het vorige had. Het kan dus alleen een zakelijk verband zijn dat hem bewogen heeft het hier te plaatsen. Hoe gepast het juist hier geplaatst is ligt voor de hand. De argwaan van vermeende lastering, die de stukken vs. 1-12 in Zijn tegenstanders was opgewekt had Jezus door Zijn daad van de genezing weerlegd en vernietigd. Des te meer recht meenden de farizeeën te hebben om Zijn leefregels bedenkelijk te vinden, Zijn omgang en het uitwendig gedrag van Zijn discipelen. Terwijl zij nu uit het stuk vs. 13-17 in de discipelen argwaan zoeken op te wekken en bedenkingen tegen het verkeer van hun Meester met mensen die in kwade reuk stonden, treden zij in het volgende tot Jezus zelf. Naar de schijn is het een misprijzen van de discipelen, die bij dergelijke gezelschappen zozeer afsteken door hun ongebonden leven; in werkelijkheid willen zij echter Hem zelf gebrek aan heilige ernst en strengheid voorwerpen. In het voor ons liggend stuk hebben zij nu iets gevonden wat, zo het al niet een grote overtreding was van een uitdrukkelijk gebod, toch het breken van de sabbat nabij kwam. Zij verwijten dat niet aan Hem zelf, maar aan Zijn discipelen. Hij antwoordt hun echter zo daarop, alsof de sabbatswet werkelijk en door Hemzelf was overtreden en leidt tot verantwoording uit de betekenis van Zijn persoon grondstellingen af, die hun op het zekerste waarborgen dat zij ook Hemzelf na korter of langer tijd op sabbatsschennis (naar hun mening) zouden betrappen. Zo wordt gepast, als toppunt, aan deze met hoofdstuk 2 geopende rij de volgende afdeling (Hoofdstuk 3: 1 vv. ) aangesloten, waarin wij de farizeeën op openlijke sabbatsschennis door Jezus zelf zien wachten.
Christus heeft nooit wonderen gedaan om in hongersnood Zich en Zijn discipelen te spijzigen. Hij wilde hun tonen dat zij zonder noodzaak geen buitengewone wegen moesten zoeken en dat de nood van hun naasten hun meer dan hun eigene ter harte moest gaan. Hij zelf heeft honger, terwijl Zijn discipelen eten, om daardoor te tonen dat de Meester, een overste, een boven anderen geplaatste, volkomener dan Zijn discipelen moest zijn.
En de farizeeën, dit bemerkend, hadden hun verwijt al klaar en zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij, Uw discipelen, op de sabbatdag a) wat hoewel anders geoorloofd, toch op de sabbat niet geoorloofd is.
Ex. 20: 10.
En Hij, het recht van Zijn discipelen verdedigende, zei tot hen: Hebt gij nooit gelezen, (1 Sam. 21: 6) wat David gedaan heeft toen hij nood had en hij hongerde en degenen die met hem waren.
Hoe hij ingegaan is in het huis van God ten tijde van Abjatbar de hogepriester en de toonbroden gegeten heeft die (volgens Lev. 24: 9) niemand zijn geoorloofd te eten behalve de priesters en ook gegeven heeft degenen die met hem waren. Er was daar een geval van nood, waarbij een gebod van de ceremoniële wet moest achterstaan en men handelde daar aldus zonder enige bedenking, alsof de wet werd verbroken.
Eigenlijk heette de toenmalig hogepriester Abimelech (1 Sam. 21: 9 vv. ). Deze werd spoedig daarna ten gevolge van Doëgs verraad door Saul vermoord en zijn zoon, die alleen het bloedbad ontkwam, Abjathar, kwam tot de hogepriesterlijke waardigheid. Deze, die vervolgens in de geschiedenis van David een zo veelbetekenende rol speelde 2: 31) was waarschijnlijk reeds, toen David op zijn vlucht naar Nob tot de hogepriester kwam, degene die het bij zijn vader te weeg bracht dat hen de toonbroden werden uitgeleverd. Dat God hem het bloedbad liet ontkomen en tot de hogepriesterlijke waardigheid liet komen, daarin lag als het ware een goedkeuring van hetgeen hij tot David’s redding gedaan had. Van zoveel te meer betekenis is het wanneer de Heere hem in plaats van zijn vader Abimelech noemt, terwijl het geenszins, zoals vele uitleggers beweren, op een falen van het geheugen berust. De Joodse traditie kende veel aanvullingen van de heilige geschiedenis (vgl. Hand. 7 en 2 Tim. 3: 8); het behoorde tot de schriftgeleerdheid op gepaste plaatsen hiervan gebruik te maken.
En Hij zei tot hen, na eerst nog enige andere gezegden daaraan te hebben toegevoegd (MATTHEUS. 12: 5-7), om Zijn ganse leer over de sabbat voor de tijd van het Nieuwe Testament in een somma samen te vatten: De sabbat is gemaakt om de mens, niet de mens om de sabbat.
Zo is dan de Zoon des mensen ook een Heer van de sabbat (MATTHEUS. 12: 8. Luk. 6: 5).
De sabbat is gemaakt om de mens en niet de mens om de sabbat; dat is de levensidee van de sabbat. Hij moet de mens in zijn hogere levensbehoefte beveiligen en beschermen tegen een werkdienst en loondienst die het inwendige leven in gevaar brengt en de hogere wijding en waarde van het menselijk leven schaadt. Omdat de sabbat deze bestemming heeft kan men de sabbatswet, niettegenstaande de schreeuwenden nood tegen de honger of tegen de behoefte aan genezing van de lijdenden mens volhouden, omdat men juist daardoor een angst, kwelling en levensverwoesting, een fijne loondienst verwekt welke ten slotte erger zou zijn dan de grove loondienst. Op die wijze zou men de mens opofferen om de sabbat te redden. Zo zou men juist de sabbat in zijn meest eigenlijke bestemming te gronde richten, terwijl men de mens uit zijn vreugde een dag van kwelling en duizend pijnlijke waarnemingen, ten slotte zelfs een dag van verhongeren en van hopeloos blijven in nood maakte.
De Evangelische Christen mag dus omwille van de dag niet op de sabbat dringen, maar wel omwille van de aanbidding, die hij in de gemeente van de Heere wenste te brengen en omwille van de broeders, die gelijk hij de rustdag voor lichaam en ziel nodig hebben. Hij moet het als een gebrek aan liefde tot de Heere en als een geringschatting van de gemeente, vooral van geringe en weerloze broeden beklagen, wanneer de gewoonte doordringt om alle dagen even onheilig te houden en door wereldse bezigheden de rustdag te niet gaat.
De sabbatdagen zijn dagen van de Zoon des mensen. Hij is de Heere van de dag tot wiens eer hij moet worden waargenomen. De kleine verandering kort daarna gemaakt door de eersten dag van de week te verwisselen, was ter herinnering aan Zijn opstanding; daarom is de Christelijke sabbatdag de dag des Heeren genoemd. (Openbaring . 1: 10).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel