Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 2

1 En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En na sommige dagenG2250 is Hij wederomG3825 binnen KapernaumG2584 gekomen; en het werd gehoordG191, datG3754 Hij inG1519 huisG3624 wasG1510. En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.

KJV And1 again2 he entered3 into4 Capernaum5 after6 some days;7 and8 it was noised9 that10 he was in11 the house.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 3 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 καπερναουμ G2584 Kapernaum Capernaum 6 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 ημερων G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ηκουσθη G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 terstondG2112 vergaderdenG4863 daar velenG4183, alzo dat ook zelfsG4314 de plaatsen omtrent de deurG2374 hen niet meer konden bevattenG5562; enG2532 Hij sprakG2980 het woordG3056 tot hen. En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.

KJV And1 straightway2 many4 were gathered together,3 insomuch that5 there was7 no6 room to receive them, no, not so much8 as about10 the door:12 and13 he preached14 the word17 unto them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 συνηχθησαν G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 4 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 5 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 6 μηκετι G3371 niet meer, voortaan niet any longer, (not) henceforth, hereafter, no henceforward (longer, more, soon), not any more 7 χωρειν G5562 bevatten, plaats, vatten come, contain, go, have place, (can, be room to) receive 8 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θυραν G2374 deur, deuren, Deur door, gate 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ελαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 er kwamenG2064 sommigen totG4314 HemG846, brengendeG5342 een geraakteG3885, die vanG5259 vierG5064 gedragenG142 werd. En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.

KJV And1 they come2 unto3 him,4 bringing6 one sick of the palsy,5 which was borne7 of8 four.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 παραλυτικον G3885 geraakte, geraakt, geraakten that had (sick of) the palsy 6 φεροντες G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 7 αιρομενον G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 8 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 9 τεσσαρων G5064 vier four
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG2532 nietG3361 kunnendeG1410 tot HemG846 genakenG4331, overmitsG1223 de schareG3793, ontdektenG648 zij het dakG4721, waar Hij wasG1510; enG2532 datG3739 opgebrokenG1846 hebbende, lietenG5465 zij het beddekenG2895 nederG5465, daar de geraakteG3885 opG1909 lagG2621. En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.

KJV And1 when they could3 not2 come nigh4 unto him5 for6 the press,8 they uncovered9 the roof11 where12 he was: and14 when they had broken it up,15 they let down16 the bed18 wherein19 the sick of the palsy22 lay.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 3 δυναμενοι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 4 προσεγγισαι G4331 genaken come nigh 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 9 απεστεγασαν G648 ontdekten uncover 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 στεγην G4721 dak roof 12 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 13 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εξορυξαντες G1846 opgebroken, uitgegraven break up, pluck out 16 χαλωσιν G5465 aflatende, lieten, neder let down, strike 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 κραββατον G2895 beddeken, beddekens, bed bed 19 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 20 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 21 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 παραλυτικος G3885 geraakte, geraakt, geraakten that had (sick of) the palsy 23 κατεκειτο G2621 lag, gelegen, tafel keep, lie, sit at meat (down)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG1161 JezusG2424, hunG846 geloofG4102 ziendeG1492, zeideG3004 tot den geraakteG3885: ZoonG5043, uw zondenG266 zijn uG4771 vergevenG863. En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.

KJV When2 Jesus4 saw their7 faith,6 he said8 unto the sick of the palsy,10 Son,11 thy sins15 be forgiven12 thee.

1 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 7 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 παραλυτικω G3885 geraakte, geraakt, geraakten that had (sick of) the palsy 11 τεκνον G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 12 αφεωνται G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 13 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 14 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αμαρτιαι G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 16 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En sommigenG5100 van de SchriftgeleerdenG1122 zatenG2258 aldaar, en overdachtenG1260 inG1722 hunG846 hartenG2588: En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:

KJV But2 there were certain3 of the scribes5 sitting7 there,6 and8 reasoning9 in10 their13 hearts,

1 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γραμματεων G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 6 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 7 καθημενοι G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 διαλογιζομενοι G1260 overlegt, overleiden, overdachten cast in mind, consider, dispute, muse, reason, think 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 καρδιαις G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 13 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Wat spreektG2980 DezeG3778 aldusG3779 gods lasteringenG988? WieG5101 kanG1410 de zondenG266 vergevenG863, dan alleen GodG2316? Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?

KJV Why1 doth4 this2 man thus3 speak blasphemies?5 who6 can7 forgive8 sins9 but God14 only?

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 4 λαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 5 βλασφημιας G988 lastering, lasteringen blasphemy, evil speaking, railing 6 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 7 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 8 αφιεναι G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 9 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 10 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG2532 JezusG2424, terstondG2112 in Zijn geestG4151 bekennendeG1921, dat zijG846 alzoG3779 in zichzelvenG1438 overdachtenG1260, zeideG2036 tot henG846: WatG5101 overdenktG1260 gijG4771 dezeG3778 dingen inG1722 uw hartenG2588? En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?

KJV And1 immediately2 when Jesus5 perceived3 in his8 spirit7 that9 they so10 reasoned11 within12 themselves,13 he said unto them,15 Why16 reason ye18 these things in19 your hearts?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 επιγνους G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 11 διαλογιζονται G1260 overlegt, overleiden, overdachten cast in mind, consider, dispute, muse, reason, think 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 14 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 17 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 18 διαλογιζεσθε G1260 overlegt, overleiden, overdachten cast in mind, consider, dispute, muse, reason, think 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 καρδιαις G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 22 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 WatG5101 isG1510 lichterG2123, te zeggenG2036 tot den geraakteG3885: De zondenG266 zijn uG4771 vergevenG863, ofG2228 te zeggenG2036: StaG1453 op, enG2532 neemG142 uw beddekenG2895 op, enG2532 wandelG4043? Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?

KJV Whether1 is it easier3 to say to the sick of the palsy,6 Thy sins10 be forgiven7 thee; or11 to say, Arise,13 and14 take up15 thy bed,18 and19 walk?

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ευκοπωτερον G2123 lichter easier 4 ειπειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 παραλυτικω G3885 geraakte, geraakt, geraakten that had (sick of) the palsy 7 αφεωνται G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 8 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 9 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αμαρτιαι G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 11 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 12 ειπειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 εγειραι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 αρον G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 16 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 κραββατον G2895 beddeken, beddekens, bed bed 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 περιπατει G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 DochG1161 opdatG2443 gij moogt wetenG1492, dat de ZoonG5207 des mensenG444 machtG1849 heeft, om de zondenG266 op de aardeG1093 te vergevenG863 (zeideG3004 Hij tot den geraakteG3885): Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):

KJV But2 that1 ye may know3 that4 the Son8 of man10 hath6 power5 on12 earth14 to forgive11 sins,15 (he saith16 to the sick of the palsy,)

1 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειδητε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 6 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 11 αφιεναι G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 15 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 16 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 παραλυτικω G3885 geraakte, geraakt, geraakten that had (sick of) the palsy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Ik zegG3004 uG4771: StaG1453 op, enG2532 neemG142 uw beddekenG2895 op, enG2532 ga heen naarG1519 uw huisG3624. Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.

KJV I say2 unto thee, Arise,3 and4 take up5 thy bed,7 and9 go thy way10 into11 thine house.

1 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 εγειραι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 αρον G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κραββατον G2895 beddeken, beddekens, bed bed 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En terstondG2112 stondG1453 hij op, enG2532 het beddekenG2895 opgenomenG142 hebbende, ging hij uit in allerG3956 tegenwoordigheidG1726; zodat zij zich allen ontzettenG1839 enG2532 verheerlijktenG1392 GodG2316, zeggendeG3004: Wij hebben nooitG3763 zulks gezienG3708! En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!

KJV And1 immediately3 he arose,2 took up5 the bed,7 and4 went forth8 before9 them all;10 insomuch that11 they were12 all13 amazed, and14 glorified15 God,17 saying,18 We never20 saw it on this fashion.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηγερθη G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 3 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 αρας G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κραββατον G2895 beddeken, beddekens, bed bed 8 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 9 εναντιον G1726 tegenwoordigheid before, in the presence of 10 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 12 εξιστασθαι G1839 ontzetten, oud ontzetten, buiten zinnen amaze, be (make) astonished, be beside self (selves), bewitch, wonder 13 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 δοξαζειν G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 18 λεγοντας G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 19 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 20 ουδεποτε G3763 nooit, nimmermeer, Nooit neither at any time, never, nothing at any time 21 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 22 ειδομεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En Hij ging wederomG3825 uit naar de zeeG2281; enG2532 de geheleG3956 schareG3793 kwamG2064 totG4314 HemG846, enG2532 Hij leerdeG1321 hen. En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.

KJV And1 he went forth2 again3 by4 the sea side;6 and7 all8 the multitude10 resorted11 unto12 him,13 and14 he taught15 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 4 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θαλασσαν G2281 zee sea 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 11 ηρχετο G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 12 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εδιδασκεν G1321 lerende, leerde, leren teach 16 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG2532 voorbijgaandeG3855 zagG1492 Hij LeviG3018, den zoon van AlfeusG256, zittenG2521 in het tolhuisG5058, enG2532 zeideG3004 totG1909 hemG846: VolgG190 MijG1473. EnG2532 hij opstaandeG450, volgdeG190 HemG846. En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.

KJV And1 as he passed by,2 he saw Levi4 the son of Alphaeus7 sitting8 at9 the receipt of custom,11 and12 said13 unto him,14 Follow15 me. And17 he arose18 and followed19 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παραγων G3855 voorbij, voorbijgaande, voorbijging depart, pass (away, by, forth) 3 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 4 λευιν G3018 Levi Levi 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αλφαιου G256 Alfeus Alpheus 8 καθημενον G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 9 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 τελωνιον G5058 tolhuis receipt of custom 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ακολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 16 μοι G1473 mij, ik I, me 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 19 ηκολουθησεν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 20 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En het geschieddeG1096, als HijG846 aanzatG2621 inG1722 deszelfs huisG3614, dat ookG2532 veleG4183 tollenarenG5057 enG2532 zondarenG268 aanzatenG4873 metG1722 JezusG2424 enG2532 Zijn discipelenG3101; wantG1063 zij warenG1510 velenG4183, enG2532 waren HemG846 gevolgdG190. En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd.

KJV And1 it came to pass,2 that,3 as Jesus6 sat at meat5 in7 his10 house,9 many12 publicans13 and11 sinners15 sat16 also14 together with Jesus18 and19 his22 disciples:21 for24 there were many,25 and26 they followed27 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κατακεισθαι G2621 lag, gelegen, tafel keep, lie, sit at meat (down) 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 13 τελωναι G5057 tollenaars, tollenaren, tollenaar publican 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 αμαρτωλοι G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 16 συνανεκειντο G4873 mede aanzaten, aanzaten, aanzitten sit (down, at the table, together) with (at meat) 17 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 24 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 25 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 ηκολουθησαν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 28 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de SchriftgeleerdenG1122 enG2532 de FarizeenG5330, ziendeG1492 HemG846 etenG2068 metG3326 de tollenarenG5057 enG2532 zondarenG268, zeidenG3004 tot Zijn discipelenG3101: WatG5101 is het, datG3754 HijG846 metG3326 de tollenarenG5057 enG2532 zondarenG268 eetG2068 enG2532 drinktG4095? En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt?

KJV And1 when the scribes3 and4 Pharisees6 saw him8 eat9 with10 publicans12 and13 sinners,14 they said15 unto his18 disciples,17 How19 is it that20 he eateth26 and24 drinketh28 with21 publicans23 and27 sinners?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 7 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εσθιοντα G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 10 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 τελωνων G5057 tollenaars, tollenaren, tollenaar publican 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 αμαρτωλων G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 15 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 20 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 21 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 22 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 τελωνων G5057 tollenaars, tollenaren, tollenaar publican 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 αμαρτωλων G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 26 εσθιει G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 πινει G4095 drinken, drinkt, drinkende drink

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 JezusG2424, dat horendeG191, zeideG3004 tot henG846: Die gezondG2480 zijn, hebbenG2192 de medicijnmeesterG2395 nietG3756 van nodeG5532, maarG235 die ziekG2560 zijn. Ik ben nietG3756 gekomenG2064, om te roepenG2564 rechtvaardigenG1342, maarG235 zondaarsG268 totG1519 bekeringG3341. En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.

KJV When1 Jesus4 heard2 it, he saith5 unto them,6 They that are whole11 have9 no7 need8 of the physician,12 but13 they that are16 sick:15 I came18 not17 to call19 the righteous,20 but21 sinners22 to23 repentance.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 9 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ισχυοντες G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work 12 ιατρου G2395 medicijnmeester, medicijnmeesters, Medicijnmeester physician 13 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κακως G2560 kwalijk, ziek, deerlijk amiss, diseased, evil, grievously, miserably, sick, sore 16 εχοντες G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 17 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 19 καλεσαι G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 20 δικαιους G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 21 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 22 αμαρτωλους G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 23 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 24 μετανοιαν G3341 bekering, berouws repentance
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En de discipelenG3101 van JohannesG2491 en der FarizeenG5330 vasttenG2258; en zij kwamenG2064 en zeidenG3004 tot HemG846: WaaromG5101 vastenG3522 de discipelenG3101 van JohannesG2491 en der FarizeenG5330, en Uw discipelenG3101 vastenG3522 nietG3756? En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?

KJV And1 the disciples4 of John5 and6 of the Pharisees9 used to fast:10 and11 they come12 and13 say14 unto him,15 Why do25 the disciples19 of John20 and21 of the Pharisees24 fast,31 but27 thy28 disciples29 fast not?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 ιωαννου G2491 Johannes John 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 10 νηστευοντες G3522 vasten, vast, vastten fast 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 17 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 20 ιωαννου G2491 Johannes John 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 25 νηστευουσιν G3522 vasten, vast, vastten fast 26 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 28 σοι G4674 uw, de uwe thine (own), thy (friend) 29 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 30 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 31 νηστευουσιν G3522 vasten, vast, vastten fast

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 EnG2532 JezusG2424 zeideG2036 tot henG846: Kunnen ook de bruiloftskinderenG5207 vastenG3522, terwijlG1722 de BruidegomG3566 bij henG846 isG1510? Zo langenG3745 tijdG5550 zij den BruidegomG3566 bij zichG1438 hebbenG2192, kunnen zij niet vastenG3522. En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten.

KJV And1 Jesus5 said unto them,3 Can7 the children9 of the bridechamber11 fast,19 while12 the bridegroom15 is with16 them?17 as long as20 they have24 the bridegroom26 with22 them,23 they cannot27 fast.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 δυνανται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 νυμφωνος G3567 bridechamber 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 νυμφιος G3566 Bruidegom, bruidegom, bruidegoms bridegroom 16 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 17 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 νηστευειν G3522 vasten, vast, vastten fast 20 οσον G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 21 χρονον G5550 tijd, tijden, tijds + years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while 22 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 23 εαυτων G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 24 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 25 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 νυμφιον G3566 Bruidegom, bruidegom, bruidegoms bridegroom 27 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 28 δυνανται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 29 νηστευειν G3522 vasten, vast, vastten fast

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 MaarG1161 de dagenG2250 zullen komenG2064, wanneer de BruidegomG3566 vanG575 henG846 zal weggenomenG522 zijn, en alsdanG5119 zullen zij vastenG3522 inG1722 dezelven dagenG2250. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.

KJV But2 the days3 will come,1 when4 the bridegroom9 shall be taken away5 from6 them,7 and10 then11 shall they fast12 in13 those14 days.

1 ελευσονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ημεραι G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 4 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 5 απαρθη G522 weggenomen take (away) 6 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 7 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 νυμφιος G3566 Bruidegom, bruidegom, bruidegoms bridegroom 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 12 νηστευσουσιν G3522 vasten, vast, vastten fast 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 εκειναις G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 15 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ημεραις G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En niemandG3762 naaitG1976 een lapG1915 ongevoldG46 lakenG4470 opG1909 een oudG3820 kleedG2440; andersG1490 scheurtG142 deszelfs nieuweG2537 aangenaaide lapG4138 iets af van het oudeG3820 kleed, en er wordtG1096 een ergereG5501 scheurG4978. En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur.

KJV No man2 also1 seweth6 a piece3 of new5 cloth4 on7 an old9 garment:8 else the new piece18 that filled it up15 taketh away13 from16 the old,20 and21 the rent23 is made24 worse.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 3 επιβλημα G1915 lap, oude lap piece 4 ρακους G4470 laken cloth 5 αγναφου G46 ongevold new 6 επιρραπτει G1976 naait sew on 7 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 ιματιω G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 9 παλαιω G3820 oude, oud, ouden old 10 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 αιρει G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πληρωμα G4138 volheid, vervulling, aangenaaide lap which is put in to fill up, piece that filled up, fulfilling, full, fulness 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 καινον G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 παλαιου G3820 oude, oud, ouden old 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 χειρον G5501 erger, ergere, ergers sorer, worse 23 σχισμα G4978 tweedracht, scheur, scheuringen division, rent, schism 24 γινεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En niemandG3762 doet nieuwenG3501 wijnG3631 inG1519 oudeG3820 lederzakken; andersG1490 doet de nieuwe wijnG3631 de leder zakkenG779 berstenG4486 en de wijnG3631 wordt uitgestortG1632, en de leder zakkenG779 verdervenG622; maar nieuwenG3501 wijnG3631 moetG992 men inG1519 nieuwe leder zakkenG779 doen. En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.

Ook in dit vers [leder] zakkenG779 nieuweG2537 nieuweG3501

KJV And1 no man2 putteth3 new5 wine4 into6 old8 bottles:7 else the new16 wine14 doth burst12 the bottles,18 and19 the wine21 is spilled,22 and23 the bottles25 will be marred:26 but27 new29 wine28 must be put33 into30 new32 bottles.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 3 βαλλει G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 4 οινον G3631 wijn, wijns wine 5 νεον G3501 nieuwen, jonge, jongen new, young 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 ασκους G779 zakken, leder zakken bottle 8 παλαιους G3820 oude, oud, ouden old 9 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 ρησσει G4486 bersten, breek, scheurde break (forth), burst, rend, tear 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 οινος G3631 wijn, wijns wine 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 νεος G3501 nieuwen, jonge, jongen new, young 17 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ασκους G779 zakken, leder zakken bottle 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 οινος G3631 wijn, wijns wine 22 εκχειται G1632 goot, uitgestort, vergoten gush (pour) out, run greedily (out), shed (abroad, forth), spill 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ασκοι G779 zakken, leder zakken bottle 26 απολουνται G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 27 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 28 οινον G3631 wijn, wijns wine 29 νεον G3501 nieuwen, jonge, jongen new, young 30 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 31 ασκους G779 zakken, leder zakken bottle 32 καινους G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 33 βλητεον G992 moet must be put

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En het geschieddeG1096, dat HijG846 opG1722 een sabbatdagG4521 door het gezaaideG4702 ging, enG2532 Zijn discipelenG3101 begonnenG756, al gaandeG3598, arenG4719 te plukkenG5089. En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken.

KJV And1 it came to pass,2 that he4 went3 through8 the corn fields10 on5 the sabbath day;7 and11 his15 disciples14 began,12 as they went,16 to pluck18 the ears of corn.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 παραπορευεσθαι G3899 voorbijgingen, reisden, voorbijgaande go, pass (by) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 σαββασιν G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 8 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σποριμων G4702 gezaaide corn(-field) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 17 ποιειν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 18 τιλλοντες G5089 plukken, plukten pluck 19 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 σταχυας G4719 aren, aar ear (of corn)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG2532 de FarizeenG5330 zeidenG3004 tot HemG846: ZieG2396, waaromG5101 doenG4160 zij opG1722 den sabbatdagG4521, wat nietG3756 geoorloofdG1832 is? En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?

KJV And1 the Pharisees3 said4 unto him,5 Behold, why7 do they8 on9 the sabbath day11 that which12 is14 not13 lawful?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 4 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 ποιουσιν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 σαββασιν G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 12 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: Hebt gij nooitG3763 gelezenG314, watG5101 DavidG1138 gedaanG4160 heeft, als hij noodG5532 hadG2192, enG2532 hemG846 hongerdeG3983, enG2532 dengenen, die metG3326 hem waren? En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?

KJV And1 he2 said3 unto them,4 Have ye never5 read6 what7 David9 did,8 when10 he had12 need,11 and13 was an hungred,14 he,15 and16 they that were with18 him?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ουδεποτε G3763 nooit, nimmermeer, Nooit neither at any time, never, nothing at any time 6 ανεγνωτε G314 gelezen, leest, lezen read 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 δαβιδ G1138 David, Davids David 10 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 11 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 12 εσχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 επεινασεν G3983 hongerde, hongerig, hongeren be an hungered 15 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 HoeG4459 hij ingegaanG1525 is inG1519 het huisG3624 GodsG2316, ten tijdeG1909 van AbjatharG8, den hogepriesterG749, enG2532 de toonbrodenG740 gegetenG5315 heeft, dieG3739 niemandG3756 zijn geoorloofdG1832 te etenG5315, dan den priesterenG2409, en ook gegevenG1325 heeft dengenen, die met hemG846 waren? Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren?

KJV How1 he went2 into3 the house5 of God7 in the days8 of Abiathar9 the high priest,11 and12 did eat17 the shewbread,14 which18 is20 not19 lawful to eat21 but for the priests,25 and26 gave27 also28 to them which were with30 him?

1 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 2 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 8 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 αβιαθαρ G8 Abjathar Abiathar 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 προθεσεως G4286 voornemen, toonbroden purpose, shew(-bread) 17 εφαγεν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 18 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 20 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 21 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 22 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 23 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 24 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ιερευσιν G2409 priester, priesters, priesteren (high) priest 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 συν G4862 met, samen met beside, with 31 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 32 ουσιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: De sabbatG4521 is gemaakt omG1223 den mensG444, nietG3756 de mensG444 omG1223 den sabbatG4521. En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat.

KJV And1 he said2 unto them,3 The sabbath5 was made9 for6 man,8 and not10 man12 for13 the sabbath:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σαββατον G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 10 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 13 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 σαββατον G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Zo isG1510 dan de ZoonG5207 des mensenG444 een HeereG2962 ookG2532 van den sabbatG4521. Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.

KJV Therefore1 the Son5 of man7 is Lord2 also8 of the sabbath.

1 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 2 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σαββατου G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 2:1 Mattheüs 9:1 Lukas 18:35 Markus 1:45 Johannes 4:47 Markus 7:24 Lukas 5:18 Handelingen 2:6
Markus 2:2 Markus 1:45 Markus 2:13 Handelingen 11:19 Romeinen 10:8 Lukas 8:11 Handelingen 16:6 Mattheüs 5:2 Handelingen 14:25
Markus 2:3 Lukas 5:18 Mattheüs 4:24 Mattheüs 9:1
Markus 2:4 Lukas 5:19 Deuteronomium 22:8
Markus 2:5 Mattheüs 9:2 Johannes 5:14 Jakobus 5:15 Mattheüs 9:22 Lukas 5:20 Lukas 7:47 Markus 5:34 Handelingen 14:9
Markus 2:6 Lukas 5:21 Mattheüs 16:7 2 Korinthe 10:5 Markus 8:17
Markus 2:7 Jesaja 43:25 Lukas 7:49 Johannes 10:33 Daniël 9:9 Psalmen 130:4 Markus 14:64 Johannes 20:20 Lukas 5:21
Markus 2:8 1 Kronieken 29:17 Lukas 24:38 Ezechiël 38:10 Hebreeën 4:13 Markus 7:21 Handelingen 8:22 Spreuken 15:26 Lukas 7:39
Markus 2:9 Mattheüs 9:5 Lukas 5:22
Markus 2:10 Daniël 7:13 Johannes 5:20 Mattheüs 9:6 Handelingen 5:31 Mattheüs 16:13 1 Timotheüs 1:13
Markus 2:11 Johannes 5:8 Markus 1:41 Johannes 6:63
Markus 2:12 Mattheüs 9:8 Mattheüs 9:33 Lukas 7:16 Lukas 13:13 Lukas 17:15 Lukas 5:26 Markus 1:27 Mattheüs 15:31
Markus 2:13 Markus 1:45 Markus 2:2 Markus 3:20 Mattheüs 13:1 Spreuken 1:20 Markus 3:7 Lukas 19:48 Markus 4:1
Markus 2:14 Markus 3:18 Lukas 5:27 Markus 1:17 Mattheüs 9:9 Mattheüs 4:19 Lukas 6:15 Handelingen 1:13
Markus 2:15 Lukas 15:1 Lukas 5:29 Lukas 6:17 Mattheüs 9:10 Mattheüs 21:31
Markus 2:16 Handelingen 23:9 Jesaja 65:5 Lukas 19:7 Lukas 18:11 Mattheüs 9:11 1 Korinthe 2:15 Lukas 19:10 Hebreeën 12:3
Markus 2:17 Lukas 5:31 Mattheüs 9:12 Lukas 19:10 Lukas 15:7 1 Timotheüs 1:15 Mattheüs 18:10 Handelingen 26:20 Titus 3:3
Markus 2:18 Mattheüs 6:18 Lukas 18:12 Mattheüs 6:16 Mattheüs 9:14 Romeinen 10:3 Mattheüs 23:5 Lukas 5:33
Markus 2:19 Richteren 14:10 Mattheüs 25:1 Genesis 29:22 Psalmen 45:14 Hooglied 6:8
Markus 2:20 Lukas 17:22 Jesaja 54:5 Johannes 13:33 Hooglied 3:11 2 Korinthe 6:5 Openbaring 19:7 2 Korinthe 11:2 Handelingen 13:2
Markus 2:21 Mattheüs 9:16 1 Korinthe 10:13 Psalmen 103:13 Jesaja 57:16
Markus 2:22 Lukas 5:37 Mattheüs 9:17 Jozua 9:4 Jozua 9:13 Psalmen 119:83 Job 32:19 Psalmen 119:80
Markus 2:23 Lukas 6:1 Mattheüs 12:1 Deuteronomium 23:24
Markus 2:24 Exodus 20:10 Mattheüs 15:2 Jesaja 56:6 Mattheüs 23:23 Mattheüs 7:3 Exodus 31:15 Jeremia 17:20 Jesaja 56:2
Markus 2:25 Mattheüs 21:16 1 Samuël 21:3 Markus 12:20 Markus 12:26 Mattheüs 22:31 Mattheüs 21:42 Mattheüs 19:4 Lukas 10:26
Markus 2:26 2 Samuël 8:17 Leviticus 24:5 1 Samuël 21:1 1 Kronieken 24:6 1 Koningen 1:7 1 Koningen 2:26 1 Samuël 22:20 2 Samuël 15:35
Markus 2:27 Kolossenzen 2:16 Deuteronomium 5:14 Exodus 23:12 Lukas 6:9 Nehemia 9:13 Ezechiël 20:20 Ezechiël 20:12 Jesaja 58:13
Markus 2:28 Openbaring 1:10 Johannes 9:5 Johannes 5:9 Lukas 6:5 Johannes 9:14 Johannes 5:17 Mattheüs 12:8 Efeze 1:22
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 2 vers 1

sommige dagen Het woord sommige wordt bij de Hebreën veeltijds nagelaten wanneer er enige tijd tussenbeiden komt, Gen. 4:3 en Gen. 24:55 , en nochtans daarbij verstaan.

Hertaald: sommige dagen Het woord sommige wordt bij de Hebreeën vaak weggelaten wanneer er enige tijd tussen ligt, Gen. 4:3 en Gen. 24:55, terwijl het er toch bij verstaan wordt.

gekomen; Namelijk stillekens en onverwacht.

Hertaald: gekomen; Namelijk stilletjes en onverwacht.

huis was Namelijk waarin hij woonde. Of, tehuis was; zie Matt. 4:13 .

Hertaald: huis was Namelijk het huis waarin Hij woonde. Of: thuis was; zie Matth. 4:13.

Markus 2 vers 2

het Woord tot hen Namelijk des koninkrijks, of des Evangelies.

Hertaald: het Woord tot hen Namelijk het Woord van het Koninkrijk, of van het Evangelie.

Markus 2 vers 3

geraakte, Of, lamme; gelijk Matt. 4:24 .

Hertaald: geraakte, Of: lamme, zoals Matth. 4:24.

gedragen werd Grieks, opgenomen.

Hertaald: gedragen werd Grieks: opgenomen.

Markus 2 vers 4

dak, Of, zoldering.

Hertaald: dak, Of: zoldering.

opgebroken hebbende, Grieks, uitgegraven. Want de daken waren boven plat en met gebakken stenen of tegels gedekt, die zij hier uitgroeven. Zie Luc. 5:19 .

Hertaald: opgebroken hebbende, Grieks: uitgegraven. Want de daken waren van boven plat en bedekt met gebakken stenen of tegels, die zij hier uitgroeven. Zie Luk. 5:19.

beddeken neder, Grieks, Crabbaton; hetwelk was een licht bedje, gelijk een matras, waar men des middags op placht te rusten, en waarop men de zieken veel placht te leggen, om hen bekwamelijk van de ene plaats tot de andere te dragen.

Hertaald: beddeken neder, Grieks: krabbaton; dat was een licht bedje als een matras, waarop men 's middags placht te rusten en waarop men vaak de zieken legde om hen gemakkelijk van de ene plaats naar de andere te dragen.

Markus 2 vers 5

hun geloof ziende, Namelijk zo van den geraakte als dergenen, die hem droegen.

Hertaald: hun geloof ziende, Namelijk zowel van de verlamde als van hen die hem droegen.

Markus 2 vers 7

gods lasteringen? Zie hiervan de aantekening bij Matt. 9:3 .

Hertaald: gods lasteringen? Zie hierover de aantekening bij Matth. 9:3.

Markus 2 vers 8

geest bekennende, Dat is, in zijne ziel; namelijk door de openbaring zijner godheid, die ook door het woord geest dikwijls uitgedrukt wordt; Rom. 1:4 ; Hebr. 9:14 ; 1 Petr. 3:18 .

Hertaald: geest bekennende, Dat is: in Zijn ziel; namelijk door de openbaring van Zijn godheid, die ook vaak met het woord geest uitgedrukt wordt; Rom. 1:4; Hebr. 9:14; 1 Petr. 3:18.

Markus 2 vers 9

Wat is lichter, Zie hiervan en van het volgende de aantekening bij Matt. 9:5 , enz.

Hertaald: Wat is lichter, Zie hierover en over het vervolg de aantekening bij Matth. 9:5, enzovoort.

Markus 2 vers 12

zulks gezien Grieks, alzo.

Hertaald: zulks gezien Grieks: zo.

Markus 2 vers 13

naar de zee; Namelijk het meer van Galilea of Gennesareth, aan hetwelk Kapernaüm lag.

Hertaald: naar de zee; Namelijk het meer van Galilea of Gennesareth, waaraan Kapernaüm lag.

Markus 2 vers 14

Levi, Die ook Mattheus genaamd was; zie Matt. 9:9 .

Hertaald: Levi, Die ook Mattheüs genoemd werd; zie Matth. 9:9.

in het tolhuis, Of, op den tol, of aanhet tolhuis.

Hertaald: in het tolhuis, Of: bij de tol, of aan het tolhuis.

Markus 2 vers 15

aanzat in deszelfs huis, Namelijk aan de tafel.

Hertaald: aanzat in deszelfs huis, Namelijk aan de tafel.

Markus 2 vers 16

tollenaren en zondaren, Zie de aantekening bij Matt. 9:10 .

Hertaald: tollenaren en zondaren, Zie de aantekening bij Matth. 9:10.

Markus 2 vers 17

ziek zijn Grieks, die kwalijk hebben; dat is, die kwalijk tepas, of kwalijk gesteld zijn.

Hertaald: ziek zijn Grieks: die het slecht hebben; dat is: die er slecht aan toe zijn.

Markus 2 vers 18

vastten; Namelijk dikwijls, gelijk verklaard wordt Matt. 9:14 , en Luc. 5:33 .

Hertaald: vastten; Namelijk vaak, zoals verklaard wordt in Matth. 9:14 en Luk. 5:33.

Waarom vasten de discipelen Zie ook van deze gehele geschiedenis en gelijkenissen, Matt. 9:14 .

Hertaald: Waarom vasten de discipelen Zie ook over deze hele geschiedenis en de gelijkenissen Matth. 9:14.

Markus 2 vers 22

bersten Of, scheuren.

Hertaald: bersten Of: scheuren.

verderven; Of, gaan verloren.

Hertaald: verderven; Of: gaan verloren.

Markus 2 vers 23

sabbatdag Grieks, sabbaten.

Hertaald: sabbatdag Grieks: sabbatten.

door het gezaaide ging, Zie hiervan ook de verklaring in de aantekening bij Matt. 12:1 .

Hertaald: door het gezaaide ging, Zie hierover ook de verklaring in de aantekening bij Matth. 12:1.

al gaande, Grieks, te gaan aren plukkende.

Hertaald: al gaande, Grieks: al gaande aren plukkend.

Markus 2 vers 24

sabbatdag, Grieks, sabbaten.

Hertaald: sabbatdag, Grieks: sabbatten.

Markus 2 vers 26

Abjathar, Deze Abjatar wordt Achimelech genaamd 1 Sam. 21:1 , en zijn zoon wordt Abjatar genaamd. Doch het blijkt uit verscheiden plaatsen der Schriftuur dat den vader en den zoon deze beide namen gegeven worden. Zie 2 Sam. 8:17 , en 2 Sam. 15:29 , 2 Sam. 15:35 ; 1 Kon. 2:26-27 , en 1 Kron. 24:6 .

Hertaald: Abjathar, Deze Abjathar wordt Achimelech genoemd in 1 Sam. 21:1, en zijn zoon wordt Abjathar genoemd. Maar uit verscheidene plaatsen van de Schrift blijkt dat aan de vader en de zoon deze beide namen gegeven worden. Zie 2 Sam. 8:17 en 2 Sam. 15:29, 2 Sam. 15:35; 1 Kon. 2:26-27 en 1 Kron. 24:6.

Markus 2 vers 27

gemaakt Grieks, geworden.

Hertaald: gemaakt Grieks: geworden.

om den mens, Namelijk om den mens te dienen tot versterking naar de ziel en verkwikking naar zijn lichaam, en niet om hem te laten vergaan.

Hertaald: om den mens, Namelijk om de mens te dienen tot versterking van zijn ziel en verkwikking van zijn lichaam, en niet om hem te laten omkomen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Vergeving der zonden  — Grieks: aphesis, "loslating, kwijtschelding" — van aphiemi, "weglaten, laten gaan"; het woord van de kwijtgescholden schuld

Vier mannen breken het dak open om een geraakte bij Christus te brengen, en Hij zegt niet eerst dat de man opstaan moet: "Zoon, uw zonden zijn u vergeven" (Mark. 2:5). De Schriftgeleerden vatten dat onmiddellijk op als godslastering, en met een sluitende redenering: wie kan de zonden vergeven dan alleen God (Mark. 2:7)? Christus weerspreekt die vooronderstelling niet maar bevestigt haar. Daarna geeft Hij een zichtbaar teken van een onzichtbare zaak: opdat gij weten moogt dat de Zoon des mensen macht heeft om de zonden op de aarde te vergeven — sta op, neem uw bed op (Mark. 2:10-11). Het thema staat al aan het begin van het boek: Johannes predikte de doop der bekering tot vergeving der zonden (Mark. 1:4).

Bijbelse betekenis: De volgorde in dit hoofdstuk is het onderwijs. De man kwam voor zijn benen en kreeg eerst iets anders, en dat is geen omweg: de diepste nood van de mens is niet zijn verlamming. Verder is de redenering van de Schriftgeleerden juist en hun conclusie onjuist — omdat alleen God zonden vergeven kan, moet men zich afvragen Wie hier dan spreekt. En vergeving is naar het woord een kwijtschelding: er wordt niet goedgepraat en niet vergoelijkt, er wordt losgelaten wat werkelijk verschuldigd was.

Typologie: Waarop die kwijtschelding rust, zegt de Hebreeënbrief onomwonden: zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving (Hebr. 9:22). Paulus verbindt haar daarom rechtstreeks aan het bloed van Christus: in Welken wij de verlossing hebben, namelijk de vergeving der zonden, naar de rijkdom Zijner genade (Ef. 1:7; vgl. Kol. 1:14). Hij tekent haar bovendien als een uitgewiste schuldbrief: God heeft het handschrift dat tegen ons was uitgewist en aan het kruis genageld (Kol. 2:13-14). En de belofte van het nieuwe verbond loopt op ditzelfde woord uit: Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn en hun zonden niet meer gedenken (Jer. 31:34; Hebr. 8:12). Zie in dit register ook *Zondoffer* (Lev. 4) en *Verzoendag* (Lev. 16).

Mark. 1:4; Mark. 2:1-12; Jer. 31:34; Ef. 1:7; Kol. 1:14; Kol. 2:13-14; Hebr. 8:12; Hebr. 9:22

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Wie kan de zonden vergeven dan alleen God? — 2:1-17

Het huis in Kapérnaüm zit zo vol dat er zelfs bij de deur geen plaats meer is. Vier mannen dragen een verlamde en komen er niet in. Zij klimmen op het dak, breken het open en laten het bed neer, midden voor Hem.

Christus zegt eerst iets heel anders dan de vier mannen kwamen halen, en de schriftgeleerden trekken er meteen de juiste gevolgtrekking uit.

Wat Hij zegt als Hij hun geloof ziet, gaat niet over de benen: zoon, uw zonden zijn u vergeven.

De schriftgeleerden die daar zitten, zeggen niets hardop maar overleggen in hun harten. Hun redenering is scherp en op zichzelf volkomen juist: wat spreekt Deze aldus godslasteringen? Wie kan de zonden vergeven dan alleen God?

Zij hebben gelijk in de vooronderstelling. Een mens kan vergeven wat hem is aangedaan; niemand kan vergeven wat een ander tegen God misdeed. Wie dat toch doet, maakt zich aan iets ongehoords schuldig — of Hij is God.

Christus ontkent hun redenering niet en Hij verzacht haar niet. Hij weet wat zij denken en stelt een tegenvraag: Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?

Zeggen is even makkelijk. Alleen is het ene niet te controleren en het andere wel.

Daarom doet Hij het zichtbare om het onzichtbare te bewijzen: doch opdat gij moogt weten dat de Zoon des mensen macht heeft om de zonden op de aarde te vergeven — en Hij zegt tegen de man dat hij opstaan moet. Die staat op voor aller ogen, zodat zij allen ontzet waren.

Het vervolg van het hoofdstuk hoort erbij. Hij roept Levi de tollenaar, eet bij hem aan huis met tollenaars en zondaars, en op de aanmerking daarover antwoordt Hij met een spreekwoord: die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.

Zo staan de twee helften van dit hoofdstuk bij elkaar. Eerst de macht om te vergeven, en dan bij wie Hij daarmee aan tafel gaat.

  1. Jesaja 43:25 — Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg om Mijnentwil.
  2. Markus 2:5 — Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
  3. Markus 2:7 — Wie kan de zonden vergeven dan alleen God?
  4. Markus 2:10 — Opdat gij weet dat de Zoon des mensen macht heeft te vergeven.
  5. Daniël 7:13 — De titel Zoon des mensen komt uit het gezicht van Daniël.
  6. Markus 2:17 — Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.

In het Nieuwe Testament: Jesaja 43:25; Daniël 7:13-14; Lukas 5:17-32; Kolossenzen 3:13

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Markus 2

Markus 2:1-2.KruisverwijzingenMarkus 2:13Mattheüs 9:1Lukas 18:35Markus 1:45Johannes 4:47Markus 7:24Lukas 5:18Handelingen 11:19
— En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was. En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.
“En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was. En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.”

Hij kon niet verborgen blijven. De genezen melaatse had Zijn Naam zo beroemd gemaakt dat de mensen samendrongen om Hem te zien. En Hij maakte van hun nieuwsgierigheid gebruik en sprak het woord tot hen.

Het is een heel merkwaardig verschijnsel: hoewel de mens in de natuurlijke staat van zijn hart tegen het evangelie gekant is, wordt hij er toch toe getrokken het te horen. Al verafschuwt hij het, toch kan hij het dikwijls niet laten ernaar te luisteren.

Waar Jezus Christus is, hetzij in eigen persoon, hetzij in de prediking van het Woord, daar zal het zeker rondverteld worden en zullen menigten komen horen. De grootste aantrekkingskracht, in de hemel en daarbuiten, is nog altijd de Zaligmaker.

Markus 2:3.KruisverwijzingenLukas 5:18Mattheüs 4:24Mattheüs 9:1
— En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.
“En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.”

Een verlamde: dat is het juiste woord. Iemand die niet uit zichzelf komen kon, maar die er een heel groot verlangen naar had te komen. Vier van zijn buren waren het erover eens hem te dragen.

Markus 2:4.KruisverwijzingenLukas 5:19Deuteronomium 22:8
— En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.
“En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.”

Zij hadden het bij de deur heel vaak geprobeerd, maar konden er onmogelijk in. Waarschijnlijk gingen zij de trap van het buurhuis op, en toen van het ene platte dak op het andere. Zo kwamen zij boven de veranda die Christus beschutte terwijl Hij tot het volk op de binnenplaats sprak.

Het schijnt geen heel lichte bouw geweest te zijn, maar enige arbeid gevergd te hebben. Toch braken zij hem open.

Waar een wil is, is een weg; en waar geen weg is, maakt een vastberaden wil er een. Beter door het plafond tot Christus te komen dan helemaal niet te komen. Beter aan een touw tot Hem neergelaten te worden dan niet in Zijn tegenwoordigheid te zijn.

Markus 2:5.KruisverwijzingenMattheüs 9:2Johannes 5:14Jakobus 5:15Mattheüs 9:22Lukas 5:20Lukas 7:47Markus 5:34Handelingen 14:9
— En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
“En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.”

Hij heeft een heel scherp oog voor het geloof. Wij lezen niet dat zij iets gezegd hadden; zij hadden hun geloof dus niet uitgesproken.

Maar deze stoutmoedige en waagzieke daad, het openbreken van het dak en al het stof dat om het hoofd van de Zaligmaker viel, liet hun geloof zien. Zij vreesden niet Hem te tergen, maar vertrouwden op Zijn zachtmoedigheid en Zijn geduld. Zij waren ervan overtuigd dat zij de man alleen maar hoefden te brengen waar Christus hem zien kon, en dat er dan goeds van komen zou.

Christus zegende deze man om het geloof van de vier die hem droegen, en mogelijk ook om zijn eigen geloof. Let erop dat onze Heere niet eerst tot de zieke man zei dat hij van zijn geraaktheid genezen was. Hij zei: zoon, uw zonden zijn u vergeven. Dat was de bijl aan de wortel leggen, want de zonde ligt aan de bodem van het verdriet. En waar de zonde vergeven wordt, worden zelfs de gevolgen van de zonde weggenomen.

Markus 2:6-7.KruisverwijzingenJesaja 43:25Lukas 7:49Lukas 5:21Johannes 10:33Daniël 9:9Psalmen 130:4Markus 14:64Johannes 20:20
— En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?
“En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten: Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?”

Zij waren met een kwade beweegreden gekomen. Zij wilden wat aan te merken vinden. Zij namen hun plaats in om alles heel zorgvuldig te horen, aantekeningen te maken en er zoveel onheil van te stichten als zij maar konden. Zij hadden hun oren wijd open.

Zij wisten echter niet dat Hij hun hart lezen kon, anders waren zij misschien niet zo voortvarend geweest in Zijn tegenwoordigheid te komen.

Hij lastert God, zeiden zij. Dat was volkomen juist als aanklacht — maar Hij wás God, en daarom was het geen godslastering. Godslastering zou het geweest zijn als Hij niet goddelijk was.

Markus 2:8-9.KruisverwijzingenMattheüs 9:5Lukas 5:221 Kronieken 29:17Lukas 24:38Ezechiël 38:10Hebreeën 4:13Markus 7:21Handelingen 8:22
— En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten? Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?
“En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten? Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?”

Het was even gemakkelijk het ene te zeggen als het andere. Wat er ook gezegd wordt, de almacht ligt erin besloten. Alleen de tegenwoordigheid en de kracht van God konden aan een van beide woorden kracht geven; maar voor Hém is het ene even gemakkelijk als het andere.

Vraagt niet elk van beide een goddelijke macht? Ben Ik goddelijk, dan zal Ik dat bewijzen door deze man te genezen. Dan heb Ik het recht te zeggen: uw zonden zijn u vergeven.

Markus 2:10-12.KruisverwijzingenMattheüs 9:8Mattheüs 9:33Daniël 7:13Lukas 7:16Johannes 5:20Mattheüs 9:6Handelingen 5:31Mattheüs 16:13
— Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis. En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!
“Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis. En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!”

Wij verwachten de schare bij de deur te zien staan, maar er was zelfs voor de hoorders in de deuropening geen plaats toen Jezus Christus predikte. Er gaat een aantrekkende kracht uit van de stem van Jezus. Laten wij Jezus in de bediening spreken en niet te veel onze eigen gedachten en onze eigen woorden, dan mogen wij verwachten dat het evangelie diezelfde aantrekkingskracht houdt.

Bewonder en volg het geloof en de gehoorzaamheid van deze verlamde na. Hij deed het beter dan sommigen, want er zijn er geweest die uit louter dankbaarheid Christus ongehoorzaam werden.

Zijn dankbaarheid zou hem ongetwijfeld gedreven hebben om te blijven en zich aan de voeten van zijn Weldoener te werpen. Of om tenminste te blijven en een lofzang tot God te zingen. En toch weet hij dat gehoorzamen de beste vorm van dankbaarheid is. Christus had hem gezegd: ga heen naar uw huis — en dat deed hij ook.

Het beste wat u voor Christus doen kunt, is doen wat Christus u gebiedt. Er zijn veel glinsterende vormen van dankbaarheid, maar het is niet alles goud wat er blinkt. De gulden dankbaarheid is die welke nauwgezet aan elk gebod van Jezus Christus gehoorzaamt.

Markus 2:13.KruisverwijzingenMarkus 1:45Markus 2:2Markus 3:20Mattheüs 13:1Spreuken 1:20Markus 3:7Lukas 19:48Markus 4:1
— En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.
“En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.”

Betere lucht dan er in het huis was, en meer ruimte. Maar Hij hield hetzelfde evangelie aan; Hij leerde hen.

Markus 2:14.KruisverwijzingenMarkus 3:18Lukas 5:27Markus 1:17Mattheüs 9:9Mattheüs 4:19Lukas 6:15Handelingen 1:13
— En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
“En voorbijgaande zag Hij Levi, den zoon van Alfeus, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.”

Hij veegde zijn geldstukken bij elkaar, sloot zijn rekenboeken en bleef geen ogenblik langer. Hij stond op van de tolboom om de Meester te volgen.

Hier is ook een verandering te zien in de manier waarop Christus Zijn macht toont. Tot de geraakte zei Hij: sta op, neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis. Maar tot de man in een beroep dat hem verlaagde zei Christus: volg Mij. En hij stond op en volgde Hem.

God zij geloofd: wij hebben nog altijd de levende Heere in ons midden, Die vandaag even goed wonderen van barmhartigheid kan doen als toen Hij op aarde was. En wij hebben niet slechts te vermanen, te overreden en te smeken, al hebben wij dat alles ook te doen. Wij hebben ook met gezag te spreken in de Naam van deze heerlijke Zoon van God, en mensen te gebieden zich te bekeren en in Hem te geloven.

Markus 2:15-17.KruisverwijzingenLukas 5:31Mattheüs 9:12Lukas 15:71 Timotheüs 1:15Lukas 15:1Handelingen 23:9Jesaja 65:5Lukas 19:7
— En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd. En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt? En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
“En het geschiedde, als Hij aanzat in deszelfs huis, dat ook vele tollenaren en zondaren aanzaten met Jezus en Zijn discipelen; want zij waren velen, en waren Hem gevolgd. En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt? En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.”

Voor gewone christenen kan het gevaarlijk zijn om te gaan met mensen zoals de tollenaars en de zondaars van de dagen van Christus, want “kwade samensprekingen verderven goede zeden”. Christenen moeten voorzichtig zijn met het gezelschap waarin zij zich bevinden.

Maar dat christenen zó onder zulke mensen gaan om hun goed te doen, is naar het voorbeeld van Christus. De gemeente van Christus faalt altijd in haar plicht wanneer zij een of andere groep mensen als beneden haar aandacht of als te ver heen beschouwt.

De zending van onze Heere was de noden van de mensen op te sporen en te vervullen. En Hij schijnt bijzondere aandacht besteed te hebben aan de allerslechtsten, omdat die Hem het meest nodig hadden. Zijn gemeente behoort zich bij de keuze van haar werk altijd te laten leiden door de nood van hen die haar zorg behoeven.

En broeders, u en ik die in de bediening staan hebben ook te kiezen. Niet die plaats waar wij het gelukkigst en het gemakkelijkst zitten, maar die waar wij het meest nodig zijn. Was ik een lamp en mocht ik kiezen waar ik opgehangen werd, dan koos ik de donkerste plek van de stad, waar ik het meest van dienst kon zijn.

Markus 2:18-20.KruisverwijzingenMattheüs 6:18Lukas 18:12Mattheüs 6:16Mattheüs 9:14Lukas 17:22Jesaja 54:5Romeinen 10:3Mattheüs 23:5
— En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet? En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.
“En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet? En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.”

Zolang Christus in eigen persoon bij Zijn volk was, konden zij niet anders dan blijdschap en vreugde hebben. Maar wanneer Hij van hen weggenomen was, moesten zij Zijn afwezigheid bewenen.

Markus 2:21-22.KruisverwijzingenMattheüs 9:16Lukas 5:37Mattheüs 9:171 Korinthe 10:13Psalmen 103:13Jesaja 57:16Jozua 9:4Jozua 9:13
— En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur. En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.
“En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed, en er wordt een ergere scheur. En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.”

De zakken waren van leer gemaakt, en de wijn die erin gedaan werd moest van de juiste soort zijn. Zijn discipelen vasten voorschrijven terwijl Hij hen blij maakte met Zijn persoonlijke tegenwoordigheid, zou ongerijmd en ongepast geweest zijn.

Er zijn dingen die wij niet van jonge christenen behoren te verwachten, en andere die wij niet van oude en gerijpte christenen behoren te verwachten. Wij moeten geen nieuwe wijn in oude zakken verwachten, en geen oude wijn in nieuwe zakken.

Een plaats voor alles, en alles op zijn plaats: dat is niet alleen een regel voor het huis en het kantoor. Het is ook een regel die in de gemeente van Christus in acht genomen behoort te worden. Want God is een God van orde en zet de dingen altijd op hun eigen plaats en in de juiste volgorde.

Markus 2:23-24.KruisverwijzingenLukas 6:1Mattheüs 12:1Exodus 20:10Mattheüs 15:2Deuteronomium 23:24Jesaja 56:6Mattheüs 23:23Mattheüs 7:3
— En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken. En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?
“En het geschiedde, dat Hij op een sabbatdag door het gezaaide ging, en Zijn discipelen begonnen, al gaande, aren te plukken. En de Farizeen zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op den sabbatdag, wat niet geoorloofd is?”

Zij hadden de farizeeën al beledigd door niet te vasten, en nu beledigden zij hen opnieuw op een soortgelijke manier, al ging het om iets anders.

Volgens sommige rabbijnen mocht men op de sabbat wel een korenaar plukken. Maar wreef men die tussen de handen, dan noemden zij dat een soort arbeid die op de sabbat niet verricht mocht worden. Zij bedachten allerlei vernuftige beperkingen, te belachelijk om aan te halen.

Deze discipelen waren volgens hen dus schuldig aan zonde, omdat zij korenaren geplukt hadden en er op de sabbat het werk van het dorsen aan verricht hadden.

En er leven vandaag nog mensen van dat slag, die de kleinste zaak nemen, die volstrekt onbeduidend is en waarin goed noch kwaad steekt, en die opblazen en verdraaien. En dan maken zij van iemand een zwaar overtreder om vrijwel niets. Wij hebben geleerd ons door wat zij ook zeggen niet erg te laten verontrusten.

Markus 2:25-28.KruisverwijzingenKolossenzen 2:16Deuteronomium 5:142 Samuël 8:17Exodus 23:12Leviticus 24:5Lukas 6:9Openbaring 1:10Mattheüs 21:16
— En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren? Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren? En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat. Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.
“En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen, wat David gedaan heeft, als hij nood had, en hem hongerde, en dengenen, die met hem waren? Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren? En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat. Zo is dan de Zoon des mensen een Heere ook van den sabbat.”

Hij heeft de sabbat gemaakt tot een dag die geen dag van slavernij meer is, maar een dag van gezegende rust en heilige dienst voor God. Werken van noodzaak, werken van godsvrucht en werken van barmhartigheid mogen op de sabbat niet alleen gedaan worden, maar zijn geboden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content