Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 10

1 En van daar opgestaan zijnde, ging Hij naar de landpalen van Judea, door de overzijde van de Jordaan; en de scharen kwamen wederom samen bij Hem, en gelijk Hij gewoon was, leerde Hij hen wederom.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En van daar opgestaanG450 zijnde, ging Hij naarG1519 de landpalenG3725 van JudeaG2449, doorG1223 de overzijdeG4008 van de JordaanG2446; en de scharenG3793 kwamenG2064 wederomG3825 samenG4848 bijG4314 Hem, enG2532 gelijkG5613 Hij gewoonG1486 was, leerdeG1321 Hij hen wederomG3825. En van daar opgestaan zijnde, ging Hij naar de landpalen van Judea, door de overzijde van de Jordaan; en de scharen kwamen wederom samen bij Hem, en gelijk Hij gewoon was, leerde Hij hen wederom.

KJV And1 he arose2 from thence, and cometh3 into4 the coasts6 of Judaea8 by9 the farther side11 of Jordan:13 and14 the people17 resort15 unto18 him19 again;16 and,20 as21 he was wont,22 he taught24 them25 again.

1 κακειθεν G2547 en vandaar and afterward (from) (thence), thence also 2 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 3 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ορια G3725 landpalen, landpale border, coast 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιουδαιας G2449 Judea Judæa 9 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ιορδανου G2446 Jordaan Jordan 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 συμπορευονται G4848 gingen, samen go with, resort 16 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 17 οχλοι G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 18 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 22 ειωθει G1486 gewoon, gewoonte be custom (manner, wont) 23 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 24 εδιδασκεν G1321 lerende, leerde, leren teach 25 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En de Farizeen, tot Hem komende, vraagden Hem, of het een man geoorloofd is, zijn vrouw te verlaten, Hem verzoekende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 de FarizeenG5330, tot Hem komendeG4334, vraagdenG1905 HemG846, ofG1487 het een manG435 geoorloofdG1832 is, zijn vrouwG1135 te verlatenG630, HemG846 verzoekendeG3985. En de Farizeen, tot Hem komende, vraagden Hem, of het een man geoorloofd is, zijn vrouw te verlaten, Hem verzoekende.

KJV And1 the Pharisees4 came to him,2 and asked5 him,6 Is it7 lawful8 for a man9 to put away11 his wife?10 tempting12 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 5 επηρωτησαν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 8 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 9 ανδρι G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 10 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 11 απολυσαι G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 12 πειραζοντες G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Maar Hij antwoordende, zeide tot hen: Wat heeft u Mozes geboden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 MaarG1161 Hij antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: WatG5101 heeft uG4771 MozesG3475 gebodenG1781? Maar Hij antwoordende, zeide tot hen: Wat heeft u Mozes geboden?

KJV And2 he answered3 and said unto them,5 What6 did Moses9 command8 you?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 7 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ενετειλατο G1781 geboden, bevelen, gebood (give) charge, (give) command(-ments), injoin 9 μωσης G3475 Mozes Moses

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En zij zeiden: Mozes heeft toegelaten een scheidbrief te schrijven, en haar te verlaten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En zij zeidenG2036: MozesG3475 heeft toegelatenG2010 een scheidbriefG975 te schrijvenG1125, en haar te verlatenG630. En zij zeiden: Mozes heeft toegelaten een scheidbrief te schrijven, en haar te verlaten.

KJV And2 they said, Moses4 suffered5 to write8 a bill6 of divorcement,7 and9 to put her away.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 μωσης G3475 Mozes Moses 5 επετρεψεν G2010 toegelaten, liet, toelaten give leave (liberty, license), let, permit, suffer 6 βιβλιον G975 boek, boeken, boeks bill, book, scroll, writing 7 αποστασιου G647 scheidbrief (writing of) divorcement 8 γραψαι G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 απολυσαι G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Vanwege de hardigheid uwer harten heeft hij ulieden dat gebod geschreven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 totG4314 henG846: Vanwege de hardigheidG4641 uwer hartenG4641 heeft hij ulieden datG3778 gebodG1785 geschrevenG1125. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Vanwege de hardigheid uwer harten heeft hij ulieden dat gebod geschreven.

KJV And1 Jesus4 answered2 and said unto them,6 For7 the hardness9 of your heart he wrote11 you this precept.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 σκληροκαρδιαν G4641 hardigheid, harten hardness of heart 10 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 11 εγραψεν G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 12 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εντολην G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 15 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar van het begin der schepping heeft ze God man en vrouw gemaakt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 vanG575 het beginG746 der scheppingG2937 heeft ze GodG2316 manG730 en vrouwG2338 gemaaktG4160. Maar van het begin der schepping heeft ze God man en vrouw gemaakt.

KJV But2 from1 the beginning3 of the creation4 God11 made8 them9 male5 and6 female.

1 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αρχης G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 4 κτισεως G2937 schepsel, schepping, kreaturen building, creation, creature, ordinance 5 αρσεν G730 man, mannen, manneken male, man 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 θηλυ G2338 vrouw, vrouwen female, woman 8 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daarom zal een mensG444 zijn vaderG3962 enG2532 zijn moederG3384 verlatenG2641, enG2532 zal zijn vrouwG1135 aanhangenG4347; Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen;

Ook in dit vers totG4314

KJV For this cause1 shall3 a man4 leave his7 father6 and8 mother,10 and11 cleave12 to13 his16 wife;

1 ενεκεν G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 2 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 καταλειψει G2641 verlaten, gelaten, verlatende forsake, leave, reserve 4 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μητερα G3384 moeder, moeders mother 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 προσκολληθησεται G4347 aanhangen, aanhing cleave, join (self) 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En die twee zullen tot een vlees zijn, alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG2532 die tweeG1417 zullen totG1519 eenG1520 vleesG4561 zijn, alzo dat zij niet meer tweeG1417 zijn, maarG235 eenG1520 vleesG4561. En die twee zullen tot een vlees zijn, alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees.

KJV And1 they twain4 shall be one5 flesh:6 so then8 they are no more9 twain,11 but12 one flesh.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εσονται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 σαρκα G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 7 μιαν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 9 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 10 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 12 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 13 μια G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 14 σαρξ G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 HetgeenG3739 danG3767 GodG2316 samengevoegdG4801 heeft, scheideG5563 de mensG444 nietG3361. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.

KJV What1 therefore2 God4 hath joined together,5 let8 not7 man6 put asunder.

1 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 5 συνεζευξεν G4801 samengevoegd join together 6 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 χωριζετω G5563 scheide, scheiden, scheidt depart, put asunder, separate
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En in het huis vraagden Hem Zijn discipelen wederom van hetzelve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 inG1722 het huisG3614 vraagdenG1905 HemG846 Zijn discipelenG3101 wederomG3825 vanG4012 hetzelveG846. En in het huis vraagden Hem Zijn discipelen wederom van hetzelve.

KJV And1 in2 the house4 his8 disciples7 asked12 him11 again5 of9 the same

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 3 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 5 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 επηρωτησαν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Hij zeide tot hen: Zo wie zijn vrouw verlaat, en een andere trouwt, die doet overspel tegen haar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: ZoG1437 wieG3739 zijn vrouwG1135 verlaatG630, enG2532 een andere trouwtG1060, die doet overspelG3429 tegenG1909 haarG846. En Hij zeide tot hen: Zo wie zijn vrouw verlaat, en een andere trouwt, die doet overspel tegen haar.

KJV And1 he saith2 unto them,3 Whosoever4 shall put away6 his9 wife,8 and10 marry11 another,12 committeth adultery13 against14 her.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 απολυση G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 γαμηση G1060 trouwen, trouwt, getrouwd marry (a wife) 12 αλλην G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 13 μοιχαται G3429 overspel commit adultery 14 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En indien een vrouw haar man zal verlaten, en met een anderen trouwen, die doet overspel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En indienG1437 een vrouwG1135 haarG846 manG435 zal verlatenG630, enG2532 met een anderen trouwenG1060, die doet overspelG3429. En indien een vrouw haar man zal verlaten, en met een anderen trouwen, die doet overspel.

KJV And1 if2 a woman3 shall put away4 her7 husband,6 and8 be married9 to another,10 she committeth adultery.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 4 απολυση G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανδρα G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 7 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 γαμηθη G1060 trouwen, trouwt, getrouwd marry (a wife) 10 αλλω G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 11 μοιχαται G3429 overspel commit adultery
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En zij brachtenG4374 kinderkensG3813 tot Hem, opdatG2443 Hij ze aanrakenG680 zou; en de discipelenG3101 bestraftenG2008 degenen, die ze tot Hem brachtenG4374. En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten.

KJV And1 they brought2 young children4 to him,3 that5 he should touch6 them:7 and9 his disciples10 rebuked11 those that brought

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσεφερον G4374 brachten, geofferd, gebracht bring (to, unto), deal with, do, offer (unto, up), present unto, put to 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 παιδια G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 αψηται G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 7 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 11 επετιμων G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 προσφερουσιν G4374 brachten, geofferd, gebracht bring (to, unto), deal with, do, offer (unto, up), present unto, put to
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 MaarG1161 JezusG2424, dat ziendeG1492, nam het zeer kwalijkG23, en zeideG2036 totG4314 henG846: Laat de kinderkensG3813 tot MijG1473 komenG2064, en verhindertG2967 ze nietG3361; wantG1063 derzulkenG5108 isG1510 het KoninkrijkG932 GodsG2316. Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.

KJV But2 when Jesus4 saw it, he was much displeased,5 and6 said unto them,8 Suffer9 the little children11 to come12 unto13 me, and15 forbid17 them18 not:16 for20 of such21 is the kingdom24 of God.

1 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ηγανακτησεν G23 kwalijk, kwalijk namen, kwalijk nemen be much (sore) displeased, have (be moved with, with) indignation 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 αφετε G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 10 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 παιδια G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 12 ερχεσθαι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 με G1473 mij, ik I, me 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 κωλυετε G2967 verhindert, verhinderd, verboden forbid, hinder, keep from, let, not suffer, withstand 18 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 21 τοιουτων G5108 zodanige, zodanigen, zodanig like, such (an one) 22 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 23 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 25 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 VoorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: ZoG1437 wieG3739 het KoninkrijkG932 GodsG2316 niet ontvangtG1209, gelijkG5613 een kindekenG3813, die zal inG1519 hetzelveG846 geenszinsG3364 ingaanG1525. Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.

KJV Verily1 I say2 unto you, Whosoever4 shall7 not receive the kingdom9 of God11 as12 a little child,13 he shall16 not enter therein.17

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 δεξηται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 13 παιδιον G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 14 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 εισελθη G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En Hij omvingG1723 ze met Zijn armenG1723, en de handenG5495 opG1909 hen gelegdG5087 hebbende, zegendeG2127 Hij dezelve. En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve.

KJV And1 he took2 them3 up in his arms, put4 his hands6 upon7 them,8 and blessed9 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εναγκαλισαμενος G1723 armen, omving take up in arms 3 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τιθεις G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 5 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 χειρας G5495 handen, hand hand 7 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ηυλογει G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 10 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieen vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beerve?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En als Hij uitgingG1607 opG1519 den wegG3598, liepG4370 eenG1520 tot Hem, enG2532 voor Hem op de knieen vallendeG1120, vraagdeG1905 HemG846: GoedeG18 MeesterG1320! watG5101 zal ik doenG4160, opdatG2443 ik het eeuwigeG166 levenG2222 beerveG2816? En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieen vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beerve?

KJV And1 when he was gone forth2 into4 the way,3 there came6 one7 running, and8 kneeled9 to him,10 and asked11 him,12 Good14 Master,13 what15 shall I do16 that17 I may inherit20 eternal19 life?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εκπορευομενου G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 6 προσδραμων G4370 liep, toelopende run (thither to, to) 7 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 γονυπετησας G1120 knieen, vallende, knieen vallende bow the knee, kneel down 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 επηρωτα G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 14 αγαθε G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 15 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 16 ποιησω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 17 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 18 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 19 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began) 20 κληρονομησω G2816 beerven, beerft, beerve be heir, (obtain by) inherit(-ance)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot hemG846: WatG5101 noemtG3004 gij MijG1473 goedG18? NiemandG3762 is goedG18, dan EenG1520, namelijk GodG2316. En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.

KJV And2 Jesus3 said unto him,5 Why6 callest thou4 me good?9 there is none10 good11 but one,14 that is, God.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 7 με G1473 mij, ik I, me 8 λεγεις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 10 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 11 αγαθος G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 12 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Gij weetG1492 de gebodenG1785: Gij zult geen overspelG3431 doen; gij zult niet dodenG5407; gij zult niet stelenG2813; gij zult geen valse getuigenisG5576 geven; gij zult niemandG3361 te kortG650 doen; eerG5091 uw vaderG3962 enG2532 uw moederG3384. Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder.

KJV Thou knowest3 the commandments,2 Do5 not4 commit adultery, Do7 not6 kill, Do9 not8 steal, Do11 not10 bear false witness, Defraud13 not,12 Honour14 thy father16 and18 mother.

1 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 εντολας G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 3 οιδας G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 4 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 5 μοιχευσης G3431 overspel, overspel bedrijven, overspel begaande commit adultery 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 φονευσης G5407 doden, gedood, benijdt kill, do murder, slay 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 κλεψης G2813 stelen, gestolen, stele steal 10 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 11 ψευδομαρτυρησης G5576 getuigenis, getuigden valselijk, valse getuigenis be a false witness 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 αποστερησης G650 schade, Onttrekt, beroofd defraud, destitute, kept back by fraud 14 τιμα G5091 eert, eren, Eer honour, value 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 17 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 μητερα G3384 moeder, moeders mother
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 DochG1161 hij, antwoordendeG611, zeideG2036 tot HemG846: MeesterG1320! alG3956 dezeG3778 dingen heb ikG1473 onderhoudenG5442 vanG1537 mijn jonkheidG3503 af. Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af.

KJV And2 he answered3 and said unto him,5 Master,6 all8 these have I observed9 from10 my youth.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 7 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 εφυλαξαμην G5442 bewaren, bewaard, onderhouden beward, keep (self), observe, save 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 νεοτητος G3503 jonkheid youth 12 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En JezusG2424, hem aanziendeG1689, bemindeG25 hemG846, en zeideG2036 tot hemG846: Een dingG1520 ontbreektG5302 uG4771; ga heen, verkoopG4453 allesG3745, wat gij hebtG2192, en geefG1325 het den armenG4434, en gij zult een schatG2344 hebbenG2192 inG1722 den hemelG3772; en komG1204 herwaarts, neemG142 het kruisG4716 op, en volgG190 MijG1473. En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij.

KJV Then2 Jesus3 beholding4 him5 loved6 him,7 and8 said unto him,10 One thing11 thou lackest:13 go thy way,14 sell17 whatsoever15 thou hast,16 and18 give19 to the poor,21 and22 thou shalt have23 treasure24 in25 heaven:26 and27 come,28 take up31 the cross,33 and follow29 me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 εμβλεψας G1689 zag, aanziende, Aanziet behold, gaze up, look upon, (could) see 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ηγαπησεν G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 12 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 13 υστερει G5302 gebrek, ontbreekt, gebrek lijden come behind (short), be destitute, fail, lack, suffer need, (be in) want, be the worse 14 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 15 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 16 εχεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 17 πωλησον G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 δος G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 20 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πτωχοις G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 εξεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 24 θησαυρον G2344 schat, schatten treasure 25 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 26 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 δευρο G1204 kom, Kom come (hither), hither(-to) 29 ακολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 30 μοι G1473 mij, ik I, me 31 αρας G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 32 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 σταυρον G4716 kruis, kruises cross

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 MaarG1161 hij, treurigG4768 geworden zijnde overG1909 dat woordG3056, ging bedroefdG3076 wegG565; wantG1063 hij hadG2192 veleG4183 goederenG2933. Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.

KJV And2 he was sad3 at4 that saying,6 and went away7 grieved:8 for10 he had11 great13 possessions.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 στυγνασας G4768 droevig, treurig lower, be sad 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λογω G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 7 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 8 λυπουμενος G3076 bedroefd, droevig, bedroef cause grief, grieve, be in heaviness, (be) sorrow(-ful), be (make) sorry 9 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 κτηματα G2933 goederen, have possession 13 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Jezus rondom ziende, zeide tot Zijn discipelen: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG2532 JezusG2424 rondom ziendeG4017, zeideG3004 tot Zijn discipelenG3101: HoeG4459 bezwaarlijkG1423 zullen degenen, die goedG5536 hebbenG2192, inG1519 het KoninkrijkG932 GodsG2316 inkomenG1525! En Jezus rondom ziende, zeide tot Zijn discipelen: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen!

KJV And1 Jesus4 looked round about,2 and saith5 unto his8 disciples,7 How9 hardly10 shall they that have14 riches13 enter20 into15 the kingdom17 of God!

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 περιβλεψαμενος G4017 rondom aangezien, rondom ziende, overzien look (round) about (on) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 10 δυσκολως G1423 bezwaarlijk hardly 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χρηματα G5536 geld, goed money, riches 14 εχοντες G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 20 εισελευσονται G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En de discipelen werden verbaasd over deze Zijn woorden. Maar Jezus, wederom antwoordende, zeide tot hen: Kinderen! Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk Gods ingaan!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG1161 de discipelenG3101 werden verbaasdG2284 overG1909 deze Zijn woordenG3056. MaarG1161 JezusG2424, wederomG3825 antwoordendeG611, zeideG3004 tot henG846: KinderenG5043! HoeG4459 zwaarG1422 isG1510 het, dat degenen, die op het goedG5536 hun betrouwenG3982 zetten, inG1519 het KoninkrijkG932 GodsG2316 ingaanG1525! En de discipelen werden verbaasd over deze Zijn woorden. Maar Jezus, wederom antwoordende, zeide tot hen: Kinderen! Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk Gods ingaan!

KJV And2 the disciples3 were astonished4 at5 his8 words.7 But10 Jesus11 answereth13 again,12 and saith14 unto them,15 Children,16 how17 hard18 is it for them that trust21 in22 riches24 to enter30 into25 the kingdom27 of God!

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 4 εθαμβουντο G2284 verbaasd amaze, astonish 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λογοις G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 12 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 13 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 14 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 17 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 18 δυσκολον G1422 zwaar hard 19 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πεποιθοτας G3982 verzekerd, betrouwen, gehoorzaam agree, assure, believe, have confidence, be (wax) conflent, make friend, obey, persuade, trust, yield 22 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 23 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 χρημασιν G5536 geld, goed money, riches 25 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 26 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 28 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 30 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Het isG1510 lichterG2123, dat een kemelG2574 ga doorG1223 het oogG5168 van een naaldG4476, danG2228 dat een rijkeG4145 inG1519 het KoninkrijkG932 GodsG2316 ingaG1525. Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga.

KJV It is easier1 for a camel3 to go10 through4 the eye6 of a needle,8 than14 for a rich man15 to enter21 into16 the kingdom18 of God.

1 ευκοπωτερον G2123 lichter easier 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 καμηλον G2574 kemel, kemelshaar camel 4 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 τρυμαλιας G5168 oog eye 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ραφιδος G4476 naald needle 10 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 12 διελθειν G1330 doorgegaan, doorgaande, doorgereisd come, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through 14 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 15 πλουσιον G4145 rijk, rijken, rijke rich 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 21 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander: Wie kan dan zalig worden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En zij werden nog meer verslagenG1605, zeggendeG3004 totG4314 elkander: WieG5101 kanG1410 danG1161 zaligG4982 worden? En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander: Wie kan dan zalig worden?

KJV And2 they were astonished4 out of measure,3 saying5 among6 themselves,7 Who9 then can10 be saved?

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 περισσως G4057 overvloedig, uitermate exceedingly, out of measure, the more 4 εξεπλησσοντο G1605 verslagen, ontzetten, versloegen amaze, astonish 5 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 7 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 11 σωθηναι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Doch JezusG2424, henG846 aanziendeG1689, zeideG3004: Bij de mensenG444 is het onmogelijkG102, maar nietG3756 bij GodG2316; wantG1063 alleG3956 dingen zijnG1510 mogelijkG1415 bij GodG2316. Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God.

KJV And2 Jesus5 looking upon1 them3 saith,6 With7 men8 it is impossible,9 but10 not11 with12 God:14 for16 with19 God21 all things15 are possible.

1 εμβλεψας G1689 zag, aanziende, Aanziet behold, gaze up, look upon, (could) see 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 8 ανθρωποις G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 αδυνατον G102 onmogelijk, onmachtig, onsterken could not do, impossible, impotent, not possible, weak 10 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 11 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 16 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 17 δυνατα G1415 machtig, mogelijk, krachtig able, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 20 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En Petrus begon tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG2532 PetrusG4074 begonG756 tot HemG846 te zeggenG3004: ZieG2400, wij hebben allesG3956 verlatenG863, enG2532 zijn UG4771 gevolgdG190. En Petrus begon tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.

KJV Then1 Peter4 began2 to say5 unto him,6 Lo, we have left9 all,10 and11 have followed12 thee.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 8 ημεις G1473 mij, ik I, me 9 αφηκαμεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 10 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ηκολουθησαμεν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 13 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Jezus, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies wil,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036: VoorwaarG281 zegG3004 IkG1473 ulieden: Er isG1510 niemandG3762, dieG3739 verlatenG863 heeft huisG3614, ofG2228 broedersG80, ofG2228 zustersG79, ofG2228 vaderG3962, ofG2228 moederG3384, ofG2228 vrouwG1135, ofG2228 kinderenG5043, ofG2228 akkersG68, om MijnentwilG1700 en des EvangeliesG2098 wilG1752, En Jezus, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies wil,

KJV And2 Jesus4 answered1 and said, Verily6 I say5 unto you, There is no man9 that11 hath left12 house,13 or14 brethren,15 or16 sisters,17 or18 father,19 or20 mother,21 or22 wife,23 or24 children,25 or26 lands,27 for my sake,28 and30 the gospel's,

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 7 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 9 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 αφηκεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 13 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 14 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 15 αδελφους G80 broeders, broeder, broederen brother 16 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 17 αδελφας G79 zuster, zusters sister 18 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 19 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 20 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 21 μητερα G3384 moeder, moeders mother 22 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 23 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 24 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 25 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 26 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 27 αγρους G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 28 ενεκεν G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 29 εμου G1473 mij, ik I, me 30 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 31 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 ευαγγελιου G2098 Evangelie, Evangelies gospel

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Of hij ontvangtG2983 honderdvoudG1542, nu inG1722 dezenG5129 tijdG2540, huizenG3614, enG2532 broedersG80, enG2532 zustersG79, enG2532 moedersG3384, enG2532 kinderenG5043, enG2532 akkersG68, met de vervolgingenG1375, enG2532 inG1722 de toekomendeG2064 eeuwG165 het eeuwigeG166 levenG2222. Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.

KJV But he shall receive3 an hundredfold4 now5 in6 this time,8 houses,10 and11 brethren,12 and13 sisters,14 and15 mothers,16 and17 children,18 and19 lands,20 with21 persecutions;22 and23 in24 the world26 to come28 eternal30 life.

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 3 λαβη G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 4 εκατονταπλασιονα G1542 honderdvoud, honderdvoudige hundredfold 5 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 καιρω G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 9 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 οικιας G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 αδελφους G80 broeders, broeder, broederen brother 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 αδελφας G79 zuster, zusters sister 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 μητερας G3384 moeder, moeders mother 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 αγρους G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 21 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 22 διωγμων G1375 vervolging, vervolgingen persecution 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 25 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 αιωνι G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 27 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 ερχομενω G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 29 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 30 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en velen, die de laatsten zijn, de eersten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 MaarG1161 veleG4183 eerstenG4413 zullen de laatstenG2078 zijn, en velen, die de laatstenG2078 zijn, de eerstenG4413. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en velen, die de laatsten zijn, de eersten.

KJV But2 many1 that are first4 shall be last;5 and6 the last8 first.

1 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εσονται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 πρωτοι G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 5 εσχατοι G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εσχατοι G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 9 πρωτοι G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En zij warenG1510 op den wegG3598, gaandeG305 op naarG1519 JeruzalemG2414; en JezusG2424 ging voor hen; en zij waren verbaasdG2284, en Hem volgendeG190, waren zij bevreesdG5399. En de twaalvenG1427 wederomG3825 tot Zich nemendeG3880, begonG756 Hij hunG846 te zeggenG3004 de dingen, die HemG846 overkomenG4819 zouden; En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;

KJV And2 they were in3 the way5 going up6 to7 Jerusalem;8 and9 Jesus14 went before11 them:12 and15 they were amazed;16 and17 as they followed,18 they were afraid.19 And20 he took21 again22 the twelve,24 and began25 to tell27 them26 what things should29 happen31 unto him,

1 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 6 αναβαινοντες G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 προαγων G4254 voorgaan, varen, voorgingen bring (forth, out), go before 12 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εθαμβουντο G2284 verbaasd amaze, astonish 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ακολουθουντες G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 19 εφοβουντο G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 παραλαβων G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with) 22 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 23 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 25 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 26 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 28 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 μελλοντα G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 30 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 31 συμβαινειν G4819 overkomen, gebeurd, gebeurde be(-fall), happen (unto)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Zeggende: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren, en den Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen, en Hem den heidenen overleveren;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Zeggende: ZietG3708, wij gaan op naar JeruzalemG2414, enG2532 de ZoonG5207 des mensenG444 zal den overpriesterenG749, enG2532 den SchriftgeleerdenG1122 overgeleverdG3860 worden, enG2532 zij zullen Hem ter doodG2288 veroordelenG2632, enG2532 Hem den heidenenG1484 overleverenG3860; Zeggende: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren, en den Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen, en Hem den heidenen overleveren;

Ook in dit vers [Zeggende]G3754

KJV Saying,1 Behold, we go up3 to4 Jerusalem;5 and6 the Son8 of man10 shall be delivered11 unto the chief priests,13 and14 unto the scribes;16 and17 they shall condemn18 him19 to death,20 and21 shall deliver22 him23 to the Gentiles:

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 αναβαινομεν G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 11 παραδοθησεται G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αρχιερευσιν G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γραμματευσιν G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 κατακρινουσιν G2632 veroordeeld, veroordelen, verdoemd condemn, damn 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 θανατω G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 παραδωσουσιν G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 23 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 εθνεσιν G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En zij zullen Hem bespotten, en Hem geselen, en Hem bespuwen, en Hem doden; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En zij zullen Hem bespottenG1702, enG2532 Hem geselenG3146, en Hem bespuwenG1716, enG2532 Hem dodenG615; enG2532 ten derdenG5154 dageG2250 zal Hij weder opstaanG450. En zij zullen Hem bespotten, en Hem geselen, en Hem bespuwen, en Hem doden; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.

KJV And1 they shall mock2 him,3 and4 shall scourge5 him,6 and7 shall spit upon8 him,9 and10 shall kill11 him:12 and13 the third15 day16 he shall rise again.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εμπαιξουσιν G1702 bespotten, bespot, bedrogen mock 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 μαστιγωσουσιν G3146 geselen, gegeseld, geselde scourge 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εμπτυσουσιν G1716 bespogen, bespuwen, gespogen spit (upon) 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 αποκτενουσιν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 τριτη G5154 derde, derden third(-ly) 16 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 17 αναστησεται G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, zeggende: Meester! wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 EnG2532 tot HemG846 kwamen JakobusG2385 enG2532 JohannesG2491, de zonenG5207 van ZebedeusG2199, zeggendeG3004: MeesterG1320! wij wildenG2309 wel, dat Gij ons deedtG4160, zoG1437 watG3739 wij begerenG154 zullen. En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, zeggende: Meester! wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.

KJV And1 James4 and5 John,6 the sons8 of Zebedee,9 come2 unto him,3 saying,10 Master,11 we would12 that13 thou shouldest do17 for us whatsoever14 we shall desire.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσπορευονται G4365 go before 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ιακωβος G2385 Jakobus, Jakobi James 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ιωαννης G2491 Johannes John 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 ζεβεδαιου G2199 Zebedeus Zebedee 10 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 12 θελομεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 13 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 14 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 16 αιτησωμεν G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 17 ποιησης G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 18 ημιν G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 EnG1161 Hij zeideG2036 tot hen: WatG5101 wiltG2309 gijG4771, dat IkG1473 u doeG4160? En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe?

KJV And2 he said unto them,4 What5 would6 ye that I should do7 for you?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 θελετε G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 7 ποιησαι G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 με G1473 mij, ik I, me 9 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter hand, en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En zij zeidenG2036 tot HemG846: GeefG1325 ons, datG2443 wij mogen zittenG2523, de een aan Uw rechterG1188 hand, en de anderG1520 aan Uw linkerG2176 hand inG1722 Uw heerlijkheidG1391. En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter hand, en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid.

Ook in dit vers uit/metG1537 uit/metG1537

KJV They said unto him,4 Grant5 unto us that7 we may sit,17 one8 on9 thy right hand,10 and12 the other13 on14 thy left hand,15 in18 thy glory.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 δος G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 6 ημιν G1473 mij, ik I, me 7 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 8 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 9 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 11 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 14 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 ευωνυμων G2176 linker (on the) left 16 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 17 καθισωμεν G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δοξη G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 21 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 MaarG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot henG846: Gij weetG1492 nietG3756, wat gij begeertG154. KuntG1410 gij den drinkbekerG4221 drinkenG4095, dienG3739 IkG1473 drinkG4095, en met den doopG908 gedooptG907 worden, daar IkG1473 mede gedooptG907 word? Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word?

KJV But2 Jesus3 said unto them,5 Ye know7 not6 what8 ye ask:9 can ye10 drink11 of the cup13 that14 I15 drink of?16 and17 be baptized22 with the baptism19 that20 I21 am baptized with?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 αιτεισθε G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 10 δυνασθε G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 11 πιειν G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 14 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 εγω G1473 mij, ik I, me 16 πινω G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 βαπτισμα G908 doop baptism 20 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 21 εγω G1473 mij, ik I, me 22 βαπτιζομαι G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 23 βαπτισθηναι G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En zij zeidenG2036 tot Hem: Wij kunnen. DochG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot henG846: Den drinkbekerG4221, dienG3739 IkG1473 drinkG4095, zult gij wel drinkenG4095, en met den doopG908 gedooptG907 worden, daar IkG1473 mede gedooptG907 word; En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word;

KJV And2 they said unto him,4 We can.5 And7 Jesus8 said unto them,10 Ye shall16 indeed12 drink17 of the cup13 that14 I15 drink of; and18 with the baptism20 that21 I22 am baptized withal23 shall ye be baptized:

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 δυναμεθα G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 13 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 14 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 εγω G1473 mij, ik I, me 16 πινω G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 17 πιεσθε G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βαπτισμα G908 doop baptism 21 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 22 εγω G1473 mij, ik I, me 23 βαπτιζομαι G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 24 βαπτισθησεσθε G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Maar het zitten tot Mijn rechter hand en tot Mijn linker hand staat bij Mij niet te geven; maar het zal gegeven worden dien het bereid is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Maar het zittenG2523 tot Mijn rechterG1188 hand en tot Mijn linkerG2176 hand staatG2076 bij MijG1473 nietG3756 te geven; maar het zal gegeven worden dienG3739 het bereidG2090 isG1510. Maar het zitten tot Mijn rechter hand en tot Mijn linker hand staat bij Mij niet te geven; maar het zal gegeven worden dien het bereid is.

Ook in dit vers uit/metG1537 uit/metG1537

KJV But2 to sit3 on4 my right hand5 and7 on8 my left hand9 is not11 mine13 to give;14 but15 it shall be given to them for whom16 it is prepared.

1 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 καθισαι G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 6 μου G1473 mij, ik I, me 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 ευωνυμων G2176 linker (on the) left 10 μου G1473 mij, ik I, me 11 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 εμον G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 14 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 15 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 16 οις G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 ητοιμασται G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En als de andere tien dit hoorden, begonnen zij het van Jakobus en Johannes zeer kwalijk te nemen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En als de andere tienG1176 dit hoordenG191, begonnenG756 zij het vanG4012 JakobusG2385 enG2532 JohannesG2491 zeer kwalijkG23 te nemen. En als de andere tien dit hoorden, begonnen zij het van Jakobus en Johannes zeer kwalijk te nemen.

KJV And1 when the ten4 heard2 it, they began5 to be much displeased6 with7 James8 and9 John.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 5 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 6 αγανακτειν G23 kwalijk, kwalijk namen, kwalijk nemen be much (sore) displeased, have (be moved with, with) indignation 7 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 8 ιακωβου G2385 Jakobus, Jakobi James 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ιωαννου G2491 Johannes John
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Maar Jezus, het tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Gij weet, dat degenen, die geacht worden oversten te zijn der volken, heerschappij voeren over hen, en hun groten gebruiken macht over hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 MaarG1161 JezusG2424, het tot Zich geroepenG4341 hebbende, zeideG3004 tot henG846: Gij weetG1492, datG3754 degenen, die geachtG1380 worden overstenG757 te zijn der volkenG1484, heerschappij voerenG2634 over hen, en hun grotenG3173 gebruiken machtG2715 over hen. Maar Jezus, het tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Gij weet, dat degenen, die geacht worden oversten te zijn der volken, heerschappij voeren over hen, en hun groten gebruiken macht over hen.

KJV But2 Jesus3 called4 them5 to him, and saith6 unto them,7 Ye know8 that9 they which are accounted11 to rule12 over the Gentiles14 exercise lordship15 over them;16 and17 their20 great ones19 exercise authority21 upon them.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 5 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δοκουντες G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 12 αρχειν G757 gebieden, oversten reign (rule) over 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εθνων G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 15 κατακυριευουσιν G2634 heerschappij voeren, heerschappij voerende, meester exercise dominion over (lordship), be lord over, overcome 16 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μεγαλοι G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 20 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 κατεξουσιαζουσιν G2715 macht exercise authority 22 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Doch alzoG3779 zal het onder uG4771 nietG3756 zijn; maar zo wie onder uG4771 grootG3173 zal willenG2309 wordenG1096, die zal uw dienaarG1249 zijnG1510. Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn.

KJV But3 so2 shall it not1 be among5 you: but7 whosoever8 will10 be11 great12 among13 you, shall be your minister:

1 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 7 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 10 θελη G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 11 γενεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 12 μεγας G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 15 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 διακονος G1249 dienaar, dienaars, diakenen deacon, minister, servant 17 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En zo wie van u de eerste zal willen worden, die zal aller dienstknecht zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 EnG2532 zo wie van uG4771 de eersteG4413 zal willenG2309 wordenG1096, die zal allerG3956 dienstknechtG1401 zijnG1510. En zo wie van u de eerste zal willen worden, die zal aller dienstknecht zijn.

KJV And1 whosoever2 of you will4 be6 the chiefest,7 shall be servant10 of all.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 θελη G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 5 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 6 γενεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 7 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 8 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 10 δουλος G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen, om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 WantG1063 ookG2532 de ZoonG5207 des mensenG444 is nietG3756 gekomenG2064, om gediendG1247 te worden, maarG235 om te dienenG1247, enG2532 Zijn zielG5590 te gevenG1325 tot een rantsoenG3083 voor velenG4183. Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen, om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.

KJV For2 even1 the Son4 of man6 came8 not7 to be ministered unto,9 but10 to minister,11 and12 to give13 his16 life15 a ransom17 for18 many.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 9 διακονηθηναι G1247 dienen, dient, gediend (ad-)minister (unto), serve, use the office of a deacon 10 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 11 διακονησαι G1247 dienen, dient, gediend (ad-)minister (unto), serve, use the office of a deacon 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 λυτρον G3083 rantsoen ransom 18 αντι G473 in plaats van, voor, tegenover for, in the room of 19 πολλων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeus, Bar-timeus, de blinde, aan den weg, bedelende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 En zij kwamenG2064 te JerichoG2410. En als Hij en Zijn discipelenG3101, enG2532 een grote schareG3793 van JerichoG2410 uitgingG1607, zat de zoonG5207 van TimeusG5090, Bar-timeusG924, de blindeG5185, aanG1519 den wegG3598, bedelendeG4319. En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeus, Bar-timeus, de blinde, aan den weg, bedelende.

KJV And1 they came2 to3 Jericho:4 and5 as he7 went6 out of8 Jericho9 with10 his13 disciples12 and14 a great16 number of people,15 blind21 Bartimaeus,19 the son17 of Timaeus,18 sat22 by23 the highway side25 begging.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 ιεριχω G2410 Jericho Jericho 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εκπορευομενου G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 9 ιεριχω G2410 Jericho Jericho 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 16 ικανου G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 17 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 18 τιμαιου G5090 Timeus Timæus 19 βαρτιμαιος G924 Bar-timeus Bartimæus 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 τυφλος G5185 blinden, blind, blinde blind 22 εκαθητο G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 23 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 24 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 26 προσαιτων G4319 bedelende, bedelde beg
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 En horende, dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 EnG2532 horendeG191, datG3754 het JezusG2424 de NazarenerG3480 wasG1510, begonG756 hij te roepenG2896 enG2532 te zeggenG3004: JezusG2424, Gij ZoneG5207 DavidsG1138! ontfermG1653 U mijner. En horende, dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner.

KJV And1 when he heard2 that3 it was Jesus4 of Nazareth,6 he began8 to cry out,9 and10 say,11 Jesus,15 thou Son13 of David,14 have mercy16 on me.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ναζωραιος G3480 Nazarener, NAZARENER, Nazarenen Nazarene, of Nazareth 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 9 κραζειν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 14 δαβιδ G1138 David, Davids David 15 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 16 ελεησον G1653 ontferm, barmhartigheid, ontfermd have compassion (pity on), have (obtain, receive, shew) mercy (on) 17 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel temeer: Gij Zone Davids! ontferm U mijner.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 En velenG4183 bestraftenG2008 hem, opdatG2443 hij zwijgenG4623 zou; maarG1161 hij riepG2896 zoveelG3123 temeerG4183: Gij ZoneG5207 DavidsG1138! ontfermG1653 U mijner. En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel temeer: Gij Zone Davids! ontferm U mijner.

KJV And1 many4 charged2 him3 that5 he should hold his peace:6 but8 he cried11 the more10 a great deal,9 Thou Son12 of David,13 have mercy14 on me.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επετιμων G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 σιωπηση G4623 zwijgen, zweeg stil, Zwijg dumb, (hold) peace 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 πολλω G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 10 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 11 εκραζεν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 12 υιε G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 13 δαβιδ G1138 David, Davids David 14 ελεησον G1653 ontferm, barmhartigheid, ontfermd have compassion (pity on), have (obtain, receive, shew) mercy (on) 15 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 En Jezus, stil staande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen den blinde, zeggende tot hem: Heb goeden moed; sta op; Hij roept u.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 En JezusG2424, stil staandeG2476, zeideG2036, dat men hem roepenG5455 zou; enG2532 zijG846 riepenG5455 den blindeG5185, zeggendeG3004 tot hemG846: Heb goeden moedG2293; staG1453 op; Hij roeptG5455 uG4771. En Jezus, stil staande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen den blinde, zeggende tot hem: Heb goeden moed; sta op; Hij roept u.

KJV And1 Jesus4 stood still,2 and commanded him6 to be called.7 And8 they call9 the blind man,11 saying5 unto him,13 Be of good comfort,14 rise;15 he calleth16 thee.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 στας G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 φωνηθηναι G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 φωνουσιν G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 τυφλον G5185 blinden, blind, blinde blind 12 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 θαρσει G2293 goeden moed, wees welgemoed, Wees welgemoed be of good cheer (comfort) 15 εγειραι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 16 φωνει G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 17 σε G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 En hijG846, zijn mantelG2440 afgeworpenG577 hebbende, stondG450 op, en kwamG2064 totG4314 JezusG2424. En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.

KJV And2 he, casting away3 his6 garment,5 rose,7 and came8 to9 Jesus.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποβαλων G577 Werpt, afgeworpen, weg cast away 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιματιον G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 8 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 9 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 En JezusG2424, antwoordendeG611, zeide tot hemG846: WatG5101 wiltG2309 gij, dat Ik uG4771 doenG4160 zal? En de blindeG5185 zeide tot HemG846: RabboniG4462! datG2443 ik ziendeG308 mag worden. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden.

Ook in dit vers zeideG3004

KJV And1 Jesus6 answered2 and said3 unto him,4 What7 wilt8 thou that I should do9 unto thee?12 The blind man13 said unto him,15 Lord,16 that17 I might receive my sight.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 9 ποιησω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 10 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 τυφλος G5185 blinden, blind, blinde blind 14 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ραββονι G4462 Rabboni, Rabbouni Lord, Rabboni 17 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 18 αναβλεψω G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 En JezusG2424 zeideG2036 tot hemG846: Ga heen, uw geloofG4102 heeft uG4771 behoudenG4982. En terstondG2112 werd hij ziendeG308, en volgdeG190 JezusG2424 opG1722 den wegG3598. En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.

KJV And2 Jesus3 said unto him,5 Go thy way;6 thy faith8 hath made10 thee whole. And12 immediately13 he received his sight,14 and15 followed16 Jesus18 in19 the way.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πιστις G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 σεσωκεν G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 11 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 14 ανεβλεψεν G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ηκολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 17 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 10:1 Johannes 10:40 Johannes 11:7 Jeremia 32:33 Markus 6:34 Mattheüs 19:1 Johannes 18:20 Prediker 12:9 Markus 4:2
Markus 10:2 Mattheüs 23:13 Johannes 8:6 Lukas 11:53 Lukas 5:30 Markus 8:11 Lukas 16:14 Johannes 11:47 Johannes 7:32
Markus 10:3 Galaten 4:21 Jesaja 8:20 Lukas 10:25 Johannes 5:39
Markus 10:4 Deuteronomium 24:1 Mattheüs 5:31 Jesaja 50:1 Mattheüs 19:7 Mattheüs 1:19 Jeremia 3:1
Markus 10:5 Mattheüs 19:8 Handelingen 7:51 Nehemia 9:16 Deuteronomium 9:6 Nehemia 9:26 Deuteronomium 31:27 Hebreeën 3:7
Markus 10:6 Genesis 5:2 Genesis 1:27 2 Petrus 3:4 Markus 13:19 Maleachi 2:14 Genesis 1:1 Genesis 2:20
Markus 10:7 Genesis 2:24 Efeze 5:31 Mattheüs 19:5
Markus 10:8 1 Korinthe 6:16 Genesis 2:24 Efeze 5:28
Markus 10:9 Romeinen 7:1
Markus 10:10 Markus 4:10 Markus 9:28 Markus 9:33
Markus 10:11 Lukas 16:18 Hebreeën 13:4 1 Korinthe 7:4 Mattheüs 19:9 Romeinen 7:3 1 Korinthe 7:10 Mattheüs 5:31
Markus 10:12 1 Korinthe 7:11 1 Korinthe 7:13
Markus 10:13 Mattheüs 19:13 Lukas 18:15 Markus 10:48 Joël 2:16 Markus 9:38 Exodus 10:9 Deuteronomium 31:12
Markus 10:14 Mattheüs 18:10 Mattheüs 18:4 1 Petrus 2:2 Mattheüs 19:14 2 Timotheüs 1:5 2 Timotheüs 3:15 Lukas 18:15 Efeze 4:26
Markus 10:15 Mattheüs 18:3 Lukas 18:17 Johannes 3:3
Markus 10:16 Markus 9:36 Johannes 21:15 Jesaja 40:11 Lukas 24:50 Deuteronomium 28:3 Lukas 2:28 Genesis 48:14
Markus 10:17 Lukas 18:18 Markus 1:40 Mattheüs 19:16 Lukas 10:25 Handelingen 16:30 Handelingen 20:32 Romeinen 10:2 1 Johannes 2:25
Markus 10:18 1 Samuël 2:2 Lukas 18:19 Mattheüs 19:17 Johannes 5:41 Psalmen 36:7 1 Johannes 4:16 Psalmen 86:5 Romeinen 3:12
Markus 10:19 Romeinen 13:9 Exodus 20:12 Lukas 18:20 Romeinen 3:20 Deuteronomium 5:16 Markus 12:28 Galaten 4:21 Lukas 10:26
Markus 10:20 Filippenzen 3:6 Mattheüs 19:20 Jesaja 58:2 Lukas 18:11 Ezechiël 5:14 2 Timotheüs 3:5 Lukas 10:29 Ezechiël 33:31
Markus 10:21 Handelingen 2:45 Lukas 12:33 1 Timotheüs 6:17 Lukas 16:9 Mattheüs 6:19 Mattheüs 19:21 Jakobus 2:10 Markus 8:34
Markus 10:22 1 Timotheüs 6:9 1 Johannes 2:15 Lukas 12:15 Mattheüs 13:22 Efeze 5:5 Ezechiël 33:31 Mattheüs 19:22 2 Timotheüs 4:10
Markus 10:23 Lukas 18:24 Markus 3:5 1 Korinthe 1:26 Markus 5:32 Mattheüs 19:23 Markus 10:15 Johannes 3:5 2 Petrus 1:11
Markus 10:24 Spreuken 11:28 Johannes 13:33 Psalmen 52:7 Johannes 21:5 1 Timotheüs 6:17 Lukas 16:14 1 Johannes 4:4 Spreuken 18:11
Markus 10:25 Mattheüs 23:24 Jeremia 13:23 Lukas 18:25 Mattheüs 19:24 Mattheüs 7:3
Markus 10:26 Lukas 18:26 Lukas 13:23 Markus 7:37 Handelingen 16:31 2 Korinthe 11:23 Romeinen 10:9 Markus 6:51
Markus 10:27 Mattheüs 19:26 Lukas 1:37 Job 42:2 Jeremia 32:17 Lukas 18:27 Jeremia 32:27 Genesis 18:13 Numeri 11:21
Markus 10:28 Lukas 14:33 Lukas 18:28 Mattheüs 19:27 Markus 1:16 Mattheüs 4:20 Mattheüs 4:22 Filippenzen 3:7
Markus 10:29 Openbaring 2:3 Markus 8:35 Genesis 12:1 1 Korinthe 9:23 Hebreeën 11:24 Lukas 22:28 Mattheüs 5:10 Deuteronomium 33:9
Markus 10:30 Filippenzen 3:8 2 Korinthe 6:10 Johannes 16:22 Lukas 18:30 Maleachi 3:10 Openbaring 3:18 Romeinen 6:23 Psalmen 84:11
Markus 10:31 Mattheüs 19:30 Mattheüs 20:16 Lukas 13:30 Mattheüs 21:31 Lukas 7:40 Handelingen 13:46 Romeinen 9:30 Mattheüs 8:11
Markus 10:32 Mattheüs 20:17 Lukas 9:51 Johannes 11:8 Mattheüs 11:25 Zacharia 3:8 Lukas 18:31 Mattheüs 13:11 Johannes 11:16
Markus 10:33 Mattheüs 27:2 Handelingen 3:13 Mattheüs 26:66 Markus 8:31 Mattheüs 16:21 Markus 14:64 Johannes 18:28 Lukas 9:22
Markus 10:34 Mattheüs 26:67 Markus 14:65 Mattheüs 16:21 Lukas 22:63 Psalmen 22:6 Jesaja 50:6 Markus 15:29 Hosea 6:2
Markus 10:35 Mattheüs 20:20 1 Koningen 2:20 Markus 14:33 Markus 1:19 1 Koningen 2:16 2 Samuël 14:4 Markus 5:37 Markus 9:2
Markus 10:36 Markus 10:51 Johannes 15:7 1 Koningen 3:5
Markus 10:37 Mattheüs 19:28 Psalmen 45:9 Markus 16:19 Markus 8:38 1 Petrus 1:11 Lukas 24:26 1 Koningen 22:19 Mattheüs 25:31
Markus 10:38 Lukas 12:50 Johannes 18:11 Markus 14:36 Lukas 22:42 Jesaja 51:22 Romeinen 8:26 Jakobus 4:3 1 Koningen 2:22
Markus 10:39 Handelingen 12:2 Openbaring 1:9 Johannes 15:20 Kolossenzen 1:24 Mattheüs 10:25 Markus 14:31 Markus 14:36 Johannes 17:14
Markus 10:40 Mattheüs 25:34 Johannes 17:24 Mattheüs 20:23 Johannes 17:2 Hebreeën 11:16
Markus 10:41 Romeinen 12:10 Spreuken 13:10 Filippenzen 2:3 Markus 9:33 Lukas 22:24 Jakobus 4:5 Mattheüs 20:24
Markus 10:42 1 Petrus 5:3 Lukas 22:25 Mattheüs 20:25
Markus 10:43 Mattheüs 23:8 1 Korinthe 9:19 Markus 9:35 Lukas 18:14 Mattheüs 20:26 Johannes 13:13 Lukas 9:48 Romeinen 12:2
Markus 10:45 Mattheüs 20:28 Filippenzen 2:5 Johannes 13:14 Titus 2:14 2 Korinthe 8:9 2 Korinthe 5:21 Jesaja 53:10 Johannes 10:15
Markus 10:46 Mattheüs 20:29 Johannes 9:8 Lukas 18:35 Lukas 16:20 Handelingen 3:2 Lukas 16:22
Markus 10:47 Mattheüs 9:27 Lukas 18:36 Markus 1:24 Openbaring 22:16 Jeremia 23:5 Mattheüs 20:30 Mattheüs 1:1 Mattheüs 12:23
Markus 10:48 Mattheüs 19:13 Hebreeën 5:7 Mattheüs 20:31 Lukas 18:1 Markus 7:26 Lukas 18:39 Psalmen 62:12 Genesis 32:24
Markus 10:49 Johannes 11:28 Hebreeën 2:17 Psalmen 145:8 Lukas 18:40 Psalmen 86:15 Mattheüs 20:32 Hebreeën 4:15
Markus 10:50 Hebreeën 12:1 Filippenzen 3:7
Markus 10:51 Markus 10:36 2 Kronieken 1:7 Mattheüs 6:8 Mattheüs 7:7 Filippenzen 4:6 Mattheüs 23:7 Johannes 20:16 Lukas 18:41
Markus 10:52 Mattheüs 9:22 Lukas 7:50 Markus 8:25 Markus 5:34 Mattheüs 9:28 Lukas 9:48 Mattheüs 21:14 Psalmen 146:8
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 10 vers 1

van daar opgestaan zijnde, Namelijk van Kapernaüm, uit het huis, waar Hij tevoren ene vermaning gedaan had aan zijne discipelen.

Hertaald: van daar opgestaan zijnde, Namelijk uit Kapernaüm, uit het huis waar Hij tevoren een vermaning aan Zijn discipelen gedaan had.

de overzijde van de Jordaan; Namelijk ten aanzien van de woestijn. Of, nevens de Jordaan. Zie Matt. 19:1 , enz.

Hertaald: de overzijde van de Jordaan; Namelijk gezien vanuit de woestijn. Of: langs de Jordaan. Zie Matth. 19:1, enzovoort.

scharen kwamen wederom samen bij Hem, Namelijk die Hem uit Galilea gevolgd waren; Matt. 19:2 .

Hertaald: scharen kwamen wederom samen bij Hem, Namelijk de scharen die Hem uit Galilea gevolgd waren; Matth. 19:2.

Markus 10 vers 4

scheidbrief te schrijven, Van den scheidsbrief en dit gehele antwoord van Christus, zie Matt. 19:3 , enz.

Hertaald: scheidbrief te schrijven, Zie over de scheidbrief en over dit hele antwoord van Christus Matth. 19:3, enzovoort.

Markus 10 vers 7

aanhangen; Of, aankleven. Zie Matt. 19:5 .

Hertaald: aanhangen; Of: aankleven. Zie Matth. 19:5.

Markus 10 vers 8

tot een vlees zijn, Dat is, gelijk een lichaam of een mens.

Hertaald: tot een vlees zijn, Dat is: als één lichaam of één mens.

Markus 10 vers 9

samengevoegd heeft, Grieks, tezamen als in een juk ingespannen heeft.

Hertaald: samengevoegd heeft, Grieks: samen als in één juk gespannen heeft.

scheide de mens niet Namelijk tegen of buiten Gods ordonnantie. Of, anders dan om overspel; gelijk uitgedrukt wordt Matt. 5:32 , en Matt. 19:9 .

Hertaald: scheide de mens niet Namelijk tegen of buiten Gods ordening in. Of: anders dan om overspel, zoals uitgedrukt wordt in Matth. 5:32 en Matth. 19:9.

Markus 10 vers 11

tegen haar Namelijk die Hij verlaat, omdat hij de trouw niet houdt, die hij haar beloofd heeft; Mal. 2:14 .

Hertaald: tegen haar Namelijk tegenover haar die hij verlaat, omdat hij de trouw niet houdt die hij haar beloofd heeft; Mal. 2:14.

Markus 10 vers 13

brachten kinderkens tot Hem, Of, droegen.

Hertaald: brachten kinderkens tot Hem, Of: droegen.

aanraken zou; Dat is, met oplegging der handen zegenen, Matt. 19:13 , gelijk Hij gedaan heeft, vs.16.

Hertaald: aanraken zou; Dat is: met oplegging van de handen zegenen, Matth. 19:13, zoals Hij gedaan heeft, vers 16.

Markus 10 vers 15

gelijk een kindeken, Namelijk in eenvoudigheid, oprechtheid en nederigheid.

Hertaald: gelijk een kindeken, Namelijk in eenvoud, oprechtheid en nederigheid.

Markus 10 vers 18

noemt gij Mij goed? Grieks, zegt gij.

Hertaald: noemt gij Mij goed? Grieks: zegt u.

Niemand is goed, dan Een, Zie hiervan de aantekeningen Matt. 19:17 .

Hertaald: Niemand is goed, dan Een, Zie hierover de aantekeningen bij Matth. 19:17.

Markus 10 vers 19

te kort doen; Namelijk hetzij door bedrog of anderszins, waarvoor van Christus gesteld wordt Matt. 19:19 :Gij zult uwen naaste liefhebben als uzelven. Zodat dit als een kort begrip is van al de voorgaande geboden.

Hertaald: te kort doen; Namelijk hetzij door bedrog, hetzij op andere wijze. In plaats daarvan staat bij Christus in Matth. 19:19: u zult uw naaste liefhebben als uzelf. Dat is als een korte samenvatting van alle voorgaande geboden.

Markus 10 vers 21

beminde hem Dat is, toonde Hem tekenen van toegenegenheid, gelijk dit woord somwijlen ook betekent. Want Christus heeft die ook enigszins lief, die zich uiterlijk naar Gods geboden schikken. Zie voorts de aantekeningen Matt. 19:17 , enz.

Hertaald: beminde hem Dat is: Hij toonde hem tekenen van genegenheid, zoals dit woord soms ook betekent. Want Christus heeft ook hen enigszins lief die zich uiterlijk naar Gods geboden schikken. Zie verder de aantekeningen bij Matth. 19:17, enzovoort.

ontbreekt u; Namelijk dat gij niet God en zijn Woord bovenal liefhebt, hetwelk nochtans het voornaamste is in de wet.

Hertaald: ontbreekt u; Namelijk dat u God en Zijn Woord niet boven alles liefhebt, wat toch het voornaamste in de wet is.

verkoop alles, wat gij hebt, Dit was een buitengewoon gebod, hetwelk Christus dezen jongeling geeft om hem te beproeven en zijne onvolmaaktheid te doen blijken.

Hertaald: verkoop alles, wat gij hebt, Dit was een buitengewoon gebod, dat Christus deze jongeman geeft om hem te beproeven en zijn onvolmaaktheid te laten blijken.

Markus 10 vers 22

treurig geworden zijnde over dat woord, Of, onlustig, moeilijk.

Hertaald: treurig geworden zijnde over dat woord, Of: neerslachtig, bezwaard.

goederen Grieks, bezittingen.

Hertaald: goederen Grieks: bezittingen.

Markus 10 vers 25

een kemel ga door het oog van een naald, Zie hiervan de aantekeningen Matt. 19:24 .

Hertaald: een kemel ga door het oog van een naald, Zie hierover de aantekeningen bij Matth. 19:24.

Markus 10 vers 27

Bij de mensen is het onmogelijk, Zie hiervan ook Matt. 19:26 .

Hertaald: Bij de mensen is het onmogelijk, Zie hierover ook Matth. 19:26.

Markus 10 vers 30

honderdvoud, Dat is, veelvoudiglijk, of dat honderdmaal en veel meer waard is dan hetgeen hij verlaat. Want de minste zegen Gods met een geruste conscientie is meer dan al het goed der wereld, 1 Tim. 6:6 .

Hertaald: honderdvoud, Dat is: veelvoudig, of: wat honderdmaal en veel meer waard is dan wat hij verlaat. Want de kleinste zegen van God met een gerust geweten is meer dan al het goed van de wereld, 1 Tim. 6:6.

met de vervolgingen, Dat is, in het midden van alle verdrukkingen.

Hertaald: met de vervolgingen, Dat is: te midden van alle verdrukkingen.

Markus 10 vers 31

eersten zullen de laatsten zijn, Dat is, die in uiterlijken ijver en godsdienstigheid schijnen de eersten te zijn.

Hertaald: eersten zullen de laatsten zijn, Dat is: zij die in uiterlijke ijver en godsdienstigheid de eersten lijken te zijn.

Markus 10 vers 32

ging voor hen; Namelijk om Zijne gewilligheid te tonen tot het lijden.

Hertaald: ging voor hen; Namelijk om Zijn bereidwilligheid tot het lijden te tonen.

bevreesd Omdat Christus hun tevoren gezegd had, gelijk Hij hetzelfde daarna wederom verhaalt wat Hij te Jeruzalem zou moeten lijden, Joh. 11:8 , en zij wisten dat de Joden besloten hadden in hunnen raad Hem te doden, Joh. 11:53 , Joh. 11:57 .

Hertaald: bevreesd Omdat Christus hun tevoren gezegd had — en daarna opnieuw vertelt — wat Hij in Jeruzalem zou moeten lijden, Joh. 11:8. En zij wisten dat de Joden in hun raad besloten hadden Hem te doden, Joh. 11:53, Joh. 11:57.

Markus 10 vers 35

zeggende Namelijk door hunne moeder, gelijk blijkt uit Matt. 20:20 .

Hertaald: zeggende Namelijk door hun moeder, zoals blijkt uit Matth. 20:20.

Markus 10 vers 37

zitten, Zie hiervan Matt. 20:21 .

Hertaald: zitten, Zie hierover Matth. 20:21.

Markus 10 vers 38

drinkbeker drinken, Zie hiervan de verklaring Matt. 20:22 .

Hertaald: drinkbeker drinken, Zie hierover de verklaring bij Matth. 20:22.

Markus 10 vers 40

staat bij Mij niet te geven; Grieks, is mijn ziel; of, staat bij mij niet te geven dan wien het bereid is; zie Matt. 20:23 .

Hertaald: staat bij Mij niet te geven; Grieks: is het Mijne niet; of: staat bij Mij niet te geven, dan aan wie het bereid is; zie Matth. 20:23.

Markus 10 vers 41

zeer kwalijk te nemen Omdat zij meenden dat dit verzoek hun nadelig was.

Hertaald: zeer kwalijk te nemen Omdat zij meenden dat dit verzoek voor hen nadelig was.

Markus 10 vers 42

Gij weet, Zie hiervan ook Matt. 20:25 .

Hertaald: Gij weet, Zie hierover ook Matth. 20:25.

die geacht worden oversten te zijn Of, die zich laten dunken (er voor gehouden willen worden).

Hertaald: die geacht worden oversten te zijn Of: die zich laten voorstaan dat zij het zijn, of die daarvoor gehouden willen worden.

der volken, Anders, der heidenen.

Hertaald: der volken, Anders: van de heidenen.

Markus 10 vers 45

ziel te geven Of, leven.

Hertaald: ziel te geven Of: leven.

een rantsoen voor velen Of, losgeld, dat gegeven wordt voor de verlossing der gevangenen.

Hertaald: een rantsoen voor velen Of: losgeld, dat gegeven wordt voor de vrijkoping van gevangenen.

Markus 10 vers 46

Jericho Deze stad was gelegen bij Gilgal omtrent de Jordaan, van welke zie Joz. 4:19 .

Hertaald: Jericho Deze stad lag bij Gilgal, dicht bij de Jordaan; zie daarover Joz. 4:19.

de zoon van Timeüs, Bar-timeüs, De evangelist Mattheüs zegt van twee blinden; maar Markus verhaalt alleen van dengene, die meest bekend was, en die van beiden meest riep.

Hertaald: de zoon van Timeüs, Bar-timeüs, De evangelist Mattheüs spreekt over twee blinden, maar Markus vertelt alleen over degene die het bekendst was en die van beiden het meest riep.

Markus 10 vers 50

zijn mantel afgeworpen hebbende, Grieks, zijn kleed; dat is zijn opperkleed.

Hertaald: zijn mantel afgeworpen hebbende, Grieks: zijn kleed; dat is: zijn bovenkleed.

Markus 10 vers 51

Rabboni Dit betekent hetzelfde als het woord rabbi, hetwelk uitgelegd wordt meester, Joh. 20:16 .

Hertaald: Rabboni Dit betekent hetzelfde als het woord rabbi, dat vertaald wordt met meester, Joh. 20:16.

Markus 10 vers 52

behouden Dat is, gezond, of ziende gemaakt. Niet dat zulks geschied is uit kracht des geloofs, maar omdat hetzelve op Christus en zijne kracht steunende, een middel daarvan was.

Hertaald: behouden Dat is: gezond of ziende gemaakt. Niet dat dit gebeurd is door de kracht van het geloof, maar omdat het geloof, steunend op Christus en Zijn kracht, daarvan het middel was.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bar-timeüs  — zoon van Timeüs

Een blinde bedelaar, zoon van Timeüs, die bij Jericho aan de weg zat; toen hij hoorde dat Jezus voorbijkwam, riep hij luid om ontferming, en Jezus gaf hem zijn gezicht terug (Mark. 10:46-52).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zelfverloochening (het kruis opnemen)  — Grieks: aparneomai heauton, "zichzelf verloochenen, zichzelf afzeggen" — hetzelfde woord dat Markus gebruikt voor Petrus' verloochening van Christus

Onmiddellijk na de eerste aankondiging van Zijn lijden en na de terechtwijzing van Petrus roept Christus de schare mét Zijn discipelen tot Zich. Dan zegt Hij: zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij (Mark. 8:34). Daarop volgt de tegenstelling die dit onderwijs draagt: wie zijn leven zal willen behouden, zal het verliezen, maar wie het verliezen zal om Zijnentwil en om des Evangelies wil, zal het behouden (Mark. 8:35). En dan twee vragen die geen antwoord verwachten: wat baat het een mens zo hij de gehele wereld won en schade leed aan zijn ziel, en wat zal een mens geven tot lossing van zijn ziel (Mark. 8:36-37)? Het gedeelte sluit met de waarschuwing tegen schaamte: wie zich Zijner en Zijner woorden schaamt in dit geslacht, diens zal de Zoon des mensen Zich schamen als Hij komt in de heerlijkheid Zijns Vaders (Mark. 8:38).

Bijbelse betekenis: Het woord dat hier voor verloochenen staat, is hetzelfde dat Markus later voor Petrus gebruikt bij het vuur: iemand zeggen dat men hem niet kent. Zelfverloochening is dus niet vooral afzien van dingen, maar de eigen persoon niet meer als de beslissende partij erkennen. Het kruis in vers 34 was in die tijd geen sieraad en geen beeldspraak: wie zijn kruis droeg, liep naar zijn terechtstelling. Even opmerkelijk is dat dit onderwijs niet apart aan de twaalf gegeven wordt maar aan de schare erbij — en dat het volgt op de eerste aankondiging van Zijn eigen lijden. Niemand wordt naar een weg geroepen die Hij niet zelf ging.

Typologie: De grond staat in de brieven. Paulus zegt dat hij met Christus gekruist is, en niet meer hij leeft maar Christus in hem (Gal. 2:20), en dat wie Christus toebehoren het vlees gekruist hebben met de bewegingen en begeerlijkheden (Gal. 5:24). Wie gedoopt is, is met Hem begraven opdat hij in nieuwheid des levens wandelt (Rom. 6:4-6). Petrus verbindt het aan het voorbeeld van de Meester: Christus heeft voor ons geleden en ons een voorbeeld nagelaten opdat wij Zijn voetstappen zouden navolgen (1 Petr. 2:21). En de Hebreeënbrief geeft er de blijdschap onder die het draagbaar maakt: Hij heeft om de vreugde die Hem voorgesteld was het kruis verdragen (Hebr. 12:2). Zelfverloochening is daarmee geen zuurheid maar een ruil, en de vraag van Mark. 8:37 heeft haar antwoord in het rantsoen van Mark. 10:45.

Mark. 8:34-38; Mark. 10:45; Rom. 6:4-6; Gal. 2:20; Gal. 5:24; 1 Petr. 2:21; Hebr. 12:2

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

Een rantsoen voor velen — 10:32-45

Zij zijn op weg naar Jeruzalem en Christus loopt voorop. Hij heeft zojuist voor de derde keer gezegd wat daar met Hem gebeuren zal. En terwijl dat nog in de lucht hangt, komen Jakobus en Johannes vragen wie er straks links en rechts van Hem mag zitten.

Op een vraag over de beste plaatsen antwoordt Christus met het waarom van Zijn komst.

De vraag is pijnlijk misplaatst, en Christus wijst haar niet af met een verwijt maar met een tegenvraag: kunt gij den drinkbeker drinken dien Ik drink? Zij zeggen ja, zonder te weten wat zij zeggen.

Dan roept Hij hen allen bijeen en zet de wereld op zijn kop. Bij de volken heersen de oversten, maar zo zal het onder u niet zijn: wie de eerste wil worden, die zij aller dienstknecht.

En dan komt de grond eronder, met het woordje want. Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.

Dat woord rantsoen is de losprijs — het bedrag waarmee iemand vrijgekocht werd uit slavernij of van een doodvonnis. Het staat in dezelfde lijn als de losser uit Leviticus en het lossen van de eerstgeborenen in Exodus. Maar wat hier betaald wordt is geen zilver: Zijn ziel.

En let op dat kleine woord vóór: tot een rantsoen vóór velen. Niet in plaats van niemand, en niet enkel als voorbeeld. Iemand komt vrij omdat een ander betaalt.

Petrus schrijft later precies dat: gij weet dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt, maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam. En Paulus vat het in één zin: Die Zichzelf gegeven heeft tot een rantsoen voor allen.

  1. Exodus 13:13 — Wie God toebehoort, moet gelost worden — met een prijs.
  2. Leviticus 25:25 — De losser koopt terug wat verloren ging.
  3. Jesaja 53:11 — Door Zijn kennis zal Mijn Knecht velen rechtvaardig maken.
  4. Markus 10:45 — Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.
  5. 1 Timotheüs 2:6 — Die Zichzelf gegeven heeft tot een rantsoen voor allen.
  6. 1 Petrus 1:18-19 — Niet met zilver of goud, maar met het dierbaar bloed van Christus.

In het Nieuwe Testament: 1 Timotheüs 2:6; 1 Petrus 1:18-19; Titus 2:14; Filippenzen 2:5-8

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Markus 10

Markus 10:13.KruisverwijzingenMattheüs 19:13Lukas 18:15Markus 10:48Joël 2:16Markus 9:38Exodus 10:9Deuteronomium 31:12
— En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten.
“En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten.”

Zij vonden hen te klein, te onbeduidend, en meenden dat de Meester grotere dingen te doen had. Maar Hij denkt daar niet zo over. Niemand is voor Hem te klein. Hij neemt zelfs de eer van kinderen aan.

Markus 10:14.KruisverwijzingenMattheüs 18:10Mattheüs 18:41 Petrus 2:2Mattheüs 19:142 Timotheüs 1:52 Timotheüs 3:15Lukas 18:15Efeze 4:26
— Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.
“Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.”

Velen van hen komen in dat koninkrijk, en allen die erin komen moeten aan hen gelijk zijn. Het kind is niet het moeilijkste voorwerp van bekering; eerder het tegendeel.

Markus 10:15.KruisverwijzingenMattheüs 18:3Lukas 18:17Johannes 3:3
— Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.
“Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.”

In plaats van wijzer te worden om voor Christus geschikt te zijn, moeten wij ons meer bewust worden van onze onwetendheid. Wij moeten Hem meer vertrouwen, meer van Hem afhankelijk zijn, meer als kinderen worden.

Markus 10:17-18.KruisverwijzingenLukas 18:18Markus 1:40Mattheüs 19:161 Samuël 2:2Lukas 18:19Lukas 10:25Mattheüs 19:17Handelingen 16:30
— En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieen vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beerve? En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.
“En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieen vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beerve? En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.”

Hij ontsluierde Zijn Godheid hier niet voor die jongeman, maar had die even nagedacht, dan had hij haar kunnen zien. Het was een wenk dat Christus meer was dan een mens. Was Hij werkelijk de titel waard die de vrager Hem gaf, dan was Hij God zowel als mens, want er is niemand goed dan Eén, namelijk God.

Hij beantwoordde zijn vraag toch. Het was alsof Hij zei: moet u door uw doen behouden worden, dan is dít wat u te doen hebt. Geen sacramenten waarnemen en plechtigheden doorlopen, maar dít.

Markus 10:19-20.KruisverwijzingenRomeinen 13:9Exodus 20:12Lukas 18:20Filippenzen 3:6Mattheüs 19:20Romeinen 3:20Deuteronomium 5:16Markus 12:28
— Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder. Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af.
“Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder. Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af.”

En dat had hij waarschijnlijk heel zorgvuldig en angstvallig gedaan. En toch had hij al die geboden niet werkelijk zonder gebrek gehouden. Daar zijn wij heel zeker van, maar zijn ogen waren nog niet geopend om zijn eigen tekortkomingen te zien.

In de gewone zin van de woorden had hij deze geboden mogelijk onderhouden, maar Christus toetste of zijn verklaring waar was.

Markus 10:21-22.KruisverwijzingenHandelingen 2:45Lukas 12:331 Timotheüs 6:17Lukas 16:9Mattheüs 6:19Mattheüs 19:211 Timotheüs 6:91 Johannes 2:15
— En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij. Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.
“En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij. Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.”

Er was zoveel beminnelijks aan hem.

Hij wist dat er een zwakke plek in het karakter van de jongeman was. Hij had God nog niet boven alles lief maar had zijn rijkdom lief, en hij leefde ten slotte voor deze wereld.

En zijn er niet velen zo, hoogst onberispelijk van karakter? Niemand kan één smet in hun zeden aanwijzen, maar zij leven zuiver voor zichzelf, geheel om te kopen en te verkopen en gewin te maken. Geen gedachte aan God, behalve de vrees dat zij onder Zijn roede zouden komen. Maar geen gedachte om Hem te dienen en zich voor Zijn eer in te zetten, en ook niet veel gedachten voor hun medemensen.

Christus had de zwarte plek getroffen en die voor hem aangewezen. Zo bewees Hij dat de jongeman geen van beide tafelen van de wet volmaakt gehouden had. Hij had de HEERE niet lief met heel zijn hart, en hij had zijn naaste niet lief als zichzelf.

Markus 10:23-24.KruisverwijzingenLukas 18:24Markus 3:51 Korinthe 1:26Spreuken 11:28Johannes 13:33Psalmen 52:7Johannes 21:51 Timotheüs 6:17
— En Jezus rondom ziende, zeide tot Zijn discipelen: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen! En de discipelen werden verbaasd over deze Zijn woorden. Maar Jezus, wederom antwoordende, zeide tot hen: Kinderen! Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk Gods ingaan!
“En Jezus rondom ziende, zeide tot Zijn discipelen: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen! En de discipelen werden verbaasd over deze Zijn woorden. Maar Jezus, wederom antwoordende, zeide tot hen: Kinderen! Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk Gods ingaan!”

De rabbijnen hadden vrijwel geleerd dat geld overal antwoord op gaf: kon u zoveel geven en zoveel betalen, dan was alles wel met u. Christus ging tegen al zulk onderwijs in en liet zien dat geld in dit opzicht van geen dienst was — sterker nog, dat het dikwijls een hindernis was.

Het is onmogelijk voor een mens om, zonder de hulp van de Geest van God, het Koninkrijk der hemelen in te gaan. Maar wat voor de mens uit zichzelf onmogelijk is, wordt mogelijk gemaakt door de genade en de kracht van God.

Markus 10:25-27.KruisverwijzingenMattheüs 19:26Lukas 1:37Job 42:2Jeremia 32:17Lukas 18:27Jeremia 32:27Genesis 18:13Numeri 11:21
— Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga. En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander: Wie kan dan zalig worden? Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God.
“Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga. En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander: Wie kan dan zalig worden? Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God.”

Het is een onmogelijkheid. Alleen God kan het doen.

Markus 10:28.KruisverwijzingenLukas 14:33Lukas 18:28Mattheüs 19:27Markus 1:16Mattheüs 4:20Mattheüs 4:22Filippenzen 3:7
— En Petrus begon tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.
“En Petrus begon tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.”

Hij sprak alsof zij gedaan hadden wat de rijke man had nagelaten, en kennelijk meende hij dat zij daarvoor beloond moesten worden. Want volgens Mattheüs voegde hij eraan toe: wat zal ons dan geworden?

Markus 10:29-31.KruisverwijzingenOpenbaring 2:3Markus 8:35Genesis 12:11 Korinthe 9:23Hebreeën 11:24Mattheüs 19:30Lukas 22:28Mattheüs 5:10
— En Jezus, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies wil, Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en velen, die de laatsten zijn, de eersten.
“En Jezus, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies wil, Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en velen, die de laatsten zijn, de eersten.”

Bij de eindafrekening zal blijken dat niemand er verlies bij geleden heeft dat hij iets om de Heere Jezus Christus prijsgaf. Al heeft Hij Zijn eigen manier om uit te maken wie de eersten en wie de laatsten zullen zijn.

Markus 10:32.KruisverwijzingenMattheüs 20:17Lukas 9:51Johannes 11:8Mattheüs 11:25Zacharia 3:8Lukas 18:31Mattheüs 13:11Johannes 11:16
— En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;
“En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;”

Zij wisten allen heel goed dat het beslissende ogenblik in de geschiedenis van onze Zaligmaker vlak voor de deur stond, en er lag een soort onbestemde vrees op hen allen.

De dapperste geest in het hele gezelschap was hun gezegende Heere en Meester. Hij wist dat Hij naar Jeruzalem opging om te sterven. U mag Hem dus zien als het Offer dat naar het altaar gaat, of als de Held Die naar de strijd gaat waarin Hij sterven en toch overwinnen zal.

De discipelen mochten wel met heilige moed vervuld zijn, want hun Leidsman ging vooraan. Dat geldt voor heel het leven van alle heiligen: Jezus ging voor hen uit. Al liggen er beproevingen voor hen, en al ligt de donkere rivier zelf voor hen: Jezus gaat voor hen uit. Zij hoeven dus niet bang te zijn Hem te volgen.

Zij wisten niet veel van wat er gebeuren ging, maar een grote neerslachtigheid lag op hun geest. Zij moeten zich verwonderd hebben over de blijmoedige dapperheid van hun Meester, terwijl zij allen bereid waren van deze droevige tocht terug te keren.

Markus 10:33-34.KruisverwijzingenMattheüs 27:2Mattheüs 26:67Markus 14:65Handelingen 3:13Mattheüs 26:66Markus 8:31Mattheüs 16:21Markus 14:64
— Zeggende: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren, en den Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen, en Hem den heidenen overleveren; En zij zullen Hem bespotten, en Hem geselen, en Hem bespuwen, en Hem doden; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.
“Zeggende: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren, en den Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen, en Hem den heidenen overleveren; En zij zullen Hem bespotten, en Hem geselen, en Hem bespuwen, en Hem doden; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.”

Hij achtte het goed dat de twaalven, die vooropgingen, beter dan de anderen op de hoogte waren van de droeve geschiedenis die zo spoedig plaatsvinden zou. Daarom vertelt Hij hun erover in het bijzonder.

Let erop hoe Hij bij Zijn lijden in het bijzonder blijft stilstaan. Hij beschrijft het niet in algemene bewoordingen, maar Hij brengt elke afzonderlijke smaad scherp naar voren: zij zullen Hem bespotten, en Hem geselen, en Hem bespuwen, en Hem doden.

Uit het aantal van deze zinnen blijkt dat onze Zaligmaker heel uitvoerig op Zijn lijden inging, en bij elke bijzonderheid stilstond die Hij duidelijk voorzag. Daarin zien wij Zijn profetische ambt.

Maar het raakt ons meer om te zien dat Hij vooraf wist wat het Hem kosten zou onze zielen te verlossen. Toen de Zaligmaker wist dat de prijs van de vergeving Zijn bloed was, trok Zijn ontferming zich niet terug. Dat was een mededogen als van God Zelf.

Hij wist niet alleen dat Hij sterven moest, maar Hij wist alle omstandigheden van pijn en schande waarmee die dood gepaard zou gaan. Zij zouden Hem veroordelen; Hem aan de heidenen overleveren; Hem bespotten; Hem geselen; Hem bespuwen; Hem doden. Daarom mogen wij Zijn goddelijke moed en Zijn volkomen zelfopoffering bewonderen. Gewone mensen kunnen beloven iets te doen zonder te weten wat het meebrengen zal — Híj niet.

Zo leren wij dat ook wij bij elk punt van het lijden van onze Heere in heilige, dankbare overdenking behoren stil te staan. Daar zit iets in. Hij zou het niet zo uitgedeeld hebben en stuk voor stuk neergelegd hebben zonder bedoeling. Hij wilde dat wij ermee zouden doen wat men oudtijds met het brandoffer deed, toen men het in delen legde.

Wij behoren geen vreemdelingen te zijn aan de voet van het kruis, en evenmin in Gethsemane. Maar wat een blijde slotnoot is er: en ten derden dage zal Hij weder opstaan. De dood kan Hem niet in haar banden houden; het graf kan Hem niet in zijn duistere kerker blijven opsluiten.

Markus 10:35.KruisverwijzingenMattheüs 20:201 Koningen 2:20Markus 14:33Markus 1:191 Koningen 2:162 Samuël 14:4Markus 5:37Markus 9:2
— En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, zeggende: Meester! wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.
“En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, zeggende: Meester! wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.”

Een vreemd verzoek! Lees eerst die woorden: “wij wilden wel, dat Gij ons deedt”. De echte gezindheid van een christen is niet te vragen dat er iets voor hem gedaan wordt. Zij is zijn Meester te vragen wat híj voor Hém doen kan — en in zo’n tijd als deze het allermeest.

Christus was enkel onbaatzuchtigheid, maar Zijn discipelen hadden die les nog niet geleerd. En zie dan hoezeer zij hun eerzucht botvierden: “wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen”.

En toch vraag ik mij af of iemand van ons vrij is van deze gezindheid. Want wanneer de HEERE ons een beetje bestraft en wij niet in alles onze zin krijgen, hoe geneigd zijn wij dan te morren! Moet het naar óns hoofd gaan? Moet de leerling zijn Meester voorschrijven? Moet het kind de heer van het gezin zijn?

Markus 10:36-37.KruisverwijzingenMarkus 10:51Mattheüs 19:28Johannes 15:71 Koningen 3:5Psalmen 45:9Markus 16:19Markus 8:381 Petrus 1:11
— En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe? En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter hand, en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid.
“En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe? En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter hand, en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid.”

De vraag van onze Zaligmaker geeft ons de verstandige les nooit in het duister te beloven. Zegt iemand tegen u: beloof dat u doen zult wat ik ook vraag, volg dan het voorbeeld van Christus en vraag eerst: wat wilt u dat ik voor u doe? Anders kunt u uzelf in uw eigen woorden verstrikken.

Deze jonge mannen hadden het duidelijk nodig dat hun deze vraag gesteld werd, want zij hadden zelf niet grondig overwogen wat zij hun Heere vroegen te doen.

Er was ongetwijfeld veel verkeerds aan dit verzoek, en die kant van de zaak hebt u vaak genoeg horen behandelen. Daarom vraag ik uw aandacht voor wat er góéd aan was.

Deze discipelen toonden hun geloof dat deze zelfde Jezus, Die bespot, gegeseld, bespuwd en gedood zou worden, toch regeren zou. Zij hadden uit Zijn eigen mond de droevige beschrijving gehoord van hoe Hij sterven zou. En toch geloofden zij zo volkomen in Zijn koninkrijk dat zij vroegen in de eer ervan te mogen delen. Ik vind dat een wonderlijk geloof.

Het is waar dat zij eerzuchtig waren, maar hun eerzucht was om dicht bij de Zaligmaker te zijn. Het zou goed zijn als allen die om plaatsen aan de rechter- en de linkerhand vragen, die aan de réchter- en de línkerhand van de Zaligmaker begeerden.

Markus 10:38-39.KruisverwijzingenLukas 12:50Handelingen 12:2Openbaring 1:9Johannes 18:11Markus 14:36Lukas 22:42Jesaja 51:22Romeinen 8:26
— Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word? En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word;
“Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word? En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word;”

Heeft de HEERE ooit tot ons gezegd, wanneer wij aan het bidden waren: “Gij weet niet, wat gij begeert”? Ik vermoed dat dat in zekere zin meestal waar is. Wij verstaan de omvang van de meeste van onze gebeden niet ten volle, en soms vragen wij zo onbedacht dat wij bewijzen dat wij niet weten wat wij vragen.

“Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink?” Het is alsof Hij zegt: kunt u met Mij delen wat Ik in Gethsemane drink, en hoe Ik op Golgotha wegzink?

Zij wisten niet wat zij zeiden, maar zij voelden dat hun liefde zo sterk was dat zij alles delen konden wat met Christus te maken had. Zijn troon? Ja, zij zouden graag aan de rechterhand ervan zitten. Zijn beker? Ja, daaruit kunnen zij drinken. Ondergedompeld worden in Zijn lijden? Ja, die doop kunnen zij verdragen.

Zij waren niet tevreden met zelf eerzuchtig te zijn; zij wilden ook Hém met eerzucht ontsteken. En dat terwijl Hij de nederige, ootmoedige Knecht van God was, Die de macht om kronen en tronen uit te delen voor een tijd afgelegd had. Maar Hij vergat Zichzelf niet, en evenmin de plaats die Hij tegenover de Vader ingenomen had, en zei: het staat bij Mij niet te geven.

Markus 10:43-44.KruisverwijzingenMattheüs 23:81 Korinthe 9:19Markus 9:35Lukas 18:14Mattheüs 20:26Johannes 13:13Lukas 9:48Romeinen 12:2
— Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn. En zo wie van u de eerste zal willen worden, die zal aller dienstknecht zijn.
“Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn. En zo wie van u de eerste zal willen worden, die zal aller dienstknecht zijn.”

En dat is de manier om werkelijk groot te zijn in de gemeente van God: steeds minder te worden in uw eigen achting en bereid te zijn niets te wezen.

De weg omhoog is de weg omlaag. Dat is geen tegenstrijdigheid maar een paradox. Zink weg, en u zult rijzen. Wees bereid de allergeringste te dienen, en u zult eer hebben onder uw broeders. Bedenk dat de Koning der koningen de Dienstknecht van de dienstknechten was.

Markus 10:46-47.KruisverwijzingenMattheüs 20:29Mattheüs 9:27Johannes 9:8Lukas 18:35Lukas 18:36Markus 1:24Lukas 16:20Handelingen 3:2
— En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeus, Bar-timeus, de blinde, aan den weg, bedelende. En horende, dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner.
“En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeus, Bar-timeus, de blinde, aan den weg, bedelende. En horende, dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner.”

Zijn tocht naar de veldslag was nu als een zegetocht, die spoedig vergezeld zou gaan van het wuiven met palmtakken en het roepen van Hosanna.

Jezus de Nazarener: meer wist de schare niet te zeggen. Maar Bartimeüs was veel verder gekomen dan de massa van het volk. Voor hem was het niet Jezus de Nazarener, maar: “Jezus, Gij Zone Davids!”

Markus 10:49-50.KruisverwijzingenJohannes 11:28Hebreeën 2:17Psalmen 145:8Lukas 18:40Psalmen 86:15Mattheüs 20:32Hebreeën 12:1Filippenzen 3:7
— En Jezus, stil staande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen den blinde, zeggende tot hem: Heb goeden moed; sta op; Hij roept u. En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.
“En Jezus, stil staande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen den blinde, zeggende tot hem: Heb goeden moed; sta op; Hij roept u. En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.”

Heb goede moed: dat zou een heel nauwkeurige vertaling zijn van wat zij hem toeriepen.

Blind als hij was, vond hij zijn weg naar de Zaligmaker. Ik vermoed dat zijn oor, geleid door de stem, hem daarbij hielp.

Markus 10:51.KruisverwijzingenMarkus 10:362 Kronieken 1:7Mattheüs 6:8Mattheüs 7:7Filippenzen 4:6Mattheüs 23:7Johannes 20:16Lukas 18:41
— En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden.
“En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden.”

Ziet u hier een zachte bestraffing die de Zaligmaker aan Jakobus en Johannes geeft? Aan hen zei Hij: “Wat wilt gij, dat Ik u doe?” En nu is hier een blinde bedelaar, en Hij stelt hem liefelijk dezelfde vraag.

En hier had Bartimeüs Johannes en Jakobus wel beschaamd kunnen maken. Hij vroeg niet om tronen of koninkrijken. Zijn verzoek was eenvoudig gesteld, maar het was hoogst eerbiedig en zelfs aanbiddend tot Christus gericht.

Markus 10:52.KruisverwijzingenMattheüs 9:22Lukas 7:50Markus 8:25Markus 5:34Mattheüs 9:28Lukas 9:48Mattheüs 21:14Psalmen 146:8
— En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.
“En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.”

Het is heel opmerkelijk dat u de Heere Jezus Christus niet vaak een gunst ziet verlenen zonder die aan een of andere voortreffelijkheid in de ontvanger toe te schrijven. Meestal is het: groot is uw geloof, of iets van dien aard.

Dat is heel opmerkelijk, want wij weten dat er in die mensen werkelijk niets was waardoor zij Zijn grote gunst verdienden.

U zult merken dat het dikwijls de manier van de Zaligmaker is om de eer van Zijn eigen werk aan het geloof van de patiënt te geven. Uw geloof heeft u behouden, zegt Hij. Terwijl u en ik, als wij iets goeds doen, er heel bezorgd voor zijn dat niemand anders er de eer voor krijgt.

Wij willen graag alle eer op onszelf gelegd zien. Maar Jezus zegt niet: Ík heb u behouden — al was dat waar genoeg. Hij zegt: uw geloof heeft u behouden.

En waarom, denkt u, neemt Christus de kroon van Zijn eigen hoofd om die op het hoofd van het geloof te zetten? Omdat Hij het geloof liefheeft, en omdat het geloof die kroon zeker niet dragen zal maar haar aan Zijn voeten leggen. Want van alle genadegaven is het geloof het zekerst zichzelf te verloochenen en alles toe te schrijven aan Hem op Wie zij vertrouwt.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Breng kinderen tot Christus, niet ten doop

Doop Preken

Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert hen niet, want derzulken is het Koninkrijk Gods. Een krachtige preek van Spurgeon over kinderdoop.

De blinde bedelaar

Preken

En zij kwamen in Jericho. En toen Hij en Zijn discipelen en een grote menigte Jericho uitgingen, zat de zoon van Timeüs, Bartimeüs, de blinde, aan de weg…

Uitgenodigd om te komen

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

En Jezus stilstaande, zeide dat men hem roepen zou; en zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Heb goede moed, sta op, Hij roept u. Markus 10:49 Jezus…

Bij Jezus komen

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus. Markus 10:50 De blinde te Jericho bleef niet halverwege staan, maar door Jezus’ woord opgewekt, ging…

Haast u 

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op en kwam tot Jezus. Markus 10:50 Hij stond op. Hij had tot nu toe gezeten. Gezeten in zijn mantel, die…

Wat Bartimeüs kon en wat u kunt

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

En Jezus, stilstaande, zeide dat men hem roepen zou; en zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Heb goede moed; sta op; Hij roept u. Markus 10:49 Bartimeüs…

Kom als een kind

Met Spurgeon Het Jaar Door

Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt gelijk een kindeke, die zal in hetzelve geenszins ingaan. Markus 10:15 Wat is het mijn wens dat…

Kom nu tot de Heere

Met Spurgeon Het Jaar Door

Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt gelijk een kindeke, die zal in hetzelve geenszins ingaan. Markus 10:15 Het onderwijs van Christus was niet…

De ergenis van Jezus

Met Spurgeon Het Jaar Door

Maar Jezus dat ziende, nam het zeer kwalijk. Markus 10:14 De Heere Jezus was niet vaak geïrriteerd, en zeker was Hij niet vaak zéér geïrriteerd - en als…

Ouders, onderwijs uw kinderen!

Met Spurgeon Het Jaar Door

En zij brachten kinderkens tot Hem opdat Hij hen aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen die hen tot Hem brachten. Markus 10:13 Ouders zondigen wanneer ze de godsdienst weglaten…

Veracht de kleine kinderen niet

Met Spurgeon Het Jaar Door

En zij brachten kinderkens tot Hem opdat Hij hen aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen die hen tot Hem brachten. Markus 10:13 Sommigen hebben de kinderen tegengehouden doordat…

Breng de kinderen tot Jezus

Met Spurgeon Het Jaar Door

En zij brachten kinderkens tot Hem opdat Hij hen aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen die hen tot Hem brachten. Markus 10:13 Dat de apostelen de kinderen bestraften, kwam…

De tederheid van Christus als voorbeeld

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

Onze Heere Jezus Christus heeft nog nooit een volgeling afgewezen omdat hij jong is in het geloof. Verre van dat. In Zijn oneindige tederheid, is Hij blij om…

Hebt goede moed, Hij roept u

Preken

En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeüs, Bartimeüs de blinde, aan de…

Persoonlijke uitnodiging

Korte Overdenkingen

En Jezus stilstaande, zeide dat men hem roepen zou; en zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Heb goede moed, sta op, Hij roept u. Markus 10:49 Bent…

Christus alleen

Korte Overdenkingen

En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op en kwam tot Jezus. Markus 10:50 Bartimeüs dankte hun niet voor hun troost. Hij vertoefde geen minuut om die aan…

Tegenwind

Korte Overdenkingen

Jezus, stilstaande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Hebt goede moed: sta op; Hij roept u. Markus 10:49 Hier bij…

Zielenheil

Korte Overdenkingen

En Jezus, stilstaande, zeide dat men hem roepen zou; en zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Hebt goede moed: sta op; Hij roept u. Markus 10:49 Zou…

Jezus’ weg

Korte Overdenkingen

En volgde Jezus op de weg. Markus 10:52c De weg van Jezus werd Bartimeüs’ weg. Hij zei metterdaad: „Heere, laat mij U mogen volgen. Ik kan nu zelf…

Hoort Hij wel?

Korte Overdenkingen

En Jezus stilstaande, zeide dat men hem roepen zou; en zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Heb goede moed, sta op, Hij roept u. Markus 10:49 Er…

Goede moed

Korte Overdenkingen

En Jezus, stilstaande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Hebt goede moed: sta op; Hij roept u. Markus 10:49 Wanneer…

Houd moed

Korte Overdenkingen

En Jezus stilstaande, zeide dat men hem roepen zou; en zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Heb goede moed, sta op, Hij roept u. Markus 10:49 De…

Voor zoekers

Korte Overdenkingen

En Jezus, stilstaande, zeide dat men hem roepen zou; en zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Heb goede moed, sta op; Hij roept u. Markus 10:49 Bartiméus…

Bestraffing

Korte Overdenkingen

En Jezus, stilstaande, zeide dat men hem roepen zou; en zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Hebt goede moed: sta op; Hij roept u. Markus 10:49 De ontmoediging…

Verberg niets!

Korte Overdenkingen

En terstond werd hij ziende en volgde Jezus op de weg. Markus 10:52b Stort heel uw ziel uit en verberg niets voor Jezus. Kom ermee voor de dag!…

Standvastig

Korte Overdenkingen

Hij (…) volgde Jezus op de weg. Markus 10:52c Deze Bartimeüs, de zoon van Timeüs, is een uitnemend man. Zodra hij zien kan, bemerken wij nog beter zijn standvastig,…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content