Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Lukas 6

1 En het geschiedde op den tweeden eersten sabbat, dat Hij door het gezaaide ging; en Zijn discipelen plukten aren, en aten ze, die wrijvende met de handen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschieddeG1096 opG1722 den tweeden eerstenG1207 sabbatG4521, dat HijG846 door het gezaaideG4702 ging; en Zijn discipelenG3101 pluktenG5089 arenG4719, en atenG2068 ze, die wrijvendeG5597 met de handenG5495. En het geschiedde op den tweeden eersten sabbat, dat Hij door het gezaaide ging; en Zijn discipelen plukten aren, en aten ze, die wrijvende met de handen.

KJV And2 it came to pass1 on3 the second5 sabbath4 after the first, that he7 went6 through8 the corn fields;10 and11 his15 disciples14 plucked12 the ears of corn,17 and18 did eat,19 rubbing20 them in their hands.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 σαββατω G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 5 δευτεροπρωτω G1207 tweeden eersten second … after the first 6 διαπορευεσθαι G1279 doorreisden, doorreizen, reisde go through, journey in, pass by 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σποριμων G4702 gezaaide corn(-field) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ετιλλον G5089 plukken, plukten pluck 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 σταχυας G4719 aren, aar ear (of corn) 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ησθιον G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 20 ψωχοντες G5597 wrijvende rub 21 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 χερσιν G5495 handen, hand hand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En sommigen der Farizeen zeiden tot hen: Waarom doet gij, wat niet geoorloofd is te doen op de sabbatten?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG1161 sommigenG5100 der FarizeenG5330 zeidenG2036 tot henG846: WaaromG5101 doetG4160 gij, wat nietG3756 geoorloofdG1832 is te doenG4160 opG1722 de sabbattenG4521? En sommigen der Farizeen zeiden tot hen: Waarom doet gij, wat niet geoorloofd is te doen op de sabbatten?

KJV And2 certain1 of the Pharisees4 said unto them,6 Why7 do ye8 that which9 is11 not10 lawful to do12 on13 the sabbath days?

1 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 5 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 12 ποιειν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 σαββασιν G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Jezus, hun antwoordende, zeide: Hebt gij ook dat niet gelezen, hetwelk David deed, wanneer hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En JezusG2424, hunG846 antwoordendeG611, zeideG2036: Hebt gij ook dat niet gelezenG314, hetwelkG3739 DavidG1138 deedG4160, wanneer hemG846 hongerdeG3983, enG2532 dengenen, die metG3326 hemG846 warenG1510? En Jezus, hun antwoordende, zeide: Hebt gij ook dat niet gelezen, hetwelk David deed, wanneer hem hongerde, en dengenen, die met hem waren?

Ook in dit vers totG4314

KJV And1 Jesus7 answering2 them3 said, Have ye10 not8 read so much as this, what11 David13 did,12 when14 himself4 was an hungred,15 and17 they which6 were with19 him;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 9 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 ανεγνωτε G314 gelezen, leest, lezen read 11 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 13 δαβιδ G1138 David, Davids David 14 οποτε G3698 when 15 επεινασεν G3983 hongerde, hongerig, hongeren be an hungered 16 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 οντες G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, en de toonbroden genomen en gegeten heeft, en ook gegeven dengenen, die met hem waren, welke niet zijn geoorloofd te eten, dan alleen den priesteren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 HoeG5613 hij ingegaanG1525 is inG1519 het huisG3624 GodsG2316, enG2532 de toonbrodenG740 genomenG2983 enG2532 gegetenG5315 heeft, enG2532 ookG2532 gegevenG1325 dengenen, die metG3326 hemG846 waren, welkeG3739 niet zijn geoorloofdG1832 te etenG5315, dan alleen den priesterenG2409. Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, en de toonbroden genomen en gegeten heeft, en ook gegeven dengenen, die met hem waren, welke niet zijn geoorloofd te eten, dan alleen den priesteren.

KJV How1 he went2 into3 the house5 of God,7 and8 did take13 and14 eat15 the shewbread,10 and16 gave17 also18 to them that were with20 him;21 which22 it is24 not23 lawful to eat25 but for the priests30 alone?

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 προθεσεως G4286 voornemen, toonbroden purpose, shew(-bread) 13 ελαβεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εφαγεν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 23 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 24 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 25 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 26 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 27 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 28 μονους G3441 alleen, enig alone, only, by themselves 29 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 ιερεις G2409 priester, priesters, priesteren (high) priest
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Hij zeide tot hen: De Zoon des mensen is een Heere ook van den sabbat.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: De ZoonG5207 des mensenG444 isG1510 een HeereG2962 ookG2532 van den sabbatG4521. En Hij zeide tot hen: De Zoon des mensen is een Heere ook van den sabbat.

KJV And1 he said2 unto them,3 That4 the Son8 of man10 is Lord5 also11 of the sabbath.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 σαββατου G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En het geschiedde ook op een anderen sabbat, dat Hij in de synagoge ging, en leerde. En daar was een mens, en zijn rechterhand was dor.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En het geschieddeG1096 ookG2532 op een anderen sabbatG4521, dat HijG846 in de synagogeG4864 ging, en leerdeG1321. En daar was een mensG444, en zijnG1510 rechterhandG1188 was dorG3584. En het geschiedde ook op een anderen sabbat, dat Hij in de synagoge ging, en leerde. En daar was een mens, en zijn rechterhand was dor.

KJV And2 it came to pass1 also3 on4 another5 sabbath,6 that he8 entered7 into9 the synagogue11 and12 taught:13 and14 there16 was a man17 whose18 right23 hand20 was withered.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 ετερω G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 6 σαββατω G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 7 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 συναγωγην G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 διδασκειν G1321 lerende, leerde, leren teach 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 17 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 χειρ G5495 handen, hand hand 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 δεξια G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 24 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 25 ξηρα G3584 dorre, dor, droge dry land, withered
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de Schriftgeleerden en de Farizeen namen Hem waar, of Hij op den sabbat genezen zou; opdat zij enige beschuldiging tegen Hem mochten vinden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En de SchriftgeleerdenG1122 en de FarizeenG5330 namenG3906 Hem waar, ofG1487 Hij opG1722 den sabbatG4521 genezenG2323 zou; opdatG2443 zij enige beschuldigingG2724 tegen Hem mochten vindenG2147. En de Schriftgeleerden en de Farizeen namen Hem waar, of Hij op den sabbat genezen zou; opdat zij enige beschuldiging tegen Hem mochten vinden.

KJV And2 the scribes5 and6 Pharisees8 watched1 him,3 whether9 he would heal13 on10 the sabbath day;12 that14 they might find15 an accusation16 against him.

1 παρετηρουν G3906 namen, bewaarden, onderhoudt observe, watch 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 9 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 σαββατω G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 13 θεραπευσει G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 14 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 15 ευρωσιν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 16 κατηγοριαν G2724 beschuldiging accusation (X -ed) 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Doch Hij kende hun gedachten, en zeide tot den mens, die de dorre hand had: Rijs op, en sta in het midden. En hij opgestaan zijnde, stond overeind.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 DochG1161 Hij kendeG1492 hun gedachtenG1261, en zeideG2036 tot den mensG444, die de dorreG3584 handG5495 hadG2192: RijsG1453 op, en staG2476 inG1519 het middenG3319. En hij opgestaanG450 zijnde, stondG2476 overeind. Doch Hij kende hun gedachten, en zeide tot den mens, die de dorre hand had: Rijs op, en sta in het midden. En hij opgestaan zijnde, stond overeind.

KJV But2 he1 knew3 their6 thoughts,5 and7 said to the man10 which4 had13 the withered12 hand,15 Rise up,16 and17 stand forth18 in19 the midst.21 And23 he arose24 and stood forth.

1 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηδει G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 διαλογισμους G1261 overleggingen, gedachten, overlegging dispute, doubtful(-ing), imagination, reasoning, thought 6 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ξηραν G3584 dorre, dor, droge dry land, withered 13 εχοντι G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 χειρα G5495 handen, hand hand 16 εγειραι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 στηθι G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 μεσον G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 22 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 24 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 25 εστη G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zo zeide dan Jezus tot hen: Ik zal u vragen: Wat is geoorloofd op de sabbatten, goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te verderven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 ZoG3767 zeideG2036 dan JezusG2424 totG4314 henG846: Ik zal uG4771 vragenG1905: WatG5101 is geoorloofdG1832 op de sabbattenG4521, goedG15 te doen, ofG2228 kwaadG2554 te doen, een mensG5590 te behoudenG4982, ofG2228 te verdervenG622? Zo zeide dan Jezus tot hen: Ik zal u vragen: Wat is geoorloofd op de sabbatten, goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te verderven?

KJV Then2 said Jesus4 unto5 them,6 I will ask7 you one thing;10 Is it lawful14 on the sabbath days16 to do good,17 or18 to do evil?19 to save21 life,20 or22 to destroy

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 επερωτησω G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 8 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 10 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 14 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 15 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 σαββασιν G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 17 αγαθοποιησαι G15 goed, weldoende, weldoet (when) do good (well) 18 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 19 κακοποιησαι G2554 kwaad do(ing) evil 20 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 21 σωσαι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 22 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 23 απολεσαι G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En hen allen rondom aangezien hebbende, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij deed alzo; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En hen allenG3956 rondom aangezienG4017 hebbende, zeideG2036 Hij tot den mensG444: StrekG1614 uw handG5495 uit. En hij deedG4160 alzoG3779; en zijn handG5495 werd hersteldG600, gezondG5199 gelijkG5613 de andere. En hen allen rondom aangezien hebbende, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij deed alzo; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.

KJV And1 looking round about upon2 them4 all,3 he said unto the man,7 Stretch forth8 thy hand.10 And13 he did14 so:15 and16 his20 hand19 was restored17 whole21 as22 the other.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 περιβλεψαμενος G4017 rondom aangezien, rondom ziende, overzien look (round) about (on) 3 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 εκτεινον G1614 strekte, Strek, uitstrekkende cast, put forth, stretch forth (out) 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 χειρα G5495 handen, hand hand 11 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 15 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αποκατεσταθη G600 hersteld, oprichten, wedergegeven restore (again) 18 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 χειρ G5495 handen, hand hand 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 υγιης G5199 gezond, genezen sound, whole 22 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 23 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 αλλη G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij werden vervuld met uitzinnigheid, en spraken samen met elkander, wat zij Jezus doen zouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zijG846 werden vervuldG4130 met uitzinnigheidG454, en spraken samenG1255 met elkanderG240, watG5101 zij JezusG2424 doenG4160 zouden. En zij werden vervuld met uitzinnigheid, en spraken samen met elkander, wat zij Jezus doen zouden.

Ook in dit vers totG4314

KJV And2 they1 were filled3 with madness;4 and5 communed6 one with another7 what9 they might do11 to Jesus.

1 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επλησθησαν G4130 vervuld, vulden, gevuld accomplish, full (…come), furnish 4 ανοιας G454 uitzinnigheid folly, madness 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 διελαλουν G1255 gesproken, spraken samen commune, noise abroad 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 11 ποιησειαν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En het geschiedde in die dagen, dat Hij uitging naar den berg, om te bidden, en Hij bleef den nacht over in het gebed tot God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En het geschieddeG1096 in die dagenG2250, datG3778 Hij uitgingG1831 naarG1519 den bergG3735, om te biddenG4336, en Hij bleef den nachtG1273 over in het gebedG4335 tot GodG2316. En het geschiedde in die dagen, dat Hij uitging naar den berg, om te bidden, en Hij bleef den nacht over in het gebed tot God.

KJV And2 it came to pass1 in3 those days,5 that he went out7 into8 a mountain10 to pray,11 and12 continued all night14 in15 prayer17 to God.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ημεραις G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 6 ταυταις G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 11 προσευξασθαι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 διανυκτερευων G1273 nacht continue all night 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 προσευχη G4335 gebeden, gebed, bidden X pray earnestly, prayer 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En als het dag was geworden, riep Hij Zijn discipelen tot Zich, en verkoos er twaalf uit hen, die Hij ook apostelen noemde:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 als het dagG2250 was geworden, riepG4377 Hij Zijn discipelenG3101 tot Zich, enG2532 verkoosG1586 er twaalfG1427 uitG575 hen, dieG3739 Hij ookG2532 apostelenG652 noemdeG3687: En als het dag was geworden, riep Hij Zijn discipelen tot Zich, en verkoos er twaalf uit hen, die Hij ook apostelen noemde:

KJV And1 when2 it was3 day,4 he called5 unto him his8 disciples:7 and9 of11 them12 he chose10 twelve,13 whom14 also15 he named17 apostles;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 3 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 προσεφωνησεν G4377 riep, toeroepen, aansprak call unto, speak (un-)to 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εκλεξαμενος G1586 uitverkoren, verkiezen, verkoren make choice, choose (out), chosen 11 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 12 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 14 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αποστολους G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent 17 ωνομασεν G3687 genoemd, genaamd, noemde call, name
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Namelijk Simon, welken Hij ook Petrus noemde; en Andreas zijn broeder, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartholomeus;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Namelijk SimonG4613, welkenG3739 HijG846 ookG2532 PetrusG4074 noemdeG3687; enG2532 AndreasG406 zijn broederG80, JakobusG2385 enG2532 JohannesG2491, FilippusG5376 enG2532 BartholomeusG918; Namelijk Simon, welken Hij ook Petrus noemde; en Andreas zijn broeder, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartholomeus;

KJV Simon,1 (whom2 he also3 named4 Peter,)5 and6 Andrew7 his10 brother,9 James11 and12 John,13 Philip14 and15 Bartholomew,

1 σιμωνα G4613 Simon, Simons Simon 2 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ωνομασεν G3687 genoemd, genaamd, noemde call, name 5 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ανδρεαν G406 Andreas Andrew 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ιακωβον G2385 Jakobus, Jakobi James 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ιωαννην G2491 Johannes John 14 φιλιππον G5376 Filippus, Filippi Philip 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 βαρθολομαιον G918 Bartholomeus Bartholomeus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Mattheus en Thomas, Jakobus, den zoon van Alfeus, en Simon genaamd Zelotes;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 MattheusG3156 enG2532 ThomasG2381, JakobusG2385, den zoon van AlfeusG256, enG2532 SimonG4613 genaamdG2564 ZelotesG2208; Mattheus en Thomas, Jakobus, den zoon van Alfeus, en Simon genaamd Zelotes;

KJV Matthew1 and2 Thomas,3 James4 the5 son of Alphaeus,7 and8 Simon9 called11 Zelotes,

1 ματθαιον G3156 Mattheus Matthew 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 θωμαν G2381 Thomas Thomas 4 ιακωβον G2385 Jakobus, Jakobi James 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αλφαιου G256 Alfeus Alpheus 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 σιμωνα G4613 Simon, Simons Simon 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 καλουμενον G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 12 ζηλωτην G2207 ijverig, ijveraar, ijveraars zealous

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Judas, den broeder van Jakobus, en Judas Iskariot, die ook de verrader geworden is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 JudasG2455, den broeder van JakobusG2385, enG2532 JudasG2455 IskariotG2469, dieG3739 ookG2532 de verraderG4273 gewordenG1096 is. Judas, den broeder van Jakobus, en Judas Iskariot, die ook de verrader geworden is.

KJV And Judas1 the brother of James,2 and3 Judas4 Iscariot,5 which6 also7 was8 the traitor.

1 ιουδαν G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 2 ιακωβου G2385 Jakobus, Jakobi James 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ιουδαν G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 5 ισκαριωτην G2469 Iskariot Iscariot 6 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 9 προδοτης G4273 Verraders, verrader, verraders betrayer, traitor
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En met hen afgekomen zijnde, stond Hij op een vlakke plaats, en met Hem de schare Zijner discipelen, en een grote menigte des volks van geheel Judea en Jeruzalem, en van den zeekant van Tyrus en Sidon;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 met hen afgekomenG2597 zijnde, stondG2476 Hij opG1909 een vlakkeG3977 plaatsG5117, enG2532 met Hem de schareG3793 Zijner discipelenG3101, enG2532 een grote menigteG4128 des volksG2992 vanG575 geheelG3956 JudeaG2449 enG2532 JeruzalemG2419, enG2532 van den zeekantG3882 van TyrusG5184 enG2532 SidonG4605; En met hen afgekomen zijnde, stond Hij op een vlakke plaats, en met Hem de schare Zijner discipelen, en een grote menigte des volks van geheel Judea en Jeruzalem, en van den zeekant van Tyrus en Sidon;

Ook in dit vers genezenG2390

KJV And1 he came down2 with3 them,4 and stood5 in6 the plain,8 and9 the company10 of his12 disciples,11 and13 a great15 multitude14 of people17 out of18 all19 Judaea21 and22 Jerusalem,23 and24 from the sea coast26 of Tyre27 and28 Sidon,29 which30 came31 to hear32 him,33 and34 to be healed35 of36 their39 diseases;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 καταβας G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 3 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εστη G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 6 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 τοπου G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 8 πεδινου G3977 vlakke plain 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 11 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 πληθος G4128 menigte, hoop, menigten bundle, company, multitude 15 πολυ G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 λαου G2992 volk, volks, volke people 18 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 19 πασης G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 20 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ιουδαιας G2449 Judea Judæa 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 παραλιου G3882 zeekant sea coast 27 τυρου G5184 Tyrus Tyre 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 σιδωνος G4605 Sidon, Sidonis Sidon 30 οι G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 31 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 32 ακουσαι G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 33 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 34 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 35 ιαθηναι G2390 gezond, genezen, geneze heal, make whole 36 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 37 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 38 νοσων G3554 ziekten, ziekte disease, infirmity, sickness 39 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Die gekomen waren, om Hem te horen, en om van hun ziekten genezen te worden, en die van onreine geesten gekweld waren; en zij werden genezen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Die gekomen waren, om Hem te horenG191, en om van hun ziektenG3554 genezen te worden, en die vanG5259 onreineG169 geestenG4151 gekweldG3791 waren; en zij werden genezen. Die gekomen waren, om Hem te horen, en om van hun ziekten genezen te worden, en die van onreine geesten gekweld waren; en zij werden genezen.

Ook in dit vers genezenG2323

KJV And1 they that were vexed3 with4 unclean6 spirits:5 and7 they were healed.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 οχλουμενοι G3791 gekweld vex 4 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 5 πνευματων G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 6 ακαθαρτων G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εθεραπευοντο G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En al de schare zocht Hem aan te raken; want er ging kracht van Hem uit, en Hij genas ze allen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 EnG2532 alG3956 de schareG3793 zochtG2212 Hem aan te rakenG680; wantG3754 er ging krachtG1411 van HemG846 uit, enG2532 Hij genasG2390 ze allenG3956. En al de schare zocht Hem aan te raken; want er ging kracht van Hem uit, en Hij genas ze allen.

KJV And1 the whole2 multitude4 sought5 to touch6 him:7 for8 there went12 virtue9 out10 of him,11 and13 healed14 them all.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 εζητει G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 6 απτεσθαι G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 δυναμις G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 10 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εξηρχετο G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ιατο G2390 gezond, genezen, geneze heal, make whole 15 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zeide: Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG2532 HijG846, Zijn ogenG3788 opslaandeG1869 over Zijn discipelenG3101, zeideG3004: ZaligG3107 zijt gij, armenG4434, wantG3754 uwer isG1510 het KoninkrijkG932 GodsG2316. En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zeide: Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.

KJV And1 he2 lifted up3 his6 eyes5 on7 his10 disciples,9 and said,11 Blessed12 be ye poor:14 for15 yours16 is the kingdom19 of God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 επαρας G1869 opheffende, verheft, verhieven exalt self, poise (lift, take) up 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οφθαλμους G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 μακαριοι G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πτωχοι G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 υμετερα G5212 uw, het uwe your (own) 17 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zalig zijt gij, die nu hongert; want gij zult verzadigd worden. Zalig zijt gij, die nu weent; want gij zult lachen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 ZaligG3107 zijt gij, die nu hongertG3983; wantG3754 gij zult verzadigdG5526 worden. ZaligG3107 zijt gij, die nu weentG2799; wantG3754 gij zult lachenG1070. Zalig zijt gij, die nu hongert; want gij zult verzadigd worden. Zalig zijt gij, die nu weent; want gij zult lachen.

KJV Blessed1 are ye that hunger3 now:4 for5 ye shall be filled.6 Blessed7 are ye that weep9 now:10 for11 ye shall laugh.

1 μακαριοι G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πεινωντες G3983 hongerde, hongerig, hongeren be an hungered 4 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 χορτασθησεσθε G5526 verzadigd, verzadigen feed, fill, satisfy 7 μακαριοι G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 κλαιοντες G2799 weent, wenende, weende bewail, weep 10 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 γελασετε G1070 lachen, lacht laugh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten, en wanneer zij u afscheiden, en smaden, en uw naam als kwaad verwerpen, om des Zoons des mensen wil.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 ZaligG3107 zijtG1510 gij, wanneer u de mensenG444 hatenG3404, enG2532 wanneer zij uG4771 afscheidenG873, enG2532 smadenG3679, enG2532 uw naamG3686 alsG5613 kwaadG4190 verwerpenG1544, om des ZoonsG5207 des mensenG444 wilG1752. Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten, en wanneer zij u afscheiden, en smaden, en uw naam als kwaad verwerpen, om des Zoons des mensen wil.

KJV Blessed1 are ye, when3 men7 shall hate4 you, and8 when9 they shall separate10 you from their company, and12 shall reproach13 you, and14 cast out15 your name17 as19 evil,20 for the Son23 of man's25 sake.

1 μακαριοι G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 2 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 4 μισησωσιν G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 5 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ανθρωποι G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 10 αφορισωσιν G873 afgezonderd, afscheiden, scheidde divide, separate, sever 11 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ονειδισωσιν G3679 smaden, gesmaad, smaadden cast in teeth, (suffer) reproach, revile, upbraid 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εκβαλωσιν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 18 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 19 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 20 πονηρον G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 21 ενεκα G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 υιου G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Verblijdt u in dien dag, en zijt vrolijk; want, ziet, uw loon is groot in den hemel; want hun vaders deden desgelijks den profeten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 VerblijdtG5463 uG4771 inG1722 dienG1565 dagG2250, enG2532 zijt vrolijkG4640; wantG1063, zietG3708, uw loonG3408 is groot inG1722 den hemelG3772; wantG1063 hunG846 vadersG3962 dedenG4160 desgelijks den profetenG4396. Verblijdt u in dien dag, en zijt vrolijk; want, ziet, uw loon is groot in den hemel; want hun vaders deden desgelijks den profeten.

KJV Rejoice ye1 in2 that3 day,5 and6 leap for joy:7 for,9 behold, your reward11 is great13 in14 heaven:16 for19 in17 the like manner did20 their25 fathers24 unto the prophets.

1 χαιρετε G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 2 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 3 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 σκιρτησατε G4640 sprong, vrolijk leap (for joy) 8 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 9 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μισθος G3408 loon hire, reward, wages 12 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 13 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 17 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 18 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 20 εποιουν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 21 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 προφηταις G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 23 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 25 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Maar wee u, gij rijken, want gij hebt uw troost weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Maar weeG3759 u, gij rijkenG4145, wantG3754 gij hebt uw troostG3874 wegG568. Maar wee u, gij rijken, want gij hebt uw troost weg.

KJV But1 woe2 unto you that are rich!5 for6 ye have received7 your consolation.

1 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 2 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πλουσιοις G4145 rijk, rijken, rijke rich 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 απεχετε G568 weg, houdt, ontvangen be, have, receive 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 παρακλησιν G3874 vertroosting, vermaning, vermanen comfort, consolation, exhortation, intreaty 10 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Wee u, die verzadigd zijt, want gij zult hongeren. Wee u, die nu lacht, want gij zult treuren en wenen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 WeeG3759 uG4771, die verzadigdG1705 zijt, wantG3754 gij zult hongerenG3983. WeeG3759 uG4771, die nu lachtG1070, wantG3754 gij zult treurenG3996 enG2532 wenenG2799. Wee u, die verzadigd zijt, want gij zult hongeren. Wee u, die nu lacht, want gij zult treuren en wenen.

KJV Woe1 unto you that are full!4 for5 ye shall hunger.6 Woe7 unto you that laugh10 now!11 for12 ye shall mourn13 and14 weep.

1 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εμπεπλησμενοι G1705 verzadigd, vervuld, vervullende fill 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 πεινασετε G3983 hongerde, hongerig, hongeren be an hungered 7 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 8 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γελωντες G1070 lachen, lacht laugh 11 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 πενθησετε G3996 treuren, rouw, leed gedragen mourn, (be-)wail 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 κλαυσετε G2799 weent, wenende, weende bewail, weep
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Wee u, wanneer al de mensen wel van u spreken, want hun vaders deden desgelijks den valsen profeten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 WeeG3759 uG4771, wanneer alG3956 de mensenG444 wel van uG4771 sprekenG2036, wantG1063 hunG846 vadersG3962 dedenG4160 desgelijks den valsen profetenG5578. Wee u, wanneer al de mensen wel van u spreken, want hun vaders deden desgelijks den valsen profeten.

KJV Woe1 unto you, when3 all7 men9 shall speak well4 of you! for12 so10 did13 their18 fathers17 to the false prophets.

1 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 4 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 5 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ειπωσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ανθρωποι G444 mensen, mens, Mens certain, man 10 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 11 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 εποιουν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 14 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ψευδοπροφηταις G5578 valse profeten, valse profeet, valsen profeets false prophet 16 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 18 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Maar Ik zeg ulieden, die dit hoort: Hebt uw vijanden lief; doet wel dengenen, die u haten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 MaarG235 Ik zegG3004 ulieden, die dit hoortG191: Hebt uw vijandenG2190 liefG25; doetG4160 wel dengenen, die uG4771 hatenG3404. Maar Ik zeg ulieden, die dit hoort: Hebt uw vijanden lief; doet wel dengenen, die u haten.

KJV But1 I say3 unto you which4 hear,5 Love6 your enemies,8 do11 good10 to them which7 hate13 you,

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ακουουσιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 6 αγαπατε G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εχθρους G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 9 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 10 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 11 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μισουσιν G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 14 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Zegent degenen, die u vervloeken, en bidt voor degenen, die u geweld doen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 ZegentG2127 degenen, die u vervloekenG2672, enG2532 bidtG4336 voor degenen, die uG4771 geweldG1908 doen. Zegent degenen, die u vervloeken, en bidt voor degenen, die u geweld doen.

KJV Bless1 them that curse3 you, and5 pray6 for7 them which despitefully use9 you.

1 ευλογειτε G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 2 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 καταρωμενους G2672 vervloeken, vervloekt, vervloekten curse 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 προσευχεσθε G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 7 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 επηρεαζοντων G1908 geweld, lasteren use despitefully, falsely accuse 10 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Dengene, die u aan de wang slaat, biedt ook de andere; en dengene, die u den mantel neemt, verhindert ook den rok niet te nemen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Dengene, die u aanG1909 de wangG4600 slaatG5180, biedtG3930 ookG2532 de andere; enG2532 dengene, die uG4771 den mantelG2440 neemtG142, verhindertG2967 ookG2532 den rokG5509 nietG3361 te nemen. Dengene, die u aan de wang slaat, biedt ook de andere; en dengene, die u den mantel neemt, verhindert ook den rok niet te nemen.

KJV And unto him that smiteth2 thee on4 the one cheek6 offer7 also8 the other;10 and11 him12 that taketh away14 thy cloke17 forbid22 not21 to take thy coat20 also.

1 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 τυπτοντι G5180 slaan, sloegen, kwetsende beat, smite, strike, wound 3 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σιαγονα G4600 wang cheek 7 παρεχε G3930 Betoon, bewezen, biedt bring, do, give, keep, minister, offer, shew, + trouble 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αλλην G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αιροντος G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 15 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ιματιον G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 χιτωνα G5509 rok, rokken, klederen clothes, coat, garment 21 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 22 κωλυσης G2967 verhindert, verhinderd, verboden forbid, hinder, keep from, let, not suffer, withstand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Maar geeft een iegelijk, die van u begeert; en van dengene, die het uwe neemt, eist niet weder.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 MaarG1161 geeftG1325 een iegelijkG3956, die van uG4771 begeertG154; en van dengene, die het uwe neemtG142, eistG523 nietG3361 weder. Maar geeft een iegelijk, die van u begeert; en van dengene, die het uwe neemt, eist niet weder.

KJV Give6 to every man1 that asketh4 of thee; and7 of8 him that taketh away10 thy goods12 ask14 them not13 again.

1 παντι G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αιτουντι G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 5 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 6 διδου G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αιροντος G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 σα G4674 uw, de uwe thine (own), thy (friend) 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 απαιτει G523 afeisen, eist ask again, require
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 EnG2532 gelijk gij wiltG2309, datG2443 uG4771 de mensenG444 doenG4160 zullen, doet gij hunG846 ookG2532 desgelijks. En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks.

KJV And1 as2 ye would3 that4 men8 should do5 to you, do11 ye also9 to them12 likewise.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 3 θελετε G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 ποιωσιν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 6 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ανθρωποι G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 11 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ομοιως G3668 insgelijks, evenzo likewise, so
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars hebben lief degenen, die hen liefhebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En indienG1487 gij liefhebtG25, die u liefhebbenG25, wat dankG5485 hebt gij? WantG1063 ookG2532 de zondaarsG268 hebben liefG25 degenen, die henG846 liefhebbenG25. En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars hebben lief degenen, die hen liefhebben.

KJV For1 if2 ye love3 them which love5 you, what7 thank9 have ye? for12 sinners14 also11 love16 those that love18 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 3 αγαπατε G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αγαπωντας G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 6 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 7 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 8 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 9 χαρις G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αμαρτωλοι G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αγαπωντας G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 17 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 αγαπωσιν G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En indien gij goed doet dengenen, die u goed doen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars doen hetzelfde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 EnG2532 indienG1437 gij goedG15 doet dengenen, die u goedG15 doen, wat dankG5485 hebt gij? WantG1063 ookG2532 de zondaarsG268 doenG4160 hetzelfde. En indien gij goed doet dengenen, die u goed doen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars doen hetzelfde.

KJV And1 if2 ye do good3 to them which do good5 to you, what7 thank9 have ye? for12 sinners14 also do17 even11 the same.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 αγαθοποιητε G15 goed, weldoende, weldoet (when) do good (well) 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αγαθοποιουντας G15 goed, weldoende, weldoet (when) do good (well) 6 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 7 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 8 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 9 χαρις G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αμαρτωλοι G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ποιουσιν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En indien gij leent dengenen, van welke gij hoopt weder te ontvangen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars lenen den zondaren, opdat zij evengelijk weder mogen ontvangen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 EnG2532 indienG1437 gij leentG1155 dengenen, van welkeG3739 gij hooptG1679 weder te ontvangenG618, wat dankG5485 hebt gij? WantG1063 ookG2532 de zondaarsG268 lenenG1155 den zondarenG268, opdatG2443 zijG1510 evengelijkG2470 weder mogen ontvangenG618. En indien gij leent dengenen, van welke gij hoopt weder te ontvangen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars lenen den zondaren, opdat zij evengelijk weder mogen ontvangen.

KJV And1 if2 ye lend3 to them of4 whom5 ye hope7 to receive,11 what12 thank14 have ye? for17 sinners19 also16 lend21 to sinners,20 to22 receive23 as much25 again.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 δανειζητε G1155 leent, lenen borrow, lend 4 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 5 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 ελπιζετε G1679 hoop, hoopt, hopen (have, thing) hope(-d) (for), trust 9 ελπιζητε G1679 hoop, hoopt, hopen (have, thing) hope(-d) (for), trust 11 απολαβειν G618 ontvangen, genomen, ontvangende receive, take 12 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 13 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 14 χαρις G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αμαρτωλοι G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 20 αμαρτωλοις G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 21 δανειζουσιν G1155 leent, lenen borrow, lend 22 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 23 απολαβωσιν G618 ontvangen, genomen, ontvangende receive, take 24 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ισα G2470 even, evengelijk, eenparig + agree, as much, equal, like
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Maar hebt uw vijanden lief, en doet goed, en leent, zonder iets weder te hopen; en uw loon zal groot zijn, en gij zult kinderen des Allerhoogsten zijn; want Hij is goedertieren over de ondankbaren en bozen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Maar hebt uw vijandenG2190 liefG25, enG2532 doet goedG15, enG2532 leentG1155, zonder ietsG3367 weder te hopenG560; enG2532 uw loonG3408 zal groot zijnG1510, enG2532 gij zultG25 kinderenG5207 des AllerhoogstenG5310 zijn; wantG3754 HijG846 is goedertierenG5543 overG1909 de ondankbarenG884 enG2532 bozenG4190. Maar hebt uw vijanden lief, en doet goed, en leent, zonder iets weder te hopen; en uw loon zal groot zijn, en gij zult kinderen des Allerhoogsten zijn; want Hij is goedertieren over de ondankbaren en bozen.

KJV But1 love ye2 your enemies,4 and6 do good,7 and8 lend,9 hoping11 for nothing10 again; and12 your reward15 shall be great,17 and18 ye shall be the children20 of the Highest:22 for23 he24 is kind25 unto27 the unthankful29 and30 to the evil.

1 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 2 αγαπατε G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εχθρους G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 5 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 αγαθοποιειτε G15 goed, weldoende, weldoet (when) do good (well) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 δανειζετε G1155 leent, lenen borrow, lend 10 μηδεν G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 11 απελπιζοντες G560 hopen hope for again 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μισθος G3408 loon hire, reward, wages 16 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 17 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 εσεσθε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 υψιστου G5310 Allerhoogsten, hoogste, Allerhoogste most high, highest 23 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 24 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 χρηστος G5543 goedertieren, beter, goede better, easy, good(-ness), gracious, kind 26 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 27 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 28 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 αχαριστους G884 ondankbaar, ondankbaren unthankful 30 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 31 πονηρους G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Weest dan barmhartig, gelijk ook uw Vader barmhartig is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Weest danG3767 barmhartigG3629, gelijk ookG2532 uw VaderG3962 barmhartigG3629 isG1510. Weest dan barmhartig, gelijk ook uw Vader barmhartig is.

KJV Be ye1 therefore2 merciful,3 as4 your Father7 also5 is merciful.

1 γινεσθε G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 οικτιρμονες G3629 barmhartig, Ontfermer merciful, of tender mercy 4 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 8 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 9 οικτιρμων G3629 barmhartig, Ontfermer merciful, of tender mercy 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En oordeeltG2919 niet, enG2532 gij zult niet geoordeeldG2919 worden; verdoemtG2613 niet, enG2532 gij zult niet verdoemdG2613 worden; laat losG630, enG2532 gij zult losgelatenG630 worden. En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden.

KJV Judge6 not,5 and2 ye shall10 not be judged: condemn12 not,9 and7 ye shall16 not be condemned: forgive,17 and13 ye shall be forgiven:

2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 κρινετε G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 κριθητε G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 καταδικαζετε G2613 veroordeeld, verdoemd, verdoemt condemn 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 καταδικασθητε G2613 veroordeeld, verdoemd, verdoemt condemn 17 απολυετε G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 απολυθησεσθε G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 GeeftG1325, enG2532 u zal gegevenG1325 worden; een goedeG2570, neergedrukteG4085, enG2532 geschuddeG4531 enG2532 overlopendeG5240 maatG3358 zal men inG1519 uw schootG2859 geven; wantG1063 met dezelfde maatG3358, waarmede gijliedenG4771 meetG3354, zal ulieden wedergemetenG488 worden. Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden.

KJV Give,1 and2 it shall be given3 unto you; good6 measure,5 pressed down,7 and8 shaken together,9 and10 running over,11 shall men give12 into13 your bosom.15 For18 with the same19 measure20 that21 ye mete withal22 it shall be measured23 to you again.

1 διδοτε G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 δοθησεται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 μετρον G3358 maat, mate measure 6 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 7 πεπιεσμενον G4085 neergedrukte press down 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 σεσαλευμενον G4531 bewogen, bewegelijk, bewegelijke move, shake (together), which can(-not) be shaken, stir up 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 υπερεκχυνομενον G5240 overlopende run over 12 δωσουσιν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κολπον G2859 schoot, inham bosom, creek 16 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 17 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 19 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 μετρω G3358 maat, mate measure 21 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 22 μετρειτε G3354 meet, mat, meten figuratively, to estimate:--measure, mete 23 αντιμετρηθησεται G488 wedergemeten measure again 24 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En Hij zeide tot hen een gelijkenis: Kan ook wel een blinde een blinde op den weg leiden? Zullen zij niet beiden in de gracht vallen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 EnG1161 Hij zeideG2036 tot hen een gelijkenisG3850: KanG1410 ook wel een blindeG5185 een blindeG5185 op den weg leidenG3594? Zullen zij niet beidenG297 inG1519 de grachtG999 vallenG4098? En Hij zeide tot hen een gelijkenis: Kan ook wel een blinde een blinde op den weg leiden? Zullen zij niet beiden in de gracht vallen?

KJV And2 he spake a parable3 unto them,4 Can6 the blind7 lead9 the blind?8 shall they11 not10 both fall14 into12 the ditch?

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 μητι G3385 toch niet? not (the particle usually not expressed, except by the form of the question) 6 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 7 τυφλος G5185 blinden, blind, blinde blind 8 τυφλον G5185 blinden, blind, blinde blind 9 οδηγειν G3594 Leidsman, leiden, leidt guide, lead 10 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 11 αμφοτεροι G297 beiden, beide, zamen both 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 βοθυνον G999 gracht ditch, pit 14 πεσουνται G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 De discipel is niet boven zijn meester; maar een iegelijk volmaakt discipel zal zijn gelijk zijn meester.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 De discipelG3101 isG1510 nietG3756 boven zijn meesterG1320; maarG1161 een iegelijkG3956 volmaaktG2675 discipel zal zijnG1510 gelijkG5613 zijn meesterG1320. De discipel is niet boven zijn meester; maar een iegelijk volmaakt discipel zal zijn gelijk zijn meester.

KJV The disciple3 is not1 above4 his7 master:6 but9 every one10 that is perfect8 shall be as12 his15 master.

1 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 μαθητης G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 4 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 διδασκαλον G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 κατηρτισμενος G2675 toebereid, vermakende, volmaakt fit, frame, mend, (make) perfect(-ly join together), prepare, restore 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 διδασκαλος G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En wat ziet gij den splinter, die in uws broeders oog is, en den balk, die in uw eigen oog is, merkt gij niet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En watG5101 ziet gij den splinterG2595, die inG1722 uws broedersG80 oogG3788 is, enG1161 den balkG1385, die inG1722 uw eigenG2398 oogG3788 is, merktG2657 gij nietG3756? En wat ziet gij den splinter, die in uws broeders oog is, en den balk, die in uw eigen oog is, merkt gij niet?

KJV And2 why1 beholdest thou3 the mote5 that is in7 thy brother's11 eye,9 but14 perceivest22 not21 the beam15 that is in17 thine own19 eye?

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 βλεπεις G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καρφος G2595 splinter mote 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οφθαλμω G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αδελφου G80 broeders, broeder, broederen brother 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 δοκον G1385 balk beam 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ιδιω G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 20 οφθαλμω G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 21 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 κατανοεις G2657 Aanmerkt, bemerkt, bezien behold, consider, discover, perceive
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Of hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: Broeder, laat toe, dat ik den splinter, die in uw oog is, uitdoe; daar gij zelf den balk, die in uw oog is, niet ziet? Gij geveinsde! doe eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit te doen, die in uws broeders oog is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 OfG2228 hoeG4459 kuntG1410 gijG4771 tot uw broederG80 zeggenG3004: BroederG80, laat toe, dat ik den splinterG2595, die inG1722 uw oogG3788 is, uitdoeG1544; daar gijG4771 zelfG846 den balkG1385, die inG1722 uw oogG3788 is, nietG3756 ziet? GijG4771 geveinsdeG5273! doe eerstG4412 den balkG1385 uitG1537 uw oogG3788, enG2532 dan zult gijG4771 bezienG1227, om den splinterG2595 uit te doen, die inG1722 uws broedersG80 oogG3788 is. Of hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: Broeder, laat toe, dat ik den splinter, die in uw oog is, uitdoe; daar gij zelf den balk, die in uw oog is, niet ziet? Gij geveinsde! doe eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit te doen, die in uws broeders oog is.

KJV Either1 how2 canst thou3 say4 to thy brother,6 Brother,8 let me9 pull out10 the mote12 that is in14 thine eye,16 when thou26 thyself18 beholdest not25 the beam24 that is in20 thine own eye?22 Thou hypocrite,27 cast out28 first29 the beam31 out of32 thine own eye,34 and36 then37 shalt thou see clearly38 to pull out39 the mote41 that is in43 thy brother's47 eye.

1 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 2 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 3 δυνασαι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 4 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αδελφω G80 broeders, broeder, broederen brother 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 αδελφε G80 broeders, broeder, broederen brother 9 αφες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 10 εκβαλω G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 καρφος G2595 splinter mote 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 οφθαλμω G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 17 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 18 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 οφθαλμω G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 23 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 24 δοκον G1385 balk beam 25 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 26 βλεπων G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 27 υποκριτα G5273 geveinsden, geveinsde hypocrite 28 εκβαλε G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 29 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 30 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 δοκον G1385 balk beam 32 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 33 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 34 οφθαλμου G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 35 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 36 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 37 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 38 διαβλεψεις G1227 bezien see clearly 39 εκβαλειν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 40 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 41 καρφος G2595 splinter mote 42 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 43 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 44 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 45 οφθαλμω G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 46 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 47 αδελφου G80 broeders, broeder, broederen brother 48 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Want het is geen goede boom, die kwade vrucht voortbrengt, en geen kwade boom, die goede vrucht voortbrengt;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 WantG1063 het isG1510 geenG3756 goedeG2570 boomG1186, die kwadeG4550 vruchtG2590 voortbrengtG4160, en geen kwadeG4550 boomG1186, die goedeG2570 vruchtG2590 voortbrengtG4160; Want het is geen goede boom, die kwade vrucht voortbrengt, en geen kwade boom, die goede vrucht voortbrengt;

KJV For2 a good5 tree4 bringeth6 not1 forth12 corrupt8 fruit;7 neither9 doth a corrupt11 tree10 bring forth good14 fruit.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 δενδρον G1186 boom, bomen tree 5 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 6 ποιουν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 8 σαπρον G4550 kwade, kwaad, vuile bad, corrupt 9 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 10 δενδρον G1186 boom, bomen tree 11 σαπρον G4550 kwade, kwaad, vuile bad, corrupt 12 ποιουν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 13 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 14 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Want ieder boom wordt uit zijn eigen vrucht gekend; want men leest geen vijgen van doornen, en men snijdt geen druif van bramen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 WantG1063 iederG1538 boomG1186 wordt uitG1537 zijn eigenG2398 vruchtG2590 gekendG1097; wantG1063 men leestG4816 geenG3756 vijgenG4810 van doornenG173, en men snijdtG5166 geen druifG4718 van bramenG942. Want ieder boom wordt uit zijn eigen vrucht gekend; want men leest geen vijgen van doornen, en men snijdt geen druif van bramen.

Ook in dit vers uit/metG1537 uit/metG1537

KJV For2 every1 tree3 is known8 by4 his own6 fruit.7 For10 of11 thorns12 men do not9 gather13 figs,14 nor15 of16 a bramble bush17 gather they18 grapes.

1 εκαστον G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 δενδρον G1186 boom, bomen tree 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιδιου G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 7 καρπου G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 8 γινωσκεται G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 9 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 ακανθων G173 doornen thorn 13 συλλεγουσιν G4816 vergaderen, Leest, Vergadert gather (together, up) 14 συκα G4810 vijgen fig 15 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 16 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 17 βατου G942 doornenbos, bramen bramble, bush 18 τρυγωσιν G5166 sneed, snijd, snijdt gather 19 σταφυλην G4718 druif, druiven grapes
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 De goede mens brengt het goede voort uit den goeden schat zijns harten; en de kwade mens brengt het kwade voort uit den kwaden schat zijns harten; want uit den overvloed des harten spreekt zijn mond.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 De goedeG18 mensG444 brengtG4393 het goedeG18 voortG4393 uitG1537 den goedenG18 schatG2344 zijns hartenG2588; enG2532 de kwadeG4190 mensG444 brengtG4393 het kwadeG4190 voortG4393 uitG1537 den kwadenG4190 schatG2344 zijns hartenG2588; wantG1063 uitG1537 den overvloedG4051 des hartenG2588 spreektG2980 zijn mondG4750. De goede mens brengt het goede voort uit den goeden schat zijns harten; en de kwade mens brengt het kwade voort uit den kwaden schat zijns harten; want uit den overvloed des harten spreekt zijn mond.

KJV A good2 man3 out of4 the good6 treasure7 of his10 heart9 bringeth forth11 that which is good;13 and14 an evil16 man17 out of18 the evil20 treasure21 of his24 heart23 bringeth forth25 that which is evil:27 for29 of28 the abundance31 of the heart33 his37 mouth36 speaketh.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 αγαθος G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 3 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αγαθου G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 7 θησαυρου G2344 schat, schatten treasure 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 καρδιας G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 προφερει G4393 brengt, voort bring forth 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πονηρος G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 17 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 18 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πονηρου G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 21 θησαυρου G2344 schat, schatten treasure 22 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 καρδιας G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 προφερει G4393 brengt, voort bring forth 26 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 πονηρον G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 28 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 29 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 30 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 περισσευματος G4051 overvloed, overschot abundance, that was left, over and above 32 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 καρδιας G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 34 λαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 35 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 36 στομα G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 37 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 En wat noemt gij Mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik zeg?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 En wat noemtG2564 gij MijG1473, HeereG2962, HeereG2962! en doetG4160 nietG3756 hetgeenG3739 Ik zegG3004? En wat noemt gij Mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik zeg?

KJV And2 why1 call ye4 me, Lord,5 Lord,6 and7 do9 not8 the things which10 I say?

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 με G1473 mij, ik I, me 4 καλειτε G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 5 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 10 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 Een iegelijk, die tot Mij komt, en Mijn woorden hoort, en dezelve doet, Ik zal u tonen, wien hij gelijk is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 Een iegelijkG3956, die totG4314 MijG1473 komtG2064, en Mijn woordenG3056 hoortG191, enG2532 dezelve doetG4160, IkG1473 zal uG4771 tonenG5263, wien hij gelijk isG1510. Een iegelijk, die tot Mij komt, en Mijn woorden hoort, en dezelve doet, Ik zal u tonen, wien hij gelijk is.

KJV Whosoever1 cometh3 to4 me, and6 heareth7 my sayings,10 and11 doeth12 them,13 I will shew14 you to whom16 he is like:

1 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 με G1473 mij, ik I, me 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ακουων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 λογων G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ποιων G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 13 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 υποδειξω G5263 tonen, aangewezen, getoond show, (fore-)warn 15 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 16 τινι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 17 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 ομοιος G3664 hoornen, gelijke like, + manner
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 Hij is gelijk een mens, die een huis bouwde, en groef, en verdiepte, en leide het fondament op een steenrots; als nu de hoge vloed kwam, zo sloeg de waterstroom tegen dat huis aan, en kon het niet bewegen; want het was op de steenrots gegrond.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 HijG846 isG1510 gelijk een mensG444, die een huisG3614 bouwdeG3618, en groefG4626, en verdiepteG900, en leideG5087 het fondamentG2310 opG1909 een steenrotsG4073; als nuG1161 de hoge vloedG4132 kwam, zo sloegG4366 de waterstroomG4215 tegen datG3739 huisG3614 aan, en konG2480 het nietG3756 bewegenG4531; wantG1063 het was opG1909 de steenrotsG4073 gegrondG2311. Hij is gelijk een mens, die een huis bouwde, en groef, en verdiepte, en leide het fondament op een steenrots; als nu de hoge vloed kwam, zo sloeg de waterstroom tegen dat huis aan, en kon het niet bewegen; want het was op de steenrots gegrond.

KJV He is like1 a man3 which6 built4 an house,5 and8 digged7 deep,9 and10 laid11 the foundation12 on13 a rock:15 and17 when the flood16 arose,18 the stream21 beat vehemently19 upon that24 house,23 and25 could27 not26 shake28 it:29 for31 it was founded30 upon32 a rock.

1 ομοιος G3664 hoornen, gelijke like, + manner 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 4 οικοδομουντι G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 5 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 6 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 εσκαψεν G4626 Graven, gegraven, groef dig 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εβαθυνεν G900 verdiepte deep 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εθηκεν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 12 θεμελιον G2310 fondament, fondamenten, fundamenten foundation 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πετραν G4073 steenrots, steenrotsen, rots rock 16 πλημμυρας G4132 hoge vloed flood 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 19 προσερρηξεν G4366 aansloeg, sloeg beat vehemently against (upon) 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ποταμος G4215 rivier, rivieren, waterstromen flood, river, stream, water 22 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 24 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 27 ισχυσεν G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work 28 σαλευσαι G4531 bewogen, bewegelijk, bewegelijke move, shake (together), which can(-not) be shaken, stir up 29 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 30 τεθεμελιωτο G2311 gegrond, fondere, gefondeerd (lay the) found(- ation), ground, settle 31 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 32 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 33 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 34 πετραν G4073 steenrots, steenrotsen, rots rock
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Maar die ze gehoord, en niet gedaan zal hebben, is gelijk een mens, die een huis bouwde op de aarde zonder fondament; tegen hetwelk de waterstroom aansloeg, en het viel terstond, en de val van datzelve huis was groot.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 MaarG1161 die ze gehoordG191, en nietG3361 gedaanG4160 zal hebben, isG1510 gelijk een mensG444, die een huisG3614 bouwdeG3618 opG1909 de aardeG1093 zonder fondamentG2310; tegen hetwelkG3739 de waterstroomG4215 aansloegG4366, en het vielG4098 terstondG2112, en de valG4485 van datzelve huisG3614 was grootG3173. Maar die ze gehoord, en niet gedaan zal hebben, is gelijk een mens, die een huis bouwde op de aarde zonder fondament; tegen hetwelk de waterstroom aansloeg, en het viel terstond, en de val van datzelve huis was groot.

KJV But2 he that heareth,3 and4 doeth6 not,5 is like7 a man9 that without15 a foundation16 built10 an house11 upon12 the earth;14 against18 which17 the stream20 did beat vehemently, and21 immediately22 it fell;23 and24 the ruin27 of that30 house29 was25 great.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 ποιησας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 ομοιος G3664 hoornen, gelijke like, + manner 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 10 οικοδομησαντι G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 11 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 15 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 16 θεμελιου G2310 fondament, fondamenten, fundamenten foundation 17 η G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 προσερρηξεν G4366 aansloeg, sloeg beat vehemently against (upon) 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ποταμος G4215 rivier, rivieren, waterstromen flood, river, stream, water 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 23 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 26 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 ρηγμα G4485 val ruin 28 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 οικιας G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 30 εκεινης G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 31 μεγα G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Lukas 6:1 Deuteronomium 23:25 Mattheüs 12:1 Markus 2:23 Leviticus 23:10 Exodus 12:15 Leviticus 23:7 Leviticus 23:15
Lukas 6:2 Mattheüs 12:2 Exodus 31:15 Johannes 5:9 Exodus 35:2 Markus 2:24 Lukas 5:33 Jesaja 58:13 Exodus 22:10
Lukas 6:3 1 Samuël 21:3 Mattheüs 21:16 Markus 2:25 Markus 12:26 Mattheüs 22:31 Mattheüs 21:42 Markus 12:10 Mattheüs 12:3
Lukas 6:4 Leviticus 24:5
Lukas 6:5 Markus 9:7 Markus 2:27 Openbaring 1:10
Lukas 6:6 Markus 3:1 Mattheüs 12:9 Mattheüs 4:23 Johannes 9:16 Lukas 4:31 Lukas 13:10 Lukas 6:1 Johannes 5:3
Lukas 6:7 Lukas 11:53 Lukas 20:20 Markus 3:2 Psalmen 38:12 Jesaja 29:21 Psalmen 37:32 Lukas 13:14 Johannes 9:16
Lukas 6:8 Mattheüs 9:4 1 Kronieken 29:17 Lukas 5:22 1 Petrus 4:1 Johannes 2:25 Johannes 9:4 Job 42:2 Hebreeën 4:13
Lukas 6:9 Lukas 14:3 Johannes 7:19 Mattheüs 12:12 Markus 3:4 Lukas 9:56
Lukas 6:10 Markus 3:5 Exodus 4:6 Psalmen 107:20 Johannes 5:8 1 Koningen 13:6
Lukas 6:11 Handelingen 5:33 Mattheüs 12:14 Lukas 4:28 Johannes 11:47 Handelingen 26:11 Handelingen 4:15 Mattheüs 21:45 Johannes 7:1
Lukas 6:12 Hebreeën 5:7 Mattheüs 14:23 Psalmen 22:2 Mattheüs 6:6 Markus 1:35 Kolossenzen 4:2 Genesis 32:24 Daniël 6:10
Lukas 6:13 Markus 6:7 Markus 6:30 Openbaring 21:14 Markus 3:13 Efeze 2:20 Lukas 9:1 Handelingen 1:13 Efeze 4:11
Lukas 6:14 Handelingen 1:13 Mattheüs 4:21 Mattheüs 4:18 Markus 14:33 Johannes 1:45 Johannes 1:40 Markus 1:19 Johannes 21:15
Lukas 6:15 Mattheüs 9:9 Handelingen 1:13 Markus 3:18 Galaten 1:19 Jakobus 1:1 Markus 2:14 Handelingen 15:13 Johannes 11:16
Lukas 6:16 Johannes 14:22 Mattheüs 10:3 Judas 1:1 Markus 3:18 Handelingen 1:16 Johannes 6:70 Handelingen 1:25 Mattheüs 26:14
Lukas 6:17 Mattheüs 11:21 Lukas 6:12 Markus 3:7 Psalmen 103:3 Markus 7:24 Mattheüs 12:15 Mattheüs 15:21 Lukas 5:15
Lukas 6:18 Mattheüs 17:15 Handelingen 5:16 Mattheüs 15:22
Lukas 6:19 Mattheüs 14:36 Mattheüs 9:20 Markus 5:30 Markus 3:10 Lukas 8:45 2 Koningen 13:21 Markus 6:56 Lukas 5:17
Lukas 6:20 Jakobus 2:5 Jakobus 1:9 Lukas 6:20 2 Korinthe 8:9 Openbaring 2:9 2 Korinthe 6:10 Lukas 12:32 Psalmen 37:16
Lukas 6:21 Mattheüs 5:6 Jakobus 1:12 Mattheüs 5:4 Lukas 1:53 Jesaja 55:1 Jesaja 61:1 Lukas 6:25 1 Korinthe 4:11
Lukas 6:22 Mattheüs 10:22 Mattheüs 5:10 Johannes 16:2 1 Petrus 2:19 1 Thessalonicenzen 2:14 1 Petrus 3:14 Johannes 12:42 1 Petrus 4:12
Lukas 6:23 Mattheüs 5:12 2 Kronieken 36:16 Openbaring 21:7 Openbaring 2:7 Lukas 6:35 Hebreeën 11:32 Jakobus 1:2 Openbaring 2:17
Lukas 6:24 Mattheüs 6:2 Psalmen 49:6 Psalmen 49:16 Jeremia 5:4 Amos 6:1 Jakobus 2:6 Spreuken 1:32 Lukas 16:19
Lukas 6:25 Jesaja 65:13 Spreuken 14:13 Jakobus 4:9 Psalmen 49:19 Job 20:5 Lukas 12:20 Amos 8:10 Prediker 2:2
Lukas 6:26 Jeremia 5:31 Jesaja 30:10 Jakobus 4:4 Johannes 15:19 Micha 2:11 Mattheüs 7:15 2 Petrus 2:1 2 Thessalonicenzen 2:8
Lukas 6:27 Lukas 6:35 1 Thessalonicenzen 5:15 Galaten 6:10 Romeinen 12:17 Mattheüs 5:43 Spreuken 25:21 Spreuken 24:17 Exodus 23:4
Lukas 6:28 1 Petrus 3:9 Romeinen 12:14 Lukas 23:34 1 Korinthe 4:12 Jakobus 3:10 Handelingen 14:5 Lukas 6:27 Lukas 6:35
Lukas 6:29 Hebreeën 10:34 1 Korinthe 4:11 Mattheüs 26:67 Klaagliederen 3:30 Handelingen 23:2 1 Korinthe 6:7 Lukas 22:64 Jesaja 50:6
Lukas 6:30 Spreuken 21:26 Deuteronomium 15:7 Mattheüs 18:27 Mattheüs 6:12 2 Korinthe 8:9 Exodus 22:26 2 Korinthe 9:6 Handelingen 20:35
Lukas 6:31 Mattheüs 7:12 Mattheüs 22:39 Jakobus 2:8 Galaten 5:14
Lukas 6:32 Mattheüs 5:46 1 Petrus 2:19
Lukas 6:34 Mattheüs 5:42 Lukas 14:12 Lukas 6:35 Deuteronomium 15:8
Lukas 6:35 Mattheüs 5:44 Johannes 13:35 2 Korinthe 8:9 Spreuken 22:9 Psalmen 145:9 Psalmen 112:5 1 Johannes 3:10 Psalmen 37:26
Lukas 6:36 Mattheüs 5:48 Efeze 5:1 Efeze 4:31 1 Petrus 1:15
Lukas 6:37 Romeinen 14:3 Markus 11:25 Kolossenzen 3:13 Jakobus 4:11 Mattheüs 18:34 Jakobus 5:9 Lukas 17:3 1 Korinthe 4:3
Lukas 6:38 Markus 4:24 2 Korinthe 9:6 Mattheüs 7:2 Spreuken 3:9 Deuteronomium 15:10 Spreuken 22:9 Spreuken 19:17 Spreuken 10:22
Lukas 6:39 Mattheüs 15:14 2 Timotheüs 3:13 1 Timotheüs 6:3 Jesaja 9:16 Mattheüs 23:16 Jeremia 14:15 Romeinen 2:19 Jesaja 56:10
Lukas 6:40 Johannes 13:16 Johannes 15:20 Mattheüs 10:24 Mattheüs 23:15
Lukas 6:41 Johannes 8:7 Jakobus 1:24 1 Koningen 2:32 2 Samuël 12:5 Mattheüs 7:3 Jeremia 17:9 Romeinen 2:21 Ezechiël 18:28
Lukas 6:42 Handelingen 9:9 Psalmen 51:9 Filemon 1:10 Mattheüs 26:75 Mattheüs 23:13 Romeinen 2:21 Handelingen 2:38 Romeinen 2:1
Lukas 6:43 Jeremia 2:21 Mattheüs 7:16 Jesaja 61:3 Mattheüs 12:33 Mattheüs 3:10 Jesaja 5:4 Psalmen 92:12
Lukas 6:44 Jakobus 3:12 Mattheüs 12:33 Titus 2:11 Galaten 5:19 Judas 1:12
Lukas 6:45 Spreuken 4:23 Efeze 4:29 Mattheüs 12:34 Kolossenzen 4:6 Johannes 7:38 Jakobus 3:5 Kolossenzen 3:16 Spreuken 10:20
Lukas 6:46 Maleachi 1:6 Mattheüs 7:21 Lukas 13:25 Galaten 6:7 Johannes 13:13 Mattheüs 25:24 Mattheüs 25:44 Mattheüs 25:11
Lukas 6:47 Jakobus 1:22 Mattheüs 7:24 Jakobus 4:17 Lukas 11:28 Romeinen 2:7 Johannes 14:15 Johannes 15:9 Johannes 5:40
Lukas 6:48 1 Korinthe 3:10 Jesaja 28:16 Psalmen 62:2 Judas 1:24 Johannes 16:33 2 Samuël 22:32 2 Samuël 22:5 Psalmen 93:3
Lukas 6:49 Spreuken 28:18 Ezechiël 33:31 Jakobus 2:17 Jakobus 1:22 Lukas 19:27 1 Johannes 2:19 Johannes 15:2 Lukas 11:24
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Lukas 6 vers 1

tweeden eersten sabbat, Deze sabbat wordt genaamd de tweede eerste, omdat, gelijk voorname leraars menen, het eerste sabbat was na den tweeden dag van pasen, waarvan men zeven sabbaten moest rekenen tot het pinksteren, Lev. 23:15 , van welke zeven sabbaten deze de eerste was, welken de Joden nog hedendaags noemen den eersten sabbat na den tweeden dag. Want dat ook omtrent dien tijd in het Joodse land de aren groot waren, blijkt Lev. 23:10 ; Deut. 16:9 . Anderen menen dat het geweest is de laatste dag van het paasfeest, die een bijzondere rustdag was, zowel als de eerste, Num. 28:25 , gelijk de laatste dag van het feest der tabernakelen de grote dag van dat feest genaamd wordt, Joh. 7:37 . Doch anderen menen dat hij alzo genaamd wordt, omdat hij geweest zou zijn de sabbat in het tweede grote feest, namelijk van pinksteren, op welken de eerstelingen van de rijpe vruchten opgeofferd werden, Ex. 34:22 .

Hertaald: tweeden eersten sabbat, Deze sabbat wordt de tweede eerste genoemd omdat het, zoals vooraanstaande leraars menen, de eerste sabbat was na de tweede paasdag. Vanaf die dag moest men zeven sabbatten tellen tot het pinksterfeest, Lev. 23:15, en van die zeven was deze de eerste. De Joden noemen die vandaag de dag nog de eerste sabbat na de tweede dag. Dat de aren in het Joodse land in die tijd al groot waren, blijkt uit Lev. 23:10 en Deut. 16:9. Anderen menen dat het de laatste dag van het paasfeest geweest is, die net als de eerste een bijzondere rustdag was, Num. 28:25 — zoals de laatste dag van het loofhuttenfeest de grote dag van dat feest genoemd wordt, Joh. 7:37. Weer anderen menen dat hij zo genoemd wordt omdat het de sabbat zou zijn geweest in het tweede grote feest, namelijk het pinksterfeest, waarop de eerstelingen van de rijpe vruchten geofferd werden, Ex. 34:22.

Lukas 6 vers 4

huis Gods, Zie van het huis Gods en van de toonbroden de aantekeningen Matt. 12:4 .

Hertaald: huis Gods, Zie over het huis van God en over de toonbroden de aantekeningen bij Matth. 12:4.

Lukas 6 vers 5

een Heere ook van den sabbat Zie hiervan de verklaring Matt. 12:8 .

Hertaald: een Heere ook van den sabbat Zie hierover de verklaring bij Matth. 12:8.

Lukas 6 vers 7

beschuldiging tegen Hem mochten vinden Grieks zijne beschuldiging; dat is, enige stof of aanleiding van beschuldiging, om daarmede Hem als een overtreder der wet bij het volk verdacht te maken.

Hertaald: beschuldiging tegen Hem mochten vinden Grieks: Zijn beschuldiging; dat is: enige stof of aanleiding tot beschuldiging, om Hem daarmee bij het volk verdacht te maken als een overtreder van de wet.

Lukas 6 vers 8

gedachten, Of, overleggingen.

Hertaald: gedachten, Of: overleggingen.

Lukas 6 vers 9

een mens te behouden, Grieks ene ziel; dat is een mens. Eene wijze van spreken, waardoor een deel voor het geheel wordt genomen. Want wie een mens niet helpt als hij kan, die is schuldig aan zijn verderf.

Hertaald: een mens te behouden, Grieks: een ziel; dat is: een mens. Een manier van spreken waarbij een deel voor het geheel genomen wordt. Want wie een mens niet helpt terwijl hij dat kan, is schuldig aan zijn ondergang.

Lukas 6 vers 10

aangezien hebbende, Namelijk met toorn. Zie Marc. 3:5 .

Hertaald: aangezien hebbende, Namelijk met toorn. Zie Mark. 3:5.

Lukas 6 vers 11

met uitzinnigheid, Dat is met een razenden haat.

Hertaald: met uitzinnigheid, Dat is: met een razende haat.

Lukas 6 vers 12

in het gebed tot God Grieks in het gebed Gods; namelijk om zich door den gebede tot het verkiezen van zijne apostelen voor te bereiden, gelijk de apostelen ook naar dit voorbeeld gedaan hebben, Hand. 13:3 .

Hertaald: in het gebed tot God Grieks: in het gebed van God; namelijk om Zich door het gebed voor te bereiden op het kiezen van Zijn apostelen, zoals de apostelen naar dit voorbeeld ook gedaan hebben, Hand. 13:3.

Lukas 6 vers 13

apostelen noemde Dat is, afgezondenen, of gezanten, omdat zij van Hem eerst door het Joodse land, Matt. 10:6 , en daarna in de wereld uitgezonden zouden worden om het Evangelie te prediken.

Hertaald: apostelen noemde Dat is: afgezondenen of gezanten, omdat zij door Hem eerst door het Joodse land, Matth. 10:6, en daarna de wereld in gezonden zouden worden om het Evangelie te prediken.

Lukas 6 vers 14

Petrus noemde; Waarom hij alzo toegenaamd is geworden, zie Marc. 3:16 , en heeft ook deze toenaam gediend om hem te onderscheiden van den tweeden Simon, die ook daarom hier toegenaamd wordt, Zelotes, vs.15. Zie Matt. 10:4 .

Hertaald: Petrus noemde; Zie waarom hij die toenaam gekregen heeft bij Mark. 3:16. Die toenaam heeft ook gediend om hem te onderscheiden van de tweede Simon, die daarom hier de toenaam Zelotes krijgt, vers 15. Zie Matth. 10:4.

Lukas 6 vers 15

Zelótes; Dat is, ijveraar; zie Matt. 10:4 .

Hertaald: Zelótes; Dat is: ijveraar; zie Matth. 10:4.

Lukas 6 vers 19

kracht van Hem uit, Dat is, Hij bewees aan haar Zijn goddelijke kracht, waardoor Hij haar genas. Zie Marc. 5:30 .

Hertaald: kracht van Hem uit, Dat is: Hij bewees aan hen Zijn goddelijke kracht, waardoor Hij hen genas. Zie Mark. 5:30.

Lukas 6 vers 20

armen, Namelijk van geest.Zie Matt. 5:3 .

Hertaald: armen, Namelijk van geest. Zie Matth. 5:3.

Lukas 6 vers 21

hongert; Namelijk naar de gerechtigheid, Matt. 5:6 .

Hertaald: hongert; Namelijk naar de gerechtigheid, Matth. 5:6.

weent; Namelijk lijdende om Christus en des Evangelies van Christus' wil, gelijk blijkt uit vs.22.

Hertaald: weent; Namelijk terwijl u lijdt om Christus en om Zijn Evangelie, zoals blijkt uit vers 22.

Lukas 6 vers 22

wanneer zij u afscheiden, Of, afsnijden; namelijk van hunne vergaderingen en gezelschappen. Zie Joh. 16:2 .

Hertaald: wanneer zij u afscheiden, Of: afsnijden; namelijk van hun vergaderingen en gezelschappen. Zie Joh. 16:2.

smaden, Namelijk als goddelozen of ketters.

Hertaald: smaden, Namelijk als goddelozen of ketters.

verwerpen, Of, uitdoen. Grieks uitwerpen.

Hertaald: verwerpen, Of: uitdoen. Grieks: uitwerpen.

Lukas 6 vers 23

zijt vrolijk; Grieks springt op; namelijk van vreugde.

Hertaald: zijt vrolijk; Grieks: springt op, namelijk van vreugde.

loon is Van dit loon, zie Matt. 5:12 .

Hertaald: loon is Zie over dit loon Matth. 5:12.

groot in den hemel; Grieks veel.

Hertaald: groot in den hemel; Grieks: veel.

Lukas 6 vers 24

gij rijken, Dat is, die u op uwen rijkdom verlaat, en uw troost daarin zoekt, Marc. 10:24 .

Hertaald: gij rijken, Dat is: u die op uw rijkdom vertrouwt en daarin uw troost zoekt, Mark. 10:24.

Lukas 6 vers 25

verzadigd zijt, Grieks vervuld; dat is, die uw lust hebt in uw lichaam met spijs en drank op te vullen. Zie Jak. 5:5 .

Hertaald: verzadigd zijt, Grieks: vervuld; dat is: u die er uw lust in hebt uw lichaam met eten en drinken te vullen. Zie Jak. 5:5.

lacht, Dat is, die uw vermaak hebt in allerlei wereldse blijdschap, Joh. 16:20 , en in de verdrukking der vromen, Openb. 11:10 .

Hertaald: lacht, Dat is: u die uw vermaak hebt in allerlei wereldse blijdschap, Joh. 16:20, en in de verdrukking van de vromen, Openb. 11:10.

treuren en wenen Namelijk eeuwiglijk. Jak. 5:1 .

Hertaald: treuren en wenen Namelijk eeuwig. Jak. 5:1.

Lukas 6 vers 26

al de mensen wel van u spreken, Namelijk de wereldse mensen, Joh. 15:19 ; als gij hun zoudt zoeken te behagen en gelijk te zijn, Gal. 1:10 .

Hertaald: al de mensen wel van u spreken, Namelijk de wereldse mensen, Joh. 15:19, wanneer u hun zou proberen te behagen en aan hen gelijk te worden, Gal. 1:10.

Lukas 6 vers 28

geweld doen Of, lasteren; gelijk 1 Petr. 2:16 .

Hertaald: geweld doen Of: lasteren, zoals 1 Petr. 2:16.

Lukas 6 vers 29

biedt ook de andere; Namelijk liever dan dat gij uzelven zoudt wreken, of kwaad met kwaad vergelden.

Hertaald: biedt ook de andere; Namelijk liever dan dat u uzelf zou wreken of kwaad met kwaad zou vergelden.

Lukas 6 vers 30

een iegelijk, die van u begeert; Dit moet verstaan worden van de rechte armen, die gebrek lijden, welken wij ook geven moeten naar ons vermogen. Zie hiervan den regel van Paulus, 2 Kor. 8:12-14 .

Hertaald: een iegelijk, die van u begeert; Dit moet opgevat worden van de werkelijk armen, die gebrek lijden, aan wie wij naar ons vermogen ook moeten geven. Zie hiervoor de regel van Paulus, 2 Kor. 8:12-14.

eist niet weder Namelijk zo daardoor de liefde des naasten zou worden gekwetst, of aan anderen ergernis gegeven, 1 Kor. 6:7 .

Hertaald: eist niet weder Namelijk wanneer daardoor de liefde tot de naaste gekwetst zou worden of aan anderen aanstoot gegeven, 1 Kor. 6:7.

Lukas 6 vers 32

dank hebt gij? Of, genade; dat is genadige weldaad of vergelding van God.

Hertaald: dank hebt gij? Of: genade; dat is: een genadige weldaad of vergelding van God.

de zondaars hebben lief degenen, Dat is openbare en grote zondaars, hoedanige gehouden werden de tollenaars, die in de plaats derzelve, Matt. 5:46-47 , gesteld worden.

Hertaald: de zondaars hebben lief degenen, Dat is: openlijke en grote zondaars, waarvoor de tollenaars gehouden werden, die in Matth. 5:46-47 op hun plaats genoemd worden.

Lukas 6 vers 34

weder te ontvangen, Namelijk het geleende geld, of dergelijke vriendschap wanneer gij zulks nodig zoudt hebben, gelijk uit de volgende woorden in het einde van het vs. blijkt.

Hertaald: weder te ontvangen, Namelijk het geleende geld, of dezelfde vriendendienst wanneer u die nodig zou hebben, zoals uit de volgende woorden aan het einde van het vers blijkt.

Lukas 6 vers 35

zonder iets weder te hopen; Of, zonder daarvan iets te hopen; dat is, niet alleen dengenen, die gij hoopt dat het zullen wedergeven, of dergelijke vriendschap wederdoen, maar ook dengenen waarvan gij die hoop niet hebt; gelijk hij hier ook gebiedt niet alleen de vrienden, maar ook de vijanden lief te hebben.

Hertaald: zonder iets weder te hopen; Of: zonder daarvan iets te hopen; dat is: niet alleen aan hen van wie u hoopt dat zij het zullen teruggeven, of dat zij dezelfde vriendendienst zullen bewijzen, maar ook aan hen van wie u die hoop niet hebt. Zo gebiedt Hij hier ook niet alleen de vrienden maar ook de vijanden lief te hebben.

groot zijn, Grieks veel.

Hertaald: groot zijn, Grieks: veel.

zijn; Dat is, tonen metterdaad dat gij het zijt.

Hertaald: zijn; Dat is: metterdaad tonen dat u het bent.

goedertieren Of, weldadig.

Hertaald: goedertieren Of: weldadig.

Lukas 6 vers 37

oordeelt niet, Namelijk lichtvaardig of verkeerd, gelijk Matt. 7:1 .

Hertaald: oordeelt niet, Namelijk lichtvaardig of verkeerd, zoals Matth. 7:1.

laat los, Of, vergeeft, en u zal vergeven worden.

Hertaald: laat los, Of: vergeeft, en u zal vergeven worden.

Lukas 6 vers 38

maat zal men in Eene gelijkenis, genomen van het meten van droge waren, als men elk het zijne ruim wil toemeten.

Hertaald: maat zal men in Een vergelijking die ontleend is aan het meten van droge waren, wanneer men ieder het zijne ruim wil toemeten.

uw schoot geven; Eene manier van spreken, genomen van de wijze der volken in het Oosten, die lange wijde klederen droegen, waarin zij ontvangen konden hetgeen hun gegeven werd; Ps. 79:12 ; Jer. 32:18 .

Hertaald: uw schoot geven; Een manier van spreken die ontleend is aan de gewoonte van de volken in het oosten, die lange wijde kleren droegen waarin zij konden opvangen wat hun gegeven werd; Ps. 79:12; Jer. 32:18.

Lukas 6 vers 40

meester; Grieks leraar, of leermeester.

Hertaald: meester; Grieks: leraar of leermeester.

volmaakt Dat is, een oprecht, waar en getrouw discipel.

Hertaald: volmaakt Dat is: een oprecht, waar en trouw discipel.

Lukas 6 vers 41

splinter, Wat door den splinter en den balk verstaan wordt, zie Matt. 7:3 .

Hertaald: splinter, Zie wat er met de splinter en de balk bedoeld wordt bij Matth. 7:3.

Lukas 6 vers 42

uitdoe; Grieks uitwerpe.

Hertaald: uitdoe; Grieks: uitwerpe.

Lukas 6 vers 43

voortbrengt, Grieks maakt.

Hertaald: voortbrengt, Grieks: maakt.

kwade boom, Grieks verrotte.

Hertaald: kwade boom, Grieks: verrotte.

Lukas 6 vers 45

brengt het kwade voort Namelijk gemeenlijk, of voor het merendeel. Want de geveinsden spreken anders dikwijls wat zij niet menen, hoewel hunne geveinsdheid veeltijds aan den dag komt.

Hertaald: brengt het kwade voort Namelijk gewoonlijk, of voor het grootste deel. Want de huichelaars zeggen vaak iets anders dan zij menen, hoewel hun huichelarij meestal aan het licht komt.

Lukas 6 vers 48

en verdiepte, Dat is, groef diep, namelijk om te vaster fondament te leggen.

Hertaald: en verdiepte, Dat is: groef diep, namelijk om een steviger fundament te leggen.

de hoge vloed kwam, Grieks de volle vloed; waardoor, alsook door de stromen, verstaan worden de verleidingen, verzoekingen, verdrukkingen en vervolgingen, Matt. 13:21 .

Hertaald: de hoge vloed kwam, Grieks: de volle vloed. Daarmee worden, evenals met de stromen, de verleidingen, verzoekingen, verdrukkingen en vervolgingen bedoeld, Matth. 13:21.

sloeg de waterstroom tegen dat huis aan, Grieks bak.

Hertaald: sloeg de waterstroom tegen dat huis aan, Grieks: bak.

Lukas 6 vers 49

de val van datzelve huis was groot Grieks de breuk, of scheur.

Hertaald: de val van datzelve huis was groot Grieks: de breuk of scheur.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Een Heere ook van den sabbat — 6:1-5, 12-16, 19-20

Profeet, priester en koning niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen ambt

Zijn discipelen plukken aren op een sabbat en wrijven ze uit. De Farizeeën zien het en spreken Hem erop aan. Wat volgt is geen uitleg over wat mag, maar een uitspraak over gezag.

Hij beroept Zich niet op een uitzondering maar op Zichzelf, en kiest daarna twaalf mannen uit.

**Het antwoord dat Hij geeft.** Eerst wijst Hij op David, die at van de toonbroden die alleen voor de priesters waren. En dan komt de zin die alles verandert: “De Zoon des mensen is een Heere ook van den sabbat.”

De sabbat is niet iets waar Hij een uitzondering op vraagt. Het is Zijn eigendom. Wie de rustdag heeft ingesteld, kan zeggen waar hij voor dient.

**De nacht ervoor.** Wat er dan volgt begint met iets dat Lukas met opzet vermeldt: “dat Hij uitging naar den berg, om te bidden, en Hij bleef den nacht over in het gebed tot God.”

Een hele nacht. De kanttekening zegt waarvoor: om Zich door het gebed voor te bereiden op het verkiezen van Zijn apostelen. En zij merkt erbij dat de apostelen het Hem naderhand hebben nagedaan.

**De keuze.** “En als het dag was geworden, riep Hij Zijn discipelen tot Zich, en verkoos er twaalf uit hen, die Hij ook apostelen noemde.” De kanttekening vertaalt dat woord: afgezondenen, gezanten — omdat zij uitgezonden zouden worden.

Twaalf. Zoveel als er stammen waren. Dat getal is geen toeval bij Iemand Die een volk aan het verzamelen is.

**Waarom dit bij de ambten staat.** In deze lijn gaat het om profeet, priester en koning, en telkens om iemand die gezonden wordt en niet zichzelf stuurt. Hier gebeurt beide tegelijk: Hij spreekt met een gezag dat niemand vóór Hem had — Heere van de sabbat — en Hij stelt zelf mensen aan die in Zijn Naam gaan.

Mozes stelde Jozua aan met handoplegging voor het aangezicht van de priester. Elia wierp zijn mantel op Elisa. Hier bidt Iemand een nacht lang, en roept dan bij name.

**Wat er onmiddellijk op volgt.** “En al de schare zocht Hem aan te raken; want er ging kracht van Hem uit, en Hij genas ze allen.” En dan begint de rede, en de eerste zin ervan gaat over armen die het koninkrijk krijgen.

  1. Genesis 2:3 — God zegent de zevende dag en heiligt hem.
  2. 1 Samuël 21:6 — David eet van de toonbroden, die alleen voor de priesters waren.
  3. Lukas 6:5 — De Zoon des mensen is een Heere ook van de sabbat.
  4. Lukas 6:12 — Hij bidt een hele nacht voor Hij kiest.
  5. Numeri 27:18 — Zoals Mozes Jozua aanstelde, stelt Hij hier twaalf aan.
  6. Lukas 6:13 — En Hij noemt hen apostelen: gezondenen.

In het Nieuwe Testament: 1 Samuël 21:6; Genesis 2:3; Exodus 20:8; Numeri 27:18; Markus 2:28; Lukas 6:19

Hoever dit reikt: Dat Hij Heere van de sabbat is, zegt Hij hier Zelf; wat dat voor de onderhouding van de rustdag betekent, wordt in dit gedeelte niet uitgewerkt. Het getal twaalf wordt door de tekst niet uitgelegd; dat het naar de stammen verwijst, is een gevolgtrekking die elders in de Evangeliën wel met zoveel woorden gemaakt wordt.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Lukas 6

Lukas 6:6-10.KruisverwijzingenMarkus 3:1Mattheüs 12:9Lukas 14:3Markus 3:5Mattheüs 4:23Lukas 11:53Lukas 20:20Markus 3:2
— En het geschiedde ook op een anderen sabbat, dat Hij in de synagoge ging, en leerde. En daar was een mens, en zijn rechterhand was dor. En de Schriftgeleerden en de Farizeen namen Hem waar, of Hij op den sabbat genezen zou; opdat zij enige beschuldiging tegen Hem mochten vinden. Doch Hij kende hun gedachten, en zeide tot den mens, die de dorre hand had: Rijs op, en sta in het midden. En hij opgestaan zijnde, stond overeind. Zo zeide dan Jezus tot hen: Ik zal u vragen: Wat is geoorloofd op de sabbatten, goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te verderven? En hen allen rondom aangezien hebbende, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij deed alzo; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.
“En het geschiedde ook op een anderen sabbat, dat Hij in de synagoge ging, en leerde. En daar was een mens, en zijn rechterhand was dor. En de Schriftgeleerden en de Farizeen namen Hem waar, of Hij op den sabbat genezen zou; opdat zij enige beschuldiging tegen Hem mochten vinden. Doch Hij kende hun gedachten, en zeide tot den mens, die de dorre hand had: Rijs op, en sta in het midden. En hij opgestaan zijnde, stond overeind. Zo zeide dan Jezus tot hen: Ik zal u vragen: Wat is geoorloofd op de sabbatten, goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te verderven? En hen allen rondom aangezien hebbende, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij deed alzo; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.”

Ik meen die doordringende blik te zien, die tot in hun hart las en de boosheid veroordeelde die Hij daar zag. Hij zag hen allen rondom aan.

Lukas 6:11.KruisverwijzingenHandelingen 5:33Mattheüs 12:14Lukas 4:28Johannes 11:47Handelingen 26:11Handelingen 4:15Mattheüs 21:45Johannes 7:1
— En zij werden vervuld met uitzinnigheid, en spraken samen met elkander, wat zij Jezus doen zouden.
“En zij werden vervuld met uitzinnigheid, en spraken samen met elkander, wat zij Jezus doen zouden.”

Dit was het tweede wonder dat onze Heere op de sabbat werkte, en ook dit was heel opmerkelijk.

Lukas 6:32-34.KruisverwijzingenMattheüs 5:42Mattheüs 5:46Lukas 14:121 Petrus 2:19Lukas 6:35Deuteronomium 15:8
— En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars hebben lief degenen, die hen liefhebben. En indien gij goed doet dengenen, die u goed doen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars doen hetzelfde. En indien gij leent dengenen, van welke gij hoopt weder te ontvangen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars lenen den zondaren, opdat zij evengelijk weder mogen ontvangen.
“En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars hebben lief degenen, die hen liefhebben. En indien gij goed doet dengenen, die u goed doen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars doen hetzelfde. En indien gij leent dengenen, van welke gij hoopt weder te ontvangen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars lenen den zondaren, opdat zij evengelijk weder mogen ontvangen.”

Deze verzen laten ons zien dat christenen mensen van de diénst moeten zijn. Zij moeten niet menen dat zij in de wereld gekomen zijn om aan een gastmaal aan te zitten. Zij moeten hun Meester bedienen terwijl Híj aan tafel zit.

Wij moeten los komen van die benauwende invloed van de geest die zelfs de godsdienst tot een zelfzuchtige voorziening voor onszelf maakt. Wij zijn er om te diénen, niet om op ons gemak aan te liggen.

Wat doen wij toch, dat wij zo bezorgd zijn om te rusten en onszelf goed te doen? De Heere Jezus Christus wil niet dat wij altijd vragen: hoe kan ik gelukkig zijn? Hoe kom ik aan geestelijk genot?

Van dienstknechten wordt niet verwacht dat zij hun tijd besteden aan hun eigen genoegen en aan het zoeken van hun eigen voordeel. Een knecht wiens hele tijd opging aan het bewaken van zijn eigen bezit zou voor zijn werkgever weinig waard zijn. Zo hebben ook wij nog iets anders te doen dan over onze eigen innerlijke gevoelens te waken.

Een brandhout uit het vuur te rukken is beter dan onze eigen handen te warmen. Een hongerige ziel te voeden met het brood van de hemel is een veel hogere daad dan zelf het vette te eten en het zoete te drinken.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Te veel mensen menen dat de diensten van het heiligdom er alleen zijn om hén te voeden. Zij zien het huis van God nooit als een kazerne voor soldaten, of als een plaats waar werklieden samenkomen om hun gereedschap te slijpen. Zij houden het enkel voor een gewijde winkel, een geestelijke provisiekamer, waar veel te ontvangen valt en weinig of niets teruggegeven wordt. Er is meer eer in het steken van uw arm tot aan de elleboog in de modder om een juweel voor Christus te vinden, dan in het wassen van uw ledige handen met de geurige zeep van de fatsoenlijke welvoeglijkheid.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content