Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Lukas 19

1 En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG2532 Jezus, ingekomenG1525 zijnde, ging door JerichoG2410. En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho.

KJV And1 Jesus entered2 and passed through3 Jericho.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εισελθων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 διηρχετο G1330 doorgegaan, doorgaande, doorgereisd come, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιεριχω G2410 Jericho Jericho
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zie, er was een man, met name geheten Zacheus; en deze was een overste der tollenaren, en hij was rijk;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En zieG2400, er was een manG435, met nameG3686 gehetenG2564 ZacheusG2195; enG2532 dezeG3778 wasG1510 een overste der tollenaren, enG2532 hijG846 wasG1510 rijkG4145; En zie, er was een man, met name geheten Zacheus; en deze was een overste der tollenaren, en hij was rijk;

Ook in dit vers overste tollenarenG754

KJV And,1 behold, there was a man3 named4 Zacchaeus,6 which7 was the chief among the publicans,10 and11 he12 was rich.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 ανηρ G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 4 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 5 καλουμενος G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 6 ζακχαιος G2195 Zacheus Zacchæus 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 αρχιτελωνης G754 overste tollenaren chief among the publicans 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 πλουσιος G4145 rijk, rijken, rijke rich

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 zochtG2212 JezusG2424 te zienG1492, wieG5101 Hij wasG1510; enG2532 konG1410 nietG3756 vanwege de schareG3793, omdatG3754 hij kleinG3398 vanG575 persoonG2244 wasG1510. En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was.

KJV And1 he sought2 to see Jesus5 who6 he was; and8 could10 not9 for11 the press,13 because14 he was little17 of stature.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εζητει G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 3 ιδειν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 ηδυνατο G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 11 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ηλικια G2244 grootte, lengte, ouderdom age, stature 17 μικρος G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 18 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgeboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG2532 vooruitlopendeG4390, klomG305 hij opG1909 een wilden vijgeboomG4809, opdatG2443 hij Hem mocht zienG1492; wantG3754 Hij zou doorG1223 dienG1565 weg voorbijgaanG1330. En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgeboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan.

KJV And1 he ran2 before,3 and climbed up4 into5 a sycomore tree6 to7 see him:9 for10 he was13 to pass14 that

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προδραμων G4390 liep vooruit, vooruitlopende outrun, run before 3 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 4 ανεβη G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 συκομωραιαν G4809 wilden vijgeboom sycamore tree 7 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 8 ιδη G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 12 εκεινης G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 13 ημελλεν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 14 διερχεσθαι G1330 doorgegaan, doorgaande, doorgereisd come, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheus! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En alsG5613 JezusG2424 aanG1909 die plaatsG5117 kwamG2064, opwaarts ziendeG308, zagG1492 Hij hem, en zeideG2036 totG4314 hemG846: ZacheusG2195! haastG4692 uG4771, en komG2597 af; wantG1063 IkG1473 moetG1163 hedenG4594 inG1722 uw huisG3624 blijven. En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheus! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.

KJV And1 when2 Jesus9 came3 to4 the place,6 he looked up,7 and saw him,11 and12 said unto14 him,15 Zacchaeus,16 make haste,17 and come down;18 for20 to day19 I must25 abide27 at21 thy house.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 3 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 7 αναβλεψας G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ζακχαιε G2195 Zacheus Zacchæus 17 σπευσας G4692 haast, Spoed, haastende (make, with) haste unto 18 καταβηθι G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 19 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 20 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 21 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 22 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 οικω G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 24 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 25 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 26 με G1473 mij, ik I, me 27 μειναι G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En hij haastteG4692 zich en kwam af, en ontvingG5264 HemG846 met blijdschapG5463. En hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap.

KJV And1 he made haste,2 and came down,3 and4 received5 him6 joyfully.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 σπευσας G4692 haast, Spoed, haastende (make, with) haste unto 3 κατεβη G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 υπεδεξατο G5264 ontving, genomen, ontvangen receive 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 χαιρων G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En allen, die het zagen, murmureerden, zeggende: Hij is tot een zondigen man ingegaan, om te herbergen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG2532 allen, die het zagenG1492, murmureerdenG1234, zeggendeG3004: Hij is tot een zondigenG268 manG435 ingegaanG1525, om te herbergenG2647. En allen, die het zagen, murmureerden, zeggende: Hij is tot een zondigen man ingegaan, om te herbergen.

KJV And1 when they saw it, they4 all3 murmured, saying,5 That6 he was gone10 to be guest11 with7 a man9 that is a sinner.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 απαντες G537 alles all (things), every (one), whole 4 διεγογγυζον G1234 murmureerden murmur 5 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 8 αμαρτωλω G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 9 ανδρι G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 10 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 11 καταλυσαι G2647 afgebroken, afbreekt, afbreken destroy, dissolve, be guest, lodge, come to nought, overthrow, throw down

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Zacheus stond, en zeide tot den Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En ZacheusG2195 stondG2476, en zeideG2036 totG4314 den HeereG2962: ZieG2400, de helftG2255 van mijn goederenG5224, HeereG2962, geef ik den armenG4434; en indienG1487 ik iemandG5100 ietsG5100 door bedrog ontvreemdG4811 heb, dat geef ik vierdubbelG5073 weder. En Zacheus stond, en zeide tot den Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder.

Ook in dit vers geefG591 geefG1325

KJV And2 Zacchaeus3 stood,1 and said unto5 the Lord;7 Behold, Lord,14 the half10 of my goods I give15 to the poor;17 and18 if I have taken22 any thing from any man20 by false accusation, I restore23 him fourfold.

1 σταθεις G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ζακχαιος G2195 Zacheus Zacchæus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 8 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ημιση G2255 halven, helft half 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 υπαρχοντων G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 13 μου G1473 mij, ik I, me 14 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 15 διδωμι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 16 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πτωχοις G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 20 τινος G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 21 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 22 εσυκοφαντησα G4811 bedrog, bedrog ontvreemd, ontvreemdt accuse falsely, take by false accusation 23 αποδιδωμι G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 24 τετραπλουν G5073 vierdubbel fourfold

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En JezusG2424 zeideG2036 totG4314 hemG846: HedenG4594 is dezenG5129 huizeG3624 zaligheidG4991 geschiedG1096, nademaalG2530 ookG2532 dezeG3778 een zoonG5207 van AbrahamG11 isG1510. En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is.

KJV And2 Jesus6 said unto3 him,4 This day8 is13 salvation9 come to this house,11 forsomuch as14 he16 also15 is a son17 of Abraham.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 9 σωτηρια G4991 zaligheid, verlossing, behoudenis deliver, health, salvation, save, saving 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οικω G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 12 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 14 καθοτι G2530 nademaal (according, forasmuch) as, because (that) 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 18 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 19 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantG1063 de ZoonG5207 des mensenG444 is gekomenG2064, om te zoekenG2212 enG2532 zaligG4982 te maken, dat verlorenG622 was. Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.

KJV For2 the Son4 of man6 is come1 to seek7 and8 to save9 that which was lost.

1 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 ζητησαι G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 σωσαι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 απολωλος G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En als zij dat hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis; omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En als zij dat hoordenG191, voegdeG4369 HijG846 daarbij, en zeideG2036 een gelijkenisG3850; omdat HijG846 nabijG1451 JeruzalemG2419 wasG1510, en omdat zij meendenG1380, dat het KoninkrijkG932 GodsG2316 terstondG3916 zou openbaarG398 worden. En als zij dat hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis; omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden.

KJV And2 as they3 heard1 these things, he added5 and spake a parable,7 because8 he11 was nigh10 to Jerusalem,13 and14 because they16 thought15 that17 the kingdom21 of God23 should19 immediately18 appear.

1 ακουοντων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 προσθεις G4369 toegedaan, toedoen, toegeworpen add, again, give more, increase, lay unto, proceed further, speak to any more 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 8 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 δοκειν G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 16 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 18 παραχρημα G3916 terstond, stonde forthwith, immediately, presently, straightway, soon 19 μελλει G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 20 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 24 αναφαινεσθαι G398 gezicht, openbaar (should) appear, discover

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een ver gelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Hij zeideG2036 danG3767: Een zekerG5100 welgeborenG2104 manG444 reisdeG4198 in een verG3117 gelegen landG5561, om voor zichzelvenG1438 een koninkrijkG932 te ontvangenG2983, enG2532 dan weder te kerenG5290. Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een ver gelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.

KJV He said therefore,2 A certain4 nobleman3 went6 into7 a far9 country8 to receive10 for himself11 a kingdom,12 and13 to return.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 4 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 ευγενης G2104 edelen, edeler, welgeboren more noble, nobleman 6 επορευθη G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 χωραν G5561 land, landen, lands coast, county, fields, ground, land, region 9 μακραν G3117 lang, ver, lange far, long 10 λαβειν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 11 εαυτω G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 12 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 υποστρεψαι G5290 wedergekeerd, keerden wederom, keerden come again, return (again, back again), turn back (again)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En geroepen hebbende zijn tien dienstknechten, gaf hij hun tien ponden, en zeide tot hen: Doet handeling, totdat ik kome.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En geroepenG2564 hebbende zijn tienG1176 dienstknechtenG1401, gafG1325 hij hun tienG1176 pondenG3414, en zeideG2036 totG4314 henG846: Doet handelingG4231, totdat ik komeG2064. En geroepen hebbende zijn tien dienstknechten, gaf hij hun tien ponden, en zeide tot hen: Doet handeling, totdat ik kome.

KJV And2 he called1 his5 ten3 servants,4 and delivered6 them7 ten8 pounds,9 and10 said unto12 them,13 Occupy14 till15 I come.

1 καλεσας G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 4 δουλους G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 5 εαυτου G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 6 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 9 μνας G3414 ponden, pond pound 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 13 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 πραγματευσασθε G4231 handeling occupy 15 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 16 ερχομαι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En zijn burgers haatten hem, en zonden hem gezanten na, zeggende: Wij willen niet, dat deze over ons koning zij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En zijn burgersG4177 haattenG3404 hemG846, en zondenG649 hemG846 gezantenG4242 na, zeggendeG3004: Wij willenG2309 nietG3756, dat dezeG3778 overG1909 ons koningG936 zij. En zijn burgers haatten hem, en zonden hem gezanten na, zeggende: Wij willen niet, dat deze over ons koning zij.

KJV But2 his4 citizens3 hated5 him,6 and7 sent8 a message9 after10 him,11 saying,12 We will14 not13 have this man to reign16 over17 us.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πολιται G4177 burgers, burger citizen 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εμισουν G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 απεστειλαν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 9 πρεσβειαν G4242 gezanten ambassage, message 10 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 θελομεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 15 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 βασιλευσαι G936 geheerst, koning, koningen heersen king, reign 17 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 18 ημας G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En het geschiedde, toen hij wederkwam, als hij het koninkrijk ontvangen had, dat hij zeide, dat die dienstknechten tot hem zouden geroepen worden, wien hij het geld gegeven had; opdat hij weten mocht, wat een iegelijk met handelen gewonnen had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 het geschieddeG1096, toen hij wederkwamG1880, als hijG846 het koninkrijkG932 ontvangenG2983 had, dat hij zeideG2036, dat die dienstknechtenG1401 tot hemG846 zouden geroepenG5455 worden, wien hij het geldG694 gegevenG1325 had; opdatG2443 hij wetenG1097 mocht, wat een iegelijk metG1722 handelen gewonnenG1281 had. En het geschiedde, toen hij wederkwam, als hij het koninkrijk ontvangen had, dat hij zeide, dat die dienstknechten tot hem zouden geroepen worden, wien hij het geld gegeven had; opdat hij weten mocht, wat een iegelijk met handelen gewonnen had.

KJV And1 it came to pass,2 that when3 he6 was returned,5 having received7 the kingdom,9 then10 he commanded these servants15 to be called12 unto him,13 to whom17 he had given18 the money,20 that21 he might know22 how much23 every man24 had gained by trading.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 επανελθειν G1880 wederkwam come again, return 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 λαβοντα G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 φωνηθηναι G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 δουλους G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 16 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 οις G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 αργυριον G694 geld, zilveren, gelds money, (piece of) silver (piece) 21 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 22 γνω G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 23 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 24 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 25 διεπραγματευσατο G1281 handelen gewonnen gain by trading

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de eerste kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft tien ponden daartoe gewonnen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de eersteG4413 kwam, en zeideG3004: HeerG2962, uw pondG3414 heeft tienG1176 pondenG3414 daartoe gewonnenG4333. En de eerste kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft tien ponden daartoe gewonnen.

KJV Then2 came1 the first,4 saying,5 Lord,6 thy pound8 hath gained10 ten11 pounds.

1 παρεγενετο G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 5 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μνα G3414 ponden, pond pound 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 προσειργασατο G4333 gewonnen gain 11 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 12 μνας G3414 ponden, pond pound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En hij zeide tot hem: Wel, gij goede dienstknecht, dewijl gij in het minste getrouw zijt geweest, zo heb macht over tien steden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 hij zeideG2036 tot hem: Wel, gij goedeG18 dienstknechtG1401, dewijlG3754 gij inG1722 het minsteG1646 getrouwG4103 zijtG1510 geweestG1096, zo hebG2192 machtG2468 over tienG1176 stedenG4172. En hij zeide tot hem: Wel, gij goede dienstknecht, dewijl gij in het minste getrouw zijt geweest, zo heb macht over tien steden.

KJV And1 he said unto him,3 Well,4 thou good5 servant:6 because7 thou hast been11 faithful10 in8 a very little,9 have14 thou authority13 over15 ten16 cities.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ευ G2095 good, well (done) 5 αγαθε G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 6 δουλε G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 ελαχιστω G1646 minste, klein, minsten least, very little (small), smallest 10 πιστος G4103 getrouw, getrouwe, gelovigen believe(-ing, -r), faithful(-ly), sure, true 11 εγενου G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 12 ισθι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 14 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 15 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 16 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 17 πολεων G4172 stad, steden city

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En de tweede kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft vijf ponden gewonnen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En de tweedeG1208 kwamG2064, en zeideG3004: HeerG2962, uw pondG3414 heeft vijfG4002 pondenG3414 gewonnenG4160. En de tweede kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft vijf ponden gewonnen.

KJV And1 the second4 came,2 saying,5 Lord,6 thy pound8 hath gained10 five11 pounds.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δευτερος G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 5 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μνα G3414 ponden, pond pound 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 11 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five 12 μνας G3414 ponden, pond pound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En hij zeide ook tot dezen: En gij, wees over vijf steden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En hij zeideG2036 ookG2532 tot dezenG5129: En gijG4771, weesG1096 over vijfG4002 stedenG4172. En hij zeide ook tot dezen: En gij, wees over vijf steden.

KJV And2 he said likewise3 to him, Be7 thou6 also5 over8 five9 cities.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 7 γινου G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 8 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 9 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five 10 πολεων G4172 stad, steden city

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En een ander kwam, zeggende: Heer, zie hier uw pond, hetwelk ik in een zweetdoek weggelegd had;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG2532 een anderG2087 kwamG2064, zeggendeG3004: HeerG2962, zieG2400 hier uw pondG3414, hetwelkG3739 ik inG1722 een zweetdoekG4676 weggelegdG606 hadG2192; En een ander kwam, zeggende: Heer, zie hier uw pond, hetwelk ik in een zweetdoek weggelegd had;

KJV And1 another2 came,3 saying,4 Lord,5 behold, here is thy pound,8 which10 I have11 kept laid up12 in13 a napkin:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ετερος G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 3 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μνα G3414 ponden, pond pound 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 αποκειμενην G606 weggelegd, gezet be appointed, (be) laid up 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 σουδαριω G4676 zweetdoek, zweetdoeken handkerchief, napkin

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Want ik vreesde u, omdat gij een straf mens zijt; gij neemt weg, wat gij niet gelegd hebt, en gij maait, wat gij niet gezaaid hebt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Want ik vreesdeG5399 u, omdatG3754 gijG4771 een strafG840 mensG444 zijtG1510; gij neemt wegG142, watG3739 gij nietG3756 gelegdG5087 hebt, enG2532 gij maaitG2325, watG3739 gij nietG3756 gezaaidG4687 hebt. Want ik vreesde u, omdat gij een straf mens zijt; gij neemt weg, wat gij niet gelegd hebt, en gij maait, wat gij niet gezaaid hebt.

KJV For2 I feared1 thee, because4 thou art an austere6 man:5 thou takest up8 that9 thou layedst11 not10 down, and12 reapest13 that14 thou didst16 not15 sow.

1 εφοβουμην G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 αυστηρος G840 straf austere 7 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 αιρεις G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 9 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 εθηκας G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 θεριζεις G2325 maaien, maait, maai reap 14 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 εσπειρας G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Maar hij zeide tot hem: Uit uw mond zal ik u oordelen, gij boze dienstknecht! Gij wist, dat ik een straf mens ben, nemende weg, wat ik niet gelegd heb, en maaiende, wat ik niet gezaaid heb.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 MaarG1161 hij zeideG3004 tot hemG846: UitG1537 uw mondG4750 zal ik uG4771 oordelenG2919, gijG4771 bozeG4190 dienstknechtG1401! Gij wistG1492, dat ikG1473 een strafG840 mensG444 benG1510, nemende wegG142, watG3739 ik nietG3756 gelegdG5087 heb, en maaiendeG2325, watG3739 ik nietG3756 gezaaidG4687 heb. Maar hij zeide tot hem: Uit uw mond zal ik u oordelen, gij boze dienstknecht! Gij wist, dat ik een straf mens ben, nemende weg, wat ik niet gelegd heb, en maaiende, wat ik niet gezaaid heb.

KJV And2 he saith1 unto him,3 Out of4 thine own mouth6 will I judge8 thee, thou wicked10 servant.11 Thou knewest12 that13 I14 was17 an austere16 man,15 taking up18 that19 I laid21 not20 down, and22 reaping23 that24 I did26 not25 sow:

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 στοματος G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 κρινω G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 9 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 10 πονηρε G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 11 δουλε G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 12 ηδεις G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 εγω G1473 mij, ik I, me 15 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 16 αυστηρος G840 straf austere 17 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 αιρων G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 19 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 20 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 εθηκα G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 θεριζων G2325 maaien, maait, maai reap 24 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 25 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 26 εσπειρα G4687 gezaaid, zaait, bezaaid sow(- er), receive seed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de bank gegeven, en ik, komende, had hetzelve met woeker mogen eisen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 WaaromG5101 hebt gij dan mijn geldG694 nietG3756 in de bankG5132 gegevenG1325, enG2532 ikG1473, komendeG2064, had hetzelveG846 met woekerG5110 mogenG302 eisenG4238? Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de bank gegeven, en ik, komende, had hetzelve met woeker mogen eisen?

KJV Wherefore then1 gavest5 not4 thou my money7 into9 the bank,11 that12 at my coming14 I8 might17 have required18 mine own19 with15 usury?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 3 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 εδωκας G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αργυριον G694 geld, zilveren, gelds money, (piece of) silver (piece) 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 τραπεζαν G5132 tafel, tafelen, bank bank, meat, table 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εγω G1473 mij, ik I, me 14 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 15 συν G4862 met, samen met beside, with 16 τοκω G5110 woeker usury 17 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 18 επραξα G4238 doen, bedrijven, volbrengen; eisen commit, deeds, do, exact, keep, require, use arts 19 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En hij zeide tot degenen, die bij hem stonden: Neemt dat pond van hem weg, en geeft het dien, die de tien ponden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En hij zeideG2036 tot degenen, die bij hem stondenG3936: NeemtG142 dat pondG3414 vanG575 hem weg, enG2532 geeftG1325 het dien, die de tienG1176 pondenG3414 heeftG2192. En hij zeide tot degenen, die bij hem stonden: Neemt dat pond van hem weg, en geeft het dien, die de tien ponden heeft.

KJV And1 he said unto them that stood by,3 Take5 from6 him7 the pound,9 and10 give11 it to him that hath16 ten14 pounds.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 παρεστωσιν G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αρατε G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 6 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 μναν G3414 ponden, pond pound 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 δοτε G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 15 μνας G3414 ponden, pond pound 16 εχοντι G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En zij zeiden tot hem: Heer, hij heeft tien ponden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 EnG2532 zij zeidenG2036 tot hem: HeerG2962, hij heeftG2192 tienG1176 pondenG3414. En zij zeiden tot hem: Heer, hij heeft tien ponden.

KJV (And1 they said unto him,3 Lord,4 he hath5 ten6 pounds.)

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 6 δεκα G1176 tien, achttien (eight-)een, ten 7 μνας G3414 ponden, pond pound

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Want ik zeg u, dat een iegelijk, die heeft, zal gegeven worden; maar van degene, die niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Want ik zegG3004 uG4771, dat een iegelijkG3956, die heeftG2192, zal gegevenG1325 worden; maarG1161 vanG575 degene, die nietG3361 heeftG2192, vanG575 dienG3739 zal genomenG142 worden ookG2532 wat hijG846 heeftG2192. Want ik zeg u, dat een iegelijk, die heeft, zal gegeven worden; maar van degene, die niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft.

KJV For2 I say1 unto you, That4 unto every one5 which6 hath7 shall be given;8 and10 from9 him that hath13 not,12 even14 that15 he hath16 shall be taken away17 from18 him.

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 παντι G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εχοντι G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 δοθησεται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 9 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 εχοντος G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 17 αρθησεται G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 18 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Doch deze mijn vijandenG2190, dieG1565 nietG3361 hebben gewildG2309, dat ikG1473 overG1909 henG846 koningG936 zoude zijn, brengtG71 ze hier, enG2532 slaatG2695 ze hier voor mijG1473 doodG2695. Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.

KJV But1 those5 mine enemies,3 which2 would8 not7 that I should reign10 over11 them,12 bring13 hither,14 and15 slay16 them before17 me.

1 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 2 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 εχθρους G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 4 μου G1473 mij, ik I, me 5 εκεινους G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 θελησαντας G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 9 με G1473 mij, ik I, me 10 βασιλευσαι G936 geheerst, koning, koningen heersen king, reign 11 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 αγαγετε G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 14 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 κατασφαξατε G2695 dood, slaat slay 17 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 18 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En dit gezegd hebbende, reisde Hij voor hen heen, en ging op naar Jeruzalem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En ditG3778 gezegdG2036 hebbende, reisdeG4198 Hij voor hen heen, en ging opG1519 naar JeruzalemG2414. En dit gezegd hebbende, reisde Hij voor hen heen, en ging op naar Jeruzalem.

KJV And1 when he had thus spoken, he went4 before,5 ascending up6 to7 Jerusalem.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 επορευετο G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 5 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 6 αναβαινων G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En het geschiedde, als Hij nabij Beth-fage en Bethanie gekomen was, aan den berg, genaamd den Olijfberg, dat Hij twee van Zijn discipelen uitzond,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En het geschiedde, alsG5613 Hij nabijG1519 Beth-fageG967 enG2532 BethanieG963 gekomen was, aanG4314 den bergG3735, genaamdG2564 den OlijfbergG1636, dat HijG846 tweeG1417 van Zijn discipelenG3101 uitzondG649, En het geschiedde, als Hij nabij Beth-fage en Bethanie gekomen was, aan den berg, genaamd den Olijfberg, dat Hij twee van Zijn discipelen uitzond,

KJV And1 it came to pass,2 when3 he was come nigh4 to5 Bethphage6 and7 Bethany,8 at9 the mount11 called13 the mount of Olives,14 he sent15 two16 of his19 disciples,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 4 ηγγισεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 βηθφαγη G967 Beth-fage Bethphage 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 βηθανιαν G963 Bethanie Bethany 9 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 καλουμενον G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 14 ελαιων G1636 Olijf, Olijfberg, olijfbomen olive (berry, tree) 15 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 16 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Zeggende: Gaat henen in dat vlek, dat tegenover is; in hetwelk inkomende, zult gij een veulen gebonden vinden, waarop geen mens ooit heeft gezeten; ontbindt hetzelve, en brengt het.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 ZeggendeG2036: Gaat henen in dat vlekG2968, dat tegenoverG2713 is; in hetwelkG3739 inkomendeG1531, zult gij een veulenG4454 gebondenG1210 vindenG2147, waarop geen mensG444 ooitG3762 heeft gezetenG2523; ontbindtG3089 hetzelveG846, en brengtG71 het. Zeggende: Gaat henen in dat vlek, dat tegenover is; in hetwelk inkomende, zult gij een veulen gebonden vinden, waarop geen mens ooit heeft gezeten; ontbindt hetzelve, en brengt het.

KJV Saying, Go ye2 into3 the village6 over against5 you; in7 the which8 at your entering9 ye shall find10 a colt11 tied,12 whereon13 yet never15 man17 sat:18 loose19 him,20 and bring

1 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κατεναντι G2713 tegenover before, over against 6 κωμην G2968 vlek, vlekken town, village 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 η G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 εισπορευομενοι G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into 10 ευρησετε G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 11 πωλον G4454 veulen colt 12 δεδεμενον G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 13 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 16 πωποτε G4455 ooit, nooit at any time, + never (…to any man), + yet, never man 17 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 18 εκαθισεν G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 19 λυσαντες G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 αγαγετε G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En indien iemand u vraagt: Waarom ontbindt gij dat, zo zult gij alzo tot hem zeggen: Omdat het de Heere van node heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 EnG2532 indienG1437 iemandG5100 uG4771 vraagtG2065: WaaromG5101 ontbindtG3089 gij dat, zo zult gij alzoG3779 tot hemG846 zeggenG2046: OmdatG3754 het de HeereG2962 van nodeG5532 heeftG2192. En indien iemand u vraagt: Waarom ontbindt gij dat, zo zult gij alzo tot hem zeggen: Omdat het de Heere van node heeft.

KJV And1 if2 any man3 ask5 you, Why do ye loose8 him? thus9 shall ye say10 unto him,11 Because12 the Lord14 hath17 need16 of him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ερωτα G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 λυετε G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 9 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 10 ερειτε G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 17 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En die uitgezonden waren, heengegaan zijnde, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 EnG1161 die uitgezondenG649 waren, heengegaanG565 zijnde, vondenG2147 het, gelijk Hij hun gezegdG2036 had. En die uitgezonden waren, heengegaan zijnde, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had.

KJV And2 they that were sent4 went their way,1 and found5 even as6 he had said unto them.

1 απελθοντες G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 απεσταλμενοι G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 5 ευρον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 6 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En als zij het veulen ontbonden, zeiden de heren van hetzelve tot hen: Waarom ontbindt gij het veulen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 EnG1161 als zij het veulenG4454 ontbondenG3089, zeidenG2036 de herenG2962 van hetzelveG846 totG4314 henG846: WaaromG5101 ontbindtG3089 gij het veulenG4454? En als zij het veulen ontbonden, zeiden de heren van hetzelve tot hen: Waarom ontbindt gij het veulen?

KJV And2 as they3 were loosing1 the colt,5 the owners8 thereof9 said unto10 them,11 Why12 loose ye13 the colt?

1 λυοντων G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πωλον G4454 veulen colt 6 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 κυριοι G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 13 λυετε G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πωλον G4454 veulen colt

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En zij zeiden: De Heere heeft het van node.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 EnG1161 zijG846 zeidenG2036: De HeereG2962 heeftG2192 het van nodeG5532. En zij zeiden: De Heere heeft het van node.

KJV And2 they said, The Lord5 hath8 need7 of him.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 8 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En zij brachten hetzelve tot Jezus. En hun klederen op het veulen geworpen hebbende, zetten zij Jezus daarop.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En zij brachtenG71 hetzelveG846 totG4314 JezusG2424. EnG2532 hun klederenG2440 opG1909 het veulenG4454 geworpenG1977 hebbende, zettenG1913 zij JezusG2424 daarop. En zij brachten hetzelve tot Jezus. En hun klederen op het veulen geworpen hebbende, zetten zij Jezus daarop.

KJV And1 they brought2 him3 to4 Jesus:6 and7 they cast8 their9 garments11 upon12 the colt,14 and they set15 Jesus17 thereon.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηγαγον G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 επιρριψαντες G1977 Werpt, geworpen cast upon 9 εαυτων G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 10 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πωλον G4454 veulen colt 15 επεβιβασαν G1913 zetten, heffende set on 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En als Hij voort reisde, spreidden zij hun klederen onder Hem op den weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 EnG1161 als Hij voort reisdeG4198, spreiddenG5291 zij hun klederenG2440 onder Hem op den wegG3598. En als Hij voort reisde, spreidden zij hun klederen onder Hem op den weg.

KJV And2 as he3 went,1 they spread4 their7 clothes6 in8 the way.

1 πορευομενου G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 υπεστρωννυον G5291 spreidden spread 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 7 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En als Hij nu genaakte aan den afgang des Olijfbergs, begon al de menigte der discipelen zich te verblijden, en God te loven met grote stemme, vanwege al de krachtige daden, die zij gezien hadden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En als HijG846 nu genaakteG1448 aanG4314 den afgangG2600 des OlijfbergsG3735, begonG756 al de menigteG4128 der discipelenG3101 zich te verblijdenG5463, en GodG2316 te lovenG134 met groteG3173 stemmeG5456, vanwege alG3956 de krachtige dadenG1411, dieG3739 zij gezienG3708 hadden; En als Hij nu genaakte aan den afgang des Olijfbergs, begon al de menigte der discipelen zich te verblijden, en God te loven met grote stemme, vanwege al de krachtige daden, die zij gezien hadden;

KJV And when he3 was come nigh,1 even2 now4 at5 the descent7 of the mount9 of Olives,11 the whole13 multitude15 of the disciples17 began12 to rejoice18 and praise19 God21 with a loud23 voice22 for24 all25 the mighty works28 that26 they had seen;

1 εγγιζοντος G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 καταβασει G2600 afgang descent 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ορους G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ελαιων G1636 Olijf, Olijfberg, olijfbomen olive (berry, tree) 12 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 13 απαν G537 alles all (things), every (one), whole 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πληθος G4128 menigte, hoop, menigten bundle, company, multitude 16 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 18 χαιροντες G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 19 αινειν G134 Looft, loven, lovende praise 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 22 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 23 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 24 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 25 πασων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 26 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 27 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 28 δυναμεων G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Zeggende: Gezegend is de Koning, Die daar komt in den Naam des Heeren! Vrede zij in den hemel, en heerlijkheid in de hoogste plaatsen!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 ZeggendeG3004: GezegendG2127 is de KoningG935, Die daar komtG2064 inG1722 den NaamG3686 des HeerenG2962! VredeG1515 zij inG1722 den hemelG3772, enG2532 heerlijkheidG1391 inG1722 de hoogsteG5310 plaatsen! Zeggende: Gezegend is de Koning, Die daar komt in den Naam des Heeren! Vrede zij in den hemel, en heerlijkheid in de hoogste plaatsen!

KJV Saying,1 Blessed2 be the King5 that cometh4 in6 the name7 of the Lord:8 peace9 in10 heaven,11 and12 glory13 in14 the highest.

1 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ευλογημενος G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 5 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 8 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 ειρηνη G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 δοξα G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 υψιστοις G5310 Allerhoogsten, hoogste, Allerhoogste most high, highest
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En sommigen der Farizeen uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 EnG2532 sommigenG5100 der FarizeenG5330 uitG575 de schareG3793 zeidenG2036 totG4314 HemG846: MeesterG1320, bestrafG2008 Uw discipelenG3101. En sommigen der Farizeen uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen.

KJV And1 some2 of the Pharisees4 from5 among the multitude7 said unto9 him,10 Master,11 rebuke12 thy disciples.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 8 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 12 επιτιμησον G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 13 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 15 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zeg ulieden, dat, zo deze zwijgen, de stenen haast roepen zullen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 EnG2532 Hij, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: Ik zegG3004 ulieden, dat, zoG1437 dezeG3778 zwijgenG4623, de stenenG3037 haast roepenG2896 zullen. En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zeg ulieden, dat, zo deze zwijgen, de stenen haast roepen zullen.

KJV And1 he answered2 and said unto them,4 I tell3 you that,7 if8 these9 should hold their peace,10 the stones12 would immediately cry out.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 σιωπησωσιν G4623 zwijgen, zweeg stil, Zwijg dumb, (hold) peace 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 λιθοι G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 13 κεκραξονται G2896 riepen, roepende, riep cry (out)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En alsG5613 Hij nabijG1448 kwam, en de stadG4172 zagG1492, weendeG2799 Hij overG1909 haar, En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar,

KJV And1 when2 he was come near,3 he beheld the city,6 and wept7 over8 it,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 3 ηγγισεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 4 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πολιν G4172 stad, steden city 7 εκλαυσεν G2799 weent, wenende, weende bewail, weep 8 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 ZeggendeG3004: OchG1487, of gijG4771 ook bekendetG1097, ookG2532 nog inG1722 dezenG5026 uw dagG2250, hetgeen totG4314 uw vredeG1515 dient! Maar nu is het verborgenG2928 voor uw ogenG3788. Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.

Ook in dit vers [dient]G1161

KJV Saying,1 If2 thou hadst known,4 even5 thou,6 at least in9 this thy day,11 the things10 which belong unto15 thy peace!16 but19 now18 they are hid20 from21 thine eyes.

1 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 3 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 4 εγνως G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 γε G1065 toch, immers and besides, doubtless, at least, yet 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 16 ειρηνην G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 17 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 18 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 19 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 20 εκρυβη G2928 verborgen, verborg, bedekt hide (self), keep secret, secret(-ly) 21 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 22 οφθαλμων G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 23 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een begraving rondom u zullen opwerpen, en zullen u omsingelen, en u van alle zijden benauwen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Want er zullen dagenG2250 overG1909 u komenG2240, datG3754 uw vijandenG2190 een begravingG5482 rondomG4016 uG4771 zullen opwerpenG4016, enG2532 zullen uG4771 omsingelenG4033, enG2532 uG4771 van alle zijdenG3840 benauwenG4912; Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een begraving rondom u zullen opwerpen, en zullen u omsingelen, en u van alle zijden benauwen;

KJV For1 the days3 shall come2 upon4 thee, that6 thine enemies9 shall cast7 a trench11 about thee, and13 compass14 thee round, and16 keep17 thee in on every side,

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 ηξουσιν G2240 komen, kom come 3 ημεραι G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 περιβαλουσιν G4016 bekleed, gekleed, Werp array, cast about, clothe(-d me), put on 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εχθροι G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 10 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 11 χαρακα G5482 begraving trench 12 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 περικυκλωσουσιν G4033 omsingelen compass round 15 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 συνεξουσιν G4912 bevangen, gedrongen, benauwen constrain, hold, keep in, press, lie sick of, stop, be in a strait, straiten, be taken with, throng 18 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 19 παντοθεν G3840 alom, zijden on every side, round about
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En zullen u tot den grond nederwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u den enen steen op den anderen steen niet laten; daarom dat gij den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 En zullen u totG1909 den grond nederwerpenG1474, enG2532 uw kinderenG5043 inG1722 uG4771; en zij zullen inG1722 uG4771 den enen steenG3037 op den anderen steenG3037 nietG3756 latenG863; daarom datG3739 gijG4771 den tijdG2540 uwer bezoekingG1984 nietG3756 bekendG1097 hebt. En zullen u tot den grond nederwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u den enen steen op den anderen steen niet laten; daarom dat gij den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt.

KJV And1 shall lay2 thee even with the ground, and4 thy children6 within8 thee; and10 they shall12 not11 leave in13 thee one stone15 upon16 another;17 because18 thou knewest21 not20 the time23 of thy visitation.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εδαφιουσιν G1474 grond nederwerpen lay even with the ground 3 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 αφησουσιν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 15 λιθον G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 16 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 λιθω G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 18 ανθ G473 in plaats van, voor, tegenover for, in the room of 19 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 20 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 εγνως G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 22 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 καιρον G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 24 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 επισκοπης G1984 bezoeking, opzieners ambt, opzienersambt the office of a "bishop", bishoprick, visitation 26 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij uit te drijven degenen, die daarin verkochten en kochten,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 EnG2532 gegaanG1525 zijnde in den tempelG2411, begonG756 HijG846 uit te drijvenG1544 degenen, die daarin verkochtenG4453 enG2532 kochtenG59, En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij uit te drijven degenen, die daarin verkochten en kochten,

KJV And1 he went2 into3 the temple,5 and began6 to cast out7 them that sold9 therein,10 and12 them that bought;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εισελθων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple 6 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 7 εκβαλλειν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 8 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πωλουντας G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 αγοραζοντας G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Zeggende tot hen: Er is geschreven: Mijn huis is een huis des gebeds; maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 ZeggendeG3004 tot henG846: Er is geschrevenG1125: Mijn huisG3624 is een huisG3624 des gebedsG4335; maarG1161 gijG4771 hebt dat tot een kuilG4693 der moordenarenG3027 gemaaktG4160. Zeggende tot hen: Er is geschreven: Mijn huis is een huis des gebeds; maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.

KJV Saying1 unto them,2 It is written,3 My house5 is the house7 of prayer:8 but11 ye have made13 it12 a den14 of thieves.

1 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οικος G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 6 μου G1473 mij, ik I, me 7 οικος G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 8 προσευχης G4335 gebeden, gebed, bidden X pray earnestly, prayer 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εποιησατε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 14 σπηλαιον G4693 kuil, spelonken, spelonk cave, den 15 ληστων G3027 moordenaars, moordenaar, moordenaren robber, thief
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 En Hij leerde dagelijks in den tempel; en de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de oversten des volks zochten Hem te doden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 En Hij leerdeG2258 dagelijksG2596 inG1722 den tempelG2411; en de overpriestersG749, en de SchriftgeleerdenG1122, en de overstenG4413 des volksG2992 zochtenG2212 HemG846 te dodenG622. En Hij leerde dagelijks in den tempel; en de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de oversten des volks zochten Hem te doden.

KJV And1 he taught3 daily5 in7 the temple.9 But11 the chief priests12 and13 the scribes15 and19 the chief21 of the people23 sought16 to destroy18 him,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 διδασκων G1321 lerende, leerde, leren teach 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 6 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 16 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 απολεσαι G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πρωτοι G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 λαου G2992 volk, volks, volke people

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 En zij vonden niet, wat zij doen zouden; want al het volk hing Hem aan, en hoorde Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 EnG2532 zij vondenG2147 nietG3756, watG5101 zij doenG4160 zouden; wantG1063 al het volkG2992 hingG1582 HemG846 aan, en hoordeG191 Hem. En zij vonden niet, wat zij doen zouden; want al het volk hing Hem aan, en hoorde Hem.

KJV And1 could3 not2 find what5 they might do:6 for9 all10 the people8 were very attentive11 to hear13 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 ευρισκον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 ποιησωσιν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 λαος G2992 volk, volks, volke people 9 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 10 απας G537 alles all (things), every (one), whole 11 εξεκρεματο G1582 hing be very attentive 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ακουων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Lukas 19:1 Jozua 2:1 Jozua 6:1 2 Koningen 2:18 Lukas 18:35 1 Koningen 16:34
Lukas 19:2 Lukas 18:24 2 Kronieken 17:5
Lukas 19:3 Johannes 12:21 Lukas 12:25 Lukas 9:7 Lukas 23:8
Lukas 19:4 1 Koningen 10:27 Jesaja 9:10 1 Kronieken 27:28 Lukas 5:19 Psalmen 78:47 Amos 7:14
Lukas 19:5 Openbaring 3:20 Johannes 1:48 Johannes 14:23 Efeze 3:17 Johannes 4:7 Hebreeën 13:2 Genesis 19:1 Prediker 9:10
Lukas 19:6 Psalmen 119:59 Lukas 5:29 Lukas 2:16 Handelingen 16:15 Genesis 18:6 Galaten 1:15 Jesaja 64:5 Handelingen 16:34
Lukas 19:7 Lukas 15:2 Lukas 18:9 Lukas 7:34 Lukas 7:39 Mattheüs 9:11 Mattheüs 21:28 Lukas 5:30
Lukas 19:8 2 Samuël 12:6 Lukas 12:33 Jakobus 1:10 Exodus 22:1 Spreuken 6:31 Numeri 5:7 Lukas 18:22 1 Timotheüs 6:17
Lukas 19:9 Galaten 3:7 Romeinen 4:16 Lukas 13:16 Romeinen 4:11 1 Korinthe 6:9 Galaten 3:14 Lukas 3:8 Johannes 4:38
Lukas 19:10 Ezechiël 34:16 1 Timotheüs 1:13 Lukas 15:4 Lukas 15:32 Mattheüs 1:21 Mattheüs 10:6 Mattheüs 15:24 Hebreeën 7:25
Lukas 19:11 Lukas 17:20 Handelingen 1:6 2 Thessalonicenzen 2:1
Lukas 19:12 Mattheüs 25:14 Efeze 1:20 1 Petrus 3:22 Mattheüs 21:38 Lukas 19:12 Hebreeën 9:28 Mattheüs 28:18 Handelingen 17:31
Lukas 19:13 2 Petrus 1:1 1 Petrus 4:9 Mattheüs 25:14 Johannes 12:26 Jakobus 1:1 1 Korinthe 12:28 1 Korinthe 12:7 Galaten 1:10
Lukas 19:14 Johannes 15:18 Jesaja 49:7 1 Samuël 8:7 Lukas 19:27 Handelingen 7:51 Handelingen 4:27 Psalmen 2:1 Zacharia 11:8
Lukas 19:15 Lukas 16:2 Romeinen 14:10 Mattheüs 25:19 Lukas 12:48 Psalmen 2:4 1 Korinthe 4:1 Mattheüs 18:23
Lukas 19:16 2 Timotheüs 4:7 Jakobus 2:18 1 Korinthe 15:10 1 Kronieken 29:14 Kolossenzen 1:28
Lukas 19:17 Lukas 16:10 Mattheüs 25:21 1 Korinthe 4:5 Openbaring 2:26 2 Timotheüs 2:10 1 Petrus 1:7 1 Petrus 5:4 Genesis 39:4
Lukas 19:18 Mattheüs 13:23 Markus 4:20 2 Korinthe 8:12
Lukas 19:19 2 Korinthe 9:6 2 Johannes 1:8 Jesaja 3:10 1 Korinthe 15:58 1 Korinthe 3:8 1 Korinthe 15:41
Lukas 19:20 Lukas 3:9 Lukas 6:46 Lukas 19:13 Mattheüs 25:24 Spreuken 26:13 Jakobus 4:17
Lukas 19:21 2 Samuël 6:9 Judas 1:15 1 Johannes 4:18 Romeinen 8:7 Mattheüs 25:24 Job 21:14 Ezechiël 18:25 2 Timotheüs 1:7
Lukas 19:22 2 Samuël 1:16 Mattheüs 22:12 Romeinen 3:19 Mattheüs 12:37 Mattheüs 25:26 Job 15:5
Lukas 19:23 Exodus 22:25 Deuteronomium 23:19 Romeinen 2:4
Lukas 19:24 Lukas 12:20 Lukas 16:2
Lukas 19:25 2 Samuël 7:19 Jesaja 55:8 Lukas 16:2
Lukas 19:26 Mattheüs 13:12 2 Johannes 1:8 Lukas 8:18 Mattheüs 25:28 Markus 4:25 2 Samuël 7:15 Openbaring 2:3 Lukas 16:3
Lukas 19:27 Numeri 16:30 Numeri 14:36 Lukas 19:14 Mattheüs 22:7 1 Thessalonicenzen 2:15 Nahum 1:8 Hebreeën 10:13 Mattheüs 23:34
Lukas 19:28 Lukas 9:51 Hebreeën 12:2 Lukas 18:31 Markus 10:32 1 Petrus 4:1 Psalmen 40:6 Lukas 12:50 Johannes 18:11
Lukas 19:29 Handelingen 1:12 Lukas 21:37 Mattheüs 21:17 Mattheüs 21:1 Lukas 19:37 Lukas 24:50 Zacharia 14:4 Markus 11:1
Lukas 19:30 1 Samuël 10:2 Johannes 14:29 Lukas 22:8 Lukas 19:32
Lukas 19:31 Markus 11:3 Mattheüs 21:2 Psalmen 50:10 Handelingen 10:36 Psalmen 24:1
Lukas 19:32 Lukas 22:13
Lukas 19:34 Johannes 12:16 Johannes 10:35 2 Korinthe 8:9 Zacharia 9:9
Lukas 19:35 Markus 11:7 Johannes 12:14 Mattheüs 21:7 Galaten 4:15 2 Koningen 9:13
Lukas 19:36 Mattheüs 21:8 2 Koningen 9:13
Lukas 19:37 Lukas 19:20 Psalmen 106:12 Lukas 18:43 1 Kronieken 15:28 Exodus 15:1 Lukas 7:16 1 Kronieken 16:4 2 Samuël 6:2
Lukas 19:38 Lukas 13:35 Mattheüs 21:9 Psalmen 72:17 Markus 11:9 Zacharia 9:9 Psalmen 118:22 Openbaring 5:9 1 Petrus 1:12
Lukas 19:39 Handelingen 4:1 Johannes 12:19 Jakobus 4:5 Johannes 12:10 Handelingen 4:16 Jesaja 26:11 Mattheüs 21:15 Johannes 11:47
Lukas 19:40 Habakuk 2:11 Jesaja 55:12 Mattheüs 21:15 Psalmen 98:7 Psalmen 114:1 Psalmen 96:11 Mattheüs 3:9 Mattheüs 27:45
Lukas 19:41 Johannes 11:35 Lukas 13:34 Jeremia 17:16 Jeremia 13:17 Psalmen 119:53 Hosea 11:8 Romeinen 9:2 Jeremia 9:1
Lukas 19:42 Deuteronomium 32:29 Mattheüs 13:14 2 Korinthe 6:1 Ezechiël 33:11 Psalmen 95:7 Lukas 19:44 Johannes 12:38 Hebreeën 12:24
Lukas 19:43 Ezechiël 4:2 Ezechiël 26:8 Jesaja 37:33 Daniël 9:26 Deuteronomium 28:49 Mattheüs 23:37 Lukas 21:20 Mattheüs 22:7
Lukas 19:44 1 Petrus 2:12 Lukas 21:6 Mattheüs 24:2 Markus 13:2 Lukas 1:78 Lukas 1:68 Daniël 9:24 1 Koningen 9:7
Lukas 19:45 Mattheüs 21:12 Markus 11:15 Johannes 2:13 Deuteronomium 14:25
Lukas 19:46 Jesaja 56:7 Jeremia 7:11 Hosea 12:7 Mattheüs 23:13 Psalmen 93:5 Ezechiël 43:12
Lukas 19:47 Markus 11:18 Mattheüs 26:55 Johannes 10:39 Markus 12:12 Mattheüs 26:3 Johannes 7:44 Mattheüs 21:23 Markus 11:27
Lukas 19:48 Lukas 20:19 Johannes 7:46 Nehemia 8:3 Mattheüs 22:15 Lukas 22:2 Handelingen 16:14
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Lukas 19 vers 1

ingekomen zijnde, Namelijk in de stad. Zie Luc. 18:35 .

Hertaald: ingekomen zijnde, Namelijk in de stad. Zie Luk. 18:35.

Jericho Van de ligging van deze stad zie Marc. 10:46 .

Hertaald: Jericho Zie over de ligging van deze stad Mark. 10:46.

Lukas 19 vers 2

overste der tollenaren, In elke provincie en stad waren verscheidene tollenaars, onder welken een de opperste was, die de tollen aan de Romeinen moest verantwoorden. Zie dergelijke bij Josefus Antiq.lib.12 cap.4.

Hertaald: overste der tollenaren, In elke provincie en stad waren verscheidene tollenaars, van wie er één de hoogste was; die moest de tollen aan de Romeinen verantwoorden. Zie iets dergelijks bij Josefus, Antiquitates boek 12, hoofdstuk 4.

Lukas 19 vers 3

van persoon was Grieks statuur, of lengte.

Hertaald: van persoon was Grieks: gestalte of lengte.

Lukas 19 vers 4

wilden vijgeboom, Grieks Sycomoraea; dit was een boom in Syrië en Egypte, hebbende de grootte en bladeren van een moerbeziënboom, en vruchten als vijgen, doch zonder pitten. Plin.lib.13, cap.7.

Hertaald: wilden vijgeboom, Grieks: sykomoraia; dit was een boom in Syrië en Egypte, met de grootte en de bladeren van een moerbeiboom en vruchten als vijgen, maar zonder pitten. Plinius, boek 13, hoofdstuk 7.

Lukas 19 vers 5

blijven Dat is, herbergen, gelijk vs.7 verklaard wordt.

Hertaald: blijven Dat is: overnachten, zoals in vers 7 verklaard wordt.

Lukas 19 vers 6

met blijdschap Grieks blijde zijnde.

Hertaald: met blijdschap Grieks: blij zijnde.

Lukas 19 vers 7

te herbergen Grieks uit te spannen; ene wijze van spreken genomen van het uitspannen der paarden, als men voor de herberg komt.

Hertaald: te herbergen Grieks: uit te spannen; een manier van spreken die ontleend is aan het uitspannen van de paarden wanneer men bij de herberg aankomt.

Lukas 19 vers 8

door bedrog ontvreemd heb, Of, door vals aanbrengen, of beschuldigen, afgenomen heb. Zie Luc. 3:14 .

Hertaald: door bedrog ontvreemd heb, Of: door valse aangifte of beschuldiging afgenomen heb. Zie Luk. 3:14.

vierdubbel weder Namelijk volgens de wet der straf over de dieverij; Ex. 22:1 ; 2 Sam. 12:6 .

Hertaald: vierdubbel weder Namelijk volgens de wet op de straf voor diefstal; Ex. 22:1; 2 Sam. 12:6.

Lukas 19 vers 9

huize zaligheid geschied, Dat is, huisgezin; alzo de huisvader in Christus gelovende, het gehele huisgezin in het verbond ook gerekend wordt, volgens de belofte Gen. 17:7 ; Hand. 2:39 , en Hand. 16:15 , Hand. 16:33 , tenzij dat zij door hunne ongelovigheid deze genade verwerpen.

Hertaald: huize zaligheid geschied, Dat is: huisgezin. Want wanneer de huisvader in Christus gelooft, wordt het hele huisgezin ook tot het verbond gerekend, volgens de belofte in Gen. 17:7; Hand. 2:39 en Hand. 16:15, Hand. 16:33 — tenzij zij deze genade door hun ongeloof verwerpen.

een zoon van Abraham is Namelijk niet alleen naar het vlees, maar ook naar de belofte; Rom. 9:8 .

Hertaald: een zoon van Abraham is Namelijk niet alleen naar het vlees, maar ook naar de belofte; Rom. 9:8.

Lukas 19 vers 11

het Koninkrijk Gods Namelijk hetwelk zij zich inbeeldden een werelds koninkrijk te zullen zijn.

Hertaald: het Koninkrijk Gods Namelijk het Koninkrijk waarvan zij zich inbeeldden dat het een werelds koninkrijk zou zijn.

Lukas 19 vers 12

man reisde in een ver gelegen land, Grieks mens. Door dezen welgeboren man verstaat Hij zichzelven; door de dienstknechten Zijne discipelen, en voornamelijk de leraars; door deze burgers de hardnekkige Joden; door het vergelegen land den hemel; door de ponden de geestelijke gaven; door het wederkomen Zijn laatste komst om te oordelen, en door het geven der steden de geestelijke en eeuwige beloning.

Hertaald: man reisde in een ver gelegen land, Grieks: mens. Met deze welgeboren man bedoelt Hij Zichzelf; met de dienstknechten Zijn discipelen en vooral de leraars; met deze burgers de hardnekkige Joden; met het verre land de hemel; met de ponden de geestelijke gaven; met het terugkomen Zijn laatste komst om te oordelen. En met het geven van de steden bedoelt Hij de geestelijke en eeuwige beloning.

Lukas 19 vers 13

ponden, Grieks Mna, in het Latijn mina; welke gerekend wordt op zestig gemene sikkels, of honderd en twintig denariën of drachmen zilvers; zie Ezech. 45:12 ; en wat een denarie doet, zie Matt. 18:28 . Zo men deze mina wil verstaan van goud, zo bedraagt zij zoveel meer als het goud meer waard is dan het zilver.

Hertaald: ponden, Grieks: mna, in het Latijn mina. Die wordt gerekend op zestig gewone sikkels, of honderdtwintig zilveren denarii of drachmen; zie Ezech. 45:12. Zie wat een denarie waard is bij Matth. 18:28. Wanneer men deze mina van goud wil verstaan, bedraagt zij zoveel meer als goud meer waard is dan zilver.

Lukas 19 vers 15

zeide, Dat is, beval.

Hertaald: zeide, Dat is: beval.

het geld gegeven had; Grieks het zilver.

Hertaald: het geld gegeven had; Grieks: het zilver.

Lukas 19 vers 17

macht over tien steden Of, gebied.

Hertaald: macht over tien steden Of: gezag.

Lukas 19 vers 18

gewonnen Grieks gemaakt.

Hertaald: gewonnen Grieks: gemaakt.

Lukas 19 vers 20

zweetdoek weggelegd had; Of, neusdoek, of linnen doek.

Hertaald: zweetdoek weggelegd had; Of: neusdoek, of linnen doek.

Lukas 19 vers 23

bank gegeven, Grieks tafel; dat is, dengenen, die tafel bank houden, om geld op wissel of winst uit te geven.

Hertaald: bank gegeven, Grieks: tafel; dat is: aan hen die een wisselbank houden om geld op wissel of tegen winst uit te lenen.

woeker mogen eisen? Dat is, winst. Niet dat de Heere onbehoorlijken woeker zou prijzen, maar dat hij daarmede wil leren dat men zijne gaven tot winst en stichting van onze naasten en tot Gods eer moet besteden. Zie dergelijke Matt. 25:27 .

Hertaald: woeker mogen eisen? Dat is: winst. Niet dat de Heere onbehoorlijke woeker zou prijzen, maar Hij wil daarmee leren dat men zijn gaven moet besteden tot winst en stichting van onze naasten en tot Gods eer. Zie iets dergelijks in Matth. 25:27.

Lukas 19 vers 26

dat een iegelijk, Deze rede past niet op het naaste, maar op vs.24, waarvan zie Matt. 13:12 .

Hertaald: dat een iegelijk, Deze uitspraak past niet bij wat er direct aan voorafgaat, maar bij vers 24; zie daarover Matth. 13:12.

Lukas 19 vers 27

deze mijn vijanden, Hierdoor worden de hardnekkige Joden verstaan, die vs.24 zijne burgers genaamd worden, en door hunne wederspannigheid zijne vijanden waren geworden.

Hertaald: deze mijn vijanden, Hiermee worden de hardnekkige Joden bedoeld, die in vers 14 Zijn burgers genoemd worden en die door hun weerspannigheid Zijn vijanden geworden waren.

slaat ze hier voor mij dood Grieks slacht hen.

Hertaald: slaat ze hier voor mij dood Grieks: slacht hen.

Lukas 19 vers 28

voor hen heen, Of, voor henen; om zijne gewilligheid en vrijmoedigheid in het aangaan van Zijn lijden te betonen.

Hertaald: voor hen heen, Of: voor hen uit; om Zijn bereidwilligheid en vrijmoedigheid te tonen bij het ingaan van Zijn lijden.

Lukas 19 vers 29

Beth-fage Hoe ver deze plaatsen van Jeruzalem gelegen waren, zie Matt. 21:1 .

Hertaald: Beth-fage Zie hoe ver deze plaatsen van Jeruzalem lagen bij Matth. 21:1.

den Olijfberg, Grieks der olijven; namelijk berg.

Hertaald: den Olijfberg, Grieks: van de olijven, namelijk de berg.

Lukas 19 vers 30

een veulen gebonden vinden, Namelijk van ene ezelin met hare moeder; zie Matt. 21:2 ; Marc. 11:2 .

Hertaald: een veulen gebonden vinden, Namelijk het veulen van een ezelin, samen met zijn moeder; zie Matth. 21:2; Mark. 11:2.

Lukas 19 vers 35

brachten hetzelve tot Jezus Grieks leidden het.

Hertaald: brachten hetzelve tot Jezus Grieks: leidden het.

klederen op het veulen geworpen hebbende, Dat is, opperklederen of mantels.

Hertaald: klederen op het veulen geworpen hebbende, Dat is: bovenkleren of mantels.

zij Jezus daarop Namelijk velen uit de schare, Marc. 11:8 .

Hertaald: zij Jezus daarop Namelijk velen uit de schare, Mark. 11:8.

Lukas 19 vers 37

der discipelen zich te verblijden, Namelijk zo die Hem gevolgd waren, als die Hem uit Jeruzalem tegemoet gekomen waren, Joh. 12:12-13 .

Hertaald: der discipelen zich te verblijden, Namelijk zowel zij die Hem gevolgd waren als zij die Hem uit Jeruzalem tegemoet gekomen waren, Joh. 12:12-13.

de krachtige daden, Grieks de krachten.

Hertaald: de krachtige daden, Grieks: de krachten.

Lukas 19 vers 38

Gezegend is de Koning, Zie hiervan Matt. 21:9 .

Hertaald: Gezegend is de Koning, Zie hierover Matth. 21:9.

Vrede zij in den hemel, Dat is, God zij bevredigd en verzoend met de mensen, door de komst van dezen koning, en daardoor verheerlijkt.

Hertaald: Vrede zij in den hemel, Dat is: God is verzoend met de mensen door de komst van deze Koning, en wordt daardoor verheerlijkt.

Lukas 19 vers 42

dezen uw dag, Namelijk op welken ik nu voor de laatste reis tot u kom, en u waarschuw, tot uw behoud en zaligheid. Dit is een afgebroken rede, waarop moet worden verstaan: hoe gelukkig zoudt gij dan zijn? of iets dergelijks.

Hertaald: dezen uw dag, Namelijk de dag waarop Ik nu voor de laatste keer tot u kom en u waarschuw, tot uw behoud en zaligheid. Dit is een afgebroken zin, waarbij aangevuld moet worden: hoe gelukkig zou u dan zijn — of iets dergelijks.

Lukas 19 vers 43

vijanden Namelijk de Romeinen. Zie de vervulling hiervan bij Josefus, van de Joodse oorlogen in het zesde Boek.

Hertaald: vijanden Namelijk de Romeinen. Zie de vervulling hiervan bij Josefus, De Joodse oorlog, boek 6.

een begraving rondom Of, wat van uitgegraven aarde opgeworpen.

Hertaald: een begraving rondom Of: een wal van uitgegraven en opgeworpen aarde.

Lukas 19 vers 44

kinderen in u; Dat is, inwoners, gelijk Matt. 23:37 .

Hertaald: kinderen in u; Dat is: inwoners, zoals Matth. 23:37.

den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt Namelijk in welke u door de predikatie des Evangelies de genade Gods nu wordt aangeboden.

Hertaald: den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt Namelijk de tijd waarin u door de prediking van het Evangelie de genade van God aangeboden wordt.

Lukas 19 vers 46

Mijn huis is een huis des gebeds; Dat is, de tempel.

Hertaald: Mijn huis is een huis des gebeds; Dat is: de tempel.

Lukas 19 vers 47

de oversten des volks Grieks de eerste, of voornaamste.

Hertaald: de oversten des volks Grieks: de eersten, of voornaamsten.

te doden Grieks verderven, of vernielen.

Hertaald: te doden Grieks: verderven of vernietigen.

Lukas 19 vers 48

hing Hem aan, Grieks hing van Hem; dat is, hing Hem aan; of was zeer begerig om Hem te horen.

Hertaald: hing Hem aan, Grieks: hing aan Hem; dat is: was zeer begerig om Hem te horen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Zacheüs  — rein, rechtvaardig

Een overste der tollenaren te Jericho, rijk maar klein van gestalte; hij klom in een wilde vijgenboom om Jezus te kunnen zien, waarop Jezus hem opriep en bij hem te gast ging. Zacheüs beleed zijn onrecht en beloofde de helft van zijn bezit aan de armen te geven en viervoudig te vergoeden wat hij door bedrog verkregen had; Jezus verklaarde dat het heil dat huis was binnengekomen (Luk. 19:1-10).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het verlorene (blijdschap over één zondaar)  — Grieks: apollumi, "verloren gaan, verloren zijn" — het woord dat de drie gelijkenissen van Lukas 15 aan elkaar bindt

Het hoofdstuk begint met een verwijt: alle tollenaren en zondaren kwamen tot Hem om Hem te horen, en de Farizeeën en Schriftgeleerden morden dat Hij zondaren aanneemt en met hen eet (Luk. 15:1-2). Daarop volgen drie gelijkenissen die alle hetzelfde zeggen en telkens sterker. Een herder laat negenennegentig schapen om één te zoeken tot hij het vindt, en er is blijdschap in de hemel over één zondaar die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen (Luk. 15:3-7). Een vrouw ontsteekt een kaars en keert het huis om voor één penning, en er is blijdschap voor de engelen Gods over één zondaar die zich bekeert (Luk. 15:8-10). En dan de langste: een zoon die zijn deel opeist en verkwist, tot zichzelf komt bij de zwijnen, en van verre gezien wordt door een vader die hem tegemoet loopt (Luk. 15:11-24). Het slot gaat niet over hem maar over de oudste zoon, die buiten blijft staan en niet mee wil aanzitten (Luk. 15:25-32).

Bijbelse betekenis: De drie gelijkenissen zijn één antwoord op één verwijt, en het antwoord is niet dat de aanklacht onwaar is: Hij eet werkelijk met zondaren, en dat is de zaak zelf. Let op de klim: bij het schaap zoekt de herder, bij de penning zoekt de vrouw, bij de zoon komt de vader hem tegemoet lopen — het initiatief ligt telkens buiten het verlorene. En de gelijkenis eindigt met opzet onafgemaakt bij de oudste zoon, want hem was het verhaal gericht. Wie zich in hem niet herkent, heeft Lukas 15 nog niet gelezen.

Typologie: Christus zegt elders in Lukas wat deze drie gelijkenissen samenvat: de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was (Luk. 19:10). Elders noemt Hij Zich de goede Herder die Zijn leven stelt voor de schapen en die de Zijne bij naam kent (Joh. 10:11,14). Jesaja had de andere kant getekend: wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een ieder naar zijn weg, doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen (Jes. 53:6). Petrus haalt juist dat beeld aan: gij waart als dwalende schapen, maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en Opziener uwer zielen (1 Petr. 2:25). De blijdschap in de hemel rust dus niet op het terugvinden van de weg maar op een Herder die kwam zoeken.

Luk. 15:1-32; Luk. 19:10; Jes. 53:6; Joh. 10:11,14; 1 Petr. 2:25

Tollenaar  — Grieks: telones, "inner van tol of belasting" — pachters die voor de Romeinse overheid heffingen inden en daarom als verraders en afpersers golden

Lukas noemt hen vaker dan de andere Evangelisten en altijd in verband met de vraag wie bij Christus mag komen. Hij roept de tollenaar Levi rechtstreeks uit het tolhuis (Luk. 5:27-28), en op de maaltijd bij hem morren de Schriftgeleerden en Farizeeën: waarom eet en drinkt gij met tollenaren en zondaren? Het antwoord is het beginsel van het hele Evangelie: die gezond zijn hebben de geneesmeester niet nodig, maar die ziek zijn — "Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering" (Luk. 5:29-32). Tollenaren komen tot Johannes' doop en krijgen een concreet gebod: eist niet meer dan u gezet is (Luk. 3:12-13). Zij hoorden Hem graag (Luk. 15:1), een tollenaar is de gerechtvaardigde in de gelijkenis (Luk. 18:9-14), en de oppertollenaar Zacheüs geeft de helft van zijn goederen aan de armen (Luk. 19:1-10).

Bijbelse betekenis: Het gaat hier niet om medelijden met een miskende beroepsgroep. De verwijten waren doorgaans waar: het beroep leefde van afpersing, en juist daarom is de bekering in Lukas telkens concreet in geld. Wat het Evangelie ondersteboven keert, is niet het oordeel over de zonde maar de veronderstelling dat de nette mens dichter bij het Koninkrijk staat. Vandaar dat Christus de scheiding niet tussen fatsoenlijk en onfatsoenlijk legt, maar tussen wie zich ziek weten en wie zich gezond wanen.

Typologie: Christus vat de aanklacht tegen Hem Zelf samen als een erenaam: de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was (Luk. 19:10). Paulus maakt daar de belijdenis van de gemeente van: dit is een getrouw woord, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben (1 Tim. 1:15). En hij zegt van de gemeente te Korinthe dat zij zulke mensen waren, maar afgewassen, geheiligd en gerechtvaardigd zijn in de Naam van de Heere Jezus (1 Kor. 6:11).

Luk. 3:12-13; Luk. 5:27-32; Luk. 15:1; Luk. 18:9-14; Luk. 19:1-10; 1 Kor. 6:11; 1 Tim. 1:15

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Om te zoeken en zalig te maken wat verloren was — 19:1-10

Christus trekt door Jericho, op weg naar Jeruzalem en naar het kruis. In die stad woont een overste der tollenaren, en Lukas voegt er twee dingen aan toe: hij was rijk, en hij was klein van persoon.

Een man klimt in een boom om te kijken, en wordt bij zijn naam geroepen door Iemand die hem nooit ontmoet had.

Zachéüs wil zien wie Hij is, maar hij komt er niet bij vanwege de schare. Wat hij dan doet is voor een man van aanzien vernederend: hij loopt vooruit en klimt in een wilde vijgenboom. Wie in een boom zit, staat er niet meer boven.

Het gedeelte kantelt in één vers: en als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem, Zachéüs, haast u en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.

Drie dingen staan daarin. Hij kijkt omhóóg — de tollenaar zit boven Hem. Hij noemt hem bij zijn náám, terwijl niemand Hem die verteld heeft. En Hij zegt niet dat het mag maar dat het moet: Ik moet heden in uw huis blijven.

Zachéüs komt haastig af en ontvangt Hem met blijdschap. En allen die het zien beginnen te murmureren: Hij is tot een zondigen man ingegaan om te herbergen.

Wat de tollenaar dan zegt, komt uit zijn eigen mond en niet als eis: de helft van mijn goederen geef ik den armen, en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder. Dat vierdubbele staat in Exodus 22 als vergoeding voor gestolen vee; hij legt zich dus vrijwillig een maatstaf op die de wet voor dieven had.

Het antwoord van Christus zet hem terug in de lijn waar hij bij hoort: heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal hij ook Abrahams zoon is. Een tollenaar heet daar een zoon van Abraham.

En dan komt de zin waarmee dit gedeelte zijn plaats in het hele Evangelie krijgt: want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.

Daarin klinkt Ezechiël 34 na, waar God zei dat Hij het verlorene zou zoeken omdat de herders het niet deden. Zachéüs klom in een boom om te kijken; er stond Iemand onder die kwam zoeken.

  1. Ezechiël 34:16 — Ik zal het verlorene zoeken en het verdrevene wederbrengen.
  2. Lukas 19:5 — Hij ziet omhoog, noemt zijn naam, en zegt: Ik moet heden in uw huis blijven.
  3. Exodus 22:1 — Het viervoudige is de maatstaf die de wet voor dieven stelde.
  4. Lukas 19:9 — Heden is dezen huize zaligheid geschied — hij is Abrahams zoon.
  5. Lukas 19:10 — De Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.
  6. Lukas 15:4 — Hij gaat naar het verlorene totdat hij het vindt.

In het Nieuwe Testament: Ezechiël 34:11-16; Lukas 15:1-7; 1 Timotheüs 1:15; Romeinen 5:8

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Lukas 19

Lukas 19:1-10.KruisverwijzingenEzechiël 34:161 Timotheüs 1:13Lukas 15:4Lukas 15:32Mattheüs 1:21Mattheüs 10:6Mattheüs 15:24Galaten 3:7
— En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho. En zie, er was een man, met name geheten Zacheus; en deze was een overste der tollenaren, en hij was rijk; En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was. En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgeboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan. En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheus! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven. En hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap. En allen, die het zagen, murmureerden, zeggende: Hij is tot een zondigen man ingegaan, om te herbergen. En Zacheus stond, en zeide tot den Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder. En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is. Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.
“En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho. En zie, er was een man, met name geheten Zacheus; en deze was een overste der tollenaren, en hij was rijk; En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was. En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgeboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan. En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheus! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven. En hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap. En allen, die het zagen, murmureerden, zeggende: Hij is tot een zondigen man ingegaan, om te herbergen. En Zacheus stond, en zeide tot den Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder. En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is. Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.”

Jezus Christus had zojuist een blinde man gezegend die arm was, zo arm dat hij een gewone bedelaar aan de weg was; zal Hij ook de rijke man zegenen? Ja, gewis! Hij maakt geen onderscheid naar de persoon, Hij is gereed alle standen te zegenen, of zij rijk zijn of arm, het maakt Hem niet uit. Veel van die tollenaren waren rijk; zij pachtten doorgaans de belastingen en zorgden ervoor zoveel mogelijk uit de armoede van het volk te persen.

Denk eraan dat de Heere Jezus op weg was naar Jeruzalem, om er te lijden en te sterven; en daar was Hij het geduldige, lijdende Lam van God. Maar hier spreekt Hij met dat gezaghebbende geluid dat de Vorst uit het Huis van David wel paste: “Zacheus, haast u en kom af, want Ik moet heden in uw huis blijven.”

Wellicht had Zacheus niet veel eerbied, maar wel grote nieuwsgierigheid; hij wilde graag de Man zien over wie iedereen sprak: hij zocht Jezus te zien, wie Hij was. De menigte rondom Hem was zo dicht dat de kleine man niet over de hoofden van de langere mensen kon uitkijken. Hoewel hij duwde en probeerde vooraan te komen, stond er altijd wel iemand groter voor hem, zodat hij de grote Leraar niet kon zien. Hij zocht niet Hem te hóren; zijn nieuwsgierigheid lag in een andere richting — hij verlangde Hem te zién. Wie kon deze man toch zijn die zoveel opschudding veroorzaakte? Wat voor man was Hij?

Zacheus klom in de wilde vijgeboom om Jezus te kunnen zien, maar werd daar zelf door Jezus gezien. En dat, waarde vrienden, is de eerste daad in het werk van de zaligheid. Jezus ziet ons aan, en dan zien wij Hem aan. Zo spiedde de Heere hier Zacheus op tussen de takken van de boom: Hij zag opwaarts en zag hem. Ziet u niet de kleine man vooraan de menigte rennen, en klimmend in een boom die aan de weg stond? Rijke mannen klimmen doorgaans niet in bomen, maar hier was een man wiens nieuwsgierigheid zijn waardigheid overwon. Kunt u Zich niet voorstellen dat de gezegende Meester bleef staan en opkeek naar die boom? Op de een of andere manier maakte Hij Zich altijd één met hen die Hij wilde zegenen. Toen Hij tot de blinde man sprak, stond Hij daar als was Hijzelf blind. En nu blijft Hij staan onder deze vijgeboom en kijkt op naar de nieuwsgierige Zacheus, alsof ook Hij door nieuwsgierigheid bevangen was, en vraagt: wie is daar boven in die boom?

O, hoe verbaasd moet de kleine Jood geweest zijn toen hij Christus’ woorden hoorde! Nooit was een man zo overweldigd door verrassing. Maar met dat woord kwam er een goddelijke verzachting in het hart van de overste van de tollenaars, en hij gaf gehoor aan die zo neerbuigende uitnodiging, dat zo onverwachte bevel. Zijn verrassing bij het ontvangen van zo’n boodschap moet overweldigend geweest zijn, en toch liet hij die verrassing zijn gehoorzaamheid aan het bevel van Christus niet vertragen. Er had een plotselinge, grote verandering in hem plaatsgevonden. De opening van de ogen van de blinde man was niet opmerkelijker dan de vernieuwing van het hart van Zacheus: hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap.

Zulke woorden van de murmurerende menigte kent u wel: deze zogenaamd voortreffelijke leraar, deze zuivere, deze leraar van de hoogste zedelijkheid, is te gast gegaan bij deze tollenaar. Een man die zo goed als een uitgestotene is, een geheel verdachte persoon. Ach, hoezeer verheft de wettische geest in zelfrechtvaardige mensen zich tegen de zoete goedertierenheid van onze gezegende Meester! Die komt juist daarom in de wereld: om de Gast van zondaren te zijn, opdat Hij de Medicijnmeester van zondaren mag wezen. Ik vraag mij af waar Hij héén zou hebben kunnen gaan zonder gast te worden van iemand die een zondaar was. Maar Zacheus werd gehouden voor een zondaar die de gewone zondaren nog overtrof. Onze Heere houdt er nog steeds van de Gast te zijn van een mens die zondaar is, Hij wil nog een plaats hebben om te verblijven. O mens, die een zondaar bent, vraag Hem bij u thuis! O vrouw, die zelfs in uw handel en wandel een zondares bent, vraag Hem bij u thuis. Dan zullen wij weer zeggen, niet murmurerend maar met vreugde: Hij is gegaan om te gast te zijn bij iemand die een zondaar is.

Hun gedachten waren vol van Christus’ komst als Koning, en zij hadden zeer misleide voorstellingen van Zijn Koninkrijk. Daarom laat Hij hun weten dat het praktische punt om nu te onthouden was dat Hij gekomen was om te zoeken en zalig te maken wat verloren was. Waren zij niet zo vol geweest van hun ijdele dromen van een aardse heerschappij, dan hadden zij begrepen dat Christus, in de roeping van Zacheus, Zijn koningschap had geopenbaard in het rijk van de barmhartigheid. Daar had Hij de soevereiniteit van Zijn genade uitgeoefend.

Dat was een groot bewijs dat de bekering van Zacheus echt was; ik zou dit soort bewijs graag zien bij menige belijder die ik ken. Zie, Heere, de helft van mijn goederen geef ik aan de armen. Hij handelt naar barmhartigheid en gerechtigheid tegelijk, want hij is vastbesloten het juiste te doen met zijn bezit. Hij was immers een rijk man, dus zijn geld was voor hem een bron van moeite. De blinde bedelaar had die moeilijkheid niet, want hij had geen geld te verdelen toen hij bekeerd werd. Maar deze rijke man, deze kameel, zoals onze Zaligmaker zulke mensen noemde, ging door het oog van de naald door de genade Gods. Zo bewees de Heere de echtheid van zijn bekering. Er was niemand onder die zelfrechtvaardige mensen geweest die een tiende zou hebben gedaan van wat Zacheus verklaarde te zullen doen. Er was niemand onder de murmureerders geweest die het gedurfd zou hebben zoveel te zeggen. Er zijn veel mensen die snel klaarstaan om anderen te veroordelen die honderdmaal beter zijn dan zijzelf; ik zou mij niet verbazen als er ook hier zulke mensen aanwezig zijn.

Zo klonk het ook toen: hij ziet er niet naar uit, hij is een tollenaar voor de Romeinen geworden, hij heeft zijn eigen landgenoten verdrukt. Maar hij is een zoon van Abrahams, en de zaligheid is tot hem gekomen. Toen onze Heere hier op aarde was, richtte Zijn eigen zending als Zielenwinner zich tot de Joden, tot hen die van het huis van Abraham waren. Zo toont Hij dat deze man, hoe veracht hij ook was, binnen het bereik viel van Christus’ onmiddellijke zending: aangezien ook deze een zoon van Abraham is. Indien wij nu vragen: waarheen gaat U, goddelijke Meester? dan blijft Zijn antwoord: Ik ben gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is. Komt U achter hen aan die zichzelf goed genoeg achten zonder U? Hij schudt Zijn hoofd en zegt: Ik ben een Medicijnmeester, en de gezonden hebben geen medicijnmeester nodig, maar zij die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering. Het Evangelie van Gods genade is voor de schuldigen. Bent u niet schuldig, er is voor u geen Evangelie. Maar bent u schuldig, en belijdt u het, dan is het woord van deze zaligheid tot u gezonden.

Lukas 19:11-27.KruisverwijzingenMattheüs 13:12Lukas 17:20Lukas 8:18Handelingen 1:6Mattheüs 25:14Lukas 16:10Mattheüs 25:28Markus 4:25
— En als zij dat hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis; omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden. Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een ver gelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren. En geroepen hebbende zijn tien dienstknechten, gaf hij hun tien ponden, en zeide tot hen: Doet handeling, totdat ik kome. En zijn burgers haatten hem, en zonden hem gezanten na, zeggende: Wij willen niet, dat deze over ons koning zij. En het geschiedde, toen hij wederkwam, als hij het koninkrijk ontvangen had, dat hij zeide, dat die dienstknechten tot hem zouden geroepen worden, wien hij het geld gegeven had; opdat hij weten mocht, wat een iegelijk met handelen gewonnen had. En de eerste kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft tien ponden daartoe gewonnen. En hij zeide tot hem: Wel, gij goede dienstknecht, dewijl gij in het minste getrouw zijt geweest, zo heb macht over tien steden. En de tweede kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft vijf ponden gewonnen. En hij zeide ook tot dezen: En gij, wees over vijf steden. En een ander kwam, zeggende: Heer, zie hier uw pond, hetwelk ik in een zweetdoek weggelegd had; Want ik vreesde u, omdat gij een straf mens zijt; gij neemt weg, wat gij niet gelegd hebt, en gij maait, wat gij niet gezaaid hebt. Maar hij zeide tot hem: Uit uw mond zal ik u oordelen, gij boze dienstknecht! Gij wist, dat ik een straf mens ben, nemende weg, wat ik niet gelegd heb, en maaiende, wat ik niet gezaaid heb. Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de bank gegeven, en ik, komende, had hetzelve met woeker mogen eisen? En hij zeide tot degenen, die bij hem stonden: Neemt dat pond van hem weg, en geeft het dien, die de tien ponden heeft. En zij zeiden tot hem: Heer, hij heeft tien ponden. Want ik zeg u, dat een iegelijk, die heeft, zal gegeven worden; maar van degene, die niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft. Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.
“En als zij dat hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis; omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden. Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een ver gelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.”

Sommigen onder hen droomden van een aardse heerschappij met Christus aan het hoofd, en daarom leerde Hij hun dat Zijn Koninkrijk van een geheel andere aard was. De heer draagt zijn knechten op met het toevertrouwde geld voor hem te handelen totdat hij terugkeert. Later, bij zijn terugkomst, wil hij precies weten wat elk van hen met dat handelen gewonnen heeft.

De eerste dienstknecht meldt een winst van het tienvoudige, en hij doet dat in bescheiden bewoording: niet dat hijzelf gewonnen had, maar dat het pond van zijn heer die winst had opgebracht. Wanneer God iemand zo zegent dat hij een rijke opbrengst mag brengen uit wat hem is toevertrouwd, behoort hij dat geheel aan God toe te schrijven, niet aan zichzelf. De ware dienstknecht stelt zich met gepaste bescheidenheid op de achtergrond: niet hij heeft die winst gemaakt, maar het kapitaal van zijn heer heeft in zijn handen gewerkt. Hij draagt de opbrengst graag aan, en toch strijkt hij er zelf geen eer van op.

Merk op dat, wat de triomf van Christus ook zal zijn, Zijn getrouwe dienstknechten daarin zullen delen. Hij zal Koning zijn over de vele steden in de rijke gewesten van het domein van Zijn Vader. Aan de een van Zijn dienstknechten zal Hij tien steden geven, en aan de ander vijf steden. Wat een geweldig gebied moet dat zijn, waaruit Hij zulke beloningen kan geven! Tien steden — kan enig aards koning op deze wijze schenken? Er zijn koninklijke beloningen aan het einde weggelegd voor wie nu getrouw is. Geen armzalige penningen zullen ten deel vallen aan wie de Heere Christus ijverig dient. Zij zullen een rijke beloning ontvangen, niet uit schuld maar uit genade, en juist daarom des te groter. Er is geen vergelijking tussen het werk van de dienstknecht en de beloning voor zijn getrouwe vervulling. Die tien ponden, al had zijn heer ze hem allemaal gegeven, zouden geen huis in een dorp gekocht hebben — hoogstens een hut in een wijngaard, of een loofhut in een tuin van komkommers. En toch geeft zijn heer hem gezag over tien steden.

En de tweede kwam en zei: heer, uw pond heeft vijf ponden gewonnen. Hoe moeten zijn ogen geopend zijn geweest toen hij gezag over vijf steden ontving! Maar dan komt een ander: heer, zie, hier is uw pond, dat ik in een zweetdoek heb weggelegd. Hij had het niet verloren, niet uitgegeven, zelfs geen gat gegraven om het te verbergen; hij had slechts een fraaie linnen doek gebruikt om het in te wikkelen, en er zorgvuldig voor gezorgd. En daar was het, precies zoals toen hij het ontving — niet verminderd, maar ook niet vermeerderd. Die doek, waarmee hij het zweet van zijn voorhoofd had moeten vegen, had hij enkel gebruikt als omhulsel voor het pond dat zijn heer hem juist had toevertrouwd om ermee te handelen. Hij had er niets mee gedaan, en dacht dat hij goed zat omdat hij ook geen kwaad met het geld van zijn heer had gedaan. Hij had zich tenminste niet aangesloten bij de oproerige burgers die zeiden: wij willen niet dat deze man over ons koning is. Trots op zijn eigen voorzichtigheid zei hij: Heer, zie, hier is uw pond, dat ik in een doek bewaard heb.

Zo bestaat er ook een slaafse vrees, een schrik, een afgrijzen van God, die mensen zelfs buiten Zijn dienst zal houden. Zij zou daartoe rechtens geen aanleiding mogen geven. Maar er zijn zonder twijfel mensen die uit een boze vreesachtigheid bang zijn iets voor God of de mens te ondernemen, en zo wordt hun leven nutteloos. Hun talent verroest en vergaat in de doek waarin zij het gewikkeld hebben. Dit was inderdaad brutaal. Maar zijn heer nam hem op zijn eigen woorden, en toonde dat hij, zelfs al was zijn bewering waar geweest, daarom des te ijveriger had moeten zijn om het gebod van zijn heer te gehoorzamen.

Dat was uw eigen mening; naar uw eigen belijdenis was dat uw voorstelling van Mij: u wist dat Ik een streng man ben. God bekommert zich niet erom Zijn karakter tegenover goddeloze mensen te zuiveren. Wij zijn heel voorzichtig en nauwgezet in het verdedigen van onszelf tegen valse beschuldigingen; maar Gods karakter behoeft geen zuivering. Het is zo doorzichtig, dat, als goddeloze mensen het bezoedelen willen, Hij op hun eigen grond met hen redetwist, en geen tijd verspilt aan het beantwoorden van hun laster. Wanneer ik mensen over God heb horen zeggen dat Hij onrechtvaardig is of te streng, dan was alles wat ik geneigd was te antwoorden dit: wat Hij ook mag zijn, Hij is de God Die u aan het einde zal oordelen. En denkt u zo over Hem, dan is er des te meer reden waarom u zich aan Hem zou moeten onderwerpen, en Zijn oneindige majesteit erkennen. Want Hij is de Koning der koningen en de Heere der heren. Het is een kwade dag wanneer wij ons opwerpen tot rechter van onze Rechter, en ons voordoen als de god van God. Hij is oneindig heerlijk, laten wij ons dus voor Hem buigen.

Wie iets hebben zal er meer gegeven worden, vooral in de zaak van de genade. Dient u God goed, dan zal Hij u meer te doen geven. Hebt u Hem vurig lief, dan zal Hij u belonen door u in staat te stellen Hem meer lief te hebben. Oefent u een groot geloof, dan zal Hij u nog meer geloof geven. De weg om waarlijk geestelijk verrijkt te worden, is getrouw te zijn aan God in wat wij hebben.

Hoor opnieuw de klank van de soevereiniteit. Christus zal doen wat Hij wil. Zijn wijze van handelen zal soms zo eigenaardig zijn dat zelfs Zijn eigen dienaren zich erover zullen verwonderen, en zich zullen afvragen: hoe kan dit? Maar zoals Elihu tot Job zei: Hij geeft van geen van Zijn daden rekenschap. Welke deze woorden ook betekenen, zeker is het dat er een verschrikkelijk oordeel wacht op allen die Gods vijanden zijn. Mocht niemand van ons daaronder gevonden worden!

Hier zien wij Christus’ ware koningschap opnieuw doorbreken vanonder de vernedering van Zijn menswording. Hij laat ons weten dat Hij naar Jeruzalem opgaat om te sterven, en dat niet omdat Hij niet de Heere van alles zou zijn. Juist omdat Hij Heere van alles is, maakt Hij Zichzelf van geen naam. Hij neemt de gestalte van een dienstknecht aan, wordt de mensen gelijk, en, gevonden in gedaante als een mens, vernedert Hij Zichzelf en wordt gehoorzaam tot de dood — ja, tot de kruisdood.

Het woord van de Koning werkte opnieuw met macht, en de eigenaars van het veulen lieten het dier gaan, omdat de Koning het van node had. Wellicht waren zij verborgen discipelen van de Heere Jezus Christus, maar hierover hebben wij geen zekerheid. Onze Konings bevel gaat overal door. Zelfs waar Zijn persoonlijke aanwezigheid niet bewust erkend wordt, regeert Zijn koninklijk en goddelijk woord nog steeds de gedachten en harten van de mensen.

Zij waren zo verheugd dat zij enige tonen schenen op te vangen van het lied dat de engelen zongen bij de geboorte van de Zaligmaker: eer aan God in de hoogste hemelen. Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen. Er was oorlog geweest in de hemel, maar deze discipelen van Christus zongen: vrede in de hemel, en eer in de hoogste plaatsen.

Wat een tegenstelling! De hovelingen van de Koning juichten van vreugde — en de Koning Zelf weende over de schuldige stad. Daar stond de grootste tragedie in de geschiedenis van het gehele heelal op het punt zich te voltrekken. De Koning zag, in de nabije en verder verwijderde toekomst, wat niemand anders kon zien; daarom, toen Hij nabij kwam en de stad zag, weende Hij over haar.

Lukas 19:45-48.KruisverwijzingenJesaja 56:7Jeremia 7:11Mattheüs 21:12Markus 11:15Markus 11:18Mattheüs 26:55Johannes 2:13Deuteronomium 14:25
— En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij uit te drijven degenen, die daarin verkochten en kochten, Zeggende tot hen: Er is geschreven: Mijn huis is een huis des gebeds; maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt. En Hij leerde dagelijks in den tempel; en de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de oversten des volks zochten Hem te doden. En zij vonden niet, wat zij doen zouden; want al het volk hing Hem aan, en hoorde Hem.
“En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij uit te drijven degenen, die daarin verkochten en kochten, Zeggende tot hen: Er is geschreven: Mijn huis is een huis des gebeds; maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt. En Hij leerde dagelijks in den tempel; en de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de oversten des volks zochten Hem te doden. En zij vonden niet, wat zij doen zouden; want al het volk hing Hem aan, en hoorde Hem.”

Want de dagen zullen komen dat uw vijanden een wal rondom u zullen opwerpen, en u omsingelen, en u van alle zijden benauwen. Zij zullen u tot de grond neerwerpen, en uw kinderen in u, en geen steen op de andere steen laten — omdat u de tijd van uw bezoeking niet gekend hebt. Er was een tijdelijke opwelling van geestdrift in Zijn voordeel; maar helaas, die ebde snel weer weg, en de menigten die “Hosanna” hadden geroepen, riepen weldra even luid: kruis Hem, kruis Hem!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Een dief

Voor kinderen

Als ik van iemand iets heb afgeperst... geef ik dat vierdubbel terug. Lukas 19:8 Zoals je weet heette de kerk van Spurgeon de Metropolitan Tabernacle in Londen, daar…

Waar bent u?

Voor Iedere Dag

En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u? (Genesis 3:9) Lees verder Lukas 5:1—10; 27—32. Verloren zondaren, jullie vergaan, hoor de stem van…

O Sion! Loof uw God

Preken

En toen Hij nu naderde aan de helling van de Olijfberg, begon de gehele menigte van de discipelen zich te verblijden, en God te loven met grote stem,…

Een boodschap voor zondaren

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

Schepen worden soms omringd door een dichte mist en omdat men vroeger geen navigatieapparatuur had, wisten de zeelieden niet of ze nu in de buurt van het land…

Tranen van betrokkenheid

Met Spurgeon Het Jaar Door

En als Hij nabijkwam en de stad zag, weende Hij over haar. Lukas 19:41 Onze Heiland weende in het meevoelen met de zorgen van Zijn land, en heiligde…

Niemand kan ze rukken uit de hand Mijns Vaders

Met Spurgeon Het Jaar Door

En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied. Lukas 19:9 De zegen die in het huis van Zacheüs was gekomen, is een blijvende zegen geweest.…

Heden is dezen huize zaligheid geschied

Met Spurgeon Het Jaar Door

En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied. Lukas 19:9 De zaligheid is een volmaakte zegen. Nog maar een dag daarvoor, op dezelfde tijd, had…

Levendmaking in een ogenblik

Met Spurgeon Het Jaar Door

En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied. Lukas 19:9 De zaligheid is een zegen die met haast komt. Zij kan in een dag bezit…

Ik zeg u, dat zo dezen zwijgen, de stenen haast roepen zullen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Ik zeg u, dat zo dezen zwijgen, de stenen haast roepen zullen. Lukas 19:40 Maar kunnen de stenen roepen? Zekerlijk zouden zij kunnen,…

De dienstknechten en de ponden

Preken

Een zeker welgeboren man reisde in een vergelegen land, om voor zich zelf een koninkrijk te ontvangen en dan weer te keren. En geroepen hebbende zijn tien dienstknechten,…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content