Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Leviticus 1

1 En de HEERE riep Mozes, en sprak tot hem uit de tent der samenkomst, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En de HEEREH3068 riepH7121 MozesH4872, en sprakH1696 totH413 hem uit de tentH168 der samenkomstH4150, zeggendeH559: En de HEERE riep Mozes, en sprak tot hem uit de tent der samenkomst, zeggende:

KJV And the LORD5 called1 unto Moses,3 and spake4 unto him out of the tabernacle7 of the congregation,8 saying,

1 וַיִּקְרָ֖א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 מֹשֶׁ֑ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 4 וַיְדַבֵּ֤ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 מֵאֹ֥הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 8 מוֹעֵ֖ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 9 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als een mens uit u den HEERE een offerande zal offeren, gij zult uw offeranden offeren van het vee, van runderen en van schapen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 SpreekH1696 totH413 de kinderenH1121 IsraelsH3478, en zegH559 totH413 hen: AlsH3588 een mensH120 uit u den HEEREH3068 een offerandeH7133 zal offerenH7126, gij zult uw offerandenH7133 offerenH7126 van het veeH929, vanH4480 runderenH1241 en vanH4480 schapenH6629. Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als een mens uit u den HEERE een offerande zal offeren, gij zult uw offeranden offeren van het vee, van runderen en van schapen.

KJV Speak1 unto the children3 of Israel,4 and say5 unto them, If any man7 of you bring9 an offering11 unto the LORD,12 ye shall bring19 your offering21 of the cattle,14 even of the herd,16 and of the flock.

1 דַּבֵּ֞ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְּנֵ֤י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וְאָמַרְתָּ֣ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֲלֵהֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 יַקְרִ֥יב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 10 מִכֶּ֛ם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 קָרְבָּ֖ן H7133 offerande, offeranden, offer oblation, that is offered, offering 12 לַֽיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 14 הַבְּהֵמָ֗ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 15 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 16 הַבָּקָר֙ H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 17 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 18 הַצֹּ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 19 תַּקְרִ֖יבוּ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 קָרְבַּנְכֶֽם H7133 offerande, offeranden, offer oblation, that is offered, offering
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Indien zijn offerande een brandoffer van runderen is, zo zal hij een volkomen mannetje offeren; aan de deur van de tent der samenkomst zal hij dat offeren, naar zijn welgevallen, voor het aangezicht des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Indien zijn offerandeH7133 een brandofferH5930 vanH4480 runderenH1241 is, zo zal hij een volkomenH8549 mannetjeH2145 offerenH7126; aanH413 de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150 zal hij dat offerenH7126, naar zijn welgevallenH7522, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068. Indien zijn offerande een brandoffer van runderen is, zo zal hij een volkomen mannetje offeren; aan de deur van de tent der samenkomst zal hij dat offeren, naar zijn welgevallen, voor het aangezicht des HEEREN.

KJV If his offering3 be a burnt sacrifice2 of the herd,5 let him offer8 a male6 without blemish:7 he shall offer13 it of his own voluntary will15 at the door10 of the tabernacle11 of the congregation12 before16 the LORD.

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 עֹלָ֤ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 3 קָרְבָּנוֹ֙ H7133 offerande, offeranden, offer oblation, that is offered, offering 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הַבָּקָ֔ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 6 זָכָ֥ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 7 תָּמִ֖ים H8549 volkomen, oprechten, oprecht without blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole 8 יַקְרִיבֶ֑נּוּ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 פֶּ֝תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 11 אֹ֤הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 12 מוֹעֵד֙ H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 13 יַקְרִ֣יב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 14 אֹת֔וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 לִרְצֹנ֖וֹ H7522 welgevallen, welbehagen, aangenaam (be) acceptable(-ance, -ed), delight, desire, favour, (good) pleasure, (own, self, voluntary) will, as...(what) would 16 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 17 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En hij zal zijn hand op het hoofd des brandoffers leggen, opdat het voor hem aangenaam zij, om hem te verzoenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En hij zal zijn handH3027 opH5921 het hoofdH7218 des brandoffersH5930 leggenH5564, opdat het voor hem aangenaamH7521 zij, om hem te verzoenenH3722. En hij zal zijn hand op het hoofd des brandoffers leggen, opdat het voor hem aangenaam zij, om hem te verzoenen.

KJV And he shall put1 his hand2 upon the head4 of the burnt offering;5 and it shall be accepted6 for him to make atonement

1 וְסָמַ֣ךְ H5564 leggen, leiden, ondersteund bear up, establish, (up-) hold, lay, lean, lie hard, put, rest self, set self, stand fast, stay (self), sustain 2 יָד֔וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 רֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 5 הָעֹלָ֑ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 6 וְנִרְצָ֥ה H7521 welgevallen, aangenaam, behagen (be) accept(-able), accomplish, set affection, approve, consent with, delight (self), enjoy, (be, have a) favour(-able), like, observe, pardon, (be, have, take) please(-ure), reconcile self 7 ל֖וֹ 8 לְכַפֵּ֥ר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 9 עָלָֽיו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Daarna zal hij het jonge rund slachten voor het aangezicht des HEEREN; en de zonen van Aaron, de priesters, zullen het bloed offeren, en het bloed sprengen rondom dat altaar, hetwelk voor de deur van de tent der samenkomst is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Daarna zal hij het jongeH1121 rundH1241 slachtenH7819 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068; en de zonenH1121 van AaronH175, de priestersH3548, zullen het bloedH1818 offerenH7126, en het bloedH1818 sprengenH2236 rondomH5439 dat altaarH4196, hetwelkH834 voor de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150 is. Daarna zal hij het jonge rund slachten voor het aangezicht des HEEREN; en de zonen van Aaron, de priesters, zullen het bloed offeren, en het bloed sprengen rondom dat altaar, hetwelk voor de deur van de tent der samenkomst is.

KJV And he shall kill1 the bullock3 before5 the LORD:6 and the priests,10 Aaron's9 sons,8 shall bring7 the blood,12 and sprinkle13 the blood15 round about18 upon the altar17 that is by the door20 of the tabernacle21 of the congregation.

1 וְשָׁחַ֛ט H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בֶּ֥ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 הַבָּקָ֖ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 5 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְ֠הִקְרִיבוּ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 8 בְּנֵ֨י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 אַהֲרֹ֤ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 10 הַֽכֹּֽהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַדָּ֔ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 13 וְזָרְק֨וּ H2236 sprengen, sprengde, sprengden be here and there, scatter, sprinkle, strew 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הַדָּ֤ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 הַמִּזְבֵּ֨חַ֙ H4196 altaar, altaren, altaars altar 18 סָבִ֔יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 19 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 פֶּ֖תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 21 אֹ֥הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 22 מוֹעֵֽד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Dan zal hij het brandoffer de huid aftrekken, en het in zijn stukken delen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Dan zal hij het brandofferH5930 de huid aftrekkenH6584, en het in zijn stukkenH5409 delenH5408. Dan zal hij het brandoffer de huid aftrekken, en het in zijn stukken delen.

KJV And he shall flay1 the burnt offering,3 and cut4 it into his pieces.

1 וְהִפְשִׁ֖יט H6584 uittrekken, ingevallen, overvielen fall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הָעֹלָ֑ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 4 וְנִתַּ֥ח H5408 deelde, delen, hieuw cut (in pieces), divide, hew in pieces 5 אֹתָ֖הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 לִנְתָחֶֽיהָ H5409 stukken, delen, stuk part, piece
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de zonen van Aaron, den priester, zullen vuur maken op het altaar, en zullen het hout op het vuur schikken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En de zonenH1121 van AaronH175, den priesterH3548, zullen vuurH784 maken opH5921 het altaarH4196, en zullen het houtH6086 opH5921 het vuurH784 schikkenH6186. En de zonen van Aaron, den priester, zullen vuur maken op het altaar, en zullen het hout op het vuur schikken.

KJV And the sons2 of Aaron3 the priest4 shall put1 fire5 upon the altar,7 and lay the wood9 in order8 upon the fire:

1 וְ֠נָתְנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 בְּנֵ֨י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אַהֲרֹ֧ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 4 הַכֹּהֵ֛ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 אֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הַמִּזְבֵּ֑חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 8 וְעָרְכ֥וּ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 9 עֵצִ֖ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הָאֵֽשׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ook zullen de zonen van Aaron, de priesters, de stukken, het hoofd en het smeer, schikken op het hout, dat op het vuur is, hetwelk op het altaar is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ook zullen de zonenH1121 van AaronH175, de priestersH3548, de stukkenH5409, het hoofdH7218 en het smeerH6309, schikkenH6186 opH5921 het houtH6086, datH834 opH5921 het vuurH784 is, hetwelkH834 opH5921 het altaarH4196 is. Ook zullen de zonen van Aaron, de priesters, de stukken, het hoofd en het smeer, schikken op het hout, dat op het vuur is, hetwelk op het altaar is.

KJV And the priests,4 Aaron's3 sons,2 shall lay1 the parts,6 the head,8 and the fat,10 in order upon the wood12 that is on the fire15 which is upon the altar:

1 וְעָרְכ֗וּ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 2 בְּנֵ֤י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אַהֲרֹן֙ H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 4 הַכֹּ֣הֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַנְּתָחִ֔ים H5409 stukken, delen, stuk part, piece 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הָרֹ֖אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַפָּ֑דֶר H6309 smeer fat 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 הָעֵצִים֙ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 13 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 הָאֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 16 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 הַמִּזְבֵּֽחַ H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Doch zijn ingewand, en zijn schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Doch zijn ingewandH7130, en zijn schenkelenH3767 zal men met waterH4325 wassenH7364; en de priesterH3548 zal dat allesH3605 aanstekenH6999 op het altaarH4196; het is een brandofferH5930, een vuurofferH801, tot een liefelijkenH5207 reukH7381 den HEEREH3068. Doch zijn ingewand, en zijn schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.

KJV But his inwards1 and his legs2 shall he wash3 in water:4 and the priest6 shall burn5 all on the altar,9 to be a burnt sacrifice,10 an offering made by fire,11 of a sweet13 savour12 unto the LORD.

1 וְקִרְבּ֥וֹ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 2 וּכְרָעָ֖יו H3767 schenkelen leg 3 יִרְחַ֣ץ H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 4 בַּמָּ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 וְהִקְטִ֨יר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 6 הַכֹּהֵ֤ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַכֹּל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הַמִּזְבֵּ֔חָה H4196 altaar, altaren, altaars altar 10 עֹלָ֛ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 11 אִשֵּׁ֥ה H801 vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers (offering, sacrifice), (made) by fire 12 רֵֽיחַ H7381 reuk, reuks savour, scent, smell 13 נִיח֖וֹחַ H5207 liefelijken, liefelijke sweet (odour) 14 לַֽיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En indien zijn offerande is van klein vee, van schapen of van geiten, ten brandoffer, zal hij een volkomen mannetje offeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En indienH518 zijn offerandeH7133 is van klein veeH6629, van schapenH3775 of vanH4480 geitenH5795, ten brandofferH5930, zal hij een volkomenH8549 mannetjeH2145 offerenH7126. En indien zijn offerande is van klein vee, van schapen of van geiten, ten brandoffer, zal hij een volkomen mannetje offeren.

KJV And if his offering4 be of the flocks,3 namely, of the sheep,6 or of the goats,9 for a burnt sacrifice;10 he shall bring13 it a male11 without blemish.

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 3 הַצֹּ֨אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 4 קָרְבָּנ֧וֹ H7133 offerande, offeranden, offer oblation, that is offered, offering 5 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 הַכְּשָׂבִ֛ים H3775 lammeren, lam, schaap lamb 7 א֥וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 8 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 הָעִזִּ֖ים H5795 geiten, geit, geitenbok (she) goat, kid 10 לְעֹלָ֑ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 11 זָכָ֥ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 12 תָּמִ֖ים H8549 volkomen, oprechten, oprecht without blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole 13 יַקְרִיבֶֽנּוּ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En hij zal dat slachten aan de zijde van het altaar noordwaarts, voor het aangezicht des HEEREN; en de zonen van Aaron, de priesters, zullen zijn bloed rondom op het altaar sprengen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En hij zal dat slachtenH7819 aanH5921 de zijde van het altaarH4196 noordwaartsH6828, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068; en de zonenH1121 van AaronH175, de priestersH3548, zullen zijn bloedH1818 rondomH5439 opH5921 het altaarH4196 sprengenH2236. En hij zal dat slachten aan de zijde van het altaar noordwaarts, voor het aangezicht des HEEREN; en de zonen van Aaron, de priesters, zullen zijn bloed rondom op het altaar sprengen.

KJV And he shall kill1 it on the side4 of the altar5 northward6 before7 the LORD:8 and the priests,12 Aaron's11 sons,10 shall sprinkle9 his blood14 round about17 upon the altar.

1 וְשָׁחַ֨ט H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 2 אֹת֜וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 עַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 יֶ֧רֶךְ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh 5 הַמִּזְבֵּ֛חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 6 צָפֹ֖נָה H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 7 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וְזָרְק֡וּ H2236 sprengen, sprengde, sprengden be here and there, scatter, sprinkle, strew 10 בְּנֵי֩ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 אַהֲרֹ֨ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 12 הַכֹּהֲנִ֧ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 דָּמ֛וֹ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 הַמִּזְבֵּ֖חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 17 סָבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Daarna zal hij het in zijn stukken delen, mitsgaders zijn hoofd en zijn smeer; en de priester zal die schikken op het hout, dat op het vuur is, hetwelk op het altaar is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Daarna zal hij het in zijn stukkenH5409 delenH5408, mitsgaders zijn hoofdH7218 en zijn smeerH6309; en de priesterH3548 zal die schikkenH6186 opH5921 het houtH6086, datH834 opH5921 het vuurH784 is, hetwelkH834 opH5921 het altaarH4196 is. Daarna zal hij het in zijn stukken delen, mitsgaders zijn hoofd en zijn smeer; en de priester zal die schikken op het hout, dat op het vuur is, hetwelk op het altaar is.

KJV And he shall cut1 it into his pieces,3 with his head5 and his fat:7 and the priest9 shall lay them in order8 on the wood12 that is on the fire15 which is upon the altar:

1 וְנִתַּ֤ח H5408 deelde, delen, hieuw cut (in pieces), divide, hew in pieces 2 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 לִנְתָחָ֔יו H5409 stukken, delen, stuk part, piece 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 רֹאשׁ֖וֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 פִּדְר֑וֹ H6309 smeer fat 8 וְעָרַ֤ךְ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 9 הַכֹּהֵן֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 10 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 הָֽעֵצִים֙ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 13 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 הָאֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 16 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 הַמִּזְבֵּֽחַ H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Doch het ingewand en de schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles offeren en aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Doch het ingewandH7130 en de schenkelenH3767 zal men met waterH4325 wassenH7364; en de priesterH3548 zal dat allesH3605 offerenH7126 en aanstekenH6999 op het altaarH4196; het is een brandofferH5930, een vuurofferH801, tot een liefelijkenH5207 reukH7381 den HEEREH3068. Doch het ingewand en de schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles offeren en aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.

KJV But he shall wash3 the inwards1 and the legs2 with water:4 and the priest6 shall bring5 it all, and burn9 it upon the altar:10 it is a burnt sacrifice,11 an offering made by fire,13 of a sweet15 savour14 unto the LORD.

1 וְהַקֶּ֥רֶב H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 2 וְהַכְּרָעַ֖יִם H3767 schenkelen leg 3 יִרְחַ֣ץ H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 4 בַּמָּ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 וְהִקְרִ֨יב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 6 הַכֹּהֵ֤ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַכֹּל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 וְהִקְטִ֣יר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 10 הַמִּזְבֵּ֔חָה H4196 altaar, altaren, altaars altar 11 עֹלָ֣ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 12 ה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 אִשֵּׁ֛ה H801 vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers (offering, sacrifice), (made) by fire 14 רֵ֥יחַ H7381 reuk, reuks savour, scent, smell 15 נִיחֹ֖חַ H5207 liefelijken, liefelijke sweet (odour) 16 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En indien zijn offerande voor den HEERE een brandoffer van gevogelte is, zo zal hij zijn offerande van tortelduiven, of van jonge duiven, offeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En indien zijn offerandeH7133 voor den HEEREH3068 een brandofferH5930 vanH4480 gevogelteH5775 is, zoH518 zal hij zijn offerandeH7133 vanH4480 tortelduivenH8449, of vanH4480 jongeH1121 duivenH3123, offerenH7126. En indien zijn offerande voor den HEERE een brandoffer van gevogelte is, zo zal hij zijn offerande van tortelduiven, of van jonge duiven, offeren.

KJV And if the burnt sacrifice4 for his offering5 to the LORD6 be of fowls,3 then he shall bring7 his offering15 of turtledoves,9 or of young12 pigeons.

1 וְאִ֧ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 3 הָע֛וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 4 עֹלָ֥ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 5 קָרְבָּנ֖וֹ H7133 offerande, offeranden, offer oblation, that is offered, offering 6 לַֽיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְהִקְרִ֣יב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 8 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 הַתֹּרִ֗ים H8449 tortelduiven, tortelduif (turtle) dove 10 א֛וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 11 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 הַיּוֹנָ֖ה H3123 duiven, duif, duive dove, pigeon 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 קָרְבָּנֽוֹ H7133 offerande, offeranden, offer oblation, that is offered, offering
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En de priester zal die tot het altaar brengen, en deszelfs hoofd met zijn nagel splijten, en op het altaar aansteken; en zijn bloed zal aan den wand des altaars uitgeduwd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En de priesterH3548 zal die totH413 het altaarH4196 brengenH7126, en deszelfs hoofdH7218 met zijn nagel splijtenH4454, en opH5921 het altaarH4196 aanstekenH6999; en zijn bloedH1818 zal aan den wandH7023 des altaarsH4196 uitgeduwdH4680 worden. En de priester zal die tot het altaar brengen, en deszelfs hoofd met zijn nagel splijten, en op het altaar aansteken; en zijn bloed zal aan den wand des altaars uitgeduwd worden.

KJV And the priest2 shall bring1 it unto the altar,4 and wring off5 his head,7 and burn8 it on the altar;9 and the blood11 thereof shall be wrung out10 at the side13 of the altar:

1 וְהִקְרִיב֤וֹ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 2 הַכֹּהֵן֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַמִּזְבֵּ֔חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 5 וּמָלַק֙ H4454 nagel splijten, splijten wring off 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 רֹאשׁ֔וֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 8 וְהִקְטִ֖יר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 9 הַמִּזְבֵּ֑חָה H4196 altaar, altaren, altaars altar 10 וְנִמְצָ֣ה H4680 uitgeduwd, uitgedrukt, uitgezogen suck, wring (out) 11 דָמ֔וֹ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 12 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 קִ֥יר H7023 wand, wanden, metselaars [phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall 14 הַמִּזְבֵּֽחַ H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En zijn krop met zijn vederen zal hij wegdoen, en zal het werpen bij het altaar, oostwaarts, aan de plaats der as.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En zijn kropH4760 met zijn vederenH5133 zal hij wegdoenH5493, en zal het werpenH7993 bij het altaarH4196, oostwaartsH6924, aanH413 de plaatsH4725 der asH1880. En zijn krop met zijn vederen zal hij wegdoen, en zal het werpen bij het altaar, oostwaarts, aan de plaats der as.

KJV And he shall pluck away1 his crop3 with his feathers,4 and cast5 it beside7 the altar8 on the east part,9 by the place11 of the ashes:

1 וְהֵסִ֥יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מֻרְאָת֖וֹ H4760 krop crop 4 בְּנֹצָתָ֑הּ H5133 vederen, struisvogels feather(-s), ostrich 5 וְהִשְׁלִ֨יךְ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 6 אֹתָ֜הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אֵ֤צֶל H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 8 הַמִּזְבֵּ֨חַ֙ H4196 altaar, altaren, altaars altar 9 קֵ֔דְמָה H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 מְק֖וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 12 הַדָּֽשֶׁן H1880 as, vettigheid ashes, fatness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Verder zal hij die met zijn vleugelen klieven, niet afscheiden; en de priester zal die aansteken op het altaar, op het hout, dat op het vuur is; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Verder zal hij die met zijn vleugelenH3671 klievenH8156, nietH3808 afscheidenH914; en de priesterH3548 zal die aanstekenH6999 op het altaarH4196, opH5921 het houtH6086, dat opH5921 het vuurH784 is; het is een brandofferH5930, een vuurofferH801, tot een liefelijkenH5207 reukH7381 den HEEREH3068. Verder zal hij die met zijn vleugelen klieven, niet afscheiden; en de priester zal die aansteken op het altaar, op het hout, dat op het vuur is; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.

KJV And he shall cleave1 it with the wings3 thereof, but shall not divide it asunder:5 and the priest8 shall burn6 it upon the altar,9 upon the wood11 that is upon the fire:14 it is a burnt sacrifice,15 an offering made by fire,17 of a sweet19 savour18 unto the LORD.

1 וְשִׁסַּ֨ע H8156 tweeen klieft, gekloofden, klieft cleave, (be) cloven (footed), rend, stay 2 אֹת֣וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בִכְנָפָיו֮ H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יַבְדִּיל֒ H914 afgezonderd, scheiding, scheidde (make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly 6 וְהִקְטִ֨יר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 7 אֹת֤וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַכֹּהֵן֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 9 הַמִּזְבֵּ֔חָה H4196 altaar, altaren, altaars altar 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הָעֵצִ֖ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 הָאֵ֑שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 15 עֹלָ֣ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 16 ה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 17 אִשֵּׁ֛ה H801 vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers (offering, sacrifice), (made) by fire 18 רֵ֥יחַ H7381 reuk, reuks savour, scent, smell 19 נִיחֹ֖חַ H5207 liefelijken, liefelijke sweet (odour) 20 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Leviticus 1:1 Exodus 19:3 Exodus 25:22 Exodus 40:34 Exodus 29:42 Exodus 33:7 Exodus 24:12 Exodus 24:1 Exodus 39:32
Leviticus 1:2 Leviticus 22:18 Romeinen 12:6 1 Kronieken 16:29 Genesis 4:5 Genesis 4:3 Efeze 5:2 Romeinen 12:1
Leviticus 1:3 Hebreeën 9:14 Deuteronomium 15:21 Exodus 12:5 Leviticus 22:19 Deuteronomium 12:5 Numeri 29:13 Leviticus 6:9 2 Korinthe 9:7
Leviticus 1:4 Exodus 29:10 Leviticus 3:2 2 Kronieken 29:23 Exodus 29:15 Leviticus 4:26 Exodus 29:19 Leviticus 4:20 Leviticus 4:31
Leviticus 1:5 Leviticus 3:8 Leviticus 1:11 Leviticus 3:2 2 Kronieken 35:11 Leviticus 3:13 Hebreeën 12:24 1 Petrus 1:2 Exodus 29:16
Leviticus 1:6 Leviticus 7:8 Genesis 3:21
Leviticus 1:7 Leviticus 6:12 Genesis 22:9 Maleachi 1:10 Leviticus 9:24 Nehemia 13:31 1 Kronieken 21:26 2 Kronieken 7:1
Leviticus 1:8 1 Koningen 18:23 Leviticus 1:12 Exodus 29:17 Leviticus 9:13 1 Koningen 18:33 Leviticus 8:18
Leviticus 1:9 Genesis 8:21 Leviticus 1:13 Efeze 5:2 Exodus 29:18 Ezechiël 20:41 Leviticus 3:11 Ezechiël 20:28 Psalmen 51:6
Leviticus 1:10 Johannes 1:29 Exodus 12:5 Leviticus 1:2 Genesis 8:20 Genesis 4:4 Jesaja 53:6 Maleachi 1:14 Leviticus 4:23
Leviticus 1:11 Leviticus 1:5 Leviticus 7:2 Leviticus 6:25 Ezechiël 8:5 Exodus 40:22 Leviticus 9:12 Leviticus 1:7
Leviticus 1:13 Leviticus 1:9
Leviticus 1:14 Lukas 2:24 Leviticus 5:7 Leviticus 12:8 Genesis 15:9 Mattheüs 11:29 Hebreeën 7:26 2 Korinthe 8:12
Leviticus 1:15 Psalmen 22:1 Mattheüs 26:1 Jesaja 53:10 Psalmen 69:1 Psalmen 22:21 Leviticus 5:8 1 Johannes 2:27 Jesaja 53:4
Leviticus 1:16 Leviticus 6:10 Lukas 1:35 Leviticus 16:27 1 Petrus 1:2 Hebreeën 13:11 Leviticus 4:12
Leviticus 1:17 Genesis 15:10 Leviticus 1:13 Psalmen 16:10 Romeinen 4:25 Leviticus 1:9 1 Petrus 1:19 Genesis 8:21 Hebreeën 10:6
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Leviticus 1 vers 1

de tent der samenkomst, Versta, den tabernakel, waarin God kwam om zijn volk toe te spreken, Ex. 29:42, en zij komen moesten om hem te vragen en te horen spreken; Ex. 33:7.

Hertaald: de tent der samenkomst, Versta: de tabernakel, waarin God kwam om Zijn volk toe te spreken, Ex. 29:42, en waar zij moesten komen om Hem te vragen en te horen spreken; Ex. 33:7.

Leviticus 1 vers 2

zal offeren, Anders, aan, of, toebrengen. Alzo in vs.3, 5, enz. Versta dit offeren, van het werk des volks en niet des priesters.

Hertaald: zal offeren, Ook mogelijk: aan-, of toebrengen. Zo ook in vers 3, 5, enzovoort. Versta dit offeren als het werk van het volk, niet van de priester.

van schapen Dit woord bedoelt niet alleen schapen, maar ook geiten, gelijk te zien is onder vs.10. Zie ook Gen. 12:16.

Hertaald: van schapen Dit woord bedoelt niet alleen schapen, maar ook geiten, zoals blijkt in vers 10. Zie ook Gen. 12:16.

Leviticus 1 vers 3

brandoffer van runderen is, Zie Gen. 8:20.

Hertaald: brandoffer van runderen is, Zie Gen. 8:20.

volkomen mannetje offeren; Dat geen gebrek aan het lichaam heeft. Zie onder, Lev. 22:20-22.

Hertaald: volkomen mannetje offeren; Namelijk: zonder enig lichamelijk gebrek. Zie hieronder, Lev. 22:20-22.

aan de deur van de tent der samenkomst zal hij dat offeren, Waar het brandofferaltaar stond; gelijk te zien is onder vs.5.

Hertaald: aan de deur van de tent der samenkomst zal hij dat offeren, Waar het brandofferaltaar stond; zoals te zien is hieronder in vers 5.

naar zijn welgevallen, Uit deze woorden blijkt dat hier gesproken wordt van vrijwillige offers, welke niet geschieden naar de gewone en gezette orde, maar naar het goedvinden van iemand in het bijzonder, om God te bidden of te danken.

Hertaald: naar zijn welgevallen, Uit deze woorden blijkt dat hier gesproken wordt over vrijwillige offers, die niet plaatsvinden volgens de gewone, vaste orde, maar naar het eigen goeddunken van iemand om God te bidden of te danken.

voor het aangezicht des HEEREN Door de tent der samenkomst, in wier binnenste deel was de ark des verbonds, het teken van Gods tegenwoordige bijwoning, Ex. 25:22, waarom ook de tent genoemd wordt Gods huis, 1 Sam. 3:15, gelijk God ook gezegd wordt daarin te zijn, onder Lev. 4:7.

Hertaald: voor het aangezicht des HEEREN Door de tent der samenkomst, in wier binnenste de ark van het verbond stond, het teken van Gods tegenwoordige aanwezigheid, Ex. 25:22; daarom wordt de tent ook Gods huis genoemd, 1 Sam. 3:15, zoals ook gezegd wordt dat God daarin is, in Lev. 4:7.

Leviticus 1 vers 4

zijn hand op het hoofd des brandoffers leggen, Hebreeuws, met zijne hand steunen. Te weten, om daarmede te betuigen dat hij dit offer aan God toeheiligde, overgaf en voorstelde, als in de plaats van zichzelven, om voor zich genade bij den HEERE te vinden, door de toekomende offerande van den Messias, die door deze afgebeeld was. Zie Ex. 29:10.

Hertaald: zijn hand op het hoofd des brandoffers leggen, Hebreeuws: met zijn hand steunen. Namelijk: om daarmee te betuigen dat hij dit offer aan God toewijdde, overdroeg en aanbood, als in zijn eigen plaats, om voor zichzelf genade bij de HEERE te vinden, door het toekomstige offer van de Messias, dat hierdoor werd afgebeeld. Zie Ex. 29:10.

het voor hem aangenaam zij, Dat is opdat het hem, die het offert, voor een wettelijk en Gode aangenaam offer verstrekke.

Hertaald: het voor hem aangenaam zij, Dat is: opdat het voor degene die het offert, als een wettig en Gode welgevallig offer geldt.

hem te verzoenen Dat is, om voor hem te betekenen en te verzegelen de verzoening, die door den Messias in de volheid des tijds geschieden zou; Rom. 3:25; 2 Kor. 5:19; Ef. 1:7; Kol. 1:14, Kol. 1:19, Kol. 1:30.

Hertaald: hem te verzoenen Dat is: om voor hem de verzoening te betekenen en te bezegelen, die door de Messias in de volheid van de tijd tot stand zou komen; Rom. 3:25; 2 Kor. 5:19; Ef. 1:7; Kol. 1:14, Kol. 1:19, Kol. 1:30.

Leviticus 1 vers 5

hij het jonge rund Namelijk, de priester, of die het offert, door den priester, gelijk God bevolen had, Ex. 29:11, en ook geschied is; onder Lev. 8:15. Of, daarna zal men het jonge rund slachten, te weten, door den priester.

Hertaald: hij het jonge rund Namelijk: de priester, of degene die het offert, door de priester, zoals God bevolen had, Ex. 29:11, en ook gebeurd is, hieronder Lev. 8:15. Of: daarna zal men het jonge rund slachten, namelijk door de priester.

slachten voor het aangezicht des HEEREN; Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk, de keel afsteken.

Hertaald: slachten voor het aangezicht des HEEREN; Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk: de keel doorsnijden.

Leviticus 1 vers 6

hij het brandoffer de huid aftrekken, Te weten, een der priesters. Zie 2 Kron. 29:34.

Hertaald: hij het brandoffer de huid aftrekken, Namelijk: een van de andere priesters. Zie 2 Kron. 29:34.

Leviticus 1 vers 7

vuur maken op het altaar, Hebreeuws, vuur geven; te weten, van het vuur, hetwelk van den hemel vallen zou, als men het eerst op dit altaar zou offeren, onder, Lev. 9:24, en daarom geduriglijk bewaard moest worden. Zie onder, Lev. 6:12.

Hertaald: vuur maken op het altaar, Hebreeuws: vuur geven; namelijk van het vuur dat uit de hemel zou vallen wanneer men voor het eerst op dit altaar zou offeren, hieronder Lev. 9:24, en dat daarom voortdurend bewaard moest worden. Zie hieronder, Lev. 6:12.

Leviticus 1 vers 8

het smeer, Anders, ingewand. Anders, romp; waarvan het hoofd en de schenkelen af zijn en het ingewand uitgedaan.

Hertaald: het smeer, Ook mogelijk: ingewand. Ook mogelijk: romp, waarvan het hoofd en de poten zijn afgehaald en het ingewand verwijderd.

Leviticus 1 vers 9

ingewand, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk het naaste van enig ding, hetwelk is het binnenste, of, het midden daarvan, hoedanig het ingewand der beesten is.

Hertaald: ingewand, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk het binnenste, of het midden van iets, zoals het ingewand van dieren.

vuuroffer, Dat is, dat door het vuur gans verteerd en verslonden moest worden. Zie Ex. 29:18. Zodanig was het brandoffer.

Hertaald: vuuroffer, Dat is: wat door het vuur helemaal verteerd en verslonden moest worden. Zie Ex. 29:18. Zo was het brandoffer.

tot een liefelijken reuk den HEERE Dat is, den HEERE zeer aangenaam en welgevallig, en waarmede Hij wel tevreden is; hetwelk van de offeranden der beesten gezegd wordt niet ten aanzien van haarzelven, maar van de offerande van Christus, die zij betekenden, welke eigenlijk het slachtoffer is, Gode tot een welriekenden reuk; Ef. 5:2. Zie ook Gen. 8:21.

Hertaald: tot een liefelijken reuk den HEERE Dat is: zeer aangenaam en welgevallig voor de HEERE, waarmee Hij tevreden is; dit wordt van de offers van dieren niet gezegd om henzelf, maar met het oog op het offer van Christus, dat zij afbeeldden en dat eigenlijk het slachtoffer is, Gode tot een welriekende reuk; Ef. 5:2. Zie ook Gen. 8:21.

Leviticus 1 vers 11

hij zal dat slachten De priester, gelijk boven, vs.5.

Hertaald: hij zal dat slachten De priester, zoals hierboven in vers 5.

noordwaarts, Dat is, in den voorhof ter rechterzijde van het altaar des brandoffers, waar men kwam in de tent der samenkomst.

Hertaald: noordwaarts, Dat is: in de voorhof, aan de rechterzijde van het brandofferaltaar, waar men de tent der samenkomst binnenkwam.

voor het aangezicht des HEEREN; Zie boven, vs.3.

Hertaald: voor het aangezicht des HEEREN; Zie hierboven, vers 3.

Leviticus 1 vers 14

jonge duiven, offeren Hebreeuws, zonen der duiven; alzo onder, Lev. 12:6. Aldus wordt ook genoemd een jonge os, de zoon van een rund, Gen. 18:7, en boven, vs.5, een jonge ezel, de zoon ener ezelin, Gen. 49:11, een jonge eenhoorn, de zoon des eenhoorns, Ps. 29:6.

Hertaald: jonge duiven, offeren Hebreeuws: zonen van de duiven; zo ook hieronder, Lev. 12:6. Zo wordt ook een jonge os de zoon van een rund genoemd, Gen. 18:7, en hierboven, vers 5, een jonge ezel de zoon van een ezelin, Gen. 49:11, en een jonge eenhoorn de zoon van de eenhoorn, Ps. 29:6.

Leviticus 1 vers 15

die tot het altaar brengen, Te weten, offerande van gevogelte, gelijk onder, vs.17.

Hertaald: die tot het altaar brengen, Namelijk: het offer van gevogelte, zoals hieronder in vers 17.

met zijn nagel splijten, Of, omdraaien, omwringen, afwringen.

Hertaald: met zijn nagel splijten, Of: omdraaien, verwringen, afwringen.

Leviticus 1 vers 16

vederen zal hij wegdoen, Anders, drek, vuiligheid; te weten, die in de krop en de darmen is.

Hertaald: vederen zal hij wegdoen, Ook mogelijk: drek, vuiligheid; namelijk wat zich in de krop en de darmen bevindt.

oostwaarts, Dat is, tot eerbied jegens de Goddelijke majesteit, zeer ver van de ark des verbonds, die westwaarts was, in het heilige der heiligen.

Hertaald: oostwaarts, Dat is: uit eerbied voor de Goddelijke majesteit, ver van de ark van het verbond, die zich westwaarts bevond, in het heilige der heiligen.

aan de plaats der as Waar de as der offeranden eerst gedragen werd, om daarna met andere vuiligheid buiten het leger gevoerd te worden. Zie onder, Lev. 4:12, en Lev. 6:10-11, en Lev. 8:17.

Hertaald: aan de plaats der as Waar de as van de offers eerst gebracht werd, om daarna met andere vuiligheid buiten het kamp afgevoerd te worden. Zie hieronder, Lev. 4:12, Lev. 6:10-11 en Lev. 8:17.

Leviticus 1 vers 17

die Te weten, offerande, gelijk boven, vs.15.

Hertaald: die Namelijk: het offer, zoals hierboven in vers 15.

met zijn vleugelen klieven, Of, tussen zijne vleugelen.

Hertaald: met zijn vleugelen klieven, Of: tussen zijn vleugels.

niet afscheiden; Dat is, niet ontleden, noch in stukken verdelen, gelijk men de andere beesten deed, maar men moest de vogels alleen in het midden tussen de vleugels klieven.

Hertaald: niet afscheiden; Dat is: niet ontleden of in stukken verdelen, zoals men bij andere dieren deed, maar men moest de vogels alleen in het midden tussen de vleugels splijten.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Brandoffer  — Hebreeuws: olah, "wat opstijgt" — het offer dat geheel in rook opging

Van de vijf hoofdoffers die in Leviticus worden ingesteld, was het brandoffer het eerst genoemd. Het ging om een rund, schaap, geit of duif zonder gebrek, waarbij de offeraar zijn hand op de kop van het dier legde en het dier geslacht werd. Daarna werd het gehele dier, op de huid na, op het altaar verbrand tot een liefelijke reuk voor de HEERE (Lev. 1:1-17). Anders dan bij de meeste andere offers bleef er voor de offeraar zelf niets van over om van te eten.

Bijbelse betekenis: Doordat het gehele dier verbrand werd, drukte het brandoffer een volkomen, onverdeelde overgave aan God uit. Bij andere offers was een deel voor de priester of de offeraar bestemd; hier was alles aan de HEERE toegewijd.

Typologie: De Hebreeënbrief past de taal van dit offer rechtstreeks toe op Christus: "Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God" (Hebr. 10:5-10, aanhalend Ps. 40:7-9) — Christus offerde Zichzelf niet ten dele, maar geheel en al, in volkomen gehoorzaamheid, tot een liefelijke reuk voor God (Ef. 5:2).

Lev. 1:1-17; Ps. 40:7-9; Hebr. 10:5-10; Ef. 5:2

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het offer en de plaatsvervanging niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen functie

De hand op de kop van het offer — 1:3-9

De tabernakel staat er, de wolk is neergedaald, God woont in het midden van het kamp. En precies daar begint het ongemak: hoe komt een gewoon mens bij die tent naar binnen zonder om te komen? Leviticus opent met dat probleem en geeft er meteen een antwoord op.

De offeraar legt zijn hand op de kop van het offerdier, en wat hem toekomt gaat over op wat sterven gaat.

De tabernakel staat, de wolk is neergedaald, God woont in het midden van het kamp. En juist daar begint het ongemak: hoe komt een gewoon mens bij die tent naar binnen zonder om te komen? Leviticus opent met dat probleem, en het antwoord is een handeling die iedereen kon uitvoeren.

Een man komt met een rund tot aan de deur van de tent — verder mag hij niet. Het dier moet volkomen zijn: niet een gebrekkig stuk vee waarvan hij zich toch wilde ontdoen, maar het beste dat hij bezit.

Dan legt hij zijn hand op de kop. In het Hebreeuws staat er: hij steunt met zijn hand — hij leunt erop. De kanttekening zegt precies wat daarmee bedoeld is: hij betuigt daarmee dat hij dit offer aan God toewijdt en aanbiedt als in zijn eigen plaats, om voor zichzelf genade bij de HEERE te vinden — door het toekomstige offer van de Messias, dat hierdoor werd afgebeeld.

Daar staat het dus, in de aantekeningen bij het allereerste hoofdstuk van de offerdienst: wat hier gebeurt beeldt af wat later werkelijk gebeuren zou. En bij het woord verzoenen tekenen zij aan dat het gaat om de verzoening die door de Messias in de volheid van de tijd tot stand zou komen.

De man staat daar met zijn hand op een levend dier dat over een ogenblik dood zal zijn, en hij weet: dat had ik moeten zijn.

Daarna gaat alles op in vuur — bij het brandoffer blijft er niets over voor de priester en niets voor de offeraar. Het is volledig weggegeven, en het heet een liefelijke reuk voor de HEERE.

Duizenden dieren zijn zo gestorven, geslacht na geslacht. De Hebreeënbrief zegt nuchter waarom het toch nooit klaar was: het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneemt. Zij wezen ergens heen. En toen Paulus schreef dat Christus Zichzelf overgegeven heeft tot een offerande, koos hij precies de woorden van dit hoofdstuk: Gode tot een welriekenden reuk.

  1. Leviticus 1:3 — Het offerdier moet volkomen zijn en komt tot aan de deur van de tent.
  2. Leviticus 1:4 — De offeraar leunt met zijn hand op de kop: dit in mijn plaats.
  3. Leviticus 17:11 — Het bloed is gegeven om verzoening te doen over de ziel.
  4. Hebreeën 10:4 — Het bloed van stieren en bokken kan de zonden niet wegnemen.
  5. Efeze 5:2 — Christus heeft Zichzelf overgegeven, Gode tot een welriekenden reuk.
  6. Hebreeën 10:12 — Eén slachtoffer voor de zonden, voor altijd.

In het Nieuwe Testament: Efeze 5:2; Hebreeën 10:1-4; Hebreeën 9:14; 1 Petrus 1:19

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Leviticus 1

Leviticus 1:4.KruisverwijzingenExodus 29:10Leviticus 3:22 Kronieken 29:23Exodus 29:15Leviticus 4:26Exodus 29:19Leviticus 4:20Leviticus 4:31
— En hij zal zijn hand op het hoofd des brandoffers leggen, opdat het voor hem aangenaam zij, om hem te verzoenen.
Wie zijn hand op het hoofd van het offer legde, deed daarmee belijdenis van zonde. Om welk offer het ook ging dat een gelovige Israëliet bracht — er was altijd zonde in vermeld, hetzij stilzwijgend hetzij uitgesproken. Willen wij Hém tot onze verzoening hebben, die God tot Zijn offer gesteld heeft, dan moeten wij tot Hem komen met belijdenis van onze zonde. Ons grijpen naar Jezus moet het grijpen zijn van iemand die weet dat hij schuldig is. Hij is alleen ons eigendom wanneer wij zondaren zijn.

In deze handeling lag ook een belijdenis van eigen onmacht. De gelovige die het rund bracht, zei daarmee zoveel als: “Ik kan uit mijzelf de wet van God niet houden en ook geen verzoening doen voor mijn vroegere overtredingen van de geboden. Evenmin mag ik hopen door toekomstige gehoorzaamheid aangenaam te worden bij God. Daarom breng ik dit offer, want zonder dit kan ik niet aangenaam worden.”

En wanneer iemand zijn rund, zijn geit of zijn lam bracht en er zijn hand op legde, wetende dat het arme dier sterven moest, dan erkende hij daarmee dat hij zélf de dood verdiend had. Het offerdier viel in het stof, worstelend, bloedend, stervend. De offeraar beleed dat dit was wat hij verdiende.

Het leggen van de hand op het hoofd van het offer betekende ook vereenzelviging. De offeraar die zijn hand op het rund legde, zei in wezen: “Het behage U, Heere, mij met dit rund te vereenzelvigen, en dit rund met mij. Mijn zonde is overgedragen. Moge ik geoordeeld worden als in het slachtoffer begrepen en door hem vertegenwoordigd.”

Dan werd het mes uit de schede getrokken en het offerdier gedood. Het werd niet enkel gebonden maar gedóód — en de mens stond daarbij en zei: “Dat ben ik; dat is het lot dat ik verdien.” En als de offeraar recht van hart was en geen enkel vormendienaar, dan stond hij daar met tranen in de ogen en gevoelde in zijn binnenste: “Die dood is mijn dood.”

Leviticus 1:5.KruisverwijzingenLeviticus 3:8Leviticus 1:11Leviticus 3:22 Kronieken 35:11Leviticus 3:13Hebreeën 12:241 Petrus 1:2Exodus 29:16
— Daarna zal hij het jonge rund slachten voor het aangezicht des HEEREN; en de zonen van Aaron, de priesters, zullen het bloed offeren, en het bloed sprengen rondom dat altaar, hetwelk voor de deur van de tent der samenkomst is.
Het doden van het offer was volstrekt onmisbaar. De Israëliet bracht een rund zonder gebrek, maar dat het zonder gebrek was, maakte het nog niet tot een verzoening voor de zonde. Er graasden zonder twijfel nog vele volkomen runderen en lammeren op de vlakten van Saron. Als het meest volmaakte dier levend van het altaar was weggegaan, dan zou het niets, maar dan ook niets tot verzoening hebben uitgewerkt. Het moest zonder gebrek zijn om ook maar een offer te kúnnen zijn — maar zijn volkomenheid maakte het nog geen slachtoffer voordat het gedood was.

En zo moest ook Jezus sterven. Zijn volmaakte natuur, Zijn zware arbeid, Zijn onberispelijke leven, Zijn volkomen toewijding konden ons niets baten zonder de vergieting van Zijn bloed. Zijn sterven is dus niet een aanhangsel bij Zijn leven en niet enkel het slot ervan, maar het gewichtigste van alles wat met Hem te doen heeft. Het staat op de voorgrond. Het is het hoofd en het voorste van Zijn verlossingswerk. Wij achten Hem terecht hoog om Zijn voorbeeld en om Zijn levende voorbede — maar waar het over de verzoening gaat, is het boven alles nodig dat wij Hem zien als het geslachte Lam. Neem deze plaatsvervangende dood van onze Heere weg, en u hebt alles weggenomen. Zonder de dood van Jezus blijft er voor ons niets over dan de dood. Vergeet de Gekruisigde, en wij hebben de enige Naam vergeten waardoor wij zalig kunnen worden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Zonder de dood van Jezus blijft er voor ons niets over dan de dood. Vergeet de Gekruisigde, en wij hebben de enige Naam vergeten waardoor wij zalig kunnen worden.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content