Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het geschiedde, toen dit hoorden al de koningen, die aan deze zijde van de Jordaan waren, op het gebergte, en in de laagte, en aan alle havens der grote zee, tegenover den Libanon: de Hethieten, en de Amorieten, de Kanaanieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het geschiedde, toen dit hoordenH8085alH3605 de koningenH4428, dieH834 aan deze zijde van de JordaanH3383 waren, op het gebergteH2022, en in de laagteH8219, en aan alleH3605havensH2348 der groteH1419zeeH3220, tegenoverH413 den LibanonH3844: de HethietenH2850, en de AmorietenH567, de KanaanietenH3669, de FerezietenH6522, de HevietenH2340, en de JebusietenH2983;En het geschiedde, toen dit hoorden al de koningen, die aan deze zijde van de Jordaan waren, op het gebergte, en in de laagte, en aan alle havens der grote zee, tegenover den Libanon: de Hethieten, en de Amorieten, de Kanaanieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten;
KJVAnd it came to pass, when all the kings4which were on this side6Jordan,7in the hills,8and in the valleys,9and in all the coasts11of the great13sea12over against15Lebanon,16the Hittite,17and the Amorite,18the Canaanite,19the Perizzite,20the Hivite,21and the Jebusite,22heard
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִשְׁמֹ֣עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3כָּֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַמְּלָכִ֡יםH4428koning, konings, koningenking, royal5אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בְּעֵ֨בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight7הַיַּרְדֵּ֜ןH3383JordaanJordan8בָּהָ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion9וּבַשְּׁפֵלָ֗הH8219laagte, laagtenlow country, (low) plain, vale(-ley)10וּבְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11ח֚וֹףH2348haven, havenscoast (of the sea), haven, shore, (sea-) side12הַיָּ֣םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)13הַגָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15מ֖וּלH4136tegenover, voorste, nagel(over) against, before, (fore-) front, from, (God-) ward, toward, with16הַלְּבָנ֑וֹןH3844LibanonLebanon17הַֽחִתִּי֙H2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities18וְהָ֣אֱמֹרִ֔יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite19הַֽכְּנַעֲנִי֙H3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker20הַפְּרִזִּ֔יH6522Ferezieten, FerezietPerizzite21הַחִוִּ֖יH2340Hevieten, Heviet, HivvietHivite22וְהַיְבוּסִֽיH2983Jebusieten, Jebusiet, JebusiJebusite(-s)
2Zo vergaderden zij zich samen, om tegen Jozua en tegen Israel te krijgen, eenmoediglijk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Zo vergaderdenH6908 zij zich samenH3162, om tegenH5973JozuaH3091 en tegenH5973IsraelH3478 te krijgenH3898, eenmoediglijkH259.Zo vergaderden zij zich samen, om tegen Jozua en tegen Israel te krijgen, eenmoediglijk.
KJVThat they gathered1themselves together,2to fight3with Joshua5and with Israel,7with one9accord.
1וַיִּֽתְקַבְּצ֣וּH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up2יַחְדָּ֔וH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal3לְהִלָּחֵ֥םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)4עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5יְהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)6וְעִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8פֶּ֖הH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word9אֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
3Als de inwoners te Gibeon hoorden, wat Jozua met Jericho en met Ai gedaan had,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Als de inwonersH3427 te GibeonH1391hoordenH8085, watH834JozuaH3091 met JerichoH3405 en met AiH5857gedaanH6213 had,Als de inwoners te Gibeon hoorden, wat Jozua met Jericho en met Ai gedaan had,
KJVAnd when the inhabitants1of Gibeon2heard3what Joshua7had done6unto Jericho8and to Ai,
1וְיֹשְׁבֵ֨יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2גִבְע֜וֹןH1391GibeonGibeon3שָׁמְע֗וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עָשָׂ֧הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7יְהוֹשֻׁ֛עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)8לִֽירִיח֖וֹH3405JerichoJericho9וְלָעָֽיH5857Ai, stad, AjaAi, Aija, Aijath, Hai
4Zo handelden zij ook arglistiglijk, en gingen heen, en veinsden zich gezanten te zijn, en zij namen oude zakken op hun ezels, en oude en gescheurde, en samengebonden lederen wijnzakken;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Zo handeldenH6213zijH1992ookH1571arglistiglijkH6195, en gingenH3212 heen, en veinsden zich gezantenH6737 te zijn, en zij namenH3947oudeH1087zakkenH8242 op hun ezelsH2543, en oudeH1087 en gescheurdeH1234, en samengebondenH6887 lederen wijnzakkenH3196;Zo handelden zij ook arglistiglijk, en gingen heen, en veinsden zich gezanten te zijn, en zij namen oude zakken op hun ezels, en oude en gescheurde, en samengebonden lederen wijnzakken;
KJVThey did work1wilily,4and went5and made as if they had been ambassadors,6and took7old9sacks8upon their asses,10and wine12bottles,11old,13and rent,14and bound up;
1וַיַּעֲשׂ֤וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3הֵ֨מָּה֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4בְּעָרְמָ֔הH6195kloekzinnigheid, arglistiglijk, listguile, prudence, subtilty, wilily, wisdom5וַיֵּלְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6וַיִּצְטַיָּ֑רוּH6737gezantenmake as if...had been ambassador7וַיִּקְח֞וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8שַׂקִּ֤יםH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)9בָּלִים֙H1087oude, verouderdold10לַחֲמ֣וֹרֵיהֶ֔םH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass11וְנֹאד֥וֹתH4997zak, fles, melkflesbottle12יַ֨יִן֙H3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)13בָּלִ֔יםH1087oude, verouderdold14וּמְבֻקָּעִ֖יםH1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win15וּמְצֹרָרִֽיםH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex
5Ook oude en bevlekte schoenen aan hun voeten, en zij hadden oude klederen aan, en al het brood, dat zij op hun reize hadden, was droog en beschimmeld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Ook oudeH1087 en bevlekteH2921schoenenH5275 aan hun voetenH7272, en zij hadden oudeH1087klederenH8008aanH5921, en alH3605 het broodH3899, dat zij op hun reizeH6718 hadden, wasH1961droogH3001 en beschimmeldH5350.Ook oude en bevlekte schoenen aan hun voeten, en zij hadden oude klederen aan, en al het brood, dat zij op hun reize hadden, was droog en beschimmeld.
KJVAnd old2shoes1and clouted3upon their feet,4and old6garments5upon them; and all the bread9of their provisionwas dry11and mouldy.
1וּנְעָל֨וֹתH5275schoenen, schoen, paar schoenendryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)2בָּל֤וֹתH1087oude, verouderdold3וּמְטֻלָּאוֹת֙H2921geplekte, bevlekte, geplektclouted, with divers colours, spotted4בְּרַגְלֵיהֶ֔םH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time5וּשְׂלָמ֥וֹתH8008klederen, kleed, kledingclothes, garment, raiment6בָּל֖וֹתH1087oude, verouderdold7עֲלֵיהֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8וְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9לֶ֣חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals10צֵידָ֔םH6720teerkost, reiskost, teringmeat, provision, venison, victuals11יָבֵ֖שׁH3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)12הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13נִקֻּדִֽיםH5350beschimmeld, koekencracknel, mouldy
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6En zij gingen tot Jozua in het leger te Gilgal, en zij zeiden tot hem en tot de mannen van Israel: Wij zijn gekomen uit een ver land, zo maakt nu een verbond met ons.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En zij gingenH3212totH413JozuaH3091 in het legerH4264 te GilgalH1537, en zij zeidenH559 tot hem en totH413 de mannenH376 van IsraelH3478: Wij zijn gekomenH935 uit een verH7350landH776, zo maaktH3772nuH6258 een verbondH1285 met ons.En zij gingen tot Jozua in het leger te Gilgal, en zij zeiden tot hem en tot de mannen van Israel: Wij zijn gekomen uit een ver land, zo maakt nu een verbond met ons.
KJVAnd they went1to Joshua3unto the camp5at Gilgal,6and said7unto him, and to the men10of Israel,11We be come14from a far13country:12now therefore make16ye a league
1וַיֵּלְכ֧וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוֹשֻׁ֛עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הַֽמַּחֲנֶ֖הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents6הַגִּלְגָּ֑לH1537GilgalGilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל)7וַיֹּאמְר֨וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אֵלָ֜יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12מֵאֶ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13רְחוֹקָה֙H7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come14בָּ֔אנוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15וְעַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas16כִּרְתוּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want17לָ֥נוּ18בְרִֽיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
7Toen zeiden de mannen van Israel tot de Hevieten: Misschien woont gijlieden in het midden van ons, hoe zullen wij dan een verbond met u maken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen zeidenH559 de mannenH376 van IsraelH3478totH413 de HevietenH2340: Misschien woontH3427gijliedenH859 in het middenH7130 van ons, hoeH349 zullen wij dan een verbondH1285 met u makenH3772?Toen zeiden de mannen van Israel tot de Hevieten: Misschien woont gijlieden in het midden van ons, hoe zullen wij dan een verbond met u maken?
KJVAnd the men2of Israel3said1unto the Hivites,5Peradventure6ye dwell9among7us; and how shall we make11a league
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הַחִוִּ֑יH2340Hevieten, Heviet, HivvietHivite6אוּלַ֗יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless7בְּקִרְבִּי֙H7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self8אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9יוֹשֵׁ֔בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10וְאֵ֖יךְH349hoehow, what11אֶֽכְרָתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want12לְךָ֥H3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want13בְרִֽיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
8Zij dan zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten. Toen zeide Jozua tot hen: Wie zijt gijlieden, en van waar komt gij?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Zij dan zeidenH559totH413JozuaH3091: Wij zijn uw knechtenH5650. Toen zeideH559JozuaH3091totH413 hen: WieH4310 zijt gijliedenH859, en van waar komtH935 gij?Zij dan zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten. Toen zeide Jozua tot hen: Wie zijt gijlieden, en van waar komt gij?
KJVAnd they said1unto Joshua,3We are thy servants.4And Joshua8said6unto them, Who are ye? and from whence11come
1וַיֹּאמְר֥וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)4עֲבָדֶ֣יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5אֲנָ֑חְנוּH587wijourselves, us, we6וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֲלֵהֶ֧םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8יְהוֹשֻׁ֛עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)9מִ֥יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God10אַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11וּמֵאַ֥יִןH370vanwaar?whence, where12תָּבֹֽאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
9Zij nu zeiden tot hem: Uw knechten zijn uit een zeer ver land gekomen, om den Naam des HEEREN, uws Gods; want wij hebben Zijn gerucht gehoord, en alles wat Hij in Egypte gedaan heeft;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Zij nu zeidenH559totH413 hem: Uw knechtenH5650 zijn uit een zeerH3966verH7350landH776gekomenH935, om den NaamH8034 des HEERENH3068, uws GodsH430; wantH3588 wij hebben Zijn geruchtH8089gehoordH8085, en allesH3605watH834 Hij in EgypteH4714gedaanH6213 heeft;Zij nu zeiden tot hem: Uw knechten zijn uit een zeer ver land gekomen, om den Naam des HEEREN, uws Gods; want wij hebben Zijn gerucht gehoord, en alles wat Hij in Egypte gedaan heeft;
KJVAnd they said1unto him, From a very5far4country3thy servants7are come6because of the name8of the LORD9thy God:10for we have heard12the fame13of him, and all that he did17in Egypt,
1וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מֵאֶ֨רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4רְחוֹקָ֤הH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come5מְאֹד֙H3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well6בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7עֲבָדֶ֔יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant8לְשֵׁ֖םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report9יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12שָׁמַ֣עְנוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13שָׁמְע֔וֹH8089geruchtfame14וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18בְּמִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
10En alles wat Hij gedaan heeft aan de twee koningen der Amorieten die aan gene zijde van de Jordaan waren, Sihon, den koning van Hesbon, en Og, den koning van Bazan, die te Astharoth woonde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En allesH3605watH834 Hij gedaanH6213 heeft aan de tweeH8147koningenH4428 der AmorietenH567dieH834 aan geneH5676 zijde van de JordaanH3383 waren, SihonH5511, den koningH4428 van HesbonH2809, en OgH5747, den koningH4428 van BazanH1316, dieH834 te AstharothH6252 woonde.En alles wat Hij gedaan heeft aan de twee koningen der Amorieten die aan gene zijde van de Jordaan waren, Sihon, den koning van Hesbon, en Og, den koning van Bazan, die te Astharoth woonde.
KJVAnd all that he did4to the two5kings6of the Amorites,7that were beyond9Jordan,10to Sihon11king12of Heshbon,13and to Og14king15of Bashan,16which was at Ashtaroth.
1וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָשָׂ֗הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לִשְׁנֵי֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two6מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal7הָאֱמֹרִ֔יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite8אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בְּעֵ֣בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight10הַיַּרְדֵּ֑ןH3383JordaanJordan11לְסִיחוֹן֙H5511SihonSihon12מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13חֶשְׁבּ֔וֹןH2809Hesbon, Hesbons, HezbonHeshbon14וּלְע֥וֹגH5747OgOg15מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16הַבָּשָׁ֖ןH1316Bazan, BasanBashan17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18בְּעַשְׁתָּרֽוֹתH6252Astharoth, AstharothsAsharoth, Astaroth. See also H1045 (בֵּית עַשְׁתָּרוֹת), H6253 (עַשְׁתֹּרֶת), H6255 (עַשְׁתְּרֹת קַרְנַיִם)
11Daarom spraken tot ons onze oudsten, en al de inwoners onzes lands, zeggende: Neemt reiskost met u in uw handen op de reize, en gaat hun tegemoet, en zegt tot hen: Wij zijn ulieder knechten, zo maakt nu een verbond met ons.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Daarom sprakenH559totH413 ons onze oudstenH2205, en alH3605 de inwonersH3427 onzes landsH776, zeggendeH559: NeemtH3947reiskostH6720 met u in uw handenH3027 op de reizeH1870, en gaatH3212 hun tegemoetH7125, en zegtH559totH413 hen: Wij zijn ulieder knechtenH5650, zo maaktH3772nuH6258 een verbondH1285 met ons.Daarom spraken tot ons onze oudsten, en al de inwoners onzes lands, zeggende: Neemt reiskost met u in uw handen op de reize, en gaat hun tegemoet, en zegt tot hen: Wij zijn ulieder knechten, zo maakt nu een verbond met ons.
KJVWherefore our elders3and all the inhabitants5of our country6spake1to us, saying,7Take8victuals10with you9for the journey,11and go12to meet13them, and say14unto them, We are your servants:16therefore now make19ye a league
1וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלֵ֡ינוּH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3זְֽקֵינֵינוּ֩H2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5יֹשְׁבֵ֨יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6אַרְצֵ֜נוּH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8קְח֨וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9בְיֶדְכֶ֤םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10צֵידָה֙H6720teerkost, reiskost, teringmeat, provision, venison, victuals11לַדֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)12וּלְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak13לִקְרָאתָ֑םH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way14וַאֲמַרְתֶּ֤םH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15אֲלֵיהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16עַבְדֵיכֶ֣םH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant17אֲנַ֔חְנוּH587wijourselves, us, we18וְעַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas19כִּרְתוּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want20לָ֥נוּ21בְרִֽיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
12Dit ons brood hebben wij warm tot onzen teerkost uit onze huizen genomen, ten dage, toen wij uittogen om tot ulieden te reizen; maar ziet, nu is het droog, en het is beschimmeld;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12DitH2088 ons broodH3899 hebben wij warmH2525 tot onzen teerkostH6679 uit onze huizenH1004genomenH6679, ten dageH3117, toen wij uittogenH3318 om totH413 ulieden te reizenH3212; maar zietH2009, nuH6258 is het droogH3001, en het isH1961beschimmeldH5350;Dit ons brood hebben wij warm tot onzen teerkost uit onze huizen genomen, ten dage, toen wij uittogen om tot ulieden te reizen; maar ziet, nu is het droog, en het is beschimmeld;
KJVThis our bread2we took hot3for our provision4out of our houses6on the day7we came forth8to go9unto you; but now, behold, it is dry,13and it is mouldy:
1זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)2לַחְמֵ֗נוּH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals3חָ֞םH2525warmhot, warm4הִצְטַיַּ֤דְנוּH6679jagen, jaagt, gejaagdchase, hunt, sore, take (provision)5אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִבָּ֣תֵּ֔ינוּH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7בְּי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8צֵאתֵ֖נוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9לָלֶ֣כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak10אֲלֵיכֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas12הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see13יָבֵ֔שׁH3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)14וְהָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15נִקֻּדִֽיםH5350beschimmeld, koekencracknel, mouldy
13En deze lederen wijnzakken, die wij gevuld hebben, waren nieuw, maar ziet, zij zijn gescheurd; en deze onze klederen, en onze schoenen zijn oud geworden, vanwege deze zeer lange reis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En dezeH428 lederen wijnzakkenH4997, die wij gevuldH4390 hebben, waren nieuwH2319, maar zietH2009, zij zijn gescheurdH1234; en dezeH428 onze klederenH8008, en onze schoenenH5275 zijn oudH1086 geworden, vanwege deze zeerH3966langeH7230reisH1870.En deze lederen wijnzakken, die wij gevuld hebben, waren nieuw, maar ziet, zij zijn gescheurd; en deze onze klederen, en onze schoenen zijn oud geworden, vanwege deze zeer lange reis.
KJVAnd these bottles2of wine,3which we filled,5were new;6and, behold, they be rent:8and these our garments10and our shoes11are become old12by reason of the very15long13journey.
1וְאֵ֨לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2נֹאד֤וֹתH4997zak, fles, melkflesbottle3הַיַּ֨יִן֙H3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5מִלֵּ֣אנוּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly6חֲדָשִׁ֔יםH2319nieuwe, nieuw, nieuwenfresh, new thing7וְהִנֵּ֖הH2009ziet, ziebehold, lo, see8הִתְבַּקָּ֑עוּH1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win9וְאֵ֤לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)10שַׂלְמוֹתֵ֨ינוּ֙H8008klederen, kleed, kledingclothes, garment, raiment11וּנְעָלֵ֔ינוּH5275schoenen, schoen, paar schoenendryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)12בָּל֕וּH1086verouderd, oud, veroudenconsume, enjoy long, become (make, wax) old, spend, waste13מֵרֹ֥בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)14הַדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
14Toen namen de mannen van hun reiskost; en zij vraagden het den mond des HEEREN niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen namenH3947 de mannenH582 van hun reiskostH6718; en zij vraagdenH7592 het den mondH6310 des HEERENH3068nietH3808.Toen namen de mannen van hun reiskost; en zij vraagden het den mond des HEEREN niet.
KJVAnd the mentook1of their victuals,3and asked8not counsel at the mouth5of the LORD.
1וַיִּקְח֥וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2הָֽאֲנָשִׁ֖יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3מִצֵּידָ֑םH6718wildbraad, jacht, jager[idiom] catcheth, food, [idiom] hunter, (that which he took in) hunting, venison, victuals4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8שָׁאָֽלוּH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15En Jozua maakte vrede met hen, en hij maakte een verbond met hen, dat hij hen bij het leven behouden zoude; en de oversten der vergadering zwoeren hun.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En JozuaH3091maakteH6213vredeH7965 met hen, en hij maakte een verbondH1285 met hen, dat hij hen bij het levenH2421behoudenH1961 zoude; en de overstenH5387 der vergaderingH5712zwoerenH7650 hun.En Jozua maakte vrede met hen, en hij maakte een verbond met hen, dat hij hen bij het leven behouden zoude; en de oversten der vergadering zwoeren hun.
KJVAnd Joshua3made1peace4with them, and made5a league7with them, to let them live:8and the princes11of the congregation12sware
1וַיַּ֨עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לָהֶ֤ם3יְהוֹשֻׁ֨עַ֙H3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)4שָׁל֔וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly5וַיִּכְרֹ֥תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want6לָהֶ֛ם7בְּרִ֖יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league8לְחַיּוֹתָ֑םH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole9וַיִּשָּׁבְע֣וּH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear10לָהֶ֔ם11נְשִׂיאֵ֖יH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour12הָעֵדָֽהH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
16En het geschiedde ten einde van drie dagen, nadat zij het verbond met hen gemaakt hadden, zo hoorden zij, dat zij hun naburen waren, en dat zij in het midden van hen waren wonende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En het geschieddeH1961 ten eindeH7097 van drieH7969dagenH3117, nadatH310 zij het verbondH1285 met hen gemaakt hadden, zo hoordenH8085 zij, dat zij hun naburenH7138 waren, en dat zij in het middenH7130 van henH1992 waren wonendeH3427.En het geschiedde ten einde van drie dagen, nadat zij het verbond met hen gemaakt hadden, zo hoorden zij, dat zij hun naburen waren, en dat zij in het midden van hen waren wonende.
KJVAnd it came to pass at the end2of three3days4after5they had made7a league9with them, that they heard10that they were their neighbours,12and that they dwelt17among
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִקְצֵה֙H7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)3שְׁלֹ֣שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)4יָמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5אַחֲרֵ֕יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7כָּרְת֥וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want8לָהֶ֖ם9בְּרִ֑יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league10וַֽיִּשְׁמְע֗וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness11כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12קְרֹבִ֥יםH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)13הֵם֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye14אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15וּבְקִרְבּ֖וֹH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self16הֵ֥םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17יֹשְׁבִֽיםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
17Want toen de kinderen Israels voorttogen, zo kwamen zij ten derden dage aan hun steden; hun steden nu waren Gibeon, en Chefira, en Beeroth, en Kirjath-Jearim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Want toen de kinderenH1121IsraelsH3478voorttogenH5265, zo kwamenH935 zij ten derdenH7992dageH3117aanH413 hun stedenH5892; hun stedenH5892 nu waren GibeonH1391, en ChefiraH3716, en BeerothH881, en Kirjath-JearimH7157.Want toen de kinderen Israels voorttogen, zo kwamen zij ten derden dage aan hun steden; hun steden nu waren Gibeon, en Chefira, en Beeroth, en Kirjath-Jearim.
KJVAnd the children2of Israel3journeyed,1and came4unto their cities6on the third8day.7Now their cities9were Gibeon,10and Chephirah,11and Beeroth,12and Kirjathjearim.
1וַיִּסְע֣וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4וַיָּבֹ֛אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6עָרֵיהֶ֖םH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8הַשְּׁלִישִׁ֑יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)9וְעָרֵיהֶם֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10גִּבְע֣וֹןH1391GibeonGibeon11וְהַכְּפִירָ֔הH3716Cefira, ChefiraChephirah12וּבְאֵר֖וֹתH881BeerothBeeroth13וְקִרְיַ֥תH7157Kirjath-jearim, Kirjath, Kirjath-arimKirjath, Kirjath-jearim, Kirjath-arim14יְעָרִֽיםH7157Kirjath-jearim, Kirjath, Kirjath-arimKirjath, Kirjath-jearim, Kirjath-arim
18En de kinderen Israels sloegen ze niet, omdat de oversten der vergadering hun gezworen hadden bij den HEERE, den God Israels; daarom murmureerde de ganse vergadering tegen de oversten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de kinderenH1121IsraelsH3478sloegenH5221 ze nietH3808, omdatH3588 de overstenH5387 der vergaderingH5712 hun gezworenH7650 hadden bij den HEEREH3068, den GodH430IsraelsH3478; daarom murmureerdeH3885 de ganseH3605vergaderingH5712tegenH5921 de overstenH5387.En de kinderen Israels sloegen ze niet, omdat de oversten der vergadering hun gezworen hadden bij den HEERE, den God Israels; daarom murmureerde de ganse vergadering tegen de oversten.
KJVAnd the children3of Israel4smote2them not, because the princes8of the congregation9had sworn6unto them by the LORD10God11of Israel.12And all the congregation15murmured13against the princes.
1וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2הִכּוּם֙H5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6נִשְׁבְּע֤וּH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear7לָהֶם֙8נְשִׂיאֵ֣יH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour9הָֽעֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)10בַּֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13וַיִּלֹּ֥נוּH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)14כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הָעֵדָ֖הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17הַנְּשִׂיאִֽיםH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour
19Toen zeiden al de oversten tot de ganse vergadering: Wij hebben hun gezworen bij den HEERE, den God Israels; daarom kunnen wij hen niet aantasten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Toen zeidenH559alH3605 de overstenH5387totH413 de ganseH3605vergaderingH5712: Wij hebben hun gezworenH7650 bij den HEEREH3068, den GodH430IsraelsH3478; daarom kunnen wij hen niet aantastenH5060.Toen zeiden al de oversten tot de ganse vergadering: Wij hebben hun gezworen bij den HEERE, den God Israels; daarom kunnen wij hen niet aantasten.
KJVBut all the princes3said1unto all the congregation,6We have sworn8unto them by the LORD10God11of Israel:12now therefore we may15not touch
1וַיֹּאמְר֤וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַנְּשִׂיאִים֙H5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָ֣עֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)7אֲנַ֨חְנוּ֙H587wijourselves, us, we8נִשְׁבַּ֣עְנוּH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear9לָהֶ֔ם10בַּֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13וְעַתָּ֕הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas14לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15נוּכַ֖לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer16לִנְגֹּ֥עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch17בָּהֶֽם
20Dit zullen wij hun doen, dat wij hen bij het leven behouden, opdat geen grote toorn over ons zij, om des eeds wil, dien wij hun gezworen hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Dit zullen wij hun doenH6213, dat wij hen bijH5921 het leven behoudenH2421, opdat geenH3808 grote toornH7110overH5921 ons zijH1961, om des eedsH7621wilH834, dien wij hun gezworenH7650 hebben.Dit zullen wij hun doen, dat wij hen bij het leven behouden, opdat geen grote toorn over ons zij, om des eeds wil, dien wij hun gezworen hebben.
KJVThis we will do2to them; we will even let them live,4lest wrath9be upon us, because of the oath11which we sware
1זֹ֛אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2נַעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3לָהֶ֖ם4וְהַחֲיֵ֣הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole5אוֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יִֽהְיֶ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8עָלֵ֨ינוּ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9קֶ֔צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַשְּׁבוּעָ֖הH7621eed, eeds, edencurse, oath, [idiom] sworn12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נִשְׁבַּ֥עְנוּH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear14לָהֶֽם
21Verder zeiden de oversten tot hen: Laat hen leven, en laat ze houthouwers en waterputters zijn der ganse vergadering, gelijk de oversten tot hen gezegd hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Verder zeidenH559 de overstenH5387totH413 hen: Laat hen levenH2421, en laatH1961 ze houthouwersH2404 en waterputtersH7579 zijn der ganseH3605vergaderingH5712, gelijk de overstenH5387 tot hen gezegdH1696 hebben.Verder zeiden de oversten tot hen: Laat hen leven, en laat ze houthouwers en waterputters zijn der ganse vergadering, gelijk de oversten tot hen gezegd hebben.
KJVAnd the princes3said1unto them, Let them live;4but let them be hewers6of wood7and drawers8of water9unto all the congregation;11as the princes15had promised
1וַיֹּאמְר֧וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֛םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַנְּשִׂיאִ֖יםH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour4יִֽחְי֑וּH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole5וַ֠יִּֽהְיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6חֹטְבֵ֨יH2404houthouwers, houwen, houthouwercut down, hew(-er), polish7עֵצִ֤יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood8וְשֹֽׁאֲבֵיH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)9מַ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))10לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הָ֣עֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)12כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13דִּבְּר֥וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work14לָהֶ֖ם15הַנְּשִׂיאִֽיםH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour
22En Jozua riep hen, en sprak tot hen, zeggende: Waarom hebt gijlieden ons bedrogen, zeggende: Wij zijn zeer verre van ulieden gezeten, daar gij in het midden van ons zijt wonende?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En JozuaH3091riepH7121 hen, en sprakH1696totH413 hen, zeggendeH559: WaaromH4100 hebt gijlieden ons bedrogenH7411, zeggendeH559: Wij zijn zeerH3966verreH7350vanH4480 ulieden gezetenH859, daar gij in het middenH7130 van ons zijt wonendeH3427?En Jozua riep hen, en sprak tot hen, zeggende: Waarom hebt gijlieden ons bedrogen, zeggende: Wij zijn zeer verre van ulieden gezeten, daar gij in het midden van ons zijt wonende?
KJVAnd Joshua3called1for them, and he spake4unto them, saying,6Wherefore have ye beguiled8us, saying,10We are very14far11from you; when ye dwell17among
1וַיִּקְרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2לָהֶם֙3יְהוֹשֻׁ֔עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)4וַיְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5אֲלֵיהֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לָמָּה֩H4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8רִמִּיתֶ֨םH7411bedrogen, bedriegelijk, bedriegtbeguile, betray, (bow-) man, carry, deceive, throw9אֹתָ֜נוּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11רְחוֹקִ֨יםH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come12אֲנַ֤חְנוּH587wijourselves, us, we13מִכֶּם֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well15וְאַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you16בְּקִרְבֵּ֥נוּH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self17יֹשְׁבִֽיםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
23Nu dan, vervloekt zijt gijlieden! en onder ulieden zullen niet afgesneden worden knechten, noch houthouwers, noch waterputters ten huize mijns Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23NuH6258 dan, vervloektH779 zijt gijliedenH859! en onder ulieden zullen nietH3808afgesnedenH3772 worden knechtenH5650, noch houthouwersH2404, noch waterputtersH7579 ten huizeH1004 mijns GodsH430.Nu dan, vervloekt zijt gijlieden! en onder ulieden zullen niet afgesneden worden knechten, noch houthouwers, noch waterputters ten huize mijns Gods.
KJVNow therefore ye are cursed,2and there shall none of you be freed5from being bondmen,7and hewers8of wood9and drawers10of water11for the house12of my God.
1וְעַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אֲרוּרִ֣יםH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse3אַתֶּ֑םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִכָּרֵ֨תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want6מִכֶּ֜םH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7עֶ֗בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant8וְחֹטְבֵ֥יH2404houthouwers, houwen, houthouwercut down, hew(-er), polish9עֵצִ֛יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood10וְשֹֽׁאֲבֵיH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)11מַ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13אֱלֹהָֽיH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
24Zij dan antwoordden Jozua, en zeiden: Dewijl het aan uw knechten zekerlijk was te kennen gegeven, dat de HEERE, uw God, Zijn knecht Mozes geboden heeft, dat Hij ulieden al dit land geven, en al de inwoners des lands voor ulieder aangezicht verdelgen zoude, zo vreesden wij onzes levens zeer voor ulieder aangezichten; daarom hebben wij deze zaak gedaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Zij dan antwoorddenH6030JozuaH3091, en zeidenH559: DewijlH3588 het aan uw knechtenH5650zekerlijkH5046 was te kennen gegevenH5046, dat de HEEREH3068, uw GodH430, Zijn knechtH5650MozesH4872gebodenH6680 heeft, dat Hij ulieden alH3605 dit landH776gevenH5414, en alH3605 de inwonersH3427 des landsH776 voor ulieder aangezichtH6440verdelgenH8045 zoude, zo vreesdenH3372 wij onzes levensH5315zeerH3966 voor ulieder aangezichtenH6440; daarom hebben wij dezeH2088zaakH1697gedaanH6213.Zij dan antwoordden Jozua, en zeiden: Dewijl het aan uw knechten zekerlijk was te kennen gegeven, dat de HEERE, uw God, Zijn knecht Mozes geboden heeft, dat Hij ulieden al dit land geven, en al de inwoners des lands voor ulieder aangezicht verdelgen zoude, zo vreesden wij onzes levens zeer voor ulieder aangezichten; daarom hebben wij deze zaak gedaan.
KJVAnd they answered1Joshua,3and said,4Because it was certainly6told7thy servants,8how that the LORD12thy God13commanded11his servant16Moses15to give17you all the land,21and to destroy22all the inhabitants25of the land26from before27you, therefore we were sore29afraid28of our lives30because31of you, and have done32this thing.
1וַיַּעֲנ֨וּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יְהוֹשֻׁ֜עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)4וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6הֻגֵּ֨דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter7הֻגַּ֤דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter8לַעֲבָדֶ֨יךָ֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11צִוָּ֜הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order12יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses16עַבְדּ֔וֹH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant17לָתֵ֤תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18לָכֶם֙19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world22וּלְהַשְׁמִ֛ידH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25יֹשְׁבֵ֥יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry26הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world27מִפְּנֵיכֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you28וַנִּירָ֨אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)29מְאֹ֤דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well30לְנַפְשֹׁתֵ֨ינוּ֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it31מִפְּנֵיכֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you32וַֽנַּעֲשֵׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use33אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)34הַדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work35הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
25En nu, zie, wij zijn in uw hand; doe, gelijk het goed en gelijk het recht is in uw ogen ons te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En nuH6258, zieH2009, wij zijn in uw handH3027; doeH6213, gelijk het goedH2896 en gelijk het rechtH3477 is in uw ogenH5869 ons te doenH6213.En nu, zie, wij zijn in uw hand; doe, gelijk het goed en gelijk het recht is in uw ogen ons te doen.
KJVAnd now, behold, weare in thine hand:3as it seemeth6good4and right5unto thee to do7unto us, do.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
26Zo deed hij hun alzo, en hij verloste hen van de hand der kinderen Israels, dat zij hen niet doodsloegen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Zo deedH6213 hij hun alzo, en hij verlosteH5337 hen van de handH3027 der kinderenH1121IsraelsH3478, dat zij hen nietH3808doodsloegenH2026.Zo deed hij hun alzo, en hij verloste hen van de hand der kinderen Israels, dat zij hen niet doodsloegen.
KJVAnd so did1he unto them, and delivered4them out of the hand6of the children7of Israel,8that they slew
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לָהֶ֖ם3כֵּ֑ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you4וַיַּצֵּ֥לH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)5אוֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִיַּ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10הֲרָגֽוּםH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
27Alzo gaf Jozua hen over ten zelven dage tot houthouwers en waterputters der vergadering, en dat tot het altaar des HEEREN, tot dezen dag toe, aan de plaats, die Hij verkiezen zoude.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Alzo gafH5414JozuaH3091 hen over ten zelvenH1931dageH3117 tot houthouwersH2404 en waterputtersH7579 der vergaderingH5712, en dat tot het altaarH4196 des HEERENH3068, tot dezenH2088dagH3117toeH5704, aan de plaatsH4725, die Hij verkiezenH977 zoude.Alzo gaf Jozua hen over ten zelven dage tot houthouwers en waterputters der vergadering, en dat tot het altaar des HEEREN, tot dezen dag toe, aan de plaats, die Hij verkiezen zoude.
KJVAnd Joshua2made1them that day3hewers5of wood6and drawers7of water8for the congregation,9and for the altar10of the LORD,11even unto this day,13in the place16which he should choose.
1וַיִּתְּנֵ֨םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2יְהוֹשֻׁ֜עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)3בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5חֹטְבֵ֥יH2404houthouwers, houwen, houthouwercut down, hew(-er), polish6עֵצִ֛יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood7וְשֹׁ֥אֲבֵיH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)8מַ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9לָֽעֵדָ֑הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)10וּלְמִזְבַּ֤חH4196altaar, altaren, altaarsaltar11יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16הַמָּק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18יִבְחָֽרH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jozua 9:1— En het geschiedde, toen dit hoorden al de koningen, die aan deze zijde van de Jordaan waren, op het gebergte, en in de laagte, en aan alle havens der grote zee, tegenover den Libanon: de Hethieten, en de Amorieten, de Kanaanieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten;Numeri 34:6→Exodus 3:17→Exodus 23:23→Jozua 3:10→Jozua 23:4→Jozua 24:11→Jozua 10:28→Exodus 34:11→
Jozua 9:2— Zo vergaderden zij zich samen, om tegen Jozua en tegen Israel te krijgen, eenmoediglijk.Jesaja 8:9→Jesaja 54:15→Jesaja 8:12→2 Kronieken 20:1→Joël 3:9→Handelingen 4:26→Psalmen 2:1→Spreuken 11:21→
Jozua 9:3— Als de inwoners te Gibeon hoorden, wat Jozua met Jericho en met Ai gedaan had,Jozua 10:2→Jozua 9:17→2 Samuël 21:1→Jozua 8:1→Jozua 6:1→
Jozua 9:4— Zo handelden zij ook arglistiglijk, en gingen heen, en veinsden zich gezanten te zijn, en zij namen oude zakken op hun ezels, en oude en gescheurde, en samengebonden lederen wijnzakken;Lukas 5:37→Markus 2:22→Lukas 16:8→1 Koningen 20:31→Psalmen 119:83→Mattheüs 10:16→Mattheüs 9:17→Genesis 34:13→
Jozua 9:5— Ook oude en bevlekte schoenen aan hun voeten, en zij hadden oude klederen aan, en al het brood, dat zij op hun reize hadden, was droog en beschimmeld.Lukas 15:22→Deuteronomium 29:5→Jozua 9:13→Deuteronomium 33:25→
Jozua 9:6— En zij gingen tot Jozua in het leger te Gilgal, en zij zeiden tot hem en tot de mannen van Israel: Wij zijn gekomen uit een ver land, zo maakt nu een verbond met ons.Jozua 5:10→2 Koningen 20:14→Jozua 10:43→1 Koningen 8:41→Jozua 9:9→Deuteronomium 20:11→
Jozua 9:7— Toen zeiden de mannen van Israel tot de Hevieten: Misschien woont gijlieden in het midden van ons, hoe zullen wij dan een verbond met u maken?Jozua 11:19→Richteren 2:2→Exodus 3:8→Jozua 9:1→Deuteronomium 7:2→Numeri 33:52→Exodus 34:12→Exodus 23:31→
Jozua 9:8— Zij dan zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten. Toen zeide Jozua tot hen: Wie zijt gijlieden, en van waar komt gij?Deuteronomium 20:11→2 Koningen 10:5→Jozua 9:11→Genesis 9:25→Jozua 9:25→1 Koningen 9:20→Jozua 9:23→Jozua 9:27→
Jozua 9:9— Zij nu zeiden tot hem: Uw knechten zijn uit een zeer ver land gekomen, om den Naam des HEEREN, uws Gods; want wij hebben Zijn gerucht gehoord, en alles wat Hij in Egypte gedaan heeft;Deuteronomium 20:15→Jozua 9:24→Jozua 2:9→Psalmen 148:13→Exodus 9:16→Handelingen 8:7→Jesaja 66:19→Psalmen 83:18→
Jozua 9:10— En alles wat Hij gedaan heeft aan de twee koningen der Amorieten die aan gene zijde van de Jordaan waren, Sihon, den koning van Hesbon, en Og, den koning van Bazan, die te Astharoth woonde.Jozua 12:4→Deuteronomium 1:4→Numeri 21:24→Deuteronomium 2:30→1 Kronieken 6:71→
Jozua 9:11— Daarom spraken tot ons onze oudsten, en al de inwoners onzes lands, zeggende: Neemt reiskost met u in uw handen op de reize, en gaat hun tegemoet, en zegt tot hen: Wij zijn ulieder knechten, zo maakt nu een verbond met ons.Esther 8:17→Jozua 9:8→Genesis 43:12→Lukas 9:3→Mattheüs 10:9→Jozua 1:11→
Jozua 9:12— Dit ons brood hebben wij warm tot onzen teerkost uit onze huizen genomen, ten dage, toen wij uittogen om tot ulieden te reizen; maar ziet, nu is het droog, en het is beschimmeld;Jozua 9:4→
Jozua 9:14— Toen namen de mannen van hun reiskost; en zij vraagden het den mond des HEEREN niet.Numeri 27:21→Richteren 1:1→Jesaja 30:1→Ezra 8:21→2 Samuël 5:19→1 Samuël 22:10→Exodus 28:30→Spreuken 3:5→
Jozua 9:15— En Jozua maakte vrede met hen, en hij maakte een verbond met hen, dat hij hen bij het leven behouden zoude; en de oversten der vergadering zwoeren hun.2 Samuël 21:2→Jozua 11:19→Jozua 6:22→Jeremia 18:7→Jozua 2:12→Deuteronomium 20:10→Exodus 23:32→
Jozua 9:16— En het geschiedde ten einde van drie dagen, nadat zij het verbond met hen gemaakt hadden, zo hoorden zij, dat zij hun naburen waren, en dat zij in het midden van hen waren wonende.Spreuken 12:19→
Jozua 9:17— Want toen de kinderen Israels voorttogen, zo kwamen zij ten derden dage aan hun steden; hun steden nu waren Gibeon, en Chefira, en Beeroth, en Kirjath-Jearim.Ezra 2:25→Jozua 18:25→1 Samuël 7:1→Jozua 10:2→1 Kronieken 21:29→2 Kronieken 1:3→Jozua 18:14→1 Kronieken 13:5→
Jozua 9:18— En de kinderen Israels sloegen ze niet, omdat de oversten der vergadering hun gezworen hadden bij den HEERE, den God Israels; daarom murmureerde de ganse vergadering tegen de oversten.Psalmen 15:4→Prediker 9:2→Prediker 5:2→Prediker 5:6→2 Samuël 21:7→
Jozua 9:19— Toen zeiden al de oversten tot de ganse vergadering: Wij hebben hun gezworen bij den HEERE, den God Israels; daarom kunnen wij hen niet aantasten.Jeremia 4:2→Jozua 9:20→Prediker 8:2→Prediker 9:2→
Jozua 9:20— Dit zullen wij hun doen, dat wij hen bij het leven behouden, opdat geen grote toorn over ons zij, om des eeds wil, dien wij hun gezworen hebben.2 Samuël 21:1→1 Timotheüs 1:10→2 Kronieken 36:13→Romeinen 1:31→Zacharia 5:3→Spreuken 20:25→Maleachi 3:5→Ezechiël 17:12→
Jozua 9:21— Verder zeiden de oversten tot hen: Laat hen leven, en laat ze houthouwers en waterputters zijn der ganse vergadering, gelijk de oversten tot hen gezegd hebben.Deuteronomium 29:11→Jozua 9:23→Jozua 9:27→2 Kronieken 2:17→Jozua 9:15→
Jozua 9:22— En Jozua riep hen, en sprak tot hen, zeggende: Waarom hebt gijlieden ons bedrogen, zeggende: Wij zijn zeer verre van ulieden gezeten, daar gij in het midden van ons zijt wonende?Jozua 9:6→Jozua 9:16→Genesis 3:13→Genesis 29:25→Genesis 27:41→Jozua 9:9→2 Korinthe 11:3→Genesis 27:35→
Jozua 9:23— Nu dan, vervloekt zijt gijlieden! en onder ulieden zullen niet afgesneden worden knechten, noch houthouwers, noch waterputters ten huize mijns Gods.Jozua 9:27→Jozua 9:21→Leviticus 27:28→Genesis 9:25→
Jozua 9:24— Zij dan antwoordden Jozua, en zeiden: Dewijl het aan uw knechten zekerlijk was te kennen gegeven, dat de HEERE, uw God, Zijn knecht Mozes geboden heeft, dat Hij ulieden al dit land geven, en al de inwoners des lands voor ulieder aangezicht verdelgen zoude, zo vreesden wij onzes levens zeer voor ulieder aangezichten; daarom hebben wij deze zaak gedaan.Deuteronomium 7:1→Deuteronomium 20:15→Exodus 23:31→Exodus 15:14→Job 2:4→Deuteronomium 7:23→Jozua 9:9→Mattheüs 10:28→
Jozua 9:25— En nu, zie, wij zijn in uw hand; doe, gelijk het goed en gelijk het recht is in uw ogen ons te doen.Genesis 16:6→Jesaja 47:6→Jeremia 38:5→1 Samuël 3:18→Richteren 8:15→2 Samuël 24:14→Mattheüs 11:26→Richteren 10:15→
Jozua 9:27— Alzo gaf Jozua hen over ten zelven dage tot houthouwers en waterputters der vergadering, en dat tot het altaar des HEEREN, tot dezen dag toe, aan de plaats, die Hij verkiezen zoude.Deuteronomium 12:5→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jozua 9 vers 1— En het geschiedde, toen dit hoorden al de koningen, die aan deze zijde van de Jordaan waren, op het gebergte, en in de laagte, en aan alle havens der grote zee, tegenover den Libanon: de Hethieten, en de Amorieten, de Kanaanieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten;
die aan deze zijde
Te weten, in het land Kanaän, waar toen ter tijd de Israëlieten in waren gekomen, alsook de schrijver van dit boek.
Hertaald:die aan deze zijde
Namelijk: in het land Kanaän, waar de Israëlieten in die tijd waren gekomen, evenals de schrijver van dit boek.
havens
Anders, oevers, of, reden
Hertaald:havens
Anders: oevers, of: reden.
grote zee,
Dat is, der Middellandse zee.
Hertaald:grote zee,
Dat is: de Middellandse Zee.
*
De Girgasieten zijn hier niet bijgevoegd, wellicht omdat zij gering waren.
Hertaald:*
De Girgasieten zijn hier niet bijgevoegd, mogelijk omdat zij weinig talrijk waren.
Jozua 9 vers 2— Zo vergaderden zij zich samen, om tegen Jozua en tegen Israel te krijgen, eenmoediglijk.
eenmoediglijk
Hebreeuws, met een mond; dat is, eendrachtiglijk zich tezamen verbindende.
Hertaald:eenmoediglijk
Hebreeuws: met één mond; dat is: zich eendrachtig aaneensluitend.
Jozua 9 vers 3— Als de inwoners te Gibeon hoorden, wat Jozua met Jericho en met Ai gedaan had,
Gibeon hoorden,
Dit is een grote stad geweest, Joz. 10:2, gelegen in het erfdeel van den stam van Benjamin, en zij was in dezen tijd de hoofdstad der Hevieten, Joh. 11:19; dienvolgens waren de Gibeonieten mede gehorig tot die zeven volken, die God bevolen had uit te roeien, en met welke zij geen verbond mochten maken zonder Gods speciaal consent, Ex. 23:32; Deut. 7:2. Zij is daarna den priester tot een woning gegeven, Joz. 21:17.
Hertaald:Gibeon hoorden,
Dit is een grote stad geweest, Joz. 10:2, gelegen in het erfdeel van de stam van Benjamin, en zij was in die tijd de hoofdstad van de Hevieten, Joz. 11:19; daarom behoorden de Gibeonieten ook tot die zeven volken die God had opgedragen uit te roeien, en met wie zij geen verbond mochten sluiten zonder Gods bijzondere toestemming, Ex. 23:32; Deut. 7:2. Zij is later aan de priesters tot woonplaats gegeven, Joz. 21:17.
Jozua 9 vers 4— Zo handelden zij ook arglistiglijk, en gingen heen, en veinsden zich gezanten te zijn, en zij namen oude zakken op hun ezels, en oude en gescheurde, en samengebonden lederen wijnzakken;
arglistiglijk,
Te weten, gelijk Balak en anderen tevoren gedaan hadden, of, gelijk de andere Kanaänietische koningen gezocht hebben zichzelven met wapens te beschermen, alzo hebben dezen gezocht met listigheid hun leven te behouden.
Hertaald:arglistiglijk,
Namelijk: zoals Balak en anderen eerder gedaan hadden, of: zoals de andere Kanaänitische koningen geprobeerd hebben zich met wapens te beschermen, zo hebben dezen geprobeerd met listigheid hun leven te behouden.
samengebonden
Te weten, waar zij gescheurd waren.
Hertaald:samengebonden
Namelijk: op de plaatsen waar zij gescheurd waren.
Jozua 9 vers 5— Ook oude en bevlekte schoenen aan hun voeten, en zij hadden oude klederen aan, en al het brood, dat zij op hun reize hadden, was droog en beschimmeld.
bevlekte schoenen
Anders, gelapte
Hertaald:bevlekte schoenen
Anders: gelapte.
al het brood,
Hebreeuws, al het brood van hun reiskost
Hertaald:al het brood,
Hebreeuws: al het brood van hun reisproviand.
Jozua 9 vers 6— En zij gingen tot Jozua in het leger te Gilgal, en zij zeiden tot hem en tot de mannen van Israel: Wij zijn gekomen uit een ver land, zo maakt nu een verbond met ons.
Gilgal,
Zie Joz. 5:9.
Hertaald:Gilgal,
Zie Joz. 5:9.
en tot de mannen van Israël
Hebreeuws, tot den man Israëls; dat is, tot ieder man onder de Israëlieten. Anders, tot de vorsten, of voornaamste mannen Israëls. Alzo ook onder, vs.7, 14.
Hertaald:en tot de mannen van Israël
Hebreeuws: tot de man van Israël; dat is: tot ieder onder de Israëlieten. Anders: tot de vorsten, of voornaamste mannen van Israël. Zo ook hieronder, vers 7 en 14.
Jozua 9 vers 7— Toen zeiden de mannen van Israel tot de Hevieten: Misschien woont gijlieden in het midden van ons, hoe zullen wij dan een verbond met u maken?
Hevieten
Dat is, Gibeonieten. Zie onder, Joz. 11:19.
Hertaald:Hevieten
Dat is: Gibeonieten. Zie hieronder, Joz. 11:19.
in het midden van ons,
Dat is, in dit land, hetwelk ons van God gegeven is.
Hertaald:in het midden van ons,
Dat is: in dit land, dat ons door God gegeven is.
hoe zullen wij
Dit was den Israëlieten expresselijk verboden; Ex. 23:32; Deut. 7:2.
Hertaald:hoe zullen wij
Dit was de Israëlieten uitdrukkelijk verboden; Ex. 23:32; Deut. 7:2.
Jozua 9 vers 8— Zij dan zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten. Toen zeide Jozua tot hen: Wie zijt gijlieden, en van waar komt gij?
Wij zijn uw knechten
Dat is, wij onderwerpen ons onder uw heerschappij en bevel, en zijn gewillig aan te nemen de conditie, die het u believen zal ons te geven, al ware het ook dat gij ons tot uw knechten wildet maken.
Hertaald:Wij zijn uw knechten
Dat is: wij onderwerpen ons aan uw heerschappij en gezag, en zijn bereid de voorwaarde te aanvaarden die het u zal behagen ons te geven, ook al zou u ons tot uw knechten willen maken.
Jozua 9 vers 9— Zij nu zeiden tot hem: Uw knechten zijn uit een zeer ver land gekomen, om den Naam des HEEREN, uws Gods; want wij hebben Zijn gerucht gehoord, en alles wat Hij in Egypte gedaan heeft;
Uw knechten
Dat is, wij.
Hertaald:Uw knechten
Dat is: wij.
om den Naam des HEEREN,
Dat is, hebbende gehoord de heerlijkheid van den God Israëls en de grote daden, die Hij gedaan heeft.
Hertaald:om den Naam des HEEREN,
Dat is: omdat wij de roem van de God van Israël en de grote daden die Hij gedaan heeft, gehoord hebben.
Jozua 9 vers 12— Dit ons brood hebben wij warm tot onzen teerkost uit onze huizen genomen, ten dage, toen wij uittogen om tot ulieden te reizen; maar ziet, nu is het droog, en het is beschimmeld;
beschimmeld;
Gelijk vs.5.
Hertaald:beschimmeld;
Zoals vers 5.
Jozua 9 vers 14— Toen namen de mannen van hun reiskost; en zij vraagden het den mond des HEEREN niet.
de mannen
Dat is, de oversten der Israëlieten, gelijk vs.15. Anders, zij namen de mannen aan vanwege hun reiskost; oordelende uit hun beschimmelde spijs, dat zij van verre kwamen.
Hertaald:de mannen
Dat is: de oversten van de Israëlieten, zoals in vers 15. Anders: zij namen de mannen aan vanwege hun reisproviand, omdat zij uit hun beschimmelde voedsel opmaakten dat zij van ver kwamen.
vraagden
Te weten, door den hogepriester, den efod aanhebbende. Zie Num. 27:21. Zie ook 1 Sam. 23:9.
Hertaald:vraagden
Namelijk: door de hogepriester, met de efod aan. Zie Num. 27:21. Zie ook 1 Sam. 23:9.
den mond des HEEREN niet
Dat is, den Heere, die beloofd had te antwoorden van het verzoendeksel; Ex. 25:22.
Hertaald:den mond des HEEREN niet
Dat is: de HEERE, Die beloofd had te antwoorden vanaf het verzoendeksel; Ex. 25:22.
Jozua 9 vers 15— En Jozua maakte vrede met hen, en hij maakte een verbond met hen, dat hij hen bij het leven behouden zoude; en de oversten der vergadering zwoeren hun.
zwoeren hun
Dat is, zij bevestigden met een eed hetgeen Jozua hun beloofd had, te weten dat zij levend blijven zouden.
Hertaald:zwoeren hun
Dat is: zij bevestigden met een eed wat Jozua hun beloofd had, namelijk dat zij in leven zouden blijven.
Jozua 9 vers 17— Want toen de kinderen Israels voorttogen, zo kwamen zij ten derden dage aan hun steden; hun steden nu waren Gibeon, en Chefira, en Beeroth, en Kirjath-Jearim.
Chefira,
Chefira was een stad in het erfdeel van den stam van Benjamin. Zie Joz. 18:26.
Hertaald:Chefira,
Chefira was een stad in het erfdeel van de stam van Benjamin. Zie Joz. 18:26.
Beërôth,
Deze stad lag ook in den stam van Benjamin; Joz. 18:25.
Hertaald:Beërôth,
Deze stad lag ook in de stam van Benjamin; Joz. 18:25.
Jozua 9 vers 18— En de kinderen Israels sloegen ze niet, omdat de oversten der vergadering hun gezworen hadden bij den HEERE, den God Israels; daarom murmureerde de ganse vergadering tegen de oversten.
daarom murmureerde
Te weten, omdat zij de Gibeonieten niet mochten uitroeien, zowel als de andere natiën der Kanaänieten.
Hertaald:daarom murmureerde
Namelijk: omdat zij de Gibeonieten niet mochten uitroeien, zoals wel de andere volken van de Kanaänieten.
Jozua 9 vers 19— Toen zeiden al de oversten tot de ganse vergadering: Wij hebben hun gezworen bij den HEERE, den God Israels; daarom kunnen wij hen niet aantasten.
aantasten
Te weten vijandelijker wijze; dat is, wij mogen hen niet doden of ten onderbrengen.
Hertaald:aantasten
Namelijk: op vijandige wijze; dat is: wij mogen hen niet doden of onderwerpen.
Jozua 9 vers 20— Dit zullen wij hun doen, dat wij hen bij het leven behouden, opdat geen grote toorn over ons zij, om des eeds wil, dien wij hun gezworen hebben.
Dit zullen wij hun doen,
Te weten, wat vs.21 gezegd wordt.
Hertaald:Dit zullen wij hun doen,
Namelijk: wat in vers 21 gezegd wordt.
opdat geen grote toorn
Dat is, dat de HEERE vanwege zulke meinedigheid zich over ons niet vertoorne, en een plaag over ons zende, gelijk naderhand over Saul gekomen is, 2 Sam. 21:1.
Hertaald:opdat geen grote toorn
Dat is: dat de HEERE Zich vanwege zulke meineed niet tegen ons vertoornt en een plaag over ons zendt, zoals later over Saul gekomen is, 2 Sam. 21:1.
des eeds wil,
Te weten, indien wij denzelven verbraken.
Hertaald:des eeds wil,
Namelijk: als wij die zouden breken.
Jozua 9 vers 21— Verder zeiden de oversten tot hen: Laat hen leven, en laat ze houthouwers en waterputters zijn der ganse vergadering, gelijk de oversten tot hen gezegd hebben.
hen
Te weten, tot de kinderen Israëls.
Hertaald:hen
Namelijk: tot de kinderen van Israël.
waterputters
Dezen waren de geringsten en verachtsten onder het volk, Deut. 29:11.
Hertaald:waterputters
Dezen waren de geringsten en minst geachten onder het volk, Deut. 29:11.
gelijk de oversten
Dat is, gelijk wij gezegd hebben.
Hertaald:gelijk de oversten
Dat is: zoals wij gezegd hebben.
tot hen gezegd hebben
Te weten, tot de Gibeonieten.
Hertaald:tot hen gezegd hebben
Namelijk: tot de Gibeonieten.
Jozua 9 vers 23— Nu dan, vervloekt zijt gijlieden! en onder ulieden zullen niet afgesneden worden knechten, noch houthouwers, noch waterputters ten huize mijns Gods.
vervloekt
Versta door dezen vloek, een tijdelijk armen, ellendigen staat, gelijk in het volgende verklaard wordt.
Hertaald:vervloekt
Versta onder deze vloek: een tijdelijke arme, ellendige staat, zoals in het vervolg verklaard wordt.
afgesneden
Dat is, niet ophouden maar altijd in uw geslachten en bij uw nakomelingen slaven blijven.
Hertaald:afgesneden
Dat is: niet ophouden, maar altijd, in uw geslachten en bij uw nakomelingen, slaaf blijven.
huize mijns Gods
Dat is, in den tabernakel, en daarna in den tempel, ja tot dienst der ganse gemeente, vs.21.
Hertaald:huize mijns Gods
Dat is: in de tabernakel, en later in de tempel, ja, ten dienste van heel de gemeente, vers 21.
Jozua 9 vers 24— Zij dan antwoordden Jozua, en zeiden: Dewijl het aan uw knechten zekerlijk was te kennen gegeven, dat de HEERE, uw God, Zijn knecht Mozes geboden heeft, dat Hij ulieden al dit land geven, en al de inwoners des lands voor ulieder aangezicht verdelgen zoude, zo vreesden wij onzes levens zeer voor ulieder aangezichten; daarom hebben wij deze zaak gedaan.
zekerlijk
Hebreeuws, te kennen gevende te kennen gegeven was
Hertaald:zekerlijk
Hebreeuws: te kennen gevende, te kennen gegeven was.
onzes levens zeer
Hebreeuws, onze zielen; dat is, leven, personen. Zie Gen. 12:5.
Hertaald:onzes levens zeer
Hebreeuws: onze zielen; dat is: leven, personen. Zie Gen. 12:5.
Jozua 9 vers 25— En nu, zie, wij zijn in uw hand; doe, gelijk het goed en gelijk het recht is in uw ogen ons te doen.
in uw hand;
Dat is, in uw macht en geweld; gij moogt met ons doen, en ons zulk een dienst en last opleggen, als het u belieft.
Hertaald:in uw hand;
Dat is: in uw macht en gezag; u mag met ons doen en ons zulke dienst en last opleggen als het u behaagt.
Jozua 9 vers 27— Alzo gaf Jozua hen over ten zelven dage tot houthouwers en waterputters der vergadering, en dat tot het altaar des HEEREN, tot dezen dag toe, aan de plaats, die Hij verkiezen zoude.
gaf Jozua hen
Hiervan houdt men, dat zij genoemd zijn nethinim, dat is, gegevenen, overgegevenen.
Hertaald:gaf Jozua hen
Hiervan houdt men dat zij genoemd worden nethinim, dat is: gegevenen, overgegevenen.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Gibeon — Hebreeuws, verwant aan het woord voor "heuvel"
Ligging: Circa 10 kilometer ten noordwesten van Jeruzalem, op een hoogte in het gebied van Benjamin — een belangrijke stad, "groter dan Ai, en al haar mannen waren sterk" (Joz. 10:2).
Geschiedenis: De inwoners van Gibeon, uit vrees voor Israël, verkleedden zich als vermoeide reizigers uit een ver land en misleidden Jozua en de oversten tot een vredesverbond, terwijl zij in werkelijkheid vlakbij woonden (Joz. 9). Ondanks de ontdekking van het bedrog hield Israël zich aan de eed, en de Gibeonieten werden houthakkers en waterputters voor het altaar van de HEERE (Joz. 9:22-27). Toen de vijf koningen van het zuiden Gibeon aanvielen om het verbond met Israël te straffen, kwam Jozua de stad te hulp — de aanleiding tot de grote veldslag waarbij de zon boven Gibeon stilstond (Joz. 10:1-14). Later ook de plaats van de tabernakel en het koperen altaar in Davids en Salomo's tijd, waar Salomo zijn beroemde droom van de wijsheid ontving (1 Kon. 3:4-15; 1 Kron. 21:29; 2 Kron. 1:3-13).
Bijbelse betekenis: Een aangrijpend voorbeeld van hoe een overhaast gesloten eed, zelfs onder bedrog aangegaan, door Israël toch gehouden werd — later door David uitdrukkelijk geëerd toen Saul dit verbond had geschonden en Israël daarvoor moest boeten (2 Sam. 21:1-9); een les over de heiligheid van een gegeven woord.
Archeologie: Gibeon is met grote zekerheid geïdentificeerd met el-Jib, waar opgravingen (o.a. door James Pritchard in de jaren 1950-60) een indrukwekkend, in de rots uitgehouwen watersysteem blootlegden, met een spiraaltrap die naar een diepe waterbron afdaalt — mogelijk de "grote wateren van Gibeon" uit 2 Sam. 2:13 en Jer. 41:12.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Eed — Hebreeuws: sjevoe'ah, van sjava, "zweren" — in verband gebracht met sjeva, "zeven", vgl. de plaatsnaam Ber-seba, waar Abraham en Abimelech zwoeren (Gen. 21:31)
Toen de inwoners van Gibeon hoorden wat er met Jericho en Ai gebeurd was, kwamen zij met oude zakken, gescheurde wijnzakken, versleten schoenen en beschimmeld brood, en gaven zich uit voor gezanten uit een ver land (Joz. 9:3-13). Israël onderzocht de zaak niet en vroeg het "den mond des HEEREN niet" (Joz. 9:14); Jozua sloot een verbond en de oversten der vergadering zwoeren hun. Drie dagen later kwam het bedrog uit — en tóch bleef de eed staan: "Wij hebben hun gezworen bij den HEERE, den God Israëls; daarom kunnen wij hen niet aantasten" (Joz. 9:18-20). De Gibeonieten werden houthouwers en waterputters voor de vergadering en voor het altaar des HEEREN (Joz. 9:21,27). Eeuwen later kostte het breken van diezelfde eed door Saul het land drie jaren honger (2 Sam. 21:1-2). Een eed is hiermee iets anders dan een gelofte: een gelofte is een belofte áán God, een eed is een belofte aan een mens waarbij God tot Getuige geroepen wordt — Num. 30:2 noemt ze naast elkaar.
Bijbelse betekenis: De eed ontleent zijn kracht niet aan de betrouwbaarheid van wie zweert, maar aan de Naam die aangeroepen wordt. Dat verklaart waarom het bedrog van de Gibeonieten de eed niet ontkrachtte: hún oneerlijkheid maakte Gods Naam niet minder heilig, en het breken ervan zou een grote toorn over Israël gebracht hebben (Joz. 9:20). Psalm 15 tekent daarom de man die in Gods tent verkeren mag als iemand die gezworen heeft tot zijn schade en toch niet verandert: "heeft hij gezworen tot zijn schade, evenwel verandert hij niet" (Ps. 15:4). Even opmerkelijk als de gehouden eed is de uitkomst ervan. Mensen van buiten Israël zeggen gekomen te zijn om de Naam van de HEERE en om wat Hij in Egypte gedaan heeft (Joz. 9:9); zij worden niet verdelgd, maar krijgen een plaats bij het altaar.
Typologie: God Zelf heeft Zich verwaardigd te zweren, en de Hebreeënbrief legt uit waarom. Mensen zweren bij de meerdere, en de eed is voor hen het einde van alle tegenspreken. Zo is God met een eed daartussen gekomen om de erfgenamen der belofte de onveranderlijkheid van Zijn raad te tonen, opdat wij een sterke vertroosting zouden hebben (Hebr. 6:16-18). De vastheid van het heil ligt dus niet in de standvastigheid van de gelovige maar in de eed van God. Christus verbiedt in de Bergrede het lichtvaardige, met allerlei formules uitgesponnen zweren van Zijn tijd: laat uw woord ja ja zijn en nee nee (Matt. 5:33-37; Jak. 5:12). Toch antwoordt Hij Zelf wanneer de hogepriester Hem bij de levende God bezweert (Matt. 26:63-64). De reformatorische lijn is daarom altijd geweest: geen zweren in het dagelijkse spreken, wel de eed voor de overheid en in de rechtszaak, in eerbied voor Gods Naam.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Zij vraagden het den mond des HEEREN niet — 9:3-21
De inwoners van Gibeon hebben gehoord wat er met Jericho en Ai gebeurd is en bedenken een list. Zij trekken versleten schoenen aan, laden gescheurde zakken en beschimmeld brood op hun ezels, en komen naar Jozua toe met het verhaal dat zij van heel ver komen.
Israël sluit een verbond op grond van een leugen, en houdt zich er daarna aan omdat er bij de HEERE gezworen is.
De list is doorzichtig genoeg als men erop let. Het brood is beschimmeld, maar het is wel brood dat zij zelf hebben meegebracht; de kleren zijn versleten, maar zij zijn te opzichtig versleten. En dan staat er één zin die verklaart waarom niemand het merkte: “Toen namen de mannen van hun reiskost; en zij vraagden het den mond des HEEREN niet.”
Zij onderzochten dus wel. Zij proefden het brood en bekeken de zakken, en zij deden precies wat verstandige mensen doen — behalve het enige dat had geholpen. Het was geen kwestie van te weinig navraag maar van de verkeerde navraag.
Drie dagen later komt de waarheid uit: deze mensen wonen om de hoek. En dan volgt het merkwaardigste van het hoofdstuk. De vergadering murmureert tegen de oversten, want die hebben zich laten beetnemen. Maar de oversten houden voet bij stuk met een argument waar niets tegenin te brengen valt: “Wij hebben hun gezworen bij den HEERE, den God Israëls; daarom kunnen wij hen niet aantasten.”
De eed is met bedrog verkregen, en hij is toch bindend, want er is een Naam bij genoemd. Israël mag de Gibeonieten wel tot houthakkers en waterputters maken, maar het mag hen niet doden. Wie in Gods naam iets belooft, kan zich daarna niet beroepen op de omstandigheden waaronder hij het beloofde.
Hoe zwaar dat weegt, blijkt eeuwen later. In de dagen van David komt er drie jaar honger. De reden blijkt de bloedschuld van Saul te zijn, die de Gibeonieten had trachten te doden; en er staat uitdrukkelijk bij dat de kinderen Israëls hun gezworen hadden. God rekent dus na vierhonderd jaar nog met een eed die door een list tot stand kwam.
En hier ligt de lijn, en zij loopt over de betrouwbaarheid van een woord dat eenmaal gegeven is. Een psalm noemt onder de kenmerken van wie op Gods berg mag verkeren de man die, zwerende tot zijn schade, zijn eed niet verandert. Wat de oversten hier deden tegen hun zin, is een klein beeld van hoe God met Zijn eigen eed omgaat. Bij Abraham heeft Hij gezworen bij Zichzelf, en de Hebreeënbrief zegt waarom: opdat wij door twee onveranderlijke dingen een sterke vertroosting zouden hebben.
En er zit nog iets in dit hoofdstuk dat men niet moet overslaan. De Gibeonieten kwamen met een leugen, maar zij kwamen wel — en de reden die zij noemen is dat zij gehoord hebben wat de HEERE aan Egypte gedaan heeft. Zij vroegen om het leven en kregen het, met een lage plaats erbij. Wie later leest van een Kananese vrouw die om de kruimels vroeg, herkent de houding.
Jozua 9:4-6 — De Gibeonieten komen met versleten schoenen en beschimmeld brood.
Jozua 9:14 — Israël onderzoekt wel, maar vraagt het de mond des HEEREN niet.
Jozua 9:19 — Wij hebben bij de HEERE gezworen; daarom kunnen wij hen niet aantasten.
2 Samuël 21:1-2 — Vierhonderd jaar later rekent God nog met het breken van die eed.
Psalm 15:4 — Wie zweert tot zijn schade en zijn eed niet verandert, mag op Gods berg verkeren.
Hebreeën 6:16-18 — God zwoer bij Zichzelf, opdat wij een sterke vertroosting zouden hebben.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 6:16-18; Mattheüs 15:26-28; Psalm 15:4; 2 Samuël 21:1-2; Efeze 2:12-13
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jozua 9 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op wat het hoofdstuk zelf zegt: er is bij de HEERE gezworen, en daarom houdt de eed stand, ook al is hij door bedrog verkregen. Dat 2 Samuël 21 daarop teruggrijpt, staat er met zoveel woorden. De vergelijking met de Kananese vrouw is een overeenkomst van houding en geen aanhaling; en de list van de Gibeonieten wordt in het hoofdstuk niet goedgekeurd.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
I. Vs. 1-15.KruisverwijzingenNumeri 34:6→Jozua 10:2→Jozua 5:10→Jozua 11:19→Exodus 3:17→Jozua 9:17→2 Koningen 10:5→Deuteronomium 20:15→ — En het geschiedde, toen dit hoorden al de koningen, die aan deze zijde van de Jordaan waren, op het gebergte, en in de laagte, en aan alle havens der grote zee, tegenover den Libanon: de Hethieten, en de Amorieten, de Kanaanieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten; Zo vergaderden zij zich samen, om tegen Jozua en tegen Israel te krijgen, eenmoediglijk. Als de inwoners te Gibeon hoorden, wat Jozua met Jericho en met Ai gedaan had, Zo handelden zij ook arglistiglijk, en gingen heen, en veinsden zich gezanten te zijn, en zij namen oude zakken op hun ezels, en oude en gescheurde, en samengebonden lederen wijnzakken; Ook oude en bevlekte schoenen aan hun voeten, en zij hadden oude klederen aan, en al het brood, dat zij op hun reize hadden, was droog en beschimmeld. En zij gingen tot Jozua in het leger te Gilgal, en zij zeiden tot hem en tot de mannen van Israel: Wij zijn gekomen uit een ver land, zo maakt nu een verbond met ons. Toen zeiden de mannen van Israel tot de Hevieten: Misschien woont gijlieden in het midden van ons, hoe zullen wij dan een verbond met u maken? Zij dan zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten. Toen zeide Jozua tot hen: Wie zijt gijlieden, en van waar komt gij? Zij nu zeiden tot hem: Uw knechten zijn uit een zeer ver land gekomen, om den Naam des HEEREN, uws Gods; want wij hebben Zijn gerucht gehoord, en alles wat Hij in Egypte gedaan heeft; En alles wat Hij gedaan heeft aan de twee koningen der Amorieten die aan gene zijde van de Jordaan waren, Sihon, den koning van Hesbon, en Og, den koning van Bazan, die te Astharoth woonde. Terwijl de overige Kanaänieten tot een gemeenschappelijke oorlog met de kinderen van Israël besloten, om deze indringers, zoals zij de Israëlieten noemden, weer uit hun land te verdrijven, vinden de burgers van Gibeon het beter, op een listige wijze een verbond met het volk van God te sluiten. Zij doen dat, door een gezantschap naar Jozua te Gilgal te zenden, dat zich moest aanstellen alsof het uit een ver verwijderd land kwam, waarvan hun geheel uiterlijk de blijken moest geven. Hun list gelukt: Jozua en de oversten laten zich verschalken, en sluiten het verbond.
KruisverwijzingenNumeri 34:6→Exodus 3:17→Exodus 23:23→Jozua 3:10→Jozua 23:4→Jozua 24:11→Jozua 10:28→Exodus 34:11→— En het geschiedde, toen dit hoorden al de koningen, die aan deze zijde van de Jordaan waren, op het gebergte, en in de laagte, en aan alle havens der grote zee, tegenover den Libanon: de Hethieten, en de Amorieten, de Kanaanieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten;
En het gebeurde, nadat Jericho en Al, de voormuren van het beloofde land, waren ingenomen (hoofdstuk 6 en 8), toen al de koningen dit hoorden, die aan deze zijde van de Jordaan waren, gerekend van Sittim, de eerste legerplaats van de Israëlieten, op het gebergte, dat zich midden door het land uitstrekte, en in de laagte, in de Sephala, of het lage land tussen het voorgebergte, van Karmel en de Filistijnse stad Gaza, en aan alle havens, aan de smalle kuststreek van de grote of Middellandse Zee, van Karmel af noordwaarts tot Sidon, tegenover en ten westen van de Libanon; de Hethieten, en de Amorieten, de Kanaänieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten, (De 1: 8″ en “7: 2).
KruisverwijzingenJesaja 8:9→Jesaja 54:15→Jesaja 8:12→2 Kronieken 20:1→Joël 3:9→Handelingen 4:26→Psalmen 2:1→Spreuken 11:21→— Zo vergaderden zij zich samen, om tegen Jozua en tegen Israel te krijgen, eenmoediglijk.
Zo vergaderden zij zich samen, om zich tot een bondgenootschap te verenigen, om tegen Jozua en tegen Israël te krijgen, eenmoediglijk; eenstemmig, een van zin. Tot hiertoe hadden de Kanaänieten slechts verdedigender wijze gehandeld, maar hier beraadslagen zij om aanvallenderwijze te werk te gaan. Vreemd was het, dat zij dit niet vroeger gedaan hadden, en nog vreemder, dat zij dit nu deden, nadat zij zoveel bewijzen van de macht van de God van Israël gezien hadden bij de inneming van de steden Jericho en Ai, en al de wonderen, die plaatsgevonden hadden. Het is duidelijk te zien, dat hun zinnen verblind en hun harten verhard waren tot hun verwoesting. Toch was in de handelwijze van deze koningen iets, dat voor de Israëlieten tot lering kan zijn. Ofschoon over verschillende volken regerende, en zulke verscheidene belangen hebbende, ja zelfs zo menigmaal in strijd met elkaar, toch besluiten zij zich tegen Israël te verenigen. Zo moest Israël alle onderlinge onenigheden ter zijde gesteld hebben, en zo moet het Israël van God in onze dagen zich verenigen tegen alle vijanden van het koninkrijk van God.
(Nu 13: 25″; “De 11: 31” en “De 27: 3) Daar hebben wij een beschrijving van de verschillende delen van het land ten westen van de Jordaan gegeven; hier hebben wij er nog iets bij te voegen betreffende de streek land lange de kust van de Middellandse Zee, maar in een omgekeerde orde van het noorden naar het zuiden. De Middellandse Zee zelf wordt in de Bijbel nu eens enkel “de Zee” genoemd, dan weer de “grote” zee, soms met de bijvoeging “tegen de ondergang van de zon” of de “achterste” zee. Zeeboezems vormt zij langs de effen kust niet, behalve die van Acco of Ptolomaïs (Acre). Volgen wij de kust in de boven aangegeven richting, dan zien wij, dat de Karmel ze verdeelt in de noordelijke vlakten van Acco, en de zuidelijke vlakten van Saron en Sephala (volgens Luther, gronden, vlakke velden, 1 Kronieken 27: 29). De vlakte van Acco strekte zich uit zes uur van de Ladder van Tyrus (beneden Tyrus en de Witte kaap) over Acco tot aan de voet van de Karmel, en werd later aan de stam van Aser toegevoegd die echter de bewoners niet verdreef (hoofdstuk 19: 24vv. Richteren 1: 31). Deze vlakte is buitengewoon vruchtbaar, waar zij ook bebouwd wordt, en is een van de bekoorlijkste oevers. Vier à vijf uur landwaarts in wordt zij begrensd door een heuvelkrans of een lage bergrij, die daar van de vlakte van Zebulon scheidt; zij heeft een golvende oppervlakte, aan de zeezijde door een steile duinrand bepaald. Thans echter is de grond woest en onbebouwd, en hier en daar bedekt met rietbossen van manshoogte, of begroeid met distels. Door de vlakte ontlasten zich twee bergstromen in de bocht: ten noorden de Belus of de Glasrivier, ten zuiden de beek Kison (De 8: 10″ en “De 9: 10), welke laatste de heuvelkrans in ene steile bergengte doorsnijdt zeer nabij de voet van de Karmel, aan de mond 12 el breed en 2 voet diep zijnde. Het water is helder en groen van kleur, en aan de oevers liggen fraaie tuinen. De vlakte, die zich zuidelijk van de Karmel tot aan de rivier van Egypte en Wady-el-Arisch uitstrekt, is een kustvlakte van 30 Duitse mijl lang, die naar het zuiden steeds in breedte toeneemt, zodat zij bij Joppe 4 mijl, bij Gaza 6 mijl breed wordt. Zij wordt door een vooruitstekende heuvelrij bij Joppe in een noordelijke en zuidelijke helft verdeeld, de eerste 11 mijl lang in de vlakte van Saron de laatste 10 mijl lang heet Sephala; het overige gedeelte van 9 mijl in de lengte wordt van Gaza af steeds onvruchtbaarder, en is nog eer zij de rivier van Egypte bereikt, geheel een woestenij geworden. Daarentegen was de vlakte van Saron in de lente een welriekende bloemengaard van witte en rode rozen, witte en gele lelies, narcissen, anemonen, tulpen, violen, en een soort welriekende klimop, zodat haar pracht en vruchtbaarheid tot een spreekwoord is geworden (Hoogl.2: 1 Jes.35: 2) bijzonder in de streek tussen Joppe en het meer zuidelijk gelegen Bamleh. Even zo vruchtbaar is de Sephala, of de lage kustvlakte, met heuvels doorsneden, tot het land van de Filistijnen behorende, met de vijf hoofdsteden Gad, Asdod, Askelon, Ekron en Gaza. Over de beken en stromen die zuidelijk van Gaza de vlakten doorsnijden, “De 8: 10”.
Zo vergaderden zij zich samen, om zich tot een bondgenootschap te verenigen, om tegen Jozua en tegen Israël te krijgen, eenmoediglijk; eenstemmig, een van zin. Tot hiertoe hadden de Kanaänieten slechts verdedigender wijze gehandeld, maar hier beraadslagen zij om aanvallenderwijze te werk te gaan. Vreemd was het, dat zij dit niet vroeger gedaan hadden, en nog vreemder, dat zij dit nu deden, nadat zij zoveel bewijzen van de macht van de God van Israël gezien hadden bij de inneming van de steden Jericho en Ai, en al de wonderen, die plaatsgevonden hadden. Het is duidelijk te zien, dat hun zinnen verblind en hun harten verhard waren tot hun verwoesting. Toch was in de handelwijze van deze koningen iets, dat voor de Israëlieten tot lering kan zijn. Ofschoon over verschillende volken regerende, en zulke verscheidene belangen hebbende, ja zelfs zo menigmaal in strijd met elkaar, toch besluiten zij zich tegen Israël te verenigen. Zo moest Israël alle onderlinge onenigheden ter zijde gesteld hebben, en zo moet het Israël van God in onze dagen zich verenigen tegen alle vijanden van het koninkrijk van God.
(Nu 13: 25″; “De 11: 31” en “De 27: 3) Daar hebben wij een beschrijving van de verschillende delen van het land ten westen van de Jordaan gegeven; hier hebben wij er nog iets bij te voegen betreffende de streek land lange de kust van de Middellandse Zee, maar in een omgekeerde orde van het noorden naar het zuiden. De Middellandse Zee zelf wordt in de Bijbel nu eens enkel “de Zee” genoemd, dan weer de “grote” zee, soms met de bijvoeging “tegen de ondergang van de zon” of de “achterste” zee. Zeeboezems vormt zij langs de effen kust niet, behalve die van Acco of Ptolomaïs (Acre). Volgen wij de kust in de boven aangegeven richting, dan zien wij, dat de Karmel ze verdeelt in de noordelijke vlakten van Acco, en de zuidelijke vlakten van Saron en Sephala (volgens Luther, gronden, vlakke velden, 1 Kronieken 27: 29). De vlakte van Acco strekte zich uit zes uur van de Ladder van Tyrus (beneden Tyrus en de Witte kaap) over Acco tot aan de voet van de Karmel, en werd later aan de stam van Aser toegevoegd die echter de bewoners niet verdreef (hoofdstuk 19: 24vv. Richteren 1: 31). Deze vlakte is buitengewoon vruchtbaar, waar zij ook bebouwd wordt, en is een van de bekoorlijkste oevers. Vier à vijf uur landwaarts in wordt zij begrensd door een heuvelkrans of een lage bergrij, die daar van de vlakte van Zebulon scheidt; zij heeft een golvende oppervlakte, aan de zeezijde door een steile duinrand bepaald. Thans echter is de grond woest en onbebouwd, en hier en daar bedekt met rietbossen van manshoogte, of begroeid met distels. Door de vlakte ontlasten zich twee bergstromen in de bocht: ten noorden de Belus of de Glasrivier, ten zuiden de beek Kison (De 8: 10″ en “De 9: 10), welke laatste de heuvelkrans in ene steile bergengte doorsnijdt zeer nabij de voet van de Karmel, aan de mond 12 el breed en 2 voet diep zijnde. Het water is helder en groen van kleur, en aan de oevers liggen fraaie tuinen. De vlakte, die zich zuidelijk van de Karmel tot aan de rivier van Egypte en Wady-el-Arisch uitstrekt, is een kustvlakte van 30 Duitse mijl lang, die naar het zuiden steeds in breedte toeneemt, zodat zij bij Joppe 4 mijl, bij Gaza 6 mijl breed wordt. Zij wordt door een vooruitstekende heuvelrij bij Joppe in een noordelijke en zuidelijke helft verdeeld, de eerste 11 mijl lang in de vlakte van Saron de laatste 10 mijl lang heet Sephala; het overige gedeelte van 9 mijl in de lengte wordt van Gaza af steeds onvruchtbaarder, en is nog eer zij de rivier van Egypte bereikt, geheel een woestenij geworden. Daarentegen was de vlakte van Saron in de lente een welriekende bloemengaard van witte en rode rozen, witte en gele lelies, narcissen, anemonen, tulpen, violen, en een soort welriekende klimop, zodat haar pracht en vruchtbaarheid tot een spreekwoord is geworden (Hoogl.2: 1 Jes.35: 2) bijzonder in de streek tussen Joppe en het meer zuidelijk gelegen Bamleh. Even zo vruchtbaar is de Sephala, of de lage kustvlakte, met heuvels doorsneden, tot het land van de Filistijnen behorende, met de vijf hoofdsteden Gad, Asdod, Askelon, Ekron en Gaza. Over de beken en stromen die zuidelijk van Gaza de vlakten doorsnijden, “De 8: 10”.
KruisverwijzingenJozua 10:2→Jozua 9:17→2 Samuël 21:1→Jozua 8:1→Jozua 6:1→— Als de inwoners te Gibeon hoorden, wat Jozua met Jericho en met Ai gedaan had,
Als de inwoners te Gibeon 1) hoorden, wat Jozua met Jericho en Al gedaan had, om op een andere wijze als de overige Kanaänieten zich voor de dreigende ondergang te behoeden; omdat zij wel begrepen, dat zij met de wapens alleen niets vermochten tegen de God van Israël, en daar zij ook wel geloofden, dat de samenspanning van de genoemde vorsten in vs.2 niet veel zou uitwerken;
Alleen de mannen van Gibeon, met verwerping van het plan om oorlog te voeren, namen tot list hun toevlucht, om onder voorwendsel vanuit een verre landstreek te komen, vrede te sluiten. Verder was het hatelijk voor de buren, om dit te beproeven, omdat dit enigermate was scheiding te bevorderen, een deur te openen voor de Israëlieten, en de krachten van de bondgenoten te verzwakken. Doch ofschoon het een dwaze lichtgelovigheid was van Jozua en de oudsten (voor wie het eigenlijk meineed was), om ondoordacht vrede te sluiten, zonder dat de zaak nog waar was bevonden, heeft God echter, die het licht in de duisternis doet opgaan, dat ten goede voor de zijnen gewend, omdat hun de vergunning werd toegestaan, om zich rustig op deze grond te vestigen. Het was nu wel juist gezien en verstandig van de Gibeonieten, om te besluiten liever iets door verdrag trachten te verkrijgen, dan door zich tevergeefs te verzetten, God meer en meer tegen zich te krijgen. Maar het is niet minder verkeerd en ongerijmd door bedrog en ongeoorloofde middelen te verkrijgen wat wij begeren, daar het strijdt tegen recht en billijkheid. Want hoe kan een verbond vaststaan, dat door dom bedrog is verkregen? Zij veinsden, dat zij uit een ver afgelegen landstreek als vreemdelingen waren gekomen. Met spoken (larvis) sluit Jozua vrede. En op geen ander pand sluit hij die, dan eenvoudig op hun woorden.
Tot Gibeon behoorden nog de steden Caphira, Beëroth en Kirjath-Jearim. Later werd deze stad aan Benjamin toebedeeld en tot Levietenstad gemaakt. Na de verwoesting van Nob, werd aldaar de Tabernakel geplaatst, die daar bleef tot de voltooiing van Salomo’s tempel (1 Kronieken 16: 39; 21: 29).
KruisverwijzingenLukas 5:37→Markus 2:22→Lukas 16:8→1 Koningen 20:31→Psalmen 119:83→Mattheüs 10:16→Mattheüs 9:17→Genesis 34:13→— Zo handelden zij ook arglistiglijk, en gingen heen, en veinsden zich gezanten te zijn, en zij namen oude zakken op hun ezels, en oude en gescheurde, en samengebonden lederen wijnzakken;
Zo handelden zij ook arglistig, 1) en gingen heen, en veinsden zich gezanten te zijn uit een ver gelegen land, en zij namen, om de Israëlieten te verschalken, en alle waarschijnlijkheid aan dit voorgeven te geven, oude zakken op hun ezels, en oude en gescheurde en samengebonden2) leren wijnzakken, in de eerste hun spijzen en in de laatste hun wijn met zich voerende;
Ook arglistig wordt gezegd in terugslag op de krijgslist, die de Israëlieten bij Al hadden aangewend.
Samengebonden is zeer karakteristiek, omdat de Oosterlingen gewoon zijn, of op de oude wijnzakken nieuwe lappen te zetten, of de gescheurde als een buidel samen te binden. Dit laatste nu deden de Gibeonieten ook, om daarmee te kennen te geven, dat ten gevolge van de verre tocht de wijnzakken oud en versleten waren geworden.
KruisverwijzingenLukas 15:22→Deuteronomium 29:5→Jozua 9:13→Deuteronomium 33:25→— Ook oude en bevlekte schoenen aan hun voeten, en zij hadden oude klederen aan, en al het brood, dat zij op hun reize hadden, was droog en beschimmeld.
Ook oude en bevlekte schoenen aan hun voeten, en zij hadden oude kleren aan; en al het brood, dat zij op hun reis hadden in hun zakken, was droog en beschimmeld. 1)
Eigenlijk gevlekt, met vlekken voorzien.
KruisverwijzingenJozua 5:10→2 Koningen 20:14→Jozua 10:43→1 Koningen 8:41→Jozua 9:9→Deuteronomium 20:11→— En zij gingen tot Jozua in het leger te Gilgal, en zij zeiden tot hem en tot de mannen van Israel: Wij zijn gekomen uit een ver land, zo maakt nu een verbond met ons.
En 1) zij gingen tot Jozua in het leger te Gilgal 2) (Jos 8: 35) en zij zeiden tot hem en tot de mannen van Israël: Wij zijn gekomen uit een ver land als afgezanten van ons volk, die prijs stellen op uw vriendschap, zo maakt nu een verbond met ons, a) en weest onze vrienden.
Dergelijk verbond was van nul en generlei waarde. Want al wat zij voorgaven was leugen en veinzerij. Toen Jozua dan ook straks merkte, dat hij bedrogen was, heeft hij hun wel het leven gespaard, maar hun geenszins de vrijheid en de bezittingen gelaten.
In het Oude Testament wordt van drie plaatsen gesproken, die Gilgal heten. 1e. De legerplaats van de Israëlieten na hun overtocht over de Jordaan (Jos 5: 9″. Een plaats met deze naam lag op het gebergte Efraïm, ten zuidwesten van Silo, op bijna gelijke afstand van Sichem noordelijk en Jeruzalem zuidelijk, nu Dschildschilia geheten. Deze plaats wordt hier in het vervolg bedoeld. Onder Jerobeam II werd deze stad veel bezocht om er de afgoden te dienen (Hos.4: 15; 9: 15; 12: 12 Amos 4: 4; 5: 5) dat zeer goed overeenkomt met de geschiedkundige betekenis, wij zouden haast zeggen met de bijzondere wijding, die deze plaats heeft verkregen niet alleen door Jozua, maar ook door Samuël en zijn profetenscholen. 3e. De in hoofdstuk 12: 23 voorkomende koningsstad met dezelfde naam, het huidige dorp Dschildschild in de vlakte van Saron, enige mijlen noordwestwaarts van het onder No.2 genoemde Gilgal. Het woord Gilgal betekent: wenteling, wagenrad, of kring, ring; het is daardoor zeer goed te verklaren dat verschillende plaatsen dezelfde naam dragen naar de verschillende betekenissen van het woord.
De Gibeonieten willen vrede sluiten met Israël, om de berichten, die zij gekregen hebben van de verwoesting van Jericho. Andere steden hoorden deze berichten, en zij werden aangedreven om Israël te gaan bevechten, terwijl de Gibeonieten daardoor tot vrede geneigd werden. Zo is de ontdekking van de heerlijkheid en de genade van God in het Evangelie voor sommigen een reuk van het leven ten leven, maar voor anderen een reuk van de dood ten dode (2 Kor.2: 16). Dezelfde zon maakt was zacht en verhardt de klei.
KruisverwijzingenJozua 11:19→Richteren 2:2→Exodus 3:8→Jozua 9:1→Deuteronomium 7:2→Numeri 33:52→Exodus 34:12→Exodus 23:31→— Toen zeiden de mannen van Israel tot de Hevieten: Misschien woont gijlieden in het midden van ons, hoe zullen wij dan een verbond met u maken?
Toen zeiden de mannen van Israël, die toch de zaak niet vertrouwden, tot een van de Hevieten, die het woord voerde, en zoals later bleek door de tot de stam van de Hevieten behorende Gibeonieten was gezonden (hoofdstuk 11: 19): Misschien woont gij in het midden van ons, misschien behoort gij tot de volken, waarvan de Heere bevolen heeft, geheel uit te roeien, hoe zullen wij dan tegen het bevel van onze God (Ex.23: 32vv.; 24: 12vv. Deuteronomium 7: 2vv.), een verbond met u maken?
KruisverwijzingenDeuteronomium 20:11→2 Koningen 10:5→Jozua 9:11→Genesis 9:25→Jozua 9:25→1 Koningen 9:20→Jozua 9:23→Jozua 9:27→— Zij dan zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten. Toen zeide Jozua tot hen: Wie zijt gijlieden, en van waar komt gij?
Zij dan zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten; 1) wij willen ons aan u verbinden; sta ons toe, slechts op te merken, dat wij niets te maken hebben met de volken van deze landen, maar dat wij alleen door eerbied en genegenheidvoor uw volk gedreven werden, om een verbond van vriendschap met u te sluiten. Toen zei Jozua, die nu geloof aan hun woorden begon te slaan, tot hen: Wie zijt gij, en waar komt gij vandaan?
Hiermee bedoelen zij niet, dat zij aan Jozua schatplichtig willen worden, zoals velen van mening zijn, maar deze uitdrukking is een zeer gewone en Oosterse manier van spreken, om daarmee te kennen te geven, dat zij met een vreedzame bedoeling komen. Het was een soort van Oosterse vleierij of pluimstrijkerij, om Jozua’s hart voor hen te winnen.
Wat zij wilden, blijkt duidelijk genoeg, nl. om, zoals Hugo de Groot terecht aantekent, een verbond met hem te sluiten, waardoor hun vrijheid en bezitting van grond wordt toegestaan. Zij wensen op voet van gelijkheid met hem en Israël te staan.
KruisverwijzingenDeuteronomium 20:15→Jozua 9:24→Jozua 2:9→Psalmen 148:13→Exodus 9:16→Handelingen 8:7→Jesaja 66:19→Psalmen 83:18→— Zij nu zeiden tot hem: Uw knechten zijn uit een zeer ver land gekomen, om den Naam des HEEREN, uws Gods; want wij hebben Zijn gerucht gehoord, en alles wat Hij in Egypte gedaan heeft;
Zij nu zeiden tot hem: Uw knechten zijn uit een zeer ver land gekomen, om de naam van de HEERE, uw God; want wij hebben zijn gerucht gehoord, en alles wat Hij inEgypte, aan farao en zijn volk gedaan heeft.
KruisverwijzingenJozua 12:4→Deuteronomium 1:4→Numeri 21:24→Deuteronomium 2:30→1 Kronieken 6:71→— En alles wat Hij gedaan heeft aan de twee koningen der Amorieten die aan gene zijde van de Jordaan waren, Sihon, den koning van Hesbon, en Og, den koning van Bazan, die te Astharoth woonde.
En allesa) wat Hij gedaan heeft aan de twee koningen van de Amorieten, die aan de overzijde van de Jordaan waren, Sihon de koning van Hesbon, en Og, de koning van Bazan, die te Astharith woonde (hoofdstuk 2: 10).
Num.21: 24,33 Deuteronomium 1: 4 Met opzet spreken zij alleen van oude geschiedenissen en gewagen in het geheel niet van de overtocht over de Jordaan en de verovering van de beide steden Jericho en Ai, om toch maar geen vermoeden op te wekken, dat zij zo nabij woonden.
KruisverwijzingenEsther 8:17→Jozua 9:8→Genesis 43:12→Lukas 9:3→Mattheüs 10:9→Jozua 1:11→— Daarom spraken tot ons onze oudsten, en al de inwoners onzes lands, zeggende: Neemt reiskost met u in uw handen op de reize, en gaat hun tegemoet, en zegt tot hen: Wij zijn ulieder knechten, zo maakt nu een verbond met ons.
Daarom spraken tot ons onze oudsten, en al de inwoners van ons land, zeggende: Neemt reiskost met u in uw handen op de verre reis, en gaat hun, dat hoog begenadigde volk, dat de ware God heeft, die voor hun zulke grote dingen doet, tegemoet, en zegt tot hen: Wij zijn uw knechten, wij bieden u onze diensten aan; maar strijdt niet tegen ons, zoals tegen de Kanaänieten in dit land, maakt nu een verbond met ons, waardoor gij plechtig de verplichting op u neemt, zoals wij dat omtrent u gedaan hebben, om allediensten, die gij van ons verlangen zult, aan u te doen.
KruisverwijzingenJozua 9:4→— Dit ons brood hebben wij warm tot onzen teerkost uit onze huizen genomen, ten dage, toen wij uittogen om tot ulieden te reizen; maar ziet, nu is het droog, en het is beschimmeld;
Dit ons brood hebben wij warm tot onze teerkost op onze weg uit onze huizen genomen, op de dag, datn wij vertrokken om tot u te reizen; maar ziet, nu is hetdroog, en het is beschimmeld gedurende onze lange tocht.
— En deze lederen wijnzakken, die wij gevuld hebben, waren nieuw, maar ziet, zij zijn gescheurd; en deze onze klederen, en onze schoenen zijn oud geworden, vanwege deze zeer lange reis.
En deze leren wijnzakken, die wij gevuld hebben, weren nieuw, maar ziet zij zijn gescheurd in dit lange tijdsverloop; en onze klederen en onze schoenen zijn oud geworden, vanwege deze zeer lange reis.
KruisverwijzingenNumeri 27:21→Richteren 1:1→Jesaja 30:1→Ezra 8:21→2 Samuël 5:19→1 Samuël 22:10→Exodus 28:30→Spreuken 3:5→— Toen namen de mannen van hun reiskost; en zij vraagden het den mond des HEEREN niet.
Toen namen de mannen, de hoofdlieden, van hun reiskost, het aangeboden brood in hun handen, om het beter te beschouwen, en zagen dat het hard en beschimmeld was, en lieten zich ook bedriegen door de andere woorden van de afgezanten, en zij vroegen het de mond van de HEERE, naar bewijze van Urim door de priester (Num.27: 21), niet 1) om alzo te ontdekken of het hun voorgespiegelde wel waar was, en of zij zich tot een verbond met hen zouden mogen inlaten.
Niet dit was hun zonde, dat zij met de Gibeonieten een verbond sloten. Immers met volken buiten Kanaän gelegen mochten zij het doen. Alleen omtrent de Kanaänieten hadden zij het bevel, om deze uit te roeien. De Gibeonieten nu werden door Jozua en de oudsten beschouwd als buiten Kanaän wonende. Maar dit was hun zonde, en daarom wordt het ook hier vermeld dat zij dit verbond sloten, zonder de mond van de Heere om raad te hebben gevraagd. Zij vertrouwden zichzelf zeer goed en lieten zich misleiden door de huichelachtige woorden van de Gibeonieten.
Kruisverwijzingen2 Samuël 21:2→Jozua 11:19→Jozua 6:22→Jeremia 18:7→Jozua 2:12→Deuteronomium 20:10→Exodus 23:32→— En Jozua maakte vrede met hen, en hij maakte een verbond met hen, dat hij hen bij het leven behouden zoude; en de oversten der vergadering zwoeren hun.
En Jozua maakte vrede met hen, en hij maakte een verbond met hen, 1) dat hij hen niet zou uitroeien, zoals de overige Kanaänieten, maar dat hij hen bij het leven behouden zou; en de oversten van de vergadering zwoeren hun, dat zij hun leven zouden sparen.
In het Hebreeuws Lahem, d.i. ten gunste van hen.
Het is altijd een grote misslag van het mensdom geweest, het licht van eigen verdwaasd verstand te volgen, zonder het de mond van de Heere te vragen, of de door Hem gegeven bevelen in acht te nemen. Dit is de noodlottige wortel geweest van alle dwalingen en van alle ellenden waartoe en waarin de mensen vervallen zijn (Jos 9: 15).
Deze geschiedenis waarschuwt de gemeente van de Heere te allen tijde voor de list en de vermomming van de wereld, die dikwijls, waar het haar voordelig is, een vreedzame erkenning en opneming zoekt in het rijk van God.
Het is een zondige liefde, wanneer zij zonder onderzoek en zonder standvastige waakzaamheid evenzo vertrouwt als zij in Christus vertrouwen kan stellen. En toch zijn liefde en vertrouwen één en liefde en wantrouwen in tegenspraak met elkaar. Hoe zijn dus vertrouwende liefde en zedelijk wantrouwen met elkaar te verenigen? Juist zoals de Christen de liefde tot zichzelf verenigt met het wantrouwen jegens zichzelf. Wie anderen wantrouwt en niet zelf, zondigt tegen de naaste, en alleen hij kan een zedelijk wantrouwen jegens anderen hebben, die zichzelf wantrouwt, maar des te meer de liefde in God en Christus vertrouwt. Wanneer de Christen zichzelf wantrouwt, kan hij eerst op de rechte wijze anderen wantrouwen; namelijk door immer te waken over zijn zondig hart, en het doorbreken van de boze neigingen altijd te vrezen. Zo moet hij altijd op zijn hoede zijn, dat hij niet valt; hij weet ook, dat zijn naaste, al is die ook een gelovig Christen, aan inwendige en uitwendige verzoeking blootgesteld is en vallen kan; hierdoor alleen heeft hij recht om de woorden en daden van de naaste aan het woord van God te toetsen, niet om hem met zelfbehagen te richten, maar wel om hem te vermanen, te waarschuwen, te bestraffen, en zichzelf voor verzoeking te behoeden, God biddende, “niet in verzoeking te leiden”.
Deze liefde tot de naaste te verbinden met een billijk wantrouwen behoort tot de grootste, maar voor de Christelijke wijsheid tot de onoverkomelijke moeilijkheden. Er behoort grondige mensenkennis toe, om hier niet mis te tasten; maar de Christen mag zich niet ontslaan van deze beproeving en deze behoedzaamheid, wanneer hij het goede niet in gevaar wil brengen en zichzelf aan de zwaarste zedelijke aanvechtingen wil blootstellen. Waak, dat de wereld u niet door haar overmacht dwinge, of door zich te vermommen weer tot zich trekke. Waak en zie toe, dat er nooit valse broeders onder u zijn. Waak ook over u zelf, over uw vlees en uw hart, opdat gij niet onbedachtzaam Gods genade en gunst verdartelt. Het hart is zo arglistig, het kan zo huichelen en u door vleien tot hoogmoed aanprikkelen.
Deze Gibeonieten wachten niet totdat Israël hun steden belegerden, dan zou het te laat geweest zijn om een verdrag te maken; meer toen Israël nog op een afstand was, toen begeerden zij vrede. De weg om een oordeel te vermijden is met berouw tegemoet te gaan. Laat ons deze Gibeonieten volgen en vrede met God zoeken in het kleed van de vernedering, in heilige bekommering, in ootmoed. Dan zal onze ongerechtigheid ons niet in het verderf storten. Laat ons, dienstknechten van Jezus, onze gezegende Jozua, een verbond met Hem en het Israël van God maken, en wij zullen leven, eeuwig leven.
II. Vs. 16-27.KruisverwijzingenDeuteronomium 29:11→Jozua 9:6→Genesis 16:6→Ezra 2:25→Jozua 18:25→1 Samuël 7:1→Psalmen 15:4→Jozua 9:23→ — En het geschiedde ten einde van drie dagen, nadat zij het verbond met hen gemaakt hadden, zo hoorden zij, dat zij hun naburen waren, en dat zij in het midden van hen waren wonende. Want toen de kinderen Israels voorttogen, zo kwamen zij ten derden dage aan hun steden; hun steden nu waren Gibeon, en Chefira, en Beeroth, en Kirjath-Jearim. En de kinderen Israels sloegen ze niet, omdat de oversten der vergadering hun gezworen hadden bij den HEERE, den God Israels; daarom murmureerde de ganse vergadering tegen de oversten. Toen zeiden al de oversten tot de ganse vergadering: Wij hebben hun gezworen bij den HEERE, den God Israels; daarom kunnen wij hen niet aantasten. Dit zullen wij hun doen, dat wij hen bij het leven behouden, opdat geen grote toorn over ons zij, om des eeds wil, dien wij hun gezworen hebben. Verder zeiden de oversten tot hen: Laat hen leven, en laat ze houthouwers en waterputters zijn der ganse vergadering, gelijk de oversten tot hen gezegd hebben. En Jozua riep hen, en sprak tot hen, zeggende: Waarom hebt gijlieden ons bedrogen, zeggende: Wij zijn zeer verre van ulieden gezeten, daar gij in het midden van ons zijt wonende? Nu dan, vervloekt zijt gijlieden! en onder ulieden zullen niet afgesneden worden knechten, noch houthouwers, noch waterputters ten huize mijns Gods. Zij dan antwoordden Jozua, en zeiden: Dewijl het aan uw knechten zekerlijk was te kennen gegeven, dat de HEERE, uw God, Zijn knecht Mozes geboden heeft, dat Hij ulieden al dit land geven, en al de inwoners des lands voor ulieder aangezicht verdelgen zoude, zo vreesden wij onzes levens zeer voor ulieder aangezichten; daarom hebben wij deze zaak gedaan. En nu, zie, wij zijn in uw hand; doe, gelijk het goed en gelijk het recht is in uw ogen ons te doen. Toen drie dagen later, bij het voorttrekken naar Gibeon, het bedrog van de Gibeonieten aan het licht kwam, werd weliswaar de met een eed bezworen belofte gebonden, dat zij niet gedood werden; tot straf van hun bedrieglijke handelwijze werden zij echter veroordeeld om ten eeuwigen dage houthakkers en waterdragers voor de vergadering bij het heiligdom van de Heere te zijn.
KruisverwijzingenSpreuken 12:19→— En het geschiedde ten einde van drie dagen, nadat zij het verbond met hen gemaakt hadden, zo hoorden zij, dat zij hun naburen waren, en dat zij in het midden van hen waren wonende.
En het gebeurde na drie dagen, nadat zij het verbond met hen gemaakt hadden, zo hoorden zij, dat zij hun buren waren, en dat zij in het midden van hen woonden, in het beloofde land, binnen de grenzen.
KruisverwijzingenEzra 2:25→Jozua 18:25→1 Samuël 7:1→Jozua 10:2→1 Kronieken 21:29→2 Kronieken 1:3→Jozua 18:14→1 Kronieken 13:5→— Want toen de kinderen Israels voorttogen, zo kwamen zij ten derden dage aan hun steden; hun steden nu waren Gibeon, en Chefira, en Beeroth, en Kirjath-Jearim.
Want toen de kinderen van Israël, twee dagen na het in vs.1-15 gebeurde, voortgingen, om het land verder in bezit te nemen, zo kwamen zij, na een mars van zeven of acht uur zuidwaarts, op de derde dag in hun steden: hun steden nu waren Gibeon, Chefira, en Beëroth, en Kirjath-Jearim (vs.3).
KruisverwijzingenPsalmen 15:4→Prediker 9:2→Prediker 5:2→Prediker 5:6→2 Samuël 21:7→— En de kinderen Israels sloegen ze niet, omdat de oversten der vergadering hun gezworen hadden bij den HEERE, den God Israels; daarom murmureerde de ganse vergadering tegen de oversten.
En de kinderen van Israël sloegen ze niet, toen zij uit de mond van een tweede hun tegemoet gezonden gezantschap (vs.22) vernamen, dat dit dezelfde steden waren, waaruit de boden drie dagen te voren bij hen geweest waren, omdat de oversten van de vergadering hun gezworen hadden bij de HEERE, de God van Israël; daarom mopperde de gehele vergadering tegen de oversten, omdat zij bij het voorttrekken naar die vier steden niet toelieten daarmee te handelen zoals zij met Ai gedaan hadden (hoofdstuk 8: 24,27).
KruisverwijzingenJeremia 4:2→Jozua 9:20→Prediker 8:2→Prediker 9:2→— Toen zeiden al de oversten tot de ganse vergadering: Wij hebben hun gezworen bij den HEERE, den God Israels; daarom kunnen wij hen niet aantasten.
Toen zeiden al de oversten tot de gehele vergadering: Wij hebben hun gezworen bij de HEERE, de God van Israël; daarom kunnen wij hen niet aantasten.
Kruisverwijzingen2 Samuël 21:1→1 Timotheüs 1:10→2 Kronieken 36:13→Romeinen 1:31→Zacharia 5:3→Spreuken 20:25→Maleachi 3:5→Ezechiël 17:12→— Dit zullen wij hun doen, dat wij hen bij het leven behouden, opdat geen grote toorn over ons zij, om des eeds wil, dien wij hun gezworen hebben.
Dit zullen wij hun doen, om het goddelijk vonnis van de verwerping over alle Kanaänieten, waarvan zij niet bevrijd mogen worden, te voltrekken; zij zullen onze knechten zijn, maar verder zullen wij niet gaan; dat wij hen bij het leven behouden, opdat wanneer wij hen uitroeien, geen grote toorn, geen goddelijk strafgericht over ons zij, omwille van de eed, die wij hun gezworen hebben, die wij anders schandelijk zouden breken.
KruisverwijzingenDeuteronomium 29:11→Jozua 9:23→Jozua 9:27→2 Kronieken 2:17→Jozua 9:15→— Verder zeiden de oversten tot hen: Laat hen leven, en laat ze houthouwers en waterputters zijn der ganse vergadering, gelijk de oversten tot hen gezegd hebben.
Verder zeiden de oversten tot hen, tot de kinderen van Israël, daar deze zich niet tot zwijgen wilden doen brengen: Laat hen leven, en laat dit hun straf zijn, laat ze houthakkers en waterputters zijn van de gehele vergadering, zoals de oversten tot hen gezegd hebben; dat komt geheel overeen met hetgeen wij, de oversten hun hebben toegestaan; want zij hebben zichzelf aangeboden onze knechten te willen zijn (vs.11 9.11) en ten gevolge van dit hun woord hebben wij het verbond met hen gemaakt. Dat de oversten goed gehandeld hebben door zo hun gezworen eed gestand te doen, bewijst de geschiedenis in 2 Samuel .21: 1vv.. Daar zij iets beloofd hebben, dat streed tegen de letterlijke zin van het goddelijk gebod, zo vereffenen zij de moeilijkheid, in zo verre dit mogelijk was zonder hun eed te schenden, daardoor, dat zij de Gibeonieten tot slaven van het heiligdom maakten (vs.23,27). Hierdoor was de ban op dezelfde wijze aan hen volbracht, als aan het zilver en goud van Jericho, dat tot de schat van de Heere moest komen (hoofdstuk 6:
, omdat nu de Gibeonieten hun heidendom vaarwel zeggen, en de dienst van de ware God, die zij (vs.9), hoewel op onoprechte wijs hadden beleden, moesten aannemen, krijgt hun verschoning enige overeenkomst met het sparen van Rachab en haar huis (De 23: 8). Zijn woord te houden is trouw omtrent de waarachtige God, en een nabootsing van zijn eigen voorbeeld. Deze plicht van trouw in het houden van het gegeven woord maakt ook een andere plicht noodzakelijk, namelijk om zeer voorzichtig te zijn bij het beloven; in alle gevallen, waarin de drang van de omstandigheden niet toelaat een bepaalde belofte te doen, eist de plicht van liefde en voorzichtigheid, zowel als die van waarheid, de belofte slechts onder zekere voorwaarden te geven. Heeft men echter eenmaal een belofte onbepaald gegeven, dan kan later, wanneer men de schadelijkheid van het volbrengen van de belofte inziet, dit alleen daardoor opgeheven worden, dat degene, aan wie beloofd is, van zijn recht afstand doen. Anders wordt de zaak, wanneer iemand iets belooft, waardoor hij aan anderen onrecht doet, en dat later eerst inziet, zoals de belofte van de wijzen uit het oosten aan Herodes (MATTHEUS.2: 16). Is datgene, wat men beloofd heeft, openbare zonde, dan mag het ook, al is het met een eed bekrachtigd, niet volbracht worden. Zo verkeerde Herodes in grote dwaling toen hij meende, dat hij de belofte aan de dochter Salóme gedaan, niet mocht breken, en Johannes ter dood liet brengen (MATTHEUS.14: 6vv.). Hij moest zijn belofte verbroken hebben; had hij dat gedaan, dan was zijn enige zonde geweest, dat hij in overijling een belofte had gedaan, en lichtvaardig een eed had gezworen; het verbreken van dat woord zou geen nieuwe zonde geweest zijn, maar eigenlijk de straf voor zijn eerste zonde, waarvan hij zich met berouw en boetedoening had moeten onderwerpen. Daarentegen is het vervullen van het gegeven woord een nieuwe nog ergere zonde dan de eerste, daar deze slechts plaatsvindt in de overijling van een ogenblik.
De Gibeonieten staan als schuldigen tegenover de Israëlieten, en zij onderworpen zich gaarne aan het lot, dat hun wordt toegezegd. Zij worden verdeeld ver de steden van de priesters en Levieten, en hun eigen steden vallen de stammen Juda en Benjamin ten deel. Maar zij geven zich op genade en ongenade aan Israël over. Zo staan wij ook tegenover onze Heere Jezus Christus als schuldigen en bedriegers. Het betaamt ons evenzeer, om ons op genade en ongenade over te geven aan onze Heere, en ons lot geheel in Zijn hand te stellen, dan eerst zullen wij het leven behouden, dat wij verbeurd hebben, daar ook over ons de ban van de veroordeling is uitgesproken, om onze zonde.
Moeten wij zijn Kruis dragen, Zijn juk torsen, bij Zijn altaar dienen, geen nood: het is beter een dorpelwachter te zijn in het huis van de Heere, dan te wonen in de tenten van de goddelozen (Psalm 84: 11). Zij het onze bede: “Heere, geef mij de laatste plaats in uw Heiligdom.” Ofschoon zij, volgens het verdrag, aan de Gibeonieten het leven toestaan, toch hebben zij niet meer dan voor de helft het verbond gehouden. Want terwijl aan de Gibeonieten een algehele ongedeerde toestand was toegezegd, wordt hun nu de vrijheid, die dierbaarder is dan het leven zelf, ontnomen. Waarom wij vermoeden, dat Jozua met de overigen, evenals het een twijfelachtige en dubbelzinnige zaak gold, een middenweg heeft uitgedacht, opdat de eed niet geheel en al ijdel zou zijn. Een voorname oorzaak van dit plan zal wel zijn geweest, om de menigte te behagen; omdat zij het echter tegen hun zin hebben geduld wat hun door de Gibeonieten was voorgehouden, hebben zij hun list gewroken, opdat het niet straffen ervan, hun moedwil niet zou vermeerderen. Verder was het een harde toestand om niet slechts tot slaafse dienst geprest te worden, maar ook van hun huizen te worden weggevoerd, om een zwervend en dwalend leven te leiden. De vernederende en niet minder moeitevolle dienst van knechten wordt hun opgelegd. Maar het allerzwaarste was hout te hakken en water te putten, overal waar het God zou behagen Zijn woning te plaatsen.
Op het standpunt van het strengste recht hadden Jozua en de oudsten de eed aan de Gibeonieten niet hoeven te houden, het verbond hadden zij kunnen verbreken, omdat het op listige wijze was afgedwongen en zij tot de Kanaänieten behoorden. Calvijn rekent het de oudsten tot zonde toe, dat zij de eed hebben gehouden. Ons inziens pleit echter de geschiedenis in 2 Samuel .21 in hun voordeel.
KruisverwijzingenJozua 9:6→Jozua 9:16→Genesis 3:13→Genesis 29:25→Genesis 27:41→Jozua 9:9→2 Korinthe 11:3→Genesis 27:35→— En Jozua riep hen, en sprak tot hen, zeggende: Waarom hebt gijlieden ons bedrogen, zeggende: Wij zijn zeer verre van ulieden gezeten, daar gij in het midden van ons zijt wonende?
En Jozua, om terstond uit te voeren, wat de oversten zo even aan de vergadering hadden voorgesteld, om hun gemor te doen ophouden, riep hen, de boden van de Gibeonieten, die hem aan de grensscheiding van de vier steden tegemoet waren gekomen, en nu pleitten op de belofte, die hun was gedaan (vs.18), waarschijnlijk dezelfde mannen die het bedrog (vs.4vv.) hadden gepleegd, en sprak tot hen, zeggende, zodat de gehele vergadering het kon horen: waarom hebt gij ons bedrogen, zeggende: wij zijn zeer ver van u gevestigd, daar gij in het midden van ons woont?
KruisverwijzingenJozua 9:27→Jozua 9:21→Leviticus 27:28→Genesis 9:25→— Nu dan, vervloekt zijt gijlieden! en onder ulieden zullen niet afgesneden worden knechten, noch houthouwers, noch waterputters ten huize mijns Gods.
Nu dan, hoort aan de straf, die gij door uw bedrog u berokkend hebt, vervloekt zijt gij! De verachtelijkste diensten zult gij ons bewijzen, en onder u zullen niet afgesneden 1) worden knechten, noch houthouwers, noch waterputters, in het huis van mijn God. Terwijl Jozua met deze woorden het vonnis over de Gibeonieten in letterlijke overeenstemming brengt met de over Kanaän uitgesproken vloek van Noach (Genesis9: 25vv.) richt hij zijn handelingen en zijn woorden, niettegenstaande de overijling aan de ene, en het bedrog aan de andere zijde nog zo in, dat hij Gods Woord letterlijk volgt. Ten gevolge van hun ondergeschikte stelling tegenover de kinderen van Israël, waren de Gibeonieten voor Israël niet meer gevaarlijk, en al waren zij dan ook niet uitgeroeid, toch was het doel van God met die uitroeiing ook op deze wijze bereikt, want er bestond geen vrees, dat die tot slavernij gebrachte bevolking van Gibeon het volk van God tot afgodendienst zou verleiden; nee, zij zelf kwamen nu onder de adem van de ware Godsverering, die er velen levend maakte tot behoud van hun ziel.
De bedoeling is, dat de Gibeonieten voor altijd verbonden zouden zijn aan de dienst van de Tabernakel, daar de nederigste diensten zouden vervullen. De vloek van Noach over Cham wordt in hen treffend vervuld.
KruisverwijzingenDeuteronomium 7:1→Deuteronomium 20:15→Exodus 23:31→Exodus 15:14→Job 2:4→Deuteronomium 7:23→Jozua 9:9→Mattheüs 10:28→— Zij dan antwoordden Jozua, en zeiden: Dewijl het aan uw knechten zekerlijk was te kennen gegeven, dat de HEERE, uw God, Zijn knecht Mozes geboden heeft, dat Hij ulieden al dit land geven, en al de inwoners des lands voor ulieder aangezicht verdelgen zoude, zo vreesden wij onzes levens zeer voor ulieder aangezichten; daarom hebben wij deze zaak gedaan.
Zij dan antwoordden Jozua, en zeiden: Omdat het aan uw knechten zeker was te kennen gegeven, dat de HEERE, uw God, zijn knecht Mozes geboden heeft, dat Hij u al dit land geven, en a) al de inwoners van het land voor uw aangezicht verdelgen zou, zo vreesden wij ons leven zeer voor uw aangezichten; daarom hebben wij deze zaak gedaan, tot ons behoud.
Deuteronomium 7: 1,2; 20: 16vv.
KruisverwijzingenGenesis 16:6→Jesaja 47:6→Jeremia 38:5→1 Samuël 3:18→Richteren 8:15→2 Samuël 24:14→Mattheüs 11:26→Richteren 10:15→— En nu, zie, wij zijn in uw hand; doe, gelijk het goed en gelijk het recht is in uw ogen ons te doen.
En nu, zie, wij zijn in uw hand; doe, zoals het goed en zoals het recht is in uw ogen ons te doen; 1) wij willen gaarne de geringste van uw knechten zijn, wanneer wij maar het leven mogen behouden en onder u kunnen blijven wonen.
De Gibeonieten hebben niets in te brengen tegen hun lot. Zij billijken het volkomen, nu hun het leven nog wordt toegestaan.
— Zo deed hij hun alzo, en hij verloste hen van de hand der kinderen Israels, dat zij hen niet doodsloegen.
Zo deed hij hun alzo, als hij in vs.23 had aangekondigd, en hij verloste hen op deze wijze van de hand van de kinderen van Israël, dat zij hen niet doodsloegen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 12:5→— Alzo gaf Jozua hen over ten zelven dage tot houthouwers en waterputters der vergadering, en dat tot het altaar des HEEREN, tot dezen dag toe, aan de plaats, die Hij verkiezen zoude.
Alzo gaf1) hen Jozua over op die dag tot houthouwers en waterputters van de vergadering, en dat niet voor geringe huiselijke diensten in de woningen van de Israëlieten, maar tot het altaar van de HEERE, opdat zij water zouden aandragen voor het koperen wasvat, dat in het voorhof van de tempel stond (Ex.30: 17vv.), en het hout gereed maken voor het heilige vuur, dat bestendig op het altaar moest branden (Lev.26: 2vv.) tot deze dag toe, en in alle volgende dagen, aan de plaats, die Hij, de Heere, overeenkomstig Zijn belofte, in (Deuteronomium 12: 4vv. gedaan, verkiezen zou2) tot een blijvende plaats voor Zijn Heiligdom (hoofdstuk 18: 1, 1 Koningen .9: 20 (Ezra 8: 22).
Hierdoor ontvangen zij later de naam van Nethinim, d.i. gegevenen. Ook Josefus spreekt over hen als over hen, die tot de laagste diensten werden gebruikt. Hun steden kwamen in het bezit van Benjamin en Juda. Zij werden verspreid over alle landstreken van Palestina. Overal waar Priesters en Levieten woonden, vond men ook Gibeonieten.
Die Hij verkiezen zou. Hieruit blijkt duidelijk, dat dit boek geschreven is vóór de vaststelling van de plaats, waar het Heiligdom van de Heere voorgoed zou worden opgericht, dus vóór de Tempelbouw.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jozua 9
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-15.KruisverwijzingenNumeri 34:6→Jozua 10:2→Jozua 5:10→Jozua 11:19→Exodus 3:17→Jozua 9:17→2 Koningen 10:5→Deuteronomium 20:15→
— En het geschiedde, toen dit hoorden al de koningen, die aan deze zijde van de Jordaan waren, op het gebergte, en in de laagte, en aan alle havens der grote zee, tegenover den Libanon: de Hethieten, en de Amorieten, de Kanaanieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten; Zo vergaderden zij zich samen, om tegen Jozua en tegen Israel te krijgen, eenmoediglijk. Als de inwoners te Gibeon hoorden, wat Jozua met Jericho en met Ai gedaan had, Zo handelden zij ook arglistiglijk, en gingen heen, en veinsden zich gezanten te zijn, en zij namen oude zakken op hun ezels, en oude en gescheurde, en samengebonden lederen wijnzakken; Ook oude en bevlekte schoenen aan hun voeten, en zij hadden oude klederen aan, en al het brood, dat zij op hun reize hadden, was droog en beschimmeld. En zij gingen tot Jozua in het leger te Gilgal, en zij zeiden tot hem en tot de mannen van Israel: Wij zijn gekomen uit een ver land, zo maakt nu een verbond met ons. Toen zeiden de mannen van Israel tot de Hevieten: Misschien woont gijlieden in het midden van ons, hoe zullen wij dan een verbond met u maken? Zij dan zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten. Toen zeide Jozua tot hen: Wie zijt gijlieden, en van waar komt gij? Zij nu zeiden tot hem: Uw knechten zijn uit een zeer ver land gekomen, om den Naam des HEEREN, uws Gods; want wij hebben Zijn gerucht gehoord, en alles wat Hij in Egypte gedaan heeft; En alles wat Hij gedaan heeft aan de twee koningen der Amorieten die aan gene zijde van de Jordaan waren, Sihon, den koning van Hesbon, en Og, den koning van Bazan, die te Astharoth woonde.
Terwijl de overige Kanaänieten tot een gemeenschappelijke oorlog met de kinderen van Israël besloten, om deze indringers, zoals zij de Israëlieten noemden, weer uit hun land te verdrijven, vinden de burgers van Gibeon het beter, op een listige wijze een verbond met het volk van God te sluiten. Zij doen dat, door een gezantschap naar Jozua te Gilgal te zenden, dat zich moest aanstellen alsof het uit een ver verwijderd land kwam, waarvan hun geheel uiterlijk de blijken moest geven. Hun list gelukt: Jozua en de oversten laten zich verschalken, en sluiten het verbond.
En het gebeurde, nadat Jericho en Al, de voormuren van het beloofde land, waren ingenomen (hoofdstuk 6 en 8), toen al de koningen dit hoorden, die aan deze zijde van de Jordaan waren, gerekend van Sittim, de eerste legerplaats van de Israëlieten, op het gebergte, dat zich midden door het land uitstrekte, en in de laagte, in de Sephala, of het lage land tussen het voorgebergte, van Karmel en de Filistijnse stad Gaza, en aan alle havens, aan de smalle kuststreek van de grote of Middellandse Zee, van Karmel af noordwaarts tot Sidon, tegenover en ten westen van de Libanon; de Hethieten, en de Amorieten, de Kanaänieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten, (De 1: 8″ en “7: 2).
Zo vergaderden zij zich samen, om zich tot een bondgenootschap te verenigen, om tegen Jozua en tegen Israël te krijgen, eenmoediglijk; eenstemmig, een van zin. Tot hiertoe hadden de Kanaänieten slechts verdedigender wijze gehandeld, maar hier beraadslagen zij om aanvallenderwijze te werk te gaan. Vreemd was het, dat zij dit niet vroeger gedaan hadden, en nog vreemder, dat zij dit nu deden, nadat zij zoveel bewijzen van de macht van de God van Israël gezien hadden bij de inneming van de steden Jericho en Ai, en al de wonderen, die plaatsgevonden hadden. Het is duidelijk te zien, dat hun zinnen verblind en hun harten verhard waren tot hun verwoesting. Toch was in de handelwijze van deze koningen iets, dat voor de Israëlieten tot lering kan zijn. Ofschoon over verschillende volken regerende, en zulke verscheidene belangen hebbende, ja zelfs zo menigmaal in strijd met elkaar, toch besluiten zij zich tegen Israël te verenigen. Zo moest Israël alle onderlinge onenigheden ter zijde gesteld hebben, en zo moet het Israël van God in onze dagen zich verenigen tegen alle vijanden van het koninkrijk van God.
(Nu 13: 25″; “De 11: 31” en “De 27: 3) Daar hebben wij een beschrijving van de verschillende delen van het land ten westen van de Jordaan gegeven; hier hebben wij er nog iets bij te voegen betreffende de streek land lange de kust van de Middellandse Zee, maar in een omgekeerde orde van het noorden naar het zuiden. De Middellandse Zee zelf wordt in de Bijbel nu eens enkel “de Zee” genoemd, dan weer de “grote” zee, soms met de bijvoeging “tegen de ondergang van de zon” of de “achterste” zee. Zeeboezems vormt zij langs de effen kust niet, behalve die van Acco of Ptolomaïs (Acre). Volgen wij de kust in de boven aangegeven richting, dan zien wij, dat de Karmel ze verdeelt in de noordelijke vlakten van Acco, en de zuidelijke vlakten van Saron en Sephala (volgens Luther, gronden, vlakke velden, 1 Kronieken 27: 29). De vlakte van Acco strekte zich uit zes uur van de Ladder van Tyrus (beneden Tyrus en de Witte kaap) over Acco tot aan de voet van de Karmel, en werd later aan de stam van Aser toegevoegd die echter de bewoners niet verdreef (hoofdstuk 19: 24vv. Richteren 1: 31). Deze vlakte is buitengewoon vruchtbaar, waar zij ook bebouwd wordt, en is een van de bekoorlijkste oevers. Vier à vijf uur landwaarts in wordt zij begrensd door een heuvelkrans of een lage bergrij, die daar van de vlakte van Zebulon scheidt; zij heeft een golvende oppervlakte, aan de zeezijde door een steile duinrand bepaald. Thans echter is de grond woest en onbebouwd, en hier en daar bedekt met rietbossen van manshoogte, of begroeid met distels. Door de vlakte ontlasten zich twee bergstromen in de bocht: ten noorden de Belus of de Glasrivier, ten zuiden de beek Kison (De 8: 10″ en “De 9: 10), welke laatste de heuvelkrans in ene steile bergengte doorsnijdt zeer nabij de voet van de Karmel, aan de mond 12 el breed en 2 voet diep zijnde. Het water is helder en groen van kleur, en aan de oevers liggen fraaie tuinen. De vlakte, die zich zuidelijk van de Karmel tot aan de rivier van Egypte en Wady-el-Arisch uitstrekt, is een kustvlakte van 30 Duitse mijl lang, die naar het zuiden steeds in breedte toeneemt, zodat zij bij Joppe 4 mijl, bij Gaza 6 mijl breed wordt. Zij wordt door een vooruitstekende heuvelrij bij Joppe in een noordelijke en zuidelijke helft verdeeld, de eerste 11 mijl lang in de vlakte van Saron de laatste 10 mijl lang heet Sephala; het overige gedeelte van 9 mijl in de lengte wordt van Gaza af steeds onvruchtbaarder, en is nog eer zij de rivier van Egypte bereikt, geheel een woestenij geworden. Daarentegen was de vlakte van Saron in de lente een welriekende bloemengaard van witte en rode rozen, witte en gele lelies, narcissen, anemonen, tulpen, violen, en een soort welriekende klimop, zodat haar pracht en vruchtbaarheid tot een spreekwoord is geworden (Hoogl.2: 1 Jes.35: 2) bijzonder in de streek tussen Joppe en het meer zuidelijk gelegen Bamleh. Even zo vruchtbaar is de Sephala, of de lage kustvlakte, met heuvels doorsneden, tot het land van de Filistijnen behorende, met de vijf hoofdsteden Gad, Asdod, Askelon, Ekron en Gaza. Over de beken en stromen die zuidelijk van Gaza de vlakten doorsnijden, “De 8: 10”.
Zo vergaderden zij zich samen, om zich tot een bondgenootschap te verenigen, om tegen Jozua en tegen Israël te krijgen, eenmoediglijk; eenstemmig, een van zin. Tot hiertoe hadden de Kanaänieten slechts verdedigender wijze gehandeld, maar hier beraadslagen zij om aanvallenderwijze te werk te gaan. Vreemd was het, dat zij dit niet vroeger gedaan hadden, en nog vreemder, dat zij dit nu deden, nadat zij zoveel bewijzen van de macht van de God van Israël gezien hadden bij de inneming van de steden Jericho en Ai, en al de wonderen, die plaatsgevonden hadden. Het is duidelijk te zien, dat hun zinnen verblind en hun harten verhard waren tot hun verwoesting. Toch was in de handelwijze van deze koningen iets, dat voor de Israëlieten tot lering kan zijn. Ofschoon over verschillende volken regerende, en zulke verscheidene belangen hebbende, ja zelfs zo menigmaal in strijd met elkaar, toch besluiten zij zich tegen Israël te verenigen. Zo moest Israël alle onderlinge onenigheden ter zijde gesteld hebben, en zo moet het Israël van God in onze dagen zich verenigen tegen alle vijanden van het koninkrijk van God.
(Nu 13: 25″; “De 11: 31” en “De 27: 3) Daar hebben wij een beschrijving van de verschillende delen van het land ten westen van de Jordaan gegeven; hier hebben wij er nog iets bij te voegen betreffende de streek land lange de kust van de Middellandse Zee, maar in een omgekeerde orde van het noorden naar het zuiden. De Middellandse Zee zelf wordt in de Bijbel nu eens enkel “de Zee” genoemd, dan weer de “grote” zee, soms met de bijvoeging “tegen de ondergang van de zon” of de “achterste” zee. Zeeboezems vormt zij langs de effen kust niet, behalve die van Acco of Ptolomaïs (Acre). Volgen wij de kust in de boven aangegeven richting, dan zien wij, dat de Karmel ze verdeelt in de noordelijke vlakten van Acco, en de zuidelijke vlakten van Saron en Sephala (volgens Luther, gronden, vlakke velden, 1 Kronieken 27: 29). De vlakte van Acco strekte zich uit zes uur van de Ladder van Tyrus (beneden Tyrus en de Witte kaap) over Acco tot aan de voet van de Karmel, en werd later aan de stam van Aser toegevoegd die echter de bewoners niet verdreef (hoofdstuk 19: 24vv. Richteren 1: 31). Deze vlakte is buitengewoon vruchtbaar, waar zij ook bebouwd wordt, en is een van de bekoorlijkste oevers. Vier à vijf uur landwaarts in wordt zij begrensd door een heuvelkrans of een lage bergrij, die daar van de vlakte van Zebulon scheidt; zij heeft een golvende oppervlakte, aan de zeezijde door een steile duinrand bepaald. Thans echter is de grond woest en onbebouwd, en hier en daar bedekt met rietbossen van manshoogte, of begroeid met distels. Door de vlakte ontlasten zich twee bergstromen in de bocht: ten noorden de Belus of de Glasrivier, ten zuiden de beek Kison (De 8: 10″ en “De 9: 10), welke laatste de heuvelkrans in ene steile bergengte doorsnijdt zeer nabij de voet van de Karmel, aan de mond 12 el breed en 2 voet diep zijnde. Het water is helder en groen van kleur, en aan de oevers liggen fraaie tuinen. De vlakte, die zich zuidelijk van de Karmel tot aan de rivier van Egypte en Wady-el-Arisch uitstrekt, is een kustvlakte van 30 Duitse mijl lang, die naar het zuiden steeds in breedte toeneemt, zodat zij bij Joppe 4 mijl, bij Gaza 6 mijl breed wordt. Zij wordt door een vooruitstekende heuvelrij bij Joppe in een noordelijke en zuidelijke helft verdeeld, de eerste 11 mijl lang in de vlakte van Saron de laatste 10 mijl lang heet Sephala; het overige gedeelte van 9 mijl in de lengte wordt van Gaza af steeds onvruchtbaarder, en is nog eer zij de rivier van Egypte bereikt, geheel een woestenij geworden. Daarentegen was de vlakte van Saron in de lente een welriekende bloemengaard van witte en rode rozen, witte en gele lelies, narcissen, anemonen, tulpen, violen, en een soort welriekende klimop, zodat haar pracht en vruchtbaarheid tot een spreekwoord is geworden (Hoogl.2: 1 Jes.35: 2) bijzonder in de streek tussen Joppe en het meer zuidelijk gelegen Bamleh. Even zo vruchtbaar is de Sephala, of de lage kustvlakte, met heuvels doorsneden, tot het land van de Filistijnen behorende, met de vijf hoofdsteden Gad, Asdod, Askelon, Ekron en Gaza. Over de beken en stromen die zuidelijk van Gaza de vlakten doorsnijden, “De 8: 10”.
Als de inwoners te Gibeon 1) hoorden, wat Jozua met Jericho en Al gedaan had, om op een andere wijze als de overige Kanaänieten zich voor de dreigende ondergang te behoeden; omdat zij wel begrepen, dat zij met de wapens alleen niets vermochten tegen de God van Israël, en daar zij ook wel geloofden, dat de samenspanning van de genoemde vorsten in vs.2 niet veel zou uitwerken;
Alleen de mannen van Gibeon, met verwerping van het plan om oorlog te voeren, namen tot list hun toevlucht, om onder voorwendsel vanuit een verre landstreek te komen, vrede te sluiten. Verder was het hatelijk voor de buren, om dit te beproeven, omdat dit enigermate was scheiding te bevorderen, een deur te openen voor de Israëlieten, en de krachten van de bondgenoten te verzwakken. Doch ofschoon het een dwaze lichtgelovigheid was van Jozua en de oudsten (voor wie het eigenlijk meineed was), om ondoordacht vrede te sluiten, zonder dat de zaak nog waar was bevonden, heeft God echter, die het licht in de duisternis doet opgaan, dat ten goede voor de zijnen gewend, omdat hun de vergunning werd toegestaan, om zich rustig op deze grond te vestigen. Het was nu wel juist gezien en verstandig van de Gibeonieten, om te besluiten liever iets door verdrag trachten te verkrijgen, dan door zich tevergeefs te verzetten, God meer en meer tegen zich te krijgen. Maar het is niet minder verkeerd en ongerijmd door bedrog en ongeoorloofde middelen te verkrijgen wat wij begeren, daar het strijdt tegen recht en billijkheid. Want hoe kan een verbond vaststaan, dat door dom bedrog is verkregen? Zij veinsden, dat zij uit een ver afgelegen landstreek als vreemdelingen waren gekomen. Met spoken (larvis) sluit Jozua vrede. En op geen ander pand sluit hij die, dan eenvoudig op hun woorden.
Tot Gibeon behoorden nog de steden Caphira, Beëroth en Kirjath-Jearim. Later werd deze stad aan Benjamin toebedeeld en tot Levietenstad gemaakt. Na de verwoesting van Nob, werd aldaar de Tabernakel geplaatst, die daar bleef tot de voltooiing van Salomo’s tempel (1 Kronieken 16: 39; 21: 29).
Zo handelden zij ook arglistig, 1) en gingen heen, en veinsden zich gezanten te zijn uit een ver gelegen land, en zij namen, om de Israëlieten te verschalken, en alle waarschijnlijkheid aan dit voorgeven te geven, oude zakken op hun ezels, en oude en gescheurde en samengebonden2) leren wijnzakken, in de eerste hun spijzen en in de laatste hun wijn met zich voerende;
Ook arglistig wordt gezegd in terugslag op de krijgslist, die de Israëlieten bij Al hadden aangewend.
Samengebonden is zeer karakteristiek, omdat de Oosterlingen gewoon zijn, of op de oude wijnzakken nieuwe lappen te zetten, of de gescheurde als een buidel samen te binden. Dit laatste nu deden de Gibeonieten ook, om daarmee te kennen te geven, dat ten gevolge van de verre tocht de wijnzakken oud en versleten waren geworden.
Ook oude en bevlekte schoenen aan hun voeten, en zij hadden oude kleren aan; en al het brood, dat zij op hun reis hadden in hun zakken, was droog en beschimmeld. 1)
Eigenlijk gevlekt, met vlekken voorzien.
En 1) zij gingen tot Jozua in het leger te Gilgal 2) (Jos 8: 35) en zij zeiden tot hem en tot de mannen van Israël: Wij zijn gekomen uit een ver land als afgezanten van ons volk, die prijs stellen op uw vriendschap, zo maakt nu een verbond met ons, a) en weest onze vrienden.
Dergelijk verbond was van nul en generlei waarde. Want al wat zij voorgaven was leugen en veinzerij. Toen Jozua dan ook straks merkte, dat hij bedrogen was, heeft hij hun wel het leven gespaard, maar hun geenszins de vrijheid en de bezittingen gelaten.
In het Oude Testament wordt van drie plaatsen gesproken, die Gilgal heten. 1e. De legerplaats van de Israëlieten na hun overtocht over de Jordaan (Jos 5: 9″. Een plaats met deze naam lag op het gebergte Efraïm, ten zuidwesten van Silo, op bijna gelijke afstand van Sichem noordelijk en Jeruzalem zuidelijk, nu Dschildschilia geheten. Deze plaats wordt hier in het vervolg bedoeld. Onder Jerobeam II werd deze stad veel bezocht om er de afgoden te dienen (Hos.4: 15; 9: 15; 12: 12 Amos 4: 4; 5: 5) dat zeer goed overeenkomt met de geschiedkundige betekenis, wij zouden haast zeggen met de bijzondere wijding, die deze plaats heeft verkregen niet alleen door Jozua, maar ook door Samuël en zijn profetenscholen. 3e. De in hoofdstuk 12: 23 voorkomende koningsstad met dezelfde naam, het huidige dorp Dschildschild in de vlakte van Saron, enige mijlen noordwestwaarts van het onder No.2 genoemde Gilgal. Het woord Gilgal betekent: wenteling, wagenrad, of kring, ring; het is daardoor zeer goed te verklaren dat verschillende plaatsen dezelfde naam dragen naar de verschillende betekenissen van het woord.
De Gibeonieten willen vrede sluiten met Israël, om de berichten, die zij gekregen hebben van de verwoesting van Jericho. Andere steden hoorden deze berichten, en zij werden aangedreven om Israël te gaan bevechten, terwijl de Gibeonieten daardoor tot vrede geneigd werden. Zo is de ontdekking van de heerlijkheid en de genade van God in het Evangelie voor sommigen een reuk van het leven ten leven, maar voor anderen een reuk van de dood ten dode (2 Kor.2: 16). Dezelfde zon maakt was zacht en verhardt de klei.
Toen zeiden de mannen van Israël, die toch de zaak niet vertrouwden, tot een van de Hevieten, die het woord voerde, en zoals later bleek door de tot de stam van de Hevieten behorende Gibeonieten was gezonden (hoofdstuk 11: 19): Misschien woont gij in het midden van ons, misschien behoort gij tot de volken, waarvan de Heere bevolen heeft, geheel uit te roeien, hoe zullen wij dan tegen het bevel van onze God (Ex.23: 32vv.; 24: 12vv. Deuteronomium 7: 2vv.), een verbond met u maken?
Zij dan zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten; 1) wij willen ons aan u verbinden; sta ons toe, slechts op te merken, dat wij niets te maken hebben met de volken van deze landen, maar dat wij alleen door eerbied en genegenheidvoor uw volk gedreven werden, om een verbond van vriendschap met u te sluiten. Toen zei Jozua, die nu geloof aan hun woorden begon te slaan, tot hen: Wie zijt gij, en waar komt gij vandaan?
Hiermee bedoelen zij niet, dat zij aan Jozua schatplichtig willen worden, zoals velen van mening zijn, maar deze uitdrukking is een zeer gewone en Oosterse manier van spreken, om daarmee te kennen te geven, dat zij met een vreedzame bedoeling komen. Het was een soort van Oosterse vleierij of pluimstrijkerij, om Jozua’s hart voor hen te winnen.
Wat zij wilden, blijkt duidelijk genoeg, nl. om, zoals Hugo de Groot terecht aantekent, een verbond met hem te sluiten, waardoor hun vrijheid en bezitting van grond wordt toegestaan. Zij wensen op voet van gelijkheid met hem en Israël te staan.
Zij nu zeiden tot hem: Uw knechten zijn uit een zeer ver land gekomen, om de naam van de HEERE, uw God; want wij hebben zijn gerucht gehoord, en alles wat Hij inEgypte, aan farao en zijn volk gedaan heeft.
En allesa) wat Hij gedaan heeft aan de twee koningen van de Amorieten, die aan de overzijde van de Jordaan waren, Sihon de koning van Hesbon, en Og, de koning van Bazan, die te Astharith woonde (hoofdstuk 2: 10).
Num.21: 24,33 Deuteronomium 1: 4 Met opzet spreken zij alleen van oude geschiedenissen en gewagen in het geheel niet van de overtocht over de Jordaan en de verovering van de beide steden Jericho en Ai, om toch maar geen vermoeden op te wekken, dat zij zo nabij woonden.
Daarom spraken tot ons onze oudsten, en al de inwoners van ons land, zeggende: Neemt reiskost met u in uw handen op de verre reis, en gaat hun, dat hoog begenadigde volk, dat de ware God heeft, die voor hun zulke grote dingen doet, tegemoet, en zegt tot hen: Wij zijn uw knechten, wij bieden u onze diensten aan; maar strijdt niet tegen ons, zoals tegen de Kanaänieten in dit land, maakt nu een verbond met ons, waardoor gij plechtig de verplichting op u neemt, zoals wij dat omtrent u gedaan hebben, om allediensten, die gij van ons verlangen zult, aan u te doen.
Dit ons brood hebben wij warm tot onze teerkost op onze weg uit onze huizen genomen, op de dag, datn wij vertrokken om tot u te reizen; maar ziet, nu is hetdroog, en het is beschimmeld gedurende onze lange tocht.
En deze leren wijnzakken, die wij gevuld hebben, weren nieuw, maar ziet zij zijn gescheurd in dit lange tijdsverloop; en onze klederen en onze schoenen zijn oud geworden, vanwege deze zeer lange reis.
Toen namen de mannen, de hoofdlieden, van hun reiskost, het aangeboden brood in hun handen, om het beter te beschouwen, en zagen dat het hard en beschimmeld was, en lieten zich ook bedriegen door de andere woorden van de afgezanten, en zij vroegen het de mond van de HEERE, naar bewijze van Urim door de priester (Num.27: 21), niet 1) om alzo te ontdekken of het hun voorgespiegelde wel waar was, en of zij zich tot een verbond met hen zouden mogen inlaten.
Niet dit was hun zonde, dat zij met de Gibeonieten een verbond sloten. Immers met volken buiten Kanaän gelegen mochten zij het doen. Alleen omtrent de Kanaänieten hadden zij het bevel, om deze uit te roeien. De Gibeonieten nu werden door Jozua en de oudsten beschouwd als buiten Kanaän wonende. Maar dit was hun zonde, en daarom wordt het ook hier vermeld dat zij dit verbond sloten, zonder de mond van de Heere om raad te hebben gevraagd. Zij vertrouwden zichzelf zeer goed en lieten zich misleiden door de huichelachtige woorden van de Gibeonieten.
En Jozua maakte vrede met hen, en hij maakte een verbond met hen, 1) dat hij hen niet zou uitroeien, zoals de overige Kanaänieten, maar dat hij hen bij het leven behouden zou; en de oversten van de vergadering zwoeren hun, dat zij hun leven zouden sparen.
In het Hebreeuws Lahem, d.i. ten gunste van hen.
Het is altijd een grote misslag van het mensdom geweest, het licht van eigen verdwaasd verstand te volgen, zonder het de mond van de Heere te vragen, of de door Hem gegeven bevelen in acht te nemen. Dit is de noodlottige wortel geweest van alle dwalingen en van alle ellenden waartoe en waarin de mensen vervallen zijn (Jos 9: 15).
Deze geschiedenis waarschuwt de gemeente van de Heere te allen tijde voor de list en de vermomming van de wereld, die dikwijls, waar het haar voordelig is, een vreedzame erkenning en opneming zoekt in het rijk van God.
Het is een zondige liefde, wanneer zij zonder onderzoek en zonder standvastige waakzaamheid evenzo vertrouwt als zij in Christus vertrouwen kan stellen. En toch zijn liefde en vertrouwen één en liefde en wantrouwen in tegenspraak met elkaar. Hoe zijn dus vertrouwende liefde en zedelijk wantrouwen met elkaar te verenigen? Juist zoals de Christen de liefde tot zichzelf verenigt met het wantrouwen jegens zichzelf. Wie anderen wantrouwt en niet zelf, zondigt tegen de naaste, en alleen hij kan een zedelijk wantrouwen jegens anderen hebben, die zichzelf wantrouwt, maar des te meer de liefde in God en Christus vertrouwt. Wanneer de Christen zichzelf wantrouwt, kan hij eerst op de rechte wijze anderen wantrouwen; namelijk door immer te waken over zijn zondig hart, en het doorbreken van de boze neigingen altijd te vrezen. Zo moet hij altijd op zijn hoede zijn, dat hij niet valt; hij weet ook, dat zijn naaste, al is die ook een gelovig Christen, aan inwendige en uitwendige verzoeking blootgesteld is en vallen kan; hierdoor alleen heeft hij recht om de woorden en daden van de naaste aan het woord van God te toetsen, niet om hem met zelfbehagen te richten, maar wel om hem te vermanen, te waarschuwen, te bestraffen, en zichzelf voor verzoeking te behoeden, God biddende, “niet in verzoeking te leiden”.
Deze liefde tot de naaste te verbinden met een billijk wantrouwen behoort tot de grootste, maar voor de Christelijke wijsheid tot de onoverkomelijke moeilijkheden. Er behoort grondige mensenkennis toe, om hier niet mis te tasten; maar de Christen mag zich niet ontslaan van deze beproeving en deze behoedzaamheid, wanneer hij het goede niet in gevaar wil brengen en zichzelf aan de zwaarste zedelijke aanvechtingen wil blootstellen. Waak, dat de wereld u niet door haar overmacht dwinge, of door zich te vermommen weer tot zich trekke. Waak en zie toe, dat er nooit valse broeders onder u zijn. Waak ook over u zelf, over uw vlees en uw hart, opdat gij niet onbedachtzaam Gods genade en gunst verdartelt. Het hart is zo arglistig, het kan zo huichelen en u door vleien tot hoogmoed aanprikkelen.
Deze Gibeonieten wachten niet totdat Israël hun steden belegerden, dan zou het te laat geweest zijn om een verdrag te maken; meer toen Israël nog op een afstand was, toen begeerden zij vrede. De weg om een oordeel te vermijden is met berouw tegemoet te gaan. Laat ons deze Gibeonieten volgen en vrede met God zoeken in het kleed van de vernedering, in heilige bekommering, in ootmoed. Dan zal onze ongerechtigheid ons niet in het verderf storten. Laat ons, dienstknechten van Jezus, onze gezegende Jozua, een verbond met Hem en het Israël van God maken, en wij zullen leven, eeuwig leven.
II. Vs. 16-27.KruisverwijzingenDeuteronomium 29:11→Jozua 9:6→Genesis 16:6→Ezra 2:25→Jozua 18:25→1 Samuël 7:1→Psalmen 15:4→Jozua 9:23→
— En het geschiedde ten einde van drie dagen, nadat zij het verbond met hen gemaakt hadden, zo hoorden zij, dat zij hun naburen waren, en dat zij in het midden van hen waren wonende. Want toen de kinderen Israels voorttogen, zo kwamen zij ten derden dage aan hun steden; hun steden nu waren Gibeon, en Chefira, en Beeroth, en Kirjath-Jearim. En de kinderen Israels sloegen ze niet, omdat de oversten der vergadering hun gezworen hadden bij den HEERE, den God Israels; daarom murmureerde de ganse vergadering tegen de oversten. Toen zeiden al de oversten tot de ganse vergadering: Wij hebben hun gezworen bij den HEERE, den God Israels; daarom kunnen wij hen niet aantasten. Dit zullen wij hun doen, dat wij hen bij het leven behouden, opdat geen grote toorn over ons zij, om des eeds wil, dien wij hun gezworen hebben. Verder zeiden de oversten tot hen: Laat hen leven, en laat ze houthouwers en waterputters zijn der ganse vergadering, gelijk de oversten tot hen gezegd hebben. En Jozua riep hen, en sprak tot hen, zeggende: Waarom hebt gijlieden ons bedrogen, zeggende: Wij zijn zeer verre van ulieden gezeten, daar gij in het midden van ons zijt wonende? Nu dan, vervloekt zijt gijlieden! en onder ulieden zullen niet afgesneden worden knechten, noch houthouwers, noch waterputters ten huize mijns Gods. Zij dan antwoordden Jozua, en zeiden: Dewijl het aan uw knechten zekerlijk was te kennen gegeven, dat de HEERE, uw God, Zijn knecht Mozes geboden heeft, dat Hij ulieden al dit land geven, en al de inwoners des lands voor ulieder aangezicht verdelgen zoude, zo vreesden wij onzes levens zeer voor ulieder aangezichten; daarom hebben wij deze zaak gedaan. En nu, zie, wij zijn in uw hand; doe, gelijk het goed en gelijk het recht is in uw ogen ons te doen.
Toen drie dagen later, bij het voorttrekken naar Gibeon, het bedrog van de Gibeonieten aan het licht kwam, werd weliswaar de met een eed bezworen belofte gebonden, dat zij niet gedood werden; tot straf van hun bedrieglijke handelwijze werden zij echter veroordeeld om ten eeuwigen dage houthakkers en waterdragers voor de vergadering bij het heiligdom van de Heere te zijn.
En het gebeurde na drie dagen, nadat zij het verbond met hen gemaakt hadden, zo hoorden zij, dat zij hun buren waren, en dat zij in het midden van hen woonden, in het beloofde land, binnen de grenzen.
Want toen de kinderen van Israël, twee dagen na het in vs.1-15 gebeurde, voortgingen, om het land verder in bezit te nemen, zo kwamen zij, na een mars van zeven of acht uur zuidwaarts, op de derde dag in hun steden: hun steden nu waren Gibeon, Chefira, en Beëroth, en Kirjath-Jearim (vs.3).
En de kinderen van Israël sloegen ze niet, toen zij uit de mond van een tweede hun tegemoet gezonden gezantschap (vs.22) vernamen, dat dit dezelfde steden waren, waaruit de boden drie dagen te voren bij hen geweest waren, omdat de oversten van de vergadering hun gezworen hadden bij de HEERE, de God van Israël; daarom mopperde de gehele vergadering tegen de oversten, omdat zij bij het voorttrekken naar die vier steden niet toelieten daarmee te handelen zoals zij met Ai gedaan hadden (hoofdstuk 8: 24,27).
Toen zeiden al de oversten tot de gehele vergadering: Wij hebben hun gezworen bij de HEERE, de God van Israël; daarom kunnen wij hen niet aantasten.
Dit zullen wij hun doen, om het goddelijk vonnis van de verwerping over alle Kanaänieten, waarvan zij niet bevrijd mogen worden, te voltrekken; zij zullen onze knechten zijn, maar verder zullen wij niet gaan; dat wij hen bij het leven behouden, opdat wanneer wij hen uitroeien, geen grote toorn, geen goddelijk strafgericht over ons zij, omwille van de eed, die wij hun gezworen hebben, die wij anders schandelijk zouden breken.
Verder zeiden de oversten tot hen, tot de kinderen van Israël, daar deze zich niet tot zwijgen wilden doen brengen: Laat hen leven, en laat dit hun straf zijn, laat ze houthakkers en waterputters zijn van de gehele vergadering, zoals de oversten tot hen gezegd hebben; dat komt geheel overeen met hetgeen wij, de oversten hun hebben toegestaan; want zij hebben zichzelf aangeboden onze knechten te willen zijn (vs.11 9.11) en ten gevolge van dit hun woord hebben wij het verbond met hen gemaakt. Dat de oversten goed gehandeld hebben door zo hun gezworen eed gestand te doen, bewijst de geschiedenis in 2 Samuel .21: 1vv.. Daar zij iets beloofd hebben, dat streed tegen de letterlijke zin van het goddelijk gebod, zo vereffenen zij de moeilijkheid, in zo verre dit mogelijk was zonder hun eed te schenden, daardoor, dat zij de Gibeonieten tot slaven van het heiligdom maakten (vs.23,27). Hierdoor was de ban op dezelfde wijze aan hen volbracht, als aan het zilver en goud van Jericho, dat tot de schat van de Heere moest komen (hoofdstuk 6:
, omdat nu de Gibeonieten hun heidendom vaarwel zeggen, en de dienst van de ware God, die zij (vs.9), hoewel op onoprechte wijs hadden beleden, moesten aannemen, krijgt hun verschoning enige overeenkomst met het sparen van Rachab en haar huis (De 23: 8). Zijn woord te houden is trouw omtrent de waarachtige God, en een nabootsing van zijn eigen voorbeeld. Deze plicht van trouw in het houden van het gegeven woord maakt ook een andere plicht noodzakelijk, namelijk om zeer voorzichtig te zijn bij het beloven; in alle gevallen, waarin de drang van de omstandigheden niet toelaat een bepaalde belofte te doen, eist de plicht van liefde en voorzichtigheid, zowel als die van waarheid, de belofte slechts onder zekere voorwaarden te geven. Heeft men echter eenmaal een belofte onbepaald gegeven, dan kan later, wanneer men de schadelijkheid van het volbrengen van de belofte inziet, dit alleen daardoor opgeheven worden, dat degene, aan wie beloofd is, van zijn recht afstand doen. Anders wordt de zaak, wanneer iemand iets belooft, waardoor hij aan anderen onrecht doet, en dat later eerst inziet, zoals de belofte van de wijzen uit het oosten aan Herodes (MATTHEUS.2: 16). Is datgene, wat men beloofd heeft, openbare zonde, dan mag het ook, al is het met een eed bekrachtigd, niet volbracht worden. Zo verkeerde Herodes in grote dwaling toen hij meende, dat hij de belofte aan de dochter Salóme gedaan, niet mocht breken, en Johannes ter dood liet brengen (MATTHEUS.14: 6vv.). Hij moest zijn belofte verbroken hebben; had hij dat gedaan, dan was zijn enige zonde geweest, dat hij in overijling een belofte had gedaan, en lichtvaardig een eed had gezworen; het verbreken van dat woord zou geen nieuwe zonde geweest zijn, maar eigenlijk de straf voor zijn eerste zonde, waarvan hij zich met berouw en boetedoening had moeten onderwerpen. Daarentegen is het vervullen van het gegeven woord een nieuwe nog ergere zonde dan de eerste, daar deze slechts plaatsvindt in de overijling van een ogenblik.
De Gibeonieten staan als schuldigen tegenover de Israëlieten, en zij onderworpen zich gaarne aan het lot, dat hun wordt toegezegd. Zij worden verdeeld ver de steden van de priesters en Levieten, en hun eigen steden vallen de stammen Juda en Benjamin ten deel. Maar zij geven zich op genade en ongenade aan Israël over. Zo staan wij ook tegenover onze Heere Jezus Christus als schuldigen en bedriegers. Het betaamt ons evenzeer, om ons op genade en ongenade over te geven aan onze Heere, en ons lot geheel in Zijn hand te stellen, dan eerst zullen wij het leven behouden, dat wij verbeurd hebben, daar ook over ons de ban van de veroordeling is uitgesproken, om onze zonde.
Moeten wij zijn Kruis dragen, Zijn juk torsen, bij Zijn altaar dienen, geen nood: het is beter een dorpelwachter te zijn in het huis van de Heere, dan te wonen in de tenten van de goddelozen (Psalm 84: 11). Zij het onze bede: “Heere, geef mij de laatste plaats in uw Heiligdom.” Ofschoon zij, volgens het verdrag, aan de Gibeonieten het leven toestaan, toch hebben zij niet meer dan voor de helft het verbond gehouden. Want terwijl aan de Gibeonieten een algehele ongedeerde toestand was toegezegd, wordt hun nu de vrijheid, die dierbaarder is dan het leven zelf, ontnomen. Waarom wij vermoeden, dat Jozua met de overigen, evenals het een twijfelachtige en dubbelzinnige zaak gold, een middenweg heeft uitgedacht, opdat de eed niet geheel en al ijdel zou zijn. Een voorname oorzaak van dit plan zal wel zijn geweest, om de menigte te behagen; omdat zij het echter tegen hun zin hebben geduld wat hun door de Gibeonieten was voorgehouden, hebben zij hun list gewroken, opdat het niet straffen ervan, hun moedwil niet zou vermeerderen. Verder was het een harde toestand om niet slechts tot slaafse dienst geprest te worden, maar ook van hun huizen te worden weggevoerd, om een zwervend en dwalend leven te leiden. De vernederende en niet minder moeitevolle dienst van knechten wordt hun opgelegd. Maar het allerzwaarste was hout te hakken en water te putten, overal waar het God zou behagen Zijn woning te plaatsen.
Op het standpunt van het strengste recht hadden Jozua en de oudsten de eed aan de Gibeonieten niet hoeven te houden, het verbond hadden zij kunnen verbreken, omdat het op listige wijze was afgedwongen en zij tot de Kanaänieten behoorden. Calvijn rekent het de oudsten tot zonde toe, dat zij de eed hebben gehouden. Ons inziens pleit echter de geschiedenis in 2 Samuel .21 in hun voordeel.
En Jozua, om terstond uit te voeren, wat de oversten zo even aan de vergadering hadden voorgesteld, om hun gemor te doen ophouden, riep hen, de boden van de Gibeonieten, die hem aan de grensscheiding van de vier steden tegemoet waren gekomen, en nu pleitten op de belofte, die hun was gedaan (vs.18), waarschijnlijk dezelfde mannen die het bedrog (vs.4vv.) hadden gepleegd, en sprak tot hen, zeggende, zodat de gehele vergadering het kon horen: waarom hebt gij ons bedrogen, zeggende: wij zijn zeer ver van u gevestigd, daar gij in het midden van ons woont?
Nu dan, hoort aan de straf, die gij door uw bedrog u berokkend hebt, vervloekt zijt gij! De verachtelijkste diensten zult gij ons bewijzen, en onder u zullen niet afgesneden 1) worden knechten, noch houthouwers, noch waterputters, in het huis van mijn God. Terwijl Jozua met deze woorden het vonnis over de Gibeonieten in letterlijke overeenstemming brengt met de over Kanaän uitgesproken vloek van Noach (Genesis9: 25vv.) richt hij zijn handelingen en zijn woorden, niettegenstaande de overijling aan de ene, en het bedrog aan de andere zijde nog zo in, dat hij Gods Woord letterlijk volgt. Ten gevolge van hun ondergeschikte stelling tegenover de kinderen van Israël, waren de Gibeonieten voor Israël niet meer gevaarlijk, en al waren zij dan ook niet uitgeroeid, toch was het doel van God met die uitroeiing ook op deze wijze bereikt, want er bestond geen vrees, dat die tot slavernij gebrachte bevolking van Gibeon het volk van God tot afgodendienst zou verleiden; nee, zij zelf kwamen nu onder de adem van de ware Godsverering, die er velen levend maakte tot behoud van hun ziel.
De bedoeling is, dat de Gibeonieten voor altijd verbonden zouden zijn aan de dienst van de Tabernakel, daar de nederigste diensten zouden vervullen. De vloek van Noach over Cham wordt in hen treffend vervuld.
Zij dan antwoordden Jozua, en zeiden: Omdat het aan uw knechten zeker was te kennen gegeven, dat de HEERE, uw God, zijn knecht Mozes geboden heeft, dat Hij u al dit land geven, en a) al de inwoners van het land voor uw aangezicht verdelgen zou, zo vreesden wij ons leven zeer voor uw aangezichten; daarom hebben wij deze zaak gedaan, tot ons behoud.
Deuteronomium 7: 1,2; 20: 16vv.
En nu, zie, wij zijn in uw hand; doe, zoals het goed en zoals het recht is in uw ogen ons te doen; 1) wij willen gaarne de geringste van uw knechten zijn, wanneer wij maar het leven mogen behouden en onder u kunnen blijven wonen.
De Gibeonieten hebben niets in te brengen tegen hun lot. Zij billijken het volkomen, nu hun het leven nog wordt toegestaan.
Zo deed hij hun alzo, als hij in vs.23 had aangekondigd, en hij verloste hen op deze wijze van de hand van de kinderen van Israël, dat zij hen niet doodsloegen.
Alzo gaf1) hen Jozua over op die dag tot houthouwers en waterputters van de vergadering, en dat niet voor geringe huiselijke diensten in de woningen van de Israëlieten, maar tot het altaar van de HEERE, opdat zij water zouden aandragen voor het koperen wasvat, dat in het voorhof van de tempel stond (Ex.30: 17vv.), en het hout gereed maken voor het heilige vuur, dat bestendig op het altaar moest branden (Lev.26: 2vv.) tot deze dag toe, en in alle volgende dagen, aan de plaats, die Hij, de Heere, overeenkomstig Zijn belofte, in (Deuteronomium 12: 4vv. gedaan, verkiezen zou2) tot een blijvende plaats voor Zijn Heiligdom (hoofdstuk 18: 1, 1 Koningen .9: 20 (Ezra 8: 22).
Hierdoor ontvangen zij later de naam van Nethinim, d.i. gegevenen. Ook Josefus spreekt over hen als over hen, die tot de laagste diensten werden gebruikt. Hun steden kwamen in het bezit van Benjamin en Juda. Zij werden verspreid over alle landstreken van Palestina. Overal waar Priesters en Levieten woonden, vond men ook Gibeonieten.
Die Hij verkiezen zou. Hieruit blijkt duidelijk, dat dit boek geschreven is vóór de vaststelling van de plaats, waar het Heiligdom van de Heere voorgoed zou worden opgericht, dus vóór de Tempelbouw.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel