Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Johannes 7

1 En na dezen wandelde Jezus in Galilea; want Hij wilde in Judea niet wandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG2532 naG3326 dezenG5023 wandeldeG4043 JezusG2424 inG1722 GalileaG1056; want Hij wildeG2309 inG1722 JudeaG2449 nietG3756 wandelenG4043, omdatG3754 de JodenG2453 HemG846 zochtenG2212 te dodenG615. En na dezen wandelde Jezus in Galilea; want Hij wilde in Judea niet wandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden.

KJV After5 these things Jesus4 walked2 in7 Galilee:9 for11 he would12 not10 walk16 in13 Jewry,15 because17 the Jews21 sought18 to kill22 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 περιεπατει G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 6 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γαλιλαια G1056 Galilea, Galilese Galilee 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 12 ηθελεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ιουδαια G2449 Judea Judæa 16 περιπατειν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 17 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 18 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 22 αποκτειναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En het feest der Joden, namelijk de loof huttenzetting, was nabij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG1161 het feestG1859 der JodenG2453, namelijk de loof huttenzettingG4634, wasG1510 nabijG1451. En het feest der Joden, namelijk de loof huttenzetting, was nabij.

KJV Now2 the Jews'7 feast5 of tabernacles9 was at hand.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εορτη G1859 feest, feestdag feast, holyday 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 8 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 σκηνοπηγια G4634 huttenzetting tabernacles
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Zo zeidenG2036 dan Zijn broedersG80 totG4314 HemG846: VertrekG3327 van hier, enG2532 ga heen inG1519 JudeaG2449, opdatG2443 ookG2532 Uw discipelenG3101 Uw werkenG2041 mogen aanschouwenG2334, dieG3739 GijG4771 doetG4160. Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet.

KJV His4 brethren6 therefore2 said unto3 him,7 Depart8 hence,9 and10 go11 into12 Judaea,14 that15 thy disciples18 also16 may see20 the works22 that24 thou doest.

1 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 μεταβηθι G3327 overgegaan, Vertrek, gegaan depart, go, pass, remove 9 εντευθεν G1782 weg (from) hence, on either side 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιουδαιαν G2449 Judea Judæa 15 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 19 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 20 θεωρησωσιν G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 21 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 23 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 24 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 25 ποιεις G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WantG1063 niemandG3762 doetG4160 ietsG5100 in het verborgenG2927, enG2532 zoektG2212 zelfG846, dat men openlijkG1722 van hem sprekeG1511. IndienG1487 Gij dezeG3778 dingen doetG4160, zo openbaarG5319 Uzelven aan de wereldG2889. Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld.

KJV For2 there is no man1 that doeth6 any thing5 in3 secret,4 and7 he himself9 seeketh8 to be known openly.10 If13 thou do15 these things, shew16 thyself17 to the world.

1 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 κρυπτω G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret 5 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ζητει G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 9 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 παρρησια G3954 vrijmoedigheid, vrijuit, vrijmoedigheid bold (X -ly, -ness, -ness of speech), confidence, X freely, X openly, X plainly(-ness) 12 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 14 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 ποιεις G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 16 φανερωσον G5319 geopenbaard, openbaar, openbaar maakt appear, manifestly declare, (make) manifest (forth), shew (self) 17 σεαυτον G4572 uzelf thee, thine own self, (thou) thy(-self) 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 κοσμω G2889 wereld, versiersel adorning, world

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WantG1063 ook Zijn broedersG80 geloofdenG4100 niet inG1519 HemG846. Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.

KJV For2 neither1 did6 his5 brethren4 believe in7 him.

1 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 επιστευον G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Jezus dan zeide tot hen: Mijn tijd is nog niet hier, maar uw tijd is altijd bereid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 JezusG2424 dan zeideG3004 tot henG846: MijnG1699 tijdG2540 is nogG3768 niet hier, maarG1161 uw tijdG2540 isG1510 altijdG3842 bereidG2092. Jezus dan zeide tot hen: Mijn tijd is nog niet hier, maar uw tijd is altijd bereid.

KJV Then2 Jesus5 said1 unto them,3 My9 time7 is11 not yet10 come: but13 your16 time14 is alway17 ready.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 καιρος G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εμος G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 10 ουπω G3768 nog hitherto not, (no…) as yet, not yet 11 παρεστιν G3918 tegenwoordig, tegenwoordige, ware come, X have, be here, + lack, (be here) present 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 καιρος G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 υμετερος G5212 uw, het uwe your (own) 17 παντοτε G3842 altijd, tijd, tijde alway(-s), ever(-more) 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 ετοιμος G2092 bereid, gereed prepared, (made) ready(-iness, to our hand)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 De wereldG2889 kanG1410 ulieden nietG3756 hatenG3404, maarG1161 MijG1473 haatG3404 zij, omdatG3754 IkG1473 vanG4012 dezelveG846 getuigG3140, datG3754 haarG846 werkenG2041 boosG4190 zijnG1510. De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn.

KJV The world4 cannot1 hate5 you; but8 me it hateth,9 because10 I7 testify12 of13 it,14 that15 the works17 thereof18 are evil.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κοσμος G2889 wereld, versiersel adorning, world 5 μισειν G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 6 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 7 εμε G1473 mij, ik I, me 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 μισει G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 εγω G1473 mij, ik I, me 12 μαρτυρω G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 13 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 πονηρα G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Gaat gijlieden op tot dit feest; Ik ga nog niet op tot dit feest; want Mijn tijd is nog niet vervuld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Gaat gijliedenG4771 op tot dit feestG1859; IkG1473 ga nogG3768 niet op totG1519 ditG3778 feestG1859; wantG3754 MijnG1699 tijdG2540 is nogG3768 niet vervuldG4137. Gaat gijlieden op tot dit feest; Ik ga nog niet op tot dit feest; want Mijn tijd is nog niet vervuld.

KJV Go2 ye up9 unto3 this feast:5 I7 go not8 up yet19 unto10 this feast;12 for14 my18 time16 is20 not yet full come.

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 αναβητε G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εορτην G1859 feest, feestdag feast, holyday 6 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 εγω G1473 mij, ik I, me 8 ουπω G3768 nog hitherto not, (no…) as yet, not yet 9 αναβαινω G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εορτην G1859 feest, feestdag feast, holyday 13 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 καιρος G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 εμος G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 19 ουπω G3768 nog hitherto not, (no…) as yet, not yet 20 πεπληρωται G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En als Hij deze dingen tot hen gezegd had, bleef Hij in Galilea.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG1161 als Hij dezeG3778 dingen tot hen gezegdG2036 had, bleefG3306 HijG846 inG1722 GalileaG1056. En als Hij deze dingen tot hen gezegd had, bleef Hij in Galilea.

KJV When2 he had said these words unto them,4 he abode5 still in6 Galilee.

1 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εμεινεν G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γαλιλαια G1056 Galilea, Galilese Galilee

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Maar als Zijn broeders opgegaan waren, toen ging Hij ook Zelf op tot het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Maar alsG5613 Zijn broedersG80 opgegaanG305 waren, toen ging HijG846 ookG2532 ZelfG1519 op tot het feestG1859, nietG3756 openlijkG5320, maar alsG5613 inG1722 het verborgenG2927. Maar als Zijn broeders opgegaan waren, toen ging Hij ook Zelf op tot het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen.

KJV But2 when1 his6 brethren5 were gone up,3 then7 went10 he9 also8 up unto11 the feast,13 not14 openly,15 but16 as it were17 in18 secret.

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ανεβησαν G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ανεβη G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 εορτην G1859 feest, feestdag feast, holyday 14 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 φανερως G5320 klaarlijk, openbaar, openlijk evidently, openly 16 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 17 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 κρυπτω G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 De Joden dan zochten Hem in het feest, en zeiden: Waar is Hij?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 De JodenG2453 danG3767 zochtenG2212 Hem inG1722 het feestG1859, enG2532 zeidenG3004: Waar isG1510 HijG846? De Joden dan zochten Hem in het feest, en zeiden: Waar is Hij?

KJV Then2 the Jews3 sought4 him5 at6 the feast,8 and9 said,10 Where11 is he?

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 4 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εορτη G1859 feest, feestdag feast, holyday 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 που G4226 waar where, whither 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. Sommigen zeiden: Hij is goed; en anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt de schare.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En er was veelG4183 gemurmelsG1112 vanG4012 HemG846 onderG1722 de scharenG3793. SommigenG3303 zeidenG3004: Hij isG1510 goedG18; en anderen zeidenG3004: NeenG3756, maar Hij verleidtG4105 de schareG3793. En er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. Sommigen zeiden: Hij is goed; en anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt de schare.

KJV And1 there was much3 murmuring2 among7 the people9 concerning4 him:5 for some11 said,12 He is a good man:14 others17 said,18 Nay;19 but20 he deceiveth21 the people.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 γογγυσμος G1112 murmureren, gemurmels, murmurering grudging, murmuring 3 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οχλοις G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 12 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 αγαθος G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 19 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 20 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 21 πλανα G4105 verleiden, Dwaalt, verleid go astray, deceive, err, seduce, wander, be out of the way 22 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Nochtans sprak niemand vrijmoediglijk van Hem, om de vrees der Joden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Nochtans sprakG2980 niemandG3762 vrijmoediglijkG3954 vanG4012 HemG846, omG1223 de vreesG5401 der JodenG2453. Nochtans sprak niemand vrijmoediglijk van Hem, om de vrees der Joden.

KJV Howbeit2 no man1 spake4 openly3 of5 him6 for7 fear9 of the Jews.

1 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 2 μεντοι G3305 echter, toch also, but, howbeit, nevertheless, yet 3 παρρησια G3954 vrijmoedigheid, vrijuit, vrijmoedigheid bold (X -ly, -ness, -ness of speech), confidence, X freely, X openly, X plainly(-ness) 4 ελαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 5 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 φοβον G5401 vreze, vrees, schrik be afraid, + exceedingly, fear, terror 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Doch als het nu in het middenG3322 van het feestG1859 was, zo ging JezusG2424 op in den tempelG2411, en leerdeG1321. Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde.

KJV Now1 about2 the midst of5 the feast4 Jesus8 went up6 into9 the temple,11 and12 taught.

1 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εορτης G1859 feest, feestdag feast, holyday 5 μεσουσης G3322 midden be about the midst 6 ανεβη G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιερον G2411 tempel, tempels, heilige temple 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εδιδασκεν G1321 lerende, leerde, leren teach
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En de Joden verwonderden zich, zeggende: Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 de JodenG2453 verwonderdenG2296 zich, zeggendeG3004: HoeG4459 weetG1492 DezeG3778 de SchriftenG1121, daar Hij ze nietG3361 geleerdG3129 heeft? En de Joden verwonderden zich, zeggende: Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft?

KJV And1 the Jews4 marvelled,2 saying,5 How6 knoweth9 this man7 letters,8 having11 never10 learned?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εθαυμαζον G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 5 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 7 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 γραμματα G1121 letter, Schriften, handschrift bill, learning, letter, scripture, writing, written 9 οιδεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 10 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 11 μεμαθηκως G3129 geleerd, leren, leert learn, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Jezus antwoordde hun, en zeide: Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 JezusG2424 antwoorddeG611 hunG846, enG2532 zeideG2036: MijnG1699 leerG1322 isG1510 MijneG1699 nietG3756, maarG235 Desgenen, Die MijG1473 gezondenG3992 heeft. Jezus antwoordde hun, en zeide: Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeft.

KJV Jesus4 answered1 them,2 and5 said, My8 doctrine9 is not10 mine,12 but13 his that sent15 me.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εμη G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 9 διδαχη G1322 leer, lering, leringen doctrine, hath been taught 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 εμη G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 13 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πεμψαντος G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 16 με G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 ZoG1437 iemandG5100 wil Deszelfs wil doenG4160, die zal van deze leerG1322 bekennenG1097, of zij uitG1537 GodG2316 isG1510, dan ofG2228 IkG1473 van Mijzelven spreekG2980. Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek.

Ook in dit vers wilG2307 wilG2309

KJV If1 any man2 will3 do7 his6 will,5 he shall know8 of9 the doctrine,11 whether12 it be of13 God,15 or17 whether I18 speak21 of19 myself.

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 3 θελη G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ποιειν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 γνωσεται G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 9 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 διδαχης G1322 leer, lering, leringen doctrine, hath been taught 12 ποτερον G4220 whether 13 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 18 εγω G1473 mij, ik I, me 19 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 20 εμαυτου G1683 mijzelf, mij me, mine own (self), myself 21 λαλω G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Die van zichzelven spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar Die de eer zoekt Desgenen, Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig, en geen ongerechtigheid is in Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Die vanG575 zichzelvenG1438 spreektG2980, zoektG2212 zijn eigenG2398 eerG1391; maarG1161 Die de eerG1391 zoektG2212 Desgenen, Die HemG846 gezondenG3992 heeft, DieG3778 is waarachtigG227, en geenG3756 ongerechtigheidG93 isG1510 inG1722 HemG846. Die van zichzelven spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar Die de eer zoekt Desgenen, Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig, en geen ongerechtigheid is in Hem.

KJV He that speaketh4 of2 himself3 seeketh9 his own8 glory:6 but11 he that seeketh12 his glory14 that sent16 him,17 the same18 is true,19 and21 no25 unrighteousness22 is in23 him.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 αφ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 3 εαυτου G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 4 λαλων G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 δοξαν G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 9 ζητει G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 ζητων G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δοξαν G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πεμψαντος G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 αληθης G227 waarachtig, waarachtige, waarachtigen true, truly, truth 20 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 αδικια G93 ongerechtigheid, onrechtvaardigen, onrechtvaardigheid iniquity, unjust, unrighteousness, wrong 23 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 24 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 26 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Wat zoekt gij Mij te doden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Heeft MozesG3475 u nietG3756 de wetG3551 gegevenG1325? EnG2532 niemandG3762 vanG1537 uG4771 doetG4160 de wetG3551. WatG5101 zoektG2212 gij MijG1473 te dodenG615? Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Wat zoekt gij Mij te doden?

KJV Did3 not1 Moses2 give you the law,6 and7 yet none8 of9 you keepeth11 the law?13 Why14 go ye about16 to kill17 me?

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 μωσης G3475 Mozes Moses 3 δεδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 9 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 11 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 14 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 με G1473 mij, ik I, me 16 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 17 αποκτειναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 De schare antwoordde en zeide: Gij hebt den duivel; wie zoekt U te doden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 De schareG3793 antwoorddeG611 enG2532 zeideG2036: Gij hebtG2192 den duivelG1140; wieG5101 zoektG2212 UG4771 te dodenG615? De schare antwoordde en zeide: Gij hebt den duivel; wie zoekt U te doden?

KJV The people3 answered1 and4 said, Thou hast7 a devil:6 who8 goeth about10 to kill11 thee?

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 δαιμονιον G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 7 εχεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 10 ζητει G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 11 αποκτειναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Een werk heb Ik gedaan, en gij verwondert u allen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 JezusG2424 antwoorddeG611 enG2532 zeideG2036 tot henG846: EenG1520 werkG2041 heb Ik gedaanG4160, enG2532 gij verwondertG2296 u allenG3956. Jezus antwoordde en zeide tot hen: Een werk heb Ik gedaan, en gij verwondert u allen.

KJV Jesus3 answered1 and4 said unto them,6 I have done9 one7 work,8 and10 ye12 all11 marvel.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 εργον G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 9 εποιησα G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 θαυμαζετε G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Daarom heeft Mozes ulieden de besnijdenis gegeven (niet dat zij uit Mozes is, maar uit de vaderen), en gij besnijdt een mens op den sabbat.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Daarom heeft MozesG3475 ulieden de besnijdenisG4061 gegevenG1325 (nietG3756 dat zij uitG1537 Mozes isG1510, maarG235 uit de vaderenG3962), enG2532 gijG4771 besnijdtG4059 een mensG444 opG1722 den sabbatG4521. Daarom heeft Mozes ulieden de besnijdenis gegeven (niet dat zij uit Mozes is, maar uit de vaderen), en gij besnijdt een mens op den sabbat.

KJV Moses3 therefore1 gave4 unto you circumcision;7 (not8 because9 it is of10 Moses,12 but14 of15 the fathers;)17 and18 ye21 on19 the sabbath day20 circumcise a man.

1 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 2 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 μωσης G3475 Mozes Moses 4 δεδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 περιτομην G4061 besnijdenis, Besneden, besnijding X circumcised, circumcision 8 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μωσεως G3475 Mozes Moses 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 15 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πατερων G3962 Vader, vader, vaders father, parent 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 σαββατω G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 21 περιτεμνετε G4059 besnijden, besneden, besneed circumcise 22 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Indien een mens de besnijdenis ontvangt op den sabbat, opdat de wet van Mozes niet gebroken worde; zijt gij toornig op Mij, dat Ik een gehelen mens gezond gemaakt heb op den sabbat?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 IndienG1487 een mensG444 de besnijdenisG4061 ontvangtG2983 opG1722 den sabbatG4521, opdatG2443 de wetG3551 van MozesG3475 nietG3361 gebrokenG3089 worde; zijt gij toornigG5520 op Mij, dat Ik een gehelen mensG444 gezondG5199 gemaaktG4160 heb opG1722 den sabbatG4521? Indien een mens de besnijdenis ontvangt op den sabbat, opdat de wet van Mozes niet gebroken worde; zijt gij toornig op Mij, dat Ik een gehelen mens gezond gemaakt heb op den sabbat?

KJV If1 a man4 on5 the sabbath day6 receive3 circumcision,2 that the law11 of Moses12 should9 not be broken; are ye angry14 at me, because15 I have made19 a man17 every whit16 whole18 on20 the sabbath day?

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 περιτομην G4061 besnijdenis, Besneden, besnijding X circumcised, circumcision 3 λαμβανει G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 4 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 σαββατω G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 7 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 λυθη G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 νομος G3551 wet, wetten, Wet law 12 μωσεως G3475 Mozes Moses 13 εμοι G1473 mij, ik I, me 14 χολατε G5520 toornig be angry 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 17 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 18 υγιη G5199 gezond, genezen sound, whole 19 εποιησα G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 σαββατω G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 OordeeltG2919 nietG3361 naarG2596 het aanzienG3799, maarG235 oordeeltG2919 een rechtvaardigG1342 oordeelG2920. Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.

KJV Judge2 not1 according to3 the appearance,4 but5 judge9 righteous7 judgment.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 κρινετε G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 3 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 4 οψιν G3799 aangezicht, aanzien appearance, countenance, face 5 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δικαιαν G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 8 κρισιν G2920 oordeel, oordeels, gericht accusation, condemnation, damnation, judgment 9 κρινατε G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Sommigen dan uit die van Jeruzalem zeiden: Is Deze niet, Dien zij zoeken te doden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 SommigenG5100 danG3767 uitG1537 die van JeruzalemG2415 zeidenG3004: Is DezeG3778 nietG3756, DienG3739 zij zoekenG2212 te dodenG615? Sommigen dan uit die van Jeruzalem zeiden: Is Deze niet, Dien zij zoeken te doden?

KJV Then2 said1 some3 of4 them of Jerusalem,6 Is not7 this8 he, whom10 they seek11 to kill?

1 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιεροσολυμιτων G2415 Jeruzalem of Jerusalem 7 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 ζητουσιν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 12 αποκτειναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En ziet, Hij spreekt vrijmoediglijk, en zij zeggen Hem niets. Zouden nu wel de oversten waarlijk weten, dat Deze waarlijk is de Christus?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En zietG3708, Hij spreektG2980 vrijmoediglijkG3954, enG2532 zij zeggenG3004 HemG846 nietsG3762. Zouden nu wel de overstenG758 waarlijkG230 wetenG1097, dat DezeG3778 waarlijkG230 isG1510 de ChristusG5547? En ziet, Hij spreekt vrijmoediglijk, en zij zeggen Hem niets. Zouden nu wel de oversten waarlijk weten, dat Deze waarlijk is de Christus?

KJV But,1 lo, he speaketh4 boldly,3 and5 they say8 nothing6 unto him.7 Do11 the rulers13 know indeed9 that14 this15 is the very10 Christ?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 παρρησια G3954 vrijmoedigheid, vrijuit, vrijmoedigheid bold (X -ly, -ness, -ness of speech), confidence, X freely, X openly, X plainly(-ness) 4 λαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 μηποτε G3379 tijd, Geenszins, mogelijk if peradventure, lest (at any time, haply), not at all, whether or not 10 αληθως G230 waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijk indeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very 11 εγνωσαν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αρχοντες G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 αληθως G230 waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijk indeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Doch van Dezen weten wij, van waar Hij is; maar de Christus, wanneer Hij komen zal, zo zal niemand weten, van waar Hij is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Doch van DezenG5126 weten wij, van waar Hij isG1510; maar de ChristusG5547, wanneer Hij komenG2064 zal, zo zal niemandG3762 weten, van waar Hij isG1510. Doch van Dezen weten wij, van waar Hij is; maar de Christus, wanneer Hij komen zal, zo zal niemand weten, van waar Hij is.

Ook in dit vers wetenG1097 wetenG1492

KJV Howbeit1 we know3 this man whence4 he is: but7 when9 Christ8 cometh,10 no man11 knoweth12 whence13 he is.

1 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 4 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 9 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 10 ερχηται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 11 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 12 γινωσκει G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 13 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Jezus dan riep in den tempel, lerende en zeggende: En gij kent Mij, en gij weet, van waar Ik ben; en Ik ben van Mijzelven niet gekomen, maar Hij is waarachtig, Die Mij gezonden heeft, Welken gijlieden niet kent.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 JezusG2424 danG3767 riepG2896 inG1722 den tempelG2411, lerendeG1321 en zeggendeG3004: En gij kentG1492 Mij, en gij weet, van waar Ik ben; en Ik ben van Mijzelven niet gekomenG2064, maarG235 Hij isG1510 waarachtigG228, Die MijG1473 gezondenG3992 heeft, Welken gijliedenG4771 niet kentG1492. Jezus dan riep in den tempel, lerende en zeggende: En gij kent Mij, en gij weet, van waar Ik ben; en Ik ben van Mijzelven niet gekomen, maar Hij is waarachtig, Die Mij gezonden heeft, Welken gijlieden niet kent.

KJV Then2 cried1 Jesus8 in3 the temple5 as he taught,6 saying,10 Ye both11 know me,12 and9 ye know14 whence15 I am:16 and13 I am21 not20 come of18 myself,19 but22 he that sent26 me is true,24 whom28 ye know31 not.

1 εκραξεν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 6 διδασκων G1321 lerende, leerde, leren teach 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 καμε G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 12 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 15 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 16 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 19 εμαυτου G1683 mijzelf, mij me, mine own (self), myself 20 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 εληλυθα G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 22 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 23 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 24 αληθινος G228 waarachtig, waarachtige, ware true 25 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 πεμψας G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 27 με G1473 mij, ik I, me 28 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 29 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 30 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 31 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Maar Ik ken Hem; want Ik ben van Hem, en Hij heeft Mij gezonden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 MaarG1161 IkG1473 kenG1492 HemG846; wantG3754 Ik benG1510 van HemG846, en Hij heeft MijG1473 gezondenG649. Maar Ik ken Hem; want Ik ben van Hem, en Hij heeft Mij gezonden.

KJV But2 I1 know3 him:4 for5 I am8 from6 him,7 and he9 hath sent11 me.

1 εγω G1473 mij, ik I, me 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 κακεινος G2548 Dezen, dezen and him (other, them), even he, him also, them (also), (and) they 10 με G1473 mij, ik I, me 11 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Zij zochten Hem dan te grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Zij zochtenG2212 Hem danG3767 te grijpenG4084; maar niemandG3762 sloegG1911 de handG5495 aanG1909 HemG846; wantG3754 Zijn ureG5610 was nogG3768 niet gekomenG2064. Zij zochten Hem dan te grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.

KJV Then2 they sought1 to take4 him:3 but5 no man6 laid7 hands11 on8 him,9 because12 his17 hour16 was14 not yet13 come.

1 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 πιασαι G4084 grijpen, gegrepen, vangen apprehend, catch, lay hand on, take 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 7 επεβαλεν G1911 sloegen, sloeg, slaan beat into, cast (up-)on, fall, lay (on), put (unto), stretch forth, think on 8 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 χειρα G5495 handen, hand hand 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 ουπω G3768 nog hitherto not, (no…) as yet, not yet 14 εληλυθει G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 15 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En velen uit de schare geloofden in Hem, en zeiden: Wanneer de Christus zal gekomen zijn, zal Hij ook meer tekenen doen dan die, welke Deze gedaan heeft?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En velenG4183 uitG1537 de schareG3793 geloofdenG4100 inG1519 HemG846, en zeidenG3004: Wanneer de ChristusG5547 zal gekomenG2064 zijn, zal Hij ookG2532 meer tekenenG4592 doenG4160 danG1161 die, welkeG3739 DezeG3778 gedaanG4160 heeft? En velen uit de schare geloofden in Hem, en zeiden: Wanneer de Christus zal gekomen zijn, zal Hij ook meer tekenen doen dan die, welke Deze gedaan heeft?

KJV And2 many1 of3 the people5 believed6 on7 him,8 and9 said,10 When14 Christ13 cometh,15 will he do16 more miracles18 than these which21 this19 man hath done?

1 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 6 επιστευσαν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 14 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 15 ελθη G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 μητι G3385 toch niet? not (the particle usually not expressed, except by the form of the question) 17 πλειονα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 18 σημεια G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 19 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 20 ποιησει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 21 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 22 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 23 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 De Farizeen hoorden, dat de schare dit van Hem murmelde; en de Farizeen en de overpriesters zonden dienaren, opdat zij Hem grijpen zouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 De FarizeenG5330 hoordenG191, dat de schareG3793 ditG3778 vanG4012 Hem murmeldeG1111; en de FarizeenG5330 enG2532 de overpriestersG749 zondenG649 dienarenG5257, opdatG2443 zij Hem grijpenG4084 zouden. De Farizeen hoorden, dat de schare dit van Hem murmelde; en de Farizeen en de overpriesters zonden dienaren, opdat zij Hem grijpen zouden.

KJV The Pharisees3 heard1 that the people5 murmured6 such things concerning7 him;8 and10 the Pharisees13 and14 the chief priests16 sent11 officers17 to18 take19 him.

1 ηκουσαν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 6 γογγυζοντος G1111 murmureerden, Murmureert, gemurmureerd murmur 7 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 απεστειλαν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 17 υπηρετας G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 18 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 19 πιασωσιν G4084 grijpen, gegrepen, vangen apprehend, catch, lay hand on, take 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Jezus dan zeide tot hen: Nog een kleinen tijd ben Ik bij u, en Ik ga heen tot Dengene, Die Mij gezonden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 JezusG2424 danG3767 zeideG2036 totG4314 henG846: Nog een kleinenG3398 tijdG5550 benG1510 Ik bij uG4771, enG2532 Ik ga heen tot Dengene, Die MijG1473 gezondenG3992 heeft. Jezus dan zeide tot hen: Nog een kleinen tijd ben Ik bij u, en Ik ga heen tot Dengene, Die Mij gezonden heeft.

KJV Then2 said Jesus5 unto them,3 Yet6 a little7 while8 am I11 with9 you, and12 then I go13 unto14 him that sent16 me.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 7 μικρον G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 8 χρονον G5550 tijd, tijden, tijds + years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while 9 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 10 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 11 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 υπαγω G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 14 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πεμψαντα G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 17 με G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Gij zult Mij zoeken, en gij zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Gij zult Mij zoekenG2212, en gij zult Mij nietG3756 vindenG2147; enG2532 waar IkG1473 benG1510, kuntG1410 gijG4771 nietG3756 komenG2064. Gij zult Mij zoeken, en gij zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen.

KJV Ye shall seek1 me, and3 shall5 not4 find me: and6 where7 I2 am,8 thither ye cannot11 come.

1 ζητησετε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 2 με G1473 mij, ik I, me 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 ευρησετε G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 8 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 εγω G1473 mij, ik I, me 10 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 11 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 δυνασθε G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 13 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 De Joden dan zeiden tot elkander: Waar zal Deze heengaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Zal Hij tot de verstrooide Grieken gaan, en de Grieken leren?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 De JodenG2453 danG3767 zeidenG2036 totG4314 elkander: Waar zal DezeG3778 heengaanG4198, dat wij Hem niet zullen vindenG2147? Zal HijG846 totG1519 de verstrooideG1290 GriekenG1672 gaan, enG2532 de GriekenG1672 lerenG1321? De Joden dan zeiden tot elkander: Waar zal Deze heengaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Zal Hij tot de verstrooide Grieken gaan, en de Grieken leren?

KJV Then2 said the Jews4 among5 themselves,6 Whither7 will9 he8 go,10 that11 we shall14 not13 find him?15 will16 he go23 unto17 the dispersed19 among the Gentiles,21 and24 teach25 the Gentiles?

1 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 που G4226 waar where, whither 8 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 μελλει G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 10 πορευεσθαι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 ημεις G1473 mij, ik I, me 13 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 ευρησομεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 διασποραν G1290 verstrooid, verstrooide, verstrooiing (which are) scattered (abroad) 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ελληνων G1672 Grieken, Griek, Grieksen Gentile, Greek 22 μελλει G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 23 πορευεσθαι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 διδασκειν G1321 lerende, leerde, leren teach 26 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 ελληνας G1672 Grieken, Griek, Grieksen Gentile, Greek

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Wat is dit voor een rede, die Hij gezegd heeft: Gij zult Mij zoeken, en zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Wat isG1510 ditG3778 voor een redeG3056, die Hij gezegdG2036 heeft: Gij zult Mij zoekenG2212, en zult Mij nietG3756 vindenG2147; enG2532 waar IkG1473 benG1510, kuntG1410 gijG4771 nietG3756 komenG2064? Wat is dit voor een rede, die Hij gezegd heeft: Gij zult Mij zoeken, en zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen?

KJV What1 manner of saying5 is this3 that6 he said, Ye shall seek8 me, and10 shall12 not11 find me: and13 where14 I9 am,2 thither ye cannot18 come?

1 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 6 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ζητησετε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 9 με G1473 mij, ik I, me 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 ευρησετε G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 15 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 εγω G1473 mij, ik I, me 17 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 δυνασθε G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 20 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En opG1722 den laatstenG2078 dagG2250, zijnde de groteG3173 dag van het feestG1859, stondG2476 JezusG2424 en riepG2896, zeggendeG3004: ZoG1437 iemandG5100 dorstG1372, die komeG2064 totG4314 MijG1473 en drinkeG4095. En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.

KJV In1 the last4 day,5 that great7 day of the feast,9 Jesus12 stood10 and13 cried,14 saying,15 If16 any man17 thirst,18 let him come19 unto20 me, and22 drink.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εσχατη G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 5 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εορτης G1859 feest, feestdag feast, holyday 10 ειστηκει G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εκραξεν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 15 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 17 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 18 διψα G1372 dorsten, dorst, dorstig (be, be a-)thirst(-y) 19 ερχεσθω G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 20 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 21 με G1473 mij, ik I, me 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 πινετω G4095 drinken, drinkt, drinkende drink
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Die inG1519 MijG1473 gelooftG4100, gelijkerwijsG2531 de SchriftG1124 zegtG2036, stromenG4215 des levendenG2198 watersG5204 zullen uitG1537 zijn buikG2836 vloeienG4482. Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.

KJV He that believeth2 on3 me, as5 the scripture8 hath said, out of10 his13 belly12 shall flow14 rivers9 of living16 water.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 πιστευων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 εμε G1473 mij, ik I, me 5 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γραφη G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 9 ποταμοι G4215 rivier, rivieren, waterstromen flood, river, stream, water 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κοιλιας G2836 buik, lijf, buiken belly, womb 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ρευσουσιν G4482 vloeien flow 15 υδατος G5204 water, wateren, waters water 16 ζωντος G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 (En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.)
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 (EnG1161 ditG3778 zeideG3004 Hij vanG4012 den GeestG4151, Denwelken ontvangenG2983 zouden, die inG1519 HemG846 gelovenG4100; wantG1063 de HeiligeG40 GeestG4151 wasG1510 nog niet, overmitsG3754 JezusG2424 nog niet verheerlijktG1392 was.) (En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.)

KJV (But2 this spake he of4 the Spirit,6 which7 they that believe11 on12 him13 should8 receive:9 for15 the Holy18 Ghost17 was not yet14 given; because19 that Jesus21 was23 not yet22 glorified.)

1 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 7 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 εμελλον G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 9 λαμβανειν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πιστευοντες G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ουπω G3768 nog hitherto not, (no…) as yet, not yet 15 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 16 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 18 αγιον G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 19 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 22 ουδεπω G3764 nooit as yet not, never before (yet), (not) yet 23 εδοξασθη G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Velen dan uit de schare, deze rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 VelenG4183 danG3767 uitG1537 de schareG3793, deze redeG3056 horendeG191, zeidenG3004: DezeG3778 isG1510 waarlijkG230 de ProfeetG4396. Velen dan uit de schare, deze rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet.

KJV Many1 of3 the people5 therefore,2 when they heard6 this saying,8 said,9 Of a truth12 this10 is the Prophet.

1 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 6 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 9 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 αληθως G230 waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijk indeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Anderen zeiden: Deze is de Christus. En anderen zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Anderen zeidenG3004: DezeG3778 isG1510 de ChristusG5547. En anderen zeidenG3004: Zal dan de ChristusG5547 uitG1537 GalileaG1056 komenG2064? Anderen zeiden: Deze is de Christus. En anderen zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen?

KJV Others1 said,2 This3 is the Christ.6 But8 some7 said,9 Shall10 Christ16 come17 out of12 Galilee?

1 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 7 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 11 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 12 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 17 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek Bethlehem, waar David was?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 ZegtG2036 de SchriftG1124 niet, datG3754 de ChristusG5547 komenG2064 zal uitG1537 den zadeG4690 DavidsG1138, enG2532 vanG575 het vlekG2968 BethlehemG965, waar DavidG1138 wasG1510? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek Bethlehem, waar David was?

KJV Hath not1 the scripture3 said, That5 Christ19 cometh20 of6 the seed8 of David,9 and10 out of11 the town14 of Bethlehem,12 where15 David17 was?

1 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 2 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 γραφη G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 σπερματος G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 9 δαβιδ G1138 David, Davids David 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 12 βηθλεεμ G965 Bethlehem Bethlehem 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κωμης G2968 vlek, vlekken town, village 15 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 16 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 δαβιδ G1138 David, Davids David 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 20 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Er werd dan tweedracht onder de schare, om Zijnentwil.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Er werdG1096 danG3767 tweedrachtG4978 onderG1722 de schareG3793, omG1223 ZijnentwilG846. Er werd dan tweedracht onder de schare, om Zijnentwil.

KJV So2 there was6 a division1 among3 the people5 because7 of him.

1 σχισμα G4978 tweedracht, scheur, scheuringen division, rent, schism 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οχλω G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 6 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 7 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de handen aan Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 EnG1161 sommigenG5100 vanG1537 hen wildenG2309 HemG846 grijpenG4084; maar niemandG3762 sloegG1911 de handenG5495 aanG1909 HemG846. En sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de handen aan Hem.

KJV And2 some1 of4 them5 would3 have taken6 him;7 but8 no man9 laid10 hands14 on11 him.

1 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηθελον G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 4 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 πιασαι G4084 grijpen, gegrepen, vangen apprehend, catch, lay hand on, take 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 9 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 10 επεβαλεν G1911 sloegen, sloeg, slaan beat into, cast (up-)on, fall, lay (on), put (unto), stretch forth, think on 11 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χειρας G5495 handen, hand hand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeen; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 De dienaarsG5257 danG3767 kwamenG2064 totG4314 de overpriestersG749 enG2532 FarizeenG5330; enG2532 dieG1565 zeidenG2036 tot henG846: WaaromG5101 hebt gij Hem nietG3756 gebrachtG71? De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeen; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht?

KJV Then2 came1 the officers4 to5 the chief priests7 and8 Pharisees;9 and10 they13 said unto them,12 Why have ye17 not16 brought him?

1 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 υπηρεται G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 φαρισαιους G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εκεινοι G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 14 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 15 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 16 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 ηγαγετε G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 18 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 De dienaarsG5257 antwoorddenG611: NooitG3763 heeft een mensG444 alzoG3779 gesprokenG2980, gelijkG5613 dezeG3778 MensG444. De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.

KJV The officers3 answered,1 Never4 man7 spake5 like8 this9 man.

1 απεκριθησαν G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 υπηρεται G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 4 ουδεποτε G3763 nooit, nimmermeer, Nooit neither at any time, never, nothing at any time 5 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 6 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 7 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 9 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 De Farizeen dan antwoordden hun: Zijt ook gijlieden verleid?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 De FarizeenG5330 danG3767 antwoorddenG611 hunG846: Zijt ookG2532 gijliedenG4771 verleidG4105? De Farizeen dan antwoordden hun: Zijt ook gijlieden verleid?

KJV Then2 answered1 them3 the Pharisees,5 Are9 ye also7 deceived?

1 απεκριθησαν G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 9 πεπλανησθε G4105 verleiden, Dwaalt, verleid go astray, deceive, err, seduce, wander, be out of the way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 Heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd, of uit de Farizeen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 Heeft iemandG3387 uitG1537 de overstenG758 inG1519 HemG846 geloofdG4100, ofG2228 uitG1537 de FarizeenG5330? Heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd, of uit de Farizeen?

KJV Have any of3 the rulers5 or9 of10 the Pharisees12 believed6 on7 him?

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αρχοντων G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 6 επιστευσεν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Maar deze schare, die de wet niet weet, is vervloekt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 MaarG235 deze schareG3793, die de wetG3551 nietG3361 weet, isG1510 vervloektG1944. Maar deze schare, die de wet niet weet, is vervloekt.

KJV But1 this4 people3 who2 knoweth7 not6 the law9 are cursed.

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 4 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 γινωσκων G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 10 επικαταρατοι G1944 Vervloekt, vervloekt accursed 11 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 Nicodemus zeide tot hen, welke des nachts tot Hem gekomen was, zijnde een uit hen:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 NicodemusG3530 zeideG3004 totG4314 henG846, welke des nachtsG3571 totG4314 HemG846 gekomenG2064 wasG1510, zijnde eenG1520 uitG1537 henG846: Nicodemus zeide tot hen, welke des nachts tot Hem gekomen was, zijnde een uit hen:

KJV Nicodemus2 saith1 unto3 them,4 (he that came6 to Jesus9 by8 night,7 being one10 of12 them,)

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 νικοδημος G3530 Nicodemus Nicodemus 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 νυκτος G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 8 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 11 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 OordeeltG2919 ook onze wetG3551 den mensG444, tenzijG3362 dat zij eerstG4386 van hem gehoordG191 heeft, enG2532 verstaatG1097, watG5101 hij doetG4160? Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?

KJV Doth5 our law3 judge1 any man,7 before13 it hear10 him,12 and14 know15 what16 he doeth?

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 νομος G3551 wet, wetten, Wet law 4 ημων G1473 mij, ik I, me 5 κρινει G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 ακουση G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 11 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 προτερον G4386 voren, eerst, eerste maal before, (at the) first, former 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 γνω G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 16 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 17 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Zijt gij ook uit Galilea? Onderzoek en zie, dat uit Galilea geen profeet opgestaan is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 Zij antwoorddenG611 enG2532 zeidenG2036 tot hemG846: Zijt gijG4771 ookG2532 uitG1537 GalileaG1056? OnderzoekG2045 enG2532 zieG2396, datG3754 uitG1537 GalileaG1056 geen profeetG4396 opgestaanG1453 is. Zij antwoordden en zeiden tot hem: Zijt gij ook uit Galilea? Onderzoek en zie, dat uit Galilea geen profeet opgestaan is.

KJV They answered1 and2 said unto him,4 Art5 thou7 also6 of8 Galilee?10 Search,12 and13 look: for15 out of17 Galilee19 ariseth21 no20 prophet.

1 απεκριθησαν G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee 11 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ερευνησον G2045 Onderzoek, Onderzoekt, geschiedOnderzoekende search 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 17 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee 20 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 εγηγερται G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
53 En een iegelijk ging heen naar zijn huis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

53 EnG2532 een iegelijkG1538 ging heen naarG1519 zijn huisG3624. En een iegelijk ging heen naar zijn huis.

KJV And1 every man3 went2 unto4 his own7 house.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επορευθη G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 3 εκαστος G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Johannes 7:1 Johannes 4:3 Johannes 7:19 Mattheüs 10:23 Johannes 5:16 Mattheüs 21:38 Johannes 4:54 Johannes 1:19 Handelingen 10:38
Johannes 7:2 Zacharia 14:16 Exodus 23:16 Deuteronomium 16:13 Numeri 29:12 2 Kronieken 7:9 1 Koningen 8:2 1 Koningen 8:65 Leviticus 23:34
Johannes 7:3 Mattheüs 12:46 Johannes 7:5 Genesis 37:5 Lukas 8:19 Handelingen 2:14 Johannes 7:10 Markus 3:31 Jeremia 12:6
Johannes 7:4 Johannes 18:20 Spreuken 18:1 Mattheüs 6:5 Mattheüs 23:5 Lukas 6:45 Mattheüs 6:1 1 Koningen 22:13 Mattheüs 6:16
Johannes 7:5 Markus 3:21 Johannes 1:11 Micha 7:5 Johannes 7:3 Johannes 7:10
Johannes 7:6 Johannes 7:8 Johannes 2:4 Johannes 7:30 Johannes 13:1 Johannes 17:1 Johannes 8:20 Mattheüs 26:18 Prediker 3:1
Johannes 7:7 Johannes 15:18 Johannes 3:19 Galaten 4:16 Spreuken 9:7 Johannes 17:14 1 Johannes 4:5 Spreuken 8:36 1 Koningen 21:20
Johannes 7:8 Johannes 7:6 Johannes 7:30 Johannes 8:20 Johannes 8:30 1 Korinthe 2:15 Johannes 11:6
Johannes 7:10 Amos 5:13 Mattheüs 3:15 Psalmen 26:8 Psalmen 40:8 Galaten 4:4 Jesaja 42:2 Johannes 7:5 Johannes 11:54
Johannes 7:11 Johannes 11:56
Johannes 7:12 Johannes 9:16 Johannes 7:40 Johannes 7:32 Johannes 7:47 Filippenzen 2:14 Lukas 18:19 Lukas 7:16 Mattheüs 10:25
Johannes 7:13 Johannes 9:22 Johannes 19:38 Johannes 20:19 Johannes 12:42 Spreuken 29:25 Johannes 9:34 Openbaring 2:13 Galaten 2:12
Johannes 7:14 Johannes 7:28 Lukas 19:47 Mattheüs 21:12 Johannes 18:20 Johannes 8:2 Johannes 7:2 Maleachi 3:1 Numeri 29:20
Johannes 7:15 Johannes 7:46 Lukas 2:47 Mattheüs 13:54 Lukas 4:22 Mattheüs 22:22 Markus 6:2 Mattheüs 7:28 Handelingen 26:24
Johannes 7:16 Johannes 14:24 Johannes 3:11 Johannes 6:44 Johannes 17:14 Johannes 12:49 Johannes 17:8 Johannes 14:10 Johannes 8:28
Johannes 7:17 Johannes 8:31 Johannes 8:43 Filippenzen 3:15 Psalmen 25:12 Psalmen 119:10 Johannes 8:47 Handelingen 11:13 Jesaja 35:8
Johannes 7:18 Johannes 5:41 1 Korinthe 10:31 Johannes 3:26 Exodus 32:10 Johannes 17:4 Johannes 11:4 Johannes 13:31 1 Thessalonicenzen 2:6
Johannes 7:19 Johannes 1:17 Johannes 7:1 Mattheüs 12:14 Deuteronomium 1:17 Hebreeën 3:3 Deuteronomium 33:4 Johannes 10:39 Johannes 5:45
Johannes 7:20 Johannes 10:20 Johannes 8:48 Johannes 8:52 Markus 3:21 Mattheüs 12:24 Mattheüs 10:25 Markus 3:30 Mattheüs 11:18
Johannes 7:21 Johannes 5:2 Johannes 7:23
Johannes 7:22 Leviticus 12:3 Genesis 17:10 Romeinen 4:9 Galaten 3:17
Johannes 7:23 Mattheüs 12:5 Johannes 5:14 Johannes 5:8 Mattheüs 12:2
Johannes 7:24 Jesaja 11:3 Johannes 8:15 Deuteronomium 1:16 Spreuken 17:15 Jakobus 2:4 Jakobus 2:9 Psalmen 58:1 Leviticus 19:15
Johannes 7:25 Johannes 7:10
Johannes 7:26 Johannes 7:48 Johannes 12:42 Johannes 9:22 Psalmen 71:15 Handelingen 4:13 Filippenzen 1:14 Efeze 6:19 Jesaja 50:7
Johannes 7:27 Micha 5:2 Johannes 6:42 Johannes 7:41 Johannes 9:29 Mattheüs 13:54 Mattheüs 2:5 Jeremia 30:21 Lukas 4:22
Johannes 7:28 Johannes 8:42 Johannes 8:26 Johannes 8:19 Johannes 7:14 Johannes 5:43 Jeremia 9:6 Johannes 8:14 Handelingen 17:23
Johannes 7:29 Johannes 8:55 Mattheüs 11:27 Johannes 6:46 1 Johannes 4:9 Johannes 1:18 Johannes 10:15 Johannes 17:25 1 Johannes 1:2
Johannes 7:30 Johannes 8:20 Johannes 10:39 Johannes 7:32 Johannes 7:6 Johannes 11:9 Johannes 8:59 Psalmen 76:10 Johannes 7:19
Johannes 7:31 Johannes 12:42 Mattheüs 12:23 Johannes 10:41 Johannes 4:39 Handelingen 8:13 Johannes 6:2 Jakobus 2:26 Johannes 6:14
Johannes 7:32 Mattheüs 23:13 Johannes 12:19 Johannes 7:45 Handelingen 5:26 Johannes 18:3 Lukas 22:52 Johannes 11:47 Mattheüs 12:23
Johannes 7:33 Johannes 13:33 Johannes 16:5 Johannes 16:28 Johannes 17:13 Johannes 13:1 Markus 16:19 Johannes 12:35 Johannes 14:19
Johannes 7:34 Johannes 14:3 Johannes 14:6 Lukas 13:24 Lukas 13:34 Johannes 8:21 Lukas 17:22 Johannes 17:24 Johannes 13:33
Johannes 7:35 Jakobus 1:1 Sefanja 3:10 1 Petrus 1:1 Jesaja 11:12 Johannes 12:20 1 Timotheüs 2:7 Handelingen 22:21 Jesaja 49:6
Johannes 7:36 Johannes 7:34 Johannes 12:34 Johannes 6:52 Johannes 16:17 1 Korinthe 2:14 Johannes 3:9 Johannes 3:4 Johannes 6:41
Johannes 7:37 Jesaja 55:1 Johannes 4:10 Psalmen 42:2 Jesaja 12:3 Psalmen 143:6 Psalmen 63:1 Openbaring 22:17 Johannes 6:35
Johannes 7:38 Jesaja 58:11 Johannes 4:14 Jesaja 44:3 Jesaja 12:3 Johannes 4:10 Jesaja 59:21 Spreuken 18:4 Spreuken 10:11
Johannes 7:39 Handelingen 2:17 Joël 2:28 Handelingen 2:33 Jesaja 32:15 Johannes 12:16 Handelingen 2:4 Johannes 14:16 Jesaja 44:3
Johannes 7:40 Mattheüs 21:11 Johannes 1:21 Johannes 6:14
Johannes 7:41 Johannes 7:52 Johannes 1:46 Johannes 4:29 Johannes 1:49 Johannes 6:69 Johannes 4:25 Johannes 4:42 Johannes 1:41
Johannes 7:42 Micha 5:2 Mattheüs 2:5 Lukas 2:4 Lukas 2:11 Mattheüs 1:1 1 Samuël 16:1 Psalmen 132:11 Jeremia 23:5
Johannes 7:43 Johannes 9:16 Johannes 10:19 Johannes 7:12 Mattheüs 10:35 Lukas 12:51 Handelingen 23:7 Handelingen 14:4
Johannes 7:44 Johannes 7:30 Handelingen 23:11 Johannes 8:20 Handelingen 27:23 Handelingen 18:10 Johannes 18:5
Johannes 7:45 Johannes 7:32 Handelingen 5:21
Johannes 7:46 Lukas 4:22 Mattheüs 7:28 Johannes 7:26
Johannes 7:47 Johannes 7:12 2 Koningen 18:32 Mattheüs 27:63 2 Koningen 18:29 2 Kronieken 32:15 Johannes 9:27 2 Korinthe 6:8
Johannes 7:48 Johannes 12:42 1 Korinthe 1:20 Johannes 7:26 1 Korinthe 2:8 Johannes 7:50 Handelingen 6:7 Mattheüs 11:25 Jeremia 5:4
Johannes 7:49 Jakobus 3:13 1 Korinthe 3:18 Jesaja 29:14 Johannes 9:34 1 Korinthe 1:20 Jesaja 28:14 Jesaja 5:21 Jesaja 65:5
Johannes 7:50 Johannes 19:39 Johannes 3:1
Johannes 7:51 Spreuken 18:13 Deuteronomium 1:17 Handelingen 23:3 Deuteronomium 17:6 Deuteronomium 19:15 Deuteronomium 17:8
Johannes 7:52 Johannes 7:41 Johannes 1:46 Mattheüs 4:15 Spreuken 9:7 Genesis 19:9 1 Koningen 22:24 Jesaja 9:1 Johannes 9:34
Johannes 7:53 Psalmen 76:5 Psalmen 76:10 Job 5:12 Psalmen 33:10
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Johannes 7 vers 1

wandelde Jezus Dat is, verkeerde, van de ene plaats van Galilea naar de andere reizende. Wat Hij nu aldaar gedaan heeft wordt beschreven van Mattheus, hfdst. 15, 16, 17, 18, en van Markus, hfdst. . 7, 8, 9.

Hertaald: wandelde Jezus Dat is: verkeerde daar, reizend van de ene plaats in Galilea naar de andere. Wat Hij daar gedaan heeft, wordt beschreven door Mattheüs in hoofdstuk 15 tot en met 18 en door Markus in hoofdstuk 7 tot en met 9.

de Joden Hem Namelijk te Jeruzalem, omdat Hij op den sabbat den acht en dertigjarige zieke genezen had; Joh. 5:16 .

Hertaald: de Joden Hem Namelijk in Jeruzalem, omdat Hij op de sabbat de achtendertigjarige zieke genezen had; Joh. 5:16.

Johannes 7 vers 2

het feest der Joden, Dit was het derde grote jaarfeest der Joden, hetwelk zij houden moesten op den vijftienden dag der zevende maand, welke met onzen September ten dele overeenkomt; in hetwelk zij hutten maakten van takken van groene bomen, waarin zij zich zeven dagen onthielden, tot gedachtenis dat hunne vaders veertig jaren lang in de woestijn in hutten gewoond hadden. Zie van dit feest Lev. 23:34 , Lev. 23:40 ; Neh. 8:15-16 .

Hertaald: het feest der Joden, Dit was het derde grote jaarfeest van de Joden, dat zij moesten houden op de vijftiende dag van de zevende maand, die deels met onze september overeenkomt. Daarbij maakten zij hutten van takken van groene bomen, waarin zij zeven dagen verbleven, ter gedachtenis dat hun vaderen veertig jaar lang in de woestijn in hutten gewoond hadden. Zie over dit feest Lev. 23:34, Lev. 23:40; Neh. 8:15-16.

Johannes 7 vers 3

broeders tot Hem Dat is, bloedverwanten. Zie Matt. 13:55 .

Hertaald: broeders tot Hem Dat is: bloedverwanten. Zie Matth. 13:55.

ook Uw discipelen Namelijk die gij in Judea hebt.

Hertaald: ook Uw discipelen Namelijk die U in Judea hebt.

Johannes 7 vers 4

iets in het verborgen, Namelijk bijzonders of groots.

Hertaald: iets in het verborgen, Namelijk iets bijzonders of groots.

dat men openlijk Grieks in vrijmoedigheid van spreken te zijn; dat is vermaard en bekend te zijn.

Hertaald: dat men openlijk Grieks: in vrijmoedigheid van spreken te zijn; dat is: vermaard en bekend te zijn.

doet, zo Dat is, waarlijk doen kunt, namelijk om daarmede te betonen dat gij de Messias zijt.

Hertaald: doet, zo Dat is: werkelijk doen kunt, namelijk om daarmee te tonen dat U de Messias bent.

aan de wereld Dat is, aan die grote menigte der mensen, die uit alle delen der wereld op het grote feest samenkomen zullen.

Hertaald: aan de wereld Dat is: aan die grote menigte mensen die uit alle delen van de wereld op het grote feest zullen samenkomen.

Johannes 7 vers 5

Zijn broeders Namelijk sommigen derzelven; want enigen als Johannes en Jakobus en anderen, geloofden in Hem; Hand. 1:14 .

Hertaald: Zijn broeders Namelijk sommigen van hen; want enkelen, zoals Johannes en Jakobus en anderen, geloofden wel in Hem; Hand. 1:14.

Johannes 7 vers 6

Mijn tijd is Dat is, mijne gelegenheid om tot het feest op te gaan.

Hertaald: Mijn tijd is Dat is: Mijn geschikte tijd om naar het feest op te gaan.

altijd bereid Namelijk overmits men u niet zoekt te doden, gelijk mij.

Hertaald: altijd bereid Namelijk omdat men u niet zoekt te doden, zoals Mij.

Johannes 7 vers 7

De wereld Dat is, de wereldse mensen.

Hertaald: De wereld Dat is: de wereldse mensen.

kan ulieden niet Namelijk omdat gij ook van de wereld zijt, en de wereld het hare liefheeft; Joh. 15:19 .

Hertaald: kan ulieden niet Namelijk omdat ook u van de wereld bent, en de wereld liefheeft wat van haarzelf is; Joh. 15:19.

Johannes 7 vers 8

Mijn tijd is Namelijk om te gaan op het feest zonder gevaar.

Hertaald: Mijn tijd is Namelijk om zonder gevaar naar het feest te gaan.

vervuld Dat is gekomen.

Hertaald: vervuld Dat is: gekomen.

Johannes 7 vers 9

bleef Hij Namelijk nog enige dagen; gelijk blijkt uit vs.10.

Hertaald: bleef Hij Namelijk nog enkele dagen, zoals blijkt uit vers 10.

Johannes 7 vers 10

openlijk, maar Namelijk gelijk Hij placht te doen, vergezelschapt met Zijne discipelen en anderen, die naar het feest optrokken.

Hertaald: openlijk, maar Namelijk zoals Hij gewoon was te doen, vergezeld van Zijn discipelen en anderen die naar het feest optrokken.

als in het verborgen Namelijk om te vermijden de lagen van de oversten der Joden.

Hertaald: als in het verborgen Namelijk om de listen van de oversten van de Joden te vermijden.

Johannes 7 vers 11

De Joden dan Namelijk die tevoren Hem op de feestdagen gehoord en Zijne wonderen gezien hadden.

Hertaald: De Joden dan Namelijk zij die Hem tevoren op de feestdagen gehoord en Zijn wonderen gezien hadden.

Johannes 7 vers 12

veel gemurmels Dat is, veel gepraat en twisting.

Hertaald: veel gemurmels Dat is: veel gepraat en getwist.

Johannes 7 vers 13

vrijmoediglijk van Namelijk tot Zijne eer en verdediging.

Hertaald: vrijmoediglijk van Namelijk tot Zijn eer en verdediging.

der Joden Dat is, van de oversten der Joden, die besloten hadden uit de synagoge te werpen die Hem zouden belijden; Joh. 9:22 .

Hertaald: der Joden Dat is: de oversten van de Joden, die besloten hadden hen die Hem zouden belijden uit de synagoge te werpen; Joh. 9:22.

Johannes 7 vers 14

in het midden Namelijk omtrent den vierden dag, alzo het feest der loofhutten zeven dagen duurde, van den vijftienden der zevende maand tot den twee en twintigsten. Zie Lev. 23:34 .

Hertaald: in het midden Namelijk omstreeks de vierde dag, aangezien het loofhuttenfeest zeven dagen duurde, van de vijftiende tot de tweeëntwintigste van de zevende maand. Zie Lev. 23:34.

Johannes 7 vers 15

de Schriften, Of, letteren; Marc. 6:2 .

Hertaald: de Schriften, Of: letteren; Mark. 6:2.

niet geleerd heeft? Namelijk in de scholen, gelijk Paulus wordt gezegd te Jeruzalem geleerd te hebben aan de voeten Gamaliëls; Hand. 22:3 .

Hertaald: niet geleerd heeft? Namelijk in de scholen, zoals van Paulus gezegd wordt dat hij in Jeruzalem aan de voeten van Gamaliël geleerd heeft; Hand. 22:3.

Johannes 7 vers 16

Mijne niet, maar Dat is, is niet ene leer, die de mijne alleen zou zijn.

Hertaald: Mijne niet, maar Dat is: is geen leer die alleen van Mij zou zijn.

Johannes 7 vers 17

wil Deszelfs wil Dat is, zo iemand door Gods genade zover gebracht is, dat hij, afleggende alle vooroordeel en hardnekkigheid, de waarheid der leer onderzoekt, gelijk God bevolen heeft, en zich daarnaar wil schikken; Ps. 25:14 . Daarmede geeft Hij te kennen dat zij zodanigen nog niet waren.

Hertaald: wil Deszelfs wil Dat is: als iemand door Gods genade zover gebracht is dat hij, met het afleggen van alle vooroordeel en hardnekkigheid, de waarheid van de leer onderzoekt zoals God bevolen heeft en zich daarnaar wil schikken; Ps. 25:14. Daarmee geeft Hij te kennen dat zij zulke mensen nog niet waren.

Johannes 7 vers 18

Die van zichzelven Dat is, die ene leer voorstelt van zichzelven verdicht, en niet gegrond in Gods Woord.

Hertaald: Die van zichzelven Dat is: die een leer voorstelt die hij zelf verzonnen heeft en die niet in Gods Woord gegrond is.

ongerechtigheid is Dat is, valsheid of bedrog.

Hertaald: ongerechtigheid is Dat is: valsheid of bedrog.

Johannes 7 vers 19

Wat zoekt gij Namelijk alsof Ik een overtreder der wet ware, omdat Ik op den sabbat dien mens genezen heb.

Hertaald: Wat zoekt gij Namelijk alsof Ik een overtreder van de wet was omdat Ik op de sabbat die man genezen heb.

Johannes 7 vers 20

De schare antwoordde Namelijk die van buiten gekomen was, en die daarvan niet wist, en overzulks meende dat Christus hun dat ten onrechte aanzeide.

Hertaald: De schare antwoordde Namelijk de schare die van buiten gekomen was en daar niets van wist en dus meende dat Christus hun dat ten onrechte verweet.

Gij hebt den duivel; Dat is, gij raast als een bezeten of uitzinnig mens, en gij lastert ons.

Hertaald: Gij hebt den duivel; Dat is: U raast als een bezeten of uitzinnig mens, en U belastert ons.

wie zoekt U Namelijk van ons.

Hertaald: wie zoekt U Namelijk van ons.

Johannes 7 vers 21

antwoordde en Christus antwoordt niet op de scheldwoorden, maar gaat voort om te bewijzen dat Hij de wet niet had overtreden door het genezen op den sabbat.

Hertaald: antwoordde en Christus antwoordt niet op de scheldwoorden, maar gaat verder om te bewijzen dat Hij de wet niet overtreden had door op de sabbat te genezen.

Een werk heb Dat is, dit eene werk alleen, namelijk dat Ik dien mens op den sabbat genezen heb; Joh. 5:16 .

Hertaald: Een werk heb Dat is: dit ene werk alleen, namelijk dat Ik die man op de sabbat genezen heb; Joh. 5:16.

verwondert Namelijk met verstoring en aanstoot, vs.23.

Hertaald: verwondert Namelijk met verontwaardiging en aanstoot, vers 23.

Johannes 7 vers 22

Daarom heeft Mozes Het woord daarom voegen sommigen bij vs.21.

Hertaald: Daarom heeft Mozes Het woord daarom voegen sommigen bij vers 21.

de besnijdenis Dat is, het bevel om te besnijden op den achtsten dag; Lev. 12:3 .

Hertaald: de besnijdenis Dat is: het gebod om op de achtste dag te besnijden; Lev. 12:3.

uit Mozes is, Dat is, dat Mozes zelf eerst ingesteld heeft.

Hertaald: uit Mozes is, Dat is: die Mozes zelf als eerste ingesteld heeft.

uit de vaderen), Dat is, maar is aan den patriarch Abraham en zijne nakomelingen, die vóór Mozes geweest zijn, uit Gods bevel bediend geweest; Gen. 17:10 .

Hertaald: uit de vaderen), Dat is: maar die op Gods bevel bediend is aan de aartsvader Abraham en zijn nakomelingen, die vóór Mozes geleefd hebben; Gen. 17:10.

op den sabbat Namelijk wanneer de achtste dag na de geboorte des kinds op den sabbat valt.

Hertaald: op den sabbat Namelijk wanneer de achtste dag na de geboorte van het kind op de sabbat valt.

Johannes 7 vers 23

de wet van Mozes Namelijk van de besnijdenis ten achtsten dage; Lev. 12:3 .

Hertaald: de wet van Mozes Namelijk de wet over de besnijdenis op de achtste dag; Lev. 12:3.

gebroken worde; Grieks ontbonden; of losgemaakt.

Hertaald: gebroken worde; Grieks: ontbonden, of losgemaakt.

gehelen mens gezond Dat is, die aan zijn gehele lichaam of aan al zijne leden krank was.

Hertaald: gehelen mens gezond Dat is: die aan zijn hele lichaam of aan al zijn ledematen ziek was.

Johannes 7 vers 24

naar het aanzien, Dat is, als aanzieners der personen; dewijl gij in de uwen niet bestraft dat zij op den sabbat besnijden, zo behoort gij ook mij niet te bestraffen omdat Ik op de sabbat genees.

Hertaald: naar het aanzien, Dat is: als aanziener van de persoon. Aangezien u het bij uw eigen mensen niet bestraft dat zij op de sabbat besnijden, behoort u ook Mij niet te bestraffen omdat Ik op de sabbat genees.

Johannes 7 vers 25

die van Jeruzalem Dat is, de Joden, die te Jeruzalem woonden en van het voornemen der oversten wisten.

Hertaald: die van Jeruzalem Dat is: de Joden die in Jeruzalem woonden en van het voornemen van de oversten wisten.

Johannes 7 vers 26

zij zeggen Hem Dat is, zij laten Hem leren zonder verhindering.

Hertaald: zij zeggen Hem Dat is: zij laten Hem zonder belemmering onderwijzen.

weten, dat Deze Namelijk beter onderricht zijnde dan tevoren. Of, in hun gemoed daarvan overtuigd zijn, hoewel zij het niet willen bekennen.

Hertaald: weten, dat Deze Namelijk omdat zij beter ingelicht zijn dan tevoren. Of: in hun geweten daarvan overtuigd zijn, hoewel zij het niet willen erkennen.

Johannes 7 vers 27

van waar Hij Namelijk van Nazareth, gelijk zij meenden.

Hertaald: van waar Hij Namelijk uit Nazareth, zoals zij meenden.

niemand weten, Hierin dwalen zij, uit misverstand van enige plaatsen der Schrift, gelijk Jes. 53:8 ; Mi. 5:1 , en andere, die spreken van Zijn eeuwige geboorte, als Zoon Gods, welke zij op Zijn lichamelijke geboorte verkeerdelijk duidden.

Hertaald: niemand weten, Hierin dwalen zij, doordat zij enkele plaatsen van de Schrift verkeerd verstonden, zoals Jes. 53:8 en Micha 5:1 en andere, die over Zijn eeuwige geboorte als Zoon van God spreken maar die zij ten onrechte op Zijn lichamelijke geboorte betrokken.

Johannes 7 vers 28

riep in den tempel, Dat is, sprak met vrijmoedigheid en luide stem om te beter van allen gehoord te worden.

Hertaald: riep in den tempel, Dat is: sprak met vrijmoedigheid en met luide stem, om des te beter door allen gehoord te worden.

kent Mij, en gij Namelijk zo gij zegt.

Hertaald: kent Mij, en gij Namelijk zoals u zegt.

en Ik ben van Dat is, nochtans.

Hertaald: en Ik ben van Dat is: en toch.

waarachtig, Namelijk in Zijne getuigenis van mij; Matt. 3:17 .

Hertaald: waarachtig, Namelijk in Zijn getuigenis over Mij; Matth. 3:17.

niet kent Namelijk gelijk het behoort.

Hertaald: niet kent Namelijk zoals het behoort.

Johannes 7 vers 29

van Hem, en Namelijk geboren van eeuwigheid; Ps. 2:7 .

Hertaald: van Hem, en Namelijk van eeuwigheid geboren; Ps. 2:7.

Johannes 7 vers 30

niemand sloeg de Namelijk verhinderd zijnde door Gods voorzienigheid.

Hertaald: niemand sloeg de Namelijk doordat zij door Gods voorzienigheid verhinderd werden.

Zijn ure was Namelijk om te lijden; Joh. 8:20 .

Hertaald: Zijn ure was Namelijk om te lijden; Joh. 8:20.

Johannes 7 vers 32

murmelde; en Alzo zij het openlijk niet durfden zeggen, uit vrees der Joden, vs.13.

Hertaald: murmelde; en Aangezien zij het niet openlijk durfden zeggen, uit vrees voor de Joden, vers 13.

Johannes 7 vers 33

kleinen tijd ben Namelijk tot het navolgende pasen, hetwelk was nog omtrent zes maanden.

Hertaald: kleinen tijd ben Namelijk tot het volgende pascha, dat nog ongeveer zes maanden weg was.

Johannes 7 vers 34

zoeken, en gij Dat is, gij zult nog begeren mij tegenwoordig te hebben. Zie Joh. 8:21 .

Hertaald: zoeken, en gij Dat is: u zult nog verlangen Mij bij u te hebben. Zie Joh. 8:21.

ben, kunt gij Dat is, alsdan zijn zal, of waar Ik heenga.

Hertaald: ben, kunt gij Dat is: dan zijn zal, of waar Ik heenga.

Johannes 7 vers 35

tot elkander Of, bij zichzelven.

Hertaald: tot elkander Of: bij zichzelf.

tot de verstrooide Grieks tot de verstrooiing der Grieken; dat is, òf tot de heidenen, die tegengesteld zijnde tegen de Joden, Grieken genaamd worden, Rom. 1:16 , en Rom. 2:9 , òf tot de Joden en Jodengenoten, die onder de Grieken verstrooid waren; Joh. 12:20 ; Jak. 1:1 ; 1 Petr. 1:1 .

Hertaald: tot de verstrooide Grieks: tot de verstrooiing van de Grieken; dat is: óf tot de heidenen, die tegenover de Joden gesteld Grieken genoemd worden (Rom. 1:16 en Rom. 2:9), óf tot de Joden en proselieten die onder de Grieken verstrooid waren; Joh. 12:20; Jak. 1:1; 1 Petr. 1:1.

Johannes 7 vers 37

laatsten dag, Dat is, den achtsten dag, die zowel als de eerste moest gevierd worden met samenkomsten en offeranden. Zie Lev. 23:36 .

Hertaald: laatsten dag, Dat is: de achtste dag, die evenals de eerste met samenkomsten en offers gevierd moest worden. Zie Lev. 23:36.

Zo iemand dorst, Alzo de Joden zich voornamelijk op dit feest, al de vruchten nu ingezameld zijnde, vrolijk maakten met eten en drinken, zo schijnt dat Christus daaruit gelegenheid neemt, om hen van den rechten geestelijken drank te onderwijzen en daartoe te noden.

Hertaald: Zo iemand dorst, Aangezien de Joden zich vooral op dit feest, wanneer alle vruchten ingezameld waren, vrolijk maakten met eten en drinken, lijkt Christus daaruit aanleiding te nemen om hen over de rechte geestelijke drank te onderwijzen en daartoe te nodigen.

die kome tot Dat is, uit het gevoel van zijne ellende verlangt daarvan verlost te worden. Zie Jes. 44:3 , en Jes. 55:1 ; Joh. 4:14 .

Hertaald: die kome tot Dat is: uit het besef van zijn ellende ernaar verlangt daarvan verlost te worden. Zie Jes. 44:3 en Jes. 55:1; Joh. 4:14.

Johannes 7 vers 38

gelijkerwijs de Deze woorden voegen sommigen bij de naast voorgaande, in dezen zin, gelijk de Schrift zegt, dat is, gebiedt. Anderen bij de volgende, alzo dat Christus hier zou hebben gezien op enige plaatsen der heilige Schrift, als Jes. 44:3 , en Jes. 49:10 , en Jes. 58:11 , of dergelijke.

Hertaald: gelijkerwijs de Sommigen voegen deze woorden bij de voorafgaande, in deze zin: zoals de Schrift zegt, dat is: gebiedt. Anderen voegen ze bij het vervolg, zodat Christus hier gedoeld zou hebben op bepaalde plaatsen van de Heilige Schrift, zoals Jes. 44:3, Jes. 49:10 en Jes. 58:11, of dergelijke.

stromen des Of, rivieren; dat is in groten overvloed en volheid. Zie Jes. 44:3 ; Joël 2:28 , en Joël 3:18 ; Joh. 4:14 .

Hertaald: stromen des Of: rivieren; dat is: in grote overvloed en volheid. Zie Jes. 44:3; Joël 2:28 en Joël 3:18; Joh. 4:14.

Johannes 7 vers 39

was nog niet, Namelijk gegeven of gezonden in zulken overvloed, gelijk na Christus' opstanding en hemelvaart geschied is; Hand. 2:4 , Hand. 2:33 .

Hertaald: was nog niet, Namelijk nog niet gegeven of gezonden in zo'n overvloed als na Christus' opstanding en hemelvaart gebeurd is; Hand. 2:4, Hand. 2:33.

Johannes 7 vers 40

de Profeet Namelijk van welke geschreven staat Deut. 18:15 .

Hertaald: de Profeet Namelijk over Wie geschreven staat in Deut. 18:15.

Johannes 7 vers 41

de Christus Dat is, de Messias, dien zij meenden een ander te zullen zijn dan deze profeet. Zie Joh. 1:25 , en Joh. 6:14 .

Hertaald: de Christus Dat is: de Messias, van wie zij meenden dat Hij een ander zou zijn dan die profeet. Zie Joh. 1:25 en Joh. 6:14.

anderen zeiden Zal Namelijk die meenden dat Hij te Nazareth geboren was.

Hertaald: anderen zeiden Namelijk zij die meenden dat Hij in Nazareth geboren was.

Johannes 7 vers 42

was? Namelijk geboren en opgevoed.

Hertaald: was? Namelijk geboren en opgevoed.

Johannes 7 vers 43

tweedracht onder Grieks Schisma; dat is, scheuring of verdeeldheid.

Hertaald: tweedracht onder Grieks: schisma; dat is: scheuring of verdeeldheid.

Johannes 7 vers 44

sommigen van Namelijk uitgezonden van de overpriesters.

Hertaald: sommigen van Namelijk uitgezonden door de overpriesters.

niemand sloeg Namelijk van God verhinderd zijnde, omdat Zijne ure nog niet gekomen was.

Hertaald: niemand sloeg Namelijk doordat God het verhinderde, omdat Zijn uur nog niet gekomen was.

Johannes 7 vers 46

alzo gesproken, Dat is, met zulk een aanzien en aangenaamheid. Zie Matt. 7:28-29 , en Luc. 4:22 .

Hertaald: alzo gesproken, Dat is: met zo'n gezag en zo aangenaam. Zie Matth. 7:28-29 en Luk. 4:22.

Johannes 7 vers 48

de oversten in Namelijk die zulke treffelijke en geleerde lieden zijn.

Hertaald: de oversten in Namelijk die zulke voorname en geleerde mensen zijn.

Johannes 7 vers 49

die de wet niet weet, Dat is, die in de heilige Schrift niet is geoefend.

Hertaald: die de wet niet weet, Dat is: die in de Heilige Schrift niet geoefend is.

is vervloekt Grieks zijn vervloekt; namelijk omdat zij Hem aanhangen.

Hertaald: is vervloekt Grieks: zijn vervloekt; namelijk omdat zij Hem aanhangen.

Johannes 7 vers 50

welke des nachts Zie hiervan Joh. 3:1-2 , enz.

Hertaald: welke des nachts Zie hierover Joh. 3:1-2, enzovoort.

gekomen was, zijnde Of, kwam.

Hertaald: gekomen was, zijnde Of: kwam.

Johannes 7 vers 51

Oordeelt ook onze Dat is, wordt ons ook in de wet toegelaten iemand te veroordelen, tenzij dat Hij eerst gehoord worde in zijne verantwoording. Dit was ook zelfs bij de heidenen ene wet der natuur. Zie Hand. 25:16 .

Hertaald: Oordeelt ook onze Dat is: staat de wet ons ook toe iemand te veroordelen zonder dat hij eerst in zijn verdediging gehoord wordt? Dat was zelfs bij de heidenen een wet van de natuur. Zie Hand. 25:16.

doet? Dat is, wat Hij gedaan of misdaan heeft.

Hertaald: doet? Dat is: wat hij gedaan of misdaan heeft.

Johannes 7 vers 52

uit Galilea? Namelijk òf afkomstig, òf een van Zijne discipelen, die meest Galileërs waren.

Hertaald: uit Galilea? Namelijk óf daarvandaan afkomstig, óf een van Zijn discipelen, die meestal Galileeërs waren.

Galilea geen Jesaja had nochtans geprofeteerd dat de Messias in Galilea zou beginnen te prediken. Zie Jes. 8:23 , en Jes. 9:1 , en Matt. 4:15 .

Hertaald: Galilea geen Toch had Jesaja geprofeteerd dat de Messias in Galilea zou beginnen te prediken. Zie Jes. 8:23 en Jes. 9:1, en Matth. 4:15.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Nicodemus  — overwinnaar van het volk

Een Farizeeër en overste der Joden (lid van de Hoge Raad), die 's nachts naar Jezus kwam om met Hem te spreken; Jezus onderwees hem over de wedergeboorte uit water en Geest (Joh. 3:1-21). Later verdedigde hij Jezus in de Hoge Raad (Joh. 7:50-52) en hielp hij bij Jezus' begrafenis, samen met Jozef van Arimathea (Joh. 19:39-42).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Levend water  — Beeld voor de Heilige Geest, door Christus gegeven, die de inwendige dorst blijvend stilt en een bron wordt die opwelt in de gelovige zelf

Bij de put van Jakob biedt Jezus de Samaritaanse vrouw "levend water" aan: wie ervan drinkt, zal in eeuwigheid niet dorsten, want het wordt in hem "een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven" (Joh. 4:10,13-14). Op het Loofhuttenfeest, waarbij dagelijks water uit de vijver van Siloam naar de tempel gedragen werd, roept Jezus op de laatste, grote dag van het feest uit: "Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke" (Joh. 7:37), en het vers erna: "Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien" (Joh. 7:37-38). Johannes voegt zelf de uitleg toe: "dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was" (Joh. 7:39) — de gave is dus uitdrukkelijk gebonden aan Christus' verhoging.

Bijbelse betekenis: Het beeld heeft een lange Oudtestamentische voorgeschiedenis: Jesaja belooft water op de dorstigen en de Geest op het zaad samen (Jes. 44:3). Jeremia klaagt Israël aan omdat het de HEERE, de Fontein van levend water, verlaten heeft voor gebroken bakken die geen water houden (Jer. 2:13). Waar het Oude Testament dus God Zelf als de bron aanwijst, wijst Christus Zichzelf als die bron aan, gegeven door de Geest.

Typologie: De lijn eindigt in de Openbaring, waar de rivier van het water des levens uit de troon van God en het Lam vloeit, en waar de uitnodiging klinkt: "die wil, neme het water des levens om niet" (Op. 22:1,17).

Joh. 4:10,13-14; Joh. 7:37-39; Jes. 44:3; Jer. 2:13; Op. 22:1,17

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Zo iemand dorst, die kome tot Mij — 7:37-42

God bij Zijn volk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Het is loofhuttenfeest, de laatste en grote dag ervan. Het volk woont die week in hutten van takken, zoals in de woestijn, en de oogst is binnen. Op dat ogenblik staat Hij op en roept iets door de tempel heen.

Op het feest waarop Israël de woestijnreis naspeelde, roept Hij de dorstigen naar Zichzelf.

Het loofhuttenfeest had een bedoeling die in Leviticus staat: zeven dagen in loofhutten wonen, “Opdat uw geslachten weten, dat Ik de kinderen Israels in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypteland uitgevoerd heb.” Wie in die week onder takken sliep, speelde de woestijnreis na. En bij die reis hoorde één ding dat men nooit vergat: water uit een rots.

Op dat feest staat Hij op en roept: “Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.” De kanttekening merkt op dat men zich in die week, nu de vruchten waren ingezameld, vrolijk maakte met eten en drinken. Christus neemt daaruit aanleiding om over de rechte geestelijke drank te onderwijzen.

En dan de belofte: “Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.” Welke plaats van de Schrift Hij bedoelt, staat er niet bij; de kanttekening noemt er verschillende uit Jesaja, en zij wijst ook op Joël.

Johannes zet er zelf een verklaring bij tussen haakjes: dit zei Hij van de Geest, Die zij ontvangen zouden die in Hem geloven.

Daarmee staat dit hoofdstuk in de lijn van het wonen van God bij Zijn volk. Die lijn ging over plaatsen: een hof, een tent, een tempel. Ezechiël zag in zijn laatste gezicht water onder de dorpel van dat huis vandaan komen, dat een beek werd en een rivier, en overal waar het kwam werd alles gezond. Zacharia zag levende wateren uit Jeruzalem vlieten, zomer en winter.

Hier wordt aangewezen waar die stroom vandaan komt. Niet uit een gebouw, maar uit een Persoon — en van daaruit, zegt Hij, uit wie in Hem gelooft. De tegenwoordigheid van God is niet langer een plaats waar men heen reist.

Er staat wel een merkwaardige bijzin bij: “want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.” De kanttekening haast zich dat te verklaren: niet dat de Geest er niet was, maar dat Hij nog niet gegeven of gezonden was in zulke overvloed als na de opstanding en hemelvaart gebeurd is.

Het slot van het gedeelte laat zien hoe verdeeld men was. Sommigen zeiden: Deze is waarlijk de Profeet — dat is de Profeet van Deuteronomium 18. Anderen zeiden: Deze is de Christus. En weer anderen wierpen tegen dat de Christus toch uit het zaad van David en uit Bethlehem komen zou.

Dat laatste is het aangrijpendst van het hele hoofdstuk. Zij hadden gelijk. Zij noemden precies de goede tekst — en zij wisten niet dat Hij daar geboren was.

  1. Exodus 17:6 — In de woestijn komt water uit de rots, en het volk drinkt.
  2. Leviticus 23:43 — Het loofhuttenfeest laat die reis elk jaar naspelen.
  3. Ezechiël 47:1 — Ezechiël ziet water onder de dorpel van het huis vandaan komen.
  4. Zacharia 14:8 — Er zullen levende wateren uit Jeruzalem vlieten, zomer en winter.
  5. Johannes 7:37 — Op dat feest roept Hij de dorstigen naar Zichzelf.
  6. Johannes 7:39 — En Johannes zegt waarvan Hij sprak: van de Geest.

In het Nieuwe Testament: Leviticus 23:42-43; Ezechiël 47:1; Zacharia 14:8; Jesaja 44:3; Deuteronomium 18:15; Micha 5:1

Hoever dit reikt: Welke plaats van de Schrift Hij aanhaalt, wordt niet gezegd. De kanttekening noemt Jesaja 44, 49 en 58 als mogelijkheden, en laat ook open dat de woorden gelijkerwijs de Schrift zegt bij de vorige zin horen. Dat het feest en het water uit de rots hier meeklinken, is een gevolgtrekking. Zij rust op de tijd en de plaats waarop dit woord gesproken werd; Johannes legt dat verband niet zelf.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Johannes 7

Johannes 7:1-5

KruisverwijzingenMattheüs 12:46Markus 3:21Johannes 4:3Johannes 7:19Johannes 7:5Mattheüs 10:23Johannes 5:16Mattheüs 21:38
— En na dezen wandelde Jezus in Galilea; want Hij wilde in Judea niet wandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden. En het feest der Joden, namelijk de loof huttenzetting, was nabij. Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet. Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld. Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.

Het is een zeer pijnlijke waarheid dat Zijn naaste verwanten in het begin niet in Zijn goddelijke zending geloofden. Hij was werkelijk een profeet die zonder eer was in Zijn eigen land, onder Zijn eigen verwanten; en bij deze gelegenheid tartten zij Hem half met Zijn aanspraken. Zij zeiden als het ware tegen Hem: bent U werkelijk een profeet, ga dan de wereld in en bewijs het. Wij horen dat U beweert wonderen te doen; waarom verbergt U Zich dan hier in dit plattelandsdorp in Galilea? Ga naar Jeruzalem, en verricht Uw wonderen voor de menigten in de hoofdstad. Half hoopten zij misschien dat Zijn aanspraken waar zouden blijken, maar zelf waren zij, op dat moment althans, niet bereid om Zijn discipelen te worden.

Zie hoe verdorven het menselijk hart is. Deze mannen konden zelfs in nauwe verbondenheid met Christus leven, ja zelfs naar het vlees nauw aan Hem verwant zijn, en toch niet tot Hem bekeerd zijn. Laat daarom de besten onder ons zich niet verwonderen als zij onbekeerde familieleden hebben. Wij mogen niet menen dat er iets mis is met ons voorbeeld als anderen er niet door bekeerd worden. Zeker was er geen gebrek in het voorbeeld van Christus, en toch “geloofden ook Zijn broeders niet in Hem”. Merk ook op dat geen aardse verwantschap enig baat heeft in het Koninkrijk der hemelen. Al ben ik het kind van godvrezende ouders, geboren uit een lang geslacht van heiligen: toch ben ik daardoor niet dichter bij het Koninkrijk. Ik moet zelf een gelovige in Christus worden.

Denk aan wat Petrus zei op de Pinksterdag; u hebt die tekst vaak half aangehaald horen worden. Laat mij hem u helemaal citeren: “Want u komt de belofte toe, en uw kinderen.” Blijft u daar staan, dan mist u de ware zin ervan. “Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.” Die tekst leert dus dat er geen onderscheid is tussen de kinderen van gelovigen en andere kinderen. Wij moeten door Gods genade geroepen worden, evengoed als wie ver weg zijn, of wij zullen het eeuwige leven niet beërven.

Johannes 7:6-8

KruisverwijzingenJohannes 7:8Johannes 2:4Johannes 7:30Johannes 13:1Johannes 17:1Johannes 8:20Mattheüs 26:18Johannes 15:18
— Jezus dan zeide tot hen: Mijn tijd is nog niet hier, maar uw tijd is altijd bereid. De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn. Gaat gijlieden op tot dit feest; Ik ga nog niet op tot dit feest; want Mijn tijd is nog niet vervuld.

Onze Heere Jezus Christus deed alles als het ware op de klok af. Zijn leven was ordelijk; het was geheel geregeld in het eeuwige raadsbesluit van God. De dag waarop Hij naar Jeruzalem zou gaan, stond vast, en Hij zorgde ervoor dat Hij niet vóór de rechte tijd ging. De helft van de kracht van een christelijk leven hangt af van de juiste timing. Het voortbrengen van vrucht op de juiste tijd is een van de kenmerken van de boom die bij de waterstromen geplant is. Een van de tekenen van de Zoon des mensen, Die Zich verlustigde in de wet van de HEERE, was dat Hij zei: “Mijn tijd is nog niet vervuld.” Toen die wel vervuld was, ging Hij.

Johannes 7:9-10

KruisverwijzingenAmos 5:13Mattheüs 3:15Psalmen 26:8Psalmen 40:8Galaten 4:4Jesaja 42:2Johannes 7:5Johannes 11:54
— En als Hij deze dingen tot hen gezegd had, bleef Hij in Galilea. Maar als Zijn broeders opgegaan waren, toen ging Hij ook Zelf op tot het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen.

Niet met de grote karavaan die soms met tienduizenden mensen tegelijk naar het feest optrok, maar met Zijn eigen discipelen, op een rustiger manier.

Johannes 7:11-13

KruisverwijzingenJohannes 11:56Johannes 9:22Johannes 19:38Johannes 9:16Johannes 7:40Johannes 20:19Johannes 7:32Johannes 7:47
— De Joden dan zochten Hem in het feest, en zeiden: Waar is Hij? En er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. Sommigen zeiden: Hij is goed; en anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt de schare. Nochtans sprak niemand vrijmoediglijk van Hem, om de vrees der Joden.

Niemand sprak openlijk over Hem, uit vrees voor de Joden. Er was algemene angst voor geweld tegen ieder die zich openlijk als Zijn volgeling bekend zou maken.

Johannes 7:14

KruisverwijzingenJohannes 7:28Lukas 19:47Mattheüs 21:12Johannes 18:20Johannes 8:2Johannes 7:2Maleachi 3:1Numeri 29:20
— Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde.

Hij was geen lafaard; daarom vertoonde Hij Zich vrijmoedig te midden van de menigte in de tempel.

Johannes 7:15

KruisverwijzingenJohannes 7:46Lukas 2:47Mattheüs 13:54Lukas 4:22Mattheüs 22:22Markus 6:2Mattheüs 7:28Handelingen 26:24
— En de Joden verwonderden zich, zeggende: Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft?

Hoe kent Deze de Schriften? Hoe is Hij een ontwikkeld man geworden, zonder ooit van de rabbijnen geleerd te hebben? Hij heeft nooit onze scholen doorlopen, dus wat kan Hij weten?

Johannes 7:16

KruisverwijzingenJohannes 14:24Johannes 3:11Johannes 6:44Johannes 17:14Johannes 12:49Johannes 17:8Johannes 14:10Johannes 8:28
— Jezus antwoordde hun, en zeide: Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeft.

Ik ben niet de bedenker van wat Ik zeg; Ik ben slechts een boodschapper, die de boodschap overbrengt van Hem Die Mij gezonden heeft.

Johannes 7:17

KruisverwijzingenJohannes 8:31Johannes 8:43Filippenzen 3:15Psalmen 25:12Psalmen 119:10Johannes 8:47Handelingen 11:13Jesaja 35:8
— Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek.

Ieder die zoekt naar wat recht is, en ernaar streeft te doen wat recht is, is een goede beoordelaar van de waarheid. Een praktisch leven van godsvrucht maakt iemand een veel betere beoordelaar van wat waarheid is dan alle geleerdheid van de scholen kan doen.

Johannes 7:18

KruisverwijzingenJohannes 5:411 Korinthe 10:31Johannes 3:26Exodus 32:10Johannes 17:4Johannes 11:4Johannes 13:311 Thessalonicenzen 2:6
— Die van zichzelven spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar Die de eer zoekt Desgenen, Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig, en geen ongerechtigheid is in Hem.

Hoort u iemand spreken over het priesterschap, en daarmee zichzelf en zijn broeders bedoelen? Spreekt hij over de Kerk, en weer zichzelf en zijn broeders bedoelend, of over de sacramenten, bepaalde verrichtingen van zichzelf en zijn broeders bedoelend? Dan weet u meteen dat God hem niet gezonden heeft. Maar wie spreekt tot Gods eer, en niet zegt: zie mij, maar: zie het Lam Gods, díe is het die God gezonden heeft.

Johannes 7:19

KruisverwijzingenJohannes 1:17Johannes 7:1Mattheüs 12:14Deuteronomium 1:17Hebreeën 3:3Deuteronomium 33:4Johannes 10:39Johannes 5:45
— Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Wat zoekt gij Mij te doden?

Heeft Mozes niet gezegd: u zult niet doden? U houdt dan zijn wet niet, hoewel u zoveel eerbied voor hem voorwendt; want deed u dat wel, dan zou u niet trachten Mij te doden.

Johannes 7:20-21

KruisverwijzingenJohannes 10:20Johannes 8:48Johannes 8:52Markus 3:21Mattheüs 12:24Mattheüs 10:25Markus 3:30Mattheüs 11:18
— De schare antwoordde en zeide: Gij hebt den duivel; wie zoekt U te doden? Jezus antwoordde en zeide tot hen: Een werk heb Ik gedaan, en gij verwondert u allen.

Ik heb het op de sabbatdag gedaan, en u struikelt daar allemaal over.

Johannes 7:22-23

KruisverwijzingenLeviticus 12:3Genesis 17:10Mattheüs 12:5Romeinen 4:9Johannes 5:14Johannes 5:8Mattheüs 12:2Galaten 3:17
— Daarom heeft Mozes ulieden de besnijdenis gegeven (niet dat zij uit Mozes is, maar uit de vaderen), en gij besnijdt een mens op den sabbat. Indien een mens de besnijdenis ontvangt op den sabbat, opdat de wet van Mozes niet gebroken worde; zijt gij toornig op Mij, dat Ik een gehelen mens gezond gemaakt heb op den sabbat?

Er is stellig nooit een zegevierender antwoord gegeven dan dit.

Johannes 7:24-25

KruisverwijzingenJesaja 11:3Johannes 8:15Deuteronomium 1:16Spreuken 17:15Jakobus 2:4Jakobus 2:9Psalmen 58:1Leviticus 19:15
— Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel. Sommigen dan uit die van Jeruzalem zeiden: Is Deze niet, Dien zij zoeken te doden?

Misschien vroegen sommigen van dezelfde mensen die Christus gevraagd hadden: wie tracht U te doden? nu: is Dit niet Hij, Die zij trachten te doden?

Johannes 7:26-27

KruisverwijzingenMicha 5:2Johannes 6:42Johannes 7:48Johannes 7:41Johannes 9:29Mattheüs 13:54Johannes 12:42Johannes 9:22
— En ziet, Hij spreekt vrijmoediglijk, en zij zeggen Hem niets. Zouden nu wel de oversten waarlijk weten, dat Deze waarlijk is de Christus? Doch van Dezen weten wij, van waar Hij is; maar de Christus, wanneer Hij komen zal, zo zal niemand weten, van waar Hij is.

Zij hadden een idee — misschien ontleend aan die plaats bij Jesaja: wie zal Zijn geslacht verhalen? — dat de geboorte van Christus in een geheimenis verborgen zou blijven. In elk geval zweefde er een vaag idee rond dat het verborgen zou blijven.

Johannes 7:28

KruisverwijzingenJohannes 8:42Johannes 8:26Johannes 8:19Johannes 7:14Johannes 5:43Jeremia 9:6Johannes 8:14Handelingen 17:23
— Jezus dan riep in den tempel, lerende en zeggende: En gij kent Mij, en gij weet, van waar Ik ben; en Ik ben van Mijzelven niet gekomen, maar Hij is waarachtig, Die Mij gezonden heeft, Welken gijlieden niet kent.

En toch kent u Mij niet.

Johannes 7:28-30

KruisverwijzingenJohannes 8:42Johannes 8:20Johannes 10:39Johannes 8:26Johannes 8:19Johannes 7:14Johannes 8:55Johannes 7:32
— Jezus dan riep in den tempel, lerende en zeggende: En gij kent Mij, en gij weet, van waar Ik ben; en Ik ben van Mijzelven niet gekomen, maar Hij is waarachtig, Die Mij gezonden heeft, Welken gijlieden niet kent. Maar Ik ken Hem; want Ik ben van Hem, en Hij heeft Mij gezonden. Zij zochten Hem dan te grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.

Iets scheen hen tegen te houden. Verbitterd als zij tegen Hem waren, lag er een geheimzinnig en machtig ontzag over hen, zodat zij het niet waagden Hem aan te raken.

Johannes 7:30-31

KruisverwijzingenJohannes 8:20Johannes 10:39Johannes 7:32Johannes 7:6Johannes 12:42Mattheüs 12:23Johannes 11:9Johannes 8:59
— Zij zochten Hem dan te grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen. En velen uit de schare geloofden in Hem, en zeiden: Wanneer de Christus zal gekomen zijn, zal Hij ook meer tekenen doen dan die, welke Deze gedaan heeft?

Zij mochten die vraag wel stellen, want Jezus had zulke wonderbare wonderen verricht dat zij zich niets groters konden voorstellen. Dit moest wel de Christus zijn; of, was Hij het niet, zou de Christus, wanneer Hij kwam, wel grotere wonderen doen dan deze Man gedaan had?

Johannes 7:31-33

KruisverwijzingenJohannes 13:33Johannes 16:5Johannes 12:42Mattheüs 12:23Johannes 10:41Johannes 4:39Handelingen 8:13Johannes 6:2
— En velen uit de schare geloofden in Hem, en zeiden: Wanneer de Christus zal gekomen zijn, zal Hij ook meer tekenen doen dan die, welke Deze gedaan heeft? De Farizeen hoorden, dat de schare dit van Hem murmelde; en de Farizeen en de overpriesters zonden dienaren, opdat zij Hem grijpen zouden. Jezus dan zeide tot hen: Nog een kleinen tijd ben Ik bij u, en Ik ga heen tot Dengene, Die Mij gezonden heeft.

Toen zij kwamen om Hem gevangen te nemen, zei Jezus dit misschien tot de dienaars zelf die door de Farizeën gestuurd waren:

Johannes 7:32

KruisverwijzingenMattheüs 23:13Johannes 12:19Johannes 7:45Handelingen 5:26Johannes 18:3Lukas 22:52Johannes 11:47Mattheüs 12:23
— De Farizeen hoorden, dat de schare dit van Hem murmelde; en de Farizeen en de overpriesters zonden dienaren, opdat zij Hem grijpen zouden.

Zij fluisterden dit onder elkaar, bang om zich luid uit te spreken uit vrees voor de Farizeën. Toch is er geen vuur gevaarlijker dan een smeulend vuur.

Johannes 7:32-33

KruisverwijzingenJohannes 13:33Johannes 16:5Mattheüs 23:13Johannes 12:19Johannes 7:45Handelingen 5:26Johannes 18:3Lukas 22:52
— De Farizeen hoorden, dat de schare dit van Hem murmelde; en de Farizeen en de overpriesters zonden dienaren, opdat zij Hem grijpen zouden. Jezus dan zeide tot hen: Nog een kleinen tijd ben Ik bij u, en Ik ga heen tot Dengene, Die Mij gezonden heeft.

Dat was een gezegende manier voor Christus om Zijn terugkeer naar de hemelse wereld te beschrijven: Ik ga heen tot Hem Die Mij gezonden heeft. Mogelijk zei Hij dit tegen dezelfde mannen die gestuurd waren om Hem gevangen te nemen.

Johannes 7:33

KruisverwijzingenJohannes 13:33Johannes 16:5Johannes 16:28Johannes 17:13Johannes 13:1Markus 16:19Johannes 12:35Johannes 14:19
— Jezus dan zeide tot hen: Nog een kleinen tijd ben Ik bij u, en Ik ga heen tot Dengene, Die Mij gezonden heeft.

U kunt Mij nu wel met rust laten, want het zal nog maar een korte tijd zijn. Dan zal Ik aan u overgeleverd worden, en zult u geen last meer van Mij hebben.

Johannes 7:34-35

KruisverwijzingenJakobus 1:1Sefanja 3:101 Petrus 1:1Jesaja 11:12Johannes 12:20Johannes 14:3Johannes 14:6Lukas 13:24
— Gij zult Mij zoeken, en gij zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen. De Joden dan zeiden tot elkander: Waar zal Deze heengaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Zal Hij tot de verstrooide Grieken gaan, en de Grieken leren?

Dat was altijd hun angst. Gaat Hij naar de Grieken? Zal Hij hun een leraar zijn? Zal Hij proberen hen in te wijden in de verborgenheden van ons geloof?

Johannes 7:34

KruisverwijzingenJohannes 14:3Johannes 14:6Lukas 13:24Lukas 13:34Johannes 8:21Lukas 17:22Johannes 17:24Johannes 13:33
— Gij zult Mij zoeken, en gij zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen.

Geen dienaars kunnen Hem nu gevangennemen, nu Hij in de heerlijkheid van Zijn Vader is opgegaan. Er is geen gevaar meer dat iemand Hem in Zijn woorden zal vangen, of Hem voor de kerkelijke en wereldlijke rechters zal slepen, zoals zij deden toen Hij hier was.

Johannes 7:35-36

KruisverwijzingenJakobus 1:1Sefanja 3:101 Petrus 1:1Jesaja 11:12Johannes 7:34Johannes 12:201 Timotheüs 2:7Handelingen 22:21
— De Joden dan zeiden tot elkander: Waar zal Deze heengaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Zal Hij tot de verstrooide Grieken gaan, en de Grieken leren? Wat is dit voor een rede, die Hij gezegd heeft: Gij zult Mij zoeken, en zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen?

Zij schenen enig vermoeden gehad te hebben van die heerlijke liefde van Christus, die niet binnen de grenzen van het Joodse volk besloten zou blijven. Maar zij konden of wilden Zijn woorden niet begrijpen.

Johannes 7:36-37

KruisverwijzingenJesaja 55:1Johannes 4:10Psalmen 42:2Johannes 7:34Jesaja 12:3Psalmen 143:6Psalmen 63:1Openbaring 22:17
— Wat is dit voor een rede, die Hij gezegd heeft: Gij zult Mij zoeken, en zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen? En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.

Ik meen Hem te zien staan te midden van de grote menigte. Die samenkomst zou spoedig verstrooid worden, om nooit meer bijeen te komen. Daarom stond Hij op de meest opvallende plaats die Hij kon vinden. Ondanks al hun toorn en hun verlangen Hem te doden, riep Hij:

Johannes 7:37-38

KruisverwijzingenJesaja 58:11Johannes 4:14Jesaja 44:3Jesaja 55:1Jesaja 59:21Spreuken 18:4Spreuken 10:11Johannes 4:10
— En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.

Of: uit het diepst van hem.

Johannes 7:37

KruisverwijzingenJesaja 55:1Johannes 4:10Psalmen 42:2Jesaja 12:3Psalmen 143:6Psalmen 63:1Openbaring 22:17Johannes 6:35
— En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.

Hij riep, sprak met heel Zijn kracht; en Hij stond, hoewel Hij gewoonlijk zat om Zijn boodschap te brengen. Maar nu was het anders: heel Zijn wezen was tot de uiterste inspanning opgewekt. De laatste dag van het feest was gekomen; daarna zouden de mensen naar huis gaan, en Hij zou hen wellicht niet meer zo kunnen toespreken. “Jezus dan stond en riep.”

O gezegende uitnodiging, hoe zoet zou zij voor elke dorstige ziel moeten zijn! Zo iemand dorst — prins of bedelaar, zedig of diep gezonken — zo iemand dorst, laat hij tot Mij komen. Niet tot inzettingen of menselijke priesters, maar tot Mij, en laat hij drinken, zoveel hij wil, zonder geld en zonder prijs.

Johannes 7:38

KruisverwijzingenJesaja 58:11Johannes 4:14Jesaja 44:3Jesaja 12:3Johannes 4:10Jesaja 59:21Spreuken 18:4Spreuken 10:11
— Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.

Wat een heerlijke evangelieprediking was dit! Zij komt door de eeuwen heen tot ons, en is nu even waar als toen Jezus haar sprak. Kom, dorstigen, kom tot Hem en drink; en Hij zal uw dorst lessen, en in u een bron van levend water scheppen, die opborrelt tot in alle eeuwigheid. Hij zal niet slechts genoeg drinken om Zijn eigen dorst te lessen, maar Hij zal Zelf een fontein worden; stromen van genade zullen door Hem aan Zijn medemensen worden meegedeeld.

Johannes 7:39-40

KruisverwijzingenHandelingen 2:17Joël 2:28Handelingen 2:33Jesaja 32:15Johannes 12:16Handelingen 2:4Johannes 14:16Jesaja 44:3
— (En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.) Velen dan uit de schare, deze rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet.

De Profeet over Wie Mozes gesproken had.

Johannes 7:39

KruisverwijzingenHandelingen 2:17Joël 2:28Handelingen 2:33Jesaja 32:15Johannes 12:16Handelingen 2:4Johannes 14:16Jesaja 44:3
— (En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.)

Hij was toen nog niet gegeven; maar later, op de Pinksterdag, werd Hij gegeven, en Hij is nooit meer teruggetrokken.

Johannes 7:40-43

KruisverwijzingenMicha 5:2Mattheüs 2:5Johannes 7:52Johannes 1:46Lukas 2:4Lukas 2:11Johannes 9:16Johannes 10:19
— Velen dan uit de schare, deze rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet. Anderen zeiden: Deze is de Christus. En anderen zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek Bethlehem, waar David was? Er werd dan tweedracht onder de schare, om Zijnentwil.

Het is nog steeds waar dat Christus oorzaak van verdeeldheid is, zoals Hijzelf voorzegd had dat Hij zou zijn.

Johannes 7:41

KruisverwijzingenJohannes 7:52Johannes 1:46Johannes 4:29Johannes 1:49Johannes 6:69Johannes 4:25Johannes 4:42Johannes 1:41
— Anderen zeiden: Deze is de Christus. En anderen zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen?

De Messias.

Johannes 7:41-42

KruisverwijzingenMicha 5:2Mattheüs 2:5Johannes 7:52Johannes 1:46Lukas 2:4Lukas 2:11Mattheüs 1:11 Samuël 16:1
— Anderen zeiden: Deze is de Christus. En anderen zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek Bethlehem, waar David was?

Dit was gezegend getuigenis, zelfs uit de mond van Christus’ vijanden. Zij wierpen Christus tegen wat inderdaad waar was, want Hij kwam werkelijk uit het zaad van David, en uit de stad Bethlehem. Daar was Hij geboren. Al noemden zij Hem de Nazarener — een titel die Hij niet afwees — en al schreef Pilatus boven Zijn hoofd: “Jezus de Nazaréner, de Koning der Joden.” Toch is Hij de Zoon van David, en Zijn geboorteplaats was Bethlehem, ook al wisten sommigen van hen dat niet.

Johannes 7:43-44

KruisverwijzingenJohannes 9:16Johannes 10:19Johannes 7:30Johannes 7:12Handelingen 23:11Mattheüs 10:35Lukas 12:51Handelingen 23:7
— Er werd dan tweedracht onder de schare, om Zijnentwil. En sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de handen aan Hem.

Hij was onsterfelijk totdat Zijn werk volbracht was. Het uur van Zijn dood had nog niet geslagen, en Hij moest leven tot de bestemde tijd.

Johannes 7:44

KruisverwijzingenJohannes 7:30Handelingen 23:11Johannes 8:20Handelingen 27:23Handelingen 18:10Johannes 18:5
— En sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de handen aan Hem.

In het dertigste vers van dit hoofdstuk, en in het twintigste vers van het volgende hoofdstuk, wordt ons verteld waarom zij Hem niet grepen: “Zijn ure was nog niet gekomen.” En, evenals hun Heere, zijn de heiligen onsterfelijk totdat hun werk volbracht is.

Johannes 7:45-46

KruisverwijzingenJohannes 7:32Lukas 4:22Mattheüs 7:28Johannes 7:26Handelingen 5:21
— De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeen; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht? De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.

De charme van Zijn welsprekendheid, de waardigheid van Zijn Persoon, Zijn ontzagwekkende houding, en iets bijzonders — zij wisten niet wat. Die goddelijkheid die zo’n Koning als Hij omringde, weerhield hun handen. Zij zeiden: “Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.”

Johannes 7:45-48

KruisverwijzingenJohannes 7:12Johannes 12:42Johannes 7:32Lukas 4:22Mattheüs 7:28Johannes 7:261 Korinthe 1:201 Korinthe 2:8
— De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeen; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht? De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens. De Farizeen dan antwoordden hun: Zijt ook gijlieden verleid? Heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd, of uit de Farizeen?

Zij deden zich voor als de geestelijke leiders van de natie, en verwachtten dat iedereen hun zou volgen.

Johannes 7:47

KruisverwijzingenJohannes 7:122 Koningen 18:32Mattheüs 27:632 Koningen 18:292 Kronieken 32:15Johannes 9:272 Korinthe 6:8
— De Farizeen dan antwoordden hun: Zijt ook gijlieden verleid?

U dienaars bent doorgaans hard genoeg van hart; bent ook u misleid?

Johannes 7:48

KruisverwijzingenJohannes 12:421 Korinthe 1:20Johannes 7:261 Korinthe 2:8Johannes 7:50Handelingen 6:7Mattheüs 11:25Jeremia 5:4
— Heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd, of uit de Farizeen?

Dit kwam erop neer: als wíj niet in Hem geloofd hebben, dan kan er niets in Zijn aanspraken zijn. Wíj immers zijn de grote heren van de natie, de oversten en de Farizeën. Net zoals sommige mensen schijnen te denken dat er niets in een genootschap zit, tenzij er een voorname naam in de leiding staat.

Johannes 7:49

KruisverwijzingenJakobus 3:131 Korinthe 3:18Jesaja 29:14Johannes 9:341 Korinthe 1:20Jesaja 28:14Jesaja 5:21Jesaja 65:5
— Maar deze schare, die de wet niet weet, is vervloekt.

Zij beschouwden het gewone volk als onwetend en vervloekt, terwijl zij zelf waarschijnlijk evenveel van de wet en haar ware geest wisten als deze geleerde leraren.

Johannes 7:49-51

KruisverwijzingenSpreuken 18:13Johannes 19:39Jakobus 3:13Deuteronomium 1:171 Korinthe 3:18Jesaja 29:14Johannes 9:341 Korinthe 1:20
— Maar deze schare, die de wet niet weet, is vervloekt. Nicodemus zeide tot hen, welke des nachts tot Hem gekomen was, zijnde een uit hen: Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?

Nicodemus stelde een eenvoudige vraag. Maar zij konden die niet beantwoorden zonder zichzelf schuldig te verklaren aan het overtreden van juist die wet waarvan zij beweerden de verklaarders te zijn.

Johannes 7:50

KruisverwijzingenJohannes 19:39Johannes 3:1
— Nicodemus zeide tot hen, welke des nachts tot Hem gekomen was, zijnde een uit hen:

Als lid van de raad.

Johannes 7:51

KruisverwijzingenSpreuken 18:13Deuteronomium 1:17Handelingen 23:3Deuteronomium 17:6Deuteronomium 19:15Deuteronomium 17:8
— Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?

Hij stelde slechts een vraag, dat was alles. En, verlegen christen: bent u geplaatst waar u niet veel voor Christus kunt zeggen, en bent u te bang om uw Meester uitvoerig te verdedigen? Zeg dan toch wat u kunt. Misschien is het enkel stellen van een vraag al genoeg om Hem te verdedigen. Nicodemus stond slechts op en vroeg: “Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?”

Johannes 7:52

KruisverwijzingenJohannes 7:41Johannes 1:46Mattheüs 4:15Spreuken 9:7Genesis 19:91 Koningen 22:24Jesaja 9:1Johannes 9:34
— Zij antwoordden en zeiden tot hem: Zijt gij ook uit Galilea? Onderzoek en zie, dat uit Galilea geen profeet opgestaan is.

Dit was een leugen, want er waren wel profeten uit Galilea voortgekomen. Toch ontkenden zij het, en waren zij verontwaardigd dat Nicodemus zo’n vraag aan hen durfde te stellen.

Johannes 7:53

KruisverwijzingenPsalmen 76:5Psalmen 76:10Job 5:12Psalmen 33:10
— En een iegelijk ging heen naar zijn huis.

Het was als een bom die te midden van hen ontplofte. Vaak zullen een paar dappere woorden, geworpen te midden van een vergadering van boze mensen, hen uiteen doen spatten. Nicodemus had volbracht wat hij misschien nooit gedacht had te zullen doen. Hij was inderdaad zoals zijn naam die dag: een van het overwinnende volk, want “een iegelijk ging heen naar zijn huis”. Nicodemus had hen allen uiteengedreven met zijn verrassende vraag. Mocht ieder van ons even moedig voor Christus getuigen als de gelegenheid zich voordoet!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content