Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Johannes 6

1 Na dezen vertrok Jezus over de zee van Galilea, welke is de zee van Tiberias.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 NaG3326 dezenG5023 vertrokG565 JezusG2424 over de zeeG2281 van GalileaG1056, welke is de zee van TiberiasG5085. Na dezen vertrok Jezus over de zee van Galilea, welke is de zee van Tiberias.

KJV After1 these things Jesus5 went3 over6 the sea8 of Galilee,10 which is the sea of Tiberias.

1 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 2 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θαλασσης G2281 zee sea 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 τιβεριαδος G5085 Tiberias Tiberias

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Hem volgde een grote schare, omdat zij Zijn tekenen zagen, die Hij deed aan de kranken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 Hem volgdeG190 een grote schareG3793, omdatG3754 zij Zijn tekenenG4592 zagenG3708, dieG3739 Hij deedG4160 aanG1909 de krankenG770. En Hem volgde een grote schare, omdat zij Zijn tekenen zagen, die Hij deed aan de kranken.

KJV And1 a great5 multitude4 followed2 him,3 because6 they saw7 his8 miracles10 which11 he did12 on13 them that were diseased.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηκολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 εωρων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σημεια G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 11 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 εποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ασθενουντων G770 zwak, krank, kranken be diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Jezus ging op den berg, en zat aldaar neder met Zijn discipelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En JezusG2424 ging opG1519 den bergG3735, en zat aldaar nederG3326 met Zijn discipelenG3101. En Jezus ging op den berg, en zat aldaar neder met Zijn discipelen.

KJV And2 Jesus7 went up1 into3 a mountain,5 and8 there9 he sat10 with11 his14 disciples.

1 ανηλθεν G424 gegaan go up 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 10 εκαθητο G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 11 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En het pascha, het feest der Joden, was nabij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG1161 het paschaG3957, het feestG1859 der JodenG2453, wasG1510 nabijG1451. En het pascha, het feest der Joden, was nabij.

KJV And2 the passover,5 a feast7 of the Jews,9 was nigh.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εορτη G1859 feest, feestdag feast, holyday 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Jezus dan, de ogen opheffende, en ziende, dat een grote schare tot Hem kwam, zeide tot Filippus: Van waar zullen wij broden kopen, opdat deze eten mogen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 JezusG2424 danG3767, de ogenG3788 opheffendeG1869, enG2532 ziendeG2300, dat een grote schareG3793 totG4314 HemG846 kwamG2064, zeideG3004 totG4314 FilippusG5376: Van waar zullen wij brodenG740 kopenG59, opdatG2443 dezeG3778 etenG5315 mogen? Jezus dan, de ogen opheffende, en ziende, dat een grote schare tot Hem kwam, zeide tot Filippus: Van waar zullen wij broden kopen, opdat deze eten mogen?

KJV When Jesus4 then2 lifted up1 his eyes,6 and7 saw8 a great10 company11 come12 unto13 him,14 he saith15 unto16 Philip,18 Whence19 shall we buy20 bread,21 that22 these24 may eat?

1 επαρας G1869 opheffende, verheft, verhieven exalt self, poise (lift, take) up 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οφθαλμους G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 θεασαμενος G2300 aanschouwd, zien, ziende behold, look (upon), see 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 11 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 12 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 φιλιππον G5376 Filippus, Filippi Philip 19 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 20 αγορασομεν G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 21 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 22 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 23 φαγωσιν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 24 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 (Doch dit zeide Hij, hem beproevende; want Hij wist Zelf, wat Hij doen zou.)
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 (DochG1161 ditG3778 zeideG3004 Hij, hem beproevendeG3985; wantG1063 Hij wistG1492 ZelfG846, watG5101 Hij doenG4160 zou.) (Doch dit zeide Hij, hem beproevende; want Hij wist Zelf, wat Hij doen zou.)

KJV And2 this he said3 to prove4 him:5 for7 he himself6 knew8 what9 he would10 do.

1 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 πειραζων G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 8 ηδει G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 εμελλεν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 11 ποιειν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd penningen brood is voor dezen niet genoeg, opdat een iegelijk van hen een weinig neme.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 FilippusG5376 antwoorddeG611 Hem: Voor tweehonderdG1250 penningenG1220 broodG740 is voor dezenG846 nietG3756 genoegG714, opdatG2443 een iegelijkG1538 van hen een weinigG1024 nemeG2983. Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd penningen brood is voor dezen niet genoeg, opdat een iegelijk van hen een weinig neme.

KJV Philip3 answered1 him,2 Two hundred4 pennyworth5 of bread6 is8 not7 sufficient for them,9 that10 every one11 of them12 may take15 a14 little.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 φιλιππος G5376 Filippus, Filippi Philip 4 διακοσιων G1250 tweehonderd two hundred 5 δηναριων G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 6 αρτοι G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 αρκουσιν G714 genoeg, vergenoegd, vergenoegen be content, be enough, suffice, be sufficient 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 11 εκαστος G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 12 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 βραχυ G1024 weinig, kort few words, little (space, while) 14 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 15 λαβη G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Een van Zijn discipelen, namelijk Andreas, de broeder van Simon Petrus, zeide tot Hem:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EenG1520 vanG1537 Zijn discipelenG3101, namelijk AndreasG406, de broederG80 van SimonG4613 PetrusG4074, zeideG3004 tot HemG846: Een van Zijn discipelen, namelijk Andreas, de broeder van Simon Petrus, zeide tot Hem:

KJV One3 of4 his2 disciples,6 Andrew,8 Simon11 Peter's12 brother,10 saith1 unto him,

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ανδρεας G406 Andreas Andrew 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 11 σιμωνος G4613 Simon, Simons Simon 12 πετρου G4074 Petrus Peter, rock
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Hier is een jongsken, dat vijf gerstebroden heeft, en twee visjes; maar wat zijn deze onder zo velen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Hier isG1510 eenG1520 jongskenG3808, dat vijfG4002 gerstebrodenG2916 heeftG2192, enG2532 tweeG1417 visjesG3795; maarG235 wat zijnG1510 dezeG3778 onder zo velenG5118? Hier is een jongsken, dat vijf gerstebroden heeft, en twee visjes; maar wat zijn deze onder zo velen?

KJV There is a3 lad2 here,4 which5 hath6 five7 barley9 loaves,8 and10 two11 small fishes:12 but13 what15 are they among17 so many?

1 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 παιδαριον G3808 jongsken, kinderkens child, lad 3 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 5 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five 8 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 9 κριθινους G2916 gerstebroden barley 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 12 οψαρια G3795 vis, visjes, vissen fish 13 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 14 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 τοσουτους G5118 zoveel, zovele, langen as large, so great (long, many, much), these many
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Jezus zeide: Doet de mensen nederzitten. En er was veel gras in die plaats. Zo zaten dan de mannen neder, omtrent vijf duizend in getal.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG1161 JezusG2424 zeideG2036: DoetG4160 de mensenG444 nederzittenG377. EnG1161 er wasG1510 veelG4183 grasG5528 inG1722 die plaatsG5117. ZoG3767 zatenG377 dan de mannenG435 nederG5616, omtrent vijf duizendG4000 in getalG706. En Jezus zeide: Doet de mensen nederzitten. En er was veel gras in die plaats. Zo zaten dan de mannen neder, omtrent vijf duizend in getal.

KJV And2 Jesus4 said, Make5 the men7 sit down.8 Now10 there was much12 grass11 in13 the place.15 So17 the men19 sat down,16 in number21 about22 five thousand.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ποιησατε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ανθρωπους G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 αναπεσειν G377 neder zitten, gevallen, nederzitten lean, sit down (to meat) 9 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 χορτος G5528 gras, kruid, hooi blade, grass, hay 12 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 τοπω G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 16 ανεπεσον G377 neder zitten, gevallen, nederzitten lean, sit down (to meat) 17 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 αριθμον G706 getal number 22 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 23 πεντακισχιλιοι G4000 vijf duizend five thousand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Jezus nam de broden, en gedankt hebbende, deelde Hij ze den discipelen, en de discipelen dengenen, die nedergezeten waren; desgelijks ook van de visjes, zoveel zij wilden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En JezusG2424 namG2983 de brodenG740, en gedanktG2168 hebbende, deeldeG1239 Hij ze den discipelenG3101, en de discipelenG3101 dengenen, die nedergezetenG345 waren; desgelijks ookG2532 vanG1537 de visjesG3795, zoveelG3745 zij wildenG2309. En Jezus nam de broden, en gedankt hebbende, deelde Hij ze den discipelen, en de discipelen dengenen, die nedergezeten waren; desgelijks ook van de visjes, zoveel zij wilden.

KJV And2 Jesus6 took1 the loaves;4 and7 when he had given thanks,8 he distributed9 to the disciples,11 and13 the disciples14 to them that were set down;16 and18 likewise17 of19 the fishes21 as much as22 they would.

1 ελαβεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ευχαριστησας G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 9 διεδωκεν G1239 deel, deelde, deelt (make) distribute(-ion), divide, give 10 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 15 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ανακειμενοις G345 aanzaten, aanzittende, aanzat guest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table 17 ομοιως G3668 insgelijks, evenzo likewise, so 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 οψαριων G3795 vis, visjes, vissen fish 22 οσον G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 23 ηθελον G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En als zij verzadigd waren, zeide Hij tot Zijn discipelen: Vergadert de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren ga.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG1161 alsG5613 zij verzadigdG1705 waren, zeideG3004 Hij tot Zijn discipelenG3101: VergadertG4863 de overgeschotenG4052 brokkenG2801, opdatG2443 er nietsG5100 verlorenG622 ga. En als zij verzadigd waren, zeide Hij tot Zijn discipelen: Vergadert de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren ga.

KJV When2 they were filled,3 he said4 unto his7 disciples,6 Gather up8 the fragments11 that remain,10 that nothing14 be lost.

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ενεπλησθησαν G1705 verzadigd, vervuld, vervullende fill 4 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 συναγαγετε G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 περισσευσαντα G4052 overvloedig, overvloed, overgeschoten (make, more) abound, (have, have more) abundance (be more) abundant, be the better, enough and to spare, exceed, excel, increase, be left, redound, remain (over and above) 11 κλασματα G2801 brokken broken, fragment 12 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 15 αποληται G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zij vergaderden ze dan, en vulden twaalf korven met brokken van de vijf gerstebroden, welke overgeschoten waren dengenen, die gegeten hadden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Zij vergaderdenG4863 ze danG3767, enG2532 vuldenG1072 twaalfG1427 korvenG2894 metG1537 brokkenG2801 van de vijfG4002 gerstebrodenG2916, welkeG3739 overgeschotenG4052 waren dengenen, die gegetenG977 hadden. Zij vergaderden ze dan, en vulden twaalf korven met brokken van de vijf gerstebroden, welke overgeschoten waren dengenen, die gegeten hadden.

KJV Therefore2 they gathered them together,1 and3 filled4 twelve5 baskets6 with the fragments7 of8 the five10 barley13 loaves,11 which14 remained over and above15 unto them that had eaten.

1 συνηγαγον G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 εγεμισαν G1072 vol, vulde, vulden fill (be) full 5 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 6 κοφινους G2894 korven basket 7 κλασματων G2801 brokken broken, fragment 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five 11 αρτων G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κριθινων G2916 gerstebroden barley 14 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 επερισσευσεν G4052 overvloedig, overvloed, overgeschoten (make, more) abound, (have, have more) abundance (be more) abundant, be the better, enough and to spare, exceed, excel, increase, be left, redound, remain (over and above) 16 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βεβρωκοσιν G977 gegeten eat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 De mensen dan, gezien hebbende het teken, dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 De mensenG444 danG3767, gezienG3708 hebbende het tekenG4592, dat JezusG2424 gedaanG4160 had, zeidenG3004: DezeG3778 isG1510 waarlijkG230 de ProfeetG4396, Die inG1519 de wereldG2889 komenG2064 zou. De mensen dan, gezien hebbende het teken, dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.

KJV Then2 those men,3 when they had seen the miracle7 that5 Jesus9 did,6 said,10 This11 is of a truth14 that prophet16 that should come18 into19 the world.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ανθρωποι G444 mensen, mens, Mens certain, man 4 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 αληθως G230 waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijk indeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Jezus dan, wetende, dat zij zouden komen, en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem Koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 JezusG2424 danG3767, wetendeG1097, dat zij zouden komenG2064, enG2532 Hem met geweldG726 nemen, opdatG2443 zij Hem KoningG935 maaktenG4160, ontweekG402 wederomG3825 opG1519 den bergG3735, Hij ZelfG846 alleen. Jezus dan, wetende, dat zij zouden komen, en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem Koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.

KJV When Jesus1 therefore2 perceived3 that4 they would5 come6 and7 take8 him9 by force, to10 make11 him12 a king,13 he departed14 again15 into16 a mountain18 himself19 alone.

1 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 γνους G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 μελλουσιν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 6 ερχεσθαι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 αρπαζειν G726 geweld, grijpt, opgetrokken catch (away, up), pluck, pull, take (by force) 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 11 ποιησωσιν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 βασιλεα G935 koning, Koning, koningen king 14 ανεχωρησεν G402 vertrok, vertrokken, gegaan depart, give place, go (turn) aside, withdraw self 15 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 19 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 μονος G3441 alleen, enig alone, only, by themselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En als het avond geworden was, gingen Zijn discipelen af naar de zee.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG1161 alsG5613 het avondG3798 geworden was, gingenG2597 Zijn discipelenG3101 af naar de zeeG2281. En als het avond geworden was, gingen Zijn discipelen af naar de zee.

KJV And2 when1 even3 was now come,4 his8 disciples7 went down5 unto9 the sea,

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οψια G3798 avond, avondstond even(-ing, (-tide)) 4 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 5 κατεβησαν G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θαλασσαν G2281 zee sea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En in het schip gegaan zijnde, kwamen zij over de zee naar Kapernaum. En het was alrede duister geworden, en Jezus was tot hen niet gekomen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En inG1519 het schipG4143 gegaanG1684 zijnde, kwamenG2064 zij over de zeeG2281 naarG1519 KapernaumG2584. EnG2532 het was alredeG2235 duisterG4653 geworden, enG2532 JezusG2424 was totG4314 henG846 nietG3756 gekomenG2064. En in het schip gegaan zijnde, kwamen zij over de zee naar Kapernaum. En het was alrede duister geworden, en Jezus was tot hen niet gekomen.

KJV And1 entered2 into3 a ship,5 and went6 over7 the sea9 toward10 Capernaum.11 And12 it was15 now14 dark,13 and16 Jesus22 was18 not17 come to19 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εμβαντες G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 6 ηρχοντο G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θαλασσης G2281 zee sea 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 καπερναουμ G2584 Kapernaum Capernaum 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 σκοτια G4653 duisternis, duister dark(-ness) 14 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 15 εγεγονει G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 εληλυθει G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 19 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 20 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En de zee verhief zich, overmits er een grote wind waaide.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En de zeeG2281 verhiefG1326 zich, overmitsG3173 er een grote windG417 waaideG4154. En de zee verhief zich, overmits er een grote wind waaide.

KJV And2 the sea3 arose7 by reason of a great5 wind4 that blew.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 3 θαλασσα G2281 zee sea 4 ανεμου G417 wind, winden wind 5 μεγαλου G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 6 πνεοντος G4154 gewaaid, waaien, blaast blow 7 διηγειρετο G1326 opgewekt, opwekke, wekten arise, awake, raise, stir up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En als zij omtrent vijf en twintig of dertig stadien gevaren waren, zagen zij Jezus, wandelende op de zee, en komende bij het schip; en zij werden bevreesd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En alsG5613 zij omtrent vijfG4002 en twintigG1501 ofG2228 dertigG5144 stadienG4712 gevarenG1643 waren, zagenG2334 zij JezusG2424, wandelendeG4043 opG1909 de zeeG2281, enG2532 komendeG1096 bij het schipG4143; enG2532 zij werden bevreesdG5399. En als zij omtrent vijf en twintig of dertig stadien gevaren waren, zagen zij Jezus, wandelende op de zee, en komende bij het schip; en zij werden bevreesd.

KJV So2 when they had rowed1 about3 five and twenty5 or7 thirty8 furlongs,4 they see9 Jesus11 walking12 on13 the sea,15 and16 drawing20 nigh17 unto the ship:19 and21 they were afraid.

1 εληλακοτες G1643 gedreven, gevaren, voort krijgen carry, drive, row 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 4 σταδιους G4712 stadien, loopbaan furlong, race 5 εικοσιπεντε G1501 twintig twenty 7 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 8 τριακοντα G5144 dertig thirty 9 θεωρουσιν G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 12 περιπατουντα G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θαλασσης G2281 zee sea 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πλοιου G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 20 γινομενον G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 εφοβηθησαν G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Maar Hij zeide tot hen: Ik ben het; zijt niet bevreesd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 MaarG1161 Hij zeideG3004 tot henG846: IkG1473 ben het; zijt nietG3361 bevreesdG5399. Maar Hij zeide tot hen: Ik ben het; zijt niet bevreesd.

KJV But2 he saith3 unto them,4 It is6 I;5 be8 not7 afraid.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εγω G1473 mij, ik I, me 6 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 φοβεισθε G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zij hebben dan Hem gewilliglijk in het schip genomen; en terstond kwam het schip aan het land, daar zij naar toe voeren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Zij hebben danG3767 Hem gewilliglijkG2309 inG1519 het schipG4143 genomenG2983; enG2532 terstondG2112 kwam het schipG4143 aan het landG1093, daar zij naarG1519 toe voerenG5217. Zij hebben dan Hem gewilliglijk in het schip genomen; en terstond kwam het schip aan het land, daar zij naar toe voeren.

KJV Then2 they willingly1 received3 him4 into5 the ship:7 and8 immediately9 the ship11 was12 at13 the land15 whither16 they went.

1 ηθελον G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 λαβειν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 12 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 υπηγον G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Des anderen daags de schare, die aan de andere zijde der zee stond, ziende, dat aldaar geen ander scheepje was dan dat ene, daar Zijn discipelen ingegaan waren, en dat Jezus met Zijn discipelen in dat scheepje niet was gegaan, maar dat Zijn discipelen alleen weggevaren waren;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Des anderen daagsG1887 de schareG3793, die aan de andere zijde der zeeG2281 stondG2476, ziendeG1492, dat aldaar geen anderG243 scheepjeG4142 wasG1510 dan dat eneG1520, daar Zijn discipelenG3101 ingegaanG1684 waren, enG2532 dat JezusG2424 met Zijn discipelenG3101 inG1519 dat scheepjeG4142 niet was gegaanG4897, maarG235 dat Zijn discipelenG3101 alleen weggevarenG565 waren; Des anderen daags de schare, die aan de andere zijde der zee stond, ziende, dat aldaar geen ander scheepje was dan dat ene, daar Zijn discipelen ingegaan waren, en dat Jezus met Zijn discipelen in dat scheepje niet was gegaan, maar dat Zijn discipelen alleen weggevaren waren;

KJV The day following,2 when the people4 which1 stood6 on the other side7 of the sea9 saw that11 there was none14 other13 boat12 there,16 save that20 one19 whereinto21 his26 disciples25 were entered,23 and27 that28 Jesus35 went30 not29 with his33 disciples32 into36 the boat,38 but39 that his43 disciples42 were gone away44 alone;

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 επαυριον G1887 daags day following, morrow, next day (after) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εστηκως G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 7 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θαλασσης G2281 zee sea 10 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 πλοιαριον G4142 scheepje, scheepjes boat, little (small) ship 13 αλλο G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 17 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 18 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 19 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 20 εκεινο G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 21 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 22 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 23 ενεβησαν G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 24 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 26 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 29 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 30 συνεισηλθεν G4897 gegaan go in with, go with into 31 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 33 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 34 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 36 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 37 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 38 πλοιαριον G4142 scheepje, scheepjes boat, little (small) ship 39 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 40 μονοι G3441 alleen, enig alone, only, by themselves 41 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 42 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 43 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 44 απηλθον G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 (Doch er kwamen andere scheepjes van Tiberias, nabij de plaats, waar zij het brood gegeten hadden, als de Heere gedankt had.)
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 (DochG1161 er kwamenG2064 andere scheepjesG4142 vanG1537 TiberiasG5085, nabijG1451 de plaatsG5117, waar zij het broodG740 gegetenG5315 hadden, als de HeereG2962 gedanktG2168 had.) (Doch er kwamen andere scheepjes van Tiberias, nabij de plaats, waar zij het brood gegeten hadden, als de Heere gedankt had.)

KJV (Howbeit2 there came3 other1 boats4 from5 Tiberias6 nigh7 unto the place9 where10 they did eat11 bread,13 after that the Lord16 had given thanks:)

1 αλλα G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 πλοιαρια G4142 scheepje, scheepjes boat, little (small) ship 5 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 τιβεριαδος G5085 Tiberias Tiberias 7 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 τοπου G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 10 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 11 εφαγον G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 14 ευχαριστησαντος G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Toen dan de schare zag, dat Jezus aldaar niet was, noch Zijn discipelen, zo gingen zij ook in de schepen, en kwamen te Kapernaum, zoekende Jezus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Toen danG3767 de schareG3793 zagG1492, datG3754 JezusG2424 aldaar nietG3756 wasG1510, noch Zijn discipelenG3101, zo gingenG1684 zij ookG2532 inG1519 de schepenG4143, enG2532 kwamenG2064 te KapernaumG2584, zoekendeG2212 JezusG2424. Toen dan de schare zag, dat Jezus aldaar niet was, noch Zijn discipelen, zo gingen zij ook in de schepen, en kwamen te Kapernaum, zoekende Jezus.

KJV When1 the people5 therefore2 saw that6 Jesus7 was not8 there,10 neither11 his14 disciples,13 they17 also16 took15 shipping,20 and21 came22 to18 Capernaum,24 seeking for25 Jesus.

1 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 11 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ενεβησαν G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πλοια G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 23 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 24 καπερναουμ G2584 Kapernaum Capernaum 25 ζητουντες G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 26 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En als zij Hem gevonden hadden over de zee, zeiden zij tot Hem: Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 EnG2532 als zij Hem gevondenG2147 hadden over de zeeG2281, zeidenG2036 zij tot Hem: RabbiG4461, wanneer zijt Gij hier gekomen? En als zij Hem gevonden hadden over de zee, zeiden zij tot Hem: Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen?

KJV And1 when they had found2 him3 on the other side4 of the sea,6 they said unto him,8 Rabbi,9 when10 camest thou12 hither?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευροντες G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θαλασσης G2281 zee sea 7 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 10 ποτε G4219 wanneer?, hoe lang? + how long, when 11 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 12 γεγονας G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Jezus antwoordde hun en zeide: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt, en verzadigd zijt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 JezusG2424 antwoorddeG611 hunG846 enG2532 zeideG2036: VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik u: gij zoektG2212 MijG1473, nietG3756 omdatG3754 gij tekenenG4592 gezienG3708 hebt, maarG235 omdatG3754 gij vanG1537 de brodenG740 gegetenG5315 hebt, enG2532 verzadigdG5526 zijt. Jezus antwoordde hun en zeide: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt, en verzadigd zijt.

KJV Jesus4 answered1 them2 and5 said, Verily,7 verily,8 I say6 unto you, Ye seek11 me, not13 because14 ye saw the miracles,16 but17 because18 ye did eat19 of20 the loaves,22 and23 were filled.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 8 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 9 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 12 με G1473 mij, ik I, me 13 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 ειδετε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 16 σημεια G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 17 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 18 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 19 εφαγετε G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 20 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 21 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 αρτων G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 εχορτασθητε G5526 verzadigd, verzadigen feed, fill, satisfy

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 WerktG2038 nietG3361 om de spijsG1035, die vergaatG622, maarG235 om de spijsG1035, die blijftG3306 tot in het eeuwigeG166 levenG2222, welkeG3739 de ZoonG5207 des mensenG444 ulieden gevenG1325 zal; wantG1063 DezenG5126 heeft GodG2316 de VaderG3962 verzegeldG4972. Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld.

KJV Labour1 not2 for the meat4 which3 perisheth,6 but7 for that meat9 which5 endureth11 unto12 everlasting14 life,13 which15 the Son17 of man19 shall give21 unto you: for23 him hath26 God28 the Father25 sealed.

1 εργαζεσθε G2038 werkt, werken, werkende commit, do, labor for, minister about, trade (by), work 2 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 βρωσιν G1035 spijs, roest, spijze eating, food, meat 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 απολλυμενην G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 7 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 βρωσιν G1035 spijs, roest, spijze eating, food, meat 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μενουσαν G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 14 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began) 15 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 20 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 21 δωσει G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 22 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 23 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 24 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 26 εσφραγισεν G4972 verzegeld, Verzegel, verhinderd (set a, set to) seal up, stop 27 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Zij zeiden dan tot Hem: Wat zullen wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Zij zeidenG2036 danG3767 totG4314 HemG846: WatG5101 zullen wij doenG4160, opdatG2443 wij de werken GodsG2316 mogen werken? Zij zeiden dan tot Hem: Wat zullen wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?

Ook in dit vers werkenG2038 werkenG2041

KJV Then2 said they unto3 him,4 What5 shall we do,7 that11 we might work12 the works14 of God?

1 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 7 ποιουμεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 ποιωμεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 11 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 12 εργαζωμεθα G2038 werkt, werken, werkende commit, do, labor for, minister about, trade (by), work 13 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εργα G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 JezusG2424 antwoorddeG611 enG2532 zeideG2036 tot henG846: DitG3778 isG1510 het werkG2041 GodsG2316, dat gij gelooftG4100 inG1519 Hem, Dien Hij gezondenG649 heeft. Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft.

KJV Jesus3 answered1 and4 said unto them,6 This is the work10 of God,12 that13 ye believe14 on15 him16 whom18 he hath sent.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εργον G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 14 πιστευσητε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 18 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Zij zeiden dan tot Hem: Wat teken doet Gij dan, opdat wij het mogen zien, en U geloven? Wat werkt Gij?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Zij zeidenG2036 dan tot Hem: WatG5101 tekenG4592 doetG4160 GijG4771 dan, opdatG2443 wij het mogen zienG1492, enG2532 U gelovenG4100? WatG5101 werktG2038 Gij? Zij zeiden dan tot Hem: Wat teken doet Gij dan, opdat wij het mogen zien, en U geloven? Wat werkt Gij?

KJV They said therefore2 unto him,3 What4 sign8 shewest6 thou7 then,5 that9 we may see, and11 believe12 thee? what14 dost thou work?

1 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 6 ποιεις G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 8 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 9 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 10 ιδωμεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 πιστευσωμεν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 13 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 14 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 εργαζη G2038 werkt, werken, werkende commit, do, labor for, minister about, trade (by), work

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Onze vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Onze vadersG3962 hebben het MannaG3131 gegetenG5315 inG1722 de woestijnG2048; gelijk geschrevenG1125 isG1510: Hij gafG1325 hun het broodG740 uitG1537 den hemelG3772 te etenG5315. Onze vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten.

KJV Our fathers2 did eat6 manna5 in7 the desert;9 as10 it is written,12 He gave17 them18 bread13 from14 heaven16 to eat.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 3 ημων G1473 mij, ik I, me 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαννα G3131 Manna, manna manna 6 εφαγον G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ερημω G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 10 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 γεγραμμενον G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 13 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 14 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 17 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 18 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 JezusG2424 danG3767 zeideG2036 tot henG846: VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 IkG1473 uG4771: MozesG3475 heeft uG4771 nietG3756 gegevenG1325 het broodG740 uitG1537 den hemelG3772; maarG235 Mijn VaderG3962 geeftG1325 uG4771 dat wareG228 BroodG740 uitG1537 den hemelG3772. Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel.

KJV Then2 Jesus5 said unto them,3 Verily,6 verily,7 I say1 unto you, Moses11 gave12 you not10 that bread15 from16 heaven;18 but19 my Father21 giveth23 you the true31 bread26 from27 heaven.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 7 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 8 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 μωσης G3475 Mozes Moses 12 δεδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 13 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 16 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 19 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 22 μου G1473 mij, ik I, me 23 διδωσιν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 24 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 25 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 27 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 28 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 30 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 αληθινον G228 waarachtig, waarachtige, ware true

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 WantG1063 het BroodG740 GodsG2316 isG1510 Hij, Die uitG1537 den hemelG3772 nederdaaltG2597, enG2532 Die der wereldG2889 het levenG2222 geeftG1325. Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft.

KJV For2 the bread3 of God5 is he which1 cometh down8 from9 heaven,11 and12 giveth14 life13 unto the world.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αρτος G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 καταβαινων G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 9 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 14 διδους G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 κοσμω G2889 wereld, versiersel adorning, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Zij zeiden dan tot Hem: Heere, geef ons altijd dit Brood.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Zij zeidenG2036 danG3767 totG4314 HemG846: HeereG2962, geefG1325 ons altijdG3842 ditG3778 BroodG740. Zij zeiden dan tot Hem: Heere, geef ons altijd dit Brood.

KJV Then2 said they unto3 him,4 Lord,5 evermore6 give7 us this bread.

1 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 παντοτε G3842 altijd, tijd, tijde alway(-s), ever(-more) 7 δος G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 8 ημιν G1473 mij, ik I, me 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 11 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En JezusG2424 zeideG2036 totG4314 henG846: IkG1473 benG1510 het BroodG740 des levensG2222; die tot Mij komtG2064, zal geenszinsG3364 hongerenG3983, en die inG1519 MijG1473 gelooftG4100, zal nimmermeerG3364 dorstenG1372. En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.

KJV And2 Jesus5 said unto them,3 I6 am7 the bread9 of life:11 he that cometh13 to14 me shall never hunger;18 and19 he that believeth21 on22 me shall26 never27 thirst.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 εγω G1473 mij, ik I, me 7 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αρτος G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ζωης G2222 leven, levens, Leven life(-time) 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 14 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 15 με G1473 mij, ik I, me 16 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 18 πειναση G3983 hongerde, hongerig, hongeren be an hungered 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πιστευων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 22 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 23 εμε G1473 mij, ik I, me 24 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 25 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 26 διψηση G1372 dorsten, dorst, dorstig (be, be a-)thirst(-y) 27 πωποτε G4455 ooit, nooit at any time, + never (…to any man), + yet, never man

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en gij gelooft niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 MaarG235 Ik heb u gezegdG2036, datG3754 gij Mij ook gezienG3708 hebt, en gijG4771 gelooftG4100 nietG3756. Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en gij gelooft niet.

KJV But1 I said unto you, That4 ye6 also5 have seen me, and8 believe10 not.

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εωρακατε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 με G1473 mij, ik I, me 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 πιστευετε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 AlG3956 wat Mij de VaderG3962 geeftG1325, zal totG4314 MijG1473 komenG2240; enG2532 die totG4314 Mij komtG2064, zal Ik geenszinsG3364 uitwerpenG1544. Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.

KJV All1 that2 the Father6 giveth3 me shall come9 to7 me; and10 him that cometh12 to13 me I will17 in no wise cast out.

1 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 διδωσιν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 4 μοι G1473 mij, ik I, me 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 εμε G1473 mij, ik I, me 9 ηξει G2240 komen, kom come 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ερχομενον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 με G1473 mij, ik I, me 15 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 εκβαλω G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 18 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 WantG3754 Ik ben uitG1537 den hemelG3772 nedergedaaldG2597, nietG3756 opdatG2443 Ik MijnG1699 wilG2307 zou doenG4160, maarG235 den wilG2307 Desgenen, Die MijG1473 gezondenG3992 heeft. Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.

KJV For1 I came down2 from3 heaven,5 not6 to7 do8 mine own12 will,10 but13 the will15 of him that sent17 me.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 καταβεβηκα G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 6 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 8 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εμον G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 13 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πεμψαντος G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 18 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 EnG1161 ditG3778 isG1510 de wilG2307 des VadersG3962, Die MijG1473 gezondenG3992 heeft, dat alG3956 watG3739 HijG846 Mij gegevenG1325 heeft, IkG1473 daaruit nietG3361 verliezeG622, maar hetzelveG846 opwekkeG450 ten uiterstenG2078 dageG2250. En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV And2 this is the Father's9 will5 which4 hath sent7 me, that10 of all11 which12 he hath given13 me I should lose16 nothing,15 but19 should raise20 it18 up again at22 the last24 day.

1 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πεμψαντος G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 8 με G1473 mij, ik I, me 9 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 10 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 11 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 δεδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 14 μοι G1473 mij, ik I, me 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 απολεσω G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 17 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 20 αναστησω G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 21 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 23 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 εσχατη G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 25 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 En dit isG1510 de wilG2307 Desgenen, Die MijG1473 gezondenG3992 heeft, dat een iegelijkG3956, die den ZoonG5207 aanschouwtG2334, en inG1519 Hem gelooftG4100, het eeuwigeG166 levenG2222 hebbeG2192; en IkG1473 zal hemG846 opwekkenG450 ten uiterstenG2078 dageG2250. En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

KJV And2 this is the will5 of him that sent7 me, that9 every one10 which4 seeth12 the Son,14 and15 believeth16 on17 him,18 may have19 everlasting21 life:20 and22 I8 will raise23 him24 up at the last27 day.

1 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πεμψαντος G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 8 με G1473 mij, ik I, me 9 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 10 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεωρων G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 πιστευων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 εχη G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 20 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 21 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began) 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 αναστησω G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 24 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 εγω G1473 mij, ik I, me 26 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 εσχατη G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 28 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 De JodenG2453 danG3767 murmureerdenG1111 overG4012 Hem, omdatG3754 Hij gezegdG2036 had: IkG1473 benG1510 het BroodG740, Dat uitG1537 den hemelG3772 nedergedaaldG2597 is. De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is.

KJV The Jews4 then2 murmured1 at5 him,6 because7 he said, I9 am10 the bread12 which3 came down14 from15 heaven.

1 εγογγυζον G1111 murmureerden, Murmureert, gemurmureerd murmur 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 5 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 εγω G1473 mij, ik I, me 10 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αρτος G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 καταβας G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 15 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 EnG2532 zij zeidenG3004: Is dezeG3778 nietG3756 JezusG2424, de ZoonG5207 van JozefG2501, Wiens vaderG3962 enG2532 moederG3384 wij kennenG1492? HoeG4459 zegtG3004 DezeG3778 danG3767: IkG1473 ben uitG1537 den hemelG3772 nedergedaaldG2597? En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald?

KJV And1 they said,2 Is not3 this4 Jesus,6 the son8 of Joseph,9 whose10 father14 and15 mother17 we know?12 how is it18 then19 that he21 saith,20 I came down26 from23 heaven?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 4 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 9 ιωσηφ G2501 Jozef Joseph 10 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 ημεις G1473 mij, ik I, me 12 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μητερα G3384 moeder, moeders mother 18 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 19 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 20 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 21 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 23 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 26 καταβεβηκα G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Jezus antwoordde dan, en zeide tot hen: Murmureert niet onder elkander.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 JezusG2424 antwoorddeG611 danG3767, enG2532 zeideG2036 tot henG846: MurmureertG1111 nietG3361 onderG3326 elkanderG240. Jezus antwoordde dan, en zeide tot hen: Murmureert niet onder elkander.

KJV Jesus4 therefore2 answered1 and5 said unto them,7 Murmur9 not8 among10 yourselves.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 γογγυζετε G1111 murmureerden, Murmureert, gemurmureerd murmur 10 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 11 αλληλων G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός))

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 NiemandG3762 kanG1410 totG4314 MijG1473 komenG2064, tenzijG3362 dat de VaderG3962, Die Mij gezondenG3992 heeft, hem trekkeG1670; enG2532 IkG1473 zal hemG846 opwekkenG450 ten uiterstenG2078 dageG2250. Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

KJV No man1 can2 come3 to4 me, except the Father9 which8 hath sent11 me draw13 him:14 and15 I5 will raise17 him18 up at the last20 day.

1 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 2 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 3 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 με G1473 mij, ik I, me 6 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πεμψας G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 12 με G1473 mij, ik I, me 13 ελκυση G1670 trekken, trok, trokken draw 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εγω G1473 mij, ik I, me 17 αναστησω G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 18 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 εσχατη G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 21 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 Er isG1510 geschrevenG1125 inG1722 de profetenG4396: EnG2532 zijG1510 zullen allenG3956 van GodG2316 geleerd zijn. Een iegelijkG3956 danG3767, die het van den VaderG3962 gehoordG191 enG2532 geleerd heeft, die komtG2064 totG4314 MijG1473. Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.

Ook in dit vers geleerdG1318 geleerdG3129

KJV It is written2 in3 the prophets,5 And6 they shall be all8 taught9 of God.11 Every man12 therefore13 that hath heard,15 and19 hath learned20 of16 the Father,18 cometh21 unto22 me.

1 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 γεγραμμενον G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 προφηταις G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εσονται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 διδακτοι G1318 geleerd, leert taught, which … teacheth 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 13 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 16 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 μαθων G3129 geleerd, leren, leert learn, understand 21 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 22 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 23 με G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 Niet dat iemandG5100 den VaderG3962 gezienG3708 heeft, dan Die van GodG2316 isG1510; DezeG3778 heeft den VaderG3962 gezienG3708. Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien.

KJV Not1 that2 any man5 hath seen6 the Father,4 save he which3 is11 of God,13 he14 hath seen15 the Father.

1 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 5 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 εωρακεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 14 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 εωρακεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: Die inG1519 Mij gelooftG4100, heeftG2192 het eeuwigeG166 levenG2222. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.

KJV Verily,1 verily,2 I say3 unto you, He that believeth6 on7 me hath9 everlasting11 life.

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πιστευων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 εμε G1473 mij, ik I, me 9 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 10 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 11 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 Ik ben het Brood des levens.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 IkG1473 benG1510 het BroodG740 des levensG2222. Ik ben het Brood des levens.

KJV I1 am2 that bread4 of life.

1 εγω G1473 mij, ik I, me 2 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρτος G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ζωης G2222 leven, levens, Leven life(-time)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 Uw vadersG3962 hebben het MannaG3131 gegetenG5315 inG1722 de woestijnG2048, enG2532 zij zijn gestorvenG599. Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven.

KJV Your fathers2 did eat4 manna6 in7 the wilderness,9 and10 are dead.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 3 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 4 εφαγον G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαννα G3131 Manna, manna manna 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ερημω G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 απεθανον G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 DitG3778 isG1510 het BroodG740, dat uitG1537 den hemelG3772 nederdaaltG2597, opdatG2443 de mensG5100 daarvan eteG5315, enG2532 nietG3361 sterveG599. Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve.

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV This1 is the bread4 which3 cometh down9 from6 heaven,8 that a man11 may eat14 thereof,12 and15 not die.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρτος G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 9 καταβαινων G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 10 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 11 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 12 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 φαγη G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 αποθανη G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 IkG1473 ben dat levendeG2198 BroodG740, dat uitG1537 den hemelG3772 nedergedaaldG2597 is; zoG1437 iemandG5100 van ditG3778 BroodG740 eetG5315, die zal inG1519 der eeuwigheidG165 leven. En het BroodG740, dat IkG1473 gevenG1325 zal, isG1510 Mijn vleesG4561, hetwelkG3739 IkG1473 gevenG1325 zal voor het leven der wereldG2889. Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.

Ook in dit vers uit/metG1537 levenG2198 levenG2222

KJV I1 am2 the living6 bread4 which3 came down11 from8 heaven:10 if12 any man13 eat14 of15 this bread,18 he shall live19 for20 ever:22 and26 the bread25 that27 I28 will give29 is my flesh,31 which34 I32 will give36 for37 the life41 of the world.

1 εγω G1473 mij, ik I, me 2 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρτος G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ζων G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 11 καταβας G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 12 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 13 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 14 φαγη G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 15 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αρτου G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 19 ζησεται G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 αιωνα G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 αρτος G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 26 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 27 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 28 εγω G1473 mij, ik I, me 29 δωσω G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 30 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 σαρξ G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 32 μου G1473 mij, ik I, me 33 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 34 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 35 εγω G1473 mij, ik I, me 36 δωσω G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 37 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 38 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 39 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 40 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world 41 ζωης G2222 leven, levens, Leven life(-time)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 De JodenG2453 danG3767 stredenG3164 onder elkanderG240, zeggendeG3004: HoeG4459 kanG1410 ons dezeG3778 Zijn vleesG4561 te etenG5315 gevenG1325? De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven?

Ook in dit vers totG4314

KJV The Jews6 therefore2 strove1 among3 themselves,4 saying,7 How8 can9 this man10 give12 us his flesh14 to eat?

1 εμαχοντο G3164 streden, twisten, vecht fight, strive 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 7 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 9 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 10 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 ημιν G1473 mij, ik I, me 12 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 σαρκα G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 15 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
53 Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

53 JezusG2424 danG3767 zeideG2036 tot henG846: VoorwaarG281, voorwaarG281 zegG3004 Ik ulieden: TenzijG3362 dat gijG4771 het vleesG4561 des ZoonsG5207 des mensenG444 eetG5315, enG2532 Zijn bloedG129 drinktG4095, zo hebtG2192 gij geen levenG2222 inG1722 uzelven. Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.

KJV Then2 Jesus5 said unto them,3 Verily,6 verily,7 I say1 unto you, Except ye eat12 the flesh14 of the Son16 of man,18 and19 drink20 his21 blood,23 ye have25 no24 life26 in27 you.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 7 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 8 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 10 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 φαγητε G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 σαρκα G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 υιου G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 πιητε G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood 24 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 25 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 26 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 27 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 28 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
54 Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

54 Die Mijn vleesG4561 eetG5176, enG2532 Mijn bloedG129 drinktG4095, die heeftG2192 het eeuwigeG166 levenG2222; enG2532 IkG1473 zal hemG846 opwekkenG450 ten uiterstenG2078 dageG2250. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

KJV Whoso eateth2 my flesh,5 and6 drinketh7 my blood,10 hath11 eternal13 life;12 and14 I3 will raise16 him17 up at the last19 day.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 τρωγων G5176 eet, etende eat 3 μου G1473 mij, ik I, me 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σαρκα G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 πινων G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood 11 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 13 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εγω G1473 mij, ik I, me 16 αναστησω G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 εσχατη G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 20 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
55 Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

55 WantG1063 Mijn vleesG4561 is waarlijkG230 SpijsG1035, enG2532 Mijn bloedG129 isG1510 waarlijkG230 DrankG4213. Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank.

KJV For2 my flesh3 is meat7 indeed,5 and8 my blood10 is drink14 indeed.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 σαρξ G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 4 μου G1473 mij, ik I, me 5 αληθως G230 waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijk indeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 βρωσις G1035 spijs, roest, spijze eating, food, meat 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 αληθως G230 waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijk indeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 ποσις G4213 drank, Drank drink
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
56 Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

56 Die Mijn vleesG4561 eetG5176, enG2532 Mijn bloedG129 drinktG4095, die blijftG3306 inG1722 Mij, en Ik in hemG846. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem.

KJV He that eateth2 my flesh,5 and6 drinketh7 my blood,10 dwelleth13 in11 me, and I14 in15 him.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 τρωγων G5176 eet, etende eat 3 μου G1473 mij, ik I, me 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σαρκα G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 πινων G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 εμοι G1473 mij, ik I, me 13 μενει G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 14 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
57 Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

57 GelijkerwijsG2531 Mij de levendeG2198 VaderG3962 gezondenG649 heeft, enG2532 Ik leveG2198 doorG1223 den VaderG3962; alzo die Mij eetG5176, dezelve zal levenG2198 doorG1223 Mij. Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij.

KJV As1 the living5 Father6 hath sent2 me, and I7 live8 by9 the Father:11 so12 he that eateth14 me, even he16 shall live17 by18 me.

1 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 2 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 3 με G1473 mij, ik I, me 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ζων G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 6 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 7 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 8 ζω G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 9 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 τρωγων G5176 eet, etende eat 15 με G1473 mij, ik I, me 16 κακεινος G2548 Dezen, dezen and him (other, them), even he, him also, them (also), (and) they 17 ζησεται G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 18 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 19 εμε G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
58 Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

58 Dit isG1510 het BroodG740, dat uitG1537 den hemelG3772 nedergedaaldG2597 is; nietG3756 gelijk uw vadersG3962 het MannaG3131 gegetenG5315 hebben, enG2532 zijn gestorvenG599. Die dit BroodG740 eetG5176, zal inG1519 der eeuwigheidG165 levenG2198. Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.

KJV This1 is that bread4 which3 came down9 from6 heaven:8 not10 as11 your fathers14 did eat12 manna,17 and18 are dead:19 he that eateth21 of this bread24 shall live25 for26 ever.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρτος G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 9 καταβας G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 12 εφαγον G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 15 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 μαννα G3131 Manna, manna manna 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 απεθανον G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 τρωγων G5176 eet, etende eat 22 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 23 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 25 ζησεται G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 26 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 27 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 αιωνα G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
59 Deze dingen zeide Hij in de synagoge, lerende te Kapernaum.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

59 DezeG3778 dingen zeideG2036 Hij inG1722 de synagogeG4864, lerendeG1321 te KapernaumG2584. Deze dingen zeide Hij in de synagoge, lerende te Kapernaum.

KJV These things said he in3 the synagogue,4 as he taught5 in6 Capernaum.

1 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 συναγωγη G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 5 διδασκων G1321 lerende, leerde, leren teach 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 καπερναουμ G2584 Kapernaum Capernaum

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
60 Velen dan van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard; wie kan dezelve horen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

60 VelenG4183 danG3767 vanG1537 Zijn discipelenG3101, dit horendeG191, zeidenG2036: DezeG3778 redeG3056 isG1510 hardG4642; wieG5101 kanG1410 dezelve horenG191? Velen dan van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard; wie kan dezelve horen?

KJV Many1 therefore2 of4 his7 disciples,6 when they had heard3 this, said, This11 is an hard9 saying;13 who14 can15 hear17 it?

1 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 σκληρος G4642 hard, harde fierce, hard 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 14 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ακουειν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
61 Jezus nu, wetende bij Zichzelven, dat Zijn discipelen daarover murmureerden, zeide tot hen: Ergert ulieden dit?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

61 JezusG2424 nuG1161, wetendeG1492 bijG1722 ZichzelvenG1438, dat Zijn discipelenG3101 daarover murmureerdenG1111, zeideG2036 tot henG846: ErgertG4624 ulieden ditG3778? Jezus nu, wetende bij Zichzelven, dat Zijn discipelen daarover murmureerden, zeide tot hen: Ergert ulieden dit?

KJV When2 Jesus4 knew1 in5 himself6 that7 his13 disciples12 murmured8 at9 it, he said unto them,15 Doth this offend18 you?

1 ειδως G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 εαυτω G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 γογγυζουσιν G1111 murmureerden, Murmureert, gemurmureerd murmur 9 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 10 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 18 σκανδαλιζει G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
62 Wat zou het dan zijn, zo gij de Zoon des mensen zaagt opvaren, daar Hij te voren was?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

62 Wat zou het danG3767 zijn, zo gij de ZoonG5207 des mensenG444 zaagtG2334 opvarenG305, daar Hij te vorenG4386 wasG1510? Wat zou het dan zijn, zo gij de Zoon des mensen zaagt opvaren, daar Hij te voren was?

KJV What and2 if1 ye shall see3 the Son5 of man7 ascend up8 where9 he was before?

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 θεωρητε G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 αναβαινοντα G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 9 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 10 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 προτερον G4386 voren, eerst, eerste maal before, (at the) first, former
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
63 De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

63 De GeestG4151 isG1510 het, Die levend maaktG2227; het vleesG4561 is nietG3756 nutG5623. De woordenG4487, dieG3739 IkG1473 tot uG4771 spreekG2980, zijn geestG4151 enG2532 zijnG1510 levenG2222. De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.

KJV It is the spirit2 that quickeneth;5 the flesh7 profiteth9 nothing:10 the words12 that13 I14 speak15 unto you, they are spirit,17 and19 they are life.

1 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ζωοποιουν G2227 levend, levend maakt, levendmakenden make alive, give life, quicken 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 σαρξ G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 ωφελει G5623 nut, baat, nuttigheid advantage, better, prevail, profit 10 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ρηματα G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 13 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 εγω G1473 mij, ik I, me 15 λαλω G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 16 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 17 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ζωη G2222 leven, levens, Leven life(-time) 21 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
64 Maar er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

64 MaarG235 er zijnG1510 sommigenG5100 vanG1537 ulieden, dieG3739 niet gelovenG4100. WantG1063 JezusG2424 wistG1492 vanG1537 den beginneG746, wie zij warenG1510, die niet geloofdenG4100, enG2532 wie hij wasG1510, die HemG846 verradenG3860 zou. Maar er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou.

KJV But1 there are some5 of3 you that6 believe8 not.7 For10 Jesus14 knew9 from11 the beginning12 who15 they were that believed19 not,18 and20 who21 should betray24 him.

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 5 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 οι G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 πιστευουσιν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 9 ηδει G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 αρχης G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 τινες G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 16 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 19 πιστευοντες G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 22 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 23 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 παραδωσων G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
65 En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij dat het hem gegeven zij van Mijn Vader.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

65 EnG2532 Hij zeideG3004: Daarom heb IkG1473 uG4771 gezegdG2046, dat niemandG3762 totG4314 MijG1473 komenG2064 kanG1410, tenzijG3362 dat het hemG846 gegevenG1325 zij vanG1537 Mijn VaderG3962. En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij dat het hem gegeven zij van Mijn Vader.

KJV And1 he said,2 Therefore3 said I5 unto you, that7 no man8 can9 come10 unto11 me, except it were given16 unto him17 of18 my Father.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 4 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 ειρηκα G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 6 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 9 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 10 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 11 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 12 με G1473 mij, ik I, me 13 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 14 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 15 η G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 δεδομενον G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 21 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
66 Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

66 Van toen af gingenG565 velenG4183 Zijner discipelenG3101 terugG1519, enG2532 wandeldenG4043 niet meer metG1537 HemG846. Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem.

KJV From1 that time many3 of his7 disciples6 went4 back,8 and11 walked15 no more12 with13 him.

1 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 2 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 4 απηλθον G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 13 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 περιεπατουν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
67 Jezus dan zeide tot de twaalven: Wilt gijlieden ook niet weggaan?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

67 JezusG2424 danG3767 zeideG2036 tot de twaalvenG1427: WiltG2309 gijliedenG4771 ookG2532 nietG3361 weggaanG5217? Jezus dan zeide tot de twaalven: Wilt gijlieden ook niet weggaan?

KJV Then2 said Jesus4 unto the twelve,6 Will10 ye also8 go away?

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 10 θελετε G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 11 υπαγειν G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
68 Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

68 SimonG4613 PetrusG4074 danG3767 antwoorddeG611 HemG846: HeereG2962, totG4314 Wien zullen wij heengaanG565? Gij hebtG2192 de woordenG4487 des eeuwigenG166 levensG2222. Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.

KJV Then2 Simon4 Peter5 answered1 him,3 Lord,6 to7 whom8 shall we go?9 thou hast13 the words10 of eternal12 life.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 5 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 6 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 τινα G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 απελευσομεθα G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 10 ρηματα G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 11 ζωης G2222 leven, levens, Leven life(-time) 12 αιωνιου G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began) 13 εχεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
69 En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

69 EnG2532 wij hebben geloofdG4100 enG2532 bekendG1097, datG3754 GijG4771 zijtG1510 de ChristusG5547, de ZoonG5207 des levendenG2198 GodsG2316. En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.

KJV And1 we believe3 and4 are sure5 that6 thou7 art that Christ,10 the Son12 of the living16 God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ημεις G1473 mij, ik I, me 3 πεπιστευκαμεν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 εγνωκαμεν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ζωντος G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
70 Jezus antwoordde hun: Heb Ik niet u twaalf uitverkoren? En een uit u is een duivel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

70 JezusG2424 antwoorddeG611 hunG846: Heb IkG1473 nietG3756 uG4771 twaalfG1427 uitverkorenG1586? EnG2532 een uitG1537 uG4771 isG1510 eenG1520 duivelG1228. Jezus antwoordde hun: Heb Ik niet u twaalf uitverkoren? En een uit u is een duivel.

KJV Jesus4 answered1 them,2 Have10 not5 I6 chosen you twelve,9 and11 one14 of12 you is a devil?

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 εγω G1473 mij, ik I, me 7 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 8 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 10 εξελεξαμην G1586 uitverkoren, verkiezen, verkoren make choice, choose (out), chosen 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 14 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 15 διαβολος G1228 duivel, duivels, lasteressen false accuser, devil, slanderer 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
71 En Hij zeide dit van Judas, Simons zoon, Iskariot; want deze zou Hem verraden, zijnde een van de twaalven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

71 EnG1161 Hij zeideG3004 dit van JudasG2455, SimonsG4613 zoon, IskariotG2469; wantG1063 dezeG3778 zou HemG846 verradenG3860, zijnde eenG1520 vanG1537 de twaalvenG1427. En Hij zeide dit van Judas, Simons zoon, Iskariot; want deze zou Hem verraden, zijnde een van de twaalven.

KJV He spake1 of Judas4 Iscariot6 the son of Simon:5 for8 he7 it was that should9 betray11 him,10 being one12 of14 the twelve.

1 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιουδαν G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 5 σιμωνος G4613 Simon, Simons Simon 6 ισκαριωτην G2469 Iskariot Iscariot 7 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 ημελλεν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 παραδιδοναι G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 12 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 13 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Johannes 6:1 Lukas 9:10 Mattheüs 4:18 Johannes 21:1 Lukas 5:1 Johannes 6:23 Mattheüs 14:13 Markus 6:31 Jozua 12:3
Johannes 6:2 Mattheüs 4:24 Johannes 2:11 Mattheüs 12:15
Johannes 6:3 Johannes 6:15 Lukas 9:28 Mattheüs 14:23 Lukas 6:12 Mattheüs 15:29
Johannes 6:4 Johannes 2:13 Johannes 11:55 Deuteronomium 16:1 Johannes 5:1 Exodus 12:6 Johannes 12:1 Johannes 13:1 Leviticus 23:7
Johannes 6:5 Johannes 4:35 Lukas 9:12 Mattheüs 15:33 Mattheüs 14:14 Johannes 1:43 Markus 8:2 Markus 6:34
Johannes 6:6 Genesis 22:1 Deuteronomium 8:16 Deuteronomium 33:8 Deuteronomium 8:2 Deuteronomium 13:3 2 Kronieken 32:31
Johannes 6:7 Markus 6:37 Numeri 11:21 Johannes 12:5 2 Koningen 4:43 Mattheüs 18:28
Johannes 6:8 Johannes 1:40 Mattheüs 4:18
Johannes 6:9 2 Koningen 4:42 1 Koningen 4:28 Psalmen 147:14 Johannes 11:21 Ezechiël 27:17 Mattheüs 16:9 Johannes 6:7 Openbaring 6:6
Johannes 6:10 Lukas 9:14 Markus 8:6 Mattheüs 15:35 Markus 6:39 Mattheüs 14:18
Johannes 6:11 Johannes 6:23 Mattheüs 15:36 1 Thessalonicenzen 5:18 Romeinen 14:6 1 Korinthe 10:31 Handelingen 27:35 1 Timotheüs 4:4 Lukas 24:30
Johannes 6:12 Lukas 1:53 Mattheüs 14:20 Lukas 16:1 Lukas 9:17 Mattheüs 15:37 Lukas 15:13 Spreuken 18:9 Markus 8:8
Johannes 6:13 Spreuken 11:24 1 Koningen 7:15 2 Koningen 4:2 2 Kronieken 25:9 Filippenzen 4:19 2 Korinthe 9:8
Johannes 6:14 Mattheüs 11:3 Mattheüs 21:11 Johannes 1:21 Johannes 7:40 Genesis 49:10 Johannes 4:19 Johannes 4:25 Handelingen 7:37
Johannes 6:15 Johannes 18:36 Johannes 7:3 Johannes 6:15 Mattheüs 14:22 Markus 6:45 Markus 11:9 Lukas 19:38 Johannes 5:41
Johannes 6:17 Markus 6:45 Johannes 2:12 Johannes 4:46 Johannes 6:24
Johannes 6:18 Psalmen 135:7 Psalmen 107:25 Mattheüs 14:24
Johannes 6:19 Markus 6:47 Job 9:8 Psalmen 93:4 Johannes 14:18 Psalmen 29:10 Openbaring 21:16 Jona 1:13 Mattheüs 14:25
Johannes 6:20 Jesaja 41:10 Jesaja 44:8 Mattheüs 14:27 Openbaring 1:17 Jesaja 43:1 Jesaja 41:14 Markus 16:6 Markus 6:50
Johannes 6:21 Markus 6:51 Openbaring 3:20 Mattheüs 14:32 Psalmen 24:7 Hooglied 3:4
Johannes 6:22 Mattheüs 14:22 Johannes 6:15 Markus 6:45 Johannes 6:2
Johannes 6:23 Johannes 6:1 Johannes 6:11
Johannes 6:24 Johannes 6:17 Markus 1:37 Markus 6:53 Mattheüs 14:34 Johannes 20:15 Johannes 6:59 Johannes 18:4 Johannes 7:11
Johannes 6:25 Johannes 1:38 Mattheüs 23:7
Johannes 6:26 Jakobus 4:3 Filippenzen 2:21 Psalmen 106:12 1 Timotheüs 6:5 Romeinen 16:18 Psalmen 78:37 Filippenzen 3:19 Ezechiël 33:31
Johannes 6:27 Jesaja 55:2 Johannes 6:54 Romeinen 6:23 Spreuken 2:2 Johannes 6:40 Johannes 10:28 Johannes 6:51 Handelingen 10:38
Johannes 6:28 Jeremia 42:3 Jeremia 42:20 Handelingen 2:37 Micha 6:7 Mattheüs 19:16 Handelingen 9:6 Deuteronomium 5:27 Lukas 10:25
Johannes 6:29 1 Johannes 3:23 Hebreeën 5:9 Romeinen 4:4 Markus 16:16 Johannes 3:36 Handelingen 16:31 1 Johannes 5:1 Johannes 3:16
Johannes 6:30 Johannes 12:37 Johannes 2:18 Mattheüs 12:38 Jesaja 7:11 Jesaja 5:19 Lukas 11:29 Johannes 6:36 Markus 15:32
Johannes 6:31 Nehemia 9:15 Psalmen 105:40 Johannes 6:49 1 Korinthe 10:3 Openbaring 2:17 Psalmen 78:24 Exodus 16:4 Numeri 11:6
Johannes 6:32 Johannes 6:41 Galaten 4:4 Johannes 1:9 Johannes 6:58 Exodus 16:4 Johannes 6:35 Johannes 6:33 Johannes 15:1
Johannes 6:33 Johannes 6:50 Johannes 3:13 1 Johannes 1:1 1 Timotheüs 1:15 Johannes 6:48 Johannes 8:42 Johannes 6:38 Johannes 16:28
Johannes 6:34 Johannes 4:15 Psalmen 4:6 Johannes 6:26
Johannes 6:35 Johannes 6:41 Openbaring 22:17 Johannes 7:37 Openbaring 7:16 Lukas 6:25 Johannes 6:48 Johannes 5:40 1 Korinthe 11:23
Johannes 6:36 Johannes 6:26 Johannes 6:30 Johannes 15:24 Johannes 6:64 1 Petrus 1:8 Lukas 16:31 Johannes 6:40 Johannes 12:37
Johannes 6:37 Johannes 6:39 Johannes 17:24 Johannes 17:2 Johannes 10:28 Johannes 17:6 Hebreeën 4:15 Jesaja 1:18 Mattheüs 11:28
Johannes 6:38 Johannes 5:30 Johannes 4:34 Johannes 3:13 Johannes 3:31 Jesaja 53:10 Efeze 4:9 Filippenzen 2:7 Johannes 6:33
Johannes 6:39 Johannes 6:40 Johannes 6:54 Johannes 6:44 Johannes 17:12 Johannes 18:9 Mattheüs 18:14 Johannes 6:37 Johannes 10:27
Johannes 6:40 Romeinen 6:23 Johannes 6:54 Johannes 1:14 1 Johannes 1:1 Jesaja 45:21 Johannes 6:27 Johannes 5:24 Lukas 2:30
Johannes 6:41 Johannes 6:33 Johannes 6:58 Johannes 6:51 Judas 1:16 Lukas 15:2 Johannes 6:66 Johannes 7:12 Johannes 6:48
Johannes 6:42 Lukas 4:22 Johannes 6:62 Johannes 7:27 1 Korinthe 15:47 Markus 6:3 Galaten 4:4 Romeinen 9:5 Mattheüs 13:55
Johannes 6:43 Johannes 6:64 Hebreeën 4:13 Markus 9:33 Mattheüs 16:8 Johannes 16:19
Johannes 6:44 Johannes 6:65 Johannes 12:32 Mattheüs 11:25 Efeze 2:4 Johannes 6:45 Johannes 6:39 Johannes 12:37 Hooglied 1:4
Johannes 6:45 Jesaja 54:13 Jeremia 31:33 Hebreeën 8:10 Hebreeën 10:16 Johannes 6:65 Mattheüs 17:5 Johannes 6:37 1 Thessalonicenzen 4:9
Johannes 6:46 Johannes 1:18 Johannes 7:29 1 Johannes 4:12 Lukas 10:22 Johannes 5:37 Mattheüs 11:27 Johannes 8:19 Johannes 8:55
Johannes 6:47 Johannes 3:36 Johannes 5:24 Johannes 3:18 Kolossenzen 3:3 1 Johannes 5:12 Johannes 3:16 Johannes 6:54 Romeinen 5:9
Johannes 6:48 Johannes 6:51 Johannes 6:33 1 Korinthe 10:16 1 Korinthe 11:24 Johannes 6:41
Johannes 6:49 Johannes 6:58 Johannes 6:31 Numeri 26:65 Judas 1:5 Hebreeën 3:17 1 Korinthe 10:3 Zacharia 1:5
Johannes 6:50 Johannes 6:33 Johannes 6:51 Johannes 6:58 Romeinen 8:10 Johannes 11:25 Johannes 3:13 Johannes 8:51 Johannes 6:42
Johannes 6:51 Efeze 5:2 Lukas 22:19 2 Korinthe 5:21 Johannes 3:13 Mattheüs 20:28 Johannes 1:29 Johannes 3:16 1 Johannes 4:14
Johannes 6:52 Johannes 10:19 Johannes 9:16 Johannes 3:9 Johannes 6:41 Johannes 4:11 Johannes 7:40 1 Korinthe 2:14 Handelingen 17:32
Johannes 6:53 1 Johannes 5:12 Mattheüs 26:26 Johannes 6:55 Johannes 15:4 Johannes 6:47 Johannes 3:3 Johannes 13:8 Openbaring 2:17
Johannes 6:54 Johannes 6:39 Filippenzen 3:7 Johannes 6:47 Spreuken 9:4 Galaten 2:20 Johannes 6:63 Jesaja 55:1 Johannes 4:14
Johannes 6:55 Psalmen 4:7 Johannes 1:9 Johannes 8:36 Johannes 8:31 1 Johannes 5:20 Johannes 6:32 Johannes 15:1 Johannes 1:47
Johannes 6:56 1 Johannes 3:24 Johannes 15:4 1 Johannes 4:15 Johannes 14:20 Openbaring 3:20 Johannes 17:21 1 Johannes 4:12 Klaagliederen 3:24
Johannes 6:57 Johannes 5:26 Galaten 2:20 Johannes 3:17 1 Korinthe 15:22 Mattheüs 16:16 Johannes 14:19 Hebreeën 9:14 Jeremia 10:10
Johannes 6:58 Johannes 6:47 Johannes 6:41 Johannes 6:31 Johannes 3:36
Johannes 6:59 Johannes 6:24 Spreuken 1:20 Lukas 4:31 Johannes 18:20 Psalmen 40:9 Spreuken 8:1
Johannes 6:60 Johannes 6:66 Hebreeën 5:11 2 Petrus 3:16 Johannes 8:43 Johannes 6:41 Johannes 8:31 Mattheüs 11:6
Johannes 6:61 Johannes 2:24 Johannes 6:64 Hebreeën 4:13 Johannes 21:17 Mattheüs 11:6 Openbaring 2:23
Johannes 6:62 Markus 16:19 Johannes 3:13 Lukas 24:51 Johannes 6:27 Handelingen 1:9 Johannes 17:11 Efeze 4:8 Johannes 17:4
Johannes 6:63 Johannes 6:68 Psalmen 119:93 1 Korinthe 15:45 Deuteronomium 32:47 Psalmen 119:50 Romeinen 10:17 Psalmen 119:130 Psalmen 19:7
Johannes 6:64 Johannes 13:10 Hebreeën 4:13 2 Timotheüs 2:19 Romeinen 8:29 Johannes 6:61 Johannes 10:26 Johannes 2:24 Johannes 13:18
Johannes 6:65 Johannes 6:44 Johannes 6:37 Efeze 2:8 2 Timotheüs 2:25 Titus 3:3 Johannes 10:16 Hebreeën 12:2 Filippenzen 1:29
Johannes 6:66 Johannes 6:60 1 Johannes 2:19 2 Timotheüs 1:15 2 Timotheüs 4:10 Hebreeën 10:38 Lukas 9:62 Mattheüs 12:40 Sefanja 1:6
Johannes 6:67 Jozua 24:15 2 Samuël 15:19 Lukas 14:25 Ruth 1:11 Johannes 6:70 Mattheüs 10:2
Johannes 6:68 Johannes 5:24 Johannes 6:63 Johannes 5:39 Johannes 6:40 Handelingen 5:20 1 Johannes 5:11 Handelingen 4:12 Psalmen 73:25
Johannes 6:69 Lukas 9:20 Markus 8:29 Johannes 1:41 Johannes 11:27 Handelingen 8:36 1 Johannes 5:20 Johannes 1:29 Johannes 1:45
Johannes 6:70 Johannes 17:12 Johannes 13:27 Johannes 13:2 Johannes 13:18 Johannes 6:64 Handelingen 1:17 Mattheüs 10:1 Titus 2:3
Johannes 6:71 Mattheüs 26:14 Handelingen 2:23 Handelingen 1:16 Psalmen 41:9 Johannes 18:2 Johannes 13:26 Judas 1:4 Psalmen 109:6
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Johannes 6 vers 1

Over de zee van Galilea Dat is, over een schoot of inham van het meer; want Bethsaïda lag aan dezelfde zijde van het meer waar Tiberias aan lag. Zie Matt. 14:13 ; Luc. 9:10 .

Hertaald: Over de zee van Galilea Dat is: over een inham van het meer; want Bethsaïda lag aan dezelfde zijde van het meer als Tiberias. Zie Matth. 14:13; Luk. 9:10.

zee] van Tiberias. Van deze zee zie breder Matt. 4:18 ; Luc. 5:1 .

Hertaald: zee] van Tiberias. Zie over deze zee uitvoeriger Matth. 4:18; Luk. 5:1.

Johannes 6 vers 2

volgde Namelijk te land. Zie Matt. 14:13 .

Hertaald: volgde Namelijk over land. Zie Matth. 14:13.

Johannes 6 vers 3

den berg, Namelijk die bij Bethsaïda lag.

Hertaald: den berg, Namelijk de berg die bij Bethsaïda lag.

Johannes 6 vers 4

het pascha, Dit was het derde pascha na den doop van Christus. Van het eerste zie Joh. 2:13 , en van het tweede Joh. 5:1 .

Hertaald: het pascha, Dit was het derde pascha na de doop van Christus. Zie over het eerste Joh. 2:13 en over het tweede Joh. 5:1.

Johannes 6 vers 5

Van waar zullen Of, waarvan.

Hertaald: Van waar zullen Of: waarvan.

Johannes 6 vers 6

wist Zelf, Dat is, had nu al bij Zichzelven besloten.

Hertaald: wist Zelf, Dat is: had nu al bij Zichzelf besloten.

Johannes 6 vers 7

penningen brood Grieks denariën; dat is, schellingen of realen. Zie Matt. 18:28 .

Hertaald: penningen brood Grieks: denariën; dat is: schellingen of realen. Zie Matth. 18:28.

Johannes 6 vers 9

visjes; maar Grieks eigenlijk gebraden vischJes.

Hertaald: visjes; maar Grieks eigenlijk: gebraden visjes.

Johannes 6 vers 10

nederzitten Grieks nedervallen; naar het gebruik der ouden, die op den elleboog liggende aten.

Hertaald: nederzitten Grieks: neervallen, naar de gewoonte van de ouden, die op de elleboog liggend aten.

gras in die Namelijk groen gras; Marc. 6:39 .

Hertaald: gras in die Namelijk groen gras; Mark. 6:39.

vijf duizend Namelijk boven de vrouwen en kinderen; Matt. 14:21 .

Hertaald: vijf duizend Namelijk afgezien van de vrouwen en kinderen; Matth. 14:21.

Johannes 6 vers 11

gedankt hebbende, Dat is, met dankzegging die gezegend hebbende. Zie Luc. 9:16 .

Hertaald: gedankt hebbende, Dat is: die met dankzegging gezegend hebbende. Zie Luk. 9:16.

zij wilden Namelijk de scharen, gelijk uit het volgende blijkt.

Hertaald: zij wilden Namelijk de scharen, zoals uit het vervolg blijkt.

Johannes 6 vers 12

verzadigd waren, Grieks vervuld.

Hertaald: verzadigd waren, Grieks: vervuld.

Johannes 6 vers 14

de Profeet, Die Namelijk van welken Mozes geprofeteerd heeft; Deut. 18:15 , Deut. 18:18 .

Hertaald: de Profeet, Die Namelijk van Wie Mozes geprofeteerd heeft; Deut. 18:15, Deut. 18:18.

komen zou Grieks komt.

Hertaald: komen zou Grieks: komt.

Johannes 6 vers 15

koning maakten, Namelijk een werelds koning, hoedanig zij verkeerdelijk meenden dat de Messias moest zijn.

Hertaald: koning maakten, Namelijk een aardse koning, wat zij ten onrechte meenden dat de Messias moest zijn.

ontweek wederom Namelijk om te tonen dat zijn koninkrijk van deze wereld niet was; Joh. 18:36 .

Hertaald: ontweek wederom Namelijk om te tonen dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld was; Joh. 18:36.

Johannes 6 vers 17

over de zee Namelijk voorbij Bethsaïda, gelijk Christus hun bevolen had; Marc. 6:45 .

Hertaald: over de zee Namelijk voorbij Bethsaïda, zoals Christus hun bevolen had; Mark. 6:45.

duister geworden, Grieks duisternis.

Hertaald: duister geworden, Grieks: duisternis.

Johannes 6 vers 19

stadiën Een stadie is een lengte van honderd vijf en twintig schreden. Zie Luc. 24:13 .

Hertaald: stadiën Een stadie is een lengte van honderdvijfentwintig schreden. Zie Luk. 24:13.

gevaren waren, Of, geroeid.

Hertaald: gevaren waren, Of: geroeid.

wandelende op Namelijk zijn lichaam door zijn goddelijke kracht ondersteunende.

Hertaald: wandelende op Namelijk terwijl Hij Zijn lichaam door Zijn goddelijke kracht ondersteunde.

Johannes 6 vers 21

Zij hebben dan Grieks zij wilden dan Hem in het schip nemen, namelijk dat zij Hem werden kennende. Zie Matt. 14:32 ; Marc. 6:51 .

Hertaald: Zij hebben dan Grieks: zij wilden Hem dan in het schip nemen, namelijk toen zij Hem herkenden. Zie Matth. 14:32; Mark. 6:51.

Johannes 6 vers 22

de andere zijde Dat is, aan de andere zijde van dien schoot van het meer tussen Bethsaïda

Hertaald: de andere zijde Dat is: aan de andere kant van die inham van het meer, bij Bethsaïda.

Johannes 6 vers 23

gedankt had Dat is, gezegend had. Zie vs.11.

Hertaald: gedankt had Dat is: gezegend had. Zie vers 11.

Johannes 6 vers 25

over de zee, Zie vs.22, 59.

Hertaald: over de zee, Zie vers 22 en 59.

Johannes 6 vers 26

niet omdat gij Dat is, niet omdat gij door de tekenen, die gij van mij gezien hebt, in mij gelooft.

Hertaald: niet omdat gij Dat is: niet omdat u door de tekenen die u van Mij gezien hebt in Mij gelooft.

omdat gij van Dat is, omdat gij hoopt dat Ik u nog meer op zulke wijze zal verzadigen.

Hertaald: omdat gij van Dat is: omdat u hoopt dat Ik u op die manier nog meer zal verzadigen.

Johannes 6 vers 27

Werkt niet om Dat is, doet naarstigheid om te bekomen; Fil. 2:12 .

Hertaald: Werkt niet om Dat is: doet moeite om te verkrijgen; Filipp. 2:12.

de spijs, die blijft Welke deze spijze is, wordt verklaard vs.51, 55.

Hertaald: de spijs, die blijft Welke spijs dat is, wordt verklaard in vers 51 en 55.

God de Vader Dat is, geordineerd, en op menigerlei wijze geopenbaard en bevestigd, dat Hij de ware Messias is, en van Hem gezonden was, gelijk de prinsen met verzegelde bewijzen bevestigen de autoriteit dergenen, die van hen gezonden worden; Ef. 4:30 .

Hertaald: God de Vader Dat is: bestemd, en op allerlei wijze geopenbaard en bevestigd dat Hij de ware Messias is en door Hem gezonden was — zoals vorsten met verzegelde bewijzen het gezag bevestigen van hen die door hen gezonden worden; Ef. 4:30.

Johannes 6 vers 28

de werken Gods Dat is, die God van ons eist om zalig te worden; alzo ook in vs.29. Zie dergelijke wijze van spreken Ps. 51:19 .

Hertaald: de werken Gods Dat is: die God van ons eist om zalig te worden; zo ook in vers 29. Zie een soortgelijke manier van spreken in Ps. 51:19.

Johannes 6 vers 30

Wat teken doet Namelijk dat wat bijzonders of groots is, waaruit zekerlijk kunnen verstaan, dat gij de Messias zijt.

Hertaald: Wat teken doet Namelijk iets bijzonders of groots, waaruit wij met zekerheid kunnen opmaken dat U de Messias bent.

Johannes 6 vers 31

Manna gegeten Van dit manna zie Ex. 16:15 , Ex. 16:32 ; Num. 11:7-8 .

Hertaald: Manna gegeten Zie over dit manna Ex. 16:15, Ex. 16:32; Num. 11:7-8.

uit den hemel Dat is, dat uit de lucht nederviel.

Hertaald: uit den hemel Dat is: dat uit de lucht neerviel.

Johannes 6 vers 32

ware Brood uit Dat is, het rechte geestelijke en hemelse brood, waarvan het manna maar een figuur of schaduw geweest is; gelijk waarheid dikwijls tegen figuren gesteld wordt; Joh. 1:17 ; Hebr. 8:2 .

Hertaald: ware Brood uit Dat is: het echte geestelijke en hemelse brood, waarvan het manna slechts een afbeelding of schaduw geweest is; zoals waarheid vaker tegenover afbeeldingen gesteld wordt; Joh. 1:17; Hebr. 8:2.

Johannes 6 vers 33

het Brood Gods Dat is, dat God den mensen geeft om eeuwiglijk te leven.

Hertaald: het Brood Gods Dat is: dat God de mensen geeft om eeuwig te leven.

Hij, Die uit Namelijk de Zoon Gods.

Hertaald: Hij, Die uit Namelijk de Zoon van God.

nederdaalt, Dat is, nedergedaald is, dat is, die van den Vader tot een Middelaar is gezonden in de wereld, en tot dien einde de menselijke natuur op de aarde heeft aangenomen, Fil. 2:6-7 ; 1 Tim. 3:16 .

Hertaald: nederdaalt, Dat is: nedergedaald is, dat is: Die door de Vader als Middelaar in de wereld gezonden is en daartoe de menselijke natuur op de aarde heeft aangenomen; Filipp. 2:6-7; 1 Tim. 3:16.

der wereld het Dat is, de uitverkorenen en gelovigen door de gehele wereld, zowel heidenen als Joden; Joh. 11:52 .

Hertaald: der wereld het Dat is: de uitverkorenen en gelovigen over de hele wereld, zowel heidenen als Joden; Joh. 11:52.

Johannes 6 vers 34

altijd dit Brood Dat is, alle dagen, gelijk eertijds Mozes het manna gaf. Verstaande dit van het tijdelijke brood.

Hertaald: altijd dit Brood Dat is: alle dagen, zoals Mozes vroeger het manna gaf. Zij vatten dit op van het gewone brood.

Johannes 6 vers 35

des levens; Dat is, dat het geestelijk en eeuwig leven geeft.

Hertaald: des levens; Dat is: dat het geestelijke en eeuwige leven geeft.

die tot Mij komt, Dat is, die in mij gelooft, gelijk Christus in het tweede lid van vs.35 zelf verklaart.

Hertaald: die tot Mij komt, Dat is: die in Mij gelooft, zoals Christus in het tweede deel van vers 35 zelf verklaart.

zal geenszins Dat is, zal met alle geestelijk goed verzadigd worden; hier met vasten troost, en namaals met eeuwige vreugde.

Hertaald: zal geenszins Dat is: zal met alle geestelijk goed verzadigd worden: hier met vaste troost en hierna met eeuwige vreugde.

Johannes 6 vers 37

Al wat Mij de Dat is, al degenen, die de Vader van eeuwigheid uitverkoren en mij als Middelaar heeft gegeven, om hen zalig te maken; Joh. 10:28 , en Joh. 17:6 .

Hertaald: Al wat Mij de Dat is: allen die de Vader van eeuwigheid uitverkoren en Mij als Middelaar gegeven heeft om hen zalig te maken; Joh. 10:28 en Joh. 17:6.

uitwerpen Grieks buiten uitwerpen; dat is, niet verstoten, maar eeuwiglijk behouden; Joh. 17:12 .

Hertaald: uitwerpen Grieks: naar buiten werpen; dat is: niet verstoten, maar eeuwig behouden; Joh. 17:12.

Johannes 6 vers 38

uit den hemel Zie hiervan de verklaring vs.33.

Hertaald: uit den hemel Zie hierover de verklaring bij vers 33.

Mijn wil zou Dat is, hetgeen mij alleen zou behagen en niet den Vader.

Hertaald: Mijn wil zou Dat is: wat alleen Mij zou behagen en niet de Vader.

Johannes 6 vers 39

niet verlieze, Dat is, niet late verloren gaan.

Hertaald: niet verlieze, Dat is: niet verloren late gaan.

opwekke ten Namelijk tot de eeuwige zaligheid. Want de anderen zullen ook opgewekt worden, maar ter verdoemenis; Joh. 5:29 ; 2 Kor. 5:10 .

Hertaald: opwekke ten Namelijk tot de eeuwige zaligheid. Want de anderen zullen ook opgewekt worden, maar tot de verdoemenis; Joh. 5:29; 2 Kor. 5:10.

Johannes 6 vers 41

over Hem, omdat Of, daarover.

Hertaald: over Hem, omdat Of: daarover.

Johannes 6 vers 42

Hoe zegt Deze dan Dat is, hoe kan het dan waar zijn, wat deze zegt?

Hertaald: Hoe zegt Deze dan Dat is: hoe kan het dan waar zijn wat Hij zegt?

Johannes 6 vers 44

trekke; en Dat is, tenzij dat hij dengene, die van nature onbekwaam en onwillig is, door de krachtige werking Zijns Heiligen Geestes bekwaam en willig maakt; Hand. 16:14 ; Fil. 2:13 .

Hertaald: trekke; en Dat is: tenzij Hij hem, die van nature onbekwaam en onwillig is, door de krachtige werking van Zijn Heilige Geest bekwaam en gewillig maakt; Hand. 16:14; Filipp. 2:13.

Johannes 6 vers 45

in de profeten Dat is, in dit deel der Schrift, hetwelk de boeken der profeten vervat.

Hertaald: in de profeten Dat is: in dat deel van de Schrift dat de boeken van de profeten omvat.

van God geleerd Grieks geleerde van God, of Godgeleerde; gelijk 1 Thess. 4:9 ; dat is, allen die tot mij komen, vs.44, of, gelijk Jesaja spreekt, Jes. 54:13 , alle kinderen van het geestelijke Jeruzalem zullen geleerd worden van God, die door zijn Heiligen Geest de predikatie des goddelijken Woords in hen krachtig maakt.

Hertaald: van God geleerd Grieks: geleerden van God, of Godgeleerden, zoals 1 Thess. 4:9. Dat is: allen die tot Mij komen (vers 44), of, zoals Jesaja zegt (Jes. 54:13), alle kinderen van het geestelijke Jeruzalem zullen door God geleerd worden, Die door Zijn Heilige Geest de prediking van het goddelijke Woord in hen krachtig maakt.

geleerd heeft, Dat is, alzo gehoord heeft, dat Hem ook het hart van den Vader is verlicht en geopend, om het wel te verstaan en aan te nemen; Hand. 16:14 .

Hertaald: geleerd heeft, Dat is: zo gehoord heeft dat ook zijn hart door de Vader verlicht en geopend is om het goed te verstaan en aan te nemen; Hand. 16:14.

Johannes 6 vers 46

dan Die Grieks tenzij.

Hertaald: dan Die Grieks: tenzij.

van God is; Namelijk de Vader.

Hertaald: van God is; Namelijk de Vader.

Deze heeft den Namelijk Zoon, die in den schoot des Vaders is; Joh. 1:18 .

Hertaald: Deze heeft den Namelijk de Zoon, Die in de schoot van de Vader is; Joh. 1:18.

Johannes 6 vers 49

en zij zijn Dat is, hoewel zij het manna gegeten hebben, zijn zij evenwel gestorven, niet alleen den tijdelijken dood, maar sommigen ook, om hun ongeloofs wil, den eeuwigen dood. Zie 1 Kor. 10:5 ; Hebr. 3:16 , Hebr. 3:19 .

Hertaald: en zij zijn Dat is: hoewel zij het manna gegeten hebben, zijn zij toch gestorven — niet alleen de tijdelijke dood, maar sommigen om hun ongeloof ook de eeuwige dood. Zie 1 Kor. 10:5; Hebr. 3:16, Hebr. 3:19.

Johannes 6 vers 50

de mens daarvan Grieks iemand.

Hertaald: de mens daarvan Grieks: iemand.

Johannes 6 vers 51

levende Brood, Dat is, levendmakende. Zie vs.35.

Hertaald: levende Brood, Dat is: levendmakend. Zie vers 35.

Mijn vlees, hetwelk Dat is, mijn menselijke natuur, die Ik aan het kruis zal overgeven tot een verzoenoffer voor de zonden der uitverkorenen van de gehele wereld, opdat dezen daardoor de vergeving der zonden en het eeuwige leven verkrijgen.

Hertaald: Mijn vlees, hetwelk Dat is: Mijn menselijke natuur, die Ik aan het kruis zal overgeven tot een verzoenoffer voor de zonden van de uitverkorenen uit de hele wereld, opdat zij daardoor de vergeving van de zonden en het eeuwige leven verkrijgen.

Johannes 6 vers 52

streden onder elkander, Namelijk met woorden, dat is, twistten.

Hertaald: streden onder elkander, Namelijk met woorden; dat is: zij twistten.

Johannes 6 vers 53

Tenzij dat gij Dat is, tenzij gij in mij gelooft, die mijn lichaam aan het kruis in den dood zal overgeven en mijn bloed storten tot vergeving der zonden. Zie vs.35. Want Christus spreekt hier niet van het uiterlijk eten, dat in het Avondmaal geschiedt, alzo hetzelve toen nog niet was ingesteld, maar van het geestelijk eten, dat is, Christus met waar geloof aannemen, en daardoor met Hem verenigd worden, hetwelk door het uiterlijk eten in het Avondmaal betekend wordt.

Hertaald: Tenzij dat gij Dat is: tenzij u in Mij gelooft, Die Mijn lichaam aan het kruis in de dood zal overgeven en Mijn bloed zal storten tot vergeving van de zonden. Zie vers 35. Want Christus spreekt hier niet over het uiterlijke eten dat in het Avondmaal plaatsvindt, aangezien dat toen nog niet ingesteld was, maar over het geestelijke eten: Christus met waar geloof aannemen en daardoor met Hem verenigd worden — wat door het uiterlijke eten in het Avondmaal betekend wordt.

Johannes 6 vers 54

Die Mijn vlees Dat is, die in mij gelooft, gelijk boven verklaard wordt, vs.47.

Hertaald: Die Mijn vlees Dat is: die in Mij gelooft, zoals hierboven verklaard wordt in vers 47.

heeft het eeuwige Zie Joh. 5:24 .

Hertaald: heeft het eeuwige Zie Joh. 5:24.

Johannes 6 vers 55

waarlijk Spijs, Zie vs.32.

Hertaald: waarlijk Spijs, Zie vers 32.

Johannes 6 vers 56

blijft in Mij, Dat is, wordt en blijft met mij geestelijk verenigd, en Ik met hem; Ef. 3:17 .

Hertaald: blijft in Mij, Dat is: wordt en blijft geestelijk met Mij verenigd, en Ik met hem; Ef. 3:17.

Johannes 6 vers 57

leve door den Zie Joh. 5:26 .

Hertaald: leve door den Zie Joh. 5:26.

Mij eet, dezelve Dat is, in mij gelooft, vs.35.

Hertaald: Mij eet, dezelve Dat is: in Mij gelooft, vers 35.

Johannes 6 vers 58

gestorven Zie vs.49.

Hertaald: gestorven Zie vers 49.

Johannes 6 vers 60

Deze rede is hard; Dit zeggen zij omdat zij Christus' woorden niet geestelijk maar vleselijk verstonden. Want zo verstaan zijnde, zou het inderdaad een harde rede zijn, gelijk ook Nikodemus de woorden van Christus van de wedergeboorte alzo verstond; Joh. 3:4 .

Hertaald: Deze rede is hard; Dit zeggen zij omdat zij de woorden van Christus niet geestelijk maar vleselijk opvatten. Zo opgevat zou het inderdaad een harde rede zijn, zoals ook Nikodemus de woorden van Christus over de wedergeboorte zo opvatte; Joh. 3:4.

Johannes 6 vers 61

bij Zichzelven, Grieks in Zichzelven; namelijk als een kenner der harten en gedachten.

Hertaald: bij Zichzelven, Grieks: in Zichzelf; namelijk als Kenner van de harten en gedachten.

Johannes 6 vers 62

Wat zou het Dat is, hoe zoudt gij dan mijne woorden verstaan en geloven?

Hertaald: Wat zou het Dat is: hoe zou u dan Mijn woorden verstaan en geloven?

opvaren, Namelijk gelijk daarna geschied is.

Hertaald: opvaren, Namelijk zoals daarna gebeurd is.

daar Hij te Namelijk in den hemel, naar Zijn goddelijke natuur, eer Hij mens geworden is.

Hertaald: daar Hij te Namelijk in de hemel, naar Zijn goddelijke natuur, voordat Hij mens geworden is.

Johannes 6 vers 63

De Geest is het, Dat is, hetgeen Ik met de voorgaande woorden wil te kennen geven, moet geestelijk verstaan worden, van een geestelijk eten, hetwelk door de kracht mijns Geestes teweeggebracht wordt, en dat brengt het leven voort.

Hertaald: De Geest is het, Dat is: wat Ik met de voorgaande woorden te kennen wil geven, moet geestelijk verstaan worden: van een geestelijk eten dat door de kracht van Mijn Geest tot stand gebracht wordt, en dat brengt het leven voort.

het vlees is niet Namelijk vleselijk gegeten zijnde.

Hertaald: het vlees is niet Namelijk wanneer het vleselijk gegeten wordt.

zijn geest en zijn Dat is, moeten geestelijk verstaan worden, en zo zijn het woorden des levens.

Hertaald: zijn geest en zijn Dat is: moeten geestelijk verstaan worden, en zo zijn het woorden van het leven.

Johannes 6 vers 64

die niet geloven En daarom ergert gij u aan mijne woorden.

Hertaald: die niet geloven En daarom ergert u zich aan Mijn woorden.

van den beginne, Dat is, van dat Hij begonnen heeft hun te prediken.

Hertaald: van den beginne, Dat is: vanaf het moment dat Hij begonnen is hun te prediken.

Johannes 6 vers 65

van Mijn Vader Grieks uit; dat is, door of van.

Hertaald: van Mijn Vader Grieks: uit; dat is: door of van.

Johannes 6 vers 67

Wilt gijlieden Dit vraagt hij niet omdat Hij daarvan onwetend was, maar opdat Hij uit hen een oprechte belijdenis daarvan zou trekken.

Hertaald: Wilt gijlieden Dit vraagt Hij niet omdat Hij dat niet wist, maar opdat Hij uit hen een oprechte belijdenis daarover zou lokken.

Johannes 6 vers 68

tot Wien zullen Namelijk anders dan tot u.

Hertaald: tot Wien zullen Namelijk naar wie anders dan naar U.

des eeuwigen levens Dat is, die ons aanwijzen den rechten weg ten eeuwigen leven.

Hertaald: des eeuwigen levens Dat is: die ons de rechte weg tot het eeuwige leven wijzen.

Johannes 6 vers 69

Gij zijt de Van deze belijdenis zie Matt. 16:16 .

Hertaald: Gij zijt de Zie over deze belijdenis Matth. 16:16.

Johannes 6 vers 70

uitverkoren? Namelijk tot het apostelschap.

Hertaald: uitverkoren? Namelijk tot het apostelschap.

een duivel Dat is, een kind des duivels, hem gelijk; Joh. 8:44 .

Hertaald: een duivel Dat is: een kind van de duivel, aan hem gelijk; Joh. 8:44.

Johannes 6 vers 71

van de twaalven Grieks uit.

Hertaald: van de twaalven Grieks: uit.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De Ik-ben-woorden (met een predicaat)  — Zeven zelfaanduidingen van Christus in dit Evangelie, telkens "Ik ben" gevolgd door een beeld. De zeven zijn: het Brood des levens, het Licht der wereld, de Deur, de goede Herder, de Opstanding en het Leven, de Weg en de Waarheid en het Leven, en de ware Wijnstok

Het onbepaalde "Ik ben" van Joh. 8:58 staat hier los van; dat neemt rechtstreeks de Godsnaam van Ex. 3:14 op en is daar reeds behandeld. Daarnaast komen in dit Evangelie zeven "Ik ben"-uitspraken voor die telkens een beeld toevoegen. Het zijn: "Ik ben het Brood des levens" (Joh. 6:35,48,51), "Ik ben het licht der wereld" (Joh. 8:12), "Ik ben de Deur" (Joh. 10:7,9), "Ik ben de goede Herder" (Joh. 10:11,14, apart en uitvoerig behandeld), "Ik ben de Opstanding en het Leven" (Joh. 11:25), "Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven" (Joh. 14:6), en "Ik ben de ware Wijnstok" (Joh. 15:1,5, eveneens apart behandeld). Elk van deze beelden is ontleend aan het gewone leven of aan Israëls eigen geschiedenis en beantwoordt een concrete nood: honger, blindheid, gevaar en verlorenheid, de dood, onzekerheid over de weg tot God, vruchteloosheid.

Bijbelse betekenis: Samen tekenen deze zeven uitspraken een volstrekte, alles-omvattende Christus: voor elke nood van de mens is Hijzelf, niet een leer of een middel, het enige en genoegzame antwoord. Dat zij juist de vorm "Ik ben" dragen, is geen toeval van taal. Dezelfde formule waarmee de HEERE Zich aan Mozes bekendmaakte, wordt hier telkens gebruikt om die ene Naam concreet, tastbaar en op de nood van de hoorder toegesneden te maken.

Typologie: Ook de beelden zelf hebben een Oudtestamentische voorgeschiedenis. Het brood wijst terug naar het manna (Ex. 16, reeds behandeld) en het licht naar de vuurkolom en de tempelkandelaar. De herder wijst naar Ps. 23 en Ezech. 34, en de wijnstok naar Israël zelf als Gods wijngaard (Ps. 80; Jes. 5). De reeks is dus de zichtbare, vervulde ontplooiing van dezelfde eeuwige Naam uit Ex. 3:14.

Joh. 6:35,48,51; Joh. 8:12; Joh. 10:7,9,11,14; Joh. 11:25; Joh. 14:6; Joh. 15:1,5; Ex. 3:14

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Ik ben dat levende Brood — 6:22-59

De dag na de spijziging van de vijfduizend zoekt de menigte Hem op aan de overkant van de zee. Hij zegt hun waarom zij komen: niet omdat zij tekenen gezien hebben, maar omdat zij van de broden gegeten hebben en verzadigd zijn.

Zij vragen om een teken als het manna; Hij zegt dat Hij het ware Brood is, en dat dit Brood Zijn vlees is.

Zij beroepen zich op Mozes: onze vaders hebben het manna gegeten in de woestijn. Christus corrigeert hen op twee punten tegelijk. Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel. Het manna kwam niet van Mozes, en het was niet het ware brood.

Dan zeggen zij: Heere, geef ons altijd dit brood. Zij denken nog aan iets te eten. En dan komt het antwoord dat alles verandert: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren.

Het verschil met het manna noemt Hij zelf, en het is beslissend: uw vaders hebben het manna gegeten en zijn gestorven. Veertig jaar lang viel het elke morgen, en toch is die hele generatie in de woestijn begraven.

En dan gaat Hij verder dan iemand verwachtte: het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld. De kanttekening legt uit wat dat betekent: Mijn menselijke natuur, die Ik aan het kruis zal overgeven tot een verzoenoffer voor de zonden, opdat zij daardoor vergeving en het eeuwige leven verkrijgen.

De hoorders struikelen erover, en velen van Zijn discipelen gaan terug en wandelen niet meer met Hem. Het is de enige plaats in de Evangeliën waar een menigte wegloopt om Zijn leer.

Dan vraagt Hij aan de twaalve of zij ook weg willen gaan, en Petrus geeft het antwoord waaraan niets is toe te voegen: Heere, tot wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.

  1. Exodus 16:4 — Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen.
  2. Johannes 6:32 — Niet Mozes gaf dat brood; Mijn Vader geeft het ware Brood.
  3. Johannes 6:35 — Ik ben het Brood des levens.
  4. Johannes 6:49-50 — Uw vaders aten het manna en zijn gestorven.
  5. Johannes 6:51 — Het Brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, voor het leven der wereld.
  6. Johannes 6:68 — Heere, tot wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.

In het Nieuwe Testament: Exodus 16:14-15; 1 Korinthe 10:3; Openbaring 2:17; Lukas 22:19

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Johannes 6

Johannes 6:1-6

KruisverwijzingenJohannes 6:15Johannes 2:13Lukas 9:10Mattheüs 4:18Johannes 21:1Johannes 11:55Lukas 5:1Johannes 6:23
— Na dezen vertrok Jezus over de zee van Galilea, welke is de zee van Tiberias. En Hem volgde een grote schare, omdat zij Zijn tekenen zagen, die Hij deed aan de kranken. En Jezus ging op den berg, en zat aldaar neder met Zijn discipelen. En het pascha, het feest der Joden, was nabij. Jezus dan, de ogen opheffende, en ziende, dat een grote schare tot Hem kwam, zeide tot Filippus: Van waar zullen wij broden kopen, opdat deze eten mogen? (Doch dit zeide Hij, hem beproevende; want Hij wist Zelf, wat Hij doen zou.)

Velen van hen waren nieuwsgierigen die nog meer wonderen wilden zien, anderen waren zelf ziek en verlangden naar genezing. Waar Jezus ook ging, volgde Hem een menigte. Zij hadden Hem de hele dag gehoord, en toen Hij Zich een weinig van hen terugtrok, volgden zij Hem de berg op. Ik twijfel er niet aan dat zij, terwijl zij de berg opklommen, hun vermoeidheid lieten blijken, wat de Zaligmaker deed zien hoezeer zij verkwikking nodig hadden.

Zij waren op een eenzame plaats, buiten in de woestijn, waar de mensen geen mogelijkheid hadden om voedsel te krijgen, en Jezus wist dat zij spoedig zouden verflauwen van honger. Daarom overlegde Hij met Filippus wat er gedaan moest worden. Het is grote vriendelijkheid van onze Heere om met Zijn volgelingen te overleggen. Hij deed dit vaak, niet omdat Hij hun raad of hulp nodig had, maar omdat zij moesten leren hoe te denken en te handelen tot welzijn van anderen.

Let op het samengestelde karakter van Christus: als Mens overlegde Hij met Filippus; als God wist Hij van tevoren wat Hij zou doen.

Johannes 6:7

KruisverwijzingenMarkus 6:37Numeri 11:21Johannes 12:52 Koningen 4:43Mattheüs 18:28
— Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd penningen brood is voor dezen niet genoeg, opdat een iegelijk van hen een weinig neme.

Zo gaat het ook met ons. Is ons geloof klein, dan beginnen wij de penningen te berekenen die nodig zijn, en maken wij die veel groter dan wat wij bezitten of ooit bijeen zouden kunnen brengen. Dat is geen geloof, dat is redeneren — arm, dof, oppervlakkig redeneren, dat het Oneindige vergeet en zijn eigen beperkte en ontoereikende middelen begint uit te rekenen. Tweehonderd penningen moet de arme Filippus een enorm bedrag geleken hebben, want alle discipelen van Christus hadden zich arm gemaakt door Hem te volgen. De beurs die Judas droeg, bevatte waarschijnlijk zelden zoveel. Al was hij helemaal uitgegeven, dan nog zou het niet ver strekken om vijfduizend mannen te voeden, de vrouwen en kinderen niet meegerekend.

Johannes 6:8-10

Kruisverwijzingen2 Koningen 4:42Lukas 9:14Markus 8:6Mattheüs 15:35Markus 6:39Mattheüs 14:18Johannes 1:40Mattheüs 4:18
— Een van Zijn discipelen, namelijk Andreas, de broeder van Simon Petrus, zeide tot Hem: Hier is een jongsken, dat vijf gerstebroden heeft, en twee visjes; maar wat zijn deze onder zo velen? En Jezus zeide: Doet de mensen nederzitten. En er was veel gras in die plaats. Zo zaten dan de mannen neder, omtrent vijf duizend in getal.

Wanneer Christus mensen heet neer te zitten, heeft Hij een sierlijk tapijt voor hen om op te zitten: er was veel gras op die plaats. Men zou denken dat sommigen van die mensen zouden weigeren te gaan zitten, want niet iedereen wil aan een tafel zitten waarop niets staat. Maar God weet hoe Hij de harten van mensen kan bewegen; en al hadden zij geen sterk geloof, zij hadden geloof genoeg om te doen wat hun gezegd werd. Ik wou dat wij allen zoveel geloof hadden.

Deze kleine visjes werden gewoonlijk bij dat meer gezouten en gedroogd, en veel op sardientjes lijkend; zij werden droog gegeten als toespijs bij het brood. Deze jongen had vijf gerstebroden en een paar van deze visjes; dat was alles.

Jezus wilde dat alles betamelijk en in orde gebeurde. De mensen gehoorzaamden Zijn bevel en gingen zitten, naar Markus ons vertelt, in rijen, bij honderd en bij vijftig. Onze Heere had een tapijt in Zijn feestzaal zoals Salomo in al zijn heerlijkheid niet had kunnen maken. Wij leren hieruit dat het de oosterse lente was, want anders is er niet zoveel gras; zo had Christus’ feestzaal een plafond van blauw en een vloer van groen gras. Wat zouden zij nog meer wensen, behalve het voedsel zelf?

Johannes 6:10-11

KruisverwijzingenJohannes 6:23Mattheüs 15:36Lukas 9:14Markus 8:6Mattheüs 15:35Markus 6:39Mattheüs 14:181 Thessalonicenzen 5:18
— En Jezus zeide: Doet de mensen nederzitten. En er was veel gras in die plaats. Zo zaten dan de mannen neder, omtrent vijf duizend in getal. En Jezus nam de broden, en gedankt hebbende, deelde Hij ze den discipelen, en de discipelen dengenen, die nedergezeten waren; desgelijks ook van de visjes, zoveel zij wilden.

Bij de Joden is het altijd de heer des huizes die dankzegt. Zij roepen geen kind op om de tafel te zegenen. De vader van het gezin staat op, als een priester in zijn eigen huis, en spreekt een zegen uit over het voedsel. Het is een schone gedachte dat Christus Zich zo als het ware tot Vader van dat grote gezin maakte, tot Hoofd en Verzorger van die vele duizenden mensen. Het waren gewone, grove gerstebroden, destijds nauwelijks als voedsel geacht.

Johannes 6:11

KruisverwijzingenJohannes 6:23Mattheüs 15:361 Thessalonicenzen 5:18Romeinen 14:61 Korinthe 10:31Handelingen 27:351 Timotheüs 4:4Lukas 24:30
— En Jezus nam de broden, en gedankt hebbende, deelde Hij ze den discipelen, en de discipelen dengenen, die nedergezeten waren; desgelijks ook van de visjes, zoveel zij wilden.

“Zoveel zij wilden.” Let op die woorden, want zij zijn de regel aan Christus’ feestmaal. Van de aardse dingen geeft Hij ons zoveel als wij nodig hebben; en van de hemelse dingen, zoveel als wij willen! Dat is Christus’ maat voor wie aan Zijn tafel komen; alleen uw eigen wil begrenst de hoeveelheid genade die u ontvangen kunt. Al was het in de open lucht en ruw toegaand, toch vergat Hij dat niet. Ik ken sommigen die zich als varkens op hun maaltijd storten. Zij tonen niet zoveel dankbaarheid als kippen, die altijd hun kop opheffen wanneer zij drinken, alsof zij God zegenen voor elke druppel die zij ontvangen. Dat is een van de regels van Christus’ feestmaal: altijd zoveel als zij wilden. Naar uw honger, naar uw wil, naar uw geloof, zo geschiede u.

Johannes 6:12-13

KruisverwijzingenLukas 1:53Spreuken 11:24Mattheüs 14:20Lukas 16:1Lukas 9:17Mattheüs 15:37Lukas 15:13Spreuken 18:9
— En als zij verzadigd waren, zeide Hij tot Zijn discipelen: Vergadert de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren ga. Zij vergaderden ze dan, en vulden twaalf korven met brokken van de vijf gerstebroden, welke overgeschoten waren dengenen, die gegeten hadden.

Heilige spaarzaamheid moet betracht worden in de dingen van God. Christus is geen vrek, maar Hij is ook geen verkwister. Het is treurig dat het juist arme mensen zijn die vaak zo verkwistend zijn. Deze mensen, die alleen gekomen waren om gevoed te worden, waren niet tevreden te eten tot zij verzadigd waren. Zij wierpen stukken brood weg, zoals ik vaak in de straten van Londen grote stukken brood weggeworpen zie. Dat zou niet zo moeten zijn, want brood is de steun van het leven. Maar terwijl ik de zorgeloosheid van de menigte zie, merk ik ook de zorgvuldigheid van Christus op. Hij Die genoeg voedsel kon maken om de duizenden naar Zijn wil te voeden, wilde toch geen korst verspillen. Een ruimhartige vrijgevigheid behoort altijd samen te gaan met een strikte zuinigheid. Christus gaf alles, maar verspilde niets; laten wij Zijn voorbeeld navolgen. “Vergadert de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren ga.”

Johannes 6:12

KruisverwijzingenLukas 1:53Mattheüs 14:20Lukas 16:1Lukas 9:17Mattheüs 15:37Lukas 15:13Spreuken 18:9Markus 8:8
— En als zij verzadigd waren, zeide Hij tot Zijn discipelen: Vergadert de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren ga.

Zij hadden alles wat zij konden wensen. Spaarzaamheid te midden van overvloed: hoeveel wij ook hebben, wij mogen nooit een enkele kruimel verspillen. Zij hadden zoveel als zij wilden, maar mochten de overgebleven brokken niet weggooien.

Johannes 6:13-14

KruisverwijzingenMattheüs 11:3Mattheüs 21:11Johannes 1:21Johannes 7:40Spreuken 11:24Genesis 49:10Johannes 4:191 Koningen 7:15
— Zij vergaderden ze dan, en vulden twaalf korven met brokken van de vijf gerstebroden, welke overgeschoten waren dengenen, die gegeten hadden. De mensen dan, gezien hebbende het teken, dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.

Mensen worden vaak overtuigd door het argument van het eigenbelang. Zij waren gevoed, en nu geloofden zij. Maar een geloof dat afhangt van een volle maag, wanhoopt zodra de honger terugkeert. Wees altijd op uw hoede voor een godsdienst die afhangt van broden en vissen. Wij behoren geen geloof te hebben dat afhangt van wat het kan zien, eten en drinken. Wij behoren een vertrouwen te hebben op de gezegende Persoon van de Heere en op de geestelijke rijkdommen die Hij mededelen kan.

Johannes 6:14

KruisverwijzingenMattheüs 11:3Mattheüs 21:11Johannes 1:21Johannes 7:40Genesis 49:10Johannes 4:19Johannes 4:25Handelingen 7:37
— De mensen dan, gezien hebbende het teken, dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.

Zij werden overtuigd via hun maag. Dat geloof dat enkel door eten en drinken komt, is geen geloof, of het is een zinnelijk geloof dat de ziel niet redden kan. Deze mensen waren zeer povere volgelingen van Christus. Worden mensen bekeerd door broden en vissen, dan zullen grotere broden en grotere vissen hen weer de andere kant op doen gaan; zulke bekeerlingen zijn weinig waard.

Johannes 6:14-15

KruisverwijzingenJohannes 18:36Mattheüs 11:3Mattheüs 21:11Johannes 1:21Johannes 7:40Genesis 49:10Johannes 4:19Johannes 7:3
— De mensen dan, gezien hebbende het teken, dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou. Jezus dan, wetende, dat zij zouden komen, en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem Koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.

Onze Heere had zojuist het wonder verricht van de vijfduizend mannen te voeden met vijf broden en twee visjes, zodat Hij op dat moment zeer populair was. De mensen wilden Hem zelfs met geweld meenemen en tot koning maken, maar Hij ontkwam aan hen, want Hij kende de waarde van die populariteit: niet meer dan een windvlaag. Waarschijnlijk waren velen van wie Hem toen tot koning wilden kronen, dezelfden die later in Jeruzalem riepen: kruisig Hem! Ook nu kan er veel verlangen zijn om het Evangelie te horen, terwijl er weinig vrucht uit voortkomt. Een vol huis van gebed is zeker een hoopvol gezicht, maar het kan uitlopen op teleurstelling voor wie uitzien naar zielen die gewonnen worden.

Johannes 6:15

KruisverwijzingenJohannes 18:36Johannes 7:3Johannes 6:15Mattheüs 14:22Markus 6:45Markus 11:9Lukas 19:38Johannes 5:41
— Jezus dan, wetende, dat zij zouden komen, en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem Koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.

Had Hij Zijn koningschap niet voor de beste doeleinden kunnen gebruiken? Had Hij niet gemakkelijk de Romeinen kunnen verjagen, Israël in al haar heerlijkheid kunnen herstellen, en een heerlijke kerk en staat kunnen oprichten, met Zichzelf als koning? Ach, dat is voor velen een afgod geweest, en het heeft, als een dwaallicht, velen van Gods volk in moerassen geleid waar zij dreigden verloren te gaan. Maar onze Meester wist het beter, en liet Zich niet weglokken van de ware weg waarlangs Zijn gemeente in de wereld opgebouwd moest worden. Daarom vertrok Hij weer op een berg, alleen, Zichzelf.

Johannes 6:16-17

KruisverwijzingenMarkus 6:45Johannes 2:12Johannes 4:46Johannes 6:24
— En als het avond geworden was, gingen Zijn discipelen af naar de zee. En in het schip gegaan zijnde, kwamen zij over de zee naar Kapernaum. En het was alrede duister geworden, en Jezus was tot hen niet gekomen.

Dat is een zin waaraan sommige zeer somber gestemde mensen zich zouden kunnen vastklampen: het was nu duister, en Jezus was nog niet tot hen gekomen. Bent u nooit in die toestand geweest? Duister, duister, duister, wat de omstandigheden en de gevoelens betreft, en Jezus was nog niet tot hen gekomen.

Johannes 6:18-19

KruisverwijzingenMarkus 6:47Psalmen 135:7Psalmen 107:25Job 9:8Psalmen 93:4Mattheüs 14:24Johannes 14:18Psalmen 29:10
— En de zee verhief zich, overmits er een grote wind waaide. En als zij omtrent vijf en twintig of dertig stadien gevaren waren, zagen zij Jezus, wandelende op de zee, en komende bij het schip; en zij werden bevreesd.

Tegenspoeden komen zelden alleen. Een afwezige Zaligmaker, een bruisende zee, en een loeiende wind. Wat zullen zij nu doen? Verwondert het u dat zij met vrees vervuld werden? Het leek zo’n vreemd gezicht: een Man Die op de golven van de zee liep. Maar daar is Hij! Het eerste onheil is weggenomen, en de rest zal spoedig volgen. Zij zien Jezus. Ach, wat een gezicht — groter dan Hem op het land te zien; het is heerlijker om Christus te zien in tijd van nood dan in tijd van voorspoed. Bang voor hun beste Vriend, bevend voor hun Verlosser.

Johannes 6:20-21

KruisverwijzingenJesaja 41:10Jesaja 44:8Markus 6:51Mattheüs 14:27Openbaring 1:17Jesaja 43:1Jesaja 41:14Markus 16:6
— Maar Hij zeide tot hen: Ik ben het; zijt niet bevreesd. Zij hebben dan Hem gewilliglijk in het schip genomen; en terstond kwam het schip aan het land, daar zij naar toe voeren.

Zodra zij wisten dat het Jezus was Die naar hen toe kwam over het water, moeten zij zich meteen op hun gemak gevoeld hebben. Is het de Heere, dan zou vrees dwaas zijn; wij zijn maar al te blij met Zijn gezelschap. Zodra Jezus bij hen was, waren zij waar zij wilden zijn. De tegenwoordigheid van Christus doet wonderen voor ons; wij zijn snel in onze haven wanneer de Heere van de hemel tot ons komt. Hoe vaak hebben u en ik al lang rondgeroeid, zonder dat het leek of wij ook maar iets uit de storm kwamen. Maar zodra Christus gekomen is, waren wij waar wij wilden zijn. Er is geen moeilijkheid waarin u kunt verkeren, of Christus kan u er in een ogenblik uit helpen, en u brengen waar u behoort te zijn.

Johannes 6:22-24

KruisverwijzingenJohannes 6:17Mattheüs 14:22Johannes 6:15Markus 6:45Johannes 6:2Johannes 6:1Johannes 6:11Markus 1:37
— Des anderen daags de schare, die aan de andere zijde der zee stond, ziende, dat aldaar geen ander scheepje was dan dat ene, daar Zijn discipelen ingegaan waren, en dat Jezus met Zijn discipelen in dat scheepje niet was gegaan, maar dat Zijn discipelen alleen weggevaren waren; (Doch er kwamen andere scheepjes van Tiberias, nabij de plaats, waar zij het brood gegeten hadden, als de Heere gedankt had.) Toen dan de schare zag, dat Jezus aldaar niet was, noch Zijn discipelen, zo gingen zij ook in de schepen, en kwamen te Kapernaum, zoekende Jezus.

Was dat geen aangenaam gezicht? Zo leek het, maar het was het niet. “Jezus zoekende” — dat is een goede beschrijving van een mens. Maar zij zochten alleen naar meer brood; zij zagen Hem als een Broodgever, en daarom waren zij achter Hem aan. Vermengde beweegredenen brengen menigten samen. Hoe waarachtig was onze Meester, hoe openhartig! Hij probeerde nooit een discipel te winnen door de waarheid te verzwijgen.

Johannes 6:25

KruisverwijzingenJohannes 1:38Mattheüs 23:7
— En als zij Hem gevonden hadden over de zee, zeiden zij tot Hem: Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen?

Zij konden niet begrijpen hoe Hij daar gekomen was. Jezus antwoordde hun, en antwoordde hun toch niet. Sommige antwoorden van Christus zijn duidelijk helemaal geen antwoord. Dat is heel vaak het beste antwoord dat u kunt geven.

Johannes 6:26

KruisverwijzingenJakobus 4:3Filippenzen 2:21Psalmen 106:121 Timotheüs 6:5Romeinen 16:18Psalmen 78:37Filippenzen 3:19Ezechiël 33:31
— Jezus antwoordde hun en zeide: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt, en verzadigd zijt.

Hij bevredigde hun nieuwsgierigheid niet door hun te vertellen hoe of wanneer Hij daar gekomen was, want dat was hun zaak niet. Het is evenmin de taak van Christus’ predikers om vernuftige theorieën te bedenken, of mooie verhalen te vertellen om hun hoorders te vermaken. Hun taak is trouw om te gaan met de harten en gewetens van mensen, zoals hun Meester deed: “Gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt, en verzadigd zijt.” Christus’ wonderen hadden hen zo verblind dat zij Hem zochten om meer wonderen te zien; maar zij hadden een nog lagere beweegreden gevonden. Toch wees de Meester hen niet af, en zo leert Hij ons dat het beter is Hem te volgen om de laagste beweegreden dan Hem helemaal niet te volgen. Misschien zijn sommigen van ons weleens te streng geweest tegenover mensen die uit pure nieuwsgierigheid komen. Wat dan nog? Het is goed dat zij komen; laten wij niet zelfs het spinnenweb doorsnijden dat een mens in enige zin aan Christus verbindt. Dat web kan uitgroeien tot een draad, die draad tot een koord, dat koord tot een kabel, en er kan nog een onbreekbare band ontstaan. Toch is het wijs mensen te laten weten dat zij Christus niet bedriegen, ook al bedriegen zij zichzelf over hun eigen beweegreden.

Wat een openhartige taal! Onze Heere zocht geen populariteit door de waarheid te verzwijgen, maar zei deze mensen recht in het gezicht: u bent broodjagers. U zoekt niet Mij, maar het mijne; niet om het goede dat Ik uw ziel kan geven, maar omdat u nóg een maaltijd wilt, bent u hier. Uw liefde is keukenliefde; u komt achter wat u krijgen kunt. Johannes de Doper had verklaard dat Christus Zijn wan in Zijn hand had, en dat Hij Zijn dorsvloer grondig zou zuiveren. Zou die dorsvloer gezuiverd worden, dan moet het kaf weggedreven worden. Het voorbeeld van onze Heere moet ons leren in Zijn Naam niets minder en niets meer te spreken dan de waarheid, in alle liefde en vriendelijkheid.

Johannes 6:27

KruisverwijzingenJesaja 55:2Johannes 6:54Romeinen 6:23Spreuken 2:2Johannes 6:40Johannes 10:28Johannes 6:51Handelingen 10:38
— Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld.

Zoek naar wat uw ziel voedt; jaag niet zozeer naar brood voor het lichaam. De Zaligmaker zegt het hier als een dubbel raadsel. U mag niet arbeiden voor wat u niet zonder arbeid kunt krijgen, en u moet arbeiden voor wat u niet dóór arbeid kunt krijgen. Hij sprak graag op deze puntige manier, zodat men zou onthouden wat Hij zei. Waarom bent u zo begerig naar een stuk gerstebrood en een vis? Ach, was u maar half zo begerig om het brood te ontvangen dat uit de hemel komt, dat een mens eeuwig doet leven.

Hij bestrafte hun overmatige ijver in het zoeken naar voedsel voor het lichaam, en spoorde hen aan liever voedsel voor hun ziel te zoeken. Het is een vrije gave, geen loon op arbeid, en toch zei Christus hun ervoor te arbeiden. Hij bedoelde: laat uw grootste inspanningen niet uitgaan naar de dingen van tijd en zinnen, maar naar eeuwige en geestelijke zegeningen. Kom niet tot Mij voor brood en vis, scheen Hij te zeggen; dat heb Ik u al gegeven. Kom voor iets beters, voor geestelijk voedsel, voedsel voor de eeuwigheid. Met dat doel behoren wij naar Gods huis te gaan. Niet om naar deze of gene prediker te luisteren, maar om het Woord van God te horen, opdat wij daardoor leven.

Dit is een merkwaardig vers als wij op de letter letten, en niet op de geest. Want weinig mensen krijgen hun dagelijks brood zonder ervoor te arbeiden, en niemand krijgt door arbeid wat blijft tot in het eeuwige leven. Dit is een voorbeeld van hoe de kale letter van het Woord doodt. Wij moeten de geest ervan nemen. Besteed niet al uw krachten aan wat zal wegsmelten zodra u het krijgt, maar besteed uw tijd en kracht aan het zoeken van wat door heel de tijd zal blijven. Dat de Zoon des mensen dit geven zal, bewijst dat het niet als vrucht van menselijke arbeid komt, maar als de vrije gave van de Zoon van God. Wie wijs is, zal de betekenis van deze paradox ontrafelen; maar wie blind is, zal struikelen over de letter ervan.

Johannes 6:28-29

Kruisverwijzingen1 Johannes 3:23Hebreeën 5:9Romeinen 4:4Markus 16:16Johannes 3:36Handelingen 16:311 Johannes 5:1Jeremia 42:3
— Zij zeiden dan tot Hem: Wat zullen wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken? Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft.

Zij vroegen: wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken? Zij wilden het grootste van alle werken doen; wat is het edelste, het meest welgevallige werk dat wij kunnen doen? Ik vraag mij af wat zij Christus verwachtten te horen zeggen; zij verwachtten zeker niet het antwoord dat zij kregen.

Johannes 6:29

Kruisverwijzingen1 Johannes 3:23Hebreeën 5:9Romeinen 4:4Markus 16:16Johannes 3:36Handelingen 16:311 Johannes 5:1Johannes 3:16
— Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft.

Dit is het punt. U zou willen dat Ik wonderen deed, of wonderlijke, geheimzinnige ervaringen had. Maar dít is wat u behoort te zoeken, het grootste dat u kunt hebben: dat u gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft. Het grootste werk dat een mens kan doen, is te geloven in de Zaligmaker Die God gezonden heeft. Er zijn er die het geloof geringschatten, maar Christus behoorde niet tot hen. Hij eerde het buitengewoon toen Hij zei dat dit het goddelijke werk is, het werk dat het dichtst bij Gods hart ligt. Geliefde vriend, streeft u naar wat hoog en edel is? Ren dan niet naar een eigen uitvinding, maar wees tevreden te geloven in Hem Die God gezonden heeft.

Dit is een wonderlijke uitspraak, die nu nog even waar is als toen Christus haar in Kapernaüm uitsprak. Het grootste werk dat iemand van u kan doen, is te geloven in Jezus Christus. In andere zin is dit helemaal geen werk, maar het ophouden met uw eigen werken, en het rusten in het volbrachte werk van Jezus Christus. Het geloof is de edelste van alle genadegaven; het draagt in zich de kiem van alle voortreffelijkheid. Wie in Christus gelooft, heeft iets gedaan dat God meer behaagt dan wat ook ter wereld.

Johannes 6:30

KruisverwijzingenJohannes 12:37Johannes 2:18Mattheüs 12:38Jesaja 7:11Jesaja 5:19Lukas 11:29Johannes 6:36Markus 15:32
— Zij zeiden dan tot Hem: Wat teken doet Gij dan, opdat wij het mogen zien, en U geloven? Wat werkt Gij?

Bent u niet verwonderd over het geduld van Jezus? Deze mensen hadden Zijn wonderen gezien, en zij hadden van de broden en vissen gegeten. En toch zeggen zij tegen Hem: welk teken doet U dan, opdat wij het zien en U geloven? Ach, het onvergelijkelijke geduld van de Heere, en de wonderlijke tergingen van mensen! Dit was een schandelijke vraag, terwijl zij zo kort tevoren op wonderbare wijze door Hem gevoed waren.

Johannes 6:30-32

KruisverwijzingenNehemia 9:15Psalmen 105:40Johannes 6:49Johannes 12:371 Korinthe 10:3Openbaring 2:17Psalmen 78:24Johannes 2:18
— Zij zeiden dan tot Hem: Wat teken doet Gij dan, opdat wij het mogen zien, en U geloven? Wat werkt Gij? Onze vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten. Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel.

Zie hoe zij weer terugkeren naar het oude onderwerp: brood om te eten. Hun maag was heer over hun hart. Jezus zei hun niet: Ik gaf dat brood aan uw vaderen in de woestijn, al had Hij dat terecht kunnen zeggen. Het was niet Mozes die hun vaderen in de woestijn voedde, het was God Die hen gevoed had. Maar de Meester bracht hun gedachten naar een hoger onderwerp.

Johannes 6:31

KruisverwijzingenNehemia 9:15Psalmen 105:40Johannes 6:491 Korinthe 10:3Openbaring 2:17Psalmen 78:24Exodus 16:4Numeri 11:6
— Onze vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten.

Zij spreken weer over brood — hoe hardnekkig keren zij daarnaar terug! U kent de vragen die wereldse mensen altijd stellen: wat zullen wij eten, wat zullen wij drinken, en waarmee zullen wij ons kleden? Dat is de ellendige drie-eenheid van de wereldling.

Johannes 6:31-34

KruisverwijzingenNehemia 9:15Psalmen 105:40Johannes 4:15Johannes 6:491 Korinthe 10:3Openbaring 2:17Psalmen 78:24Johannes 6:50
— Onze vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten. Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel. Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft. Zij zeiden dan tot Hem: Heere, geef ons altijd dit Brood.

Dit zou een goed gebed geweest zijn als zij de betekenis van de woorden van de Zaligmaker begrepen hadden; maar zo was het een blind gebed. Zij wisten niet wat Jezus bedoelde toen Hij sprak van het brood van God, dat uit de hemel neerdaalt. Zij dachten aan het brood dat vergaat, het brood voor het lichaam, en zo baden zij blindelings: Heere, geef ons altijd dit brood. Hoeveel gebeden die kinderen in hun jeugd geleerd wordt, en die mannen en vrouwen jarenlang blijven bidden, zijn misschien even blind als dit gebed was? Zij weten niet wat zij vragen, en de vraag rijst dan vanzelf of het eigenlijk wel een gebed is. Zij begrepen Hem niet, en bleven bidden om brood, maar niet om genade.

Johannes 6:32

KruisverwijzingenJohannes 6:41Galaten 4:4Johannes 1:9Johannes 6:58Exodus 16:4Johannes 6:35Johannes 6:33Johannes 15:1
— Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel.

Mozes gaf Israël het manna niet, God gaf het. En het kwam niet uit de hemel in de zin waarin Christus, het ware Brood, uit de hemel kwam. Dat wat u werkelijk voedt, en voedt tot in eeuwigheid, kon Mozes het volk niet geven; alleen de Vader kan het ware brood uit de hemel geven.

Johannes 6:32-33

KruisverwijzingenJohannes 6:50Johannes 3:131 Johannes 1:1Johannes 6:41Galaten 4:4Johannes 1:9Johannes 6:58Exodus 16:4
— Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel. Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft.

Het beste en edelste brood, het brood dat de Godheid in zich heeft, het brood dat uw ziel kan voeden en u met eeuwig leven onderhouden. “Het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft.”

Johannes 6:33-34

KruisverwijzingenJohannes 4:15Johannes 6:50Johannes 3:131 Johannes 1:11 Timotheüs 1:15Johannes 6:48Johannes 8:42Johannes 6:38
— Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft. Zij zeiden dan tot Hem: Heere, geef ons altijd dit Brood.

Het Brood van God is Jezus Christus Zelf. Wie zich zo wil voeden dat zijn geestelijke natuur verzadigd wordt en daardoor leeft, moet zich met Jezus Christus Zelf voeden. Wat een vreemde uitdrukking, en toch hoe waar! U moet komen en Hem tot u nemen, en Hem vertrouwen voor uw zaligheid, en zo u met Hem voeden. Anders zult u nooit het hemelse brood hebben dat zowel leven geeft als leven onderhoudt. Zij kenden echter de betekenis van hun eigen verzoek niet.

Johannes 6:34

KruisverwijzingenJohannes 4:15Psalmen 4:6Johannes 6:26
— Zij zeiden dan tot Hem: Heere, geef ons altijd dit Brood.

Zij begrepen de betekenis van hun eigen gebed niet. Soms raken mensen zeer snel van zonde overtuigd en beginnen plotseling te bidden. Dan doet een wijze leidsman er goed aan zorgvuldig na te gaan of dat geen misverstaan gebed is. Zij zeiden dit zonder te weten wat zij zeiden, zonder te begrijpen wat Hij bedoelde. Brood voor het lichaam was alles wat zij wilden; zij hadden geen geestelijke honger naar Christus, het Brood Gods.

Johannes 6:34-39

KruisverwijzingenJohannes 6:41Johannes 6:39Johannes 5:30Johannes 4:34Johannes 6:54Johannes 4:15Openbaring 22:17Johannes 7:37
— Zij zeiden dan tot Hem: Heere, geef ons altijd dit Brood. En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten. Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en gij gelooft niet. Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft. En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.

Zie hoe de zaligheid van Christus reikt tot het einde van alle dingen. U en ik mogen sterven; maar al liggen wij een tijd in het graf, de zaligheid van Christus zal ons bewaren, om ons ten laatsten dage weer op te wekken. Er zal geen been, geen stukje been, van een waar gelovige achterblijven in het land van de vijand.

Johannes 6:35-37

KruisverwijzingenJohannes 6:41Johannes 6:39Openbaring 22:17Johannes 7:37Openbaring 7:16Lukas 6:25Johannes 6:48Johannes 17:24
— En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten. Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en gij gelooft niet. Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.

Wat een treffende waarheid was dit als antwoord op hen! U komt alleen naar Mij toe voor brood, maar niet voor geestelijke dingen; u gelooft niet in Mij. Maar al gelooft u niet, Ik zal niet teleurgesteld worden, en Mijn werk zal niet falen. God heeft een verkiezing van genade, en die verkiezing zal doorgaan. “Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen.” En dan, alsof Hij hun weer moed wilde geven, zegt Hij: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”

Johannes 6:35

KruisverwijzingenJohannes 6:41Openbaring 22:17Johannes 7:37Openbaring 7:16Lukas 6:25Johannes 6:48Johannes 5:401 Korinthe 11:23
— En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.

Hoor dit, arme, hongerige mensen: aan de behoeften van uw ziel kan geheel voldaan worden door Jezus Christus. Hebt u Hem, dan zal de honger van uw geest gestild worden, en de dorst van uw hart gelest.

Johannes 6:35-36

KruisverwijzingenJohannes 6:41Openbaring 22:17Johannes 7:37Openbaring 7:16Lukas 6:25Johannes 6:48Johannes 5:401 Korinthe 11:23
— En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten. Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en gij gelooft niet.

Dit waren juist de mensen die Hij aan de overkant van het meer gevoed had; en toch verlangden zij naar meer. Dat soort brood kan hun honger niet lang stillen. Zij hadden Hem niet als hun Zaligmaker ontvangen, anders zouden zij tevreden geweest zijn met Hem, en niets meer gevraagd hebben.

Johannes 6:36

KruisverwijzingenJohannes 6:26Johannes 6:30Johannes 15:24Johannes 6:641 Petrus 1:8Lukas 16:31Johannes 6:40Johannes 12:37
— Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en gij gelooft niet.

Hoe brengt de Zaligmaker de waarheid tot deze mensen, en Hij zou hetzelfde bij sommigen van u kunnen doen. U bidt: geef ons dit brood; en Hij antwoordt: Ik heb het u gegeven, en toch hebt u het niet gegeten. U hebt Mij gezien, u hebt Mij gehoord, u kent Mij, en toch gelooft u niet in Mij. Zie hoe weinig voordeel er lag in het loutere zien van Christus. Er waren menigten die Hem zagen, en Zijn wonderen zagen, en zelfs het brood aten dat uit Zijn wonderwerkende hand kwam, en toch geloofden zij niet. Het geloof komt niet zo, want het komt niet door zien, maar het zien komt door geloof. Zien is niet geloven, maar geloven is dikwijls zien; het opent de ogen zodat zij kunnen zien wat eerst voor hen verborgen was.

Johannes 6:37-40

KruisverwijzingenJohannes 6:40Romeinen 6:23Johannes 6:39Johannes 5:30Johannes 4:34Johannes 6:54Johannes 17:24Johannes 17:2
— Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft. En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage. En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

Dit is het heerlijke Evangelie van de gezegende God: ieder die met het oog van het geloof op Christus ziet, heeft het eeuwige leven. Al mag zijn lichaam sterven, ook daarvoor is er eeuwig leven, want Christus zal hem ten laatsten dage weer opwekken. Ach, mocht u allen in Jezus Christus geloven en zo dat eeuwige leven vinden!

Johannes 6:37-39

KruisverwijzingenJohannes 6:40Johannes 6:39Johannes 5:30Johannes 4:34Johannes 6:54Johannes 17:24Johannes 17:2Johannes 3:13
— Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft. En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.

Gods eigen uitverkorenen zullen zeker tot Christus komen; zij zullen allen in Hem geloven, en door Hem zalig worden. Christus zal niemand verliezen die de Vader Hem gegeven heeft, ook niet een deel van iemand. Hij zal het lichaam van geen van Zijn volk verliezen, evenmin als Hij de ziel van iemand verliezen zal.

Johannes 6:38-41

KruisverwijzingenJohannes 6:40Romeinen 6:23Johannes 5:30Johannes 4:34Johannes 6:54Johannes 3:13Johannes 6:44Johannes 17:12
— Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft. En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage. En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is.

En daar ziet u dat Christus bij hen niet verder komt dan hen morrend achter te laten. En ik geloof dat de trouwe dienstknecht van God dikwijls niet anders mag verwachten van zijn getrouwe getuigenis dan dat de mensen tegen hem morren. Maar wat dan? Zal zijn Meester hem daarom veroordelen? Nee, evenmin als Hij de Eniggeborene veroordeelde. Het moet wel zo zijn, opdat er een scheiding is tussen het kostbare en het waardeloze. Gods uitverkorenen moeten naar buiten komen, terwijl wie niet gelooft, geoordeeld zal worden, en in zijn eigen geweten veroordeeld.

Johannes 6:38-44

KruisverwijzingenJohannes 6:65Johannes 6:40Romeinen 6:23Johannes 5:30Johannes 4:34Johannes 6:54Johannes 3:13Johannes 6:44
— Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft. En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage. En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is. En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald? Jezus antwoordde dan, en zeide tot hen: Murmureert niet onder elkander. Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

Ik verwachtte niet dat u Mij zou ontvangen; ik dacht niet dat u Mij zou geloven. U bent nog niet door de Vader tot Mij getrokken, dus wist Ik dat u niet tot Mij zou komen. Maar wie door de Vader getrokken wordt, zal tot Christus komen. Merk op hoe Christus deze leer van de soevereine genade gebruikt. Hij zwaait er als het ware mee, als een brandende fakkel, in het gezicht van Zijn tegenstanders. Het is alsof Hij zei: denk niet dat u Mij verrast met uw houding, of dat u Mijn eeuwige voornemens verijdelt door Mij te verwerpen. Ik wist dat u Mij niet zou ontvangen, en dat u, zoals u bent, niet tot Mij kon komen. Want niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke.

Johannes 6:40

KruisverwijzingenRomeinen 6:23Johannes 6:54Johannes 1:141 Johannes 1:1Jesaja 45:21Johannes 6:27Johannes 5:24Lukas 2:30
— En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

Mochten wij allen de Zoon zien en in Hem geloven, opdat wij het eeuwige leven mogen hebben, en opdat Hij ons ten laatsten dage moge opwekken! Christus zal Zijn werk aan gelovigen nooit volbracht hebben totdat Hij hun lichamen uit het graf heeft opgewekt en verheerlijkt naar Zijn eigen opstandingslichaam. Hij zal nooit ophouden met het werk dat Hij aan een van Zijn volk begonnen is, totdat Hij de sluitsteen gelegd heeft in de heerlijke volmaaktheid van de hemel. Deze waarheid is zelfs nu al de vreugde van ons hart.

Johannes 6:41

KruisverwijzingenJohannes 6:33Johannes 6:58Johannes 6:51Judas 1:16Lukas 15:2Johannes 6:66Johannes 7:12Johannes 6:48
— De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is.

Zij mopperden, morden, fluisterden en gromden onder elkaar over deze uitspraak van Christus. “De Joden dan murmureerden over Hem.”

Johannes 6:41-42

KruisverwijzingenJohannes 6:33Lukas 4:22Johannes 6:58Johannes 6:51Judas 1:16Lukas 15:2Johannes 6:66Johannes 7:12
— De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is. En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald?

Zij kenden Zijn moeder wel; maar zij vergisten zich, wat hun zeer gering geleken kan hebben, toen zij zeiden dat zij ook Zijn vader kenden. Toch ontstaan bijna alle grote dwalingen uit zulke kleine, schijnbaar onbeduidende toevoegingen aan de waarheid. Er zijn altijd mensen die klagen dat het Evangelie te alledaags, te bekend is. Zij weten al alles wat ervan te weten valt, net zoals deze mensen de vader en moeder van onze Heere Jezus kenden. Hoe kon Hij, de zoon van de timmerman, uit de hemel neergedaald zijn? Maar juist dit had Hem bij hen moeten aanbevelen. Hoewel goddelijk, werd Hij zo waarlijk mens, en nam onze natuur zo volkomen aan dat Hij de zoon van Jozef kon zijn — iemand wiens vader en moeder zij kenden. Zouden wij niet blij moeten zijn met een Evangelie eenvoudig genoeg voor een kind om te vatten? Laten wij geen tekenen en verborgenheden zoeken, maar het Evangelie dat de Heere Zelf ons geeft, dankbaar aannemen.

Johannes 6:42-44

KruisverwijzingenJohannes 6:65Johannes 12:32Mattheüs 11:25Lukas 4:22Efeze 2:4Johannes 6:64Hebreeën 4:13Johannes 6:45
— En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald? Jezus antwoordde dan, en zeide tot hen: Murmureert niet onder elkander. Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

Dit is nu eenmaal de wijze van de mensen: zij oordelen naar het uiterlijk. Komt het Evangelie tot hen als iets wat door arme mensen bemind wordt, en mist de dienst de aantrekkelijkheid van mooie muziek of praalvertoon? Dan zeggen zij meteen dat er niets in kan zitten. O blinde vleermuizen: wanneer God Zich in het menselijk vlees versluiert, kan het ook niet anders zijn.

Christus trok nooit een waarheid in of verzwakte haar kracht omdat zij verworpen werd. Hij scheen veeleer te zeggen: u verwierp deze waarheid; Ik wist dat u het zou doen. U hoeft niet te morren: u behoort niet tot de Mijnen. Was u dat wel, dan zou de Vader u getrokken hebben. Merk op de onwankelbare vrijmoedigheid van Christus: Hij zei niet dat zij enige reden tot morren hadden. In plaats daarvan confronteerde Hij hen met de leer van de soevereine genade. Hij zei dat Hij niet verwachtte dat zij Hem zouden begrijpen, tenzij de Vader Die Hem gezonden had hun hart tot Hem trok. Hij was niet teleurgesteld of bedrogen wanneer zij onder elkaar mopperden: niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke.

Johannes 6:44-46

KruisverwijzingenJohannes 6:65Jesaja 54:13Jeremia 31:33Hebreeën 8:10Hebreeën 10:16Johannes 1:18Johannes 12:32Mattheüs 11:25
— Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij. Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien.

Hij corrigeert de gedachte waarin zij misschien vervallen waren, dat zij ooit de Vader zouden kunnen zien zoals Hijzelf Hem gezien had. In dat gezicht kan geen van ons ooit binnengaan, want er is een bijzondere goddelijke verhouding tussen Jezus en de Vader die wij niet kennen kunnen. U denkt dat u Mij beoordeelt, maar daarmee beoordeelt en veroordeelt u eigenlijk uzelf. Wanneer mensen zich tot rechter over het Evangelie opwerpen, laten zij spoedig blijken wat voor geest hen bezielt: niet Christus staat terecht, maar zíj. Wanneer zij tegen Hem uitvaren, bewijzen zij enkel dat de genade van de Vader hen nooit tot Hem getrokken heeft. Mochten wij zo horen, en zo van de Vader leren, dat wij tot Jezus Christus komen!

Johannes 6:45

KruisverwijzingenJesaja 54:13Jeremia 31:33Hebreeën 8:10Hebreeën 10:16Johannes 6:65Mattheüs 17:5Johannes 6:371 Thessalonicenzen 4:9
— Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.

Zo zei Hij hun ronduit: u bent niet door God onderwezen; de Vader heeft u nooit getrokken, anders had u Mij ontvangen. Zo stoot de dappere Kampioen het naakte zwaard van de waarheid tot in hun eigen ziel. Wacht u ervoor, geliefde vrienden, Christus op enige andere wijze te leren kennen dan door goddelijk onderwijs. Wat wij enkel van de lippen van medemensen leren, zal nooit werkelijk geleerd of echt begrepen worden. Wij moeten allen door God onderwezen worden; en zo zullen wij zijn, als wij inderdaad behoren tot hen die de Vader tot Christus trekt. Er komt niemand anders tot Christus; er is geen echte christen in de wereld die niet door God gemaakt is. Het kost evenveel van Gods almacht om een gelovige te maken als om een wereld te maken. Alleen Hij Die de hemel en de aarde geschapen heeft, kan ook maar een greintje waar geloof in het hart van een mens scheppen.

Johannes 6:46-47

KruisverwijzingenJohannes 1:18Johannes 3:36Johannes 7:29Johannes 5:241 Johannes 4:12Lukas 10:22Johannes 5:37Mattheüs 11:27
— Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.

Laat mij deze kostbare woorden nog eens lezen, grijp ze aan, u, angstige en bevende zielen: “Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: die in Mij gelooft, heeft” — nu al, in tegenwoordig bezit — “het eeuwige leven.” Dit is een van de rijkste gedeelten van heel de Heilige Schrift; het is alles merg en vettigheid, maar hier hebt u als het ware de kwintessens. Wij hebben het eeuwige leven als wij gelovigen zijn, niet zullen hebben, maar hébben het nu. Het is dwaas te spreken over het verliezen ervan, want dan zou het niet eeuwig zijn. Wij hebben een leven in ons dat onmogelijk ooit kan sterven, maar eeuwig moet voortleven. O mijn ziel, verheug u in deze heerlijke waarheid! U hebt het eeuwige leven zo zeker als u geloof in Christus hebt.

Johannes 6:46

KruisverwijzingenJohannes 1:18Johannes 7:291 Johannes 4:12Lukas 10:22Johannes 5:37Mattheüs 11:27Johannes 8:19Johannes 8:55
— Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien.

De Goddelijke Zoon heeft de Vader gezien; wij moeten geloven, wij kunnen nog niet zien.

Johannes 6:47

KruisverwijzingenJohannes 3:36Johannes 5:24Johannes 3:18Kolossenzen 3:31 Johannes 5:12Johannes 3:16Johannes 6:54Romeinen 5:9
— Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.

Die tekst is het waard om in letters van goud gedrukt te worden, en dan zouden de letters nog ver tekortschieten bij de boodschap zelf. Zo sprak onze Heere recht in het gezicht van hen die Hem bespot hadden. Zij hadden gezegd: is dit niet Jezus, de zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen? Hij heeft het zelfs nu al in bezit; een leven dat nooit kan uitdoven, is in de borst van ieder die in Christus gelooft. Ach, wat een vreugde is dit!

Johannes 6:48-51

KruisverwijzingenJohannes 6:51Efeze 5:2Lukas 22:19Johannes 6:33Johannes 6:58Johannes 6:312 Korinthe 5:21Mattheüs 20:28
— Ik ben het Brood des levens. Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven. Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve. Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.

Hier hebben wij de leer van het grote verzoenende offer waardoor de zonde weggenomen wordt. Dat is niet enkel Christus vleesgeworden, maar Christus Die Zijn leven overgeeft, stervend in de plaats van schuldige zondaren. Dat is het voedsel waarvan, als iemand ervan eet, hij eeuwig zal leven.

Johannes 6:48-49

KruisverwijzingenJohannes 6:51Johannes 6:33Johannes 6:58Johannes 6:311 Korinthe 10:161 Korinthe 11:24Johannes 6:41Numeri 26:65
— Ik ben het Brood des levens. Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven.

Hij zegt niet: onze vaderen. Hij treedt als het ware evenzeer buiten de Joden als buiten de goddeloze heidenwereld, en Hij zegt: uw vaderen hebben het manna in de woestijn gegeten, en zij zijn gestorven.

Johannes 6:48

KruisverwijzingenJohannes 6:51Johannes 6:331 Korinthe 10:161 Korinthe 11:24Johannes 6:41
— Ik ben het Brood des levens.

Het voedsel waarvan dat eeuwige leven leeft — levend brood voor levende zielen. O broeders, de dode letter is ons van geen nut. Alle waarheid ter wereld, tenzij zij levendmakend is, kan onze levendgemaakte natuur niet voeden. Het is de vleesgeworden waarheid, Christus Zelf, waarmee wij ons moeten voeden. “Ik ben het Brood des levens.”

Johannes 6:49-50

KruisverwijzingenJohannes 6:33Johannes 6:51Johannes 6:58Johannes 6:31Numeri 26:65Judas 1:5Hebreeën 3:171 Korinthe 10:3
— Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven. Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve.

Want hun manna was verderfelijk. Wij lezen dat het wormen kreeg en stonk. Al was het voor een tijd engelenspijs, toch was het maar tijdelijk; het voedde slechts een tijdelijk leven, en verging, zoals dat leven. Maar Jezus Christus is onverderfelijk, en wie van Hem leeft, leeft van onverderfelijk voedsel, dat het onverderfelijke zaad voedt, dat leeft en blijft tot in eeuwigheid.

Johannes 6:50-51

KruisverwijzingenJohannes 6:33Johannes 6:51Johannes 6:58Efeze 5:2Lukas 22:192 Korinthe 5:21Mattheüs 20:28Johannes 1:29
— Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve. Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.

Brood dat leven in zichzelf bevat, en daarom bij uitstek geschikt is om een leven als het zijne te onderhouden: “Ik ben dat levende Brood.”

Johannes 6:51-52

KruisverwijzingenJohannes 10:19Johannes 9:16Efeze 5:2Lukas 22:192 Korinthe 5:21Johannes 3:13Mattheüs 20:28Johannes 1:29
— Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld. De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven?

Ik vraag mij af of zij beseften dat deze uitspraak van Christus Zijn dood insloot. Hij sprak immers niet van het geven van Zijn levende lichaam, maar van Zijn vlees. Sommigen vinden hun voornaamste troost in de vleeswording van Christus, en dat is zeker een zeer troostrijke waarheid. Maar zonder de dood van Christus biedt zij geen voeding voor de ziel. Verzoening, verzoening — daar ligt de kern van heel de zaak. Christus moest sterven, en dan pas kan Hij ons Zijn vlees te eten geven. Zij misverstonden de Meester; zij bleven bij de letter en kwamen niet tot de geest, de betekenis, en die letter doodde hen, want de letter doodt, de geest maakt levend. Gezegend zijn zij die door de Vader getrokken en door de Heere onderwezen worden, die bespeuren wat toch zo weinig verhuld is onder de dunne sluier van deze beeldspraak.

Johannes 6:52

KruisverwijzingenJohannes 10:19Johannes 9:16Johannes 3:9Johannes 6:41Johannes 4:11Johannes 7:401 Korinthe 2:14Handelingen 17:32
— De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven?

Deze Joden struikelden nog steeds over de letter van Christus’ woorden; nog steeds misverstonden zij Hem in hun blinde vleselijkheid.

Johannes 6:52-56

Kruisverwijzingen1 Johannes 5:12Mattheüs 26:261 Johannes 3:24Johannes 10:19Johannes 9:16Johannes 6:55Johannes 15:4Johannes 6:47
— De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven? Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem.

Deze Joden wilden Christus niet begrijpen, ook al sprak Hij heel duidelijk. Daarom trok Hij geen enkel woord in dat Hij gesproken had. Het eerste licht had hen al verblind, en gewillig lieten zij zich erdoor verblinden. Zo richtte Hij de lantaarn nu vol op hun gezicht, zodat het felle licht van de uitleg te veel voor hen was. Het is een verschrikkelijke zaak wanneer het licht van het Evangelie een middel wordt om mensen te verblinden. Het gebeurt nog steeds. Na een zekere mate van moedwillige verwerping kan het anders worden. Wat een geur van het leven ten leven geweest zou zijn, kan door het sluiten van het hart een geur van de dood ten dode worden. Laat niemand denken dat Jezus hier doelde op het eten van het brood en drinken van de wijn bij het Avondmaal van de Heere; die instelling bestond toen nog niet. Het is in heel andere, hoog geestelijke zin dat ons gemoed zich voedt met het vlees en bloed van Christus. Het feit dat God vlees geworden is, en het feit dat Christus voor de zonde gestorven is: dit is het voedsel van onze ziel. Daarop groeit ons geloof, en wordt onze geest gesterkt.

Johannes 6:53-56

Kruisverwijzingen1 Johannes 5:12Mattheüs 26:261 Johannes 3:24Johannes 6:55Johannes 15:4Johannes 6:47Johannes 3:3Johannes 6:39
— Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem.

Laat niemand van u dit onderwijs van Christus verstaan zoals de Joden deden, op een vleselijke manier. Verbeeld u niet dat wij letterlijk het vlees en bloed van Christus eten wanneer wij aan de avondmaalstafel komen. Het Avondmaal was nog niet ingesteld toen onze Zaligmaker deze woorden sprak. Hij sprak over iets heel anders: de geestelijke ontvangst van Christus, het ware, werkelijke voeden door het geloof van onze geest met de Heere Jezus Christus.

Johannes 6:53-54

Kruisverwijzingen1 Johannes 5:12Mattheüs 26:26Johannes 6:55Johannes 15:4Johannes 6:47Johannes 3:3Johannes 6:39Johannes 13:8
— Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

Zijn ziel zal leven; zijn geest zal nooit sterven. En al zal zijn lichaam sterven, de kracht van het eeuwige leven in hem zal zelfs zijn sterfelijke lichaam levend maken tot een onsterfelijkheid gelijk aan die van zijn geest.

Johannes 6:53

Kruisverwijzingen1 Johannes 5:12Mattheüs 26:26Johannes 6:55Johannes 15:4Johannes 6:47Johannes 3:3Johannes 13:8Openbaring 2:17
— Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.

Legde Hij het hun uit? Nee. Zij waren overgegeven aan gerechtelijke verblinding. Zij hadden zo lang geweigerd te zien, dat zij nu niet meer mochten zien. Over hen was de vloek gekomen dat zij, ziende, niet zouden zien, en horende, niet zouden verstaan. God geve dat wij nooit zulke schellen op onze eigen ogen maken. Laat de geestelijke blik van onze ziel nooit zo dichtslibben met de modder van de zonde. Anders worden wij, zelfs wanneer Christus de goddelijke waarheid in onze ogen laat schijnen, er alleen maar door verblind tot nog grotere duisternis. Zo was het met deze mensen: Jezus legde het hun niet uit, maar herhaalde de waarheid slechts nog nadrukkelijker, en maakte haar nog aanstotelijker dan tevoren.

Johannes 6:53-57

Kruisverwijzingen1 Johannes 5:12Mattheüs 26:261 Johannes 3:24Johannes 6:55Johannes 15:4Johannes 6:47Johannes 3:3Johannes 6:39
— Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem. Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij.

Hier ziet u drie levende Personen: de levende Vader, de levende Zoon, en de levende gelovige. Werkelijk, deze drie leven één leven, dat van de Vader door de Zoon in ons komt, en wij worden deelgenoten van de goddelijke natuur. Dit is een groot geheimenis, dat alleen begrijpt wie het in zichzelf ervaart.

Johannes 6:55-60

Kruisverwijzingen1 Johannes 3:24Johannes 15:4Johannes 6:661 Johannes 4:15Johannes 5:26Johannes 6:24Johannes 14:20Openbaring 3:20
— Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem. Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij. Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven. Deze dingen zeide Hij in de synagoge, lerende te Kapernaum. Velen dan van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard; wie kan dezelve horen?

Het is werkelijk een harde uitspraak, totdat wij door de Geest van God onderwezen worden om haar te verstaan. De roomse kerk heeft er een grove, vleselijke uitspraak van gemaakt. Zij leert de mensen dat zij werkelijk, letterlijk en lichamelijk het vlees en bloed van Christus eten, wat een afschuwelijke godslastering is, en niets minder. Maar wie door God onderwezen zijn, zien de innerlijke betekenis van de waarheid vanachter de letter tevoorschijn komen. Zij weten wat het is om in hun hart, al niet in hun lichaam, het eigen lichaam en bloed van Christus te ontvangen.

Het waren niet alleen de verblinde Joden, maar zelfs Zijn discipelen die het niet begrepen. De toets van een waar discipel van Christus is dat hij bereid is te geloven wat hij niet begrijpt. Volgt u Christus’ woorden alleen zover als u ze kunt bevatten, dan is de geest van het discipelschap niet in u. U bent dan de discipel van uw eigen verstand, en niet Christus maar uw eigen oordeel is dan meester. Maar wie zich aan de woorden van Christus onderwerpt, vindt het dikwijls juist nuttig om niet te begrijpen. Het is nuttig te voelen dat wij aan het einde van ons eigen verstand gekomen zijn.

Johannes 6:57-58

KruisverwijzingenJohannes 5:26Galaten 2:20Johannes 3:17Johannes 6:47Johannes 6:411 Korinthe 15:22Mattheüs 16:16Johannes 14:19
— Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij. Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.

Dit is geestelijke voeding met geestelijke waarheid.

Johannes 6:59-62

KruisverwijzingenJohannes 6:66Markus 16:19Johannes 3:13Johannes 6:24Johannes 2:24Johannes 6:64Lukas 24:51Spreuken 1:20
— Deze dingen zeide Hij in de synagoge, lerende te Kapernaum. Velen dan van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard; wie kan dezelve horen? Jezus nu, wetende bij Zichzelven, dat Zijn discipelen daarover murmureerden, zeide tot hen: Ergert ulieden dit? Wat zou het dan zijn, zo gij de Zoon des mensen zaagt opvaren, daar Hij te voren was?

Laat onze Meester ons leren wat Hem behaagt; niets behoort een discipel van Christus te ergeren. Het is aan ons om aan Zijn voeten te zitten en al Zijn woorden zonder muggenziften te ontvangen. Maar geloven wij niet wat Hij ons over enkele eenvoudige punten zegt, wat zouden wij dan doen als Hij ons meer openbaarde? Wat als Hij ons in de hogere en diepere leerstukken van Zijn Woord zou leiden?

Johannes 6:61-63

KruisverwijzingenJohannes 6:68Psalmen 119:931 Korinthe 15:45Deuteronomium 32:47Psalmen 119:50Romeinen 10:17Psalmen 119:130Psalmen 19:7
— Jezus nu, wetende bij Zichzelven, dat Zijn discipelen daarover murmureerden, zeide tot hen: Ergert ulieden dit? Wat zou het dan zijn, zo gij de Zoon des mensen zaagt opvaren, daar Hij te voren was? De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.

De innerlijke, geestelijke betekenis geeft leven aan het Woord, en leven ook aan ons: “Het is de Geest, Die levend maakt.”

Johannes 6:63

KruisverwijzingenJohannes 6:68Psalmen 119:931 Korinthe 15:45Deuteronomium 32:47Psalmen 119:50Romeinen 10:17Psalmen 119:130Psalmen 19:7
— De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.

Zij zijn niet vleselijk, zij zijn niet grof; zij hebben een innerlijke zin in zich die vol leven en geest is. U moet ze niet opvatten alsof zij vlees waren, en ze niet vleselijk verstaan. Zij belichamen enkel een levende ziel van betekenis. Die zult u ontvangen als u werkelijk levend gemaakt bent, en die zal u dan levend maken, zodat u Mij verstaat en in Mij leeft. Struikelen wij over de letter, en beginnen wij te vragen: hoe kunnen wij het vlees van Christus eten, en nemen wij die uitdrukking letterlijk, dan zal zij ons doden. Wij moeten doordringen tot de geest van wat Hij zegt, want daarin ligt het leven.

Johannes 6:63-64

KruisverwijzingenJohannes 6:68Psalmen 119:931 Korinthe 15:45Deuteronomium 32:47Psalmen 119:50Romeinen 10:17Psalmen 119:130Psalmen 19:7
— De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven. Maar er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou.

Zou dit werkelijk van iemand hier gezegd kunnen worden: er zijn sommigen onder u die niet geloven? Zo ja, dan weet u wat er van ongelovigen wordt; u kunt de beloofde zegeningen van het geloof zeker niet verkrijgen. God geve dat er, voordat deze dag geheel voorbij is, niemand meer onder u overblijft die niet gelooft!

Johannes 6:64-65

KruisverwijzingenJohannes 6:44Johannes 6:37Efeze 2:82 Timotheüs 2:25Johannes 13:10Hebreeën 4:132 Timotheüs 2:19Romeinen 8:29
— Maar er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou. En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij dat het hem gegeven zij van Mijn Vader.

Niemand — zelfs geen apostel, zelfs niet degene die met Christus brood at en Zijn vertrouwde vriend was — kon komen zonder door God getrokken te worden. Judas is nooit werkelijk tot Hem gekomen, maar is in zijn zonde omgekomen. De Vader moet ons met goddelijke koorden trekken, of anders zullen wij nooit tot de Zoon komen. Al kwam iemand zo dicht bij Christus dat hij tot Hem bad en Zijn geheimste mededelingen hoorde, en Zijn bijzondere wonderen zag. Toch zou hij het niet verstaan, tenzij de Vader het als een bijzondere daad van genade gaf.

Johannes 6:64

KruisverwijzingenJohannes 13:10Hebreeën 4:132 Timotheüs 2:19Romeinen 8:29Johannes 6:61Johannes 10:26Johannes 2:24Johannes 13:18
— Maar er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou.

En geloven zij niet, dan missen zij heel de kern van de zaak.

Johannes 6:64-67

KruisverwijzingenJohannes 6:44Johannes 6:60Johannes 6:371 Johannes 2:19Efeze 2:82 Timotheüs 2:252 Timotheüs 1:152 Timotheüs 4:10
— Maar er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou. En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij dat het hem gegeven zij van Mijn Vader. Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem. Jezus dan zeide tot de twaalven: Wilt gijlieden ook niet weggaan?

Zo blijkt dat iemand als discipel van Christus erkend kan worden, en toch kan teruggaan, en niet meer met Hem wandelen. Ach, mochten wij ware discipelen zijn — discipelen inderdaad! Ach, mochten wij deel en deelgenoot van Christus zijn, ware ranken van de ware Wijnstok, levende leden van het levende lichaam van Christus! Wilde Hij hen? Ik geloof het niet. Hij verlangde niet om Zich te omringen met een massa kaf, maar met de zuivere, gewande tarwe; daarom gebruikte Hij Zijn eigen woord als wan. Waar Christus getrouw gepredikt wordt, is de prediking de beste vorm van kerkelijke tucht. Op de een of andere manier worden vleselijke gemoederen het moe, en zij gaan weg. Wie geen verlangen en liefde voor de waarheid hebben, vallen vanzelf af; zo wandelen zij niet meer met Hem. Toen zei Jezus tegen de twaalf discipelen—

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Een ieder die tot Christus komt, is welkom!

Preken

"Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen" Spurgeon predikt: Christus stoot niemand af die komt! Genade trekt onweerstaanbaar. Kom en vind vandaag nog rust.

Hoge en brede geloofsleer

Preken

Christus roept een ieder, Hij zegt: wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen. De deur der genade staat wijd open voor elke zondaar die tot Hem…

De grote poorten wijd geopend

Preken

Spurgeon: "Alles wat de Vader Mij geeft, komt tot Mij. Wie tot Mij komt, werp Ik beslist niet uit!" Kom zondaars, de poorten staan wijd open!

De laatste boodschap van het jaar

Preken

De genade van God roept verloren harten tot Christus. Hoor Zijn stem — kom vandaag nog tot Hem en vind eeuwige redding!

De Vrouw die Twijfelde

Voor kinderen

Heere, naar wie zullen wij heen gaan? U hebt woorden van eeuwig leven. Johannes 6:68 Het is heel fijn om te weten dat God ons heeft vergeven, dat…

De Parabel van de Duif en de Havik

Het zwaard en de troffel

  Er bestaat een oude parabel die verhaalt hoe de duif eens een droevige klacht uitte aan haar medevogels, namelijk dat de havik een wrede tiran was die…

Tuinieren

Voor Iedere Dag

Maar Hij antwoordde en zei: Elke plant die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgetrokken worden. (Mattheüs 15:13) Lees verder Johannes 6:52—71. We hebben vaak een aantal goede…

Een vriend van tollenaars en zondaars

Voor Iedere Dag

Een vriend van tollenaars en zondaars. (Mattheüs 11:19) Lees verder Jesaja 55:1—7. Er is een plaats in Engeland, in de buurt van Winchester, waar aan iedere voorbijganger een stuk…

De dubbele betekenis van wonderen

Voor Iedere Dag

En Hij zei tegen hen: Werp het net uit aan de rechterkant van het schip en u zult vinden. Dus wierpen zij het uit en zij konden het…

De wil des Vaders

Aan De Voeten Van De Meester

En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.…

Naar wie zou je anders gaan als je ziek bent?

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Wilt u ook niet weggaan? Johannes 6 vers 67 Velen hebben Christus verlaten, en leven niet meer met Hem; maar welke…

Al ons succes is afkomstig van God

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

Het was heel belangrijk dat voordat Christus de grote schare te eten gaf Hij de discipelen al het aanwezige voedsel liet tellen. Het was goed om hen te…

Dezelve zal leven door Mij

Nabij De Zon

Gelijkenwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leef door de Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij. Johannes 6:57 Jezus heeft gezegd: ‘Degene…

Zich voeden met Christus

Nabij De Zon

Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem. Johannes 6:56 Zich voeden met Christus betekent veel aan Hem denken -…

Het levende brood

Nabij De Zon

Ik ben dat levende Brood, Dat uit de hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het brood, dat Ik…

Niet sterven

Nabij De Zon

Dit is het Brood, Dat uit de hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve. Johannes 6:50 Als we ons met Jezus voeden, worden we verzekerd…

Het Brood des levens.

Nabij De Zon

Ik ben het Brood des levens. Johannes 6:48 U zult opmerken dat onze Heere hier over Zichzelf spreekt. Hij spreekt niet alleen over Zijn woorden, noch over Zijn…

Brood uit de hemel

Nabij De Zon

Onze vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit de hemel te eten... Uw vaders hebben het Manna gegeten…

De zondaar geroepen tot Christus

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

In de rechtbank heb ik dikwijls gehoord dat een man als getuige naar voren werd geroepen. Zodra hij wordt geroepen, hoewel hij zich mogelijk aan het einde van…

Tenzij de Vader hem trekke

Met Spurgeon Het Jaar Door

Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke. Johannes 6:44 De Heilige Geest legt het hart bloot, ontdekt de mens aan al het…

Trek mij, wij zullen U nalopen

Met Spurgeon Het Jaar Door

Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke. Johannes 6:44 Met de trekking wordt duidelijk een trekking door de allerhoogste God…

Hulp van de Heilige Geest

Met Spurgeon Het Jaar Door

Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke. Johannes 6:44 Toen de mens in het paradijs viel, viel de mensheid in…

Komen tot Christus

Met Spurgeon Het Jaar Door

Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke. Johannes 6:44 Het ‘komen tot Christus’ is met zekerheid de ene wezenlijke zaak voor het…

Die tot Mij komt, zal lk geenszins uitwerpen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Die tot Mij komt, zal lk geenszins uitwerpen. Johannes 6:37 Er is geen grens gezet aan de duur van deze belofte.…

Al wat de Vader geeft, zal tot Mij komen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Al wat de Vader geeft, zal tot Mij komen. Johannes 6:37 Deze uitspraak bevat de leer van de verkiezing, de Vader…

Uitverkiezing: de wil van de Vader

Preken

Een preek uitgesproken op 15 juni 1873, door C.H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle Newington. En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al…

Onze onmacht

Preken

Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader Die Mij gezonden heeft, hem trekke Johannes 6:44 Het ‘tot Christus komen’ is een heel bekende uitdrukking in de Bijbel.…

Jezus wist wat Hij doen zou

Preken

Doch dit zeide Hij, hem beproevende, want Hij wist zelf wat Hij doen zou. Johannes 6:6 Merkt op, waarde vrienden, hoe zorgvuldig de Heilige Geest er voor waakt, dat…

Volhouden door Voeding

Bank Des Geloofs

Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij. Johannes 6:57 Ik leef door mijn…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content