Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Johannes 18

1 Jezus, dit gezegd hebbende, ging uit met Zijn discipelen over de beek Kedron, waar een hof was, in welken Hij ging, en Zijn discipelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 JezusG2424, ditG3778 gezegdG2036 hebbende, ging uit met Zijn discipelenG3101 over de beekG5493 KedronG2748, waar een hofG2779 wasG1510, inG1519 welkenG3739 HijG846 ging, enG2532 Zijn discipelenG3101. Jezus, dit gezegd hebbende, ging uit met Zijn discipelen over de beek Kedron, waar een hof was, in welken Hij ging, en Zijn discipelen.

KJV When Jesus4 had spoken these words, he went forth5 with6 his9 disciples8 over10 the brook12 Cedron,14 where15 was a garden,17 into18 the which19 he21 entered,20 and22 his25 disciples.

1 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 6 συν G4862 met, samen met beside, with 7 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 χειμαρρου G5493 beek brook 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κεδρων G2748 Kedron Cedron 15 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 16 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 κηπος G2779 hof garden 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 20 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 21 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 25 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Judas, die Hem verried, wist ook die plaats, dewijl Jezus aldaar dikwijls vergaderd was geweest met Zijn discipelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En JudasG2455, die HemG846 verriedG3860, wistG1492 ookG2532 die plaatsG5117, dewijlG3754 JezusG2424 aldaar dikwijlsG4178 vergaderdG4863 was geweest metG3326 Zijn discipelenG3101. En Judas, die Hem verried, wist ook die plaats, dewijl Jezus aldaar dikwijls vergaderd was geweest met Zijn discipelen.

KJV And2 Judas4 also,3 which5 betrayed6 him,7 knew1 the place:9 for10 Jesus14 ofttimes11 resorted12 thither15 with16 his19 disciples.

1 ηδει G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 παραδιδους G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 πολλακις G4178 menigmaal, dikmaals, dikwijls oft(-en, -entimes, -times) 12 συνηχθη G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 16 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 19 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Judas dan, genomen hebbende de bende krijgsknechten en enige dienaars van de overpriesters en Farizeen, kwam aldaar met lantaarnen, en fakkelen, en wapenen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 JudasG2455 danG3767, genomenG2983 hebbende de bendeG4686 krijgsknechten en enige dienaarsG5257 van de overpriestersG749 enG2532 FarizeenG5330, kwamG2064 aldaar metG1537 lantaarnenG5322, enG2532 fakkelenG2985, enG2532 wapenenG3696. Judas dan, genomen hebbende de bende krijgsknechten en enige dienaars van de overpriesters en Farizeen, kwam aldaar met lantaarnen, en fakkelen, en wapenen.

KJV Judas3 then,2 having received4 a band6 of men and7 officers13 from8 the chief priests10 and11 Pharisees,12 cometh14 thither15 with16 lanterns17 and18 torches19 and20 weapons.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 4 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σπειραν G4686 bende band 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αρχιερεων G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 13 υπηρετας G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 14 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 15 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 16 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 17 φανων G5322 lantaarnen lantern 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 λαμπαδων G2985 lampen, fakkel, fakkelen lamp, light, torch 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 οπλων G3696 wapenen armour, instrument, weapon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Jezus dan, wetende alles, wat over Hem komen zou, ging uit, en zeide tot hen: Wien zoekt gij?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 JezusG2424 danG3767, wetendeG1492 allesG3956, watG5101 over Hem komenG2064 zou, ging uit, en zeideG2036 tot henG846: Wien zoektG2212 gij? Jezus dan, wetende alles, wat over Hem komen zou, ging uit, en zeide tot hen: Wien zoekt gij?

KJV Jesus1 therefore,2 knowing3 all things4 that should come6 upon7 him,8 went forth,9 and said unto them,11 Whom12 seek ye?

1 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ειδως G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 4 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ερχομενα G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 10 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 τινα G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 13 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zij antwoordden Hem: Jezus den Nazarener. Jezus zeide tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verried, stond ook bij hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zij antwoorddenG611 HemG846: JezusG2424 den NazarenerG3480. JezusG2424 zeideG3004 tot henG846: IkG1473 benG1510 het. En JudasG2455, die HemG846 verriedG3860, stondG2476 ookG2532 bij henG846. Zij antwoordden Hem: Jezus den Nazarener. Jezus zeide tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verried, stond ook bij hen.

KJV They answered1 him,2 Jesus3 of Nazareth.5 Jesus9 saith6 unto them,7 I10 am11 he. And13 Judas15 also,14 which4 betrayed17 him,18 stood12 with19 them.

1 απεκριθησαν G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ναζωραιον G3480 Nazarener, NAZARENER, Nazarenen Nazarene, of Nazareth 6 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 εγω G1473 mij, ik I, me 11 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ειστηκει G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 παραδιδους G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 18 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 20 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 AlsG5613 Hij danG3767 tot hen zeideG2036: IkG1473 benG1510 het; gingenG565 zij achterwaartsG1519, enG2532 vielenG4098 ter aardeG5476. Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde.

KJV As soon1 then2 as he had said unto them,4 I6 am7 he, they went8 backward,9 and12 fell13 to the ground.

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 εγω G1473 mij, ik I, me 7 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 απηλθον G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 επεσον G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 14 χαμαι G5476 aarde on (to) the ground

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Hij vraagde hun dan wederom: Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jezus den Nazarener.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Hij vraagdeG1905 hunG846 dan wederomG3825: Wien zoektG2212 gij? EnG1161 zij zeidenG2036: JezusG2424 den NazarenerG3480. Hij vraagde hun dan wederom: Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jezus den Nazarener.

KJV Then2 asked he4 them3 again,1 Whom5 seek ye?6 And8 they said, Jesus10 of Nazareth.

1 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 επηρωτησεν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 5 τινα G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ναζωραιον G3480 Nazarener, NAZARENER, Nazarenen Nazarene, of Nazareth

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 JezusG2424 antwoorddeG611: Ik heb uG4771 gezegdG2036, dat Ik het benG1510. IndienG1487 gij danG3767 MijG1473 zoektG2212, zo laat dezenG5128 heengaanG5217. Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.

KJV Jesus3 answered,1 I have told you that6 I7 am8 he: if9 therefore10 ye seek12 me, let13 these go their way:

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 εγω G1473 mij, ik I, me 8 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 10 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 11 εμε G1473 mij, ik I, me 12 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 13 αφετε G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 14 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 υπαγειν G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Opdat het woord vervuld zou worden, dat Hij gezegd had: Uit degenen, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 OpdatG2443 het woordG3056 vervuldG4137 zou worden, dat HijG846 gezegdG2036 had: UitG1537 degenen, dieG3739 Gij Mij gegevenG1325 hebt, heb Ik niemandG3762 verlorenG622. Opdat het woord vervuld zou worden, dat Hij gezegd had: Uit degenen, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren.

KJV That1 the saying4 might be fulfilled,2 which5 he spake,7 Of13 them14 which8 thou gavest9 me have I11 lost12 none.

1 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 2 πληρωθη G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 5 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 δεδωκας G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 μοι G1473 mij, ik I, me 11 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 απωλεσα G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 13 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ουδενα G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelve uit, en sloeg des hogepriesters dienstknecht, en hieuw zijn rechteroor af. En de naam van den dienstknecht was Malchus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 SimonG4613 PetrusG4074 dan, hebbendeG2192 een zwaardG3162, trokG1670 hetzelveG846 uit, en sloegG3817 des hogepriestersG749 dienstknechtG1401, en hieuwG609 zijn rechteroorG1188 af. En de naamG3686 van den dienstknechtG1401 was MalchusG3124. Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelve uit, en sloeg des hogepriesters dienstknecht, en hieuw zijn rechteroor af. En de naam van den dienstknecht was Malchus.

KJV Then2 Simon1 Peter3 having4 a sword5 drew6 it,7 and8 smote9 the high priest's12 servant,13 and14 cut off15 his16 right20 ear.18 The servant's25 name23 was Malchus.

1 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 5 μαχαιραν G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 6 ειλκυσεν G1670 trekken, trok, trokken draw 7 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 επαισεν G3817 geslagen, sloeg, gestoken smite, strike 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 13 δουλον G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 απεκοψεν G609 houwt, afgehouwen, afgesneden cut off 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ωτιον G5621 oor ear 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δεξιον G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 21 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 23 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 24 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 δουλω G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 26 μαλχος G3124 Malchus Malchus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Jezus dan zeide tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede. Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 JezusG2424 danG3767 zeideG2036 tot PetrusG4074: SteekG906 uw zwaardG3162 inG1519 de schedeG2336. Den drinkbekerG4221, dienG3739 Mij de VaderG3962 gegevenG1325 heeft, zal Ik dien niet drinkenG4095? Jezus dan zeide tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede. Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?

KJV Then2 said Jesus4 unto Peter,6 Put up7 thy sword9 into11 the sheath:13 the cup15 which16 my Father20 hath given17 me, shall I23 not drink it?

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πετρω G4074 Petrus Peter, rock 7 βαλε G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 μαχαιραν G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 10 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θηκην G2336 schede sheath 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 16 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 δεδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 18 μοι G1473 mij, ik I, me 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 21 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 23 πιω G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 24 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 De bendeG4686 danG3767, enG2532 de oversteG5506 over duizend, enG2532 de dienaarsG5257 der JodenG2453 namenG4815 JezusG2424 gezamenlijk, enG2532 bondenG1210 HemG846; De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem;

KJV Then2 the band3 and4 the captain6 and7 officers9 of the Jews11 took12 Jesus,14 and15 bound16 him,

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 σπειρα G4686 bende band 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 χιλιαρχος G5506 overste, oversten duizend, overste duizend (chief, high) captain 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 υπηρεται G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 12 συνελαβον G4815 bevrucht, vangen, gegrepen catch, conceive, help, take 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εδησαν G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 leiddenG520 Hem henen, eerstG4412 totG4314 AnnasG452; wantG1063 hijG846 wasG1510 de vrouws vaderG3995 van KajafasG2533, welkeG3739 deszelven jaarsG1763 hogepriesterG749 wasG1510. En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was.

KJV And1 led2 him3 away to4 Annas5 first;6 for8 he was father in law9 to Caiaphas,11 which12 was the high priest14 that same17 year.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απηγαγον G520 leidden, leidt, Leid bring, carry away, lead (away), put to death, take away 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 ανναν G452 Annas Annas 6 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 7 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 πενθερος G3995 vrouws vader father in law 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 καιαφα G2533 Kajafas Caiaphas 12 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ενιαυτου G1763 jaar, jaars, jaren year 17 εκεινου G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Kajafas nu was degene, die den Joden geraden had, dat het nut was, dat een Mens voor het volk stierve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 KajafasG2533 nuG1161 wasG1510 degene, die den JodenG2453 geradenG4823 had, datG3754 het nutG4851 was, dat eenG1520 MensG444 voor het volkG2992 stierveG622. Kajafas nu was degene, die den Joden geraden had, dat het nut was, dat een Mens voor het volk stierve.

KJV Now2 Caiaphas3 was he, which4 gave counsel5 to the Jews,7 that8 it was expedient9 that one10 man11 should die12 for13 the people.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 καιαφας G2533 Kajafas Caiaphas 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 συμβουλευσας G4823 beraadslaagden zamen, geraden, hielden consult, (give, take) counsel (together) 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιουδαιοις G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 συμφερει G4851 nut, oorbaar, voordeel be better for, bring together, be expedient (for), be good, (be) profit(-able for) 10 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 11 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 12 απολεσθαι G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 13 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λαου G2992 volk, volks, volke people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Simon Petrus volgde Jezus, en een ander discipel. Deze discipel nu was den hogepriester bekend, en ging met Jezus in des hogepriesters zaal.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En SimonG4613 PetrusG4074 volgdeG190 JezusG2424, en een anderG243 discipelG3101. Deze discipelG3101 nuG1161 wasG1510 den hogepriesterG749 bekendG1110, en ging met JezusG2424 inG1519 des hogepriestersG749 zaalG833. En Simon Petrus volgde Jezus, en een ander discipel. Deze discipel nu was den hogepriester bekend, en ging met Jezus in des hogepriesters zaal.

KJV And2 Simon5 Peter6 followed1 Jesus,4 and7 so did another12 disciple:13 that17 disciple16 was known19 unto the high priest,21 and22 went in with23 Jesus25 into26 the palace28 of the high priest.

1 ηκολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 6 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αλλος G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 13 μαθητης G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 μαθητης G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 17 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 18 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 γνωστος G1110 bekend, bekenden, kennelijk acquaintance, (which may be) known, notable 20 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 αρχιερει G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 συνεισηλθεν G4897 gegaan go in with, go with into 24 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 26 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 27 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 αυλην G833 zaal, stal, voorhof court, (sheep-)fold, hall, palace 29 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Petrus stond buiten aan de deur. De andere discipel dan, die den hogepriester bekend was, ging uit, en sprak met de deurwaarster, en bracht Petrus in.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En PetrusG4074 stondG2476 buitenG1854 aanG4314 de deurG2374. De andere discipelG3101 dan, dieG3739 den hogepriesterG749 bekendG1110 wasG1510, ging uit, en sprakG2036 met de deurwaarsterG2377, en brachtG1521 PetrusG4074 in. En Petrus stond buiten aan de deur. De andere discipel dan, die den hogepriester bekend was, ging uit, en sprak met de deurwaarster, en bracht Petrus in.

KJV But2 Peter3 stood4 at5 the door7 without.8 Then10 went out9 that other14 disciple,12 which15 was known17 unto the high priest,19 and20 spake unto her that kept the door,23 and24 brought in25 Peter.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 ειστηκει G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θυρα G2374 deur, deuren, Deur door, gate 8 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 9 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 10 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μαθητης G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αλλος G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 15 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 γνωστος G1110 bekend, bekenden, kennelijk acquaintance, (which may be) known, notable 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αρχιερει G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 22 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θυρωρω G2377 deurwaarster, deurwachter that kept the door, porter 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 εισηγαγεν G1521 gebracht, brachten, bracht bring in(-to), (+ was to) lead into 26 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 πετρον G4074 Petrus Peter, rock

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 De dienstmaagd dan, die de deurwaarster was, zeide tot Petrus: Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens? Hij zeide: Ik ben niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 De dienstmaagdG3814 danG3767, die de deurwaarsterG2377 was, zeideG3004 tot PetrusG4074: Zijt ookG2532 gijG4771 niet uitG1537 de discipelenG3101 van dezenG5127 MensG444? Hij zeideG3004: Ik benG1510 niet. De dienstmaagd dan, die de deurwaarster was, zeide tot Petrus: Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens? Hij zeide: Ik ben niet.

KJV Then2 saith1 the damsel4 that kept the door6 unto Peter,8 Art not9 thou11 also10 one of12 this man's17 disciples?14 He20 saith,19 I am15 not.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παιδισκη G3814 dienstmaagd, dienstmaagden bondmaid(-woman), damsel, maid(-en) 5 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θυρωρος G2377 deurwaarster, deurwachter that kept the door, porter 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πετρω G4074 Petrus Peter, rock 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 12 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 15 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 18 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 20 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 21 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En de dienstknechten en de dienaars stonden, hebbende een kolenvuur gemaakt, omdat het koud was, en warmden zich. Petrus stond bij hen, en warmde zich.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En de dienstknechtenG1401 en de dienaarsG5257 stondenG2476, hebbende een kolenvuurG439 gemaaktG4160, omdatG3754 het koudG5592 wasG1510, en warmdenG2328 zich. PetrusG4074 stondG2258 bij henG846, en warmdeG2328 zich. En de dienstknechten en de dienaars stonden, hebbende een kolenvuur gemaakt, omdat het koud was, en warmden zich. Petrus stond bij hen, en warmde zich.

KJV And2 the servants4 and5 officers7 stood there,1 who had made9 a fire of coals;8 for10 it was cold:11 and13 they warmed themselves:14 and16 Peter20 stood21 with17 them,18 and22 warmed himself.

1 ειστηκεισαν G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δουλοι G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 υπηρεται G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 8 ανθρακιαν G439 kolenvuur fire of coals 9 πεποιηκοτες G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 ψυχος G5592 koude, koud cold 12 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εθερμαινοντο G2328 warmde, warmende, warm (be) warm(-ed, self) 15 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 17 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 18 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 21 εστως G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 θερμαινομενος G2328 warmde, warmende, warm (be) warm(-ed, self)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 De hogepriesterG749 danG3767 vraagdeG2065 JezusG2424 vanG4012 Zijn discipelenG3101, enG2532 vanG4012 Zijn leerG1322. De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer.

KJV The high priest3 then2 asked4 Jesus6 of7 his10 disciples,9 and11 of12 his15 doctrine.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 4 ηρωτησεν G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 διδαχης G1322 leer, lering, leringen doctrine, hath been taught 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 JezusG2424 antwoorddeG611 hemG846: IkG1473 heb vrijuitG3954 gesprokenG2980 tot de wereldG2889; IkG1473 heb allen tijdG3842 geleerdG1321 inG1722 de synagogeG4864 enG2532 inG1722 den tempelG2411, waar de JodenG2453 van alle plaatsenG3842 samenkomenG4905; enG2532 inG1722 het verborgenG2927 heb Ik nietsG3762 gesprokenG2980. Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken.

KJV Jesus4 answered1 him,2 I5 spake7 openly6 to the world;9 I10 ever11 taught12 in13 the synagogue,15 and16 in17 the temple,19 whither20 the Jews23 always21 resort;24 and25 in26 secret27 have I said28 nothing.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εγω G1473 mij, ik I, me 6 παρρησια G3954 vrijmoedigheid, vrijuit, vrijmoedigheid bold (X -ly, -ness, -ness of speech), confidence, X freely, X openly, X plainly(-ness) 7 ελαλησα G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 κοσμω G2889 wereld, versiersel adorning, world 10 εγω G1473 mij, ik I, me 11 παντοτε G3842 altijd, tijd, tijde alway(-s), ever(-more) 12 εδιδαξα G1321 lerende, leerde, leren teach 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 συναγωγη G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 20 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 21 παντοτε G3842 altijd, tijd, tijde alway(-s), ever(-more) 22 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 24 συνερχονται G4905 samengekomen, samenkomt, samen accompany, assemble (with), come (together), come (company, go) with, resort 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 κρυπτω G2927 verborgen, verborgene, bedekselen hid(-den), inward(-ly), secret 28 ελαλησα G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 29 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Wat ondervraagtG1905 gij MijG1473? OndervraagG1905 degenen, dieG3739 het gehoordG191 hebben, wat Ik tot henG846 gesprokenG2980 heb; zieG2396, dezenG3778 wetenG1492, wat IkG1473 gezegdG2036 heb. Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.

KJV Why1 askest thou3 me? ask4 them which heard me,6 what7 I have said8 unto them:9 behold, they11 know12 what13 I2 said.

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 με G1473 mij, ik I, me 3 επερωτας G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 4 επερωτησον G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ακηκοοτας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 ελαλησα G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 οιδασιν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 13 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 εγω G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 EnG1161 als HijG846 dit zeideG2036, gafG1325 een van de dienarenG5257, dieG3778 daarbij stondG3936, JezusG2424 een kinnebakslagG4475, zeggendeG2036: AntwoordtG611 Gij alzoG3779 den hogepriesterG749? En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester?

KJV And2 when he3 had thus spoken, one5 of the officers7 which stood by8 struck9 Jesus12 with the palm of his hand,10 saying, Answerest thou15 the high priest17 so?

1 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ειποντος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 υπηρετων G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 8 παρεστηκως G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 9 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 ραπισμα G4475 kinnebakslagen, kinnebakslag (+ strike with the) palm of the hand, smite with the hand 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 13 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 15 αποκρινη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αρχιερει G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 JezusG2424 antwoorddeG611 hemG846: IndienG1487 Ik kwalijkG2560 gesprokenG2980 heb, betuigG3140 vanG4012 het kwadeG2556; enG1161 indienG1487 wel, waaromG5101 slaatG1194 gij MijG1473? Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij?

KJV Jesus4 answered1 him,2 If5 I have spoken7 evil,6 bear witness8 of9 the evil:11 but13 if12 well,14 why15 smitest17 thou me?

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 6 κακως G2560 kwalijk, ziek, deerlijk amiss, diseased, evil, grievously, miserably, sick, sore 7 ελαλησα G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 8 μαρτυρησον G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 9 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 κακου G2556 kwaad, kwade, kwaads bad, evil, harm, ill, noisome, wicked 12 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 15 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 16 με G1473 mij, ik I, me 17 δερεις G1194 geslagen, sloegen, slaat beat, smite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 (AnnasG452 danG3767 had HemG846 gebondenG1210 gezondenG649 totG4314 KajafasG2533, den hogepriesterG749.) (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)

KJV Now Annas8 had sent1 him6 bound9 unto10 Caiaphas11 the high priest.

1 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 4 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αννας G452 Annas Annas 9 δεδεμενον G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 καιαφαν G2533 Kajafas Caiaphas 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αρχιερεα G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En SimonG4613 PetrusG4074 stondG2258 en warmdeG2328 zich. Zij zeidenG2036 dan tot hem: Zijt gijG4771 ookG2532 niet uitG1537 Zijn discipelenG3101? HijG846 loochendeG720 het, en zeideG2036: Ik ben niet. En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet.

KJV And2 Simon3 Peter4 stood5 and6 warmed himself.7 They said therefore9 unto him,10 Art not11 thou13 also12 one of14 his17 disciples?16 He20 denied19 it, and21 said, I am1 not.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 εστως G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 θερμαινομενος G2328 warmde, warmende, warm (be) warm(-ed, self) 8 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 14 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 ηρνησατο G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 20 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 23 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 24 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EenG1520 van de dienstknechtenG1401 des hogepriestersG749, die maagschapG4773 wasG1510 van dengene, dienG3739 PetrusG4074 het oorG5621 afgehouwenG609 had, zeideG3004: Heb ikG1473 uG4771 nietG3756 gezienG3708 inG1722 den hofG2779 metG1537 HemG846? Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem?

KJV One2 of3 the servants5 of the high priest,7 being his kinsman8 whose10 ear14 Peter12 cut off,11 saith,1 Did not15 I16 see thee in19 the garden21 with22 him?

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δουλων G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 8 συγγενης G4773 magen, maagschap, bloedverwanten cousin, kin(-sfolk, -sman) 9 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 απεκοψεν G609 houwt, afgehouwen, afgesneden cut off 12 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ωτιον G5621 oor ear 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 εγω G1473 mij, ik I, me 17 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 κηπω G2779 hof garden 22 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 23 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 PetrusG4074 danG3767 loochendeG720 het wederomG3825. EnG2532 terstondG2112 kraaideG5455 de haanG220. Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan.

KJV Peter5 then2 denied3 again:1 and6 immediately7 the cock8 crew.

1 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ηρνησατο G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 8 αλεκτωρ G220 haan cock 9 εφωνησεν G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was 's morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Zij dan leiddenG71 JezusG2424 vanG575 KajafasG2533 inG1519 het rechthuisG4232. En het wasG1510 's morgens vroegG4405; en zij gingenG1525 niet inG1519 het rechthuisG4232, opdatG2443 zij niet verontreinigdG3392 zouden worden, maar opdatG2443 zij het paschaG3957 etenG5315 mochten. Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was 's morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten.

KJV Then2 led they1 Jesus4 from5 Caiaphas7 unto8 the hall of judgment:10 and12 it was early;13 and14 they themselves15 went17 not16 into18 the judgment hall,20 lest they should be defiled;23 but24 that21 they might eat26 the passover.

1 αγουσιν G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 καιαφα G2533 Kajafas Caiaphas 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πραιτωριον G4232 rechthuis (common, judgment) hall (of judgment), palace, prætorium 11 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 πρωια G4405 morgens vroeg, morgenstond early, morning 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 εισηλθον G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πραιτωριον G4232 rechthuis (common, judgment) hall (of judgment), palace, prætorium 21 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 22 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 23 μιανθωσιν G3392 bevlekt, bevlekten, ontreinigd defile 24 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 25 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 26 φαγωσιν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 27 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Pilatus dan ging tot hen uit, en zeide: Wat beschuldiging brengt gij tegen dezen Mens?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 PilatusG4091 danG3767 ging totG4314 henG846 uit, enG2532 zeideG2036: WatG5101 beschuldigingG2724 brengtG5342 gij tegenG2596 dezenG5127 MensG444? Pilatus dan ging tot hen uit, en zeide: Wat beschuldiging brengt gij tegen dezen Mens?

KJV Pilate4 then2 went out1 unto5 them,6 and7 said, What9 accusation10 bring ye11 against12 this man?

1 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πιλατος G4091 Pilatus Pilate 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τινα G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 κατηγοριαν G2724 beschuldiging accusation (X -ed) 11 φερετε G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 12 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 15 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Deze geen kwaaddoener ware, zo zouden wij Hem u niet overgeleverd hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Zij antwoorddenG611 enG2532 zeidenG2036 tot hemG846: IndienG1487 DezeG3778 geen kwaaddoenerG2555 wareG2258, zo zouden wij HemG846 uG4771 niet overgeleverdG3860 hebben. Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Deze geen kwaaddoener ware, zo zouden wij Hem u niet overgeleverd hebben.

KJV They answered1 and2 said unto him,4 If he8 were not a malefactor,9 we would11 not10 have delivered13 him14 up unto thee.

1 απεκριθησαν G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 κακοποιος G2555 kwaaddoeners, kwaaddoener evil-doer, malefactor 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 12 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 13 παρεδωκαμεν G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 PilatusG4091 danG3767 zeideG2036 tot hen: NeemtG2983 gijG4771 HemG846, enG2532 oordeeltG2919 HemG846 naarG2596 uw wetG3551. De JodenG2453 danG3767 zeidenG2036 tot hem: Het is ons nietG3756 geoorloofdG1832 iemandG3762 te dodenG615. Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden.

KJV Then2 said Pilate5 unto them,3 Take6 ye him,7 and9 judge14 him15 according10 to your law.12 The Jews20 therefore17 said unto him,18 It is23 not22 lawful for us to put24 any man25 to death:

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πιλατος G4091 Pilatus Pilate 6 λαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 13 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 14 κρινατε G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 18 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 21 ημιν G1473 mij, ik I, me 22 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 23 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 24 αποκτειναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 25 ουδενα G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Opdat het woord van Jezus vervuld wierd, dat Hij gezegd had, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zoude.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 OpdatG2443 het woordG3056 van JezusG2424 vervuldG4137 wierd, dat Hij gezegdG2036 had, betekenendeG4591, hoedanigenG4169 doodG2288 Hij stervenG599 zoude. Opdat het woord van Jezus vervuld wierd, dat Hij gezegd had, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zoude.

KJV That1 the saying3 of Jesus5 might be fulfilled,6 which7 he spake, signifying9 what10 death11 he should12 die.

1 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 πληρωθη G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 7 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 σημαινων G4591 betekenende, kennen, kennen gegeven signify 10 ποιω G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 11 θανατω G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 12 ημελλεν G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 13 αποθνησκειν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Pilatus dan ging wederom in het rechthuis, en riep Jezus, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 PilatusG4091 danG3767 ging wederomG3825 inG1519 het rechthuisG4232, en riepG5455 JezusG2424, enG2532 zeideG2036 tot HemG846: ZijtG1510 GijG4771 de KoningG935 der JodenG2453? Pilatus dan ging wederom in het rechthuis, en riep Jezus, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden?

KJV Then2 Pilate8 entered1 into3 the judgment hall5 again,6 and9 called10 Jesus,12 and13 said unto him,15 Art thou16 the King19 of the Jews?

1 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πραιτωριον G4232 rechthuis (common, judgment) hall (of judgment), palace, prætorium 6 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πιλατος G4091 Pilatus Pilate 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εφωνησεν G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 17 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Jezus antwoordde hem: Zegt gij dit van uzelven, of hebben het u anderen van Mij gezegd?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 JezusG2424 antwoorddeG611 hemG846: ZegtG3004 gijG4771 ditG3778 van uzelven, ofG2228 hebben het uG4771 anderen van MijG1473 gezegdG2036? Jezus antwoordde hem: Zegt gij dit van uzelven, of hebben het u anderen van Mij gezegd?

KJV Jesus4 answered1 him,2 Sayest9 thou7 this thing of5 thyself,6 or10 did others11 tell it thee of14 me?

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 αφ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 εαυτου G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 8 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 λεγεις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 11 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 12 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 15 εμου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Pilatus antwoordde: Ben ik een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 PilatusG4091 antwoorddeG611: BenG1510 ikG1473 een JoodG2453? Uw volkG1484 enG2532 de overpriestersG749 hebben U aan mijG1473 overgeleverdG3860; watG5101 hebt Gij gedaanG4160? Pilatus antwoordde: Ben ik een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan?

KJV Pilate3 answered,1 Am7 I5 a Jew?6 Thine own11 nation9 and12 the chief priests14 have delivered15 thee unto me: what18 hast thou done?

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πιλατος G4091 Pilatus Pilate 4 μητι G3385 toch niet? not (the particle usually not expressed, except by the form of the question) 5 εγω G1473 mij, ik I, me 6 ιουδαιος G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 7 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εθνος G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 σον G4674 uw, de uwe thine (own), thy (friend) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 15 παρεδωκαν G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 16 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 17 εμοι G1473 mij, ik I, me 18 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 19 εποιησας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 JezusG2424 antwoorddeG611: Mijn KoninkrijkG932 isG1510 niet vanG1537 deze wereldG2889. IndienG1487 Mijn KoninkrijkG932 vanG1537 dezeG3778 wereldG2889 wareG2258, zo zouden MijnG1699 dienarenG5257 gestredenG75 hebben, opdatG2443 Ik den JodenG2453 niet ware overgeleverdG3860; maar nu isG1510 MijnG1699 KoninkrijkG932 niet van hier. Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.

KJV Jesus3 answered,1 My7 kingdom5 is not8 of10 this world:12 if14 my23 kingdom21 were of15 this world,17 then would26 my28 servants25 fight,29 that I should32 not be delivered to the Jews:34 but36 now35 is my40 kingdom38 not41 from hence.

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εμη G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world 13 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 15 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world 18 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 22 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 εμη G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 24 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 υπηρεται G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 26 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 27 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 εμοι G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 29 ηγωνιζοντο G75 gestreden, strijdende, Strijd fight, labor fervently, strive 30 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 31 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 32 παραδοθω G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 33 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 34 ιουδαιοις G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 35 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 36 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 37 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 38 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 39 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 40 εμη G1699 Mijn, mijne, Mijnen of me, mine (own), my 41 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 42 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 43 εντευθεν G1782 weg (from) hence, on either side

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dan een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 PilatusG4091 dan zeideG2036 totG1519 HemG846: Zijt Gij dan een KoningG935? JezusG2424 antwoorddeG611: GijG4771 zegtG3004, dat Ik een KoningG935 benG1510. Hiertoe ben Ik geborenG1080 enG2532 hiertoe ben Ik inG1519 de wereldG2889 gekomenG2064, opdatG2443 Ik der waarheidG225 getuigenisG3140 geven zou. Een iegelijkG3956, dieG3778 uitG1537 de waarheidG225 is, hoortG191 Mijn stemG5456. Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dan een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.

KJV Pilate5 therefore2 said unto him,3 Art thou9 a king7 then?6 Jesus12 answered,10 Thou13 sayest1 that15 I18 am8 a king.16 To20 this end was22 I19 born, and23 for24 this cause came I26 into27 the world,29 that30 I should bear witness31 unto the truth.33 Every one34 that is of37 the truth39 heareth40 my voice.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πιλατος G4091 Pilatus Pilate 6 ουκουν G3766 then 7 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 8 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 10 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 13 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 14 λεγεις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 17 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 εγω G1473 mij, ik I, me 19 εγω G1473 mij, ik I, me 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 22 γεγεννημαι G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 25 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 26 εληλυθα G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 27 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 28 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world 30 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 31 μαρτυρησω G3140 getuigenis, getuigen, getuigt charge, give (evidence), bear record, have (obtain, of) good (honest) report, be well reported of, testify, give (have) testimony, (be, bear, give, obtain) witness 32 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 αληθεια G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 34 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 35 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 36 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 37 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 38 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 39 αληθειας G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 40 ακουει G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 41 μου G1473 mij, ik I, me 42 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 43 φωνης G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En als hij dat gezegd had, ging hij wederom uit tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 PilatusG4091 zeideG3004 totG4314 HemG846: WatG5101 isG1510 waarheidG225? En als hij datG3778 gezegdG2036 had, ging hij wederomG3825 uit tot de JodenG2453, enG2532 zeideG3004 tot henG846: IkG1473 vindG2147 geen schuldG156 inG1722 Hem. Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En als hij dat gezegd had, ging hij wederom uit tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem.

KJV Pilate4 saith1 unto him,2 What5 is truth?7 And8 when he had said this, he went out12 again11 unto13 the Jews,15 and16 saith10 unto them,18 I19 find22 in23 him24 no20 fault

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πιλατος G4091 Pilatus Pilate 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 αληθεια G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 12 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ιουδαιους G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 εγω G1473 mij, ik I, me 20 ουδεμιαν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 21 αιτιαν G156 oorzaak, schuld, zaak accusation, case, cause, crime, fault, (wh-)ere(-fore) 22 ευρισκω G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 23 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 24 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Doch gij hebt een gewoonte, dat ik u op het pascha een loslate. Wilt gij dan, dat ik u den Koning der Joden loslate?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 DochG1161 gij hebt een gewoonteG4914, datG2443 ik uG4771 opG1722 het paschaG3957 eenG1520 loslateG630. WiltG1014 gij dan, dat ik u den KoningG935 der JodenG2453 loslateG630? Doch gij hebt een gewoonte, dat ik u op het pascha een loslate. Wilt gij dan, dat ik u den Koning der Joden loslate?

KJV But2 ye have a custom,3 that5 I should release8 unto you one6 at9 the passover:11 will ye12 therefore13 that I release15 unto you the King17 of the Jews?

1 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 συνηθεια G4914 gewoonte, gewoonten custom 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 7 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 8 απολυσω G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover 12 βουλεσθε G1014 wil, willende, wilde be disposed, minded, intend, list, (be, of own) will (-ing) 13 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 14 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 15 απολυσω G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βασιλεα G935 koning, Koning, koningen king 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ιουδαιων G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Zij dan riepen allen wederom, zeggende: Niet Dezen, maar Bar-abbas! En Bar-abbas was een moordenaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Zij dan riepenG2905 allenG3956 wederomG3825, zeggendeG3004: NietG3361 DezenG5126, maar Bar-abbasG912! EnG1161 Bar-abbasG912 wasG1510 een moordenaarG3027. Zij dan riepen allen wederom, zeggende: Niet Dezen, maar Bar-abbas! En Bar-abbas was een moordenaar.

KJV Then2 cried they1 all4 again,3 saying,5 Not6 this man, but8 Barabbas.10 Now12 Barabbas14 was a robber.

1 εκραυγασαν G2905 riepen, riep, roepen cry out 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 4 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 βαραββαν G912 Bar-abbas Barabbas 11 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 βαραββας G912 Bar-abbas Barabbas 15 ληστης G3027 moordenaars, moordenaar, moordenaren robber, thief

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Johannes 18:1 Mattheüs 26:36 Markus 14:32 2 Samuël 15:23 Johannes 18:26 Lukas 22:39 Jeremia 31:40 2 Kronieken 30:14 1 Koningen 15:13
Johannes 18:2 Lukas 21:37 Lukas 22:39 Markus 11:11
Johannes 18:3 Johannes 18:12 Lukas 22:47 Handelingen 1:16 Psalmen 22:12 Markus 14:43 Johannes 13:2 Mattheüs 26:47 Johannes 13:27
Johannes 18:4 Johannes 13:1 Johannes 18:7 Markus 10:33 1 Koningen 18:14 Handelingen 2:28 Mattheüs 26:21 Psalmen 3:6 Handelingen 20:22
Johannes 18:5 Jesaja 3:9 Jeremia 8:12 Mattheüs 21:11 Johannes 19:19 Johannes 1:46 Mattheüs 2:23
Johannes 18:6 Psalmen 70:2 Psalmen 27:2 Psalmen 40:14 Handelingen 4:29 Lukas 9:54 2 Koningen 1:9 Psalmen 129:5
Johannes 18:7 Johannes 18:4
Johannes 18:8 2 Korinthe 12:9 Johannes 13:1 Efeze 5:25 Mattheüs 26:56 Markus 14:50 Johannes 13:36 1 Korinthe 10:13 1 Petrus 5:7
Johannes 18:9 Johannes 17:12
Johannes 18:10 Markus 14:47 Lukas 22:33 Lukas 22:49 Mattheüs 26:51 Markus 14:30 Johannes 18:26
Johannes 18:11 Mattheüs 20:22 Mattheüs 26:39 Mattheüs 26:42 Lukas 22:42 Romeinen 8:15 Markus 14:35 Johannes 15:10 Lukas 12:30
Johannes 18:12 Johannes 18:3 Mattheüs 26:57 Lukas 22:54 Mattheüs 27:2 Markus 15:1 Markus 14:53 Genesis 22:9 Psalmen 118:27
Johannes 18:13 Johannes 18:24 Lukas 3:2 Mattheüs 26:3 Johannes 11:51 Mattheüs 26:57 Handelingen 4:6
Johannes 18:14 Johannes 11:49
Johannes 18:15 Lukas 22:54 Markus 14:54 Mattheüs 26:58 Mattheüs 26:3
Johannes 18:16 Lukas 22:55 Markus 14:66 Mattheüs 26:69
Johannes 18:17 Markus 14:66 Lukas 22:54 Lukas 22:56 Johannes 18:25 Johannes 18:16 Handelingen 12:13 Johannes 21:15 Mattheüs 26:69
Johannes 18:18 Markus 14:54 Johannes 18:25 Efeze 5:11 Lukas 22:44 Psalmen 26:4 Handelingen 4:23 Psalmen 1:1 Spreuken 13:20
Johannes 18:19 Lukas 22:63 Lukas 20:20 Mattheüs 26:59 Lukas 11:53 Markus 14:55
Johannes 18:20 Johannes 7:26 Jesaja 48:16 Mattheüs 4:23 Jesaja 45:19 Johannes 7:4 Mattheüs 26:55 Johannes 10:23 Lukas 21:37
Johannes 18:21 Mattheüs 26:59 Lukas 22:67 Markus 14:55 Handelingen 24:12 Handelingen 24:18
Johannes 18:22 Handelingen 23:2 Job 16:10 Johannes 18:3 Lukas 22:63 Job 30:10 Mattheüs 26:67 Jesaja 50:5 Johannes 19:3
Johannes 18:23 1 Petrus 2:20 Mattheüs 5:39 2 Korinthe 10:1 Handelingen 23:2
Johannes 18:24 Johannes 18:13 Mattheüs 26:57
Johannes 18:25 Spreuken 29:25 Genesis 18:15 Lukas 22:56 Mattheüs 26:69 Johannes 18:17 Mattheüs 26:71 Galaten 2:11 Lukas 22:58
Johannes 18:26 Johannes 18:1 Johannes 18:10 Markus 14:70 Spreuken 12:19 Lukas 22:59 Mattheüs 26:73
Johannes 18:27 Johannes 13:38 Markus 14:68 Mattheüs 26:34 Lukas 22:60 Markus 14:71 Markus 14:30 Mattheüs 26:74 Lukas 22:34
Johannes 18:28 Johannes 19:9 Johannes 18:33 Mattheüs 27:27 Handelingen 11:3 Markus 15:1 Johannes 19:14 Johannes 11:55 Handelingen 10:28
Johannes 18:29 Markus 15:2 Handelingen 23:28 Lukas 23:2 Mattheüs 27:23 Handelingen 25:16 Mattheüs 27:11
Johannes 18:30 Markus 10:33 Johannes 19:12 Lukas 24:7 Lukas 20:19 Lukas 23:2 Handelingen 3:13 Markus 15:3
Johannes 18:31 Handelingen 25:18 Ezechiël 21:26 Hosea 3:4 Johannes 19:6 Genesis 49:10 Johannes 19:15
Johannes 18:32 Mattheüs 26:2 Mattheüs 20:19 Johannes 3:14 Johannes 12:32 Lukas 18:32 Galaten 3:13 Psalmen 22:16 Markus 10:33
Johannes 18:33 Johannes 19:9 Zacharia 9:9 1 Timotheüs 6:13 Markus 15:2 Mattheüs 27:11 Lukas 19:38 Johannes 19:19 Johannes 18:37
Johannes 18:35 Handelingen 21:38 Johannes 18:28 Handelingen 25:19 Handelingen 18:14 Handelingen 3:13 Ezra 4:12 Johannes 19:6 Nehemia 4:2
Johannes 18:36 Johannes 6:15 Lukas 17:20 Romeinen 14:17 Kolossenzen 1:12 Mattheüs 26:53 Daniël 2:44 Daniël 7:14 Johannes 8:15
Johannes 18:37 1 Johannes 4:6 Johannes 8:47 Johannes 8:14 Lukas 23:3 Markus 15:2 Mattheüs 26:64 1 Johannes 3:19 Johannes 14:6
Johannes 18:38 Johannes 19:4 Johannes 19:6 Lukas 23:4 Handelingen 24:25 Handelingen 17:19 Lukas 23:14 Handelingen 17:32 Mattheüs 27:24
Johannes 18:39 Mattheüs 27:15 Mattheüs 27:20 Markus 15:6 Lukas 23:16
Johannes 18:40 Markus 15:7 Mattheüs 27:26 Lukas 23:18 Lukas 23:25 Handelingen 3:13 Mattheüs 27:16 Markus 15:15
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Johannes 18 vers 1

ging uit met Dat is, ging voort heen. Want dat Hij uit het huis en de stad al gegaan was, schijnt te blijken uit Joh. 14:31. Zie vs.4.

Hertaald: ging uit met Dat is: ging verder heen. Dat Hij het huis en de stad al verlaten had, lijkt te blijken uit Joh. 14:31. Zie vers 4.

Kedron, waar Dit was ene beek, vlietende door een donkere vallei tussen de stad Jeruzalem en den Olijfberg. Waarvan ook vermeld wordt 2 Sam. 15:23 ; 2 Kon. 23:6, 2 Kon. 23:12 ; Jer. 31:40 , en elders.

Hertaald: Kedron, waar Dit was een beek die door een donker dal tussen de stad Jeruzalem en de Olijfberg stroomde. Zij wordt ook genoemd in 2 Sam. 15:23; 2 Kon. 23:6, 2 Kon. 23:12; Jer. 31:40 en elders.

Johannes 18 vers 2

vergaderd was Namelijk derwaarts tegen den nacht met Zijne discipelen uit de stad Jeruzalem vertrekkende; Luc. 21:37 , waar Hij ook somwijlen Zijne discipelen in het bijzonder onderwees; Matt. 24:3 .

Hertaald: vergaderd was Namelijk doordat Hij tegen de avond met Zijn discipelen vanuit de stad Jeruzalem daarheen vertrok (Luk. 21:37), waar Hij Zijn discipelen soms ook afzonderlijk onderwees; Matth. 24:3.

Johannes 18 vers 3

de bende Namelijk die van des keizers wege voor den tempel plachten de wacht te houden, en ten dienste van de overpriesters dikwijls gebruikt te worden. Zie Matt. 27:65 .

Hertaald: de bende Namelijk de afdeling die namens de keizer voor de tempel de wacht placht te houden en die vaak ten dienste van de overpriesters gebruikt werd. Zie Matth. 27:65.

van de overpriesters Grieks uit.

Hertaald: van de overpriesters Grieks: uit.

fakkelen, en Grieks Lampades; hetwelk ook lampen, die met olie plegen voorzien te worden, betekent; Matt. 25:1 , enz.

Hertaald: fakkelen, en Grieks: lampades; dat betekent ook lampen, die met olie gevuld plegen te worden; Matth. 25:1, enzovoort.

Johannes 18 vers 4

ging uit, en Namelijk van de plaats des hofs, waar Hij was, hun tegemoet, om te tonen dat Hij zich gewilliglijk overgaf in den dood.

Hertaald: ging uit, en Namelijk vanaf de plaats in de hof waar Hij was, hun tegemoet, om te tonen dat Hij Zich vrijwillig in de dood overgaf.

Johannes 18 vers 6

vielen ter aarde Namelijk door Zijn goddelijke kracht nedergeslagen zijnde, om te tonen dat Hij aan hunne handen lichtelijk had kunnen ontkomen, indien Hij gewild had.

Hertaald: vielen ter aarde Namelijk doordat zij door Zijn goddelijke kracht neergeslagen werden, om te tonen dat Hij gemakkelijk aan hun handen had kunnen ontkomen als Hij dat gewild had.

Johannes 18 vers 7

wederom Namelijk nadat zij weder opgestaan waren.

Hertaald: wederom Namelijk nadat zij weer opgestaan waren.

Johannes 18 vers 8

dezen Namelijk mijne discipelen.

Hertaald: dezen Namelijk Mijn discipelen.

heengaan Namelijk zonder hun leed te doen; gelijk zij allen Hem verlaten hebben en gevlucht zijn; Matt. 26:56 .

Hertaald: heengaan Namelijk zonder hun kwaad te doen; zij hebben Hem dan ook allen verlaten en zijn gevlucht; Matth. 26:56.

Johannes 18 vers 9

Opdat het woord Namelijk heeft Hij dit gezegd, of is dit geschied.

Hertaald: Opdat het woord Namelijk heeft Hij dit gezegd, of is dit gebeurd.

dat Hij gezegd had Namelijk Christus, Joh. 17:12 , alwaar Hij spreekt van hunne bewaring ter zaligheid. Doch Johannes spreekt hier van hunne bewaring in dit leven, alzo hetzelve voor dien tijd ook tot hunne zaligheid bevorderlijk, en enigszins nodig was om de zwakheid van hun geloof. Zie dergelijke toepassing Matt. 8:17 .

Hertaald: dat Hij gezegd had Namelijk Christus in Joh. 17:12, waar Hij spreekt over hun bewaring tot zaligheid. Johannes spreekt hier echter over hun bewaring in dit leven, aangezien die voor die tijd ook bevorderlijk en enigszins nodig was voor hun zaligheid, vanwege de zwakheid van hun geloof. Zie een soortgelijke toepassing in Matth. 8:17.

Johannes 18 vers 10

hebbende een zwaard, Namelijk gelijk de reizende lieden somwijlen zwaarden plachten mede te dragen tegen de straatschenders en andere gewone geweldigers; hetwelk in zichzelven niet ongeoorloofd is, als men blijft binnen de palen van nodige bescherming. Doch Petrus heeft hier zijn zwaard misbruikt tegen degenen, die van de overheid gezonden waren; waarom hij ook daarover van Christus bestraft wordt. Zie hiervan ook Luc. 22:38 .

Hertaald: hebbende een zwaard, Namelijk zoals reizigers soms zwaarden meedroegen tegen struikrovers en ander gewelddadig volk. Op zichzelf is dat niet ongeoorloofd, zolang men binnen de grenzen van de noodzakelijke verdediging blijft. Maar Petrus heeft zijn zwaard hier misbruikt tegen mensen die door de overheid gezonden waren; daarom wordt hij daarover ook door Christus bestraft. Zie hierover ook Luk. 22:38.

af Doch Christus heelde het wederom; Luc. 22:51.

Hertaald: af Christus genas het echter weer; Luk. 22:51.

Johannes 18 vers 11

Steek uw zwaard Grieks werp; dat is, steek haastelijk. Zie hiervan de reden Matt. 26:52 .

Hertaald: Steek uw zwaard Grieks: werp; dat is: steek hem er snel in. Zie hiervoor de reden in Matth. 26:52.

Den drinkbeker, Dat is, dat bitter lijden, hetwelk mij de Vader opgelegd heeft, zal Ik dat niet lijden? Zie Matt. 20:22 .

Hertaald: Den drinkbeker, Dat is: zou Ik dat bittere lijden dat de Vader Mij opgelegd heeft niet lijden? Zie Matth. 20:22.

Johannes 18 vers 12

der Joden namen Dat is, de overste der Joden. Zie vs.3.

Hertaald: der Joden namen Dat is: de dienaars van de oversten van de Joden. Zie vers 3.

Johannes 18 vers 13

eerst tot Annas; En daarna tot Kajafas, gelijk blijkt vs.24. Zodat hetgeen hierna in den tekst volgt, niet in het huis van Annas, maar van Kajafas geschied is.

Hertaald: eerst tot Annas; En daarna naar Kajafas, zoals blijkt uit vers 24. Zodat wat hierna in de tekst volgt niet in het huis van Annas maar in dat van Kajafas gebeurd is.

Johannes 18 vers 15

volgde Jezus, Namelijk van verre, naar het huis van Kajafas; Matt. 26:58 .

Hertaald: volgde Jezus, Namelijk van verre, naar het huis van Kajafas; Matth. 26:58.

een ander discipel Sommigen menen dat deze discipel Johannes zelf geweest is. Doch dit is niet zeker.

Hertaald: een ander discipel Sommigen menen dat deze discipel Johannes zelf geweest is. Maar dat is niet zeker.

zaal Of, paleis.

Hertaald: zaal Of: paleis.

Johannes 18 vers 16

sprak met de Of, zeide tot de deurwaarster; namelijk dat zij hem zou willen inlaten.

Hertaald: sprak met de Of: zei tot de deurwachtster, namelijk dat zij hem binnen zou willen laten.

Johannes 18 vers 17

zeide tot Petrus Namelijk als zij Hem daarna bij het vuur zag staan; Luc. 22:56 .

Hertaald: zeide tot Petrus Namelijk toen zij hem daarna bij het vuur zag staan; Luk. 22:56.

Johannes 18 vers 18

de dienaars stonden, Dezen schijnen geweest te zijn de dienaars van het gericht of van den Raad der Joden.

Hertaald: de dienaars stonden, Dit lijken de dienaars van het gerecht of van de Raad van de Joden geweest te zijn.

koud was, en Grieks koude.

Hertaald: koud was, en Grieks: koude.

Johannes 18 vers 19

van Zijn discipelen, Dat is, wie zij waren, hoeveel, en waartoe Hij discipelen vergaderde; of het niet was om oproer en aanhang te maken.

Hertaald: van Zijn discipelen, Dat is: wie zij waren, hoeveel het er waren, en waartoe Hij discipelen verzamelde — of het niet was om oproer en aanhang te maken.

leer Namelijk of die niet verschilde van de leer van Mozes, of der Farizeën.

Hertaald: leer Namelijk of die niet verschilde van de leer van Mozes of van de farizeeën.

Johannes 18 vers 20

tot de wereld; Dat is, tot de menigte van al het volk.

Hertaald: tot de wereld; Dat is: tot de menigte van al het volk.

van alle plaatsen Anderen lezen allen tijd, en somwijlen alle.

Hertaald: van alle plaatsen Anderen lezen: te allen tijde, en soms: alle.

in het verborgen Namelijk gelijk plachten te doen die oproer willen maken, of het volk met valse leer verleiden.

Hertaald: in het verborgen Namelijk zoals zij plachten te doen die oproer willen maken of het volk met valse leer willen verleiden.

Johannes 18 vers 22

een kinnebakslag, Of, enen slag met een stok, of roede.

Hertaald: een kinnebakslag, Of: een slag met een stok of roede.

Johannes 18 vers 23

betuig van Dat is, bewijs waarin Ik kwalijk gesproken heb.

Hertaald: betuig van Dat is: bewijs waarin Ik verkeerd gesproken heb.

Johannes 18 vers 24

gezonden tot Zie hiervoren vs.13.

Hertaald: gezonden tot Zie hiervoor vers 13.

Johannes 18 vers 25

Zij zeiden dan Namelijk die daar tegenwoordig waren; hetwelk van ene dienstmaagd eerst is begonnen, vs.17, en daarna van enige anderen mede geschied is. Zie Marc. 14:69 .

Hertaald: Zij zeiden dan Namelijk zij die daar aanwezig waren. Dat is begonnen bij een dienstmaagd (vers 17) en daarna ook door enkele anderen gedaan. Zie Mark. 14:69.

Johannes 18 vers 27

kraaide de haan Namelijk voor de tweede maal, tegen het aankomen des dageraads; Marc. 14:72 .

Hertaald: kraaide de haan Namelijk voor de tweede keer, tegen het aanbreken van de dageraad; Mark. 14:72.

Johannes 18 vers 28

van Kajafas in Dat is, van het huis van Kajafas.

Hertaald: van Kajafas in Dat is: uit het huis van Kajafas.

rechthuis Grieks Praitorion; hetwelk was de woonplaats van den stadhouder Pilatus, waar hij ook het gericht hield.

Hertaald: rechthuis Grieks: praitorion; dat was de woonplaats van de stadhouder Pilatus, waar hij ook rechtsprak.

's morgens vroeg; Of, morgenstond.

Hertaald: 's morgens vroeg; Of: bij het krieken van de dag.

verontreinigd Namelijk naar hun algemeen gevoelen, Hand. 10:28 , en Hand. 11:3 ; want anderszins leest men niet, dat het in de wet verboden is in eens heidens huis te gaan.

Hertaald: verontreinigd Namelijk naar hun algemene opvatting (Hand. 10:28 en Hand. 11:3); want overigens leest men niet dat het in de wet verboden was het huis van een heiden binnen te gaan.

pascha eten mochten Dat is, het paaslam, hetwelk zij dien aanstaanden avond eerst zouden slachten en eten, en dat van de onreinen niet mocht gegeten worden; Num. 9:10. De reden hiervan zie de aantekeningen Matt. 26:20.

Hertaald: pascha eten mochten Dat is: het paaslam, dat zij die komende avond pas zouden slachten en eten en dat door onreinen niet gegeten mocht worden; Num. 9:10. Zie de reden hiervan in de aantekeningen bij Matth. 26:20.

Johannes 18 vers 29

uit, en zeide Namelijk buiten het rechthuis, om hun te gelieven.

Hertaald: uit, en zeide Namelijk buiten het rechthuis, om hun terwille te zijn.

Johannes 18 vers 31

niet geoorloofd Namelijk òf om niet onrein en alzo onbekwaam te worden om het pascha te eten; òf veel meer omdat hun de macht was ontnomen van de Romeinen, om iemand met den dood te straffen, zonder toestemming van den Romeinsen stadhouder.

Hertaald: niet geoorloofd Namelijk óf om niet onrein en zo ongeschikt te worden om het pascha te eten, óf veeleer omdat de Romeinen hun de bevoegdheid ontnomen hadden iemand met de dood te straffen zonder toestemming van de Romeinse stadhouder.

Johannes 18 vers 32

gezegd had, Namelijk Matt. 20:19 , en elders; te weten dat Hij den heidenen zou overgeleverd worden en van hen gegeseld en gekruisigd worden; met welke soort van dood de Romeinen plachten te straffen degenen, die zodanige misdaden begaan hadden, waar Christus mede beschuldigd werd, namelijk van zich tot koning op te werpen en oproer te maken.

Hertaald: gezegd had, Namelijk in Matth. 20:19 en elders: dat Hij aan de heidenen overgeleverd zou worden en door hen gegeseld en gekruisigd zou worden. Met die vorm van doodstraf plachten de Romeinen hen te straffen die zulke misdaden begaan hadden als waarvan Christus beschuldigd werd, namelijk dat Hij Zich tot koning opwierp en oproer maakte.

Johannes 18 vers 34

van uzelven, Namelijk om van mij nader onderricht te worden.

Hertaald: van uzelven, Namelijk om door Mij nader onderricht te worden.

anderen van Namelijk om mij daarmede bij u te beschuldigen.

Hertaald: anderen van Namelijk om Mij daarmee bij u te beschuldigen.

Johannes 18 vers 35

een Jood? Namelijk dat ik, gelijk de Joden, begerig zou zijn om te weten wat van den Koning of Messias is, dien de Joden verwachten.

Hertaald: een Jood? Namelijk dat ik, net als de Joden, zou willen weten wie de Koning of Messias is die de Joden verwachten.

Johannes 18 vers 36

van deze wereld Grieks uit; dat is, Ik ben wel de beloofde Koning der Joden, maar dat strekt niet tot nadeel van de heerschappij des Romeinsen keizers, alzo mijn koninkrijk niet bestaat in een wereldse, maar in een geestelijke macht en regering.

Hertaald: van deze wereld Grieks: uit; dat is: Ik ben wel de beloofde Koning van de Joden, maar dat gaat niet ten koste van de heerschappij van de Romeinse keizer, aangezien Mijn koninkrijk niet bestaat in een wereldse maar in een geestelijke macht en regering.

van hier Dat is, gelijk der wereldse koningen heerschappij hier op aarde is.

Hertaald: van hier Dat is: zoals de heerschappij van de wereldse koningen hier op aarde is.

Johannes 18 vers 37

Zijt Gij dan Of, zijt gij dan niet een koning? of, zo zijt gij dan een koning?

Hertaald: Zijt Gij dan Of: bent U dan geen koning? Of: dan bent U dus een koning?

Gij zegt, dat Van deze manier van spreken zie de aantekeningen Matt. 26:25.

Hertaald: Gij zegt, dat Zie over deze manier van spreken de aantekeningen bij Matth. 26:25.

getuigenis Dat is, vrijmoedig belijd en leer.

Hertaald: getuigenis Dat is: vrijmoedig belijd en leer.

die uit de waarheid Dat is, die door het woord der waarheid wedergeboren is, en dienvolgens de zaligmakende waarheid liefheeft.

Hertaald: die uit de waarheid Dat is: die door het woord van de waarheid wedergeboren is en dus de zaligmakende waarheid liefheeft.

hoort Mijn stem Namelijk gaarne, en alzo dat hij die aanneemt en gelooft.

Hertaald: hoort Mijn stem Namelijk graag, en zo dat hij die aanneemt en gelooft.

Johannes 18 vers 38

Wat is waarheid? Aldus spreekt hij, niet om van Christus onderwezen te zijn, maar als Christus' woorden met verachting verwerpende.

Hertaald: Wat is waarheid? Zo spreekt hij, niet om door Christus onderwezen te worden, maar terwijl hij de woorden van Christus met verachting verwerpt.

uit tot de Joden, Namelijk uit het rechthuis, waar hij wederom ingegaan was, om Christus te ondervragen.

Hertaald: uit tot de Joden, Namelijk uit het rechthuis, waar hij weer naar binnen was gegaan om Christus te ondervragen.

schuld in Hem Grieks zaak, of oorzaak; die Hem des doods zou schuldig maken.

Hertaald: schuld in Hem Grieks: zaak, of oorzaak; namelijk die Hem de dood schuldig zou maken.

Johannes 18 vers 40

moordenaar Of, straatschender en oproermaker; Luc. 23:25 .

Hertaald: moordenaar Of: struikrover en oproermaker; Luk. 23:25.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Malchus  — koning

Een dienstknecht van de hogepriester, wiens rechteroor Simon Petrus met het zwaard afhieuw toen Jezus in de hof van Gethsémané gevangen genomen werd (Joh. 18:10); volgens Luk. 22:51 genas Jezus hem terstond.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Ik ben het — 18:3-11, 33-38

De Engel des HEEREN niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Het gebed in de hof is uitgesproken. Judas komt met een bende krijgsknechten en met dienaars van de overpriesters, met lantaarns en fakkels en wapens — een klein leger voor één ongewapende man in een tuin.

Zij komen Hem grijpen, Hij noemt Zich met twee woorden, en zij deinzen achteruit en vallen op de grond.

Johannes vertelt het anders dan de andere evangelisten. Er is bij hem geen kus en geen aanwijzing nodig: Hij gaat Zelf naar buiten en vraagt: Wien zoekt gij?

Zij antwoorden: Jezus de Nazarener. En dan komt het antwoord, en het gevolg ervan: “Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde.”

Er wordt niets bij gedaan. Er is geen wonder, geen licht, geen stem uit de hemel. Er zijn twee woorden, en gewapende mannen struikelen achteruit.

De kanttekening zegt wat er gebeurt: zij werden door Zijn Goddelijke kracht neergeslagen, om te tonen dat Hij gemakkelijk aan hun handen had kunnen ontkomen indien Hij gewild had. Dat is de betekenis van het ogenblik. Wat volgt — de boeien, het verhoor, het kruis — gebeurt niet omdat Hij het niet kon keren.

En die twee woorden zijn dezelfde die Hij eerder in dit evangelie gebruikte, en die daar tot stenen leidden: eer Abraham was, ben Ik. Het is de Naam waarmee God Zich aan Mozes bekendmaakte bij het brandende bos, en waarmee Hij over het water liep in de nacht dat de discipelen niet vooruitkwamen. In het Oude Testament ging het steeds zo: Iemand verschijnt, en wie Hem tegenkomt valt op zijn aangezicht — Jozua bij Jericho, Manoach en zijn vrouw, Ezechiël bij de rivier.

Hier valt een arrestatieploeg.

En dan gaat Hij verder waar Hij gebleven was: Wien zoekt gij? Hij vraagt het nog eens, en voegt eraan toe: indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan. Johannes schrijft erbij dat daarmee Zijn eigen woord vervuld werd, dat Hij niemand verloren had van wie de Vader Hem gegeven had. Zelfs op dit ogenblik telt Hij hen.

Petrus trekt een zwaard en hakt ernaast. Het antwoord daarop wijst terug naar de hof waar Hij zojuist uit komt: “Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?”

Het tweede deel van het hoofdstuk speelt in het rechthuis, en daar wordt de vraag anders gesteld. Pilatus vraagt Hem of Hij de Koning der Joden is. Het antwoord scheidt twee soorten koninkrijk: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben.” De kanttekening vat samen wat Hij daarmee zegt: Hij is wel de beloofde Koning der Joden, maar Zijn koninkrijk bestaat niet in een wereldse macht en dat strekt niet tot nadeel van de keizer.

En dan zegt Hij waartoe Hij geboren is: opdat Hij der waarheid getuigenis geven zou. Pilatus antwoordt met een vraag waar hij het antwoord niet op afwacht, en gaat naar buiten om te zeggen dat hij geen schuld in Hem vindt.

  1. Exodus 3:14 — God maakt Zich aan Mozes bekend met een naam die zijn is.
  2. Jozua 5:14 — Wie Hem tegenkomt valt op zijn aangezicht ter aarde.
  3. Johannes 8:58 — Eer Abraham was, ben Ik — en zij namen stenen op.
  4. Johannes 18:6 — In de hof deinst een gewapende bende terug en valt neer.
  5. Johannes 18:11 — En dan neemt Hij vrijwillig de beker aan die de Vader Hem gaf.
  6. Johannes 18:36 — Voor Pilatus: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.

In het Nieuwe Testament: Exodus 3:14; Johannes 8:58; Markus 6:50; Jozua 5:14; Openbaring 1:17; Johannes 10:18

Hoever dit reikt: Dat de twee woorden Ik ben het hier meer dragen dan een gewone bevestiging, blijkt uit het gevolg dat de tekst vermeldt. Daarnaast wijst hun gebruik elders in dit evangelie dezelfde kant op. Er staat niet met zoveel woorden bij dat Hij daarmee de Naam uit Exodus 3 opneemt. De kanttekening verklaart het neervallen uit Zijn Goddelijke kracht, en zegt waartoe het diende.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Johannes 18

Johannes 18:1

KruisverwijzingenMattheüs 26:36Markus 14:322 Samuël 15:23Johannes 18:26Lukas 22:39Jeremia 31:402 Kronieken 30:141 Koningen 15:13
— Jezus, dit gezegd hebbende, ging uit met Zijn discipelen over de beek Kedron, waar een hof was, in welken Hij ging, en Zijn discipelen.

Onze Heere kon die “beek Kedron” niet oversteken zonder herinnerd te worden aan de tijd dat David diezelfde weg ging, in het uur van zijn droefheid. Toch wist Hij dat Hem een nog veel zwaardere beproeving wachtte dan die van David. Diezelfde donkere, onreine beek, waardoor het bloed en het afval van de tempel stroomden, moest Hem al aan Zijn naderende offerande doen denken. Koning David stak haar eens ’s nachts over, in bittere droefheid, verdreven uit zijn huis door Absaloms opstand. Nu stak de grotere Zoon van David haar over, tegen middernacht, met Zijn discipelen, “over de beek Kedron, waar een hof was.”

Van het voorbeeld van onze Heere kunnen wij leren om, wanneer de nood nabij is, die met kalmte tegemoet te treden. Onze Zaligmaker bleef niet stilzitten; naarmate het uur van Zijn verraad en dood naderde, ging Hij uit met Zijn discipelen. Juist die zwarte, door tempelvuil bezoedelde beek over te steken, was zeer veelzeggend. Hij verlangde toen bijzonder naar eenzaamheid, want een van de beste voorbereidingen op het lijden is alleen te zijn met God. Zoals Hij Gethsemané vóór Golgotha stelde, zo doet ook u er goed aan een uur van biddend nadenken vóór het lijden te stellen dat u wacht. Het zal u tot grote hulp zijn.

Johannes 18:1-2

KruisverwijzingenMattheüs 26:36Markus 14:322 Samuël 15:23Lukas 21:37Johannes 18:26Lukas 22:39Jeremia 31:402 Kronieken 30:14
— Jezus, dit gezegd hebbende, ging uit met Zijn discipelen over de beek Kedron, waar een hof was, in welken Hij ging, en Zijn discipelen. En Judas, die Hem verried, wist ook die plaats, dewijl Jezus aldaar dikwijls vergaderd was geweest met Zijn discipelen.

Onze Heere ging daarheen om te bidden, en Judas wist dat dit Zijn gewoonte was. Zijn wij zulke mensen van gebed, dat anderen weten waar wij bidden? Hebt u een vertrouwde plaats waar u uw Heere ontmoet? Ik vrees dat velen weten waar wij ons werk doen, en velen weten waar wij preken, maar dat maar weinigen weten waar wij bidden. God geve dat wij vaak aan de genadetroon mogen zijn! Wij zouden betere mannen en vrouwen zijn, als wij vaker voor de troon der genade verkeerden.

Johannes 18:2

KruisverwijzingenLukas 21:37Lukas 22:39Markus 11:11
— En Judas, die Hem verried, wist ook die plaats, dewijl Jezus aldaar dikwijls vergaderd was geweest met Zijn discipelen.

De plaats waar onze Heere Zich dikwijls in eenzaamheid terugtrok om te bidden, was aan Judas welbekend, die daar dikwijls met zijn Heere en zijn medediscipelen geweest was.

Die donkere, sombere olijfhof was die nacht geen lusthof. Vaak was hij een plaats van afzondering en van gebed voor de Meester geweest. Wat een gelukkige herinneringen moeten Zijn discipelen gehad hebben aan die uren van gebed met Hem daar! Het was een zeer kostbaar voorrecht om bij Hem te zijn wanneer Hij predikte. Maar het moet, zo mogelijk, een nog groter voorrecht geweest zijn om bij Hem te zijn wanneer Hij bad. Er staat niet opgetekend dat Zijn discipelen ooit tot Hem zeiden: “Heere, leer ons prediken”; maar er was er ten minste één zo getroffen door Zijn gebeden dat hij zei: “Heere, leer ons bidden.” Ook wij mogen Hem nu wel vragen ons dat te leren. Misschien zou een van u wel geleerd willen worden hoe groot te worden; het is veel belangrijker geleerd te worden hoe biddend te worden.

Johannes 18:3

KruisverwijzingenJohannes 18:12Lukas 22:47Handelingen 1:16Psalmen 22:12Markus 14:43Johannes 13:2Mattheüs 26:47Johannes 13:27
— Judas dan, genomen hebbende de bende krijgsknechten en enige dienaars van de overpriesters en Farizeen, kwam aldaar met lantaarnen, en fakkelen, en wapenen.

Hoe volkomen moet de verrader in de macht van de satan geweest zijn! Hoe verhard en afgestompt moet hij geworden zijn, dat hij de mannen die de Zaligmaker kwamen grijpen, daarheen kon leiden! Waarlijk, het waren goddeloze handen die Christus grepen, kruisigden en doodden; toch voerden deze boze mensen, zonder het te weten, “den bepaalden raad en voorkennis Gods” uit. Hoe vreemd waren zij toegerust voor hun werk van de duisternis! “Met lantaarnen, en fakkelen, en wapenen.” Zij kwamen tot het Licht van de wereld met lantaarnen en fakkelen; en gewapend met wapenen, om die te gebruiken tegen het Lam Gods. Had Hij Zichzelf willen bevrijden, dan waren al hun wapenen tevergeefs geweest. Ook hun lantaarnen en fakkelen hadden Hem niet kunnen ontdekken, zelfs niet bij het licht van de volle maan, die toen waarschijnlijk scheen.

“Lantaarnen” om de Zon licht te geven, “fakkelen” om het Licht van de wereld te vinden; “wapenen” om te strijden tegen het Lam Gods, de weerloze Lijder. Wat een vreemde behandeling voor Hem, Die kwam om te zalig maken en te zegenen!

Het gaat niet zozeer om de bende met lantaarnen, fakkelen en wapenen. Het meest verschrikkelijke van dit verhaal is dat zij geleid werden door iemand die een discipel van Christus was geweest, die tot de apostelen had behoord. Wordt Christus nog steeds verraden door hen die Hem belijden? Ja, het gebeurt nog, maar mogen u en ik ons nooit aan die vreselijke zonde schuldig maken! Toch, waarom zouden wij dat niet doen, tenzij Gods genade het verhoedt? Wij zijn van hetzelfde vlees en bloed als Judas. En al zouden wij niet door een geldbedrag verleid worden, wij kunnen verleid worden door een zondig genoegen of een zondige schaamte. Laten wij, opdat wij niet afdwalen, bidden dat wij niet in verzoeking komen, en vooral vragen dat wij bewaard mogen blijven van het verraden van onze Heere, zoals Judas deed.

Johannes 18:4-5

KruisverwijzingenJohannes 13:1Johannes 18:7Markus 10:331 Koningen 18:14Handelingen 2:28Mattheüs 26:21Psalmen 3:6Handelingen 20:22
— Jezus dan, wetende alles, wat over Hem komen zou, ging uit, en zeide tot hen: Wien zoekt gij? Zij antwoordden Hem: Jezus den Nazarener. Jezus zeide tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verried, stond ook bij hen.

Merk op, geliefde vrienden, dat het woordje “Hij” in de grondtekst niet staat; het is er door de vertalers bijgevoegd. Onze Heere gebruikte hier tweemaal de Naam van Jehova, Ik ben, — zoals Hij dat ook bij andere gedenkwaardige gelegenheden deed. Het was zeer passend dat Hij, terwijl Hij uitging om te sterven, verklaarde dat het geen gewoon mens was Die aan het kruis zou lijden. Hij was weliswaar waarlijk mens, maar tegelijk ook “waarachtig God uit waarachtig God”.

Het is opmerkelijk dat Jezus, bij Zijn verraad, tweemaal deze uitdrukking gebruikte, en zo de Naam van Jehova zelf uitsprak.

Johannes 18:4

KruisverwijzingenJohannes 13:1Johannes 18:7Markus 10:331 Koningen 18:14Handelingen 2:28Mattheüs 26:21Psalmen 3:6Handelingen 20:22
— Jezus dan, wetende alles, wat over Hem komen zou, ging uit, en zeide tot hen: Wien zoekt gij?

Door Zijn Godheid wist Hij alles wat Hem overkomen zou. Maar wat een wonderlijk mens-zijn was het, dat Hij, hoewel Hij alles wist wat Hem zou wedervaren, kalm en beheerst naar voren trad, onderworpen aan de wil van Zijn Vader. Tot hen die gekomen waren om Hem te grijpen, zei Hij: “Wien zoekt gij?” Ik denk dat Hij ook tegen sommigen van ons zegt: “wien zoekt gij?” Wij zijn hier niet gekomen om Hem te doden. Wij zijn hier niet gekomen om tegen Hem te strijden en Hem weg te leiden om Hem te kruisigen. Toch hoop ik dat wij naar waarheid kunnen zeggen dat wij gekomen zijn om Jezus te zoeken. Als dat werkelijk het verlangen van uw hart is, zal het u zeker vervuld worden.

Johannes 18:5

KruisverwijzingenJesaja 3:9Jeremia 8:12Mattheüs 21:11Johannes 19:19Johannes 1:46Mattheüs 2:23
— Zij antwoordden Hem: Jezus den Nazarener. Jezus zeide tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verried, stond ook bij hen.

Wat een verharde ellendeling moet hij geweest zijn, dat hij met hen kon staan! Men zou gedacht hebben dat hij, na zijn Meester verraden te hebben, zich uit schaamte zou hebben verborgen, maar nee, “Judas, die Hem verried, stond ook bij hen.” Zijn hart moet gestaald geweest zijn.

Of liever: “Ik ben het” — uitgesproken met een goddelijke waardigheid, die een verbijsterend effect op hen had.

Johannes 18:5-6

KruisverwijzingenJesaja 3:9Jeremia 8:12Mattheüs 21:11Johannes 19:19Johannes 1:46Mattheüs 2:23Psalmen 70:2Psalmen 27:2
— Zij antwoordden Hem: Jezus den Nazarener. Jezus zeide tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verried, stond ook bij hen. Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde.

Het lijkt erop dat onze Heere hun iets van Zijn goddelijke macht en heerlijkheid wilde laten voelen. Want de uitspraak van die verheven uitdrukking — Ik ben, de Naam van Zijn Vader — deed hen wankelen, en zij vielen ter aarde. Verwondert u zich er niet over dat zij niet opstonden, weggingen en Hem verlieten, nadat zij aan Zijn voeten gevallen waren en Hem om vergeving hadden gevraagd? Zij handelden niet zo, want de kracht van vrees die niet door liefde vergezeld wordt, is zeer gering. Er was genoeg kracht in om hen ter aarde te doen vallen, maar niet genoeg om hen aan Christus’ voeten hun zonde te doen belijden.

Johannes 18:6

KruisverwijzingenPsalmen 70:2Psalmen 27:2Psalmen 40:14Handelingen 4:29Lukas 9:542 Koningen 1:9Psalmen 129:5
— Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde.

De enkele uitspraak van Zijn Naam dreef hen van Hem weg, en sloeg hen ter aarde; wat zou er gebeurd zijn, als Hij Zijn almachtige kracht had uitgeoefend?

Christus’ almachtige kracht wierp hen dadelijk neder. Hij hoefde Zijn hand of zelfs Zijn vinger niet op te heffen; Hij zei alleen “Ik ben het”, en “gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde.”

Johannes 18:7

KruisverwijzingenJohannes 18:4
— Hij vraagde hun dan wederom: Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jezus den Nazarener.

Keren zij terug in de strijd? Nu zij eenmaal Christus’ goddelijke kracht gevoeld hebben, vatten zij toch weer moed om Hem opnieuw aan te vallen? Ja, want er is geen grens aan de boosaardigheid en de brutaliteit van het menselijk hart.

Johannes 18:7-8

KruisverwijzingenJohannes 18:42 Korinthe 12:9Johannes 13:1Efeze 5:25Mattheüs 26:56Markus 14:50Johannes 13:361 Korinthe 10:13
— Hij vraagde hun dan wederom: Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jezus den Nazarener. Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.

Het is zeer bemoedigend voor ons te bedenken hoe onze Heere al de vijanden van Zijn volk tegemoet trad. Hij ving al hun wapens in Zijn eigen hart op, opdat Zijn volk vrij zou kunnen gaan. U en ik zouden, in zo’n geval, gehaast en verontrust zijn geweest, en onze angst zou ons zelfzuchtig gemaakt hebben. Wij zouden onze arme vrienden die bij ons waren, vergeten zijn; maar Jezus dacht niet aan Zichzelf, Hij dacht aan Zijn arme bevende discipelen, en daarom zei Hij: “Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.”

Johannes 18:8-10

KruisverwijzingenJohannes 17:12Markus 14:472 Korinthe 12:9Johannes 13:1Efeze 5:25Mattheüs 26:56Markus 14:50Johannes 13:36
— Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan. Opdat het woord vervuld zou worden, dat Hij gezegd had: Uit degenen, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren. Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelve uit, en sloeg des hogepriesters dienstknecht, en hieuw zijn rechteroor af. En de naam van den dienstknecht was Malchus.

Altijd gereed om over te koken, altijd vol ijver en overhaaste heftigheid, was Petrus er als eerste bij.

Johannes 18:9

KruisverwijzingenJohannes 17:12
— Opdat het woord vervuld zou worden, dat Hij gezegd had: Uit degenen, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren.

Hij had dat slechts kort tevoren gezegd, maar dit vers laat ons zien dat het Nieuwe Testament even zeker vervuld zal worden als het Oude. Het was een nieuw woord, toen nog niet geschreven, en toch had het alle leven en kracht van God in zich. Zo moet het leven, en zo moet het vervuld worden.

Johannes 18:10

KruisverwijzingenMarkus 14:47Lukas 22:33Lukas 22:49Mattheüs 26:51Markus 14:30Johannes 18:26
— Simon Petrus dan, hebbende een zwaard, trok hetzelve uit, en sloeg des hogepriesters dienstknecht, en hieuw zijn rechteroor af. En de naam van den dienstknecht was Malchus.

Petrus sloeg naar het hoofd; hij was er niet tevreden mee te proberen te verwonden, hij wilde Malchus doden, en hij hieuw wel “zijn rechteroor af.”

Hier was elk vooruitzicht op een gevecht. Simon Petrus was ermee begonnen, en de gewapende mannen zouden gretig doorgaan. Wij hebben altijd onze Simon Petrussen om ons heen, — mensen van gevoel, mensen van impuls, mensen van onstuimigheid. Het zijn geen slechte christenen, en ik weet niet wat wij zonder hen zouden moeten beginnen. Onze koude, koel redenerende denkers zouden weinig uitrichten zonder onze warmhartige Petrussen om hen te helpen ontdooien. Toch was Petrus slechts één van de twaalf apostelen; en al noemt men hem het hoofd van de kerk, hij maakte toen een zeer armzalig hoofd van de kerk. Hij trok een zwaard, en gebruikte dat vleselijke wapen door het rechteroor van Malchus af te houwen. Het was een grote genade dat de Heere er was om het oor te genezen, en het gebruik van het zwaard in Zijn verdediging te verbieden.

Deze andere discipel was zonder twijfel Johannes, die zich zo verborgen hield, zoals hij ook bij andere gelegenheden deed.

Johannes 18:11-14

KruisverwijzingenJohannes 18:24Mattheüs 20:22Johannes 18:3Mattheüs 26:39Mattheüs 26:57Lukas 3:2Mattheüs 26:42Lukas 22:42
— Jezus dan zeide tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede. Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken? De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem; En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was. Kajafas nu was degene, die den Joden geraden had, dat het nut was, dat een Mens voor het volk stierve.

Hij zei veel meer dan hij zelf besefte te zeggen, want hij sprak een grote evangelische waarheid uit toen hij zei dat het “nut was, dat een Mens voor het volk stierve.”

Johannes 18:11

KruisverwijzingenMattheüs 20:22Mattheüs 26:39Mattheüs 26:42Lukas 22:42Romeinen 8:15Markus 14:35Johannes 15:10Lukas 12:30
— Jezus dan zeide tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede. Den drinkbeker, dien Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken?

Hier is nog een nuttige les voor ieder van u die een beproeving voor zich heeft. Zoek niet de beproeving terzijde te stellen, gebruik geen verkeerde middelen om aan het lijden te ontkomen; drink uw voorgeschreven beker. Al is Petrus’ zwaard bij de hand, steek het weer in de schede, en gebruik het niet. Verdraag en verduur, van voren naar achteren tot het eind van het hoofdstuk toe. Drink de beker die uw Vader u geeft. Hoe bitter ook, hij is verzoet door het feit dat Híj hem u geeft. Zal een waarachtige zoon van God dan de beker niet drinken die zijn Vader hem aanbiedt? Er kan geen kwaad in zijn, en het moet u werkelijk goed doen. Steek dus uw zwaard op, en breng de beker aan uw lippen, en drink hem tot op de bodem.

Johannes 18:12

KruisverwijzingenJohannes 18:3Mattheüs 26:57Lukas 22:54Mattheüs 27:2Markus 15:1Markus 14:53Genesis 22:9Psalmen 118:27
— De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem;

Wanneer u gebonden bent door ziekte, of gebonden door zwakheid, of op enige andere wijze gebonden bent, klaag dan niet. Uw Meester werd gebonden, en ik denk dat wij bereid zouden moeten zijn tot alles wat Christus was. Wat voor Hem goed genoeg was, is ook voor ons goed genoeg. “De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem” —

Johannes 18:12-13

KruisverwijzingenJohannes 18:24Johannes 18:3Mattheüs 26:57Lukas 3:2Lukas 22:54Mattheüs 27:2Markus 15:1Markus 14:53
— De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem; En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was.

Annas was eerder hogepriester geweest, en hij schijnt nog steeds als zodanig beschouwd te zijn, en een leidende geest te zijn geweest onder Christus’ tegenstanders. De oude zondaar wilde die nacht niet naar bed gaan voordat hij de Man Die hij haatte, gebonden voor zich had zien brengen. Soms wordt de haat een sterker hartstocht dan zelfs de liefde. Hier, terwijl de discipelen van Jezus allen vluchtten van schrik, was Annas, de bittere vijand van de Zaligmaker, klaarwakker. Hij wachtte op Zijn komst, met hen die Hem gevangen genomen hadden.

Johannes 18:13-14

KruisverwijzingenJohannes 18:24Lukas 3:2Mattheüs 26:3Johannes 11:51Mattheüs 26:57Handelingen 4:6Johannes 11:49
— En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was. Kajafas nu was degene, die den Joden geraden had, dat het nut was, dat een Mens voor het volk stierve.

Christus kon niet sterven zonder dat de vraag van het nut zich voordeed. Ik heb nooit een grote zonde in de wereld gekend, noch een grote dwaling. Ook nooit een groot samengaan van mensen om die te handhaven, zonder dat de vraag van het nut ter sprake kwam. Het nut is de grote Christusdoder. Velen zeggen tegenwoordig tegen ons: “Predik niet tegen de dwaling; het is niet nuttig om dat te doen. Breek niet met verkeerde omgang; het is niet nuttig.” Hoevelen zijn er, zelfs onder goede mensen, die iets doen niet omdat het recht is, maar omdat het nuttig is! Maar, gelovigen in Jezus, in de Naam van uw Heere smeek ik u, haat het nut, omdat het Christus ter dood bracht. Het was een goddeloos nuttigheidsdenken dat Christus wilde vermoorden om een volk te redden. Maar het bereikte zijn doel niet eens, want de schuld van Christus’ dood bracht over de natie de schreeuwende zonde van de godsmoord.

Johannes 18:14

KruisverwijzingenJohannes 11:49
— Kajafas nu was degene, die den Joden geraden had, dat het nut was, dat een Mens voor het volk stierve.

Daarmee sprak hij een profetie uit die hij zelf niet volledig begreep. Hij sprak als een andere Bileam, door wie God de waarheid sprak, zoals Hij dat eens ook deed door de ezelin waarop Bileam reed. Soms maakt God de laagste mensen tot onbewuste sprekers van waarheden die zij zelf niet begrijpen.

Johannes 18:15

KruisverwijzingenLukas 22:54Markus 14:54Mattheüs 26:58Mattheüs 26:3
— En Simon Petrus volgde Jezus, en een ander discipel. Deze discipel nu was den hogepriester bekend, en ging met Jezus in des hogepriesters zaal.

Hier vindt u Johannes’ gebruikelijke bescheidenheid: hij wil zijn eigen naam niet noemen, maar spreekt eenvoudig van “een ander discipel.”

Dat is natuurlijk Johannes; hij noemt zijn eigen naam nooit, als hij het kan vermijden.

Johannes 18:15-16

KruisverwijzingenLukas 22:54Markus 14:54Mattheüs 26:58Mattheüs 26:3Lukas 22:55Markus 14:66Mattheüs 26:69
— En Simon Petrus volgde Jezus, en een ander discipel. Deze discipel nu was den hogepriester bekend, en ging met Jezus in des hogepriesters zaal. En Petrus stond buiten aan de deur. De andere discipel dan, die den hogepriester bekend was, ging uit, en sprak met de deurwaarster, en bracht Petrus in.

Johannes volgde Jezus vrijmoedig, en was daardoor veilig; Petrus stond op afstand van zijn Heere, en was daardoor in gevaar.

Ik stel mij altijd voor dat Johannes een grotere tederheid voor Petrus koesterde, omdat hij het middel was geweest om hem in het paleis van de hogepriester te brengen. Petrus had er niet in kunnen komen als hij alleen geweest was, maar Johannes was bij de hogepriester bekend, en verkreeg zo zijn toegang. Hij moet zich altijd verdrietig gevoeld hebben dat hij Petrus op een plaats gebracht had waar hij zo zwaar beproefd werd. Vandaar dat Johannes na de grote val van Petrus degene schijnt geweest te zijn die hem het eerst opzocht. Terwijl de andere apostelen hem misschien geneigd waren aan zichzelf over te laten, moedigde Johannes hem aan, en bracht hem terug tot het geloof.

Johannes 18:16

KruisverwijzingenLukas 22:55Markus 14:66Mattheüs 26:69
— En Petrus stond buiten aan de deur. De andere discipel dan, die den hogepriester bekend was, ging uit, en sprak met de deurwaarster, en bracht Petrus in.

Het zou beter voor hem geweest zijn als hij daar gebleven was. Hij zou waarschijnlijk meer uit de weg van verzoeking gebleven zijn dan hij was, binnen in het paleis van de hogepriester.

Johannes handelde daarin ongetwijfeld uit vriendelijkheid jegens Petrus. Maar hij was het middel om zijn vriend te brengen op een plaats waar hij niet sterk genoeg was om staande te blijven. Ook u en ik kunnen zo handelen, misschien in volkomen onschuld, en zelfs met prijzenswaardige vriendelijkheid; toch kunnen wij onbedoeld onze vrienden groot onrecht aandoen. Ik merk op dat Johannes de eerste van de apostelen schijnt geweest te zijn die zich weer bij Petrus voegde na zijn val. En in zijn verslag van Petrus’ verloochening van zijn Heere vermeldt hij niet dat Petrus vloekte en zwoer, zoals Mattheüs en Markus dat doen. Hij lijkt grote tederheid jegens Petrus gekoesterd te hebben; misschien juist omdat hij het onschuldige middel geweest was om hem in de verzoeking te brengen.

Johannes 18:16-18

KruisverwijzingenMarkus 14:54Lukas 22:55Markus 14:66Mattheüs 26:69Lukas 22:54Lukas 22:56Johannes 18:25Johannes 18:16
— En Petrus stond buiten aan de deur. De andere discipel dan, die den hogepriester bekend was, ging uit, en sprak met de deurwaarster, en bracht Petrus in. De dienstmaagd dan, die de deurwaarster was, zeide tot Petrus: Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens? Hij zeide: Ik ben niet. En de dienstknechten en de dienaars stonden, hebbende een kolenvuur gemaakt, omdat het koud was, en warmden zich. Petrus stond bij hen, en warmde zich.

Petrus was in slecht gezelschap; terwijl hij zijn lichaam warmde, werd zijn ziel koud jegens zijn Meester. Mensen kunnen niet in slecht gezelschap verkeren zonder er schade van te ondervinden. Een oude, deftige schrijver zegt eens: gaan mensen naar Ethiopië, dan worden zij daardoor geen Ethiopiërs, maar door de brandende zon zullen zij toch zwarter worden dan zij waren. Het is altijd beter, buiten het gevaar te blijven, als wij dat kunnen. Wie niet in een greppel wil vallen, moet oppassen niet dicht bij de rand ervan te lopen. Zo had Petrus, als hij staande wilde blijven, niet moeten gaan waar hij zeker verzocht zou worden.

Johannes 18:17

KruisverwijzingenMarkus 14:66Lukas 22:54Lukas 22:56Johannes 18:25Johannes 18:16Handelingen 12:13Johannes 21:15Mattheüs 26:69
— De dienstmaagd dan, die de deurwaarster was, zeide tot Petrus: Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens? Hij zeide: Ik ben niet.

— Ach, ikzelf! Als iemand op zichzelf vertrouwt, kan hij spoedig een leugen uiten over zijn Heere, zoals Petrus deed. Bewaar ons, o God, door Uw genade, of het zal ook ons zo vergaan. Het was slechts een arme dienstmaagd die deze dappere Petrus deed zwichten. De man wiens zwaard zo-even nog in de verdediging van zijn Meester getrokken was, kon op de vraag van de dienstmaagd — “Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens?” — niet naar waarheid antwoorden: “Hij zeide: Ik ben niet.”

Johannes 18:17-18

KruisverwijzingenMarkus 14:54Markus 14:66Lukas 22:54Lukas 22:56Johannes 18:25Johannes 18:16Handelingen 12:13Johannes 21:15
— De dienstmaagd dan, die de deurwaarster was, zeide tot Petrus: Zijt ook gij niet uit de discipelen van dezen Mens? Hij zeide: Ik ben niet. En de dienstknechten en de dienaars stonden, hebbende een kolenvuur gemaakt, omdat het koud was, en warmden zich. Petrus stond bij hen, en warmde zich.

Dat was een zeer gevaarlijke plaats voor Petrus om zich te bevinden; hij zou veiliger geweest zijn buiten in de kou.

Johannes 18:18

KruisverwijzingenMarkus 14:54Johannes 18:25Efeze 5:11Lukas 22:44Psalmen 26:4Handelingen 4:23Psalmen 1:1Spreuken 13:20
— En de dienstknechten en de dienaars stonden, hebbende een kolenvuur gemaakt, omdat het koud was, en warmden zich. Petrus stond bij hen, en warmde zich.

Terwijl zijn Heere en Meester daarginds aan het einde van de zaal mishandeld en beschimpt werd, warmde Petrus zich bij het vuur van de dienstknecht. Ach! hij werd geestelijk koud, terwijl hij zich lichamelijk warmde; en zo gebeurt het wel eens, dat mensen, terwijl zij hun lichaam warmen, tegelijk hun hart afkoelen. Ik heb iemand gekend die zich bij een zeer groot vuur warmde door het verkrijgen van een grote hoeveelheid bezittingen. Toch werd hij ook zeer koud geestelijk, want dergelijke gloeiende kolen verwarmen het hart niet.

Johannes 18:19-21

KruisverwijzingenJohannes 7:26Jesaja 48:16Mattheüs 4:23Jesaja 45:19Johannes 7:4Mattheüs 26:55Lukas 22:63Lukas 20:20
— De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer. Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken. Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.

Onze Heere’s onderwijs was nooit bedrieglijk, Hij zei nooit het ene en bedoelde het andere. Hij kon Zich waarlijk beroepen op Zijn hoorders aangaande Zijn onderwijs. Het is een grote zaak voor een prediker te kunnen voelen dat zijn hoorders weten wat hij tot hen gezegd heeft. Wij kunnen dat niet altijd zeggen, want sommigen van hen vergeten het, en sommigen begrijpen niet wat wij zeggen. Sommigen letten niet voldoende op om te weten wat er gezegd is, maar Christus’ prediking was zo helder en duidelijk dat Hij naar waarheid kon zeggen: “Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.”

Wat een bewonderenswaardig antwoord was dat! Wat Hij ook over Zijn leer gezegd zou hebben, zij zouden het verdraaid hebben tot een grond van beschuldiging tegen Hem, dus zei Hij eenvoudig: “Mijn onderwijs was openbaar, voor allen toegankelijk. Ik ben niet in hoeken en gaten gevonden, in het geheim oproer stokend. Ik sprak in de straten; Ik sprak in de synagoge; Ik sprak in de tempel; vraag hen die Mij gehoord hebben, wat Ik gezegd heb.” Welk overtuigender antwoord had Hij kunnen geven?

Johannes 18:19

KruisverwijzingenLukas 22:63Lukas 20:20Mattheüs 26:59Lukas 11:53Markus 14:55
— De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer.

Dit was een soort vooronderzoek, voordat Hij officieel voor het Sanhedrin terecht zou staan.

Johannes 18:20-22

KruisverwijzingenJohannes 7:26Jesaja 48:16Mattheüs 4:23Jesaja 45:19Johannes 7:4Mattheüs 26:55Johannes 10:23Lukas 21:37
— Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken. Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb. En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester?

Hier krijgen wij een uitleg van een van Christus’ eigen woorden. U weet dat Hij gezegd had: “Wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe.” Christus zou natuurlijk Zijn eigen voorschrift naleven. Dus zien wij dat Hij niet bedoelde dat Zijn discipelen letterlijk de andere wang moesten toekeren aan hen die hen sloegen. Zij moesten zulke behandeling geduldig dragen, en geen scheldend antwoord geven. Zie hoe Jezus Zelf de andere wang toekeerde.

Johannes 18:22-23

KruisverwijzingenHandelingen 23:2Job 16:10Johannes 18:3Lukas 22:63Job 30:10Mattheüs 26:67Jesaja 50:5Johannes 19:3
— En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester? Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij?

“Jezus antwoordde hem”: niet zoals Paulus deed — “God zal u slaan, gij gewitte wand.” De Meester is aan de discipel op elk punt superieur. Jezus zei: —

Johannes 18:22-24

KruisverwijzingenJohannes 18:13Handelingen 23:2Job 16:10Johannes 18:3Lukas 22:63Job 30:10Mattheüs 26:67Jesaja 50:5
— En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester? Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij? (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)

Zo zien wij Hem daar staan, gebonden, voor Kajafas, die dat jaar hogepriester was.

Johannes 18:23

Kruisverwijzingen1 Petrus 2:20Mattheüs 5:392 Korinthe 10:1Handelingen 23:2
— Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij?

Laten wij bidden dat wij, wanneer wij smadelijk behandeld worden, onze zelfbeheersing mogen bewaren, en even bedaard mogen zijn als onze Heere. En als wij onze beschuldigers een antwoord moeten geven, laat dat dan even bescheiden en gerechtvaardigd zijn als dit antwoord van onze Heere was.

Niets kon kalmer of waardiger geweest zijn, en tegelijk vervuld van meer vergevingsgezindheid.

Johannes 18:24-27

KruisverwijzingenJohannes 18:13Johannes 13:38Johannes 18:1Johannes 18:10Mattheüs 26:57Spreuken 29:25Genesis 18:15Lukas 22:56
— (Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.) En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet. Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem? Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan.

Wij weten dat de Heere Zich omkeerde, en Petrus aanzag. Hij sprak geen woord, misschien opdat Petrus niet in de handen zou vallen van hen die om hem heen stonden. Maar Zijn blik was voldoende om in Petrus het vuur van de boetvaardigheid te ontsteken, en hij ging naar buiten en weende bitter over zijn schandelijke verloochening van zijn Heere.

Johannes 18:25

KruisverwijzingenSpreuken 29:25Genesis 18:15Lukas 22:56Mattheüs 26:69Johannes 18:17Mattheüs 26:71Galaten 2:11Lukas 22:58
— En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet.

Twee of drie of meer van hen spraken tegelijk tot hem, terwijl hij zich stond te warmen.

Tweemaal wordt ons verteld dat, terwijl zijn Meester geslagen werd, Petrus stond te midden van de spottende menigte, en zich warmde.

Johannes 18:25-27

KruisverwijzingenJohannes 13:38Johannes 18:1Johannes 18:10Spreuken 29:25Genesis 18:15Lukas 22:56Mattheüs 26:69Johannes 18:17
— En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet. Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem? Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan.

Zo werd Christus’ voorzegging letterlijk vervuld, en zo werd Petrus, door wat een nederig middel lijkt — het kraaien van een haan — tot bekering gebracht. Menig welsprekend godgeleerde heeft zijn doel gemist in zijn prediking, maar God heeft door een zeer nederige stem gesproken. U, geliefde vriend, hebt misschien geen gaven van spreken. Maar u kunt iemand het verhaal van Jezus Christus gaan vertellen. God kan hem door u tot bekering brengen, zoals Hij Petrus tot zichzelf bracht door middel van deze vogel. Moge God ons allen nuttig maken, en ons ervoor bewaren te vallen zoals Petrus deed! Amen.

Johannes 18:26

KruisverwijzingenJohannes 18:1Johannes 18:10Markus 14:70Spreuken 12:19Lukas 22:59Mattheüs 26:73
— Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem?

Johannes hervat hier het verhaal over Petrus, vanaf het zeventiende vers: “Simon Petrus stond en warmde zich.”

Johannes 18:26-27

KruisverwijzingenJohannes 13:38Johannes 18:1Johannes 18:10Markus 14:70Spreuken 12:19Lukas 22:59Mattheüs 26:73Markus 14:68
— Een van de dienstknechten des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had, zeide: Heb ik u niet gezien in den hof met Hem? Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan.

Ach, wie eenmaal liegt, zal maar al te snel geneigd zijn opnieuw te liegen. Wie Christus eenmaal verloochent, zal geneigd zijn nog verder te gaan in zijn verloochening van Hem. Mogen zij gestuit worden, zoals Petrus gestuit werd!

Johannes 18:27

KruisverwijzingenJohannes 13:38Markus 14:68Mattheüs 26:34Lukas 22:60Markus 14:71Markus 14:30Mattheüs 26:74Lukas 22:34
— Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan.

Moge de haan kraaien voor sommigen die tot nu toe hebben geslapen, en hen waarschuwen dat de nacht ver gevorderd is. Het is tijd voor hen om uit de slaap te ontwaken, hun ogen met tranen te wassen, en berouw te hebben dat zij hun Heere verloochend hebben!

Zo getuigden allen die met Jezus in aanraking kwamen, dat het Lam Gods werkelijk “heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren” was.

Johannes 18:28

KruisverwijzingenJohannes 19:9Johannes 18:33Mattheüs 27:27Handelingen 11:3Markus 15:1Johannes 19:14Johannes 11:55Handelingen 10:28
— Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was 's morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten.

Zij waren zeer begerig om hun vijandschap tegen Christus te tonen. Zij hadden de nacht en de eerste ogenblikken van de dageraad besteed aan het verhoren, veroordelen en mishandelen van hun beroemde gevangene, en nu gingen zij naar Pilatus.

Wat kon zulke ellendelingen als deze nog verontreinigen? Toch waren zij bang voor ceremoniële verontreiniging, terwijl zij noch bang noch beschaamd waren hun handen in het bloed van Jezus te dopen.

Johannes 18:29-30

KruisverwijzingenMarkus 15:2Handelingen 23:28Lukas 23:2Mattheüs 27:23Handelingen 25:16Mattheüs 27:11Markus 10:33Johannes 19:12
— Pilatus dan ging tot hen uit, en zeide: Wat beschuldiging brengt gij tegen dezen Mens? Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Deze geen kwaaddoener ware, zo zouden wij Hem u niet overgeleverd hebben.

Pilatus dan ging tot hen uit, en zei: “Wat beschuldiging brengt gij tegen dezen Mens?” Zij antwoordden alsof zij wilden zeggen: “Dat kunt u wel aannemen. Wij zouden Hem niet gebracht hebben als Hij geen kwaad gedaan had. U hoeft de zaak niet te onderzoeken, wij hebben het bewijs al gehoord en Hem al veroordeeld, en zo u de moeite van het berechten bespaard; wij brengen Hem alleen hierheen opdat u Hem veroordeelt.”

Johannes 18:31

KruisverwijzingenHandelingen 25:18Ezechiël 21:26Hosea 3:4Johannes 19:6Genesis 49:10Johannes 19:15
— Pilatus dan zeide tot hen: Neemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden dan zeiden tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand te doden.

“Dat is uw manier van zulke dingen te doen, maar het is geen methode waarin wij zullen vervallen. Onze wet veroordeelt geen mens voordat zij het bewijs tegen hem gehoord heeft. Ik ga niet uw werktuig zijn, om deze Man ter dood te brengen zonder te horen wat Hem ten laste gelegd wordt, en de bewijzen van Zijn schuld. Wilt u dat gedaan hebben, dan moet u het zelf doen.”

“U Romeinen hebt ons de macht over leven en dood ontnomen, en wij willen dat Hij ter dood gebracht wordt.” Dat was een duidelijke bekentenis dat niets minder dan Christus’ dood hen zou bevredigen.

Johannes 18:32

KruisverwijzingenMattheüs 26:2Mattheüs 20:19Johannes 3:14Johannes 12:32Lukas 18:32Galaten 3:13Psalmen 22:16Markus 10:33
— Opdat het woord van Jezus vervuld wierd, dat Hij gezegd had, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zoude.

Kruisiging was een Romeinse, geen Joodse wijze van doodstraf. Zo overruled God de moedwillige goddeloosheid van de slechtste mensen tot de volvoering van Zijn eigen eeuwige raadsbesluiten, zonder daarmee echter hun verantwoordelijkheid en schuld in het minst te verminderen. Het was “door den bepaalden raad en voorkennis Gods” dat Christus ter dood gebracht werd, toch was het “door goddeloze handen” dat zij Hem namen en kruisigden.

Johannes 18:33

KruisverwijzingenJohannes 19:9Zacharia 9:91 Timotheüs 6:13Markus 15:2Mattheüs 27:11Lukas 19:38Johannes 19:19Johannes 18:37
— Pilatus dan ging wederom in het rechthuis, en riep Jezus, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden?

— Hij zag er niet erg naar uit. Er was weinig in Zijn uiterlijk of Zijn kleding dat de gedachte aan koningschap opriep.

Johannes 18:34-35

KruisverwijzingenHandelingen 21:38Johannes 18:28Handelingen 25:19Handelingen 18:14Handelingen 3:13Ezra 4:12Johannes 19:6Nehemia 4:2
— Jezus antwoordde hem: Zegt gij dit van uzelven, of hebben het u anderen van Mij gezegd? Pilatus antwoordde: Ben ik een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan?

Ik kan mij voorstellen dat hij alle mogelijke spot en verachting in die vraag legde. Het was kenmerkend voor de Romeinen, zoals wij uit de werken van hun grote schrijvers kunnen opmaken, dat zij de Joden ten diepste verachtten en verafschuwden.

Johannes 18:35-37

KruisverwijzingenJohannes 6:151 Johannes 4:6Johannes 8:47Johannes 8:14Lukas 17:20Romeinen 14:17Kolossenzen 1:12Lukas 23:3
— Pilatus antwoordde: Ben ik een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan? Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier. Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dan een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.

Wij zouden misschien verwacht hebben dat Hij gezegd zou hebben: “Ik ben in de wereld gekomen om Koning te zijn.” Maar Hij legt uit dat Hij, als getuige van de waarheid, Koning was.

Johannes 18:38

KruisverwijzingenJohannes 19:4Johannes 19:6Lukas 23:4Handelingen 24:25Handelingen 17:19Lukas 23:14Handelingen 17:32Mattheüs 27:24
— Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En als hij dat gezegd had, ging hij wederom uit tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem.

Hij wilde geen antwoord. Hij vond het zulk een onnodig oponthoud om over waarheid te spreken, en had zelf zo weinig begrip van wat dat woord zou kunnen betekenen, dat, nadat hij gezegd had “Wat is waarheid?”, hij “wederom uit(ging) tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem.” Dat was de waarheid over de Waarheid, uit de mond van een man die niets om waarheid gaf, en die toch gedwongen was dit getuigenis af te leggen: “Ik vind geen schuld in Hem.”

Johannes 18:39

KruisverwijzingenMattheüs 27:15Mattheüs 27:20Markus 15:6Lukas 23:16
— Doch gij hebt een gewoonte, dat ik u op het pascha een loslate. Wilt gij dan, dat ik u den Koning der Joden loslate?

Pilatus dacht misschien: als Christus hun Koning was, zouden zij Hem zeker verkiezen boven een dief en een moordenaar. Zo bood hij zichzelf een kans om aan het oordeel over Christus te ontkomen. Tegelijk bood hij hun een toets, of er in hen werkelijk enige genegenheid voor de Christus was, of enige mogelijkheid dat Hij hun Koning zou worden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content