Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
ElihuH453 antwoorddeH6030 verder, en zeideH559:
Elihu antwoordde verder, en zeide:
KJV
Elihu2
spake1
moreover, and said,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
HoudtH2803 gij dat voor rechtH4941, dat gij gezegdH559 hebt: Mijn gerechtigheidH6664 is meerderH4480 dan GodsH410?
Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods?
KJV
Thinkest2
thou this to be right,3
that thou saidst,4
My righteousness5
is more than God's?
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WantH3588 gij hebt gezegdH559: WatH4100 zou zij u batenH5532? WatH4100 meer voordeelH3276 zal ik daarmede doen, dan met mijn zondeH2403?
Want gij hebt gezegd: Wat zou zij u baten? Wat meer voordeel zal ik daarmede doen, dan met mijn zonde?
KJV
For thou saidst,2
What advantage4
will it be unto thee? and, What profit7
shall I have, if I be cleansed from my sin?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
IkH589 zal u antwoordH4405 geven, en uw vriendenH7453 metH5973 u.
Ik zal u antwoord geven, en uw vrienden met u.
KJV
I will answer2
thee, and thy companions
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
BemerkH5027 den hemelH8064 en zieH7200; en aanschouwH7789 de bovenste wolkenH7834, zij zijn hogerH1361 danH4480 gij.
Bemerk den hemel en zie; en aanschouw de bovenste wolken, zij zijn hoger dan gij.
KJV
Look1
unto the heavens,2
and see;3
and behold4
the clouds5
which are higher
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
IndienH518 gij zondigtH2398, watH4100 bedrijftH6466 gij tegen Hem? Indien uw overtredingenH6588 menigvuldigH7231 zijn, watH4100 doetH6213 gij Hem?
Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?
KJV
If thou sinnest,2
what doest4
thou against him? or if thy transgressions7
be multiplied,6
what doest
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
IndienH518 gij rechtvaardigH6663 zijt, watH4100 geeftH5414 gij Hem, of watH4100 ontvangtH3947 Hij uit uw handH3027?
Indien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij Hem, of wat ontvangt Hij uit uw hand?
KJV
If thou be righteous,2
what givest4
thou him? or what receiveth9
he of thine hand?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Uw goddeloosheidH7562 zou zijn tegen een manH376, gelijk gij zijt, en uw gerechtigheidH6666 voor eens mensenH120 kindH1121.
Uw goddeloosheid zou zijn tegen een man, gelijk gij zijt, en uw gerechtigheid voor eens mensen kind.
KJV
Thy wickedness3
may hurt a man1
as thou art; and thy righteousness6
may profit the son4
of man.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Vanwege hun grootheidH7230 doen zij de onderdruktenH6217 roepenH2199; zij schreeuwenH7768 vanwege den armH2220 der groten.
Vanwege hun grootheid doen zij de onderdrukten roepen; zij schreeuwen vanwege den arm der groten.
KJV
By reason of the multitude1
of oppressions2
they make the oppressed to cry:3
they cry out4
by reason of the arm5
of the mighty.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Maar niemandH3808 zegtH559: Waar is GodH433, mijn MakerH6213, Die de psalmenH2158 geeftH5414 in den nachtH3915?
Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht?
KJV
But none saith,2
Where is God4
my maker,5
who giveth6
songs7
in the night;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Die ons geleerderH502 maakt dan de beestenH929 der aardeH776, en ons wijzer maaktH2449 dan het gevogelteH5775 des hemelsH8064?
Die ons geleerder maakt dan de beesten der aarde, en ons wijzer maakt dan het gevogelte des hemels?
KJV
Who teacheth1
us more than the beasts2
of the earth,3
and maketh us wiser6
than the fowls4
of heaven?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
DaarH8033 roepenH6817 zij; maar Hij antwoordtH6030 nietH3808, vanwegeH6440 den hoogmoedH1347 der bozenH7451.
Daar roepen zij; maar Hij antwoordt niet, vanwege den hoogmoed der bozen.
KJV
There they cry,2
but none giveth answer,4
because5
of the pride6
of evil men.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
GewisselijkH389 zal GodH410 de ijdelheidH7723 nietH3808 verhorenH8085, en de AlmachtigeH7706 zal die nietH3808 aanschouwenH7789.
Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen.
KJV
Surely God5
will not hear4
vanity,2
neither will the Almighty6
regard
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
DatH3588 gij ook gezegdH559 hebt: Gij zult Hem nietH3808 aanschouwenH7789; er is nochtans gerichtH1779 voor Zijn aangezichtH6440, wachtH2342 gij dan op Hem.
Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.
KJV
Although1
thou sayest3
thou shalt not see5
him, yet judgment6
is before7
him; therefore trust
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Maar nuH6258, dewijl het nietsH369 is, dat Zijn toornH639 Job bezochtH6485 heeft, en Hij hem nietH3808 zeerH3966 in overvloedH6580 doorkendH3045 heeft;
Maar nu, dewijl het niets is, dat Zijn toorn Job bezocht heeft, en Hij hem niet zeer in overvloed doorkend heeft;
KJV
But now, because it is not so, he hath visited4
in his anger;5
yet he knoweth7
it not in great9
extremity:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Zo heeft JobH347 in ijdelheidH1892 zijn mondH6310 geopendH6475, en zonder wetenschapH1847 woordenH4405 vermenigvuldigdH3527.
Zo heeft Job in ijdelheid zijn mond geopend, en zonder wetenschap woorden vermenigvuldigd.
KJV
Therefore doth Job1
open3
his mouth4
in vain;2
he multiplieth8
words7
without5
knowledge.
antwoordde verder,
Zie boven, Job 34:1 .
Hertaald:
antwoordde verder,
Zie hierboven Job 34:1.
recht,
Dat is, voor een goede en billijke zaak, die in het gericht verdedigd kan worden. Zie boven, de aantekening Job 34:4 .
Hertaald:
recht,
Dat is: voor een goede en billijke zaak, die in de rechtszaal verdedigd kan worden. Zie hierboven de aantekening bij Job 34:4.
Mijn gerechtigheid
Dit had Job niet vormelijk zo gesproken, maar Elihu wil het uit zijn woorden besluiten, die hij daarom in vs.3 voortbrengt.
Hertaald:
Mijn gerechtigheid
Dit had Job niet letterlijk zo gezegd, maar Elihu wil het uit zijn woorden afleiden, die hij daarom in vers 3 aanhaalt.
hebt gezegd
Vergelijk Job 9:20 , en Job 10:15 .
Hertaald:
hebt gezegd
Vergelijk Job 9:20, en Job 10:15.
zou
Te weten, uw gerechtigheid.
Hertaald:
zou
Namelijk: uw gerechtigheid.
u baten?
Namelijk, uw persoon, o Job.
Hertaald:
u baten?
Namelijk: uw persoon, o Job.
daarmede
Dat is, met mijn gerechtigheid en vroomheid. Job had zulks geklaagd uit ongeduldigheid, omdat hij, vroom zijnde, schrikkelijk geplaagd en wredelijk veroordeeld werd.
Hertaald:
daarmede
Dat is: met mijn gerechtigheid en vroomheid. Job had zo geklaagd uit ongeduld, omdat hij, hoewel vroom, verschrikkelijk geplaagd en wreed veroordeeld werd.
u antwoord
Te weten, met welke ik u wederleggen zal.
Hertaald:
u antwoord
Namelijk: waarmee ik u zal weerleggen.
uw vrienden
Te weten, die tegen u gehandeld, doch u ten volle, niet beantwoord hebben. Evenwel, Elifaz had bijna hetzelfde, dat hier nu van Elihu voortgebracht wordt vs.6,7, tevoren gezegd, boven, Job 22:2-3 . Sommigen duiden het op degenen, die het met Job hielden . Vergelijk Job 18:2 .
Hertaald:
uw vrienden
Namelijk: die tegen u gehandeld hebben, maar u niet volledig beantwoord hebben. Toch had Elifaz al bijna hetzelfde, wat hier nu door Elihu in vers 6, 7 naar voren gebracht wordt, eerder gezegd, hierboven Job 22:2-3. Sommigen betrekken het op degenen die het met Job eens waren. Vergelijk Job 18:2.
bovenste wolken,
Zie Deut. 33:26 .
Hertaald:
bovenste wolken,
Zie Deut. 33:26.
zijn hoger
De zin is: Zijn de wolken hoger, hoeveel te meer God? Is God hoger, wat kunt gij Hem helpen met uw vroomheid, of schaden met uw zonde?
Hertaald:
zijn hoger
De betekenis is: als de wolken al hoger zijn, hoeveel te meer God? Als God hoger is, wat kunt u Hem helpen met uw vroomheid, of schaden met uw zonde?
wat bedrijft gij
Te weten, waarmede gij Hem, dat is God, zoudt mogen beschadigen.
Hertaald:
wat bedrijft gij
Namelijk: waarmee u Hem, dat is God, zou kunnen beschadigen.
wat doet gij Hem?
Te weten, wat kwaad, schande, of nadeel.
Hertaald:
wat doet gij Hem?
Namelijk: welk kwaad, schande, of nadeel.
Hem,
Versta, niet met al; dat is, Hij heeft geen voordeel of baat van uw gerechtigheid. Vergelijk Ps. 16:2 , en Ps. 50:10-12 .
Hertaald:
Hem,
Versta hieronder: helemaal niets; dat is: Hij heeft geen voordeel of baat van uw gerechtigheid. Vergelijk Ps. 16:2, en Ps. 50:10-12.
tegen een man,
Te weten, om hem te beschadigen.
Hertaald:
tegen een man,
Namelijk: om hem te schaden.
voor
Te weten, om hem voordelig te zijn en enige weldaad te bewijzen.
Hertaald:
voor
Namelijk: om hem voordeel te bieden en enige weldaad te bewijzen.
mensen kind
Zie 1 Kon. 8:39 .
Hertaald:
mensen kind
Zie 1 Kon. 8:39.
Vanwege
Elihu schijnt hier te zien op de woorden van Job, boven, Job 24:12 , welke hij ten onrechte alzo zou duiden, alsof Job daarmede God van ongerechtigheid beschuldigd had. Want Job had God zijn eer gegeven, vs.12, en den verdrukten de schuld opgelegd, vs.13.
Hertaald:
Vanwege
Elihu lijkt hier te doelen op de woorden van Job, hierboven Job 24:12, die hij ten onrechte zo zou uitleggen, alsof Job daarmee God van ongerechtigheid beschuldigd had. Want Job had God de eer gegeven, vers 12, en de schuld bij de onderdrukten gelegd, vers 13.
grootheid
Dat is, groot geweld.
Hertaald:
grootheid
Dat is: groot geweld.
zij de onderdrukten
Te weten, de goddelozen.
Hertaald:
zij de onderdrukten
Namelijk: de goddelozen.
zij schreeuwen
Te weten, de verdrukten.
Hertaald:
zij schreeuwen
Namelijk: de onderdrukten.
den arm
Dat is, het geweld en den overlast. Vergelijk en zie boven, Job 22:8 .
Hertaald:
den arm
Dat is: het geweld en de last. Vergelijk en zie hierboven Job 22:8.
groten
Dat is, der machtigen en geweldigen.
Hertaald:
groten
Dat is: van de machtigen en gewelddadigen.
Maar
Elihu geeft reden waarom de verdrukten in hun nood niet geholpen worden.
Hertaald:
Maar
Elihu geeft de reden waarom de onderdrukten in hun nood niet geholpen worden.
niemand zegt
Te weten, dergenen, die onderdrukt worden. Hebreeuws, maar hij zegt niet.
Hertaald:
niemand zegt
Namelijk: van degenen die onderdrukt worden. Hebreeuws: maar hij zegt niet.
mijn Maker,
Hebreeuws, mijne Makers, in het getal van velen. Vergelijk Gen. 20:13 ; idem, zie boven, Job 32:22 .
Hertaald:
mijn Maker,
Hebreeuws: mijn Makers, in het meervoud. Vergelijk Gen. 20:13; eveneens zie hierboven Job 32:22.
die de psalmen geeft
Dat is, die in den nacht zelf, als men ligt om te rusten, den mensen door zijn weldaden oorzaak geeft van zingen. Vergelijk Ps. 42:9 .
Hertaald:
die de psalmen geeft
Dat is: Die zelfs 's nachts, als men gaat rusten, de mensen door Zijn weldaden aanleiding geeft tot zingen. Vergelijk Ps. 42:9.
Die ons geleerder
Dat is, die ons met rede, verstand en wijsheid begaaft boven de onredelijke dieren, zodat wij Hem recht behoren te kennen en in den nood te zoeken.
Hertaald:
Die ons geleerder
Dat is: Die ons met rede, verstand en wijsheid begiftigt, boven de redeloze dieren, zodat wij Hem naar behoren zouden moeten kennen en in de nood zoeken.
Daar
Te weten, in hun nood, als zij verdrukt worden.
Hertaald:
Daar
Namelijk: in hun nood, wanneer zij onderdrukt worden.
roepen zij;
Te weten, tot God.
Hertaald:
roepen zij;
Namelijk: tot God.
hoogmoed
Dat is, het trots geweld dergenen, van wie zij verdrukt worden. Hoewel hun roepen niet vergezelschapt was met godvruchtigheid, gelijk het volgende verklaart; zie ook boven, vs.9,10.
Hertaald:
hoogmoed
Dat is: het trotse geweld van hen door wie zij onderdrukt worden. Hoewel hun roepen niet gepaard ging met godsvrucht, zoals het vervolg verklaart; zie ook hierboven vers 9, 10.
ijdelheid
Dat is, de ijdele mensen, die ledig zijn van het rechte geloof en de ware godvruchtigheid. Alzo snoodheden voor snode mensen, Ps. 12:9 ; bedrog voor bedriegers, Spr. 12:24 ; valsheid voor valsaard, Spr. 17:4 ; begeerte voor begerige, Spr. 21:26 . Zie ook boven, Job 24:20 , en de aantekening op het woord onrecht.
Hertaald:
ijdelheid
Dat is: de ijdele mensen, die leeg zijn van het ware geloof en de ware godsvrucht. Zo ook slechtheden voor slechte mensen, Ps. 12:9; bedrog voor bedriegers, Spr. 12:24; valsheid voor valsaard, Spr. 17:4; begeerte voor begerige, Spr. 21:26. Zie ook hierboven Job 24:20, en de aantekening bij het woord onrecht.
Dat gij
Elihu keert zich tot Job, verhalende hetgeen hij gezegd had boven, Job 23:8-9 . De zin is: Zo God der ijdele mensen gebeden niet verhoort, Hij zal ook niet aanzien degenen, die voorgeven dat zij God niet zien en Hem niet vinden kunnen, als zij in hun nood door het gebed tot Hem vlieden.
Hertaald:
Dat gij
Elihu wendt zich tot Job en herhaalt wat hij hierboven, Job 23:8-9, gezegd had. De betekenis is: als God de gebeden van de ijdele mensen niet verhoort, zal Hij ook geen aandacht geven aan degenen die beweren dat zij God niet zien en Hem niet kunnen vinden, wanneer zij in hun nood door het gebed hun toevlucht tot Hem nemen.
daar is
Dat is, hoewel gij meent dat u ongelijk geschiedt, daar is nochtans oordeel en gerechtigheid bij God, om met een ieder te handelen naar behoren. Hierom, werp u vertrouwen op den Heere, en wacht op een zalige uitkomst; Ps. 37:5-7 , en Ps. 55:23 .
Hertaald:
daar is
Dat is: hoewel u meent dat u onrecht wordt aangedaan, toch is er bij God oordeel en gerechtigheid, om met ieder naar behoren te handelen. Werp daarom uw vertrouwen op de HEERE, en wacht op een gelukkige uitkomst; Ps. 37:5-7, en Ps. 55:23.
het niets is,
Dat is, een zeer geringe straf, ten aanzien van hetgeen Job verdiend had. Elihu dit sprekende, keert zich tot de omstanders.
Hertaald:
het niets is,
Dat is: een zeer geringe straf, gezien wat Job verdiend had. Terwijl Elihu dit zegt, wendt hij zich tot de omstanders.
Zijn toorn
Dat is, Gods toorn.
Hertaald:
Zijn toorn
Dat is: Gods toorn.
bezocht heeft,
Zie Gen. 21:1 .
Hertaald:
bezocht heeft,
Zie Gen. 21:1.
hem
Te weten, God. Sommigen zetten dit vs. aldus: Maar omdat zijn toorn [Job] niet bezocht had, en hij in groten overvloed dien niet gekend had, enz. Verstaande dit van Jobs voorgaanden voorspoedigen staat, en dat hij derhalve uit ongewoonte van tegenspoed ongeduldig gesproken had.
Hertaald:
hem
Namelijk: God. Sommigen vertalen dit vers zo: maar omdat zijn toorn [Job] niet bezocht had, en hij in grote overvloed die niet gekend had, enzovoort. Dit betrekken zij op de eerdere voorspoedige toestand van Job, en dat hij daarom, uit onbekendheid met tegenspoed, ongeduldig gesproken had.
in ijdelheid
Dat is, met onverstandigheid. Vergelijk boven, Job 27:12 .
Hertaald:
in ijdelheid
Dat is: met onverstand. Vergelijk hierboven Job 27:12. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Een oprecht en godvrezend man uit het land Uz, zeer rijk aan vee en kinderen. Op aanstoken van de satan liet God zijn bezit, zijn kinderen en tenslotte zijn eigen gezondheid treffen, om zijn oprechtheid op de proef te stellen; ondanks alles zondigde Job niet en bleef hij aan God vasthouden. Het boek dat zijn naam draagt beschrijft zijn lijden, de gesprekken met zijn drie vrienden over de reden van zijn lijden, Gods antwoord vanuit de storm, en zijn uiteindelijke herstel (Job 1-42). Zoon van Baracheël, de Buziet, uit het geslacht van Ram; de jongste van de aanwezigen, die uit eerbied voor de ouderdom van Job en zijn drie vrienden aanvankelijk zweeg. Toen de drie vrienden geen antwoord meer wisten te geven, sprak hij, vertoornd zowel op Job omdat deze zichzelf meer rechtvaardigde dan God, als op de drie vrienden omdat zij Job niet konden weerleggen; hij hield Job voor dat lijden ook een middel van Gods opvoeding kan zijn, en wees op Gods grootheid in de natuur, als voorbereiding op Gods eigen antwoord (Job 32-37). Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas Elihu vraagt of Job werkelijk meent dat zijn gerechtigheid groter is dan die van God (Job 35:2). Daarna zet hij twee dingen recht. Zondigt een mens, wat doet hij God daarmee aan; en is hij rechtvaardig, wat geeft hij Hem dan (Job 35:6-7)? Zijn goddeloosheid en zijn gerechtigheid raken in de eerste plaats andere mensen (Job 35:8). Vervolgens beschrijft hij de onderdrukten die roepen vanwege de arm van de groten (Job 35:9). En dan valt de zin die dit hoofdstuk draagt: niemand zegt: waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht (Job 35:10)? Hij maakt ons geleerder dan de beesten en wijzer dan de vogels (Job 35:11). Daar roepen zij wel, maar Hij antwoordt niet, vanwege de hoogmoed van de bozen (Job 35:12). Elihu besluit dat God geen ijdel roepen verhoort (Job 35:13), en dat Job in ijdelheid zijn mond geopend heeft (Job 35:16). Bijbelse betekenis: Twee dingen staan in dit hoofdstuk naast elkaar, en zij zijn ongelijk van gewicht. Het eerste is een strenge, ware gedachte: God wordt door onze zonde niet armer en door onze gehoorzaamheid niet rijker. Wie God dient om Hem iets te leveren, heeft Hem niet begrepen. Het tweede is de naam die Elihu God geeft, en die is van een heel andere toon. God is de Maker Die psalmen geeft in de nacht. Er staat niet dat Hij de nacht wegneemt, maar dat Hij er een lied in legt. Voor Job, die zijn harp tot een rouwklacht zag worden (Job 30:31), is dat een woord op maat. Elihu verwijt de onderdrukten dat zij wel roepen maar niet vragen naar hun Maker. Dat verwijt is streng, maar de naam die hij daarbij noemt is genadig. Wie in de nacht zit, mag deze ene regel meenemen, ook als hij de rest van Elihu's betoog laat staan. Typologie: De psalm belijdt hetzelfde in de ik-vorm: "des nachts zal Zijn lied bij mij zijn; het gebed tot den God mijns levens" (Ps. 42:9). En in de gevangenis te Filippi is het werkelijkheid geworden: "omtrent den middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen" (Hand. 16:25). Job 35:1-16; Job 30:31; Ps. 42:9; Hand. 16:25 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas God, mijn Maker, Die liederen geeft in de nacht Job 35:10 (Eng. vert. NIV) Overdag kan iedereen zingen. Het is eenvoudig om te zingen wanneer je bij daglicht… Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, Die psalmen geeft in de nacht? Job 35:10 Misschien is er geen muziek zo zoet als die welke uit de… Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht? Job 35:10 De duivel kan geen zingen verdragen.’ Dat is de waarheid. Hij houdt… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" God, Mijn Maker, die de psalmen geeft in de nacht. Job 35:10 Overdag kan iedereen zingen. Als de beker overvloeit, putten we… Een preek bestemd om te worden voorgelezen op 27 februari 1898. Uitgesproken door C.H. Spurgeon in Newpark Street Chapel, Southwark. Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker,… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Job 35
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Een lied voor de nacht
Het lied van de gelovige
Zing in periode van zorgen
Zingen in de nacht
Psalmen in de nacht


Job 35
Job 35:10.KruisverwijzingenPsalmen 42:8→Psalmen 149:5→Handelingen 16:25→Jesaja 51:13→Psalmen 77:6→Job 36:13→1 Petrus 4:19→Jesaja 54:5→
— Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht?
Elihu, die zeer verbijsterd was toen hij Job zo verdrukt zag, zocht om zich heen naar de oorzaak daarvan en trof wijselijk een van de meest waarschijnlijke redenen aan, al bleek zij in het geval van Job niet de juiste te zijn. Hij zei bij zichzelf: “Zeker, als mensen zwaar beproefd en verontrust worden, dan is het omdat zij, terwijl zij aan hun moeiten denken en zich over hun vrezen bekommeren, niet zeggen: Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in de nacht?”
De reden van Elihu is in de meeste gevallen juist. De grote oorzaak van de benauwdheid van een christen, de reden van de diepten van smart waarin veel gelovigen gedompeld worden, is eenvoudig deze: dat zij, terwijl zij om zich heen zien, rechts en links, hoe zij aan hun moeiten kunnen ontkomen, niet zeggen: “Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht?”
De zon schijnt bij dag, en mensen gaan uit tot hun arbeid. Maar zij worden vermoeid, en de nacht valt als een zoete gave uit de hemel. De duisternis sluit de gordijnen en sluit het licht buiten dat onze ogen van de slaap zou kunnen weerhouden. De zoete, stille rust van de nacht laat ons rusten op het bed van het gemak en een tijdlang onze zorgen vergeten, totdat de morgenzon verschijnt en een engel zijn hand op de gordijn legt, hem nog eens opent, onze oogleden aanraakt en ons gebiedt op te staan en tot de arbeid van de dag te gaan. De nacht is een van de grootste zegeningen die mensen genieten — wij hebben veel redenen om God ervoor te danken.
En toch is de nacht voor velen een duistere tijd. Wij hebben nachten van smart, nachten van vervolging, nachten van twijfel, nachten van verbijstering, nachten van verdrukking, nachten van angst, nachten van onwetendheid, nachten van allerlei soort die onze geest drukken en onze ziel verschrikken. Maar God zij geloofd, de christen kan zeggen: “Mijn God geeft mij psalmen in de nacht.” Het is niet natuurlijk in de moeite te zingen. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam is een daglicht-lied. Maar het was een goddelijk lied dat Habakuk zong toen hij in de nacht zei: Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal; zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils (Hab. 3:17-18).
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
V. Vs. 1-8.KruisverwijzingenJob 34:9→Job 22:2→Job 22:12→Spreuken 8:36→Romeinen 11:35→Jeremia 7:19→Lukas 17:10→Mattheüs 12:36→
— Elihu antwoordde verder, en zeide: Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods? Want gij hebt gezegd: Wat zou zij u baten? Wat meer voordeel zal ik daarmede doen, dan met mijn zonde? Ik zal u antwoord geven, en uw vrienden met u. Bemerk den hemel en zie; en aanschouw de bovenste wolken, zij zijn hoger dan gij. Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem? Indien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij Hem, of wat ontvangt Hij uit uw hand? Uw goddeloosheid zou zijn tegen een man, gelijk gij zijt, en uw gerechtigheid voor eens mensen kind.
Ziet gij daarin uw recht en uwe gerechtigheid, dat gij het vruchteloze van de godzaligheid der mensen beweert? Zie slechts op naar den hogen hemel, zo moet gij u immers overtuigen, dat de mens met zijne vroomheid en met zijne zonden niet God, maar slechts zich zelven bevoordelen of schaden kan.
Elihu wendt zich nu naar een tweede punt in Jobs aanval op Gods gerechtigheid en Zijne wereldregering; hij antwoordde verder, en zei:
Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijne gerechtigheid is meerder dan Gods. Bestaat daarin uwe vroomheid, dat gij deze lasterlijke redenen voortbrengt?
Deze bewering toch hebt gij met andere woorden uitgesproken; want gij hebt gezegd (Hoofdstuk 9: 22,29; 21: 7 vv.; 24: 1 vv.; vgl. 34: 9 zij, de gerechtigheid, u, uw persoon, baten? Wat meer voordeel zal ik daarmee, dat ik vroom ben, doen, dan met mijne zonde 1)? Ik toch vreesde den Heere en mij trof een lot, alsof ik een groot misdadiger ware geweest.
Wat Elihu Job hier verwijt, was niet woordelijk door Job uitgesproken, maar hij had het als het gevoelen der goddelozen voorgesteld. Echter uit wat hij in Hoofdstuk 9: 22-29 had gezegd, neemt Elihu aanleiding, om aldus tot hem te spreken, om hem tot boete te brengen, opdat hij zich niet met de goddelozen als op één lijn stelle. De vrienden (vs. 4) zijn hier niet, Elifaz en de anderen, maar de goddelozen. Beter vertaling is dan ook, medegenoten.
Ik zal u antwoord geven op die bewering en uwen vrienden met u 1), den goddelozen, met wie gij u door die redenen hebt gelijk gesteld (Hoofdstuk 34: 8,36), uwen geestverwanten.
Hij had iets te zeggen, hetwelk Job en al zijne vrienden, allen, die eveneens dachten, gelijk hij, in deze kon doen stilzwijgen, omdat God namelijk meer was dan een mens, een waarheid van grote nuttigheid, vooral om te doen zien, dat God aan niemand iets verplicht was. De grootste mensen kunnen schuldenaars van de geringsten zijn, maar daar is ene oneindige ongelijkheid tussen God en de mensen, en de Allerhoogste kan onmogelijk enig nut of voordeel van enig schepsel ontvangen. En daarom kan men niet onderstellen, dat Hij omtrent iemand iets verplicht zij. En zo hij door Zijne genaderijke inzichten en beloften ergens toe gehouden is, is Hij zulks eeuwiglijk aan Zijne trouw en waarheid en aan Zich zelven verplicht.
Bemerk 1) den hemel en zie op naar den verheven troon des Almachtigen; en aanschouw de bovenste wolken! zij zijn hoger dan gij.Welk een afstand tussen ons en dien troon! (Jes. 57: 15).
Elihu leidt Job op tot de hoogheid Gods, dat God verheven is boven al wat op de aarde plaats heeft. In dit en in de volgende verzen spreekt hij het uit, dat God voor Zich zelven geen nut heeft van het wandelen op Zijne wegen en de bozen niet behoeft te straffen, om Zichzelf te verdedigen tegenover de goddelozen. Hij is de Hoge en Verhevene, die daar troont boven lucht en wolken. Zijn eer en aanzien wordt er niet door verhoogd, als het nietig mensenkind Hem prijst. Zijn eer en aanzien wordt niet in het minst verduisterd als de goddelozen Hem de eer van Zijn Naam roven. Dit wil Elihu Job doen verstaan, opdat hij zwijge, opdat hij in de schuld valle, al zijn nietigheid erkenne tegenover zulk een hogen God.
Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? wat kwaads kunt gij daardoor dien verhevenen God aandoen? indien uwe overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem 1), den eeuwig zaligen God? wat schade is het voor Zijne volzaligheid? (Hand. 17: 15).
Laten wij derhalve wel weten, dat God ons niet wil straffen wegens onze zonde, uit eeuwigen nijd tegen ons, of, om Zich te wreken, zoals de mens doet, die beledigd is. De mens nu, wanneer hij beledigd is, wanneer hij smaad heeft verduurd, wanneer hem alles ontroofd is, zoekt naar redenen, waarom hij zich zou kunnen wreken. God, zeg ik, wordt niet door dergelijke overwegingen bewogen. Waarom dreigt Hij ons dan? Dewijl hij niet wil, dat wij verloren gaan, toont Hij de zorg, welke Hij voor ons heil koestert. Ondertussen, indien hij ons straft, openbaart Hij daarmee Zijne rechtvaardigheid.
a) Indien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij Hem, den Algenoegzame in Zich zelven, of wat voordeel ontvangt Hij, die alles bezit, uit uwe hand?
Job 22: 2. Psalm 16: 2. Rom. 11: 35.
Uwe goddeloosheid, indien gij goddeloos waart, zou zijn tegen uzelven en tegen enen man, gelijk gij zijt, maar God kunt gij er gene genade mede doen, en uwe gerechtigheid moet voor u, een mensenkind, ten zegen zijn. Dwaas is dus uwe bewering, dat het voor den mens gelijk is, of hij rechtvaardige is, dan of hij goddeloos is (vgl. Hoofdstuk 7: 20; 22: 2 vv.). In Hoofdstuk 7: 20 heeft Job ene dergelijke gedachte uitgesproken maar morrend en om zijne eigene zonde te verkleinen. Elifaz heeft er het besluit uit getrokken, dat ieder, die lijdt, om verborgene zware zonden gestraft wordt. Elihu neemt ditzelfde weer op, en toont aan, welk ene diepe waarheid, welk een grote troost er in gelegen is. (Si duo idem dicunt, non est idem).
9.
VI. Vs. 9-16.KruisverwijzingenExodus 2:23→Psalmen 42:8→Psalmen 149:5→Handelingen 16:25→Psalmen 94:12→Spreuken 15:29→Job 9:11→Job 38:2→
— Vanwege hun grootheid doen zij de onderdrukten roepen; zij schreeuwen vanwege den arm der groten. Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht? Die ons geleerder maakt dan de beesten der aarde, en ons wijzer maakt dan het gevogelte des hemels? Daar roepen zij; maar Hij antwoordt niet, vanwege den hoogmoed der bozen. Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen. Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem. Maar nu, dewijl het niets is, dat Zijn toorn Job bezocht heeft, en Hij hem niet zeer in overvloed doorkend heeft; Zo heeft Job in ijdelheid zijn mond geopend, en zonder wetenschap woorden vermenigvuldigd.
Dat echter vele arme verdrukten te vergeefs om redding roepen heeft daarin zijne oorzaak, dat zij wel over het onrecht klagen, maar niet ernstig naar God vragen, en met hartelijk gebed tot Hem smeken. Ook gij, Job, klaagt ten onrechte over het niet verhoord worden van uw gebed. Uwe zaak is den Heere wel bekend, en Hij zal u redden, zodra gij geduldig hem verbeidt. In plaats daarvan stapelt gij nutteloze redenen op elkaar.
Van waar is het dan, dat menigeen klaagt over onderdrukking? Van wege hun grootheid, van wege de grootheid der verdrukkingen doen zij de onderdrukten roepen 1); zij, de ellendigen, schreeuwen van wege den arm der groten. Ik betwijfel het niet, dat er veel ellende is ook van godvrezenden en veel geroep tot God;
Of, van wege de menigte der verdrukkingen roept men. Elihu erkent, dat er veel ellende heerst, dat de bozen en goddelozen veel onrecht plegen, dat er veel tranen worden vergoten van wege de macht der tirannen. Maar dat God niet verlost, is niet, omdat Hij een ledig toeschouwer is van de ellende, niet straffen wil, wie onrecht pleegt, maar het komt, dewijl de ellendigen zich niet wenden tot God, Hem erkennen als hun Schepper en Onderhouder en Bestuurder. Ook hier wordt het ons geleerd, dat God wel weet, welke onze behoeften en noden zijn, maar eveneens, dat Hij gevraagd wil zijn om vervulling er van. En eveneens, dat hij eist een verbroken en verslagen hart.
Maar Hij kan hen niet verhoren, want niemand verootmoedigt zich in waarheid voor Hem, en zegt: Waar is God, mijn Maker?Indien ik Hem slechts bezit, Zijne nabijheid geniet, dan is alle lijden niets, want Hij is het, die de psalmen geeft in den nacht, die ook te midden van diepe smart een vrolijk hart maakt, en lofliederen ter ere Zijns naams in den mond legt: Zijne genade alleen, Zijne nabijheid weegt tegen al het lijden op.
Wie bidt alzo tot Hem, die ons toch geleerder maakt dan de beesten der aarde, die tot Hem, den enigen Helper, roepen (Psalm 104: 21. (Joël 1: 20) en ons wijzer maakt dan het gevogelte des hemels 1), dat Hem aanroept (Psalm 147: 9)? Voor den mens, die een redelijk verstand ontvangen heeft, is het dan ene ontzettende zonde Hem niet te dienen en lief te hebben.
Elihu treft hier een vergelijking tussen den mens en het dier. Zowel de mens als het dier is door God geschapen, maar de mens met een redelijk verstand en een sprekende tong. Indien nu de jonge raven roepen tot den Heere, hun Schepper, indien nu het wild gedierte zijn stem verheft tot God, die het gemaakt heeft, hoeveel te meer is het dan van den mens te eisen, dat hij in zijne noden zich wendt tot Hem, die hem geschapen heeft. Maar helaas, dat is niet het bestaan van den natuurlijken mens, hij verwacht het niet van den Heere en zo hij nog roept, het is niet een gebed uit de diepte, maar een prevelen der lippen. En zulk een roepen wordt niet door God Almachtig verhoord.
Daar of, dan roepen zij, wier hart verre van God is, in den nood tot Hem a); maar Hij antwoordt niet, van wege den hoogmoed der bozen; de Almachtige hoort niet, omdat er geen verbroken hart is.
Job 27: 9. Spreuken 1: 28; 15: 29. Jes. 1: 15. Jer. 11: 11. Joh. 9: 31.
Gewis zal God de ijdelheid 1) niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen, in overweging nemen, Hij zal gene bede verhoren van hem, wiens hart zonder berouw en geloof is.
In het Hebr. ak-schaw. Beter: Slechts ledige schijn. De bedoeling is, dat God geen gebed verhoort, waaraan het wezen ontbreekt, wat slechts schijn is, ledige schijn. Het woord in den grondtekst geeft aan, iets, waaraan alle wezenlijkheid ontbreekt. Een waar gebed komt voort uit een gebroken hart, uit een hart, wat zichzelf als niets heeft leren achten en God zeer hoog. Een ijdel en schijngebed gaat geheel buiten het hart om; en daarom komt het niet tot de oren van dien Heilige en Rechtvaardige, voor en bij Wie alles werkelijkheid is.
Ook gij, o Job, klaagt dat gij niet verhoord wordt. Ik herinner mij, dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen, dat de Heere Zich niet aan u zou openbaren, hoe gij ook tot Hem riept. Er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht; uwe zaak, waarover gij meent, dat Hij zich niet bekommert, ligt voor Hem; wacht gij dan op Hem; wacht met geduld en vertrouwen en ootmoedig gebed; Hij toont eens, wie Zijne kinderen zijn.
Maar nu, dewijl het niets is, tot niets niet tot berouw en bekering geleid heeft, dat Hij in zijn toorn Job bezocht, gestraft, heeft 1), en Hij hem niet zeer in overvloed 2) doorkend heeft, God niet gekend heeft als degene, die hem ene verborgene zonde wilde leren kennen en bezocht;
Dit was de reden, waarom Job het einde zijner ellende niet zag, omdat hij niet derwijze op God vertrouwde. Daarom had nu deze bezoeking, die hij eerst met genoegen en bedaardheid ontving, als een blijk van Gods liefde, ten leste te veel bitterheid en ongenoegen in hem verkregen. En nu bezoekt God hem ook in Zijnen toorn, omdat hij zulke snode en verkeerde gedachten van Hem gemaakt had. Indien er enig mengsel van Gods toorn zich in onze ellenden vertoont, zo is zulks, omdat wij zelven ons, onder de verdrukkingen niet betamelijk gedragen met God twisten, ongeduldig zijn en Zijne Voorzienigheid wantrouwen. Dit was het geval met Job.
Schoon Job nu klaagde, dat hij zijne verlossing niet zag voortkomen, moest hij echter niet besluiten, dat God onrechtvaardig ware, en geen acht gave op de ondermaanse zaken; maar hij behoorde veel liever met geduld den tijd van des Heren oordeel af te wachten.
In het Hebr. Bafasch. Het woord komt slechts eenmaal voor. De Staten-Overzetters hebben de vertaling der Joodse geleerden gevolgd. Maar deze geeft hier geen zin. In verband met het stamverwant Arabisch betekent het, overmoed, trotsheid, zelfverheffing. En die betekenis moeten we hier hebben. Betere vertaling van het laatste gedeelte is dan ook: Zou Hij niet zeer goed weten de zelfverheffing. n.l. van Job? Elihu wil zeggen, dat, ofschoon de toorn van Job ongestraft is gebleven, God toch zijn zelfverheffing heeft gezien, als, zoals het volgende vers het uitdrukt, Job in ijdelheid ijdele dingen, die voor Gods rechtbank niet bestaan kunnen, heeft gesproken. Schultens leest dus: Nu echter, omdat het niet is, dat God het onrecht van Job bezoekt, en dat hij, al te opgeblazen, dit niet erkennen wil, daarom heeft hij zijn mond in ijdelheid opengedaan.
Zo heeft Job in ijdelheid zijnen mond geopend, als hij de rechtvaardigheid Gods berispte, en zonder wetenschap woorden vermenigvuldigd 1), daar hij noch zijn eigen hart, noch Gods grootheid en volmaaktheid begreep.
Hij veroordeelde hem niet, gelijk het andere drietal gedaan had, als een geveinsde, als een huichelaar, maar beschuldigde hem alleen met de zonde van Mozes, dat hij namelijk onbedachtelijk met zijne lippen gesproken had, wanneer zijn geest verbitterd was. En als wij te eniger tijd zo handelen. dan is het een gunst, dat men ons zulks onder het oog brengt, en dan moeten wij, evenals Job hier ter plaatse doet, zulks met een lijdzaamheid en vriendelijkheid verdragen en niet herhalen, maar weer intrekken, wat verkeerdelijk of kwalijk gezegd mocht wezen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel