Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Job 35

1 Elihu antwoordde verder, en zeide:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 ElihuH453 antwoorddeH6030 verder, en zeideH559: Elihu antwoordde verder, en zeide:

KJV Elihu2 spake1 moreover, and said,

1 וַיַּ֥עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 אֱלִיה֗וּ H453 Elihu Elihu 3 וַיֹּאמַֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 HoudtH2803 gij dat voor rechtH4941, dat gij gezegdH559 hebt: Mijn gerechtigheidH6664 is meerderH4480 dan GodsH410? Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods?

KJV Thinkest2 thou this to be right,3 that thou saidst,4 My righteousness5 is more than God's?

1 הֲ֭זֹאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 2 חָשַׁ֣בְתָּ H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 3 לְמִשְׁפָּ֑ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 4 אָ֝מַ֗רְתָּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 צִדְקִ֥י H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 6 מֵאֵֽל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want gij hebt gezegd: Wat zou zij u baten? Wat meer voordeel zal ik daarmede doen, dan met mijn zonde?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantH3588 gij hebt gezegdH559: WatH4100 zou zij u batenH5532? WatH4100 meer voordeelH3276 zal ik daarmede doen, dan met mijn zondeH2403? Want gij hebt gezegd: Wat zou zij u baten? Wat meer voordeel zal ik daarmede doen, dan met mijn zonde?

KJV For thou saidst,2 What advantage4 will it be unto thee? and, What profit7 shall I have, if I be cleansed from my sin?

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 תֹ֭אמַר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 יִּסְכָּן H5532 baten, gewend, voordelig acquaint (self), be advantage, [idiom] ever, (be, (un-)) profit(-able), treasurer, be wont 5 לָ֑ךְ 6 מָֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 7 אֹ֝עִ֗יל H3276 nut, voordeel, baat [idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able) 8 מֵֽחַטָּאתִֽי H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Ik zal u antwoord geven, en uw vrienden met u.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 IkH589 zal u antwoordH4405 geven, en uw vriendenH7453 metH5973 u. Ik zal u antwoord geven, en uw vrienden met u.

KJV I will answer2 thee, and thy companions

1 אֲ֭נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 אֲשִֽׁיבְךָ֣ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 מִלִּ֑ין H4405 woorden, redenen, rede [phrase] answer, by-word, matter, any thing (what) to say, to speak(-ing), speak, talking, word 4 וְֽאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 רֵעֶ֥יךָ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 6 עִמָּֽךְ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Bemerk den hemel en zie; en aanschouw de bovenste wolken, zij zijn hoger dan gij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 BemerkH5027 den hemelH8064 en zieH7200; en aanschouwH7789 de bovenste wolkenH7834, zij zijn hogerH1361 danH4480 gij. Bemerk den hemel en zie; en aanschouw de bovenste wolken, zij zijn hoger dan gij.

KJV Look1 unto the heavens,2 and see;3 and behold4 the clouds5 which are higher

1 הַבֵּ֣ט H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 2 שָׁמַ֣יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 3 וּרְאֵ֑ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 וְשׁ֥וּר H7789 aanschouwen, zien, aanschouw behold, lay wait, look, observe, perceive, regard, see 5 שְׁ֝חָקִ֗ים H7834 wolken, hemel, hemels cloud, small dust, heaven, sky 6 גָּבְה֥וּ H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 7 מִמֶּֽךָּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 IndienH518 gij zondigtH2398, watH4100 bedrijftH6466 gij tegen Hem? Indien uw overtredingenH6588 menigvuldigH7231 zijn, watH4100 doetH6213 gij Hem? Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?

KJV If thou sinnest,2 what doest4 thou against him? or if thy transgressions7 be multiplied,6 what doest

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 חָ֭טָאתָ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 3 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 תִּפְעָל H6466 werkers, gewrocht, werken commit, (evil-) do(-er), make(-r), ordain, work(-er) 5 בּ֑וֹ 6 וְרַבּ֥וּ H7231 vermenigvuldigd, vermenigvuldigen, vele increase, be many(-ifold), be more, multiply, ten thousands 7 פְ֝שָׁעֶ֗יךָ H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 8 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 9 תַּעֲשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 לּֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Indien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij Hem, of wat ontvangt Hij uit uw hand?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 IndienH518 gij rechtvaardigH6663 zijt, watH4100 geeftH5414 gij Hem, of watH4100 ontvangtH3947 Hij uit uw handH3027? Indien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij Hem, of wat ontvangt Hij uit uw hand?

KJV If thou be righteous,2 what givest4 thou him? or what receiveth9 he of thine hand?

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 צָ֭דַקְתָּ H6663 rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigen cleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness) 3 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 תִּתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 ל֑וֹ 6 א֥וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 7 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 מִיָּדְךָ֥ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 יִקָּֽח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Uw goddeloosheid zou zijn tegen een man, gelijk gij zijt, en uw gerechtigheid voor eens mensen kind.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Uw goddeloosheidH7562 zou zijn tegen een manH376, gelijk gij zijt, en uw gerechtigheidH6666 voor eens mensenH120 kindH1121. Uw goddeloosheid zou zijn tegen een man, gelijk gij zijt, en uw gerechtigheid voor eens mensen kind.

KJV Thy wickedness3 may hurt a man1 as thou art; and thy righteousness6 may profit the son4 of man.

1 לְאִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 כָּמ֥וֹךָ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 3 רִשְׁעֶ֑ךָ H7562 goddeloosheid, goddeloze, goddelooslijk iniquity, wicked(-ness) 4 וּלְבֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 אָ֝דָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 6 צִדְקָתֶֽךָ H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Vanwege hun grootheid doen zij de onderdrukten roepen; zij schreeuwen vanwege den arm der groten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Vanwege hun grootheidH7230 doen zij de onderdruktenH6217 roepenH2199; zij schreeuwenH7768 vanwege den armH2220 der groten. Vanwege hun grootheid doen zij de onderdrukten roepen; zij schreeuwen vanwege den arm der groten.

KJV By reason of the multitude1 of oppressions2 they make the oppressed to cry:3 they cry out4 by reason of the arm5 of the mighty.

1 מֵ֭רֹב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 2 עֲשׁוּקִ֣ים H6217 onderdrukkingen, onderdrukten, verdrukten oppressed(-ion). (Doubtful.) 3 יַזְעִ֑יקוּ H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 4 יְשַׁוְּע֖וּ H7768 riep, schreeuw, schreeuwen cry (aloud, out), shout 5 מִזְּר֣וֹעַ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 6 רַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Maar niemandH3808 zegtH559: Waar is GodH433, mijn MakerH6213, Die de psalmenH2158 geeftH5414 in den nachtH3915? Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht?

KJV But none saith,2 Where is God4 my maker,5 who giveth6 songs7 in the night;

1 וְֽלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 אָמַ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אַ֭יֵּה H335 waar?; hoe? how, what, whence, where, whether, which (way) 4 אֱל֣וֹהַּ H433 God, Gods, god God, god. See H430 (אֱלֹהִים) 5 עֹשָׂ֑י H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 נֹתֵ֖ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 זְמִר֣וֹת H2158 psalmen, gezangen psalm(-ist), singing, song 8 בַּלָּֽיְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Die ons geleerder maakt dan de beesten der aarde, en ons wijzer maakt dan het gevogelte des hemels?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Die ons geleerderH502 maakt dan de beestenH929 der aardeH776, en ons wijzer maaktH2449 dan het gevogelteH5775 des hemelsH8064? Die ons geleerder maakt dan de beesten der aarde, en ons wijzer maakt dan het gevogelte des hemels?

KJV Who teacheth1 us more than the beasts2 of the earth,3 and maketh us wiser6 than the fowls4 of heaven?

1 מַ֭לְּפֵנוּ H502 leert, geleerder, leren learn, teach, utter 2 מִבַּהֲמ֣וֹת H929 beesten, vee, beest beast, cattle 3 אָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 וּמֵע֖וֹף H5775 gevogelte, vogelen, vogel bird, that flieth, flying, fowl 5 הַשָּׁמַ֣יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 יְחַכְּמֵֽנוּ H2449 wijs, wijzer, ervaren [idiom] exceeding, teach wisdom, be (make self, shew self) wise, deal (never so) wisely, make wiser
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Daar roepen zij; maar Hij antwoordt niet, vanwege den hoogmoed der bozen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 DaarH8033 roepenH6817 zij; maar Hij antwoordtH6030 nietH3808, vanwegeH6440 den hoogmoedH1347 der bozenH7451. Daar roepen zij; maar Hij antwoordt niet, vanwege den hoogmoed der bozen.

KJV There they cry,2 but none giveth answer,4 because5 of the pride6 of evil men.

1 שָׁ֣ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 2 יִ֭צְעֲקוּ H6817 riep, riepen, roepen [idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together) 3 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יַעֲנֶ֑ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 5 מִ֝פְּנֵ֗י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 גְּא֣וֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 7 רָעִֽים H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 GewisselijkH389 zal GodH410 de ijdelheidH7723 nietH3808 verhorenH8085, en de AlmachtigeH7706 zal die nietH3808 aanschouwenH7789. Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen.

KJV Surely God5 will not hear4 vanity,2 neither will the Almighty6 regard

1 אַךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 2 שָׁ֭וְא H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 3 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יִשְׁמַ֥ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 אֵ֑ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 6 וְ֝שַׁדַּ֗י H7706 Almachtige, Almachtigen, almachtig Almighty 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יְשׁוּרֶֽנָּה H7789 aanschouwen, zien, aanschouw behold, lay wait, look, observe, perceive, regard, see
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 DatH3588 gij ook gezegdH559 hebt: Gij zult Hem nietH3808 aanschouwenH7789; er is nochtans gerichtH1779 voor Zijn aangezichtH6440, wachtH2342 gij dan op Hem. Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.

KJV Although1 thou sayest3 thou shalt not see5 him, yet judgment6 is before7 him; therefore trust

1 אַ֣ף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 2 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 תֹ֭אמַר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 תְשׁוּרֶ֑נּוּ H7789 aanschouwen, zien, aanschouw behold, lay wait, look, observe, perceive, regard, see 6 דִּ֥ין H1779 rechtzaak, gericht, rechtshandel cause, judgement, plea, strife 7 לְ֝פָנָ֗יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 וּתְח֥וֹלֵֽל H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 9 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar nu, dewijl het niets is, dat Zijn toorn Job bezocht heeft, en Hij hem niet zeer in overvloed doorkend heeft;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Maar nuH6258, dewijl het nietsH369 is, dat Zijn toornH639 Job bezochtH6485 heeft, en Hij hem nietH3808 zeerH3966 in overvloedH6580 doorkendH3045 heeft; Maar nu, dewijl het niets is, dat Zijn toorn Job bezocht heeft, en Hij hem niet zeer in overvloed doorkend heeft;

KJV But now, because it is not so, he hath visited4 in his anger;5 yet he knoweth7 it not in great9 extremity:

1 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 אַ֭יִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 4 פָּקַ֣ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 5 אַפּ֑וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 6 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יָדַ֖ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 8 בַּפַּ֣שׁ H6580 overvloed extremity 9 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zo heeft Job in ijdelheid zijn mond geopend, en zonder wetenschap woorden vermenigvuldigd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Zo heeft JobH347 in ijdelheidH1892 zijn mondH6310 geopendH6475, en zonder wetenschapH1847 woordenH4405 vermenigvuldigdH3527. Zo heeft Job in ijdelheid zijn mond geopend, en zonder wetenschap woorden vermenigvuldigd.

KJV Therefore doth Job1 open3 his mouth4 in vain;2 he multiplieth8 words7 without5 knowledge.

1 וְ֭אִיּוֹב H347 Job, Jobs Job 2 הֶ֣בֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 3 יִפְצֶה H6475 opengedaan, ontzet, opendeed deliver, gape, open, rid, utter 4 פִּ֑יהוּ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 5 בִּבְלִי H1097 iemand, alsof, onwetende corruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without 6 דַ֝֗עַת H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly) 7 מִלִּ֥ין H4405 woorden, redenen, rede [phrase] answer, by-word, matter, any thing (what) to say, to speak(-ing), speak, talking, word 8 יַכְבִּֽר H3527 vermenigvuldigd in abundance, multiply
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Job 35:2 Mattheüs 12:36 Job 16:17 Job 27:2 Job 40:8 Job 34:5 Job 19:6 Job 9:17 Job 10:7
Job 35:3 Job 34:9 Maleachi 3:14 Job 9:30 Job 10:15 Job 31:2 Job 21:15 Psalmen 73:13 Job 9:21
Job 35:4 Job 34:8 Spreuken 13:20
Job 35:5 Job 22:12 Jesaja 55:9 Nahum 1:3 Jesaja 40:22 Job 25:5 1 Koningen 8:27 Job 36:26 Genesis 15:5
Job 35:6 Spreuken 8:36 Jeremia 7:19 Spreuken 9:12
Job 35:7 Job 22:2 Spreuken 9:12 Romeinen 11:35 Lukas 17:10 Psalmen 16:2 1 Kronieken 29:14
Job 35:8 Prediker 9:18 Job 42:8 Psalmen 106:30 Genesis 18:24 Psalmen 106:23 Handelingen 27:24 Ezechiël 22:30 Jozua 7:1
Job 35:9 Exodus 2:23 Job 34:28 Psalmen 43:2 Job 24:12 Job 12:19 Exodus 3:7 Psalmen 12:5 Psalmen 56:1
Job 35:10 Psalmen 42:8 Psalmen 149:5 Handelingen 16:25 Jesaja 51:13 Psalmen 77:6 Job 36:13 1 Petrus 4:19 Jesaja 54:5
Job 35:11 Psalmen 94:12 Job 36:22 Genesis 1:26 Job 32:8 Genesis 2:7
Job 35:12 Spreuken 1:28 Johannes 9:31 Psalmen 123:3 Psalmen 18:41 Psalmen 73:6 Jesaja 14:14
Job 35:13 Spreuken 15:29 Jesaja 1:15 Jeremia 11:11 Jakobus 4:3 Mattheüs 20:21 Job 30:20 Spreuken 28:9 Mattheüs 6:7
Job 35:14 Job 9:11 Job 23:3 Jesaja 50:10 Micha 7:7 Psalmen 27:12 Job 19:7 Psalmen 97:2 Job 23:8
Job 35:15 Psalmen 89:32 Job 30:15 Job 13:15 Hebreeën 12:11 Job 9:14 Job 4:5 Numeri 20:12 Psalmen 88:11
Job 35:16 Job 38:2 Job 34:35 Job 3:1 Job 33:2 Job 33:8
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Job 35 vers 1

antwoordde verder, Zie boven, Job 34:1 .

Hertaald: antwoordde verder, Zie hierboven Job 34:1.

Job 35 vers 2

recht, Dat is, voor een goede en billijke zaak, die in het gericht verdedigd kan worden. Zie boven, de aantekening Job 34:4 .

Hertaald: recht, Dat is: voor een goede en billijke zaak, die in de rechtszaal verdedigd kan worden. Zie hierboven de aantekening bij Job 34:4.

Mijn gerechtigheid Dit had Job niet vormelijk zo gesproken, maar Elihu wil het uit zijn woorden besluiten, die hij daarom in vs.3 voortbrengt.

Hertaald: Mijn gerechtigheid Dit had Job niet letterlijk zo gezegd, maar Elihu wil het uit zijn woorden afleiden, die hij daarom in vers 3 aanhaalt.

Job 35 vers 3

hebt gezegd Vergelijk Job 9:20 , en Job 10:15 .

Hertaald: hebt gezegd Vergelijk Job 9:20, en Job 10:15.

zou Te weten, uw gerechtigheid.

Hertaald: zou Namelijk: uw gerechtigheid.

u baten? Namelijk, uw persoon, o Job.

Hertaald: u baten? Namelijk: uw persoon, o Job.

daarmede Dat is, met mijn gerechtigheid en vroomheid. Job had zulks geklaagd uit ongeduldigheid, omdat hij, vroom zijnde, schrikkelijk geplaagd en wredelijk veroordeeld werd.

Hertaald: daarmede Dat is: met mijn gerechtigheid en vroomheid. Job had zo geklaagd uit ongeduld, omdat hij, hoewel vroom, verschrikkelijk geplaagd en wreed veroordeeld werd.

Job 35 vers 4

u antwoord Te weten, met welke ik u wederleggen zal.

Hertaald: u antwoord Namelijk: waarmee ik u zal weerleggen.

uw vrienden Te weten, die tegen u gehandeld, doch u ten volle, niet beantwoord hebben. Evenwel, Elifaz had bijna hetzelfde, dat hier nu van Elihu voortgebracht wordt vs.6,7, tevoren gezegd, boven, Job 22:2-3 . Sommigen duiden het op degenen, die het met Job hielden . Vergelijk Job 18:2 .

Hertaald: uw vrienden Namelijk: die tegen u gehandeld hebben, maar u niet volledig beantwoord hebben. Toch had Elifaz al bijna hetzelfde, wat hier nu door Elihu in vers 6, 7 naar voren gebracht wordt, eerder gezegd, hierboven Job 22:2-3. Sommigen betrekken het op degenen die het met Job eens waren. Vergelijk Job 18:2.

Job 35 vers 5

bovenste wolken, Zie Deut. 33:26 .

Hertaald: bovenste wolken, Zie Deut. 33:26.

zijn hoger De zin is: Zijn de wolken hoger, hoeveel te meer God? Is God hoger, wat kunt gij Hem helpen met uw vroomheid, of schaden met uw zonde?

Hertaald: zijn hoger De betekenis is: als de wolken al hoger zijn, hoeveel te meer God? Als God hoger is, wat kunt u Hem helpen met uw vroomheid, of schaden met uw zonde?

Job 35 vers 6

wat bedrijft gij Te weten, waarmede gij Hem, dat is God, zoudt mogen beschadigen.

Hertaald: wat bedrijft gij Namelijk: waarmee u Hem, dat is God, zou kunnen beschadigen.

wat doet gij Hem? Te weten, wat kwaad, schande, of nadeel.

Hertaald: wat doet gij Hem? Namelijk: welk kwaad, schande, of nadeel.

Job 35 vers 7

Hem, Versta, niet met al; dat is, Hij heeft geen voordeel of baat van uw gerechtigheid. Vergelijk Ps. 16:2 , en Ps. 50:10-12 .

Hertaald: Hem, Versta hieronder: helemaal niets; dat is: Hij heeft geen voordeel of baat van uw gerechtigheid. Vergelijk Ps. 16:2, en Ps. 50:10-12.

Job 35 vers 8

tegen een man, Te weten, om hem te beschadigen.

Hertaald: tegen een man, Namelijk: om hem te schaden.

voor Te weten, om hem voordelig te zijn en enige weldaad te bewijzen.

Hertaald: voor Namelijk: om hem voordeel te bieden en enige weldaad te bewijzen.

mensen kind Zie 1 Kon. 8:39 .

Hertaald: mensen kind Zie 1 Kon. 8:39.

Job 35 vers 9

Vanwege Elihu schijnt hier te zien op de woorden van Job, boven, Job 24:12 , welke hij ten onrechte alzo zou duiden, alsof Job daarmede God van ongerechtigheid beschuldigd had. Want Job had God zijn eer gegeven, vs.12, en den verdrukten de schuld opgelegd, vs.13.

Hertaald: Vanwege Elihu lijkt hier te doelen op de woorden van Job, hierboven Job 24:12, die hij ten onrechte zo zou uitleggen, alsof Job daarmee God van ongerechtigheid beschuldigd had. Want Job had God de eer gegeven, vers 12, en de schuld bij de onderdrukten gelegd, vers 13.

grootheid Dat is, groot geweld.

Hertaald: grootheid Dat is: groot geweld.

zij de onderdrukten Te weten, de goddelozen.

Hertaald: zij de onderdrukten Namelijk: de goddelozen.

zij schreeuwen Te weten, de verdrukten.

Hertaald: zij schreeuwen Namelijk: de onderdrukten.

den arm Dat is, het geweld en den overlast. Vergelijk en zie boven, Job 22:8 .

Hertaald: den arm Dat is: het geweld en de last. Vergelijk en zie hierboven Job 22:8.

groten Dat is, der machtigen en geweldigen.

Hertaald: groten Dat is: van de machtigen en gewelddadigen.

Job 35 vers 10

Maar Elihu geeft reden waarom de verdrukten in hun nood niet geholpen worden.

Hertaald: Maar Elihu geeft de reden waarom de onderdrukten in hun nood niet geholpen worden.

niemand zegt Te weten, dergenen, die onderdrukt worden. Hebreeuws, maar hij zegt niet.

Hertaald: niemand zegt Namelijk: van degenen die onderdrukt worden. Hebreeuws: maar hij zegt niet.

mijn Maker, Hebreeuws, mijne Makers, in het getal van velen. Vergelijk Gen. 20:13 ; idem, zie boven, Job 32:22 .

Hertaald: mijn Maker, Hebreeuws: mijn Makers, in het meervoud. Vergelijk Gen. 20:13; eveneens zie hierboven Job 32:22.

die de psalmen geeft Dat is, die in den nacht zelf, als men ligt om te rusten, den mensen door zijn weldaden oorzaak geeft van zingen. Vergelijk Ps. 42:9 .

Hertaald: die de psalmen geeft Dat is: Die zelfs 's nachts, als men gaat rusten, de mensen door Zijn weldaden aanleiding geeft tot zingen. Vergelijk Ps. 42:9.

Job 35 vers 11

Die ons geleerder Dat is, die ons met rede, verstand en wijsheid begaaft boven de onredelijke dieren, zodat wij Hem recht behoren te kennen en in den nood te zoeken.

Hertaald: Die ons geleerder Dat is: Die ons met rede, verstand en wijsheid begiftigt, boven de redeloze dieren, zodat wij Hem naar behoren zouden moeten kennen en in de nood zoeken.

Job 35 vers 12

Daar Te weten, in hun nood, als zij verdrukt worden.

Hertaald: Daar Namelijk: in hun nood, wanneer zij onderdrukt worden.

roepen zij; Te weten, tot God.

Hertaald: roepen zij; Namelijk: tot God.

hoogmoed Dat is, het trots geweld dergenen, van wie zij verdrukt worden. Hoewel hun roepen niet vergezelschapt was met godvruchtigheid, gelijk het volgende verklaart; zie ook boven, vs.9,10.

Hertaald: hoogmoed Dat is: het trotse geweld van hen door wie zij onderdrukt worden. Hoewel hun roepen niet gepaard ging met godsvrucht, zoals het vervolg verklaart; zie ook hierboven vers 9, 10.

Job 35 vers 13

ijdelheid Dat is, de ijdele mensen, die ledig zijn van het rechte geloof en de ware godvruchtigheid. Alzo snoodheden voor snode mensen, Ps. 12:9 ; bedrog voor bedriegers, Spr. 12:24 ; valsheid voor valsaard, Spr. 17:4 ; begeerte voor begerige, Spr. 21:26 . Zie ook boven, Job 24:20 , en de aantekening op het woord onrecht.

Hertaald: ijdelheid Dat is: de ijdele mensen, die leeg zijn van het ware geloof en de ware godsvrucht. Zo ook slechtheden voor slechte mensen, Ps. 12:9; bedrog voor bedriegers, Spr. 12:24; valsheid voor valsaard, Spr. 17:4; begeerte voor begerige, Spr. 21:26. Zie ook hierboven Job 24:20, en de aantekening bij het woord onrecht.

Job 35 vers 14

Dat gij Elihu keert zich tot Job, verhalende hetgeen hij gezegd had boven, Job 23:8-9 . De zin is: Zo God der ijdele mensen gebeden niet verhoort, Hij zal ook niet aanzien degenen, die voorgeven dat zij God niet zien en Hem niet vinden kunnen, als zij in hun nood door het gebed tot Hem vlieden.

Hertaald: Dat gij Elihu wendt zich tot Job en herhaalt wat hij hierboven, Job 23:8-9, gezegd had. De betekenis is: als God de gebeden van de ijdele mensen niet verhoort, zal Hij ook geen aandacht geven aan degenen die beweren dat zij God niet zien en Hem niet kunnen vinden, wanneer zij in hun nood door het gebed hun toevlucht tot Hem nemen.

daar is Dat is, hoewel gij meent dat u ongelijk geschiedt, daar is nochtans oordeel en gerechtigheid bij God, om met een ieder te handelen naar behoren. Hierom, werp u vertrouwen op den Heere, en wacht op een zalige uitkomst; Ps. 37:5-7 , en Ps. 55:23 .

Hertaald: daar is Dat is: hoewel u meent dat u onrecht wordt aangedaan, toch is er bij God oordeel en gerechtigheid, om met ieder naar behoren te handelen. Werp daarom uw vertrouwen op de HEERE, en wacht op een gelukkige uitkomst; Ps. 37:5-7, en Ps. 55:23.

Job 35 vers 15

het niets is, Dat is, een zeer geringe straf, ten aanzien van hetgeen Job verdiend had. Elihu dit sprekende, keert zich tot de omstanders.

Hertaald: het niets is, Dat is: een zeer geringe straf, gezien wat Job verdiend had. Terwijl Elihu dit zegt, wendt hij zich tot de omstanders.

Zijn toorn Dat is, Gods toorn.

Hertaald: Zijn toorn Dat is: Gods toorn.

bezocht heeft, Zie Gen. 21:1 .

Hertaald: bezocht heeft, Zie Gen. 21:1.

hem Te weten, God. Sommigen zetten dit vs. aldus: Maar omdat zijn toorn [Job] niet bezocht had, en hij in groten overvloed dien niet gekend had, enz. Verstaande dit van Jobs voorgaanden voorspoedigen staat, en dat hij derhalve uit ongewoonte van tegenspoed ongeduldig gesproken had.

Hertaald: hem Namelijk: God. Sommigen vertalen dit vers zo: maar omdat zijn toorn [Job] niet bezocht had, en hij in grote overvloed die niet gekend had, enzovoort. Dit betrekken zij op de eerdere voorspoedige toestand van Job, en dat hij daarom, uit onbekendheid met tegenspoed, ongeduldig gesproken had.

Job 35 vers 16

in ijdelheid Dat is, met onverstandigheid. Vergelijk boven, Job 27:12 .

Hertaald: in ijdelheid Dat is: met onverstand. Vergelijk hierboven Job 27:12.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Job  — vervolgde, of: hij die terugkeert (tot God) (onzeker)

Een oprecht en godvrezend man uit het land Uz, zeer rijk aan vee en kinderen. Op aanstoken van de satan liet God zijn bezit, zijn kinderen en tenslotte zijn eigen gezondheid treffen, om zijn oprechtheid op de proef te stellen; ondanks alles zondigde Job niet en bleef hij aan God vasthouden. Het boek dat zijn naam draagt beschrijft zijn lijden, de gesprekken met zijn drie vrienden over de reden van zijn lijden, Gods antwoord vanuit de storm, en zijn uiteindelijke herstel (Job 1-42).

Elihu  — Hij (God) is mijn God

Zoon van Baracheël, de Buziet, uit het geslacht van Ram; de jongste van de aanwezigen, die uit eerbied voor de ouderdom van Job en zijn drie vrienden aanvankelijk zweeg. Toen de drie vrienden geen antwoord meer wisten te geven, sprak hij, vertoornd zowel op Job omdat deze zichzelf meer rechtvaardigde dan God, als op de drie vrienden omdat zij Job niet konden weerleggen; hij hield Job voor dat lijden ook een middel van Gods opvoeding kan zijn, en wees op Gods grootheid in de natuur, als voorbereiding op Gods eigen antwoord (Job 32-37).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De psalmen in den nacht  — midden in een strenge rede noemt Elihu God met een naam die niemand vergeet (Job 35:10)

Elihu vraagt of Job werkelijk meent dat zijn gerechtigheid groter is dan die van God (Job 35:2). Daarna zet hij twee dingen recht. Zondigt een mens, wat doet hij God daarmee aan; en is hij rechtvaardig, wat geeft hij Hem dan (Job 35:6-7)? Zijn goddeloosheid en zijn gerechtigheid raken in de eerste plaats andere mensen (Job 35:8). Vervolgens beschrijft hij de onderdrukten die roepen vanwege de arm van de groten (Job 35:9). En dan valt de zin die dit hoofdstuk draagt: niemand zegt: waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht (Job 35:10)? Hij maakt ons geleerder dan de beesten en wijzer dan de vogels (Job 35:11). Daar roepen zij wel, maar Hij antwoordt niet, vanwege de hoogmoed van de bozen (Job 35:12). Elihu besluit dat God geen ijdel roepen verhoort (Job 35:13), en dat Job in ijdelheid zijn mond geopend heeft (Job 35:16).

Bijbelse betekenis: Twee dingen staan in dit hoofdstuk naast elkaar, en zij zijn ongelijk van gewicht. Het eerste is een strenge, ware gedachte: God wordt door onze zonde niet armer en door onze gehoorzaamheid niet rijker. Wie God dient om Hem iets te leveren, heeft Hem niet begrepen. Het tweede is de naam die Elihu God geeft, en die is van een heel andere toon. God is de Maker Die psalmen geeft in de nacht. Er staat niet dat Hij de nacht wegneemt, maar dat Hij er een lied in legt. Voor Job, die zijn harp tot een rouwklacht zag worden (Job 30:31), is dat een woord op maat. Elihu verwijt de onderdrukten dat zij wel roepen maar niet vragen naar hun Maker. Dat verwijt is streng, maar de naam die hij daarbij noemt is genadig. Wie in de nacht zit, mag deze ene regel meenemen, ook als hij de rest van Elihu's betoog laat staan.

Typologie: De psalm belijdt hetzelfde in de ik-vorm: "des nachts zal Zijn lied bij mij zijn; het gebed tot den God mijns levens" (Ps. 42:9). En in de gevangenis te Filippi is het werkelijkheid geworden: "omtrent den middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen" (Hand. 16:25).

Job 35:1-16; Job 30:31; Ps. 42:9; Hand. 16:25

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Job 35

Job 35:10.KruisverwijzingenPsalmen 42:8Psalmen 149:5Handelingen 16:25Jesaja 51:13Psalmen 77:6Job 36:131 Petrus 4:19Jesaja 54:5
— Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht?
Elihu, die zeer verbijsterd was toen hij Job zo verdrukt zag, zocht om zich heen naar de oorzaak daarvan en trof wijselijk een van de meest waarschijnlijke redenen aan, al bleek zij in het geval van Job niet de juiste te zijn. Hij zei bij zichzelf: “Zeker, als mensen zwaar beproefd en verontrust worden, dan is het omdat zij, terwijl zij aan hun moeiten denken en zich over hun vrezen bekommeren, niet zeggen: Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in de nacht?”

De reden van Elihu is in de meeste gevallen juist. De grote oorzaak van de benauwdheid van een christen, de reden van de diepten van smart waarin veel gelovigen gedompeld worden, is eenvoudig deze: dat zij, terwijl zij om zich heen zien, rechts en links, hoe zij aan hun moeiten kunnen ontkomen, niet zeggen: “Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht?”

De zon schijnt bij dag, en mensen gaan uit tot hun arbeid. Maar zij worden vermoeid, en de nacht valt als een zoete gave uit de hemel. De duisternis sluit de gordijnen en sluit het licht buiten dat onze ogen van de slaap zou kunnen weerhouden. De zoete, stille rust van de nacht laat ons rusten op het bed van het gemak en een tijdlang onze zorgen vergeten, totdat de morgenzon verschijnt en een engel zijn hand op de gordijn legt, hem nog eens opent, onze oogleden aanraakt en ons gebiedt op te staan en tot de arbeid van de dag te gaan. De nacht is een van de grootste zegeningen die mensen genieten — wij hebben veel redenen om God ervoor te danken.

En toch is de nacht voor velen een duistere tijd. Wij hebben nachten van smart, nachten van vervolging, nachten van twijfel, nachten van verbijstering, nachten van verdrukking, nachten van angst, nachten van onwetendheid, nachten van allerlei soort die onze geest drukken en onze ziel verschrikken. Maar God zij geloofd, de christen kan zeggen: “Mijn God geeft mij psalmen in de nacht.” Het is niet natuurlijk in de moeite te zingen. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam is een daglicht-lied. Maar het was een goddelijk lied dat Habakuk zong toen hij in de nacht zei: Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal; zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils (Hab. 3:17-18).

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content