Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 66

1 Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: De hemelH8064 is Mijn troonH3678, en de aardeH776 is de voetbankH1916 Mijner voetenH7272; waar zou dat huisH1004 zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwenH1129, en waar is de plaatsH4725 Mijner rustH4496? Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust?

KJV Thus saith2 the LORD,3 The heaven4 is my throne,5 and the earth6 is my footstool:8 where is the house11 that ye build13 unto me? and where is the place17 of my rest?

1 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 הַשָּׁמַ֣יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 5 כִּסְאִ֔י H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 6 וְהָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 הֲדֹ֣ם H1916 voetbank (foot-) stool 8 רַגְלָ֑י H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 9 אֵי H335 waar?; hoe? how, what, whence, where, whether, which (way) 10 זֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 בַ֨יִת֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 תִּבְנוּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 14 לִ֔י 15 וְאֵי H335 waar?; hoe? how, what, whence, where, whether, which (way) 16 זֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 17 מָק֖וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 18 מְנוּחָתִֽי H4496 rust, gemakkelijk, geruste plaatsen comfortable, ease, quiet, rest(-ing place), still
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Want Mijn handH3027 heeft alH3605 deze dingen gemaaktH6213, en alH3605 deze dingen zijn geweest, spreektH5002 de HEEREH3068; maar op dezen zal Ik zienH5027, op den armeH6041 en verslageneH5223 van geestH7307, en die voor Mijn woordH1697 beeftH2730. Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.

KJV For all those things hath mine hand4 made,5 and all those things have been, saith9 the LORD:10 but to this man will I look,13 even to him that is poor15 and of a contrite16 spirit,17 and trembleth18 at my word.

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 אֵ֨לֶּה֙ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 4 יָדִ֣י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 עָשָׂ֔תָה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 וַיִּהְי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 אֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 9 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 10 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 זֶ֣ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 13 אַבִּ֔יט H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 עָנִי֙ H6041 ellendigen, ellendige, ellendig afflicted, humble, lowly, needy, poor 16 וּנְכֵה H5223 geslagen, verslagene contrite, lame 17 ר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 18 וְחָרֵ֖ד H2730 beeft, beefden, sidderende afraid, trembling 19 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 דְּבָרִֽי H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Wie een os slacht, slaat een man; wie een lam offert, breekt een hond den hals; wie spijsoffer offert, is als die zwijnenbloed offert; wie wierook brandt ten gedenkoffer, is als die een afgod zegent. Dezen verkiezen ook hun wegen, en hun ziel heeft lust aan hun verfoeiselen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Wie een osH7794 slachtH7819, slaatH5221 een manH376; wie een lamH7716 offertH2076, breektH6202 een hondH3611 den halsH6202; wie spijsofferH4503 offert, is als die zwijnenbloedH2386 offert; wie wierookH3828 brandtH2142 ten gedenkoffer, is als die een afgodH205 zegentH1288. Dezen verkiezenH977 ookH1571 hun wegenH1870, en hun zielH5315 heeft lustH2654 aan hun verfoeiselenH8251. Wie een os slacht, slaat een man; wie een lam offert, breekt een hond den hals; wie spijsoffer offert, is als die zwijnenbloed offert; wie wierook brandt ten gedenkoffer, is als die een afgod zegent. Dezen verkiezen ook hun wegen, en hun ziel heeft lust aan hun verfoeiselen.

Ook in dit vers offertH5927

KJV He that killeth1 an ox2 is as if he slew3 a man;4 he that sacrificeth5 a lamb,6 as if he cut off7 a dog's8 neck; he that offereth9 an oblation,10 as if he offered swine's12 blood;11 he that burneth13 incense,14 as if he blessed15 an idol.16 Yea, they have chosen19 their own ways,20 and their soul22 delighteth23 in their abominations.

1 שׁוֹחֵ֨ט H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 2 הַשּׁ֜וֹר H7794 os, ossen, osses bull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר)) 3 מַכֵּה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 4 אִ֗ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 זוֹבֵ֤חַ H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 6 הַשֶּׂה֙ H7716 klein vee, lam, schaap (lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה) 7 עֹ֣רֵֽף H6202 nek breken, breekt, doorhouwen that is beheaded, break down, break (cut off, strike off) neck 8 כֶּ֔לֶב H3611 honden, hond, honds dog 9 מַעֲלֵ֤ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 10 מִנְחָה֙ H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 11 דַּם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 12 חֲזִ֔יר H2386 zwijn, zwijnenvlees, varken boar, swine 13 מַזְכִּ֥יר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 14 לְבֹנָ֖ה H3828 wierook (frank-) incense 15 מְבָ֣רֵֽךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 16 אָ֑וֶן H205 ongerechtigheid, ijdelheid, ongerechtige affliction, evil, false, idol, iniquity, mischief, mourners(-ing), naught, sorrow, unjust, unrighteous, vain, vanity, wicked(-ness). Compare H369 (אַיִן) 17 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 18 הֵ֗מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 19 בָּֽחֲרוּ֙ H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 20 בְּדַרְכֵיהֶ֔ם H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 21 וּבְשִׁקּוּצֵיהֶ֖ם H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 22 נַפְשָׁ֥ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 23 חָפֵֽצָה H2654 lust, welbehagen, behaagt [idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Ik zal ook verkiezen het loon hunner handelingen, en hun vreze zal Ik over hen doen komen, omdat Ik geroepen heb, en niemand antwoordde, Ik gesproken heb, en zij niet hoorden, maar deden dat kwaad is in Mijn ogen, en verkoren hetgeen waartoe Ik geen lust had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 IkH589 zal ookH1571 verkiezenH977 het loon hunner handelingenH8586, en hun vrezeH4035 zal Ik over hen doen komenH935, omdat Ik geroepenH7121 heb, en niemandH369 antwoorddeH6030, Ik gesprokenH1696 heb, en zij niet hoordenH8085, maar dedenH6213 dat kwaadH7451 is in Mijn ogenH5869, en verkorenH977 hetgeenH834 waartoe Ik geen lustH2654 had. Ik zal ook verkiezen het loon hunner handelingen, en hun vreze zal Ik over hen doen komen, omdat Ik geroepen heb, en niemand antwoordde, Ik gesproken heb, en zij niet hoorden, maar deden dat kwaad is in Mijn ogen, en verkoren hetgeen waartoe Ik geen lust had.

KJV I also will choose3 their delusions,4 and will bring6 their fears5 upon them; because when I called,9 none did answer;11 when I spake,12 they did not hear:14 but they did15 evil16 before mine eyes,17 and chose21 that in which I delighted

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אֲנִ֞י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 אֶבְחַ֣ר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 4 בְּתַעֲלֻלֵיהֶ֗ם H8586 handelingen, kinderen babe, delusion 5 וּמְגֽוּרֹתָם֙ H4035 schuur, vreze, vrezen barn, fear 6 אָבִ֣יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 לָהֶ֔ם 8 יַ֤עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 9 קָרָ֨אתִי֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 10 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 עוֹנֶ֔ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 12 דִּבַּ֖רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 13 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 שָׁמֵ֑עוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 15 וַיַּעֲשׂ֤וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 הָרַע֙ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 17 בְּעֵינַ֔י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 18 וּבַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 19 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 חָפַ֖צְתִּי H2654 lust, welbehagen, behaagt [idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would 21 בָּחָֽרוּ H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Hoort des HEEREN woord, gij, die voor Zijn woord beeft! Uw broeders, die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil, zeggen: Dat de HEERE heerlijk worde! Doch Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 HoortH8085 des HEERENH3068 woordH1697, gij, die voor Zijn woordH1697 beeftH2730! Uw broedersH251, die u hatenH8130, die u verre afzonderenH5077, omH4616 Mijns NaamsH8034 wil, zeggenH559: Dat de HEEREH3068 heerlijkH3513 worde! Doch Hij zal verschijnenH7200 totH413 ulieder vreugdeH8057, zijH1992 daarentegen zullen beschaamdH954 worden. Hoort des HEEREN woord, gij, die voor Zijn woord beeft! Uw broeders, die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil, zeggen: Dat de HEERE heerlijk worde! Doch Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.

KJV Hear1 the word2 of the LORD,3 ye that tremble4 at his word;6 Your brethren8 that hated9 you, that cast you out10 for my name's12 sake, said,7 Let the LORD14 be glorified:13 but he shall appear15 to your joy,16 and they shall be ashamed.

1 שִׁמְעוּ֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 הַחֲרֵדִ֖ים H2730 beeft, beefden, sidderende afraid, trembling 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 דְּבָר֑וֹ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 אָמְרוּ֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 אֲחֵיכֶ֨ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 9 שֹׂנְאֵיכֶ֜ם H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 10 מְנַדֵּיכֶ֗ם H5077 verre afzonderen, verre stelt cast out, drive, put far away 11 לְמַ֤עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 12 שְׁמִי֙ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 13 יִכְבַּ֣ד H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 14 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 וְנִרְאֶ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 16 בְשִׂמְחַתְכֶ֖ם H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 17 וְהֵ֥ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 18 יֵבֹֽשׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Er zal een stem van een groot rumoer uit de stad zijn, een stem uit den tempel, de stem des HEEREN, Die Zijn vijanden de verdiensten vergeldt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Er zal een stemH6963 van een groot rumoerH7588 uit de stadH5892 zijn, een stemH6963 uit den tempelH1964, de stemH6963 des HEERENH3068, Die Zijn vijandenH341 de verdienstenH1576 vergeldtH7999. Er zal een stem van een groot rumoer uit de stad zijn, een stem uit den tempel, de stem des HEEREN, Die Zijn vijanden de verdiensten vergeldt.

KJV A voice1 of noise2 from the city,3 a voice4 from the temple,5 a voice6 of the LORD7 that rendereth8 recompence9 to his enemies.

1 ק֤וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 שָׁאוֹן֙ H7588 gedruis, bruisen, ruisen [idiom] horrible, noise, pomp, rushing, tumult ([idiom] -uous) 3 מֵעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 ק֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 5 מֵֽהֵיכָ֑ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 6 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 מְשַׁלֵּ֥ם H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 9 גְּמ֖וּל H1576 vergelding, verdienste, weldaad [phrase] as hast served, benefit, desert, deserving, that which he hath given, recompense, reward 10 לְאֹיְבָֽיו H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Eer zij barensnood had, heeft zij gebaard, eer haar smart overkwam, zo is zij van een knechtje verlost.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Eer zij barensnoodH2342 had, heeft zij gebaardH3205, eerH2962 haar smartH2256 overkwamH935, zo is zij van een knechtjeH2145 verlostH4422. Eer zij barensnood had, heeft zij gebaard, eer haar smart overkwam, zo is zij van een knechtje verlost.

KJV Before she travailed,2 she brought forth;3 before her pain6 came,5 she was delivered8 of a man child.

1 בְּטֶ֥רֶם H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 2 תָּחִ֖יל H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 3 יָלָ֑דָה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 4 בְּטֶ֨רֶם H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 5 יָב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 חֵ֛בֶל H2256 snoer, koorden, landstreek band, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling 7 לָ֖הּ 8 וְהִמְלִ֥יטָה H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 9 זָכָֽר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Wie heeft ooit zulks gehoord? Wie heeft dergelijks gezien? Zou een land kunnen geboren worden op een enigen dag? Zou een volk kunnen geboren worden op een enige reize? Maar Sion heeft weeen gekregen, en zij heeft haar zonen gebaard.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WieH4310 heeft ooit zulks gehoordH8085? WieH4310 heeft dergelijksH7200 gezien? Zou een landH776 kunnen geboren worden op een enigenH259 dagH3117? Zou een volkH1471 kunnen geboren worden op een enige reizeH6471? MaarH3588 SionH6726 heeft weeen gekregenH2342, en zij heeft haar zonenH1121 gebaardH3205. Wie heeft ooit zulks gehoord? Wie heeft dergelijks gezien? Zou een land kunnen geboren worden op een enigen dag? Zou een volk kunnen geboren worden op een enige reize? Maar Sion heeft weeen gekregen, en zij heeft haar zonen gebaard.

Ook in dit vers geborenH2342 geborenH3205

KJV Who hath heard2 such a thing? who hath seen5 such things? Shall the earth8 be made to bring forth7 in one10 day?9 or shall a nation13 be born12 at once?14 for as soon as18 Zion20 travailed,17 she brought forth19 her children.

1 מִֽי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 שָׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 כָּזֹ֗את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 4 מִ֤י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 5 רָאָה֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 כָּאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 הֲי֤וּחַל H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 8 אֶ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 12 יִוָּ֥לֵֽד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 13 גּ֖וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 14 פַּ֣עַם H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 15 אֶחָ֑ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 חָ֛לָה H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 18 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 19 יָלְדָ֥ה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 20 צִיּ֖וֹן H6726 Sion, Sions Zion 21 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 בָּנֶֽיהָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zou Ik de baarmoeder openbreken, en niet genereren? zegt de HEERE; zou Ik, Die genereer, voortaan toesluiten? zegt uw God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Zou IkH589 de baarmoederH7665 openbreken, en nietH3808 genererenH3205? zegtH559 de HEEREH3068; zou IkH589, Die genereerH3205, voortaan toesluitenH6113? zegtH559 uw GodH430. Zou Ik de baarmoeder openbreken, en niet genereren? zegt de HEERE; zou Ik, Die genereer, voortaan toesluiten? zegt uw God.

KJV Shall I bring to the birth,2 and not cause to bring forth?4 saith5 the LORD:6 shall I1 cause to bring forth,9 and shut10 the womb? saith11 thy God.

1 הַאֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 אַשְׁבִּ֛יר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 3 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 אוֹלִ֖יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 5 יֹאמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 אֲנִ֧י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 הַמּוֹלִ֛יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 10 וְעָצַ֖רְתִּי H6113 opgehouden, besloten, beslotene [idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self) 11 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 אֱלֹהָֽיִךְ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Verblijdt u met Jeruzalem, en verheugt u over haar, al haar liefhebbers! Weest vrolijk over haar met vreugde, gij allen, die over haar zijt treurig geweest!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 VerblijdtH8055 u metH854 JeruzalemH3389, en verheugtH1523 u over haar, alH3605 haar liefhebbersH157! Weest vrolijkH7797 over haar metH854 vreugdeH4885, gij allenH3605, die overH5921 haar zijt treurigH56 geweest! Verblijdt u met Jeruzalem, en verheugt u over haar, al haar liefhebbers! Weest vrolijk over haar met vreugde, gij allen, die over haar zijt treurig geweest!

KJV Rejoice1 ye with Jerusalem,3 and be glad4 with her, all ye that love7 her: rejoice8 for joy10 with her, all ye that mourn

1 שִׂמְח֧וּ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 2 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 3 יְרוּשָׁלִַ֛ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 4 וְגִ֥ילוּ H1523 verheugen, verheugt, verheuge be glad, joy, be joyful, rejoice 5 בָ֖הּ 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 אֹהֲבֶ֑יהָ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 8 שִׂ֤ישׂוּ H7797 vrolijk, verblijden, Wees vrolijk be glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice 9 אִתָּהּ֙ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 10 מָשׂ֔וֹשׂ H4885 vreugde, vrolijkheid, vrolijk joy, mirth, rejoice 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 הַמִּֽתְאַבְּלִ֖ים H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 13 עָלֶֽיהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Opdat gij moogt zuigen, en verzadigd worden van de borsten harer vertroostingen; opdat gij moogt uitzuigen, en u verlusten met den glans harer heerlijkheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 OpdatH4616 gij moogt zuigenH3243, en verzadigdH7646 worden van de borstenH7699 harer vertroostingenH8575; opdatH4616 gij moogt uitzuigenH4711, en u verlustenH6026 met den glansH2123 harer heerlijkheidH3519. Opdat gij moogt zuigen, en verzadigd worden van de borsten harer vertroostingen; opdat gij moogt uitzuigen, en u verlusten met den glans harer heerlijkheid.

KJV That ye may suck,2 and be satisfied3 with the breasts4 of her consolations;5 that ye may milk out,7 and be delighted8 with the abundance9 of her glory.

1 לְמַ֤עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 2 תִּֽינְקוּ֙ H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 3 וּשְׂבַעְתֶּ֔ם H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 4 מִשֹּׁ֖ד H7699 borsten, borst breast, pap, teat 5 תַּנְחֻמֶ֑יהָ H8575 vertroostingen comfort, consolation 6 לְמַ֧עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 7 תָּמֹ֛צּוּ H4711 uitzuigen milk 8 וְהִתְעַנַּגְתֶּ֖ם H6026 verlustigen, lustig, verlusten delicate(-ness), (have) delight (self), sport self 9 מִזִּ֥יז H2123 wild, glans abundance, wild beast 10 כְּבוֹדָֽהּ H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal den vrede over haar uitstrekken als een rivier, en de heerlijkheid der heidenen als een overlopende beek; dan zult gijlieden zuigen; gij zult op de zijden gedragen worden, en op de knieen zeer vriendelijk getroeteld worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 WantH3588 alzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: ZietH2005, Ik zal den vredeH7965 over haar uitstrekkenH5186 als een rivierH5104, en de heerlijkheidH3519 der heidenenH1471 als een overlopendeH7857 beekH5158; dan zult gijlieden zuigenH3243; gij zult opH5921 de zijdenH6654 gedragenH5375 worden, en opH5921 de knieenH1290 zeer vriendelijk getroeteldH8173 worden. Want alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal den vrede over haar uitstrekken als een rivier, en de heerlijkheid der heidenen als een overlopende beek; dan zult gijlieden zuigen; gij zult op de zijden gedragen worden, en op de knieen zeer vriendelijk getroeteld worden.

KJV For thus saith3 the LORD,4 Behold, I will extend6 peace9 to her like a river,8 and the glory12 of the Gentiles13 like a flowing11 stream:10 then shall ye suck,14 ye shall be borne17 upon her sides,16 and be dandled20 upon her knees.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 הִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 6 נֹטֶֽה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 7 אֵ֠לֶיהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 כְּנָהָ֨ר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 9 שָׁל֜וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 10 וּכְנַ֧חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 11 שׁוֹטֵ֛ף H7857 overstromen, gespoeld, overlopen drown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away) 12 כְּב֥וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 13 גּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 14 וִֽינַקְתֶּ֑ם H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 צַד֙ H6654 zijden (be-) side 17 תִּנָּשֵׂ֔אוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 18 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 בִּרְכַּ֖יִם H1290 knieen, knie knee 20 תְּשָׁעֳשָֽׁעוּ H8173 vermaken, roept, sluit cry (out) (by confusion with H7768 (שָׁוַע)), dandle, delight (self), play, shut
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Als een, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten; ja, gij zult te Jeruzalem getroost worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Als een, dienH834 zijn moederH517 troostH5162, alzoH3651 zal IkH595 u troostenH5162; ja, gij zult te JeruzalemH3389 getroostH5162 worden. Als een, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten; ja, gij zult te Jeruzalem getroost worden.

KJV As one1 whom his mother3 comforteth,4 so will I comfort7 you; and ye shall be comforted9 in Jerusalem.

1 כְּאִ֕ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 אִמּ֖וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 4 תְּנַחֲמֶ֑נּוּ H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 5 כֵּ֤ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 6 אָֽנֹכִי֙ H595 ik, mij I, me, [idiom] which 7 אֲנַ֣חֶמְכֶ֔ם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 8 וּבִירֽוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 תְּנֻחָֽמוּ H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En gij zult het zien, en uw hart zal vrolijk zijn, en uw beenderen zullen groenen als het tedere gras; dan zal de hand des HEEREN bekend worden aan Zijn knechten, en Hij zal Zijn vijanden gram worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En gij zult het zienH7200, en uw hartH3820 zal vrolijkH7797 zijn, en uw beenderenH6106 zullen groenenH6524 als het tedere grasH1877; dan zal de handH3027 des HEERENH3068 bekendH3045 worden aan Zijn knechtenH5650, en Hij zal Zijn vijandenH341 gramH2194 worden. En gij zult het zien, en uw hart zal vrolijk zijn, en uw beenderen zullen groenen als het tedere gras; dan zal de hand des HEEREN bekend worden aan Zijn knechten, en Hij zal Zijn vijanden gram worden.

KJV And when ye see1 this, your heart3 shall rejoice,2 and your bones4 shall flourish6 like an herb:5 and the hand8 of the LORD9 shall be known7 toward his servants,11 and his indignation12 toward his enemies.

1 וּרְאִיתֶם֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 וְשָׂ֣שׂ H7797 vrolijk, verblijden, Wees vrolijk be glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice 3 לִבְּכֶ֔ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 וְעַצְמוֹתֵיכֶ֖ם H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 5 כַּדֶּ֣שֶׁא H1877 grasscheutjes, grazige, tedere gras (tender) grass, green, (tender) herb 6 תִפְרַ֑חְנָה H6524 bloeien, groeien, groenen [idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up) 7 וְנוֹדְעָ֤ה H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 8 יַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 עֲבָדָ֔יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 12 וְזָעַ֖ם H2194 gram, vergramd, scheld abhor, abominable, (be) angry, defy, (have) indignation 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 אֹיְבָֽיו H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want ziet, de HEERE zal met vuur komen, en Zijn wagenen als een wervelwind; om met grimmigheid Zijn toorn hiertoe te wenden, en Zijn schelding met vuurvlammen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Want zietH2009, de HEEREH3068 zal met vuurH784 komenH935, en Zijn wagenenH4818 als een wervelwindH5492; om met grimmigheidH2534 Zijn toornH639 hiertoe te wendenH7725, en Zijn scheldingH1606 met vuurvlammenH3851. Want ziet, de HEERE zal met vuur komen, en Zijn wagenen als een wervelwind; om met grimmigheid Zijn toorn hiertoe te wenden, en Zijn schelding met vuurvlammen.

KJV For, behold, the LORD3 will come5 with fire,4 and with his chariots7 like a whirlwind,6 to render8 his anger10 with fury,9 and his rebuke11 with flames12 of fire.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 בָּאֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 5 יָב֔וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 וְכַסּוּפָ֖ה H5492 wervelwind, draaiwind, wervelwinden Red Sea, storm, tempest, whirlwind, Red sea 7 מַרְכְּבֹתָ֑יו H4818 wagen, wagenen, wagens chariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת) 8 לְהָשִׁ֤יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 בְּחֵמָה֙ H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 10 אַפּ֔וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 11 וְגַעֲרָת֖וֹ H1606 schelden, schelding, bestraffing rebuke(-ing), reproof 12 בְּלַהֲבֵי H3851 vlam, lemmer, vlammende blade, bright, flame, glittering 13 אֵֽשׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Want met vuur, en met Zijn zwaard zal de HEERE in het recht treden met alle vlees; en de verslagenen des HEEREN zullen vermenigvuldigd zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 WantH3588 met vuurH784, en met Zijn zwaardH2719 zal de HEEREH3068 in het recht tredenH8199 met alleH3605 vleesH1320; en de verslagenenH2491 des HEERENH3068 zullen vermenigvuldigdH7231 zijn. Want met vuur, en met Zijn zwaard zal de HEERE in het recht treden met alle vlees; en de verslagenen des HEEREN zullen vermenigvuldigd zijn.

KJV For by fire2 and by his sword5 will the LORD3 plead4 with all flesh:8 and the slain10 of the LORD11 shall be many.

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בָאֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 נִשְׁפָּ֔ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 5 וּבְחַרְבּ֖וֹ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 6 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 בָּשָׂ֑ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 9 וְרַבּ֖וּ H7231 vermenigvuldigd, vermenigvuldigen, vele increase, be many(-ifold), be more, multiply, ten thousands 10 חַֽלְלֵ֥י H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 11 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Die zichzelven heiligen, en zichzelven reinigen in de hoven, achter een in het midden derzelve, die zwijnenvlees eten, en verfoeisel, en muizen; te zamen zullen zij verteerd worden, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Die zichzelven heiligenH6942, en zichzelven reinigenH2891 in de hovenH1593, achterH310 eenH259 in het middenH8432 derzelve, die zwijnenvleesH2386 etenH398, en verfoeiselH8263, en muizenH5909; te zamenH3162 zullen zij verteerdH5486 worden, spreektH5002 de HEEREH3068. Die zichzelven heiligen, en zichzelven reinigen in de hoven, achter een in het midden derzelve, die zwijnenvlees eten, en verfoeisel, en muizen; te zamen zullen zij verteerd worden, spreekt de HEERE.

KJV They that sanctify1 themselves, and purify2 themselves in the gardens4 behind5 one6 tree in the midst,7 eating8 swine's10 flesh,9 and the abomination,11 and the mouse,12 shall be consumed14 together,13 saith15 the LORD.

1 הַמִּתְקַדְּשִׁ֨ים H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 2 וְהַמִּֽטַּהֲרִ֜ים H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַגַּנּ֗וֹת H1593 hoven, hof garden 5 אַחַ֤ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 6 אַחַת֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 7 בַּתָּ֔וֶךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 8 אֹֽכְלֵי֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 9 בְּשַׂ֣ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 10 הַחֲזִ֔יר H2386 zwijn, zwijnenvlees, varken boar, swine 11 וְהַשֶּׁ֖קֶץ H8263 verfoeisel, verfoeilijke abominable(-tion) 12 וְהָעַכְבָּ֑ר H5909 muizen, muis mouse 13 יַחְדָּ֥ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 14 יָסֻ֖פוּ H5486 wegrapen, einde nemen, nemen einde consume, have an end, perish, [idiom] be utterly 15 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Hun werken en hun gedachten! Het komt, dat Ik vergaderen zal alle heidenen en tongen, en zij zullen komen, en zij zullen Mijn heerlijkheid zien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Hun werkenH4639 en hun gedachtenH4284! Het komtH935, dat IkH595 vergaderenH6908 zal alleH3605 heidenenH1471 en tongenH3956, en zij zullen komenH935, en zij zullen Mijn heerlijkheidH3519 zienH7200. Hun werken en hun gedachten! Het komt, dat Ik vergaderen zal alle heidenen en tongen, en zij zullen komen, en zij zullen Mijn heerlijkheid zien.

KJV For I know their works2 and their thoughts:3 it shall come,4 that I will gather5 all nations8 and tongues;9 and they shall come,10 and see11 my glory.

1 וְאָנֹכִ֗י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 2 מַעֲשֵׂיהֶם֙ H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 3 וּמַחְשְׁבֹ֣תֵיהֶ֔ם H4284 gedachten, gedachte, vernuftigen arbeid cunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought 4 בָּאָ֕ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 לְקַבֵּ֥ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הַגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 וְהַלְּשֹׁנ֑וֹת H3956 tong, spraak, tongen [phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge 10 וּבָ֖אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 וְרָא֥וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 כְּבוֹדִֽי H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En Ik zal een tekenH226 aan hen zettenH7760, en uit hen, die het ontkomenH6412 zullen zijn, zal Ik zendenH7971 tot de heidenenH1471 naar TarsisH8659, PulH6322, en LudH3865, de boogschuttersH4900, naar TubalH8422 en JavanH3120, tot de verH7350 gelegen eilandenH339, dieH834 Mijn geruchtH8088 nietH3808 gehoordH8085, noch Mijn heerlijkheidH3519 gezienH7200 hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheidH3519 onder de heidenenH1471 verkondigenH5046. En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.

KJV And I will set1 a sign3 among them, and I will send4 those that escape6 of them unto the nations,8 to Tarshish,9 Pul,10 and Lud,11 that draw12 the bow,13 to Tubal,14 and Javan,15 to the isles16 afar off,17 that have not heard20 my fame,22 neither have seen24 my glory;26 and they shall declare27 my glory29 among the Gentiles.

1 וְשַׂמְתִּ֨י H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 בָהֶ֜ם 3 א֗וֹת H226 teken, tekenen mark, miracle, (en-) sign, token 4 וְשִׁלַּחְתִּ֣י H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 5 מֵהֶ֣ם 6 פְּ֠לֵיטִים H6412 ontkomen, ontkome, ontkomene (that have) escape(-d, -th), fugitive 7 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 הַגּוֹיִ֞ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 תַּרְשִׁ֨ישׁ H8659 Tarsis, Tharsis, Tharsisa Tarshish, Tharshish 10 פּ֥וּל H6322 Pul Pul 11 וְל֛וּד H3865 Lud, Lydiers Lud, Lydia 12 מֹ֥שְׁכֵי H4900 getrokken, trekken, trekt draw (along, out), continue, defer, extend, forbear, [idiom] give, handle, make (pro-, sound) long, [idiom] sow, scatter, stretch out 13 קֶ֖שֶׁת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 14 תֻּבַ֣ל H8422 Tubal Tubal 15 וְיָוָ֑ן H3120 Javan, Griekenland Javan 16 הָאִיִּ֣ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 17 הָרְחֹקִ֗ים H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 18 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 19 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 שָׁמְע֤וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 21 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 שִׁמְעִי֙ H8088 gerucht, tijding, gehoor bruit, fame, hear(-ing), loud, report, speech, tidings 23 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 24 רָא֣וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 25 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 26 כְּבוֹדִ֔י H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 27 וְהִגִּ֥ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 28 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 29 כְּבוֹדִ֖י H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 30 בַּגּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En zij zullen al uw broeders uit alle heidenen den HEERE ten spijsoffer brengen, op paarden, en op wagenen, en op rosbaren, en op muildieren, en op snelle lopers, naar Mijn heiligen berg toe, naar Jeruzalem, zegt de HEERE, gelijk als de kinderen Israels het spijsoffer in een rein vat brengen ten huize des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En zij zullen alH3605 uw broedersH251 uit alleH3605 heidenenH1471 den HEEREH3068 ten spijsofferH4503 brengenH935, op paardenH5483, en op wagenenH7393, en op rosbarenH6632, en op muildierenH6505, en op snelle lopersH3753, naar Mijn heiligenH6944 bergH2022 toe, naar JeruzalemH3389, zegtH559 de HEEREH3068, gelijk als de kinderenH1121 IsraelsH3478 het spijsofferH4503 in een reinH2889 vatH3627 brengenH935 ten huizeH1004 des HEERENH3068. En zij zullen al uw broeders uit alle heidenen den HEERE ten spijsoffer brengen, op paarden, en op wagenen, en op rosbaren, en op muildieren, en op snelle lopers, naar Mijn heiligen berg toe, naar Jeruzalem, zegt de HEERE, gelijk als de kinderen Israels het spijsoffer in een rein vat brengen ten huize des HEEREN.

KJV And they shall bring1 all your brethren4 for an offering7 unto the LORD8 out of all nations6 upon horses,9 and in chariots,10 and in litters,11 and upon mules,12 and upon swift beasts,13 to my holy16 mountain15 Jerusalem,17 saith18 the LORD,19 as the children22 of Israel23 bring21 an offering25 in a clean27 vessel26 into the house28 of the LORD.

1 וְהֵבִ֣יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 אֲחֵיכֶ֣ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הַגּוֹיִ֣ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 מִנְחָ֣ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 8 לַֽיהוָ֡ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 בַּסּוּסִ֡ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 10 וּ֠בָרֶכֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 11 וּבַצַּבִּ֨ים H6632 overdekte, rosbaren, schildpad covered, litter, tortoise 12 וּבַפְּרָדִ֜ים H6505 muildieren, muildier, muilezelen mule 13 וּבַכִּרְכָּר֗וֹת H3753 snelle lopers swift beast 14 עַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 הַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 16 קָדְשִׁ֛י H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 17 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 18 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 19 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 יָבִיאוּ֩ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 22 בְנֵ֨י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 23 יִשְׂרָאֵ֧ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 24 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 25 הַמִּנְחָ֛ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 26 בִּכְלִ֥י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 27 טָה֖וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 28 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 29 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En ook zal Ik uit dezelve enigen tot priesters en tot Levieten nemen, zegt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En ookH1571 zal Ik uit dezelve enigen tot priestersH3548 en tot LevietenH3881 nemenH3947, zegtH559 de HEEREH3068. En ook zal Ik uit dezelve enigen tot priesters en tot Levieten nemen, zegt de HEERE.

KJV And I will also take3 of them for priests4 and for Levites,5 saith6 the LORD.

1 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 מֵהֶ֥ם 3 אֶקַּ֛ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 לַכֹּהֲנִ֥ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 לַלְוִיִּ֖ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 6 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want gelijk als die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen staan, spreekt de HEERE, alzo zal ook ulieder zaad en ulieder naam staan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Want gelijk als die nieuweH2319 hemelH8064 en die nieuweH2319 aardeH776, dieH834 IkH589 makenH6213 zal, voor Mijn aangezichtH6440 zullen staanH5975, spreektH5002 de HEEREH3068, alzoH3651 zal ook ulieder zaadH2233 en ulieder naamH8034 staanH5975. Want gelijk als die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen staan, spreekt de HEERE, alzo zal ook ulieder zaad en ulieder naam staan.

KJV For as the new4 heavens3 and the new6 earth,5 which I will make,9 shall remain10 before11 me, saith12 the LORD,13 so shall your seed16 and your name17 remain.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כַאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 הַשָּׁמַ֣יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 4 הַ֠חֳדָשִׁים H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 5 וְהָאָ֨רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 הַחֲדָשָׁ֜ה H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 7 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 עֹשֶׂ֛ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 עֹמְדִ֥ים H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 11 לְפָנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 כֵּ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 15 יַעֲמֹ֥ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 16 זַרְעֲכֶ֖ם H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 17 וְשִׁמְכֶֽם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En het zal geschiedenH1767, dat van de ene nieuwe maanH2320 tot de andere, en van den enen sabbatH7676 tot den anderen, alleH3605 vleesH1320 komenH935 zal om aan te biddenH7812 voor Mijn aangezichtH6440, zegtH559 de HEEREH3068. En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.

KJV And it shall come to pass, that from2 one new moon3 to another,4 and from5 one sabbath6 to another,7 shall all flesh10 come8 to worship11 before12 me, saith13 the LORD.

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִֽדֵּי H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 3 חֹ֨דֶשׁ֙ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 4 בְּחָדְשׁ֔וֹ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 5 וּמִדֵּ֥י H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 6 שַׁבָּ֖ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 7 בְּשַׁבַּתּ֑וֹ H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 8 יָב֧וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 בָּשָׂ֛ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 11 לְהִשְׁתַּחֲוֺ֥ת H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 12 לְפָנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En zij zullen henen uitgaanH3318, en zij zullen de dode lichamenH6297 der liedenH582 zienH7200, die tegen Mij overtredenH6586 hebben; wantH3588 hun wormH8438 zal nietH3808 stervenH4191, en hun vuurH784 zal nietH3808 uitgeblustH3518 worden, en zijH1961 zullen allenH3605 vleesH1320 een afgrijzingH1860 wezen. En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen.

KJV And they shall go forth,1 and look2 upon the carcases3 of the men that have transgressed5 against me: for their worm8 shall not die,10 neither shall their fire11 be quenched;13 and they shall be an abhorring15 unto all flesh.

1 וְיָצְא֣וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 וְרָא֔וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 3 בְּפִגְרֵי֙ H6297 dode lichamen, lichamen, aas carcase, corpse, dead body 4 הָאֲנָשִׁ֔ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 הַפֹּשְׁעִ֖ים H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 6 בִּ֑י 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 תוֹלַעְתָּ֞ם H8438 scharlaken, worm, karmozijn crimson, scarlet, worm 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 תָמ֗וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 11 וְאִשָּׁם֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 12 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 תִכְבֶּ֔ה H3518 uitgeblust, uitblussen, blussen go (put) out, quench 14 וְהָי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 דֵרָא֖וֹן H1860 afgrijzing abhorring, contempt 16 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 בָּשָֽׂר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 66:1 Mattheüs 5:34 Handelingen 7:48 Handelingen 17:24 1 Koningen 8:27 Psalmen 11:4 Johannes 4:20 Psalmen 132:7 2 Kronieken 6:18
Jesaja 66:2 Psalmen 34:18 Jesaja 57:15 Mattheüs 5:3 Lukas 18:13 Psalmen 119:120 Jesaja 40:26 Ezra 9:4 Psalmen 51:17
Jesaja 66:3 Leviticus 2:2 Jesaja 65:12 Amos 5:21 Richteren 10:14 Jesaja 57:17 Spreuken 15:8 Jesaja 1:11 Jesaja 66:17
Jesaja 66:4 Jesaja 65:12 Jeremia 7:13 2 Koningen 21:2 Spreuken 1:24 2 Koningen 21:6 Spreuken 10:24 Spreuken 1:31 Jesaja 50:2
Jesaja 66:5 Psalmen 38:20 Mattheüs 5:10 Jesaja 66:2 Johannes 9:34 Jesaja 5:19 Johannes 15:18 Mattheüs 10:22 Hooglied 1:6
Jesaja 66:6 Jesaja 59:18 Amos 1:2 Jesaja 34:8 Joël 3:7 Jesaja 65:5
Jesaja 66:7 Jesaja 54:1 Openbaring 12:1 Galaten 4:26
Jesaja 66:8 Jesaja 64:4 Jesaja 49:20 Handelingen 21:20 Handelingen 2:41 Romeinen 15:18 1 Korinthe 2:9 Handelingen 4:4
Jesaja 66:9 Jesaja 37:3 Genesis 18:14
Jesaja 66:10 Psalmen 26:8 Deuteronomium 32:43 Psalmen 122:6 Jesaja 65:18 Psalmen 137:6 Jesaja 61:2 Romeinen 15:9 Ezechiël 9:4
Jesaja 66:11 Jesaja 60:16 Joël 3:18 1 Petrus 2:2 Psalmen 36:8 Jesaja 60:5
Jesaja 66:12 Jesaja 48:18 Jesaja 60:16 Jesaja 66:19 Jesaja 60:4 Jesaja 54:3 Jesaja 61:6 Jesaja 49:19 Jesaja 66:11
Jesaja 66:13 Jesaja 51:3 1 Thessalonicenzen 2:7 Jesaja 66:10 Psalmen 137:6 Jesaja 65:18 Jesaja 40:1 2 Korinthe 1:4
Jesaja 66:14 Ezra 8:31 Zacharia 10:7 Ezra 7:9 Jesaja 65:12 Spreuken 3:8 Ezra 8:22 Spreuken 17:22 Hosea 14:4
Jesaja 66:15 Jesaja 30:33 Psalmen 68:17 2 Thessalonicenzen 1:6 Psalmen 50:3 Daniël 11:40 Jesaja 30:27 Jeremia 4:3 Amos 7:4
Jesaja 66:16 Jesaja 27:1 Ezechiël 38:21 Openbaring 19:11 Jesaja 30:30 Jesaja 34:5 Ezechiël 39:2
Jesaja 66:17 Jesaja 65:3 Jesaja 1:28 Deuteronomium 14:3 Leviticus 11:2
Jesaja 66:18 Deuteronomium 31:21 Jesaja 2:2 1 Korinthe 3:20 Psalmen 86:9 Psalmen 72:11 Ezechiël 38:10 Johannes 17:24 Job 42:2
Jesaja 66:19 Jesaja 52:15 Ezechiël 27:10 Romeinen 15:21 Jesaja 62:10 Jesaja 55:5 Jesaja 11:10 Ezechiël 30:5 1 Kronieken 16:24
Jesaja 66:20 Jesaja 65:25 Romeinen 15:16 Jesaja 65:11 Jesaja 56:7 Jesaja 60:3 Jesaja 43:6 Jesaja 11:9 Romeinen 12:1
Jesaja 66:21 Jesaja 61:6 1 Petrus 2:9 Exodus 19:6 1 Petrus 2:5 Openbaring 1:6 Openbaring 20:6 Openbaring 5:10 Jeremia 13:18
Jesaja 66:22 Jesaja 65:17 Openbaring 21:1 Johannes 10:27 1 Petrus 1:4 2 Petrus 3:13 Hebreeën 12:26 Mattheüs 28:20
Jesaja 66:23 Ezechiël 46:1 Psalmen 86:9 Ezechiël 46:6 Zacharia 14:16 Jesaja 1:13 2 Koningen 4:23 Zacharia 8:20 Maleachi 1:11
Jesaja 66:24 Jesaja 14:11 Mattheüs 3:12 Markus 9:43 Daniël 12:2 Openbaring 14:10 Psalmen 58:10 Zacharia 14:18 Zacharia 14:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 66 vers 1

De hemel Zie de aantekening 1 Kon. 8:27 ; 2 Kron. 6:18 ; Hand. 7:48-49 , en Hand. 17:24 .

Hertaald: De hemel Zie de aantekening bij 1 Kon. 8:27 en 2 Kron. 6:18, en Hand. 7:48-49 en Hand. 17:24.

waar zou dat huis zijn, Alsof hij zeide: Gij moet niet menen dat Ik in een tempel kan besloten worden. Vele Joden te dien tijde meenden dat zij genoeg deden als zij God in den tempel, aan welken zij Hem voornamelijk hielden verbonden, dienden met den uiterlijken godsdienst van Hem bevolen, al leefden zij niet naar al zijne geboden, maar hun leven goddelooslijk aanstelden. Doch deze bestraffing van den uiterlijken godsdienst der Joden moet men alzo verstaan, dat daaronder mede geprofeteerd is van de afschaffing der ceremoniën van het Oude Testament.

Hertaald: waar zou dat huis zijn, Alsof hij zei: u moet niet menen dat Ik in een tempel opgesloten kan worden. Veel Joden in die tijd meenden dat zij genoeg deden wanneer zij God in de tempel dienden met de uiterlijke godsdienst die Hij bevolen had; aan die tempel achtten zij Hem vooral gebonden. Ondertussen leefden zij niet naar al Zijn geboden, maar richtten zij hun leven goddeloos in. Maar deze bestraffing van de uiterlijke godsdienst van de Joden moet men zo verstaan dat daaronder tegelijk geprofeteerd is over de afschaffing van de ceremoniën van het Oude Testament.

waar is de plaats Of, welke is de plaats mijner rust; gelijk Hand. 7:49 . De tabernakel en de tempel worden genoemd de rust des Heeren, 1 Kron. 28:2 ; 2 Kron. 6:41 , en Ps. 132:8 . Zie de aantekening aldaar. Maar van het nieuwe of hemelse Jeruzalem wordt er gezegd, Openb. 21:22 :Ik zag een tempel daarin, want de Heere de almachtige God is hun tempel, en het Lam, en nu is de tijd, dat de waarachtige aanbidders den Vader zullen aanbidden in den geest en in der waarheid aan geen plaats gebonden zijnde; Joh. 4:21 , Joh. 4:23 .

Hertaald: waar is de plaats Of: welke is de plaats van Mijn rust, zoals in Hand. 7:49. De tabernakel en de tempel worden de rust van de HEERE genoemd, 1 Kron. 28:2, 2 Kron. 6:41 en Ps. 132:8. Zie de aantekening daarbij. Maar over het nieuwe of hemelse Jeruzalem wordt in Openb. 21:22 gezegd: ik zag geen tempel daarin, want de Heere, de almachtige God, is hun tempel, en het Lam. En nu is de tijd dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, zonder aan een plaats gebonden te zijn; Joh. 4:21 en Joh. 4:23.

Jesaja 66 vers 2

Want Mijn Dit wordt Hand. 7:50 vragenderwijze gesteld: Heeft niet mijne hand dit alles gemaakt?

Hertaald: Want Mijn Dit wordt in Hand. 7:50 als vraag gesteld: heeft Mijn hand niet dit alles gemaakt?

hand Dat is, macht.

Hertaald: hand Dat is: macht.

en al deze dingen Of, alzo, dies, daaRom.

Hertaald: en al deze dingen Of: zo, daarom.

zijn geweest, Dat is, bestaan, te weten door mijne kracht. Zie Job 41:2 , en Ps. 119:91 , of zijn, is te zeggen blijven; gelijk Ex. 24:12 ; Ruth 1:2 ; Ps. 64:8 ; Dan. 1:21 . Zie Ps. 37:18 .

Hertaald: zijn geweest, Dat is: bestaan, namelijk door Mijn kracht. Zie Job 41:2 en Ps. 119:91. Of: zijn, dat wil zeggen: blijven, zoals in Ex. 24:12, Ruth 1:2, Ps. 64:8 en Dan. 1:21. Zie Ps. 37:18.

maar op dezen Of, maar wien zal Ik aanschouwen? dat is, wien zal Ik genadig zijn? dat is, mijne gunst en hulp laten genieten?

Hertaald: maar op dezen Of: maar wie zal Ik aanzien? Dat is: wie zal Ik genadig zijn, dat is: Mijn gunst en hulp laten genieten?

arme En die zijne armoede bekent, namelijk zijn geestelijke armoede, dat is de ontbering van gerechtigheid.

Hertaald: arme En die zijn armoede erkent, namelijk zijn geestelijke armoede, dat is: het ontbreken van gerechtigheid.

verslagene Vanwege het gevoelen of de kennis zijner zonden. Zie Ps. 34:19 , en Ps. 35:15 , en Ps. 51:19 , en Jes. 57:15 , Jes. 57:18 . Vergelijk Matt. 5:3 , en 1 Petr. 3:4 .

Hertaald: verslagene Vanwege het gevoel of de kennis van zijn zonden. Zie Ps. 34:19, Ps. 35:15, Ps. 51:19 en Jes. 57:15 en Jes. 57:18. Vergelijk Matth. 5:3 en 1 Petr. 3:4.

die voor Mijn woord beeft Dat is, die mijne majesteit en hoogheid in zulke achting heeft, dat hij vreest en beeft voor mijne geboden, dezelve met kinderlijke vrees en eerbieding ontvangende en zich onderwerpende. Vergelijk Ezra 9:4 , en Ezra 10:3 , onder vs.5; Hos. 11:10-11 . Zie ook Ex. 19:16 ; Job 37:1 .

Hertaald: die voor Mijn woord beeft Dat is: wie Mijn majesteit en hoogheid zozeer acht dat hij vreest en beeft voor Mijn geboden, die met kinderlijke vrees en eerbied ontvangt en zich eraan onderwerpt. Vergelijk Ezra 9:4 en Ezra 10:3, en hieronder vers 5, en Hos. 11:10-11. Zie ook Ex. 19:16 en Job 37:1.

Jesaja 66 vers 3

slacht, Hebreeuws, keelt; te weten ter offerande, te weten zonder erkentenis zijner zonden en zonder geloof. Of, ook die het uiterlijk doet ten tijde van het Nieuwe Testament. Zie Jes. 1:11 ; Hebr. 10:1 , Hebr. 10:4 , Hebr. 10:11 .

Hertaald: slacht, Hebreeuws: keelt, namelijk ter offerande, en wel zonder erkenning van zijn zonden en zonder geloof. Of ook: wie dat uiterlijk doet in de tijd van het Nieuwe Testament. Zie Jes. 1:11 en Hebr. 10:1, Hebr. 10:4 en Hebr. 10:11.

slaat een man; Of, verslaat; dat is doodt enen man. De zin is: Dat is mij zo onaangenaam, ja men vertoornt er mij zozeer mede, alsof hij een man versloeg.

Hertaald: slaat een man; Of: verslaat — dat is: doodt een man. De betekenis is: dat is Mij zo onaangenaam, ja men vertoornt Mij daarmee zozeer, alsof hij een man doodsloeg.

breekt Dat is, hij is als een, die een hond den hals breekt, of onthalst, of den nek afsnijdt; te weten om mij dien te offeren, gelijk Deut. 21:4 . En versta hier onder den naam van hond alle onreine dieren, die te offeren in de wet verboden waren.

Hertaald: breekt Dat is: hij is als iemand die een hond de nek breekt of onthalst, namelijk om Mij die te offeren, zoals in Deut. 21:4. Versta hier onder de naam hond alle onreine dieren, die volgens de wet niet geofferd mochten worden.

zwijnenbloed Zie Lev. 11:7-8 , Lev. 11:26 ; Deut. 14:8 ; alwaar niet alleen verboden wordt zwijnenvlees te eten, maar de Joden mochten het niet aanroeren zonder zich te onreinigen.

Hertaald: zwijnenbloed Zie Lev. 11:7-8 en Lev. 11:26, en Deut. 14:8, waar niet alleen verboden wordt zwijnenvlees te eten, maar waar de Joden het ook niet mochten aanraken zonder zich te verontreinigen.

wierook brandt Te weten ter gedachtenis. Zie de aantekening Lev. 2:2 . Hebreeuws, die ene gedachtenis van wierook of reukwerk maakt.

Hertaald: wierook brandt Namelijk: ter gedachtenis. Zie de aantekening bij Lev. 2:2. Hebreeuws: die een gedachtenis van wierook of reukwerk maakt.

een afgod Zie van het Hebreeuwse woord 1 Sam. 15:23 .

Hertaald: een afgod Over het Hebreeuwse woord, zie 1 Sam. 15:23.

zegent Of looft; dat is dankt, alsof hij een ware god ware.

Hertaald: zegent Of: looft — dat is: dankt, alsof het een ware god was.

Dezen verkiezen De zin is: Zij treden niet op de wegen, die Ik hun heb voorgeschreven, maar zij verkiezen zichzelven wegen, dat is wijzen en manieren van godsdienst, of hun boze lusten en kwade begeerlijkheden.

Hertaald: Dezen verkiezen De betekenis is: zij gaan niet op de wegen die Ik hun voorgeschreven heb, maar zij kiezen voor zichzelf wegen, dat is: wijzen en manieren van godsdienst, of hun boze lusten en kwade begeerten.

aan hun verfoeiselen Dat is, aan hun afgoderijen en ceremoniën, die mij een gruwel zijn. Zie 2 Kron. 15:8 ; Ezech. 20:7 , met de aantekening.

Hertaald: aan hun verfoeiselen Dat is: aan hun afgoderijen en ceremoniën, die Mij een gruwel zijn. Zie 2 Kron. 15:8 en Ezech. 20:7, met de aantekening.

Jesaja 66 vers 4

Ik zal ook Alsof God zeide: Hebben zij hunne wegen gekozen en ingegaan, Ik zal ook kiezen wat Ik doen zal.

Hertaald: Ik zal ook Alsof God zei: hebben zij hun eigen wegen gekozen en zijn zij die ingegaan, dan zal Ik ook kiezen wat Ik doen zal.

het loon Anders: Ik zal ook hunne veranderlijkheden kiezen; dat is, Ik zal hen ook straffen vanwege hunne huichelarij, en zal hen hier en daar doen draven en in de gevangenis doen gaan. Anders, om hunner bespottingen wil; dat is, Ik zal hunne boosheid en huichelarij ontdekken, met welke zij mij de ogen menen te verblinden.

Hertaald: het loon Anders: Ik zal ook hun grillen kiezen — dat is: Ik zal hen ook straffen vanwege hun huichelarij, en Ik zal hen heen en weer laten draven en in de gevangenis doen gaan. Anders: vanwege hun bespottingen — dat is: Ik zal hun boosheid en huichelarij ontdekken, waarmee zij menen Mij de ogen te verblinden.

hun vreze Te weten de macht der Chaldeën en andere vijanden, waar zij voor vrezen. Zie Job 39:25 .

Hertaald: hun vreze Namelijk: de macht van de Chaldeeën en andere vijanden, waarvoor zij vrezen. Zie Job 39:25.

Ik geroepen heb, Zie Spr. 1:24 ; Jes. 50:2 , en Jes. 56:12 ; Jer. 7:13 .

Hertaald: Ik geroepen heb, Zie Spr. 1:24, Jes. 50:2 en Jes. 56:12, en Jer. 7:13.

Jesaja 66 vers 5

Hoort des HEEREN woord, Hier spreekt nu God, of de profeet, de godzalige Israëlieten aan, die ten tijde der profeten geweest zijn, en die daarna ten tijde van Christus in Hem zouden geloven, en derhalve van hunne broeders naar het vlees zouden gehaat en vervolgd worden.

Hertaald: Hoort des HEEREN woord, Hier spreekt God, of de profeet, de godzalige Isra«lieten aan, die in de tijd van de profeten geleefd hebben en die daarna in de tijd van Christus in Hem zouden geloven en daarom door hun broeders naar het vlees gehaat en vervolgd zouden worden.

Uw broeders, Te weten valse broeder, huichelaars.

Hertaald: Uw broeders, Namelijk: valse broeders, huichelaars.

afzonderen, Of, afscheiden, afkerig van u zijn, u onwaardig van hun gezelschap achtende. Zie Jes. 65:5 .

Hertaald: afzonderen, Of: afscheiden, afkerig van u zijn en u hun gezelschap onwaardig achten. Zie Jes. 65:5.

om Mijns Naams wil, Dat is, omdat gijlieden de ware religie belijdt, die Ik ulieden te onderhouden gegeven heb ter ere van mijnen naam.

Hertaald: om Mijns Naams wil, Dat is: omdat u de ware godsdienst belijdt, die Ik u te onderhouden gegeven heb tot eer van Mijn Naam.

zeggen Te weten spottende met de dreigementen, die de Heere door zijne profeten laat verkondigen.

Hertaald: zeggen Namelijk: spottend met de dreigementen die de HEERE door Zijn profeten laat verkondigen.

Dat de HEERE Alsof zij zeiden: Dat de Heere zijne macht aan ons bewijze met zijne straffen, waarmede gij ons dreigt. Dit spreken die goddeloze mensen spottenderwijze, verwerpende onheiliglijk al de dreigementen en beloften, die de Heere door zijne profeten deed. Vergelijk Jes. 5:19 .

Hertaald: Dat de HEERE Alsof zij zeiden: laat de HEERE Zijn macht aan ons bewijzen met de straffen waarmee u ons dreigt. Dit spreken die goddeloze mensen spottend, terwijl zij op onheilige wijze alle dreigementen en beloften verwerpen die de HEERE door Zijn profeten deed. Vergelijk Jes. 5:19.

Doch Hij zal Of, voorwaar, Hij [te weten de Heere] zal verschijnen; dat is, Hij zal gewisselijk komen, tot ulieder [te weten der godzaligen] vreugde, maar zij [te weten de goddelozen] zullen beschaamd worden; dat is, Ik zal hen straffen en te schande maken, zonder dat de valse goden, op wie zij hun vertrouwen zetten, hen zullen kunnen verlossen.

Hertaald: Doch Hij zal Of: zeker, Hij — namelijk de HEERE — zal verschijnen, dat is: Hij zal zeker komen, tot uw vreugde (namelijk van de godzaligen), maar zij (namelijk de goddelozen) zullen beschaamd worden — dat is: Ik zal hen straffen en te schande maken, zonder dat de valse goden op wie zij hun vertrouwen stellen hen zullen kunnen verlossen.

Jesaja 66 vers 6

een stem Anders: het geluid van een gekraak.

Hertaald: een stem Anders: het geluid van een gekraak.

uit de stad Te weten Jeruzalem.

Hertaald: uit de stad Namelijk: Jeruzalem.

zijn, Dat is, gehoord worden. Eenigen verstaan de woorden van dit vs. aldus: Daar zal een alarm en weeklacht gehoord worden, als de Chaldeën zullen komen om de stad Jeruzalem en den tempel te verstoren; dit zal zijn de stem des Heeren, die de Chaldeën roepen of verwekken zal om de boze Joden te straffen. Anderen nemen deze woorden aldus: De stem der leraren van het heilig Evangelie, die hunne stem als ene bazuin verheffen zullen, zal uit Jeruzalem voortgaan en uit den tempel gehoord worden, Jes. 2:3 , zijnde een genaderijke stem voor de uitverkorenen, maar onaangenaam voor de vijanden Gods, 2 Kor. 2:15-16 .

Hertaald: zijn, Dat is: gehoord worden. Sommigen vatten de woorden van dit vers zo op: er zal alarm en weeklacht gehoord worden wanneer de Chaldeeën komen om de stad Jeruzalem en de tempel te verstoren. Dat zal de stem van de HEERE zijn, Die de Chaldeeën roept of aanzet om de boze Joden te straffen. Anderen vatten deze woorden zo op: de stem van de leraars van het heilig Evangelie, die hun stem als een bazuin zullen verheffen, zal uit Jeruzalem uitgaan en uit de tempel gehoord worden, Jes. 2:3 — een genaderijke stem voor de uitverkorenen, maar onaangenaam voor de vijanden van God, 2 Kor. 2:15-16.

Jesaja 66 vers 7

zij barensnood Te weten Zion, vs.8; dat is de kerk Gods; en, eer zij barensnood of weeën had, heeft zij gebaard; dat is, de kerk van Christus zal snellijk en onverhoeds aanwassen, doordien haastelijk, boven verwachting, velen uit de heidenen het Evangelie zullen aannemen,, die hun tot kinderen Gods zullen geboren worden; zie Hand. 2:41 , Hand. 2:47 , en Hand. 12:24 . De heidenen zijn bij grote menigten in plaats der goddeloze en ongelovige Joden tot de gemeente van Christus gekomen; zie Hand. 11:18 , Hand. 11:23 .

Hertaald: zij barensnood Namelijk: Sion, vers 8, dat is: de kerk van God. En voordat zij barensnood of weeën had, heeft zij gebaard — dat is: de kerk van Christus zal snel en onverwacht groeien, doordat plotseling en boven verwachting velen uit de heidenen het Evangelie zullen aannemen, die haar tot kinderen van God geboren zullen worden; zie Hand. 2:41 en Hand. 2:47, en Hand. 12:24. De heidenen zijn in grote menigten in plaats van de goddeloze en ongelovige Joden tot de gemeente van Christus gekomen; zie Hand. 11:18 en Hand. 11:23.

van een knechtje Dat is, van een groot en machtig volk, hetwelk vs.8, hare zonen genoemd wordt; en Ex. 4:22 , wordt Gods volk genaamd Gods zoon en de eerstgeborene. Vergelijk hiermede Openb. 12:5 .

Hertaald: van een knechtje Dat is: van een groot en machtig volk, dat in vers 8 haar zonen genoemd wordt; en in Ex. 4:22 wordt Gods volk Gods zoon en de eerstgeborene genoemd. Vergelijk hiermee Openb. 12:5.

Jesaja 66 vers 8

een land Dat is, de inwoners van een land, een land vol volk.

Hertaald: een land Dat is: de inwoners van een land, een land vol volk.

op een enigen dag? Dat is, plotseling, in een korten tijd.

Hertaald: op een enigen dag? Dat is: plotseling, in korte tijd.

Sion Dat is, Zion heeft hare kinderen gebaard zo haast als haar de weeën of barensnood is aangekomen, zulks is geschied als de predikatie van het heilig Evangelie haastelijk is aangenomen geworden.

Hertaald: Sion Dat is: Sion heeft haar kinderen gebaard zodra de weeën of de barensnood haar overvielen; dat is gebeurd toen de prediking van het heilig Evangelie haastig aangenomen werd.

haar zonen gebaard Versta dit van een groot getal der heidenen, die door het geloof van Christus aangewonnen zijn. Zie vs.7.

Hertaald: haar zonen gebaard Versta dit van een groot aantal heidenen, die door het geloof voor Christus gewonnen zijn. Zie vers 7.

Jesaja 66 vers 9

Zou Ik Of aldus: Zou Ik [anderen] de baarmoeder openbreken, en niet maken dat [Zion] zou baren? Of aldus: Zou Ik tot de geboorte brengen en niet doen baren? dat is, zou Ik een volk ten Evangelie bereiden, en gene genade geven om hetzelve te ontvangen, belijden en beleven? Vergelijk Jes. 37:3 .

Hertaald: Zou Ik Of zo: zou Ik bij anderen de baarmoeder openbreken en niet maken dat Sion zou baren? Of zo: zou Ik tot de geboorte brengen en niet doen baren? Dat is: zou Ik een volk voor het Evangelie bereiden en geen genade geven om het te ontvangen, te belijden en te beleven? Vergelijk Jes. 37:3.

toesluiten? Dat is, onvruchtbaar blijven of laten blijven. Zie Gen. 16:2 , en Gen. 20:17-18 .

Hertaald: toesluiten? Dat is: onvruchtbaar blijven of laten blijven. Zie Gen. 16:2 en Gen. 20:17-18.

Jesaja 66 vers 10

u O gij gelovige kinderen Gods, gij nieuwgeboren Christenen, van welker geboorte gesproken is vs.8.

Hertaald: u O u, gelovige kinderen van God, u, nieuwgeboren christenen, over wier geboorte in vers 8 gesproken is.

met Jeruzalem, Dat is, met de kerk Gods, het geestelijke Jeruzalem, hetwelk de Heere weder herbouwd en zeer vermeerderd heeft, door de beroeping der heidenen.

Hertaald: met Jeruzalem, Dat is: met de kerk van God, het geestelijke Jeruzalem, dat de HEERE weer herbouwd en zeer vermeerderd heeft door de roeping van de heidenen.

over haar, Of, met haar, of in haar; dat is harenthalve.

Hertaald: over haar, Of: met haar, of in haar — dat is: omwille van haar.

Weest vrolijk Dat is, weest hartelijk verblijd, gelijk Matt. 2:10 .

Hertaald: Weest vrolijk Dat is: wees hartelijk verblijd, zoals in Matth. 2:10.

zijt treurig Te weten niet alleen om de verwoesting van het aardse Jeruzalem, maar veel meer omdat de kerk Gods door hare vijanden bijna geheellijk is onderdrukt geworden.

Hertaald: zijt treurig Namelijk: niet alleen om de verwoesting van het aardse Jeruzalem, maar veel meer omdat de kerk van God door haar vijanden vrijwel geheel onderdrukt is geweest.

Jesaja 66 vers 11

Opdat gij Opdat gijlieden moogt deelachtig worden de gaven, die de Heere over zijne kerk rijkelijk zal uitstorten. Zie de aantekening Ps. 36:9 .

Hertaald: Opdat gij Opdat u deel mag krijgen aan de gaven die de HEERE rijkelijk over Zijn kerk zal uitstorten. Zie de aantekening bij Ps. 36:9.

harer vertroostingen; Dat is, van haar veelvoudigen troost, waarmede zij de verslagen conscientiën vertroost. Zie 2 Kor. 1:3-4 .

Hertaald: harer vertroostingen; Dat is: van haar veelvoudige troost, waarmee zij de verslagen gewetens vertroost. Zie 2 Kor. 1:3-4.

met den glans Of, met den overvloed harer glorie of heerlijkheid.

Hertaald: met den glans Of: met de overvloed van haar glorie of heerlijkheid.

Jesaja 66 vers 12

den vrede Het woord vrede wordt verscheidenlijk genomen in de Heilige Schrift:<i>I.</i> voor een geestelijken vrede, rijzende uit het geloof aan Christus, Rom. 5:1 ;<i>II.</i> voor een broederlijken vrede, dien de ene mens met den anderen heeft, gelijk Marc. 9:50 ; Joh. 14:27 ;<i>III.</i> betekent het ook benevens rust van oorlog, alle heil en welvaart, zo aan de ziel als aan het lichaam. Zie Ps. 37:11 .

Hertaald: den vrede Het woord vrede wordt in de Heilige Schrift op verschillende manieren gebruikt: I. voor een geestelijke vrede die uit het geloof in Christus voortkomt, Rom. 5:1; II. voor een broederlijke vrede die de ene mens met de andere heeft, zoals in Mark. 9:50 en Joh. 14:27; III. betekent het ook, naast rust van oorlog, alle heil en welvaart, zowel naar de ziel als naar het lichaam. Zie Ps. 37:11.

over haar Of, tot haar neigen, of buigen; te weten tot Zion; dat is tot mijne kerk.

Hertaald: over haar Of: tot haar neigen of buigen, namelijk tot Sion, dat is: tot Mijn kerk.

als een rivier, Zie Jes. 48:18 .

Hertaald: als een rivier, Zie Jes. 48:18.

de heerlijkheid Dat is rijkdom. Zie Jes. 61:6 , en Openb. 21:26 .

Hertaald: de heerlijkheid Dat is: rijkdom. Zie Jes. 61:6 en Openb. 21:26.

gijlieden Te weten gij godzalige Joden.

Hertaald: gijlieden Namelijk: u, godzalige Joden.

zuigen; Te weten, de onvervalste melk van het goddelijke Woord.

Hertaald: zuigen; Namelijk: de onvervalste melk van het goddelijke Woord.

op de zijden Dat is, op de armen. De zin is: De Christelijke Kerk en hare leraars zullen met u in alle beleefdheid en vriendelijkheid omgaan, gelijk ene moeder met haar teder kindje doet, niets nalatende van alles wat tot uwe onderrichting en godzaligheid zou mogen strekken. Zie Num. 11:12 ; Jes. 49:22 , en Jes. 60:4 , Jes. 60:16 ; Rom. 15:1-2 ; Gal. 6:1-2 , en 1 Thess. 2:7 .

Hertaald: op de zijden Dat is: op de armen. De betekenis is: de christelijke kerk en haar leraars zullen met u omgaan in alle vriendelijkheid en hoffelijkheid, zoals een moeder met haar tere kindje doet, en zij zullen niets nalaten van alles wat tot uw onderwijzing en godzaligheid zou kunnen strekken. Zie Num. 11:12, Jes. 49:22, Jes. 60:4 en Jes. 60:16, Rom. 15:1-2, Gal. 6:1-2 en 1 Thess. 2:7.

getroeteld Of, geliefkoosd worden.

Hertaald: getroeteld Of: geliefkoosd worden.

Jesaja 66 vers 13

zal Ik u Dat is, Ik zal ulieden alle vaderlijke en moederlijke liefde bewijzen, en Ik zal ulieden met goedertierenheid omhelzen. Zie Jes. 40:11 .

Hertaald: zal Ik u Dat is: Ik zal u alle vaderlijke en moederlijke liefde bewijzen en Ik zal u met goedertierenheid omhelzen. Zie Jes. 40:11.

te Jeruzalem Dat is, in de gemeente der gelovigen.

Hertaald: te Jeruzalem Dat is: in de gemeente van de gelovigen.

Jesaja 66 vers 14

uw hart Dat is, ulieder innerlijk gemoed, of inwendige mens; Ps. 22:27 , en Ps. 69:33 .

Hertaald: uw hart Dat is: uw innerlijk gemoed, of uw inwendige mens; Ps. 22:27 en Ps. 69:33.

uw beenderen Dat is, gijlieden zult lustig en levendig gemaakt worden, door de kracht van des Heeren Geest, in plaats waar gij tevoren als verdroogd en van droefenis verwelkt waart. Het woord beenderen betekent somtijds al de ledematen van het lichaam. Zie de aantekening Ps. 35:10 , en Ps. 51:10 . Zie het tegendeel van dit lid Spr. 17:22 .

Hertaald: uw beenderen Dat is: u zult opgewekt en levendig gemaakt worden door de kracht van de Geest van de HEERE, terwijl u tevoren als verdroogd en van droefheid verwelkt was. Het woord beenderen betekent soms alle ledematen van het lichaam. Zie de aantekening bij Ps. 35:10 en Ps. 51:10. Zie het tegendeel hiervan in Spr. 17:22.

als het tedere gras; Hetwelk in den kouden winter schijnt dood te wezen, maar met de lente verkwikt het weder.

Hertaald: als het tedere gras; Dat in de koude winter dood lijkt te zijn, maar in de lente weer opleeft.

de hand Dat is, de sterkte en kracht, of de hulp des Heeren.

Hertaald: de hand Dat is: de sterkte en kracht, of de hulp van de HEERE.

aan Zijn knechten, Dat is, aan alle godzaligen.

Hertaald: aan Zijn knechten, Dat is: aan alle godzaligen.

gram worden Of gramschap betonen. Het Hebreeuwse woord betekent ook verfoeien, gelijk Num. 23:7-8 .

Hertaald: gram worden Of: gramschap tonen. Het Hebreeuwse woord betekent ook verfoeien, zoals in Num. 23:7-8.

Jesaja 66 vers 15

met vuur komen, Of, in, of als vuur komen. Dit is ene beschrijving der wraak, die God oefenen zal; en het kan verstaan worden van de lichamelijke straf, die God over zijne vijanden brengen zal hier in hun leven, alsook van het jongste gericht; 2 Thess. 1:8-9 . Zie ook Jer. 5:14 .

Hertaald: met vuur komen, Of: in, of als vuur komen. Dit is een beschrijving van de wraak die God zal oefenen, en het kan verstaan worden zowel van de lichamelijke straf die God hier in dit leven over Zijn vijanden zal brengen als van het laatste oordeel; 2 Thess. 1:8-9. Zie ook Jer. 5:14.

wagenen Versta hier, krijgswagens. Vergelijk dit met Ps. 68:18 .

Hertaald: wagenen Versta hier strijdwagens. Vergelijk dit met Ps. 68:18.

Zijn toorn Dat is, zijne straffen.

Hertaald: Zijn toorn Dat is: Zijn straffen.

te wenden, Of, aan te leggen.

Hertaald: te wenden, Of: aan te leggen.

Zijn schelding Dat is, zijnen toorn, zijne straffen. Zie Ps. 9:6 .

Hertaald: Zijn schelding Dat is: Zijn toorn, Zijn straffen. Zie Ps. 9:6.

Jesaja 66 vers 16

vuur, Versta hier het vuur der goddelijke gramschap en wraak. Zie Job 22:20 .

Hertaald: vuur, Versta hier het vuur van de goddelijke gramschap en wraak. Zie Job 22:20.

en met Eenigen aldus: Dat is met het zwaard.

Hertaald: en met Sommigen zo: dat is met het zwaard.

Zijn zwaard Hier verstaan enigen het zwaard der Chaldeën en van andere vijanden, die de Heere tegen de Joden zenden zou; daarom noemt Hij hen zijn zwaard. Doch anderen verstaan hier door het zwaard het Woord des Heeren, gelijk Ef. 6:17 ; Hebr. 4:12 .

Hertaald: Zijn zwaard Sommigen verstaan hier het zwaard van de Chaldeeën en van andere vijanden die de HEERE tegen de Joden zou zenden; daarom noemt Hij hen Zijn zwaard. Maar anderen verstaan onder het zwaard hier het Woord van de HEERE, zoals in Ef. 6:17 en Hebr. 4:12.

met alle vlees; Dat is, met alle goddeloze mensen, die hem ongehoorzaam en wederspannig zullen geweest zijn.

Hertaald: met alle vlees; Dat is: met alle goddeloze mensen, die Hem ongehoorzaam en weerspannig geweest zullen zijn.

Jesaja 66 vers 17

Die Eene verklaring hoedanig die vijanden waren, die de Heere verslaan zou, te weten die de afgoden eren en hun leven naar de wet van God niet aanstellen.

Hertaald: Die Een verklaring van wat voor vijanden dat waren die de HEERE zou verslaan, namelijk zij die de afgoden eren en hun leven niet naar de wet van God inrichten.

zichzelven heiligen, Te weten naar de wijze der afgodendienaars om hunnen valsen goden te behagen.

Hertaald: zichzelven heiligen, Namelijk: op de manier van de afgodendienaars, om hun valse goden te behagen.

in de hoven, Of, tot de hoven; dat is om in de hoven der afgoden te gaan offeren. Zie Jes. 1:29 , en Jes. 65:3 .

Hertaald: in de hoven, Of: tot de hoven — dat is: om in de hoven van de afgoden te gaan offeren. Zie Jes. 1:29 en Jes. 65:3.

achter een Dat is, de een achter den ander, of na elkander. Eenigen verstaan hier onder een een put of poel in de hoven gelegen, bij of achter welken zij zich met het water deszelven wiesen, om alzo zichzelven te reinigen; anderen, achter enen [boom]; dat is, achter een gehucht bomen, enigen afgod toegeëigend; anderen, achter den [tempel] van den eenen, te weten God, die Een genoemd wordt, Deut. 6:4 , ook noemen sommigen onder de heidenen God den Eenen; anderen, achter [den tempel des afgods] Achad, welken Achad zij menen te zijn een afgod bij de Assyriërs, vertegenwoordigende de zon.

Hertaald: achter een Dat is: de een achter de ander, of na elkaar. Sommigen verstaan hier onder één een put of poel die in de hoven lag, waarbij of waarachter zij zich met het water daaruit wasten om zich zo te reinigen. Anderen: achter één boom, dat is: achter een groepje bomen dat aan een afgod gewijd was. Anderen: achter de tempel van de Ene, namelijk God, Die de Ene genoemd wordt, Deut. 6:4; ook sommigen onder de heidenen noemen God de Ene. Weer anderen: achter de tempel van de afgod Achad, van wie zij menen dat het een afgod bij de Assyriërs was die de zon voorstelde.

in het midden Dat is, openlijk.

Hertaald: in het midden Dat is: openlijk.

die zwijnenvlees Zie boven vs.3; Lev. 11:7 , enz.

Hertaald: die zwijnenvlees Zie hierboven vers 3, en Lev. 11:7, enzovoort.

verteerd worden, Dat is, uitgeroeid worden.

Hertaald: verteerd worden, Dat is: uitgeroeid worden.

Jesaja 66 vers 18

Hun werken Anders: maar mij aangaande, o hunne werken, enz., alsof God, nadat Hij in het voorgaande vers, vs.17, de gruwelijke afgoderij der goddeloze Joden bestraft had, een bedreiging hierbij voegde, sprekende als de vertoornde, met korte afgebroken woorden. Of men kan deze woorden aldus stellen: Zou Ik hunne werken en hunne gedachten [verdragen]? Alsof Hij zeide: Ik zal ze geenszins verdragen, maar op een korten tijd zal Ik alle heidenen vergaderen, enz.

Hertaald: Hun werken Anders: maar wat Mij betreft, o hun werken, enzovoort — alsof God, nadat Hij in het voorgaande vers 17 de gruwelijke afgoderij van de goddeloze Joden bestraft had, daar een dreiging aan toevoegde en sprak als iemand die vertoornd is, met korte, afgebroken woorden. Of men kan deze woorden zo opvatten: zou Ik hun werken en hun gedachten verdragen? Alsof Hij zei: Ik zal ze beslist niet verdragen, maar in korte tijd zal Ik alle heidenen verzamelen, enzovoort.

Het komt, Dat is, de tijd komt.

Hertaald: Het komt, Dat is: de tijd komt.

dat Ik vergaderen Dat is, in de plaats der boze en goddeloze Joden zal Ik de heidenen roepen, en Ik zal hun mijne heerlijkheid openbaren.

Hertaald: dat Ik vergaderen Dat is: in plaats van de boze en goddeloze Joden zal Ik de heidenen roepen, en Ik zal hun Mijn heerlijkheid openbaren.

tongen, Dat is, allerlei volken, die verscheidene talen spreken.

Hertaald: tongen, Dat is: allerlei volken die verschillende talen spreken.

Mijn heerlijkheid Die God de Heere in het Evangelie openbaart, verlossende het menselijke geslacht door Jezus Christus.

Hertaald: Mijn heerlijkheid Die God de HEERE in het Evangelie openbaart, terwijl Hij het menselijk geslacht verlost door Jezus Christus.

zien Dat is, deelachtig worden.

Hertaald: zien Dat is: deel krijgen aan.

Jesaja 66 vers 19

een teken Waaraan men de bekeerde Joden voor mijne kinderen en dienaars moge kennen. Dit teken is de belijdenis der leer van het Christelijke geloof en het gebruik der heilige sacramenten; en innerlijk de Heilige Geest, door welken zij verzegeld worden; Ef. 1:13 .

Hertaald: een teken Waaraan men de bekeerde Joden kan kennen als Mijn kinderen en dienaars. Dit teken is de belijdenis van de leer van het christelijk geloof en het gebruik van de heilige sacramenten; en innerlijk de Heilige Geest, door Wie zij verzegeld worden; Ef. 1:13.

die het ontkomen Te weten uit de verwerping van den groten hoop, uit het algemene verderf en den ondergang der Joden; gelijk vervuld is in de apostelen en anderen, die het Evangelie onder de heidenen hebben verkondigd.

Hertaald: die het ontkomen Namelijk: uit de verwerping van de grote massa, uit het algemene verderf en de ondergang van de Joden; zoals vervuld is in de apostelen en anderen die het Evangelie onder de heidenen verkondigd hebben.

naar Tarsis, Te weten tot degenen, die in Tharsis wonen, en zo in het volgende. Van Tharsis zie de aantekening 1 Kon. 10:22 .

Hertaald: naar Tarsis, Namelijk: tot hen die in Tarsis wonen, en zo ook in het vervolg. Over Tarsis, zie de aantekening bij 1 Kon. 10:22.

Pul, Dit meent men dat de Afrikanen betekent. Pul was ook een naam van een koning van Assyrië. Zie 2 Kon. 15:19-20 , en 1 Kron. 5:26 .

Hertaald: Pul, Men meent dat dit de Afrikanen aanduidt. Pul was ook de naam van een koning van Assyrië. Zie 2 Kon. 15:19-20 en 1 Kron. 5:26.

Lud, Zie Gen. 10:13 , Gen. 10:22 .

Hertaald: Lud, Zie Gen. 10:13 en Gen. 10:22.

de boogschutters, Hebreeuws, de boogtrekkers, of de boogspanners; dat is, die met den boog schieten. Vergelijk Jer. 46:9 .

Hertaald: de boogschutters, Hebreeuws: de boogtrekkers of boogspanners — dat is: zij die met de boog schieten. Vergelijk Jer. 46:9.

Tubal Zie Gen. 10:2 .

Hertaald: Tubal Zie Gen. 10:2.

Javan, Dat is, de Grieken; zie Gen. 10:2 .

Hertaald: Javan, Dat is: de Grieken; zie Gen. 10:2.

Mijn gerucht Hebreeuws, mijn gehoor, of horing; dat is, die van mij niet gehoord hebben, die de predikatie van het heilig Evangelie nog niet gehoord hadden. Zie Rom. 10:16-17 . Anderen, die het gerucht, gelangende mijn grote macht, nog niet gehoord hadden.

Hertaald: Mijn gerucht Hebreeuws: Mijn gehoor — dat is: zij die niet van Mij gehoord hebben, die de prediking van het heilig Evangelie nog niet gehoord hadden. Zie Rom. 10:16-17. Anderen: die het bericht over Mijn grote macht nog niet gehoord hadden.

zij zullen Mijn heerlijkheid Of, dezelve; te weten die Ik tot de heidenen zal zenden, namelijk de apostelen en andere leraars, als Barnabas, Silas, Timotheus, Titus, Lukas, enz.

Hertaald: zij zullen Mijn heerlijkheid Of: hen, namelijk hen die Ik tot de heidenen zal zenden, namelijk de apostelen en andere leraars zoals Barnabas, Silas, Timotheüs, Titus, Lukas, enzovoort.

Jesaja 66 vers 20

al uw broeders Te weten uwe broeders in Christus, of geloofsgenoten, de uitverkoren heidenen, die bekeerd zijnde door de predikatie van het heilig Evangelie tot Abrahams kinderen zullen gemaakt worden, en dienvolgens der Joden broeders zijn zullen.

Hertaald: al uw broeders Namelijk: uw broeders in Christus, of geloofsgenoten: de uitverkoren heidenen, die na hun bekering door de prediking van het heilig Evangelie tot kinderen van Abraham gemaakt zullen worden en dus broeders van de Joden zullen zijn.

ten spijsoffer Of, tot ene offerande, om den Heere geofferd te worden. Anders: tot een geschenk. Zie Rom. 15:16 ; alzo ook onder in vs.20.

Hertaald: ten spijsoffer Of: tot een offerande, om de HEERE geofferd te worden. Anders: tot een geschenk. Zie Rom. 15:16; zo ook hieronder in dit vers.

op paarden, Dat is, met alle vlijt, en behulpelijke middelen.

Hertaald: op paarden, Dat is: met alle vlijt en met alle hulpmiddelen.

op rosbaren, Of, op bedekte wagens, op koetsen.

Hertaald: op rosbaren, Of: op overdekte wagens, op koetsen.

op snelle lopers, Of, op snelle beesten, of op postpaarden.

Hertaald: op snelle lopers, Of: op snelle dieren, of op postpaarden.

naar Mijn heiligen berg Dat is, tot de gemeenschap der heiligen; zie Jes. 2:2 .

Hertaald: naar Mijn heiligen berg Dat is: tot de gemeenschap van de heiligen; zie Jes. 2:2.

naar Jeruzalem, Uit vs.23 is wel af te nemen dat dit niet is te verstaan van het stoffelijke Jeruzalem, want het is onmogelijk dat alle vlees alle maanden, of alle weken, daar komen zou om te aanbidden.

Hertaald: naar Jeruzalem, Uit vers 23 is wel op te maken dat dit niet verstaan moet worden van het stoffelijke Jeruzalem, want het is onmogelijk dat alle vlees elke maand of elke week daarheen zou komen om te aanbidden.

Jesaja 66 vers 21

uit dezelve Te weten uit de bekeerde heidenen.

Hertaald: uit dezelve Namelijk: uit de bekeerde heidenen.

tot priesters Dat is, tot leraars en tot predikanten van het heilig Evangelie. Zie Rom. 15:16 ; Fil. 2:17 .

Hertaald: tot priesters Dat is: tot leraars en predikers van het heilig Evangelie. Zie Rom. 15:16 en Filipp. 2:17.

Jesaja 66 vers 22

die nieuwe hemel Zie Jes. 65:17 , en 2 Petr. 3:13 ; Openb. 21:1 .

Hertaald: die nieuwe hemel Zie Jes. 65:17 en 2 Petr. 3:13, en Openb. 21:1.

ulieder zaad Dat is, daar zal altijd op de wereld ene kerk en een hoopje der gelovigen zijn en blijven. Het rijk van Christus wordt Hebr. 12:28 genoemd een onbeweeglijk koninkrijk.

Hertaald: ulieder zaad Dat is: er zal altijd op de wereld een kerk en een hoopje gelovigen zijn en blijven. Het rijk van Christus wordt in Hebr. 12:28 een onbewegelijk koninkrijk genoemd.

Jesaja 66 vers 23

van de ene Hebreeuws, van [den tijd der] nieuwe maan tot zijn nieuwe maan; dat is, steeds aan een ander, zonder onderscheid der dagen, die in het Oude Testament verordineerd waren. Vergelijk Kol. 2:16 .

Hertaald: van de ene Hebreeuws: van nieuwe maan tot zijn nieuwe maan — dat is: voortdurend, zonder onderscheid van de dagen die in het Oude Testament vastgesteld waren. Vergelijk Kol. 2:16.

tot den anderen, Hebreeuws, tot zijnen sabbat.

Hertaald: tot den anderen, Hebreeuws: tot zijn sabbat.

alle vlees Dat is, allerlei volken op aarde, zo heidenen als Joden. Zie Joël 2:28 ; Hand. 2:17 . Zie ook boven vs.20.

Hertaald: alle vlees Dat is: allerlei volken op aarde, zowel heidenen als Joden. Zie Joël 2:28 en Hand. 2:17. Zie ook hierboven vers 20.

Jesaja 66 vers 24

zij zullen henen Te weten de ware ledematen der gemeente, de gelovigen.

Hertaald: zij zullen henen Namelijk: de ware leden van de gemeente, de gelovigen.

de dode lichamen Dit kan wel naar de letter genomen worden, gelijk Jes. 34:3 , en elders; doch hier kan het ook genomen worden voor zodanigen, die in zonden dood zijn, ofschoon zij leven naar het lichaam, gelijk 1 Tim. 5:6 , en Openb. 20:5 .

Hertaald: de dode lichamen Dit kan letterlijk opgevat worden, zoals in Jes. 34:3 en elders; maar het kan hier ook opgevat worden van hen die dood zijn in de zonden, ook al leven zij naar het lichaam, zoals in 1 Tim. 5:6 en Openb. 20:5.

zien, En zich verblijden vanwege de rechtvaardige straf des Heeren over de goddelozen, zowel in dit als in het toekomende leven. Vergelijk Openb. 12:10 , enz., en Openb. 19:1-2 , enz.

Hertaald: zien, En zich verblijden vanwege de rechtvaardige straf van de HEERE over de goddelozen, zowel in dit als in het toekomende leven. Vergelijk Openb. 12:10, enzovoort, en Openb. 19:1-2, enzovoort.

hun worm Christus past deze woorden op de vervloekten in de hel, waar de worm der conscientie niet sterft, maar altijd knaagt, en het vuur van den toorn Gods nimmermeer uitgeblust wordt; Marc. 9:44 .

Hertaald: hun worm Christus past deze woorden toe op de vervloekten in de hel, waar de worm van het geweten niet sterft maar altijd knaagt, en waar het vuur van Gods toorn nooit geblust wordt; Mark. 9:44.

allen vlees Te weten allen uitverkorenen kinderen Gods, of allen anderen creaturen.

Hertaald: allen vlees Namelijk: voor alle uitverkoren kinderen van God, of voor alle andere schepselen.

een afgrijzing wezen Of, gruwel, of vloek zijn. Het Hebreeuwse woord wordt alleen hier en Dan. 12:2 gevonden. In beide plaatsen wordt er gesproken van hardnekkige zondaars, van wie alle vromen en alle godzalige personen walg hebben.

Hertaald: een afgrijzing wezen Of: een gruwel of vloek zijn. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier en in Dan. 12:2 voor. Op beide plaatsen wordt gesproken over hardnekkige zondaars, van wie alle vromen en alle godzalige mensen walgen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Op dezen zal Ik zien: op den arme en verslagene van geest  — God heeft geen huis nodig, en zegt waarop Hij dan wel ziet (Jes. 66:1-2)

"Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust?" (Jes. 66:1). Daarop volgt de vaststelling dat Hij alles gemaakt heeft, en dan komt de wending: "maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft" (Jes. 66:2).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er tegenover elkaar staat. Aan de ene kant hemel en aarde, die Hem niet kunnen bevatten; aan de andere kant één mens die klein is en beeft voor Zijn woord. Juist dáár ziet Hij op. Let vervolgens op de drie kenmerken die genoemd worden: arm, verslagen van geest, en bevend voor Zijn woord. Geen van drie is een prestatie; het zijn alle drie vormen van klein zijn. Let ten slotte op het verband met eerder in het boek. Dat God bij de verbrijzelde van geest woont, is daar al gezegd (reeds behandeld bij Jes. 57:15). Hier wordt hetzelfde nog eens gezegd, en nu tegenover de tempel: geen gebouw kan Hem huisvesten, maar zo iemand wel.

Typologie: Stefanus haalt dit vers aan bij het slot van zijn verdediging voor de Raad: "De hemel is Mij een troon, en de aarde een voetbank Mijner voeten. Hoedanig huis zult gij Mij bouwen, zegt de Heere" (Hand. 7:49). Hij gebruikt het tegen het vertrouwen op de tempel als zodanig.

Jes. 66:1-2; Jes. 57:15; Hand. 7:49

Als een, dien zijn moeder troost  — de laatste vergelijking waarmee het boek de troost tekent (Jes. 66:10-14)

"Verblijdt u met Jeruzalem, en verheugt u over haar, al haar liefhebbers! Weest vrolijk over haar met vreugde, gij allen, die over haar zijt treurig geweest!" (Jes. 66:10). Wat volgt wordt getekend als een kind bij zijn moeder: zuigen en verzadigd worden aan de borsten van haar vertroostingen (Jes. 66:11). Dan komt de belofte: "Ziet, Ik zal den vrede over haar uitstrekken als een rivier, en de heerlijkheid der heidenen als een overlopende beek", en men zal op de zij gedragen worden en op de knieën vertroeteld (Jes. 66:12). En dan valt de vergelijking zelf: "Als een, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten; ja, gij zult te Jeruzalem getroost worden" (Jes. 66:13).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier uitgenodigd worden om blij te zijn: juist zij die over de stad getreurd hebben. De vreugde wordt niet aan buitenstaanders gegund maar aan wie het verdriet gedragen heeft. Let vervolgens op het beeld dat God van Zichzelf gebruikt. Elders in het boek vergeleek Hij Zich al met een moeder die haar zuigeling niet vergeet (reeds behandeld bij Jes. 49:15); hier gaat het niet om het onthouden maar om het troosten. Het is het laatste beeld dat het boek voor de troost kiest. Let ten slotte op het woord rivier in Jes. 66:12. Datzelfde beeld stond eerder als gemiste kans, toen er stond dat hun vrede als een rivier gewéést zou zijn (reeds behandeld bij Jes. 48:18). Wat toen misgelopen werd, wordt hier alsnog gegeven.

Typologie: De Heere Jezus gebruikt dezelfde vergelijking over Jeruzalem, maar dan als klacht over wat niet gewild werd (reeds behandeld bij Matt. 23:37). En Paulus noemt Hem "de Vader der barmhartigheden, en de God aller vertroosting; Die ons vertroost in al onze verdrukking" (2 Kor. 1:3-4).

Jes. 66:10-14; Jes. 49:15; Jes. 48:18; Matt. 23:37; 2 Kor. 1:3-4

Het slot van het boek  — Jesaja eindigt met alle volken die komen aanbidden, en met een laatste ernstig woord (Jes. 66:18-24)

"Het komt, dat Ik vergaderen zal alle heidenen en tongen, en zij zullen komen, en zij zullen Mijn heerlijkheid zien" (Jes. 66:18). Uit de ontkomenen worden er gezonden naar verre volken, "die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen" (Jes. 66:19). Uit die volken worden zelfs priesters en Levieten genomen (Jes. 66:21). De nieuwe hemel en de nieuwe aarde worden opnieuw genoemd, en daarmee de blijvendheid van dit volk (Jes. 66:22). Aan het slot staat dat alle vlees zal komen aanbidden (Jes. 66:23). En het laatste vers gaat over hen die overtraden: "hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden" (Jes. 66:24).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe wijd het boek eindigt. Het begon met een aanklacht tegen Juda, en het eindigt bij alle heidenen en tongen die de heerlijkheid van God zien; er worden zelfs priesters uit de volken genomen, wat in het oude Israël ondenkbaar was. Let vervolgens op het zendingswoord in Jes. 66:19. De ontkomenen worden uitgezonden naar wie nog nooit iets gehoord hebben. Het boek eindigt dus niet bij het behoud van een overblijfsel maar bij een boodschap die verder gaat. Let ten slotte op het laatste vers. Het register geeft het weer zoals het er staat, zonder de beelden uit te werken en zonder er iets aan toe te voegen. Dat Jesaja zo eindigt is geen toeval: hetzelfde boek dat de ruimste nodiging bevat (reeds behandeld bij Jes. 55:1), sluit met de ernst van wat er op het spel staat.

Typologie: De Heere Jezus haalt dit slotvers zelf aan, in dezelfde bewoordingen: "Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt" (Mark. 9:48). Hij zegt het als waarschuwing en niet als beschrijving om bij stil te staan.

Jes. 66:18-24; Jes. 55:1; Mark. 9:48

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Waar zou dat huis zijn dat gij Mij zoudt bouwen — 66:1-2, 7-9, 22-23

God bij Zijn volk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Het laatste hoofdstuk van Jesaja. Er wordt weer geofferd in Jeruzalem, en er zijn mensen die menen dat God daarmee tevreden is. Het boek eindigt met een vraag die de hele tempeldienst op zijn plaats zet.

God vraagt waar men Hem denkt onder te brengen — en zegt waar Hij wél naar ziet.

**De vraag.** “De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust?”

De kanttekening vat de strekking zo samen: gij moet niet menen dat Ik in een tempel besloten kan worden. En zij zegt erbij waar het schoot: velen meenden in die tijd dat zij genoeg deden als zij God in de tempel dienden met de uiterlijke godsdienst, al leefden zij niet naar Zijn geboden.

**Het antwoord.** Er komt geen adres, maar een persoon: “maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.”

De hemel kan Hem niet bevatten; een verslagen mens wel.

**Waar dit hard aankomt.** Stefanus haalt dit vers aan in zijn verdediging, vlak voor zij hem stenigen. Hij citeert Jesaja 66 om te zeggen dat de Allerhoogste niet woont in tempelen met handen gemaakt. Het is niet toevallig dat men daarna de stenen oppakte: hij raakte het gebouw aan waar zij hun zekerheid in hadden.

**De geboorte.** Middenin het hoofdstuk staat een beeld dat nergens anders zo staat: “Eer zij barensnood had, heeft zij gebaard.” En dan: “Zou een land kunnen geboren worden op een enigen dag?”

Er is een dag geweest waarop dat gebeurde. Op één morgen kwamen er drieduizend bij, in een stad waar zeven weken eerder een kruis had gestaan.

**Het slot.** Het boek eindigt waar het register eindigt: bij nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, en bij de belofte dat “alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.” De kanttekening verwijst daarbij naar Openbaring 21 — waar geen tempel meer is, want de Heere God de Almachtige is haar tempel, en het Lam.

De vraag van vers 1 wordt daar dus beantwoord. Er komt geen huis. Er komt een Persoon, en die is het huis.

  1. Exodus 40:34 — De heerlijkheid vervult de tabernakel: God woont bij hen.
  2. 1 Koningen 8:27 — Salomo weet al: de hemel der hemelen kan Hem niet bevatten.
  3. Jesaja 66:1 — Waar zou dat huis zijn dat gij Mij bouwen zoudt?
  4. Jesaja 66:2 — Op de verslagene van geest zal Ik zien.
  5. Handelingen 7:49 — Stefanus haalt het aan — en zij pakken stenen op.
  6. Openbaring 21:22 — In de stad is geen tempel: God Zelf is haar tempel, en het Lam.

In het Nieuwe Testament: Handelingen 7:49-50; 1 Koningen 8:27; Openbaring 21:22; Johannes 4:21-23; Handelingen 2:41; Jesaja 57:15

Hoever dit reikt: Stefanus haalt de eerste twee verzen uitdrukkelijk aan; daarop rust het niveau. Dat de geboorte op één dag uit vers 8 de pinksterdag betreft, staat er niet; het is een gevolgtrekking. Anderen betrekken die profetie op de terugkeer uit de ballingschap of op de laatste dingen. De kanttekening leest de bestraffing van de uiterlijke godsdienst mede als profetie van de afschaffing van de ceremoniën.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jesaja 66

Jesaja 66:13.KruisverwijzingenJesaja 51:31 Thessalonicenzen 2:7Jesaja 66:10Psalmen 137:6Jesaja 65:18Jesaja 40:12 Korinthe 1:4
— Als een, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten; ja, gij zult te Jeruzalem getroost worden.
“Als een, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten; ja, gij zult te Jeruzalem getroost worden.” Het bijzondere verband van dit vers en zijn betrekking op het Joodse volk zijn duidelijk. Wij hebben er nooit aan getwijfeld dat er voor Gods oude Israël grote zegeningen weggelegd zijn. De dag zal komen waarop Israëls troost overvloedig zal zijn. Dan zal de heerlijkheid van de heidenen als een stromende beek naar Israël vloeien. Dan zal dat uitverkoren volk door God getroost worden als iemand die zijn moeder troost.

Maar wij geloven dat deze gedeelten van toepassing zijn op alle knechten van God. De troostrijke woorden van de Schrift zijn de hunne, want of wij Jood of Griek zijn, dienstknecht of vrije, barbaar of Griek, wij zijn allen één in Christus Jezus. Ik geloof dus dat dit woord toekomt aan elk kind van God.

Het is goed dat er zo’n belofte opgetekend staat, want gelovigen hebben troost nodig. Het werk van het troosten van Zijn heiligen is God niet te gering om Zich ermee bezig te houden. Soms gebruikt Hij werktuigen, maar alle werkelijke troost voor een gebroken hart moet rechtstreeks van God Zelf komen. Hij zegt niet: “Ik zal een engel zenden om u te troosten”, maar: “alzo zal Ik u troosten”. Het moet Gods werk zijn. Hij moet het doen. Want wanneer een ziel waarlijk vernederd is, zwaar beladen en door Gods hand in stukken gebroken, dan is er slechts één hand die de wond genezen kan: de doorboorde hand van de Zaligmaker. En de troost die God geeft, zal een troost zijn die past bij uw eigen plaats en uw eigen omstandigheden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content