Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 65

1 Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden; Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; tot het volk, dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Ziet, hier ben Ik, ziet, hier ben Ik.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Ik ben gevonden van hen, die naar Mij nietH3808 vraagdenH7592; Ik ben gevonden van degenen, die Mij nietH3808 zochtenH1245; tot het volkH1471, dat naarH413 Mijn NaamH8034 nietH3808 genoemdH7121 was, heb Ik gezegdH559: Ziet, hier ben Ik, ziet, hier ben Ik. Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden; Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; tot het volk, dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Ziet, hier ben Ik, ziet, hier ben Ik.

Ook in dit vers gevondenH1875 gevondenH4672

KJV I am sought1 of them that asked3 not2 for me; I am found4 of them that sought6 me not:5 I said,7 Behold me, behold me, unto a nation11 that was not called13 by my name.

1 נִדְרַ֨שְׁתִּי֙ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 2 לְל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 שָׁאָ֔לוּ H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 4 נִמְצֵ֖אתִי H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 5 לְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 בִקְשֻׁ֑נִי H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 7 אָמַ֨רְתִּי֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 הִנֵּ֣נִי H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 9 הִנֵּ֔נִי H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 גּ֖וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 12 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 קֹרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 14 בִשְׁמִֽי H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ik heb Mijn handen uitgebreid, den gansen dag tot een wederstrevig volk, die wandelen op een weg, die niet goed is, naar hun eigen gedachten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Ik heb Mijn handenH3027 uitgebreidH6566, den gansenH3605 dagH3117 totH413 een wederstrevigH5637 volkH5971, die wandelenH1980 op een wegH1870, die nietH3808 goedH2896 is, naar hun eigen gedachtenH4284. Ik heb Mijn handen uitgebreid, den gansen dag tot een wederstrevig volk, die wandelen op een weg, die niet goed is, naar hun eigen gedachten.

KJV I have spread out1 my hands2 all the day4 unto a rebellious7 people,6 which walketh8 in a way9 that was not good,11 after12 their own thoughts;

1 פֵּרַ֧שְׂתִּי H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 2 יָדַ֛י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַיּ֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 עַ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 סוֹרֵ֑ר H5637 afvalligen, wederstrevig, afvallen [idiom] away, backsliding, rebellious, revolter(-ing), slide back, stubborn, withdrew 8 הַהֹלְכִים֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 9 הַדֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 10 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 ט֔וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 12 אַחַ֖ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 13 מַחְשְׁבֹתֵיהֶֽם H4284 gedachten, gedachte, vernuftigen arbeid cunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Een volk, Mij geduriglijk tergende in Mijn aangezicht, in hoven offerende, en rokende op tichelstenen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Een volkH5971, Mij geduriglijkH8548 tergendeH3707 in Mijn aangezichtH6440, in hovenH1593 offerendeH2076, en rokendeH6999 opH5921 tichelstenenH3843; Een volk, Mij geduriglijk tergende in Mijn aangezicht, in hoven offerende, en rokende op tichelstenen;

KJV A people1 that provoketh me to anger2 continually6 to my face;5 that sacrificeth7 in gardens,8 and burneth incense9 upon altars of brick;

1 הָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 2 הַמַּכְעִיסִ֥ים H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 3 אוֹתִ֛י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 פָּנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 תָּמִ֑יד H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual 7 זֹֽבְחִים֙ H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 8 בַּגַּנּ֔וֹת H1593 hoven, hof garden 9 וּֽמְקַטְּרִ֖ים H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הַלְּבֵנִֽים H3843 tichelstenen, tichel, tichelen (altar of) brick, tile
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zittende bij de graven, zo vernachten zij bij degenen, die bewaard worden, etende zwijnenvlees, en er is sap van gruwelijke dingen in hun vaten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 ZittendeH3427 bij de gravenH6913, zo vernachtenH3885 zij bij degenen, die bewaardH5341 worden, etendeH398 zwijnenvleesH2386, en er is sapH4839 van gruwelijkeH6292 dingen in hun vatenH3627. Zittende bij de graven, zo vernachten zij bij degenen, die bewaard worden, etende zwijnenvlees, en er is sap van gruwelijke dingen in hun vaten.

KJV Which remain1 among the graves,2 and lodge4 in the monuments,3 which eat5 swine's7 flesh,6 and broth8 of abominable9 things is in their vessels;

1 הַיֹּֽשְׁבִים֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 בַּקְּבָרִ֔ים H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 3 וּבַנְּצוּרִ֖ים H5341 bewaren, bewaart, behoeden besieged, hidden thing, keep(-er, -ing), monument, observe, preserve(-r), subtil, watcher(-man) 4 יָלִ֑ינוּ H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 5 הָאֹֽכְלִים֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 בְּשַׂ֣ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 7 הַחֲזִ֔יר H2386 zwijn, zwijnenvlees, varken boar, swine 8 וּמְרַ֥ק H4839 sop, sap broth. See also H6564 (פָּרָק) 9 פִּגֻּלִ֖ים H6292 afgrijselijk, gruwelijke, verfoeilijk abominable(-tion, thing) 10 כְּלֵיהֶֽם H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Die daar zeggen: Houd u tot uzelven, en naak tot mij niet, want ik ben heiliger dan gij. Dezen zijn een rook in Mijn neus, een vuur, den gansen dag brandende.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Die daar zeggenH559: HoudH7126 u totH413 uzelven, en naakH5066 tot mij nietH408, wantH3588 ik ben heiligerH6942 dan gij. DezenH428 zijn een rookH6227 in Mijn neusH639, een vuurH784, den gansenH3605 dagH3117 brandendeH3344. Die daar zeggen: Houd u tot uzelven, en naak tot mij niet, want ik ben heiliger dan gij. Dezen zijn een rook in Mijn neus, een vuur, den gansen dag brandende.

KJV Which say,1 Stand2 by thyself, come not near5 to me; for I am holier8 than thou. These are a smoke10 in my nose,11 a fire12 that burneth13 all the day.

1 הָאֹֽמְרִים֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 קְרַ֣ב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 3 אֵלֶ֔יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 5 תִּגַּשׁ H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 6 בִּ֖י 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 קְדַשְׁתִּ֑יךָ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 9 אֵ֚לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 10 עָשָׁ֣ן H6227 rook, Rook, rokende smoke(-ing) 11 בְּאַפִּ֔י H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 12 אֵ֥שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 13 יֹקֶ֖דֶת H3344 brandende, branden, bernen (be) burn(-ing), [idiom] from the hearth, kindle 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 הַיּֽוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Ziet, het is voor Mijn aangezicht geschreven; Ik zal niet zwijgen, maar Ik zal vergelden, ja, in hun boezem zal Ik vergelden;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 ZietH2009, het is voor Mijn aangezichtH6440 geschrevenH3789; Ik zal nietH3808 zwijgenH2814, maarH3588 Ik zal vergeldenH7999, ja, in hun boezemH2436 zal Ik vergeldenH7999; Ziet, het is voor Mijn aangezicht geschreven; Ik zal niet zwijgen, maar Ik zal vergelden, ja, in hun boezem zal Ik vergelden;

KJV Behold, it is written2 before3 me: I will not keep silence,5 but will recompense,8 even recompense9 into their bosom,

1 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 כְתוּבָ֖ה H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 3 לְפָנָ֑י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 אֶחֱשֶׂה֙ H2814 zwijgen, stil, stilzwijgen hold peace, keep silence, be silent, (be) still 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 שִׁלַּ֔מְתִּי H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 9 וְשִׁלַּמְתִּ֖י H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 חֵיקָֽם H2436 schoot, boezem, schoots bosom, bottom, lap, midst, within
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Uw ongerechtigheden, en uwer vaderen ongerechtigheden tegelijk, zegt de HEERE, die gerookt hebben op de bergen, en Mij smaadheid aangedaan hebben op de heuvelen; daarom zal Ik hun vorig werkloon in hun boezem weder toemeten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Uw ongerechtighedenH5771, en uwer vaderenH1 ongerechtighedenH5771 tegelijkH3162, zegtH559 de HEEREH3068, dieH834 gerooktH6999 hebben opH5921 de bergenH2022, en Mij smaadheid aangedaanH2778 hebben opH5921 de heuvelenH1389; daarom zal Ik hun vorigH7223 werkloonH6468 in hun boezemH2436 weder toemetenH4058. Uw ongerechtigheden, en uwer vaderen ongerechtigheden tegelijk, zegt de HEERE, die gerookt hebben op de bergen, en Mij smaadheid aangedaan hebben op de heuvelen; daarom zal Ik hun vorig werkloon in hun boezem weder toemeten.

KJV Your iniquities,1 and the iniquities2 of your fathers3 together,4 saith5 the LORD,6 which have burned incense8 upon the mountains,10 and blasphemed13 me upon the hills:12 therefore will I measure14 their former16 work15 into their bosom.

1 עֲ֠וֺנֹתֵיכֶם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 2 וַעֲוֺנֹ֨ת H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 3 אֲבוֹתֵיכֶ֤ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 יַחְדָּו֙ H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 5 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 קִטְּרוּ֙ H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הֶ֣הָרִ֔ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 11 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 הַגְּבָע֖וֹת H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 13 חֵרְפ֑וּנִי H2778 honen, gehoond, smaden betroth, blaspheme, defy, jeopard, rail, reproach, upbraid 14 וּמַדֹּתִ֧י H4058 mat, meten, gemeten measure, mete, stretch self 15 פְעֻלָּתָ֛ם H6468 arbeidsloon, werk, werkloon labour, reward, wages, work 16 רִֽאשֹׁנָ֖ה H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 17 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 חֵיקָֽם H2436 schoot, boezem, schoots bosom, bottom, lap, midst, within
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Alzo zegt de HEERE: Gelijk wanneer men most in een bos druiven vindt, men zegt: Verderf ze niet, want er is een zegen in; alzo zal Ik het om Mijner knechten wil doen, dat Ik hen niet allen verderve.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Alzo zegtH559 de HEEREH3068: Gelijk wanneer men mostH8492 in een bos druivenH811 vindtH4672, men zegtH559: VerderfH7843 ze niet, wantH3588 er is een zegenH1293 in; alzo zal Ik het omH4616 Mijner knechtenH5650 wilH6213 doen, dat Ik hen niet allenH3605 verderveH7843. Alzo zegt de HEERE: Gelijk wanneer men most in een bos druiven vindt, men zegt: Verderf ze niet, want er is een zegen in; alzo zal Ik het om Mijner knechten wil doen, dat Ik hen niet allen verderve.

KJV Thus saith2 the LORD,3 As the new wine6 is found5 in the cluster,7 and one saith,8 Destroy10 it not; for a blessing12 is in it: so will I do15 for my servants'17 sakes, that I may not destroy

1 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 יִמָּצֵ֤א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 6 הַתִּירוֹשׁ֙ H8492 most (new, sweet) wine 7 בָּֽאֶשְׁכּ֔וֹל H811 tros, trossen, bezien cluster (of grapes) 8 וְאָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 10 תַּשְׁחִיתֵ֔הוּ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 בְרָכָ֖ה H1293 zegen, zegeningen, zegening blessing, liberal, pool, present 13 בּ֑וֹ 14 כֵּ֤ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 15 אֶֽעֱשֶׂה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 17 עֲבָדַ֔י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 18 לְבִלְתִּ֖י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 19 הַֽשְׁחִ֥ית H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 20 הַכֹּֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Ik zal zaad uit Jakob voortbrengen, en uit Juda een erfbezitter van Mijn bergen; en Mijn uitverkorenen zullen het erfelijk bezitten, en Mijn knechten zullen aldaar wonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Ik zal zaadH2233 uit JakobH3290 voortbrengenH3318, en uit JudaH3063 een erfbezitterH3423 van Mijn bergenH2022; en Mijn uitverkorenenH972 zullen het erfelijkH3423 bezitten, en Mijn knechtenH5650 zullen aldaarH8033 wonenH7931. En Ik zal zaad uit Jakob voortbrengen, en uit Juda een erfbezitter van Mijn bergen; en Mijn uitverkorenen zullen het erfelijk bezitten, en Mijn knechten zullen aldaar wonen.

KJV And I will bring forth1 a seed3 out of Jacob,2 and out of Judah4 an inheritor5 of my mountains:6 and mine elect8 shall inherit7 it, and my servants9 shall dwell

1 וְהוֹצֵאתִ֤י H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 מִֽיַּעֲקֹב֙ H3290 Jakob, Jakobs Jacob 3 זֶ֔רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 4 וּמִיהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 5 יוֹרֵ֣שׁ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 6 הָרָ֑י H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 7 וִירֵשׁ֣וּהָ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 8 בְחִירַ֔י H972 uitverkorenen, uitverkorene, Uitverkorene choose, chosen one, elect 9 וַעֲבָדַ֖י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 10 יִשְׁכְּנוּ H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 11 שָֽׁמָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Saron zal tot een schaapskooi worden, en het dal van Achor tot een runderleger, voor Mijn volk, dat Mij gezocht heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En SaronH8289 zal tot een schaapskooiH5116 worden, en het dalH6010 van AchorH5911 tot een runderlegerH1241, voor Mijn volkH5971, datH834 Mij gezochtH1875 heeft. En Saron zal tot een schaapskooi worden, en het dal van Achor tot een runderleger, voor Mijn volk, dat Mij gezocht heeft.

KJV And Sharon2 shall be a fold3 of flocks,4 and the valley5 of Achor6 a place for the herds8 to lie down in,7 for my people9 that have sought

1 וְהָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הַשָּׁרוֹן֙ H8289 Saron, Lassaron Lasharon, Sharon 3 לִנְוֵה H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 4 צֹ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 5 וְעֵ֥מֶק H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 6 עָכ֖וֹר H5911 Achor Achor 7 לְרֵ֣בֶץ H7258 gelegen, legering, legerplaats where each lay, lie down in, resting place 8 בָּקָ֑ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 9 לְעַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 דְּרָשֽׁוּנִי H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Maar gij verlaters des HEEREN, gij vergeters van den berg Mijner heiligheid, gij aanrichters ener tafel voor die bende, en gij opvullers des dranks voor dat getal!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Maar gij verlatersH5800 des HEERENH3068, gij vergetersH7913 van den bergH2022 Mijner heiligheidH6944, gij aanrichtersH6186 ener tafelH7979 voor die bendeH1409, en gij opvullersH4390 des dranksH4469 voor dat getalH4507! Maar gij verlaters des HEEREN, gij vergeters van den berg Mijner heiligheid, gij aanrichters ener tafel voor die bende, en gij opvullers des dranks voor dat getal!

KJV But ye are they that forsake2 the LORD,3 that forget4 my holy7 mountain,6 that prepare8 a table10 for that troop,9 and that furnish11 the drink offering13 unto that number.

1 וְאַתֶּם֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 עֹזְבֵ֣י H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 הַשְּׁכֵחִ֖ים H7913 godvergetende, vergeters forget 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 7 קָדְשִׁ֑י H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 8 הַֽעֹרְכִ֤ים H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 9 לַגַּד֙ H1408 that troop 10 שֻׁלְחָ֔ן H7979 tafel, tafelen, tafels table 11 וְהַֽמְמַלְאִ֖ים H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 12 לַמְנִ֥י H4507 getal number 13 מִמְסָֽךְ H4469 dranks, gemengden drank drink-offering, mixed wine

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ik zal ulieden ook ten zwaarde tellen, dat gij allen u ter slachting zult krommen, omdat Ik geroepen heb, maar gij hebt niet geantwoord, Ik gesproken heb, maar gij hebt niet gehoord, maar hebt gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen, en hebt verkoren hetgeen, waaraan Ik geen lust heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Ik zal ulieden ook ten zwaardeH2719 tellenH4487, dat gij allenH3605 u ter slachtingH2874 zult krommenH3766, omdat Ik geroepenH7121 heb, maar gij hebt nietH3808 geantwoordH6030, Ik gesprokenH1696 heb, maar gij hebt nietH3808 gehoordH8085, maar hebt gedaanH6213, dat kwaadH7451 was in Mijn ogenH5869, en hebt verkorenH977 hetgeen, waaraan Ik geenH3808 lustH2654 heb. Ik zal ulieden ook ten zwaarde tellen, dat gij allen u ter slachting zult krommen, omdat Ik geroepen heb, maar gij hebt niet geantwoord, Ik gesproken heb, maar gij hebt niet gehoord, maar hebt gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen, en hebt verkoren hetgeen, waaraan Ik geen lust heb.

KJV Therefore will I number1 you to the sword,3 and ye shall all bow down6 to the slaughter:5 because when I called,8 ye did not answer;10 when I spake,11 ye did not hear;13 but did14 evil15 before mine eyes,16 and did choose20 that wherein I delighted

1 וּמָנִ֨יתִי H4487 tellen, beschikte, geteld appoint, count, number, prepare, set, tell 2 אֶתְכֶ֜ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 לַחֶ֗רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 4 וְכֻלְּכֶם֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 לַטֶּ֣בַח H2874 slachting, slachtvee, slachten [idiom] beast, slaughter, [idiom] slay, [idiom] sore 6 תִּכְרָ֔עוּ H3766 kromde, gekromd, nederbukken bow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very 7 יַ֤עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 8 קָרָ֨אתִי֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 9 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 עֲנִיתֶ֔ם H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 11 דִּבַּ֖רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 12 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 שְׁמַעְתֶּ֑ם H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 14 וַתַּעֲשׂ֤וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 הָרַע֙ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 16 בְּעֵינַ֔י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 17 וּבַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 חָפַ֖צְתִּי H2654 lust, welbehagen, behaagt [idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would 20 בְּחַרְתֶּֽם H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Mijn knechten zullen eten, doch gijlieden zult hongeren; ziet, Mijn knechten zullen drinken, doch gijlieden zult dorsten; ziet, Mijn knechten zullen blijde zijn, doch gijlieden zult beschaamd zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 DaaromH3651 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069 alzo: ZietH2009, Mijn knechtenH5650 zullen etenH398, doch gijliedenH859 zult hongerenH7456; zietH2009, Mijn knechtenH5650 zullen drinkenH8354, doch gijliedenH859 zult dorstenH6770; zietH2009, Mijn knechtenH5650 zullen blijdeH8055 zijn, doch gijliedenH859 zult beschaamdH954 zijn. Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Mijn knechten zullen eten, doch gijlieden zult hongeren; ziet, Mijn knechten zullen drinken, doch gijlieden zult dorsten; ziet, Mijn knechten zullen blijde zijn, doch gijlieden zult beschaamd zijn.

KJV Therefore thus saith3 the Lord4 GOD,5 Behold, my servants7 shall eat,8 but ye shall be hungry:10 behold, my servants12 shall drink,13 but ye shall be thirsty:15 behold, my servants17 shall rejoice,18 but ye shall be ashamed:

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 7 עֲבָדַ֤י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 8 יֹאכֵ֨לוּ֙ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 9 וְאַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 תִּרְעָ֔בוּ H7456 hongeren, honger, hongerde (suffer to) famish, (be, have, suffer, suffer to) hunger(-ry) 11 הִנֵּ֧ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 12 עֲבָדַ֛י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 13 יִשְׁתּ֖וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 14 וְאַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 15 תִּצְמָ֑אוּ H6770 dorst, dorsten, dorstte (be a-, suffer) thirst(-y) 16 הִנֵּ֧ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 17 עֲבָדַ֛י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 18 יִשְׂמָ֖חוּ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 19 וְאַתֶּ֥ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 20 תֵּבֹֽשׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ziet, Mijn knechten zullen juichen van goeder harte, maar gijlieden zult schreeuwen van weedom des harten, en van verbreking des geestes zult gij huilen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 ZietH2009, Mijn knechtenH5650 zullen juichenH7442 van goederH2898 harteH3820, maar gijliedenH859 zult schreeuwenH6817 van weedomH3511 des hartenH3820, en van verbrekingH7667 des geestesH7307 zult gij huilenH3213. Ziet, Mijn knechten zullen juichen van goeder harte, maar gijlieden zult schreeuwen van weedom des harten, en van verbreking des geestes zult gij huilen.

KJV Behold, my servants2 shall sing3 for joy4 of heart,5 but ye shall cry7 for sorrow8 of heart,9 and shall howl12 for vexation10 of spirit.

1 הִנֵּ֧ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 עֲבָדַ֛י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 3 יָרֹ֖נּוּ H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 4 מִטּ֣וּב H2898 goed, goede, goedheid fair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with 5 לֵ֑ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 6 וְאַתֶּ֤ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 תִּצְעֲקוּ֙ H6817 riep, riepen, roepen [idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together) 8 מִכְּאֵ֣ב H3511 smart, pijn, weedom grief, pain, sorrow 9 לֵ֔ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 10 וּמִשֵּׁ֥בֶר H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 11 ר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 12 תְּיֵלִֽילוּ H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En gijlieden zult uw naam Mijn uitverkorenen tot een vervloeking laten; en de Heere HEERE zal ulieden doden, maar Zijn knechten zal Hij met een anderen naam noemen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En gijlieden zult uw naamH8034 Mijn uitverkorenenH972 tot een vervloekingH7621 latenH3240; en de HeereH136 HEEREH3069 zal ulieden dodenH4191, maar Zijn knechtenH5650 zal Hij met een anderen naamH8034 noemenH7121; En gijlieden zult uw naam Mijn uitverkorenen tot een vervloeking laten; en de Heere HEERE zal ulieden doden, maar Zijn knechten zal Hij met een anderen naam noemen;

KJV And ye shall leave1 your name2 for a curse3 unto my chosen:4 for the Lord6 GOD7 shall slay5 thee, and call9 his servants8 by another11 name:

1 וְהִנַּחְתֶּ֨ם H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 2 שִׁמְכֶ֤ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 לִשְׁבוּעָה֙ H7621 eed, eeds, eden curse, oath, [idiom] sworn 4 לִבְחִירַ֔י H972 uitverkorenen, uitverkorene, Uitverkorene choose, chosen one, elect 5 וֶהֱמִיתְךָ֖ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 6 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 7 יְהוִ֑ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 8 וְלַעֲבָדָ֥יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 9 יִקְרָ֖א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 10 שֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 11 אַחֵֽר H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zodat, wie zich zegenen zal op aarde, die zal zich zegenen in den God der waarheid; en wie zal zweren op aarde, die zal zweren bij den God der waarheid, omdat de vorige benauwdheden zullen vergeten zijn, en omdat zij voor Mijn ogen verborgen zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Zodat, wie zich zegenenH1288 zal op aardeH776, dieH834 zal zich zegenenH1288 in den GodH430 der waarheidH543; en wie zal zwerenH7650 op aardeH776, die zal zwerenH7650 bij den GodH430 der waarheidH543, omdat de vorigeH7223 benauwdhedenH6869 zullen vergetenH7911 zijn, en omdatH3588 zij voor Mijn ogenH5869 verborgenH5641 zijn. Zodat, wie zich zegenen zal op aarde, die zal zich zegenen in den God der waarheid; en wie zal zweren op aarde, die zal zweren bij den God der waarheid, omdat de vorige benauwdheden zullen vergeten zijn, en omdat zij voor Mijn ogen verborgen zijn.

KJV That he who blesseth2 himself in the earth3 shall bless4 himself in the God5 of truth;6 and he that sweareth7 in the earth8 shall swear9 by the God10 of truth;11 because the former15 troubles14 are forgotten,13 and because they are hid17 from mine eyes.

1 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 הַמִּתְבָּרֵ֜ךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 3 בָּאָ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 יִתְבָּרֵךְ֙ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 5 בֵּאלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 אָמֵ֔ן H543 Amen, amen, waarheid Amen, so be it, truth 7 וְהַנִּשְׁבָּ֣ע H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 8 בָּאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 יִשָּׁבַ֖ע H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 10 בֵּאלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 אָמֵ֑ן H543 Amen, amen, waarheid Amen, so be it, truth 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 נִשְׁכְּח֗וּ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 14 הַצָּרוֹת֙ H6869 benauwdheid, benauwdheden, nood adversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble 15 הָרִ֣אשֹׁנ֔וֹת H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 16 וְכִ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 נִסְתְּר֖וּ H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 18 מֵעֵינָֽי H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WantH3588 zietH2005, Ik schepH1254 nieuweH2319 hemelenH8064 en een nieuweH2319 aardeH776; en de vorigeH7223 dingen zullen nietH3808 meer gedachtH2142 worden, en zullen in het hartH3820 nietH3808 opkomenH5927. Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen.

KJV For, behold, I create3 new5 heavens4 and a new7 earth:6 and the former10 shall not be remembered,9 nor come12 into mind.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנְנִ֥י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 3 בוֹרֵ֛א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 4 שָׁמַ֥יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 5 חֲדָשִׁ֖ים H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 6 וָאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 חֲדָשָׁ֑ה H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 8 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תִזָּכַ֨רְנָה֙ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 10 הָרִ֣אשֹׁנ֔וֹת H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 11 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 תַעֲלֶ֖ינָה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 לֵֽב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Maar weest gijlieden vrolijk, en verheugt u tot in der eeuwigheid in hetgeen Ik schep; want ziet, Ik schep Jeruzalem een verheuging, en haar volk een vrolijkheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Maar weest gijlieden vrolijkH7797, en verheugtH1523 u totH5704 in der eeuwigheidH5703 in hetgeenH834 IkH589 schepH1254; wantH3588 zietH2005, Ik schepH1254 JeruzalemH3389 een verheugingH1525, en haar volkH5971 een vrolijkheidH4885. Maar weest gijlieden vrolijk, en verheugt u tot in der eeuwigheid in hetgeen Ik schep; want ziet, Ik schep Jeruzalem een verheuging, en haar volk een vrolijkheid.

KJV But be ye glad3 and rejoice4 for ever6 in that which I create:9 for, behold, I create12 Jerusalem14 a rejoicing,15 and her people16 a joy.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 שִׂ֤ישׂוּ H7797 vrolijk, verblijden, Wees vrolijk be glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice 4 וְגִ֨ילוּ֙ H1523 verheugen, verheugt, verheuge be glad, joy, be joyful, rejoice 5 עֲדֵי H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 עַ֔ד H5703 eeuwigheid, altoos, eeuwiglijk eternity, ever(-lasting, -more), old, perpetually, [phrase] world without end 7 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 בוֹרֵ֑א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 10 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 12 בוֹרֵ֧א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 יְרוּשָׁלִַ֛ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 15 גִּילָ֖ה H1525 verheuging joy, rejoicing 16 וְעַמָּ֥הּ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 17 מָשֽׂוֹשׂ H4885 vreugde, vrolijkheid, vrolijk joy, mirth, rejoice
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem, en vrolijk zijn over Mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden de stem der wening, noch de stem des geschreeuws.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En Ik zal Mij verheugenH1523 over JeruzalemH3389, en vrolijkH7797 zijn over Mijn volkH5971; en in haar zal nietH3808 meerH5750 gehoordH8085 worden de stemH6963 der weningH1065, noch de stemH6963 des geschreeuwsH2201. En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem, en vrolijk zijn over Mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden de stem der wening, noch de stem des geschreeuws.

KJV And I will rejoice1 in Jerusalem,2 and joy3 in my people:4 and the voice9 of weeping10 shall be no more heard6 in her, nor the voice11 of crying.

1 וְגַלְתִּ֥י H1523 verheugen, verheugt, verheuge be glad, joy, be joyful, rejoice 2 בִירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 3 וְשַׂשְׂתִּ֣י H7797 vrolijk, verblijden, Wees vrolijk be glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice 4 בְעַמִּ֑י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יִשָּׁמַ֥ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 בָּהּ֙ 8 ע֔וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 9 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 10 בְּכִ֖י H1065 geween, wenen, wening overflowing, [idiom] sore, (continual) weeping, wept 11 וְק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 12 זְעָקָֽה H2201 geroep, gekrijt, geschreeuws cry(-ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Van daar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen, noch een oud man, die zijn dagen niet zal vervullen; want een jongeling zal sterven, honderd jaren oud zijnde, maar een zondaar, honderd jaren oud zijnde, zal vervloekt worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Van daarH8033 zal niet meerH5750 wezenH1961 een zuigelingH5764 van weinig dagenH3117, noch een oudH1121 man, dieH834 zijn dagenH3117 nietH3808 zal vervullenH4390; wantH3588 een jongelingH5288 zal stervenH4191, honderdH3967 jarenH8141 oudH1121 zijnde, maar een zondaarH2398, honderdH3967 jarenH8141 oudH2205 zijnde, zal vervloektH7043 worden. Van daar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen, noch een oud man, die zijn dagen niet zal vervullen; want een jongeling zal sterven, honderd jaren oud zijnde, maar een zondaar, honderd jaren oud zijnde, zal vervloekt worden.

KJV There shall be no more thence an infant5 of days,6 nor an old man7 that hath not filled10 his days:12 for the child14 shall die18 an hundred16 years17 old;15 but the sinner19 being an hundred21 years22 old20 shall be accursed.

1 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִֽהְיֶ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 מִשָּׁ֜ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 4 ע֗וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 5 ע֤וּל H5764 zuigeling sucking child, infant 6 יָמִים֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 וְזָקֵ֔ן H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יְמַלֵּ֖א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 יָמָ֑יו H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 הַנַּ֗עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 15 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 מֵאָ֤ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 17 שָׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 18 יָמ֔וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 19 וְהַ֣חוֹטֶ֔א H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 20 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 21 מֵאָ֥ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 22 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 23 יְקֻלָּֽל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En zij zullen huizen bouwen en bewonen, en zij zullen wijngaarden planten, en derzelver vrucht eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En zij zullen huizenH1004 bouwenH1129 en bewonenH3427, en zij zullen wijngaardenH3754 plantenH5193, en derzelver vruchtH6529 etenH398. En zij zullen huizen bouwen en bewonen, en zij zullen wijngaarden planten, en derzelver vrucht eten.

KJV And they shall build1 houses,2 and inhabit3 them; and they shall plant4 vineyards,5 and eat6 the fruit

1 וּבָנ֥וּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 בָתִּ֖ים H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 וְיָשָׁ֑בוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 4 וְנָטְע֣וּ H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 5 כְרָמִ֔ים H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 6 וְאָכְל֖וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 7 פִּרְיָֽם H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Zij zullen niet bouwen, dat het een ander bewone; zij zullen niet planten, dat het een ander ete, want de dagen Mijns volks zullen zijn als de dagen eens booms, en Mijn uitverkorenen zullen het werk hunner handen verslijten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Zij zullen nietH3808 bouwenH1129, dat het een anderH312 bewoneH3427; zij zullen nietH3808 plantenH5193, dat het een anderH312 eteH398, wantH3588 de dagenH3117 Mijns volksH5971 zullen zijn als de dagenH3117 eens boomsH6086, en Mijn uitverkorenenH972 zullen het werkH4639 hunner handenH3027 verslijtenH1086. Zij zullen niet bouwen, dat het een ander bewone; zij zullen niet planten, dat het een ander ete, want de dagen Mijns volks zullen zijn als de dagen eens booms, en Mijn uitverkorenen zullen het werk hunner handen verslijten.

KJV They shall not build,2 and another3 inhabit;4 they shall not plant,6 and another7 eat:8 for as the days10 of a tree11 are the days12 of my people,13 and mine elect17 shall long enjoy16 the work14 of their hands.

1 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִבְנוּ֙ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 3 וְאַחֵ֣ר H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 4 יֵשֵׁ֔ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יִטְּע֖וּ H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 7 וְאַחֵ֣ר H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 8 יֹאכֵ֑ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 כִימֵ֤י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 הָעֵץ֙ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 12 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 וּמַעֲשֵׂ֥ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 15 יְדֵיהֶ֖ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 יְבַלּ֥וּ H1086 verouderd, oud, verouden consume, enjoy long, become (make, wax) old, spend, waste 17 בְחִירָֽי H972 uitverkorenen, uitverkorene, Uitverkorene choose, chosen one, elect
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Zij zullen niet tevergeefs arbeiden, noch baren ter verstoring; want zij zijn het zaad der gezegenden des HEEREN, en hun nakomelingen met hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Zij zullen niet tevergeefsH7385 arbeidenH3021, nochH3808 barenH3205 ter verstoringH928; wantH3588 zij zijn het zaadH2233 der gezegendenH1288 des HEERENH3068, en hunH1992 nakomelingenH6631 metH854 hen. Zij zullen niet tevergeefs arbeiden, noch baren ter verstoring; want zij zijn het zaad der gezegenden des HEEREN, en hun nakomelingen met hen.

KJV They shall not labour2 in vain,3 nor bring forth5 for trouble;6 for they are the seed8 of the blessed9 of the LORD,10 and their offspring

1 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִֽיגְעוּ֙ H3021 gearbeid, moede, vermoeid faint, (make to) labour, (be) weary 3 לָרִ֔יק H7385 vergeefs, ijdelheid, tevergeefs empty, to no purpose, (in) vain (thing), vanity 4 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יֵלְד֖וּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 6 לַבֶּהָלָ֑ה H928 verschrikking, verschrikkingen, verstoring terror, trouble 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 זֶ֜רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 9 בְּרוּכֵ֤י H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 10 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 הֵ֔מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 וְצֶאֱצָאֵיהֶ֖ם H6631 spruiten, nakomelingen, voortkomt that which cometh forth (out), offspring 13 אִתָּֽם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En het zal geschieden, eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En het zal geschiedenH1961, eerH2962 zij roepenH7121, zo zal IkH589 antwoordenH6030; terwijl zij nogH5750 sprekenH1696, zo zal IkH589 horenH8085. En het zal geschieden, eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.

KJV And it shall come to pass, that before they call,3 I will answer;5 and while they are yet speaking,8 I will hear.

1 וְהָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 טֶֽרֶם H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 3 יִקְרָ֖אוּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 וַאֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 5 אֶעֱנֶ֑ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 6 ע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 7 הֵ֥ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 8 מְדַבְּרִ֖ים H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 9 וַאֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 אֶשְׁמָֽע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 De wolf en het lam zullen te zamen weiden, en de leeuw zal stro eten als een rund, en stof zal de spijze der slang zijn; zij zullen geen kwaad doen noch verderven op Mijn gansen heiligen berg zegt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 De wolfH2061 en het lamH2924 zullen te zamenH259 weidenH7462, en de leeuwH738 zal stroH8401 etenH398 als een rundH1241, en stofH6083 zal de spijzeH3899 der slangH5175 zijn; zij zullen geen kwaadH7489 doen nochH3808 verdervenH7843 op Mijn gansenH3605 heiligenH6944 bergH2022 zegtH559 de HEEREH3068. De wolf en het lam zullen te zamen weiden, en de leeuw zal stro eten als een rund, en stof zal de spijze der slang zijn; zij zullen geen kwaad doen noch verderven op Mijn gansen heiligen berg zegt de HEERE.

KJV The wolf1 and the lamb2 shall feed3 together,4 and the lion5 shall eat7 straw8 like the bullock:6 and dust10 shall be the serpent's9 meat.11 They shall not hurt13 nor destroy15 in all my holy18 mountain,17 saith19 the LORD.

1 זְאֵ֨ב H2061 wolf, wolven wolf 2 וְטָלֶ֜ה H2924 lam lamb 3 יִרְע֣וּ H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 4 כְאֶחָ֗ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 5 וְאַרְיֵה֙ H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 6 כַּבָּקָ֣ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 7 יֹֽאכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 תֶּ֔בֶן H8401 stro, tro chaff, straw, stubble 9 וְנָחָ֖שׁ H5175 slang, slangen serpent 10 עָפָ֣ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 11 לַחְמ֑וֹ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 12 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יָרֵ֧עוּ H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 14 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יַשְׁחִ֛יתוּ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 16 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 הַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 18 קָדְשִׁ֖י H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 19 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 20 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 65:1 Romeinen 10:20 Hosea 1:10 Efeze 2:12 Romeinen 9:24 Jesaja 2:2 Jesaja 63:19 Jesaja 11:10 Jesaja 45:22
Jesaja 65:2 Romeinen 10:21 Jesaja 1:2 Jeremia 7:24 Deuteronomium 29:19 Psalmen 81:11 Spreuken 1:24 Psalmen 36:4 Jeremia 3:17
Jesaja 65:3 Jesaja 1:29 Jesaja 66:17 Job 1:11 Jesaja 3:8 Job 2:5 Psalmen 78:58 Ezechiël 20:28 Leviticus 17:5
Jesaja 65:4 Jesaja 66:17 Leviticus 11:7 Jesaja 66:3 Deuteronomium 14:8 Ezechiël 4:14 Markus 5:2 Exodus 34:26 Exodus 23:19
Jesaja 65:5 Lukas 7:39 Lukas 18:9 Lukas 15:28 Romeinen 2:17 Lukas 5:30 Mattheüs 9:11 Spreuken 16:5 Lukas 15:2
Jesaja 65:6 Jeremia 16:18 Psalmen 50:3 Psalmen 79:12 Jesaja 64:12 Jesaja 42:14 Psalmen 50:21 Ezechiël 22:31 Openbaring 20:12
Jesaja 65:7 Exodus 20:5 Jesaja 57:7 Ezechiël 20:27 Jeremia 5:29 Jeremia 13:25 Leviticus 26:39 2 Koningen 12:3 Jesaja 22:14
Jesaja 65:8 Amos 9:8 Joël 2:14 Mattheüs 24:22 Romeinen 11:24 Romeinen 9:27 Jesaja 6:13 Jeremia 30:11 Romeinen 11:5
Jesaja 65:9 Amos 9:11 Jesaja 27:6 Jesaja 65:15 Jesaja 11:11 Jesaja 10:20 Ezechiël 36:24 Jesaja 32:18 Obadja 1:17
Jesaja 65:10 Jesaja 35:2 Hosea 2:15 Jesaja 33:9 Jesaja 51:1 Jozua 7:24 Ezechiël 34:13
Jesaja 65:11 Jesaja 1:28 Jesaja 2:2 Jesaja 65:25 Deuteronomium 32:17 1 Korinthe 10:20 1 Kronieken 28:9 Jesaja 56:7 Jesaja 11:9
Jesaja 65:12 Jeremia 7:13 2 Kronieken 36:15 Jesaja 50:2 Mattheüs 21:34 Jeremia 34:17 Jesaja 3:25 Jesaja 41:28 Jeremia 16:17
Jesaja 65:13 Jesaja 66:5 Lukas 16:24 Jesaja 61:7 Jesaja 66:14 Maleachi 3:18 Psalmen 37:19 Lukas 14:23 Jesaja 44:9
Jesaja 65:14 Mattheüs 8:12 Lukas 13:28 Jakobus 5:13 Psalmen 66:4 Jesaja 52:8 Jesaja 24:14 Job 29:13 Mattheüs 13:42
Jesaja 65:15 Zacharia 8:13 Jesaja 62:2 Handelingen 11:26 Jesaja 65:9 Jeremia 29:22 Romeinen 9:26 Jesaja 65:22 Jesaja 65:12
Jesaja 65:16 Psalmen 31:5 Jesaja 19:18 Jeremia 4:2 Deuteronomium 32:4 Openbaring 20:4 Jeremia 12:16 Daniël 12:11 Deuteronomium 6:13
Jesaja 65:17 2 Petrus 3:13 Jesaja 66:22 Jeremia 3:16 Openbaring 21:1 Jesaja 43:18 Jesaja 51:16
Jesaja 65:18 Psalmen 98:1 Jesaja 66:10 Openbaring 11:15 Jesaja 12:4 Psalmen 67:3 Psalmen 96:10 Jesaja 44:23 1 Thessalonicenzen 5:16
Jesaja 65:19 Jesaja 35:10 Openbaring 7:17 Jesaja 25:8 Openbaring 21:4 Jesaja 51:11 Jesaja 62:4 Jeremia 32:41 Jesaja 60:20
Jesaja 65:20 Deuteronomium 4:40 Job 5:26 Psalmen 34:12 Jesaja 3:11 Romeinen 2:5 Prediker 8:12
Jesaja 65:21 Amos 9:14 Jesaja 32:18 Jesaja 62:8 Jeremia 31:4 Deuteronomium 28:30 Jesaja 37:30 Leviticus 26:16 Richteren 6:1
Jesaja 65:22 Psalmen 92:12 Jesaja 65:9 Jesaja 65:15 Psalmen 91:16 Genesis 5:5 Psalmen 21:4 Genesis 5:27 Leviticus 26:16
Jesaja 65:23 Jesaja 61:9 Handelingen 2:39 Jeremia 32:38 Jesaja 49:4 Deuteronomium 28:3 Psalmen 115:14 Hagai 2:19 Romeinen 9:7
Jesaja 65:24 Daniël 10:12 1 Johannes 5:14 Jesaja 58:9 Markus 11:24 Psalmen 91:15 Psalmen 50:15 Psalmen 32:5 Jesaja 55:6
Jesaja 65:25 Jesaja 11:6 Micha 7:17 Jesaja 65:11 Micha 4:3 Zacharia 14:20 Jesaja 2:4 Jesaja 35:9 Openbaring 14:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 65 vers 1

gevonden Hebreeuws eigenlijk gezocht. Versta hierbij, en gevonden, gelijk er staat Rom. 10:20 . Dit spreekt de Heere, en het is ene profetie van de beroeping der heidenen en de verwerping de Joden. Zie deze manier van spreken, te weten zoeken voor zoeken en vinden, Pred. 3:6 , en vergelijk Gen. 12:15 .

Hertaald: gevonden Hebreeuws eigenlijk: gezocht. Vul hierbij aan: en gevonden, zoals er staat in Rom. 10:20. Dit spreekt de HEERE, en het is een profetie van de roeping van de heidenen en de verwerping van de Joden. Zie deze manier van spreken, namelijk zoeken voor zoeken én vinden, in Pred. 3:6, en vergelijk Gen. 12:15.

die naar Mij Hebreeuws, die niet vraagden.

Hertaald: die naar Mij Hebreeuws: die niet vroegen.

van degenen, Dat is, van de heidenen, die vreemd waren van het burgerschap van Israël, enz. Zie Ef. 2:12 .

Hertaald: van degenen, Dat is: van de heidenen, die vreemd waren van het burgerschap van Israël, enzovoort. Zie Ef. 2:12.

het volk, Versta hier ook de heidenen, die eertijds Gods volk niet genaamd werden. Zie Rom. 9:24-26 .

Hertaald: het volk, Versta hier ook de heidenen, die vroeger geen volk van God genoemd werden. Zie Rom. 9:24-26.

Ziet, hier ben Ik, Dat is, ik bied mij tot uw bestaan, te weten in en door de predikatie van het heilig Evangelie.

Hertaald: Ziet, hier ben Ik, Dat is: Ik bied Mij aan om u bij te staan, namelijk in en door de prediking van het heilig Evangelie.

Jesaja 65 vers 2

Mijn handen Dat is, Ik heb de Joden door de predikatie der profeten, en daarna door de apostelen, steeds laten roepen en onderwijzen, maar zij hebben het niet ter harte genomen. Als de Heilige Schrift zegt dat de mensen de handen uitbreiden of uitspreiden, dat betekent bidden, gelijk Ex. 9:29 , en 1 Kon. 8:22 . Zie de aantekening aldaar. Maar als er gezegd wordt dat God prediken, gelijk hier en Spr. 1:24 , zie de aantekening aldaar.

Hertaald: Mijn handen Dat is: Ik heb de Joden voortdurend laten roepen en onderwijzen, door de prediking van de profeten en daarna door de apostelen, maar zij hebben het niet ter harte genomen. Wanneer de Heilige Schrift zegt dat mensen de handen uitbreiden of uitspreiden, betekent dat bidden, zoals in Ex. 9:29 en 1 Kon. 8:22. Zie de aantekening daarbij. Maar wanneer er gezegd wordt dat God de handen uitbreidt, betekent dat prediken, zoals hier en in Spr. 1:24; zie de aantekening daarbij.

wederstrevig volk, Zie Jes. 1:23 . De apostel Paulus, de Griekse overzetters volgende, heeft: tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk, en hij zegt dat dit tot Israël gesproken is, Rom. 10:21 .

Hertaald: wederstrevig volk, Zie Jes. 1:23. De apostel Paulus heeft, in navolging van de Griekse vertalers: tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk, en hij zegt dat dit tot Israël gesproken is, Rom. 10:21.

een weg, Gelijk Ps. 36:5 . Het woord weg wordt somtijds in de Heilige Schrift gebruikt voor religie, gelijk Hand. 18:25-26 , en Hand. 22:4 .

Hertaald: een weg, Zoals in Ps. 36:5. Het woord weg wordt in de Heilige Schrift soms gebruikt voor godsdienst, zoals in Hand. 18:25-26 en Hand. 22:4.

naar hun eigen Daar staat Ps. 94:11 , dat des mensen gedachten de ijdelheid zelve zijn. Zie ook Ps. 81:13 .

Hertaald: naar hun eigen In Ps. 94:11 staat dat de gedachten van de mens de ijdelheid zelf zijn. Zie ook Ps. 81:13.

Jesaja 65 vers 3

Mij geduriglijk Te weten door hunne afgoderij en gruwelen. Zie Deut. 32:16 .

Hertaald: Mij geduriglijk Namelijk: door hun afgoderij en gruwelen. Zie Deut. 32:16.

in Mijn aangezicht, Dat is, openlijk, stoutelijk, onbeschaamd, het tegendeel van Gods verbod; Ex. 20:3 . Zie Job 1:11 .

Hertaald: in Mijn aangezicht, Dat is: openlijk, brutaal, onbeschaamd, in strijd met Gods verbod; Ex. 20:3. Zie Job 1:11.

in hoven Te weten onder de groene bomen, naar de wijze der afgodendienaars. Zie Jes. 1:29 , en Jes. 66:17 .

Hertaald: in hoven Namelijk: onder de groene bomen, naar de gewoonte van de afgodendienaars. Zie Jes. 1:29 en Jes. 66:17.

op tichelstenen; Dat is, op de afgodische altaren, die van tichelstenen gemaakt zijn, versmadende Gods gouden altaar, dat Salomo had laten maken, 1 Kon. 7:48 .

Hertaald: op tichelstenen; Dat is: op de afgodische altaren die van tichelstenen gemaakt zijn, terwijl zij Gods gouden altaar versmaadden dat Salomo had laten maken, 1 Kon. 7:48.

Jesaja 65 vers 4

bij de graven, Om de doden voor de levenden te vragen, Jes. 8:19 , hetwelk een gruwel is voor God; Deut. 8:11-12 . Zie Jes. 2:6 , Jes. 2:8 , Jes. 2:19 .

Hertaald: bij de graven, Om de doden voor de levenden te raadplegen, Jes. 8:19, wat voor God een gruwel is; Deut. 8:11-12. Zie Jes. 2:6, Jes. 2:8 en Jes. 2:19.

bij degenen, Dat is, naar sommiger mening, bij de afgoden, of beelden der valse goden, die niet bewaarden, maar moesten bewaard en bewaakt worden, opdat zij niet zouden gestolen worden. Doch anderen verstaan het van de dode lichamen, die de zwarte kunstenaars plachten te bewaren, en bij nacht bij dezelve te blijven om hun wat af vragen. Anders: zo vernachten zij in woeste plaatsen, of in bewaarde begraafplaatsen.

Hertaald: bij degenen, Volgens sommigen is dit: bij de afgoden of beelden van de valse goden, die niet bewaarden maar zelf bewaard en bewaakt moesten worden opdat zij niet gestolen zouden worden. Maar anderen verstaan het van de dode lichamen die de zwarte kunstenaars plachten te bewaren en waarbij zij 's nachts bleven om hun iets te vragen. Anders: zo overnachten zij op woeste plaatsen, of in bewaakte begraafplaatsen.

etende Tegen Gods uitdrukkelijk verbod [als zijnde onrein]; Lev. 11:7 ; Deut. 14:8 .

Hertaald: etende Tegen Gods uitdrukkelijke verbod, omdat het onrein is; Lev. 11:7 en Deut. 14:8.

sap Dat is, sop van het vlees der verboden dieren, die den Heere een gruwel zijn als men ze eet. Anders: stukken van onrein, of stinkend, of verrot [vlees] is in hunne vaten. Zie de aantekening Lev. 7:18 . Doch men moet hier onder de bovenverhaalde gruwelen verstaan allerlei overtreding der wet Gods.

Hertaald: sap Dat is: sop van het vlees van de verboden dieren, die de HEERE een gruwel zijn wanneer men ze eet. Anders: stukken van onrein, of stinkend, of verrot vlees is in hun vaten. Zie de aantekening bij Lev. 7:18. Maar men moet onder de hierboven genoemde gruwelen allerlei overtreding van de wet van God verstaan.

Jesaja 65 vers 5

zeggen Te weten tot den profeet, die hen wil straffen en tot boete vermanen.

Hertaald: zeggen Namelijk: tot de profeet, die hen wil bestraffen en tot bekering vermanen.

Houd u tot uzelven, Dat is, blijf van mij en nader mij niet, bekommer u met uzelven.

Hertaald: Houd u tot uzelven, Dat is: blijf van mij af en kom niet dichterbij, bemoei u met uzelf.

ik ben Het zijn de woorden der pochers en schijnheiligen, anderen trotserende, als zeer heilige mannen zijnde, daar zij toch geheel onrein waren; zie Spr. 30:12 ; Luc. 18:11 ; Rom. 2:17 , enz.

Hertaald: ik ben Het zijn de woorden van de pochers en schijnheiligen, die anderen trotseren alsof zij zeer heilige mannen waren, terwijl zij toch volkomen onrein waren; zie Spr. 30:12, Luk. 18:11 en Rom. 2:17, enzovoort.

heiliger Of, heilig, ten aanzien van u.

Hertaald: heiliger Of: heilig, in vergelijking met u.

zijn een rook Dat is, zij zijn mij zeer bezwaarlijk, daarom zal Ik hen in mijnen toorn verdelgen. Anders: zij zijn een rook in mijnen toorn; dat is, zij verdienen een grote straf, die hun ook overkoemn zal in mijnen toorn. Alzo wordt rook voor grote straf genomen; Jes. 14:31 ; Openb. 18:9 , Openb. 18:18 , en Openb. 19:3 , en elders meer.

Hertaald: zijn een rook Dat is: zij zijn Mij zeer bezwaarlijk; daarom zal Ik hen in Mijn toorn verdelgen. Anders: zij zijn een rook in Mijn toorn — dat is: zij verdienen een grote straf, die hun ook in Mijn toorn zal overkomen. Zo wordt rook voor grote straf genomen; Jes. 14:31, Openb. 18:9, Openb. 18:18 en Openb. 19:3, en nog elders.

den gansen dag Dat is, geduriglijk brandende. Zodat dit te verstaan is van het helse vuur, dat altoos brandt; Marc. 9:45-46 , Marc. 9:48 .

Hertaald: den gansen dag Dat is: voortdurend brandend. Zo moet dit verstaan worden van het helse vuur, dat altijd brandt; Mark. 9:45-46 en Mark. 9:48.

Jesaja 65 vers 6

het Te weten het afgodisch wezen der Joden, waarvan straks gesproken is.

Hertaald: het Namelijk: het afgodische wezen van de Joden, waarover zojuist gesproken is.

is voor Mijn aangezicht Te weten opdat het niet vergeten worde; Ik zal het te zijner tijd wel straffen. Zie Ex. 17:14 ; Deut. 32:34 . Zie de aantekening aldaar en Jer. 17:1 .

Hertaald: is voor Mijn aangezicht Namelijk: opdat het niet vergeten wordt; Ik zal het te zijner tijd wel straffen. Zie Ex. 17:14 en Deut. 32:34. Zie de aantekening daarbij en Jer. 17:1.

Ik zal niet zwijgen, Versta dit zwijgen niet zozeer van met woorden te zwijgen, als metterdaad zich stil te houden; gelijk Richt. 18:9 . Zie de aantekening aldaar; zie ook de aantekening 1 Kon. 22:3 .

Hertaald: Ik zal niet zwijgen, Versta dit zwijgen niet zozeer als zwijgen met woorden, maar als Zich metterdaad stilhouden, zoals in Richt. 18:9. Zie de aantekening daarbij; zie ook de aantekening bij 1 Kon. 22:3.

in hun boezem Dat is overvloediglijk, met volle maat, gelijk Psa 79 , zie de aantekening Ps. 79:12 .

Hertaald: in hun boezem Dat is: overvloedig, met volle maat, zoals in Ps. 79; zie de aantekening bij Ps. 79:12.

Jesaja 65 vers 7

Mij smaadheid Of, gehoond hebben, te weten met hun valsen godsdienst. Zie Ps. 106:20-21 .

Hertaald: Mij smaadheid Of: gehoond hebben, namelijk met hun valse godsdienst. Zie Ps. 106:20-21.

zal Ik Dat is, Ik zal hen straffen, gelijk zij wel verdiend hebben met mij tot toorn te verwekken.

Hertaald: zal Ik Dat is: Ik zal hen straffen zoals zij verdiend hebben door Mij tot toorn te verwekken.

hun vorig werkloon Of, het eerste loon; te weten dat zij met hunne misdaden verdiend hebben. Zie Jes. 40:10 , en Jes. 62:11 .

Hertaald: hun vorig werkloon Of: het eerste loon, namelijk dat zij met hun misdaden verdiend hebben. Zie Jes. 40:10 en Jes. 62:11.

Jesaja 65 vers 8

Gelijk Hier geeft de Heere te kennen dat, gelijk wanneer iemand gezind is een wijnstok uit te roeien omdat hij geen goede vruchten draagt, nochtans denzelven verschoont als hij enige goede druiven aan denzelven vindt; alzo zal de Heere het kleine overblijfsel der Israëlieten sparen vanwege het klein getal zijner uitverkorenen; vergelijk hiermede Jes. 17:6 , en Rom. 11:5 .

Hertaald: Gelijk Hier geeft de HEERE te kennen dat, zoals iemand die van plan is een wijnstok uit te roeien omdat hij geen goede vruchten draagt hem toch spaart wanneer hij er enkele goede druiven aan vindt, zo ook de HEERE het kleine overblijfsel van de Isra«lieten zal sparen vanwege het kleine aantal van Zijn uitverkorenen; vergelijk hiermee Jes. 17:6 en Rom. 11:5.

niet, Te weten de druif.

Hertaald: niet, Namelijk: de druif.

een zegen in; Dat is, goede wijn, komende van den zegen des Heeren, en waarvoor Hij te zegenen, of te loven en te bedanken is.

Hertaald: een zegen in; Dat is: goede wijn, die van de zegen van de HEERE komt en waarvoor Hij te zegenen, te loven en te danken is.

om Mijner knechten Dat is, om de godzaligen onder de Joden, die mij getrouwelijk dienen.

Hertaald: om Mijner knechten Dat is: omwille van de godzaligen onder de Joden, die Mij trouw dienen.

dat Ik hen Dat is, dat Ik het ganse volk niet verderve. Anders: opdat Ik het niet alles verderve.

Hertaald: dat Ik hen Dat is: dat Ik het hele volk niet verderf. Anders: opdat Ik het niet alles verderf.

Jesaja 65 vers 9

zaad uit Jakob Dat is, enige weinigen, gelijk Rom. 9:29 ; zie Jes. 1:9 met de aantekening. De zin is: Ik zal mijne kerk vermenigvuldigen en zegenen.

Hertaald: zaad uit Jakob Dat is: enkele weinigen, zoals in Rom. 9:29; zie Jes. 1:9 met de aantekening. De betekenis is: Ik zal Mijn kerk vermenigvuldigen en zegenen.

voortbrengen, Of, uitvoeren; te weten vooreerst uit de Babylonische gevangenschap, en daarna uit de geestelijke gevangenis des duivels.

Hertaald: voortbrengen, Of: uitvoeren, namelijk eerst uit de Babylonische gevangenschap en daarna uit de geestelijke gevangenis van de duivel.

een erfbezitter Dat is, een klein hoopje, hetwelk de bergen bezit en bewoont.

Hertaald: een erfbezitter Dat is: een klein hoopje, dat de bergen bezit en bewoont.

van Mijn bergen; Dat is, van het land Juda, hetwelk bergachtig is; de kerken of gemeenten der gelovigen, en daarna het rijk der hemelen, worden door het bergachtig land Kanaän, inzonderheid door den berg Zion, afgebeeld; zie Ezech. 36:1 , enz.

Hertaald: van Mijn bergen; Dat is: van het land Juda, dat bergachtig is. De kerken of gemeenten van de gelovigen, en daarna het Koninkrijk der hemelen, worden afgebeeld door het bergachtige land Kanaän en in het bijzonder door de berg Sion; zie Ezech. 36:1, enzovoort.

zullen het erfelijk Te weten het land, gelijk Matt. 5:5 , of Jeruzalem; gelijk onder vs.19.

Hertaald: zullen het erfelijk Namelijk: het land, zoals in Matth. 5:5, of Jeruzalem, zoals hieronder in vers 19.

Jesaja 65 vers 10

Saron Dat is, hunne kudden zullen in vruchtbare plaatsen weiden; met welke woorden te kennen wordt gegeven de overvloed der zegeningen, die de kerk en een ieder lidmaat derzelve van God ontvangen zou. Want Saron was een vruchtbare en lustige vallei. Zie 1 Kron. 5:16 , en 1 Kron. 27:29 ; Hoogl. 2:1 ; Jes. 33:9 .

Hertaald: Saron Dat is: hun kudden zullen op vruchtbare plaatsen weiden. Met deze woorden wordt de overvloed van zegeningen te kennen gegeven die de kerk en ieder lid daarvan van God zou ontvangen. Want Saron was een vruchtbaar en lieflijk dal. Zie 1 Kron. 5:16 en 1 Kron. 27:29, Hoogl. 2:1 en Jes. 33:9.

het dal van Achor Dit was ook een vruchtbaar dal, bij Jericho gelegen; zie Joz. 7:26 ; Hos. 2:14 .

Hertaald: het dal van Achor Dit was ook een vruchtbaar dal, gelegen bij Jericho; zie Joz. 7:26 en Hos. 2:14.

tot een runderleger, Of, tot ene legerplaats der runderen, of tot ene plaats waar het vee nederliggen en rusten zal.

Hertaald: tot een runderleger, Of: tot een legerplaats voor de runderen, of tot een plaats waar het vee zal neerliggen en rusten.

Jesaja 65 vers 11

gij vergeters Of, gijlieden, die mijn heiligen berg vergeet, dat is mijn tempel en den waren godsdienst, die in mijn tempel behoorde geoefend te worden. Hij spreekt de ongelovige Joden aan. Zie Rom. 10:21 ; zie ook Ps. 106:21 .

Hertaald: gij vergeters Of: u die Mijn heilige berg vergeet, dat is: Mijn tempel en de ware godsdienst die in Mijn tempel beoefend behoorde te worden. Hij spreekt de ongelovige Joden aan. Zie Rom. 10:21; zie ook Ps. 106:21.

aanrichters De zin is: Nadat gij uw afgodisch offer verricht heb, zo zet gij u aan de tafel en eet van zulke offeranden.

Hertaald: aanrichters De betekenis is: nadat u uw afgodische offer verricht hebt, zet u zich aan tafel en eet u van zulke offers.

bende, Het Hebreeuwse woord betekent ene bende, een troep, een hoop, of heir; zie Gen. 30:11 ; enigen verstaan hier het heir des hemels, de zon, de maan en de sterren; vergelijk Jer. 7:18 , en Jer. 8:2 , en Jer. 19:13 . Anderen houden het woord Gad in den tekst, en verstaan daardoor de een Jupiter, de ander Mars, andere de fortuin, anderen de zon, anderen de ganse bende der valse goden.

Hertaald: bende, Het Hebreeuwse woord betekent een bende, een troep, een hoop of een leger; zie Gen. 30:11. Sommigen verstaan hier het heir van de hemel, de zon, de maan en de sterren; vergelijk Jer. 7:18, Jer. 8:2 en Jer. 19:13. Anderen behouden het woord Gad in de tekst en verstaan daaronder, de een Jupiter, de ander Mars, weer anderen het geluk, anderen de zon, en anderen de hele bende van de valse goden.

gij opvullers Of, gij vermengers; gelijk Spr. 23:30 .

Hertaald: gij opvullers Of: u vermengers, zoals in Spr. 23:30.

voor dat getal Dat is, ter ere der sterren, die in groten getale zijn. Hebreeuws, lameni. Dit behouden sommigen in den tekst, afsof het de naam van enigen afgod ware. Anderen nemen het voor een zeker getal van sterren bij elkander, en zetten het over: voorzoveel als men tellen kan; te weten aan zoveel afgoden als men zou kunnen tellen; dat is aan een zeer groot getal. Sommigen verstaan door dit woord de maan.

Hertaald: voor dat getal Dat is: ter ere van de sterren, die in groten getale zijn. Hebreeuws: lameni. Sommigen behouden dat in de tekst, alsof het de naam van een afgod was. Anderen vatten het op als een bepaald aantal sterren bij elkaar en vertalen het als: voor zoveel als men tellen kan, namelijk aan zoveel afgoden als men zou kunnen tellen, dat is: aan een zeer groot aantal. Sommigen verstaan onder dit woord de maan.

Jesaja 65 vers 12

Ik zal ulieden Of, welaan, Ik zal ulieden tellen, enz. Dit ziet op het woord getal, vs.11. De zin is: Welaan, dewijl gijlieden u verzondigt aan het getal, zo zal Ik u ook straffen met getal, en zovelen als Ik er aftel, zullen er met het zwaard omkomen.

Hertaald: Ik zal ulieden Of: welaan, Ik zal u tellen, enzovoort. Dit ziet op het woord getal in vers 11. De betekenis is: welaan, omdat u zich met het getal verzondigt, zal Ik u ook met getal straffen, en zovelen als Ik er aftel zullen door het zwaard omkomen.

zult krommen, Dat is, gij zult moeten nederbukken en den hals uitstrekken voor degenen, die u doden zullen.

Hertaald: zult krommen, Dat is: u zult moeten neerbukken en de hals uitstrekken voor hen die u zullen doden.

geroepen heb, Te weten door den mond mijner profeten, door welken Ik u mijnen wil heb laten verkondigen. Vergelijk hiermede Spr. 1:24 ; Jer. 7:13 , Jer. 7:27 ; Jes. 66:4 , en Matt. 23:34 .

Hertaald: geroepen heb, Namelijk: door de mond van Mijn profeten, door wie Ik u Mijn wil heb laten verkondigen. Vergelijk hiermee Spr. 1:24, Jer. 7:13 en Jer. 7:27, en Jes. 66:4 en Matth. 23:34.

Jesaja 65 vers 13

zullen eten . . . zullen drinken Versta hier door eten en drinken het genieten der goede gaven Gods. Zie Ps. 36:9 ; zie ook Lev. 26:10 .

Hertaald: zullen eten . . . zullen drinken Versta onder eten en drinken hier het genieten van de goede gaven van God. Zie Ps. 36:9; zie ook Lev. 26:10.

Jesaja 65 vers 14

van goeder harte, Hebreeuws, van goedheid des harten; dat is van vrolijkheid. Zie Richt. 16:25 .

Hertaald: van goeder harte, Hebreeuws: van goedheid van het hart — dat is: van vrolijkheid. Zie Richt. 16:25.

Jesaja 65 vers 15

tot een vervloeking Of, tot een eed. Dikwijls werden de eden gedaan met kwaadwensing, of met vervloeking. Num. 5:21 staat, een eed der vervloeking, zie de aantekening aldaar. Het formulier van zulke eedvervloekingen was: de Heere stelle u als dezen of dien; gelijk te zien is Jer. 29:22 ; dat is, op u moeten komen die plagen en vervloekingen, die op dezen of dien gevallen zijn door Gods rechtvaardig oordeel. Zie integendeel het formulier van zegening bij dezen of dien, Gen. 48:20 .

Hertaald: tot een vervloeking Of: tot een eed. Vaak werden de eden afgelegd met een kwaadwensing of vervloeking. In Num. 5:21 staat: een eed van de vervloeking; zie de aantekening daarbij. De formule van zulke eedvervloekingen was: de HEERE stelle u als deze of die, zoals te zien is in Jer. 29:22 — dat is: op u mogen die plagen en vervloekingen komen die door Gods rechtvaardig oordeel op deze of die gevallen zijn. Zie daartegenover de zegenformule met deze of die, Gen. 48:20.

ulieden doden, Dat is, een ieder onder ulieden.

Hertaald: ulieden doden, Dat is: ieder van u.

een anderen naam Dat is, zij zullen niet meer Israëlieten genoemd worden, maar Christenen, Hand. 11:26 . Zie Gen. 32:28 ; ook betekent somtijds een nieuwe maan een nieuwen en beteren staat, gelijk Jes. 62:2 ; zie de aantekening aldaar.

Hertaald: een anderen naam Dat is: zij zullen niet meer Isra«lieten genoemd worden, maar christenen, Hand. 11:26. Zie Gen. 32:28. Ook betekent een nieuwe naam soms een nieuwe en betere staat, zoals in Jes. 62:2; zie de aantekening daarbij.

Jesaja 65 vers 16

wie zich Dat is, wie zichzelven alles goeds, heil en welvaart zal toewensen; zie Deut. 29:19 .

Hertaald: wie zich Dat is: wie zichzelf al het goede, heil en welvaart zal toewensen; zie Deut. 29:19.

in den God . . . bij den God Dat is, in den waren, of in den gewissen God; anders: in den God Amen, of in den God van Amen, waarbij verstaan wordt onze Heere Jezus Christus, die de waarachtige God en het eeuwige leven is, 1 Joh. 5:20 ; en Hij wordt Amen genoemd Openb. 3:14 , en in Hem zullen alle geslachten der aarde zichzelven zegenen; Gen. 22:18 .

Hertaald: in den God . . . bij den God Dat is: in de ware, of in de gewisse God. Anders: in de God Amen, of in de God van het Amen, waaronder onze Heere Jezus Christus verstaan wordt, Die de waarachtige God en het eeuwige leven is, 1 Joh. 5:20; en Hij wordt Amen genoemd in Openb. 3:14, en in Hem zullen alle geslachten van de aarde zichzelf zegenen; Gen. 22:18.

zweren zal op aarde, Zweren is een deel van godsdienst. Zie Ps. 63:12 .

Hertaald: zweren zal op aarde, Zweren is een deel van de godsdienst. Zie Ps. 63:12.

de vorige Dat is, zowel de ellenden, die mijn volk geleden heeft, als de oorzaken derzelve, te weten hunne zonden.

Hertaald: de vorige Dat is: zowel de ellenden die Mijn volk geleden heeft als de oorzaken daarvan, namelijk hun zonden.

Jesaja 65 vers 17

Ik schep Hebreeuws, Ik ben scheppende; dat is, Ik ben gereed om te scheppen; alzo ook vs.18. De zin is: Ik zal alles in Christus vernieuwen, of Ik zal den gehelen staat der kerk alzo vernieuwen en verbeteren, alsof ik een nieuwen hemel en een nieuwe aarde schiep. Dit is wel ten dele geschied in de eerste komst van Christus, door de predikatie van het heilig Evangelie en de werking van den Heiligen Geest, die den gelovigen van het Nieuwe Testament rijkelijk is medegedeeld geworden, maar het zal eerst volkomenlijk geschieden in de tweede toekomst des Heeren, als Hij zijne kerk in het hemelrijk opnemen zal; zie Jes. 66:22 ; 2 Petr. 3:13 ; Openb. 21:1 .

Hertaald: Ik schep Hebreeuws: Ik ben scheppende — dat is: Ik sta gereed om te scheppen; zo ook in vers 18. De betekenis is: Ik zal alles in Christus vernieuwen, of: Ik zal de hele staat van de kerk zo vernieuwen en verbeteren alsof Ik een nieuwe hemel en een nieuwe aarde schiep. Dit is ten dele gebeurd bij de eerste komst van Christus, door de prediking van het heilig Evangelie en de werking van de Heilige Geest, Die aan de gelovigen van het Nieuwe Testament rijkelijk meegedeeld is; maar het zal pas volkomen gebeuren bij de tweede komst van de Heere, wanneer Hij Zijn kerk in het hemelrijk zal opnemen; zie Jes. 66:22, 2 Petr. 3:13 en Openb. 21:1.

een nieuwe aarde; Dat is, de aardse heidenen zullen als nieuw gemaakt worden door de beroeping tot de kennis van het heilig Evangelie; zie Ps. 97:1 , en Ps. 98:3-4 ; Openb. 21:2 .

Hertaald: een nieuwe aarde; Dat is: de aardse heidenen zullen als nieuw gemaakt worden door de roeping tot de kennis van het heilig Evangelie; zie Ps. 97:1 en Ps. 98:3-4, en Openb. 21:2.

in het hart Dat is, in gedachtenis; zie de aantekening Jer. 3:16 , en Jer. 7:31 .

Hertaald: in het hart Dat is: in de herinnering; zie de aantekening bij Jer. 3:16 en Jer. 7:31.

Jesaja 65 vers 18

in hetgeen Of, [over] hetgeen Ik schep. Anders: verheugt u in der eeuwigheid, gijlieden die Ik nieuw schep; te weten in Christus Jezus. Zie Ps. 102:19 ; Ef. 2:10 .

Hertaald: in hetgeen Of: over wat Ik schep. Anders: verheugt u in eeuwigheid, u die Ik nieuw schep, namelijk in Christus Jezus. Zie Ps. 102:19 en Ef. 2:10.

Ik schep Jeruzalem Dat is, Ik zal mijne kerk en alle ledematen derzelve met eeuwige en hemelse vreugde vervullen, want hier wordt gesproken van het hemelse Jeruzalem.

Hertaald: Ik schep Jeruzalem Dat is: Ik zal Mijn kerk en al haar leden met eeuwige en hemelse vreugde vervullen, want hier wordt gesproken over het hemelse Jeruzalem.

haar volk Te weten van het volk der stad Jeruzalem.

Hertaald: haar volk Namelijk: van het volk van de stad Jeruzalem.

Jesaja 65 vers 19

Ik zal Mij Zie Jes. 62:5 .

Hertaald: Ik zal Mij Zie Jes. 62:5.

over Dat is, vanwege. Vergelijk Deut. 28:63 .

Hertaald: over Dat is: vanwege. Vergelijk Deut. 28:63.

in haar In Jeruzalem, te weten in het hemelse Jeruzalem.

Hertaald: in haar In Jeruzalem, namelijk in het hemelse Jeruzalem.

de stem der wening, Want alle tranen zullen van hunne ogen afgewist worden. Zie Jes. 25:8 , en Jes. 30:19 ; Openb. 7:17 , en Openb. 21:4 .

Hertaald: de stem der wening, Want alle tranen zullen van hun ogen afgewist worden. Zie Jes. 25:8 en Jes. 30:19, en Openb. 7:17 en Openb. 21:4.

Jesaja 65 vers 20

Van daar Of, daaruit; te weten van of uit Jeruzalem.

Hertaald: Van daar Of: daaruit, namelijk uit Jeruzalem.

een zuigeling Of, een zoogkind, gelijk Jes. 49:15 . Hebreeuws, een zuigeling der dagen; dat is, een jong kind, of een kind dat een jaar oud zijnde sterft; want dagen betekent somtijds een jaar; gelijk 1 Sam. 2:19 , waar staat het offer der dagen voor het jaarlijkse offer.

Hertaald: een zuigeling Of: een zoogkind, zoals in Jes. 49:15. Hebreeuws: een zuigeling van dagen — dat is: een jong kind, of een kind dat sterft wanneer het één jaar oud is; want dagen betekent soms een jaar, zoals in 1 Sam. 2:19, waar staat: het offer van de dagen, voor het jaarlijkse offer.

zijn dagen niet zal Te weten die dagen, die tot een gemenen ouderdom behoren.

Hertaald: zijn dagen niet zal Namelijk: de dagen die bij een gewone ouderdom horen.

honderd jaren oud zijnde, maar een zondaar, hebreeuws, een honderd jaars zoon, of een zoon van honderd jaar. Zie de aantekening Gen. 5:32 . Alzo straks, een zondaar een zoon van honderd jaar. Wat nu den zin van Jes. 65:20 aangaat, die is geestelijk en schijnt deze te zijn: Die eeuw zal veel anders zijn dan nu; heden ten dage sterven er velen, nog kinderen zijnde; anderen wel enigermate oud zijnde, hetzij zestig of zeventig jaren, maar weinigen die hun vollen ouderdom beleven en tot hunne honderd jaren komen; maar alsdan zal het met den enen gaan als met den anderen, met de jongelingen als met de ouden, zij allen zullen hunne dagen vervullen. Dit bevestigt hij aldus: Want een jongeling honderd jaren oud zijnde, zal sterven; dat is, een kind zal geen kind sterven, maar het zal den vollen tijd van zijn leven vervullen; maar een zondaar van honderd jaren zal vervloekt worden; dat is, een kind zal in het rijk van Christus een gelukzalige volmaaktheid des levens verkrijgen; maar in het rijk der wereld zal een zondaar, als hij zal schijnen tot de volmaaktheid des levens gekomen te zijn, vervloekt wezen. Anderen nemen het en verklaren het aldus: Vandaar zal het niet meer wezen een zuigeling [of kindje] van dagen, noch een oud man, wiens dagen niet zullen vervuld worden; maar een zondaar van honderd jaren zal vervloekt zijn; dat is, hoe langer hij leven zal, hoe meer hij aan den vloek zal onderworpen zijn.

Hertaald: honderd jaren oud zijnde, maar een zondaar, Hebreeuws: een zoon van honderd jaar. Zie de aantekening bij Gen. 5:32. Zo ook meteen daarna: een zondaar, een zoon van honderd jaar. Wat de betekenis van Jes. 65:20 betreft: die is geestelijk en lijkt deze te zijn. Die tijd zal heel anders zijn dan nu. Tegenwoordig sterven velen terwijl zij nog kind zijn; anderen worden wel enigszins oud, zestig of zeventig jaar, maar weinigen beleven hun volle ouderdom en komen tot hun honderd jaar. Maar dan zal het de een gaan als de ander, de jongeman als de oude; zij allen zullen hun dagen vervullen. Dat bevestigt hij zo: want een jongeman zal sterven wanneer hij honderd jaar oud is — dat is: een kind zal niet als kind sterven, maar het zal de volle tijd van zijn leven vervullen; maar een zondaar van honderd jaar zal vervloekt worden — dat is: een kind zal in het rijk van Christus een gelukzalige volmaaktheid van het leven verkrijgen, maar in het rijk van de wereld zal een zondaar vervloekt zijn juist wanneer hij tot de volmaaktheid van het leven gekomen lijkt te zijn. Anderen vatten het zo op en verklaren het zo: vandaar zal er niet meer een zuigeling of kindje van dagen zijn, en ook geen oude man wiens dagen niet vervuld zullen worden; maar een zondaar van honderd jaar zal vervloekt zijn — dat is: hoe langer hij leeft, hoe meer hij aan de vloek onderworpen zal zijn.

Jesaja 65 vers 21

zij Te weten mijne knechten, vs.13.

Hertaald: zij Namelijk: Mijn knechten, vers 13.

zullen huizen Dat is, zij zullen met allerlei zegen Gods verheugd worden. Vergelijk Deut. 28:3 , enz., en Lev. 26:4 tot Lev. 26:13 . Doch onder den tijdelijken zegen, dien God in de wet belooft, moet men hier en elders den geestelijken en eeuwigen zegen verstaan.

Hertaald: zullen huizen Dat is: zij zullen met allerlei zegen van God verblijd worden. Vergelijk Deut. 28:3, enzovoort, en Lev. 26:4 tot Lev. 26:13. Maar onder de tijdelijke zegen die God in de wet belooft moet men hier en elders de geestelijke en eeuwige zegen verstaan.

Jesaja 65 vers 22

Zij zullen niet bouwen, Dit vs. geeft te kennen dat zij van die vloeken, die de wet den ongehoorzamen dreigt, Deut. 28:30 , zullen bevrijd zijn.

Hertaald: Zij zullen niet bouwen, Dit vers geeft te kennen dat zij bevrijd zullen zijn van de vloeken waarmee de wet de ongehoorzamen dreigt, Deut. 28:30.

als de dagen eens booms, Dat is, stijf, vast, bestendig; zie Ps. 52:10 , en Ps. 92:13 .

Hertaald: als de dagen eens booms, Dat is: stevig, vast, bestendig; zie Ps. 52:10 en Ps. 92:13.

verslijten Of, oud maken, of bestendig maken; dat is, zij zullen het lang genieten, dewijl zij lang zullen leven.

Hertaald: verslijten Of: oud maken, of bestendig maken — dat is: zij zullen het lang genieten, omdat zij lang zullen leven.

Jesaja 65 vers 23

tevergeefs Of, tot ijdelheid. Zie Lev. 26:16 tot Lev. 26:20 .

Hertaald: tevergeefs Of: tot ijdelheid. Zie Lev. 26:16 tot Lev. 26:20.

ter verstoring; Alzo namelijk, dat hunne kinderen van de vijanden zouden omgebracht of gevankelijk weggevoerd worden. Zie Deut. 28:32 , tot Deut. 28:41 .

Hertaald: ter verstoring; En wel zo dat hun kinderen door de vijanden omgebracht of in gevangenschap weggevoerd zouden worden. Zie Deut. 28:32 tot Deut. 28:41.

want zij zijn Of, maar zij zullen zijn.

Hertaald: want zij zijn Of: maar zij zullen zijn.

het zaad Dat is, de kinderen.

Hertaald: het zaad Dat is: de kinderen.

hun nakomelingen met hen Dat is, hunne kindskinderen. Zie Jes. 44:3 .

Hertaald: hun nakomelingen met hen Dat is: hun kleinkinderen. Zie Jes. 44:3.

Jesaja 65 vers 24

eer zij roepen, Want God weet wat wij van node hebben eer wij bidden; Matt. 6:8 . Zie Ps. 145:18 , en zie een exempel Gen. 24:15 .

Hertaald: eer zij roepen, Want God weet wat wij nodig hebben voordat wij bidden; Matth. 6:8. Zie Ps. 145:18, en zie een voorbeeld in Gen. 24:15.

Jesaja 65 vers 25

De wolf Dat is, de wrede boze mensen zullen veranderen en als kleine kinderen worden; zie Jes. 11:6-9 , en Matt. 18:3 .

Hertaald: De wolf Dat is: de wrede, boze mensen zullen veranderen en als kleine kinderen worden; zie Jes. 11:6-9 en Matth. 18:3.

te zamen weiden, Hebreeuws, als een.

Hertaald: te zamen weiden, Hebreeuws: als één.

de leeuw Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een verscheurenden leeuw.

Hertaald: de leeuw Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een verscheurende leeuw.

stof zal De zin is: De slang zal in hare holen verborgen blijven en zal niemand schade zoeken te doen, maar zal tevreden zijn met stof te eten, gelijk God haar verordineerd heeft; Gen. 3:14 .

Hertaald: stof zal De betekenis is: de slang zal in haar holen verborgen blijven en zal niemand schade proberen te doen, maar zij zal tevreden zijn met stof te eten, zoals God het haar bestemd heeft; Gen. 3:14.

spijze Hebreeuws, haar brood.

Hertaald: spijze Hebreeuws: haar brood.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden  — God laat Zich vinden waar niemand Hem zocht, terwijl Zijn handen de hele dag uitgestrekt blijven (Jes. 65:1-2)

"Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden; Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; tot het volk, dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Ziet, hier ben Ik, ziet, hier ben Ik" (Jes. 65:1). Onmiddellijk daarna staat het andere: "Ik heb Mijn handen uitgebreid, den gansen dag tot een wederstrevig volk, die wandelen op een weg, die niet goed is, naar hun eigen gedachten" (Jes. 65:2). Verderop wordt gezegd dat God niet alles verderft, met een beeld uit de wijnoogst: "Gelijk wanneer men most in een bos druiven vindt, men zegt: Verderf ze niet, want er is een zegen in" (Jes. 65:8).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe de twee verzen zich verhouden. Er wordt gevonden door wie niet zocht, en er wordt geweigerd door wie geroepen werd; dat staat naast elkaar en wordt niet weggepraat. Let vervolgens op de houding die in Jes. 65:2 beschreven wordt. Uitgestrekte handen zijn een gebaar van nodiging, en er staat bij dat het de hele dag duurt. Wat God verweten wordt in tijden van zwijgen, wordt hier van Zijn kant getekend als voortdurend uitnodigen. Let ten slotte op het beeld van Jes. 65:8. Om enkele goede druiven wordt de hele tros gespaard. Dat is dezelfde lijn als bij het overblijfsel eerder in het boek (reeds behandeld bij Jes. 10:21).

Typologie: Paulus haalt deze twee verzen achter elkaar aan en verdeelt ze. Het eerste past hij toe op de heidenen, die niet zochten en toch vonden; het tweede op Israël, tot wie God de hele dag Zijn handen uitstrekte (Rom. 10:20-21).

Jes. 65:1-8; Jes. 10:21; Rom. 10:20-21

Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde  — de belofte waarmee het boek naar zijn einde toe werkt, en wat het register erover wel en niet zegt (Jes. 65:17-25)

"Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen" (Jes. 65:17). Wat volgt is heel concreet. Er zal geen stem van geween meer gehoord worden (Jes. 65:19). Men zal huizen bouwen en er zelf in wonen, en wijngaarden planten en zelf de vrucht eten (Jes. 65:21-22). Het arbeiden zal niet tevergeefs zijn (Jes. 65:23). En het gebed wordt eerder gehoord dan gesproken: "eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen" (Jes. 65:24). Het gedeelte sluit met het beeld uit het begin van het boek: "De wolf en het lam zullen te zamen weiden, en de leeuw zal stro eten als een rund" (Jes. 65:25).

Bijbelse betekenis: Merk op waaruit de zaligheid hier bestaat. Niet uit iets vreemds maar uit gewoon werk dat eindelijk klopt: wonen in wat men bouwde, eten van wat men plantte, en arbeid die niet vergeefs is. Wat hier beloofd wordt, is de omkering van alles wat de mens sinds Gen. 3 dwarszit. Let vervolgens op Jes. 65:20. Dat vers spreekt van sterven op hoge leeftijd, en dat past niet vanzelf bij een wereld waarin de dood voorbij is. Over de vraag hoe dit gedeelte zich verhoudt tot een tussentijd of tot de eeuwige staat, lopen de uitleggingen uiteen; het register kiest daarin geen kant, in lijn met wat het ook bij andere toekomstvragen doet. Let ten slotte op het slotvers. Het beeld van wolf en lam stond al aan het begin van het boek (reeds behandeld bij Jes. 11:6); het boek eindigt dus waar de belofte begon.

Typologie: Petrus vat de verwachting samen: "wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont" (2 Petr. 3:13). En Johannes ziet het: "En ik zag een nieuwen hemel en een nieuwe aarde" (Op. 21:1). Wat daar volgt over de tranen die afgewist worden, is in dit register al behandeld (reeds behandeld bij Op. 21:4).

Jes. 65:17-25; Jes. 11:6; 2 Petr. 3:13; Op. 21:1; Op. 21:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Er is een zegen in — 65:1-2, 8-10, 17-19

Het beloofde Zaad niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe uitwerking

Het volk heeft in het vorige hoofdstuk gebeden of God de hemelen wilde scheuren en neerkomen. Dit hoofdstuk is Gods antwoord, en het begint niet waar men het verwacht: bij mensen die niet naar Hem vroegen.

Waar alles verdorven lijkt, wordt één tros gespaard omdat er nog sap in zit — en daaruit komt zaad voort.

De eerste twee verzen staan omgekeerd van wat men verwacht: “Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden; Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten.” En daartegenover: “Ik heb Mijn handen uitgebreid, den gansen dag tot een wederstrevig volk.”

Paulus haalt beide verzen aan, en hij deelt ze zoals ze hier staan: het eerste past hij toe op de heidenen, het tweede op Israël. Wat Jesaja naast elkaar zette, blijkt eeuwen later precies zo uitgekomen.

Het beeld dat volgt is dat van een wijngaard in de oogsttijd. Een tros ziet er verdroogd uit en men wil hem wegwerpen — en dan blijkt er nog most in te zitten. Dan zegt men: “Verderf ze niet, want er is een zegen in.”

De kanttekening legt uit hoe dat bedoeld is: zoals iemand die een wijnstok wil uitroeien hem toch spaart als hij er nog goede druiven aan vindt, zo zal de HEERE het kleine overblijfsel sparen om Zijn uitverkorenen. Zij verwijst daarbij naar Romeinen 11.

En dan de zin waar deze post om draait: “En Ik zal zaad uit Jakob voortbrengen, en uit Juda een erfbezitter van Mijn bergen.”

Daar staat het woord van de hele lijn, en het staat er in de smalste vorm die het aankan. Het gaat niet over een volk maar over wat er van een volk overblijft. De kanttekening zegt het onomwonden: dat is, enige weinigen — en zij verwijst naar Romeinen 9, waar Paulus schrijft dat er een overblijfsel behouden wordt.

Zo werkt deze lijn door de hele Schrift. Zij versmalt zich telkens, en telkens blijkt de versmalling geen verlies maar bewaring. Acht zielen in een ark. Zeventig zielen op wagens naar Egypte. Zevenduizend die de knie voor Baäl niet gebogen hebben. Hier: één tros met nog wat sap erin.

En wat er ten slotte uit voortkomt, is groter dan het volk waaruit het gespaard werd. Aan het slot van hetzelfde hoofdstuk staat: “Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde.” Van dat ene zaad naar een nieuwe schepping — dat is de afstand die dit hoofdstuk in twintig verzen aflegt.

  1. Genesis 7:23 — Acht zielen blijven over; de lijn wordt smal en gaat door.
  2. Jesaja 1:9 — Zo de HEERE ons geen overblijfsel had gelaten, waren wij als Sodom.
  3. Jesaja 65:8 — Verderf de tros niet, want er is een zegen in.
  4. Jesaja 65:9 — En Ik zal zaad uit Jakob voortbrengen.
  5. Romeinen 11:5 — Ook nu is er een overblijfsel naar de verkiezing der genade.
  6. Jesaja 65:17 — En het loopt uit op nieuwe hemelen en een nieuwe aarde.

In het Nieuwe Testament: Romeinen 10:20-21; Romeinen 9:29; Romeinen 11:5; Jesaja 1:9; 2 Petrus 3:13; Openbaring 21:1

Hoever dit reikt: Paulus haalt de eerste twee verzen van dit hoofdstuk uitdrukkelijk aan. Hij past ze toe op de heidenen en op Israël, en daarop rust het niveau van deze post. Dat het zaad uit Jakob in vers 9 mede op Christus ziet, staat er niet. De kanttekening leest het als het overblijfsel dat gespaard wordt, en Paulus gebruikt dat woord in dezelfde zin.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jesaja 65

Jesaja 65:17-19.Kruisverwijzingen2 Petrus 3:13Jesaja 66:22Jesaja 35:10Jeremia 3:16Openbaring 21:1Psalmen 98:1Openbaring 7:17Jesaja 25:8
— Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen. Maar weest gijlieden vrolijk, en verheugt u tot in der eeuwigheid in hetgeen Ik schep; want ziet, Ik schep Jeruzalem een verheuging, en haar volk een vrolijkheid. En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem, en vrolijk zijn over Mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden de stem der wening, noch de stem des geschreeuws.
“Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen. Maar weest gijlieden vrolijk, en verheugt u tot in der eeuwigheid in hetgeen Ik schep; want ziet, Ik schep Jeruzalem een verheuging, en haar volk een vrolijkheid. En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem, en vrolijk zijn over Mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden de stem der wening, noch de stem des geschreeuws.”

Dit gedeelte zal, zoals de rest van de slotkapittels van Jesaja, zijn volledige vervulling vinden in de laatste dagen, wanneer Christus komen zal. Dan zal heel de schare van Zijn uitverkorenen uit de hele wereld verzameld zijn en heel de schepping vernieuwd. Dan zullen nieuwe hemelen en een nieuwe aarde de vrucht zijn van de macht van de Zaligmaker. En dan zullen de volmaakte heiligen van God in alle eeuwigheid Zijn aangezicht aanschouwen en zich in Hem verheugen. Ik geloof dat deze verzen werkelijk de staat beschrijven van de verlosten tijdens de regering van Christus op de aarde.

Maar het werk waarvan de tekst spreekt is onder ons al begonnen. Er komt een letterlijke nieuwe schepping, maar die nieuwe schepping is al aangevangen. Daarom meen ik dat wij ook nu al een deel van de vreugde behoren te laten zien. Worden wij geroepen blij te zijn en ons te verheugen wanneer het werk voltooid is, laten wij ons dan ook verheugen in het begin ervan. De HEERE Zelf zal Zich verheugen. Wij die met Hem meeleven worden aangespoord en zelfs bevolen blij te zijn; laten wij dan niet traag zijn in deze hemelse plicht.

Mensen moeten ophouden zich te verheugen in wat zij zelf kunnen doen en ertoe komen zich te verheugen in wat God gedaan heeft en nog doet. Daaraan blijkt dat er een werkelijke verandering in iemands leven heeft plaatsgevonden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Mensen zullen zich nooit verheugen in Gods nieuwe scheppingswerk zolang zij zich verheugen in hun eigen werken, op zichzelf vertrouwen en roemen in hun eigen verdiensten. Het is een teken van genade wanneer iemand zichzelf moe is en in overeenstemming met God gebracht wordt.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content