Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 61

1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 De GeestH7307 des HeerenH136 HEERENH3069 is opH5921 Mij, omdat de HeereH3068 Mij gezalfdH4886 heeft, om een blijde boodschapH1319 te brengen den zachtmoedigenH6035; Hij heeft Mij gezondenH7971 om te verbindenH2280 de gebrokenenH7665 van harteH3820, om den gevangenenH7617 vrijheidH1865 uit te roepenH7121, en den gebondenenH631 opening der gevangenis; De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis;

Ook in dit vers opening gevangenisH6495

KJV The Spirit1 of the Lord2 GOD3 is upon me; because the LORD7 hath anointed6 me to preach good tidings9 unto the meek;10 he hath sent11 me to bind up12 the brokenhearted,13 to proclaim15 liberty17 to the captives,16 and the opening of the prison19 to them that are bound;

1 ר֛וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 2 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 יְהוִ֖ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 4 עָלָ֑י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 יַ֡עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 6 מָשַׁח֩ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 7 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֹתִ֜י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 לְבַשֵּׂ֣ר H1319 boodschap, boodschappen, boodschapt messenger, preach, publish, shew forth, (bear, bring, carry, preach, good, tell good) tidings 10 עֲנָוִ֗ים H6035 zachtmoedigen, ellendigen, nederigen humble, lowly, meek, poor. Compare H6041 (עָנִי) 11 שְׁלָחַ֨נִי֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 12 לַחֲבֹ֣שׁ H2280 verbinden, zadelde, verbindt bind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about 13 לְנִשְׁבְּרֵי H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 14 לֵ֔ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 15 לִקְרֹ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 16 לִשְׁבוּיִם֙ H7617 gevankelijk, gevangen, voerden (bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away 17 דְּר֔וֹר H1865 vrijheid, zuiverste liberty, pure 18 וְלַאֲסוּרִ֖ים H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 19 פְּקַח H6495 opening gevangenis opening of the prison 20 קֽוֹחַ H6495 opening gevangenis opening of the prison
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Om uit te roepenH7121 het jaarH8141 van het welbehagenH7522 des HEERENH3068, en den dagH3117 der wraakH5359 onzes GodsH430; om alleH3605 treurigenH57 te troostenH5162; Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten;

KJV To proclaim1 the acceptable3 year2 of the LORD,4 and the day5 of vengeance6 of our God;7 to comfort8 all that mourn;

1 לִקְרֹ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 שְׁנַת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 3 רָצוֹן֙ H7522 welgevallen, welbehagen, aangenaam (be) acceptable(-ance, -ed), delight, desire, favour, (good) pleasure, (own, self, voluntary) will, as...(what) would 4 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וְי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 נָקָ֖ם H5359 wraak, wrake, enkel [phrase] avenged, quarrel, vengeance 7 לֵאלֹהֵ֑ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 לְנַחֵ֖ם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 אֲבֵלִֽים H57 treurigen, rouw bedrijvende, treuren mourn(-er, -ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Om den treurigenH57 SionsH6726 te beschikkenH7760 dat hun gegevenH5414 worde sieraadH6287 voorH8478 asH665, vreugdeolieH8081 voorH8478 treurigheidH60, het gewaadH4594 des lofsH8416 voorH8478 een benauwdenH3544 geestH7307; opdat zij genaamdH7121 worden eikebomenH352 der gerechtigheidH6664, een plantingH4302 des HEERENH3068, opdat Hij verheerlijktH6286 worde. Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde.

Ook in dit vers Ps. 45:07;H8342

KJV To appoint1 unto them that mourn2 in Zion,3 to give4 unto them beauty6 for ashes,8 the oil9 of joy10 for mourning,12 the garment13 of praise14 for the spirit16 of heaviness;17 that they might be called18 trees20 of righteousness,21 the planting22 of the LORD,23 that he might be glorified.

1 לָשׂ֣וּם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 לַאֲבֵלֵ֣י H57 treurigen, rouw bedrijvende, treuren mourn(-er, -ing) 3 צִיּ֗וֹן H6726 Sion, Sions Zion 4 לָתֵת֩ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 לָהֶ֨ם 6 פְּאֵ֜ר H6287 hoed, hoeden, hoofdkroning beauty, bonnet, goodly, ornament, tire 7 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 8 אֵ֗פֶר H665 as ashes 9 שֶׁ֤מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 10 שָׂשׂוֹן֙ H8342 vreugde, vrolijkheid, blijdschap gladness, joy, mirth, rejoicing 11 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 12 אֵ֔בֶל H60 rouw, treuren, treurigheid mourning 13 מַעֲטֵ֣ה H4594 gewaad garment 14 תְהִלָּ֔ה H8416 lof, roem, lofzang praise 15 תַּ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 16 ר֣וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 17 כֵּהָ֑ה H3544 ingetrokken, benauwden, donker somewhat dark, darkish, wax dim, heaviness, smoking 18 וְקֹרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 19 לָהֶם֙ 20 אֵילֵ֣י H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 21 הַצֶּ֔דֶק H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 22 מַטַּ֥ע H4302 planting, plantingen, plant plant(-ation, -ing) 23 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 24 לְהִתְפָּאֵֽר H6286 verheerlijkt, heerlijk, versieren beautify, boast self, go over the boughs, glorify (self), glory, vaunt self
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En zij zullen de oude verwoeste plaatsen bouwen, de vorige verstoringen weder oprichten, en de verwoeste steden vernieuwen, die verstoord waren van geslacht tot geslacht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En zij zullen de oudeH5769 verwoesteH2721 plaatsen bouwenH1129, de vorigeH7223 verstoringenH8074 weder oprichtenH6965, en de verwoeste stedenH5892 vernieuwenH2318, die verstoordH8074 waren van geslachtH1755 tot geslachtH1755. En zij zullen de oude verwoeste plaatsen bouwen, de vorige verstoringen weder oprichten, en de verwoeste steden vernieuwen, die verstoord waren van geslacht tot geslacht.

Ook in dit vers verwoeste plaatsenH2723

KJV And they shall build1 the old3 wastes,2 they shall raise up6 the former5 desolations,4 and they shall repair7 the waste9 cities,8 the desolations10 of many11 generations.

1 וּבָנוּ֙ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 חָרְב֣וֹת H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 3 עוֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 4 שֹׁמְמ֥וֹת H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 5 רִֽאשֹׁנִ֖ים H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 6 יְקוֹמֵ֑מוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 7 וְחִדְּשׁוּ֙ H2318 vernieuwen, vernieuwt, vernieuw renew, repair 8 עָ֣רֵי H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 9 חֹ֔רֶב H2721 hitte, droogte, Droogte desolation, drought, dry, heat, [idiom] utterly, waste 10 שֹׁמְמ֖וֹת H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 11 דּ֥וֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 12 וָדֽוֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En uitlanders zullen staan, en uw kudden weiden; en vreemden zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En uitlandersH2114 zullen staanH5975, en uw kuddenH6629 weidenH7462; en vreemdenH1121 zullen uw akkerliedenH406 en uw wijngaardeniersH3755 zijn. En uitlanders zullen staan, en uw kudden weiden; en vreemden zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn.

KJV And strangers2 shall stand1 and feed3 your flocks,4 and the sons5 of the alien6 shall be your plowmen7 and your vinedressers.

1 וְעָמְד֣וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 זָרִ֔ים H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 3 וְרָע֖וּ H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 4 צֹאנְכֶ֑ם H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 5 וּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 נֵכָ֔ר H5236 vreemden, vreemde, vreemd alien, strange ([phrase] -er) 7 אִכָּרֵיכֶ֖ם H406 akkerlieden, akkerman husbandman, ploughman 8 וְכֹרְמֵיכֶֽם H3755 wijngaardeniers vine dresser (as one or two words)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Doch gijlieden zult priestersH3548 des HEERENH3068 hetenH7121, men zal u dienarenH8334 onzes GodsH430 noemenH559; gij zult het vermogenH2428 der heidenenH1471 etenH398, en in hun heerlijkheidH3519 zult gij u roemenH3235. Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.

KJV But ye shall be named4 the Priests2 of the LORD:3 men shall call7 you the Ministers5 of our God:6 ye shall eat11 the riches9 of the Gentiles,10 and in their glory12 shall ye boast

1 וְאַתֶּ֗ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 כֹּהֲנֵ֤י H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 תִּקָּרֵ֔אוּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 5 מְשָׁרְתֵ֣י H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 6 אֱלֹהֵ֔ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 יֵאָמֵ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 לָכֶ֑ם 9 חֵ֤יל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 10 גּוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 11 תֹּאכֵ֔לוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 12 וּבִכְבוֹדָ֖ם H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 13 תִּתְיַמָּֽרוּ H3235 roemen, veranderd boast selves, change
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten; zij zullen eeuwige vreugde hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 VoorH8478 uw dubbeleH4932 schaamteH1322 en schandeH3639 zullen zij juichenH7442 over hun deelH2506; daaromH3651 zullen zij in hun landH776 erfelijkH3423 het dubbeleH4932 bezittenH3423; zijH1961 zullen eeuwigeH5769 vreugdeH8057 hebben. Voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten; zij zullen eeuwige vreugde hebben.

KJV For your shame2 ye shall have double;3 and for confusion4 they shall rejoice5 in their portion:6 therefore in their land8 they shall possess10 the double:9 everlasting12 joy

1 תַּ֤חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 2 בָּשְׁתְּכֶם֙ H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing) 3 מִשְׁנֶ֔ה H4932 tweede, dubbel, tweeden college, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much 4 וּכְלִמָּ֖ה H3639 schande, smaad, smaadheden confusion, dishonour, reproach, shame 5 יָרֹ֣נּוּ H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 6 חֶלְקָ֑ם H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 7 לָכֵ֤ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 8 בְּאַרְצָם֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 מִשְׁנֶ֣ה H4932 tweede, dubbel, tweeden college, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much 10 יִירָ֔שׁוּ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 11 שִׂמְחַ֥ת H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 12 עוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 13 תִּֽהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want Ik, de HEERE, heb het recht lief, Ik haat den roof in het brandoffer, en Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn; en Ik zal een eeuwig verbond met hen maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WantH3588 IkH589, de HEEREH3068, heb het rechtH4941 liefH157, Ik haatH8130 den roofH1498 in het brandofferH5930, en Ik zal gevenH5414, dat hun werkH6468 in der waarheidH571 zal zijn; en Ik zal een eeuwigH5769 verbondH1285 met hen maken. Want Ik, de HEERE, heb het recht lief, Ik haat den roof in het brandoffer, en Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn; en Ik zal een eeuwig verbond met hen maken.

KJV For I the LORD3 love4 judgment,5 I hate6 robbery7 for burnt offering;8 and I will direct9 their work10 in truth,11 and I will make14 an everlasting13 covenant

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֹהֵ֣ב H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 5 מִשְׁפָּ֔ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 6 שֹׂנֵ֥א H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 7 גָזֵ֖ל H1498 roof, roverij robbery, thing taken away by violence 8 בְּעוֹלָ֑ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 9 וְנָתַתִּ֤י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 פְעֻלָּתָם֙ H6468 arbeidsloon, werk, werkloon labour, reward, wages, work 11 בֶּאֱמֶ֔ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 12 וּבְרִ֥ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 13 עוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 14 אֶכְר֥וֹת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 15 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat de HEERE gezegend heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En hun zaadH2233 zal onder de heidenenH1471 bekendH3045 worden, en hun nakomelingenH6631 in het middenH8432 der volkenH5971; allenH3605, die hen zienH7200 zullen, zullen hen kennenH5234, datH3588 zijH1992 zijn een zaadH2233, dat de HEEREH3068 gezegendH1288 heeft. En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat de HEERE gezegend heeft.

KJV And their seed3 shall be known1 among the Gentiles,2 and their offspring4 among5 the people:6 all that see8 them shall acknowledge9 them, that they are the seed12 which the LORD14 hath blessed.

1 וְנוֹדַ֤ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 בַּגּוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 זַרְעָ֔ם H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 4 וְצֶאֱצָאֵיהֶ֖ם H6631 spruiten, nakomelingen, voortkomt that which cometh forth (out), offspring 5 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 6 הָעַמִּ֑ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 רֹֽאֵיהֶם֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 9 יַכִּיר֔וּם H5234 kennen, kende, kent acknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly) 10 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 הֵ֥ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 זֶ֖רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 13 בֵּרַ֥ךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Ik ben zeer vrolijkH7797 in den HEEREH3068, mijn zielH5315 verheugtH1523 zich in mijn GodH430, wantH3588 Hij heeft mij bekleedH3847 met de klederenH899 des heilsH3468, den mantelH4598 der gerechtigheidH6666 heeft Hij mij omgedaanH3271; gelijk een bruidegomH2860 zich met priesterlijk sieraadH6287 versiert, en als een bruidH3618 zich versiert met haar gereedschapH3627. Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.

Ook in dit vers versiertH3547 versiertH5710

KJV I will greatly1 rejoice2 in the LORD,3 my soul5 shall be joyful4 in my God;6 for he hath clothed8 me with the garments9 of salvation,10 he hath covered13 me with the robe11 of righteousness,12 as a bridegroom14 decketh15 himself with ornaments,16 and as a bride17 adorneth18 herself with her jewels.

1 שׂ֧וֹשׂ H7797 vrolijk, verblijden, Wees vrolijk be glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice 2 אָשִׂ֣ישׂ H7797 vrolijk, verblijden, Wees vrolijk be glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice 3 בַּֽיהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 תָּגֵ֤ל H1523 verheugen, verheugt, verheuge be glad, joy, be joyful, rejoice 5 נַפְשִׁי֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 6 בֵּֽאלֹהַ֔י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 הִלְבִּישַׁ֨נִי֙ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 9 בִּגְדֵי H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 10 יֶ֔שַׁע H3468 heils, heil, Heil safety, salvation, saving 11 מְעִ֥יל H4598 mantel, mantels, rok cloke, coat, mantle, robe 12 צְדָקָ֖ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 13 יְעָטָ֑נִי H3271 omgedaan cover 14 כֶּֽחָתָן֙ H2860 schoonzoon, bruidegom, bruidegoms bridegroom, husband, son in law 15 יְכַהֵ֣ן H3547 priesterambt bedienen, priesterambt, bedienen deck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office) 16 פְּאֵ֔ר H6287 hoed, hoeden, hoofdkroning beauty, bonnet, goodly, ornament, tire 17 וְכַכַּלָּ֖ה H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 18 תַּעְדֶּ֥ה H5710 versierd, versierdet, Versier adorn, deck (self), pass by, take away 19 כֵלֶֽיהָ H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantH3588 gelijk de aardeH776 haar spruitH6780 voortbrengtH3318, en gelijk een hofH1593, hetgeen in hem gezaaidH2221 is, doet uitspruitenH6779; alzoH3651 zal de HeereH136 HEEREH3069 gerechtigheidH6666 en lofH8416 doen uitspruitenH6779 voor alH3605 de volkenH1471. Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken.

KJV For as the earth2 bringeth forth3 her bud,4 and as the garden5 causeth the things that are sown6 in it to spring forth;7 so the Lord9 GOD10 will cause righteousness12 and praise13 to spring forth11 before all the nations.

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 תּוֹצִ֣יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 4 צִמְחָ֔הּ H6780 gewas, SPRUIT, SPRUITE branch, bud, that which (where) grew (upon), spring(-ing) 5 וּכְגַנָּ֖ה H1593 hoven, hof garden 6 זֵרוּעֶ֣יהָ H2221 gezaaid, zaaibaar sowing, thing that is sown 7 תַצְמִ֑יחַ H6779 uitspruiten, gewassen, spruiten bear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up) 8 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 9 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 10 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 11 יַצְמִ֤יחַ H6779 uitspruiten, gewassen, spruiten bear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up) 12 צְדָקָה֙ H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 13 וּתְהִלָּ֔ה H8416 lof, roem, lofzang praise 14 נֶ֖גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 הַגּוֹיִֽם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 61:1 Lukas 4:18 Lukas 7:22 Jesaja 42:7 Mattheüs 11:5 Psalmen 147:3 Jesaja 57:15 Jesaja 42:1 Zacharia 9:11
Jesaja 61:2 Jesaja 34:8 Mattheüs 5:4 Lukas 4:19 Jeremia 31:13 Jesaja 57:18 Maleachi 4:1 Leviticus 25:9 2 Thessalonicenzen 1:7
Jesaja 61:3 Jeremia 17:7 Jesaja 61:10 Psalmen 45:7 Johannes 16:20 1 Petrus 2:9 Psalmen 30:11 Zacharia 3:5 Prediker 9:8
Jesaja 61:4 Jesaja 58:12 Jesaja 49:6 Amos 9:14 Ezechiël 36:33 Ezechiël 36:23
Jesaja 61:5 Jesaja 14:1 Efeze 2:12 Jesaja 60:10
Jesaja 61:6 Exodus 19:6 Jesaja 66:21 1 Petrus 2:5 1 Petrus 2:9 Jesaja 60:5 Jesaja 23:18 Openbaring 5:10 Jesaja 60:16
Jesaja 61:7 Zacharia 9:12 Jesaja 40:2 Psalmen 16:11 Job 42:10 2 Korinthe 4:17 2 Koningen 2:9 Jesaja 60:19 2 Thessalonicenzen 2:16
Jesaja 61:8 Jesaja 55:3 Psalmen 11:7 Jeremia 32:40 Genesis 17:7 Jeremia 7:8 2 Samuël 23:5 Mattheüs 23:13 Psalmen 50:5
Jesaja 61:9 Jesaja 44:3 Jesaja 65:23 Handelingen 3:26 Romeinen 9:3 Genesis 22:18 Romeinen 11:16 Zacharia 8:13 Psalmen 115:14
Jesaja 61:10 Openbaring 19:7 Jesaja 49:18 Openbaring 21:2 Psalmen 132:9 Psalmen 132:16 Romeinen 14:17 Habakuk 3:18 Romeinen 3:22
Jesaja 61:11 Psalmen 85:11 Jesaja 60:18 Psalmen 72:3 Jesaja 62:7 Jesaja 58:11 Mattheüs 13:8 Mattheüs 13:3 Mattheüs 13:23
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 61 vers 1

Geest Dit spreekt Christus, gelijk af te nemen is Luc. 4:17 , enz. Zie Joh. 1:33 .

Hertaald: Geest Dit spreekt Christus, zoals op te maken is uit Luk. 4:17, enzovoort. Zie Joh. 1:33.

gezalfd heeft, Door deze zalving wordt verstaan dat Christus naar zijn menselijke natuur met de gaven van den Heiligen Geest zonder mate begaafd en versierd is geworden; en naar den gansen persoon tot onzen Koning, Priester en Profeet van den Vader is verordineerd geworden; zie Hebr. 1:9 .

Hertaald: gezalfd heeft, Onder deze zalving wordt verstaan dat Christus naar Zijn menselijke natuur met de gaven van de Heilige Geest zonder mate begiftigd en versierd is, en dat Hij naar Zijn hele persoon door de Vader tot onze Koning, Priester en Profeet bestemd is; zie Hebr. 1:9.

om een blijde boodschap Of, om een goede boodschap te verkondigen of te prediken. Welke tijding of boodschap is dat? Van de vergeving der zonden, zie Ps. 40:10 , en Ps. 96:2 .

Hertaald: om een blijde boodschap Of: om een goede boodschap te verkondigen of te prediken. Welke tijding of boodschap is dat? Die van de vergeving van de zonden; zie Ps. 40:10 en Ps. 96:2.

den zachtmoedigen; Of, nederigen, Luc. 4:18 , waar deze woorden van den profeet aangehaald worden, staat den armen, te weten den armen van geest, Matt. 5:3 ; want den zodanigen wordt het Evangelie gepredikt; Matt. 11:5 .

Hertaald: den zachtmoedigen; Of: nederigen. In Luk. 4:18, waar deze woorden van de profeet aangehaald worden, staat: de armen, namelijk de armen van geest, Matth. 5:3; want juist aan hen wordt het Evangelie gepredikt; Matth. 11:5.

om te verbinden Versta dit geestelijkerwijze, namelijk van de vertroosting der ziel, die door de predikatie van het heilig Evangelie geschiedt.

Hertaald: om te verbinden Versta dit op geestelijke wijze, namelijk van de vertroosting van de ziel die door de prediking van het heilig Evangelie plaatsvindt.

de gebrokenen Dit zijn degenen, die bedroefd en verslagen van harte zijn vanwege hun menigvuldige zonden en overtredingen; zie Ps. 34:19 , en Ps. 51:19 ; Jes. 57:15 .

Hertaald: de gebrokenen Dit zijn zij die bedroefd en verslagen van hart zijn vanwege hun veelvuldige zonden en overtredingen; zie Ps. 34:19 en Ps. 51:19, en Jes. 57:15.

den gevangenen Dat is, dengenen, die onder het geweld des duivels of van zijne aanhangers gevangen liggen, vanwege hun begane zonden; Rom. 7:23 ; 2 Tim. 2:26 , en 2 Tim. 3:6 ; zie Jes. 42:7 .

Hertaald: den gevangenen Dat is: zij die vanwege hun begane zonden onder de macht van de duivel of van zijn aanhang gevangen liggen; Rom. 7:23, 2 Tim. 2:26 en 2 Tim. 3:6; zie Jes. 42:7.

uit te roepen, Of, te prediken, te verkondigen.

Hertaald: uit te roepen, Of: te prediken, te verkondigen.

den gebondenen Dit is hetzelfde, dat straks gezegd is, met andere woorden.

Hertaald: den gebondenen Dit is hetzelfde als wat zojuist gezegd is, met andere woorden.

Jesaja 61 vers 2

Om uit te roepen Of, om te prediken.

Hertaald: Om uit te roepen Of: om te prediken.

het jaar Dat is, den tijd, of het jaar in hetwelk het den Heere behagen of believen zal zijne genade den bedroefden conscientiën te openbaren en te bewijzen, te weten door de predikatie van het heilig Evangelie; zie Jes. 40:8 ; 2 Kor. 6:2 ; Tit. 3:4 .

Hertaald: het jaar Dat is: de tijd, of het jaar waarin het de HEERE zal behagen Zijn genade aan de bedroefde gewetens te openbaren en te bewijzen, namelijk door de prediking van het heilig Evangelie; zie Jes. 40:8, 2 Kor. 6:2 en Tit. 3:4.

den dag Dat is, dien dag, dien God verordineerd of bestemd heeft, in welken Hij alle ongelovigen, onboetvaardigen en vijanden zijner kerk, mitsgaders den duivel, in de eeuwige verdoemenis werpen zal. Zie Jes. 34:8 , en Jes. 63:4 ; Luc. 18:7 , en 2 Kor. 10:6 .

Hertaald: den dag Dat is: die dag die God bestemd heeft, waarop Hij alle ongelovigen, onboetvaardigen en vijanden van Zijn kerk, en ook de duivel, in de eeuwige verdoemenis zal werpen. Zie Jes. 34:8 en Jes. 63:4, Luk. 18:7 en 2 Kor. 10:6.

treurigen Te weten die treuren over hunne zonden, waarmede zij God vertoornd hebben; 2 Kor. 7:10-11 ; Jak. 4:9 . Of degenen, die treurig zijn vanwege de ellenden der kerk, Jes. 66:10 . Want den dusdanigen belooft Christus vertroosting; Matt. 5:4 .

Hertaald: treurigen Namelijk: zij die treuren over hun zonden, waarmee zij God vertoornd hebben; 2 Kor. 7:10-11 en Jak. 4:9. Of: zij die bedroefd zijn vanwege de ellende van de kerk, Jes. 66:10. Want juist hun belooft Christus vertroosting; Matth. 5:4.

Jesaja 61 vers 3

Sions Dat is, der kerk van God.

Hertaald: Sions Dat is: van de kerk van God.

sieraad Dit is, schone klederen of heerlijkheid, welk woord Matt. 6:29 gebruikt wordt voor schone klederen. Hebreeuws, om hun te geven sieraad, enz.

Hertaald: sieraad Dit zijn schone kleren of heerlijkheid; dat woord wordt in Matth. 6:29 gebruikt voor schone kleding. Hebreeuws: om hun sieraad te geven, enzovoort.

as, Die men op het hoofd placht te strooien en daarin te zitten als men treurde.

Hertaald: as, Die men op het hoofd placht te strooien en waarin men placht te zitten wanneer men treurde.

vreugdeolie Eertijds placht men ten tijde van vreugde het aangezicht met olie te zalven; maar hier wordt gesproken van de vreugdeolie van den Heiligen Geest, Joh. 14:26-27 , en Joh. 15:11 . Vergelijkt met de woorden van den profeet hetgeen geschreven staat Hebr. 1:9 .

Hertaald: vreugdeolie Vroeger placht men in tijden van vreugde het gezicht met olie te zalven; maar hier wordt gesproken over de vreugdeolie van de Heilige Geest, Joh. 14:26-27 en Joh. 15:11. Vergelijk met de woorden van de profeet wat geschreven staat in Hebr. 1:9.

het gewaad Dat is, een kleed, hetwelk prijzenswaardig is vanwege zijne schoonheid en sierlijkheid; of een kleed, hetwelk men aantrok als men feestdag hield en de gemeente samenkwam om God voor ontvangen genade te danken en te loven. Doch versta hier door het sierlijk gewaad de genaden en giften van den Geest Gods.

Hertaald: het gewaad Dat is: een kleed dat prijzenswaardig is vanwege zijn schoonheid en sierlijkheid; of een kleed dat men aantrok wanneer men feest vierde en de gemeente samenkwam om God voor de ontvangen genade te danken en te loven. Maar versta hier onder het sierlijke gewaad de genadegaven van de Geest van God.

benauwden Of, beangstigden. Hebreeuws, samengewrongen geest, die van hartzeer en droefenis als samengekrompen is.

Hertaald: benauwden Of: beangstigde. Hebreeuws: samengewrongen geest, die van hartzeer en droefheid als het ware samengekrompen is.

geest; Dat is, gemoed.

Hertaald: geest; Dat is: gemoed.

eikebomen Bij deze bomen versta degenen, die door het geloof Christus Jezus zijn ingeplant, en die vruchten der gerechtigheid, dat is goede werken dragen. Zie boven Jes. 60:21 . De eikebomen der gerechtigheid worden gesteld tegen de eikebomen, die zij misbruikt hadden tot afgoderij. En de gelovigen worden eikebomen genaamd, ten aanzien van hunne sterkte in Christus.

Hertaald: eikebomen Versta onder deze bomen hen die door het geloof in Christus Jezus ingeplant zijn en die vruchten van de gerechtigheid, dat is: goede werken, dragen. Zie hierboven Jes. 60:21. De eikenbomen van de gerechtigheid worden gesteld tegenover de eikenbomen die zij voor afgoderij misbruikt hadden. En de gelovigen worden eikenbomen genoemd met het oog op hun sterkte in Christus.

Jesaja 61 vers 4

de oude verwoeste Zie de aantekening Jes. 58:12 . Dit geestelijkerwijze genomen zijnde, is te zeggen: Zij zullen de ongelovige heidenen tot God bekeren, die langen tijd in hunne zonden als dood gelegen hebben; Ef. 2:1 , Ef. 2:5 .

Hertaald: de oude verwoeste Zie de aantekening bij Jes. 58:12. Geestelijk opgevat betekent dit: zij zullen de ongelovige heidenen tot God bekeren, die lange tijd als dood in hun zonden gelegen hebben; Ef. 2:1 en Ef. 2:5.

van geslacht tot geslacht Dat is, die van over vele geslachten geschied zijn.

Hertaald: van geslacht tot geslacht Dat is: die vele geslachten geleden gebeurd zijn.

Jesaja 61 vers 5

uitlanders Te weten de bekeerden uit de heidenen. De zin is: God zal ook uit de heidenen leraars en predikanten verwekken, tot opbouwing zijner heilige kerk in het Nieuwe Testament; Hand. 20:28 ; 1 Petr. 5:1-2 .

Hertaald: uitlanders Namelijk: de bekeerden uit de heidenen. De betekenis is: God zal ook uit de heidenen leraars en predikers verwekken, tot opbouw van Zijn heilige kerk in het Nieuwe Testament; Hand. 20:28 en 1 Petr. 5:1-2.

kudden Of, schapen; dat is gemeenten.

Hertaald: kudden Of: schapen — dat is: gemeenten.

weiden; Te weten met Gods Woord.

Hertaald: weiden; Namelijk: met Gods Woord.

vreemden Hebreeuws, de kinderen van den vreemde.

Hertaald: vreemden Hebreeuws: de kinderen van de vreemde.

uw akkerlieden . . . uw wijngaardeniers Dat is, uwe leraars zijn; Matt. 21:23 , enz.; 1 Kor. 3:9 .

Hertaald: uw akkerlieden . . . uw wijngaardeniers Dat is: uw leraars zijn; Matth. 21:23, enzovoort, en 1 Kor. 3:9.

Jesaja 61 vers 6

priesters Te weten geestelijke priesters, om te offeren de kalveren uwer lippen en uw lichaam tot een redelijken godsdienst eer te begeven; zie Ex. 19:6 ; Rom. 12:1

Hertaald: priesters Namelijk: geestelijke priesters, om de kalveren van uw lippen te offeren en uw lichaam over te geven tot een redelijke godsdienst; zie Ex. 19:6 en Rom. 12:1.

men zal u Of, en tot ulieden zal gezegd worden; o gij dienaars van onzen God.

Hertaald: men zal u Of: en tot u zal gezegd worden: o u, dienaars van onze God.

gij zult het Dat is, gij zult de goederen genieten, die u de heidenen mededelen zullen, wanneer zij tot Christus zullen bekeerd wezen. Zie Jes. 60:5 .

Hertaald: gij zult het Dat is: u zult de goederen genieten die de heidenen u zullen meedelen wanneer zij tot Christus bekeerd zullen zijn. Zie Jes. 60:5.

heerlijkheid Dat is, rijkdom.

Hertaald: heerlijkheid Dat is: rijkdom.

Jesaja 61 vers 7

Voor uw dubbele Die gij geleden hebt van de vijanden der kerk.

Hertaald: Voor uw dubbele Die u van de vijanden van de kerk geleden hebt.

zullen zij Te weten de vrome Israëlieten, of kinderen Gods.

Hertaald: zullen zij Namelijk: de vrome Isra«lieten, of de kinderen van God.

juichen Of, overluid roepen.

Hertaald: juichen Of: overluid roepen.

zij Te weten wien tevoren zulke schaamte is aangedaan geweest en die vervolg zijn geworden.

Hertaald: zij Namelijk: zij aan wie tevoren zulke schande is aangedaan en die vervolgd zijn.

in hun land Te weten zo hun eigen als verkregen van de vijanden, van wie zij tevoren zijn vervolgd geweest.

Hertaald: in hun land Namelijk: zowel hun eigen land als het land dat zij verkregen hebben van de vijanden door wie zij tevoren vervolgd zijn.

zij zullen eeuwige Te weten de godzaligen.

Hertaald: zij zullen eeuwige Namelijk: de godzaligen.

Jesaja 61 vers 8

den roof Dat is, die brandoffers haat Ik, die door ongerechtigheid geschieden, mij uiterlijk dienende, maar middelerwijl hunne naaste onderdrukkende; zie Spr. 15:8 , en Spr. 21:27 .

Hertaald: den roof Dat is: Ik haat die brandoffers die met ongerechtigheid gepaard gaan, waarbij men Mij uiterlijk dient maar ondertussen zijn naaste onderdrukt; zie Spr. 15:8 en Spr. 21:27.

hun werk Dat is, dat de dienst, dien zij mij ter ere doen, in den geest en in der waarheid zal geschieden; Joh. 4:24 . Anders: hun arbeidsloon.

Hertaald: hun werk Dat is: dat de dienst die zij Mij ter ere bewijzen, in geest en waarheid zal geschieden; Joh. 4:24. Anders: hun arbeidsloon.

met hen maken Zie Jer. 34:18 .

Hertaald: met hen maken Zie Jer. 34:18.

Jesaja 61 vers 9

En hun zaad Dat is, hunne nakomelingen, of die hun toebehoren, te weten die tot de kerk van Christus behoren, die zullen niet meer bij een zekere natie bepaald wezen, maar zij zullen zich uitbreiden onder alle heidenen.

Hertaald: En hun zaad Dat is: hun nakomelingen, of zij die hun toebehoren, namelijk zij die tot de kerk van Christus behoren. Die zullen niet meer tot één bepaald volk beperkt zijn, maar zij zullen zich onder alle heidenen uitbreiden.

hun nakomelingen Hebreeuws, hunne uitspruitelingen.

Hertaald: hun nakomelingen Hebreeuws: hun uitspruitsels.

zullen hen kennen, Zo aan hun heiligen en Godzaligen handel en wandel, als uit den zegen des Heeren, die merkelijk bij hen zal zijn.

Hertaald: zullen hen kennen, Zowel aan hun heilige en godzalige handel en wandel als aan de zegen van de HEERE, die duidelijk bij hen zal zijn.

Jesaja 61 vers 10

Ik ben zeer vrolijk Dit spreekt de Christelijke kerk en een ieder lidmaat derzelve, den Heere dankende voor zijne weldaden aan hen bewezen. Hebreeuws, vrolijk zijnde, ben ik vrolijk.

Hertaald: Ik ben zeer vrolijk Dit spreekt de christelijke kerk en ieder lid daarvan, terwijl zij de HEERE danken voor de weldaden die Hij hun bewezen heeft. Hebreeuws: vrolijk zijnde ben ik vrolijk.

den mantel Of, Hij heeft mij bedekt met den mantel der gerechtigheid; dat is, met gerechtigheid als met een kleed, welverstaande met zijne gerechtigheid, die Hij mij toegeëigend heeft.

Hertaald: den mantel Of: Hij heeft mij bedekt met de mantel van de gerechtigheid — dat is: met gerechtigheid als met een kleed, wel te verstaan met Zijn gerechtigheid, die Hij mij toegerekend heeft.

priesterlijk Dat is heerlijk, want de priesters waren heerlijk en sierlijk gekleed. Zie Exo 28 . Anders: prinselijk; want het Hebreeuwse woord betekent het ene zowel als het andere.

Hertaald: priesterlijk Dat is: heerlijk, want de priesters waren heerlijk en sierlijk gekleed. Zie Ex. 28. Anders: vorstelijk, want het Hebreeuwse woord kan het een zowel als het ander betekenen.

gereedschap Dat is, sieraad, opschik, gesmijde. Hebreeuws, vaten, of instrumenten.

Hertaald: gereedschap Dat is: sieraad, opschik, sieraden. Hebreeuws: vaten, of instrumenten.

Jesaja 61 vers 11

hetgeen Hebreeuws, zijn gezaaide, of hun gezaaide.

Hertaald: hetgeen Hebreeuws: zijn gezaaide, of: hun gezaaide.

alzo Dat is, de Heere zal maken dat de kerk van Christus, uit alle heidenen verzameld zijnde, in ware gerechtigheid zal wassen en toenemen, en den Heere meer en meer loven.

Hertaald: alzo Dat is: de HEERE zal maken dat de kerk van Christus, verzameld uit alle heidenen, in ware gerechtigheid zal groeien en toenemen en de HEERE meer en meer zal loven.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De Geest des Heeren HEEREN is op Mij  — de zending van de Gezalfde, met een opsomming van wat Hij komt doen (Jes. 61:1-3)

"De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen" (Jes. 61:1). Wat volgt is een reeks opdrachten: de gebrokenen van hart verbinden, de gevangenen vrijheid uitroepen, de gebondenen opening van de gevangenis geven. Dan komen twee dingen in één vers: "Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten" (Jes. 61:2). En het derde vers noemt drie ruilen: "sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest" (Jes. 61:3). Wie dat ontvangt, zal genoemd worden "eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN".

Bijbelse betekenis: Merk op tot wie de Gezalfde gezonden wordt. Zachtmoedigen, gebrokenen, gevangenen, treurigen: het zijn alle vier mensen die niets kunnen afdwingen. Let vervolgens op de drie ruilen van Jes. 61:3. Steeds staat het nieuwe voorop en het oude erachter; en het gaat niet om een verzachting maar om een omwisseling, want as, treurigheid en een benauwde geest verdwijnen niet vanzelf. Let ten slotte op het beeld waarmee het gedeelte eindigt. Wie zo behandeld is, heet geen zwak riet maar een eik, en dan nog een die geplant is. Wat zij zijn, hebben zij niet van zichzelf.

Typologie: In de synagoge te Nazareth las de Heere Jezus dit gedeelte voor, sloot het boek en zei: "Heden is deze Schrift in uw oren vervuld" (Luk. 4:21). Er is daarbij iets opmerkelijks: Hij las tot en met het jaar van het welbehagen en hield op vóór "den dag der wraak onzes Gods" (Jes. 61:2). Wat Jesaja in één adem noemt, is in Zijn eerste komst niet in één adem vervuld; het register zegt daarvan niet meer dan wat het evangelie zelf laat zien.

Jes. 61:1-3; Luk. 4:19,21

De klederen des heils, de mantel der gerechtigheid  — een lied van iemand die zich met kleding van een ander getooid weet (Jes. 61:10-11)

"Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan" (Jes. 61:10). Er staat een vergelijking bij uit de bruiloft: zoals een bruidegom zich versiert en een bruid zich tooit. En het slotvers geeft het beeld van de akker: "gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken" (Jes. 61:11).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier handelt. Vier keer is God het onderwerp: Hij heeft bekleed, Hij heeft omgedaan, Hij doet uitspruiten. De vreugde van het lied komt daaruit voort en niet uit iets dat men van zichzelf heeft. Let vervolgens op het beeld van de kleding. Kleding wordt aangedaan en niet gegroeid; zij bedekt wat eronder zit en zij is van buiten gegeven. Dat is bij Jesaja de tegenhanger van het wegwerpelijke kleed dat verderop genoemd wordt (Jes. 64:6). Let ten slotte op het slot van Jes. 61:11. Gerechtigheid wordt daar niet gedragen maar geplant, en niet voor één volk maar voor alle volken. Wat aan de enkeling gegeven wordt, is bedoeld om zichtbaar te worden.

Typologie: Paulus zegt in één zin waar die kleding vandaan komt: Christus is ons geworden "wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing" (1 Kor. 1:30). En de gelijkenis van de bruiloft laat zien wat er ontbreekt bij wie zonder bruiloftskleed binnenkomt (Matt. 22:11-12).

Jes. 61:10-11; Jes. 64:6; 1 Kor. 1:30; Matt. 22:11-12

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

De Geest des Heeren HEEREN is op Mij — 61:1-3

Het laatste deel van Jesaja spreekt tot ballingen: mensen die alles kwijt zijn en van wie de moed op is. En dan staat er ineens Iemand op die in de eerste persoon spreekt over een zending die Hij ontvangen heeft.

De Gezalfde zegt zelf waarvoor Hij gezonden is — en Christus leest het voor in Nazareth en zegt dat het vandaag vervuld is.

Het is een opsomming van bestemmingen: een blijde boodschap brengen den zachtmoedigen, de gebrokenen van harte verbinden, den gevangenen vrijheid uitroepen, het jaar van het welbehagen des HEEREN uitroepen.

Dat laatste is geen algemene uitdrukking. Het jaar van het welbehagen is het jubeljaar uit Leviticus 25 — het vijftigste jaar, waarin schulden vervielen, slaven vrijkwamen en elk erfdeel terugging naar wie het verloren had. Wat daar om de vijftig jaar gebeurde, wordt hier uitgeroepen als een blijvende werkelijkheid.

In Nazareth staat Christus op in de synagoge, krijgt de boekrol van Jesaja aangereikt, en leest precies dit gedeelte. Dan rolt Hij de boekrol op, geeft die terug, gaat zitten, en zegt: heden is deze Schrift in uw oren vervuld.

Er zit een bijzonderheid in waar men gemakkelijk overheen leest. Hij stopt midden in de zin. Jesaja schrijft: om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods. Christus leest het eerste en houdt op vóór het tweede. Het jaar van het welbehagen is aangebroken; de dag der wraak wacht nog.

De hoorders zijn eerst verwonderd om de aangename woorden, en even later willen zij Hem van de rots werpen — omdat Hij eraan toevoegde dat de weduwe van Zarfath en Naäman de Syriër geholpen werden en niemand in Israël.

  1. Leviticus 25:10 — Het jubeljaar: vrijheid uitroepen, elk erfdeel terug naar de eigenaar.
  2. Jesaja 61:1 — De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft.
  3. Jesaja 61:2 — Het jaar van het welbehagen — én de dag der wraak.
  4. Lukas 4:18-19 — Christus leest dit voor en stopt vóór de dag der wraak.
  5. Lukas 4:21 — Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
  6. Handelingen 10:38 — God heeft Hem gezalfd met den Heiligen Geest en met kracht.

In het Nieuwe Testament: Lukas 4:16-21; Handelingen 10:38; Mattheüs 11:5; 2 Korinthe 6:2

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jesaja 61

Jesaja 61:1.KruisverwijzingenLukas 4:18Lukas 7:22Jesaja 42:7Mattheüs 11:5Psalmen 147:3Jesaja 57:15Jesaja 42:1Zacharia 9:11
— De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis;
U weet wie deze woorden spreekt: onze Heere Jezus Zelf. De goddelijke Messias komt om het ware jubeljaar in te luiden, de gezegende dag waarop de armen het evangelie verkondigd wordt en waarop de gebrokenen van hart hun gebrokenheid genezen vinden. Hij komt om de gevangenen terug te brengen uit het Babel van de zonde en om uit de gevangenis te verlossen wie om hun overtredingen in boeien liggen. Kortom: Hij komt om uit te roepen dat nu de aangename tijd is, nu de dag van de genade, nu het jaar van het jubelfeest. En wat de tegenstanders van Zijn volk betreft: voor hen zal het “den dag der wraak onzes Gods” zijn, want de HEERE zal hen met dezelfde maat meten waarmee zij Zijn verdrukte en vervolgde volk gemeten hebben.

De zalving van onze Heere — zie Lukas 4:16-21 — had bijzonder het oog op Zijn prediking van het evangelie. Zo grote eer legt de Heere van hemel en aarde op de dienst van het Woord dat, zoals een van de oude puritanen zei, God maar één Zoon had en Hem tot prediker gemaakt heeft. Dat moest de zwaksten onder ons, die ook predikers van het evangelie zijn, sterk bemoedigen. De Zoon van God, het gezegende en eeuwige Woord, is in deze wereld gekomen om diezelfde blijde boodschap te prediken die wij geroepen zijn te verkondigen.

Jesaja 61:2-3.KruisverwijzingenJeremia 17:7Jesaja 34:8Mattheüs 5:4Jesaja 61:10Lukas 4:19Jeremia 31:13Jesaja 57:18Psalmen 45:7
— Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten; Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde.
Wanneer Jezus komt, brengt Hij alles met Zich mee, want Hij is alles voor Zijn volk, en zij vinden hun alles in Hem. Bij Zijn komst is er geen droefheid voor wie Hem aannemen; er is blijdschap, en nog eens blijdschap, en blijdschap in veelvoud. De vreugde komt niet in één gedaante maar in vele, zoals de verzen van dit hoofdstuk ons zo lieflijk voorhouden. En wat er komt is blijvend: het maakt wie het ontvangen tot bomen die eeuwen staan, want zij zullen hun droefheid overleven en bewijzen dat zij door God geplant zijn tot Zijn eigen heerlijkheid.

Jesaja 61:4.KruisverwijzingenJesaja 58:12Jesaja 49:6Amos 9:14Ezechiël 36:33Ezechiël 36:23
— En zij zullen de oude verwoeste plaatsen bouwen, de vorige verstoringen weder oprichten, en de verwoeste steden vernieuwen, die verstoord waren van geslacht tot geslacht.
Waarlijk, Gods levende kerk zal dit alles vandaag doen. De Joodse kerk werd een woestenij, en Gods heerlijkheid leek onder de voet van Zijn vijanden getreden te worden. Maar de ware kinderen van de belofte, die voor het zaad gerekend worden — allen namelijk die geloven en zo het zaad van de gelovige Abraham zijn — zullen al deze woeste plaatsen opbouwen. En zij zullen gelukkig zijn in zo’n verblijdende dienst.

Jesaja 61:5-6.KruisverwijzingenExodus 19:6Jesaja 14:1Efeze 2:12Jesaja 60:10Jesaja 66:211 Petrus 2:51 Petrus 2:9Jesaja 60:5
— En uitlanders zullen staan, en uw kudden weiden; en vreemden zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn. Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.
Om de zonde van Zijn volk vertreden de uitlanders en de vreemden hen. Maar zijn u en ik werkelijk van het heilige zaad, met een levend geloof in Christus, dan zullen wij heel het menselijk geslacht zien als mensen die al hun zorg en arbeid ten onze behoeve doorstaan. Zij zullen onze akkerlieden en onze wijngaardeniers zijn. Maar wíj zullen de dienaren van God zijn, de priesters van de HEERE, die elke nieuwe uitvinding gebruiken — reizend met stoom, sprekend door de telefoon — en die alles tot Gods heerlijkheid aanwenden. Laat de mensen uitvinden wat zij kunnen; wij zullen alles ten nutte maken voor de eer en de heerlijkheid van onze God. Ik weet dat dit woord voor Gods oude volk nog een andere vervulling heeft, maar dit is ook een vervulling ervan voor ons die Zijn geestelijk volk zijn, Zijn werkelijke kinderen, naar de belofte geboren.

Jesaja 61:7.KruisverwijzingenZacharia 9:12Jesaja 40:2Psalmen 16:11Job 42:102 Korinthe 4:172 Koningen 2:9Jesaja 60:192 Thessalonicenzen 2:16
— Voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten; zij zullen eeuwige vreugde hebben.
Dat is een zoete gesteldheid van het hart voor ieder van ons: te juichen over ons deel. Wat een wonderlijk deel hebben wij om over te juichen! Hoe gezegend is het lot van Gods uitverkoren volk! Hoe klein een deel van onze erfenis hier beneden ook voor het oog zichtbaar is, toch mogen wij zingen dat alle dingen ons zijn. Zij zijn de gave van God, gekocht door het bloed van een Zaligmaker, terwijl de goede Geest ons leert hoe wij ze gebruiken en ten nutte maken moeten. In plaats van de verwarring die vroeger het lot van de rechtvaardige was, “zullen zij juichen over hun deel”.

Hier staat nog een uitgelezen woord: “eeuwige vreugde”. Hun vreugde is geen vluchtige vreugde als de vrolijkheid van de zotten — “gelijk het geluid der doornen onder een pot is, alzo is het lachen eens zots” —, maar “zij zullen eeuwige vreugde hebben”.

Jesaja 61:8.KruisverwijzingenJesaja 55:3Psalmen 11:7Jeremia 32:40Genesis 17:7Jeremia 7:82 Samuël 23:5Mattheüs 23:13Psalmen 50:5
— Want Ik, de HEERE, heb het recht lief, Ik haat den roof in het brandoffer, en Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn; en Ik zal een eeuwig verbond met hen maken.
Dáár komt hun eeuwige vreugde uit voort. Er zou geen eeuwige vreugde zijn als er geen eeuwig verbond was. De heren die dat woord “eeuwig” uit onze Bijbels willen wegsnijden, zullen bemerken dat het heel lang duren zal voordat wij erin bewilligen ons daarvan te laten beroven; nee, wij zullen nooit toestemmen het op te geven. Wij zullen ons altijd verheugen dat wij Gods eeuwige liefde hebben en een eeuwig verbond, en dat wij dus eeuwige vreugde zullen hebben.

Jesaja 61:9.KruisverwijzingenJesaja 44:3Jesaja 65:23Handelingen 3:26Romeinen 9:3Genesis 22:18Romeinen 11:16Zacharia 8:13Psalmen 115:14
— En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat de HEERE gezegend heeft.
Zij zullen onderscheiden en herkend worden. Zo zeker als u vandaag overal in de wereld een Jood kunt kennen, zo zullen de mensen het volk van God kennen. Al dragen zij geen bijzondere dracht, toch zal hun spraak hen verraden. Er zal iets aan hen zijn dat getuigt van het feit dat zij “een zaad” zijn “dat de HEERE gezegend heeft”.

Jesaja 61:10.KruisverwijzingenOpenbaring 19:7Jesaja 49:18Openbaring 21:2Psalmen 132:9Psalmen 132:16Romeinen 14:17Habakuk 3:18Romeinen 3:22
— Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.
Niet een beetje, want Hij is een grote God: daarom “ben ik zéér vrolijk” in Hem. De HEERE heeft grote dingen aan ons gedaan; laten wij ons daarom groot in Hem verheugen. En niet alleen mijn lippen zullen vol vreugde zijn, maar mijn binnenste wezen, het merg van mijn bestaan: “mijn ziel verheugt zich in mijn God”. In mijn God — dat is een trap hoger dan te zeggen: ik ben heel vrolijk in de HEERE. Wij verheugen ons wel groot in de HEERE, maar onze ziel juicht pas wanneer ieder van ons Hem “mijn God” noemen kan. Dat is een bezit dat de rijksten onder u u met recht benijden mogen als u het niet hebt.

Wanneer God naar Zijn volk kijkt, ziet Hij hen niet — Hij ziet Zijn Zoon. Hij ziet door dat hemelse middel heen en ziet hen in Zijn Zoon. De HEERE heeft hen bedekt met de mantel der gerechtigheid. Kinderen van God die wenen om hun zonden mogen vrolijk zijn in de HEERE. Wij zijn rechtvaardig in de gerechtigheid van Christus, die God ons door het geloof in Zijn Zoon toegerekend heeft.

Het liefelijkste gezicht in de wereld is een kind van God. Wij zingen soms, en wij zingen het bedroefd, over deze aarde: waar elk vergezicht behaagt en alleen de mens verdorven is. Maar er is een andere kant aan dat beeld, want wanneer die “mens” een waar kind van God is, mogen wij zeggen: al behaagt elk vergezicht, de mens overtreft ze alle. Terecht zong de psalmdichter: “En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond.” Engelen bewijzen eer aan de vernieuwde mens, want de belofte is: “Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.” U die kinderen van God bent, hoeft niet te wensen zelfs met een aartsengel te ruilen. U bent een broeder van Hem die op de troon van God zit. U draagt een natuur die verwant is aan die van de Eniggeborene — ja, het is dezelfde natuur als de Zijne. Roem dan in deze grote waarheid: dat u bekleed bent met de mantel der gerechtigheid, versierd met sieraden als een bruidegom en getooid met juwelen als een bruid.

Jesaja 61:11.KruisverwijzingenPsalmen 85:11Jesaja 60:18Psalmen 72:3Jesaja 62:7Jesaja 58:11Mattheüs 13:8Mattheüs 13:3Mattheüs 13:23
— Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken.
Gerechtigheid en lof zijn nu in de aarde gezaaid. Maar zoals het zaad in de lente opkomt onder de milde regen en het schijnen van de zon, zo zullen gerechtigheid en lof te zijner tijd opkomen in een gouden oogst. Op elke heuvel en in elk dal van deze arme zondige wereld zal die oogst staan. Haast het, o HEERE, haast het op Uw eigen goede tijd! Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content