Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
De GeestH7307 des HeerenH136 HEERENH3069 is opH5921 Mij, omdat de HeereH3068 Mij gezalfdH4886 heeft, om een blijde boodschapH1319 te brengen den zachtmoedigenH6035; Hij heeft Mij gezondenH7971 om te verbindenH2280 de gebrokenenH7665 van harteH3820, om den gevangenenH7617 vrijheidH1865 uit te roepenH7121, en den gebondenenH631 opening der gevangenis;
De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis;
Ook in dit vers
opening gevangenisH6495
KJV
The Spirit1
of the Lord2
GOD3
is upon me; because the LORD7
hath anointed6
me to preach good tidings9
unto the meek;10
he hath sent11
me to bind up12
the brokenhearted,13
to proclaim15
liberty17
to the captives,16
and the opening of the prison19
to them that are bound;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Om uit te roepenH7121 het jaarH8141 van het welbehagenH7522 des HEERENH3068, en den dagH3117 der wraakH5359 onzes GodsH430; om alleH3605 treurigenH57 te troostenH5162;
Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten;
KJV
To proclaim1
the acceptable3
year2
of the LORD,4
and the day5
of vengeance6
of our God;7
to comfort8
all that mourn;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Om den treurigenH57 SionsH6726 te beschikkenH7760 dat hun gegevenH5414 worde sieraadH6287 voorH8478 asH665, vreugdeolieH8081 voorH8478 treurigheidH60, het gewaadH4594 des lofsH8416 voorH8478 een benauwdenH3544 geestH7307; opdat zij genaamdH7121 worden eikebomenH352 der gerechtigheidH6664, een plantingH4302 des HEERENH3068, opdat Hij verheerlijktH6286 worde.
Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde.
Ook in dit vers
Ps. 45:07;H8342
KJV
To appoint1
unto them that mourn2
in Zion,3
to give4
unto them beauty6
for ashes,8
the oil9
of joy10
for mourning,12
the garment13
of praise14
for the spirit16
of heaviness;17
that they might be called18
trees20
of righteousness,21
the planting22
of the LORD,23
that he might be glorified.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En zij zullen de oudeH5769 verwoesteH2721 plaatsen bouwenH1129, de vorigeH7223 verstoringenH8074 weder oprichtenH6965, en de verwoeste stedenH5892 vernieuwenH2318, die verstoordH8074 waren van geslachtH1755 tot geslachtH1755.
En zij zullen de oude verwoeste plaatsen bouwen, de vorige verstoringen weder oprichten, en de verwoeste steden vernieuwen, die verstoord waren van geslacht tot geslacht.
Ook in dit vers
verwoeste plaatsenH2723
KJV
And they shall build1
the old3
wastes,2
they shall raise up6
the former5
desolations,4
and they shall repair7
the waste9
cities,8
the desolations10
of many11
generations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En uitlandersH2114 zullen staanH5975, en uw kuddenH6629 weidenH7462; en vreemdenH1121 zullen uw akkerliedenH406 en uw wijngaardeniersH3755 zijn.
En uitlanders zullen staan, en uw kudden weiden; en vreemden zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn.
KJV
And strangers2
shall stand1
and feed3
your flocks,4
and the sons5
of the alien6
shall be your plowmen7
and your vinedressers.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Doch gijlieden zult priestersH3548 des HEERENH3068 hetenH7121, men zal u dienarenH8334 onzes GodsH430 noemenH559; gij zult het vermogenH2428 der heidenenH1471 etenH398, en in hun heerlijkheidH3519 zult gij u roemenH3235.
Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.
KJV
But ye shall be named4
the Priests2
of the LORD:3
men shall call7
you the Ministers5
of our God:6
ye shall eat11
the riches9
of the Gentiles,10
and in their glory12
shall ye boast
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
VoorH8478 uw dubbeleH4932 schaamteH1322 en schandeH3639 zullen zij juichenH7442 over hun deelH2506; daaromH3651 zullen zij in hun landH776 erfelijkH3423 het dubbeleH4932 bezittenH3423; zijH1961 zullen eeuwigeH5769 vreugdeH8057 hebben.
Voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten; zij zullen eeuwige vreugde hebben.
KJV
For your shame2
ye shall have double;3
and for confusion4
they shall rejoice5
in their portion:6
therefore in their land8
they shall possess10
the double:9
everlasting12
joy
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
WantH3588 IkH589, de HEEREH3068, heb het rechtH4941 liefH157, Ik haatH8130 den roofH1498 in het brandofferH5930, en Ik zal gevenH5414, dat hun werkH6468 in der waarheidH571 zal zijn; en Ik zal een eeuwigH5769 verbondH1285 met hen maken.
Want Ik, de HEERE, heb het recht lief, Ik haat den roof in het brandoffer, en Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn; en Ik zal een eeuwig verbond met hen maken.
KJV
For I the LORD3
love4
judgment,5
I hate6
robbery7
for burnt offering;8
and I will direct9
their work10
in truth,11
and I will make14
an everlasting13
covenant
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
En hun zaadH2233 zal onder de heidenenH1471 bekendH3045 worden, en hun nakomelingenH6631 in het middenH8432 der volkenH5971; allenH3605, die hen zienH7200 zullen, zullen hen kennenH5234, datH3588 zijH1992 zijn een zaadH2233, dat de HEEREH3068 gezegendH1288 heeft.
En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat de HEERE gezegend heeft.
KJV
And their seed3
shall be known1
among the Gentiles,2
and their offspring4
among5
the people:6
all that see8
them shall acknowledge9
them, that they are the seed12
which the LORD14
hath blessed.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Ik ben zeer vrolijkH7797 in den HEEREH3068, mijn zielH5315 verheugtH1523 zich in mijn GodH430, wantH3588 Hij heeft mij bekleedH3847 met de klederenH899 des heilsH3468, den mantelH4598 der gerechtigheidH6666 heeft Hij mij omgedaanH3271; gelijk een bruidegomH2860 zich met priesterlijk sieraadH6287 versiert, en als een bruidH3618 zich versiert met haar gereedschapH3627.
Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.
Ook in dit vers
versiertH3547
versiertH5710
KJV
I will greatly1
rejoice2
in the LORD,3
my soul5
shall be joyful4
in my God;6
for he hath clothed8
me with the garments9
of salvation,10
he hath covered13
me with the robe11
of righteousness,12
as a bridegroom14
decketh15
himself with ornaments,16
and as a bride17
adorneth18
herself with her jewels.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
WantH3588 gelijk de aardeH776 haar spruitH6780 voortbrengtH3318, en gelijk een hofH1593, hetgeen in hem gezaaidH2221 is, doet uitspruitenH6779; alzoH3651 zal de HeereH136 HEEREH3069 gerechtigheidH6666 en lofH8416 doen uitspruitenH6779 voor alH3605 de volkenH1471.
Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken.
KJV
For as the earth2
bringeth forth3
her bud,4
and as the garden5
causeth the things that are sown6
in it to spring forth;7
so the Lord9
GOD10
will cause righteousness12
and praise13
to spring forth11
before all the nations.
Geest
Dit spreekt Christus, gelijk af te nemen is Luc. 4:17 , enz. Zie Joh. 1:33 .
Hertaald:
Geest
Dit spreekt Christus, zoals op te maken is uit Luk. 4:17, enzovoort. Zie Joh. 1:33.
gezalfd heeft,
Door deze zalving wordt verstaan dat Christus naar zijn menselijke natuur met de gaven van den Heiligen Geest zonder mate begaafd en versierd is geworden; en naar den gansen persoon tot onzen Koning, Priester en Profeet van den Vader is verordineerd geworden; zie Hebr. 1:9 .
Hertaald:
gezalfd heeft,
Onder deze zalving wordt verstaan dat Christus naar Zijn menselijke natuur met de gaven van de Heilige Geest zonder mate begiftigd en versierd is, en dat Hij naar Zijn hele persoon door de Vader tot onze Koning, Priester en Profeet bestemd is; zie Hebr. 1:9.
om een blijde boodschap
Of, om een goede boodschap te verkondigen of te prediken. Welke tijding of boodschap is dat? Van de vergeving der zonden, zie Ps. 40:10 , en Ps. 96:2 .
Hertaald:
om een blijde boodschap
Of: om een goede boodschap te verkondigen of te prediken. Welke tijding of boodschap is dat? Die van de vergeving van de zonden; zie Ps. 40:10 en Ps. 96:2.
den zachtmoedigen;
Of, nederigen, Luc. 4:18 , waar deze woorden van den profeet aangehaald worden, staat den armen, te weten den armen van geest, Matt. 5:3 ; want den zodanigen wordt het Evangelie gepredikt; Matt. 11:5 .
Hertaald:
den zachtmoedigen;
Of: nederigen. In Luk. 4:18, waar deze woorden van de profeet aangehaald worden, staat: de armen, namelijk de armen van geest, Matth. 5:3; want juist aan hen wordt het Evangelie gepredikt; Matth. 11:5.
om te verbinden
Versta dit geestelijkerwijze, namelijk van de vertroosting der ziel, die door de predikatie van het heilig Evangelie geschiedt.
Hertaald:
om te verbinden
Versta dit op geestelijke wijze, namelijk van de vertroosting van de ziel die door de prediking van het heilig Evangelie plaatsvindt.
de gebrokenen
Dit zijn degenen, die bedroefd en verslagen van harte zijn vanwege hun menigvuldige zonden en overtredingen; zie Ps. 34:19 , en Ps. 51:19 ; Jes. 57:15 .
Hertaald:
de gebrokenen
Dit zijn zij die bedroefd en verslagen van hart zijn vanwege hun veelvuldige zonden en overtredingen; zie Ps. 34:19 en Ps. 51:19, en Jes. 57:15.
den gevangenen
Dat is, dengenen, die onder het geweld des duivels of van zijne aanhangers gevangen liggen, vanwege hun begane zonden; Rom. 7:23 ; 2 Tim. 2:26 , en 2 Tim. 3:6 ; zie Jes. 42:7 .
Hertaald:
den gevangenen
Dat is: zij die vanwege hun begane zonden onder de macht van de duivel of van zijn aanhang gevangen liggen; Rom. 7:23, 2 Tim. 2:26 en 2 Tim. 3:6; zie Jes. 42:7.
uit te roepen,
Of, te prediken, te verkondigen.
Hertaald:
uit te roepen,
Of: te prediken, te verkondigen.
den gebondenen
Dit is hetzelfde, dat straks gezegd is, met andere woorden.
Hertaald:
den gebondenen
Dit is hetzelfde als wat zojuist gezegd is, met andere woorden.
Om uit te roepen
Of, om te prediken.
Hertaald:
Om uit te roepen
Of: om te prediken.
het jaar
Dat is, den tijd, of het jaar in hetwelk het den Heere behagen of believen zal zijne genade den bedroefden conscientiën te openbaren en te bewijzen, te weten door de predikatie van het heilig Evangelie; zie Jes. 40:8 ; 2 Kor. 6:2 ; Tit. 3:4 .
Hertaald:
het jaar
Dat is: de tijd, of het jaar waarin het de HEERE zal behagen Zijn genade aan de bedroefde gewetens te openbaren en te bewijzen, namelijk door de prediking van het heilig Evangelie; zie Jes. 40:8, 2 Kor. 6:2 en Tit. 3:4.
den dag
Dat is, dien dag, dien God verordineerd of bestemd heeft, in welken Hij alle ongelovigen, onboetvaardigen en vijanden zijner kerk, mitsgaders den duivel, in de eeuwige verdoemenis werpen zal. Zie Jes. 34:8 , en Jes. 63:4 ; Luc. 18:7 , en 2 Kor. 10:6 .
Hertaald:
den dag
Dat is: die dag die God bestemd heeft, waarop Hij alle ongelovigen, onboetvaardigen en vijanden van Zijn kerk, en ook de duivel, in de eeuwige verdoemenis zal werpen. Zie Jes. 34:8 en Jes. 63:4, Luk. 18:7 en 2 Kor. 10:6.
treurigen
Te weten die treuren over hunne zonden, waarmede zij God vertoornd hebben; 2 Kor. 7:10-11 ; Jak. 4:9 . Of degenen, die treurig zijn vanwege de ellenden der kerk, Jes. 66:10 . Want den dusdanigen belooft Christus vertroosting; Matt. 5:4 .
Hertaald:
treurigen
Namelijk: zij die treuren over hun zonden, waarmee zij God vertoornd hebben; 2 Kor. 7:10-11 en Jak. 4:9. Of: zij die bedroefd zijn vanwege de ellende van de kerk, Jes. 66:10. Want juist hun belooft Christus vertroosting; Matth. 5:4.
Sions
Dat is, der kerk van God.
Hertaald:
Sions
Dat is: van de kerk van God.
sieraad
Dit is, schone klederen of heerlijkheid, welk woord Matt. 6:29 gebruikt wordt voor schone klederen. Hebreeuws, om hun te geven sieraad, enz.
Hertaald:
sieraad
Dit zijn schone kleren of heerlijkheid; dat woord wordt in Matth. 6:29 gebruikt voor schone kleding. Hebreeuws: om hun sieraad te geven, enzovoort.
as,
Die men op het hoofd placht te strooien en daarin te zitten als men treurde.
Hertaald:
as,
Die men op het hoofd placht te strooien en waarin men placht te zitten wanneer men treurde.
vreugdeolie
Eertijds placht men ten tijde van vreugde het aangezicht met olie te zalven; maar hier wordt gesproken van de vreugdeolie van den Heiligen Geest, Joh. 14:26-27 , en Joh. 15:11 . Vergelijkt met de woorden van den profeet hetgeen geschreven staat Hebr. 1:9 .
Hertaald:
vreugdeolie
Vroeger placht men in tijden van vreugde het gezicht met olie te zalven; maar hier wordt gesproken over de vreugdeolie van de Heilige Geest, Joh. 14:26-27 en Joh. 15:11. Vergelijk met de woorden van de profeet wat geschreven staat in Hebr. 1:9.
het gewaad
Dat is, een kleed, hetwelk prijzenswaardig is vanwege zijne schoonheid en sierlijkheid; of een kleed, hetwelk men aantrok als men feestdag hield en de gemeente samenkwam om God voor ontvangen genade te danken en te loven. Doch versta hier door het sierlijk gewaad de genaden en giften van den Geest Gods.
Hertaald:
het gewaad
Dat is: een kleed dat prijzenswaardig is vanwege zijn schoonheid en sierlijkheid; of een kleed dat men aantrok wanneer men feest vierde en de gemeente samenkwam om God voor de ontvangen genade te danken en te loven. Maar versta hier onder het sierlijke gewaad de genadegaven van de Geest van God.
benauwden
Of, beangstigden. Hebreeuws, samengewrongen geest, die van hartzeer en droefenis als samengekrompen is.
Hertaald:
benauwden
Of: beangstigde. Hebreeuws: samengewrongen geest, die van hartzeer en droefheid als het ware samengekrompen is.
geest;
Dat is, gemoed.
Hertaald:
geest;
Dat is: gemoed.
eikebomen
Bij deze bomen versta degenen, die door het geloof Christus Jezus zijn ingeplant, en die vruchten der gerechtigheid, dat is goede werken dragen. Zie boven Jes. 60:21 . De eikebomen der gerechtigheid worden gesteld tegen de eikebomen, die zij misbruikt hadden tot afgoderij. En de gelovigen worden eikebomen genaamd, ten aanzien van hunne sterkte in Christus.
Hertaald:
eikebomen
Versta onder deze bomen hen die door het geloof in Christus Jezus ingeplant zijn en die vruchten van de gerechtigheid, dat is: goede werken, dragen. Zie hierboven Jes. 60:21. De eikenbomen van de gerechtigheid worden gesteld tegenover de eikenbomen die zij voor afgoderij misbruikt hadden. En de gelovigen worden eikenbomen genoemd met het oog op hun sterkte in Christus.
de oude verwoeste
Zie de aantekening Jes. 58:12 . Dit geestelijkerwijze genomen zijnde, is te zeggen: Zij zullen de ongelovige heidenen tot God bekeren, die langen tijd in hunne zonden als dood gelegen hebben; Ef. 2:1 , Ef. 2:5 .
Hertaald:
de oude verwoeste
Zie de aantekening bij Jes. 58:12. Geestelijk opgevat betekent dit: zij zullen de ongelovige heidenen tot God bekeren, die lange tijd als dood in hun zonden gelegen hebben; Ef. 2:1 en Ef. 2:5.
van geslacht tot geslacht
Dat is, die van over vele geslachten geschied zijn.
Hertaald:
van geslacht tot geslacht
Dat is: die vele geslachten geleden gebeurd zijn.
uitlanders
Te weten de bekeerden uit de heidenen. De zin is: God zal ook uit de heidenen leraars en predikanten verwekken, tot opbouwing zijner heilige kerk in het Nieuwe Testament; Hand. 20:28 ; 1 Petr. 5:1-2 .
Hertaald:
uitlanders
Namelijk: de bekeerden uit de heidenen. De betekenis is: God zal ook uit de heidenen leraars en predikers verwekken, tot opbouw van Zijn heilige kerk in het Nieuwe Testament; Hand. 20:28 en 1 Petr. 5:1-2.
kudden
Of, schapen; dat is gemeenten.
Hertaald:
kudden
Of: schapen — dat is: gemeenten.
weiden;
Te weten met Gods Woord.
Hertaald:
weiden;
Namelijk: met Gods Woord.
vreemden
Hebreeuws, de kinderen van den vreemde.
Hertaald:
vreemden
Hebreeuws: de kinderen van de vreemde.
uw akkerlieden . . . uw wijngaardeniers
Dat is, uwe leraars zijn; Matt. 21:23 , enz.; 1 Kor. 3:9 .
Hertaald:
uw akkerlieden . . . uw wijngaardeniers
Dat is: uw leraars zijn; Matth. 21:23, enzovoort, en 1 Kor. 3:9.
priesters
Te weten geestelijke priesters, om te offeren de kalveren uwer lippen en uw lichaam tot een redelijken godsdienst eer te begeven; zie Ex. 19:6 ; Rom. 12:1
Hertaald:
priesters
Namelijk: geestelijke priesters, om de kalveren van uw lippen te offeren en uw lichaam over te geven tot een redelijke godsdienst; zie Ex. 19:6 en Rom. 12:1.
men zal u
Of, en tot ulieden zal gezegd worden; o gij dienaars van onzen God.
Hertaald:
men zal u
Of: en tot u zal gezegd worden: o u, dienaars van onze God.
gij zult het
Dat is, gij zult de goederen genieten, die u de heidenen mededelen zullen, wanneer zij tot Christus zullen bekeerd wezen. Zie Jes. 60:5 .
Hertaald:
gij zult het
Dat is: u zult de goederen genieten die de heidenen u zullen meedelen wanneer zij tot Christus bekeerd zullen zijn. Zie Jes. 60:5.
heerlijkheid
Dat is, rijkdom.
Hertaald:
heerlijkheid
Dat is: rijkdom.
Voor uw dubbele
Die gij geleden hebt van de vijanden der kerk.
Hertaald:
Voor uw dubbele
Die u van de vijanden van de kerk geleden hebt.
zullen zij
Te weten de vrome Israëlieten, of kinderen Gods.
Hertaald:
zullen zij
Namelijk: de vrome Isra«lieten, of de kinderen van God.
juichen
Of, overluid roepen.
Hertaald:
juichen
Of: overluid roepen.
zij
Te weten wien tevoren zulke schaamte is aangedaan geweest en die vervolg zijn geworden.
Hertaald:
zij
Namelijk: zij aan wie tevoren zulke schande is aangedaan en die vervolgd zijn.
in hun land
Te weten zo hun eigen als verkregen van de vijanden, van wie zij tevoren zijn vervolgd geweest.
Hertaald:
in hun land
Namelijk: zowel hun eigen land als het land dat zij verkregen hebben van de vijanden door wie zij tevoren vervolgd zijn.
zij zullen eeuwige
Te weten de godzaligen.
Hertaald:
zij zullen eeuwige
Namelijk: de godzaligen.
den roof
Dat is, die brandoffers haat Ik, die door ongerechtigheid geschieden, mij uiterlijk dienende, maar middelerwijl hunne naaste onderdrukkende; zie Spr. 15:8 , en Spr. 21:27 .
Hertaald:
den roof
Dat is: Ik haat die brandoffers die met ongerechtigheid gepaard gaan, waarbij men Mij uiterlijk dient maar ondertussen zijn naaste onderdrukt; zie Spr. 15:8 en Spr. 21:27.
hun werk
Dat is, dat de dienst, dien zij mij ter ere doen, in den geest en in der waarheid zal geschieden; Joh. 4:24 . Anders: hun arbeidsloon.
Hertaald:
hun werk
Dat is: dat de dienst die zij Mij ter ere bewijzen, in geest en waarheid zal geschieden; Joh. 4:24. Anders: hun arbeidsloon.
met hen maken
Zie Jer. 34:18 .
Hertaald:
met hen maken
Zie Jer. 34:18.
En hun zaad
Dat is, hunne nakomelingen, of die hun toebehoren, te weten die tot de kerk van Christus behoren, die zullen niet meer bij een zekere natie bepaald wezen, maar zij zullen zich uitbreiden onder alle heidenen.
Hertaald:
En hun zaad
Dat is: hun nakomelingen, of zij die hun toebehoren, namelijk zij die tot de kerk van Christus behoren. Die zullen niet meer tot één bepaald volk beperkt zijn, maar zij zullen zich onder alle heidenen uitbreiden.
hun nakomelingen
Hebreeuws, hunne uitspruitelingen.
Hertaald:
hun nakomelingen
Hebreeuws: hun uitspruitsels.
zullen hen kennen,
Zo aan hun heiligen en Godzaligen handel en wandel, als uit den zegen des Heeren, die merkelijk bij hen zal zijn.
Hertaald:
zullen hen kennen,
Zowel aan hun heilige en godzalige handel en wandel als aan de zegen van de HEERE, die duidelijk bij hen zal zijn.
Ik ben zeer vrolijk
Dit spreekt de Christelijke kerk en een ieder lidmaat derzelve, den Heere dankende voor zijne weldaden aan hen bewezen. Hebreeuws, vrolijk zijnde, ben ik vrolijk.
Hertaald:
Ik ben zeer vrolijk
Dit spreekt de christelijke kerk en ieder lid daarvan, terwijl zij de HEERE danken voor de weldaden die Hij hun bewezen heeft. Hebreeuws: vrolijk zijnde ben ik vrolijk.
den mantel
Of, Hij heeft mij bedekt met den mantel der gerechtigheid; dat is, met gerechtigheid als met een kleed, welverstaande met zijne gerechtigheid, die Hij mij toegeëigend heeft.
Hertaald:
den mantel
Of: Hij heeft mij bedekt met de mantel van de gerechtigheid — dat is: met gerechtigheid als met een kleed, wel te verstaan met Zijn gerechtigheid, die Hij mij toegerekend heeft.
priesterlijk
Dat is heerlijk, want de priesters waren heerlijk en sierlijk gekleed. Zie Exo 28 . Anders: prinselijk; want het Hebreeuwse woord betekent het ene zowel als het andere.
Hertaald:
priesterlijk
Dat is: heerlijk, want de priesters waren heerlijk en sierlijk gekleed. Zie Ex. 28. Anders: vorstelijk, want het Hebreeuwse woord kan het een zowel als het ander betekenen.
gereedschap
Dat is, sieraad, opschik, gesmijde. Hebreeuws, vaten, of instrumenten.
Hertaald:
gereedschap
Dat is: sieraad, opschik, sieraden. Hebreeuws: vaten, of instrumenten.
hetgeen
Hebreeuws, zijn gezaaide, of hun gezaaide.
Hertaald:
hetgeen
Hebreeuws: zijn gezaaide, of: hun gezaaide.
alzo
Dat is, de Heere zal maken dat de kerk van Christus, uit alle heidenen verzameld zijnde, in ware gerechtigheid zal wassen en toenemen, en den Heere meer en meer loven.
Hertaald:
alzo
Dat is: de HEERE zal maken dat de kerk van Christus, verzameld uit alle heidenen, in ware gerechtigheid zal groeien en toenemen en de HEERE meer en meer zal loven. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen" (Jes. 61:1). Wat volgt is een reeks opdrachten: de gebrokenen van hart verbinden, de gevangenen vrijheid uitroepen, de gebondenen opening van de gevangenis geven. Dan komen twee dingen in één vers: "Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten" (Jes. 61:2). En het derde vers noemt drie ruilen: "sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest" (Jes. 61:3). Wie dat ontvangt, zal genoemd worden "eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN". Bijbelse betekenis: Merk op tot wie de Gezalfde gezonden wordt. Zachtmoedigen, gebrokenen, gevangenen, treurigen: het zijn alle vier mensen die niets kunnen afdwingen. Let vervolgens op de drie ruilen van Jes. 61:3. Steeds staat het nieuwe voorop en het oude erachter; en het gaat niet om een verzachting maar om een omwisseling, want as, treurigheid en een benauwde geest verdwijnen niet vanzelf. Let ten slotte op het beeld waarmee het gedeelte eindigt. Wie zo behandeld is, heet geen zwak riet maar een eik, en dan nog een die geplant is. Wat zij zijn, hebben zij niet van zichzelf. Typologie: In de synagoge te Nazareth las de Heere Jezus dit gedeelte voor, sloot het boek en zei: "Heden is deze Schrift in uw oren vervuld" (Luk. 4:21). Er is daarbij iets opmerkelijks: Hij las tot en met het jaar van het welbehagen en hield op vóór "den dag der wraak onzes Gods" (Jes. 61:2). Wat Jesaja in één adem noemt, is in Zijn eerste komst niet in één adem vervuld; het register zegt daarvan niet meer dan wat het evangelie zelf laat zien. Jes. 61:1-3; Luk. 4:19,21 "Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan" (Jes. 61:10). Er staat een vergelijking bij uit de bruiloft: zoals een bruidegom zich versiert en een bruid zich tooit. En het slotvers geeft het beeld van de akker: "gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken" (Jes. 61:11). Bijbelse betekenis: Merk op wie hier handelt. Vier keer is God het onderwerp: Hij heeft bekleed, Hij heeft omgedaan, Hij doet uitspruiten. De vreugde van het lied komt daaruit voort en niet uit iets dat men van zichzelf heeft. Let vervolgens op het beeld van de kleding. Kleding wordt aangedaan en niet gegroeid; zij bedekt wat eronder zit en zij is van buiten gegeven. Dat is bij Jesaja de tegenhanger van het wegwerpelijke kleed dat verderop genoemd wordt (Jes. 64:6). Let ten slotte op het slot van Jes. 61:11. Gerechtigheid wordt daar niet gedragen maar geplant, en niet voor één volk maar voor alle volken. Wat aan de enkeling gegeven wordt, is bedoeld om zichtbaar te worden. Typologie: Paulus zegt in één zin waar die kleding vandaan komt: Christus is ons geworden "wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing" (1 Kor. 1:30). En de gelijkenis van de bruiloft laat zien wat er ontbreekt bij wie zonder bruiloftskleed binnenkomt (Matt. 22:11-12). Jes. 61:10-11; Jes. 64:6; 1 Kor. 1:30; Matt. 22:11-12 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt Het laatste deel van Jesaja spreekt tot ballingen: mensen die alles kwijt zijn en van wie de moed op is. En dan staat er ineens Iemand op die in de eerste persoon spreekt over een zending die Hij ontvangen heeft. De Gezalfde zegt zelf waarvoor Hij gezonden is — en Christus leest het voor in Nazareth en zegt dat het vandaag vervuld is. Het is een opsomming van bestemmingen: een blijde boodschap brengen den zachtmoedigen, de gebrokenen van harte verbinden, den gevangenen vrijheid uitroepen, het jaar van het welbehagen des HEEREN uitroepen. Dat laatste is geen algemene uitdrukking. Het jaar van het welbehagen is het jubeljaar uit Leviticus 25 — het vijftigste jaar, waarin schulden vervielen, slaven vrijkwamen en elk erfdeel terugging naar wie het verloren had. Wat daar om de vijftig jaar gebeurde, wordt hier uitgeroepen als een blijvende werkelijkheid. In Nazareth staat Christus op in de synagoge, krijgt de boekrol van Jesaja aangereikt, en leest precies dit gedeelte. Dan rolt Hij de boekrol op, geeft die terug, gaat zitten, en zegt: heden is deze Schrift in uw oren vervuld. Er zit een bijzonderheid in waar men gemakkelijk overheen leest. Hij stopt midden in de zin. Jesaja schrijft: om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods. Christus leest het eerste en houdt op vóór het tweede. Het jaar van het welbehagen is aangebroken; de dag der wraak wacht nog. De hoorders zijn eerst verwonderd om de aangename woorden, en even later willen zij Hem van de rots werpen — omdat Hij eraan toevoegde dat de weduwe van Zarfath en Naäman de Syriër geholpen werden en niemand in Israël. In het Nieuwe Testament: Lukas 4:16-21; Handelingen 10:38; Mattheüs 11:5; 2 Korinthe 6:2
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas God kleedt ons met het lofgewaad en verruilt onze benauwdheid voor vreugde, troost en hoop – een Koninklijk kleed voor het leven. De Geest van de Heere HEERE is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft. Jesaja 61:1 Jezus was geen soort amateur-redder die zomaar zonder missie uit de… Een preek gehouden op zondagmorgen 12 augustus 1877, door C.H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle te Newington. Om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de… Een preek gepubliceerd op donderdag 9 januari 1913, uitgesproken door C.H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington. Om hen [die treuren in Sion] schoonheid te geven in plaats… Lijden en depressie Zou Spurgeon nog eens spreekuur willen houden? Zou hij mij nog eens goede, mitsgaders dure raad willen verschaffen? Je valt met de deur in huis… Deze preek is gepubliceerd op donderdag 13 februari 1913, uitgesproken door C.H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle te Newington. Vreugdeolie in plaats van rouw. Jesaja 61:3 De treurigen… Een preek gepubliceerd op donderdag 24 oktober 1912, uitgesproken door C.H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington. Om aangaande de treurenden van Sion te beschikken. Jesaja 61:3 Het… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 61
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De Geest des Heeren HEEREN is op Mij — 61:1-3
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Het lofgewaad
Jezus, de Gezalfde
Proclamatie van welbehagen en wraak
Schoonheid voor as
Op spreekuur bij C. H. Spurgeon (2)
Vreugdeolie in plaats van rouw
Troost voor bedroefde harten


Jesaja 61
Jesaja 61:1.KruisverwijzingenLukas 4:18→Lukas 7:22→Jesaja 42:7→Mattheüs 11:5→Psalmen 147:3→Jesaja 57:15→Jesaja 42:1→Zacharia 9:11→
— De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis;
U weet wie deze woorden spreekt: onze Heere Jezus Zelf. De goddelijke Messias komt om het ware jubeljaar in te luiden, de gezegende dag waarop de armen het evangelie verkondigd wordt en waarop de gebrokenen van hart hun gebrokenheid genezen vinden. Hij komt om de gevangenen terug te brengen uit het Babel van de zonde en om uit de gevangenis te verlossen wie om hun overtredingen in boeien liggen. Kortom: Hij komt om uit te roepen dat nu de aangename tijd is, nu de dag van de genade, nu het jaar van het jubelfeest. En wat de tegenstanders van Zijn volk betreft: voor hen zal het “den dag der wraak onzes Gods” zijn, want de HEERE zal hen met dezelfde maat meten waarmee zij Zijn verdrukte en vervolgde volk gemeten hebben.
De zalving van onze Heere — zie Lukas 4:16-21 — had bijzonder het oog op Zijn prediking van het evangelie. Zo grote eer legt de Heere van hemel en aarde op de dienst van het Woord dat, zoals een van de oude puritanen zei, God maar één Zoon had en Hem tot prediker gemaakt heeft. Dat moest de zwaksten onder ons, die ook predikers van het evangelie zijn, sterk bemoedigen. De Zoon van God, het gezegende en eeuwige Woord, is in deze wereld gekomen om diezelfde blijde boodschap te prediken die wij geroepen zijn te verkondigen.
Jesaja 61:2-3.KruisverwijzingenJeremia 17:7→Jesaja 34:8→Mattheüs 5:4→Jesaja 61:10→Lukas 4:19→Jeremia 31:13→Jesaja 57:18→Psalmen 45:7→
— Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten; Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde.
Wanneer Jezus komt, brengt Hij alles met Zich mee, want Hij is alles voor Zijn volk, en zij vinden hun alles in Hem. Bij Zijn komst is er geen droefheid voor wie Hem aannemen; er is blijdschap, en nog eens blijdschap, en blijdschap in veelvoud. De vreugde komt niet in één gedaante maar in vele, zoals de verzen van dit hoofdstuk ons zo lieflijk voorhouden. En wat er komt is blijvend: het maakt wie het ontvangen tot bomen die eeuwen staan, want zij zullen hun droefheid overleven en bewijzen dat zij door God geplant zijn tot Zijn eigen heerlijkheid.
Jesaja 61:4.KruisverwijzingenJesaja 58:12→Jesaja 49:6→Amos 9:14→Ezechiël 36:33→Ezechiël 36:23→
— En zij zullen de oude verwoeste plaatsen bouwen, de vorige verstoringen weder oprichten, en de verwoeste steden vernieuwen, die verstoord waren van geslacht tot geslacht.
Waarlijk, Gods levende kerk zal dit alles vandaag doen. De Joodse kerk werd een woestenij, en Gods heerlijkheid leek onder de voet van Zijn vijanden getreden te worden. Maar de ware kinderen van de belofte, die voor het zaad gerekend worden — allen namelijk die geloven en zo het zaad van de gelovige Abraham zijn — zullen al deze woeste plaatsen opbouwen. En zij zullen gelukkig zijn in zo’n verblijdende dienst.
Jesaja 61:5-6.KruisverwijzingenExodus 19:6→Jesaja 14:1→Efeze 2:12→Jesaja 60:10→Jesaja 66:21→1 Petrus 2:5→1 Petrus 2:9→Jesaja 60:5→
— En uitlanders zullen staan, en uw kudden weiden; en vreemden zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn. Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.
Om de zonde van Zijn volk vertreden de uitlanders en de vreemden hen. Maar zijn u en ik werkelijk van het heilige zaad, met een levend geloof in Christus, dan zullen wij heel het menselijk geslacht zien als mensen die al hun zorg en arbeid ten onze behoeve doorstaan. Zij zullen onze akkerlieden en onze wijngaardeniers zijn. Maar wíj zullen de dienaren van God zijn, de priesters van de HEERE, die elke nieuwe uitvinding gebruiken — reizend met stoom, sprekend door de telefoon — en die alles tot Gods heerlijkheid aanwenden. Laat de mensen uitvinden wat zij kunnen; wij zullen alles ten nutte maken voor de eer en de heerlijkheid van onze God. Ik weet dat dit woord voor Gods oude volk nog een andere vervulling heeft, maar dit is ook een vervulling ervan voor ons die Zijn geestelijk volk zijn, Zijn werkelijke kinderen, naar de belofte geboren.
Jesaja 61:7.KruisverwijzingenZacharia 9:12→Jesaja 40:2→Psalmen 16:11→Job 42:10→2 Korinthe 4:17→2 Koningen 2:9→Jesaja 60:19→2 Thessalonicenzen 2:16→
— Voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten; zij zullen eeuwige vreugde hebben.
Dat is een zoete gesteldheid van het hart voor ieder van ons: te juichen over ons deel. Wat een wonderlijk deel hebben wij om over te juichen! Hoe gezegend is het lot van Gods uitverkoren volk! Hoe klein een deel van onze erfenis hier beneden ook voor het oog zichtbaar is, toch mogen wij zingen dat alle dingen ons zijn. Zij zijn de gave van God, gekocht door het bloed van een Zaligmaker, terwijl de goede Geest ons leert hoe wij ze gebruiken en ten nutte maken moeten. In plaats van de verwarring die vroeger het lot van de rechtvaardige was, “zullen zij juichen over hun deel”.
Hier staat nog een uitgelezen woord: “eeuwige vreugde”. Hun vreugde is geen vluchtige vreugde als de vrolijkheid van de zotten — “gelijk het geluid der doornen onder een pot is, alzo is het lachen eens zots” —, maar “zij zullen eeuwige vreugde hebben”.
Jesaja 61:8.KruisverwijzingenJesaja 55:3→Psalmen 11:7→Jeremia 32:40→Genesis 17:7→Jeremia 7:8→2 Samuël 23:5→Mattheüs 23:13→Psalmen 50:5→
— Want Ik, de HEERE, heb het recht lief, Ik haat den roof in het brandoffer, en Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn; en Ik zal een eeuwig verbond met hen maken.
Dáár komt hun eeuwige vreugde uit voort. Er zou geen eeuwige vreugde zijn als er geen eeuwig verbond was. De heren die dat woord “eeuwig” uit onze Bijbels willen wegsnijden, zullen bemerken dat het heel lang duren zal voordat wij erin bewilligen ons daarvan te laten beroven; nee, wij zullen nooit toestemmen het op te geven. Wij zullen ons altijd verheugen dat wij Gods eeuwige liefde hebben en een eeuwig verbond, en dat wij dus eeuwige vreugde zullen hebben.
Jesaja 61:9.KruisverwijzingenJesaja 44:3→Jesaja 65:23→Handelingen 3:26→Romeinen 9:3→Genesis 22:18→Romeinen 11:16→Zacharia 8:13→Psalmen 115:14→
— En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat de HEERE gezegend heeft.
Zij zullen onderscheiden en herkend worden. Zo zeker als u vandaag overal in de wereld een Jood kunt kennen, zo zullen de mensen het volk van God kennen. Al dragen zij geen bijzondere dracht, toch zal hun spraak hen verraden. Er zal iets aan hen zijn dat getuigt van het feit dat zij “een zaad” zijn “dat de HEERE gezegend heeft”.
Jesaja 61:10.KruisverwijzingenOpenbaring 19:7→Jesaja 49:18→Openbaring 21:2→Psalmen 132:9→Psalmen 132:16→Romeinen 14:17→Habakuk 3:18→Romeinen 3:22→
— Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.
Niet een beetje, want Hij is een grote God: daarom “ben ik zéér vrolijk” in Hem. De HEERE heeft grote dingen aan ons gedaan; laten wij ons daarom groot in Hem verheugen. En niet alleen mijn lippen zullen vol vreugde zijn, maar mijn binnenste wezen, het merg van mijn bestaan: “mijn ziel verheugt zich in mijn God”. In mijn God — dat is een trap hoger dan te zeggen: ik ben heel vrolijk in de HEERE. Wij verheugen ons wel groot in de HEERE, maar onze ziel juicht pas wanneer ieder van ons Hem “mijn God” noemen kan. Dat is een bezit dat de rijksten onder u u met recht benijden mogen als u het niet hebt.
Wanneer God naar Zijn volk kijkt, ziet Hij hen niet — Hij ziet Zijn Zoon. Hij ziet door dat hemelse middel heen en ziet hen in Zijn Zoon. De HEERE heeft hen bedekt met de mantel der gerechtigheid. Kinderen van God die wenen om hun zonden mogen vrolijk zijn in de HEERE. Wij zijn rechtvaardig in de gerechtigheid van Christus, die God ons door het geloof in Zijn Zoon toegerekend heeft.
Het liefelijkste gezicht in de wereld is een kind van God. Wij zingen soms, en wij zingen het bedroefd, over deze aarde: waar elk vergezicht behaagt en alleen de mens verdorven is. Maar er is een andere kant aan dat beeld, want wanneer die “mens” een waar kind van God is, mogen wij zeggen: al behaagt elk vergezicht, de mens overtreft ze alle. Terecht zong de psalmdichter: “En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond.” Engelen bewijzen eer aan de vernieuwde mens, want de belofte is: “Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.” U die kinderen van God bent, hoeft niet te wensen zelfs met een aartsengel te ruilen. U bent een broeder van Hem die op de troon van God zit. U draagt een natuur die verwant is aan die van de Eniggeborene — ja, het is dezelfde natuur als de Zijne. Roem dan in deze grote waarheid: dat u bekleed bent met de mantel der gerechtigheid, versierd met sieraden als een bruidegom en getooid met juwelen als een bruid.
Jesaja 61:11.KruisverwijzingenPsalmen 85:11→Jesaja 60:18→Psalmen 72:3→Jesaja 62:7→Jesaja 58:11→Mattheüs 13:8→Mattheüs 13:3→Mattheüs 13:23→
— Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken.
Gerechtigheid en lof zijn nu in de aarde gezaaid. Maar zoals het zaad in de lente opkomt onder de milde regen en het schijnen van de zon, zo zullen gerechtigheid en lof te zijner tijd opkomen in een gouden oogst. Op elke heuvel en in elk dal van deze arme zondige wereld zal die oogst staan. Haast het, o HEERE, haast het op Uw eigen goede tijd! Amen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-11.KruisverwijzingenLukas 4:18→Lukas 7:22→Jesaja 42:7→Mattheüs 11:5→Psalmen 147:3→Jesaja 57:15→Jesaja 42:1→Zacharia 9:11→
— De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten; Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde. En zij zullen de oude verwoeste plaatsen bouwen, de vorige verstoringen weder oprichten, en de verwoeste steden vernieuwen, die verstoord waren van geslacht tot geslacht. En uitlanders zullen staan, en uw kudden weiden; en vreemden zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn. Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen. Voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten; zij zullen eeuwige vreugde hebben. Want Ik, de HEERE, heb het recht lief, Ik haat den roof in het brandoffer, en Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn; en Ik zal een eeuwig verbond met hen maken. En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat de HEERE gezegend heeft. Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.
De vierde rede. Vroeger sprak de Heere zelf en maakte Hij Zijne genadige raadsbesluiten over Israël zelf bekend. Nu treedt Hij sprekende op, dien de Heere tot Middelaar van Zijn raadsbesluit geroepen heeft. Hij is dezelfde knecht Gods, die ook in Hoofdstuk 49:1 vv. 50:4 vv. Zijne roeping als Heiland voorstelde en de ervaringen in Zijn dienstwerk voorzegde. Nadat Hij in de volheid der tijden verschenen was heeft Hij uitdrukkelijk verklaard, dat onze plaats van Hem gezegd was (Luk. 4:16 vv. Daarom mag de mening der Joodse Schriftverklaarders, alsof de Profeet hier van zich zelven sprak, door Christelijke Schriftverklaarders niet worden herhaald, terwijl bovendien wetenschappelijke gronden haar tegenspreken. Deze Knecht des Heren, uitgaande van den toestand van ellende en druk, waarin het volk van Israël zich bevindt, als de tijd der verlossing komt, kondigt in de eerste plaats Zijne profetische werkzaamheid aan, tot welke de Heere Hem geroepen en toegerust heeft. Hiermede begint het jaar der genade, dat inderdaad en in waarheid een jaar der vrijlating wordt. Hij verklaart echter niet nader, waardoor die aangekondigde verlossing zal worden teweeggebracht, maar plaatst zich aanstonds aan het einde der tijden, wanneer de volbrachte verlossing hare gezegende vruchten voor Israël zal gebracht hebben. Hij toont aan, wat Israël voor de wereld zal zijn en in welke verhouding de bekeerde heidenen van hun zijde tot Israël zullen staan, aan het slot vat hij dit in ene gelijkenis te zamen.
a) De Geest des Heren HEREN (Hoofdstuk 50:5), is op Mij
Zijnen Knecht (Hoofdstuk 42:1), daar Hij als ene blijvende bezitting op Mij is nedergedaald (Hoofdstuk 11:2. (Luk. 3:22), en daarom is die geestelijke olie op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft tot Zijnen Profeet (Hand. 10:38). Hij heeft Mij geroepen om een blijde boodschap 2) te brengen den zachtmoedigen 3), den ellendigen, den gebogenen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen 4) vrijheid van hun boeien uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis
waarin zij tot hiertoe lagen.
Luk. 4:17-20.
Hiermede belooft Jesaja, dat er na de ballingschap nog getuigen van de genade Gods zullen zijn, om het volk van den ondergang en de schaduwen des doods terug te brengen, en de door zo vele rampen gedrukte Kerk, door de kracht des Geestes te herstellen. Daar er echter die verlossing alleen in den naam en op gezag van Christus voorzegd mocht worden, gebruikt de Profeet den eerste persoon en voert Christus als het ware sprekend in om het gemoed der vrezenden alzo des te krachtiger tot een goed vertrouwen op te wekken. Intussen staat het vast, dat deze woorden alleen op Christus kunnen toegepast worden en wel om twee redenen. Vooreerst, omdat Hij alleen met de volheid des Geestes begiftigd is, om getuige en afgezant van onze verzoening met God te zijn. Vervolgens omdat Hij alleen door de kracht Zijns Geestes het goede dat hier beloofd wordt, tot stand brengt en voltooit.
Indien daar in het profetische woord ene plaats was, aan welker klank en toon de eerbiedige en gelovige Israëliet merken kon, dat de profeet niet van zich zelven, maar van een ander sprak, en Hem, den Messias, verkondigde, het was voorzeker deze. Wat de Knecht des Heren, van den Geest des Heren aangegrepen, hier uitspreekt, kan hij niet uitspreken dan door, zeker niet willekeurige vereenzelviging van zijn voorbeeldigen persoon met het Goddelijk voorbeeld, den volmaakten Knecht des Heren van Zich zelven getuigt, met de hoogste waarheid en in de volkomenste volheid van betekenis en kracht ook in zijne mate waar is van Zijn profeet, die in zijne eigene roeping de roeping van den Messias kan voorgevoelen, gelijk de Messias de Zijne in die van den profeet afspiegelt. Ja, de Messias zelf, de Gezalfde bij uitnemendheid, de Gezalfde door de Heiligen Geest en dat niet met mate, spreekt hier door den mond, en niet slechts door den mond, maar door den persoon van Jesaja, den mens Gods, door Gods Geest gedreven. Hij spreekt van Zijne zalving door den Geest des Heren HEREN; van Zijne zending van den Heere, om te doen, om uit te roepen, om te beschikken, om te geven, wat niemand dan Hij doen, uitroepen, beschikken, geven kan; Hij spreekt er van als machthebbende, en niet slechts als de profeten. Hoe heerlijk klonk dit Messias-woord voor Israël in de dagen der benauwdheid, der verwachting, der ballingschap; hoe heerlijk alle eeuwen van verdrukking en verwachting door! Welke denkbeelden deed het opvatten van Zijn persoon en rijk, als zij Hem zien zouden in de heerlijkheid Zijner volmaaktheid, om aan Israël te doen, gelijk Hij gezegd had.
Deze zijn niet zozeer de rechtvaardige lieden, want de zachtmoedigheid kan ene natuurlijke gemoedsstemming zijn, maar de verootmoedigden, vernederden, overtuigden. Toen Paulus zei: Heere! wat wilt Gij dat ik doen zal? was hij een zachtmoedige; te voren was hij een hooghartige. Letterlijk staat er: zij die alles te dulden hebben, d. w. z. de ellendigen, de gebogenen. De blijde boodschap is, dat er een einde komt aan het leed, aan de ellende, dat de dagen van strijd en verdrukking voorbij zijn en zullen plaats maken voor die van verlossing en uitredding.
Hij, die niet doen kan wat hij wil om zich zelven te bevrijden, is een geestelijk gevangene, en zulke gevangenen zijn we allen. Christus biedt ons de vrijheid aan: Dien de Zoon vrijmaakt is waarlijk vrij. Doch tot welke vrijheid maakt Hij vrij? Om te kunnen doen wat men wil? Neen dat is de vrijheid, die zich de duivel neemt, ene vrijheid in ene eeuwige keten. Christen maakt ons vrij om alles te willen en te doen wat God wil en doet, en dat ja, dat is ene waarlijk Goddelijke vrijheid, ene vrijheid in God, in ene eindeloze ruimte.
Geheel Zijn drievoudig ambt wordt hier meegedeeld. Niet alleen is Hij Profeet om een blijde boodschap te brengen, maar ook Priester om door den balsem van Gilead, dien Hij verwerft en aanbrengt de hartewonden, door de zonde geslagen, te genezen. En niet alleen Priester, maar ook Koning, om gevangenen in vrijheid heen te zenden; om de koperen boeien te verbreken en de ijzeren deuren te openen.
Om uit te roepen het jaar van het welbehagen, het jaar der genade des HEREN, 1) voor afgebeeld door het Oud-Testamentische jubeljaar (Lev. 26:8 vv.), en den dag der wraak onzes Gods 2) over alle vijanden, die Zijn volk zo lang hadden gevangen gehouden en verdrukt; om alle treurigen te troosten, 3) die door de straffen over Israël zijn verootmoedigd, en door den langen duur daarvan diep ter neer zijn geslagen (Hoofdstuk 57:15; 66:10. (MATTHEUS. 5:4).
Paulus noemt dat tijdstip (Gal. 4:4) de volheid des tijds, om de gelovigen te leren, niet nieuwsgierig te vragen naar hetgeen er dan moet volgen, maar in het welbehagen Gods te berusten en hen te doen genoeg hebben aan dat ene, dat het heil in Christus geopenbaard is, toen God dat goeddacht.
Ene toespeling op het jubeljaar, waarin alle dienstbaarheid ophield en alles afgewisseld werd en tot zijn oorspronkelijken eigenaar terugkeerde, waaronder alles vrij en nieuw werd. Merkt op: tegenover het jaar van het welbehagen des Heren staat de dag der wraak.
Wel ziet dit, dat spreekt van zelf, op de treurenden in Israël, maar dan ook op alle treurigen, op alle treurenden over de zonde en over de schuld, welke zij bij God hebben. Hij troost als Profeet. Hij troost, als Priester. Hij troost als Koning Hij komt met de boodschap van vrede en verzoening. Hij past de kracht van Zijn bloed, door zijn Geest, op de schuldige zielen toe. Hij komt als Koning, door niet alleen een aanvankelijke maar een volkomen verlossing te schenken, door eenmaal volkomen te bevrijden van alle banden, waarmee Satan de zielen had gebonden.
Om den treurigen Zions te beschikken, dat hun op het hoofd gegeven worde sieraad voor as, 1) (Deut. 14:2), vreugdeolie (Ps. 45:8) voor treurigheid, waarbij het zalven nagelaten is (2 (Sam. 14:2. (Dan. 10:3), het gewaad des lofs voor enen benauwden geest, bij welken zij in zak en as hebben gewandeld (1 Kon. 21:27). Dit heeft Hij gedaan, opdat zij, wanneer het Evangelie zijne werking aan hen tot hun rechtvaardiging en heiliging heeft volbracht, genaamd worden eikenbomen, Terebinthen, der gerechtigheid, die in de kracht der hun geschonkene gerechtigheid zo vast en zo welig groeiende als eikenbomen staan, ene planting des HEREN, opdat Hij verheerlijkt worde, 2) als wiens hand ze geplant heeft, om eer van hen te verkrijgen (Hoofdstuk 60:21).
As, och wat is het anders, dan het geheel verteerde, het geheel opgegane, het ganselijk niets meer zijnde voor Hem, die uwe zielen doorschouwt. As is het geheel uitgevuurde, het kille, het dorre. En zo nu moeten de zielen zijn, zal Jezus ze met zijn geestelijk sieraad omhangen. Sieraad, paarlen, robijnen! Maar voor as. Niet dus, voor wat nog onverteerd, zich zelf op het altaar werpt. Niet ook voor wat slechts half verteerde. Zelfs niet voor wat nog glimt, nog smeult en dus nog vonken kan, maar voor wat as en niets dan as is.
Wij hebben hier de sterkste tegenstellingen. As behoorde bij treurenden. Wie as op het hoofd had, beleed daarmee dat hij van alle vrolijkheid gespeend was, den omgang met anderen meen, en zich terugtrok in de stille eenzaamheid, volkomen het beeld van den winter vertonende. Tegen as op het hoofd wordt hier gesteld, sieraad, dat is een diadeem, het teken der ere, der blijdschap, van waardigheid en aanzien. Voor wie derhalve de as weggenomen, en aan wie de diadeem op het hoofd werd gedrukt, hem werd daarmee eer en heerlijkheid geschonken, uit de duisternis van treurigheid en droefheid, van verwerping teruggebracht in het licht der blijdschap en ere. Dit zelfde geldt ook van de treurigheid en vreugdeolie. Wie treurig was, liet na zich te zalven, maar hier wordt hem olie, en wel olie der vreugde gegeven, opdat de klaagzang der ellende zou plaats maken voor het loflied der blijdschap. En dan eindelijk het gewaad, de mantel des lofs, tegenover een benauwden geest. Wie bedroefd van ziele, wie benauwd van geest is, heeft geen stof tot lof. Alles blikt hem even somber en donker tegen. Maar hier wordt gesproken van lof, als van een mantel, van een gewaad, waarmee hij bekleed zal worden, opdat de bezorgdheid, de bedruktheid, de benauwdheid zou wijken, en het alles bij hem vergeten en het blijdschap zou zijn. Het gevolg daarvan wordt daarop geschetst, n. l. opdat zij eikenbomen, of liever terebinten, die altijd groen zijn, zouden genaamd worden, ene planting des Heren. Niet een planting van zich zelf. Want neen, niet zij zelf hadden zich die gehele herschepping doen ondergaan, maar de Heere God, en wel met het doel, opdat Hij zelf in en door Zijn eigen werk zou verheerlijkt worden. Alles wat door het vlees geworden Woord wordt en is gedaan het is, opdat de Drie-enige God er door verheerlijkt worde.
En zij zullen, ten gevolge hunner eigene inwendige vernieuwing door het Evangelie a), de oude verwoeste plaatsen, ook aan gene zijde van de grenzen van hun land, bouwen, de vorige verstoringen weer oprichten, en de verwoeste steden vernieuwen, die verstoord waren van geslacht tot geslacht.
Jes. 58:12. Deze overgang van de geestelijke tot de nationale behoeften van Israël zon volstrekt onverstaanbaar en onverklaarbaar zijn, indien wij niet wisten, dat het ingaan van de volheid der Heidenen gelijktijdig plaats zal vinden met de wederaanneming van Israël en zijnen wederkeer tot wederopbouw der verwoeste plaatsen. Ten gevolge van de bekering en wederkering van Israël zal de uitstroming van het licht des Evangelies over de gehele wereld plaats hebben.
En uitlanders zullen in uw eigen land, o Mijn volk! op de weiden staan, en uwe kudden weiden, de bezigheden van het dagelijks leven voor u verrichten, en vreemden zullen uwe akkerlieden en uwe wijngaardeniers zijn.
Doch gijlieden zult te midden der volkeren zijn, wat Aärons geslacht in het midden van Israël was, en op de hoogte uwer eigenlijke bestemming worden geplaatst (Exod. 19:6); gij zult a) priesters des HEREN heten, men zal u van de zijde der Heidenen, dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen, het tijdelijke goed der Heidenen eten, daar gij ze met uwe geestelijke goederen hebt rijk gemaakt (Rom. 15:27), en in hun heerlijkheid, wat groots zij vroeger boven u gehad hebben, zult gij u beroemen.
1 Petrus 2:5, 9. Openbaring 1:6; 5:10 enz.
Alle gelovigen worden tot koningen en priesters gemaakt, onzen Gode, en zij behoren zich bovenal in hun godsdienstige verrichtingen, en in hunnen gansen wandel zo te gedragen, met de Heiligheid des Heren op hun voorhoofden geschreven, opdat men hen terecht noemen moge de Priesters des Heren.
Voor uwe dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel 1); in vreemde landen moesten zij treden (Ps. 137:1 vv.); daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten (Hoofdstuk 40:2); zij zullen eeuwige vreugde hebben.
In het Hebr. Thagath boschthekem mischnèh. Beter: In plaats van uwe schaamte een dubbel, en dan verder: in plaats van uwe schande zullen zij juichen over hun deel. Het tweede gedeelte verklaart het eerste. De betekenis is dat al wat vroeger geleden is op veelvuldige wijze zal vergoed worden.
Want Ik, de HEERE, zo zegt Hij, wiens Knecht tot hiertoe heeft gesproken, terwijl Hij zelf verder het woord voert, heb het recht lief, en herstel het, waar het is geschonden, gelijk de Heidenen dat omtrent Israël deden (Hoofdstuk 47:6). Ik haat den door in het brandoffer, 1) alle geveinsdheid in den godsdienst, en Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn daar dit aan Mijn zo hevig verdrukt volk ook het loon in des te grotere vreugde aanbrengt, en Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, zodat Ik niet meer op hen zal toornen, noch hen zal schelden (Hoofdstuk 54:9 vv.).
In het Hebr. Sonee gazeel beolah. De Septuaginta vertaalt derhalve: Ik haat den door uit ongerechtigheid. En dit kunnen ook de woorden in den grondtekst betekenen: Ik haat den door in ongerechtigheid. Want wel kan hier het laatste woord brandoffer betekenen, maar ook ongerechtigheid = Awelah. De Heere wil dan zeggen, dat Hij niet wil dat Israël van de Heidenen op onrechtvaardige wijze zal nemen, en dat Hij er daarom voor zal zorgen, dat deze vrijwillig hun schatten Israël zullen brengen, gelijk ook vroeger geschied is, bij den uittocht, toen de Egyptenaren vrijwillig hun goed brachten en Israël aldus de Egyptenaren beroofde.
En hun zaad zal onder de Heidenen bekend worden, men zal het kennen aan de heerlijkheid, die Ik als een stempel op hen zal drukken, en hun nakomelingen zullen onderscheidingstekenen der ere bezitten in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, want bij den eersten blik zal men de kentekenen van den stand hunner grootheid opmerken, en zien dat zij zijn een zaad, dat de HEERE, in geheel bijzondere mate en boven alle geslachten der aarde gezegend heeft. 1)
God zal hiervan de ere hebben. Want elk zal dat aan Gods zegen toeschrijven; allen, die hen zien, zullen zoveel goddelijke genade in hen, en zulke doorslaande bewijzen van Gods gunst jegens hen bemerken, dat zij zullen erkend worden het zaad te zijn, hetwelk de Heere gezegend heeft en nog zegent. Want het sluit beiden in.
Ik ben zeer vrolijk in den HEERE; mijne ziel verheugt zich in mijnen God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, mij dat hen in zo rijke mate laten ondervinden, dat het mij omgeeft, als de klederen het lichaam. Den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan, Hij heeft Mij met Zijne gerechtigheid zo omgeven, dat Ik er geheel door beschermd ben (Hoofdstuk 1:27), even als een mantel tegen de koude bedekt; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad (vs. 6) versiert, en door den tulband, waarmee hij het hoofd omgeeft, een priesterlijk aanzien (Exod. 29:9; 39:28) verkrijgt (Hoogl. 3:11), en als ene bruid zich ten dage der bruiloft versiert met haar gereedschap. Het is het antwoord der kerk op de beloften van God. Zij toont er mede, dat zij die vreugde bezit, welke ook Paulus zozeer aanprijst. Hare vreugde ligt in haar vrijen toegang tot God. Zij gelooft Gods genadewoord: alles is het uwe, en zegt: Amen. Ja, alles is het mijne! Wij moeten de genadegiften mijnen, ons zelven toe-eigenen; want dit is ons leven; het laten liggen der goddelijke beloften is de dood. Wij moeten God met de armen des geloofs omvatten en omvat houden; of wij hebben niets. Want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils. Bekleed. Ene eenvoudige maar veel zeggende uitdrukking De mens mag sedert zijn val niet naakt voor God verschijnen, hij moet naar lichaam en ziel gekleed zijn. De kleding is dan ook zodanig vereenzelvigd met den mens, dat wij hem buiten zijne kleding nauwelijks kennen. Wij arbeiden, wandelen slapen, in een woord wij doen alles, wij leven in onze kleding. Zo moet het ook in het geestelijke zijn. Wij moeten niet naakt bevonden worden. Wij moeten in den geest en naar de ziel bekleed zijn met de klederen des heils. Den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan, der gerechtigheid van Christus; want de Schrift kent gene andere gerechtigheid voor den mens, den zondaar. Met enen mantel kan men zich geheel omwikkelen. Ook is de mantel een overkleed. Dit kleed en de klederen des heils maken de gehele kleding uit. Gelijk een bruidegom zich met priesterlijk gewaad versiert met haar gereedschap. De Schrift kent den bruidegom en de bruid het sierlijk feestkleed toe, als beiden voegende, maar evenzo, ja nog meer dan die beiden, moet zich ook de gelovige geestelijk versieren als zijnde een dienaar of ene dienares van den Heere, van wiens huis alleen heiligheid het sieraad is. Over wie die Ik is, wordt verschillend gedacht. Zijn er velen die van mening zijn, dat hiermede de Kerk sprekende wordt ingevoerd, anderen zijn van gevoelen, dat het is de Knecht des Heren, Christus Jezus, maar sprekende in den naam van de Kerk des N. Verbonds. Beide opvattingen kunnen tot hun recht komen.
Want, zo zegt nu weer de Knecht des Heren, Zich nader verklarende omtrent het gevolg van Zijne evangelieprediking op aarde, gelijk de aarde hare spruit van allerlei aard (Gen 1:11 v.) voortbrengt, en gelijk een hof, een met vlijt bebouwde grond, hetgeen in hem gezaaid is doet uitspruiten, alzo zal de Heere HEERE, die voor de volken tot een akker, en voor Israël tot een hof wordt, om aan beiden te geven, wat Zijn raadsbesluit inhoudt, gerechtigheid en in ‘t bijzonder voor Israël als het uitverkoren volk lof doen uitspruiten voor al de volken, gelijk in vs. 9 nader is aangewezen. Het moge een tijdlang winter zijn in de kerk, dat deze zegeningen niet gezien worden, er zal een lentetijd komen, wanneer door de levenwekkende stralen van de naderende Zon der gerechtigheid alles zal opbloeien. Zij zullen zich verre verspreiden en uitschieten voor het oog aller volken; de grote zaligheid zal openbaar en bekend worden, de einden der aarde zullen het zien. (HENRY en SOORT). Laat ons ernstig bidden, dat de Heere die gerechtigheid onder ons doe voortkomen, welke de uitnemendheid en heerlijkheid der Christelijke belijdenis uitmaakt. Door blijdschap in de rechte wegen Gods moeten wij den groten laster zoeken uit te wissen, dat zij die het Evangelie geloven, somber en lastig zouden zijn. Niemand heeft zulke bronnen van vreugde en lof, als de geliefden des Heren, want zij verwachten de heerlijkheid en de eer en het eeuwig leven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel