Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 58

1 Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis Jakobs hun zonden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 RoepH7121 uit de keelH1627, houdH2820 nietH408 in, verhefH7311 uw stemH6963 als een bazuinH7782, en verkondigH5046 Mijn volkH5971 hun overtredingH6588, en het huisH1004 JakobsH3290 hun zondenH2403. Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis Jakobs hun zonden.

KJV Cry1 aloud,2 spare4 not, lift6 up thy voice7 like a trumpet,5 and shew8 my people9 their transgression,10 and the house11 of Jacob12 their sins.

1 קְרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 בְגָרוֹן֙ H1627 keel, hals [idiom] aloud, mouth, neck, throat 3 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 4 תַּחְשֹׂ֔ךְ H2820 onthouden, belet, inhouden assuage, [idiom] darken, forbear, hinder, hold back, keep (back), punish, refrain, reserve, spare, withhold 5 כַּשּׁוֹפָ֖ר H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet 6 הָרֵ֣ם H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 7 קוֹלֶ֑ךָ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 8 וְהַגֵּ֤ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 9 לְעַמִּי֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 פִּשְׁעָ֔ם H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 11 וּלְבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 יַעֲקֹ֖ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 13 חַטֹּאתָֽם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijner wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechten der gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Hoewel zij Mij dagelijksH3117 zoekenH1875, en een lustH2654 hebben aan de kennisH1847 Mijner wegenH1870, als een volkH1471, datH834 gerechtigheid doetH6213 en het rechtH4941 zijns GodsH430 nietH3808 verlaatH5800, vragenH7592 zij Mij naar de rechtenH4941 der gerechtigheid; zij hebben een lustH2654 tot GodH430 te naderenH7132; Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijner wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechten der gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen;

Ook in dit vers gerechtigheidH6664 gerechtigheidH6666

KJV Yet they seek4 me daily,2 and delight7 to know5 my ways,6 as a nation8 that did11 righteousness,10 and forsook15 not the ordinance12 of their God:13 they ask16 of me the ordinances17 of justice;18 they take delight21 in approaching19 to God.

1 וְאוֹתִ֗י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 יוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 יִדְרֹשׁ֔וּן H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 5 וְדַ֥עַת H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly) 6 דְּרָכַ֖י H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 7 יֶחְפָּצ֑וּן H2654 lust, welbehagen, behaagt [idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would 8 כְּג֞וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 צְדָקָ֣ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 11 עָשָׂ֗ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 וּמִשְׁפַּ֤ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 13 אֱלֹהָיו֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 14 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 עָזָ֔ב H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 16 יִשְׁאָל֨וּנִי֙ H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 17 מִשְׁפְּטֵי H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 18 צֶ֔דֶק H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 19 קִרְבַ֥ת H7132 nabij, naderen approaching, draw near 20 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 21 יֶחְפָּצֽוּן H2654 lust, welbehagen, behaagt [idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Zeggende: Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet? Ziet, ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust, en gij eist gestrengelijk al uw arbeid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Zeggende: WaaromH4100 vastenH6684 wij, en Gij ziet het nietH3808 aan, waarom kwellenH6031 wij onze zielH5315, en Gij weetH3045 het nietH3808? Ziet, ten dageH3117, wanneer gijlieden vastH6685, zo vindtH4672 gij uw lustH2656, en gij eist gestrengelijkH5065 alH3605 uw arbeidH6092. Zeggende: Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet? Ziet, ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust, en gij eist gestrengelijk al uw arbeid.

KJV Wherefore have we fasted,2 say they, and thou seest4 not? wherefore have we afflicted5 our soul,6 and thou takest no knowledge?8 Behold, in the day10 of your fast11 ye find12 pleasure,13 and exact16 all your labours.

1 לָ֤מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 צַּ֨מְנוּ֙ H6684 vastten, vasten, gevast [idiom] at all, fast 3 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 רָאִ֔יתָ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 עִנִּ֥ינוּ H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 6 נַפְשֵׁ֖נוּ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 תֵדָ֑ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 9 הֵ֣ן H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 10 בְּי֤וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 צֹֽמְכֶם֙ H6685 vasten, vast, vastendag fast(-ing) 12 תִּמְצְאוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 13 חֵ֔פֶץ H2656 lust, voornemen, welbehagen acceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly 14 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 עַצְּבֵיכֶ֖ם H6092 arbeid labour 16 תִּנְגֹּֽשׂוּ H5065 drijvers, aandrijvers, drijver distress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Ziet, tot twist en gekijf vast gijlieden, en om goddelooslijk met de vuist te slaan; vast niet gelijk heden, om uw stem te doen horen in de hoogte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 ZietH2005, tot twistH7379 en gekijfH4683 vastH6684 gijlieden, en om goddelooslijkH7562 met de vuistH106 te slaanH5221; vastH6684 nietH3808 gelijk hedenH3117, om uw stemH6963 te doen horenH8085 in de hoogteH4791. Ziet, tot twist en gekijf vast gijlieden, en om goddelooslijk met de vuist te slaan; vast niet gelijk heden, om uw stem te doen horen in de hoogte.

KJV Behold, ye fast4 for strife2 and debate,3 and to smite5 with the fist6 of wickedness:7 ye shall not fast9 as ye do this day,10 to make your voice13 to be heard11 on high.

1 הֵ֣ן H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 לְרִ֤יב H7379 twist, twistzaak, geschil [phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit 3 וּמַצָּה֙ H4683 gekijf contention, debate, strife 4 תָּצ֔וּמוּ H6684 vastten, vasten, gevast [idiom] at all, fast 5 וּלְהַכּ֖וֹת H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 6 בְּאֶגְרֹ֣ף H106 vuist fist 7 רֶ֑שַׁע H7562 goddeloosheid, goddeloze, goddelooslijk iniquity, wicked(-ness) 8 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תָצ֣וּמוּ H6684 vastten, vasten, gevast [idiom] at all, fast 10 כַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 לְהַשְׁמִ֥יעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 12 בַּמָּר֖וֹם H4791 hoogte, hoogten, omhoog (far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward 13 קוֹלְכֶֽם H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zou het zulk een vastenH6685 zijnH1961, dat Ik verkiezenH977 zou, dat de mensH120 zijn zielH5315 een dagH3117 kwelleH6031, dat hij zijn hoofdH7218 krommeH3721 gelijk een biezeH100, en een zakH8242 en asH665 onder zich spreideH3331? Zoudt gij datH2088 een vastenH6685 hetenH7121, en een dagH3117 den HEEREH3068 aangenaamH7522? Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam?

KJV Is it such a fast3 that I have chosen?4 a day5 for a man7 to afflict6 his soul?8 is it to bow down9 his head11 as a bulrush,10 and to spread14 sackcloth12 and ashes13 under him? wilt thou call16 this1 a fast,17 and an acceptable19 day18 to the LORD?

1 הֲכָזֶ֗ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 2 יִֽהְיֶה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 צ֣וֹם H6685 vasten, vast, vastendag fast(-ing) 4 אֶבְחָרֵ֔הוּ H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 5 י֛וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 עַנּ֥וֹת H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 7 אָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 8 נַפְשׁ֑וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 9 הֲלָכֹ֨ף H3721 gebogenen, bukken, kromme bow down (self) 10 כְּאַגְמֹ֜ן H100 bieze, ruimen ketel bulrush, caldron, hook, rush 11 רֹאשׁ֗וֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 12 וְשַׂ֤ק H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 13 וָאֵ֨פֶר֙ H665 as ashes 14 יַצִּ֔יעַ H3331 bedde, lagen, ondergestrooid make (one's) bed, [idiom] lie, spread 15 הֲלָזֶה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 16 תִּקְרָא H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 17 צ֔וֹם H6685 vasten, vast, vastendag fast(-ing) 18 וְי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 19 רָצ֖וֹן H7522 welgevallen, welbehagen, aangenaam (be) acceptable(-ance, -ed), delight, desire, favour, (good) pleasure, (own, self, voluntary) will, as...(what) would 20 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Is nietH3808 dit het vastenH6685, dat Ik verkiesH977: dat gij losmaaktH6605 de knopenH2784 der goddeloosheidH7562, dat gij ontdoetH5425 de bandenH92 des juksH4133, en dat gij vrijH2670 loslaatH7971 de verpletterdenH7533, en alleH3605 jukH4133 verscheurtH5423? Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt?

KJV Is not this the fast3 that I have chosen?4 to loose5 the bands6 of wickedness,7 to undo8 the heavy10 burdens,9 and to let the oppressed12 go11 free,13 and that ye break16 every yoke?

1 הֲל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 זֶה֮ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 3 צ֣וֹם H6685 vasten, vast, vastendag fast(-ing) 4 אֶבְחָרֵהוּ֒ H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 5 פַּתֵּ֨חַ֙ H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 6 חַרְצֻבּ֣וֹת H2784 banden, knopen band 7 רֶ֔שַׁע H7562 goddeloosheid, goddeloze, goddelooslijk iniquity, wicked(-ness) 8 הַתֵּ֖ר H5425 los, geopend, losliet drive asunder, leap, (let) loose, [idiom] make, move, undo 9 אֲגֻדּ֣וֹת H92 banden, benden, bundelken bunch, burden, troop 10 מוֹטָ֑ה H4133 juk, jukken, disselbomen bands, heavy, staves, yoke 11 וְשַׁלַּ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 12 רְצוּצִים֙ H7533 onderdrukt, gebroken, stukken gestoten break, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together 13 חָפְשִׁ֔ים H2670 vrij, Afgezonderd free, liberty 14 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 מוֹטָ֖ה H4133 juk, jukken, disselbomen bands, heavy, staves, yoke 16 תְּנַתֵּֽקוּ H5423 afgetrokken, verscheurd, verscheuren break (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Is het nietH3808, dat gij den hongerigeH7457 uw broodH3899 mededeeltH6536, en de armenH6041, verdrevenenH4788 in huisH1004 brengtH935? AlsH3588 gij een naakteH6174 zietH7200, dat gij hem dektH3680, en dat gij u voor uw vleesH1320 nietH3808 verbergtH5956? Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt?

KJV Is it not to deal2 thy bread4 to the hungry,3 and that thou bring7 the poor5 that are cast out6 to thy house?8 when thou seest10 the naked,11 that thou cover12 him; and that thou hide15 not thyself from thine own flesh?

1 הֲל֨וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 פָרֹ֤ס H6536 verdeelt, verdelen, mededeelt deal, divide, have hoofs, part, tear 3 לָֽרָעֵב֙ H7457 hongerige, hongerig, hongerigen hunger bitten, hungry 4 לַחְמֶ֔ךָ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 5 וַעֲנִיִּ֥ים H6041 ellendigen, ellendige, ellendig afflicted, humble, lowly, needy, poor 6 מְרוּדִ֖ים H4788 ballingschap, veelvuldige ballingschap, verdrevenen cast out, misery 7 תָּ֣בִיא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 בָ֑יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 תִרְאֶ֤ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 עָרֹם֙ H6174 naakt, naakte, naakten naked 12 וְכִסִּית֔וֹ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 13 וּמִבְּשָׂרְךָ֖ H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 14 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 תִתְעַלָּֽם H5956 verborgen, verbergen, verbergt [idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Dan zal uw lichtH216 voortbrekenH1234 als de dageraadH7837, en uw genezingH724 zal snellijkH4120 uitspruitenH6779; en uw gerechtigheidH6664 zal voor uw aangezichtH6440 heengaanH1980, en de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068 zal uw achtertochtH622 wezen. Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.

KJV Then shall thy light4 break forth2 as the morning,3 and thine health5 shall spring forth7 speedily:6 and thy righteousness10 shall go8 before9 thee; the glory11 of the LORD12 shall be thy rereward.

1 אָ֣ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 יִבָּקַ֤ע H1234 gekloofd, kliefde, braken make a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win 3 כַּשַּׁ֨חַר֙ H7837 dageraad, dageraads, hasschachar day(-spring), early, light, morning, whence riseth 4 אוֹרֶ֔ךָ H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 5 וַאֲרֻכָתְךָ֖ H724 gezondheid, betering, genezing health, made up, perfected 6 מְהֵרָ֣ה H4120 haastelijk, haast, Haast hastily, quickly, shortly, soon, make (with) speed(-ily), swiftly 7 תִצְמָ֑ח H6779 uitspruiten, gewassen, spruiten bear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up) 8 וְהָלַ֤ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 9 לְפָנֶ֨יךָ֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 צִדְקֶ֔ךָ H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 11 כְּב֥וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 יַאַסְפֶֽךָ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden; gij zult schreeuwen, en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben Ik. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken des vingers, en het spreken der ongerechtigheid;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Dan zult gij roepenH7121, en de HEEREH3068 zal antwoordenH6030; gij zult schreeuwenH7768, en Hij zal zeggenH559: ZietH2005, hier ben Ik. ZoH518 gij uit het middenH8432 van u wegdoetH5493 het jukH4133, het uitstekenH7971 des vingersH676, en het sprekenH1696 der ongerechtigheidH205; Dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden; gij zult schreeuwen, en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben Ik. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken des vingers, en het spreken der ongerechtigheid;

KJV Then shalt thou call,2 and the LORD3 shall answer;4 thou shalt cry,5 and he shall say,6 Here I am. If thou take away9 from the midst10 of thee the yoke,11 the putting forth12 of the finger,13 and speaking14 vanity;

1 אָ֤ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 תִּקְרָא֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 3 וַיהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 יַעֲנֶ֔ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 5 תְּשַׁוַּ֖ע H7768 riep, schreeuw, schreeuwen cry (aloud, out), shout 6 וְיֹאמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 הִנֵּ֑נִי H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 8 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 9 תָּסִ֤יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 10 מִתּֽוֹכְךָ֙ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 11 מוֹטָ֔ה H4133 juk, jukken, disselbomen bands, heavy, staves, yoke 12 שְׁלַ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 13 אֶצְבַּ֖ע H676 vinger, vingeren, vingers finger, toe 14 וְדַבֶּר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 15 אָֽוֶן H205 ongerechtigheid, ijdelheid, ongerechtige affliction, evil, false, idol, iniquity, mischief, mourners(-ing), naught, sorrow, unjust, unrighteous, vain, vanity, wicked(-ness). Compare H369 (אַיִן)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En zo gij uw ziel opent voor den hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En zo gij uw zielH5315 opentH6329 voor den hongerigeH7457, en de bedrukteH6031 zielH5315 verzadigtH7646; dan zal uw lichtH216 in de duisternisH2822 opgaanH2224, en uw donkerheidH653 zal zijn als de middagH6672. En zo gij uw ziel opent voor den hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag.

KJV And if thou draw out1 thy soul3 to the hungry,2 and satisfy6 the afflicted5 soul;4 then shall thy light9 rise7 in obscurity,8 and thy darkness10 be as the noonday:

1 וְתָפֵ֤ק H6329 bevorder, getrokken, opent afford, draw out, further, get, obtain 2 לָֽרָעֵב֙ H7457 hongerige, hongerig, hongerigen hunger bitten, hungry 3 נַפְשֶׁ֔ךָ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 4 וְנֶ֥פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 5 נַעֲנָ֖ה H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 6 תַּשְׂבִּ֑יעַ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 7 וְזָרַ֤ח H2224 opgaan, opgaat, oprees arise, rise (up), as soon as it is up 8 בַּחֹ֨שֶׁךְ֙ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity 9 אוֹרֶ֔ךָ H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 10 וַאֲפֵלָתְךָ֖ H653 donkerheid, dikke, donkere dark, darkness, gloominess, [idiom] thick 11 כַּֽצָּהֳרָֽיִם H6672 middag, middags, venster midday, noon(-day, -tide), window
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de HEERE zal u geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En de HEEREH3068 zal u geduriglijkH8548 leidenH5148, en Hij zal uw zielH5315 verzadigenH7646 in grote droogtenH6710, en uw beenderenH6106 vaardigH2502 maken; en gij zult zijnH1961 als een gewaterdeH7302 hofH1588, en als een springaderH4161 der waterenH4325, welker waterenH4325 nietH3808 ontbrekenH3576. En de HEERE zal u geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.

KJV And the LORD2 shall guide1 thee continually,3 and satisfy4 thy soul6 in drought,5 and make fat8 thy bones:7 and thou shalt be like a watered11 garden,10 and like a spring12 of water,13 whose waters17 fail

1 וְנָחֲךָ֣ H5148 leiden, geleid, leid bestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten 2 יְהוָה֮ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 תָּמִיד֒ H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual 4 וְהִשְׂבִּ֤יעַ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 5 בְּצַחְצָחוֹת֙ H6710 droogten drought 6 נַפְשֶׁ֔ךָ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 וְעַצְמֹתֶ֖יךָ H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 8 יַחֲלִ֑יץ H2502 toegerust, toegerusten, bevrijd arm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self 9 וְהָיִ֨יתָ֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 כְּגַ֣ן H1588 hof, hofs, hoven garden 11 רָוֶ֔ה H7302 gewaterde, dronkene drunkenness, watered 12 וּכְמוֹצָ֣א H4161 uitgang, uitgangen, gegaan brought out, bud, that which came out, east, going forth, goings out, that which (thing that) is gone out, outgoing, proceeded out, spring, vein, (water-) course (springs) 13 מַ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 14 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יְכַזְּב֖וּ H3576 liegen, leugenachtig, liege fail, (be found a, make a) liar, lie, lying, be in vain 17 מֵימָֽיו H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fondamenten, van geslacht tot geslacht verwoest, zult gij oprichten; en gij zult genaamd worden: Die de bressen toemuurt, die de paden weder opmaakt, om te bewonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En die uit u voortkomen, zullen bouwenH1129 de oudeH5769 verwoeste plaatsenH2723; de fondamentenH4146, van geslachtH1755 tot geslachtH1755 verwoest, zult gij oprichtenH6965; en gij zult genaamdH7121 worden: Die de bressenH6556 toemuurtH1443, die de padenH5410 weder opmaaktH7725, om te bewonenH3427. En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fondamenten, van geslacht tot geslacht verwoest, zult gij oprichten; en gij zult genaamd worden: Die de bressen toemuurt, die de paden weder opmaakt, om te bewonen.

KJV And they that shall be of thee shall build1 the old4 waste places:3 thou shalt raise up8 the foundations5 of many6 generations;7 and thou shalt be called,9 The repairer11 of the breach,12 The restorer13 of paths14 to dwell in.

1 וּבָנ֤וּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 מִמְּךָ֙ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 3 חָרְב֣וֹת H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 4 עוֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 5 מוֹסְדֵ֥י H4146 fondamenten, gronden, grondvesten foundation 6 דוֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 7 וָד֖וֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 8 תְּקוֹמֵ֑ם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 וְקֹרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 10 לְךָ֙ 11 גֹּדֵ֣ר H1443 toegemuurd, metselaars, metselaren close up, fence up, hedge, inclose, make up (a wall), mason, repairer 12 פֶּ֔רֶץ H6556 scheur, breuk, bressen breach, breaking forth (in), [idiom] forth, gap 13 מְשֹׁבֵ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 14 נְתִיב֖וֹת H5410 paden, pad, stegen path(-way), [idiom] travel(-ler), way 15 לָשָֽׁבֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Indien gij uw voetH7272 van den sabbatH7676 afkeertH7725, van te doenH6213 uw lustH2656 op Mijn heiligenH6944 dagH3117; en indien gij den sabbatH7676 noemtH7121 een verlustigingH6027, opdat de HEEREH3068 geheiligdH6918 worde, Die te erenH3513 is; en indien gij dien eertH3513, dat gij uw wegenH1870 niet doetH6213, en uw eigen lustH2656 niet vindtH4672, noch een woordH1697 daarvan spreektH1696; Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt;

KJV If thou turn away2 thy foot4 from the sabbath,3 from doing5 thy pleasure6 on my holy8 day;7 and call9 the sabbath10 a delight,11 the holy12 of the LORD,13 honourable;14 and shalt honour15 him, not doing16 thine own ways,17 nor finding18 thine own pleasure,19 nor speaking20 thine own words:

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 תָּשִׁ֤יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 מִשַּׁבָּת֙ H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 4 רַגְלֶ֔ךָ H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 5 עֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 חֲפָצֶ֖יךָ H2656 lust, voornemen, welbehagen acceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly 7 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 קָדְשִׁ֑י H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 9 וְקָרָ֨אתָ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 10 לַשַּׁבָּ֜ת H7676 sabbat, sabbatten, sabbatdag ([phrase] every) sabbath 11 עֹ֗נֶג H6027 verlustiging, wellustige delight, pleasant 12 לִקְד֤וֹשׁ H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 13 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 מְכֻבָּ֔ד H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 15 וְכִבַּדְתּוֹ֙ H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 16 מֵעֲשׂ֣וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 17 דְּרָכֶ֔יךָ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 18 מִמְּצ֥וֹא H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 19 חֶפְצְךָ֖ H2656 lust, voornemen, welbehagen acceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly 20 וְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 21 דָּבָֽר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Dan zult gij u verlustigenH6026 in den HEEREH3068, en Ik zal u doen rijdenH7392 opH5921 de hoogtenH1116 der aardeH776, en Ik zal u spijzigenH398 met de erveH5159 van uw vaderH1 JakobH3290; wantH3588 de mondH6310 des HEERENH3068 heeft het gesprokenH1696. Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken.

KJV Then shalt thou delight2 thyself in the LORD;4 and I will cause thee to ride5 upon the high places7 of the earth,8 and feed9 thee with the heritage10 of Jacob11 thy father:12 for the mouth14 of the LORD15 hath spoken

1 אָ֗ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 תִּתְעַנַּג֙ H6026 verlustigen, lustig, verlusten delicate(-ness), (have) delight (self), sport self 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וְהִרְכַּבְתִּ֖יךָ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 בָּ֣מֳותֵי H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 8 אָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 וְהַאֲכַלְתִּ֗יךָ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 10 נַחֲלַת֙ H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 11 יַעֲקֹ֣ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 12 אָבִ֔יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 13 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 פִּ֥י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 דִּבֵּֽר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 58:1 Micha 3:8 Handelingen 20:26 Ezechiël 22:2 Mattheüs 3:7 Ezechiël 3:17 Titus 2:15 Ezechiël 20:4 Openbaring 14:9
Jesaja 58:2 Jesaja 29:13 Titus 1:16 Mattheüs 15:7 Markus 4:16 1 Petrus 2:1 1 Samuël 15:21 Spreuken 15:8 Markus 6:20
Jesaja 58:3 Maleachi 3:14 Nehemia 5:7 Leviticus 16:29 Lukas 18:9 Zacharia 7:5 Mattheüs 20:11 Daniël 10:2 Leviticus 16:31
Jesaja 58:4 Joël 2:13 Spreuken 21:27 1 Koningen 21:9 Filippenzen 1:14 Johannes 18:28 Jesaja 59:2 Lukas 20:47 Mattheüs 23:13
Jesaja 58:5 Zacharia 7:5 Jesaja 49:8 Leviticus 16:29 Jesaja 61:2 Job 2:8 Daniël 9:3 Psalmen 69:13 Esther 4:3
Jesaja 58:6 Nehemia 5:10 Jeremia 34:8 Jesaja 58:9 Micha 3:2 1 Timotheüs 6:1
Jesaja 58:7 Ezechiël 18:7 Lukas 3:11 Ezechiël 18:16 Jesaja 58:10 1 Johannes 3:17 Hebreeën 13:2 Nehemia 5:5 Mattheüs 25:35
Jesaja 58:8 Jeremia 33:6 Psalmen 37:6 Jesaja 52:12 Handelingen 10:35 Maleachi 4:2 Psalmen 85:13 Job 11:17 Jesaja 57:18
Jesaja 58:9 Psalmen 50:15 Psalmen 12:2 Jesaja 65:24 Spreuken 6:13 Psalmen 91:15 Jeremia 29:12 Psalmen 37:4 Mattheüs 7:7
Jesaja 58:10 Psalmen 37:6 Job 11:17 Jesaja 58:7 Jesaja 42:16 Spreuken 14:31 Spreuken 11:24 Jesaja 29:18 Deuteronomium 15:7
Jesaja 58:11 Jeremia 31:12 Hosea 13:5 Jesaja 49:10 Johannes 4:14 Spreuken 11:25 Hooglied 4:15 Ezechiël 36:35 Johannes 16:13
Jesaja 58:12 Jesaja 61:4 Amos 9:11 Amos 9:14 Nehemia 2:17 Ezechiël 36:8 Ezechiël 36:33 Jesaja 51:3 Nehemia 2:5
Jesaja 58:13 Psalmen 84:10 Jeremia 17:21 Psalmen 84:2 Psalmen 27:4 Psalmen 92:1 Jesaja 56:2 Openbaring 1:10 Psalmen 42:4
Jesaja 58:14 Deuteronomium 32:13 Job 22:26 Jesaja 1:19 Habakuk 3:18 Jesaja 40:5 Jesaja 33:16 Psalmen 37:11 Deuteronomium 33:29
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 58 vers 1

houd niet in, Houd uwe stem niet op, of niet in.

Hertaald: houd niet in, Houd uw stem niet op, of niet in.

Jesaja 58 vers 2

Hoewel Of, want zij zoeken mij dagelijks.

Hertaald: Hoewel Of: want zij zoeken Mij dagelijks.

dagelijks Hebreeuws, dag, dag; zie Ps. 61:9 .

Hertaald: dagelijks Hebreeuws: dag, dag; zie Ps. 61:9.

zoeken, Dat is, in den tempel komen om mij hunne offeranden te brengen en hunne gebeden aldaar te doen; maar het gaat hun niet ter harte, het geschiedt al uit huichelarij.

Hertaald: zoeken, Dat is: in de tempel komen om Mij hun offers te brengen en daar hun gebeden te doen; maar het gaat hun niet ter harte, het gebeurt allemaal uit huichelarij.

een lust hebben Dat is, zich houden alsof zij daar een oprechten lust aan hadden, dat zij de priesters de wet horen lezen en verklaren.

Hertaald: een lust hebben Dat is: zich voordoen alsof zij er een oprecht genoegen in hebben dat zij de priesters de wet horen lezen en verklaren.

vragen zij Mij Te weten door de profeten.

Hertaald: vragen zij Mij Namelijk: door de profeten.

zij hebben een lust Hebreeuws, zij hebben lust tot de nadering Gods; dat is, zij stellen zich uitwendiglijk alzo aan, alsof zij lust daaraan hadden en alsof het hun ernst ware mijne geboden te weten en hun leven naar dezelve aan te stellen.

Hertaald: zij hebben een lust Hebreeuws: zij hebben lust tot de nadering van God — dat is: zij doen zich uiterlijk zo voor alsof zij daar lust in hadden en alsof het hun ernst was Mijn geboden te kennen en hun leven daarnaar in te richten.

Jesaja 58 vers 3

Waarom vasten Dit zijn de woorden der huichelaars, die door hun huichelenden en uiterlijken godsdienst veel bij God menen te verdienen.

Hertaald: Waarom vasten Dit zijn de woorden van de huichelaars, die menen met hun huichelachtige en uiterlijke godsdienst veel bij God te verdienen.

kwellen Te weten met vasten en honger te lijden; zie Lev. 16:29 .

Hertaald: kwellen Namelijk: met vasten en honger lijden; zie Lev. 16:29.

Gij weet het niet? Dat is, houdt u alsof gij het niet wist.

Hertaald: Gij weet het niet? Dat is: U doet alsof U het niet wist.

Ziet, Dat is het antwoord des Heeren op de voorgaande vraag der Joden, alsof Hij zeide: Wilt gij de oorzaak weten, waarom ulieder vasten mij niet aangenaam is? Ziet, Ik zal het zeggen; uwe huichelarij is er oorzaak van, want terwijl gij vast, laat gij niet af van boze stukken te bedrijven.

Hertaald: Ziet, Dit is het antwoord van de HEERE op de voorgaande vraag van de Joden, alsof Hij zei: wilt u weten waarom uw vasten Mij niet aangenaam is? Zie, Ik zal het zeggen: uw huichelarij is er de oorzaak van, want terwijl u vast, houdt u niet op boze stukken te bedrijven.

zo vindt Dat is, zo richt gij uit wat u behaagt, gelijk vs.13. Of, gij benaarstigt u om te vinden en te genieten waar gij lust en genoegen aan hebt.

Hertaald: zo vindt Dat is: zo richt u uit wat u behaagt, zoals in vers 13. Of: u doet uw best om te vinden en te genieten waar u lust en genoegen in hebt.

al uw arbeid Hebreeuws, smarten; dat is arbeid, dien uwe knechten en maagden met smart moeten doen. Anders: al uwen arbeid; dat is al uw goed, dat gij met arbeid verkregen hebt, en voorts uwe schulden, die gij van uw goed hebt uitstaan, vordert gij strengelijk. Zie Spr. 5:10 .

Hertaald: al uw arbeid Hebreeuws: smarten — dat is: arbeid die uw knechten en slavinnen met smart moeten doen. Anders: al uw arbeid, dat is: al uw goed dat u met arbeid verworven hebt, en verder uw schulden die u van uw goed hebt uitstaan, vordert u streng op. Zie Spr. 5:10.

Jesaja 58 vers 4

tot twist Dat is, om met uwe knechten, maagden, schuldenaars en anderen te twisten.

Hertaald: tot twist Dat is: om met uw knechten, slavinnen, schuldenaars en anderen te twisten.

om goddelooslijk Hebreeuws, om met de vuist der goddeloosheid te slaan; te weten uwe knechten en maagden.

Hertaald: om goddelooslijk Hebreeuws: om met de vuist van de goddeloosheid te slaan, namelijk uw knechten en slavinnen.

gelijk heden, Hebreeuws, als heden, of na dezen dag. Hetwelk enigen uitleggen: gelijk het dezen dag [vereist] in welken God doet blijken dat Hij tegen ulieden vertoornd is.

Hertaald: gelijk heden, Hebreeuws: als vandaag, of: na deze dag. Sommigen leggen dat zo uit: zoals deze dag vereist, waarop God laat blijken dat Hij op u vertoornd is.

om uw stem Dat is, opdat uw gebed verhoord wordt in den hemel bij God.

Hertaald: om uw stem Dat is: opdat uw gebed in de hemel bij God verhoord wordt.

Jesaja 58 vers 5

dat Ik Dat is, dat mij aangenaam zou wezen.

Hertaald: dat Ik Dat is: die Mij aangenaam zou zijn.

zijn ziel Te weten alleen uitwendiglijk, zonder innerlijk met een rechtmatig berouw zijner zonden geraakt te zijn, en zich alzo oprecht voor God te verootmoedigen. Of aldus: Een dag dat de mens zijne ziel kwelle.

Hertaald: zijn ziel Namelijk: alleen uiterlijk, zonder innerlijk door waar berouw over zijn zonden geraakt te zijn en zich zo oprecht voor God te verootmoedigen. Of zo: een dag waarop de mens zijn ziel kwelt.

een dag den HEERE Hebreeuws, een dag der aangenaamheid des Heeren, of den Heere.

Hertaald: een dag den HEERE Hebreeuws: een dag van de aangenaamheid van de HEERE, of: voor de HEERE.

Jesaja 58 vers 6

de knopen Dat is, de zware dienstbaarheid uwer broeders, die zichzelven uit armoede aan u verkocht hebben, en die gij onbarmhartig tot zwaren arbeid aandrijft, alsof het vreemde slaven waren, hetwelk God verbiedt, Lev. 25:39 . Zie de aantekening aldaar.

Hertaald: de knopen Dat is: de zware dienstbaarheid van uw broeders, die zichzelf uit armoede aan u verkocht hebben en die u onbarmhartig tot zware arbeid aandrijft alsof het vreemde slaven waren, wat God verbiedt, Lev. 25:39. Zie de aantekening daarbij.

des juks, Te weten van het juk, of der dienstbaarheid, die gij uwen verarmden broeders oplegt, dezelven onderdrukkende met uw woeker en boze werken.

Hertaald: des juks, Namelijk: van het juk of de dienstbaarheid die u uw verarmde broeders oplegt, terwijl u hen onderdrukt met uw woeker en uw boze werken.

de verpletterden, Of, gebrokenen; dat is, tot verderf, of tot niet gebracht.

Hertaald: de verpletterden, Of: gebrokenen — dat is: tot verderf of tot niets gebracht.

juk verscheurt? Juk, dat is, zware en onverdragelijke lasten. In een woord, de Heere leert in dit en in Jes. 58:7 dat wanneer men recht en wel vasten zal, zo moet men zich niet alleen onthouden van lichamelijke spijs, maar men moet ook werken des lichts doen.

Hertaald: juk verscheurt? Juk, dat is: zware en ondraaglijke lasten. Kortom, de HEERE leert in dit vers en in Jes. 58:7 dat men om goed en werkelijk te vasten zich niet alleen van lichamelijk voedsel moet onthouden, maar ook werken van het licht moet doen.

Jesaja 58 vers 7

mededeelt, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk in twee stukken delen, als wanneer iemand een brood midden doorsneed, en gaf zijnen nooddruftigen broeder de ene helft.

Hertaald: mededeelt, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk in twee stukken delen, zoals wanneer iemand een brood middendoor sneed en zijn behoeftige broeder de ene helft gaf.

verdrevenen De zin is: Die als rebellen uit hun vaderland ten onrechte verdreven zijn. Anders: de ellendigen, bedrukten; te weten door de geweldige heerschappij der groten.

Hertaald: verdrevenen De betekenis is: zij die als opstandelingen ten onrechte uit hun vaderland verdreven zijn. Anders: de ellendigen, verdrukten, namelijk door de gewelddadige heerschappij van de groten.

een naakte ziet, Dat is, een kwalijk geklede; zie Job 22:6 .

Hertaald: een naakte ziet, Dat is: iemand die slecht gekleed is; zie Job 22:6.

dekt, Te weten met klederen.

Hertaald: dekt, Namelijk: met kleren.

voor uw vlees Voor uwen naasten, die enerlei vlees en bloed heeft gelijk gij. Zie de aantekening Neh. 5:5 .

Hertaald: voor uw vlees Voor uw naaste, die hetzelfde vlees en bloed heeft als u. Zie de aantekening bij Neh. 5:5.

niet verbergt? Versta hierbij: maar dat gij door de armoede en ellende uwer broeders u tot barmhartigheid laat bewegen.

Hertaald: niet verbergt? Vul hierbij aan: maar dat u zich door de armoede en ellende van uw broeders tot barmhartigheid laat bewegen.

Jesaja 58 vers 8

uw licht Dat is, uw geluk en vreugde. Zie Est. 8:16 , en Job 18:6 .

Hertaald: uw licht Dat is: uw geluk en vreugde. Zie Esth. 8:16 en Job 18:6.

uw gerechtigheid Dat is, de vrucht uwer gerechtigheid, te weten uwe gelukzaligheid, die u de Heere uit genade geven zal. Zie Ps. 24:5 . Anderen verstaan hier door de gerechtigheid den Heere Christus zelf, gelijk Jer. 23:6 .

Hertaald: uw gerechtigheid Dat is: de vrucht van uw gerechtigheid, namelijk het geluk dat de HEERE u uit genade zal geven. Zie Ps. 24:5. Anderen verstaan hier onder de gerechtigheid de Heere Christus Zelf, zoals in Jer. 23:6.

de heerlijkheid Dat is, de gelukzaligheid, die haar oorsprong heeft in de goedheid en macht des Heeren, die daarmede zijne heerlijkheid te kennen geeft.

Hertaald: de heerlijkheid Dat is: het geluk dat zijn oorsprong heeft in de goedheid en macht van de HEERE, waarmee Hij Zijn heerlijkheid te kennen geeft.

zal uw achtertocht Hebreeuws, zal u verzamelen. Zie de aantekening Num. 10:25 ; Jes. 52:12 .

Hertaald: zal uw achtertocht Hebreeuws: zal u verzamelen. Zie de aantekening bij Num. 10:25 en Jes. 52:12.

Jesaja 58 vers 9

zal antwoorden; Dat is, Hij zal u verhoren.

Hertaald: zal antwoorden; Dat is: Hij zal u verhoren.

het juk, Zie boven vs.6.

Hertaald: het juk, Zie hierboven vers 6.

het uitsteken Dat is, het dreigen, als gij iemand met den vinger dreigt, of als gij met het opsteken van den vinger of het opheffen van de vuist te kennen geeft het voornemen, dat gij hebt om uw geweld in het werk te stellen.

Hertaald: het uitsteken Dat is: het dreigen, wanneer u iemand met de vinger dreigt, of wanneer u door het opsteken van de vinger of het opheffen van de vuist te kennen geeft dat u van plan bent uw geweld te gebruiken.

het spreken Te weten als gij uwen naaste scheldt of smaadt.

Hertaald: het spreken Namelijk: wanneer u uw naaste uitscheldt of smaadt.

der ongerechtigheid; Of, ondeugd, ijdelheid.

Hertaald: der ongerechtigheid; Of: ondeugd, ijdelheid.

Jesaja 58 vers 10

uw ziel Of, uwe ziel voortbrengt; dat is, uw hart, uzelven, uw hartelijke goedgunstigheid. De zin is: Zo gij uw hart den hongerige opent, en uit mededogenheid den arme en hongerige zult goeddoen.

Hertaald: uw ziel Of: uw ziel voortbrengt — dat is: uw hart, uzelf, uw hartelijke goedgunstigheid. De betekenis is: wanneer u uw hart voor de hongerige opent en uit medelijden de arme en hongerige goed doet.

de bedrukte Dat is, den bedrukten mens.

Hertaald: de bedrukte Dat is: de verdrukte mens.

uw licht Versta hier door het licht zegen en welstand. Zie boven vs.8; gelijk door de duisternis allerlei tegenspoed. Zie de aantekening Gen. 15:12 .

Hertaald: uw licht Versta onder het licht hier zegen en welstand, zie hierboven vers 8, zoals onder de duisternis allerlei tegenspoed verstaan wordt. Zie de aantekening bij Gen. 15:12.

uw donkerheid Dat is, uwe ellenden en zwarigheden zullen in blijdschap veranderd worden.

Hertaald: uw donkerheid Dat is: uw ellende en zwarigheden zullen in blijdschap veranderd worden.

Jesaja 58 vers 11

leiden, Gelijk een herder zijne schapen leidt.

Hertaald: leiden, Zoals een herder zijn schapen leidt.

in grote droogten, Hebreeuws, in dorrigheden; dat is, in dure tijden en hongersnood.

Hertaald: in grote droogten, Hebreeuws: in dorheden — dat is: in tijden van duurte en hongersnood.

vaardig maken; Of, vet maken, dat is sterken. Zie Spr. 15:30 .

Hertaald: vaardig maken; Of: vet maken, dat is: sterken. Zie Spr. 15:30.

springader Hebreeuws, uitgangen.

Hertaald: springader Hebreeuws: uitgangen.

ontbreken Hebreeuws, liegen, dat is, denwelken het nimmermeer aan water ontbreekt, en derhalve niemand tevergeefs komt om daaruit te scheppen of putten; vergelijk Job 6:15 , en Job 40:28 .

Hertaald: ontbreken Hebreeuws: liegen — dat is: waaraan het nooit aan water ontbreekt, zodat niemand er tevergeefs komt om te scheppen of te putten; vergelijk Job 6:15 en Job 40:28.

Jesaja 58 vers 12

die uit u Hebreeuws, [die uit u], dat is uwe nakomelingen, die uit u zullen geboren worden.

Hertaald: die uit u Hebreeuws: die uit u, dat is: uw nakomelingen, die uit u geboren zullen worden.

de oude Hebreeuws, de woestheden of dorre woeste plaatsen der eeuwigheid; dat is, die plaatsen, die lang woest gelegen hebben, te weten de vervallen huizen binnen Jeruzalem, en wat daaromheen lang vervallen, ongebouwd, verwoest en ledig gelegen heeft; zie Jes. 61:4 .

Hertaald: de oude Hebreeuws: de woestheden van de eeuwigheid — dat is: de plaatsen die lang woest gelegen hebben, namelijk de vervallen huizen binnen Jeruzalem en wat daaromheen lang vervallen, onbebouwd, verwoest en leeg gelegen heeft; zie Jes. 61:4.

van geslacht tot geslacht Dat is, vele jaren lang.

Hertaald: van geslacht tot geslacht Dat is: vele jaren lang.

oprichten; Hebreeuws, verwekken, of doen opstaan.

Hertaald: oprichten; Hebreeuws: verwekken, of doen opstaan.

Die de bressen Hebreeuws, een verbeteraar der bressen, of der vervallen [muren], een wederbrenger der stegen, dat men [in het land] weder wonen moge.

Hertaald: Die de bressen Hebreeuws: een verbeteraar van de bressen of van de vervallen muren, een hersteller van de paden, zodat men weer in het land kan wonen.

Jesaja 58 vers 13

Indien gij Dat is, indien gij uwen voet op den sabbat afhoudt, dat gij niet doet wat u behaagt. Of, om des sabbats wil.

Hertaald: Indien gij Dat is: wanneer u op de sabbat uw voet terughoudt en niet doet wat u behaagt. Of: omwille van de sabbat.

indien Dat is, zo gij een lust hebt dien naar Gods wil en wet te vieren.

Hertaald: indien Dat is: wanneer u er lust in hebt die naar Gods wil en wet te vieren.

opdat de HEERE Anders, den geheiligden [dag] des Heeren, den verheerlijkten.

Hertaald: opdat de HEERE Anders: de geheiligde dag van de HEERE, de verheerlijkte.

uw wegen Dat is, uw gewoonlijke werken niet doende.

Hertaald: uw wegen Dat is: terwijl u uw gewone werk niet doet.

uw eigen lust Zie vs.3.

Hertaald: uw eigen lust Zie vers 3.

noch een woord Anders, nog iets spreekt, te weten dat onbillijk of onbetamelijk is, gelijk vs.9.

Hertaald: noch een woord Anders: nog iets spreekt, namelijk wat onbillijk of onbetamelijk is, zoals in vers 9.

Jesaja 58 vers 14

Dan zult gij Dat is, dan zult gij zijne goedertierenheid en zegen genieten.

Hertaald: Dan zult gij Dat is: dan zult u Zijn goedertierenheid en zegen genieten.

Ik zal u doen Dat is, Ik zal u hoog verheffen en eren, gelijk Deut. 32:13 . Zie de aantekening aldaar. Anderen nemen het aldus: Gij zult alles wat u zou mogen in den weg liggen en u aan uw welstand schadelijk zijn, overwinnen.

Hertaald: Ik zal u doen Dat is: Ik zal u hoog verheffen en eren, zoals in Deut. 32:13. Zie de aantekening daarbij. Anderen vatten het zo op: u zult alles overwinnen wat u in de weg zou kunnen liggen en uw welstand zou kunnen schaden.

Ik zal u spijzigen Of, Ik zal u te eten geven de erfenis van uw vader Jakob; dat is, gij zult wonen in het land, dat Ik uwen vader Jakob gegeven heb, waar gij spijs en drank in overvloed hebben zult.

Hertaald: Ik zal u spijzigen Of: Ik zal u de erfenis van uw vader Jakob te eten geven — dat is: u zult wonen in het land dat Ik uw vader Jakob gegeven heb, waar u eten en drinken in overvloed zult hebben.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Is niet dit het vasten, dat Ik verkies  — een volk dat God dagelijks zoekt, krijgt te horen dat zijn vasten niet aankomt (Jes. 58:1-12)

De profeet moet uitroepen als een bazuin (Jes. 58:1). Wat volgt klinkt eerst positief: zij zoeken God dagelijks en hebben lust om tot Hem te naderen (Jes. 58:2). Dan komt hun klacht: "Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet?" (Jes. 58:3). Het antwoord wijst op wat er tegelijk gebeurde: op de vastendag zoeken zij hun eigen lust en drijven zij hun arbeiders aan; er wordt zelfs gevochten (Jes. 58:3-4). Dan volgt de vraag die alles omkeert: "Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt?" (Jes. 58:6). En het wordt nog concreter: brood delen met de hongerige, de zwervende arme in huis brengen, de naakte kleden, en zich niet verbergen voor zijn eigen vlees (Jes. 58:7). Wat daarop beloofd wordt, is licht als de dageraad en een gebedsverhoring waarin God zegt: "Ziet, hier ben Ik" (Jes. 58:8-9).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er niet gezegd wordt. Het vasten wordt niet afgeschaft en de vraag van het volk wordt niet spottend behandeld; wat aangewezen wordt is dat de dag van het vasten en de rest van het leven uit elkaar liepen. Let vervolgens op de inhoud van Jes. 58:6-7. Het gaat om banden losmaken, jukken verscheuren, brood delen en onderdak geven. Godsdienst wordt hier gemeten aan wat de verdrukte ervan merkt. Let ten slotte op het slot van Jes. 58:7: "dat gij u voor uw vlees niet verbergt". Daarmee wordt de naaste in de familie bedoeld, en dat is een tegenwicht tegen godsdienst die ver weg vrijgevig is en dichtbij hard.

Typologie: De Heere Jezus zet dezelfde maat aan bij het oordeel: "Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven" (Matt. 25:35, reeds behandeld). En Jakobus zegt in één zin waar het op neerkomt: de zuivere godsdienst is wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld (Jak. 1:27).

Jes. 58:1-12; Matt. 25:35; Jak. 1:27

Indien gij den sabbat noemt een verlustiging  — de sabbat wordt niet als last maar als vreugde voorgesteld (Jes. 58:13-14)

"Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is" (Jes. 58:13). Er staat bij hoe die eer eruitziet: dat men niet zijn eigen wegen doet en niet zijn eigen lust zoekt. En dan volgt de belofte: "Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob" (Jes. 58:14). Het vers sluit met een bekrachtiging: "want de mond des HEEREN heeft het gesproken."

Bijbelse betekenis: Merk op met welk woord de dag wordt aangeduid: een verlustiging. Er wordt niet gevraagd de dag zwaar te maken maar hem te noemen wat hij is, en dat is iets om van te genieten. Let vervolgens op wat er wordt afgeraden. Niet werken op zichzelf staat er, maar het doen van de eigen lust en het gaan van de eigen wegen; de dag wordt onderscheiden van de andere doordat men er niet over zichzelf beschikt. Let ten slotte op de belofte in Jes. 58:14. Wie zich op die dag in God verlustigt, zal zich in God verlustigen; het loon is van dezelfde soort als de gehoorzaamheid. Dat is bij de sabbat vaker zo: de dag geeft wat hij vraagt.

Typologie: De Hebreeënbrief trekt de lijn door naar wat blijft: "Er blijft dan een rust over voor het volk Gods", en wie daarin ingegaan is, heeft zelf ook van zijn werken gerust (Hebr. 4:9-10). De rustdag wijst dus verder dan zichzelf.

Jes. 58:13-14; Hebr. 4:9-10

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Jesaja 58

Jesaja 58:1.KruisverwijzingenMicha 3:8Handelingen 20:26Ezechiël 22:2Mattheüs 3:7Ezechiël 3:17Titus 2:15Ezechiël 20:4Openbaring 14:9
— Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis Jakobs hun zonden.
Zie hoe stomp de mens van nature is. Gods boodschappers moeten niet alleen spreken, zij moeten met kracht spreken, zij moeten spreken als met het geluid van een bazuin, voordat de mensen naar hen horen. En de stompsten van allen zijn zij die zich voor Gods volk houden zonder het werkelijk en geestelijk te zijn. Het is moeilijk de gewone zondaar te bereiken. Nog moeilijker is het de gedoopte zondaar te bereiken: de mens die belijdt een christen te zijn maar die alleen de naam heeft dat hij leeft, terwijl hij geestelijk dood is.

Er zijn veel mensen die in naam godsdienstig zijn en toch vol zonde. Zij hebben een uiterlijke godsdienst die hun toestaat in opstand tegen God te leven. En zulke mensen zijn niet gemakkelijk van zonde te overtuigen. Daarom krijgt de profeet bevel zijn stem als een bazuin te verheffen; en toch, zelfs als hij dat doet, zullen zij niet horen. Niemand is zo doof als wie niet wil horen, en deze mensen zijn er niet op gesteld te horen wat God tot hen te zeggen heeft.

Jesaja 58:2.KruisverwijzingenJesaja 29:13Titus 1:16Mattheüs 15:7Markus 4:161 Petrus 2:11 Samuël 15:21Spreuken 15:8Markus 6:20
— Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijner wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechten der gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen;
Zij zijn altijd in een plaats van samenkomst te vinden als het maar kan; zij kunnen niet genoeg diensten en predikaties krijgen — en toch hebben zij geen hart voor God. Zij zijn er zorgvuldig op uit hun morgengebeden te doen; zij zouden hun zaken niet ingaan zonder voor God de knie te buigen; en in het huis van de HEERE zijn zij begerige en oplettende hoorders. Vrienden, laten wij altijd bevreesd zijn voor een louter uiterlijke vroomheid! Werkelijke bekering, echte toewijding aan God, ware gemeenschap met God: dat zijn vaste zaken. Maar een enkel uitwendig vertoon van godsdienst is niets dan vernis en klatergoud; het is in werkelijkheid niets dan de akelige doodkist van een ziel die nooit tot geestelijk leven verlevendigd werd.

Is het niet vreemd dat mensen vaak blijven behagen scheppen in het uiterlijke van de godsdienst terwijl zij hun hart aan hun zonden geven? Naar buiten houden zij met grote regelmaat alle plichten van de godsdienst bij; en toch zijn zij in hun hart ver van God. Dit blijft voor mij een raadsel. Maar ik hoor van mensen die de bidstonden bezoeken en er schijnbaar van genieten, die in het huis van God te vinden zijn zodra de deuren opengaan, en toch kan hun levenswandel het daglicht niet verdragen. Men zou denken dat zij niet van hun zonden willen horen en niet onder een getrouwe prediking willen komen. En toch doen zij het, en hoe getrouwer die prediking is, hoe meer zij ervan lijken te houden. En toch gaan zij door in hun zonden. Wat een vreemde blindheid is dit, die het licht liefheeft en er toch niet bij wil zien! Het zijn mensen die water en veel zeep nemen en zich toch niet wassen; die het brood om zich heen opstapelen alsof zij er een huis van bouwden, en er toch niet van eten. Wat een vreemde verdwazing: het evangelie schijnbaar liefhebben en het toch niet in het hart ontvangen om erdoor veranderd te worden.

Jesaja 58:3.KruisverwijzingenMaleachi 3:14Nehemia 5:7Leviticus 16:29Lukas 18:9Zacharia 7:5Mattheüs 20:11Daniël 10:2Leviticus 16:31
— Zeggende: Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet? Ziet, ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust, en gij eist gestrengelijk al uw arbeid.
Wanneer God de godsdienst van iemand verwerpt, wat moet daar dan de reden van zijn? Hier staat de verklaring. Zij vastten, en daarna zeiden zij: “Waarom heeft God ons vasten niet aangenomen?” Wel, omdat zij hun arme knechten tot het uiterste lieten werken. Zij gaven hun nooit rust. Zij eisten al hun arbeid op, en zij zelf namen hun genoegen terwijl zij voorwendden te bezwijken. “U vast, maar u laat uw werklieden toch voortsloven; u besluit dat er van hun arbeid niets afgaat, en van wat u een vasten noemt maakt u een vermaak: ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust.”

Zij konden niet begrijpen waarom zij van hun vroomheid geen nut hadden. Zij vastten, maar zij bevonden zich er niet beter door. Zij kwelden hun ziel, en toch ontvingen zij geen vergeving van hun zonden, en zij konden er niet bij. De HEERE verklaarde het raadsel. Het is heel gemakkelijk zich van een bepaald soort voedsel te onthouden en tegelijk een ander soort even smakelijk te maken; en terwijl u zelf rust, kunt u anderen dwingen voor u te werken. Wat is dat anders dan huichelarij? Onder de Arabieren en Egyptenaren is het, meen ik, een gewoon gezegde wanneer iemand slecht van humeur is: men zou denken dat hij aan het vasten was. Bij een lange vasten worden mensen namelijk vaak prikkelbaar. Wat baat het vasten als dat het enige gevolg is?

Jesaja 58:4.KruisverwijzingenJoël 2:13Spreuken 21:271 Koningen 21:9Filippenzen 1:14Johannes 18:28Jesaja 59:2Lukas 20:47Mattheüs 23:13
— Ziet, tot twist en gekijf vast gijlieden, en om goddelooslijk met de vuist te slaan; vast niet gelijk heden, om uw stem te doen horen in de hoogte.
Het beste soort van een louter uiterlijke godsdienst zal spoedig verzuren. Als u de HEERE niet in de rechte geest dient, zal God de vorm zelf van uw dienst verafschuwen. U zou door huichelarij zelfs bidstonden hatelijk kunnen maken in Gods ogen, en de inzettingen zouden Hem even gruwelijk kunnen worden als de mis zelf. U kunt het horen van een predikatie snel verlagen tot het beluisteren van redenaarskunst, en de sabbat kan gemakkelijk niets meer worden dan het voorwerp van een bijgelovig en vormelijk onderhouden. Het hart — het hart is alles; is dat verkeerd, dan verzuurt het de zoetste dingen onder de hemel.

Zij waren er verzot op in godsdienstige geschillen te raken. Kwam er een vastendag, dan botsten zij over verschillende leerstukken. Zij werden op elkaar verbolgen tot zij goddelooslijk met de vuist gingen slaan — en zij meenden dat een dag die zo doorgebracht werd God aangenaam zou zijn. Wat voor een God zou Hij dan zijn? Zelfs bij hun vasten twistten zij onder elkaar: de een zei dat het vasten op die dag moest vallen, de ander wilde het op een andere dag houden. En er zijn ongetwijfeld belijdende christenen die heel ijverig zijn, maar vooral uit wrok tegen andere belijders; met evenveel ijver houden zij hun vasten- en feestdagen op de verkeerde manier als anderen het op de goede doen. Het is een jammerlijke zaak wanneer zulke partijgeest zich met de plichten van de godsdienst vermengt. Sommigen vastten om erg godsdienstig te lijken. “Och”, zeiden de mensen dan, “die man moet wel heel goed zijn, hij vast tweemaal in de week.” Zo’n vasten is God geen achting waard. Hoogmoedig zijn terwijl wij met de maag vasten is een armzalige manier om onze heiligheid te tonen.

Jesaja 58:5.KruisverwijzingenZacharia 7:5Jesaja 49:8Leviticus 16:29Jesaja 61:2Job 2:8Daniël 9:3Psalmen 69:13Esther 4:3
— Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam?
Bekommert God Zich alleen om het uiterlijke van de eredienst? Is Hij tevreden met zak en as en met het hoofd dat als een bieze neerhangt? De louter uiterlijke schijn van droefheid, het uitwendige kleed van de zelfkwelling — wat is daaraan dat de HEERE behagen zou?

Jesaja 58:6.KruisverwijzingenNehemia 5:10Jeremia 34:8Jesaja 58:9Micha 3:21 Timotheüs 6:1
— Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt?
Ja, dít is het ware vasten voor God: niet uw pond vlees opeisen en verklaren dat u het hebben zult; niet de arme man tot de laatste penning uitknijpen; maar “dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden”. Hebt u door enige oneerlijkheid iemand in uw macht, laat hem dan vrij; hebt u hem verdrukt, geef hem dan zijn recht. Niet van een mens eisen wat u niet toekomt, ook al staat de wet u misschien toe het van hem los te krijgen. Dat is het vasten dat God verkiest: wanneer iemand ophoudt hen te verdrukken die voor hem zwoegen. Wanneer hij hun taak lichter maakt en hun welzijn zoekt. Wanneer hij hen niet langer vermaalt tussen de molenstenen die het leven uit hen dreigen te persen.

Jesaja 58:7.KruisverwijzingenEzechiël 18:7Lukas 3:11Ezechiël 18:16Jesaja 58:101 Johannes 3:17Hebreeën 13:2Nehemia 5:5Mattheüs 25:35
— Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt?
Dat is het vasten dat de HEERE goedkeurt: uzelf iets ontzeggen om te kunnen geven aan wie in nood zijn. Het is Gods soort van vasten om weg te geven wat u zelf gegeten zou hebben, en anderen te laten aanzitten. Misschien zijn er armen van uw eigen vlees en bloed — en in zekere zin zijn wij allen van één vlees. Weet u dat, en weigert u hen toch te helpen, dan is het ijdel over vasten te spreken. Al zijn zij u volslagen onbekend, toch zijn zij mensen zoals u. Dit is het vasten waarin God Zich verlustigt: dat de mens zorg draagt voor de armen en de bedrukten verlicht.

Jesaja 58:8.KruisverwijzingenJeremia 33:6Psalmen 37:6Jesaja 52:12Handelingen 10:35Maleachi 4:2Psalmen 85:13Job 11:17Jesaja 57:18
— Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.
Neem deze beloften niet uit hun verband. Merk op dat zij gedaan worden aan wie de naakten kleden, de hongerigen voeden en voor de armen zorgen. Hebt u dat gedaan, dan mag u God vragen deze belofte te vervullen — maar anders niet. Dus: neemt u alle verdrukking weg, alle onrecht tegen mensen, alle spreken van leugen en ijdelheid, “dan zal uw licht voortbreken als de dageraad”.

“en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.” De kerk van God is een leger dat door vijandelijk gebied trekt.

Jesaja 58:9.KruisverwijzingenPsalmen 50:15Psalmen 12:2Jesaja 65:24Spreuken 6:13Psalmen 91:15Jeremia 29:12Psalmen 37:4Mattheüs 7:7
— Dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden; gij zult schreeuwen, en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben Ik. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken des vingers, en het spreken der ongerechtigheid;
Hebt u voor de behoeftige gezorgd, dan zal God voor u zorgen wanneer u behoeftig bent. Is het niet Zijn weg zelfs een beker koud water aan een van Zijn discipelen te belonen? Heeft Hij niet belooft dat Hij in onze schoot zal teruggeven wat wij om Zijnentwil aan anderen gegeven hebben? Verdrukt u dan niemand, en doe “het uitsteken des vingers” weg: de vinger die smadelijk naar mensen wijst, en de verachtelijke vraag “wie zijn zij eigenlijk?” — dat neerzien op uw naasten, die misschien veel beter zijn dan u zelf. Dat moet u alles wegdoen. En dat aanhoudende ijdele gepraat waar sommigen zo verzot op zijn, dat uiten van leugen dat velen bedrijven: ook dat moet weg.

Jesaja 58:10.KruisverwijzingenPsalmen 37:6Job 11:17Jesaja 58:7Jesaja 42:16Spreuken 14:31Spreuken 11:24Jesaja 29:18Deuteronomium 15:7
— En zo gij uw ziel opent voor den hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag.
Let nog eens op wat ik zei: ga niet met deze belofte aan de haal zonder te letten op het verband waarin zij staat. “En zo gij uw ziel opent voor den hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan” — maar niet eerder. Wat een beloften geeft God aan wie letten op de armen en behoeftigen om hen heen! Maar sluit u uw oren voor het geroep van de bedrukte, dan zal God Zijn oren sluiten voor uíw geroep.

Jesaja 58:11.KruisverwijzingenJeremia 31:12Hosea 13:5Jesaja 49:10Johannes 4:14Spreuken 11:25Hooglied 4:15Ezechiël 36:35Johannes 16:13
— En de HEERE zal u geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.
Ziet u wel: door te geven komt men tot ontvangen. Naar Gods wijsheid worden wij zelf gedrenkt doordat wij anderen drenken. God voedt de mens die anderen voedt. Hij heeft de beenderen van de hongerige vaardig gemaakt; nu zegt God dat Hij zíjn beenderen vaardig zal maken. Hij heeft de zielen die in droogte waren verzadigd zo goed hij kon, en nu zal God zíjn ziel verzadigen in droogte.

Wat rijke beloften voor de milde en vriendelijke mens! Er zijn er die uitstrooien en toch toenemen, en er zijn anderen die meer inhouden dan recht is en tot armoede komen. Deze beloften worden uitdrukkelijk gedaan aan wie zorgen voor de behoeftigen en de lijdenden. Broeders en zusters, let goed op wat de HEERE u hier leert, want deze dingen zijn veel beter dan vasten. Beter dan welke uitwendige inzetting ook zijn werkelijke daden van vriendelijkheid. Bedenk dat dezelfde God die zei: “Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart”, de tweede tafel van Zijn wet aldus liet luiden: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.”

Jesaja 58:12.KruisverwijzingenJesaja 61:4Amos 9:11Amos 9:14Nehemia 2:17Ezechiël 36:8Ezechiël 36:33Jesaja 51:3Nehemia 2:5
— En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fondamenten, van geslacht tot geslacht verwoest, zult gij oprichten; en gij zult genaamd worden: Die de bressen toemuurt, die de paden weder opmaakt, om te bewonen.
Gods volk moet ernaar staan woestijnen in paradijzen te veranderen. Er is geen deel van de wereld zo vol droefheid dat het hart van de gelovige er geen blijdschap kan brengen.

Jesaja 58:13-14.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:13Psalmen 84:10Jeremia 17:21Psalmen 84:2Job 22:26Psalmen 27:4Psalmen 92:1Jesaja 56:2
— Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt; Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken.
Het staat buiten twijfel dat een eerbiedig, blij en vrolijk onderhouden van de sabbat de geestelijke voortgang sterk bevordert. Hier staat de belofte voor wie zich in de sabbat verlustigen. God helpe ons de voorschriften van dit hoofdstuk te onderhouden, opdat de beloften ervan gezegend in onze ervaring vervuld worden! Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Een christen kan nooit op een ogenblik vrede rekenen. Waren wij van de wereld, dan zou de wereld ons liefhebben als het hare; maar omdat wij als ware heiligen niet van de wereld zijn, haat de wereld ons.

Ter overdenking

Zoals de Amalekieten plotseling op de kinderen van Israël aanvielen, onuitgedaagd en zonder van hun vijandige bedoeling ook maar iets te laten blijken, zo is het niet alleen in tijden van vervolging maar ook in schijnbaar zachtere dagen, wanneer de wereld de brandstapel en het zwaard niet gebruikt: de wereld is er altijd op uit zich op de kerk van God te storten en haar grote bondgenoot de duivel erbij te roepen om het volk van God zoveel mogelijk omver te werpen en te verderven.

Elke christen moet dus een soldaat zijn en zijn deel nemen in de veldslagen van het kruis. Wij moeten ons leven niet beschouwen als een aangename reis door een bevriend land, maar als een krijgstocht, een mars te midden van vijanden die ons elke voet van de weg zullen betwisten.

Zien wij nu de kerk van God als een leger, dan is het een troost te weten dat wij een achterhoede hebben. Wij nemen onze Heere Jezus Christus tot onze achterhoede. Hij is ook onze Voorloper, die voor ons uitgegaan is, zelfs door de dood heen en op tot de hemel, om een plaats te bereiden voor allen die zich onder Zijn vaandel hebben laten inschrijven. En Hij is ook onze achterhoede. Waar Gods volk trekt is er altijd gevaar, en het is hun een troost zo’n heerlijk schild in hun rug te zien gedragen door zo’n machtige arm.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content