Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
RoepH7121 uit de keelH1627, houdH2820 nietH408 in, verhefH7311 uw stemH6963 als een bazuinH7782, en verkondigH5046 Mijn volkH5971 hun overtredingH6588, en het huisH1004 JakobsH3290 hun zondenH2403.
Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis Jakobs hun zonden.
KJV
Cry1
aloud,2
spare4
not, lift6
up thy voice7
like a trumpet,5
and shew8
my people9
their transgression,10
and the house11
of Jacob12
their sins.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Hoewel zij Mij dagelijksH3117 zoekenH1875, en een lustH2654 hebben aan de kennisH1847 Mijner wegenH1870, als een volkH1471, datH834 gerechtigheid doetH6213 en het rechtH4941 zijns GodsH430 nietH3808 verlaatH5800, vragenH7592 zij Mij naar de rechtenH4941 der gerechtigheid; zij hebben een lustH2654 tot GodH430 te naderenH7132;
Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijner wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechten der gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen;
Ook in dit vers
gerechtigheidH6664
gerechtigheidH6666
KJV
Yet they seek4
me daily,2
and delight7
to know5
my ways,6
as a nation8
that did11
righteousness,10
and forsook15
not the ordinance12
of their God:13
they ask16
of me the ordinances17
of justice;18
they take delight21
in approaching19
to God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Zeggende: WaaromH4100 vastenH6684 wij, en Gij ziet het nietH3808 aan, waarom kwellenH6031 wij onze zielH5315, en Gij weetH3045 het nietH3808? Ziet, ten dageH3117, wanneer gijlieden vastH6685, zo vindtH4672 gij uw lustH2656, en gij eist gestrengelijkH5065 alH3605 uw arbeidH6092.
Zeggende: Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet? Ziet, ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust, en gij eist gestrengelijk al uw arbeid.
KJV
Wherefore have we fasted,2
say they, and thou seest4
not? wherefore have we afflicted5
our soul,6
and thou takest no knowledge?8
Behold, in the day10
of your fast11
ye find12
pleasure,13
and exact16
all your labours.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
ZietH2005, tot twistH7379 en gekijfH4683 vastH6684 gijlieden, en om goddelooslijkH7562 met de vuistH106 te slaanH5221; vastH6684 nietH3808 gelijk hedenH3117, om uw stemH6963 te doen horenH8085 in de hoogteH4791.
Ziet, tot twist en gekijf vast gijlieden, en om goddelooslijk met de vuist te slaan; vast niet gelijk heden, om uw stem te doen horen in de hoogte.
KJV
Behold, ye fast4
for strife2
and debate,3
and to smite5
with the fist6
of wickedness:7
ye shall not fast9
as ye do this day,10
to make your voice13
to be heard11
on high.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Zou het zulk een vastenH6685 zijnH1961, dat Ik verkiezenH977 zou, dat de mensH120 zijn zielH5315 een dagH3117 kwelleH6031, dat hij zijn hoofdH7218 krommeH3721 gelijk een biezeH100, en een zakH8242 en asH665 onder zich spreideH3331? Zoudt gij datH2088 een vastenH6685 hetenH7121, en een dagH3117 den HEEREH3068 aangenaamH7522?
Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam?
KJV
Is it such a fast3
that I have chosen?4
a day5
for a man7
to afflict6
his soul?8
is it to bow down9
his head11
as a bulrush,10
and to spread14
sackcloth12
and ashes13
under him? wilt thou call16
this1
a fast,17
and an acceptable19
day18
to the LORD?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Is nietH3808 dit het vastenH6685, dat Ik verkiesH977: dat gij losmaaktH6605 de knopenH2784 der goddeloosheidH7562, dat gij ontdoetH5425 de bandenH92 des juksH4133, en dat gij vrijH2670 loslaatH7971 de verpletterdenH7533, en alleH3605 jukH4133 verscheurtH5423?
Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt?
KJV
Is not this the fast3
that I have chosen?4
to loose5
the bands6
of wickedness,7
to undo8
the heavy10
burdens,9
and to let the oppressed12
go11
free,13
and that ye break16
every yoke?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Is het nietH3808, dat gij den hongerigeH7457 uw broodH3899 mededeeltH6536, en de armenH6041, verdrevenenH4788 in huisH1004 brengtH935? AlsH3588 gij een naakteH6174 zietH7200, dat gij hem dektH3680, en dat gij u voor uw vleesH1320 nietH3808 verbergtH5956?
Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt?
KJV
Is it not to deal2
thy bread4
to the hungry,3
and that thou bring7
the poor5
that are cast out6
to thy house?8
when thou seest10
the naked,11
that thou cover12
him; and that thou hide15
not thyself from thine own flesh?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Dan zal uw lichtH216 voortbrekenH1234 als de dageraadH7837, en uw genezingH724 zal snellijkH4120 uitspruitenH6779; en uw gerechtigheidH6664 zal voor uw aangezichtH6440 heengaanH1980, en de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068 zal uw achtertochtH622 wezen.
Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.
KJV
Then shall thy light4
break forth2
as the morning,3
and thine health5
shall spring forth7
speedily:6
and thy righteousness10
shall go8
before9
thee; the glory11
of the LORD12
shall be thy rereward.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Dan zult gij roepenH7121, en de HEEREH3068 zal antwoordenH6030; gij zult schreeuwenH7768, en Hij zal zeggenH559: ZietH2005, hier ben Ik. ZoH518 gij uit het middenH8432 van u wegdoetH5493 het jukH4133, het uitstekenH7971 des vingersH676, en het sprekenH1696 der ongerechtigheidH205;
Dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden; gij zult schreeuwen, en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben Ik. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken des vingers, en het spreken der ongerechtigheid;
KJV
Then shalt thou call,2
and the LORD3
shall answer;4
thou shalt cry,5
and he shall say,6
Here I am. If thou take away9
from the midst10
of thee the yoke,11
the putting forth12
of the finger,13
and speaking14
vanity;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
En zo gij uw zielH5315 opentH6329 voor den hongerigeH7457, en de bedrukteH6031 zielH5315 verzadigtH7646; dan zal uw lichtH216 in de duisternisH2822 opgaanH2224, en uw donkerheidH653 zal zijn als de middagH6672.
En zo gij uw ziel opent voor den hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag.
KJV
And if thou draw out1
thy soul3
to the hungry,2
and satisfy6
the afflicted5
soul;4
then shall thy light9
rise7
in obscurity,8
and thy darkness10
be as the noonday:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
En de HEEREH3068 zal u geduriglijkH8548 leidenH5148, en Hij zal uw zielH5315 verzadigenH7646 in grote droogtenH6710, en uw beenderenH6106 vaardigH2502 maken; en gij zult zijnH1961 als een gewaterdeH7302 hofH1588, en als een springaderH4161 der waterenH4325, welker waterenH4325 nietH3808 ontbrekenH3576.
En de HEERE zal u geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.
KJV
And the LORD2
shall guide1
thee continually,3
and satisfy4
thy soul6
in drought,5
and make fat8
thy bones:7
and thou shalt be like a watered11
garden,10
and like a spring12
of water,13
whose waters17
fail
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En die uit u voortkomen, zullen bouwenH1129 de oudeH5769 verwoeste plaatsenH2723; de fondamentenH4146, van geslachtH1755 tot geslachtH1755 verwoest, zult gij oprichtenH6965; en gij zult genaamdH7121 worden: Die de bressenH6556 toemuurtH1443, die de padenH5410 weder opmaaktH7725, om te bewonenH3427.
En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fondamenten, van geslacht tot geslacht verwoest, zult gij oprichten; en gij zult genaamd worden: Die de bressen toemuurt, die de paden weder opmaakt, om te bewonen.
KJV
And they that shall be of thee shall build1
the old4
waste places:3
thou shalt raise up8
the foundations5
of many6
generations;7
and thou shalt be called,9
The repairer11
of the breach,12
The restorer13
of paths14
to dwell in.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Indien gij uw voetH7272 van den sabbatH7676 afkeertH7725, van te doenH6213 uw lustH2656 op Mijn heiligenH6944 dagH3117; en indien gij den sabbatH7676 noemtH7121 een verlustigingH6027, opdat de HEEREH3068 geheiligdH6918 worde, Die te erenH3513 is; en indien gij dien eertH3513, dat gij uw wegenH1870 niet doetH6213, en uw eigen lustH2656 niet vindtH4672, noch een woordH1697 daarvan spreektH1696;
Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt;
KJV
If thou turn away2
thy foot4
from the sabbath,3
from doing5
thy pleasure6
on my holy8
day;7
and call9
the sabbath10
a delight,11
the holy12
of the LORD,13
honourable;14
and shalt honour15
him, not doing16
thine own ways,17
nor finding18
thine own pleasure,19
nor speaking20
thine own words:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Dan zult gij u verlustigenH6026 in den HEEREH3068, en Ik zal u doen rijdenH7392 opH5921 de hoogtenH1116 der aardeH776, en Ik zal u spijzigenH398 met de erveH5159 van uw vaderH1 JakobH3290; wantH3588 de mondH6310 des HEERENH3068 heeft het gesprokenH1696.
Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken.
KJV
Then shalt thou delight2
thyself in the LORD;4
and I will cause thee to ride5
upon the high places7
of the earth,8
and feed9
thee with the heritage10
of Jacob11
thy father:12
for the mouth14
of the LORD15
hath spoken
houd niet in,
Houd uwe stem niet op, of niet in.
Hertaald:
houd niet in,
Houd uw stem niet op, of niet in.
Hoewel
Of, want zij zoeken mij dagelijks.
Hertaald:
Hoewel
Of: want zij zoeken Mij dagelijks.
dagelijks
Hebreeuws, dag, dag; zie Ps. 61:9 .
Hertaald:
dagelijks
Hebreeuws: dag, dag; zie Ps. 61:9.
zoeken,
Dat is, in den tempel komen om mij hunne offeranden te brengen en hunne gebeden aldaar te doen; maar het gaat hun niet ter harte, het geschiedt al uit huichelarij.
Hertaald:
zoeken,
Dat is: in de tempel komen om Mij hun offers te brengen en daar hun gebeden te doen; maar het gaat hun niet ter harte, het gebeurt allemaal uit huichelarij.
een lust hebben
Dat is, zich houden alsof zij daar een oprechten lust aan hadden, dat zij de priesters de wet horen lezen en verklaren.
Hertaald:
een lust hebben
Dat is: zich voordoen alsof zij er een oprecht genoegen in hebben dat zij de priesters de wet horen lezen en verklaren.
vragen zij Mij
Te weten door de profeten.
Hertaald:
vragen zij Mij
Namelijk: door de profeten.
zij hebben een lust
Hebreeuws, zij hebben lust tot de nadering Gods; dat is, zij stellen zich uitwendiglijk alzo aan, alsof zij lust daaraan hadden en alsof het hun ernst ware mijne geboden te weten en hun leven naar dezelve aan te stellen.
Hertaald:
zij hebben een lust
Hebreeuws: zij hebben lust tot de nadering van God — dat is: zij doen zich uiterlijk zo voor alsof zij daar lust in hadden en alsof het hun ernst was Mijn geboden te kennen en hun leven daarnaar in te richten.
Waarom vasten
Dit zijn de woorden der huichelaars, die door hun huichelenden en uiterlijken godsdienst veel bij God menen te verdienen.
Hertaald:
Waarom vasten
Dit zijn de woorden van de huichelaars, die menen met hun huichelachtige en uiterlijke godsdienst veel bij God te verdienen.
kwellen
Te weten met vasten en honger te lijden; zie Lev. 16:29 .
Hertaald:
kwellen
Namelijk: met vasten en honger lijden; zie Lev. 16:29.
Gij weet het niet?
Dat is, houdt u alsof gij het niet wist.
Hertaald:
Gij weet het niet?
Dat is: U doet alsof U het niet wist.
Ziet,
Dat is het antwoord des Heeren op de voorgaande vraag der Joden, alsof Hij zeide: Wilt gij de oorzaak weten, waarom ulieder vasten mij niet aangenaam is? Ziet, Ik zal het zeggen; uwe huichelarij is er oorzaak van, want terwijl gij vast, laat gij niet af van boze stukken te bedrijven.
Hertaald:
Ziet,
Dit is het antwoord van de HEERE op de voorgaande vraag van de Joden, alsof Hij zei: wilt u weten waarom uw vasten Mij niet aangenaam is? Zie, Ik zal het zeggen: uw huichelarij is er de oorzaak van, want terwijl u vast, houdt u niet op boze stukken te bedrijven.
zo vindt
Dat is, zo richt gij uit wat u behaagt, gelijk vs.13. Of, gij benaarstigt u om te vinden en te genieten waar gij lust en genoegen aan hebt.
Hertaald:
zo vindt
Dat is: zo richt u uit wat u behaagt, zoals in vers 13. Of: u doet uw best om te vinden en te genieten waar u lust en genoegen in hebt.
al uw arbeid
Hebreeuws, smarten; dat is arbeid, dien uwe knechten en maagden met smart moeten doen. Anders: al uwen arbeid; dat is al uw goed, dat gij met arbeid verkregen hebt, en voorts uwe schulden, die gij van uw goed hebt uitstaan, vordert gij strengelijk. Zie Spr. 5:10 .
Hertaald:
al uw arbeid
Hebreeuws: smarten — dat is: arbeid die uw knechten en slavinnen met smart moeten doen. Anders: al uw arbeid, dat is: al uw goed dat u met arbeid verworven hebt, en verder uw schulden die u van uw goed hebt uitstaan, vordert u streng op. Zie Spr. 5:10.
tot twist
Dat is, om met uwe knechten, maagden, schuldenaars en anderen te twisten.
Hertaald:
tot twist
Dat is: om met uw knechten, slavinnen, schuldenaars en anderen te twisten.
om goddelooslijk
Hebreeuws, om met de vuist der goddeloosheid te slaan; te weten uwe knechten en maagden.
Hertaald:
om goddelooslijk
Hebreeuws: om met de vuist van de goddeloosheid te slaan, namelijk uw knechten en slavinnen.
gelijk heden,
Hebreeuws, als heden, of na dezen dag. Hetwelk enigen uitleggen: gelijk het dezen dag [vereist] in welken God doet blijken dat Hij tegen ulieden vertoornd is.
Hertaald:
gelijk heden,
Hebreeuws: als vandaag, of: na deze dag. Sommigen leggen dat zo uit: zoals deze dag vereist, waarop God laat blijken dat Hij op u vertoornd is.
om uw stem
Dat is, opdat uw gebed verhoord wordt in den hemel bij God.
Hertaald:
om uw stem
Dat is: opdat uw gebed in de hemel bij God verhoord wordt.
dat Ik
Dat is, dat mij aangenaam zou wezen.
Hertaald:
dat Ik
Dat is: die Mij aangenaam zou zijn.
zijn ziel
Te weten alleen uitwendiglijk, zonder innerlijk met een rechtmatig berouw zijner zonden geraakt te zijn, en zich alzo oprecht voor God te verootmoedigen. Of aldus: Een dag dat de mens zijne ziel kwelle.
Hertaald:
zijn ziel
Namelijk: alleen uiterlijk, zonder innerlijk door waar berouw over zijn zonden geraakt te zijn en zich zo oprecht voor God te verootmoedigen. Of zo: een dag waarop de mens zijn ziel kwelt.
een dag den HEERE
Hebreeuws, een dag der aangenaamheid des Heeren, of den Heere.
Hertaald:
een dag den HEERE
Hebreeuws: een dag van de aangenaamheid van de HEERE, of: voor de HEERE.
de knopen
Dat is, de zware dienstbaarheid uwer broeders, die zichzelven uit armoede aan u verkocht hebben, en die gij onbarmhartig tot zwaren arbeid aandrijft, alsof het vreemde slaven waren, hetwelk God verbiedt, Lev. 25:39 . Zie de aantekening aldaar.
Hertaald:
de knopen
Dat is: de zware dienstbaarheid van uw broeders, die zichzelf uit armoede aan u verkocht hebben en die u onbarmhartig tot zware arbeid aandrijft alsof het vreemde slaven waren, wat God verbiedt, Lev. 25:39. Zie de aantekening daarbij.
des juks,
Te weten van het juk, of der dienstbaarheid, die gij uwen verarmden broeders oplegt, dezelven onderdrukkende met uw woeker en boze werken.
Hertaald:
des juks,
Namelijk: van het juk of de dienstbaarheid die u uw verarmde broeders oplegt, terwijl u hen onderdrukt met uw woeker en uw boze werken.
de verpletterden,
Of, gebrokenen; dat is, tot verderf, of tot niet gebracht.
Hertaald:
de verpletterden,
Of: gebrokenen — dat is: tot verderf of tot niets gebracht.
juk verscheurt?
Juk, dat is, zware en onverdragelijke lasten. In een woord, de Heere leert in dit en in Jes. 58:7 dat wanneer men recht en wel vasten zal, zo moet men zich niet alleen onthouden van lichamelijke spijs, maar men moet ook werken des lichts doen.
Hertaald:
juk verscheurt?
Juk, dat is: zware en ondraaglijke lasten. Kortom, de HEERE leert in dit vers en in Jes. 58:7 dat men om goed en werkelijk te vasten zich niet alleen van lichamelijk voedsel moet onthouden, maar ook werken van het licht moet doen.
mededeelt,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk in twee stukken delen, als wanneer iemand een brood midden doorsneed, en gaf zijnen nooddruftigen broeder de ene helft.
Hertaald:
mededeelt,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk in twee stukken delen, zoals wanneer iemand een brood middendoor sneed en zijn behoeftige broeder de ene helft gaf.
verdrevenen
De zin is: Die als rebellen uit hun vaderland ten onrechte verdreven zijn. Anders: de ellendigen, bedrukten; te weten door de geweldige heerschappij der groten.
Hertaald:
verdrevenen
De betekenis is: zij die als opstandelingen ten onrechte uit hun vaderland verdreven zijn. Anders: de ellendigen, verdrukten, namelijk door de gewelddadige heerschappij van de groten.
een naakte ziet,
Dat is, een kwalijk geklede; zie Job 22:6 .
Hertaald:
een naakte ziet,
Dat is: iemand die slecht gekleed is; zie Job 22:6.
dekt,
Te weten met klederen.
Hertaald:
dekt,
Namelijk: met kleren.
voor uw vlees
Voor uwen naasten, die enerlei vlees en bloed heeft gelijk gij. Zie de aantekening Neh. 5:5 .
Hertaald:
voor uw vlees
Voor uw naaste, die hetzelfde vlees en bloed heeft als u. Zie de aantekening bij Neh. 5:5.
niet verbergt?
Versta hierbij: maar dat gij door de armoede en ellende uwer broeders u tot barmhartigheid laat bewegen.
Hertaald:
niet verbergt?
Vul hierbij aan: maar dat u zich door de armoede en ellende van uw broeders tot barmhartigheid laat bewegen.
uw licht
Dat is, uw geluk en vreugde. Zie Est. 8:16 , en Job 18:6 .
Hertaald:
uw licht
Dat is: uw geluk en vreugde. Zie Esth. 8:16 en Job 18:6.
uw gerechtigheid
Dat is, de vrucht uwer gerechtigheid, te weten uwe gelukzaligheid, die u de Heere uit genade geven zal. Zie Ps. 24:5 . Anderen verstaan hier door de gerechtigheid den Heere Christus zelf, gelijk Jer. 23:6 .
Hertaald:
uw gerechtigheid
Dat is: de vrucht van uw gerechtigheid, namelijk het geluk dat de HEERE u uit genade zal geven. Zie Ps. 24:5. Anderen verstaan hier onder de gerechtigheid de Heere Christus Zelf, zoals in Jer. 23:6.
de heerlijkheid
Dat is, de gelukzaligheid, die haar oorsprong heeft in de goedheid en macht des Heeren, die daarmede zijne heerlijkheid te kennen geeft.
Hertaald:
de heerlijkheid
Dat is: het geluk dat zijn oorsprong heeft in de goedheid en macht van de HEERE, waarmee Hij Zijn heerlijkheid te kennen geeft.
zal uw achtertocht
Hebreeuws, zal u verzamelen. Zie de aantekening Num. 10:25 ; Jes. 52:12 .
Hertaald:
zal uw achtertocht
Hebreeuws: zal u verzamelen. Zie de aantekening bij Num. 10:25 en Jes. 52:12.
zal antwoorden;
Dat is, Hij zal u verhoren.
Hertaald:
zal antwoorden;
Dat is: Hij zal u verhoren.
het juk,
Zie boven vs.6.
Hertaald:
het juk,
Zie hierboven vers 6.
het uitsteken
Dat is, het dreigen, als gij iemand met den vinger dreigt, of als gij met het opsteken van den vinger of het opheffen van de vuist te kennen geeft het voornemen, dat gij hebt om uw geweld in het werk te stellen.
Hertaald:
het uitsteken
Dat is: het dreigen, wanneer u iemand met de vinger dreigt, of wanneer u door het opsteken van de vinger of het opheffen van de vuist te kennen geeft dat u van plan bent uw geweld te gebruiken.
het spreken
Te weten als gij uwen naaste scheldt of smaadt.
Hertaald:
het spreken
Namelijk: wanneer u uw naaste uitscheldt of smaadt.
der ongerechtigheid;
Of, ondeugd, ijdelheid.
Hertaald:
der ongerechtigheid;
Of: ondeugd, ijdelheid.
uw ziel
Of, uwe ziel voortbrengt; dat is, uw hart, uzelven, uw hartelijke goedgunstigheid. De zin is: Zo gij uw hart den hongerige opent, en uit mededogenheid den arme en hongerige zult goeddoen.
Hertaald:
uw ziel
Of: uw ziel voortbrengt — dat is: uw hart, uzelf, uw hartelijke goedgunstigheid. De betekenis is: wanneer u uw hart voor de hongerige opent en uit medelijden de arme en hongerige goed doet.
de bedrukte
Dat is, den bedrukten mens.
Hertaald:
de bedrukte
Dat is: de verdrukte mens.
uw licht
Versta hier door het licht zegen en welstand. Zie boven vs.8; gelijk door de duisternis allerlei tegenspoed. Zie de aantekening Gen. 15:12 .
Hertaald:
uw licht
Versta onder het licht hier zegen en welstand, zie hierboven vers 8, zoals onder de duisternis allerlei tegenspoed verstaan wordt. Zie de aantekening bij Gen. 15:12.
uw donkerheid
Dat is, uwe ellenden en zwarigheden zullen in blijdschap veranderd worden.
Hertaald:
uw donkerheid
Dat is: uw ellende en zwarigheden zullen in blijdschap veranderd worden.
leiden,
Gelijk een herder zijne schapen leidt.
Hertaald:
leiden,
Zoals een herder zijn schapen leidt.
in grote droogten,
Hebreeuws, in dorrigheden; dat is, in dure tijden en hongersnood.
Hertaald:
in grote droogten,
Hebreeuws: in dorheden — dat is: in tijden van duurte en hongersnood.
vaardig maken;
Of, vet maken, dat is sterken. Zie Spr. 15:30 .
Hertaald:
vaardig maken;
Of: vet maken, dat is: sterken. Zie Spr. 15:30.
springader
Hebreeuws, uitgangen.
Hertaald:
springader
Hebreeuws: uitgangen.
ontbreken
Hebreeuws, liegen, dat is, denwelken het nimmermeer aan water ontbreekt, en derhalve niemand tevergeefs komt om daaruit te scheppen of putten; vergelijk Job 6:15 , en Job 40:28 .
Hertaald:
ontbreken
Hebreeuws: liegen — dat is: waaraan het nooit aan water ontbreekt, zodat niemand er tevergeefs komt om te scheppen of te putten; vergelijk Job 6:15 en Job 40:28.
die uit u
Hebreeuws, [die uit u], dat is uwe nakomelingen, die uit u zullen geboren worden.
Hertaald:
die uit u
Hebreeuws: die uit u, dat is: uw nakomelingen, die uit u geboren zullen worden.
de oude
Hebreeuws, de woestheden of dorre woeste plaatsen der eeuwigheid; dat is, die plaatsen, die lang woest gelegen hebben, te weten de vervallen huizen binnen Jeruzalem, en wat daaromheen lang vervallen, ongebouwd, verwoest en ledig gelegen heeft; zie Jes. 61:4 .
Hertaald:
de oude
Hebreeuws: de woestheden van de eeuwigheid — dat is: de plaatsen die lang woest gelegen hebben, namelijk de vervallen huizen binnen Jeruzalem en wat daaromheen lang vervallen, onbebouwd, verwoest en leeg gelegen heeft; zie Jes. 61:4.
van geslacht tot geslacht
Dat is, vele jaren lang.
Hertaald:
van geslacht tot geslacht
Dat is: vele jaren lang.
oprichten;
Hebreeuws, verwekken, of doen opstaan.
Hertaald:
oprichten;
Hebreeuws: verwekken, of doen opstaan.
Die de bressen
Hebreeuws, een verbeteraar der bressen, of der vervallen [muren], een wederbrenger der stegen, dat men [in het land] weder wonen moge.
Hertaald:
Die de bressen
Hebreeuws: een verbeteraar van de bressen of van de vervallen muren, een hersteller van de paden, zodat men weer in het land kan wonen.
Indien gij
Dat is, indien gij uwen voet op den sabbat afhoudt, dat gij niet doet wat u behaagt. Of, om des sabbats wil.
Hertaald:
Indien gij
Dat is: wanneer u op de sabbat uw voet terughoudt en niet doet wat u behaagt. Of: omwille van de sabbat.
indien
Dat is, zo gij een lust hebt dien naar Gods wil en wet te vieren.
Hertaald:
indien
Dat is: wanneer u er lust in hebt die naar Gods wil en wet te vieren.
opdat de HEERE
Anders, den geheiligden [dag] des Heeren, den verheerlijkten.
Hertaald:
opdat de HEERE
Anders: de geheiligde dag van de HEERE, de verheerlijkte.
uw wegen
Dat is, uw gewoonlijke werken niet doende.
Hertaald:
uw wegen
Dat is: terwijl u uw gewone werk niet doet.
uw eigen lust
Zie vs.3.
Hertaald:
uw eigen lust
Zie vers 3.
noch een woord
Anders, nog iets spreekt, te weten dat onbillijk of onbetamelijk is, gelijk vs.9.
Hertaald:
noch een woord
Anders: nog iets spreekt, namelijk wat onbillijk of onbetamelijk is, zoals in vers 9.
Dan zult gij
Dat is, dan zult gij zijne goedertierenheid en zegen genieten.
Hertaald:
Dan zult gij
Dat is: dan zult u Zijn goedertierenheid en zegen genieten.
Ik zal u doen
Dat is, Ik zal u hoog verheffen en eren, gelijk Deut. 32:13 . Zie de aantekening aldaar. Anderen nemen het aldus: Gij zult alles wat u zou mogen in den weg liggen en u aan uw welstand schadelijk zijn, overwinnen.
Hertaald:
Ik zal u doen
Dat is: Ik zal u hoog verheffen en eren, zoals in Deut. 32:13. Zie de aantekening daarbij. Anderen vatten het zo op: u zult alles overwinnen wat u in de weg zou kunnen liggen en uw welstand zou kunnen schaden.
Ik zal u spijzigen
Of, Ik zal u te eten geven de erfenis van uw vader Jakob; dat is, gij zult wonen in het land, dat Ik uwen vader Jakob gegeven heb, waar gij spijs en drank in overvloed hebben zult.
Hertaald:
Ik zal u spijzigen
Of: Ik zal u de erfenis van uw vader Jakob te eten geven — dat is: u zult wonen in het land dat Ik uw vader Jakob gegeven heb, waar u eten en drinken in overvloed zult hebben. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas De profeet moet uitroepen als een bazuin (Jes. 58:1). Wat volgt klinkt eerst positief: zij zoeken God dagelijks en hebben lust om tot Hem te naderen (Jes. 58:2). Dan komt hun klacht: "Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet?" (Jes. 58:3). Het antwoord wijst op wat er tegelijk gebeurde: op de vastendag zoeken zij hun eigen lust en drijven zij hun arbeiders aan; er wordt zelfs gevochten (Jes. 58:3-4). Dan volgt de vraag die alles omkeert: "Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt?" (Jes. 58:6). En het wordt nog concreter: brood delen met de hongerige, de zwervende arme in huis brengen, de naakte kleden, en zich niet verbergen voor zijn eigen vlees (Jes. 58:7). Wat daarop beloofd wordt, is licht als de dageraad en een gebedsverhoring waarin God zegt: "Ziet, hier ben Ik" (Jes. 58:8-9). Bijbelse betekenis: Merk op wat er niet gezegd wordt. Het vasten wordt niet afgeschaft en de vraag van het volk wordt niet spottend behandeld; wat aangewezen wordt is dat de dag van het vasten en de rest van het leven uit elkaar liepen. Let vervolgens op de inhoud van Jes. 58:6-7. Het gaat om banden losmaken, jukken verscheuren, brood delen en onderdak geven. Godsdienst wordt hier gemeten aan wat de verdrukte ervan merkt. Let ten slotte op het slot van Jes. 58:7: "dat gij u voor uw vlees niet verbergt". Daarmee wordt de naaste in de familie bedoeld, en dat is een tegenwicht tegen godsdienst die ver weg vrijgevig is en dichtbij hard. Typologie: De Heere Jezus zet dezelfde maat aan bij het oordeel: "Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven" (Matt. 25:35, reeds behandeld). En Jakobus zegt in één zin waar het op neerkomt: de zuivere godsdienst is wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld (Jak. 1:27). Jes. 58:1-12; Matt. 25:35; Jak. 1:27 "Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is" (Jes. 58:13). Er staat bij hoe die eer eruitziet: dat men niet zijn eigen wegen doet en niet zijn eigen lust zoekt. En dan volgt de belofte: "Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob" (Jes. 58:14). Het vers sluit met een bekrachtiging: "want de mond des HEEREN heeft het gesproken." Bijbelse betekenis: Merk op met welk woord de dag wordt aangeduid: een verlustiging. Er wordt niet gevraagd de dag zwaar te maken maar hem te noemen wat hij is, en dat is iets om van te genieten. Let vervolgens op wat er wordt afgeraden. Niet werken op zichzelf staat er, maar het doen van de eigen lust en het gaan van de eigen wegen; de dag wordt onderscheiden van de andere doordat men er niet over zichzelf beschikt. Let ten slotte op de belofte in Jes. 58:14. Wie zich op die dag in God verlustigt, zal zich in God verlustigen; het loon is van dezelfde soort als de gehoorzaamheid. Dat is bij de sabbat vaker zo: de dag geeft wat hij vraagt. Typologie: De Hebreeënbrief trekt de lijn door naar wat blijft: "Er blijft dan een rust over voor het volk Gods", en wie daarin ingegaan is, heeft zelf ook van zijn werken gerust (Hebr. 4:9-10). De rustdag wijst dus verder dan zichzelf. Jes. 58:13-14; Hebr. 4:9-10 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Een christen kan nooit op een ogenblik vrede rekenen. Waren wij van de wereld, dan zou de wereld ons liefhebben als het hare; maar omdat wij als ware heiligen niet van de wereld zijn, haat de wereld ons. Zoals de Amalekieten plotseling op de kinderen van Israël aanvielen, onuitgedaagd en zonder van hun vijandige bedoeling ook maar iets te laten blijken, zo is het niet alleen in tijden van vervolging maar ook in schijnbaar zachtere dagen, wanneer de wereld de brandstapel en het zwaard niet gebruikt: de wereld is er altijd op uit zich op de kerk van God te storten en haar grote bondgenoot de duivel erbij te roepen om het volk van God zoveel mogelijk omver te werpen en te verderven. Elke christen moet dus een soldaat zijn en zijn deel nemen in de veldslagen van het kruis. Wij moeten ons leven niet beschouwen als een aangename reis door een bevriend land, maar als een krijgstocht, een mars te midden van vijanden die ons elke voet van de weg zullen betwisten. Zien wij nu de kerk van God als een leger, dan is het een troost te weten dat wij een achterhoede hebben. Wij nemen onze Heere Jezus Christus tot onze achterhoede. Hij is ook onze Voorloper, die voor ons uitgegaan is, zelfs door de dood heen en op tot de hemel, om een plaats te bereiden voor allen die zich onder Zijn vaandel hebben laten inschrijven. En Hij is ook onze achterhoede. Waar Gods volk trekt is er altijd gevaar, en het is hun een troost zo’n heerlijk schild in hun rug te zien gedragen door zo’n machtige arm. De HEERE zal u voortdurend leiden. Jesaja 58:11 Het is niet een engel, maar Jehova Zelf die jou zal leiden. God heeft je tijdens je aardse reis niet… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" En de Heere zal u gedurig leiden. Jesaja 58:11 De Heere zal u leiden." Geen engel, maar Jehovah zal u leiden. Hij… Naakt tot God, en Hij zal tot u naken. Jak.4:8 Hoe dichter wij bij God komen, des te genadiger wil Hij zichzelf aan ons openbaren. Wanneer de verloren zoon… En de HEERE zal u gedurig leiden. Jes. 58:11 Wat scheelt u? Zijt ge de weg kwijtgeraakt? Bent u verdwaalt in een donker woud en kunt u het pad… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Jesaja 58
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Spurgeon Citaten
Ter overdenking
Verdiepende artikelen
Jouw Heilige Gids
De Heere zal u gedurig leiden
Naakt tot God, en Hij zal tot u naken
De HEERE zal u gedurig leiden


Jesaja 58
Jesaja 58:1.KruisverwijzingenMicha 3:8→Handelingen 20:26→Ezechiël 22:2→Mattheüs 3:7→Ezechiël 3:17→Titus 2:15→Ezechiël 20:4→Openbaring 14:9→
— Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis Jakobs hun zonden.
Zie hoe stomp de mens van nature is. Gods boodschappers moeten niet alleen spreken, zij moeten met kracht spreken, zij moeten spreken als met het geluid van een bazuin, voordat de mensen naar hen horen. En de stompsten van allen zijn zij die zich voor Gods volk houden zonder het werkelijk en geestelijk te zijn. Het is moeilijk de gewone zondaar te bereiken. Nog moeilijker is het de gedoopte zondaar te bereiken: de mens die belijdt een christen te zijn maar die alleen de naam heeft dat hij leeft, terwijl hij geestelijk dood is.
Er zijn veel mensen die in naam godsdienstig zijn en toch vol zonde. Zij hebben een uiterlijke godsdienst die hun toestaat in opstand tegen God te leven. En zulke mensen zijn niet gemakkelijk van zonde te overtuigen. Daarom krijgt de profeet bevel zijn stem als een bazuin te verheffen; en toch, zelfs als hij dat doet, zullen zij niet horen. Niemand is zo doof als wie niet wil horen, en deze mensen zijn er niet op gesteld te horen wat God tot hen te zeggen heeft.
Jesaja 58:2.KruisverwijzingenJesaja 29:13→Titus 1:16→Mattheüs 15:7→Markus 4:16→1 Petrus 2:1→1 Samuël 15:21→Spreuken 15:8→Markus 6:20→
— Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijner wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechten der gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen;
Zij zijn altijd in een plaats van samenkomst te vinden als het maar kan; zij kunnen niet genoeg diensten en predikaties krijgen — en toch hebben zij geen hart voor God. Zij zijn er zorgvuldig op uit hun morgengebeden te doen; zij zouden hun zaken niet ingaan zonder voor God de knie te buigen; en in het huis van de HEERE zijn zij begerige en oplettende hoorders. Vrienden, laten wij altijd bevreesd zijn voor een louter uiterlijke vroomheid! Werkelijke bekering, echte toewijding aan God, ware gemeenschap met God: dat zijn vaste zaken. Maar een enkel uitwendig vertoon van godsdienst is niets dan vernis en klatergoud; het is in werkelijkheid niets dan de akelige doodkist van een ziel die nooit tot geestelijk leven verlevendigd werd.
Is het niet vreemd dat mensen vaak blijven behagen scheppen in het uiterlijke van de godsdienst terwijl zij hun hart aan hun zonden geven? Naar buiten houden zij met grote regelmaat alle plichten van de godsdienst bij; en toch zijn zij in hun hart ver van God. Dit blijft voor mij een raadsel. Maar ik hoor van mensen die de bidstonden bezoeken en er schijnbaar van genieten, die in het huis van God te vinden zijn zodra de deuren opengaan, en toch kan hun levenswandel het daglicht niet verdragen. Men zou denken dat zij niet van hun zonden willen horen en niet onder een getrouwe prediking willen komen. En toch doen zij het, en hoe getrouwer die prediking is, hoe meer zij ervan lijken te houden. En toch gaan zij door in hun zonden. Wat een vreemde blindheid is dit, die het licht liefheeft en er toch niet bij wil zien! Het zijn mensen die water en veel zeep nemen en zich toch niet wassen; die het brood om zich heen opstapelen alsof zij er een huis van bouwden, en er toch niet van eten. Wat een vreemde verdwazing: het evangelie schijnbaar liefhebben en het toch niet in het hart ontvangen om erdoor veranderd te worden.
Jesaja 58:3.KruisverwijzingenMaleachi 3:14→Nehemia 5:7→Leviticus 16:29→Lukas 18:9→Zacharia 7:5→Mattheüs 20:11→Daniël 10:2→Leviticus 16:31→
— Zeggende: Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet? Ziet, ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust, en gij eist gestrengelijk al uw arbeid.
Wanneer God de godsdienst van iemand verwerpt, wat moet daar dan de reden van zijn? Hier staat de verklaring. Zij vastten, en daarna zeiden zij: “Waarom heeft God ons vasten niet aangenomen?” Wel, omdat zij hun arme knechten tot het uiterste lieten werken. Zij gaven hun nooit rust. Zij eisten al hun arbeid op, en zij zelf namen hun genoegen terwijl zij voorwendden te bezwijken. “U vast, maar u laat uw werklieden toch voortsloven; u besluit dat er van hun arbeid niets afgaat, en van wat u een vasten noemt maakt u een vermaak: ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust.”
Zij konden niet begrijpen waarom zij van hun vroomheid geen nut hadden. Zij vastten, maar zij bevonden zich er niet beter door. Zij kwelden hun ziel, en toch ontvingen zij geen vergeving van hun zonden, en zij konden er niet bij. De HEERE verklaarde het raadsel. Het is heel gemakkelijk zich van een bepaald soort voedsel te onthouden en tegelijk een ander soort even smakelijk te maken; en terwijl u zelf rust, kunt u anderen dwingen voor u te werken. Wat is dat anders dan huichelarij? Onder de Arabieren en Egyptenaren is het, meen ik, een gewoon gezegde wanneer iemand slecht van humeur is: men zou denken dat hij aan het vasten was. Bij een lange vasten worden mensen namelijk vaak prikkelbaar. Wat baat het vasten als dat het enige gevolg is?
Jesaja 58:4.KruisverwijzingenJoël 2:13→Spreuken 21:27→1 Koningen 21:9→Filippenzen 1:14→Johannes 18:28→Jesaja 59:2→Lukas 20:47→Mattheüs 23:13→
— Ziet, tot twist en gekijf vast gijlieden, en om goddelooslijk met de vuist te slaan; vast niet gelijk heden, om uw stem te doen horen in de hoogte.
Het beste soort van een louter uiterlijke godsdienst zal spoedig verzuren. Als u de HEERE niet in de rechte geest dient, zal God de vorm zelf van uw dienst verafschuwen. U zou door huichelarij zelfs bidstonden hatelijk kunnen maken in Gods ogen, en de inzettingen zouden Hem even gruwelijk kunnen worden als de mis zelf. U kunt het horen van een predikatie snel verlagen tot het beluisteren van redenaarskunst, en de sabbat kan gemakkelijk niets meer worden dan het voorwerp van een bijgelovig en vormelijk onderhouden. Het hart — het hart is alles; is dat verkeerd, dan verzuurt het de zoetste dingen onder de hemel.
Zij waren er verzot op in godsdienstige geschillen te raken. Kwam er een vastendag, dan botsten zij over verschillende leerstukken. Zij werden op elkaar verbolgen tot zij goddelooslijk met de vuist gingen slaan — en zij meenden dat een dag die zo doorgebracht werd God aangenaam zou zijn. Wat voor een God zou Hij dan zijn? Zelfs bij hun vasten twistten zij onder elkaar: de een zei dat het vasten op die dag moest vallen, de ander wilde het op een andere dag houden. En er zijn ongetwijfeld belijdende christenen die heel ijverig zijn, maar vooral uit wrok tegen andere belijders; met evenveel ijver houden zij hun vasten- en feestdagen op de verkeerde manier als anderen het op de goede doen. Het is een jammerlijke zaak wanneer zulke partijgeest zich met de plichten van de godsdienst vermengt. Sommigen vastten om erg godsdienstig te lijken. “Och”, zeiden de mensen dan, “die man moet wel heel goed zijn, hij vast tweemaal in de week.” Zo’n vasten is God geen achting waard. Hoogmoedig zijn terwijl wij met de maag vasten is een armzalige manier om onze heiligheid te tonen.
Jesaja 58:5.KruisverwijzingenZacharia 7:5→Jesaja 49:8→Leviticus 16:29→Jesaja 61:2→Job 2:8→Daniël 9:3→Psalmen 69:13→Esther 4:3→
— Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam?
Bekommert God Zich alleen om het uiterlijke van de eredienst? Is Hij tevreden met zak en as en met het hoofd dat als een bieze neerhangt? De louter uiterlijke schijn van droefheid, het uitwendige kleed van de zelfkwelling — wat is daaraan dat de HEERE behagen zou?
Jesaja 58:6.KruisverwijzingenNehemia 5:10→Jeremia 34:8→Jesaja 58:9→Micha 3:2→1 Timotheüs 6:1→
— Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt?
Ja, dít is het ware vasten voor God: niet uw pond vlees opeisen en verklaren dat u het hebben zult; niet de arme man tot de laatste penning uitknijpen; maar “dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden”. Hebt u door enige oneerlijkheid iemand in uw macht, laat hem dan vrij; hebt u hem verdrukt, geef hem dan zijn recht. Niet van een mens eisen wat u niet toekomt, ook al staat de wet u misschien toe het van hem los te krijgen. Dat is het vasten dat God verkiest: wanneer iemand ophoudt hen te verdrukken die voor hem zwoegen. Wanneer hij hun taak lichter maakt en hun welzijn zoekt. Wanneer hij hen niet langer vermaalt tussen de molenstenen die het leven uit hen dreigen te persen.
Jesaja 58:7.KruisverwijzingenEzechiël 18:7→Lukas 3:11→Ezechiël 18:16→Jesaja 58:10→1 Johannes 3:17→Hebreeën 13:2→Nehemia 5:5→Mattheüs 25:35→
— Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt?
Dat is het vasten dat de HEERE goedkeurt: uzelf iets ontzeggen om te kunnen geven aan wie in nood zijn. Het is Gods soort van vasten om weg te geven wat u zelf gegeten zou hebben, en anderen te laten aanzitten. Misschien zijn er armen van uw eigen vlees en bloed — en in zekere zin zijn wij allen van één vlees. Weet u dat, en weigert u hen toch te helpen, dan is het ijdel over vasten te spreken. Al zijn zij u volslagen onbekend, toch zijn zij mensen zoals u. Dit is het vasten waarin God Zich verlustigt: dat de mens zorg draagt voor de armen en de bedrukten verlicht.
Jesaja 58:8.KruisverwijzingenJeremia 33:6→Psalmen 37:6→Jesaja 52:12→Handelingen 10:35→Maleachi 4:2→Psalmen 85:13→Job 11:17→Jesaja 57:18→
— Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.
Neem deze beloften niet uit hun verband. Merk op dat zij gedaan worden aan wie de naakten kleden, de hongerigen voeden en voor de armen zorgen. Hebt u dat gedaan, dan mag u God vragen deze belofte te vervullen — maar anders niet. Dus: neemt u alle verdrukking weg, alle onrecht tegen mensen, alle spreken van leugen en ijdelheid, “dan zal uw licht voortbreken als de dageraad”.
“en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.” De kerk van God is een leger dat door vijandelijk gebied trekt.
Jesaja 58:9.KruisverwijzingenPsalmen 50:15→Psalmen 12:2→Jesaja 65:24→Spreuken 6:13→Psalmen 91:15→Jeremia 29:12→Psalmen 37:4→Mattheüs 7:7→
— Dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden; gij zult schreeuwen, en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben Ik. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken des vingers, en het spreken der ongerechtigheid;
Hebt u voor de behoeftige gezorgd, dan zal God voor u zorgen wanneer u behoeftig bent. Is het niet Zijn weg zelfs een beker koud water aan een van Zijn discipelen te belonen? Heeft Hij niet belooft dat Hij in onze schoot zal teruggeven wat wij om Zijnentwil aan anderen gegeven hebben? Verdrukt u dan niemand, en doe “het uitsteken des vingers” weg: de vinger die smadelijk naar mensen wijst, en de verachtelijke vraag “wie zijn zij eigenlijk?” — dat neerzien op uw naasten, die misschien veel beter zijn dan u zelf. Dat moet u alles wegdoen. En dat aanhoudende ijdele gepraat waar sommigen zo verzot op zijn, dat uiten van leugen dat velen bedrijven: ook dat moet weg.
Jesaja 58:10.KruisverwijzingenPsalmen 37:6→Job 11:17→Jesaja 58:7→Jesaja 42:16→Spreuken 14:31→Spreuken 11:24→Jesaja 29:18→Deuteronomium 15:7→
— En zo gij uw ziel opent voor den hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag.
Let nog eens op wat ik zei: ga niet met deze belofte aan de haal zonder te letten op het verband waarin zij staat. “En zo gij uw ziel opent voor den hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan” — maar niet eerder. Wat een beloften geeft God aan wie letten op de armen en behoeftigen om hen heen! Maar sluit u uw oren voor het geroep van de bedrukte, dan zal God Zijn oren sluiten voor uíw geroep.
Jesaja 58:11.KruisverwijzingenJeremia 31:12→Hosea 13:5→Jesaja 49:10→Johannes 4:14→Spreuken 11:25→Hooglied 4:15→Ezechiël 36:35→Johannes 16:13→
— En de HEERE zal u geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.
Ziet u wel: door te geven komt men tot ontvangen. Naar Gods wijsheid worden wij zelf gedrenkt doordat wij anderen drenken. God voedt de mens die anderen voedt. Hij heeft de beenderen van de hongerige vaardig gemaakt; nu zegt God dat Hij zíjn beenderen vaardig zal maken. Hij heeft de zielen die in droogte waren verzadigd zo goed hij kon, en nu zal God zíjn ziel verzadigen in droogte.
Wat rijke beloften voor de milde en vriendelijke mens! Er zijn er die uitstrooien en toch toenemen, en er zijn anderen die meer inhouden dan recht is en tot armoede komen. Deze beloften worden uitdrukkelijk gedaan aan wie zorgen voor de behoeftigen en de lijdenden. Broeders en zusters, let goed op wat de HEERE u hier leert, want deze dingen zijn veel beter dan vasten. Beter dan welke uitwendige inzetting ook zijn werkelijke daden van vriendelijkheid. Bedenk dat dezelfde God die zei: “Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart”, de tweede tafel van Zijn wet aldus liet luiden: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.”
Jesaja 58:12.KruisverwijzingenJesaja 61:4→Amos 9:11→Amos 9:14→Nehemia 2:17→Ezechiël 36:8→Ezechiël 36:33→Jesaja 51:3→Nehemia 2:5→
— En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fondamenten, van geslacht tot geslacht verwoest, zult gij oprichten; en gij zult genaamd worden: Die de bressen toemuurt, die de paden weder opmaakt, om te bewonen.
Gods volk moet ernaar staan woestijnen in paradijzen te veranderen. Er is geen deel van de wereld zo vol droefheid dat het hart van de gelovige er geen blijdschap kan brengen.
Jesaja 58:13-14.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:13→Psalmen 84:10→Jeremia 17:21→Psalmen 84:2→Job 22:26→Psalmen 27:4→Psalmen 92:1→Jesaja 56:2→
— Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt; Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken.
Het staat buiten twijfel dat een eerbiedig, blij en vrolijk onderhouden van de sabbat de geestelijke voortgang sterk bevordert. Hier staat de belofte voor wie zich in de sabbat verlustigen. God helpe ons de voorschriften van dit hoofdstuk te onderhouden, opdat de beloften ervan gezegend in onze ervaring vervuld worden! Amen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Voor ons ligt de derde groep der 3 maal 9 redenen, of het laatste derde deel van ons troostboek. Op den voorgrond staat de tegenstelling binnen Israël zelf, tussen de huichelaars, misdadigers en verachters aan de ene, en de vromen, rechtvaardigen en bedroefden aan de andere zijde. Het geheel wordt door dit thema beheerst: zij ontvangt van de hand des Heeren dubbel voor al hare zonden (Hoofdst. 40:2). Werd in het eerste deel (Hoofdst. 40-48) de verlossing uit Babel voorgesteld, in welke de profetie van Jehova vervuld wordt, den afgoden en hunnen vereerders tot beschaming en val, daarna in het tweede deel (Hoofdst. 49-57) de verhoging van den Knecht des Heeren door diepe vernedering, welke verhoging tevens Israël’s verheffing is tot de hoogte van zijne roeping voor de wereld, zo volgen nu in het derde deel (Hoofdstuk 58-66) de voorwaarden tot deelname aan de toekomstige verlossing en heerlijkheid.
I. Vs. 1-14.KruisverwijzingenJeremia 33:6→Psalmen 37:6→Jesaja 52:12→Handelingen 10:35→Maleachi 4:2→Psalmen 85:13→Job 11:17→Jesaja 57:18→
— Roep uit de keel, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk hun overtreding, en het huis Jakobs hun zonden. Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijner wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechten der gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen; Zeggende: Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet? Ziet, ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust, en gij eist gestrengelijk al uw arbeid. Ziet, tot twist en gekijf vast gijlieden, en om goddelooslijk met de vuist te slaan; vast niet gelijk heden, om uw stem te doen horen in de hoogte. Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam? Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt? Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt? Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen. Dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden; gij zult schreeuwen, en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben Ik. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken des vingers, en het spreken der ongerechtigheid; En zo gij uw ziel opent voor den hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag.
De eerste rede van het laatste derde deel. De profeet verhaalt de opdracht, die hij ontving om als prediker van straffen voor Israël op te treden (vs. 1), en wat nu volgt spreekt door Hem de mond des Heren zelf: het is tegelijk straf, terechtwijzing en belofte. Voornamelijk wordt de huichelachtige wijze bestraft, waarop Israël in het aanleggen van feestdagen den Heere zoekt, en naar het begin van zijne verlossing vraagt, terwijl het daarbij toch in zijne zondige wegen voortgaat en daardoor het verschijnen der Goddelijke hulp onmogelijk maakt (vs. 2-5). Daarna wordt aangewezen, waarin het ware, Gode welgevallige vasten bestaat, namelijk in het loslaten der onderdrukten en in milddadigheid jegens de hulpelozen (vs. 6 en 7), waarop de belofte in rijke stromen nederstort. Midden in het nederdalen van deze wordt wel gedeeltelijk aan de voorwaarde van terugkeren tot barmhartigheid herinnerd (vs. 9 vv.), deels de heiliging van den sabbath als nadere voorwaarde genoemd (vs. 13). Het zijn echter ook de dierbare en allergrootste beloften, die daarvoor zullen vervuld worden (vs. 6-14).
Roep uit de keel, zodat men u niet kan overschreeuwen, houd niet in, zo zegt de Heere tot mij, Zijnen profeet, verhef uwe stem als ene bazuin, dat die door geheel het land klinke (Num. 10:2), en verkondig Mijn volk (Micha 3:8, vgl. (2 Kon. 15:36) hun overtreding, hoe schandelijk het zich van Mij heeft verwijderd, en het huis Jakob’s hun zonden, 1) waardoor zij zo misdadig Mijne geboden overtreden, en toch dien afval en die zonde zo gering achten, dat zij zich inbeelden, de vroomste en voortreffelijkste mensen te zijn.
Hiermede vervolgt de Profeet den last, om aan Jakob-Israël zijne zonden bekend te maken, en dat niet op zachte wijze of bedekt, maar openlijk en zo dringend en ernstig mogelijk. De Heere was van plan, om Israël te redden uit de macht der vijanden, maar zou het tot redding komen, dan moest Israël allereerst zijn zonde en schuld leren erkennen. Alleen dan, als Israël voor God in de schuld viel, zijn zonden bekende, als het kwam tot een kermen en roepen, als het de redding door vrije genade en ongehoudene goedertierenheid leerde erkennen, dan zou ook de verlossing komen en de morgen der vrijmaking dagen.
Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, met offeranden en gebeden tot Mijn huis komen, opdat Ik hen zou helpen, en hoewel zij enen lust hebben (Ezechiël. 20:1 vv. 33:30 vv. de kennis Mijner wegen, er zich ijverig op toeleggen, om de leer der waarheid recht te verstaan, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, 1) dat er op bedacht is om uitwendig braaf en deugdzaam te leven, zo kan Ik toch geen welbehagen in hen hebben; vragen zij Mij naar de rechten der gerechtigheid, 2) zij hebben enen lust, tot God te naderen.
In het Hebr. Jischaloeni mischpetee-tsèdek. Beter: Vragen zij Mij om de gerichten der gerechtigheid. De Heere zegt het hier, dat Israël op grond van zijn eigenwilligen godsdienst, van zijn uitwendige Godsverering van Hem eist, dat Hij met Zijn gerechten der gerechtigheid, kome over zijne vijanden, opdat Israël Zijn reddende hand moge ervaren.
In het Hebr. Kirbath Elohiem jechpatsoen. Letterlijk en beter: Het naderen van God begeren zij, n. l. het naderen ten gerichte over hun vijanden, opdat zij uit de ellende zouden verlost worden. In eigengerechtigen eigenwaan menen zij, dat zij het zich wel waardig maken, dat de Heere hen verlost en redt. Het is ook daarom dat zij in het volgende vers als het ware verwijtend tot den Heere komen met de vraag: Waarom enz.
Zij spreken, zeggende: Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, daar Gij ons toch onder de straffen laat gebukt gaan? Waarom kwellen wij onze ziel met nog veel meer, dan de letter der wet gebiedt (Lev. 16:29), daar wij nog vele andere vastendagen houden (Zach. 8:19), en gij weet het niet, Gij neemt er zelfs gene kennis van in plaats van onze goede werken te belonen? Ziet, dit is Mijn antwoord op uwe klacht, ten dage, wanneer gijlieden vast, wanneer gij allen schijn aanneemt, alsof gij u onder Mijnen wil boogt, en belijdenis deed van uwe zonden, opdat Ik u zou vergeven, zo vindt gij intussen door geheel uw gedrag uwen eigenen lust; 1) in den grond der zaak vraagt gij niet naar Mijn welbehagen, maar volgt gij uwe eigene begeerlijkheden, en gij eist strengelijk al uwen arbeid.
In het Hebr. Thimtseoe chefèts. Beter: drijft gij zaken. Want wel kan het tweede woord lust betekenen, maar ook zaken, zoals op vele andere plaatsen in de H. Schrift. Vandaar dat het tweede gedeelte ook luidt: gij eist strengelijk al uwen arbeid, n. l. van uw werklieden. De Heere komt hier er op, dat al hun godsdienst slechts is naar de letter der wet, en dat zij de wet krachteloos maken door hun eigen doen. Terwijl zij vasten, onthouden zij zich niet van arbeid en laten ook hun werklieden in het rusten en vasten niet delen, maar drijven toch hun zaken en eisen van hun werklieden, dat zij niets minder doen dan op de andere dagen.
Ziet, opdat gij nog verder moogt opmerken, waarom Ik uw vasten niet aanzie en van uwe boetedoeningen niet wil weten, tot of bij twist en gekijf vast gijlieden; gij hebt een lust, om over uitwendige godsdienstige plechtigheden twistgesprekken te voeren, en om goddelooslijk met de vuist te slaan; 1) vast niet gelijk heden, om uwe stem te doen horen in de hoogte, om verhoring te vinden bij Mij, die Mijnen troon heb in de hemelen.
Dus in stede van zich zelf te oordelen en schuldig te verklaren, zijnde dat het rechte en enige werk van een vastendag, veroordeelden zij den een den ander, zij vasten tot gekijf en twist dat is, met een naijver elkaar pogende voorbij te streven, hetwelk de schoonst schijnende dekmantel zijn moest op een vastendag en zich dan bij dat geval best voegen zou. Bovendien was het niet slechts een gekijf met den mond, dat men op den tijd van vasten gewoon was, maar het kwam zelfs tot slaan. De onbarmhartige bazen en taakzetters sloegen hun knechts, de schuldeisers hun onmachtige schuldenaren, welke zij aan den beul overleverden, zij mishandelden de armen en onschuldigen met hun goddeloze handen.
a) Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, als Mij goed en welgevallig, dat alleen daarin bestaat, dat de mens zijne ziel een dag kwelle, terwijl hij daarna weer des te meer zijne begeerlijkheden den vrijen teugel laat? dat hij zijn hoofd kromme, gelijk ene geknakte bieze (Matth. 6:16), terwijl hij inwendig zijn hart verheft, en dat hij enen zak en as onder zich spreide, terwijl zijn hart niets weet van schuldgevoel en waar berouw? Zoudt gij dat een vasten heten en enen dag den HEERE aangenaam? zou die gehuichelde verootmoediging Mij tot genade en welgevallen bewegen? Zou Ik u daarvoor zegen toezenden (Hoofdst. 56:7; 61:2)?
Zach. 7:5. Hier vindt men ene volledige beschrijving van den Joodsen verbodsdag. Bij die gelegenheden waren zij altijd in zeer slecht gewaad, en droegen een ruw sluitend kleed om hun naakte lichaam; soms stonden zij als in gedachten, met enen gebogen hals, en de ogen op den grond geslagen, zodat hun hoofd hing als ene bieze, gelijk de profeet het sierlijk uitdrukt; en soms, zich nog ootmoediger willende betonen, wierpen zij zich ter aarde, besmeerden hun aangezichten met stof, en bedekten hun hoofd met as. Maar waartoe diende al deze uiterlijke vertoning! Indien het hart niet gepaard ging met deze uitwendige gebaren van vernederingen, moesten zij ongetwijfeld zeer hatelijk zijn in de ogen van God, die harten en nieren beproeft.
Is niet dit het vasten, dat Ik verkies, en alleen als waar kan herkennen, dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, waarmee uwe ziel aan haar is verbonden; dat Gij ontdoet de banden des juks (Hoofdst. 47:6), en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt, dat gij uwen naaste niet langer verdrukt en uitplundert?
Is hetgeen Mij welbehagelijk is, niet, dat gij den hongerigen uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen, die zonder dak moeten rondzwerven (Ps. 119:50), in huis brengt, bij u een onderkomen verleent? Als gij enen naakte ziet, dat gij hem van uwen eigen voorraad van klederen dekt, en dat gij u, in welken nood hij moge zijn, voor uw vlees, uwen naaste, uwen natuurgenoot, niet verbergt (Job 31:13 vv. Ezech. 18:7 vv. Matth. 25:35, vv. Jak. 1:27). Er ligt ene bittere ironie in deze woorden, even als wanneer de ouden zeiden “niet eten” is jejunium naturale (natuurlijk vasten), maar zich van de zonden onthouden jejunium spirituale (geestelijk vasten). Toen gedurende de belegering van Jeruzalem door de Chaldeën tot ene algemene vrijlating der slaven van Israëlietische afkomst besloten was en die ook had plaats gehad, haalden, zodra de Chaldeën waren weggetrokken, de meesters hun vrijgelatenen weer in dienstbaarheid terug (Jer. 34:8 vv.) deze zelfzuchtige despotische gezindheid had het volk, gelijk uit vs. 6 blijkt ook in de ballingschap niet afgelegd.
Verkiest zulk een vasten, dat niet in onthouding van spijzen, maar in weldoen en zelfverloochende liefde bestaat. Dan zal uw licht, de nieuwe zegen, die den nacht van uw lijden vervangt (Hoofdst. 59:9) voortbreken als de dageraad, even zeker als deze de duisternis wegvagen en den vollen dag aankondigen, en uwe genezing van de u geslagene wonden zal snellijk uitspruiten, en uwe gerechtigheid, welke de Heere zelf is (Jer. 23:6 been makende en den weg wijzende, voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen, 1) zal achter u gaan en u bedekken, opdat zij u tot het doel uwer eigene verheerlijking brenge.
Wat de Heere dus vraagt en waarop Hij zijn zegen belooft, is niet een uitwendige vorm van godsdienst, waaraan het wezen ontbreekt, maar de ware godsvrucht, zich betonend in een leven naar Gods Woord en wet. Als dit leven gezocht en gevonden en beleefd wordt, dan zou de Heere zich openbaren als een God van volkomene zaligheid. Want dat leven is het waarlijk eren van Hem, en opdat waarlijk eren van Hem, heeft Hij zegen en genade beloofd.
Dan zult gij roepen om genade, en de HEERE zal u aanstonds antwoorden met verhoring uwer bede; gij zult schreeuwen om betoning Zijner goedheid en trouw, en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben Ik, en u aanstonds aannemen. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, dat gij (vs. 6) op de schouders van anderen zo onrechtmatig en zonder medelijden gelegd hebt, en nalaat het uitsteken des vingers, om den rechtvaardige na te wijzen en te smaden (Spr. 6:13), en het spreken der ongerechtigheid, voortaan geen ijdel gepraat meer uit uwen mond laat gaan (Efeze 4:29).
En zo gij uwe ziel opent voor den hongerige, dat gij u gaarne ter zijner hulpe opofferingen getroost, en zo gij de bedrukte ziel verzadigt, 1) welke door gebrek en ontbering wordt nedergedrukt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, uw heil op eens den tegenwoordigen lijdensnacht doorbreken, even als uit den uitwendigen nacht het zonnelicht te voorschijn treedt (Ps. 112:4), en uwe donkerheid zal zijn als de middag; 2) al is het nog zo duister om u heen (Job 10:22), het zal zijn als helder dag (Job 11:17; 37:24. (Ps. 37:6).
In vs. 9 en 10 wordt weer de ware bekering getoond, een afsterven van den ouden mens en een opstanding van den nieuwen mens. De afsterving wordt in vs. 9b en de opstanding in vs. 10a beschreven.
Na een zware ramp en verdrukking zou God hen als verrassen met Zijne wederkerende genade, welke zo aangenaam zijn zal als het licht des dageraads na een langen en donkeren nacht. Schoon gij lang als levende begraven zijt geweest, gij zult uwe heerlijkheid en uwe voortreflijkheid weer verkrijgen. Zijt gij met droefheid een geruimen tijd overstelpt geweest, gij zult er weer vrolijk uitzien, als het aanbreken van den dag.
En de HEERE zal u geduriglijk leiden, u verzorgen en raden, en Hij zal uwe ziel verzadigen in grote droogten, zodat u in een door de zon verbrand, uitgedroogd land (Ps. 68:7), niets ontbreekt (Hoofdst. 43:20), en Hij zal uwe beenderen vaardig maken, zodat ook uw tijdelijk leven voorspoedig zij; en gij zult zijn door den zegen, dien gij ontvangt, als een gewaterd hof, waarin zich de bloei des levens ontwikkelt (Jer. 31:12), en door den zegen, dien gij verspreidt, als ene springader der wateren, welker wateren niet ontbreken, 1) om dorstigen te verkwikken (Joh. 7:38).
Niet alleen tijdelijke maar ook geestelijke zegeningen werden hun beloofd en toegezegd. Niet alleen zullen zij de zegeningen ontvangen, maar ook blijvend bezitten. Dit laatste wordt vooral uitgedrukt door de laatste woorden: springader der wateren, welker wateren niet ontbreken. Gezegend door den Heere, zal Israël ook weer ten zegen zijn.
En die uit u voortkomen, zullen bouwen de oude verwoeste plaatsen; de fondamenten, van geslacht tot geslacht verwoest (Hoofdst. 61:4), zult gij oprichten, en gij zult genaamd worden: die de bressen toemuurt, die de paden, de tot hiertoe verwoeste (Hoofdst. 33:8 en met slijk overdekte straten der stad, weer opmaakt, zodat er huizen worden gebouwd, om te bewonen. Hier is (vs. 11 en 12) onder aanschouwelijke beelden het grote raadsbesluit Gods uitgesproken, dat namelijk het volk Gods, wanneer het zelf tot volkomene gerechtigheid Gods is hersteld, ook weer tot herstelling der wereld als Gods knecht zal dienstbaar zijn. Het beeld in vs. 12 is ontleend aan de herstelling van het land Kanaän en de stad Jeruzalem, en zinspeelt zeker ook op den herbouw, die na de Babylonische gevangenschap zal plaats hebben. Maar men moet steeds in het oog houden, dat geenszins deze herstelling, die reeds tot een historisch feit behoort, of den profeet, of den Geest Gods in hem het gewichtigste en voornaamste was, maar dat de laatste volkomene vernieuwing, de voltooiing van het rijk Gods vooral wordt bedoeld. De profeet spreekt niet van den terugkeer uit Babel zó, dat men, wat hij zegt, ook op de laatste grote herstelling toepassen kan; maar hij profeteert van het laatste en grootste zó, dat het zich ook laat toepassen op het geringere, op den terugkeer uit Babel en andere bewijzen van Gods reddend vermogen (vgl. Jes. 51:4). Onder de oude en verwoeste plaatsen moeten wij de overoude puinhopen van het vroegere rijk van God in de heidenwereld verstaan, welke Israël, wanneer het zelf weer uit zijne verwoesting zal hersteld zijn, zal opbouwen. Het zal het woeste rijk der wereld daar buiten hervormen tot het rijk Gods, en de stad Gods, die in hare onverwoestbare grondslagen van den ouden tijd af nog bestaat, weer in de heidenwereld opbouwen. Dat is het onderscheid tussen het Oude en Nieuwe Testament, dat in het Oude het natuurlijke zich tot het Christelijke verheft, maar in het Nieuwe het Christelijke het natuurlijke verandert en tot zich opheft. Het oude Testament heeft ten doel het uiterlijke inwendig te doen worden, en dit streven wordt in het Nieuwe Testament verwezenlijkt; verder is het zoeken, dat het uitwendige aan het inwendige, het gehele leven aan het inwendige leven gelijkvormig worde.
Indien gij uwen voet van den sabbat afkeert, er voor vreest om den geheiligden bodem des sabbats met den voet der bezigheden te betreden (Exod. 3:5 vv.); zo gij u onthoudt van te doen uwen lust uw werk op Mijnen heiligen dag, zodat gij u voor gewonen arbeid en vleselijke begeerlijkheden wacht, en indien gij den sabbat noemt ene verlustiging, in plaats van dien, gelijk tot heden, voor een last aan te zien, omdat die u van uw dagelijks arbeiden afhoudt (Amos 8:5 vv.), indien gij dat doet, opdat de HEERE geheiligd worde, die te eren is
, indien ‘t uw lust is, God te verheerlijken en daarom met vreugde Zijnen dag begroet, en indien gij dien eert, dat gij uwe wegen niet doet, uwe dagelijkse bezigheden nalaat, en uwen eigenen lust uw eigen werk niet vindt, niet drijft (Zach. 1:3) gene genietingen en wereldse vermakelijkheden zoekt, noch een woord daarvan spreekt, geen ijdele dingen noemt of zot geklap houdt:
Beter: Indien gij den Sabbath maakt een verlustiging den HEERE gewijd, den Hooggeëerde. De Heere God komt ook hier, waar Hij het verschil aanwijst tussen den valsen en waren Godsdienst, met het aandringen op een ware viering van den Sabbat, omdat, zoals dr. Kuyper zeer juist aantekent bij de uiteenzetting van het vierde gebod, “om dat het vierde gebod niet komt op onzen persoon, niet op onze wereld en niet op onzen naam, maar op ons leven en stelt als nu den eis, dat ook ons leven niet tegen God zal ingaan, en dat we, om dit te voorkomen, als naar den beelde Gods geschapen, ook ons leven naar den regel van Gods leven zullen inrichten. “
Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, die u de blijdschap in Zijnen heiligen dag met de vreugde, die deze gemeenschap met Hem geeft (Ps. 43:4; Jes. 61:10) vergelden zal (Job 22:26), en Ik, de Heere, zal u doen rijden op de hoogten der aarde (Deut. 32:13; 33:29), in plaats van dat gij nu een knecht van vreemden moet zijn, en Ik zal u spijzigen met de erve van uwen vader Jakob, daar Ik u het hem beloofde land (Ps. 105:11) tot vrij, onbestreden vruchtgebruik teruggeef. Amen, dat is ontwijfelbaar: want de mond des HEEREN heeft het gesproken (Hoofdst. 1:20; 21:17; 22:25; 24:3; 25:8; 40:5). Den dag des Heeren moet Israël heilig achten, en niet alleen door elke onthouding van ‘t verrichten van aardse bezigheden, maar zelfs-dat is een merkwaardig woord, door vermijding van alle ijdele woorden; geheel overgegeven aan goddelijke bepeinzing zullen diegenen, die den rustdag vieren, in godvruchtige gesprekken treden. In zodanigen heiligen lust zullen ook zij lust hebben aan den Heere en daar heen rijden op de hoogten des ouden erfdeels der vaderen. Klinkenberg houdt “het rijden op de hoogten der aarde” voor een zinnebeeld ontleend aan enen zegepralenden overwinnaar, die, op enen krijgswagen rijdende, zich de bergen, sterkten en vestingen onderwerpt; v. d. Palm meent dat het betrekking heeft op den landbouw: “gij zult zelfs de toppen der bergen als vruchtbare streken kunnen beschouwen, ” ‘t geen de hoogste vruchtbaarheid van een bergachtig land te kennen geeft. Gataker: “Ik zal u doen wonen in hoge plaatsen, waar gij veilig en buiten gevaar zijt” Hoofdst. 33:16, 17. De spreekwijs schijnt overgenomen uit het lied van Mozes, Deut. 32:13 en enigermate te zien op de bergachtigheid van het land van Juda (Ps. 87:1. Hoofdst. 14:25; 37:24). Lowth: De mening hiervan is: “Ik zal u verhogen boven uwe naburen, en u in ‘t bezit stellen van hun bergen, werwaarts zij gewoon zijn te vlieden, als tot onoverwinnelijke vestingen” (zie Deut. 32:13; 33:29. Ezech. 36:2) enz.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel