Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1DaalH3381 af, en zitH3427 in het stofH6083, gij jonkvrouwH1330, dochterH1323 van BabelH894! zitH3427opH5921 de aardeH776, er is geen troonH3678 meer, gij dochterH1323 der ChaldeenH3778! wantH3588 gij zult niet meer genaamdH7121 worden de tedereH7390, nochH3808 de wellustigeH6028.Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige.
KJVCome down,1and sit2in the dust,4O virgin5daughter6of Babylon,7sit8on the ground:9there is no throne,11O daughter12of the Chaldeans:13for thou shalt no more16be called17tender19and delicate.
1רְדִ֣יH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2וּשְׁבִ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4עָפָ֗רH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish5בְּתוּלַת֙H1330jonkvrouw, maagd, maagdenmaid, virgin6בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon8שְׁבִיH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9לָאָ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11כִּסֵּ֖אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne12בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village13כַּשְׂדִּ֑יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea14כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16תוֹסִ֨יפִי֙H3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield17יִקְרְאוּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say18לָ֔ךְ19רַכָּ֖הH7390teder, tedere, tederenfaint((-hearted), soft, tender ((-hearted), one), weak20וַעֲנֻגָּֽהH6028wellustige, wellustigdelicate
2Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2NeemH3947 de molenH7347, en maalH2912meelH7058; ontdekH1540 uw vlechtenH6777, ontblootH2834 de enkelenH7640, ontdekH1540 de schenkelenH7785, ga door de rivierenH5104.Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren.
3Uw schaamte zal ontdekt worden, ook zal uw schande gezien worden; Ik zal wraak nemen, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Uw schaamteH6172 zal ontdektH1540 worden, ookH1571 zal uw schandeH2781gezienH7200 worden; Ik zal wraakH5359nemenH3947, en Ik zal op u nietH3808aanvallenH6293 als een mensH120.Uw schaamte zal ontdekt worden, ook zal uw schande gezien worden; Ik zal wraak nemen, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens.
KJVThy nakedness2shall be uncovered,1yea, thy shame5shall be seen:4I will take7vengeance,6and I will not meet9thee as a man.
1תִּגָּל֙H1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover2עֶרְוָתֵ֔ךְH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)3גַּ֥םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea4תֵּרָאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5חֶרְפָּתֵ֑ךְH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame6נָקָ֣םH5359wraak, wrake, enkel[phrase] avenged, quarrel, vengeance7אֶקָּ֔חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9אֶפְגַּ֖עH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run10אָדָֽםH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
4Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Onzes VerlossersH1350NaamH8034 is HEEREH3068 der heirscharenH6635, de HeiligeH6918IsraelsH3478.Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israels.
KJVAs for our redeemer,1the LORD2of hosts3is his name,4the Holy One5of Israel.
1גֹּאֲלֵ֕נוּH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger2יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3צְבָא֖וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)4שְׁמ֑וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report5קְד֖וֹשׁH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint6יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
5Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5ZitH3427stilzwijgendeH1748, en ga in de duisternisH2822, gij dochterH1323 der ChaldeenH3778! wantH3588 gij zult niet meer genoemdH7121 worden koninginH1404 der koninkrijkenH4467.Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken.
KJVSit1thou silent,2and get3thee into darkness,4O daughter5of the Chaldeans:6for thou shalt no more9be called,10The lady12of kingdoms.
1שְׁבִ֥יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2דוּמָ֛םH1748stille, stilzwijgende, zwijgendendumb, silent, quietly wait3וּבֹ֥אִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4בַחֹ֖שֶׁךְH2822duisternis, duister, Duisternisdark(-ness), night, obscurity5בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6כַּשְׂדִּ֑יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תוֹסִ֨יפִי֙H3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield10יִקְרְאוּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say11לָ֔ךְ12גְּבֶ֖רֶתH1404vrouw, koninginlady, mistress13מַמְלָכֽוֹתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal
6Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Ik was opH5921 Mijn volkH5971 zeer toornigH7107, Ik ontheiligdeH2490 Mijn erveH5159, en Ik gafH5414 hen over in uw handH3027; doch gij beweestH7760 hun geenH3808barmhartighedenH7356, ja, zelfs overH5921 den oudeH2205 maaktet gij uw jukH5923zeerH3966zwaarH3513.Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar.
KJVI was wroth1with my people,3I have polluted4mine inheritance,5and given6them into thine hand:7thou didst shew9them no mercy;11upon the ancient13hast thou very16heavily14laid thy yoke.
1קָצַ֣פְתִּיH7107toornig, verbolgen, vertoornd(be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3עַמִּ֗יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4חִלַּ֨לְתִּי֙H2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound5נַחֲלָתִ֔יH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)6וָאֶתְּנֵ֖םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7בְּיָדֵ֑ךְH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9שַׂ֤מְתְּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work10לָהֶם֙11רַחֲמִ֔יםH7356barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoederbowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13זָקֵ֕ןH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator14הִכְבַּ֥דְתְּH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop15עֻלֵּ֖ךְH5923juk, juks, maaktet jukyoke16מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
7En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En gij zeidetH559: Ik zal koninginH1404zijnH1961 in eeuwigheidH5769; totH5704 nog toe hebt gij dezeH428 dingen nietH3808 in uw hartH3820genomenH7760, gij hebt aan het eindeH319 daarvan nietH3808gedachtH2142.En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht.
KJVAnd thou saidst,1I shall be a lady4for ever:2so that thou didst not lay7these things to thy heart,10neither didst remember12the latter end
1וַתֹּ֣אמְרִ֔יH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לְעוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)3אֶהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4גְבָ֑רֶתH1404vrouw, koninginlady, mistress5עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7שַׂ֥מְתְּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work8אֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10לִבֵּ֔ךְH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12זָכַ֖רְתְּH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well13אַחֲרִיתָֽהּH319laatste, einde, nakomelingen(last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward
8Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Nu dan, hoorH8085ditH2063, gij weelderigeH5719! die zo zekerH983woontH3427, die in haar hartH3824zegtH559: IkH589 ben het, en niemandH657meerH5750 dan ik: ik zal geenH3808weduweH490zittenH3427, nochH3808 de berovingH7908 van kinderen kennenH3045.Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen.
KJVTherefore hear2now this, thou that art given to pleasures,4that dwellest5carelessly,6that sayest7in thine heart,8I am, and none else10beside me; I shall not sit13as a widow,14neither shall I know16the loss of children:
1וְעַתָּ֞הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שִׁמְעִיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3זֹ֤אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus4עֲדִינָה֙H5719weelderigegiven to pleasures5הַיּוֹשֶׁ֣בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6לָבֶ֔טַחH983zeker, zekerheid, ekerassurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely7הָאֹֽמְרָה֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8בִּלְבָ֔בָהּH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding9אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10וְאַפְסִ֣יH657einden, niets, niemandankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause)11ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)12לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13אֵשֵׁב֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14אַלְמָנָ֔הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow15וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16אֵדַ֖עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot17שְׁכֽוֹלH7908beroving kinderen, berovingloss of children, spoiling
9Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Doch dezeH428beideH8147 dingen zullen u in een ogenblikH7281overkomenH935, op een dagH3117, de berovingH7908 van kinderen en weduwschapH489; volkomenlijkH8537 zullen zij u overkomenH935, vanwegeH5921 de veelheidH7230 uwer toverijenH3785, vanwege de menigteH3966 uwer bezweringenH2267.Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen.
KJVBut these two3things shall come1to thee in a moment5in one7day,6the loss of children,8and widowhood:9they shall come11upon thee in their perfection10for the multitude13of thy sorceries,14and for the great17abundance15of thine enchantments.
1וְתָבֹאנָה֩H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2לָּ֨ךְ3שְׁתֵּיH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4אֵ֥לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5רֶ֛גַעH7281ogenblikinstant, moment, space, suddenly6בְּי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8שְׁכ֣וֹלH7908beroving kinderen, berovingloss of children, spoiling9וְאַלְמֹ֑ןH489weduwschapwidowhood10כְּתֻמָּם֙H8537oprechtheid, oprechtigheid, eenvoudigheidfull, integrity, perfect(-ion), simplicity, upright(-ly, -ness), at a venture. See H8550 (תֻּמִּים)11בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12עָלַ֔יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13בְּרֹ֣בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)14כְּשָׁפַ֔יִךְH3785toverijensorcery, witchcraft15בְּעָצְמַ֥תH6109macht, sterkteabundance, strength16חֲבָרַ֖יִךְH2267bezweringen, gezelschap, bezwering[phrase] charmer(-ing), company, enchantment, [idiom] wide17מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
10Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Want gij hebt op uw boosheidH7451vertrouwdH982; gij hebt gezegdH559: NiemandH657zietH7200 mij; uw wijsheidH2451 en uw wetenschapH1847 heeft u afkerigH7725 gemaakt; en gij hebt in uw hartH3820gezegdH559: Ik ben hetH1931, en niemandH369meerH5750 dan ik.Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.
11Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult den dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal snellijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Daarom zal er overH5921 u een kwaadH7451komenH935, gij zult den dageraadH7837 daarvan niet wetenH3045; en een verderfH1943 zal er opH5921 u vallenH5307, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenenH3722; want er zal snellijkH6597 een onstuimige verwoestingH7722overH5921 u komenH935, dat gij het niet wetenH3045 zult.Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult den dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal snellijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult.
KJVTherefore shall evil3come1upon thee; thou shalt not know5from whence it riseth:6and mischief9shall fall7upon thee; thou shalt not be able11to put it off:12and desolation16shall come13upon thee suddenly,15which thou shalt not know.
1וּבָ֧אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2עָלַ֣יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3רָעָ֗הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)4לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תֵדְעִי֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot6שַׁחְרָ֔הּH7837dageraad, dageraads, hasschacharday(-spring), early, light, morning, whence riseth7וְתִפֹּ֤לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down8עָלַ֨יִךְ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הֹוָ֔הH1943Ellende, ellende, verderfmischief10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תוּכְלִ֖יH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer12כַּפְּרָ֑הּH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)13וְתָבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14עָלַ֧יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15פִּתְאֹ֛םH6597haastelijk, snellijk, haastigstraightway, sudden(-ly)16שׁוֹאָ֖הH7722verwoesting, onstuimige verwoesting, woestedesolate(-ion), destroy, destruction, storm, wasteness17לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18תֵדָֽעִיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
12Sta nu met uw bezweringen, en met de veelheid uwer toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uw jeugd af; of gij misschien voordeel kondet doen, of gij misschien u kondet sterken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12StaH5975 nu met uw bezweringenH2267, en met de veelheidH7230 uwer toverijenH3785, waarin gij gearbeidH3021 hebt van uw jeugdH5271 af; of gij misschien voordeelH3276kondetH3201 doen, of gij misschien u kondet sterkenH6206.Sta nu met uw bezweringen, en met de veelheid uwer toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uw jeugd af; of gij misschien voordeel kondet doen, of gij misschien u kondet sterken.
KJVStand1now with thine enchantments,3and with the multitude4of thy sorceries,5wherein6thou hast laboured7from thy youth;8if so be thou shalt be able10to profit,11if so be thou mayest prevail.
1עִמְדִיH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2נָ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh3בַחֲבָרַ֨יִךְ֙H2267bezweringen, gezelschap, bezwering[phrase] charmer(-ing), company, enchantment, [idiom] wide4וּבְרֹ֣בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)5כְּשָׁפַ֔יִךְH3785toverijensorcery, witchcraft6בַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יָגַ֖עַתְּH3021gearbeid, moede, vermoeidfaint, (make to) labour, (be) weary8מִנְּעוּרָ֑יִךְH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth9אוּלַ֛יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless10תּוּכְלִ֥יH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer11הוֹעִ֖ילH3276nut, voordeel, baat[idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able)12אוּלַ֥יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless13תַּעֲרֽוֹצִיH6206verschrikt, Ontzet, Verschriktbe affrighted (afraid, dread, feared, terrified), break, dread, fear, oppress, prevail, shake terribly
13Gij zijt moede geworden in de veelheid uwer raadslagen; laat nu opstaan, die den hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Gij zijt moedeH3811 geworden in de veelheidH7230 uwer raadslagenH6098; laat nu opstaanH5975, die den hemelH8064waarnemenH1895, die in de sterrenH3556kijkenH2374, die naar de nieuwe manenH2320voorzeggenH3045; en laat ze u verlossenH3467 van die dingen, die overH5921 u komenH935 zullen.Gij zijt moede geworden in de veelheid uwer raadslagen; laat nu opstaan, die den hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen.
KJVThou art wearied1in the multitude2of thy counsels.3Let now the astrologers,7the stargazers,9the monthly12prognosticators,11stand up,4and save6thee from these things that shall come
1נִלְאֵ֖יתH3811moede, vermoeid, moede maaktfaint, grieve, lothe, (be, make) weary (selves)2בְּרֹ֣בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)3עֲצָתָ֑יִךְH6098raad, raadslag, raadslagenadvice, advisement, counsel(l-(or)), purpose4יַעַמְדוּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5נָ֨אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh6וְיוֹשִׁיעֻ֜ךְH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory7הֹבְרֵ֣יH1895waarnemen[phrase] (astro-) loger8שָׁמַ֗יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)9הַֽחֹזִים֙H2374ziener, zieners, zienagreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer10בַּכּ֣וֹכָבִ֔יםH3556sterren, sterstar(-gazer)11מֽוֹדִיעִם֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12לֶחֳדָשִׁ֔יםH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon13מֵאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14יָבֹ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15עָלָֽיִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
14Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14ZietH2009, zij zullen zijn als stoppelenH7179, het vuur zal ze verbrandenH8313, zij zullen zichzelven niet kunnen rukkenH5337 uit de machtH3027 der vlamH3852; het zal geen koolH1513 zijn om bij te warmenH2552, geen vuur om daarvoor neder te zitten.Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.
Ook in dit vers
vuurH217
vuurH784
neder zittenH3427
KJVBehold, they shall be as stubble;3the fire4shall burn5them; they shall not deliver7themselves9from the power10of the flame:11there shall not be a coal13to warm14at, nor fire15to sit
1הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see2הָי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3כְקַשׁ֙H7179stoppel, stoppelenstubble4אֵ֣שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot5שְׂרָפָ֔תַםH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly6לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יַצִּ֥ילוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9נַפְשָׁ֖םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it10מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11לֶֽהָבָ֑הH3852vlam, vlammend, vlammigflame(-ming), head (of a spear)12אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)13גַּחֶ֣לֶתH1513kolen, kool, Vurige kolen(burning) coal14לַחְמָ֔םH2552warm, heet, warmtenflame self, get (have) heat, be (wax) hot, (be, wax) warm (self, at)15א֖וּרH217vuur, valleien, vlamfire, light. See also H224 (אוּרִים)16לָשֶׁ֥בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17נֶגְדּֽוֹH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view
15Alzo zullen zij u zijn, met dewelke gij gearbeid hebt, uw handelaars van uw jeugd aan, elk zal zijns weegs dwalen, niemand zal u verlossen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15AlzoH3651 zullen zij u zijn, met dewelkeH834 gij gearbeidH3021 hebt, uw handelaarsH5503 van uw jeugdH5271 aan, elkH376 zal zijns weegsH5676dwalenH8582, niemand zal u verlossenH3467.Alzo zullen zij u zijn, met dewelke gij gearbeid hebt, uw handelaars van uw jeugd aan, elk zal zijns weegs dwalen, niemand zal u verlossen.
KJVThus shall they be unto thee with whom thou hast laboured,5even thy merchants,6from thy youth:7they shall wander10every one8to his quarter;9none shall save
1כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הָיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3לָ֖ךְ4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יָגָ֑עַתְּH3021gearbeid, moede, vermoeidfaint, (make to) labour, (be) weary6סֹחֲרַ֣יִךְH5503kooplieden, koophandel, handelaarsgo about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick7מִנְּעוּרַ֗יִךְH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth8אִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9לְעֶבְרוֹ֙H5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight10תָּע֔וּH8582dwalen, dolen, verleid(cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way11אֵ֖יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)12מוֹשִׁיעֵֽךְH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 47:1— Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige.Psalmen 137:8→Zacharia 2:7→Jeremia 51:33→Jeremia 46:11→Jesaja 3:26→Jeremia 50:42→Jeremia 48:18→Jesaja 37:22→
Jesaja 47:2— Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren.Mattheüs 24:41→Exodus 11:5→Richteren 16:21→Job 31:10→Jesaja 20:4→Jeremia 13:22→Klaagliederen 5:13→Jesaja 32:11→
Jesaja 47:3— Uw schaamte zal ontdekt worden, ook zal uw schande gezien worden; Ik zal wraak nemen, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens.Nahum 3:5→Jeremia 51:11→Jesaja 63:4→Openbaring 18:5→Jeremia 51:20→Ezechiël 16:37→Jeremia 50:27→Jeremia 13:26→
Jesaja 47:4— Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israels.Jesaja 43:14→Jesaja 41:14→Jesaja 43:3→Jeremia 31:11→Jesaja 49:26→Jesaja 54:5→Jesaja 44:6→Jeremia 50:33→
Jesaja 47:5— Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken.Jesaja 47:7→Judas 1:13→Psalmen 46:10→Openbaring 18:7→Jesaja 47:1→Openbaring 18:16→Jeremia 25:10→Habakuk 2:20→
Jesaja 47:6— Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar.Zacharia 1:15→2 Kronieken 28:9→Jesaja 14:17→Obadja 1:10→Obadja 1:16→Deuteronomium 28:50→Psalmen 69:26→Ezechiël 24:21→
Jesaja 47:7— En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht.Jesaja 47:5→Deuteronomium 32:29→Jeremia 5:31→Daniël 4:29→Ezechiël 7:3→Ezechiël 28:2→Ezechiël 29:3→Jesaja 42:25→
Jesaja 47:8— Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen.Sefanja 2:15→Jesaja 32:9→Jesaja 47:10→Jeremia 50:11→Jesaja 45:6→Psalmen 10:5→Richteren 18:7→Daniël 4:22→
Jesaja 47:9— Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen.Nahum 3:4→1 Thessalonicenzen 5:3→Psalmen 73:19→Openbaring 18:8→Jesaja 47:12→Daniël 2:2→Jeremia 51:29→Jesaja 51:18→
Jesaja 47:10— Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.Jesaja 29:15→Psalmen 52:7→Jesaja 5:21→Ezechiël 9:9→Ezechiël 8:12→Jesaja 59:4→Prediker 8:8→Job 22:13→
Jesaja 47:11— Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult den dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal snellijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult.1 Thessalonicenzen 5:3→Nehemia 4:11→Jesaja 37:36→Lukas 12:59→Psalmen 50:22→Mattheüs 18:34→Daniël 5:25→Exodus 12:29→
Jesaja 47:12— Sta nu met uw bezweringen, en met de veelheid uwer toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uw jeugd af; of gij misschien voordeel kondet doen, of gij misschien u kondet sterken.Daniël 5:7→Nahum 3:4→Jesaja 47:9→Jeremia 2:28→Exodus 8:18→Exodus 8:7→Exodus 7:11→Jesaja 8:19→
Jesaja 47:13— Gij zijt moede geworden in de veelheid uwer raadslagen; laat nu opstaan, die den hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen.Jesaja 44:25→Jesaja 57:10→Jeremia 51:58→Daniël 5:30→Daniël 5:7→Daniël 2:2→Ezechiël 24:12→Daniël 5:15→
Jesaja 47:14— Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.Maleachi 4:1→Nahum 1:10→Jesaja 41:2→Mattheüs 10:28→Jesaja 10:17→Joël 2:5→Jesaja 5:24→Obadja 1:18→
Jesaja 47:15— Alzo zullen zij u zijn, met dewelke gij gearbeid hebt, uw handelaars van uw jeugd aan, elk zal zijns weegs dwalen, niemand zal u verlossen.Ezechiël 27:12→Openbaring 18:11→Jesaja 56:11→Jeremia 51:6→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 47 vers 1— Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige.
af,
Te weten van uw koninklijken stoel; alsof hij zeide: uw koninklijke staat, uwe pracht, uwe heerlijkheid, zal u nu haast benomen worden.
Hertaald:af,
Namelijk: van uw koninklijke troon. Alsof hij zei: uw koninklijke staat, uw praal, uw heerlijkheid zal u nu spoedig ontnomen worden.
zit in het stof,
Of, zet u in het stof, gelijk die te doen plegen, die treuren vanwege enig groot leed, dat hun is overkomen. Zie Job 2:8 , Job 2:13 .
Hertaald:zit in het stof,
Of: zet u in het stof, zoals zij plegen te doen die treuren vanwege een groot leed dat hun overkomen is. Zie Job 2:8 en Job 2:13.
gij jonkvrouw,
Aldus noemt de profeet het koninkrijk der Babyloniërs, dat toen ten hoogste bloeide, en dewijl het tot dezen tijd toe nog van gene vijanden was overheerd geweest, daar het zeer hovaardig op was, zijnde een voorbeeld van het Babel des Nieuwen Testaments of het rijk van den Antichrist.
Hertaald:gij jonkvrouw,
Zo noemt de profeet het koninkrijk van de Babyloniërs, dat toen op zijn hoogtepunt bloeide en tot dan toe nog door geen enkele vijand overheerst was — iets waarop het zeer hoogmoedig was. Het is een voorafbeelding van het Babel van het Nieuwe Testament, of van het rijk van de antichrist.
dochter van Babel
Dat is, gij volk van Babel; zie 2 Kon. 19:21 .
Hertaald:dochter van Babel
Dat is: u, volk van Babel; zie 2 Kon. 19:21.
er is geen troon
Of, waar geen stoel is, te weten geen koninklijke stoel of troon.
Hertaald:er is geen troon
Of: waar geen zetel is, namelijk geen koninklijke zetel of troon.
gij dochter der Chaldeën
Dat is, Babylon, dat van de Chaldeën bewoond wordt.
Hertaald:gij dochter der Chaldeën
Dat is: Babylon, dat door de Chaldeeën bewoond wordt.
gij zult niet meer genoemd worden
De zin is, uw wellust, dartelheid, overdaad, zal haast een einde nemen en in een ellendigen bedroefden staat veranderen. Hebreeuws, gij zult niet toedoen, dat zij u zullen noemen.
Hertaald:gij zult niet meer genoemd worden
De betekenis is: uw weelde, uw dartelheid en uw overdaad zullen spoedig een einde nemen en veranderen in een ellendige, bedroefde staat. Hebreeuws: u zult niet toedoen dat zij u zo noemen.
Jesaja 47 vers 2— Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren.
Neem de molen,
Dat is, sla de hand aan den handmolen. Met deze woorden dreigt en voorzegt de Heere den Babyloniërs dat zij der Perzen lijfeigen knechten en maagden worden zouden, moetende den zwaren arbeid doen van het malen van het koren met handmolens. Zie Ex. 11:5 ; Richt. 16:21 .
Hertaald:Neem de molen,
Dat is: sla de hand aan de handmolen. Met deze woorden dreigt en voorzegt de HEERE de Babyloniërs dat zij lijfeigen knechten en slavinnen van de Perzen zouden worden en de zware arbeid van het malen van koren met handmolens zouden moeten doen. Zie Ex. 11:5 en Richt. 16:21.
ontdek uw vlechten,
Te weten gelijk de vrouwen plachten te doen, die tot een teken van droefenis het haar van het hoofd lostrokken en lieten hangen tot over het aangezicht. Of, ontbloot uw haar; te weten gelijk de slavinnen.
Hertaald:ontdek uw vlechten,
Namelijk: zoals de vrouwen plachten te doen, die als teken van droefheid het haar van hun hoofd lostrokken en het tot over hun gezicht lieten hangen. Of: ontbloot uw haar, namelijk zoals de slavinnen.
de enkelen,
Of, de koten; de slaven, knechten en maagden plachten barrevoets te gaan.
Hertaald:de enkelen,
Of: de enkels. De slaven, knechten en slavinnen plachten barrevoets te gaan.
ontdek de schenkelen,
Dat is, schort u hoog op.
Hertaald:ontdek de schenkelen,
Dat is: schort uw kleed hoog op.
ga door de rivieren
Te weten de rivieren van Perzië; een dreigement dat zij gevankelijk zouden weggevoerd worden.
Hertaald:ga door de rivieren
Namelijk: de rivieren van Perzië; een dreiging dat zij in gevangenschap weggevoerd zouden worden.
Jesaja 47 vers 3— Uw schaamte zal ontdekt worden, ook zal uw schande gezien worden; Ik zal wraak nemen, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens.
schaamte
Hebreeuws, naaktheid.
Hertaald:schaamte
Hebreeuws: naaktheid.
Ik zal wraak nemen,
Dat is, Ik de Heere zal aan u, gij dochter van Babel, wraak doen, omdat gij zo onbarmhartig over mijn volk geweest zijt, vs.6.
Hertaald:Ik zal wraak nemen,
Dat is: Ik, de HEERE, zal Mij op u wreken, o dochter van Babel, omdat u zo onbarmhartig tegenover Mijn volk geweest bent, vers 6.
als een mens
Maar als God. De zin is: Ik zal mijne sterkte aan u bewijzen, alzo dat gij te gronde zult moeten gaan. Of, Ik zal u aantasten, niet als een mens, maar als een leeuw of beer, of een ander wreed verscheurend dier, alzo dat men uit de grootheid of zwarigheid der straffen, die Ik over u brengen zal, wel lichtelijk zal kunnen afnemen dat het meer dan een menselijke kracht is, die u tenonder brengt.
Hertaald:als een mens
Maar wel als God. De betekenis is: Ik zal Mijn sterkte aan u tonen, zodat u te gronde zult moeten gaan. Of: Ik zal u aanvallen, niet als een mens maar als een leeuw of beer of een ander wreed, verscheurend dier, zodat men uit de omvang en de zwaarte van de straffen die Ik over u breng gemakkelijk zal kunnen opmaken dat het meer dan menselijke kracht is die u ten onder brengt.
Jesaja 47 vers 4— Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israels.
Onzes Verlossers Naam
Hebreeuws, onze Verlosser, Heere der heirscharen is zijn naam, enz.
Hertaald:Onzes Verlossers Naam
Hebreeuws: onze Verlosser, HEERE der heirscharen is Zijn Naam, enzovoort.
Jesaja 47 vers 5— Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken.
Zit stilzwijgende,
Verberg u gelijk de wanhopige mensen doen, die nergens hulp en troost van verwachten. Of, wees in de vergetelheid gesteld, als iets dat van gene waarde is.
Hertaald:Zit stilzwijgende,
Verberg u zoals wanhopige mensen doen, die nergens hulp en troost van verwachten. Of: word aan de vergetelheid prijsgegeven, als iets wat geen waarde heeft.
gij zult niet meer
Dit is vervuld geworden als Cyrus de Babylonische monarchie op de Perzen gebracht heeft.
Hertaald:gij zult niet meer
Dit is vervuld toen Cyrus de Babylonische wereldmacht op de Perzen deed overgaan.
Hertaald:koningin
Of: vrouwe, regentes, souvereine, prinses, opperste gebiedster. Zie de aantekening bij Jer. 13:18.
Jesaja 47 vers 6— Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar.
Ik ontheiligde
Ik liet ze verstoren en verwoesten, dezelve niet anders achtende dan een onheilige, ontreinigde of ontwijde zaak, deszelve aan de onheilige natiën overgevende.
Hertaald:Ik ontheiligde
Ik liet hen verstoren en verwoesten en beschouwde hen niet anders dan als een onheilige, verontreinigde of ontwijde zaak, terwijl Ik hen aan de onheilige volken overgaf.
Mijn erve,
Dat is, mijn volk Israël.
Hertaald:Mijn erve,
Dat is: Mijn volk Israël.
over den oude
De oude personen plachten wel somtijds van hunne vijanden zelfs verschoond te worden; maar deze barmhartigheid is bij de Babyloniërs niet te vinden geweest.
Hertaald:over den oude
Oude mensen werden soms zelfs door hun vijanden gespaard, maar bij de Babyloniërs was die barmhartigheid niet te vinden.
maaktet gij
Dat is, gij hebt hen zeer bezwaard en benauwd en wredelijk behandeld.
Hertaald:maaktet gij
Dat is: u hebt hen zwaar belast en benauwd en wreed behandeld.
Jesaja 47 vers 7— En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht.
gij zeidet
Te weten in uw hart, dat is, gij dacht, gelijk vs.10.
Hertaald:gij zeidet
Namelijk: in uw hart, dat is: u dacht, zoals in vers 10.
koningin zijn
Zie vs.5.
Hertaald:koningin zijn
Zie vers 5.
gij hebt
Te weten, wat het einde wezen zou, nadat Ik mijn volk zou gekastijd hebben in mijn rechtvaardig oordeel. Hebreeuws, aan het laatste.
Hertaald:gij hebt
Namelijk: wat het einde zou zijn nadat Ik Mijn volk in Mijn rechtvaardig oordeel gekastijd zou hebben. Hebreeuws: aan het laatste.
Jesaja 47 vers 8— Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen.
die zo zeker
Zie de aantekening Spr. 1:33 .
Hertaald:die zo zeker
Zie de aantekening bij Spr. 1:33.
Ik ben het,
Of, Ik ben het, en is er behalve mij enige meer? of Ik ben het; ja, nog Ik alleenlijk.
Hertaald:Ik ben het,
Of: Ik ben het, en is er behalve mij nog iemand? Of: Ik ben het, ja, nog altijd ik alleen.
ik zal geen weduwe
Dat is, ik zal van den koning, die als mijn man is, en van mijne burgers of onderzaten, die als mijne kinderen zijn, niet beroofd worden. De zin is: Ik zal altoos in de koninklijke waardigheid blijven, zij zal nimmermeer van mij genomen worden.
Hertaald:ik zal geen weduwe
Dat is: ik zal niet beroofd worden van de koning, die als mijn man is, en niet van mijn burgers of onderdanen, die als mijn kinderen zijn. De betekenis is: ik zal altijd in de koninklijke waardigheid blijven, die zal mij nooit ontnomen worden.
kennen
Of, weten; dat is, ondervinden.
Hertaald:kennen
Of: weten — dat is: ondervinden.
Jesaja 47 vers 9— Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen.
volkomenlijk
Hebreeuws, in, of naar hunne volmaaktheid.
Hertaald:volkomenlijk
Hebreeuws: in, of naar hun volmaaktheid.
vanwege de menigte
Of, om der grotere menigte wil van uwe bezweringen.
Hertaald:vanwege de menigte
Of: vanwege de zeer grote menigte van uw bezweringen.
Jesaja 47 vers 10— Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.
uw wijsheid
Dat is, uw toverij en sterrekunst, op welke zich de Chaldeën zeer verlieten, alsof het de grootste wijsheid ware geweest. Zie Dan. 2:2 , en Dan. 5:7 .
Hertaald:uw wijsheid
Dat is: uw toverij en sterrenkunde, waarop de Chaldeeën zich zeer verlieten alsof het de grootste wijsheid was. Zie Dan. 2:2 en Dan. 5:7.
afkerig gemaakt;
Te weten van den rechten weg, of van wat goeds te doen.
Hertaald:afkerig gemaakt;
Namelijk: van de rechte weg, of van het doen van enig goed.
Jesaja 47 vers 11— Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult den dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal snellijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult.
den dageraad
Dat is, zijn oorsprong, aanvang, begin. Aldus bespot hij de Babyloniërs, die op des hemels loop, [dat is, op den opgang en ondergang der sterren] acht gaven, om iets daaruit te voorzeggen.
Hertaald:den dageraad
Dat is: zijn oorsprong, aanvang, begin. Zo bespot hij de Babyloniërs, die op de loop van de hemel letten — dat is: op de opgang en ondergang van de sterren — om daaruit iets te voorzeggen.
hetwelk
Dat is, waaruit gij uzelven niet zult weten te ontwikkelen, noch uit te redden, of gij zult het niet kunnen verzachten.
Hertaald:hetwelk
Dat is: waaruit u zich niet zult weten los te maken of te redden; of: u zult het niet kunnen verzachten.
Jesaja 47 vers 12— Sta nu met uw bezweringen, en met de veelheid uwer toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uw jeugd af; of gij misschien voordeel kondet doen, of gij misschien u kondet sterken.
waarin gij
Anders, waarmede, of met welke gij u bemoeid hebt van, enz.
Hertaald:waarin gij
Anders: waarmee, of: waarmee u zich bezig hebt gehouden van, enzovoort.
of gij misschien
Dit is spottenderwijze gesproken, om de ijdele hoop der Babyloniërs te openbaren.
Hertaald:of gij misschien
Dit is spottend gezegd, om de ijdele hoop van de Babyloniërs aan het licht te brengen.
Jesaja 47 vers 13— Gij zijt moede geworden in de veelheid uwer raadslagen; laat nu opstaan, die den hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen.
die den hemel
De mensen wijsmakende dat zij uit het aanschouwen der sterren toekomende dingen konden voorzeggen.
Hertaald:die den hemel
Die de mensen wijsmaken dat zij uit het aanschouwen van de sterren toekomende dingen kunnen voorzeggen.
die naar de nieuwe
Of, die maandelijks, of naar de maanden voorspellen. Hebreeuws, te kennen geven.
Hertaald:die naar de nieuwe
Of: die maandelijks, of per maand, voorspellen. Hebreeuws: te kennen geven.
Jesaja 47 vers 14— Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.
zij zullen zijn
Hebreeuws, zij zijn geweest; betekenende de zekerheid dezer profetie.
Hertaald:zij zullen zijn
Hebreeuws: zij zijn geweest, wat de zekerheid van deze profetie aanduidt.
zichzelven
Hebreeuws, hunne ziel; gelijk Jes. 46:2 . En kunnen zij zichzelven niet verlossen, veel minder zullen zij anderen kunnen verlossen uit de ellenden, die Babylon zullen overkomen.
Hertaald:zichzelven
Hebreeuws: hun ziel, zoals in Jes. 46:2. En als zij zichzelf niet kunnen verlossen, zullen zij nog veel minder anderen kunnen verlossen uit de ellende die Babylon zal overkomen.
uit de macht
Hebreeuws, uit de hand.
Hertaald:uit de macht
Hebreeuws: uit de hand.
der vlam;
Dat is, van den vijandelijken aanval en inval hunner vijanden, der Perzen en Meden.
Hertaald:der vlam;
Dat is: van de vijandelijke aanval en inval van hun vijanden, de Perzen en Meden.
het zal geen
De zin is, dat de vlam, in het voorgaande vermeld, hen gewisselijk verteren zal, zijnde geen vuur om bij te warmen, maar om te verteren en te verslinden. Of, als anderen: Gelijk de stoppelen geen bestendigen gloed noch warmte geven, alzo is er bij de toverij en bij de sterrenkijkerij gene hulp te vinden. Anders: het zal geen kool zijn hunner spijze, dat is, om daarbij te koken.
Hertaald:het zal geen
De betekenis is dat de zojuist genoemde vlam hen zeker zal verteren: het is geen vuur om je bij te warmen, maar om te verteren en te verslinden. Anderen lezen het zo: zoals stoppels geen blijvende gloed of warmte geven, zo is er bij de toverij en de sterrenwichelarij geen hulp te vinden. Anders: het zal geen kool van hun spijs zijn — dat is: om erbij te koken.
Jesaja 47 vers 15— Alzo zullen zij u zijn, met dewelke gij gearbeid hebt, uw handelaars van uw jeugd aan, elk zal zijns weegs dwalen, niemand zal u verlossen.
met dewelke
Dat is, met welke gij zolang grote moeite gedaan hebt, hun vragende van toekomende dingen, dat gij daar eindelijk moede van geworden zijt. Hij bedoelt de sterrenkijkers.
Hertaald:met dewelke
Dat is: met wie u zo lang veel moeite gedaan hebt door hen naar toekomende dingen te vragen, zodat u er ten slotte moe van geworden bent. Hij bedoelt de sterrenwichelaars.
uw handelaars
Met welken gij dagelijks hebt omgegaan. Verstaande de astrologen.
Hertaald:uw handelaars
Met wie u dagelijks omgegaan bent. Hij bedoelt de astrologen.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zit stilzwijgende, gij dochter der Chaldeen — Babel wordt geoordeeld, en de reden ligt niet alleen in haar hoogmoed maar in haar hardheid (Jes. 47:1-15)
"Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel!" (Jes. 47:1). Zij mag niet langer koningin over de koninkrijken heten en moet zwijgend in het donker gaan zitten (Jes. 47:5). Dan volgt de reden, en die is opmerkelijk: "Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar" (Jes. 47:6). Daarbij komt haar zekerheid: "Ik zal koningin zijn in eeuwigheid", en: "Ik ben het, en niemand meer dan ik" (Jes. 47:7-8). Waarop zij bouwde wordt ook genoemd: haar toverijen en bezweringen, en de mannen die de sterren waarnemen (Jes. 47:9,13). Van hen wordt gezegd dat zij zichzelf niet uit de vlam kunnen rukken (Jes. 47:14).
Bijbelse betekenis: Merk op wat Babel wordt aangerekend. Zij was werktuig in Gods hand en werd dat ook gezegd; wat haar wordt aangerekend, is dat zij daarbij geen barmhartigheid kende en de oude man niet ontzag. Dat is dezelfde lijn als bij Assur (reeds behandeld bij Jes. 10:7): een werktuig is niet onschuldig, want het handelt uit zijn eigen hart. Let vervolgens op haar woorden in Jes. 47:8. Wat zij zegt is "Ik ben het, en niemand meer dan ik", en dat lijkt sterk op wat God in dit boek van Zichzelf zegt: "Ik ben God, en niemand meer" (Jes. 45:22). Wie zo spreekt, neemt de plaats in die niet van hem is. Let ten slotte op waar zij haar zekerheid zocht. De toverij en de sterrenwichelarij worden genoemd zoals de Schrift ze noemt, zonder uitweiding, en het oordeel erover was allang gegeven (reeds behandeld bij Deut. 18:10-11). Wat zij vraagt is niet: is het waar, maar: kan het mij redden. Het antwoord is dat het zichzelf niet redden kan.
Typologie: De val van deze stad keert terug als beeld aan het einde van de Schrift, waar Babylon in haar hart zegt dat zij als koningin zit en geen weduwe zal zijn (Op. 18:7). Dat de gelovigen daaruit moeten gaan, is in dit register al behandeld (reeds behandeld bij Op. 18:4).
Jesaja 47:14.KruisverwijzingenMaleachi 4:1→Nahum 1:10→Jesaja 41:2→Mattheüs 10:28→Jesaja 10:17→Joël 2:5→Jesaja 5:24→Obadja 1:18→ — Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten. “Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.” Dit vers is een deel van een verschrikkelijke beschrijving van Gods gericht over Babel. De profeet had de aanklacht van de HEERE tegen dat tirannieke volk helder opgeschreven, en nadat hij hun schuld bewezen had, sprak hij hun vonnis uit.
Hij beschuldigde hen ervan geen barmhartigheid bewezen te hebben aan het volk van de HEERE, dat Hij vanwege Zijn gericht over hen in hun handen gegeven had. Hij legde hun hoogmoed en zelfverheffing ten laste. Hij getuigde tegen hun vermetelheid en hun overmoed, want zij gaven zich aan genoegens over en leefden zorgeloos, en verwachtten geen enkele moeilijkheid.
Om deze ongerechtigheden zou de ondergang van Babel plotseling, verschrikkelijk en volkomen zijn. Zij zouden zo geheel verdelgd worden dat er geen enkele troostrijke herinnering aan hun staat zou overblijven. Er zou een vuur zijn om hen te verteren, maar geen om zich bij te warmen. De brand zou niet zijn zoals wanneer hout in de vlam knettert, waarbij gloeiende as of een verkoolde tronk overblijft; maar zij zouden als stoppelen zijn, geheel verteerd, zonder spoor en zonder gedachtenis.
Wij hebben een groot bewijs van de waarachtigheid en de goddelijkheid van de Schrift in zulke profetieën die vervuld zijn. In de goede voorzienigheid van God zijn er uit puinhopen en uit bergen vergaan materiaal platen en stenen opgegraven, die in hun beeldhouwwerk en hun opschriften de meest verbazende bewijzen dragen van wat de HEERE door Zijn profeten gesproken heeft.
Het is een onbetwistbare waarheid dat Gods gerechtigheid niet partijdig is, en dat de beschrijving van het verderf dat Hij aan één soort zondaars toewijst een volkomen billijk beeld is van wat Hij met andere zal doen. Want God heeft twee of drie wijzen om in Zijn gerechtigheid met mensen te handelen. Hij oordeelt door Zijn gerechtigheid, en Hij wijst de wraak toe aan onboetvaardige mensen naar een vaste en onveranderlijke regel. Voor ons vandaag is de ondergang van Babel een beeld van het verderf dat zeker komen zal over onboetvaardige zondaars. Dat gebeurt in die dag waarin de Heere Jezus uit de hemel wederkomt om Zijn vijanden te richten en Zich van Zijn tegenstanders te ontdoen.
VIII. Vs. 1-15.KruisverwijzingenPsalmen 137:8→Zacharia 2:7→Jeremia 51:33→Zacharia 1:15→Sefanja 2:15→Jeremia 46:11→Jesaja 3:26→Jeremia 50:42→ — Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige. Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren. Uw schaamte zal ontdekt worden, ook zal uw schande gezien worden; Ik zal wraak nemen, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens. Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israels. Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken. Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar. En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht. Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen. Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen. Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik. Na de afgoden van Babel komt nu de beurt ter aankondiging van het gericht aan Babel zelf. Zij, deze trotse meesteres, wordt ene dienende maagd, ontbloot en geschandvlekt om hare onbarmhartigheid jegens Israël en hare zelfvergoding! alle hare sterrenwichelarijen en tovenarijen zullen tegen hetgeen over haar besloten is, niets uitrichten. In haastige vlucht stuift alles bij den brand, die de stad aangrijpt, uiteen, terwijl Babel onder zijne kooplieden, welke het tot hiertoe zo vele in dit land van koophandel had (Ezechiël. 17:4), genen helper vindt.
KruisverwijzingenPsalmen 137:8→Zacharia 2:7→Jeremia 51:33→Jeremia 46:11→Jesaja 3:26→Jeremia 50:42→Jeremia 48:18→Jesaja 37:22→— Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige.
Daal af, zo luidt des Heren vonnis over de stad Babel zelf, daal af van den hogen en prachtigen troon, waarop gij nu als heerseres over de volken zit, en a) zit in het stof, gij jonkvrouw, gij, die door niemand tot heden bedwongen kon worden (Hoofdstuk 28:12), dochter van Babel! zit op de aarde in het stof, dat is de plaats, die u toekomt; er is geen troon meer voor u, gij dochter der Chaldeeën, gij trotse, door de Chaldeeën gestichte sterkte, waarop deze zich zozeer verhieven (Hoofdstuk 13:19), gij zijt tot ene dienares vernederd; want gij zult niet meer genoemd worden, gelijk tot hiertoe, wanneer men met benijdende verwondering het leven beschouwde, dat uwe inwoners konden leiden, de tedere, noch de wellustige, die boven elke plaag van het gewone leven hoog verheven in het volle genot van alle aardse heerlijkheid kan zwelgen (Deut. 28:56).
Jes. 26:5.
KruisverwijzingenMattheüs 24:41→Exodus 11:5→Richteren 16:21→Job 31:10→Jesaja 20:4→Jeremia 13:22→Klaagliederen 5:13→Jesaja 32:11→— Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren.
Neem, voortaan de vroegere vrijheid van alle inspanning nu tegen des te zwaarderen dienst ruilende, den molen (Exod. 16:24), en maal meel voor degenen, op wie gij vroeger met verachting neerzaagt; ontdek uwe vlechten, want zulk een versiersel past slavinnen niet; ontbloot uwe enkelen door aflegging van het lange sleepkleed, ontdek de schenkelen, door het aandoen van een kort kleed, zo als slavinnen dat dragen, ga door de rivieren 1) over welke uw weg naar de ballingschap leidt.
Alles wat hier gezegd wordt, ziet op de geheel veranderde positie van Babel. Van heerseres wordt zij overheerste, van iemand, die anderen tot slaven maakte, wordt zij zelf een slavin. Weg moet daarom haar tooi, weg haar weelderig leven, weg haar prachtige kleding. Niet op den troon, maar op de aarde is haar plaats, en tot de nederige diensten der slaven en slavinnen zal zij voortaan worden geroepen.
KruisverwijzingenNahum 3:5→Jeremia 51:11→Jesaja 63:4→Openbaring 18:5→Jeremia 51:20→Ezechiël 16:37→Jeremia 50:27→Jeremia 13:26→— Uw schaamte zal ontdekt worden, ook zal uw schande gezien worden; Ik zal wraak nemen, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens.
a) Uwe schaamte zal ontdekt worden, ook zal uwe schande gezien worden tot rechtvaardige vergelding voor de schaamteloze hoererij, die gij vroeger in den dienst uwer godin Mylitta hebt gedreven (2 (Kron. 23:7); Ik, de Heere, die zulk een lot over u beslis, zal wraak nemen aan u over al het kwaad, dat gij tegen Mij hebt gedaan, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens. 1)
Jes. 3:17. Nah. 3:5.
In het Hebr. Welo efga’ adam. Beter: Ik zal niemand verschonen. Want wel betekent het werkwoord: slaan, stoten, maar ook ontmoeten, (Jes. 64:4) tegemoet komen, vriendelijk behandelen. Hier zegt de Heere dus dat Hij niet een mens vriendelijk ontmoeten zal, d.w.z. dat Hij niemand zal verschonen. Strafoefenend, zonder te sparen, zal Hij met Babel handelen. Anderen vertalen: Ik zal op niemand stoten, Ik zal geen mens aantreffen, dewijl niemand gespaard wordt. De uitkomst is echter hetzelfde.
KruisverwijzingenJesaja 43:14→Jesaja 41:14→Jesaja 43:3→Jeremia 31:11→Jesaja 49:26→Jesaja 54:5→Jesaja 44:6→Jeremia 50:33→— Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israels.
Hier roept de gemeente des Heren, wanneer zij het vonnis over Babel hoort, en verstaat, hoe dat om harentwil, tot hare verlossing en verheerlijking wordt uitgesproken, in vrolijk zelfbewustzijn uit: Onzes Verlossers naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israël’s (Hoofdstuk 41:14). Cyrus liet den overwonnenen in Babylon de wapenen ontnemen, gebood hun het land te bebouwen, belastingen te betalen en degenen te dienen, wie een ieder ten lijfeigene gegeven werd.
KruisverwijzingenJesaja 47:7→Judas 1:13→Psalmen 46:10→Openbaring 18:7→Jesaja 47:1→Openbaring 18:16→Jeremia 25:10→Habakuk 2:20→— Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken.
Zit, zo luidt hierop het vonnis over Babel verder: zit stilzwijgende, en ga in de duisternis als ene, die vanwege den smaad en de schande, die over haar komt, zich door niemand meer kan laten zien, gij dochter der Chaldeeën (vs. 1)! want gij zult niet meer, gelijk nog heden, genoemd worden koningin der koninkrijken (Hoofdstuk 13:19).
KruisverwijzingenZacharia 1:15→2 Kronieken 28:9→Jesaja 14:17→Obadja 1:10→Obadja 1:16→Deuteronomium 28:50→Psalmen 69:26→Ezechiël 24:21→— Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar.
Ik was op Mijn volk zeer toornig vanwege hun zonde van afgoderij; Ik ontheiligde 1) Mijne erve, dit volk, dat Ik Mij uit alle volken der aarde verkoren had (1 (Kon. 8:51), zodat Ik het tot zijne straf in de handen der Heidenen wilde overgeven, en Ik gaf hen over in uwe hand, o dochter der Chaldeeën! doch gij bewees hun gene barmhartigheden, dat gij ze slechts in zo verre kastijdde, als Mijn last was; maar gij ging in uwe hardheid en wreedheid Mijnen toorn ver te boven, ja zelfs over den oude, die toch zeker wegens zijne zwakheid had moeten verschoond worden, maakte gij uw juk zeer zwaar. 2)
Ontheiligen heeft hier de betekenis van de heiligheid als volk ontnemen, niet meer als een heilig, als een afgezonderd volk beschouwen en behandelen. De Heere God had Israël als een heilig volk, als een afgezonderd volk in Kanaän op eigen erve gesteld, maar vanwege zijne zonden en afval had de Heere het uit Kanaän naar Babel gebracht, en daarmee had Israël het karakter van een afgezonderd volk verloren, niet voor eeuwig, maar voor een tijd.
Dikwijls straft God hen, die Hij gebruikt als werktuigen tot uitvoering van Zijne wraak aan anderen, en wel om dezelfde dingen, die zij volgens Zijn bestel gedaan hebben, namelijk, omdat ze hunnen last hebben overtreden, en meer beogen de voldoening van hun heerszucht en wreedheid dan de uitvoering van het Goddelijk bevel. Waar God in Hoofdstuk 10:5 den Assyriër heeft genoemd “de roede Zijns toorns” laat Hij vs. 7 volgen: “hoewel hij het zo meent, ” zijn oogmerk niet is Mijn wil te volbrengen, “maar hij zal in zijn harte hebben te verdelgen en uit te roeien niet weinige volkeren; ” hij zal alleen bedoelen de voldoening van zijne heerst- en wraakzucht; zie Zach. 1:15, waar de Heere zegt: “Ik ben met enen zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste Heidenen, want Ik was een weinig toornig (namelijk op Mijn volk), maar zij hebben ten kwade geholpen. ” En om dezelfde redenen hoort men God zeggen: “Ik zal de bloedschulden van Jizreël bezoeken over het huis van Jehu, ” schoon Jehu uitdrukkelijk last had ontvangen tot het uitroeien van het huis van Achab (2 Kon. 9:7). Maar hij was zijnen last te buiten gegaan in het doden van al de groten of ambtenaren van Achabs huis en in het verdelgen van het geslacht van Ahazia (2 Kon. 10:11, 14 11).
KruisverwijzingenJesaja 47:5→Deuteronomium 32:29→Jeremia 5:31→Daniël 4:29→Ezechiël 7:3→Ezechiël 28:2→Ezechiël 29:3→Jesaja 42:25→— En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht.
En gij zei bij uzelven, als gij naar Mijn wil ganselijk niet vraagde: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid, nooit zal ik tot den val komen; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt er niet aan gedacht dat vernedering mogelijk was, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht, niet in de verte vermoed, dat gij ineenstorten zoudt. Zij, zo leren wij uit vs. 6, die gevallenen, die hen, tot wier roede zij bestemd zijn, onbarmhartig behandelen, verwerven zich bij God geen dank, maar wraak. Wat zullen dan die rechters inoogsten, die de werktuigen tot de gruwelijkste martelingen uitdachten voor de door hen veroordeelden, en wat die fanatieken, die door onbarmhartig kwellen der ketters een loon bij God hoopten te verdienen! Deze strafrede wordt gehoord, voordat Babel nog zijne wreedheden aan Israël bedrijft; klinkt zij niet als ene vaderlijke bede Gods voor Zijn volk, dat Hij besloten had in de handen der Chaldeeën over te geven? . Zo zeker meende Babel van haar macht te wezen, dat zij geen ogenblik er aan gedacht heeft, dat aan die macht en tirannie een einde zou kunnen komen. Daarom zou de verovering haar als in één ogenblik, ongedacht en onverwacht overkomen. Dit wordt nader voorspeld in de volgende verzen.
KruisverwijzingenSefanja 2:15→Jesaja 32:9→Jesaja 47:10→Jeremia 50:11→Jesaja 45:6→Psalmen 10:5→Richteren 18:7→Daniël 4:22→— Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen.
Nu dan, hoor dit, gij weelderige (vs. 1)! die zo zeker woont (vs. 7), die in haar goddeloos hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik; ik zal gene weduwe zitten, dat de nu door mij onderworpen volken, met hun oversten, mij niet zouden ontvallen (Openbaring 18:7 vv.), noch de beroving van kinderen kennen, dat oorlog en gevangenschap mij ooit van mijne bevolking geheel zouden kunnen beroven. Deze vorm, waarin Babels vermetelheid zich uitspreekt, klinkt in vergelijking van Jehova’s getuigenissen omtrent Zich zelven (Hoofdstuk 45:5 vv. 18, 22; 46:9) als zelfvergoding; evenzo spreekt Ninevé bij Zefanja (Zef. 2:15), en Martialis (een epigrammendichter, die onder de keizers Domitianus, Nerva en Trajanus leefde) schrijft: terrarum des gentiumque Roma, cui par est nihil et nihil secundum (Rome, de godin der landen en der volken, wie niets gelijk is en bij wie niets kan vergeleken worden).
KruisverwijzingenNahum 3:4→1 Thessalonicenzen 5:3→Psalmen 73:19→Openbaring 18:8→Jesaja 47:12→Daniël 2:2→Jeremia 51:29→Jesaja 51:18→— Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen.
Doch a) deze beide dingen zullen u in enen ogenblik, geheel onverwacht, wanneer gij er volstrekt niet aan denkt, overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk, in de volste mate, zullen zij u overkomen van wege 1) de veelheid uwer toverijen, van wege de menigte uwer bezweringen (Dan. 2:2).
Jes. 51:19.
Beter: trots, niettegenstaande. De Babylonische tovenaars hadden voorspeld dat Babel oninneembaar was. Vele bewijzen hadden zij daarvoor aangegeven, maar hier zegt de Heere dat al die bezweringen en valse godsspraken niet zullen kunnen verhoeden de beroving der kinderen en het weduwschap, d. w. z. de algehele verwoesting.
KruisverwijzingenJesaja 29:15→Psalmen 52:7→Jesaja 5:21→Ezechiël 9:9→Ezechiël 8:12→Jesaja 59:4→Prediker 8:8→Job 22:13→— Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.
Want gij hebt op uwe boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij, er is geen God, die mij zou zien, en in Zijne macht zou hebben, en zo zoekt gij door dwingelandij en list u een eeuwig bestaan te verzekeren; uwe wijsheid en uwe wetenschap van allerlei bezweringen, waardoor gij dacht in staat te zijn ieder onheil gemakkelijk van u af te houden, heeft u afkerig gemaakt, en tot een handelen verleid, dat ten verderve voert, en gij hebt uzelven vergodende in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik. (vs. 8).
Kruisverwijzingen1 Thessalonicenzen 5:3→Nehemia 4:11→Jesaja 37:36→Lukas 12:59→Psalmen 50:22→Mattheüs 18:34→Daniël 5:25→Exodus 12:29→— Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult den dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal snellijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult.
Daarom, ten straffe van dien overmoed, waarmee gij u den Onvergelijkelijke gelijk hebt gesteld (Hoofdstuk 46:9), zal er over u een kwaad komen, gij zult bij al uwe waarzeggerijen den dageraad, het begin daarvan niet weten 1); en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen, dat gij door al uwe bezweringskunsten niet kunt afwenden; want er zal snellijk ene onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het ondanks alle sterrenwichelarij en toverij niet weten zult. 2)
Anderen vertalen: wat gij niet zult weten weg te toveren. Het is alsdan een terugslag op hetgeen het vorige vers zegt. Het stamverwante woord in het Arabisch betekent: wegtoveren, door toverijen ongedaan maken.
Het zou een onweerstaanbaar verderf zijn, waartegen geen hulpe, geen beschutting te hopen was. Het zou hen niet alleen ijlings treffen, zodat zij geen tijd zouden hebben om hen te bestrijden, maar ook zo sterk en heftig, dat zij het niet zouden kunnen tegenstaan of afwenden, of er zich uitredden.
KruisverwijzingenDaniël 5:7→Nahum 3:4→Jesaja 47:9→Jeremia 2:28→Exodus 8:18→Exodus 8:7→Exodus 7:11→Jesaja 8:19→— Sta nu met uw bezweringen, en met de veelheid uwer toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uw jeugd af; of gij misschien voordeel kondet doen, of gij misschien u kondet sterken.
Sta nu, wanneer het aanwezig is, wat Ik zo even heb gezegd, met uwe bezweringen en met de veelheid uwer toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uwe jeugd af, sedert gij begonnen zijt te heersen, of gij misschien met die kunsten voordeel kon doen, of gij misschien u kon sterken, en aan ongeluk en onheil en opstand het hoofd zoudt kunnen bieden.
KruisverwijzingenJesaja 44:25→Jesaja 57:10→Jeremia 51:58→Daniël 5:30→Daniël 5:7→Daniël 2:2→Ezechiël 24:12→Daniël 5:15→— Gij zijt moede geworden in de veelheid uwer raadslagen; laat nu opstaan, die den hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen.
Gij zijt moede geworden in de veelheid uwer raadslagen, gij hebt u vermoeid om te bedenken wat eigene wijsheid tot afwending van den nood vermag; laat nu opstaan (vs. 12), die den hemel waarnemen (MATTHEUS. 2:1 vv.), die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen. 1)
Beter is de vertaling van het laatste gedeelte: Laat nu opstaan en u verlossen, die den hemel waarnemen, (of ontleden), die in de sterren kijken, die met iedere nieuwe maan voorzeggen de dingen, die over u komen zullen. De Heere God spreekt hier weer op heilig-ironische wijze. De waarnemers of ontleders van den hemel waren dezulken, die den hemel in vier delen als doorsneden, een voorste en achterste, een rechter en linker deel, en hun waarzeggerij dan inrichtten, naarmate een vogel te voren door hen daartoe aangewezen, zich in het door hen te voren genoemd gelukkig of ongelukkig gedeelte van den hemel ter vlucht begaf. De maan-voorzeggers waren zij, die bij elke nieuwe maan voorzeiden, welke dagen gelukkig of ongelukkig waren. De sterrenkijkers deelden ook de maanden zelf in gelukkige of ongelukkige. Welnu deze allen roept hier de Heere op, om Babel te redden van den ondergang, maar zij vermogen het niet.
KruisverwijzingenMaleachi 4:1→Nahum 1:10→Jesaja 41:2→Mattheüs 10:28→Jesaja 10:17→Joël 2:5→Jesaja 5:24→Obadja 1:18→— Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.
Ziet zij vermogen zomin iets tot uwe redding te doen, dat zij integendeel zelf weerloos ten verderve zijn overgegeven; zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden; zij zullen met al hun wijsheid en kunsten zich zelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam van het gericht, dat over hen zal komen, hun leven zelfs niet kunnen redden; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neer te zitten (Hoofdstuk 44:16), maal een vuur, dat tot op den grond verteert en een eeuwige gloed is (Hoofdstuk 33:14).
KruisverwijzingenEzechiël 27:12→Openbaring 18:11→Jesaja 56:11→Jeremia 51:6→— Alzo zullen zij u zijn, met dewelke gij gearbeid hebt, uw handelaars van uw jeugd aan, elk zal zijns weegs dwalen, niemand zal u verlossen.
Alzo radeloos en hulpeloos zullen zij u zijn, met welke gij gearbeid hebt, uwe wijzen (vs.
, op wier verzorging gij, om in tijd van nood nut van hun kunst te hebben, u zozeer hebt toegelegd, uwe handelaars van uwe jeugd aan, de kooplieden van andere volken, die in handelsverkeer met u hebben gestaan, en zich om het voordeel onder u hebben nedergezet, elk van deze zal zijns weegs dwalen, bij het uitbreken van het gericht, dat over u komt; niemand zal u verlossen, daar ieder slechts op eigene redding beducht zal zijn. Het is ene bijzondere gewoonte van den duivel en zijne werktuigen, dat zij de mensen door belofte van alle gewenste hulp en geluk in hun net wikkelen, wanneer zij echter met strikken des verderfs zijn geboeid, zo gaan zij heen en laten hen in ‘t verderf liggen (MATTHEUS 27:5). Babel was bekend en beroemd van wege de menigte harer kooplieden. Door Ezechiël (17:4) wordt het land van Babel dan ook genoemd een land van koophandel.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jesaja 47
Jesaja 47:14.KruisverwijzingenMaleachi 4:1→Nahum 1:10→Jesaja 41:2→Mattheüs 10:28→Jesaja 10:17→Joël 2:5→Jesaja 5:24→Obadja 1:18→
— Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.
“Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.” Dit vers is een deel van een verschrikkelijke beschrijving van Gods gericht over Babel. De profeet had de aanklacht van de HEERE tegen dat tirannieke volk helder opgeschreven, en nadat hij hun schuld bewezen had, sprak hij hun vonnis uit.
Hij beschuldigde hen ervan geen barmhartigheid bewezen te hebben aan het volk van de HEERE, dat Hij vanwege Zijn gericht over hen in hun handen gegeven had. Hij legde hun hoogmoed en zelfverheffing ten laste. Hij getuigde tegen hun vermetelheid en hun overmoed, want zij gaven zich aan genoegens over en leefden zorgeloos, en verwachtten geen enkele moeilijkheid.
Om deze ongerechtigheden zou de ondergang van Babel plotseling, verschrikkelijk en volkomen zijn. Zij zouden zo geheel verdelgd worden dat er geen enkele troostrijke herinnering aan hun staat zou overblijven. Er zou een vuur zijn om hen te verteren, maar geen om zich bij te warmen. De brand zou niet zijn zoals wanneer hout in de vlam knettert, waarbij gloeiende as of een verkoolde tronk overblijft; maar zij zouden als stoppelen zijn, geheel verteerd, zonder spoor en zonder gedachtenis.
Wij hebben een groot bewijs van de waarachtigheid en de goddelijkheid van de Schrift in zulke profetieën die vervuld zijn. In de goede voorzienigheid van God zijn er uit puinhopen en uit bergen vergaan materiaal platen en stenen opgegraven, die in hun beeldhouwwerk en hun opschriften de meest verbazende bewijzen dragen van wat de HEERE door Zijn profeten gesproken heeft.
Het is een onbetwistbare waarheid dat Gods gerechtigheid niet partijdig is, en dat de beschrijving van het verderf dat Hij aan één soort zondaars toewijst een volkomen billijk beeld is van wat Hij met andere zal doen. Want God heeft twee of drie wijzen om in Zijn gerechtigheid met mensen te handelen. Hij oordeelt door Zijn gerechtigheid, en Hij wijst de wraak toe aan onboetvaardige mensen naar een vaste en onveranderlijke regel. Voor ons vandaag is de ondergang van Babel een beeld van het verderf dat zeker komen zal over onboetvaardige zondaars. Dat gebeurt in die dag waarin de Heere Jezus uit de hemel wederkomt om Zijn vijanden te richten en Zich van Zijn tegenstanders te ontdoen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VIII. Vs. 1-15.KruisverwijzingenPsalmen 137:8→Zacharia 2:7→Jeremia 51:33→Zacharia 1:15→Sefanja 2:15→Jeremia 46:11→Jesaja 3:26→Jeremia 50:42→
— Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige. Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren. Uw schaamte zal ontdekt worden, ook zal uw schande gezien worden; Ik zal wraak nemen, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens. Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israels. Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken. Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar. En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht. Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen. Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen. Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.
Na de afgoden van Babel komt nu de beurt ter aankondiging van het gericht aan Babel zelf. Zij, deze trotse meesteres, wordt ene dienende maagd, ontbloot en geschandvlekt om hare onbarmhartigheid jegens Israël en hare zelfvergoding! alle hare sterrenwichelarijen en tovenarijen zullen tegen hetgeen over haar besloten is, niets uitrichten. In haastige vlucht stuift alles bij den brand, die de stad aangrijpt, uiteen, terwijl Babel onder zijne kooplieden, welke het tot hiertoe zo vele in dit land van koophandel had (Ezechiël. 17:4), genen helper vindt.
Daal af, zo luidt des Heren vonnis over de stad Babel zelf, daal af van den hogen en prachtigen troon, waarop gij nu als heerseres over de volken zit, en a) zit in het stof, gij jonkvrouw, gij, die door niemand tot heden bedwongen kon worden (Hoofdstuk 28:12), dochter van Babel! zit op de aarde in het stof, dat is de plaats, die u toekomt; er is geen troon meer voor u, gij dochter der Chaldeeën, gij trotse, door de Chaldeeën gestichte sterkte, waarop deze zich zozeer verhieven (Hoofdstuk 13:19), gij zijt tot ene dienares vernederd; want gij zult niet meer genoemd worden, gelijk tot hiertoe, wanneer men met benijdende verwondering het leven beschouwde, dat uwe inwoners konden leiden, de tedere, noch de wellustige, die boven elke plaag van het gewone leven hoog verheven in het volle genot van alle aardse heerlijkheid kan zwelgen (Deut. 28:56).
Jes. 26:5.
Neem, voortaan de vroegere vrijheid van alle inspanning nu tegen des te zwaarderen dienst ruilende, den molen (Exod. 16:24), en maal meel voor degenen, op wie gij vroeger met verachting neerzaagt; ontdek uwe vlechten, want zulk een versiersel past slavinnen niet; ontbloot uwe enkelen door aflegging van het lange sleepkleed, ontdek de schenkelen, door het aandoen van een kort kleed, zo als slavinnen dat dragen, ga door de rivieren 1) over welke uw weg naar de ballingschap leidt.
Alles wat hier gezegd wordt, ziet op de geheel veranderde positie van Babel. Van heerseres wordt zij overheerste, van iemand, die anderen tot slaven maakte, wordt zij zelf een slavin. Weg moet daarom haar tooi, weg haar weelderig leven, weg haar prachtige kleding. Niet op den troon, maar op de aarde is haar plaats, en tot de nederige diensten der slaven en slavinnen zal zij voortaan worden geroepen.
a) Uwe schaamte zal ontdekt worden, ook zal uwe schande gezien worden tot rechtvaardige vergelding voor de schaamteloze hoererij, die gij vroeger in den dienst uwer godin Mylitta hebt gedreven (2 (Kron. 23:7); Ik, de Heere, die zulk een lot over u beslis, zal wraak nemen aan u over al het kwaad, dat gij tegen Mij hebt gedaan, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens. 1)
Jes. 3:17. Nah. 3:5.
In het Hebr. Welo efga’ adam. Beter: Ik zal niemand verschonen. Want wel betekent het werkwoord: slaan, stoten, maar ook ontmoeten, (Jes. 64:4) tegemoet komen, vriendelijk behandelen. Hier zegt de Heere dus dat Hij niet een mens vriendelijk ontmoeten zal, d.w.z. dat Hij niemand zal verschonen. Strafoefenend, zonder te sparen, zal Hij met Babel handelen. Anderen vertalen: Ik zal op niemand stoten, Ik zal geen mens aantreffen, dewijl niemand gespaard wordt. De uitkomst is echter hetzelfde.
Hier roept de gemeente des Heren, wanneer zij het vonnis over Babel hoort, en verstaat, hoe dat om harentwil, tot hare verlossing en verheerlijking wordt uitgesproken, in vrolijk zelfbewustzijn uit: Onzes Verlossers naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israël’s (Hoofdstuk 41:14). Cyrus liet den overwonnenen in Babylon de wapenen ontnemen, gebood hun het land te bebouwen, belastingen te betalen en degenen te dienen, wie een ieder ten lijfeigene gegeven werd.
Zit, zo luidt hierop het vonnis over Babel verder: zit stilzwijgende, en ga in de duisternis als ene, die vanwege den smaad en de schande, die over haar komt, zich door niemand meer kan laten zien, gij dochter der Chaldeeën (vs. 1)! want gij zult niet meer, gelijk nog heden, genoemd worden koningin der koninkrijken (Hoofdstuk 13:19).
Ik was op Mijn volk zeer toornig vanwege hun zonde van afgoderij; Ik ontheiligde 1) Mijne erve, dit volk, dat Ik Mij uit alle volken der aarde verkoren had (1 (Kon. 8:51), zodat Ik het tot zijne straf in de handen der Heidenen wilde overgeven, en Ik gaf hen over in uwe hand, o dochter der Chaldeeën! doch gij bewees hun gene barmhartigheden, dat gij ze slechts in zo verre kastijdde, als Mijn last was; maar gij ging in uwe hardheid en wreedheid Mijnen toorn ver te boven, ja zelfs over den oude, die toch zeker wegens zijne zwakheid had moeten verschoond worden, maakte gij uw juk zeer zwaar. 2)
Ontheiligen heeft hier de betekenis van de heiligheid als volk ontnemen, niet meer als een heilig, als een afgezonderd volk beschouwen en behandelen. De Heere God had Israël als een heilig volk, als een afgezonderd volk in Kanaän op eigen erve gesteld, maar vanwege zijne zonden en afval had de Heere het uit Kanaän naar Babel gebracht, en daarmee had Israël het karakter van een afgezonderd volk verloren, niet voor eeuwig, maar voor een tijd.
Dikwijls straft God hen, die Hij gebruikt als werktuigen tot uitvoering van Zijne wraak aan anderen, en wel om dezelfde dingen, die zij volgens Zijn bestel gedaan hebben, namelijk, omdat ze hunnen last hebben overtreden, en meer beogen de voldoening van hun heerszucht en wreedheid dan de uitvoering van het Goddelijk bevel. Waar God in Hoofdstuk 10:5 den Assyriër heeft genoemd “de roede Zijns toorns” laat Hij vs. 7 volgen: “hoewel hij het zo meent, ” zijn oogmerk niet is Mijn wil te volbrengen, “maar hij zal in zijn harte hebben te verdelgen en uit te roeien niet weinige volkeren; ” hij zal alleen bedoelen de voldoening van zijne heerst- en wraakzucht; zie Zach. 1:15, waar de Heere zegt: “Ik ben met enen zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste Heidenen, want Ik was een weinig toornig (namelijk op Mijn volk), maar zij hebben ten kwade geholpen. ” En om dezelfde redenen hoort men God zeggen: “Ik zal de bloedschulden van Jizreël bezoeken over het huis van Jehu, ” schoon Jehu uitdrukkelijk last had ontvangen tot het uitroeien van het huis van Achab (2 Kon. 9:7). Maar hij was zijnen last te buiten gegaan in het doden van al de groten of ambtenaren van Achabs huis en in het verdelgen van het geslacht van Ahazia (2 Kon. 10:11, 14 11).
En gij zei bij uzelven, als gij naar Mijn wil ganselijk niet vraagde: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid, nooit zal ik tot den val komen; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt er niet aan gedacht dat vernedering mogelijk was, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht, niet in de verte vermoed, dat gij ineenstorten zoudt. Zij, zo leren wij uit vs. 6, die gevallenen, die hen, tot wier roede zij bestemd zijn, onbarmhartig behandelen, verwerven zich bij God geen dank, maar wraak. Wat zullen dan die rechters inoogsten, die de werktuigen tot de gruwelijkste martelingen uitdachten voor de door hen veroordeelden, en wat die fanatieken, die door onbarmhartig kwellen der ketters een loon bij God hoopten te verdienen! Deze strafrede wordt gehoord, voordat Babel nog zijne wreedheden aan Israël bedrijft; klinkt zij niet als ene vaderlijke bede Gods voor Zijn volk, dat Hij besloten had in de handen der Chaldeeën over te geven? . Zo zeker meende Babel van haar macht te wezen, dat zij geen ogenblik er aan gedacht heeft, dat aan die macht en tirannie een einde zou kunnen komen. Daarom zou de verovering haar als in één ogenblik, ongedacht en onverwacht overkomen. Dit wordt nader voorspeld in de volgende verzen.
Nu dan, hoor dit, gij weelderige (vs. 1)! die zo zeker woont (vs. 7), die in haar goddeloos hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik; ik zal gene weduwe zitten, dat de nu door mij onderworpen volken, met hun oversten, mij niet zouden ontvallen (Openbaring 18:7 vv.), noch de beroving van kinderen kennen, dat oorlog en gevangenschap mij ooit van mijne bevolking geheel zouden kunnen beroven. Deze vorm, waarin Babels vermetelheid zich uitspreekt, klinkt in vergelijking van Jehova’s getuigenissen omtrent Zich zelven (Hoofdstuk 45:5 vv. 18, 22; 46:9) als zelfvergoding; evenzo spreekt Ninevé bij Zefanja (Zef. 2:15), en Martialis (een epigrammendichter, die onder de keizers Domitianus, Nerva en Trajanus leefde) schrijft: terrarum des gentiumque Roma, cui par est nihil et nihil secundum (Rome, de godin der landen en der volken, wie niets gelijk is en bij wie niets kan vergeleken worden).
Doch a) deze beide dingen zullen u in enen ogenblik, geheel onverwacht, wanneer gij er volstrekt niet aan denkt, overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk, in de volste mate, zullen zij u overkomen van wege 1) de veelheid uwer toverijen, van wege de menigte uwer bezweringen (Dan. 2:2).
Jes. 51:19.
Beter: trots, niettegenstaande. De Babylonische tovenaars hadden voorspeld dat Babel oninneembaar was. Vele bewijzen hadden zij daarvoor aangegeven, maar hier zegt de Heere dat al die bezweringen en valse godsspraken niet zullen kunnen verhoeden de beroving der kinderen en het weduwschap, d. w. z. de algehele verwoesting.
Want gij hebt op uwe boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij, er is geen God, die mij zou zien, en in Zijne macht zou hebben, en zo zoekt gij door dwingelandij en list u een eeuwig bestaan te verzekeren; uwe wijsheid en uwe wetenschap van allerlei bezweringen, waardoor gij dacht in staat te zijn ieder onheil gemakkelijk van u af te houden, heeft u afkerig gemaakt, en tot een handelen verleid, dat ten verderve voert, en gij hebt uzelven vergodende in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik. (vs. 8).
Daarom, ten straffe van dien overmoed, waarmee gij u den Onvergelijkelijke gelijk hebt gesteld (Hoofdstuk 46:9), zal er over u een kwaad komen, gij zult bij al uwe waarzeggerijen den dageraad, het begin daarvan niet weten 1); en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen, dat gij door al uwe bezweringskunsten niet kunt afwenden; want er zal snellijk ene onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het ondanks alle sterrenwichelarij en toverij niet weten zult. 2)
Anderen vertalen: wat gij niet zult weten weg te toveren. Het is alsdan een terugslag op hetgeen het vorige vers zegt. Het stamverwante woord in het Arabisch betekent: wegtoveren, door toverijen ongedaan maken.
Het zou een onweerstaanbaar verderf zijn, waartegen geen hulpe, geen beschutting te hopen was. Het zou hen niet alleen ijlings treffen, zodat zij geen tijd zouden hebben om hen te bestrijden, maar ook zo sterk en heftig, dat zij het niet zouden kunnen tegenstaan of afwenden, of er zich uitredden.
Sta nu, wanneer het aanwezig is, wat Ik zo even heb gezegd, met uwe bezweringen en met de veelheid uwer toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uwe jeugd af, sedert gij begonnen zijt te heersen, of gij misschien met die kunsten voordeel kon doen, of gij misschien u kon sterken, en aan ongeluk en onheil en opstand het hoofd zoudt kunnen bieden.
Gij zijt moede geworden in de veelheid uwer raadslagen, gij hebt u vermoeid om te bedenken wat eigene wijsheid tot afwending van den nood vermag; laat nu opstaan (vs. 12), die den hemel waarnemen (MATTHEUS. 2:1 vv.), die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen. 1)
Beter is de vertaling van het laatste gedeelte: Laat nu opstaan en u verlossen, die den hemel waarnemen, (of ontleden), die in de sterren kijken, die met iedere nieuwe maan voorzeggen de dingen, die over u komen zullen. De Heere God spreekt hier weer op heilig-ironische wijze. De waarnemers of ontleders van den hemel waren dezulken, die den hemel in vier delen als doorsneden, een voorste en achterste, een rechter en linker deel, en hun waarzeggerij dan inrichtten, naarmate een vogel te voren door hen daartoe aangewezen, zich in het door hen te voren genoemd gelukkig of ongelukkig gedeelte van den hemel ter vlucht begaf. De maan-voorzeggers waren zij, die bij elke nieuwe maan voorzeiden, welke dagen gelukkig of ongelukkig waren. De sterrenkijkers deelden ook de maanden zelf in gelukkige of ongelukkige. Welnu deze allen roept hier de Heere op, om Babel te redden van den ondergang, maar zij vermogen het niet.
Ziet zij vermogen zomin iets tot uwe redding te doen, dat zij integendeel zelf weerloos ten verderve zijn overgegeven; zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden; zij zullen met al hun wijsheid en kunsten zich zelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam van het gericht, dat over hen zal komen, hun leven zelfs niet kunnen redden; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neer te zitten (Hoofdstuk 44:16), maal een vuur, dat tot op den grond verteert en een eeuwige gloed is (Hoofdstuk 33:14).
Alzo radeloos en hulpeloos zullen zij u zijn, met welke gij gearbeid hebt, uwe wijzen (vs.
, op wier verzorging gij, om in tijd van nood nut van hun kunst te hebben, u zozeer hebt toegelegd, uwe handelaars van uwe jeugd aan, de kooplieden van andere volken, die in handelsverkeer met u hebben gestaan, en zich om het voordeel onder u hebben nedergezet, elk van deze zal zijns weegs dwalen, bij het uitbreken van het gericht, dat over u komt; niemand zal u verlossen, daar ieder slechts op eigene redding beducht zal zijn. Het is ene bijzondere gewoonte van den duivel en zijne werktuigen, dat zij de mensen door belofte van alle gewenste hulp en geluk in hun net wikkelen, wanneer zij echter met strikken des verderfs zijn geboeid, zo gaan zij heen en laten hen in ‘t verderf liggen (MATTHEUS 27:5). Babel was bekend en beroemd van wege de menigte harer kooplieden. Door Ezechiël (17:4) wordt het land van Babel dan ook genoemd een land van koophandel.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel