Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jesaja 47

1 Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 DaalH3381 af, en zitH3427 in het stofH6083, gij jonkvrouwH1330, dochterH1323 van BabelH894! zitH3427 opH5921 de aardeH776, er is geen troonH3678 meer, gij dochterH1323 der ChaldeenH3778! wantH3588 gij zult niet meer genaamdH7121 worden de tedereH7390, nochH3808 de wellustigeH6028. Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige.

KJV Come down,1 and sit2 in the dust,4 O virgin5 daughter6 of Babylon,7 sit8 on the ground:9 there is no throne,11 O daughter12 of the Chaldeans:13 for thou shalt no more16 be called17 tender19 and delicate.

1 רְדִ֣י H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 2 וּשְׁבִ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 עָפָ֗ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 5 בְּתוּלַת֙ H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 6 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 7 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 8 שְׁבִי H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 לָאָ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 אֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 כִּסֵּ֖א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 12 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 13 כַּשְׂדִּ֑ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 14 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 תוֹסִ֨יפִי֙ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 17 יִקְרְאוּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 18 לָ֔ךְ 19 רַכָּ֖ה H7390 teder, tedere, tederen faint((-hearted), soft, tender ((-hearted), one), weak 20 וַעֲנֻגָּֽה H6028 wellustige, wellustig delicate
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 NeemH3947 de molenH7347, en maalH2912 meelH7058; ontdekH1540 uw vlechtenH6777, ontblootH2834 de enkelenH7640, ontdekH1540 de schenkelenH7785, ga door de rivierenH5104. Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren.

KJV Take1 the millstones,2 and grind3 meal:4 uncover5 thy locks,6 make bare7 the leg,8 uncover9 the thigh,10 pass over11 the rivers.

1 קְחִ֥י H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 רֵחַ֖יִם H7347 molen, molens, molenstenen mill (stone) 3 וְטַ֣חֲנִי H2912 malende, maal, maalde grind(-er) 4 קָ֑מַח H7058 meel, meels flour, meal 5 גַּלִּ֨י H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 6 צַמָּתֵ֧ךְ H6777 vlechten locks 7 חֶשְׂפִּי H2834 ontbloot, scheppen, blote make bare, clean, discover, draw out, take, uncover 8 שֹׁ֛בֶל H7640 enkelen leg 9 גַּלִּי H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 10 שׁ֖וֹק H7785 benen, schouder, schenkelen hip, leg, shoulder, thigh 11 עִבְרִ֥י H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 12 נְהָרֽוֹת H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Uw schaamte zal ontdekt worden, ook zal uw schande gezien worden; Ik zal wraak nemen, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Uw schaamteH6172 zal ontdektH1540 worden, ookH1571 zal uw schandeH2781 gezienH7200 worden; Ik zal wraakH5359 nemenH3947, en Ik zal op u nietH3808 aanvallenH6293 als een mensH120. Uw schaamte zal ontdekt worden, ook zal uw schande gezien worden; Ik zal wraak nemen, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens.

KJV Thy nakedness2 shall be uncovered,1 yea, thy shame5 shall be seen:4 I will take7 vengeance,6 and I will not meet9 thee as a man.

1 תִּגָּל֙ H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 2 עֶרְוָתֵ֔ךְ H6172 schaamte, naaktheid, bloot nakedness, shame, unclean(-ness) 3 גַּ֥ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 4 תֵּרָאֶ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 חֶרְפָּתֵ֑ךְ H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 6 נָקָ֣ם H5359 wraak, wrake, enkel [phrase] avenged, quarrel, vengeance 7 אֶקָּ֔ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 אֶפְגַּ֖ע H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run 10 אָדָֽם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Onzes VerlossersH1350 NaamH8034 is HEEREH3068 der heirscharenH6635, de HeiligeH6918 IsraelsH3478. Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israels.

KJV As for our redeemer,1 the LORD2 of hosts3 is his name,4 the Holy One5 of Israel.

1 גֹּאֲלֵ֕נוּ H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 2 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 4 שְׁמ֑וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 5 קְד֖וֹשׁ H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 6 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 ZitH3427 stilzwijgendeH1748, en ga in de duisternisH2822, gij dochterH1323 der ChaldeenH3778! wantH3588 gij zult niet meer genoemdH7121 worden koninginH1404 der koninkrijkenH4467. Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeen! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken.

KJV Sit1 thou silent,2 and get3 thee into darkness,4 O daughter5 of the Chaldeans:6 for thou shalt no more9 be called,10 The lady12 of kingdoms.

1 שְׁבִ֥י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 דוּמָ֛ם H1748 stille, stilzwijgende, zwijgenden dumb, silent, quietly wait 3 וּבֹ֥אִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 בַחֹ֖שֶׁךְ H2822 duisternis, duister, Duisternis dark(-ness), night, obscurity 5 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 כַּשְׂדִּ֑ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תוֹסִ֨יפִי֙ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 10 יִקְרְאוּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 11 לָ֔ךְ 12 גְּבֶ֖רֶת H1404 vrouw, koningin lady, mistress 13 מַמְלָכֽוֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Ik was opH5921 Mijn volkH5971 zeer toornigH7107, Ik ontheiligdeH2490 Mijn erveH5159, en Ik gafH5414 hen over in uw handH3027; doch gij beweestH7760 hun geenH3808 barmhartighedenH7356, ja, zelfs overH5921 den oudeH2205 maaktet gij uw jukH5923 zeerH3966 zwaarH3513. Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar.

KJV I was wroth1 with my people,3 I have polluted4 mine inheritance,5 and given6 them into thine hand:7 thou didst shew9 them no mercy;11 upon the ancient13 hast thou very16 heavily14 laid thy yoke.

1 קָצַ֣פְתִּי H7107 toornig, verbolgen, vertoornd (be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 עַמִּ֗י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 חִלַּ֨לְתִּי֙ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 5 נַחֲלָתִ֔י H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 6 וָאֶתְּנֵ֖ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 בְּיָדֵ֑ךְ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 שַׂ֤מְתְּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 10 לָהֶם֙ 11 רַחֲמִ֔ים H7356 barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoeder bowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 זָקֵ֕ן H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 14 הִכְבַּ֥דְתְּ H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 15 עֻלֵּ֖ךְ H5923 juk, juks, maaktet juk yoke 16 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En gij zeidetH559: Ik zal koninginH1404 zijnH1961 in eeuwigheidH5769; totH5704 nog toe hebt gij dezeH428 dingen nietH3808 in uw hartH3820 genomenH7760, gij hebt aan het eindeH319 daarvan nietH3808 gedachtH2142. En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht.

KJV And thou saidst,1 I shall be a lady4 for ever:2 so that thou didst not lay7 these things to thy heart,10 neither didst remember12 the latter end

1 וַתֹּ֣אמְרִ֔י H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לְעוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 3 אֶהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 גְבָ֑רֶת H1404 vrouw, koningin lady, mistress 5 עַ֣ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 שַׂ֥מְתְּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 8 אֵ֨לֶּה֙ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 לִבֵּ֔ךְ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 11 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 זָכַ֖רְתְּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 13 אַחֲרִיתָֽהּ H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Nu dan, hoorH8085 ditH2063, gij weelderigeH5719! die zo zekerH983 woontH3427, die in haar hartH3824 zegtH559: IkH589 ben het, en niemandH657 meerH5750 dan ik: ik zal geenH3808 weduweH490 zittenH3427, nochH3808 de berovingH7908 van kinderen kennenH3045. Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen.

KJV Therefore hear2 now this, thou that art given to pleasures,4 that dwellest5 carelessly,6 that sayest7 in thine heart,8 I am, and none else10 beside me; I shall not sit13 as a widow,14 neither shall I know16 the loss of children:

1 וְעַתָּ֞ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 שִׁמְעִי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 זֹ֤את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 4 עֲדִינָה֙ H5719 weelderige given to pleasures 5 הַיּוֹשֶׁ֣בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 לָבֶ֔טַח H983 zeker, zekerheid, eker assurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely 7 הָאֹֽמְרָה֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 בִּלְבָ֔בָהּ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 9 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 וְאַפְסִ֣י H657 einden, niets, niemand ankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause) 11 ע֑וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 12 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 אֵשֵׁב֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 14 אַלְמָנָ֔ה H490 weduwe, weduwen, weduwvrouw desolate house (palace), widow 15 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 אֵדַ֖ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 17 שְׁכֽוֹל H7908 beroving kinderen, beroving loss of children, spoiling
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Doch dezeH428 beideH8147 dingen zullen u in een ogenblikH7281 overkomenH935, op een dagH3117, de berovingH7908 van kinderen en weduwschapH489; volkomenlijkH8537 zullen zij u overkomenH935, vanwegeH5921 de veelheidH7230 uwer toverijenH3785, vanwege de menigteH3966 uwer bezweringenH2267. Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen.

KJV But these two3 things shall come1 to thee in a moment5 in one7 day,6 the loss of children,8 and widowhood:9 they shall come11 upon thee in their perfection10 for the multitude13 of thy sorceries,14 and for the great17 abundance15 of thine enchantments.

1 וְתָבֹאנָה֩ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 לָּ֨ךְ 3 שְׁתֵּי H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 4 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 5 רֶ֛גַע H7281 ogenblik instant, moment, space, suddenly 6 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 שְׁכ֣וֹל H7908 beroving kinderen, beroving loss of children, spoiling 9 וְאַלְמֹ֑ן H489 weduwschap widowhood 10 כְּתֻמָּם֙ H8537 oprechtheid, oprechtigheid, eenvoudigheid full, integrity, perfect(-ion), simplicity, upright(-ly, -ness), at a venture. See H8550 (תֻּמִּים) 11 בָּ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 עָלַ֔יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 בְּרֹ֣ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 14 כְּשָׁפַ֔יִךְ H3785 toverijen sorcery, witchcraft 15 בְּעָצְמַ֥ת H6109 macht, sterkte abundance, strength 16 חֲבָרַ֖יִךְ H2267 bezweringen, gezelschap, bezwering [phrase] charmer(-ing), company, enchantment, [idiom] wide 17 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Want gij hebt op uw boosheidH7451 vertrouwdH982; gij hebt gezegdH559: NiemandH657 zietH7200 mij; uw wijsheidH2451 en uw wetenschapH1847 heeft u afkerigH7725 gemaakt; en gij hebt in uw hartH3820 gezegdH559: Ik ben hetH1931, en niemandH369 meerH5750 dan ik. Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.

KJV For thou hast trusted1 in thy wickedness:2 thou hast said,3 None seeth5 me. Thy wisdom6 and thy knowledge,7 it hath perverted9 thee; and thou hast said10 in thine heart,11 I am, and none else

1 וַתִּבְטְחִ֣י H982 vertrouwt, vertrouwen, vertrouw be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust 2 בְרָעָתֵ֗ךְ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 אָמַרְתְּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 5 רֹאָ֔נִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 חָכְמָתֵ֥ךְ H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 7 וְדַעְתֵּ֖ךְ H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly) 8 הִ֣יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 שׁוֹבְבָ֑תֶךְ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 10 וַתֹּאמְרִ֣י H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 בְלִבֵּ֔ךְ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 12 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 13 וְאַפְסִ֥י H657 einden, niets, niemand ankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause) 14 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult den dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal snellijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Daarom zal er overH5921 u een kwaadH7451 komenH935, gij zult den dageraadH7837 daarvan niet wetenH3045; en een verderfH1943 zal er opH5921 u vallenH5307, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenenH3722; want er zal snellijkH6597 een onstuimige verwoestingH7722 overH5921 u komenH935, dat gij het niet wetenH3045 zult. Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult den dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal snellijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult.

KJV Therefore shall evil3 come1 upon thee; thou shalt not know5 from whence it riseth:6 and mischief9 shall fall7 upon thee; thou shalt not be able11 to put it off:12 and desolation16 shall come13 upon thee suddenly,15 which thou shalt not know.

1 וּבָ֧א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 עָלַ֣יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 רָעָ֗ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 4 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 תֵדְעִי֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 6 שַׁחְרָ֔הּ H7837 dageraad, dageraads, hasschachar day(-spring), early, light, morning, whence riseth 7 וְתִפֹּ֤ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 8 עָלַ֨יִךְ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הֹוָ֔ה H1943 Ellende, ellende, verderf mischief 10 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 תוּכְלִ֖י H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 12 כַּפְּרָ֑הּ H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 13 וְתָבֹ֨א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 עָלַ֧יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 פִּתְאֹ֛ם H6597 haastelijk, snellijk, haastig straightway, sudden(-ly) 16 שׁוֹאָ֖ה H7722 verwoesting, onstuimige verwoesting, woeste desolate(-ion), destroy, destruction, storm, wasteness 17 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 תֵדָֽעִי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Sta nu met uw bezweringen, en met de veelheid uwer toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uw jeugd af; of gij misschien voordeel kondet doen, of gij misschien u kondet sterken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 StaH5975 nu met uw bezweringenH2267, en met de veelheidH7230 uwer toverijenH3785, waarin gij gearbeidH3021 hebt van uw jeugdH5271 af; of gij misschien voordeelH3276 kondetH3201 doen, of gij misschien u kondet sterkenH6206. Sta nu met uw bezweringen, en met de veelheid uwer toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uw jeugd af; of gij misschien voordeel kondet doen, of gij misschien u kondet sterken.

KJV Stand1 now with thine enchantments,3 and with the multitude4 of thy sorceries,5 wherein6 thou hast laboured7 from thy youth;8 if so be thou shalt be able10 to profit,11 if so be thou mayest prevail.

1 עִמְדִי H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 נָ֤א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 3 בַחֲבָרַ֨יִךְ֙ H2267 bezweringen, gezelschap, bezwering [phrase] charmer(-ing), company, enchantment, [idiom] wide 4 וּבְרֹ֣ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 5 כְּשָׁפַ֔יִךְ H3785 toverijen sorcery, witchcraft 6 בַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 יָגַ֖עַתְּ H3021 gearbeid, moede, vermoeid faint, (make to) labour, (be) weary 8 מִנְּעוּרָ֑יִךְ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 9 אוּלַ֛י H194 misschien, mogelijk if so be, may be, peradventure, unless 10 תּוּכְלִ֥י H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 11 הוֹעִ֖יל H3276 nut, voordeel, baat [idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able) 12 אוּלַ֥י H194 misschien, mogelijk if so be, may be, peradventure, unless 13 תַּעֲרֽוֹצִי H6206 verschrikt, Ontzet, Verschrikt be affrighted (afraid, dread, feared, terrified), break, dread, fear, oppress, prevail, shake terribly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Gij zijt moede geworden in de veelheid uwer raadslagen; laat nu opstaan, die den hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Gij zijt moedeH3811 geworden in de veelheidH7230 uwer raadslagenH6098; laat nu opstaanH5975, die den hemelH8064 waarnemenH1895, die in de sterrenH3556 kijkenH2374, die naar de nieuwe manenH2320 voorzeggenH3045; en laat ze u verlossenH3467 van die dingen, die overH5921 u komenH935 zullen. Gij zijt moede geworden in de veelheid uwer raadslagen; laat nu opstaan, die den hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen.

KJV Thou art wearied1 in the multitude2 of thy counsels.3 Let now the astrologers,7 the stargazers,9 the monthly12 prognosticators,11 stand up,4 and save6 thee from these things that shall come

1 נִלְאֵ֖ית H3811 moede, vermoeid, moede maakt faint, grieve, lothe, (be, make) weary (selves) 2 בְּרֹ֣ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 3 עֲצָתָ֑יִךְ H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 4 יַעַמְדוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 5 נָ֨א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 6 וְיוֹשִׁיעֻ֜ךְ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 7 הֹבְרֵ֣י H1895 waarnemen [phrase] (astro-) loger 8 שָׁמַ֗יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 9 הַֽחֹזִים֙ H2374 ziener, zieners, zien agreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer 10 בַּכּ֣וֹכָבִ֔ים H3556 sterren, ster star(-gazer) 11 מֽוֹדִיעִם֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 12 לֶחֳדָשִׁ֔ים H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 13 מֵאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 יָבֹ֖אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 עָלָֽיִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 ZietH2009, zij zullen zijn als stoppelenH7179, het vuur zal ze verbrandenH8313, zij zullen zichzelven niet kunnen rukkenH5337 uit de machtH3027 der vlamH3852; het zal geen koolH1513 zijn om bij te warmenH2552, geen vuur om daarvoor neder te zitten. Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.

Ook in dit vers vuurH217 vuurH784 neder zittenH3427

KJV Behold, they shall be as stubble;3 the fire4 shall burn5 them; they shall not deliver7 themselves9 from the power10 of the flame:11 there shall not be a coal13 to warm14 at, nor fire15 to sit

1 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 הָי֤וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 כְקַשׁ֙ H7179 stoppel, stoppelen stubble 4 אֵ֣שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 5 שְׂרָפָ֔תַם H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 6 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יַצִּ֥ילוּ H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 נַפְשָׁ֖ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 10 מִיַּ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 לֶֽהָבָ֑ה H3852 vlam, vlammend, vlammig flame(-ming), head (of a spear) 12 אֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 13 גַּחֶ֣לֶת H1513 kolen, kool, Vurige kolen (burning) coal 14 לַחְמָ֔ם H2552 warm, heet, warmt enflame self, get (have) heat, be (wax) hot, (be, wax) warm (self, at) 15 א֖וּר H217 vuur, valleien, vlam fire, light. See also H224 (אוּרִים) 16 לָשֶׁ֥בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 17 נֶגְדּֽוֹ H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Alzo zullen zij u zijn, met dewelke gij gearbeid hebt, uw handelaars van uw jeugd aan, elk zal zijns weegs dwalen, niemand zal u verlossen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 AlzoH3651 zullen zij u zijn, met dewelkeH834 gij gearbeidH3021 hebt, uw handelaarsH5503 van uw jeugdH5271 aan, elkH376 zal zijns weegsH5676 dwalenH8582, niemand zal u verlossenH3467. Alzo zullen zij u zijn, met dewelke gij gearbeid hebt, uw handelaars van uw jeugd aan, elk zal zijns weegs dwalen, niemand zal u verlossen.

KJV Thus shall they be unto thee with whom thou hast laboured,5 even thy merchants,6 from thy youth:7 they shall wander10 every one8 to his quarter;9 none shall save

1 כֵּ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 הָיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 לָ֖ךְ 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 יָגָ֑עַתְּ H3021 gearbeid, moede, vermoeid faint, (make to) labour, (be) weary 6 סֹחֲרַ֣יִךְ H5503 kooplieden, koophandel, handelaars go about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick 7 מִנְּעוּרַ֗יִךְ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 8 אִ֤ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 לְעֶבְרוֹ֙ H5676 gene, zijden, recht [idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight 10 תָּע֔וּ H8582 dwalen, dolen, verleid (cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way 11 אֵ֖ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 מוֹשִׁיעֵֽךְ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jesaja 47:1 Psalmen 137:8 Zacharia 2:7 Jeremia 51:33 Jeremia 46:11 Jesaja 3:26 Jeremia 50:42 Jeremia 48:18 Jesaja 37:22
Jesaja 47:2 Mattheüs 24:41 Exodus 11:5 Richteren 16:21 Job 31:10 Jesaja 20:4 Jeremia 13:22 Klaagliederen 5:13 Jesaja 32:11
Jesaja 47:3 Nahum 3:5 Jeremia 51:11 Jesaja 63:4 Openbaring 18:5 Jeremia 51:20 Ezechiël 16:37 Jeremia 50:27 Jeremia 13:26
Jesaja 47:4 Jesaja 43:14 Jesaja 41:14 Jesaja 43:3 Jeremia 31:11 Jesaja 49:26 Jesaja 54:5 Jesaja 44:6 Jeremia 50:33
Jesaja 47:5 Jesaja 47:7 Judas 1:13 Psalmen 46:10 Openbaring 18:7 Jesaja 47:1 Openbaring 18:16 Jeremia 25:10 Habakuk 2:20
Jesaja 47:6 Zacharia 1:15 2 Kronieken 28:9 Jesaja 14:17 Obadja 1:10 Obadja 1:16 Deuteronomium 28:50 Psalmen 69:26 Ezechiël 24:21
Jesaja 47:7 Jesaja 47:5 Deuteronomium 32:29 Jeremia 5:31 Daniël 4:29 Ezechiël 7:3 Ezechiël 28:2 Ezechiël 29:3 Jesaja 42:25
Jesaja 47:8 Sefanja 2:15 Jesaja 32:9 Jesaja 47:10 Jeremia 50:11 Jesaja 45:6 Psalmen 10:5 Richteren 18:7 Daniël 4:22
Jesaja 47:9 Nahum 3:4 1 Thessalonicenzen 5:3 Psalmen 73:19 Openbaring 18:8 Jesaja 47:12 Daniël 2:2 Jeremia 51:29 Jesaja 51:18
Jesaja 47:10 Jesaja 29:15 Psalmen 52:7 Jesaja 5:21 Ezechiël 9:9 Ezechiël 8:12 Jesaja 59:4 Prediker 8:8 Job 22:13
Jesaja 47:11 1 Thessalonicenzen 5:3 Nehemia 4:11 Jesaja 37:36 Lukas 12:59 Psalmen 50:22 Mattheüs 18:34 Daniël 5:25 Exodus 12:29
Jesaja 47:12 Daniël 5:7 Nahum 3:4 Jesaja 47:9 Jeremia 2:28 Exodus 8:18 Exodus 8:7 Exodus 7:11 Jesaja 8:19
Jesaja 47:13 Jesaja 44:25 Jesaja 57:10 Jeremia 51:58 Daniël 5:30 Daniël 5:7 Daniël 2:2 Ezechiël 24:12 Daniël 5:15
Jesaja 47:14 Maleachi 4:1 Nahum 1:10 Jesaja 41:2 Mattheüs 10:28 Jesaja 10:17 Joël 2:5 Jesaja 5:24 Obadja 1:18
Jesaja 47:15 Ezechiël 27:12 Openbaring 18:11 Jesaja 56:11 Jeremia 51:6
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jesaja 47 vers 1

af, Te weten van uw koninklijken stoel; alsof hij zeide: uw koninklijke staat, uwe pracht, uwe heerlijkheid, zal u nu haast benomen worden.

Hertaald: af, Namelijk: van uw koninklijke troon. Alsof hij zei: uw koninklijke staat, uw praal, uw heerlijkheid zal u nu spoedig ontnomen worden.

zit in het stof, Of, zet u in het stof, gelijk die te doen plegen, die treuren vanwege enig groot leed, dat hun is overkomen. Zie Job 2:8 , Job 2:13 .

Hertaald: zit in het stof, Of: zet u in het stof, zoals zij plegen te doen die treuren vanwege een groot leed dat hun overkomen is. Zie Job 2:8 en Job 2:13.

gij jonkvrouw, Aldus noemt de profeet het koninkrijk der Babyloniërs, dat toen ten hoogste bloeide, en dewijl het tot dezen tijd toe nog van gene vijanden was overheerd geweest, daar het zeer hovaardig op was, zijnde een voorbeeld van het Babel des Nieuwen Testaments of het rijk van den Antichrist.

Hertaald: gij jonkvrouw, Zo noemt de profeet het koninkrijk van de Babyloniërs, dat toen op zijn hoogtepunt bloeide en tot dan toe nog door geen enkele vijand overheerst was — iets waarop het zeer hoogmoedig was. Het is een voorafbeelding van het Babel van het Nieuwe Testament, of van het rijk van de antichrist.

dochter van Babel Dat is, gij volk van Babel; zie 2 Kon. 19:21 .

Hertaald: dochter van Babel Dat is: u, volk van Babel; zie 2 Kon. 19:21.

er is geen troon Of, waar geen stoel is, te weten geen koninklijke stoel of troon.

Hertaald: er is geen troon Of: waar geen zetel is, namelijk geen koninklijke zetel of troon.

gij dochter der Chaldeën Dat is, Babylon, dat van de Chaldeën bewoond wordt.

Hertaald: gij dochter der Chaldeën Dat is: Babylon, dat door de Chaldeeën bewoond wordt.

gij zult niet meer genoemd worden De zin is, uw wellust, dartelheid, overdaad, zal haast een einde nemen en in een ellendigen bedroefden staat veranderen. Hebreeuws, gij zult niet toedoen, dat zij u zullen noemen.

Hertaald: gij zult niet meer genoemd worden De betekenis is: uw weelde, uw dartelheid en uw overdaad zullen spoedig een einde nemen en veranderen in een ellendige, bedroefde staat. Hebreeuws: u zult niet toedoen dat zij u zo noemen.

Jesaja 47 vers 2

Neem de molen, Dat is, sla de hand aan den handmolen. Met deze woorden dreigt en voorzegt de Heere den Babyloniërs dat zij der Perzen lijfeigen knechten en maagden worden zouden, moetende den zwaren arbeid doen van het malen van het koren met handmolens. Zie Ex. 11:5 ; Richt. 16:21 .

Hertaald: Neem de molen, Dat is: sla de hand aan de handmolen. Met deze woorden dreigt en voorzegt de HEERE de Babyloniërs dat zij lijfeigen knechten en slavinnen van de Perzen zouden worden en de zware arbeid van het malen van koren met handmolens zouden moeten doen. Zie Ex. 11:5 en Richt. 16:21.

ontdek uw vlechten, Te weten gelijk de vrouwen plachten te doen, die tot een teken van droefenis het haar van het hoofd lostrokken en lieten hangen tot over het aangezicht. Of, ontbloot uw haar; te weten gelijk de slavinnen.

Hertaald: ontdek uw vlechten, Namelijk: zoals de vrouwen plachten te doen, die als teken van droefheid het haar van hun hoofd lostrokken en het tot over hun gezicht lieten hangen. Of: ontbloot uw haar, namelijk zoals de slavinnen.

de enkelen, Of, de koten; de slaven, knechten en maagden plachten barrevoets te gaan.

Hertaald: de enkelen, Of: de enkels. De slaven, knechten en slavinnen plachten barrevoets te gaan.

ontdek de schenkelen, Dat is, schort u hoog op.

Hertaald: ontdek de schenkelen, Dat is: schort uw kleed hoog op.

ga door de rivieren Te weten de rivieren van Perzië; een dreigement dat zij gevankelijk zouden weggevoerd worden.

Hertaald: ga door de rivieren Namelijk: de rivieren van Perzië; een dreiging dat zij in gevangenschap weggevoerd zouden worden.

Jesaja 47 vers 3

schaamte Hebreeuws, naaktheid.

Hertaald: schaamte Hebreeuws: naaktheid.

Ik zal wraak nemen, Dat is, Ik de Heere zal aan u, gij dochter van Babel, wraak doen, omdat gij zo onbarmhartig over mijn volk geweest zijt, vs.6.

Hertaald: Ik zal wraak nemen, Dat is: Ik, de HEERE, zal Mij op u wreken, o dochter van Babel, omdat u zo onbarmhartig tegenover Mijn volk geweest bent, vers 6.

als een mens Maar als God. De zin is: Ik zal mijne sterkte aan u bewijzen, alzo dat gij te gronde zult moeten gaan. Of, Ik zal u aantasten, niet als een mens, maar als een leeuw of beer, of een ander wreed verscheurend dier, alzo dat men uit de grootheid of zwarigheid der straffen, die Ik over u brengen zal, wel lichtelijk zal kunnen afnemen dat het meer dan een menselijke kracht is, die u tenonder brengt.

Hertaald: als een mens Maar wel als God. De betekenis is: Ik zal Mijn sterkte aan u tonen, zodat u te gronde zult moeten gaan. Of: Ik zal u aanvallen, niet als een mens maar als een leeuw of beer of een ander wreed, verscheurend dier, zodat men uit de omvang en de zwaarte van de straffen die Ik over u breng gemakkelijk zal kunnen opmaken dat het meer dan menselijke kracht is die u ten onder brengt.

Jesaja 47 vers 4

Onzes Verlossers Naam Hebreeuws, onze Verlosser, Heere der heirscharen is zijn naam, enz.

Hertaald: Onzes Verlossers Naam Hebreeuws: onze Verlosser, HEERE der heirscharen is Zijn Naam, enzovoort.

Jesaja 47 vers 5

Zit stilzwijgende, Verberg u gelijk de wanhopige mensen doen, die nergens hulp en troost van verwachten. Of, wees in de vergetelheid gesteld, als iets dat van gene waarde is.

Hertaald: Zit stilzwijgende, Verberg u zoals wanhopige mensen doen, die nergens hulp en troost van verwachten. Of: word aan de vergetelheid prijsgegeven, als iets wat geen waarde heeft.

gij zult niet meer Dit is vervuld geworden als Cyrus de Babylonische monarchie op de Perzen gebracht heeft.

Hertaald: gij zult niet meer Dit is vervuld toen Cyrus de Babylonische wereldmacht op de Perzen deed overgaan.

koningin Of, vrouwe, regentes, souvereine, prinses, overste gebiedster. Zie de aantekening Jer. 13:18 .

Hertaald: koningin Of: vrouwe, regentes, souvereine, prinses, opperste gebiedster. Zie de aantekening bij Jer. 13:18.

Jesaja 47 vers 6

Ik ontheiligde Ik liet ze verstoren en verwoesten, dezelve niet anders achtende dan een onheilige, ontreinigde of ontwijde zaak, deszelve aan de onheilige natiën overgevende.

Hertaald: Ik ontheiligde Ik liet hen verstoren en verwoesten en beschouwde hen niet anders dan als een onheilige, verontreinigde of ontwijde zaak, terwijl Ik hen aan de onheilige volken overgaf.

Mijn erve, Dat is, mijn volk Israël.

Hertaald: Mijn erve, Dat is: Mijn volk Israël.

over den oude De oude personen plachten wel somtijds van hunne vijanden zelfs verschoond te worden; maar deze barmhartigheid is bij de Babyloniërs niet te vinden geweest.

Hertaald: over den oude Oude mensen werden soms zelfs door hun vijanden gespaard, maar bij de Babyloniërs was die barmhartigheid niet te vinden.

maaktet gij Dat is, gij hebt hen zeer bezwaard en benauwd en wredelijk behandeld.

Hertaald: maaktet gij Dat is: u hebt hen zwaar belast en benauwd en wreed behandeld.

Jesaja 47 vers 7

gij zeidet Te weten in uw hart, dat is, gij dacht, gelijk vs.10.

Hertaald: gij zeidet Namelijk: in uw hart, dat is: u dacht, zoals in vers 10.

koningin zijn Zie vs.5.

Hertaald: koningin zijn Zie vers 5.

gij hebt Te weten, wat het einde wezen zou, nadat Ik mijn volk zou gekastijd hebben in mijn rechtvaardig oordeel. Hebreeuws, aan het laatste.

Hertaald: gij hebt Namelijk: wat het einde zou zijn nadat Ik Mijn volk in Mijn rechtvaardig oordeel gekastijd zou hebben. Hebreeuws: aan het laatste.

Jesaja 47 vers 8

die zo zeker Zie de aantekening Spr. 1:33 .

Hertaald: die zo zeker Zie de aantekening bij Spr. 1:33.

Ik ben het, Of, Ik ben het, en is er behalve mij enige meer? of Ik ben het; ja, nog Ik alleenlijk.

Hertaald: Ik ben het, Of: Ik ben het, en is er behalve mij nog iemand? Of: Ik ben het, ja, nog altijd ik alleen.

ik zal geen weduwe Dat is, ik zal van den koning, die als mijn man is, en van mijne burgers of onderzaten, die als mijne kinderen zijn, niet beroofd worden. De zin is: Ik zal altoos in de koninklijke waardigheid blijven, zij zal nimmermeer van mij genomen worden.

Hertaald: ik zal geen weduwe Dat is: ik zal niet beroofd worden van de koning, die als mijn man is, en niet van mijn burgers of onderdanen, die als mijn kinderen zijn. De betekenis is: ik zal altijd in de koninklijke waardigheid blijven, die zal mij nooit ontnomen worden.

kennen Of, weten; dat is, ondervinden.

Hertaald: kennen Of: weten — dat is: ondervinden.

Jesaja 47 vers 9

volkomenlijk Hebreeuws, in, of naar hunne volmaaktheid.

Hertaald: volkomenlijk Hebreeuws: in, of naar hun volmaaktheid.

vanwege de menigte Of, om der grotere menigte wil van uwe bezweringen.

Hertaald: vanwege de menigte Of: vanwege de zeer grote menigte van uw bezweringen.

Jesaja 47 vers 10

uw wijsheid Dat is, uw toverij en sterrekunst, op welke zich de Chaldeën zeer verlieten, alsof het de grootste wijsheid ware geweest. Zie Dan. 2:2 , en Dan. 5:7 .

Hertaald: uw wijsheid Dat is: uw toverij en sterrenkunde, waarop de Chaldeeën zich zeer verlieten alsof het de grootste wijsheid was. Zie Dan. 2:2 en Dan. 5:7.

afkerig gemaakt; Te weten van den rechten weg, of van wat goeds te doen.

Hertaald: afkerig gemaakt; Namelijk: van de rechte weg, of van het doen van enig goed.

Jesaja 47 vers 11

den dageraad Dat is, zijn oorsprong, aanvang, begin. Aldus bespot hij de Babyloniërs, die op des hemels loop, [dat is, op den opgang en ondergang der sterren] acht gaven, om iets daaruit te voorzeggen.

Hertaald: den dageraad Dat is: zijn oorsprong, aanvang, begin. Zo bespot hij de Babyloniërs, die op de loop van de hemel letten — dat is: op de opgang en ondergang van de sterren — om daaruit iets te voorzeggen.

hetwelk Dat is, waaruit gij uzelven niet zult weten te ontwikkelen, noch uit te redden, of gij zult het niet kunnen verzachten.

Hertaald: hetwelk Dat is: waaruit u zich niet zult weten los te maken of te redden; of: u zult het niet kunnen verzachten.

Jesaja 47 vers 12

waarin gij Anders, waarmede, of met welke gij u bemoeid hebt van, enz.

Hertaald: waarin gij Anders: waarmee, of: waarmee u zich bezig hebt gehouden van, enzovoort.

of gij misschien Dit is spottenderwijze gesproken, om de ijdele hoop der Babyloniërs te openbaren.

Hertaald: of gij misschien Dit is spottend gezegd, om de ijdele hoop van de Babyloniërs aan het licht te brengen.

Jesaja 47 vers 13

die den hemel De mensen wijsmakende dat zij uit het aanschouwen der sterren toekomende dingen konden voorzeggen.

Hertaald: die den hemel Die de mensen wijsmaken dat zij uit het aanschouwen van de sterren toekomende dingen kunnen voorzeggen.

die naar de nieuwe Of, die maandelijks, of naar de maanden voorspellen. Hebreeuws, te kennen geven.

Hertaald: die naar de nieuwe Of: die maandelijks, of per maand, voorspellen. Hebreeuws: te kennen geven.

Jesaja 47 vers 14

zij zullen zijn Hebreeuws, zij zijn geweest; betekenende de zekerheid dezer profetie.

Hertaald: zij zullen zijn Hebreeuws: zij zijn geweest, wat de zekerheid van deze profetie aanduidt.

zichzelven Hebreeuws, hunne ziel; gelijk Jes. 46:2 . En kunnen zij zichzelven niet verlossen, veel minder zullen zij anderen kunnen verlossen uit de ellenden, die Babylon zullen overkomen.

Hertaald: zichzelven Hebreeuws: hun ziel, zoals in Jes. 46:2. En als zij zichzelf niet kunnen verlossen, zullen zij nog veel minder anderen kunnen verlossen uit de ellende die Babylon zal overkomen.

uit de macht Hebreeuws, uit de hand.

Hertaald: uit de macht Hebreeuws: uit de hand.

der vlam; Dat is, van den vijandelijken aanval en inval hunner vijanden, der Perzen en Meden.

Hertaald: der vlam; Dat is: van de vijandelijke aanval en inval van hun vijanden, de Perzen en Meden.

het zal geen De zin is, dat de vlam, in het voorgaande vermeld, hen gewisselijk verteren zal, zijnde geen vuur om bij te warmen, maar om te verteren en te verslinden. Of, als anderen: Gelijk de stoppelen geen bestendigen gloed noch warmte geven, alzo is er bij de toverij en bij de sterrenkijkerij gene hulp te vinden. Anders: het zal geen kool zijn hunner spijze, dat is, om daarbij te koken.

Hertaald: het zal geen De betekenis is dat de zojuist genoemde vlam hen zeker zal verteren: het is geen vuur om je bij te warmen, maar om te verteren en te verslinden. Anderen lezen het zo: zoals stoppels geen blijvende gloed of warmte geven, zo is er bij de toverij en de sterrenwichelarij geen hulp te vinden. Anders: het zal geen kool van hun spijs zijn — dat is: om erbij te koken.

Jesaja 47 vers 15

met dewelke Dat is, met welke gij zolang grote moeite gedaan hebt, hun vragende van toekomende dingen, dat gij daar eindelijk moede van geworden zijt. Hij bedoelt de sterrenkijkers.

Hertaald: met dewelke Dat is: met wie u zo lang veel moeite gedaan hebt door hen naar toekomende dingen te vragen, zodat u er ten slotte moe van geworden bent. Hij bedoelt de sterrenwichelaars.

uw handelaars Met welken gij dagelijks hebt omgegaan. Verstaande de astrologen.

Hertaald: uw handelaars Met wie u dagelijks omgegaan bent. Hij bedoelt de astrologen.

zijns weegs Of, zijn pas, zijn gang.

Hertaald: zijns weegs Of: zijn pas, zijn gang.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zit stilzwijgende, gij dochter der Chaldeen  — Babel wordt geoordeeld, en de reden ligt niet alleen in haar hoogmoed maar in haar hardheid (Jes. 47:1-15)

"Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel!" (Jes. 47:1). Zij mag niet langer koningin over de koninkrijken heten en moet zwijgend in het donker gaan zitten (Jes. 47:5). Dan volgt de reden, en die is opmerkelijk: "Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar" (Jes. 47:6). Daarbij komt haar zekerheid: "Ik zal koningin zijn in eeuwigheid", en: "Ik ben het, en niemand meer dan ik" (Jes. 47:7-8). Waarop zij bouwde wordt ook genoemd: haar toverijen en bezweringen, en de mannen die de sterren waarnemen (Jes. 47:9,13). Van hen wordt gezegd dat zij zichzelf niet uit de vlam kunnen rukken (Jes. 47:14).

Bijbelse betekenis: Merk op wat Babel wordt aangerekend. Zij was werktuig in Gods hand en werd dat ook gezegd; wat haar wordt aangerekend, is dat zij daarbij geen barmhartigheid kende en de oude man niet ontzag. Dat is dezelfde lijn als bij Assur (reeds behandeld bij Jes. 10:7): een werktuig is niet onschuldig, want het handelt uit zijn eigen hart. Let vervolgens op haar woorden in Jes. 47:8. Wat zij zegt is "Ik ben het, en niemand meer dan ik", en dat lijkt sterk op wat God in dit boek van Zichzelf zegt: "Ik ben God, en niemand meer" (Jes. 45:22). Wie zo spreekt, neemt de plaats in die niet van hem is. Let ten slotte op waar zij haar zekerheid zocht. De toverij en de sterrenwichelarij worden genoemd zoals de Schrift ze noemt, zonder uitweiding, en het oordeel erover was allang gegeven (reeds behandeld bij Deut. 18:10-11). Wat zij vraagt is niet: is het waar, maar: kan het mij redden. Het antwoord is dat het zichzelf niet redden kan.

Typologie: De val van deze stad keert terug als beeld aan het einde van de Schrift, waar Babylon in haar hart zegt dat zij als koningin zit en geen weduwe zal zijn (Op. 18:7). Dat de gelovigen daaruit moeten gaan, is in dit register al behandeld (reeds behandeld bij Op. 18:4).

Jes. 47:1-15; Jes. 10:7; Jes. 45:22; Deut. 18:10-11; Op. 18:7; Op. 18:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Jesaja 47

Jesaja 47:14.KruisverwijzingenMaleachi 4:1Nahum 1:10Jesaja 41:2Mattheüs 10:28Jesaja 10:17Joël 2:5Jesaja 5:24Obadja 1:18
— Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.
“Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.” Dit vers is een deel van een verschrikkelijke beschrijving van Gods gericht over Babel. De profeet had de aanklacht van de HEERE tegen dat tirannieke volk helder opgeschreven, en nadat hij hun schuld bewezen had, sprak hij hun vonnis uit.

Hij beschuldigde hen ervan geen barmhartigheid bewezen te hebben aan het volk van de HEERE, dat Hij vanwege Zijn gericht over hen in hun handen gegeven had. Hij legde hun hoogmoed en zelfverheffing ten laste. Hij getuigde tegen hun vermetelheid en hun overmoed, want zij gaven zich aan genoegens over en leefden zorgeloos, en verwachtten geen enkele moeilijkheid.

Om deze ongerechtigheden zou de ondergang van Babel plotseling, verschrikkelijk en volkomen zijn. Zij zouden zo geheel verdelgd worden dat er geen enkele troostrijke herinnering aan hun staat zou overblijven. Er zou een vuur zijn om hen te verteren, maar geen om zich bij te warmen. De brand zou niet zijn zoals wanneer hout in de vlam knettert, waarbij gloeiende as of een verkoolde tronk overblijft; maar zij zouden als stoppelen zijn, geheel verteerd, zonder spoor en zonder gedachtenis.

Wij hebben een groot bewijs van de waarachtigheid en de goddelijkheid van de Schrift in zulke profetieën die vervuld zijn. In de goede voorzienigheid van God zijn er uit puinhopen en uit bergen vergaan materiaal platen en stenen opgegraven, die in hun beeldhouwwerk en hun opschriften de meest verbazende bewijzen dragen van wat de HEERE door Zijn profeten gesproken heeft.

Het is een onbetwistbare waarheid dat Gods gerechtigheid niet partijdig is, en dat de beschrijving van het verderf dat Hij aan één soort zondaars toewijst een volkomen billijk beeld is van wat Hij met andere zal doen. Want God heeft twee of drie wijzen om in Zijn gerechtigheid met mensen te handelen. Hij oordeelt door Zijn gerechtigheid, en Hij wijst de wraak toe aan onboetvaardige mensen naar een vaste en onveranderlijke regel. Voor ons vandaag is de ondergang van Babel een beeld van het verderf dat zeker komen zal over onboetvaardige zondaars. Dat gebeurt in die dag waarin de Heere Jezus uit de hemel wederkomt om Zijn vijanden te richten en Zich van Zijn tegenstanders te ontdoen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content