Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Voorts geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697 ten tweedenH8145 male totH413JeremiaH3414, als hijH1931nogH5750 in het voorhofH2691 der bewaringH4307 was opgeslotenH6113, zeggendeH559:Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende:
KJVMoreover the word2of the LORD3came unto Jeremiah5the second6time, while he was yet shut up9in the court10of the prison,11saying,
1וַיְהִ֧יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יִרְמְיָ֖הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah6שֵׁנִ֑יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)7וְהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8עוֹדֶ֣נּוּH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)9עָצ֔וּרH6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)10בַּחֲצַ֥רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village11הַמַּטָּרָ֖הH4307bewaring, Gevangenpoort, doelmark, prison12לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
2Zo zegt de HEERE, Die het doet, de HEERE, Die dat formeert, opdat Hij het bevestige, HEERE is Zijn Naam;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068, Die het doetH6213, de HEEREH3068, Die dat formeertH3335, opdat Hij het bevestigeH3559, HEEREH3068 is Zijn NaamH8034;Zo zegt de HEERE, Die het doet, de HEERE, Die dat formeert, opdat Hij het bevestige, HEERE is Zijn Naam;
KJVThus saith2the LORD3the maker4thereof, the LORD5that formed6it, to establish8it; the LORD9is his name;
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4עֹשָׂ֑הּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6יוֹצֵ֥רH3335geformeerd, formeert, pottenbakker[idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose7אוֹתָ֛הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8לַהֲכִינָ֖הּH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed9יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10שְׁמֽוֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
3Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3RoepH7121totH413 Mij, en Ik zal u antwoordenH6030, en Ik zal u bekendH5046 maken groteH1419 en vasteH1219 dingen, die gij nietH3808weetH3045.Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.
KJVCall1unto me, and I will answer3thee, and shew4thee great6and mighty things,7which thou knowest
1קְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3וְאֶעֱנֶ֑ךָּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)4וְאַגִּ֧ידָהH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter5לְּךָ֛6גְּדֹל֥וֹתH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very7וּבְצֻר֖וֹתH1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold8לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יְדַעְתָּֽםH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
4Want zo zegt de HEERE, de God Israels, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430IsraelsH3478, van de huizenH1004 dezer stadH5892, en van de huizenH1004 der koningenH4428 van JudaH3063, die door de wallenH5550 en door het zwaardH2719 zijn afgebrokenH5422:Want zo zegt de HEERE, de God Israels, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken:
KJVFor thus saith3the LORD,4the God5of Israel,6concerning the houses8of this city,9and concerning the houses12of the kings13of Judah,14which are thrown down15by the mounts,17and by the sword;
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֨הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8בָּתֵּי֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus11וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12בָּתֵּ֖יH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal14יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah15הַנְּתֻצִ֕יםH5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17הַסֹּלְל֖וֹתH5550wal, wallen, sterktenbank, mount18וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19הֶחָֽרֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
5Er zijn er wel ingekomen, om te strijden tegen de Chaldeen, maar het is om die te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Er zijn er wel ingekomenH935, om te strijdenH3898tegenH5921 de ChaldeenH3778, maar het is om dieH834 te vullenH4390metH854dode lichamenH6297 van mensenH120, dieH834 Ik verslagenH5221 heb in Mijn toornH639 en in Mijn grimmigheidH2534; en omdat Ik Mijn aangezichtH6440 van dezeH2063stadH5892verborgenH5641 heb, om alH3605 hunlieder boosheidH7451.Er zijn er wel ingekomen, om te strijden tegen de Chaldeen, maar het is om die te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid.
KJVThey come1to fight2with the Chaldeans,4but it is to fill5them with the dead bodies7of men,8whom I have slain10in mine anger11and in my fury,12and for all whose wickedness20I have hid14my face15from this city.
1בָּאִ֗יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2לְהִלָּחֵם֙H3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַכַּשְׂדִּ֔יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea5וּלְמַלְאָם֙H4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly6אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7פִּגְרֵ֣יH6297dode lichamen, lichamen, aascarcase, corpse, dead body8הָאָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10הִכֵּ֥יתִיH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound11בְאַפִּ֖יH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath12וּבַחֲמָתִ֑יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)13וַאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14הִסְתַּ֤רְתִּיH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely15פָנַי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16מֵהָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town17הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus18עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20רָעָתָֽםH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
6Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6ZieH2005, Ik zal haar de gezondheidH724 en de genezingH4832 doen rijzenH5927, en zal henlieden genezenH7495, en zal hun openbarenH1540overvloedH6283 van vredeH7965 en waarheidH571.Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid.
KJVBehold, I will bring2it health4and cure,5and I will cure6them, and will reveal7unto them the abundance9of peace10and truth.
1הִנְנִ֧יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2מַעֲלֶהH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3לָּ֛הּ4אֲרֻכָ֥הH724gezondheid, betering, genezinghealth, made up, perfected5וּמַרְפֵּ֖אH4832medicijn, genezing, genezen(in-)cure(-able), healing(-lth), remedy, sound, wholesome, yielding6וּרְפָאתִ֑יםH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)7וְגִלֵּיתִ֣יH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover8לָהֶ֔ם9עֲתֶ֥רֶתH6283overvloedabundance. p10שָׁל֖וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly11וֶאֱמֶֽתH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity
7En Ik zal de gevangenis van Juda en de gevangenis van Israel wenden, en zal ze bouwen als in het eerste.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En Ik zal de gevangenisH7622 van JudaH3063 en de gevangenisH7622 van IsraelH3478wendenH7725, en zal ze bouwenH1129 als in het eersteH7223.En Ik zal de gevangenis van Juda en de gevangenis van Israel wenden, en zal ze bouwen als in het eerste.
KJVAnd I will cause the captivity3of Judah4and the captivity6of Israel7to return,1and will build8them, as at the first.
1וַהֲשִֽׁבֹתִי֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׁב֣וּתH7622gevangenis, gevangenen, gevangenissencaptive(-ity)4יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah5וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שְׁב֣וּתH7622gevangenis, gevangenen, gevangenissencaptive(-ity)7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וּבְנִתִ֖יםH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely9כְּבָרִֽאשֹׁנָֽהH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past
8En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, met dewelke zij tegen Mij gezondigd hebben; en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd en met dewelke zij tegen Mij overtreden hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En Ik zal hen reinigenH2891 van alH3605 hun ongerechtigheidH5771, met dewelkeH834 zij tegen Mij gezondigdH2398 hebben; en Ik zal vergevenH5545alH3605 hun ongerechtighedenH5771, met dewelkeH834 zij tegen Mij gezondigdH2398 en met dewelkeH834 zij tegen Mij overtredenH6586 hebben.En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, met dewelke zij tegen Mij gezondigd hebben; en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd en met dewelke zij tegen Mij overtreden hebben.
KJVAnd I will cleanse1them from all their iniquity,3whereby they have sinned5against me; and I will pardon7all their iniquities,9whereby they have sinned,11and whereby they have transgressed
1וְטִ֣הַרְתִּ֔יםH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)2מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עֲוֺנָ֖םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5חָֽטְאוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass6לִ֑י7וְסָלַחְתִּ֗יH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare8לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9עֲוֺנֽוֹתֵיהֶם֙H5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11חָֽטְאוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass12לִ֔י13וַאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14פָּ֥שְׁעוּH6586overtreden, overtreders, vielenoffend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or)15בִֽי
9En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En het zal Mij zijnH1961 tot een vrolijkenH8342naamH8034, tot een roemH8416, en tot een sieraadH8597 bij alleH3605heidenenH1471 der aardeH776; die alH3605 het goedeH2896 zullen horenH8085, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezenH6342 en beroerdH7264 zijn overH5921alH3605 het goedeH2896, en overH5921alH3605 den vredeH7965, dienH834IkH595 hun beschikkeH6213.En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke.
KJVAnd it shall be to me a name3of joy,4a praise5and an honour6before all the nations8of the earth,9which shall hear11all the good14that I do17unto them: and they shall fear19and tremble20for all the goodness23and for all the prosperity26that I procure
1וְהָ֣יְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לִּ֗י3לְשֵׁ֤םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report4שָׂשׂוֹן֙H8342vreugde, vrolijkheid, blijdschapgladness, joy, mirth, rejoicing5לִתְהִלָּ֣הH8416lof, roem, lofzangpraise6וּלְתִפְאֶ֔רֶתH8597heerlijkheid, sieraad, sierlijkebeauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty7לְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8גּוֹיֵ֣יH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people9הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11יִשְׁמְע֜וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הַטּוֹבָ֗הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)15אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16אָֽנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which17עֹשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19וּפָחֲד֣וּH6342vervaard, vrezen, schrikkenbe afraid, stand in awe, (be in) fear, make to shake20וְרָֽגְז֗וּH7264beroerd, woeden, beroerdenbe afraid, stand in awe, disquiet, fall out, fret, move, provoke, quake, rage, shake, tremble, trouble, be wroth21עַ֤לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23הַטּוֹבָה֙H2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)24וְעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with25כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)26הַשָּׁל֔וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly27אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection28אָֽנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which29עֹ֥שֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use30לָּֽהּ
10Alzo zegt de HEERE: In deze plaats (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068: In dezeH2088plaatsH4725 (waarvan gijH859 zegt: ZijH1931 is woestH2720, dat er geenH369mensH120 en geenH369beestH929 in is), in de stedenH5892 van JudaH3063, en op de stratenH2351 van JeruzalemH3389, die zo verwoestH8074 zijn, dat er geen mensH120, en geenH369inwonerH3427, en geenH369beestH929 in is, zal wederomH5750gehoordH8085 worden,Alzo zegt de HEERE: In deze plaats (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,
KJVThus saith2the LORD;3Again there shall be heard5in this place,6which ye say10shall be desolate11without man14and without beast,16even in the cities17of Judah,18and in the streets19of Jerusalem,20that are desolate,21without man,23and without inhabitant,25and without beast,
1כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4עוֹד֮H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)5יִשָּׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6בַּמָּקוֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)7הַזֶּה֒H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10אֹֽמְרִ֔יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11חָרֵ֣בH2720woest, eenzame, drogedesolate, dry, waste12ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13מֵאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)14אָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person15וּמֵאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)16בְּהֵמָ֑הH929beesten, vee, beestbeast, cattle17בְּעָרֵ֤יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town18יְהוּדָה֙H3063JudaJudah19וּבְחֻצ֣וֹתH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without20יְרוּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem21הַֽנְשַׁמּ֗וֹתH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder22מֵאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)23אָדָ֛םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person24וּמֵאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)25יוֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry26וּמֵאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)27בְּהֵמָֽהH929beesten, vee, beestbeast, cattle
11De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11De stemH6963 der vrolijkheidH8342 en de stemH6963 der blijdschapH8057, de stemH6963 des bruidegomsH2860 en de stemH6963 der bruidH3618, de stemH6963 dergenen, die zeggen: LooftH3034 den HEEREH3068 der heirscharenH6635, wantH3588 de HEEREH3068 is goedH2896, wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in eeuwigheidH5769! de stem dergenen, die lofH8426aanbrengenH935 ten huizeH1004 des HEERENH3068; want Ik zal de gevangenisH7622 des landsH776wendenH7725, als in het eersteH7223, zegtH559 de HEEREH3068.De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.
KJVThe voice1of joy,2and the voice3of gladness,4the voice5of the bridegroom,6and the voice7of the bride,8the voice9of them that shall say,10Praise11the LORD13of hosts:14for the LORD17is good;16for his mercy20endureth for ever:19and of them that shall bring21the sacrifice of praise22into the house23of the LORD.24For I will cause to return26the captivity28of the land,29as at the first,30saith31the LORD.
1ק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell2שָׂשׂ֞וֹןH8342vreugde, vrolijkheid, blijdschapgladness, joy, mirth, rejoicing3וְק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell4שִׂמְחָ֗הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)5ק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell6חָתָן֮H2860schoonzoon, bruidegom, bruidegomsbridegroom, husband, son in law7וְק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell8כַּלָּה֒H3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse9ק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell10אֹמְרִ֡יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11הוֹדוּ֩H3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14צְבָא֜וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16ט֤וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)17יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19לְעוֹלָ֣םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)20חַסְדּ֔וֹH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing21מְבִאִ֥יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way22תּוֹדָ֖הH8426dankzegging, lof, lofofferenconfession, (sacrifice of) praise, thanks(-giving, offering)23בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)24יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)25כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet26אָשִׁ֧יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw27אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)28שְׁבוּתH7622gevangenis, gevangenen, gevangenissencaptive(-ity)29הָאָ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world30כְּבָרִאשֹׁנָ֖הH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past31אָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet32יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
12Zo zegt de HEERE der heirscharen: In deze plaats, die zo woest is, dat er geen mens, zelfs tot het vee toe, in is, mitsgaders in al derzelver steden, zullen wederom woningen zijn van herderen, die de kudden doen legeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: In deze plaatsH4725, dieH2088 zo woestH2720 is, dat er geenH369mensH120, zelfs totH5704 het veeH929 toe, in is, mitsgaders in alH3605 derzelver stedenH5892, zullen wederom woningenH5116 zijn van herderenH7462, die de kuddenH6629 doen legerenH7257.Zo zegt de HEERE der heirscharen: In deze plaats, die zo woest is, dat er geen mens, zelfs tot het vee toe, in is, mitsgaders in al derzelver steden, zullen wederom woningen zijn van herderen, die de kudden doen legeren.
KJVThus saith2the LORD3of hosts;4Again in this place,7which is desolate9without man11and without beast,13and in all the cities15thereof, shall be an habitation16of shepherds17causing their flocks19to lie down.
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָאוֹת֒H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5ע֞וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)6יִֽהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7בַּמָּק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)8הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9הֶחָרֵ֛בH2720woest, eenzame, drogedesolate, dry, waste10מֵֽאֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11אָדָ֥םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person12וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13בְּהֵמָ֖הH929beesten, vee, beestbeast, cattle14וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15עָרָ֑יוH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16נְוֵ֣הH5116woning, schaapskooi, kooicomely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried17רֹעִ֔יםH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste18מַרְבִּצִ֖יםH7257nederliggen, legeren, ligtcrouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit19צֹֽאןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
13In de steden van het gebergte, in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden, en in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, zullen de kudden wederom onder de handen des tellers doorgaan, zegt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13In de stedenH5892 van het gebergteH2022, in de stedenH5892 der laagteH8219, en in de stedenH5892 van het zuidenH5045, en in het landH776 van BenjaminH1144, en in de plaatsen rondomH5439JeruzalemH3389, en in de stedenH5892 van JudaH3063, zullen de kuddenH6629wederomH5750 onder de handenH3027 des tellersH4487doorgaanH5674, zegtH559 de HEEREH3068.In de steden van het gebergte, in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden, en in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, zullen de kudden wederom onder de handen des tellers doorgaan, zegt de HEERE.
KJVIn the cities1of the mountains,2in the cities3of the vale,4and in the cities5of the south,6and in the land7of Benjamin,8and in the places about9Jerusalem,10and in the cities11of Judah,12shall the flocks15pass again14under the hands17of him that telleth18them, saith19the LORD.
1בְּעָרֵ֨יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town2הָהָ֜רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion3בְּעָרֵ֤יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4הַשְּׁפֵלָה֙H8219laagte, laagtenlow country, (low) plain, vale(-ley)5וּבְעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6הַנֶּ֔גֶבH5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)7וּבְאֶ֧רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8בִּנְיָמִ֛ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin9וּבִסְבִיבֵ֥יH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side10יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11וּבְעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town12יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah13עֹ֣דH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)14תַּעֲבֹ֧רְנָהH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath15הַצֹּ֛אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17יְדֵ֥יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18מוֹנֶ֖הH4487tellen, beschikte, geteldappoint, count, number, prepare, set, tell19אָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet20יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
14Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het goede woord verwekken zal, dat Ik tot het huis van Israel en over het huis van Juda gesproken heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14ZietH2009, de dagenH3117komenH935, spreektH5002 de HEEREH3068, dat Ik het goedeH2896woordH1697verwekkenH6965 zal, datH834 Ik totH413 het huisH1004 van IsraelH3478 en overH5921 het huisH1004 van JudaH3063gesprokenH1696 heb.Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het goede woord verwekken zal, dat Ik tot het huis van Israel en over het huis van Juda gesproken heb.
KJVBehold, the days2come,3saith4the LORD,5that I will perform6that good9thing8which I have promised11unto the house13of Israel14and to the house16of Judah.
1הִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see2יָמִ֥יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3בָּאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַהֲקִֽמֹתִי֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9הַטּ֔וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11דִּבַּ֛רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
15In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15In die dagenH3117, en te dier tijdH6256 zal Ik DavidH1732 een SPRUITH6780 der gerechtigheidH6666doenH6213uitspruitenH6779; en HijH1931 zal rechtH4941 en gerechtigheidH6666 doen op aardeH776.In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
KJVIn those days,1and at that time,3will I cause the Branch7of righteousness8to grow up5unto David;6and he shall execute9judgment10and righteousness11in the land.
1בַּיָּמִ֤יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָהֵם֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3וּבָעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when4הַהִ֔יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5אַצְמִ֥יחַH6779uitspruiten, gewassen, spruitenbear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up)6לְדָוִ֖דH1732David, DavidsDavid7צֶ֣מַחH6780gewas, SPRUIT, SPRUITEbranch, bud, that which (where) grew (upon), spring(-ing)8צְדָקָ֑הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)9וְעָשָׂ֛הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10מִשְׁפָּ֥טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong11וּצְדָקָ֖הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)12בָּאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
16In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16In die dagenH3117 zal JudaH3063verlostH3467 worden, en JeruzalemH3389zekerH983wonenH7931; en dezeH2088 is, die haar roepenH7121 zal: De HEEREH3068, onze GERECHTIGHEID.In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.
KJVIn those days1shall Judah4be saved,3and Jerusalem5shall dwell6safely:7and this is the name wherewith she shall be called,10The LORD our righteousness.
1בַּיָּמִ֤יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָהֵם֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3תִּוָּשַׁ֣עH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory4יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah5וִירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6תִּשְׁכּ֣וֹןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)7לָבֶ֑טַחH983zeker, zekerheid, ekerassurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely8וְזֶ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יִקְרָאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say11לָ֖הּ12יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13צִדְקֵֽנוּH6664gerechtigheid, rechte, rechtvaardige[idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness)
17Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Aan DavidH1732 zal nietH3808 worden afgesnedenH3772 een ManH376, Die opH5921 den troonH3678 van het huisH1004IsraelsH3478zitteH3427.Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte.
KJVFor thus saith3the LORD;4David7shall never5want6a man8to sit9upon the throne11of the house12of Israel;
1כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֖הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יִכָּרֵ֣תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want7לְדָוִ֔דH1732David, DavidsDavid8אִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9יֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11כִּסֵּ֥אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne12בֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
18Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Ook zal den LevietischenH3881priesterenH3548, van voor Mijn aangezichtH6440, nietH3808 worden afgesnedenH3772 een ManH376, Die brandofferH5930offereH5927, en spijsofferH4503aanstekeH6999, en slachtofferH2077bereideH6213alH3605 de dagenH3117.Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen.
KJVNeither shall the priests1the Levites2want4a man5before6me to offer7burnt offerings,8and to kindle9meat offerings,10and to do11sacrifice12continually.
1וְלַכֹּהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer2הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite3לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יִכָּרֵ֥תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want5אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6מִלְּפָנָ֑יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7מַעֲלֶ֨הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work8עוֹלָ֜הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)9וּמַקְטִ֥ירH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)10מִנְחָ֛הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice11וְעֹ֥שֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12זֶּ֖בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הַיָּמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
19En des HEEREN woord geschiedde tot Jeremia, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En des HEERENH3068woordH1697geschieddeH1961totH413JeremiaH3414, zeggendeH559:En des HEEREN woord geschiedde tot Jeremia, zeggende:
KJVAnd the word2of the LORD3came unto Jeremiah,5saying,
20Alzo zegt de HEERE: Indien gijlieden Mijn verbond van den dag; en Mijn verbond van den nacht kondt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068: IndienH518 gijlieden Mijn verbondH1285 van den dag; en Mijn verbondH1285 van den nachtH3915 kondt vernietigenH6565, zodat dag en nachtH3915nietH1115zijnH1961 op hun tijdH6256;Alzo zegt de HEERE: Indien gijlieden Mijn verbond van den dag; en Mijn verbond van den nacht kondt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd;
Ook in dit vers
dagH3117
dagH3119
KJVThus saith2the LORD;3If ye can break5my covenant7of the day,8and my covenant10of the night,11and that there should not be day14and night15in their season;
1כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet5תָּפֵ֨רוּ֙H6565vernietigen, vernietigd, ganselijk[idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּרִיתִ֣יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league8הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בְּרִיתִ֖יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league11הַלָּ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)12וּלְבִלְתִּ֛יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without13הֱי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14יֽוֹמָםH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)15וָלַ֖יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)16בְּעִתָּֽםH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when
21Zo zal ook vernietigd kunnen worden Mijn verbond met Mijn knecht David, dat hij geen zoon hebbe, die op zijn troon regere, en met de Levieten, de priesteren, Mijn dienaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zo zal ookH1571vernietigdH6565 kunnen worden Mijn verbondH1285metH854 Mijn knechtH5650DavidH1732, dat hij geen zoonH1121 hebbe, die opH5921 zijn troonH3678regereH4427, en metH854 de LevietenH3881, de priesterenH3548, Mijn dienarenH8334.Zo zal ook vernietigd kunnen worden Mijn verbond met Mijn knecht David, dat hij geen zoon hebbe, die op zijn troon regere, en met de Levieten, de priesteren, Mijn dienaren.
KJVThen may also my covenant2be broken3with David5my servant,6that he should not have a son9to reign10upon his throne;12and with the Levites14the priests,15my ministers.
1גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2בְּרִיתִ֤יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league3תֻפַר֙H6565vernietigen, vernietigd, ganselijk[idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5דָּוִ֣דH1732David, DavidsDavid6עַבְדִּ֔יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7מִהְיֽוֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8ל֥וֹ9בֵ֖ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10מֹלֵ֣ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12כִּסְא֑וֹH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne13וְאֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14הַלְוִיִּ֥םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite15הַכֹּהֲנִ֖יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer16מְשָׁרְתָֽיH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on
22Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden, alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Gelijk het heirH6635 des hemelsH8064nietH3808geteldH5608, en het zandH2344 der zeeH3220nietH3808gemetenH4058 kan worden, alzoH3651 zal Ik vermenigvuldigenH7235 het zaadH2233 van Mijn knechtH5650DavidH1732, en de LevietenH3881, dieH834 Mij dienenH8334.Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden, alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen.
KJVAs the host4of heaven5cannot be numbered,3neither the sand8of the sea9measured:7so will I multiply11the seed13of David14my servant,15and the Levites17that minister
1אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יִסָּפֵר֙H5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer4צְבָ֣אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)6וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יִמַּ֖דH4058mat, meten, gemetenmeasure, mete, stretch self8ח֣וֹלH2344zand, zandssand9הַיָּ֑םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)10כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11אַרְבֶּ֗הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13זֶ֨רַע֙H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time14דָּוִ֣דH1732David, DavidsDavid15עַבְדִּ֔יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַלְוִיִּ֖םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite18מְשָׁרְתֵ֥יH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on19אֹתִֽיH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Voorts geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413JeremiaH3414, zeggendeH559:Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:
KJVMoreover the word2of the LORD3came to Jeremiah,5saying,
24Hebt gij niet gezien, wat dit volk spreekt, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, die heeft Hij nu verworpen? Ja, zij versmaden Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Hebt gij nietH3808gezienH7200, wat ditH2088 volk spreektH1696, zeggendeH559: De tweeH8147geslachtenH4940, die de HEEREH3068verkorenH977 had, die heeft Hij nu verworpenH3988? Ja, zij versmadenH5006 Mijn volk, zodat het geen volk meerH5750 is voor hun aangezichtH6440.Hebt gij niet gezien, wat dit volk spreekt, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, die heeft Hij nu verworpen? Ja, zij versmaden Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht.
Ook in dit vers
volkH1471
volkH5971
volkH5971
KJVConsiderest2thou not what this people4have spoken,6saying,7The two8families9which the LORD12hath chosen,11he hath even cast them off?14thus they have despised17my people,16that they should be no more a nation20before
1הֲל֣וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2רָאִ֗יתָH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3מָֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why4הָעָ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6דִּבְּר֣וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9הַמִּשְׁפָּח֗וֹתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)10אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11בָּחַ֧רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require12יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13בָּהֶ֖ם14וַיִּמְאָסֵ֑םH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16עַמִּי֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people17יִנְאָצ֔וּןH5006gelasterd, lasteren, versmadenabhor, (give occasion to) blaspheme, contemn, despise, flourish, [idiom] great, provoke18מִֽהְי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use19ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)20גּ֥וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people21לִפְנֵיהֶֽםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
25Zo zegt de HEERE: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht; indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Zo zegtH559 de HEEREH3068: IndienH518 Mijn verbondH1285nietH3808 is van dagH3119 en nachtH3915; indien Ik de ordeningenH2708 des hemelsH8064 en der aardeH776nietH3808gesteldH7760 heb;Zo zegt de HEERE: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht; indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb;
KJVThus saith2the LORD;3If my covenant6be not with day7and night,8and if I have not appointed13the ordinances9of heaven10and earth;
1כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6בְרִיתִ֖יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league7יוֹמָ֣םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)8וָלָ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)9חֻקּ֛וֹתH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute10שָׁמַ֥יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)11וָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13שָֽׂמְתִּיH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work
26Zo zal Ik ook het zaad van Jakob en van Mijn knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want Ik zal hun gevangenis wenden en Mij hunner ontfermen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Zo zal Ik ookH1571 het zaadH2233 van JakobH3290 en van Mijn knechtH5650DavidH1732verwerpenH3988, dat Ik van zijn zaadH2233 niet nemeH3947, die daar heerseH4910 over het zaadH2233 van AbrahamH85, IzakH3446 en JakobH3290; wantH3588 Ik zal hun gevangenisH7622wendenH7725 en Mij hunner ontfermenH7355.Zo zal Ik ook het zaad van Jakob en van Mijn knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want Ik zal hun gevangenis wenden en Mij hunner ontfermen.
KJVThen1will I cast away6the seed2of Jacob,3and David4my servant,5so that I will not take7any of his seed8to be rulers9over the seed11of Abraham,12Isaac,13and Jacob:14for I will cause their captivity18to return,16and have mercy
1גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2זֶ֣רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time3יַעֲקוֹב֩H3290Jakob, JakobsJacob4וְדָוִ֨דH1732David, DavidsDavid5עַבְדִּ֜יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6אֶמְאַ֗סH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person7מִקַּ֤חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8מִזַּרְעוֹ֙H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time9מֹֽשְׁלִ֔יםH4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11זֶ֥רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time12אַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham13יִשְׂחָ֣קH3446Izak, IzaksIsaac. Compare H3327 (יִצְחָק)14וְיַעֲקֹ֑בH3290Jakob, JakobsJacob15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16אָשִׁ֥יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18שְׁבוּתָ֖םH7622gevangenis, gevangenen, gevangenissencaptive(-ity)19וְרִחַמְתִּֽיםH7355ontfermen, ontferme, Ontfermerhave compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 33:1— Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende:Jeremia 37:21→Jeremia 38:28→Jeremia 32:8→Jeremia 32:2→2 Timotheüs 2:9→
Jeremia 33:2— Zo zegt de HEERE, Die het doet, de HEERE, Die dat formeert, opdat Hij het bevestige, HEERE is Zijn Naam;Exodus 6:3→Exodus 15:3→Jesaja 37:26→Amos 9:6→Amos 5:8→Jesaja 43:21→Jesaja 14:32→Jesaja 62:7→
Jeremia 33:3— Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.Jeremia 29:12→Jesaja 48:6→Deuteronomium 4:29→Jesaja 65:24→Jesaja 55:6→Efeze 3:20→Psalmen 91:15→Psalmen 50:15→
Jeremia 33:4— Want zo zegt de HEERE, de God Israels, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken:Jeremia 32:24→Ezechiël 4:2→Habakuk 1:10→Ezechiël 21:22→Ezechiël 26:8→
Jeremia 33:5— Er zijn er wel ingekomen, om te strijden tegen de Chaldeen, maar het is om die te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid.Jesaja 8:17→Jeremia 21:10→Jeremia 21:4→Jeremia 32:5→Jesaja 64:7→Jeremia 37:9→Deuteronomium 31:17→Jesaja 1:15→
Jeremia 33:6— Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid.Jesaja 30:26→Johannes 10:10→Titus 3:5→Galaten 5:22→Jesaja 26:2→Jesaja 66:12→Jesaja 11:5→Jesaja 54:13→
Jeremia 33:7— En Ik zal de gevangenis van Juda en de gevangenis van Israel wenden, en zal ze bouwen als in het eerste.Jeremia 30:3→Amos 9:14→Jesaja 1:26→Jeremia 32:44→Jeremia 31:4→Jeremia 24:6→Psalmen 126:4→Jeremia 30:18→
Jeremia 33:8— En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, met dewelke zij tegen Mij gezondigd hebben; en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd en met dewelke zij tegen Mij overtreden hebben.Zacharia 13:1→Ezechiël 36:25→Jeremia 31:34→Psalmen 51:2→1 Johannes 1:7→Psalmen 65:3→Psalmen 85:2→Hebreeën 9:11→
Jeremia 33:9— En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke.Jeremia 13:11→Jesaja 60:5→Jesaja 62:7→Nehemia 6:16→Hosea 3:5→Sefanja 3:17→Psalmen 40:3→Jeremia 31:4→
Jeremia 33:10— Alzo zegt de HEERE: In deze plaats (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,Jeremia 32:43→Ezechiël 37:11→Jeremia 32:36→
Jeremia 33:11— De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.1 Kronieken 16:34→Psalmen 107:1→Psalmen 106:1→Psalmen 107:22→2 Kronieken 5:13→1 Kronieken 16:8→Jeremia 7:34→Leviticus 7:12→
Jeremia 33:12— Zo zegt de HEERE der heirscharen: In deze plaats, die zo woest is, dat er geen mens, zelfs tot het vee toe, in is, mitsgaders in al derzelver steden, zullen wederom woningen zijn van herderen, die de kudden doen legeren.Jesaja 65:10→Jeremia 51:62→Ezechiël 34:12→Sefanja 2:6→Jeremia 36:29→Jeremia 31:24→Jeremia 17:26→Obadja 1:19→
Jeremia 33:13— In de steden van het gebergte, in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden, en in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, zullen de kudden wederom onder de handen des tellers doorgaan, zegt de HEERE.Leviticus 27:32→Lukas 15:4→Jeremia 17:26→Johannes 10:3→
Jeremia 33:14— Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het goede woord verwekken zal, dat Ik tot het huis van Israel en over het huis van Juda gesproken heb.Jeremia 29:10→Hagai 2:6→Jeremia 23:5→Jesaja 32:1→Ezechiël 34:23→Daniël 7:13→Lukas 10:24→Lukas 1:69→
Jeremia 33:15— In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.Jesaja 4:2→Jesaja 11:1→Jeremia 23:5→Zacharia 3:8→Psalmen 72:1→Zacharia 6:12→Openbaring 19:11→Jesaja 32:1→
Jeremia 33:16— In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.Jeremia 23:6→1 Korinthe 1:30→Jesaja 45:17→2 Korinthe 5:21→Jesaja 45:24→Jesaja 45:22→Filippenzen 3:9→Jeremia 32:37→
Jeremia 33:17— Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte.1 Koningen 2:4→Psalmen 89:29→1 Kronieken 17:11→1 Koningen 8:25→Jeremia 35:19→Jesaja 9:7→1 Kronieken 17:27→2 Samuël 3:29→
Jeremia 33:18— Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen.Romeinen 1:21→Ezechiël 43:19→Romeinen 15:16→Openbaring 1:6→Deuteronomium 18:1→Jesaja 61:6→Hebreeën 13:15→Jesaja 56:7→
Jeremia 33:20— Alzo zegt de HEERE: Indien gijlieden Mijn verbond van den dag; en Mijn verbond van den nacht kondt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd;Genesis 8:22→Psalmen 89:37→Jesaja 54:9→Jeremia 33:25→Psalmen 104:19→Jeremia 31:35→
Jeremia 33:21— Zo zal ook vernietigd kunnen worden Mijn verbond met Mijn knecht David, dat hij geen zoon hebbe, die op zijn troon regere, en met de Levieten, de priesteren, Mijn dienaren.2 Kronieken 7:18→Psalmen 89:34→2 Samuël 23:5→2 Kronieken 21:7→Jeremia 33:18→Mattheüs 24:35→Jesaja 9:6→Psalmen 132:17→
Jeremia 33:22— Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden, alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen.Genesis 15:5→Genesis 22:17→Ezechiël 37:24→Jeremia 31:37→Jesaja 66:21→Hebreeën 11:12→Hosea 1:10→Jesaja 53:10→
Jeremia 33:24— Hebt gij niet gezien, wat dit volk spreekt, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, die heeft Hij nu verworpen? Ja, zij versmaden Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht.Psalmen 44:13→Nehemia 4:2→Psalmen 83:4→Psalmen 123:3→Klaagliederen 2:15→Jeremia 30:17→Romeinen 11:1→Ezechiël 35:10→
Jeremia 33:25— Zo zegt de HEERE: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht; indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb;Psalmen 74:16→Jeremia 31:35→Psalmen 104:19→Genesis 8:22→Jeremia 33:20→Genesis 9:9→
Jeremia 33:26— Zo zal Ik ook het zaad van Jakob en van Mijn knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want Ik zal hun gevangenis wenden en Mij hunner ontfermen.Jeremia 31:37→Jesaja 14:1→Hosea 2:23→Ezechiël 39:25→Jeremia 31:20→Hosea 1:7→Jesaja 54:8→Romeinen 11:32→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 33 vers 1— Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende:
nog in het voorhof
Zie boven Jer. 32:2-3 .
Hertaald:nog in het voorhof
Zie hierboven Jer. 32:2-3.
Jeremia 33 vers 2— Zo zegt de HEERE, Die het doet, de HEERE, Die dat formeert, opdat Hij het bevestige, HEERE is Zijn Naam;
doet,
Te weten hetgeen Hij door mij openbaart en belooft aangaande de herstelling van Jeruzalem en zijne kerk; zie Ex. 3:14-15 . Anders: haar [namelijk van Jeruzalem en zijne kerk, waarvan in het voorgaande en volgende gesproken wordt] maker die haar formeert, of haar formeerder, enz., de zin opeen uitkomende.
Hertaald:doet,
Namelijk: wat Hij door mij openbaart en belooft over het herstel van Jeruzalem en van Zijn kerk; zie Ex. 3:14-15. Anders: haar maker — namelijk van Jeruzalem en Zijn kerk, waarover in het voorgaande en volgende gesproken wordt — Die haar formeert, of: haar Formeerder, enzovoort; de betekenis komt op hetzelfde neer.
Jeremia 33 vers 3— Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.
Roep tot Mij,
Dat is, bid vuriglijk, gij mijn volk, of, gij Jeremia, die gij hier gevangen zit; zie Job 36:13 .
Hertaald:Roep tot Mij,
Dat is: bid vurig, u, Mijn volk; of: u, Jeremia, die hier gevangenzit; zie Job 36:13.
vaste dingen,
Die vast bij mij besloten is, ja in mijnen raad als opgesloten zijn, en daarom vast en zeker gaan. Vergelijk Deut. 32:34 .
Hertaald:vaste dingen,
Dingen die bij Mij vast besloten liggen, ja die in Mijn raad als het ware opgesloten zijn en daarom vast en zeker gaan. Vergelijk Deut. 32:34.
Jeremia 33 vers 4— Want zo zegt de HEERE, de God Israels, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken:
stad,
Niettegenstaande [wil de Heere zeggen] dat de staat dezer stad en harer inwoners zo ellendig zal zijn, dat zij buiten alle menselijke mogelijkheid van herstelling zal wezen, nochtans zal Ik haar herstellen gelijk volgt vs.6.
Hertaald:stad,
Hoewel de toestand van deze stad en haar inwoners zo ellendig zal zijn dat herstel menselijk gesproken onmogelijk is, zal Ik haar toch herstellen, wil de HEERE zeggen, zoals volgt in vers 6.
wallen
Dat is, die haast en zekerlijk zullen afgebroken worden, als de Chaldeën van hun opgeworpen wallen of bolwerken door krijgsmiddelen en gewapenderhand [vergelijk Ezech. 26:9 ] , de stad zullen hebben ingenomen. Vergelijk boven Jer. 32:24 . Anders: tot de wallen en tot het zwaard; dat is, de huizen die afgebroken zijn, om bolwerken daarvan tegen den vijand te maken en tegenweer daaruit te doen.
Hertaald:wallen
Dat is: die spoedig en zeker afgebroken zullen worden, wanneer de Chaldeeën vanaf hun opgeworpen wallen of bolwerken met oorlogstuig en gewapenderhand de stad ingenomen zullen hebben; vergelijk Ezech. 26:9 en hierboven Jer. 32:24. Anders: tot de wallen en tot het zwaard — dat is: de huizen die afgebroken zijn om er bolwerken tegen de vijand van te maken en er tegenweer vanuit te bieden.
Jeremia 33 vers 5— Er zijn er wel ingekomen, om te strijden tegen de Chaldeen, maar het is om die te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid.
Daar zijn er wel
Te weten, zegt de HEERE, uit vs.4.
Hertaald:Daar zijn er wel
Namelijk: zegt de HEERE, uit vers 4.
ingekomen,
In de stad Jeruzalem, om die tegen de belegeraars te beschermen, gelijk men tegen tijd van belegering de hoofdsteden met kloeke krijgslieden pleegt te vervullen.
Hertaald:ingekomen,
In de stad Jeruzalem, om die tegen de belegeraars te verdedigen, zoals men met het oog op een belegering de hoofdsteden met kloeke krijgslieden pleegt te vullen.
die te
Chaldeën, die niets zoeken dan te doden en te moorden. Anderen verstaan de huizen; dat is, [zo zij verklaren] huisgezinnen, waarvan in vs.4.
Hertaald:die te
De Chaldeeën, die niets anders zoeken dan doden en moorden. Anderen verstaan er de huizen onder, dat is, zoals zij het uitleggen: de huisgezinnen waarover in vers 4.
vullen
Dat is, te verzadigen, dat zij hun moed koelen door het ombrengen der Joden. Aangaande zulk een gebruik des woords vervullen, vergelijk Ex. 15:9 ; Job 16:10 , met de aantekening.
Hertaald:vullen
Dat is: te verzadigen, zodat zij hun woede koelen door het ombrengen van de Joden. Over zo'n gebruik van het woord vervullen, vergelijk Ex. 15:9 en Job 16:10 met de aantekening.
Ik verslagen heb
Door het zwaard der Chaldeën verslaan zal, in plaats dat zij de Chaldeën [om zo te spreken] tegen mijn dank menen te verslaan.
Hertaald:Ik verslagen heb
Door het zwaard van de Chaldeeën verslaan zal — terwijl zij menen de Chaldeeën, om zo te zeggen, tegen Mijn wil in te verslaan.
omdat Ik Mijn
Anders: om welker [te weten huisgezinnen] alle boosheid Ik mijn aangezicht van deze stad verborgen heb.
Hertaald:omdat Ik Mijn
Anders: om al wier boosheid — namelijk van die huisgezinnen — Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb.
aangezicht
Zie Deut. 31:17 .
Hertaald:aangezicht
Zie Deut. 31:17.
hunlieder boosheid
Der inwoners.
Hertaald:hunlieder boosheid
Van de inwoners.
Jeremia 33 vers 6— Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid.
haar de
Der stad Jeruzalem en mijner kerk.
Hertaald:haar de
Van de stad Jeruzalem en van Mijn kerk.
gezondheid
Of, een pleister en medicijn opleggen; zie boven Jer. 30:13 , Jer. 30:17 .
Hertaald:gezondheid
Of: een pleister en medicijn opleggen; zie hierboven Jer. 30:13 en Jer. 30:17.
henlieden genezen,
De inwoners van Jeruzalem en leden mijner kerk.
Hertaald:henlieden genezen,
De inwoners van Jeruzalem en de leden van Mijn kerk.
openbaren
Onvoorziens, en daar het buiten alle hoop scheen te zijn.
Hertaald:openbaren
Onverwacht, en terwijl het buiten alle hoop leek te zijn.
vrede en waarheid
Door den Messias; vergelijk Joh. 1:17 . Anders: een bestendigen, vasten, of gewissen vrede.
Hertaald:vrede en waarheid
Door de Messias; vergelijk Joh. 1:17. Anders: een bestendige, vaste of zekere vrede.
Jeremia 33 vers 7— En Ik zal de gevangenis van Juda en de gevangenis van Israel wenden, en zal ze bouwen als in het eerste.
bouwen
Zie boven Jer. 31:28 .
Hertaald:bouwen
Zie hierboven Jer. 31:28.
in het eerste
Of, in den beginne; alzo ook vs.11, dat is, gelijk tevoren.
Hertaald:in het eerste
Of: in het begin; zo ook in vers 11 — dat is: zoals tevoren.
Jeremia 33 vers 9— En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke.
het zal Mij zijn
Of, zij, namelijk, Jeruzalem en mijne kerk.
Hertaald:het zal Mij zijn
Of: zij, namelijk Jeruzalem en Mijn kerk.
vrolijken
Hebreeuws, naam der vrolijkheid; dat is, die mij zeer aangenaam is en verheugt.
Hertaald:vrolijken
Hebreeuws: naam van de vrolijkheid — dat is: die Mij zeer aangenaam is en Mij verheugt.
naam,
Vergelijk Deut. 26:19 , met de aantekening.
Hertaald:naam,
Vergelijk Deut. 26:19 met de aantekening.
hun
Jeruzalem, mijne kerk.
Hertaald:hun
Jeruzalem, Mijn kerk.
beschikke
Hebreeuws, make, doe.
Hertaald:beschikke
Hebreeuws: maak, doe.
Jeremia 33 vers 10— Alzo zegt de HEERE: In deze plaats (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,
zegt
Gelijk boven Jer. 32:43 .
Hertaald:zegt
Zoals hierboven Jer. 32:43.
Jeremia 33 vers 11— De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.
de gevangenis des lands
Of, de gevangenen des lands doen wederkeren; alzo onder vs.26, en elders dikwijls.
Hertaald:de gevangenis des lands
Of: de gevangenen van het land laten terugkeren; zo ook hieronder in vers 26, en elders vaak.
als in het eerste,
Dat is, dat zij uit de gevangenschap wedergekomen zijnde, vrediglijk in dit land wonen, gelijk tevoren; vergelijk vs.7.
Hertaald:als in het eerste,
Dat is: dat zij, teruggekeerd uit de gevangenschap, vreedzaam in dit land wonen zoals tevoren; vergelijk vers 7.
Jeremia 33 vers 12— Zo zegt de HEERE der heirscharen: In deze plaats, die zo woest is, dat er geen mens, zelfs tot het vee toe, in is, mitsgaders in al derzelver steden, zullen wederom woningen zijn van herderen, die de kudden doen legeren.
zullen wederom
Hebreeuws, zal ene woning zijn, enz.
Hertaald:zullen wederom
Hebreeuws: zal een woning zijn, enzovoort.
legeren
Of, nederliggen; een teken van vredigen toestand en welbestelde regering in het land, gelijk ook het volgende. Vergelijk boven Jer. 31:24 .
Hertaald:legeren
Of: neerliggen; een teken van een vreedzame toestand en een goed geregeld bestuur in het land, zoals ook het vervolg. Vergelijk hierboven Jer. 31:24.
Jeremia 33 vers 13— In de steden van het gebergte, in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden, en in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, zullen de kudden wederom onder de handen des tellers doorgaan, zegt de HEERE.
tellers doorgaan,
Dat is, des vertienders, die het tiende schaap of geit met de roede sloeg en den Heere afzonderde. Zie hiervan Lev. 27:32 , en Ezech. 20:37 .
Hertaald:tellers doorgaan,
Dat is: van de vertiender, die het tiende schaap of de tiende geit met de roede aanraakte en voor de HEERE afzonderde. Zie hierover Lev. 27:32 en Ezech. 20:37.
Jeremia 33 vers 14— Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het goede woord verwekken zal, dat Ik tot het huis van Israel en over het huis van Juda gesproken heb.
goede woord
Dat is, genadige en zegenrijke belofte van Christus, in welken alle beloften ja en amen zijn; 2 Kor. 1:20 .
Hertaald:goede woord
Dat is: de genadige en zegenrijke belofte van Christus, in Wie alle beloften ja en amen zijn; 2 Kor. 1:20.
verwekken zal,
Of, bevestigen, daarstellen; dat is, houden, gelijk wij spreken.
Hertaald:verwekken zal,
Of: bevestigen, tot stand brengen — dat is: houden, zoals wij zeggen.
tot het huis van Israël
Of, over, van.
Hertaald:tot het huis van Israël
Of: over, van.
Jeremia 33 vers 15— In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
SPRUIT der gerechtigheid
Zie boven Jer. 23:5 .
Hertaald:SPRUIT der gerechtigheid
Zie hierboven Jer. 23:5.
recht en gerechtigheid doen op aarde
Gelijk een koning; zie boven Jer. 23:5 .
Hertaald:recht en gerechtigheid doen op aarde
Zoals een koning; zie hierboven Jer. 23:5.
Jeremia 33 vers 16— In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.
In die dagen zal Juda verlost worden,
Zie boven Jer. 23:6 .
Hertaald:In die dagen zal Juda verlost worden,
Zie hierboven Jer. 23:6.
HEERE, onze GERECHTIGHEID
Te weten de Heere Christus, die zijne kerk zal roepen; te weten uitwendig door de predikatie van het Evangelie, en inwendig door de krachtige werking van zijn Heiligen Geest, en zijn genadewerk in hen voltrekken tot het einde toe. Zie boven Jer. 23:6 .
Hertaald:HEERE, onze GERECHTIGHEID
Namelijk: de Heere Christus, Die Zijn kerk zal roepen: uitwendig door de prediking van het Evangelie en inwendig door de krachtige werking van Zijn Heilige Geest, en Die Zijn genadewerk in hen tot het einde toe zal voltooien. Zie hierboven Jer. 23:6.
Jeremia 33 vers 17— Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte.
afgesneden een Man,
Zie 1 Kon. 2:4 . Met deze en de volgende woorden, die van den staat van het Oude Testament, [belangende het koninkrijk en priesterdom] ontleend zijn, wordt [gelijk elders] te kennen gegeven de bestendigheid en onveranderlijkheid van het koninkrijk en priesterdom van onzen Heere Jezus Christus. Zie Luc. 1:32-33 ; Hebr. 7:1-3 , Hebr. 7:11-12 , Hebr. 7:15-17 , Hebr. 7:24 , Hebr. 7:28 , enz.; die daarenboven onder zich heeft, niet alleen de herders en leraars zijner kerk, maar ook al derzelver leed, die Hij allen tot koningen en priesters gemaakt heeft, waarom ook zijne kerk een koninklijk priesterdom genoemd wordt. Zie 1 Petr. 2:5 , 1 Petr. 2:9 ; Openb. 1:6 , en Openb. 5:10 ; idem Rom. 12:1 ; Hebr. 13:15-16 .
Hertaald:afgesneden een Man,
Zie 1 Kon. 2:4. Met deze en de volgende woorden, die ontleend zijn aan de staat van het Oude Testament wat het koningschap en het priesterschap betreft, wordt — zoals elders — de bestendigheid en onveranderlijkheid van het koningschap en priesterschap van onze Heere Jezus Christus te kennen gegeven. Zie Luk. 1:32-33 en Hebr. 7:1-3, Hebr. 7:11-12, Hebr. 7:15-17, Hebr. 7:24 en Hebr. 7:28, enzovoort. Onder Hem staan niet alleen de herders en leraars van Zijn kerk maar ook al hun leden, die Hij allen tot koningen en priesters gemaakt heeft; daarom wordt Zijn kerk ook een koninklijk priesterdom genoemd. Zie 1 Petr. 2:5 en 1 Petr. 2:9, Openb. 1:6 en Openb. 5:10, en ook Rom. 12:1 en Hebr. 13:15-16.
Jeremia 33 vers 18— Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen.
al de dagen
Dat is, voor altijd.
Hertaald:al de dagen
Dat is: voor altijd.
Jeremia 33 vers 20— Alzo zegt de HEERE: Indien gijlieden Mijn verbond van den dag; en Mijn verbond van den nacht kondt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd;
verbond van den dag;
Dat is, de orde, die Ik op de beurten en het gevolg van dag en nacht gesteld heb; vergelijk Gen. 8:22 ; Ps. 89:37-38 , en Ps. 119:89-91 , en boven Jer. 31:35-36 .
Hertaald:verbond van den dag;
Dat is: de orde die Ik gesteld heb voor de beurtwisseling en de opeenvolging van dag en nacht; vergelijk Gen. 8:22, Ps. 89:37-38 en Ps. 119:89-91, en hierboven Jer. 31:35-36.
Jeremia 33 vers 21— Zo zal ook vernietigd kunnen worden Mijn verbond met Mijn knecht David, dat hij geen zoon hebbe, die op zijn troon regere, en met de Levieten, de priesteren, Mijn dienaren.
met de Levieten,
Versta hierbij het verbond met enz.
Hertaald:met de Levieten,
Vul hierbij aan: het verbond met, enzovoort.
Jeremia 33 vers 22— Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden, alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen.
de Levieten,
Anders: der Levieten; te weten het zaad.
Hertaald:de Levieten,
Anders: van de Levieten, namelijk het zaad.
Jeremia 33 vers 24— Hebt gij niet gezien, wat dit volk spreekt, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, die heeft Hij nu verworpen? Ja, zij versmaden Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht.
gezien,
Dat is, gemerkt of gehoord.
Hertaald:gezien,
Dat is: opgemerkt of gehoord.
dit volk
Te weten de spottende Joden, die Gods beloften verachtten en tegen zijne oordelen murmureerden, of, [gelijk sommigen] de goddeloze Chaldeën en andere heidenen, op wie zij voornamelijk de laatste woorden van dit vs. duiden.
Hertaald:dit volk
Namelijk: de spottende Joden, die Gods beloften verachtten en tegen Zijn oordelen morden; of, zoals sommigen menen: de goddeloze Chaldeeën en andere heidenen, op wie zij vooral de laatste woorden van dit vers betrekken.
spreekt,
Hebreeuws, spreken; gelijk dikwijls.
Hertaald:spreekt,
Hebreeuws: spreken; zoals vaker.
twee geslachten,
Juda en Israël, van wie boven gesproken is. Anderen verstaan Juda en Benjamin.
Hertaald:twee geslachten,
Juda en Israël, waarover hierboven gesproken is. Anderen verstaan Juda en Benjamin.
meer is voor hun aangezicht
Of, weder zal worden; omdat zij zo gering en ellendig waren, dat er naar hun oordeel gene hoop was van herstelling, zulks dat er geen andere rekening op te maken was dan dat zij zouden vergaan en teniet worden; vergelijk onder Jer. 48:2 , Jer. 48:42 .
Hertaald:meer is voor hun aangezicht
Of: weer zal worden — omdat zij zo gering en ellendig waren dat er naar hun oordeel geen hoop op herstel was, zodat men er niet anders van kon verwachten dan dat zij zouden vergaan en tenietgaan; vergelijk hieronder Jer. 48:2 en Jer. 48:42.
Jeremia 33 vers 25— Zo zegt de HEERE: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht; indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb;
verbond niet is van dag en nacht;
Zie vs.20. Deze dingen herhaalt God tot oprichting en versterking zijner gelovigen, willende zeggen, hoezeer ook deze zaak buiten alle menselijke mogelijkheid moge zijn, dat zij nochtans zo weinig zou feilen als het gevolg van dag en nacht op elkander, enz.
Hertaald:verbond niet is van dag en nacht;
Zie vers 20. Deze dingen herhaalt God om Zijn gelovigen op te richten en te versterken. Hij wil zeggen dat, hoezeer deze zaak ook buiten alle menselijke mogelijkheid mag liggen, zij toch even weinig zal falen als de opeenvolging van dag en nacht, enzovoort.
ordeningen
Zie boven Jer. 31:35-36 .
Hertaald:ordeningen
Zie hierboven Jer. 31:35-36.
Jeremia 33 vers 26— Zo zal Ik ook het zaad van Jakob en van Mijn knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want Ik zal hun gevangenis wenden en Mij hunner ontfermen.
heerse
Dit is wel eerst vervuld in Zerubbabel en andere volgende regenten van Davids geslacht, maar voornamelijk en geestelijk in onzen Heere Jezus Christus, Davids Spruit, en den eeuwigen Koning zijner kerk.
Hertaald:heerse
Dit is wel eerst vervuld in Zerubbabel en andere volgende bestuurders uit het geslacht van David, maar vooral en geestelijk in onze Heere Jezus Christus, de Spruit van David en de eeuwige Koning van Zijn kerk.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Grote en vaste dingen — een uitnodiging tot gebed, gegeven aan een gevangene (Jer. 33:1-3)
Het woord komt "ten tweeden male" tot Jeremia terwijl hij nog opgesloten is in het voorhof van de bewaring (Jer. 33:1). Dan volgt: "Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet" (Jer. 33:3). Wat daarna volgt is een reeks beloften over herstel, reiniging en vergeving voor de stad die op dat ogenblik afgebroken werd.
Bijbelse betekenis: Merk op tot wie dit gezegd wordt. Niet tot een vrij man met tijd om te bidden, maar tot een gevangene in een belegerde stad. De uitnodiging komt juist waar de omstandigheden het minst uitnodigen. Let vervolgens op wat beloofd wordt. Geen uitredding en geen verklaring, maar kennis: grote en vaste dingen die hij niet weet. Het gebed wordt hier de weg waarlangs God iets laat zien wat anders verborgen bleef. Let ten slotte op het woord vaste. De Statenvertaling kiest een woord dat op stevigheid wijst; wat God bekendmaakt is niet vaag maar draagt.
Typologie: De Heere Jezus zegt hetzelfde met andere woorden: "Bidt, en u zal gegeven worden" (reeds behandeld bij Matt. 7:7). En Jakobus zegt dat wie wijsheid ontbreekt, die van God begeren mag, Die aan allen mildelijk geeft (Jak. 1:5).
Jer. 33:1-3; Matt. 7:7; Jak. 1:5
De SPRUIT der gerechtigheid — de belofte van Jer. 23 keert terug, en nu draagt de stad de naam (Jer. 33:14-16)
"In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde" (Jer. 33:15). Dit is bijna woordelijk de belofte uit Jer. 23:5 (reeds behandeld). Eén ding is anders: daar heette Hij "De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID", en hier staat: "In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID" (Jer. 33:16). De naam gaat hier dus over op de stad.
Bijbelse betekenis: Merk op wat er met de naam gebeurt. Wat in Jer. 23:6 de naam van de Koning was, wordt hier de naam waarmee de stad genoemd wordt. Dat betekent niet dat zij die gerechtigheid uit zichzelf heeft; zij draagt de naam van Hem aan Wie zij toebehoort. Let vervolgens op wat dat over de gemeente zegt. Een naam die eerst van Eén was, wordt gedragen door de velen die bij Hem horen. Let ten slotte op de herhaling zelf. Dat deze belofte tweemaal in hetzelfde boek staat, en de tweede keer terwijl de stad in puin ligt, geeft haar gewicht. Het register herhaalt de uitleg niet maar wijst terug naar Jer. 23:5-6.
Typologie: Paulus zegt dat wij in Christus "rechtvaardigheid Gods" worden (reeds behandeld bij 2 Kor. 5:21). En in het laatste boek staat dat de overwinnaar de naam van God en van de stad Gods op zich geschreven krijgt (Op. 3:12).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenambt
Een SPRUIT der gerechtigheid — 33:14-26
Jeremia zit gevangen in het voorhof der bewaring, de stad wordt belegerd en zal binnen korte tijd vallen. Juist in die weken krijgt hij de meest uitbundige beloften van heel zijn boek.
God belooft een Spruit voor David én een blijvende priesterdienst, en verbindt beide aan de vastheid van dag en nacht.
Ik zal David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde. Voor dat woord Spruit verwijst de kanttekening naar Jeremia 23, waar zij het uitlegt als de Messias, onze Heere Jezus Christus.
Daar staat ook de naam die Hij draagt. In hoofdstuk 23 luidde die: DE HEERE: ONZE GERECHTIGHEID. Hier wordt die naam aan de stád gegeven: deze is die haar roepen zal, de HEERE onze GERECHTIGHEID. Wat van Hem geldt, gaat over op wie bij Hem hoort.
Dan volgen twee beloften die elkaar aanvullen. Aan David zal niet worden afgesneden een Man Die op den troon zitte. En: ook den Levietischen priesteren zal niet worden afgesneden een Man Die brandoffer offere, al de dagen. Bij dat laatste tekent de kanttekening kort aan: dat is, voor altijd.
Het koningschap en het priesterschap worden dus beide voor altijd toegezegd — terwijl het ene rijk op omvallen staat en de tempel binnenkort in vlammen opgaat.
En God bindt die belofte aan iets wat niemand kan breken: als gij Mijn verbond van den dag en van den nacht kunt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd, dan zal ook Mijn verbond met David verbroken kunnen worden.
Dat verbond met de dag en de nacht komt uit Genesis 8, na de vloed. Zolang de zon opkomt, staat deze belofte.
De Hebreeënbrief laat zien hoe koningschap en priesterschap in één Persoon samenkomen, en dat kon alleen buiten de ordening van Levi om — naar de ordening van Melchizedek, en met een eed bevestigd.
2 Samuël 7:16 — Aan David: uw troon zal vast zijn tot in eeuwigheid.
Jeremia 23:5-6 — Een rechtvaardige Spruit, wiens naam is: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID.
Jeremia 33:16 — Nu draagt de stad die naam — wat van Hem geldt, gaat over op de Zijnen.
Genesis 8:22 — Zolang de aarde is, zullen dag en nacht niet ophouden.
Jeremia 33:20-21 — Zo vast als dat, zo vast staat het verbond met David.
Hebreeën 7:21-24 — Koning en Priester in één Persoon, met een eed bevestigd.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 7:20-25; Lukas 1:32-33; 1 Korinthe 1:30; Romeinen 1:3
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jeremia 33:15.KruisverwijzingenJesaja 4:2→Jesaja 11:1→Jeremia 23:5→Zacharia 3:8→Psalmen 72:1→Zacharia 6:12→Openbaring 19:11→Jesaja 32:1→ — In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde. In de laatste dagen, op de heerlijke bestemde tijd, zal Jezus Christus opgroeien als een Spruit uit de tronk van Isaï. Het koningshuis van David lijkt nu een omgehouwen boom, waarvan de stronk onder de grond bedolven ligt. Maar “een SPRUIT der gerechtigheid” zal te zijner tijd verschijnen, en Jezus, de Zoon van David, “zal recht en gerechtigheid doen op aarde”.
Jeremia 33:16.KruisverwijzingenJeremia 23:6→1 Korinthe 1:30→Jesaja 45:17→2 Korinthe 5:21→Jesaja 45:24→Jesaja 45:22→Filippenzen 3:9→Jeremia 32:37→ — In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID. Wat een wonderlijke eenheid is er tussen Christus en Zijn kerk! Zij draagt werkelijk Zijn naam: “De HEERE, onze GERECHTIGHEID”.
Jeremia 33:17-18.Kruisverwijzingen1 Koningen 2:4→Psalmen 89:29→1 Kronieken 17:11→1 Koningen 8:25→Jeremia 35:19→Jesaja 9:7→1 Kronieken 17:27→2 Samuël 3:29→ — Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte. Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen. Hieruit blijkt dat het verbond niet letterlijk en vleselijk was. Het was niet gemaakt met David en zijn zaad naar het vlees, en ook niet met de priesters en hun zaad naar het vlees. Er is een Koninkrijk dat nooit wankelen kan, en onze Heere zit op die troon. En er is een priesterschap dat eeuwig is. Het wordt gedragen door die grote Hogepriester Die één slachtoffer voor de zonden geofferd heeft in eeuwigheid, en Die Priester blijft in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.
Jeremia 33:22.KruisverwijzingenGenesis 15:5→Genesis 22:17→Ezechiël 37:24→Jeremia 31:37→Jesaja 66:21→Hebreeën 11:12→Hosea 1:10→Jesaja 53:10→ — Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden, alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen. Zo talrijk zijn zij op deze dag, het zaad van Jezus, de Zoon van David — wie zal hen tellen? En de schare van hen die Hij tot koningen en priesters voor God gemaakt heeft: wie anders dan Hij kan die tellen?
Jeremia 33:23-26.KruisverwijzingenJeremia 31:37→Jesaja 14:1→Psalmen 74:16→Hosea 2:23→Jeremia 31:35→Ezechiël 39:25→Jeremia 31:20→Hosea 1:7→ — Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende: Hebt gij niet gezien, wat dit volk spreekt, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, die heeft Hij nu verworpen? Ja, zij versmaden Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht. Zo zegt de HEERE: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht; indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb; Zo zal Ik ook het zaad van Jakob en van Mijn knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want Ik zal hun gevangenis wenden en Mij hunner ontfermen. Dit zal in de laatste dagen letterlijk vervuld worden, daar twijfel ik niet aan. Maar het wordt ook nu al vervuld aan het geestelijke zaad van Jakob en van David. Het genadeverbond is vastgemaakt aan heel het zaad, aan allen die in de naam van Christus geloofd hebben.
IV. Vs. 1-26.KruisverwijzingenJeremia 29:12→Jesaja 48:6→Deuteronomium 4:29→Jesaja 65:24→Jesaja 55:6→Efeze 3:20→Psalmen 91:15→Psalmen 50:15→ — Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende: Zo zegt de HEERE, Die het doet, de HEERE, Die dat formeert, opdat Hij het bevestige, HEERE is Zijn Naam; Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet. Want zo zegt de HEERE, de God Israels, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken: Er zijn er wel ingekomen, om te strijden tegen de Chaldeen, maar het is om die te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid. Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid. En Ik zal de gevangenis van Juda en de gevangenis van Israel wenden, en zal ze bouwen als in het eerste. En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, met dewelke zij tegen Mij gezondigd hebben; en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd en met dewelke zij tegen Mij overtreden hebben. En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke. Alzo zegt de HEERE: In deze plaats (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal wederom gehoord worden, Ten tweeden male ontvangt de Profeet in zijne bewaarplaats ene openbaring des Heeren van zeer troostvollen inhoud, die door aanroeping des Heeren in tijd van nood zal worden teweeggebracht (vs. 1-3). De huizen en paleizen, die nu, om grondstoffen te krijgen tot bolwerk en borstwering tegen de belegeraars, worden afgebroken, of vervuld worden met de lijken dergenen, die tot verdediging der stad zijn binnengekomen, worden weer hersteld, gevangenen van Juda en Israël worden teruggevoerd; alle zonden, die zij bedreven, zullen worden vergeven. Vrede en geluk zullen in zulk ene mate het deel der nieuwe gemeente worden, dat het tot roem van hunnen God en tot verwondering van alle volken der wereld zal wezen (vs. 4-9). In het land, dat nu geheel en al verwoest wordt, zal weer een bij leven ontwaken, zal Gods genade worden geprezen en wettige godsdienst worden uitgeoefend (vs. 10-13). In den rechtvaardigen Spruit van David zal een goed en gezegend bestuur opstaan, en nooit zal het ontbreken noch aan een nationaal heiligdom, noch aan ene nationale priesterschap (vs. 14-18). Beide zullen en grondvesten van het Godsrijk, waarop zijn bestaan rust, blijven eeuwig het volk gewaarborgd, dat geenszins, zo als de ongelovigen en bevreesden beweren, voor altijd zal worden verworpen, maar voor altijd is verkoren (vs. 19-26).
KruisverwijzingenJeremia 37:21→Jeremia 38:28→Jeremia 32:8→Jeremia 32:2→2 Timotheüs 2:9→— Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende:
Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweede maal tot Jeremia 1) als hij nog in het voorhof der bewaring, dat aan het huis des konings was, was opgesloten, zeggende tot hem:
Op dezelfde zaak heeft deze Godsspraak betrekking, en het is niet te verwonderen, dat God zo dikwijls over dezelfde zaak spreekt, dewijl alzo de Joden behoorden niet te verontschuldigen te zijn, dewijl zij altijd onwetendheid voorwendden, indien God niet hetzelfde meermalen herhaalde. God heeft daarom door meerdere Godspraken bevestigd, wat Hij eenmaal had getuigd, omtrent de herstelling van het volk, maar voornamelijk strekt Hij Zijn zorg uit over de gelovigen, opdat zij niet zouden vertragen en ten onderliggen onder zovele beproevingen, welke een lang tijdsverloop op hen drukken.
KruisverwijzingenExodus 6:3→Exodus 15:3→Jesaja 37:26→Amos 9:6→Amos 5:8→Jesaja 43:21→Jesaja 14:32→Jesaja 62:7→— Zo zegt de HEERE, Die het doet, de HEERE, Die dat formeert, opdat Hij het bevestige, HEERE is Zijn Naam;
Zo zegt de HEERE, die hetgeen Hij herhaalde malen openbaarde, doet gelijk Hij Zich heeft voorgenomen, de HEERE, die dat formeert, opdat Hij het bevestige, die het tot volle werkelijkheid laat komen, HEERE is zijn naam (Jer. 31:35; 32:18). In de gevangenis ontvangt Jeremia de heerlijke profetie, die eindigt in den persoon van den Messias. Ook Johannes ontving in zijne ballingschap op Patmos de heerlijke openbaring des Heeren. Trouwens Jeremia was een toonbeeld van die lijdzaamheid, welke bestaat in het geduldig wachten op den Messias. Hij was ook een man van veel smart, van onophoudelijk lijden. En is dat waar, wat moeten wij dan (om nog eens hierop terug te komen) denken van hen, die stoutweg beweren, dat het Oude Testament alleen tijdelijk voordelen had en alleen tijdelijk voordelen beloofde! Dat zij het Oude Testament niet kennen. Of welke tijdelijke voordelen heeft Jeremia gehad? Het enige voordeel, dat hij had, was: dat hij kiezen kon bij de slecht vijgen in zijn land, of bij de goede vijgen in Babel te zijn; en hij koos het eerste uit opofferende liefde, maar tot vermeerdering van zijne tegenspoeden. En toch, hij was een oprecht, getrouw dienaar van God; ja, men zou zeggen, een Israëliet, een profeet des Heeren te zijn, is een groot voorrecht, doch Jeremia is beiden, en hij kent niet anders dan tranen. Jeremia was een man zonder vreugde, maar God was hem genadig, en God was hem nabij, en daarom was het hem goed en zoet, ook in het bitterste lijden. Wie Gods kastijdingen ondervindt, ondervindt ook Gods vertroostingen. “Zo zegt de Heere, die het doet. Een heerlijke titel van God, niet waar? Die het doet. ” Wat zeggen de mensen niet veel, en wat doen zij weinig. Het is bij mensen gewoonte, bergen te leggen tussen doen en zeggen. Maar onze God zegt het en Hij doet het; Zijne hand is altijd uitgestrekt om Zijnen raad te vervullen. Eigenlijk is bij God zeggen en doen één, maar voor ons is er tijd nodig, alsvorens geschiedt, wat Gods Woord gebiedt. Van daar dat al de woorden Gods hun vervulling tegemoet rijpen, en naar de verschillende tijdsbedelingen of historische jaargetijden, nu gezien worden als kiemen, dan als stengels, bloemen, vruchtknoppen, en ten laatste als voldragen vruchten. Met die laatste woorden wil de Heere het vertrouwen op Zijn macht, maar ook op Zijn trouw bevestigen. De naam HEERE moest bij het gelovig deel van Juda inzonderheid Zijne onveranderlijke Verbondstrouw in het geheugen terugroepen niet alleen, maar ook hun geloof stalen en sterken. Als HEERE had Hij hen uit Egypte geleid door Zijn sterken arm, weer als HEERE zou Hij hen ook allen uit de ballingschap terughalen, en in hun eigen land terug brengen. Hij zou zo getrouw als sterk zijn, om aan de ellende een einde te doen komen.
KruisverwijzingenJeremia 29:12→Jesaja 48:6→Deuteronomium 4:29→Jesaja 65:24→Jesaja 55:6→Efeze 3:20→Psalmen 91:15→Psalmen 50:15→— Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.
Roep tot Mij met al degenen, die nu voortaan in Mijnen naam geloven, gedurende de ellenden, die over Jeruzalem en Juda zullen komen. Roep tot Hij in gelovig bidden om opheffing van die straf, en Ik zal u antwoordendoor met kracht in den loop der zaken in te grijpen, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet 1), en volgens den natuurlijken loop voor onmogelijk houdt.
Niet alleen om den Profeet, maar ook om allen wordt dit gezegd. Want er is geen twijfel aan, of de Profeet heeft ijverig tot God gebeden, en de gevangenschap moest ook dienen, om zijn ijver te doen klimmen, opdat hij aanhoudend bij God tusschentrad. God heeft ook hier Zijn stompheid niet willen kastijden, of zijn onwetendheid als Hij zegt: Roep tot Mij, maar Hij bewerkt het gebed bij den Profeet, zoals God alle vromen opwekt tot bidden. Het kan opmerkelijk voorkomen, dat den Profeet hier de openbaring van grote en onbekende dingen beloofd wordt, die hij door aanroeping van God moet verkrijgen, terwijl toch de volgende aankondiging nauwelijks één in ‘t oogvallend punt bevat; ook wordt aan de opwekking tot gebed door Jeremia geen gevolg gegeven. Intussen worden aanstonds alle bedenkingen opgelost, wanneer wij het aanroepen niet als een bidden om ontdekking, maar om redding uit de nabijzijnde noden (Jes. 55:6, 7) en het aanwijzen niet als een bloot kennis geven of laten weten, maar als een bekend maken door daden verstaan, waarop ook de uitdrukkingen in vs. 2 uitdrukkelijk wijzen. De woorden bevatten dus geen voorspel tot de volgende openbaring, maar integendeel ene vermaning aan het volk, om zich in zijne moeilijke omstandigheden tot zijnen God te wenden, dan zal Hij ze grote, voor de menselijke kennis onbereikbare dingen laten horen of beleven.
KruisverwijzingenJeremia 32:24→Ezechiël 4:2→Habakuk 1:10→Ezechiël 21:22→Ezechiël 26:8→— Want zo zegt de HEERE, de God Israels, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken:
Want zo zegt de HEERE, de God Israëls, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die, nu Jeruzalem door de Chaldeën belegerd wordt, door de wallen, door de stormrammen, en door het zwaard zijn afgebroken, om materieel te verkrijgen tegen de belegeraars en hun krijgswerktuigen (Jes. 22:10):
KruisverwijzingenJesaja 8:17→Jeremia 21:10→Jeremia 21:4→Jeremia 32:5→Jesaja 64:7→Jeremia 37:9→Deuteronomium 31:17→Jesaja 1:15→— Er zijn er wel ingekomen, om te strijden tegen de Chaldeen, maar het is om die te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid.
Er zijn er wel uit het ganse land van Juda ingekomenmet de bedoeling om te strijden tegen de Chaldeën, maar het is in werkelijkheid, zo als de uitkomst bewijst, om die huizen en paleizen, die zijn blijven staan, te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijnen toorn en in Mijne grimmigheid, namelijk uit hun eigene lijken; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid.
KruisverwijzingenJesaja 30:26→Johannes 10:10→Titus 3:5→Galaten 5:22→Jesaja 26:2→Jesaja 66:12→Jesaja 11:5→Jesaja 54:13→— Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid.
Zie, Ik zal haar, de stad, de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden, de inwoners, eveneens genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid (2 Kon. 20:19). Met vs. 4 wordt de voorstelling der grote en onbegrijpelijke dingen, die de Heere aan Zijn volk wil bekend maken, met een “want” begonnen, in zoverre de voorstelling daarvan oorzaak aangeeft van de belofte. Vooreerst nu worden die genoemd, op wie de belofte betrekking heeft, de huizen van Jeruzalem en de mensen, die de stad verdedigen (vs. 4 vv.); dien overeenkomstig denkt vs. 6 dan eerst aan de stad, en daarna aan de mensen. Men brak bij belegeringen huizen af, om de muren te verbeteren of te versterken; dat men daartoe de naastbijgelegene huizen bezigde, of die privaat of koninklijk eigendom waren, ligt voor de hand. In plaats van de verwoeste huizen zouden nieuwe gebouwen verrijzen, en in stede van de gevallen zondaars een talrijk beter geslacht. Deze belofte werd niet aan het tegenwoordige geslacht, maar voor toekomstige tijden van bekering aan het ganse volk verleend.
KruisverwijzingenJeremia 30:3→Amos 9:14→Jesaja 1:26→Jeremia 32:44→Jeremia 31:4→Jeremia 24:6→Psalmen 126:4→Jeremia 30:18→— En Ik zal de gevangenis van Juda en de gevangenis van Israel wenden, en zal ze bouwen als in het eerste.
En Ik zal de gevangenis van Juda en de gevangenis van Israël wenden, en zal ze bouwen als in het eerste, als in den tijd, toen zij nog niet door hunnen afval zulk enen droevigen toestand van alle staatkundige opzichten hadden veroorzaakt (Jes. 1:26).
KruisverwijzingenZacharia 13:1→Ezechiël 36:25→Jeremia 31:34→Psalmen 51:2→1 Johannes 1:7→Psalmen 65:3→Psalmen 85:2→Hebreeën 9:11→— En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, met dewelke zij tegen Mij gezondigd hebben; en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd en met dewelke zij tegen Mij overtreden hebben.
En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd hebben, en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd, en met dewelke zij tegen Mij overtreden hebben 1). Zo zal een nieuw verbond met hen worden gesloten (Hoofdst. 31:34).
Hier lag de vastigheid van de belofte van herstelling. Juda zou naar Babel gevoerd worden, om de ongerechtigheid en zonde. Dewijl de maat der ongerechtigheid vol was, zou het in ballingschap gevoerd worden. Maar de Heere zou zich ontfermen. Hij zou de zonde vergeven. Hij zou Zijn volk reinigen van alle ongerechtigheid, en dan, wanneer Hij geen zonde meer zou zien in Juda en geen ongerechtigheid meer in Israël, dan zou ook Zijn vriendelijk Aangezicht weer in reddende genade en herstellende goedertierenheid op het ellendige volk nederzien. Dit geldt vooral voor het geestelijk Israël. Eerst dan als de zonde is bedekt, de schuld is verzoend, eerst dan zal God, de Heere, weer in genade en ontferming nederzien en zich erbarmen. Eerst dan, als de gelovigen het weer weten, dat de breuke tussen hun God en hen is geheeld, zullen zij ook de vriendelijke bestraling Gods mogen genieten. Niet dat deze er ook te voren niet was, maar het genot er van wordt dan verkregen als er weer een geopende toegang tot den genadetroon is.
KruisverwijzingenJeremia 13:11→Jesaja 60:5→Jesaja 62:7→Nehemia 6:16→Hosea 3:5→Sefanja 3:17→Psalmen 40:3→Jeremia 31:4→— En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke.
En het 1) zal Mij zijn tot enen vrolijken naam, tot enen roem, en tot een sieraad bij alle Heidenen, bij alle volken der aarde, die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun (Israël en Juda) beschikke2). Zij zullen begerig zijn eveneens zulke genadegoederen deelachtig te worden (Jes. 19:17 vv.)
Beter zij zal Mij zijn, d. i. de stad Jeruzalem. Dewijl ook hier naam staat voor wezen, wil de Heere zeggen, dat de stad Jeruzalem weer zal bloeien en groeien, dat men zich om haar zal verheugen, als over een kostelijke plantinge Gods, als over een heerlijk werk Zijner handen.
Nadat zij met schrik hebben erkend, dat zij den almachtigen en algoeden God om den wille van nietige afgoden hebben verzuimd, zullen zij zich weer tot den eersten wenden. Dat wil zeggen, niet alleen zullen andere volken Mij verheerlijken over Mijne goedheid jegens de Joden; maar zij zullen ook vrezen voor het aantasten van een volk, dat Ik zo bemin en begunstig (Exod. 15:14, 16).
KruisverwijzingenJeremia 32:43→Ezechiël 37:11→Jeremia 32:36→— Alzo zegt de HEERE: In deze plaats (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,
Alzo zegt de HEERE: In deze plaats, namelijk in dit gehele land, (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens en geen inwoner en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,
Kruisverwijzingen1 Kronieken 16:34→Psalmen 107:1→Psalmen 106:1→Psalmen 107:22→2 Kronieken 5:13→1 Kronieken 16:8→Jeremia 7:34→Leviticus 7:12→— De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.
De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, die nu voor altijd schijnt verstomd te zijn (Hoofdst. 7:34; 16:9; 25:10 v. de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die bij hunnen godsdienst in den tempel zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE Is goed, want Zijne goedertierenheid is in eeuwigheid (Ezra 3:11. Ps. 106:1)!de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN (Hoofdst. 30:18 v.); want Ik zal de gevangenis des lands wenden als in het eerste, toen Ik Mijn volk uit Egypte voerde, zegt de HEERE. Met dezelfde beelden, waarmee vroeger de verwoesting van het land werd geschilderd, moet thans het nieuwe leven worden beschreven. De uitgebluste stem van vrolijkheid en vreugde, van bruid en bruidegom wordt weer gehoord, dankliederen op de eeuwige goedheid Gods klinken uit den nieuw gebouwden tempel. In het volgende komt er vervolgens bij, hoe in de eens verwoeste velden groene dreven zich uitstrekken, en schapen trekken aan de zijde van den herder, die ze weidt. Welk een verwonderlijk boek is toch de Bijbel, Hier hebben wij weer enkel poëzie; hier is alles weer gejuich en gezang. Welke vrolijke tijdingen brengt nu de profeet der ellende! Amechtig geworden door de hitte der vervolging, zag deze getrouwe dienaar des Heeren zich van tijd tot tijd door den Heiligen Geest geleid tot de fonteinen der levende wateren en tot de zeer stille wateren der Goddelijke beloften, en dan dronk hij een teug van dat water en at hij ene bete van het brood Gods, den Messias, en dan sliep hij in en rustte op de getrouwigheden Gods, en ontwaakte den weer verfrist en versterkt, om op nieuw slagen en smaadheden en gevangenisstraffen te ontvangen en te verduren. Wij willen het niet geloven, maar juist daarom genieten wij zo weinig van God, omdat wij Hem zo weinig nodig hebben. De nood, de angst, de hooggewaande benauwdheden der ziel openen ons de volle fonteinen der vertroosting Gods. Hoe vele martelaren hebben het ondervonden! “De stem des bruidegoms en der bruid. ” De bruidegom en de bruid behoren tot de kerk; zij worden in de Schrift als zodanig door God genoemd. Bij geen volk werd dan ook het bruiloftsfeest gevierd, gelijk bij Israël. Het bruiloftsfeest stond daar gelijk met de grote feesten. En hoe treffend, dat de bruidegom der Gemeente Zijn openbaar leven onder zijn volk aanvangt met het bijwonen en het verheugen der vreugde ener bruiloft. Het is ene profetie der toekomst, welke uitlopen zal op ene vreugde, als die ener eeuwige heilige bruiloftsviering (Openb. 19:7-9).
KruisverwijzingenJesaja 65:10→Jeremia 51:62→Ezechiël 34:12→Sefanja 2:6→Jeremia 36:29→Jeremia 31:24→Jeremia 17:26→Obadja 1:19→— Zo zegt de HEERE der heirscharen: In deze plaats, die zo woest is, dat er geen mens, zelfs tot het vee toe, in is, mitsgaders in al derzelver steden, zullen wederom woningen zijn van herderen, die de kudden doen legeren.
Zo zegt de HEERE der heirscharen: In deze plaats (vs. 10), die zo woest is, dat er geen mens zelfs tot het vee toe in is, mitsgaders in al zijne steden zullen wederom woningen(liever: beemden) zijn van herderen, die de kudden doen legeren.
KruisverwijzingenLeviticus 27:32→Lukas 15:4→Jeremia 17:26→Johannes 10:3→— In de steden van het gebergte, in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden, en in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, zullen de kudden wederom onder de handen des tellers doorgaan, zegt de HEERE.
In de steden van het gebergte, in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden, en in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda (Jer. 32:44)zullen de kudden wederom onder de handen des tellers doorgaan, gelijk dat geschiedt, wanneer er ene grote menigte is, zegt de HEERE. Met den teller wordt bedoeld de herder, die gewoon was het vee te tellen door elk van hen, als het uit de kooi kwam, met zijne roede te slaan. (Lev. 27:32). Wij vinden in deze woorden ene gewichtige les, dat het niet de gaven Gods zijn, waarnaar wij moeten grijpen, maar de liefde Gods, die zich daarin betoont, dat Hij ons de zonde niet toerekent; anders gaat het ons met de weldaden Gods als den vissen, die met de lokspijs den angel inslikken. Hier wordt aangegeven de welvaart en de rijkdom van het land na hun wederkering. Het zal geen woning zijn voor bedelaars, die niets bezitten, maar van schaapherders en landbouwers, gegoede mensen, met goede sommen op den grond, in welke zij wedergekeerd zijn.
KruisverwijzingenJeremia 29:10→Hagai 2:6→Jeremia 23:5→Jesaja 32:1→Ezechiël 34:23→Daniël 7:13→Lukas 10:24→Lukas 1:69→— Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het goede woord verwekken zal, dat Ik tot het huis van Israel en over het huis van Juda gesproken heb.
Ziet, de dagen komen 1) (Hoofdst. 23:5), spreekt de HEERE, dat Ik het goede woord verwekken zal, tot verwezenlijking zal laten komen, dat Ik tot het huis van Israël en over het huis van Juda gesproken heb (1 (Kon. 8:56).
Om alle deze zegeningen te bekomen, welke God voor hen over heeft, is hier nog een belofte van den Messias, en van die eeuwige gerechtigheid, welke Hij zou aanbrengen, en waarschijnlijk is dit dat goede, dat grote goede, hetwelk God in de laatste dagen, die nog toekomende waren, doen zou, gelijk Hij aan Juda en Israël beloofd had, en waartoe hun wederkering uit Babel en hun bevestiging weer in hun eigen land de weg banen moest.
KruisverwijzingenJesaja 4:2→Jesaja 11:1→Jeremia 23:5→Zacharia 3:8→Psalmen 72:1→Zacharia 6:12→Openbaring 19:11→Jesaja 32:1→— In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
In die dagen en te dier tijd zal Ik David ene SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten, en Hij, die met dat gewas bedoeld is, zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
KruisverwijzingenJeremia 23:6→1 Korinthe 1:30→Jesaja 45:17→2 Korinthe 5:21→Jesaja 45:24→Jesaja 45:22→Filippenzen 3:9→Jeremia 32:37→— In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.
In die dagen zal Juda verlost, met zegen begiftigd worden, en Jeruzalem zal zeker wonen, en deze is, die haar, Jeruzalem roepen zal: De HEERE, ONZE GERECHTIGHEID 1) (Hoofdst. 23:6).
In Hoofdst 23 was deze naam aan Christus gegeven, en eigenlijk past deze Hem ook alleen. Nu echter wordt Hij overgebracht op de Kerk, n. l. wat eigendom was van, wat eigen was aan het Hoofd, wordt gemeen aan alle leden. Wij weten nu dat aan Christus niets het Zijne was, dewijl toen Hij tot gerechtigheid is geworden, dit ten behoeve van ons is geschied, gelijk Paulus zegt (1 (Kor. 1:30): Hij is ons geworden tot rechtvaardigheid en verlossing en heiligmaking en wijsheid. Waar derhalve de Vader aan Zijn Zoon, om onzentwil de gerechtigheid toepaste, daar is het niet verwonderlijk, indien tot ons wordt overgebracht, wat bij Hem berustte. Wat wij derhalve in Hoofdst. 23 hebben gezien, was eigenlijk gezegd. Want dit is bij Christus alles, dat Hij is God, onze Gerechtigheid. Maar dewijl wij de gerechtigheid ontvangen, waar Hij ons toelaat tot de gemeenschap van alle goeden, waarmee Hij versierd en begiftigd is door den Vader, van daar komt het, dat dit ook op geheel de Kerk betrekking heeft, n. l. dat God is hare gerechtigheid. De voorzegging heeft ten doel het verbondsvolk over de verwoesting der heilige stad, die nabij is (vs. 4), te troosten, en het te wijzen op het toekomstige Jeruzalem in al zijne heerlijkheid en schoonheid. Deze heerlijkheid zal ene zodanige zijn, dat Jeruzalems Koning en deze Zijne stad dien stempel Zijner heerlijkheid drukt, en haar niet alleen objectief; maar ook subjectief tot heilige stad maakt. Wanneer daarbij de tien stammen voor een ogenblik buiten beschouwing worden gelaten, zodat het schijnt, alsof het aangekondigde heil dezen niet geldt, zo wordt toch in het volgende vers die schijn dadelijk weggenomen, daar van den “troon van het huis Israëls” sprake is, waarop ten allen tijde een uit Davids huis zal zitten. Israël is juist nu weer met Juda tot een onverdeeld geheel verbonden. Altijd is het enig lichtpunt in de geschiedenis van Israël de belofte van de komst van den Messias. God leide in zulk een klein woordje de gehele toekomst. Immers wordt ook de grootste mens klein geboren. Alles is wat er zijn moet, maar in het klein; alles moet groot worden, moet groeien. De belofte van den Messias keerde dan ook rusteloos terug. Op Hem moest alles uitlopen, en liep alles uit, want wat Jehova in het Oude Testament zegt te zullen doen, dat doet de Heere Jezus in het Nieuwe Testament werkelijk. Doch hoe kan de Heere onze gerechtigheid zijn? Door Zich één te maken met ons. Het is hiermede als wanneer ik, in geval ik zonder geldschulden en daarenboven rijk ben, mij associeer met ene firma, die vol schulden zit; nu ben ik aansprakelijk, nu komt men bij mij om geld, en daar ik het heb, zo moet ik de schulden betalen, die ik gemaakt heb, omdat ik vrijwillig één geworden ben met de firma. Zo deed ook Christus. Hij werd mens, verenigde Zich met de mensheid, associeerde Zich met onze firma, en werd aansprakelijk en betaalde. Zo is dan Christus onze gerechtigheid. Tussen ons en de Goddelijke gerechtigheid ligt ene kloof wijd als de zee. Christus dempte die zee, en nu gaat de gerechtigheid naast ons. Geven wij haar de hand, en zij is één met ons. En de zonde? Zij is in ons, maar wij dienen haar niet, toch is zij in ons en zijn wij zondig. Zij is in ons, als de wesp in de bijenkorf; deze behoort er niet in, en toch is zij er in. Wat te doen? wat de bijen doen: haar steken totdat zij dood is, en dan haar bedekken met was. Grote vrede bij het gezicht van de gerechtigheid van Christus wordt voorafgegaan door grote smart bij het gezicht van Jezus, om onze zonden verwond. In de eerste plaats gesproken tot Juda en Israël. 1e. Het is ene Goddelijke gerechtigheid-Jehova heeft de verzoening daargesteld. 2e. Het is ene levende gerechtigheid. Hij, die ze heeft aangebracht, leeft. Hij is aan de rechterhand Gods verheven, om die gerechtigheid te geven. Hij komt tot u, om u die gerechtigheid aan te bieden. 3e. Het is ene toeëigenende gerechtigheid. Het zou mij gene rust geven, al zag ik, dat de gehele wereld in Christus was, zo ik niet in Hem was. Gene ware blijdschap kan ik smaken, tenzij ik zelf schuile onder Zijne schaduw, en met Zijne gerechtigheid bekleed zij. De blijdschap van Paulus was: “Christus leeft in Mij; ” die van Thomas dat hij kon zeggen: “Mijn Heer. ” 4e. a) De rust des gelovigen bestaat daarin, dat hij weet, dat Jehova zijne gerechtigheid is. b). De dwaasheid van hen, die blijven zoeken is duidelijk. “Altijd levende. ” c) Wij zien de ellende der ongelovigen. Er is ene heerlijke Goddelijke gerechtigheid, waardoor de goddeloze wordt gerechtvaardigd. Het zal u tot ene eeuwige kwelling zijn, dat zulk ene gerechtigheid u was aangeboden, en gij zonder die gestorven zijt.
Kruisverwijzingen1 Koningen 2:4→Psalmen 89:29→1 Kronieken 17:11→1 Koningen 8:25→Jeremia 35:19→Jesaja 9:7→1 Kronieken 17:27→2 Samuël 3:29→— Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte.
Want zo zegt de HEERE: De profetie aan David gegeven zal zeker worden vervuld (2 Sam. 7:12 vv.). Aan David zal niet worden afgesneden een man, die op den troon van het huis Israëls zitte. De toezegging sluit zich, wat den klank der woorden aangaat, aan dien vorm aan, waarin David zelf de hem ten deel gewordene belofte kort voor zijnen dood aan Salomo mededeelde, en waarin de Heere die ook aan dezen heeft vernieuwd (1 Kon. 2:4; 8:25 en 9:5). Hare hoofdbedoeling is, dat Israël niet meer aan vreemde heersers, maar aan zijn eigen koningshuis zal onderworpen zijn; dit wordt niet daardoor verwezenlijkt, dat steeds een onafgebrokene opvolging op den troon van Israël zit, maar de Ene, die het huis van David voor altijd in Zich sluit, zal voor alle tijden dien troon in bezit hebben, namelijk de Messias.
KruisverwijzingenRomeinen 1:21→Ezechiël 43:19→Romeinen 15:16→Openbaring 1:6→Deuteronomium 18:1→Jesaja 61:6→Hebreeën 13:15→Jesaja 56:7→— Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen.
Ook zal den levietischen priesters, den priesters uit het geslacht van Levi (Deut. 17:9), van voor Mijn aangezicht niet worden afgesneden een man, die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen. De uitdrukking “levietische priesters” heeft overeenkomst met die andere in ‘t vorige vers “aan David. ” De van Levi afstammende priesters, die volgens de wet alleen wettig waren, worden tegenover anderen gesteld, die zich het priesterschap zouden kunnen aanmatigen: een doelen op Jerobeams willekeur (1 Kon. 12:31) is hier duidelijk. Tot Israëls opbouw en zeker bestaan behoort noodzakelijk als tweede zuil naast het van God geordende koningschap ook het van God geordende priesterschap, dat voor het volk den weg tot Gods genade evenzeer baant, als het eerste Gods leiding en vergeving waarborgt. Hoe nu met deze leer de brief aan de Hebreën in Hoofdst. 7 overeenkomt, dat het levietische priesterschap als mindere trap voor een hogeren, namelijk voor het priesterschap naar de wijze van Melchizedek geweken is, en op welke wijze de belofte zich bij de wederherstelling van Israël zal verwezenlijken, daarover zullen wij bij Ezech. 44:15 vv. waar deze zelfde profetie voorkomt nader handelen. Het Davidisch koningschap en het Levietische priesterdom waren de beide zuilen en grondvesten van het Oud-testamentisch Godsrijk, waarop zijn bestaan en voortbestaan rustte. Het Priesterdom bemiddelde aan het volk den toegang tot de Goddelijke Genade. Het koningschap verzekerde het de Goddelijke leiding. Deze beide zuilen breken met de verwoesting van Jeruzalem en den tempel stuk, en daarmee scheen het voortbestaan van het Godsrijk opgeheven te zijn. In dezen tijd van de oplossing van het rijk met van God gegeven recht- en genadeverordeningen, verkondigt de Heere, om de vromen voor vertwijfeling te bewaren, dat die beide ordeningen uit kracht van Zijne belofte niet zouden ondergaan, maar eeuwig bestaan blijven. Daardoor behielden de vromen een borgschap van de wederherstelling en vernieuwing van het Godsrijk. De priesters waren de middelaars tussen God en Zijn volk; de koning vertegenwoordigde God zelf. Het is daarom dat hier inzonderheid gewezen wordt op de heerlijkheid van het Nieuwe Verbond, op de dagen der N. Bedeling. Davids koningschap is op geestelijke wijze volkomen bereikt in den Messias en het Levietisch Priesterschap evenzeer. D. w. z. Christus Jezus is de grote koning naar het vlees uit David, en Hij is tevens de volkomen Hogepriester, die in Zijn Persoon heeft vervuld, wat de Levietische Priesters afbeeldden.
— En des HEEREN woord geschiedde tot Jeremia, zeggende:
En des HEEREN woord geschiedde te dierzelfder tijd als in vs. 1-18 tot Jeremia, zeggende:
KruisverwijzingenGenesis 8:22→Psalmen 89:37→Jesaja 54:9→Jeremia 33:25→Psalmen 104:19→Jeremia 31:35→— Alzo zegt de HEERE: Indien gijlieden Mijn verbond van den dag; en Mijn verbond van den nacht kondt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd;
Alzo zegt de HEERE: Indien gijlieden Mijn verbond, dat Ik na de dagen van den zondvloed heb gemaakt (Gen. 8:22; 9:9 vv.), het verbond van den dag, en Mijn verbond van den nacht kondt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hunnen tijd, hetgeen nooit zal geschieden (Hoofdst. 31:35 v.):
Kruisverwijzingen2 Kronieken 7:18→Psalmen 89:34→2 Samuël 23:5→2 Kronieken 21:7→Jeremia 33:18→Mattheüs 24:35→Jesaja 9:6→Psalmen 132:17→— Zo zal ook vernietigd kunnen worden Mijn verbond met Mijn knecht David, dat hij geen zoon hebbe, die op zijn troon regere, en met de Levieten, de priesteren, Mijn dienaren.
Zo zal ook vernietigd kunnen worden Mijn verbond met Mijnen knecht David, dat hij genen zoon hebbe, die op zijnen troon regere, en met de Levieten, de priesteren, Mijne dienaren, dat zij de priesterlijke werkzaamheden niet meer zouden verrichten (vs. 18).
KruisverwijzingenGenesis 15:5→Genesis 22:17→Ezechiël 37:24→Jeremia 31:37→Jesaja 66:21→Hebreeën 11:12→Hosea 1:10→Jesaja 53:10→— Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden, alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen.
Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden (Gen. 15:5; 22:17), alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijnen knecht David, en de Levieten, die Mij dienen 1), zodat het nooit zal ontbreken aan dezulken, die den troon van David kunnen bezetten, en het priesterschap waarnemen.
Deze laatste belofte is ene versterking en bevestiging der voorgaande, maar niet met ene kunstige wending van het gehele volk van Israël te verstaan, dat niet slechts in een priesterlijk geslacht, maar ook vgl. (Exod. 19:6) in het geslacht van David zou worden veranderd. Het woord is vervuld door de voortdurende geestelijke voortbrenging van kinderen en dienaren Gods door het woord en door den Geest van Jezus Christus (vgl. Jes. 53:10. Joh. 1:12 v. 1 Petr. 1:23; 2:5). Zo min Gods ordering in de natuur mag ophouden, zo min en nog minder kan Zijn woord in het rijk der genade ophouden, en Zijn ganse woord doelt op den Goddelijken Davids zoon en diens eeuwig genaderijk. Ja, het ganse ontelbare Israël, Abrahams geestelijke nakomelingschap moeten Davids en Levieten worden, d. i. priesters en koningen, zo als dit Israëls roeping was. Zonder twijfel is tot recht verstaan der voorzegging de plaats Openb. 20:4-6 mede in ogenschouw te nemen. Hier is van een mederegeren met Christus in het duizendjarig rijk en van een priesterschap van diegenen sprake, die tot de eerste opstanding komen; het zijn de zielen dergenen, die om de getuigenis van Jezus en om het woord Gods zijn gedood, wat op de martelaars van den Apostolischen tijd betrekking heeft en dergenen, die het dier niet hebben aangebeden, dat op de martelaars van den anti-christelijken tijd ziet.
— Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:
Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:
KruisverwijzingenPsalmen 44:13→Nehemia 4:2→Psalmen 83:4→Psalmen 123:3→Klaagliederen 2:15→Jeremia 30:17→Romeinen 11:1→Ezechiël 35:10→— Hebt gij niet gezien, wat dit volk spreekt, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, die heeft Hij nu verworpen? Ja, zij versmaden Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht.
Hebt gij niet gezien of vernomen (Gen. 42:1), wat dit volk spreekt om zijnen twijfel aan de zo even uitgesprokene belofte (vs. 21) uit te drukken, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, Israël en Juda, die heeft Hij nu verworpen? Alzo kan nog minder van een bestendig Davidisch koningschap en Levietisch priesterschap sprake zijn. Ja, zij versmadenzo sprekende Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht, maar een dat voor altijd is verstoten.
KruisverwijzingenPsalmen 74:16→Jeremia 31:35→Psalmen 104:19→Genesis 8:22→Jeremia 33:20→Genesis 9:9→— Zo zegt de HEERE: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht; indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb;
Zo zegt de HEERE, terwijl Hij al dat lasterlijke en goddeloze spreken op eens met ene bepaalde verklaring ter nederslaat: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht (vs. 20); indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb (Jer. 31:36):
KruisverwijzingenJeremia 31:37→Jesaja 14:1→Hosea 2:23→Ezechiël 39:25→Jeremia 31:20→Hosea 1:7→Jesaja 54:8→Romeinen 11:32→— Zo zal Ik ook het zaad van Jakob en van Mijn knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want Ik zal hun gevangenis wenden en Mij hunner ontfermen.
Zo zal Ik ook het zaad van Jakob, en het zaad van Mijnen knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want, om dit steeds weer te betuigen (Hoofdst. 29:14; 32:44; 33:11), Ik zal hun gevangenis wenden, en Mij hunner ontfermen (Hoofdst. 12:15). Het volk van Jeruzalem gevoelde nu, dat God spoedig Juda in de handen der Chaldeën zou geven, zo als Hij vroeger Israël in de handen der Assyriërs had gegeven; het meende nu, dat met deze verwerping Abraham’s zaad voor altijd verworpen was, en de oude beloften Gods niet meer konden worden nagekomen. Deze ongelovigen behoorden wel naar het vlees tot het volk Gods, maar als dorre twijgen worden zij door God in het geheel niet meer als tot den boom behorende aangemerkt. Daarom zegt Hij: “dit volk” als ware het een geheel vreemd volk, dit volk lastert Mijn volk, als waren zij voor Hem geen volk meer, deze afvalligen. De wereldlingen verheffen zich, als zij vleselijke rust hebben, alsof geen God hen kon straffen, en wanneer zij in tegenspoed komen, zijn zij zo versaagd alsof geen God hen meer kon helpen. Eerst willen zij zich niet meer laten waarschuwen, en later willen zij van gene vertroosting horen (Hoofdst. 17:9). De ware Profeet verkondigt echter volgens de wet, den zondaren wel den dood, maar daarna genade tot vernieuwing en ten leven. Die bevreesdheid is enkel godslastering. Gods rijk is en blijft, en komt ook tot volmaking, maar de vreesachtigen komen daar niet in. Niet zonder reden, en bovendien op uitdrukkelijk bevel van God, sprak de profeet Jeremia, in dien vegen tijd van den Israëlietischen staat, al wederom van Jeruzalems verwoesting. Nimmer toch kon daarvan te veel gesproken worden, dewijl de zaak vastelijk bij den Heere besloten was, en langs dien weg de een en ander nog tijdig kon gewaarschuwd worden en tot nadenken geleid. Dan het was ditmaal echter minder om op dat onheil te wijzen, dat Jeremia spreken moest, als wel, om door het Evangelie der voorspelling voor de zuchtende Godskerk in die donkere en hachelijke dagen te tonen, dat God de onveranderlijke Verbondsgod van al Zijn volk en van Zijne uitverkoren gemeente was, en om die te wijzen op Davids groten Zoon, die tot in eeuwigheid over het huis Jakobs koning zou zijn en wiens koninkrijk allergezegendst wezen moest. Immers is het niet alleen de wending der gevangenissen en de herstelling van uitwendige volkswelvaart, welke hier wordt toegezegd, en die vóór en na de verlossing uit Babels ballingschap ook in volkomenheid gezien en genoten werden, maar het zijn inzonderheid geestelijke zegeningen, van welke de voorspelling gewaagt: genezing en gezondheid, vrede en waarheid, vergeving en reinigmaking, roem en ere, godsdienstige blijdschap in Israël en ontzag onder de vijanden. Is het dit alles, en wat een land en volk in waarheid verhogen kan, en waardoor de Heere kan gezegd worden in en onder het te wonen, hoe veel te meer zien wij dit dan bevestigd en gestaafd door de Messiaanse belofte, welke hier al wederom en in de allerdonkerste dagen wordt vernieuwd. De spruite, van wien Jesaja reeds voorlang had gesproken, op wien Jeremia reeds onder Jojakim’s regering had gewezen (Hoofdst. 23:5), zou eenmaal en gewis uit Davids huis voortkomen, al was het ook, dat bij de aanstaande ballingschap dat koninklijk geslacht scheen onder te gaan en geheel vernederd werd; zelfs zou aan Davids huis, al was het ook niet rechtstreeks uit zijn geslacht, ten allen tijde een man worden toegevoegd, die daarover regeren zou; en als men nu onbetwistbaar zag, dat de verordening van dag en nacht vaststond, dan kon men ook alzo rekening maken op de gewisse vervulling van dit Gods-ontwerp, al waren er ook donkerheden en bezwaren, die dit schijnbaar onmogelijk deden zijn. Dat was ene vastheid voor het geschokte geloof der bedreigde Godskerk in die lange en donkere dagen, op welke men kon nederzinken en rusten; zulk een grondslag kon niet wankelen in eeuwigheid. Doch niet slechts tot een steunpunt der hoop moesten de gelovigen in die dagen zulk ene toezegging hebben, maar ook tot ene troost en tot een verkwikking der zielen en tot een onderwijs voor het behoeftige hart; daarop werd de Messias aangekondigd als Jehova onze Gerechtigheid, omdat men in Hem alleen kon bestaan voor God, omdat Zijne gerechtigheid de ene en ontwijfelbare grondslag der verlossing voor dit en voor het volgende leven is, en al het goede daaruit alleen en voor eeuwig kan voortspruiten; daarom werd ook gewag gemaakt, van het onafgebroken bestaan en werkzaam zijn der Levietische priesters, niet omdat priesters en offeranden zouden voortduren, want deze hebben opgehouden, nadat onze Heere met ééne offerande in eeuwigheid heeft voldaan, maar opdat door deze Oud-Testamentische woorden het Leeraarambt onder den Nieuwen dag zou worden aangeduid en zijne duurzame en gewenste bediening, als ene bediening der verzoening, die in Christus Jezus is, zou worden voorgesteld; daarom eindelijk, wordt er in geheimzinnige taal van een talloos zaad van het huis Davids en der Levieten gesproken, hetwelk in den tijd des N. V. buitengewoon vermenigvuldigen zou; en wat kan dit anders zijn, dan dat zaad, hetwelk de Messias zou zien, en hetgeen hem vroeger was toegezegd (Jes. 53:10), en dat als een zaad der kerk door den dienst Zijner knechten zou verwekt en gewonnen worden (Ps. 22:31, 32. vgl. Gal. 4:19. Filemon 1:10). Was dit alles onderwijs, troost en sterkte voor de gemeente des Heeren in Jeremia’s dagen, dan is het dit ook evenzeer voor ons en voor onze tijden. Geen ander onderwijs kan aan onze behoefte beantwoorden, dan dat, hetwelk ons een Evangelie der genade voorstelt, gene andere gerechtigheid is toereikende, om onze schuld en besmetting voor God te verzoenen en te bedekken, dan die, welke door Jezus Christus werd aangebracht; bij zulke geestelijke zegeningen, als hier worden voorgesteld, hebben ook wij het grootste belang, en zal het met ons wel zijn, dan moeten ook wij door den dienst des Evangelies gewonnen worden en door waarachtige wedergeboorte een zaad van Davids geestelijk geslacht, kinderen en kwekelingen van onzen Verlosser zijn. Dat heil ligt daar voor ons, als aangekondigd in het Evangelie des O. V. als vervuld door de komst en het werk van onzen Heere; dat heil mag dan ook door ons gezocht, door ons begeerd worden, en moeten wij waarlijk bezitten en op prijs schatten. Zulke voorrechten doen ons in vergeving en genezing delen, die wij beide zo nodig hebben; zij doen ons op vrede en waarheid zien, die onafscheidbaar zijn, en leveren stof van blijdschap, om met vrolijke gezangen van bevrijding den Heere te loven; terwijl uitwendige welvaart en volksgeluk daarmee gepaard gaan en als een wenselijk goed in de gunst van God, aan Zijne oprechte vereerders, naar Zijne wijsheid verleend worden. Indien de gelovigen van onze dagen daarop zien en daarin delen mogen, dan mag de verordening Gods in de natuur hun nog evenzeer tot enen waarborg van Zijne onveranderlijke liefde en trouw verstrekken, en zij hieraan herinnerd en daarin bevestigd en versterkt worden, bij die afwisseling van dag en nacht, die door Gods onveranderlijke zorg wordt bewaard, zodat zij steeds stof vinden om zich gedurig te verblijden in de goedertierenheid en de waarheid van Hem, wiens naam Jehova is, en die trouwe houdt tot in eeuwigheid.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 33
Jeremia 33:15.KruisverwijzingenJesaja 4:2→Jesaja 11:1→Jeremia 23:5→Zacharia 3:8→Psalmen 72:1→Zacharia 6:12→Openbaring 19:11→Jesaja 32:1→
— In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
In de laatste dagen, op de heerlijke bestemde tijd, zal Jezus Christus opgroeien als een Spruit uit de tronk van Isaï. Het koningshuis van David lijkt nu een omgehouwen boom, waarvan de stronk onder de grond bedolven ligt. Maar “een SPRUIT der gerechtigheid” zal te zijner tijd verschijnen, en Jezus, de Zoon van David, “zal recht en gerechtigheid doen op aarde”.
Jeremia 33:16.KruisverwijzingenJeremia 23:6→1 Korinthe 1:30→Jesaja 45:17→2 Korinthe 5:21→Jesaja 45:24→Jesaja 45:22→Filippenzen 3:9→Jeremia 32:37→
— In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.
Wat een wonderlijke eenheid is er tussen Christus en Zijn kerk! Zij draagt werkelijk Zijn naam: “De HEERE, onze GERECHTIGHEID”.
Jeremia 33:17-18.Kruisverwijzingen1 Koningen 2:4→Psalmen 89:29→1 Kronieken 17:11→1 Koningen 8:25→Jeremia 35:19→Jesaja 9:7→1 Kronieken 17:27→2 Samuël 3:29→
— Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte. Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen.
Hieruit blijkt dat het verbond niet letterlijk en vleselijk was. Het was niet gemaakt met David en zijn zaad naar het vlees, en ook niet met de priesters en hun zaad naar het vlees. Er is een Koninkrijk dat nooit wankelen kan, en onze Heere zit op die troon. En er is een priesterschap dat eeuwig is. Het wordt gedragen door die grote Hogepriester Die één slachtoffer voor de zonden geofferd heeft in eeuwigheid, en Die Priester blijft in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.
Jeremia 33:22.KruisverwijzingenGenesis 15:5→Genesis 22:17→Ezechiël 37:24→Jeremia 31:37→Jesaja 66:21→Hebreeën 11:12→Hosea 1:10→Jesaja 53:10→
— Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden, alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen.
Zo talrijk zijn zij op deze dag, het zaad van Jezus, de Zoon van David — wie zal hen tellen? En de schare van hen die Hij tot koningen en priesters voor God gemaakt heeft: wie anders dan Hij kan die tellen?
Jeremia 33:23-26.KruisverwijzingenJeremia 31:37→Jesaja 14:1→Psalmen 74:16→Hosea 2:23→Jeremia 31:35→Ezechiël 39:25→Jeremia 31:20→Hosea 1:7→
— Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende: Hebt gij niet gezien, wat dit volk spreekt, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, die heeft Hij nu verworpen? Ja, zij versmaden Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht. Zo zegt de HEERE: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht; indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb; Zo zal Ik ook het zaad van Jakob en van Mijn knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want Ik zal hun gevangenis wenden en Mij hunner ontfermen.
Dit zal in de laatste dagen letterlijk vervuld worden, daar twijfel ik niet aan. Maar het wordt ook nu al vervuld aan het geestelijke zaad van Jakob en van David. Het genadeverbond is vastgemaakt aan heel het zaad, aan allen die in de naam van Christus geloofd hebben.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-26.KruisverwijzingenJeremia 29:12→Jesaja 48:6→Deuteronomium 4:29→Jesaja 65:24→Jesaja 55:6→Efeze 3:20→Psalmen 91:15→Psalmen 50:15→
— Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende: Zo zegt de HEERE, Die het doet, de HEERE, Die dat formeert, opdat Hij het bevestige, HEERE is Zijn Naam; Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet. Want zo zegt de HEERE, de God Israels, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken: Er zijn er wel ingekomen, om te strijden tegen de Chaldeen, maar het is om die te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid. Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid. En Ik zal de gevangenis van Juda en de gevangenis van Israel wenden, en zal ze bouwen als in het eerste. En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, met dewelke zij tegen Mij gezondigd hebben; en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd en met dewelke zij tegen Mij overtreden hebben. En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke. Alzo zegt de HEERE: In deze plaats (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,
Ten tweeden male ontvangt de Profeet in zijne bewaarplaats ene openbaring des Heeren van zeer troostvollen inhoud, die door aanroeping des Heeren in tijd van nood zal worden teweeggebracht (vs. 1-3). De huizen en paleizen, die nu, om grondstoffen te krijgen tot bolwerk en borstwering tegen de belegeraars, worden afgebroken, of vervuld worden met de lijken dergenen, die tot verdediging der stad zijn binnengekomen, worden weer hersteld, gevangenen van Juda en Israël worden teruggevoerd; alle zonden, die zij bedreven, zullen worden vergeven. Vrede en geluk zullen in zulk ene mate het deel der nieuwe gemeente worden, dat het tot roem van hunnen God en tot verwondering van alle volken der wereld zal wezen (vs. 4-9). In het land, dat nu geheel en al verwoest wordt, zal weer een bij leven ontwaken, zal Gods genade worden geprezen en wettige godsdienst worden uitgeoefend (vs. 10-13). In den rechtvaardigen Spruit van David zal een goed en gezegend bestuur opstaan, en nooit zal het ontbreken noch aan een nationaal heiligdom, noch aan ene nationale priesterschap (vs. 14-18). Beide zullen en grondvesten van het Godsrijk, waarop zijn bestaan rust, blijven eeuwig het volk gewaarborgd, dat geenszins, zo als de ongelovigen en bevreesden beweren, voor altijd zal worden verworpen, maar voor altijd is verkoren (vs. 19-26).
Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweede maal tot Jeremia 1) als hij nog in het voorhof der bewaring, dat aan het huis des konings was, was opgesloten, zeggende tot hem:
Op dezelfde zaak heeft deze Godsspraak betrekking, en het is niet te verwonderen, dat God zo dikwijls over dezelfde zaak spreekt, dewijl alzo de Joden behoorden niet te verontschuldigen te zijn, dewijl zij altijd onwetendheid voorwendden, indien God niet hetzelfde meermalen herhaalde. God heeft daarom door meerdere Godspraken bevestigd, wat Hij eenmaal had getuigd, omtrent de herstelling van het volk, maar voornamelijk strekt Hij Zijn zorg uit over de gelovigen, opdat zij niet zouden vertragen en ten onderliggen onder zovele beproevingen, welke een lang tijdsverloop op hen drukken.
Zo zegt de HEERE, die hetgeen Hij herhaalde malen openbaarde, doet gelijk Hij Zich heeft voorgenomen, de HEERE, die dat formeert, opdat Hij het bevestige, die het tot volle werkelijkheid laat komen, HEERE is zijn naam (Jer. 31:35; 32:18). In de gevangenis ontvangt Jeremia de heerlijke profetie, die eindigt in den persoon van den Messias. Ook Johannes ontving in zijne ballingschap op Patmos de heerlijke openbaring des Heeren. Trouwens Jeremia was een toonbeeld van die lijdzaamheid, welke bestaat in het geduldig wachten op den Messias. Hij was ook een man van veel smart, van onophoudelijk lijden. En is dat waar, wat moeten wij dan (om nog eens hierop terug te komen) denken van hen, die stoutweg beweren, dat het Oude Testament alleen tijdelijk voordelen had en alleen tijdelijk voordelen beloofde! Dat zij het Oude Testament niet kennen. Of welke tijdelijke voordelen heeft Jeremia gehad? Het enige voordeel, dat hij had, was: dat hij kiezen kon bij de slecht vijgen in zijn land, of bij de goede vijgen in Babel te zijn; en hij koos het eerste uit opofferende liefde, maar tot vermeerdering van zijne tegenspoeden. En toch, hij was een oprecht, getrouw dienaar van God; ja, men zou zeggen, een Israëliet, een profeet des Heeren te zijn, is een groot voorrecht, doch Jeremia is beiden, en hij kent niet anders dan tranen. Jeremia was een man zonder vreugde, maar God was hem genadig, en God was hem nabij, en daarom was het hem goed en zoet, ook in het bitterste lijden. Wie Gods kastijdingen ondervindt, ondervindt ook Gods vertroostingen. “Zo zegt de Heere, die het doet. Een heerlijke titel van God, niet waar? Die het doet. ” Wat zeggen de mensen niet veel, en wat doen zij weinig. Het is bij mensen gewoonte, bergen te leggen tussen doen en zeggen. Maar onze God zegt het en Hij doet het; Zijne hand is altijd uitgestrekt om Zijnen raad te vervullen. Eigenlijk is bij God zeggen en doen één, maar voor ons is er tijd nodig, alsvorens geschiedt, wat Gods Woord gebiedt. Van daar dat al de woorden Gods hun vervulling tegemoet rijpen, en naar de verschillende tijdsbedelingen of historische jaargetijden, nu gezien worden als kiemen, dan als stengels, bloemen, vruchtknoppen, en ten laatste als voldragen vruchten. Met die laatste woorden wil de Heere het vertrouwen op Zijn macht, maar ook op Zijn trouw bevestigen. De naam HEERE moest bij het gelovig deel van Juda inzonderheid Zijne onveranderlijke Verbondstrouw in het geheugen terugroepen niet alleen, maar ook hun geloof stalen en sterken. Als HEERE had Hij hen uit Egypte geleid door Zijn sterken arm, weer als HEERE zou Hij hen ook allen uit de ballingschap terughalen, en in hun eigen land terug brengen. Hij zou zo getrouw als sterk zijn, om aan de ellende een einde te doen komen.
Roep tot Mij met al degenen, die nu voortaan in Mijnen naam geloven, gedurende de ellenden, die over Jeruzalem en Juda zullen komen. Roep tot Hij in gelovig bidden om opheffing van die straf, en Ik zal u antwoordendoor met kracht in den loop der zaken in te grijpen, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet 1), en volgens den natuurlijken loop voor onmogelijk houdt.
Niet alleen om den Profeet, maar ook om allen wordt dit gezegd. Want er is geen twijfel aan, of de Profeet heeft ijverig tot God gebeden, en de gevangenschap moest ook dienen, om zijn ijver te doen klimmen, opdat hij aanhoudend bij God tusschentrad. God heeft ook hier Zijn stompheid niet willen kastijden, of zijn onwetendheid als Hij zegt: Roep tot Mij, maar Hij bewerkt het gebed bij den Profeet, zoals God alle vromen opwekt tot bidden. Het kan opmerkelijk voorkomen, dat den Profeet hier de openbaring van grote en onbekende dingen beloofd wordt, die hij door aanroeping van God moet verkrijgen, terwijl toch de volgende aankondiging nauwelijks één in ‘t oogvallend punt bevat; ook wordt aan de opwekking tot gebed door Jeremia geen gevolg gegeven. Intussen worden aanstonds alle bedenkingen opgelost, wanneer wij het aanroepen niet als een bidden om ontdekking, maar om redding uit de nabijzijnde noden (Jes. 55:6, 7) en het aanwijzen niet als een bloot kennis geven of laten weten, maar als een bekend maken door daden verstaan, waarop ook de uitdrukkingen in vs. 2 uitdrukkelijk wijzen. De woorden bevatten dus geen voorspel tot de volgende openbaring, maar integendeel ene vermaning aan het volk, om zich in zijne moeilijke omstandigheden tot zijnen God te wenden, dan zal Hij ze grote, voor de menselijke kennis onbereikbare dingen laten horen of beleven.
Want zo zegt de HEERE, de God Israëls, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die, nu Jeruzalem door de Chaldeën belegerd wordt, door de wallen, door de stormrammen, en door het zwaard zijn afgebroken, om materieel te verkrijgen tegen de belegeraars en hun krijgswerktuigen (Jes. 22:10):
Er zijn er wel uit het ganse land van Juda ingekomenmet de bedoeling om te strijden tegen de Chaldeën, maar het is in werkelijkheid, zo als de uitkomst bewijst, om die huizen en paleizen, die zijn blijven staan, te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijnen toorn en in Mijne grimmigheid, namelijk uit hun eigene lijken; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid.
Zie, Ik zal haar, de stad, de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden, de inwoners, eveneens genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid (2 Kon. 20:19). Met vs. 4 wordt de voorstelling der grote en onbegrijpelijke dingen, die de Heere aan Zijn volk wil bekend maken, met een “want” begonnen, in zoverre de voorstelling daarvan oorzaak aangeeft van de belofte. Vooreerst nu worden die genoemd, op wie de belofte betrekking heeft, de huizen van Jeruzalem en de mensen, die de stad verdedigen (vs. 4 vv.); dien overeenkomstig denkt vs. 6 dan eerst aan de stad, en daarna aan de mensen. Men brak bij belegeringen huizen af, om de muren te verbeteren of te versterken; dat men daartoe de naastbijgelegene huizen bezigde, of die privaat of koninklijk eigendom waren, ligt voor de hand. In plaats van de verwoeste huizen zouden nieuwe gebouwen verrijzen, en in stede van de gevallen zondaars een talrijk beter geslacht. Deze belofte werd niet aan het tegenwoordige geslacht, maar voor toekomstige tijden van bekering aan het ganse volk verleend.
En Ik zal de gevangenis van Juda en de gevangenis van Israël wenden, en zal ze bouwen als in het eerste, als in den tijd, toen zij nog niet door hunnen afval zulk enen droevigen toestand van alle staatkundige opzichten hadden veroorzaakt (Jes. 1:26).
En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd hebben, en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd, en met dewelke zij tegen Mij overtreden hebben 1). Zo zal een nieuw verbond met hen worden gesloten (Hoofdst. 31:34).
Hier lag de vastigheid van de belofte van herstelling. Juda zou naar Babel gevoerd worden, om de ongerechtigheid en zonde. Dewijl de maat der ongerechtigheid vol was, zou het in ballingschap gevoerd worden. Maar de Heere zou zich ontfermen. Hij zou de zonde vergeven. Hij zou Zijn volk reinigen van alle ongerechtigheid, en dan, wanneer Hij geen zonde meer zou zien in Juda en geen ongerechtigheid meer in Israël, dan zou ook Zijn vriendelijk Aangezicht weer in reddende genade en herstellende goedertierenheid op het ellendige volk nederzien. Dit geldt vooral voor het geestelijk Israël. Eerst dan als de zonde is bedekt, de schuld is verzoend, eerst dan zal God, de Heere, weer in genade en ontferming nederzien en zich erbarmen. Eerst dan, als de gelovigen het weer weten, dat de breuke tussen hun God en hen is geheeld, zullen zij ook de vriendelijke bestraling Gods mogen genieten. Niet dat deze er ook te voren niet was, maar het genot er van wordt dan verkregen als er weer een geopende toegang tot den genadetroon is.
En het 1) zal Mij zijn tot enen vrolijken naam, tot enen roem, en tot een sieraad bij alle Heidenen, bij alle volken der aarde, die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun (Israël en Juda) beschikke2). Zij zullen begerig zijn eveneens zulke genadegoederen deelachtig te worden (Jes. 19:17 vv.)
Beter zij zal Mij zijn, d. i. de stad Jeruzalem. Dewijl ook hier naam staat voor wezen, wil de Heere zeggen, dat de stad Jeruzalem weer zal bloeien en groeien, dat men zich om haar zal verheugen, als over een kostelijke plantinge Gods, als over een heerlijk werk Zijner handen.
Nadat zij met schrik hebben erkend, dat zij den almachtigen en algoeden God om den wille van nietige afgoden hebben verzuimd, zullen zij zich weer tot den eersten wenden. Dat wil zeggen, niet alleen zullen andere volken Mij verheerlijken over Mijne goedheid jegens de Joden; maar zij zullen ook vrezen voor het aantasten van een volk, dat Ik zo bemin en begunstig (Exod. 15:14, 16).
Alzo zegt de HEERE: In deze plaats, namelijk in dit gehele land, (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens en geen inwoner en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,
De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, die nu voor altijd schijnt verstomd te zijn (Hoofdst. 7:34; 16:9; 25:10 v. de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die bij hunnen godsdienst in den tempel zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE Is goed, want Zijne goedertierenheid is in eeuwigheid (Ezra 3:11. Ps. 106:1)!de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN (Hoofdst. 30:18 v.); want Ik zal de gevangenis des lands wenden als in het eerste, toen Ik Mijn volk uit Egypte voerde, zegt de HEERE. Met dezelfde beelden, waarmee vroeger de verwoesting van het land werd geschilderd, moet thans het nieuwe leven worden beschreven. De uitgebluste stem van vrolijkheid en vreugde, van bruid en bruidegom wordt weer gehoord, dankliederen op de eeuwige goedheid Gods klinken uit den nieuw gebouwden tempel. In het volgende komt er vervolgens bij, hoe in de eens verwoeste velden groene dreven zich uitstrekken, en schapen trekken aan de zijde van den herder, die ze weidt. Welk een verwonderlijk boek is toch de Bijbel, Hier hebben wij weer enkel poëzie; hier is alles weer gejuich en gezang. Welke vrolijke tijdingen brengt nu de profeet der ellende! Amechtig geworden door de hitte der vervolging, zag deze getrouwe dienaar des Heeren zich van tijd tot tijd door den Heiligen Geest geleid tot de fonteinen der levende wateren en tot de zeer stille wateren der Goddelijke beloften, en dan dronk hij een teug van dat water en at hij ene bete van het brood Gods, den Messias, en dan sliep hij in en rustte op de getrouwigheden Gods, en ontwaakte den weer verfrist en versterkt, om op nieuw slagen en smaadheden en gevangenisstraffen te ontvangen en te verduren. Wij willen het niet geloven, maar juist daarom genieten wij zo weinig van God, omdat wij Hem zo weinig nodig hebben. De nood, de angst, de hooggewaande benauwdheden der ziel openen ons de volle fonteinen der vertroosting Gods. Hoe vele martelaren hebben het ondervonden! “De stem des bruidegoms en der bruid. ” De bruidegom en de bruid behoren tot de kerk; zij worden in de Schrift als zodanig door God genoemd. Bij geen volk werd dan ook het bruiloftsfeest gevierd, gelijk bij Israël. Het bruiloftsfeest stond daar gelijk met de grote feesten. En hoe treffend, dat de bruidegom der Gemeente Zijn openbaar leven onder zijn volk aanvangt met het bijwonen en het verheugen der vreugde ener bruiloft. Het is ene profetie der toekomst, welke uitlopen zal op ene vreugde, als die ener eeuwige heilige bruiloftsviering (Openb. 19:7-9).
Zo zegt de HEERE der heirscharen: In deze plaats (vs. 10), die zo woest is, dat er geen mens zelfs tot het vee toe in is, mitsgaders in al zijne steden zullen wederom woningen(liever: beemden) zijn van herderen, die de kudden doen legeren.
In de steden van het gebergte, in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden, en in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda (Jer. 32:44)zullen de kudden wederom onder de handen des tellers doorgaan, gelijk dat geschiedt, wanneer er ene grote menigte is, zegt de HEERE. Met den teller wordt bedoeld de herder, die gewoon was het vee te tellen door elk van hen, als het uit de kooi kwam, met zijne roede te slaan. (Lev. 27:32). Wij vinden in deze woorden ene gewichtige les, dat het niet de gaven Gods zijn, waarnaar wij moeten grijpen, maar de liefde Gods, die zich daarin betoont, dat Hij ons de zonde niet toerekent; anders gaat het ons met de weldaden Gods als den vissen, die met de lokspijs den angel inslikken. Hier wordt aangegeven de welvaart en de rijkdom van het land na hun wederkering. Het zal geen woning zijn voor bedelaars, die niets bezitten, maar van schaapherders en landbouwers, gegoede mensen, met goede sommen op den grond, in welke zij wedergekeerd zijn.
Ziet, de dagen komen 1) (Hoofdst. 23:5), spreekt de HEERE, dat Ik het goede woord verwekken zal, tot verwezenlijking zal laten komen, dat Ik tot het huis van Israël en over het huis van Juda gesproken heb (1 (Kon. 8:56).
Om alle deze zegeningen te bekomen, welke God voor hen over heeft, is hier nog een belofte van den Messias, en van die eeuwige gerechtigheid, welke Hij zou aanbrengen, en waarschijnlijk is dit dat goede, dat grote goede, hetwelk God in de laatste dagen, die nog toekomende waren, doen zou, gelijk Hij aan Juda en Israël beloofd had, en waartoe hun wederkering uit Babel en hun bevestiging weer in hun eigen land de weg banen moest.
In die dagen en te dier tijd zal Ik David ene SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten, en Hij, die met dat gewas bedoeld is, zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
In die dagen zal Juda verlost, met zegen begiftigd worden, en Jeruzalem zal zeker wonen, en deze is, die haar, Jeruzalem roepen zal: De HEERE, ONZE GERECHTIGHEID 1) (Hoofdst. 23:6).
In Hoofdst 23 was deze naam aan Christus gegeven, en eigenlijk past deze Hem ook alleen. Nu echter wordt Hij overgebracht op de Kerk, n. l. wat eigendom was van, wat eigen was aan het Hoofd, wordt gemeen aan alle leden. Wij weten nu dat aan Christus niets het Zijne was, dewijl toen Hij tot gerechtigheid is geworden, dit ten behoeve van ons is geschied, gelijk Paulus zegt (1 (Kor. 1:30): Hij is ons geworden tot rechtvaardigheid en verlossing en heiligmaking en wijsheid. Waar derhalve de Vader aan Zijn Zoon, om onzentwil de gerechtigheid toepaste, daar is het niet verwonderlijk, indien tot ons wordt overgebracht, wat bij Hem berustte. Wat wij derhalve in Hoofdst. 23 hebben gezien, was eigenlijk gezegd. Want dit is bij Christus alles, dat Hij is God, onze Gerechtigheid. Maar dewijl wij de gerechtigheid ontvangen, waar Hij ons toelaat tot de gemeenschap van alle goeden, waarmee Hij versierd en begiftigd is door den Vader, van daar komt het, dat dit ook op geheel de Kerk betrekking heeft, n. l. dat God is hare gerechtigheid. De voorzegging heeft ten doel het verbondsvolk over de verwoesting der heilige stad, die nabij is (vs. 4), te troosten, en het te wijzen op het toekomstige Jeruzalem in al zijne heerlijkheid en schoonheid. Deze heerlijkheid zal ene zodanige zijn, dat Jeruzalems Koning en deze Zijne stad dien stempel Zijner heerlijkheid drukt, en haar niet alleen objectief; maar ook subjectief tot heilige stad maakt. Wanneer daarbij de tien stammen voor een ogenblik buiten beschouwing worden gelaten, zodat het schijnt, alsof het aangekondigde heil dezen niet geldt, zo wordt toch in het volgende vers die schijn dadelijk weggenomen, daar van den “troon van het huis Israëls” sprake is, waarop ten allen tijde een uit Davids huis zal zitten. Israël is juist nu weer met Juda tot een onverdeeld geheel verbonden. Altijd is het enig lichtpunt in de geschiedenis van Israël de belofte van de komst van den Messias. God leide in zulk een klein woordje de gehele toekomst. Immers wordt ook de grootste mens klein geboren. Alles is wat er zijn moet, maar in het klein; alles moet groot worden, moet groeien. De belofte van den Messias keerde dan ook rusteloos terug. Op Hem moest alles uitlopen, en liep alles uit, want wat Jehova in het Oude Testament zegt te zullen doen, dat doet de Heere Jezus in het Nieuwe Testament werkelijk. Doch hoe kan de Heere onze gerechtigheid zijn? Door Zich één te maken met ons. Het is hiermede als wanneer ik, in geval ik zonder geldschulden en daarenboven rijk ben, mij associeer met ene firma, die vol schulden zit; nu ben ik aansprakelijk, nu komt men bij mij om geld, en daar ik het heb, zo moet ik de schulden betalen, die ik gemaakt heb, omdat ik vrijwillig één geworden ben met de firma. Zo deed ook Christus. Hij werd mens, verenigde Zich met de mensheid, associeerde Zich met onze firma, en werd aansprakelijk en betaalde. Zo is dan Christus onze gerechtigheid. Tussen ons en de Goddelijke gerechtigheid ligt ene kloof wijd als de zee. Christus dempte die zee, en nu gaat de gerechtigheid naast ons. Geven wij haar de hand, en zij is één met ons. En de zonde? Zij is in ons, maar wij dienen haar niet, toch is zij in ons en zijn wij zondig. Zij is in ons, als de wesp in de bijenkorf; deze behoort er niet in, en toch is zij er in. Wat te doen? wat de bijen doen: haar steken totdat zij dood is, en dan haar bedekken met was. Grote vrede bij het gezicht van de gerechtigheid van Christus wordt voorafgegaan door grote smart bij het gezicht van Jezus, om onze zonden verwond. In de eerste plaats gesproken tot Juda en Israël. 1e. Het is ene Goddelijke gerechtigheid-Jehova heeft de verzoening daargesteld. 2e. Het is ene levende gerechtigheid. Hij, die ze heeft aangebracht, leeft. Hij is aan de rechterhand Gods verheven, om die gerechtigheid te geven. Hij komt tot u, om u die gerechtigheid aan te bieden. 3e. Het is ene toeëigenende gerechtigheid. Het zou mij gene rust geven, al zag ik, dat de gehele wereld in Christus was, zo ik niet in Hem was. Gene ware blijdschap kan ik smaken, tenzij ik zelf schuile onder Zijne schaduw, en met Zijne gerechtigheid bekleed zij. De blijdschap van Paulus was: “Christus leeft in Mij; ” die van Thomas dat hij kon zeggen: “Mijn Heer. ” 4e. a) De rust des gelovigen bestaat daarin, dat hij weet, dat Jehova zijne gerechtigheid is. b). De dwaasheid van hen, die blijven zoeken is duidelijk. “Altijd levende. ” c) Wij zien de ellende der ongelovigen. Er is ene heerlijke Goddelijke gerechtigheid, waardoor de goddeloze wordt gerechtvaardigd. Het zal u tot ene eeuwige kwelling zijn, dat zulk ene gerechtigheid u was aangeboden, en gij zonder die gestorven zijt.
Want zo zegt de HEERE: De profetie aan David gegeven zal zeker worden vervuld (2 Sam. 7:12 vv.). Aan David zal niet worden afgesneden een man, die op den troon van het huis Israëls zitte. De toezegging sluit zich, wat den klank der woorden aangaat, aan dien vorm aan, waarin David zelf de hem ten deel gewordene belofte kort voor zijnen dood aan Salomo mededeelde, en waarin de Heere die ook aan dezen heeft vernieuwd (1 Kon. 2:4; 8:25 en 9:5). Hare hoofdbedoeling is, dat Israël niet meer aan vreemde heersers, maar aan zijn eigen koningshuis zal onderworpen zijn; dit wordt niet daardoor verwezenlijkt, dat steeds een onafgebrokene opvolging op den troon van Israël zit, maar de Ene, die het huis van David voor altijd in Zich sluit, zal voor alle tijden dien troon in bezit hebben, namelijk de Messias.
Ook zal den levietischen priesters, den priesters uit het geslacht van Levi (Deut. 17:9), van voor Mijn aangezicht niet worden afgesneden een man, die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen. De uitdrukking “levietische priesters” heeft overeenkomst met die andere in ‘t vorige vers “aan David. ” De van Levi afstammende priesters, die volgens de wet alleen wettig waren, worden tegenover anderen gesteld, die zich het priesterschap zouden kunnen aanmatigen: een doelen op Jerobeams willekeur (1 Kon. 12:31) is hier duidelijk. Tot Israëls opbouw en zeker bestaan behoort noodzakelijk als tweede zuil naast het van God geordende koningschap ook het van God geordende priesterschap, dat voor het volk den weg tot Gods genade evenzeer baant, als het eerste Gods leiding en vergeving waarborgt. Hoe nu met deze leer de brief aan de Hebreën in Hoofdst. 7 overeenkomt, dat het levietische priesterschap als mindere trap voor een hogeren, namelijk voor het priesterschap naar de wijze van Melchizedek geweken is, en op welke wijze de belofte zich bij de wederherstelling van Israël zal verwezenlijken, daarover zullen wij bij Ezech. 44:15 vv. waar deze zelfde profetie voorkomt nader handelen. Het Davidisch koningschap en het Levietische priesterdom waren de beide zuilen en grondvesten van het Oud-testamentisch Godsrijk, waarop zijn bestaan en voortbestaan rustte. Het Priesterdom bemiddelde aan het volk den toegang tot de Goddelijke Genade. Het koningschap verzekerde het de Goddelijke leiding. Deze beide zuilen breken met de verwoesting van Jeruzalem en den tempel stuk, en daarmee scheen het voortbestaan van het Godsrijk opgeheven te zijn. In dezen tijd van de oplossing van het rijk met van God gegeven recht- en genadeverordeningen, verkondigt de Heere, om de vromen voor vertwijfeling te bewaren, dat die beide ordeningen uit kracht van Zijne belofte niet zouden ondergaan, maar eeuwig bestaan blijven. Daardoor behielden de vromen een borgschap van de wederherstelling en vernieuwing van het Godsrijk. De priesters waren de middelaars tussen God en Zijn volk; de koning vertegenwoordigde God zelf. Het is daarom dat hier inzonderheid gewezen wordt op de heerlijkheid van het Nieuwe Verbond, op de dagen der N. Bedeling. Davids koningschap is op geestelijke wijze volkomen bereikt in den Messias en het Levietisch Priesterschap evenzeer. D. w. z. Christus Jezus is de grote koning naar het vlees uit David, en Hij is tevens de volkomen Hogepriester, die in Zijn Persoon heeft vervuld, wat de Levietische Priesters afbeeldden.
En des HEEREN woord geschiedde te dierzelfder tijd als in vs. 1-18 tot Jeremia, zeggende:
Alzo zegt de HEERE: Indien gijlieden Mijn verbond, dat Ik na de dagen van den zondvloed heb gemaakt (Gen. 8:22; 9:9 vv.), het verbond van den dag, en Mijn verbond van den nacht kondt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hunnen tijd, hetgeen nooit zal geschieden (Hoofdst. 31:35 v.):
Zo zal ook vernietigd kunnen worden Mijn verbond met Mijnen knecht David, dat hij genen zoon hebbe, die op zijnen troon regere, en met de Levieten, de priesteren, Mijne dienaren, dat zij de priesterlijke werkzaamheden niet meer zouden verrichten (vs. 18).
Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden (Gen. 15:5; 22:17), alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijnen knecht David, en de Levieten, die Mij dienen 1), zodat het nooit zal ontbreken aan dezulken, die den troon van David kunnen bezetten, en het priesterschap waarnemen.
Deze laatste belofte is ene versterking en bevestiging der voorgaande, maar niet met ene kunstige wending van het gehele volk van Israël te verstaan, dat niet slechts in een priesterlijk geslacht, maar ook vgl. (Exod. 19:6) in het geslacht van David zou worden veranderd. Het woord is vervuld door de voortdurende geestelijke voortbrenging van kinderen en dienaren Gods door het woord en door den Geest van Jezus Christus (vgl. Jes. 53:10. Joh. 1:12 v. 1 Petr. 1:23; 2:5). Zo min Gods ordering in de natuur mag ophouden, zo min en nog minder kan Zijn woord in het rijk der genade ophouden, en Zijn ganse woord doelt op den Goddelijken Davids zoon en diens eeuwig genaderijk. Ja, het ganse ontelbare Israël, Abrahams geestelijke nakomelingschap moeten Davids en Levieten worden, d. i. priesters en koningen, zo als dit Israëls roeping was. Zonder twijfel is tot recht verstaan der voorzegging de plaats Openb. 20:4-6 mede in ogenschouw te nemen. Hier is van een mederegeren met Christus in het duizendjarig rijk en van een priesterschap van diegenen sprake, die tot de eerste opstanding komen; het zijn de zielen dergenen, die om de getuigenis van Jezus en om het woord Gods zijn gedood, wat op de martelaars van den Apostolischen tijd betrekking heeft en dergenen, die het dier niet hebben aangebeden, dat op de martelaars van den anti-christelijken tijd ziet.
Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:
Hebt gij niet gezien of vernomen (Gen. 42:1), wat dit volk spreekt om zijnen twijfel aan de zo even uitgesprokene belofte (vs. 21) uit te drukken, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, Israël en Juda, die heeft Hij nu verworpen? Alzo kan nog minder van een bestendig Davidisch koningschap en Levietisch priesterschap sprake zijn. Ja, zij versmadenzo sprekende Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht, maar een dat voor altijd is verstoten.
Zo zegt de HEERE, terwijl Hij al dat lasterlijke en goddeloze spreken op eens met ene bepaalde verklaring ter nederslaat: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht (vs. 20); indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb (Jer. 31:36):
Zo zal Ik ook het zaad van Jakob, en het zaad van Mijnen knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want, om dit steeds weer te betuigen (Hoofdst. 29:14; 32:44; 33:11), Ik zal hun gevangenis wenden, en Mij hunner ontfermen (Hoofdst. 12:15). Het volk van Jeruzalem gevoelde nu, dat God spoedig Juda in de handen der Chaldeën zou geven, zo als Hij vroeger Israël in de handen der Assyriërs had gegeven; het meende nu, dat met deze verwerping Abraham’s zaad voor altijd verworpen was, en de oude beloften Gods niet meer konden worden nagekomen. Deze ongelovigen behoorden wel naar het vlees tot het volk Gods, maar als dorre twijgen worden zij door God in het geheel niet meer als tot den boom behorende aangemerkt. Daarom zegt Hij: “dit volk” als ware het een geheel vreemd volk, dit volk lastert Mijn volk, als waren zij voor Hem geen volk meer, deze afvalligen. De wereldlingen verheffen zich, als zij vleselijke rust hebben, alsof geen God hen kon straffen, en wanneer zij in tegenspoed komen, zijn zij zo versaagd alsof geen God hen meer kon helpen. Eerst willen zij zich niet meer laten waarschuwen, en later willen zij van gene vertroosting horen (Hoofdst. 17:9). De ware Profeet verkondigt echter volgens de wet, den zondaren wel den dood, maar daarna genade tot vernieuwing en ten leven. Die bevreesdheid is enkel godslastering. Gods rijk is en blijft, en komt ook tot volmaking, maar de vreesachtigen komen daar niet in. Niet zonder reden, en bovendien op uitdrukkelijk bevel van God, sprak de profeet Jeremia, in dien vegen tijd van den Israëlietischen staat, al wederom van Jeruzalems verwoesting. Nimmer toch kon daarvan te veel gesproken worden, dewijl de zaak vastelijk bij den Heere besloten was, en langs dien weg de een en ander nog tijdig kon gewaarschuwd worden en tot nadenken geleid. Dan het was ditmaal echter minder om op dat onheil te wijzen, dat Jeremia spreken moest, als wel, om door het Evangelie der voorspelling voor de zuchtende Godskerk in die donkere en hachelijke dagen te tonen, dat God de onveranderlijke Verbondsgod van al Zijn volk en van Zijne uitverkoren gemeente was, en om die te wijzen op Davids groten Zoon, die tot in eeuwigheid over het huis Jakobs koning zou zijn en wiens koninkrijk allergezegendst wezen moest. Immers is het niet alleen de wending der gevangenissen en de herstelling van uitwendige volkswelvaart, welke hier wordt toegezegd, en die vóór en na de verlossing uit Babels ballingschap ook in volkomenheid gezien en genoten werden, maar het zijn inzonderheid geestelijke zegeningen, van welke de voorspelling gewaagt: genezing en gezondheid, vrede en waarheid, vergeving en reinigmaking, roem en ere, godsdienstige blijdschap in Israël en ontzag onder de vijanden. Is het dit alles, en wat een land en volk in waarheid verhogen kan, en waardoor de Heere kan gezegd worden in en onder het te wonen, hoe veel te meer zien wij dit dan bevestigd en gestaafd door de Messiaanse belofte, welke hier al wederom en in de allerdonkerste dagen wordt vernieuwd. De spruite, van wien Jesaja reeds voorlang had gesproken, op wien Jeremia reeds onder Jojakim’s regering had gewezen (Hoofdst. 23:5), zou eenmaal en gewis uit Davids huis voortkomen, al was het ook, dat bij de aanstaande ballingschap dat koninklijk geslacht scheen onder te gaan en geheel vernederd werd; zelfs zou aan Davids huis, al was het ook niet rechtstreeks uit zijn geslacht, ten allen tijde een man worden toegevoegd, die daarover regeren zou; en als men nu onbetwistbaar zag, dat de verordening van dag en nacht vaststond, dan kon men ook alzo rekening maken op de gewisse vervulling van dit Gods-ontwerp, al waren er ook donkerheden en bezwaren, die dit schijnbaar onmogelijk deden zijn. Dat was ene vastheid voor het geschokte geloof der bedreigde Godskerk in die lange en donkere dagen, op welke men kon nederzinken en rusten; zulk een grondslag kon niet wankelen in eeuwigheid. Doch niet slechts tot een steunpunt der hoop moesten de gelovigen in die dagen zulk ene toezegging hebben, maar ook tot ene troost en tot een verkwikking der zielen en tot een onderwijs voor het behoeftige hart; daarop werd de Messias aangekondigd als Jehova onze Gerechtigheid, omdat men in Hem alleen kon bestaan voor God, omdat Zijne gerechtigheid de ene en ontwijfelbare grondslag der verlossing voor dit en voor het volgende leven is, en al het goede daaruit alleen en voor eeuwig kan voortspruiten; daarom werd ook gewag gemaakt, van het onafgebroken bestaan en werkzaam zijn der Levietische priesters, niet omdat priesters en offeranden zouden voortduren, want deze hebben opgehouden, nadat onze Heere met ééne offerande in eeuwigheid heeft voldaan, maar opdat door deze Oud-Testamentische woorden het Leeraarambt onder den Nieuwen dag zou worden aangeduid en zijne duurzame en gewenste bediening, als ene bediening der verzoening, die in Christus Jezus is, zou worden voorgesteld; daarom eindelijk, wordt er in geheimzinnige taal van een talloos zaad van het huis Davids en der Levieten gesproken, hetwelk in den tijd des N. V. buitengewoon vermenigvuldigen zou; en wat kan dit anders zijn, dan dat zaad, hetwelk de Messias zou zien, en hetgeen hem vroeger was toegezegd (Jes. 53:10), en dat als een zaad der kerk door den dienst Zijner knechten zou verwekt en gewonnen worden (Ps. 22:31, 32. vgl. Gal. 4:19. Filemon 1:10). Was dit alles onderwijs, troost en sterkte voor de gemeente des Heeren in Jeremia’s dagen, dan is het dit ook evenzeer voor ons en voor onze tijden. Geen ander onderwijs kan aan onze behoefte beantwoorden, dan dat, hetwelk ons een Evangelie der genade voorstelt, gene andere gerechtigheid is toereikende, om onze schuld en besmetting voor God te verzoenen en te bedekken, dan die, welke door Jezus Christus werd aangebracht; bij zulke geestelijke zegeningen, als hier worden voorgesteld, hebben ook wij het grootste belang, en zal het met ons wel zijn, dan moeten ook wij door den dienst des Evangelies gewonnen worden en door waarachtige wedergeboorte een zaad van Davids geestelijk geslacht, kinderen en kwekelingen van onzen Verlosser zijn. Dat heil ligt daar voor ons, als aangekondigd in het Evangelie des O. V. als vervuld door de komst en het werk van onzen Heere; dat heil mag dan ook door ons gezocht, door ons begeerd worden, en moeten wij waarlijk bezitten en op prijs schatten. Zulke voorrechten doen ons in vergeving en genezing delen, die wij beide zo nodig hebben; zij doen ons op vrede en waarheid zien, die onafscheidbaar zijn, en leveren stof van blijdschap, om met vrolijke gezangen van bevrijding den Heere te loven; terwijl uitwendige welvaart en volksgeluk daarmee gepaard gaan en als een wenselijk goed in de gunst van God, aan Zijne oprechte vereerders, naar Zijne wijsheid verleend worden. Indien de gelovigen van onze dagen daarop zien en daarin delen mogen, dan mag de verordening Gods in de natuur hun nog evenzeer tot enen waarborg van Zijne onveranderlijke liefde en trouw verstrekken, en zij hieraan herinnerd en daarin bevestigd en versterkt worden, bij die afwisseling van dag en nacht, die door Gods onveranderlijke zorg wordt bewaard, zodat zij steeds stof vinden om zich gedurig te verblijden in de goedertierenheid en de waarheid van Hem, wiens naam Jehova is, en die trouwe houdt tot in eeuwigheid.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel