Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 33

1 Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Voorts geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 ten tweedenH8145 male totH413 JeremiaH3414, als hijH1931 nogH5750 in het voorhofH2691 der bewaringH4307 was opgeslotenH6113, zeggendeH559: Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende:

KJV Moreover the word2 of the LORD3 came unto Jeremiah5 the second6 time, while he was yet shut up9 in the court10 of the prison,11 saying,

1 וַיְהִ֧י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 יִרְמְיָ֖הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 6 שֵׁנִ֑ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 7 וְהוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 עוֹדֶ֣נּוּ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 9 עָצ֔וּר H6113 opgehouden, besloten, beslotene [idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self) 10 בַּחֲצַ֥ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 11 הַמַּטָּרָ֖ה H4307 bewaring, Gevangenpoort, doel mark, prison 12 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zo zegt de HEERE, Die het doet, de HEERE, Die dat formeert, opdat Hij het bevestige, HEERE is Zijn Naam;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068, Die het doetH6213, de HEEREH3068, Die dat formeertH3335, opdat Hij het bevestigeH3559, HEEREH3068 is Zijn NaamH8034; Zo zegt de HEERE, Die het doet, de HEERE, Die dat formeert, opdat Hij het bevestige, HEERE is Zijn Naam;

KJV Thus saith2 the LORD3 the maker4 thereof, the LORD5 that formed6 it, to establish8 it; the LORD9 is his name;

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 עֹשָׂ֑הּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 יוֹצֵ֥ר H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose 7 אוֹתָ֛הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 לַהֲכִינָ֖הּ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 9 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 שְׁמֽוֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 RoepH7121 totH413 Mij, en Ik zal u antwoordenH6030, en Ik zal u bekendH5046 maken groteH1419 en vasteH1219 dingen, die gij nietH3808 weetH3045. Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.

KJV Call1 unto me, and I will answer3 thee, and shew4 thee great6 and mighty things,7 which thou knowest

1 קְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 וְאֶעֱנֶ֑ךָּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 4 וְאַגִּ֧ידָה H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 5 לְּךָ֛ 6 גְּדֹל֥וֹת H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 7 וּבְצֻר֖וֹת H1219 vaste, gesterkt, vast cut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold 8 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יְדַעְתָּֽם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want zo zegt de HEERE, de God Israels, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 IsraelsH3478, van de huizenH1004 dezer stadH5892, en van de huizenH1004 der koningenH4428 van JudaH3063, die door de wallenH5550 en door het zwaardH2719 zijn afgebrokenH5422: Want zo zegt de HEERE, de God Israels, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken:

KJV For thus saith3 the LORD,4 the God5 of Israel,6 concerning the houses8 of this city,9 and concerning the houses12 of the kings13 of Judah,14 which are thrown down15 by the mounts,17 and by the sword;

1 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֨ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 בָּתֵּי֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 הָעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 הַזֹּ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 11 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 בָּתֵּ֖י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 15 הַנְּתֻצִ֕ים H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 הַסֹּלְל֖וֹת H5550 wal, wallen, sterkten bank, mount 18 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 19 הֶחָֽרֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Er zijn er wel ingekomen, om te strijden tegen de Chaldeen, maar het is om die te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Er zijn er wel ingekomenH935, om te strijdenH3898 tegenH5921 de ChaldeenH3778, maar het is om dieH834 te vullenH4390 metH854 dode lichamenH6297 van mensenH120, dieH834 Ik verslagenH5221 heb in Mijn toornH639 en in Mijn grimmigheidH2534; en omdat Ik Mijn aangezichtH6440 van dezeH2063 stadH5892 verborgenH5641 heb, om alH3605 hunlieder boosheidH7451. Er zijn er wel ingekomen, om te strijden tegen de Chaldeen, maar het is om die te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid.

KJV They come1 to fight2 with the Chaldeans,4 but it is to fill5 them with the dead bodies7 of men,8 whom I have slain10 in mine anger11 and in my fury,12 and for all whose wickedness20 I have hid14 my face15 from this city.

1 בָּאִ֗ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 לְהִלָּחֵם֙ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַכַּשְׂדִּ֔ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 5 וּלְמַלְאָם֙ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 6 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 פִּגְרֵ֣י H6297 dode lichamen, lichamen, aas carcase, corpse, dead body 8 הָאָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 הִכֵּ֥יתִי H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 11 בְאַפִּ֖י H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 12 וּבַחֲמָתִ֑י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 13 וַאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 הִסְתַּ֤רְתִּי H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 15 פָנַי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 מֵהָעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 17 הַזֹּ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 18 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 רָעָתָֽם H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 ZieH2005, Ik zal haar de gezondheidH724 en de genezingH4832 doen rijzenH5927, en zal henlieden genezenH7495, en zal hun openbarenH1540 overvloedH6283 van vredeH7965 en waarheidH571. Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid.

KJV Behold, I will bring2 it health4 and cure,5 and I will cure6 them, and will reveal7 unto them the abundance9 of peace10 and truth.

1 הִנְנִ֧י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 מַעֲלֶה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 לָּ֛הּ 4 אֲרֻכָ֥ה H724 gezondheid, betering, genezing health, made up, perfected 5 וּמַרְפֵּ֖א H4832 medicijn, genezing, genezen (in-)cure(-able), healing(-lth), remedy, sound, wholesome, yielding 6 וּרְפָאתִ֑ים H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 7 וְגִלֵּיתִ֣י H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 8 לָהֶ֔ם 9 עֲתֶ֥רֶת H6283 overvloed abundance. p 10 שָׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 11 וֶאֱמֶֽת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Ik zal de gevangenis van Juda en de gevangenis van Israel wenden, en zal ze bouwen als in het eerste.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En Ik zal de gevangenisH7622 van JudaH3063 en de gevangenisH7622 van IsraelH3478 wendenH7725, en zal ze bouwenH1129 als in het eersteH7223. En Ik zal de gevangenis van Juda en de gevangenis van Israel wenden, en zal ze bouwen als in het eerste.

KJV And I will cause the captivity3 of Judah4 and the captivity6 of Israel7 to return,1 and will build8 them, as at the first.

1 וַהֲשִֽׁבֹתִי֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שְׁב֣וּת H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 4 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 5 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 שְׁב֣וּת H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 7 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 וּבְנִתִ֖ים H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 9 כְּבָרִֽאשֹׁנָֽה H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, met dewelke zij tegen Mij gezondigd hebben; en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd en met dewelke zij tegen Mij overtreden hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En Ik zal hen reinigenH2891 van alH3605 hun ongerechtigheidH5771, met dewelkeH834 zij tegen Mij gezondigdH2398 hebben; en Ik zal vergevenH5545 alH3605 hun ongerechtighedenH5771, met dewelkeH834 zij tegen Mij gezondigdH2398 en met dewelkeH834 zij tegen Mij overtredenH6586 hebben. En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, met dewelke zij tegen Mij gezondigd hebben; en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd en met dewelke zij tegen Mij overtreden hebben.

KJV And I will cleanse1 them from all their iniquity,3 whereby they have sinned5 against me; and I will pardon7 all their iniquities,9 whereby they have sinned,11 and whereby they have transgressed

1 וְטִ֣הַרְתִּ֔ים H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 2 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 עֲוֺנָ֖ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 חָֽטְאוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 6 לִ֑י 7 וְסָלַחְתִּ֗י H5545 vergeven, vergeef, vergeve forgive, pardon, spare 8 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 עֲוֺנֽוֹתֵיהֶם֙ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 10 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 חָֽטְאוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 12 לִ֔י 13 וַאֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 פָּ֥שְׁעוּ H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 15 בִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En het zal Mij zijnH1961 tot een vrolijkenH8342 naamH8034, tot een roemH8416, en tot een sieraadH8597 bij alleH3605 heidenenH1471 der aardeH776; die alH3605 het goedeH2896 zullen horenH8085, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezenH6342 en beroerdH7264 zijn overH5921 alH3605 het goedeH2896, en overH5921 alH3605 den vredeH7965, dienH834 IkH595 hun beschikkeH6213. En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke.

KJV And it shall be to me a name3 of joy,4 a praise5 and an honour6 before all the nations8 of the earth,9 which shall hear11 all the good14 that I do17 unto them: and they shall fear19 and tremble20 for all the goodness23 and for all the prosperity26 that I procure

1 וְהָ֣יְתָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לִּ֗י 3 לְשֵׁ֤ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 4 שָׂשׂוֹן֙ H8342 vreugde, vrolijkheid, blijdschap gladness, joy, mirth, rejoicing 5 לִתְהִלָּ֣ה H8416 lof, roem, lofzang praise 6 וּלְתִפְאֶ֔רֶת H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty 7 לְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 גּוֹיֵ֣י H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 יִשְׁמְע֜וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 הַטּוֹבָ֗ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 15 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 אָֽנֹכִי֙ H595 ik, mij I, me, [idiom] which 17 עֹשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 וּפָחֲד֣וּ H6342 vervaard, vrezen, schrikken be afraid, stand in awe, (be in) fear, make to shake 20 וְרָֽגְז֗וּ H7264 beroerd, woeden, beroerden be afraid, stand in awe, disquiet, fall out, fret, move, provoke, quake, rage, shake, tremble, trouble, be wroth 21 עַ֤ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 הַטּוֹבָה֙ H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 24 וְעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 25 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 26 הַשָּׁל֔וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 27 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 28 אָֽנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 29 עֹ֥שֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 30 לָּֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Alzo zegt de HEERE: In deze plaats (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: In dezeH2088 plaatsH4725 (waarvan gijH859 zegt: ZijH1931 is woestH2720, dat er geenH369 mensH120 en geenH369 beestH929 in is), in de stedenH5892 van JudaH3063, en op de stratenH2351 van JeruzalemH3389, die zo verwoestH8074 zijn, dat er geen mensH120, en geenH369 inwonerH3427, en geenH369 beestH929 in is, zal wederomH5750 gehoordH8085 worden, Alzo zegt de HEERE: In deze plaats (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,

KJV Thus saith2 the LORD;3 Again there shall be heard5 in this place,6 which ye say10 shall be desolate11 without man14 and without beast,16 even in the cities17 of Judah,18 and in the streets19 of Jerusalem,20 that are desolate,21 without man,23 and without inhabitant,25 and without beast,

1 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 עוֹד֮ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 5 יִשָּׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 בַּמָּקוֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 7 הַזֶּה֒ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 אַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 אֹֽמְרִ֔ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 חָרֵ֣ב H2720 woest, eenzame, droge desolate, dry, waste 12 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 מֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 14 אָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 15 וּמֵאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 16 בְּהֵמָ֑ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 17 בְּעָרֵ֤י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 18 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 19 וּבְחֻצ֣וֹת H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 20 יְרוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 21 הַֽנְשַׁמּ֗וֹת H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 22 מֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 23 אָדָ֛ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 24 וּמֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 25 יוֹשֵׁ֖ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 26 וּמֵאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 27 בְּהֵמָֽה H929 beesten, vee, beest beast, cattle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 De stemH6963 der vrolijkheidH8342 en de stemH6963 der blijdschapH8057, de stemH6963 des bruidegomsH2860 en de stemH6963 der bruidH3618, de stemH6963 dergenen, die zeggen: LooftH3034 den HEEREH3068 der heirscharenH6635, wantH3588 de HEEREH3068 is goedH2896, wantH3588 Zijn goedertierenheidH2617 is in eeuwigheidH5769! de stem dergenen, die lofH8426 aanbrengenH935 ten huizeH1004 des HEERENH3068; want Ik zal de gevangenisH7622 des landsH776 wendenH7725, als in het eersteH7223, zegtH559 de HEEREH3068. De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.

KJV The voice1 of joy,2 and the voice3 of gladness,4 the voice5 of the bridegroom,6 and the voice7 of the bride,8 the voice9 of them that shall say,10 Praise11 the LORD13 of hosts:14 for the LORD17 is good;16 for his mercy20 endureth for ever:19 and of them that shall bring21 the sacrifice of praise22 into the house23 of the LORD.24 For I will cause to return26 the captivity28 of the land,29 as at the first,30 saith31 the LORD.

1 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 2 שָׂשׂ֞וֹן H8342 vreugde, vrolijkheid, blijdschap gladness, joy, mirth, rejoicing 3 וְק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 4 שִׂמְחָ֗ה H8057 blijdschap, vreugde, vrolijkheid [idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing) 5 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 6 חָתָן֮ H2860 schoonzoon, bruidegom, bruidegoms bridegroom, husband, son in law 7 וְק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 8 כַּלָּה֒ H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 9 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 10 אֹמְרִ֡ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 הוֹדוּ֩ H3034 loven, Looft, belijden cast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 צְבָא֜וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 ט֤וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 17 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 לְעוֹלָ֣ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 20 חַסְדּ֔וֹ H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 21 מְבִאִ֥ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 22 תּוֹדָ֖ה H8426 dankzegging, lof, lofofferen confession, (sacrifice of) praise, thanks(-giving, offering) 23 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 24 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 25 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 26 אָשִׁ֧יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 27 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 28 שְׁבוּת H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 29 הָאָ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 30 כְּבָרִאשֹׁנָ֖ה H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 31 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 32 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zo zegt de HEERE der heirscharen: In deze plaats, die zo woest is, dat er geen mens, zelfs tot het vee toe, in is, mitsgaders in al derzelver steden, zullen wederom woningen zijn van herderen, die de kudden doen legeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: In deze plaatsH4725, dieH2088 zo woestH2720 is, dat er geenH369 mensH120, zelfs totH5704 het veeH929 toe, in is, mitsgaders in alH3605 derzelver stedenH5892, zullen wederom woningenH5116 zijn van herderenH7462, die de kuddenH6629 doen legerenH7257. Zo zegt de HEERE der heirscharen: In deze plaats, die zo woest is, dat er geen mens, zelfs tot het vee toe, in is, mitsgaders in al derzelver steden, zullen wederom woningen zijn van herderen, die de kudden doen legeren.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts;4 Again in this place,7 which is desolate9 without man11 and without beast,13 and in all the cities15 thereof, shall be an habitation16 of shepherds17 causing their flocks19 to lie down.

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָאוֹת֒ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 ע֞וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 6 יִֽהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 בַּמָּק֣וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 8 הַזֶּ֗ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 הֶחָרֵ֛ב H2720 woest, eenzame, droge desolate, dry, waste 10 מֵֽאֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 אָדָ֥ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 12 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 בְּהֵמָ֖ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 14 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 עָרָ֑יו H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 16 נְוֵ֣ה H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 17 רֹעִ֔ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 18 מַרְבִּצִ֖ים H7257 nederliggen, legeren, ligt crouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit 19 צֹֽאן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 In de steden van het gebergte, in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden, en in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, zullen de kudden wederom onder de handen des tellers doorgaan, zegt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 In de stedenH5892 van het gebergteH2022, in de stedenH5892 der laagteH8219, en in de stedenH5892 van het zuidenH5045, en in het landH776 van BenjaminH1144, en in de plaatsen rondomH5439 JeruzalemH3389, en in de stedenH5892 van JudaH3063, zullen de kuddenH6629 wederomH5750 onder de handenH3027 des tellersH4487 doorgaanH5674, zegtH559 de HEEREH3068. In de steden van het gebergte, in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden, en in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, zullen de kudden wederom onder de handen des tellers doorgaan, zegt de HEERE.

KJV In the cities1 of the mountains,2 in the cities3 of the vale,4 and in the cities5 of the south,6 and in the land7 of Benjamin,8 and in the places about9 Jerusalem,10 and in the cities11 of Judah,12 shall the flocks15 pass again14 under the hands17 of him that telleth18 them, saith19 the LORD.

1 בְּעָרֵ֨י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 2 הָהָ֜ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 3 בְּעָרֵ֤י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 הַשְּׁפֵלָה֙ H8219 laagte, laagten low country, (low) plain, vale(-ley) 5 וּבְעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 הַנֶּ֔גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 7 וּבְאֶ֧רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 בִּנְיָמִ֛ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 9 וּבִסְבִיבֵ֥י H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 10 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 וּבְעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 12 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 13 עֹ֣ד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 14 תַּעֲבֹ֧רְנָה H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 15 הַצֹּ֛אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 יְדֵ֥י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 מוֹנֶ֖ה H4487 tellen, beschikte, geteld appoint, count, number, prepare, set, tell 19 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 20 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het goede woord verwekken zal, dat Ik tot het huis van Israel en over het huis van Juda gesproken heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 ZietH2009, de dagenH3117 komenH935, spreektH5002 de HEEREH3068, dat Ik het goedeH2896 woordH1697 verwekkenH6965 zal, datH834 Ik totH413 het huisH1004 van IsraelH3478 en overH5921 het huisH1004 van JudaH3063 gesprokenH1696 heb. Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het goede woord verwekken zal, dat Ik tot het huis van Israel en over het huis van Juda gesproken heb.

KJV Behold, the days2 come,3 saith4 the LORD,5 that I will perform6 that good9 thing8 which I have promised11 unto the house13 of Israel14 and to the house16 of Judah.

1 הִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 יָמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 בָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וַהֲקִֽמֹתִי֙ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַדָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 הַטּ֔וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 דִּבַּ֛רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 In die dagenH3117, en te dier tijdH6256 zal Ik DavidH1732 een SPRUITH6780 der gerechtigheidH6666 doenH6213 uitspruitenH6779; en HijH1931 zal rechtH4941 en gerechtigheidH6666 doen op aardeH776. In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.

KJV In those days,1 and at that time,3 will I cause the Branch7 of righteousness8 to grow up5 unto David;6 and he shall execute9 judgment10 and righteousness11 in the land.

1 בַּיָּמִ֤ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הָהֵם֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 וּבָעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 4 הַהִ֔יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 אַצְמִ֥יחַ H6779 uitspruiten, gewassen, spruiten bear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up) 6 לְדָוִ֖ד H1732 David, Davids David 7 צֶ֣מַח H6780 gewas, SPRUIT, SPRUITE branch, bud, that which (where) grew (upon), spring(-ing) 8 צְדָקָ֑ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 9 וְעָשָׂ֛ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 מִשְׁפָּ֥ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 11 וּצְדָקָ֖ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 12 בָּאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 In die dagenH3117 zal JudaH3063 verlostH3467 worden, en JeruzalemH3389 zekerH983 wonenH7931; en dezeH2088 is, die haar roepenH7121 zal: De HEEREH3068, onze GERECHTIGHEID. In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.

KJV In those days1 shall Judah4 be saved,3 and Jerusalem5 shall dwell6 safely:7 and this is the name wherewith she shall be called,10 The LORD our righteousness.

1 בַּיָּמִ֤ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הָהֵם֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 תִּוָּשַׁ֣ע H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 4 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 5 וִירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 תִּשְׁכּ֣וֹן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 7 לָבֶ֑טַח H983 zeker, zekerheid, eker assurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely 8 וְזֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 יִקְרָא H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 11 לָ֖הּ 12 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 צִדְקֵֽנוּ H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Aan DavidH1732 zal nietH3808 worden afgesnedenH3772 een ManH376, Die opH5921 den troonH3678 van het huisH1004 IsraelsH3478 zitteH3427. Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte.

KJV For thus saith3 the LORD;4 David7 shall never5 want6 a man8 to sit9 upon the throne11 of the house12 of Israel;

1 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֖ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יִכָּרֵ֣ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 7 לְדָוִ֔ד H1732 David, Davids David 8 אִ֕ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 יֹשֵׁ֖ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 כִּסֵּ֥א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 12 בֵֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Ook zal den LevietischenH3881 priesterenH3548, van voor Mijn aangezichtH6440, nietH3808 worden afgesnedenH3772 een ManH376, Die brandofferH5930 offereH5927, en spijsofferH4503 aanstekeH6999, en slachtofferH2077 bereideH6213 alH3605 de dagenH3117. Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen.

KJV Neither shall the priests1 the Levites2 want4 a man5 before6 me to offer7 burnt offerings,8 and to kindle9 meat offerings,10 and to do11 sacrifice12 continually.

1 וְלַכֹּהֲנִים֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 2 הַלְוִיִּ֔ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 3 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יִכָּרֵ֥ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 5 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 מִלְּפָנָ֑י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 מַעֲלֶ֨ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 8 עוֹלָ֜ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 9 וּמַקְטִ֥יר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 10 מִנְחָ֛ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 11 וְעֹ֥שֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 זֶּ֖בַח H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 הַיָּמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En des HEEREN woord geschiedde tot Jeremia, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En des HEERENH3068 woordH1697 geschieddeH1961 totH413 JeremiaH3414, zeggendeH559: En des HEEREN woord geschiedde tot Jeremia, zeggende:

KJV And the word2 of the LORD3 came unto Jeremiah,5 saying,

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 יִרְמְיָ֖הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 6 לֵאמֽוֹר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Alzo zegt de HEERE: Indien gijlieden Mijn verbond van den dag; en Mijn verbond van den nacht kondt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: IndienH518 gijlieden Mijn verbondH1285 van den dag; en Mijn verbondH1285 van den nachtH3915 kondt vernietigenH6565, zodat dag en nachtH3915 nietH1115 zijnH1961 op hun tijdH6256; Alzo zegt de HEERE: Indien gijlieden Mijn verbond van den dag; en Mijn verbond van den nacht kondt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd;

Ook in dit vers dagH3117 dagH3119

KJV Thus saith2 the LORD;3 If ye can break5 my covenant7 of the day,8 and my covenant10 of the night,11 and that there should not be day14 and night15 in their season;

1 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 5 תָּפֵ֨רוּ֙ H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בְּרִיתִ֣י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 8 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 בְּרִיתִ֖י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 11 הַלָּ֑יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 12 וּלְבִלְתִּ֛י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 13 הֱי֥וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 יֽוֹמָם H3119 dag, daags, Dag daily, (by, in the) day(-time) 15 וָלַ֖יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 16 בְּעִתָּֽם H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zo zal ook vernietigd kunnen worden Mijn verbond met Mijn knecht David, dat hij geen zoon hebbe, die op zijn troon regere, en met de Levieten, de priesteren, Mijn dienaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Zo zal ookH1571 vernietigdH6565 kunnen worden Mijn verbondH1285 metH854 Mijn knechtH5650 DavidH1732, dat hij geen zoonH1121 hebbe, die opH5921 zijn troonH3678 regereH4427, en metH854 de LevietenH3881, de priesterenH3548, Mijn dienarenH8334. Zo zal ook vernietigd kunnen worden Mijn verbond met Mijn knecht David, dat hij geen zoon hebbe, die op zijn troon regere, en met de Levieten, de priesteren, Mijn dienaren.

KJV Then may also my covenant2 be broken3 with David5 my servant,6 that he should not have a son9 to reign10 upon his throne;12 and with the Levites14 the priests,15 my ministers.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 בְּרִיתִ֤י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 3 תֻפַר֙ H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 4 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 דָּוִ֣ד H1732 David, Davids David 6 עַבְדִּ֔י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 7 מִהְיֽוֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 ל֥וֹ 9 בֵ֖ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 מֹלֵ֣ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 כִּסְא֑וֹ H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 13 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 14 הַלְוִיִּ֥ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 15 הַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 16 מְשָׁרְתָֽי H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden, alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Gelijk het heirH6635 des hemelsH8064 nietH3808 geteldH5608, en het zandH2344 der zeeH3220 nietH3808 gemetenH4058 kan worden, alzoH3651 zal Ik vermenigvuldigenH7235 het zaadH2233 van Mijn knechtH5650 DavidH1732, en de LevietenH3881, dieH834 Mij dienenH8334. Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden, alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen.

KJV As the host4 of heaven5 cannot be numbered,3 neither the sand8 of the sea9 measured:7 so will I multiply11 the seed13 of David14 my servant,15 and the Levites17 that minister

1 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 יִסָּפֵר֙ H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 4 צְבָ֣א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 הַשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יִמַּ֖ד H4058 mat, meten, gemeten measure, mete, stretch self 8 ח֣וֹל H2344 zand, zands sand 9 הַיָּ֑ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 10 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 11 אַרְבֶּ֗ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 זֶ֨רַע֙ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 14 דָּוִ֣ד H1732 David, Davids David 15 עַבְדִּ֔י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 16 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַלְוִיִּ֖ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 18 מְשָׁרְתֵ֥י H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 19 אֹתִֽי H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Voorts geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 JeremiaH3414, zeggendeH559: Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

KJV Moreover the word2 of the LORD3 came to Jeremiah,5 saying,

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 יִרְמְיָ֖הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 6 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Hebt gij niet gezien, wat dit volk spreekt, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, die heeft Hij nu verworpen? Ja, zij versmaden Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Hebt gij nietH3808 gezienH7200, wat ditH2088 volk spreektH1696, zeggendeH559: De tweeH8147 geslachtenH4940, die de HEEREH3068 verkorenH977 had, die heeft Hij nu verworpenH3988? Ja, zij versmadenH5006 Mijn volk, zodat het geen volk meerH5750 is voor hun aangezichtH6440. Hebt gij niet gezien, wat dit volk spreekt, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, die heeft Hij nu verworpen? Ja, zij versmaden Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht.

Ook in dit vers volkH1471 volkH5971 volkH5971

KJV Considerest2 thou not what this people4 have spoken,6 saying,7 The two8 families9 which the LORD12 hath chosen,11 he hath even cast them off?14 thus they have despised17 my people,16 that they should be no more a nation20 before

1 הֲל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 רָאִ֗יתָ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 3 מָֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 הָעָ֤ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 דִּבְּר֣וּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 7 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 שְׁתֵּ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 9 הַמִּשְׁפָּח֗וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 10 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 בָּחַ֧ר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 12 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 בָּהֶ֖ם 14 וַיִּמְאָסֵ֑ם H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 עַמִּי֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 17 יִנְאָצ֔וּן H5006 gelasterd, lasteren, versmaden abhor, (give occasion to) blaspheme, contemn, despise, flourish, [idiom] great, provoke 18 מִֽהְי֥וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 19 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 20 גּ֥וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 21 לִפְנֵיהֶֽם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Zo zegt de HEERE: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht; indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Zo zegtH559 de HEEREH3068: IndienH518 Mijn verbondH1285 nietH3808 is van dagH3119 en nachtH3915; indien Ik de ordeningenH2708 des hemelsH8064 en der aardeH776 nietH3808 gesteldH7760 heb; Zo zegt de HEERE: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht; indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb;

KJV Thus saith2 the LORD;3 If my covenant6 be not with day7 and night,8 and if I have not appointed13 the ordinances9 of heaven10 and earth;

1 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 5 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 בְרִיתִ֖י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 7 יוֹמָ֣ם H3119 dag, daags, Dag daily, (by, in the) day(-time) 8 וָלָ֑יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 9 חֻקּ֛וֹת H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 10 שָׁמַ֥יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 11 וָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 שָֽׂמְתִּי H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Zo zal Ik ook het zaad van Jakob en van Mijn knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want Ik zal hun gevangenis wenden en Mij hunner ontfermen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Zo zal Ik ookH1571 het zaadH2233 van JakobH3290 en van Mijn knechtH5650 DavidH1732 verwerpenH3988, dat Ik van zijn zaadH2233 niet nemeH3947, die daar heerseH4910 over het zaadH2233 van AbrahamH85, IzakH3446 en JakobH3290; wantH3588 Ik zal hun gevangenisH7622 wendenH7725 en Mij hunner ontfermenH7355. Zo zal Ik ook het zaad van Jakob en van Mijn knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want Ik zal hun gevangenis wenden en Mij hunner ontfermen.

KJV Then1 will I cast away6 the seed2 of Jacob,3 and David4 my servant,5 so that I will not take7 any of his seed8 to be rulers9 over the seed11 of Abraham,12 Isaac,13 and Jacob:14 for I will cause their captivity18 to return,16 and have mercy

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 זֶ֣רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 3 יַעֲקוֹב֩ H3290 Jakob, Jakobs Jacob 4 וְדָוִ֨ד H1732 David, Davids David 5 עַבְדִּ֜י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 6 אֶמְאַ֗ס H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 7 מִקַּ֤חַת H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 מִזַּרְעוֹ֙ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 9 מֹֽשְׁלִ֔ים H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 זֶ֥רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 12 אַבְרָהָ֖ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 13 יִשְׂחָ֣ק H3446 Izak, Izaks Isaac. Compare H3327 (יִצְחָק) 14 וְיַעֲקֹ֑ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 אָשִׁ֥יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 שְׁבוּתָ֖ם H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 19 וְרִחַמְתִּֽים H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 33:1 Jeremia 37:21 Jeremia 38:28 Jeremia 32:8 Jeremia 32:2 2 Timotheüs 2:9
Jeremia 33:2 Exodus 6:3 Exodus 15:3 Jesaja 37:26 Amos 9:6 Amos 5:8 Jesaja 43:21 Jesaja 14:32 Jesaja 62:7
Jeremia 33:3 Jeremia 29:12 Jesaja 48:6 Deuteronomium 4:29 Jesaja 65:24 Jesaja 55:6 Efeze 3:20 Psalmen 91:15 Psalmen 50:15
Jeremia 33:4 Jeremia 32:24 Ezechiël 4:2 Habakuk 1:10 Ezechiël 21:22 Ezechiël 26:8
Jeremia 33:5 Jesaja 8:17 Jeremia 21:10 Jeremia 21:4 Jeremia 32:5 Jesaja 64:7 Jeremia 37:9 Deuteronomium 31:17 Jesaja 1:15
Jeremia 33:6 Jesaja 30:26 Johannes 10:10 Titus 3:5 Galaten 5:22 Jesaja 26:2 Jesaja 66:12 Jesaja 11:5 Jesaja 54:13
Jeremia 33:7 Jeremia 30:3 Amos 9:14 Jesaja 1:26 Jeremia 32:44 Jeremia 31:4 Jeremia 24:6 Psalmen 126:4 Jeremia 30:18
Jeremia 33:8 Zacharia 13:1 Ezechiël 36:25 Jeremia 31:34 Psalmen 51:2 1 Johannes 1:7 Psalmen 65:3 Psalmen 85:2 Hebreeën 9:11
Jeremia 33:9 Jeremia 13:11 Jesaja 60:5 Jesaja 62:7 Nehemia 6:16 Hosea 3:5 Sefanja 3:17 Psalmen 40:3 Jeremia 31:4
Jeremia 33:10 Jeremia 32:43 Ezechiël 37:11 Jeremia 32:36
Jeremia 33:11 1 Kronieken 16:34 Psalmen 107:1 Psalmen 106:1 Psalmen 107:22 2 Kronieken 5:13 1 Kronieken 16:8 Jeremia 7:34 Leviticus 7:12
Jeremia 33:12 Jesaja 65:10 Jeremia 51:62 Ezechiël 34:12 Sefanja 2:6 Jeremia 36:29 Jeremia 31:24 Jeremia 17:26 Obadja 1:19
Jeremia 33:13 Leviticus 27:32 Lukas 15:4 Jeremia 17:26 Johannes 10:3
Jeremia 33:14 Jeremia 29:10 Hagai 2:6 Jeremia 23:5 Jesaja 32:1 Ezechiël 34:23 Daniël 7:13 Lukas 10:24 Lukas 1:69
Jeremia 33:15 Jesaja 4:2 Jesaja 11:1 Jeremia 23:5 Zacharia 3:8 Psalmen 72:1 Zacharia 6:12 Openbaring 19:11 Jesaja 32:1
Jeremia 33:16 Jeremia 23:6 1 Korinthe 1:30 Jesaja 45:17 2 Korinthe 5:21 Jesaja 45:24 Jesaja 45:22 Filippenzen 3:9 Jeremia 32:37
Jeremia 33:17 1 Koningen 2:4 Psalmen 89:29 1 Kronieken 17:11 1 Koningen 8:25 Jeremia 35:19 Jesaja 9:7 1 Kronieken 17:27 2 Samuël 3:29
Jeremia 33:18 Romeinen 1:21 Ezechiël 43:19 Romeinen 15:16 Openbaring 1:6 Deuteronomium 18:1 Jesaja 61:6 Hebreeën 13:15 Jesaja 56:7
Jeremia 33:20 Genesis 8:22 Psalmen 89:37 Jesaja 54:9 Jeremia 33:25 Psalmen 104:19 Jeremia 31:35
Jeremia 33:21 2 Kronieken 7:18 Psalmen 89:34 2 Samuël 23:5 2 Kronieken 21:7 Jeremia 33:18 Mattheüs 24:35 Jesaja 9:6 Psalmen 132:17
Jeremia 33:22 Genesis 15:5 Genesis 22:17 Ezechiël 37:24 Jeremia 31:37 Jesaja 66:21 Hebreeën 11:12 Hosea 1:10 Jesaja 53:10
Jeremia 33:24 Psalmen 44:13 Nehemia 4:2 Psalmen 83:4 Psalmen 123:3 Klaagliederen 2:15 Jeremia 30:17 Romeinen 11:1 Ezechiël 35:10
Jeremia 33:25 Psalmen 74:16 Jeremia 31:35 Psalmen 104:19 Genesis 8:22 Jeremia 33:20 Genesis 9:9
Jeremia 33:26 Jeremia 31:37 Jesaja 14:1 Hosea 2:23 Ezechiël 39:25 Jeremia 31:20 Hosea 1:7 Jesaja 54:8 Romeinen 11:32
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 33 vers 1

nog in het voorhof Zie boven Jer. 32:2-3 .

Hertaald: nog in het voorhof Zie hierboven Jer. 32:2-3.

Jeremia 33 vers 2

doet, Te weten hetgeen Hij door mij openbaart en belooft aangaande de herstelling van Jeruzalem en zijne kerk; zie Ex. 3:14-15 . Anders: haar [namelijk van Jeruzalem en zijne kerk, waarvan in het voorgaande en volgende gesproken wordt] maker die haar formeert, of haar formeerder, enz., de zin opeen uitkomende.

Hertaald: doet, Namelijk: wat Hij door mij openbaart en belooft over het herstel van Jeruzalem en van Zijn kerk; zie Ex. 3:14-15. Anders: haar maker — namelijk van Jeruzalem en Zijn kerk, waarover in het voorgaande en volgende gesproken wordt — Die haar formeert, of: haar Formeerder, enzovoort; de betekenis komt op hetzelfde neer.

Jeremia 33 vers 3

Roep tot Mij, Dat is, bid vuriglijk, gij mijn volk, of, gij Jeremia, die gij hier gevangen zit; zie Job 36:13 .

Hertaald: Roep tot Mij, Dat is: bid vurig, u, Mijn volk; of: u, Jeremia, die hier gevangenzit; zie Job 36:13.

vaste dingen, Die vast bij mij besloten is, ja in mijnen raad als opgesloten zijn, en daarom vast en zeker gaan. Vergelijk Deut. 32:34 .

Hertaald: vaste dingen, Dingen die bij Mij vast besloten liggen, ja die in Mijn raad als het ware opgesloten zijn en daarom vast en zeker gaan. Vergelijk Deut. 32:34.

Jeremia 33 vers 4

stad, Niettegenstaande [wil de Heere zeggen] dat de staat dezer stad en harer inwoners zo ellendig zal zijn, dat zij buiten alle menselijke mogelijkheid van herstelling zal wezen, nochtans zal Ik haar herstellen gelijk volgt vs.6.

Hertaald: stad, Hoewel de toestand van deze stad en haar inwoners zo ellendig zal zijn dat herstel menselijk gesproken onmogelijk is, zal Ik haar toch herstellen, wil de HEERE zeggen, zoals volgt in vers 6.

wallen Dat is, die haast en zekerlijk zullen afgebroken worden, als de Chaldeën van hun opgeworpen wallen of bolwerken door krijgsmiddelen en gewapenderhand [vergelijk Ezech. 26:9 ] , de stad zullen hebben ingenomen. Vergelijk boven Jer. 32:24 . Anders: tot de wallen en tot het zwaard; dat is, de huizen die afgebroken zijn, om bolwerken daarvan tegen den vijand te maken en tegenweer daaruit te doen.

Hertaald: wallen Dat is: die spoedig en zeker afgebroken zullen worden, wanneer de Chaldeeën vanaf hun opgeworpen wallen of bolwerken met oorlogstuig en gewapenderhand de stad ingenomen zullen hebben; vergelijk Ezech. 26:9 en hierboven Jer. 32:24. Anders: tot de wallen en tot het zwaard — dat is: de huizen die afgebroken zijn om er bolwerken tegen de vijand van te maken en er tegenweer vanuit te bieden.

Jeremia 33 vers 5

Daar zijn er wel Te weten, zegt de HEERE, uit vs.4.

Hertaald: Daar zijn er wel Namelijk: zegt de HEERE, uit vers 4.

ingekomen, In de stad Jeruzalem, om die tegen de belegeraars te beschermen, gelijk men tegen tijd van belegering de hoofdsteden met kloeke krijgslieden pleegt te vervullen.

Hertaald: ingekomen, In de stad Jeruzalem, om die tegen de belegeraars te verdedigen, zoals men met het oog op een belegering de hoofdsteden met kloeke krijgslieden pleegt te vullen.

die te Chaldeën, die niets zoeken dan te doden en te moorden. Anderen verstaan de huizen; dat is, [zo zij verklaren] huisgezinnen, waarvan in vs.4.

Hertaald: die te De Chaldeeën, die niets anders zoeken dan doden en moorden. Anderen verstaan er de huizen onder, dat is, zoals zij het uitleggen: de huisgezinnen waarover in vers 4.

vullen Dat is, te verzadigen, dat zij hun moed koelen door het ombrengen der Joden. Aangaande zulk een gebruik des woords vervullen, vergelijk Ex. 15:9 ; Job 16:10 , met de aantekening.

Hertaald: vullen Dat is: te verzadigen, zodat zij hun woede koelen door het ombrengen van de Joden. Over zo'n gebruik van het woord vervullen, vergelijk Ex. 15:9 en Job 16:10 met de aantekening.

Ik verslagen heb Door het zwaard der Chaldeën verslaan zal, in plaats dat zij de Chaldeën [om zo te spreken] tegen mijn dank menen te verslaan.

Hertaald: Ik verslagen heb Door het zwaard van de Chaldeeën verslaan zal — terwijl zij menen de Chaldeeën, om zo te zeggen, tegen Mijn wil in te verslaan.

omdat Ik Mijn Anders: om welker [te weten huisgezinnen] alle boosheid Ik mijn aangezicht van deze stad verborgen heb.

Hertaald: omdat Ik Mijn Anders: om al wier boosheid — namelijk van die huisgezinnen — Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb.

aangezicht Zie Deut. 31:17 .

Hertaald: aangezicht Zie Deut. 31:17.

hunlieder boosheid Der inwoners.

Hertaald: hunlieder boosheid Van de inwoners.

Jeremia 33 vers 6

haar de Der stad Jeruzalem en mijner kerk.

Hertaald: haar de Van de stad Jeruzalem en van Mijn kerk.

gezondheid Of, een pleister en medicijn opleggen; zie boven Jer. 30:13 , Jer. 30:17 .

Hertaald: gezondheid Of: een pleister en medicijn opleggen; zie hierboven Jer. 30:13 en Jer. 30:17.

henlieden genezen, De inwoners van Jeruzalem en leden mijner kerk.

Hertaald: henlieden genezen, De inwoners van Jeruzalem en de leden van Mijn kerk.

openbaren Onvoorziens, en daar het buiten alle hoop scheen te zijn.

Hertaald: openbaren Onverwacht, en terwijl het buiten alle hoop leek te zijn.

vrede en waarheid Door den Messias; vergelijk Joh. 1:17 . Anders: een bestendigen, vasten, of gewissen vrede.

Hertaald: vrede en waarheid Door de Messias; vergelijk Joh. 1:17. Anders: een bestendige, vaste of zekere vrede.

Jeremia 33 vers 7

bouwen Zie boven Jer. 31:28 .

Hertaald: bouwen Zie hierboven Jer. 31:28.

in het eerste Of, in den beginne; alzo ook vs.11, dat is, gelijk tevoren.

Hertaald: in het eerste Of: in het begin; zo ook in vers 11 — dat is: zoals tevoren.

Jeremia 33 vers 9

het zal Mij zijn Of, zij, namelijk, Jeruzalem en mijne kerk.

Hertaald: het zal Mij zijn Of: zij, namelijk Jeruzalem en Mijn kerk.

vrolijken Hebreeuws, naam der vrolijkheid; dat is, die mij zeer aangenaam is en verheugt.

Hertaald: vrolijken Hebreeuws: naam van de vrolijkheid — dat is: die Mij zeer aangenaam is en Mij verheugt.

naam, Vergelijk Deut. 26:19 , met de aantekening.

Hertaald: naam, Vergelijk Deut. 26:19 met de aantekening.

hun Jeruzalem, mijne kerk.

Hertaald: hun Jeruzalem, Mijn kerk.

beschikke Hebreeuws, make, doe.

Hertaald: beschikke Hebreeuws: maak, doe.

Jeremia 33 vers 10

zegt Gelijk boven Jer. 32:43 .

Hertaald: zegt Zoals hierboven Jer. 32:43.

Jeremia 33 vers 11

heirscharen, Zie 1 Kon. 18:15 .

Hertaald: heirscharen, Zie 1 Kon. 18:15.

lof aanbrengen Of, dankzegging, lofoffer, dankoffer.

Hertaald: lof aanbrengen Of: dankzegging, lofoffer, dankoffer.

de gevangenis des lands Of, de gevangenen des lands doen wederkeren; alzo onder vs.26, en elders dikwijls.

Hertaald: de gevangenis des lands Of: de gevangenen van het land laten terugkeren; zo ook hieronder in vers 26, en elders vaak.

als in het eerste, Dat is, dat zij uit de gevangenschap wedergekomen zijnde, vrediglijk in dit land wonen, gelijk tevoren; vergelijk vs.7.

Hertaald: als in het eerste, Dat is: dat zij, teruggekeerd uit de gevangenschap, vreedzaam in dit land wonen zoals tevoren; vergelijk vers 7.

Jeremia 33 vers 12

zullen wederom Hebreeuws, zal ene woning zijn, enz.

Hertaald: zullen wederom Hebreeuws: zal een woning zijn, enzovoort.

legeren Of, nederliggen; een teken van vredigen toestand en welbestelde regering in het land, gelijk ook het volgende. Vergelijk boven Jer. 31:24 .

Hertaald: legeren Of: neerliggen; een teken van een vreedzame toestand en een goed geregeld bestuur in het land, zoals ook het vervolg. Vergelijk hierboven Jer. 31:24.

Jeremia 33 vers 13

tellers doorgaan, Dat is, des vertienders, die het tiende schaap of geit met de roede sloeg en den Heere afzonderde. Zie hiervan Lev. 27:32 , en Ezech. 20:37 .

Hertaald: tellers doorgaan, Dat is: van de vertiender, die het tiende schaap of de tiende geit met de roede aanraakte en voor de HEERE afzonderde. Zie hierover Lev. 27:32 en Ezech. 20:37.

Jeremia 33 vers 14

goede woord Dat is, genadige en zegenrijke belofte van Christus, in welken alle beloften ja en amen zijn; 2 Kor. 1:20 .

Hertaald: goede woord Dat is: de genadige en zegenrijke belofte van Christus, in Wie alle beloften ja en amen zijn; 2 Kor. 1:20.

verwekken zal, Of, bevestigen, daarstellen; dat is, houden, gelijk wij spreken.

Hertaald: verwekken zal, Of: bevestigen, tot stand brengen — dat is: houden, zoals wij zeggen.

tot het huis van Israël Of, over, van.

Hertaald: tot het huis van Israël Of: over, van.

Jeremia 33 vers 15

SPRUIT der gerechtigheid Zie boven Jer. 23:5 .

Hertaald: SPRUIT der gerechtigheid Zie hierboven Jer. 23:5.

recht en gerechtigheid doen op aarde Gelijk een koning; zie boven Jer. 23:5 .

Hertaald: recht en gerechtigheid doen op aarde Zoals een koning; zie hierboven Jer. 23:5.

Jeremia 33 vers 16

In die dagen zal Juda verlost worden, Zie boven Jer. 23:6 .

Hertaald: In die dagen zal Juda verlost worden, Zie hierboven Jer. 23:6.

HEERE, onze GERECHTIGHEID Te weten de Heere Christus, die zijne kerk zal roepen; te weten uitwendig door de predikatie van het Evangelie, en inwendig door de krachtige werking van zijn Heiligen Geest, en zijn genadewerk in hen voltrekken tot het einde toe. Zie boven Jer. 23:6 .

Hertaald: HEERE, onze GERECHTIGHEID Namelijk: de Heere Christus, Die Zijn kerk zal roepen: uitwendig door de prediking van het Evangelie en inwendig door de krachtige werking van Zijn Heilige Geest, en Die Zijn genadewerk in hen tot het einde toe zal voltooien. Zie hierboven Jer. 23:6.

Jeremia 33 vers 17

afgesneden een Man, Zie 1 Kon. 2:4 . Met deze en de volgende woorden, die van den staat van het Oude Testament, [belangende het koninkrijk en priesterdom] ontleend zijn, wordt [gelijk elders] te kennen gegeven de bestendigheid en onveranderlijkheid van het koninkrijk en priesterdom van onzen Heere Jezus Christus. Zie Luc. 1:32-33 ; Hebr. 7:1-3 , Hebr. 7:11-12 , Hebr. 7:15-17 , Hebr. 7:24 , Hebr. 7:28 , enz.; die daarenboven onder zich heeft, niet alleen de herders en leraars zijner kerk, maar ook al derzelver leed, die Hij allen tot koningen en priesters gemaakt heeft, waarom ook zijne kerk een koninklijk priesterdom genoemd wordt. Zie 1 Petr. 2:5 , 1 Petr. 2:9 ; Openb. 1:6 , en Openb. 5:10 ; idem Rom. 12:1 ; Hebr. 13:15-16 .

Hertaald: afgesneden een Man, Zie 1 Kon. 2:4. Met deze en de volgende woorden, die ontleend zijn aan de staat van het Oude Testament wat het koningschap en het priesterschap betreft, wordt — zoals elders — de bestendigheid en onveranderlijkheid van het koningschap en priesterschap van onze Heere Jezus Christus te kennen gegeven. Zie Luk. 1:32-33 en Hebr. 7:1-3, Hebr. 7:11-12, Hebr. 7:15-17, Hebr. 7:24 en Hebr. 7:28, enzovoort. Onder Hem staan niet alleen de herders en leraars van Zijn kerk maar ook al hun leden, die Hij allen tot koningen en priesters gemaakt heeft; daarom wordt Zijn kerk ook een koninklijk priesterdom genoemd. Zie 1 Petr. 2:5 en 1 Petr. 2:9, Openb. 1:6 en Openb. 5:10, en ook Rom. 12:1 en Hebr. 13:15-16.

Jeremia 33 vers 18

al de dagen Dat is, voor altijd.

Hertaald: al de dagen Dat is: voor altijd.

Jeremia 33 vers 20

verbond van den dag; Dat is, de orde, die Ik op de beurten en het gevolg van dag en nacht gesteld heb; vergelijk Gen. 8:22 ; Ps. 89:37-38 , en Ps. 119:89-91 , en boven Jer. 31:35-36 .

Hertaald: verbond van den dag; Dat is: de orde die Ik gesteld heb voor de beurtwisseling en de opeenvolging van dag en nacht; vergelijk Gen. 8:22, Ps. 89:37-38 en Ps. 119:89-91, en hierboven Jer. 31:35-36.

Jeremia 33 vers 21

met de Levieten, Versta hierbij het verbond met enz.

Hertaald: met de Levieten, Vul hierbij aan: het verbond met, enzovoort.

Jeremia 33 vers 22

de Levieten, Anders: der Levieten; te weten het zaad.

Hertaald: de Levieten, Anders: van de Levieten, namelijk het zaad.

Jeremia 33 vers 24

gezien, Dat is, gemerkt of gehoord.

Hertaald: gezien, Dat is: opgemerkt of gehoord.

dit volk Te weten de spottende Joden, die Gods beloften verachtten en tegen zijne oordelen murmureerden, of, [gelijk sommigen] de goddeloze Chaldeën en andere heidenen, op wie zij voornamelijk de laatste woorden van dit vs. duiden.

Hertaald: dit volk Namelijk: de spottende Joden, die Gods beloften verachtten en tegen Zijn oordelen morden; of, zoals sommigen menen: de goddeloze Chaldeeën en andere heidenen, op wie zij vooral de laatste woorden van dit vers betrekken.

spreekt, Hebreeuws, spreken; gelijk dikwijls.

Hertaald: spreekt, Hebreeuws: spreken; zoals vaker.

twee geslachten, Juda en Israël, van wie boven gesproken is. Anderen verstaan Juda en Benjamin.

Hertaald: twee geslachten, Juda en Israël, waarover hierboven gesproken is. Anderen verstaan Juda en Benjamin.

meer is voor hun aangezicht Of, weder zal worden; omdat zij zo gering en ellendig waren, dat er naar hun oordeel gene hoop was van herstelling, zulks dat er geen andere rekening op te maken was dan dat zij zouden vergaan en teniet worden; vergelijk onder Jer. 48:2 , Jer. 48:42 .

Hertaald: meer is voor hun aangezicht Of: weer zal worden — omdat zij zo gering en ellendig waren dat er naar hun oordeel geen hoop op herstel was, zodat men er niet anders van kon verwachten dan dat zij zouden vergaan en tenietgaan; vergelijk hieronder Jer. 48:2 en Jer. 48:42.

Jeremia 33 vers 25

verbond niet is van dag en nacht; Zie vs.20. Deze dingen herhaalt God tot oprichting en versterking zijner gelovigen, willende zeggen, hoezeer ook deze zaak buiten alle menselijke mogelijkheid moge zijn, dat zij nochtans zo weinig zou feilen als het gevolg van dag en nacht op elkander, enz.

Hertaald: verbond niet is van dag en nacht; Zie vers 20. Deze dingen herhaalt God om Zijn gelovigen op te richten en te versterken. Hij wil zeggen dat, hoezeer deze zaak ook buiten alle menselijke mogelijkheid mag liggen, zij toch even weinig zal falen als de opeenvolging van dag en nacht, enzovoort.

ordeningen Zie boven Jer. 31:35-36 .

Hertaald: ordeningen Zie hierboven Jer. 31:35-36.

Jeremia 33 vers 26

heerse Dit is wel eerst vervuld in Zerubbabel en andere volgende regenten van Davids geslacht, maar voornamelijk en geestelijk in onzen Heere Jezus Christus, Davids Spruit, en den eeuwigen Koning zijner kerk.

Hertaald: heerse Dit is wel eerst vervuld in Zerubbabel en andere volgende bestuurders uit het geslacht van David, maar vooral en geestelijk in onze Heere Jezus Christus, de Spruit van David en de eeuwige Koning van Zijn kerk.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Grote en vaste dingen  — een uitnodiging tot gebed, gegeven aan een gevangene (Jer. 33:1-3)

Het woord komt "ten tweeden male" tot Jeremia terwijl hij nog opgesloten is in het voorhof van de bewaring (Jer. 33:1). Dan volgt: "Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet" (Jer. 33:3). Wat daarna volgt is een reeks beloften over herstel, reiniging en vergeving voor de stad die op dat ogenblik afgebroken werd.

Bijbelse betekenis: Merk op tot wie dit gezegd wordt. Niet tot een vrij man met tijd om te bidden, maar tot een gevangene in een belegerde stad. De uitnodiging komt juist waar de omstandigheden het minst uitnodigen. Let vervolgens op wat beloofd wordt. Geen uitredding en geen verklaring, maar kennis: grote en vaste dingen die hij niet weet. Het gebed wordt hier de weg waarlangs God iets laat zien wat anders verborgen bleef. Let ten slotte op het woord vaste. De Statenvertaling kiest een woord dat op stevigheid wijst; wat God bekendmaakt is niet vaag maar draagt.

Typologie: De Heere Jezus zegt hetzelfde met andere woorden: "Bidt, en u zal gegeven worden" (reeds behandeld bij Matt. 7:7). En Jakobus zegt dat wie wijsheid ontbreekt, die van God begeren mag, Die aan allen mildelijk geeft (Jak. 1:5).

Jer. 33:1-3; Matt. 7:7; Jak. 1:5

De SPRUIT der gerechtigheid  — de belofte van Jer. 23 keert terug, en nu draagt de stad de naam (Jer. 33:14-16)

"In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde" (Jer. 33:15). Dit is bijna woordelijk de belofte uit Jer. 23:5 (reeds behandeld). Eén ding is anders: daar heette Hij "De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID", en hier staat: "In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID" (Jer. 33:16). De naam gaat hier dus over op de stad.

Bijbelse betekenis: Merk op wat er met de naam gebeurt. Wat in Jer. 23:6 de naam van de Koning was, wordt hier de naam waarmee de stad genoemd wordt. Dat betekent niet dat zij die gerechtigheid uit zichzelf heeft; zij draagt de naam van Hem aan Wie zij toebehoort. Let vervolgens op wat dat over de gemeente zegt. Een naam die eerst van Eén was, wordt gedragen door de velen die bij Hem horen. Let ten slotte op de herhaling zelf. Dat deze belofte tweemaal in hetzelfde boek staat, en de tweede keer terwijl de stad in puin ligt, geeft haar gewicht. Het register herhaalt de uitleg niet maar wijst terug naar Jer. 23:5-6.

Typologie: Paulus zegt dat wij in Christus "rechtvaardigheid Gods" worden (reeds behandeld bij 2 Kor. 5:21). En in het laatste boek staat dat de overwinnaar de naam van God en van de stad Gods op zich geschreven krijgt (Op. 3:12).

Jer. 33:14-16; Jer. 23:5-6; 2 Kor. 5:21; Op. 3:12

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen ambt

Een SPRUIT der gerechtigheid — 33:14-26

Jeremia zit gevangen in het voorhof der bewaring, de stad wordt belegerd en zal binnen korte tijd vallen. Juist in die weken krijgt hij de meest uitbundige beloften van heel zijn boek.

God belooft een Spruit voor David én een blijvende priesterdienst, en verbindt beide aan de vastheid van dag en nacht.

Ik zal David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde. Voor dat woord Spruit verwijst de kanttekening naar Jeremia 23, waar zij het uitlegt als de Messias, onze Heere Jezus Christus.

Daar staat ook de naam die Hij draagt. In hoofdstuk 23 luidde die: DE HEERE: ONZE GERECHTIGHEID. Hier wordt die naam aan de stád gegeven: deze is die haar roepen zal, de HEERE onze GERECHTIGHEID. Wat van Hem geldt, gaat over op wie bij Hem hoort.

Dan volgen twee beloften die elkaar aanvullen. Aan David zal niet worden afgesneden een Man Die op den troon zitte. En: ook den Levietischen priesteren zal niet worden afgesneden een Man Die brandoffer offere, al de dagen. Bij dat laatste tekent de kanttekening kort aan: dat is, voor altijd.

Het koningschap en het priesterschap worden dus beide voor altijd toegezegd — terwijl het ene rijk op omvallen staat en de tempel binnenkort in vlammen opgaat.

En God bindt die belofte aan iets wat niemand kan breken: als gij Mijn verbond van den dag en van den nacht kunt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd, dan zal ook Mijn verbond met David verbroken kunnen worden.

Dat verbond met de dag en de nacht komt uit Genesis 8, na de vloed. Zolang de zon opkomt, staat deze belofte.

De Hebreeënbrief laat zien hoe koningschap en priesterschap in één Persoon samenkomen, en dat kon alleen buiten de ordening van Levi om — naar de ordening van Melchizedek, en met een eed bevestigd.

  1. 2 Samuël 7:16 — Aan David: uw troon zal vast zijn tot in eeuwigheid.
  2. Jeremia 23:5-6 — Een rechtvaardige Spruit, wiens naam is: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID.
  3. Jeremia 33:16 — Nu draagt de stad die naam — wat van Hem geldt, gaat over op de Zijnen.
  4. Genesis 8:22 — Zolang de aarde is, zullen dag en nacht niet ophouden.
  5. Jeremia 33:20-21 — Zo vast als dat, zo vast staat het verbond met David.
  6. Hebreeën 7:21-24 — Koning en Priester in één Persoon, met een eed bevestigd.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 7:20-25; Lukas 1:32-33; 1 Korinthe 1:30; Romeinen 1:3

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 33

Jeremia 33:15.KruisverwijzingenJesaja 4:2Jesaja 11:1Jeremia 23:5Zacharia 3:8Psalmen 72:1Zacharia 6:12Openbaring 19:11Jesaja 32:1
— In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
In de laatste dagen, op de heerlijke bestemde tijd, zal Jezus Christus opgroeien als een Spruit uit de tronk van Isaï. Het koningshuis van David lijkt nu een omgehouwen boom, waarvan de stronk onder de grond bedolven ligt. Maar “een SPRUIT der gerechtigheid” zal te zijner tijd verschijnen, en Jezus, de Zoon van David, “zal recht en gerechtigheid doen op aarde”.

Jeremia 33:16.KruisverwijzingenJeremia 23:61 Korinthe 1:30Jesaja 45:172 Korinthe 5:21Jesaja 45:24Jesaja 45:22Filippenzen 3:9Jeremia 32:37
— In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.
Wat een wonderlijke eenheid is er tussen Christus en Zijn kerk! Zij draagt werkelijk Zijn naam: “De HEERE, onze GERECHTIGHEID”.

Jeremia 33:17-18.Kruisverwijzingen1 Koningen 2:4Psalmen 89:291 Kronieken 17:111 Koningen 8:25Jeremia 35:19Jesaja 9:71 Kronieken 17:272 Samuël 3:29
— Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte. Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen.
Hieruit blijkt dat het verbond niet letterlijk en vleselijk was. Het was niet gemaakt met David en zijn zaad naar het vlees, en ook niet met de priesters en hun zaad naar het vlees. Er is een Koninkrijk dat nooit wankelen kan, en onze Heere zit op die troon. En er is een priesterschap dat eeuwig is. Het wordt gedragen door die grote Hogepriester Die één slachtoffer voor de zonden geofferd heeft in eeuwigheid, en Die Priester blijft in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.

Jeremia 33:22.KruisverwijzingenGenesis 15:5Genesis 22:17Ezechiël 37:24Jeremia 31:37Jesaja 66:21Hebreeën 11:12Hosea 1:10Jesaja 53:10
— Gelijk het heir des hemels niet geteld, en het zand der zee niet gemeten kan worden, alzo zal Ik vermenigvuldigen het zaad van Mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen.
Zo talrijk zijn zij op deze dag, het zaad van Jezus, de Zoon van David — wie zal hen tellen? En de schare van hen die Hij tot koningen en priesters voor God gemaakt heeft: wie anders dan Hij kan die tellen?

Jeremia 33:23-26.KruisverwijzingenJeremia 31:37Jesaja 14:1Psalmen 74:16Hosea 2:23Jeremia 31:35Ezechiël 39:25Jeremia 31:20Hosea 1:7
— Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende: Hebt gij niet gezien, wat dit volk spreekt, zeggende: De twee geslachten, die de HEERE verkoren had, die heeft Hij nu verworpen? Ja, zij versmaden Mijn volk, zodat het geen volk meer is voor hun aangezicht. Zo zegt de HEERE: Indien Mijn verbond niet is van dag en nacht; indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet gesteld heb; Zo zal Ik ook het zaad van Jakob en van Mijn knecht David verwerpen, dat Ik van zijn zaad niet neme, die daar heerse over het zaad van Abraham, Izak en Jakob; want Ik zal hun gevangenis wenden en Mij hunner ontfermen.
Dit zal in de laatste dagen letterlijk vervuld worden, daar twijfel ik niet aan. Maar het wordt ook nu al vervuld aan het geestelijke zaad van Jakob en van David. Het genadeverbond is vastgemaakt aan heel het zaad, aan allen die in de naam van Christus geloofd hebben.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Grote en vaste dingen die u niet weet

Preken

Spurgeon opent Gods belofte aan de gevangen Jeremia in drie delen: een ruime belofte op het gebed, de verzwegen erkenning dat Gods volk niet alles weet, en de…

Een groot antwoord op het gebed

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, Ik zal u grote en onbegrijpelijke dingen bekendmaken, die u niet weet. Jeremia 33:3 Er bestaan verschillende vertalingen van deze…

Het beste antwoord op gebed

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden. Jeremia 33:3 We mogen er zeker op vertrouwen dat God onze gebeden verhoort, maar alleen wanneer het goed is dat…

Zondaars rein gemaakt

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, waarmee zij tegen Mij gezondigd hebben. Ik zal al hun ongerechtigheden vergeven, waarmee zij tegen Mij gezondigd hebben, en waarmee…

Jer. 33:3‭ - Aanmoediging tot gebed

Preekaantekeningen

Roept tot Mij en Ik zal u antwoorden en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet. Jer. 33:3 Dit is een gevangeniswoord,…

Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, Ik zal u grote en onbegrijpelijke dingen bekendmaken, die u niet weet. Jeremia…

Een eeuwige heerschappij

Nabij De Zon

Alzo zegt de HEERE: Indien gij Mijn verbond van de dag; en Mijn verbond van de nacht kunt vernietigen, zodat dag en nacht niet zijn op hun tijd;…

Uitnodiging om te bidden

Bank Des Geloofs

Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet. Jeremia 33: 3 God moedigt ons…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content