Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het woordH1697, dat tot JeremiaH3414 geschied is vanH854 den HEEREH3068, in het tiendeH6224jaarH8141 van ZedekiaH6667, koningH4428 van JudaH3063; dit jaarH8141 was hetH1931achttiendeH8083jaarH8141 van NebukadrezarH5019.Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar.
KJVThe word1that came to Jeremiah5from the LORD7in the tenth9year8of Zedekiah10king11of Judah,12which was the eighteenth15year14of Nebuchadrezzar.
1הַדָּבָ֞רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3הָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יִרְמְיָ֨הוּ֙H3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah6מֵאֵ֣תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8בַּשָּׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9הָעֲשִׂרִ֔יתH6224tiende, tiendententh (part)10לְצִדְקִיָּ֖הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah11מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah13הִ֧יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14הַשָּׁנָ֛הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)15שְׁמֹנֶֽהH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth16עֶשְׂרֵ֥הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)17שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)18לִנְבֽוּכַדְרֶאצַּֽרH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar
2(Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2(Het heirH2428 nu des koningsH4428 van BabelH894belegerdeH6696 toen JeruzalemH3389, en de profeetH5030JeremiaH3414wasH1961beslotenH3607 in het voorhofH2691 der bewaringH4307, datH834 in het huisH1004 des konings van JudaH3063 is.(Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.
KJVFor then the king3of Babylon's4army2besieged5Jerusalem:7and Jeremiah8the prophet9was shut up11in the court12of the prison,13which was in the king16of Judah's17house.
1וְאָ֗זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet2חֵ֚ילH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)3מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon5צָרִ֖יםH6696belegeren, belegerde, belegerdenadversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem8וְיִרְמְיָ֣הוּH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah9הַנָּבִ֗יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet10הָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11כָלוּא֙H3607besloten, geweerd, onthoudenfinish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold12בַּחֲצַ֣רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village13הַמַּטָּרָ֔הH4307bewaring, Gevangenpoort, doelmark, prison14אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15בֵּֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
3Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Want ZedekiaH6667, de koningH4428 van JudaH3063, had hem beslotenH3607, zeggendeH559: Waarom profeteertH5012gijH859, zeggendeH559: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: ZietH2005, Ik geefH5414dezeH2063stadH5892 in de handH3027 des koningsH4428 van BabelH894, en hij zal ze innemenH3920;Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen;
KJVFor Zedekiah3king4of Judah5had shut him up,2saying,6Wherefore dost thou prophesy,9and say,10Thus saith12the LORD,13Behold, I will give15this city17into the hand19of the king20of Babylon,21and he shall take
1אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2כְּלָא֔וֹH3607besloten, geweerd, onthoudenfinish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold3צִדְקִיָּ֥הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah4מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7מַדּוּעַ֩H4069waarom?how, wherefore, why8אַתָּ֨הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9נִבָּ֜אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet10לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder12אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though15נֹתֵ֜ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הָעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town18הַזֹּ֛אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus19בְּיַ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves20מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal21בָּבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon22וּלְכָדָֽהּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take
4En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En ZedekiaH6667, de koningH4428 van JudaH3063, zal van de handH3027 der ChaldeenH3778nietH3808ontkomenH4422; maarH3588 hij zal zekerlijkH5414gegevenH5414 worden in de handH3027 des koningsH4428 van BabelH894, en zijn mondH6310 zal tot deszelfs mondH6310sprekenH1696, en zijn ogenH5869 zullen deszelfs ogenH5869zienH7200;En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien;
KJVAnd Zedekiah1king2of Judah3shall not escape5out of the hand6of the Chaldeans,7but shall surely9be delivered10into the hand11of the king12of Babylon,13and shall speak14with him mouth15to mouth,17and his eyes18shall behold21his eyes;
5En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij zal ZedekiaH6667 naar BabelH894voerenH3212, en aldaarH8033 zal hij zijnH1961, totdatH5704 Ik hem bezoekH6485, spreektH5002 de HEEREH3068; ofschoon gijlieden tegen de ChaldeenH3778strijdtH3898, gij zult toch geenH3808gelukH6743 hebben.)En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)
KJVAnd he shall lead2Zedekiah4to Babylon,1and there shall he be until I visit8him, saith10the LORD:11though ye fight13with the Chaldeans,15ye shall not prosper.
1וּבָבֶ֞לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon2יוֹלִ֤ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4צִדְקִיָּ֨הוּ֙H6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah5וְשָׁ֣םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither6יִֽהְיֶ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8פָּקְדִ֥יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want9אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith11יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13תִֽלָּחֲמ֛וּH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)14אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix15הַכַּשְׂדִּ֖יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea16לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17תַצְלִֽיחוּH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)
6Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6JeremiaH3414 dan zeideH559: Des HEERENH3068woordH1697 is totH413 mij geschied, zeggendeH559:Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:
KJVAnd Jeremiah2said,1The word4of the LORD5came unto me, saying,
7Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7ZieH2009, HanameelH2601, de zoonH1121 van SallumH7967, uw oomH1730, zal totH413 u komenH935, zeggendeH559: KoopH7069 u mijn veldH7704, dat bij AnathothH6068 is, wantH3588 gij hebt het rechtH4941 van lossingH1353, om te kopenH7069.Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen.
KJVBehold, Hanameel2the son3of Shallum4thine uncle5shall come6unto thee, saying,8Buy9thee my field12that is in Anathoth:14for the right17of redemption18is thine to buy
1הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see2חֲנַמְאֵ֗לH2601HanameelHanameel3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4שַׁלֻּם֙H7967SallumShallum5דֹּֽדְךָ֔H1730Liefste, oom, ooms(well-) beloved, father's brother, love, uncle6בָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9קְנֵ֣הH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily10לְךָ֗11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12שָׂדִי֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14בַּעֲנָת֔וֹתH6068AnathothAnathoth15כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16לְךָ֛17מִשְׁפַּ֥טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong18הַגְּאֻלָּ֖הH1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right19לִקְנֽוֹתH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily
8Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Alzo kwamH935HanameelH2601, mijns oomsH1730zoonH1121, naar des HEERENH3068woordH1697, totH413 mij, in het voorhofH2691 der bewaringH4307, en zeideH559totH413 mij: KoopH7069tochH4994 mijn veldH7704, hetwelkH834 is bij AnathothH6068, dat in het landH776 van BenjaminH1144 is; wantH3588 gij hebt het erfrechtH4941, en gij hebt de lossingH1353, koopH7069 het voor u. Toen merkteH3045 ik, dat hetH1931 des HEERENH3068woordH1697 was.Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was.
KJVSo Hanameel3mine uncle's5son4came1to me in the court9of the prison10according to the word6of the LORD,7and said11unto me, Buy13my field,16I pray thee, that is in Anathoth,18which is in the country20of Benjamin:21for the right24of inheritance25is thine, and the redemption27is thine; buy28it for thyself. Then I knew30that this was the word32of the LORD.
1וַיָּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֵ֠לַיH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3חֲנַמְאֵ֨לH2601HanameelHanameel4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5דֹּדִ֜יH1730Liefste, oom, ooms(well-) beloved, father's brother, love, uncle6כִּדְבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9חֲצַ֣רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village10הַמַּטָּרָה֒H4307bewaring, Gevangenpoort, doelmark, prison11וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֵלַ֡יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13קְנֵ֣הH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily14נָ֠אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שָׂדִ֨יH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18בַּעֲנָת֜וֹתH6068AnathothAnathoth19אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21בִּנְיָמִ֗יןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin22כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet23לְךָ֞24מִשְׁפַּ֧טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong25הַיְרֻשָּׁ֛הH3425erfenis, erfelijke bezitting, erveheritage, inheritance, possession26וּלְךָ֥27הַגְּאֻלָּ֖הH1353lossing, maagschapkindred, redeem, redemption, right28קְנֵהH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily29לָ֑ךְ30וָאֵדַ֕עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot31כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet32דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work33יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)34הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
9Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Dies kochtH7069 ik van HanameelH2601, mijns oomsH1730zoonH1121, het veldH7704, datH834 bij AnathothH6068 is; en ik woogH8254 hem het geldH3701 toe, zeventienH7651zilverenH3701sikkelenH8255.Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen.
KJVAnd I bought1the field3of Hanameel5my uncle's7son,6that was in Anathoth,9and weighed10him the money,13even seventeen14shekels15of silver.
1וָֽאֶקְנֶה֙H7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild4מֵאֵ֛תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5חֲנַמְאֵ֥לH2601HanameelHanameel6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7דֹּדִ֖יH1730Liefste, oom, ooms(well-) beloved, father's brother, love, uncle8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בַּעֲנָת֑וֹתH6068AnathothAnathoth10וָֽאֶשְׁקֲלָהH8254gewogen, woog, wegenpay, receive(-r), spend, [idiom] throughly, weigh11לּוֹ֙12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַכֶּ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)14שִׁבְעָ֥הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)15שְׁקָלִ֖יםH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel16וַעֲשָׂרָ֥הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen17הַכָּֽסֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)
10En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En ik onderschreefH3789 den briefH5612 en verzegeldeH2856 dien, en deed het getuigenH5707betuigenH5749, als ik het geldH3701 op de weegschaalH3976gewogenH8254 had.En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.
KJVAnd I subscribed1the evidence,2and sealed3it, and took4witnesses,5and weighed6him the money7in the balances.
1וָאֶכְתֹּ֤בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)2בַּסֵּ֨פֶר֙H5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll3וָֽאֶחְתֹּ֔םH2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop4וָאָעֵ֖דH5749betuigd, betuigen, getuigenadmonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness5עֵדִ֑יםH5707getuige, getuigen, Getuigewitness6וָאֶשְׁקֹ֥לH8254gewogen, woog, wegenpay, receive(-r), spend, [idiom] throughly, weigh7הַכֶּ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)8בְּמֹאזְנָֽיִםH3976weegschaal, waag, wagebalances
11En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En ik namH3947 den koopbriefH5612, die verzegeldH2856 was naar het gebodH4687 en de inzettingenH2706, en den openH1540 brief;En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;
KJVSo I took1the evidence3of the purchase,4both that which was sealed6according to the law7and custom,8and that which was open:
1וָאֶקַּ֖חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3סֵ֣פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll4הַמִּקְנָ֑הH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הֶֽחָת֛וּםH2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop7הַמִּצְוָ֥הH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept8וְהַחֻקִּ֖יםH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַגָּלֽוּיH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover
12En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En ik gafH5414 den koopbriefH5612aanH413BaruchH1263, den zoonH1121 van NerijaH5374, den zoonH1121 van MachsejaH4271, voor de ogenH5869 van HanameelH2601, mijns oomsH1730 zoon, en voor de ogenH5869 der getuigenH5707 die den koopbriefH5612 hadden onderschrevenH3789; voor de ogenH5869 van alH3605 de JodenH3064, die in het voorhofH2691 der bewaringH4307zatenH3427.En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.
KJVAnd I gave1the evidence3of the purchase4unto Baruch6the son7of Neriah,8the son9of Maaseiah,10in the sight11of Hanameel12mine uncle's13son, and in the presence14of the witnesses15that subscribed16the book17of the purchase,18before19all the Jews21that sat22in the court23of the prison.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En ik bevalH6680BaruchH1263 voor hun ogenH5869, zeggendeH559:En ik beval Baruch voor hun ogen, zeggende:
KJVAnd I charged1Baruch3before4them, saying,
1וָֽאֲצַוֶּה֙H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בָּר֔וּךְH1263BaruchBaruch4לְעֵינֵיהֶ֖םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
14Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: NeemH3947 deze brievenH5612, dezen koopbriefH5612, zo den verzegeldenH2856 als dezen openH1540briefH5612, en doe ze in een aardenH2789vatH3627, opdatH4616 zij veleH7227dagenH3117 mogen bestaanH5975.Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan.
KJVThus saith2the LORD3of hosts,4the God5of Israel;6Take7these evidences,9this evidence12of the purchase,13both which is sealed,16and this evidence18which is open;19and put21them in an earthen23vessel,22that they may continue25many27days.
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4צְבָא֜וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)5אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7לָק֣וֹחַH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַסְּפָרִ֣יםH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll10הָאֵ֡לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)11אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12סֵפֶר֩H5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll13הַמִּקְנָ֨הH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase14הַזֶּ֜הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הֶחָת֗וּםH2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop17וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18סֵ֤פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll19הַגָּלוּי֙H1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover20הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)21וּנְתַתָּ֖םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22בִּכְלִיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever23חָ֑רֶשׂH2789aarden, potscherf, schervenearth(-en), (pot-) sherd, [phrase] stone24לְמַ֥עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to25יַעַמְד֖וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry26יָמִ֥יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger27רַבִּֽיםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
15Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: Er zullen nogH5750huizenH1004, en veldenH7704, en wijngaardenH3754 in ditH2063landH776gekochtH7069 worden.Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.
KJVFor thus saith3the LORD4of hosts,5the God6of Israel;7Houses10and fields11and vineyards12shall be possessed again9in this land.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֛רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צְבָא֖וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8ע֣וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)9יִקָּנ֥וּH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily10בָתִּ֛יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11וְשָׂד֥וֹתH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild12וּכְרָמִ֖יםH3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)13בָּאָ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
16Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Voorts, nadatH310 ik den koopbriefH5612aanH413BaruchH1263, den zoonH1121 van NerijaH5374, gegevenH5414 had, badH6419 ik totH413 den HEEREH3068, zeggendeH559:Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:
KJVNow when4I had delivered5the evidence7of the purchase8unto Baruch10the son11of Neriah,12I prayed1unto the LORD,3saying,
1וָאֶתְפַּלֵּ֖לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אַחֲרֵ֤יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5תִתִּי֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7סֵ֣פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll8הַמִּקְנָ֔הH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10בָּר֥וּךְH1263BaruchBaruch11בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12נֵרִיָּ֖הH5374NerijaNeriah13לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
17Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17AchH162, HeereH136HEEREH3069! ZieH2009, GijH859 hebt de hemelenH8064 en de aardeH776gemaaktH6213, door Uw groteH1419krachtH3581 en door Uw uitgestrektenH5186armH2220; geenH3808dingH1697 is U te wonderlijkH6381.Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.
KJVAh1Lord2GOD!3behold, thou hast made6the heaven8and the earth10by thy great12power11and stretched out14arm,13and there is nothing19too hard
1אֲהָהּ֮H162Achah, alas2אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord3יְהוִה֒H3069HEERE, HEEREN, HeereGod4הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see5אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6עָשִׂ֗יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַשָּׁמַ֨יִם֙H8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11בְּכֹֽחֲךָ֙H3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth12הַגָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very13וּבִֽזְרֹעֲךָ֖H2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength14הַנְּטוּיָ֑הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield15לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִפָּלֵ֥אH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)17מִמְּךָ֖H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
18Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Gij, Die goedertierenheidH2617doetH6213aanH413duizendenH505, en de ongerechtigheidH5771 der vaderenH1vergeldtH7999 in den schootH2436 hunner kinderenH1121naH310 hen; Gij groteH1419, Gij geweldigeH1368GodH410, Wiens NaamH8034 is HEEREH3068 der heirscharenH6635!Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!
KJVThou shewest1lovingkindness2unto thousands,3and recompensest4the iniquity5of the fathers6into the bosom8of their children9after10them: the Great,12the Mighty13God,11the LORD14of hosts,15is his name,
1עֹ֤שֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2חֶ֨סֶד֙H2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing3לַֽאֲלָפִ֔יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand4וּמְשַׁלֵּם֙H7999vergelden, wedergeven, betalenmake amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely5עֲוֺ֣ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin6אָב֔וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8חֵ֥יקH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within9בְּנֵיהֶ֖םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10אַחֲרֵיהֶ֑םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with11הָאֵ֤לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'12הַגָּדוֹל֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very13הַגִּבּ֔וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man14יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15צְבָא֖וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)16שְׁמֽוֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
19Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19GrootH1419 van raadH6098 en machtigH7227 van daadH5950; want Uw ogenH5869 zijn openH6491overH5921alleH3605wegenH1870 der mensenkinderenH1121, om een iegelijk te gevenH5414 naar zijn wegenH1870, en naar de vruchtH6529 zijner handelingenH4611.Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.
KJVGreat1in counsel,2and mighty3in work:4for thine eyes6are open7upon all the ways10of the sons11of men:12to give13every one14according to his ways,15and according to the fruit16of his doings:
1גְּדֹל֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very2הָֽעֵצָ֔הH6098raad, raadslag, raadslagenadvice, advisement, counsel(l-(or)), purpose3וְרַ֖בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)4הָעֲלִֽילִיָּ֑הH5950daadwork5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עֵינֶ֣יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7פְקֻח֗וֹתH6491open, opende, geopendopen8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10דַּרְכֵי֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person13לָתֵ֤תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לְאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15כִּדְרָכָ֔יוH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)16וְכִפְרִ֖יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward17מַעֲלָלָֽיוH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work
20Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israel, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Gij, Die tekenenH226 en wonderenH4159gesteldH7760 hebt in EgyptelandH776, totH5704 op dezenH2088dagH3117, zo in IsraelH3478, als onder andere mensenH120, en hebt U een NaamH8034gemaaktH6213, als Hij is te dezenH2088dageH3117!Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israel, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage!
KJVWhich hast set2signs3and wonders4in the land5of Egypt,6even unto this day,8and in Israel,10and among other men;11and hast made12thee a name,14as at this day;
1אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2שַׂ֠מְתָּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work3אֹת֨וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token4וּמֹפְתִ֤יםH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)5בְּאֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6מִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וּבְיִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וּבָֽאָדָ֑םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person12וַתַּעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13לְּךָ֥14שֵׁ֖םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report15כַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
21En hebt Uw volk Israel uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En hebt Uw volkH5971IsraelH3478 uit EgyptelandH776uitgevoerdH3318, door tekenenH226 en door wonderenH4159, en door een sterkeH2389handH3027, en door een uitgestrektenH5186armH248, en door groteH1419verschrikkingH4172.En hebt Uw volk Israel uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking.
KJVAnd hast brought forth1thy people3Israel5out of the land6of Egypt7with signs,8and with wonders,9and with a strong11hand,10and with a stretched out13arm,12and with great15terror;
1וַתֹּצֵ֛אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עַמְּךָ֥H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8בְּאֹת֣וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token9וּבְמוֹפְתִ֗יםH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)10וּבְיָ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11חֲזָקָה֙H2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)12וּבְאֶזְר֣וֹעַH248armarm13נְטוּיָ֔הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield14וּבְמוֹרָ֖אH4172vreze, verschrikking, schrikdread, (that ought to be) fear(-ed), terribleness, terror15גָּדֽוֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
22En hebt hun dit land gegeven, dat Gij hun vaderen gezworen hadt hun te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En hebt hun ditH2063landH776gegevenH5414, dat Gij hun vaderenH1gezworenH7650 hadt hun te zullen geven, een landH776vloeiendeH2100 van melkH2461 en honigH1706;En hebt hun dit land gegeven, dat Gij hun vaderen gezworen hadt hun te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig;
KJVAnd hast given1them this land,4which thou didst swear7to their fathers8to give9them, a land11flowing12with milk13and honey;
1וַתִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לָהֶם֙3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7נִשְׁבַּ֥עְתָּH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear8לַאֲבוֹתָ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9לָתֵ֣תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10לָהֶ֑ם11אֶ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12זָבַ֥תH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run13חָלָ֖בH2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking14וּדְבָֽשׁH1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)
23Zij zijn er ook ingekomen en hebben het erfelijk bezeten, maar hebben Uwer stem niet gehoorzaamd, en in Uw wet niet gewandeld; zij hebben niets gedaan van alles, wat Gij hun geboden hadt te doen; dies hebt Gij hun al dit kwaad doen bejegenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Zij zijn er ook ingekomenH935 en hebben het erfelijkH3423 bezeten, maar hebben Uwer stemH6963nietH3808gehoorzaamdH8085, en in Uw wetH8451nietH3808gewandeldH1980; zij hebben nietsH6213 gedaan van allesH3605, watH834 Gij hun gebodenH6680 hadt te doen; dies hebt Gij hun alH3605ditH2063kwaadH7451 doen bejegenenH7122.Zij zijn er ook ingekomen en hebben het erfelijk bezeten, maar hebben Uwer stem niet gehoorzaamd, en in Uw wet niet gewandeld; zij hebben niets gedaan van alles, wat Gij hun geboden hadt te doen; dies hebt Gij hun al dit kwaad doen bejegenen.
KJVAnd they came in,1and possessed2it; but they obeyed5not thy voice,6neither walked9in thy law;7they have done15nothing of all that thou commandedst13them to do:17therefore thou hast caused all this evil22to come
1וַיָּבֹ֜אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2וַיִּֽרְשׁ֣וּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly3אֹתָ֗הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5שָׁמְע֤וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6בְקוֹלֶ֨ךָ֙H6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell7וּבְתוֹרָתְךָ֣H8451wet, wetten, leerlaw8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הָלָ֔כוּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl10אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13צִוִּ֧יתָהH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order14לָהֶ֛ם15לַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17עָשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18וַתַּקְרֵ֣אH7122wedervaren, geval, ontmoettebefall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet19אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22הָרָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)23הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
24Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24ZieH7200, de wallenH5550! zij zijn gekomenH935 aan de stadH5892, om die in te nemenH3920, en de stadH5892 is gegevenH5414 in de handH3027 der ChaldeenH3778, die tegenH5921 haar strijdenH3898; vanwege het zwaardH2719 en den hongerH7458 en de pestilentieH1698; en watH834 Gij gesprokenH1696 hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.
KJVBehold the mounts,2they are come3unto the city4to take5it; and the city6is given7into the hand8of the Chaldeans,9that fight10against it, because12of the sword,13and of the famine,14and of the pestilence:15and what thou hast spoken17is come to pass; and, behold, thou seest
1הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see2הַסֹּלְל֗וֹתH5550wal, wallen, sterktenbank, mount3בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4הָעִיר֮H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5לְלָכְדָהּ֒H3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take6וְהָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7נִתְּנָ֗הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8בְּיַ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9הַכַּשְׂדִּים֙H3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea10הַנִּלְחָמִ֣יםH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)11עָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12מִפְּנֵ֛יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13הַחֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool14וְהָרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger15וְהַדָּ֑בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague16וַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17דִּבַּ֛רְתָּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work18הָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use19וְהִנְּךָ֥H2005ziet, ziebehold, if, lo, though20רֹאֶֽהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
25Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeen hand gegeven is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Evenwel hebt Gij totH413 mij gezegdH559, HeereH136HEEREH3069! koopH7069 u dat veldH7704 voor geldH3701, en doe het getuigenH5707betuigenH5749; daar de stadH5892 in der ChaldeenH3778handH3027gegevenH5414 is.Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeen hand gegeven is.
KJVAnd thou hast said2unto me, O Lord4GOD,5Buy6thee the field8for money,9and take10witnesses;11for the city12is given13into the hand14of the Chaldeans.
26Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Toen geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413JeremiaH3414, zeggendeH559:Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:
KJVThen came the word2of the LORD3unto Jeremiah,5saying,
27Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27ZieH2009, Ik ben de HEEREH3068, de GodH430vanH4480alleH3605vleesH1320; zou Mij enigH3605dingH1697 te wonderlijkH6381 zijn?Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?
KJVBehold, I am the LORD,3the God4of all flesh:6is there any thing10too hard
1הִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see2אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֵ֖יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6בָּשָׂ֑רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin7הֲֽמִמֶּ֔נִּיH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8יִפָּלֵ֖אH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
28Daarom zegt de HEERE alzo: Zie, Ik geef deze stad in de hand der Chaldeen, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en hij zal ze innemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28DaaromH3651zegtH559 de HEEREH3068 alzo: ZieH2005, Ik geefH5414dezeH2063stadH5892 in de handH3027 der ChaldeenH3778, en in de handH3027 van NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, en hij zal ze innemenH3920.Daarom zegt de HEERE alzo: Zie, Ik geef deze stad in de hand der Chaldeen, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en hij zal ze innemen.
KJVTherefore thus saith3the LORD;4Behold, I will give6this city8into the hand10of the Chaldeans,11and into the hand12of Nebuchadrezzar13king14of Babylon,15and he shall take
1לָכֵ֕ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּ֖הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though6נֹתֵן֩H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָעִ֨ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9הַזֹּ֜אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus10בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11הַכַּשְׂדִּ֗יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea12וּבְיַ֛דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13נְבֽוּכַדְרֶאצַּ֥רH5019Nebukadnezar, NebukadrezarNebuchadnezzar, Nebuchadrezzar14מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15בָּבֶ֖לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon16וּלְכָדָֽהּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take
29En de Chaldeen, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden, met de huizen, op welker daken zij aan Baal gerookt, en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En de ChaldeenH3778, dieH834tegenH5921dezeH2063stadH5892strijdenH3898, zullen er inkomenH935, en dezeH2063stadH5892 met vuurH784aanstekenH3341, en zullen ze verbrandenH8313, met de huizenH1004, op welker dakenH1406 zij aanH5921BaalH1168gerooktH6999, en anderen godenH430drankofferenH5262geofferdH5258 hebben, omH4616 Mij te vertoornenH3707.En de Chaldeen, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden, met de huizen, op welker daken zij aan Baal gerookt, en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen.
KJVAnd the Chaldeans,2that fight3against this city,5shall come1and set7fire11on this city,9and burn12it with the houses,14upon whose roofs18they have offered incense16unto Baal,19and poured out20drink offerings21unto other23gods,22to provoke me to anger.
1וּבָ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הַכַּשְׂדִּ֗יםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea3הַנִּלְחָמִים֙H3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7וְהִצִּ֜יתוּH3341aansteken, aangestoken, verbrandburn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10הַזֹּ֛אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus11בָּאֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot12וּשְׂרָפ֑וּהָH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly13וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַבָּתִּ֡יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16קִטְּר֨וּH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18גַּגּֽוֹתֵיהֶ֜םH1406dak, dakenroof (of the house), (house) top (of the house)19לַבַּ֗עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim20וְהִסִּ֤כוּH5258offeren, goot, geofferdcover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up)21נְסָכִים֙H5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image22לֵאלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty23אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange24לְמַ֖עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to25הַכְעִסֵֽנִיH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth
30Want de kinderen Israels en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israels hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30WantH3588 de kinderenH1121IsraelsH3478 en de kinderenH1121 van JudaH3063 hebben van hun jeugdH5271 aan alleenlijk gedaanH6213, datH3588kwaadH7451wasH1961 in Mijn ogenH5869; want de kinderenH1121IsraelsH3478 hebben Mij door het werkH4639 hunner handenH3027 alleenlijk vertoorndH3707, spreektH5002 de HEEREH3068.Want de kinderen Israels en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israels hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE.
KJVFor the children3of Israel4and the children5of Judah6have only done8evil9before10me from their youth:11for the children13of Israel14have only provoked me to anger16with the work18of their hands,19saith20the LORD.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2הָי֨וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah7אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)8עֹשִׂ֥יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9הָרַ֛עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10בְּעֵינַ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11מִנְּעֻרֹֽתֵיהֶ֑םH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)16מַכְעִסִ֥יםH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth17אֹתִ֛יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18בְּמַעֲשֵׂ֥הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought19יְדֵיהֶ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves20נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith21יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
31Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31WantH3588 tot Mijn toornH639 en tot Mijn grimmigheidH2534isH1961 Mij deze stadH5892 geweest, vanH4480 den dagH3117 af, dat zij haar gebouwdH1129 hebben, totH5704opH5921dezenH2088dagH3117 toe; opdat Ik haar van Mijn aangezichtH6440wegdeedH5493;Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;
KJVFor this city8hath been to me as a provocation of mine anger3and of my fury5from the day11that they built13it even unto this day;16that I should remove18it from before my face,
1כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אַפִּ֣יH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath4וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5חֲמָתִ֗יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)6הָ֤יְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לִּי֙8הָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus10לְמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הַיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13בָּנ֣וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely14אוֹתָ֔הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)18לַהֲסִירָ֖הּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without19מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20פָּנָֽיH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
32Om al de boosheid der kinderen Israels en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Om alH3605 de boosheidH7451 der kinderenH1121IsraelsH3478 en der kinderenH1121 van JudaH3063, die zij gedaanH6213 hebben om Mij te vertoornenH3707, zij, hun koningenH4428, hun vorstenH8269, hun priesterenH3548, en hun profetenH5030, en de mannenH376 van JudaH3063, en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389;Om al de boosheid der kinderen Israels en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;
KJVBecause of all the evil3of the children4of Israel5and of the children6of Judah,7which they have done9to provoke me to anger,10they, their kings,12their princes,13their priests,14and their prophets,15and the men16of Judah,17and the inhabitants18of Jerusalem.
1עַל֩H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3רָעַ֨תH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)4בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah8אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עָשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10לְהַכְעִסֵ֔נִיH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth11הֵ֤מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye12מַלְכֵיהֶם֙H4428koning, konings, koningenking, royal13שָֽׂרֵיהֶ֔םH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward14כֹּהֲנֵיהֶ֖םH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer15וּנְבִֽיאֵיהֶ֑םH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet16וְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah18וְיֹשְׁבֵ֖יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry19יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
33Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Die Mij den nekH6203 hebben toegekeerdH6437 en niet het aangezichtH6440; hoewel Ik hen leerdeH3925, vroegH7925 op zijnde en lerendeH3925, evenwel hoordenH8085 zij niet, om tuchtH4148aanH413 te nemenH3947;Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;
KJVAnd they have turned1unto me the back,3and not the face:5though I taught6them, rising up early8and teaching9them, yet they have not hearkened11to receive12instruction.
1וַיִּפְנ֥וּH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)2אֵלַ֛יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3עֹ֖רֶףH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)4וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5פָנִ֑יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6וְלַמֵּ֤דH3925leren, geleerd, leert(un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing)7אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַשְׁכֵּ֣םH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning9וְלַמֵּ֔דH3925leren, geleerd, leert(un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing)10וְאֵינָ֥םH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11שֹׁמְעִ֖יםH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness12לָקַ֥חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win13מוּסָֽרH4148tucht, kastijding, onderwijsbond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke
34Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Maar zij hebben hun verfoeiselenH8251gesteldH7760 in het huisH1004, datH834 naar Mijn NaamH8034genoemdH7121 is, om dat te verontreinigenH2930.Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.
KJVBut they set1their abominations2in the house,3which is called5by my name,6to defile
1וַיָּשִׂ֣ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2שִׁקּֽוּצֵיהֶ֗םH8251verfoeiselen, verfoeisel, gruwelabominable filth (idol, -ation), detestable (thing)3בַּבַּ֛יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נִקְרָֽאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6שְׁמִ֥יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8לְטַמְּאֽוֹH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
35En zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En zij hebben de hoogtenH1116 van BaalH1168gebouwdH1129, dieH834 in het dalH1516 des zoonsH1121 van HinnomH2011 zijn, om hun zonenH1121 en hun dochterenH1323 den MolechH4432 door het vuur te latenH5674 gaan; hetwelkH834 Ik hun niet heb gebodenH6680, nochH3808 in Mijn hartH3820 is opgekomenH5927, dat zij dezen gruwelH8441 zouden doen; opdatH4616 zij JudaH3063 mochten doen zondigenH2398.En zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.
KJVAnd they built1the high places3of Baal,4which are in the valley6of the son7of Hinnom,8to cause their sons11and their daughters13to pass9through the fire unto Molech;14which I commanded17them not, neither came19it into my mind,21that they should do22this abomination,23to cause Judah28to sin.
1וַיִּבְנוּ֩H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בָּמ֨וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave4הַבַּ֜עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בְּגֵ֣יאH1516dal, dalen, valleivalley7בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8הִנֹּ֗םH2011HinnomHinnom9לְ֠הַעֲבִירH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בְּנֵיהֶ֣םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13בְּנוֹתֵיהֶם֮H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village14לַמֹּלֶךְ֒H4432MolechMolech. Compare H4445 (מַלְכָּם)15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17צִוִּיתִ֗יםH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order18וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19עָֽלְתָה֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21לִבִּ֔יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom22לַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23הַתּוֹעֵבָ֣הH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination24הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus25לְמַ֖עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to26הַחֲטִ֥יאH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass27אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)28יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
36En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En nuH6258, daaromH3651zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430IsraelsH3478, alzo van dezeH2063stadH5892, waarH834gijH859 van zegtH559: Zij is gegevenH5414 in de handH3027 des koningsH4428 van BabelH894, door het zwaardH2719, en door den hongerH7458, en door de pestilentieH1698;En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie;
KJVAnd now therefore thus saith4the LORD,5the God6of Israel,7concerning this city,9whereof ye say,13It shall be delivered14into the hand15of the king16of Babylon17by the sword,18and by the famine,19and by the pestilence;
1וְעַתָּ֕הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2לָכֵ֛ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הָעִ֨ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10הַזֹּ֜אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you13אֹמְרִ֗יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14נִתְּנָה֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17בָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon18בַּחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool19וּבָרָעָ֥בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger20וּבַדָּֽבֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague
37Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37ZietH2005, Ik zal hen vergaderenH6908 uit alH3605 de landenH776, waarhenen Ik hen zal verdrevenH5080 hebben in Mijn toornH639, en in Mijn grimmigheidH2534, en in groteH1419verbolgenheidH7110; en Ik zal hen totH413dezeH2088plaatsH4725wederbrengenH7725, en zal hen zekerH983 doen wonenH3427.Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen.
KJVBehold, I will gather them out2of all countries,4whither I have driven6them in mine anger,8and in my fury,9and in great11wrath;10and I will bring them again12unto this place,14and I will cause them to dwell16safely:
1הִנְנִ֤יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2מְקַבְּצָם֙H6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up3מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָ֣אֲרָצ֔וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הִדַּחְתִּ֥יםH5080gedreven, verdreven, verdrevenenbanish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw7שָׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8בְּאַפִּ֥יH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath9וּבַחֲמָתִ֖יH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)10וּבְקֶ֣צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath11גָּד֑וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very12וַהֲשִֽׁבֹתִים֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14הַמָּק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)15הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)16וְהֹשַׁבְתִּ֖יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17לָבֶֽטַחH983zeker, zekerheid, ekerassurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely
38Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Ja, zij zullen Mij tot een volkH5971zijnH1961, en IkH589 zal hun tot een GodH430 zijn.Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
KJVAnd they shall be my people,3and I will be their God:
39En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En Ik zal hun enerleiH259hartH3820 en enerleiH259wegH1870gevenH5414, om Mij te vrezenH3372alH3605 de dagenH3117, hun ten goedeH2896, mitsgaders hun kinderenH1121naH310 hen.En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.
KJVAnd I will give1them one4heart,3and one6way,5that they may fear7me for ever,10for the good11of them, and of their children13after
1וְנָתַתִּ֨יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לָהֶ֜ם3לֵ֤בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom4אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5וְדֶ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)6אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7לְיִרְאָ֥הH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)8אוֹתִ֖יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַיָּמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11לְט֣וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)12לָהֶ֔ם13וְלִבְנֵיהֶ֖םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14אַחֲרֵיהֶֽםH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
40En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40En Ik zal een eeuwigH5769verbondH1285 met hen maken, datH834 Ik van achterH310 hen niet zal afkerenH7725, opdat Ik hun weldoeH3190; en Ik zal Mijn vrezeH3374 in hun hartH3824gevenH5414, dat zij niet van Mij afwijkenH5493.En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.
KJVAnd I will make1an everlasting4covenant3with them, that I will not turn away7from them,8to do them good;9but I will put13my fear12in their hearts,14that they shall not depart
1וְכָרַתִּ֤יH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want2לָהֶם֙3בְּרִ֣יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league4עוֹלָ֔םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7אָשׁוּב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8מֵאַ֣חֲרֵיהֶ֔םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9לְהֵיטִיבִ֖יH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)10אוֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12יִרְאָתִי֙H3374vreze, vrees, vrezen[idiom] dreadful, [idiom] exceedingly, fear(-fulness)13אֶתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14בִּלְבָבָ֔םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding15לְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without16ס֥וּרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without17מֵעָלָֽיH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
41En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41En Ik zal Mij overH5921 hen verblijdenH7797, dat Ik hun weldoeH2895; en Ik zal hen getrouwelijkH571 in datH2063landH776plantenH5193, met Mijn ganse hartH3820 en met Mijn ganse zielH5315.En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.
KJVYea, I will rejoice1over them to do them good,3and I will plant5them in this land6assuredly8with my whole heart10and with my whole soul.
1וְשַׂשְׂתִּ֥יH7797vrolijk, verblijden, Wees vrolijkbe glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice2עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3לְהֵטִ֣יבH2895goeddunkt, goed, beterbe (do) better, cheer, be (do, seem) good, (make) goodly, [idiom] please, (be, do, go, play) well4אוֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5וּנְטַעְתִּ֞יםH5193planten, geplant, plantfastened, plant(-er)6בָּאָ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7הַזֹּאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus8בֶּאֱמֶ֔תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity9בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10לִבִּ֖יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom11וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12נַפְשִֽׁיH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
42Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Want zo zegtH559 de HEEREH3068: Gelijk als Ik over dit volkH5971gebrachtH935 heb alH3605 dit groteH1419kwaadH7451, alzo zal IkH595 over hen brengenH935alH3605 het goedeH2896, dat IkH595overH5921 hen sprekeH1696.Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.
KJVFor thus saith3the LORD;4Like as I have brought6all this great13evil12upon this people,8so will I bring17upon them all the good21that I have promised
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹה֙H3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הֵבֵ֨אתִי֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָרָעָ֥הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)13הַגְּדוֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very14הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus15כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you16אָנֹכִ֞יH595ik, mijI, me, [idiom] which17מֵבִ֤יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הַטּוֹבָ֔הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)22אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which24דֹּבֵ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work25עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
43En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in der Chaldeen hand gegeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43En er zullen veldenH7704gekochtH7069 worden in ditH2063landH776, waarvan gijH859zegtH559: Het is woestH8077, dat er geenH369mensH120 noch beestH929 in is; het is in der ChaldeenH3778handH3027gegevenH5414.En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in der Chaldeen hand gegeven.
KJVAnd fields2shall be bought1in this land,3whereof ye say,7It is desolate8without man11or beast;12it is given13into the hand14of the Chaldeans.
1וְנִקְנָ֥הH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily2הַשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild3בָּאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7אֹמְרִ֗יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8שְׁמָמָ֥הH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste9הִיא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10מֵאֵ֤יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11אָדָם֙H120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person12וּבְהֵמָ֔הH929beesten, vee, beestbeast, cattle13נִתְּנָ֖הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14בְּיַ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15הַכַּשְׂדִּֽיםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
44Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44VeldenH7704 zal men voor geldH3701kopenH7069, en de brievenH5612onderschrijvenH3789, en verzegelenH2856, en getuigenH5707 doen betuigenH5749, in het landH776 van BenjaminH1144, en in de plaatsen rondomH5439JeruzalemH3389, en in de stedenH5892 van JudaH3063, en in de stedenH5892 van het gebergteH2022, en in de stedenH5892 der laagteH8219, en in de stedenH5892 van het zuidenH5045; wantH3588 Ik zal hun gevangenisH7622wendenH7725, spreektH5002 de HEEREH3068.Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.
KJVMen shall buy3fields1for money,2and subscribe4evidences,5and seal6them, and take7witnesses8in the land9of Benjamin,10and in the places about11Jerusalem,12and in the cities13of Judah,14and in the cities15of the mountains,16and in the cities17of the valley,18and in the cities19of the south:20for I will cause their captivity24to return,22saith25the LORD.
1שָׂד֞וֹתH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild2בַּכֶּ֣סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)3יִקְנ֗וּH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily4וְכָת֨וֹבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)5בַּסֵּ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll6וְחָתוֹם֮H2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop7וְהָעֵ֣דH5749betuigd, betuigen, getuigenadmonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness8עֵדִים֒H5707getuige, getuigen, Getuigewitness9בְּאֶ֨רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10בִּנְיָמִ֜ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin11וּבִסְבִיבֵ֣יH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side12יְרוּשָׁלִַ֗םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem13וּבְעָרֵ֤יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14יְהוּדָה֙H3063JudaJudah15וּבְעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16הָהָ֔רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion17וּבְעָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town18הַשְּׁפֵלָ֖הH8219laagte, laagtenlow country, (low) plain, vale(-ley)19וּבְעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town20הַנֶּ֑גֶבH5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)21כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22אָשִׁ֥יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24שְׁבוּתָ֖םH7622gevangenis, gevangenen, gevangenissencaptive(-ity)25נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith26יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 32:1— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar.Jeremia 39:1→2 Koningen 25:1→Jeremia 25:1→Jeremia 52:4→2 Kronieken 36:11→
Jeremia 32:2— (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.Jeremia 37:21→Nehemia 3:25→Jeremia 33:1→Jeremia 38:6→Jeremia 32:8→Mattheüs 5:12→Jeremia 36:5→Jeremia 32:3→
Jeremia 32:3— Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen;Jeremia 34:2→Jeremia 21:4→Jeremia 26:8→Jeremia 32:28→Jeremia 38:4→Jeremia 27:8→Jeremia 38:8→2 Koningen 6:31→
Jeremia 32:4— En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien;Jeremia 38:18→Jeremia 38:23→Jeremia 39:4→2 Koningen 25:4→Jeremia 37:17→Ezechiël 21:25→Ezechiël 12:12→Jeremia 52:8→
Jeremia 32:5— En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)Ezechiël 17:15→Jeremia 39:7→Ezechiël 17:9→Jeremia 33:5→Jeremia 27:22→Ezechiël 12:13→Spreuken 21:30→2 Kronieken 24:20→
Jeremia 32:7— Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen.Jeremia 1:1→Jeremia 11:21→Leviticus 25:25→Jozua 21:18→Ruth 4:3→Markus 14:13→Leviticus 25:34→1 Koningen 14:5→
Jeremia 32:8— Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was.Jeremia 32:7→Jeremia 32:2→Jeremia 33:1→1 Samuël 9:16→1 Samuël 10:3→1 Koningen 22:25→Handelingen 10:17→Johannes 4:53→
Jeremia 32:9— Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen.Hosea 3:2→Jesaja 55:2→Zacharia 11:12→Genesis 23:15→1 Koningen 20:39→Genesis 37:28→Esther 3:9→
Jeremia 32:10— En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.Jeremia 32:44→Jeremia 32:12→Deuteronomium 32:34→Job 14:17→Jeremia 32:25→Jesaja 44:5→Efeze 1:13→Hooglied 8:6→
Jeremia 32:11— En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;Lukas 2:27→1 Korinthe 11:16→Handelingen 26:3→
Jeremia 32:12— En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.Jeremia 32:16→Jeremia 51:59→Jeremia 36:4→Jeremia 36:26→Jeremia 36:16→Jeremia 43:3→2 Korinthe 8:21→Jeremia 45:1→
Jeremia 32:15— Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.Jeremia 30:18→Amos 9:14→Jeremia 32:43→Jeremia 31:24→Jeremia 33:12→Zacharia 3:10→Jeremia 31:12→Jeremia 31:5→
Jeremia 32:16— Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:Filippenzen 4:6→Jeremia 12:1→Genesis 32:9→2 Samuël 7:18→Ezechiël 36:35→
Jeremia 32:17— Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.Jeremia 27:5→Genesis 18:14→2 Koningen 19:15→Jeremia 32:27→Lukas 1:37→Jeremia 10:11→Lukas 18:27→Job 42:2→
Jeremia 32:18— Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!Jeremia 10:16→Exodus 34:7→Deuteronomium 5:9→Psalmen 50:1→1 Koningen 16:1→Jeremia 31:35→Mattheüs 23:32→Jesaja 9:6→
Jeremia 32:19— Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.Jeremia 17:10→Mattheüs 16:27→Jesaja 28:29→Jeremia 16:17→Psalmen 62:12→Spreuken 5:21→Jesaja 9:6→Jeremia 23:24→
Jeremia 32:20— Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israel, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage!Nehemia 9:10→Exodus 9:16→2 Samuël 7:23→Jesaja 63:12→Psalmen 135:9→Daniël 9:15→Handelingen 7:36→Exodus 10:2→
Jeremia 32:21— En hebt Uw volk Israel uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking.Exodus 6:6→Deuteronomium 26:8→1 Kronieken 17:21→Exodus 6:1→Psalmen 105:37→Exodus 13:14→Psalmen 89:8→Deuteronomium 4:34→
Jeremia 32:22— En hebt hun dit land gegeven, dat Gij hun vaderen gezworen hadt hun te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig;Exodus 3:8→Exodus 13:5→Jeremia 11:5→Exodus 3:17→Psalmen 105:9→Deuteronomium 1:8→Genesis 24:7→Jozua 1:6→
Jeremia 32:23— Zij zijn er ook ingekomen en hebben het erfelijk bezeten, maar hebben Uwer stem niet gehoorzaamd, en in Uw wet niet gewandeld; zij hebben niets gedaan van alles, wat Gij hun geboden hadt te doen; dies hebt Gij hun al dit kwaad doen bejegenen.Ezra 9:7→Psalmen 78:54→Daniël 9:10→Klaagliederen 1:18→Psalmen 44:2→Klaagliederen 5:16→Daniël 9:4→Psalmen 105:44→
Jeremia 32:24— Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.Jeremia 33:4→Jozua 23:15→Deuteronomium 4:26→Jeremia 32:36→Ezechiël 14:21→Jeremia 21:4→Zacharia 1:6→Ezechiël 21:22→
Jeremia 32:25— Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeen hand gegeven is.Jeremia 32:24→Romeinen 11:33→Psalmen 97:2→Psalmen 77:19→Johannes 13:7→
Jeremia 32:27— Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?Jeremia 32:17→Mattheüs 19:26→Numeri 16:22→Jesaja 64:8→Psalmen 65:2→Numeri 27:16→Lukas 3:6→Johannes 17:2→
Jeremia 32:28— Daarom zegt de HEERE alzo: Zie, Ik geef deze stad in de hand der Chaldeen, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en hij zal ze innemen.Jeremia 32:3→Jeremia 32:24→Jeremia 32:36→Jeremia 19:7→Jeremia 20:5→2 Kronieken 36:17→
Jeremia 32:29— En de Chaldeen, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden, met de huizen, op welker daken zij aan Baal gerookt, en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen.Jeremia 19:13→Jeremia 21:10→2 Kronieken 36:19→Jeremia 52:13→Jeremia 44:17→Jeremia 44:25→Jeremia 7:18→Jeremia 39:8→
Jeremia 32:30— Want de kinderen Israels en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israels hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE.Jeremia 7:22→Jesaja 63:10→Jeremia 2:7→Jeremia 25:7→Deuteronomium 9:7→Jeremia 3:25→Jeremia 22:21→Genesis 8:21→
Jeremia 32:31— Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;2 Koningen 23:27→2 Koningen 21:16→2 Koningen 21:4→Mattheüs 23:37→1 Koningen 11:7→Jeremia 5:9→2 Koningen 24:3→Jeremia 27:10→
Jeremia 32:32— Om al de boosheid der kinderen Israels en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;Jesaja 1:4→Daniël 9:8→Jeremia 2:26→Jesaja 1:23→Ezra 9:7→Micha 3:1→Daniël 9:6→Sefanja 3:1→
Jeremia 32:33— Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;Ezechiël 8:16→Jeremia 2:27→Jeremia 7:13→Jeremia 7:24→2 Kronieken 36:15→Johannes 8:2→Jeremia 26:5→Jeremia 35:15→
Jeremia 32:34— Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.Jeremia 7:30→Jeremia 23:11→2 Koningen 21:4→2 Kronieken 33:15→Ezechiël 8:5→2 Kronieken 33:4→2 Koningen 23:6→
Jeremia 32:35— En zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.Jeremia 7:31→Leviticus 18:21→2 Kronieken 33:6→2 Kronieken 28:2→Leviticus 20:2→2 Koningen 23:10→1 Koningen 16:19→Deuteronomium 18:10→
Jeremia 32:36— En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie;Jeremia 32:24→Jeremia 32:3→Jeremia 16:12→Hosea 2:14→Romeinen 5:20→Jeremia 32:28→Jesaja 57:17→Ezechiël 36:31→
Jeremia 32:37— Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen.Jeremia 23:3→Jeremia 23:6→Hosea 1:11→Jeremia 33:16→Ezechiël 11:17→Jeremia 23:8→Psalmen 106:47→Zacharia 14:11→
Jeremia 32:38— Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.Jeremia 24:7→Ezechiël 39:28→Jeremia 31:33→Jeremia 31:1→Zacharia 13:9→Ezechiël 11:19→Deuteronomium 26:17→Ezechiël 36:28→
Jeremia 32:39— En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.Ezechiël 11:19→Johannes 17:21→Deuteronomium 11:18→Ezechiël 37:25→2 Kronieken 30:12→Handelingen 4:32→Hebreeën 10:20→Spreuken 23:17→
Jeremia 32:40— En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.Jesaja 55:3→1 Petrus 1:5→Hebreeën 6:13→Ezechiël 39:29→Jakobus 1:17→2 Samuël 23:4→Jeremia 50:5→Lukas 1:72→
Jeremia 32:41— En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.Jeremia 24:6→Hosea 2:19→Deuteronomium 30:9→Sefanja 3:17→Jesaja 62:5→Amos 9:15→Jeremia 31:28→Jesaja 65:19→
Jeremia 32:42— Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.Jeremia 31:28→Zacharia 8:14→Jozua 23:14→Jeremia 33:10→Mattheüs 24:35→
Jeremia 32:43— En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in der Chaldeen hand gegeven.Ezechiël 37:11→Jeremia 32:15→Jeremia 32:36→Jeremia 33:10→
Jeremia 32:44— Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.Jeremia 17:26→Jeremia 33:11→Jeremia 33:7→Jeremia 33:26→Jeremia 32:10→Psalmen 126:1→Jeremia 32:37→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 32 vers 1— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar.
woord,
Dat in vs.7 verhaald wordt.
Hertaald:woord,
Dat in vers 7 verhaald wordt.
Jeremia 32 vers 2— (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.
voorhof der bewaring,
Alzo onder vs.8, 12 en Jer. 33:1 , en Jer. 37:21 . Vergelijk Neh. 12:39 . Dit was een milder, ruimer en vrijer gevangenis dan het gevangenhuis. Zie onder Jer. 37:15 , Jer. 37:18 , Jer. 37:20-21 .
Hertaald:voorhof der bewaring,
Zo ook hieronder in vers 8 en 12, en Jer. 33:1 en Jer. 37:21. Vergelijk Neh. 12:39. Dit was een mildere, ruimere en vrijere gevangenis dan het gevangenhuis. Zie hieronder Jer. 37:15, Jer. 37:18 en Jer. 37:20-21.
Jeremia 32 vers 4— En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien;
Chaldeën niet ontkomen;
Babyloniërs.
Hertaald:Chaldeën niet ontkomen;
De Babyloniërs.
zekerlijk
Hebreeuws, gegeven wordende gegeven worden.
Hertaald:zekerlijk
Hebreeuws: gegeven wordend gegeven worden.
zijn mond
Dat is, zij zullen mond voor mond [gelijk men zegt] of mondeling met elkander spreken; vergelijk onder Jer. 34:3-4 , en zie de vervulling Jer. 39:5 , enz. en Jer. 52:9 .
Hertaald:zijn mond
Dat is: zij zullen mond tegen mond, zoals men zegt, of mondeling met elkaar spreken; vergelijk hieronder Jer. 34:3-4, en zie de vervulling in Jer. 39:5, enzovoort, en Jer. 52:9.
Jeremia 32 vers 5— En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)
zijn, totdat Ik hem
Dat is, blijven, gelijk boven Jer. 27:22 .
Hertaald:zijn, totdat Ik hem
Dat is: blijven, zoals hierboven Jer. 27:22.
bezoek,
Dat is, de genade, bewijze dat hij door het zwaard niet omkome, maar in vrede sterve en eerlijk begraven worde; zie onder Jer. 34:4-5 , en Gen. 21:1 .
Hertaald:bezoek,
Dat is: hem de genade bewijs dat hij niet door het zwaard omkomt maar in vrede sterft en eervol begraven wordt; zie hieronder Jer. 34:4-5, en Gen. 21:1.
Jeremia 32 vers 7— Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen.
veld,
Van de velden der Levieten, zie Num. 35:2 .
Hertaald:veld,
Over de velden van de Levieten, zie Num. 35:2.
Anathoth is,
Zie boven Jer. 1:1 .
Hertaald:Anathoth is,
Zie hierboven Jer. 1:1.
lossing
Zie Ruth 2:20 .
Hertaald:lossing
Zie Ruth 2:20.
om te kopen
Versta hierbij Gods bevel aan Jeremia, van dien akker alsdan van hem te kopen, gelijk het volgende uitwijst.
Hertaald:om te kopen
Vul hierbij aan: Gods bevel aan Jeremia om die akker dan van hem te kopen, zoals het vervolg uitwijst.
Jeremia 32 vers 8— Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was.
woord was
Dat is, dat dit naar des Heeren woord geschiedde.
Hertaald:woord was
Dat is: dat dit naar het woord van de HEERE gebeurde.
Jeremia 32 vers 9— Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen.
woog hem het geld toe,
Zie Gen. 23:16 .
Hertaald:woog hem het geld toe,
Zie Gen. 23:16.
sikkelen
Hebreeuws, zeven sikkelen en tien van zilver. Van den zilveren sikkel, zie Gen. 20:16 .
Hertaald:sikkelen
Hebreeuws: zeven sikkels en tien van zilver. Over de zilveren sikkel, zie Gen. 20:16.
Jeremia 32 vers 10— En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.
onderschreef
Hebreeuws eigenlijk, schreef in den brief, dat is, onderschreef; ondertekende gelijk te zien is vs.12.
Hertaald:onderschreef
Hebreeuws eigenlijk: schreef in de brief — dat is: ondertekende, zoals te zien is in vers 12.
brief
Te weten koopbrief, gelijk volgt.
Hertaald:brief
Namelijk: een koopbrief, zoals volgt.
betuigen,
Te weten door onderschrijving of ondertekening, gelijk vs.12; alzo onder vs.25, 44; waarvoor wij zeggen, getuigen daartoe te nemen.
Hertaald:betuigen,
Namelijk: door onderschrijving of ondertekening, zoals in vers 12; zo ook hieronder in vers 25 en 44. Wij zeggen daarvoor: er getuigen bij nemen.
Jeremia 32 vers 11— En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;
open brief;
Gelijk vs.14; waardoor sommigen verstaan een copie of afschrift, uitschrift van den koopbrief; anderen, een patent van bevestiging of openbaar bescheid der overheid, dienende tot bevestiging van dezen koop, in al zijne omstandigheden. Anderen verstaan het van een brief, die diende om den koop een ieder bekend te maken.
Hertaald:open brief;
Zoals in vers 14. Sommigen verstaan daaronder een kopie of afschrift van de koopbrief; anderen een openbare akte van bevestiging van de overheid, die diende om deze koop in al zijn onderdelen te bekrachtigen. Weer anderen verstaan er een brief onder die diende om de koop aan iedereen bekend te maken.
Jeremia 32 vers 12— En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.
Baruch,
Den schrijver en dienaar van den profeet Jeremia; zie onder Jer. 33:4-5 , enz.
Hertaald:Baruch,
De schrijver en dienaar van de profeet Jeremia; zie hieronder Jer. 33:4-5, enzovoort.
zoon ,
Dit is hier bijgevoegd uit vs.7-9. Anders: van mijn neef; dewijl het Hebreeuwse woord dod ook breder somtijds, en voor een beminden en zeer lieven vriend genomen wordt, gelijk te zien is in Salomo's Hooglied.
Hertaald:zoon ,
Dit is hier toegevoegd vanuit vers 7-9. Anders: van mijn neef, omdat het Hebreeuwse woord dod soms ook ruimer opgevat wordt en gebruikt wordt voor een geliefde en zeer dierbare vriend, zoals te zien is in het Hooglied van Salomo.
onderschreven;
Hebreeuws, in den koopbrief hadden geschreven, gelijk boven vs.10.
Hertaald:onderschreven;
Hebreeuws: in de koopbrief geschreven hadden, zoals hierboven vers 10.
zaten
Of, woonden.
Hertaald:zaten
Of: woonden.
Jeremia 32 vers 13— En ik beval Baruch voor hun ogen, zeggende:
ogen,
Dat is, in hunne tegenwoordigheid, gelijk boven dikwijls.
Hertaald:ogen,
Dat is: in hun tegenwoordigheid, zoals hierboven vaak.
Jeremia 32 vers 14— Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan.
open brief,
Zie vs.11.
Hertaald:open brief,
Zie vers 11.
mogen bestaan
Dat is, opdat zij een langen tijd mogen duren.
Hertaald:mogen bestaan
Dat is: opdat zij lange tijd bewaard blijven.
Jeremia 32 vers 15— Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.
er zullen
Hieruit blijkt wat God met dezen vreemden handel, ten tijde der belegering van Jeruzalem, voorhad, te weten zijn volk te verzekeren dat de gevangenschap van Babel een einde zou nemen en zij nog weder in hun land komen en dat bezitten, enz.; zie onder vs.43, 44.
Hertaald:er zullen
Hieruit blijkt wat God met deze vreemde transactie voorhad in de tijd van de belegering van Jeruzalem. Hij wilde Zijn volk verzekeren dat de gevangenschap van Babel een einde zou nemen, dat zij weer in hun land zouden komen en dat zouden bezitten, enzovoort; zie hieronder vers 43 en 44.
nog huizen,
Of, wedeRom.
Hertaald:nog huizen,
Of: opnieuw.
Jeremia 32 vers 17— Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.
uitgestrekten arm;
Gelijk Ex. 6:5 , enz.
Hertaald:uitgestrekten arm;
Zoals Ex. 6:5, enzovoort.
te wonderlijk
Te weten om te dienen; alzo onder vs.27. Hebreeuws eigenlijk, wonderlijker dan Gij; dat is, zo wonderbaar dat Gij het niet zoudt kunnen doen als Gij het belooft; geen ding is U onmogelijk. Vergelijk Gen. 18:14 , met de aantekening; Matt. 19:26 , en Luc. 1:37 . Dit ziet op de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, die bij den mens onmogelijk scheen. Vergelijk Ezech. 37:3 , Ezech. 37:11-12 , enz.
Hertaald:te wonderlijk
Namelijk: om te doen; zo ook hieronder in vers 27. Hebreeuws eigenlijk: wonderlijker dan U — dat is: zo wonderlijk dat U het niet zou kunnen doen wanneer U het belooft; geen ding is U onmogelijk. Vergelijk Gen. 18:14 met de aantekening, en Matth. 19:26 en Luk. 1:37. Dit ziet op de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, die voor mensen onmogelijk leek. Vergelijk Ezech. 37:3 en Ezech. 37:11-12, enzovoort.
Jeremia 32 vers 18— Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!
schoot hunner
Zie Ps. 79:12 .
Hertaald:schoot hunner
Zie Ps. 79:12.
kinderen na hen;
Die de zonden der vaderen deelachtig zijn en hunne voetstappen navolgen. Zie Ex. 20:5-6 .
Hertaald:kinderen na hen;
Die deel hebben aan de zonden van hun vaders en in hun voetstappen treden. Zie Ex. 20:5-6.
Naam is HEERE der heirscharen
Gelijk boven Jer. 31:35 . Zie 1 Kon. 18:15 .
Hertaald:Naam is HEERE der heirscharen
Zoals hierboven Jer. 31:35. Zie 1 Kon. 18:15.
Jeremia 32 vers 19— Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.
ogen zijn open
Dit betekent somtijds Gods bijzondere voorzorg, gelijk 1 Kon. 8:29 , en Ps. 32:8 ; somtijds Gods voorzienigheid en toezicht op alles wat er omgaat, gelijk hier. Vergelijk Spr. 5:21 , en Spr. 15:3 ; idem 2 Kon. 16:9 .
Hertaald:ogen zijn open
Dit duidt soms Gods bijzondere zorg aan, zoals in 1 Kon. 8:29 en Ps. 32:8, en soms Gods voorzienigheid en toezicht op alles wat er gebeurt, zoals hier. Vergelijk Spr. 5:21 en Spr. 15:3, en ook 2 Kon. 16:9.
Jeremia 32 vers 20— Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israel, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage!
tot op dezen dag,
Welker gedachtenis duurt tot op dezen dag.
Hertaald:tot op dezen dag,
Waarvan de gedachtenis tot op deze dag voortduurt.
mensen,
Hebreeuws, mens; dat is, mensen, gelijk dikwijls.
Hertaald:mensen,
Hebreeuws: mens — dat is: mensen, zoals vaker.
Jeremia 32 vers 22— En hebt hun dit land gegeven, dat Gij hun vaderen gezworen hadt hun te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig;
vloeiende van melk en honig;
Zie Ex. 3:8 .
Hertaald:vloeiende van melk en honig;
Zie Ex. 3:8.
Jeremia 32 vers 23— Zij zijn er ook ingekomen en hebben het erfelijk bezeten, maar hebben Uwer stem niet gehoorzaamd, en in Uw wet niet gewandeld; zij hebben niets gedaan van alles, wat Gij hun geboden hadt te doen; dies hebt Gij hun al dit kwaad doen bejegenen.
niets gedaan
Hebreeuws, al wat Gij, enz. hebben zij niet gedaan; dat is, niets van hetgeen Gij hun geboden hadt. Zie 1 Kon. 11:34 .
Hertaald:niets gedaan
Hebreeuws: alles wat U, enzovoort, hebben zij niet gedaan — dat is: niets van wat U hun geboden had. Zie 1 Kon. 11:34.
kwaad doen bejegenen
Der straf.
Hertaald:kwaad doen bejegenen
Van de straf.
Jeremia 32 vers 24— Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.
wallen
Opgeworpen hoogten, schansen, bolwerken, forten, buiten de stad; zie 2 Sam. 20:15 . Sommigen verstaan andere krijgsinstrumenten, opgericht en dienende om muren en grote sterke gebouwen te verbreken en onder den voet te werpen, of uit en van dezelve met allerlei geweer den vijand te beschadigen. Vergelijk onder Jer. 33:4 .
Hertaald:wallen
Opgeworpen hoogten, schansen, bolwerken, forten buiten de stad; zie 2 Sam. 20:15. Sommigen verstaan er ander oorlogstuig onder, opgericht om muren en grote, sterke gebouwen te breken en omver te werpen, of om vandaar met allerlei wapens de vijand schade toe te brengen. Vergelijk hieronder Jer. 33:4.
gegeven in de hand der Chaldeën,
Of, wordt gegeven; alzo vs.25, 36, 43; dat is, zij is zo goed [gelijk men zegt] als gegeven, zij zal toch zekerlijk gegeven worden; de zaken zijn er zo binnen gesteld, dat men tastelijk merken kan dat uw woord in alles waarachtig is, en voorts vervuld zal worden.
Hertaald:gegeven in de hand der Chaldeën,
Of: wordt gegeven; zo ook in vers 25, 36 en 43 — dat is: zij is zo goed als gegeven, zoals men zegt; zij zal toch zeker gegeven worden. De zaken staan er zo voor dat men tastbaar kan merken dat Uw woord in alles waar is en verder vervuld zal worden.
Jeremia 32 vers 25— Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeen hand gegeven is.
daar de stad
Alsof hij zeide: Dit is voor het menselijk vernuft een vreemde en wonderlijke zaak.
Hertaald:daar de stad
Alsof hij zei: dit is voor het menselijk verstand een vreemde en wonderlijke zaak.
Jeremia 32 vers 27— Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?
vlees;
Zie Gen. 6:12 ; Num. 16:22 .
Hertaald:vlees;
Zie Gen. 6:12 en Num. 16:22.
te wonderlijk zijn?
Zie boven vs.17.
Hertaald:te wonderlijk zijn?
Zie hierboven vers 17.
Jeremia 32 vers 29— En de Chaldeen, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden, met de huizen, op welker daken zij aan Baal gerookt, en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen.
geofferd hebben,
Gelijk boven Jer. 7:18 .
Hertaald:geofferd hebben,
Zoals hierboven Jer. 7:18.
vertoornen
Of, te tergen; alzo in het volgende.
Hertaald:vertoornen
Of: te tergen; zo ook in het vervolg.
Jeremia 32 vers 30— Want de kinderen Israels en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israels hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE.
jeugd aan
Zie boven Jer. 2:2 .
Hertaald:jeugd aan
Zie hierboven Jer. 2:2.
alleenlijk gedaan,
Dat is, anders niets gedaan dan enz.
Hertaald:alleenlijk gedaan,
Dat is: niets anders gedaan dan, enzovoort.
Jeremia 32 vers 31— Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;
tot Mijn toorn
Dat is, zij heeft niets anders gedaan dan dat diende om mijn toorn en grimmigheid te verwekken, daarover zijn zij [gelijk men zegt] altijd uit geweest, daarop hebben zij toegelegd. Anders: in mijnen toorn; dat is, Ik ben op hen vertoornd geweest, enz.
Hertaald:tot Mijn toorn
Dat is: zij heeft niets anders gedaan dan wat ertoe diende Mijn toorn en grimmigheid op te wekken; daar zijn zij, zoals men zegt, altijd op uit geweest, daarop hebben zij het toegelegd. Anders: in Mijn toorn — dat is: Ik ben op hen vertoornd geweest, enzovoort.
Jeremia 32 vers 32— Om al de boosheid der kinderen Israels en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;
mannen van Juda,
Hebreeuws, man; gelijk boven Jer. 4:3 .
Hertaald:mannen van Juda,
Hebreeuws: man; zoals hierboven Jer. 4:3.
Jeremia 32 vers 33— Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;
nek hebben toegekeerd
Zie boven Jer. 2:27 .
Hertaald:nek hebben toegekeerd
Zie hierboven Jer. 2:27.
vroeg op zijnde
Zie boven Jer. 7:13 .
Hertaald:vroeg op zijnde
Zie hierboven Jer. 7:13.
tucht aan te nemen;
Zie Spr. 1:2 , enz.
Hertaald:tucht aan te nemen;
Zie Spr. 1:2, enzovoort.
Jeremia 32 vers 34— Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.
dat naar Mijn Naam genoemd is,
Gelijk boven Jer. 7:31 .
Hertaald:dat naar Mijn Naam genoemd is,
Zoals hierboven Jer. 7:31.
Jeremia 32 vers 35— En zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.
En zij hebben
Zie boven Jer. 7:10 , met de aantekening.
Hertaald:En zij hebben
Zie hierboven Jer. 7:10 met de aantekening.
Molech
Dat is, ten dienste en ter ere van dezen afgod. Zie Lev. 18:21 .
Hertaald:Molech
Dat is: tot dienst en ter ere van deze afgod. Zie Lev. 18:21.
in Mijn hart is opgekomen,
Zie boven Jer. 7:31 .
Hertaald:in Mijn hart is opgekomen,
Zie hierboven Jer. 7:31.
Jeremia 32 vers 36— En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie;
gegeven in de hand des konings van Babel,
Gelijk boven vs.24.
Hertaald:gegeven in de hand des konings van Babel,
Zoals hierboven vers 24.
Jeremia 32 vers 37— Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen.
vergaderen uit al de landen,
Te weten mijn volk.
Hertaald:vergaderen uit al de landen,
Namelijk: Mijn volk.
zeker doen wonen
Hebreeuws, in zekerheid, of in vertrouwen; dat is gerust, zeker en veilig, gelijk elders dikwijls.
Hertaald:zeker doen wonen
Hebreeuws: in zekerheid of in vertrouwen — dat is: gerust, zeker en veilig, zoals elders vaak.
Jeremia 32 vers 38— Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
volk zijn,
Gelijk boven Jer. 30:22 , en Jer. 31:1 , Jer. 31:33 .
Hertaald:volk zijn,
Zoals hierboven Jer. 30:22 en Jer. 31:1 en Jer. 31:33.
Jeremia 32 vers 39— En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.
enerlei hart
Ik zal door mijn Geest alzo in de harten van mijne uitverkorenen werken, dat zij door een geloof en een godsdienst in liefde aan elkander zullen verbonden en verenigd zijn.
Hertaald:enerlei hart
Ik zal door Mijn Geest zo in de harten van Mijn uitverkorenen werken dat zij door één geloof en één godsdienst in liefde aan elkaar verbonden en verenigd zullen zijn.
weg geven,
Dat is, enerlei godsdienst of religie, enerlei manier of wijze van geloof en leven, zie Jes. 30:21 , en Jes. 35:8 ; boven Jer. 6:16 ; Matt. 22:16 ; Hand. 9:2 , en Hand. 18:25-26 , enz.
Hertaald:weg geven,
Dat is: één godsdienst of religie, één wijze van geloven en leven; zie Jes. 30:21 en Jes. 35:8, hierboven Jer. 6:16, Matth. 22:16, en Hand. 9:2 en Hand. 18:25-26, enzovoort.
goede,
Dat is, tot hun best, heil en zaligheid.
Hertaald:goede,
Dat is: tot hun bestwil, heil en zaligheid.
Jeremia 32 vers 40— En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.
maken,
Gelijk boven Jer. 31:31 , enz.
Hertaald:maken,
Zoals hierboven Jer. 31:31, enzovoort.
van achter hen
Dat is, dat Ik hen nimmermeer zal verlaten, maar zal geduriglijk bij hen wonen en hen volgen met mijne weldadigheid; zie boven Jer. 31:33 , en vergelijk wijders Rom. 8:30 ; 1 Petr. 1:5 , 1 Petr. 1:9 ; 1 Joh. 2:19-20 , 1 Joh. 2:27 , en 1 Joh. 3:9 , en 1 Joh. 5:18 .
Hertaald:van achter hen
Dat is: dat Ik hen nooit zal verlaten, maar voortdurend bij hen zal wonen en hen met Mijn weldadigheid zal volgen; zie hierboven Jer. 31:33, en vergelijk verder Rom. 8:30, 1 Petr. 1:5 en 1 Petr. 1:9, en 1 Joh. 2:19-20 en 1 Joh. 2:27, en 1 Joh. 3:9 en 1 Joh. 5:18.
Jeremia 32 vers 41— En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.
Mij over hen verblijden,
Vergelijk Deut. 30:9 .
Hertaald:Mij over hen verblijden,
Vergelijk Deut. 30:9.
getrouwelijk in dat land planten,
Hebreeuws, in, of met getrouwheid, of waarheid.
Hertaald:getrouwelijk in dat land planten,
Hebreeuws: in of met trouw, of waarheid.
Jeremia 32 vers 42— Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.
kwaad,
Te weten der straf; dat is, ellende, ongeluk, tegenspoed.
Hertaald:kwaad,
Namelijk: van de straf — dat is: ellende, ongeluk, tegenspoed.
spreke
Dat is, hun beloof, of beloofd heb.
Hertaald:spreke
Dat is: hun beloof, of beloofd heb.
Jeremia 32 vers 43— En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in der Chaldeen hand gegeven.
velden gekocht worden
Hebreeuws, een veld zal, enz.; dat is, velden, gelijk in vs.44.
Hertaald:velden gekocht worden
Hebreeuws: een veld zal, enzovoort — dat is: velden, zoals in vers 44.
zegt
Dat is, alsdan zult gij zeggen, als het zal verwoest zijn; alzo onder Jer. 33:10 .
Hertaald:zegt
Dat is: dan zult u zeggen, wanneer het verwoest zal zijn; zo ook hieronder Jer. 33:10.
gegeven
Gelijk boven vs.24.
Hertaald:gegeven
Zoals hierboven vers 24.
Jeremia 32 vers 44— Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.
zal men voor geld kopen,
Hebreeuws, zullen zij, enz. gelijk dikwijls.
Hertaald:zal men voor geld kopen,
Hebreeuws: zullen zij, enzovoort, zoals vaker.
onderschrijven,
Zie boven vs.10, 12.
Hertaald:onderschrijven,
Zie hierboven vers 10 en 12.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hanameël — God is genadig
Zoon van Sallum, een oom van Jeremia. Naar het woord des HEEREN kwam hij tot Jeremia in de gevangenis van het voorhof en liet hem, als naaste bloedverwant met lossingsrecht, zijn veld bij Anathoth kopen; deze koop was een profetisch teken dat er weer huizen, akkers en wijngaarden in het land gekocht zouden worden (Jer. 32:6-15).
Baruch — gezegend
Zoon van Nerija, zoon van Machseja; de schrijver (secretaris) van Jeremia. Hij schreef Jeremia's profetieën op een boekrol en las deze voor het volk in de tempel voor; toen koning Jojakim de rol in stukken sneed en verbrandde, schreef Baruch op Jeremia's dictaat een nieuwe rol. Hij bewaarde ook de koopbrief van het veld te Anathoth, en trok later, tegen zijn zin, met de overgebleven Joden mee naar Egypte (Jer. 32:12-16; 36; 43:1-7; 45).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De akker te Anathoth — de profeet koopt land terwijl de stad belegerd wordt (Jer. 32:1-15)
Jeremia zit gevangen in het voorhof van de bewaring, en Jeruzalem wordt belegerd. Dan komt zijn neef Hanameel met een aanbod: "Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht" (Jer. 32:8). Het lossingsrecht verplichtte de naaste bloedverwant om grond binnen de familie te houden (reeds behandeld bij Lev. 25:25). Jeremia koopt: "ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen" (Jer. 32:9). Alles gaat volgens de regels: een koopbrief, verzegeld, getuigen, en de brieven worden in een aarden vat gedaan om lang te blijven (Jer. 32:10-14). En er staat bij waarom: "Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden" (Jer. 32:15).
Bijbelse betekenis: Merk op wanneer deze koop plaatsvindt. Het leger van Babel ligt om de stad, de profeet zelf zit vast, en hij weet dat de stad zal vallen — hij heeft het zelf aangezegd. Juist dan koopt hij grond die hij niet zal kunnen gebruiken. Let vervolgens op de zorgvuldigheid. Er wordt niets symbolisch gedaan; er wordt gewogen, getekend, verzegeld en bewaard. Het geloof handelt hier in de vorm van een notariële akte. Let ten slotte op het aarden vat. De brieven worden bewaard voor een tijd die de koper zelf niet meemaakt. Dat is de kern van dit teken: geloof rekent met een toekomst waarin men zelf niet meer meedoet.
Typologie: De Hebreeënbrief noemt precies zulke daden geloof: mensen die stierven zonder de beloften verkregen te hebben, maar die ze van verre zagen en geloofden (Hebr. 11:13). En de Hebreeënbrief noemt het geloof "een bewijs der zaken, die men niet ziet" (reeds behandeld bij Hebr. 11:1).
Jer. 32:1-15; Lev. 25:25; Hebr. 11:13; Hebr. 11:1
Niets te wonderlijk — een woord uit het gebed van de profeet dat God hem teruggeeft (Jer. 32:17,27)
Na de koop bidt Jeremia, en hij begint bij de schepping: "Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk" (Jer. 32:17). In datzelfde gebed legt hij ook zijn onbegrip neer: de stad wordt overgegeven, en toch moest hij een veld kopen (Jer. 32:24-25). Het antwoord van God begint met dezelfde woorden, nu als vraag: "Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?" (Jer. 32:27).
Bijbelse betekenis: Merk op wat er tussen de twee verzen gebeurt. De profeet belijdt eerst dat niets voor God te wonderlijk is, en zegt daarna dat hij het niet begrijpt. Belijden en niet begrijpen sluiten elkaar dus niet uit. Let vervolgens op de vorm van Gods antwoord. Hij weerlegt niets, maar geeft de belijdenis terug als vraag; wat de bidder zelf gezegd heeft, wordt hem voorgehouden. Let ten slotte op waar dat op uitloopt. Wat volgt in Jer. 32:37-44 is de belofte van terugkeer en van nieuwe koopakten in ditzelfde land. Het wonderlijke waar het hier om gaat is niet een teken uit de hemel, maar dat een verwoest land weer bewoond wordt.
Typologie: De engel zegt tot Maria: "want geen ding zal bij God onmogelijk zijn" (Luk. 1:37). En de Heere Jezus zegt het over de zaligheid van een mens: bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk (reeds behandeld bij Matt. 19:26).
Jer. 32:17,27; Luk. 1:37; Matt. 19:26
Enerlei hart en enerlei weg — de tweede beschrijving van het eeuwige verbond, met de vreze in het hart (Jer. 32:38-40)
"Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn" (Jer. 32:38). Daarop volgt: "En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen" (Jer. 32:39). En dan de belofte die het geheel vastzet: "Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken" (Jer. 32:40).
Bijbelse betekenis: Merk op dat hier twee kanten worden dichtgezet. God keert Zich niet van hen af, én zij wijken niet van Hem af; en beide worden door Hem gedaan. In het vorige hoofdstuk werd de wet in het hart geschreven, hier wordt de vreze in het hart gegeven (reeds behandeld bij Jer. 31:33). Let vervolgens op de uitdrukking enerlei hart en enerlei weg. Het gaat om eensgezindheid onder mensen die uiteengedreven waren, en die eensgezindheid wordt gegeven en niet georganiseerd. Let ten slotte op het slot van Jer. 32:40. De reden waarom zij niet afwijken, ligt niet in hun volharding maar in wat God in hun hart legt. Dat is de vaste grond onder alle vermaningen die de Schrift verder geeft.
Typologie: Paulus zegt hetzelfde over de zekerheid van dat werk: "Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus" (Fil. 1:6). En de Heere Jezus zegt dat niemand Zijn schapen uit Zijn hand rukken zal (Joh. 10:28).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenambt
Een akker kopen in een belegerde stad — 32:1-27
Jeremia zit gevangen in het voorhof der bewaring, in het paleis van de koning van Juda. Buiten de muren staat het leger van Babel, de stad valt binnen enkele maanden. Op dat moment krijgt hij een opdracht die geen mens zou bedenken.
God laat Zijn profeet grond kopen in een land dat op het punt staat verloren te gaan — als onderpand dat het zal terugkomen.
De opdracht komt via een neef. Hanameël staat voor hem met een veld te Anathoth en het recht van lossing ligt bij Jeremia: koop u mijn veld, want gij hebt het recht der lossing.
Dat woord lossing komt uit Leviticus 25, waar de naaste bloedverwant de akker terugkoopt van iemand die verarmd is, zodat het erfdeel in de familie blijft. Het is een plicht die geld kost en waarvan men in oorlogstijd zou zeggen: nu niet.
Jeremia weegt het geld toe, zeventien zilverlingen, en laat de koopbrief tekenen en verzegelen in het bijzijn van getuigen. Die brief geeft hij aan Baruch, met de opdracht hem in een aarden vat te doen: opdat hij vele dagen bestaan zou.
En dan zegt God waarom: er zullen nog huizen en velden en wijngaarden in dit land gekocht worden. De kanttekening vat de bedoeling samen: hieruit blijkt wat God met deze vreemde transactie voorhad in de tijd van de belegering. Hij wilde Zijn volk verzekeren dat de gevangenschap van Babel een einde zou nemen, en dat zij weer in hun land zouden komen en dat bezitten.
De koopbrief in de kruik is dus geen belegging maar een onderpand. Zolang dat vat bestaat, staat vast dat er een land zal zijn om naar terug te keren.
Opvallend is dat Jeremia het zelf niet begrijpt. In zijn gebed daarna zegt hij het hardop: evenwel hebt Gij tot mij gezegd, koop u dat veld voor geld — daar de stad in der Chaldeeën hand gegeven is. Hij doet het wel, en vraagt daarna wat het betekent.
Het antwoord dat hij krijgt is een vraag: zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?
Het woord dat hier valt — lossen — is hetzelfde dat in Ruth de akker en de mens terugkoopt, en het is het woord waarmee de brieven de verlossing beschrijven. Paulus noemt de Geest een onderpand van onze erfenis, met dezelfde gedachte: iets wat nu al in handen is, omdat wat komt vaststaat.
Leviticus 25:25 — De naaste bloedverwant lost de akker van een verarmde.
Jeremia 32:8 — Koop u mijn veld, want gij hebt het recht der lossing.
Jeremia 32:14 — De koopbrief in een aarden vat, opdat hij vele dagen besta.
Jeremia 32:15 — Er zullen nog huizen en velden in dit land gekocht worden.
Ruth 4:9-10 — Boaz lost de akker én neemt de mens erbij.
Efeze 1:14 — De Geest als onderpand van onze erfenis.
In het Nieuwe Testament: Efeze 1:13-14; Ruth 4:1-10; Galaten 3:13; 2 Korinthe 1:22
Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan. De lijn loopt over het lossersrecht, dat in Leviticus en Ruth zijn betekenis krijgt en in de brieven de taal van de verlossing levert. En over het onderpand, dat vooruitwijst naar wat vaststaat.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jeremia 32:1-5.KruisverwijzingenJeremia 34:2→Jeremia 37:21→Nehemia 3:25→Jeremia 21:4→Jeremia 39:1→2 Koningen 25:1→Jeremia 33:1→Jeremia 38:6→ — Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar. (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is. Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen; En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien; En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.) U ziet dus dat Jeremia in de tijd waarover het hier gaat, gevangenzat. Zedekia, de koning van Juda, had hem zeer hard behandeld omdat hij het woord van de HEERE getrouw uitsprak. Hij was een waar knecht van de HEERE, en toch leed hij veel onder de hand van de koning. Een zeer opmerkelijke gebeurtenis uit die tijd wordt hier opgetekend.
Jeremia 32:6-7.KruisverwijzingenJeremia 1:1→Jeremia 11:21→Leviticus 25:25→Jozua 21:18→Ruth 4:3→Markus 14:13→Leviticus 25:34→1 Koningen 14:5→ — Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende: Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen. God gaf Zijn knecht vooraf te kennen wat er gebeuren zou, zodat hij wist hoe hij handelen moest. En zo kwam zijn neef te zijner tijd bij hem met het aanbod van dat stuk land in het gebied van Benjamin.
Het leek toch wel heel vreemd: bij een arme profeet in de gevangenis komen en hem vragen een stuk land te kopen. De Chaldeeën hadden het immers in bezit, en er leek geen enkele hoop te zijn dat hij het ooit zou zien. Iemand zei eens: “Ik heb een akker gekocht, en het is nodig, dat ik uitga, en hem bezie.” Maar dat kon Jeremia niet doen, want hij zat opgesloten en de vijand hield de akker bezet die hij kopen moest. Toch was de zaak van de HEERE, en daarom was zij goed. Menige handeling kan op zichzelf ongerijmd lijken en moet toch gedaan worden, omdat zij naar de wil van God is.
Jeremia 32:8.KruisverwijzingenJeremia 32:7→Jeremia 32:2→Jeremia 33:1→1 Samuël 9:16→1 Samuël 10:3→1 Koningen 22:25→Handelingen 10:17→Johannes 4:53→ — Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was. Moet een dienaar van het Woord zich met het kopen van land bezighouden? Ja, als God hem gebiedt het te kopen. Hij moet zich niet laten inwikkelen in de handelingen van dit leven — maar met dít veld kon Jeremia zich beslist niet inwikkelen.
Jeremia 32:9.KruisverwijzingenHosea 3:2→Jesaja 55:2→Zacharia 11:12→Genesis 23:15→1 Koningen 20:39→Genesis 37:28→Esther 3:9→ — Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen. Dit was in elk opzicht een zeer buitengewone handeling. Bedenk dat de Chaldeeën Jeruzalem al belegerden. Zij waren over het hele land uitgezwermd en brachten overal vuur en zwaard. Jeruzalem was zo nauw ingesloten dat geen inwoner de stad uit kon. En daar zit Jeremia, zelf een gevangene, en koopt land dat feitelijk niets waard was. Maar hij geloofde vast dat de Chaldeeën de Joden nog ongestoord in dat land zouden laten wonen. Daarom betaalde hij de koopsom voor de akker uit en zorgde hij voor een rechtsgeldige overdracht. Hij deed het net zoals u of ik zouden doen bij de aankoop van een stuk grond in ons eigen land. Dit is een opmerkelijk voorbeeld van de overwinning van het geloof over ongunstige omstandigheden, en ook van de gehoorzaamheid van de profeet aan het woord van de HEERE.
“en ik woog hem het geld toe”. Men betaalde altijd bij gewicht, om er zeker van te zijn dat het bedrag klopte.
Jeremia 32:10-11.KruisverwijzingenJeremia 32:44→Jeremia 32:12→Deuteronomium 32:34→Job 14:17→Jeremia 32:25→Jesaja 44:5→Lukas 2:27→Efeze 1:13→ — En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had. En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief; De handeling had geheel de juiste rechtsvorm. Wij mogen in zaken niet nalatig zijn omdat wij knechten van de HEERE zijn. In alle dingen behoren wij te handelen als mensen met voorzichtigheid en gezond verstand.
Jeremia 32:11-12.KruisverwijzingenJeremia 32:16→Jeremia 51:59→Lukas 2:27→Jeremia 36:4→Jeremia 36:26→1 Korinthe 11:16→Handelingen 26:3→Jeremia 36:16→ — En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief; En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten. Jeremia deed dit alles in het openbaar. Wat zij misschien voor een ongerijmde daad hielden, deed hij niet in het geheim, maar voor de ogen van allen. Waar geloof in God houdt zich niet op met handelingen in een donker hoekje. Het geloof kan zijn zaken doen in het licht van de zon. Het gelooft God onder alle omstandigheden, en het gelooft dat het gehoorzamen van Zijn Woord het ware gezonde verstand is. Daarom schaamt het zich niet voor wat het doet, en het zal daartoe ook nooit reden hebben, in alle eeuwigheid niet. Er is een levende God. En doen wij wat Hij ons gebiedt, dan móét daar goeds uit voortkomen. Geen kwaad zal de mens overkomen die vol vertrouwen op de Allerhoogste rust.
Jeremia 32:12-14.KruisverwijzingenJeremia 32:16→Jeremia 51:59→Jeremia 36:4→Jeremia 36:26→Jeremia 36:16→Jeremia 43:3→2 Korinthe 8:21→Jeremia 45:1→ — En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten. En ik beval Baruch voor hun ogen, zeggende: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan. Men had in die dagen geen ijzeren brandkasten. Daarom was het de gewoonte de documenten in aarden vaten te doen en die diep in de grond te begraven, waar men ze veilig achtte.
Jeremia 32:15.KruisverwijzingenJeremia 30:18→Amos 9:14→Jeremia 32:43→Jeremia 31:24→Jeremia 33:12→Zacharia 3:10→Jeremia 31:12→Jeremia 31:5→ — Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden. Juist daarom, als een daad van geloof in God, kocht de profeet dit weiland.
Jeremia 32:16.KruisverwijzingenFilippenzen 4:6→Jeremia 12:1→Genesis 32:9→2 Samuël 7:18→Ezechiël 36:35→ — Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende: Het geloof kan niet leven zonder gebed. Heeft het zijn heldhaftigste daden verricht, dan keert het zich tot God en vraagt ootmoedig om nieuwe kracht. Want, mijn broeders, de beste mensen zijn op hun best niet meer dan mensen, en wie het meeste geloof hebben, hebben er nooit iets van over.
Jeremia rondt de zaak af, brengt de bewijsstukken in veilige bewaring, en dan bidt hij. Het is altijd goed om vrij van zorgen te zijn voordat u gaat bidden. Laat er zo mogelijk niets meer te doen overblijven; zoek dan de eenzaamheid op en laat uw hart vrij zijn om met God te spreken. Ik denk niet dat Jeremia minder of slechter bad omdat hij deze zakelijke handeling had afgewikkeld. Wie dicht bij God leeft, moet met een blij hart van zijn kantoor naar zijn binnenkamer kunnen gaan.
Jeremia 32:17.KruisverwijzingenJeremia 27:5→Genesis 18:14→2 Koningen 19:15→Jeremia 32:27→Lukas 1:37→Jeremia 10:11→Lukas 18:27→Job 42:2→ — Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk. Jeremia zegt: “bad ik tot den HEERE, zeggende: Ach, Heere HEERE!” Op het eerste gezicht leek het of de profeet een droeve klacht ging uiten, of enige twijfel over de aankoop van het land. Maar zo was het niet. Nadat die uitroep hem ontsnapt was, kwam zijn geloof hem te hulp, en hij ging verder.
Is dat geen grootse zin? “geen ding is U te wonderlijk”. Die de hemel en de aarde maken kon, kan alles. Lees in het boek Genesis het verhaal van de schepping, en zie hoe “Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er”. Oordeel dan zelf wat er ooit een moeilijkheid voor de Almachtige kan zijn. U moet toch wel tot Hem zeggen, zoals Jeremia deed: geen ding is U te wonderlijk.
Bent u in nood, denk dan veel aan God en spreek veel over Hem. Dát is ware aanbidding. Het zal uw eigen geest grote steun geven. Uw eigen kleinheid raakt vergeten in de grootheid van uw God.
Jeremia 32:18.KruisverwijzingenJeremia 10:16→Exodus 34:7→Deuteronomium 5:9→Psalmen 50:1→1 Koningen 16:1→Jeremia 31:35→Mattheüs 23:32→Jesaja 9:6→ — Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen! Zie hoe deze godvruchtige mannen zich in hun tijd van nood verlustigden in de grote namen en heerlijke eigenschappen van God. Er zijn tegenwoordig veel week gemaakte, modieuze godsdienstigen, in weelde gehuld, die maar een klein godje hebben; zij lijken “Gij grote, Gij geweldige God” nooit gekend te hebben. Maar Jeremia, met de lucht van de gevangenis nog om zich heen, spreekt groots: “Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!”
Jeremia 32:20-21.KruisverwijzingenNehemia 9:10→Exodus 6:6→Exodus 9:16→Deuteronomium 26:8→2 Samuël 7:23→Jesaja 63:12→Psalmen 135:9→Daniël 9:15→ — Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israel, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage! En hebt Uw volk Israel uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking. Die oude Joden keken in hun tijd van nood altijd dankbaar terug op de wonderen die de HEERE in Egypte gewrocht had. Die grote daad van God, toen Hij de macht van Farao versloeg, stond de Hebreeën altijd voor ogen. In elk tijdperk van verdrukking verkwikte het volk zich met die herinnering. Welnu, lieve vrienden, als zij het lied van Mozes zongen, zullen wij dan niet het lied van het Lam zingen? Zullen wij niet in gedachten terugkeren naar de heerlijke overwinningen van onze Verlosser? Zullen wij niet telkens opnieuw vertellen wat Christus voor ons aan het kruis gedaan heeft, tot bemoediging van ons geloof? Zo dachten ook de Joden telkens weer aan hun wonderlijke verlossing uit Egypte, om hun vertrouwen te sterken.
Jeremia 32:24.KruisverwijzingenJeremia 33:4→Jozua 23:15→Deuteronomium 4:26→Jeremia 32:36→Ezechiël 14:21→Jeremia 21:4→Zacharia 1:6→Ezechiël 21:22→ — Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het. De wallen die rondom Jeruzalem waren opgeworpen, sloten de stad volledig in. De Chaldeeën waren druk bezig de muren af te breken om de stad in te nemen, terwijl het volk stierf van honger en ziekte. De kanttekening leest hier “de werktuigen om te schieten”, en uit het volgende hoofdstuk blijkt dat die krachtig genoeg waren om de huizen in Jeruzalem omver te werpen.
Jeremia 32:25.KruisverwijzingenJeremia 32:24→Romeinen 11:33→Psalmen 97:2→Psalmen 77:19→Johannes 13:7→ — Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeen hand gegeven is. Jeremia had met een geloof zonder vragen gedaan wat God hem geboden had. Toch ging hij er later over nadenken, denk ik, toen hij alleen in zijn cel zat. En al had hij misschien geen werkelijke twijfels, hij zal wel enige zorg gehad hebben over de afloop van de hele zaak. Hij kon het niet helemaal begrijpen, en daarom legde hij het wijselijk aan de HEERE voor. Sommigen van u die God werkelijk vertrouwd hebben, zijn misschien juist nu met de een of andere zorg in verlegenheid. Zeg het dan alles voor de HEERE uit. Ga onmiddellijk Zijn tegenwoordigheid binnen en spreid de zaak voor Hem uit, zoals Jeremia deed.
Let erop: het is nauwelijks een gebed dat Jeremia uitspreekt. Het is enkel een verslag van zijn toestand, en toch is dat een waar gebed. Weet u niet wat u God vragen moet, leg Hem dan uw moeite voor; dat is het allerbeste wat u doen kunt. Ziet u geen uitweg uit het doolhof, het geeft niet; het is aan God om u de draad te wijzen. Er ligt vaak veel geheiligd gezond verstand in het voorleggen van de moeilijkheid aan de HEERE: de brief voor Hem uitspreiden en hem daar laten liggen. Kunt u niet om verlossing op deze of die wijze vragen, dan is het genoeg de zaak eenvoudig te schetsen, zoals Jeremia deed.
Jeremia 32:27.KruisverwijzingenJeremia 32:17→Mattheüs 19:26→Numeri 16:22→Jesaja 64:8→Psalmen 65:2→Numeri 27:16→Lukas 3:6→Johannes 17:2→ — Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn? “zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?” Die vraag zullen wij straks proberen te beantwoorden. Het is een grootse vraag, een vraag waarop geen tegenwerping past.
Jeremia 32:30-31.Kruisverwijzingen2 Koningen 23:27→Jeremia 7:22→Jesaja 63:10→Jeremia 2:7→Jeremia 25:7→Deuteronomium 9:7→Jeremia 3:25→Jeremia 22:21→ — Want de kinderen Israels en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israels hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE. Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed; Jeruzalem was zo’n zondige stad dat zij verwoest moest worden. Zelfs de daken van de huizen waren verontreinigd door de offers die aan de afgoden gebracht werden. Als deze woorden waar waren van Jeruzalem, dan zijn zij zeker in grote mate ook waar van Londen. Het is een tergen van Gods toorn geweest “van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe”.
Hier waren mensen die niets anders gedaan hadden dan kwaad. God was zeer goed voor hen geweest, maar zij waren zeer slecht voor Hem. Van hun jeugd af, en zonder onderbreking, waren zij blijven opstaan tegen Hem. Jeruzalem, dat een heilige stad had moeten zijn, was zo onrein geweest dat zij God getergd had vanaf de dag dat zij gebouwd werd.
Jeremia 32:32.KruisverwijzingenJesaja 1:4→Daniël 9:8→Jeremia 2:26→Jesaja 1:23→Ezra 9:7→Micha 3:1→Daniël 9:6→Sefanja 3:1→ — Om al de boosheid der kinderen Israels en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem; Zij leken vastbesloten, van de hoogste tot de laagste, de HEERE te tergen en te tonen hoe weinig zij zich van de Allerhoogste aantrokken. Zij lijken allen op elkaar geweest te zijn. Op nauwelijks een uitzondering na waren zij, van de hoogste stand tot de laagste, altijd ongehoorzaam aan God.
Jeremia 32:33.KruisverwijzingenEzechiël 8:16→Jeremia 2:27→Jeremia 7:13→Jeremia 7:24→2 Kronieken 36:15→Johannes 8:2→Jeremia 26:5→Jeremia 35:15→ — Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen; Als mensen die een koning in zijn eigen hof willen beledigen. Het maakt een misdrijf tegen God des te zwaarder wanneer Hij ons onderwezen heeft en wij toch niet gehoord hebben “om tucht aan te nemen”. Dit is een verschrikkelijke aanklacht. Mensen weigeren zich te laten leren. Zij keren de Koning der koningen de rug toe en willen niets met Hem te maken hebben. Dan is de tijd van de wraak zeker gekomen.
Jeremia 32:34-35.KruisverwijzingenJeremia 7:31→Jeremia 7:30→Leviticus 18:21→2 Kronieken 33:6→Jeremia 23:11→2 Koningen 21:4→2 Kronieken 28:2→Leviticus 20:2→ — Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen. En zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen. Had God hun geboden hun kinderen te offeren, dan zouden zij ontzet gestaan hebben over zo’n wreedheid. Maar zij offerden ze gewillig aan de Molech, dwars tegen Zijn wil in. Er was niets zo verschrikkelijk slecht of zij deden het; er was niets zo onnatuurlijk en zo weerzinwekkend of zij moesten het beoefenen.
Jeremia 32:36-37.KruisverwijzingenJeremia 23:3→Jeremia 23:6→Jeremia 32:24→Jeremia 32:3→Hosea 1:11→Jeremia 33:16→Ezechiël 11:17→Jeremia 23:8→ — En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie; Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen. God is toornig, en toch genadig. De rest van dit hoofdstuk is vol tederheid en liefde. Het is genoeg om onze ogen te doen volschieten wanneer wij zien hoe God spreekt over hen die tegen Hem opgestaan waren.
Jeremia 32:38.KruisverwijzingenJeremia 24:7→Ezechiël 39:28→Jeremia 31:33→Jeremia 31:1→Zacharia 13:9→Ezechiël 11:19→Deuteronomium 26:17→Ezechiël 36:28→ — Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn. Is dit geen wonderlijk gedeelte? Na al deze zonde en na al dit tergen verwachten wij donder en bliksem van het goddelijke oordeel. En zie, er is niets dan de zoete stem van een ontfermende liefde: “Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.” Och, de wonderen van de goddelijke genade! Zie wat het genadeverbond voor schuldige mensen doet. Dit is werkelijk een verbond van genade: het handelt niet met mensen naar hun zonden, maar naar de onuitputtelijke milddadigheid van de eeuwige liefde.
Jeremia 32:39-40.KruisverwijzingenEzechiël 11:19→Johannes 17:21→Jesaja 55:3→Deuteronomium 11:18→Ezechiël 37:25→2 Kronieken 30:12→Handelingen 4:32→1 Petrus 1:5→ — En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen. En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken. Hier ligt een belofte van een dubbele zaligheid. De HEERE zal Zich niet van Zijn volk afkeren, en Zijn volk zal zich niet van Hem afkeren. Wat kon God meer doen dan Hij hier belooft? Het lijkt wel een krachtmeting tussen de zonde en de genade. De zonde was als een berg; maar de liefde van de HEERE was als de vloed, die steeg totdat zelfs de bergen bedekt waren.
“En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken” — met hén, met juist deze mensen die Hem getergd hadden, die de Molech gediend hadden, die zich voor afgoden gebogen hadden, die de HEERE te schande gemaakt en vertoornd hadden.
Jeremia 32:41.KruisverwijzingenJeremia 24:6→Hosea 2:19→Deuteronomium 30:9→Sefanja 3:17→Jesaja 62:5→Amos 9:15→Jeremia 31:28→Jesaja 65:19→ — En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel. Een God van ganser harte, Die zegent wie Hij met een oog van genade aanziet. Het is een wonderlijk ding. Had Hij Zijn hele hart erop gezet hen te verdelgen, dan zou dat natuurlijk geleken hebben. Maar God gaat elke gedachte van ons ver te boven. En zo zien wij, te midden van een buitengewone en bijna onmetelijke schuld, een even buitengewone liefde en een genade die helemaal niet te meten is.
Zie hoe God Zijn hele hart in het werk legt wanneer Hij Zijn volk zegent. Vergeeft Hij de zonde, dan doet Hij dat met heel Zijn hart en heel Zijn ziel. Mochten wij met heel ons hart en heel onze ziel berouw hebben over onze zonde, en dan met heel ons hart en heel onze ziel de HEERE dienen! Amen.
Jeremia 32:42.KruisverwijzingenJeremia 31:28→Zacharia 8:14→Jozua 23:14→Jeremia 33:10→Mattheüs 24:35→ — Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke. Och, dat wij genade kregen om dit eeuwig verbond aan te grijpen, “de gewisse weldadigheden van David”, en daardoor behouden te worden!
III. Vs. 1-44.KruisverwijzingenJeremia 34:2→Jeremia 37:21→Jeremia 32:44→Nehemia 3:25→Jeremia 21:4→Jeremia 32:7→Jeremia 39:1→2 Koningen 25:1→ — Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar. (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is. Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen; En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien; En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.) Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende: Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen. Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was. Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen. En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had. Sedert de voorzegging der beide vorige hoofdstukken is reeds een vol jaar verlopen. Nu ontvangt de Profeet in de bewaarplaats, waarin hij wordt gevangen gehouden (vs. 1-5), ene openbaring des Heeren, dat zijn neef Hanameël hem enen akker te Anathoth te koop zal aanbieden. Als nu zijn neef werkelijk met dat doel tot hem komt, erkent hij aanstonds als den wil des Heeren, dat hij de aanbieding aanneme. Hij koopt den akker onder alle vereiste vormen en onder het oog van getuigen (vs. 6-15). Vervolgens wendt hij zich in den gebede tot God, en bidt Hem om te kennen is geven waarom Hij hem zulk een koop had laten sluiten, daar toch de stad, door de Chaldeën belegerd, spoedig den vijanden in handen zou vallen, en Juda in de reeds sedert lang aangekondigde ballingschap zou ten (vs. 16-25). Daarop ontvangt hij ten antwoord, dat Hij, de Heere, de stad wel om der wille van oude en nieuwe zonden zal overgeven, maar dat Hij ook het voornemen had ter zijner tijd de gevangenis te wenden, het volk weer naar Zijn land terug te voeren, en het daarin geestelijk en lichamelijk te zegenen, alzo zou kopen en verkopen weer op nieuw plaats hebben (vs. 26-44). Deze is dan de verklaring, welke Jeremia uit dit antwoord moest opmaken: tot een zeker onderpand of tot ene voorzegging met der daad was de koop van den akker geschied.
KruisverwijzingenJeremia 39:1→2 Koningen 25:1→Jeremia 25:1→Jeremia 52:4→2 Kronieken 36:11→— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar.
Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE in het tiende daar van Zedekia, koning van Juda, dus nog in het jaar 589 v. C. of uiterst in het begin des jaars 588; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadnezer, wiens regering sedert 606 vóór Christus gerekend wordt (Hoofdst. 25:1).
KruisverwijzingenJeremia 37:21→Nehemia 3:25→Jeremia 33:1→Jeremia 38:6→Jeremia 32:8→Mattheüs 5:12→Jeremia 36:5→Jeremia 32:3→— (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.
(Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem(2 (Kon. 25:1 vv.), en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is)1) (2 Kron. 16:10).
Hier verhaalt de Profeet, dat ofschoon hij in de gevangenis was opgesloten, het woord Gods niet gebonden was, en dat hij in die ellende niet minder ontbonden en vrij was, dan indien hij door de gehele stad had gezworven en alle wegen en kruiswegen had bezocht. En zo zien wij dat de loop der Goddelijke onderwijzing niet kon verhinderd worden, hoe ook de wereld tegen alle dienaren mocht woeden en hen verstrikken om hen te verderven. Vervolgens zien wij hier de onverbreekbare standvastigheid van den Profeet, dat hij niet door vrees is vervoerd, ofschoon hij gevangen zat en niet buiten doodsgevaar verkeerde, deel wij zien dat hij ook moedig in zijn plicht heeft volhard.
KruisverwijzingenJeremia 34:2→Jeremia 21:4→Jeremia 26:8→Jeremia 32:28→Jeremia 38:4→Jeremia 27:8→Jeremia 38:8→2 Koningen 6:31→— Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen;
Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende, dit als reden zijner opsluiting aangevende: Waarom profeteert gij, zeggendetot het volk, dat door zulke woorden geheel ontmoedigd wordt: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen (Hoofdst. 21:4 vv. 34:1-3);
KruisverwijzingenJeremia 38:18→Jeremia 38:23→Jeremia 39:4→2 Koningen 25:4→Jeremia 37:17→Ezechiël 21:25→Ezechiël 12:12→Jeremia 52:8→— En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien;
En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeën niet ontkomen; maar hij zal zeker gegeven worden in de hand des konings van Babel; hij zal geroepen worden tot verantwoording wegens het verbreken van zijnen eed (Ezech. 17:12 vv.), en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijne ogen zullen deszelfs ogen zien (2 Kon. 25:6 vv.).
KruisverwijzingenEzechiël 17:15→Jeremia 39:7→Ezechiël 17:9→Jeremia 33:5→Jeremia 27:22→Ezechiël 12:13→Spreuken 21:30→2 Kronieken 24:20→— En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)
En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem met den natuurlijken dood (Num. 16:29)bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeën strijdt, gij zult toch geen geluk hebben, gij zult het over uw besloten gericht niet afwenden. In het negende jaar van Zedekia was de belegering van Jeruzalem door de Chaldeën begonnen (Hoofdst. 39:1 vv.). doch was vervolgens wegens het naderen van een Egyptisch leger voor een korten tijd opgeheven (Hoofdst. 37:5, 11). Nadat dit was terugslagen was zij op nieuw begonnen (vs. 24). Jeremia, die van den beginne elken tegenstand voor vergeefs had verklaard, en daarom onderwerping had aangeraden (Hoofdst. 21:4 vv.), was in de gevangenis gebracht, als verdacht van de bedoeling om tot de Chaldeën over te gaan (Hoofdst. 37:13-16). Na een langen tijd was hij van daar op Zedekia’s bevel in den voorhof der bewaring in ‘t koninklijk paleis gebracht, waar hij waarschijnlijk ene der aan het hof grenzende ruimten bewoonde, en daar tot aan de verovering der stad in bewaring bleef (Hoofdst. 37:17-21), dewijl hij uit de groeve, waarin men hem eenmaal had geworpen, weer te voorschijn werd gehaald (Hoofdst. 38:1-13). In deze bewaarplaats kon hij ten minste met de mensen, die in het wachthuis uit en in gingen vrij verkeren, en wie hem wilde spreken werd tot hem toegelaten (vgl. Hand. 28:16-31). Zedekia wilde alleen verhinderen, dat hij niet openlijk tot het volk sprak, om door zijne ongeluksvoorzeggingen niet in verdere kringen moedeloosheid te verbreiden, of wel door aansporing tot overlopen (Hoofdst. 21:9) pogingen ter verdediging te verlammen (Hoofdst 38:4).
— Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:
Jeremia dan zei, als hij de volgens vs. 1 hem geschonkene openbaring en de symbolische handeling, die dien ten gevolge plaats had, verkondigde: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:
KruisverwijzingenJeremia 1:1→Jeremia 11:21→Leviticus 25:25→Jozua 21:18→Ruth 4:3→Markus 14:13→Leviticus 25:34→1 Koningen 14:5→— Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen.
Zie Hanameël (= door God gegeven), de zoon van Sallum(= vergelding), uwen oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing (Lev. 25:49), om te kopen, ik ben tot dien verkoop in dezen zwaren tijd verplicht. (Hoofdst. 52:6). Den Levieten was bij elk van hun steden een gedeelte grond toegewezen (Num. 35:3 en 4). Het woord Behanathoth, dat is letterlijk “in Hanothoth” wordt vertaald “bij Anathoth. ” dat is in het gebied tot die stad behorende, waar Abjathar een landgoed had gehad (1 Kon. 2:26), en waar Jeremia zelf gewoond had (Hoofdst 1:1). Doch de vraag is hier, hoe zulke landerijen konden verkocht worden, daar dit uitdrukkelijk verboden schijnt in Lev. 25:34. Sommigen willen, dat de mening dier wet geweest is, dat ze aan niemand mochten verkocht worden buiten het priesterlijk geslacht. Anderen menen, dat de wetgever alleen wil zeggen, dat die landerijen niet mochten veranderd worden van gebruik, te weten, dat men daarop gene huizen mocht bouwen, en ze zo trekken aan de Levietische steden. Nog anderen merken op, dat de Levieten ook landerijen kunnen gehad hebben, op hen verstorven van moeders of grootmoeders zijde bij gebrek van mannelijk nakroost in dat geslacht, en dat dit veld van dien aard kan geweest zijn (vgl. Hand. 4:36, 37). Naar de Mozaïsche wet moesten de erfgoederen in het geslacht blijven. Moest iemand zijn erfgoed verkopen, zo had de naaste bloedverwant de voorkeur voor den verkoop, opdat het goed niet in vreemde handen overging (Lev. 25:25). Hij kocht evenwel slechts de vruchten des akkers, want het erfgoed zelf kwam op bepaalden tijd weer in het bezit van den oorspronkelijken eigenaar of van zijne kinderen (Lev. 25:13). In de aankondiging Gods van het aanbod, dat de zoon zijns ooms aan Jeremia zou doen, lag stilzwijgend reeds een wenk, dat hij het niet moest afslaan (vgl. vs. 8 einde).
KruisverwijzingenJeremia 32:7→Jeremia 32:2→Jeremia 33:1→1 Samuël 9:16→1 Samuël 10:3→1 Koningen 22:25→Handelingen 10:17→Johannes 4:53→— Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was.
Alzo kwam Hanameël, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord tot mij, in het voorhof der bewaring, en zei tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen hij zo geheel dezelfde woorden sprak, als mij den vorigen nacht waren bekend gemaakt, merkte ik, dat het des HEEREN woord was, wat hij van mij verlangde.
KruisverwijzingenHosea 3:2→Jesaja 55:2→Zacharia 11:12→Genesis 23:15→1 Koningen 20:39→Genesis 37:28→Esther 3:9→— Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen.
Dies kocht ik van Hanameël, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen
(Exod. 30:13).
Ene geringe som gelds, want een sikkel had ongeveer de waarde van zestig cents, en zeventien sikkelen golden omstreeks f. 10. Men heeft deze koopsom te gering geacht zonder te bedenken, dat misschien de akker klein was, dat het land toen waarschijnlijk weinig waarde had, en het gehele gewicht der zaak slechts gelegen was in de zinnebeeldige betekenis. Anderen rekenen het tussen de 20 en 30 gulden. Dit was wel ene geringe som, maar de tijden waren allerzorglijkst; de vijand was in het land en voor Jeruzalem, zodat alles scheen weg te wezen. Maar wat bewoog Hanameël om Jeremia dit veld te koop aan te bieden? Het kan zijn dat hij Jeremia heeft willen bespotten en op den toets zetten, omdat deze voorspeld had, dat Jeruzalem door de Chaldeën zou ingenomen, maar naderhand wederom herbouwd worden, en daarom heeft willen zeggen: Koop gij dat land, Jeremia! Volgens uwe voorzegging zult gij met uwe nazaten er merkelijk voordeel mede kunnen doen. Doch misschien ook heeft Hanameël zijn land uit nood en uit gebrek verkocht. Hiermee heeft de Heere door een uitwendig teken willen verzekeren dat eenmaal aan alle ellende een einde zou komen. Op dat ogenblik was al dat land in de macht der vijanden, en op zichzelve, naar de maatstaf der wereld, was het belachelijk om iets te kopen wat niet meer in het bezit van den verkoper was. Maar de Heere verzekert daarmee, dat alhoewel Juda nu naar Babel zou worden gevoerd, het recht op het land zou blijven en zij eenmaal weer als wettige bezitters in hun recht zouden hersteld worden. Men heeft die som klein genoemd en dit was zij ook, maar men vergete twee dingen niet. Vooreerst dat het stuk gronds op dat ogenblik in de macht der vijanden was, en ten tweeden, en dit was de voornaamste reden, het stuk gronds werd niet verkocht, maar het vruchtgebruik er van. Als het jubeljaar kwam, en wie weet hoe weinig tijds men van dat jaar verwijderd was, kwam het stuk gronds weer in het bezit van den vorigen eigenaar.
KruisverwijzingenJeremia 32:44→Jeremia 32:12→Deuteronomium 32:34→Job 14:17→Jeremia 32:25→Jesaja 44:5→Efeze 1:13→Hooglied 8:6→— En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.
En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, die het koopverdrag mede moesten ondertekenen (vs. 12), als ik het geld op de weegschaal gewogen had.
KruisverwijzingenLukas 2:27→1 Korinthe 11:16→Handelingen 26:3→— En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;
En ik nam den koopbrief, die verzegeld was, naar het gebod en de inzettingen, en den openen brief, een afschrift van het stuk zelf. Het is het waarschijnlijkst, dat van den verkoop van landerijen onder de Joden zijn gemaakt twee geschriften, het ene verzegeld om bewaard te worden door den koper en het andere open, om aan de rechters vertoond en door hen bekrachtigd te worden, welk gebruik Jeremia volgde. In de gissingen van anderen, waarom twee geschriften gemaakt zijn, is niet de minste zekerheid. Men kan niet anders zien, of de profeet heeft dit stuk lands gekocht en ontvangen met dezelfde plechtigheden en omstandigheden, waarmee men in tijden van vrede, als alles geregeld toeging, gewoon was de landerijen te kopen en te verkopen.
KruisverwijzingenJeremia 32:16→Jeremia 51:59→Jeremia 36:4→Jeremia 36:26→Jeremia 36:16→Jeremia 43:3→2 Korinthe 8:21→Jeremia 45:1→— En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.
En ik gaf den koopbrief aan Baruch, (= gezegend) den zoon van Nerija (= lamp van Jehova), den zoon van Machseja, (= werk van Jehova), die mij ook de koopsom bezorgd had, voor de ogen van Hanameël, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen, die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten. 1)
In dit eerste voorhof van het paleis was de woonplaats van vele personen aan den dienst van het koninklijke huis verbonden.
— En ik beval Baruch voor hun ogen, zeggende:
En ik beval Baruch voor hunnen ogen, zeggende:
— Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan.
Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen openen brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij goed bewaard worden, en vele dagen mogen bestaan, daar voor ‘t ogenblik geen gebruik daarvan is te maken.
KruisverwijzingenJeremia 30:18→Amos 9:14→Jeremia 32:43→Jeremia 31:24→Jeremia 33:12→Zacharia 3:10→Jeremia 31:12→Jeremia 31:5→— Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.
Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden, dan zal ik in het bezit treden van dien verkochten akker of ten minste mijne nakomelingen (vs. 43 vv.). Voor de eerste maal wordt hier melding gemaakt van Baruch, den schrijver van den Profeet (Hoofdst. 36:4, 32; 45:1), daarom is zijne afkomst nauwkeurig opgegeven. De naam betekent hetzelfde als Benedictus, de gezegende. Daar nu die Seraja, die een hoveling van den koning Zedekia was, en dezen op zijne reis naar Babel omtrent het jaar 594 vergezelde (Hoofdst. 51:58) te onderscheiden van een anderen van dien naam, (Hoofdst. 36:26), als een zoon van Machseja wordt aangewezen, en dus Baruch diens broeder was, zo behoorde hij tot een voornaam geslacht, hetgeen Jozefus bevestigt, die hem tevens schildert als iemand bekend met de taal van het land en daarin zeer kundig (Ant. X 9, 1). Van welken tijd af hij leerling en vriend van Jeremia is geworden kan niet nader worden bepaald, doch wij vinden hem reeds in het jaar 606 v. C. (in het 4e jaar van Jojakim) in diens gezelschap (Hoofdst. 36:1 vv.), door diep harteleed over de zonde van zijn volk en de oordelen, waarmee het bedreigd is, vervuld (Hoofdst. 45:1 vv.). Nu bleef hij ook bij hem tot aan de inneming en verwoesting van Jeruzalem in het jaar 588; ja, hij deelde daar hetzelfde lot met hem, dewijl ook hem werd toegestaan in het land te blijven. Toen daarop na het vermoorden van Gedalja de achtergeblevenen in het land voornemens waren zich aan de gevreesde wraak van Nebukadnezar door ene vlucht naar Egypte te onttrekken, doch Jeremia zich in den naam des Heeren tegen zulk een plan verzette, werd Baruch beschuldigd, dat hij den profeet daartoe had opgezet (Hoofdst. 43:1 vv.). Men ging evenwel tot de verhuizing over. Wij vinden later den profeet bij de vertrokkenen in Tachpanhes (Hoofdst. 43:8 vv.), en ook Baruch was mede daarheen gesleept (Hoofdst. 43:6). Verder wordt hij in de geschiedenis niet meer gevonden, en het zijn niets dan onzekere sagen, op welke wij verder zijn gewezen; sommigen laten hem in Egypte sterven, anderen van daar naar Babylonië trekken en daar twaalf jaren na den val van Jeruzalem (576 v. C.) zijn leven besluiten. Gelijk bekend is bezitten wij onder de Apocrieve boeken het boek van Baruch, dat van Hoofdst. 1:1-5 :9 werkelijk bevat wat de titel zegt, daarentegen in Hoofdst. 5:10-6 :72 enen brief van Jeremia aan de gevangenen te Babel in afschrift mededeelt. Wat dat eerste deel, het boek van Baruch, aangaat, zo bevindt zich, volgens de zeer ingewikkelde, door tegenspraak tegen de werkelijke geschiedenis overstaande inleiding, Baruch in het vijfde jaar na de verbranding van den tempel te Babel, en leest zijn boek den gevangen koning Jojachin en den overigen ballingen voor. Daarop verootmoedigde men zich voor God, verzamelde ene collecte, en zond die met de door Zedekia vervaardigde, bij de plundering der stad mede naar Babel gevoerde vaten des tempels tot den hogepriester en het volk te Jeruzalem. Men voegde daarbij de opwekking het geld voor den offerdienst te besteden, voor het leven van Nebukadnezar en zijnen zoon Belsazar te bidden, en God om afwending van Zijnen toorn te smeken (Hoofdst. 1:1-13). Tevens wordt daarbij gevoegd het boek van Baruch met de aanwijzing om het op feestdagen in den tempel voor te lezen, en daarbij ene schuldbekentenis en gebed om Gods genade tot redding uit de verstrooiing en de ballingschap uit te spreken, hetwelk dan ook volgt (Hoofdst. 1:14-3 :8). Zo als ‘t schijnt heeft hij, die het boek (waarschijnlijk in ‘t Hebreeuws, waaruit het in ‘t Grieks is overgezet) geschreven heeft, Baruch met zijn broeder Serejah verward, en dat boek, hetwelk Jeremia aan dezen, toen hij koning Zedekia op zijne reis naar Babel vergezelde, voor de gevangenen meegaf (Jer. 51:59 vv.), willen vergoeden (daarop doelt ook in Hoofdst. 1:8 de uitdrukking: “de zilveren vaten, die Zedekia, de zoon van Josia, de koning van Juda gemaakt had” dit is zeker ene verkeerde opvatting van het Hebr. woord “sjiwa, ” dat wel “maken” betekent, maar in den grondtekst in den zin voorkomt van “inlossen” of “terug kopen, ” en de bedoeling om de vaten des tempels terug te kopen kan Zedekia zeer goed met dat gezantschap hebben gehad). Men heeft verder den wens van den profeet ten opzichte van de vaten des tempels (Jer. 18:6) genomen als ene bekrachtiging der profetie van Hanaja, maar ten laatst zich weer in een geheel anderen tijd verplaatst, namelijk in dien, welke tot het gebed in Dan. 9 behoort. In de volgende afdeling, die van Hoofdst. 3:9-4 :9 loopt, wordt zonder overgang Israël aangesproken, en de oorzaak van zijn ongeluk gesteld in het verlaten der Goddelijke wijsheid, die in de wet als het ware belichaamd verschenen is; daarentegen in de bekering tot deze het enige heil voorgesteld. Toch moge het overblijfsel getroost zijn, want Israël is niet tot geheel verderf den Heidenen overgegeven. De daarop volgende afdeling van Hoofdst. 4:9-29 geeft in onmiddellijke aansluiting aan de vorige ene klacht, aan het gepersonificeerde Jeruzalem in den mond gelegd, waarin zij boven de overige steden van Juda hare verlatenheid en den roof harer kinderen betreurt, doch zelf deze ook weer vertroost, en ze beveelt God om hulp aan te roepen, zo zouden zij gered en haar weer geschonken worden. Nu wendt zich in Hoofdst. 4:30-5 :9 de rede omgekeerd tot Jeruzalem. Terwijl haren vijanden onheil en verderf wordt verkondigd, verschijnt zij zelf in den stand der haar beloofde heerlijkheid, waarbij de schildering duidelijk zinspeelt op plaatsen der Profeten als Jes. 60:3; 43:5 v. 61:10; 59:19; 40:4. Wat het tweede deel, den brief van Jeremia, aangaat, daaromtrent mogen wij alleen herinneren wat bij Jer. 10:1-16 is opgemerkt. Daar gaf de profeet zijn volk voor het oponthoud onder de Heidenen een woord Gods mede, dat dit aan zijne roeping moest herinneren en het van de dwaasheid van den afgodendienst moest overtuigen, en dat wordt nu in een bijzonderen brief aan de ballingen in navolging van den brief in Jer. 29 verder uiteengezet. De vereniging van dezen brief van Jeremia met het boek Baruch wordt reeds in de Vulgata gevonden. Luther houdt het gehele boek voor gering in waarde, en had het bijna met het 3e en 4e boek Ezra laten varen, gelijk hij zegt; toch heeft hij het nog laten “medegaan onder den hoop, omdat het zo hard tegen de afgoderij schrijft en de wet van Mozes voorhoudt. ” .
KruisverwijzingenFilippenzen 4:6→Jeremia 12:1→Genesis 32:9→2 Samuël 7:18→Ezechiël 36:35→— Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:
Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:
KruisverwijzingenJeremia 27:5→Genesis 18:14→2 Koningen 19:15→Jeremia 32:27→Lukas 1:37→Jeremia 10:11→Lukas 18:27→Job 42:2→— Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.
Ach Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt door Uwe grote kracht en door Uwen uitgestrekten arm (Hoofdst. 27:5); geen ding is U te wonderlijk (Luk. 1:37).
KruisverwijzingenJeremia 10:16→Exodus 34:7→Deuteronomium 5:9→Psalmen 50:1→1 Koningen 16:1→Jeremia 31:35→Mattheüs 23:32→Jesaja 9:6→— Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!
Ach Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt door Uwe grote kracht en door Uwen uitgestrekten arm (Hoofdst. 27:5); geen ding is U te wonderlijk (Luk. 1:37).
KruisverwijzingenJeremia 17:10→Mattheüs 16:27→Jesaja 28:29→Jeremia 16:17→Psalmen 62:12→Spreuken 5:21→Jesaja 9:6→Jeremia 23:24→— Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.
Groot van raad, in wijsheid en doorzicht (Jes. 28:29), en machtig van daad, op onwederstaanbare wijze Uwe besluiten, die Gij genomen hebt, uitvoerende (Ps. 66:5. (Jes. 11:2. Hoofdst. 10:6); want Uwe a) ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijne wegen, en naar de vrucht zijner handelingen(Jer. 16:17; 17:10).
Job 34:21. Spr. 5:21.
KruisverwijzingenNehemia 9:10→Exodus 9:16→2 Samuël 7:23→Jesaja 63:12→Psalmen 135:9→Daniël 9:15→Handelingen 7:36→Exodus 10:2→— Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israel, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage!
Gij, die tekenen er wonderen gesteld hebt in Egypteland, en hebt daarmee niet opgehouden tot op dezen dag (Hoofdst. 7:25; 11:7) zo in Israël als onder andere mensen, onder andere volken, die met U in gene bijzondere verbondsbetrekking staan, en hebt U enen naam gemaakt, als hij is te dezen dage. 1) (Jes. 63:12 en 14
In het bijzonder vermeldt de Profeet die uitstekende weldaden Gods, waardoor Hij getuigenis heeft gegeven van Zijn vaderlijke zorg voor Zijn kerk. Waarom toch zoveel wonderen dan juist om daarmee te bewijzen, dat hij zorg droeg voor Zijn uitverkoren volk en alzo Zijn verbond heiligde. Wij zien dan hier dat God Zijn goedheid jegens de kinderen Abrahams deed schitteren, waar Hij n. l. de tekenen en bewijzen vermeldt, welke in het land van Egypte waren gedaan. En daarna voegt Hij er bij, in Israël. Hij vermeldt derhalve niet de macht Gods in wonderen maar voornamelijk Zijn medelijden, waarmee hij het uitverkoren volk heeft verwaardigd. Hij zegt ook, tot op dezen dag, niet omdat God gedurende zovele eeuwen wonderen heeft verricht, maar Hij verstaat er onder dat deze waardig waren om altijd weer verheerlijkt te worden, tot in alle eeuwen.
KruisverwijzingenExodus 6:6→Deuteronomium 26:8→1 Kronieken 17:21→Exodus 6:1→Psalmen 105:37→Exodus 13:14→Psalmen 89:8→Deuteronomium 4:34→— En hebt Uw volk Israel uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking.
En hebt Uw volk Israël uit a) Egypteland uitgevoerd, door tekenen, en door wonderen, en door ene sterke hand, en door enen uitgestrekten arm, en door grote verschrikking, die de naburige volkomen aangreep (Deut. 26:8. (Exod. 23:27. Jes. 5:11);
2 Sam. 7:23. 1 Kron. 17:22.
KruisverwijzingenExodus 3:8→Exodus 13:5→Jeremia 11:5→Exodus 3:17→Psalmen 105:9→Deuteronomium 1:8→Genesis 24:7→Jozua 1:6→— En hebt hun dit land gegeven, dat Gij hun vaderen gezworen hadt hun te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig;
En hebt hun dit land gegeven, dat Gij hunnen vaderen gezworen hadt hun te zullen geven, een land vloeiende van melk en honing(Hoofdst. 11:5. Exod. 3:8).
KruisverwijzingenEzra 9:7→Psalmen 78:54→Daniël 9:10→Klaagliederen 1:18→Psalmen 44:2→Klaagliederen 5:16→Daniël 9:4→Psalmen 105:44→— Zij zijn er ook ingekomen en hebben het erfelijk bezeten, maar hebben Uwer stem niet gehoorzaamd, en in Uw wet niet gewandeld; zij hebben niets gedaan van alles, wat Gij hun geboden hadt te doen; dies hebt Gij hun al dit kwaad doen bejegenen.
Zij zijn er ook ingekomen en hebben het in bezit genomen, het erfelijk bezeten, maar hebben Uwer stem niet gehoorzaamd, en in Uwe wet niet gewandeld; zij hebben niets gedaan van alles, wat Gij hun geboden hadt te doen; dies hebt Gij hun al dit kwaad doen bejegenen (Deut. 31:29). Na het belijden van Gods almacht, alwetendheid, goedheid, waarheid en getrouwheid komt Jeremia hier tot de erkentenis van Gods rechtvaardigheid, betuigende, dat het volk, voor hetwelk God zoveel had gedaan, Hem slecht had beloond, “niet gehoorzamende Zijner stem, ” hetwelk verklaard wordt door het “niet wandelen in Zijne wet. ” .
KruisverwijzingenJeremia 33:4→Jozua 23:15→Deuteronomium 4:26→Jeremia 32:36→Ezechiël 14:21→Jeremia 21:4→Zacharia 1:6→Ezechiël 21:22→— Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.
Ziet, de wallen 1)! zij, de vijanden zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeën, die tegen haar strijden; zij moet in hun handen vallen vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie (Hoofdst. 14:16; 21:7): en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het; Gij zelf hebt dien toestand zo beschikt.
Door deze wallen versta men schietkatten, opgeworpen tegen de muren der stad tot het plaatsen van geschuttuig, ten einde den weg te banen tot den algemenen storm en het innemen der stad. Nadat de Profeet de weldaden Gods aan de ene zijde en den snoden ondank des volks aan de andere zijde heeft vermeld, zegt hij nu, dat tengevolge de ongerechtigheid des volks de oordelen Gods worden voltrokken, dat de vijanden voor de poorten der stad staan, om haar in te nemen, en dat dit alleen geschiedt naar de voorzeggingen en dientengevolge volgens het oordeel Gods.
KruisverwijzingenJeremia 32:24→Romeinen 11:33→Psalmen 97:2→Psalmen 77:19→Johannes 13:7→— Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeen hand gegeven is.
Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen, daar de stad in der Chaldeën hand gegeven is, en ik dus wat ik gekocht heb, naar allen schijn nooit zal bezitten. Wel had Jeremia in de aanbieding tot het kopen van den akker des Heeren bevel erkend en gevolgd; wel had hij, daar hij de beschrijving in bewaring liet stellen, het bekend gemaakt en uitgesproken (vs. 15): eens zouden weer huizen en velden en wijnherbergen in dat land worden gekocht. En toch, moest niet, nu de lang voorzegde ondergang van stad en rijk onvermijdelijk te wachten was, en aan gene redding meer kon gedacht worden, zulk ene hoop ijdel en hare vervulling onmogelijke voorkomen? Om zulk enen twijfel te bestrijden, minder bij zich zelven, dan wel bij degenen, die zijne woorden hoorden (of voor wie ze in de toekomst bestemd waren), gaat hij in het gebed. Hij vraagt om opheldering en onderwijzing aan Jehova, den Schepper van hemel en aarde, voor wien niets onmogelijk is, den Almachtige en Alwijze, die den mensen vergeldt naar hun daden, aan Hem, die Israël door grote wonderen en tekenen in het heerlijke land heeft geleid, dat Hij hun beloofd had. Zij hebben naar Zijne vermaning niet gehoord en Zijne geboden niet gehoorzaamd, daarom heeft Hij nu al dit ongeluk over hen beschikt. De stad is in den hoogsten nood, reeds geheel in de macht der Chaldeën en alles wordt aan verwoesting prijs gegeven-en hoe? midden in dit gericht wil de Heere, alsof dit alles niets ware, dat Jeremia in de nabijheid van Jeruzalem een akker kope? De profeet verneemt in hetgeen volgt het antwoord van Jehova, die bevestigt wat hij reeds in zijn gebed vol vertrouwen heeft uitgesproken (vs. 17): zou voor den Heere, den Regeerder aller dingen iets onmogelijk zijn, zodat Hij Zijne beloften, hoe ongelooflijk zij schijnen, niet zou kunnen vervullen? Wel is waar is voor het tegenwoordige de ondergang van stad en rijk onherroepelijk, de Chaldeën zullen Jeruzalem innemen en verwoesten. Dit is slechts de rechtvaardige en sedert lang aangekondigde straf voor de zonden, die Israëls volk, ondanks alle waarschuwingen, welke de Heere het heeft toegezonden, voortdurend bedreven heeft; want van den vroegsten tijd af hebben de kinderen Israëls alleen gedaan wat Gode mishaagde. Allen, aanzienlijken en geringen, hebben Hem den rug toegekeerd, en Zijne tucht versmaad, hebben door de gruwelen van hunnen afgodendienst den tempel des Heeren verontreinigd, en in het dal van Hinnom hun kinderen aan den Moloch geofferd, en steeds zo gehandeld, dat zij Hem moesten vertoornen. Daarom was ook Jeruzalem van vroegen tijd af het voorwerp van Zijnen toorn. Hij wil de afgodische stad niet meer voor Zijne ogen zien. De huizen, op wier daken den afgoden werd geofferd, moeten verbrand worden. Maar wanneer ook nu de stad wordt veroverd en verwoest, Jehova voert Zijn volk weer terug uit de landen, waarin Zijn toorn hen heeft gebracht, en laat ze hier wonen in geluk en vrede. Hij laat ze eensgezind wandelen in Zijne vreze, en sluit met hen een eeuwig verbond, een verbond der genade en liefde van Zijne zijde, van trouw en overgave van de zijde Zijns volks, zodat Hij er vreugde in heeft om het wel te doen, en ongestoord in zijn land te laten wonen. Even als Hij nu over het volk al het ongeluk heeft gebracht, waarmee Hij het heeft bedreigd, zo zal Hij het ook eens de zaligheid schenken, die Hij het thans belooft; en zo zal den ook weer grondbezit worden gekocht in het nu verlaten en verwoeste land, rondom Jeruzalem en in het ganse rijk van Juda.
— Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:
Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia zeggende:
KruisverwijzingenJeremia 32:17→Mattheüs 19:26→Numeri 16:22→Jesaja 64:8→Psalmen 65:2→Numeri 27:16→Lukas 3:6→Johannes 17:2→— Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?
Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees, van alle mensen, van allen, die uit vrouwen geboren zijn, en van alle levende schepselen op aarde (Num. 16:22; 27:16). Zou Mij, gelijk gij zelf Mij reeds hebt betuigd (vs. 17) enig ding te wonderlijk zijn? 1)
Hiermede bevestigt de Heere wat de Profeet in vs. 17 omtrent Hem gezegd heeft. Hij noemt Zich den God van alle vlees, in den zin dat Hij het bestuur van de lotgevallen van alle mensen in Zijne handen heeft, dat Hij regeert over alles, dat Hij is de Souvereine God, die de macht bezit om te verderven en de macht om te behouden, en die daarom vraagt of er iets voor Hem te wonderlijk zou zijn.
KruisverwijzingenJeremia 32:3→Jeremia 32:24→Jeremia 32:36→Jeremia 19:7→Jeremia 20:5→2 Kronieken 36:17→— Daarom zegt de HEERE alzo: Zie, Ik geef deze stad in de hand der Chaldeen, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en hij zal ze innemen.
Daarom, hoe weinig de verblinde leidslieden van het volk en het volk zelf dit ook willen geloven (Hoofdst. 7:4; 21:13), zegt de HEERE alzo: Zie, Ik geef deze stad in de hand der Chaldeën, en in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, en hij zal ze innemen.
KruisverwijzingenJeremia 19:13→Jeremia 21:10→2 Kronieken 36:19→Jeremia 52:13→Jeremia 44:17→Jeremia 44:25→Jeremia 7:18→Jeremia 39:8→— En de Chaldeen, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden, met de huizen, op welker daken zij aan Baal gerookt, en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen.
En de Chaldeën, die tegen deze stad strijden, zullen er in komen en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden (Hoofdst. 17:27; 21:10 en 14 de huizen, op welker daken zij aan Baäl gerookt en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen 1) (Hoofdst. 7:9; 19:4 en 13).
Met welke woorden God bewijst, dat de dwaling door de Joden niet kan worden verschoond, dewijl zij meer dan genoeg onderwezen waren uit de Wet, hoe God moest vereerd worden en zij tevens de voorschriften hadden dat zij één God moesten vereren. Doch zij hadden meerdere vereerd, met hun valse bijgelovigheden. Derhalve klaagt God hier terecht, dat Hij door hun daden is vertoornd geworden, dewijl er geen voorwendsel voor hun onwetendheid was, dewijl de kennis der wet voldoende was om hen te besturen.
KruisverwijzingenJeremia 7:22→Jesaja 63:10→Jeremia 2:7→Jeremia 25:7→Deuteronomium 9:7→Jeremia 3:25→Jeremia 22:21→Genesis 8:21→— Want de kinderen Israels en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israels hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE.
Want de kinderen Israëls van de tien stammen, die hun straf hebben ontvangen, en de kinderen van Juda, die nu zullen gestraft worden, hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijne ogen (Hoofdst. 22:21); want de kinderen Israëls in ‘t algemeen, waartoe ook de kinderen van Juda behoren, hebben Mij door het werk hunner handen, door hun doen en laten, door hun afgoden roepen en zoeken (Hoofdst. 25:6), alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE.
Kruisverwijzingen2 Koningen 23:27→2 Koningen 21:16→2 Koningen 21:4→Mattheüs 23:37→1 Koningen 11:7→Jeremia 5:9→2 Koningen 24:3→Jeremia 27:10→— Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;
Want tot Mijnen toorn en tot Mijne grimmigheid is Mij deze stad Jeruzalem (Hoofdst. 5:11) geweest van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, daar reeds onder David, haren stichter, in Absaloms zamenzwering zich de ongehoorzaamheid van het ganse volk tegen Mijnen heiligen wil openbaarde, en dit heeft voortgeduurd tot op dezen dag toe, opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed (Hoofdst. 52:3. 2 Kon. 24:20 De spreekwijs: “van den dag af, dat zij ze gebouwd hebben, tot op dezen dag, ” geeft te kennen, dat de Goddelijke gramschap gedurende den tijd dat Jeruzalem gestaan had, al hoger en hoger en ten laatste tot het uiterste was geklommen. De Joden hadden den Heere van de vroegste tijden bij aanhoudendheid getergd, en nu was des Heeren toorn van tijd tot tijd al meer en meer ontstoken, eindelijk tot dien hogen trap geklommen, dat Hij Jeruzalem niet langer dulden kon.
KruisverwijzingenJesaja 1:4→Daniël 9:8→Jeremia 2:26→Jesaja 1:23→Ezra 9:7→Micha 3:1→Daniël 9:6→Sefanja 3:1→— Om al de boosheid der kinderen Israels en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;
Ik zal hen overgeven in de hand der vijanden, om al de boosheid der kinderen Israëls en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesters en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem; 1)
Hier verzekert de Heere wederom, dat alle rangen en standen het voor Hem hadden verdorven, dat zowel de aanzienlijksten als de geringsten, de koning en de onderdanen zich tegen Hem hadden gesteld, en dat daarom Hij kwam met de roede Zijner verbolgenheid, met Zijne geduchte straffen.
KruisverwijzingenEzechiël 8:16→Jeremia 2:27→Jeremia 7:13→Jeremia 7:24→2 Kronieken 36:15→Johannes 8:2→Jeremia 26:5→Jeremia 35:15→— Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;
Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht, hoewel Ik hen leerde door Mijne knechten, de Profeten a), vroeg op zijnde en lerende; evenwel hoorden zij niet om tucht aan te nemen (Hoofdst. 2:26 v. (Zach. 7:11).
Jer. 7:13, 25; 25:3; 26:5; 29:19.
KruisverwijzingenJeremia 7:30→Jeremia 23:11→2 Koningen 21:4→2 Kronieken 33:15→Ezechiël 8:5→2 Kronieken 33:4→2 Koningen 23:6→— Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.
Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijnen naam genoemd is, om dat te verontreinigen.
KruisverwijzingenJeremia 7:31→Leviticus 18:21→2 Kronieken 33:6→2 Kronieken 28:2→Leviticus 20:2→2 Koningen 23:10→1 Koningen 16:19→Deuteronomium 18:10→— En zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.
En zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Moloch door het vuur te laten gaan, hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, 1) dat zij dezen gruwel zouden doen, opdat zij Juda mochten doen zondigen (Hoofdst. 7:30 v. 19:5).
Gedurig zegt de Heere van dezen gruwel, dat Hij het niet geboden had, dat het in Zijn hart niet was opgekomen om hun dat te gebieden. Dat is, naar sommiger mening, omdat men zich beriep op het gebod aan Abraham gegeven, om zijn zoon den Heere te offeren.
KruisverwijzingenJeremia 32:24→Jeremia 32:3→Jeremia 16:12→Hosea 2:14→Romeinen 5:20→Jeremia 32:28→Jesaja 57:17→Ezechiël 36:31→— En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie;
En nu, daarom, omdat gelijk in vs. 27 gezegd is, Mij niets onmogelijk is, en zich dat ook aan de andere zijde moet bevestigen, zegt de HEERE, de God Israëls, alzo van deze stad, waar gij van zegt, wanneer gij geloven moet, wat gij nu niet wilt aannemen: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie (vs. 24):
KruisverwijzingenJeremia 23:3→Jeremia 23:6→Hosea 1:11→Jeremia 33:16→Ezechiël 11:17→Jeremia 23:8→Psalmen 106:47→Zacharia 14:11→— Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen.
Ziet 1) Ik zal hen, die gevangenen van Israël en Juda (Jer. 30:3) vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijnen toorn, en in Mijne grimmigheid, en in grote verbolgenheid, en Ik zal hen tot deze plaats weer brengen en zal hen zeker doen wonen (Hoofdst. 23:3. (Ezech. 36:11; 33. Hos. 11:11).
Na blootlegging der schuld, waardoor Juda het Chaldeeuwse strafgericht zich berokkend heeft, verkondigt de Heere de redding des volks uit de ballingschap en zijn herstelling en vernieuwing, waarmee Hij de Hem voorgestelde vraag in vs. 25 beantwoordt.
KruisverwijzingenJeremia 24:7→Ezechiël 39:28→Jeremia 31:33→Jeremia 31:1→Zacharia 13:9→Ezechiël 11:19→Deuteronomium 26:17→Ezechiël 36:28→— Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
Ja zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot enen God zijn.
KruisverwijzingenEzechiël 11:19→Johannes 17:21→Deuteronomium 11:18→Ezechiël 37:25→2 Kronieken 30:12→Handelingen 4:32→Hebreeën 10:20→Spreuken 23:17→— En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.
En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven om Mij te vrezen, al de dagen hun ten goede, mitsgaders hunnen kinderen na hen. 1)
Hij zal hun enerlei hart en enerlei weg geven. Teneinde zij in enerlei weg mogen wandelen zou Hij hun enerlei hart geven, want gelijk het hart is, zo zal de weg zijn en beiden zullen enerlei zijn, dat is te zeggen: Elk van hen zal enerlei bij zich zelven zijn, enerlei is hetzelfde als een nieuw hart. Het hart is dan enerlei, wanneer het volkomen voor God is en ganselijk aan God toegewijd. Wanneer het oog eenvoudig is en Gods eer alleen bedoeld wordt, wanneer onze harten vast zijn, vertrouwende op God, en wij eenvormig en algemeen zijn in onze gehoorzaamheid aan Hem, dan is het hart enerlei en de weg enerlei; en tenzij het hart dus standvastig is zullen de gangen niet gestadig zijn.
KruisverwijzingenJesaja 55:3→1 Petrus 1:5→Hebreeën 6:13→Ezechiël 39:29→Jakobus 1:17→2 Samuël 23:4→Jeremia 50:5→Lukas 1:72→— En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.
En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe, en Ik zal Mijne vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken 1) (Hoofdst. 24:7; 31:31 vv.).
De heerlijkste en kostelijkste beloften geeft de Heere hier aan Zijn volk. Hij weet wat maaksel zij zijn, en daarom belooft Hij hier dat Hij zelf er voor zal zorgen, dat zij niet van Hem zullen wijken. Hij belooft niet alleen herstellende maar ook bewarende, niet alleen vernieuwende maar ook overheersende genade, zodat zij niet van achter Hem zich zullen afkeren.
KruisverwijzingenJeremia 24:6→Hosea 2:19→Deuteronomium 30:9→Sefanja 3:17→Jesaja 62:5→Amos 9:15→Jeremia 31:28→Jesaja 65:19→— En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.
En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe. 1) (Deut. 28:63; 30:9. (Jes. 62:5)en Ik zal hun getrouwelijk in dit land a) planten, met Mijn ganse hart en met Mijne ganse ziel. (Hoofdst. 24:6).
Amos 9:15.
Hij zal een vermaak hebben in hunnen voorspoed en zal alles doen, om dien te bevorderen. God zal hun daarom goed doen, omdat Hij zich over hen verblijdt. Zij zijn Hem dierbaar. Hij boogt op hen, en daarom zal hij hen niet alleen goed doen, maar ook een vermaak hebben in hen goed te doen. Wanneer Hij hen straft is het met tegenzin, maar als Hij hen herstelt is het met genoegen. Wij moeten Hem derhalve met blijdschap dienen en ons verheugen in alle gelegenheden, om Hem te dienen. Hij is zelf een blijde gever en heeft daarom een blijmoedigen dienaar lief.
KruisverwijzingenJeremia 31:28→Zacharia 8:14→Jozua 23:14→Jeremia 33:10→Mattheüs 24:35→— Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.
Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke. (Hoofdst. 31:28).
KruisverwijzingenEzechiël 37:11→Jeremia 32:15→Jeremia 32:36→Jeremia 33:10→— En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in der Chaldeen hand gegeven.
En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is, het is in der Chaldeën hand gegeven.
KruisverwijzingenJeremia 17:26→Jeremia 33:11→Jeremia 33:7→Jeremia 33:26→Jeremia 32:10→Psalmen 126:1→Jeremia 32:37→— Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.
Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven en verzegelen, en getuigen doen betuigen in het land van Benjamin, waar gij den akker hebt gekocht, en in de plaatsen rondom Jeruzalem en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden (Hoofdst. 17:26; 33:13); want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE (Hoofdst. 29:14; 30:3). Zonder twijfel behoren deze profetieën (Hoofdst. 32 en 33), die uit den voorhof der bewaring zijn gekomen, tot de heerlijkste, die de profetie ooit heeft voortgebracht. Wij zullen zien, welke ene diepte van ellende die voorhof voor den profeet en voor Israël bevatte, en juist midden in die ellende verheft de profeet zijne stem tot verkondiging van het hoogste heil, opdat de wondermacht van God worde erkend en geprezen, en het geloof, dat niet ziet op het zichtbare, maar op het onzichtbare (2 Kor. 4:18), daardoor worde gesterkt en getroost. De vervulling dezer belofte doorloopt alle stadiën, van dat eerste zwakke begin af, dat na het terugkeren uit de ballingschap werd gemaakt, tot aan de volmaking van het koninkrijk der hemelen, welke ons de toekomstige wereldtijd zal brengen. Wij hebben twee zaken op te merken: 1e is het niet geheel Israël naar het uitwendig getal, dat zalig zal worden, maar de belofte geldt alleen omtrent de “overigen. ” Dat is in verhouding tot de grote menigte altijd slechts een gering getal, want in Openb. 7:4 vv. en 14:1 vv. worden slechts 144. 000 verzegelden genoemd, uit elken stam twaalfduizend. En 2e. is de geestelijke wedergeboorte, de opwekking van den dood tot het leven, hoewel inwendig voorbereid, toch niet een langzame overgang uit den enen toestand in den anderen, geen trapsgewijze voortgang, zo als dat bij de heiligmaking het geval is, maar een plotseling doorbreken, ene ogenblikkelijke wending, waarop het woord toepasselijk is: “de wind blaast, waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt of waar hij heengaat. ” In de hemelse wereld zal iets gebeuren, dat voor Israël dit plotseling doorbreken, deze ogenblikkelijke wending te weeg brengt, zo als die in 2 Kor. 3:16 en Zach. 12:10 vv. wordt aangegeven. Die hemelse gebeurtenis wordt in Openb. 12:7 vv. gesymboliseerd. Wij hebben dus niet te vragen of Israël nu reeds rijp is voor de vervulling dier profetie. Integendeel wordt de vraag of onze tijd werkelijk zo is, dat de vervulling kan aanvangen, veel meer daardoor beslist, hoe het met de westerse Christenheid gesteld is, en inzonderheid met onze kerk, door welke het meest de voorzegging van Christus (Matth. 21:43) zich heeft verwezenlijkt: “Het koninkrijk Gods zal van u weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijne vruchten voortbrengt. ” Het is de vraag of die een toestand vertoont, die het duidelijk genoeg laat zien, dat de tijd der heidenen vervuld is (Luk. 21:24); en de Heere dus enigermate genoodzaakt is Zich weer tot Zijn oud verbondsvolk te wenden. Wij zullen dat moeilijk kunnen ontkennen, wanneer het reeds zo ver is gekomen, dat een schrijver heeft durven beweren: de wereld zou gelukkiger zijn geweest, wanneer zij nooit iets van God had geweten, de Bijbel is niets anders dan ene vervalsing van natuur en geschiedenis, crimineel strafbaar zijn de leerstellingen van openbaring en inspiratie. Gesteld ook, zegt diezelfde verder, dat er een God ware, zo is toch de belofte van de leer van Jezus, ene ware Godsidee geheel onwaardig; Hij, Jezus, viel als offer Zijner valse berekening en inwendige verduistering, de Apostelen waren mensen van opgeblazen verstand, en als voorbeelden van hem stonden aan Jezus kribbe os en ezel. Op even gruwelijke wijze spreken ook de dagbladschrijvers, materialisten, wier geschriften en meningen tot bij de laagste klassen gretig ingang vinden, en hand in hand gaat daarmee ene vergoding der natuur en der mensen, van het talent en genie, waarvan Max Stirner verklaring geeft in zijn woord: “ik heb niets boven mij zelven. ” “De godsdienst der toekomst, horen wij een ander zeggen, is de mens, als het eerste, hoogste en laatste; het transcendente godsbewustzijn (of het bewustzijn dat er een God buiten en boven ons is) is de grondsteen der gehele aangestokene maatschappij, en zo lang de mens nog met een draad aan den hemel hangt, is er geen heil op aarde. ” “Onze tijd, zo laat een derde zich horen, heeft een andere leiding nodig dan die van het Christendom, de leiding door zich zelven, door den tijdgeest; de mens alleen is onze god, onze rechter, verlosser, geen heil buiten den mens; de mens is voor God nodig, maar niet God voor den mens. Nu betekent het zeker niet heel veel, wanneer sommige schrijvers, die in hun geloof schipbreuk hebben geleden, zo spreken; maar zij spreken eigenlijk uit, wat den verborgen levensgrond der grote menigte vormt, en wat zich als behoefte en eis van den tijd doet gelden; zij arbeiden meer of min bewust daarheen, dat die levensgrond worde ontwikkeld en van de beperking worde bevrijd, die zijne openbaring naar buiten nog tegenhoudt. Gelove wie wil, dat wij op den weg dier ontwikkeling, die tegenwoordig steeds verder voortgaat, in enkele tientallen van jaren, enen nieuwen bloeienden toestand der kerk zullen zien, dat wij tot een fris ontwaken van het geestelijk leven zullen komen; de tijd zal het leren, dat de tegenwoordige Christenheid integendeel nu spoedig de grote stad zal zijn geworden, die geestelijk Sodom en Egypte heet, waar onze Heere is gekruisigd (Openb. 11:8). Heeft zij zich eerst zo ontwikkeld, dan is ook Gods uur gekomen, om Israël te gedenken, en door zijne herstelling ene reactie bij ons te bewerken, die ook de sterkste inspanningen der gelovigen nooit zullen te weeg brengen. “De zaligheid is uit de Joden; ” dit woord uit Christus, eigen mond (Joh. 4:22) zal nog eens bevestigd worden op ene wijze, die thans slechts zelden iemand vermoedt, wanneer de Heere Laodicea, de kerk van het gemeentebewustzijn, die zich thans vormt, uit Zijnen mond zal hebben gespuwd (Openb. 3:14 vv.), en er dan vooreerst gene Evangelische kerk meer is, maar het dier, dat uit den afgrond oprijst, de twee getuigen tot koude lijken heeft gemaakt (Openb. 11:7 vv.) . In het antwoord, hetwelk de Heere aan Jeremia gaf, maakt de Allerhoosten hem en ons allereerst opmerkzaam op Zijne hoogheid en almacht, voor welke niets te wonderlijk is, daarna op het gewisse en zekere van de volvoering van Zijne raadsbesluiten, ook ten aanzien van het straffen van Zijn volk; verder op de rechtvaardigheid der oordelen, welke Hij over de mensen brengt, dewijl zij altijd welverdiend en noodzakelijk zijn, en eindelijk op Zijne grote ontferming en genade, met welke Hij tot ene natie wederkeert, op welke Hij ene bijzondere verbondsbetrekking heeft aangenomen, en tot welke Hij met Zijne gunst wil wederkeren. Is zulk een God onze God, en de God van ons land en volk, dan zal Hij ook te midden van Zijne oordelen en strafgerichten, in gunst aan ons gedachtig blijven, gelijk Zijne trouw de vervulling van al Zijne beloften ook blijft tot in eeuwigheid. De Heere kan de voorwerpen Zijner liefde gelukkig maken, reeds hier. Hij zal ze nooit verlaten noch verzaken, totdat Hij ze heeft geplant in de hoven daarboven. Laat ons dan niet versagen onder onze smarten, verzekerd dat wij alle goed zullen verkrijgen, dat Hij ons heeft beloofd. .
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Het geloof gelooft God onder alle omstandigheden, en het gelooft dat het gehoorzamen van Zijn Woord het ware gezonde verstand is.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 32
Jeremia 32:1-5.KruisverwijzingenJeremia 34:2→Jeremia 37:21→Nehemia 3:25→Jeremia 21:4→Jeremia 39:1→2 Koningen 25:1→Jeremia 33:1→Jeremia 38:6→
— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar. (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is. Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen; En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien; En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)
U ziet dus dat Jeremia in de tijd waarover het hier gaat, gevangenzat. Zedekia, de koning van Juda, had hem zeer hard behandeld omdat hij het woord van de HEERE getrouw uitsprak. Hij was een waar knecht van de HEERE, en toch leed hij veel onder de hand van de koning. Een zeer opmerkelijke gebeurtenis uit die tijd wordt hier opgetekend.
Jeremia 32:6-7.KruisverwijzingenJeremia 1:1→Jeremia 11:21→Leviticus 25:25→Jozua 21:18→Ruth 4:3→Markus 14:13→Leviticus 25:34→1 Koningen 14:5→
— Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende: Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen.
God gaf Zijn knecht vooraf te kennen wat er gebeuren zou, zodat hij wist hoe hij handelen moest. En zo kwam zijn neef te zijner tijd bij hem met het aanbod van dat stuk land in het gebied van Benjamin.
Het leek toch wel heel vreemd: bij een arme profeet in de gevangenis komen en hem vragen een stuk land te kopen. De Chaldeeën hadden het immers in bezit, en er leek geen enkele hoop te zijn dat hij het ooit zou zien. Iemand zei eens: “Ik heb een akker gekocht, en het is nodig, dat ik uitga, en hem bezie.” Maar dat kon Jeremia niet doen, want hij zat opgesloten en de vijand hield de akker bezet die hij kopen moest. Toch was de zaak van de HEERE, en daarom was zij goed. Menige handeling kan op zichzelf ongerijmd lijken en moet toch gedaan worden, omdat zij naar de wil van God is.
Jeremia 32:8.KruisverwijzingenJeremia 32:7→Jeremia 32:2→Jeremia 33:1→1 Samuël 9:16→1 Samuël 10:3→1 Koningen 22:25→Handelingen 10:17→Johannes 4:53→
— Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was.
Moet een dienaar van het Woord zich met het kopen van land bezighouden? Ja, als God hem gebiedt het te kopen. Hij moet zich niet laten inwikkelen in de handelingen van dit leven — maar met dít veld kon Jeremia zich beslist niet inwikkelen.
Jeremia 32:9.KruisverwijzingenHosea 3:2→Jesaja 55:2→Zacharia 11:12→Genesis 23:15→1 Koningen 20:39→Genesis 37:28→Esther 3:9→
— Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen.
Dit was in elk opzicht een zeer buitengewone handeling. Bedenk dat de Chaldeeën Jeruzalem al belegerden. Zij waren over het hele land uitgezwermd en brachten overal vuur en zwaard. Jeruzalem was zo nauw ingesloten dat geen inwoner de stad uit kon. En daar zit Jeremia, zelf een gevangene, en koopt land dat feitelijk niets waard was. Maar hij geloofde vast dat de Chaldeeën de Joden nog ongestoord in dat land zouden laten wonen. Daarom betaalde hij de koopsom voor de akker uit en zorgde hij voor een rechtsgeldige overdracht. Hij deed het net zoals u of ik zouden doen bij de aankoop van een stuk grond in ons eigen land. Dit is een opmerkelijk voorbeeld van de overwinning van het geloof over ongunstige omstandigheden, en ook van de gehoorzaamheid van de profeet aan het woord van de HEERE.
“en ik woog hem het geld toe”. Men betaalde altijd bij gewicht, om er zeker van te zijn dat het bedrag klopte.
Jeremia 32:10-11.KruisverwijzingenJeremia 32:44→Jeremia 32:12→Deuteronomium 32:34→Job 14:17→Jeremia 32:25→Jesaja 44:5→Lukas 2:27→Efeze 1:13→
— En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had. En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;
De handeling had geheel de juiste rechtsvorm. Wij mogen in zaken niet nalatig zijn omdat wij knechten van de HEERE zijn. In alle dingen behoren wij te handelen als mensen met voorzichtigheid en gezond verstand.
Jeremia 32:11-12.KruisverwijzingenJeremia 32:16→Jeremia 51:59→Lukas 2:27→Jeremia 36:4→Jeremia 36:26→1 Korinthe 11:16→Handelingen 26:3→Jeremia 36:16→
— En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief; En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.
Jeremia deed dit alles in het openbaar. Wat zij misschien voor een ongerijmde daad hielden, deed hij niet in het geheim, maar voor de ogen van allen. Waar geloof in God houdt zich niet op met handelingen in een donker hoekje. Het geloof kan zijn zaken doen in het licht van de zon. Het gelooft God onder alle omstandigheden, en het gelooft dat het gehoorzamen van Zijn Woord het ware gezonde verstand is. Daarom schaamt het zich niet voor wat het doet, en het zal daartoe ook nooit reden hebben, in alle eeuwigheid niet. Er is een levende God. En doen wij wat Hij ons gebiedt, dan móét daar goeds uit voortkomen. Geen kwaad zal de mens overkomen die vol vertrouwen op de Allerhoogste rust.
Jeremia 32:12-14.KruisverwijzingenJeremia 32:16→Jeremia 51:59→Jeremia 36:4→Jeremia 36:26→Jeremia 36:16→Jeremia 43:3→2 Korinthe 8:21→Jeremia 45:1→
— En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten. En ik beval Baruch voor hun ogen, zeggende: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan.
Men had in die dagen geen ijzeren brandkasten. Daarom was het de gewoonte de documenten in aarden vaten te doen en die diep in de grond te begraven, waar men ze veilig achtte.
Jeremia 32:15.KruisverwijzingenJeremia 30:18→Amos 9:14→Jeremia 32:43→Jeremia 31:24→Jeremia 33:12→Zacharia 3:10→Jeremia 31:12→Jeremia 31:5→
— Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.
Juist daarom, als een daad van geloof in God, kocht de profeet dit weiland.
Jeremia 32:16.KruisverwijzingenFilippenzen 4:6→Jeremia 12:1→Genesis 32:9→2 Samuël 7:18→Ezechiël 36:35→
— Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:
Het geloof kan niet leven zonder gebed. Heeft het zijn heldhaftigste daden verricht, dan keert het zich tot God en vraagt ootmoedig om nieuwe kracht. Want, mijn broeders, de beste mensen zijn op hun best niet meer dan mensen, en wie het meeste geloof hebben, hebben er nooit iets van over.
Jeremia rondt de zaak af, brengt de bewijsstukken in veilige bewaring, en dan bidt hij. Het is altijd goed om vrij van zorgen te zijn voordat u gaat bidden. Laat er zo mogelijk niets meer te doen overblijven; zoek dan de eenzaamheid op en laat uw hart vrij zijn om met God te spreken. Ik denk niet dat Jeremia minder of slechter bad omdat hij deze zakelijke handeling had afgewikkeld. Wie dicht bij God leeft, moet met een blij hart van zijn kantoor naar zijn binnenkamer kunnen gaan.
Jeremia 32:17.KruisverwijzingenJeremia 27:5→Genesis 18:14→2 Koningen 19:15→Jeremia 32:27→Lukas 1:37→Jeremia 10:11→Lukas 18:27→Job 42:2→
— Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.
Jeremia zegt: “bad ik tot den HEERE, zeggende: Ach, Heere HEERE!” Op het eerste gezicht leek het of de profeet een droeve klacht ging uiten, of enige twijfel over de aankoop van het land. Maar zo was het niet. Nadat die uitroep hem ontsnapt was, kwam zijn geloof hem te hulp, en hij ging verder.
Is dat geen grootse zin? “geen ding is U te wonderlijk”. Die de hemel en de aarde maken kon, kan alles. Lees in het boek Genesis het verhaal van de schepping, en zie hoe “Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er”. Oordeel dan zelf wat er ooit een moeilijkheid voor de Almachtige kan zijn. U moet toch wel tot Hem zeggen, zoals Jeremia deed: geen ding is U te wonderlijk.
Bent u in nood, denk dan veel aan God en spreek veel over Hem. Dát is ware aanbidding. Het zal uw eigen geest grote steun geven. Uw eigen kleinheid raakt vergeten in de grootheid van uw God.
Jeremia 32:18.KruisverwijzingenJeremia 10:16→Exodus 34:7→Deuteronomium 5:9→Psalmen 50:1→1 Koningen 16:1→Jeremia 31:35→Mattheüs 23:32→Jesaja 9:6→
— Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!
Zie hoe deze godvruchtige mannen zich in hun tijd van nood verlustigden in de grote namen en heerlijke eigenschappen van God. Er zijn tegenwoordig veel week gemaakte, modieuze godsdienstigen, in weelde gehuld, die maar een klein godje hebben; zij lijken “Gij grote, Gij geweldige God” nooit gekend te hebben. Maar Jeremia, met de lucht van de gevangenis nog om zich heen, spreekt groots: “Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!”
Jeremia 32:20-21.KruisverwijzingenNehemia 9:10→Exodus 6:6→Exodus 9:16→Deuteronomium 26:8→2 Samuël 7:23→Jesaja 63:12→Psalmen 135:9→Daniël 9:15→
— Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israel, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage! En hebt Uw volk Israel uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking.
Die oude Joden keken in hun tijd van nood altijd dankbaar terug op de wonderen die de HEERE in Egypte gewrocht had. Die grote daad van God, toen Hij de macht van Farao versloeg, stond de Hebreeën altijd voor ogen. In elk tijdperk van verdrukking verkwikte het volk zich met die herinnering. Welnu, lieve vrienden, als zij het lied van Mozes zongen, zullen wij dan niet het lied van het Lam zingen? Zullen wij niet in gedachten terugkeren naar de heerlijke overwinningen van onze Verlosser? Zullen wij niet telkens opnieuw vertellen wat Christus voor ons aan het kruis gedaan heeft, tot bemoediging van ons geloof? Zo dachten ook de Joden telkens weer aan hun wonderlijke verlossing uit Egypte, om hun vertrouwen te sterken.
Jeremia 32:24.KruisverwijzingenJeremia 33:4→Jozua 23:15→Deuteronomium 4:26→Jeremia 32:36→Ezechiël 14:21→Jeremia 21:4→Zacharia 1:6→Ezechiël 21:22→
— Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.
De wallen die rondom Jeruzalem waren opgeworpen, sloten de stad volledig in. De Chaldeeën waren druk bezig de muren af te breken om de stad in te nemen, terwijl het volk stierf van honger en ziekte. De kanttekening leest hier “de werktuigen om te schieten”, en uit het volgende hoofdstuk blijkt dat die krachtig genoeg waren om de huizen in Jeruzalem omver te werpen.
Jeremia 32:25.KruisverwijzingenJeremia 32:24→Romeinen 11:33→Psalmen 97:2→Psalmen 77:19→Johannes 13:7→
— Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeen hand gegeven is.
Jeremia had met een geloof zonder vragen gedaan wat God hem geboden had. Toch ging hij er later over nadenken, denk ik, toen hij alleen in zijn cel zat. En al had hij misschien geen werkelijke twijfels, hij zal wel enige zorg gehad hebben over de afloop van de hele zaak. Hij kon het niet helemaal begrijpen, en daarom legde hij het wijselijk aan de HEERE voor. Sommigen van u die God werkelijk vertrouwd hebben, zijn misschien juist nu met de een of andere zorg in verlegenheid. Zeg het dan alles voor de HEERE uit. Ga onmiddellijk Zijn tegenwoordigheid binnen en spreid de zaak voor Hem uit, zoals Jeremia deed.
Let erop: het is nauwelijks een gebed dat Jeremia uitspreekt. Het is enkel een verslag van zijn toestand, en toch is dat een waar gebed. Weet u niet wat u God vragen moet, leg Hem dan uw moeite voor; dat is het allerbeste wat u doen kunt. Ziet u geen uitweg uit het doolhof, het geeft niet; het is aan God om u de draad te wijzen. Er ligt vaak veel geheiligd gezond verstand in het voorleggen van de moeilijkheid aan de HEERE: de brief voor Hem uitspreiden en hem daar laten liggen. Kunt u niet om verlossing op deze of die wijze vragen, dan is het genoeg de zaak eenvoudig te schetsen, zoals Jeremia deed.
Jeremia 32:27.KruisverwijzingenJeremia 32:17→Mattheüs 19:26→Numeri 16:22→Jesaja 64:8→Psalmen 65:2→Numeri 27:16→Lukas 3:6→Johannes 17:2→
— Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?
“zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?” Die vraag zullen wij straks proberen te beantwoorden. Het is een grootse vraag, een vraag waarop geen tegenwerping past.
Jeremia 32:30-31.Kruisverwijzingen2 Koningen 23:27→Jeremia 7:22→Jesaja 63:10→Jeremia 2:7→Jeremia 25:7→Deuteronomium 9:7→Jeremia 3:25→Jeremia 22:21→
— Want de kinderen Israels en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israels hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE. Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;
Jeruzalem was zo’n zondige stad dat zij verwoest moest worden. Zelfs de daken van de huizen waren verontreinigd door de offers die aan de afgoden gebracht werden. Als deze woorden waar waren van Jeruzalem, dan zijn zij zeker in grote mate ook waar van Londen. Het is een tergen van Gods toorn geweest “van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe”.
Hier waren mensen die niets anders gedaan hadden dan kwaad. God was zeer goed voor hen geweest, maar zij waren zeer slecht voor Hem. Van hun jeugd af, en zonder onderbreking, waren zij blijven opstaan tegen Hem. Jeruzalem, dat een heilige stad had moeten zijn, was zo onrein geweest dat zij God getergd had vanaf de dag dat zij gebouwd werd.
Jeremia 32:32.KruisverwijzingenJesaja 1:4→Daniël 9:8→Jeremia 2:26→Jesaja 1:23→Ezra 9:7→Micha 3:1→Daniël 9:6→Sefanja 3:1→
— Om al de boosheid der kinderen Israels en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;
Zij leken vastbesloten, van de hoogste tot de laagste, de HEERE te tergen en te tonen hoe weinig zij zich van de Allerhoogste aantrokken. Zij lijken allen op elkaar geweest te zijn. Op nauwelijks een uitzondering na waren zij, van de hoogste stand tot de laagste, altijd ongehoorzaam aan God.
Jeremia 32:33.KruisverwijzingenEzechiël 8:16→Jeremia 2:27→Jeremia 7:13→Jeremia 7:24→2 Kronieken 36:15→Johannes 8:2→Jeremia 26:5→Jeremia 35:15→
— Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;
Als mensen die een koning in zijn eigen hof willen beledigen. Het maakt een misdrijf tegen God des te zwaarder wanneer Hij ons onderwezen heeft en wij toch niet gehoord hebben “om tucht aan te nemen”. Dit is een verschrikkelijke aanklacht. Mensen weigeren zich te laten leren. Zij keren de Koning der koningen de rug toe en willen niets met Hem te maken hebben. Dan is de tijd van de wraak zeker gekomen.
Jeremia 32:34-35.KruisverwijzingenJeremia 7:31→Jeremia 7:30→Leviticus 18:21→2 Kronieken 33:6→Jeremia 23:11→2 Koningen 21:4→2 Kronieken 28:2→Leviticus 20:2→
— Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen. En zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.
Had God hun geboden hun kinderen te offeren, dan zouden zij ontzet gestaan hebben over zo’n wreedheid. Maar zij offerden ze gewillig aan de Molech, dwars tegen Zijn wil in. Er was niets zo verschrikkelijk slecht of zij deden het; er was niets zo onnatuurlijk en zo weerzinwekkend of zij moesten het beoefenen.
Jeremia 32:36-37.KruisverwijzingenJeremia 23:3→Jeremia 23:6→Jeremia 32:24→Jeremia 32:3→Hosea 1:11→Jeremia 33:16→Ezechiël 11:17→Jeremia 23:8→
— En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie; Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen.
God is toornig, en toch genadig. De rest van dit hoofdstuk is vol tederheid en liefde. Het is genoeg om onze ogen te doen volschieten wanneer wij zien hoe God spreekt over hen die tegen Hem opgestaan waren.
Jeremia 32:38.KruisverwijzingenJeremia 24:7→Ezechiël 39:28→Jeremia 31:33→Jeremia 31:1→Zacharia 13:9→Ezechiël 11:19→Deuteronomium 26:17→Ezechiël 36:28→
— Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
Is dit geen wonderlijk gedeelte? Na al deze zonde en na al dit tergen verwachten wij donder en bliksem van het goddelijke oordeel. En zie, er is niets dan de zoete stem van een ontfermende liefde: “Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.” Och, de wonderen van de goddelijke genade! Zie wat het genadeverbond voor schuldige mensen doet. Dit is werkelijk een verbond van genade: het handelt niet met mensen naar hun zonden, maar naar de onuitputtelijke milddadigheid van de eeuwige liefde.
Jeremia 32:39-40.KruisverwijzingenEzechiël 11:19→Johannes 17:21→Jesaja 55:3→Deuteronomium 11:18→Ezechiël 37:25→2 Kronieken 30:12→Handelingen 4:32→1 Petrus 1:5→
— En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen. En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.
Hier ligt een belofte van een dubbele zaligheid. De HEERE zal Zich niet van Zijn volk afkeren, en Zijn volk zal zich niet van Hem afkeren. Wat kon God meer doen dan Hij hier belooft? Het lijkt wel een krachtmeting tussen de zonde en de genade. De zonde was als een berg; maar de liefde van de HEERE was als de vloed, die steeg totdat zelfs de bergen bedekt waren.
“En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken” — met hén, met juist deze mensen die Hem getergd hadden, die de Molech gediend hadden, die zich voor afgoden gebogen hadden, die de HEERE te schande gemaakt en vertoornd hadden.
Jeremia 32:41.KruisverwijzingenJeremia 24:6→Hosea 2:19→Deuteronomium 30:9→Sefanja 3:17→Jesaja 62:5→Amos 9:15→Jeremia 31:28→Jesaja 65:19→
— En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.
Een God van ganser harte, Die zegent wie Hij met een oog van genade aanziet. Het is een wonderlijk ding. Had Hij Zijn hele hart erop gezet hen te verdelgen, dan zou dat natuurlijk geleken hebben. Maar God gaat elke gedachte van ons ver te boven. En zo zien wij, te midden van een buitengewone en bijna onmetelijke schuld, een even buitengewone liefde en een genade die helemaal niet te meten is.
Zie hoe God Zijn hele hart in het werk legt wanneer Hij Zijn volk zegent. Vergeeft Hij de zonde, dan doet Hij dat met heel Zijn hart en heel Zijn ziel. Mochten wij met heel ons hart en heel onze ziel berouw hebben over onze zonde, en dan met heel ons hart en heel onze ziel de HEERE dienen! Amen.
Jeremia 32:42.KruisverwijzingenJeremia 31:28→Zacharia 8:14→Jozua 23:14→Jeremia 33:10→Mattheüs 24:35→
— Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.
Och, dat wij genade kregen om dit eeuwig verbond aan te grijpen, “de gewisse weldadigheden van David”, en daardoor behouden te worden!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-44.KruisverwijzingenJeremia 34:2→Jeremia 37:21→Jeremia 32:44→Nehemia 3:25→Jeremia 21:4→Jeremia 32:7→Jeremia 39:1→2 Koningen 25:1→
— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar. (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is. Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen; En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien; En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.) Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende: Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen. Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was. Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen. En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.
Sedert de voorzegging der beide vorige hoofdstukken is reeds een vol jaar verlopen. Nu ontvangt de Profeet in de bewaarplaats, waarin hij wordt gevangen gehouden (vs. 1-5), ene openbaring des Heeren, dat zijn neef Hanameël hem enen akker te Anathoth te koop zal aanbieden. Als nu zijn neef werkelijk met dat doel tot hem komt, erkent hij aanstonds als den wil des Heeren, dat hij de aanbieding aanneme. Hij koopt den akker onder alle vereiste vormen en onder het oog van getuigen (vs. 6-15). Vervolgens wendt hij zich in den gebede tot God, en bidt Hem om te kennen is geven waarom Hij hem zulk een koop had laten sluiten, daar toch de stad, door de Chaldeën belegerd, spoedig den vijanden in handen zou vallen, en Juda in de reeds sedert lang aangekondigde ballingschap zou ten (vs. 16-25). Daarop ontvangt hij ten antwoord, dat Hij, de Heere, de stad wel om der wille van oude en nieuwe zonden zal overgeven, maar dat Hij ook het voornemen had ter zijner tijd de gevangenis te wenden, het volk weer naar Zijn land terug te voeren, en het daarin geestelijk en lichamelijk te zegenen, alzo zou kopen en verkopen weer op nieuw plaats hebben (vs. 26-44). Deze is dan de verklaring, welke Jeremia uit dit antwoord moest opmaken: tot een zeker onderpand of tot ene voorzegging met der daad was de koop van den akker geschied.
Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE in het tiende daar van Zedekia, koning van Juda, dus nog in het jaar 589 v. C. of uiterst in het begin des jaars 588; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadnezer, wiens regering sedert 606 vóór Christus gerekend wordt (Hoofdst. 25:1).
(Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem(2 (Kon. 25:1 vv.), en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is)1) (2 Kron. 16:10).
Hier verhaalt de Profeet, dat ofschoon hij in de gevangenis was opgesloten, het woord Gods niet gebonden was, en dat hij in die ellende niet minder ontbonden en vrij was, dan indien hij door de gehele stad had gezworven en alle wegen en kruiswegen had bezocht. En zo zien wij dat de loop der Goddelijke onderwijzing niet kon verhinderd worden, hoe ook de wereld tegen alle dienaren mocht woeden en hen verstrikken om hen te verderven. Vervolgens zien wij hier de onverbreekbare standvastigheid van den Profeet, dat hij niet door vrees is vervoerd, ofschoon hij gevangen zat en niet buiten doodsgevaar verkeerde, deel wij zien dat hij ook moedig in zijn plicht heeft volhard.
Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende, dit als reden zijner opsluiting aangevende: Waarom profeteert gij, zeggendetot het volk, dat door zulke woorden geheel ontmoedigd wordt: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen (Hoofdst. 21:4 vv. 34:1-3);
En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeën niet ontkomen; maar hij zal zeker gegeven worden in de hand des konings van Babel; hij zal geroepen worden tot verantwoording wegens het verbreken van zijnen eed (Ezech. 17:12 vv.), en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijne ogen zullen deszelfs ogen zien (2 Kon. 25:6 vv.).
En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem met den natuurlijken dood (Num. 16:29)bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeën strijdt, gij zult toch geen geluk hebben, gij zult het over uw besloten gericht niet afwenden. In het negende jaar van Zedekia was de belegering van Jeruzalem door de Chaldeën begonnen (Hoofdst. 39:1 vv.). doch was vervolgens wegens het naderen van een Egyptisch leger voor een korten tijd opgeheven (Hoofdst. 37:5, 11). Nadat dit was terugslagen was zij op nieuw begonnen (vs. 24). Jeremia, die van den beginne elken tegenstand voor vergeefs had verklaard, en daarom onderwerping had aangeraden (Hoofdst. 21:4 vv.), was in de gevangenis gebracht, als verdacht van de bedoeling om tot de Chaldeën over te gaan (Hoofdst. 37:13-16). Na een langen tijd was hij van daar op Zedekia’s bevel in den voorhof der bewaring in ‘t koninklijk paleis gebracht, waar hij waarschijnlijk ene der aan het hof grenzende ruimten bewoonde, en daar tot aan de verovering der stad in bewaring bleef (Hoofdst. 37:17-21), dewijl hij uit de groeve, waarin men hem eenmaal had geworpen, weer te voorschijn werd gehaald (Hoofdst. 38:1-13). In deze bewaarplaats kon hij ten minste met de mensen, die in het wachthuis uit en in gingen vrij verkeren, en wie hem wilde spreken werd tot hem toegelaten (vgl. Hand. 28:16-31). Zedekia wilde alleen verhinderen, dat hij niet openlijk tot het volk sprak, om door zijne ongeluksvoorzeggingen niet in verdere kringen moedeloosheid te verbreiden, of wel door aansporing tot overlopen (Hoofdst. 21:9) pogingen ter verdediging te verlammen (Hoofdst 38:4).
Jeremia dan zei, als hij de volgens vs. 1 hem geschonkene openbaring en de symbolische handeling, die dien ten gevolge plaats had, verkondigde: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:
Zie Hanameël (= door God gegeven), de zoon van Sallum(= vergelding), uwen oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing (Lev. 25:49), om te kopen, ik ben tot dien verkoop in dezen zwaren tijd verplicht. (Hoofdst. 52:6). Den Levieten was bij elk van hun steden een gedeelte grond toegewezen (Num. 35:3 en 4). Het woord Behanathoth, dat is letterlijk “in Hanothoth” wordt vertaald “bij Anathoth. ” dat is in het gebied tot die stad behorende, waar Abjathar een landgoed had gehad (1 Kon. 2:26), en waar Jeremia zelf gewoond had (Hoofdst 1:1). Doch de vraag is hier, hoe zulke landerijen konden verkocht worden, daar dit uitdrukkelijk verboden schijnt in Lev. 25:34. Sommigen willen, dat de mening dier wet geweest is, dat ze aan niemand mochten verkocht worden buiten het priesterlijk geslacht. Anderen menen, dat de wetgever alleen wil zeggen, dat die landerijen niet mochten veranderd worden van gebruik, te weten, dat men daarop gene huizen mocht bouwen, en ze zo trekken aan de Levietische steden. Nog anderen merken op, dat de Levieten ook landerijen kunnen gehad hebben, op hen verstorven van moeders of grootmoeders zijde bij gebrek van mannelijk nakroost in dat geslacht, en dat dit veld van dien aard kan geweest zijn (vgl. Hand. 4:36, 37). Naar de Mozaïsche wet moesten de erfgoederen in het geslacht blijven. Moest iemand zijn erfgoed verkopen, zo had de naaste bloedverwant de voorkeur voor den verkoop, opdat het goed niet in vreemde handen overging (Lev. 25:25). Hij kocht evenwel slechts de vruchten des akkers, want het erfgoed zelf kwam op bepaalden tijd weer in het bezit van den oorspronkelijken eigenaar of van zijne kinderen (Lev. 25:13). In de aankondiging Gods van het aanbod, dat de zoon zijns ooms aan Jeremia zou doen, lag stilzwijgend reeds een wenk, dat hij het niet moest afslaan (vgl. vs. 8 einde).
Alzo kwam Hanameël, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord tot mij, in het voorhof der bewaring, en zei tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen hij zo geheel dezelfde woorden sprak, als mij den vorigen nacht waren bekend gemaakt, merkte ik, dat het des HEEREN woord was, wat hij van mij verlangde.
Dies kocht ik van Hanameël, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen
(Exod. 30:13).
Ene geringe som gelds, want een sikkel had ongeveer de waarde van zestig cents, en zeventien sikkelen golden omstreeks f. 10. Men heeft deze koopsom te gering geacht zonder te bedenken, dat misschien de akker klein was, dat het land toen waarschijnlijk weinig waarde had, en het gehele gewicht der zaak slechts gelegen was in de zinnebeeldige betekenis. Anderen rekenen het tussen de 20 en 30 gulden. Dit was wel ene geringe som, maar de tijden waren allerzorglijkst; de vijand was in het land en voor Jeruzalem, zodat alles scheen weg te wezen. Maar wat bewoog Hanameël om Jeremia dit veld te koop aan te bieden? Het kan zijn dat hij Jeremia heeft willen bespotten en op den toets zetten, omdat deze voorspeld had, dat Jeruzalem door de Chaldeën zou ingenomen, maar naderhand wederom herbouwd worden, en daarom heeft willen zeggen: Koop gij dat land, Jeremia! Volgens uwe voorzegging zult gij met uwe nazaten er merkelijk voordeel mede kunnen doen. Doch misschien ook heeft Hanameël zijn land uit nood en uit gebrek verkocht. Hiermee heeft de Heere door een uitwendig teken willen verzekeren dat eenmaal aan alle ellende een einde zou komen. Op dat ogenblik was al dat land in de macht der vijanden, en op zichzelve, naar de maatstaf der wereld, was het belachelijk om iets te kopen wat niet meer in het bezit van den verkoper was. Maar de Heere verzekert daarmee, dat alhoewel Juda nu naar Babel zou worden gevoerd, het recht op het land zou blijven en zij eenmaal weer als wettige bezitters in hun recht zouden hersteld worden. Men heeft die som klein genoemd en dit was zij ook, maar men vergete twee dingen niet. Vooreerst dat het stuk gronds op dat ogenblik in de macht der vijanden was, en ten tweeden, en dit was de voornaamste reden, het stuk gronds werd niet verkocht, maar het vruchtgebruik er van. Als het jubeljaar kwam, en wie weet hoe weinig tijds men van dat jaar verwijderd was, kwam het stuk gronds weer in het bezit van den vorigen eigenaar.
En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, die het koopverdrag mede moesten ondertekenen (vs. 12), als ik het geld op de weegschaal gewogen had.
En ik nam den koopbrief, die verzegeld was, naar het gebod en de inzettingen, en den openen brief, een afschrift van het stuk zelf. Het is het waarschijnlijkst, dat van den verkoop van landerijen onder de Joden zijn gemaakt twee geschriften, het ene verzegeld om bewaard te worden door den koper en het andere open, om aan de rechters vertoond en door hen bekrachtigd te worden, welk gebruik Jeremia volgde. In de gissingen van anderen, waarom twee geschriften gemaakt zijn, is niet de minste zekerheid. Men kan niet anders zien, of de profeet heeft dit stuk lands gekocht en ontvangen met dezelfde plechtigheden en omstandigheden, waarmee men in tijden van vrede, als alles geregeld toeging, gewoon was de landerijen te kopen en te verkopen.
En ik gaf den koopbrief aan Baruch, (= gezegend) den zoon van Nerija (= lamp van Jehova), den zoon van Machseja, (= werk van Jehova), die mij ook de koopsom bezorgd had, voor de ogen van Hanameël, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen, die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten. 1)
In dit eerste voorhof van het paleis was de woonplaats van vele personen aan den dienst van het koninklijke huis verbonden.
En ik beval Baruch voor hunnen ogen, zeggende:
Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen openen brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij goed bewaard worden, en vele dagen mogen bestaan, daar voor ‘t ogenblik geen gebruik daarvan is te maken.
Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden, dan zal ik in het bezit treden van dien verkochten akker of ten minste mijne nakomelingen (vs. 43 vv.). Voor de eerste maal wordt hier melding gemaakt van Baruch, den schrijver van den Profeet (Hoofdst. 36:4, 32; 45:1), daarom is zijne afkomst nauwkeurig opgegeven. De naam betekent hetzelfde als Benedictus, de gezegende. Daar nu die Seraja, die een hoveling van den koning Zedekia was, en dezen op zijne reis naar Babel omtrent het jaar 594 vergezelde (Hoofdst. 51:58) te onderscheiden van een anderen van dien naam, (Hoofdst. 36:26), als een zoon van Machseja wordt aangewezen, en dus Baruch diens broeder was, zo behoorde hij tot een voornaam geslacht, hetgeen Jozefus bevestigt, die hem tevens schildert als iemand bekend met de taal van het land en daarin zeer kundig (Ant. X 9, 1). Van welken tijd af hij leerling en vriend van Jeremia is geworden kan niet nader worden bepaald, doch wij vinden hem reeds in het jaar 606 v. C. (in het 4e jaar van Jojakim) in diens gezelschap (Hoofdst. 36:1 vv.), door diep harteleed over de zonde van zijn volk en de oordelen, waarmee het bedreigd is, vervuld (Hoofdst. 45:1 vv.). Nu bleef hij ook bij hem tot aan de inneming en verwoesting van Jeruzalem in het jaar 588; ja, hij deelde daar hetzelfde lot met hem, dewijl ook hem werd toegestaan in het land te blijven. Toen daarop na het vermoorden van Gedalja de achtergeblevenen in het land voornemens waren zich aan de gevreesde wraak van Nebukadnezar door ene vlucht naar Egypte te onttrekken, doch Jeremia zich in den naam des Heeren tegen zulk een plan verzette, werd Baruch beschuldigd, dat hij den profeet daartoe had opgezet (Hoofdst. 43:1 vv.). Men ging evenwel tot de verhuizing over. Wij vinden later den profeet bij de vertrokkenen in Tachpanhes (Hoofdst. 43:8 vv.), en ook Baruch was mede daarheen gesleept (Hoofdst. 43:6). Verder wordt hij in de geschiedenis niet meer gevonden, en het zijn niets dan onzekere sagen, op welke wij verder zijn gewezen; sommigen laten hem in Egypte sterven, anderen van daar naar Babylonië trekken en daar twaalf jaren na den val van Jeruzalem (576 v. C.) zijn leven besluiten. Gelijk bekend is bezitten wij onder de Apocrieve boeken het boek van Baruch, dat van Hoofdst. 1:1-5 :9 werkelijk bevat wat de titel zegt, daarentegen in Hoofdst. 5:10-6 :72 enen brief van Jeremia aan de gevangenen te Babel in afschrift mededeelt. Wat dat eerste deel, het boek van Baruch, aangaat, zo bevindt zich, volgens de zeer ingewikkelde, door tegenspraak tegen de werkelijke geschiedenis overstaande inleiding, Baruch in het vijfde jaar na de verbranding van den tempel te Babel, en leest zijn boek den gevangen koning Jojachin en den overigen ballingen voor. Daarop verootmoedigde men zich voor God, verzamelde ene collecte, en zond die met de door Zedekia vervaardigde, bij de plundering der stad mede naar Babel gevoerde vaten des tempels tot den hogepriester en het volk te Jeruzalem. Men voegde daarbij de opwekking het geld voor den offerdienst te besteden, voor het leven van Nebukadnezar en zijnen zoon Belsazar te bidden, en God om afwending van Zijnen toorn te smeken (Hoofdst. 1:1-13). Tevens wordt daarbij gevoegd het boek van Baruch met de aanwijzing om het op feestdagen in den tempel voor te lezen, en daarbij ene schuldbekentenis en gebed om Gods genade tot redding uit de verstrooiing en de ballingschap uit te spreken, hetwelk dan ook volgt (Hoofdst. 1:14-3 :8). Zo als ‘t schijnt heeft hij, die het boek (waarschijnlijk in ‘t Hebreeuws, waaruit het in ‘t Grieks is overgezet) geschreven heeft, Baruch met zijn broeder Serejah verward, en dat boek, hetwelk Jeremia aan dezen, toen hij koning Zedekia op zijne reis naar Babel vergezelde, voor de gevangenen meegaf (Jer. 51:59 vv.), willen vergoeden (daarop doelt ook in Hoofdst. 1:8 de uitdrukking: “de zilveren vaten, die Zedekia, de zoon van Josia, de koning van Juda gemaakt had” dit is zeker ene verkeerde opvatting van het Hebr. woord “sjiwa, ” dat wel “maken” betekent, maar in den grondtekst in den zin voorkomt van “inlossen” of “terug kopen, ” en de bedoeling om de vaten des tempels terug te kopen kan Zedekia zeer goed met dat gezantschap hebben gehad). Men heeft verder den wens van den profeet ten opzichte van de vaten des tempels (Jer. 18:6) genomen als ene bekrachtiging der profetie van Hanaja, maar ten laatst zich weer in een geheel anderen tijd verplaatst, namelijk in dien, welke tot het gebed in Dan. 9 behoort. In de volgende afdeling, die van Hoofdst. 3:9-4 :9 loopt, wordt zonder overgang Israël aangesproken, en de oorzaak van zijn ongeluk gesteld in het verlaten der Goddelijke wijsheid, die in de wet als het ware belichaamd verschenen is; daarentegen in de bekering tot deze het enige heil voorgesteld. Toch moge het overblijfsel getroost zijn, want Israël is niet tot geheel verderf den Heidenen overgegeven. De daarop volgende afdeling van Hoofdst. 4:9-29 geeft in onmiddellijke aansluiting aan de vorige ene klacht, aan het gepersonificeerde Jeruzalem in den mond gelegd, waarin zij boven de overige steden van Juda hare verlatenheid en den roof harer kinderen betreurt, doch zelf deze ook weer vertroost, en ze beveelt God om hulp aan te roepen, zo zouden zij gered en haar weer geschonken worden. Nu wendt zich in Hoofdst. 4:30-5 :9 de rede omgekeerd tot Jeruzalem. Terwijl haren vijanden onheil en verderf wordt verkondigd, verschijnt zij zelf in den stand der haar beloofde heerlijkheid, waarbij de schildering duidelijk zinspeelt op plaatsen der Profeten als Jes. 60:3; 43:5 v. 61:10; 59:19; 40:4. Wat het tweede deel, den brief van Jeremia, aangaat, daaromtrent mogen wij alleen herinneren wat bij Jer. 10:1-16 is opgemerkt. Daar gaf de profeet zijn volk voor het oponthoud onder de Heidenen een woord Gods mede, dat dit aan zijne roeping moest herinneren en het van de dwaasheid van den afgodendienst moest overtuigen, en dat wordt nu in een bijzonderen brief aan de ballingen in navolging van den brief in Jer. 29 verder uiteengezet. De vereniging van dezen brief van Jeremia met het boek Baruch wordt reeds in de Vulgata gevonden. Luther houdt het gehele boek voor gering in waarde, en had het bijna met het 3e en 4e boek Ezra laten varen, gelijk hij zegt; toch heeft hij het nog laten “medegaan onder den hoop, omdat het zo hard tegen de afgoderij schrijft en de wet van Mozes voorhoudt. ” .
Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:
Ach Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt door Uwe grote kracht en door Uwen uitgestrekten arm (Hoofdst. 27:5); geen ding is U te wonderlijk (Luk. 1:37).
Ach Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt door Uwe grote kracht en door Uwen uitgestrekten arm (Hoofdst. 27:5); geen ding is U te wonderlijk (Luk. 1:37).
Groot van raad, in wijsheid en doorzicht (Jes. 28:29), en machtig van daad, op onwederstaanbare wijze Uwe besluiten, die Gij genomen hebt, uitvoerende (Ps. 66:5. (Jes. 11:2. Hoofdst. 10:6); want Uwe a) ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijne wegen, en naar de vrucht zijner handelingen(Jer. 16:17; 17:10).
Job 34:21. Spr. 5:21.
Gij, die tekenen er wonderen gesteld hebt in Egypteland, en hebt daarmee niet opgehouden tot op dezen dag (Hoofdst. 7:25; 11:7) zo in Israël als onder andere mensen, onder andere volken, die met U in gene bijzondere verbondsbetrekking staan, en hebt U enen naam gemaakt, als hij is te dezen dage. 1) (Jes. 63:12 en 14
In het bijzonder vermeldt de Profeet die uitstekende weldaden Gods, waardoor Hij getuigenis heeft gegeven van Zijn vaderlijke zorg voor Zijn kerk. Waarom toch zoveel wonderen dan juist om daarmee te bewijzen, dat hij zorg droeg voor Zijn uitverkoren volk en alzo Zijn verbond heiligde. Wij zien dan hier dat God Zijn goedheid jegens de kinderen Abrahams deed schitteren, waar Hij n. l. de tekenen en bewijzen vermeldt, welke in het land van Egypte waren gedaan. En daarna voegt Hij er bij, in Israël. Hij vermeldt derhalve niet de macht Gods in wonderen maar voornamelijk Zijn medelijden, waarmee hij het uitverkoren volk heeft verwaardigd. Hij zegt ook, tot op dezen dag, niet omdat God gedurende zovele eeuwen wonderen heeft verricht, maar Hij verstaat er onder dat deze waardig waren om altijd weer verheerlijkt te worden, tot in alle eeuwen.
En hebt Uw volk Israël uit a) Egypteland uitgevoerd, door tekenen, en door wonderen, en door ene sterke hand, en door enen uitgestrekten arm, en door grote verschrikking, die de naburige volkomen aangreep (Deut. 26:8. (Exod. 23:27. Jes. 5:11);
2 Sam. 7:23. 1 Kron. 17:22.
En hebt hun dit land gegeven, dat Gij hunnen vaderen gezworen hadt hun te zullen geven, een land vloeiende van melk en honing(Hoofdst. 11:5. Exod. 3:8).
Zij zijn er ook ingekomen en hebben het in bezit genomen, het erfelijk bezeten, maar hebben Uwer stem niet gehoorzaamd, en in Uwe wet niet gewandeld; zij hebben niets gedaan van alles, wat Gij hun geboden hadt te doen; dies hebt Gij hun al dit kwaad doen bejegenen (Deut. 31:29). Na het belijden van Gods almacht, alwetendheid, goedheid, waarheid en getrouwheid komt Jeremia hier tot de erkentenis van Gods rechtvaardigheid, betuigende, dat het volk, voor hetwelk God zoveel had gedaan, Hem slecht had beloond, “niet gehoorzamende Zijner stem, ” hetwelk verklaard wordt door het “niet wandelen in Zijne wet. ” .
Ziet, de wallen 1)! zij, de vijanden zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeën, die tegen haar strijden; zij moet in hun handen vallen vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie (Hoofdst. 14:16; 21:7): en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het; Gij zelf hebt dien toestand zo beschikt.
Door deze wallen versta men schietkatten, opgeworpen tegen de muren der stad tot het plaatsen van geschuttuig, ten einde den weg te banen tot den algemenen storm en het innemen der stad. Nadat de Profeet de weldaden Gods aan de ene zijde en den snoden ondank des volks aan de andere zijde heeft vermeld, zegt hij nu, dat tengevolge de ongerechtigheid des volks de oordelen Gods worden voltrokken, dat de vijanden voor de poorten der stad staan, om haar in te nemen, en dat dit alleen geschiedt naar de voorzeggingen en dientengevolge volgens het oordeel Gods.
Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen, daar de stad in der Chaldeën hand gegeven is, en ik dus wat ik gekocht heb, naar allen schijn nooit zal bezitten. Wel had Jeremia in de aanbieding tot het kopen van den akker des Heeren bevel erkend en gevolgd; wel had hij, daar hij de beschrijving in bewaring liet stellen, het bekend gemaakt en uitgesproken (vs. 15): eens zouden weer huizen en velden en wijnherbergen in dat land worden gekocht. En toch, moest niet, nu de lang voorzegde ondergang van stad en rijk onvermijdelijk te wachten was, en aan gene redding meer kon gedacht worden, zulk ene hoop ijdel en hare vervulling onmogelijke voorkomen? Om zulk enen twijfel te bestrijden, minder bij zich zelven, dan wel bij degenen, die zijne woorden hoorden (of voor wie ze in de toekomst bestemd waren), gaat hij in het gebed. Hij vraagt om opheldering en onderwijzing aan Jehova, den Schepper van hemel en aarde, voor wien niets onmogelijk is, den Almachtige en Alwijze, die den mensen vergeldt naar hun daden, aan Hem, die Israël door grote wonderen en tekenen in het heerlijke land heeft geleid, dat Hij hun beloofd had. Zij hebben naar Zijne vermaning niet gehoord en Zijne geboden niet gehoorzaamd, daarom heeft Hij nu al dit ongeluk over hen beschikt. De stad is in den hoogsten nood, reeds geheel in de macht der Chaldeën en alles wordt aan verwoesting prijs gegeven-en hoe? midden in dit gericht wil de Heere, alsof dit alles niets ware, dat Jeremia in de nabijheid van Jeruzalem een akker kope? De profeet verneemt in hetgeen volgt het antwoord van Jehova, die bevestigt wat hij reeds in zijn gebed vol vertrouwen heeft uitgesproken (vs. 17): zou voor den Heere, den Regeerder aller dingen iets onmogelijk zijn, zodat Hij Zijne beloften, hoe ongelooflijk zij schijnen, niet zou kunnen vervullen? Wel is waar is voor het tegenwoordige de ondergang van stad en rijk onherroepelijk, de Chaldeën zullen Jeruzalem innemen en verwoesten. Dit is slechts de rechtvaardige en sedert lang aangekondigde straf voor de zonden, die Israëls volk, ondanks alle waarschuwingen, welke de Heere het heeft toegezonden, voortdurend bedreven heeft; want van den vroegsten tijd af hebben de kinderen Israëls alleen gedaan wat Gode mishaagde. Allen, aanzienlijken en geringen, hebben Hem den rug toegekeerd, en Zijne tucht versmaad, hebben door de gruwelen van hunnen afgodendienst den tempel des Heeren verontreinigd, en in het dal van Hinnom hun kinderen aan den Moloch geofferd, en steeds zo gehandeld, dat zij Hem moesten vertoornen. Daarom was ook Jeruzalem van vroegen tijd af het voorwerp van Zijnen toorn. Hij wil de afgodische stad niet meer voor Zijne ogen zien. De huizen, op wier daken den afgoden werd geofferd, moeten verbrand worden. Maar wanneer ook nu de stad wordt veroverd en verwoest, Jehova voert Zijn volk weer terug uit de landen, waarin Zijn toorn hen heeft gebracht, en laat ze hier wonen in geluk en vrede. Hij laat ze eensgezind wandelen in Zijne vreze, en sluit met hen een eeuwig verbond, een verbond der genade en liefde van Zijne zijde, van trouw en overgave van de zijde Zijns volks, zodat Hij er vreugde in heeft om het wel te doen, en ongestoord in zijn land te laten wonen. Even als Hij nu over het volk al het ongeluk heeft gebracht, waarmee Hij het heeft bedreigd, zo zal Hij het ook eens de zaligheid schenken, die Hij het thans belooft; en zo zal den ook weer grondbezit worden gekocht in het nu verlaten en verwoeste land, rondom Jeruzalem en in het ganse rijk van Juda.
Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia zeggende:
Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees, van alle mensen, van allen, die uit vrouwen geboren zijn, en van alle levende schepselen op aarde (Num. 16:22; 27:16). Zou Mij, gelijk gij zelf Mij reeds hebt betuigd (vs. 17) enig ding te wonderlijk zijn? 1)
Hiermede bevestigt de Heere wat de Profeet in vs. 17 omtrent Hem gezegd heeft. Hij noemt Zich den God van alle vlees, in den zin dat Hij het bestuur van de lotgevallen van alle mensen in Zijne handen heeft, dat Hij regeert over alles, dat Hij is de Souvereine God, die de macht bezit om te verderven en de macht om te behouden, en die daarom vraagt of er iets voor Hem te wonderlijk zou zijn.
Daarom, hoe weinig de verblinde leidslieden van het volk en het volk zelf dit ook willen geloven (Hoofdst. 7:4; 21:13), zegt de HEERE alzo: Zie, Ik geef deze stad in de hand der Chaldeën, en in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, en hij zal ze innemen.
En de Chaldeën, die tegen deze stad strijden, zullen er in komen en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden (Hoofdst. 17:27; 21:10 en 14 de huizen, op welker daken zij aan Baäl gerookt en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen 1) (Hoofdst. 7:9; 19:4 en 13).
Met welke woorden God bewijst, dat de dwaling door de Joden niet kan worden verschoond, dewijl zij meer dan genoeg onderwezen waren uit de Wet, hoe God moest vereerd worden en zij tevens de voorschriften hadden dat zij één God moesten vereren. Doch zij hadden meerdere vereerd, met hun valse bijgelovigheden. Derhalve klaagt God hier terecht, dat Hij door hun daden is vertoornd geworden, dewijl er geen voorwendsel voor hun onwetendheid was, dewijl de kennis der wet voldoende was om hen te besturen.
Want de kinderen Israëls van de tien stammen, die hun straf hebben ontvangen, en de kinderen van Juda, die nu zullen gestraft worden, hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijne ogen (Hoofdst. 22:21); want de kinderen Israëls in ‘t algemeen, waartoe ook de kinderen van Juda behoren, hebben Mij door het werk hunner handen, door hun doen en laten, door hun afgoden roepen en zoeken (Hoofdst. 25:6), alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE.
Want tot Mijnen toorn en tot Mijne grimmigheid is Mij deze stad Jeruzalem (Hoofdst. 5:11) geweest van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, daar reeds onder David, haren stichter, in Absaloms zamenzwering zich de ongehoorzaamheid van het ganse volk tegen Mijnen heiligen wil openbaarde, en dit heeft voortgeduurd tot op dezen dag toe, opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed (Hoofdst. 52:3. 2 Kon. 24:20 De spreekwijs: “van den dag af, dat zij ze gebouwd hebben, tot op dezen dag, ” geeft te kennen, dat de Goddelijke gramschap gedurende den tijd dat Jeruzalem gestaan had, al hoger en hoger en ten laatste tot het uiterste was geklommen. De Joden hadden den Heere van de vroegste tijden bij aanhoudendheid getergd, en nu was des Heeren toorn van tijd tot tijd al meer en meer ontstoken, eindelijk tot dien hogen trap geklommen, dat Hij Jeruzalem niet langer dulden kon.
Ik zal hen overgeven in de hand der vijanden, om al de boosheid der kinderen Israëls en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesters en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem; 1)
Hier verzekert de Heere wederom, dat alle rangen en standen het voor Hem hadden verdorven, dat zowel de aanzienlijksten als de geringsten, de koning en de onderdanen zich tegen Hem hadden gesteld, en dat daarom Hij kwam met de roede Zijner verbolgenheid, met Zijne geduchte straffen.
Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht, hoewel Ik hen leerde door Mijne knechten, de Profeten a), vroeg op zijnde en lerende; evenwel hoorden zij niet om tucht aan te nemen (Hoofdst. 2:26 v. (Zach. 7:11).
Jer. 7:13, 25; 25:3; 26:5; 29:19.
Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijnen naam genoemd is, om dat te verontreinigen.
En zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Moloch door het vuur te laten gaan, hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, 1) dat zij dezen gruwel zouden doen, opdat zij Juda mochten doen zondigen (Hoofdst. 7:30 v. 19:5).
Gedurig zegt de Heere van dezen gruwel, dat Hij het niet geboden had, dat het in Zijn hart niet was opgekomen om hun dat te gebieden. Dat is, naar sommiger mening, omdat men zich beriep op het gebod aan Abraham gegeven, om zijn zoon den Heere te offeren.
En nu, daarom, omdat gelijk in vs. 27 gezegd is, Mij niets onmogelijk is, en zich dat ook aan de andere zijde moet bevestigen, zegt de HEERE, de God Israëls, alzo van deze stad, waar gij van zegt, wanneer gij geloven moet, wat gij nu niet wilt aannemen: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie (vs. 24):
Ziet 1) Ik zal hen, die gevangenen van Israël en Juda (Jer. 30:3) vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijnen toorn, en in Mijne grimmigheid, en in grote verbolgenheid, en Ik zal hen tot deze plaats weer brengen en zal hen zeker doen wonen (Hoofdst. 23:3. (Ezech. 36:11; 33. Hos. 11:11).
Na blootlegging der schuld, waardoor Juda het Chaldeeuwse strafgericht zich berokkend heeft, verkondigt de Heere de redding des volks uit de ballingschap en zijn herstelling en vernieuwing, waarmee Hij de Hem voorgestelde vraag in vs. 25 beantwoordt.
Ja zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot enen God zijn.
En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven om Mij te vrezen, al de dagen hun ten goede, mitsgaders hunnen kinderen na hen. 1)
Hij zal hun enerlei hart en enerlei weg geven. Teneinde zij in enerlei weg mogen wandelen zou Hij hun enerlei hart geven, want gelijk het hart is, zo zal de weg zijn en beiden zullen enerlei zijn, dat is te zeggen: Elk van hen zal enerlei bij zich zelven zijn, enerlei is hetzelfde als een nieuw hart. Het hart is dan enerlei, wanneer het volkomen voor God is en ganselijk aan God toegewijd. Wanneer het oog eenvoudig is en Gods eer alleen bedoeld wordt, wanneer onze harten vast zijn, vertrouwende op God, en wij eenvormig en algemeen zijn in onze gehoorzaamheid aan Hem, dan is het hart enerlei en de weg enerlei; en tenzij het hart dus standvastig is zullen de gangen niet gestadig zijn.
En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe, en Ik zal Mijne vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken 1) (Hoofdst. 24:7; 31:31 vv.).
De heerlijkste en kostelijkste beloften geeft de Heere hier aan Zijn volk. Hij weet wat maaksel zij zijn, en daarom belooft Hij hier dat Hij zelf er voor zal zorgen, dat zij niet van Hem zullen wijken. Hij belooft niet alleen herstellende maar ook bewarende, niet alleen vernieuwende maar ook overheersende genade, zodat zij niet van achter Hem zich zullen afkeren.
En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe. 1) (Deut. 28:63; 30:9. (Jes. 62:5)en Ik zal hun getrouwelijk in dit land a) planten, met Mijn ganse hart en met Mijne ganse ziel. (Hoofdst. 24:6).
Amos 9:15.
Hij zal een vermaak hebben in hunnen voorspoed en zal alles doen, om dien te bevorderen. God zal hun daarom goed doen, omdat Hij zich over hen verblijdt. Zij zijn Hem dierbaar. Hij boogt op hen, en daarom zal hij hen niet alleen goed doen, maar ook een vermaak hebben in hen goed te doen. Wanneer Hij hen straft is het met tegenzin, maar als Hij hen herstelt is het met genoegen. Wij moeten Hem derhalve met blijdschap dienen en ons verheugen in alle gelegenheden, om Hem te dienen. Hij is zelf een blijde gever en heeft daarom een blijmoedigen dienaar lief.
Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke. (Hoofdst. 31:28).
En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is, het is in der Chaldeën hand gegeven.
Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven en verzegelen, en getuigen doen betuigen in het land van Benjamin, waar gij den akker hebt gekocht, en in de plaatsen rondom Jeruzalem en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden (Hoofdst. 17:26; 33:13); want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE (Hoofdst. 29:14; 30:3). Zonder twijfel behoren deze profetieën (Hoofdst. 32 en 33), die uit den voorhof der bewaring zijn gekomen, tot de heerlijkste, die de profetie ooit heeft voortgebracht. Wij zullen zien, welke ene diepte van ellende die voorhof voor den profeet en voor Israël bevatte, en juist midden in die ellende verheft de profeet zijne stem tot verkondiging van het hoogste heil, opdat de wondermacht van God worde erkend en geprezen, en het geloof, dat niet ziet op het zichtbare, maar op het onzichtbare (2 Kor. 4:18), daardoor worde gesterkt en getroost. De vervulling dezer belofte doorloopt alle stadiën, van dat eerste zwakke begin af, dat na het terugkeren uit de ballingschap werd gemaakt, tot aan de volmaking van het koninkrijk der hemelen, welke ons de toekomstige wereldtijd zal brengen. Wij hebben twee zaken op te merken: 1e is het niet geheel Israël naar het uitwendig getal, dat zalig zal worden, maar de belofte geldt alleen omtrent de “overigen. ” Dat is in verhouding tot de grote menigte altijd slechts een gering getal, want in Openb. 7:4 vv. en 14:1 vv. worden slechts 144. 000 verzegelden genoemd, uit elken stam twaalfduizend. En 2e. is de geestelijke wedergeboorte, de opwekking van den dood tot het leven, hoewel inwendig voorbereid, toch niet een langzame overgang uit den enen toestand in den anderen, geen trapsgewijze voortgang, zo als dat bij de heiligmaking het geval is, maar een plotseling doorbreken, ene ogenblikkelijke wending, waarop het woord toepasselijk is: “de wind blaast, waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt of waar hij heengaat. ” In de hemelse wereld zal iets gebeuren, dat voor Israël dit plotseling doorbreken, deze ogenblikkelijke wending te weeg brengt, zo als die in 2 Kor. 3:16 en Zach. 12:10 vv. wordt aangegeven. Die hemelse gebeurtenis wordt in Openb. 12:7 vv. gesymboliseerd. Wij hebben dus niet te vragen of Israël nu reeds rijp is voor de vervulling dier profetie. Integendeel wordt de vraag of onze tijd werkelijk zo is, dat de vervulling kan aanvangen, veel meer daardoor beslist, hoe het met de westerse Christenheid gesteld is, en inzonderheid met onze kerk, door welke het meest de voorzegging van Christus (Matth. 21:43) zich heeft verwezenlijkt: “Het koninkrijk Gods zal van u weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijne vruchten voortbrengt. ” Het is de vraag of die een toestand vertoont, die het duidelijk genoeg laat zien, dat de tijd der heidenen vervuld is (Luk. 21:24); en de Heere dus enigermate genoodzaakt is Zich weer tot Zijn oud verbondsvolk te wenden. Wij zullen dat moeilijk kunnen ontkennen, wanneer het reeds zo ver is gekomen, dat een schrijver heeft durven beweren: de wereld zou gelukkiger zijn geweest, wanneer zij nooit iets van God had geweten, de Bijbel is niets anders dan ene vervalsing van natuur en geschiedenis, crimineel strafbaar zijn de leerstellingen van openbaring en inspiratie. Gesteld ook, zegt diezelfde verder, dat er een God ware, zo is toch de belofte van de leer van Jezus, ene ware Godsidee geheel onwaardig; Hij, Jezus, viel als offer Zijner valse berekening en inwendige verduistering, de Apostelen waren mensen van opgeblazen verstand, en als voorbeelden van hem stonden aan Jezus kribbe os en ezel. Op even gruwelijke wijze spreken ook de dagbladschrijvers, materialisten, wier geschriften en meningen tot bij de laagste klassen gretig ingang vinden, en hand in hand gaat daarmee ene vergoding der natuur en der mensen, van het talent en genie, waarvan Max Stirner verklaring geeft in zijn woord: “ik heb niets boven mij zelven. ” “De godsdienst der toekomst, horen wij een ander zeggen, is de mens, als het eerste, hoogste en laatste; het transcendente godsbewustzijn (of het bewustzijn dat er een God buiten en boven ons is) is de grondsteen der gehele aangestokene maatschappij, en zo lang de mens nog met een draad aan den hemel hangt, is er geen heil op aarde. ” “Onze tijd, zo laat een derde zich horen, heeft een andere leiding nodig dan die van het Christendom, de leiding door zich zelven, door den tijdgeest; de mens alleen is onze god, onze rechter, verlosser, geen heil buiten den mens; de mens is voor God nodig, maar niet God voor den mens. Nu betekent het zeker niet heel veel, wanneer sommige schrijvers, die in hun geloof schipbreuk hebben geleden, zo spreken; maar zij spreken eigenlijk uit, wat den verborgen levensgrond der grote menigte vormt, en wat zich als behoefte en eis van den tijd doet gelden; zij arbeiden meer of min bewust daarheen, dat die levensgrond worde ontwikkeld en van de beperking worde bevrijd, die zijne openbaring naar buiten nog tegenhoudt. Gelove wie wil, dat wij op den weg dier ontwikkeling, die tegenwoordig steeds verder voortgaat, in enkele tientallen van jaren, enen nieuwen bloeienden toestand der kerk zullen zien, dat wij tot een fris ontwaken van het geestelijk leven zullen komen; de tijd zal het leren, dat de tegenwoordige Christenheid integendeel nu spoedig de grote stad zal zijn geworden, die geestelijk Sodom en Egypte heet, waar onze Heere is gekruisigd (Openb. 11:8). Heeft zij zich eerst zo ontwikkeld, dan is ook Gods uur gekomen, om Israël te gedenken, en door zijne herstelling ene reactie bij ons te bewerken, die ook de sterkste inspanningen der gelovigen nooit zullen te weeg brengen. “De zaligheid is uit de Joden; ” dit woord uit Christus, eigen mond (Joh. 4:22) zal nog eens bevestigd worden op ene wijze, die thans slechts zelden iemand vermoedt, wanneer de Heere Laodicea, de kerk van het gemeentebewustzijn, die zich thans vormt, uit Zijnen mond zal hebben gespuwd (Openb. 3:14 vv.), en er dan vooreerst gene Evangelische kerk meer is, maar het dier, dat uit den afgrond oprijst, de twee getuigen tot koude lijken heeft gemaakt (Openb. 11:7 vv.) . In het antwoord, hetwelk de Heere aan Jeremia gaf, maakt de Allerhoosten hem en ons allereerst opmerkzaam op Zijne hoogheid en almacht, voor welke niets te wonderlijk is, daarna op het gewisse en zekere van de volvoering van Zijne raadsbesluiten, ook ten aanzien van het straffen van Zijn volk; verder op de rechtvaardigheid der oordelen, welke Hij over de mensen brengt, dewijl zij altijd welverdiend en noodzakelijk zijn, en eindelijk op Zijne grote ontferming en genade, met welke Hij tot ene natie wederkeert, op welke Hij ene bijzondere verbondsbetrekking heeft aangenomen, en tot welke Hij met Zijne gunst wil wederkeren. Is zulk een God onze God, en de God van ons land en volk, dan zal Hij ook te midden van Zijne oordelen en strafgerichten, in gunst aan ons gedachtig blijven, gelijk Zijne trouw de vervulling van al Zijne beloften ook blijft tot in eeuwigheid. De Heere kan de voorwerpen Zijner liefde gelukkig maken, reeds hier. Hij zal ze nooit verlaten noch verzaken, totdat Hij ze heeft geplant in de hoven daarboven. Laat ons dan niet versagen onder onze smarten, verzekerd dat wij alle goed zullen verkrijgen, dat Hij ons heeft beloofd. .
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel