Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 32

1 Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het woordH1697, dat tot JeremiaH3414 geschied is vanH854 den HEEREH3068, in het tiendeH6224 jaarH8141 van ZedekiaH6667, koningH4428 van JudaH3063; dit jaarH8141 was hetH1931 achttiendeH8083 jaarH8141 van NebukadrezarH5019. Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar.

KJV The word1 that came to Jeremiah5 from the LORD7 in the tenth9 year8 of Zedekiah10 king11 of Judah,12 which was the eighteenth15 year14 of Nebuchadrezzar.

1 הַדָּבָ֞ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 הָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 יִרְמְיָ֨הוּ֙ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 6 מֵאֵ֣ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 בַּשָּׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 9 הָעֲשִׂרִ֔ית H6224 tiende, tienden tenth (part) 10 לְצִדְקִיָּ֖הוּ H6667 Zedekia, Zidkia Zedekiah, Zidkijah 11 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 13 הִ֧יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 הַשָּׁנָ֛ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 15 שְׁמֹנֶֽה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 16 עֶשְׂרֵ֥ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 17 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 18 לִנְבֽוּכַדְרֶאצַּֽר H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 (Het heirH2428 nu des koningsH4428 van BabelH894 belegerdeH6696 toen JeruzalemH3389, en de profeetH5030 JeremiaH3414 wasH1961 beslotenH3607 in het voorhofH2691 der bewaringH4307, datH834 in het huisH1004 des konings van JudaH3063 is. (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.

KJV For then the king3 of Babylon's4 army2 besieged5 Jerusalem:7 and Jeremiah8 the prophet9 was shut up11 in the court12 of the prison,13 which was in the king16 of Judah's17 house.

1 וְאָ֗ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 חֵ֚יל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 3 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 5 צָרִ֖ים H6696 belegeren, belegerde, belegerden adversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 וְיִרְמְיָ֣הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 9 הַנָּבִ֗יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 10 הָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 כָלוּא֙ H3607 besloten, geweerd, onthouden finish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold 12 בַּחֲצַ֣ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 13 הַמַּטָּרָ֔ה H4307 bewaring, Gevangenpoort, doel mark, prison 14 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 בֵּֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Want ZedekiaH6667, de koningH4428 van JudaH3063, had hem beslotenH3607, zeggendeH559: Waarom profeteertH5012 gijH859, zeggendeH559: ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: ZietH2005, Ik geefH5414 dezeH2063 stadH5892 in de handH3027 des koningsH4428 van BabelH894, en hij zal ze innemenH3920; Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen;

KJV For Zedekiah3 king4 of Judah5 had shut him up,2 saying,6 Wherefore dost thou prophesy,9 and say,10 Thus saith12 the LORD,13 Behold, I will give15 this city17 into the hand19 of the king20 of Babylon,21 and he shall take

1 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 כְּלָא֔וֹ H3607 besloten, geweerd, onthouden finish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold 3 צִדְקִיָּ֥הוּ H6667 Zedekia, Zidkia Zedekiah, Zidkijah 4 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 6 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 מַדּוּעַ֩ H4069 waarom? how, wherefore, why 8 אַתָּ֨ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 9 נִבָּ֜א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 10 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 12 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 15 נֹתֵ֜ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הָעִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 18 הַזֹּ֛את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 19 בְּיַ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 20 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 21 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 22 וּלְכָדָֽהּ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En ZedekiaH6667, de koningH4428 van JudaH3063, zal van de handH3027 der ChaldeenH3778 nietH3808 ontkomenH4422; maarH3588 hij zal zekerlijkH5414 gegevenH5414 worden in de handH3027 des koningsH4428 van BabelH894, en zijn mondH6310 zal tot deszelfs mondH6310 sprekenH1696, en zijn ogenH5869 zullen deszelfs ogenH5869 zienH7200; En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien;

KJV And Zedekiah1 king2 of Judah3 shall not escape5 out of the hand6 of the Chaldeans,7 but shall surely9 be delivered10 into the hand11 of the king12 of Babylon,13 and shall speak14 with him mouth15 to mouth,17 and his eyes18 shall behold21 his eyes;

1 וְצִדְקִיָּ֨הוּ֙ H6667 Zedekia, Zidkia Zedekiah, Zidkijah 2 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 4 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יִמָּלֵ֖ט H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 6 מִיַּ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 הַכַּשְׂדִּ֑ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 8 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 הִנָּתֹ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 יִנָּתֵן֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 בְּיַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 14 וְדִבֶּר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 15 פִּ֣יו H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 16 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 17 פִּ֔יו H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 18 וְעֵינָ֖יו H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 עֵינָ֥יו H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 21 תִּרְאֶֽינָה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En hij zal ZedekiaH6667 naar BabelH894 voerenH3212, en aldaarH8033 zal hij zijnH1961, totdatH5704 Ik hem bezoekH6485, spreektH5002 de HEEREH3068; ofschoon gijlieden tegen de ChaldeenH3778 strijdtH3898, gij zult toch geenH3808 gelukH6743 hebben.) En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)

KJV And he shall lead2 Zedekiah4 to Babylon,1 and there shall he be until I visit8 him, saith10 the LORD:11 though ye fight13 with the Chaldeans,15 ye shall not prosper.

1 וּבָבֶ֞ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 2 יוֹלִ֤ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 צִדְקִיָּ֨הוּ֙ H6667 Zedekia, Zidkia Zedekiah, Zidkijah 5 וְשָׁ֣ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 6 יִֽהְיֶ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 פָּקְדִ֥י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 9 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 11 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 תִֽלָּחֲמ֛וּ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 14 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 15 הַכַּשְׂדִּ֖ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 16 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 תַצְלִֽיחוּ H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 JeremiaH3414 dan zeideH559: Des HEERENH3068 woordH1697 is totH413 mij geschied, zeggendeH559: Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:

KJV And Jeremiah2 said,1 The word4 of the LORD5 came unto me, saying,

1 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יִרְמְיָ֑הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 3 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 ZieH2009, HanameelH2601, de zoonH1121 van SallumH7967, uw oomH1730, zal totH413 u komenH935, zeggendeH559: KoopH7069 u mijn veldH7704, dat bij AnathothH6068 is, wantH3588 gij hebt het rechtH4941 van lossingH1353, om te kopenH7069. Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen.

KJV Behold, Hanameel2 the son3 of Shallum4 thine uncle5 shall come6 unto thee, saying,8 Buy9 thee my field12 that is in Anathoth:14 for the right17 of redemption18 is thine to buy

1 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 חֲנַמְאֵ֗ל H2601 Hanameel Hanameel 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 שַׁלֻּם֙ H7967 Sallum Shallum 5 דֹּֽדְךָ֔ H1730 Liefste, oom, ooms (well-) beloved, father's brother, love, uncle 6 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 אֵלֶ֖יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 קְנֵ֣ה H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 10 לְךָ֗ 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 שָׂדִי֙ H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 13 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 בַּעֲנָת֔וֹת H6068 Anathoth Anathoth 15 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 לְךָ֛ 17 מִשְׁפַּ֥ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 18 הַגְּאֻלָּ֖ה H1353 lossing, maagschap kindred, redeem, redemption, right 19 לִקְנֽוֹת H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Alzo kwamH935 HanameelH2601, mijns oomsH1730 zoonH1121, naar des HEERENH3068 woordH1697, totH413 mij, in het voorhofH2691 der bewaringH4307, en zeideH559 totH413 mij: KoopH7069 tochH4994 mijn veldH7704, hetwelkH834 is bij AnathothH6068, dat in het landH776 van BenjaminH1144 is; wantH3588 gij hebt het erfrechtH4941, en gij hebt de lossingH1353, koopH7069 het voor u. Toen merkteH3045 ik, dat hetH1931 des HEERENH3068 woordH1697 was. Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was.

KJV So Hanameel3 mine uncle's5 son4 came1 to me in the court9 of the prison10 according to the word6 of the LORD,7 and said11 unto me, Buy13 my field,16 I pray thee, that is in Anathoth,18 which is in the country20 of Benjamin:21 for the right24 of inheritance25 is thine, and the redemption27 is thine; buy28 it for thyself. Then I knew30 that this was the word32 of the LORD.

1 וַיָּבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֵ֠לַי H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 חֲנַמְאֵ֨ל H2601 Hanameel Hanameel 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 דֹּדִ֜י H1730 Liefste, oom, ooms (well-) beloved, father's brother, love, uncle 6 כִּדְבַ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 יְהוָה֮ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 חֲצַ֣ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 10 הַמַּטָּרָה֒ H4307 bewaring, Gevangenpoort, doel mark, prison 11 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 אֵלַ֡י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 קְנֵ֣ה H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 14 נָ֠א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 שָׂדִ֨י H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 17 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 בַּעֲנָת֜וֹת H6068 Anathoth Anathoth 19 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 21 בִּנְיָמִ֗ין H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 22 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 23 לְךָ֞ 24 מִשְׁפַּ֧ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 25 הַיְרֻשָּׁ֛ה H3425 erfenis, erfelijke bezitting, erve heritage, inheritance, possession 26 וּלְךָ֥ 27 הַגְּאֻלָּ֖ה H1353 lossing, maagschap kindred, redeem, redemption, right 28 קְנֵה H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 29 לָ֑ךְ 30 וָאֵדַ֕ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 31 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 32 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 33 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 34 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Dies kochtH7069 ik van HanameelH2601, mijns oomsH1730 zoonH1121, het veldH7704, datH834 bij AnathothH6068 is; en ik woogH8254 hem het geldH3701 toe, zeventienH7651 zilverenH3701 sikkelenH8255. Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen.

KJV And I bought1 the field3 of Hanameel5 my uncle's7 son,6 that was in Anathoth,9 and weighed10 him the money,13 even seventeen14 shekels15 of silver.

1 וָֽאֶקְנֶה֙ H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַשָּׂדֶ֔ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 4 מֵאֵ֛ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 חֲנַמְאֵ֥ל H2601 Hanameel Hanameel 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 דֹּדִ֖י H1730 Liefste, oom, ooms (well-) beloved, father's brother, love, uncle 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 בַּעֲנָת֑וֹת H6068 Anathoth Anathoth 10 וָֽאֶשְׁקֲלָה H8254 gewogen, woog, wegen pay, receive(-r), spend, [idiom] throughly, weigh 11 לּוֹ֙ 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַכֶּ֔סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 14 שִׁבְעָ֥ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 15 שְׁקָלִ֖ים H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 16 וַעֲשָׂרָ֥ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 17 הַכָּֽסֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En ik onderschreefH3789 den briefH5612 en verzegeldeH2856 dien, en deed het getuigenH5707 betuigenH5749, als ik het geldH3701 op de weegschaalH3976 gewogenH8254 had. En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.

KJV And I subscribed1 the evidence,2 and sealed3 it, and took4 witnesses,5 and weighed6 him the money7 in the balances.

1 וָאֶכְתֹּ֤ב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 2 בַּסֵּ֨פֶר֙ H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 3 וָֽאֶחְתֹּ֔ם H2856 verzegeld, verzegelde, verzegelen make an end, mark, seal (up), stop 4 וָאָעֵ֖ד H5749 betuigd, betuigen, getuigen admonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness 5 עֵדִ֑ים H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 6 וָאֶשְׁקֹ֥ל H8254 gewogen, woog, wegen pay, receive(-r), spend, [idiom] throughly, weigh 7 הַכֶּ֖סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 8 בְּמֹאזְנָֽיִם H3976 weegschaal, waag, wage balances
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En ik namH3947 den koopbriefH5612, die verzegeldH2856 was naar het gebodH4687 en de inzettingenH2706, en den openH1540 brief; En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;

KJV So I took1 the evidence3 of the purchase,4 both that which was sealed6 according to the law7 and custom,8 and that which was open:

1 וָאֶקַּ֖ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 סֵ֣פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 4 הַמִּקְנָ֑ה H4736 gekocht, gekochte, gekochten (he that is) bought, possession, piece, purchase 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הֶֽחָת֛וּם H2856 verzegeld, verzegelde, verzegelen make an end, mark, seal (up), stop 7 הַמִּצְוָ֥ה H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 8 וְהַחֻקִּ֖ים H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַגָּלֽוּי H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En ik gafH5414 den koopbriefH5612 aanH413 BaruchH1263, den zoonH1121 van NerijaH5374, den zoonH1121 van MachsejaH4271, voor de ogenH5869 van HanameelH2601, mijns oomsH1730 zoon, en voor de ogenH5869 der getuigenH5707 die den koopbriefH5612 hadden onderschrevenH3789; voor de ogenH5869 van alH3605 de JodenH3064, die in het voorhofH2691 der bewaringH4307 zatenH3427. En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.

KJV And I gave1 the evidence3 of the purchase4 unto Baruch6 the son7 of Neriah,8 the son9 of Maaseiah,10 in the sight11 of Hanameel12 mine uncle's13 son, and in the presence14 of the witnesses15 that subscribed16 the book17 of the purchase,18 before19 all the Jews21 that sat22 in the court23 of the prison.

1 וָאֶתֵּ֞ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַסֵּ֣פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 4 הַמִּקְנָ֗ה H4736 gekocht, gekochte, gekochten (he that is) bought, possession, piece, purchase 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 בָּר֣וּךְ H1263 Baruch Baruch 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 נֵרִיָּה֮ H5374 Nerija Neriah 9 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 מַחְסֵיָה֒ H4271 Machseja Maaseiah 11 לְעֵינֵי֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 12 חֲנַמְאֵ֣ל H2601 Hanameel Hanameel 13 דֹּדִ֔י H1730 Liefste, oom, ooms (well-) beloved, father's brother, love, uncle 14 וּלְעֵינֵי֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 15 הָֽעֵדִ֔ים H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 16 הַכֹּתְבִ֖ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 17 בְּסֵ֣פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 18 הַמִּקְנָ֑ה H4736 gekocht, gekochte, gekochten (he that is) bought, possession, piece, purchase 19 לְעֵינֵי֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 הַיְּהוּדִ֔ים H3064 Joden, Jood, Joods Jew 22 הַיֹּשְׁבִ֖ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 23 בַּחֲצַ֥ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 24 הַמַּטָּרָֽה H4307 bewaring, Gevangenpoort, doel mark, prison
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En ik beval Baruch voor hun ogen, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En ik bevalH6680 BaruchH1263 voor hun ogenH5869, zeggendeH559: En ik beval Baruch voor hun ogen, zeggende:

KJV And I charged1 Baruch3 before4 them, saying,

1 וָֽאֲצַוֶּה֙ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בָּר֔וּךְ H1263 Baruch Baruch 4 לְעֵינֵיהֶ֖ם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430 IsraelsH3478: NeemH3947 deze brievenH5612, dezen koopbriefH5612, zo den verzegeldenH2856 als dezen openH1540 briefH5612, en doe ze in een aardenH2789 vatH3627, opdatH4616 zij veleH7227 dagenH3117 mogen bestaanH5975. Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts,4 the God5 of Israel;6 Take7 these evidences,9 this evidence12 of the purchase,13 both which is sealed,16 and this evidence18 which is open;19 and put21 them in an earthen23 vessel,22 that they may continue25 many27 days.

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֜וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 לָק֣וֹחַ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַסְּפָרִ֣ים H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 10 הָאֵ֡לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 11 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 סֵפֶר֩ H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 13 הַמִּקְנָ֨ה H4736 gekocht, gekochte, gekochten (he that is) bought, possession, piece, purchase 14 הַזֶּ֜ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 15 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 הֶחָת֗וּם H2856 verzegeld, verzegelde, verzegelen make an end, mark, seal (up), stop 17 וְאֵ֨ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 סֵ֤פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 19 הַגָּלוּי֙ H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 20 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 21 וּנְתַתָּ֖ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 22 בִּכְלִי H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 23 חָ֑רֶשׂ H2789 aarden, potscherf, scherven earth(-en), (pot-) sherd, [phrase] stone 24 לְמַ֥עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 25 יַעַמְד֖וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 26 יָמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 27 רַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430 IsraelsH3478: Er zullen nogH5750 huizenH1004, en veldenH7704, en wijngaardenH3754 in ditH2063 landH776 gekochtH7069 worden. Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.

KJV For thus saith3 the LORD4 of hosts,5 the God6 of Israel;7 Houses10 and fields11 and vineyards12 shall be possessed again9 in this land.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֛ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 ע֣וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 9 יִקָּנ֥וּ H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 10 בָתִּ֛ים H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 וְשָׂד֥וֹת H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 12 וּכְרָמִ֖ים H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 13 בָּאָ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 הַזֹּֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Voorts, nadatH310 ik den koopbriefH5612 aanH413 BaruchH1263, den zoonH1121 van NerijaH5374, gegevenH5414 had, badH6419 ik totH413 den HEEREH3068, zeggendeH559: Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:

KJV Now when4 I had delivered5 the evidence7 of the purchase8 unto Baruch10 the son11 of Neriah,12 I prayed1 unto the LORD,3 saying,

1 וָאֶתְפַּלֵּ֖ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אַחֲרֵ֤י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 5 תִתִּי֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 סֵ֣פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 8 הַמִּקְנָ֔ה H4736 gekocht, gekochte, gekochten (he that is) bought, possession, piece, purchase 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 בָּר֥וּךְ H1263 Baruch Baruch 11 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 נֵרִיָּ֖ה H5374 Nerija Neriah 13 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 AchH162, HeereH136 HEEREH3069! ZieH2009, GijH859 hebt de hemelenH8064 en de aardeH776 gemaaktH6213, door Uw groteH1419 krachtH3581 en door Uw uitgestrektenH5186 armH2220; geenH3808 dingH1697 is U te wonderlijkH6381. Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.

KJV Ah1 Lord2 GOD!3 behold, thou hast made6 the heaven8 and the earth10 by thy great12 power11 and stretched out14 arm,13 and there is nothing19 too hard

1 אֲהָהּ֮ H162 Ach ah, alas 2 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 יְהוִה֒ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 4 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 עָשִׂ֗יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַשָּׁמַ֨יִם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 בְּכֹֽחֲךָ֙ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 12 הַגָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 13 וּבִֽזְרֹעֲךָ֖ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 14 הַנְּטוּיָ֑ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 15 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יִפָּלֵ֥א H6381 wonderen, wonderlijk, wonderwerken accomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly) 17 מִמְּךָ֖ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 18 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 דָּבָֽר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Gij, Die goedertierenheidH2617 doetH6213 aanH413 duizendenH505, en de ongerechtigheidH5771 der vaderenH1 vergeldtH7999 in den schootH2436 hunner kinderenH1121 naH310 hen; Gij groteH1419, Gij geweldigeH1368 GodH410, Wiens NaamH8034 is HEEREH3068 der heirscharenH6635! Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!

KJV Thou shewest1 lovingkindness2 unto thousands,3 and recompensest4 the iniquity5 of the fathers6 into the bosom8 of their children9 after10 them: the Great,12 the Mighty13 God,11 the LORD14 of hosts,15 is his name,

1 עֹ֤שֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 חֶ֨סֶד֙ H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 3 לַֽאֲלָפִ֔ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 4 וּמְשַׁלֵּם֙ H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely 5 עֲוֺ֣ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 6 אָב֔וֹת H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 חֵ֥יק H2436 schoot, boezem, schoots bosom, bottom, lap, midst, within 9 בְּנֵיהֶ֖ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 אַחֲרֵיהֶ֑ם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 11 הָאֵ֤ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 12 הַגָּדוֹל֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 13 הַגִּבּ֔וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 14 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 16 שְׁמֽוֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 GrootH1419 van raadH6098 en machtigH7227 van daadH5950; want Uw ogenH5869 zijn openH6491 overH5921 alleH3605 wegenH1870 der mensenkinderenH1121, om een iegelijk te gevenH5414 naar zijn wegenH1870, en naar de vruchtH6529 zijner handelingenH4611. Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.

KJV Great1 in counsel,2 and mighty3 in work:4 for thine eyes6 are open7 upon all the ways10 of the sons11 of men:12 to give13 every one14 according to his ways,15 and according to the fruit16 of his doings:

1 גְּדֹל֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 2 הָֽעֵצָ֔ה H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 3 וְרַ֖ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 4 הָעֲלִֽילִיָּ֑ה H5950 daad work 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עֵינֶ֣יךָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 7 פְקֻח֗וֹת H6491 open, opende, geopend open 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 דַּרְכֵי֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 13 לָתֵ֤ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 לְאִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 15 כִּדְרָכָ֔יו H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 16 וְכִפְרִ֖י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 17 מַעֲלָלָֽיו H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israel, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Gij, Die tekenenH226 en wonderenH4159 gesteldH7760 hebt in EgyptelandH776, totH5704 op dezenH2088 dagH3117, zo in IsraelH3478, als onder andere mensenH120, en hebt U een NaamH8034 gemaaktH6213, als Hij is te dezenH2088 dageH3117! Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israel, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage!

KJV Which hast set2 signs3 and wonders4 in the land5 of Egypt,6 even unto this day,8 and in Israel,10 and among other men;11 and hast made12 thee a name,14 as at this day;

1 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 שַׂ֠מְתָּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 3 אֹת֨וֹת H226 teken, tekenen mark, miracle, (en-) sign, token 4 וּמֹפְתִ֤ים H4159 wonderen, wonderteken, wonder miracle, sign, wonder(-ed at) 5 בְּאֶֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 מִצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 10 וּבְיִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 וּבָֽאָדָ֑ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 12 וַתַּעֲשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 לְּךָ֥ 14 שֵׁ֖ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 15 כַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En hebt Uw volk Israel uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En hebt Uw volkH5971 IsraelH3478 uit EgyptelandH776 uitgevoerdH3318, door tekenenH226 en door wonderenH4159, en door een sterkeH2389 handH3027, en door een uitgestrektenH5186 armH248, en door groteH1419 verschrikkingH4172. En hebt Uw volk Israel uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking.

KJV And hast brought forth1 thy people3 Israel5 out of the land6 of Egypt7 with signs,8 and with wonders,9 and with a strong11 hand,10 and with a stretched out13 arm,12 and with great15 terror;

1 וַתֹּצֵ֛א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 עַמְּךָ֥ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 בְּאֹת֣וֹת H226 teken, tekenen mark, miracle, (en-) sign, token 9 וּבְמוֹפְתִ֗ים H4159 wonderen, wonderteken, wonder miracle, sign, wonder(-ed at) 10 וּבְיָ֤ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 חֲזָקָה֙ H2389 sterke, sterk, sterken harder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er) 12 וּבְאֶזְר֣וֹעַ H248 arm arm 13 נְטוּיָ֔ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 14 וּבְמוֹרָ֖א H4172 vreze, verschrikking, schrik dread, (that ought to be) fear(-ed), terribleness, terror 15 גָּדֽוֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En hebt hun dit land gegeven, dat Gij hun vaderen gezworen hadt hun te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En hebt hun ditH2063 landH776 gegevenH5414, dat Gij hun vaderenH1 gezworenH7650 hadt hun te zullen geven, een landH776 vloeiendeH2100 van melkH2461 en honigH1706; En hebt hun dit land gegeven, dat Gij hun vaderen gezworen hadt hun te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig;

KJV And hast given1 them this land,4 which thou didst swear7 to their fathers8 to give9 them, a land11 flowing12 with milk13 and honey;

1 וַתִּתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 לָהֶם֙ 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 הַזֹּ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 נִשְׁבַּ֥עְתָּ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 8 לַאֲבוֹתָ֖ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 לָתֵ֣ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 לָהֶ֑ם 11 אֶ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 זָבַ֥ת H2100 vloeiende, vloed, vloeiden flow, gush out, have a (running) issue, pine away, run 13 חָלָ֖ב H2461 melk, melkkazen, melklam [phrase] cheese, milk, sucking 14 וּדְבָֽשׁ H1706 honig, honigs, honigvloed honey(-comb)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Zij zijn er ook ingekomen en hebben het erfelijk bezeten, maar hebben Uwer stem niet gehoorzaamd, en in Uw wet niet gewandeld; zij hebben niets gedaan van alles, wat Gij hun geboden hadt te doen; dies hebt Gij hun al dit kwaad doen bejegenen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Zij zijn er ook ingekomenH935 en hebben het erfelijkH3423 bezeten, maar hebben Uwer stemH6963 nietH3808 gehoorzaamdH8085, en in Uw wetH8451 nietH3808 gewandeldH1980; zij hebben nietsH6213 gedaan van allesH3605, watH834 Gij hun gebodenH6680 hadt te doen; dies hebt Gij hun alH3605 ditH2063 kwaadH7451 doen bejegenenH7122. Zij zijn er ook ingekomen en hebben het erfelijk bezeten, maar hebben Uwer stem niet gehoorzaamd, en in Uw wet niet gewandeld; zij hebben niets gedaan van alles, wat Gij hun geboden hadt te doen; dies hebt Gij hun al dit kwaad doen bejegenen.

KJV And they came in,1 and possessed2 it; but they obeyed5 not thy voice,6 neither walked9 in thy law;7 they have done15 nothing of all that thou commandedst13 them to do:17 therefore thou hast caused all this evil22 to come

1 וַיָּבֹ֜אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 וַיִּֽרְשׁ֣וּ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 3 אֹתָ֗הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 שָׁמְע֤וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 בְקוֹלֶ֨ךָ֙ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 7 וּבְתוֹרָתְךָ֣ H8451 wet, wetten, leer law 8 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 הָלָ֔כוּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 10 אֵת֩ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 צִוִּ֧יתָה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 14 לָהֶ֛ם 15 לַעֲשׂ֖וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 עָשׂ֑וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 וַתַּקְרֵ֣א H7122 wedervaren, geval, ontmoette befall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet 19 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 הָרָעָ֖ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 23 הַזֹּֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 ZieH7200, de wallenH5550! zij zijn gekomenH935 aan de stadH5892, om die in te nemenH3920, en de stadH5892 is gegevenH5414 in de handH3027 der ChaldeenH3778, die tegenH5921 haar strijdenH3898; vanwege het zwaardH2719 en den hongerH7458 en de pestilentieH1698; en watH834 Gij gesprokenH1696 hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het. Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.

KJV Behold the mounts,2 they are come3 unto the city4 to take5 it; and the city6 is given7 into the hand8 of the Chaldeans,9 that fight10 against it, because12 of the sword,13 and of the famine,14 and of the pestilence:15 and what thou hast spoken17 is come to pass; and, behold, thou seest

1 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 הַסֹּלְל֗וֹת H5550 wal, wallen, sterkten bank, mount 3 בָּ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 הָעִיר֮ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 5 לְלָכְדָהּ֒ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 6 וְהָעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 נִתְּנָ֗ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 בְּיַ֤ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 הַכַּשְׂדִּים֙ H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 10 הַנִּלְחָמִ֣ים H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 11 עָלֶ֔יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מִפְּנֵ֛י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 הַחֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 14 וְהָרָעָ֖ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 15 וְהַדָּ֑בֶר H1698 pestilentie, pest, pestilentien murrain, pestilence, plague 16 וַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 דִּבַּ֛רְתָּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 18 הָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 19 וְהִנְּךָ֥ H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 20 רֹאֶֽה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeen hand gegeven is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Evenwel hebt Gij totH413 mij gezegdH559, HeereH136 HEEREH3069! koopH7069 u dat veldH7704 voor geldH3701, en doe het getuigenH5707 betuigenH5749; daar de stadH5892 in der ChaldeenH3778 handH3027 gegevenH5414 is. Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeen hand gegeven is.

KJV And thou hast said2 unto me, O Lord4 GOD,5 Buy6 thee the field8 for money,9 and take10 witnesses;11 for the city12 is given13 into the hand14 of the Chaldeans.

1 וְאַתָּ֞ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 אָמַ֤רְתָּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֵלַי֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 קְנֵֽה H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 7 לְךָ֧ 8 הַשָּׂדֶ֛ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 9 בַּכֶּ֖סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 10 וְהָעֵ֣ד H5749 betuigd, betuigen, getuigen admonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness 11 עֵדִ֑ים H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 12 וְהָעִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 13 נִתְּנָ֖ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 בְּיַ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 הַכַּשְׂדִּֽים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Toen geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 JeremiaH3414, zeggendeH559: Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

KJV Then came the word2 of the LORD3 unto Jeremiah,5 saying,

1 וַיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 יִרְמְיָ֖הוּ H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 6 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 ZieH2009, Ik ben de HEEREH3068, de GodH430 vanH4480 alleH3605 vleesH1320; zou Mij enigH3605 dingH1697 te wonderlijkH6381 zijn? Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?

KJV Behold, I am the LORD,3 the God4 of all flesh:6 is there any thing10 too hard

1 הִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֱלֹהֵ֖י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 בָּשָׂ֑ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 7 הֲֽמִמֶּ֔נִּי H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 יִפָּלֵ֖א H6381 wonderen, wonderlijk, wonderwerken accomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 דָּבָֽר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Daarom zegt de HEERE alzo: Zie, Ik geef deze stad in de hand der Chaldeen, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en hij zal ze innemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 DaaromH3651 zegtH559 de HEEREH3068 alzo: ZieH2005, Ik geefH5414 dezeH2063 stadH5892 in de handH3027 der ChaldeenH3778, en in de handH3027 van NebukadrezarH5019, den koningH4428 van BabelH894, en hij zal ze innemenH3920. Daarom zegt de HEERE alzo: Zie, Ik geef deze stad in de hand der Chaldeen, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en hij zal ze innemen.

KJV Therefore thus saith3 the LORD;4 Behold, I will give6 this city8 into the hand10 of the Chaldeans,11 and into the hand12 of Nebuchadrezzar13 king14 of Babylon,15 and he shall take

1 לָכֵ֕ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֖ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 הִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 6 נֹתֵן֩ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הָעִ֨יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 9 הַזֹּ֜את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 10 בְּיַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 הַכַּשְׂדִּ֗ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 12 וּבְיַ֛ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 13 נְבֽוּכַדְרֶאצַּ֥ר H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 14 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 בָּבֶ֖ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 16 וּלְכָדָֽהּ H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En de Chaldeen, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden, met de huizen, op welker daken zij aan Baal gerookt, en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En de ChaldeenH3778, dieH834 tegenH5921 dezeH2063 stadH5892 strijdenH3898, zullen er inkomenH935, en dezeH2063 stadH5892 met vuurH784 aanstekenH3341, en zullen ze verbrandenH8313, met de huizenH1004, op welker dakenH1406 zij aanH5921 BaalH1168 gerooktH6999, en anderen godenH430 drankofferenH5262 geofferdH5258 hebben, omH4616 Mij te vertoornenH3707. En de Chaldeen, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden, met de huizen, op welker daken zij aan Baal gerookt, en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen.

KJV And the Chaldeans,2 that fight3 against this city,5 shall come1 and set7 fire11 on this city,9 and burn12 it with the houses,14 upon whose roofs18 they have offered incense16 unto Baal,19 and poured out20 drink offerings21 unto other23 gods,22 to provoke me to anger.

1 וּבָ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הַכַּשְׂדִּ֗ים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 3 הַנִּלְחָמִים֙ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הָעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 הַזֹּ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 7 וְהִצִּ֜יתוּ H3341 aansteken, aangestoken, verbrand burn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הָעִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 הַזֹּ֛את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 11 בָּאֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 12 וּשְׂרָפ֑וּהָ H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 13 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַבָּתִּ֡ים H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 קִטְּר֨וּ H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 גַּגּֽוֹתֵיהֶ֜ם H1406 dak, daken roof (of the house), (house) top (of the house) 19 לַבַּ֗עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 20 וְהִסִּ֤כוּ H5258 offeren, goot, geofferd cover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up) 21 נְסָכִים֙ H5262 drankofferen, drankoffer, beeld cover, drink offering, molten image 22 לֵאלֹהִ֣ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 23 אֲחֵרִ֔ים H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 24 לְמַ֖עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 25 הַכְעִסֵֽנִי H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Want de kinderen Israels en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israels hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 WantH3588 de kinderenH1121 IsraelsH3478 en de kinderenH1121 van JudaH3063 hebben van hun jeugdH5271 aan alleenlijk gedaanH6213, datH3588 kwaadH7451 wasH1961 in Mijn ogenH5869; want de kinderenH1121 IsraelsH3478 hebben Mij door het werkH4639 hunner handenH3027 alleenlijk vertoorndH3707, spreektH5002 de HEEREH3068. Want de kinderen Israels en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israels hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE.

KJV For the children3 of Israel4 and the children5 of Judah6 have only done8 evil9 before10 me from their youth:11 for the children13 of Israel14 have only provoked me to anger16 with the work18 of their hands,19 saith20 the LORD.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הָי֨וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 7 אַ֣ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 8 עֹשִׂ֥ים H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 הָרַ֛ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 10 בְּעֵינַ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 11 מִנְּעֻרֹֽתֵיהֶ֑ם H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 אַ֣ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 16 מַכְעִסִ֥ים H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 17 אֹתִ֛י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 בְּמַעֲשֵׂ֥ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 19 יְדֵיהֶ֖ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 20 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 21 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 WantH3588 tot Mijn toornH639 en tot Mijn grimmigheidH2534 isH1961 Mij deze stadH5892 geweest, vanH4480 den dagH3117 af, dat zij haar gebouwdH1129 hebben, totH5704 opH5921 dezenH2088 dagH3117 toe; opdat Ik haar van Mijn aangezichtH6440 wegdeedH5493; Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;

KJV For this city8 hath been to me as a provocation of mine anger3 and of my fury5 from the day11 that they built13 it even unto this day;16 that I should remove18 it from before my face,

1 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 אַפִּ֣י H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 4 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 חֲמָתִ֗י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 6 הָ֤יְתָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לִּי֙ 8 הָעִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 9 הַזֹּ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 10 לְמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 הַיּוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 בָּנ֣וּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 14 אוֹתָ֔הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 וְעַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 18 לַהֲסִירָ֖הּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 19 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 פָּנָֽי H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Om al de boosheid der kinderen Israels en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Om alH3605 de boosheidH7451 der kinderenH1121 IsraelsH3478 en der kinderenH1121 van JudaH3063, die zij gedaanH6213 hebben om Mij te vertoornenH3707, zij, hun koningenH4428, hun vorstenH8269, hun priesterenH3548, en hun profetenH5030, en de mannenH376 van JudaH3063, en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389; Om al de boosheid der kinderen Israels en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;

KJV Because of all the evil3 of the children4 of Israel5 and of the children6 of Judah,7 which they have done9 to provoke me to anger,10 they, their kings,12 their princes,13 their priests,14 and their prophets,15 and the men16 of Judah,17 and the inhabitants18 of Jerusalem.

1 עַל֩ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 רָעַ֨ת H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 4 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 וּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 8 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עָשׂוּ֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 לְהַכְעִסֵ֔נִי H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 11 הֵ֤מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 מַלְכֵיהֶם֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 שָֽׂרֵיהֶ֔ם H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 14 כֹּהֲנֵיהֶ֖ם H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 15 וּנְבִֽיאֵיהֶ֑ם H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 16 וְאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 17 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 18 וְיֹשְׁבֵ֖י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 19 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Die Mij den nekH6203 hebben toegekeerdH6437 en niet het aangezichtH6440; hoewel Ik hen leerdeH3925, vroegH7925 op zijnde en lerendeH3925, evenwel hoordenH8085 zij niet, om tuchtH4148 aanH413 te nemenH3947; Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;

KJV And they have turned1 unto me the back,3 and not the face:5 though I taught6 them, rising up early8 and teaching9 them, yet they have not hearkened11 to receive12 instruction.

1 וַיִּפְנ֥וּ H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 2 אֵלַ֛י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 עֹ֖רֶף H6203 nek, hardnekkig, nek toekeren back ((stiff-) neck((-ed) 4 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 פָנִ֑ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 וְלַמֵּ֤ד H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 7 אֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַשְׁכֵּ֣ם H7925 vroeg, stond, stonden (arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning 9 וְלַמֵּ֔ד H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 10 וְאֵינָ֥ם H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 שֹׁמְעִ֖ים H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 12 לָקַ֥חַת H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 13 מוּסָֽר H4148 tucht, kastijding, onderwijs bond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Maar zij hebben hun verfoeiselenH8251 gesteldH7760 in het huisH1004, datH834 naar Mijn NaamH8034 genoemdH7121 is, om dat te verontreinigenH2930. Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.

KJV But they set1 their abominations2 in the house,3 which is called5 by my name,6 to defile

1 וַיָּשִׂ֣ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 שִׁקּֽוּצֵיהֶ֗ם H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 3 בַּבַּ֛יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נִקְרָֽא H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 שְׁמִ֥י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 לְטַמְּאֽוֹ H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En zij hebben de hoogtenH1116 van BaalH1168 gebouwdH1129, dieH834 in het dalH1516 des zoonsH1121 van HinnomH2011 zijn, om hun zonenH1121 en hun dochterenH1323 den MolechH4432 door het vuur te latenH5674 gaan; hetwelkH834 Ik hun niet heb gebodenH6680, nochH3808 in Mijn hartH3820 is opgekomenH5927, dat zij dezen gruwelH8441 zouden doen; opdatH4616 zij JudaH3063 mochten doen zondigenH2398. En zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.

KJV And they built1 the high places3 of Baal,4 which are in the valley6 of the son7 of Hinnom,8 to cause their sons11 and their daughters13 to pass9 through the fire unto Molech;14 which I commanded17 them not, neither came19 it into my mind,21 that they should do22 this abomination,23 to cause Judah28 to sin.

1 וַיִּבְנוּ֩ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בָּמ֨וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 4 הַבַּ֜עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 בְּגֵ֣יא H1516 dal, dalen, vallei valley 7 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 הִנֹּ֗ם H2011 Hinnom Hinnom 9 לְ֠הַעֲבִיר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 בְּנֵיהֶ֣ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 בְּנוֹתֵיהֶם֮ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 14 לַמֹּלֶךְ֒ H4432 Molech Molech. Compare H4445 (מַלְכָּם) 15 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 צִוִּיתִ֗ים H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 18 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 עָֽלְתָה֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 20 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 לִבִּ֔י H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 22 לַעֲשׂ֖וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 23 הַתּוֹעֵבָ֣ה H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 24 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 25 לְמַ֖עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 26 הַחֲטִ֥יא H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 27 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 28 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En nuH6258, daaromH3651 zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 IsraelsH3478, alzo van dezeH2063 stadH5892, waarH834 gijH859 van zegtH559: Zij is gegevenH5414 in de handH3027 des koningsH4428 van BabelH894, door het zwaardH2719, en door den hongerH7458, en door de pestilentieH1698; En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie;

KJV And now therefore thus saith4 the LORD,5 the God6 of Israel,7 concerning this city,9 whereof ye say,13 It shall be delivered14 into the hand15 of the king16 of Babylon17 by the sword,18 and by the famine,19 and by the pestilence;

1 וְעַתָּ֕ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 לָכֵ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 4 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הָעִ֨יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 הַזֹּ֜את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 אַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 13 אֹמְרִ֗ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 נִתְּנָה֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 בְּיַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 בָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 18 בַּחֶ֖רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 19 וּבָרָעָ֥ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 20 וּבַדָּֽבֶר H1698 pestilentie, pest, pestilentien murrain, pestilence, plague
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 ZietH2005, Ik zal hen vergaderenH6908 uit alH3605 de landenH776, waarhenen Ik hen zal verdrevenH5080 hebben in Mijn toornH639, en in Mijn grimmigheidH2534, en in groteH1419 verbolgenheidH7110; en Ik zal hen totH413 dezeH2088 plaatsH4725 wederbrengenH7725, en zal hen zekerH983 doen wonenH3427. Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen.

KJV Behold, I will gather them out2 of all countries,4 whither I have driven6 them in mine anger,8 and in my fury,9 and in great11 wrath;10 and I will bring them again12 unto this place,14 and I will cause them to dwell16 safely:

1 הִנְנִ֤י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 מְקַבְּצָם֙ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 3 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הָ֣אֲרָצ֔וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 הִדַּחְתִּ֥ים H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw 7 שָׁ֛ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 בְּאַפִּ֥י H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 9 וּבַחֲמָתִ֖י H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 10 וּבְקֶ֣צֶף H7110 toorn, verbolgenheid, toornigheid foam, indignation, [idiom] sore, wrath 11 גָּד֑וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 12 וַהֲשִֽׁבֹתִים֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 הַמָּק֣וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 15 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 16 וְהֹשַׁבְתִּ֖ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 17 לָבֶֽטַח H983 zeker, zekerheid, eker assurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Ja, zij zullen Mij tot een volkH5971 zijnH1961, en IkH589 zal hun tot een GodH430 zijn. Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.

KJV And they shall be my people,3 and I will be their God:

1 וְהָ֥יוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לִ֖י 3 לְעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 וַאֲנִ֕י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 5 אֶהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 לָהֶ֖ם 7 לֵאלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En Ik zal hun enerleiH259 hartH3820 en enerleiH259 wegH1870 gevenH5414, om Mij te vrezenH3372 alH3605 de dagenH3117, hun ten goedeH2896, mitsgaders hun kinderenH1121 naH310 hen. En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.

KJV And I will give1 them one4 heart,3 and one6 way,5 that they may fear7 me for ever,10 for the good11 of them, and of their children13 after

1 וְנָתַתִּ֨י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 לָהֶ֜ם 3 לֵ֤ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 5 וְדֶ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 6 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 7 לְיִרְאָ֥ה H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 8 אוֹתִ֖י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הַיָּמִ֑ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 לְט֣וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 12 לָהֶ֔ם 13 וְלִבְנֵיהֶ֖ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 אַחֲרֵיהֶֽם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 En Ik zal een eeuwigH5769 verbondH1285 met hen maken, datH834 Ik van achterH310 hen niet zal afkerenH7725, opdat Ik hun weldoeH3190; en Ik zal Mijn vrezeH3374 in hun hartH3824 gevenH5414, dat zij niet van Mij afwijkenH5493. En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.

KJV And I will make1 an everlasting4 covenant3 with them, that I will not turn away7 from them,8 to do them good;9 but I will put13 my fear12 in their hearts,14 that they shall not depart

1 וְכָרַתִּ֤י H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 2 לָהֶם֙ 3 בְּרִ֣ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 4 עוֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 5 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 אָשׁוּב֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 8 מֵאַ֣חֲרֵיהֶ֔ם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 9 לְהֵיטִיבִ֖י H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 10 אוֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 יִרְאָתִי֙ H3374 vreze, vrees, vrezen [idiom] dreadful, [idiom] exceedingly, fear(-fulness) 13 אֶתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 בִּלְבָבָ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 15 לְבִלְתִּ֖י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 16 ס֥וּר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 17 מֵעָלָֽי H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En Ik zal Mij overH5921 hen verblijdenH7797, dat Ik hun weldoeH2895; en Ik zal hen getrouwelijkH571 in datH2063 landH776 plantenH5193, met Mijn ganse hartH3820 en met Mijn ganse zielH5315. En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.

KJV Yea, I will rejoice1 over them to do them good,3 and I will plant5 them in this land6 assuredly8 with my whole heart10 and with my whole soul.

1 וְשַׂשְׂתִּ֥י H7797 vrolijk, verblijden, Wees vrolijk be glad, [idiom] greatly, joy, make mirth, rejoice 2 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 לְהֵטִ֣יב H2895 goeddunkt, goed, beter be (do) better, cheer, be (do, seem) good, (make) goodly, [idiom] please, (be, do, go, play) well 4 אוֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 וּנְטַעְתִּ֞ים H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 6 בָּאָ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 הַזֹּאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 8 בֶּאֱמֶ֔ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 9 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 לִבִּ֖י H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 11 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 נַפְשִֽׁי H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 Want zo zegtH559 de HEEREH3068: Gelijk als Ik over dit volkH5971 gebrachtH935 heb alH3605 dit groteH1419 kwaadH7451, alzo zal IkH595 over hen brengenH935 alH3605 het goedeH2896, dat IkH595 overH5921 hen sprekeH1696. Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.

KJV For thus saith3 the LORD;4 Like as I have brought6 all this great13 evil12 upon this people,8 so will I bring17 upon them all the good21 that I have promised

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹה֙ H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 כַּאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 הֵבֵ֨אתִי֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 10 אֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 הָרָעָ֥ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 13 הַגְּדוֹלָ֖ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 14 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 15 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 16 אָנֹכִ֞י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 17 מֵבִ֤יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 עֲלֵיהֶם֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 הַטּוֹבָ֔ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 22 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 23 אָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 24 דֹּבֵ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 25 עֲלֵיהֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in der Chaldeen hand gegeven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 En er zullen veldenH7704 gekochtH7069 worden in ditH2063 landH776, waarvan gijH859 zegtH559: Het is woestH8077, dat er geenH369 mensH120 noch beestH929 in is; het is in der ChaldeenH3778 handH3027 gegevenH5414. En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in der Chaldeen hand gegeven.

KJV And fields2 shall be bought1 in this land,3 whereof ye say,7 It is desolate8 without man11 or beast;12 it is given13 into the hand14 of the Chaldeans.

1 וְנִקְנָ֥ה H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 2 הַשָּׂדֶ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 3 בָּאָ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 הַזֹּ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 אַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 אֹמְרִ֗ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 שְׁמָמָ֥ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 9 הִיא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 מֵאֵ֤ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 אָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 12 וּבְהֵמָ֔ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 13 נִתְּנָ֖ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 בְּיַ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 הַכַּשְׂדִּֽים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 VeldenH7704 zal men voor geldH3701 kopenH7069, en de brievenH5612 onderschrijvenH3789, en verzegelenH2856, en getuigenH5707 doen betuigenH5749, in het landH776 van BenjaminH1144, en in de plaatsen rondomH5439 JeruzalemH3389, en in de stedenH5892 van JudaH3063, en in de stedenH5892 van het gebergteH2022, en in de stedenH5892 der laagteH8219, en in de stedenH5892 van het zuidenH5045; wantH3588 Ik zal hun gevangenisH7622 wendenH7725, spreektH5002 de HEEREH3068. Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.

KJV Men shall buy3 fields1 for money,2 and subscribe4 evidences,5 and seal6 them, and take7 witnesses8 in the land9 of Benjamin,10 and in the places about11 Jerusalem,12 and in the cities13 of Judah,14 and in the cities15 of the mountains,16 and in the cities17 of the valley,18 and in the cities19 of the south:20 for I will cause their captivity24 to return,22 saith25 the LORD.

1 שָׂד֞וֹת H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 2 בַּכֶּ֣סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 3 יִקְנ֗וּ H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 4 וְכָת֨וֹב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 5 בַּסֵּ֥פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 6 וְחָתוֹם֮ H2856 verzegeld, verzegelde, verzegelen make an end, mark, seal (up), stop 7 וְהָעֵ֣ד H5749 betuigd, betuigen, getuigen admonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness 8 עֵדִים֒ H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 9 בְּאֶ֨רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 בִּנְיָמִ֜ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 11 וּבִסְבִיבֵ֣י H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 12 יְרוּשָׁלִַ֗ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 13 וּבְעָרֵ֤י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 14 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 15 וּבְעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 16 הָהָ֔ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 17 וּבְעָרֵ֥י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 18 הַשְּׁפֵלָ֖ה H8219 laagte, laagten low country, (low) plain, vale(-ley) 19 וּבְעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 20 הַנֶּ֑גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 21 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 22 אָשִׁ֥יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 23 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 24 שְׁבוּתָ֖ם H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 25 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 26 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 32:1 Jeremia 39:1 2 Koningen 25:1 Jeremia 25:1 Jeremia 52:4 2 Kronieken 36:11
Jeremia 32:2 Jeremia 37:21 Nehemia 3:25 Jeremia 33:1 Jeremia 38:6 Jeremia 32:8 Mattheüs 5:12 Jeremia 36:5 Jeremia 32:3
Jeremia 32:3 Jeremia 34:2 Jeremia 21:4 Jeremia 26:8 Jeremia 32:28 Jeremia 38:4 Jeremia 27:8 Jeremia 38:8 2 Koningen 6:31
Jeremia 32:4 Jeremia 38:18 Jeremia 38:23 Jeremia 39:4 2 Koningen 25:4 Jeremia 37:17 Ezechiël 21:25 Ezechiël 12:12 Jeremia 52:8
Jeremia 32:5 Ezechiël 17:15 Jeremia 39:7 Ezechiël 17:9 Jeremia 33:5 Jeremia 27:22 Ezechiël 12:13 Spreuken 21:30 2 Kronieken 24:20
Jeremia 32:7 Jeremia 1:1 Jeremia 11:21 Leviticus 25:25 Jozua 21:18 Ruth 4:3 Markus 14:13 Leviticus 25:34 1 Koningen 14:5
Jeremia 32:8 Jeremia 32:7 Jeremia 32:2 Jeremia 33:1 1 Samuël 9:16 1 Samuël 10:3 1 Koningen 22:25 Handelingen 10:17 Johannes 4:53
Jeremia 32:9 Hosea 3:2 Jesaja 55:2 Zacharia 11:12 Genesis 23:15 1 Koningen 20:39 Genesis 37:28 Esther 3:9
Jeremia 32:10 Jeremia 32:44 Jeremia 32:12 Deuteronomium 32:34 Job 14:17 Jeremia 32:25 Jesaja 44:5 Efeze 1:13 Hooglied 8:6
Jeremia 32:11 Lukas 2:27 1 Korinthe 11:16 Handelingen 26:3
Jeremia 32:12 Jeremia 32:16 Jeremia 51:59 Jeremia 36:4 Jeremia 36:26 Jeremia 36:16 Jeremia 43:3 2 Korinthe 8:21 Jeremia 45:1
Jeremia 32:15 Jeremia 30:18 Amos 9:14 Jeremia 32:43 Jeremia 31:24 Jeremia 33:12 Zacharia 3:10 Jeremia 31:12 Jeremia 31:5
Jeremia 32:16 Filippenzen 4:6 Jeremia 12:1 Genesis 32:9 2 Samuël 7:18 Ezechiël 36:35
Jeremia 32:17 Jeremia 27:5 Genesis 18:14 2 Koningen 19:15 Jeremia 32:27 Lukas 1:37 Jeremia 10:11 Lukas 18:27 Job 42:2
Jeremia 32:18 Jeremia 10:16 Exodus 34:7 Deuteronomium 5:9 Psalmen 50:1 1 Koningen 16:1 Jeremia 31:35 Mattheüs 23:32 Jesaja 9:6
Jeremia 32:19 Jeremia 17:10 Mattheüs 16:27 Jesaja 28:29 Jeremia 16:17 Psalmen 62:12 Spreuken 5:21 Jesaja 9:6 Jeremia 23:24
Jeremia 32:20 Nehemia 9:10 Exodus 9:16 2 Samuël 7:23 Jesaja 63:12 Psalmen 135:9 Daniël 9:15 Handelingen 7:36 Exodus 10:2
Jeremia 32:21 Exodus 6:6 Deuteronomium 26:8 1 Kronieken 17:21 Exodus 6:1 Psalmen 105:37 Exodus 13:14 Psalmen 89:8 Deuteronomium 4:34
Jeremia 32:22 Exodus 3:8 Exodus 13:5 Jeremia 11:5 Exodus 3:17 Psalmen 105:9 Deuteronomium 1:8 Genesis 24:7 Jozua 1:6
Jeremia 32:23 Ezra 9:7 Psalmen 78:54 Daniël 9:10 Klaagliederen 1:18 Psalmen 44:2 Klaagliederen 5:16 Daniël 9:4 Psalmen 105:44
Jeremia 32:24 Jeremia 33:4 Jozua 23:15 Deuteronomium 4:26 Jeremia 32:36 Ezechiël 14:21 Jeremia 21:4 Zacharia 1:6 Ezechiël 21:22
Jeremia 32:25 Jeremia 32:24 Romeinen 11:33 Psalmen 97:2 Psalmen 77:19 Johannes 13:7
Jeremia 32:27 Jeremia 32:17 Mattheüs 19:26 Numeri 16:22 Jesaja 64:8 Psalmen 65:2 Numeri 27:16 Lukas 3:6 Johannes 17:2
Jeremia 32:28 Jeremia 32:3 Jeremia 32:24 Jeremia 32:36 Jeremia 19:7 Jeremia 20:5 2 Kronieken 36:17
Jeremia 32:29 Jeremia 19:13 Jeremia 21:10 2 Kronieken 36:19 Jeremia 52:13 Jeremia 44:17 Jeremia 44:25 Jeremia 7:18 Jeremia 39:8
Jeremia 32:30 Jeremia 7:22 Jesaja 63:10 Jeremia 2:7 Jeremia 25:7 Deuteronomium 9:7 Jeremia 3:25 Jeremia 22:21 Genesis 8:21
Jeremia 32:31 2 Koningen 23:27 2 Koningen 21:16 2 Koningen 21:4 Mattheüs 23:37 1 Koningen 11:7 Jeremia 5:9 2 Koningen 24:3 Jeremia 27:10
Jeremia 32:32 Jesaja 1:4 Daniël 9:8 Jeremia 2:26 Jesaja 1:23 Ezra 9:7 Micha 3:1 Daniël 9:6 Sefanja 3:1
Jeremia 32:33 Ezechiël 8:16 Jeremia 2:27 Jeremia 7:13 Jeremia 7:24 2 Kronieken 36:15 Johannes 8:2 Jeremia 26:5 Jeremia 35:15
Jeremia 32:34 Jeremia 7:30 Jeremia 23:11 2 Koningen 21:4 2 Kronieken 33:15 Ezechiël 8:5 2 Kronieken 33:4 2 Koningen 23:6
Jeremia 32:35 Jeremia 7:31 Leviticus 18:21 2 Kronieken 33:6 2 Kronieken 28:2 Leviticus 20:2 2 Koningen 23:10 1 Koningen 16:19 Deuteronomium 18:10
Jeremia 32:36 Jeremia 32:24 Jeremia 32:3 Jeremia 16:12 Hosea 2:14 Romeinen 5:20 Jeremia 32:28 Jesaja 57:17 Ezechiël 36:31
Jeremia 32:37 Jeremia 23:3 Jeremia 23:6 Hosea 1:11 Jeremia 33:16 Ezechiël 11:17 Jeremia 23:8 Psalmen 106:47 Zacharia 14:11
Jeremia 32:38 Jeremia 24:7 Ezechiël 39:28 Jeremia 31:33 Jeremia 31:1 Zacharia 13:9 Ezechiël 11:19 Deuteronomium 26:17 Ezechiël 36:28
Jeremia 32:39 Ezechiël 11:19 Johannes 17:21 Deuteronomium 11:18 Ezechiël 37:25 2 Kronieken 30:12 Handelingen 4:32 Hebreeën 10:20 Spreuken 23:17
Jeremia 32:40 Jesaja 55:3 1 Petrus 1:5 Hebreeën 6:13 Ezechiël 39:29 Jakobus 1:17 2 Samuël 23:4 Jeremia 50:5 Lukas 1:72
Jeremia 32:41 Jeremia 24:6 Hosea 2:19 Deuteronomium 30:9 Sefanja 3:17 Jesaja 62:5 Amos 9:15 Jeremia 31:28 Jesaja 65:19
Jeremia 32:42 Jeremia 31:28 Zacharia 8:14 Jozua 23:14 Jeremia 33:10 Mattheüs 24:35
Jeremia 32:43 Ezechiël 37:11 Jeremia 32:15 Jeremia 32:36 Jeremia 33:10
Jeremia 32:44 Jeremia 17:26 Jeremia 33:11 Jeremia 33:7 Jeremia 33:26 Jeremia 32:10 Psalmen 126:1 Jeremia 32:37
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 32 vers 1

woord, Dat in vs.7 verhaald wordt.

Hertaald: woord, Dat in vers 7 verhaald wordt.

Jeremia 32 vers 2

voorhof der bewaring, Alzo onder vs.8, 12 en Jer. 33:1 , en Jer. 37:21 . Vergelijk Neh. 12:39 . Dit was een milder, ruimer en vrijer gevangenis dan het gevangenhuis. Zie onder Jer. 37:15 , Jer. 37:18 , Jer. 37:20-21 .

Hertaald: voorhof der bewaring, Zo ook hieronder in vers 8 en 12, en Jer. 33:1 en Jer. 37:21. Vergelijk Neh. 12:39. Dit was een mildere, ruimere en vrijere gevangenis dan het gevangenhuis. Zie hieronder Jer. 37:15, Jer. 37:18 en Jer. 37:20-21.

Jeremia 32 vers 4

Chaldeën niet ontkomen; Babyloniërs.

Hertaald: Chaldeën niet ontkomen; De Babyloniërs.

zekerlijk Hebreeuws, gegeven wordende gegeven worden.

Hertaald: zekerlijk Hebreeuws: gegeven wordend gegeven worden.

zijn mond Dat is, zij zullen mond voor mond [gelijk men zegt] of mondeling met elkander spreken; vergelijk onder Jer. 34:3-4 , en zie de vervulling Jer. 39:5 , enz. en Jer. 52:9 .

Hertaald: zijn mond Dat is: zij zullen mond tegen mond, zoals men zegt, of mondeling met elkaar spreken; vergelijk hieronder Jer. 34:3-4, en zie de vervulling in Jer. 39:5, enzovoort, en Jer. 52:9.

Jeremia 32 vers 5

zijn, totdat Ik hem Dat is, blijven, gelijk boven Jer. 27:22 .

Hertaald: zijn, totdat Ik hem Dat is: blijven, zoals hierboven Jer. 27:22.

bezoek, Dat is, de genade, bewijze dat hij door het zwaard niet omkome, maar in vrede sterve en eerlijk begraven worde; zie onder Jer. 34:4-5 , en Gen. 21:1 .

Hertaald: bezoek, Dat is: hem de genade bewijs dat hij niet door het zwaard omkomt maar in vrede sterft en eervol begraven wordt; zie hieronder Jer. 34:4-5, en Gen. 21:1.

Jeremia 32 vers 7

veld, Van de velden der Levieten, zie Num. 35:2 .

Hertaald: veld, Over de velden van de Levieten, zie Num. 35:2.

Anathoth is, Zie boven Jer. 1:1 .

Hertaald: Anathoth is, Zie hierboven Jer. 1:1.

lossing Zie Ruth 2:20 .

Hertaald: lossing Zie Ruth 2:20.

om te kopen Versta hierbij Gods bevel aan Jeremia, van dien akker alsdan van hem te kopen, gelijk het volgende uitwijst.

Hertaald: om te kopen Vul hierbij aan: Gods bevel aan Jeremia om die akker dan van hem te kopen, zoals het vervolg uitwijst.

Jeremia 32 vers 8

woord was Dat is, dat dit naar des Heeren woord geschiedde.

Hertaald: woord was Dat is: dat dit naar het woord van de HEERE gebeurde.

Jeremia 32 vers 9

woog hem het geld toe, Zie Gen. 23:16 .

Hertaald: woog hem het geld toe, Zie Gen. 23:16.

sikkelen Hebreeuws, zeven sikkelen en tien van zilver. Van den zilveren sikkel, zie Gen. 20:16 .

Hertaald: sikkelen Hebreeuws: zeven sikkels en tien van zilver. Over de zilveren sikkel, zie Gen. 20:16.

Jeremia 32 vers 10

onderschreef Hebreeuws eigenlijk, schreef in den brief, dat is, onderschreef; ondertekende gelijk te zien is vs.12.

Hertaald: onderschreef Hebreeuws eigenlijk: schreef in de brief — dat is: ondertekende, zoals te zien is in vers 12.

brief Te weten koopbrief, gelijk volgt.

Hertaald: brief Namelijk: een koopbrief, zoals volgt.

betuigen, Te weten door onderschrijving of ondertekening, gelijk vs.12; alzo onder vs.25, 44; waarvoor wij zeggen, getuigen daartoe te nemen.

Hertaald: betuigen, Namelijk: door onderschrijving of ondertekening, zoals in vers 12; zo ook hieronder in vers 25 en 44. Wij zeggen daarvoor: er getuigen bij nemen.

Jeremia 32 vers 11

open brief; Gelijk vs.14; waardoor sommigen verstaan een copie of afschrift, uitschrift van den koopbrief; anderen, een patent van bevestiging of openbaar bescheid der overheid, dienende tot bevestiging van dezen koop, in al zijne omstandigheden. Anderen verstaan het van een brief, die diende om den koop een ieder bekend te maken.

Hertaald: open brief; Zoals in vers 14. Sommigen verstaan daaronder een kopie of afschrift van de koopbrief; anderen een openbare akte van bevestiging van de overheid, die diende om deze koop in al zijn onderdelen te bekrachtigen. Weer anderen verstaan er een brief onder die diende om de koop aan iedereen bekend te maken.

Jeremia 32 vers 12

Baruch, Den schrijver en dienaar van den profeet Jeremia; zie onder Jer. 33:4-5 , enz.

Hertaald: Baruch, De schrijver en dienaar van de profeet Jeremia; zie hieronder Jer. 33:4-5, enzovoort.

zoon , Dit is hier bijgevoegd uit vs.7-9. Anders: van mijn neef; dewijl het Hebreeuwse woord dod ook breder somtijds, en voor een beminden en zeer lieven vriend genomen wordt, gelijk te zien is in Salomo's Hooglied.

Hertaald: zoon , Dit is hier toegevoegd vanuit vers 7-9. Anders: van mijn neef, omdat het Hebreeuwse woord dod soms ook ruimer opgevat wordt en gebruikt wordt voor een geliefde en zeer dierbare vriend, zoals te zien is in het Hooglied van Salomo.

onderschreven; Hebreeuws, in den koopbrief hadden geschreven, gelijk boven vs.10.

Hertaald: onderschreven; Hebreeuws: in de koopbrief geschreven hadden, zoals hierboven vers 10.

zaten Of, woonden.

Hertaald: zaten Of: woonden.

Jeremia 32 vers 13

ogen, Dat is, in hunne tegenwoordigheid, gelijk boven dikwijls.

Hertaald: ogen, Dat is: in hun tegenwoordigheid, zoals hierboven vaak.

Jeremia 32 vers 14

open brief, Zie vs.11.

Hertaald: open brief, Zie vers 11.

mogen bestaan Dat is, opdat zij een langen tijd mogen duren.

Hertaald: mogen bestaan Dat is: opdat zij lange tijd bewaard blijven.

Jeremia 32 vers 15

er zullen Hieruit blijkt wat God met dezen vreemden handel, ten tijde der belegering van Jeruzalem, voorhad, te weten zijn volk te verzekeren dat de gevangenschap van Babel een einde zou nemen en zij nog weder in hun land komen en dat bezitten, enz.; zie onder vs.43, 44.

Hertaald: er zullen Hieruit blijkt wat God met deze vreemde transactie voorhad in de tijd van de belegering van Jeruzalem. Hij wilde Zijn volk verzekeren dat de gevangenschap van Babel een einde zou nemen, dat zij weer in hun land zouden komen en dat zouden bezitten, enzovoort; zie hieronder vers 43 en 44.

nog huizen, Of, wedeRom.

Hertaald: nog huizen, Of: opnieuw.

Jeremia 32 vers 17

uitgestrekten arm; Gelijk Ex. 6:5 , enz.

Hertaald: uitgestrekten arm; Zoals Ex. 6:5, enzovoort.

te wonderlijk Te weten om te dienen; alzo onder vs.27. Hebreeuws eigenlijk, wonderlijker dan Gij; dat is, zo wonderbaar dat Gij het niet zoudt kunnen doen als Gij het belooft; geen ding is U onmogelijk. Vergelijk Gen. 18:14 , met de aantekening; Matt. 19:26 , en Luc. 1:37 . Dit ziet op de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, die bij den mens onmogelijk scheen. Vergelijk Ezech. 37:3 , Ezech. 37:11-12 , enz.

Hertaald: te wonderlijk Namelijk: om te doen; zo ook hieronder in vers 27. Hebreeuws eigenlijk: wonderlijker dan U — dat is: zo wonderlijk dat U het niet zou kunnen doen wanneer U het belooft; geen ding is U onmogelijk. Vergelijk Gen. 18:14 met de aantekening, en Matth. 19:26 en Luk. 1:37. Dit ziet op de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, die voor mensen onmogelijk leek. Vergelijk Ezech. 37:3 en Ezech. 37:11-12, enzovoort.

Jeremia 32 vers 18

schoot hunner Zie Ps. 79:12 .

Hertaald: schoot hunner Zie Ps. 79:12.

kinderen na hen; Die de zonden der vaderen deelachtig zijn en hunne voetstappen navolgen. Zie Ex. 20:5-6 .

Hertaald: kinderen na hen; Die deel hebben aan de zonden van hun vaders en in hun voetstappen treden. Zie Ex. 20:5-6.

Naam is HEERE der heirscharen Gelijk boven Jer. 31:35 . Zie 1 Kon. 18:15 .

Hertaald: Naam is HEERE der heirscharen Zoals hierboven Jer. 31:35. Zie 1 Kon. 18:15.

Jeremia 32 vers 19

ogen zijn open Dit betekent somtijds Gods bijzondere voorzorg, gelijk 1 Kon. 8:29 , en Ps. 32:8 ; somtijds Gods voorzienigheid en toezicht op alles wat er omgaat, gelijk hier. Vergelijk Spr. 5:21 , en Spr. 15:3 ; idem 2 Kon. 16:9 .

Hertaald: ogen zijn open Dit duidt soms Gods bijzondere zorg aan, zoals in 1 Kon. 8:29 en Ps. 32:8, en soms Gods voorzienigheid en toezicht op alles wat er gebeurt, zoals hier. Vergelijk Spr. 5:21 en Spr. 15:3, en ook 2 Kon. 16:9.

wegen der mensenkinderen, Zie Gen. 6:12 .

Hertaald: wegen der mensenkinderen, Zie Gen. 6:12.

vrucht zijner handelingen Zie boven Jer. 17:10 .

Hertaald: vrucht zijner handelingen Zie hierboven Jer. 17:10.

Jeremia 32 vers 20

tot op dezen dag, Welker gedachtenis duurt tot op dezen dag.

Hertaald: tot op dezen dag, Waarvan de gedachtenis tot op deze dag voortduurt.

mensen, Hebreeuws, mens; dat is, mensen, gelijk dikwijls.

Hertaald: mensen, Hebreeuws: mens — dat is: mensen, zoals vaker.

Jeremia 32 vers 22

vloeiende van melk en honig; Zie Ex. 3:8 .

Hertaald: vloeiende van melk en honig; Zie Ex. 3:8.

Jeremia 32 vers 23

niets gedaan Hebreeuws, al wat Gij, enz. hebben zij niet gedaan; dat is, niets van hetgeen Gij hun geboden hadt. Zie 1 Kon. 11:34 .

Hertaald: niets gedaan Hebreeuws: alles wat U, enzovoort, hebben zij niet gedaan — dat is: niets van wat U hun geboden had. Zie 1 Kon. 11:34.

kwaad doen bejegenen Der straf.

Hertaald: kwaad doen bejegenen Van de straf.

Jeremia 32 vers 24

wallen Opgeworpen hoogten, schansen, bolwerken, forten, buiten de stad; zie 2 Sam. 20:15 . Sommigen verstaan andere krijgsinstrumenten, opgericht en dienende om muren en grote sterke gebouwen te verbreken en onder den voet te werpen, of uit en van dezelve met allerlei geweer den vijand te beschadigen. Vergelijk onder Jer. 33:4 .

Hertaald: wallen Opgeworpen hoogten, schansen, bolwerken, forten buiten de stad; zie 2 Sam. 20:15. Sommigen verstaan er ander oorlogstuig onder, opgericht om muren en grote, sterke gebouwen te breken en omver te werpen, of om vandaar met allerlei wapens de vijand schade toe te brengen. Vergelijk hieronder Jer. 33:4.

gegeven in de hand der Chaldeën, Of, wordt gegeven; alzo vs.25, 36, 43; dat is, zij is zo goed [gelijk men zegt] als gegeven, zij zal toch zekerlijk gegeven worden; de zaken zijn er zo binnen gesteld, dat men tastelijk merken kan dat uw woord in alles waarachtig is, en voorts vervuld zal worden.

Hertaald: gegeven in de hand der Chaldeën, Of: wordt gegeven; zo ook in vers 25, 36 en 43 — dat is: zij is zo goed als gegeven, zoals men zegt; zij zal toch zeker gegeven worden. De zaken staan er zo voor dat men tastbaar kan merken dat Uw woord in alles waar is en verder vervuld zal worden.

Jeremia 32 vers 25

daar de stad Alsof hij zeide: Dit is voor het menselijk vernuft een vreemde en wonderlijke zaak.

Hertaald: daar de stad Alsof hij zei: dit is voor het menselijk verstand een vreemde en wonderlijke zaak.

Jeremia 32 vers 27

vlees; Zie Gen. 6:12 ; Num. 16:22 .

Hertaald: vlees; Zie Gen. 6:12 en Num. 16:22.

te wonderlijk zijn? Zie boven vs.17.

Hertaald: te wonderlijk zijn? Zie hierboven vers 17.

Jeremia 32 vers 29

geofferd hebben, Gelijk boven Jer. 7:18 .

Hertaald: geofferd hebben, Zoals hierboven Jer. 7:18.

vertoornen Of, te tergen; alzo in het volgende.

Hertaald: vertoornen Of: te tergen; zo ook in het vervolg.

Jeremia 32 vers 30

jeugd aan Zie boven Jer. 2:2 .

Hertaald: jeugd aan Zie hierboven Jer. 2:2.

alleenlijk gedaan, Dat is, anders niets gedaan dan enz.

Hertaald: alleenlijk gedaan, Dat is: niets anders gedaan dan, enzovoort.

Jeremia 32 vers 31

tot Mijn toorn Dat is, zij heeft niets anders gedaan dan dat diende om mijn toorn en grimmigheid te verwekken, daarover zijn zij [gelijk men zegt] altijd uit geweest, daarop hebben zij toegelegd. Anders: in mijnen toorn; dat is, Ik ben op hen vertoornd geweest, enz.

Hertaald: tot Mijn toorn Dat is: zij heeft niets anders gedaan dan wat ertoe diende Mijn toorn en grimmigheid op te wekken; daar zijn zij, zoals men zegt, altijd op uit geweest, daarop hebben zij het toegelegd. Anders: in Mijn toorn — dat is: Ik ben op hen vertoornd geweest, enzovoort.

Jeremia 32 vers 32

mannen van Juda, Hebreeuws, man; gelijk boven Jer. 4:3 .

Hertaald: mannen van Juda, Hebreeuws: man; zoals hierboven Jer. 4:3.

Jeremia 32 vers 33

nek hebben toegekeerd Zie boven Jer. 2:27 .

Hertaald: nek hebben toegekeerd Zie hierboven Jer. 2:27.

vroeg op zijnde Zie boven Jer. 7:13 .

Hertaald: vroeg op zijnde Zie hierboven Jer. 7:13.

tucht aan te nemen; Zie Spr. 1:2 , enz.

Hertaald: tucht aan te nemen; Zie Spr. 1:2, enzovoort.

Jeremia 32 vers 34

verfoeiselen gesteld Zie boven Jer. 4:1 .

Hertaald: verfoeiselen gesteld Zie hierboven Jer. 4:1.

huis, Den tempel.

Hertaald: huis, De tempel.

dat naar Mijn Naam genoemd is, Gelijk boven Jer. 7:31 .

Hertaald: dat naar Mijn Naam genoemd is, Zoals hierboven Jer. 7:31.

Jeremia 32 vers 35

En zij hebben Zie boven Jer. 7:10 , met de aantekening.

Hertaald: En zij hebben Zie hierboven Jer. 7:10 met de aantekening.

Molech Dat is, ten dienste en ter ere van dezen afgod. Zie Lev. 18:21 .

Hertaald: Molech Dat is: tot dienst en ter ere van deze afgod. Zie Lev. 18:21.

in Mijn hart is opgekomen, Zie boven Jer. 7:31 .

Hertaald: in Mijn hart is opgekomen, Zie hierboven Jer. 7:31.

Jeremia 32 vers 36

gegeven in de hand des konings van Babel, Gelijk boven vs.24.

Hertaald: gegeven in de hand des konings van Babel, Zoals hierboven vers 24.

Jeremia 32 vers 37

vergaderen uit al de landen, Te weten mijn volk.

Hertaald: vergaderen uit al de landen, Namelijk: Mijn volk.

zeker doen wonen Hebreeuws, in zekerheid, of in vertrouwen; dat is gerust, zeker en veilig, gelijk elders dikwijls.

Hertaald: zeker doen wonen Hebreeuws: in zekerheid of in vertrouwen — dat is: gerust, zeker en veilig, zoals elders vaak.

Jeremia 32 vers 38

volk zijn, Gelijk boven Jer. 30:22 , en Jer. 31:1 , Jer. 31:33 .

Hertaald: volk zijn, Zoals hierboven Jer. 30:22 en Jer. 31:1 en Jer. 31:33.

Jeremia 32 vers 39

enerlei hart Ik zal door mijn Geest alzo in de harten van mijne uitverkorenen werken, dat zij door een geloof en een godsdienst in liefde aan elkander zullen verbonden en verenigd zijn.

Hertaald: enerlei hart Ik zal door Mijn Geest zo in de harten van Mijn uitverkorenen werken dat zij door één geloof en één godsdienst in liefde aan elkaar verbonden en verenigd zullen zijn.

weg geven, Dat is, enerlei godsdienst of religie, enerlei manier of wijze van geloof en leven, zie Jes. 30:21 , en Jes. 35:8 ; boven Jer. 6:16 ; Matt. 22:16 ; Hand. 9:2 , en Hand. 18:25-26 , enz.

Hertaald: weg geven, Dat is: één godsdienst of religie, één wijze van geloven en leven; zie Jes. 30:21 en Jes. 35:8, hierboven Jer. 6:16, Matth. 22:16, en Hand. 9:2 en Hand. 18:25-26, enzovoort.

goede, Dat is, tot hun best, heil en zaligheid.

Hertaald: goede, Dat is: tot hun bestwil, heil en zaligheid.

Jeremia 32 vers 40

maken, Gelijk boven Jer. 31:31 , enz.

Hertaald: maken, Zoals hierboven Jer. 31:31, enzovoort.

van achter hen Dat is, dat Ik hen nimmermeer zal verlaten, maar zal geduriglijk bij hen wonen en hen volgen met mijne weldadigheid; zie boven Jer. 31:33 , en vergelijk wijders Rom. 8:30 ; 1 Petr. 1:5 , 1 Petr. 1:9 ; 1 Joh. 2:19-20 , 1 Joh. 2:27 , en 1 Joh. 3:9 , en 1 Joh. 5:18 .

Hertaald: van achter hen Dat is: dat Ik hen nooit zal verlaten, maar voortdurend bij hen zal wonen en hen met Mijn weldadigheid zal volgen; zie hierboven Jer. 31:33, en vergelijk verder Rom. 8:30, 1 Petr. 1:5 en 1 Petr. 1:9, en 1 Joh. 2:19-20 en 1 Joh. 2:27, en 1 Joh. 3:9 en 1 Joh. 5:18.

Jeremia 32 vers 41

Mij over hen verblijden, Vergelijk Deut. 30:9 .

Hertaald: Mij over hen verblijden, Vergelijk Deut. 30:9.

getrouwelijk in dat land planten, Hebreeuws, in, of met getrouwheid, of waarheid.

Hertaald: getrouwelijk in dat land planten, Hebreeuws: in of met trouw, of waarheid.

Jeremia 32 vers 42

kwaad, Te weten der straf; dat is, ellende, ongeluk, tegenspoed.

Hertaald: kwaad, Namelijk: van de straf — dat is: ellende, ongeluk, tegenspoed.

spreke Dat is, hun beloof, of beloofd heb.

Hertaald: spreke Dat is: hun beloof, of beloofd heb.

Jeremia 32 vers 43

velden gekocht worden Hebreeuws, een veld zal, enz.; dat is, velden, gelijk in vs.44.

Hertaald: velden gekocht worden Hebreeuws: een veld zal, enzovoort — dat is: velden, zoals in vers 44.

zegt Dat is, alsdan zult gij zeggen, als het zal verwoest zijn; alzo onder Jer. 33:10 .

Hertaald: zegt Dat is: dan zult u zeggen, wanneer het verwoest zal zijn; zo ook hieronder Jer. 33:10.

gegeven Gelijk boven vs.24.

Hertaald: gegeven Zoals hierboven vers 24.

Jeremia 32 vers 44

zal men voor geld kopen, Hebreeuws, zullen zij, enz. gelijk dikwijls.

Hertaald: zal men voor geld kopen, Hebreeuws: zullen zij, enzovoort, zoals vaker.

onderschrijven, Zie boven vs.10, 12.

Hertaald: onderschrijven, Zie hierboven vers 10 en 12.

Benjamin, Vergelijk boven Jer. 17:26 .

Hertaald: Benjamin, Vergelijk hierboven Jer. 17:26.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hanameël  — God is genadig

Zoon van Sallum, een oom van Jeremia. Naar het woord des HEEREN kwam hij tot Jeremia in de gevangenis van het voorhof en liet hem, als naaste bloedverwant met lossingsrecht, zijn veld bij Anathoth kopen; deze koop was een profetisch teken dat er weer huizen, akkers en wijngaarden in het land gekocht zouden worden (Jer. 32:6-15).

Baruch  — gezegend

Zoon van Nerija, zoon van Machseja; de schrijver (secretaris) van Jeremia. Hij schreef Jeremia's profetieën op een boekrol en las deze voor het volk in de tempel voor; toen koning Jojakim de rol in stukken sneed en verbrandde, schreef Baruch op Jeremia's dictaat een nieuwe rol. Hij bewaarde ook de koopbrief van het veld te Anathoth, en trok later, tegen zijn zin, met de overgebleven Joden mee naar Egypte (Jer. 32:12-16; 36; 43:1-7; 45).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De akker te Anathoth  — de profeet koopt land terwijl de stad belegerd wordt (Jer. 32:1-15)

Jeremia zit gevangen in het voorhof van de bewaring, en Jeruzalem wordt belegerd. Dan komt zijn neef Hanameel met een aanbod: "Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht" (Jer. 32:8). Het lossingsrecht verplichtte de naaste bloedverwant om grond binnen de familie te houden (reeds behandeld bij Lev. 25:25). Jeremia koopt: "ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen" (Jer. 32:9). Alles gaat volgens de regels: een koopbrief, verzegeld, getuigen, en de brieven worden in een aarden vat gedaan om lang te blijven (Jer. 32:10-14). En er staat bij waarom: "Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden" (Jer. 32:15).

Bijbelse betekenis: Merk op wanneer deze koop plaatsvindt. Het leger van Babel ligt om de stad, de profeet zelf zit vast, en hij weet dat de stad zal vallen — hij heeft het zelf aangezegd. Juist dan koopt hij grond die hij niet zal kunnen gebruiken. Let vervolgens op de zorgvuldigheid. Er wordt niets symbolisch gedaan; er wordt gewogen, getekend, verzegeld en bewaard. Het geloof handelt hier in de vorm van een notariële akte. Let ten slotte op het aarden vat. De brieven worden bewaard voor een tijd die de koper zelf niet meemaakt. Dat is de kern van dit teken: geloof rekent met een toekomst waarin men zelf niet meer meedoet.

Typologie: De Hebreeënbrief noemt precies zulke daden geloof: mensen die stierven zonder de beloften verkregen te hebben, maar die ze van verre zagen en geloofden (Hebr. 11:13). En de Hebreeënbrief noemt het geloof "een bewijs der zaken, die men niet ziet" (reeds behandeld bij Hebr. 11:1).

Jer. 32:1-15; Lev. 25:25; Hebr. 11:13; Hebr. 11:1

Niets te wonderlijk  — een woord uit het gebed van de profeet dat God hem teruggeeft (Jer. 32:17,27)

Na de koop bidt Jeremia, en hij begint bij de schepping: "Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk" (Jer. 32:17). In datzelfde gebed legt hij ook zijn onbegrip neer: de stad wordt overgegeven, en toch moest hij een veld kopen (Jer. 32:24-25). Het antwoord van God begint met dezelfde woorden, nu als vraag: "Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?" (Jer. 32:27).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er tussen de twee verzen gebeurt. De profeet belijdt eerst dat niets voor God te wonderlijk is, en zegt daarna dat hij het niet begrijpt. Belijden en niet begrijpen sluiten elkaar dus niet uit. Let vervolgens op de vorm van Gods antwoord. Hij weerlegt niets, maar geeft de belijdenis terug als vraag; wat de bidder zelf gezegd heeft, wordt hem voorgehouden. Let ten slotte op waar dat op uitloopt. Wat volgt in Jer. 32:37-44 is de belofte van terugkeer en van nieuwe koopakten in ditzelfde land. Het wonderlijke waar het hier om gaat is niet een teken uit de hemel, maar dat een verwoest land weer bewoond wordt.

Typologie: De engel zegt tot Maria: "want geen ding zal bij God onmogelijk zijn" (Luk. 1:37). En de Heere Jezus zegt het over de zaligheid van een mens: bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk (reeds behandeld bij Matt. 19:26).

Jer. 32:17,27; Luk. 1:37; Matt. 19:26

Enerlei hart en enerlei weg  — de tweede beschrijving van het eeuwige verbond, met de vreze in het hart (Jer. 32:38-40)

"Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn" (Jer. 32:38). Daarop volgt: "En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen" (Jer. 32:39). En dan de belofte die het geheel vastzet: "Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken" (Jer. 32:40).

Bijbelse betekenis: Merk op dat hier twee kanten worden dichtgezet. God keert Zich niet van hen af, én zij wijken niet van Hem af; en beide worden door Hem gedaan. In het vorige hoofdstuk werd de wet in het hart geschreven, hier wordt de vreze in het hart gegeven (reeds behandeld bij Jer. 31:33). Let vervolgens op de uitdrukking enerlei hart en enerlei weg. Het gaat om eensgezindheid onder mensen die uiteengedreven waren, en die eensgezindheid wordt gegeven en niet georganiseerd. Let ten slotte op het slot van Jer. 32:40. De reden waarom zij niet afwijken, ligt niet in hun volharding maar in wat God in hun hart legt. Dat is de vaste grond onder alle vermaningen die de Schrift verder geeft.

Typologie: Paulus zegt hetzelfde over de zekerheid van dat werk: "Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus" (Fil. 1:6). En de Heere Jezus zegt dat niemand Zijn schapen uit Zijn hand rukken zal (Joh. 10:28).

Jer. 32:38-40; Jer. 31:33; Fil. 1:6; Joh. 10:28

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen ambt

Een akker kopen in een belegerde stad — 32:1-27

Jeremia zit gevangen in het voorhof der bewaring, in het paleis van de koning van Juda. Buiten de muren staat het leger van Babel, de stad valt binnen enkele maanden. Op dat moment krijgt hij een opdracht die geen mens zou bedenken.

God laat Zijn profeet grond kopen in een land dat op het punt staat verloren te gaan — als onderpand dat het zal terugkomen.

De opdracht komt via een neef. Hanameël staat voor hem met een veld te Anathoth en het recht van lossing ligt bij Jeremia: koop u mijn veld, want gij hebt het recht der lossing.

Dat woord lossing komt uit Leviticus 25, waar de naaste bloedverwant de akker terugkoopt van iemand die verarmd is, zodat het erfdeel in de familie blijft. Het is een plicht die geld kost en waarvan men in oorlogstijd zou zeggen: nu niet.

Jeremia weegt het geld toe, zeventien zilverlingen, en laat de koopbrief tekenen en verzegelen in het bijzijn van getuigen. Die brief geeft hij aan Baruch, met de opdracht hem in een aarden vat te doen: opdat hij vele dagen bestaan zou.

En dan zegt God waarom: er zullen nog huizen en velden en wijngaarden in dit land gekocht worden. De kanttekening vat de bedoeling samen: hieruit blijkt wat God met deze vreemde transactie voorhad in de tijd van de belegering. Hij wilde Zijn volk verzekeren dat de gevangenschap van Babel een einde zou nemen, en dat zij weer in hun land zouden komen en dat bezitten.

De koopbrief in de kruik is dus geen belegging maar een onderpand. Zolang dat vat bestaat, staat vast dat er een land zal zijn om naar terug te keren.

Opvallend is dat Jeremia het zelf niet begrijpt. In zijn gebed daarna zegt hij het hardop: evenwel hebt Gij tot mij gezegd, koop u dat veld voor geld — daar de stad in der Chaldeeën hand gegeven is. Hij doet het wel, en vraagt daarna wat het betekent.

Het antwoord dat hij krijgt is een vraag: zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?

Het woord dat hier valt — lossen — is hetzelfde dat in Ruth de akker en de mens terugkoopt, en het is het woord waarmee de brieven de verlossing beschrijven. Paulus noemt de Geest een onderpand van onze erfenis, met dezelfde gedachte: iets wat nu al in handen is, omdat wat komt vaststaat.

  1. Leviticus 25:25 — De naaste bloedverwant lost de akker van een verarmde.
  2. Jeremia 32:8 — Koop u mijn veld, want gij hebt het recht der lossing.
  3. Jeremia 32:14 — De koopbrief in een aarden vat, opdat hij vele dagen besta.
  4. Jeremia 32:15 — Er zullen nog huizen en velden in dit land gekocht worden.
  5. Ruth 4:9-10 — Boaz lost de akker én neemt de mens erbij.
  6. Efeze 1:14 — De Geest als onderpand van onze erfenis.

In het Nieuwe Testament: Efeze 1:13-14; Ruth 4:1-10; Galaten 3:13; 2 Korinthe 1:22

Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan. De lijn loopt over het lossersrecht, dat in Leviticus en Ruth zijn betekenis krijgt en in de brieven de taal van de verlossing levert. En over het onderpand, dat vooruitwijst naar wat vaststaat.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 32

Jeremia 32:1-5.KruisverwijzingenJeremia 34:2Jeremia 37:21Nehemia 3:25Jeremia 21:4Jeremia 39:12 Koningen 25:1Jeremia 33:1Jeremia 38:6
— Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar. (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is. Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen; En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeen niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien; En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeen strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)
U ziet dus dat Jeremia in de tijd waarover het hier gaat, gevangenzat. Zedekia, de koning van Juda, had hem zeer hard behandeld omdat hij het woord van de HEERE getrouw uitsprak. Hij was een waar knecht van de HEERE, en toch leed hij veel onder de hand van de koning. Een zeer opmerkelijke gebeurtenis uit die tijd wordt hier opgetekend.

Jeremia 32:6-7.KruisverwijzingenJeremia 1:1Jeremia 11:21Leviticus 25:25Jozua 21:18Ruth 4:3Markus 14:13Leviticus 25:341 Koningen 14:5
— Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende: Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen.
God gaf Zijn knecht vooraf te kennen wat er gebeuren zou, zodat hij wist hoe hij handelen moest. En zo kwam zijn neef te zijner tijd bij hem met het aanbod van dat stuk land in het gebied van Benjamin.

Het leek toch wel heel vreemd: bij een arme profeet in de gevangenis komen en hem vragen een stuk land te kopen. De Chaldeeën hadden het immers in bezit, en er leek geen enkele hoop te zijn dat hij het ooit zou zien. Iemand zei eens: “Ik heb een akker gekocht, en het is nodig, dat ik uitga, en hem bezie.” Maar dat kon Jeremia niet doen, want hij zat opgesloten en de vijand hield de akker bezet die hij kopen moest. Toch was de zaak van de HEERE, en daarom was zij goed. Menige handeling kan op zichzelf ongerijmd lijken en moet toch gedaan worden, omdat zij naar de wil van God is.

Jeremia 32:8.KruisverwijzingenJeremia 32:7Jeremia 32:2Jeremia 33:11 Samuël 9:161 Samuël 10:31 Koningen 22:25Handelingen 10:17Johannes 4:53
— Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was.
Moet een dienaar van het Woord zich met het kopen van land bezighouden? Ja, als God hem gebiedt het te kopen. Hij moet zich niet laten inwikkelen in de handelingen van dit leven — maar met dít veld kon Jeremia zich beslist niet inwikkelen.

Jeremia 32:9.KruisverwijzingenHosea 3:2Jesaja 55:2Zacharia 11:12Genesis 23:151 Koningen 20:39Genesis 37:28Esther 3:9
— Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen.
Dit was in elk opzicht een zeer buitengewone handeling. Bedenk dat de Chaldeeën Jeruzalem al belegerden. Zij waren over het hele land uitgezwermd en brachten overal vuur en zwaard. Jeruzalem was zo nauw ingesloten dat geen inwoner de stad uit kon. En daar zit Jeremia, zelf een gevangene, en koopt land dat feitelijk niets waard was. Maar hij geloofde vast dat de Chaldeeën de Joden nog ongestoord in dat land zouden laten wonen. Daarom betaalde hij de koopsom voor de akker uit en zorgde hij voor een rechtsgeldige overdracht. Hij deed het net zoals u of ik zouden doen bij de aankoop van een stuk grond in ons eigen land. Dit is een opmerkelijk voorbeeld van de overwinning van het geloof over ongunstige omstandigheden, en ook van de gehoorzaamheid van de profeet aan het woord van de HEERE.

“en ik woog hem het geld toe”. Men betaalde altijd bij gewicht, om er zeker van te zijn dat het bedrag klopte.

Jeremia 32:10-11.KruisverwijzingenJeremia 32:44Jeremia 32:12Deuteronomium 32:34Job 14:17Jeremia 32:25Jesaja 44:5Lukas 2:27Efeze 1:13
— En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had. En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;
De handeling had geheel de juiste rechtsvorm. Wij mogen in zaken niet nalatig zijn omdat wij knechten van de HEERE zijn. In alle dingen behoren wij te handelen als mensen met voorzichtigheid en gezond verstand.

Jeremia 32:11-12.KruisverwijzingenJeremia 32:16Jeremia 51:59Lukas 2:27Jeremia 36:4Jeremia 36:261 Korinthe 11:16Handelingen 26:3Jeremia 36:16
— En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief; En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.
Jeremia deed dit alles in het openbaar. Wat zij misschien voor een ongerijmde daad hielden, deed hij niet in het geheim, maar voor de ogen van allen. Waar geloof in God houdt zich niet op met handelingen in een donker hoekje. Het geloof kan zijn zaken doen in het licht van de zon. Het gelooft God onder alle omstandigheden, en het gelooft dat het gehoorzamen van Zijn Woord het ware gezonde verstand is. Daarom schaamt het zich niet voor wat het doet, en het zal daartoe ook nooit reden hebben, in alle eeuwigheid niet. Er is een levende God. En doen wij wat Hij ons gebiedt, dan móét daar goeds uit voortkomen. Geen kwaad zal de mens overkomen die vol vertrouwen op de Allerhoogste rust.

Jeremia 32:12-14.KruisverwijzingenJeremia 32:16Jeremia 51:59Jeremia 36:4Jeremia 36:26Jeremia 36:16Jeremia 43:32 Korinthe 8:21Jeremia 45:1
— En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten. En ik beval Baruch voor hun ogen, zeggende: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan.
Men had in die dagen geen ijzeren brandkasten. Daarom was het de gewoonte de documenten in aarden vaten te doen en die diep in de grond te begraven, waar men ze veilig achtte.

Jeremia 32:15.KruisverwijzingenJeremia 30:18Amos 9:14Jeremia 32:43Jeremia 31:24Jeremia 33:12Zacharia 3:10Jeremia 31:12Jeremia 31:5
— Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.
Juist daarom, als een daad van geloof in God, kocht de profeet dit weiland.

Jeremia 32:16.KruisverwijzingenFilippenzen 4:6Jeremia 12:1Genesis 32:92 Samuël 7:18Ezechiël 36:35
— Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:
Het geloof kan niet leven zonder gebed. Heeft het zijn heldhaftigste daden verricht, dan keert het zich tot God en vraagt ootmoedig om nieuwe kracht. Want, mijn broeders, de beste mensen zijn op hun best niet meer dan mensen, en wie het meeste geloof hebben, hebben er nooit iets van over.

Jeremia rondt de zaak af, brengt de bewijsstukken in veilige bewaring, en dan bidt hij. Het is altijd goed om vrij van zorgen te zijn voordat u gaat bidden. Laat er zo mogelijk niets meer te doen overblijven; zoek dan de eenzaamheid op en laat uw hart vrij zijn om met God te spreken. Ik denk niet dat Jeremia minder of slechter bad omdat hij deze zakelijke handeling had afgewikkeld. Wie dicht bij God leeft, moet met een blij hart van zijn kantoor naar zijn binnenkamer kunnen gaan.

Jeremia 32:17.KruisverwijzingenJeremia 27:5Genesis 18:142 Koningen 19:15Jeremia 32:27Lukas 1:37Jeremia 10:11Lukas 18:27Job 42:2
— Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.
Jeremia zegt: “bad ik tot den HEERE, zeggende: Ach, Heere HEERE!” Op het eerste gezicht leek het of de profeet een droeve klacht ging uiten, of enige twijfel over de aankoop van het land. Maar zo was het niet. Nadat die uitroep hem ontsnapt was, kwam zijn geloof hem te hulp, en hij ging verder.

Is dat geen grootse zin? “geen ding is U te wonderlijk”. Die de hemel en de aarde maken kon, kan alles. Lees in het boek Genesis het verhaal van de schepping, en zie hoe “Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er”. Oordeel dan zelf wat er ooit een moeilijkheid voor de Almachtige kan zijn. U moet toch wel tot Hem zeggen, zoals Jeremia deed: geen ding is U te wonderlijk.

Bent u in nood, denk dan veel aan God en spreek veel over Hem. Dát is ware aanbidding. Het zal uw eigen geest grote steun geven. Uw eigen kleinheid raakt vergeten in de grootheid van uw God.

Jeremia 32:18.KruisverwijzingenJeremia 10:16Exodus 34:7Deuteronomium 5:9Psalmen 50:11 Koningen 16:1Jeremia 31:35Mattheüs 23:32Jesaja 9:6
— Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!
Zie hoe deze godvruchtige mannen zich in hun tijd van nood verlustigden in de grote namen en heerlijke eigenschappen van God. Er zijn tegenwoordig veel week gemaakte, modieuze godsdienstigen, in weelde gehuld, die maar een klein godje hebben; zij lijken “Gij grote, Gij geweldige God” nooit gekend te hebben. Maar Jeremia, met de lucht van de gevangenis nog om zich heen, spreekt groots: “Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!”

Jeremia 32:20-21.KruisverwijzingenNehemia 9:10Exodus 6:6Exodus 9:16Deuteronomium 26:82 Samuël 7:23Jesaja 63:12Psalmen 135:9Daniël 9:15
— Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israel, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage! En hebt Uw volk Israel uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking.
Die oude Joden keken in hun tijd van nood altijd dankbaar terug op de wonderen die de HEERE in Egypte gewrocht had. Die grote daad van God, toen Hij de macht van Farao versloeg, stond de Hebreeën altijd voor ogen. In elk tijdperk van verdrukking verkwikte het volk zich met die herinnering. Welnu, lieve vrienden, als zij het lied van Mozes zongen, zullen wij dan niet het lied van het Lam zingen? Zullen wij niet in gedachten terugkeren naar de heerlijke overwinningen van onze Verlosser? Zullen wij niet telkens opnieuw vertellen wat Christus voor ons aan het kruis gedaan heeft, tot bemoediging van ons geloof? Zo dachten ook de Joden telkens weer aan hun wonderlijke verlossing uit Egypte, om hun vertrouwen te sterken.

Jeremia 32:24.KruisverwijzingenJeremia 33:4Jozua 23:15Deuteronomium 4:26Jeremia 32:36Ezechiël 14:21Jeremia 21:4Zacharia 1:6Ezechiël 21:22
— Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeen, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.
De wallen die rondom Jeruzalem waren opgeworpen, sloten de stad volledig in. De Chaldeeën waren druk bezig de muren af te breken om de stad in te nemen, terwijl het volk stierf van honger en ziekte. De kanttekening leest hier “de werktuigen om te schieten”, en uit het volgende hoofdstuk blijkt dat die krachtig genoeg waren om de huizen in Jeruzalem omver te werpen.

Jeremia 32:25.KruisverwijzingenJeremia 32:24Romeinen 11:33Psalmen 97:2Psalmen 77:19Johannes 13:7
— Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeen hand gegeven is.
Jeremia had met een geloof zonder vragen gedaan wat God hem geboden had. Toch ging hij er later over nadenken, denk ik, toen hij alleen in zijn cel zat. En al had hij misschien geen werkelijke twijfels, hij zal wel enige zorg gehad hebben over de afloop van de hele zaak. Hij kon het niet helemaal begrijpen, en daarom legde hij het wijselijk aan de HEERE voor. Sommigen van u die God werkelijk vertrouwd hebben, zijn misschien juist nu met de een of andere zorg in verlegenheid. Zeg het dan alles voor de HEERE uit. Ga onmiddellijk Zijn tegenwoordigheid binnen en spreid de zaak voor Hem uit, zoals Jeremia deed.

Let erop: het is nauwelijks een gebed dat Jeremia uitspreekt. Het is enkel een verslag van zijn toestand, en toch is dat een waar gebed. Weet u niet wat u God vragen moet, leg Hem dan uw moeite voor; dat is het allerbeste wat u doen kunt. Ziet u geen uitweg uit het doolhof, het geeft niet; het is aan God om u de draad te wijzen. Er ligt vaak veel geheiligd gezond verstand in het voorleggen van de moeilijkheid aan de HEERE: de brief voor Hem uitspreiden en hem daar laten liggen. Kunt u niet om verlossing op deze of die wijze vragen, dan is het genoeg de zaak eenvoudig te schetsen, zoals Jeremia deed.

Jeremia 32:27.KruisverwijzingenJeremia 32:17Mattheüs 19:26Numeri 16:22Jesaja 64:8Psalmen 65:2Numeri 27:16Lukas 3:6Johannes 17:2
— Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?
“zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?” Die vraag zullen wij straks proberen te beantwoorden. Het is een grootse vraag, een vraag waarop geen tegenwerping past.

Jeremia 32:30-31.Kruisverwijzingen2 Koningen 23:27Jeremia 7:22Jesaja 63:10Jeremia 2:7Jeremia 25:7Deuteronomium 9:7Jeremia 3:25Jeremia 22:21
— Want de kinderen Israels en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israels hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE. Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;
Jeruzalem was zo’n zondige stad dat zij verwoest moest worden. Zelfs de daken van de huizen waren verontreinigd door de offers die aan de afgoden gebracht werden. Als deze woorden waar waren van Jeruzalem, dan zijn zij zeker in grote mate ook waar van Londen. Het is een tergen van Gods toorn geweest “van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe”.

Hier waren mensen die niets anders gedaan hadden dan kwaad. God was zeer goed voor hen geweest, maar zij waren zeer slecht voor Hem. Van hun jeugd af, en zonder onderbreking, waren zij blijven opstaan tegen Hem. Jeruzalem, dat een heilige stad had moeten zijn, was zo onrein geweest dat zij God getergd had vanaf de dag dat zij gebouwd werd.

Jeremia 32:32.KruisverwijzingenJesaja 1:4Daniël 9:8Jeremia 2:26Jesaja 1:23Ezra 9:7Micha 3:1Daniël 9:6Sefanja 3:1
— Om al de boosheid der kinderen Israels en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;
Zij leken vastbesloten, van de hoogste tot de laagste, de HEERE te tergen en te tonen hoe weinig zij zich van de Allerhoogste aantrokken. Zij lijken allen op elkaar geweest te zijn. Op nauwelijks een uitzondering na waren zij, van de hoogste stand tot de laagste, altijd ongehoorzaam aan God.

Jeremia 32:33.KruisverwijzingenEzechiël 8:16Jeremia 2:27Jeremia 7:13Jeremia 7:242 Kronieken 36:15Johannes 8:2Jeremia 26:5Jeremia 35:15
— Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;
Als mensen die een koning in zijn eigen hof willen beledigen. Het maakt een misdrijf tegen God des te zwaarder wanneer Hij ons onderwezen heeft en wij toch niet gehoord hebben “om tucht aan te nemen”. Dit is een verschrikkelijke aanklacht. Mensen weigeren zich te laten leren. Zij keren de Koning der koningen de rug toe en willen niets met Hem te maken hebben. Dan is de tijd van de wraak zeker gekomen.

Jeremia 32:34-35.KruisverwijzingenJeremia 7:31Jeremia 7:30Leviticus 18:212 Kronieken 33:6Jeremia 23:112 Koningen 21:42 Kronieken 28:2Leviticus 20:2
— Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen. En zij hebben de hoogten van Baal gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.
Had God hun geboden hun kinderen te offeren, dan zouden zij ontzet gestaan hebben over zo’n wreedheid. Maar zij offerden ze gewillig aan de Molech, dwars tegen Zijn wil in. Er was niets zo verschrikkelijk slecht of zij deden het; er was niets zo onnatuurlijk en zo weerzinwekkend of zij moesten het beoefenen.

Jeremia 32:36-37.KruisverwijzingenJeremia 23:3Jeremia 23:6Jeremia 32:24Jeremia 32:3Hosea 1:11Jeremia 33:16Ezechiël 11:17Jeremia 23:8
— En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie; Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen.
God is toornig, en toch genadig. De rest van dit hoofdstuk is vol tederheid en liefde. Het is genoeg om onze ogen te doen volschieten wanneer wij zien hoe God spreekt over hen die tegen Hem opgestaan waren.

Jeremia 32:38.KruisverwijzingenJeremia 24:7Ezechiël 39:28Jeremia 31:33Jeremia 31:1Zacharia 13:9Ezechiël 11:19Deuteronomium 26:17Ezechiël 36:28
— Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
Is dit geen wonderlijk gedeelte? Na al deze zonde en na al dit tergen verwachten wij donder en bliksem van het goddelijke oordeel. En zie, er is niets dan de zoete stem van een ontfermende liefde: “Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.” Och, de wonderen van de goddelijke genade! Zie wat het genadeverbond voor schuldige mensen doet. Dit is werkelijk een verbond van genade: het handelt niet met mensen naar hun zonden, maar naar de onuitputtelijke milddadigheid van de eeuwige liefde.

Jeremia 32:39-40.KruisverwijzingenEzechiël 11:19Johannes 17:21Jesaja 55:3Deuteronomium 11:18Ezechiël 37:252 Kronieken 30:12Handelingen 4:321 Petrus 1:5
— En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen. En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.
Hier ligt een belofte van een dubbele zaligheid. De HEERE zal Zich niet van Zijn volk afkeren, en Zijn volk zal zich niet van Hem afkeren. Wat kon God meer doen dan Hij hier belooft? Het lijkt wel een krachtmeting tussen de zonde en de genade. De zonde was als een berg; maar de liefde van de HEERE was als de vloed, die steeg totdat zelfs de bergen bedekt waren.

“En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken” — met hén, met juist deze mensen die Hem getergd hadden, die de Molech gediend hadden, die zich voor afgoden gebogen hadden, die de HEERE te schande gemaakt en vertoornd hadden.

Jeremia 32:41.KruisverwijzingenJeremia 24:6Hosea 2:19Deuteronomium 30:9Sefanja 3:17Jesaja 62:5Amos 9:15Jeremia 31:28Jesaja 65:19
— En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.
Een God van ganser harte, Die zegent wie Hij met een oog van genade aanziet. Het is een wonderlijk ding. Had Hij Zijn hele hart erop gezet hen te verdelgen, dan zou dat natuurlijk geleken hebben. Maar God gaat elke gedachte van ons ver te boven. En zo zien wij, te midden van een buitengewone en bijna onmetelijke schuld, een even buitengewone liefde en een genade die helemaal niet te meten is.

Zie hoe God Zijn hele hart in het werk legt wanneer Hij Zijn volk zegent. Vergeeft Hij de zonde, dan doet Hij dat met heel Zijn hart en heel Zijn ziel. Mochten wij met heel ons hart en heel onze ziel berouw hebben over onze zonde, en dan met heel ons hart en heel onze ziel de HEERE dienen! Amen.

Jeremia 32:42.KruisverwijzingenJeremia 31:28Zacharia 8:14Jozua 23:14Jeremia 33:10Mattheüs 24:35
— Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.
Och, dat wij genade kregen om dit eeuwig verbond aan te grijpen, “de gewisse weldadigheden van David”, en daardoor behouden te worden!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Het geloof gelooft God onder alle omstandigheden, en het gelooft dat het gehoorzamen van Zijn Woord het ware gezonde verstand is.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content