Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 23

1 Wee den herderen, die de schapen Mijner weide ombrengen en verstrooien! spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 WeeH1945 den herderenH7462, die de schapenH6629 Mijner weideH4830 ombrengenH6 en verstrooienH6327! spreektH5002 de HEEREH3068. Wee den herderen, die de schapen Mijner weide ombrengen en verstrooien! spreekt de HEERE.

KJV Woe1 be unto the pastors2 that destroy3 and scatter4 the sheep6 of my pasture!7 saith8 the LORD.

1 ה֣וֹי H1945 Wee, wee, Och ah, alas, ho, O, woe 2 רֹעִ֗ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 3 מְאַבְּדִ֧ים H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 4 וּמְפִצִ֛ים H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 צֹ֥אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 7 מַרְעִיתִ֖י H4830 weide flock, pasture 8 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 9 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van de herderen, die Mijn volk weiden: Gijlieden hebt Mijn schapen verstrooid, en hebt ze verdreven, en hebt ze niet bezocht; ziet, Ik zal over u bezoeken de boosheid uwer handelingen, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 DaaromH3651 zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 IsraelsH3478, alzo van de herderenH7462, die Mijn volkH5971 weidenH7462: GijliedenH859 hebt Mijn schapenH6629 verstrooidH6327, en hebt ze verdrevenH5080, en hebt ze nietH3808 bezochtH6485; zietH2005, Ik zal overH5921 u bezoekenH6485 de boosheidH7455 uwer handelingenH4611, spreektH5002 de HEEREH3068. Daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van de herderen, die Mijn volk weiden: Gijlieden hebt Mijn schapen verstrooid, en hebt ze verdreven, en hebt ze niet bezocht; ziet, Ik zal over u bezoeken de boosheid uwer handelingen, spreekt de HEERE.

KJV Therefore thus saith3 the LORD4 God5 of Israel6 against the pastors8 that feed9 my people;11 Ye have scattered13 my flock,15 and driven them away,16 and have not visited18 them: behold, I will visit21 upon you the evil24 of your doings,25 saith26 the LORD.

1 לָ֠כֵן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֨ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הָרֹעִים֮ H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 9 הָרֹעִ֣ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עַמִּי֒ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 אַתֶּ֞ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 13 הֲפִצֹתֶ֤ם H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 צֹאנִי֙ H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 16 וַתַּדִּח֔וּם H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw 17 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 פְקַדְתֶּ֖ם H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 19 אֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 21 פֹקֵ֧ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 22 עֲלֵיכֶ֛ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 23 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 24 רֹ֥עַ H7455 boosheid, droefheid, lelijkheid [idiom] be so bad, badness, ([idiom] be so) evil, naughtiness, sadness, sorrow, wickedness 25 מַעַלְלֵיכֶ֖ם H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work 26 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 27 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Ik zal het overblijfsel Mijner schapen Zelf vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik ze verdreven heb; en Ik zal ze wederbrengen tot hun kooien, en zij zullen vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En Ik zal het overblijfselH7611 Mijner schapenH6629 Zelf vergaderenH6908 uit alH3605 de landenH776, waarhenen Ik ze verdrevenH5080 heb; en Ik zal ze wederbrengenH7725 tot hun kooienH5116, en zij zullen vruchtbaarH6509 zijn, en vermenigvuldigenH7235. En Ik zal het overblijfsel Mijner schapen Zelf vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik ze verdreven heb; en Ik zal ze wederbrengen tot hun kooien, en zij zullen vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen.

KJV And I will gather2 the remnant4 of my flock5 out of all countries7 whither I have driven9 them, and will bring them again12 to their folds;15 and they shall be fruitful16 and increase.

1 וַאֲנִ֗י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 אֲקַבֵּץ֙ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 שְׁאֵרִ֣ית H7611 overblijfsel, overige, overigen that had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest 5 צֹאנִ֔י H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 6 מִכֹּל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הָאֲרָצ֔וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 הִדַּ֥חְתִּי H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw 10 אֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 שָׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 12 וַהֲשִׁבֹתִ֥י H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 אֶתְהֶ֛ן H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 נְוֵהֶ֖ן H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 16 וּפָר֥וּ H6509 vruchtbaar, vruchtbare, gewassen bear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase 17 וְרָבֽוּ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Ik zal herderen over hen verwekken, die ze weiden zullen; en zij zullen niet meer vrezen, noch verschrikt worden, noch gemist worden, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En Ik zal herderenH7462 overH5921 hen verwekkenH6965, die ze weidenH7462 zullen; en zij zullen nietH3808 meerH5750 vrezenH3372, nochH3808 verschriktH2865 worden, nochH3808 gemistH6485 worden, spreektH5002 de HEEREH3068. En Ik zal herderen over hen verwekken, die ze weiden zullen; en zij zullen niet meer vrezen, noch verschrikt worden, noch gemist worden, spreekt de HEERE.

KJV And I will set up1 shepherds3 over them which shall feed4 them: and they shall fear6 no more, nor be dismayed,9 neither shall they be lacking,11 saith12 the LORD.

1 וַהֲקִמֹתִ֧י H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 עֲלֵיהֶ֛ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 רֹעִ֖ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 4 וְרָע֑וּם H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 5 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יִֽירְא֨וּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 7 ע֧וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 8 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יֵחַ֛תּוּ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 10 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 יִפָּקֵ֖דוּ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 12 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 ZietH2009, de dagenH3117 komenH935, spreektH5002 de HEEREH3068, dat Ik aan DavidH1732 een rechtvaardigeH6662 SpruitH6780 zal verwekkenH6965; Die zal KoningH4428 zijnde regerenH4427, en voorspoedigH7919 zijn, en rechtH4941 en gerechtigheidH6666 doenH6213 op de aardeH776. Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde.

KJV Behold, the days2 come,3 saith4 the LORD,5 that I will raise6 unto David7 a righteous9 Branch,8 and a King11 shall reign10 and prosper,12 and shall execute13 judgment14 and justice15 in the earth.

1 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 יָמִ֤ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 בָּאִים֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וַהֲקִמֹתִ֥י H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 7 לְדָוִ֖ד H1732 David, Davids David 8 צֶ֣מַח H6780 gewas, SPRUIT, SPRUITE branch, bud, that which (where) grew (upon), spring(-ing) 9 צַדִּ֑יק H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 10 וּמָ֤לַךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 11 מֶ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 וְהִשְׂכִּ֔יל H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 13 וְעָשָׂ֛ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 מִשְׁפָּ֥ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 15 וּצְדָקָ֖ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 16 בָּאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israel zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 In Zijn dagenH3117 zal JudaH3063 verlostH3467 worden, en IsraelH3478 zekerH983 wonenH7931; en ditH2088 zal Zijn naamH8034 zijn, waarmede men Hem zal noemenH7121: De HEEREH3068: ONZE GERECHTIGHEID. In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israel zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.

KJV In his days1 Judah3 shall be saved,2 and Israel4 shall dwell5 safely:6 and this is his name8 whereby he shall be called,10 THE LORD OUR RIGHTEOUSNESS.

1 בְּיָמָיו֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 תִּוָּשַׁ֣ע H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 3 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 4 וְיִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 יִשְׁכֹּ֣ן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 6 לָבֶ֑טַח H983 zeker, zekerheid, eker assurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely 7 וְזֶה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 שְּׁמ֥וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 9 אֲֽשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 יִקְרְא֖וֹ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 11 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 צִדְקֵֽנוּ H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat zij niet meer zullen zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels uit Egypteland heeft opgevoerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 DaaromH3651, zietH2009, de dagenH3117 komenH935, spreektH5002 de HEEREH3068, dat zij nietH3808 meerH5750 zullen zeggenH559: Zo waarachtig als de HEEREH3068 leeftH2416, DieH834 de kinderenH1121 IsraelsH3478 uit EgyptelandH776 heeft opgevoerdH5927. Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat zij niet meer zullen zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels uit Egypteland heeft opgevoerd.

KJV Therefore, behold, the days3 come,4 saith5 the LORD,6 that they shall no more say,8 The LORD11 liveth,10 which brought up13 the children15 of Israel16 out of the land17 of Egypt;

1 לָכֵ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 הִנֵּֽה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 יָמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 בָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יֹ֤אמְרוּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 10 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 11 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 הֶעֱלָ֛ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 מֵאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 18 מִצְרָֽיִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die het zaad van het huis Israels heeft opgevoerd, en Die het aangebracht heeft uit het land van het noorden, en uit al de landen, waarheen Ik ze gedreven had! want zij zullen wonen in hun land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 MaarH3588: ZoH518 waarachtig als de HEEREH3068 leeftH2416, DieH834 het zaadH2233 van het huisH1004 IsraelsH3478 heeft opgevoerdH5927, en DieH834 het aangebrachtH935 heeft uit het land van het noordenH6828, en uit alH3605 de landenH776, waarheen Ik ze gedrevenH5080 had! want zij zullen wonenH3427 in hun land. Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die het zaad van het huis Israels heeft opgevoerd, en Die het aangebracht heeft uit het land van het noorden, en uit al de landen, waarheen Ik ze gedreven had! want zij zullen wonen in hun land.

Ook in dit vers landH127 landH776

KJV But, The LORD4 liveth,3 which brought up6 and which led8 the seed10 of the house11 of Israel12 out of the north14 country,13 and from all countries16 whither I had driven18 them; and they shall dwell20 in their own land.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 הֶעֱלָה֩ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 וַאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 הֵבִ֜יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 זֶ֨רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 11 בֵּ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 צָפ֔וֹנָה H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 15 וּמִכֹּל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 הָֽאֲרָצ֔וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 17 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 הִדַּחְתִּ֖ים H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw 19 שָׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 20 וְיָשְׁב֖וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 21 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 אַדְמָתָֽם H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Aangaande de profeten. Mijn hart wordt in mijn binnenste gebroken, al mijn beenderen bewegen zich; ik ben als een dronken man, en als een man, dien de wijn te boven gaat; vanwege den HEERE, en vanwege de woorden Zijner heiligheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Aangaande de profetenH5030. Mijn hartH3820 wordt in mijn binnensteH7130 gebrokenH7665, alH3605 mijn beenderenH6106 bewegenH7363 zich; ik ben als een dronkenH7910 man, en als een man, dien de wijnH3196 te boven gaat; vanwegeH6440 den HEEREH3068, en vanwegeH6440 de woordenH1697 Zijner heiligheidH6944. Aangaande de profeten. Mijn hart wordt in mijn binnenste gebroken, al mijn beenderen bewegen zich; ik ben als een dronken man, en als een man, dien de wijn te boven gaat; vanwege den HEERE, en vanwege de woorden Zijner heiligheid.

Ook in dit vers manH376 manH1397

KJV Mine heart3 within4 me is broken2 because of the prophets;1 all my bones7 shake;5 I am like a drunken10 man,9 and like a man11 whom wine13 hath overcome,12 because14 of the LORD,15 and because of the words17 of his holiness.

1 לַנְּבִאִ֞ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 2 נִשְׁבַּ֧ר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 3 לִבִּ֣י H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 בְקִרְבִּ֗י H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 5 רָֽחֲפוּ֙ H7363 bewegen, zweefde, zweeft flutter, move, shake 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 עַצְמוֹתַ֔י H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 8 הָיִ֨יתִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 כְּאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 שִׁכּ֔וֹר H7910 dronken, dronkaard, dronkenen drunk(-ard, -en, -en man) 11 וּכְגֶ֖בֶר H1397 man, mans, mannen every one, man, [idiom] mighty 12 עֲבָ֣רוֹ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 13 יָ֑יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 14 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 וּמִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 17 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 18 קָדְשֽׁוֹ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want het land is vol overspelers, want het land treurt vanwege den vloek, de weiden der woestijn verdorren, omdat hun loop boos is, en hun macht niet recht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Want het landH776 is volH4390 overspelersH5003, wantH3588 het landH776 treurtH56 vanwegeH6440 den vloekH423, de weidenH4999 der woestijnH4057 verdorrenH3001, omdat hun loopH4794 boosH7451 isH1961, en hun machtH1369 nietH3808 rechtH3651. Want het land is vol overspelers, want het land treurt vanwege den vloek, de weiden der woestijn verdorren, omdat hun loop boos is, en hun macht niet recht.

KJV For the land4 is full3 of adulterers;2 for because6 of swearing7 the land9 mourneth;8 the pleasant places11 of the wilderness12 are dried up,10 and their course14 is evil,15 and their force

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מְנָֽאֲפִים֙ H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 3 מָלְאָ֣ה H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 4 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 מִפְּנֵ֤י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 אָלָה֙ H423 vloek, eed, eed vloeks curse, cursing, execration, oath, swearing 8 אָבְלָ֣ה H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 9 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 יָבְשׁ֖וּ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 11 נְא֣וֹת H4999 weiden, woningen, herdershutten habitation, house, pasture, pleasant place 12 מִדְבָּ֑ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 13 וַתְּהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 מְרֽוּצָתָם֙ H4794 loop course, running. Compare H4835 (מְרֻצָה) 15 רָעָ֔ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 16 וּגְבוּרָתָ֖ם H1369 macht, mogendheden, sterkte force, mastery, might, mighty (act, power), power, strength 17 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 כֵֽן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want beiden, profeten en priesters, zijn huichelaars; zelfs in Mijn huis vind Ik hun boosheid, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantH3588 beiden, profetenH5030 en priestersH3548, zijn huichelaarsH2610; zelfsH1571 in Mijn huisH1004 vindH4672 Ik hun boosheidH7451, spreektH5002 de HEEREH3068. Want beiden, profeten en priesters, zijn huichelaars; zelfs in Mijn huis vind Ik hun boosheid, spreekt de HEERE.

KJV For both prophet3 and priest5 are profane;6 yea, in my house8 have I found9 their wickedness,10 saith11 the LORD.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 3 נָבִ֥יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 4 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 5 כֹּהֵ֖ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 6 חָנֵ֑פוּ H2610 ontheiligd, bevlekt, huichelaars corrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane 7 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 בְּבֵיתִ֛י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 מָצָ֥אתִי H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 10 רָעָתָ֖ם H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 11 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 12 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Daarom zal hun weg hun zijn als zeer gladde plaatsen in de donkerheid; zij zullen aangedreven worden en daarin vallen; want Ik zal een kwaad over hen brengen in het jaar hunner bezoeking, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 DaaromH3651 zal hun wegH1870 hun zijnH1961 als zeer gladdeH2519 plaatsen in de donkerheidH653; zij zullen aangedrevenH1760 worden en daarin vallenH5307; wantH3588 Ik zal een kwaadH7451 overH5921 hen brengenH935 in het jaarH8141 hunner bezoekingH6486, spreektH5002 de HEEREH3068. Daarom zal hun weg hun zijn als zeer gladde plaatsen in de donkerheid; zij zullen aangedreven worden en daarin vallen; want Ik zal een kwaad over hen brengen in het jaar hunner bezoeking, spreekt de HEERE.

KJV Wherefore their way3 shall be unto them as slippery5 ways in the darkness:6 they shall be driven on,7 and fall8 therein: for I will bring11 evil13 upon them, even the year14 of their visitation,15 saith16 the LORD.

1 לָכֵן֩ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 יִֽהְיֶ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 דַרְכָּ֜ם H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 לָהֶ֗ם 5 כַּחֲלַקְלַקּוֹת֙ H2519 vleierijen, gladde, slibberig flattery, slippery 6 בָּֽאֲפֵלָ֔ה H653 donkerheid, dikke, donkere dark, darkness, gloominess, [idiom] thick 7 יִדַּ֖חוּ H1760 verdrevenen, aangedreven, aangestoten chase, drive away (on), overthrow, outcast, [idiom] sore, thrust, totter 8 וְנָ֣פְלוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 9 בָ֑הּ 10 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 אָבִ֨יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 עֲלֵיהֶ֥ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 רָעָ֛ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 14 שְׁנַ֥ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 15 פְּקֻדָּתָ֖ם H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation 16 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 17 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ik heb wel ongerijmdheid gezien in de profeten van Samaria, die door Baal, profeteerden, en Mijn volk Israel verleidden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Ik heb wel ongerijmdheidH8604 gezienH7200 in de profetenH5030 van SamariaH8111, die door BaalH1168, profeteerdenH5012, en Mijn volkH5971 IsraelH3478 verleiddenH8582. Ik heb wel ongerijmdheid gezien in de profeten van Samaria, die door Baal, profeteerden, en Mijn volk Israel verleidden.

KJV And I have seen3 folly4 in the prophets1 of Samaria;2 they prophesied5 in Baal,6 and caused my people9 Israel11 to err.

1 וּבִנְבִיאֵ֥י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 2 שֹׁמְר֖וֹן H8111 Samaria Samaria 3 רָאִ֣יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 תִפְלָ֑ה H8604 ongerijmds, ongerijmdheid folly, foolishly 5 הִנַּבְּא֣וּ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 6 בַבַּ֔עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 7 וַיַּתְע֥וּ H8582 dwalen, dolen, verleid (cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 עַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Maar in de profeten van Jeruzalem zie Ik afschuwelijkheid; zij bedrijven overspel, en gaan om met valsheid, en sterken de handen der boosdoeners, opdat zij zich niet bekeren, een iegelijk van zijn boosheid; zij allen zijn Mij als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Maar in de profetenH5030 van JeruzalemH3389 zieH7200 Ik afschuwelijkheidH8186; zij bedrijven overspelH5003, en gaanH1980 om met valsheidH8267, en sterkenH2388 de handenH3027 der boosdoenersH7489, opdat zij zich nietH1115 bekerenH7725, een iegelijk van zijn boosheidH7451; zij allenH3605 zijn Mij als SodomH5467, en haar inwonersH3427 als GomorraH6017. Maar in de profeten van Jeruzalem zie Ik afschuwelijkheid; zij bedrijven overspel, en gaan om met valsheid, en sterken de handen der boosdoeners, opdat zij zich niet bekeren, een iegelijk van zijn boosheid; zij allen zijn Mij als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.

KJV I have seen3 also in the prophets1 of Jerusalem2 an horrible thing:4 they commit adultery,5 and walk6 in lies:7 they strengthen8 also the hands9 of evildoers,10 that none13 doth return12 from his wickedness:14 they are all of them unto me as Sodom,18 and the inhabitants19 thereof as Gomorrah.

1 וּבִנְבִאֵ֨י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 2 יְרוּשָׁלִַ֜ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 3 רָאִ֣יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 שַׁעֲרוּרָ֗ה H8186 afschuwelijke, afschuwelijkheid horrible thing 5 נָא֞וֹף H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 6 וְהָלֹ֤ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 7 בַּשֶּׁ֨קֶר֙ H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 8 וְחִזְּקוּ֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 9 יְדֵ֣י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 מְרֵעִ֔ים H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 11 לְבִ֨לְתִּי H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 12 שָׁ֔בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 מֵרָֽעָת֑וֹ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 15 הָֽיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 לִ֤י 17 כֻלָּם֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 כִּסְדֹ֔ם H5467 Sodom Sodom 19 וְיֹשְׁבֶ֖יהָ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 20 כַּעֲמֹרָֽה H6017 Gomorra Gomorrah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Daarom zegt de HEERE der heirscharen van deze profeten alzo: Ziet, Ik zal hen met alsem spijzigen, en met gallewater drenken; want van Jeruzalems profeten is de huichelarij uitgegaan in het ganse land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 DaaromH3651 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635 van deze profetenH5030 alzo: ZietH2005, Ik zal hen met alsemH3939 spijzigenH398, en met gallewaterH4325 drenkenH8248; wantH3588 vanH854 JeruzalemsH3389 profetenH5030 is de huichelarijH2613 uitgegaanH3318 in het ganseH3605 landH776. Daarom zegt de HEERE der heirscharen van deze profeten alzo: Ziet, Ik zal hen met alsem spijzigen, en met gallewater drenken; want van Jeruzalems profeten is de huichelarij uitgegaan in het ganse land.

KJV Therefore thus saith3 the LORD4 of hosts5 concerning the prophets;7 Behold, I will feed9 them with wormwood,11 and make them drink12 the water13 of gall:14 for from the prophets17 of Jerusalem18 is profaneness20 gone forth19 into all the land.

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֨ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָאוֹת֙ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הַנְּבִאִ֔ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 8 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 9 מַאֲכִ֤יל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 10 אוֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 לַֽעֲנָ֔ה H3939 alsem hemlock, wormwood 12 וְהִשְׁקִתִ֖ים H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 13 מֵי H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 14 רֹ֑אשׁ H7219 gal, galle, adderenvergift gall, hemlock, poison, venom 15 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 מֵאֵת֙ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 17 נְבִיאֵ֣י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 18 יְרוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 19 יָצְאָ֥ה H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 20 חֲנֻפָּ֖ה H2613 huichelarij profaneness 21 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 22 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zo zegt de HEERE der heirscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezicht huns harten, niet uit des HEEREN mond.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: HoortH8085 niet naar de woordenH1697 der profetenH5030, die u profeterenH5012; zij maken u ijdelH1891; zijH1992 sprekenH1696 het gezichtH2377 huns hartenH3820, niet uit des HEERENH3068 mondH6310. Zo zegt de HEERE der heirscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezicht huns harten, niet uit des HEEREN mond.

KJV Thus saith2 the LORD3 of hosts,4 Hearken6 not unto the words8 of the prophets9 that prophesy10 unto you: they make you vain:12 they speak17 a vision15 of their own heart,16 and not out of the mouth19 of the LORD.

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 צְבָא֗וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 5 אַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תִּשְׁמְע֞וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 דִּבְרֵ֤י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 הַנְּבִאִים֙ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 10 הַנִּבְּאִ֣ים H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 11 לָכֶ֔ם 12 מַהְבִּלִ֥ים H1891 ijdel, verijdeld be (become, make) vain 13 הֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 14 אֶתְכֶ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 חֲז֤וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 16 לִבָּם֙ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 17 יְדַבֵּ֔רוּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 18 לֹ֖א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 מִפִּ֥י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 20 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zij zeggen steeds tot degenen, die Mij lasteren: De HEERE heeft het gesproken, gijlieden zult vrede hebben; en tot al wie naar zijns harten goeddunken wandelt, zeggen zij: Ulieden zal geen kwaad overkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Zij zeggenH559 steeds tot degenen, die Mij lasterenH5006: De HEEREH3068 heeft het gesprokenH1696, gijlieden zult vredeH7965 hebben; en tot alH3605 wie naar zijns hartenH3820 goeddunkenH8307 wandeltH1980, zeggenH559 zij: Ulieden zal geenH3808 kwaadH7451 overkomenH935. Zij zeggen steeds tot degenen, die Mij lasteren: De HEERE heeft het gesproken, gijlieden zult vrede hebben; en tot al wie naar zijns harten goeddunken wandelt, zeggen zij: Ulieden zal geen kwaad overkomen.

KJV They say1 still2 unto them that despise3 me, The LORD5 hath said,4 Ye shall have peace;6 and they say13 unto every one that walketh10 after the imagination11 of his own heart,12 No evil17 shall come

1 אֹמְרִ֤ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אָמוֹר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 לִֽמְנַאֲצַ֔י H5006 gelasterd, lasteren, versmaden abhor, (give occasion to) blaspheme, contemn, despise, flourish, [idiom] great, provoke 4 דִּבֶּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 שָׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 7 יִֽהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 לָכֶ֑ם 9 וְ֠כֹל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הֹלֵ֞ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 11 בִּשְׁרִר֤וּת H8307 goeddunken imagination, lust 12 לִבּוֹ֙ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 13 אָֽמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 תָב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 עֲלֵיכֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 רָעָֽה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want wie heeft in des HEEREN raad gestaan, en Zijn woord gezien of gehoord? Wie heeft Zijn woord aangemerkt en gehoord?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 WantH3588 wie heeft in des HEERENH3068 raadH5475 gestaanH5975, en Zijn woordH1697 gezienH7200 of gehoordH8085? WieH4310 heeft Zijn woordH1697 aangemerktH7181 en gehoordH8085? Want wie heeft in des HEEREN raad gestaan, en Zijn woord gezien of gehoord? Wie heeft Zijn woord aangemerkt en gehoord?

KJV For who hath stood3 in the counsel4 of the LORD,5 and hath perceived6 and heard7 his word?9 who hath marked11 his word,12 and heard

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מִ֤י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 3 עָמַד֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 4 בְּס֣וֹד H5475 raad, verborgenheid, heimelijke assembly, consel, inward, secret (counsel) 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְיֵ֖רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 וְיִשְׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 דְּבָר֑וֹ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 10 מִֽי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 11 הִקְשִׁ֥יב H7181 merk, merkt, opmerken attend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard 12 דְּבָר֖וֹ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 13 וַיִּשְׁמָֽע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Ziet, een onweder des HEEREN, een grimmigheid is uitgegaan, ja, een pijnlijk onweder, het zal blijven op der goddelozen hoofd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 ZietH2009, een onwederH5591 des HEERENH3068, een grimmigheidH2534 is uitgegaanH3318, ja, een pijnlijkH2342 onwederH5591, het zal blijven opH5921 der goddelozenH7563 hoofdH7218. Ziet, een onweder des HEEREN, een grimmigheid is uitgegaan, ja, een pijnlijk onweder, het zal blijven op der goddelozen hoofd.

KJV Behold, a whirlwind2 of the LORD3 is gone forth5 in fury,4 even a grievous7 whirlwind:6 it shall fall grievously11 upon the head9 of the wicked.

1 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 סַעֲרַ֣ת H5591 onweder, storm, stormwind storm(-y), tempest, whirlwind 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 חֵמָה֙ H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 5 יָֽצְאָ֔ה H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 וְסַ֖עַר H5591 onweder, storm, stormwind storm(-y), tempest, whirlwind 7 מִתְחוֹלֵ֑ל H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 8 עַ֛ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 רֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 10 רְשָׁעִ֖ים H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 11 יָחֽוּל H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Des HEEREN toorn zal zich niet afwenden, totdat Hij zal hebben gedaan, en totdat Hij zal hebben daargesteld de gedachten Zijns harten; in het laatste der dagen zult gij met verstand daarop letten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Des HEERENH3068 toornH639 zal zich nietH3808 afwendenH7725, totdatH5704 Hij zal hebben gedaanH6213, en totdatH5704 Hij zal hebben daargesteldH6965 de gedachtenH4209 Zijns hartenH3820; in het laatsteH319 der dagenH3117 zult gij met verstandH998 daarop lettenH995. Des HEEREN toorn zal zich niet afwenden, totdat Hij zal hebben gedaan, en totdat Hij zal hebben daargesteld de gedachten Zijns harten; in het laatste der dagen zult gij met verstand daarop letten.

KJV The anger3 of the LORD4 shall not return,2 until he have executed,6 and till he have performed8 the thoughts9 of his heart:10 in the latter11 days12 ye shall consider13 it perfectly.

1 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יָשׁוּב֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 אַף H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 עֲשֹׂת֥וֹ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 הֲקִימ֖וֹ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 מְזִמּ֣וֹת H4209 bedachtzaamheid, gedachten, schandelijke verdichtselen (wicked) device, discretion, intent, witty invention, lewdness, mischievous (device), thought, wickedly 10 לִבּ֑וֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 11 בְּאַֽחֲרִית֙ H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward 12 הַיָּמִ֔ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 תִּתְבּ֥וֹנְנוּ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 14 בָ֖הּ 15 בִּינָֽה H998 verstand, verstands, Verstand knowledge, meaning, [idiom] perfectly, understanding, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Ik heb die profetenH5030 nietH3808 gezondenH7971, nochtans hebben zij gelopenH7323; Ik heb totH413 hen nietH3808 gesprokenH1696, nochtans hebben zijH1992 geprofeteerdH5012. Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd.

KJV I have not sent2 these prophets,4 yet they ran:6 I have not spoken8 to them, yet they prophesied.

1 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 שָׁלַ֥חְתִּי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַנְּבִאִ֖ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 5 וְהֵ֣ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 6 רָ֑צוּ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 7 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 דִבַּ֥רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 9 אֲלֵיהֶ֖ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 וְהֵ֥ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 נִבָּֽאוּ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Maar zo zij in Mijn raad hadden gestaan, zo zouden zij Mijn volk Mijn woorden hebben doen horen, en zouden hen afgekeerd hebben van hun bozen weg, en van de boosheid hunner handelingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Maar zo zij in Mijn raadH5475 hadden gestaanH5975, zoH518 zouden zij Mijn volkH5971 Mijn woordenH1697 hebben doen horenH8085, en zouden hen afgekeerdH7725 hebben van hun bozenH7451 wegH1870, en van de boosheidH7455 hunner handelingenH4611. Maar zo zij in Mijn raad hadden gestaan, zo zouden zij Mijn volk Mijn woorden hebben doen horen, en zouden hen afgekeerd hebben van hun bozen weg, en van de boosheid hunner handelingen.

KJV But if they had stood2 in my counsel,3 and had caused my people7 to hear4 my words,5 then they should have turned8 them from their evil10 way,9 and from the evil11 of their doings.

1 וְאִֽם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 עָמְד֖וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 3 בְּסוֹדִ֑י H5475 raad, verborgenheid, heimelijke assembly, consel, inward, secret (counsel) 4 וְיַשְׁמִ֤עוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 דְבָרַי֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 וִֽישִׁבוּם֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 מִדַּרְכָּ֣ם H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 10 הָרָ֔ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 11 וּמֵרֹ֖עַ H7455 boosheid, droefheid, lelijkheid [idiom] be so bad, badness, ([idiom] be so) evil, naughtiness, sadness, sorrow, wickedness 12 מַֽעַלְלֵיהֶֽם H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Ben Ik een God van nabij, spreekt de HEERE, en niet een God van verre?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Ben IkH589 een GodH430 van nabijH7138, spreektH5002 de HEEREH3068, en nietH3808 een GodH430 van verreH7350? Ben Ik een God van nabij, spreekt de HEERE, en niet een God van verre?

KJV Am I a God1 at hand,2 saith4 the LORD,5 and not a God7 afar off?

1 הַאֱלֹהֵ֧י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 2 מִקָּרֹ֛ב H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 3 אָ֖נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 אֱלֹהֵ֖י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 מֵרָחֹֽק H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Zou zich iemand in verborgene plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt de HEERE; vervul Ik niet den hemel en de aarde? spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Zou zich iemandH376 in verborgene plaatsenH4565 kunnen verbergenH5641, dat IkH589 hem nietH3808 zou zienH7200? spreektH5002 de HEEREH3068; vervulH4392 IkH589 nietH3808 den hemelH8064 en de aardeH776? spreektH5002 de HEEREH3068. Zou zich iemand in verborgene plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt de HEERE; vervul Ik niet den hemel en de aarde? spreekt de HEERE.

KJV Can any3 hide2 himself in secret places4 that I shall not see7 him? saith8 the LORD.9 Do not I fill heaven12 and earth?14 saith17 the LORD.

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 יִסָּתֵ֨ר H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 3 אִ֧ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 בַּמִּסְתָּרִ֛ים H4565 verborgene plaatsen, verborgen plaatsen, verborgen secret(-ly, place) 5 וַאֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 6 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 אֶרְאֶ֖נּוּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 8 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 9 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 הֲל֨וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַשָּׁמַ֧יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 13 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הָאָ֛רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 16 מָלֵ֖א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 17 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 18 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Ik heb gehoord, wat de profeten zeggen, die in Mijn Naam leugen profeteren, zeggende: Ik heb gedroomd, ik heb gedroomd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Ik heb gehoordH8085, wat de profetenH5030 zeggenH559, die in Mijn NaamH8034 leugenH8267 profeterenH5012, zeggendeH559: Ik heb gedroomdH2492, ik heb gedroomdH2492. Ik heb gehoord, wat de profeten zeggen, die in Mijn Naam leugen profeteren, zeggende: Ik heb gedroomd, ik heb gedroomd.

KJV I have heard1 what the prophets5 said,4 that prophesy6 lies8 in my name,7 saying,9 I have dreamed,10 I have dreamed.

1 שָׁמַ֗עְתִּי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אֵ֤ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 אָֽמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 הַנְּבִאִ֔ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 הַֽנִּבְּאִ֥ים H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 7 בִּשְׁמִ֛י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 שֶׁ֖קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 9 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 חָלַ֖מְתִּי H2492 gedroomd, droomde, dromen (cause to) dream(-er), be in good liking, recover 11 חָלָֽמְתִּי H2492 gedroomd, droomde, dromen (cause to) dream(-er), be in good liking, recover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Hoe lang? Is er dan een droom in het hart der profeten, die de leugen profeteren? Ja, het zijn profeten van huns harten bedriegerij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Hoe langH3426? Is er dan een droom in het hartH3820 der profetenH5030, die de leugenH8267 profeterenH5012? Ja, het zijn profetenH5030 van huns hartenH3820 bedriegerijH8649. Hoe lang? Is er dan een droom in het hart der profeten, die de leugen profeteren? Ja, het zijn profeten van huns harten bedriegerij.

KJV How long shall this be3 in the heart4 of the prophets5 that prophesy6 lies?7 yea, they are prophets8 of the deceit9 of their own heart;

1 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 2 מָתַ֗י H4970 lang long, when 3 הֲיֵ֛שׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 4 בְּלֵ֥ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 הַנְּבִאִ֖ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 נִבְּאֵ֣י H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 7 הַשָּׁ֑קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 8 וּנְבִיאֵ֖י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 9 תַּרְמִ֥ת H8649 bedriegerij, bedrog, bedriegelijke deceit(-ful), privily 10 לִבָּֽם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Die daar denken om Mijn volk Mijn Naam te doen vergeten, door hun dromen, die zij, een ieder zijn naaste, vertellen; gelijk als hun vaders Mijn Naam vergeten hebben door Baal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 DieH834 daar denkenH2803 om Mijn volkH5971 Mijn NaamH8034 te doen vergetenH7911, door hun dromenH2472, dieH834 zij, een iederH376 zijn naasteH7453, vertellenH5608; gelijk als hun vadersH1 Mijn NaamH8034 vergetenH7911 hebben door BaalH1168. Die daar denken om Mijn volk Mijn Naam te doen vergeten, door hun dromen, die zij, een ieder zijn naaste, vertellen; gelijk als hun vaders Mijn Naam vergeten hebben door Baal.

KJV Which think1 to cause my people4 to forget2 my name5 by their dreams6 which they tell8 every man9 to his neighbour,10 as their fathers13 have forgotten12 my name15 for Baal.

1 הַחֹשְׁבִ֗ים H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 2 לְהַשְׁכִּ֤יחַ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עַמִּי֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 שְׁמִ֔י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 בַּחֲל֣וֹמֹתָ֔ם H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 יְסַפְּר֖וּ H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 9 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 לְרֵעֵ֑הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 11 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 שָׁכְח֧וּ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 13 אֲבוֹתָ֛ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 שְׁמִ֖י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 16 בַּבָּֽעַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 De profeet, bij welken een droom is, die vertelle den droom; en bij welken Mijn woord is, die spreke Mijn woord waarachtiglijk; wat heeft het stro met het koren te doen? spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 De profeetH5030, bijH854 welkenH834 een droomH2472 is, die vertelleH5608 den droomH2472; en bij welkenH834 Mijn woordH1697 is, die sprekeH1696 Mijn woordH1697 waarachtiglijkH571; wat heeft het stroH8401 metH854 het korenH1250 te doen? spreektH5002 de HEEREH3068. De profeet, bij welken een droom is, die vertelle den droom; en bij welken Mijn woord is, die spreke Mijn woord waarachtiglijk; wat heeft het stro met het koren te doen? spreekt de HEERE.

KJV The prophet1 that hath a dream,4 let him tell5 a dream;6 and he that hath my word,8 let him speak10 my word11 faithfully.12 What is the chaff14 to the wheat?16 saith17 the LORD.

1 הַנָּבִ֞יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 אִתּ֤וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 4 חֲלוֹם֙ H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 5 יְסַפֵּ֣ר H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 6 חֲל֔וֹם H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 7 וַאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 דְּבָרִי֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 אִתּ֔וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 10 יְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 11 דְּבָרִ֖י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 12 אֱמֶ֑ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 13 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 14 לַתֶּ֥בֶן H8401 stro, tro chaff, straw, stubble 15 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 16 הַבָּ֖ר H1250 koren corn, wheat 17 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 18 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Is Mijn woord niet alzo, als een vuur? spreekt de HEERE, en als een hamer, die een steenrots te morzel slaat?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Is Mijn woordH1697 nietH3808 alzoH3541, als een vuurH784? spreektH5002 de HEEREH3068, en als een hamerH6360, die een steenrotsH5553 te morzel slaatH6327? Is Mijn woord niet alzo, als een vuur? spreekt de HEERE, en als een hamer, die een steenrots te morzel slaat?

KJV Is not my word3 like2 as a fire?4 saith5 the LORD;6 and like a hammer7 that breaketh8 the rock9 in pieces?

1 הֲל֨וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 כֹ֧ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 דְבָרִ֛י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 כָּאֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וּכְפַטִּ֖ישׁ H6360 hamer hammer 8 יְפֹ֥צֵֽץ H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad 9 סָֽלַע H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Daarom, ziet, Ik wil aan de profeten, spreekt de HEERE, die Mijn woorden stelen, een ieder van zijn naaste;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 DaaromH3651, zietH2005, Ik wil aanH5921 de profetenH5030, spreektH5002 de HEEREH3068, die Mijn woordenH1697 stelenH1589, een iederH376 vanH854 zijn naasteH7453; Daarom, ziet, Ik wil aan de profeten, spreekt de HEERE, die Mijn woorden stelen, een ieder van zijn naaste;

KJV Therefore, behold, I am against the prophets,4 saith5 the LORD,6 that steal7 my words8 every one9 from his neighbour.

1 לָכֵ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 הִנְנִ֥י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הַנְּבִאִ֖ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 מְגַנְּבֵ֣י H1589 gestolen, stelen, steelt carry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth 8 דְבָרַ֔י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 מֵאֵ֥ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 רֵעֵֽהוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Ziet, Ik wil aan de profeten, spreekt de HEERE, die hun tong nemen, en spreken: Hij heeft het gesproken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 ZietH2005, Ik wil aanH5921 de profetenH5030, spreektH5002 de HEEREH3068, die hun tongH3956 nemenH3947, en sprekenH5001: Hij heeft het gesprokenH5002; Ziet, Ik wil aan de profeten, spreekt de HEERE, die hun tong nemen, en spreken: Hij heeft het gesproken;

KJV Behold, I am against the prophets,3 saith4 the LORD,5 that use6 their tongues,7 and say,8 He saith.

1 הִנְנִ֥י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 הַנְּבִיאִ֖ם H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 הַלֹּקְחִ֣ים H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 7 לְשׁוֹנָ֔ם H3956 tong, spraak, tongen [phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge 8 וַֽיִּנְאֲמ֖וּ H5001 spreken say 9 נְאֻֽם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Ziet, Ik wil aan degenen, die valse dromen profeteren, spreekt de HEERE, en vertellen die, en verleiden Mijn volk met hun leugenen en met hun lichtvaardigheid; daar Ik hen niet gezonden, en hun niets bevolen heb, en zij dit volk gans geen nut doen, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 ZietH2005, Ik wil aanH5921 degenen, die valseH8267 dromenH2472 profeterenH5012, spreektH5002 de HEEREH3068, en vertellenH5608 die, en verleidenH8582 Mijn volkH5971 met hun leugenenH8267 en met hun lichtvaardigheidH6350; daar IkH595 hen nietH3808 gezondenH7971, en hun niets bevolenH6680 heb, en zij ditH2088 volkH5971 gansH3276 geenH3808 nutH3276 doen, spreektH5002 de HEEREH3068. Ziet, Ik wil aan degenen, die valse dromen profeteren, spreekt de HEERE, en vertellen die, en verleiden Mijn volk met hun leugenen en met hun lichtvaardigheid; daar Ik hen niet gezonden, en hun niets bevolen heb, en zij dit volk gans geen nut doen, spreekt de HEERE.

KJV Behold, I am against them that prophesy3 false5 dreams,4 saith6 the LORD,7 and do tell8 them, and cause my people11 to err9 by their lies,12 and by their lightness;13 yet I sent16 them not, nor commanded18 them: therefore they shall not profit19 this people22 at all,21 saith24 the LORD.

1 הִ֠נְנִי H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 נִבְּאֵ֞י H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 4 חֲלֹמ֥וֹת H2472 droom, dromen, drooms dream(-er) 5 שֶׁ֨קֶר֙ H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 6 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 וַֽיְסַפְּרוּם֙ H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 9 וַיַּתְע֣וּ H8582 dwalen, dolen, verleid (cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 בְּשִׁקְרֵיהֶ֖ם H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 13 וּבְפַחֲזוּתָ֑ם H6350 lichtvaardigheid lightness 14 וְאָנֹכִ֨י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 15 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 שְׁלַחְתִּ֜ים H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 17 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 צִוִּיתִ֗ים H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 19 וְהוֹעֵ֛יל H3276 nut, voordeel, baat [idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able) 20 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 יוֹעִ֥ילוּ H3276 nut, voordeel, baat [idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able) 22 לָֽעָם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 23 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 24 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 25 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Wanneer dan dit volk, of een profeet, of priester u vragen zal, zeggende: Wat is des HEEREN last? Zo zult gij tot hen zeggen: Wat last? Dat Ik ulieden verlaten zal, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Wanneer dan ditH2088 volkH5971, of een profeetH5030, ofH176 priesterH3548 u vragenH7592 zal, zeggendeH559: WatH4100 is des HEERENH3068 lastH4853? Zo zult gij totH413 hen zeggenH559: WatH4100 lastH4853? Dat Ik ulieden verlatenH5203 zal, spreektH5002 de HEEREH3068. Wanneer dan dit volk, of een profeet, of priester u vragen zal, zeggende: Wat is des HEEREN last? Zo zult gij tot hen zeggen: Wat last? Dat Ik ulieden verlaten zal, spreekt de HEERE.

KJV And when this people,3 or the prophet,6 or a priest,8 shall ask2 thee, saying,9 What is the burden11 of the LORD?12 thou shalt then say13 unto them, What burden?17 I will even forsake18 you, saith20 the LORD.

1 וְכִי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 יִשְׁאָלְךָ֩ H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 3 הָעָ֨ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 הַזֶּ֜ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 5 אֽוֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 6 הַנָּבִ֤יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 7 אֽוֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 8 כֹהֵן֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 9 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 11 מַשָּׂ֖א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 12 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 וְאָמַרְתָּ֤ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 אֲלֵיהֶם֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 17 מַשָּׂ֔א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 18 וְנָטַשְׁתִּ֥י H5203 verlaten, varen, verlaat cast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer 19 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 21 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En aangaande den profeet, of den priester, of het volk, dat zeggen zal: Des HEEREN last; dat Ik bezoeking zal doen over dien man en over zijn huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En aangaande den profeetH5030, of den priesterH3548, of hetH1931 volkH5971, dat zeggenH559 zal: Des HEERENH3068 lastH4853; dat Ik bezoekingH6485 zal doen overH5921 dien manH376 en overH5921 zijn huisH1004. En aangaande den profeet, of den priester, of het volk, dat zeggen zal: Des HEEREN last; dat Ik bezoeking zal doen over dien man en over zijn huis.

KJV And as for the prophet,1 and the priest,2 and the people,3 that shall say,5 The burden6 of the LORD,7 I will even punish8 that man10 and his house.

1 וְהַנָּבִ֤יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 2 וְהַכֹּהֵן֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 וְהָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 יֹאמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 מַשָּׂ֣א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 7 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 וּפָקַדְתִּ֛י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הָאִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 בֵּיתֽוֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Aldus zult gijlieden zeggen, een iegelijk tot zijn naaste, en een iegelijk tot zijn broeder: Wat heeft de HEERE geantwoord, en wat heeft de HEERE gesproken?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 AldusH3541 zult gijlieden zeggenH559, een iegelijkH376 tot zijn naasteH7453, en een iegelijkH376 totH413 zijn broederH251: WatH4100 heeft de HEEREH3068 geantwoordH6030, en watH4100 heeft de HEEREH3068 gesprokenH1696? Aldus zult gijlieden zeggen, een iegelijk tot zijn naaste, en een iegelijk tot zijn broeder: Wat heeft de HEERE geantwoord, en wat heeft de HEERE gesproken?

KJV Thus shall ye say2 every one3 to his neighbour,5 and every one6 to his brother,8 What hath the LORD11 answered?10 and, What hath the LORD14 spoken?

1 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 תֹאמְר֛וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 רֵעֵ֖הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 6 וְאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 אָחִ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 9 מֶה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 10 עָנָ֣ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 11 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וּמַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 13 דִּבֶּ֖ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 14 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Maar des HEEREN last zult gij niet meer gedenken; want een iegelijk zal zijn eigen woord een last zijn, dewijl gij verkeert de woorden van den levenden God, den HEERE der heirscharen, onzen God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Maar des HEERENH3068 lastH4853 zult gij nietH3808 meerH5750 gedenkenH2142; want een iegelijkH376 zal zijn eigen woordH1697 een lastH4853 zijn, dewijl gij verkeertH2015 de woordenH1697 van den levendenH2416 GodH430, den HEEREH3068 der heirscharenH6635, onzen GodH430. Maar des HEEREN last zult gij niet meer gedenken; want een iegelijk zal zijn eigen woord een last zijn, dewijl gij verkeert de woorden van den levenden God, den HEERE der heirscharen, onzen God.

KJV And the burden1 of the LORD2 shall ye mention4 no more: for every man's9 word10 shall be his burden;7 for ye have perverted11 the words13 of the living15 God,14 of the LORD16 of hosts17 our God.

1 וּמַשָּׂ֥א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תִזְכְּרוּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 5 ע֑וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 הַמַּשָּׂ֗א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 8 יִֽהְיֶה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 לְאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 דְּבָר֔וֹ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 11 וַהֲפַכְתֶּ֗ם H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 דִּבְרֵי֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 14 אֱלֹהִ֣ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 15 חַיִּ֔ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 16 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 18 אֱלֹהֵֽינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Aldus zult gij zeggen tot den profeet: Wat heeft u de HEERE geantwoord en wat heeft de HEERE gesproken?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 AldusH3541 zult gij zeggenH559 totH413 den profeetH5030: WatH4100 heeft u de HEEREH3068 geantwoordH6030 en watH4100 heeft de HEEREH3068 gesprokenH1696? Aldus zult gij zeggen tot den profeet: Wat heeft u de HEERE geantwoord en wat heeft de HEERE gesproken?

KJV Thus shalt thou say2 to the prophet,4 What hath the LORD7 answered6 thee? and, What hath the LORD10 spoken?

1 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 תֹאמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַנָּבִ֑יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 5 מֶה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 עָנָ֣ךְ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 וּמַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 9 דִּבֶּ֖ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 10 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Maar dewijl gij zegt: Des HEEREN last; daarom, zo zegt de HEERE: Omdat gij dit woord zegt: Des HEEREN last, daar Ik tot u gezonden heb, zeggende: Gij zult niet zeggen: Des HEEREN last;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Maar dewijl gij zegtH559: Des HEERENH3068 lastH4853; daaromH3651, zo zegtH559 de HEEREH3068: Omdat gij ditH2088 woordH1697 zegtH559: Des HEERENH3068 lastH4853, daar Ik totH413 u gezondenH7971 heb, zeggendeH559: Gij zult nietH3808 zeggenH559: Des HEERENH3068 lastH4853; Maar dewijl gij zegt: Des HEEREN last; daarom, zo zegt de HEERE: Omdat gij dit woord zegt: Des HEEREN last, daar Ik tot u gezonden heb, zeggende: Gij zult niet zeggen: Des HEEREN last;

KJV But1 since ye say,4 The burden2 of the LORD;3 therefore thus saith7 the LORD;8 Because ye say10 this word,12 The burden14 of the LORD,15 and I have sent16 unto you, saying,18 Ye shall not say,20 The burden21 of the LORD;

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 מַשָּׂ֣א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 3 יְהוָה֮ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 תֹּאמֵרוּ֒ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 6 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 7 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 יַ֧עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 10 אֲמָרְכֶ֛ם H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַדָּבָ֥ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 13 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 14 מַשָּׂ֣א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 15 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 וָאֶשְׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 17 אֲלֵיכֶם֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 19 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 תֹאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 21 מַשָּׂ֥א H4853 last, opheffen, bezwaarnis burden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute 22 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Daarom, ziet, Ik zal u ook ganselijk vergeten, en u, mitsgaders de stad, die Ik u en uw vaderen gegeven heb, van Mijn aangezicht laten varen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 DaaromH3651, zietH2005, Ik zal u ook ganselijkH5377 vergetenH5382, en u, mitsgaders de stadH5892, dieH834 Ik u en uw vaderenH1 gegevenH5414 heb, van Mijn aangezichtH6440 laten varenH5203. Daarom, ziet, Ik zal u ook ganselijk vergeten, en u, mitsgaders de stad, die Ik u en uw vaderen gegeven heb, van Mijn aangezicht laten varen.

KJV Therefore, behold, I, even I, will utterly5 forget3 you, and I will forsake6 you, and the city9 that I gave11 you and your fathers,13 and cast you out of my presence:

1 לָכֵ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 הִנְנִ֔י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 3 וְנָשִׁ֥יתִי H5382 vergeten, ontbloot, vergeet forget, deprive, exact 4 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 נָשֹׁ֑א H5377 bedrogen, bedriege, bedriegen beguile, deceive, [idiom] greatly, [idiom] utterly 6 וְנָטַשְׁתִּ֣י H5203 verlaten, varen, verlaat cast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer 7 אֶתְכֶ֗ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הָעִיר֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 נָתַ֧תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 לָכֶ֛ם 13 וְלַאֲבוֹתֵיכֶ֖ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 14 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 פָּנָֽי H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En Ik zal u eeuwige smaadheid aandoen, en eeuwige schande, die niet zal worden vergeten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 En Ik zal u eeuwigeH5769 smaadheidH2781 aandoenH5414, en eeuwigeH5769 schandeH3640, dieH834 nietH3808 zal worden vergetenH7911. En Ik zal u eeuwige smaadheid aandoen, en eeuwige schande, die niet zal worden vergeten.

KJV And I will bring1 an everlasting4 reproach3 upon you, and a perpetual6 shame,5 which shall not be forgotten.

1 וְנָתַתִּ֥י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 עֲלֵיכֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 חֶרְפַּ֣ת H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 4 עוֹלָ֑ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 5 וּכְלִמּ֣וּת H3640 schande shame 6 עוֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 7 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תִשָּׁכֵֽחַ H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 23:1 Jeremia 10:21 Zacharia 11:15 Ezechiël 34:2 Mattheüs 9:36 Ezechiël 13:3 Jeremia 2:8 Jeremia 22:22 Jeremia 12:10
Jeremia 23:2 Jeremia 21:12 Micha 7:4 Exodus 32:34 Jakobus 1:27 Jeremia 23:34 Jeremia 11:22 Jeremia 13:21 Jeremia 8:12
Jeremia 23:3 Jeremia 32:37 Jeremia 29:14 Jesaja 43:5 Jeremia 31:8 Sefanja 3:19 Amos 9:14 Jesaja 11:11 Ezechiël 34:11
Jeremia 23:4 Jeremia 3:14 1 Petrus 1:5 Micha 5:4 Johannes 21:15 Johannes 17:12 Psalmen 78:70 Jeremia 33:26 Hosea 3:3
Jeremia 23:5 Jesaja 4:2 Jesaja 52:13 Jesaja 9:7 Jesaja 53:2 Lukas 1:32 Zacharia 3:8 Jesaja 11:1 Zacharia 6:12
Jeremia 23:6 1 Korinthe 1:30 Romeinen 3:22 Mattheüs 1:21 Jeremia 33:16 2 Korinthe 5:21 Filippenzen 3:9 Daniël 9:24 Jeremia 30:10
Jeremia 23:7 Jeremia 16:14 Jeremia 23:3 Jesaja 43:18 Jeremia 31:31
Jeremia 23:8 Jesaja 43:5 Amos 9:14 Ezechiël 34:13 Ezechiël 39:28 Ezechiël 36:24 Ezechiël 37:25 Jesaja 27:12 Jesaja 14:1
Jeremia 23:9 Habakuk 3:16 Jesaja 51:21 Jeremia 25:15 Ezechiël 9:6 Klaagliederen 3:15 Ezechiël 9:4 Jesaja 28:1 Jeremia 5:31
Jeremia 23:10 Psalmen 107:34 Jeremia 9:10 Jeremia 9:2 Hosea 4:2 Jeremia 5:7 Maleachi 3:5 Joël 1:10 Galaten 5:19
Jeremia 23:11 Jeremia 6:13 Sefanja 3:4 Jeremia 32:34 Ezechiël 8:16 Jeremia 7:30 Ezechiël 23:39 Jeremia 7:10 Jeremia 8:10
Jeremia 23:12 Jeremia 13:16 Psalmen 35:6 Jeremia 11:23 Spreuken 4:19 Johannes 12:35 Psalmen 73:18 Jesaja 8:22 Judas 1:13
Jeremia 23:13 Jeremia 2:8 Jesaja 9:16 1 Koningen 18:18 Hosea 9:7 1 Koningen 18:40 1 Koningen 18:25 2 Kronieken 33:9
Jeremia 23:14 Jesaja 1:9 Jeremia 29:23 Jeremia 23:32 Ezechiël 22:25 Jeremia 14:14 Genesis 18:20 Ezechiël 13:22 Mattheüs 11:24
Jeremia 23:15 Jeremia 9:15 Jeremia 8:14 Psalmen 69:21 Openbaring 8:11 Klaagliederen 3:5 Mattheüs 27:34 Klaagliederen 3:19 Klaagliederen 3:15
Jeremia 23:16 Jeremia 14:14 Mattheüs 7:15 Jeremia 27:9 Ezechiël 13:3 2 Korinthe 11:13 Jeremia 23:21 Jeremia 27:14 Ezechiël 13:6
Jeremia 23:17 Micha 3:11 Jeremia 13:10 Jeremia 8:11 Amos 9:10 Jeremia 9:14 Zacharia 10:2 Ezechiël 13:22 Jeremia 3:17
Jeremia 23:18 Jeremia 23:22 1 Korinthe 2:16 Psalmen 25:14 2 Kronieken 18:23 Job 15:8 Amos 3:7 1 Koningen 22:24 Jesaja 40:13
Jeremia 23:19 Jeremia 25:32 Jeremia 30:23 Amos 1:14 Psalmen 58:9 Jesaja 66:15 Jesaja 5:25 Jesaja 40:24 Jeremia 4:11
Jeremia 23:20 Jeremia 30:24 Genesis 49:1 Zacharia 1:6 Jesaja 55:11 Jesaja 14:24 2 Koningen 23:26 1 Koningen 8:47 Spreuken 5:11
Jeremia 23:21 Jeremia 14:14 Jeremia 27:15 Jeremia 23:32 Johannes 20:21 Jeremia 29:31 Jeremia 29:9 Jesaja 6:8 Romeinen 10:15
Jeremia 23:22 Zacharia 1:4 Jeremia 25:5 Jeremia 23:18 Jeremia 35:15 Ezechiël 18:30 Handelingen 26:18 1 Thessalonicenzen 5:6 Jeremia 36:3
Jeremia 23:23 Psalmen 139:1 Jona 1:3 1 Koningen 20:23 Ezechiël 20:32 Psalmen 113:5 1 Koningen 20:28
Jeremia 23:24 Spreuken 15:3 Psalmen 90:8 Psalmen 139:7 Jesaja 29:15 1 Koningen 8:27 Jesaja 57:15 Psalmen 10:11 Jesaja 66:1
Jeremia 23:25 Jeremia 29:8 Joël 2:28 Jeremia 23:32 Jeremia 23:28 Numeri 12:6 1 Korinthe 4:5 Jeremia 8:6 Jeremia 13:27
Jeremia 23:26 1 Timotheüs 4:1 2 Petrus 2:13 Jeremia 14:14 Jeremia 4:14 2 Thessalonicenzen 2:9 Psalmen 4:2 Jeremia 17:9 Handelingen 13:10
Jeremia 23:27 Richteren 3:7 Richteren 8:33 Jeremia 29:8 2 Koningen 21:3 Handelingen 13:8 Deuteronomium 13:1 2 Timotheüs 3:6 2 Timotheüs 2:17
Jeremia 23:28 1 Korinthe 3:12 Mattheüs 24:45 Spreuken 14:5 1 Korinthe 4:2 2 Korinthe 2:17 Lukas 12:42 1 Timotheüs 1:12
Jeremia 23:29 Jeremia 5:14 Hebreeën 4:12 Jeremia 20:9 2 Korinthe 10:4 Lukas 24:32 Openbaring 11:5 Johannes 6:63 Handelingen 2:37
Jeremia 23:30 Deuteronomium 18:20 Ezechiël 13:8 Jeremia 14:14 Psalmen 34:16 Ezechiël 15:7 Ezechiël 13:20 Jeremia 44:29 1 Petrus 3:12
Jeremia 23:31 Jeremia 23:17 2 Kronieken 18:19 2 Kronieken 18:10 Jesaja 30:10 2 Kronieken 18:5 Micha 2:11
Jeremia 23:32 Jeremia 7:8 Klaagliederen 2:14 Sefanja 3:4 Deuteronomium 13:1 Openbaring 19:20 Jeremia 29:31 Deuteronomium 18:20 Zacharia 13:2
Jeremia 23:33 Maleachi 1:1 Habakuk 1:1 Nahum 1:1 Jesaja 13:1 Jeremia 12:7 Jeremia 23:39 2 Kronieken 15:2 Deuteronomium 31:17
Jeremia 23:34 Zacharia 13:3 Klaagliederen 2:14
Jeremia 23:35 Jeremia 33:3 Jeremia 31:34 Hebreeën 8:11 Jeremia 42:4
Jeremia 23:36 2 Petrus 3:16 2 Koningen 19:4 Jeremia 10:10 Jesaja 28:22 Galaten 1:7 Galaten 6:5 1 Samuël 17:26 1 Thessalonicenzen 1:9
Jeremia 23:38 2 Kronieken 11:13
Jeremia 23:39 Jeremia 23:33 Ezechiël 8:18 Genesis 6:17 Klaagliederen 5:20 Jeremia 7:15 Ezechiël 34:11 Jesaja 48:15 Spreuken 13:13
Jeremia 23:40 Jeremia 20:11 Ezechiël 5:14 Jeremia 42:18 Jeremia 24:9 Deuteronomium 28:37 Jeremia 44:8 Daniël 12:2 Daniël 9:16
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 23 vers 1

ombrengen Of, vernielen, doen omkomen, vergaan, verderven, in het verderf brengen, vergelijk deze profetie met Eze 34 .

Hertaald: ombrengen Of: vernielen, doen omkomen, doen vergaan, verderven, in het verderf brengen; vergelijk deze profetie met Ezech. 34.

Jeremia 23 vers 2

bezocht; Geen opzicht op hen gehad, hunnen welstand niet bezorgd.

Hertaald: bezocht; Geen toezicht op hen gehouden, niet voor hun welzijn gezorgd.

bezoeken Dat is, straffen. Zie Gen. 21:1 .

Hertaald: bezoeken Dat is: straffen. Zie Gen. 21:1.

Jeremia 23 vers 3

vergaderen Als Ik vooreerst mijn volk uit Babel, en daarna [dat het voornaamste en daardoor afgebeeld was] mijne kerk zal vergaderen uit Joden en heidenen door den Messias, die van beiden een schaapsstal zal maken, Joh. 10:16 .

Hertaald: vergaderen Wanneer Ik eerst Mijn volk uit Babel zal verzamelen en daarna — wat het voornaamste is en waarvan dat een afbeelding was — Mijn kerk uit Joden en heidenen door de Messias, Die van beide één schaapskooi zal maken, Joh. 10:16.

kooien, Hebreeuws, woningen, perken.

Hertaald: kooien, Hebreeuws: woningen, omheiningen.

Jeremia 23 vers 4

verwekken, Of, stellen, zetten.

Hertaald: verwekken, Of: stellen, aanstellen.

gemist worden, Dat is, geen van hen zal er ontbreken. Anders: bezocht, dat is gestraft, geplaagd worden; gelijk boven vs.2.

Hertaald: gemist worden, Dat is: geen van hen zal ontbreken. Anders: bezocht, dat is: gestraft of geplaagd worden, zoals hierboven in vers 2.

Jeremia 23 vers 5

rechtvaardige Zijnde zonder zonden, onbevlekt, heilig en rechtvaardig, ja onze gerechtigheid, geljk volgt, die God in Hem voor ons overvloediglijk heeft als doen groenen en bloeien.

Hertaald: rechtvaardige Hij is zonder zonde, onbevlekt, heilig en rechtvaardig, ja onze gerechtigheid, zoals volgt — die God in Hem voor ons overvloedig als het ware heeft doen groenen en bloeien.

Spruit Of, spruitsel, uitspruitsel, scheut; namelijk, den Messias, onzen Heere Jezus Christus, welke, zijnde Gods eeuwige en eniggeboren Zoon, in de volheid des tijds, door de wonderbare en onbegrijpelijke werking van den Heiligen Geest, onzen natuur heeft aangenomen, voortspruitende uit Maria [die van den huize Davids was] gelijk een nieuw uitspruitsel uit een stam, stomp, of stronk, die vergaan en verstorven scheen te zijn. Vergelijk Jes. 4:2 , en Jes. 11:1 , en zie onder Jer. 33:15-16 ; Zach. 3:8 , en Zach. 6:12; Hebr. 7:14 , alwaar een Grieks woord gebruikt wordt, dat wel eigenlijk en meest past op het opgaan, oprijzen en opschieten der zon, maar van de Griekse overzetters hier en elders gebruikt is tot vertaling van dit woord spruit, gelijk het ook van den Evangelist Lukas gehouden is, Luc. 1:78 , waar Zacharia den Heere Christus noemt den opgang uit de hoogte; alzo gebruiken wij ook dit woord opgaan, opkomen, rijzen, niet alleen van de zon en sterren, maar ook van kruiden en gewassen, waarop het Hebreeuwse woord tsemach, spruit, of uitspruitsel eigenlijk ziet; hoewel het Griekse woord Luc. 1:78 , daar schijnt te zien op den opgang der zon in het oosten, gelijk enigen afnemen uit Luc. 1:79 aldaar.

Hertaald: Spruit Of: spruitsel, uitspruitsel, scheut; namelijk de Messias, onze Heere Jezus Christus. Als Gods eeuwige en eniggeboren Zoon heeft Hij in de volheid van de tijd door de wonderlijke en onbegrijpelijke werking van de Heilige Geest onze natuur aangenomen, terwijl Hij voortsproot uit Maria, die uit het huis van David was, als een nieuwe scheut uit een stam, stronk of stomp die vergaan en verstorven leek te zijn. Vergelijk Jes. 4:2 en Jes. 11:1, en zie hieronder Jer. 33:15-16, Zach. 3:8 en Zach. 6:12, en Hebr. 7:14. Daar wordt een Grieks woord gebruikt dat eigenlijk het meest past bij het opgaan, oprijzen en opkomen van de zon, maar dat de Griekse vertalers hier en elders gebruikt hebben om dit woord spruit te vertalen; zo is het ook opgevat door de evangelist Lukas, Luk. 1:78, waar Zacharias de Heere Christus de Opgang uit de hoogte noemt. Zo gebruiken ook wij het woord opgaan, opkomen of rijzen niet alleen van de zon en de sterren maar ook van kruiden en gewassen, waarop het Hebreeuwse woord tsemach, spruit of uitspruitsel, eigenlijk ziet — hoewel het Griekse woord in Luk. 1:78 daar op de opgang van de zon in het oosten lijkt te zien, zoals sommigen afleiden uit Luk. 1:79.

Koning zijnde regeren, Dezelfde manier van spreken is onder Jer. 37:1 . Zie de aantekening aldaar, en vergelijk Hos. 3:4-5 .

Hertaald: Koning zijnde regeren, Dezelfde manier van spreken staat hieronder in Jer. 37:1. Zie de aantekening daarbij, en vergelijk Hos. 3:4-5.

recht en gerechtigheid doen Als een Koning en rechtvaardig Rechter der ganse wereld, verdoende de goddelozen en behoudende de zijnen. Zie 1 Kon. 10:9 .

Hertaald: recht en gerechtigheid doen Als Koning en rechtvaardig Rechter van de hele wereld, Die de goddelozen verdelgt en de Zijnen behoudt. Zie 1 Kon. 10:9.

Jeremia 23 vers 6

Zijn dagen Des Heeren Christus; dat is, in den tijd van het Nieuwe Testament. Zie Hand. 3:24 .

Hertaald: Zijn dagen Van de Heere Christus — dat is: in de tijd van het Nieuwe Testament. Zie Hand. 3:24.

Juda Versta door Juda en Israël Gods kerk, ook Jeruzalem genoemd, onder Jer. 33:16 , en Jezus Christus' volk; Matt. 1:21 .

Hertaald: Juda Versta onder Juda en Israël de kerk van God, die hieronder in Jer. 33:16 ook Jeruzalem genoemd wordt, en het volk van Jezus Christus; Matth. 1:21.

zeker wonen; Gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, en dienvolgens vrede hebbende met God door onzen Heere Jezus Christus, enz., Rom. 5:1 .

Hertaald: zeker wonen; Terwijl zij uit het geloof gerechtvaardigd zijn en daarom vrede hebben met God door onze Heere Jezus Christus, enzovoort, Rom. 5:1.

men Hem zal noemen Hebreeuws, Hij zal, enz.; dat is, men zal Hem noemen, of Hij zal genoemd worden, [gelijk elders dikwijls] te weten van zijn volk, gelijk het volgende woord, onze, verklaart.

Hertaald: men Hem zal noemen Hebreeuws: Hij zal, enzovoort — dat is: men zal Hem noemen, of Hij zal genoemd worden, zoals elders vaak, namelijk door Zijn volk, zoals het volgende woord onze verklaart.

De HEERE ONZE GERECHTIGHEID. Vergelijk Deut. 6:25 ; Richt. 6:24 , en wijders 1 Kor. 1:30 ; Dan. 9:24 ; idem onder Jer. 33:16 . Hebreeuws, Jehova Tzidkenu; hetwelk van sommige overzetters als een eigen naam alzo in den tekst gesteld wordt.

Hertaald: De HEERE DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID. Vergelijk Deut. 6:25 en Richt. 6:24, en verder 1 Kor. 1:30 en Dan. 9:24, en ook hieronder Jer. 33:16. Hebreeuws: Jehova Tsidkenu, wat door sommige vertalers als eigennaam zo in de tekst gezet wordt.

Jeremia 23 vers 7

niet meer zullen zeggen Zie boven Jer. 16:14-15 , en de aantekening aldaar.

Hertaald: niet meer zullen zeggen Zie hierboven Jer. 16:14-15 met de aantekening daarbij.

Jeremia 23 vers 8

Ik ze gedreven had Dat is, de Heere.

Hertaald: Ik ze gedreven had Dat is: de HEERE.

Jeremia 23 vers 9

Aangaande de profeten Of, om der profeten [versta, de valse] wil is mijn hart, enz. Dit zijn de woorden van den profeet.

Hertaald: Aangaande de profeten Of: vanwege de profeten — versta: de valse — is mijn hart, enzovoort. Dit zijn de woorden van de profeet.

gebroken, Van droefenis en ontsteltenis; vergelijk Ps. 51:19 .

Hertaald: gebroken, Van droefheid en ontsteltenis; vergelijk Ps. 51:19.

te boven gaat; Zodat hij zijn verstand en leden niet recht gebruiken kan.

Hertaald: te boven gaat; Zodat hij zijn verstand en zijn ledematen niet goed kan gebruiken.

heiligheid Dat is, zijn heilige woorden, die de valse profeten verachten en voor leugen houden.

Hertaald: heiligheid Dat is: Zijn heilige woorden, die de valse profeten verachten en voor leugen houden.

Jeremia 23 vers 10

vloek, Of, het vloeken; men kan het duiden op Gods vloek over het land, of op het vloeken en vals zweren der inwoners; zie boven Jer. 5:2 , en Jer. 12:4 , en gelijk gebruik van het Hebreeuwse woord Hos. 4:2 .

Hertaald: vloek, Of: het vloeken. Men kan het betrekken op Gods vloek over het land, of op het vloeken en het valse zweren van de inwoners; zie hierboven Jer. 5:2 en Jer. 12:4, en een gelijk gebruik van het Hebreeuwse woord in Hos. 4:2.

loop boos is, Dat is, manier van leven, de loop hunner handelingen, of hun overlast; zie van het Hebreeuwse woord boven Jer. 22:17 .

Hertaald: loop boos is, Dat is: manier van leven, de loop van hun handelingen, of hun geweld; over het Hebreeuwse woord, zie hierboven Jer. 22:17.

niet recht Zij misbruiken ze tot enkel onrecht.

Hertaald: niet recht Zij misbruiken die tot enkel onrecht.

Jeremia 23 vers 11

beiden Hebreeuws, ook profeet, ook priester.

Hertaald: beiden Hebreeuws: ook profeet, ook priester.

zijn huichelaars; Of, zijn onheilig, profaan, handelen onheiliglijk.

Hertaald: zijn huichelaars; Of: zijn onheilig, profaan, handelen onheilig.

Jeremia 23 vers 12

gladde plaatsen Hebreeuws, slibberigheden, gladdigheden. Zie Ps. 35:6 , en Ps. 73:18 .

Hertaald: gladde plaatsen Hebreeuws: glibberigheden, gladheden. Zie Ps. 35:6 en Ps. 73:18.

daarin vallen; In de donkerheid.

Hertaald: daarin vallen; In de duisternis.

kwaad over hen brengen Der straf, ongeluk, ellende.

Hertaald: kwaad over hen brengen Van de straf, het ongeluk, de ellende.

in het jaar Gelijk boven, Jer. 11:23 .

Hertaald: in het jaar Zoals hierboven Jer. 11:23.

Jeremia 23 vers 13

ongerijmdheid Hebreeuws eigenlijk, onsmakelijkheid; dat is ongerijmde, dwaze dingen; zie Job 1:22 , met de aantekening.

Hertaald: ongerijmdheid Hebreeuws eigenlijk: onsmakelijkheid — dat is: ongerijmde, dwaze dingen; zie Job 1:22 met de aantekening.

door Baäl, Of van.

Hertaald: door Baäl, Of: van.

Israël Dat is, de tien stammen.

Hertaald: Israël Dat is: de tien stammen.

Jeremia 23 vers 14

afschuwelijkheid; Gelijk boven Jer. 5:30 .

Hertaald: afschuwelijkheid; Zoals hierboven Jer. 5:30.

gaan om met valsheid, Hebreeuws, wandelen in, of met valsheid.

Hertaald: gaan om met valsheid, Hebreeuws: wandelen in of met valsheid.

sterken de handen der boosdoeners, Geven hun goeden moed, belovende hun Gods zegen en vrede. Zie onder vs.17, en vergelijk Ezech. 13:22 .

Hertaald: sterken de handen der boosdoeners, Zij geven hun goede moed door hun Gods zegen en vrede te beloven. Zie hieronder vers 17, en vergelijk Ezech. 13:22.

Sodom, Dat is, als de inwoners van Sodom eertijds waren, te weten ten hoogste goddeloos.

Hertaald: Sodom, Dat is: zoals de inwoners van Sodom vroeger waren, namelijk ten hoogste goddeloos.

haar inwoners Van Jeruzalem.

Hertaald: haar inwoners Van Jeruzalem.

Gomórra Dat is, de inwoners van Gomorra.

Hertaald: Gomórra Dat is: de inwoners van Gomorra.

Jeremia 23 vers 15

heirscharen Zie 1 Kon. 18:15 .

Hertaald: heirscharen Zie 1 Kon. 18:15.

alsem spijzigen, Gelijk boven Jer. 9:15 , zie aldaar.

Hertaald: alsem spijzigen, Zoals hierboven Jer. 9:15; zie daar.

huichelarij Of, onheiligheid, profaanheid.

Hertaald: huichelarij Of: onheiligheid, profaniteit.

Jeremia 23 vers 16

ijdel; Met valse en ijdele beloften bedriegen zij u, zodat gij bedrogen zult uitkomen als gij u daarop verlaat. Vergelijk Ps. 62:11 .

Hertaald: ijdel; Met valse en ijdele beloften bedriegen zij u, zodat u bedrogen zult uitkomen wanneer u daarop vertrouwt. Vergelijk Ps. 62:11.

huns harten, Dat zij zelf versierd en niet van mij ontvangen hebben. Vergelijk Ezech. 13:2 .

Hertaald: huns harten, Die zij zelf verzonnen hebben en niet van Mij ontvangen. Vergelijk Ezech. 13:2.

Jeremia 23 vers 17

steeds Hebreeuws, zij zijn zeggende zeggende.

Hertaald: steeds Hebreeuws: zij zijn voortdurend zeggende (een verdubbeling in de grondtekst).

lasteren Of, smadelijk verachten, tergen.

Hertaald: lasteren Of: smadelijk verachten, tergen.

vrede hebben; Dat is, het zal ulieden welgaan.

Hertaald: vrede hebben; Dat is: het zal u goed gaan.

Jeremia 23 vers 18

wie heeft in des HEEREN raad gestaan, Anders dan wij, willen zij zeggen; vergelijk vs.22. Of, zij willen zeggen dat niemand Gods verborgen raad kan weten, en derhalve ook Jeremia niet; spottende alzo goddelooslijk met de getrouwe waarschuwingen, die God door zijne profeten hun deed. Sommigen verstaan hier de vergadering der heilige engelen, met wie God gezegd wordt als te beraadslagen, zie 1 Kon. 22:19 , enz.

Hertaald: wie heeft in des HEEREN raad gestaan, Anders dan wij, willen zij zeggen; vergelijk vers 22. Of zij willen zeggen dat niemand Gods verborgen raad kan kennen, en dus ook Jeremia niet, en zo spotten zij goddeloos met de trouwe waarschuwingen die God hun door Zijn profeten deed. Sommigen verstaan hier de vergadering van de heilige engelen, met wie God als het ware gezegd wordt te beraadslagen; zie 1 Kon. 22:19, enzovoort.

gezien of gehoord? Dat is, vernomen; of wien is het door profetische gezichten geopenbaard? Vergelijk Am. 1:1 ; Mi. 1:1 .

Hertaald: gezien of gehoord? Dat is: vernomen; of: aan wie is het door profetische gezichten geopenbaard? Vergelijk Amos 1:1 en Micha 1:1.

Jeremia 23 vers 19

pijnlijk onweder, Of, smartelijk, bezwaarlijk, verdrietelijk; idem, aanstaande, aanhoudende; vergelijk onder Jer. 30:23 .

Hertaald: pijnlijk onweder, Of: smartelijk, bezwaarlijk, verdrietig; en ook: aanstaand, aanhoudend; vergelijk hieronder Jer. 30:23.

blijven Vergelijk 2 Sam. 3:29 . Anders: het zal pijnlijk vallen.

Hertaald: blijven Vergelijk 2 Sam. 3:29. Anders: het zal pijnlijk vallen.

Jeremia 23 vers 20

laatste der dagen In den toekomstigen tijd, gelijk Gen. 49:1 , als deze profetieën zullen vervuld worden, die gij nu bespot.

Hertaald: laatste der dagen In de toekomende tijd, zoals in Gen. 49:1, wanneer deze profetieën vervuld zullen worden die u nu bespot.

met verstand Of, verstand daarvan bekomen. Anders: zult gij het klaarlijk verstaan. Vergelijk onder Jer. 30:24 .

Hertaald: met verstand Of: er verstand van krijgen. Anders: zult u het helder verstaan. Vergelijk hieronder Jer. 30:24.

Jeremia 23 vers 22

raad hadden gestaan, Waarvan boven vs.18.

Hertaald: raad hadden gestaan, Waarover hierboven vers 18.

weg, Zie Gen. 6:12 .

Hertaald: weg, Zie Gen. 6:12.

Jeremia 23 vers 23

Ben Ik een God van nabij, Geenszins, wil de Heere zeggen, maar Ik ben een God van nabij en van verre. Dit wordt in het volgende verklaard.

Hertaald: Ben Ik een God van nabij, Volstrekt niet, wil de HEERE zeggen; maar Ik ben een God van nabij én van verre. Dit wordt in het vervolg verklaard.

Jeremia 23 vers 25

gedroomd, ik heb gedroomd God heeft mij dit en dat door een droom geopenbaard; zie Gen. 20:3 , en Gen. 28:12 , en Num. 12:6 .

Hertaald: gedroomd, ik heb gedroomd God heeft mij dit en dat door een droom geopenbaard; zie Gen. 20:3, Gen. 28:12 en Num. 12:6.

Jeremia 23 vers 26

Hoe lang? Zullen zij alzo spreken en mijn volk bedriegen?

Hertaald: Hoe lang? Zullen zij zo blijven spreken en Mijn volk bedriegen?

een droom Versta een goddelijken droom. Dit woord is hier uit het voorgaande en volgende ingevoegd.

Hertaald: een droom Versta: een goddelijke droom. Dit woord is hier vanuit het voorgaande en volgende ingevoegd.

Jeremia 23 vers 27

denken Voorhebben en bedenken dat zij mijn volk mogen brengen tot een goddeloze onachtzaamheid en onwetendheid van mij, mijn woord, wil en werken.

Hertaald: denken Zij hebben het erop gemunt en beramen dat zij Mijn volk kunnen brengen tot een goddeloze achteloosheid en onwetendheid ten aanzien van Mij, Mijn Woord, Mijn wil en Mijn werken.

Jeremia 23 vers 28

droom is, Eene goddelijke droom, van mij hem toegezonden; sommigen menen: de Heere wil zeggen dat die een valsen en versierden droom heeft, dien zal vertellen of voorstellen als zijn eigen versiersel en vond, niet als van God gekomen zijnde.

Hertaald: droom is, Een goddelijke droom, die Ik hem toegezonden heb. Sommigen menen dat de HEERE wil zeggen dat wie een valse en verzonnen droom heeft, die moet vertellen als zijn eigen verzinsel en vondst en niet alsof hij van God gekomen is.

waarachtiglijk; Of, getrouwelijk. Hebreeuws eigenlijk, [in, of met] waarheid of getrouwheid.

Hertaald: waarachtiglijk; Of: getrouw. Hebreeuws eigenlijk: in of met waarheid of trouw.

wat heeft het stro met het koren te doen? Dat is, welke gemeenschap hebben valse leer of mensengedichtselen [die geen nut kunnen doen] met mijn zaligmakend woord en waarheid? Zie de manier van spreken 2 Sam. 16:10 , enz.

Hertaald: wat heeft het stro met het koren te doen? Dat is: wat hebben valse leer of menselijke verzinsels, die geen nut kunnen doen, gemeen met Mijn zaligmakende Woord en waarheid? Zie deze manier van spreken in 2 Sam. 16:10, enzovoort.

Jeremia 23 vers 29

te morzel slaat? Alzo in stukken slaat, dat de stukken verstrooid worden, of dat de steenrots als gruis verstrooid wordt, waarop de betekenis van het Hebreeuwse woord ziet. Vergelijk boven Jer. 22:28 , en onder Jer. 51:20 , met de aantekening.

Hertaald: te morzel slaat? Zo stukslaat dat de stukken verstrooid worden, of dat de rots als gruis verstrooid wordt; daarop ziet de betekenis van het Hebreeuwse woord. Vergelijk hierboven Jer. 22:28 en hieronder Jer. 51:20 met de aantekening.

Jeremia 23 vers 30

Ik wil aan de profeten, Gelijk boven Jer. 21:13 .

Hertaald: Ik wil aan de profeten, Zoals hierboven Jer. 21:13.

naaste; Of, metgezel; dat is, die heimelijk en steelsgewijze met elkander samenspannen en de een den ander leren wat zij tezamen het volk als mijn woord en op mijn naam zullen voorstellen; of die wel weten dat de ware profetieën mijn woord zijn, en ontkennen het evenwel voor het volk, of houden het achter, stelende alzo mijn woord uit de harten der mensen en benemende hun de gedachten, die zij daarvan mogen hebben, opdat het in den wind geslagen worde. Sommigen menen dat dit ziet op de arglistigheid der valse profeten, die enige woorden en manieren van spreken, die de ware profeten gewoon waren in hunne profetieën te gebruiken, hun ontstalen, en tot een dekmantel van hun bedrog in hun valse profetieën gebruikten, en de ware profeten alzo, gelijk men zegt, naäapten, waarvan in het volgende.

Hertaald: naaste; Of: metgezel — dat is: zij die heimelijk en stiekem met elkaar samenspannen en de een de ander leert wat zij samen het volk als Mijn woord en in Mijn Naam zullen voorhouden. Of: zij die heel goed weten dat de ware profetieën Mijn woord zijn en het toch tegenover het volk ontkennen of achterhouden, en zo Mijn woord uit de harten van de mensen stelen en hun de gedachten daarover ontnemen, opdat het in de wind geslagen wordt. Sommigen menen dat dit ziet op de arglistigheid van de valse profeten, die enkele woorden en uitdrukkingen welke de ware profeten in hun profetieën plachten te gebruiken van hen ontstalen en als dekmantel voor hun bedrog in hun valse profetieën gebruikten, en de ware profeten zo, zoals men zegt, naaapten; daarover in het vervolg.

Jeremia 23 vers 31

hun tong nemen, Dat is, hunne tong stoutelijk hiertoe misbruiken, of, [met] hunne tongen vangen; dat is, de mensen met zoete woorden verstrikken en overreden, stoutelijk en valselijk zeggende dat het mijn woord is, hetgeen hun eigen versiersel is.

Hertaald: hun tong nemen, Dat is: hun tong brutaal hiervoor misbruiken; of: met hun tong vangen — dat is: de mensen met vriendelijke woorden verstrikken en overreden, terwijl zij brutaal en vals zeggen dat wat hun eigen verzinsel is Mijn woord zou zijn.

Hij heeft het gesproken; Namelijk de HEERE: gelijk de ware profeten, bij en in het verhaal van Gods woorden, zeer dikwijls deze woorden plegen te gebruiken: spreekt, of, zegt de HEERE. Hebreeuws eigenlijk, het gezegde, of gesprokene des HEEREN; Matt. 22:44 , uit Ps. 110:1 , wordt daarvoor gesteld [gelijk als hier] heeft gezegd, of gesproken, of sprak, in deze woorden: De HEERE heeft gezegd, of gesproken tot mijnen Heere. Alwaar dit woord ook in den Hebreeuwsen tekst staat.

Hertaald: Hij heeft het gesproken; Namelijk: de HEERE. Zo gebruiken de ware profeten bij en in het weergeven van Gods woorden zeer vaak deze uitdrukking: spreekt, of: zegt de HEERE. Hebreeuws eigenlijk: het gezegde of gesprokene van de HEERE. In Matth. 22:44, aangehaald uit Ps. 110:1, staat daarvoor — net als hier — heeft gezegd of gesproken, of: sprak, in deze woorden: de HEERE heeft gezegd tot mijn Heere. Daar staat dit woord ook in de Hebreeuwse tekst.

Jeremia 23 vers 32

valse dromen profeteren, Hebreeuws, dromen der valsheid, of der leugen, leugendromen.

Hertaald: valse dromen profeteren, Hebreeuws: dromen van de valsheid of van de leugen, leugendromen.

gans geen nut doen, Hebreeuws, nut doende, geen nut doen.

Hertaald: gans geen nut doen, Hebreeuws: nut doend geen nut doen.

Jeremia 23 vers 33

vragen zal, Te weten spottenderwijze, en niet uit een heilige bekommering.

Hertaald: vragen zal, Namelijk: spottend, en niet uit heilige bezorgdheid.

last? Alzo werden de profetieën genoemd, die Gods dreigementen, straffen en plagen inhielden. Zie 2 Kon. 9:25 , enz. Alsof zij zeiden: Hebt gij al weder wat kwaads in het hoofd? Hebt gij niets anders dan zwarigheid te profeteren?

Hertaald: last? Zo werden de profetieën genoemd die Gods dreigementen, straffen en plagen inhielden. Zie 2 Kon. 9:25, enzovoort. Alsof zij zeiden: hebt u alweer iets kwaads in het hoofd? Hebt u niets anders te profeteren dan onheil?

verlaten zal, Gelijk onder vs.39.

Hertaald: verlaten zal, Zoals hieronder vers 39.

Jeremia 23 vers 34

volk, Dat is, die van het volk, welke, enz.

Hertaald: volk, Dat is: zij van het volk die, enzovoort.

Des HEEREN last; Noemende alzo des Heeren woord, uit enkel spotternij, boosheid en verkeerdheid, alsof er in Gods woord geen getrouw onderwijs en overvloedige troost ware, maar enkel dreigen, vloeken en straffen, om de mensen wanhopend te maken.

Hertaald: Des HEEREN last; Zo noemen zij het Woord van de HEERE, uit louter spot, boosheid en verkeerdheid, alsof er in Gods Woord geen trouw onderwijs en overvloedige troost zou zijn maar alleen dreigen, vloeken en straffen, om de mensen wanhopig te maken.

bezoeking zal doen Door straf. Zie Gen. 21:1 .

Hertaald: bezoeking zal doen Door straf. Zie Gen. 21:1.

Jeremia 23 vers 35

zeggen, In godvruchtigen ernst en nederigheid vragende naar des HEEREN woord.

Hertaald: zeggen, Terwijl u in godvruchtige ernst en nederigheid naar het Woord van de HEERE vraagt.

Jeremia 23 vers 36

gedenken; Dat is, vermelden, zulke woorden niet meer in den mond voeren, gelijk gij nu spottende dagelijks doet.

Hertaald: gedenken; Dat is: vermelden, zulke woorden niet meer in de mond nemen zoals u nu dagelijks spottend doet.

zijn eigen woord een last zijn, Door zijne spotternijen en omkeringen van Gods woord zal hij zichzelven den vloek en het verderf op den hals halen, zo zeker alsof er een uitgedrukte profetie tegen hem geprofeteerd was.

Hertaald: zijn eigen woord een last zijn, Door zijn spotternijen en zijn verdraaiingen van Gods Woord zal hij zichzelf de vloek en het verderf op de hals halen, even zeker alsof er een uitdrukkelijke profetie tegen hem uitgesproken was.

Jeremia 23 vers 37

profeet Een waren profeet, gelijk Jeremia was.

Hertaald: profeet Een ware profeet, zoals Jeremia was.

Jeremia 23 vers 38

Maar dewijl gij zegt Of: Zult gij dan nog zeggen des HEEREN last? Blijft gij nog even hardnekkig niet vragende naar alle waarschuwingen en dreigementen?

Hertaald: Maar dewijl gij zegt Of: zult u dan nog zeggen: de last van de HEERE? Blijft u even hardnekkig en vraagt u niet naar alle waarschuwingen en dreigementen?

Jeremia 23 vers 39

ook ganselijk vergeten, Hebreeuws, vergeten vergetende.

Hertaald: ook ganselijk vergeten, Hebreeuws: vergeten vergetend.

laten varen Of, laten heengaan; zulke betekenis van het Hebreeuwse woord is in de heilige Schriftuur algemeen. Anders, [door verwisseling ener letter in het Hebreeuws] uit of wegrukken, wegrijten.

Hertaald: laten varen Of: laten heengaan; die betekenis van het Hebreeuwse woord is in de Heilige Schrift algemeen. Anders — door de verwisseling van één letter in het Hebreeuws —: uitrukken, wegrukken, wegscheuren.

Jeremia 23 vers 40

eeuwige smaadheid Hebreeuws, smaadheid der eeuwigheid, en zo in het volgende.

Hertaald: eeuwige smaadheid Hebreeuws: smaad van de eeuwigheid; zo ook in het vervolg.

aandoen, Of, op u leggen.

Hertaald: aandoen, Of: op u leggen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De herders die verstrooien  — een wee over leiders die de kudde kwijtraken, met de belofte dat God Zelf vergadert (Jer. 23:1-4)

"Wee den herderen, die de schapen Mijner weide ombrengen en verstrooien!" (Jer. 23:1). De aanklacht wordt uitgeschreven: "Gijlieden hebt Mijn schapen verstrooid, en hebt ze verdreven, en hebt ze niet bezocht; ziet, Ik zal over u bezoeken de boosheid uwer handelingen" (Jer. 23:2). Er staat een woordspel in: zij hebben de schapen niet bezocht, dus zal God hén bezoeken. Dan neemt Hij het werk Zelf over: "Ik zal het overblijfsel Mijner schapen Zelf vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik ze verdreven heb" (Jer. 23:3). En daarna volgt opnieuw de belofte van goede leiding: "Ik zal herderen over hen verwekken, die ze weiden zullen; en zij zullen niet meer vrezen, noch verschrikt worden, noch gemist worden" (Jer. 23:4).

Bijbelse betekenis: Merk op van wie de schapen heten. Vier keer staat er Mijn: Mijn weide, Mijn schapen. De herders hadden ze in beheer en niet in bezit, en juist daarom is het verstrooien zo zwaar. Let vervolgens op het verwijt zelf. Er staat niet dat zij de kudde bedrogen of uitbuitten — dat komt elders — maar dat zij haar niet bezochten. Verwaarlozing telt hier even zwaar als geweld. Let ten slotte op de volgorde in Jer. 23:3-4. God vergadert eerst Zelf, en daarna geeft Hij herders. De belofte van goede leiding stond al eerder in dit boek (reeds behandeld bij Jer. 3:15); hier krijgt zij haar plaats na het oordeel over de slechte.

Typologie: De Heere Jezus vervult beide helften: Hij ontfermt Zich over de schare, omdat zij verstrooid waren "gelijk schapen, die geen herder hebben" (Matt. 9:36), en Hij noemt Zich de goede Herder Die Zijn leven stelt voor de schapen (reeds behandeld bij Joh. 10:11).

Jer. 23:1-4; Jer. 3:15; Matt. 9:36; Joh. 10:11

De HEERE onze gerechtigheid  — de naam die aan de beloofde Spruit gegeven wordt (Jer. 23:5-6)

"Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde" (Jer. 23:5). Het woord Spruit staat in dit boek voor een scheut die opkomt uit een stronk die afgehouwen leek; het is dezelfde naam die eerder bij Jesaja klonk (reeds behandeld bij Jes. 4:2). Wat er in Zijn dagen gebeurt, staat er ook bij: Juda zal verlost worden en Israël zeker wonen. En dan volgt de naam: "dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID" (Jer. 23:6).

Bijbelse betekenis: Eerst het gedeelte in zijn eigen tijd. Het staat vlak na het vonnis over Chonia, van wie gezegd was dat niemand van zijn zaad voorspoedig op de troon zou zitten (Jer. 22:30). Juist daar wordt beloofd dat God Zelf een rechtvaardige Spruit verwekt, van wie staat dat Hij vóórspoedig zal zijn. Wat de menselijke lijn niet meer kan opleveren, geeft God. Let vervolgens op de naam. Er staat niet dat Hij rechtvaardig regeert — dat is al gezegd — maar dat Hij ONZE gerechtigheid heet; de naam gaat niet alleen over Hem maar over wat Hij voor anderen is. Let ten slotte op de hoofdletters. De Statenvertaling drukt hier de Godsnaam met hoofdletters in de naam van deze Koning; het register volgt die lezing en zegt er niet meer bij dan de tekst zelf zegt.

Typologie: Paulus gebruikt precies deze naam voor Christus: Hij is ons geworden "wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing" (reeds behandeld bij 1 Kor. 1:30). En hij zegt hoe die gerechtigheid de onze wordt: God heeft Hem, Die geen zonde gekend heeft, zonde voor ons gemaakt, "opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem" (2 Kor. 5:21).

Jer. 23:5-6; Jer. 22:30; Jes. 4:2; 1 Kor. 1:30; 2 Kor. 5:21

Stro en koren  — de toets waarmee een droom van een woord onderscheiden wordt (Jer. 23:21-29)

"Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd" (Jer. 23:21). Er staat bij waaraan dat te merken is: "zo zij in Mijn raad hadden gestaan, zo zouden zij Mijn volk Mijn woorden hebben doen horen, en zouden hen afgekeerd hebben van hun bozen weg" (Jer. 23:22). Dan volgt het beeld: "De profeet, bij welken een droom is, die vertelle den droom; en bij welken Mijn woord is, die spreke Mijn woord waarachtiglijk; wat heeft het stro met het koren te doen?" (Jer. 23:28). En daarop de vraag die zegt wat een woord van God uitwerkt: "Is Mijn woord niet alzo, als een vuur? spreekt de HEERE, en als een hamer, die een steenrots te morzel slaat?" (Jer. 23:29).

Bijbelse betekenis: Merk op welke toets er in Jer. 23:22 gegeven wordt. Niet of de boodschap indruk maakt en niet of zij uitkomt, maar wat zij uitwerkt: echte profetie keert mensen af van hun boze weg. Wie alleen geruststelt, verraadt daarmee waar hij zijn woord vandaan heeft. Let vervolgens op het beeld van stro en koren. Beide komen van dezelfde akker en beide zien er van een afstand hetzelfde uit; het verschil merkt men pas als men ervan wil eten. Let ten slotte op Jer. 23:29. Vuur en hamer zijn geen zachte beelden. Een woord dat niets losmaakt en niemand raakt, kan van alles zijn, maar het is niet het woord dat hier beschreven wordt.

Typologie: De Hebreeënbrief zegt hetzelfde van de uitwerking van het Woord: het is levend en krachtig en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard (reeds behandeld bij Hebr. 4:12). En Petrus zegt waar echte profetie vandaan komt: niet uit de wil van een mens, maar van heilige mensen Gods die door de Heilige Geest gedreven werden (reeds behandeld bij 2 Petr. 1:21).

Jer. 23:21-29; Hebr. 4:12; 2 Petr. 1:21

Een God van nabij en van verre  — twee vragen waarmee God zegt dat niemand zich voor Hem verbergen kan (Jer. 23:23-24)

"Ben Ik een God van nabij, spreekt de HEERE, en niet een God van verre?" (Jer. 23:23). Daarop volgt de tweede vraag: "Zou zich iemand in verborgene plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt de HEERE; vervul Ik niet den hemel en de aarde?" (Jer. 23:24). Beide verzen staan midden in het gedeelte over de profeten die zeggen wat zij zelf bedacht hebben.

Bijbelse betekenis: Merk op waartegen dit gezegd wordt. De valse profeten meenden dat men op afstand van God kon werken zolang men Zijn Naam maar gebruikte. Daartegenover staat dat Hij hemel en aarde vervult; er is geen hoek van het bestaan waar men buiten Zijn gehoor is. Let vervolgens op de vorm. Het zijn vragen en geen leerstellingen, en dat maakt ze scherper: de hoorder moet ze zelf beantwoorden. Let ten slotte op wat deze twee verzen in dit verband doen. Zij zijn niet in de eerste plaats troost maar toets; dezelfde waarheid die de gelovige geruststelt, maakt de huichelaar doorzichtig. Dat de psalm er ook de troostkant van kent, staat elders (reeds behandeld bij Ps. 139:7-10).

Typologie: Paulus zegt hetzelfde tot de Atheners: Hij is van niemand van ons ver, "want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij" (Hand. 17:27-28). En de Hebreeënbrief zegt dat er geen schepsel onzichtbaar is voor Hem (reeds behandeld bij Hebr. 4:13).

Jer. 23:23-24; Ps. 139:7-10; Hand. 17:27-28; Hebr. 4:13

De last des HEEREN  — een woord dat een spotnaam was geworden, en dat daarom verboden wordt (Jer. 23:33-40)

"Wanneer dan dit volk, of een profeet, of priester u vragen zal, zeggende: Wat is des HEEREN last? Zo zult gij tot hen zeggen: Wat last? Dat Ik ulieden verlaten zal, spreekt de HEERE" (Jer. 23:33). Het woord last betekent in de profeten een godsspraak die zwaar weegt en die de profeet te dragen krijgt (reeds behandeld bij Jes. 13:1). Hier is het een spottende vraag geworden: heb je weer een last voor ons? Daarom wordt het gebruik van het woord verboden, en er staat bij waarom: men verdraait er het levende woord mee (Jer. 23:36).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er met het woord gebeurd is. Het was de naam voor een boodschap van God, en het is een grap geworden waarmee men de profeet begroette. Zo kan een goed woord onbruikbaar raken door de mond die het gebruikt. Let vervolgens op het antwoord dat Jeremia moet geven. Op de vraag wat de last is, luidt het antwoord dat zij zelf de last zijn en dat God hen verlaten zal; de spot krijgt haar eigen woord terug. Let ten slotte op het verbod. Wat verboden wordt is niet de zaak maar het misbruikte woord; men moet voortaan vragen wat de HEERE geantwoord en gesproken heeft (Jer. 23:37). De boodschap blijft, alleen de spotnaam gaat weg.

Typologie: Paulus waarschuwt Timotheüs voor woordenstrijd die tot geen nut is dan tot verkering van de hoorders (2 Tim. 2:14). En de Heere Jezus zegt dat van elk ijdel woord rekenschap gegeven zal worden (Matt. 12:36).

Jer. 23:33-40; Jes. 13:1; 2 Tim. 2:14; Matt. 12:36

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen ambt

De HEERE: onze gerechtigheid — 23:1-8

Jeremia heeft zojuist de koningen van Juda langsgelopen, de een na de ander, en geen van hen deugde. Het hoofdstuk begint met een oordeel over de herders die de schapen verstrooien in plaats van te weiden. En juist daar valt de belofte.

God zal zelf een rechtvaardige Spruit verwekken, en Zijn naam bevat een aanspraak die geen mens dragen kan.

De herders hebben gefaald, dus zegt God: Ik zal Mijn schapen zelf vergaderen. En dan: Ik zal aan David een rechtvaardige Spruit verwekken.

Dat woord Spruit is een vaste aanduiding geworden. De kanttekening zegt wie ermee bedoeld is: het uitspruitsel, namelijk de Messias, onze Heere Jezus Christus — als Gods eeuwige en eniggeboren Zoon heeft Hij in de volheid van de tijd onze natuur aangenomen, voortsproten uit Maria, die uit het huis van David was.

Het beeld is dat van een tak uit een wortel die er nog is terwijl de boom weg lijkt. Jesaja gebruikte het al bij de afgehouwen tronk van Isaï, en Zacharia zal het opnieuw doen.

Maar het opzienbarendste staat in vers 6, in de naam. Dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: DE HEERE: ONZE GERECHTIGHEID. Daar staat het Verbondsnaam zelf — de Naam die God aan Mozes bekendmaakte — en dan verbonden aan wat Hij voor ons is.

De kanttekening werkt beide helften uit. Bij het woord rechtvaardig: Hij is zonder zonde, onbevlekt, heilig en rechtvaardig, ja onze gerechtigheid, die God in Hem voor ons overvloedig heeft doen groenen en bloeien. En bij de naam zelf: terwijl zij uit het geloof gerechtvaardigd zijn en daarom vrede hebben met God door onze Heere Jezus Christus, met verwijzing naar Romeinen 5.

Dat is precies waar Paulus op uitkomt wanneer hij schrijft dat Christus ons geworden is tot wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing.

  1. Jeremia 23:1-2 — Wee de herders die de schapen verstrooien; God neemt het van hen over.
  2. Jeremia 23:5 — Ik zal aan David een rechtvaardige Spruit verwekken.
  3. Jeremia 23:6 — Zijn naam: DE HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.
  4. Zacharia 3:8 — Ik zal Mijn Knecht, de SPRUITE, doen komen.
  5. 1 Korinthe 1:30 — Christus is ons geworden tot rechtvaardigheid en heiligmaking.
  6. 2 Korinthe 5:21 — Opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

In het Nieuwe Testament: 1 Korinthe 1:30; 2 Korinthe 5:21; Romeinen 5:1; Filippenzen 3:9

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 23

Jeremia 23:1.KruisverwijzingenJeremia 10:21Zacharia 11:15Ezechiël 34:2Mattheüs 9:36Ezechiël 13:3Jeremia 2:8Jeremia 22:22Jeremia 12:10
— Wee den herderen, die de schapen Mijner weide ombrengen en verstrooien! spreekt de HEERE.
Wat een verschrikkelijk wee is dit over alle valse herders! Zij geven voor van God gezonden te zijn om het volk te onderwijzen, maar zij zijn in het geheel niet van God gezonden. Hun arbeid heeft alleen maar tot gevolg dat de schapen verstrooid en verdorven worden, in plaats van tot Christus vergaderd te worden tot hun zaligheid.

Jeremia 23:2-4.KruisverwijzingenJeremia 32:37Jeremia 29:14Jesaja 43:5Jeremia 31:8Jeremia 21:12Micha 7:4Exodus 32:34Sefanja 3:19
— Daarom zegt de HEERE, de God Israels, alzo van de herderen, die Mijn volk weiden: Gijlieden hebt Mijn schapen verstrooid, en hebt ze verdreven, en hebt ze niet bezocht; ziet, Ik zal over u bezoeken de boosheid uwer handelingen, spreekt de HEERE. En Ik zal het overblijfsel Mijner schapen Zelf vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik ze verdreven heb; en Ik zal ze wederbrengen tot hun kooien, en zij zullen vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen. En Ik zal herderen over hen verwekken, die ze weiden zullen; en zij zullen niet meer vrezen, noch verschrikt worden, noch gemist worden, spreekt de HEERE.
Als de onderherders de kudde niet weiden, dan zal God het Zelf doen. Zijn eigen verloste kudde zal niet door wolven verscheurd worden en niet omkomen in de landen waarheen zij verdreven is. Hij die de Schrift “den grote Herder der schapen” noemt, zal doen wat anderen nalaten.

Maar dat neemt hun verantwoordelijkheid niet weg. Het moet wel de plechtigste verantwoordelijkheid zijn die op een sterfelijk mens rusten kan: voorgeven een herder van zielen te zijn en toch niet van God gezonden te wezen.

Jeremia 23:5.KruisverwijzingenJesaja 4:2Jesaja 52:13Jesaja 9:7Jesaja 53:2Lukas 1:32Zacharia 3:8Jesaja 11:1Zacharia 6:12
— Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde.
Wij zien uit naar die heerlijke Koning. Och, of Hij spoedig kwam! Hij is de grote Vorst die alle andere heerschappijen in Zich opnemen zal, want “Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid”.

Jeremia 23:6.Kruisverwijzingen1 Korinthe 1:30Romeinen 3:22Mattheüs 1:21Jeremia 33:162 Korinthe 5:21Filippenzen 3:9Daniël 9:24Jeremia 30:10
— In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israel zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.
Wat een heerlijke naam voor onze Koning, die ons van God tot gerechtigheid geworden is! Wij mogen ons wel verblijden bij de gedachte dat heel de volmaakte gerechtigheid van onze grote Koning en Heere ons toebehoren zal, want dit zal Zijn eigen naam zijn: “De HEERE: ONZE GERECHTIGHEID.”

Jeremia 23:7-8.KruisverwijzingenJeremia 16:14Jesaja 43:5Amos 9:14Jeremia 23:3Jesaja 43:18Ezechiël 34:13Jeremia 31:31Ezechiël 39:28
— Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat zij niet meer zullen zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels uit Egypteland heeft opgevoerd. Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die het zaad van het huis Israels heeft opgevoerd, en Die het aangebracht heeft uit het land van het noorden, en uit al de landen, waarheen Ik ze gedreven had! want zij zullen wonen in hun land.
Er komen voor Israël betere tijden dan Israël ooit gekend heeft. De heerlijkheden van Egypte en van de Rode Zee moeten nog overtroffen worden. En ook voor de kerk van God zijn er betere tijden weggelegd dan zij tot nu toe gezien heeft.

Jeremia 23:9.KruisverwijzingenHabakuk 3:16Jesaja 51:21Jeremia 25:15Ezechiël 9:6Klaagliederen 3:15Ezechiël 9:4Jesaja 28:1Jeremia 5:31
— Aangaande de profeten. Mijn hart wordt in mijn binnenste gebroken, al mijn beenderen bewegen zich; ik ben als een dronken man, en als een man, dien de wijn te boven gaat; vanwege den HEERE, en vanwege de woorden Zijner heiligheid.
In Jeremia’s dagen was er een groep mensen die voorgaven profeten te zijn, maar die de knecht van de HEERE op elk punt tegenspraken.

Jeremia had het Woord van de HEERE werkelijk ontvangen, en dat leek hem te overweldigen. Omdat dat Woord vol verschrikking was, voelde hij zich als iemand die door de wijn bevangen is.

Jeremia 23:10-11.KruisverwijzingenPsalmen 107:34Jeremia 9:10Jeremia 9:2Hosea 4:2Jeremia 6:13Sefanja 3:4Jeremia 5:7Maleachi 3:5
— Want het land is vol overspelers, want het land treurt vanwege den vloek, de weiden der woestijn verdorren, omdat hun loop boos is, en hun macht niet recht. Want beiden, profeten en priesters, zijn huichelaars; zelfs in Mijn huis vind Ik hun boosheid, spreekt de HEERE.
Het is een ontzettende zaak wanneer de goddeloosheid zelfs in het huis van God overvloedig is. En het valt te vrezen dat de kerk van deze tijd op veel plaatsen in deze zaak niet vrijuit gaat.

Jeremia 23:12.KruisverwijzingenJeremia 13:16Psalmen 35:6Jeremia 11:23Spreuken 4:19Johannes 12:35Psalmen 73:18Jesaja 8:22Judas 1:13
— Daarom zal hun weg hun zijn als zeer gladde plaatsen in de donkerheid; zij zullen aangedreven worden en daarin vallen; want Ik zal een kwaad over hen brengen in het jaar hunner bezoeking, spreekt de HEERE.
Wat een verschrikkelijke beschrijving van het lot van de onheilige profeten en priesters! Gladde plaatsen zijn al erg genoeg bij daglicht, maar hier staat: “Daarom zal hun weg hun zijn als zeer gladde plaatsen in de donkerheid.”

Jeremia 23:13-14.KruisverwijzingenJeremia 2:8Jesaja 1:9Jeremia 29:23Jesaja 9:16Jeremia 23:32Ezechiël 22:25Jeremia 14:14Genesis 18:20
— Ik heb wel ongerijmdheid gezien in de profeten van Samaria, die door Baal, profeteerden, en Mijn volk Israel verleidden. Maar in de profeten van Jeruzalem zie Ik afschuwelijkheid; zij bedrijven overspel, en gaan om met valsheid, en sterken de handen der boosdoeners, opdat zij zich niet bekeren, een iegelijk van zijn boosheid; zij allen zijn Mij als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.
Het was al erg genoeg dat Samaria afdwaalde. Daar woonde een gemengd volk, dus het is geen wonder dat hun profeten dwaas waren. Maar och, dat er in Jeruzalem, de stad van de grote Koning, valse profeten waren — dat was het ergste van alles.

Jeremia 23:15.KruisverwijzingenJeremia 9:15Jeremia 8:14Psalmen 69:21Openbaring 8:11Klaagliederen 3:5Mattheüs 27:34Klaagliederen 3:19Klaagliederen 3:15
— Daarom zegt de HEERE der heirscharen van deze profeten alzo: Ziet, Ik zal hen met alsem spijzigen, en met gallewater drenken; want van Jeruzalems profeten is de huichelarij uitgegaan in het ganse land.
Wanneer de predikers slecht zijn, wie verwondert zich er dan over dat het volk nog slechter is? Als de profeten afdwalen, hoe zullen zij die hen volgen dan de rechte weg vinden?

Jeremia 23:16.KruisverwijzingenJeremia 14:14Mattheüs 7:15Jeremia 27:9Ezechiël 13:32 Korinthe 11:13Jeremia 23:21Jeremia 27:14Ezechiël 13:6
— Zo zegt de HEERE der heirscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezicht huns harten, niet uit des HEEREN mond.
Dit is één kenmerk van een valse profeet: hij geeft u het gevoel dat u een prachtkerel bent, dat er iets goeds in u is. “Zij maken u ijdel.”

En hier is een tweede kenmerk. Zo iemand is een groot denker; hij heeft zijn godgeleerdheid zelf uitgedacht, zelf bedacht en zelf uitgevonden. “Zij spreken het gezicht huns harten, niet uit des HEEREN mond.”

Jeremia 23:17.KruisverwijzingenMicha 3:11Jeremia 13:10Jeremia 8:11Amos 9:10Jeremia 9:14Zacharia 10:2Ezechiël 13:22Jeremia 3:17
— Zij zeggen steeds tot degenen, die Mij lasteren: De HEERE heeft het gesproken, gijlieden zult vrede hebben; en tot al wie naar zijns harten goeddunken wandelt, zeggen zij: Ulieden zal geen kwaad overkomen.
En dit is nog een derde kenmerk van de valse profeet. Hij probeert de gevolgen van de zonde altijd glad te strijken. “In de toekomende staat”, zegt hij, “mag de zonde wat tijdelijk ongemak veroorzaken, maar alles komt vroeg of laat wel goed.” Zo iemand is door de duivel gezonden; hij is geen dienaar van de levende God.

Aan deze drie toetsen kunt u herkennen wie de valse profeten zijn. Zij maken u ijdel; zij spreken uit hun eigen hart en niet uit de mond van God; en zij maken het u gemakkelijk te zondigen door de grootheid van de straf erop te ontkennen.

Jeremia 23:18-19.KruisverwijzingenJeremia 25:32Jeremia 30:23Jeremia 23:221 Korinthe 2:16Amos 1:14Psalmen 25:142 Kronieken 18:23Job 15:8
— Want wie heeft in des HEEREN raad gestaan, en Zijn woord gezien of gehoord? Wie heeft Zijn woord aangemerkt en gehoord? Ziet, een onweder des HEEREN, een grimmigheid is uitgegaan, ja, een pijnlijk onweder, het zal blijven op der goddelozen hoofd.
Dit is Gods Woord. Hij profeteert de goddeloze geen gladde dingen en belooft hem geen geringe gevolgen van de zonde, maar een onweder — en een aanhoudend onweder.

Jeremia 23:20-22.KruisverwijzingenJeremia 30:24Jeremia 14:14Jeremia 27:15Zacharia 1:4Jeremia 25:5Jeremia 23:18Genesis 49:1Zacharia 1:6
— Des HEEREN toorn zal zich niet afwenden, totdat Hij zal hebben gedaan, en totdat Hij zal hebben daargesteld de gedachten Zijns harten; in het laatste der dagen zult gij met verstand daarop letten. Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd. Maar zo zij in Mijn raad hadden gestaan, zo zouden zij Mijn volk Mijn woorden hebben doen horen, en zouden hen afgekeerd hebben van hun bozen weg, en van de boosheid hunner handelingen.
Valse profeten zijn onmachtig en ijdel; uit al hun onderwijs komt niets goeds voort. Maar och, als zij het Woord van de HEERE gekend hadden, als zij werkelijk van God gezonden waren geweest — wat een verschil zou dat gemaakt hebben! God geve dat niemand van ons voorgeeft anderen te onderwijzen wat hij zelf nooit geleerd heeft, of voor God te spreken terwijl God nooit tot hem gesproken heeft.

Jeremia 23:23-26.KruisverwijzingenSpreuken 15:3Psalmen 139:1Psalmen 90:8Psalmen 139:7Jesaja 29:151 Koningen 8:27Jeremia 29:8Joël 2:28
— Ben Ik een God van nabij, spreekt de HEERE, en niet een God van verre? Zou zich iemand in verborgene plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt de HEERE; vervul Ik niet den hemel en de aarde? spreekt de HEERE. Ik heb gehoord, wat de profeten zeggen, die in Mijn Naam leugen profeteren, zeggende: Ik heb gedroomd, ik heb gedroomd. Hoe lang? Is er dan een droom in het hart der profeten, die de leugen profeteren? Ja, het zijn profeten van huns harten bedriegerij.
Zij geven voor profeten van hun eigen hart te zijn; maar zij zijn profeten van het bedrog van hun eigen hart. Want wat uit het hart van de mens voortkomt is als dat hart zelf, en het hart van de mens is “arglistig…, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het”.

Jeremia 23:27-28.KruisverwijzingenRichteren 3:7Richteren 8:331 Korinthe 3:12Jeremia 29:82 Koningen 21:3Handelingen 13:8Deuteronomium 13:12 Timotheüs 3:6
— Die daar denken om Mijn volk Mijn Naam te doen vergeten, door hun dromen, die zij, een ieder zijn naaste, vertellen; gelijk als hun vaders Mijn Naam vergeten hebben door Baal. De profeet, bij welken een droom is, die vertelle den droom; en bij welken Mijn woord is, die spreke Mijn woord waarachtiglijk; wat heeft het stro met het koren te doen? spreekt de HEERE.
Laat hij zijn droom dan vertellen als een dróom, want meer is het niet. Heeft hij hem gedroomd, laat hij dan zeggen: dit is een droom die ik gedroomd heb, maar het is niet meer dan een droom. En wie het Woord van de HEERE heeft, laat die het spreken als het Woord van de HEERE.

De gedachten van de mens en de bedenksels van de mens zijn op hun allerbest niet meer dan stro; alleen het Woord van de HEERE is het echte koren. “Wat heeft het stro met het koren te doen? spreekt de HEERE.”

Jeremia 23:29-30.KruisverwijzingenDeuteronomium 18:20Jeremia 5:14Ezechiël 13:8Hebreeën 4:12Jeremia 20:92 Korinthe 10:4Jeremia 14:14Psalmen 34:16
— Is Mijn woord niet alzo, als een vuur? spreekt de HEERE, en als een hamer, die een steenrots te morzel slaat? Daarom, ziet, Ik wil aan de profeten, spreekt de HEERE, die Mijn woorden stelen, een ieder van zijn naaste;
Geleende predikaties, bladzijden uit de ervaring van anderen, brokstukken getrokken uit oude of nieuwe godgeleerden. Niets van henzelf, niets dat God ooit tot hen gezegd heeft, niets dat ooit hun hart doortrild of hun ziel bewogen heeft. God zal zulk onderwijs niet voor het Zijne erkennen.

Jeremia 23:31.KruisverwijzingenJeremia 23:172 Kronieken 18:192 Kronieken 18:10Jesaja 30:102 Kronieken 18:5Micha 2:11
— Ziet, Ik wil aan de profeten, spreekt de HEERE, die hun tong nemen, en spreken: Hij heeft het gesproken;
Zij hebben geen hart; zij gebruiken enkel hun tong. Zij zeggen: “Hij spreekt het”, alsof God hun iets gezegd heeft dat Hij nooit gezegd heeft.

Jeremia 23:32.KruisverwijzingenJeremia 7:8Klaagliederen 2:14Sefanja 3:4Deuteronomium 13:1Openbaring 19:20Jeremia 29:31Deuteronomium 18:20Zacharia 13:2
— Ziet, Ik wil aan degenen, die valse dromen profeteren, spreekt de HEERE, en vertellen die, en verleiden Mijn volk met hun leugenen en met hun lichtvaardigheid; daar Ik hen niet gezonden, en hun niets bevolen heb, en zij dit volk gans geen nut doen, spreekt de HEERE.
Zie hoe zwaar God met de valse profeten van Jeremia’s tijd handelt. En met dezelfde strengheid zal Hij handelen met ieder die iets anders predikt of leert dan het evangelie van Zijn gezegende Zoon: de zuivere openbaring die in dit Boek geschreven staat. God geve dat niemand van ons door hen bedrogen wordt, om Zijns lieven Zoons wil! Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content