Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Jeremia 2

1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En des HEERENH3068 woordH1697 geschieddeH1961 totH413 mij, zeggendeH559: En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

KJV Moreover the word2 of the LORD3 came to me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Ga en roepH7121 voor de orenH241 van JeruzalemH3389, zeggendeH559: ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Ik gedenkH2142 der weldadigheidH2617 uwer jeugdH5271, der liefdeH160 uwer ondertrouwH3623, toen gij Mij nawandeldetH3212 in de woestijnH4057, in onbezaaidH2232 landH776. Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.

KJV Go1 and cry2 in the ears3 of Jerusalem,4 saying,5 Thus saith7 the LORD;8 I remember9 thee, the kindness11 of thy youth,12 the love13 of thine espousals,14 when thou wentest15 after16 me in the wilderness,17 in a land18 that was not sown.

1 הָלֹ֡ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 2 וְקָֽרָאתָ֩ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 3 בְאָזְנֵ֨י H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 4 יְרוּשָׁלִַ֜ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 7 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 זָכַ֤רְתִּי H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 10 לָךְ֙ 11 חֶ֣סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 12 נְעוּרַ֔יִךְ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 13 אַהֲבַ֖ת H160 liefde, liefhad, bemint love 14 כְּלוּלֹתָ֑יִךְ H3623 ondertrouw espousal 15 לֶכְתֵּ֤ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 16 אַחֲרַי֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 17 בַּמִּדְבָּ֔ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 18 בְּאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 19 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 זְרוּעָֽה H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 IsraelH3478 was den HEEREH3068 een heiligheidH6944, de eerstelingenH7225 Zijner inkomsteH8393; allenH3605, die hem opatenH398, werden voor schuldigH816 gehouden; kwaadH7451 kwamH935 hun over, spreektH5002 de HEEREH3068. Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.

KJV Israel2 was holiness1 unto the LORD,3 and the firstfruits4 of his increase:5 all that devour7 him shall offend;8 evil9 shall come10 upon them, saith12 the LORD.

1 קֹ֤דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 2 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 לַיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 רֵאשִׁ֖ית H7225 eerstelingen, begin, beginsel beginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing 5 תְּבוּאָתֹ֑ה H8393 inkomst, inkomen, inkomsten fruit, gain, increase, revenue 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 אֹכְלָ֣יו H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 יֶאְשָׁ֔מוּ H816 schuldig, verwoest, schuld [idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass 9 רָעָ֛ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 10 תָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 אֲלֵיהֶ֖ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, en alle geslachten van het huis Israels!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 HoortH8085 des HEERENH3068 woordH1697, gij huisH1004 van JakobH3290, en alleH3605 geslachtenH4940 van het huisH1004 IsraelsH3478! Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, en alle geslachten van het huis Israels!

KJV Hear1 ye the word2 of the LORD,3 O house4 of Jacob,5 and all the families7 of the house8 of Israel:

1 שִׁמְע֥וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 יַעֲקֹ֑ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 6 וְכָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 מִשְׁפְּח֖וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 8 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 ZoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: WatH4100 voor onrechtH5766 hebben uw vadersH1 aanH5921 Mij gevondenH4672, datH3588 zij verreH7368 van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheidH1892 nagewandeldH3212, en zij zijn ijdelH1891 geworden? Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden?

KJV Thus saith2 the LORD,3 What iniquity8 have your fathers6 found5 in me, that they are gone far10 from me, and have walked12 after13 vanity,14 and are become vain?

1 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 5 מָּצְא֨וּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 6 אֲבוֹתֵיכֶ֥ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 בִּי֙ 8 עָ֔וֶל H5766 onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheid iniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness) 9 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 רָחֲק֖וּ H7368 verre, wees verre, ver (a-, be, cast, drive, get, go, keep (self), put, remove, be too, (wander), withdraw) far (away, off), loose, [idiom] refrain, very, (be) a good way (off) 11 מֵעָלָ֑י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 וַיֵּֽלְכ֛וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 13 אַחֲרֵ֥י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 14 הַהֶ֖בֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 15 וַיֶּהְבָּֽלוּ H1891 ijdel, verijdeld be (become, make) vain
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En zeidenH559 nietH3808: Waar is de HEEREH3068, Die ons opvoerdeH5927 uit EgyptelandH776, Die ons leiddeH3212 in de woestijnH4057, in een landH776 van wildernissenH6160 en kuilenH7745, in een landH776 van dorheidH6723 en schaduw des doods, in een landH776, waar niemandH376 doorgingH5674, en waarH8033 geenH3808 mensH120 woondeH3427? En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde?

Ook in dit vers schaduw doodsH6757

KJV Neither said2 they, Where is the LORD4 that brought us up5 out of the land7 of Egypt,8 that led9 us through the wilderness,11 through a land12 of deserts13 and of pits,14 through a land15 of drought,16 and of the shadow of death,17 through a land18 that no man22 passed through,20 and where no man25 dwelt?

1 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 אָמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אַיֵּ֣ה H346 waar? where 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 הַמַּעֲלֶ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 6 אֹתָ֖נוּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מֵאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 9 הַמּוֹלִ֨יךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 10 אֹתָ֜נוּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 בַּמִּדְבָּ֗ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 12 בְּאֶ֨רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 עֲרָבָ֤ה H6160 vlakke velden, vlakke veld, wildernis Arabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה) 14 וְשׁוּחָה֙ H7745 gracht, kuil, kuilen ditch, pit 15 בְּאֶ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 צִיָּ֣ה H6723 dor, dorre, plaatsen barren, drought, dry (land, place), solitary place, wilderness 17 וְצַלְמָ֔וֶת H6757 schaduw doods, doods schaduw, doodsschaduw shadow of death 18 בְּאֶ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 19 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 עָ֤בַר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 21 בָּהּ֙ 22 אִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 23 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 24 יָשַׁ֥ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 25 אָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 26 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En Ik brachtH935 u in een vruchtbaarH3759 landH776, om de vruchtH6529 van hetzelve en het goedeH2898 er van te etenH398; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdetH2930 gij Mijn landH776, en steldetH7760 Mijn erfenisH5159 totH413 een gruwelH8441. En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel.

KJV And I brought1 you into a plentiful5 country,4 to eat6 the fruit7 thereof and the goodness8 thereof; but when ye entered,9 ye defiled10 my land,12 and made14 mine heritage13 an abomination.

1 וָאָבִ֤יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶתְכֶם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 הַכַּרְמֶ֔ל H3759 vruchtbare veld, groene aren, vruchtbaar veld full (green) ears (of corn), fruitful field (place), plentiful (field) 6 לֶאֱכֹ֥ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 7 פִּרְיָ֖הּ H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 8 וְטוּבָ֑הּ H2898 goed, goede, goedheid fair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with 9 וַתָּבֹ֨אוּ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 וַתְּטַמְּא֣וּ H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 אַרְצִ֔י H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 וְנַחֲלָתִ֥י H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 14 שַׂמְתֶּ֖ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 15 לְתוֹעֵבָֽה H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 De priestersH3548 zeidenH559 nietH3808: Waar is de HEEREH3068? en die de wetH8451 handeldenH8610, kendenH3045 Mij nietH3808; en de herdersH7462 overtradenH6586 tegen Mij; en de profetenH5030 profeteerdenH5012 door BaalH1168, en wandeldenH1980 naar dingen, die geenH3808 nutH3276 doen. De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen.

KJV The priests1 said3 not, Where is the LORD?5 and they that handle6 the law7 knew9 me not: the pastors10 also transgressed11 against me, and the prophets13 prophesied14 by Baal,15 and walked19 after16 things that do not profit.

1 הַכֹּהֲנִ֗ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 2 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 אָֽמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אַיֵּ֣ה H346 waar? where 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְתֹפְשֵׂ֤י H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 7 הַתּוֹרָה֙ H8451 wet, wetten, leer law 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יְדָע֔וּנִי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 10 וְהָרֹעִ֖ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 11 פָּ֣שְׁעוּ H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 12 בִ֑י 13 וְהַנְּבִיאִים֙ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 14 נִבְּא֣וּ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 15 בַבַּ֔עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 16 וְאַחֲרֵ֥י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 17 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 יוֹעִ֖לוּ H3276 nut, voordeel, baat [idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able) 19 הָלָֽכוּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 DaaromH3651 zal Ik nogH5750 met ulieden twistenH7378, spreektH5002 de HEEREH3068; ja, metH854 uw kindskinderenH1121 zal Ik twistenH7378. Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten.

KJV Wherefore I will yet plead3 with you, saith5 the LORD,6 and with your children's8 children9 will I plead.

1 לָכֵ֗ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 עֹ֛ד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 3 אָרִ֥יב H7378 twisten, twist, getwist adversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly 4 אִתְּכֶ֖ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 8 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 בְנֵיכֶ֖ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 אָרִֽיב H7378 twisten, twist, getwist adversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantH3588, gaat over in de eilandenH339 der ChitteersH3794, en ziet toe, en zendtH7971 naar KedarH6938, en merktH995 er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij? Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij?

KJV For pass over2 the isles3 of Chittim,4 and see;5 and send7 unto Kedar,6 and consider8 diligently,9 and see

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 עִבְר֞וּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 3 אִיֵּ֤י H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 4 כִתִּיִּים֙ H3794 Chittieten, Chittim, Chitteers Chittim, Kittim 5 וּרְא֔וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 וְקֵדָ֛ר H6938 Kedar, Kedars Kedar 7 שִׁלְח֥וּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 8 וְהִֽתְבּוֹנְנ֖וּ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 9 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 10 וּרְא֕וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 הֵ֥ן H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 12 הָיְתָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 כָּזֹֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Heeft ook een volk de godenH430 veranderd, hoewel dezelveH1992 geenH3808 godenH430 zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn EerH3519 veranderd in hetgeen geenH3808 nutH3276 doet. Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet.

Ook in dit vers volkH1471 volkH5971 veranderdH4171

KJV Hath a nation2 changed their gods,3 which are yet no gods?6 but my people7 have changed1 their glory9 for that which doth not profit.

1 הַהֵימִ֥יר H4171 verwisselen, veranderd, verwisselt [idiom] at all, (ex-) change, remove 2 גּוֹי֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 אֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 וְהֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 5 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 אֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 וְעַמִּ֛י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 הֵמִ֥יר H4171 verwisselen, veranderd, verwisselt [idiom] at all, (ex-) change, remove 9 כְּבוֹד֖וֹ H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 10 בְּל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 יוֹעִֽיל H3276 nut, voordeel, baat [idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 OntzetH8074 u hierover, gij hemelenH8064, en zijt verschriktH8175, wordt zeerH3966 woestH2717, spreektH5002 de HEEREH3068. Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE.

KJV Be astonished,1 O ye heavens,2 at this, and be horribly afraid,5 be ye very7 desolate,6 saith8 the LORD.

1 שֹׁ֥מּוּ H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 2 שָׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 זֹ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 5 וְשַׂעֲר֛וּ H8175 wegstormen, aanstormen, geschrikt be (horribly) afraid, fear, hurl as a storm, be tempestuous, come like (take away as with) a whirlwind 6 חָרְב֥וּ H2717 verwoest, woest, verdroogd decay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste 7 מְאֹ֖ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 8 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 9 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 WantH3588 Mijn volkH5971 heeft tweeH8147 booshedenH7451 begaan; Mij, den SpringaderH4726 des levendenH2416 watersH4325, hebben zij verlatenH5800, om zichzelven bakkenH877 uit te houwenH2672, gebrokenH7665 bakkenH877, dieH834 geenH3808 waterH4325 houdenH3557. Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.

KJV For my people5 have committed4 two2 evils;3 they have forsaken7 me the fountain8 of living10 waters,9 and hewed them out11 cisterns,13 broken15 cisterns,14 that can hold18 no water.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 שְׁתַּ֥יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 3 רָע֖וֹת H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 4 עָשָׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 עַמִּ֑י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 אֹתִ֨י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 עָזְב֜וּ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 8 מְק֣וֹר H4726 springader, fontein, Springader fountain, issue, spring, well(-spring) 9 מַ֣יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 חַיִּ֗ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 11 לַחְצֹ֤ב H2672 uitgehouwen, houwers, gehouwen cut, dig, divide, grave, hew (out, -er), made, mason 12 לָהֶם֙ 13 בֹּאר֔וֹת H877 bakken cistern 14 בֹּארֹת֙ H877 bakken cistern 15 נִשְׁבָּרִ֔ים H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 16 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 יָכִ֖לוּ H3557 onderhouden, verdragen, hield (be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals) 19 הַמָּֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Is dan Israel een knecht, of is hij een ingeborene des huizes? Waarom is hij dan ten roof geworden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Is dan IsraelH3478 een knechtH5650, ofH518 is hij een ingeboreneH3211 des huizesH1004? Waarom isH1961 hijH1931 dan ten roofH957 geworden? Is dan Israel een knecht, of is hij een ingeborene des huizes? Waarom is hij dan ten roof geworden?

KJV Is Israel2 a servant?1 is he a homeborn5 slave? why7 is he spoiled?

1 הַעֶ֨בֶד֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 2 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 4 יְלִ֥יד H3211 kinderen, ingeborene, ingeborenen (home-) born, child, son 5 בַּ֖יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 ה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 מַדּ֖וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 8 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 לָבַֽז H957 roof, plundering, buit booty, prey, spoil(-ed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zij hebben hun stem verheven; en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijn steden zijn verbrand, dat er niemand in woont.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 De jonge leeuwenH3715 hebben overH5921 hem gebruldH7580, zij hebben hun stemH6963 verhevenH5414; en zij hebben zijn landH776 gezetH7896 in verwoestingH8047; zijn stedenH5892 zijn verbrandH3341, dat er niemand in woontH3427. De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zij hebben hun stem verheven; en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijn steden zijn verbrand, dat er niemand in woont.

KJV The young lions3 roared2 upon him, and yelled,4 and they made6 his land7 waste:8 his cities9 are burned10 without inhabitant.

1 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יִשְׁאֲג֣וּ H7580 brullen, brullende, gebruld [idiom] mightily, roar 3 כְפִרִ֔ים H3715 jonge leeuwen, jonge leeuw, jongen leeuws (young) lion, village. Compare H3723 (כָּפָר) 4 נָתְנ֖וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 קוֹלָ֑ם H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 6 וַיָּשִׁ֤יתוּ H7896 zetten, zet, zette apply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take 7 אַרְצוֹ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 לְשַׁמָּ֔ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 9 עָרָ֥יו H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 נִצְּת֖וּ H3341 aansteken, aangestoken, verbrand burn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle 11 מִבְּלִ֥י H1097 iemand, alsof, onwetende corruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without 12 יֹשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes den schedel afgeweid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 OokH1571 hebben u de kinderenH1121 van NofH5297 en TachpanhesH8471 den schedelH6936 afgeweidH7462. Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes den schedel afgeweid.

KJV Also the children2 of Noph3 and Tahapanes4 have broken5 the crown of thy head.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 בְּנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 נֹ֖ף H5297 Nof Noph 4 וְתַחְפַּנְחֵ֑ס H8471 Tachpanhes Tahapanes, Tahpanhes, Tehaphnehes 5 יִרְע֖וּךְ H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 6 קָדְקֹֽד H6936 schedel, hoofdschedel crown (of the head), pate, scalp, top of the head
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Doet gij dit niet zelven, doordien gij den HEERE, uw God, verlaat, ten tijde als Hij u op den weg leidt?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 DoetH6213 gij ditH2063 nietH3808 zelven, doordien gij den HEEREH3068, uw GodH430, verlaatH5800, ten tijdeH6256 als Hij u op den wegH1870 leidtH3212? Doet gij dit niet zelven, doordien gij den HEERE, uw God, verlaat, ten tijde als Hij u op den weg leidt?

KJV Hast thou not procured3 this unto thyself, in that thou hast forsaken5 the LORD7 thy God,8 when9 he led10 thee by the way?

1 הֲלוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 זֹ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 תַּעֲשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 לָּ֑ךְ 5 עָזְבֵךְ֙ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֱלֹהַ֔יִךְ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 בְּעֵ֖ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 10 מוֹלִיכֵ֥ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 11 בַּדָּֽרֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En nu, wat hebt gij te doen met den weg van Egypte, om de wateren van Sihor te drinken? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier te drinken?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En nuH6258, wat hebt gij te doen met den wegH1870 van EgypteH4714, om de waterenH4325 van SihorH7883 te drinkenH8354? En watH4100 hebt gij te doen met den wegH1870 van AssurH804, om de waterenH4325 der rivierH5104 te drinkenH8354? En nu, wat hebt gij te doen met den weg van Egypte, om de wateren van Sihor te drinken? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier te drinken?

KJV And now what hast thou to do in the way4 of Egypt,5 to drink6 the waters7 of Sihor?8 or what hast thou to do in the way11 of Assyria,12 to drink13 the waters14 of the river?

1 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 לָּךְ֙ 4 לְדֶ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 6 לִשְׁתּ֖וֹת H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 7 מֵ֣י H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 8 שִׁח֑וֹר H7883 Sichor, Sihor Shihor, Sihor 9 וּמַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 10 לָּךְ֙ 11 לְדֶ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 12 אַשּׁ֔וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 13 לִשְׁתּ֖וֹת H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 14 מֵ֥י H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 15 נָהָֽר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Uw boosheidH7451 zal u kastijdenH3256, en uw afkeringenH4878 zullen u straffenH3198; weetH3045 dan en zietH7200, datH3588 het kwaadH7451 en bitterH4751 is, dat gij den HEEREH3068, uw GodH430, verlaatH5800, en Mijn vrezeH6345 nietH3808 bij u is, spreektH5002 de HeereH136, de HEEREH3069 der heirscharenH6635. Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.

KJV Thine own wickedness2 shall correct1 thee, and thy backslidings3 shall reprove4 thee: know5 therefore and see6 that it is an evil8 thing and bitter,9 that thou hast forsaken10 the LORD12 thy God,13 and that my fear15 is not in thee, saith17 the Lord18 GOD19 of hosts.

1 תְּיַסְּרֵ֣ךְ H3256 gekastijd, kastijden, getuchtigd bind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach 2 רָעָתֵ֗ךְ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 3 וּמְשֻֽׁבוֹתַ֨יִךְ֙ H4878 afgekeerde, afkering, afkeringen backsliding, turning away 4 תּוֹכִחֻ֔ךְ H3198 bestraft, bestraffen, straffen appoint, argue, chasten, convince, correct(-ion), daysman, dispute, judge, maintain, plead, reason (together), rebuke, reprove(-r), surely, in any wise 5 וּדְעִ֤י H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 6 וּרְאִי֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 רַ֣ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 9 וָמָ֔ר H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy 10 עָזְבֵ֖ךְ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֱלֹהָ֑יִךְ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 14 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 פַחְדָּתִי֙ H6345 vreze fear 16 אֵלַ֔יִךְ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 18 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 19 יְהוִ֖ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 20 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 AlsH3588 Ik van oudsH5769 uw jukH5923 verbrokenH7665, en uw bandenH4147 verscheurdH5423 had, zo zeidetH559 gij: Ik zal nietH3808 dienenH5674; maarH3588 opH5921 allenH3605 hogenH1364 heuvelH1389 en onderH8478 allenH3605 groenenH7488 boomH6086 looptH6808 gijH859 om, hoererendeH2181. Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende.

KJV For of old time2 I have broken3 thy yoke,4 and burst5 thy bands;6 and thou saidst,7 I will not transgress;9 when upon every high14 hill13 and under every green18 tree17 thou wanderest,20 playing the harlot.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מֵעוֹלָ֞ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 3 שָׁבַ֣רְתִּי H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 4 עֻלֵּ֗ךְ H5923 juk, juks, maaktet juk yoke 5 נִתַּ֨קְתִּי֙ H5423 afgetrokken, verscheurd, verscheuren break (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out 6 מוֹסְרֹתַ֔יִךְ H4147 banden, anden band, bond 7 וַתֹּאמְרִ֖י H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 אֶעֱב֑וֹר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 10 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 גִּבְעָ֞ה H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 14 גְּבֹהָ֗ה H1364 hogen, hoge, hoog haughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly 15 וְתַ֨חַת֙ H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 18 רַעֲנָ֔ן H7488 groenen, groen, groene green, flourishing 19 אַ֖תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 20 צֹעָ֥ה H6808 loopt, omzwevende gevangene, voorttrekt captive exile, travelling, (cause to) wander(-er) 21 זֹנָֽה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 IkH595 had u toch geplantH5193, een edelen wijnstokH1612, een geheelH3605 getrouwH571 zaadH2233; hoeH349 zijt gij Mij dan veranderdH2015 in verbasterde rankenH5494 van een vreemdenH5237 wijnstok? Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok?

Ook in dit vers edelen wijnstokH8321

KJV Yet I had planted2 thee a noble vine,3 wholly a right6 seed:5 how then art thou turned8 into the degenerate plant10 of a strange12 vine

1 וְאָֽנֹכִי֙ H595 ik, mij I, me, [idiom] which 2 נְטַעְתִּ֣יךְ H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 3 שֹׂרֵ֔ק H8321 edele wijnstokken, edelen wijnstok, edelsten wijnstok choice(-st, noble) wine. Compare H8291 (שָׂרוּק) 4 כֻּלֹּ֖ה H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 זֶ֣רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 6 אֱמֶ֑ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 7 וְאֵיךְ֙ H349 hoe how, what 8 נֶהְפַּ֣כְתְּ H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 9 לִ֔י 10 סוּרֵ֖י H5494 verbasterde ranken degenerate 11 הַגֶּ֥פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 12 נָכְרִיָּֽה H5237 vreemde, vreemd, onbekende alien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 WantH3588, al wiestH3526 gij u met salpeterH5427, en naamt u veelH7235 zeepH1287, zoH518 is toch uw ongerechtigheidH5771 voor Mijn aangezichtH6440 getekendH3799, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE.

KJV For though thou wash3 thee with nitre,4 and take thee much5 soap,7 yet thine iniquity9 is marked8 before10 me, saith11 the Lord12 GOD.

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 תְּכַבְּסִי֙ H3526 wassen, gewassen, vollers fuller, wash(-ing) 4 בַּנֶּ֔תֶר H5427 salpeter nitre 5 וְתַרְבִּי H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 6 לָ֖ךְ 7 בֹּרִ֑ית H1287 zeep sope 8 נִכְתָּ֤ם H3799 getekend mark 9 עֲוֺנֵךְ֙ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 10 לְפָנַ֔י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 12 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 13 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Hoe zegtH559 gij: Ik ben nietH3808 verontreinigdH2930, ik heb de BaalsH1168 nietH3808 nagewandeldH1980? ZieH7200 uw wegH1870 in het dalH1516, kenH3045, watH4100 gij gedaanH6213 hebt, gij lichte, snelleH7031 kemelinH1072, die haar wegenH1870 verdraaitH8308! Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait!

KJV How canst thou say,2 I am not polluted,4 I have not gone8 after5 Baalim?6 see9 thy way10 in the valley,11 know12 what thou hast done:14 thou art a swift16 dromedary15 traversing17 her ways;

1 אֵ֣יךְ H349 hoe how, what 2 תֹּאמְרִ֞י H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 נִטְמֵ֗אתִי H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 5 אַחֲרֵ֤י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 6 הַבְּעָלִים֙ H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 הָלַ֔כְתִּי H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 9 רְאִ֤י H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 10 דַרְכֵּךְ֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 11 בַּגַּ֔יְא H1516 dal, dalen, vallei valley 12 דְּעִ֖י H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 מֶ֣ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 14 עָשִׂ֑ית H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 בִּכְרָ֥ה H1072 kemelin dromedary 16 קַלָּ֖ה H7031 snelle, licht, lichtelijk light, swift(-ly) 17 מְשָׂרֶ֥כֶת H8308 verdraait traverse 18 דְּרָכֶֽיהָ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Zij is een woudezelinH6501, gewendH3928 in de woestijnH4057, naar den lustH185 harer zielH5315 scheptH7602 zij den windH7307, wieH4310 zou haar ontmoetingH8385 afkerenH7725? AllenH3605, die haar zoekenH1245, zullen nietH3808 moedeH3286 worden, in haar maandH2320 zullen zij haar vindenH4672. Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden.

KJV A wild ass1 used2 to the wilderness,3 that snuffeth up6 the wind7 at her pleasure;4 in her occasion8 who can turn her away?10 all they that seek12 her will not weary14 themselves; in her month15 they shall find

1 פֶּ֣רֶה H6501 woudezel, woudezels, woudezelen wild (ass) 2 לִמֻּ֣ד H3928 geleerd, geleerden, gewend accustomed, disciple, learned, taught, used 3 מִדְבָּ֗ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 4 בְּאַוַּ֤ת H185 lust, begeerte desire, lust after, pleasure 5 נַפְשָׁהּ֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 6 שָׁאֲפָ֣ה H7602 slokken, hijgt, Haak desire (earnestly), devour, haste, pant, snuff up, swallow up 7 ר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 8 תַּאֲנָתָ֖הּ H8385 gelegenheid, ontmoeting occasion 9 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 10 יְשִׁיבֶ֑נָּה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 מְבַקְשֶׁ֨יהָ֙ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 13 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יִיעָ֔פוּ H3286 mat, moede, amechtig faint, cause to fly, (be) weary (self) 15 בְּחָדְשָׁ֖הּ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 16 יִמְצָאֽוּנְהָ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 BedwingH4513 uw voetH7272 van ontschoeiingH3182, en uw keelH1627 van dorstH6773; maar gij zegtH559: Het is buiten hoopH2976; neenH157, wantH3588 ik heb de vreemdenH2114 liefH157, en die zal ik nawandelenH3212! Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen!

KJV Withhold1 thy foot2 from being unshod,3 and thy throat4 from thirst:5 but thou saidst,6 There is no hope:7 no; for I have loved10 strangers,11 and after12 them will I go.

1 מִנְעִ֤י H4513 geweerd, onthouden, Bedwing deny, keep (back), refrain, restrain, withhold 2 רַגְלֵךְ֙ H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 3 מִיָּחֵ֔ף H3182 barrevoets, ontschoeiing barefoot, being unshod 4 וּגְרוֹנֵ֖ךְ H1627 keel, hals [idiom] aloud, mouth, neck, throat 5 מִצִּמְאָ֑ה H6773 dorst thirst 6 וַתֹּאמְרִ֣י H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 נוֹאָ֔שׁ H2976 buiten hoop, hoop verlieze, mismoedigen (cause to) despair, one that is desperate, be no hope 8 ל֕וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אָהַ֥בְתִּי H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 11 זָרִ֖ים H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 12 וְאַחֲרֵיהֶ֥ם H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 13 אֵלֵֽךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israels beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Gelijk een diefH1590 beschaamd wordt, wanneer hij gevondenH4672 wordt, alzoH3651 zijn die van het huisH1004 IsraelsH3478 beschaamd; zij, hun koningenH4428, hun vorstenH8269, en hun priestersH3548, en hun profetenH5030; Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israels beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten;

Ook in dit vers beschaamdH1322

KJV As the thief2 is ashamed1 when he is found,4 so is the house7 of Israel8 ashamed; they, their kings,10 their princes,11 and their priests,12 and their prophets,

1 כְּבֹ֤שֶׁת H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing) 2 גַּנָּב֙ H1590 dief, dieven thief 3 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 יִמָּצֵ֔א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 5 כֵּ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 6 הֹבִ֖ישׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 7 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 הֵ֤מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 10 מַלְכֵיהֶם֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 שָֽׂרֵיהֶ֔ם H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 12 וְכֹהֲנֵיהֶ֖ם H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 13 וּנְבִיאֵיהֶֽם H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Die tot een houtH6086 zeggenH559: Gij zijt mijn vaderH1; en tot een steenH68: GijH859 hebt mij gegenereerdH3205; wantH3588 zij kerenH6437 Mij den nekH6203 toe, en nietH3808 het aangezichtH6440; maar ten tijdeH6256 huns kwaadsH7451 zeggenH559 zij: StaH6965 op en verlosH3467 ons. Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons.

KJV Saying1 to a stock,2 Thou art my father;3 and to a stone,5 Thou hast brought me forth:7 for they have turned9 their back11 unto me, and not their face:13 but in the time14 of their trouble15 they will say,16 Arise,17 and save

1 אֹמְרִ֨ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לָעֵ֜ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 3 אָ֣בִי H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 אַ֗תָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 5 וְלָאֶ֨בֶן֙ H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 6 אַ֣תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 יְלִדְתָּ֔נוּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 פָנ֥וּ H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 10 אֵלַ֛י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 עֹ֖רֶף H6203 nek, hardnekkig, nek toekeren back ((stiff-) neck((-ed) 12 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 פָנִ֑ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 וּבְעֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 15 רָֽעָתָם֙ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 16 יֹֽאמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 ק֖וּמָה H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 18 וְהוֹשִׁיעֵֽנוּ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Waar zijn dan uw goden, die gij u gemaakt hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen; want naar het getal uwer steden zijn uw goden, o Juda!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Waar zijn dan uw godenH430, dieH834 gij u gemaaktH6213 hebt? Laat ze opstaanH6965, ofH518 zij u ten tijdeH6256 uws kwaadsH7451 zullen verlossenH3467; wantH3588 naar het getalH4557 uwer stedenH5892 zijnH1961 uw godenH430, o JudaH3063! Waar zijn dan uw goden, die gij u gemaakt hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen; want naar het getal uwer steden zijn uw goden, o Juda!

KJV But where are thy gods2 that thou hast made4 thee? let them arise,6 if they can save8 thee in the time9 of thy trouble:10 for according to the number12 of thy cities13 are thy gods,15 O Judah.

1 וְאַיֵּ֤ה H346 waar? where 2 אֱלֹהֶ֨יךָ֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 עָשִׂ֣יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 לָּ֔ךְ 6 יָק֕וּמוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 יוֹשִׁיע֖וּךָ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 9 בְּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 10 רָעָתֶ֑ךָ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 11 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 מִסְפַּ֣ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 13 עָרֶ֔יךָ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 14 הָי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 אֱלֹהֶ֖יךָ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Waarom twist gij tegen Mij? Gij hebt allen tegen Mij overtreden, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 WaaromH4100 twistH7378 gij tegenH413 Mij? Gij hebt allenH3605 tegen Mij overtredenH6586, spreektH5002 de HEEREH3068. Waarom twist gij tegen Mij? Gij hebt allen tegen Mij overtreden, spreekt de HEERE.

KJV Wherefore will ye plead2 with me? ye all have transgressed5 against me, saith7 the LORD.

1 לָ֥מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 תָרִ֖יבוּ H7378 twisten, twist, getwist adversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly 3 אֵלָ֑י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 כֻּלְּכֶ֛ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 פְּשַׁעְתֶּ֥ם H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 6 בִּ֖י 7 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 8 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Tevergeefs heb Ik uw kinderen geslagen; zij hebben de tucht niet aangenomen; ulieder zwaard heeft uw profeten verteerd, als een verdorven leeuw.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 TevergeefsH7723 heb Ik uw kinderenH1121 geslagenH5221; zij hebben de tuchtH4148 nietH3808 aangenomenH3947; ulieder zwaardH2719 heeft uw profetenH5030 verteerdH398, als een verdorvenH7843 leeuwH738. Tevergeefs heb Ik uw kinderen geslagen; zij hebben de tucht niet aangenomen; ulieder zwaard heeft uw profeten verteerd, als een verdorven leeuw.

KJV In vain1 have I smitten2 your children;4 they received7 no correction:5 your own sword9 hath devoured8 your prophets,10 like a destroying12 lion.

1 לַשָּׁוְא֙ H7723 ijdelheid, ijdellijk, vergeefs false(-ly), lie, lying, vain, vanity 2 הִכֵּ֣יתִי H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בְּנֵיכֶ֔ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 מוּסָ֖ר H4148 tucht, kastijding, onderwijs bond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 לָקָ֑חוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 אָכְלָ֧ה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 9 חַרְבְּכֶ֛ם H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 10 נְבִֽיאֵיכֶ֖ם H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 11 כְּאַרְיֵ֥ה H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 12 מַשְׁחִֽית H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israel een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 O geslachtH1755, aanmerktH7200 toch gijliedenH859 des HEERENH3068 woordH1697! Ben Ik IsraelH3478 een woestijnH4057 geweestH1961, ofH518 een landH776 der uiterste donkerheidH3991? Waarom zegtH559 dan Mijn volkH5971: Wij zijn herenH7300, wij zullen nietH3808 meerH5750 totH413 U komenH935? O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israel een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?

KJV O generation,1 see3 ye the word4 of the LORD.5 Have I been a wilderness6 unto Israel?8 a land10 of darkness?11 wherefore say13 my people,14 We are lords;15 we will come

1 הַדּ֗וֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 2 אַתֶּם֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 3 רְא֣וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 הֲמִדְבָּ֤ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 7 הָיִ֨יתִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 לְיִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 אִ֛ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 10 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 מַאְפֵּ֖לְיָ֑ה H3991 uiterste donkerheid darkness 12 מַדּ֜וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 13 אָמְר֤וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 עַמִּי֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 15 רַ֔דְנוּ H7300 heersen, heerste, heren have the dominion, be lord, mourn, rule 16 לֽוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 נָב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 18 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 19 אֵלֶֽיךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen? Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 VergeetH7911 ook een jonkvrouwH1330 haar versierselH5716, of een bruidH3618 haar bindselenH7196? Nochtans heeft Mijn volkH5971 Mij vergetenH7911, dagenH3117 zonderH369 getalH4557. Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen? Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.

KJV Can a maid2 forget1 her ornaments,3 or a bride4 her attire?5 yet my people6 have forgotten7 me days8 without number.

1 הֲתִשְׁכַּ֤ח H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 2 בְּתוּלָה֙ H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 3 עֶדְיָ֔הּ H5716 sieraad, versiersel, mond [idiom] excellent, mouth, ornament 4 כַּלָּ֖ה H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 5 קִשֻּׁרֶ֑יהָ H7196 bindselen attire, headband 6 וְעַמִּ֣י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 שְׁכֵח֔וּנִי H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 8 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 מִסְפָּֽר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Wat maakt gij uw weg goed, daar gij boelering zoekt? Waarom gij ook de booste hoeren uw wegen geleerd hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 WatH4100 maaktH3190 gij uw wegH1870 goedH3190, daar gij boeleringH160 zoektH1245? Waarom gij ookH1571 de boosteH7451 hoeren uw wegenH1870 geleerdH3925 hebt. Wat maakt gij uw weg goed, daar gij boelering zoekt? Waarom gij ook de booste hoeren uw wegen geleerd hebt.

KJV Why trimmest2 thou thy way3 to seek4 love?5 therefore hast thou also taught10 the wicked ones9 thy ways.

1 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 תֵּיטִ֥בִי H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 3 דַּרְכֵּ֖ךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 לְבַקֵּ֣שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 5 אַהֲבָ֑ה H160 liefde, liefhad, bemint love 6 לָכֵן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 7 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הָרָע֔וֹת H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 10 לִמַּ֖דְתְּ H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 דְּרָכָֽיִךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Ja, het bloed van de zielen der onschuldige nooddruftigen is in uw zomen gevonden; Ik heb dat niet met opgraven gevonden, maar aan alle die.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 JaH1571, het bloedH1818 van de zielenH5315 der onschuldigeH5355 nooddruftigenH34 is in uw zomenH3671 gevondenH4672; Ik heb dat nietH3808 met opgravenH4290 gevondenH4672, maarH3588 aanH5921 alleH3605 dieH428. Ja, het bloed van de zielen der onschuldige nooddruftigen is in uw zomen gevonden; Ik heb dat niet met opgraven gevonden, maar aan alle die.

KJV Also in thy skirts2 is found3 the blood4 of the souls5 of the poor6 innocents:7 I have not found10 it by secret search,

1 גַּ֤ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 בִּכְנָפַ֨יִךְ֙ H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 3 נִמְצְא֔וּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 4 דַּ֛ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 5 נַפְשׁ֥וֹת H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 6 אֶבְיוֹנִ֖ים H34 nooddruftige, nooddruftigen, armen beggar, needy, poor (man) 7 נְקִיִּ֑ים H5355 onschuldig, onschuldige, onschuldigen blameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit 8 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 בַמַּחְתֶּ֥רֶת H4290 doorgraven, opgraven breaking up, secret search 10 מְצָאתִ֖ים H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 אֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Nog zegt gij: Zeker, ik ben onschuldig; Zijn toorn is immers van mij afgekeerd. Ziet, Ik zal met u rechten, omdat gij zegt: Ik heb niet gezondigd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Nog zegtH559 gij: Zeker, ik ben onschuldigH5352; Zijn toornH639 is immers vanH4480 mij afgekeerdH7725. ZietH2005, Ik zal met u rechtenH8199, omdatH3588 gij zegtH559: Ik heb nietH3808 gezondigdH2398. Nog zegt gij: Zeker, ik ben onschuldig; Zijn toorn is immers van mij afgekeerd. Ziet, Ik zal met u rechten, omdat gij zegt: Ik heb niet gezondigd.

KJV Yet thou sayest,1 Because I am innocent,3 surely his anger6 shall turn5 from me. Behold, I will plead9 with thee, because thou sayest,12 I have not sinned.

1 וַתֹּֽאמְרִי֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 נִקֵּ֔יתִי H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 4 אַ֛ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 5 שָׁ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 אַפּ֖וֹ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 7 מִמֶּ֑נִּי H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הִנְנִי֙ H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 9 נִשְׁפָּ֣ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 10 אוֹתָ֔ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 אָמְרֵ֖ךְ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 חָטָֽאתִי H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Wat reist gij veel uit, veranderende uw weg? Gij zult ook van Egypte beschaamd worden, gelijk als gij van Assur beschaamd zijt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Wat reistH235 gij veelH3966 uit, veranderendeH8138 uw wegH1870? Gij zult ookH1571 van EgypteH4714 beschaamdH954 worden, gelijk als gij van AssurH804 beschaamdH954 zijt. Wat reist gij veel uit, veranderende uw weg? Gij zult ook van Egypte beschaamd worden, gelijk als gij van Assur beschaamd zijt.

KJV Why gaddest thou about2 so much3 to change4 thy way?6 thou also shalt be ashamed9 of Egypt,8 as thou wast ashamed11 of Assyria.

1 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 תֵּזְלִ֥י H235 weggegaan, omreizer, reist fail, gad about, go to and fro (but in Ezekiel 27:19 the word is rendered by many 'from Uzal,' by others 'yarn'), be gone (spent) 3 מְאֹ֖ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 4 לְשַׁנּ֣וֹת H8138 tweeden, veranderd, veranderde do (speak, strike) again, alter, double, (be given to) change, disguise, (be) diverse, pervert, prefer, repeat, return, do the second time 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 דַּרְכֵּ֑ךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 7 גַּ֤ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 מִמִּצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 9 תֵּב֔וֹשִׁי H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 10 כַּאֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 בֹּ֖שְׁתְּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 12 מֵאַשּֽׁוּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Gij zult ook van hier uitgaan met uw handen op uw hoofd; want de HEERE heeft al uw vertrouwen verworpen, zodat gij daarmede niet zult gedijen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Gij zult ookH1571 van hierH2088 uitgaanH3318 met uw handenH3027 opH5921 uw hoofdH7218; wantH3588 de HEEREH3068 heeft al uw vertrouwenH4009 verworpenH3988, zodat gij daarmede nietH3808 zult gedijenH6743. Gij zult ook van hier uitgaan met uw handen op uw hoofd; want de HEERE heeft al uw vertrouwen verworpen, zodat gij daarmede niet zult gedijen.

KJV Yea, thou shalt go forth4 from him, and thine hands5 upon thine head:7 for the LORD10 hath rejected9 thy confidences,11 and thou shalt not prosper

1 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 מֵאֵ֥ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 3 זֶה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 4 תֵּֽצְאִ֔י H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 וְיָדַ֖יִךְ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 רֹאשֵׁ֑ךְ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 8 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 מָאַ֤ס H3988 verworpen, verwerpen, versmaad abhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person 10 יְהֹוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 בְּמִבְטַחַ֔יִךְ H4009 vertrouwen, Vertrouwen, vertrouwens confidence, hope, sure, trust 12 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 תַצְלִ֖יחִי H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously) 14 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 2:1 Jeremia 23:28 2 Petrus 1:21 Jeremia 1:11 Jeremia 7:1 Hebreeën 1:1 Ezechiël 7:1
Jeremia 2:2 Ezechiël 16:8 Deuteronomium 2:7 Ezechiël 16:60 Jeremia 11:6 Jeremia 7:2 Jeremia 2:6 Exodus 24:3 Hosea 2:15
Jeremia 2:3 Jakobus 1:18 Exodus 19:5 Jesaja 41:11 Deuteronomium 7:6 Openbaring 14:4 Jeremia 50:7 Jeremia 12:14 Deuteronomium 14:2
Jeremia 2:4 Jesaja 51:1 Jeremia 31:1 Jeremia 19:3 Jeremia 7:2 Jeremia 5:21 Jeremia 44:24 Jeremia 33:24 Hosea 4:1
Jeremia 2:5 2 Koningen 17:15 Romeinen 1:21 Jesaja 5:3 Psalmen 115:8 Jesaja 44:9 1 Samuël 12:21 Jona 2:8 Jeremia 10:14
Jeremia 2:6 Deuteronomium 32:10 Hosea 13:4 Deuteronomium 8:14 Jesaja 63:11 Hosea 12:13 Jeremia 5:2 Exodus 14:1 Psalmen 23:4
Jeremia 2:7 Deuteronomium 8:7 Jeremia 16:18 Numeri 13:27 Psalmen 106:38 Nehemia 9:25 Jeremia 3:1 Deuteronomium 6:10 Leviticus 18:24
Jeremia 2:8 Habakuk 2:18 Jeremia 10:21 Jeremia 5:31 Johannes 16:3 2 Korinthe 4:2 Romeinen 2:17 Jeremia 12:10 Jesaja 28:7
Jeremia 2:9 Ezechiël 20:35 Jeremia 2:35 Exodus 20:5 Micha 6:2 Leviticus 20:5 Jesaja 3:13 Jeremia 2:29 Jesaja 43:26
Jeremia 2:10 Psalmen 120:5 1 Kronieken 23:1 Numeri 24:24 Daniël 11:30 1 Korinthe 5:1 Ezechiël 27:6 Jesaja 21:16 1 Kronieken 1:7
Jeremia 2:11 Jeremia 16:20 Jesaja 37:19 Romeinen 1:23 Psalmen 106:20 Micha 4:5 Deuteronomium 33:29 Psalmen 115:4 Jeremia 2:8
Jeremia 2:12 Jesaja 1:2 Jeremia 6:19 Micha 6:2 Mattheüs 27:50 Jeremia 22:29 Deuteronomium 32:1 Mattheüs 27:45
Jeremia 2:13 Johannes 4:14 Psalmen 36:9 Jeremia 17:13 Jesaja 55:2 Openbaring 22:1 Johannes 7:37 Openbaring 22:17 Openbaring 21:6
Jeremia 2:14 Exodus 4:22 Jesaja 50:1 Prediker 2:7 Genesis 15:3
Jeremia 2:15 Jeremia 4:7 Jeremia 50:17 Jeremia 9:11 Jesaja 5:29 Jesaja 1:7 Jesaja 24:1 Sefanja 1:18 Job 4:10
Jeremia 2:16 Jeremia 46:14 Jeremia 43:7 Jeremia 44:1 Jesaja 19:13 Deuteronomium 33:20 Ezechiël 30:16 Ezechiël 30:13 Jesaja 31:1
Jeremia 2:17 Jeremia 4:18 Deuteronomium 28:15 Leviticus 26:15 Jeremia 2:13 Hosea 13:9 Jesaja 1:4 1 Kronieken 28:9 Deuteronomium 32:10
Jeremia 2:18 Jozua 13:3 Jesaja 31:1 Jeremia 2:36 Hosea 7:11 Jesaja 30:1 Ezechiël 17:15 2 Koningen 16:7 Hosea 5:13
Jeremia 2:19 Hosea 5:5 Jesaja 3:9 Psalmen 36:1 Jeremia 4:18 Amos 8:10 Hosea 11:7 Jeremia 5:6 Jeremia 2:17
Jeremia 2:20 Deuteronomium 12:2 Leviticus 26:13 Jeremia 30:8 Jeremia 17:2 Hosea 3:3 Jesaja 1:21 Jozua 24:24 Deuteronomium 26:17
Jeremia 2:21 Jesaja 5:4 Exodus 15:17 Psalmen 80:8 Psalmen 44:2 Deuteronomium 32:32 Jesaja 5:1 Klaagliederen 4:1 Jozua 24:31
Jeremia 2:22 Jeremia 17:1 Hosea 13:12 Job 14:17 Jeremia 16:17 Job 9:30 Psalmen 90:8 Deuteronomium 32:34 Psalmen 130:3
Jeremia 2:23 Jeremia 7:31 Spreuken 30:12 Psalmen 50:21 Esther 8:16 Spreuken 30:20 Jeremia 2:33 Jesaja 57:5 Ezechiël 23:1
Jeremia 2:24 Jeremia 14:6 Jeremia 2:27 Hosea 5:15 Job 39:5 Job 11:12
Jeremia 2:25 Deuteronomium 32:16 Jeremia 3:13 Romeinen 8:24 Jeremia 18:12 Romeinen 2:4 Jesaja 57:10 Hosea 2:3 Jesaja 20:2
Jeremia 2:26 Jeremia 32:32 Nehemia 9:32 Ezra 9:7 Romeinen 6:21 Daniël 9:6 Jeremia 48:27 Jeremia 2:36 Jesaja 1:29
Jeremia 2:27 Jesaja 26:16 Psalmen 115:4 Jeremia 32:33 Jeremia 10:8 Hosea 5:15 Hosea 7:14 Jeremia 18:17 Jeremia 2:24
Jeremia 2:28 Jeremia 11:13 Deuteronomium 32:37 Jesaja 45:20 Richteren 10:14 Jesaja 46:7 2 Koningen 17:30 2 Koningen 3:13 Jesaja 46:2
Jeremia 2:29 Jeremia 5:1 Daniël 9:11 Jeremia 6:13 Jeremia 9:2 Jeremia 2:23 Jeremia 3:2 Jeremia 2:35 Romeinen 3:19
Jeremia 2:30 Nehemia 9:26 Handelingen 7:52 1 Thessalonicenzen 2:15 Jesaja 1:5 Jeremia 5:3 Jeremia 26:20 Jesaja 9:13 Jeremia 7:28
Jeremia 2:31 Deuteronomium 32:15 Jesaja 45:19 1 Korinthe 4:8 Amos 1:1 Nehemia 9:21 Psalmen 10:4 Deuteronomium 8:12 2 Samuël 12:7
Jeremia 2:32 Jeremia 3:21 Psalmen 106:21 Jesaja 17:10 Jeremia 2:11 Psalmen 9:17 Jeremia 13:25 Jesaja 61:10 Hosea 8:14
Jeremia 2:33 Jeremia 2:36 Jeremia 3:1 Hosea 2:13 Hosea 2:5 Ezechiël 16:47 Ezechiël 16:27 Jeremia 2:23 Ezechiël 16:51
Jeremia 2:34 2 Koningen 21:16 Jeremia 19:4 2 Koningen 24:4 Exodus 22:2 Psalmen 106:37 Jeremia 7:31 Ezechiël 20:31 Jesaja 59:7
Jeremia 2:35 Spreuken 28:13 Jesaja 58:3 Jeremia 2:29 Jeremia 2:23 Romeinen 7:9 Job 33:9 Jeremia 25:31 1 Johannes 1:8
Jeremia 2:36 Jeremia 31:22 Hosea 5:13 Jeremia 2:23 Hosea 12:1 2 Kronieken 28:20 2 Kronieken 28:16 Jesaja 30:1 Klaagliederen 4:17
Jeremia 2:37 2 Samuël 13:19 Jeremia 37:7 Ezechiël 17:15 Jeremia 17:5 2 Kronieken 13:12 Jeremia 2:36 Numeri 14:41 Jeremia 32:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 2 vers 2

Jeruzalem Dat is, van de inwoners van Jeruzalem, gelijk Jer. 1:3 , enz.

Hertaald: Jeruzalem Dat is: van de inwoners van Jeruzalem, zoals in Jer. 1:3, enzovoort.

Ik gedenk Hebr. Ik gedenk u, enz.; zie Ps. 79:8 .

Hertaald: Ik gedenk Hebreeuws: Ik gedenk u, enzovoort; zie Ps. 79:8.

uwer jeugd Dat is, der weldadigheid, of goedertierenheid, die Ik u bewezen heb in uwe jeugd: alzo, der liefde van uwe ondertrouw; dat is, die Ik u bewezen heb als Ik u trouwde, dat is, als Ik u eerst tot mijn volk aannam in Egypte, en daarna mijn verbond met u maakte aan Horeb; verg. Ezech. 16:8 , Ezech. 16:22 , en zie, aangaande de manier van spreken, Ps. 59:11 , en Ps. 106:4 ; Jes. 26:11 ; idem onder Jer. 51:35 ; Joël 3:19 ; Ob. 1:10 ; Jona 2:8 , met de aantekening aldaar, enz.

Hertaald: uwer jeugd Dat is: van de weldadigheid of goedertierenheid die Ik u in uw jeugd bewezen heb. Zo ook: van de liefde van uw ondertrouw, dat is: die Ik u bewezen heb toen Ik u trouwde, dat is: toen Ik u in Egypte voor het eerst tot Mijn volk aannam en daarna Mijn verbond met u sloot bij Horeb; vergelijk Ezech. 16:8 en Ezech. 16:22. Over deze manier van spreken, zie Ps. 59:11 en Ps. 106:4, Jes. 26:11, en ook hieronder Jer. 51:35, Joël 3:19, Obadja 1:10 en Jona 2:8 met de aantekening daarbij, enzovoort.

onbezaaid Verg. onder vs.6.

Hertaald: onbezaaid Vergelijk hieronder vers 6.

Jeremia 2 vers 3

heiligheid Van Hem tot Zijn volk geheiligd en van alle andere volken afgezonderd; gelijk de eerstelingen der vruchten Hem geheiligd waren. Zie Ex. 19:4-6 .

Hertaald: heiligheid Door Hem tot Zijn volk geheiligd en van alle andere volken afgezonderd, zoals de eerstelingen van de vruchten Hem geheiligd waren. Zie Ex. 19:4-6.

opaten Dat is, zochten op te eten, dat is, te verderven, die Hem leed deden; verg. Neh. 6:9 ; Ps. 14:4 , en Ps. 79:7 .

Hertaald: opaten Dat is: hem probeerden op te eten, dat is: te verderven, en hem leed deden; vergelijk Neh. 6:9, Ps. 14:4 en Ps. 79:7.

voor schuldig En als zodanigen gestraft; gelijk de volgende woorden verklaren.

Hertaald: voor schuldig En als zodanig gestraft, zoals de volgende woorden verklaren.

kwaad Te weten, der straf; dat is ellende verderf; gelijk gebleken is aan de Egyptenaars, Amelekieten, de koningen Sihon en Og, Midianieten en Kanaänieten.

Hertaald: kwaad Namelijk: van de straf, dat is: ellende en verderf, zoals gebleken is aan de Egyptenaren, de Amalekieten, de koningen Sihon en Og, de Midianieten en de Kanaänieten.

Jeremia 2 vers 5

ijdelheid Dat is, de afgoden, die niets dan ijdelheid zijn, en afgodendienaars in hunne gedachten verijdelen en in hunne hoop bedriegen; verg. 2 Kon. 17:15 ; Ps. 62:11 , en onder vs.8, 11.

Hertaald: ijdelheid Dat is: de afgoden, die niets dan ijdelheid zijn en die de afgodendienaars in hun gedachten verijdelen en in hun hoop bedriegen; vergelijk 2 Kon. 17:15 en Ps. 62:11, en hieronder vers 8 en 11.

Jeremia 2 vers 6

zeiden niet Te weten, bij zichzelven, dat is, dachten niet, alzo vs.8.

Hertaald: zeiden niet Namelijk: bij zichzelf, dat is: dachten niet; zo ook in vers 8.

wildernissen Hebr. der wildernis en des kuils, of der groeve; dat is woest en kuilachtig, dat is onslecht, oneffen, ongebaand; sommigen verstaan door den kuil het graf; dat is, zulk een land, waarin, vermits gebrek van alles vs.2, voor de doortrekkenden niet dan de dood en het graf te verwachten was, tenware God het wonderlijk voorzien had.

Hertaald: wildernissen Hebreeuws: van de wildernis en van de kuil of de groeve — dat is: woest en vol kuilen, dus niet effen, oneffen, ongebaand. Sommigen verstaan onder de kuil het graf, dat is: een land waarin, bij gebrek aan alles (vers 2), voor de doortrekkenden niets dan de dood en het graf te verwachten was, als God er niet op wonderlijke wijze in voorzien had.

schaduw des doods, Zie Ps. 23:4 .

Hertaald: schaduw des doods, Zie Ps. 23:4.

Jeremia 2 vers 7

Ik bracht Dit zijn weder Gods woorden.

Hertaald: Ik bracht Dit zijn weer de woorden van God.

vruchtbaar Hebr. Karmel. Zie 2 Kon. 19:23 ; alzo onder Jer. 4:26 , en Jer. 48:32 , enz., versta Kanaän.

Hertaald: vruchtbaar Hebreeuws: Karmel. Zie 2 Kon. 19:23; zo ook hieronder Jer. 4:26 en Jer. 48:32, enzovoort. Versta: Kanaän.

erfenis Zie Ps. 86:10 .

Hertaald: erfenis Zie Ps. 86:10.

gruwel Bedrijvende daarin allerlei gruwelijke afgoderij, gelijk volgt.

Hertaald: gruwel Terwijl zij daarin allerlei gruwelijke afgoderij bedreven, zoals volgt.

Jeremia 2 vers 8

die de wet Als priesters, Levieten, schriftgeleerden, die de wet Gods, of de Heilige Schrift, het volk zouden leren en verklaren; zie Mal. 2:6-7 ; Ezra 7:6 ; Neh. 8:1 , Neh. 8:3 , Neh. 8:7-8 , enz.

Hertaald: die de wet Zoals priesters, Levieten en schriftgeleerden, die het volk de wet van God of de Heilige Schrift zouden onderwijzen en verklaren; zie Mal. 2:6-7, Ezra 7:6 en Neh. 8:1, Neh. 8:3 en Neh. 8:7-8, enzovoort.

kenden Anders: vielen van mij af. Zie 1 Kon. 8:50 , en 1 Kon. 12:19 .

Hertaald: kenden Anders: vielen van Mij af. Zie 1 Kon. 8:50 en 1 Kon. 12:19.

door Baäl, Dat is, in Baäls naam. Zie Richt. 2:11 .

Hertaald: door Baäl, Dat is: in de naam van Baäl. Zie Richt. 2:11.

geen nut doen Dat is, de afgoden en menselijke inzettingen, alzo vs.11, die boven vs.5

Hertaald: geen nut doen Dat is: de afgoden en de menselijke inzettingen; zo ook in vers 11, en zoals hierboven in vers 5.

Jeremia 2 vers 10

Chitteërs, Zie Gen. 10:4 , en Num. 24:24 .

Hertaald: Chitteërs, Zie Gen. 10:4 en Num. 24:24.

Kedar, Zie Gen. 25:13 , onder Jer. 49:28 ; Ps. 120:5-6 ; Hoogl. 1:5 . Men houdt het voor landstreken in woest en steenachtige Arabië; verg Ezech. 27:21 .

Hertaald: Kedar, Zie Gen. 25:13, hieronder Jer. 49:28, Ps. 120:5-6 en Hoogl. 1:5. Men houdt het voor landstreken in het woeste en steenachtige Arabië; vergelijk Ezech. 27:21.

wel op; Hebr. zeer.

Hertaald: wel op; Hebreeuws: zeer.

Jeremia 2 vers 11

Eer Dat is, den waren God en godsdienst, in afgoden en afgoderij; zie Ps. 106:20 , met de aantekening.

Hertaald: Eer Dat is: de ware God en de ware godsdienst, voor afgoden en afgoderij; zie Ps. 106:20 met de aantekening.

Jeremia 2 vers 12

hemelen, Zie Deut. 4:26 .

Hertaald: hemelen, Zie Deut. 4:26.

zijt verschrikt, Eigenlijk: Laat de haren oprijzen, of zijt bewogen.

Hertaald: zijt verschrikt, Eigenlijk: laat de haren te berge rijzen, of: wees bewogen.

wordt zeer woest, Door intrekking of verlies van het hemelse licht.

Hertaald: wordt zeer woest, Doordat het hemelse licht ingetrokken of verloren wordt.

Jeremia 2 vers 13

Springader Den auteur en oorsprong der ware gelukzaligheid, aller zalige en bestendige hulp, van den heilzamen troost en van het eeuwige leven; vergelijk Joh. 4:14 , enz.

Hertaald: Springader De Bewerker en Oorsprong van het ware geluk, van alle zalige en bestendige hulp, van de heilzame troost en van het eeuwige leven; vergelijk Joh. 4:14, enzovoort.

levenden Zie Gen. 26:19 , en dergelijk Ps. 36:10 .

Hertaald: levenden Zie Gen. 26:19, en iets dergelijks in Ps. 36:10.

bakken Of, cisternen; vergelijk boven vs.8.

Hertaald: bakken Of: cisternen; vergelijk hierboven vers 8.

Jeremia 2 vers 14

knecht, Dat hij aldus van vijanden gehandeld wordt, alsof hij een knecht en slaaf ware.

Hertaald: knecht, Dat hij door zijn vijanden zo behandeld wordt alsof hij een knecht en slaaf was.

ingeborene Dat is, slaaf, knecht, die ook een zoon des huizes genoemd wordt. Zie Gen. 15:3 , en Gen. 17:13 .

Hertaald: ingeborene Dat is: slaaf, knecht, die ook een zoon van het huis genoemd wordt. Zie Gen. 15:3 en Gen. 17:13.

is hij dan God spreekt van de nakende straffen alsof zij bereids zijn volk waren overkomen, vanwege de ongetwijfelde zekerheid van dien. Alzo in het volgende, en elders dikwijls.

Hertaald: is hij dan God spreekt over de aanstaande straffen alsof zij Zijn volk al overkomen waren, vanwege de onbetwijfelbare zekerheid daarvan. Zo ook in het vervolg, en elders vaak.

Jeremia 2 vers 15

leeuwen De vijanden, te weten de Babyloniërs.

Hertaald: leeuwen De vijanden, namelijk de Babyloniërs.

verheven; Hebreeuws, gegeven; dat is, geluid, geschrei gemaakt, gelijk een wild dier doet over den roof.

Hertaald: verheven; Hebreeuws: gegeven — dat is: geluid of geschreeuw gemaakt, zoals een wild dier doet over zijn prooi.

Jeremia 2 vers 16

kinderen van Nof Dat is, de Egyptenaars. Zie van deze beide steden Jes. 19:13 , en Jes. 30:3-4 ; idem onder, Jer. 43:7 .

Hertaald: kinderen van Nof Dat is: de Egyptenaren. Over deze beide steden, zie Jes. 19:13 en Jes. 30:3-4, en ook hieronder Jer. 43:7.

Tachpanhes Zie onder Jer. 43:7-8 . Idem, Ezech. 30:18 , met de aantekening. De woorden zijn in het Hebreeuws wat anders geschreven.

Hertaald: Tachpanhes Zie hieronder Jer. 43:7-8. En ook Ezech. 30:18, met de aantekening. De woorden zijn in het Hebreeuws iets anders geschreven.

schedel In plaats dat gij meent van hen geholpen te worden, zullen zij u bederven, inzonderheid in de zuidelijke grenzen gelegen naar Egpypte. Anders: verbroken, verpletterd.

Hertaald: schedel In plaats dat u meent door hen geholpen te worden, zullen zij u te gronde richten, vooral in de zuidelijke gebieden die naar Egypte toe liggen. Anders: verbroken, verpletterd.

Jeremia 2 vers 17

weg leidt? Als Hij u den rechten weg of in zijnen weg leidt door de leringen en vermaningen zijner dienstknechten.

Hertaald: weg leidt? Wanneer Hij u op de rechte weg leidt, of op Zijn weg, door de leringen en vermaningen van Zijn dienstknechten.

Jeremia 2 vers 18

hebt gij Hebreeuws, wat is u, of wat hebt gij; te weten te doen? vergelijk Richt. 11:12 ; 2 Sam. 16:10 . De zin is: Wat loopt en reist gij dus naar Egypte, of Assyrië, om hulp, alsof Ik u niet helpen kon? vergelijk onder vs.36.

Hertaald: hebt gij Hebreeuws: wat is u, of wat hebt u — namelijk te doen? Vergelijk Richt. 11:12 en 2 Sam. 16:10. De betekenis is: waarom loopt en reist u zo naar Egypte of Assyrië om hulp, alsof Ik u niet kon helpen? Vergelijk hieronder vers 36.

Sihor Zie Jes. 13:3 ; Jes. 23:3 .

Hertaald: Sihor Zie Jes. 13:3 en Jes. 23:3.

rivier Eufraat.

Hertaald: rivier De Eufraat.

Jeremia 2 vers 19

zal u kastijden, Dat is, gij zult om uwe boosheid gestraft worden. Of, laat uwe boosheid u tuchtigen, enz.; dat is, de vruchten uwer boosheid u onderwijzen en overtuigen dat gij misdaan hebt.

Hertaald: zal u kastijden, Dat is: u zult om uw boosheid gestraft worden. Of: laat uw boosheid u tuchtigen, enzovoort — dat is: laten de vruchten van uw boosheid u onderwijzen en ervan overtuigen dat u misdaan hebt.

heirscharen Zie 1 Kon. 18:15 .

Hertaald: heirscharen Zie 1 Kon. 18:15.

Jeremia 2 vers 20

Als Ik Of, omdat Ik, enz.

Hertaald: Als Ik Of: omdat Ik, enzovoort.

van ouds Of, in voortijden; alzo wordt het Hebreeuwse woord olam [dat anders eeuwigheid, idem, een langen toekomstigen tijd, ook den tijd van des mensen leven betekent] ook dikwijls genomen voor langverleden tijden, zaken vanouds, enz. zie Gen. 6:4 ; Deut. 32:7 ; Jes. 57:11 , en onder Jer. 6:16 , en Jer. 18:15 , en Jer. 28:8 ; Ezech. 26:20 , enz.

Hertaald: van ouds Of: in vroeger tijden. Zo wordt het Hebreeuwse woord olam — dat verder eeuwigheid betekent, en ook een lange toekomende tijd of de duur van een mensenleven — ook vaak genomen voor lang vervlogen tijden, dingen van oudsher, enzovoort; zie Gen. 6:4, Deut. 32:7, Jes. 57:11, en hieronder Jer. 6:16, Jer. 18:15 en Jer. 28:8, en Ezech. 26:20, enzovoort.

juk verbroken, Versta, de dienstbaarheid en slavernij in Egypte.

Hertaald: juk verbroken, Versta: de dienstbaarheid en slavernij in Egypte.

verscheurd Of, afgetrokken, afgerukt.

Hertaald: verscheurd Of: afgetrokken, afgerukt.

dienen; Te weten de afgoden. Anders: ik zal niet overtreden; vergelijk de beloften, die zij God gedaan hebben Ex. 19:8 , en Ex. 24:3 ; Joz. 24:16 , enz.; maar [wil de Heere zeggen] gij hebt geen woord gehouden; want enz.

Hertaald: dienen; Namelijk: de afgoden. Anders: ik zal niet overtreden; vergelijk de beloften die zij God gedaan hebben in Ex. 19:8 en Ex. 24:3, en Joz. 24:16, enzovoort. Maar, wil de HEERE zeggen, u hebt geen woord gehouden; want, enzovoort.

loopt Vergelijk deze betekenis van het Hebreeuwse woord met Jes. 51:14 , en Jes. 63:1 , en onder Jer. 48:12 . Anders: ligt gij, of strekt gij u neder, wentelt gij u.

Hertaald: loopt Vergelijk deze betekenis van het Hebreeuwse woord met Jes. 51:14 en Jes. 63:1, en hieronder Jer. 48:12. Anders: ligt u neer, of strekt u zich uit, of wentelt u zich.

hoererende Vergelijk onder vs.23. Dat is, afgoderij bedrijvende. Zie Lev. 17:7 , en Deut. 12:2-3 , of gij hoert.

Hertaald: hoererende Vergelijk hieronder vers 23. Dat is: afgoderij bedrijvend. Zie Lev. 17:7 en Deut. 12:2-3. Of: u hoereert.

Jeremia 2 vers 21

getrouw zaad; Hebreeuws, zaad der waarheid, of getrouwheid; dat is een rechten goeden stok, een oprechte plant, die goed zaad, dat is goede vruchten, die het zaad in zich dragen, voortbrengt. Vergelijk Jes. 1:21 , en Jes. 5:2 . Anders: welks ganse zaad waarheid [zou zijn]; in enen zin.

Hertaald: getrouw zaad; Hebreeuws: zaad van de waarheid of van de trouw — dat is: een goede, echte stek, een oprechte plant die goed zaad voortbrengt, dat is: goede vruchten die het zaad in zich dragen. Vergelijk Jes. 1:21 en Jes. 5:2. Anders: van wie het hele zaad waarheid zou zijn; het komt op hetzelfde neer.

verbasterde Hebreeuws eigenlijk, afwijkende, dat is, ontaarde bastaardranken.

Hertaald: verbasterde Hebreeuws eigenlijk: afwijkende — dat is: ontaarde bastaardranken.

vreemden Of, uitlandsen.

Hertaald: vreemden Of: uitheemse.

Jeremia 2 vers 22

wiest Dat is, al uw huichelachtige uitvluchten, verontschuldigingen, vijgebladeren, waarmede gij uwe boosheid zoekt te bedekken, kunnen u niet helpen.

Hertaald: wiest Dat is: al uw huichelachtige uitvluchten, verontschuldigingen en vijgenbladeren, waarmee u uw boosheid probeert te bedekken, kunnen u niet helpen.

salpeter, Hebreeuws, nether; dat is, niter, salpeter, bergzout.

Hertaald: salpeter, Hebreeuws: nether — dat is: niter, salpeter, bergzout.

getekend, Of, gemerkt, dat zij voor mij niet verduisterd kan worden, gelijk het fijne goud zijn merk heeft. Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk hier alzo gevonden, komende van een ander, dat fijn goud betekent en bij de Hebreën ook genomen wordt voor een merk, teken, of vlek, waarbij men iets kan kennen; sommigen zetten het over, glinstert, of blinkt, als goud, idem, gevlekt.

Hertaald: getekend, Of: gemerkt, zodat zij voor Mij niet verduisterd kan worden, zoals het fijne goud zijn merk heeft. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier in deze betekenis voor; het komt van een ander woord dat fijn goud betekent en dat bij de Hebreeën ook genomen wordt voor een merk, teken of vlek waaraan men iets kan herkennen. Sommigen vertalen het met: glinstert of blinkt als goud, of: gevlekt.

Jeremia 2 vers 23

weg Dat is, uw afgodisch wezen en doen.

Hertaald: weg Dat is: uw afgodische wezen en doen.

dal, Dit kan men in het algemeen verstaan van de dalen, Jes. 57:5-6 , of in het bijzonder van het dal Hinnoms, dicht bij Jeruzalem gelegen, waar zij hun gruwelijke afgoderij met den Moloch bedreven. Zie 2 Kon. 23:10 , en onder Jer. 19:2 , enz.

Hertaald: dal, Dit kan men in het algemeen verstaan van de dalen, Jes. 57:5-6, of in het bijzonder van het dal van Hinnom, vlak bij Jeruzalem gelegen, waar zij hun gruwelijke afgoderij met de Moloch bedreven. Zie 2 Kon. 23:10 en hieronder Jer. 19:2, enzovoort.

snelle kemelin, Men meent dat het Hebreeuwse woord bichra betekent een zekere soort van kleine of jonge kemelinnen, die zeer snel waren in het lopen als de postpaarden, en alzo anderen voorliepen, gelijk de eerstgeborenen [waarvan bechor gebruikt wordt] den anderen kinderen voorkwamen. Vergelijk Jes. 60:6 . Daarom werd zulk ene kemelin met een Grieks woord dromas, dat is loopster genoemd; het woord dromedaris wordt in onze taal ook gebruikt. Hierbij vergelijkt God Israël, vanwege hun hittige loopsheid in alle afgoderij.

Hertaald: snelle kemelin, Men meent dat het Hebreeuwse woord bichra een bepaald soort kleine of jonge kamelin aanduidt, die zo snel liep als de postpaarden en daardoor anderen voorbijliep, zoals de eerstgeborenen (waarvoor bechor gebruikt wordt) vóór de andere kinderen kwamen. Vergelijk Jes. 60:6. Daarom werd zo'n kamelin met een Grieks woord dromas, dat is: loopster, genoemd; het woord dromedaris wordt in onze taal ook gebruikt. Hiermee vergelijkt God Israël, vanwege hun hitsige loopsheid in alle afgoderij.

verdraait Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk hier gevonden, komende van een ander, dat een schoenriem betekent. God wil zeggen dat Israël heen en weder, om en wederom liep in afgoderij, gelijk een schoenriem heen en weder gesnoerd, geslingerd ingewikkeld of verdraaid wordt.

Hertaald: verdraait Het Hebreeuwse woord komt alleen hier voor; het komt van een ander woord dat een schoenriem betekent. God wil zeggen dat Israël heen en weer, heen en terug liep in de afgoderij, zoals een schoenriem heen en weer gesnoerd, geslingerd, ingewikkeld of verdraaid wordt.

Jeremia 2 vers 24

gewend Hebreeuws, geleerd; dat is gewend, geoefend, ervaren, gelijk onder Jer. 13:21 , Jer. 13:23 , en Jer. 31:18 ; Hos. 10:11 . De zin is, dat zij zo weinig in hare hittigheid te dwingen of te temmen is als een wilde woudezel. Zie Job 39:8 .

Hertaald: gewend Hebreeuws: geleerd — dat is: gewend, geoefend, ervaren, zoals hieronder in Jer. 13:21 en Jer. 13:23 en Jer. 31:18, en Hos. 10:11. De betekenis is dat zij in haar hitsigheid even weinig te dwingen of te temmen is als een wilde woudezelin. Zie Job 39:8.

schept Of, slokt den wind in. Vergelijk onder Jer. 14:6 . Dat is, verkwikt en verlustig zij zich bij alle gelegenheid, [die zij zelve zoekt en najaagt] in haar geestelijke hoererij, zijnde zo beschaamd hittig dat niemand haar weren of afslaan kan. Anders: schept zij den wind naar hare gelegenheid, wie zou haar afkeren?

Hertaald: schept Of: slokt de wind in. Vergelijk hieronder Jer. 14:6. Dat is: zij verkwikt en vermaakt zich bij elke gelegenheid — die zij zelf zoekt en najaagt — in haar geestelijke hoererij, terwijl zij zo schaamteloos hitsig is dat niemand haar kan tegenhouden of afweren. Anders: schept zij de wind naar haar gelegenheid; wie zou haar afkeren?

Allen, De afgodendienaars, die met haar willen boeleren, behoeven geen grote moeite te doen, zij is licht te vinden. Vergelijk Ezech. 16:33-34 , en Ezech. 23:40 .

Hertaald: Allen, De afgodendienaars die met haar willen boeleren hoeven geen grote moeite te doen: zij is gemakkelijk te vinden. Vergelijk Ezech. 16:33-34 en Ezech. 23:40.

maand De nieuwe maan, of maanstonden, want zij heeft alle eerbaarheid uitgetrokken. Zie Lev. 20:18 . Sommigen verstaan dit van de afgoderij, die zij op alle nieuwe maanden bedreven.

Hertaald: maand De nieuwe maan, of de maandstonden, want zij heeft alle eerbaarheid afgelegd. Zie Lev. 20:18. Sommigen verstaan dit van de afgoderij die zij bij elke nieuwe maan bedreven.

Jeremia 2 vers 25

Bedwing Dit zijn Gods woorden, die Israël van haar onbeschaamde hittigheid afroept.

Hertaald: Bedwing Dit zijn Gods woorden, waarmee Hij Israël van haar onbeschaamde hitsigheid afroept.

Het is buiten hoop; Het is vergeefs, het is verloren arbeid, ik wil dat niet doen.

Hertaald: Het is buiten hoop; Het is tevergeefs, het is verloren moeite; ik wil dat niet doen.

vreemden lief, Te weten afgoden.

Hertaald: vreemden lief, Namelijk: afgoden.

Jeremia 2 vers 26

Gelijk een dief Hebreeuws, naar de schaamte van een diEf. Vergelijk onder 48:27.

Hertaald: Gelijk een dief Hebreeuws: naar de schaamte van een dief. Vergelijk hieronder Jer. 48:27.

gevonden wordt, Dat is, op de daad betrapt en gegrepen wordt.

Hertaald: gevonden wordt, Dat is: op heterdaad betrapt en gegrepen wordt.

zijn die van het huis Of, zullen beschaamd worden. Anders: hebben zij het huis Israëls beschaamd; dat is, zullen zij beschamen, enz., men zal hen beschamen; dat is, zij zullen zekerlijk beschaamd worden.

Hertaald: zijn die van het huis Of: zullen beschaamd worden. Anders: hebben zij het huis van Israël beschaamd — dat is: zullen zij beschamen, enzovoort; men zal hen beschamen, dat is: zij zullen zeker beschaamd worden.

Jeremia 2 vers 27

gegenereerd; Of, gebaard.

Hertaald: gegenereerd; Of: gebaard.

nek toe, Zij zijn afkerig van mij en onwillig, wederstrevig geweest. Zie onder Jer. 7:24 , en Jer. 32:33 en vergelijk Ex. 32:9 .

Hertaald: nek toe, Zij zijn van Mij afkerig geweest en onwillig en weerspannig. Zie hieronder Jer. 7:24 en Jer. 32:33, en vergelijk Ex. 32:9.

kwaads Der straf, als de gedreigde ellenden hun overkomen. Alzo in vs.28.

Hertaald: kwaads Van de straf, wanneer de gedreigde ellende hun overkomt. Zo ook in vers 28.

Jeremia 2 vers 28

Laat ze opstaan, Vergelijk Deut. 32:38 ; Richt. 10:14 .

Hertaald: Laat ze opstaan, Vergelijk Deut. 32:38 en Richt. 10:14.

naar Dat is, gij hebt zo menige bijzondere afgoden als gij steden hebt. Laat dan eens zien of zij al tezamen u kunnen helpen.

Hertaald: naar Dat is: u hebt evenveel afzonderlijke afgoden als u steden hebt. Laat dan maar eens zien of zij u allemaal samen kunnen helpen.

Jeremia 2 vers 29

tegen Mij overtreden, Zie boven vs.8.

Hertaald: tegen Mij overtreden, Zie hierboven vers 8.

Jeremia 2 vers 30

geslagen; Zie Jes. 1:5 .

Hertaald: geslagen; Zie Jes. 1:5.

tucht Zie Spr. 1:2 .

Hertaald: tucht Zie Spr. 1:2.

zwaard Zover is het vandaar, dat gij mijne bestraffingen zoudt hebben aangenomen, dat gij daarentegen de profeten, die u van afgoderij afmaanden, als woedende wilde beesten vernield hebt, gelijk geschied is ten tijde van Asa, Joas en Manasse. Zie ook Matt. 23:29 , enz.; Luc. 11:47 , enz., en Luc. 13:34 .

Hertaald: zwaard Zo ver bent u ervandaan Mijn bestraffingen te hebben aangenomen, dat u daarentegen de profeten die u van de afgoderij afmaanden als razende wilde dieren vernietigd hebt, zoals gebeurd is in de tijd van Asa, Joas en Manasse. Zie ook Matth. 23:29, enzovoort, en Luk. 11:47, enzovoort, en Luk. 13:34.

verdervende leeuw Of, vernielende. Zie van het Hebreeuwse woord Richt. 20:21 .

Hertaald: verdervende leeuw Of: vernielende. Over het Hebreeuwse woord, zie Richt. 20:21.

Jeremia 2 vers 31

aanmerkt toch Hebreeuws, ziet.

Hertaald: aanmerkt toch Hebreeuws: ziet.

Ben Ik Heb ik Israël zo kwalijk geleid en behandeld, of zijn zij zo kwalijk bij mij gevaren, gelijk mensen, die in ene wildernis en duistere ongebaande wegen van honger, kommer, verdriet en verbijstering versmachten en verkwijnen? Immers [wil de Heere zeggen] is het tegendeel waarachtig. Zulk vragen loochent sterkelijk.

Hertaald: Ben Ik Heb Ik Israël zo slecht geleid en behandeld, of zijn zij er bij Mij zo slecht aan toe geweest als mensen die in een wildernis en op duistere, ongebaande wegen versmachten en wegkwijnen van honger, kommer, verdriet en verbijstering? Het tegendeel is waar, wil de HEERE zeggen. Zulk vragen ontkent met kracht.

uiterste Hebreeuws, donkerheid, of duisternissen des HEEREN. Het woord JAH [naar het meeste gevoelen] tot vergroting of verzwaring der zaak daar bijgevoegd zijnde. Vergelijk Gen. 13:10 . Anders: een land dat de [inwoners] nederwerpt, of doet vallen; dat is door gebrek versmachten, omkomen, den zin opeen uitkomende.

Hertaald: uiterste Hebreeuws: donkerheid of duisternissen van de HEERE. Naar de meest gangbare opvatting is het woord JAH hier toegevoegd om de zaak te versterken of te verzwaren. Vergelijk Gen. 13:10. Anders: een land dat de inwoners neerwerpt of doet vallen — dat is: door gebrek doet versmachten en omkomen; de betekenis komt op hetzelfde neer.

Wij zijn heren, Of, wij heersen; dat is, onze zaken staan wel, wij hebben ons rijk door vreemde hulp en verbonden vastgemaakt, wij hebben U niet meer van doen, behoeven U niet meer te zoeken.

Hertaald: Wij zijn heren, Of: wij heersen — dat is: onze zaken staan er goed voor, wij hebben ons rijk door vreemde hulp en verbonden veiliggesteld, wij hebben U niet meer nodig en hoeven U niet meer te zoeken.

Jeremia 2 vers 32

bindselen? Waarmede zij haar sieraad aanbindt. Sommigen houden het voor sieraad van het hoofd, òf den hals, òf de keel.

Hertaald: bindselen? Waarmee zij haar sieraad vastbindt. Sommigen houden het voor een sieraad van het hoofd, de hals of de keel.

Mij vergeten, Die Ik hare eer en enig sieraad ben. Zie 2 Sam. 1:19 , en boven vs.11.

Hertaald: Mij vergeten, Terwijl Ik haar eer en haar enige sieraad ben. Zie 2 Sam. 1:19 en hierboven vers 11.

dagen zonder getal Een zeer langen tijd.

Hertaald: dagen zonder getal Een zeer lange tijd.

Jeremia 2 vers 33

boelering Hebreeuws eigenlijk, liefde, min. De zin schijnt te wezen: Wat wilt gij uw afgodisch wezen en doen nog verbloemen, daar gij toch anders niet doet dan gelegenheid overal te zoeken om gemeenschap met andere afgodendienaars te mogen krijgen, en met hen afgoderij te bedrijven? Sommigen verstaan dit van hun gestadig lopen en reizen om gunst bij heidense afgodische volken te verkrijgen en verbond met hen te maken, waarvan vs.36. Beide deden zij, en het ene hing aan het andere.

Hertaald: boelering Hebreeuws eigenlijk: liefde, min. De betekenis lijkt te zijn: waarom wilt u uw afgodische wezen en doen nog verbloemen, terwijl u toch niets anders doet dan overal gelegenheid zoeken om gemeenschap met andere afgodendienaars te krijgen en met hen afgoderij te bedrijven? Sommigen verstaan dit van hun voortdurende lopen en reizen om gunst te verwerven bij heidense, afgodische volken en een verbond met hen te sluiten, waarover vers 36. Zij deden allebei, en het een hing met het ander samen.

Waarom Of, waardoor, zodat gij ook, ja gij hebt ook, enz.; dat is, gij zijt een zo snode hoer, dat gij de allerergste uitlandse of heidense tebovengaat, omda gij die nog met uw doen erger maakt dan zij vanzelf zijn.

Hertaald: Waarom Of: waardoor, zodat u ook, ja u hebt ook, enzovoort — dat is: u bent zo'n snode hoer dat u de allerergste buitenlandse of heidense hoer overtreft, omdat u haar met uw doen nog erger maakt dan zij uit zichzelf is.

Jeremia 2 vers 34

zielen Dat is, personen; vergelijk Spr. 28:17 , met de aantekening.

Hertaald: zielen Dat is: personen; vergelijk Spr. 28:17 met de aantekening.

zomen Te weten uwer klederen.

Hertaald: zomen Namelijk: van uw kleren.

dat niet Te weten bloed. Het Hebreeuwse woord, dat bloed betekent, staat wel in het voorgaande in het enkelvoud, maar is gevoegd bij een woord, dat in het getal van velen staat, alsof men zeide: Het bloed zijn gevonden; dat is de bloeden, gelijk de Schriftuur dikwijls het woord bloeden alzo gebruikt; of men kan het verstaan van veel onschuldig bloed, waarmede zij besmet waren. Zie vs.30. Dit was zo openbaar, dat men het met geen scherp onderzoek behoefde uit te vinden, en het bloed, als verborgen in de aarde, op te graven, maar het was voor ogen, klevende nog [om zo te spreken] aan al de zomen harer klederen. Sommigen nemen het aldus: Gij [omdat het Hebreeuwse woord in den eersten persoon van het mannelijk geslacht en in den tweeden van het vrouwelijk kan genomen worden] hebt ze [te weten de onschuldige armen] niet gevonden in het doorgraven [dat gij hen als schuldige nachtdieven zoudt hebben gedood, Ex. 22:2-3 ] , maar [gij hebt hen gedood] om al die dingen; te weten al uw voorverhaalde afgoderij, die zij bestraffen. Zie vs.30.

Hertaald: dat niet Namelijk: bloed. Het Hebreeuwse woord dat bloed betekent staat in het voorgaande wel in het enkelvoud, maar is verbonden met een woord in het meervoud, alsof men zei: het bloed zijn gevonden, dat is: de bloedschulden, zoals de Schrift het woord bloeden vaak gebruikt. Of men kan het verstaan van veel onschuldig bloed waarmee zij besmet waren. Zie vers 30. Dit was zo openlijk dat men het niet met scherp onderzoek hoefde uit te zoeken en het bloed niet als het ware verborgen uit de aarde hoefde op te graven; het lag voor ogen en kleefde, om zo te zeggen, nog aan alle zomen van haar kleren. Sommigen vatten het zo op: u — want het Hebreeuwse woord kan zowel in de eerste persoon mannelijk als in de tweede persoon vrouwelijk genomen worden — hebt hen, namelijk de onschuldige armen, niet gevonden bij het doorgraven (zodat u hen als schuldige nachtdieven had mogen doden, Ex. 22:2-3), maar u hebt hen gedood om al die dingen, namelijk om al uw eerder genoemde afgoderij die zij bestraften. Zie vers 30.

die Te weten zomen uwer klederen.

Hertaald: die Namelijk: de zomen van uw kleren.

Jeremia 2 vers 35

Zijn toorn Namelijk, des Heeren, alsof zij zeiden: Wij zijn des genoeg verzekerd, dat de Heere op ons niet vertoornd is. Anders: zijn toorn wende zich slechts van mij af; dat is, ik zal genoeg bewijzen dat ik onschuldig ben, als Hij maar minnelijk met mij wilde handelen, en zo gestreng en hard niet zijn; gelijk de huichelaars, zichzelven ontschuldigende, God altoos beschuldigen.

Hertaald: Zijn toorn Namelijk: van de HEERE. Alsof zij zeiden: wij zijn er zeker genoeg van dat de HEERE niet op ons vertoornd is. Anders: laat Zijn toorn zich maar van mij afwenden — dat is: ik zal genoeg bewijzen dat ik onschuldig ben, als Hij maar vriendelijk met mij zou willen omgaan en niet zo streng en hard zou zijn; zo beschuldigen de huichelaars, terwijl zij zichzelf verontschuldigen, altijd God.

rechten, Of, mij met U in recht begeven; gelijk elders. Zie Ezech. 17:20 , en Ezech. 20:35 ; Joël 3:2 , enz.

Hertaald: rechten, Of: mij met U in het gericht begeven, zoals elders. Zie Ezech. 17:20 en Ezech. 20:35, en Joël 3:2, enzovoort.

Jeremia 2 vers 36

veel uit, Hebreeuws, zeer.

Hertaald: veel uit, Hebreeuws: zeer.

veranderende Nu tot dezen, dan tot genen reizende om hulp.

Hertaald: veranderende Nu eens naar deze, dan weer naar gene reizend om hulp.

Egypte Dat is, de Egyptenaars, alzo Assur, dat is, de Assyriërs.

Hertaald: Egypte Dat is: de Egyptenaren; zo ook Assur, dat is: de Assyriërs.

beschaamd Vergelijk Jes. 30:3-5 ; onder Jer. 37:7 ; Hos. 5:13 , enz.

Hertaald: beschaamd Vergelijk Jes. 30:3-5, hieronder Jer. 37:7, en Hos. 5:13, enzovoort.

Assur Zie 2 Kron. 28:20-21 . De Heere wil zeggen, gelijk gij met den een bedrogen zijt uitgekomen, alzo zal het u ook gaan met den ander.

Hertaald: Assur Zie 2 Kron. 28:20-21. De HEERE wil zeggen: zoals u met de een bedrogen bent uitgekomen, zo zal het u ook met de ander vergaan.

Jeremia 2 vers 37

hier uitgaan Omdat gij van hier alzo om hulp uitreist, zo zult gij, enz. Of, van dezen, te weten den Egyptenaars; anders: om diens wil.

Hertaald: hier uitgaan Omdat u van hier zo om hulp uitreist, zult u, enzovoort. Of: van dezen, namelijk van de Egyptenaren; anders: om diens wil.

handen Dat is, met rouw, schaamte en schande; zie 2 Sam. 13:19 , met de aantekening.

Hertaald: handen Dat is: met rouw, schaamte en schande; zie 2 Sam. 13:19 met de aantekening.

al uw vertrouwen Hebreeuws, uwe vertrouwens. In het getal van velen, dat is al uw ijdelen toeverlaat, dien gij buiten God zoekt.

Hertaald: al uw vertrouwen Hebreeuws: uw vertrouwens, in het meervoud — dat is: al uw ijdele toeverlaat die u buiten God zoekt.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De gebroken bakken  — de twee boosheden van Jer. 2:13: een bron verlaten en zelf regenbakken uithouwen die niet houden

"Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden" (Jer. 2:13). Een springader is een bron die uit zichzelf blijft opwellen; een bak is een uitgehouwen put waarin men regenwater opvangt. Het vers ervoor roept de hemel op als getuige, alsof er iets ongehoords gebeurt (Jer. 2:12). En er staat bij hoe uitzonderlijk het is: geen volk verandert zijn goden, hoewel het geen goden zijn, "nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet" (Jer. 2:11). Even verderop wordt het nog eens gezegd in het beeld van het huwelijk: "Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen? Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal" (Jer. 2:32).

Bijbelse betekenis: Merk op dat er twee boosheden geteld worden en niet één. Het verlaten van de bron is de eerste; het zelf maken van een vervanging is de tweede. Wie alleen het eerste ziet, houdt een gemis over; wie beide ziet, ziet ook de moeite die het kost om buiten God te leven, want een bak moet uitgehakt worden. Let vervolgens op het verschil tussen de twee soorten water. Een springader geeft water dat men niet aanvoert; een bak geeft alleen terug wat er eerst in gedaan is, en dan nog alleen als hij heel is. Afgoderij is hier dus niet in de eerste plaats verboden maar onvoordelig. Let ten slotte op het woord gebroken. Er staat niet dat de bakken leeg zijn, maar dat zij lekken; de teleurstelling komt pas als men werkelijk dorst heeft.

Typologie: De Heere Jezus biedt bij de put te Sichar precies aan wat hier verlaten werd: water dat in de mens "een fontein van water" wordt, springende tot in het eeuwige leven (reeds behandeld bij Joh. 4:14). En Hij roept op het loofhuttenfeest wie dorst heeft tot Zich (Joh. 7:37).

Jer. 2:11-13,32; Joh. 4:14; Joh. 7:37

Afkering  — het woord waarmee Jeremia het afvallen van God aanduidt, en wat er volgens hem aan voorafgaat (Jer. 2:5-8,17-19)

De aanklacht begint met een vraag die de schuld eerst bij God zoekt: "Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn?" (Jer. 2:5). Er staat bij wat zij niet meer vroegen: "Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland?" (Jer. 2:6). Ook de leiding wordt genoemd: "De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal" (Jer. 2:8). Wat de afkering praktisch inhield, staat in Jer. 2:18: men zocht het bij Egypte en bij Assur. En de uitwerking wordt in één zin samengevat: "Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat" (Jer. 2:19).

Bijbelse betekenis: Merk op waar de afkering begint. Niet bij een besluit om God kwijt te willen, maar bij het uitblijven van een vraag: niemand zei meer waar is de HEERE. Wat niet meer gevraagd wordt, raakt vanzelf uit het zicht. Let vervolgens op de rol van de ambtsdragers in Jer. 2:8. Priesters, wetgeleerden, herders en profeten worden alle vier genoemd; de afkering van een volk loopt in dit boek telkens via zijn leiding. Let ten slotte op de vorm van de straf in Jer. 2:19. Er staat niet dat God een straf oplegt van buitenaf, maar dat de boosheid zelf kastijdt en de afkeringen zelf straffen. Wie God verlaat, krijgt de gevolgen van dat verlaten; dat is bitter, en de tekst zegt erbij dat men dat moet weten en zien.

Typologie: Paulus tekent dezelfde beweging in Romeinen: mensen die God kennen maar Hem niet als God verheerlijken, worden ijdel in hun overleggingen (Rom. 1:21). En de gemeente te Efeze krijgt hetzelfde te horen als hier: "dat gij uw eerste liefde hebt verlaten" (Op. 2:4).

Jer. 2:5-8,17-19; Rom. 1:21; Op. 2:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Twee boosheden: de bron en de gebroken bakken — 2:4-13

Jeremia's eerste grote rede is een rechtszaak. God roept Zijn volk voor het gerecht en begint met een verwijt dat als een vraag klinkt: wat hebben uw vaderen voor onrecht aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn? Er wordt niet gescholden; er wordt gepleit.

God vat de afval van Zijn volk samen in twee daden: zij verlieten de bron van levend water, en zij hakten zelf bakken uit die geen water houden.

De aanklacht is opmerkelijk beleefd van toon. God vraagt niet wat zij misdaan hebben maar wat Híj misdaan heeft: welk onrecht hebben uw vaderen aan Mij gevonden? Hij herinnert hen aan de woestijn, aan het land van diepe kuilen waar niemand doorging en niemand woonde, en Hij zegt dat Hij hen daar doorheen gebracht heeft. Hij vraagt hun zelfs rond te kijken bij de volken: heeft ooit een volk zijn goden verwisseld, terwijl het toch geen goden zijn? Zij hebben het gedaan.

En dan roept Hij de hemelen erbij als getuige, met een woord dat in het Hebreeuws zegt dat de haren te berge moeten rijzen: ontzet u hierover, gij hemelen.

Wat daarop volgt is de kortste en scherpste samenvatting van zonde die de Schrift geeft: “Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.”

Let op de twee helften. De eerste is verlaten: zij zijn weggelopen bij een bron. De kanttekening zegt wie die bron is — de Bewerker en Oorsprong van het ware geluk, van alle blijvende hulp en van het eeuwige leven — en zij verwijst daarbij naar Johannes 4. De tweede is bouwen: zij zijn zelf gaan hakken. Een regenbak uithouwen in de rots is zwaar werk, en het levert in het gunstigste geval stilstaand water op dat er niet uit zichzelf komt. Zij ruilden dus een bron die vanzelf opwelt voor een kuil die je zelf moet vullen — en die kuilen bleken ook nog te lekken.

Dat er twee boosheden staan en niet één, is de moeite van het opmerken waard. Weglopen bij God is het eerste; het tweede is dat een mens niet zonder water kan en dus onmiddellijk iets anders gaat maken. Niemand blijft leeg staan.

De lijn naar het Evangelie loopt langs het woord dat de kanttekening zelf aanwijst. Bij een put in Samaria zegt Christus tegen een vrouw die vijf keer geprobeerd heeft haar dorst elders te lessen, dat wie van Zijn water drinkt in eeuwigheid niet dorsten zal. Dat water wordt in hem een fontein, springende tot in het eeuwige leven. Dat is dezelfde tegenstelling als bij Jeremia: een bak die men vult tegenover een bron die opspringt.

En op de laatste dag van het Loofhuttenfeest, wanneer de priesters water uit Siloam de tempel binnendragen, gaat Hij staan en roept het door de menigte heen: zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Het aanbod van Jeremia 2 wordt daar hardop herhaald, en dan door Iemand Die naar Zichzelf wijst.

  1. Jeremia 2:5 — De aanklacht begint als een vraag: welk onrecht hebben uw vaderen aan Mij gevonden?
  2. Jeremia 2:13 — Twee boosheden: de bron verlaten, en zelf lekkende bakken uithouwen.
  3. Jesaja 55:1 — O alle gij dorstigen, komt tot de wateren — en zonder geld.
  4. Johannes 4:14 — Het water dat Christus geeft, wordt in de mens een opspringende fontein.
  5. Johannes 7:37 — Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.
  6. Openbaring 21:6 — Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet.

In het Nieuwe Testament: Johannes 4:13-14; Johannes 7:37-38; Openbaring 21:6; Openbaring 22:17; Jesaja 55:1

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 2:13 niet woordelijk aan. Wat vaststaat is het beeld zelf: God noemt Zich hier de Springader van levend water, en Christus zegt van Zichzelf dat Hij levend water geeft dat een opspringende fontein wordt. De kanttekening legt dat verband uit zichzelf al door bij dit vers naar Johannes 4 te verwijzen. De gevolgtrekking is dus verantwoord, maar zij rust op de overeenkomst van het beeld en niet op een aanhaling.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Jeremia 2

Jeremia 2:1-3.KruisverwijzingenEzechiël 16:8Jakobus 1:18Jeremia 23:28Deuteronomium 2:7Ezechiël 16:60Exodus 19:5Jesaja 41:11Deuteronomium 7:6
— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land. Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.
God gedacht wat Israël geweest was in die goede dagen toen de HEERE alleen hen leidde en er geen vreemde god onder hen was. Nu gebiedt Hij hen te bedenken waarvan zij gevallen zijn, en zich te bekeren en hun eerste werken te doen, opdat Hij niet in toorn tot hen kome.

Geliefden, hebt u ooit dicht bij God geleefd? Hebt u ooit uw hoofd aan de boezem van Christus gelegd, en bent u nu van Hem afgedwaald en geestelijk koud en dood? Begin dan uzelf te bestraffen, want de HEERE Zelf bestraft u in het woord dat voor ons ligt. Hij roept u tot een smartelijke herinnering van de plaats waarvan u afgedaald bent, van de hoogten van genade waarvan u neergekomen bent. Adem het gebed dat Hij u weer herstellen wil.

God herinnert Zijn volk aan wat zij in hun eerste dagen waren, toen zij uit Egypte kwamen. Zij waren zeer bedroevend afgeweken van wat zij toen waren. Zij waren de HEERE ook toen al niet al te trouw, maar zij waren zelfs van díe staat teruggevallen. Komt dit gedeelte niet dicht bij sommigen van u die nu niet meer zijn wat u eens was? Moge de HEERE genadig door deze woorden tot uw oor en tot uw hart spreken, als u in enige mate van Hem afgeweken bent!

Jeremia 2:4-5.Kruisverwijzingen2 Koningen 17:15Romeinen 1:21Jesaja 5:3Psalmen 115:8Jesaja 44:91 Samuël 12:21Jona 2:8Jeremia 10:14
— Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, en alle geslachten van het huis Israels! Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden?
Hij vraagt hen of er enige fout in Hem was, enig falen in het houden van Zijn belofte. Had Hij onrechtvaardig of onbarmhartig met hen gehandeld, dat zij zo van Hem weggegaan zijn en de ijdelheid nagewandeld hebben?

Welke fouten hebt u in God te vinden, dat u Hem verlaten hebt? Welke fout hebt u in de altijd gezegende Christus gezien, dat uw liefde tot Hem verkoeld is?

Jeremia 2:6.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:10Hosea 13:4Deuteronomium 8:14Jesaja 63:11Hosea 12:13Jeremia 5:2Exodus 14:1Psalmen 23:4
— En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde?
Behoorden zij niet altijd die wonderlijke woestijnreis te gedenken, waar God Zijn wonderen te midden van hun grote noden leek te vermenigvuldigen? Ook sommigen van u zijn door een woestijn getrokken, en toch bent u rijk verzorgd. U hebt de bestendigheid van de goddelijke goedheid moeten bewonderen. God heeft u nooit begeven, ook niet in uw slechtste omstandigheden.

Laat het van u niet gezegd worden dat u nooit zegt: “Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland?” Vlucht juist altijd tot Hem in de tijd van benauwdheid. Bedenk dat dit de weg is om God te verheerlijken: “Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem verhoren” is een van Gods eigen beloften, en daaraan voegt Hij toe: “hij zal Mij eren”.

Jeremia 2:7.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:7Jeremia 16:18Numeri 13:27Psalmen 106:38Nehemia 9:25Jeremia 3:1Deuteronomium 6:10Leviticus 18:24
— En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel.
Het is een bedroevende beschuldiging tegen iemand dat hij de zorg vergeet die God voor hem gedragen heeft in de dagen van zijn armoede en verdrukking. Wanneer een mens rijk wordt en door aardse gemakken omringd is, is het een verschrikkelijke zaak dat hij God dan vergeet. Of dat hij, naar de mate dat God meer voor hem doet, des te minder aan God denkt. Dat is een vreemd ondankbaar gedrag, en toch deden de kinderen van Israël zo. Zij waren beter in de woestijn dan zij in Kanaän waren — al waren zij daar al kwaad genoeg. Beter op het zand van de wildernis dan in het land dat van melk en honing vloeide. En er zijn er ook nu die beter waren in hun armoede dan zij in hun voorspoed zijn. Sommigen waren veel beter in hun tijden van ziekte dan zij nu in hun zoele dagen van gezondheid zijn. Helaas, dat het zo moet wezen!

Jeremia 2:8.KruisverwijzingenHabakuk 2:18Jeremia 10:21Jeremia 5:31Johannes 16:32 Korinthe 4:2Romeinen 2:17Jeremia 12:10Jesaja 28:7
— De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen.
Was het niet heel schandelijk dat zij juist in Kanaän afgoden begonnen op te richten en altaren voor andere goden? God had dat land boven alle landen om zijn vruchtbaarheid uitgekozen om het Zijn eigen volk voor altijd te geven. En de priesters, wier lippen de kennis behoorden te bewaren, en de profeten, die boven alle mensen gehouden waren in de Naam van de HEERE te spreken, deden met het volk aan hun zonde mee. Zij drongen hen zelfs aan Baäl te dienen — die nagemaakte godheid, geen ogenblik eerbied waardig, die door Gods volk niet eens gedacht had mogen worden. Zij hadden de naam van Baäl niet eens op de lippen mogen nemen.

Ziet u zichzelf hier niet, o afgedwaalden? Hebt u de HEERE ooit gekend en bent u tot de wereld teruggegaan, hebt u zich weer aan haar machten onderworpen en met een hoge hand gezondigd, hebt u dan niet allerschandelijkst tegenover uw God gehandeld? En behoorde u niet, met een blozend gelaat en wenende ogen, tot Hem terug te keren en barmhartigheid uit Zijn hand te vragen?

Het gaat een volk altijd slecht wanneer de dienaren verkeerd gaan. Als de honden de kudde niet beschermen maar stomme honden zijn die niet blaffen kunnen, wat moet er dan van de schapen worden?

Jeremia 2:9-11.KruisverwijzingenEzechiël 20:35Jeremia 16:20Jesaja 37:19Jeremia 2:35Romeinen 1:23Psalmen 106:20Exodus 20:5Micha 6:2
— Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten. Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij? Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet.
God gebiedt hen naar het westen te gaan, over de Middellandse Zee, naar Chittim — waarschijnlijk Cyprus. Of naar het oosten, ver weg naar Kedar of Arabië. En dan te zien of ooit een heidenvolk zijn goden verwisseld heeft, die in werkelijkheid geen goden waren. “En toch”, zegt de HEERE, “hier is een volk dat de ene levende en waarachtige God gekend heeft, en zij zijn tot de afgoden afgeweken.”

Hoe krachtig is dit gesteld! Geen enkel ander volk gaf zijn goden op. Al waren het geen goden maar enkel beelden van klei of goud, zij wilden ze niet verwisselen. Zij hielden met een verwonderlijke hardnekkigheid aan hun afgodendienst vast; maar Gods volk gaf de ware God op om de duivelen van de omliggende volken te dienen.

En is het niet een ongelukkige zaak dat er nu sommigen zijn die zich althans Gods volk noemen en die naar de wereld teruggaan en er meer op verliefd lijken te zijn dan zij ooit waren? Het is iets afschuwelijks dat daar gedaan wordt. Ik heb gehoord van een hoofdman van een Indiaanse stam wiens neef tot het geloof bekeerd werd maar die na korte tijd in zonde viel en zijn belijdenis verzaakte. De oude hoofdman antwoordde daarna op alle onderwijs van de zendeling altijd met dit ene argument: “Mijn neef heeft het geprobeerd en het opgegeven. Hij zal het wel weten.” Toen dit de jonge man verteld werd, brak het zijn hart en bracht het hem gelukkig terug tot de God die hij verlaten had.

Misschien zijn er in de wereld sommigen die uit het ongelukkige gedrag van afgedwaalden hun verontschuldigingen bijeenrapen om in de zonde voort te gaan. “Kijk hem eens”, zeggen zij, “hoe vurig en ijverig hij was, en zie wat hij nu is.” Kunt u die gedachte verdragen, afgedwaalde? Is er nog een sprank liefde tot Christus in uw ziel, dan zult u bitter voelen wat een smart het is dat anderen uit uw kwade gedrag een verontschuldiging maken voor godslastering en voor opstand tegen Christus. Och, bid vanavond: “Geef mij weder de vreugde Uws heils; en ondersteun mij met een vrijmoedigen geest.”

Vriend, is er geen waarheid in de godsdienst, dan verwonder ik mij er niet over dat u haar opgeeft. Maar hebt u ooit haar gezegende zoetheid gekend? Is Christus u ooit dierbaar geweest, hebt u ooit het evangelie van Zijn genade genoten? Hoe komt het dan dat u er koud tegenover geworden bent en van zijn wegen afgeweken?

Jeremia 2:12-13.KruisverwijzingenJohannes 4:14Psalmen 36:9Jeremia 17:13Jesaja 55:2Openbaring 22:1Jesaja 1:2Johannes 7:37Openbaring 22:17
— Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE. Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.
Zou een mens ten bétere verwisselen, dan zou zijn eigenbelang nog een kleine verontschuldiging zijn om zijn oude liefde te verlaten. Maar wanneer hij ten kwade verwisselt — een springader voor een bak verlaat, een vloeiende fontein voor een gebroken bak die niets houdt — dan is er dwaasheid in zijn zonde. “Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt.”

Van de vloeiende springader weggaan naar het staande water van een bak is grote dwaasheid. Maar erop uitgaan om gebroken bakken uit te houwen die geen water houden en die uw dorst enkel bespotten — dat is razernij van de ergste soort.

Jeremia 2:14.KruisverwijzingenExodus 4:22Jesaja 50:1Prediker 2:7Genesis 15:3
— Is dan Israel een knecht, of is hij een ingeborene des huizes? Waarom is hij dan ten roof geworden?
God maakte hem tot Zijn zoon, niet tot Zijn slaaf. Maar Israël week van God af en werd zo een slaaf, weggevoerd in gevangenschap door juist dat volk wiens goden het uitverkoren volk gediend had.

Jeremia 2:15-16.KruisverwijzingenJeremia 4:7Jeremia 46:14Jeremia 50:17Jeremia 43:7Jeremia 44:1Jesaja 19:13Deuteronomium 33:20Jeremia 9:11
— De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zij hebben hun stem verheven; en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijn steden zijn verbrand, dat er niemand in woont. Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes den schedel afgeweid.
De Israëlieten gingen heen en dienden afgoden. En toen viel juist dat volk wiens goden zij dienden hun land binnen en weidde hun de schedel af. Kaalheid was voor de Joden een teken van rouw en van schande.

Het volk van Israël was in een verschrikkelijke staat van armoede, hongersnood en verdrukking geraakt. Hun vijanden hadden het land zo verwoest dat het vol leeuwen was, die zelfs brulden in dezelfde straten waar vroeger mannen en vrouwen en kinderen in menigte waren.

Jeremia 2:17.KruisverwijzingenJeremia 4:18Deuteronomium 28:15Leviticus 26:15Jeremia 2:13Hosea 13:9Jesaja 1:41 Kronieken 28:9Deuteronomium 32:10
— Doet gij dit niet zelven, doordien gij den HEERE, uw God, verlaat, ten tijde als Hij u op den weg leidt?
En God zegt tot hen: “Is dit niet de vrucht van uw eigen zonde? Was het zo toen u dicht bij Mij leefde? Hebt u dit niet over uzelf gebracht door uw zonde?”

Zo ook, kind van God: bent u vanavond ongelukkig, treurt u, kunt u geen troost vinden in de wereld en ook geen troost in God, “doet gij dit niet zelven”? Hebt u de roede voor uw eigen rug niet zelf gemaakt door van uw God weg te gaan? Toen u dicht bij God leefde, toen het gebed onafgebroken was, toen u op uw wandel lette — was het toen niet beter met u dan nu? Toen ging u zachtjes voort en vroeg God u van dag tot dag te leiden. Toen was uw vrede als een rivier en uw gerechtigheid als de golven van de zee.

U die neergedrukt bent in de ziel, u die geestelijk arm geworden bent, u die in grote nood van hart bent: hoor toe. Het was goed genoeg met u toen u op Hem vertrouwde; maar nu u van Hem afgeweken bent, zijn al deze kwaden over u gekomen.

Jeremia 2:18.KruisverwijzingenJozua 13:3Jesaja 31:1Jeremia 2:36Hosea 7:11Jesaja 30:1Ezechiël 17:152 Koningen 16:7Hosea 5:13
— En nu, wat hebt gij te doen met den weg van Egypte, om de wateren van Sihor te drinken? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier te drinken?
In plaats van tot de springader van het levende water te gaan, hoopten zij door de Egyptenaren of door de Assyriërs geholpen te worden. Zo zijn er ook christenen die het modderige water van de zondige lust proberen te drinken; zij beginnen die modderige rivier zeer zoet te vinden en gaan van de smaak houden. Het is een dodelijk kwaad wanneer belijdende christenen beginnen te doen als anderen, zich met de wereld te vermengen en er genoegen in te vinden. Er zal een verzenging over u komen als u zich van God afkeert; het verdriet zal uw voetstappen spoedig achtervolgen, als u werkelijk een kind van God bent.

“De wateren van de Nijl”, of zoals het gelezen kan worden: “de wateren van die modderige rivier”. De Israëlieten hadden tijdens hun lange gevangenschap in Egypte zoveel geleden dat men zou denken dat zij nooit meer in de buurt van het diensthuis zouden willen komen.

U probeert genoegen in de wereld te vinden, u gaat naar de vermaakplaatsen van de zonde om daar vermaak te zoeken. Bent u een kind van God, wat hebt u dan te doen met de weg van Egypte? Wat doet u daar, Elia? U hebt door uw afdwaling de troost van de godsdienst verloren, en nu probeert u dat te vergoeden door in de vrolijkheid van de wereld te gaan. Dat zal nooit gaan; u kunt uw buik niet vullen met de draf die de zwijnen eten. Was u een van de zwijnen, dan zou u het kunnen; maar bent u de zoon van uw Vader, dan zal alleen het brood in Zijn huis uw hongerige ziel verzadigen.

Jeremia 2:19.KruisverwijzingenHosea 5:5Jesaja 3:9Psalmen 36:1Jeremia 4:18Amos 8:10Hosea 11:7Jeremia 5:6Jeremia 2:17
— Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.
Een heel ernstig gedeelte. Mogen wij het ter harte nemen. Niet alleen is er schuld in onze zonde waarvoor wij bij de rechterstoel van God zullen moeten antwoorden, maar er is ook kwaad in dat al hier snel op ons eigen hoofd komt. Wees er zeker van dat uw zonde u zal vinden. Het ding waarvan u denkt dat het uw sterkte zal zijn, zal uw gesel zijn. Wat u zich als genoegen voorstelt, zal uw plaag blijken.

Hebt u ooit de vreugde van Gods dienst gekend, dan zal dit alles dubbel waar zijn voor u. U zult nooit meer in de wereld verzadiging kunnen vinden. En God — de God in wie u eens uw vermaak had — zal uw eigen boosheid u kastijden en uw afkeringen u straffen. Hij doet dat omdat Hij wil dat u weer aan Zijn zijde komt en opnieuw drinkt van het levende water dat u zo dwaas verlaten hebt.

Jeremia 2:20-25.KruisverwijzingenDeuteronomium 12:2Jesaja 5:4Exodus 15:17Psalmen 80:8Jeremia 7:31Jeremia 14:6Deuteronomium 32:16Leviticus 26:13
— Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende. Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok? Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE. Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait! Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden. Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen!
God vergelijkt Zijn dwalende volk, in de razernij van hun zonde, met die wilde dieren die niet tam te maken zijn maar door hun onbedwingbare driften gedreven worden waarheen zij willen. Helaas, dat mensen zo zondig kunnen zijn dat God er alleen een evenbeeld voor vinden kan in de woudezels van de woestijn!

Zie ook wat de vertwijfeling met haar slachtoffers doet. Wanneer een mens zegt: “Het is buiten hoop”, dan voelt hij dat er voor hem geen bekering meer is. Wanneer hij gelooft dat God hem niet vergeven zal, dan zal hij zich van zijn boze wegen niet afkeren. God beware ieder hier die in de klauwen van de reus Wanhoop begint te raken! Mogen zij de ware goedheid van God kennen, en moge die goedheid hen tot bekering leiden! Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Wanneer een mens rijk wordt en door aardse gemakken omringd is, is het een verschrikkelijke zaak dat hij God dan vergeet, of dat hij, naar de mate dat God meer voor hem doet, des te minder aan God denkt.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content