Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En des HEERENH3068woordH1697geschieddeH1961totH413 mij, zeggendeH559:En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
KJVMoreover the word2of the LORD3came to me, saying,
2Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Ga en roepH7121 voor de orenH241 van JeruzalemH3389, zeggendeH559: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Ik gedenkH2142 der weldadigheidH2617 uwer jeugdH5271, der liefdeH160 uwer ondertrouwH3623, toen gij Mij nawandeldetH3212 in de woestijnH4057, in onbezaaidH2232landH776.Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.
KJVGo1and cry2in the ears3of Jerusalem,4saying,5Thus saith7the LORD;8I remember9thee, the kindness11of thy youth,12the love13of thine espousals,14when thou wentest15after16me in the wilderness,17in a land18that was not sown.
1הָלֹ֡ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl2וְקָֽרָאתָ֩H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say3בְאָזְנֵ֨יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show4יְרוּשָׁלִַ֜םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem5לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder7אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9זָכַ֤רְתִּיH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well10לָךְ֙11חֶ֣סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing12נְעוּרַ֔יִךְH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth13אַהֲבַ֖תH160liefde, liefhad, bemintlove14כְּלוּלֹתָ֑יִךְH3623ondertrouwespousal15לֶכְתֵּ֤ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16אַחֲרַי֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with17בַּמִּדְבָּ֔רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness18בְּאֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20זְרוּעָֽהH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield
3Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3IsraelH3478 was den HEEREH3068 een heiligheidH6944, de eerstelingenH7225 Zijner inkomsteH8393; allenH3605, die hem opatenH398, werden voor schuldigH816 gehouden; kwaadH7451kwamH935 hun over, spreektH5002 de HEEREH3068.Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.
KJVIsrael2was holiness1unto the LORD,3and the firstfruits4of his increase:5all that devour7him shall offend;8evil9shall come10upon them, saith12the LORD.
1קֹ֤דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary2יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3לַיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4רֵאשִׁ֖יתH7225eerstelingen, begin, beginselbeginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing5תְּבוּאָתֹ֑הH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7אֹכְלָ֣יוH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8יֶאְשָׁ֔מוּH816schuldig, verwoest, schuld[idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass9רָעָ֛הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10תָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11אֲלֵיהֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith13יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
4Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, en alle geslachten van het huis Israels!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4HoortH8085 des HEERENH3068woordH1697, gij huisH1004 van JakobH3290, en alleH3605geslachtenH4940 van het huisH1004IsraelsH3478!Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, en alle geslachten van het huis Israels!
KJVHear1ye the word2of the LORD,3O house4of Jacob,5and all the families7of the house8of Israel:
1שִׁמְע֥וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5יַעֲקֹ֑בH3290Jakob, JakobsJacob6וְכָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מִשְׁפְּח֖וֹתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)8בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
5Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: WatH4100 voor onrechtH5766 hebben uw vadersH1aanH5921 Mij gevondenH4672, datH3588 zij verreH7368 van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheidH1892nagewandeldH3212, en zij zijn ijdelH1891 geworden?Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden?
KJVThus saith2the LORD,3What iniquity8have your fathers6found5in me, that they are gone far10from me, and have walked12after13vanity,14and are become vain?
1כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why5מָּצְא֨וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on6אֲבוֹתֵיכֶ֥םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7בִּי֙8עָ֔וֶלH5766onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheidiniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness)9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10רָחֲק֖וּH7368verre, wees verre, ver(a-, be, cast, drive, get, go, keep (self), put, remove, be too, (wander), withdraw) far (away, off), loose, [idiom] refrain, very, (be) a good way (off)11מֵעָלָ֑יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12וַיֵּֽלְכ֛וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak13אַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with14הַהֶ֖בֶלH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity15וַיֶּהְבָּֽלוּH1891ijdel, verijdeldbe (become, make) vain
6En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En zeidenH559nietH3808: Waar is de HEEREH3068, Die ons opvoerdeH5927 uit EgyptelandH776, Die ons leiddeH3212 in de woestijnH4057, in een landH776 van wildernissenH6160 en kuilenH7745, in een landH776 van dorheidH6723 en schaduw des doods, in een landH776, waar niemandH376doorgingH5674, en waarH8033geenH3808mensH120woondeH3427?En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde?
Ook in dit vers
schaduw doodsH6757
KJVNeither said2they, Where is the LORD4that brought us up5out of the land7of Egypt,8that led9us through the wilderness,11through a land12of deserts13and of pits,14through a land15of drought,16and of the shadow of death,17through a land18that no man22passed through,20and where no man25dwelt?
1וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אָמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אַיֵּ֣הH346waar?where4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5הַמַּעֲלֶ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6אֹתָ֖נוּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9הַמּוֹלִ֨יךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak10אֹתָ֜נוּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בַּמִּדְבָּ֗רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness12בְּאֶ֨רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13עֲרָבָ֤הH6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)14וְשׁוּחָה֙H7745gracht, kuil, kuilenditch, pit15בְּאֶ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16צִיָּ֣הH6723dor, dorre, plaatsenbarren, drought, dry (land, place), solitary place, wilderness17וְצַלְמָ֔וֶתH6757schaduw doods, doods schaduw, doodsschaduwshadow of death18בְּאֶ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20עָ֤בַרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath21בָּהּ֙22אִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)23וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24יָשַׁ֥בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry25אָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person26שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
7En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En Ik brachtH935 u in een vruchtbaarH3759landH776, om de vruchtH6529 van hetzelve en het goedeH2898 er van te etenH398; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdetH2930 gij Mijn landH776, en steldetH7760 Mijn erfenisH5159totH413 een gruwelH8441.En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel.
KJVAnd I brought1you into a plentiful5country,4to eat6the fruit7thereof and the goodness8thereof; but when ye entered,9ye defiled10my land,12and made14mine heritage13an abomination.
1וָאָבִ֤יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5הַכַּרְמֶ֔לH3759vruchtbare veld, groene aren, vruchtbaar veldfull (green) ears (of corn), fruitful field (place), plentiful (field)6לֶאֱכֹ֥לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite7פִּרְיָ֖הּH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward8וְטוּבָ֑הּH2898goed, goede, goedheidfair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with9וַתָּבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10וַתְּטַמְּא֣וּH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אַרְצִ֔יH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13וְנַחֲלָתִ֥יH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)14שַׂמְתֶּ֖םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work15לְתוֹעֵבָֽהH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination
8De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8De priestersH3548zeidenH559nietH3808: Waar is de HEEREH3068? en die de wetH8451handeldenH8610, kendenH3045 Mij nietH3808; en de herdersH7462overtradenH6586 tegen Mij; en de profetenH5030profeteerdenH5012 door BaalH1168, en wandeldenH1980 naar dingen, die geenH3808nutH3276 doen.De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen.
KJVThe priests1said3not, Where is the LORD?5and they that handle6the law7knew9me not: the pastors10also transgressed11against me, and the prophets13prophesied14by Baal,15and walked19after16things that do not profit.
1הַכֹּהֲנִ֗יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3אָֽמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אַיֵּ֣הH346waar?where5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְתֹפְשֵׂ֤יH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take7הַתּוֹרָה֙H8451wet, wetten, leerlaw8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יְדָע֔וּנִיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10וְהָרֹעִ֖יםH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste11פָּ֣שְׁעוּH6586overtreden, overtreders, vielenoffend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or)12בִ֑י13וְהַנְּבִיאִים֙H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet14נִבְּא֣וּH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet15בַבַּ֔עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim16וְאַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with17לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יוֹעִ֖לוּH3276nut, voordeel, baat[idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able)19הָלָֽכוּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
9Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9DaaromH3651 zal Ik nogH5750 met ulieden twistenH7378, spreektH5002 de HEEREH3068; ja, metH854 uw kindskinderenH1121 zal Ik twistenH7378.Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten.
KJVWherefore I will yet plead3with you, saith5the LORD,6and with your children's8children9will I plead.
1לָכֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2עֹ֛דH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3אָרִ֥יבH7378twisten, twist, getwistadversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly4אִתְּכֶ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְאֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9בְנֵיכֶ֖םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10אָרִֽיבH7378twisten, twist, getwistadversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly
10Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10WantH3588, gaat over in de eilandenH339 der ChitteersH3794, en ziet toe, en zendtH7971 naar KedarH6938, en merktH995 er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij?Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij?
KJVFor pass over2the isles3of Chittim,4and see;5and send7unto Kedar,6and consider8diligently,9and see
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עִבְר֞וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath3אִיֵּ֤יH339eilanden, eilands, eilandcountry, isle, island4כִתִּיִּים֙H3794Chittieten, Chittim, ChitteersChittim, Kittim5וּרְא֔וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6וְקֵדָ֛רH6938Kedar, KedarsKedar7שִׁלְח֥וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)8וְהִֽתְבּוֹנְנ֖וּH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)9מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well10וּרְא֕וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11הֵ֥ןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though12הָיְתָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13כָּזֹֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
11Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Heeft ook een volk de godenH430 veranderd, hoewel dezelveH1992geenH3808godenH430 zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn EerH3519 veranderd in hetgeen geenH3808nutH3276 doet.Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet.
Ook in dit vers
volkH1471
volkH5971
veranderdH4171
KJVHath a nation2changedtheir gods,3which are yet no gods?6but my people7have changed1their glory9for that which doth not profit.
1הַהֵימִ֥ירH4171verwisselen, veranderd, verwisselt[idiom] at all, (ex-) change, remove2גּוֹי֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4וְהֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6אֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7וְעַמִּ֛יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8הֵמִ֥ירH4171verwisselen, veranderd, verwisselt[idiom] at all, (ex-) change, remove9כְּבוֹד֖וֹH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)10בְּל֥וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יוֹעִֽילH3276nut, voordeel, baat[idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able)
12Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12OntzetH8074 u hierover, gij hemelenH8064, en zijt verschriktH8175, wordt zeerH3966woestH2717, spreektH5002 de HEEREH3068.Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE.
KJVBe astonished,1O ye heavens,2at this, and be horribly afraid,5be ye very7desolate,6saith8the LORD.
1שֹׁ֥מּוּH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder2שָׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4זֹ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus5וְשַׂעֲר֛וּH8175wegstormen, aanstormen, geschriktbe (horribly) afraid, fear, hurl as a storm, be tempestuous, come like (take away as with) a whirlwind6חָרְב֥וּH2717verwoest, woest, verdroogddecay, (be) desolate, destroy(-er), (be) dry (up), slay, [idiom] surely, (lay, lie, make) waste7מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well8נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith9יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
13Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13WantH3588 Mijn volkH5971 heeft tweeH8147booshedenH7451 begaan; Mij, den SpringaderH4726 des levendenH2416watersH4325, hebben zij verlatenH5800, om zichzelven bakkenH877 uit te houwenH2672, gebrokenH7665bakkenH877, dieH834geenH3808waterH4325houdenH3557.Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.
KJVFor my people5have committed4two2evils;3they have forsaken7me the fountain8of living10waters,9and hewed them out11cisterns,13broken15cisterns,14that can hold18no water.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2שְׁתַּ֥יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3רָע֖וֹתH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)4עָשָׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5עַמִּ֑יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6אֹתִ֨יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עָזְב֜וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely8מְק֣וֹרH4726springader, fontein, Springaderfountain, issue, spring, well(-spring)9מַ֣יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))10חַיִּ֗יםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop11לַחְצֹ֤בH2672uitgehouwen, houwers, gehouwencut, dig, divide, grave, hew (out, -er), made, mason12לָהֶם֙13בֹּאר֔וֹתH877bakkencistern14בֹּארֹת֙H877bakkencistern15נִשְׁבָּרִ֔יםH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))16אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יָכִ֖לוּH3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)19הַמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
14Is dan Israel een knecht, of is hij een ingeborene des huizes? Waarom is hij dan ten roof geworden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Is dan IsraelH3478 een knechtH5650, ofH518 is hij een ingeboreneH3211 des huizesH1004? Waarom isH1961hijH1931 dan ten roofH957 geworden?Is dan Israel een knecht, of is hij een ingeborene des huizes? Waarom is hij dan ten roof geworden?
KJVIs Israel2a servant?1is he a homeborn5slave? why7is he spoiled?
1הַעֶ֨בֶד֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant2יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet4יְלִ֥ידH3211kinderen, ingeborene, ingeborenen(home-) born, child, son5בַּ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7מַדּ֖וּעַH4069waarom?how, wherefore, why8הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לָבַֽזH957roof, plundering, buitbooty, prey, spoil(-ed)
15De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zij hebben hun stem verheven; en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijn steden zijn verbrand, dat er niemand in woont.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15De jonge leeuwenH3715 hebben overH5921 hem gebruldH7580, zij hebben hun stemH6963verhevenH5414; en zij hebben zijn landH776gezetH7896 in verwoestingH8047; zijn stedenH5892 zijn verbrandH3341, dat er niemand in woontH3427.De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zij hebben hun stem verheven; en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijn steden zijn verbrand, dat er niemand in woont.
KJVThe young lions3roared2upon him, and yelled,4and they made6his land7waste:8his cities9are burned10without inhabitant.
1עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2יִשְׁאֲג֣וּH7580brullen, brullende, gebruld[idiom] mightily, roar3כְפִרִ֔יםH3715jonge leeuwen, jonge leeuw, jongen leeuws(young) lion, village. Compare H3723 (כָּפָר)4נָתְנ֖וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5קוֹלָ֑םH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell6וַיָּשִׁ֤יתוּH7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take7אַרְצוֹ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8לְשַׁמָּ֔הH8047verwoesting, ontzetting, schrikastonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing9עָרָ֥יוH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10נִצְּת֖וּH3341aansteken, aangestoken, verbrandburn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle11מִבְּלִ֥יH1097iemand, alsof, onwetendecorruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without12יֹשֵֽׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
16Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes den schedel afgeweid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16OokH1571 hebben u de kinderenH1121 van NofH5297 en TachpanhesH8471 den schedelH6936afgeweidH7462.Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes den schedel afgeweid.
KJVAlso the children2of Noph3and Tahapanes4have broken5the crown of thy head.
1גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3נֹ֖ףH5297NofNoph4וְתַחְפַּנְחֵ֑סH8471TachpanhesTahapanes, Tahpanhes, Tehaphnehes5יִרְע֖וּךְH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste6קָדְקֹֽדH6936schedel, hoofdschedelcrown (of the head), pate, scalp, top of the head
17Doet gij dit niet zelven, doordien gij den HEERE, uw God, verlaat, ten tijde als Hij u op den weg leidt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17DoetH6213 gij ditH2063nietH3808 zelven, doordien gij den HEEREH3068, uw GodH430, verlaatH5800, ten tijdeH6256 als Hij u op den wegH1870leidtH3212?Doet gij dit niet zelven, doordien gij den HEERE, uw God, verlaat, ten tijde als Hij u op den weg leidt?
KJVHast thou not procured3this unto thyself, in that thou hast forsaken5the LORD7thy God,8when9he led10thee by the way?
1הֲלוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2זֹ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus3תַּעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4לָּ֑ךְ5עָזְבֵךְ֙H5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהַ֔יִךְH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9בְּעֵ֖תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when10מוֹלִיכֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11בַּדָּֽרֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
18En nu, wat hebt gij te doen met den weg van Egypte, om de wateren van Sihor te drinken? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier te drinken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En nuH6258, wat hebt gij te doen met den wegH1870 van EgypteH4714, om de waterenH4325 van SihorH7883 te drinkenH8354? En watH4100 hebt gij te doen met den wegH1870 van AssurH804, om de waterenH4325 der rivierH5104 te drinkenH8354?En nu, wat hebt gij te doen met den weg van Egypte, om de wateren van Sihor te drinken? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier te drinken?
KJVAnd now what hast thou to do in the way4of Egypt,5to drink6the waters7of Sihor?8or what hast thou to do in the way11of Assyria,12to drink13the waters14of the river?
19Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Uw boosheidH7451 zal u kastijdenH3256, en uw afkeringenH4878 zullen u straffenH3198; weetH3045 dan en zietH7200, datH3588 het kwaadH7451 en bitterH4751 is, dat gij den HEEREH3068, uw GodH430, verlaatH5800, en Mijn vrezeH6345nietH3808 bij u is, spreektH5002 de HeereH136, de HEEREH3069 der heirscharenH6635.Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.
KJVThine own wickedness2shall correct1thee, and thy backslidings3shall reprove4thee: know5therefore and see6that it is an evil8thing and bitter,9that thou hast forsaken10the LORD12thy God,13and that my fear15is not in thee, saith17the Lord18GOD19of hosts.
1תְּיַסְּרֵ֣ךְH3256gekastijd, kastijden, getuchtigdbind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach2רָעָתֵ֗ךְH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)3וּמְשֻֽׁבוֹתַ֨יִךְ֙H4878afgekeerde, afkering, afkeringenbacksliding, turning away4תּוֹכִחֻ֔ךְH3198bestraft, bestraffen, straffenappoint, argue, chasten, convince, correct(-ion), daysman, dispute, judge, maintain, plead, reason (together), rebuke, reprove(-r), surely, in any wise5וּדְעִ֤יH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot6וּרְאִי֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8רַ֣עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)9וָמָ֔רH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy10עָזְבֵ֖ךְH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהָ֑יִךְH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15פַחְדָּתִי֙H6345vrezefear16אֵלַ֔יִךְH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith18אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord19יְהוִ֖הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod20צְבָאֽוֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
20Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20AlsH3588 Ik van oudsH5769 uw jukH5923verbrokenH7665, en uw bandenH4147verscheurdH5423 had, zo zeidetH559 gij: Ik zal nietH3808dienenH5674; maarH3588opH5921allenH3605hogenH1364heuvelH1389 en onderH8478allenH3605groenenH7488boomH6086looptH6808gijH859 om, hoererendeH2181.Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende.
KJVFor of old time2I have broken3thy yoke,4and burst5thy bands;6and thou saidst,7I will not transgress;9when upon every high14hill13and under every green18tree17thou wanderest,20playing the harlot.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2מֵעוֹלָ֞םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)3שָׁבַ֣רְתִּיH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))4עֻלֵּ֗ךְH5923juk, juks, maaktet jukyoke5נִתַּ֨קְתִּי֙H5423afgetrokken, verscheurd, verscheurenbreak (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out6מוֹסְרֹתַ֔יִךְH4147banden, andenband, bond7וַתֹּאמְרִ֖יH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9אֶעֱב֑וֹרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13גִּבְעָ֞הH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill14גְּבֹהָ֗הH1364hogen, hoge, hooghaughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly15וְתַ֨חַת֙H8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17עֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood18רַעֲנָ֔ןH7488groenen, groen, groenegreen, flourishing19אַ֖תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you20צֹעָ֥הH6808loopt, omzwevende gevangene, voorttrektcaptive exile, travelling, (cause to) wander(-er)21זֹנָֽהH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish
21Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21IkH595 had u toch geplantH5193, een edelen wijnstokH1612, een geheelH3605getrouwH571zaadH2233; hoeH349 zijt gij Mij dan veranderdH2015 in verbasterde rankenH5494 van een vreemdenH5237 wijnstok?Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok?
Ook in dit vers
edelen wijnstokH8321
KJVYet I had planted2thee a noble vine,3wholly a right6seed:5how then art thou turned8into the degenerate plant10of a strange12vine
1וְאָֽנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which2נְטַעְתִּ֣יךְH5193planten, geplant, plantfastened, plant(-er)3שֹׂרֵ֔קH8321edele wijnstokken, edelen wijnstok, edelsten wijnstokchoice(-st, noble) wine. Compare H8291 (שָׂרוּק)4כֻּלֹּ֖הH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5זֶ֣רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time6אֱמֶ֑תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity7וְאֵיךְ֙H349hoehow, what8נֶהְפַּ֣כְתְּH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)9לִ֔י10סוּרֵ֖יH5494verbasterde rankendegenerate11הַגֶּ֥פֶןH1612wijnstok, wijnstokken, wijnstoksvine, tree12נָכְרִיָּֽהH5237vreemde, vreemd, onbekendealien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman)
22Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22WantH3588, al wiestH3526 gij u met salpeterH5427, en naamt u veelH7235zeepH1287, zoH518 is toch uw ongerechtigheidH5771 voor Mijn aangezichtH6440getekendH3799, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE.
KJVFor though thou wash3thee with nitre,4and take thee much5soap,7yet thine iniquity9is marked8before10me, saith11the Lord12GOD.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3תְּכַבְּסִי֙H3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)4בַּנֶּ֔תֶרH5427salpeternitre5וְתַרְבִּיH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very6לָ֖ךְ7בֹּרִ֑יתH1287zeepsope8נִכְתָּ֤םH3799getekendmark9עֲוֺנֵךְ֙H5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin10לְפָנַ֔יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith12אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord13יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
23Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Hoe zegtH559 gij: Ik ben nietH3808verontreinigdH2930, ik heb de BaalsH1168nietH3808nagewandeldH1980? ZieH7200 uw wegH1870 in het dalH1516, kenH3045, watH4100 gij gedaanH6213 hebt, gij lichte, snelleH7031kemelinH1072, die haar wegenH1870verdraaitH8308!Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait!
KJVHow canst thou say,2I am not polluted,4I have not gone8after5Baalim?6see9thy way10in the valley,11know12what thou hast done:14thou art a swift16dromedary15traversing17her ways;
1אֵ֣יךְH349hoehow, what2תֹּאמְרִ֞יH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4נִטְמֵ֗אתִיH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly5אַחֲרֵ֤יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6הַבְּעָלִים֙H1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הָלַ֔כְתִּיH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl9רְאִ֤יH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10דַרְכֵּךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11בַּגַּ֔יְאH1516dal, dalen, valleivalley12דְּעִ֖יH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13מֶ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why14עָשִׂ֑יתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15בִּכְרָ֥הH1072kemelindromedary16קַלָּ֖הH7031snelle, licht, lichtelijklight, swift(-ly)17מְשָׂרֶ֥כֶתH8308verdraaittraverse18דְּרָכֶֽיהָH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
24Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Zij is een woudezelinH6501, gewendH3928 in de woestijnH4057, naar den lustH185 harer zielH5315scheptH7602 zij den windH7307, wieH4310 zou haar ontmoetingH8385afkerenH7725? AllenH3605, die haar zoekenH1245, zullen nietH3808moedeH3286 worden, in haar maandH2320 zullen zij haar vindenH4672.Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden.
KJVA wild ass1used2to the wilderness,3that snuffeth up6the wind7at her pleasure;4in her occasion8who can turn her away?10all they that seek12her will not weary14themselves; in her month15they shall find
1פֶּ֣רֶהH6501woudezel, woudezels, woudezelenwild (ass)2לִמֻּ֣דH3928geleerd, geleerden, gewendaccustomed, disciple, learned, taught, used3מִדְבָּ֗רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness4בְּאַוַּ֤תH185lust, begeertedesire, lust after, pleasure5נַפְשָׁהּ֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it6שָׁאֲפָ֣הH7602slokken, hijgt, Haakdesire (earnestly), devour, haste, pant, snuff up, swallow up7ר֔וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)8תַּאֲנָתָ֖הּH8385gelegenheid, ontmoetingoccasion9מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God10יְשִׁיבֶ֑נָּהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12מְבַקְשֶׁ֨יהָ֙H1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)13לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יִיעָ֔פוּH3286mat, moede, amechtigfaint, cause to fly, (be) weary (self)15בְּחָדְשָׁ֖הּH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon16יִמְצָאֽוּנְהָH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
25Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25BedwingH4513 uw voetH7272 van ontschoeiingH3182, en uw keelH1627 van dorstH6773; maar gij zegtH559: Het is buiten hoopH2976; neenH157, wantH3588 ik heb de vreemdenH2114liefH157, en die zal ik nawandelenH3212!Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen!
KJVWithhold1thy foot2from being unshod,3and thy throat4from thirst:5but thou saidst,6There is no hope:7no; for I have loved10strangers,11and after12them will I go.
1מִנְעִ֤יH4513geweerd, onthouden, Bedwingdeny, keep (back), refrain, restrain, withhold2רַגְלֵךְ֙H7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time3מִיָּחֵ֔ףH3182barrevoets, ontschoeiingbarefoot, being unshod4וּגְרוֹנֵ֖ךְH1627keel, hals[idiom] aloud, mouth, neck, throat5מִצִּמְאָ֑הH6773dorstthirst6וַתֹּאמְרִ֣יH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7נוֹאָ֔שׁH2976buiten hoop, hoop verlieze, mismoedigen(cause to) despair, one that is desperate, be no hope8ל֕וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אָהַ֥בְתִּיH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend11זָרִ֖יםH2114vreemde, vreemden, vreemd(come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)12וְאַחֲרֵיהֶ֥םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with13אֵלֵֽךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
26Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israels beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Gelijk een diefH1590 beschaamd wordt, wanneer hij gevondenH4672 wordt, alzoH3651 zijn die van het huisH1004IsraelsH3478 beschaamd; zij, hun koningenH4428, hun vorstenH8269, en hun priestersH3548, en hun profetenH5030;Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israels beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten;
Ook in dit vers
beschaamdH1322
KJVAs the thief2is ashamed1when he is found,4so is the house7of Israel8ashamed;they, their kings,10their princes,11and their priests,12and their prophets,
1כְּבֹ֤שֶׁתH1322schaamte, beschaamdheid, beschamingashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing)2גַּנָּב֙H1590dief, dieventhief3כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4יִמָּצֵ֔אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you6הֹבִ֖ישׁוּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long7בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9הֵ֤מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye10מַלְכֵיהֶם֙H4428koning, konings, koningenking, royal11שָֽׂרֵיהֶ֔םH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward12וְכֹהֲנֵיהֶ֖םH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer13וּנְבִיאֵיהֶֽםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet
27Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Die tot een houtH6086zeggenH559: Gij zijt mijn vaderH1; en tot een steenH68: GijH859 hebt mij gegenereerdH3205; wantH3588 zij kerenH6437 Mij den nekH6203 toe, en nietH3808 het aangezichtH6440; maar ten tijdeH6256 huns kwaadsH7451zeggenH559 zij: StaH6965 op en verlosH3467 ons.Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons.
KJVSaying1to a stock,2Thou art my father;3and to a stone,5Thou hast brought me forth:7for they have turned9their back11unto me, and not their face:13but in the time14of their trouble15they will say,16Arise,17and save
1אֹמְרִ֨יםH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָעֵ֜ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood3אָ֣בִיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4אַ֗תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5וְלָאֶ֨בֶן֙H68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)6אַ֣תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7יְלִדְתָּ֔נוּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9פָנ֥וּH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)10אֵלַ֛יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11עֹ֖רֶףH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)12וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13פָנִ֑יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14וּבְעֵ֤תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when15רָֽעָתָם֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)16יֹֽאמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17ק֖וּמָהH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)18וְהוֹשִׁיעֵֽנוּH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory
28Waar zijn dan uw goden, die gij u gemaakt hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen; want naar het getal uwer steden zijn uw goden, o Juda!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Waar zijn dan uw godenH430, dieH834 gij u gemaaktH6213 hebt? Laat ze opstaanH6965, ofH518 zij u ten tijdeH6256 uws kwaadsH7451 zullen verlossenH3467; wantH3588 naar het getalH4557 uwer stedenH5892zijnH1961 uw godenH430, o JudaH3063!Waar zijn dan uw goden, die gij u gemaakt hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen; want naar het getal uwer steden zijn uw goden, o Juda!
KJVBut where are thy gods2that thou hast made4thee? let them arise,6if they can save8thee in the time9of thy trouble:10for according to the number12of thy cities13are thy gods,15O Judah.
1וְאַיֵּ֤הH346waar?where2אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לָּ֔ךְ6יָק֕וּמוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8יוֹשִׁיע֖וּךָH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory9בְּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when10רָעָתֶ֑ךָH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)11כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12מִסְפַּ֣רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time13עָרֶ֔יךָH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14הָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
29Waarom twist gij tegen Mij? Gij hebt allen tegen Mij overtreden, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29WaaromH4100twistH7378 gij tegenH413 Mij? Gij hebt allenH3605 tegen Mij overtredenH6586, spreektH5002 de HEEREH3068.Waarom twist gij tegen Mij? Gij hebt allen tegen Mij overtreden, spreekt de HEERE.
KJVWherefore will ye plead2with me? ye all have transgressed5against me, saith7the LORD.
1לָ֥מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2תָרִ֖יבוּH7378twisten, twist, getwistadversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly3אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כֻּלְּכֶ֛םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5פְּשַׁעְתֶּ֥םH6586overtreden, overtreders, vielenoffend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or)6בִּ֖י7נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith8יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
30Tevergeefs heb Ik uw kinderen geslagen; zij hebben de tucht niet aangenomen; ulieder zwaard heeft uw profeten verteerd, als een verdorven leeuw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30TevergeefsH7723 heb Ik uw kinderenH1121geslagenH5221; zij hebben de tuchtH4148nietH3808aangenomenH3947; ulieder zwaardH2719 heeft uw profetenH5030verteerdH398, als een verdorvenH7843leeuwH738.Tevergeefs heb Ik uw kinderen geslagen; zij hebben de tucht niet aangenomen; ulieder zwaard heeft uw profeten verteerd, als een verdorven leeuw.
KJVIn vain1have I smitten2your children;4they received7no correction:5your own sword9hath devoured8your prophets,10like a destroying12lion.
1לַשָּׁוְא֙H7723ijdelheid, ijdellijk, vergeefsfalse(-ly), lie, lying, vain, vanity2הִכֵּ֣יתִיH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּנֵיכֶ֔םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5מוּסָ֖רH4148tucht, kastijding, onderwijsbond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7לָקָ֑חוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8אָכְלָ֧הH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite9חַרְבְּכֶ֛םH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool10נְבִֽיאֵיכֶ֖םH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet11כְּאַרְיֵ֥הH738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)12מַשְׁחִֽיתH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)
31O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israel een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31O geslachtH1755, aanmerktH7200 toch gijliedenH859 des HEERENH3068woordH1697! Ben Ik IsraelH3478 een woestijnH4057geweestH1961, ofH518 een landH776 der uiterste donkerheidH3991? Waarom zegtH559 dan Mijn volkH5971: Wij zijn herenH7300, wij zullen nietH3808meerH5750totH413 U komenH935?O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israel een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?
KJVO generation,1see3ye the word4of the LORD.5Have I been a wilderness6unto Israel?8a land10of darkness?11wherefore say13my people,14We are lords;15we will come
1הַדּ֗וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity2אַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3רְא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6הֲמִדְבָּ֤רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness7הָיִ֨יתִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לְיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9אִ֛םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מַאְפֵּ֖לְיָ֑הH3991uiterste donkerheiddarkness12מַדּ֜וּעַH4069waarom?how, wherefore, why13אָמְר֤וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14עַמִּי֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people15רַ֔דְנוּH7300heersen, heerste, herenhave the dominion, be lord, mourn, rule16לֽוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17נָב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)19אֵלֶֽיךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
32Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen? Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32VergeetH7911 ook een jonkvrouwH1330 haar versierselH5716, of een bruidH3618 haar bindselenH7196? Nochtans heeft Mijn volkH5971 Mij vergetenH7911, dagenH3117zonderH369getalH4557.Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen? Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.
KJVCan a maid2forget1her ornaments,3or a bride4her attire?5yet my people6have forgotten7me days8without number.
1הֲתִשְׁכַּ֤חH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget2בְּתוּלָה֙H1330jonkvrouw, maagd, maagdenmaid, virgin3עֶדְיָ֔הּH5716sieraad, versiersel, mond[idiom] excellent, mouth, ornament4כַּלָּ֖הH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse5קִשֻּׁרֶ֑יהָH7196bindselenattire, headband6וְעַמִּ֣יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7שְׁכֵח֔וּנִיH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget8יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10מִסְפָּֽרH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time
33Wat maakt gij uw weg goed, daar gij boelering zoekt? Waarom gij ook de booste hoeren uw wegen geleerd hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33WatH4100maaktH3190 gij uw wegH1870goedH3190, daar gij boeleringH160zoektH1245? Waarom gij ookH1571 de boosteH7451 hoeren uw wegenH1870geleerdH3925 hebt.Wat maakt gij uw weg goed, daar gij boelering zoekt? Waarom gij ook de booste hoeren uw wegen geleerd hebt.
34Ja, het bloed van de zielen der onschuldige nooddruftigen is in uw zomen gevonden; Ik heb dat niet met opgraven gevonden, maar aan alle die.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34JaH1571, het bloedH1818 van de zielenH5315 der onschuldigeH5355nooddruftigenH34 is in uw zomenH3671gevondenH4672; Ik heb dat nietH3808 met opgravenH4290gevondenH4672, maarH3588aanH5921alleH3605dieH428.Ja, het bloed van de zielen der onschuldige nooddruftigen is in uw zomen gevonden; Ik heb dat niet met opgraven gevonden, maar aan alle die.
KJVAlso in thy skirts2is found3the blood4of the souls5of the poor6innocents:7I have not found10it by secret search,
1גַּ֤םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2בִּכְנָפַ֨יִךְ֙H3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)3נִמְצְא֔וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on4דַּ֛םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent5נַפְשׁ֥וֹתH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it6אֶבְיוֹנִ֖יםH34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)7נְקִיִּ֑יםH5355onschuldig, onschuldige, onschuldigenblameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9בַמַּחְתֶּ֥רֶתH4290doorgraven, opgravenbreaking up, secret search10מְצָאתִ֖יםH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14אֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
35Nog zegt gij: Zeker, ik ben onschuldig; Zijn toorn is immers van mij afgekeerd. Ziet, Ik zal met u rechten, omdat gij zegt: Ik heb niet gezondigd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Nog zegtH559 gij: Zeker, ik ben onschuldigH5352; Zijn toornH639 is immers vanH4480 mij afgekeerdH7725. ZietH2005, Ik zal met u rechtenH8199, omdatH3588 gij zegtH559: Ik heb nietH3808gezondigdH2398.Nog zegt gij: Zeker, ik ben onschuldig; Zijn toorn is immers van mij afgekeerd. Ziet, Ik zal met u rechten, omdat gij zegt: Ik heb niet gezondigd.
KJVYet thou sayest,1Because I am innocent,3surely his anger6shall turn5from me. Behold, I will plead9with thee, because thou sayest,12I have not sinned.
1וַתֹּֽאמְרִי֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3נִקֵּ֔יתִיH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly4אַ֛ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)5שָׁ֥בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6אַפּ֖וֹH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath7מִמֶּ֑נִּיH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הִנְנִי֙H2005ziet, ziebehold, if, lo, though9נִשְׁפָּ֣טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule10אוֹתָ֔ךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אָמְרֵ֖ךְH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14חָטָֽאתִיH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass
36Wat reist gij veel uit, veranderende uw weg? Gij zult ook van Egypte beschaamd worden, gelijk als gij van Assur beschaamd zijt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Wat reistH235 gij veelH3966 uit, veranderendeH8138 uw wegH1870? Gij zult ookH1571 van EgypteH4714beschaamdH954 worden, gelijk als gij van AssurH804beschaamdH954 zijt.Wat reist gij veel uit, veranderende uw weg? Gij zult ook van Egypte beschaamd worden, gelijk als gij van Assur beschaamd zijt.
KJVWhy gaddest thou about2so much3to change4thy way?6thou also shalt be ashamed9of Egypt,8as thou wast ashamed11of Assyria.
1מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2תֵּזְלִ֥יH235weggegaan, omreizer, reistfail, gad about, go to and fro (but in Ezekiel 27:19 the word is rendered by many 'from Uzal,' by others 'yarn'), be gone (spent)3מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well4לְשַׁנּ֣וֹתH8138tweeden, veranderd, veranderdedo (speak, strike) again, alter, double, (be given to) change, disguise, (be) diverse, pervert, prefer, repeat, return, do the second time5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6דַּרְכֵּ֑ךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)7גַּ֤םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8מִמִּצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9תֵּב֔וֹשִׁיH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long10כַּאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11בֹּ֖שְׁתְּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long12מֵאַשּֽׁוּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)
37Gij zult ook van hier uitgaan met uw handen op uw hoofd; want de HEERE heeft al uw vertrouwen verworpen, zodat gij daarmede niet zult gedijen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Gij zult ookH1571 van hierH2088uitgaanH3318 met uw handenH3027opH5921 uw hoofdH7218; wantH3588 de HEEREH3068 heeft al uw vertrouwenH4009verworpenH3988, zodat gij daarmede nietH3808 zult gedijenH6743.Gij zult ook van hier uitgaan met uw handen op uw hoofd; want de HEERE heeft al uw vertrouwen verworpen, zodat gij daarmede niet zult gedijen.
KJVYea, thou shalt go forth4from him, and thine hands5upon thine head:7for the LORD10hath rejected9thy confidences,11and thou shalt not prosper
1גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2מֵאֵ֥תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix3זֶה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4תֵּֽצְאִ֔יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter5וְיָדַ֖יִךְH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7רֹאשֵׁ֑ךְH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9מָאַ֤סH3988verworpen, verwerpen, versmaadabhor, cast away (off), contemn, despise, disdain, (become) loathe(some), melt away, refuse, reject, reprobate, [idiom] utterly, vile person10יְהֹוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11בְּמִבְטַחַ֔יִךְH4009vertrouwen, Vertrouwen, vertrouwensconfidence, hope, sure, trust12וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תַצְלִ֖יחִיH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)14לָהֶֽם
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 2:1— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:Jeremia 23:28→2 Petrus 1:21→Jeremia 1:11→Jeremia 7:1→Hebreeën 1:1→Ezechiël 7:1→
Jeremia 2:2— Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.Ezechiël 16:8→Deuteronomium 2:7→Ezechiël 16:60→Jeremia 11:6→Jeremia 7:2→Jeremia 2:6→Exodus 24:3→Hosea 2:15→
Jeremia 2:3— Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.Jakobus 1:18→Exodus 19:5→Jesaja 41:11→Deuteronomium 7:6→Openbaring 14:4→Jeremia 50:7→Jeremia 12:14→Deuteronomium 14:2→
Jeremia 2:4— Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, en alle geslachten van het huis Israels!Jesaja 51:1→Jeremia 31:1→Jeremia 19:3→Jeremia 7:2→Jeremia 5:21→Jeremia 44:24→Jeremia 33:24→Hosea 4:1→
Jeremia 2:5— Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden?2 Koningen 17:15→Romeinen 1:21→Jesaja 5:3→Psalmen 115:8→Jesaja 44:9→1 Samuël 12:21→Jona 2:8→Jeremia 10:14→
Jeremia 2:6— En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde?Deuteronomium 32:10→Hosea 13:4→Deuteronomium 8:14→Jesaja 63:11→Hosea 12:13→Jeremia 5:2→Exodus 14:1→Psalmen 23:4→
Jeremia 2:7— En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel.Deuteronomium 8:7→Jeremia 16:18→Numeri 13:27→Psalmen 106:38→Nehemia 9:25→Jeremia 3:1→Deuteronomium 6:10→Leviticus 18:24→
Jeremia 2:8— De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen.Habakuk 2:18→Jeremia 10:21→Jeremia 5:31→Johannes 16:3→2 Korinthe 4:2→Romeinen 2:17→Jeremia 12:10→Jesaja 28:7→
Jeremia 2:9— Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten.Ezechiël 20:35→Jeremia 2:35→Exodus 20:5→Micha 6:2→Leviticus 20:5→Jesaja 3:13→Jeremia 2:29→Jesaja 43:26→
Jeremia 2:10— Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij?Psalmen 120:5→1 Kronieken 23:1→Numeri 24:24→Daniël 11:30→1 Korinthe 5:1→Ezechiël 27:6→Jesaja 21:16→1 Kronieken 1:7→
Jeremia 2:11— Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet.Jeremia 16:20→Jesaja 37:19→Romeinen 1:23→Psalmen 106:20→Micha 4:5→Deuteronomium 33:29→Psalmen 115:4→Jeremia 2:8→
Jeremia 2:12— Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE.Jesaja 1:2→Jeremia 6:19→Micha 6:2→Mattheüs 27:50→Jeremia 22:29→Deuteronomium 32:1→Mattheüs 27:45→
Jeremia 2:13— Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.Johannes 4:14→Psalmen 36:9→Jeremia 17:13→Jesaja 55:2→Openbaring 22:1→Johannes 7:37→Openbaring 22:17→Openbaring 21:6→
Jeremia 2:14— Is dan Israel een knecht, of is hij een ingeborene des huizes? Waarom is hij dan ten roof geworden?Exodus 4:22→Jesaja 50:1→Prediker 2:7→Genesis 15:3→
Jeremia 2:15— De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zij hebben hun stem verheven; en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijn steden zijn verbrand, dat er niemand in woont.Jeremia 4:7→Jeremia 50:17→Jeremia 9:11→Jesaja 5:29→Jesaja 1:7→Jesaja 24:1→Sefanja 1:18→Job 4:10→
Jeremia 2:16— Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes den schedel afgeweid.Jeremia 46:14→Jeremia 43:7→Jeremia 44:1→Jesaja 19:13→Deuteronomium 33:20→Ezechiël 30:16→Ezechiël 30:13→Jesaja 31:1→
Jeremia 2:17— Doet gij dit niet zelven, doordien gij den HEERE, uw God, verlaat, ten tijde als Hij u op den weg leidt?Jeremia 4:18→Deuteronomium 28:15→Leviticus 26:15→Jeremia 2:13→Hosea 13:9→Jesaja 1:4→1 Kronieken 28:9→Deuteronomium 32:10→
Jeremia 2:18— En nu, wat hebt gij te doen met den weg van Egypte, om de wateren van Sihor te drinken? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier te drinken?Jozua 13:3→Jesaja 31:1→Jeremia 2:36→Hosea 7:11→Jesaja 30:1→Ezechiël 17:15→2 Koningen 16:7→Hosea 5:13→
Jeremia 2:19— Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.Hosea 5:5→Jesaja 3:9→Psalmen 36:1→Jeremia 4:18→Amos 8:10→Hosea 11:7→Jeremia 5:6→Jeremia 2:17→
Jeremia 2:20— Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende.Deuteronomium 12:2→Leviticus 26:13→Jeremia 30:8→Jeremia 17:2→Hosea 3:3→Jesaja 1:21→Jozua 24:24→Deuteronomium 26:17→
Jeremia 2:21— Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok?Jesaja 5:4→Exodus 15:17→Psalmen 80:8→Psalmen 44:2→Deuteronomium 32:32→Jesaja 5:1→Klaagliederen 4:1→Jozua 24:31→
Jeremia 2:22— Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE.Jeremia 17:1→Hosea 13:12→Job 14:17→Jeremia 16:17→Job 9:30→Psalmen 90:8→Deuteronomium 32:34→Psalmen 130:3→
Jeremia 2:23— Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait!Jeremia 7:31→Spreuken 30:12→Psalmen 50:21→Esther 8:16→Spreuken 30:20→Jeremia 2:33→Jesaja 57:5→Ezechiël 23:1→
Jeremia 2:24— Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden.Jeremia 14:6→Jeremia 2:27→Hosea 5:15→Job 39:5→Job 11:12→
Jeremia 2:25— Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen!Deuteronomium 32:16→Jeremia 3:13→Romeinen 8:24→Jeremia 18:12→Romeinen 2:4→Jesaja 57:10→Hosea 2:3→Jesaja 20:2→
Jeremia 2:26— Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israels beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten;Jeremia 32:32→Nehemia 9:32→Ezra 9:7→Romeinen 6:21→Daniël 9:6→Jeremia 48:27→Jeremia 2:36→Jesaja 1:29→
Jeremia 2:27— Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons.Jesaja 26:16→Psalmen 115:4→Jeremia 32:33→Jeremia 10:8→Hosea 5:15→Hosea 7:14→Jeremia 18:17→Jeremia 2:24→
Jeremia 2:28— Waar zijn dan uw goden, die gij u gemaakt hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen; want naar het getal uwer steden zijn uw goden, o Juda!Jeremia 11:13→Deuteronomium 32:37→Jesaja 45:20→Richteren 10:14→Jesaja 46:7→2 Koningen 17:30→2 Koningen 3:13→Jesaja 46:2→
Jeremia 2:29— Waarom twist gij tegen Mij? Gij hebt allen tegen Mij overtreden, spreekt de HEERE.Jeremia 5:1→Daniël 9:11→Jeremia 6:13→Jeremia 9:2→Jeremia 2:23→Jeremia 3:2→Jeremia 2:35→Romeinen 3:19→
Jeremia 2:30— Tevergeefs heb Ik uw kinderen geslagen; zij hebben de tucht niet aangenomen; ulieder zwaard heeft uw profeten verteerd, als een verdorven leeuw.Nehemia 9:26→Handelingen 7:52→1 Thessalonicenzen 2:15→Jesaja 1:5→Jeremia 5:3→Jeremia 26:20→Jesaja 9:13→Jeremia 7:28→
Jeremia 2:31— O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israel een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?Deuteronomium 32:15→Jesaja 45:19→1 Korinthe 4:8→Amos 1:1→Nehemia 9:21→Psalmen 10:4→Deuteronomium 8:12→2 Samuël 12:7→
Jeremia 2:32— Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen? Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.Jeremia 3:21→Psalmen 106:21→Jesaja 17:10→Jeremia 2:11→Psalmen 9:17→Jeremia 13:25→Jesaja 61:10→Hosea 8:14→
Jeremia 2:33— Wat maakt gij uw weg goed, daar gij boelering zoekt? Waarom gij ook de booste hoeren uw wegen geleerd hebt.Jeremia 2:36→Jeremia 3:1→Hosea 2:13→Hosea 2:5→Ezechiël 16:47→Ezechiël 16:27→Jeremia 2:23→Ezechiël 16:51→
Jeremia 2:34— Ja, het bloed van de zielen der onschuldige nooddruftigen is in uw zomen gevonden; Ik heb dat niet met opgraven gevonden, maar aan alle die.2 Koningen 21:16→Jeremia 19:4→2 Koningen 24:4→Exodus 22:2→Psalmen 106:37→Jeremia 7:31→Ezechiël 20:31→Jesaja 59:7→
Jeremia 2:35— Nog zegt gij: Zeker, ik ben onschuldig; Zijn toorn is immers van mij afgekeerd. Ziet, Ik zal met u rechten, omdat gij zegt: Ik heb niet gezondigd.Spreuken 28:13→Jesaja 58:3→Jeremia 2:29→Jeremia 2:23→Romeinen 7:9→Job 33:9→Jeremia 25:31→1 Johannes 1:8→
Jeremia 2:36— Wat reist gij veel uit, veranderende uw weg? Gij zult ook van Egypte beschaamd worden, gelijk als gij van Assur beschaamd zijt.Jeremia 31:22→Hosea 5:13→Jeremia 2:23→Hosea 12:1→2 Kronieken 28:20→2 Kronieken 28:16→Jesaja 30:1→Klaagliederen 4:17→
Jeremia 2:37— Gij zult ook van hier uitgaan met uw handen op uw hoofd; want de HEERE heeft al uw vertrouwen verworpen, zodat gij daarmede niet zult gedijen.2 Samuël 13:19→Jeremia 37:7→Ezechiël 17:15→Jeremia 17:5→2 Kronieken 13:12→Jeremia 2:36→Numeri 14:41→Jeremia 32:5→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 2 vers 2— Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.
Jeruzalem
Dat is, van de inwoners van Jeruzalem, gelijk Jer. 1:3 , enz.
Hertaald:Jeruzalem
Dat is: van de inwoners van Jeruzalem, zoals in Jer. 1:3, enzovoort.
Ik gedenk
Hebr. Ik gedenk u, enz.; zie Ps. 79:8 .
Hertaald:Ik gedenk
Hebreeuws: Ik gedenk u, enzovoort; zie Ps. 79:8.
uwer jeugd
Dat is, der weldadigheid, of goedertierenheid, die Ik u bewezen heb in uwe jeugd: alzo, der liefde van uwe ondertrouw; dat is, die Ik u bewezen heb als Ik u trouwde, dat is, als Ik u eerst tot mijn volk aannam in Egypte, en daarna mijn verbond met u maakte aan Horeb; verg. Ezech. 16:8 , Ezech. 16:22 , en zie, aangaande de manier van spreken, Ps. 59:11 , en Ps. 106:4 ; Jes. 26:11 ; idem onder Jer. 51:35 ; Joël 3:19 ; Ob. 1:10 ; Jona 2:8 , met de aantekening aldaar, enz.
Hertaald:uwer jeugd
Dat is: van de weldadigheid of goedertierenheid die Ik u in uw jeugd bewezen heb. Zo ook: van de liefde van uw ondertrouw, dat is: die Ik u bewezen heb toen Ik u trouwde, dat is: toen Ik u in Egypte voor het eerst tot Mijn volk aannam en daarna Mijn verbond met u sloot bij Horeb; vergelijk Ezech. 16:8 en Ezech. 16:22. Over deze manier van spreken, zie Ps. 59:11 en Ps. 106:4, Jes. 26:11, en ook hieronder Jer. 51:35, Joël 3:19, Obadja 1:10 en Jona 2:8 met de aantekening daarbij, enzovoort.
onbezaaid
Verg. onder vs.6.
Hertaald:onbezaaid
Vergelijk hieronder vers 6.
Jeremia 2 vers 3— Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.
heiligheid
Van Hem tot Zijn volk geheiligd en van alle andere volken afgezonderd; gelijk de eerstelingen der vruchten Hem geheiligd waren. Zie Ex. 19:4-6 .
Hertaald:heiligheid
Door Hem tot Zijn volk geheiligd en van alle andere volken afgezonderd, zoals de eerstelingen van de vruchten Hem geheiligd waren. Zie Ex. 19:4-6.
opaten
Dat is, zochten op te eten, dat is, te verderven, die Hem leed deden; verg. Neh. 6:9 ; Ps. 14:4 , en Ps. 79:7 .
Hertaald:opaten
Dat is: hem probeerden op te eten, dat is: te verderven, en hem leed deden; vergelijk Neh. 6:9, Ps. 14:4 en Ps. 79:7.
voor schuldig
En als zodanigen gestraft; gelijk de volgende woorden verklaren.
Hertaald:voor schuldig
En als zodanig gestraft, zoals de volgende woorden verklaren.
kwaad
Te weten, der straf; dat is ellende verderf; gelijk gebleken is aan de Egyptenaars, Amelekieten, de koningen Sihon en Og, Midianieten en Kanaänieten.
Hertaald:kwaad
Namelijk: van de straf, dat is: ellende en verderf, zoals gebleken is aan de Egyptenaren, de Amalekieten, de koningen Sihon en Og, de Midianieten en de Kanaänieten.
Jeremia 2 vers 5— Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden?
ijdelheid
Dat is, de afgoden, die niets dan ijdelheid zijn, en afgodendienaars in hunne gedachten verijdelen en in hunne hoop bedriegen; verg. 2 Kon. 17:15 ; Ps. 62:11 , en onder vs.8, 11.
Hertaald:ijdelheid
Dat is: de afgoden, die niets dan ijdelheid zijn en die de afgodendienaars in hun gedachten verijdelen en in hun hoop bedriegen; vergelijk 2 Kon. 17:15 en Ps. 62:11, en hieronder vers 8 en 11.
Jeremia 2 vers 6— En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde?
zeiden niet
Te weten, bij zichzelven, dat is, dachten niet, alzo vs.8.
Hertaald:zeiden niet
Namelijk: bij zichzelf, dat is: dachten niet; zo ook in vers 8.
wildernissen
Hebr. der wildernis en des kuils, of der groeve; dat is woest en kuilachtig, dat is onslecht, oneffen, ongebaand; sommigen verstaan door den kuil het graf; dat is, zulk een land, waarin, vermits gebrek van alles vs.2, voor de doortrekkenden niet dan de dood en het graf te verwachten was, tenware God het wonderlijk voorzien had.
Hertaald:wildernissen
Hebreeuws: van de wildernis en van de kuil of de groeve — dat is: woest en vol kuilen, dus niet effen, oneffen, ongebaand. Sommigen verstaan onder de kuil het graf, dat is: een land waarin, bij gebrek aan alles (vers 2), voor de doortrekkenden niets dan de dood en het graf te verwachten was, als God er niet op wonderlijke wijze in voorzien had.
schaduw des doods,
Zie Ps. 23:4 .
Hertaald:schaduw des doods,
Zie Ps. 23:4.
Jeremia 2 vers 7— En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel.
Ik bracht
Dit zijn weder Gods woorden.
Hertaald:Ik bracht
Dit zijn weer de woorden van God.
vruchtbaar
Hebr. Karmel. Zie 2 Kon. 19:23 ; alzo onder Jer. 4:26 , en Jer. 48:32 , enz., versta Kanaän.
Hertaald:vruchtbaar
Hebreeuws: Karmel. Zie 2 Kon. 19:23; zo ook hieronder Jer. 4:26 en Jer. 48:32, enzovoort. Versta: Kanaän.
Hertaald:gruwel
Terwijl zij daarin allerlei gruwelijke afgoderij bedreven, zoals volgt.
Jeremia 2 vers 8— De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen.
die de wet
Als priesters, Levieten, schriftgeleerden, die de wet Gods, of de Heilige Schrift, het volk zouden leren en verklaren; zie Mal. 2:6-7 ; Ezra 7:6 ; Neh. 8:1 , Neh. 8:3 , Neh. 8:7-8 , enz.
Hertaald:die de wet
Zoals priesters, Levieten en schriftgeleerden, die het volk de wet van God of de Heilige Schrift zouden onderwijzen en verklaren; zie Mal. 2:6-7, Ezra 7:6 en Neh. 8:1, Neh. 8:3 en Neh. 8:7-8, enzovoort.
kenden
Anders: vielen van mij af. Zie 1 Kon. 8:50 , en 1 Kon. 12:19 .
Hertaald:kenden
Anders: vielen van Mij af. Zie 1 Kon. 8:50 en 1 Kon. 12:19.
door Baäl,
Dat is, in Baäls naam. Zie Richt. 2:11 .
Hertaald:door Baäl,
Dat is: in de naam van Baäl. Zie Richt. 2:11.
geen nut doen
Dat is, de afgoden en menselijke inzettingen, alzo vs.11, die boven vs.5
Hertaald:geen nut doen
Dat is: de afgoden en de menselijke inzettingen; zo ook in vers 11, en zoals hierboven in vers 5.
Jeremia 2 vers 10— Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij?
Chitteërs,
Zie Gen. 10:4 , en Num. 24:24 .
Hertaald:Chitteërs,
Zie Gen. 10:4 en Num. 24:24.
Kedar,
Zie Gen. 25:13 , onder Jer. 49:28 ; Ps. 120:5-6 ; Hoogl. 1:5 . Men houdt het voor landstreken in woest en steenachtige Arabië; verg Ezech. 27:21 .
Hertaald:Kedar,
Zie Gen. 25:13, hieronder Jer. 49:28, Ps. 120:5-6 en Hoogl. 1:5. Men houdt het voor landstreken in het woeste en steenachtige Arabië; vergelijk Ezech. 27:21.
wel op;
Hebr. zeer.
Hertaald:wel op;
Hebreeuws: zeer.
Jeremia 2 vers 11— Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet.
Eer
Dat is, den waren God en godsdienst, in afgoden en afgoderij; zie Ps. 106:20 , met de aantekening.
Hertaald:Eer
Dat is: de ware God en de ware godsdienst, voor afgoden en afgoderij; zie Ps. 106:20 met de aantekening.
Jeremia 2 vers 12— Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE.
hemelen,
Zie Deut. 4:26 .
Hertaald:hemelen,
Zie Deut. 4:26.
zijt verschrikt,
Eigenlijk: Laat de haren oprijzen, of zijt bewogen.
Hertaald:zijt verschrikt,
Eigenlijk: laat de haren te berge rijzen, of: wees bewogen.
wordt zeer woest,
Door intrekking of verlies van het hemelse licht.
Hertaald:wordt zeer woest,
Doordat het hemelse licht ingetrokken of verloren wordt.
Jeremia 2 vers 13— Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.
Springader
Den auteur en oorsprong der ware gelukzaligheid, aller zalige en bestendige hulp, van den heilzamen troost en van het eeuwige leven; vergelijk Joh. 4:14 , enz.
Hertaald:Springader
De Bewerker en Oorsprong van het ware geluk, van alle zalige en bestendige hulp, van de heilzame troost en van het eeuwige leven; vergelijk Joh. 4:14, enzovoort.
levenden
Zie Gen. 26:19 , en dergelijk Ps. 36:10 .
Hertaald:levenden
Zie Gen. 26:19, en iets dergelijks in Ps. 36:10.
bakken
Of, cisternen; vergelijk boven vs.8.
Hertaald:bakken
Of: cisternen; vergelijk hierboven vers 8.
Jeremia 2 vers 14— Is dan Israel een knecht, of is hij een ingeborene des huizes? Waarom is hij dan ten roof geworden?
knecht,
Dat hij aldus van vijanden gehandeld wordt, alsof hij een knecht en slaaf ware.
Hertaald:knecht,
Dat hij door zijn vijanden zo behandeld wordt alsof hij een knecht en slaaf was.
ingeborene
Dat is, slaaf, knecht, die ook een zoon des huizes genoemd wordt. Zie Gen. 15:3 , en Gen. 17:13 .
Hertaald:ingeborene
Dat is: slaaf, knecht, die ook een zoon van het huis genoemd wordt. Zie Gen. 15:3 en Gen. 17:13.
is hij dan
God spreekt van de nakende straffen alsof zij bereids zijn volk waren overkomen, vanwege de ongetwijfelde zekerheid van dien. Alzo in het volgende, en elders dikwijls.
Hertaald:is hij dan
God spreekt over de aanstaande straffen alsof zij Zijn volk al overkomen waren, vanwege de onbetwijfelbare zekerheid daarvan. Zo ook in het vervolg, en elders vaak.
Jeremia 2 vers 15— De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zij hebben hun stem verheven; en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijn steden zijn verbrand, dat er niemand in woont.
leeuwen
De vijanden, te weten de Babyloniërs.
Hertaald:leeuwen
De vijanden, namelijk de Babyloniërs.
verheven;
Hebreeuws, gegeven; dat is, geluid, geschrei gemaakt, gelijk een wild dier doet over den roof.
Hertaald:verheven;
Hebreeuws: gegeven — dat is: geluid of geschreeuw gemaakt, zoals een wild dier doet over zijn prooi.
Jeremia 2 vers 16— Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes den schedel afgeweid.
kinderen van Nof
Dat is, de Egyptenaars. Zie van deze beide steden Jes. 19:13 , en Jes. 30:3-4 ; idem onder, Jer. 43:7 .
Hertaald:kinderen van Nof
Dat is: de Egyptenaren. Over deze beide steden, zie Jes. 19:13 en Jes. 30:3-4, en ook hieronder Jer. 43:7.
Tachpanhes
Zie onder Jer. 43:7-8 . Idem, Ezech. 30:18 , met de aantekening. De woorden zijn in het Hebreeuws wat anders geschreven.
Hertaald:Tachpanhes
Zie hieronder Jer. 43:7-8. En ook Ezech. 30:18, met de aantekening. De woorden zijn in het Hebreeuws iets anders geschreven.
schedel
In plaats dat gij meent van hen geholpen te worden, zullen zij u bederven, inzonderheid in de zuidelijke grenzen gelegen naar Egpypte. Anders: verbroken, verpletterd.
Hertaald:schedel
In plaats dat u meent door hen geholpen te worden, zullen zij u te gronde richten, vooral in de zuidelijke gebieden die naar Egypte toe liggen. Anders: verbroken, verpletterd.
Jeremia 2 vers 17— Doet gij dit niet zelven, doordien gij den HEERE, uw God, verlaat, ten tijde als Hij u op den weg leidt?
weg leidt?
Als Hij u den rechten weg of in zijnen weg leidt door de leringen en vermaningen zijner dienstknechten.
Hertaald:weg leidt?
Wanneer Hij u op de rechte weg leidt, of op Zijn weg, door de leringen en vermaningen van Zijn dienstknechten.
Jeremia 2 vers 18— En nu, wat hebt gij te doen met den weg van Egypte, om de wateren van Sihor te drinken? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier te drinken?
hebt gij
Hebreeuws, wat is u, of wat hebt gij; te weten te doen? vergelijk Richt. 11:12 ; 2 Sam. 16:10 . De zin is: Wat loopt en reist gij dus naar Egypte, of Assyrië, om hulp, alsof Ik u niet helpen kon? vergelijk onder vs.36.
Hertaald:hebt gij
Hebreeuws: wat is u, of wat hebt u — namelijk te doen? Vergelijk Richt. 11:12 en 2 Sam. 16:10. De betekenis is: waarom loopt en reist u zo naar Egypte of Assyrië om hulp, alsof Ik u niet kon helpen? Vergelijk hieronder vers 36.
Sihor
Zie Jes. 13:3 ; Jes. 23:3 .
Hertaald:Sihor
Zie Jes. 13:3 en Jes. 23:3.
rivier
Eufraat.
Hertaald:rivier
De Eufraat.
Jeremia 2 vers 19— Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.
zal u kastijden,
Dat is, gij zult om uwe boosheid gestraft worden. Of, laat uwe boosheid u tuchtigen, enz.; dat is, de vruchten uwer boosheid u onderwijzen en overtuigen dat gij misdaan hebt.
Hertaald:zal u kastijden,
Dat is: u zult om uw boosheid gestraft worden. Of: laat uw boosheid u tuchtigen, enzovoort — dat is: laten de vruchten van uw boosheid u onderwijzen en ervan overtuigen dat u misdaan hebt.
heirscharen
Zie 1 Kon. 18:15 .
Hertaald:heirscharen
Zie 1 Kon. 18:15.
Jeremia 2 vers 20— Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende.
Als Ik
Of, omdat Ik, enz.
Hertaald:Als Ik
Of: omdat Ik, enzovoort.
van ouds
Of, in voortijden; alzo wordt het Hebreeuwse woord olam [dat anders eeuwigheid, idem, een langen toekomstigen tijd, ook den tijd van des mensen leven betekent] ook dikwijls genomen voor langverleden tijden, zaken vanouds, enz. zie Gen. 6:4 ; Deut. 32:7 ; Jes. 57:11 , en onder Jer. 6:16 , en Jer. 18:15 , en Jer. 28:8 ; Ezech. 26:20 , enz.
Hertaald:van ouds
Of: in vroeger tijden. Zo wordt het Hebreeuwse woord olam — dat verder eeuwigheid betekent, en ook een lange toekomende tijd of de duur van een mensenleven — ook vaak genomen voor lang vervlogen tijden, dingen van oudsher, enzovoort; zie Gen. 6:4, Deut. 32:7, Jes. 57:11, en hieronder Jer. 6:16, Jer. 18:15 en Jer. 28:8, en Ezech. 26:20, enzovoort.
juk verbroken,
Versta, de dienstbaarheid en slavernij in Egypte.
Hertaald:juk verbroken,
Versta: de dienstbaarheid en slavernij in Egypte.
verscheurd
Of, afgetrokken, afgerukt.
Hertaald:verscheurd
Of: afgetrokken, afgerukt.
dienen;
Te weten de afgoden. Anders: ik zal niet overtreden; vergelijk de beloften, die zij God gedaan hebben Ex. 19:8 , en Ex. 24:3 ; Joz. 24:16 , enz.; maar [wil de Heere zeggen] gij hebt geen woord gehouden; want enz.
Hertaald:dienen;
Namelijk: de afgoden. Anders: ik zal niet overtreden; vergelijk de beloften die zij God gedaan hebben in Ex. 19:8 en Ex. 24:3, en Joz. 24:16, enzovoort. Maar, wil de HEERE zeggen, u hebt geen woord gehouden; want, enzovoort.
loopt
Vergelijk deze betekenis van het Hebreeuwse woord met Jes. 51:14 , en Jes. 63:1 , en onder Jer. 48:12 . Anders: ligt gij, of strekt gij u neder, wentelt gij u.
Hertaald:loopt
Vergelijk deze betekenis van het Hebreeuwse woord met Jes. 51:14 en Jes. 63:1, en hieronder Jer. 48:12. Anders: ligt u neer, of strekt u zich uit, of wentelt u zich.
hoererende
Vergelijk onder vs.23. Dat is, afgoderij bedrijvende. Zie Lev. 17:7 , en Deut. 12:2-3 , of gij hoert.
Hertaald:hoererende
Vergelijk hieronder vers 23. Dat is: afgoderij bedrijvend. Zie Lev. 17:7 en Deut. 12:2-3. Of: u hoereert.
Jeremia 2 vers 21— Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok?
getrouw zaad;
Hebreeuws, zaad der waarheid, of getrouwheid; dat is een rechten goeden stok, een oprechte plant, die goed zaad, dat is goede vruchten, die het zaad in zich dragen, voortbrengt. Vergelijk Jes. 1:21 , en Jes. 5:2 . Anders: welks ganse zaad waarheid [zou zijn]; in enen zin.
Hertaald:getrouw zaad;
Hebreeuws: zaad van de waarheid of van de trouw — dat is: een goede, echte stek, een oprechte plant die goed zaad voortbrengt, dat is: goede vruchten die het zaad in zich dragen. Vergelijk Jes. 1:21 en Jes. 5:2. Anders: van wie het hele zaad waarheid zou zijn; het komt op hetzelfde neer.
verbasterde
Hebreeuws eigenlijk, afwijkende, dat is, ontaarde bastaardranken.
Hertaald:verbasterde
Hebreeuws eigenlijk: afwijkende — dat is: ontaarde bastaardranken.
vreemden
Of, uitlandsen.
Hertaald:vreemden
Of: uitheemse.
Jeremia 2 vers 22— Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE.
wiest
Dat is, al uw huichelachtige uitvluchten, verontschuldigingen, vijgebladeren, waarmede gij uwe boosheid zoekt te bedekken, kunnen u niet helpen.
Hertaald:wiest
Dat is: al uw huichelachtige uitvluchten, verontschuldigingen en vijgenbladeren, waarmee u uw boosheid probeert te bedekken, kunnen u niet helpen.
salpeter,
Hebreeuws, nether; dat is, niter, salpeter, bergzout.
Hertaald:salpeter,
Hebreeuws: nether — dat is: niter, salpeter, bergzout.
getekend,
Of, gemerkt, dat zij voor mij niet verduisterd kan worden, gelijk het fijne goud zijn merk heeft. Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk hier alzo gevonden, komende van een ander, dat fijn goud betekent en bij de Hebreën ook genomen wordt voor een merk, teken, of vlek, waarbij men iets kan kennen; sommigen zetten het over, glinstert, of blinkt, als goud, idem, gevlekt.
Hertaald:getekend,
Of: gemerkt, zodat zij voor Mij niet verduisterd kan worden, zoals het fijne goud zijn merk heeft. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier in deze betekenis voor; het komt van een ander woord dat fijn goud betekent en dat bij de Hebreeën ook genomen wordt voor een merk, teken of vlek waaraan men iets kan herkennen. Sommigen vertalen het met: glinstert of blinkt als goud, of: gevlekt.
Jeremia 2 vers 23— Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait!
weg
Dat is, uw afgodisch wezen en doen.
Hertaald:weg
Dat is: uw afgodische wezen en doen.
dal,
Dit kan men in het algemeen verstaan van de dalen, Jes. 57:5-6 , of in het bijzonder van het dal Hinnoms, dicht bij Jeruzalem gelegen, waar zij hun gruwelijke afgoderij met den Moloch bedreven. Zie 2 Kon. 23:10 , en onder Jer. 19:2 , enz.
Hertaald:dal,
Dit kan men in het algemeen verstaan van de dalen, Jes. 57:5-6, of in het bijzonder van het dal van Hinnom, vlak bij Jeruzalem gelegen, waar zij hun gruwelijke afgoderij met de Moloch bedreven. Zie 2 Kon. 23:10 en hieronder Jer. 19:2, enzovoort.
snelle kemelin,
Men meent dat het Hebreeuwse woord bichra betekent een zekere soort van kleine of jonge kemelinnen, die zeer snel waren in het lopen als de postpaarden, en alzo anderen voorliepen, gelijk de eerstgeborenen [waarvan bechor gebruikt wordt] den anderen kinderen voorkwamen. Vergelijk Jes. 60:6 . Daarom werd zulk ene kemelin met een Grieks woord dromas, dat is loopster genoemd; het woord dromedaris wordt in onze taal ook gebruikt. Hierbij vergelijkt God Israël, vanwege hun hittige loopsheid in alle afgoderij.
Hertaald:snelle kemelin,
Men meent dat het Hebreeuwse woord bichra een bepaald soort kleine of jonge kamelin aanduidt, die zo snel liep als de postpaarden en daardoor anderen voorbijliep, zoals de eerstgeborenen (waarvoor bechor gebruikt wordt) vóór de andere kinderen kwamen. Vergelijk Jes. 60:6. Daarom werd zo'n kamelin met een Grieks woord dromas, dat is: loopster, genoemd; het woord dromedaris wordt in onze taal ook gebruikt. Hiermee vergelijkt God Israël, vanwege hun hitsige loopsheid in alle afgoderij.
verdraait
Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk hier gevonden, komende van een ander, dat een schoenriem betekent. God wil zeggen dat Israël heen en weder, om en wederom liep in afgoderij, gelijk een schoenriem heen en weder gesnoerd, geslingerd ingewikkeld of verdraaid wordt.
Hertaald:verdraait
Het Hebreeuwse woord komt alleen hier voor; het komt van een ander woord dat een schoenriem betekent. God wil zeggen dat Israël heen en weer, heen en terug liep in de afgoderij, zoals een schoenriem heen en weer gesnoerd, geslingerd, ingewikkeld of verdraaid wordt.
Jeremia 2 vers 24— Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden.
gewend
Hebreeuws, geleerd; dat is gewend, geoefend, ervaren, gelijk onder Jer. 13:21 , Jer. 13:23 , en Jer. 31:18 ; Hos. 10:11 . De zin is, dat zij zo weinig in hare hittigheid te dwingen of te temmen is als een wilde woudezel. Zie Job 39:8 .
Hertaald:gewend
Hebreeuws: geleerd — dat is: gewend, geoefend, ervaren, zoals hieronder in Jer. 13:21 en Jer. 13:23 en Jer. 31:18, en Hos. 10:11. De betekenis is dat zij in haar hitsigheid even weinig te dwingen of te temmen is als een wilde woudezelin. Zie Job 39:8.
schept
Of, slokt den wind in. Vergelijk onder Jer. 14:6 . Dat is, verkwikt en verlustig zij zich bij alle gelegenheid, [die zij zelve zoekt en najaagt] in haar geestelijke hoererij, zijnde zo beschaamd hittig dat niemand haar weren of afslaan kan. Anders: schept zij den wind naar hare gelegenheid, wie zou haar afkeren?
Hertaald:schept
Of: slokt de wind in. Vergelijk hieronder Jer. 14:6. Dat is: zij verkwikt en vermaakt zich bij elke gelegenheid — die zij zelf zoekt en najaagt — in haar geestelijke hoererij, terwijl zij zo schaamteloos hitsig is dat niemand haar kan tegenhouden of afweren. Anders: schept zij de wind naar haar gelegenheid; wie zou haar afkeren?
Allen,
De afgodendienaars, die met haar willen boeleren, behoeven geen grote moeite te doen, zij is licht te vinden. Vergelijk Ezech. 16:33-34 , en Ezech. 23:40 .
Hertaald:Allen,
De afgodendienaars die met haar willen boeleren hoeven geen grote moeite te doen: zij is gemakkelijk te vinden. Vergelijk Ezech. 16:33-34 en Ezech. 23:40.
maand
De nieuwe maan, of maanstonden, want zij heeft alle eerbaarheid uitgetrokken. Zie Lev. 20:18 . Sommigen verstaan dit van de afgoderij, die zij op alle nieuwe maanden bedreven.
Hertaald:maand
De nieuwe maan, of de maandstonden, want zij heeft alle eerbaarheid afgelegd. Zie Lev. 20:18. Sommigen verstaan dit van de afgoderij die zij bij elke nieuwe maan bedreven.
Jeremia 2 vers 25— Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen!
Bedwing
Dit zijn Gods woorden, die Israël van haar onbeschaamde hittigheid afroept.
Hertaald:Bedwing
Dit zijn Gods woorden, waarmee Hij Israël van haar onbeschaamde hitsigheid afroept.
Het is buiten hoop;
Het is vergeefs, het is verloren arbeid, ik wil dat niet doen.
Hertaald:Het is buiten hoop;
Het is tevergeefs, het is verloren moeite; ik wil dat niet doen.
vreemden lief,
Te weten afgoden.
Hertaald:vreemden lief,
Namelijk: afgoden.
Jeremia 2 vers 26— Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israels beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten;
Gelijk een dief
Hebreeuws, naar de schaamte van een diEf. Vergelijk onder 48:27.
Hertaald:Gelijk een dief
Hebreeuws: naar de schaamte van een dief. Vergelijk hieronder Jer. 48:27.
gevonden wordt,
Dat is, op de daad betrapt en gegrepen wordt.
Hertaald:gevonden wordt,
Dat is: op heterdaad betrapt en gegrepen wordt.
zijn die van het huis
Of, zullen beschaamd worden. Anders: hebben zij het huis Israëls beschaamd; dat is, zullen zij beschamen, enz., men zal hen beschamen; dat is, zij zullen zekerlijk beschaamd worden.
Hertaald:zijn die van het huis
Of: zullen beschaamd worden. Anders: hebben zij het huis van Israël beschaamd — dat is: zullen zij beschamen, enzovoort; men zal hen beschamen, dat is: zij zullen zeker beschaamd worden.
Jeremia 2 vers 27— Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons.
gegenereerd;
Of, gebaard.
Hertaald:gegenereerd;
Of: gebaard.
nek toe,
Zij zijn afkerig van mij en onwillig, wederstrevig geweest. Zie onder Jer. 7:24 , en Jer. 32:33 en vergelijk Ex. 32:9 .
Hertaald:nek toe,
Zij zijn van Mij afkerig geweest en onwillig en weerspannig. Zie hieronder Jer. 7:24 en Jer. 32:33, en vergelijk Ex. 32:9.
kwaads
Der straf, als de gedreigde ellenden hun overkomen. Alzo in vs.28.
Hertaald:kwaads
Van de straf, wanneer de gedreigde ellende hun overkomt. Zo ook in vers 28.
Jeremia 2 vers 28— Waar zijn dan uw goden, die gij u gemaakt hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen; want naar het getal uwer steden zijn uw goden, o Juda!
Laat ze opstaan,
Vergelijk Deut. 32:38 ; Richt. 10:14 .
Hertaald:Laat ze opstaan,
Vergelijk Deut. 32:38 en Richt. 10:14.
naar
Dat is, gij hebt zo menige bijzondere afgoden als gij steden hebt. Laat dan eens zien of zij al tezamen u kunnen helpen.
Hertaald:naar
Dat is: u hebt evenveel afzonderlijke afgoden als u steden hebt. Laat dan maar eens zien of zij u allemaal samen kunnen helpen.
Jeremia 2 vers 29— Waarom twist gij tegen Mij? Gij hebt allen tegen Mij overtreden, spreekt de HEERE.
tegen Mij overtreden,
Zie boven vs.8.
Hertaald:tegen Mij overtreden,
Zie hierboven vers 8.
Jeremia 2 vers 30— Tevergeefs heb Ik uw kinderen geslagen; zij hebben de tucht niet aangenomen; ulieder zwaard heeft uw profeten verteerd, als een verdorven leeuw.
geslagen;
Zie Jes. 1:5 .
Hertaald:geslagen;
Zie Jes. 1:5.
tucht
Zie Spr. 1:2 .
Hertaald:tucht
Zie Spr. 1:2.
zwaard
Zover is het vandaar, dat gij mijne bestraffingen zoudt hebben aangenomen, dat gij daarentegen de profeten, die u van afgoderij afmaanden, als woedende wilde beesten vernield hebt, gelijk geschied is ten tijde van Asa, Joas en Manasse. Zie ook Matt. 23:29 , enz.; Luc. 11:47 , enz., en Luc. 13:34 .
Hertaald:zwaard
Zo ver bent u ervandaan Mijn bestraffingen te hebben aangenomen, dat u daarentegen de profeten die u van de afgoderij afmaanden als razende wilde dieren vernietigd hebt, zoals gebeurd is in de tijd van Asa, Joas en Manasse. Zie ook Matth. 23:29, enzovoort, en Luk. 11:47, enzovoort, en Luk. 13:34.
verdervende leeuw
Of, vernielende. Zie van het Hebreeuwse woord Richt. 20:21 .
Hertaald:verdervende leeuw
Of: vernielende. Over het Hebreeuwse woord, zie Richt. 20:21.
Jeremia 2 vers 31— O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israel een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?
aanmerkt toch
Hebreeuws, ziet.
Hertaald:aanmerkt toch
Hebreeuws: ziet.
Ben Ik
Heb ik Israël zo kwalijk geleid en behandeld, of zijn zij zo kwalijk bij mij gevaren, gelijk mensen, die in ene wildernis en duistere ongebaande wegen van honger, kommer, verdriet en verbijstering versmachten en verkwijnen? Immers [wil de Heere zeggen] is het tegendeel waarachtig. Zulk vragen loochent sterkelijk.
Hertaald:Ben Ik
Heb Ik Israël zo slecht geleid en behandeld, of zijn zij er bij Mij zo slecht aan toe geweest als mensen die in een wildernis en op duistere, ongebaande wegen versmachten en wegkwijnen van honger, kommer, verdriet en verbijstering? Het tegendeel is waar, wil de HEERE zeggen. Zulk vragen ontkent met kracht.
uiterste
Hebreeuws, donkerheid, of duisternissen des HEEREN. Het woord JAH [naar het meeste gevoelen] tot vergroting of verzwaring der zaak daar bijgevoegd zijnde. Vergelijk Gen. 13:10 . Anders: een land dat de [inwoners] nederwerpt, of doet vallen; dat is door gebrek versmachten, omkomen, den zin opeen uitkomende.
Hertaald:uiterste
Hebreeuws: donkerheid of duisternissen van de HEERE. Naar de meest gangbare opvatting is het woord JAH hier toegevoegd om de zaak te versterken of te verzwaren. Vergelijk Gen. 13:10. Anders: een land dat de inwoners neerwerpt of doet vallen — dat is: door gebrek doet versmachten en omkomen; de betekenis komt op hetzelfde neer.
Wij zijn heren,
Of, wij heersen; dat is, onze zaken staan wel, wij hebben ons rijk door vreemde hulp en verbonden vastgemaakt, wij hebben U niet meer van doen, behoeven U niet meer te zoeken.
Hertaald:Wij zijn heren,
Of: wij heersen — dat is: onze zaken staan er goed voor, wij hebben ons rijk door vreemde hulp en verbonden veiliggesteld, wij hebben U niet meer nodig en hoeven U niet meer te zoeken.
Jeremia 2 vers 32— Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen? Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.
bindselen?
Waarmede zij haar sieraad aanbindt. Sommigen houden het voor sieraad van het hoofd, òf den hals, òf de keel.
Hertaald:bindselen?
Waarmee zij haar sieraad vastbindt. Sommigen houden het voor een sieraad van het hoofd, de hals of de keel.
Mij vergeten,
Die Ik hare eer en enig sieraad ben. Zie 2 Sam. 1:19 , en boven vs.11.
Hertaald:Mij vergeten,
Terwijl Ik haar eer en haar enige sieraad ben. Zie 2 Sam. 1:19 en hierboven vers 11.
dagen zonder getal
Een zeer langen tijd.
Hertaald:dagen zonder getal
Een zeer lange tijd.
Jeremia 2 vers 33— Wat maakt gij uw weg goed, daar gij boelering zoekt? Waarom gij ook de booste hoeren uw wegen geleerd hebt.
boelering
Hebreeuws eigenlijk, liefde, min. De zin schijnt te wezen: Wat wilt gij uw afgodisch wezen en doen nog verbloemen, daar gij toch anders niet doet dan gelegenheid overal te zoeken om gemeenschap met andere afgodendienaars te mogen krijgen, en met hen afgoderij te bedrijven? Sommigen verstaan dit van hun gestadig lopen en reizen om gunst bij heidense afgodische volken te verkrijgen en verbond met hen te maken, waarvan vs.36. Beide deden zij, en het ene hing aan het andere.
Hertaald:boelering
Hebreeuws eigenlijk: liefde, min. De betekenis lijkt te zijn: waarom wilt u uw afgodische wezen en doen nog verbloemen, terwijl u toch niets anders doet dan overal gelegenheid zoeken om gemeenschap met andere afgodendienaars te krijgen en met hen afgoderij te bedrijven? Sommigen verstaan dit van hun voortdurende lopen en reizen om gunst te verwerven bij heidense, afgodische volken en een verbond met hen te sluiten, waarover vers 36. Zij deden allebei, en het een hing met het ander samen.
Waarom
Of, waardoor, zodat gij ook, ja gij hebt ook, enz.; dat is, gij zijt een zo snode hoer, dat gij de allerergste uitlandse of heidense tebovengaat, omda gij die nog met uw doen erger maakt dan zij vanzelf zijn.
Hertaald:Waarom
Of: waardoor, zodat u ook, ja u hebt ook, enzovoort — dat is: u bent zo'n snode hoer dat u de allerergste buitenlandse of heidense hoer overtreft, omdat u haar met uw doen nog erger maakt dan zij uit zichzelf is.
Jeremia 2 vers 34— Ja, het bloed van de zielen der onschuldige nooddruftigen is in uw zomen gevonden; Ik heb dat niet met opgraven gevonden, maar aan alle die.
zielen
Dat is, personen; vergelijk Spr. 28:17 , met de aantekening.
Hertaald:zielen
Dat is: personen; vergelijk Spr. 28:17 met de aantekening.
zomen
Te weten uwer klederen.
Hertaald:zomen
Namelijk: van uw kleren.
dat niet
Te weten bloed. Het Hebreeuwse woord, dat bloed betekent, staat wel in het voorgaande in het enkelvoud, maar is gevoegd bij een woord, dat in het getal van velen staat, alsof men zeide: Het bloed zijn gevonden; dat is de bloeden, gelijk de Schriftuur dikwijls het woord bloeden alzo gebruikt; of men kan het verstaan van veel onschuldig bloed, waarmede zij besmet waren. Zie vs.30. Dit was zo openbaar, dat men het met geen scherp onderzoek behoefde uit te vinden, en het bloed, als verborgen in de aarde, op te graven, maar het was voor ogen, klevende nog [om zo te spreken] aan al de zomen harer klederen. Sommigen nemen het aldus: Gij [omdat het Hebreeuwse woord in den eersten persoon van het mannelijk geslacht en in den tweeden van het vrouwelijk kan genomen worden] hebt ze [te weten de onschuldige armen] niet gevonden in het doorgraven [dat gij hen als schuldige nachtdieven zoudt hebben gedood, Ex. 22:2-3 ] , maar [gij hebt hen gedood] om al die dingen; te weten al uw voorverhaalde afgoderij, die zij bestraffen. Zie vs.30.
Hertaald:dat niet
Namelijk: bloed. Het Hebreeuwse woord dat bloed betekent staat in het voorgaande wel in het enkelvoud, maar is verbonden met een woord in het meervoud, alsof men zei: het bloed zijn gevonden, dat is: de bloedschulden, zoals de Schrift het woord bloeden vaak gebruikt. Of men kan het verstaan van veel onschuldig bloed waarmee zij besmet waren. Zie vers 30. Dit was zo openlijk dat men het niet met scherp onderzoek hoefde uit te zoeken en het bloed niet als het ware verborgen uit de aarde hoefde op te graven; het lag voor ogen en kleefde, om zo te zeggen, nog aan alle zomen van haar kleren. Sommigen vatten het zo op: u — want het Hebreeuwse woord kan zowel in de eerste persoon mannelijk als in de tweede persoon vrouwelijk genomen worden — hebt hen, namelijk de onschuldige armen, niet gevonden bij het doorgraven (zodat u hen als schuldige nachtdieven had mogen doden, Ex. 22:2-3), maar u hebt hen gedood om al die dingen, namelijk om al uw eerder genoemde afgoderij die zij bestraften. Zie vers 30.
die
Te weten zomen uwer klederen.
Hertaald:die
Namelijk: de zomen van uw kleren.
Jeremia 2 vers 35— Nog zegt gij: Zeker, ik ben onschuldig; Zijn toorn is immers van mij afgekeerd. Ziet, Ik zal met u rechten, omdat gij zegt: Ik heb niet gezondigd.
Zijn toorn
Namelijk, des Heeren, alsof zij zeiden: Wij zijn des genoeg verzekerd, dat de Heere op ons niet vertoornd is. Anders: zijn toorn wende zich slechts van mij af; dat is, ik zal genoeg bewijzen dat ik onschuldig ben, als Hij maar minnelijk met mij wilde handelen, en zo gestreng en hard niet zijn; gelijk de huichelaars, zichzelven ontschuldigende, God altoos beschuldigen.
Hertaald:Zijn toorn
Namelijk: van de HEERE. Alsof zij zeiden: wij zijn er zeker genoeg van dat de HEERE niet op ons vertoornd is. Anders: laat Zijn toorn zich maar van mij afwenden — dat is: ik zal genoeg bewijzen dat ik onschuldig ben, als Hij maar vriendelijk met mij zou willen omgaan en niet zo streng en hard zou zijn; zo beschuldigen de huichelaars, terwijl zij zichzelf verontschuldigen, altijd God.
rechten,
Of, mij met U in recht begeven; gelijk elders. Zie Ezech. 17:20 , en Ezech. 20:35 ; Joël 3:2 , enz.
Hertaald:rechten,
Of: mij met U in het gericht begeven, zoals elders. Zie Ezech. 17:20 en Ezech. 20:35, en Joël 3:2, enzovoort.
Jeremia 2 vers 36— Wat reist gij veel uit, veranderende uw weg? Gij zult ook van Egypte beschaamd worden, gelijk als gij van Assur beschaamd zijt.
veel uit,
Hebreeuws, zeer.
Hertaald:veel uit,
Hebreeuws: zeer.
veranderende
Nu tot dezen, dan tot genen reizende om hulp.
Hertaald:veranderende
Nu eens naar deze, dan weer naar gene reizend om hulp.
Egypte
Dat is, de Egyptenaars, alzo Assur, dat is, de Assyriërs.
Hertaald:Egypte
Dat is: de Egyptenaren; zo ook Assur, dat is: de Assyriërs.
Assur
Zie 2 Kron. 28:20-21 . De Heere wil zeggen, gelijk gij met den een bedrogen zijt uitgekomen, alzo zal het u ook gaan met den ander.
Hertaald:Assur
Zie 2 Kron. 28:20-21. De HEERE wil zeggen: zoals u met de een bedrogen bent uitgekomen, zo zal het u ook met de ander vergaan.
Jeremia 2 vers 37— Gij zult ook van hier uitgaan met uw handen op uw hoofd; want de HEERE heeft al uw vertrouwen verworpen, zodat gij daarmede niet zult gedijen.
hier uitgaan
Omdat gij van hier alzo om hulp uitreist, zo zult gij, enz. Of, van dezen, te weten den Egyptenaars; anders: om diens wil.
Hertaald:hier uitgaan
Omdat u van hier zo om hulp uitreist, zult u, enzovoort. Of: van dezen, namelijk van de Egyptenaren; anders: om diens wil.
handen
Dat is, met rouw, schaamte en schande; zie 2 Sam. 13:19 , met de aantekening.
Hertaald:handen
Dat is: met rouw, schaamte en schande; zie 2 Sam. 13:19 met de aantekening.
al uw vertrouwen
Hebreeuws, uwe vertrouwens. In het getal van velen, dat is al uw ijdelen toeverlaat, dien gij buiten God zoekt.
Hertaald:al uw vertrouwen
Hebreeuws: uw vertrouwens, in het meervoud — dat is: al uw ijdele toeverlaat die u buiten God zoekt.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De gebroken bakken — de twee boosheden van Jer. 2:13: een bron verlaten en zelf regenbakken uithouwen die niet houden
"Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden" (Jer. 2:13). Een springader is een bron die uit zichzelf blijft opwellen; een bak is een uitgehouwen put waarin men regenwater opvangt. Het vers ervoor roept de hemel op als getuige, alsof er iets ongehoords gebeurt (Jer. 2:12). En er staat bij hoe uitzonderlijk het is: geen volk verandert zijn goden, hoewel het geen goden zijn, "nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet" (Jer. 2:11). Even verderop wordt het nog eens gezegd in het beeld van het huwelijk: "Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen? Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal" (Jer. 2:32).
Bijbelse betekenis: Merk op dat er twee boosheden geteld worden en niet één. Het verlaten van de bron is de eerste; het zelf maken van een vervanging is de tweede. Wie alleen het eerste ziet, houdt een gemis over; wie beide ziet, ziet ook de moeite die het kost om buiten God te leven, want een bak moet uitgehakt worden. Let vervolgens op het verschil tussen de twee soorten water. Een springader geeft water dat men niet aanvoert; een bak geeft alleen terug wat er eerst in gedaan is, en dan nog alleen als hij heel is. Afgoderij is hier dus niet in de eerste plaats verboden maar onvoordelig. Let ten slotte op het woord gebroken. Er staat niet dat de bakken leeg zijn, maar dat zij lekken; de teleurstelling komt pas als men werkelijk dorst heeft.
Typologie: De Heere Jezus biedt bij de put te Sichar precies aan wat hier verlaten werd: water dat in de mens "een fontein van water" wordt, springende tot in het eeuwige leven (reeds behandeld bij Joh. 4:14). En Hij roept op het loofhuttenfeest wie dorst heeft tot Zich (Joh. 7:37).
Jer. 2:11-13,32; Joh. 4:14; Joh. 7:37
Afkering — het woord waarmee Jeremia het afvallen van God aanduidt, en wat er volgens hem aan voorafgaat (Jer. 2:5-8,17-19)
De aanklacht begint met een vraag die de schuld eerst bij God zoekt: "Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn?" (Jer. 2:5). Er staat bij wat zij niet meer vroegen: "Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland?" (Jer. 2:6). Ook de leiding wordt genoemd: "De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal" (Jer. 2:8). Wat de afkering praktisch inhield, staat in Jer. 2:18: men zocht het bij Egypte en bij Assur. En de uitwerking wordt in één zin samengevat: "Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat" (Jer. 2:19).
Bijbelse betekenis: Merk op waar de afkering begint. Niet bij een besluit om God kwijt te willen, maar bij het uitblijven van een vraag: niemand zei meer waar is de HEERE. Wat niet meer gevraagd wordt, raakt vanzelf uit het zicht. Let vervolgens op de rol van de ambtsdragers in Jer. 2:8. Priesters, wetgeleerden, herders en profeten worden alle vier genoemd; de afkering van een volk loopt in dit boek telkens via zijn leiding. Let ten slotte op de vorm van de straf in Jer. 2:19. Er staat niet dat God een straf oplegt van buitenaf, maar dat de boosheid zelf kastijdt en de afkeringen zelf straffen. Wie God verlaat, krijgt de gevolgen van dat verlaten; dat is bitter, en de tekst zegt erbij dat men dat moet weten en zien.
Typologie: Paulus tekent dezelfde beweging in Romeinen: mensen die God kennen maar Hem niet als God verheerlijken, worden ijdel in hun overleggingen (Rom. 1:21). En de gemeente te Efeze krijgt hetzelfde te horen als hier: "dat gij uw eerste liefde hebt verlaten" (Op. 2:4).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Twee boosheden: de bron en de gebroken bakken — 2:4-13
Jeremia's eerste grote rede is een rechtszaak. God roept Zijn volk voor het gerecht en begint met een verwijt dat als een vraag klinkt: wat hebben uw vaderen voor onrecht aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn? Er wordt niet gescholden; er wordt gepleit.
God vat de afval van Zijn volk samen in twee daden: zij verlieten de bron van levend water, en zij hakten zelf bakken uit die geen water houden.
De aanklacht is opmerkelijk beleefd van toon. God vraagt niet wat zij misdaan hebben maar wat Híj misdaan heeft: welk onrecht hebben uw vaderen aan Mij gevonden? Hij herinnert hen aan de woestijn, aan het land van diepe kuilen waar niemand doorging en niemand woonde, en Hij zegt dat Hij hen daar doorheen gebracht heeft. Hij vraagt hun zelfs rond te kijken bij de volken: heeft ooit een volk zijn goden verwisseld, terwijl het toch geen goden zijn? Zij hebben het gedaan.
En dan roept Hij de hemelen erbij als getuige, met een woord dat in het Hebreeuws zegt dat de haren te berge moeten rijzen: ontzet u hierover, gij hemelen.
Wat daarop volgt is de kortste en scherpste samenvatting van zonde die de Schrift geeft: “Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.”
Let op de twee helften. De eerste is verlaten: zij zijn weggelopen bij een bron. De kanttekening zegt wie die bron is — de Bewerker en Oorsprong van het ware geluk, van alle blijvende hulp en van het eeuwige leven — en zij verwijst daarbij naar Johannes 4. De tweede is bouwen: zij zijn zelf gaan hakken. Een regenbak uithouwen in de rots is zwaar werk, en het levert in het gunstigste geval stilstaand water op dat er niet uit zichzelf komt. Zij ruilden dus een bron die vanzelf opwelt voor een kuil die je zelf moet vullen — en die kuilen bleken ook nog te lekken.
Dat er twee boosheden staan en niet één, is de moeite van het opmerken waard. Weglopen bij God is het eerste; het tweede is dat een mens niet zonder water kan en dus onmiddellijk iets anders gaat maken. Niemand blijft leeg staan.
De lijn naar het Evangelie loopt langs het woord dat de kanttekening zelf aanwijst. Bij een put in Samaria zegt Christus tegen een vrouw die vijf keer geprobeerd heeft haar dorst elders te lessen, dat wie van Zijn water drinkt in eeuwigheid niet dorsten zal. Dat water wordt in hem een fontein, springende tot in het eeuwige leven. Dat is dezelfde tegenstelling als bij Jeremia: een bak die men vult tegenover een bron die opspringt.
En op de laatste dag van het Loofhuttenfeest, wanneer de priesters water uit Siloam de tempel binnendragen, gaat Hij staan en roept het door de menigte heen: zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Het aanbod van Jeremia 2 wordt daar hardop herhaald, en dan door Iemand Die naar Zichzelf wijst.
Jeremia 2:5 — De aanklacht begint als een vraag: welk onrecht hebben uw vaderen aan Mij gevonden?
Jeremia 2:13 — Twee boosheden: de bron verlaten, en zelf lekkende bakken uithouwen.
Jesaja 55:1 — O alle gij dorstigen, komt tot de wateren — en zonder geld.
Johannes 4:14 — Het water dat Christus geeft, wordt in de mens een opspringende fontein.
Johannes 7:37 — Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.
Openbaring 21:6 — Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet.
In het Nieuwe Testament: Johannes 4:13-14; Johannes 7:37-38; Openbaring 21:6; Openbaring 22:17; Jesaja 55:1
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Jeremia 2:13 niet woordelijk aan. Wat vaststaat is het beeld zelf: God noemt Zich hier de Springader van levend water, en Christus zegt van Zichzelf dat Hij levend water geeft dat een opspringende fontein wordt. De kanttekening legt dat verband uit zichzelf al door bij dit vers naar Johannes 4 te verwijzen. De gevolgtrekking is dus verantwoord, maar zij rust op de overeenkomst van het beeld en niet op een aanhaling.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Jeremia 2:1-3.KruisverwijzingenEzechiël 16:8→Jakobus 1:18→Jeremia 23:28→Deuteronomium 2:7→Ezechiël 16:60→Exodus 19:5→Jesaja 41:11→Deuteronomium 7:6→ — En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land. Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE. God gedacht wat Israël geweest was in die goede dagen toen de HEERE alleen hen leidde en er geen vreemde god onder hen was. Nu gebiedt Hij hen te bedenken waarvan zij gevallen zijn, en zich te bekeren en hun eerste werken te doen, opdat Hij niet in toorn tot hen kome.
Geliefden, hebt u ooit dicht bij God geleefd? Hebt u ooit uw hoofd aan de boezem van Christus gelegd, en bent u nu van Hem afgedwaald en geestelijk koud en dood? Begin dan uzelf te bestraffen, want de HEERE Zelf bestraft u in het woord dat voor ons ligt. Hij roept u tot een smartelijke herinnering van de plaats waarvan u afgedaald bent, van de hoogten van genade waarvan u neergekomen bent. Adem het gebed dat Hij u weer herstellen wil.
God herinnert Zijn volk aan wat zij in hun eerste dagen waren, toen zij uit Egypte kwamen. Zij waren zeer bedroevend afgeweken van wat zij toen waren. Zij waren de HEERE ook toen al niet al te trouw, maar zij waren zelfs van díe staat teruggevallen. Komt dit gedeelte niet dicht bij sommigen van u die nu niet meer zijn wat u eens was? Moge de HEERE genadig door deze woorden tot uw oor en tot uw hart spreken, als u in enige mate van Hem afgeweken bent!
Jeremia 2:4-5.Kruisverwijzingen2 Koningen 17:15→Romeinen 1:21→Jesaja 5:3→Psalmen 115:8→Jesaja 44:9→1 Samuël 12:21→Jona 2:8→Jeremia 10:14→ — Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, en alle geslachten van het huis Israels! Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden? Hij vraagt hen of er enige fout in Hem was, enig falen in het houden van Zijn belofte. Had Hij onrechtvaardig of onbarmhartig met hen gehandeld, dat zij zo van Hem weggegaan zijn en de ijdelheid nagewandeld hebben?
Welke fouten hebt u in God te vinden, dat u Hem verlaten hebt? Welke fout hebt u in de altijd gezegende Christus gezien, dat uw liefde tot Hem verkoeld is?
Jeremia 2:6.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:10→Hosea 13:4→Deuteronomium 8:14→Jesaja 63:11→Hosea 12:13→Jeremia 5:2→Exodus 14:1→Psalmen 23:4→ — En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde? Behoorden zij niet altijd die wonderlijke woestijnreis te gedenken, waar God Zijn wonderen te midden van hun grote noden leek te vermenigvuldigen? Ook sommigen van u zijn door een woestijn getrokken, en toch bent u rijk verzorgd. U hebt de bestendigheid van de goddelijke goedheid moeten bewonderen. God heeft u nooit begeven, ook niet in uw slechtste omstandigheden.
Laat het van u niet gezegd worden dat u nooit zegt: “Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland?” Vlucht juist altijd tot Hem in de tijd van benauwdheid. Bedenk dat dit de weg is om God te verheerlijken: “Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem verhoren” is een van Gods eigen beloften, en daaraan voegt Hij toe: “hij zal Mij eren”.
Jeremia 2:7.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:7→Jeremia 16:18→Numeri 13:27→Psalmen 106:38→Nehemia 9:25→Jeremia 3:1→Deuteronomium 6:10→Leviticus 18:24→ — En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel. Het is een bedroevende beschuldiging tegen iemand dat hij de zorg vergeet die God voor hem gedragen heeft in de dagen van zijn armoede en verdrukking. Wanneer een mens rijk wordt en door aardse gemakken omringd is, is het een verschrikkelijke zaak dat hij God dan vergeet. Of dat hij, naar de mate dat God meer voor hem doet, des te minder aan God denkt. Dat is een vreemd ondankbaar gedrag, en toch deden de kinderen van Israël zo. Zij waren beter in de woestijn dan zij in Kanaän waren — al waren zij daar al kwaad genoeg. Beter op het zand van de wildernis dan in het land dat van melk en honing vloeide. En er zijn er ook nu die beter waren in hun armoede dan zij in hun voorspoed zijn. Sommigen waren veel beter in hun tijden van ziekte dan zij nu in hun zoele dagen van gezondheid zijn. Helaas, dat het zo moet wezen!
Jeremia 2:8.KruisverwijzingenHabakuk 2:18→Jeremia 10:21→Jeremia 5:31→Johannes 16:3→2 Korinthe 4:2→Romeinen 2:17→Jeremia 12:10→Jesaja 28:7→ — De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen. Was het niet heel schandelijk dat zij juist in Kanaän afgoden begonnen op te richten en altaren voor andere goden? God had dat land boven alle landen om zijn vruchtbaarheid uitgekozen om het Zijn eigen volk voor altijd te geven. En de priesters, wier lippen de kennis behoorden te bewaren, en de profeten, die boven alle mensen gehouden waren in de Naam van de HEERE te spreken, deden met het volk aan hun zonde mee. Zij drongen hen zelfs aan Baäl te dienen — die nagemaakte godheid, geen ogenblik eerbied waardig, die door Gods volk niet eens gedacht had mogen worden. Zij hadden de naam van Baäl niet eens op de lippen mogen nemen.
Ziet u zichzelf hier niet, o afgedwaalden? Hebt u de HEERE ooit gekend en bent u tot de wereld teruggegaan, hebt u zich weer aan haar machten onderworpen en met een hoge hand gezondigd, hebt u dan niet allerschandelijkst tegenover uw God gehandeld? En behoorde u niet, met een blozend gelaat en wenende ogen, tot Hem terug te keren en barmhartigheid uit Zijn hand te vragen?
Het gaat een volk altijd slecht wanneer de dienaren verkeerd gaan. Als de honden de kudde niet beschermen maar stomme honden zijn die niet blaffen kunnen, wat moet er dan van de schapen worden?
Jeremia 2:9-11.KruisverwijzingenEzechiël 20:35→Jeremia 16:20→Jesaja 37:19→Jeremia 2:35→Romeinen 1:23→Psalmen 106:20→Exodus 20:5→Micha 6:2→ — Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten. Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij? Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet. God gebiedt hen naar het westen te gaan, over de Middellandse Zee, naar Chittim — waarschijnlijk Cyprus. Of naar het oosten, ver weg naar Kedar of Arabië. En dan te zien of ooit een heidenvolk zijn goden verwisseld heeft, die in werkelijkheid geen goden waren. “En toch”, zegt de HEERE, “hier is een volk dat de ene levende en waarachtige God gekend heeft, en zij zijn tot de afgoden afgeweken.”
Hoe krachtig is dit gesteld! Geen enkel ander volk gaf zijn goden op. Al waren het geen goden maar enkel beelden van klei of goud, zij wilden ze niet verwisselen. Zij hielden met een verwonderlijke hardnekkigheid aan hun afgodendienst vast; maar Gods volk gaf de ware God op om de duivelen van de omliggende volken te dienen.
En is het niet een ongelukkige zaak dat er nu sommigen zijn die zich althans Gods volk noemen en die naar de wereld teruggaan en er meer op verliefd lijken te zijn dan zij ooit waren? Het is iets afschuwelijks dat daar gedaan wordt. Ik heb gehoord van een hoofdman van een Indiaanse stam wiens neef tot het geloof bekeerd werd maar die na korte tijd in zonde viel en zijn belijdenis verzaakte. De oude hoofdman antwoordde daarna op alle onderwijs van de zendeling altijd met dit ene argument: “Mijn neef heeft het geprobeerd en het opgegeven. Hij zal het wel weten.” Toen dit de jonge man verteld werd, brak het zijn hart en bracht het hem gelukkig terug tot de God die hij verlaten had.
Misschien zijn er in de wereld sommigen die uit het ongelukkige gedrag van afgedwaalden hun verontschuldigingen bijeenrapen om in de zonde voort te gaan. “Kijk hem eens”, zeggen zij, “hoe vurig en ijverig hij was, en zie wat hij nu is.” Kunt u die gedachte verdragen, afgedwaalde? Is er nog een sprank liefde tot Christus in uw ziel, dan zult u bitter voelen wat een smart het is dat anderen uit uw kwade gedrag een verontschuldiging maken voor godslastering en voor opstand tegen Christus. Och, bid vanavond: “Geef mij weder de vreugde Uws heils; en ondersteun mij met een vrijmoedigen geest.”
Vriend, is er geen waarheid in de godsdienst, dan verwonder ik mij er niet over dat u haar opgeeft. Maar hebt u ooit haar gezegende zoetheid gekend? Is Christus u ooit dierbaar geweest, hebt u ooit het evangelie van Zijn genade genoten? Hoe komt het dan dat u er koud tegenover geworden bent en van zijn wegen afgeweken?
Jeremia 2:12-13.KruisverwijzingenJohannes 4:14→Psalmen 36:9→Jeremia 17:13→Jesaja 55:2→Openbaring 22:1→Jesaja 1:2→Johannes 7:37→Openbaring 22:17→ — Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE. Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden. Zou een mens ten bétere verwisselen, dan zou zijn eigenbelang nog een kleine verontschuldiging zijn om zijn oude liefde te verlaten. Maar wanneer hij ten kwade verwisselt — een springader voor een bak verlaat, een vloeiende fontein voor een gebroken bak die niets houdt — dan is er dwaasheid in zijn zonde. “Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt.”
Van de vloeiende springader weggaan naar het staande water van een bak is grote dwaasheid. Maar erop uitgaan om gebroken bakken uit te houwen die geen water houden en die uw dorst enkel bespotten — dat is razernij van de ergste soort.
Jeremia 2:14.KruisverwijzingenExodus 4:22→Jesaja 50:1→Prediker 2:7→Genesis 15:3→ — Is dan Israel een knecht, of is hij een ingeborene des huizes? Waarom is hij dan ten roof geworden? God maakte hem tot Zijn zoon, niet tot Zijn slaaf. Maar Israël week van God af en werd zo een slaaf, weggevoerd in gevangenschap door juist dat volk wiens goden het uitverkoren volk gediend had.
Jeremia 2:15-16.KruisverwijzingenJeremia 4:7→Jeremia 46:14→Jeremia 50:17→Jeremia 43:7→Jeremia 44:1→Jesaja 19:13→Deuteronomium 33:20→Jeremia 9:11→ — De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zij hebben hun stem verheven; en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijn steden zijn verbrand, dat er niemand in woont. Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes den schedel afgeweid. De Israëlieten gingen heen en dienden afgoden. En toen viel juist dat volk wiens goden zij dienden hun land binnen en weidde hun de schedel af. Kaalheid was voor de Joden een teken van rouw en van schande.
Het volk van Israël was in een verschrikkelijke staat van armoede, hongersnood en verdrukking geraakt. Hun vijanden hadden het land zo verwoest dat het vol leeuwen was, die zelfs brulden in dezelfde straten waar vroeger mannen en vrouwen en kinderen in menigte waren.
Jeremia 2:17.KruisverwijzingenJeremia 4:18→Deuteronomium 28:15→Leviticus 26:15→Jeremia 2:13→Hosea 13:9→Jesaja 1:4→1 Kronieken 28:9→Deuteronomium 32:10→ — Doet gij dit niet zelven, doordien gij den HEERE, uw God, verlaat, ten tijde als Hij u op den weg leidt? En God zegt tot hen: “Is dit niet de vrucht van uw eigen zonde? Was het zo toen u dicht bij Mij leefde? Hebt u dit niet over uzelf gebracht door uw zonde?”
Zo ook, kind van God: bent u vanavond ongelukkig, treurt u, kunt u geen troost vinden in de wereld en ook geen troost in God, “doet gij dit niet zelven”? Hebt u de roede voor uw eigen rug niet zelf gemaakt door van uw God weg te gaan? Toen u dicht bij God leefde, toen het gebed onafgebroken was, toen u op uw wandel lette — was het toen niet beter met u dan nu? Toen ging u zachtjes voort en vroeg God u van dag tot dag te leiden. Toen was uw vrede als een rivier en uw gerechtigheid als de golven van de zee.
U die neergedrukt bent in de ziel, u die geestelijk arm geworden bent, u die in grote nood van hart bent: hoor toe. Het was goed genoeg met u toen u op Hem vertrouwde; maar nu u van Hem afgeweken bent, zijn al deze kwaden over u gekomen.
Jeremia 2:18.KruisverwijzingenJozua 13:3→Jesaja 31:1→Jeremia 2:36→Hosea 7:11→Jesaja 30:1→Ezechiël 17:15→2 Koningen 16:7→Hosea 5:13→ — En nu, wat hebt gij te doen met den weg van Egypte, om de wateren van Sihor te drinken? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier te drinken? In plaats van tot de springader van het levende water te gaan, hoopten zij door de Egyptenaren of door de Assyriërs geholpen te worden. Zo zijn er ook christenen die het modderige water van de zondige lust proberen te drinken; zij beginnen die modderige rivier zeer zoet te vinden en gaan van de smaak houden. Het is een dodelijk kwaad wanneer belijdende christenen beginnen te doen als anderen, zich met de wereld te vermengen en er genoegen in te vinden. Er zal een verzenging over u komen als u zich van God afkeert; het verdriet zal uw voetstappen spoedig achtervolgen, als u werkelijk een kind van God bent.
“De wateren van de Nijl”, of zoals het gelezen kan worden: “de wateren van die modderige rivier”. De Israëlieten hadden tijdens hun lange gevangenschap in Egypte zoveel geleden dat men zou denken dat zij nooit meer in de buurt van het diensthuis zouden willen komen.
U probeert genoegen in de wereld te vinden, u gaat naar de vermaakplaatsen van de zonde om daar vermaak te zoeken. Bent u een kind van God, wat hebt u dan te doen met de weg van Egypte? Wat doet u daar, Elia? U hebt door uw afdwaling de troost van de godsdienst verloren, en nu probeert u dat te vergoeden door in de vrolijkheid van de wereld te gaan. Dat zal nooit gaan; u kunt uw buik niet vullen met de draf die de zwijnen eten. Was u een van de zwijnen, dan zou u het kunnen; maar bent u de zoon van uw Vader, dan zal alleen het brood in Zijn huis uw hongerige ziel verzadigen.
Jeremia 2:19.KruisverwijzingenHosea 5:5→Jesaja 3:9→Psalmen 36:1→Jeremia 4:18→Amos 8:10→Hosea 11:7→Jeremia 5:6→Jeremia 2:17→ — Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen. Een heel ernstig gedeelte. Mogen wij het ter harte nemen. Niet alleen is er schuld in onze zonde waarvoor wij bij de rechterstoel van God zullen moeten antwoorden, maar er is ook kwaad in dat al hier snel op ons eigen hoofd komt. Wees er zeker van dat uw zonde u zal vinden. Het ding waarvan u denkt dat het uw sterkte zal zijn, zal uw gesel zijn. Wat u zich als genoegen voorstelt, zal uw plaag blijken.
Hebt u ooit de vreugde van Gods dienst gekend, dan zal dit alles dubbel waar zijn voor u. U zult nooit meer in de wereld verzadiging kunnen vinden. En God — de God in wie u eens uw vermaak had — zal uw eigen boosheid u kastijden en uw afkeringen u straffen. Hij doet dat omdat Hij wil dat u weer aan Zijn zijde komt en opnieuw drinkt van het levende water dat u zo dwaas verlaten hebt.
Jeremia 2:20-25.KruisverwijzingenDeuteronomium 12:2→Jesaja 5:4→Exodus 15:17→Psalmen 80:8→Jeremia 7:31→Jeremia 14:6→Deuteronomium 32:16→Leviticus 26:13→ — Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende. Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok? Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE. Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait! Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden. Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen! God vergelijkt Zijn dwalende volk, in de razernij van hun zonde, met die wilde dieren die niet tam te maken zijn maar door hun onbedwingbare driften gedreven worden waarheen zij willen. Helaas, dat mensen zo zondig kunnen zijn dat God er alleen een evenbeeld voor vinden kan in de woudezels van de woestijn!
Zie ook wat de vertwijfeling met haar slachtoffers doet. Wanneer een mens zegt: “Het is buiten hoop”, dan voelt hij dat er voor hem geen bekering meer is. Wanneer hij gelooft dat God hem niet vergeven zal, dan zal hij zich van zijn boze wegen niet afkeren. God beware ieder hier die in de klauwen van de reus Wanhoop begint te raken! Mogen zij de ware goedheid van God kennen, en moge die goedheid hen tot bekering leiden! Amen.
Op de inleiding van het Boek of de in Hoofdst. 1 voorgestelde roeping van den Profeet volgen nu in Hoofdst. 2-20 profetieën van algemenen aard, wier inhoud overeenkomt met den tijd van Jeremia’s werkzaamheid, die in t opschrift is opgegeven. Daarvan vormen vooreerst Hoofdst. 2-6 ene bijzondere afdeling, die betrekking heeft op de proeven door koning Josia ter hervorming genomen, en deze geheel en al voorstelt, zoals wij in de op 2 Kon. 23:25 ze reeds leerden kennen als ernstig gemeend van de zijde des konings, maar zonder gevolg aan de zijde des volks. Het eerste gedeelte van deze afdeling gaat van Hoofdst 2-3:5, en stelt de rijke genade, die Gods trouw het volk had laten ondervinden, en den geheel onverklaarbaren afval van Israël, tegenover die trouw, in algemene trekken voor.
I. Vs. 1-3.KruisverwijzingenEzechiël 16:8→Jakobus 1:18→Jeremia 23:28→Deuteronomium 2:7→Ezechiël 16:60→Exodus 19:5→Jesaja 41:11→Deuteronomium 7:6→ — En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land. Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE. Aan de volgende bestraffing gaat ene herinnering vooraf. Deze gaat terug tot den tijd van Israëls jeugd, als de Heere Zijn verbond met het volk sloot en het herinnert aan Zijne eerste, helaas verlatene liefde. (Openb. 2:4).
KruisverwijzingenJeremia 23:28→2 Petrus 1:21→Jeremia 1:11→Jeremia 7:1→Hebreeën 1:1→Ezechiël 7:1→— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
En des HEEREN woord geschiedde tot mij dadelijk na het 18de regeringsjaar van Josia, toen het volk, ten gevolge van het wedervinden van het wetboek, zich door zijnen vromen koning tot ene soort van boete had laten brengen zonder zich werkelijk tot den Heere te bekeren (2 Kon. 22:3-23:27). Het kwam tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenEzechiël 16:8→Deuteronomium 2:7→Ezechiël 16:60→Jeremia 11:6→Jeremia 7:2→Jeremia 2:6→Exodus 24:3→Hosea 2:15→— Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.
Ga, Jeremia! van uwe tegenwoordige woonplaats Anathoth in het land van Benjamin (Hoofdst. 1:1), naar Jeruzalem, waar voortaan de plaats uwer werkzaamheid zal zijn, en roep van den tempel uit voor de oren van Jeruzalem, zodat iedereen het kan horen, en, zo hij wil, kan ter harte nemen, (Openb. 2:11) zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik, die in verkiezende genade met u, o Israël! een heilig, onveranderlijk verbond heb gesloten, gedenk u ten zegen nog in dezen tijd der weldadigheid uwer jeugd, toen Ik u Mozes als Verlosser uit Egypte’s slavernij zond, hoe gij Mij toen de rechterhand, u door Mij tot een verbond der liefde toegestoken, bereidvaardig aannaamt; Ik gedenk der liefde uwer ondertrouw, toen Ik het verbond aan den Sinaï met u maakte en gij u tot Mij als tot ene gade wendet (Exod. 24:3), toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land, 1) in de dagen tussen den uittocht en de verbondssluiting bij Sinaï.
De Heere laat Israël hier herinneren aan zijn verkiezing, aan den uittocht uit Egypte en aan den tocht van Zijn volk tot aan den berg Sinaï. Die tijd was voor Israël de bruidstijd, toen wandelde Israël God, den Heere na, en hoewel het wel tegen Hem murmureerde, volgde het Zijne bevelen. In het volgende vers wordt dan ook gezegd, dat Israël den Heere heilig was, de eersteling van Zijn inkomst, en herinnert de Heere, hoe zij, die het verdrukt hadden, gelijk de Egyptenaren, ellendig omkwamen. De inhoud van vs. 2 en 3 moest dan ook dienen niet alleen, of liever niet zo zeer, om een inleiding te vormen op hetgeen verder zou worden gezegd, maar om Zijn volk al dadelijk te plaatsen op het standpunt, waarop Hij het wil hebben. Israël moet weten welke betrekking er bestaat, niet bestond, maar bestaat tussen den Heere en hen. Israël moet weten, dat de Heere op hen een verkregen recht heeft. De Heere is Israëls man, is Israëls Souverein, en daarom als Israël geroepen is om Hem te gehoorzamen, dan moet dit geschieden uit dankbaarheid, door den drang der liefde, dewijl Hij, de Heere, er recht op heeft.
KruisverwijzingenJakobus 1:18→Exodus 19:5→Jesaja 41:11→Deuteronomium 7:6→Openbaring 14:4→Jeremia 50:7→Jeremia 12:14→Deuteronomium 14:2→— Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.
Israël was den HEERE eens heiligheid, een heiligdom uit de grote menigte van de aan zich zelf overgelaten heidense volken uitverkoren, ene bezitting, den alleen ware God toegewijd (Exod. 19:5. (Lev. 20:26. (Deut. 7:6). de eerstelingen Zijner inkomste 1) (Deut. 26:10), daar het tot de overige volken in betrekking stond als de eerstelingen, die den Heere geheiligd worden, tot de grote menigte van veldvruchten (Exod. 23:19. Deut. 28:2 vv). Allen, die hem opaten, tot zijne vernietiging medewerkten (Deut. 6:16), werden voor schuldig gehouden, even als hij zich schuldig maakt (Lev. 22:10 vv.), die zich aan de eersteling-vruchten vergrijpt, wier genieten alleen den priesters geoorloofd is (Num. 18:12 vv.); kwaad kwam hun over, gelijk het lot van Faraö bewijst, (Exod 4:22 vv. 14:13 vv.); spreekt de HEERE. 2)
De eerstelingen van den oogst des velds, of van het inkomen van het land, behoorden aan den Heere als heilig. (Ex. 23:19. Ex. 18:8 e. a.). Een zulk den Heere gewijd eersteling was Israël, als uitverkoren volk van God. Dewijl de Heere Schepper en Heere der ganse wereld is, zo zijn alle volken Zijn eigendom als het ware, de oogst Zijner schepping. Onder de volken der aarde heeft Hij zich Israël tot eerstelingvolk gekozen en daarmee voor Zijn onaantastbaar eigendom verklaard. Zoals nu ieder gewoon Israëliet, welke van de aan God gewijde eerstelingen at, zich schuldig maakte, zo maakten zich allen schuldig, die Israël aantastten.
Deze woorden vormen in de eerste plaats de inleiding der eerste rede, maar tevens van de gehele profetische verkondiging van Jeremia; ja, men kan zeggen: zij bevatten de gedachte, die verre boven Jeremia’s profetie zich verheft, de gedachte die aan de geschiedenis der theokratie ten grondslag ligt, dat ondanks allen afval van de ene, en ondanks alle straffen van de andere zijde, toch liefde de grondtoon der betrekking tussen God en Israël is, en het laatste toch onveranderlijk eigendom van zijnen Heere is.
II. Vs. 4-21.KruisverwijzingenJohannes 4:14→Psalmen 36:9→2 Koningen 17:15→Deuteronomium 8:7→Jeremia 17:13→Deuteronomium 32:10→Habakuk 2:18→Ezechiël 20:35→ — Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, en alle geslachten van het huis Israels! Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden? En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde? En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel. De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen. Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten. Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij? Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet. Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE. Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden. Hoe ontzettend heeft daarna Israël de trouw gebroken! En toch heeft de Heere niet alleen nooit iets tegen Zijn bondsvolk misdaan, maar integendeel Hij heeft het met weldaden overladen, ondanks het afwijken van den beginne af. Nu nog is groot en gering, het gehele volk steeds verder en dieper afgeweken. Zulk een afval is bij de heidenen zonder voorbeeld, voor het volk misdadig en dwaas te gelijk; het is een ruil, waarbij Israël alles prijs geeft en niets wint, en het gevolg is dat de Heere het onder de hand van vreemde volken doet bukken, wier goden het heeft aangebeden, wier hulp het gezocht heeft, en dat het onder zulk ene macht zijnen ondergang te gemoet gaat.
KruisverwijzingenJesaja 51:1→Jeremia 31:1→Jeremia 19:3→Jeremia 7:2→Jeremia 5:21→Jeremia 44:24→Jeremia 33:24→Hosea 4:1→— Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, en alle geslachten van het huis Israels!
Zo stond het vroeger met Israëls gedrag tegenover Mij, en hoe is het daarmee van dien allereersten tijd af tot op den tegenwoordigen tijd? Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, gij twaalf stammen en alle geslachten van het huis Israëls, opdat gij verneemt, waarvan dit woord de gehele natie gedurende al de jaren van haar bestaan heeft aan te klagen. Op zeer aanmerkelijke wijze komt in de Joodse Pericopen-indeling Luk. 4:20 tegenover de Parasche (afdeling uit de wet: Num. 33-36, als Haphtare (afdeling uit de profetieën) deze rede bij Jeremia. Daar telt de wetgever de stations op, waar Israël gedurende zijn tocht naar het land der belofte zich gelegerd heeft; dat waren Jehova’s wegen in vroegeren tijd met het uitverkoren volk; dit volgt echter thans geheel andere wegen, het bewandelt de slingerpaden des verderfs.
Kruisverwijzingen2 Koningen 17:15→Romeinen 1:21→Jesaja 5:3→Psalmen 115:8→Jesaja 44:9→1 Samuël 12:21→Jona 2:8→Jeremia 10:14→— Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden?
Zo zegt de HEERE: a) Wat voor onrecht hebben uwe vaders van de dagen der Richters af, aan Mij gevonden, welke ontrouw of welk plichtverzuim hebben zij in Mij waargenomen, hetwelk hun aanleiding zou hebben gegeven, dat zij reeds zo spoedig, nadat zij zich aan Mij hadden overgegeven, (vs. 2) verre van Mij geweken zijn (Exod. 32:8), en hebben de ijdelheid
nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden 2) (2 (Kon. 17:15)?
Micha 6:3, 4.
Eigenlijk adem, vandaar, ijdel, nietig. Hiermede wijst de Profeet niet zozeer op de afgoden zelf als wel op het innerlijke wezen van den afgodendienst. Het vieren van dien dienst is ijdelheid, nietigheid. Vandaar ook dat de Heere hier zegt, dat zij, die de afgoden dienden, ijdel geworden zijn. De Apostel zegt: verijdeld geworden. (Rom. 1:21). Deze rede sluit zich aan Deut. 32 aan.
Een waar woord zegt hier de Profeet: :zij wandelden het nietige na en werden nietig; ” daarmee is alle leven, dat van de Bron der waarheid afgekeerd is en naar schijn en leugen gekeerd is in zijne vernietiging gevonnist. Waarnaar de mens streeft, dat wordt hij.
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:10→Hosea 13:4→Deuteronomium 8:14→Jesaja 63:11→Hosea 12:13→Jeremia 5:2→Exodus 14:1→Psalmen 23:4→— En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde?
En zeiden niet (Ps. 140:11): Waar is de HEERE, dat wij ons aan Hem onderwerpen, de Heere, die ons opvoerde uit Egypteland onder enkel wonderen van Zijne genade en almacht, die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, waarin wij zonder Zijne bijzondere leiding en verzorging ellendig hadden moeten omkomen, in een land van dorheid en schaduw des doods, dat ons spoedig zou hebben later versmachten en omkomen, wanneer Hij ons niet had gedrenkt en tegen alle gevaar beschut, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde, dewijl niemand zich daar als reiziger durfde wagen, laat staan, zich kon nederzetten; maar wij zijn daar zo lang geweest, zonder enige schade te ondervinden of enig gebrek te lijden (Deut. 1:19; 29:2-6)?
KruisverwijzingenDeuteronomium 8:7→Jeremia 16:18→Numeri 13:27→Psalmen 106:38→Nehemia 9:25→Jeremia 3:1→Deuteronomium 6:10→Leviticus 18:24→— En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel.
En Ik bracht U, na zulk ene leiding door een wild en ongebaand, dor en duister land, in een vruchtbaar land, in dit Kanaän, dat volgens zijne gehele de gesteldheid geheel het tegenovergestelde is van de woestijn. Ik bracht u daar, om de vrucht daarvan en het goede er van te eten (Deut. 6:10 vv.), maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij dadelijk van den tijd der Richters af (Richt. 2:6 vv), Mijn land (Lev. 25:23) door den dienst, waarmee gij vreemde goden eerdet (Lev. 18:24 vv.), en gij steldet ook door vele andere zonden, die gij naar de wijze der heidenen bedreeft (Ezra 9:14), Mijne erfenis of mijn eigendom, dat land, dat Ik Mij uit alle landen der aarde tot ene bijzondere bezitting verkoren heb, om daar Mijne woning te hebben (Ps. 79:1), tot enen gruwel (Hoofdst. 19:4). Een roekeloos zondaar, een goddeloos mens verontreinigt het land en de plaats, waar hij woont en verkeert, en maakt die tot een gruwel voor God en de prachtigste landstreek, het vruchtbaarste land, het schoonste slot en huis wordt een vloek en gruwel voor God om de zonde der inwoners. Wat een wolvenkuil, een slangenhol voor een mens is, dat is voor God de woning der goddelozen, hoe prachtig zij ook is. De Heere God wijst Israël hier op zijn grote gunstbetoning. Hij had het volk opgevoerd uit Egypte. Hij had het geleid door de woestijn en in die woestijn niet laten sterven, maar het gebracht in een vruchtbaar land, in een land, overvloeiende van melk en honing. En wat had nu Israël gedaan? Het had den Heere verworpen, de afgoden nagehoereerd en des Heeren eigendom, want dit is beter vertaling voor, erfenis, tot een gruwel, d. i. tot een zaak van afschuw en afgrijzen gemaakt, zodat de Heere, in plaats van met welgevallen op Zijn eigendom neer te zien, er de ogen van afwendde.
KruisverwijzingenHabakuk 2:18→Jeremia 10:21→Jeremia 5:31→Johannes 16:3→2 Korinthe 4:2→Romeinen 2:17→Jeremia 12:10→Jesaja 28:7→— De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen.
Die onder u het meest geroepen waren om Mij te zoeken, deden dat het minst, ja, droegen er alles toe bij, om het volk tot dieperen afval te brengen. De priesters, die toch hun ambt en hun onderhoud aan Mij alleen te danken hebben, zeiden niet: waar is de HEERE? Zij hebben hun hart niet naar Mij gekeerd, en a) die de wet handelden, die het wetboek bestudeerden en daaruit moesten recht spreken, kenden Mij niet, zodat zij ook niet naar Mijn woord recht spraken; en de herders, die het volk op den rechten weg moesten leiden, overtraden tegen Mij, en leidden de mensen van Mij af, en de profeten, 1) in plaats van zich door Mijnen Geest te laten leiden en vervullen, profeteerden door Baäl, en verkondigden diens leugenwoorden, en wandelden naar dingen, die geen nut doen, alzo hingen zij de afgoden aan.
Rom. 2:20.
De Priesters zijn natuurlijk de bedienaars van het Heilige, de over de wet handelende zijn ook wel de Priesters, maar meer in hun karakter van leraars der wet; de herders zijn de burgerlijke overheden, en de profeten zij, die des Heeren woord moesten bekend maken, maar nu in plaats van geïnspireerd te zijn door den H. Geest, zich lieten inspireren door den geest ten Baäl, d. i. door den anti-goddelijken geest.
KruisverwijzingenEzechiël 20:35→Jeremia 2:35→Exodus 20:5→Micha 6:2→Leviticus 20:5→Jesaja 3:13→Jeremia 2:29→Jesaja 43:26→— Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten.
Daarom zal Ik nog, of, verder met ulieden twisten als met een weerspannig en afvallig volk, spreekt de HEERE; ja, met uwe kindskinderen zal Ik twisten, want gelijk uwe vaderen gehandeld hebben, zo handelt gij, en gelijk gij, zo doen uwe kinderen in alle volgende geslachten, zodat de afval van Mij als ene erfzonde zich openbaart.
KruisverwijzingenPsalmen 120:5→1 Kronieken 23:1→Numeri 24:24→Daniël 11:30→1 Korinthe 5:1→Ezechiël 27:6→Jesaja 21:16→1 Kronieken 1:7→— Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij?
Bij de Heidenen is nog een zekere trouw te vinden, hoewel die uit enkel bijgeloof voortkomt. Want, gaat over in de eilanden der Chitteërs, naar Cyrus en de verder liggende landen in het westen der Middellandse zee (Num. 24:24. Dan. 11:30), en ziet toe, en zendt ter onderzoeking naar Kedar, naar de herdersvolken van het Oosten (Jes. 42:11; 60:7), en merkt er wel op, en ziet of desgelijks geschied zij als bij u?
KruisverwijzingenJeremia 16:20→Jesaja 37:19→Romeinen 1:23→Psalmen 106:20→Micha 4:5→Deuteronomium 33:29→Psalmen 115:4→Jeremia 2:8→— Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet.
Heeft ook een volk de goden veranderd, wanneer zij zich eens tot deze in geloof gekeerd hadden, hoewel dezelve gene goden zijn, zodat het niet vreemd zou zijn, indien zij nu dezen, dan genen dienden? nochtans heeft Mijn volk, waaraan Ik Mij genoegzaam als den Almachtigen, levenden God geopenbaard heb, in tegenstelling tot de hunnen afgoden getrouwen Heidenen, zijne eer veranderd in hetgeen geen nut doet. Zij mochten zich beroemen op den alleen waren God als hunnen God (Ps. 106:20), doch zij hebben Hem geruild tegen nietswaardige afgoden. De valse goden, de eigengemaakte, welke uit de inbeelding van het volk ontstonden, duren nog voort, komen voor als met het verleden der volken samengegroeid, en gaan eerst te niet, wanneer het natuurlijke leven des volks te niet gaat. Alleen de levende God wordt vergeten, het eigenlijke, eeuwige leven wordt opgegeven. Er is ene algemene eigenschap der zonde, dat het kwaad zich met ongelooflijke vastheid aan den mens hecht. Als enige dwaling wordt voorgesteld, zo volgen vele mensen haar na, zelfs wanneer zij weten, dat wat zij horen valsheid en domheid is; men vergeet het nooit of spreekt er ten minste gedurig over. Diegenen, die den valsen godsdienst zijn toegedaan, zijn gewoonlijk ijveriger en meer ingespannen daarbij, dan zij die den waren godsdienst hebben; zij doen en lijden ook in den regel meer bij hunnen valsen godsdienst, dan de gelovigen bij de ware. Dat is de list des satans, opdat hij de mensen bij den valsen godsdienst houde en ze wijs make, dat hoe moeilijker en zwaarder het wordt, zij des te aangenamer zijn bij God.
KruisverwijzingenJesaja 1:2→Jeremia 6:19→Micha 6:2→Mattheüs 27:50→Jeremia 22:29→Deuteronomium 32:1→Mattheüs 27:45→— Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE.
Ontzet u hierover, gij hemelen, daar gij van uwe hoogte mede alles moet aanzien, wat op aarde geschiedt, en zijt verschrikt! wordt zeer woest, 1) spreekt de HEERE (Deut. 32:1. 1 Jes. 1:2 .
In het Hebr. chareboe. Eigenlijk betekent dit woord, beroofd zijn van merg, uitgedroogd zijn, en van daar de betekenis van, verwoest zijn, maar dan ook van, gevoelloos worden, buiten zijn zinnen geraken. En die laatste betekenis moeten we hier hebben. De Profeet, of liever de Heere God door den Profeet, roept de heidenen van de plaats, waar Hij Zijne heerlijkheid openbaart, en vanwaar Hij geen ledig toeschouwer is van wat op aarde plaats heeft, om getuigen te zijn van de boosheden van Israël.
KruisverwijzingenJohannes 4:14→Psalmen 36:9→Jeremia 17:13→Jesaja 55:2→Openbaring 22:1→Johannes 7:37→Openbaring 22:17→Openbaring 21:6→— Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.
Want Mijn volk heeft meer kwaad dan de Heidenen bedreven. Wanneer die de afgoden dienen, verzondigen zij zich slechts eenmaal, daar Ik Mij zelven aan hen niet op bijzondere wijze heb geopenbaard, noch Mij in ene bepaalde verbondsbetrekking met hen gesteld heb. Mijn volk heeft twee boosheden gedaan: Mij a), de Springader 1) des levenden waters (Hoofdstuk 17:13. (Gen. 26:19), hebben zij verlaten, om, en deze is de tweede zonde, zich zelven bakken, cisternen (Gen. 37:34), uit te houwen, gebrokene bakken, vol reten en scheuren, zodat zij niet eens het daarin verzamelde regenwater kunnen bewaren, bakken, die geen water houden, maar slechts slijk bevatten (Hoofdstuk 38:6). Wat toch anders is het nalopen van vreemde goden?
Hoogl. 4:15. Jer. 17:13.
De springader des levenden waters is Christus. De genade in Hem wordt met water vergeleken, als zijnde verkoelend en verfrissend, reinigend en vruchtbaar makend; met levend water, omdat het dode zondaren levend maakt, kwijnende gelovigen doet herleven, het geestelijke leven steunt en onderhoudt en doet uitlopen op het eeuwige leven, en omdat het altijd vloeit: met ene fontein, om aan te wijzen, dat de oorsprong daarvan is in Christus, en de grote overvloed, die in Hem is als water in ene fontein en in ons is als stromen. Deze fontein te verlaten is de eerste der zonden, welke bedreven worden, wanneer Gods volk verkoudt in zijne genegenheden jegens Hem, en Zijn woord en Zijne ordeningen verwaarloost. Gebrokene bakken zijn de wereld en de dingen, die in haar zijn, die men aankleeft, en waarin men rust en voldoening zoekt; de zodanigen zijn de uitvindingen en instellingen der mensen, die men volgt en vasthoudt, zelfs zedelijke deugden en Evangelische plichten, waarop men zich verlaat, zelfs geestelijke vormen, waarin men leeft, ja zelfs daden des geloofs, wanneer men daarvan een grond maakt. Voornamelijk zij men opmerkzaam, dat eerst wordt gesproken van het verlaten van den omgang met God, en in de dadelijk daarop volgende plaats van beelden, die gene hulp of verlichting kunnen aanbrengen, noch enig nut kunnen geven, of enigen troost in tijd van droefheid en nood kunnen schenken. Het is dwaas ene fontein te ruilen voor een bak en dat nog wel voor een gescheurden bak. In ene fontein is het water levend, altijd vloeiend en opspringend. Niet alzo met een bak, en in gebroken bakken is niet met al. De eerste zonde is de verloochening der waarheid, de tweede de verdichting van leugens, die de plaats der waarheid vervangen moet. De ene vloeit uit de andere voort. Wie God verlaat maakt zich afgoden. Drinken moet de mens. Heeft hij de levende bron verlaten, zo graaft hij zich bronnen, die niettemin geen water houden, hoogsten troebel water. Maar hij stelt zich toch voor, dat hij drinkt en zijnen dorst lest, totdat hij versmacht of de verlaten bron weer zoekt en terugvindt. Hoe komt het toch, dat de Heere moet zeggen: “Mij, de levende bron, verlaten zij?” dat komt daar vandaan, dat ons de uitgehouwen bakken beter bevallen. Het gemaakte trekt ons zo sterk aan; alles wat van beneden is, heeft ene zo grote aantrekkingskracht voor het wankelende hart, dat het zich van de levende bron laat aftrekken en het putwater van deze wereld smakelijker vindt, dan het levende water, den levenden God en Zijn woord. Wanneer zij kwamen om hun dorst aldus te lessen, vonden zij niet dan modder en slijk en het vuile water van een stilstaanden poel. Zodanig waren de afgoden voor hun vereerders, en zodanig een vernedering, ondervinden zij, die zich van God tot hen wendden.
KruisverwijzingenExodus 4:22→Jesaja 50:1→Prediker 2:7→Genesis 15:3→— Is dan Israel een knecht, of is hij een ingeborene des huizes? Waarom is hij dan ten roof geworden?
Zulk ene dubbele zonde heeft dan ook reeds hare heilloze vruchten gedragen en het volk aan den afgrond van het verderf gebracht, waaraan het zich thans bevindt. Is dan, zo zou Ik mogen vragen, wanneer men den toestand nauwkeurig beschouwt-is dan Israël een knecht? of is hij een ingeborene des huizes, 1) een lijfeigene? zo neen-waarom is hij dan ten roof geworden, van de ene hand in de andere als het ware verkocht?
De Profeet vraagt hier verwonderd, als naar een nieuwe en ongerijmde zaak: Is Israël een knecht? Maar hij was immers vrij, boven alle volken, want hij was de eerstgeboren zoon Gods. Het is derhalve noodzakelijk nu een verder voortgezet onderzoek te doen, waarom hij zo ellendig is. Het verschil tussen knecht en ingeborene des huizes is, dat een knecht om de een of andere reden in slavernij was geraakt en weer kans had om vrij te komen. Een ingeborene des huizes was en bleef echter het wettig eigendom zijne heren. Israël was geen van beiden en daarom vraagt hier de Profeet zo verwonderend.
KruisverwijzingenJeremia 4:7→Jeremia 50:17→Jeremia 9:11→Jesaja 5:29→Jesaja 1:7→Jesaja 24:1→Sefanja 1:18→Job 4:10→— De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zij hebben hun stem verheven; en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijn steden zijn verbrand, dat er niemand in woont.
a) De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zulke machtige en roofzuchtige vijanden als de Assyriërs, die reeds het noordelijk rijk ten onder brachten, vallen hem aan met het gebrul van enen leeuw, wanneer die zijnen buit bespringt (Jes. 5:29); zij hebben hun stem verheven, en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijne steden zijn verbrand, dat er niemand in woont (2 (Kon. 17:4 vv.).
Jer. 4:7.
KruisverwijzingenJeremia 46:14→Jeremia 43:7→Jeremia 44:1→Jesaja 19:13→Deuteronomium 33:20→Ezechiël 30:16→Ezechiël 30:13→Jesaja 31:1→— Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes den schedel afgeweid.
Ook hebben u (het zuidelijk rijk) de kinderen van Nof en Tachpanhes, de Egyptenaren onder koningen van verschillende dynastieën (1 Kon. 3:1), nu eens uit Middel-Egypte te Memfis, dan weer in Beneden-Egypte te Dafne, aan den Pelusischen arm van den Nijl, den schedel afgeweid, zij hebben uw land uitgeplunderd.
KruisverwijzingenJeremia 4:18→Deuteronomium 28:15→Leviticus 26:15→Jeremia 2:13→Hosea 13:9→Jesaja 1:4→1 Kronieken 28:9→Deuteronomium 32:10→— Doet gij dit niet zelven, doordien gij den HEERE, uw God, verlaat, ten tijde als Hij u op den weg leidt?
Doet gij u, o Israël! dit ellendige, dat u wedervaart, alsof gij een lijfeigene (vs. 14) waart in plaats van Mijn eerstgeboren zoon (Exod. 4:22) niet zelven aan, doordien gij den HEERE, uwen God verlaat, ten tijde als Hij u door onderricht en vermaning van Zijne dienstknechten op den rechten weg leidt? gij wilt liever allerlei wegen van eigen goeddunken gaan.
KruisverwijzingenJozua 13:3→Jesaja 31:1→Jeremia 2:36→Hosea 7:11→Jesaja 30:1→Ezechiël 17:15→2 Koningen 16:7→Hosea 5:13→— En nu, wat hebt gij te doen met den weg van Egypte, om de wateren van Sihor te drinken? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier te drinken?
En nu, wat hebt gij te doen met den weg van a) Egypte, om de wateren van Sihor 1) van den Nijl (Jes. 23:3) te drinken? Wat baat het u, dat gij u zoekt te verbinden met die zuidelijke wereldmacht? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier, van den Eufraat (Gen. 2:14), te drinken? Wat zoekt gij hulp bij die noordelijke wereldmacht?
Jes. 31:1.
De Nijl is de rivier van Egypte. Zonder het water van den Nijl is er voor den Egyptenaren geen leven mogelijk. Vandaar dat het water van den Nijl te drinken, wil zeggen, u verschaffen wat gij meent nodig te hebben, om in waarheid te leven. Hetzelfde geldt ook van de wateren van Assur. Door hulp te zoeken bij Egypte of bij Assur, meende de hofpartij in Jeruzalem het leven van het rijk, van den staat te kunnen redden. De Heere wijst er echter op, dat dit juist hun val zou zijn, want dit stond gelijk met het verlaten van den Heere, van Israël’s God.
KruisverwijzingenHosea 5:5→Jesaja 3:9→Psalmen 36:1→Jeremia 4:18→Amos 8:10→Hosea 11:7→Jeremia 5:6→Jeremia 2:17→— Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.
Het aansluiten aan Egypte kon het noordelijk rijk niet bewaren voor den ondergang door Assyrië, maar heeft dien integendeel te spoediger doen komen (2 (Kon. 17:4). Over het zuidelijk rijk dreigt ondanks den steun van Assyrië (2 (Kon. 23:29) tegenwoordig het verderf van Egypte. Israël is dus tussen die beide machten der wereld geplaatst, en kan gene hulp van de ene tegen de andere ondervinden, integendeel niets dan ellende nu van de ene dan van de andere ervaren. Uwe a) boosheid zal u kastijden, en uwe afkeringen zullen u straffen. Door u zo te plaatsen tussen die beide machten heb Ik er u op gewezen, dat gij u uitsluitend en alleen aan Mij moet vasthouden, maar daardoor heb Ik ook reeds de roede aan beide zijden gereed gelegd, wanneer gij van Mij zoudt afvallen en u aan den geest der wereld zoudt overgeven. Weet dan en ziet, nu gij met die beide roeden te gelijk wordt geslagen, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uwen God, verlaat, en Mijne vreze niet bij u is, 1) spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.
Jes. 3:9. Hos. 5:5.
Merk hier op de natuur der zonde, de oorzaak der zonde en de kwaadaardigheid der zonde. Het is den Heere verlaten, het is omdat Zijn vreze niet in ons is, het is een kwaad en bitter ding; en eindelijk op de verderflijke gevolgen der zonde.
KruisverwijzingenDeuteronomium 12:2→Leviticus 26:13→Jeremia 30:8→Jeremia 17:2→Hosea 3:3→Jesaja 1:21→Jozua 24:24→Deuteronomium 26:17→— Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende.
Als Ik van ouds uw juk verbroken en uwe banden verscheurd had, a)
u uit Egypte’s slavernij gered had, zo zei gij toen reeds: Ik zal niet dienen. Ik wil mij niet verbinden om dien God alleen op ene plaats te vereren, maar nu gij Mijnen dienst hebt verlaten voor alle mogelijke afgoden, offert gij op allen hogen heuvel, en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende (Exod. 34:16).
In het Hebr. Ki meeölam schaburth ulleek nitthakth moosrothajik. Beter: Want van ouds hebt gij uw juk verbroken, uwe banden verscheurd. Wij lezen dus niet, schaburthi en nitthakthi, maar met de Septuaginta, schaburth en nitthakth. Want niet de Heere heeft het verbond gebroken, maar Israël zelf heeft de Wet en het getuigenis op zij gezet en daarna andere goden gediend. Het juk en de banden zijn het juk en de banden der Wet, welke de Heere God op en om Israël had gelegd, opdat Israël een afgezonderd volk zou blijven.
KruisverwijzingenJesaja 5:4→Exodus 15:17→Psalmen 80:8→Psalmen 44:2→Deuteronomium 32:32→Jesaja 5:1→Klaagliederen 4:1→Jozua 24:31→— Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok?
Ik had u toch tot Mijn volk gemaakt, u a) geplant tot enen edelen wijnstok, die ook zoete druiven had moeten voortbrengen, een geheel getrouw zaad, dat, uit een echt gewas genomen, ook reinheid en waarheid had kunnen voortbrengen. Hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok, in een wilden wijnstok, die niets dan wilde ranken en bittere bessen voortbrengt?
Ex. 15:17. Ps. 44:3; 80:9. Wij kennen de reine, echte zaden, die des Heren hand in de ziel van Abraham en van zijn geslacht gestrooid heeft, het kinderlijk, reine geloof aan Hem, die den hemel en de aarde gemaakt heeft, maar de vergiftige adem der zonde had het weggewaaid en weggedragen.
III. Vs. 22-37.KruisverwijzingenJeremia 11:13→Nehemia 9:26→Jeremia 7:31→Jeremia 14:6→Deuteronomium 32:16→Jesaja 26:16→Deuteronomium 32:37→Jesaja 45:20→ — Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE. Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait! Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden. Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen! Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israels beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten; Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons. Waar zijn dan uw goden, die gij u gemaakt hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen; want naar het getal uwer steden zijn uw goden, o Juda! Waarom twist gij tegen Mij? Gij hebt allen tegen Mij overtreden, spreekt de HEERE. Tevergeefs heb Ik uw kinderen geslagen; zij hebben de tucht niet aangenomen; ulieder zwaard heeft uw profeten verteerd, als een verdorven leeuw. O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israel een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen? Alle huichelachtige pogingen om zich zelven te rechtvaardigen en te verontschuldigen zijn Gode even openbaar als de zonde zelf, en zullen de schuld niet kleiner maar slechts des te zwaarder maken. Israël ontbloot zich slechts op nieuw, en ontdekt punten, van waar de aanklacht tegen hen kan gericht worden. Omdat echter het volk zijnen God en de Hem beloofde trouw zo geheel vergeet, en van zijn zondig leven, daar het boosheid op boosheid stapelt, geen afstand wil doen, zo zal ook de straf niet uitblijven. De rede, hoewel in den tijd van Josia gehouden, blijft toch bij deze niet stilstaan, maar omvat den gehelen volgenden tijd tot aan den ondergang van Juda.
KruisverwijzingenJeremia 17:1→Hosea 13:12→Job 14:17→Jeremia 16:17→Job 9:30→Psalmen 90:8→Deuteronomium 32:34→Psalmen 130:3→— Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE.
Want, al wiest gij u met salpeter 1) en naamt u bovendien, wat anders tot reiniging dient, veel zeep 2) (Mal. 3:2), zo is toch uwe ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend; zij treedt op den lichten grond, die daardoor wordt verkregen, slechts des te vreselijker in hare bloedrode kleur (Jes. 1:18) te voorschijn, en de lichte zijde is gene andere, dan dat in Mijn gedrag jegens u niets verkeerds was (vs. 5), spreekt de Heere HEERE.
De Nether, Lat: nitrum, gebruikten de Oosterlingen in de plaats van zeep (Spr. 25:20.) . De rechte loog en de rechte zeep is slechts de Geest des Heren, die de verslagene harten, welke hun zonden bekennen, door gericht en genade rein wast, en spreekt: u zijn uwe zonden vergeven! (Ps. 51:9. Mal. 3:2. Joh. 13:8-10). Daaruit volgt dan de nieuwe gehoorzaamheid uit een rein hart.
Een soort poeder, uit de zeepplant genomen. De Heere wil hier zeggen, dat al deed Israël de zwaarste pogingen, om zich rein te wassen van zijne zonde, door uitwendige middelen, het hen niet zou baten; de zonde zat niet uitwendig, maar inwendig, en inwendig was het volk verdorven en met schuld beladen.
KruisverwijzingenJeremia 7:31→Spreuken 30:12→Psalmen 50:21→Esther 8:16→Spreuken 30:20→Jeremia 2:33→Jesaja 57:5→Ezechiël 23:1→— Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait!
Hoe zegt gij dan: Ik ben niet verontreinigd, gelijk vroeger het rijk van Israël was; ik heb de Baäls, de afgoden der Sidoniërs (1 Kon. 18:18) niet nagewandeld? Zie uwen weg in het dal van Hinnom bij Jeruzalem (1 Kon. 1:35), ken wat gij gedaan hebt, welke gruwelen gij onder Achaz, Manasse en Ammon (2 Kron. 28:3; 33:6, 22 vv. hebt, dat het onlangs op dezelfde wijze moest worden behandeld als het altaar te Bethel (2 Kon. 23:10 en 16), gij lichte, snelle kemelin, die hare wegen verdraait. 1)
Hebr. : “die de wegen in elkaar vlecht. ” Het beeld is ontleend van ene tochtige kemelin, die in hare drift heen en weer loopt.
KruisverwijzingenJeremia 14:6→Jeremia 2:27→Hosea 5:15→Job 39:5→Job 11:12→— Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden.
Zij is ene woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, snuift zij den wind in, zoekende naar het mannelijk dier, dat hare lusten zal bevredigen; wie zou hare ontmoeting afkeren, haar in haren loop kunnen stuiten? zo hoereert gij andere goden na. Allen, die haar zoeken, om ontucht met haar te bedrijven, zullen niet moede worden door het nalopen van haar, omdat zij zich zo gemakkelijk laat vinden; in hare maand, haren bronsttijd zullen zij haar vinden. Een geheel dichterlijk uitgevoerd beeld. Israël’s afgoderij-woede is niet meer gewone hoererij, maar de onweerstaanbare drift der dieren in den parenstijd; en daartoe wordt zulk een dier gekozen, welks drift het allerontembaarst is, en tevens het alleronverzadelijkst. De Heere zegt hier, dat Israël zo verzot is op de afgoden en op den afgodendienst, dat de afgoden hen niet behoeven op te zoeken, maar dat het afvallige volk zelf de afgoden opzoekt.
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:16→Jeremia 3:13→Romeinen 8:24→Jeremia 18:12→Romeinen 2:4→Jesaja 57:10→Hosea 2:3→Jesaja 20:2→— Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen!
Bedwing toch, zo roept menigmaal een dienaar Gods met vriendelijke waarschuwing en welgemeende vermaning u toe: hoedt toch uwen voet van ontschoeiing, van barrevoets te moeten lopen, en uwe keel van dorst, 1) bedwing die onverzadelijke drift! Maar gij zegt: het is buiten hoop, uwe vermaning is te vergeefs, neen, het is onmogelijk, want ik heb de vreemden lief, de begeerte is te sterk, dan dat ik die niet zou moeten voldoen, en die zal ik na wandelen. 1)
Dit ziet op het met haast toelopen op de afgoden, zodat het volk het schoeisel zou verliezen, en de keel door dorst zou gekweld worden. Het is wederom een woord van waarschuwing tot het God en Zijn dienst verlatende Israël.
Onophoudelijk zich iets nieuws te willen toe-eigenen is het streven van hen, die God vergeten, en karakteristiek is het, dat men deze onrust uitgeeft voor de eigenlijke bestemming van den mens ook in onze dagen. Deze waarschuwing is van hen verworpen. Zij zeiden tot hen, die hen wilden overreden, om zich te hervormen en te bekeren, het is buiten hoop. Zie, verwacht nooit, dat gij vat op ons hebben zult, of ons overhalen zult, om onze afgoden weg te werpen, wij hebben het vastelijk besloten, dat wij het zullen doen, en daarom doet u zelf of ons niet langer moeite aan met uwe vermaningen, want het is te vergeefs.
KruisverwijzingenJeremia 32:32→Nehemia 9:32→Ezra 9:7→Romeinen 6:21→Daniël 9:6→Jeremia 48:27→Jeremia 2:36→Jesaja 1:29→— Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israels beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten;
De straf zal dan ook niet uitblijven. Gelijk een dief, die meende steeds te kunnen voortgaan, met zijn werk in ‘t verborgen te volbrengen, en daarbij toch den naam van een eerlijk man te zullen behouden, plotseling beschaamd, te schande wordt, wanneer hij gevonden wordt, op heterdaad betrapt wordt, alzo zijn die van het huis Israël’s beschaamd, zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten (vs. 8).
KruisverwijzingenJesaja 26:16→Psalmen 115:4→Jeremia 32:33→Jeremia 10:8→Hosea 5:15→Hosea 7:14→Jeremia 18:17→Jeremia 2:24→— Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons.
Die bewijzen dieven van de ergste soort te zijn, daar zij tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader, en tot enen steen: gij hebt mij gegenereerd, daardoor toch ontstelen zij Mij Mijnen roem als Schepper, Onderhouder en Verzorgen van Mijn volk, en geven dien aan houten en stenen afgoden. Zo onteren zij Mij: want zij keren Mij den nek toe en niet het aangezicht, wanneer Ik hen door Mijne knechten laat leren en tot Mij roepen (Hoofdstuk 32:32 vv.). Maar ten tijde huns kwaads keren zij zich voor een kort, een voorbijgaand ogenblik weer tot Mij, gelijk ook nu weer bij de donkere vooruitzichten het geval is (2 Kon. 22:16 vv. 23:3 vv.); dan zeggen zij: Sta op en verlos ons, want Gij Heere, zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw naam. (Jes. 63:16)!
KruisverwijzingenJeremia 11:13→Deuteronomium 32:37→Jesaja 45:20→Richteren 10:14→Jesaja 46:7→2 Koningen 17:30→2 Koningen 3:13→Jesaja 46:2→— Waar zijn dan uw goden, die gij u gemaakt hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen; want naar het getal uwer steden zijn uw goden, o Juda!
Waar zijn dan, zo wil Ik, nu ook van Mijne zijde u den rug toekerende, in plaats van het aangezicht, zeggen-waar zijn dan uwe goden, die gij u gemaakt hebt, en die gij zo lang als uwe helpers en verzorgers geroemd hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen (Richt. 10:14. Jes. 57:13); daar zij zo velen in getal zijn, kan het hun niet moeilijk vallen, u te redden; want naar het getal uwer steden zijn uwe goden, o Juda! (Hoofdstuk 11:13. Jes. 2:8). De afval van God heeft steeds plaats in rustige, gelukkige tijden, nooit in tijden van nood, komt dan echter de nood, zo keert de mensheid zich om dien uitwendigen nood ook weer eens tot God. Die niet door God geleerd zijn laten zich door dat terugkeren misleiden en houden het reeds voor ene werkelijke bekering. Dat is die verandering nog niet, zij kan het worden, zij blijft echter in den regel slechts ene uitwendige, ene schijnbare.
KruisverwijzingenJeremia 5:1→Daniël 9:11→Jeremia 6:13→Jeremia 9:2→Jeremia 2:23→Jeremia 3:2→Jeremia 2:35→Romeinen 3:19→— Waarom twist gij tegen Mij? Gij hebt allen tegen Mij overtreden, spreekt de HEERE.
Waarom twist gij tegen Mij, wanneer Ik ondanks uw schijnbaar terugkeren niet aflate van Mijnen toorn tegen u (2 Kon. 23:26 vv.), alsof Ik onrechtvaardig jegens u handelde? Gij hebt allen tegen Mij overtreden en blijft daarin voortgaan, hoewel gij den schijn aanneemt, alsof gij u van uwe boosheid bekeerd had, spreekt de HEERE.
KruisverwijzingenNehemia 9:26→Handelingen 7:52→1 Thessalonicenzen 2:15→Jesaja 1:5→Jeremia 5:3→Jeremia 26:20→Jesaja 9:13→Jeremia 7:28→— Tevergeefs heb Ik uw kinderen geslagen; zij hebben de tucht niet aangenomen; ulieder zwaard heeft uw profeten verteerd, als een verdorven leeuw.
Te vergeefs heb Ik uwe kinderen a) geslagen, zij hebben de tucht niet aangenomen 1), en gij zelf zorgt daarvoor, dat zij nalaten te verstaan tot weldoen (Ps. 36:4); want ulieder bloeddorstig zwaard heeft uwe profeten verteerd, Hoewel gij voor een ogenblik u hield, als ware het u om ene ware volksbekering te doen (2 (Kon. 23:22.), vervolgt gij degenen, die Ik u zend, om zulk ene verandering tot stand te brengen, en moordt gij ze, als een verdervende leeuw, welke niemand het leven laat behouden, die hem ontmoet (Hoofdstuk 37:11 vv. 38:1 vv. (MATTHEUS. 23:37).
Jes. 1:5. Jer. 5:3.
Gods oordelen, waaronder zij geweest waren, hadden geen uitwerking op hen gehad. Zij waren onder Goddelijke bestraffing van verscheiden soort geweest, waarmee God beoogde hen tot bekering te brengen, maar het was te vergeefs; zij beantwoorden aan Gods bedoeling, met hen te verdrukken, niet; hun gewetens waren niet wakker geworden, noch hun harten vermurwd en vernederd, noch waren zij gedreven, om God te zoeken. Zij werden niet beter door de kastijdingen en het is een groot verlies, dus een verdrukking te verliezen; zij onderwierpen zich niet, noch voegden zich naar de kastijding, maar hun harten morden tegen God, en dus worden zij te vergeefs geslagen. Gods slagen kunnen wel relatief, niet absoluut te vergeefs zijn. Bereiken zij het doel dor bekering niet, zo constateren zij ten minste, dat God het Zijne gedaan heeft, gelijk dit ook de bedoeling van onze plaats is; zij dienen “tot een getuigenis over hen” (Gal. 3:4). Opdat de Goddelijke kastijding het gewenste gevolg hebbe, is het nodig, dat de mens Gods bedoeling begrijpe, d. i. dat hij versta, wat God hem te zeggen heeft, en waartoe Hij hem wil bewegen. en dat hij dat doe. Dit wordt genoemd: de kastijding aannemen. De aanneming is een teken van wijsheid (Spr. 8:10; 19:20) terwijl het niet aannemen een teken van dwaasheid is. (Spr. 1:7; 3:11 vv. 5:12, 23; 13:18; 15:32 vgl. Ps. 50:17).
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:15→Jesaja 45:19→1 Korinthe 4:8→Amos 1:1→Nehemia 9:21→Psalmen 10:4→Deuteronomium 8:12→2 Samuël 12:7→— O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israel een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?
a) O geslacht 1) (Deut. 32:5 vv.) dat gij zijt, aanmerkt toch gijlieden des HEREN woord, waarmee Hij u uwe gedaante en uw wezen voor ogen stelt! Ben Ik Israël ene woestijn geweest, welke degenen, die zich in haar wagen, ellendig laat omkomen? of ben Ik een land der uiterste donkerheid, waarin de reiziger met ontzetting en vreze vervuld wordt? Waarom zegt dan Mijn volk, alsof het verbond met Mij onuitstaanbaar ware: wij zijn heren, 1) wij nemen het recht, zelf te kiezen, wie wij willen toebehoren; wij zullen niet meer tot U komen, wij laten ons tot Uwen dienst niet dwingen?
MATTHEUS. 23:26 vv.
In het Hebr. Radnoe. Beter: wij zijn vrij, in den zin, wij bekommeren ons om niemand, wij doen wat wij willen. Vandaar dat er onmiddellijk volgt: wij zullen niet meer tot U komen. De Heere wijst in het eerste gedeelte, op hetgeen hij niet geweest is, opdat Israël tot de erkentenis zou komen, wie Hij wel geweest is. Nooit was Hij voor Israël een dorre woestijn of een land der wildernis geweest, en toch had Israël naar Hem niet willen horen, niet Hem willen dienen. Vandaar dan dat de Heere zegt: o geslacht dat gij zijt, in den zin van, o ondankbaar geslacht, hetwelk de grootste en heerlijkste weldaden vergeet.
KruisverwijzingenJeremia 3:21→Psalmen 106:21→Jesaja 17:10→Jeremia 2:11→Psalmen 9:17→Jeremia 13:25→Jesaja 61:10→Hosea 8:14→— Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen? Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.
Vergeet ook ene jonkvrouw haar versiersel, waarmee de bruidegom haar ten dage van hare bruiloft versierd heeft? of ene bruid hare bindselen, haren sluier, waarin zij tot hem als echtgenoot zal worden geleid? Zou zij niet gedurig weer aan haar echtverbond denken, en de herinneringstekenen bewaren? Nochthans heeft Mijn volk, dat Ik zo heerlijk getooid heb boven alle volken der aarde en Mij tot ene vrouw getrouwd heb, Mij a) vergeten, dagen zonder getal; nooit komt de tijd, dat zij ernstig aan Mij willen denken (Hoofdst. 18:14).
Jer. 3:21.
KruisverwijzingenJeremia 2:36→Jeremia 3:1→Hosea 2:13→Hosea 2:5→Ezechiël 16:47→Ezechiël 16:27→Jeremia 2:23→Ezechiël 16:51→— Wat maakt gij uw weg goed, daar gij boelering zoekt? Waarom gij ook de booste hoeren uw wegen geleerd hebt.
Wat maakt gij uwen weg goed met allerlei uitvluchten en verontschuldigingen (2 (Kon. 17:9), alsof gij vroom en goed waart en het loon verdiendet, dat den rechtvaardige beroofd is, daar gij boelering zoekt 1)? waarom gij ook de booste hoeren uwe wegen geleerd hebt!
Letterlijk staat er: Hoe goed richt gij uwen weg in, om liefde te zoeken? Dit zegt de Heere op goddelijk-ironische wijze. Israël zocht niet de liefde van zijn God te winnen, maar de liefde van hen, die geen goden zijn, van de afgoden. Daarom volgt ook nu, waarin gij de boosheden uwer wegen geleerd hebt. Onze Staten-Overzetters hebben het woord hoeren er tussen in gevoegd. O. i. is het echter de bedoeling van den Profeet, om Israël te wijzen op het feit, dat zij aan de ongerechtigheid hun wegen gewend hebben, dit is, dat zij den Heere geheel verlaten hebben en de ongerechtigheden hebben liefgehad. In het volgende vers wordt dat nader uitgedrukt. Zo volgden de ongerechtigheden op hun wegen, zo nabij was de ongerechtigheid hen, dat zij op de zomen hunner klederen werd gevonden.
Kruisverwijzingen2 Koningen 21:16→Jeremia 19:4→2 Koningen 24:4→Exodus 22:2→Psalmen 106:37→Jeremia 7:31→Ezechiël 20:31→Jesaja 59:7→— Ja, het bloed van de zielen der onschuldige nooddruftigen is in uw zomen gevonden; Ik heb dat niet met opgraven gevonden, maar aan alle die.
Ja, het bloed van de zielen der onschuldige nooddruftigen, dat in het land wordt vergoten, is in uwe zomen gevonden, uwe klederen dragen de bewijzen van uwe misdaden; Ik heb dat niet met opgraven gevonden, maar aan allen die. 1)
Dit was zo openbaar dat men ‘t met geen scherp onderzoek behoefde uit te vinden, en het bloed als verborgen in de aarde op te graven, maar het was voor ogen, klevende nog aan de zomen hunner klederen. Sommigen nemen het aldus: Gij hebt ze, namelijk als onschuldige armen, niet gevonden in ‘t doorgeven, dat gij ze als schuldige nachtdieven zoudt hebben gedood om alle die dingen, om al uwe te voren verhaalde afgoderij, die zij bestraften. (STATEN OVERZ.). De laatste opvatting is alleen juist. De Profeet zinspeelt op Exod. 22:1, volgens welke uitspraak, de dood van een dief, die op heterdaad bij het inbreken betrapt werd, geen bloedschuld laadde op degene, die hem doodde. De Heere wil hier zeggen, dat de onschuldigen, de ellendigen, geen dieven of moordenaars waren, maar onschuldige mensen, waarom degene, die zich aan hun dood schuldig maakte, een bloedschuld op zich laadde. De Engelse Godgeleerden tekenen dan ook aan: “Zodanigen, die onder de Joden bij nacht bevonden werden in de huizen te willen breken, of met werktuigen tot dat einde bij zich, mochten wettig doodgeslagen worden door degenen, die hen vonden. Maar de Profeet zegt hier, dat zij mensen vermoord hebben, zonder hen op deze wijze te vinden, en die geheel onschuldig waren aan zulk een oogmerk. “
KruisverwijzingenSpreuken 28:13→Jesaja 58:3→Jeremia 2:29→Jeremia 2:23→Romeinen 7:9→Job 33:9→Jeremia 25:31→1 Johannes 1:8→— Nog zegt gij: Zeker, ik ben onschuldig; Zijn toorn is immers van mij afgekeerd. Ziet, Ik zal met u rechten, omdat gij zegt: Ik heb niet gezondigd.
Nog, ondanks deze misdaden, die zo luide tegen u getuigen, en welke gij aan de arme en onschuldige zielen misdreven hebt (Hoofdst. 22:17), zegt gij, Zeker, ik ben onschuldig, ik heb het niet verdiend, dat dit ongeluk over mij komt, zo als het (2 (Kon. 22:16) bedreigd werd. Zijn toorn is immers van mij afgekeerd ten gevolge mijner verandering, in plaats van dat Hij die op nieuw betoonde (2 Kon. 22:17). Ziet, Ik zal met u rechten. Juist daarom laat Ik het komen, zo als Ik gedreigd heb, en zal Ik Mijne straffen over u laten komen, omdat gij zegt: Ik heb niet gezondigd 1) daar Ik, wanneer gij uwe zonde wildet erkennen en belijden, dat gij tegen den Heere, uwen God, gezondigd hebt (Hoofdst. 3:13), Mijnen toorn van u afkeer en zou.
Omdat zij de schuld ontkennen en op hun eigene gerechtigheid steunen, daarom zou God een einde met hen maken en met hen rechten, zowel met Zijn roede, als met Zijn woord. De onboetvaardigheid is 1) blind voor eigen schuld, 2) zij lastert God, daar zij Hem van onrechtmatigen toorn beschuldigt, 3) zij zal de rechtvaardige straf niet ontgaan.
KruisverwijzingenJeremia 31:22→Hosea 5:13→Jeremia 2:23→Hosea 12:1→2 Kronieken 28:20→2 Kronieken 28:16→Jesaja 30:1→Klaagliederen 4:17→— Wat reist gij veel uit, veranderende uw weg? Gij zult ook van Egypte beschaamd worden, gelijk als gij van Assur beschaamd zijt.
Wat reist gij veel uit van Mij af, daar iedere gelegenheid daartoe u welkom is, veranderende uwen weg, daar gij nu eens u tot Assyrië wendt, dan weer naar Egypte (2 (Kon. 16:7 vv. 24:20). Gij zult ook met al uwe verwachtingen van deze macht van a) Egypte beschaamd worden, gelijk als gij van Assur beschaamd zijt (2 Kron. 28:20 vv.).
Jes. 31:1.
Kruisverwijzingen2 Samuël 13:19→Jeremia 37:7→Ezechiël 17:15→Jeremia 17:5→2 Kronieken 13:12→Jeremia 2:36→Numeri 14:41→Jeremia 32:5→— Gij zult ook van hier uitgaan met uw handen op uw hoofd; want de HEERE heeft al uw vertrouwen verworpen, zodat gij daarmede niet zult gedijen.
Gij zult ook van hier, van Egypte, waarheen gij uwe boden om hulp zendt (vs. 18), uitgaan; gij zult van jammer over uwe ellende, in plaats van dat gewenste hulp u daar ten deel zou worden (2 Kon. 25:1 vv.), wederkeren met uwe handen op uw hoofd zaamgeslagen (2 Sam. 13:19); want de HEERE heeft al uw vertrouwen, al degenen, op wie gij uw vertrouwen stelt, verworpen, zij zijn allen te machteloos, dan dat zij u tegenover Hem zouden kunnen helpen en het door Hem bepaalde gericht zonden kunnen afwenden, zodat gij daarmee niet zult bedijen; gij zult uw doel niet bereiken. Wanneer gij op God gehoopt had, zo zoudt gij van uwe verwachting ene rijke vrucht hebben geoogst, maar nu gij op mensen uw vertrouwen hebt gesteld zijt gij met uwe hoop te schande geworden. O wacht u toch, gij zwak gelovigen! voor de nietige steunsels des levens, opdat gij niet nodig hebt, wanneer zij breken, de handen boven uw hoofd zamen te slaan. De handen boven het hoofd te slaan was een teken van zorg en droefheid, van radeloosheid.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Wanneer een mens rijk wordt en door aardse gemakken omringd is, is het een verschrikkelijke zaak dat hij God dan vergeet, of dat hij, naar de mate dat God meer voor hem doet, des te minder aan God denkt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 2
Jeremia 2:1-3.KruisverwijzingenEzechiël 16:8→Jakobus 1:18→Jeremia 23:28→Deuteronomium 2:7→Ezechiël 16:60→Exodus 19:5→Jesaja 41:11→Deuteronomium 7:6→
— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land. Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.
God gedacht wat Israël geweest was in die goede dagen toen de HEERE alleen hen leidde en er geen vreemde god onder hen was. Nu gebiedt Hij hen te bedenken waarvan zij gevallen zijn, en zich te bekeren en hun eerste werken te doen, opdat Hij niet in toorn tot hen kome.
Geliefden, hebt u ooit dicht bij God geleefd? Hebt u ooit uw hoofd aan de boezem van Christus gelegd, en bent u nu van Hem afgedwaald en geestelijk koud en dood? Begin dan uzelf te bestraffen, want de HEERE Zelf bestraft u in het woord dat voor ons ligt. Hij roept u tot een smartelijke herinnering van de plaats waarvan u afgedaald bent, van de hoogten van genade waarvan u neergekomen bent. Adem het gebed dat Hij u weer herstellen wil.
God herinnert Zijn volk aan wat zij in hun eerste dagen waren, toen zij uit Egypte kwamen. Zij waren zeer bedroevend afgeweken van wat zij toen waren. Zij waren de HEERE ook toen al niet al te trouw, maar zij waren zelfs van díe staat teruggevallen. Komt dit gedeelte niet dicht bij sommigen van u die nu niet meer zijn wat u eens was? Moge de HEERE genadig door deze woorden tot uw oor en tot uw hart spreken, als u in enige mate van Hem afgeweken bent!
Jeremia 2:4-5.Kruisverwijzingen2 Koningen 17:15→Romeinen 1:21→Jesaja 5:3→Psalmen 115:8→Jesaja 44:9→1 Samuël 12:21→Jona 2:8→Jeremia 10:14→
— Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, en alle geslachten van het huis Israels! Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden?
Hij vraagt hen of er enige fout in Hem was, enig falen in het houden van Zijn belofte. Had Hij onrechtvaardig of onbarmhartig met hen gehandeld, dat zij zo van Hem weggegaan zijn en de ijdelheid nagewandeld hebben?
Welke fouten hebt u in God te vinden, dat u Hem verlaten hebt? Welke fout hebt u in de altijd gezegende Christus gezien, dat uw liefde tot Hem verkoeld is?
Jeremia 2:6.KruisverwijzingenDeuteronomium 32:10→Hosea 13:4→Deuteronomium 8:14→Jesaja 63:11→Hosea 12:13→Jeremia 5:2→Exodus 14:1→Psalmen 23:4→
— En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde?
Behoorden zij niet altijd die wonderlijke woestijnreis te gedenken, waar God Zijn wonderen te midden van hun grote noden leek te vermenigvuldigen? Ook sommigen van u zijn door een woestijn getrokken, en toch bent u rijk verzorgd. U hebt de bestendigheid van de goddelijke goedheid moeten bewonderen. God heeft u nooit begeven, ook niet in uw slechtste omstandigheden.
Laat het van u niet gezegd worden dat u nooit zegt: “Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland?” Vlucht juist altijd tot Hem in de tijd van benauwdheid. Bedenk dat dit de weg is om God te verheerlijken: “Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem verhoren” is een van Gods eigen beloften, en daaraan voegt Hij toe: “hij zal Mij eren”.
Jeremia 2:7.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:7→Jeremia 16:18→Numeri 13:27→Psalmen 106:38→Nehemia 9:25→Jeremia 3:1→Deuteronomium 6:10→Leviticus 18:24→
— En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel.
Het is een bedroevende beschuldiging tegen iemand dat hij de zorg vergeet die God voor hem gedragen heeft in de dagen van zijn armoede en verdrukking. Wanneer een mens rijk wordt en door aardse gemakken omringd is, is het een verschrikkelijke zaak dat hij God dan vergeet. Of dat hij, naar de mate dat God meer voor hem doet, des te minder aan God denkt. Dat is een vreemd ondankbaar gedrag, en toch deden de kinderen van Israël zo. Zij waren beter in de woestijn dan zij in Kanaän waren — al waren zij daar al kwaad genoeg. Beter op het zand van de wildernis dan in het land dat van melk en honing vloeide. En er zijn er ook nu die beter waren in hun armoede dan zij in hun voorspoed zijn. Sommigen waren veel beter in hun tijden van ziekte dan zij nu in hun zoele dagen van gezondheid zijn. Helaas, dat het zo moet wezen!
Jeremia 2:8.KruisverwijzingenHabakuk 2:18→Jeremia 10:21→Jeremia 5:31→Johannes 16:3→2 Korinthe 4:2→Romeinen 2:17→Jeremia 12:10→Jesaja 28:7→
— De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen.
Was het niet heel schandelijk dat zij juist in Kanaän afgoden begonnen op te richten en altaren voor andere goden? God had dat land boven alle landen om zijn vruchtbaarheid uitgekozen om het Zijn eigen volk voor altijd te geven. En de priesters, wier lippen de kennis behoorden te bewaren, en de profeten, die boven alle mensen gehouden waren in de Naam van de HEERE te spreken, deden met het volk aan hun zonde mee. Zij drongen hen zelfs aan Baäl te dienen — die nagemaakte godheid, geen ogenblik eerbied waardig, die door Gods volk niet eens gedacht had mogen worden. Zij hadden de naam van Baäl niet eens op de lippen mogen nemen.
Ziet u zichzelf hier niet, o afgedwaalden? Hebt u de HEERE ooit gekend en bent u tot de wereld teruggegaan, hebt u zich weer aan haar machten onderworpen en met een hoge hand gezondigd, hebt u dan niet allerschandelijkst tegenover uw God gehandeld? En behoorde u niet, met een blozend gelaat en wenende ogen, tot Hem terug te keren en barmhartigheid uit Zijn hand te vragen?
Het gaat een volk altijd slecht wanneer de dienaren verkeerd gaan. Als de honden de kudde niet beschermen maar stomme honden zijn die niet blaffen kunnen, wat moet er dan van de schapen worden?
Jeremia 2:9-11.KruisverwijzingenEzechiël 20:35→Jeremia 16:20→Jesaja 37:19→Jeremia 2:35→Romeinen 1:23→Psalmen 106:20→Exodus 20:5→Micha 6:2→
— Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten. Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij? Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet.
God gebiedt hen naar het westen te gaan, over de Middellandse Zee, naar Chittim — waarschijnlijk Cyprus. Of naar het oosten, ver weg naar Kedar of Arabië. En dan te zien of ooit een heidenvolk zijn goden verwisseld heeft, die in werkelijkheid geen goden waren. “En toch”, zegt de HEERE, “hier is een volk dat de ene levende en waarachtige God gekend heeft, en zij zijn tot de afgoden afgeweken.”
Hoe krachtig is dit gesteld! Geen enkel ander volk gaf zijn goden op. Al waren het geen goden maar enkel beelden van klei of goud, zij wilden ze niet verwisselen. Zij hielden met een verwonderlijke hardnekkigheid aan hun afgodendienst vast; maar Gods volk gaf de ware God op om de duivelen van de omliggende volken te dienen.
En is het niet een ongelukkige zaak dat er nu sommigen zijn die zich althans Gods volk noemen en die naar de wereld teruggaan en er meer op verliefd lijken te zijn dan zij ooit waren? Het is iets afschuwelijks dat daar gedaan wordt. Ik heb gehoord van een hoofdman van een Indiaanse stam wiens neef tot het geloof bekeerd werd maar die na korte tijd in zonde viel en zijn belijdenis verzaakte. De oude hoofdman antwoordde daarna op alle onderwijs van de zendeling altijd met dit ene argument: “Mijn neef heeft het geprobeerd en het opgegeven. Hij zal het wel weten.” Toen dit de jonge man verteld werd, brak het zijn hart en bracht het hem gelukkig terug tot de God die hij verlaten had.
Misschien zijn er in de wereld sommigen die uit het ongelukkige gedrag van afgedwaalden hun verontschuldigingen bijeenrapen om in de zonde voort te gaan. “Kijk hem eens”, zeggen zij, “hoe vurig en ijverig hij was, en zie wat hij nu is.” Kunt u die gedachte verdragen, afgedwaalde? Is er nog een sprank liefde tot Christus in uw ziel, dan zult u bitter voelen wat een smart het is dat anderen uit uw kwade gedrag een verontschuldiging maken voor godslastering en voor opstand tegen Christus. Och, bid vanavond: “Geef mij weder de vreugde Uws heils; en ondersteun mij met een vrijmoedigen geest.”
Vriend, is er geen waarheid in de godsdienst, dan verwonder ik mij er niet over dat u haar opgeeft. Maar hebt u ooit haar gezegende zoetheid gekend? Is Christus u ooit dierbaar geweest, hebt u ooit het evangelie van Zijn genade genoten? Hoe komt het dan dat u er koud tegenover geworden bent en van zijn wegen afgeweken?
Jeremia 2:12-13.KruisverwijzingenJohannes 4:14→Psalmen 36:9→Jeremia 17:13→Jesaja 55:2→Openbaring 22:1→Jesaja 1:2→Johannes 7:37→Openbaring 22:17→
— Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE. Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.
Zou een mens ten bétere verwisselen, dan zou zijn eigenbelang nog een kleine verontschuldiging zijn om zijn oude liefde te verlaten. Maar wanneer hij ten kwade verwisselt — een springader voor een bak verlaat, een vloeiende fontein voor een gebroken bak die niets houdt — dan is er dwaasheid in zijn zonde. “Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt.”
Van de vloeiende springader weggaan naar het staande water van een bak is grote dwaasheid. Maar erop uitgaan om gebroken bakken uit te houwen die geen water houden en die uw dorst enkel bespotten — dat is razernij van de ergste soort.
Jeremia 2:14.KruisverwijzingenExodus 4:22→Jesaja 50:1→Prediker 2:7→Genesis 15:3→
— Is dan Israel een knecht, of is hij een ingeborene des huizes? Waarom is hij dan ten roof geworden?
God maakte hem tot Zijn zoon, niet tot Zijn slaaf. Maar Israël week van God af en werd zo een slaaf, weggevoerd in gevangenschap door juist dat volk wiens goden het uitverkoren volk gediend had.
Jeremia 2:15-16.KruisverwijzingenJeremia 4:7→Jeremia 46:14→Jeremia 50:17→Jeremia 43:7→Jeremia 44:1→Jesaja 19:13→Deuteronomium 33:20→Jeremia 9:11→
— De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zij hebben hun stem verheven; en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijn steden zijn verbrand, dat er niemand in woont. Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes den schedel afgeweid.
De Israëlieten gingen heen en dienden afgoden. En toen viel juist dat volk wiens goden zij dienden hun land binnen en weidde hun de schedel af. Kaalheid was voor de Joden een teken van rouw en van schande.
Het volk van Israël was in een verschrikkelijke staat van armoede, hongersnood en verdrukking geraakt. Hun vijanden hadden het land zo verwoest dat het vol leeuwen was, die zelfs brulden in dezelfde straten waar vroeger mannen en vrouwen en kinderen in menigte waren.
Jeremia 2:17.KruisverwijzingenJeremia 4:18→Deuteronomium 28:15→Leviticus 26:15→Jeremia 2:13→Hosea 13:9→Jesaja 1:4→1 Kronieken 28:9→Deuteronomium 32:10→
— Doet gij dit niet zelven, doordien gij den HEERE, uw God, verlaat, ten tijde als Hij u op den weg leidt?
En God zegt tot hen: “Is dit niet de vrucht van uw eigen zonde? Was het zo toen u dicht bij Mij leefde? Hebt u dit niet over uzelf gebracht door uw zonde?”
Zo ook, kind van God: bent u vanavond ongelukkig, treurt u, kunt u geen troost vinden in de wereld en ook geen troost in God, “doet gij dit niet zelven”? Hebt u de roede voor uw eigen rug niet zelf gemaakt door van uw God weg te gaan? Toen u dicht bij God leefde, toen het gebed onafgebroken was, toen u op uw wandel lette — was het toen niet beter met u dan nu? Toen ging u zachtjes voort en vroeg God u van dag tot dag te leiden. Toen was uw vrede als een rivier en uw gerechtigheid als de golven van de zee.
U die neergedrukt bent in de ziel, u die geestelijk arm geworden bent, u die in grote nood van hart bent: hoor toe. Het was goed genoeg met u toen u op Hem vertrouwde; maar nu u van Hem afgeweken bent, zijn al deze kwaden over u gekomen.
Jeremia 2:18.KruisverwijzingenJozua 13:3→Jesaja 31:1→Jeremia 2:36→Hosea 7:11→Jesaja 30:1→Ezechiël 17:15→2 Koningen 16:7→Hosea 5:13→
— En nu, wat hebt gij te doen met den weg van Egypte, om de wateren van Sihor te drinken? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier te drinken?
In plaats van tot de springader van het levende water te gaan, hoopten zij door de Egyptenaren of door de Assyriërs geholpen te worden. Zo zijn er ook christenen die het modderige water van de zondige lust proberen te drinken; zij beginnen die modderige rivier zeer zoet te vinden en gaan van de smaak houden. Het is een dodelijk kwaad wanneer belijdende christenen beginnen te doen als anderen, zich met de wereld te vermengen en er genoegen in te vinden. Er zal een verzenging over u komen als u zich van God afkeert; het verdriet zal uw voetstappen spoedig achtervolgen, als u werkelijk een kind van God bent.
“De wateren van de Nijl”, of zoals het gelezen kan worden: “de wateren van die modderige rivier”. De Israëlieten hadden tijdens hun lange gevangenschap in Egypte zoveel geleden dat men zou denken dat zij nooit meer in de buurt van het diensthuis zouden willen komen.
U probeert genoegen in de wereld te vinden, u gaat naar de vermaakplaatsen van de zonde om daar vermaak te zoeken. Bent u een kind van God, wat hebt u dan te doen met de weg van Egypte? Wat doet u daar, Elia? U hebt door uw afdwaling de troost van de godsdienst verloren, en nu probeert u dat te vergoeden door in de vrolijkheid van de wereld te gaan. Dat zal nooit gaan; u kunt uw buik niet vullen met de draf die de zwijnen eten. Was u een van de zwijnen, dan zou u het kunnen; maar bent u de zoon van uw Vader, dan zal alleen het brood in Zijn huis uw hongerige ziel verzadigen.
Jeremia 2:19.KruisverwijzingenHosea 5:5→Jesaja 3:9→Psalmen 36:1→Jeremia 4:18→Amos 8:10→Hosea 11:7→Jeremia 5:6→Jeremia 2:17→
— Uw boosheid zal u kastijden, en uw afkeringen zullen u straffen; weet dan en ziet, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uw God, verlaat, en Mijn vreze niet bij u is, spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.
Een heel ernstig gedeelte. Mogen wij het ter harte nemen. Niet alleen is er schuld in onze zonde waarvoor wij bij de rechterstoel van God zullen moeten antwoorden, maar er is ook kwaad in dat al hier snel op ons eigen hoofd komt. Wees er zeker van dat uw zonde u zal vinden. Het ding waarvan u denkt dat het uw sterkte zal zijn, zal uw gesel zijn. Wat u zich als genoegen voorstelt, zal uw plaag blijken.
Hebt u ooit de vreugde van Gods dienst gekend, dan zal dit alles dubbel waar zijn voor u. U zult nooit meer in de wereld verzadiging kunnen vinden. En God — de God in wie u eens uw vermaak had — zal uw eigen boosheid u kastijden en uw afkeringen u straffen. Hij doet dat omdat Hij wil dat u weer aan Zijn zijde komt en opnieuw drinkt van het levende water dat u zo dwaas verlaten hebt.
Jeremia 2:20-25.KruisverwijzingenDeuteronomium 12:2→Jesaja 5:4→Exodus 15:17→Psalmen 80:8→Jeremia 7:31→Jeremia 14:6→Deuteronomium 32:16→Leviticus 26:13→
— Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende. Ik had u toch geplant, een edelen wijnstok, een geheel getrouw zaad; hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok? Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE. Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait! Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden. Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen!
God vergelijkt Zijn dwalende volk, in de razernij van hun zonde, met die wilde dieren die niet tam te maken zijn maar door hun onbedwingbare driften gedreven worden waarheen zij willen. Helaas, dat mensen zo zondig kunnen zijn dat God er alleen een evenbeeld voor vinden kan in de woudezels van de woestijn!
Zie ook wat de vertwijfeling met haar slachtoffers doet. Wanneer een mens zegt: “Het is buiten hoop”, dan voelt hij dat er voor hem geen bekering meer is. Wanneer hij gelooft dat God hem niet vergeven zal, dan zal hij zich van zijn boze wegen niet afkeren. God beware ieder hier die in de klauwen van de reus Wanhoop begint te raken! Mogen zij de ware goedheid van God kennen, en moge die goedheid hen tot bekering leiden! Amen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Op de inleiding van het Boek of de in Hoofdst. 1 voorgestelde roeping van den Profeet volgen nu in Hoofdst. 2-20 profetieën van algemenen aard, wier inhoud overeenkomt met den tijd van Jeremia’s werkzaamheid, die in t opschrift is opgegeven. Daarvan vormen vooreerst Hoofdst. 2-6 ene bijzondere afdeling, die betrekking heeft op de proeven door koning Josia ter hervorming genomen, en deze geheel en al voorstelt, zoals wij in de op 2 Kon. 23:25 ze reeds leerden kennen als ernstig gemeend van de zijde des konings, maar zonder gevolg aan de zijde des volks. Het eerste gedeelte van deze afdeling gaat van Hoofdst 2-3:5, en stelt de rijke genade, die Gods trouw het volk had laten ondervinden, en den geheel onverklaarbaren afval van Israël, tegenover die trouw, in algemene trekken voor.
I. Vs. 1-3.KruisverwijzingenEzechiël 16:8→Jakobus 1:18→Jeremia 23:28→Deuteronomium 2:7→Ezechiël 16:60→Exodus 19:5→Jesaja 41:11→Deuteronomium 7:6→
— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land. Israel was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.
Aan de volgende bestraffing gaat ene herinnering vooraf. Deze gaat terug tot den tijd van Israëls jeugd, als de Heere Zijn verbond met het volk sloot en het herinnert aan Zijne eerste, helaas verlatene liefde. (Openb. 2:4).
En des HEEREN woord geschiedde tot mij dadelijk na het 18de regeringsjaar van Josia, toen het volk, ten gevolge van het wedervinden van het wetboek, zich door zijnen vromen koning tot ene soort van boete had laten brengen zonder zich werkelijk tot den Heere te bekeren (2 Kon. 22:3-23:27). Het kwam tot mij, zeggende:
Ga, Jeremia! van uwe tegenwoordige woonplaats Anathoth in het land van Benjamin (Hoofdst. 1:1), naar Jeruzalem, waar voortaan de plaats uwer werkzaamheid zal zijn, en roep van den tempel uit voor de oren van Jeruzalem, zodat iedereen het kan horen, en, zo hij wil, kan ter harte nemen, (Openb. 2:11) zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik, die in verkiezende genade met u, o Israël! een heilig, onveranderlijk verbond heb gesloten, gedenk u ten zegen nog in dezen tijd der weldadigheid uwer jeugd, toen Ik u Mozes als Verlosser uit Egypte’s slavernij zond, hoe gij Mij toen de rechterhand, u door Mij tot een verbond der liefde toegestoken, bereidvaardig aannaamt; Ik gedenk der liefde uwer ondertrouw, toen Ik het verbond aan den Sinaï met u maakte en gij u tot Mij als tot ene gade wendet (Exod. 24:3), toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land, 1) in de dagen tussen den uittocht en de verbondssluiting bij Sinaï.
De Heere laat Israël hier herinneren aan zijn verkiezing, aan den uittocht uit Egypte en aan den tocht van Zijn volk tot aan den berg Sinaï. Die tijd was voor Israël de bruidstijd, toen wandelde Israël God, den Heere na, en hoewel het wel tegen Hem murmureerde, volgde het Zijne bevelen. In het volgende vers wordt dan ook gezegd, dat Israël den Heere heilig was, de eersteling van Zijn inkomst, en herinnert de Heere, hoe zij, die het verdrukt hadden, gelijk de Egyptenaren, ellendig omkwamen. De inhoud van vs. 2 en 3 moest dan ook dienen niet alleen, of liever niet zo zeer, om een inleiding te vormen op hetgeen verder zou worden gezegd, maar om Zijn volk al dadelijk te plaatsen op het standpunt, waarop Hij het wil hebben. Israël moet weten welke betrekking er bestaat, niet bestond, maar bestaat tussen den Heere en hen. Israël moet weten, dat de Heere op hen een verkregen recht heeft. De Heere is Israëls man, is Israëls Souverein, en daarom als Israël geroepen is om Hem te gehoorzamen, dan moet dit geschieden uit dankbaarheid, door den drang der liefde, dewijl Hij, de Heere, er recht op heeft.
Israël was den HEERE eens heiligheid, een heiligdom uit de grote menigte van de aan zich zelf overgelaten heidense volken uitverkoren, ene bezitting, den alleen ware God toegewijd (Exod. 19:5. (Lev. 20:26. (Deut. 7:6). de eerstelingen Zijner inkomste 1) (Deut. 26:10), daar het tot de overige volken in betrekking stond als de eerstelingen, die den Heere geheiligd worden, tot de grote menigte van veldvruchten (Exod. 23:19. Deut. 28:2 vv). Allen, die hem opaten, tot zijne vernietiging medewerkten (Deut. 6:16), werden voor schuldig gehouden, even als hij zich schuldig maakt (Lev. 22:10 vv.), die zich aan de eersteling-vruchten vergrijpt, wier genieten alleen den priesters geoorloofd is (Num. 18:12 vv.); kwaad kwam hun over, gelijk het lot van Faraö bewijst, (Exod 4:22 vv. 14:13 vv.); spreekt de HEERE. 2)
De eerstelingen van den oogst des velds, of van het inkomen van het land, behoorden aan den Heere als heilig. (Ex. 23:19. Ex. 18:8 e. a.). Een zulk den Heere gewijd eersteling was Israël, als uitverkoren volk van God. Dewijl de Heere Schepper en Heere der ganse wereld is, zo zijn alle volken Zijn eigendom als het ware, de oogst Zijner schepping. Onder de volken der aarde heeft Hij zich Israël tot eerstelingvolk gekozen en daarmee voor Zijn onaantastbaar eigendom verklaard. Zoals nu ieder gewoon Israëliet, welke van de aan God gewijde eerstelingen at, zich schuldig maakte, zo maakten zich allen schuldig, die Israël aantastten.
Deze woorden vormen in de eerste plaats de inleiding der eerste rede, maar tevens van de gehele profetische verkondiging van Jeremia; ja, men kan zeggen: zij bevatten de gedachte, die verre boven Jeremia’s profetie zich verheft, de gedachte die aan de geschiedenis der theokratie ten grondslag ligt, dat ondanks allen afval van de ene, en ondanks alle straffen van de andere zijde, toch liefde de grondtoon der betrekking tussen God en Israël is, en het laatste toch onveranderlijk eigendom van zijnen Heere is.
II. Vs. 4-21.KruisverwijzingenJohannes 4:14→Psalmen 36:9→2 Koningen 17:15→Deuteronomium 8:7→Jeremia 17:13→Deuteronomium 32:10→Habakuk 2:18→Ezechiël 20:35→
— Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, en alle geslachten van het huis Israels! Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden? En zeiden niet: Waar is de HEERE, Die ons opvoerde uit Egypteland, Die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde? En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel. De priesters zeiden niet: Waar is de HEERE? en die de wet handelden, kenden Mij niet; en de herders overtraden tegen Mij; en de profeten profeteerden door Baal, en wandelden naar dingen, die geen nut doen. Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten. Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij? Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet. Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest, spreekt de HEERE. Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.
Hoe ontzettend heeft daarna Israël de trouw gebroken! En toch heeft de Heere niet alleen nooit iets tegen Zijn bondsvolk misdaan, maar integendeel Hij heeft het met weldaden overladen, ondanks het afwijken van den beginne af. Nu nog is groot en gering, het gehele volk steeds verder en dieper afgeweken. Zulk een afval is bij de heidenen zonder voorbeeld, voor het volk misdadig en dwaas te gelijk; het is een ruil, waarbij Israël alles prijs geeft en niets wint, en het gevolg is dat de Heere het onder de hand van vreemde volken doet bukken, wier goden het heeft aangebeden, wier hulp het gezocht heeft, en dat het onder zulk ene macht zijnen ondergang te gemoet gaat.
Zo stond het vroeger met Israëls gedrag tegenover Mij, en hoe is het daarmee van dien allereersten tijd af tot op den tegenwoordigen tijd? Hoort des HEEREN woord, gij huis van Jakob, gij twaalf stammen en alle geslachten van het huis Israëls, opdat gij verneemt, waarvan dit woord de gehele natie gedurende al de jaren van haar bestaan heeft aan te klagen. Op zeer aanmerkelijke wijze komt in de Joodse Pericopen-indeling Luk. 4:20 tegenover de Parasche (afdeling uit de wet: Num. 33-36, als Haphtare (afdeling uit de profetieën) deze rede bij Jeremia. Daar telt de wetgever de stations op, waar Israël gedurende zijn tocht naar het land der belofte zich gelegerd heeft; dat waren Jehova’s wegen in vroegeren tijd met het uitverkoren volk; dit volgt echter thans geheel andere wegen, het bewandelt de slingerpaden des verderfs.
Zo zegt de HEERE: a) Wat voor onrecht hebben uwe vaders van de dagen der Richters af, aan Mij gevonden, welke ontrouw of welk plichtverzuim hebben zij in Mij waargenomen, hetwelk hun aanleiding zou hebben gegeven, dat zij reeds zo spoedig, nadat zij zich aan Mij hadden overgegeven, (vs. 2) verre van Mij geweken zijn (Exod. 32:8), en hebben de ijdelheid
nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden 2) (2 (Kon. 17:15)?
Micha 6:3, 4.
Eigenlijk adem, vandaar, ijdel, nietig. Hiermede wijst de Profeet niet zozeer op de afgoden zelf als wel op het innerlijke wezen van den afgodendienst. Het vieren van dien dienst is ijdelheid, nietigheid. Vandaar ook dat de Heere hier zegt, dat zij, die de afgoden dienden, ijdel geworden zijn. De Apostel zegt: verijdeld geworden. (Rom. 1:21). Deze rede sluit zich aan Deut. 32 aan.
Een waar woord zegt hier de Profeet: :zij wandelden het nietige na en werden nietig; ” daarmee is alle leven, dat van de Bron der waarheid afgekeerd is en naar schijn en leugen gekeerd is in zijne vernietiging gevonnist. Waarnaar de mens streeft, dat wordt hij.
En zeiden niet (Ps. 140:11): Waar is de HEERE, dat wij ons aan Hem onderwerpen, de Heere, die ons opvoerde uit Egypteland onder enkel wonderen van Zijne genade en almacht, die ons leidde in de woestijn, in een land van wildernissen en kuilen, waarin wij zonder Zijne bijzondere leiding en verzorging ellendig hadden moeten omkomen, in een land van dorheid en schaduw des doods, dat ons spoedig zou hebben later versmachten en omkomen, wanneer Hij ons niet had gedrenkt en tegen alle gevaar beschut, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde, dewijl niemand zich daar als reiziger durfde wagen, laat staan, zich kon nederzetten; maar wij zijn daar zo lang geweest, zonder enige schade te ondervinden of enig gebrek te lijden (Deut. 1:19; 29:2-6)?
En Ik bracht U, na zulk ene leiding door een wild en ongebaand, dor en duister land, in een vruchtbaar land, in dit Kanaän, dat volgens zijne gehele de gesteldheid geheel het tegenovergestelde is van de woestijn. Ik bracht u daar, om de vrucht daarvan en het goede er van te eten (Deut. 6:10 vv.), maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij dadelijk van den tijd der Richters af (Richt. 2:6 vv), Mijn land (Lev. 25:23) door den dienst, waarmee gij vreemde goden eerdet (Lev. 18:24 vv.), en gij steldet ook door vele andere zonden, die gij naar de wijze der heidenen bedreeft (Ezra 9:14), Mijne erfenis of mijn eigendom, dat land, dat Ik Mij uit alle landen der aarde tot ene bijzondere bezitting verkoren heb, om daar Mijne woning te hebben (Ps. 79:1), tot enen gruwel (Hoofdst. 19:4). Een roekeloos zondaar, een goddeloos mens verontreinigt het land en de plaats, waar hij woont en verkeert, en maakt die tot een gruwel voor God en de prachtigste landstreek, het vruchtbaarste land, het schoonste slot en huis wordt een vloek en gruwel voor God om de zonde der inwoners. Wat een wolvenkuil, een slangenhol voor een mens is, dat is voor God de woning der goddelozen, hoe prachtig zij ook is. De Heere God wijst Israël hier op zijn grote gunstbetoning. Hij had het volk opgevoerd uit Egypte. Hij had het geleid door de woestijn en in die woestijn niet laten sterven, maar het gebracht in een vruchtbaar land, in een land, overvloeiende van melk en honing. En wat had nu Israël gedaan? Het had den Heere verworpen, de afgoden nagehoereerd en des Heeren eigendom, want dit is beter vertaling voor, erfenis, tot een gruwel, d. i. tot een zaak van afschuw en afgrijzen gemaakt, zodat de Heere, in plaats van met welgevallen op Zijn eigendom neer te zien, er de ogen van afwendde.
Die onder u het meest geroepen waren om Mij te zoeken, deden dat het minst, ja, droegen er alles toe bij, om het volk tot dieperen afval te brengen. De priesters, die toch hun ambt en hun onderhoud aan Mij alleen te danken hebben, zeiden niet: waar is de HEERE? Zij hebben hun hart niet naar Mij gekeerd, en a) die de wet handelden, die het wetboek bestudeerden en daaruit moesten recht spreken, kenden Mij niet, zodat zij ook niet naar Mijn woord recht spraken; en de herders, die het volk op den rechten weg moesten leiden, overtraden tegen Mij, en leidden de mensen van Mij af, en de profeten, 1) in plaats van zich door Mijnen Geest te laten leiden en vervullen, profeteerden door Baäl, en verkondigden diens leugenwoorden, en wandelden naar dingen, die geen nut doen, alzo hingen zij de afgoden aan.
Rom. 2:20.
De Priesters zijn natuurlijk de bedienaars van het Heilige, de over de wet handelende zijn ook wel de Priesters, maar meer in hun karakter van leraars der wet; de herders zijn de burgerlijke overheden, en de profeten zij, die des Heeren woord moesten bekend maken, maar nu in plaats van geïnspireerd te zijn door den H. Geest, zich lieten inspireren door den geest ten Baäl, d. i. door den anti-goddelijken geest.
Daarom zal Ik nog, of, verder met ulieden twisten als met een weerspannig en afvallig volk, spreekt de HEERE; ja, met uwe kindskinderen zal Ik twisten, want gelijk uwe vaderen gehandeld hebben, zo handelt gij, en gelijk gij, zo doen uwe kinderen in alle volgende geslachten, zodat de afval van Mij als ene erfzonde zich openbaart.
Bij de Heidenen is nog een zekere trouw te vinden, hoewel die uit enkel bijgeloof voortkomt. Want, gaat over in de eilanden der Chitteërs, naar Cyrus en de verder liggende landen in het westen der Middellandse zee (Num. 24:24. Dan. 11:30), en ziet toe, en zendt ter onderzoeking naar Kedar, naar de herdersvolken van het Oosten (Jes. 42:11; 60:7), en merkt er wel op, en ziet of desgelijks geschied zij als bij u?
Heeft ook een volk de goden veranderd, wanneer zij zich eens tot deze in geloof gekeerd hadden, hoewel dezelve gene goden zijn, zodat het niet vreemd zou zijn, indien zij nu dezen, dan genen dienden? nochtans heeft Mijn volk, waaraan Ik Mij genoegzaam als den Almachtigen, levenden God geopenbaard heb, in tegenstelling tot de hunnen afgoden getrouwen Heidenen, zijne eer veranderd in hetgeen geen nut doet. Zij mochten zich beroemen op den alleen waren God als hunnen God (Ps. 106:20), doch zij hebben Hem geruild tegen nietswaardige afgoden. De valse goden, de eigengemaakte, welke uit de inbeelding van het volk ontstonden, duren nog voort, komen voor als met het verleden der volken samengegroeid, en gaan eerst te niet, wanneer het natuurlijke leven des volks te niet gaat. Alleen de levende God wordt vergeten, het eigenlijke, eeuwige leven wordt opgegeven. Er is ene algemene eigenschap der zonde, dat het kwaad zich met ongelooflijke vastheid aan den mens hecht. Als enige dwaling wordt voorgesteld, zo volgen vele mensen haar na, zelfs wanneer zij weten, dat wat zij horen valsheid en domheid is; men vergeet het nooit of spreekt er ten minste gedurig over. Diegenen, die den valsen godsdienst zijn toegedaan, zijn gewoonlijk ijveriger en meer ingespannen daarbij, dan zij die den waren godsdienst hebben; zij doen en lijden ook in den regel meer bij hunnen valsen godsdienst, dan de gelovigen bij de ware. Dat is de list des satans, opdat hij de mensen bij den valsen godsdienst houde en ze wijs make, dat hoe moeilijker en zwaarder het wordt, zij des te aangenamer zijn bij God.
Ontzet u hierover, gij hemelen, daar gij van uwe hoogte mede alles moet aanzien, wat op aarde geschiedt, en zijt verschrikt! wordt zeer woest, 1) spreekt de HEERE (Deut. 32:1. 1 Jes. 1:2 .
In het Hebr. chareboe. Eigenlijk betekent dit woord, beroofd zijn van merg, uitgedroogd zijn, en van daar de betekenis van, verwoest zijn, maar dan ook van, gevoelloos worden, buiten zijn zinnen geraken. En die laatste betekenis moeten we hier hebben. De Profeet, of liever de Heere God door den Profeet, roept de heidenen van de plaats, waar Hij Zijne heerlijkheid openbaart, en vanwaar Hij geen ledig toeschouwer is van wat op aarde plaats heeft, om getuigen te zijn van de boosheden van Israël.
Want Mijn volk heeft meer kwaad dan de Heidenen bedreven. Wanneer die de afgoden dienen, verzondigen zij zich slechts eenmaal, daar Ik Mij zelven aan hen niet op bijzondere wijze heb geopenbaard, noch Mij in ene bepaalde verbondsbetrekking met hen gesteld heb. Mijn volk heeft twee boosheden gedaan: Mij a), de Springader 1) des levenden waters (Hoofdstuk 17:13. (Gen. 26:19), hebben zij verlaten, om, en deze is de tweede zonde, zich zelven bakken, cisternen (Gen. 37:34), uit te houwen, gebrokene bakken, vol reten en scheuren, zodat zij niet eens het daarin verzamelde regenwater kunnen bewaren, bakken, die geen water houden, maar slechts slijk bevatten (Hoofdstuk 38:6). Wat toch anders is het nalopen van vreemde goden?
Hoogl. 4:15. Jer. 17:13.
De springader des levenden waters is Christus. De genade in Hem wordt met water vergeleken, als zijnde verkoelend en verfrissend, reinigend en vruchtbaar makend; met levend water, omdat het dode zondaren levend maakt, kwijnende gelovigen doet herleven, het geestelijke leven steunt en onderhoudt en doet uitlopen op het eeuwige leven, en omdat het altijd vloeit: met ene fontein, om aan te wijzen, dat de oorsprong daarvan is in Christus, en de grote overvloed, die in Hem is als water in ene fontein en in ons is als stromen. Deze fontein te verlaten is de eerste der zonden, welke bedreven worden, wanneer Gods volk verkoudt in zijne genegenheden jegens Hem, en Zijn woord en Zijne ordeningen verwaarloost. Gebrokene bakken zijn de wereld en de dingen, die in haar zijn, die men aankleeft, en waarin men rust en voldoening zoekt; de zodanigen zijn de uitvindingen en instellingen der mensen, die men volgt en vasthoudt, zelfs zedelijke deugden en Evangelische plichten, waarop men zich verlaat, zelfs geestelijke vormen, waarin men leeft, ja zelfs daden des geloofs, wanneer men daarvan een grond maakt. Voornamelijk zij men opmerkzaam, dat eerst wordt gesproken van het verlaten van den omgang met God, en in de dadelijk daarop volgende plaats van beelden, die gene hulp of verlichting kunnen aanbrengen, noch enig nut kunnen geven, of enigen troost in tijd van droefheid en nood kunnen schenken. Het is dwaas ene fontein te ruilen voor een bak en dat nog wel voor een gescheurden bak. In ene fontein is het water levend, altijd vloeiend en opspringend. Niet alzo met een bak, en in gebroken bakken is niet met al. De eerste zonde is de verloochening der waarheid, de tweede de verdichting van leugens, die de plaats der waarheid vervangen moet. De ene vloeit uit de andere voort. Wie God verlaat maakt zich afgoden. Drinken moet de mens. Heeft hij de levende bron verlaten, zo graaft hij zich bronnen, die niettemin geen water houden, hoogsten troebel water. Maar hij stelt zich toch voor, dat hij drinkt en zijnen dorst lest, totdat hij versmacht of de verlaten bron weer zoekt en terugvindt. Hoe komt het toch, dat de Heere moet zeggen: “Mij, de levende bron, verlaten zij?” dat komt daar vandaan, dat ons de uitgehouwen bakken beter bevallen. Het gemaakte trekt ons zo sterk aan; alles wat van beneden is, heeft ene zo grote aantrekkingskracht voor het wankelende hart, dat het zich van de levende bron laat aftrekken en het putwater van deze wereld smakelijker vindt, dan het levende water, den levenden God en Zijn woord. Wanneer zij kwamen om hun dorst aldus te lessen, vonden zij niet dan modder en slijk en het vuile water van een stilstaanden poel. Zodanig waren de afgoden voor hun vereerders, en zodanig een vernedering, ondervinden zij, die zich van God tot hen wendden.
Zulk ene dubbele zonde heeft dan ook reeds hare heilloze vruchten gedragen en het volk aan den afgrond van het verderf gebracht, waaraan het zich thans bevindt. Is dan, zo zou Ik mogen vragen, wanneer men den toestand nauwkeurig beschouwt-is dan Israël een knecht? of is hij een ingeborene des huizes, 1) een lijfeigene? zo neen-waarom is hij dan ten roof geworden, van de ene hand in de andere als het ware verkocht?
De Profeet vraagt hier verwonderd, als naar een nieuwe en ongerijmde zaak: Is Israël een knecht? Maar hij was immers vrij, boven alle volken, want hij was de eerstgeboren zoon Gods. Het is derhalve noodzakelijk nu een verder voortgezet onderzoek te doen, waarom hij zo ellendig is. Het verschil tussen knecht en ingeborene des huizes is, dat een knecht om de een of andere reden in slavernij was geraakt en weer kans had om vrij te komen. Een ingeborene des huizes was en bleef echter het wettig eigendom zijne heren. Israël was geen van beiden en daarom vraagt hier de Profeet zo verwonderend.
a) De jonge leeuwen hebben over hem gebruld, zulke machtige en roofzuchtige vijanden als de Assyriërs, die reeds het noordelijk rijk ten onder brachten, vallen hem aan met het gebrul van enen leeuw, wanneer die zijnen buit bespringt (Jes. 5:29); zij hebben hun stem verheven, en zij hebben zijn land gezet in verwoesting; zijne steden zijn verbrand, dat er niemand in woont (2 (Kon. 17:4 vv.).
Jer. 4:7.
Ook hebben u (het zuidelijk rijk) de kinderen van Nof en Tachpanhes, de Egyptenaren onder koningen van verschillende dynastieën (1 Kon. 3:1), nu eens uit Middel-Egypte te Memfis, dan weer in Beneden-Egypte te Dafne, aan den Pelusischen arm van den Nijl, den schedel afgeweid, zij hebben uw land uitgeplunderd.
Doet gij u, o Israël! dit ellendige, dat u wedervaart, alsof gij een lijfeigene (vs. 14) waart in plaats van Mijn eerstgeboren zoon (Exod. 4:22) niet zelven aan, doordien gij den HEERE, uwen God verlaat, ten tijde als Hij u door onderricht en vermaning van Zijne dienstknechten op den rechten weg leidt? gij wilt liever allerlei wegen van eigen goeddunken gaan.
En nu, wat hebt gij te doen met den weg van a) Egypte, om de wateren van Sihor 1) van den Nijl (Jes. 23:3) te drinken? Wat baat het u, dat gij u zoekt te verbinden met die zuidelijke wereldmacht? En wat hebt gij te doen met den weg van Assur, om de wateren der rivier, van den Eufraat (Gen. 2:14), te drinken? Wat zoekt gij hulp bij die noordelijke wereldmacht?
Jes. 31:1.
De Nijl is de rivier van Egypte. Zonder het water van den Nijl is er voor den Egyptenaren geen leven mogelijk. Vandaar dat het water van den Nijl te drinken, wil zeggen, u verschaffen wat gij meent nodig te hebben, om in waarheid te leven. Hetzelfde geldt ook van de wateren van Assur. Door hulp te zoeken bij Egypte of bij Assur, meende de hofpartij in Jeruzalem het leven van het rijk, van den staat te kunnen redden. De Heere wijst er echter op, dat dit juist hun val zou zijn, want dit stond gelijk met het verlaten van den Heere, van Israël’s God.
Het aansluiten aan Egypte kon het noordelijk rijk niet bewaren voor den ondergang door Assyrië, maar heeft dien integendeel te spoediger doen komen (2 (Kon. 17:4). Over het zuidelijk rijk dreigt ondanks den steun van Assyrië (2 (Kon. 23:29) tegenwoordig het verderf van Egypte. Israël is dus tussen die beide machten der wereld geplaatst, en kan gene hulp van de ene tegen de andere ondervinden, integendeel niets dan ellende nu van de ene dan van de andere ervaren. Uwe a) boosheid zal u kastijden, en uwe afkeringen zullen u straffen. Door u zo te plaatsen tussen die beide machten heb Ik er u op gewezen, dat gij u uitsluitend en alleen aan Mij moet vasthouden, maar daardoor heb Ik ook reeds de roede aan beide zijden gereed gelegd, wanneer gij van Mij zoudt afvallen en u aan den geest der wereld zoudt overgeven. Weet dan en ziet, nu gij met die beide roeden te gelijk wordt geslagen, dat het kwaad en bitter is, dat gij den HEERE, uwen God, verlaat, en Mijne vreze niet bij u is, 1) spreekt de Heere, de HEERE der heirscharen.
Jes. 3:9. Hos. 5:5.
Merk hier op de natuur der zonde, de oorzaak der zonde en de kwaadaardigheid der zonde. Het is den Heere verlaten, het is omdat Zijn vreze niet in ons is, het is een kwaad en bitter ding; en eindelijk op de verderflijke gevolgen der zonde.
Als Ik van ouds uw juk verbroken en uwe banden verscheurd had, a)
u uit Egypte’s slavernij gered had, zo zei gij toen reeds: Ik zal niet dienen. Ik wil mij niet verbinden om dien God alleen op ene plaats te vereren, maar nu gij Mijnen dienst hebt verlaten voor alle mogelijke afgoden, offert gij op allen hogen heuvel, en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende (Exod. 34:16).
In het Hebr. Ki meeölam schaburth ulleek nitthakth moosrothajik. Beter: Want van ouds hebt gij uw juk verbroken, uwe banden verscheurd. Wij lezen dus niet, schaburthi en nitthakthi, maar met de Septuaginta, schaburth en nitthakth. Want niet de Heere heeft het verbond gebroken, maar Israël zelf heeft de Wet en het getuigenis op zij gezet en daarna andere goden gediend. Het juk en de banden zijn het juk en de banden der Wet, welke de Heere God op en om Israël had gelegd, opdat Israël een afgezonderd volk zou blijven.
Ik had u toch tot Mijn volk gemaakt, u a) geplant tot enen edelen wijnstok, die ook zoete druiven had moeten voortbrengen, een geheel getrouw zaad, dat, uit een echt gewas genomen, ook reinheid en waarheid had kunnen voortbrengen. Hoe zijt gij Mij dan veranderd in verbasterde ranken van een vreemden wijnstok, in een wilden wijnstok, die niets dan wilde ranken en bittere bessen voortbrengt?
Ex. 15:17. Ps. 44:3; 80:9. Wij kennen de reine, echte zaden, die des Heren hand in de ziel van Abraham en van zijn geslacht gestrooid heeft, het kinderlijk, reine geloof aan Hem, die den hemel en de aarde gemaakt heeft, maar de vergiftige adem der zonde had het weggewaaid en weggedragen.
III. Vs. 22-37.KruisverwijzingenJeremia 11:13→Nehemia 9:26→Jeremia 7:31→Jeremia 14:6→Deuteronomium 32:16→Jesaja 26:16→Deuteronomium 32:37→Jesaja 45:20→
— Want, al wiest gij u met salpeter, en naamt u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend, spreekt de Heere HEERE. Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uw weg in het dal, ken, wat gij gedaan hebt, gij lichte, snelle kemelin, die haar wegen verdraait! Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden. Bedwing uw voet van ontschoeiing, en uw keel van dorst; maar gij zegt: Het is buiten hoop; neen, want ik heb de vreemden lief, en die zal ik nawandelen! Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israels beschaamd; zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten; Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons. Waar zijn dan uw goden, die gij u gemaakt hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen; want naar het getal uwer steden zijn uw goden, o Juda! Waarom twist gij tegen Mij? Gij hebt allen tegen Mij overtreden, spreekt de HEERE. Tevergeefs heb Ik uw kinderen geslagen; zij hebben de tucht niet aangenomen; ulieder zwaard heeft uw profeten verteerd, als een verdorven leeuw. O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israel een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?
Alle huichelachtige pogingen om zich zelven te rechtvaardigen en te verontschuldigen zijn Gode even openbaar als de zonde zelf, en zullen de schuld niet kleiner maar slechts des te zwaarder maken. Israël ontbloot zich slechts op nieuw, en ontdekt punten, van waar de aanklacht tegen hen kan gericht worden. Omdat echter het volk zijnen God en de Hem beloofde trouw zo geheel vergeet, en van zijn zondig leven, daar het boosheid op boosheid stapelt, geen afstand wil doen, zo zal ook de straf niet uitblijven. De rede, hoewel in den tijd van Josia gehouden, blijft toch bij deze niet stilstaan, maar omvat den gehelen volgenden tijd tot aan den ondergang van Juda.
Want, al wiest gij u met salpeter 1) en naamt u bovendien, wat anders tot reiniging dient, veel zeep 2) (Mal. 3:2), zo is toch uwe ongerechtigheid voor Mijn aangezicht getekend; zij treedt op den lichten grond, die daardoor wordt verkregen, slechts des te vreselijker in hare bloedrode kleur (Jes. 1:18) te voorschijn, en de lichte zijde is gene andere, dan dat in Mijn gedrag jegens u niets verkeerds was (vs. 5), spreekt de Heere HEERE.
De Nether, Lat: nitrum, gebruikten de Oosterlingen in de plaats van zeep (Spr. 25:20.) . De rechte loog en de rechte zeep is slechts de Geest des Heren, die de verslagene harten, welke hun zonden bekennen, door gericht en genade rein wast, en spreekt: u zijn uwe zonden vergeven! (Ps. 51:9. Mal. 3:2. Joh. 13:8-10). Daaruit volgt dan de nieuwe gehoorzaamheid uit een rein hart.
Een soort poeder, uit de zeepplant genomen. De Heere wil hier zeggen, dat al deed Israël de zwaarste pogingen, om zich rein te wassen van zijne zonde, door uitwendige middelen, het hen niet zou baten; de zonde zat niet uitwendig, maar inwendig, en inwendig was het volk verdorven en met schuld beladen.
Hoe zegt gij dan: Ik ben niet verontreinigd, gelijk vroeger het rijk van Israël was; ik heb de Baäls, de afgoden der Sidoniërs (1 Kon. 18:18) niet nagewandeld? Zie uwen weg in het dal van Hinnom bij Jeruzalem (1 Kon. 1:35), ken wat gij gedaan hebt, welke gruwelen gij onder Achaz, Manasse en Ammon (2 Kron. 28:3; 33:6, 22 vv. hebt, dat het onlangs op dezelfde wijze moest worden behandeld als het altaar te Bethel (2 Kon. 23:10 en 16), gij lichte, snelle kemelin, die hare wegen verdraait. 1)
Hebr. : “die de wegen in elkaar vlecht. ” Het beeld is ontleend van ene tochtige kemelin, die in hare drift heen en weer loopt.
Zij is ene woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, snuift zij den wind in, zoekende naar het mannelijk dier, dat hare lusten zal bevredigen; wie zou hare ontmoeting afkeren, haar in haren loop kunnen stuiten? zo hoereert gij andere goden na. Allen, die haar zoeken, om ontucht met haar te bedrijven, zullen niet moede worden door het nalopen van haar, omdat zij zich zo gemakkelijk laat vinden; in hare maand, haren bronsttijd zullen zij haar vinden. Een geheel dichterlijk uitgevoerd beeld. Israël’s afgoderij-woede is niet meer gewone hoererij, maar de onweerstaanbare drift der dieren in den parenstijd; en daartoe wordt zulk een dier gekozen, welks drift het allerontembaarst is, en tevens het alleronverzadelijkst. De Heere zegt hier, dat Israël zo verzot is op de afgoden en op den afgodendienst, dat de afgoden hen niet behoeven op te zoeken, maar dat het afvallige volk zelf de afgoden opzoekt.
Bedwing toch, zo roept menigmaal een dienaar Gods met vriendelijke waarschuwing en welgemeende vermaning u toe: hoedt toch uwen voet van ontschoeiing, van barrevoets te moeten lopen, en uwe keel van dorst, 1) bedwing die onverzadelijke drift! Maar gij zegt: het is buiten hoop, uwe vermaning is te vergeefs, neen, het is onmogelijk, want ik heb de vreemden lief, de begeerte is te sterk, dan dat ik die niet zou moeten voldoen, en die zal ik na wandelen. 1)
Dit ziet op het met haast toelopen op de afgoden, zodat het volk het schoeisel zou verliezen, en de keel door dorst zou gekweld worden. Het is wederom een woord van waarschuwing tot het God en Zijn dienst verlatende Israël.
Onophoudelijk zich iets nieuws te willen toe-eigenen is het streven van hen, die God vergeten, en karakteristiek is het, dat men deze onrust uitgeeft voor de eigenlijke bestemming van den mens ook in onze dagen. Deze waarschuwing is van hen verworpen. Zij zeiden tot hen, die hen wilden overreden, om zich te hervormen en te bekeren, het is buiten hoop. Zie, verwacht nooit, dat gij vat op ons hebben zult, of ons overhalen zult, om onze afgoden weg te werpen, wij hebben het vastelijk besloten, dat wij het zullen doen, en daarom doet u zelf of ons niet langer moeite aan met uwe vermaningen, want het is te vergeefs.
De straf zal dan ook niet uitblijven. Gelijk een dief, die meende steeds te kunnen voortgaan, met zijn werk in ‘t verborgen te volbrengen, en daarbij toch den naam van een eerlijk man te zullen behouden, plotseling beschaamd, te schande wordt, wanneer hij gevonden wordt, op heterdaad betrapt wordt, alzo zijn die van het huis Israël’s beschaamd, zij, hun koningen, hun vorsten, en hun priesters, en hun profeten (vs. 8).
Die bewijzen dieven van de ergste soort te zijn, daar zij tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader, en tot enen steen: gij hebt mij gegenereerd, daardoor toch ontstelen zij Mij Mijnen roem als Schepper, Onderhouder en Verzorgen van Mijn volk, en geven dien aan houten en stenen afgoden. Zo onteren zij Mij: want zij keren Mij den nek toe en niet het aangezicht, wanneer Ik hen door Mijne knechten laat leren en tot Mij roepen (Hoofdstuk 32:32 vv.). Maar ten tijde huns kwaads keren zij zich voor een kort, een voorbijgaand ogenblik weer tot Mij, gelijk ook nu weer bij de donkere vooruitzichten het geval is (2 Kon. 22:16 vv. 23:3 vv.); dan zeggen zij: Sta op en verlos ons, want Gij Heere, zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw naam. (Jes. 63:16)!
Waar zijn dan, zo wil Ik, nu ook van Mijne zijde u den rug toekerende, in plaats van het aangezicht, zeggen-waar zijn dan uwe goden, die gij u gemaakt hebt, en die gij zo lang als uwe helpers en verzorgers geroemd hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen (Richt. 10:14. Jes. 57:13); daar zij zo velen in getal zijn, kan het hun niet moeilijk vallen, u te redden; want naar het getal uwer steden zijn uwe goden, o Juda! (Hoofdstuk 11:13. Jes. 2:8). De afval van God heeft steeds plaats in rustige, gelukkige tijden, nooit in tijden van nood, komt dan echter de nood, zo keert de mensheid zich om dien uitwendigen nood ook weer eens tot God. Die niet door God geleerd zijn laten zich door dat terugkeren misleiden en houden het reeds voor ene werkelijke bekering. Dat is die verandering nog niet, zij kan het worden, zij blijft echter in den regel slechts ene uitwendige, ene schijnbare.
Waarom twist gij tegen Mij, wanneer Ik ondanks uw schijnbaar terugkeren niet aflate van Mijnen toorn tegen u (2 Kon. 23:26 vv.), alsof Ik onrechtvaardig jegens u handelde? Gij hebt allen tegen Mij overtreden en blijft daarin voortgaan, hoewel gij den schijn aanneemt, alsof gij u van uwe boosheid bekeerd had, spreekt de HEERE.
Te vergeefs heb Ik uwe kinderen a) geslagen, zij hebben de tucht niet aangenomen 1), en gij zelf zorgt daarvoor, dat zij nalaten te verstaan tot weldoen (Ps. 36:4); want ulieder bloeddorstig zwaard heeft uwe profeten verteerd, Hoewel gij voor een ogenblik u hield, als ware het u om ene ware volksbekering te doen (2 (Kon. 23:22.), vervolgt gij degenen, die Ik u zend, om zulk ene verandering tot stand te brengen, en moordt gij ze, als een verdervende leeuw, welke niemand het leven laat behouden, die hem ontmoet (Hoofdstuk 37:11 vv. 38:1 vv. (MATTHEUS. 23:37).
Jes. 1:5. Jer. 5:3.
Gods oordelen, waaronder zij geweest waren, hadden geen uitwerking op hen gehad. Zij waren onder Goddelijke bestraffing van verscheiden soort geweest, waarmee God beoogde hen tot bekering te brengen, maar het was te vergeefs; zij beantwoorden aan Gods bedoeling, met hen te verdrukken, niet; hun gewetens waren niet wakker geworden, noch hun harten vermurwd en vernederd, noch waren zij gedreven, om God te zoeken. Zij werden niet beter door de kastijdingen en het is een groot verlies, dus een verdrukking te verliezen; zij onderwierpen zich niet, noch voegden zich naar de kastijding, maar hun harten morden tegen God, en dus worden zij te vergeefs geslagen. Gods slagen kunnen wel relatief, niet absoluut te vergeefs zijn. Bereiken zij het doel dor bekering niet, zo constateren zij ten minste, dat God het Zijne gedaan heeft, gelijk dit ook de bedoeling van onze plaats is; zij dienen “tot een getuigenis over hen” (Gal. 3:4). Opdat de Goddelijke kastijding het gewenste gevolg hebbe, is het nodig, dat de mens Gods bedoeling begrijpe, d. i. dat hij versta, wat God hem te zeggen heeft, en waartoe Hij hem wil bewegen. en dat hij dat doe. Dit wordt genoemd: de kastijding aannemen. De aanneming is een teken van wijsheid (Spr. 8:10; 19:20) terwijl het niet aannemen een teken van dwaasheid is. (Spr. 1:7; 3:11 vv. 5:12, 23; 13:18; 15:32 vgl. Ps. 50:17).
a) O geslacht 1) (Deut. 32:5 vv.) dat gij zijt, aanmerkt toch gijlieden des HEREN woord, waarmee Hij u uwe gedaante en uw wezen voor ogen stelt! Ben Ik Israël ene woestijn geweest, welke degenen, die zich in haar wagen, ellendig laat omkomen? of ben Ik een land der uiterste donkerheid, waarin de reiziger met ontzetting en vreze vervuld wordt? Waarom zegt dan Mijn volk, alsof het verbond met Mij onuitstaanbaar ware: wij zijn heren, 1) wij nemen het recht, zelf te kiezen, wie wij willen toebehoren; wij zullen niet meer tot U komen, wij laten ons tot Uwen dienst niet dwingen?
MATTHEUS. 23:26 vv.
In het Hebr. Radnoe. Beter: wij zijn vrij, in den zin, wij bekommeren ons om niemand, wij doen wat wij willen. Vandaar dat er onmiddellijk volgt: wij zullen niet meer tot U komen. De Heere wijst in het eerste gedeelte, op hetgeen hij niet geweest is, opdat Israël tot de erkentenis zou komen, wie Hij wel geweest is. Nooit was Hij voor Israël een dorre woestijn of een land der wildernis geweest, en toch had Israël naar Hem niet willen horen, niet Hem willen dienen. Vandaar dan dat de Heere zegt: o geslacht dat gij zijt, in den zin van, o ondankbaar geslacht, hetwelk de grootste en heerlijkste weldaden vergeet.
Vergeet ook ene jonkvrouw haar versiersel, waarmee de bruidegom haar ten dage van hare bruiloft versierd heeft? of ene bruid hare bindselen, haren sluier, waarin zij tot hem als echtgenoot zal worden geleid? Zou zij niet gedurig weer aan haar echtverbond denken, en de herinneringstekenen bewaren? Nochthans heeft Mijn volk, dat Ik zo heerlijk getooid heb boven alle volken der aarde en Mij tot ene vrouw getrouwd heb, Mij a) vergeten, dagen zonder getal; nooit komt de tijd, dat zij ernstig aan Mij willen denken (Hoofdst. 18:14).
Jer. 3:21.
Wat maakt gij uwen weg goed met allerlei uitvluchten en verontschuldigingen (2 (Kon. 17:9), alsof gij vroom en goed waart en het loon verdiendet, dat den rechtvaardige beroofd is, daar gij boelering zoekt 1)? waarom gij ook de booste hoeren uwe wegen geleerd hebt!
Letterlijk staat er: Hoe goed richt gij uwen weg in, om liefde te zoeken? Dit zegt de Heere op goddelijk-ironische wijze. Israël zocht niet de liefde van zijn God te winnen, maar de liefde van hen, die geen goden zijn, van de afgoden. Daarom volgt ook nu, waarin gij de boosheden uwer wegen geleerd hebt. Onze Staten-Overzetters hebben het woord hoeren er tussen in gevoegd. O. i. is het echter de bedoeling van den Profeet, om Israël te wijzen op het feit, dat zij aan de ongerechtigheid hun wegen gewend hebben, dit is, dat zij den Heere geheel verlaten hebben en de ongerechtigheden hebben liefgehad. In het volgende vers wordt dat nader uitgedrukt. Zo volgden de ongerechtigheden op hun wegen, zo nabij was de ongerechtigheid hen, dat zij op de zomen hunner klederen werd gevonden.
Ja, het bloed van de zielen der onschuldige nooddruftigen, dat in het land wordt vergoten, is in uwe zomen gevonden, uwe klederen dragen de bewijzen van uwe misdaden; Ik heb dat niet met opgraven gevonden, maar aan allen die. 1)
Dit was zo openbaar dat men ‘t met geen scherp onderzoek behoefde uit te vinden, en het bloed als verborgen in de aarde op te graven, maar het was voor ogen, klevende nog aan de zomen hunner klederen. Sommigen nemen het aldus: Gij hebt ze, namelijk als onschuldige armen, niet gevonden in ‘t doorgeven, dat gij ze als schuldige nachtdieven zoudt hebben gedood om alle die dingen, om al uwe te voren verhaalde afgoderij, die zij bestraften. (STATEN OVERZ.). De laatste opvatting is alleen juist. De Profeet zinspeelt op Exod. 22:1, volgens welke uitspraak, de dood van een dief, die op heterdaad bij het inbreken betrapt werd, geen bloedschuld laadde op degene, die hem doodde. De Heere wil hier zeggen, dat de onschuldigen, de ellendigen, geen dieven of moordenaars waren, maar onschuldige mensen, waarom degene, die zich aan hun dood schuldig maakte, een bloedschuld op zich laadde. De Engelse Godgeleerden tekenen dan ook aan: “Zodanigen, die onder de Joden bij nacht bevonden werden in de huizen te willen breken, of met werktuigen tot dat einde bij zich, mochten wettig doodgeslagen worden door degenen, die hen vonden. Maar de Profeet zegt hier, dat zij mensen vermoord hebben, zonder hen op deze wijze te vinden, en die geheel onschuldig waren aan zulk een oogmerk. “
Nog, ondanks deze misdaden, die zo luide tegen u getuigen, en welke gij aan de arme en onschuldige zielen misdreven hebt (Hoofdst. 22:17), zegt gij, Zeker, ik ben onschuldig, ik heb het niet verdiend, dat dit ongeluk over mij komt, zo als het (2 (Kon. 22:16) bedreigd werd. Zijn toorn is immers van mij afgekeerd ten gevolge mijner verandering, in plaats van dat Hij die op nieuw betoonde (2 Kon. 22:17). Ziet, Ik zal met u rechten. Juist daarom laat Ik het komen, zo als Ik gedreigd heb, en zal Ik Mijne straffen over u laten komen, omdat gij zegt: Ik heb niet gezondigd 1) daar Ik, wanneer gij uwe zonde wildet erkennen en belijden, dat gij tegen den Heere, uwen God, gezondigd hebt (Hoofdst. 3:13), Mijnen toorn van u afkeer en zou.
Omdat zij de schuld ontkennen en op hun eigene gerechtigheid steunen, daarom zou God een einde met hen maken en met hen rechten, zowel met Zijn roede, als met Zijn woord. De onboetvaardigheid is 1) blind voor eigen schuld, 2) zij lastert God, daar zij Hem van onrechtmatigen toorn beschuldigt, 3) zij zal de rechtvaardige straf niet ontgaan.
Wat reist gij veel uit van Mij af, daar iedere gelegenheid daartoe u welkom is, veranderende uwen weg, daar gij nu eens u tot Assyrië wendt, dan weer naar Egypte (2 (Kon. 16:7 vv. 24:20). Gij zult ook met al uwe verwachtingen van deze macht van a) Egypte beschaamd worden, gelijk als gij van Assur beschaamd zijt (2 Kron. 28:20 vv.).
Jes. 31:1.
Gij zult ook van hier, van Egypte, waarheen gij uwe boden om hulp zendt (vs. 18), uitgaan; gij zult van jammer over uwe ellende, in plaats van dat gewenste hulp u daar ten deel zou worden (2 Kon. 25:1 vv.), wederkeren met uwe handen op uw hoofd zaamgeslagen (2 Sam. 13:19); want de HEERE heeft al uw vertrouwen, al degenen, op wie gij uw vertrouwen stelt, verworpen, zij zijn allen te machteloos, dan dat zij u tegenover Hem zouden kunnen helpen en het door Hem bepaalde gericht zonden kunnen afwenden, zodat gij daarmee niet zult bedijen; gij zult uw doel niet bereiken. Wanneer gij op God gehoopt had, zo zoudt gij van uwe verwachting ene rijke vrucht hebben geoogst, maar nu gij op mensen uw vertrouwen hebt gesteld zijt gij met uwe hoop te schande geworden. O wacht u toch, gij zwak gelovigen! voor de nietige steunsels des levens, opdat gij niet nodig hebt, wanneer zij breken, de handen boven uw hoofd zamen te slaan. De handen boven het hoofd te slaan was een teken van zorg en droefheid, van radeloosheid.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel