Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En des HEERENH3068woordH1697geschieddeH1961totH413 mij, zeggendeH559:En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
KJVThe word2of the LORD3came also unto me, saying,
2Gij zult u geen vrouw nemen, en gij zult geen zonen noch dochteren hebben in deze plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Gij zult u geen vrouwH802nemenH3947, en gij zult geen zonenH1121 noch dochterenH1323 hebben in dezeH2088plaatsH4725.Gij zult u geen vrouw nemen, en gij zult geen zonen noch dochteren hebben in deze plaats.
KJVThou shalt not take2thee a wife,4neither shalt thou have sons8or daughters9in this place.
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3לְךָ֖4אִשָּׁ֑הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יִהְי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לְךָ֙8בָּנִ֣יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9וּבָנ֔וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village10בַּמָּק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)11הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
3Want zo zegt de HEERE van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068 van de zonenH1121 en van de dochterenH1323, die in deze plaatsH4725geborenH3205 worden; daartoe van hun moedersH517, die ze barenH3205, en van hun vadersH1, die ze gewinnenH3209 in dit landH776:Want zo zegt de HEERE van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land:
KJVFor thus saith3the LORD4concerning the sons6and concerning the daughters8that are born9in this place,10and concerning their mothers13that bare14them, and concerning their fathers17that begatthem in this land;
1כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַבָּנִים֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַבָּנ֔וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village9הַיִּלּוֹדִ֖יםH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)10בַּמָּק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)11הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12וְעַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13אִמֹּתָ֞םH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting14הַיֹּלְד֣וֹתH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)15אוֹתָ֗םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17אֲבוֹתָ֛םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'18הַמּוֹלִדִ֥יםH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)19אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20בָּאָ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op den aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Zij zullen pijnlijkeH8463dodenH4463stervenH4191, zij zullen nietH3808beklaagdH5594nochH3808begravenH6912 worden, zij zullen tot mestH1828opH5921 den aardbodemH127 zijn, en zijH1961 zullen door het zwaardH2719 en door den hongerH7458verteerdH3615 worden, en hun dode lichamenH5038 zullen het gevogelteH5775 des hemelsH8064 en het gedierteH929 der aardeH776 tot spijzeH3978 zijn.Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op den aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.
KJVThey shall die3of grievous2deaths;1they shall not be lamented;5neither shall they be buried;7but they shall be as dung8upon the face10of the earth:11and they shall be consumed15by the sword,13and by famine;14and their carcases17shall be meat18for the fowls19of heaven,20and for the beasts21of the earth.
1מְמוֹתֵ֨יH4463doden, dooddeath2תַחֲלֻאִ֜יםH8463krankheden, kranken, pijnlijkedisease, [idiom] grievous, (that are) sick(-ness)3יָמֻ֗תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise4לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִסָּֽפְדוּ֙H5594beklagen, rouwklagen, misbaarlament, mourn(-er), wail6וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יִקָּבֵ֔רוּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)8לְדֹ֛מֶןH1828mest, drekdung9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11הָאֲדָמָ֖הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land12יִֽהְי֑וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13וּבַחֶ֤רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool14וּבָֽרָעָב֙H7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger15יִכְל֔וּH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste16וְהָיְתָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17נִבְלָתָם֙H5038dood aas, dood lichaam, dode lichaam(dead) body, (dead) carcase, dead of itself, which died, (beast) that (which) dieth of itself18לְמַאֲכָ֔לH3978spijze, spijs, Spijzefood, fruit, (bake-)meat(-s), victual19לְע֥וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl20הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)21וּלְבֶהֱמַ֥תH929beesten, vee, beestbeast, cattle22הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
5Want zo zegt de HEERE: Ga niet in het huis desgenen, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Ga nietH408 in het huisH1004 desgenen, die een rouwmaaltijdH4798houdtH3212, en ga nietH408 henen om te rouwklagenH5594, en heb geenH408medelijdenH5110 met hen; wantH3588 Ik heb van ditH2088volkH5971 (spreektH5002 de HEEREH3068) weggenomenH622 Mijn vredeH7965, goedertierenheidH2617 en barmhartighedenH7356;Want zo zegt de HEERE: Ga niet in het huis desgenen, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden;
KJVFor thus saith3the LORD,4Enter6not into the house7of mourning,8neither go10to lament11nor bemoan13them: for I have taken away16my peace18from this people,20saith22the LORD,23even lovingkindness25and mercies.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תָּבוֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8מַרְזֵ֔חַH4798rouwmaaltijdmourning9וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than10תֵּלֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11לִסְפּ֔וֹדH5594beklagen, rouwklagen, misbaarlament, mourn(-er), wail12וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than13תָּנֹ֖דH5110medelijden, beklaagt, dolendebemoan, flee, get, mourn, make to move, take pity, remove, shake, skip for joy, be sorry, vagabond, way, wandering14לָהֶ֑ם15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16אָסַ֨פְתִּיH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18שְׁלוֹמִ֜יH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly19מֵאֵ֨תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix20הָעָ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people21הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)22נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith23יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)24אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)25הַחֶ֖סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing26וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)27הָֽרַחֲמִֽיםH7356barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoederbowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb
6Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Zodat grotenH1419 en kleinenH6996 in ditH2063landH776 zullen stervenH4191, zij zullen nietH3808begravenH6912 worden; en men zal hen niet beklagenH5594, nochH3808 zichzelven insnijdenH1413, nochH3808kaalH7139 maken om hunnentwil.Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil.
KJVBoth the great2and the small3shall die1in this land:4they shall not be buried,7neither shall men lament9for them, nor cut12themselves, nor make themselves bald
1וּמֵ֨תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2גְדֹלִ֧יםH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very3וּקְטַנִּ֛יםH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)4בָּאָ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יִקָּבֵ֑רוּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)8וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יִסְפְּד֣וּH5594beklagen, rouwklagen, misbaarlament, mourn(-er), wail10לָהֶ֔ם11וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יִתְגֹּדַ֔דH1413gesneden, hopen, insnijdenassemble (selves by troops), gather (selves together, self in troops), cut selves13וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יִקָּרֵ֖חַH7139kaal, Maak kaalmake (self) bald15לָהֶֽם
7Ook zal men hun niets uitdelen over den rouw, om iemand te troosten over een dode; noch hun te drinken geven uit den troostbeker, over iemands vader of over iemands moeder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Ook zal men hun niets uitdelenH6536overH5921 den rouwH60, om iemand te troostenH5162overH5921 een dodeH4191; nochH3808 hun te drinkenH8248 geven uit den troostbekerH3563, over iemands vaderH1 of overH5921 iemands moederH517.Ook zal men hun niets uitdelen over den rouw, om iemand te troosten over een dode; noch hun te drinken geven uit den troostbeker, over iemands vader of over iemands moeder.
KJVNeither shall men tear2themselves for them in mourning,5to comfort6them for the dead;8neither shall men give them the cup12of consolation13to drink10for their father15or for their mother.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יִפְרְס֥וּH6536verdeelt, verdelen, mededeeltdeal, divide, have hoofs, part, tear3לָהֶ֛ם4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5אֵ֖בֶלH60rouw, treuren, treurigheidmourning6לְנַחֲמ֣וֹH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8מֵ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise9וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יַשְׁק֤וּH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)11אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כּ֣וֹסH3563beker, bekers, steenuilcup, (small) owl. Compare H3599 (כִּיס)13תַּנְחוּמִ֔יםH8575vertroostingencomfort, consolation14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17אִמּֽוֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting
8Ga ook niet in een huis des maaltijds, om bij hen te zitten, om te eten en te drinken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Ga ook nietH3808 in een huisH1004 des maaltijdsH4960, om bij hen te zittenH3427, om te etenH398 en te drinkenH8354.Ga ook niet in een huis des maaltijds, om bij hen te zitten, om te eten en te drinken.
KJVThou shalt not also go4into the house1of feasting,2to sit5with them to eat7and to drink.
1וּבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)2מִשְׁתֶּ֥הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)3לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תָב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5לָשֶׁ֣בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6אוֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7לֶאֱכֹ֖לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8וְלִשְׁתּֽוֹתH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
9Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, de GodH430IsraelsH3478: ZietH2005, Ik zal vanH4480dezeH2088plaatsH4725, voor ulieder ogenH5869 en in ulieder dagenH3117, doen ophoudenH7673 de stemH6963 der vreugdeH8342 en de stemH6963 der blijdschapH8057, de stemH6963 des bruidegomsH2860 en de stemH6963 der bruidH3618.Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid.
KJVFor thus saith3the LORD4of hosts,5the God6of Israel;7Behold, I will cause to cease9out of this place11in your eyes,13and in your days,14the voice15of mirth,16and the voice17of gladness,18the voice19of the bridegroom,20and the voice21of the bride.
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֨הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֜רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צְבָאוֹת֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though9מַשְׁבִּ֜יתH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away10מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הַמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)12הַזֶּ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13לְעֵינֵיכֶ֖םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)14וּבִֽימֵיכֶ֑םH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15ק֤וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell16שָׂשׂוֹן֙H8342vreugde, vrolijkheid, blijdschapgladness, joy, mirth, rejoicing17וְק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell18שִׂמְחָ֔הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)19ק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell20חָתָ֖ןH2860schoonzoon, bruidegom, bruidegomsbridegroom, husband, son in law21וְק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell22כַּלָּֽהH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse
10En het zal geschieden, als gij dit volk al deze woorden zult aanzeggen, en zij tot u zeggen: Waarom spreekt de HEERE al dit grote kwaad over ons, en welke is onze misdaad, en welke is onze zonde, die wij tegen den HEERE, onzen God, gezondigd hebben?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En het zal geschieden, alsH3588 gij dit volkH5971alH3605 deze woordenH1697 zult aanzeggenH5046, en zijH1961totH413 u zeggenH559: WaaromH4100spreektH1696 de HEEREH3068alH3605 dit groteH1419kwaadH7451overH5921 ons, en welke is onze misdaadH5771, en welke is onze zondeH2403, die wij tegen den HEEREH3068, onzen GodH430, gezondigdH2398 hebben?En het zal geschieden, als gij dit volk al deze woorden zult aanzeggen, en zij tot u zeggen: Waarom spreekt de HEERE al dit grote kwaad over ons, en welke is onze misdaad, en welke is onze zonde, die wij tegen den HEERE, onzen God, gezondigd hebben?
KJVAnd it shall come to pass, when thou shalt shew3this people4all these words,8and they shall say10unto thee, Wherefore hath the LORD15pronounced14all this great20evil19against us? or what is our iniquity?23or what is our sin25that we have committed27against the LORD28our God?
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3תַגִּיד֙H5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter4לָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)10וְאָמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11אֵלֶ֗יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13מֶה֩H4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why14דִבֶּ֨רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work15יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16עָלֵ֨ינוּ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19הָרָעָ֤הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)20הַגְּדוֹלָה֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very21הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus22וּמֶ֤הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why23עֲוֺנֵ֨נוּ֙H5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin24וּמֶ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why25חַטָּאתֵ֔נוּH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)26אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection27חָטָ֖אנוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass28לַֽיהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)29אֱלֹהֵֽינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
11Dat gij tot hen zult zeggen: Omdat uw vaders Mij verlaten hebben, spreekt de HEERE, en hebben andere goden nagewandeld, en die gediend, en zich voor die nedergebogen; maar Mij verlaten, en Mijn wet niet gehouden hebben;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Dat gij totH413 hen zult zeggenH559: Omdat uw vadersH1 Mij verlatenH5800 hebben, spreektH5002 de HEEREH3068, en hebben andere godenH430nagewandeldH3212, en die gediendH5647, en zich voor die nedergebogenH7812; maar Mij verlatenH5800, en Mijn wetH8451nietH3808 gehouden hebben;Dat gij tot hen zult zeggen: Omdat uw vaders Mij verlaten hebben, spreekt de HEERE, en hebben andere goden nagewandeld, en die gediend, en zich voor die nedergebogen; maar Mij verlaten, en Mijn wet niet gehouden hebben;
KJVThen shalt thou say1unto them, Because your fathers6have forsaken5me, saith8the LORD,9and have walked10after11other13gods,12and have served14them, and have worshipped15them, and have forsaken18me, and have not kept22my law;
1וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3עַל֩H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עָזְב֨וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely6אֲבוֹתֵיכֶ֤םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7אוֹתִי֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וַיֵּלְכ֗וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11אַֽחֲרֵי֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange14וַיַּעַבְד֖וּםH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,15וַיִּשְׁתַּחֲו֣וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship16לָהֶ֑ם17וְאֹתִ֣יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18עָזָ֔בוּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely19וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20תּוֹרָתִ֖יH8451wet, wetten, leerlaw21לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22שָׁמָֽרוּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)
12En gijlieden erger gedaan hebt dan uw vaderen; want ziet, gijlieden wandelt, een iegelijk naar het goeddunken van zijn boos hart, om naar Mij niet te horen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En gijliedenH859ergerH7489gedaanH6213 hebt dan uw vaderenH1; want zietH2005, gijlieden wandeltH1980, een iegelijkH376 naar het goeddunkenH8307 van zijn boosH7451hartH3820, om naarH413 Mij nietH1115 te horenH8085.En gijlieden erger gedaan hebt dan uw vaderen; want ziet, gijlieden wandelt, een iegelijk naar het goeddunken van zijn boos hart, om naar Mij niet te horen.
KJVAnd ye have done3worse2than your fathers;4for, behold,ye walk6every one7after8the imagination9of his evil11heart,10that they may not hearken
1וְאַתֶּ֛םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2הֲרֵעֹתֶ֥םH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse3לַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4מֵאֲבֽוֹתֵיכֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וְהִנְּכֶ֣םH2005ziet, ziebehold, if, lo, though6הֹלְכִ֗יםH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl7אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אַֽחֲרֵי֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9שְׁרִר֣וּתH8307goeddunkenimagination, lust10לִבּֽוֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom11הָרָ֔עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)12לְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without13שְׁמֹ֥עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness14אֵלָֽיH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
13Daarom zal Ik ulieden uit dit land werpen, in een land, dat gij niet gekend hebt, gij noch uw vaders; en aldaar zult gij andere goden dienen, dag en nacht, omdat Ik u geen genade zal geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Daarom zal Ik ulieden uit ditH2063landH776werpenH2904, in een landH776, dat gij nietH3808gekendH3045 hebt, gijH859 noch uw vadersH1; en aldaarH8033 zult gij andere godenH430dienenH5647, dagH3119 en nachtH3915, omdat Ik u geenH3808genadeH2594 zal gevenH5414.Daarom zal Ik ulieden uit dit land werpen, in een land, dat gij niet gekend hebt, gij noch uw vaders; en aldaar zult gij andere goden dienen, dag en nacht, omdat Ik u geen genade zal geven.
KJVTherefore will I cast1you out of this land4into a land7that ye know10not, neither ye nor your fathers;12and there shall ye serve13other17gods16day18and night;19where I will not shew22you favour.
1וְהֵטַלְתִּ֣יH2904schoot, weggeworpen, wierpencarry away, (utterly) cast (down, forth, out), send out2אֶתְכֶ֗םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מֵעַל֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הָאָ֕רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יְדַעְתֶּ֔םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11אַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12וַאֲבֽוֹתֵיכֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13וַעֲבַדְתֶּםH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,14שָׁ֞םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אֱלֹהִ֤יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17אֲחֵרִים֙H312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange18יוֹמָ֣םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)19וָלַ֔יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)20אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22אֶתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield23לָכֶ֖ם24חֲנִינָֽהH2594genadefavour
14Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat er niet meer zal gezegd worden: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels uit Egypteland heeft opgevoerd!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14DaaromH3651, zietH2009, de dagenH3117komenH935, spreektH5002 de HEEREH3068, dat er nietH3808meerH5750 zal gezegdH559 worden: Zo waarachtig als de HEEREH3068leeftH2416, DieH834 de kinderenH1121IsraelsH3478 uit EgyptelandH776 heeft opgevoerdH5927!Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat er niet meer zal gezegd worden: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels uit Egypteland heeft opgevoerd!
KJVTherefore, behold, the days3come,4saith5the LORD,6that it shall no more be said,8The LORD11liveth,10that brought up13the children15of Israel16out of the land17of Egypt;
1לָכֵ֛ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הִנֵּֽהH2009ziet, ziebehold, lo, see3יָמִ֥יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4בָּאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יֵאָמֵ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)10חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop11יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הֶעֱלָ֛הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
15Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels heeft opgevoerd uit het land van het noorden, en uit al de landen waarhenen Hij hen gedreven had! want Ik zal hen wederbrengen in hun land, dat Ik hun vaderen gegeven heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15MaarH3588: ZoH518 waarachtig als de HEEREH3068leeftH2416, DieH834 de kinderenH1121IsraelsH3478 heeft opgevoerdH5927 uit het land van het noordenH6828, en uit alH3605 de landenH776 waarhenen Hij hen gedrevenH5080 had! want Ik zal hen wederbrengenH7725 in hun land, dat Ik hun vaderenH1gegevenH5414 heb.Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels heeft opgevoerd uit het land van het noorden, en uit al de landen waarhenen Hij hen gedreven had! want Ik zal hen wederbrengen in hun land, dat Ik hun vaderen gegeven heb.
Ook in dit vers
landH127
landH776
KJVBut, The LORD4liveth,3that brought up6the children8of Israel9from the land10of the north,11and from all the lands13whither he had driven15them: and I will bring them again17into their land19that I gave21unto their fathers.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הֶעֱלָ֜הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11צָפ֔וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)12וּמִכֹּל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָֽאֲרָצ֔וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15הִדִּיחָ֖םH5080gedreven, verdreven, verdrevenenbanish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw16שָׁ֑מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17וַהֲשִֽׁבֹתִים֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19אַדְמָתָ֔םH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land20אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21נָתַ֖תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22לַאֲבוֹתָֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
16Ziet, Ik zal zenden tot veel vissers, spreekt de HEERE, die zullen hen vissen; en daarna zal Ik zenden tot veel jagers, die zullen hen jagen, van op allen berg, en van op allen heuvel, ja, uit de kloven der steenrotsen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16ZietH2005, Ik zal zendenH7971 tot veelH7227vissersH1771, spreektH5002 de HEEREH3068, die zullen hen vissenH1770; en daarnaH310 zal Ik zendenH7971 tot veelH7227jagersH6719, die zullen hen jagenH6679, van opH5921allenH3605bergH2022, en van opH5921allenH3605heuvelH1389, ja, uit de klovenH5357 der steenrotsenH5553.Ziet, Ik zal zenden tot veel vissers, spreekt de HEERE, die zullen hen vissen; en daarna zal Ik zenden tot veel jagers, die zullen hen jagen, van op allen berg, en van op allen heuvel, ja, uit de kloven der steenrotsen.
KJVBehold, I will send2for many4fishers,3saith5the LORD,6and they shall fish7them; and after8will I send10for many11hunters,12and they shall hunt13them from every mountain,16and from every hill,19and out of the holes20of the rocks.
1הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2שֹׁלֵ֜חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3לְדַיָּגִ֥יםH1771vissersfisher4רַבִּ֛יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)5נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְדִיג֑וּםH1770vissenfish8וְאַֽחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9כֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you10אֶשְׁלַח֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11לְרַבִּ֣יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)12צַיָּדִ֔יםH6719jagershunter13וְצָד֞וּםH6679jagen, jaagt, gejaagdchase, hunt, sore, take (provision)14מֵעַ֤לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הַר֙H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion17וּמֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19גִּבְעָ֔הH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill20וּמִנְּקִיקֵ֖יH5357kloven, klovehole21הַסְּלָעִֽיםH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold
17Want Mijn ogen zijn op al hun wegen; zij zijn voor Mijn aangezicht niet verborgen, noch hun ongerechtigheid verholen van voor Mijn ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17WantH3588 Mijn ogenH5869 zijn opH5921alH3605 hun wegenH1870; zij zijn voor Mijn aangezichtH6440 niet verborgenH5641, nochH3808 hun ongerechtigheidH5771verholenH6845 van voor Mijn ogenH5869.Want Mijn ogen zijn op al hun wegen; zij zijn voor Mijn aangezicht niet verborgen, noch hun ongerechtigheid verholen van voor Mijn ogen.
KJVFor mine eyes2are upon all their ways:5they are not hid7from my face,8neither is their iniquity11hid10from12mine eyes.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עֵינַי֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5דַּרְכֵיהֶ֔םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)6לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7נִסְתְּר֖וּH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely8מִלְּפָנָ֑יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10נִצְפַּ֥ןH6845verborgen, weggelegd, verbergenesteem, hide(-den one, self), lay up, lurk (be set) privily, (keep) secret(-ly, place)11עֲוֺנָ֖םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin12מִנֶּ֥גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view13עֵינָֽיH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
18Dies zal Ik eerst hun ongerechtigheid en hun zonde dubbel vergelden, omdat zij Mijn land ontheiligd hebben; zij hebben Mijn erfenis met de dode lichamen hunner verfoeiselen en hunner gruwelen vervuld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Dies zal Ik eerstH7223 hun ongerechtigheidH5771 en hun zondeH2403dubbelH4932vergeldenH7999, omdat zij Mijn landH776ontheiligdH2490 hebben; zij hebben Mijn erfenisH5159 met de dode lichamenH5038 hunner verfoeiselenH8251 en hunner gruwelenH8441vervuldH4390.Dies zal Ik eerst hun ongerechtigheid en hun zonde dubbel vergelden, omdat zij Mijn land ontheiligd hebben; zij hebben Mijn erfenis met de dode lichamen hunner verfoeiselen en hunner gruwelen vervuld.
KJVAnd first2I will recompense1their iniquity4and their sin5double;3because they have defiled7my land,9they have filled13mine inheritance15with the carcases10of their detestable11and abominable things.
1וְשִׁלַּמְתִּ֣יH7999vergelden, wedergeven, betalenmake amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely2רִֽאשׁוֹנָ֗הH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past3מִשְׁנֵ֤הH4932tweede, dubbel, tweedencollege, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much4עֲוֺנָם֙H5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin5וְחַטָּאתָ֔םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)6עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7חַלְּלָ֣םH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אַרְצִ֑יH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10בְּנִבְלַ֤תH5038dood aas, dood lichaam, dode lichaam(dead) body, (dead) carcase, dead of itself, which died, (beast) that (which) dieth of itself11שִׁקּֽוּצֵיהֶם֙H8251verfoeiselen, verfoeisel, gruwelabominable filth (idol, -ation), detestable (thing)12וְתוֹעֲב֣וֹתֵיהֶ֔םH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination13מָלְא֖וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15נַחֲלָתִֽיH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)
19O HEERE! Gij zijt mijn Sterkte, en mijn Sterkheid, en mijn Toevlucht ten dage der benauwdheid; tot U zullen de heidenen komen van de einden der aarde, en zeggen: Immers hebben onze vaders leugen erfelijk bezeten, en ijdelheid, waarin toch niets was, dat nut deed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19O HEEREH3068! Gij zijt mijn SterkteH5797, en mijn SterkheidH4581, en mijn ToevluchtH4498 ten dageH3117 der benauwdheidH6869; totH413 U zullen de heidenenH1471komenH935 van de eindenH657 der aardeH776, en zeggenH559: Immers hebben onze vadersH1leugenH8267erfelijkH5157 bezeten, en ijdelheidH1892, waarin toch nietsH369 was, dat nutH3276 deed.O HEERE! Gij zijt mijn Sterkte, en mijn Sterkheid, en mijn Toevlucht ten dage der benauwdheid; tot U zullen de heidenen komen van de einden der aarde, en zeggen: Immers hebben onze vaders leugen erfelijk bezeten, en ijdelheid, waarin toch niets was, dat nut deed.
KJVO LORD,1my strength,2and my fortress,3and my refuge4in the day5of affliction,6the Gentiles8shall come9unto thee from the ends10of the earth,11and shall say,12Surely our fathers16have inherited15lies,14vanity,17and things wherein there is no profit.
1יְהוָ֞הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2עֻזִּ֧יH5797sterkte, Sterkte, sterkeboldness, loud, might, power, strength, strong3וּמָעֻזִּ֛יH4581sterkte, Sterkte, Sterkheidforce, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold)4וּמְנוּסִ֖יH4498Toevlucht, ontvlieden, toevlucht[idiom] apace, escape, way to flee, flight, refuge5בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6צָרָ֑הH6869benauwdheid, benauwdheden, noodadversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble7אֵלֶ֗יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8גּוֹיִ֤םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people9יָבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10מֵֽאַפְסֵיH657einden, niets, niemandankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause)11אָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12וְיֹאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13אַךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)14שֶׁ֨קֶר֙H8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully15נָחֲל֣וּH5157erven, erfelijk, ervedivide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)16אֲבוֹתֵ֔ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17הֶ֖בֶלH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity18וְאֵֽיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)19בָּ֥ם20מוֹעִֽילH3276nut, voordeel, baat[idiom] at all, set forward, can do good, (be, have) profit, (able)
20Zal een mens zich goden maken? Zij zijn toch geen goden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Zal een mensH120 zich godenH430makenH6213? ZijH1992 zijn toch geenH3808godenH430.Zal een mens zich goden maken? Zij zijn toch geen goden.
KJVShall a man3make1gods4unto himself, and they are no gods?
1הֲיַעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לּ֥וֹ3אָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4אֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5וְהֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye6לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7אֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
21Daarom, ziet, Ik zal hun bekend maken op ditmaal; Ik zal hun bekend maken Mijn hand en Mijn macht; en zij zullen weten, dat Mijn Naam is HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21DaaromH3651, zietH2005, Ik zal hun bekendH3045 maken op ditmaalH6471; Ik zal hun bekendH3045 maken Mijn handH3027 en Mijn machtH1369; en zij zullen wetenH3045, dat Mijn NaamH8034 is HEEREH3068.Daarom, ziet, Ik zal hun bekend maken op ditmaal; Ik zal hun bekend maken Mijn hand en Mijn macht; en zij zullen weten, dat Mijn Naam is HEERE.
KJVTherefore, behold, I will this once4cause them to know,3I will cause them to know6mine hand8and my might;10and they shall know11that my name13is The LORD.
1לָכֵן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though3מֽוֹדִיעָ֔םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4בַּפַּ֣עַםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel5הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus6אוֹדִיעֵ֥םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יָדִ֖יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10גְּבֽוּרָתִ֑יH1369macht, mogendheden, sterkteforce, mastery, might, mighty (act, power), power, strength11וְיָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13שְׁמִ֥יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Jeremia 16:1— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:Jeremia 2:1→Jeremia 1:2→Jeremia 1:4→
Jeremia 16:2— Gij zult u geen vrouw nemen, en gij zult geen zonen noch dochteren hebben in deze plaats.1 Korinthe 7:26→Genesis 19:14→Lukas 21:23→Lukas 23:29→Mattheüs 24:19→
Jeremia 16:3— Want zo zegt de HEERE van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land:Jeremia 16:5→Jeremia 16:9→Jeremia 6:21→
Jeremia 16:4— Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op den aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.Jeremia 25:33→Psalmen 83:10→Jeremia 34:20→Jeremia 9:22→Sefanja 1:17→Jeremia 15:2→Jeremia 22:18→Jeremia 7:33→
Jeremia 16:5— Want zo zegt de HEERE: Ga niet in het huis desgenen, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden;Jesaja 27:11→Ezechiël 24:16→Deuteronomium 31:17→Jeremia 15:1→Openbaring 6:4→Zacharia 8:10→2 Kronieken 15:5→Jeremia 16:6→
Jeremia 16:6— Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil.Jeremia 47:5→Leviticus 19:28→Deuteronomium 14:1→Jeremia 41:5→Jesaja 22:12→Jeremia 16:4→Ezechiël 9:5→Jeremia 22:18→
Jeremia 16:7— Ook zal men hun niets uitdelen over den rouw, om iemand te troosten over een dode; noch hun te drinken geven uit den troostbeker, over iemands vader of over iemands moeder.Ezechiël 24:17→Hosea 9:4→Deuteronomium 26:14→Spreuken 31:6→Job 42:11→
Jeremia 16:8— Ga ook niet in een huis des maaltijds, om bij hen te zitten, om te eten en te drinken.Prediker 7:2→Jeremia 15:17→Amos 6:4→Jesaja 22:12→Efeze 5:11→Psalmen 26:4→Lukas 17:27→Mattheüs 24:38→
Jeremia 16:9— Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid.Jeremia 7:34→Ezechiël 26:13→Hosea 2:11→Jeremia 25:10→Jesaja 24:7→Openbaring 18:22→
Jeremia 16:10— En het zal geschieden, als gij dit volk al deze woorden zult aanzeggen, en zij tot u zeggen: Waarom spreekt de HEERE al dit grote kwaad over ons, en welke is onze misdaad, en welke is onze zonde, die wij tegen den HEERE, onzen God, gezondigd hebben?Jeremia 5:19→Jeremia 13:22→1 Koningen 9:8→Deuteronomium 29:24→Hosea 12:8→Jeremia 22:8→Jeremia 2:35→
Jeremia 16:11— Dat gij tot hen zult zeggen: Omdat uw vaders Mij verlaten hebben, spreekt de HEERE, en hebben andere goden nagewandeld, en die gediend, en zich voor die nedergebogen; maar Mij verlaten, en Mijn wet niet gehouden hebben;Psalmen 106:35→Nehemia 9:26→Jeremia 8:2→Ezechiël 11:21→Deuteronomium 29:25→Jeremia 22:9→1 Petrus 4:3→1 Koningen 9:9→
Jeremia 16:12— En gijlieden erger gedaan hebt dan uw vaderen; want ziet, gijlieden wandelt, een iegelijk naar het goeddunken van zijn boos hart, om naar Mij niet te horen.Jeremia 7:26→Jeremia 13:10→Jeremia 9:14→Prediker 9:3→1 Samuël 15:23→Richteren 2:19→Jeremia 7:24→Markus 7:21→
Jeremia 16:13— Daarom zal Ik ulieden uit dit land werpen, in een land, dat gij niet gekend hebt, gij noch uw vaders; en aldaar zult gij andere goden dienen, dag en nacht, omdat Ik u geen genade zal geven.Deuteronomium 28:36→Jeremia 17:4→Deuteronomium 4:26→Jeremia 15:14→2 Kronieken 7:20→Deuteronomium 29:28→Jeremia 15:4→Jeremia 5:19→
Jeremia 16:14— Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat er niet meer zal gezegd worden: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels uit Egypteland heeft opgevoerd!Jeremia 23:7→Deuteronomium 15:15→Exodus 20:2→Micha 6:4→Hosea 3:4→Jesaja 43:18→
Jeremia 16:15— Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels heeft opgevoerd uit het land van het noorden, en uit al de landen waarhenen Hij hen gedreven had! want Ik zal hen wederbrengen in hun land, dat Ik hun vaderen gegeven heb.Jeremia 3:18→Jeremia 24:6→Jesaja 11:11→Psalmen 106:47→Jeremia 32:37→Ezechiël 37:21→Amos 9:14→Jeremia 31:8→
Jeremia 16:16— Ziet, Ik zal zenden tot veel vissers, spreekt de HEERE, die zullen hen vissen; en daarna zal Ik zenden tot veel jagers, die zullen hen jagen, van op allen berg, en van op allen heuvel, ja, uit de kloven der steenrotsen.Amos 4:2→Micha 7:2→Habakuk 1:14→1 Samuël 26:20→Amos 9:1→Lukas 17:34→Amos 5:19→Openbaring 6:15→
Jeremia 16:17— Want Mijn ogen zijn op al hun wegen; zij zijn voor Mijn aangezicht niet verborgen, noch hun ongerechtigheid verholen van voor Mijn ogen.Spreuken 15:3→2 Kronieken 16:9→Jeremia 32:19→Psalmen 90:8→1 Korinthe 4:5→Jeremia 23:24→Spreuken 5:21→Hebreeën 4:13→
Jeremia 16:18— Dies zal Ik eerst hun ongerechtigheid en hun zonde dubbel vergelden, omdat zij Mijn land ontheiligd hebben; zij hebben Mijn erfenis met de dode lichamen hunner verfoeiselen en hunner gruwelen vervuld.Jesaja 40:2→Ezechiël 11:21→Openbaring 18:6→Numeri 35:33→Jeremia 17:18→Jeremia 3:9→Jeremia 2:7→Sefanja 3:1→
Jeremia 16:19— O HEERE! Gij zijt mijn Sterkte, en mijn Sterkheid, en mijn Toevlucht ten dage der benauwdheid; tot U zullen de heidenen komen van de einden der aarde, en zeggen: Immers hebben onze vaders leugen erfelijk bezeten, en ijdelheid, waarin toch niets was, dat nut deed.Nahum 1:7→Jeremia 10:14→Psalmen 18:1→Jesaja 44:10→Jesaja 25:4→Jesaja 49:6→Zacharia 8:20→Micha 4:1→
Jeremia 16:20— Zal een mens zich goden maken? Zij zijn toch geen goden.Psalmen 115:4→Jesaja 37:19→Jeremia 2:11→Hosea 8:4→Galaten 4:8→Jesaja 36:19→Galaten 1:8→Handelingen 19:26→
Jeremia 16:21— Daarom, ziet, Ik zal hun bekend maken op ditmaal; Ik zal hun bekend maken Mijn hand en Mijn macht; en zij zullen weten, dat Mijn Naam is HEERE.Jeremia 33:2→Psalmen 83:18→Jesaja 43:3→Psalmen 9:16→Amos 5:8→Exodus 9:14→Ezechiël 24:24→Ezechiël 6:7→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Jeremia 16 vers 2— Gij zult u geen vrouw nemen, en gij zult geen zonen noch dochteren hebben in deze plaats.
nemen,
Dat is, trouwen; zie Gen. 19:14 .
Hertaald:nemen,
Dat is: trouwen; zie Gen. 19:14.
hebben
Die gij zoudt mogen genereren; waardoor de ellende der toekomstige tijden wordt afgebeeld.
Hertaald:hebben
Die u zou kunnen verwekken; daarmee wordt de ellende van de komende tijden afgebeeld.
Jeremia 16 vers 4— Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op den aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.
pijnlijke
Hebreeuws, doden der ziekten, of krankten, pijnlijkheden, hetwelk men ook kan verstaan van dodelijke krankheden.
Hertaald:pijnlijke
Hebreeuws: doden van de ziekten, of van de krankten, pijnlijkheden; men kan het ook verstaan van dodelijke ziekten.
dode lichamen
Hebreeuws, dood lichaam, gelijk onder vs.18, en boven Jer. 7:33 , enz.
Hertaald:dode lichamen
Hebreeuws: dood lichaam, zoals hieronder in vers 18 en hierboven Jer. 7:33, enzovoort.
Jeremia 16 vers 5— Want zo zegt de HEERE: Ga niet in het huis desgenen, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden;
desgenen,
Of, leedmeesters, desgenen, die het bewind en bestuur heeft in de rouwmaaltijden, die zij als leedmaaltijden zouden houden, om droevigen of elkander te troosten over een dode, maar bedreven daarin allerlei pracht, weelderigheid en overdaad, gelijk afgenomen wordt uit Am. 6:7 , alwaar een dergelijk Hebreeuws woord gebruikt wordt, en nergens meer in de Heilige Schrift, waarom het ook verscheidenlijk wordt overgezet. Zie wijders van het oogmerk van dit bevel vs.8, en vergelijk Job 27:15 ; Ps. 78:64 ; Ezech. 24:22 ; Am. 6:10 ; inzonderheid komt dit alles overeen met hetgeen God in Babylonië door den profeet Ezechiël het Joodse volk heeft laten profeteren en met een bijzonder wonderteken afbeelden, ten tijde als Jeruzalem belegerd werd van Nebukadnezar; Eze 24 .
Hertaald:desgenen,
Of: leedhuis; het huis van hem die de leiding heeft over de rouwmaaltijden, die zij als leedmaaltijden hielden om de bedroefden of elkaar te troosten over een dode, maar waarbij zij allerlei praal, weelde en overdaad bedreven, zoals op te maken is uit Amos 6:7, waar een dergelijk Hebreeuws woord gebruikt wordt dat nergens anders in de Heilige Schrift voorkomt en daarom ook verschillend vertaald wordt. Zie verder over het doel van dit bevel vers 8, en vergelijk Job 27:15, Ps. 78:64, Ezech. 24:22 en Amos 6:10. Dit alles komt in het bijzonder overeen met wat God in Babylonië door de profeet Ezechiël aan het Joodse volk heeft laten profeteren en met een bijzonder wonderteken heeft laten uitbeelden, in de tijd dat Jeruzalem door Nebukadnezar belegerd werd; Ezech. 24.
weggenomen
Hebreeuws eigenlijk, verzameld. Zie van het Hebreeuwse woord Ps. 26:9 .
Hertaald:weggenomen
Hebreeuws eigenlijk: verzameld. Over het Hebreeuwse woord, zie Ps. 26:9.
Jeremia 16 vers 6— Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil.
men zal hen
Hebreeuws, zij zullen hen niet beklagen; dat is, men zal hen niet beklagen, of zij zullen niet beklaagd worden. Zie Job 4:19 ; alzo in het volgende.
Hertaald:men zal hen
Hebreeuws: zij zullen hen niet beklagen — dat is: men zal hen niet beklagen, of: zij zullen niet beklaagd worden. Zie Job 4:19; zo ook in het vervolg.
insnijden,
Te weten in het vlees van zijn lichaam; gelijk Lev. 19:27-28 , en Lev. 21:5-6 , tot een teken van rouw.
Hertaald:insnijden,
Namelijk: in het vlees van zijn lichaam, zoals in Lev. 19:27-28 en Lev. 21:5-6, als teken van rouw.
kaal
Tot gelijk einde, naar der heidenen wijze, die de Joden navolgden, tegen Gods bevel. Zie Lev. 21:5 ; Deut. 14:1 , en vergelijk onder Jer. 41:5 , en Jer. 47:5 , en Jer. 48:37 .
Hertaald:kaal
Met hetzelfde doel, naar de gewoonte van de heidenen die de Joden navolgden, tegen Gods gebod in. Zie Lev. 21:5 en Deut. 14:1, en vergelijk hieronder Jer. 41:5, Jer. 47:5 en Jer. 48:37.
Jeremia 16 vers 7— Ook zal men hun niets uitdelen over den rouw, om iemand te troosten over een dode; noch hun te drinken geven uit den troostbeker, over iemands vader of over iemands moeder.
uitdelen
Versta, geen brood; dat is, spijs, [hetwelk bij het Hebreeuwse woord gevoegd wordt, Jes. 58:7 ; Klaagl. 4:4 ] , die de vrienden en naburen plachten te zenden of te brengen in het sterfhuis, of ter plaatse waar de vrienden tot een leedmaal bijeenkwamen om de treurigen te vertroosten en te verkwikken, etende en drinkende met hen. Zie Deut. 26:14 ; Ezech. 24:17 , Ezech. 24:22 . Dit komt met het volgende [waar van drinken gesproken wordt] zeer wel overeen. Sommigen verstaan het van het verdelen, of uitbreiden en wringen der handen, dat men wel gewoon is te doen in groten rouw.
Hertaald:uitdelen
Versta: geen brood, dat is: spijs — dat woord wordt bij het Hebreeuwse woord gevoegd in Jes. 58:7 en Klaagl. 4:4 — die de vrienden en buren plachten te zenden of te brengen in het sterfhuis, of naar de plaats waar de vrienden voor een leedmaaltijd bijeenkwamen om de treurenden te troosten en te verkwikken door met hen te eten en te drinken. Zie Deut. 26:14 en Ezech. 24:17 en Ezech. 24:22. Dit komt goed overeen met het vervolg, waar over drinken gesproken wordt. Sommigen verstaan het van het uitspreiden en wringen van de handen, wat men in grote rouw pleegt te doen.
Jeremia 16 vers 8— Ga ook niet in een huis des maaltijds, om bij hen te zitten, om te eten en te drinken.
des maaltijds,
Anders: drinkhuis. Versta, waar men een vrolijken maaltijd of een gastmaal houdt; alsof God zeide: Gij zult met hunne droefenis en vreugde niet te doen hebben. Uit het voorgaande en volgende nemen sommigen deze beide bevelen, vs.5, 8, als voorzeggingen van zulke menigte der doden en zulk een algemene ellende, en daarbij zulk een vloek Gods, dat er geen lust, tijd, noch gelegenheid zal zijn van rouw, noch vrolijkheid.
Hertaald:des maaltijds,
Anders: drinkhuis. Versta: waar men een vrolijke maaltijd of een gastmaal houdt. Alsof God zei: u zult met hun droefheid en met hun vreugde niets te maken hebben. Uit het voorgaande en het volgende vatten sommigen deze beide bevelen, vers 5 en 8, op als voorzeggingen van zo'n menigte doden en zo'n algemene ellende, en daarbij zo'n vloek van God, dat er lust noch tijd noch gelegenheid zal zijn voor rouw of vrolijkheid.
Jeremia 16 vers 9— Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid.
stem der vreugde
Die in vrolijke maaltijden en bruiloften placht gehoord te worden.
Hertaald:stem der vreugde
Die bij vrolijke maaltijden en bruiloften gehoord placht te worden.
Jeremia 16 vers 12— En gijlieden erger gedaan hebt dan uw vaderen; want ziet, gijlieden wandelt, een iegelijk naar het goeddunken van zijn boos hart, om naar Mij niet te horen.
erger gedaan
Hebreeuws, kwalijk gedaan hebt, doende, of meer dan, enz.
Hertaald:erger gedaan
Hebreeuws: kwaad gedaan hebt, doende, of: meer dan, enzovoort.
goeddunken
Zie boven Jer. 3:17 .
Hertaald:goeddunken
Zie hierboven Jer. 3:17.
Jeremia 16 vers 13— Daarom zal Ik ulieden uit dit land werpen, in een land, dat gij niet gekend hebt, gij noch uw vaders; en aldaar zult gij andere goden dienen, dag en nacht, omdat Ik u geen genade zal geven.
gekend
Dat is, niet gezien, of waarin gij niet verkeerd hebt; want anders was hun wel bekend dat er een land was, Chaldea of Babel genoemd; alzo elders dikwijls.
Hertaald:gekend
Dat is: niet gezien, of: waarin u niet verkeerd hebt; want overigens was het hun wel bekend dat er een land was dat Chaldeëa of Babel heette; zo ook elders vaak.
omdat Ik
Of, alwaar Ik, enz. Anders: zolang Ik u gene genade zal geven; dat is, ten tijde toe, dat Ik u genade zal geven in de ogen van den koning Cyrus, die u zal vrijlaten om weder te keren naar uw land, enz., welke genade Ik u onder de voorgaande koningen van Babel niet heb willen geven; vergelijk Deut. 28:65-67 .
Hertaald:omdat Ik
Of: waar Ik, enzovoort. Anders: zolang Ik u geen genade zal geven — dat is: tot de tijd dat Ik u genade zal geven in de ogen van koning Cyrus, die u zal vrijlaten om naar uw land terug te keren, enzovoort; die genade heb Ik u onder de eerdere koningen van Babel niet willen geven. Vergelijk Deut. 28:65-67.
Jeremia 16 vers 14— Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat er niet meer zal gezegd worden: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels uit Egypteland heeft opgevoerd!
Daarom,
Vergelijk Hos. 2:13 , met de aantekening.
Hertaald:Daarom,
Vergelijk Hos. 2:13 met de aantekening.
niet meer zal
Dat is, niet zozeer en hoog als wel te voren; [vergelijk de manier van spreken met boven Jer. 3:16 ; Spr. 8:10 , en Hos. 6:6 ] , eensdeels omdat de ellende, die zij van de Babyloniërs zouden lijden, veel groter en gruwelijker zou zijn, [hetwelk hun God in deze beide verzen inscherpt] dan die zij van de Egyptenaars hadden geleden, en dienvolgens deze nieuwe verlossing te heerlijker; anderdeels omdat in deze mede gezien wordt op de toekomstige verlossing uit het geestelijke Babel, die de Heiland Christus niet alleen het uitverkoren overblijfsel der Joden, maar ook den heidenen zou aanbrengen, waarvan in de laatste verzen van Isa 16 klaarlijk gesproken wordt; voor welke overgrote weldaad zij allen hunnen Zaligmaker zouden dienen en eren, hetwelk door het volgende formulier des eeds ook wordt te kennen gegeven; vergelijk onder Jer. 23:7-8 ; Jes. 43:18-19 , enz.
Hertaald:niet meer zal
Dat is: niet zozeer en niet zo hoog als tevoren; vergelijk deze manier van spreken met hierboven Jer. 3:16, en Spr. 8:10 en Hos. 6:6. Dat is enerzijds omdat de ellende die zij van de Babyloniërs zouden lijden veel groter en gruwelijker zou zijn dan wat zij van de Egyptenaren geleden hadden — wat God hun in deze beide verzen inscherpt — en die nieuwe verlossing dus des te heerlijker; en anderzijds omdat hier tegelijk gezien wordt op de toekomstige verlossing uit het geestelijke Babel, die de Heiland Christus niet alleen aan het uitverkoren overblijfsel van de Joden maar ook aan de heidenen zou brengen, waarover in de laatste verzen van dit hoofdstuk duidelijk gesproken wordt. Voor die overgrote weldaad zouden zij allen hun Zaligmaker dienen en eren, wat ook met de volgende eedformule te kennen gegeven wordt; vergelijk hieronder Jer. 23:7-8 en Jes. 43:18-19, enzovoort.
Jeremia 16 vers 15— Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels heeft opgevoerd uit het land van het noorden, en uit al de landen waarhenen Hij hen gedreven had! want Ik zal hen wederbrengen in hun land, dat Ik hun vaderen gegeven heb.
noorden,
Babel en de geestelijke gevangenis en ellende, daardoor afgebeeld.
Hertaald:noorden,
Babel, en de geestelijke gevangenschap en ellende die daardoor afgebeeld wordt.
Jeremia 16 vers 16— Ziet, Ik zal zenden tot veel vissers, spreekt de HEERE, die zullen hen vissen; en daarna zal Ik zenden tot veel jagers, die zullen hen jagen, van op allen berg, en van op allen heuvel, ja, uit de kloven der steenrotsen.
zenden
Dat is, Ik zal hun door mijn goddelijke en rechtvaardige regering vijanden verwekken, die met hen zullen handelen gelijk de vissers met de vis en de jagers met het wild plegen te doen, dat is, jagen, plagen, vangen en wegvoeren; sommigen verstaan door de vissers de Egyptenaars, die [als in een waterrijk land] veel met visserij omgingen; Jes. 19:8 . Zie 2 Kon. 23:29 , 2 Kon. 23:33 , enz., en door de jagers, de Babyloniërs. Vergelijk Gen. 10:8-9 ; anderen verstaan door beiden de Babyloniërs. Vergelijk Hab. 1:14-15 . Anders: Ik zal vele, of grote vissers uitzenden, enz. Sommigen verstaan dit van de uitzending der apostelen tot de bekering der Joden. Vergelijk Ezech. 47:9-10 , met de aantekening.
Hertaald:zenden
Dat is: Ik zal hun door Mijn goddelijk en rechtvaardig bestuur vijanden verwekken die met hen zullen omgaan zoals de vissers met de vis en de jagers met het wild plegen te doen — dat is: opjagen, plagen, vangen en wegvoeren. Sommigen verstaan onder de vissers de Egyptenaren, die als bewoners van een waterrijk land veel aan visserij deden, Jes. 19:8; zie 2 Kon. 23:29 en 2 Kon. 23:33, enzovoort. En onder de jagers verstaan zij de Babyloniërs; vergelijk Gen. 10:8-9. Anderen verstaan onder beide de Babyloniërs; vergelijk Hab. 1:14-15. Anders: Ik zal veel of grote vissers uitzenden, enzovoort. Sommigen verstaan dit van de uitzending van de apostelen tot de bekering van de Joden. Vergelijk Ezech. 47:9-10 met de aantekening.
kloven
Dat zij nergens vrij zullen zijn, zelfs in al zulke verborgen plaatsen, waar men zich anderszins gemeenlijk placht te bergen.
Hertaald:kloven
Zodat zij nergens vrij zullen zijn, zelfs niet op al die verborgen plaatsen waar men zich anders gewoonlijk placht te bergen.
Jeremia 16 vers 17— Want Mijn ogen zijn op al hun wegen; zij zijn voor Mijn aangezicht niet verborgen, noch hun ongerechtigheid verholen van voor Mijn ogen.
ogen zijn op al hun wegen;
Dat is, Ik let op al hun voornemen en doen, menselijk van God gesproken. Hoe zulke manier van spreken ook ten goede gebruikt wordt, zie 1 Kon. 8:29 .
Hertaald:ogen zijn op al hun wegen;
Dat is: Ik let op al hun voornemen en doen; op menselijke wijze van God gesproken. Hoe zo'n manier van spreken ook ten goede gebruikt wordt, zie 1 Kon. 8:29.
Jeremia 16 vers 18— Dies zal Ik eerst hun ongerechtigheid en hun zonde dubbel vergelden, omdat zij Mijn land ontheiligd hebben; zij hebben Mijn erfenis met de dode lichamen hunner verfoeiselen en hunner gruwelen vervuld.
eerst hun ongerechtigheid
Aleer Ik hun de genade bewijs, waarvan boven vs.15 gesproken is.
Hertaald:eerst hun ongerechtigheid
Voordat Ik hun de genade bewijs waarover hierboven in vers 15 gesproken is.
dubbel vergelden,
Dat is, ten volle, gelijk Jes. 40:2 , onder Jer. 17:18 .
Hertaald:dubbel vergelden,
Dat is: ten volle, zoals in Jes. 40:2 en hieronder Jer. 17:18.
Mijn land
Kanaän. Zie Ps. 68:10 .
Hertaald:Mijn land
Kanaän. Zie Ps. 68:10.
dode lichamen
Hebreeuws, dood lichaam, gelijk boven vs.4, te weten der mensen, die zij den afgoden geslacht en geofferd hebben. Zie onder Jer. 19:5 ; Ezech. 16:20-21 , of [gelijk sommigen verstaan] met al hunne afgoden en afgodische offeranden, die voor God stonken gelijk een aas, omdat zij onwettelijk en afgodisch waren. Zie Lev. 26:30 . Men kan hiermede ook vergelijken Ezech. 43:7 .
Hertaald:dode lichamen
Hebreeuws: dood lichaam, zoals hierboven in vers 4, namelijk van de mensen die zij aan de afgoden geslacht en geofferd hebben. Zie hieronder Jer. 19:5 en Ezech. 16:20-21. Sommigen verstaan het zo: met al hun afgoden en afgodische offers, die voor God stonken als een kadaver omdat zij onwettig en afgodisch waren. Zie Lev. 26:30. Men kan hiermee ook Ezech. 43:7 vergelijken.
Jeremia 16 vers 19— O HEERE! Gij zijt mijn Sterkte, en mijn Sterkheid, en mijn Toevlucht ten dage der benauwdheid; tot U zullen de heidenen komen van de einden der aarde, en zeggen: Immers hebben onze vaders leugen erfelijk bezeten, en ijdelheid, waarin toch niets was, dat nut deed.
HEERE
De profeet, over des volks gruwelen verstoord en over Gods zware oordelen benauwd zijnde, richt zich op door zijn geloof en de zekerheid van Gods beloften, alsof hij zeide: In alle dezen houd ik U nochtans voor mijn enigen God, en verfoei alle afgoderij; en of Gij dan dit volk zult moeten afsnijden en van uw aangezicht wegdoen, zo weet ik dat Gij de plaats weder heerlijk zult vervullen door de genadige beroeping en bekering der heidenen, die U, met het uitverkoren overblijfsel der Joden, beter zullen kennen en dienen dan dit boze volk.
Hertaald:HEERE
De profeet, verstoord over de gruwelen van het volk en benauwd over Gods zware oordelen, richt zich op door zijn geloof en door de zekerheid van Gods beloften, alsof hij zei: bij dit alles houd ik U toch voor mijn enige God en verfoei ik alle afgoderij; en al zou U dit volk moeten afsnijden en van Uw aangezicht wegdoen, dan weet ik dat U de plaats weer heerlijk zult vervullen door de genadige roeping en bekering van de heidenen, die U samen met het uitverkoren overblijfsel van de Joden beter zullen kennen en dienen dan dit boze volk.
erfelijk
Of, ten erve nagelaten. Een zeer langen tijd, van hand tot hand, in onkunde van den waren God en afgoderij geleefd, en daarin hun troost en vermaak genomen, en zulks hunnen kinderen nagelaten.
Hertaald:erfelijk
Of: als erfenis nagelaten. Zij hebben een zeer lange tijd, van hand tot hand, in onkunde van de ware God en in afgoderij geleefd, daarin hun troost en vermaak gezocht en dat aan hun kinderen nagelaten.
ijdelheid,
Zie boven Jer. 14:22 .
Hertaald:ijdelheid,
Zie hierboven Jer. 14:22.
Jeremia 16 vers 20— Zal een mens zich goden maken? Zij zijn toch geen goden.
Zal een mens
Dit kan men in het algemeen nemen als ene verfoeiing van alle afgoderij, zowel der Joden als der heidenen.
Hertaald:Zal een mens
Dit kan men in het algemeen opvatten als een verfoeiing van alle afgoderij, zowel van de Joden als van de heidenen.
Zij zijn toch
Te weten de gemaakte goden; dat is, afgoden. Gelijk boven Jer. 2:11 ; of [gelijk sommigen] daar zij zelf [te weten de mensen] geen goden zijn, alsof de profeet zeide: Het is het allerzotste ding, dat er zou kunnen zijn, dat een mens, die toch zelf geen godd is, zich onderwindt een god te maken.
Hertaald:Zij zijn toch
Namelijk: de gemaakte goden, dat is: de afgoden. Zoals hierboven Jer. 2:11. Sommigen menen: terwijl zij zelf — namelijk de mensen — geen goden zijn. Alsof de profeet zei: het is het allerdwaaste dat er kan bestaan, dat een mens, die zelf toch geen god is, het aandurft een god te maken.
Jeremia 16 vers 21— Daarom, ziet, Ik zal hun bekend maken op ditmaal; Ik zal hun bekend maken Mijn hand en Mijn macht; en zij zullen weten, dat Mijn Naam is HEERE.
hun bekend maken
Dit afgodische volk.
Hertaald:hun bekend maken
Dit afgodische volk.
hand
Dat is door mijne oordelen tonen dat Ik de enige almachtige God ben.
Hertaald:hand
Dat is: door Mijn oordelen tonen dat Ik de enige almachtige God ben.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het verbod om te trouwen — de profeet mag geen gezin stichten, en zijn leven wordt daarmee zelf een teken (Jer. 16:1-9)
"Gij zult u geen vrouw nemen, en gij zult geen zonen noch dochteren hebben in deze plaats" (Jer. 16:2). Er staat bij waarom: over de kinderen die in deze plaats geboren worden en over hun ouders komt een oordeel dat het register hier niet uitwerkt (Jer. 16:3-4). Daarna volgen nog twee verboden. Hij mag geen rouwhuis binnengaan om te beklagen (Jer. 16:5), en hij mag ook geen huis binnengaan waar men eet en drinkt (Jer. 16:8). Zo valt hij zowel bij het verdriet als bij de vreugde van zijn volk buiten de kring.
Bijbelse betekenis: Merk op wat er van deze man gevraagd wordt. Niet alleen zijn woorden maar zijn hele leven wordt in dienst genomen; wat hij aankondigt, moet aan hem te zien zijn. Dat is dezelfde soort tekenhandeling als bij Jesaja, die drie jaar "naakt en barrevoets" moest gaan (reeds behandeld bij Jes. 20:2-4). Let vervolgens op de prijs. Een gezin, een begrafenis en een bruiloft zijn de drie plaatsen waar een mens bij anderen hoort; alle drie worden hem ontzegd. De eenzaamheid van deze profeet is geen karaktertrek maar een opdracht. Let ten slotte op wat dit zegt over de ongehuwde staat. De Schrift maakt daar hier geen regel van en geen ideaal; het is een uitzondering met een reden die erbij genoemd wordt.
Typologie: Paulus noemt de ongehuwde staat eveneens als een gave voor een bepaalde tijd en een bepaalde taak, en niet als een hogere trap: "een iegelijk heeft zijn eigen gave van God" (1 Kor. 7:7). En de Heere Jezus spreekt over hen "die zichzelven gesneden hebben, om het Koninkrijk der hemelen", met de toevoeging: "Die dit vatten kan, vatte het" (Matt. 19:12).
Jer. 16:1-9; Jes. 20:2-4; 1 Kor. 7:7; Matt. 19:12
De vissers en de jagers — twee beelden voor het opsporen van een volk dat zich verbergt (Jer. 16:16)
"Ziet, Ik zal zenden tot veel vissers, spreekt de HEERE, die zullen hen vissen; en daarna zal Ik zenden tot veel jagers, die zullen hen jagen, van op allen berg, en van op allen heuvel, ja, uit de kloven der steenrotsen" (Jer. 16:16). Het staat in een gedeelte waarin ook de terugkeer wordt beloofd: men zal niet meer zweren bij de uittocht uit Egypte maar bij het terugbrengen uit het noorderland (Jer. 16:14-15).
Bijbelse betekenis: Merk op dat er twee soorten genoemd worden en in welke volgorde. Een visser wacht en haalt binnen wat vanzelf komt; een jager zoekt op en drijft uit de holen. Eerst het een, dan het ander — wie zich niet laat binnenhalen, wordt opgezocht. Let vervolgens op de plaatsen die genoemd worden: bergen, heuvels en kloven van de rotsen. Dat zijn schuilplaatsen; het beeld gaat over mensen die zich onvindbaar wanen. Let ten slotte op de dubbele richting van dit gedeelte. Dezelfde God die hen laat opsporen tot oordeel, belooft hen terug te brengen uit de landen waarheen zij verstrooid zijn. Het opsporen staat hier dus niet los van de belofte.
Typologie: De Heere Jezus gebruikt hetzelfde beeld met een andere uitkomst wanneer Hij Zijn discipelen roept: "volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken" (Matt. 4:19). En Hij vertelt van de heer die zijn dienstknecht uitzendt naar de wegen en heggen: "dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde" (Luk. 14:23).
In het derde onderdeel der redenen uit den tijd van Jojakim en Jojachin handelt de Profeet over het volk, dat ten gevolge zijner vleselijke gerustheid en halstarrige onverbeterlijkheid reddeloos verloren is. Er blijft voor hen niets meer over dan ene schrikkelijke verwachting des gerichts, dat de wederspannigen zal verteren.
I. Vs. 1-21.KruisverwijzingenJeremia 25:33→Psalmen 83:10→Jeremia 34:20→Jeremia 9:22→Ezechiël 24:17→Hosea 9:4→Prediker 7:2→Jeremia 15:17→ — En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: Gij zult u geen vrouw nemen, en gij zult geen zonen noch dochteren hebben in deze plaats. Want zo zegt de HEERE van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land: Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op den aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn. Want zo zegt de HEERE: Ga niet in het huis desgenen, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden; Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil. Ook zal men hun niets uitdelen over den rouw, om iemand te troosten over een dode; noch hun te drinken geven uit den troostbeker, over iemands vader of over iemands moeder. Ga ook niet in een huis des maaltijds, om bij hen te zitten, om te eten en te drinken. Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid. En het zal geschieden, als gij dit volk al deze woorden zult aanzeggen, en zij tot u zeggen: Waarom spreekt de HEERE al dit grote kwaad over ons, en welke is onze misdaad, en welke is onze zonde, die wij tegen den HEERE, onzen God, gezondigd hebben? De profeten in Israël hadden de roeping, om niet alleen met woorden te prediken, maar om tevens in hun persoonlijk optreden, in hun gehele leefwijze en toestand voor te stellen, wat de mond sprak. Dien overeenkomstig wordt aan Jeremia door den Heere verboden, om in dit ten verderve bestemde land eerst nog ene vrouw te nemen en kinderen te verwekken. Het zou toch slechts voor een korten tijd zijn, want vrouwen en kinderen wacht een ellendig verterend einde (vs. 1-4). Evenzo wordt aan Jeremia te kennen gegeven, dat hij voortaan noch aan enigen rouw over doden, noch aan enige vrolijke zamenkomst van families mocht deelnemen. Daardoor moest hij het volk onder het oog brengen, dat hun alleen een sterven wachtte zonder dat ene eerlijke begrafenis of ene rouwklacht over hen zou plaats hebben, en dus hun vrolijke feesten een einde zouden nemen (vs. 5-9). Bij deze spraak door tekenen moet dan ook van de zijde van den Profeet ene prediking met woorden komen, die de mensen hun zonde en straf zonder beeld en gelijkenis voorhoudt, maar hen ook middellijk en van verre het heil ene latere toekomst laat zien, om hen ten minste in de wegen van lijden iets te laten gevoelen van het genadig bedoelen Gods (vs. 10-21).
KruisverwijzingenJeremia 2:1→Jeremia 1:2→Jeremia 1:4→— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
Kruisverwijzingen1 Korinthe 7:26→Genesis 19:14→Lukas 21:23→Lukas 23:29→Mattheüs 24:19→— Gij zult u geen vrouw nemen, en gij zult geen zonen noch dochteren hebben in deze plaats.
Gij moet in uw persoon en in al uw handelen ene prediking tot Mijn volk zijn (1 Kon. 20:42 vgl. Jes. 7:3; 9:3 en 18). Gij zult u daarom gene vrouw nemen, en gij zult gene zonen noch dochteren hebben in deze plaats, te Jeruzalem en in geheel Juda.
KruisverwijzingenJeremia 16:5→Jeremia 16:9→Jeremia 6:21→— Want zo zegt de HEERE van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land:
Want zo zegt de HEERE van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land.
KruisverwijzingenJeremia 25:33→Psalmen 83:10→Jeremia 34:20→Jeremia 9:22→Sefanja 1:17→Jeremia 15:2→Jeremia 22:18→Jeremia 7:33→— Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op den aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.
Zij zullen een ieder op zijne wijze (Hoofdst. 15:2 vv.) pijnlijke doden sterven; zij zullen niet beklaagd noch begraven worden (Hoofdst. 14:16); Zij zullen tot mist op den aardbodem zijn (Hoofdst. 8:2); en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden(Hoofdst. 14:12 en 15 vv.), en hun a) dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn (Hoofdst. 7:33).
Jer. 34:20. De papisten zijn belachelijk, die hierop een artikel van hunnen godsdienst omtrent den ongehuwden staat der priesters bouwen. Vooreerst is de gehele zaak op onze plaats slechte typisch geweest, en zinnebeeldige of voorafschaduwende theologie heeft gene bewijskracht voor algemeen geldende voorschriften volgens de stelling van Thomas Aquino zelven. Ook wordt den Profeet niet in ‘t algemeen het huwelijk verboden op elke plaats, maar alleen op deze. Hoewel het huwelijk aan niemand, die huwen kan en wil, verboden is, zo kan er toch een tijd komen, dat het beter is alleen te zijn, dan gehuwd te wezen. (Matth. 24:19. 1 Kor. 7:26 1Co). De Christen moet dan niet huwen, wanneer dit door de omstandigheden gevaarlijk wordt, als het den echtgenoot moeilijk te overwinnen bestrijdingen bereid en in gevaar brengt, om van het geloof af te vallen. De mens mag God niet verzoeken.
KruisverwijzingenJesaja 27:11→Ezechiël 24:16→Deuteronomium 31:17→Jeremia 15:1→Openbaring 6:4→Zacharia 8:10→2 Kronieken 15:5→Jeremia 16:6→— Want zo zegt de HEERE: Ga niet in het huis desgenen, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden;
Maar ook werd ik in mijn overig gedrag, afgezien van mijn eigen huiselijk leven, tot een teken en voorteken voor het volk gemaakt (Ezech. 12:11; 24:24 en 27 zo zegt de HEERE: Ga van nu aan niet in het huis desgenen, die enen rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen, door ene betuiging van smartgevoel, want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE), weggenomen (Openb. 6:4) Mijnen vrede, goedertierenheid en barmhartigheden.
KruisverwijzingenJeremia 47:5→Leviticus 19:28→Deuteronomium 14:1→Jeremia 41:5→Jesaja 22:12→Jeremia 16:4→Ezechiël 9:5→Jeremia 22:18→— Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil.
Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven; zij zullen niet begraven worden (vgl. Hoofdst. 22:18 vv.), en men zal hen niet beklagen, noch naar de wijze der heidenen zich zelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil (Deut. 14:2). In de wet was uitdrukkelijk verboden bij de begraving der doden insnijdingen in het vlees te maken, of zich kaal te maken (Lev. 19:28; 21:5. Deut. 14:1). Ondanks dit verbod schijnen deze gebruiken, onder andere heidense plechtigheden ook bij de Joden ingevoerd te zijn. Maar, zegt God, Ik zal deze gewoonten doen ophouden: de mensen zullen zo schielijk en in zulk ene grote menigte sterven, dat de levenden geen tijd zullen hebben om insnijdingen te maken over de doden, of om ander plechtig rouwbedrijf te maken. Zie over de beschering van het hoofd Hoofdst. 7:29.
KruisverwijzingenEzechiël 24:17→Hosea 9:4→Deuteronomium 26:14→Spreuken 31:6→Job 42:11→— Ook zal men hun niets uitdelen over den rouw, om iemand te troosten over een dode; noch hun te drinken geven uit den troostbeker, over iemands vader of over iemands moeder.
Ook zal men hun van de zijde hunner vrienden en bloedverwanten niets uitdelen 1) over den rouw, om iemand te troosten over enen dode, er zullen gene rouwmaaltijden gehouden worden (2 (Sam. 3:31), gelijk men dat bij begrafenissen gewoon is, noch hun te drinker geven uit den troostbeker over iemands vader of over iemands moeder, die zij ten grave brachten.
Behalve het beklagen, insnijden en kaal maken door het scheren van het hoofd en het uittrekken van den baard, waren er nog andere tekenen van rouwbeklag, bijv. wanneer men aan zulk een huisgezin, dat treurde over enen dode, en waarvan men onderstelde, dat het door die treurige omstandigheden noch gelegenheid noch lust had om spijzen te bereiden, delen van de aangenaamste spijzen ter verkwikking toezond. Hiermede ging nog ene andere gewoonte gepaard, dat men aan de sterfhuizen versterkende dranken in daartoe gebruikelijke troostbekers toezond, om de treurigen op te beuren en te verkwikken. In het Hebr. Lo-jifresoe lahem. Beter vertaling is: Zij zullen hen geen brood breken. In deze betekenis komt het werkwoord ook voor Jes. 58:7. In het tweede gedeelte van dit vers wordt van te drinken geven gesproken uit den troostbeker. De Heere God wijst in al deze verzen op den beslisten ondergang van land en volk. Geen huwelijk mag de Profeet sluiten, geen kinderen verwekken. Hij mag niet gaan in een huis der rouw en hij mag niet neerzitten in een huis der vrolijkheden. Geen vrouw nemen en kinderen verwekken, dewijl dat geslacht staat uitgeroeid of verbannen te worden. In geen sterfhuis gaan, want straks zou de ganse plaats een sterfhuis zijn, in geen huis der vreugde, want van wege het gericht dat komen zou, zou er geen reden zijn om vrolijk te wezen. De Profeet moet derhalve niet alleen door zijn woorden, maar ook door zijne daden een prediker der strafgerichten Gods zijn.
KruisverwijzingenPrediker 7:2→Jeremia 15:17→Amos 6:4→Jesaja 22:12→Efeze 5:11→Psalmen 26:4→Lukas 17:27→Mattheüs 24:38→— Ga ook niet in een huis des maaltijds, om bij hen te zitten, om te eten en te drinken.
Nog op andere wijze zult gij wat hen wacht hun voor ogen houden. Ga ook niet in een huis des maaltijds, een huis, waar men om enige blijde gebeurtenis feest houdt; ga er niet in om bij hen te zitten, om te eten en te drinken, om in de vreugde te delen.
KruisverwijzingenJeremia 7:34→Ezechiël 26:13→Hosea 2:11→Jeremia 25:10→Jesaja 24:7→Openbaring 18:22→— Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid.
Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet a) Ik zal van deze plaats voor ulieder ogen en in ulieder dagen doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid. Men zal geen blijden dag, in ‘t bijzonder geen bruiloftsdag (Richt. 14:11) meer vieren (Hoofdst. 7:34).
Jes. 24:7. Jer. 25:10. Ezech. 26:13. Wee ons, wanneer de Heere Zijnen vrede van ons wegneemt! Zie toch toe, o mijne ziel! dat gij boven alle dingen dezen dierbaren vrede bewaart, en dat deze uwe zinnen in Christus Jezus beware ten eeuwigen leven (Filip. 4:7. Luk. 10:6).
KruisverwijzingenJeremia 5:19→Jeremia 13:22→1 Koningen 9:8→Deuteronomium 29:24→Hosea 12:8→Jeremia 22:8→Jeremia 2:35→— En het zal geschieden, als gij dit volk al deze woorden zult aanzeggen, en zij tot u zeggen: Waarom spreekt de HEERE al dit grote kwaad over ons, en welke is onze misdaad, en welke is onze zonde, die wij tegen den HEERE, onzen God, gezondigd hebben?
En het zal geschieden, als gij dit volk al deze woorden(vs. 4 en 9) zult aanzeggen, en zij, zich houdende als onschuldigen en zich voordoende als vrome en rechtvaardige mensen, tot u zeggen (vgl. (Hoofdst. 5:19; 13:22):Waarom spreekt de HEERE al dit grote kwaad over ons, en welke is onze misdaad, en welke is onze zonde, die wij tegen den HEERE, onzen God, gezondigd hebben 1) dat Hij zulke zware straffen over ons wil brengen?
Zij zeggen niet, dat zij helemaal onschuldig zijn, slechte werpen zij voor, dat zij niet zó zwaar hebben overtreden, dat God zo onmenselijk tegen hen moet woeden en met zo grote straf hen moet kastijden. Zij stellen derhalve de straf vergroot voor, om zich enigszins te verontschuldigen. Vervolgens zeggen zij niet, dat zij zuiver en vrij zijn van enige schuld, maar zij spreken over de onbillijkheid en over de misdaden, alsof zij willen zeggen: wij bekennen wel dat er iets is, wat God berispen moet, maar wij erkennen niet, dat er zo grote opeenhoping is van onbillijkheden en misdaden, dat Hij zo verpletterend tegen ons moet optreden.
KruisverwijzingenPsalmen 106:35→Nehemia 9:26→Jeremia 8:2→Ezechiël 11:21→Deuteronomium 29:25→Jeremia 22:9→1 Petrus 4:3→1 Koningen 9:9→— Dat gij tot hen zult zeggen: Omdat uw vaders Mij verlaten hebben, spreekt de HEERE, en hebben andere goden nagewandeld, en die gediend, en zich voor die nedergebogen; maar Mij verlaten, en Mijn wet niet gehouden hebben;
Dat gij tot hen zult zeggen: Omdat uwe vaders Mij verlaten hebben, spreekt de HEERE, en hebben andere goden nagewandeld, en die gediend; en zich voor die neergebogen; maar Mij verlaten en Mijne wet niet gehouden hebben;
KruisverwijzingenJeremia 7:26→Jeremia 13:10→Jeremia 9:14→Prediker 9:3→1 Samuël 15:23→Richteren 2:19→Jeremia 7:24→Markus 7:21→— En gijlieden erger gedaan hebt dan uw vaderen; want ziet, gijlieden wandelt, een iegelijk naar het goeddunken van zijn boos hart, om naar Mij niet te horen.
En gijlieden erger gedaan hebt dan uwe vaderen(Hoofdst. 7:26; 11:16); want ziet, gijlieden wandelt een iegelijk naar het a) goeddunken van zijn boos hart, om naar Mij niet te
horen (Hoofdst. 3:17; 7:24).
(Jer. 9:14; 13:10. b) Jer. 13:10; 17:23.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:36→Jeremia 17:4→Deuteronomium 4:26→Jeremia 15:14→2 Kronieken 7:20→Deuteronomium 29:28→Jeremia 15:4→Jeremia 5:19→— Daarom zal Ik ulieden uit dit land werpen, in een land, dat gij niet gekend hebt, gij noch uw vaders; en aldaar zult gij andere goden dienen, dag en nacht, omdat Ik u geen genade zal geven.
Daarom zal Ik ulieden uit dit land werpen in een land, dat gij niet gekend hebt, gij, noch uwe vaders (Hoofdst. 7:15; 9:16); en aldaar zult gij, daar gij bij den afgodendienst zo verzot zijt, als kondet gij zonder hem niet leven (Hoofdst. 3:2; 8:2), andere goden dienen dag en nacht, zolang en zoveel gij wilt. Ja veel meer en veel erger dan u lief is (Deut. 4:28; 28:36,
; omdat Ik u gene genade zal geven; 1) Ik zal er mij verder niet om bekommeren wien hij dient, en hoe het u bij dien dienst gaat. De zin is deze: daar kunt gij dan ondervinden, of de afgoden, aan welke gij lust hadt, helpen zullen, nadat Ik u Mijne genade onttrokken heb. Er wordt gene vergunning en veel minder nog een bevel hier bedoeld. Wanneer een mens op den duur weigert Gods genade te volgen, is het dan onrechtvaardig, dat God hem overgeeft in enen verkeerden zin, om te doen dingen die niet betamen (Rom. 1:28)? . Dit betekent, dat de Heere niet alleen om hun afgodendienst Juda zal wegzenden in slavernij en ballingschap, maar Hij zal ook de Heidenen op schrikkelijke wijze over hen doen heersen. Zij zullen het ervaren, dat dewijl zij den Heere hebben verlaten, zij in de handen der mensen zijn gevallen, die geen barmhartigheid zullen betonen.
KruisverwijzingenJeremia 23:7→Deuteronomium 15:15→Exodus 20:2→Micha 6:4→Hosea 3:4→Jesaja 43:18→— Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat er niet meer zal gezegd worden: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels uit Egypteland heeft opgevoerd!
Reeds eenmaal was Israël in ‘t land der slavernij, en het bewaart de herinnering daarvan in zijn gehele volksleven; ook van deze ballingschap zal op dezelfde wijze gedachtenis worden gehouden. Daarom, ziet de dagen komen, spreekt de HEERE, dat er niet meer zal gezegd worden: Zo waarachtig als de HEERE leeft, die de kinderen Israëls uit Egypteland heeft opgevoerd!
KruisverwijzingenJeremia 3:18→Jeremia 24:6→Jesaja 11:11→Psalmen 106:47→Jeremia 32:37→Ezechiël 37:21→Amos 9:14→Jeremia 31:8→— Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels heeft opgevoerd uit het land van het noorden, en uit al de landen waarhenen Hij hen gedreven had! want Ik zal hen wederbrengen in hun land, dat Ik hun vaderen gegeven heb.
Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, die de kinderen Israëls heeft opgevoerd uit het land van het noorden, en uit al de landen, waarhenen Hij hen gedreven had (Hoofdst. 23:7 v.); want Ik zal hen wederbrengen in hun land, dat Ik hunnen vaderen gegeven heb. Gij weet van waar uwe vaderen zijn uitgetogen, namelijk uit den ijzeroven (Hoofdst. 11:4), en als het ware uit den dood; daarom moest ook de verlossing daaruit in herinnering blijven tot aan het einde der wereld (Exod. 12:16; 13:3). Maar nu zal God u in een afgrond werpen, die veel dieper is dan die slavernij van Egypte, waaruit uwe vaderen zijn uitgerukt. Want wanneer Hij u daaruit weer verlost, zal zulk een wonder als een veel heerlijker tot de nakomelingen worden gebracht, zodat het bijna de herinnering aan de vroegere verlossing te niet doet, ten minste verduistert. Derhalve is de inhoud van vs. 14 niet een vertroostende maar een treurige; deze bevestigt toch de aankondiging der ballingschap. Wonderbaar is dit woord van den Profeet midden in de aardse ellende, die Hij in de eerste plaats moet verkondigen, als het ware den hemel der goddelijke genade aan den verst verwijderden horizon openende met onophoudelijke bliksemstralen; maar spoedig sluit zich die hemel weer en wij moeten nog in de duisternis vertoeven. Voordat men kan zweren bij dien God, die de kinderen Israëls uit het land van het noorden heeft uitgeleid en uit alle landen, waarheen Hij ze verdreven heeft, moeten zij eerst in de ballingschap van het noorden heengaan; voordat zij wederkeren op hunnen grond, dien de Heere hunnen vaderen gegeven heeft, moeten zij eerst de dagen beleven, dat zij het met treurigheid verlaten. Trapsgewijze is de voorzegging: “Ik zal hen wederbrengen in het land, dat Ik hunnen vaderen gegeven heb” vervuld. Op lichamelijke wijze voerde de Heere Israël uit de ballingschap, uit Babel; op geestelijke wijze volbracht Jezus de verlossing uit de Babylonische gevangenis. Beide waren echter wel niet door den genadigen wil Gods, maar door de ongehoorzaamheid van den mens onvolkomen gebleven. Israël keerde slechts voor het kleinste gedeelte naar het land der vaderen terug, en slechts voor het kleinste gedeelte liet het zich geestelijk verlossen door Christus. Daarom werd het grootste, het ongehoorzame gedeelte door ene nieuwe straf over Jeruzalem vernietigd of verbannen aan de einden der aarde. Maar eens, wanneer de volheid der Heidenen in het rijk van God zal zijn ingegaan (Rom. 11:25 vv.), zal geheel Israël weer door den Heere worden bezocht en op geestelijk-lichamelijke wijze zal het volk der belofte naar zijn land worden teruggevoerd (Openb. 16:12 vv.). Dan zal dit vers op volkomene, op de heerlijkste wijze vervuld zijn.
KruisverwijzingenAmos 4:2→Micha 7:2→Habakuk 1:14→1 Samuël 26:20→Amos 9:1→Lukas 17:34→Amos 5:19→Openbaring 6:15→— Ziet, Ik zal zenden tot veel vissers, spreekt de HEERE, die zullen hen vissen; en daarna zal Ik zenden tot veel jagers, die zullen hen jagen, van op allen berg, en van op allen heuvel, ja, uit de kloven der steenrotsen.
Ziet, Ik zal de verbanning uit het land (vs. 13) zo inrichten, dat bij de wegvoering naar den vreemde niemand achterblijft; Ik zal zenden tot vele vissers, spreekt de HEERE, dievissers, namelijk de Chaldeën, zullen hen vissen; en daarna zal Ik zenden tot vele jagers, die zullen hen jagen, van op allen berg en van op allen heuvel, ja uit de kloven der steenrotsen 1) zodat geen schuilhoek veilig genoeg zal zijn om Mijn oordeel te ontvlieden.
Alzo vergelijkt hij de Chaldeërs bij vissers, die zich zo over het gehele land zullen verspreiden, opdat zij schier niemand overlaten, behalve enig onaanzienlijk gemeen, hetgeen ook later van daar is weggevoerd. Daarom laat hij op de vissers de jagers volgen. Dat nu sommigen onder vissers verstaan de gewapende vijanden, die met het zwaard de overwonnenen doden en onder jagers, die liever het leven sparen van velen, en ze in ballingschap zenden, deze spitsvondigheid behaagt mij niet. Eenvoudiger is wat ik gezegd heb, n. l. dat de Chaldeën genoemd worden vissers, vervolgens worden dezelfde jagers genoemd, dewijl nadat de Joden her- en derwaarts waren verspreid en gevlucht, zij ze echter in de steenrotsen hebben gevonden. Even als vissers en jagers, die naar de regelen der kunst handelen, de dieren weten op te jagen uit al hun schuilhoeken, zo zullen de vijanden der Israëlieten doen.
KruisverwijzingenSpreuken 15:3→2 Kronieken 16:9→Jeremia 32:19→Psalmen 90:8→1 Korinthe 4:5→Jeremia 23:24→Spreuken 5:21→Hebreeën 4:13→— Want Mijn ogen zijn op al hun wegen; zij zijn voor Mijn aangezicht niet verborgen, noch hun ongerechtigheid verholen van voor Mijn ogen.
Want Mijne a) ogen zijn op al hun wegen; zij zijn voor Mijn aangezicht niet verborgen (Hoofdst. 23:24.), noch hun ongerechtigheid verholen van voor Mijne ogen, zodat zij niet zullen ontkomen, als Ik die zal bezoeken (Hoofdst. 52:28-30).
Job 34:21. Spr. 5:21. Jer. 32:19. Dit luidt slechts als ene bedreiging. Maar even getrouw aan den grondtekst kan men verklaren: “want Mijne ogen zien op al hun wegen; zij u niet verborgen voor Mijn aangezicht, en (zó) is ook hun misdaad niet verborgen voor Mijne ogen. ” Daarin ligt opgesloten: “Ik zie hen in hun ellende om hen te helpen, maar Ik zie ook hun zonden om ze te bezoeken.
KruisverwijzingenJesaja 40:2→Ezechiël 11:21→Openbaring 18:6→Numeri 35:33→Jeremia 17:18→Jeremia 3:9→Jeremia 2:7→Sefanja 3:1→— Dies zal Ik eerst hun ongerechtigheid en hun zonde dubbel vergelden, omdat zij Mijn land ontheiligd hebben; zij hebben Mijn erfenis met de dode lichamen hunner verfoeiselen en hunner gruwelen vervuld.
Dies zal Ik, vóór de belofte, die tevens in deze bedreiging ligt opgesloten, eerst hun ongeschiktheid en hun zonde dubbel(Jes. 40:2) vergelden, omdat zij Mijn land a) ontheiligd hebben, zij hebben Mijne erfenis met de b) dode lichamen hunner verfoeiselen, met hun afgoden, die dood en nietig zijn, wier aanraking, even als die van een aas, onrein maakt, en het plegen hunner gruwelen vervuld.
(Jer. 3:2. b) Ezech. 43:7 Het woord “eerst” laat doorschemeren, dat er achter de Babylonische ballingschap nog ene andere ligt, die, in welke Israël zich sedert de tweede verwoesting van Jeruzalem en zijne verstrooiing door de gehele wereld bevindt. Inderdaad was die straf veel zwaarder en doortastender dan de eerste, welke het volk ten tijde van den Profeet wachtte, en die reeds voor ene dubbele betaling kon gelden. Daardoor valt dan ook op de belofte, verborgen in vs. 18 en 17 een nieuw licht. Daar wordt van die dienaren en werktuigen Gods gesproken, die werkzaam zullen zijn tot bekering van Israël, zo als die in Openb. 11:11 vv. volgens onze mening is aangewezen. Daardoor wordt gezegd, dat ook nog in den tijd van zijne tegenwoordige verstoting de ogen des Heeren op Israël gericht zijn, om het eindelijk weer in genade aan te nemen. V. d. Palm vertaalt: “eenmaal (en) andermaal” en past het toe op de dubbele wegvoering. Gataker verklaart, “eer Ik het overblijfsel der Joden weer in genade aanneem. ” Hitzig’s uitlegging is “vooreerst-want nog in langen tijd komt het niet tot terugkeren-betaal Ik het dubbele van hun schuld door de verschrikkingen van den oorlog en het lijden der ballingschap. “
KruisverwijzingenNahum 1:7→Jeremia 10:14→Psalmen 18:1→Jesaja 44:10→Jesaja 25:4→Jesaja 49:6→Zacharia 8:20→Micha 4:1→— O HEERE! Gij zijt mijn Sterkte, en mijn Sterkheid, en mijn Toevlucht ten dage der benauwdheid; tot U zullen de heidenen komen van de einden der aarde, en zeggen: Immers hebben onze vaders leugen erfelijk bezeten, en ijdelheid, waarin toch niets was, dat nut deed.
In tegenoverstelling van het zo dwaze en verblinde volk zeg ik, de Profeet: O HEERE! Gij zijt mijne Sterkte en mijne Sterkheid en mijne Toevlucht ten dage der benauwdheid (Hoofdst. 17:17). Ik ben met alle vromen van den voortijd in gemeenschap des geloofs (Ps. 28:8; 59:17. 2 Sam. 22:3). Tot u zullen de Heidenen, die thans van den levenden God nog niet weten, komen van de einden der aarde, nadat zij tot de rechte kennis van U gekomen zijn. Enzij zullen zeggen: Immers hebben onze vaders leugen erflijk bezeten en ijdelheid, waarin toch niets was, dat nut deed.
KruisverwijzingenPsalmen 115:4→Jesaja 37:19→Jeremia 2:11→Hosea 8:4→Galaten 4:8→Jesaja 36:19→Galaten 1:8→Handelingen 19:26→— Zal een mens zich goden maken? Zij zijn toch geen goden.
Zij zullen verbaasd staan, hoe dwaas en verblind zij geweest zijn, om zo lang zulke goden te dienen. Zij zullen verwonderd vragen: Zal een mens zich Goden maken? Zij zijn toch gene Goden. 1)
Zal een mens zo dwaas zijn, zo volkomen van alle reden ontbloot, dat hij zich goden zal maken, schepsels van zijn eigen verbeelding, het werk zijner eigen handen, daar ze inderdaad geen goden zijn. Kan een mens zo zot zijn, zo volkomen ontbloot van menselijk verstand, dat hij enige Goddelijke gunst of zegen zou verwachten van datgeen, hetwelk geen andere godheid kan voorwenden, dan die hij er zelf eerst aan gegeven heeft? . Ene grote hoofdzonde van het oude Israël was afgoderij, en het geestelijke Israël heeft ene neiging tot dezelfde dwaasheid. Het gesternte van Remphan schijnt niet langer, en de vrouwen bewenen den Thammuz niet meer; maar Mammon heeft nog zijn gouden kalf, en de altaren van den hoogmoed zijn niet verlaten. Het eigen ik poogt onder allerlei vormen de uitverkorenen onder zijne heerschappij te brengen, en het vlees richt zijne altaren overal op, waar het er ene plaats voor vindt. Geliefkoosde kinderen zijn dikwijls de oorzaak van vele zonden in gelovigen; het bedroeft den Heere, wanneer Hij ziet, dat wij hen boven mate liefhebben; zij zullen ons tot ene even grote smart worden als Absalom voor David was, of zij zullen van ons genomen worden en onze huizen ledig laten. Indien Christenen doornen wensen te kweken om hun slapeloze oorkussens mede te vullen, dat zij dan afgoden van hun kinderen maken. Het is met recht gezegd, dat zij toch gene goden zijn, want de voorwerpen onzer dwaze liefde zijn zeer twijfelachtige zegeningen; de troost, dien zij ons nu geven, is gevaarlijk, en de hulp, welke zij ons in de ure der beproeving kunnen toedienen, inderdaad gering. Waarom zijn wij dan toch zo door de ijdelheden betoverd? Wij hebben medelijden met de arme Heidenen, die een god van steen aanbidden en wij eren een god van goud; waar is de grote voortreflijkheid van een vlesen god boven een god van hout? Het beginsel, de zonde, de dwaasheid is in ieder geval hetzelfde; maar voor ons is de zonde des te zwaarder, omdat wij meer licht hebben ontvangen, en in het gezicht van dat licht zondigen. De Heiden buigt zich voor ene valse godheid neer, doch den waren God heeft hij nooit gekend; wij bedrijven twee boosheden, voor zover wij den levenden God verlaten en ons tot de afgoden keren. Dat de Heere ons allen van deze smartelijke ongerechtigheid reinige! Ruk elken afgod van den troon, Dat ‘k U alleen mijn hulde toon! .
KruisverwijzingenJeremia 33:2→Psalmen 83:18→Jesaja 43:3→Psalmen 9:16→Amos 5:8→Exodus 9:14→Ezechiël 24:24→Ezechiël 6:7→— Daarom, ziet, Ik zal hun bekend maken op ditmaal; Ik zal hun bekend maken Mijn hand en Mijn macht; en zij zullen weten, dat Mijn Naam is HEERE.
Op die belijdenis, dat de Heere alleen God is, geeft Hij mij ten antwoord: Daarom ziet, Ik zal terwijl Ik Israël onderwerp aan de zware straf, van welke Ik in vs. 13 heb gesproken, hun bekend maken op ditmaal, hoe nietig hun goden zijn. Op den weg der genade wilden zij zich tot die kennis niet laten brengen, nu zullen zij het leren, dat er geen ander Helper is dan Ik, op den weg des toorns. Ik zal hun bekend maken Mijne hand en Mijne macht door de straffen, die Ik over hen beschik: en zij zullen weten, dat a) Mijn naam is HEERE (Ezech. 12:16).
Jer. 33:2. Zonder twijfel heeft de Heilige Geest den Profeet getoond, hoe de verstrooiing van Israël onder de Heidenen een middel tot hun bekering zou zijn. Zo geschiedde het later, toen niet alleen vele Heidenen tot het Jodendom bekeerd werden, maar ook de Christelijke kerk in de heidense landen, waar verstrooide Joden waren, het best kon worden geplant. De Heidenen hadden namelijk daar reeds enige kennis van de Joden gekregen, en de synagogen waren altijd de eerste en beste werfplaatsen der Apostelen, zo als Lukas aantoont in de Handelingen der Apostelen. Dat de schepselen den Heere erkennen, dat is het doel van alle wegen en oordelen Gods. Daarom wordt dit doel zo dikwijls herhaald: Exod. 6:7; 7:17; 8:10. 11:15 en 16 en elders. Zij zullen weten dat Jehova Mijn naam is (Jes. 42:8), dat ik niet ben als hun afgoden (Jes. 43:11), maar een God, die Mijn wezen van Mij zelven heb, en het leven en wezen geef aan alle andere dingen, die alle kracht en vermogen in Mijne hand heb, waarom Ik kan doen wat Mij behaagt, en tevens den wil heb om alles, wat Ik beloof of bedreig, te volbrengen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Jeremia 16
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
In het derde onderdeel der redenen uit den tijd van Jojakim en Jojachin handelt de Profeet over het volk, dat ten gevolge zijner vleselijke gerustheid en halstarrige onverbeterlijkheid reddeloos verloren is. Er blijft voor hen niets meer over dan ene schrikkelijke verwachting des gerichts, dat de wederspannigen zal verteren.
I. Vs. 1-21.KruisverwijzingenJeremia 25:33→Psalmen 83:10→Jeremia 34:20→Jeremia 9:22→Ezechiël 24:17→Hosea 9:4→Prediker 7:2→Jeremia 15:17→
— En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: Gij zult u geen vrouw nemen, en gij zult geen zonen noch dochteren hebben in deze plaats. Want zo zegt de HEERE van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land: Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op den aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn. Want zo zegt de HEERE: Ga niet in het huis desgenen, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden; Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil. Ook zal men hun niets uitdelen over den rouw, om iemand te troosten over een dode; noch hun te drinken geven uit den troostbeker, over iemands vader of over iemands moeder. Ga ook niet in een huis des maaltijds, om bij hen te zitten, om te eten en te drinken. Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid. En het zal geschieden, als gij dit volk al deze woorden zult aanzeggen, en zij tot u zeggen: Waarom spreekt de HEERE al dit grote kwaad over ons, en welke is onze misdaad, en welke is onze zonde, die wij tegen den HEERE, onzen God, gezondigd hebben?
De profeten in Israël hadden de roeping, om niet alleen met woorden te prediken, maar om tevens in hun persoonlijk optreden, in hun gehele leefwijze en toestand voor te stellen, wat de mond sprak. Dien overeenkomstig wordt aan Jeremia door den Heere verboden, om in dit ten verderve bestemde land eerst nog ene vrouw te nemen en kinderen te verwekken. Het zou toch slechts voor een korten tijd zijn, want vrouwen en kinderen wacht een ellendig verterend einde (vs. 1-4). Evenzo wordt aan Jeremia te kennen gegeven, dat hij voortaan noch aan enigen rouw over doden, noch aan enige vrolijke zamenkomst van families mocht deelnemen. Daardoor moest hij het volk onder het oog brengen, dat hun alleen een sterven wachtte zonder dat ene eerlijke begrafenis of ene rouwklacht over hen zou plaats hebben, en dus hun vrolijke feesten een einde zouden nemen (vs. 5-9). Bij deze spraak door tekenen moet dan ook van de zijde van den Profeet ene prediking met woorden komen, die de mensen hun zonde en straf zonder beeld en gelijkenis voorhoudt, maar hen ook middellijk en van verre het heil ene latere toekomst laat zien, om hen ten minste in de wegen van lijden iets te laten gevoelen van het genadig bedoelen Gods (vs. 10-21).
En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
Gij moet in uw persoon en in al uw handelen ene prediking tot Mijn volk zijn (1 Kon. 20:42 vgl. Jes. 7:3; 9:3 en 18). Gij zult u daarom gene vrouw nemen, en gij zult gene zonen noch dochteren hebben in deze plaats, te Jeruzalem en in geheel Juda.
Want zo zegt de HEERE van de zonen en van de dochteren, die in deze plaats geboren worden; daartoe van hun moeders, die ze baren, en van hun vaders, die ze gewinnen in dit land.
Zij zullen een ieder op zijne wijze (Hoofdst. 15:2 vv.) pijnlijke doden sterven; zij zullen niet beklaagd noch begraven worden (Hoofdst. 14:16); Zij zullen tot mist op den aardbodem zijn (Hoofdst. 8:2); en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden(Hoofdst. 14:12 en 15 vv.), en hun a) dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn (Hoofdst. 7:33).
Jer. 34:20. De papisten zijn belachelijk, die hierop een artikel van hunnen godsdienst omtrent den ongehuwden staat der priesters bouwen. Vooreerst is de gehele zaak op onze plaats slechte typisch geweest, en zinnebeeldige of voorafschaduwende theologie heeft gene bewijskracht voor algemeen geldende voorschriften volgens de stelling van Thomas Aquino zelven. Ook wordt den Profeet niet in ‘t algemeen het huwelijk verboden op elke plaats, maar alleen op deze. Hoewel het huwelijk aan niemand, die huwen kan en wil, verboden is, zo kan er toch een tijd komen, dat het beter is alleen te zijn, dan gehuwd te wezen. (Matth. 24:19. 1 Kor. 7:26 1Co). De Christen moet dan niet huwen, wanneer dit door de omstandigheden gevaarlijk wordt, als het den echtgenoot moeilijk te overwinnen bestrijdingen bereid en in gevaar brengt, om van het geloof af te vallen. De mens mag God niet verzoeken.
Maar ook werd ik in mijn overig gedrag, afgezien van mijn eigen huiselijk leven, tot een teken en voorteken voor het volk gemaakt (Ezech. 12:11; 24:24 en 27 zo zegt de HEERE: Ga van nu aan niet in het huis desgenen, die enen rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen, door ene betuiging van smartgevoel, want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE), weggenomen (Openb. 6:4) Mijnen vrede, goedertierenheid en barmhartigheden.
Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven; zij zullen niet begraven worden (vgl. Hoofdst. 22:18 vv.), en men zal hen niet beklagen, noch naar de wijze der heidenen zich zelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil (Deut. 14:2). In de wet was uitdrukkelijk verboden bij de begraving der doden insnijdingen in het vlees te maken, of zich kaal te maken (Lev. 19:28; 21:5. Deut. 14:1). Ondanks dit verbod schijnen deze gebruiken, onder andere heidense plechtigheden ook bij de Joden ingevoerd te zijn. Maar, zegt God, Ik zal deze gewoonten doen ophouden: de mensen zullen zo schielijk en in zulk ene grote menigte sterven, dat de levenden geen tijd zullen hebben om insnijdingen te maken over de doden, of om ander plechtig rouwbedrijf te maken. Zie over de beschering van het hoofd Hoofdst. 7:29.
Ook zal men hun van de zijde hunner vrienden en bloedverwanten niets uitdelen 1) over den rouw, om iemand te troosten over enen dode, er zullen gene rouwmaaltijden gehouden worden (2 (Sam. 3:31), gelijk men dat bij begrafenissen gewoon is, noch hun te drinker geven uit den troostbeker over iemands vader of over iemands moeder, die zij ten grave brachten.
Behalve het beklagen, insnijden en kaal maken door het scheren van het hoofd en het uittrekken van den baard, waren er nog andere tekenen van rouwbeklag, bijv. wanneer men aan zulk een huisgezin, dat treurde over enen dode, en waarvan men onderstelde, dat het door die treurige omstandigheden noch gelegenheid noch lust had om spijzen te bereiden, delen van de aangenaamste spijzen ter verkwikking toezond. Hiermede ging nog ene andere gewoonte gepaard, dat men aan de sterfhuizen versterkende dranken in daartoe gebruikelijke troostbekers toezond, om de treurigen op te beuren en te verkwikken. In het Hebr. Lo-jifresoe lahem. Beter vertaling is: Zij zullen hen geen brood breken. In deze betekenis komt het werkwoord ook voor Jes. 58:7. In het tweede gedeelte van dit vers wordt van te drinken geven gesproken uit den troostbeker. De Heere God wijst in al deze verzen op den beslisten ondergang van land en volk. Geen huwelijk mag de Profeet sluiten, geen kinderen verwekken. Hij mag niet gaan in een huis der rouw en hij mag niet neerzitten in een huis der vrolijkheden. Geen vrouw nemen en kinderen verwekken, dewijl dat geslacht staat uitgeroeid of verbannen te worden. In geen sterfhuis gaan, want straks zou de ganse plaats een sterfhuis zijn, in geen huis der vreugde, want van wege het gericht dat komen zou, zou er geen reden zijn om vrolijk te wezen. De Profeet moet derhalve niet alleen door zijn woorden, maar ook door zijne daden een prediker der strafgerichten Gods zijn.
Nog op andere wijze zult gij wat hen wacht hun voor ogen houden. Ga ook niet in een huis des maaltijds, een huis, waar men om enige blijde gebeurtenis feest houdt; ga er niet in om bij hen te zitten, om te eten en te drinken, om in de vreugde te delen.
Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet a) Ik zal van deze plaats voor ulieder ogen en in ulieder dagen doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid. Men zal geen blijden dag, in ‘t bijzonder geen bruiloftsdag (Richt. 14:11) meer vieren (Hoofdst. 7:34).
Jes. 24:7. Jer. 25:10. Ezech. 26:13. Wee ons, wanneer de Heere Zijnen vrede van ons wegneemt! Zie toch toe, o mijne ziel! dat gij boven alle dingen dezen dierbaren vrede bewaart, en dat deze uwe zinnen in Christus Jezus beware ten eeuwigen leven (Filip. 4:7. Luk. 10:6).
En het zal geschieden, als gij dit volk al deze woorden(vs. 4 en 9) zult aanzeggen, en zij, zich houdende als onschuldigen en zich voordoende als vrome en rechtvaardige mensen, tot u zeggen (vgl. (Hoofdst. 5:19; 13:22):Waarom spreekt de HEERE al dit grote kwaad over ons, en welke is onze misdaad, en welke is onze zonde, die wij tegen den HEERE, onzen God, gezondigd hebben 1) dat Hij zulke zware straffen over ons wil brengen?
Zij zeggen niet, dat zij helemaal onschuldig zijn, slechte werpen zij voor, dat zij niet zó zwaar hebben overtreden, dat God zo onmenselijk tegen hen moet woeden en met zo grote straf hen moet kastijden. Zij stellen derhalve de straf vergroot voor, om zich enigszins te verontschuldigen. Vervolgens zeggen zij niet, dat zij zuiver en vrij zijn van enige schuld, maar zij spreken over de onbillijkheid en over de misdaden, alsof zij willen zeggen: wij bekennen wel dat er iets is, wat God berispen moet, maar wij erkennen niet, dat er zo grote opeenhoping is van onbillijkheden en misdaden, dat Hij zo verpletterend tegen ons moet optreden.
Dat gij tot hen zult zeggen: Omdat uwe vaders Mij verlaten hebben, spreekt de HEERE, en hebben andere goden nagewandeld, en die gediend; en zich voor die neergebogen; maar Mij verlaten en Mijne wet niet gehouden hebben;
En gijlieden erger gedaan hebt dan uwe vaderen(Hoofdst. 7:26; 11:16); want ziet, gijlieden wandelt een iegelijk naar het a) goeddunken van zijn boos hart, om naar Mij niet te
horen (Hoofdst. 3:17; 7:24).
(Jer. 9:14; 13:10. b) Jer. 13:10; 17:23.
Daarom zal Ik ulieden uit dit land werpen in een land, dat gij niet gekend hebt, gij, noch uwe vaders (Hoofdst. 7:15; 9:16); en aldaar zult gij, daar gij bij den afgodendienst zo verzot zijt, als kondet gij zonder hem niet leven (Hoofdst. 3:2; 8:2), andere goden dienen dag en nacht, zolang en zoveel gij wilt. Ja veel meer en veel erger dan u lief is (Deut. 4:28; 28:36,
; omdat Ik u gene genade zal geven; 1) Ik zal er mij verder niet om bekommeren wien hij dient, en hoe het u bij dien dienst gaat. De zin is deze: daar kunt gij dan ondervinden, of de afgoden, aan welke gij lust hadt, helpen zullen, nadat Ik u Mijne genade onttrokken heb. Er wordt gene vergunning en veel minder nog een bevel hier bedoeld. Wanneer een mens op den duur weigert Gods genade te volgen, is het dan onrechtvaardig, dat God hem overgeeft in enen verkeerden zin, om te doen dingen die niet betamen (Rom. 1:28)? . Dit betekent, dat de Heere niet alleen om hun afgodendienst Juda zal wegzenden in slavernij en ballingschap, maar Hij zal ook de Heidenen op schrikkelijke wijze over hen doen heersen. Zij zullen het ervaren, dat dewijl zij den Heere hebben verlaten, zij in de handen der mensen zijn gevallen, die geen barmhartigheid zullen betonen.
Reeds eenmaal was Israël in ‘t land der slavernij, en het bewaart de herinnering daarvan in zijn gehele volksleven; ook van deze ballingschap zal op dezelfde wijze gedachtenis worden gehouden. Daarom, ziet de dagen komen, spreekt de HEERE, dat er niet meer zal gezegd worden: Zo waarachtig als de HEERE leeft, die de kinderen Israëls uit Egypteland heeft opgevoerd!
Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, die de kinderen Israëls heeft opgevoerd uit het land van het noorden, en uit al de landen, waarhenen Hij hen gedreven had (Hoofdst. 23:7 v.); want Ik zal hen wederbrengen in hun land, dat Ik hunnen vaderen gegeven heb. Gij weet van waar uwe vaderen zijn uitgetogen, namelijk uit den ijzeroven (Hoofdst. 11:4), en als het ware uit den dood; daarom moest ook de verlossing daaruit in herinnering blijven tot aan het einde der wereld (Exod. 12:16; 13:3). Maar nu zal God u in een afgrond werpen, die veel dieper is dan die slavernij van Egypte, waaruit uwe vaderen zijn uitgerukt. Want wanneer Hij u daaruit weer verlost, zal zulk een wonder als een veel heerlijker tot de nakomelingen worden gebracht, zodat het bijna de herinnering aan de vroegere verlossing te niet doet, ten minste verduistert. Derhalve is de inhoud van vs. 14 niet een vertroostende maar een treurige; deze bevestigt toch de aankondiging der ballingschap. Wonderbaar is dit woord van den Profeet midden in de aardse ellende, die Hij in de eerste plaats moet verkondigen, als het ware den hemel der goddelijke genade aan den verst verwijderden horizon openende met onophoudelijke bliksemstralen; maar spoedig sluit zich die hemel weer en wij moeten nog in de duisternis vertoeven. Voordat men kan zweren bij dien God, die de kinderen Israëls uit het land van het noorden heeft uitgeleid en uit alle landen, waarheen Hij ze verdreven heeft, moeten zij eerst in de ballingschap van het noorden heengaan; voordat zij wederkeren op hunnen grond, dien de Heere hunnen vaderen gegeven heeft, moeten zij eerst de dagen beleven, dat zij het met treurigheid verlaten. Trapsgewijze is de voorzegging: “Ik zal hen wederbrengen in het land, dat Ik hunnen vaderen gegeven heb” vervuld. Op lichamelijke wijze voerde de Heere Israël uit de ballingschap, uit Babel; op geestelijke wijze volbracht Jezus de verlossing uit de Babylonische gevangenis. Beide waren echter wel niet door den genadigen wil Gods, maar door de ongehoorzaamheid van den mens onvolkomen gebleven. Israël keerde slechts voor het kleinste gedeelte naar het land der vaderen terug, en slechts voor het kleinste gedeelte liet het zich geestelijk verlossen door Christus. Daarom werd het grootste, het ongehoorzame gedeelte door ene nieuwe straf over Jeruzalem vernietigd of verbannen aan de einden der aarde. Maar eens, wanneer de volheid der Heidenen in het rijk van God zal zijn ingegaan (Rom. 11:25 vv.), zal geheel Israël weer door den Heere worden bezocht en op geestelijk-lichamelijke wijze zal het volk der belofte naar zijn land worden teruggevoerd (Openb. 16:12 vv.). Dan zal dit vers op volkomene, op de heerlijkste wijze vervuld zijn.
Ziet, Ik zal de verbanning uit het land (vs. 13) zo inrichten, dat bij de wegvoering naar den vreemde niemand achterblijft; Ik zal zenden tot vele vissers, spreekt de HEERE, dievissers, namelijk de Chaldeën, zullen hen vissen; en daarna zal Ik zenden tot vele jagers, die zullen hen jagen, van op allen berg en van op allen heuvel, ja uit de kloven der steenrotsen 1) zodat geen schuilhoek veilig genoeg zal zijn om Mijn oordeel te ontvlieden.
Alzo vergelijkt hij de Chaldeërs bij vissers, die zich zo over het gehele land zullen verspreiden, opdat zij schier niemand overlaten, behalve enig onaanzienlijk gemeen, hetgeen ook later van daar is weggevoerd. Daarom laat hij op de vissers de jagers volgen. Dat nu sommigen onder vissers verstaan de gewapende vijanden, die met het zwaard de overwonnenen doden en onder jagers, die liever het leven sparen van velen, en ze in ballingschap zenden, deze spitsvondigheid behaagt mij niet. Eenvoudiger is wat ik gezegd heb, n. l. dat de Chaldeën genoemd worden vissers, vervolgens worden dezelfde jagers genoemd, dewijl nadat de Joden her- en derwaarts waren verspreid en gevlucht, zij ze echter in de steenrotsen hebben gevonden. Even als vissers en jagers, die naar de regelen der kunst handelen, de dieren weten op te jagen uit al hun schuilhoeken, zo zullen de vijanden der Israëlieten doen.
Want Mijne a) ogen zijn op al hun wegen; zij zijn voor Mijn aangezicht niet verborgen (Hoofdst. 23:24.), noch hun ongerechtigheid verholen van voor Mijne ogen, zodat zij niet zullen ontkomen, als Ik die zal bezoeken (Hoofdst. 52:28-30).
Job 34:21. Spr. 5:21. Jer. 32:19. Dit luidt slechts als ene bedreiging. Maar even getrouw aan den grondtekst kan men verklaren: “want Mijne ogen zien op al hun wegen; zij u niet verborgen voor Mijn aangezicht, en (zó) is ook hun misdaad niet verborgen voor Mijne ogen. ” Daarin ligt opgesloten: “Ik zie hen in hun ellende om hen te helpen, maar Ik zie ook hun zonden om ze te bezoeken.
Dies zal Ik, vóór de belofte, die tevens in deze bedreiging ligt opgesloten, eerst hun ongeschiktheid en hun zonde dubbel(Jes. 40:2) vergelden, omdat zij Mijn land a) ontheiligd hebben, zij hebben Mijne erfenis met de b) dode lichamen hunner verfoeiselen, met hun afgoden, die dood en nietig zijn, wier aanraking, even als die van een aas, onrein maakt, en het plegen hunner gruwelen vervuld.
(Jer. 3:2. b) Ezech. 43:7 Het woord “eerst” laat doorschemeren, dat er achter de Babylonische ballingschap nog ene andere ligt, die, in welke Israël zich sedert de tweede verwoesting van Jeruzalem en zijne verstrooiing door de gehele wereld bevindt. Inderdaad was die straf veel zwaarder en doortastender dan de eerste, welke het volk ten tijde van den Profeet wachtte, en die reeds voor ene dubbele betaling kon gelden. Daardoor valt dan ook op de belofte, verborgen in vs. 18 en 17 een nieuw licht. Daar wordt van die dienaren en werktuigen Gods gesproken, die werkzaam zullen zijn tot bekering van Israël, zo als die in Openb. 11:11 vv. volgens onze mening is aangewezen. Daardoor wordt gezegd, dat ook nog in den tijd van zijne tegenwoordige verstoting de ogen des Heeren op Israël gericht zijn, om het eindelijk weer in genade aan te nemen. V. d. Palm vertaalt: “eenmaal (en) andermaal” en past het toe op de dubbele wegvoering. Gataker verklaart, “eer Ik het overblijfsel der Joden weer in genade aanneem. ” Hitzig’s uitlegging is “vooreerst-want nog in langen tijd komt het niet tot terugkeren-betaal Ik het dubbele van hun schuld door de verschrikkingen van den oorlog en het lijden der ballingschap. “
In tegenoverstelling van het zo dwaze en verblinde volk zeg ik, de Profeet: O HEERE! Gij zijt mijne Sterkte en mijne Sterkheid en mijne Toevlucht ten dage der benauwdheid (Hoofdst. 17:17). Ik ben met alle vromen van den voortijd in gemeenschap des geloofs (Ps. 28:8; 59:17. 2 Sam. 22:3). Tot u zullen de Heidenen, die thans van den levenden God nog niet weten, komen van de einden der aarde, nadat zij tot de rechte kennis van U gekomen zijn. Enzij zullen zeggen: Immers hebben onze vaders leugen erflijk bezeten en ijdelheid, waarin toch niets was, dat nut deed.
Zij zullen verbaasd staan, hoe dwaas en verblind zij geweest zijn, om zo lang zulke goden te dienen. Zij zullen verwonderd vragen: Zal een mens zich Goden maken? Zij zijn toch gene Goden. 1)
Zal een mens zo dwaas zijn, zo volkomen van alle reden ontbloot, dat hij zich goden zal maken, schepsels van zijn eigen verbeelding, het werk zijner eigen handen, daar ze inderdaad geen goden zijn. Kan een mens zo zot zijn, zo volkomen ontbloot van menselijk verstand, dat hij enige Goddelijke gunst of zegen zou verwachten van datgeen, hetwelk geen andere godheid kan voorwenden, dan die hij er zelf eerst aan gegeven heeft? . Ene grote hoofdzonde van het oude Israël was afgoderij, en het geestelijke Israël heeft ene neiging tot dezelfde dwaasheid. Het gesternte van Remphan schijnt niet langer, en de vrouwen bewenen den Thammuz niet meer; maar Mammon heeft nog zijn gouden kalf, en de altaren van den hoogmoed zijn niet verlaten. Het eigen ik poogt onder allerlei vormen de uitverkorenen onder zijne heerschappij te brengen, en het vlees richt zijne altaren overal op, waar het er ene plaats voor vindt. Geliefkoosde kinderen zijn dikwijls de oorzaak van vele zonden in gelovigen; het bedroeft den Heere, wanneer Hij ziet, dat wij hen boven mate liefhebben; zij zullen ons tot ene even grote smart worden als Absalom voor David was, of zij zullen van ons genomen worden en onze huizen ledig laten. Indien Christenen doornen wensen te kweken om hun slapeloze oorkussens mede te vullen, dat zij dan afgoden van hun kinderen maken. Het is met recht gezegd, dat zij toch gene goden zijn, want de voorwerpen onzer dwaze liefde zijn zeer twijfelachtige zegeningen; de troost, dien zij ons nu geven, is gevaarlijk, en de hulp, welke zij ons in de ure der beproeving kunnen toedienen, inderdaad gering. Waarom zijn wij dan toch zo door de ijdelheden betoverd? Wij hebben medelijden met de arme Heidenen, die een god van steen aanbidden en wij eren een god van goud; waar is de grote voortreflijkheid van een vlesen god boven een god van hout? Het beginsel, de zonde, de dwaasheid is in ieder geval hetzelfde; maar voor ons is de zonde des te zwaarder, omdat wij meer licht hebben ontvangen, en in het gezicht van dat licht zondigen. De Heiden buigt zich voor ene valse godheid neer, doch den waren God heeft hij nooit gekend; wij bedrijven twee boosheden, voor zover wij den levenden God verlaten en ons tot de afgoden keren. Dat de Heere ons allen van deze smartelijke ongerechtigheid reinige! Ruk elken afgod van den troon, Dat ‘k U alleen mijn hulde toon! .
Op die belijdenis, dat de Heere alleen God is, geeft Hij mij ten antwoord: Daarom ziet, Ik zal terwijl Ik Israël onderwerp aan de zware straf, van welke Ik in vs. 13 heb gesproken, hun bekend maken op ditmaal, hoe nietig hun goden zijn. Op den weg der genade wilden zij zich tot die kennis niet laten brengen, nu zullen zij het leren, dat er geen ander Helper is dan Ik, op den weg des toorns. Ik zal hun bekend maken Mijne hand en Mijne macht door de straffen, die Ik over hen beschik: en zij zullen weten, dat a) Mijn naam is HEERE (Ezech. 12:16).
Jer. 33:2. Zonder twijfel heeft de Heilige Geest den Profeet getoond, hoe de verstrooiing van Israël onder de Heidenen een middel tot hun bekering zou zijn. Zo geschiedde het later, toen niet alleen vele Heidenen tot het Jodendom bekeerd werden, maar ook de Christelijke kerk in de heidense landen, waar verstrooide Joden waren, het best kon worden geplant. De Heidenen hadden namelijk daar reeds enige kennis van de Joden gekregen, en de synagogen waren altijd de eerste en beste werfplaatsen der Apostelen, zo als Lukas aantoont in de Handelingen der Apostelen. Dat de schepselen den Heere erkennen, dat is het doel van alle wegen en oordelen Gods. Daarom wordt dit doel zo dikwijls herhaald: Exod. 6:7; 7:17; 8:10. 11:15 en 16 en elders. Zij zullen weten dat Jehova Mijn naam is (Jes. 42:8), dat ik niet ben als hun afgoden (Jes. 43:11), maar een God, die Mijn wezen van Mij zelven heb, en het leven en wezen geef aan alle andere dingen, die alle kracht en vermogen in Mijne hand heb, waarom Ik kan doen wat Mij behaagt, en tevens den wil heb om alles, wat Ik beloof of bedreig, te volbrengen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel