Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Hosea 5

1 Hoort dit, gij priesters! en merkt op, gij huis Israels! en neemt ter oren, gij huis des konings! want ulieden gaat dit oordeel aan, omdat gij een strik zijt geworden te Mizpa, en een uitgespannen net op Thabor.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 HoortH8085 ditH2063, gij priestersH3548! en merktH7181 op, gij huisH1004 IsraelsH3478! en neemt ter oren, gij huisH1004 des koningsH4428! want ulieden gaat dit oordeelH4941 aan, omdatH3588 gij een strikH6341 zijt geworden te MizpaH4709, en een uitgespannenH6566 netH7568 opH5921 ThaborH8396. Hoort dit, gij priesters! en merkt op, gij huis Israels! en neemt ter oren, gij huis des konings! want ulieden gaat dit oordeel aan, omdat gij een strik zijt geworden te Mizpa, en een uitgespannen net op Thabor.

Ook in dit vers neemt orenH238

KJV Hear1 ye this, O priests;3 and hearken,4 ye house5 of Israel;6 and give ye ear,9 O house7 of the king;8 for judgment12 is toward you, because ye have been a snare14 on Mizpah,16 and a net17 spread18 upon Tabor.

1 שִׁמְעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 זֹ֨את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 הַכֹּהֲנִ֜ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 וְהַקְשִׁ֣יבוּ H7181 merk, merkt, opmerken attend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard 5 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 וּבֵ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 הַאֲזִ֔ינוּ H238 ore, neem, neemt ore give (perceive by the) ear, hear(-ken). See H239 (אָזַן) 10 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 לָכֶ֖ם 12 הַמִּשְׁפָּ֑ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 13 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 פַח֙ H6341 strik, strikken, dunne platen gin, (thin) plate, snare 15 הֱיִיתֶ֣ם H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 לְמִצְפָּ֔ה H4709 Mizpa Mitspah. (This seems rather to be only an orthographic variation of H4708 (מִצְפֶּה) when 'in pause'.) 17 וְרֶ֖שֶׁת H7568 net, netwerk net(-work) 18 פְּרוּשָׂ֥ה H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 19 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 תָּבֽוֹר H8396 Thabor Tabor
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En die afwijken, verdiepen zich om te slachten; maar Ik zal hun allen een tuchtmeester zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En die afwijkenH7846, verdiepenH6009 zich om te slachtenH7819; maar IkH589 zal hun allenH3605 een tuchtmeesterH4148 zijn. En die afwijken, verdiepen zich om te slachten; maar Ik zal hun allen een tuchtmeester zijn.

KJV And the revolters2 are profound3 to make slaughter,1 though I have been a rebuker

1 וְשַׁחֲטָ֥ה H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 2 שֵׂטִ֖ים H7846 afwijken revolter, that turn aside 3 הֶעְמִ֑יקוּ H6009 diep, diepe, iepte (be, have, make, seek) deep(-ly), depth, be profound 4 וַאֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 5 מוּסָ֥ר H4148 tucht, kastijding, onderwijs bond, chastening(-eth), chastisement, check, correction, discipline, doctrine, instruction, rebuke 6 לְכֻלָּֽם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Ik ken Efraim, en Israel is voor Mij niet verborgen; dat gij, o Efraim! nu hoereert, en Israel verontreinigd is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 IkH589 kenH3045 EfraimH669, en Israel is voor Mij nietH3808 verborgenH3582; datH3588 gij, o EfraimH669! nuH6258 hoereertH2181, en Israel verontreinigdH2930 is. Ik ken Efraim, en Israel is voor Mij niet verborgen; dat gij, o Efraim! nu hoereert, en Israel verontreinigd is.

Ook in dit vers IsraelH3478

KJV I know2 Ephraim,3 and Israel4 is not hid6 from me: for now, O Ephraim,11 thou committest whoredom,10 and Israel13 is defiled.

1 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 יָדַ֣עְתִּי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 3 אֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 4 וְיִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 נִכְחַ֣ד H3582 verborgen, afgesneden, verbergen conceal, cut down (off), desolate, hide 7 מִמֶּ֑נִּי H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 עַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 10 הִזְנֵ֣יתָ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 11 אֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 12 נִטְמָ֖א H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 13 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zij stellen hun handelingen niet aan, om zich tot hun God te bekeren; want de geest der hoererijen is in het midden van hen, en den HEERE kennen zij niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zij stellenH5414 hun handelingenH4611 nietH3808 aan, om zich tot hun GodH430 te bekerenH7725; wantH3588 de geestH7307 der hoererijenH2183 is in het middenH7130 van hen, en den HEEREH3068 kennenH3045 zij nietH3808. Zij stellen hun handelingen niet aan, om zich tot hun God te bekeren; want de geest der hoererijen is in het midden van hen, en den HEERE kennen zij niet.

KJV They will not frame2 their doings3 to turn4 unto their God:6 for the spirit8 of whoredoms9 is in the midst10 of them, and they have not known14 the LORD.

1 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִתְּנוּ֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 מַ֣עַלְלֵיהֶ֔ם H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work 4 לָשׁ֖וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 אֱלֹֽהֵיהֶ֑ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 ר֤וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 9 זְנוּנִים֙ H2183 hoererijen, hoererij whoredom 10 בְּקִרְבָּ֔ם H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יָדָֽעוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Dies zal Israel hovaardij in zijn aangezicht getuigen; en Israel en Efraim zullen vallen door hun ongerechtigheid; ook zal Juda met hen vallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Dies zal IsraelH3478 hovaardijH1347 in zijn aangezichtH6440 getuigenH6030; en IsraelH3478 en EfraimH669 zullen vallenH3782 door hun ongerechtigheidH5771; ookH1571 zal JudaH3063 metH5973 hen vallenH3782. Dies zal Israel hovaardij in zijn aangezicht getuigen; en Israel en Efraim zullen vallen door hun ongerechtigheid; ook zal Juda met hen vallen.

KJV And the pride2 of Israel3 doth testify1 to his face:4 therefore shall Israel5 and Ephraim6 fall7 in their iniquity;8 Judah11 also shall fall

1 וְעָנָ֥ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 גְאֽוֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 3 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 בְּפָנָ֑יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 וְיִשְׂרָאֵ֣ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 וְאֶפְרַ֗יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 7 יִכָּֽשְׁלוּ֙ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 8 בַּעֲוֺנָ֔ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 9 כָּשַׁ֥ל H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 10 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 11 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 12 עִמָּֽם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Met hun schapen, en met hun runderen zullen zij dan gaan, om den HEERE te zoeken, maar niet vinden; Hij heeft Zich van hen onttrokken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Met hun schapenH6629, en met hun runderenH3212 zullen zij dan gaan, om den HEEREH3068 te zoekenH1245, maar nietH3808 vindenH4672; Hij heeft Zich van hen onttrokkenH2502. Met hun schapen, en met hun runderen zullen zij dan gaan, om den HEERE te zoeken, maar niet vinden; Hij heeft Zich van hen onttrokken.

KJV They shall go3 with their flocks1 and with their herds2 to seek4 the LORD;6 but they shall not find8 him; he hath withdrawn

1 בְּצֹאנָ֣ם H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 2 וּבִבְקָרָ֗ם H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 3 יֵֽלְכ֛וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 לְבַקֵּ֥שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יִמְצָ֑אוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 9 חָלַ֖ץ H2502 toegerust, toegerusten, bevrijd arm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self 10 מֵהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zij hebben trouwelooslijk gehandeld tegen den HEERE; want zij hebben vreemde kinderen gewonnen; nu zal hen de nieuwe maand verteren met hun delen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zij hebben trouwelooslijkH898 gehandeld tegen den HEEREH3068; wantH3588 zij hebben vreemdeH2114 kinderenH1121 gewonnenH3205; nuH6258 zal hen de nieuwe maandH2320 verterenH398 metH854 hun delenH2506. Zij hebben trouwelooslijk gehandeld tegen den HEERE; want zij hebben vreemde kinderen gewonnen; nu zal hen de nieuwe maand verteren met hun delen.

KJV They have dealt treacherously2 against the LORD:1 for they have begotten6 strange5 children:4 now shall a month9 devour8 them with their portions.

1 בַּיהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 בָּגָ֔דוּ H898 trouwelooslijk, trouwelozen, trouweloze deal deceitfully (treacherously, unfaithfully), offend, transgress(-or), (depart), treacherous (dealer, -ly, man), unfaithful(-ly, man), [idiom] very 3 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 בָנִ֥ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 זָרִ֖ים H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 6 יָלָ֑דוּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 7 עַתָּ֛ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 8 יֹאכְלֵ֥ם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 9 חֹ֖דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 10 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 חֶלְקֵיהֶֽם H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Blaast de bazuin te Gibea, de trompet te Rama; roept luide te Beth-Aven; achter u, Benjamin!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 BlaastH8628 de bazuinH7782 te GibeaH1390, de trompetH2689 te RamaH7414; roept luideH7321 te Beth-AvenH1007; achterH310 u, BenjaminH1144! Blaast de bazuin te Gibea, de trompet te Rama; roept luide te Beth-Aven; achter u, Benjamin!

KJV Blow1 ye the cornet2 in Gibeah,3 and the trumpet4 in Ramah:5 cry aloud6 at Bethaven,7 after9 thee, O Benjamin.

1 תִּקְע֤וּ H8628 blazen, blies, bliezen blow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust 2 שׁוֹפָר֙ H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet 3 בַּגִּבְעָ֔ה H1390 Gibea, Gibea-benjamins, heuvel Gibeah, the hill 4 חֲצֹצְרָ֖ה H2689 trompetten, trompet trumpet(-er) 5 בָּרָמָ֑ה H7414 Rama, Ramath Ramah 6 הָרִ֨יעוּ֙ H7321 juichen, juichte, Juicht blow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph 7 בֵּ֣ית H1007 Beth-aven Beth-aven 8 אָ֔וֶן H1007 Beth-aven Beth-aven 9 אַחֲרֶ֖יךָ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 10 בִּנְיָמִֽין H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Efraim zal tot verwoesting worden, ten dage der straf; onder de stammen Israels heb Ik bekend gemaakt, dat gewis is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EfraimH669 zal tot verwoestingH8047 worden, ten dageH3117 der strafH8433; onder de stammenH7626 IsraelsH3478 heb Ik bekendH3045 gemaakt, dat gewisH539 isH1961. Efraim zal tot verwoesting worden, ten dage der straf; onder de stammen Israels heb Ik bekend gemaakt, dat gewis is.

KJV Ephraim1 shall be desolate2 in the day4 of rebuke:5 among the tribes6 of Israel7 have I made known8 that which shall surely be.

1 אֶפְרַ֨יִם֙ H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 2 לְשַׁמָּ֣ה H8047 verwoesting, ontzetting, schrik astonishment, desolate(-ion), waste, wonderful thing 3 תִֽהְיֶ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 בְּי֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 תּֽוֹכֵחָ֑ה H8433 bestraffing, bestraffingen, schelding argument, [idiom] chastened, correction, reasoning, rebuke, reproof, [idiom] be (often) reproved 6 בְּשִׁבְטֵי֙ H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 7 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 הוֹדַ֖עְתִּי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 9 נֶאֱמָנָֽה H539 getrouw, geloven, geloofd hence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 De vorsten van Juda zijn geworden, gelijk die de landpalen verrukken; Ik zal Mijn verbolgenheid, als water, over hen uitgieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 De vorstenH8269 van JudaH3063 zijnH1961 geworden, gelijk die de landpalenH1366 verrukkenH5253; Ik zal Mijn verbolgenheidH5678, als waterH4325, overH5921 hen uitgietenH8210. De vorsten van Juda zijn geworden, gelijk die de landpalen verrukken; Ik zal Mijn verbolgenheid, als water, over hen uitgieten.

KJV The princes2 of Judah3 were like them that remove4 the bound:5 therefore I will pour out7 my wrath9 upon them like water.

1 הָיוּ֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 שָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 4 כְּמַסִּיגֵ֖י H5253 Zet, terug, verrukken departing away, remove, take (hold), turn away 5 גְּב֑וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 6 עֲלֵיהֶ֕ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 אֶשְׁפּ֥וֹךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 8 כַּמַּ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 9 עֶבְרָתִֽי H5678 verbolgenheid, verbolgenheden anger, rage, wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Efraim is verdrukt, hij is verpletterd met recht; want hij heeft zo gewild; hij heeft gewandeld naar het gebod.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EfraimH669 is verdruktH6231, hij is verpletterdH7533 met rechtH4941; wantH3588 hij heeft zo gewildH2974; hij heeft gewandeldH1980 naar het gebodH6673. Efraim is verdrukt, hij is verpletterd met recht; want hij heeft zo gewild; hij heeft gewandeld naar het gebod.

KJV Ephraim2 is oppressed1 and broken3 in judgment,4 because he willingly6 walked7 after8 the commandment.

1 עָשׁ֥וּק H6231 verdrukt, geweld, verdrukken get deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong) 2 אֶפְרַ֖יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 3 רְצ֣וּץ H7533 onderdrukt, gebroken, stukken gestoten break, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together 4 מִשְׁפָּ֑ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 5 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 הוֹאִ֔יל H2974 wilden, beliefd, believe assay, begin, be content, please, take upon, [idiom] willingly, would 7 הָלַ֖ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 8 אַחֲרֵי H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 9 צָֽו H6673 gebod commandment, precept
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Daarom zal Ik Efraim zijn als een mot, en den huize van Juda als een verrotting.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Daarom zal IkH589 EfraimH669 zijn als een motH6211, en den huizeH1004 van JudaH3063 als een verrottingH7538. Daarom zal Ik Efraim zijn als een mot, en den huize van Juda als een verrotting.

KJV Therefore will I be unto Ephraim3 as a moth,2 and to the house5 of Judah6 as rottenness.

1 וַאֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 כָעָ֖שׁ H6211 mot, gras, kruid moth. See also H5906 (עַיִשׁ) 3 לְאֶפְרָ֑יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 4 וְכָרָקָ֖ב H7538 verrotting rottenness (thing) 5 לְבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Als Efraim zijn krankheid zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraim tot Assur, en hij zond tot den koning Jareb; maar die zal ulieden niet kunnen genezen, en zal het gezwel van ulieden niet helen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Als EfraimH669 zijn krankheidH2483 zagH7200, en JudaH3063 zijn gezwelH4205, zo toogH3212 EfraimH669 totH413 AssurH804, en hij zondH7971 totH413 den koningH4428 JarebH3377; maar dieH1931 zal ulieden niet kunnen genezenH7495, en zal het gezwelH4205 vanH4480 ulieden niet helenH1455. Als Efraim zijn krankheid zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraim tot Assur, en hij zond tot den koning Jareb; maar die zal ulieden niet kunnen genezen, en zal het gezwel van ulieden niet helen.

KJV When Ephraim2 saw1 his sickness,4 and Judah5 saw his wound,7 then went8 Ephraim9 to the Assyrian,11 and sent12 to king14 Jareb:15 yet could18 he not heal19 you, nor cure22 you of your wound.

1 וַיַּ֨רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֶפְרַ֜יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 חָלְי֗וֹ H2483 krankheid, krankheden, krank disease, grief, (is) sick(-ness) 5 וִֽיהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מְזֹר֔וֹ H4205 gezwel bound up, wound 8 וַיֵּ֤לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 9 אֶפְרַ֨יִם֙ H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 אַשּׁ֔וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 12 וַיִּשְׁלַ֖ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 יָרֵ֑ב H3377 Jareb Jareb. Compare H3402 (יָרִיב) 16 וְה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 17 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 יוּכַל֙ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 19 לִרְפֹּ֣א H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 20 לָכֶ֔ם 21 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 22 יִגְהֶ֥ה H1455 helen cure 23 מִכֶּ֖ם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 24 מָזֽוֹר H4205 gezwel bound up, wound
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want Ik zal Efraim zijn als een felle leeuw, en den huize van Juda als een jonge leeuw; Ik, Ik zal verscheuren en henengaan; Ik zal wegvoeren, en er zal geen redder zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Want Ik zal EfraimH669 zijn als een felle leeuwH7826, en den huizeH1004 van JudaH3063 als een jonge leeuwH3715; Ik, Ik zal verscheurenH2963 en henengaanH3212; Ik zal wegvoerenH5375, en er zal geenH369 redderH5337 zijn. Want Ik zal Efraim zijn als een felle leeuw, en den huize van Juda als een jonge leeuw; Ik, Ik zal verscheuren en henengaan; Ik zal wegvoeren, en er zal geen redder zijn.

KJV For I will be unto Ephraim4 as a lion,3 and as a young lion5 to the house6 of Judah:7 I, even I, will tear10 and go away;11 I will take away,12 and none shall rescue

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אָנֹכִ֤י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 3 כַשַּׁ֨חַל֙ H7826 leeuw, leeuws (fierce) lion 4 לְאֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 5 וְכַכְּפִ֖יר H3715 jonge leeuwen, jonge leeuw, jongen leeuws (young) lion, village. Compare H3723 (כָּפָר) 6 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 8 אֲנִ֨י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 אֶטְרֹף֙ H2963 verscheurd, verscheurt, roven catch, [idiom] without doubt, feed, ravin, rend in pieces, [idiom] surely, tear (in pieces) 11 וְאֵלֵ֔ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 12 אֶשָּׂ֖א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 13 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 14 מַצִּֽיל H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ik zal henengaan en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelven schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Ik zal henengaanH3212 en kerenH7725 weder tot Mijn plaatsH4725, totdatH5704 zij zichzelven schuldig kennenH816 en Mijn aangezichtH6440 zoekenH1245; als hun bangeH6862 zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoekenH7836. Ik zal henengaan en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelven schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken.

KJV I will go1 and return2 to my place,4 till they acknowledge their offence,7 and seek8 my face:9 in their affliction10 they will seek me early.

1 אֵלֵ֤ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 אָשׁ֨וּבָה֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מְקוֹמִ֔י H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 5 עַ֥ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 יֶאְשְׁמ֖וּ H816 schuldig, verwoest, schuld [idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass 8 וּבִקְשׁ֣וּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 9 פָנָ֑י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 בַּצַּ֥ר H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 11 לָהֶ֖ם 12 יְשַׁחֲרֻֽנְנִי H7836 vroeg zoeken, makende vroeg, naarstiglijk zoeken (do something) betimes, enquire early, rise (seek) betimes, seek diligently) early, in the morning)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Hosea 5:1 Hosea 9:8 Hosea 6:9 Hosea 4:1 Richteren 4:6 Micha 3:1 1 Koningen 14:7 Jeremia 22:1 Hosea 13:8
Hosea 5:2 Hosea 9:15 Jesaja 29:15 Hosea 6:9 Jeremia 6:28 Jeremia 5:3 Jeremia 11:18 Psalmen 64:3 Openbaring 3:19
Hosea 5:3 Amos 3:2 Openbaring 3:15 Hosea 5:9 1 Koningen 12:26 Hosea 6:4 Amos 5:12 Hosea 5:13 Jesaja 7:5
Hosea 5:4 Hosea 4:12 1 Johannes 2:3 Psalmen 78:8 Psalmen 36:1 Hosea 4:6 Jeremia 9:24 1 Samuël 2:12 Jeremia 50:38
Hosea 5:5 Hosea 7:10 Amos 5:2 Ezechiël 23:31 Spreuken 14:32 Spreuken 30:13 2 Koningen 17:19 Jesaja 28:1 Jeremia 14:7
Hosea 5:6 Spreuken 1:28 Micha 6:6 Jesaja 1:11 Ezechiël 8:6 Johannes 7:34 Jeremia 7:4 Klaagliederen 3:44 Spreuken 15:8
Hosea 5:7 Hosea 6:7 Jeremia 3:20 Jesaja 48:8 Jesaja 59:13 Maleachi 2:11 Hosea 2:4 Psalmen 144:7 Jeremia 5:11
Hosea 5:8 Hosea 4:15 Hosea 9:9 Joël 2:1 1 Samuël 15:34 Jeremia 4:5 Jesaja 10:29 Richteren 5:14 Hosea 8:1
Hosea 5:9 Jesaja 46:10 Hosea 9:11 Zacharia 1:6 Jesaja 28:1 Hosea 5:14 Amos 3:14 Amos 7:17 Hosea 13:1
Hosea 5:10 Deuteronomium 19:14 Psalmen 93:3 Psalmen 32:6 Deuteronomium 27:17 2 Koningen 16:7 Spreuken 22:28 Psalmen 88:17 2 Kronieken 28:16
Hosea 5:11 Deuteronomium 28:33 Micha 6:16 1 Koningen 12:26 Amos 5:11 2 Koningen 15:29 2 Koningen 15:16
Hosea 5:12 Jesaja 51:8 Job 13:28 Spreuken 12:4 Jesaja 50:9 Jona 4:7 Markus 9:43
Hosea 5:13 Hosea 7:11 Hosea 12:1 Hosea 10:6 Hosea 8:9 2 Koningen 15:19 Jeremia 30:12 Jeremia 30:14 2 Koningen 16:7
Hosea 5:14 Micha 5:8 Psalmen 7:2 Hosea 13:7 Psalmen 50:22 Jesaja 5:29 Job 10:7 Job 10:16 Amos 2:14
Hosea 5:15 Psalmen 78:34 Jesaja 26:16 Jeremia 2:27 Jeremia 3:13 Jeremia 29:12 Psalmen 50:15 Ezechiël 36:31 Leviticus 26:40
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Hosea 5 vers 1

priesters De profeet schijnt hier de drie standen van het koninkrijk van Israël onderscheidenlijk aan te spreken: de kerkelijke, de oudsten van het volk en den koning. Doch sommigen menen dat het huis Israëls hier de tien stammen betekent, en door den koning de koning van Juda verstaan wordt.

Hertaald: priesters De profeet lijkt hier de drie standen van het koninkrijk Israël afzonderlijk aan te spreken: de kerkelijke stand, de oudsten van het volk en de koning. Maar sommigen menen dat het huis van Israël hier de tien stammen aanduidt en dat met de koning de koning van Juda bedoeld wordt.

ulieden gaat dit oordeel aan, Hebreeuws, tot, of voor ulieden [is] dit oordeel: te weten Gods; dat is, deze straf gaat u aan; zie Jer. 48:21 . Anders: u betaamt het gericht, of recht; dat is, gij behoordet recht te doen; en dan voorts, maar gij zijt een strik. Vergelijk Mi. 3:1 , en Mal. 2:1 , Mal. 2:4 .

Hertaald: ulieden gaat dit oordeel aan, Hebreeuws: tot of voor u is dit oordeel, namelijk dat van God; dat is: deze straf gaat u aan; zie Jer. 48:21. Anders: u betaamt het recht, dat is: u behoorde recht te doen — en dan verder: maar u bent een strik. Vergelijk Micha 3:1 en Mal. 2:1, Mal. 2:4.

strik zijt geworden Dat is, als een strik; idem, als een net.

Hertaald: strik zijt geworden Dat is: als een strik, of ook: als een net.

Mizpa, Daar waren verscheidene hoogten en plaatsen van dezen naam aan beide zijden der Jordaan: van Mizpa in Gilead, zie Richt. 10:17 , met de aantekening. Dit kan men aldus nemen dat de afgodische regenten en priesters der tien stammen aan beide zijden van de Jordaan op de hoogten wachten hebben besteld om te loeren op allen, die naar Jeruzalem mochten trekken om den waren godsdienst te oefenen, om die te vermoorden; waarop ook het begin van Joz. 5:2 kan zien. Vergelijk onder Hos. 6:9 , met de aantekening en Hos. 7:1 ; idem, 1 Kon. 15:17 , en de aantekening aldaar. Anderen verstaan het alzo, dat zij met allerlei listen en vonden de ingezetenen gezocht hebben te trekken tot hun aangestelde afgoderij, om die als Gode behagelijk te doen goedvinden, handelende alzo met de mensen gelijk de vogelvangers en jagers met de vogels en het wild op deze beide hoge bergen plegen te doen.

Hertaald: Mizpa, Er waren aan beide zijden van de Jordaan verschillende hoogten en plaatsen met deze naam; over Mizpa in Gilead, zie Richt. 10:17 met de aantekening. Men kan dit zo opvatten dat de afgodische bestuurders en priesters van de tien stammen aan beide zijden van de Jordaan op de hoogten wachtposten hadden neergezet, om te loeren op allen die naar Jeruzalem trokken om de ware godsdienst te oefenen, en hen te vermoorden; daarop kan ook het begin van Joz. 5:2 zien. Vergelijk Hos. 6:9 met de aantekening en Hos. 7:1, en ook 1 Kon. 15:17 met de aantekening daar. Anderen vatten het zo op dat zij met allerlei listen en streken de inwoners tot hun ingestelde afgoderij probeerden te trekken, om die als God welgevallig te doen aanvaarden, en zo met de mensen omgingen zoals vogelvangers en jagers op deze twee hoge bergen met de vogels en het wild plegen te doen.

Thabor Van den berg Thabor zie Richt. 8:18 .

Hertaald: Thabor Over de berg Thabor, zie Richt. 8:18.

Hosea 5 vers 2

verdiepen zich om te slachten; Wanneer de uitgezonden afvallige Israëlieten van de hoogten der voorschreven bergen enige vrome voorbijgangers hebben gezien, dan begeven zij zich in de laagten om die onvoorziens te vangen en te vermoorden. Sommigen zetten het aldus over: Zij verdiepen zich om de afgaanden of afwijkenden [te weten van het afgodisch Israël naar Juda en Jeruzalem] te kelen; den zin opeen uitkomende. Anderen verstaan het van diep te zondigen door het moorden der vromen, en zetten het over: verdiepen, of vermenigvuldigen het slachten; [dat van het voorzegde weinig verscheelt] of, van de diepe praktijken en arglistige vonden om het slachten der afgodische offeranden [dat God voor onnut slachten, kelen der beesten houdt, Jes. 66:3 ] , goed te maken bij het volk, waarvan in de voorgaande aantekening. Het Hebreeuwse woord wordt van beide gebruikt; van zich in diepe plaatsen te begeven, versteken, verbergen, gelijk Jer. 49:8 , Jer. 49:30 , en van diep zondigen, gelijk Jes. 31:6 , onder Hos. 9:9 , en van beide tezamen [zo het schijnt] Jes. 29:15 , met welke plaatsen deze beide verzen, vs.2,3, ook bekwamelijk kunnen worden vergeleken.

Hertaald: verdiepen zich om te slachten; Wanneer de uitgezonden afvallige Israëlieten vanaf de hoogten van de genoemde bergen enkele vrome voorbijgangers gezien hadden, begaven zij zich in de dalen om die onverwacht te grijpen en te vermoorden. Sommigen vertalen het zo: zij verdiepen zich om de afwijkenden — namelijk die van het afgodische Israël naar Juda en Jeruzalem gaan — te kelen; dat komt op hetzelfde neer. Anderen verstaan het als diep zondigen door het vermoorden van de vromen, en vertalen: zij verdiepen of vermenigvuldigen het slachten (wat weinig van het voorgaande verschilt); of van de diepe streken en listige vondsten om het slachten van de afgodische offeranden — dat God als nutteloos slachten en kelen van de dieren beschouwt, Jes. 66:3 — bij het volk goed te praten, waarover de vorige aantekening. Het Hebreeuwse woord wordt voor allebei gebruikt: voor zich in diepe plaatsen begeven, zich verschuilen of verbergen (zoals Jer. 49:8, Jer. 49:30) en voor diep zondigen (zoals Jes. 31:6 en Hos. 9:9), en naar het lijkt voor allebei tegelijk in Jes. 29:15 — plaatsen waarmee deze twee verzen 2 en 3 ook goed vergeleken kunnen worden.

tuchtmeester zijn Hebreeuws, tucht; dat is, tuchter, tuchtmeester, welk woord voor tuchtigen met woorden en slagen gebruikt wordt. Zie Spr. 7:22 . Anders: hoewel Ik hun allen een tuchtmeester geweest ben; dat is, hen anders onderwezen en geleerd heb door mijne profeten.

Hertaald: tuchtmeester zijn Hebreeuws: tucht; dat is: tuchtiger, tuchtmeester, welk woord gebruikt wordt voor tuchtigen met woorden en met slagen. Zie Spr. 7:22. Anders: hoewel Ik voor hen allen een tuchtmeester geweest ben, dat is: hen wel degelijk onderwezen en geleerd heb door Mijn profeten.

Hosea 5 vers 3

dat gij, o Efraïm Alsof God zeide: Gij zult mij uw hoerdom niet verduisteren met ontkennen of bemantelen, Ik heb u al te veel op de daad betrapt.

Hertaald: dat gij, o Efraïm Alsof God zei: u zult Mij uw hoererij niet verbergen door haar te ontkennen of te bemantelen; Ik heb u er al te vaak op betrapt.

Hosea 5 vers 4

stellen hun handelingen niet aan, Of, hunne handelingen geven het niet dat zij, enz. Of, zij begeven zich niet [met] hunne handelingen, om, enz. Beide manieren van spreken zijn ook in onze taal gebruikelijk. Anders: hunne werken zullen het niet toelaten dat zij, enz. Vergelijk Ps. 36:3 , Ps. 36:5 , en Ps. 55:20 , en Ps. 64:6 .

Hertaald: stellen hun handelingen niet aan, Of: hun daden laten het niet toe dat zij, enzovoort. Of: zij zetten zich met hun daden er niet toe om, enzovoort. Beide manieren van spreken zijn ook in onze taal gebruikelijk. Anders: hun werken zullen niet toelaten dat zij, enzovoort. Vergelijk Ps. 36:3, Ps. 36:5, Ps. 55:20 en Ps. 64:6.

geest der hoererijen Zie boven Hos. 4:12 .

Hertaald: geest der hoererijen Zie Hos. 4:12.

kennen zij niet Hoewel zij hunne afgoderij met zijn naam zoeken te bemantelen. Zie boven Hos. 4:1 , Hos. 4:15 .

Hertaald: kennen zij niet Hoewel zij hun afgoderij met Zijn naam proberen te bemantelen. Zie Hos. 4:1, Hos. 4:15.

Hosea 5 vers 5

zal Israël Anders: getuigt, of antwoordt. Alzo onder Hos. 7:10 . De zin is: Hun stoute en hardnekkige verachting van alle getrouwe vermaningen en waarschuwingen mijner profeten is zo openbaar, dat zij niet kan worden geloochend, en zal tegen hen staan en als onder hunne ogen, of hen in het aangezicht beschamen en tegen getuigen in mijn gericht, tot hunne overtuiging, en een bewijs dat zij met groot recht van mij gestraft zijn; vergelijk Jes. 59:12 ; Jer. 14:7 ; Am. 6:8 ; Sef. 2:10 . En een gelijke manier van spreken van het tegendeel, Gen. 30:33 . Anders: Israëls heerlijkheid, hoogheid, uitnemendheid, enz.; dat is, de zegen, door welken Ik hen zozeer verhoogd heb, zal hen overtuigen van hunne ondankbaarheid.

Hertaald: zal Israël Anders: getuigt, of antwoordt; zo ook Hos. 7:10. De betekenis is: hun brutale en hardnekkige verachting van alle trouwe vermaningen en waarschuwingen van Mijn profeten is zo openlijk dat zij niet ontkend kan worden. Zij zal tegen hen staan, hen als het ware onder hun ogen en in hun gezicht beschamen en in Mijn gericht tegen hen getuigen, tot hun overtuiging en als een bewijs dat zij met groot recht door Mij gestraft zijn; vergelijk Jes. 59:12; Jer. 14:7; Amos 6:8; Zef. 2:10. Een soortgelijke manier van spreken in het tegendeel staat in Gen. 30:33. Anders: Israëls heerlijkheid, hoogheid of uitnemendheid; dat is: de zegen waarmee Ik hen zo verhoogd heb, zal hen overtuigen van hun ondankbaarheid.

vallen door hun ongerechtigheid; Zie boven Hos. 4:5 , en onder Hos. 14:2 .

Hertaald: vallen door hun ongerechtigheid; Zie Hos. 4:5 en Hos. 14:2.

zal Juda met hen vallen Hebreeuws, is gevallen.

Hertaald: zal Juda met hen vallen Hebreeuws: is gevallen.

Hosea 5 vers 6

schapen, Om God door offeranden te paaien en hulp van Hem te verkrijgen, maar tevergeefs. Vergelijk 2 Kon. 23:21-22 , 2 Kon. 23:26 .

Hertaald: schapen, Om God door offeranden gunstig te stemmen en hulp van Hem te krijgen, maar tevergeefs. Vergelijk 2 Kon. 23:21-22, 2 Kon. 23:26.

onttrokken Of, losgemaakt, vrijgemaakt, niet meer met hen willende te doen hebben, dewijl zij hem met hunne gruwelen lastig en verdrietig waren.

Hertaald: onttrokken Of: losgemaakt, vrijgemaakt; Hij wil niets meer met hen te maken hebben, omdat zij Hem met hun gruwelen lastig en verdrietig waren.

Hosea 5 vers 7

vreemde kinderen gewonnen; Uithuwelijken met heidense vrouwen, tegen Gods uitgedrukt bevel; vergelijk Ezra 9:1-2 ; Neh. 13:23 ; Mal. 2:11 ; aan zulke huwelijken was dit mede vast, dat de kinderen in afgoderij werden opgevoed.

Hertaald: vreemde kinderen gewonnen; Doordat zij huwden met heidense vrouwen, tegen Gods uitdrukkelijke gebod in; vergelijk Ezra 9:1-2; Neh. 13:23; Mal. 2:11. Aan zulke huwelijken zat bovendien vast dat de kinderen in de afgoderij werden opgevoed.

nu zal hen Al haast, of daaRom.

Hertaald: nu zal hen Spoedig; of: daarom.

nieuwe maand verteren Dat is, de afgoderij, die zij op de nieuwe maanden bedrijven. Sommigen nemen het als ene gelijkenis van woeker of maandgeld, dat haastelijk oploopt en den schuldenaar verteert. Anderen nemen ene maand voor een korten tijd, gelijk Zach. 11:8 , of voor een gezetten zekeren tijd.

Hertaald: nieuwe maand verteren Dat is: de afgoderij die zij op de nieuwe maanden bedrijven. Sommigen vatten het op als een vergelijking met woeker of maandrente, die snel oploopt en de schuldenaar verteert. Anderen vatten een maand op als een korte tijd, zoals Zach. 11:8, of als een vastgestelde, bepaalde tijd.

delen Of, portiën, dat is, al hun goed, bezittend land; vergelijk Ps. 16:5 met de aantekening. Sommigen verstaan de offeranden, die in vele delen verdeeld werden.

Hertaald: delen Of: porties; dat is: al hun bezit en grondgebied; vergelijk Ps. 16:5 met de aantekening. Sommigen verstaan er de offeranden onder, die in veel delen verdeeld werden.

Hosea 5 vers 8

Blaast de bazuin Hier stelt hun God levendig voor ogen de nakende aankomst van den vijand, wanneer men gewoon is in de naastliggende plaatsen alarm te maken.

Hertaald: Blaast de bazuin Hier stelt God hun de naderende komst van de vijand levendig voor ogen, waarbij men gewoonlijk in de nabijgelegen plaatsen alarm slaat.

Gibea, Gibea en Rama lagen beide in Benjamin aan de grenzen van Efraïm; zie Richt. 19:13 . Deze grens plaatsen zijn ontwijfelijk sterk en wel bezet, en dienvolgens hun toeverlaat geweest. Te Gibea had Saul gewoond, Samuël was geboren te Rama, 1Sa 1 en 1 Sam. 10:26 ; zie ook 1 Kon. 15:17 , 1 Kon. 15:21-22 .

Hertaald: Gibea, Gibea en Rama lagen allebei in Benjamin, aan de grens van Efraïm; zie Richt. 19:13. Deze grensplaatsen zijn ongetwijfeld sterk en goed bezet geweest en dus hun toevlucht. In Gibea had Saul gewoond en Samuël was in Rama geboren, 1 Sam. 1 en 1 Sam. 10:26; zie ook 1 Kon. 15:17, 1 Kon. 15:21-22.

Beth-aven; Zie boven Hos. 4:15 .

Hertaald: Beth-aven; Zie Hos. 4:15.

achter u, Benjamin Hierop kan men verstaan, is de vijand, of daar is het te doen; te weten in Efraïm is de vijand doende, en daar begint hij te verwoesten, waarvan in vs.9. Benjamin lag tussen Juda en Efraïm; waarvan sommigen deze woorden nemen als ene beschrijving der gelegenheid van Juda, als gelegen in het zuiden achter Benjamin; en dat alzo Juda ook in alarm zou geraken, met trompetten en roepen, gelijk de andere voorzegde plaatsen. Of, men kan het eenvoudig aldus nemen: achter u Benjamin; dat is, Benjamin blaze ook alarm, na, of achter u, om te kennen te geven dat de alarmen van de ene plaats zouden voortgaan tot de andere en elkander volgen.

Hertaald: achter u, Benjamin Hierbij kan men aanvullen: is de vijand, of: daar is het te doen; namelijk in Efraïm is de vijand bezig en daar begint hij te verwoesten, waarover vers 9. Benjamin lag tussen Juda en Efraïm; daarom vatten sommigen deze woorden op als een beschrijving van de ligging van Juda, dat in het zuiden achter Benjamin lag, en menen zij dat ook Juda in alarm zou raken met trompetten en geroep, zoals de andere genoemde plaatsen. Of men kan het eenvoudig zo opvatten: achter u, Benjamin, dat is: laat Benjamin ook alarm blazen, na of achter u, om te kennen te geven dat het alarm van de ene plaats naar de andere zou doorgaan en elkaar zou opvolgen.

Hosea 5 vers 9

straf; Of, bestraffing, dat is, ten tijde als Ik het oordeel [waarvan boven vs.1] over hen spreken en uitvoeren zal.

Hertaald: straf; Of: bestraffing; dat is: in de tijd waarin Ik het oordeel waarover vers 1 spreekt over hen zal uitspreken en uitvoeren.

heb Ik bekend gemaakt, Of, maak Ik bekend; dat is, ik voorzeg openlijk wat zeker en gewis is en zonder fout geschieden zal, opdat zij mogen weten, wanneer het geschiedt, dat Ik de Heere ben. Anders: Ik heb de trouw bekend gemaakt; dat is, mijne trouw aan Israël betoond door veelvuldige waarschuwingen van hun aanstaande verwoesting, indien zij zich niet bekeren.

Hertaald: heb Ik bekend gemaakt, Of: maak Ik bekend; dat is: Ik voorzeg openlijk wat zeker en vast is en onfeilbaar zal gebeuren, opdat zij, wanneer het gebeurt, mogen weten dat Ik de HEERE ben. Anders: Ik heb de trouw bekendgemaakt, dat is: Mijn trouw aan Israël betoond door veelvuldige waarschuwingen voor hun aanstaande verwoesting, als zij zich niet zouden bekeren.

gewis is Anders: dat zij gewis is, zij; te weten de voorzegde en gedreigde straf.

Hertaald: gewis is Anders: dat zij vast is, namelijk de voorzegde en gedreigde straf.

Hosea 5 vers 10

landpalen verrukken; Dat God scherpelijk vervloekt en verboden had, Deut. 19:14 , en Deut. 27:17 ; Job 24:2 ; Spr. 22:28 . Desgelijks deden de regenten van Juda ten tijde van Achaz, als zij de grenzen van den reinen godsdienst, van God gesteld en van de vrome koningen bewaard, verrukten, en de grenzen van hun ambt tebuiten gingen, en alles voorts in verwarring brachten, hetwelk op de verwarring der religie door Gods rechtvaardig oordeel placht te volgen; zie 2Ki 16 , en zulks trekt met zich een zondvloed van Gods toorn, die alles overloopt en in verderf stelt.

Hertaald: landpalen verrukken; Wat God scherp vervloekt en verboden had, Deut. 19:14 en Deut. 27:17; Job 24:2; Spr. 22:28. Hetzelfde deden de bestuurders van Juda in de tijd van Achaz, toen zij de grenzen van de zuivere godsdienst verlegden die door God gesteld en door de vrome koningen bewaard waren, buiten de grenzen van hun ambt traden en alles in verwarring brachten — wat door Gods rechtvaardig oordeel gewoonlijk volgt op de verwarring van de godsdienst; zie 2 Kon. 16. En dat brengt een zondvloed van Gods toorn met zich mee, die alles overspoelt en te gronde richt.

water, over hen uitgieten Zie Ps. 79:6 .

Hertaald: water, over hen uitgieten Zie Ps. 79:6.

Hosea 5 vers 11

verpletterd met recht; Of, verkneuzeld, in stukken gebroken, of gestoten. Hebreeuws, een gepletterde des rechts. De eenvoudigste zin dezer woorden schijnt te zijn, dat hun dit alles rechtvaardiglijk zal overkomen naar hunne verdiensten; waarop de volgende woorden bekwamelijk passen. Sommigen nemen het aldus, dat Efraïm, die tevoren over anderen gewoon was te richten, zal moeten lijden dat andere over hem recht spreken en hem in het gericht verpletteren.

Hertaald: verpletterd met recht; Of: gekneusd, in stukken gebroken of gestoten. Hebreeuws: een verpletterde van het recht. De eenvoudigste betekenis van deze woorden lijkt te zijn dat dit alles hun rechtvaardig zal overkomen naar wat zij verdiend hebben; daar passen de volgende woorden goed bij. Sommigen vatten het zo op dat Efraïm, die tevoren gewoon was over anderen recht te spreken, zal moeten dulden dat anderen over hem recht spreken en hem in het gericht verpletteren.

gebod Van zijn koning Jerobeam, die de stichter der gruwelijke afgoderij en van alle gevolgde ongebondenheid geweest is, en dien zijne opvolgers hebben nagevolgd. Het is hun genoeg geweest dat hun koning zulks gebood, daarop zijn zij onbeschroomd en met lust voortgegaan, zonder op God en zijner profeten waarschuwing te letten. Anderen aldus: Hij heeft gewilligelijk gewandeld, of hij heeft willen wandelen naar het gebod, of bevel. Hebreeuws, hij heeft gewild, hij heeft gewandeld, enz. Zie Ps. 45:5 .

Hertaald: gebod Namelijk van zijn koning Jerobeam, die de stichter geweest is van de gruwelijke afgoderij en van alle ongebondenheid die daarop volgde, en die zijn opvolgers hebben nagevolgd. Het was hun genoeg dat hun koning het gebood; daarop zijn zij onbeschroomd en met lust voortgegaan, zonder op God en de waarschuwing van Zijn profeten te letten. Anderen aldus: hij heeft gewillig gewandeld, of: hij heeft willen wandelen naar het gebod. Hebreeuws: hij heeft gewild, hij heeft gewandeld, enzovoort. Zie Ps. 45:5.

Hosea 5 vers 12

mot, Zie Job 13:28 ; Ps. 39:12 ; Spr. 12:4 , en Spr. 14:30 ; Jes. 50:9 , en Jes. 51:8 .

Hertaald: mot, Zie Job 13:28; Ps. 39:12; Spr. 12:4 en Spr. 14:30; Jes. 50:9 en Jes. 51:8.

verrotting Of, vervulling, wormstekigheid; dat is, gelijk de klederen door de motten en andere dingen door verrotting of den worm allengskens worden verteerd, alzo zal Ik deze beide volken door mijn straffen allengskens verteren, hetwelk aan beiden, eerst aan Israël, daarna aan Juda, alzo geschied is.

Hertaald: verrotting Of: wormstekigheid; dat is: zoals kleren door de motten en andere dingen door verrotting of de worm geleidelijk verteerd worden, zo zal Ik deze beide volken door Mijn straffen geleidelijk verteren — wat bij allebei ook zo gebeurd is, eerst bij Israël en daarna bij Juda.

Hosea 5 vers 13

krankheid zag, Al dit voorzegde kwaad en nakend gevaar gevoelde of merkte.

Hertaald: krankheid zag, Al dit voorzegde kwaad en het dreigende gevaar voelde of merkte.

gezwel, Vergelijk Ob. 1:7 .

Hertaald: gezwel, Vergelijk Obadja 1:7.

Assur, Tot Pul, den koning van Assyrië, om dien van vijand tot vriend en helper te maken, door geschenken; dewijl dit schijnt te zien op de geschiedenis van den koning Menahem, 2 Kon. 15:19 , enz. Zie wijders onder Hos. 7:11 , enz.

Hertaald: Assur, Namelijk tot Pul, de koning van Assyrië, om die door geschenken van vijand tot vriend en helper te maken; dit lijkt namelijk te zien op de geschiedenis van koning Menahem, 2 Kon. 15:19, enzovoort. Zie verder Hos. 7:11, enzovoort.

hij zond tot den koning Dit duiden sommigen op Juda, uit vergelijking met het voorgaande [zie 2 Kon. 16:7 ] en vs.14.

Hertaald: hij zond tot den koning Sommigen betrekken dit op Juda, door vergelijking met het voorgaande (zie 2 Kon. 16:7) en met vers 14.

Jareb; Vergelijk onder Hos. 10:6 , uit welke plaats afgenomen wordt dat dit een naam moet geweest zijn van zekeren koning in Assyrië, [gelijk ook sommige kroniekschrijvers hebben] of in het algemeen een naam, dien de Joden en Israëlieten dien uitlandsen koningen gewoon waren te geven, welker hulp en bescherming zij, uit mistrouwen op God, verzochten; Jareb is in het Hebreeuws zoveel als: hij zal twisten, richten, pleiten; dat is, de zaak voor ons opnemen en uitvoeren. Vergelijk Richt. 6:31-32 , met de aantekening.

Hertaald: Jareb; Vergelijk Hos. 10:6, waaruit afgeleid wordt dat dit de naam van een bepaalde koning in Assyrië geweest moet zijn, zoals ook sommige kroniekschrijvers hebben. Of in het algemeen een naam die de Joden en Israëlieten plachten te geven aan die buitenlandse koningen wier hulp zij uit wantrouwen tegen God inriepen. Jareb betekent in het Hebreeuws zoveel als: hij zal twisten, richten, pleiten; dat is: onze zaak op zich nemen en uitvoeren. Vergelijk Richt. 6:31-32 met de aantekening.

van ulieden niet helen Alzo dat Hij het van u wegneemt, dat gij het kwijt wordt. Anders: zal de wonde [van niemand] uit, of van u helen.

Hertaald: van ulieden niet helen Zodat Hij die van u wegneemt en u haar kwijtraakt. Anders: zal de wonde niet van u genezen.

Hosea 5 vers 14

verscheuren en henengaan; Of, roven. Vergelijk onder Hos. 6:1 .

Hertaald: verscheuren en henengaan; Of: roven. Vergelijk Hos. 6:1.

Hosea 5 vers 15

plaats, Menselijk van God gesproken, die gezegd wordt neder te dalen wanneer Hij iets bijzonders op aarde werkt, of zijne oordelen uitvoert, en weder in zijne plaats te keren en zich stil te houden, als Hij de mensen in ellende laat of niet verlost, totdat zij zich bekeren, en zijn tijd daar is. Vergelijk Gen. 11:7 ; Jes. 18:4 en Jes. 26:21 .

Hertaald: plaats, Op menselijke wijze over God gesproken, van Wie gezegd wordt dat Hij neerdaalt wanneer Hij iets bijzonders op aarde werkt of Zijn oordelen uitvoert, en dat Hij weer naar Zijn plaats terugkeert en Zich stilhoudt wanneer Hij de mensen in ellende laat en niet verlost, totdat zij zich bekeren en Zijn tijd gekomen is. Vergelijk Gen. 11:7; Jes. 18:4 en Jes. 26:21.

aangezicht zoeken; Zie 2 Kron. 7:14 , en 2 Kron. 11:16 .

Hertaald: aangezicht zoeken; Zie 2 Kron. 7:14 en 2 Kron. 11:16.

vroeg zoeken Dat is, met groten vlijt, ijver en tijdig. Zie Job 7:21 , en Job 8:5 ; Ps. 5:4 ; Spr. 7:15 , met de aantekening en vergelijk Jer. 29:12-14 ; Dan 9 , en de boeken Ezra en Nehemia, en voorts den tijd van het Nieuwe Testament, voornamelijk Matt. 11:12 , enz.

Hertaald: vroeg zoeken Dat is: met grote inzet, ijver en op tijd. Zie Job 7:21 en Job 8:5; Ps. 5:4; Spr. 7:15 met de aantekening, en vergelijk Jer. 29:12-14; Dan. 9, en de boeken Ezra en Nehemia, en verder de tijd van het Nieuwe Testament, vooral Matth. 11:12, enzovoort.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Koning Jareb  — twistende koning (mogelijk een epitheton eerder dan een eigennaam)

Een aanduiding voor een koning van Assyrië tot wie Efraïm (Israël) zijn toevlucht zocht in zijn nood, zonder baat, en aan wie het volk uiteindelijk als schatting werd weggevoerd (Hos. 5:13; 10:6); de identiteit is onder geleerden onzeker.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Totdat zij zichzelven schuldig kennen  — God trekt Zich terug, en zegt Zelf onder welke voorwaarde Hij terugkeert (Hos. 5:15)

"Ik zal henengaan en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelven schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken" (Hos. 5:15).

Bijbelse betekenis: Merk op de twee bewegingen in dit vers. God gaat weg, en Hij keert weder — beide zijn Zijn eigen daad. Wat ertussen ligt, is geen straf om de straf, maar een tijd die tot iets moet leiden: totdat zij zichzelven schuldig kennen. Let vervolgens op het woord bange. De terugkeer wordt niet voorafgegaan door welvaart maar door nood; het is de benauwdheid die het zoeken op gang brengt. Let ten slotte op de plaats van dit vers, vlak vóór het lied van Hos. 6:1-3. Wat daar als een mooi gebed klinkt, is het antwoord dat dit vers al had voorzien.

Typologie: Dezelfde volgorde tekent de verloren zoon: pas toen hij tot zichzelf kwam, in de nood van het land waar hij was, stond hij op en ging naar zijn vader (Luk. 15:17-18, reeds behandeld). Nood is in de Schrift vaak niet het einde van de genade, maar het middel ervan.

Hos. 5:15; Luk. 15:17-18

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Hosea 5

Hosea 5:13.KruisverwijzingenHosea 7:11Hosea 12:1Hosea 10:6Hosea 8:92 Koningen 15:19Jeremia 30:12Jeremia 30:142 Koningen 16:7
— Als Efraim zijn krankheid zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraim tot Assur, en hij zond tot den koning Jareb; maar die zal ulieden niet kunnen genezen, en zal het gezwel van ulieden niet helen.
“Als Efraim zijn krankheid zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraim tot Assur, en hij zond tot den koning Jareb; maar die zal ulieden niet kunnen genezen, en zal het gezwel van ulieden niet helen.”

Hier hebben wij een schildering van de zondaar die zijn verloren staat ten dele ontdekt heeft. Maar het is slechts een halve ontdekking. Veel mensen zijn juist ver genoeg gekomen om te weten dat er iets met hen aan de hand is. Zij weten niet dat zij volstrekt verloren zijn, hoewel zij wel voelen dat niet alles goed met hen is. Zij zijn zich ervan bewust dat zij niet volmaakt zijn, zelfs niet naar hun eigen lage maatstaf van fatsoen, en daarom beginnen zij zich onbehaaglijk te voelen.

Toch menen zij nog altijd dat zij zichzelf beter kunnen maken, en dat zij door trapsgewijze verbetering en dagelijks gebed boven zichzelf uit zullen stijgen. Zij hebben de leer van de val nog niet geleerd, en evenmin de diepe verdorvenheid van de mensheid en de volslagen bederving van het menselijk hart. Zij zijn niet verder gekomen dan sommige hedendaagse leraars, die van de mens spreken als een weinig geschonden maar niet geheel gebroken. Hij zou een val gemaakt hebben en enigszins beschadigd zijn, wat verminkt in zijn uitwendige schoonheid. Maar niet volkomen verloren, en niet buiten staat zich op te richten en zijn kracht te herwinnen. Zij klampen zich nog met enige hoop aan hun eigen middelen vast.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Ter overdenking

Efraïm voelde zijn krankheid, maar hij kende de wortelziekte niet die binnen in hem schuilde. Hij nam alleen de verschijnselen waar. Hij was onrustig, hij voelde pijn, maar de ontdekking ging niet diep genoeg om hem te tonen dat hij werkelijk dood was in zonden en misdaden. Hij zag zijn krankheid en Juda zag zijn gezwel. Het deed pijn, en daarom werden zijn ogen naar die plek getrokken. Maar hij wist niet hoe diep het zat. Hij wist niet dat het tot in het hart doorgedrongen was, dat het in werkelijkheid een doodsteek was — dat “het ganse hoofd is krank, en het ganse hart is mat”, en dat er van de voetzool af tot het hoofd toe niets geheels aan was, maar wonden en striemen en etterbuilen. Het was maar een gedeeltelijke ontdekking van zijn verloren staat.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content