Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
HoeH4100 schoonH3302 zijn uw gangenH6471 in de schoenenH5275, gij prinsendochterH5081! de omdraaiingenH2542 uwer heupenH3409 zijn als kostelijke ketensH2481, zijnde het werkH4639 van de handenH3027 eens kunstenaarsH542.
Hoe schoon zijn uw gangen in de schoenen, gij prinsendochter! de omdraaiingen uwer heupen zijn als kostelijke ketens, zijnde het werk van de handen eens kunstenaars.
KJV
How beautiful
are thy feet
with shoes,
O prince's
daughter!
the joints
of thy thighs
are like jewels,
the work
of the hands
of a cunning workman.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Uw navelH8326 is als een rondeH5469 bekerH101, dien geen drankH4197 ontbreektH2637; uw buikH990 is als een hoopH6194 tarweH2406, rondom bezetH5473 met lelienH7799.
Uw navel is als een ronde beker, dien geen drank ontbreekt; uw buik is als een hoop tarwe, rondom bezet met lelien.
KJV
Thy navel
is like a round
goblet,
which wanteth
not liquor:
thy belly
is like an heap
of wheat
set about
with lilies.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Uw tweeH8147 borstenH7699 zijn als tweeH8147 welpenH6082, tweelingenH8380 van een reeH6646.
Uw twee borsten zijn als twee welpen, tweelingen van een ree.
KJV
Thy two
breasts
are like two
young
roes
that are twins.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Uw halsH6677 is als een elpenbenenH8127 torenH4026, uw ogenH5869 zijn als de vijversH1295 te HesbonH2809, bij de poortH8179 van Bath-rabbimH1337; uw neusH639 is als de torenH4026 van LibanonH3844, die tegen DamaskusH1834 ziet.
Uw hals is als een elpenbenen toren, uw ogen zijn als de vijvers te Hesbon, bij de poort van Bath-rabbim; uw neus is als de toren van Libanon, die tegen Damaskus ziet.
KJV
Thy neck
is as a tower
of ivory;
thine eyes
like the fishpools
in Heshbon,
by the gate
of Bathrabbim:
thy nose
is as the tower
of Lebanon
which looketh
toward
Damascus.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Uw hoofdH7218 op u is als KarmelH3760, en de haarbandH1803 uws hoofdsH7218 als purperH713; de koningH4428 is als gebondenH631 op de galerijenH7298.
Uw hoofd op u is als Karmel, en de haarband uws hoofds als purper; de koning is als gebonden op de galerijen.
KJV
Thine head
upon thee is like Carmel,
and the hair
of thine head
like purple;
the king
is held
in the galleries.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Hoe schoonH3302 zijt gij, en hoe liefelijkH5276 zijt gij, o liefdeH160, in wellustenH8588!
Hoe schoon zijt gij, en hoe liefelijk zijt gij, o liefde, in wellusten!
KJV
How fair
and how pleasant
art thou, O love,
for delights!
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Deze uw lengteH6967 is te vergelijkenH1819 bij een palmboomH8558, en uw borstenH7699 bij druif trossenH811.
Deze uw lengte is te vergelijken bij een palmboom, en uw borsten bij druif trossen.
KJV
This thy stature
is like
to a palm tree,
and thy breasts
to clusters
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Ik zeideH559: Ik zal op den palmboomH8558 klimmenH5927, ik zal zijn takkenH5577 grijpenH270; zo zullen dan uw borstenH7699 zijn als druif trossenH811 aan den wijnstokH1612, en de reukH7381 van uw neusH639 als appelenH8598.
Ik zeide: Ik zal op den palmboom klimmen, ik zal zijn takken grijpen; zo zullen dan uw borsten zijn als druif trossen aan den wijnstok, en de reuk van uw neus als appelen.
KJV
I said,
I will go up
to the palm tree,4
I will take hold
of the boughs
thereof: now also thy breasts5
shall be as clusters6
of the vine,
and the smell
of thy nose
like apples;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
En uw gehemelteH2441 als goedeH2896 wijnH3196, die rechtH4339 tot mijn BemindeH1730 gaat, doende de lippenH8193 der slapendenH3463 sprekenH1680.
En uw gehemelte als goede wijn, die recht tot mijn Beminde gaat, doende de lippen der slapenden spreken.
KJV
And the roof of thy mouth
like the best
wine
for my beloved,
that goeth
down sweetly,
causing the lips
of those that are asleep
to speak.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Ik ben mijns LiefstenH1730, en Zijn genegenheidH8669 is tot mij.
Ik ben mijns Liefsten, en Zijn genegenheid is tot mij.
KJV
I am my beloved's,5
and his desire
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
KomH3212, mijn LiefsteH1730! laat ons uitgaanH3318 in het veldH7704, laat ons vernachtenH3885 opH5921 de dorpenH3723.
Kom, mijn Liefste! laat ons uitgaan in het veld, laat ons vernachten op de dorpen.
KJV
Come,
my beloved,2
let us go forth
into the field;
let us lodge
in the villages.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Laat ons vroeg ons opmaken naar de wijnbergenH3754, laat ons zienH7200, of de wijnstokH1612 bloeitH6524, de jonge druifjesH5563 zich opendoenH6605, de granaatappelbomenH7416 uitbottenH5132; daar zal ik U mijn uitnemende liefdeH1730 geven.
Laat ons vroeg ons opmaken naar de wijnbergen, laat ons zien, of de wijnstok bloeit, de jonge druifjes zich opendoen, de granaatappelbomen uitbotten; daar zal ik U mijn uitnemende liefde geven.
Ook in dit vers
vroeg opmakenH7925
KJV
Let us get up early
to the vineyards;
let us see
if the vine
flourish,
whether the tender grape
appear,
and the pomegranates
bud forth:
there will I give
thee my loves.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
De dudaimH1736 gevenH5414 reukH7381, en aan onze deurenH6607 zijn allerlei edeleH4022 vruchten, nieuwe en oudeH3465; o mijn LiefsteH1730! die heb ik voor U weggelegdH6845.
De dudaim geven reuk, en aan onze deuren zijn allerlei edele vruchten, nieuwe en oude; o mijn Liefste! die heb ik voor U weggelegd.
Ook in dit vers
vruchten nieuweH2319
KJV
The mandrakes
give12
a smell,
and at our gates
are all manner of pleasant
fruits, new
and old,
which I have laid up
for thee, O my beloved.
schoon
Het schijnt dat de vrienden der Bruid deze beschrijving van het lichaam der Bruid gemaakt hebben. Want vs.5, 9 wordt van Salomo of Christus gesproken als van een derden persoon. Evenwel houden het anderen daarvoor, dat het de woorden des Bruidegoms zijn.
Hertaald:
schoon
Het lijkt dat de vrienden van de Bruid deze beschrijving van het lichaam van de Bruid gemaakt hebben. Want in vers 5 en 9 wordt over Salomo of Christus gesproken als over een derde persoon. Toch houden anderen het ervoor dat het de woorden van de Bruidegom zijn.
uw gangen
Versta hierbij, haren wandel in het geloof aan Jezus Christus, alzo namelijk dat hare voeten geschoeid zijn met de vaardigheid van het Evangelie des vredes, betonende daarmede dat zij uit God geboren is; Ef. 6:15 . Zie ook Jes. 52:7 .
Hertaald:
uw gangen
Vul hierbij aan: haar wandel in het geloof in Jezus Christus, en wel zo dat haar voeten geschoeid zijn met de bereidheid van het Evangelie van de vrede, waarmee zij toont dat zij uit God geboren is; Ef. 6:15. Zie ook Jes. 52:7.
gij prinsendochter
Vergelijk hiermede Joh. 1:13 , en Jak. 1:18 . Deze Bruid, of de kerk, wordt ook genoemd eens konings dochter, Ps. 45:14 . Want God is een groot Koning.
Hertaald:
gij prinsendochter
Vergelijk hiermee Joh. 1:13 en Jak. 1:18. Deze Bruid, of de kerk, wordt ook een koningsdochter genoemd, Ps. 45:14. Want God is een groot Koning.
omdraaiingen
Het Hebreeuwse woord [dat alleen hier gevonden wordt] komt van draaien, of omdraaien, en het schijnt te betekenen de holligheid, waarin de heup zich beweegt of omdraait. Deze omdraaiingen worden vergeleken bij kostelijke ketens, of juwelen, betekenende de vaste, oprechte en schone gestaltenis, handel en wandel van deze prinselijke of edele dochter, wel betamende het Evangelie, waarvan zij belijdenis doet. Anderen vertalen hier het Hebreeuwse woord gordels, en verstaan hierdoor den gordel der waarheid, die gemaakt is door het ingeven van den Geest der waarheid, die de opperste werkman is van alle goede en volmaakte gaven. Deze gordel wordt vergeleken bij gouden ketens, die met vele schakels samengevoegd zijn, want de waarheid heeft wel vele delen, maar zij passen alle op elkander, gelijk de schakels eens ketens.
Hertaald:
omdraaiingen
Het Hebreeuwse woord, dat alleen hier voorkomt, komt van draaien of omdraaien, en het lijkt de holte te betekenen waarin de heup zich beweegt of draait. Deze omdraaiingen worden vergeleken met kostbare ketenen of juwelen, en betekenen de vaste, oprechte en schone houding, handel en wandel van deze vorstelijke of edele dochter, die het Evangelie waarvan zij belijdenis doet goed past. Anderen vertalen het Hebreeuwse woord hier met gordels en verstaan daaronder de gordel van de waarheid, die gemaakt is door de ingeving van de Geest van de waarheid, Die de opperste werkmeester is van alle goede en volmaakte gaven. Deze gordel wordt vergeleken met gouden ketenen die uit vele schakels samengevoegd zijn, want de waarheid heeft wel veel onderdelen, maar die passen alle op elkaar zoals de schakels van een ketting.
als kostelijke
Of, gelijk halsketens, of braceletten, of dergelijke versierselen. Zie Spr. 25:12 .
Hertaald:
als kostelijke
Of: als halskettingen, of armbanden, of dergelijke sieraden. Zie Spr. 25:12.
eens kunstenaars
Versta bij dezen kundigen werkman den Heiligen Geest; zie 1 Kor. 12:4 . Daar staat Jak. 1:17 :Alle goede gave en volmaakte gift komt van boven, van den Vader der lichten.
Hertaald:
eens kunstenaars
Versta onder deze kundige werkmeester de Heilige Geest; zie 1 Kor. 12:4. In Jak. 1:17 staat: alle goede gave en alle volmaakte gift komt van boven, van de Vader der lichten.
Uw navel
De navel in het instrument, waardoor het kind gevoed wordt, terwijl het in zijns moeders lichaam besloten is. Versta hier den navel der wedergeboorte, door welken wij het geestelijke leven deelachtig worden, als wij in den buik der kerk ontvangen zijn door het zaad van het goddelijke Woord. Deze gave wordt vergeleken bij een ronden beker, dien geen drank ontbreekt; dat is, die nimmermeer uitdroogt, overmits wij door de wedergeboorte ontvangen den Geest der aanneming tot kindschap, die van de uitverkorenen nimmermeer afwijkt, Joh. 14:16 ; maar hij wordt in hen een springende fontein ten eeuwigen leven, Joh. 4:14 .
Hertaald:
Uw navel
De navel is het orgaan waardoor het kind gevoed wordt zolang het in het lichaam van zijn moeder besloten is. Versta hier de navel van de wedergeboorte, waardoor wij deel krijgen aan het geestelijke leven wanneer wij in de schoot van de kerk ontvangen zijn door het zaad van het goddelijke Woord. Deze gave wordt vergeleken met een ronde beker waaraan geen drank ontbreekt — dat is: die nooit opdroogt, omdat wij door de wedergeboorte de Geest van de aanneming tot kinderen ontvangen, Die nooit van de uitverkorenen wijkt, Joh. 14:16, maar in hen een opspringende fontein tot het eeuwige leven wordt, Joh. 4:14.
dien geen drank
Hebreeuws, dien gene vermenging ontbreekt. De drank wordt meermalen vermenging genoemd bij de Hebreën, omdat zij niet altijd den wijn dronken zo zuiver als hij van den wijnstok of pers kwam, maar zij mengden hem met water, of ook wel met specerijen. Zie Spr. 9:2 , boven Hoogl. 5:1 . En Hoogl. 8:2 wordt melding gemaakt van wijn met specerijen gemengd.
Hertaald:
dien geen drank
Hebreeuws: waaraan geen menging ontbreekt. De drank wordt bij de Hebreeën vaker menging genoemd, omdat zij de wijn niet altijd zo zuiver dronken als hij van de wijnstok of de pers kwam, maar hem mengden met water of ook wel met specerijen. Zie Spr. 9:2 en hierboven Hoogl. 5:1. En in Hoogl. 8:2 wordt melding gemaakt van wijn met specerijen gemengd.
uw buik
De geestelijke gaven der Bruid of kerk van Christus zijn ook vruchtbaar, anderen bekerende, in zulk een overvloed als de tarwe, die vele vruchten draagt, Ps. 72:16 .
Hertaald:
uw buik
De geestelijke gaven van de Bruid of kerk van Christus zijn ook vruchtbaar en bekeren anderen, in zo'n overvloed als de tarwe die veel vrucht draagt, Ps. 72:16.
rondom bezet
Hebreeuws, betuind. Hiermede wordt aangewezen dat de vruchtbaarheid der gemeente gekroond wordt met den zegen Gods en een geestelijke vreugde. Het schijnt te zien op de nieuwe vruchten, die men pleegt te kronen of versieren met bloemen of groene kransen. Zie Hos. 14:6 .
Hertaald:
rondom bezet
Hebreeuws: omtuind. Hiermee wordt aangewezen dat de vruchtbaarheid van de gemeente gekroond wordt met de zegen van God en met een geestelijke vreugde. Het lijkt te doelen op de nieuwe vruchten, die men gewoonlijk kroont of versiert met bloemen of groene kransen. Zie Hos. 14:6.
Uw twee
Zie de beduiding van dit vers Hoogl. 4:5 .
Hertaald:
Uw twee
Zie voor de betekenis van dit vers Hoogl. 4:5.
Uw hals is
Door den hals wordt te kennen gegeven de kracht en heerlijkheid der kerk van Christus. Anderen verstaan door den hals de hoop en lijdzaamheid.
Hertaald:
Uw hals is
Met de hals wordt de kracht en heerlijkheid van de kerk van Christus te kennen gegeven. Anderen verstaan onder de hals de hoop en de lijdzaamheid.
als een elpenbenen
Dat is, schoon, sterk en rechtop. Zie Hoogl. 4:4 , en de aantekening aldaar.
Hertaald:
als een elpenbenen
Dat is: schoon, sterk en rechtop. Zie Hoogl. 4:4 en de aantekening daarbij.
uw ogen zijn
Te weten de ogen van uw verstand en van uw geloof. Die zijn vol wijsheid en kennis des Heeren, gelijk de vijvers vol zijn van klaar en zuiver water, klaar zijnde om de waarheid te zien en om hun eigen en anderer wegen en gangen aan te merken. Zie boven, Hoogl. 4:1 .
Hertaald:
uw ogen zijn
Namelijk: de ogen van uw verstand en van uw geloof. Die zijn vol wijsheid en kennis van de HEERE, zoals de vijvers vol zijn van helder en zuiver water, en zij zijn helder genoeg om de waarheid te zien en om hun eigen wegen en die van anderen te overwegen. Zie hierboven Hoogl. 4:1.
Hesbon,
In de stad Hesbon heeft eertijds de koning Sihon zijn hof gehouden; Num. 21:26 . Zij lag in een goede vette landouw, die den Rubenieten is toegevallen. Num. 32:3-5 tot Num. 32:37 ; het schijnt dat in deze stad schone vijvers geweest zijn, die haar versierden, gelijk de ogen het lichaam doen. Anders: als vijvers met bedenking, of met gedachte; dat is kunstiglijk gemaakt.
Hertaald:
Hesbon,
In de stad Hesbon heeft vroeger koning Sihon hof gehouden; Num. 21:26. Zij lag in een goede, vruchtbare streek die aan de Rubenieten is toegevallen, Num. 32:3-5 tot Num. 32:37. Het lijkt dat er in deze stad schone vijvers geweest zijn die haar sierden, zoals de ogen het lichaam sieren. Anders: als vijvers met overleg, of met bedachtzaamheid, dat is: kunstig aangelegd.
bij de poort
Dat is bij de poort, waar vele mensen uit en ingaan, of bij de poort, waar vele mensen samenkomen. Eenigen menen dat er te Jeruzalem ene poort geweest is, Bath-Rabbim genoemd, bij welke ook schone vijvers waren. Sommigen nemen het voor de Schaapspoort; Neh. 3:1 ; of de Fonteinpoort; Neh. 3:15 . Anderen houden het voor ene poort van Hesbon.
Hertaald:
bij de poort
Dat is: bij de poort waar veel mensen in- en uitgaan, of bij de poort waar veel mensen samenkomen. Sommigen menen dat er in Jeruzalem een poort geweest is die Bath-Rabbim heette, waarbij ook schone vijvers lagen. Sommigen houden het voor de Schaapspoort, Neh. 3:1, of de Fonteinpoort, Neh. 3:15. Anderen houden het voor een poort van Hesbon.
uw neus
Hier wordt door gelijkenis te kennen gegeven de schoonheid van den neus, en voorts van het ganse aangezicht. Sommigen nemen die woorden aldus: Dewijl de neus is het instrument van den reuk, waardoor wij de kracht van vele dingen kunnen onderkennen; daarom verstaan zij daarbij het oordeel en den geest des onderscheids, waardoor wij de verscheidene dingen kunnen onderscheiden; Fil. 1:10 . Zie ook Jes. 11:3 .
Hertaald:
uw neus
Hier wordt door een vergelijking de schoonheid van de neus, en verder van het hele gezicht, te kennen gegeven. Sommigen vatten deze woorden zo op: omdat de neus het orgaan van de reuk is, waardoor wij de kracht van veel dingen kunnen onderkennen, verstaan zij daarbij het oordeel en de geest van het onderscheid, waardoor wij de verschillende dingen kunnen onderscheiden; Filipp. 1:10. Zie ook Jes. 11:3.
toren van Libanon,
Dit kan men verstaan van den toren van het huis, hetwelk Salomo in het woud van Libanon gebouwd heeft; 1 Kon. 7:2 , en 1 Kon. 10:17 .
Hertaald:
toren van Libanon,
Dit kan men verstaan van de toren van het huis dat Salomo in het woud van Libanon gebouwd heeft; 1 Kon. 7:2 en 1 Kon. 10:17.
die tegen
Damaskus was in die tijden de vermaardste stad in Syrië; Jes. 7:8 , noordwaarts van den berg Libanon gelegen; een zeer schone stad; Jer. 49:24-25 . Deze stad was gemeenlijk vijandig, en zij voerde dikwijls krijg tegen het volk Gods. Zie 1 Kron. 18:5-6 ; 1 Kon. 11:24-25 ; Jes. 7:5 , Jes. 7:8 ; Am. 1:3 . Zodat de toren van Libanon, ziende naar Damaskus toe, hier mag betekenen de wachthoudende zorg der Bruid voor de rust van haarzelve en hare kinderen tegen hare vijanden. Voor, die tegen Damaskus ziet, hebben anderen: ziende met het aangezicht naar Damaskus toe.
Hertaald:
die tegen
Damascus was in die tijd de meest vermaarde stad in Syrië, Jes. 7:8, ten noorden van de berg Libanon gelegen, een zeer schone stad, Jer. 49:24-25. Deze stad was gewoonlijk vijandig en voerde vaak oorlog tegen het volk van God. Zie 1 Kron. 18:5-6, 1 Kon. 11:24-25, Jes. 7:5, Jes. 7:8 en Amos 1:3. Zo mag de toren van Libanon, die naar Damascus uitziet, hier de waakzame zorg van de Bruid betekenen voor de rust van haarzelf en van haar kinderen tegenover haar vijanden. In plaats van: die tegen Damascus ziet, hebben anderen: ziende met het gezicht naar Damascus toe.
Damaskus ziet
Hebreeuws, Dammesek; 1 Kron. 18:5-6 staat: Darmaskus. Maar 2 Kon. 16:10 , en Hand. 9:2 , Damaskus.
Hertaald:
Damaskus ziet
Hebreeuws: Dammesek. In 1 Kron. 18:5-6 staat Darmaskus, maar in 2 Kon. 16:10 en Hand. 9:2 staat Damaskus.
Karmel,
Zie van den berg Karmel, 1 Sam. 25:2 , 1 Sam. 25:5 , en 1 Kon. 18:19-20 tot 1 Kon. 18:42 , en elders meer. Deze woorden nu, uw hoofd op u is als Karmel, kunnen betekenen dat de Bruid met wijsheid en verstand voortreffelijk begaafd is; gelijk de berg Karmel, zeer vruchtbaar zijnde, veel goede vruchten voortbracht. Anderen vertalen hier het woord Karmel door karmozijn, gelijk een gelijk woord, te weten Karmil, vertaald wordt, 2 Kron. 3:14 .
Hertaald:
Karmel,
Over de berg Karmel, zie 1 Sam. 25:2, 1 Sam. 25:5, 1 Kon. 18:19-20 tot 1 Kon. 18:42 en nog elders. Deze woorden — uw hoofd op u is als Karmel — kunnen betekenen dat de Bruid voortreffelijk begaafd is met wijsheid en verstand, zoals de berg Karmel, die zeer vruchtbaar was, veel goede vruchten voortbracht. Anderen vertalen het woord Karmel hier met karmozijn, zoals een gelijkluidend woord, namelijk Karmil, vertaald wordt in 2 Kron. 3:14.
de haarband
Versta hier dien band, waarmede men den pronk of het sieraad des hoofds opbindt. Het Hebreeuwse woord dallath betekent eigenlijk dunnigheid, tederheid, properheid, zodat het hier ook kan beduiden dun of teder haar. Zie Hoogl. 4:1 .
Hertaald:
de haarband
Versta hier de band waarmee men de tooi of het sieraad van het hoofd opbindt. Het Hebreeuwse woord dallath betekent eigenlijk dunheid, tederheid, fijnheid, zodat het hier ook dun of teer haar kan betekenen. Zie Hoogl. 4:1.
purper;
Deze kleur, alsook karmozijn, droegen eertijds koningen en prinsen, en was derhalve deze Bruid wel passende en betamende, die ene prinsendochter genoemd wordt, vs.1. En deze kleuren zijn afbeeldingen van het bloed van Jezus Christus.
Hertaald:
purper;
Deze kleur, en ook karmozijn, droegen vroeger koningen en vorsten; zij paste dus goed bij deze Bruid, die in vers 1 een vorstendochter genoemd wordt. En deze kleuren zijn afbeeldingen van het bloed van Jezus Christus.
de koning
Versta hier bij den koning den koning Salomo, zijnde een figuur van Christus. De zin is: Als de koning wil gaan over de galerij van de ene kamer naar de andere, en in het gaan u ziet, zo moet hij stilstaan om u te aanschouwen, niet anders dan of hij aan de galerij vastgebonden ware. Anders: De koning wordt [daarvan] gebonden aan de gangen.
Hertaald:
de koning
Versta onder de koning hier koning Salomo, die een voorafbeelding van Christus is. De betekenis is: wanneer de koning over de galerij van de ene kamer naar de andere wil gaan en u onderweg ziet, moet hij stilstaan om u te aanschouwen, net alsof hij aan de galerij vastgebonden was. Anders: de koning wordt daardoor aan de gangen gebonden.
op de galerijen
Het Hebreeuwse woord Rehatim is Gen. 30:38 , Gen. 30:41 , en Ex. 2:16 , vertaald goten; maar een gelijk woord Hoogl. 1:17 , is vertaald galerijen, gelijk het hier ook alzo moet genomen worden; en versta door het woord galerijen gebouwen langs de huizen gaande. En op, of in, de galerijen gebonden te zijn, betekent hier, dat Christus een vaste woning of verblijf heeft in het huis zijner kerk, waar deze gebonden is en gebonden blijft met de banden der liefde, die Hij zijn lieve Bruid, de kerk, is toedragende, Rom. 8:35 . Zie ook Ps. 45:12 ; Jes. 62:4 ; Ezech. 37:25-26 , en Ezech. 48:25 ; Hos. 2:19 ; Joh. 14:23 ; 2 Kor. 6:16 ; Openb. 22:3 , Openb. 22:5 .
Hertaald:
op de galerijen
Het Hebreeuwse woord Rehatim is in Gen. 30:38, Gen. 30:41 en Ex. 2:16 met goten vertaald; maar een gelijkluidend woord is in Hoogl. 1:17 met galerijen vertaald, en zo moet het hier ook opgevat worden. Versta onder galerijen gebouwen die langs de huizen lopen. Op of in de galerijen gebonden zijn betekent hier dat Christus een vaste woning of verblijfplaats heeft in het huis van Zijn kerk, waar Hij gebonden is en gebonden blijft met de banden van de liefde die Hij Zijn lieve Bruid, de kerk, toedraagt, Rom. 8:35. Zie ook Ps. 45:12, Jes. 62:4, Ezech. 37:25-26, Ezech. 48:25, Hos. 2:19, Joh. 14:23, 2 Kor. 6:16, Openb. 22:3 en Openb. 22:5.
Hoe schoon
Hier geeft de Bruidegom reden waarom Hij met liefde aan zijne Bruid gebonden is en gebonden blijft, gelijk hij vs.5 gezegd heeft; zie boven Hoogl. 1:15-16 , en Hoogl. 4:9-10 .
Hertaald:
Hoe schoon
Hier geeft de Bruidegom de reden waarom Hij met liefde aan Zijn Bruid gebonden is en gebonden blijft, zoals Hij in vers 5 gezegd heeft; zie hierboven Hoogl. 1:15-16 en Hoogl. 4:9-10.
in wellusten
Dat is, in allerlei vermakelijkheid, alzo dat al degenen, die deze Bruid liefhebben, zich met haar kunnen verheugen en verblijden in de schoonheid harer heerlijkheid, gelijk Jes. 66:10-11 .
Hertaald:
in wellusten
Dat is: in allerlei genoegen, zo dat allen die deze Bruid liefhebben zich met haar kunnen verheugen en verblijden in de schoonheid van haar heerlijkheid, zoals in Jes. 66:10-11.
lengte
Of, statuur, gestalte.
Hertaald:
lengte
Of: gestalte, gestel.
palmboom,
Dit is een schone hoge boom, rechtop wassende, altijd groen en bloeiende en schone vruchten dragende. Daarom wordt der godzaligen staat bij denzelven vergeleken, Ps. 92:13 ; zie ook 1 Kon. 6:29 , en 1 Kon. 7:36 .
Hertaald:
palmboom,
Dit is een schone, hoge boom die rechtop groeit, altijd groen is en bloeit en schone vruchten draagt. Daarom wordt de staat van de godzaligen ermee vergeleken, Ps. 92:13; zie ook 1 Kon. 6:29 en 1 Kon. 7:36.
druiftrossen
Te weten bij zulke druiventrossen, die vol sap en vochtigheid zijn, welke de gelovigen mogen zuigen, hemelse vertroostingen daaruit ontvangende tot verzadiging, Hoogl. 4:5 , en Jes. 66:11 .
Hertaald:
druiftrossen
Namelijk: met zulke druiventrossen die vol sap en vocht zijn, waaruit de gelovigen mogen zuigen en waaruit zij hemelse vertroostingen tot verzadiging ontvangen, Hoogl. 4:5 en Jes. 66:11.
Ik zeide
Te weten bij mijzelven; dat is, Ik dacht, Ik nam mij vast voor.
Hertaald:
Ik zeide
Namelijk: bij Mijzelf — dat is: Ik dacht, Ik nam Mij vast voor.
Ik zal op den palmboom
Te weten om de vruchten daarvan te plukken. Neem deze woorden als van den Bruidegom gesproken zijnde, te kennen gevende dat Hij een welgevallen heeft aan de geestelijke vruchten zijner Bruid. Zie Hoogl. 5:1 .
Hertaald:
Ik zal op den palmboom
Namelijk: om de vruchten daarvan te plukken. Vat deze woorden op als gesproken door de Bruidegom, Die daarmee te kennen geeft dat Hij welgevallen heeft in de geestelijke vruchten van Zijn Bruid. Zie Hoogl. 5:1.
ik zal zijn takken
Dat is, Ik zal de takken van dezen palmboom tot mij nemen, reinigen en bewaren, opdat zij des te beter vruchten voortbrengen; Joh. 15:2 .
Hertaald:
ik zal zijn takken
Dat is: Ik zal de takken van deze palmboom tot Mij nemen, reinigen en bewaren, opdat zij des te betere vruchten voortbrengen; Joh. 15:2.
zo zullen
Dit is ene belofte, die de Bruidegom zijne Bruid doet, dat Hij haar zegenen zal, haar vervullende met het sap of de vochtigheid zijner genade, dat zij niet onvruchtbaar zal zijn in de kennis van Christus; 2 Petr. 1:8 . Zie ook Jes. 27:6 . Maar anderen nemen de woorden van den tekst als een wens, in dezen zin: Dat toch uwe borsten zijn gelijk, enz., dat is, dat gij toch geen ledige of onnutte wijnstok zijt, gelijk van Israël geschreven staat; Hos. 10:1 . Maar dat gij vol des Geestes zijt, opdat de zuigelingen mogen gezuigen en verzadigd worden met de borsten der vertroosting; Jes. 66:11 .
Hertaald:
zo zullen
Dit is een belofte die de Bruidegom Zijn Bruid doet: dat Hij haar zal zegenen door haar te vervullen met het sap of het vocht van Zijn genade, zodat zij niet onvruchtbaar zal zijn in de kennis van Christus; 2 Petr. 1:8. Zie ook Jes. 27:6. Anderen vatten de woorden van de tekst echter op als een wens, in deze zin: dat toch uw borsten mogen zijn als, enzovoort — dat is: dat u toch geen lege of nutteloze wijnstok bent, zoals van Israël geschreven staat, Hos. 10:1, maar dat u vol van de Geest bent, opdat de zuigelingen mogen zuigen en verzadigd worden aan de borsten van de vertroosting; Jes. 66:11.
uw neus
Vergelijk boven vs.4 met de aantekening.
Hertaald:
uw neus
Vergelijk hierboven vers 4 met de aantekening.
appelen
Die een lieflijken reuk hebben onder andere boomvruchten, van wat soort die ook mogen wezen. Doch enigen verstaan hier reukappelen, die de apothekers maken van verscheidene welriekende specerijen.
Hertaald:
appelen
Appels die onder de andere boomvruchten, van welke soort ook, een lieflijke geur hebben. Sommigen verstaan hier echter reukappels, die de apothekers maken van verschillende welriekende specerijen.
uw gehemelte
Dat is, de leer der kerk is gelijk goede wijn om de bedroefde harten te laven en te verkwikken; Spr. 31:6 . Zie ook deze gelijkenis van den wijn genomen, Jes. 55:1 , en Spr. 9:5 .
Hertaald:
uw gehemelte
Dat is: de leer van de kerk is als goede wijn om de bedroefde harten te laven en te verkwikken; Spr. 31:6. Zie deze aan de wijn ontleende vergelijking ook in Jes. 55:1 en Spr. 9:5.
recht
Hebreeuws, naar de gerechtighende; dat is, recht toe recht aan, gelijk men gemeenlijk spreekt. Alzo ook Spr. 23:31 . Anders: die naar de gerechtigheden tot mijn beminde gaat. Dat is, wiens woorden daartoe strekken om anderen tot Christus te brengen en alzo ter gerechtigheid, dat is tot alle goede werken, waarin Hij wil dat wij zullen wandelen.
Hertaald:
recht
Hebreeuws: naar de gerechtigheden — dat is: recht toe recht aan, zoals men gewoonlijk zegt. Zo ook in Spr. 23:31. Anders: die naar de gerechtigheden tot mijn Beminde gaat. Dat is: wiens woorden ertoe strekken anderen tot Christus te brengen en zo tot de gerechtigheid, dat is: tot alle goede werken waarin Hij wil dat wij zullen wandelen.
tot mijn Beminde
Dat is tot elkeen van mijne ledematen.
Hertaald:
tot mijn Beminde
Dat is: tot ieder van mijn leden.
doende
De mening is, gelijk de wijn de mensen spraakzaam maakt, Spr. 23:29 , alzo maakt de Geest Gods dat degenen, die denzelven hebben rijkelijk in hen wonende, spreken van de verborgenheden Gods en vertellen de grote daden des Heeren, Hand. 2:4 , Hand. 2:11 , Hand. 2:13 , enz.
Hertaald:
doende
De bedoeling is: zoals de wijn de mensen spraakzaam maakt, Spr. 23:29, zo maakt de Geest van God dat zij in wie Hij rijkelijk woont over de verborgenheden van God spreken en de grote daden van de HEERE vertellen, Hand. 2:4, Hand. 2:11, Hand. 2:13, enzovoort.
der slapenden
Dat is dergenen, die nu uit den slaap der zonde gewekt zijn door de predikatie van het goddelijke Woord; Ef. 4:14 .
Hertaald:
der slapenden
Dat is: van hen die nu uit de slaap van de zonde gewekt zijn door de prediking van het goddelijke Woord; Ef. 4:14.
Ik ben mijns Liefsten,
Dit zijn de woorden der Bruid, vervuld zijnde met den wijn der genade en van den troost, welken zij van haren Bruidegom ontvangen had; zij getuigt en belijdt hare zekerheid door het geloof dat zij Christus toebehoort. Zie Gal. 3:29 . Zie ook de aantekening Hoogl. 2:16 , en Hoogl. 6:3 .
Hertaald:
Ik ben mijns Liefsten,
Dit zijn de woorden van de Bruid, nu zij vervuld is met de wijn van de genade en van de troost die zij van haar Bruidegom ontvangen had; zij getuigt en belijdt haar zekerheid door het geloof dat zij Christus toebehoort. Zie Gal. 3:29. Zie ook de aantekening bij Hoogl. 2:16 en Hoogl. 6:3.
genegenheid
Of, zijne begeerte strekt tot mij.
Hertaald:
genegenheid
Of: Zijn begeerte gaat naar mij uit.
laat ons uitgaan
De Bruid verzoekt het gezelschap van Christus, want zonder Hem kunnen wij niets doen; Joh. 15:5 .
Hertaald:
laat ons uitgaan
De Bruid vraagt om het gezelschap van Christus, want zonder Hem kunnen wij niets doen; Joh. 15:5.
in het veld . . . op de dorpen
De Bruid verzoekt aan den Bruidegom dat zij in het veld en op de dorpen mocht gaan; te weten om hare landbouwerij te bezien, hoe het daarmede al ging, en of de bomen goede en overvloedige vruchten voortbrachten, gelijk gezegd wordt vs.12. Dit betekent de liefde en zorg van Christus en van zijne gemeente, tot voortplanting van het heilige Evangelie en wasdom der kerk door de ganse wereld, want het veld of akker is de wereld, Matt. 13:38 ; gelijk Christus zelf in de dagen zijns vleesches is gegaan in alle steden en vlekken, predikende het Evangelie, Matt. 9:35 ; Marc. 6:6 . Alzo zijn ook de apostelen uitgezonden om het Evangelie te prediken allen volken der wereld, Matt. 28:19 ; zie ook Hand. 15:36 . De opbouwing der gemeente wordt ook bij een akkerwerk vergeleken, 1 Kor. 3:9 , en de getrouwe leraars worden ook aldaar Gods medewerkers genoemd.
Hertaald:
in het veld . . . op de dorpen
De Bruid vraagt haar Bruidegom of zij naar het veld en naar de dorpen mag gaan, namelijk om haar landbouw te bekijken: hoe het daarmee ging en of de bomen goede en overvloedige vruchten voortbrachten, zoals in vers 12 gezegd wordt. Dit betekent de liefde en de zorg van Christus en van Zijn gemeente voor de voortplanting van het heilig Evangelie en de groei van de kerk over de hele wereld; want de akker is de wereld, Matth. 13:38. Zoals Christus Zelf in de dagen van Zijn vlees door alle steden en dorpen gegaan is en het Evangelie predikte, Matth. 9:35 en Mark. 6:6, zo zijn ook de apostelen uitgezonden om het Evangelie aan alle volken van de wereld te prediken, Matth. 28:19; zie ook Hand. 15:36. De opbouw van de gemeente wordt ook met akkerwerk vergeleken, 1 Kor. 3:9, en de getrouwe leraars worden daar ook Gods medewerkers genoemd.
laat ons vernachten
Hiermede wordt aangewezen de wakende zorgvuldigheid der kerk, die ook bij nacht de wacht is houdende over haren wijnberg.
Hertaald:
laat ons vernachten
Hiermee wordt de waakzame zorg van de kerk aangewezen, die ook 's nachts de wacht houdt over haar wijnberg.
Laat ons vroeg
Dit is wederom een teken van naarstige zorgvuldigheid. Zie 2 Kron. 36:15 , en Jer. 25:3-4 .
Hertaald:
Laat ons vroeg
Ook dit is een teken van ijverige zorgvuldigheid. Zie 2 Kron. 36:15 en Jer. 25:3-4.
naar de wijnbergen,
Dat is, tot de kerken en plaatsen, waar het Evangelie is geplant of gepredikt geworden. Want het huis van Israël is des Heeren wijngaard; Jes. 5:7 .
Hertaald:
naar de wijnbergen,
Dat is: naar de kerken en plaatsen waar het Evangelie geplant of gepredikt is. Want het huis van Israël is de wijngaard van de HEERE; Jes. 5:7.
de jonge druifjes
Zie Hoogl. 2:13 , Hoogl. 2:15 .
Hertaald:
de jonge druifjes
Zie Hoogl. 2:13 en Hoogl. 2:15.
zich opendoen,
Of, zich openen, of geopend hebben. Anders, bloeien; zie Hoogl. 6:11 .
Hertaald:
zich opendoen,
Of: zich openen, of geopend hebben. Anders: bloeien; zie Hoogl. 6:11.
daar zal ik U
Te weten in de wijngaarden der kerk, in de vergaderingen der heiligen; daar zal ik mijne ziel en mijn lichaam u opofferen tot een aangename en welriekende offerande.
Hertaald:
daar zal ik U
Namelijk: in de wijngaarden van de kerk, in de samenkomsten van de heiligen; daar zal ik mijn ziel en mijn lichaam U opofferen tot een aangenaam en welriekend offer.
mijn uitnemende
Dat is, het geniete van de vruchten van mijn geloof, belijdenis, dankbaarheid, goede werken, enz.; zie Jes. 27:3 , Jes. 27:6 , en Jes. 65:9 ; Ezech. 20:40-41 .
Hertaald:
mijn uitnemende
Dat is: opdat Hij de vruchten geniet van mijn geloof, belijdenis, dankbaarheid, goede werken, enzovoort; zie Jes. 27:3, Jes. 27:6, Jes. 65:9 en Ezech. 20:40-41.
De dûdaïm
De rechte betekenis van het woord is ons onbekend. Zie Gen. 30:14 . Het kan geen mandragora zijn, zodanig als die bij ons bekend is, gelijk sommigen menen, overmits onze mandragora een stinkenden reuk heeft, die het hoofd zwaar en slaperig maakt. De Bruid wil hier zeggen dat er alrede goede hoop van bekering aan haar te merken is, gelijk het uitspruiten van de bloemen een voorbereidsel is van toekomende vruchten. Zie boven Hoogl. 2:12 .
Hertaald:
De dûdaïm
De juiste betekenis van het woord is ons onbekend. Zie Gen. 30:14. Het kan niet de mandragora zijn zoals wij die kennen, wat sommigen menen, omdat onze mandragora een stinkende geur heeft die het hoofd zwaar en slaperig maakt. De Bruid wil hier zeggen dat er al goede hoop op bekering aan haar te bemerken is, zoals het uitspruiten van de bloemen een voorbereiding op de komende vruchten is. Zie hierboven Hoogl. 2:12.
geven reuk,
Te weten, een lieflijken aangenamen reuk. De zin is, dat de faam der genade en genade Gods over zijn volk uitgestort, zich wijd en breed verspreidt.
Hertaald:
geven reuk,
Namelijk: een lieflijke, aangename geur. De betekenis is dat de faam van de genade en van de gunst die God over Zijn volk uitgestort heeft, zich wijd en zijd verspreidt.
aan onze deuren
Of, bij onze deuren. Vergelijk Matt. 24:32-33 .
Hertaald:
aan onze deuren
Of: bij onze deuren. Vergelijk Matth. 24:32-33.
allerlei
Zie Hoogl. 4:13 , Hoogl. 4:16 .
Hertaald:
allerlei
Zie Hoogl. 4:13 en Hoogl. 4:16.
nieuwe
Dit betekent verscheidenheid en overvloed van vruchten. Zie Lev. 26:10 ; zie ook Matt. 13:52 . Bij de oude vruchten versta de eerste gaven en werken, die zij tevoren ontvangen hadden; Openb. 2:5 . Bij de nieuwe vruchten kan men verstaan de verse genaden, die zij eerst kort ontvange hadden. Want die de gave der wedergeboorte wel gebruikt, die zal er door Gods genade nog meer ontvangen; Matt. 25:29 ; Openb. 2:19 . Sommigen verstaan hierdoor dubbele vruchten op de bomen, oude, rijpe en afgaande en nieuwe, onrijpe, aankomende, gelijk aan de oranjebomen en verscheiden andere gezien wordt.
Hertaald:
nieuwe
Dit betekent verscheidenheid en overvloed van vruchten. Zie Lev. 26:10; zie ook Matth. 13:52. Versta onder de oude vruchten de eerste gaven en werken die zij eerder ontvangen hadden, Openb. 2:5. Onder de nieuwe vruchten kan men de verse genadegaven verstaan die zij pas kort geleden ontvangen hadden. Want wie de gave van de wedergeboorte goed gebruikt, zal er door Gods genade nog meer ontvangen; Matth. 25:29, Openb. 2:19. Sommigen verstaan hieronder dubbele vruchten aan de bomen: oude, rijpe en aflopende, en nieuwe, onrijpe en opkomende, zoals bij de sinaasappelbomen en verschillende andere te zien is.
die heb ik
Gelijk het goed, hetwelk de Heere voor degenen, die Hem vrezen, heeft weggelegd, groot is; Ps. 31:20 ; alzo moeten al de goede vruchten, die van zijn volk vloeien, gericht en aangesteld worden tot zijn eer en lof; want van Hem, en door Hem en tot Hem zijn alle dingen; Hem zij de eer in eeuwigheid, Amen; Rom. 11:36 ; Spr. 16:4 .
Hertaald:
die heb ik
Zoals het goed dat de HEERE weggelegd heeft voor hen die Hem vrezen groot is, Ps. 31:20, zo moeten ook alle goede vruchten die uit Zijn volk voortkomen gericht en bestemd worden tot Zijn eer en lof; want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen; Hem zij de eer in eeuwigheid, Amen; Rom. 11:36, Spr. 16:4. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Het hoofdstuk opent met een lofzang van de bruidegom op zijn bruid, in dezelfde vorm als eerder (reeds behandeld bij Hoogl. 4:1-7). Daarna spreekt zij, en zij zegt: "Ik ben mijns Liefsten, en Zijn genegenheid is tot mij" (Hoogl. 7:10). Van haar kant wordt niets meer genoemd dan dat zij van Hem is. Daarop volgt een uitnodiging die van haar uitgaat: "Kom, mijn Liefste! laat ons uitgaan in het veld, laat ons vernachten op de dorpen" (Hoogl. 7:11). Zij wil met Hem naar de wijnbergen om te zien of de wijnstok bloeit (Hoogl. 7:12). En zij heeft iets klaargelegd: "aan onze deuren zijn allerlei edele vruchten, nieuwe en oude; o mijn Liefste! die heb ik voor U weggelegd" (Hoogl. 7:13). Bijbelse betekenis: In de eerste twee vormen van de belijdenis stond haar bezit of haar toebehoren voorop; hier staat alleen nog Zijn genegenheid. Dat is de rustigste vorm, en zij komt het laatst. Merk op wat er daarna gebeurt. Zij vraagt niet om binnen te blijven maar om naar buiten te gaan; de liefde die tot rust gekomen is, wordt werkzaam. Let ook op de vruchten van Hoogl. 7:13. Nieuwe en oude, en zij zijn bewaard voor Hem. Wie hier de lijn naar Christus volgt, leest daarin de vruchten van het geloof: niet om er iets mee te verdienen maar om ze aan Hem te geven. Typologie: De Heere Jezus noemt hetzelfde doel voor de Zijnen: dat zij veel vrucht dragen, en Hij zegt erbij dat dit buiten Hem niet gaat (Joh. 15:5). Hoogl. 7:10-13; Hoogl. 4:1-7; Joh. 15:5 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Aan onze deuren hangen allerlei kostelijke vruchten, verse en ook oude. Mijn Liefste, die heb ik voor U bewaard! Hooglied 7… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Kom, mijn liefste! laat ons uitgaan in het veld… laat ons zien of de wijnstok bloeit. Hooglied 7:11,12 De kerk was op… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Hooglied 7
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Mijn Liefste uit het Hooglied
Kom, mijn liefste! laat ons uitgaan in het veld


Hooglied 7
Hooglied 7:12-13.KruisverwijzingenHooglied 6:11→Genesis 30:14→Mattheüs 13:52→Efeze 6:24→Hebreeën 2:13→Romeinen 5:11→Psalmen 73:25→Psalmen 43:4→
— Laat ons vroeg ons opmaken naar de wijnbergen, laat ons zien, of de wijnstok bloeit, de jonge druifjes zich opendoen, de granaatappelbomen uitbotten; daar zal ik U mijn uitnemende liefde geven. De dudaim geven reuk, en aan onze deuren zijn allerlei edele vruchten, nieuwe en oude; o mijn Liefste! die heb ik voor U weggelegd.
Let er ten eerste op dat de liefde de grote drijfveer tot handelen is in de zaak van Christus. Heel deze verzen door handelt de bruid met het oog op haar Liefste. Om Hém gaat zij het veld in; om Zijn gezelschap en het stille genieten van Zijn liefde zou zij in de dorpen willen vernachten; en van alle aangename vruchten, nieuwe en oude, die binnen haar poorten liggen, verklaart zij dat zij voor haar Liefste weggelegd zijn.
De liefde is dus de meest passende en de krachtigste drijfveer tot heilige dienst: “want de liefde van Christus dringt ons.”
Let er ten tweede op dat de liefde ons het veld in doet gaan in de dienst van Jezus. Een liefhebbende gemeente zet zich vanzelf tot een ruimere dienst; zij heeft een groot hart.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Salomo tot Sulamith, terwijl hij door nog vuriger lofuitingen hare schoonheid roemt: Hoe schoon zijn uwe gangen of voeten in de schoenen 1), gij prinsen-dochter 2)! De omdraaiingen, uwer heupen zijn zo schoon gevormd als twee kostelijke ketens, zijnde het werk van de handen eens bekwamen kunstenaars. 3)
Aanleiding tot deze opmerking mag Salomo wel gekregen hebben door het werkelijk gaan van Sulamith van hare plaats en van haren terugkeer derwaarts, waar wellicht Salomo zelf haar verzoenend geleidde. Ditmaal vangt hij zijne beschrijving van hare schone gestalte aan met de voeten om met het hoofd te eindigen, wel alleen dient om op zinrijke wijze ene verandering te maken, daar hij vroeger den omgekeerden weg had ingeslagen. Hare gangen of voeten in de schoenen wijzen reeds op hare koninklijke waardigheid, dewijl een onvrije gene schoenen mocht dragen. Op geestelijke wijze verstaan wordt hier gedoeld op het betreden van ‘s Heeren wegen, op het wandelen op het pad Zijner geboden.
We hebben hier hetzelfde woord als Hoofdstuk 6: 12. Daar werd gesproken van het volk, een edele, hier letterlijk, dochter van een edele of vorst. Terecht is hier overgezet door prinsendochter. Hoe kon de koning haar zo noemen, dewijl zij toch van onaanzienlijke geboorte was? Maar immers, door haar huwelijk met hem, den koning, dewijl zij niet alleen zijn bruid, maar ook zijn zuster was, mocht zij op dien eretitel aanspraak maken. Zijn vader was haar vader geworden. Door aanneming was Zijn staat haar staat geworden. Dit geldt ook van den gelovige, die lid is der Kerk die zalig wordt. Koningskind is de naam van allen, die door een oprecht geloof Christus Jezus zijn ingelijfd.
De ketens hier bedoeld, zijn de hals- of borstsieraden bij vrouwen in gebruik. En als hier de heupen en de wendingen der heupen daarmee vergeleken worden, dan ligt de nadruk niet alleen op de schoonheid, maar ook op de vastheid en welgemaaktheid. Als de voeten op het pad van ‘s Heeren geboden hopen, zal de Heere God het niet laten ontbreken aan Zijne besturende hand en macht, om die paden met vastheid te bewandelen in Zijne gunst.
Uw navel 1) is als een ronde beker, een wel gerond bekken, waarin men gemengden wijn bereidt, dien geen drank ontbreekt. Uw buik is zo schoon geelachtig wit en gewelfd als een hoop tarwe, dien men rondom bezet, omzet heeft met rode lelies. 2).
De navel komt voor als het middelpunt van het lichaam en wel als dat middelpunt, van waar het aangenaam gevoel der gezondheid zijne warmtestralen verbreidt.
Hare navel wordt vergelijken bij een ronde beker, aan welken geen aangename en verkwikkende vrucht ontbreekt, gelijk Davids beker dus van vettigheid en verfrissing overvloeide en die te gelijk ook welgeschapen is. De vreze des Heeren wordt een medicijn voor de navel genoemd, en als het onze zielen aan die vreze niet ontbreekt, dan ontbreekt het onze navel ook aan geen aangenamen drank. Geestelijk verstaan drukt de Schrift hier uit de kracht en den geestelijken welstand der Kerk in het algemeen en dien der gelovigen in het bijzonder.
Het ganse lichaam wordt ook van de buik gevoed en dit betekent den geestelijken voorspoed en de vruchtbaarheid des gelovigen in goede werken, als ook de gezonde gesteldheid zijner ziele.
Daar het bij de ouden gebruikelijk was het gezaaide terstond op het veld op vloeren, die daar gesteld werden, te dorsen, zo ligt het zeer voor de hand om aan te nemen, dat het de gewoonte was de tarwehopen feestelijk te bekransen, of met allerlei bloemen te versieren.
Uwe twee borsten zijn als twee welpen, tweelingen van ene ree (zie Hoofdstuk 4: 5).
Uw hals is zo schitterend blank, zo verheven en slank als een elpenbenen, met elpenbeen versierden toren 1) (1 (Koningen 10: 18) Uwe ogen zijn zo helder als de lichtblauwe, lieflijk gelegen vijvers, in welker watervlakte het zonlicht zich vriendelijk spiegelt, welke te Hesbon (Numeri 21: 25 vv.) en wel bij de poort van Bath-rabbim. 2) Uw neus is zo schoon en welgevormd als de eerbiedwekkende wachttoren van of: op den Libanon, die tegen Damascus ziet 3) (1 (Koningen 9: 19)
Werd in Hoofdstuk 4: 4 de hals vergeleken bij Davids toren, hier bij den elpenbenen toren. Zie verder de Aanmerkingen aldaar. Hare ogen worden vergeleken bij de vijvers van Hesbon, gelegen bij de poort van Jeruzalem of Hesbon, die Bath-rabbim, dit is een dochter der menigte, om derzelver grootte en doortocht, genoemd wordt. Dus is het verstand en het oogmerk van een gelovige rein en helder als het water van een klaren vijver, en de ogen, die om de zonden wenen, worden ook in Jer. 9: 1, bij fonteinen vergeleken, die zeer aangenaam en schoon zijn in de ogen van Christus.
Ook de nieuwere reizigers maken nog melding van minstens een groten vijver te Hesbon, ten zuiden van de op ene hoogte gelegen stad, in ene Wady gelegen en uit heerlijke bouwwerken bestaande. Oorspronkelijk mogen het wel twee meren geweest zijn, dicht bij elkaar gelegen, en zich door de helderheid hunner wateren en de schoonheid hunner oevers onderscheidende, en die alzo een treffend beeld voor schone ogen opleveren.
Een welgemaakte neus geeft niet alleen een voornaam gedeelte der schoonheid, maar ook ene zekere grootmoedigheid en verhevenheid van geest te kennen. De vergelijking van dezelve bij den toren van Libanon, kan niet onvoegelijk voorkomen aan hen, die op den aard van dit verheven Oosters dichtstuk letten, welke vol gelijkenissen is, ontleend aan landgezichten, en van alles wat de veehoeding betreft.
Ongetwijfeld wordt daarmee de geestelijke schranderheid aangeduid om alles wel en geestelijk te onderzoeken. Van daar dat ook onmiddellijk daarop van het hoofd gesproken wordt, wat bij den Karmel wordt vergeleken. De toren diende tot wachttoren om den vijand en wel spoedig te ontdekken.
Uw hoofd op u is zo schoon en majestueus, uwe gehele gestalte beheersend als de tot in de wolken reikende en de gehele omliggende landstreek aan zijnen voet beheersende berg Karmel 1) (1 (Koningen 18: 20) en de haarband uws hoofds als purper2) (juister: uwe van het hoofd golvende haarlokken zijn van zo donkeren glans als purper); de koning is als gebonden op de galerijen. 3) Gij hebt mij, o Sulamith, door al uwe lieflijkheid en schoonheid gevangen genomen!
Sulamith’s hoofd beheerst hare gestalte aan schoonheid en majestueusheid alles overtreffend, zoals de Karmel een verheven en verrukkelijk gezicht aanbiedt door land en zee aan zijne voet beheersende.
Geestelijk verstaan dat de gelovige uitsteekt in heerlijkheid, boven al wat van de wereld is, en door Gods gunst zich boven de wereld weet te verheffen.
Gelijk de berg Karmel met bossen beplant was, en daardoor een schoon gezicht gaf, zo ook komt de Schrijver van het hoofd, op de haarlokken die het hoofd bedekken, om daarmee aan te duiden de schoonheid der bruid in zijne ogen. Gelijk het haar niet alleen tot bedekking maar ook tot versiering van het hoofd dient, zo is ook de gemeente van Christus geheel schoon in de ogen van haar Koning en Heere.
In het Hebr. Myjhrb rwoa Klm (Mèlek asoer barchatim). Beter: de koning is gebonden door deze lokken. Het Hebr. woord duidt aan een gebonden zijn door de banden der liefde. Hier wordt het dus duidelijk uitgesproken, dat de koning met onverbreekbare banden aan zijn bruid is gebonden, dat niets ter wereld dien band kan verbreken. Ook dan als men de vertaling houdt aan galerijen komt men tot dezelfde slotsom. Oorspronkelijk betekent het kanalen en goten, maar zoals hier wordt het van de hoofdharen gebruikt. Dit past ook alleen in het verband der zin.
1) Salomo, zijne gade verrukt in zijne armen houdende: O, a) hoe schoon zijt gij, en hoe lieflijk zijt gij, o gij brandend, verwarmend vuur der ware liefde in (juister: onder) alle wellusten 2) of genietingen des harten.
Psalm 45: 12. Hoogl. 1: 15; 4: 1
Met dit vers begint een tweegesprek tussen Salomo en Sulamith, zonder bijzijn van anderen. Zij bevinden zich niet meer in den tuin, maar in het paleis zelf. Hij beschrijft nu hare schoonheid, terwijl ook zij van hare zijde haren heerlijken staat beschrijft en wat zij in Hem ziet en aan Hem verwacht. 2) Schoon door het versiersel der deugd, lieflijk door de zalige ervaring der genade, door de vergeving der zonden, door gene bitterheid der zonde gestoord! Van God heeft zij haren naam ontvangen. Want God is liefde.
Terwijl hij hare schone gestalte met welgevallen aanschouwt: Deze uwe lengte (woordelijk: deze uw wasdom), zij is te vergelijken bij enenslanken hogen palmboom, en uwe volle ronde borsten bij druiftrossen.
De palmboom draagt steeds alleen aan den top (50 à 80) dunne takken, korter naarmate ze hoger zijn en die zich aan den top boogsgewijze naar de aarde nederbuigen en brede schaduw verbreiden. Zij staan gewoonlijk zes in een kring rondom den stam en dragen rietachtige, zwaardvormige, altijd groene bladeren van ongeveer twee duim breedte en 8 à 12 duim lengte. (Psalm 92: 13 Aanm).
Hij vergelijkt hare hoge gestalte bij die van een palmboom, die het meest bloeit, hoe meer hij getreden wordt, gelijk de Kerk ook gezegd wordt het meest te vermeerderen hoe meer zij gedrukt, verdrukt en vervolgd wordt, dus zijn ook de takken van dezen boom zinnebeelden van overwinning en zegeviering.
Ik zei (ik zeg, denk bij mij zelf): Ik zal op denschonen palmboom klimmen, ik zal zijne takken grijpen. 1) Zo laat mij dan uw beminnelijk aangezicht kussen, en in de zoetigheden van uwen boezem zwelgen, aldus zullen dan uwe borsten mij zijn als druiftrossen aan den wijnstok, die mijne smachtende ziel laven, en moge de reuk van uwen neus of uw adem mij, als ik uwen lieven mond kus, zijn als geurige, welriekende appelen (Joël 1: 12 Aanm).
Hier wordt gesproken van de innige gemeenschapsoefening, en daarom geestelijk verstaan van de geestelijke gemeenschapsoefening tussen Christus en zijne Kerk, tussen den Heere en zijne gelovigen. De Heere heeft zijne Kerk gekocht tot den prijs van zijn bloed, niet alleen om haar te bevrijden van schuld en straf maar ook om zich altijd met haar te verenigen en de vruchten te verzamelen, welke Hij zelf bij haar gewrocht heeft, door Zijn Geest en genade.
En uw gehemelte, uw keel met haren zoeten adem zij mij als goede aangenaam opvrolijkende wijn1)….Sulamith, haren echtgenoot in de rede vallende, terwijl zij hem vriendelijk toelachende, hem met hare armen omvat: Ja, als de beste wijn, die recht tot mijnen beminde gaat en aangenaam naar binnen glijdt, doende de lippen der slapenden spreken. 2)
Het gehemelte staat in het nauwste verband met de spraak, en hiermede spreekt de Koning het uit, dat, wat zij spreekt Hem aangenaam is, Hem verkwikt. Hij vergelijkt ze met den wijn, die verheugt en versterkt.
Voor sommige uitleggers is dit gedeelte aan vs. 9 en het volgende niet helder geweest, dewijl men meende of het er voor hield, dat niet Sulamith maar haar koning deze woorden sprak. Uit vs. 10 blijkt echter duidelijk dat niet Salomo maar zijne bruid dit heeft gesproken. Maar dit geldt ook van dit laatste gedeelte. Zij valt Hem in de rede, overweldigd door zijn woorden, en waar Hij zegt, dat haar gehemelte is als goede wijn, daar herneemt zij: die recht tot mijnen beminde gaat doende de lippen der slapende spreken. De zin van deze woorden kan niet anders zijn dan dat niet alleen wakende maar ook slapende de band der gemeenschap tussen den Bruidegom en bruid niet verbroken wordt, maar dat die band onverbrekelijk is. 10. Ja, ik weet het wel: a) Ik ben mijns liefsten en zijne genegenheid is tot mij 1); hij kan niet meer zonder mij leven.
Hoogl. 2: 16; 6: 3.
De voorgaande hoge liefdebetuigingen des Bruidegoms maken haar nu sterk en gerust, omtrent haar verzekerd aandeel en omtrent de onverzettelijke liefde van Jezus tot haar. Ja het is alsof zij zich nu onder de volle mededeling van haar Liefste aan haar, en onder de gevoelige ontdekkingen zijner gemeenschap in liefde, daar Hij even zijne gereedheid toe verklaarde, metterdaad hier nu bevindt, en daardoor nu van de volle bezitting verzekerd, onder de zoetheid van dit genot als wegsmeltende, in dankbaren roem en blijdschap uitroept: Ik ben mijns liefsten en zijne genegenheid is tot mij.
Met die laatste woorden spreekt Sulamith het uit dat zij zich nu volkomen de zijne weet. Had zij wellicht zijne liefde nog gewantrouwd; had zij het wellicht gemeend dat hare liefde welgemeender was dan de zijne, nu spreekt zij het uit, dat zij er zich volkomen van bewust is geworden, dat zij er nu vast van verzekerd is, dat Zijne genegenheid tot haar is. Zij spreekt daarmee haar onwrikbaar geloof uit in Zijne verzekeringen. Zo gaat het ook met den gelovige. Eerst dan als hij zich bewust wordt van Christus liefde voor hem en hij vastelijk steunt op de belofte en toezeggingen en verzekeringen van zijn Heere en Koning, eerst dan is hij, wat hij wezen moet.
O, zo kom dan, mijn liefste! laat ons in dit lieflijk lenteseizoen, in innige liefde verenigd; te zamen uitgaan in het veld, naar het land, en laat ons onderweg vernachten op de dorpen1) (Hoofdstuk 3: 8 Aanm).
Waarom vraagt Sulamith dit? Haar wens is met haar Heere en Koning verre van het gewoel der wereld en het gedruis der stad, in de eenzaamheid Hem te genieten zoals Hij is. En waar zij spreekt van vernachten, daar bedoelt zij daarmee een vast verblijf verkiezen. Zij heeft nu aan Hem en zijn hof en die omgeving genoeg. Zij nodigt hem uit om te zien, nu het weer lente werd en de winter voorbij ging, om te aanschouwen hoe alles in bloei staat en dus edele vruchten belooft. Ook hier is de geestelijke toepassing niet moeilijk. De gelovige die weer bij vernieuwing de liefde van Christus mocht ervaren, heeft de grootste behoefte, om zijne gemeenschap blijvend te genieten en tracht alles te verwijderen of te ontvluchten, wat de gemeenschap weer zou storen, en hoewel hij weet dat alles is vrucht en werk der genade tevens is het behoefte om te wijzen op de vrucht, die de genade heeft uitgewerkt.
Laat ons dan den volgenden morgen vroeg ons opmakenen gaan naar de wijnbergen, laat ons dan te zamen zien, of de wijnstok, reeds bloeit, de jonge druifjes zich opendoen en jonge druifjes draagt, of de granaat-appelbomen in mijnen tuin reeds uitbotten, 1) daar, waar de schone natuur met hare lieflijkheid en weelderige vrijheid ons omgeeft, zal ik dan geheel de uwe zijn en u zonder storing of bedroeving, ongehinderd mijne uitnemende liefde geven 2) en zonder enige terughouding mijn hart ontsluiten.
Een godzalige heeft geen grotere blijdschap dan in den bloeienden staat van Jezus Kerk en van meer andere gelovigen nevens zich in dezelve: en dit is haar lust, daartoe wel eens uit te gaan met hare heilige opmerking door den ruimen omtrek van den zelven. Maar meteen is het godzaligen ook tot vreugde, dat Jezus zelf door dien bloei van zijn volk zo vermaakt is, en daarom is hun wens, dat hij er ook getuige van zij, en zij zoeken dien bloeistaat onder zijn ogen te brengen.
Zij belooft hem hare beste neigingen, hare edelste en uitnemendste, dat is, hare hartelijkste liefde, want geheel haar hart, hetwelk hij van haar geëist had, was aan Hem toegewijd en zou door zijn bijzijn te meer in vurige liefde ontvonken en hem dus blakende en brandende geredelijk worden aangeboden. Hier zal zij het niet bij laten rusten, neen, zij wil Hem niet slechts op dankbare geuren en erkentelijke offers van lieflijke reuke als die der Dudaïm of Mandragora’s, maar ook op alle edele, schone en aangename vruchten, zowel nieuwe als oude, onthalen.
De dudaïm (juister: Mandragoren) 1) met hun sterk en aangenaam riekende appeltjes, deze zinnebeelden van innige liefde gevenu dan hunnen reuk, en aan onze deuren, aan het latwerk boven de deur mijner moederlijke woning, zijn allerlei soorten edele vruchten, nieuwe en oude, van den laatsten oogst en van vroegere jaren; o mijn liefste! die ik voor u heb weggelegd, bewaard.
Over de Mandragor of wolfkers vergelijk Genesis 30: 14 Daar nu de kleine appeltjes van deze plant en niet hare bloesems welriekend zijn, zo denkt Sulamith natuurlijk aan deze; maar zij noemt ze hier niet als kunstmatige middelen tot opwekking, of vermeerdering van zinnelijke liefde, als wilde zij enigszins te kennen geven, dat zij haren echtgenoot daaruit een liefdedrank wilde bereiden, dit is bij de anders zo geheel kuise argeloze gezindheid van Sulamith ondenkbaar; maar de appeltjes zijn voor haar zinnebeelden der ware liefde en moeten alzo even als de andere door haar genoemde vruchten en genietingen de heerlijkheid van haar liefde op levendige wijze voor Salomo afschilderen.
Geestelijk opgevat, wijst Sulamith erop dat er niet alleen liefde maar ook uiting der liefde, niet alleen geloof maar ook geloofsleven, niet alleen gemeenschapsoefening maar ook vrucht er van is. De genade wordt uit haar vrucht gekend. Gelijk de levende boom uit zijne vrucht gekend wordt zo ook de levend gemaakte zondaar. Het is een grote en dubbele genade, indien de gelovige wel ootmoedig, maar toch ook vrijmoedig op de vrucht des geloofs en der liefde mag wijzen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel