Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Handelingen 9

1 En Saulus, blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren, ging tot de hogepriester,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En SaulusG4569, blazendeG1709 nog dreigingG547 en moordG5408 tegen de discipelenG3101 des HeerenG2962, ging totG1519 de hogepriesterG749, En Saulus, blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren, ging tot de hogepriester,

KJV And2 Saul,3 yet4 breathing out5 threatenings6 and7 slaughter8 against9 the disciples11 of the Lord,13 went14 unto the high priest,

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 σαυλος G4569 Saulus Saul 4 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 5 εμπνεων G1709 blazende breathe 6 απειλης G547 dreiging, dreigingen, scherpelijk X straitly, threatening 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 φονου G5408 doodslag, doodslagen, moord murder, + be slain with, slaughter 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 14 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αρχιερει G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En begeerde brieven van hem naar Damaskus, aan de synagogen, opdat, zo hij enigen, die van dien weg waren, vond, hij dezelve, beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En begeerdeG154 brievenG1992 van hemG846 naarG1519 DamaskusG1154, aanG4314 de synagogenG4864, opdat, zoG1437 hij enigenG5100, die van dien wegG3598 warenG1510, vondG2147, hij dezelve, beidenG5037 mannenG435 enG2532 vrouwenG1135, zou gebondenG1210 brengenG71 naarG1519 JeruzalemG2419. En begeerde brieven van hem naar Damaskus, aan de synagogen, opdat, zo hij enigen, die van dien weg waren, vond, hij dezelve, beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem.

KJV And desired1 of2 him3 letters4 to5 Damascus6 to7 the synagogues,9 that10 if11 he found13 any12 of this way,15 whether18 they were men17 or19 women,20 he might bring them22 bound21 unto23 Jerusalem.

1 ητησατο G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 2 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 επιστολας G1992 brief, zendbrief, brieven "epistle," letter 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 δαμασκον G1154 Damaskus Damascus 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 συναγωγας G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 10 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 11 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 12 τινας G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 13 ευρη G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οδου G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 16 οντας G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 ανδρας G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 18 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 γυναικας G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 21 δεδεμενους G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 22 αγαγη G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 23 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 24 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En als hij reisde, is het geschied, dat hij nabij Damaskus kwam, en hem omscheen snellijk een licht van den hemel;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En als hij reisdeG4198, is het geschiedG1096, dat hijG846 nabijG1448 DamaskusG1154 kwam, en hemG846 omscheenG4015 snellijkG1810 een lichtG5457 vanG575 den hemelG3772; En als hij reisde, is het geschied, dat hij nabij Damaskus kwam, en hem omscheen snellijk een licht van den hemel;

KJV And2 as he6 journeyed,4 he came5 near7 Damascus:9 and10 suddenly11 there shined round about12 him13 a light14 from15 heaven:

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πορευεσθαι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 5 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εγγιζειν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δαμασκω G1154 Damaskus Damascus 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εξαιφνης G1810 snellijk, stonde, onvoorziens suddenly 12 περιηστραψεν G4015 omscheen shine round (about) 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 15 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG2532 ter aardeG1093 gevallenG4098 zijnde, hoordeG191 hij een stemG5456, die totG1909 hemG846 zeideG3004: SaulG4549, SaulG4549! watG5101 vervolgtG1377 gij MijG1473? En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij?

KJV And1 he fell2 to3 the earth,5 and heard6 a voice7 saying8 unto him,9 Saul,10 Saul,11 why12 persecutest thou14 me?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πεσων G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 3 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 6 ηκουσεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 7 φωνην G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 8 λεγουσαν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 σαουλ G4549 Saul Saul 11 σαουλ G4549 Saul Saul 12 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 13 με G1473 mij, ik I, me 14 διωκεις G1377 vervolgd, vervolgen, vervolgt ensue, follow (after), given to, (suffer) persecute(-ion), press forward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG1161 hij zeideG2036: Wie zijt Gij, HeereG2962? EnG1161 de HeereG2962 zeideG2036: IkG1473 benG1510 JezusG2424, DienG3739 gijG4771 vervolgtG1377. Het is uG4771 hardG4642, de verzenenG2979 tegen de prikkelsG2759 te slaanG2979. En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan.

Ook in dit vers totG4314

KJV And2 he said, Who3 art thou, Lord?5 And7 the Lord8 said, I10 am4 Jesus12 whom13 thou14 persecutest:15 it is hard16 for thee to kick20 against18 the pricks.

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 4 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 εγω G1473 mij, ik I, me 11 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 13 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 15 διωκεις G1377 vervolgd, vervolgen, vervolgt ensue, follow (after), given to, (suffer) persecute(-ion), press forward 16 σκληρον G4642 hard, harde fierce, hard 17 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 18 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 19 κεντρα G2759 prikkel, prikkels, angels prick, sting 20 λακτιζειν G2979 slaan, verzenen, verzenen slaan kick

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En hij, bevendeG5141 enG2532 verbaasdG2284 zijnde, zeideG2036: HeereG2962, watG5101 wiltG2309 Gij, dat ikG1473 doenG4160 zal? EnG2532 de HeereG2962 zeideG3004 totG4314 hemG846: StaG450 op, enG2532 ga inG1519 de stadG4172, enG2532 u zal aldaar gezegdG2980 worden, watG5101 gijG4771 doenG4160 moetG1163. En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet.

KJV And2 he trembling1 and3 astonished4 said, Lord,6 what7 wilt thou have9 me to do?10 And11 the Lord13 said unto14 him,15 Arise,16 and17 go18 into19 the city,21 and22 it shall be told23 thee what25 thou must27 do.

1 τρεμων G5141 bevende, schromen be afraid, trembling 2 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 θαμβων G2284 verbaasd amaze, astonish 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 με G1473 mij, ik I, me 9 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 10 ποιησαι G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 14 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 αναστηθι G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 εισελθε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πολιν G4172 stad, steden city 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 λαληθησεται G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 24 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 25 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 26 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 27 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 28 ποιειν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de mannen, die met hem over weg reisden, stonden verbaasd, horende wel de stem, maar niemand ziende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG1161 de mannenG435, die met hemG846 over weg reisdenG4922, stondenG2476 verbaasdG1769, horendeG191 wel de stemG5456, maarG1161 niemandG3367 ziendeG2334. En de mannen, die met hem over weg reisden, stonden verbaasd, horende wel de stem, maar niemand ziende.

KJV And2 the men3 which1 journeyed5 with him6 stood7 speechless,8 hearing9 a voice,12 but14 seeing15 no man.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 συνοδευοντες G4922 weg reisden journey with 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ειστηκεισαν G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 8 εννεοι G1769 verbaasd speechless 9 ακουοντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 10 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 φωνης G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 13 μηδενα G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 θεωρουντες G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Saulus stond op van de aarde; en als hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij, hem bij de hand leidende, brachten hem te Damaskus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En SaulusG4569 stondG1453 opG1519 vanG575 de aardeG1093; en als hij zijn ogenG3788 opendeedG455, zagG991 hijG846 niemandG3762. En zij, hem bij de hand leidendeG5496, brachtenG1521 hem te DamaskusG1154. En Saulus stond op van de aarde; en als hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij, hem bij de hand leidende, brachten hem te Damaskus.

KJV And2 Saul4 arose1 from5 the earth;7 and9 when his12 eyes11 were opened,8 he saw14 no man:13 but16 they led15 him17 by the hand, and brought18 him into19 Damascus.

1 ηγερθη G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σαυλος G4569 Saulus Saul 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 8 ανεωγμενων G455 geopend, open, openen open 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οφθαλμων G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ουδενα G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 14 εβλεπεν G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 15 χειραγωγουντες G5496 hand geleid, hand leidende lead by the hand 16 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εισηγαγον G1521 gebracht, brachten, bracht bring in(-to), (+ was to) lead into 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 δαμασκον G1154 Damaskus Damascus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En hij was drie dagen, dat hij niet zag, en at niet, en dronk niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En hij wasG1510 drieG5140 dagenG2250, dat hij niet zagG991, enG2532 atG5315 niet, en dronkG4095 niet. En hij was drie dagen, dat hij niet zag, en at niet, en dronk niet.

KJV And1 he was three4 days3 without5 sight,6 and7 neither8 did eat9 nor10 drink.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 4 τρεις G5140 drie, Drie three 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 βλεπων G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 εφαγεν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 10 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 11 επιεν G4095 drinken, drinkt, drinkende drink
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En er was een zeker discipel te Damaskus, met name Ananias; en de Heere zeide tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zeide: Zie, hier ben ik, Heere!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En er wasG1510 een zekerG5100 discipelG3101 te DamaskusG1154, metG1722 nameG3686 AnaniasG367; en de HeereG2962 zeideG2036 totG4314 hemG846 inG1722 een gezichtG3705: AnaniasG367! En hij zeideG2036: ZieG2400, hier ben ikG1473, HeereG2962! En er was een zeker discipel te Damaskus, met name Ananias; en de Heere zeide tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zeide: Zie, hier ben ik, Heere!

KJV And2 there was a certain3 disciple4 at5 Damascus,6 named7 Ananias;8 and9 to11 him12 said the Lord14 in15 a vision,16 Ananias.17 And19 he said, Behold, I22 am here, Lord.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 μαθητης G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 δαμασκω G1154 Damaskus Damascus 7 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 8 ανανιας G367 Ananias Ananias 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 οραματι G3705 gezicht sight, vision 17 ανανια G367 Ananias Ananias 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 20 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 21 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 22 εγω G1473 mij, ik I, me 23 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de straat, genaamd de Rechte, en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus, van Tarsen; want zie, hij bidt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En de HeereG2962 zeide totG4314 hemG846: StaG450 op, en ga in de straatG4505, genaamdG2564 de RechteG2117, en vraagG2212 inG1722 het huisG3614 van JudasG2455 naar een, met nameG3686 SaulusG4569, van TarsenG5018; wantG1063 zieG2400, hij bidtG4336. En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de straat, genaamd de Rechte, en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus, van Tarsen; want zie, hij bidt.

KJV And2 the Lord3 said unto4 him,5 Arise,6 and go7 into8 the street10 which1 is called12 Straight,13 and14 enquire15 in16 the house17 of Judas18 for one called20 Saul,19 of Tarsus:21 for,23 behold, he prayeth,

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 7 πορευθητι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 8 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ρυμην G4505 straat, straten, wijken lane, street 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 καλουμενην G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 13 ευθειαν G2117 terstond, recht, rechten anon, by and by, forthwith, immediately, straightway 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ζητησον G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 18 ιουδα G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 19 σαυλον G4569 Saulus Saul 20 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 21 ταρσεα G5018 Tarsen of Tarsus 22 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 23 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 24 προσευχεται G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En hij heeft in een gezicht gezien, dat een man, met name Ananias, inkwam, en hem de hand oplegde, opdat hij wederom ziende werd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En hij heeft in een gezichtG3705 gezienG3708, dat een manG435, met nameG3686 AnaniasG367, inkwamG1525, enG2532 hem de handG5495 oplegdeG2007, opdat hij wederom ziendeG308 werd. En hij heeft in een gezicht gezien, dat een man, met name Ananias, inkwam, en hem de hand oplegde, opdat hij wederom ziende werd.

KJV And1 hath seen in3 a vision4 a man5 named6 Ananias7 coming in,8 and9 putting10 his hand12 on him,11 that13 he might receive his sight.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 οραματι G3705 gezicht sight, vision 5 ανδρα G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 6 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 7 ανανιαν G367 Ananias Ananias 8 εισελθοντα G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 επιθεντα G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 χειρα G5495 handen, hand hand 13 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 14 αναβλεψη G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Ananias antwoordde: Heere! ik heb uit velen gehoord van dezen man, hoeveel kwaad hij Uw heiligen in Jeruzalem gedaan heeft;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG1161 AnaniasG367 antwoorddeG611: HeereG2962! ik heb uitG575 velenG4183 gehoordG191 van dezenG5127 manG435, hoeveelG3745 kwaadG2556 hij Uw heiligenG40 inG1722 JeruzalemG2419 gedaanG4160 heeft; En Ananias antwoordde: Heere! ik heb uit velen gehoord van dezen man, hoeveel kwaad hij Uw heiligen in Jeruzalem gedaan heeft;

KJV Then2 Ananias4 answered,1 Lord,5 I have heard6 by7 many8 of9 this man,11 how much13 evil14 he hath done15 to thy saints17 at19 Jerusalem:

1 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ανανιας G367 Ananias Ananias 5 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 ακηκοα G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 7 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 πολλων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 9 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ανδρος G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 12 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 14 κακα G2556 kwaad, kwade, kwaads bad, evil, harm, ill, noisome, wicked 15 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 16 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αγιοις G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 18 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En heeft hier macht van de overpriesters, om te binden allen, die Uw Naam aanroepen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG2532 heeftG2192 hier machtG1849 van de overpriestersG749, om te bindenG1210 allenG3956, die Uw NaamG3686 aanroepenG1941. En heeft hier macht van de overpriesters, om te binden allen, die Uw Naam aanroepen.

KJV And1 here2 he hath3 authority4 from5 the chief priests7 to bind8 all9 that call11 on thy name.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 3 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 4 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 5 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αρχιερεων G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 8 δησαι G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 9 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 επικαλουμενους G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar de Heere zeide tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israels.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 MaarG1161 de HeereG2962 zeideG2036 totG4314 hemG846: Ga heen; wantG3754 dezeG3778 isG1510 MijG1473 een uitverkorenG1589 vatG4632, om Mijn NaamG3686 te dragenG941 voor de heidenenG1484, en de koningenG935, en de kinderenG5207 IsraelsG2474. Maar de Heere zeide tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israels.

KJV But2 the Lord6 said unto3 him,4 Go thy way:7 for8 he13 is a chosen10 vessel9 unto me, to bear15 my name17 before19 the Gentiles,20 and21 kings,22 and24 the children23 of Israel:

1 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 πορευου G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 σκευος G4632 vat, vaten, huisraad goods, sail, stuff, vessel 10 εκλογης G1589 verkiezing, uitverkoren, uitverkorenen chosen, election 11 μοι G1473 mij, ik I, me 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 βαστασαι G941 dragen, gedragen, draagt bear, carry, take up 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 18 μου G1473 mij, ik I, me 19 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 20 εθνων G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 βασιλεων G935 koning, Koning, koningen king 23 υιων G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 24 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 25 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 WantG1063 IkG1473 zal hem tonenG5263, hoeveelG3745 hij lijdenG3958 moetG1163 om Mijn NaamG3686. Want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam.

KJV For2 I1 will shew3 him4 how great things5 he7 must6 suffer12 for8 my name's sake.10

1 εγω G1473 mij, ik I, me 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 υποδειξω G5263 tonen, aangewezen, getoond show, (fore-)warn 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 6 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ονοματος G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 παθειν G3958 lijden, geleden, lijdt feel, passion, suffer, vex
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zeide hij: Saul, broeder! de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En AnaniasG367 ging heen en kwamG2064 in het huisG3614; en de handenG5495 op hemG846 leggendeG2007, zeideG2036 hij: SaulG4549, broederG80! de HeereG2962 heeft mijG1473 gezondenG649, namelijk JezusG2424, Die uG4771 verschenenG3700 is op den wegG3598, dienG3739 gij kwaamt, opdat gij weder ziendeG308 en metG1722 den HeiligenG40 GeestG4151 vervuldG4130 zoudt worden. En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zeide hij: Saul, broeder! de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden.

KJV And2 Ananias3 went his way,1 and4 entered5 into6 the house;8 and9 putting10 his hands14 on11 him12 said, Brother17 Saul,16 the Lord,19 even Jesus,22 that appeared unto thee in26 the way28 as29 thou camest,30 hath sent20 me, that31 thou mightest receive thy sight,32 and33 be filled with34 the Holy36 Ghost.

1 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ανανιας G367 Ananias Ananias 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 επιθεις G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 11 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χειρας G5495 handen, hand hand 15 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 σαουλ G4549 Saul Saul 17 αδελφε G80 broeders, broeder, broederen brother 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 20 απεσταλκεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 21 με G1473 mij, ik I, me 22 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 23 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 οφθεις G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 25 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 26 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 27 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 29 η G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 30 ηρχου G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 31 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 32 αναβλεψης G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 33 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 34 πλησθης G4130 vervuld, vulden, gevuld accomplish, full (…come), furnish 35 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 36 αγιου G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG2532 terstond vielenG634 af van zijn ogenG3788 gelijk als schellenG3013, en hijG846 werd terstondG3916 wederom ziendeG308; enG2532 stondG450 op, en werd gedooptG907. En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt.

Ook in dit vers terstondG2112

KJV And1 immediately2 there fell3 from4 his7 eyes6 as8 it had been scales:9 and he received sight10 forthwith,12 and11 arose,14 and13 was baptized.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 απεπεσον G634 vielen fall 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οφθαλμων G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 9 λεπιδες G3013 schellen scale 10 ανεβλεψεν G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 11 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 12 παραχρημα G3916 terstond, stonde forthwith, immediately, presently, straightway, soon 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 15 εβαπτισθη G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En als hij spijze genomen had, werd hij versterkt. En Saulus was sommige dagen bij de discipelen, die te Damaskus waren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En als hij spijzeG5160 genomenG2983 had, werd hij versterktG1765. En SaulusG4569 was sommigeG5100 dagenG2250 bijG1722 de discipelenG3101, die te DamaskusG1154 waren. En als hij spijze genomen had, werd hij versterkt. En Saulus was sommige dagen bij de discipelen, die te Damaskus waren.

KJV And1 when he had received2 meat,3 he was strengthened.4 Then6 was5 Saul8 certain15 days14 with9 the disciples13 which were at11 Damascus.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 τροφην G5160 spijze, voedsel, spijs food, meat 4 ενισχυσεν G1765 versterkt, versterkte strengthen 5 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 σαυλος G4569 Saulus Saul 9 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 δαμασκω G1154 Damaskus Damascus 13 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 14 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 15 τινας G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG2532 hij predikteG2784 terstondG2112 ChristusG5547 inG1722 de synagogenG4864, dat Hij de ZoonG5207 van GodG2316 isG1510. En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is.

KJV And1 straightway2 he preached6 Christ8 in3 the synagogues,5 that9 he10 is the Son13 of God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 συναγωγαις G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 6 εκηρυσσεν G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 χριστον G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En zij ontzetten zich allen, die het hoorden, en zeiden: Is deze niet degene, die te Jeruzalem verstoorde, wie dezen Naam aanriepen, en die daarom hier gekomen is, opdat hij dezelve gebonden zou brengen tot de overpriesters?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En zij ontzettenG1839 zich allenG3956, die het hoordenG191, en zeidenG3004: IsG1510 deze nietG3756 degene, die te JeruzalemG2419 verstoordeG4199, wie dezenG5124 NaamG3686 aanriepenG1941, en dieG3778 daarom hier gekomenG2064 is, opdatG2443 hijG846 dezelve gebondenG1210 zou brengenG71 tot de overpriestersG749? En zij ontzetten zich allen, die het hoorden, en zeiden: Is deze niet degene, die te Jeruzalem verstoorde, wie dezen Naam aanriepen, en die daarom hier gekomen is, opdat hij dezelve gebonden zou brengen tot de overpriesters?

KJV But2 all3 that heard5 him were amazed,1 and6 said;7 Is not8 this9 he that destroyed12 them which4 called on16 this name18 in13 Jerusalem,14 and20 came24 hither21 for22 that intent, that25 he might bring28 them27 bound26 unto29 the chief priests?

1 εξισταντο G1839 ontzetten, oud ontzetten, buiten zinnen amaze, be (make) astonished, be beside self (selves), bewitch, wonder 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ακουοντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πορθησας G4199 verwoestte, verstoorde destroy, waste 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 επικαλουμενους G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 19 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 22 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 23 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 24 εληλυθει G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 25 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 26 δεδεμενους G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 27 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 28 αγαγη G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 29 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 30 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 DochG1161 SaulusG4569 werd meer en meer bekrachtigdG1743, en overtuigdeG4797 de JodenG2453, die te DamaskusG1154 woondenG2730, bewijzendeG4822, dat dezeG3778 de ChristusG5547 isG1510. Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is.

KJV But2 Saul1 increased4 the more3 in strength, and5 confounded6 the Jews8 which7 dwelt10 at11 Damascus,12 proving13 that14 this15 is very Christ.

1 σαυλος G4569 Saulus Saul 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 4 ενεδυναμουτο G1743 bekrachtigd, gesterkt, kracht geeft enable, (increase in) strength(-en), be (make) strong 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 συνεχυνεν G4797 beroerd, beroerden, overtuigde confound, confuse, stir up, be in an uproar 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιουδαιους G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κατοικουντας G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 δαμασκω G1154 Damaskus Damascus 13 συμβιβαζων G4822 samengevoegd, besluitende, bewijzende compact, assuredly gather, intrust, knit together, prove 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En als vele dagen verlopen waren, zo hielden de Joden te zamen raad, om hem te doden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG1161 alsG5613 veleG2425 dagenG2250 verlopenG4137 waren, zo hieldenG4823 de JodenG2453 te zamen raad, om hemG846 te dodenG337. En als vele dagen verlopen waren, zo hielden de Joden te zamen raad, om hem te doden.

KJV And2 after1 that many5 days4 were fulfilled,3 the Jews8 took counsel6 to kill9 him:

1 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επληρουντο G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 4 ημεραι G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 ικαναι G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 6 συνεβουλευσαντο G4823 beraadslaagden zamen, geraden, hielden consult, (give, take) counsel (together) 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 9 ανελειν G337 omgebracht, doden, gedood put to death, kill, slay, take away, take up 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Maar hun lage werd Saulus bekend; en zij bewaarden de poorten, beide des daags en des nachts, opdat zij hem doden mochten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 MaarG1161 hun lageG1917 werd SaulusG4569 bekendG1097; en zij bewaardenG3906 de poortenG4439, beide des daagsG2250 en des nachtsG3571, opdat zij hem dodenG337 mochten. Maar hun lage werd Saulus bekend; en zij bewaarden de poorten, beide des daags en des nachts, opdat zij hem doden mochten.

KJV But2 their7 laying await6 was known1 of Saul.4 And9 they watched8 the gates11 day12 and14 night15 to16 kill18 him.

1 εγνωσθη G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σαυλω G4569 Saulus Saul 5 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 επιβουλη G1917 lage, lagen laying (lying) in wait 7 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 παρετηρουν G3906 namen, bewaarden, onderhoudt observe, watch 9 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 10 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πυλας G4439 poort, poorten gate 12 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 13 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 νυκτος G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 16 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 ανελωσιν G337 omgebracht, doden, gedood put to death, kill, slay, take away, take up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Doch de discipelen namen hem des nachts, en lieten hem neder door den muur, hem aflatende in een mand.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Doch de discipelenG3101 namenG2983 hemG846 des nachtsG3571, en lieten hem nederG2524 door den muurG5038, hem aflatendeG5465 inG1722 een mandG4711. Doch de discipelen namen hem des nachts, en lieten hem neder door den muur, hem aflatende in een mand.

KJV Then2 the disciples5 took1 him3 by night,6 and let him down7 by8 the wall10 in12 a basket.

1 λαβοντες G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 νυκτος G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 7 καθηκαν G2524 neder, nedergelaten, lieten let down 8 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 τειχους G5038 muur, muren wall 11 χαλασαντες G5465 aflatende, lieten, neder let down, strike 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 σπυριδι G4711 manden, mand basket
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Saulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde, poogde zich bij de discipelen te voegen; maar zij vreesden hem allen, niet gelovende, dat hij een discipel was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 SaulusG4569 nuG1161, te JeruzalemG2419 gekomen zijnde, poogdeG3987 zich bij de discipelenG3101 te voegenG2853; maar zij vreesdenG5399 hemG846 allenG3956, nietG3361 gelovendeG4100, datG3754 hij een discipelG3101 wasG1510. Saulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde, poogde zich bij de discipelen te voegen; maar zij vreesden hem allen, niet gelovende, dat hij een discipel was.

KJV And2 when Saul4 was come1 to5 Jerusalem,6 he assayed7 to join himself8 to the disciples:10 but11 they were13 all12 afraid of him,14 and believed16 not15 that17 he was a disciple.

1 παραγενομενος G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σαυλος G4569 Saulus Saul 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 επειρατο G3987 gepoogd, poogde assay 8 κολλασθαι G2853 voegen, aanhangt, hangt cleave, join (self), keep company 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 13 εφοβουντο G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 πιστευοντες G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 17 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 μαθητης G3101 discipelen, discipel, discipels disciple
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Maar Barnabas, hem tot zich nemende, leidde hem tot de apostelen, en verhaalde hun, hoe hij op den weg den Heere gezien had, en dat Hij tot hem gesproken had; en hoe hij te Damaskus vrijmoediglijk gesproken had in den Naam van Jezus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 MaarG1161 BarnabasG921, hem totG4314 zich nemendeG1949, leiddeG71 hem tot de apostelenG652, en verhaaldeG1334 hunG846, hoeG4459 hij opG1722 den wegG3598 den HeereG2962 gezienG3708 had, en datG3754 Hij tot hem gesprokenG2980 had; en hoeG4459 hij te DamaskusG1154 vrijmoediglijk gesprokenG3955 had inG1722 den NaamG3686 van JezusG2424. Maar Barnabas, hem tot zich nemende, leidde hem tot de apostelen, en verhaalde hun, hoe hij op den weg den Heere gezien had, en dat Hij tot hem gesproken had; en hoe hij te Damaskus vrijmoediglijk gesproken had in den Naam van Jezus.

KJV But2 Barnabas1 took3 him,4 and brought5 him to6 the apostles,8 and9 declared10 unto them11 how12 he had seen the Lord18 in13 the way,15 and19 that20 he had spoken21 to him,22 and23 how24 he had preached boldly27 at25 Damascus26 in28 the name30 of Jesus.

1 βαρναβας G921 Barnabas Barnabas 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επιλαβομενος G1949 nam, namen, greep catch, lay hold (up-)on, take (by, hold of, on) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ηγαγεν G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 6 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αποστολους G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 διηγησατο G1334 verhalen, verhaalde, verhaalden declare, shew, tell 11 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οδω G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 16 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 21 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 22 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 25 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 26 δαμασκω G1154 Damaskus Damascus 27 επαρρησιασατο G3955 vrijmoedigheid, vrijmoediglijk spreken, vrijmoediglijk sprekende be (wax) bold, (preach, speak) boldly 28 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 29 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 31 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En hij was met hen ingaande en uitgaande te Jeruzalem;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG2532 hij wasG1510 met hen ingaandeG1531 enG2532 uitgaandeG1607 te JeruzalemG2419; En hij was met hen ingaande en uitgaande te Jeruzalem;

KJV And1 he was with3 them4 coming in5 and6 going out7 at8 Jerusalem.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εισπορευομενος G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εκπορευομενος G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En vrijmoediglijk sprekende in den Naam van den Heere Jezus, sprak hij ook, en handelde tegen de Griekse Joden; maar deze trachtten hem te doden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 EnG2532 vrijmoediglijk sprekendeG3955 inG1722 den NaamG3686 van den HeereG2962 JezusG2424, sprakG2980 hij ook, enG2532 handeldeG4802 tegen de GriekseG1675 Joden; maarG1161 deze trachttenG2021 hemG846 te dodenG337. En vrijmoediglijk sprekende in den Naam van den Heere Jezus, sprak hij ook, en handelde tegen de Griekse Joden; maar deze trachtten hem te doden.

Ook in dit vers totG4314

KJV And1 he spake10 boldly2 in3 the name5 of the Lord7 Jesus,8 and11 disputed13 against14 the Grecians:16 but18 they went about19 to slay21 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παρρησιαζομενος G3955 vrijmoedigheid, vrijmoediglijk spreken, vrijmoediglijk sprekende be (wax) bold, (preach, speak) boldly 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 8 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 ελαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 11 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 συνεζητει G4802 handelde, ondervraagden, tezamen woorden dispute (with), enquire, question (with), reason (together) 14 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ελληνιστας G1675 Grieksen, Griekse Grecian 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 19 επεχειρουν G2021 hand genomen, onderwonden, trachtten go about, take in hand (upon) 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 ανελειν G337 omgebracht, doden, gedood put to death, kill, slay, take away, take up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Doch de broeders, dit verstaande geleidden hem tot Cesarea, en zonden hem af naar Tarsen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 DochG1161 de broedersG80, dit verstaandeG1921 geleiddenG2609 hemG846 totG1519 CesareaG2542, en zondenG1821 hemG846 af naarG1519 TarsenG5019. Doch de broeders, dit verstaande geleidden hem tot Cesarea, en zonden hem af naar Tarsen.

KJV Which when2 the brethren4 knew,1 they brought5 him6 down to7 Caesarea,8 and9 sent10 him11 forth to12 Tarsus.

1 επιγνοντες G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 5 κατηγαγον G2609 afbrengen, daags, aangekomen bring (down, forth), (bring to) land, touch 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 καισαρειαν G2542 Cesarea Cæsarea 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εξαπεστειλαν G1821 zonden, uitgezonden, afzenden send (away, forth, out) 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 ταρσον G5019 Tarsen Tarsus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 De Gemeenten dan, door geheel Judea, en Galilea, en Samaria, hadden vrede, en werden gesticht; en wandelende in de vreze des Heeren, en de vertroosting des Heiligen Geestes, werden vermenigvuldigd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 De GemeentenG1577 danG3767, doorG2596 geheelG3650 JudeaG2449, enG2532 GalileaG1056, enG2532 SamariaG4540, haddenG2192 vredeG1515, en werden gestichtG3618; enG2532 wandelendeG4198 in de vrezeG5401 des HeerenG2962, enG2532 de vertroostingG3874 des HeiligenG40 GeestesG4151, werden vermenigvuldigdG4129. De Gemeenten dan, door geheel Judea, en Galilea, en Samaria, hadden vrede, en werden gesticht; en wandelende in de vreze des Heeren, en de vertroosting des Heiligen Geestes, werden vermenigvuldigd.

KJV Then2 had13 the churches4 rest14 throughout5 all6 Judaea8 and9 Galilee10 and11 Samaria,12 and were edified;15 and16 walking in17 the fear19 of the Lord,21 and22 in the comfort24 of the Holy26 Ghost,27 were multiplied.

1 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 4 εκκλησιαι G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church 5 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 6 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιουδαιας G2449 Judea Judæa 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 σαμαρειας G4540 Samaria, Samarie Samaria 13 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 14 ειρηνην G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 15 οικοδομουμεναι G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 πορευομεναι G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 φοβω G5401 vreze, vrees, schrik be afraid, + exceedingly, fear, terror 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 παρακλησει G3874 vertroosting, vermaning, vermanen comfort, consolation, exhortation, intreaty 25 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 αγιου G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 27 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 28 επληθυνοντο G4129 vermenigvuldigd, vermenigvuldigde, vermenigvuldigden abound, multiply
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En het geschiedde, als Petrus alom doortrok, dat hij ook afkwam tot de heiligen, die te Lydda woonden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En het geschieddeG1096, als PetrusG4074 alomG3956 doortrokG1330, dat hij ookG2532 afkwamG2718 totG4314 de heiligenG40, die te LyddaG3069 woondenG2730. En het geschiedde, als Petrus alom doortrok, dat hij ook afkwam tot de heiligen, die te Lydda woonden.

KJV And2 it came1 to pass, as4 Peter3 passed throughout5 all6 quarters, he came down7 also8 to9 the saints11 which10 dwelt13 at Lydda.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 4 διερχομενον G1330 doorgegaan, doorgaande, doorgereisd come, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through 5 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 6 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 κατελθειν G2718 afgekomen, afkomt, afkwam come (down), depart, descend, go down, land 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αγιους G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 12 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κατοικουντας G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 14 λυδδαν G3069 Lydda Lydda
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En aldaar vond hij een zeker mens, met name Eneas, die acht jaren te bed gelegen had, welke geraakt was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 EnG1161 aldaar vondG2147 hij een zekerG5100 mensG444, metG1537 nameG3686 EneasG132, die achtG3638 jarenG2094 te bedG2895 gelegenG2621 had, welke geraaktG3886 wasG1510. En aldaar vond hij een zeker mens, met name Eneas, die acht jaren te bed gelegen had, welke geraakt was.

KJV And2 there3 he found1 a certain5 man4 named7 Aeneas,6 which had kept11 his bed13 eight10 years,9 and14 was sick of the palsy.

1 ευρεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 4 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 τινα G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 αινεαν G132 Eneas Æneas 7 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 8 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 ετων G2094 jaren, jaar, lang year 10 οκτω G3638 acht eight 11 κατακειμενον G2621 lag, gelegen, tafel keep, lie, sit at meat (down) 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 κραββατω G2895 beddeken, beddekens, bed bed 14 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 παραλελυμενος G3886 geraakt, geraakte, geraakten feeble, sick of the (taken with) palsy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En Petrus zeide tot hem: Eneas! Jezus Christus maakt u gezond; sta op en spreid uzelven het bed. En hij stond terstond op.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 EnG2532 PetrusG4074 zeideG2036 tot hemG846: EneasG132! JezusG2424 ChristusG5547 maaktG2390 uG4771 gezondG2390; staG450 op enG2532 spreidG4766 uzelven het bed. EnG2532 hij stondG450 terstondG2112 op. En Petrus zeide tot hem: Eneas! Jezus Christus maakt u gezond; sta op en spreid uzelven het bed. En hij stond terstond op.

KJV And1 Peter5 said unto him,3 Aeneas,6 Jesus9 Christ11 maketh7 thee whole: arise,12 and13 make14 thy15 bed. And16 he arose18 immediately.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 6 αινεα G132 Eneas Æneas 7 ιαται G2390 gezond, genezen, geneze heal, make whole 8 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 9 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 12 αναστηθι G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 στρωσον G4766 spreidden, spreid, toegerust make bed, furnish, spread, strew 15 σεαυτω G4572 uzelf thee, thine own self, (thou) thy(-self) 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 18 ανεστη G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En zij zagen hem allen, die te Lydda en Sarona woonden, dewelke zich bekeerden tot den Heere.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 EnG2532 zij zagenG1492 hem allenG3956, die te LyddaG3069 enG2532 SaronaG4565 woondenG2730, dewelke zich bekeerdenG1994 totG1909 den HeereG2962. En zij zagen hem allen, die te Lydda en Sarona woonden, dewelke zich bekeerden tot den Heere.

KJV And1 all4 that dwelt6 at Lydda7 and8 Saron14 saw him,3 and15 turned16 to17 the Lord.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κατοικουντες G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 7 λυδδαν G3069 Lydda Lydda 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 σαρωναν 13 σαρωνα 15 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 16 επεστρεψαν G1994 bekeren, bekeerd, keerde come (go) again, convert, (re-)turn (about, again) 17 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En te Joppe was een zekere discipelin, met name Tabitha, hetwelk overgezet zijnde, is gezegd Dorkas. Deze was vol van goede werken en aalmoezen, die zij deed.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En te JoppeG2445 wasG1510 een zekereG5100 discipelinG3102, metG1722 nameG3686 TabithaG5000, hetwelkG3739 overgezetG1329 zijnde, is gezegdG3004 DorkasG1393. DezeG3778 wasG1510 volG4134 van goedeG18 werkenG2041 en aalmoezenG1654, die zij deedG4160. En te Joppe was een zekere discipelin, met name Tabitha, hetwelk overgezet zijnde, is gezegd Dorkas. Deze was vol van goede werken en aalmoezen, die zij deed.

KJV Now3 there was at1 Joppa2 a certain4 disciple6 named7 Tabitha,8 which9 by interpretation10 is called11 Dorcas:12 this woman13 was full15 of good16 works17 and18 almsdeeds19 which20 she did.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 ιοππη G2445 Joppe Joppa 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 μαθητρια G3102 discipelin disciple 7 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 8 ταβιθα G5000 Tabitha Tabitha 9 η G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 διερμηνευομενη G1329 uitlegge, legde, overgezet expound, interpret(-ation) 11 λεγεται G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 δορκας G1393 Dorkas Dorcas 13 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 πληρης G4134 vol, volle full 16 αγαθων G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 17 εργων G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ελεημοσυνων G1654 aalmoes, aalmoezen alms(-deeds) 20 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 21 εποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En het geschiedde in die dagen, dat zij krank werd en stierf; en als zij haar gewassen hadden, legden zij haar in de opperzaal.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En het geschiedde inG1722 dieG1565 dagenG2250, dat zij krankG770 werd en stierfG599; en als zij haar gewassenG3068 hadden, legdenG5087 zij haar inG1722 de opperzaalG5253. En het geschiedde in die dagen, dat zij krank werd en stierf; en als zij haar gewassen hadden, legden zij haar in de opperzaal.

KJV And2 it came to pass1 in3 those6 days,5 that she was sick,7 and died:9 whom when11 they8 had washed,10 they laid13 her in14 an upper chamber.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ημεραις G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 6 εκειναις G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 7 ασθενησασαν G770 zwak, krank, kranken be diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak 8 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 αποθανειν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 10 λουσαντες G3068 gewassen, wies wash 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εθηκαν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 υπερωω G5253 opperzaal upper chamber (room)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En alzo Lydda nabij Joppe was, de discipelen, horende, dat Petrus aldaar was, zonden twee mannen tot hem, biddende, dat hij niet zou vertoeven tot hen over te komen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 EnG1161 alzo LyddaG3069 nabijG1451 JoppeG2445 wasG1510, de discipelenG3101, horendeG191, datG3754 PetrusG4074 aldaar wasG1510, zondenG649 tweeG1417 mannenG435 totG4314 hemG846, biddendeG3870, dat hij nietG3361 zou vertoevenG3635 tot henG846 over te komenG1330. En alzo Lydda nabij Joppe was, de discipelen, horende, dat Petrus aldaar was, zonden twee mannen tot hem, biddende, dat hij niet zou vertoeven tot hen over te komen.

KJV And2 forasmuch as Lydda4 was nigh1 to Joppa,6 and the disciples8 had heard9 that10 Peter11 was there,13 they sent15 unto18 him14 two16 men,17 desiring20 him that he would22 not21 delay to come23 to24 them.

1 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ουσης G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 λυδδης G3069 Lydda Lydda 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιοππη G2445 Joppe Joppa 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 9 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 απεστειλαν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 16 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 17 ανδρας G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 18 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 παρακαλουντες G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 21 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 22 οκνησαι G3635 vertoeven delay 23 διελθειν G1330 doorgegaan, doorgaande, doorgereisd come, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through 24 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 25 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En Petrus stond op, en ging met hen; welken zij, als hij daar gekomen was, in de opperzaal leidden. En al de weduwen stonden bij hem, wenende, en tonende de rokken en klederen, die Dorkas gemaakt had, als zij bij haar was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En PetrusG4074 stondG450 op, en ging metG3326 hen; welkenG3739 zij, als hij daar gekomen was, inG1519 de opperzaalG5253 leiddenG321. En alG3956 de weduwenG5503 stondenG3936 bij hemG846, wenendeG2799, en tonendeG1925 de rokkenG5509 en klederenG2440, die DorkasG1393 gemaaktG4160 had, als zij bij haarG846 was. En Petrus stond op, en ging met hen; welken zij, als hij daar gekomen was, in de opperzaal leidden. En al de weduwen stonden bij hem, wenende, en tonende de rokken en klederen, die Dorkas gemaakt had, als zij bij haar was.

KJV Then2 Peter3 arose1 and went with4 them.5 When he6 was come,7 they brought him8 into9 the upper chamber:11 and12 all15 the widows17 stood by13 him14 weeping,18 and19 shewing20 the coats21 and22 garments23 which24 Dorcas30 made,25 while she was with26 them.

1 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 συνηλθεν G4905 samengekomen, samenkomt, samen accompany, assemble (with), come (together), come (company, go) with, resort 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 παραγενομενον G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 8 ανηγαγον G321 afgevaren, voeren, brachten bring (again, forth, up again), depart, launch (forth), lead (up), loose, offer, sail, set forth, take up 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 υπερωον G5253 opperzaal upper chamber (room) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 παρεστησαν G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 πασαι G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 16 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 χηραι G5503 weduwen, weduwe, zekere weduwe widow 18 κλαιουσαι G2799 weent, wenende, weende bewail, weep 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 επιδεικνυμεναι G1925 Toont, tonen, bewijzen shew 21 χιτωνας G5509 rok, rokken, klederen clothes, coat, garment 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 ιματια G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 24 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 25 εποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 26 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 27 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 28 ουσα G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 29 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 δορκας G1393 Dorkas Dorcas
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Maar Petrus, hebbende hen allen uitgedreven, knielde neder en bad: en zich kerende tot het lichaam, zeide hij: Tabitha, sta op! En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij over einde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 MaarG1161 PetrusG4074, hebbende hen allenG3956 uitgedrevenG1854, knielde nederG5087 en badG4336: en zich kerendeG1994 totG4314 het lichaamG4983, zeideG2036 hij: TabithaG5000, staG450 op! En zij deed haar ogenG3788 openG455, en PetrusG4074 gezienG3708 hebbende, zat zij over eindeG339. Maar Petrus, hebbende hen allen uitgedreven, knielde neder en bad: en zich kerende tot het lichaam, zeide hij: Tabitha, sta op! En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij over einde.

KJV But2 Peter6 put1 them all4 forth,3 and kneeled down,7 and prayed;10 and11 turning12 him to13 the body15 said, Tabitha,17 arise.18 And20 she opened21 her24 eyes:23 and25 when she saw Peter,28 she sat up.

1 εκβαλων G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 4 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 7 θεις G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 8 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γονατα G1119 knieen, knie, nederknielende knee(X -l) 10 προσηυξατο G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 επιστρεψας G1994 bekeren, bekeerd, keerde come (go) again, convert, (re-)turn (about, again) 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 16 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 ταβιθα G5000 Tabitha Tabitha 18 αναστηθι G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 19 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 21 ηνοιξεν G455 geopend, open, openen open 22 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 οφθαλμους G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 24 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 ιδουσα G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 27 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 29 ανεκαθισεν G339 einde, overeind sit up

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En hij gaf haar de hand, en richtte haar op, en de heiligen en de weduwen geroepen hebbende, stelde hij haar levend voor hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En hij gafG1325 haar de handG5495, en richtteG450 haar op, en de heiligenG40 en de weduwenG5503 geroepenG5455 hebbende, steldeG3936 hij haar levendG2198 voor hen. En hij gaf haar de hand, en richtte haar op, en de heiligen en de weduwen geroepen hebbende, stelde hij haar levend voor hen.

KJV And2 he gave1 her3 his hand,4 and lifted5 her6 up, and8 when he had called7 the saints10 and11 widows,13 presented14 her15 alive.

1 δους G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 χειρα G5495 handen, hand hand 5 ανεστησεν G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 6 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 φωνησας G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αγιους G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χηρας G5503 weduwen, weduwe, zekere weduwe widow 14 παρεστησεν G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 15 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ζωσαν G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En dit werd bekend door geheel Joppe, en velen geloofden in den Heere.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 En dit werdG1096 bekendG1110 doorG2596 geheelG3650 JoppeG2445, en velenG4183 geloofdenG4100 in den HeereG2962. En dit werd bekend door geheel Joppe, en velen geloofden in den Heere.

KJV And2 it was3 known1 throughout4 all5 Joppa;7 and8 many9 believed10 in11 the Lord.

1 γνωστον G1110 bekend, bekenden, kennelijk acquaintance, (which may be) known, notable 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 5 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιοππης G2445 Joppe Joppa 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 10 επιστευσαν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 11 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En het geschiedde, dat hij vele dagen te Joppe bleef, bij een zekeren Simon, een lederbereider.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 EnG1161 het geschieddeG1096, dat hijG846 veleG2425 dagenG2250 te JoppeG2445 bleefG3306, bijG1722 een zekerenG5100 SimonG4613, een lederbereiderG1038. En het geschiedde, dat hij vele dagen te Joppe bleef, bij een zekeren Simon, een lederbereider.

KJV And2 it came to pass,1 that he6 tarried5 many4 days3 in7 Joppa8 with9 one10 Simon11 a tanner.

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 4 ικανας G2425 vele, waardig, langen able, + content, enough, good, great, large, long (while), many, meet, much, security, sore, sufficient, worthy 5 μειναι G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 ιοππη G2445 Joppe Joppa 9 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 10 τινι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 11 σιμωνι G4613 Simon, Simons Simon 12 βυρσει G1038 lederbereider tanner
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Oude stenen weg op droge helling onder boomtakken
De oude hoofdstraat van Tarsus
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Handelingen 9:1 Handelingen 8:3 Psalmen 27:12 Handelingen 9:11 Handelingen 26:9 1 Korinthe 15:9 Filippenzen 3:6 Handelingen 7:58 1 Timotheüs 1:13
Handelingen 9:2 Handelingen 19:9 Handelingen 19:23 Handelingen 9:14 Handelingen 24:22 Handelingen 22:4 Handelingen 24:14 Psalmen 82:2 Esther 3:8
Handelingen 9:3 1 Korinthe 15:8 Handelingen 26:12 Handelingen 22:6 Openbaring 21:23 Openbaring 22:5 1 Timotheüs 6:16 Psalmen 104:2 Handelingen 9:17
Handelingen 9:4 Zacharia 2:8 Handelingen 26:14 Jesaja 63:9 1 Korinthe 12:12 Handelingen 22:7 Lukas 10:41 Johannes 18:6 Handelingen 5:10
Handelingen 9:5 1 Korinthe 10:22 Handelingen 26:9 Handelingen 5:39 Job 40:9 Jesaja 45:9 1 Timotheüs 1:13 1 Samuël 3:4 Job 9:4
Handelingen 9:6 Romeinen 7:9 Jesaja 66:2 Romeinen 10:20 Handelingen 10:6 Romeinen 9:15 Filippenzen 2:12 1 Samuël 28:5 Romeinen 10:3
Handelingen 9:7 Handelingen 22:9 Daniël 10:7 Johannes 12:29 Mattheüs 24:40 Handelingen 26:13
Handelingen 9:8 Handelingen 22:11 Handelingen 9:18 Exodus 4:11 Genesis 19:11 Handelingen 13:11 2 Koningen 6:17
Handelingen 9:9 Esther 4:16 2 Kronieken 33:18 Handelingen 9:11 2 Kronieken 33:12 Jona 3:6
Handelingen 9:10 Genesis 22:1 Handelingen 10:3 Handelingen 22:12 Jesaja 6:8 Exodus 3:4 1 Samuël 3:8 1 Samuël 3:4 Genesis 31:11
Handelingen 9:11 Handelingen 21:39 Handelingen 22:3 Handelingen 9:30 Handelingen 11:25 Handelingen 11:13 Handelingen 8:26 Lukas 18:7 Jeremia 31:18
Handelingen 9:12 Markus 5:23 Handelingen 9:17 Handelingen 9:10
Handelingen 9:13 Handelingen 8:3 Handelingen 22:19 Handelingen 9:1 Romeinen 15:25 1 Timotheüs 1:13 Handelingen 22:4 1 Samuël 16:2 Handelingen 9:32
Handelingen 9:14 Handelingen 9:21 Handelingen 7:59 Handelingen 22:16 1 Korinthe 1:2 2 Timotheüs 2:22 Handelingen 9:2 Romeinen 10:12
Handelingen 9:15 Efeze 3:7 Galaten 1:15 Handelingen 13:2 Romeinen 11:13 Romeinen 1:5 1 Timotheüs 2:7 Handelingen 22:21 2 Timotheüs 4:16
Handelingen 9:16 Handelingen 21:11 2 Korinthe 11:23 1 Thessalonicenzen 3:3 Johannes 15:20 2 Timotheüs 3:11 1 Petrus 4:14 2 Korinthe 6:4 Mattheüs 10:21
Handelingen 9:17 Handelingen 2:4 Handelingen 8:17 Handelingen 6:6 Handelingen 22:12 2 Timotheüs 1:6 Handelingen 19:6 Genesis 45:4 Handelingen 26:15
Handelingen 9:18 Handelingen 22:16 Handelingen 2:38 2 Korinthe 4:6 2 Korinthe 3:14 Handelingen 2:41 Handelingen 13:37 Handelingen 13:12
Handelingen 9:19 Handelingen 26:20 1 Samuël 10:10 Handelingen 27:33 1 Samuël 30:12 Handelingen 11:26 Prediker 9:7 Galaten 1:17
Handelingen 9:20 Handelingen 9:22 Handelingen 13:14 Mattheüs 4:3 Romeinen 1:4 Openbaring 2:18 Galaten 1:23 Mattheüs 27:54 Mattheüs 27:43
Handelingen 9:21 Handelingen 9:13 Handelingen 8:3 Handelingen 9:1 Handelingen 3:10 Handelingen 2:12 Handelingen 4:13 Mattheüs 13:54 2 Thessalonicenzen 1:10
Handelingen 9:22 Handelingen 18:5 1 Korinthe 1:27 Jesaja 40:29 Lukas 21:15 Handelingen 28:23 Handelingen 18:27 Handelingen 6:9 Psalmen 84:7
Handelingen 9:23 2 Korinthe 11:26 Handelingen 14:19 Mattheüs 10:16 Galaten 1:17 1 Thessalonicenzen 2:15 Handelingen 22:21 Handelingen 14:2 Handelingen 13:50
Handelingen 9:24 Handelingen 25:3 2 Korinthe 11:32 Handelingen 20:3 Handelingen 20:19 Handelingen 25:11 Psalmen 37:32 Richteren 16:2 Handelingen 9:29
Handelingen 9:25 2 Korinthe 11:33 Jozua 2:15 1 Samuël 19:11
Handelingen 9:26 Handelingen 26:20 Handelingen 9:19 Mattheüs 10:17 Handelingen 22:17 Handelingen 4:23 Galaten 2:4 Galaten 1:17 Mattheüs 24:10
Handelingen 9:27 Handelingen 4:36 Handelingen 4:29 Handelingen 4:13 Galaten 1:18 1 Korinthe 15:8 Handelingen 15:2 Handelingen 15:25 Galaten 2:13
Handelingen 9:28 Handelingen 1:21 2 Samuël 5:2 1 Koningen 3:7 Galaten 1:18 Numeri 27:16 Psalmen 121:8 Johannes 10:9
Handelingen 9:29 Handelingen 6:1 2 Korinthe 11:26 Judas 1:9 Handelingen 17:17 Handelingen 11:20 Handelingen 19:8 Handelingen 18:19 Handelingen 6:9
Handelingen 9:30 Handelingen 8:40 Handelingen 9:11 Handelingen 11:25 Mattheüs 10:23 Handelingen 17:15 Handelingen 17:10 Handelingen 9:24 Mattheüs 16:13
Handelingen 9:31 Handelingen 8:1 Johannes 14:16 Psalmen 111:10 2 Korinthe 13:10 Psalmen 86:11 Spreuken 14:26 Jesaja 33:6 Romeinen 5:5
Handelingen 9:32 Handelingen 9:13 Handelingen 8:25 Efeze 1:1 Handelingen 8:14 Handelingen 26:10 Filippenzen 1:1 Galaten 2:7 Romeinen 1:7
Handelingen 9:33 Johannes 9:1 Markus 5:25 Lukas 13:16 Handelingen 14:8 Johannes 5:5 Markus 9:21 Markus 2:3 Handelingen 4:22
Handelingen 9:34 Handelingen 3:6 Handelingen 4:10 Handelingen 3:16 Mattheüs 9:6 Mattheüs 8:3 Handelingen 16:18 Johannes 2:11 Mattheüs 9:28
Handelingen 9:35 1 Kronieken 5:16 Handelingen 11:21 Handelingen 9:42 Jesaja 35:2 1 Kronieken 27:29 2 Korinthe 3:16 Psalmen 22:27 1 Thessalonicenzen 1:9
Handelingen 9:36 Ezra 3:7 2 Kronieken 2:16 Jona 1:3 Titus 3:8 Jozua 19:46 Titus 2:14 Johannes 15:5 Titus 2:7
Handelingen 9:37 Handelingen 1:13 Handelingen 20:8 Johannes 11:36 Markus 14:15 Handelingen 9:39 Johannes 11:3
Handelingen 9:38 Handelingen 9:36 Handelingen 9:32 2 Koningen 4:28 Handelingen 11:26
Handelingen 9:39 1 Thessalonicenzen 4:13 Spreuken 10:7 Spreuken 31:30 2 Korinthe 8:12 Mattheüs 17:17 Mattheüs 26:11 1 Thessalonicenzen 1:3 Efeze 4:28
Handelingen 9:40 Mattheüs 9:25 Handelingen 7:60 2 Koningen 4:32 Lukas 22:41 Handelingen 20:36 Markus 9:25 Johannes 11:43 Handelingen 21:5
Handelingen 9:41 Handelingen 6:1 Lukas 7:15 Markus 1:31 Lukas 7:12 1 Koningen 17:23 Job 29:13 Genesis 45:26 Handelingen 3:7
Handelingen 9:42 Johannes 11:45 Johannes 12:11 Handelingen 9:35 Johannes 11:4 Handelingen 11:21 Handelingen 19:17 Johannes 12:44
Handelingen 9:43 Handelingen 10:6 Handelingen 10:32
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Handelingen 9 vers 1

blazende nog Namelijk na den dood van Stefanus; ene gelijkenis genomen van de leeuwen of beren, een prooi najagende; of gelijk de bittere vijanden zich tegen anderen plegen aan te stellen.

Hertaald: blazende nog Namelijk na de dood van Stefanus. Het is een vergelijking, ontleend aan leeuwen of beren die op een prooi jagen, of aan de manier waarop verbitterde vijanden zich tegenover anderen plegen te gedragen.

de discipelen Dat is, degenen, die Christus aanhingen, en daarna te Antiochië eerst Christenen genaamd werden; Hand. 11:26 .

Hertaald: de discipelen Dat is: zij die Christus aanhingen en die daarna in Antiochië voor het eerst christenen genoemd werden; Hand. 11:26.

hogepriester, Namelijk en den oppersten Raad der Joden, waarvan hij het hoofd was; Hand. 22:5 , bij welken Raad de kennis en het opperste oordeel toen stond van de zaken der Joodse religie, ook in de synagogen buiten het Joodse land. Zie 2 Kron. 19:10 ; Hand. 18:15 .

Hertaald: hogepriester, Namelijk en tot de opperste Raad van de Joden, waarvan hij het hoofd was (Hand. 22:5); bij die Raad berustte toen het onderzoek en het hoogste oordeel over de zaken van de Joodse godsdienst, ook in de synagogen buiten het Joodse land. Zie 2 Kron. 19:10; Hand. 18:15.

Handelingen 9 vers 2

Damaskus, Dit was de hoofdstad van Syrië, gelegen aan de ene zijde van den berg Libanon, omtrent vijf of zes dagen reizens van Jeruzalem; een heidense stad, maar waar velen van de verstrooide Joden woonden en synagogen hadden. Zie vs.22; Hand. 26:12 ; 2 Kor. 11:32 .

Hertaald: Damaskus, Dit was de hoofdstad van Syrië, gelegen aan de ene zijde van de berg Libanon, ongeveer vijf of zes dagreizen van Jeruzalem. Het was een heidense stad, maar er woonden veel van de verstrooide Joden, die er synagogen hadden. Zie vers 22; Hand. 26:12; 2 Kor. 11:32.

dien weg waren, Dat is, die leer. Hebreën. Zie Hand. 24:14 .

Hertaald: dien weg waren, Dat is: tot die leer — een Hebreeuwse uitdrukking. Zie Hand. 24:14.

Handelingen 9 vers 3

omscheen snellijk Grieks ombliksemde, of omstraalde.

Hertaald: omscheen snellijk Grieks: omflitste, of omstraalde.

Handelingen 9 vers 4

gevallen zijnde, Namelijk uit schrik, verbaasdheid en vrees.

Hertaald: gevallen zijnde, Namelijk van schrik, verbijstering en vrees.

zeide Saul, Namelijk in de Hebreeuwse taal; Hand. 26:14 .

Hertaald: zeide Namelijk in de Hebreeuwse taal; Hand. 26:14.

Mij? Namelijk in mijne leden, dat is mijne gemeente, die mijn lichaam is; 1 Kor. 12:12 ; Ef. 5:23 .

Hertaald: Mij? Namelijk in Mijn leden, dat is: Mijn gemeente, die Mijn lichaam is; 1 Kor. 12:12; Ef. 5:23.

Handelingen 9 vers 5

de verzenen Namelijk gelijk de ossen en andere lastbeesten achteruit slaan, wanneer zij met prikkels worden voortgestuwd, en alzo niet de prikkels maar zichzelven kwetsen.

Hertaald: de verzenen Namelijk zoals ossen en andere lastdieren achteruitslaan wanneer zij met prikkels voortgedreven worden, en daarmee niet de prikkels maar zichzelf kwetsen.

Handelingen 9 vers 6

wat gij doen moet Namelijk om uw gezicht wederom te krijgen en voor een discipel gehouden te worden, gelijk vs.17 verklaard wordt. Want anderszins, wat zijn leer en apostelschap aangaat, die heeft hij noch van mensen, noch door mensen; Gal. 1:1 , Gal. 1:12 .

Hertaald: wat gij doen moet Namelijk om uw gezicht terug te krijgen en voor een discipel gehouden te worden, zoals in vers 17 verklaard wordt. Want wat zijn leer en zijn apostelschap betreft, die heeft hij niet van mensen en niet door mensen ontvangen; Gal. 1:1, Gal. 1:12.

Handelingen 9 vers 7

de mannen, Dezen schijnen geweest te zijn die Paulus van de overpriesters medegegeven waren om de gevangen Christenen in bewaring naar Jeruzalem te brengen, gelijk gezegd is vs.2.

Hertaald: de mannen, Dit lijken de mannen te zijn die Paulus door de overpriesters meegegeven waren om de gevangen christenen onder bewaking naar Jeruzalem te brengen, zoals in vers 2 gezegd is.

verbaasd, Of, verstomd; namelijk nadat zij weder opgestaan waren; want zij zijn ook met Paulus ter aarde nedergeslagen geweest; Hand. 26:14 .

Hertaald: verbaasd, Of: verstomd; namelijk nadat zij weer opgestaan waren, want ook zij waren met Paulus ter aarde geworpen; Hand. 26:14.

horende wel Sommigen nemen dit voor de stem van Paulus, waar hij Christus mede antwoordde, omdat Hand. 22:9 gezegd wordt dat degenen, die in het gezelschap van Paulus waren, de stem desgenen, die met hem sprak, niet hoorden. Anderen verenigen dit alzo, dat hier ook wel van de stem van Christus gesproken wordt, doch alleen van een gehoor des geluids, zonder verstand van de woorden; maar Hand. 22:9 van een bescheidelijk gehoor en verstand der woorden; dergelijk voorbeeld is Joh. 12:29 , in de stem, die uit den hemel tot Christus sprak, daar sommige deze gehoord hebben met verstand der woorden, sommigen het geluid alleen, zonder verstand der woorden.

Hertaald: horende wel Sommigen vatten dit op als de stem van Paulus, waarmee hij Christus antwoordde, omdat in Hand. 22:9 gezegd wordt dat zij die bij Paulus waren de stem van Hem Die met hem sprak niet hoorden. Anderen brengen het zo met elkaar in overeenstemming, dat het ook hier wel over de stem van Christus gaat, maar dan alleen over het horen van het geluid zonder de woorden te verstaan, terwijl het in Hand. 22:9 gaat over het duidelijk horen en verstaan van de woorden. Een soortgelijk voorbeeld is Joh. 12:29, bij de stem die uit de hemel tot Christus sprak: sommigen hoorden die met verstand van de woorden, anderen alleen het geluid zonder de woorden te verstaan.

Handelingen 9 vers 8

zag hij niemand Namelijk omdat er schellen over zijne ogen gekomen waren, vs.18.

Hertaald: zag hij niemand Namelijk omdat er schellen over zijn ogen gekomen waren, vers 18.

Handelingen 9 vers 9

at niet, en Namelijk òf door de grote verslagenheid, die hem allen lust van eten en drinken benomen had; òf om den gehelen tijd met bidden en boetvaardigheid door te brengen, gelijk vs.11 uitgedrukt wordt. Want in die landen konden de mensen het lange vasten beter verdragen dan in deze onze landen. Zie Matt. 15:32 ; Marc. 8:2 .

Hertaald: at niet, en Namelijk óf door de grote verslagenheid, die hem alle lust tot eten en drinken benomen had, óf om de hele tijd met bidden en boetedoening door te brengen, zoals in vers 11 gezegd wordt. Want in die landen konden de mensen langdurig vasten beter verdragen dan hier in onze streken. Zie Matth. 15:32; Mark. 8:2.

Handelingen 9 vers 10

Ananias; Deze was een voornaam discipel, gelijk hij nader beschreven wordt Hand. 22:12 . Sommige oude leraars menen dat hij een geweest is van de zeventig discipelen van Christus, tevoren verkoren.

Hertaald: Ananias; Deze was een vooraanstaand discipel, zoals hij nader beschreven wordt in Hand. 22:12. Sommige oude leraars menen dat hij een van de zeventig discipelen geweest is die Christus eerder had uitgekozen.

in een gezicht Namelijk in een goddelijk gezicht door ene vertrekking van zinnen, waarin hem de Heere verschenen is, gelijk in vs.12, Paulus, die toen nog blind was, ook geschied is.

Hertaald: in een gezicht Namelijk in een goddelijk gezicht, met vervoering van de zinnen, waarin de Heere hem verschenen is, zoals in vers 12 ook met Paulus gebeurde, die toen nog blind was.

Handelingen 9 vers 11

Tarsen; want Dit was ene stad in Cilicië, welke grote weldaden van de Romeinse keizers ontvangen had, en onder anderen ook het burgerrecht van Rome, waarop zich Paulus hierna somwijlen beroept. Zie Hand. 16:37 , en Hand. 22:25 . Zie de aantekeningen Hand. 22:28 .

Hertaald: Tarsen; want Dit was een stad in Cilicië, die grote gunsten van de Romeinse keizers ontvangen had, waaronder ook het burgerrecht van Rome, waarop Paulus zich hierna een enkele keer beroept. Zie Hand. 16:37 en Hand. 22:25. Zie de aantekeningen bij Hand. 22:28.

Handelingen 9 vers 14

hier macht van de overpriesters, om te binden allen, die Namelijk te Damaskus zelf.

Hertaald: hier macht van de overpriesters, om te binden allen, die Namelijk in Damascus zelf.

Uw Naam aanroepen Dat is, U aanbidden, en vervolgens in U geloven; Rom. 10:14 .

Hertaald: Uw Naam aanroepen Dat is: U aanbidden en dus in U geloven; Rom. 10:14.

Handelingen 9 vers 15

vat, om Mijn Dat is instrument, of dienaar en gezant; 2 Kor. 5:20 . Grieks een vat der verkiezing; Gal. 1:15-16 .

Hertaald: vat, om Mijn Dat is: een werktuig, of een dienaar en gezant; 2 Kor. 5:20. Grieks: een vat van de verkiezing; Gal. 1:15-16.

te dragen voor Dat is, voor te dragen, of verkondigen.

Hertaald: te dragen voor Dat is: voor te dragen, of te verkondigen.

Handelingen 9 vers 16

tonen, hoeveel Dat is, niet alleen hem daarvan tevoren onderrichten, maar ook door mijnen Geest daartoe moed en sterkte geven, gelijk Hij zijnen anderen discipelen belooft; Joh. 16:33 .

Hertaald: tonen, hoeveel Dat is: hem daarvan niet alleen tevoren op de hoogte stellen, maar hem daartoe ook door Mijn Geest moed en kracht geven, zoals Hij Zijn andere discipelen belooft; Joh. 16:33.

Handelingen 9 vers 17

de handen op Namelijk tot een teken dat de Heere hem in zijn goddelijk beroep door den Heiligen Geest buitengewoon zou versterken en hem van zijn blindheid genezen; Marc. 16:18 . Zie Hand. 6:6 .

Hertaald: de handen op Namelijk als teken dat de Heere hem in zijn goddelijke roeping door de Heilige Geest op buitengewone wijze zou versterken en hem van zijn blindheid zou genezen; Mark. 16:18. Zie Hand. 6:6.

verschenen is Of, van u gezien is. Want dat Christus ook in deze openbaring van Paulus gezien is, blijk vs.27, en Hand. 22:14 ; of nu dit geschied is door een gezicht des geestes alleen, gelijk Hand. 22:17 , of met de ogen des lichaams, eer hij van dit licht verblind werd, wordt niet gezegd. Doch al ware het dat hij hem gezien had met de ogen des lichaams, zo volgt daar niet uit dat het lichaam van Christus op de aarde zou nedergedaald zijn; want dat strijdt tegen Hand. 3:21 , en God kon het gezicht van Paulus alzo wel versterken, dat hij Christus in den geopenden hemel kon zien, gelijk hij gedaan heeft het gezicht van Stefanus, Hand. 7:56 .

Hertaald: verschenen is Of: door u gezien is. Dat Christus ook bij deze openbaring door Paulus gezien is, blijkt uit vers 27 en Hand. 22:14. Of dat nu gebeurd is door een gezicht van de geest alleen, zoals in Hand. 22:17, of met de ogen van het lichaam voordat hij door dit licht verblind werd, wordt niet gezegd. Maar ook al zou hij Hem met de ogen van het lichaam gezien hebben, dan volgt daaruit nog niet dat het lichaam van Christus op de aarde zou zijn neergedaald, want dat strijdt tegen Hand. 3:21; en God kon het gezichtsvermogen van Paulus evengoed zo versterken dat hij Christus in de geopende hemel kon zien, zoals Hij dat met Stefanus gedaan heeft, Hand. 7:56.

Handelingen 9 vers 19

spijze genomen Grieks voedsel.

Hertaald: spijze genomen Grieks: voedsel.

Handelingen 9 vers 20

de Zoon En dienvolgens de ware Messias. Zie vs.22; Hand. 8:37 .

Hertaald: de Zoon En dus de ware Messias. Zie vers 22; Hand. 8:37.

Handelingen 9 vers 22

overtuigde de Grieks maakte de Joden confuus, of beschaamd, of verwarde de Joden.

Hertaald: overtuigde de Grieks: maakte de Joden verward, of beschaamd.

bewijzende, dat deze de Christus is Het Griekse woord betekent een bewijs, dat geschiedt door samenvoeging of vergelijking, namelijk van de voorzeggingen der profeten met de vervulling derzelve in den persoon van Christus.

Hertaald: bewijzende, dat deze de Christus is Het Griekse woord duidt een bewijs aan dat geleverd wordt door samenvoeging of vergelijking, namelijk van de voorzeggingen van de profeten met de vervulling daarvan in de persoon van Christus.

Handelingen 9 vers 23

vele dagen Namelijk drie gehele jaren, welken gehelen tijd hij in Arabië en te Damaskus geleerd heeft, eer hij naar Jeruzalem trok. Zie Gal. 1:17 .

Hertaald: vele dagen Namelijk drie volle jaren; die hele tijd heeft hij in Arabië en in Damascus geleerd voordat hij naar Jeruzalem trok. Zie Gal. 1:17.

verlopen waren, Grieks vervuld.

Hertaald: verlopen waren, Grieks: vervuld.

Handelingen 9 vers 24

zij bewaarden Namelijk de Joden, gesterkt met de macht van den stadhouder van den koning Areta; 2 Kor. 11:32 .

Hertaald: zij bewaarden Namelijk de Joden, gesteund door de macht van de stadhouder van koning Aretas; 2 Kor. 11:32.

Handelingen 9 vers 26

niet gelovende, Namelijk dewijl de bekering van Paulus nog in de gemeente niet genoeg bekend was, omdat hij den meesten tijd daarna in Arabië, ver van Jeruzalem, was geweest.

Hertaald: niet gelovende, Namelijk omdat de bekering van Paulus in de gemeente nog niet voldoende bekend was, doordat hij daarna het grootste deel van de tijd in Arabië was geweest, ver van Jeruzalem.

Handelingen 9 vers 27

de apostelen, Namelijk Petrus en Jakobus, gelijk uitgedrukt staat Gal. 1:18-19 , want het schijnt dat de ander apostelen voor een tijd van Jeruzalem alstoen vertrokken waren om elders het Evangelie te prediken, die daarna wederom te Jeruzalem in meerder getal bijeen zijn geweest; Hand. 15:6 ; Gal. 2:9 .

Hertaald: de apostelen, Namelijk Petrus en Jakobus, zoals uitdrukkelijk staat in Gal. 1:18-19; het lijkt erop dat de andere apostelen toen een tijdlang uit Jeruzalem vertrokken waren om elders het Evangelie te prediken, en dat zij daarna weer in groter getal in Jeruzalem bijeen geweest zijn; Hand. 15:6; Gal. 2:9.

Handelingen 9 vers 28

ingaande en Dat is gemeenzaam en dagelijks met hen verkeerde.

Hertaald: ingaande en Dat is: hij verkeerde vertrouwelijk en dagelijks met hen.

Handelingen 9 vers 29

de Griekse Joden ; Dat is die de Griekse taal en overzetting des Bijbels gebruikten. Zie Hand. 6:1 , Hand. 6:9 .

Hertaald: de Griekse Joden ; Dat is: zij die de Griekse taal en de Griekse vertaling van de Bijbel gebruikten. Zie Hand. 6:1, Hand. 6:9.

Handelingen 9 vers 30

de broeders, Zo worden de gelovigen genaamd, omdat zij als broeders in liefde met elkander leefden, hebbende eenen Vader in den hemel en een eerstgeboren broeder Jezus Christus, en verwachtende eene erve door eenen Geest.

Hertaald: de broeders, Zo worden de gelovigen genoemd, omdat zij als broeders in liefde met elkaar leefden, omdat zij één Vader in de hemel hebben en één eerstgeboren Broeder, Jezus Christus, en omdat zij door één Geest één erfenis verwachten.

Handelingen 9 vers 32

alom doortrok, Grieks in alle; namelijk plaatsen, dat is landen, in vs.31 genoemd, om de gemeenten te bezoeken, en te sterken die uit de besnijdenis waren; Gal. 2:7 , Gal. 2:9 .

Hertaald: alom doortrok, Grieks: door alle; namelijk plaatsen, dat is: de landen die in vers 31 genoemd zijn, om de gemeenten te bezoeken en hen te sterken die uit de besnijdenis waren; Gal. 2:7, Gal. 2:9.

de heiligen, Dat is, de gelovige Christenen.

Hertaald: de heiligen, Dat is: de gelovige christenen.

Lydda woonden Zie vs.35.

Hertaald: Lydda woonden Zie vers 35.

Handelingen 9 vers 33

te bed Grieks krabbaton; dat is op een beddeken.

Hertaald: te bed Grieks: krabbaton; dat is: op een bedje.

geraakt was Of, lam, beroerd.

Hertaald: geraakt was Of: lam, verlamd.

Handelingen 9 vers 34

spreid uzelven Dat is, schik het bed op, en maak het gereed, tot een teken van volkomen genezing.

Hertaald: spreid uzelven Dat is: maak uw bed op en breng het in orde, als teken van volkomen genezing.

Handelingen 9 vers 35

te Lydda Lydda was ene stad in Palestina gelegen, in de landstreek Sarona, of Saron, gelijk zij wordt genaamd Jes. 35:2 , en Jes. 65:10 , en 1 Kron. 27:29 ; een vet en welbewoond land, strekkende langs de Middellandse zee, van Cesarea tot Joppe toe.

Hertaald: te Lydda Lydda was een stad in Palestina, gelegen in de landstreek Sarona of Saron, zoals zij genoemd wordt in Jes. 35:2, Jes. 65:10 en 1 Kron. 27:29: een vruchtbaar en dichtbevolkt gebied dat zich langs de Middellandse Zee uitstrekte van Cesarea tot Joppe.

Handelingen 9 vers 36

Joppe was Dit was en is nog een vermaarde haven in Palestina aan de Middellandse zee, eertijds Jafo genaamd, waar Jona scheep ging als hij vluchtte van den Heere, Jona 1:3 , waar degenen, die uit Europa naar Jeruzalem reizen, gemeenlijk aankomen, liggende omtrent ene dagreize vandaar aan klippen, van welke men Jeruzalem kan zien.

Hertaald: Joppe was Dit was en is nog steeds een beroemde haven in Palestina aan de Middellandse Zee, vroeger Jafo genoemd, waar Jona scheep ging toen hij van de HEERE wegvluchtte (Jona 1:3). Wie uit Europa naar Jeruzalem reizen komen daar gewoonlijk aan; het ligt ongeveer een dagreis van Jeruzalem, bij klippen vanwaar men Jeruzalem kan zien.

hetwelk overgezet Namelijk Tabitha, gelijk zij in het Grieks overgezet wordt.

Hertaald: hetwelk overgezet Namelijk Tabitha, zoals die naam in het Grieks vertaald wordt.

Dorkas Dat is, ene hinde, ree of geit.

Hertaald: Dorkas Dat is: een hinde, ree of gazelle.

Handelingen 9 vers 37

gewassen hadden, Namelijk naar de wijze der ouden, die daarmede schijnen te kennen willen geven hunne hoop van de opstanding uit de doden.

Hertaald: gewassen hadden, Namelijk naar de gewoonte van de ouden, die daarmee blijkbaar hun hoop op de opstanding uit de doden te kennen wilden geven.

Handelingen 9 vers 38

twee mannen Namelijk òf om de arme weduwen over dezen dood te beter te vertroosten, òf ook op hoop dat hij haar weder zou verwekken.

Hertaald: twee mannen Namelijk óf om de arme weduwen over dit sterfgeval des te beter te troosten, óf ook in de hoop dat hij haar weer zou opwekken.

dat hij niet Grieks vertragen; dat is, dat hij het zich niet zou laten verdrieten.

Hertaald: dat hij niet Grieks: vertragen; dat is: dat hij er niet tegenop zou zien.

Handelingen 9 vers 40

hen allen Namelijk om te ernstiger te kunnen bidden, gelijk Elisa, 2 Kon. 4:33 ; welk gebed, daartoe diende, opdat hij bewees dat dit werk niet door zijne, maar door Gods macht moest geschieden; Hand. 3:12-13 .

Hertaald: hen allen Namelijk om des te ernstiger te kunnen bidden, zoals Elisa deed (2 Kon. 4:33). Dat gebed diende ertoe dat hij liet zien dat dit werk niet door zijn eigen macht maar door die van God moest gebeuren; Hand. 3:12-13.

Handelingen 9 vers 41

de heiligen Dat is, de discipelen, of gelovigen, die daaromtrent waren; die alzo genaamd worden omdat zij, door Christus' bloed en Geest geheiligd zijnde, doorgaans een geheiligd leven leiden. Zie vs.32.

Hertaald: de heiligen Dat is: de discipelen of gelovigen die daar in de buurt waren; zij worden zo genoemd omdat zij, geheiligd door Christus' bloed en Geest, doorgaans een geheiligd leven leiden. Zie vers 32.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Barnabas (Joses)  — zoon der vertroosting

Oorspronkelijk Joses geheten; een Leviet van geboorte uit Cyprus, die door de apostelen Barnabas genoemd werd. Hij verkocht een akker en legde de opbrengst aan de voeten der apostelen (Hand. 4:36-37); hij zou later een centrale rol spelen als metgezel van Paulus in diens zendingsreizen.

Saulus  — gevraagd, gebeden

Een jongeman uit Tarsen, aan wiens voeten de getuigen bij de steniging van Stefanus hun klederen legden; hij haalde welbehagen in diens dood en verwoestte daarna de gemeente, mannen en vrouwen gevangen nemend. Op weg naar Damaskus om ook daar christenen te vervolgen, verscheen hem de verhoogde Jezus in een fel licht; drie dagen blind, werd hij door Ananias genezen en gedoopt, en werd van vervolger een krachtig verkondiger dat Jezus de Christus is (Hand. 7:58; 8:1-3; 9:1-30); later bekend als de apostel Paulus.

Ananias (van Damaskus)  — de HEERE is genadig

Een discipel te Damaskus, door de Heere in een gezicht gezonden om de blinde Saulus de handen op te leggen; ondanks zijn aanvankelijke aarzeling, wetend van Saulus' vervolgingen, gehoorzaamde hij, waarna Saulus weer ziende werd, met de Heilige Geest vervuld werd en zich liet dopen (Hand. 9:10-19). Niet dezelfde persoon als Ananias, de man van Saffira.

Eneas  — geprezen (Griekse naam)

Een man te Lydda, acht jaar verlamd; Petrus genas hem in de Naam van Jezus Christus, waarop hij terstond opstond (Hand. 9:32-35).

Tabitha (Dorkas)  — gazelle

Een discipelin te Joppe, vol van goede werken en aalmoezen; na haar dood werd Petrus ontboden, die haar door gebed weer levend opwekte (Hand. 9:36-42).

Simon (de lederbereider)  — hij heeft gehoord

Een leerlooier te Joppe, in wiens huis Petrus enige tijd verbleef (Hand. 9:43; 10:6, 32).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Tarsus  — van onzekere, mogelijk pre-Griekse afleiding

Ligging: De hoofdstad van de Romeinse provincie Cilicië, in het zuidoosten van het huidige Turkije, aan de rivier de Cydnus.

Geschiedenis: De geboortestad van Saulus/Paulus, "een Jood van Tarsen, een burger van geen onvermaarde stad in Cilicië" (Hand. 21:39), die hier ook zijn Romeinse burgerrecht aan ontleende (Hand. 22:25-28). Na zijn bekering en een aanslag op zijn leven te Jeruzalem, trok Paulus zich enige jaren naar Tarsus terug, totdat Barnabas hem vandaar naar Antiochië haalde om samen daar te dienen (Hand. 9:30; 11:25-26).

Bijbelse betekenis: Tarsus, een bloeiend centrum van Griekse filosofie en cultuur, vormde de achtergrond van waaruit de HEERE Paulus toerustte om het Evangelie later even doeltreffend tegenover Griekse wijsgeren op de Areopagus (reeds op de rol) als tegenover Joodse synagogen te verkondigen.

Archeologie: Opgravingen bij het huidige Tarsus legden resten van de Romeinse stad bloot, waaronder een geplaveide straat ("Cleopatra's Poort"-gebied) uit de tijd van het Romeinse keizerrijk.

Recente inzichten: Het huidige Tarsus, in de Turkse provincie Mersin.

Hand. 9:11, 30; 11:25-26; 21:39; 22:3, 25-28

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De weg (de oudste naam voor het geloof)  — De aanduiding waarmee de eerste gemeente in Handelingen wordt genoemd, nog vóór de naam christenen (Hand. 9:2)

Wanneer Saulus brieven vraagt om gelovigen te Damascus te binden, worden zij niet met een groepsnaam aangeduid maar met een omschrijving: allen "die van dien weg waren" (Hand. 9:2). Hij gebruikt die uitdrukking later zelf van zijn eigen verleden, en zegt dat hij deze weg vervolgd heeft tot de dood (Hand. 22:4). In Efeze klinkt zij twee keer: sommigen spraken kwaad "van den weg des Heeren voor de menigte" (Hand. 19:9), en er ontstond geen kleine oproer "vanwege den weg des Heeren" (Hand. 19:23). Voor de rechterstoel van Felix neemt Paulus de aanduiding op als de zijne, tegenover het woord dat zijn aanklagers gebruiken: "dat ik naar dien weg, welken zij sekte noemen, den God der vaderen alzo diene" (Hand. 24:14). Zelfs Felix neemt haar dan over (Hand. 24:22).

Bijbelse betekenis: In deze naam ligt iets wat een groepsnaam niet zegt. Een weg is niet een gezelschap maar een gang: hij heeft een richting, en men gaat erop. Wie zo genoemd wordt, is dus niet allereerst lid van iets, maar onderweg. Twee dingen horen erbij. Het eerste is dat de aanduiding van buitenaf gebruikt wordt zonder spot; zelfs een Romeins landvoogd neemt haar over. Het tweede is dat de tegenpartij een ander woord kiest: zij noemt het een sekte, en Paulus laat dat woord uitdrukkelijk voor hun rekening. Hij houdt vast dat hij op deze weg de God van de vaderen dient, en dus niet iets nieuws begonnen is.

Typologie: De naam is niet uit de lucht gegrepen, want de Heere Jezus had Zichzelf zo genoemd: "Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij" (Joh. 14:6). De Hebreeënbrief zegt waarheen die weg loopt en waardoor hij geopend is: het is een verse en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees (Hebr. 10:20). En Jesaja had al gezien dat er een gebaande weg zou zijn: "welke de heilige weg zal genaamd worden" (Jes. 35:8).

Hand. 9:2; Hand. 19:9; Hand. 19:23; Hand. 22:4; Hand. 24:14; Hand. 24:22; Joh. 14:6; Hebr. 10:20; Jes. 35:8

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij? — 9:3-9

De Engel des HEEREN niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Saulus heeft brieven op zak van de hogepriester om in Damascus mensen van de Weg te binden en naar Jeruzalem te brengen. Hij is onderweg, met gezelschap, midden op de dag.

Er valt licht uit de hemel, hij ligt op de grond, en de stem noemt zijn naam tweemaal.

**Wat er gebeurt.** “hem omscheen snellijk een licht van den hemel; en ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem.”

Geen gesprek vooraf, geen waarschuwing. Eerst het licht, dan de grond.

**De aanspraak.** “Saul, Saul!” — de naam tweemaal. Zo werd Abraham geroepen op de berg, en Mozes bij de doornstruik, en Samuël in de nacht. Het is de vorm waarin God iemand persoonlijk aanspreekt.

De kanttekening merkt op dat het in het Hebreeuws klonk, zoals Paulus later zelf vertelt.

**De vraag.** Er staat niet dat hij Zijn volgelingen vervolgt. De stem zegt: Mij.

De kanttekening legt uit hoe dat te verstaan is: in Zijn leden, dat is Zijn gemeente, die Zijn lichaam is. Wie aan de kerk komt, komt aan Hem.

**Het antwoord op zijn tegenvraag.** Hij vraagt Wie het is, en krijgt het kortst mogelijke antwoord: “Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt.”

Daar staat de naam waarvan hij dacht dat die met zijn drager begraven was.

**Waarom dit in deze lijn hoort.** Door het hele Oude Testament heen verschijnt God aan iemand, en steeds gaat die mens neer: Jozua bij Jericho, Manoach en zijn vrouw, Ezechiël bij de rivier, Daniël aan de Tigris. En steeds volgt op het neervallen een opdracht.

Hier gebeurt hetzelfde, maar met één verschil dat alles bepaalt: Degene Die verschijnt, noemt Zijn eigen naam, en die naam is van een Man Die zij drie jaar eerder gekruisigd hadden.

**De reisgenoten.** Zij horen wel de stem maar zien niemand, en blijven staan. Precies zoals bij Daniël: de mannen die bij hem waren zagen het gezicht niet, maar vluchtten van schrik. Een verschijning is geen schouwspel voor omstanders.

**Het gevolg.** Drie dagen blind, zonder eten of drinken. De man die anderen gebonden naar Jeruzalem zou brengen, wordt zelf bij de hand de stad in geleid.

  1. Genesis 22:11 — Abraham, Abraham — de naam tweemaal, uit de hemel.
  2. Exodus 3:4 — Mozes, Mozes, klinkt het uit het brandende bos.
  3. Daniël 10:7 — Alleen de ziener ziet het; de anderen vluchten van schrik.
  4. Handelingen 9:4 — Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij?
  5. Handelingen 9:5 — Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt.
  6. Mattheüs 25:40 — Wat aan de minste van Zijn broeders gedaan is, is Hem gedaan.

In het Nieuwe Testament: Exodus 3:4; Genesis 22:11; Daniël 10:7; Handelingen 26:14; Mattheüs 25:40; 1 Korinthiers 15:8

Hoever dit reikt: Dat de vervolging van de gemeente hier vervolging van Christus Zelf heet, verklaart de kanttekening uit de eenheid van Hoofd en leden. Wat de reisgenoten precies hoorden en zagen wordt in Handelingen 9, 22 en 26 verschillend beschreven; deze post volgt wat hier staat en gaat op dat verschil niet in.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Handelingen 9

Handelingen 9:1

KruisverwijzingenHandelingen 8:3Psalmen 27:12Handelingen 9:11Handelingen 26:91 Korinthe 15:9Filippenzen 3:6Handelingen 7:581 Timotheüs 1:13
— En Saulus, blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren, ging tot de hogepriester,

Merk op dat kleine woordje “nog”. “Saulus, nog dreiging en moord blazende tegen de discipelen des Heeren” — maar er zou een punt komen waarvoorbij hij niet verder kon gaan. Ik bid God dat er zo’n “nog” gezet mag worden in de geschiedenis van ieder hier die God en Zijn Christus tegenstaat. “Saulus, nog dreiging en moord blazende” — alsof dat zijn eigen adem was, alsof hij alleen leefde om de Naam van Christus te lasteren, en Zijn volgelingen te vervolgen — “ging tot den hogepriester” —

Handelingen 9:2

KruisverwijzingenHandelingen 19:9Handelingen 19:23Handelingen 9:14Handelingen 24:22Handelingen 22:4Handelingen 24:14Psalmen 82:2Esther 3:8
— En begeerde brieven van hem naar Damaskus, aan de synagogen, opdat, zo hij enigen, die van dien weg waren, vond, hij dezelve, beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem.

Hij wilde zijn jachtterrein uitbreiden. Hij had niet genoeg aan de duizenden gelovigen in Jeruzalem om zijn boosaardigheid te bevredigen, en moest daarom naar Damaskus gaan om ook daar de christenen op te jagen. Paulus was altijd zeer grondig in alles wat hij deed; toen hij een vervolger was, was hij dus een zeer verbitterde. Het maakte hem niet uit of de heiligen mannen of vrouwen waren. In gewone oorlogsvoering is het gebruikelijk de vrouwen te sparen. Een dapper man is tevreden om te strijden tegen mannen als hijzelf; maar de ijver van een dweper kent geen grenzen. Zo vroeg Saulus om brieven, opdat hij, “zo hij enigen, die van dien weg waren, vond”, of het mannen of vrouwen waren, “dezelve, beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem.”

Handelingen 9:3

Kruisverwijzingen1 Korinthe 15:8Handelingen 26:12Handelingen 22:6Openbaring 21:23Openbaring 22:51 Timotheüs 6:16Psalmen 104:2Handelingen 9:17
— En als hij reisde, is het geschied, dat hij nabij Damaskus kwam, en hem omscheen snellijk een licht van den hemel;

Daar lag zijn prooi voor hem, en de wolf was gereed erop te springen.

De leeuw staat op het punt op zijn prooi te springen. De schaapskooi ligt in de vallei, en de wolf overziet haar vanaf de heuvel. “Wee de gemeente van God te Damaskus!”, zouden u en ik gezegd hebben, als wij daar geweest waren.

Een bovennatuurlijke glans, alsof de poort van de hemel opengeworpen was, en de heerlijkheid neerstroomde over deze opstandige man.

Handelingen 9:3-5

Kruisverwijzingen1 Korinthe 15:8Zacharia 2:8Handelingen 26:12Handelingen 22:6Handelingen 26:14Jesaja 63:9Openbaring 21:23Openbaring 22:5
— En als hij reisde, is het geschied, dat hij nabij Damaskus kwam, en hem omscheen snellijk een licht van den hemel; En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij? En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan.

Zo gaat het, wanneer God besluit een mens te redden. Elke trap die hij tegen het evangelie geeft, maakt Hij als die van een os die tegen de prikkel schopt en zichzelf verwondt.

Handelingen 9:4

KruisverwijzingenZacharia 2:8Handelingen 26:14Jesaja 63:91 Korinthe 12:12Handelingen 22:7Lukas 10:41Johannes 18:6Handelingen 5:10
— En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij?

De meeste mensen worden op een min of meer vergelijkbare wijze bekeerd. Er is “een licht van den hemel”, dat door het evangelie op hen schijnt; zij vallen ter aarde in boetvaardige zelfvernedering, en horen dan de stem van de Zoon van God tot hun hart spreken. Ik bedoel niet dat de uiterlijke verschijnselen dezelfde zijn als bij Saulus van Tarsen, maar het werk is hetzelfde in zijn gevolgen, en in sommige van zijn stappen. Saulus “hoorde een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij?” Het was een goddelijke stem, majestueus, doordringend, liefdevol, overtuigend. Saulus’ geest was diep logisch aangelegd, dus Christus’ vraag was een beroep op zijn verstand: “Geef de reden voor uw huidige handeling. Waarom vervolgt gij Mij?”

Handelingen 9:5

Kruisverwijzingen1 Korinthe 10:22Handelingen 26:9Handelingen 5:39Job 40:9Jesaja 45:91 Timotheüs 1:131 Samuël 3:4Job 9:4
— En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan.

Ik twijfel er niet aan dat zijn geweten al geprikkeld was. Hij had uitgeschopt, zoals een os schopt tegen de prikkel die hem prikt om vooruit te gaan. Saulus was een man van sterke wil en vastberaden doel. Hij had al enig van het verdriet gevoeld dat volgt op een verkeerde levenswandel, maar toch besloot hij daarin te volharden. Zo zei de Heere tot hem: “Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan.” Verzet u tegen de aandrang van uw geweten en de strevingen van Gods Geest, dan bent u als iemand die met blote voeten tegen ijzeren pinnen schopt. U verwondt uzelf, zonder datgene te schaden waartegen u schopt.

Handelingen 9:6

KruisverwijzingenRomeinen 7:9Jesaja 66:2Romeinen 10:20Handelingen 10:6Romeinen 9:15Filippenzen 2:121 Samuël 28:5Romeinen 10:3
— En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet.

“Wat is het dat U van mij vraagt?”

Dit was een zeer natuurlijke vraag van iemand die altijd geprobeerd had door werken te leven. Hij was tot op dat moment een werkheilige geweest, en riep daarom van nature: “Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal?”

“U moet een discipel worden, en aan de voeten zitten van een ander mens, van geringer soort, en van hem leren.” Christus zal ons nooit door visioenen leren wat wij door de gewone middelen van onderwijs kunnen leren, en Hij zal ook geen wonderen doen waar gewone middelen zouden volstaan.

Handelingen 9:6-9

KruisverwijzingenHandelingen 22:9Daniël 10:7Handelingen 22:11Johannes 12:29Handelingen 9:18Esther 4:16Romeinen 7:9Jesaja 66:2
— En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet. En de mannen, die met hem over weg reisden, stonden verbaasd, horende wel de stem, maar niemand ziende. En Saulus stond op van de aarde; en als hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij, hem bij de hand leidende, brachten hem te Damaskus. En hij was drie dagen, dat hij niet zag, en at niet, en dronk niet.

Wat een strijd moet er toen in zijn ziel gewoed hebben; misschien kon hij het zelf later nauwelijks beschrijven. Broeders, sommigen van u kunnen het zeker raden, want u hebt misschien hetzelfde gevoeld. Sommige zielen worden voor God geboren met verschrikkelijke weeën; deze man was er een van. En, ach, wat zijn dat vaak sterke gelovigen, die grote moeite hebben om tot vrede te komen! “En hij was drie dagen, dat hij niet zag, en at niet, en dronk niet.”

Handelingen 9:7

KruisverwijzingenHandelingen 22:9Daniël 10:7Johannes 12:29Mattheüs 24:40Handelingen 26:13
— En de mannen, die met hem over weg reisden, stonden verbaasd, horende wel de stem, maar niemand ziende.

Zij waren met verbazing getroffen —

Een luide stem overweldigde hun oren, maar zij konden de boodschap ervan niet verstaan.

Handelingen 9:8-9

KruisverwijzingenHandelingen 22:11Handelingen 9:18Esther 4:16Exodus 4:11Genesis 19:11Handelingen 13:112 Koningen 6:172 Kronieken 33:18
— En Saulus stond op van de aarde; en als hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij, hem bij de hand leidende, brachten hem te Damaskus. En hij was drie dagen, dat hij niet zag, en at niet, en dronk niet.

Wat een maalstroom van angst moet er in zijn geest geweest zijn, al die tijd! Het schouwspel van Stefanus’ marteldood zou voor zijn innerlijk oog voorbijgaan, en dat van de heilige mannen en vrouwen tegen wie hij dreiging en moord geblazen had, ook al waren zijn uiterlijke ogen gesloten.

Handelingen 9:10

KruisverwijzingenGenesis 22:1Handelingen 10:3Handelingen 22:12Jesaja 6:8Exodus 3:41 Samuël 3:81 Samuël 3:4Genesis 31:11
— En er was een zeker discipel te Damaskus, met name Ananias; en de Heere zeide tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zeide: Zie, hier ben ik, Heere!

Een van hen aan wie Paulus zijn wrede aandacht had willen geven.

Een prachtige manier om te allen tijde de Heere te kunnen antwoorden. Mochten wij, geliefde vrienden, nooit ergens zijn waar wij ons zouden schamen te zeggen: “Zie, hier ben ik, Heere.” Sommige christenen begeven zich in zeer vreemd gezelschap, en zouden niet willen dat hun Meester het wist. Zij zouden zich schamen te zeggen: “Zie, hier ben ik, Heere.”

Handelingen 9:10-11

KruisverwijzingenHandelingen 21:39Handelingen 22:3Handelingen 9:30Genesis 22:1Handelingen 10:3Handelingen 22:12Jesaja 6:8Handelingen 11:25
— En er was een zeker discipel te Damaskus, met name Ananias; en de Heere zeide tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zeide: Zie, hier ben ik, Heere! En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de straat, genaamd de Rechte, en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus, van Tarsen; want zie, hij bidt.

God weet waar elke zondaar is: de straat waarin hij ligt, het huisnummer, en de naam van de eigenaar van het huis. Zo kan Hij hem vinden wanneer Hij wil, of een van Zijn dienstknechten naar hem toe sturen.

Handelingen 9:11

KruisverwijzingenHandelingen 21:39Handelingen 22:3Handelingen 9:30Handelingen 11:25Handelingen 11:13Handelingen 8:26Lukas 18:7Jeremia 31:18
— En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de straat, genaamd de Rechte, en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus, van Tarsen; want zie, hij bidt.

De Heere kent de verblijfplaats van Zijn volk. Hij kent ook uw verblijfplaats, vanavond, jongeman. Ik vertrouw slechts dat Hij u, al bent u een tegenstander van het evangelie, hier met opzet gebracht heeft. Moge u, door Zijn vernieuwende genade, een van Zijn beste voorstanders worden.

Daar was het geheime teken en kenmerk van een veranderd karakter: “zie, hij bidt.” Wat een wonder! Hij bidt — hij die moord blies. Hij bidt — hij die kwam om te verwoesten. “Zie, hij bidt.”

Handelingen 9:12-16

KruisverwijzingenHandelingen 9:21Efeze 3:7Galaten 1:15Handelingen 13:2Handelingen 21:11Handelingen 8:3Handelingen 7:59Romeinen 11:13
— En hij heeft in een gezicht gezien, dat een man, met name Ananias, inkwam, en hem de hand oplegde, opdat hij wederom ziende werd. En Ananias antwoordde: Heere! ik heb uit velen gehoord van dezen man, hoeveel kwaad hij Uw heiligen in Jeruzalem gedaan heeft; En heeft hier macht van de overpriesters, om te binden allen, die Uw Naam aanroepen. Maar de Heere zeide tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israels. Want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam.

Het leek een genadige vergelding, nietwaar? Ik zeg niet een strafmaatregel. Ik weet het niet beter uit te drukken dan “een genadige vergelding”: dat hij die heiligen deed lijden, nu zelf het hoge voorrecht kreeg, zelf voorop te gaan in het lijden. Vaak, twijfel ik er niet aan, dacht hij aan die heiligen die hij in de dagen van zijn vleselijke staat gekweld en verontrust had, terwijl hij met zulk een onovertroffen standvastigheid droeg en verduurde. Hoe moet hij hen toen op waarde geschat hebben, en met welke verwondering moet hij gezegd hebben: “Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, dat ik onder de heidenen door het Evangelie zou verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus.”

Handelingen 9:12

KruisverwijzingenMarkus 5:23Handelingen 9:17Handelingen 9:10
— En hij heeft in een gezicht gezien, dat een man, met name Ananias, inkwam, en hem de hand oplegde, opdat hij wederom ziende werd.

U ziet hoe ware openbaringen in elkaar passen. Aan Ananias wordt iets geopenbaard, en aan Saulus wordt het ook geopenbaard, en daardoor blijkt het waar te zijn. Enkele jaren geleden vertelde een broeder mij dat hem geopenbaard was, dat ik hem in de Tabernakel voor mij zou laten preken. Ik zei dat ik daar natuurlijk mee zou instemmen, zodra het aan mij ook geopenbaard zou worden. Maar ik geloof niet in eenzijdige openbaringen. U zult veel van zulke dwaze openbaringen tegenkomen, en u kunt ze doorgaans op zo’n gezonde manier beoordelen.

Handelingen 9:13-16

KruisverwijzingenHandelingen 9:21Efeze 3:7Galaten 1:15Handelingen 13:2Handelingen 21:11Handelingen 8:3Handelingen 7:59Romeinen 11:13
— En Ananias antwoordde: Heere! ik heb uit velen gehoord van dezen man, hoeveel kwaad hij Uw heiligen in Jeruzalem gedaan heeft; En heeft hier macht van de overpriesters, om te binden allen, die Uw Naam aanroepen. Maar de Heere zeide tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israels. Want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam.

Hij had Gods volk laten lijden, om hun trouw aan Christus. Zo scheen het slechts rechtvaardig dat hijzelf zou lijden, om dezelfde reden.

Handelingen 9:17

KruisverwijzingenHandelingen 2:4Handelingen 8:17Handelingen 6:6Handelingen 22:122 Timotheüs 1:6Handelingen 19:6Genesis 45:4Handelingen 26:15
— En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zeide hij: Saul, broeder! de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden.

Ach, wat een nieuw woord: “broeder Saul”! Enkele dagen tevoren zou niemand het gewaagd hebben zo vertrouwelijk te spreken tot deze machtige discipel van Gamaliël, gewapend met gezag van de overpriesters. Hoe lieflijk moet het nu geklonken hebben in zijn oor: “broeder Saul”! Ach, niets maakt ons zo tot broeders als het evangelie.

Handelingen 9:17-18

KruisverwijzingenHandelingen 2:4Handelingen 8:17Handelingen 6:6Handelingen 22:12Handelingen 22:16Handelingen 2:382 Timotheüs 1:6Handelingen 19:6
— En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zeide hij: Saul, broeder! de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden. En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt.

Wat anders zou een gelovige moeten doen, dan gedoopt worden? Het is de eerstvolgende stap die hij behoort te zetten, nadat hij de Zaligmaker gevonden heeft.

Omdat hij in Jezus geloofde, was het juist dat hij zijn geloof beleed op de wijze die Christus voorgeschreven had.

Handelingen 9:19

KruisverwijzingenHandelingen 26:201 Samuël 10:10Handelingen 27:331 Samuël 30:12Handelingen 11:26Prediker 9:7Galaten 1:17
— En als hij spijze genomen had, werd hij versterkt. En Saulus was sommige dagen bij de discipelen, die te Damaskus waren.

Het lijkt onbelangrijk, dit hier te vermelden, nietwaar? Toch is dat niet zo. Terwijl de genade de zwakheden van de geest geneest, heeft het lichaam nog altijd voedsel nodig. Soms is het goed voor uw jonge bekeerling, wanneer hij lange tijd in geestelijke nood geweest is, dat u hem ook lichamelijk verkwikt, evengoed als u zijn hart bemoedigt.

Bewonder de tederheid van de Heilige Geest, dat Hij optekent dat Saulus spijze nam, en versterkt werd. Hij was drie dagen en nachten zonder eten of drinken geweest, zodat het voor hem even juist was voedsel te nemen, als zijn geloof te belijden door gedoopt te worden.

Zo lag de leeuw neder bij het lam, en de wolf bij het bokje.

Handelingen 9:19-20

KruisverwijzingenHandelingen 26:201 Samuël 10:10Handelingen 27:331 Samuël 30:12Handelingen 11:26Prediker 9:7Galaten 1:17Handelingen 9:22
— En als hij spijze genomen had, werd hij versterkt. En Saulus was sommige dagen bij de discipelen, die te Damaskus waren. En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is.

Hadden zij ooit tevoren zulk een prediker gehoord? Hoe knarsetandden de ongelovigen tegen hem; en hoe slopen de schuchtere heiligen naar binnen om deze man te horen spreken. Deze man wiens geest zo wonderlijk gewend was, dat hij er nooit meer van herstelde, had iets gezien waarvan hij zelf nauwelijks alles kon navertellen. Ach, het moet heerlijk geweest zijn, hem te horen prediken dat Christus de Zoon van God is.

Handelingen 9:20

KruisverwijzingenHandelingen 9:22Handelingen 13:14Mattheüs 4:3Romeinen 1:4Openbaring 2:18Galaten 1:23Mattheüs 27:54Mattheüs 27:43
— En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is.

Hoe moet hij zijn Joodse broeders die dag verbaasd hebben! Zij wisten waarom hij naar Damaskus gekomen was, maar zie, hij predikte juist dat geloof dat hij daar had willen verwoesten!

Handelingen 9:21-22

KruisverwijzingenHandelingen 18:5Handelingen 9:13Handelingen 8:31 Korinthe 1:27Jesaja 40:29Lukas 21:15Handelingen 28:23Handelingen 18:27
— En zij ontzetten zich allen, die het hoorden, en zeiden: Is deze niet degene, die te Jeruzalem verstoorde, wie dezen Naam aanriepen, en die daarom hier gekomen is, opdat hij dezelve gebonden zou brengen tot de overpriesters? Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is.

Dit is de grote zaak, die aan de Jood bewezen moet worden. Ach, wanneer zal het toch geschieden, dat het arme, verstoten Israël zal weten dat Dit de ware Christus is? God geve haar spoedige herstel!

Handelingen 9:21-25

KruisverwijzingenHandelingen 18:5Handelingen 9:13Handelingen 8:3Handelingen 25:32 Korinthe 11:322 Korinthe 11:331 Korinthe 1:27Jesaja 40:29
— En zij ontzetten zich allen, die het hoorden, en zeiden: Is deze niet degene, die te Jeruzalem verstoorde, wie dezen Naam aanriepen, en die daarom hier gekomen is, opdat hij dezelve gebonden zou brengen tot de overpriesters? Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is. En als vele dagen verlopen waren, zo hielden de Joden te zamen raad, om hem te doden. Maar hun lage werd Saulus bekend; en zij bewaarden de poorten, beide des daags en des nachts, opdat zij hem doden mochten. Doch de discipelen namen hem des nachts, en lieten hem neder door den muur, hem aflatende in een mand.

Ik heb nooit gehoord van een kostbaarder mandvol dan dat. Soms mogen de grootste mensen hun behoud danken aan de armste middelen. En ik denk dat het de plicht van een christen is, moeite te vermijden waar hij kan. Zo gebood onze Heere Zijn discipelen: vervolgd zij in de ene stad, vlucht dan naar een andere. Paulus voerde dat gebod van zijn Meester uit. Het was geen lafheid, het was de kern van de moed zelf, dat hij elders heen ging om het evangelie te verkondigen dat hij in Damaskus ontvangen had.

Handelingen 9:26

KruisverwijzingenHandelingen 26:20Handelingen 9:19Mattheüs 10:17Handelingen 22:17Handelingen 4:23Galaten 2:4Galaten 1:17Mattheüs 24:10
— Saulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde, poogde zich bij de discipelen te voegen; maar zij vreesden hem allen, niet gelovende, dat hij een discipel was.

Zij lieten niet zomaar iedereen toe tot de gemeente. Zij bewaakten haar, zoals Christus’ gemeente bewaakt behoort te worden, opdat er geen onwaardige mensen in zouden komen. Wordt u misschien een tijdje tegengehouden, dan kunt u tegen uzelf zeggen: “Welnu, zij hielden ook Paulus tegen.” Wij zijn arme, feilbare wezens, maar wij proberen recht te oordelen over hen die zich bij ons willen voegen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content