Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Handelingen 4

1 En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters, en de hoofdman des tempels, en de Sadduceen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En terwijlG4314 zijG846 tot het volkG2992 sprakenG2980, kwamen daarover tot henG846 de priestersG2409, en de hoofdmanG4755 des tempelsG2411, en de SadduceenG4523; En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters, en de hoofdman des tempels, en de Sadduceen;

KJV And2 as they3 spake1 unto4 the people,6 the priests,10 and11 the captain13 of the temple,15 and16 the Sadducees,18 came upon7 them,

1 λαλουντων G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λαον G2992 volk, volks, volke people 7 επεστησαν G2186 stond, stonden, aanvallende --assault, come (in, to, unto, upon), be at hand (instant), present, stand (before, by, over) 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιερεις G2409 priester, priesters, priesteren (high) priest 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 στρατηγος G4755 hoofdmannen, hoofdman captain, magistrate 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ιερου G2411 tempel, tempels, heilige temple 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 σαδδουκαιοι G4523 Sadduceen Sadducee
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zeer ontevreden zijnde, omdat zij het volk leerden, en verkondigden in Jezus de opstanding uit de doden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Zeer ontevredenG1278 zijnde, omdat zijG846 het volkG2992 leerdenG1321, enG2532 verkondigdenG2605 inG1722 JezusG2424 de opstandingG386 uitG1537 de dodenG3498. Zeer ontevreden zijnde, omdat zij het volk leerden, en verkondigden in Jezus de opstanding uit de doden.

KJV Being grieved1 that2 they5 taught4 the people,7 and8 preached9 through10 Jesus12 the resurrection14 from16 the dead.

1 διαπονουμενοι G1278 ontevreden be grieved 2 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 διδασκειν G1321 lerende, leerde, leren teach 5 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λαον G2992 volk, volks, volke people 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 καταγγελλειν G2605 verkondigen, verkondigd, verkondigden declare, preach, shew, speak of, teach 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αναστασιν G386 opstanding, Opstanding raised to life again, resurrection, rise from the dead, that should rise, rising again 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 17 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zij sloegen de handen aan hen, en zetten ze in bewaring tot den anderen dag; want het was nu avond.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zij sloegenG1911 de handenG5495 aan henG846, enG2532 zettenG5087 ze inG1519 bewaringG5084 totG1519 den anderen dagG839; wantG1063 het wasG1510 nu avondG2073. En zij sloegen de handen aan hen, en zetten ze in bewaring tot den anderen dag; want het was nu avond.

KJV And1 they laid2 hands5 on them,3 and6 put7 them in8 hold9 unto10 the next day:12 for14 it was now16 eventide.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επεβαλον G1911 sloegen, sloeg, slaan beat into, cast (up-)on, fall, lay (on), put (unto), stretch forth, think on 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 χειρας G5495 handen, hand hand 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εθεντο G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 τηρησιν G5084 bewaring, gevangenis, onderhouding hold 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αυριον G839 morgen, daags, Morgen (to-)morrow, next day 13 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 15 εσπερα G2073 avond evening(-tide) 16 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En velen van degenen, die het woord gehoord hadden, geloofden; en het getal der mannen werd omtrent vijf duizend.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En velenG4183 van degenen, die het woordG3056 gehoordG191 hadden, geloofdenG4100; en het getalG706 der mannenG435 werdG1096 omtrent vijfG4002 duizendG5505. En velen van degenen, die het woord gehoord hadden, geloofden; en het getal der mannen werd omtrent vijf duizend.

KJV Howbeit2 many1 of them which heard4 the word6 believed;7 and8 the number11 of the men13 was9 about14 five16 thousand.

1 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ακουσαντων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 7 επιστευσαν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εγενηθη G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αριθμος G706 getal number 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ανδρων G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 14 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 15 χιλιαδες G5505 duizend, duizenden, duizendmaal thousand 16 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En het geschiedde des anderen daags, dat hun oversten en ouderlingen en Schriftgeleerden te Jeruzalem vergaderden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En het geschieddeG1096 des anderen daagsG839, dat hunG846 overstenG758 en ouderlingenG4245 en SchriftgeleerdenG1122 te JeruzalemG2419 vergaderdenG4863; En het geschiedde des anderen daags, dat hun oversten en ouderlingen en Schriftgeleerden te Jeruzalem vergaderden;

KJV And2 it came to pass1 on3 the morrow,5 that their7 rulers,9 and10 elders,11 and12 scribes,

1 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αυριον G839 morgen, daags, Morgen (to-)morrow, next day 6 συναχθηναι G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 7 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αρχοντας G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 πρεσβυτερους G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Annas, de hogepriester, en Kajafas, en Johannes, en Alexander, en zovele er van het hogepriesterlijk geslacht waren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 EnG2532 AnnasG452, de hogepriesterG749, enG2532 KajafasG2533, enG2532 JohannesG2491, enG2532 AlexanderG223, enG2532 zoveleG3745 er vanG1537 het hogepriesterlijkG748 geslachtG1085 warenG1510. En Annas, de hogepriester, en Kajafas, en Johannes, en Alexander, en zovele er van het hogepriesterlijk geslacht waren.

KJV And4 Annas5 the high priest,7 and8 Caiaphas,9 and10 John,11 and12 Alexander,13 and14 as many as15 were of17 the kindred18 of the high priest,19 were gathered together at1 Jerusalem.

1 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 2 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ανναν G452 Annas Annas 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αρχιερεα G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 καιαφαν G2533 Kajafas Caiaphas 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ιωαννην G2491 Johannes John 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 αλεξανδρον G223 Alexander Alexander 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 οσοι G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 16 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 γενους G1085 geslacht, geboorte, menigerlei born, country(-man), diversity, generation, kind(-red), nation, offspring, stock 19 αρχιερατικου G748 hogepriesterlijk of the high-priest
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En als zij hen in het midden gesteld hadden, vraagden zij: Door wat kracht, of door wat naam hebt gijlieden dit gedaan?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG2532 als zij hen in het middenG3319 gesteldG2476 hadden, vraagdenG4441 zij: DoorG1722 wat krachtG1411, ofG2228 doorG1722 wat naamG3686 hebt gijliedenG4771 ditG3778 gedaanG4160? En als zij hen in het midden gesteld hadden, vraagden zij: Door wat kracht, of door wat naam hebt gijlieden dit gedaan?

KJV And1 when they had set2 them3 in4 the midst,6 they asked,7 By8 what9 power,10 or11 by12 what13 name,14 have15 ye done this?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 στησαντες G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 7 επυνθανοντο G4441 vraagde, vraagden, onderzoeken ask, demand, enquire, understand 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 10 δυναμει G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 11 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 ποιω G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 14 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 15 εποιησατε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 16 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Toen zeide Petrus, vervuld zijnde met den Heiligen Geest, tot hen: Gij oversten des volks, en gij ouderlingen van Israel!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Toen zeideG2036 PetrusG4074, vervuldG4130 zijnde met den HeiligenG40 GeestG4151, totG4314 henG846: Gij overstenG758 des volksG2992, enG2532 gij ouderlingenG4245 van IsraelG2474! Toen zeide Petrus, vervuld zijnde met den Heiligen Geest, tot hen: Gij oversten des volks, en gij ouderlingen van Israel!

KJV Then1 Peter,2 filled3 with the Holy5 Ghost,4 said unto7 them,8 Ye rulers9 of the people,11 and12 elders13 of Israel,

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 3 πλησθεις G4130 vervuld, vulden, gevuld accomplish, full (…come), furnish 4 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 5 αγιου G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 αρχοντες G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 λαου G2992 volk, volks, volke people 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 πρεσβυτεροι G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Alzo wij heden rechterlijk onderzocht worden over de weldaad aan een krank mens geschied, waardoor hij gezond geworden is;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Alzo wij hedenG4594 rechterlijk onderzochtG350 worden overG1909 de weldaadG2108 aan een krankG772 mensG444 geschied, waardoorG1722 hij gezondG4982 geworden is; Alzo wij heden rechterlijk onderzocht worden over de weldaad aan een krank mens geschied, waardoor hij gezond geworden is;

KJV If1 we this day3 be examined4 of5 the good deed done6 to the impotent8 man,7 by9 what means10 he12 is made whole;

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 ημεις G1473 mij, ik I, me 3 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 4 ανακρινομεθα G350 geoordeeld, onderscheiden, ondervragende ask, question, discern, examine, judge, search 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 ευεργεσια G2108 weldaad benefit, good deed done 7 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 ασθενους G772 zwak, zwakken, krank more feeble, impotent, sick, without strength, weak(-er, -ness, thing) 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τινι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 σεσωσται G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zo zij u allen kennelijk, en het ganse volk Israel, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruist hebt, Welken God van de doden heeft opgewekt, door Hem, zeg ik, staat deze hier voor u gezond.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Zo zijG1510 uG4771 allen kennelijkG1110, enG2532 het ganseG3956 volkG2992 IsraelG2474, dat doorG1722 den NaamG3686 van JezusG2424 ChristusG5547, den NazarenerG3480, DienG3739 gijG4771 gekruistG4717 hebt, WelkenG3739 GodG2316 vanG1537 de dodenG3498 heeft opgewektG1453, doorG1722 Hem, zeg ik, staatG3936 dezeG3778 hier voor uG4771 gezondG5199. Zo zij u allen kennelijk, en het ganse volk Israel, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruist hebt, Welken God van de doden heeft opgewekt, door Hem, zeg ik, staat deze hier voor u gezond.

KJV Be it known1 unto you all,3 and5 to all6 the people8 of Israel,9 that10 by11 the name13 of Jesus14 Christ15 of Nazareth,17 whom18 ye crucified,20 whom21 God23 raised24 from25 the dead,26 even by27 him doth30 this man28 stand here before31 you whole.

1 γνωστον G1110 bekend, bekenden, kennelijk acquaintance, (which may be) known, notable 2 εστω G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 πασιν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 παντι G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 λαω G2992 volk, volks, volke people 9 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 14 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ναζωραιου G3480 Nazarener, NAZARENER, Nazarenen Nazarene, of Nazareth 18 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 19 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 20 εσταυρωσατε G4717 gekruist, gekruisigd, kruisigen crucify 21 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 22 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 24 ηγειρεν G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 25 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 26 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 27 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 28 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 29 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 30 παρεστηκεν G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 31 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 32 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 33 υγιης G5199 gezond, genezen sound, whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Deze isG1510 de SteenG3037, Die vanG5259 uG4771, de bouwliedenG3618, verachtG1848 is, Welke totG1519 een hoofdG2776 des hoeksG1137 gewordenG1096 is. Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.

KJV This1 is the stone4 which3 was set at nought6 of7 you builders,10 which5 is become12 the head14 of13 the corner.

1 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 λιθος G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εξουθενηθεις G1848 veracht, verachte, Veracht contemptible, despise, least esteemed, set at nought 7 υφ G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 8 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οικοδομουντων G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γενομενος G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 15 γωνιας G1137 hoeks, hoeken, hoek corner, quarter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 de zaligheidG4991 isG1510 inG1722 geenG3756 Anderen; wantG1063 er is ook onder den hemelG3772 geen andere NaamG3686, Die onder de mensenG444 gegevenG1325 is, door WelkenG3739 wij moetenG1163 zaligG4982 worden. En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.

KJV Neither1 is there salvation8 in4 any6 other:5 for10 there is none9 other13 name11 under14 heaven16 given18 among19 men,20 whereby21 we must23 be saved.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 αλλω G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 6 ουδενι G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 σωτηρια G4991 zaligheid, verlossing, behoudenis deliver, health, salvation, save, saving 9 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ετερον G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 14 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δεδομενον G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 ανθρωποις G444 mensen, mens, Mens certain, man 21 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 22 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 23 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 24 σωθηναι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 25 ημας G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Zij nuG1161, ziendeG2334 de vrijmoedigheidG3954 van PetrusG4074 en JohannesG2491, en vernemendeG2638, datG3754 zij ongeleerdeG62 en slechteG2399 mensenG444 warenG1510, verwonderdenG2296 zich, en kendenG1921 henG846, datG3754 zij met JezusG2424 geweest warenG1510. Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren.

KJV Now2 when they saw1 the boldness6 of Peter5 and7 John,8 and9 perceived10 that11 they were unlearned13 and15 ignorant16 men,12 they marvelled;17 and19 they took knowledge18 of them,20 that21 they had been with22 Jesus.

1 θεωρουντες G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πετρου G4074 Petrus Peter, rock 6 παρρησιαν G3954 vrijmoedigheid, vrijuit, vrijmoedigheid bold (X -ly, -ness, -ness of speech), confidence, X freely, X openly, X plainly(-ness) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ιωαννου G2491 Johannes John 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 καταλαβομενοι G2638 gegrepen, aangrijpt, begrepen apprehend, attain, come upon, comprehend, find, obtain, perceive, (over-)take 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 ανθρωποι G444 mensen, mens, Mens certain, man 13 αγραμματοι G62 ongeleerde unlearned 14 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ιδιωται G2399 ongeleerden, ongeleerde, slecht ignorant, rude, unlearned 17 εθαυμαζον G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 18 επεγινωσκον G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 19 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 20 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 22 συν G4862 met, samen met beside, with 23 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 25 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En ziende den mens bij hen staan, die genezen was, hadden zij niets daartegen te zeggen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG1161 ziendeG991 den mensG444 bij henG846 staanG2476, die genezenG2323 was, haddenG2192 zij nietsG3762 daartegen te zeggenG471. En ziende den mens bij hen staan, die genezen was, hadden zij niets daartegen te zeggen.

KJV And2 beholding4 the man3 which was healed9 standing7 with5 them,6 they could11 say nothing10 against it.

1 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 4 βλεποντες G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 5 συν G4862 met, samen met beside, with 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εστωτα G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 τεθεραπευμενον G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 10 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 11 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 αντειπειν G483 tegensprekende, tegengesproken, tegenspraken answer again, contradict, deny, gainsay(-er), speak against

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En hun geboden hebbende uit te gaan buiten den raad, overlegden zij met elkander,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG1161 hun gebodenG2753 hebbende uit te gaanG565 buitenG1854 den raadG4892, overlegdenG4820 zij met elkanderG240, En hun geboden hebbende uit te gaan buiten den raad, overlegden zij met elkander,

Ook in dit vers totG4314

KJV But2 when they had commanded1 them3 to go aside7 out of4 the council,6 they conferred8 among9 themselves,

1 κελευσαντες G2753 beval, gebood, Beveel bid, (at, give) command(-ment) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 συνεδριου G4892 raad, raadsvergaderingen, raads council 7 απελθειν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 8 συνεβαλον G4820 gevoegd, overlegden, slaan confer, encounter, help, make, meet with, ponder 9 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 10 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zeggende: Wat zullen wij dezen mensen doen? Want dat er een bekend teken door hen geschied is, is openbaar aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 ZeggendeG3004: WatG5101 zullen wij dezenG5125 mensenG444 doenG4160? Want dat er een bekendG1110 tekenG4592 doorG1223 henG846 geschiedG1096 is, is openbaarG5318 aan allenG3956, dieG3778 te JeruzalemG2419 wonenG2730, enG2532 wij kunnen het nietG3756 loochenenG720. Zeggende: Wat zullen wij dezen mensen doen? Want dat er een bekend teken door hen geschied is, is openbaar aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen.

KJV Saying,1 What2 shall we do3 to these men?5 for9 that7 indeed8 a notable10 miracle11 hath been done12 by13 them14 is manifest19 to all them15 that dwell17 in Jerusalem;18 and20 we cannot21 deny

1 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 3 ποιησομεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανθρωποις G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 τουτοις G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 9 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 10 γνωστον G1110 bekend, bekenden, kennelijk acquaintance, (which may be) known, notable 11 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 12 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 13 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 πασιν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 16 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 κατοικουσιν G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 18 ιερουσαλημ G2419 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 19 φανερον G5318 openbaar abroad, + appear, known, manifest, open (+ -ly), outward (+ -ly) 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 δυναμεθα G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 23 αρνησασθαι G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar opdat het niet meer en meer onder het volk verspreid worde, laat ons hen scherpelijk dreigen, dat zij niet meer tot enig mens in dezen Naam spreken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 MaarG235 opdatG2443 het niet meer en meer onder het volkG2992 verspreidG1268 worde, laat ons hen scherpelijkG547 dreigenG546, dat zijG846 niet meer tot enigG3367 mensG444 inG1519 dezenG5129 NaamG3686 sprekenG2980. Maar opdat het niet meer en meer onder het volk verspreid worde, laat ons hen scherpelijk dreigen, dat zij niet meer tot enig mens in dezen Naam spreken.

KJV But1 that it spread6 no further4 among7 the people,9 let us straitly10 threaten11 them,12 that they speak14 henceforth13 to no19 man20 in15 this name.

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 πλειον G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 6 διανεμηθη G1268 verspreid spread 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λαον G2992 volk, volks, volke people 10 απειλη G547 dreiging, dreigingen, scherpelijk X straitly, threatening 11 απειλησωμεθα G546 dreigde, dreigen threaten 12 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 μηκετι G3371 niet meer, voortaan niet any longer, (not) henceforth, hereafter, no henceforward (longer, more, soon), not any more 14 λαλειν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 15 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 18 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 19 μηδενι G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 20 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En als zij hen geroepen hadden, zeiden zij hun aan, dat zij ganselijk niet zouden spreken, noch leren, in den Naam van Jezus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG2532 als zij hen geroepenG2564 hadden, zeidenG3853 zij hunG846 aanG1909, dat zij ganselijkG2527 nietG3361 zouden sprekenG5350, noch lerenG1321, in den NaamG3686 van JezusG2424. En als zij hen geroepen hadden, zeiden zij hun aan, dat zij ganselijk niet zouden spreken, noch leren, in den Naam van Jezus.

KJV And1 they called2 them,3 and commanded4 them5 not8 to speak9 at all7 nor10 teach11 in12 the name14 of Jesus.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 καλεσαντες G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 παρηγγειλαν G3853 geboden, beval, bevelen (give in) charge, (give) command(-ment), declare 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 καθολου G2527 ganselijk at all 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 φθεγγεσθαι G5350 sprekende, spreken speak 10 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 11 διδασκειν G1321 lerende, leerde, leren teach 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Maar Petrus en Johannes, antwoordende, zeiden tot hen: Oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te horen dan God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 MaarG1161 PetrusG4074 en JohannesG2491, antwoordendeG611, zeidenG2036 totG4314 henG846: OordeeltG2919 gijG4771, of het rechtG1342 isG1510 voor GodG2316, ulieden meer te horenG191 dan GodG2316. Maar Petrus en Johannes, antwoordende, zeiden tot hen: Oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te horen dan God.

KJV But2 Peter3 and4 John5 answered6 and said unto7 them,8 Whether10 it be right11 in the sight13 of God15 to hearken17 unto you more than18 unto God,21 judge ye.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ιωαννης G2491 Johannes John 6 αποκριθεντες G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 11 δικαιον G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 17 ακουειν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 18 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 19 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 22 κρινατε G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Want wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 WantG1063 wij kunnen nietG3756 latenG3361 te sprekenG2980, hetgeenG3739 wij gezienG3708 enG2532 gehoordG191 hebben. Want wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben.

KJV For3 we cannot1 but9 speak10 the things which5 we have seen and7 heard.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 δυναμεθα G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 3 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 4 ημεις G1473 mij, ik I, me 5 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 ειδομεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ηκουσαμεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 λαλειν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Maar zij dreigden hen nog meer, en lieten ze gaan, niets vindende, hoe zij hen straffen zouden, om des volks wil; want zij verheerlijkten allen God over hetgeen er geschied was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Maar zij dreigdenG4324 hen nog meer, en lietenG630 ze gaan, nietsG3367 vindendeG2147, hoeG4459 zij hen straffenG2849 zouden, omG1223 des volksG2992 wilG3754; want zij verheerlijktenG1392 allenG3956 GodG2316 overG1909 hetgeen er geschiedG1096 was. Maar zij dreigden hen nog meer, en lieten ze gaan, niets vindende, hoe zij hen straffen zouden, om des volks wil; want zij verheerlijkten allen God over hetgeen er geschied was.

KJV So2 when they had further threatened them,3 they let4 them5 go, finding7 nothing6 how9 they might punish10 them,11 because12 of the people:14 for15 all16 men glorified17 God19 for20 that which was done.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 προσαπειλησαμενοι G4324 dreigden i 4 απελυσαν G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 5 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 μηδεν G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 7 ευρισκοντες G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 10 κολασωνται G2849 gestraft, straffen punish 11 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 λαον G2992 volk, volks, volke people 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 17 εδοξαζον G1392 verheerlijkt, verheerlijken, verheerlijkten (make) glorify(-ious), full of (have) glory, honour, magnify 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 20 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 21 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 γεγονοτι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want de mens was meer dan veertig jaren oud, aan welken dit teken der genezing geschied was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 WantG1063 de mensG444 wasG1510 meer dan veertigG5062 jarenG2094 oud, aanG1909 welkenG3739 ditG3778 tekenG4592 der genezingG2392 geschiedG1096 was. Want de mens was meer dan veertig jaren oud, aan welken dit teken der genezing geschied was.

KJV For2 the man7 was above forty5 years old,1 on8 whom9 this miracle12 of healing15 was shewed.

1 ετων G2094 jaren, jaar, lang year 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 πλειονων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 5 τεσσαρακοντα G5062 veertig forty 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 εγεγονει G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 13 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ιασεως G2392 genezing, gezond cure, heal(-ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En zij, losgelaten zijnde, kwamen tot de hunnen, en verkondigden al wat de overpriesters en de ouderlingen tot hen gezegd hadden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En zij, losgelatenG630 zijnde, kwamenG2064 totG4314 de hunnenG2398, en verkondigdenG518 al wat de overpriestersG749 en de ouderlingenG4245 totG4314 henG846 gezegdG2036 hadden. En zij, losgelaten zijnde, kwamen tot de hunnen, en verkondigden al wat de overpriesters en de ouderlingen tot hen gezegd hadden.

KJV And2 being let go,1 they went3 to4 their own company,6 and7 reported8 all9 that the chief priests13 and14 elders16 had said unto10 them.

1 απολυθεντες G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιδιους G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 απηγγειλαν G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 9 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πρεσβυτεροι G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 17 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En als dezen dat hoorden, hieven zij eendrachtelijk hun stem op tot God, en zeiden: Heere! Gij zijt de God, Die gemaakt hebt den hemel, en de aarde, en de zee, en alle dingen, die in dezelve zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En als dezen dat hoordenG191, hievenG142 zij eendrachtelijkG3661 hun stemG5456 op totG4314 GodG2316, en zeidenG2036: HeereG1203! GijG4771 zijt de GodG2316, Die gemaaktG4160 hebt den hemelG3772, en de aardeG1093, en de zeeG2281, en alleG3956 dingen, die inG1722 dezelveG846 zijn. En als dezen dat hoorden, hieven zij eendrachtelijk hun stem op tot God, en zeiden: Heere! Gij zijt de God, Die gemaakt hebt den hemel, en de aarde, en de zee, en alle dingen, die in dezelve zijn.

KJV And2 when they heard that,3 they lifted up5 their voice6 to7 God9 with one accord,4 and10 said, Lord,12 thou13 art God,15 which1 hast made17 heaven,19 and20 earth,22 and23 the sea,25 and26 all27 that in29 them is:

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 4 ομοθυμαδον G3661 eendrachtelijk with one accord (mind) 5 ηραν G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 6 φωνην G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 7 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 δεσποτα G1203 heren, Heere, Heerser Lord, master 13 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ποιησας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 θαλασσαν G2281 zee sea 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 28 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 30 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Die door den mond van David Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenen, en hebben de volken ijdele dingen bedacht?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Die doorG1223 den mondG4750 van DavidG1138 Uw knechtG3816, gezegdG2036 hebt: WaaromG5101 woedenG5433 de heidenenG1484, enG2532 hebben de volkenG2992 ijdeleG2756 dingen bedachtG3191? Die door den mond van David Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenen, en hebben de volken ijdele dingen bedacht?

KJV Who1 by2 the mouth3 of thy servant6 David4 hast said, Why did11 the heathen12 rage, and13 the people14 imagine15 vain things?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 3 στοματος G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 4 δαβιδ G1138 David, Davids David 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 παιδος G3816 knecht, Kind, kind child, maid(-en), (man) servant, son, young man 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 10 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 11 εφρυαξαν G5433 woeden rage 12 εθνη G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 λαοι G2992 volk, volks, volke people 15 εμελετησαν G3191 Bedenk, bedacht, bedenkt imagine, (pre-)meditate 16 κενα G2756 ijdel, ledig, ijdele empty, (in) vain

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 De koningen der aarde zijn te zamen opgestaan, en de oversten zijn bijeenvergaderd tegen den Heere, en tegen Zijn Gezalfde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 De koningenG935 der aardeG1093 zijn te zamen opgestaanG3936, enG2532 de overstenG758 zijn bijeenvergaderdG4863 tegen den HeereG2962, enG2532 tegen Zijn GezalfdeG5547. De koningen der aarde zijn te zamen opgestaan, en de oversten zijn bijeenvergaderd tegen den Heere, en tegen Zijn Gezalfde.

KJV The kings3 of the earth5 stood up,1 and6 the rulers8 were gathered9 together10 against13 the Lord,15 and16 against17 his12 Christ.

1 παρεστησαν G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 βασιλεις G935 koning, Koning, koningen king 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αρχοντες G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 9 συνηχθησαν G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 10 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israels;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 WantG1063 in der waarheidG225 zijn vergaderdG4863 tegenG1909 Uw heiligG40 KindG3816 JezusG2424, WelkenG3739 GijG4771 gezalfdG5548 hebt, beidenG5037 HerodesG2264 enG2532 PontiusG4194 PilatusG4091, met de heidenenG1484 enG2532 de volkenG2992 IsraelsG2474; Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israels;

KJV For2 of3 a truth4 against5 thy holy7 child8 Jesus,10 whom11 thou hast anointed,12 both14 Herod,13 and15 Pontius16 Pilate,17 with18 the Gentiles,19 and20 the people21 of Israel,22 were gathered together,

1 συνηχθησαν G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 4 αληθειας G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αγιον G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 8 παιδα G3816 knecht, Kind, kind child, maid(-en), (man) servant, son, young man 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 εχρισας G5548 gezalfd anoint 13 ηρωδης G2264 Herodes Herod 14 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ποντιος G4194 Pontius Pontius 17 πιλατος G4091 Pilatus Pilate 18 συν G4862 met, samen met beside, with 19 εθνεσιν G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 λαοις G2992 volk, volks, volke people 22 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Om te doenG4160 al wat Uw handG5495 enG2532 Uw raadG1012 te voren bepaald had, dat geschiedenG1096 zou. Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou.

Ook in dit vers tevoren bepaaldG4309

KJV For to do1 whatsoever2 thy hand4 and6 thy counsel8 determined before10 to be done.

1 ποιησαι G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 2 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 χειρ G5495 handen, hand hand 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 βουλη G1012 raad, geraden, raadslag + advise, counsel, will 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 προωρισεν G4309 tevoren verordineerd, tevoren bepaald determine before, ordain, predestinate 11 γενεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En nu dan, Heere, zie op hun dreigingen, en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En nu dan, HeereG2962, zieG1896 opG1909 hunG846 dreigingenG547, enG2532 geefG1325 Uw dienstknechtenG1401 metG3326 alleG3956 vrijmoedigheidG3954 Uw woordG3056 te sprekenG2980; En nu dan, Heere, zie op hun dreigingen, en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken;

KJV And1 now, Lord,4 behold5 their9 threatenings:8 and10 grant unto11 thy servants,13 that with15 all17 boldness16 they may speak18 thy word,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 4 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 επιδε G1896 aangezien, zie behold, look upon 6 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 απειλας G547 dreiging, dreigingen, scherpelijk X straitly, threatening 9 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 δος G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δουλοις G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 16 παρρησιας G3954 vrijmoedigheid, vrijuit, vrijmoedigheid bold (X -ly, -ness, -ness of speech), confidence, X freely, X openly, X plainly(-ness) 17 πασης G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 18 λαλειν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 21 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Daarin, dat Gij Uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door den Naam van Uw heilig Kind Jezus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Daarin, dat GijG4771 Uw handG5495 uitstrektG1614 totG1519 genezingG2392, enG2532 dat tekenenG4592 enG2532 wonderenG5059 geschiedenG1096 door den NaamG3686 van Uw heiligG40 KindG3816 JezusG2424. Daarin, dat Gij Uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door den Naam van Uw heilig Kind Jezus.

KJV By1 stretching forth6 thine hand4 to8 heal;9 and10 that signs11 and12 wonders13 may be done14 by15 the name17 of thy holy19 child20 Jesus.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 χειρα G5495 handen, hand hand 5 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 6 εκτεινειν G1614 strekte, Strek, uitstrekkende cast, put forth, stretch forth (out) 7 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 ιασιν G2392 genezing, gezond cure, heal(-ing) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 σημεια G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 τερατα G5059 wonderen, wonderheden wonder 14 γινεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 15 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ονοματος G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αγιου G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 20 παιδος G3816 knecht, Kind, kind child, maid(-en), (man) servant, son, young man 21 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 22 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En als zij gebeden hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 EnG2532 als zij gebedenG1189 hadden, werd de plaatsG5117, inG1722 welkeG3739 zij vergaderdG4863 warenG1510, bewogenG4531. EnG2532 zij werden allen vervuldG4130 met den HeiligenG40 GeestG4151, enG2532 sprakenG2980 het WoordG3056 GodsG2316 met vrijmoedigheidG3954. En als zij gebeden hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.

KJV And1 when they3 had prayed,2 the place6 was shaken4 where7 they were assembled together;10 and11 they were12 all13 filled with the Holy15 Ghost,14 and16 they spake17 the word19 of God21 with22 boldness.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 δεηθεντων G1189 bid, biddende, gebeden beseech, pray (to), make request 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εσαλευθη G4531 bewogen, bewegelijk, bewegelijke move, shake (together), which can(-not) be shaken, stir up 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 τοπος G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 συνηγμενοι G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 επλησθησαν G4130 vervuld, vulden, gevuld accomplish, full (…come), furnish 13 απαντες G537 alles all (things), every (one), whole 14 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 15 αγιου G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ελαλουν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 22 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 23 παρρησιας G3954 vrijmoedigheid, vrijuit, vrijmoedigheid bold (X -ly, -ness, -ness of speech), confidence, X freely, X openly, X plainly(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En de menigte van degenen, die geloofden, was een hart en een ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En de menigteG4128 van degenen, die geloofdenG4100, wasG1510 een hartG2588 en een zielG5590; en niemandG3761 zeideG3004, dat ietsG5100 van hetgeen hijG846 had, zijn eigenG2398 wareG1511, maar alle dingen waren hunG846 gemeenG2839. En de menigte van degenen, die geloofden, was een hart en een ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen.

KJV And2 the multitude3 of them that believed5 were of one heart8 and9 of one soul:11 neither13 said24 any12 of them that ought20 of the things which he23 possessed was his own;25 but27 they29 had all things30 common.

1 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πληθους G4128 menigte, hoop, menigten bundle, company, multitude 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πιστευσαντων G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 6 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ψυχη G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 12 μια G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ουδε 17 ουδ 19 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 20 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 21 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 υπαρχοντων G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 23 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 25 ιδιον G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 26 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 27 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 28 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 29 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 30 απαντα G537 alles all (things), every (one), whole 31 κοινα G2839 gemeen, onrein, gemene common, defiled, unclean, unholy

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En de apostelen gaven met grote kracht getuigenis van de opstanding van den Heere Jezus; en er was grote genade over hen allen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En de apostelenG652 gavenG591 met groteG3173 krachtG1411 getuigenisG3142 van de opstandingG386 van den HeereG2962 JezusG2424; en er wasG1510 groteG3173 genadeG5485 overG1909 henG846 allenG3956. En de apostelen gaven met grote kracht getuigenis van de opstanding van den Heere Jezus; en er was grote genade over hen allen.

KJV And1 with great2 power3 gave4 the apostles8 witness6 of the resurrection10 of the Lord12 Jesus:13 and15 great16 grace14 was upon18 them20 all.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 3 δυναμει G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 4 απεδιδουν G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαρτυριον G3142 getuigenis, getuiging to be testified, testimony, witness 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αποστολοι G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αναστασεως G386 opstanding, Opstanding raised to life again, resurrection, rise from the dead, that should rise, rising again 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 14 χαρις G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 15 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 16 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 17 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 19 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 20 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Want er was ook niemand onder hen, die gebrek had; want zovelen als er bezitters waren van landen of huizen, die verkochten zij, en brachten den prijs der verkochte goederen, en legden dien aan de voeten der apostelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Want er was ook niemandG3761 onderG1722 hen, die gebrekG1729 had; wantG1063 zovelenG3745 als er bezittersG2935 waren van landenG5564 ofG2228 huizenG3614, die verkochtenG4453 zij, en brachtenG5342 den prijsG5092 der verkochteG4097 goederen, en legden dien aan de voetenG4228 der apostelenG652. Want er was ook niemand onder hen, die gebrek had; want zovelen als er bezitters waren van landen of huizen, die verkochten zij, en brachten den prijs der verkochte goederen, en legden dien aan de voeten der apostelen.

KJV Neither1 was5 there any4 among6 them7 that lacked:3 for2 as many as8 were14 possessors10 of lands11 or12 houses13 sold them,15 and brought16 the prices18 of the things that were sold,

1 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ενδεης G1729 gebrek lacking 4 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 υπηρχεν G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 οσοι G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 9 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 10 κτητορες G2935 bezitters possessor 11 χωριων G5564 akker, plaats, land field, land, parcel of ground, place, possession 12 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 13 οικιων G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 14 υπηρχον G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 15 πωλουντες G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 16 εφερον G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 17 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 τιμας G5092 eer, prijs, ere honour, precious, price, some 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πιπρασκομενων G4097 verkocht, verkochte, verkochten sell

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En aan een iegelijk werd uitgedeeld, naar dat elk van node had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En aan een iegelijk werd uitgedeeldG1239, naar dat elkG1538 van nodeG5100 hadG2192. En aan een iegelijk werd uitgedeeld, naar dat elk van node had.

Ook in dit vers [goederen] legdenG5087

KJV And1 laid them down2 at3 the apostles'7 feet:5 and9 distribution was made8 unto every man10 according11 as12 he had15 need.13

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ετιθουν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 3 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αποστολων G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent 8 διεδιδοτο G1239 deel, deelde, deelt (make) distribute(-ion), divide, give 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 εκαστω G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 11 καθοτι G2530 nademaal (according, forasmuch) as, because (that) 12 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 13 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 14 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 15 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En Joses, van de apostelen toegenaamd Barnabas (hetwelk is, overgezet zijnde, een zoon der vertroosting), een Leviet, van geboorte uit Cyprus,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 EnG1161 JosesG2500, vanG5259 de apostelenG652 toegenaamdG1941 BarnabasG921 (hetwelkG3739 isG1510, overgezetG3177 zijnde, een zoonG5207 der vertroostingG3874), een LevietG3019, van geboorteG1085 uit CyprusG2953, En Joses, van de apostelen toegenaamd Barnabas (hetwelk is, overgezet zijnde, een zoon der vertroosting), een Leviet, van geboorte uit Cyprus,

KJV And2 Joses,1 who3 by6 the apostles8 was surnamed4 Barnabas,5 (which9 is, being interpreted,11 The son12 of consolation,)13 a Levite,14 and of the country17 of Cyprus,

1 ιωσης G2500 Joses Joses 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 επικληθεις G1941 toegenaamd, aanroepen, beroepen appeal (unto), call (on, upon), surname 5 βαρναβας G921 Barnabas Barnabas 6 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αποστολων G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent 9 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 μεθερμηνευομενον G3177 overgezet (by) interpret(-ation) 12 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 13 παρακλησεως G3874 vertroosting, vermaning, vermanen comfort, consolation, exhortation, intreaty 14 λευιτης G3019 Leviet, Levieten Levite 15 κυπριος G2953 Cyprus, Cyprische of Cyprus 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 γενει G1085 geslacht, geboorte, menigerlei born, country(-man), diversity, generation, kind(-red), nation, offspring, stock
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Alzo hij een akker had, verkocht dien, en bracht het geld, en legde het aan de voeten der apostelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Alzo hijG846 een akkerG68 had, verkochtG4453 dien, en brachtG5342 het geldG5536, enG2532 legdeG5087 het aan de voetenG4228 der apostelenG652. Alzo hij een akker had, verkocht dien, en bracht het geld, en legde het aan de voeten der apostelen.

KJV Having1 land,3 sold4 it, and brought5 the money,7 and8 laid9 it at10 the apostles'14 feet.

1 υπαρχοντος G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 αγρου G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 4 πωλησας G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 5 ηνεγκεν G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 χρημα G5536 geld, goed money, riches 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εθηκεν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 10 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αποστολων G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Handelingen 4:1 Lukas 22:4 Handelingen 6:12 Handelingen 5:24 Handelingen 5:26 Johannes 18:3 Mattheüs 16:12 Mattheüs 22:23 Mattheüs 3:7
Handelingen 4:2 Handelingen 17:18 1 Thessalonicenzen 4:13 Nehemia 2:10 Handelingen 24:14 Handelingen 3:15 Handelingen 10:40 Handelingen 26:8 Handelingen 13:45
Handelingen 4:3 Handelingen 5:18 Mattheüs 10:16 Handelingen 16:19 Johannes 18:12 Handelingen 8:3 Lukas 22:54 Lukas 22:52 Handelingen 6:12
Handelingen 4:4 Handelingen 2:41 Handelingen 28:24 2 Timotheüs 2:9 Jesaja 45:24 Johannes 12:24 Jesaja 53:12 2 Korinthe 2:14 Filippenzen 1:12
Handelingen 4:5 Handelingen 4:8 Lukas 22:66 Handelingen 5:20 Mattheüs 27:1 Lukas 24:20 Lukas 23:13 Handelingen 5:34 Markus 15:1
Handelingen 4:6 Lukas 3:2 Mattheüs 26:3 Johannes 18:24 Johannes 11:49 Johannes 18:13
Handelingen 4:7 Mattheüs 21:23 Exodus 2:14 Markus 11:28 Handelingen 4:10 Handelingen 5:40 Johannes 8:9 Handelingen 5:27 1 Koningen 21:12
Handelingen 4:8 Handelingen 2:4 Lukas 21:14 Handelingen 4:31 Lukas 23:13 Lukas 12:11 Handelingen 4:5 Mattheüs 10:19 Handelingen 7:55
Handelingen 4:9 Handelingen 3:7 Johannes 10:32 1 Petrus 4:14 1 Petrus 3:15 Johannes 7:23
Handelingen 4:10 Mattheüs 27:63 Handelingen 3:6 Daniël 3:18 Romeinen 1:4 Handelingen 10:40 Handelingen 2:22 Mattheüs 28:11 Handelingen 3:13
Handelingen 4:11 Psalmen 118:22 Jesaja 28:16 Spreuken 28:1 1 Petrus 2:6 Ezechiël 3:7 Ezechiël 2:6 2 Korinthe 4:1 Efeze 2:20
Handelingen 4:12 Openbaring 20:15 Johannes 14:6 Mattheüs 1:21 Johannes 3:36 Lukas 24:47 1 Johannes 5:11 1 Korinthe 3:11 Handelingen 10:42
Handelingen 4:13 1 Korinthe 1:27 Johannes 7:15 Mattheüs 11:25 Handelingen 2:7 Johannes 18:16 Lukas 22:52 Mattheüs 26:71 Lukas 22:8
Handelingen 4:14 Handelingen 4:21 Handelingen 3:8 Handelingen 19:36 Handelingen 4:16 Handelingen 4:10
Handelingen 4:15 Handelingen 5:34 Mattheüs 5:22 Handelingen 26:30
Handelingen 4:16 Johannes 11:47 Johannes 12:18 Lukas 6:10 Handelingen 3:7 Mattheüs 27:16 Daniël 8:5 Handelingen 6:10 Daniël 8:8
Handelingen 4:17 Handelingen 5:28 Jesaja 30:8 Handelingen 5:39 1 Thessalonicenzen 2:15 Daniël 2:34 1 Thessalonicenzen 1:8 Jeremia 20:1 Amos 7:12
Handelingen 4:18 Handelingen 5:40 Handelingen 5:20 Handelingen 1:8 Lukas 24:46
Handelingen 4:19 Handelingen 5:29 1 Timotheüs 2:3 Daniël 3:18 Exodus 1:17 2 Korinthe 4:2 2 Koningen 16:15 1 Koningen 21:11 1 Korinthe 10:15
Handelingen 4:20 Handelingen 22:15 Jeremia 20:9 Ezechiël 3:11 Handelingen 5:32 Job 32:18 Numeri 22:38 1 Korinthe 9:16 Jeremia 1:7
Handelingen 4:21 Handelingen 5:26 Mattheüs 21:46 Lukas 20:6 Lukas 20:19 Lukas 22:2 Mattheüs 9:8 Mattheüs 15:31 Mattheüs 26:5
Handelingen 4:22 Handelingen 9:33 Mattheüs 9:20 Johannes 9:1 Johannes 5:5 Handelingen 3:2 Lukas 13:11
Handelingen 4:23 Handelingen 12:11 Psalmen 119:63 Handelingen 2:44 Psalmen 16:3 Handelingen 1:13 2 Korinthe 6:14 Maleachi 3:16 Spreuken 13:20
Handelingen 4:24 Nehemia 9:6 Psalmen 69:29 2 Korinthe 1:8 1 Thessalonicenzen 5:16 Exodus 20:11 Psalmen 109:29 Jesaja 51:12 2 Timotheüs 4:17
Handelingen 4:25 Handelingen 1:16 Psalmen 2:1 Handelingen 2:30
Handelingen 4:26 Lukas 4:18 Hebreeën 1:9 Handelingen 10:38 Openbaring 11:15 Psalmen 83:2 Psalmen 2:2 Openbaring 17:17 Openbaring 17:12
Handelingen 4:27 Handelingen 4:30 Mattheüs 27:2 Psalmen 45:7 Hebreeën 7:26 Lukas 1:35 Lukas 22:1 Lukas 23:7 Lukas 4:18
Handelingen 4:28 Handelingen 2:23 Jesaja 46:10 Genesis 50:20 Mattheüs 26:54 Jesaja 53:10 Mattheüs 26:24 Jesaja 40:13 Jesaja 5:19
Handelingen 4:29 Handelingen 4:31 Handelingen 4:13 Handelingen 14:3 Handelingen 9:27 Filippenzen 1:14 Handelingen 28:31 Handelingen 13:46 Handelingen 19:8
Handelingen 4:30 Handelingen 4:27 Handelingen 3:6 Handelingen 4:10 Handelingen 9:40 Handelingen 2:22 Handelingen 9:34 Jeremia 15:15 Exodus 6:6
Handelingen 4:31 Handelingen 2:4 Handelingen 2:2 Jesaja 65:24 Mattheüs 21:22 Jakobus 1:5 Handelingen 4:29 Filippenzen 1:14 Mattheüs 18:19
Handelingen 4:32 1 Korinthe 1:10 Efeze 4:2 Filippenzen 2:1 Johannes 17:21 2 Korinthe 13:11 Filippenzen 1:27 1 Petrus 3:8 Handelingen 2:44
Handelingen 4:33 Handelingen 1:22 Handelingen 1:8 Johannes 1:16 Handelingen 5:12 Lukas 24:48 Handelingen 3:15 Romeinen 15:18 Markus 16:20
Handelingen 4:34 Handelingen 2:45 Lukas 16:9 Mattheüs 19:21 Lukas 12:33 Psalmen 34:9 1 Timotheüs 6:19 Lukas 22:35 Deuteronomium 2:7
Handelingen 4:35 Handelingen 5:2 Handelingen 2:45 Handelingen 4:37 2 Korinthe 8:20 Handelingen 6:1 Handelingen 3:6
Handelingen 4:36 1 Korinthe 9:6 Galaten 2:1 Galaten 2:9 Handelingen 11:30 Galaten 2:13 Handelingen 21:16 Markus 3:17 Handelingen 15:39
Handelingen 4:37 Mattheüs 19:29 Handelingen 4:34 Handelingen 5:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Handelingen 4 vers 1

de hoofdman Dat is, de overste der Romeinse soldaten, die de wacht hielden voor den tempel, om te verhoeden dat onder de grote menigte des volks, dagelijks tot den tempel komende, ongemak zou ontstaan. Zie Matt. 27:65 ; Luc. 22:4 , Luc. 22:52 ; Hand. 5:24-26 .

Hertaald: de hoofdman Dat is: de overste van de Romeinse soldaten die de wacht hielden bij de tempel, om te voorkomen dat er onder de grote menigte volk die dagelijks naar de tempel kwam ongeregeldheden zouden ontstaan. Zie Matth. 27:65; Luk. 22:4, Luk. 22:52; Hand. 5:24-26.

de Sadduceën; Van dezen zie Matt. 3:7 , en Matt. 22:23 ; Hand. 23:8 .

Hertaald: de Sadduceën; Zie over hen Matth. 3:7 en Matth. 22:23; Hand. 23:8.

Handelingen 4 vers 2

in Jezus Of, door Jezus; namelijk dat dezelve door Jezus zou geschieden; of dat Jezus van de doden opgestaan was, gelijk vs.33, en Hand. 2:24 , en Hand. 3:15 ; of, in den naam van Jezus.

Hertaald: in Jezus Of: door Jezus; namelijk dat die door Jezus zou plaatsvinden, of dat Jezus uit de doden opgestaan was, zoals vers 33 en Hand. 2:24 en Hand. 3:15; of: in de naam van Jezus.

Handelingen 4 vers 3

in bewaring Namelijk van enige krijgsknechten of andere dienaars, zonder hen nog, zo het schijnt, in de gevangenis te werpen.

Hertaald: in bewaring Namelijk van enkele krijgsknechten of andere dienaars, zonder hen, naar het schijnt, al in de gevangenis te werpen.

Handelingen 4 vers 4

het woord Dat is, de predikatie van Petrus van Christus; Hand. 3:12 .

Hertaald: het woord Dat is: de prediking van Petrus over Christus; Hand. 3:12.

geloofden; Namelijk dat Jezus de Nazarener de ware Messias en hun Zaligmaker was.

Hertaald: geloofden; Namelijk dat Jezus de Nazarener de ware Messias en hun Zaligmaker was.

vijf duizend Namelijk of daarin gerekend de drie duizend, Hand. 2:41 , of boven dezelve nog vijf duizend.

Hertaald: vijf duizend Namelijk óf met inbegrip van de drieduizend uit Hand. 2:41, óf nog vijfduizend daarbovenop.

Handelingen 4 vers 5

oversten Deze schijnen geweest te zijn de voornaamste hoofden van den groten Raad, Sanhedrin genaamd, bestaande niet alleen uit priesters, maar ook uit andere voornaamsten des volks, voornamelijk uit schriftgeleerden of wetgeleerden. Zie vs.15.

Hertaald: oversten Dit lijken de voornaamste hoofden geweest te zijn van de grote Raad, het Sanhedrin, dat niet alleen uit priesters bestond maar ook uit andere vooraanstaanden van het volk, vooral uit schriftgeleerden of wetgeleerden. Zie vers 15.

te Jeruzalem Namelijk zijnde, of uit andere plaatsen te Jeruzalem ontboden zijnde.

Hertaald: te Jeruzalem Namelijk die zich in Jeruzalem bevonden, of die uit andere plaatsen naar Jeruzalem ontboden waren.

Handelingen 4 vers 6

Annas, de Van dezen Annas, alsook van Kajafas, zie Luc. 3:2 ; Joh. 11:49 , en Joh. 18:13 .

Hertaald: Annas, de Zie over deze Annas en ook over Kajafas Luk. 3:2; Joh. 11:49 en Joh. 18:13.

Johannes, Deze was een van de vijf zonen van Annas, anderszins ook Janathas genaamd. Zie JosEf. de bell.,lib2,cap.25.

Hertaald: Johannes, Deze was een van de vijf zonen van Annas, ook wel Janathas genoemd. Zie Josefus, De Joodse Oorlog, boek 2, hoofdstuk 25.

Alexander, Sommige menen dat deze zou zijn die Alexander, van wien Josefus gewag maakt, Antiq. lib. 20, cap.3, omdat hij ook van Joodse afkomst was; doch alzo dezelve stadhouder van Judea was, zo is het niet waarschijnlijk dat hij hogepriester is geweest.

Hertaald: Alexander, Sommigen menen dat dit die Alexander zou zijn van wie Josefus melding maakt (Oudheden, boek 20, hoofdstuk 3), omdat hij ook van Joodse afkomst was; maar omdat die stadhouder van Judea was, is het niet waarschijnlijk dat hij hogepriester geweest is.

het hogepriesterlijk Hetwelk verstaan kan worden òf van zulken, die afkomstig waren van hogepriesters, òf van overpriesters, dat is, van de hoofden der priesters, die in dagorden verdeeld waren; 1 Kron. 24:1 ; Luc. 1:5 .

Hertaald: het hogepriesterlijk Dat kan verstaan worden óf van mensen die van hogepriesters afstamden, óf van overpriesters, dat is: van de hoofden van de priesters, die in dagorden verdeeld waren; 1 Kron. 24:1; Luk. 1:5.

Handelingen 4 vers 7

hen in het Namelijk Petrus en Johannes.

Hertaald: hen in het Namelijk Petrus en Johannes.

naam hebt Dat is, door wiens gezag of bevel.

Hertaald: naam hebt Dat is: door wiens gezag of bevel.

Handelingen 4 vers 8

vervuld zijnde Namelijk met een bijzondere drijving en beweging des Heiligen Geestes.

Hertaald: vervuld zijnde Namelijk met een bijzondere aandrang en beweging van de Heilige Geest.

gij ouderlingen Van deze ouderlingen zie de aantekeningen vs.5.

Hertaald: gij ouderlingen Zie over deze ouderlingen de aantekeningen bij vers 5.

Handelingen 4 vers 9

Alzo wij heden Grieks indien, of zo.

Hertaald: Alzo wij heden Grieks: indien, of: als.

rechterlijk Of, terechtgesteld, gerecht, geoordeeld worden.

Hertaald: rechterlijk Of: terechtgesteld, gerecht, geoordeeld worden.

gezond geworden is; Grieks behouden is geworden.

Hertaald: gezond geworden is; Grieks: behouden is geworden.

Handelingen 4 vers 10

door den Naam Dat is door de kracht en autoriteit van Jezus, en door het geloof van Zijnen naam; Hand. 3:16 .

Hertaald: door den Naam Dat is: door de kracht en het gezag van Jezus, en door het geloof in Zijn naam; Hand. 3:16.

door Hem, Namelijk Jezus Christus, of, door dezen, te weten naam van Jezus Christus; Hand. 3:6 .

Hertaald: door Hem, Namelijk Jezus Christus; of: door deze, namelijk de naam van Jezus Christus; Hand. 3:6.

Handelingen 4 vers 11

Deze is de Namelijk Jezus de Nazarener.

Hertaald: Deze is de Namelijk Jezus de Nazarener.

de bouwlieden, Dat is, van u, die gesteld zijt om de gemeente met de zaligmakende leer van den waren Messias te stichten.

Hertaald: de bouwlieden, Dat is: door u, die aangesteld bent om de gemeente met de zaligmakende leer van de ware Messias te stichten.

veracht is, Grieks vernietigd; dat is als niet geacht is, of verworpen.

Hertaald: veracht is, Grieks: vernietigd; dat is: als niets geacht, of verworpen.

een hoofd des Dat is de voornaamste hoeksteen, waar het gehele gebouw op gegrond is. Zie Jes. 28:16 ; Rom. 9:33 ; 1 Petr. 2:6 .

Hertaald: een hoofd des Dat is: de voornaamste hoeksteen, waarop het hele gebouw gegrond is. Zie Jes. 28:16; Rom. 9:33; 1 Petr. 2:6.

Handelingen 4 vers 12

in geen Anderen; Dat is, door geen ander.

Hertaald: in geen Anderen; Dat is: door geen ander.

onder den hemel Dat is, nergens in de gehele wereld.

Hertaald: onder den hemel Dat is: nergens in de hele wereld.

Naam, Die Dat is, niemand anders, geen ander persoon.

Hertaald: Naam, Die Dat is: niemand anders, geen andere persoon.

onder de mensen Grieks in de mensen; dat is, onder de mensen.

Hertaald: onder de mensen Grieks: in de mensen; dat is: onder de mensen.

gegeven is, Namelijk van God; Joh. 3:16 .

Hertaald: gegeven is, Namelijk door God; Joh. 3:16.

door Welken Grieks in welken.

Hertaald: door Welken Grieks: in Wie.

Handelingen 4 vers 13

ongeleerde en Grieks ongeletterde; die in de scholen niet gestudeerd hadden.

Hertaald: ongeleerde en Grieks: ongeletterd; namelijk mensen die niet in de scholen gestudeerd hadden.

slechte mensen Grieks idiotai; zo worden genaamd gemene lieden, die alleen hun eigen moedertaal spreken, die geen geleerdheid of gezag in den staat of de kerk hebben; 1 Kor. 14:16 , 1 Kor. 14:23-24 ; 2 Kor. 11:6 .

Hertaald: slechte mensen Grieks: idiotai. Zo worden gewone mensen genoemd die alleen hun eigen moedertaal spreken en die geen geleerdheid of gezag hebben in de staat of in de kerk; 1 Kor. 14:16, 1 Kor. 14:23-24; 2 Kor. 11:6.

Handelingen 4 vers 14

staan, die Namelijk op zijne voeten, overeind, hetwelk hij tevoren niet had kunnen doen.

Hertaald: staan, die Namelijk op zijn voeten, rechtop, wat hij tevoren niet had kunnen doen.

Handelingen 4 vers 15

uit te gaan Grieks weg te gaan; hetwelk niet moet verstaan worden dat zij geheel ontslagen werden om te mogen heengaan, maar dat zij uit den Raad geleid werden.

Hertaald: uit te gaan Grieks: weg te gaan. Dat moet niet zo verstaan worden dat zij geheel ontslagen werden en mochten heengaan, maar dat zij uit de Raad geleid werden.

Handelingen 4 vers 16

een bekend teken Namelijk de wonderbare genezing van dezen kreupele.

Hertaald: een bekend teken Namelijk de wonderbaarlijke genezing van deze kreupele.

Handelingen 4 vers 17

scherpelijk dreigen, Grieks met dreiging dreigen. Hebreën.

Hertaald: scherpelijk dreigen, Grieks: met dreiging dreigen. Dat is een Hebreeuwse uitdrukking.

in dezen Naam Of, van dezen naam; dat is van dezen Jezus.

Hertaald: in dezen Naam Of: over deze naam; dat is: over deze Jezus.

Handelingen 4 vers 18

zeiden zij hun Dat is, geboden hun.

Hertaald: zeiden zij hun Dat is: geboden hun.

ganselijk niet Namelijk noch van Hem prediken, noch Hem aanroepen, noch in Zijnen naam wonderen doen.

Hertaald: ganselijk niet Namelijk niet over Hem prediken, Hem niet aanroepen en geen wonderen in Zijn naam doen.

Handelingen 4 vers 19

voor God, Dat is, voor het aangezicht Gods; in Gods tegenwoordigheid, die alles weet en oordeelt.

Hertaald: voor God, Dat is: voor het aangezicht van God, in Gods tegenwoordigheid, Die alles weet en oordeelt.

Handelingen 4 vers 20

kunnen niet Namelijk alzo wij van God daartoe geroepen zijn om te getuigen hetgeen wij van Jezus Christus gehoord en gezien hebben.

Hertaald: kunnen niet Namelijk omdat wij door God daartoe geroepen zijn: om te getuigen wat wij van Jezus Christus gehoord en gezien hebben.

Handelingen 4 vers 21

hoe zij hen Dat is, onder wat voorwendsel of schijn van recht.

Hertaald: hoe zij hen Dat is: onder welk voorwendsel of welke schijn van recht.

om des volks Dat is, uit vrees dat het volk tegen hen zou oproerig worden.

Hertaald: om des volks Dat is: uit vrees dat het volk tegen hen in opstand zou komen.

Handelingen 4 vers 22

meer dan En dienvolgens een geloofwaardig en bekend man; en die ook zwaarder om te genezen was, zovele jaren kreupel geweest zijnde.

Hertaald: meer dan En dus een geloofwaardig en bekend man, die ook moeilijker te genezen was omdat hij al zoveel jaren kreupel geweest was.

Handelingen 4 vers 23

tot de hunnen, Namelijk tot de andere apostelen, vs.29-31.

Hertaald: tot de hunnen, Namelijk tot de andere apostelen, vers 29-31.

Handelingen 4 vers 24

Heere, Gij Grieks Despota. Welke naam God den Vader voornamelijk wordt toegeschreven, gelijk het woord Kyrios den Zoon Jezus Christus. Zie Luc. 2:29 ; 2 Petr. 2:1 ; Jud. 1:4 .

Hertaald: Heere, Gij Grieks: Despota. Die naam wordt vooral aan God de Vader toegeschreven, zoals het woord Kyrios aan de Zoon Jezus Christus. Zie Luk. 2:29; 2 Petr. 2:1; Judas 1:4.

Handelingen 4 vers 25

Uw knecht, Of, van uw kind. Zie vs.27.

Hertaald: Uw knecht, Of: van Uw Kind. Zie vers 27.

woeden de Grieks briesen; gelijk de moedige paarden als zij ten strijde gaan.

Hertaald: woeden de Grieks: briesen, zoals moedige paarden doen wanneer zij ten strijde trekken.

Handelingen 4 vers 27

in der waarheid Dat is, openbaarlijk en kennelijk.

Hertaald: in der waarheid Dat is: openlijk en duidelijk.

Kind Jezus, Of, knecht, dienaar. Zie Hand. 3:13 , Hand. 3:26 . Zie ook Matt. 8:6 , vergeleken met Luc. 7:2 , en hier vs.25.

Hertaald: Kind Jezus, Of: Knecht, Dienaar. Zie Hand. 3:13, Hand. 3:26. Zie ook Matth. 8:6, vergeleken met Luk. 7:2, en hier vers 25.

gezalfd hebt, Namelijk met den Heiligen Geest tot den oppersten priester, profeet en koning der gemeente.

Hertaald: gezalfd hebt, Namelijk met de Heilige Geest, tot de opperste Priester, Profeet en Koning van de gemeente.

de volken Israëls; Hoewel de Israëlieten maar een volk waren, zo worden zij nochtans ook volken genaamd, in het getal van velen, omdat zij in twaalf stammen verdeeld waren; Gen. 28:3 , en Gen. 48:4 .

Hertaald: de volken Israëls; Hoewel de Israëlieten maar één volk waren, worden zij toch ook volken genoemd, in het meervoud, omdat zij in twaalf stammen verdeeld waren; Gen. 28:3 en Gen. 48:4.

Handelingen 4 vers 28

Om te doen Dit moet verstaan worden niet ten aanzien van hun voornemen, alsof zij den raad Gods zouden voorgenomen hebben uit te voeren, maar ten aanzien van de uitkomst der zaak, die zo uitgevallen is, gelijk God in Zijnen raad besloten had.

Hertaald: Om te doen Dat moet niet verstaan worden met het oog op hun voornemen, alsof zij zich zouden hebben voorgenomen Gods raad uit te voeren, maar met het oog op de afloop van de zaak, die zo uitgevallen is als God in Zijn raad besloten had.

hand en Uw Dat is, Gij zelf, naar uwe macht en wijze besturing.

Hertaald: hand en Uw Dat is: U Zelf, naar Uw macht en wijze bestuur.

te voren bepaald Of, tevoren geschikt, geordineerd, besloten. Zie Hand. 2:23 .

Hertaald: te voren bepaald Of: tevoren beschikt, verordend, besloten. Zie Hand. 2:23.

Handelingen 4 vers 29

zie op hun Namelijk van den hemel, vanwaar Gij alle dingen regeert.

Hertaald: zie op hun Namelijk vanuit de hemel, vanwaar U alle dingen regeert.

dienstknechten Namelijk de apostelen; Ef. 6:19 .

Hertaald: dienstknechten Namelijk de apostelen; Ef. 6:19.

Handelingen 4 vers 30

Uw hand uitstrekt Dat is, uwe kracht.

Hertaald: Uw hand uitstrekt Dat is: Uw kracht.

genezing, en Namelijk wonderbare.

Hertaald: genezing, en Namelijk wonderbaarlijke genezing.

Kind Jezus Zie vs.27.

Hertaald: Kind Jezus Zie vers 27.

Handelingen 4 vers 31

zij gebeden hadden, Namelijk de apostelen, door welken dit gebed gedaan was.

Hertaald: zij gebeden hadden, Namelijk de apostelen, door wie dit gebed gedaan was.

bewogen Het Griekse woord betekent eigenlijk op en neder bewogen worden, gelijk de baren van de zee. Met dit wonderteken toonde God dat hun gebed verhoord was.

Hertaald: bewogen Het Griekse woord betekent eigenlijk: op en neer bewogen worden, zoals de golven van de zee. Met dit wonderteken toonde God dat hun gebed verhoord was.

vervuld met den Zie vs.8, om het Evangelie vrijmoedig midden in de vervolging te prediken.

Hertaald: vervuld met den Zie vers 8, namelijk om het Evangelie midden in de vervolging vrijmoedig te prediken.

Handelingen 4 vers 32

een hart en Dat is, zeer grote enigheid, zo in de leer en in het gevoelen, als in de gemoederen en toegenegenheid tot elkander in liefde en vrede.

Hertaald: een hart en Dat is: een zeer grote eenheid, zowel in de leer en de overtuiging als in de gemoederen en in de genegenheid tot elkaar in liefde en vrede.

zijn eigen ware, Zie hiervan Hand. 2:44 , en Hand. 5:4 .

Hertaald: zijn eigen ware, Zie hierover Hand. 2:44 en Hand. 5:4.

Handelingen 4 vers 33

kracht getuigenis Namelijk om de harten der mensen te bewegen; Rom. 1:16 .

Hertaald: kracht getuigenis Namelijk om de harten van de mensen te bewegen; Rom. 1:16.

genade over Dat is, gunst en aangenaamheid bij het volk, hetwelk van hen als van heilige en godzalige lieden veel hield.

Hertaald: genade over Dat is: gunst en welgevallen bij het volk, dat hen zeer hoogachtte als heilige en godzalige mensen.

Handelingen 4 vers 34

aan de voeten Namelijk om van hen uitgedeeld te worden aan de armen, naar eens ieders nood, vs.35.

Hertaald: aan de voeten Namelijk om door hen aan de armen uitgedeeld te worden, naar ieders nood, vers 35.

Handelingen 4 vers 36

Joses, van Anders, Jozef.

Hertaald: Joses, van Anders: Jozef.

der vertroosting), Of, der vermaning; vanwege de bijzondere gaven, die hij had, om de mensen uit Gods Woord te troosten en te vermanen. Zie Hand. 11:22-24 .

Hertaald: der vertroosting), Of: van de vermaning; vanwege de bijzondere gaven die hij had om de mensen uit Gods Woord te troosten en te vermanen. Zie Hand. 11:22-24.

een Leviet, Of, een Leviet van geboorte, geslacht, of uitkomst uit Cyprus.

Hertaald: een Leviet, Of: een Leviet van geboorte, van geslacht, of afkomstig uit Cyprus.

Cyprus, De Joden waren in alle gewesten der wereld verstrooid, 1 Petr. 1:1 , en ook in dit eiland, waarvan zie Hand. 11:19 , en Hand. 13:4 , en Hand. 15:39 , en Hand. 21:3 , en Hand. 27:4 .

Hertaald: Cyprus, De Joden waren over alle streken van de wereld verstrooid (1 Petr. 1:1), en ook op dit eiland; zie daarover Hand. 11:19, Hand. 13:4, Hand. 15:39, Hand. 21:3 en Hand. 27:4.

Handelingen 4 vers 37

het geld, en Namelijk dat hij gemaakt had en den verkochten akker.

Hertaald: het geld, en Namelijk het geld dat hij van de verkochte akker gemaakt had.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Barnabas (Joses)  — zoon der vertroosting

Oorspronkelijk Joses geheten; een Leviet van geboorte uit Cyprus, die door de apostelen Barnabas genoemd werd. Hij verkocht een akker en legde de opbrengst aan de voeten der apostelen (Hand. 4:36-37); hij zou later een centrale rol spelen als metgezel van Paulus in diens zendingsreizen.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gemeenschap der heiligen (eerste gemeente)  — De vier kenmerken van de eerste gemeente te Jeruzalem: volharding in de leer der apostelen, de gemeenschap, de breking des broods en de gebeden (Hand. 2:42), met een vrijwillige, radicale onderlinge goederengemeenschap

Na Pinksteren volhardt de gemeente "in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden" (Hand. 2:42), en verkopen gelovigen bezittingen om uit te delen naar ieders behoefte (Hand. 2:44-45). Dezelfde beschrijving keert terug in Hand. 4:32-35: "de menigte van degenen, die geloofden, was een hart en een ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen." Dat dit vrijwillig was en geen afschaffing van particulier eigendom betekende, blijkt uit wat Petrus tot Ananias zei na diens leugen: "Zo het gebleven ware, bleef het niet uw, en verkocht zijnde, was het niet in uw macht?" (Hand. 5:4). De zonde lag dus niet in het achterhouden van geld, maar in het liegen tegen de Heilige Geest.

Bijbelse betekenis: Dit tekent de kenmerken van een ware, door de Geest vervulde gemeente: gezonde leer, onderlinge gemeenschap, de sacramenten/ordinantiën (de breking des broods) en het gebed, uitlopend in een vrijwillige, uit liefde voortkomende vrijgevigheid. Het is geen bindend patroon van gedwongen goederengemeenschap voor de kerk van alle tijden en plaatsen, maar een eenmalige Geestwerking van dat bijzondere moment en die bijzondere plaats.

Typologie: Paulus' collecte voor de armen te Jeruzalem (2 Kor. 8-9) toont dezelfde geest voortgezet als vrijwillige christelijke vrijgevigheid, niet als een herhaalde afschaffing van eigendom.

Hand. 2:42-47; Hand. 4:32-35; Hand. 5:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

In geen Anderen — 4:1-12

Petrus en Johannes staan voor dezelfde raad die enkele weken eerder Christus veroordeeld heeft. Aanleiding is een kreupele man die bij de Schone poort genezen is. De vraag luidt: door wat kracht of door wat naam hebt gij dit gedaan?

Petrus antwoordt met een steen uit de Psalmen, en trekt daaruit een gevolgtrekking die geen ruimte laat.

Hij begint bij de genezen man — die er nog bij staat — en zegt dat het gebeurd is door den Naam van Jezus Christus, den Nazaréner, Dien gij gekruist hebt, Welken God uit de doden heeft opgewekt.

Dan haalt hij Psalm 118 aan, en hij past die rechtstreeks op zijn hoorders toe: Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is. Zij waren de bouwlieden. Zij hadden de steen afgekeurd. En God heeft hem juist tot hoeksteen gemaakt.

Dat beeld liep al door de Schrift. Jesaja sprak van een beproefde hoeksteen die God in Sion legt, en tegelijk van een steen des aanstoots. Daniël zag een steen zonder handen afgehouwen. Christus zelf haalde Psalm 118 aan bij het slot van de gelijkenis van de wijngaardeniers, vlak voordat zij Hem gevangennamen.

En dan komt vers 12, dat alle uitwegen sluit: de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.

Let op het woord gegeven. Deze Naam is niet door mensen gekozen als de beste van vele; Hij is gegeven, van boven, en er is er geen tweede. Dat is precies wat de engel tegen Jozef zei: gij zult Zijn naam heten JEZUS, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.

Het gevolg is opmerkelijk. De raad kan niets tegen de genezen man inbrengen en verbiedt hen alleen te spreken. Petrus antwoordt dat zij niet kunnen zwijgen over hetgeen zij gezien en gehoord hebben.

  1. Psalm 118:22 — De steen dien de bouwlieden verworpen hebben, is tot een hoofd des hoeks geworden.
  2. Jesaja 28:16 — God legt in Sion een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen.
  3. Mattheüs 21:42 — Christus past die steen op Zichzelf toe, vlak vóór Zijn gevangenneming.
  4. Handelingen 4:11 — Petrus zegt tot de raad: die van u, de bouwlieden, veracht is.
  5. Handelingen 4:12 — De zaligheid is in geen Anderen; geen andere Naam is gegeven.
  6. 1 Petrus 2:6-8 — Een hoeksteen voor wie gelooft, een steen des aanstoots voor wie niet gelooft.

In het Nieuwe Testament: 1 Petrus 2:4-8; Efeze 2:20; Mattheüs 1:21; 1 Timotheüs 2:5

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Handelingen 4

Handelingen 4:1-4

KruisverwijzingenLukas 22:4Handelingen 17:18Handelingen 2:41Handelingen 6:12Handelingen 5:18Handelingen 5:24Handelingen 5:261 Thessalonicenzen 4:13
— En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters, en de hoofdman des tempels, en de Sadduceen; Zeer ontevreden zijnde, omdat zij het volk leerden, en verkondigden in Jezus de opstanding uit de doden. En zij sloegen de handen aan hen, en zetten ze in bewaring tot den anderen dag; want het was nu avond. En velen van degenen, die het woord gehoord hadden, geloofden; en het getal der mannen werd omtrent vijf duizend.

Al konden zij niet op dat moment vertellen hoevelen er bekeerd waren, en al konden zij hen niet dadelijk dopen, omdat zij weggevoerd werden, toch waren er waarschijnlijk net zoveel mensen behouden als op Pinksteren.

Er kwam een even groots resultaat uit voort. U kunt het resultaat van een preek niet beoordelen op de dag zelf waarop hij gehouden wordt. Het kan lijken alsof die preek geen enkel effect gehad heeft, en dat kan ook zo zijn. Maar deze keer was dat niet zo.

Telkens wanneer u bedroefd naar huis gaat, omdat er geen nabespreking was, of omdat u onderbroken werd, en u niet kunt zeggen welk goed er gedaan is: bedenk dan dit. Al weet u niet wat er tot stand gebracht is, het staat opgetekend in de hemel, en God zal het te zijner tijd openbaren. Misschien ontdekt u zelfs hier al dat u zich vergist had, en dat de dienst die verloren leek, een van de meest gezegende was die u ooit gehouden hebt. God geve dat het zo mag zijn, om Christus’ wil!

Handelingen 4:8-12

KruisverwijzingenOpenbaring 20:15Johannes 14:6Mattheüs 1:21Johannes 3:36Lukas 24:471 Johannes 5:111 Korinthe 3:11Handelingen 10:42
— Toen zeide Petrus, vervuld zijnde met den Heiligen Geest, tot hen: Gij oversten des volks, en gij ouderlingen van Israel! Alzo wij heden rechterlijk onderzocht worden over de weldaad aan een krank mens geschied, waardoor hij gezond geworden is; Zo zij u allen kennelijk, en het ganse volk Israel, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruist hebt, Welken God van de doden heeft opgewekt, door Hem, zeg ik, staat deze hier voor u gezond. Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is. En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.

Niets kan de directheid, de volledigheid en de vrijmoedigheid van deze verklaring overtreffen. Hij verkondigt niet alleen dat de Naam van Christus de wonderwerkende Naam is, maar beschuldigt hen ook van Zijn moord, en bevestigt opnieuw de opstanding. Meer nog: hij snijdt de wortel af van heel hun ceremoniële gerechtigheid. Hij verklaart dat zij door deze gehate en veroordeelde Naam behouden moeten worden, of anders voor eeuwig verloren gaan. Laat de dienstknecht van God, in alle omstandigheden, zich moedig gedragen. Laat hij bedenken dat dit is hoe hij altijd behoort te spreken. Wanneer de eer van zijn Meester en het heil van zielen op het spel staan, is het niet aan hem de waarheid in te houden, maar haar uit te spreken.

Handelingen 4:13

Kruisverwijzingen1 Korinthe 1:27Johannes 7:15Mattheüs 11:25Handelingen 2:7Johannes 18:16Lukas 22:52Mattheüs 26:71Lukas 22:8
— Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren.

Waar anders hadden zij zulk een heilige moed kunnen leren? Zij spraken, naar hun eigen mate, precies zoals de grote Meester zelf, van Wie geschreven staat: “Hij sprak als machthebbende, en niet als de Schriftgeleerden.” Zij spraken niet met de schuchtere, aarzelende houding van een prediker die de waarschijnlijkheden tussen goed en kwaad, tussen valsheid en waarheid, lijkt af te wegen. Zij spraken met het bewijs van een hartelijke overtuiging van de waarheid van wat zij verkondigden. Zo sprak Christus, en, van Hem geleerd hebbend, spraken Zijn discipelen zo ook.

Handelingen 4:14

KruisverwijzingenHandelingen 4:21Handelingen 3:8Handelingen 19:36Handelingen 4:16Handelingen 4:10
— En ziende den mens bij hen staan, die genezen was, hadden zij niets daartegen te zeggen.

Bekeerlingen sluiten de mond van tegenstanders. Het goede dat door het evangelie gedaan wordt, zal altijd een verpletterend argument zijn voor de goddelozen.

Handelingen 4:16-20

KruisverwijzingenHandelingen 22:15Handelingen 5:29Jeremia 20:9Ezechiël 3:11Handelingen 5:32Handelingen 5:28Handelingen 5:401 Timotheüs 2:3
— Zeggende: Wat zullen wij dezen mensen doen? Want dat er een bekend teken door hen geschied is, is openbaar aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen. Maar opdat het niet meer en meer onder het volk verspreid worde, laat ons hen scherpelijk dreigen, dat zij niet meer tot enig mens in dezen Naam spreken. En als zij hen geroepen hadden, zeiden zij hun aan, dat zij ganselijk niet zouden spreken, noch leren, in den Naam van Jezus. Maar Petrus en Johannes, antwoordende, zeiden tot hen: Oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te horen dan God. Want wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben.

Zoals een vat vol nieuwe wijn een uitweg moet vinden, of barsten, zo is het ook met de man die vervuld is met de kennis van Jezus. Hij moet spreken. Het is voor hem geen kwestie van keuze, want, zoals Paulus zegt: “wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig.” Zoals de oude profeet het zegt: “het woord des Heeren was in mijn hart als een brandend vuur”, en is het het ware woord van God, dan zal het spoedig zijn weg naar buiten branden.

Handelingen 4:21-22

KruisverwijzingenHandelingen 5:26Handelingen 9:33Mattheüs 21:46Lukas 20:6Lukas 20:19Lukas 22:2Mattheüs 9:8Mattheüs 9:20
— Maar zij dreigden hen nog meer, en lieten ze gaan, niets vindende, hoe zij hen straffen zouden, om des volks wil; want zij verheerlijkten allen God over hetgeen er geschied was. Want de mens was meer dan veertig jaren oud, aan welken dit teken der genezing geschied was.

Daarom was het zoveel opmerkelijker: veertig jaar kreupel, en toch genezen! Maar hoe groot is de genade, getoond in het behoud van een oude zondaar — veertig jaar dood in zonden en misdaden, vijftig, zestig, zeventig, of zelfs tachtig jaar een trouwe dienstknecht van de zwarte tiran. En toch gebracht om de nieuwe en betere Meester te volgen! Wat een triomf van genade is dat, wanneer het verdorde stuk hout uit het vuur gerukt wordt, terwijl het daar juist zo geschikt voor was!

Handelingen 4:23

KruisverwijzingenHandelingen 12:11Psalmen 119:63Handelingen 2:44Psalmen 16:3Handelingen 1:132 Korinthe 6:14Maleachi 3:16Spreuken 13:20
— En zij, losgelaten zijnde, kwamen tot de hunnen, en verkondigden al wat de overpriesters en de ouderlingen tot hen gezegd hadden.

U kunt een mens altijd aan zijn gezelschap herkennen. Waren deze mensen goddeloos geweest, dan hadden zij gedaan wat goddelozen doen wanneer zij uit de gevangenis komen: zij waren teruggegaan naar hun oude drinkmakkers. Maar zij zijn gelovigen, en zij gaan naar hun eigen gezelschap.

Handelingen 4:24-28

KruisverwijzingenNehemia 9:6Handelingen 1:16Handelingen 4:30Mattheüs 27:2Handelingen 2:23Jesaja 46:10Psalmen 69:292 Korinthe 1:8
— En als dezen dat hoorden, hieven zij eendrachtelijk hun stem op tot God, en zeiden: Heere! Gij zijt de God, Die gemaakt hebt den hemel, en de aarde, en de zee, en alle dingen, die in dezelve zijn. Die door den mond van David Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenen, en hebben de volken ijdele dingen bedacht? De koningen der aarde zijn te zamen opgestaan, en de oversten zijn bijeenvergaderd tegen den Heere, en tegen Zijn Gezalfde. Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israels; Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou.

Hoe wonderlijk komt deze leer van de voorbeschikking hier binnen! Zij zingen over de goddeloosheid van mensen, en de triomf die God daarover behaalt. Dat is de kern en de inhoud van hun lied: terwijl goddeloze mensen dachten Gods raadsbesluiten voor eeuwig weg te kunnen doen door de vernietiging van Zijn Zoon, deden zij zelf juist datgene wat God “te voren bepaald had, dat geschieden zou.” De wildste wanklank vormt harmonie in het oor van God.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Somber zijn

Voor kinderen

Ook als christen kun je je verdrietig of somber voelen, net als Spurgeon en Cowper. Bemoedig elkaar en bid samen, dat helpt.

Een spiegelbeeld van Jezus

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Zij verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren. Handelingen 4:13 Een christen zou een duidelijke weerspiegeling van Jezus Christus moeten zijn. Als we echt…

Spiegelbeeld van Jezus

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Ze waren verbaasd. En ze realiseerden zich dat ze bij Jezus waren geweest. Handelingen 4:13 Eng. Vert.  NKJV Als christen ben je geroepen om een levend beeld van…

Onze schuilplaats

Voor Iedere Dag

De Naam van de HEERE is een sterke toren, een rechtvaardige snelt daarheen en wordt in een veilige vesting gezet. (Spreuken 18:10) Lees verder Psalm 20:1—9. Het heeft geen…

Hand. 4:14‭ - De mond gesnoerd

Preekaantekeningen

En ziende de mens bij hen staan, die genezen was, hadden zij niets daar tegen te zeggen. Hand. 4:14 De oversten en ouderlingen stelden zich tegen Petrus en Johannes. Het…

Het martelaarschap

Voor Iedere Dag

Maar hij, vol van de Heilige Geest, hield zijn ogen naar de hemel gericht en zag de heerlijkheid van God, en Jezus, staande aan de rechterhand van God.…

De andere Trooster

Nabij De Zon

Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest…

Die met Jezus samen geweest waren

Voor Iedere Morgen

[vc_row][vc_column][vc_column_text css=""] Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" …herkenden zij hen als mensen die met Jezus samen geweest waren. Handelingen 4 vers 13 Een Christen moet een…

Heiligmaking

Preken

Zij nu ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende dat zij ongeleerde en eenvoudige mensen waren, verwonderden zich en leenden hen, dat zij met Jezus geweest…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content