Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna zeideH559 de HEEREH3068totH413NoachH5146: GaH935gijH859, en uw ganseH3605huisH1004 in de arkH8392; wantH3588 u heb Ik gezienH7200rechtvaardigH6662 voor Mijn aangezichtH6440 in ditH2088geslachtH1755.Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht.
KJVAnd the LORD2said1unto Noah,3Come4thou and all thy house7into the ark;9for thee have I seen12righteous13before me14in this16generation.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לְנֹ֔חַH5146Noach, NoachsNoah4בֹּֽאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7בֵּיתְךָ֖H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הַתֵּבָ֑הH8392ark, kistjeark10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אֹתְךָ֥H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12רָאִ֛יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13צַדִּ֥יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)14לְפָנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15בַּדּ֥וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity16הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
2Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Van alleH3605reinH2889veeH929 zult gij tot u nemenH3947zevenH7651 en zevenH7651, het mannetjeH376 en zijn wijfjeH802; maar vanH4480 het veeH929, dat nietH3808reinH2889 is, tweeH8147, het mannetjeH376 en zijn wijfjeH802.Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.
KJVOf every clean3beast2thou shalt take4to thee by sevens,6the male8and his female:9and of beasts11that are not clean14by two,16the male17and his female.
1מִכֹּ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַבְּהֵמָ֣הH929beesten, vee, beestbeast, cattle3הַטְּהוֹרָ֗הH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)4תִּֽקַּחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5לְךָ֛6שִׁבְעָ֥הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)7שִׁבְעָ֖הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9וְאִשְׁתּ֑וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הַבְּהֵמָ֡הH929beesten, vee, beestbeast, cattle12אֲ֠שֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14טְהֹרָ֥הH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)15הִ֛ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16שְׁנַ֖יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two17אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)18וְאִשְׁתּֽוֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
3Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3OokH1571 van het gevogelteH5775 des hemelsH8064zevenH7651 en zevenH7651, het mannetjeH2145 en het wijfjeH5347, om zaadH2233levendH2421 te houden opH5921 de ganseH3605aardeH776.Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde.
KJVOf fowls2also of the air3by sevens,4the male6and the female;7to keep8seed9aliveupon the face11of all the earth.
1גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2מֵע֧וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl3הַשָּׁמַ֛יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)4שִׁבְעָ֥הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5שִׁבְעָ֖הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6זָכָ֣רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)7וּנְקֵבָ֑הH5347vrouw, wijfje, meisjefemale8לְחַיּ֥וֹתH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole9זֶ֖רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
4Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4WantH3588overH5921nogH5750zevenH7651dagenH3117 zal IkH595 doen regenenH4305opH5921 de aardeH776veertigH705dagenH3117, en veertigH705nachtenH3915; en Ik zal van den aardbodemH127verdelgenH4229alH3605watH834bestaatH3351, dat Ik gemaaktH6213 heb.Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb.
KJVFor yet3seven4days,2and I will cause it to rain6upon the earth8forty9days10and forty11nights;12and every15living substance16that I have made18will I destroy13from off7the face20of the earth.
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לְיָמִ֨יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3ע֜וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)4שִׁבְעָ֗הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5אָֽנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which6מַמְטִ֣ירH4305regenen, regende, beregend(cause to) rain (upon)7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9אַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty10י֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11וְאַרְבָּעִ֖יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty12לָ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)13וּמָחִ֗יתִיH4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)14אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הַיְקוּם֙H3351bestond, bestaat(living) substance17אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18עָשִׂ֔יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21הָֽאֲדָמָֽהH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
5En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En NoachH5146deedH6213, naar alH3605watH834 de HEEREH3068 hem gebodenH6680 had.En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had.
KJVAnd Noah2did1according unto all that the LORD6commanded
1וַיַּ֖עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2נֹ֑חַH5146Noach, NoachsNoah3כְּכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5צִוָּ֖הוּH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
6Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6NoachH5146 nu was zeshonderdH8337jarenH8141oudH1121, als de vloedH3999 der waterenH4325opH5921 de aardeH776 was.Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was.
KJVAnd Noah1was six3hundred4years5old2when the flood6of waters8was upon the earth.
1וְנֹ֕חַH5146Noach, NoachsNoah2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3שֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth4מֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6וְהַמַּבּ֣וּלH3999vloed, vloeds, watervloedflood7הָיָ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8מַ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
7Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Zo gingH935NoachH5146, en zijn zonenH1121, en zijn huisvrouwH802, en de vrouwenH802 zijner zonenH1121metH854 hem in de arkH8392, vanwegeH6440 de waterenH4325 des vloedsH3999.Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds.
KJVAnd Noah2went in,1and his sons,3and his wife,4and his sons'6wives5with him, into the ark,9because of10the waters11of the flood.
1וַיָּ֣בֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2נֹ֗חַH5146Noach, NoachsNoah3וּ֠בָנָיוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4וְאִשְׁתּ֧וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5וּנְשֵֽׁיH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6בָנָ֛יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אִתּ֖וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הַתֵּבָ֑הH8392ark, kistjeark10מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11מֵ֥יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12הַמַּבּֽוּלH3999vloed, vloeds, watervloedflood
8Van het reine vee, en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op den aardbodem kruipt,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Van het reineH2889veeH929, en vanH4480 het veeH929, datH834nietH369reinH2889 was, en vanH4480 het gevogelteH5775, en alH3605watH834opH5921 den aardbodemH127kruiptH7430,Van het reine vee, en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op den aardbodem kruipt,
KJVOf clean3beasts,2and of beasts5that are not clean,8and of fowls,10and of every thing that creepeth13upon the earth,
1מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַבְּהֵמָה֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle3הַטְּהוֹרָ֔הH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)4וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הַ֨בְּהֵמָ֔הH929beesten, vee, beestbeast, cattle6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7אֵינֶ֖נָּהH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8טְהֹרָ֑הH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)9וּמִ֨ןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הָע֔וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl11וְכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13רֹמֵ֖שׂH7430kruipt, roert, kruipende gediertecreep, move14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15הָֽאֲדָמָֽהH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
9Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9KwamenH935 er tweeH8147 en tweeH8147totH413NoachH5146 in de arkH8392, het mannetjeH2145 en het wijfjeH5347, gelijk als GodH430NoachH5146gebodenH6680 had.Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had.
KJVThere went in3two1and two2unto Noah5into the ark,7the male8and the female,9as10God12had commanded11Noah.
1שְׁנַ֨יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two2שְׁנַ֜יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3בָּ֧אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5נֹ֛חַH5146Noach, NoachsNoah6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַתֵּבָ֖הH8392ark, kistjeark8זָכָ֣רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)9וּנְקֵבָ֑הH5347vrouw, wijfje, meisjefemale10כַּֽאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order12אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14נֹֽחַH5146Noach, NoachsNoah
10En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En het geschieddeH1961 na die zevenH7651dagenH3117, dat de waterenH4325 des vloedsH3999opH5921 de aardeH776warenH1961.En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren.
KJVAnd it came to pass after seven2days,3that the waters4of the flood5were upon the earth.
1וַֽיְהִ֖יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לְשִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3הַיָּמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4וּמֵ֣יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))5הַמַּבּ֔וּלH3999vloed, vloeds, watervloedflood6הָי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
11In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11In het zeshonderdsteH8337jaarH8141 des levensH2416 van NoachH5146, in de tweedeH8145maandH2320, op de zeventiendeH7651dagH3117 der maandH2320, op dezen zelfdenH2088dagH3117 zijn alleH3605fonteinenH4599 des grotenH7227afgrondsH8415opengebrokenH1234, en de sluizenH699 des hemelsH8064geopendH6605.In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend.
KJVIn1the six2hundredth3year4of Noah's6life,5in the second8month,7the seventeenth9day11of the month,12the same14day13were all the fountains17of the great19deep18broken up,15and the windows20of heaven21were opened.
1בִּשְׁנַ֨תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)2שֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth3מֵא֤וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore4שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5לְחַיֵּיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop6נֹ֔חַH5146Noach, NoachsNoah7בַּחֹ֨דֶשׁ֙H2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon8הַשֵּׁנִ֔יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)9בְּשִׁבְעָֽהH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)10עָשָׂ֥רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)11י֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12לַחֹ֑דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon13בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15נִבְקְעוּ֙H1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win16כָּֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17מַעְיְנֹת֙H4599fonteinen, fontein, waterfonteinenfountain, spring, well18תְּה֣וֹםH8415afgrond, afgronden, afgrondsdeep (place), depth19רַבָּ֔הH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)20וַאֲרֻבֹּ֥תH699vensteren, sluizen, schoorsteenchimney, window21הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)22נִפְתָּֽחוּH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent
12En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En een plasregenH1653wasH1961opH5921 de aardeH776veertigH705dagenH3117 en veertigH705nachtenH3915.En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten.
KJVAnd the rain2was upon the earth4forty5days6and forty7nights.
1וַֽיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַגֶּ֖שֶׁםH1653regen, plasregen, plasregensrain, shower3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5אַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty6י֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7וְאַרְבָּעִ֖יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty8לָֽיְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)
13Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13EvenH6106 op dienzelfden dagH3117gingH935NoachH5146, en SemH8035, en ChamH2526, en JafethH3315, NoachsH5146zonenH1121, desgelijks ook NoachsH5146huisvrouwH802, en de drieH7969vrouwenH802 zijner zonenH1121metH854 hem in de arkH8392;Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark;
KJVIn the selfsame1day2entered4Noah,5and Shem,6and Ham,7and Japheth,8the sons9of Noah,10and Noah's12wife,11and the three13wives14of his sons15with them, into the ark;
1בְּעֶ֨צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very2הַיּ֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4בָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5נֹ֔חַH5146Noach, NoachsNoah6וְשֵׁםH8035Sem, SemsSem, Shem7וְחָ֥םH2526ChamHam8וָיֶ֖פֶתH3315JafethJapheth9בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10נֹ֑חַH5146Noach, NoachsNoah11וְאֵ֣שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12נֹ֗חַH5146Noach, NoachsNoah13וּשְׁלֹ֧שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)14נְשֵֽׁיH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English15בָנָ֛יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16אִתָּ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18הַתֵּבָֽהH8392ark, kistjeark
14Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14ZijH1992, en al het gedierteH2416 naar zijn aardH4327, en al het veeH929 naar zijn aardH4327, en al het kruipend gedierteH7431, dat opH5921 de aardeH776kruiptH7430, naar zijn aardH4327, en al het gevogelteH5775 naar zijn aardH4327, alle vogeltjesH6833 van allerleiH3605vleugelH3671.Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.
KJVThey,1and every beast3after his kind,4and all the cattle6after their kind,7and every creeping thing9that creepeth10upon the earth12after his kind,13and every fowl15after his kind,16every bird18of every sort.
1הֵ֜מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye2וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַֽחַיָּ֣הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop4לְמִינָ֗הּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַבְּהֵמָה֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle7לְמִינָ֔הּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)8וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הָרֶ֛מֶשׂH7431kruipend gedierte, kruipende, kruipendthat creepeth, creeping (moving) thing10הָרֹמֵ֥שׂH7430kruipt, roert, kruipende gediertecreep, move11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13לְמִינֵ֑הוּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)14וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הָע֣וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl16לְמִינֵ֔הוּH4327aard, zaadkind. Compare H4480 (מִן)17כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18צִפּ֥וֹרH6833vogel, gevogelte, vogelenbird, fowl, sparrow19כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20כָּנָֽףH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)
15En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En van alleH3605vleesH1320, waarin een geestH7307 des levensH2416 was, kwamenH935 er tweeH8147 en tweeH8147totH413NoachH5146 in de arkH8392.En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark.
KJVAnd they went in1unto Noah3into the ark,5two6and two7of all flesh,9wherein10is the breath12of life.
1וַיָּבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3נֹ֖חַH5146Noach, NoachsNoah4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הַתֵּבָ֑הH8392ark, kistjeark6שְׁנַ֤יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7שְׁנַ֨יִם֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הַבָּשָׂ֔רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11בּ֖וֹ12ר֥וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)13חַיִּֽיםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop
16En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En die er kwamenH935, die kwamenH935mannetjeH2145 en wijfjeH5347, van alleH3605vleesH1320, gelijk als hem GodH430bevolenH6680 had. En de HEEREH3068slootH5462achterH1157 hem toe.En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe.
KJVAnd they that went in,1went in6male2and female3of all flesh,5as God10had commanded8him: and the LORD12shut him in.
1וְהַבָּאִ֗יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2זָכָ֨רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)3וּנְקֵבָ֤הH5347vrouw, wijfje, meisjefemale4מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5בָּשָׂר֙H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin6בָּ֔אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7כַּֽאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order9אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11וַיִּסְגֹּ֥רH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13בַּֽעֲדֽוֹH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within
17En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En die vloedH3999wasH1961veertigH705dagenH3117opH5921 de aardeH776, en de waterenH4325vermeerderdenH7235, en hievenH5375 de arkH8392 op, zodat zij opreesH7311bovenH5921 de aardeH776.En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde.
KJVAnd the flood2was forty3days4upon the earth;6and the waters8increased,7and bare up9the ark,11and it was lift up12above the earth.
1וַֽיְהִ֧יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַמַּבּ֛וּלH3999vloed, vloeds, watervloedflood3אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty4י֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7וַיִּרְבּ֣וּH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very8הַמַּ֗יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9וַיִּשְׂאוּ֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַתֵּבָ֔הH8392ark, kistjeark12וַתָּ֖רָםH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms13מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
18En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de waterenH4325 namen de overhandH1396, en vermeerderdenH7235zeerH3966opH5921 de aardeH776; en de arkH8392gingH3212opH5921 de waterenH4325.En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren.
KJVAnd the waters2prevailed,1and were increased3greatly4upon the earth;6and the ark8went7upon the face10of the waters.
1וַיִּגְבְּר֥וּH1396overhand, geweldig, machtigexceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant2הַמַּ֛יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))3וַיִּרְבּ֥וּH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very4מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7וַתֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8הַתֵּבָ֖הH8392ark, kistjeark9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11הַמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
19En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den ganse hemel zijn, bedekt werden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En de waterenH4325namenH1396gansH3966 zeer de overhandH1396opH5921 de aardeH776, zodat alle hogeH1364bergenH2022, dieH834onderH8478 den ganseH3605hemelH8064 zijn, bedektH3680 werden.En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den ganse hemel zijn, bedekt werden.
KJVAnd the waters1prevailed2exceedingly3upon the earth;6and all the high10hills,9that were under12the whole heaven,14were covered.
1וְהַמַּ֗יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))2גָּֽבְר֛וּH1396overhand, geweldig, machtigexceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant3מְאֹ֥דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well4מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7וַיְכֻסּ֗וּH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הֶֽהָרִים֙H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion10הַגְּבֹהִ֔יםH1364hogen, hoge, hooghaughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12תַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הַשָּׁמָֽיִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)
20Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand, en de bergen werden bedekt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20VijftienH6240ellenH520omhoogH4605namenH1396 de waterenH4325 de overhandH1396, en de bergenH2022 werden bedektH3680.Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand, en de bergen werden bedekt.
KJVFifteen2cubits3upward4did the waters6prevail;5and the mountains8were covered.
1חֲמֵ֨שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)2עֶשְׂרֵ֤הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)3אַמָּה֙H520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post4מִלְמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very5גָּבְר֖וּH1396overhand, geweldig, machtigexceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant6הַמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7וַיְכֻסּ֖וּH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)8הֶהָרִֽיםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion
21En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het gevogelte, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En alleH3605vleesH1320, dat zich opH5921 de aardeH776roerdeH7430, gaf den geestH1478, van het gevogelteH5775, en van het veeH929, en van het wild gedierteH2416, en van alH3605 het kruipend gedierteH8318, dat opH5921 de aardeH776kroopH8317, en alleH3605mensH120.En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het gevogelte, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens.
KJVAnd all flesh3died1that moved4upon the earth,6both of fowl,7and of cattle,8and of beast,9and of every creeping thing11that creepeth12upon the earth,14and every man:
1וַיִּגְוַ֞עH1478geest, doodbrakende, eestdie, be dead, give up the ghost, perish2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3בָּשָׂ֣רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin4הָרֹמֵ֣שׂH7430kruipt, roert, kruipende gediertecreep, move5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7בָּע֤וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl8וּבַבְּהֵמָה֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle9וּבַ֣חַיָּ֔הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop10וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַשֶּׁ֖רֶץH8318kruipend, kruipend gedierte, gewemelcreep(-ing thing), move(-ing creature)12הַשֹּׁרֵ֣ץH8317kruipt, bracht, krielenbreed (bring forth, increase) abundantly (in abundance), creep, move13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15וְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הָאָדָֽםH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
22Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Al wat een ademH5397 des geestesH7307 des levensH2416 in zijn neusgatenH639 had, van allesH3605watH834 op het drogeH2724 was, is gestorvenH4191.Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven.
KJVAll in whose nostrils6was the breath3of life,5of all that was in the dry9land, died.
1כֹּ֡לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3נִשְׁמַתH5397adem, geblaas, geestblast, (that) breath(-eth), inspiration, soul, spirit4ר֨וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)5חַיִּ֜יםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop6בְּאַפָּ֗יוH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath7מִכֹּ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בֶּחָֽרָבָ֖הH2724droge, droog, droogtedry (ground, land)10מֵֽתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
23Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was, van den mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Alzo werd verdelgdH4229alH3605 wat bestondH3351, datH834opH5921 den aardbodemH127 was, van den mensH120 aan tot het veeH929, tot het kruipend gedierteH7431, en tot het gevogelteH5775 des hemelsH8064, en zij werden verdelgdH4229 van de aardeH776; doch NoachH5146 alleen bleefH7604 over, en watH834metH854 hem in de arkH8392 was.Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was, van den mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.
KJVAnd every living substance4was destroyed1which was upon the face7of the ground,8both man,9and cattle,11and the creeping things,13and the fowl15of the heaven;16and they were destroyed17from the earth:19and Noah22only21remained20alive, and they that5were with him in the ark.
1וַיִּ֜מַחH4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַיְק֣וּםH3351bestond, bestaat(living) substance5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8הָֽאֲדָמָ֗הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land9מֵאָדָ֤םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11בְּהֵמָה֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle12עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13רֶ֨מֶשׂ֙H7431kruipend gedierte, kruipende, kruipendthat creepeth, creeping (moving) thing14וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15ע֣וֹףH5775gevogelte, vogelen, vogelbird, that flieth, flying, fowl16הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)17וַיִּמָּח֖וּH4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)18מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with19הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world20וַיִשָּׁ֧אֶרH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest21אַךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)22נֹ֛חַH5146Noach, NoachsNoah23וַֽאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24אִתּ֖וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix25בַּתֵּבָֽהH8392ark, kistjeark
24En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En de waterenH4325 hadden de overhandH1396bovenH5921 de aardeH776, honderdH3967 en vijftigH2572dagenH3117.En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.
KJVAnd the waters2prevailed1upon the earth4an hundred6and fifty5days.
1וַיִּגְבְּר֥וּH1396overhand, geweldig, machtigexceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant2הַמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty6וּמְאַ֖תH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7יֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 7:1— Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht.Genesis 6:9→Genesis 7:13→Mattheüs 24:37→2 Petrus 2:5→Lukas 17:26→1 Petrus 3:20→Hebreeën 11:7→Genesis 7:7→
Genesis 7:2— Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.Genesis 8:20→Leviticus 11:1→Leviticus 10:10→Genesis 7:8→Genesis 6:19→Deuteronomium 14:1→Ezechiël 44:23→Handelingen 10:11→
Genesis 7:4— Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb.Genesis 7:12→Genesis 7:17→Genesis 6:7→Genesis 6:17→Genesis 6:13→Job 22:16→Genesis 8:12→Job 28:25→
Genesis 7:5— En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had.Genesis 6:22→Exodus 39:42→Johannes 2:5→Psalmen 119:6→Mattheüs 3:15→Lukas 8:21→Johannes 13:17→Hebreeën 5:8→
Genesis 7:6— Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was.Genesis 5:32→Genesis 8:13→
Genesis 7:7— Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds.Lukas 17:27→Genesis 6:18→Mattheüs 24:38→Genesis 7:1→2 Petrus 2:5→Hebreeën 6:18→Hebreeën 11:7→Spreuken 22:3→
Genesis 7:9— Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had.Handelingen 10:11→Genesis 7:16→Jeremia 8:7→Galaten 3:28→Kolossenzen 3:11→Jesaja 65:25→Genesis 2:19→Jesaja 11:6→
Genesis 7:10— En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren.Genesis 7:4→Lukas 17:27→Mattheüs 24:38→Genesis 6:17→Job 22:16→Genesis 7:17→
Genesis 7:11— In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend.Genesis 8:2→Genesis 1:7→2 Koningen 7:19→Ezechiël 26:19→Maleachi 3:10→Jeremia 5:22→Spreuken 8:28→Genesis 6:17→
Genesis 7:12— En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten.Genesis 7:4→Genesis 7:17→Deuteronomium 9:9→1 Koningen 19:8→Deuteronomium 9:18→Mattheüs 4:2→Deuteronomium 10:10→Exodus 24:18→
Genesis 7:13— Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark;Genesis 7:1→Genesis 6:18→Genesis 6:10→Genesis 5:32→Genesis 9:18→Hebreeën 11:7→1 Kronieken 1:4→1 Petrus 3:20→
Genesis 7:14— Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.Genesis 7:2→Genesis 7:8→
Genesis 7:15— En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark.Jesaja 11:6→Genesis 6:19→
Genesis 7:16— En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe.Genesis 7:2→Mattheüs 25:10→Lukas 13:25→Psalmen 46:2→Psalmen 91:1→1 Petrus 1:5→2 Koningen 4:4→Spreuken 3:23→
Genesis 7:17— En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde.Genesis 7:4→Genesis 7:12→
Genesis 7:18— En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren.Psalmen 104:26→Psalmen 69:15→Job 22:16→Exodus 14:28→
Genesis 7:19— En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den ganse hemel zijn, bedekt werden.Jeremia 3:23→2 Petrus 3:6→Psalmen 46:2→Job 12:15→Psalmen 104:6→
Genesis 7:20— Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand, en de bergen werden bedekt.Psalmen 104:6→Jeremia 3:23→
Genesis 7:21— En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het gevogelte, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens.Genesis 6:13→Genesis 6:17→Genesis 7:4→Genesis 6:6→Mattheüs 24:39→Romeinen 8:20→Lukas 17:27→2 Petrus 2:5→
Genesis 7:22— Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven.Genesis 2:7→Genesis 6:17→
Genesis 7:23— Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was, van den mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.2 Petrus 2:5→1 Petrus 3:20→Hebreeën 11:7→Lukas 17:26→Mattheüs 25:46→Exodus 14:28→Mattheüs 24:37→Maleachi 3:17→
Genesis 7:24— En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.Genesis 8:3→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 7 vers 1— Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht.
huis
Dat is, huisgezin, alzo onder Gen. 17:12, Gen. 34:2, Gen. 39:11; Ex. 1:1; Spr. 31:27; Hand. 16:16, enz.
Hertaald:huis
Dat is: huisgezin, zo ook in Gen. 17:12, Gen. 34:2, Gen. 39:11; Ex. 1:1; Spr. 31:27; Hand. 16:16, enz.
voor mijn
Dat is, niet alleen uitwendig, in schijn en in den mond, maar ook inwendig, in waarheid en inderdaad, en dat door het geloof in het beloofde zaad en de heiligmaking des Geestes, alzo Luc. 1:6.
Hertaald:voor mijn
Dat is: niet alleen uiterlijk, in schijn en met de mond, maar ook innerlijk, in waarheid en werkelijkheid, en dat door het geloof in het beloofde zaad en de heiligmaking door de Geest. Zo ook Luk. 1:6.
geslacht
Zie boven Gen. 6:9.
Hertaald:geslacht
Zie Gen. 6:9.
Genesis 7 vers 2— Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.
rein vee
Rein ten aanzien van Gods ordinantie, waardoor Hij deze beesten van anderen had afgezonderd tot offerande en spijs der mensen; waarvan Hij zijn wil den voorvaders wel geopenbaard had, maar naderhand door Mozes volkomen verklaard heeft. Zie Lev. 11:2.
Hertaald:rein vee
Rein volgens Gods instelling, waardoor Hij deze dieren van andere had afgezonderd tot offer en voedsel voor de mensen; iets wat Hij aan de voorvaders al bekendgemaakt had, maar later door Mozes volledig heeft laten uitleggen. Zie Lev. 11:2.
zeven en zeven,
Hebr. zeven zeven, gelijk ook in het volgende, dat is van iedere soort drie paren, en een overtollig ter offerande na den zondvloed. De Hebreën stellen dikwijls een woord, of meer, tweemalen, wanneer zij een verdeling willen maken. Zie onder Gen. 32:16; Num. 7:11, Num. 29:10; Marc. 6:39, enz.
Hertaald:zeven en zeven,
Hebreeuws: zeven zeven, zo ook verderop, dat is: van elke soort drie paar, en één extra voor een offer na de zondvloed. De Hebreeën herhalen vaak een woord (of meer) om een verdeling aan te geven. Zie Gen. 32:16; Num. 7:11, Num. 29:10; Marc. 6:39, enz.
Genesis 7 vers 3— Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde.
gevogelte
Te weten, van het reine, gelijk vs.2.
Hertaald:gevogelte
Namelijk: van het reine, zoals in vers 2.
op de ganse aarde
Hebr. op het aangezicht der ganse aarde, en zo in het volgende.
Hertaald:op de ganse aarde
Hebreeuws: op het aangezicht van de gehele aarde, en zo ook verderop.
Genesis 7 vers 4— Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb.
over
Dat is, na, of tegen den uitgang van zeven dagen.
Hertaald:over
Dat is: na, of tegen het einde van zeven dagen.
al wat bestaat,
Alle levende wezens, te weten, dat om in het leven te blijven zich op de aarde ophouden moet, en zich door de kracht der ziel, die er in is, als overeind zet, gelijk integendeel een dood lichaam nederligt. Zie onder vs.23.
Hertaald:al wat bestaat,
Alle levende wezens, namelijk alles wat om in leven te blijven zich op de aarde moet ophouden en zich door de kracht van de ziel daarin overeind houdt, zoals een dood lichaam daarentegen neerligt. Zie vers 23.
Genesis 7 vers 6— Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was.
zeshonderd jaren
Hebr. een zoon van zeshonderd jaar; alzo boven Gen. 5:32, enz.
Hertaald:zeshonderd jaren
Hebreeuws: een zoon van zeshonderd jaar; zo ook in Gen. 5:32, enz.
Genesis 7 vers 7— Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds.
vanwege
Hebr. van het aangezicht der wateren, of, voor, enz. dat is, om de wateren des vloeds te ontgaan.
Hertaald:vanwege
Hebreeuws: van het aangezicht van de wateren, of: voor, enz., dat is: om aan de wateren van de vloed te ontkomen.
Genesis 7 vers 9— Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had.
Kwamen er
Zie Gen. 1:20.
Hertaald:Kwamen er
Zie Gen. 1:20.
twee en twee
Zie boven op vs.2.
Hertaald:twee en twee
Zie hierboven bij vers 2.
Genesis 7 vers 10— En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren.
na
Zie boven vs.4.
Hertaald:na
Zie hierboven bij vers 4.
waren
Dat is kwamen of vielen.
Hertaald:waren
Dat is: kwamen of vielen.
Genesis 7 vers 11— In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend.
In het zeshonderdste jaar
Gelijk boven vs.6. Dit was 1656 jaren na de schepping der wereld.
Hertaald:In het zeshonderdste jaar
Zoals hierboven bij vers 6. Dit was 1656 jaar na de schepping van de wereld.
in de tweede maand,
Welke deze geweest is, daarvan is tweeërlei gevoelen, omdat de Hebreën het jaar op tweeërlei wijze begonnen zijn: in heilige zaken met de maand Nisan, merendeels overeenkomende met onzen Maart, wanneer de dagen en nachten even lang zijn; in burgerlijke zaken met de maand Tisri, vallende meest in September, wanneer wederom de dagen en nachten even lang zijn. Van welk jaar deze tweede maand te verstaan is, laten wij aan het oordeel van den verstandigen lezer.
Hertaald:in de tweede maand,
Hierover bestaan twee meningen, omdat de Hebreeën het jaar op twee manieren lieten beginnen: in heilige zaken met de maand Nisan, ongeveer overeenkomend met onze maart, wanneer dag en nacht even lang zijn; in burgerlijke zaken met de maand Tisri, vallend in ongeveer september, wanneer dag en nacht opnieuw even lang zijn. Welke van deze tweede maand hier bedoeld wordt, laten wij aan het oordeel van de verstandige lezer over.
groten afgronds
Dat is, der diepe wateren, besloten in de holligheden der aarde, waaruit alle fonteinen, rivieren, stromen en watervloeden voortkomen.
Hertaald:groten afgronds
Dat is: van de diepe wateren, besloten in de holten van de aarde, waaruit alle bronnen, rivieren, stromen en watervloeden voortkomen.
sluizen
Of, vensters; aldus worden de regenwolken genoemd, hier en onder Gen. 8:2; 2 Kon. 7:2, 2 Kon. 7:19; Jes. 24:18; Mal. 3:10.
Hertaald:sluizen
Of: vensters; zo worden de regenwolken genoemd, hier en in Gen. 8:2; 2 Kon. 7:2, 2 Kon. 7:19; Jes. 24:18; Mal. 3:10.
Genesis 7 vers 12— En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten.
veertig dagen en veertig nachten
Dit is de vervulling van de dreigement, uitgesproken vs.4.
Hertaald:veertig dagen en veertig nachten
Dit is de vervulling van de dreiging die in vers 4 werd uitgesproken.
Genesis 7 vers 13— Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark;
op
Hebr. in, of, op het been, of het wezen van dien dag, alzo onder 17:26. Zie Ezech. 2:3.
Hertaald:op
Hebreeuws: in, of op het wezen van die dag, zo ook in vers 26. Zie Ezech. 2:3.
Jafeth,
Hebr. Jepheth.
Hertaald:Jafeth,
Hebreeuws: Jepheth.
Genesis 7 vers 14— Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.
al het gedierte
Dat is allerlei; gelijk ook in het volgende en elders meer. Versta dan niet elk bijzonder gedierte, maar van al de soorten der gedierten, hier vermeld, een zeker getal, tevoren uitgedrukt vs.2.
Hertaald:al het gedierte
Dat is: allerlei, zoals ook verderop en elders. Bedoeld wordt dan niet elk afzonderlijk dier, maar van alle vermelde diersoorten een bepaald aantal, zoals eerder in vers 2 aangegeven.
het gevogelte naar zijn aard,
Het Hebr. woord betekent in het algemeen allerlei vogels, maar hier eigenlijk grote en zware vogels, omdat het gesteld wordt bij een ander woord, hetwelk meest kleine vogels betekent. Verg. Lev. 14:4.
Hertaald:het gevogelte naar zijn aard,
Het Hebreeuwse woord betekent in het algemeen allerlei vogels, maar hier eigenlijk grote, zware vogels, omdat het naast een ander woord staat dat meestal kleine vogels betekent. Vergelijk Lev. 14:4.
allerlei
Hebr. allen.
Hertaald:allerlei
Hebreeuws: allen.
Genesis 7 vers 15— En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark.
een geest des levens
Zie boven Gen. 6:17.
Hertaald:een geest des levens
Zie Gen. 6:17.
twee en twee
Hebr. twee twee. Zie boven vs.2, vs.9.
Hertaald:twee en twee
Hebreeuws: twee twee. Zie hierboven vers 2, vers 9.
Genesis 7 vers 16— En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe.
En de HEERE sloot achter hem toe
Hoewel Noach de ark van binnen mocht sluiten, nochtans beduidt dit een bijzondere toesluiting en verzekering der ark, gedaan door God, òf zonder middel, òf door der engelen dienst.
Hertaald:En de HEERE sloot achter hem toe
Hoewel Noach de ark van binnen mocht sluiten, wordt hiermee toch een bijzondere afsluiting en bescherming van de ark bedoeld, tot stand gebracht door God, hetzij zonder tussenkomst, hetzij door de dienst van engelen.
Genesis 7 vers 17— En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde.
vloed
Versta dit niet van het geweld en de overhand der wateren, dat honderd vijftig dagen duurde, onder. vs.24, maar van den regen, waarvan gemeld is boven vs.4, 12.
Hertaald:vloed
Dit slaat niet op de kracht en overmacht van de wateren, die honderdvijftig dagen duurde (vers 24), maar op de regen waarvan hierboven in vers 4 en 12 gesproken is.
veertig dagen
Te weten, natuurlijke dagen, bestaande uit vier-en-twintig uren, dat is uit een dag en nacht, boven vs.4, vs.12.
Hertaald:veertig dagen
Namelijk: natuurlijke dagen, bestaande uit vierentwintig uur, dat is een dag en een nacht, zie vers 4, vers 12.
Genesis 7 vers 18— En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren.
op de wateren
Hebr. op het aangezicht der wateren.
Hertaald:op de wateren
Hebreeuws: op het aangezicht van de wateren.
Genesis 7 vers 19— En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den ganse hemel zijn, bedekt werden.
gans zeer
Hebr. zeer zeer.
Hertaald:gans zeer
Hebreeuws: zeer zeer.
Genesis 7 vers 20— Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand, en de bergen werden bedekt.
omhoog
Boven de bergen.
Hertaald:omhoog
Boven de bergen.
Genesis 7 vers 21— En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het gevogelte, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens.
gaf den geest,
Volgens het voorgegaan dreigement van God, boven Gen. 6:13, en van dit hoofdstuk vs.4.
Hertaald:gaf den geest,
Overeenkomstig de eerder gedane dreiging van God, in Gen. 6:13 en in dit hoofdstuk vers 4.
Genesis 7 vers 22— Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven.
Al
Verg. hiermede boven Gen. 6:17, de aantekening.
Hertaald:Al
Vergelijk hiermee de aantekening bij Gen. 6:17.
droge was,
Aldus worden klaarlijk de vissen uitgesloten; verg. hiermede het voorgaande vs.21.
Hertaald:droge was,
Hiermee worden de vissen duidelijk uitgesloten; vergelijk het voorgaande vers 21.
Genesis 7 vers 23— Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was, van den mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.
den aardbodem
Hebr. op het aangezicht des aardbodems.
Hertaald:den aardbodem
Hebreeuws: op het aangezicht van de aardbodem.
Genesis 7 vers 24— En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.
honderd en vijftig dagen
Hieronder zijn begrepen de dagen van den regen, welke waren veertig dagen, zie boven vs.17.
Hertaald:honderd en vijftig dagen
Hierin zijn de dagen van de regen inbegrepen, die veertig dagen duurde, zie hierboven vers 17.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Noach — rust, troost
De zoon van Lamech, de tiende aartsvader van Adam af, en de enige rechtvaardige van zijn geslacht die met zijn gezin de zondvloed overleefde in de ark die hij op Gods bevel bouwde. Uit zijn drie zonen Sem, Cham en Jafeth is na de vloed de gehele mensheid opnieuw voortgekomen.
Sem — naam; roem
De eerstgenoemde van Noachs drie zonen (Gen. 5:32; 6:10), waarschijnlijk de oudste. Uit hem stammen de Semitische volken af, onder wie later Abraham en zijn nageslacht. In Gen. 9:26-27 zegent Noach de HEERE als de God van Sem.
Cham — warm, heet; ook een Egyptisch woord voor 'zwart'
De jongste zoon van Noach (Gen. 5:32; 9:24). Hij zag de naaktheid van zijn dronken vader en vertelde dit aan zijn broers in plaats van hem te bedekken, waarop Noach zijn zoon Kanaän vervloekte. Uit Cham stammen onder meer de Egyptenaren, Kanaänieten en Cusjieten af.
Jafeth — wijd verspreid
Een van Noachs drie zonen (Gen. 5:32; 9:23), stamvader van vele volken die zich over het noorden van Klein-Azië en Europa verspreidden (Gen. 10:2-5). Samen met Sem bedekte hij, met afgewend gezicht, de naaktheid van hun vader en werd daarvoor door Noach gezegend: 'God breide Jafeth uit' (Gen. 9:27).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ark (van Noach) — Hebreeuws: tebah, een kist- of kastvormig vaartuig (een ander woord dan de "ark" van het verbond, in het Hebreeuws aron)
Op Gods bevel bouwde Noach een ark van goferhout, met vertrekken, van binnen en van buiten met pek bestreken, driehonderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog (Gen. 6:14-16). Daarin zouden hijzelf, zijn gezin en van elke diersoort een aantal levend bewaard blijven tijdens de zondvloed (Gen. 6:19-20; 7:1-9). Na honderdvijftig dagen kwam de ark tot rust op het gebergte Ararat (Gen. 8:4).
Bijbelse betekenis: De ark was het enige middel waardoor Noach en de zijnen aan het oordeel van de zondvloed ontkwamen. Dat gebeurde niet door eigen kracht, maar doordat zij zich bevonden in het vaartuig dat God Zelf had voorgeschreven en waarvan Hij de deur achter hen sloot (Gen. 7:16).
Typologie: Petrus vergelijkt de doop uitdrukkelijk met deze geschiedenis: zoals weinige zielen door het water heen behouden werden in de ark, zo behoudt nu de doop ook ons, als de bede van een goede consciëntie tot God (1 Petr. 3:20-21). De ark wordt zo een beeld van de veilige toevlucht die er alleen is in wat God Zelf heeft bereid, buiten welke geen ontkomen is aan het oordeel.
Gen. 6:14-22; Gen. 7:1-24; Gen. 8:1-19; 1 Petr. 3:20-21; Matt. 24:37-39
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het offer en de plaatsvervangingniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Zeven en zeven van het reine vee — 7:1-16, 23
De ark is af en de dieren komen aan boord. De meeste mensen onthouden daarvan dat zij twee aan twee kwamen, en dat klopt ook — behalve bij één groep. Van die groep moesten er zeven paar mee, en het hoofdstuk zegt niet waarom.
Van de reine dieren gaan er zeven paar mee in plaats van één, en pas na de vloed blijkt waar dat overschot voor was.
Het onderscheid staat meteen in het tweede vers: “Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.”
Dat is opmerkelijk, want de wet die rein en onrein onderscheidt zou pas eeuwen later gegeven worden. Kennelijk wist men het al. En het is nog opmerkelijker dat er van de reine dieren méér nodig waren, terwijl één paar genoeg is om een soort in stand te houden.
Het antwoord komt pas een hoofdstuk verder, en het is de enige reden die past. Als het water gezakt is en Noach uit de ark komt, bouwt hij een altaar. Hij neemt van al het reine vee en van al het reine gevogelte, en hij offert brandoffers. Daar zijn die extra dieren voor. Het overschot was er voor het offer.
Dat zegt iets over de volgorde waarin God werkt. Voordat de vloed kwam, was er al voorzien in wat er na de vloed geofferd zou worden. Het altaar stond nog niet, en de dieren ervoor waren al aan boord.
Wat er dan gebeurt is de kortste samenvatting van de redding: “En de HEERE sloot achter hem toe.” Noach maakte de deur niet dicht. Hij kon hem ook niet openen, en hij hoefde niet in de gaten te houden of hij dicht bleef. Wat hem droeg was hout en pek, en wat hem beschermde was een deur die door God gesloten was.
En dan volgt het vers waar alles op uitloopt, en het is verschrikkelijk in zijn eenvoud: “doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.” Er was op dat moment één plaats waar men leven kon, en die plaats was een boot.
Het offer daarna heeft nog een naklank die de moeite waard is. Er staat dat de HEERE die liefelijke reuk rook, en dat Hij in Zijn hart zei de aardbodem niet meer te zullen vervloeken om des mensen wil. De reden die Hij daarbij noemt is opzienbarend: want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan. Datzelfde argument was vóór de vloed de grond geweest om de mensheid te verdelgen; ná het offer is het de grond om het niet meer te doen.
Zo staat dit hoofdstuk in de lijn van het offer. Wat er veranderde, was niet de mens maar het feit dat er een altaar stond. En het Nieuwe Testament gebruikt precies dezelfde woorden voor het offer waarop dit alles uitloopt: Christus heeft Zichzelf voor ons overgegeven, tot een offerande, Gode tot een welriekende reuk.
Genesis 7:2 — Van de reine dieren zeven paar, en van de onreine één.
Genesis 7:16 — En de HEERE sloot achter hem toe; Noach deed de deur niet dicht.
Genesis 7:23 — Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.
Genesis 8:20 — Na de vloed bouwt hij een altaar en offert van het reine vee.
Genesis 8:21 — En God noemt hetzelfde argument dat eerder de grond voor het oordeel was.
Efeze 5:2 — Christus heeft Zichzelf overgegeven, Gode tot een welriekende reuk.
In het Nieuwe Testament: Efeze 5:2; Genesis 8:20-21; 1 Petrus 3:20-21; Hebreeën 11:7; Mattheüs 24:38-39
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Genesis 7 aan in 1 Petrus 3 en in Mattheüs 24. Daar gaat het over de redding door het water en over de plotselinge komst van het oordeel, en niet over de reine dieren. Dat het zevenvoud van de reine dieren met het offer van Genesis 8 samenhangt, staat er niet met zoveel woorden; het is een gevolgtrekking, maar er is geen andere verklaring die past. De gesloten deur wordt in de tekst niet uitgelegd.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 7:1.KruisverwijzingenGenesis 6:9→Genesis 7:13→Mattheüs 24:37→2 Petrus 2:5→Lukas 17:26→1 Petrus 3:20→Hebreeën 11:7→Genesis 7:7→ — Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht. En de HEERE zei tegen Noach: “Kom, u en uw hele huis, in de ark. (KJV)” Let erop dat de HEERE niet tegen Noach zei: “Ga de ark binnen”, maar: “Kom.” Daarmee wordt duidelijk gesuggereerd dat God Zelf in de ark was en Noach en zijn gezin daar opwachtte om hen te ontvangen in het grote schip dat hun toevlucht zou zijn, terwijl alle andere mensen op de aarde zouden omkomen in de wateren. Het kenmerkende woord van het evangelie is een uitnodiging: “Kom.” Jezus zegt: “Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven”, en uiteindelijk zal Hij tot Zijn volk zeggen: “Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.” “Ga weg” is het woord van gerechtigheid en oordeel, maar “Kom” is het woord van barmhartigheid en genade. “De HEERE zei tot Noach: Kom, gij en uw gehele huis, in de ark.”
Genesis 7:1.KruisverwijzingenGenesis 6:9→Genesis 7:13→Mattheüs 24:37→2 Petrus 2:5→Lukas 17:26→1 Petrus 3:20→Hebreeën 11:7→Genesis 7:7→ — Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht. God maakte onderscheid tussen Noach en de goddelozen, want Hij heeft altijd een bijzondere welgevallen in hen die Hem vrezen.
Genesis 7:2-3.KruisverwijzingenGenesis 8:20→Leviticus 11:1→Leviticus 10:10→Genesis 7:8→Genesis 6:19→Deuteronomium 14:1→Ezechiël 44:23→Handelingen 10:11→ — Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje. Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde. Van de reine dieren, die aan God geofferd konden worden, moesten er meer meegenomen worden dan van de onreine, zodat er voldoende zouden zijn voor de offers zonder dat een soort zou uitsterven. De onreine dieren waren veelal roofdieren en verslinders van andere dieren; daarom hoefde hun aantal niet zo groot te zijn als dat van de reine soorten. O, mocht de dag spoedig aanbreken waarop er meer reine mannen en vrouwen zouden zijn dan onreinen, waarop er minder zondaars dan godvrezenden op aarde zouden zijn, al zouden er zelfs dan nog goddelozen “een mannetje en zijn wijfje” zijn, zoals de onreine dieren.
Genesis 7:4.KruisverwijzingenGenesis 7:12→Genesis 7:17→Genesis 6:7→Genesis 6:17→Genesis 6:13→Job 22:16→Genesis 8:12→Job 28:25→ — Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb. Het is het voorrecht van een koning om macht te hebben over leven en dood, maar het is het unieke voorrecht van de Koning der koningen dat Hij kan scheppen én vernietigen. Wat een ontzaglijke kracht wordt hier ingezet vanwege de zonde van de mens. De zonde moet wel iets buitengewoon afschuwelijks zijn, aangezien God, Die het werk van Zijn eigen handen niet veracht, liever het menselijk geslacht en al wat leeft vernietigt dan toe te laten dat de zonde de aarde blijft verontreinigen. Eens heeft Hij de aarde vanwege de zonde door water geoordeeld, en opnieuw zal Hij haar om dezelfde reden door vuur oordelen. Waar de zonde zich ook bevindt, God zal haar opsporen. Met weerhaakte pijlen zal Hij haar treffen, en met Zijn scherpe, tweesnijdende zwaard haar vernietigen, want de zonde kan Hij niet verdragen. Hoe dwaas zijn daarom zij die haar in hun hart koesteren; wie haar blijft vasthouden, zal er uiteindelijk door te gronde gaan.
Genesis 7:5.KruisverwijzingenGenesis 6:22→Exodus 39:42→Johannes 2:5→Psalmen 119:6→Mattheüs 3:15→Lukas 8:21→Johannes 13:17→Hebreeën 5:8→ — En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had. Daarin lag het onweerlegbare bewijs van zijn gerechtigheid: hij gehoorzaamde het Woord van de HEERE. Iemand die Gods geboden niet gehoorzaamt, kan spreken over gerechtigheid, zelfs over de gerechtigheid die uit het geloof voortkomt, maar daarmee bewijst hij nog niet dat hij haar bezit. Het geloof werkt immers door de liefde, en de gerechtigheid uit het geloof openbaart zich in gehoorzaamheid aan God. “Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had” en bewees daarmee dat hij rechtvaardig was voor God.
Genesis 7:6.KruisverwijzingenGenesis 5:32→Genesis 8:13→ — Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was. Hij was ongeveer vijfhonderd jaar oud toen hij begon te prediken over de komende zondvloed — een eerbiedwaardige leeftijd om zo’n boodschap te verkondigen. Honderdtwintig jaar lang bleef hij dit onderwerp prediken, driemaal zo lang als de meeste mensen ooit kunnen doen. Nu was de tijd van Gods lankmoedigheid voorbij en bevestigde Hij de waarheid van het getuigenis van Zijn dienaar door de zondvloed te zenden die Noach had aangekondigd.
Genesis 7:7-8.KruisverwijzingenLukas 17:27→Genesis 6:18→Mattheüs 24:38→Genesis 7:1→2 Petrus 2:5→Hebreeën 6:18→Hebreeën 11:7→Spreuken 22:3→ — Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds. Van het reine vee, en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op den aardbodem kruipt, Deze grootste en meest volledige dierenverzameling die ooit bijeenkwam, was niet het resultaat van menselijke bekwaamheid. Alleen Gods almachtige kracht kon zoiets tot stand brengen.
Genesis 7:9.KruisverwijzingenHandelingen 10:11→Genesis 7:16→Jeremia 8:7→Galaten 3:28→Kolossenzen 3:11→Jesaja 65:25→Genesis 2:19→Jesaja 11:6→ — Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had. Zij gingen vanzelf naar binnen. Noach hoefde hen niet op te sporen of bijeen te drijven; zij kwamen overeenkomstig Gods plan en voornemen. Zo zal ook, wat betreft de zaligheid in Christus Jezus, Zijn volk bereid zijn tot Hem te komen op de dag van Zijn heirkracht. Met vreugde zullen zij de ark van hun behoudenis binnengaan.
Genesis 7:10-11.KruisverwijzingenGenesis 8:2→Genesis 1:7→Genesis 7:4→2 Koningen 7:19→Ezechiël 26:19→Maleachi 3:10→Lukas 17:27→Mattheüs 24:38→ — En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren. In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend. Misschien stond de wereld juist in haar volle schoonheid, toen de bomen bloeiden, de vogels zongen in hun takken en de bloemen de aarde sierden. Juist “op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend.”
Genesis 7:12-13. KruisverwijzingenGenesis 7:4→Genesis 7:17→Genesis 7:1→Genesis 6:18→Deuteronomium 9:9→1 Koningen 19:8→Deuteronomium 9:18→Mattheüs 4:2→ — En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten. Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark; Deze acht personen worden met zorg bij naam genoemd. “De Heere kent degenen die de Zijnen zijn”, en: “zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage die Ik maken zal, Mij een eigendom zijn” — “Ik zal Mijn allerdierbaarste juwelen afzonderen (Kantt.)”. Dat is wat Hij hier op het punt stond te doen. Zo kent God allen die in Hem geloven: zij zijn kostbaar in Zijn ogen en zullen behouden worden, terwijl anderen omkomen.
Genesis 7:14.KruisverwijzingenGenesis 7:2→Genesis 7:8→ — Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel. “Al het gevogelte naar zijn aard”, dat wil zeggen: iedere vogelsoort wordt opnieuw genoemd. God hecht grote waarde aan de verlossing. O, laten wij dat ook doen. Wij mogen het verhaal van onze redding uit het oordeel steeds opnieuw vertellen en hoeven ons er nooit voor te schamen. Zoals de Heilige Geest deze woorden herhaalt, zo mogen ook wij de geschiedenis van onze verlossing telkens weer vertellen en zelfs bij de kleinste bijzonderheden stilstaan, want elk onderdeel ervan bevat rijke lessen.
Genesis 7:15-16.KruisverwijzingenGenesis 7:2→Mattheüs 25:10→Lukas 13:25→Jesaja 11:6→Genesis 6:19→Psalmen 46:2→Psalmen 91:1→1 Petrus 1:5→ — En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark. En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe. Nu zijn alle juwelen binnen, en daarom wordt de ark gesloten.
Genesis 7:17.KruisverwijzingenGenesis 7:4→Genesis 7:12→ — En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde. Precies zoals God had aangekondigd, want Zijn voorzienigheid stemt altijd overeen met Zijn beloften én met Zijn dreigingen. “Zou Hij het zeggen en niet doen?”
Genesis 7:17.KruisverwijzingenGenesis 7:4→Genesis 7:12→ — En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde. U ziet hoe de ark in beweging komt totdat zij begint te drijven. Zo gaat het ook vaak met ons. Juist wanneer de vloed van beproevingen hoog stijgt, worden wij omhooggeheven. Hoe vaak zijn wij niet boven de aarde verheven door juist datgene wat ons dreigde te overspoelen en te verdrinken. David zei: “Het is mij goed dat ik verdrukt ben geweest”, en menig heilige kan getuigen dat hij pas werkelijk begon te drijven toen de vloed kwam. Toen liet hij de wereldsgezindheid achter waarin hij zich vroeger had geschikt en begon hij te stijgen tot een hoger geestelijk leven dan hij ooit tevoren had gekend.
Genesis 7:18-19.KruisverwijzingenPsalmen 104:26→Psalmen 69:15→Job 22:16→Exodus 14:28→Jeremia 3:23→2 Petrus 3:6→Psalmen 46:2→Job 12:15→ — En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren. En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den ganse hemel zijn, bedekt werden. Als Mozes slechts een plaatselijke zondvloed had willen beschrijven, zou hij zich wel zeer misleidend hebben uitgedrukt. Maar als hij wilde leren dat de zondvloed de hele aarde omvatte, gebruikte hij precies de woorden die wij mochten verwachten. Ik denk dat niemand die dit hoofdstuk onbevangen leest, tot de conclusie zal komen waartoe sommige zeer geleerde mannen zijn gekomen — te geleerd om de eenvoudige waarheid te aanvaarden. De zondvloed moet wel algemeen zijn geweest wanneer wij lezen dat niet alleen de wateren de aarde overvloedig bedekten, maar ook dat “alle hoge bergen, die onder den ganse hemel zijn, bedekt werden”, bedekt werden. Dat wil zeggen: alles onder het hemelgewelf. Wat zou duidelijker kunnen zijn?
Genesis 7:20-23.Kruisverwijzingen1 Petrus 3:20→Genesis 6:13→Genesis 6:17→Genesis 7:4→Genesis 2:7→Hebreeën 11:7→Genesis 6:6→Lukas 17:26→ — Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand, en de bergen werden bedekt. En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het gevogelte, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens. Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven. Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was, van den mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was. Dit is het tegenbeeld van wat zal volgen op de verkondiging van het evangelie. Zij die in Christus zijn, zullen leven, opstaan en voor eeuwig met Hem regeren, maar niemand die buiten Christus is, zal dat leven ontvangen. “Doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.”
Genesis 7:24.KruisverwijzingenGenesis 8:3→ — En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen. “En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.”
Te rechter tijd ontvangt Noach de aanwijzing van God, om in de Ark te gaan; hij volgt het bevel en de vloed begint, als hij reeds met alles wat uitverkoren was, om gered te worden, een veilige plaats en onder goddelijke bewaring zich bevindt.
1. Daarna zei de HEERE, Jehova, de verbondsgod, nadat Hij aan het einde van de 120 jaar Methúsalach en vijf jaar eerder Lamech door een zalige dood uit deze wereld had geroepen, tot Noach: Ga gij nu en uw gehele huis in de ark; want 1) u heb Ik gezien rechtvaardig a) voor mijn aangezicht in dit geslacht, rechtvaardig te midden van zo veel goddelozen; Ik zal u redden en uit u een nieuw geslacht doen voortkomen.
a) Genesis 6:9
1) Zo geeft God genade voor genade. Johannes 1:16).
2. a) Van al het reine, ten offer geschikt, vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje 1) drie paren en één bovendien, opdat deze zich spoediger zullen kunnen vermeerderen en tot spijs en offeranden dienen; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje. a)
a) Leviticus 11
1) Onze Staten-Overzetters tekenen aan: “van elke soort drie paar en één extra tot offerande na de zondvloed.” Ook Calvijn is van dit zelfde gevoelen en vestigt tevens de aandacht op de vaderlijke goedheid jegens ons. Anderen zijn van mening, dat hier bedoeld wordt zeven paren. De Hebreeuwse uitdrukking “zeven en zeven” geeft echter niet anders te verstaan dan “zeven te gelijk.” Waarschijnlijk was het zevende dier een mannetje, als het meest geschikt voor offerdier. In de ark, de bewaarplaats van het leven, zou de dood niet intreden. God zou die paren bewaren tot latere voortplanting.
3. Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, namelijk van de reine vogels, van de onreine elk één paar, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde. 1)
1) Het is alsof God dit laatste er met opzet bijvoegt, opdat Noach bij het zo aanstonds vernemen van de straf, gesterkt zou worden door de zekerheid, dat ook aan dit oordeel een einde zou komen; dat straks weer op Gods tijd de aarde bewoonbaar zou zijn voor mens en vee, en de bewaring in de ark in waarheid een veilige en zekere bewaring was.
4. Want opdat Noach zich des te meer zou haasten, nu de dag der genade bijna voorbij was, over nog zeven dagen zal Ik het doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten, en Ik zal van de aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb.
5. En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had, terwijl God met hem was, om de ontelbare en velerlei dieren naar de ark te brengen, misschien door een inwendige trekking in hen te leggen gelijk aan het instinct, dat bijvoorbeeld de das leert, naarmate van de koude, die ‘s winters komen zal, zijn hol dieper te graven, of de trekvogels, om te rechter tijd een warmere luchtstreek te zoeken of hetgeen het dier bij naderend gevaar drijft, om hulp en bescherming bij de mens te zoeken.
6. Noach nu was zeshonderd 1) jaar oud, toen de vloed der wateren op de aarde was. (1656 jaar na de wereldschepping).
1) Omdat Noach vijfhonderd jaar oud was, toen God hem verscheen en hem beloofde, dat Hij nog honderd twintig jaren zou geven tot bekering, en hier meegedeeld wordt, dat Noach zeshonderd jaar oud was toen hij in de ark ging, menen sommigen, dat de Heere de 120 jaren tot 100 heeft ingekort vanwege de goddeloosheid van de mensen. Dit is echter niet juist. En in Genesis 5:32 en hier wordt, wat dikwijls in de Heilige Schrift geschiedt, een rond getal genoemd, zonder daarmee te bedoelen, dat dit nu ook precies het juiste getal is.
7. Zo a) gingen Noach en zijn zonen en zijn vrouw, en de vrouwen van zijn zonen met hem in de ark, vanwege de wateren van de vloed, die naar de woorden van God op de aarde komen zouden:
a) MATTHEUS. 24:38 Luk. 17:27 1 Petrus. 3:20
8. Van het reine vee en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op de aardbodem kruipt,
9. Kwamen er twee aan twee, paarsgewijs, tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had. 1) (hoofdstuk. 6:19).
1) God had Noach het gebod gegeven, krachtens hetgeen de Heere bevelen kon aan de mens, die macht en heerschappij had ontvangen over al het gedierte (hoofdstuk. 1:26). Was het aan Noach, die ook een zondig mens was, onmogelijk dit te doen, de Heere zelf deed het voor hem, die genade in Zijn ogen gevonden had. God gebiedt alsof het mensdom was als vóór de val en Hij zelf volbrengt het voor de Zijnen.
Mozes houdt het verhaal van het bergen in de ark zo lang mogelijk vast, om de voorzorg, de liefde van God te midden van de toorn voor te stellen; het is hem blijkbaar moeilijk om daarvan af te gaan en in heilige bewondering zet hij zijn schreden langzaam op de weg van de geschiedenis.
10. En het geschiedde na die zeven dagen, (vs. 4), die er nodig geweest waren, om alles in de ark te verzamelen, tegen het aanbreken van de avond, dat de wateren van de vloed op de aarde waren.
11. In het zeshonderdste jaar van het de leven van Noach (vs. 6) in de tweede maand, op de zeventiende dag van de maand 1) dat is, daar het burgerlijk jaar van de Bijbel met de herfst-, dag- en nachtevening begint, op de zevende november, op deze zelfde dag zijn alle fonteinen van de grote afgrond opengebroken, 2) de inwendig in de aarde opgesloten wateren, braken door het geweld van het vuur te voorschijn, en vulden zeeën en rivieren op zulk een wijze, dat zij ver buiten hun oevers traden en de sluizen van de hemel werden geopend, de wateren, die aan de hemel zijn, werden niet meer opgehouden, om slechts in regendruppels neer te vallen, maar vielen met geweldige stromen naar beneden.
1) Heel nauwkeurig, bijna op uur en ogenblik, is het tijdstip aangegeven, waarop de zondvloed over de aarde kwam. Een week was juist ten einde, een maand reeds over de helft, het jaar nog niet lang ingetreden, toen de zondvloed vernietigend over de aarde kwam.
2) Het Hebreeuwse woord duidt op geweldige veranderingen in de diepte van de zee en in het hart van de aarde, Job 38:6 Spreuken. 8:28. “Dat hij zegt: de fonteinen zijn opengebroken en de sluizen geopend, zijn overdrachtelijke spreekwijzen, waarmee hij uitdrukt, dat de wateren niet op een gewone wijze gevloeid hebben, noch de regen op een gewone wijze uit de hemel is gevallen.
12. En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten.
Versteende korenaren en herfstinsecten, die men in de diepte der aarde vindt, wijzen nog thans aan, dat de vloed werkelijk om deze tijd, die bovendien de gewone storm- en regentijd is, begonnen is.
13. Even op diezelfde dag, waarop het water ‘s avonds kwam, ging Noach en Sem en Cham en Jafeth, Noach’s zonen, evenals Noach’s vrouw en de drie vrouwen van zijn zonen met hem in de ark.
Zoals de dreigingen van God zeker zijn, zo zijn ook Zijn beloften zeker; als de nood op het hoogst is, is de hulp nabij; als de zonde machtig is geworden en de straf daar is, is Gods genade en Zijn wondermacht tot redding nog heerlijker. Niet één van de goddelozen kwam mee in de ark; niet één van Noach’s gezin kwam om.
14. Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.
15. En van alle vlees, waarin een levende geest was, kwamen er twee en twee paarsgewijs tot Noach in de ark.
16. En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE (Jehova, de Verbondsgod) sloot achter hem toe; 1) toen het getal van de tot redding verkorenen in de reddende ark was, nam de Heere zelf het ambt van wachter op zich, opdat door de mensen daarbuiten geen storm op Noach’s vesting zou gewaagd worden (hoofdstuk 19:9-11). Ook moest God verhoeden, dat het water niet door de deuren van de ark binnendrong. Mensenhanden hadden deze niet genoeg kunnen sluiten, daar de ark daarna 15 el diep onder water ging (vs. 20) en wel meer dan 110 dagenlang (vs. 24).
1) De ark als zodanig is evenmin voorafbeelding van de Christelijke doop als van diens Insteller, onze Heere Jezus Christus. Zij is voorafbeelding van de strijdende en lijdende Kerk op aarde, die te midden van bruisende stromen van ongeloof en diepe kolken van ongerechtigheid over de duistere afgronden van de oordelen Gods heen, door ‘s Heren genade wordt drijvende gehouden.
Welk een heerlijk bewijs van de trouw van God, van Zijn heilige zorg voor de Zijnen. Dat toesluiten van de ark, hoe moest het Noach zijn tot een troostvolle bemoediging en bij hem het vertrouwen bevestigen, dat hij in de ark veilig was voor de wateren van de zondvloed!
O Jezus! mijn trouwe Heiland, ik ga in mijn slaapkamertje; ik wil mij ter ruste neerleggen, sluit Gij Zelf de deur achter mij.
II. Vers 17-24
Op schilderachtige wijze wordt de vloed nader beschreven, hoe de wateren steeds hoger en hoger stijgen, totdat zij ten laatste 15 el boven alle hoge bergen der aarde staan; zij dragen de ark zo hoog over de bergen, dat zij nergens kan vast blijven zitten en verdelgen alle wezens, die op het land leven, van de aarde.
17. En die vloed was veertig dagen op de aarde, nadat de Heere achter Noach toegesloten had, en de wateren vermeerderden en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde; in die eerste dagen werd de ark vlot gemaakt, zonder dat hij toch wegens zijn zwaarte zich voortbewoog.
18. En de wateren namen de overhand en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren; nu bewoog zij zich langzaam voort naar het Noorden.
19. En de wateren namen in hun geheel zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder de hele hemel zijn, bedekt werden, tot hiertoe had Noach uit de drijvende ark nog de toppen van de bergen zien uitsteken, misschien opgevuld met mensen, die daar in angst en radeloosheid heen gevlucht, nog naar de ark keken, die zij bespot hadden, maar nu te laat hun dwaasheiderkenden; ook de toppen werden steeds kleiner, totdat zij geheel en al verdwenen waren.
20. Vijftien el omhoog namen de wateren ten laatste de overhand, en de bergen werden bedekt.
Is die vloed over de gehele aarde geweest en van waar dan al dat water? Het ontstaan van de zondvloed herinnert ons aan de scheppingsdagen. De wateren, die daar door het uitspansel gescheiden werden, verenigen zich weer. Ook de natuurkunde neemt op verschillende gronden aan, dat waarschijnlijk op enige diepte grote watermassa’s aanwezig zijn. Volgens vs. 19, bedekte de vloed alle hoge bergen, die onder de gehele hemel zijn; hij was dus algemeen, omdat alle mensen bedorven waren, en ook hier; gelijk bij de zondeval, de gehele aarde medesleepten in hun ondergang. Hoewel lange tijd bestreden, wordt thans het geschiedkundig bericht van een grote vloed vrij algemeen door de natuurkundigen voor waar gehouden Men beroept zich daarbij niet zozeer op het oude bewijs dat op de toppen van de hoogste bergen zeeschelpen en versteningen van water- en landdieren, die vóór de zondvloed leefden, gevonden werden (Webb vond er op de Himalaja ter hoogte van 16.000 voet) daar natuurkundigen beweren, dat ook uit een verheffing van de aardkorst, door het inwendig vuur verklaard kan worden. Merkwaardig is echter vooral, dat in sommige gedeelten van de aarde nog verschijnselen worden waargenomen, die slechts uit een algemene geweldige overstroming verklaard kunnen worden, en dat de overleveringen van de volken het aannemen van een grote vloed gebieden. Men heeft Indische, Chaldeeuwse, Griekse, Chinese overleveringen omtrent een dergelijke gebeurtenis, waarin dikwijls zelfs de naam Noach met enige verandering voorkomt (de sage van de Mexicanen en de bewoners van Cuba komt, tot in de geschiedenis van de raaf en de duif, met het Bijbels verhaal overeen en zelfs wilde volksstammen in Amerika, en op de Zuidzee-eilanden; geven verbasterd de inhoud daarvan terug). Men kan ook niet, gelijk sommigen, het verhaal van de Bijbel aannemen en toch stellen dat slechts een gedeelte van de aarde overstroomd is, tenzij men tevens meent, dat het water, dat zich dan toch vijftien el boven de 16.254 voet hoge Arafat verhief, niet vloeibaar zou zin geweest en zich daarom niet verspreiden kon.
Krachtig spreekt van de natuur zelf. Gij wandelt op de aarde: weet gij, waarover gij gaat? Over een grond, die door het bezinken van een algemene geweldige vloed gevormd is: de zondvloed. Gij graaft in de ingewanden van de aarde; waarop stoot eensklaps uw spade? Op overblijfselen uit een vroeger levenstijdperk van de aarde, uit een ander klimaat, kennelijk door een vloed daarheen overgebracht: de zondvloed. Gij staat aan de voet der Cordilleraas: zestien duizend voet diep storten van de Himalaja sneeuwlawines neerwaarts: wat ontdekt gij in die lawines? Beenderen van gedierten, blijkbaar aldaar bij de alles overstijgende vloed in het ijs bevroren; de zondvloed. Gij bezoekt in de geest de polen van de aarde, wat aanschouwt gij? Eeuwig ijs alom, zoals ginds alleen op de toppen der bergen ligt. Vanwaar dat ijs? Er zijn, die u zeggen zullen, dat het hier niet altijd zo was, maar een vloed heeft de keerkringswarmte, die hier heerste, door poolkoude vervangen: de zondvloed!.
21. En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf de geest, van het gevogelte, dat te vergeefs zich op de vleugelen lang boven de wateren zocht te verheffen, maar eindelijk uitgeput in het watergraf neerviel, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipende gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens; de hoogste berg had geen veilige plaats gegeven.
22. Al wat een adem van een levende geest in zijn neusgaten had, van alles, wat op het droge was, is gestorven.
Wat een eenvoudige voorstelling van een omstandig verhaal en toch tegelijk wat een beperking, om enig gevoel of wanhoop te beschrijven, die bij een dergelijke verschrikkelijke gebeurtenis zeker tot de verbeelding moet hebben gesproken! De ootmoed waagt niet in het goddelijk gericht te spreken; noch bij de geweldig verwoestende gerechtigheid Gods het voorbijgaand menselijk gevoel te vermengen. Zo verenigt zich in de voorstelling van de gebeurtenis, eerbied voor de rechter met ootmoedige kinderlijke eenvoud; het is alsof een vrome vader de geschiedenis aan zijn kinderen vertelde.
Wat een tafereel van ellende wordt ons geschetst met die weinige woorden! Hoe sober is ook hier weer de mededeling van de Heilige Schrift, omtrent één van de gewichtigste gebeurtenissen in deze wereld! En toch wordt ons hier niets minder bericht, dan de openbaring van de straf eisende gerechtigheid van God, dan het oordeel Gods, dat ging over de oude wereld. Met weinig woorden wordt getekend hoe God, de Heere, de oude wereld verliet, haar prijs gaf aan dood en verderf, omdat zij Hem, haar Schepper en Onderhouder verlaten had, en de dienst van de Schepper van hemel en aarde had veranderd in ontuchtigheid en het dienen van het schepsel. Die mededeling in zo weinig woorden is weer een onweerlegbaar bewijs voor de onweersprekelijke waarheid van de Heilige Schrift.
Wie schetst de ramp? Ouden van dagen, eeuwenheugende grijsaards. Vrouwen, hun rillende dochtertjes aan de borst drukkende. Mannen in de fierheid van een nooit gebogen kracht, maar onmachtig tegen een vijand als de woedende elementen onmachtig. Jongelingen en jonge dochters, in het midden van een dartele en onbezonnen jeugd, met vooruitzichten op minstens nog een eeuwenlang leven. Kinderen, arme onschuldige kindertjes, nog geen onderscheid kennende tussen goed en kwaad. Allen tezamen huilend, gillend, de handen wringend, kermend om gena, of God lasterend vanwege de plaag, allen tezamen, tot de laatste toe, door de woedende vloed verzwolgen. En als na enige dagen door de zwarte wolkgordijnen heen een eerste flauwe, gele, weemoedige zonnestraal doorbreekt, is het om in de plaats van een fraaie, bevolkte, vrolijke aarde een uitgestrekte, onafzienbare zee te beschijnen, waarin het gehele mensdom zonder onderscheid van wie ook, allen gelijk hun graf hebben gevonden.
23. Alzo werd, gelijk God zich voorgenomen had, verdelgd, al wat bestond, dat op de aardbodem was, van de mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; 1) doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark, het voorbeeld van de kerk, die uit de wereld en het verderf redt, (1 Petrus. 3:20 vv.) was.
1) Vele van de schepselen vóór de zondvloed zijn sedert geheel van de aarde verdwenen; de aarde zelf is nu met een aardlaag bedekt, die zich slechts door een algemene en geweldige vloed kan gevormd hebben, en daarom diluviaalland (diluvium = zondvloed)
24. En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen. 1)
1) Veertig dagen steeg de vloed al hoger en hoger, totdat het hoogste bewoonbare punt was bereikt en alle redding voor mens en dier, die niet in de ark waren, was afgesneden. Toen zakten de wateren langzamerhand, maar hadden nog 110 dagen nodig, om de aarde weer in een bewoonbare toestand te brengen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 7
Verzen 1–24
Genesis 7:1.KruisverwijzingenGenesis 6:9→Genesis 7:13→Mattheüs 24:37→2 Petrus 2:5→Lukas 17:26→1 Petrus 3:20→Hebreeën 11:7→Genesis 7:7→
— Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht.
En de HEERE zei tegen Noach: “Kom, u en uw hele huis, in de ark. (KJV)” Let erop dat de HEERE niet tegen Noach zei: “Ga de ark binnen”, maar: “Kom.” Daarmee wordt duidelijk gesuggereerd dat God Zelf in de ark was en Noach en zijn gezin daar opwachtte om hen te ontvangen in het grote schip dat hun toevlucht zou zijn, terwijl alle andere mensen op de aarde zouden omkomen in de wateren. Het kenmerkende woord van het evangelie is een uitnodiging: “Kom.” Jezus zegt: “Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven”, en uiteindelijk zal Hij tot Zijn volk zeggen: “Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.” “Ga weg” is het woord van gerechtigheid en oordeel, maar “Kom” is het woord van barmhartigheid en genade. “De HEERE zei tot Noach: Kom, gij en uw gehele huis, in de ark.”
Genesis 7:1.KruisverwijzingenGenesis 6:9→Genesis 7:13→Mattheüs 24:37→2 Petrus 2:5→Lukas 17:26→1 Petrus 3:20→Hebreeën 11:7→Genesis 7:7→
— Daarna zeide de HEERE tot Noach: Ga gij, en uw ganse huis in de ark; want u heb Ik gezien rechtvaardig voor Mijn aangezicht in dit geslacht.
God maakte onderscheid tussen Noach en de goddelozen, want Hij heeft altijd een bijzondere welgevallen in hen die Hem vrezen.
Genesis 7:2-3.KruisverwijzingenGenesis 8:20→Leviticus 11:1→Leviticus 10:10→Genesis 7:8→Genesis 6:19→Deuteronomium 14:1→Ezechiël 44:23→Handelingen 10:11→
— Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje. Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde.
Van de reine dieren, die aan God geofferd konden worden, moesten er meer meegenomen worden dan van de onreine, zodat er voldoende zouden zijn voor de offers zonder dat een soort zou uitsterven. De onreine dieren waren veelal roofdieren en verslinders van andere dieren; daarom hoefde hun aantal niet zo groot te zijn als dat van de reine soorten. O, mocht de dag spoedig aanbreken waarop er meer reine mannen en vrouwen zouden zijn dan onreinen, waarop er minder zondaars dan godvrezenden op aarde zouden zijn, al zouden er zelfs dan nog goddelozen “een mannetje en zijn wijfje” zijn, zoals de onreine dieren.
Genesis 7:4.KruisverwijzingenGenesis 7:12→Genesis 7:17→Genesis 6:7→Genesis 6:17→Genesis 6:13→Job 22:16→Genesis 8:12→Job 28:25→
— Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb.
Het is het voorrecht van een koning om macht te hebben over leven en dood, maar het is het unieke voorrecht van de Koning der koningen dat Hij kan scheppen én vernietigen. Wat een ontzaglijke kracht wordt hier ingezet vanwege de zonde van de mens. De zonde moet wel iets buitengewoon afschuwelijks zijn, aangezien God, Die het werk van Zijn eigen handen niet veracht, liever het menselijk geslacht en al wat leeft vernietigt dan toe te laten dat de zonde de aarde blijft verontreinigen. Eens heeft Hij de aarde vanwege de zonde door water geoordeeld, en opnieuw zal Hij haar om dezelfde reden door vuur oordelen. Waar de zonde zich ook bevindt, God zal haar opsporen. Met weerhaakte pijlen zal Hij haar treffen, en met Zijn scherpe, tweesnijdende zwaard haar vernietigen, want de zonde kan Hij niet verdragen. Hoe dwaas zijn daarom zij die haar in hun hart koesteren; wie haar blijft vasthouden, zal er uiteindelijk door te gronde gaan.
Genesis 7:5.KruisverwijzingenGenesis 6:22→Exodus 39:42→Johannes 2:5→Psalmen 119:6→Mattheüs 3:15→Lukas 8:21→Johannes 13:17→Hebreeën 5:8→
— En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had.
Daarin lag het onweerlegbare bewijs van zijn gerechtigheid: hij gehoorzaamde het Woord van de HEERE. Iemand die Gods geboden niet gehoorzaamt, kan spreken over gerechtigheid, zelfs over de gerechtigheid die uit het geloof voortkomt, maar daarmee bewijst hij nog niet dat hij haar bezit. Het geloof werkt immers door de liefde, en de gerechtigheid uit het geloof openbaart zich in gehoorzaamheid aan God. “Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had” en bewees daarmee dat hij rechtvaardig was voor God.
Genesis 7:6.KruisverwijzingenGenesis 5:32→Genesis 8:13→
— Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was.
Hij was ongeveer vijfhonderd jaar oud toen hij begon te prediken over de komende zondvloed — een eerbiedwaardige leeftijd om zo’n boodschap te verkondigen. Honderdtwintig jaar lang bleef hij dit onderwerp prediken, driemaal zo lang als de meeste mensen ooit kunnen doen. Nu was de tijd van Gods lankmoedigheid voorbij en bevestigde Hij de waarheid van het getuigenis van Zijn dienaar door de zondvloed te zenden die Noach had aangekondigd.
Genesis 7:7-8.KruisverwijzingenLukas 17:27→Genesis 6:18→Mattheüs 24:38→Genesis 7:1→2 Petrus 2:5→Hebreeën 6:18→Hebreeën 11:7→Spreuken 22:3→
— Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds. Van het reine vee, en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op den aardbodem kruipt,
Deze grootste en meest volledige dierenverzameling die ooit bijeenkwam, was niet het resultaat van menselijke bekwaamheid. Alleen Gods almachtige kracht kon zoiets tot stand brengen.
Genesis 7:9.KruisverwijzingenHandelingen 10:11→Genesis 7:16→Jeremia 8:7→Galaten 3:28→Kolossenzen 3:11→Jesaja 65:25→Genesis 2:19→Jesaja 11:6→
— Kwamen er twee en twee tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had.
Zij gingen vanzelf naar binnen. Noach hoefde hen niet op te sporen of bijeen te drijven; zij kwamen overeenkomstig Gods plan en voornemen. Zo zal ook, wat betreft de zaligheid in Christus Jezus, Zijn volk bereid zijn tot Hem te komen op de dag van Zijn heirkracht. Met vreugde zullen zij de ark van hun behoudenis binnengaan.
Genesis 7:10-11.KruisverwijzingenGenesis 8:2→Genesis 1:7→Genesis 7:4→2 Koningen 7:19→Ezechiël 26:19→Maleachi 3:10→Lukas 17:27→Mattheüs 24:38→
— En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren. In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend.
Misschien stond de wereld juist in haar volle schoonheid, toen de bomen bloeiden, de vogels zongen in hun takken en de bloemen de aarde sierden. Juist “op dezen zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de sluizen des hemels geopend.”
Genesis 7:12-13. KruisverwijzingenGenesis 7:4→Genesis 7:17→Genesis 7:1→Genesis 6:18→Deuteronomium 9:9→1 Koningen 19:8→Deuteronomium 9:18→Mattheüs 4:2→
— En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten. Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark;
Deze acht personen worden met zorg bij naam genoemd. “De Heere kent degenen die de Zijnen zijn”, en: “zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage die Ik maken zal, Mij een eigendom zijn” — “Ik zal Mijn allerdierbaarste juwelen afzonderen (Kantt.)”. Dat is wat Hij hier op het punt stond te doen. Zo kent God allen die in Hem geloven: zij zijn kostbaar in Zijn ogen en zullen behouden worden, terwijl anderen omkomen.
Genesis 7:14.KruisverwijzingenGenesis 7:2→Genesis 7:8→
— Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.
“Al het gevogelte naar zijn aard”, dat wil zeggen: iedere vogelsoort wordt opnieuw genoemd. God hecht grote waarde aan de verlossing. O, laten wij dat ook doen. Wij mogen het verhaal van onze redding uit het oordeel steeds opnieuw vertellen en hoeven ons er nooit voor te schamen. Zoals de Heilige Geest deze woorden herhaalt, zo mogen ook wij de geschiedenis van onze verlossing telkens weer vertellen en zelfs bij de kleinste bijzonderheden stilstaan, want elk onderdeel ervan bevat rijke lessen.
Genesis 7:15-16.KruisverwijzingenGenesis 7:2→Mattheüs 25:10→Lukas 13:25→Jesaja 11:6→Genesis 6:19→Psalmen 46:2→Psalmen 91:1→1 Petrus 1:5→
— En van alle vlees, waarin een geest des levens was, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark. En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe.
Nu zijn alle juwelen binnen, en daarom wordt de ark gesloten.
Genesis 7:17.KruisverwijzingenGenesis 7:4→Genesis 7:12→
— En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde.
Precies zoals God had aangekondigd, want Zijn voorzienigheid stemt altijd overeen met Zijn beloften én met Zijn dreigingen. “Zou Hij het zeggen en niet doen?”
Genesis 7:17.KruisverwijzingenGenesis 7:4→Genesis 7:12→
— En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde.
U ziet hoe de ark in beweging komt totdat zij begint te drijven. Zo gaat het ook vaak met ons. Juist wanneer de vloed van beproevingen hoog stijgt, worden wij omhooggeheven. Hoe vaak zijn wij niet boven de aarde verheven door juist datgene wat ons dreigde te overspoelen en te verdrinken. David zei: “Het is mij goed dat ik verdrukt ben geweest”, en menig heilige kan getuigen dat hij pas werkelijk begon te drijven toen de vloed kwam. Toen liet hij de wereldsgezindheid achter waarin hij zich vroeger had geschikt en begon hij te stijgen tot een hoger geestelijk leven dan hij ooit tevoren had gekend.
Genesis 7:18-19.KruisverwijzingenPsalmen 104:26→Psalmen 69:15→Job 22:16→Exodus 14:28→Jeremia 3:23→2 Petrus 3:6→Psalmen 46:2→Job 12:15→
— En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren. En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den ganse hemel zijn, bedekt werden.
Als Mozes slechts een plaatselijke zondvloed had willen beschrijven, zou hij zich wel zeer misleidend hebben uitgedrukt. Maar als hij wilde leren dat de zondvloed de hele aarde omvatte, gebruikte hij precies de woorden die wij mochten verwachten. Ik denk dat niemand die dit hoofdstuk onbevangen leest, tot de conclusie zal komen waartoe sommige zeer geleerde mannen zijn gekomen — te geleerd om de eenvoudige waarheid te aanvaarden. De zondvloed moet wel algemeen zijn geweest wanneer wij lezen dat niet alleen de wateren de aarde overvloedig bedekten, maar ook dat “alle hoge bergen, die onder den ganse hemel zijn, bedekt werden”, bedekt werden. Dat wil zeggen: alles onder het hemelgewelf. Wat zou duidelijker kunnen zijn?
Genesis 7:20-23.Kruisverwijzingen1 Petrus 3:20→Genesis 6:13→Genesis 6:17→Genesis 7:4→Genesis 2:7→Hebreeën 11:7→Genesis 6:6→Lukas 17:26→
— Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand, en de bergen werden bedekt. En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het gevogelte, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipend gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens. Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had, van alles wat op het droge was, is gestorven. Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was, van den mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.
Dit is het tegenbeeld van wat zal volgen op de verkondiging van het evangelie. Zij die in Christus zijn, zullen leven, opstaan en voor eeuwig met Hem regeren, maar niemand die buiten Christus is, zal dat leven ontvangen. “Doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark was.”
Genesis 7:24.KruisverwijzingenGenesis 8:3→
— En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.
“En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
DE ZONDVLOED KOMT.
I. Vers 1-16
Te rechter tijd ontvangt Noach de aanwijzing van God, om in de Ark te gaan; hij volgt het bevel en de vloed begint, als hij reeds met alles wat uitverkoren was, om gered te worden, een veilige plaats en onder goddelijke bewaring zich bevindt.
1. Daarna zei de HEERE, Jehova, de verbondsgod, nadat Hij aan het einde van de 120 jaar Methúsalach en vijf jaar eerder Lamech door een zalige dood uit deze wereld had geroepen, tot Noach: Ga gij nu en uw gehele huis in de ark; want 1) u heb Ik gezien rechtvaardig a) voor mijn aangezicht in dit geslacht, rechtvaardig te midden van zo veel goddelozen; Ik zal u redden en uit u een nieuw geslacht doen voortkomen.
a) Genesis 6:9
1) Zo geeft God genade voor genade. Johannes 1:16).
2. a) Van al het reine, ten offer geschikt, vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje 1) drie paren en één bovendien, opdat deze zich spoediger zullen kunnen vermeerderen en tot spijs en offeranden dienen; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje. a)
a) Leviticus 11
1) Onze Staten-Overzetters tekenen aan: “van elke soort drie paar en één extra tot offerande na de zondvloed.” Ook Calvijn is van dit zelfde gevoelen en vestigt tevens de aandacht op de vaderlijke goedheid jegens ons. Anderen zijn van mening, dat hier bedoeld wordt zeven paren. De Hebreeuwse uitdrukking “zeven en zeven” geeft echter niet anders te verstaan dan “zeven te gelijk.” Waarschijnlijk was het zevende dier een mannetje, als het meest geschikt voor offerdier. In de ark, de bewaarplaats van het leven, zou de dood niet intreden. God zou die paren bewaren tot latere voortplanting.
3. Ook van het gevogelte des hemels zeven en zeven, namelijk van de reine vogels, van de onreine elk één paar, het mannetje en het wijfje, om zaad levend te houden op de ganse aarde. 1)
1) Het is alsof God dit laatste er met opzet bijvoegt, opdat Noach bij het zo aanstonds vernemen van de straf, gesterkt zou worden door de zekerheid, dat ook aan dit oordeel een einde zou komen; dat straks weer op Gods tijd de aarde bewoonbaar zou zijn voor mens en vee, en de bewaring in de ark in waarheid een veilige en zekere bewaring was.
4. Want opdat Noach zich des te meer zou haasten, nu de dag der genade bijna voorbij was, over nog zeven dagen zal Ik het doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten, en Ik zal van de aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb.
5. En Noach deed, naar al wat de HEERE hem geboden had, terwijl God met hem was, om de ontelbare en velerlei dieren naar de ark te brengen, misschien door een inwendige trekking in hen te leggen gelijk aan het instinct, dat bijvoorbeeld de das leert, naarmate van de koude, die ‘s winters komen zal, zijn hol dieper te graven, of de trekvogels, om te rechter tijd een warmere luchtstreek te zoeken of hetgeen het dier bij naderend gevaar drijft, om hulp en bescherming bij de mens te zoeken.
6. Noach nu was zeshonderd 1) jaar oud, toen de vloed der wateren op de aarde was. (1656 jaar na de wereldschepping).
1) Omdat Noach vijfhonderd jaar oud was, toen God hem verscheen en hem beloofde, dat Hij nog honderd twintig jaren zou geven tot bekering, en hier meegedeeld wordt, dat Noach zeshonderd jaar oud was toen hij in de ark ging, menen sommigen, dat de Heere de 120 jaren tot 100 heeft ingekort vanwege de goddeloosheid van de mensen. Dit is echter niet juist. En in Genesis 5:32 en hier wordt, wat dikwijls in de Heilige Schrift geschiedt, een rond getal genoemd, zonder daarmee te bedoelen, dat dit nu ook precies het juiste getal is.
7. Zo a) gingen Noach en zijn zonen en zijn vrouw, en de vrouwen van zijn zonen met hem in de ark, vanwege de wateren van de vloed, die naar de woorden van God op de aarde komen zouden:
a) MATTHEUS. 24:38 Luk. 17:27 1 Petrus. 3:20
8. Van het reine vee en van het vee, dat niet rein was, en van het gevogelte, en al wat op de aardbodem kruipt,
9. Kwamen er twee aan twee, paarsgewijs, tot Noach in de ark, het mannetje en het wijfje, gelijk als God Noach geboden had. 1) (hoofdstuk. 6:19).
1) God had Noach het gebod gegeven, krachtens hetgeen de Heere bevelen kon aan de mens, die macht en heerschappij had ontvangen over al het gedierte (hoofdstuk. 1:26). Was het aan Noach, die ook een zondig mens was, onmogelijk dit te doen, de Heere zelf deed het voor hem, die genade in Zijn ogen gevonden had. God gebiedt alsof het mensdom was als vóór de val en Hij zelf volbrengt het voor de Zijnen.
Mozes houdt het verhaal van het bergen in de ark zo lang mogelijk vast, om de voorzorg, de liefde van God te midden van de toorn voor te stellen; het is hem blijkbaar moeilijk om daarvan af te gaan en in heilige bewondering zet hij zijn schreden langzaam op de weg van de geschiedenis.
10. En het geschiedde na die zeven dagen, (vs. 4), die er nodig geweest waren, om alles in de ark te verzamelen, tegen het aanbreken van de avond, dat de wateren van de vloed op de aarde waren.
11. In het zeshonderdste jaar van het de leven van Noach (vs. 6) in de tweede maand, op de zeventiende dag van de maand 1) dat is, daar het burgerlijk jaar van de Bijbel met de herfst-, dag- en nachtevening begint, op de zevende november, op deze zelfde dag zijn alle fonteinen van de grote afgrond opengebroken, 2) de inwendig in de aarde opgesloten wateren, braken door het geweld van het vuur te voorschijn, en vulden zeeën en rivieren op zulk een wijze, dat zij ver buiten hun oevers traden en de sluizen van de hemel werden geopend, de wateren, die aan de hemel zijn, werden niet meer opgehouden, om slechts in regendruppels neer te vallen, maar vielen met geweldige stromen naar beneden.
1) Heel nauwkeurig, bijna op uur en ogenblik, is het tijdstip aangegeven, waarop de zondvloed over de aarde kwam. Een week was juist ten einde, een maand reeds over de helft, het jaar nog niet lang ingetreden, toen de zondvloed vernietigend over de aarde kwam.
2) Het Hebreeuwse woord duidt op geweldige veranderingen in de diepte van de zee en in het hart van de aarde, Job 38:6 Spreuken. 8:28. “Dat hij zegt: de fonteinen zijn opengebroken en de sluizen geopend, zijn overdrachtelijke spreekwijzen, waarmee hij uitdrukt, dat de wateren niet op een gewone wijze gevloeid hebben, noch de regen op een gewone wijze uit de hemel is gevallen.
12. En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten.
Versteende korenaren en herfstinsecten, die men in de diepte der aarde vindt, wijzen nog thans aan, dat de vloed werkelijk om deze tijd, die bovendien de gewone storm- en regentijd is, begonnen is.
13. Even op diezelfde dag, waarop het water ‘s avonds kwam, ging Noach en Sem en Cham en Jafeth, Noach’s zonen, evenals Noach’s vrouw en de drie vrouwen van zijn zonen met hem in de ark.
Zoals de dreigingen van God zeker zijn, zo zijn ook Zijn beloften zeker; als de nood op het hoogst is, is de hulp nabij; als de zonde machtig is geworden en de straf daar is, is Gods genade en Zijn wondermacht tot redding nog heerlijker. Niet één van de goddelozen kwam mee in de ark; niet één van Noach’s gezin kwam om.
14. Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.
15. En van alle vlees, waarin een levende geest was, kwamen er twee en twee paarsgewijs tot Noach in de ark.
16. En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE (Jehova, de Verbondsgod) sloot achter hem toe; 1) toen het getal van de tot redding verkorenen in de reddende ark was, nam de Heere zelf het ambt van wachter op zich, opdat door de mensen daarbuiten geen storm op Noach’s vesting zou gewaagd worden (hoofdstuk 19:9-11). Ook moest God verhoeden, dat het water niet door de deuren van de ark binnendrong. Mensenhanden hadden deze niet genoeg kunnen sluiten, daar de ark daarna 15 el diep onder water ging (vs. 20) en wel meer dan 110 dagenlang (vs. 24).
1) De ark als zodanig is evenmin voorafbeelding van de Christelijke doop als van diens Insteller, onze Heere Jezus Christus. Zij is voorafbeelding van de strijdende en lijdende Kerk op aarde, die te midden van bruisende stromen van ongeloof en diepe kolken van ongerechtigheid over de duistere afgronden van de oordelen Gods heen, door ‘s Heren genade wordt drijvende gehouden.
Welk een heerlijk bewijs van de trouw van God, van Zijn heilige zorg voor de Zijnen. Dat toesluiten van de ark, hoe moest het Noach zijn tot een troostvolle bemoediging en bij hem het vertrouwen bevestigen, dat hij in de ark veilig was voor de wateren van de zondvloed!
O Jezus! mijn trouwe Heiland, ik ga in mijn slaapkamertje; ik wil mij ter ruste neerleggen, sluit Gij Zelf de deur achter mij.
II. Vers 17-24
Op schilderachtige wijze wordt de vloed nader beschreven, hoe de wateren steeds hoger en hoger stijgen, totdat zij ten laatste 15 el boven alle hoge bergen der aarde staan; zij dragen de ark zo hoog over de bergen, dat zij nergens kan vast blijven zitten en verdelgen alle wezens, die op het land leven, van de aarde.
17. En die vloed was veertig dagen op de aarde, nadat de Heere achter Noach toegesloten had, en de wateren vermeerderden en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde; in die eerste dagen werd de ark vlot gemaakt, zonder dat hij toch wegens zijn zwaarte zich voortbewoog.
18. En de wateren namen de overhand en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren; nu bewoog zij zich langzaam voort naar het Noorden.
19. En de wateren namen in hun geheel zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder de hele hemel zijn, bedekt werden, tot hiertoe had Noach uit de drijvende ark nog de toppen van de bergen zien uitsteken, misschien opgevuld met mensen, die daar in angst en radeloosheid heen gevlucht, nog naar de ark keken, die zij bespot hadden, maar nu te laat hun dwaasheiderkenden; ook de toppen werden steeds kleiner, totdat zij geheel en al verdwenen waren.
20. Vijftien el omhoog namen de wateren ten laatste de overhand, en de bergen werden bedekt.
Is die vloed over de gehele aarde geweest en van waar dan al dat water? Het ontstaan van de zondvloed herinnert ons aan de scheppingsdagen. De wateren, die daar door het uitspansel gescheiden werden, verenigen zich weer. Ook de natuurkunde neemt op verschillende gronden aan, dat waarschijnlijk op enige diepte grote watermassa’s aanwezig zijn. Volgens vs. 19, bedekte de vloed alle hoge bergen, die onder de gehele hemel zijn; hij was dus algemeen, omdat alle mensen bedorven waren, en ook hier; gelijk bij de zondeval, de gehele aarde medesleepten in hun ondergang. Hoewel lange tijd bestreden, wordt thans het geschiedkundig bericht van een grote vloed vrij algemeen door de natuurkundigen voor waar gehouden Men beroept zich daarbij niet zozeer op het oude bewijs dat op de toppen van de hoogste bergen zeeschelpen en versteningen van water- en landdieren, die vóór de zondvloed leefden, gevonden werden (Webb vond er op de Himalaja ter hoogte van 16.000 voet) daar natuurkundigen beweren, dat ook uit een verheffing van de aardkorst, door het inwendig vuur verklaard kan worden. Merkwaardig is echter vooral, dat in sommige gedeelten van de aarde nog verschijnselen worden waargenomen, die slechts uit een algemene geweldige overstroming verklaard kunnen worden, en dat de overleveringen van de volken het aannemen van een grote vloed gebieden. Men heeft Indische, Chaldeeuwse, Griekse, Chinese overleveringen omtrent een dergelijke gebeurtenis, waarin dikwijls zelfs de naam Noach met enige verandering voorkomt (de sage van de Mexicanen en de bewoners van Cuba komt, tot in de geschiedenis van de raaf en de duif, met het Bijbels verhaal overeen en zelfs wilde volksstammen in Amerika, en op de Zuidzee-eilanden; geven verbasterd de inhoud daarvan terug). Men kan ook niet, gelijk sommigen, het verhaal van de Bijbel aannemen en toch stellen dat slechts een gedeelte van de aarde overstroomd is, tenzij men tevens meent, dat het water, dat zich dan toch vijftien el boven de 16.254 voet hoge Arafat verhief, niet vloeibaar zou zin geweest en zich daarom niet verspreiden kon.
Krachtig spreekt van de natuur zelf. Gij wandelt op de aarde: weet gij, waarover gij gaat? Over een grond, die door het bezinken van een algemene geweldige vloed gevormd is: de zondvloed. Gij graaft in de ingewanden van de aarde; waarop stoot eensklaps uw spade? Op overblijfselen uit een vroeger levenstijdperk van de aarde, uit een ander klimaat, kennelijk door een vloed daarheen overgebracht: de zondvloed. Gij staat aan de voet der Cordilleraas: zestien duizend voet diep storten van de Himalaja sneeuwlawines neerwaarts: wat ontdekt gij in die lawines? Beenderen van gedierten, blijkbaar aldaar bij de alles overstijgende vloed in het ijs bevroren; de zondvloed. Gij bezoekt in de geest de polen van de aarde, wat aanschouwt gij? Eeuwig ijs alom, zoals ginds alleen op de toppen der bergen ligt. Vanwaar dat ijs? Er zijn, die u zeggen zullen, dat het hier niet altijd zo was, maar een vloed heeft de keerkringswarmte, die hier heerste, door poolkoude vervangen: de zondvloed!.
21. En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf de geest, van het gevogelte, dat te vergeefs zich op de vleugelen lang boven de wateren zocht te verheffen, maar eindelijk uitgeput in het watergraf neerviel, en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het kruipende gedierte, dat op de aarde kroop, en alle mens; de hoogste berg had geen veilige plaats gegeven.
22. Al wat een adem van een levende geest in zijn neusgaten had, van alles, wat op het droge was, is gestorven.
Wat een eenvoudige voorstelling van een omstandig verhaal en toch tegelijk wat een beperking, om enig gevoel of wanhoop te beschrijven, die bij een dergelijke verschrikkelijke gebeurtenis zeker tot de verbeelding moet hebben gesproken! De ootmoed waagt niet in het goddelijk gericht te spreken; noch bij de geweldig verwoestende gerechtigheid Gods het voorbijgaand menselijk gevoel te vermengen. Zo verenigt zich in de voorstelling van de gebeurtenis, eerbied voor de rechter met ootmoedige kinderlijke eenvoud; het is alsof een vrome vader de geschiedenis aan zijn kinderen vertelde.
Wat een tafereel van ellende wordt ons geschetst met die weinige woorden! Hoe sober is ook hier weer de mededeling van de Heilige Schrift, omtrent één van de gewichtigste gebeurtenissen in deze wereld! En toch wordt ons hier niets minder bericht, dan de openbaring van de straf eisende gerechtigheid van God, dan het oordeel Gods, dat ging over de oude wereld. Met weinig woorden wordt getekend hoe God, de Heere, de oude wereld verliet, haar prijs gaf aan dood en verderf, omdat zij Hem, haar Schepper en Onderhouder verlaten had, en de dienst van de Schepper van hemel en aarde had veranderd in ontuchtigheid en het dienen van het schepsel. Die mededeling in zo weinig woorden is weer een onweerlegbaar bewijs voor de onweersprekelijke waarheid van de Heilige Schrift.
Wie schetst de ramp? Ouden van dagen, eeuwenheugende grijsaards. Vrouwen, hun rillende dochtertjes aan de borst drukkende. Mannen in de fierheid van een nooit gebogen kracht, maar onmachtig tegen een vijand als de woedende elementen onmachtig. Jongelingen en jonge dochters, in het midden van een dartele en onbezonnen jeugd, met vooruitzichten op minstens nog een eeuwenlang leven. Kinderen, arme onschuldige kindertjes, nog geen onderscheid kennende tussen goed en kwaad. Allen tezamen huilend, gillend, de handen wringend, kermend om gena, of God lasterend vanwege de plaag, allen tezamen, tot de laatste toe, door de woedende vloed verzwolgen. En als na enige dagen door de zwarte wolkgordijnen heen een eerste flauwe, gele, weemoedige zonnestraal doorbreekt, is het om in de plaats van een fraaie, bevolkte, vrolijke aarde een uitgestrekte, onafzienbare zee te beschijnen, waarin het gehele mensdom zonder onderscheid van wie ook, allen gelijk hun graf hebben gevonden.
23. Alzo werd, gelijk God zich voorgenomen had, verdelgd, al wat bestond, dat op de aardbodem was, van de mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte en tot het gevogelte des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde; 1) doch Noach alleen bleef over, en wat met hem in de ark, het voorbeeld van de kerk, die uit de wereld en het verderf redt, (1 Petrus. 3:20 vv.) was.
1) Vele van de schepselen vóór de zondvloed zijn sedert geheel van de aarde verdwenen; de aarde zelf is nu met een aardlaag bedekt, die zich slechts door een algemene en geweldige vloed kan gevormd hebben, en daarom diluviaalland (diluvium = zondvloed)
24. En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen. 1)
1) Veertig dagen steeg de vloed al hoger en hoger, totdat het hoogste bewoonbare punt was bereikt en alle redding voor mens en dier, die niet in de ark waren, was afgesneden. Toen zakten de wateren langzamerhand, maar hadden nog 110 dagen nodig, om de aarde weer in een bewoonbare toestand te brengen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel