Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het geschiedde ten einde van twee volle jaren, dat Farao droomde, en ziet, hij stond aan de rivier.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het geschieddeH1961 ten eindeH7093 van twee volleH3117jarenH8141, dat FaraoH6547droomdeH2492, en zietH2009, hij stondH5975aanH5921 de rivierH2975.En het geschiedde ten einde van twee volle jaren, dat Farao droomde, en ziet, hij stond aan de rivier.
KJVAnd it came to pass at the end2of two full4years,3that Pharaoh5dreamed:6and, behold, he stood8by the river.
1וַיְהִ֕יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִקֵּ֖ץH7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process3שְׁנָתַ֣יִםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5וּפַרְעֹ֣הH6547FaraoPharaoh6חֹלֵ֔םH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover7וְהִנֵּ֖הH2009ziet, ziebehold, lo, see8עֹמֵ֥דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַיְאֹֽרH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream
2En ziet, uit de rivier kwamen op zeven koeien, schoon van aanzien, en vet van vlees, en zij weidden in het gras.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En zietH2009, uitH4480 de rivierH2975 kwamen op zevenH7651koeienH6510, schoonH3303 van aanzienH4758, en vetH1277 van vleesH1320, en zij weiddenH7462 in het grasH260.En ziet, uit de rivier kwamen op zeven koeien, schoon van aanzien, en vet van vlees, en zij weidden in het gras.
KJVAnd, behold, there came up4out of the river3seven5well7favoured8kine6and fatfleshed;9and they fed11in a meadow.
1וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see2מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3הַיְאֹ֗רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream4עֹלֹת֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6פָּר֔וֹתH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine7יְפ֥וֹתH3303schoon, schone, schoonste[phrase] beautiful, beauty, comely, fair(-est, one), [phrase] goodly, pleasant, well8מַרְאֶ֖הH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision9וּבְרִיאֹ֣תH1277vet, vette, frisfat ((fleshed), -ter), fed, firm, plenteous, rank10בָּשָׂ֑רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin11וַתִּרְעֶ֖ינָהH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste12בָּאָֽחוּH260gras, rietgrasflag, meadow
3En ziet, zeven andere koeien kwamen na die op uit de rivier, lelijk van aanzien, en dun van vlees; en zij stonden bij de andere koeien aan den oever der rivier.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En zietH2009, zevenH7651 andere koeienH6510 kwamen naH310 die op uitH4480 de rivierH2975, lelijkH7451 van aanzienH4758, en dunH1851 van vleesH1320; en zij stondenH5975 bij de andere koeienH6510aanH5921 den oeverH8193 der rivierH2975.En ziet, zeven andere koeien kwamen na die op uit de rivier, lelijk van aanzien, en dun van vlees; en zij stonden bij de andere koeien aan den oever der rivier.
KJVAnd, behold, seven2other4kine3came up5after them6out of the river,8ill9favoured10and leanfleshed;11and stood13by14the other kine15upon the brink17of the river.
1וְהִנֵּ֞הH2009ziet, ziebehold, lo, see2שֶׁ֧בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3פָּר֣וֹתH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine4אֲחֵר֗וֹתH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange5עֹל֤וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6אַחֲרֵיהֶן֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַיְאֹ֔רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream9רָע֥וֹתH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10מַרְאֶ֖הH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision11וְדַקּ֣וֹתH1851dun, dunne, kleindwarf, lean(-fleshed), very little thing, small, thin12בָּשָׂ֑רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin13וַֽתַּעֲמֹ֛דְנָהH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry14אֵ֥צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)15הַפָּר֖וֹתH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17שְׂפַ֥תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words18הַיְאֹֽרH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream
4En die koeien, lelijk van aanzien, en dun van vlees, aten op die zeven koeien, schoon van aanzien en vet. Toen ontwaakte Farao.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En die koeienH6510, lelijkH7451 van aanzienH4758, en dunH1851 van vleesH1320, atenH398 op die zevenH7651koeienH6510, schoonH3303 van aanzienH4758 en vetH1277. Toen ontwaakteH3364FaraoH6547.En die koeien, lelijk van aanzien, en dun van vlees, aten op die zeven koeien, schoon van aanzien en vet. Toen ontwaakte Farao.
KJVAnd the ill3favoured4and leanfleshed5kine2did eat up1the seven8well10favoured11and fat12kine.9So Pharaoh14awoke.
1וַתֹּאכַ֣לְנָהH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2הַפָּר֗וֹתH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine3רָע֤וֹתH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)4הַמַּרְאֶה֙H4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision5וְדַקֹּ֣תH1851dun, dunne, kleindwarf, lean(-fleshed), very little thing, small, thin6הַבָּשָׂ֔רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin7אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)9הַפָּר֔וֹתH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine10יְפֹ֥תH3303schoon, schone, schoonste[phrase] beautiful, beauty, comely, fair(-est, one), [phrase] goodly, pleasant, well11הַמַּרְאֶ֖הH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision12וְהַבְּרִיאֹ֑תH1277vet, vette, frisfat ((fleshed), -ter), fed, firm, plenteous, rank13וַיִּיקַ֖ץH3364ontwaakte, waakte, ontwaken(be) awake(-d)14פַּרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
5Daarna sliep hij en droomde andermaal; en ziet, zeven aren rezen op, in een halm, vet en goed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Daarna sliepH3462 hij en droomdeH2492andermaalH8145; en zietH2009, zevenH7651arenH7641rezenH5927 op, in eenH259halmH7070, vetH1277 en goedH2896.Daarna sliep hij en droomde andermaal; en ziet, zeven aren rezen op, in een halm, vet en goed.
KJVAnd he slept1and dreamed2the second time:3and, behold, seven5ears of corn6came up7upon one9stalk,8rank10and good.
1וַיִּישָׁ֕ןH3462slapen, sliep, ontslapeold (store), remain long, (make to) sleep2וַֽיַּחֲלֹ֖םH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover3שֵׁנִ֑יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)4וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see5שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6שִׁבֳּלִ֗יםH7641aren, Schibboleth, aarbranch, channel, ear (of corn), (water-)flood, Shibboleth. Compare H5451 (סִבֹּלֶת)7עֹל֛וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work8בְּקָנֶ֥הH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk9אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10בְּרִיא֥וֹתH1277vet, vette, frisfat ((fleshed), -ter), fed, firm, plenteous, rank11וְטֹבֽוֹתH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
6En ziet, zeven dunne en van den oostenwind verzengde aren schoten na dezelve uit.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En zietH2009, zevenH7651dunneH1851 en van den oostenwindH6921verzengdeH7710arenH7641schotenH6779naH310 dezelve uit.En ziet, zeven dunne en van den oostenwind verzengde aren schoten na dezelve uit.
KJVAnd, behold, seven2thin4ears3and blasted5with the east wind6sprung up7after them.
1וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see2שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3שִׁבֳּלִ֔יםH7641aren, Schibboleth, aarbranch, channel, ear (of corn), (water-)flood, Shibboleth. Compare H5451 (סִבֹּלֶת)4דַּקּ֖וֹתH1851dun, dunne, kleindwarf, lean(-fleshed), very little thing, small, thin5וּשְׁדוּפֹ֣תH7710verzengdeblast6קָדִ֑יםH6921oosten, oostenwind, oosterhoekeast(-ward, wind)7צֹמְח֖וֹתH6779uitspruiten, gewassen, spruitenbear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up)8אַחֲרֵיהֶֽןH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
7En de dunne aren verslonden de zeven vette en volle aren. Toen ontwaakte Farao, en ziet, het was een droom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En de dunneH1851arenH7641verslondenH1104 de zevenH7651vetteH1277 en volleH4392arenH7641. Toen ontwaakteH3364FaraoH6547, en zietH2009, het was een droomH2472.En de dunne aren verslonden de zeven vette en volle aren. Toen ontwaakte Farao, en ziet, het was een droom.
KJVAnd the seven thin3ears2devoured1the seven5rank7and full8ears.6And Pharaoh10awoke,9and, behold, it was a dream.
1וַתִּבְלַ֨עְנָה֙H1104verslonden, verslinden, verslondcover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up)2הַשִּׁבֳּלִ֣יםH7641aren, Schibboleth, aarbranch, channel, ear (of corn), (water-)flood, Shibboleth. Compare H5451 (סִבֹּלֶת)3הַדַּקּ֔וֹתH1851dun, dunne, kleindwarf, lean(-fleshed), very little thing, small, thin4אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6הַֽשִּׁבֳּלִ֔יםH7641aren, Schibboleth, aarbranch, channel, ear (of corn), (water-)flood, Shibboleth. Compare H5451 (סִבֹּלֶת)7הַבְּרִיא֖וֹתH1277vet, vette, frisfat ((fleshed), -ter), fed, firm, plenteous, rank8וְהַמְּלֵא֑וֹתH4392vol, volle, Vol[idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth9וַיִּיקַ֥ץH3364ontwaakte, waakte, ontwaken(be) awake(-d)10פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh11וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see12חֲלֽוֹםH2472droom, dromen, droomsdream(-er)
8En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En het geschiedde in den morgenstondH1242, dat zijn geestH7307verslagenH6470 was, en hij zondH7971 heen, en riepH7121alH3605 de tovenaarsH2748 van EgypteH4714, en alH3605 de wijzenH2450, die daarin waren; en FaraoH6547verteldeH5608 hun zijn droomH2472; maar er was niemandH369, die ze aan FaraoH6547uitlegdeH6622.En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde.
KJVAnd it came to pass in the morning2that his spirit4was troubled;3and he sent5and called6for all the magicians9of Egypt,10and all the wise men13thereof: and Pharaoh15told14them his dream;18but there was none that could interpret20them unto Pharaoh.
1וַיְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַבֹּ֨קֶר֙H1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow3וַתִּפָּ֣עֶםH6470verslagen, drijven, ontsteldmove, trouble4רוּח֔וֹH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)5וַיִּשְׁלַ֗חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6וַיִּקְרָ֛אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9חַרְטֻמֵּ֥יH2748tovenaarsmagician10מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13חֲכָמֶ֑יהָH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)14וַיְסַפֵּ֨רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer15פַּרְעֹ֤הH6547FaraoPharaoh16לָהֶם֙17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18חֲלֹמ֔וֹH2472droom, dromen, droomsdream(-er)19וְאֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)20פּוֹתֵ֥רH6622leide, uitlegge, uitgelegdinterpret(-ation, -er)21אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22לְפַרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
9Toen sprak de overste der schenkers tot Farao, zeggende: Ik gedenk heden aan mijn zonden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen sprakH1696 de oversteH8269 der schenkersH8248totH854FaraoH6547, zeggendeH559: IkH589gedenkH2142hedenH3117 aan mijn zondenH2399.Toen sprak de overste der schenkers tot Farao, zeggende: Ik gedenk heden aan mijn zonden.
KJVThen spake1the chief2butlerunto Pharaoh,5saying,6I do remember10my faults8this day:
1וַיְדַבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2שַׂ֣רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3הַמַּשְׁקִ֔יםH4945drank, drinkvaten, bevochtigdebutler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8חֲטָאַ֕יH2399zonde, zonden, zwaarlijkfault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin9אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10מַזְכִּ֥ירH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well11הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Farao was zeer vertoornd op zijn dienaars, en leverde mij in bewaring ten huize van den overste der trawanten, mij en den overste der bakkers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10FaraoH6547 was zeer vertoorndH7107opH5921 zijn dienaarsH5650, en leverdeH5414 mij in bewaringH4929 ten huizeH1004 van den oversteH8269 der trawantenH2876, mij en den oversteH8269 der bakkersH644.Farao was zeer vertoornd op zijn dienaars, en leverde mij in bewaring ten huize van den overste der trawanten, mij en den overste der bakkers.
KJVPharaoh1was wroth2with his servants,4and put5me in ward7in the captain9of the guard's10house,8both me and the chief13baker:
1פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh2קָצַ֣ףH7107toornig, verbolgen, vertoornd(be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4עֲבָדָ֑יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6אֹתִ֜יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּמִשְׁמַ֗רH4929wacht, bewaring, wachtendiligence, guard, office, prison, ward, watch8בֵּ֚יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9שַׂ֣רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward10הַטַּבָּחִ֔יםH2876trawanten, kokcook, guard11אֹתִ֕יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13שַׂ֥רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward14הָאֹפִֽיםH644bakkers, bakken, bakkerbake(-r, (-meats))
11En in een nacht droomden wij een droom, ik en hij; wij droomden elk naar de uitlegging zijns drooms.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En in een nachtH3915droomdenH2492 wij eenH259droomH2472, ikH589 en hijH1931; wij droomdenH2492elkH376 naar de uitleggingH6623 zijns droomsH2472.En in een nacht droomden wij een droom, ik en hij; wij droomden elk naar de uitlegging zijns drooms.
KJVAnd we dreamed1a dream2in one4night,3I and he; we dreamed10each man7according to the interpretation8of his dream.
1וַנַּֽחַלְמָ֥הH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover2חֲל֛וֹםH2472droom, dromen, droomsdream(-er)3בְּלַ֥יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)4אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6וָה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8כְּפִתְר֥וֹןH6623uitlegging, uitleggingeninterpretation9חֲלֹמ֖וֹH2472droom, dromen, droomsdream(-er)10חָלָֽמְנוּH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover
12En aldaar was bij ons een Hebreeuws jongeling, een knecht van den overste der trawanten; en wij vertelden ze hem, en hij legde ons onze dromen uit; een ieder legde hij ze uit, naar zijn droom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En aldaarH8033 was bij ons een HebreeuwsH5680jongelingH5288, een knechtH5650 van den oversteH8269 der trawantenH2876; en wij verteldenH5608 ze hem, en hij legde ons onze dromenH2472 uit; een iederH376 legde hij ze uit, naar zijn droomH2472.En aldaar was bij ons een Hebreeuws jongeling, een knecht van den overste der trawanten; en wij vertelden ze hem, en hij legde ons onze dromen uit; een ieder legde hij ze uit, naar zijn droom.
Ook in dit vers
leideH6622
leideH6622
KJVAnd there was there with us a young man,3an Hebrew,4servant5to the captain6of the guard;7and we told8him, and he interpreted10to us our dreams;13to each man14according to his dream15he did interpret.
1וְשָׁ֨םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither2אִתָּ֜נוּH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix3נַ֣עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)4עִבְרִ֗יH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)5עֶ֚בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6לְשַׂ֣רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward7הַטַּבָּחִ֔יםH2876trawanten, kokcook, guard8וַנְּ֨סַפֶּרH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer9ל֔וֹ10וַיִּפְתָּרH6622leide, uitlegge, uitgelegdinterpret(-ation, -er)11לָ֖נוּ12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13חֲלֹמֹתֵ֑ינוּH2472droom, dromen, droomsdream(-er)14אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15כַּחֲלֹמ֖וֹH2472droom, dromen, droomsdream(-er)16פָּתָֽרH6622leide, uitlegge, uitgelegdinterpret(-ation, -er)
13En gelijk hij ons uitlegde, alzo is het geschied; mij heeft hij hersteld in mijn staat, en hem gehangen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En gelijk hij ons uitlegdeH6622, alzoH3651 is het geschiedH1961; mij heeft hij hersteldH7725 in mijn staatH3653, en hem gehangenH8518.En gelijk hij ons uitlegde, alzo is het geschied; mij heeft hij hersteld in mijn staat, en hem gehangen.
KJVAnd it came to pass, as he interpreted3to us, so it was; me he restored8unto mine office,10and him he hanged.
1וַיְהִ֛יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3פָּֽתַרH6622leide, uitlegge, uitgelegdinterpret(-ation, -er)4לָ֖נוּ5כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you6הָיָ֑הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7אֹתִ֛יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הֵשִׁ֥יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10כַּנִּ֖יH3653voet, staat, rechtbase, estate, foot, office, place, well11וְאֹת֥וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12תָלָֽהH8518hangen, gehangen, hinghang (up)
14Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen zondH7971FaraoH6547 en riepH7121JozefH3130 en zij deden hem haastelijkH7323uitH4480 den kuil komenH953; en men schoorH1548 hem, en men veranderdeH2498 zijn klederenH8071; en hij kwamH935totH413FaraoH6547.Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao.
KJVThen Pharaoh2sent1and called3Joseph,5and they brought him hastily6out of the dungeon:8and he shaved9himself, and changed10his raiment,11and came in12unto Pharaoh.
1וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh3וַיִּקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)6וַיְרִיצֻ֖הוּH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַבּ֑וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well9וַיְגַלַּח֙H1548afscheren, beschoor, bescherenpoll, shave (off)10וַיְחַלֵּ֣ףH2498veranderen, veranderd, veranderdeabolish, alter, change, cut off, go on forward, grow up, be over, pass (away, on, through), renew, sprout, strike through11שִׂמְלֹתָ֔יוH8071klederen, kleed, kledingapparel, cloth(-es, -ing), garment, raiment. Compare H8008 (שַׂלְמָה)12וַיָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14פַּרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
15En Farao sprak tot Jozef: Ik heb een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge; maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort, dat gij hem uitlegt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En FaraoH6547sprakH559totH413JozefH3130: Ik heb een droomH2472gedroomdH2492, en er is niemandH369, die hem uitleggeH6622; maar ikH589 heb van u horenH8085zeggenH559, als gij een droomH2472hoortH8085, dat gij hem uitlegtH6622.En Farao sprak tot Jozef: Ik heb een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge; maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort, dat gij hem uitlegt.
KJVAnd Pharaoh2said1unto Joseph,4I have dreamed6a dream,5and there is none that can interpret7it: and I have heard11say13of thee, that thou canst understand14a dream15to interpret
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5חֲל֣וֹםH2472droom, dromen, droomsdream(-er)6חָלַ֔מְתִּיH2492gedroomd, droomde, dromen(cause to) dream(-er), be in good liking, recover7וּפֹתֵ֖רH6622leide, uitlegge, uitgelegdinterpret(-ation, -er)8אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9אֹת֑וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10וַאֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11שָׁמַ֤עְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness12עָלֶ֨יךָ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14תִּשְׁמַ֥עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness15חֲל֖וֹםH2472droom, dromen, droomsdream(-er)16לִפְתֹּ֥רH6622leide, uitlegge, uitgelegdinterpret(-ation, -er)17אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
16En Jozef antwoordde Farao, zeggende: Het is buiten mij! God zal Farao's welstand aanzeggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En JozefH3130antwoorddeH6030FaraoH6547, zeggendeH559: Het is buitenH1107 mij! GodH430 zal FaraoH6547's welstandH7965aanzeggenH6030.En Jozef antwoordde Farao, zeggende: Het is buiten mij! God zal Farao's welstand aanzeggen.
KJVAnd Joseph2answered1Pharaoh,4saying,5It is not in me:6God7shall give8Pharaoh11an answerof peace.
1וַיַּ֨עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2יוֹסֵ֧ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4פַּרְעֹ֛הH6547FaraoPharaoh5לֵאמֹ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6בִּלְעָדָ֑יH1107zonder, behalve, buitenbeside, not (in), save, without7אֱלֹהִ֕יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8יַעֲנֶ֖הH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שְׁל֥וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly11פַּרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
17Toen sprak Farao tot Jozef: Zie, in mijn droom stond ik aan den oever der rivier;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen sprakH1696FaraoH6547totH413JozefH3130: ZieH2009, in mijn droomH2472stondH5975 ik aan den oeverH8193 der rivierH2975;Toen sprak Farao tot Jozef: Zie, in mijn droom stond ik aan den oever der rivier;
KJVAnd Pharaoh2said1unto Joseph,4In my dream,5behold, I stood7upon the bank9of the river:
1וַיְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יוֹסֵ֑ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5בַּחֲלֹמִ֕יH2472droom, dromen, droomsdream(-er)6הִנְנִ֥יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though7עֹמֵ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9שְׂפַ֥תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words10הַיְאֹֽרH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18En zie, uit de rivier kwamen op zeven koeien, vet van vlees en schoon van gedaante, en zij weidden in het gras.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En zieH2009, uitH4480 de rivierH2975 kwamen op zevenH7651koeienH6510, vetH1277 van vleesH1320 en schoonH3303 van gedaanteH8389, en zij weiddenH7462 in het grasH260.En zie, uit de rivier kwamen op zeven koeien, vet van vlees en schoon van gedaante, en zij weidden in het gras.
KJVAnd, behold, there came up4out of the river3seven5kine,6fatfleshed7and well9favoured;10and they fed11in a meadow:
1וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see2מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3הַיְאֹ֗רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream4עֹלֹת֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6פָּר֔וֹתH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine7בְּרִיא֥וֹתH1277vet, vette, frisfat ((fleshed), -ter), fed, firm, plenteous, rank8בָּשָׂ֖רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin9וִיפֹ֣תH3303schoon, schone, schoonste[phrase] beautiful, beauty, comely, fair(-est, one), [phrase] goodly, pleasant, well10תֹּ֑אַרH8389gedaante, liefelijke, schoon[phrase] beautiful, [idiom] comely, countenance, [phrase] fair, [idiom] favoured, form, [idiom] goodly, [idiom] resemble, visage11וַתִּרְעֶ֖ינָהH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste12בָּאָֽחוּH260gras, rietgrasflag, meadow
19En zie, zeven andere koeien kwamen op na deze, mager en zeer lelijk van gedaante, rank van vlees; ik heb dergelijke van lelijkheid niet gezien in het ganse Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En zieH2009, zevenH7651 andere koeienH6510 kwamen op naH310 deze, magerH1803 en zeerH3966lelijkH7451 van gedaanteH8389, rankH7534 van vleesH1320; ik heb dergelijke van lelijkheidH7455nietH3808gezienH7200 in het ganseH3605EgyptelandH776.En zie, zeven andere koeien kwamen op na deze, mager en zeer lelijk van gedaante, rank van vlees; ik heb dergelijke van lelijkheid niet gezien in het ganse Egypteland.
KJVAnd, behold, seven2other4kine3came up5after them,6poor7and very10ill8favoured9and leanfleshed,11such15as I never13saw14in all the land17of Egypt18for badness:
1וְהִנֵּ֞הH2009ziet, ziebehold, lo, see2שֶֽׁבַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3פָּר֤וֹתH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine4אֲחֵרוֹת֙H312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange5עֹל֣וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6אַחֲרֵיהֶ֔ןH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7דַּלּ֨וֹתH1803armsten, arme, dromhair, pining sickness, poor(-est sort)8וְרָע֥וֹתH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)9תֹּ֛אַרH8389gedaante, liefelijke, schoon[phrase] beautiful, [idiom] comely, countenance, [phrase] fair, [idiom] favoured, form, [idiom] goodly, [idiom] resemble, visage10מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well11וְרַקּ֣וֹתH7534ranke, ranklean(-fleshed), thin12בָּשָׂ֑רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin13לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14רָאִ֧יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions15כָהֵ֛נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein16בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim19לָרֹֽעַH7455boosheid, droefheid, lelijkheid[idiom] be so bad, badness, ([idiom] be so) evil, naughtiness, sadness, sorrow, wickedness
20En die ranke en lelijke koeien aten die eerste zeven vette koeien op;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En die rankeH7534 en lelijkeH7451koeienH6510atenH398 die eersteH7223zevenH7651vetteH1277koeienH6510 op;En die ranke en lelijke koeien aten die eerste zeven vette koeien op;
KJVAnd the lean3and the ill favoured4kine2did eat up1the first8seven6fat9kine:
1וַתֹּאכַ֨לְנָה֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2הַפָּר֔וֹתH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine3הָרַקּ֖וֹתH7534ranke, ranklean(-fleshed), thin4וְהָרָע֑וֹתH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)5אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שֶׁ֧בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)7הַפָּר֛וֹתH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine8הָרִאשֹׁנ֖וֹתH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past9הַבְּרִיאֹֽתH1277vet, vette, frisfat ((fleshed), -ter), fed, firm, plenteous, rank
21Dewelke in haar buik inkwamen; maar men merkte niet, dat ze in haar buik ingekomen waren; want haar aanzien was lelijk, gelijk als in het begin. Toen ontwaakte ik.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21DewelkeH413 in haar buikH7130inkwamenH935; maar men merkteH3045nietH3808, dat ze in haar buikH7130ingekomenH935 waren; want haar aanzienH4758 was lelijkH7451, gelijk als in het beginH8462. Toen ontwaakteH3364 ik.Dewelke in haar buik inkwamen; maar men merkte niet, dat ze in haar buik ingekomen waren; want haar aanzien was lelijk, gelijk als in het begin. Toen ontwaakte ik.
KJVAnd when they had eaten them up,1it could not be known5that they had eaten them;7but they were still10ill favoured,11as at the beginning.13So I awoke.
1וַתָּבֹ֣אנָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3קִרְבֶּ֗נָהH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self4וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5נוֹדַע֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot6כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7בָ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9קִרְבֶּ֔נָהH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self10וּמַרְאֵיהֶ֣ןH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision11רַ֔עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)12כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13בַּתְּחִלָּ֑הH8462begin, eerst, vooreerstbegin(-ning), first (time)14וָאִיקָֽץH3364ontwaakte, waakte, ontwaken(be) awake(-d)
22Daarna zag ik in mijn droom, en zie zeven aren rezen op in een halm, vol en goed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Daarna zagH7200 ik in mijn droomH2472, en zieH2009zevenH7651arenH7641rezenH5927 op in eenH259halmH7070, volH4392 en goedH2896.Daarna zag ik in mijn droom, en zie zeven aren rezen op in een halm, vol en goed.
KJVAnd I saw1in my dream,2and, behold, seven4ears5came up6in one8stalk,7full9and good:
1וָאֵ֖רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2בַּחֲלֹמִ֑יH2472droom, dromen, droomsdream(-er)3וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see4שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5שִׁבֳּלִ֗יםH7641aren, Schibboleth, aarbranch, channel, ear (of corn), (water-)flood, Shibboleth. Compare H5451 (סִבֹּלֶת)6עֹלֹ֛תH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7בְּקָנֶ֥הH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk8אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9מְלֵאֹ֥תH4392vol, volle, Vol[idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth10וְטֹבֽוֹתH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
23En zie, zeven dorre, dunne en van den oostenwind verzengde aren, schoten na dezelve uit;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En zieH2009, zevenH7651dorreH6798, dunneH1851 en van den oostenwindH6921verzengdeH7710arenH7641, schotenH6779naH310 dezelve uit;En zie, zeven dorre, dunne en van den oostenwind verzengde aren, schoten na dezelve uit;
KJVAnd, behold, seven2ears,3withered,4thin,5and blasted6with the east wind,7sprung up8after them:
1וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see2שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3שִׁבֳּלִ֔יםH7641aren, Schibboleth, aarbranch, channel, ear (of corn), (water-)flood, Shibboleth. Compare H5451 (סִבֹּלֶת)4צְנֻמ֥וֹתH6798dorrewithered5דַּקּ֖וֹתH1851dun, dunne, kleindwarf, lean(-fleshed), very little thing, small, thin6שְׁדֻפ֣וֹתH7710verzengdeblast7קָדִ֑יםH6921oosten, oostenwind, oosterhoekeast(-ward, wind)8צֹמְח֖וֹתH6779uitspruiten, gewassen, spruitenbear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up)9אַחֲרֵיהֶֽםH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
24En de zeven dunne aren verslonden die zeven goede aren. En ik heb het den tovenaars gezegd; maar er was niemand, die het mij verklaarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En de zeven dunneH1851arenH7641verslondenH1104 die zevenH7651goedeH2896arenH7641. En ik heb het den tovenaarsH2748gezegdH559; maar er was niemandH369, die het mij verklaardeH5046.En de zeven dunne aren verslonden die zeven goede aren. En ik heb het den tovenaars gezegd; maar er was niemand, die het mij verklaarde.
KJVAnd the thin3ears2devoured1the seven5good7ears:6and I told8this unto the magicians;10but there was none that could declare
25Toen zeide Jozef tot Farao: De droom van Farao is een; hetgeen God is doende, heeft Hij Farao te kennen gegeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Toen zeideH559JozefH3130totH413FaraoH6547: De droomH2472 van FaraoH6547 is eenH259; hetgeenH834GodH430 is doende, heeft HijH1931FaraoH6547 te kennen gegevenH5046.Toen zeide Jozef tot Farao: De droom van Farao is een; hetgeen God is doende, heeft Hij Farao te kennen gegeven.
KJVAnd Joseph2said1unto Pharaoh,4The dream5of Pharaoh6is one:7God11hath shewed13Pharaoh14what he is about to do.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh5חֲל֥וֹםH2472droom, dromen, droomsdream(-er)6פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh7אֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11הָאֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12עֹשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13הִגִּ֥ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter14לְפַרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
26Die zeven schone koeien zijn zeven jaren; die zeven schone aren zijn ook zeven jaren; de droom is een.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Die zevenH7651schoneH2896koeienH6510 zijn zevenH7651jarenH8141; die zevenH7651schoneH2896arenH7641 zijn ook zevenH7651jarenH8141; de droomH2472 is eenH259.Die zeven schone koeien zijn zeven jaren; die zeven schone aren zijn ook zeven jaren; de droom is een.
KJVThe seven1good3kine2are seven4years;5and the seven7good9ears8are seven10years:11the dream13is one.
1שֶׁ֧בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)2פָּרֹ֣תH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine3הַטֹּבֹ֗תH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)4שֶׁ֤בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5שָׁנִים֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6הֵ֔נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein7וְשֶׁ֤בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8הַֽשִּׁבֳּלִים֙H7641aren, Schibboleth, aarbranch, channel, ear (of corn), (water-)flood, Shibboleth. Compare H5451 (סִבֹּלֶת)9הַטֹּבֹ֔תH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)10שֶׁ֥בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)11שָׁנִ֖יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)12הֵ֑נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein13חֲל֖וֹםH2472droom, dromen, droomsdream(-er)14אֶחָ֥דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,15הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
27En die zeven ranke en lelijke koeien, die na gene opkwamen, zijn zeven jaren; en die zeven ranke van den oostenwind verzengde aren zullen zeven jaren des hongers wezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En die zevenH7651 ranke en lelijkeH7451koeienH6510, die naH310 gene opkwamenH5927, zijn zevenH7651jarenH8141; en die zevenH7651 ranke van den oostenwindH6921verzengdeH7710arenH7641 zullen zevenH7651jarenH8141 des hongersH7458 wezen.En die zeven ranke en lelijke koeien, die na gene opkwamen, zijn zeven jaren; en die zeven ranke van den oostenwind verzengde aren zullen zeven jaren des hongers wezen.
Ook in dit vers
rankeH7386
rankeH7534
KJVAnd the seven1thin3and ill favoured4kine2that came up5after them6are seven7years;8and the seven10empty12ears11blasted13with the east wind14shall be seven16years17of famine.
28Dit is het woord, hetwelk ik tot Farao gesproken heb: hetgeen God is doende, heeft Hij Farao vertoond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Dit is hetH1931woordH1697, hetwelkH834 ik totH413FaraoH6547gesprokenH1696 heb: hetgeenH834GodH430 is doende, heeft Hij FaraoH6547vertoondH7200.Dit is het woord, hetwelk ik tot Farao gesproken heb: hetgeen God is doende, heeft Hij Farao vertoond.
KJVThis is the thing2which I have spoken4unto Pharaoh:6What God8is about to do9he sheweth10unto Pharaoh.
1ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2הַדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4דִּבַּ֖רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh7אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הָאֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9עֹשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10הֶרְאָ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12פַּרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
29Zie, de zeven aankomende jaren, zal er grote overvloed in het ganse land van Egypte zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29ZieH2009, de zevenH7651aankomendeH935jarenH8141, zal er groteH1419overvloedH7647 in het ganseH3605landH776 van EgypteH4714 zijn.Zie, de zeven aankomende jaren, zal er grote overvloed in het ganse land van Egypte zijn.
KJVBehold, there come4seven2years3of great6plenty5throughout all the land8of Egypt:
1הִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see2שֶׁ֥בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3שָׁנִ֖יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4בָּא֑וֹתH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5שָׂבָ֥עH7647overvloed, overvloeds, zatheidabundance, plenteous(-ness, -ly)6גָּד֖וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very7בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
30Maar na dezelve zullen er opstaan zeven jaren des hongers; dan zal in het land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal het land verteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Maar naH310 dezelve zullen er opstaanH6965zevenH7651jarenH8141 des hongersH7458; dan zal in het landH776 van EgypteH4714alH3605 die overvloedH7647vergetenH7911 worden; en de hongerH7458 zal het landH776verterenH3615.Maar na dezelve zullen er opstaan zeven jaren des hongers; dan zal in het land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal het land verteren.
KJVAnd there shall arise1after them5seven2years3of famine;4and all the plenty8shall be forgotten6in the land9of Egypt;10and the famine12shall consume11the land;
1וְ֠קָמוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2שֶׁ֜בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3שְׁנֵ֤יH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4רָעָב֙H7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger5אַחֲרֵיהֶ֔ןH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6וְנִשְׁכַּ֥חH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הַשָּׂבָ֖עH7647overvloed, overvloeds, zatheidabundance, plenteous(-ness, -ly)9בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11וְכִלָּ֥הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste12הָרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
31Ook zal de overvloed in het land niet gemerkt worden, vanwege dienzelven honger, die daarna wezen zal; want hij zal zeer zwaar zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Ook zal de overvloedH7647 in het landH776nietH3808gemerktH3045 worden, vanwegeH6440 dienzelven hongerH7458, dieH1931daarnaH310 wezen zal; wantH3588hijH1931 zal zeerH3966zwaarH3515 zijn.Ook zal de overvloed in het land niet gemerkt worden, vanwege dienzelven honger, die daarna wezen zal; want hij zal zeer zwaar zijn.
KJVAnd the plenty3shall not be known2in the land4by reason5of that famine6following;8for it shall be very13grievous.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יִוָּדַ֤עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3הַשָּׂבָע֙H7647overvloed, overvloeds, zatheidabundance, plenteous(-ness, -ly)4בָּאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5מִפְּנֵ֛יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6הָרָעָ֥בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger7הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8אַחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9כֵ֑ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11כָבֵ֥דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick12ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
32En aangaande, dat die droom aan Farao ten tweeden maal is herhaald, is, omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God haast, om dezelve te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En aangaande, dat die droomH2472 aan FaraoH6547 ten tweeden maalH6471 is herhaaldH8138, is, omdatH3588 de zaakH1697 van GodH430vastbeslotenH3559 is, en dat GodH430haastH4116, om dezelve te doenH6213.En aangaande, dat die droom aan Farao ten tweeden maal is herhaald, is, omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God haast, om dezelve te doen.
KJVAnd for that the dream3was doubled2unto Pharaoh5twice;6it is because the thing9is established8by10God,11and God13will shortly12bring it to pass.
1וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2הִשָּׁנ֧וֹתH8138tweeden, veranderd, veranderdedo (speak, strike) again, alter, double, (be given to) change, disguise, (be) diverse, pervert, prefer, repeat, return, do the second time3הַחֲל֛וֹםH2472droom, dromen, droomsdream(-er)4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh6פַּעֲמָ֑יִםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8נָכ֤וֹןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed9הַדָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10מֵעִ֣םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12וּמְמַהֵ֥רH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift13הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14לַעֲשֹׂתֽוֹH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
33Zo zie nu Farao naar een verstandigen en wijzen man, en zette hem over het land van Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Zo zieH7200nuH6258FaraoH6547 naar een verstandigenH995 en wijzenH2450manH376, en zetteH7896 hem overH5921 het landH776 van EgypteH4714.Zo zie nu Farao naar een verstandigen en wijzen man, en zette hem over het land van Egypte.
KJVNow therefore let Pharaoh3look out2a man4discreet5and wise,6and set7him over the land9of Egypt.
1וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2יֵרֶ֣אH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3פַרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh4אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5נָב֣וֹןH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)6וְחָכָ֑םH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)7וִישִׁיתֵ֖הוּH7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
34Farao doe zo, en bestelle opzieners over het land; en neme het vijfde deel des lands van Egypte in de zeven jaren des overvloeds.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34FaraoH6547doeH6213 zo, en bestelleH6485opzienersH6496overH5921 het landH776; en neme het vijfde deelH2567 des landsH776 van EgypteH4714 in de zevenH7651jarenH8141 des overvloedsH7647.Farao doe zo, en bestelle opzieners over het land; en neme het vijfde deel des lands van Egypte in de zeven jaren des overvloeds.
KJVLet Pharaoh2do1this, and let him appoint3officers4over the land,6and take up the fifth part7of the land9of Egypt10in the seven11plenteous13years.
1יַעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2פַרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh3וְיַפְקֵ֥דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want4פְּקִדִ֖יםH6496opziener, opzieners, besteldewhich had the charge, governor, office, overseer, (that) was set5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7וְחִמֵּשׁ֙H2567vijfde deeltake up the fifth participle8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11בְּשֶׁ֖בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)12שְׁנֵ֥יH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)13הַשָּׂבָֽעH7647overvloed, overvloeds, zatheidabundance, plenteous(-ness, -ly)
35En dat zij alle spijze van deze aankomende goede jaren verzamelen, en koren opleggen, onder de hand van Farao, tot spijze in de steden, en bewaren het.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En dat zij alleH3605spijzeH400 van dezeH428aankomendeH935goedeH2896jarenH8141verzamelenH6908, en korenH1250opleggenH6651, onderH8478 de handH3027 van FaraoH6547, tot spijzeH400 in de stedenH5892, en bewarenH8104 het.En dat zij alle spijze van deze aankomende goede jaren verzamelen, en koren opleggen, onder de hand van Farao, tot spijze in de steden, en bewaren het.
KJVAnd let them gather1all the food4of those good6years5that come,7and lay up9corn10under the hand12of Pharaoh,13and let them keep16food14in the cities.
1וְיִקְבְּצ֗וּH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֹ֨כֶל֙H400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals5הַשָּׁנִ֣יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6הַטֹּבֹ֔תH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7הַבָּאֹ֖תH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9וְיִצְבְּרוּH6651bijeen, bracht, brengt bijeengather (together), heap (up), lay up10בָ֞רH1250korencorn, wheat11תַּ֧חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with12יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13פַּרְעֹ֛הH6547FaraoPharaoh14אֹ֥כֶלH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals15בֶּעָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16וְשָׁמָֽרוּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)
36Zo zal de spijze zijn tot voorraad voor het land, voor zeven jaren des hongers, die in Egypteland wezen zullen; opdat het land van honger niet verga.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Zo zal de spijzeH400zijnH1961 tot voorraadH6487 voor het landH776, voor zevenH7651jarenH8141 des hongersH7458, dieH834 in EgyptelandH776wezenH1961 zullen; opdat het landH776 van hongerH7458nietH3808vergaH3772.Zo zal de spijze zijn tot voorraad voor het land, voor zeven jaren des hongers, die in Egypteland wezen zullen; opdat het land van honger niet verga.
KJVAnd that food2shall be for store3to the land4against the seven5years6of famine,7which shall be in the land10of Egypt;11that the land14perish13not through the famine.
1וְהָיָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הָאֹ֤כֶלH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals3לְפִקָּדוֹן֙H6487bewaarde, bewaring, voorraadthat which was delivered (to keep), store4לָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5לְשֶׁ֨בַע֙H7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6שְׁנֵ֣יH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7הָרָעָ֔בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9תִּהְיֶ֖יןָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim12וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תִכָּרֵ֥תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want14הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15בָּרָעָֽבH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger
37En dit woord was goed in de ogen van Farao, en in de ogen van al zijn knechten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En dit woordH1697 was goedH3190 in de ogenH5869 van FaraoH6547, en in de ogenH5869 van alH3605 zijn knechtenH5650.En dit woord was goed in de ogen van Farao, en in de ogen van al zijn knechten.
KJVAnd the thing2was good1in the eyes3of Pharaoh,4and in the eyes5of all his servants.
38Zo zeide Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als deze, in welken Gods Geest is?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Zo zeideH559FaraoH6547totH413 zijn knechtenH5650: Zouden wij wel een manH376vindenH4672 als dezeH2088, in welkenH834GodsH430GeestH7307 is?Zo zeide Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als deze, in welken Gods Geest is?
KJVAnd Pharaoh2said1unto his servants,4Can we find5such a one as this6is, a man7in whom8the Spirit9of God
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עֲבָדָ֑יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5הֲנִמְצָ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on6כָזֶ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7אִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9ר֥וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)10אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11בּֽוֹ
39Daarna zeide Farao tot Jozef: Naardien dat God u dit alles heeft verkondigd, zo is er niemand zo verstandig en wijs, als gij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Daarna zeideH559FaraoH6547totH413JozefH3130: NaardienH310 dat GodH430 u dit allesH3605 heeft verkondigdH3045, zo is er niemandH369 zo verstandigH995 en wijsH2450, als gij.Daarna zeide Farao tot Jozef: Naardien dat God u dit alles heeft verkondigd, zo is er niemand zo verstandig en wijs, als gij.
KJVAnd Pharaoh2said1unto Joseph,4Forasmuch5as God7hath shewed6thee all this, there is none so discreet13and wise
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5אַחֲרֵ֨יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6הוֹדִ֧יעַH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אוֹתְךָ֖H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11זֹ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus12אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)13נָב֥וֹןH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)14וְחָכָ֖םH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)15כָּמֽוֹךָH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth
40Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40GijH859 zult over mijn huisH1004zijnH1961, en opH5921 uw bevelH6310 zal alH3605 mijn volkH5971 de hand kussenH5401; alleen dezen troonH3678 zal ik groterH1431 zijn danH4480 gij.Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij.
KJVThou shalt be2over my house,4and according unto thy word6shall all my people9be ruled:7only in the throne11will I be greater
1אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2תִּהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4בֵּיתִ֔יH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6פִּ֖יךָH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7יִשַּׁ֣קH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9עַמִּ֑יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10רַ֥קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise11הַכִּסֵּ֖אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne12אֶגְדַּ֥לH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower13מִמֶּֽךָּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
41Voorts sprak Farao tot Jozef: Zie, ik heb u over gans Egypteland gesteld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41Voorts sprakH559FaraoH6547totH413JozefH3130: ZieH7200, ik heb u overH5921gansH3605EgyptelandH776gesteldH5414.Voorts sprak Farao tot Jozef: Zie, ik heb u over gans Egypteland gesteld.
KJVAnd Pharaoh2said1unto Joseph,4See,5I have set6thee over all the land10of Egypt.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יוֹסֵ֑ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5רְאֵה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6נָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֹֽתְךָ֔H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
42En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen aantrekken, en legde hem een gouden keten aan zijn hals;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42En FaraoH6547namH5493 zijn ringH2885 van zijn handH3027 af, en deed hem aanH5921JozefsH3130handH3027, en lietH3847 hem fijne linnenH8336klederenH899aantrekkenH3847, en legde hem een goudenH2091ketenH7242aanH5921 zijn halsH6677;En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen aantrekken, en legde hem een gouden keten aan zijn hals;
Ook in dit vers
leideH7760
KJVAnd Pharaoh2took off1his ring4from his hand,6and put7it upon Joseph's11hand,10and arrayed12him in vestures14of fine linen,15and put16a gold18chain17about his neck;
1וַיָּ֨סַרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2פַּרְעֹ֤הH6547FaraoPharaoh3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4טַבַּעְתּוֹ֙H2885ringen, ring, vingerringring5מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יָד֔וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7וַיִּתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8אֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10יַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11יוֹסֵ֑ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)12וַיַּלְבֵּ֤שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear13אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14בִּגְדֵיH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe15שֵׁ֔שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk16וַיָּ֛שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work17רְבִ֥דH7242ketenchain18הַזָּהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20צַוָּארֽוֹH6677hals, halzen, buithalzenneck
43En hij deed hem rijden op den tweeden wagen, dien hij had; en zij riepen voor zijn aangezicht: Knielt! Alzo stelde hij hem over gans Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43En hij deed hem rijdenH7392 op den tweedenH4932wagenH4818, dienH834 hij had; en zij riepenH7121 voor zijn aangezichtH6440: KnieltH86! Alzo steldeH5414 hij hem overH5921gansH3605EgyptelandH776.En hij deed hem rijden op den tweeden wagen, dien hij had; en zij riepen voor zijn aangezicht: Knielt! Alzo stelde hij hem over gans Egypteland.
KJVAnd he made him to ride1in the second4chariot3which he had; and they cried7before him,8Bow the knee:9and he made10him ruler over all the land14of Egypt.
1וַיַּרְכֵּ֣בH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set2אֹת֗וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּמִרְכֶּ֤בֶתH4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)4הַמִּשְׁנֶה֙H4932tweede, dubbel, tweedencollege, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6ל֔וֹ7וַיִּקְרְא֥וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say8לְפָנָ֖יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9אַבְרֵ֑ךְH86Knieltbow the knee10וְנָת֣וֹןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
44En Farao zeide tot Jozef: Ik ben Farao! doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen in gans Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44En FaraoH6547zeideH559totH413JozefH3130: IkH589 ben FaraoH6547! doch zonder u zal niemandH3808 zijn handH3027 of zijn voetH7272opheffenH7311 in gansH3605EgyptelandH776.En Farao zeide tot Jozef: Ik ben Farao! doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen in gans Egypteland.
KJVAnd Pharaoh2said1unto Joseph,4I am Pharaoh,6and without7thee shall no man10lift up9his hand12or foot14in all the land16of Egypt.
1וַיֹּ֧אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פַּרְעֹ֛הH6547FaraoPharaoh3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6פַרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh7וּבִלְעָדֶ֗יךָH1107zonder, behalve, buitenbeside, not (in), save, without8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יָרִ֨יםH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms10אִ֧ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12יָד֛וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14רַגְל֖וֹH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time15בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
45En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45En FaraoH6547noemdeH7121JozefsH3130naamH8034Zafnath PaaneahH6847, en gafH5414 hem AsnathH621, de dochterH1323 van PotiferaH6319, oversteH3548 van OnH204, tot een vrouwH802; en JozefH3130toogH3318 uit door het landH776 van EgypteH4714.En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte.
KJVAnd Pharaoh2called1Joseph's4name3Zaphnathpaaneah;5and he gave7him to wife16Asenath10the daughter11of Potipherah12priest14of On.15And Joseph18went out17over all the land20of Egypt.
1וַיִּקְרָ֨אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2פַרְעֹ֣הH6547FaraoPharaoh3שֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report4יוֹסֵף֮H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)5צָֽפְנַ֣תH6847Zafnath PaaneahZaphnath-paaneah6פַּעְנֵחַ֒H6847Zafnath PaaneahZaphnath-paaneah7וַיִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8ל֣וֹ9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אָֽסְנַ֗תH621AsnathAsenath11בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village12פּ֥וֹטִיH6319PotiferaPoti-pherah13פֶ֛רַעH6319PotiferaPoti-pherah14כֹּהֵ֥ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer15אֹ֖ןH204OnOn16לְאִשָּׁ֑הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English17וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter18יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
46Jozef nu was dertig jaren oud, als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte; en Jozef ging uit van Farao's aangezicht, en hij toog door gans Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46JozefH3130 nu was dertigH7970jarenH8141oudH1121, als hij stondH5975 voor het aangezichtH6440 van FaraoH6547, koningH4428 van EgypteH4714; en JozefH3130 ging uit van FaraoH6547's aangezichtH6440, en hij toogH5674 door gansH3605EgyptelandH776.Jozef nu was dertig jaren oud, als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte; en Jozef ging uit van Farao's aangezicht, en hij toog door gans Egypteland.
KJVAnd Joseph1was thirty3years4old2when he stood5before6Pharaoh7king8of Egypt.9And Joseph11went out10from the presence12of Pharaoh,13and went throughout14all the land16of Egypt.
1וְיוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3שְׁלֹשִׁ֣יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)4שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5בְּעָמְד֕וֹH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7פַּרְעֹ֣הH6547FaraoPharaoh8מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10וַיֵּצֵ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter11יוֹסֵף֙H3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)12מִלִּפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13פַרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh14וַֽיַּעְבֹ֖רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath15בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
47En het land bracht voort, in de zeven jaren des overvloeds, bij handvollen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47En het landH776bracht voortH6213, in de zevenH7651jarenH8141 des overvloedsH7647, bij handvollenH7062.En het land bracht voort, in de zeven jaren des overvloeds, bij handvollen.
KJVAnd in the seven3plenteous5years4the earth2brought forth1by handfuls.
48En hij vergaderde alle spijze der zeven jaren, die in Egypteland was, en deed de spijze in de steden; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was, deed hij daarbinnen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48En hij vergaderdeH6908alleH3605spijzeH400 der zevenH7651jarenH8141, dieH834 in EgyptelandH776wasH1961, en deed de spijzeH400 in de stedenH5892; de spijzeH400 van het veldH7704 van elke stadH5892, hetwelkH834rondomH5439 haar was, deed hij daarbinnenH8432.En hij vergaderde alle spijze der zeven jaren, die in Egypteland was, en deed de spijze in de steden; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was, deed hij daarbinnen.
KJVAnd he gathered up1all the food4of the seven5years,6which were in the land9of Egypt,10and laid up11the food12in the cities:13the food14of the field,15which was round about18every city,16laid he up19in the same.
1וַיִּקְבֹּ֞ץH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֹ֣כֶלH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals5שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6שָׁנִ֗יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הָיוּ֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11וַיִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12אֹ֖כֶלH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals13בֶּעָרִ֑יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14אֹ֧כֶלH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals15שְׂדֵהH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild16הָעִ֛ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18סְבִיבֹתֶ֖יהָH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side19נָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield20בְּתוֹכָֽהּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
49Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand der zee, totdat men ophield te tellen: want daarvan was geen getal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49Alzo brachtH6651JozefH3130zeerH3966veelH7235korenH1250bijeenH6651, als het zandH2344 der zeeH3220, totdatH5704 men ophieldH2308 te tellenH5608: wantH3588 daarvan was geenH369getalH4557.Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand der zee, totdat men ophield te tellen: want daarvan was geen getal.
KJVAnd Joseph2gathered1corn3as the sand4of the sea,5very7much,6until he left10numbering;11for it was without13number.
1וַיִּצְבֹּ֨רH6651bijeen, bracht, brengt bijeengather (together), heap (up), lay up2יוֹסֵ֥ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3בָּ֛רH1250korencorn, wheat4כְּח֥וֹלH2344zand, zandssand5הַיָּ֖םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)6הַרְבֵּ֣הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very7מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well8עַ֛דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10חָדַ֥לH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want11לִסְפֹּ֖רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer12כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)14מִסְפָּֽרH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time
50En Jozef werden twee zonen geboren, eer er een jaar des hongers aankwam, die Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, hem baarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50En JozefH3130 werden tweeH8147zonenH1121geborenH3205, eerH2962 er een jaarH8141 des hongersH7458aankwamH935, dieH834AsnathH621, de dochterH1323 van PotiferaH6319, oversteH3548 van OnH204, hem baardeH3205.En Jozef werden twee zonen geboren, eer er een jaar des hongers aankwam, die Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, hem baarde.
51En Jozef noemde den naam des eerstgeborenen Manasse; want, zeide hij, God heeft mij doen vergeten al mijn moeite, en het ganse huis mijns vaders.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51En JozefH3130noemdeH7121 den naamH8034 des eerstgeborenenH1060ManasseH4519; wantH3588, zeide hij, GodH430 heeft mij doen vergetenH5382alH3605 mijn moeiteH5999, en het ganseH3605huisH1004 mijns vadersH1.En Jozef noemde den naam des eerstgeborenen Manasse; want, zeide hij, God heeft mij doen vergeten al mijn moeite, en het ganse huis mijns vaders.
KJVAnd Joseph2called1the name4of the firstborn5Manasseh:6For God,9said he, hath made me forget8all my toil,12and all my father's16house.
1וַיִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2יוֹסֵ֛ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report5הַבְּכ֖וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)6מְנַשֶּׁ֑הH4519ManasseManasseh7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8נַשַּׁ֤נִיH5382vergeten, ontbloot, vergeetforget, deprive, exact9אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12עֲמָלִ֔יH5999arbeid, moeite, kwellinggrievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness13וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16אָבִֽיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
52En den naam des tweeden noemde hij Efraim; want, zeide hij, God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52En den naamH8034 des tweedenH8145noemdeH7121 hij EfraimH669; wantH3588, zeide hij, GodH430 heeft mij doen wassenH6509 in het landH776 mijner verdrukkingH6040.En den naam des tweeden noemde hij Efraim; want, zeide hij, God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking.
KJVAnd the name2of the second3called4he Ephraim:5For God8hath caused me to be fruitful7in the land9of my affliction.
1וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3הַשֵּׁנִ֖יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)4קָרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say5אֶפְרָ֑יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7הִפְרַ֥נִיH6509vruchtbaar, vruchtbare, gewassenbear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase8אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10עָנְיִֽיH6040ellende, verdrukking, drukafflicted(-ion), trouble
53Toen eindigden de zeven jaren des overvloeds, die in Egypte geweest was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53Toen eindigdenH3615 de zevenH7651jarenH8141 des overvloedsH7647, dieH834 in EgypteH776 geweest was.Toen eindigden de zeven jaren des overvloeds, die in Egypte geweest was.
KJVAnd the seven2years3of plenteousness,4that was in the land7of Egypt,8were ended.
1וַתִּכְלֶ֕ינָהH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2שֶׁ֖בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3שְׁנֵ֣יH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4הַשָּׂבָ֑עH7647overvloed, overvloeds, zatheidabundance, plenteous(-ness, -ly)5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
54En de zeven jaren des hongers begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in gans Egypteland was brood.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54En de zevenH7651jarenH8141 des hongersH7458begonnenH2490 aan te komenH935, gelijk als JozefH3130gezegdH559 had. En er wasH1961hongerH7458 in al de landenH776; maar in gansH3605EgyptelandH776wasH1961broodH3899.En de zeven jaren des hongers begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in gans Egypteland was brood.
KJVAnd the seven2years3of dearth4began1to come,5according as Joseph8had said:7and the dearth10was in all lands;12but in all the land14of Egypt15there was bread.
1וַתְּחִלֶּ֜ינָהH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound2שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)3שְׁנֵ֤יH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4הָרָעָב֙H7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger5לָב֔וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8יוֹסֵ֑ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)9וַיְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10רָעָב֙H7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger11בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָ֣אֲרָצ֔וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim16הָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17לָֽחֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals
55Als nu gans Egypteland hongerde, riep het volk tot Farao om brood; en Farao zeide tot alle Egyptenaren: Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
55Als nu gansH3605EgyptelandH776hongerdeH7456, riepH6817 het volkH5971totH413FaraoH6547 om broodH3899; en FaraoH6547zeideH559 tot alle EgyptenarenH4714: GaatH3212totH413JozefH3130, doetH6213watH834 hij u zegtH559.Als nu gans Egypteland hongerde, riep het volk tot Farao om brood; en Farao zeide tot alle Egyptenaren: Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt.
KJVAnd when all the land3of Egypt4was famished,1the people6cried5to Pharaoh8for bread:9and Pharaoh11said10unto all the Egyptians,Go14unto Joseph;16what he saith18to you, do.
1וַתִּרְעַב֙H7456hongeren, honger, hongerde(suffer to) famish, (be, have, suffer, suffer to) hunger(-ry)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5וַיִּצְעַ֥קH6817riep, riepen, roepen[idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together)6הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh9לַלָּ֑חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals10וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11פַּרְעֹ֤הH6547FaraoPharaoh12לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מִצְרַ֨יִם֙H4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt14לְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16יוֹסֵ֔ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18יֹאמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19לָכֶ֖ם20תַּעֲשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
56Als dan honger over het ganse land was, zo opende Jozef alles, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren; want de honger was sterk in Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
56Als dan hongerH7458 over het ganse landH776wasH1961, zo opendeH6605JozefH3130allesH3605, waarin iets was, en verkochtH7666 aan de EgyptenarenH4714; want de hongerH7458 was sterkH2388 in EgyptelandH776.Als dan honger over het ganse land was, zo opende Jozef alles, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren; want de honger was sterk in Egypteland.
KJVAnd the famine1was over all the face5of the earth:6And Joseph8opened7all the storehouses, and sold13unto the Egyptians;18and the famine16waxed sore15in the land17of Egypt.
1וְהָרָעָ֣בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger2הָיָ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7וַיִּפְתַּ֨חH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent8יוֹסֵ֜ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)9אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בָּהֶם֙13וַיִּשְׁבֹּ֣רH7666kopen, koopt, verkochtbuy, sell14לְמִצְרַ֔יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt15וַיֶּחֱזַ֥קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand16הָֽרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger17בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
57En alle landen kwamen in Egypte tot Jozef, om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
57En alleH3605landenH776kwamenH935 in EgypteH4714totH413JozefH3130, om te kopenH7666; wantH3588 de hongerH7458 was sterkH2388 in alleH3605landenH776.En alle landen kwamen in Egypte tot Jozef, om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.
KJVAnd all countries2came3into Egypt4to Joseph7for to buy5corn; because that the famine10was so sore9in all lands.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4מִצְרַ֔יְמָהH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5לִשְׁבֹּ֖רH7666kopen, koopt, verkochtbuy, sell6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7יוֹסֵ֑ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9חָזַ֥קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand10הָרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger11בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 41:1— En het geschiedde ten einde van twee volle jaren, dat Farao droomde, en ziet, hij stond aan de rivier.Genesis 20:3→Ezechiël 29:9→Jesaja 19:5→Genesis 29:14→Ezechiël 29:3→Job 33:15→Exodus 4:9→Daniël 7:1→
Genesis 41:2— En ziet, uit de rivier kwamen op zeven koeien, schoon van aanzien, en vet van vlees, en zij weidden in het gras.Jesaja 19:6→
Genesis 41:3— En ziet, zeven andere koeien kwamen na die op uit de rivier, lelijk van aanzien, en dun van vlees; en zij stonden bij de andere koeien aan den oever der rivier.Genesis 41:20→Genesis 41:4→
Genesis 41:4— En die koeien, lelijk van aanzien, en dun van vlees, aten op die zeven koeien, schoon van aanzien en vet. Toen ontwaakte Farao.1 Koningen 3:15→
Genesis 41:5— Daarna sliep hij en droomde andermaal; en ziet, zeven aren rezen op, in een halm, vet en goed.Deuteronomium 32:14→
Genesis 41:6— En ziet, zeven dunne en van den oostenwind verzengde aren schoten na dezelve uit.Ezechiël 19:12→Hosea 13:15→Ezechiël 17:10→
Genesis 41:7— En de dunne aren verslonden de zeven vette en volle aren. Toen ontwaakte Farao, en ziet, het was een droom.Genesis 37:5→Genesis 20:3→
Genesis 41:8— En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde.Daniël 4:7→Exodus 7:22→Exodus 7:11→Daniël 1:20→Mattheüs 2:1→Jesaja 29:14→Daniël 4:19→Daniël 4:5→
Genesis 41:9— Toen sprak de overste der schenkers tot Farao, zeggende: Ik gedenk heden aan mijn zonden.Genesis 40:14→Genesis 40:23→Genesis 40:1→
Genesis 41:10— Farao was zeer vertoornd op zijn dienaars, en leverde mij in bewaring ten huize van den overste der trawanten, mij en den overste der bakkers.Genesis 39:20→Genesis 40:2→Genesis 37:36→
Genesis 41:11— En in een nacht droomden wij een droom, ik en hij; wij droomden elk naar de uitlegging zijns drooms.Genesis 40:5→
Genesis 41:12— En aldaar was bij ons een Hebreeuws jongeling, een knecht van den overste der trawanten; en wij vertelden ze hem, en hij legde ons onze dromen uit; een ieder legde hij ze uit, naar zijn droom.Genesis 40:12→Genesis 37:36→Genesis 39:1→Genesis 39:20→
Genesis 41:13— En gelijk hij ons uitlegde, alzo is het geschied; mij heeft hij hersteld in mijn staat, en hem gehangen.Ezechiël 43:3→Genesis 40:12→Jeremia 1:10→Genesis 40:20→
Genesis 41:14— Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao.Daniël 2:25→Psalmen 113:7→Jesaja 61:3→1 Samuël 2:7→Jesaja 61:10→Jeremia 52:32→Exodus 10:16→2 Samuël 19:24→
Genesis 41:15— En Farao sprak tot Jozef: Ik heb een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegge; maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort, dat gij hem uitlegt.Daniël 5:16→Genesis 41:9→Psalmen 25:14→Daniël 5:12→
Genesis 41:16— En Jozef antwoordde Farao, zeggende: Het is buiten mij! God zal Farao's welstand aanzeggen.Genesis 40:8→Daniël 2:47→Handelingen 3:12→2 Korinthe 3:5→Numeri 12:6→Handelingen 3:7→Daniël 4:2→Genesis 37:14→
Genesis 41:18— En zie, uit de rivier kwamen op zeven koeien, vet van vlees en schoon van gedaante, en zij weidden in het gras.Jeremia 24:5→Jeremia 24:8→Jeremia 24:1→
Genesis 41:21— Dewelke in haar buik inkwamen; maar men merkte niet, dat ze in haar buik ingekomen waren; want haar aanzien was lelijk, gelijk als in het begin. Toen ontwaakte ik.Ezechiël 3:3→Openbaring 10:9→Psalmen 37:19→Jesaja 9:20→
Genesis 41:23— En zie, zeven dorre, dunne en van den oostenwind verzengde aren, schoten na dezelve uit;Psalmen 129:6→Hosea 13:15→Hosea 9:16→Genesis 41:6→2 Koningen 19:26→Hosea 8:7→
Genesis 41:24— En de zeven dunne aren verslonden die zeven goede aren. En ik heb het den tovenaars gezegd; maar er was niemand, die het mij verklaarde.Daniël 4:7→Genesis 41:8→Exodus 8:19→
Genesis 41:25— Toen zeide Jozef tot Farao: De droom van Farao is een; hetgeen God is doende, heeft Hij Farao te kennen gegeven.Daniël 2:45→Daniël 2:28→Openbaring 4:1→Jesaja 43:9→Jozua 11:6→Amos 3:7→Jesaja 41:22→Exodus 9:14→
Genesis 41:26— Die zeven schone koeien zijn zeven jaren; die zeven schone aren zijn ook zeven jaren; de droom is een.Genesis 41:2→Genesis 41:47→Genesis 41:29→1 Johannes 5:7→1 Korinthe 10:4→Genesis 40:12→Genesis 2:24→Genesis 41:5→
Genesis 41:27— En die zeven ranke en lelijke koeien, die na gene opkwamen, zijn zeven jaren; en die zeven ranke van den oostenwind verzengde aren zullen zeven jaren des hongers wezen.2 Koningen 8:1→2 Samuël 24:19→
Genesis 41:28— Dit is het woord, hetwelk ik tot Farao gesproken heb: hetgeen God is doende, heeft Hij Farao vertoond.Genesis 41:25→Genesis 41:16→
Genesis 41:29— Zie, de zeven aankomende jaren, zal er grote overvloed in het ganse land van Egypte zijn.Genesis 41:49→Genesis 41:46→Genesis 41:26→
Genesis 41:30— Maar na dezelve zullen er opstaan zeven jaren des hongers; dan zal in het land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal het land verteren.Genesis 47:13→Genesis 41:54→Psalmen 105:16→Jakobus 5:17→2 Samuël 24:13→1 Koningen 17:1→Genesis 41:27→2 Koningen 8:1→
Genesis 41:31— Ook zal de overvloed in het land niet gemerkt worden, vanwege dienzelven honger, die daarna wezen zal; want hij zal zeer zwaar zijn.Jesaja 24:20→1 Samuël 5:6→
Genesis 41:32— En aangaande, dat die droom aan Farao ten tweeden maal is herhaald, is, omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God haast, om dezelve te doen.Numeri 23:19→Jesaja 46:10→Mattheüs 25:41→2 Korinthe 13:1→Genesis 37:9→Mattheüs 24:35→Mattheüs 25:34→Markus 10:40→
Genesis 41:33— Zo zie nu Farao naar een verstandigen en wijzen man, en zette hem over het land van Egypte.Exodus 18:19→Handelingen 6:3→Daniël 4:27→Genesis 41:39→Deuteronomium 1:13→
Genesis 41:34— Farao doe zo, en bestelle opzieners over het land; en neme het vijfde deel des lands van Egypte in de zeven jaren des overvloeds.Numeri 31:14→2 Koningen 11:11→Job 5:20→Spreuken 6:6→2 Kronieken 34:12→Nehemia 11:9→Spreuken 27:12→Psalmen 33:19→
Genesis 41:35— En dat zij alle spijze van deze aankomende goede jaren verzamelen, en koren opleggen, onder de hand van Farao, tot spijze in de steden, en bewaren het.Exodus 4:13→Genesis 41:48→Genesis 41:56→Genesis 45:6→
Genesis 41:36— Zo zal de spijze zijn tot voorraad voor het land, voor zeven jaren des hongers, die in Egypteland wezen zullen; opdat het land van honger niet verga.Genesis 47:13→
Genesis 41:37— En dit woord was goed in de ogen van Farao, en in de ogen van al zijn knechten.Spreuken 25:11→Handelingen 7:10→1 Koningen 21:2→2 Samuël 3:36→Jozua 22:30→Spreuken 10:20→Psalmen 105:19→
Genesis 41:38— Zo zeide Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als deze, in welken Gods Geest is?Daniël 4:18→Daniël 5:11→Job 32:8→Daniël 5:14→Numeri 27:18→Daniël 4:6→Daniël 4:8→Daniël 6:3→
Genesis 41:39— Daarna zeide Farao tot Jozef: Naardien dat God u dit alles heeft verkondigd, zo is er niemand zo verstandig en wijs, als gij.Genesis 41:33→Genesis 41:28→Genesis 41:25→Genesis 41:16→
Genesis 41:40— Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij.Spreuken 22:29→Psalmen 105:21→Handelingen 7:10→Genesis 39:4→1 Samuël 10:1→Daniël 5:29→Genesis 45:26→Psalmen 2:12→
Genesis 41:41— Voorts sprak Farao tot Jozef: Zie, ik heb u over gans Egypteland gesteld.Daniël 6:3→Genesis 42:6→Daniël 4:2→Genesis 39:22→Filippenzen 2:9→Genesis 39:5→Daniël 2:7→Genesis 41:44→
Genesis 41:42— En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen aantrekken, en legde hem een gouden keten aan zijn hals;Daniël 5:29→Daniël 5:7→Esther 3:10→Esther 8:2→Daniël 5:16→Esther 8:15→Esther 8:10→Esther 8:8→
Genesis 41:43— En hij deed hem rijden op den tweeden wagen, dien hij had; en zij riepen voor zijn aangezicht: Knielt! Alzo stelde hij hem over gans Egypteland.Genesis 45:8→Genesis 42:6→Genesis 45:26→Filippenzen 2:10→Esther 6:8→Genesis 42:30→Handelingen 7:10→Genesis 42:33→
Genesis 41:44— En Farao zeide tot Jozef: Ik ben Farao! doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen in gans Egypteland.Psalmen 105:22→Exodus 11:7→
Genesis 41:45— En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte.Ezechiël 30:17→Genesis 46:20→Genesis 14:18→Exodus 2:16→Handelingen 11:28→2 Samuël 20:26→2 Samuël 8:18→Lukas 2:1→
Genesis 41:46— Jozef nu was dertig jaren oud, als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte; en Jozef ging uit van Farao's aangezicht, en hij toog door gans Egypteland.2 Samuël 5:4→Daniël 1:19→Genesis 37:2→Numeri 4:3→1 Koningen 12:6→1 Samuël 16:21→Judas 1:24→Spreuken 22:29→
Genesis 41:47— En het land bracht voort, in de zeven jaren des overvloeds, bij handvollen.Genesis 26:12→Psalmen 72:16→
Genesis 41:48— En hij vergaderde alle spijze der zeven jaren, die in Egypteland was, en deed de spijze in de steden; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was, deed hij daarbinnen.Genesis 41:34→Genesis 47:21→
Genesis 41:49— Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand der zee, totdat men ophield te tellen: want daarvan was geen getal.Psalmen 78:27→Genesis 22:17→1 Samuël 13:5→Richteren 7:12→Richteren 6:5→Job 1:3→Jeremia 33:22→
Genesis 41:50— En Jozef werden twee zonen geboren, eer er een jaar des hongers aankwam, die Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, hem baarde.Genesis 46:20→Genesis 48:5→2 Samuël 8:18→Genesis 41:45→
Genesis 41:51— En Jozef noemde den naam des eerstgeborenen Manasse; want, zeide hij, God heeft mij doen vergeten al mijn moeite, en het ganse huis mijns vaders.Spreuken 31:7→Psalmen 30:11→Jesaja 57:16→Genesis 48:13→Genesis 48:18→Jesaja 65:16→Psalmen 45:10→Psalmen 30:5→
Genesis 41:52— En den naam des tweeden noemde hij Efraim; want, zeide hij, God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking.Genesis 49:22→Genesis 50:23→Genesis 17:6→Psalmen 105:17→Genesis 30:6→Handelingen 7:10→Genesis 28:3→Genesis 48:16→
Genesis 41:53— Toen eindigden de zeven jaren des overvloeds, die in Egypte geweest was.Lukas 16:25→Genesis 41:29→Psalmen 73:20→
Genesis 41:54— En de zeven jaren des hongers begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in gans Egypteland was brood.Handelingen 7:11→Psalmen 105:16→Genesis 45:11→Genesis 41:30→Genesis 41:27→Genesis 41:6→Genesis 43:1→Genesis 47:13→
Genesis 41:55— Als nu gans Egypteland hongerde, riep het volk tot Farao om brood; en Farao zeide tot alle Egyptenaren: Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt.Kolossenzen 1:19→Klaagliederen 4:3→Psalmen 105:20→Jeremia 14:1→Filippenzen 4:19→Mattheüs 3:17→Johannes 1:14→Genesis 41:40→
Genesis 41:56— Als dan honger over het ganse land was, zo opende Jozef alles, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren; want de honger was sterk in Egypteland.Genesis 42:6→Zacharia 5:3→Handelingen 17:26→Lukas 21:35→Genesis 47:14→Jesaja 23:17→
Genesis 41:57— En alle landen kwamen in Egypte tot Jozef, om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.Genesis 41:54→Genesis 42:5→Genesis 41:56→Genesis 42:1→Psalmen 105:16→Deuteronomium 9:28→Genesis 50:20→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 41 vers 1— En het geschiedde ten einde van twee volle jaren, dat Farao droomde, en ziet, hij stond aan de rivier.
twee volle
Hebr. twee jaren der dagen; dat is, twee volle jaren. Deze manier van spreken wordt ook gevonden 2 Sam. 14:28, en Jer. 28:3. Aldus wordt een maand der dagen genoemd een volle maand; boven, Gen. 29:14.
Hertaald:twee volle
Hebreeuws: twee jaren der dagen; dat is: twee volle jaren. Deze uitdrukking vindt men ook in 2 Sam. 14:28, en Jer. 28:3. Zo wordt ook 'een maand der dagen' een volle maand genoemd; Gen. 29:14.
rivier
Versta, de vermaarde rivier, genoemd Nijl, die het land van Egypte door haar jaarlijksen overloop op een bijzondere manier bevochtigt en vruchtbaar maakt. Hierom wordt zij, ten aanzien van haar uitnemendheid, de rivier genoemd, zonder bijvoegsel. Zie Ex. 1:22, en Ex. 2:3, en Ex. 7:24-25; alzo wordt ook de Eufraat, de rivier genoemd zonder bijvoegsel; boven, Gen. 31:21.
Hertaald:rivier
Versta hieronder: de beroemde rivier, genoemd de Nijl, die het land Egypte door zijn jaarlijkse overstroming op bijzondere wijze bevochtigt en vruchtbaar maakt. Daarom wordt zij, vanwege haar voortreffelijkheid, 'de rivier' genoemd, zonder toevoeging. Zie Ex. 1:22, en Ex. 2:3, en Ex. 7:24-25; zo wordt ook de Eufraat 'de rivier' genoemd zonder toevoeging; Gen. 31:21.
Genesis 41 vers 2— En ziet, uit de rivier kwamen op zeven koeien, schoon van aanzien, en vet van vlees, en zij weidden in het gras.
in het gras
Anders, broekland, vochtige weide, meerse.
Hertaald:in het gras
Anders: broekland, vochtige weide, moerasweide.
Genesis 41 vers 3— En ziet, zeven andere koeien kwamen na die op uit de rivier, lelijk van aanzien, en dun van vlees; en zij stonden bij de andere koeien aan den oever der rivier.
lelijk van
Hebr. kwaad; dat is, ongestalt, mismaakt, van lelijke gedaante, zo ook onder Gen. 4:4, Gen. 4:20-21. Daarentegen worden de schone, goede genoemd, vs.22, 26.
Hertaald:lelijk van
Hebreeuws: kwaad; dat is: misvormd, mismaakt, van lelijke gedaante; zo ook in Gen. 4:4, Gen. 4:20-21. Daarentegen worden de schone koeien 'goede' genoemd, vers 22, 26.
aan den oever
Hebr. aan de lip.
Hertaald:aan den oever
Hebreeuws: aan de lip.
Genesis 41 vers 5— Daarna sliep hij en droomde andermaal; en ziet, zeven aren rezen op, in een halm, vet en goed.
goed
Dat is, schoon, vol, dik.
Hertaald:goed
Dat is: mooi, vol, dik.
Genesis 41 vers 6— En ziet, zeven dunne en van den oostenwind verzengde aren schoten na dezelve uit.
oostenwind
De eigenschap van den oostenwind is de vruchten te verbranden en te verzengen, inzonderheid in die landen. Zie Ezech. 17:10, en Ezech. 19:12; Hos. 13:15.
Hertaald:oostenwind
Het is de aard van de oostenwind om de vruchten te verbranden en te verschroeien, vooral in die landen. Zie Ezech. 17:10, en Ezech. 19:12; Hos. 13:15.
Genesis 41 vers 7— En de dunne aren verslonden de zeven vette en volle aren. Toen ontwaakte Farao, en ziet, het was een droom.
volle aren
Dat is, vol sap en vochtigheid.
Hertaald:volle aren
Dat is: vol sap en vocht.
droom
Te weten, niet een natuurlijke, maar een goddelijke droom; van God, en niet uit natuurlijke oorzaken voortkomende. Anders, dit was de droom.
Hertaald:droom
Namelijk: geen natuurlijke, maar een goddelijke droom; van God afkomstig, en niet voortkomend uit natuurlijke oorzaken. Anders: dit was de droom.
Genesis 41 vers 8— En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde.
in den
Te weten, nadat hij een tijdlang wakker geweest was.
Hertaald:in den
Namelijk: nadat hij een tijdlang wakker geweest was.
verslagen was,
Zie boven, Gen. 40:6.
Hertaald:verslagen was,
Zie Gen. 40:6.
de tovenaars
Of, sterrenkijkers, tekenbeduiders, of waarzeggers, gelijk zij gewoonlijk ten onrechte genoemd worden. Versta degenen, die met natuurlijke of superstitieuse, ja ook somtijds met duivelse kunsten omgingen, om iets wat verborgen is te voorzeggen of te beduiden, en om wat wonderlijks te bedrijven. Zie van dezen Ex. 7:11, en Ex. 8:19 en Ex. 9:11; Dan. 2:2, Dan. 2:12.
Hertaald:de tovenaars
Of: sterrenwichelaars, tekenuitleggers, of waarzeggers, zoals zij gewoonlijk ten onrechte genoemd worden. Versta hieronder degenen die zich bezighielden met natuurlijke of bijgelovige, ja soms zelfs duivelse kunsten, om iets verborgens te voorspellen of uit te leggen, en om iets wonderlijks te verrichten. Zie hierover Ex. 7:11, en Ex. 8:19 en Ex. 9:11; Dan. 2:2, Dan. 2:12.
de wijzen,
Versta, al degenen, die in enige wetenschap of scherpzinnigheid, oordeel of ervarenheid uitstaken; zie Ex. 7:11; Dan. 2:12.
Hertaald:de wijzen,
Versta hieronder: allen die uitblonken in enige wetenschap of scherpzinnigheid, oordeel of ervaring; zie Ex. 7:11; Dan. 2:12.
Faraö uitlegde.
Te weten, de dromen, alhoewel droom voorgaat. Het waren twee dromen, of een dubbele droom.
Hertaald:Faraö uitlegde.
Namelijk: de dromen, hoewel 'droom' in het enkelvoud vooraf gaat. Het waren twee dromen, of een dubbele droom.
Genesis 41 vers 9— Toen sprak de overste der schenkers tot Farao, zeggende: Ik gedenk heden aan mijn zonden.
mijn zonden
Die ik tegen den koning voor enigen tijd begaan heb.
Hertaald:mijn zonden
Die ik enige tijd geleden tegen de koning begaan heb.
Genesis 41 vers 10— Farao was zeer vertoornd op zijn dienaars, en leverde mij in bewaring ten huize van den overste der trawanten, mij en den overste der bakkers.
Faraö was
Dat is de koning; want de naam Faraö is een naam geweest, gemeen aan alle koningen van Egypte; zodat Faraö bij de Egyptenaars zoveel betekende, als wanner wij zeggen de koning, of zijn koninklijke majesteit; of, gelijk men zegt, de keizer, in Duitsland; en Sire, in Frankrijk; zie boven, Gen. 12:15.
Hertaald:Faraö was
Dat is: de koning; want de naam Farao was een naam die aan alle koningen van Egypte gemeen was, zodat Farao bij de Egyptenaren zoveel betekende als wanneer wij zeggen 'de koning', of 'zijne koninklijke majesteit'; of zoals men zegt 'de keizer' in Duitsland, en 'Sire' in Frankrijk; zie Gen. 12:15.
overste der trawanten,
Zie boven, Gen. 37:36.
Hertaald:overste der trawanten,
Zie Gen. 37:36.
Genesis 41 vers 11— En in een nacht droomden wij een droom, ik en hij; wij droomden elk naar de uitlegging zijns drooms.
naar de
Zie boven, Gen. 40:5.
Hertaald:naar de
Zie Gen. 40:5.
Genesis 41 vers 12— En aldaar was bij ons een Hebreeuws jongeling, een knecht van den overste der trawanten; en wij vertelden ze hem, en hij legde ons onze dromen uit; een ieder legde hij ze uit, naar zijn droom.
jongeling,
Te weten, van omtrent acht en twintig jaren, gelijk blijkt onder, vs.46.
Hertaald:jongeling,
Namelijk: van ongeveer achtentwintig jaar, zoals blijkt uit vers 46.
Genesis 41 vers 13— En gelijk hij ons uitlegde, alzo is het geschied; mij heeft hij hersteld in mijn staat, en hem gehangen.
En gelijk hij
Hebr. en het is geschied gelijk hij ons uitgelegd heeft, zo is het geschied.
Hertaald:En gelijk hij
Hebreeuws: en het is gebeurd zoals hij het ons uitgelegd had, zo is het gebeurd.
Genesis 41 vers 14— Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao.
zij deden
Hebr. zij deden hem lopen.
Hertaald:zij deden
Hebreeuws: zij deden hem lopen.
en men schoor
Anders, hij liet zich scheren. Jozef liet zijn haar wassen in de gevangenis tot een teken van droefheid, zie 2 Sam. 19:24, of naar de gewoonte der gevangenen; maar nu heeft hij zich laten scheren en zijn klederen veranderd, opdat hij niet met een ijselijk en treurig gelaat, met vuile en versleten klederen voor den koning zou verschijnen, hetgeen ongeoorloofd was; zie Est. 4:2.
Hertaald:en men schoor
Anders: hij liet zich scheren. Jozef liet zijn haar in de gevangenis ongeschoren als teken van droefheid, zie 2 Sam. 19:24, of naar de gewoonte van gevangenen; maar nu heeft hij zich laten scheren en zijn klederen veranderd, opdat hij niet met een verwilderd en treurig gezicht, in vuile en versleten klederen voor de koning zou verschijnen, wat niet toegestaan was; zie Est. 4:2.
Genesis 41 vers 16— En Jozef antwoordde Farao, zeggende: Het is buiten mij! God zal Farao's welstand aanzeggen.
Het is buiten mij
Anders, zonder mij zal God enz. of, het is niet in mij. Aldus poogt Jozef met geleefdheid Faraö's ogen, die nu vast op hem zagen, tot God te wenden, van wien de uitlegging der dromen komt. Zie boven, Gen. 40:8, en Dan. 2:28.
Hertaald:Het is buiten mij
Anders: buiten mij zal God, enz., of: het is niet in mij. Zo probeert Jozef bedachtzaam de blik van Farao, die nu strak op hem gericht was, naar God te wenden, van Wie de uitlegging van de dromen komt. Zie Gen. 40:8, en Dan. 2:28.
welstand
Hebr. vrede antwoorden; dat is, hetgeen dient tot Faraö's welvaren en rust en dat der zijnen. Zie boven, Gen. 37:14.
Hertaald:welstand
Hebreeuws: vrede antwoorden; dat is: wat dient tot het welzijn en de rust van Farao en de zijnen. Zie Gen. 37:14.
Genesis 41 vers 17— Toen sprak Farao tot Jozef: Zie, in mijn droom stond ik aan den oever der rivier;
oever der
Hebr. lip.
Hertaald:oever der
Hebreeuws: lip.
Genesis 41 vers 18— En zie, uit de rivier kwamen op zeven koeien, vet van vlees en schoon van gedaante, en zij weidden in het gras.
in het gras
Zie boven, vs.2.
Hertaald:in het gras
Zie vers 2.
Genesis 41 vers 19— En zie, zeven andere koeien kwamen op na deze, mager en zeer lelijk van gedaante, rank van vlees; ik heb dergelijke van lelijkheid niet gezien in het ganse Egypteland.
lelijk van
Hebr. kwaad, alzo in het volgende.
Hertaald:lelijk van
Hebreeuws: kwaad; zo ook verderop.
rank van
Anders, ledig, uitgeteerd.
Hertaald:rank van
Anders: leeg, uitgeteerd.
Genesis 41 vers 21— Dewelke in haar buik inkwamen; maar men merkte niet, dat ze in haar buik ingekomen waren; want haar aanzien was lelijk, gelijk als in het begin. Toen ontwaakte ik.
in haar buik inkwamen
Hebr. in haar binnenste, of in haar midden.
Hertaald:in haar buik inkwamen
Hebreeuws: in haar binnenste, of in haar midden.
Genesis 41 vers 22— Daarna zag ik in mijn droom, en zie zeven aren rezen op in een halm, vol en goed.
goed
Dat is, schoon, alzo in het volgende.
Hertaald:goed
Dat is: mooi; zo ook verderop.
Genesis 41 vers 24— En de zeven dunne aren verslonden die zeven goede aren. En ik heb het den tovenaars gezegd; maar er was niemand, die het mij verklaarde.
tovenaars
Zie boven, vs.8.
Hertaald:tovenaars
Zie vers 8.
Genesis 41 vers 25— Toen zeide Jozef tot Farao: De droom van Farao is een; hetgeen God is doende, heeft Hij Farao te kennen gegeven.
is één
Dat is, enerlei, te weten, ten aanzien van de beduiding.
Hertaald:is één
Dat is: van dezelfde soort, namelijk wat de betekenis betreft.
doende,
Dat is, wat Hij doen zal, of, gaat doen. De toekomende dingen worden dikwerf in den tegenwoordigen tijd gesteld, omdat zij bij God zóó zeker zijn, alsof ze reeds geschied waren, gelijk onder, vs.28, en Ex. 9:14; Joz. 11:6; Matt. 24:40, en Matt. 26:28.
Hertaald:doende,
Dat is: wat Hij zal doen, of gaat doen. Toekomstige dingen worden vaak in de tegenwoordige tijd gesteld, omdat zij bij God zo zeker zijn alsof ze al gebeurd waren, zoals in vers 28, en Ex. 9:14; Joz. 11:6; Matt. 24:40, en Matt. 26:28.
Genesis 41 vers 26— Die zeven schone koeien zijn zeven jaren; die zeven schone aren zijn ook zeven jaren; de droom is een.
schone koeien
Hebr. goede; zie boven, vs.3.
Hertaald:schone koeien
Hebreeuws: goede; zie vers 3.
zijn zeven jaren;
Dat is, betekenen zeven jaren; zie boven, Gen. 40:12.
Hertaald:zijn zeven jaren;
Dat is: betekenen zeven jaar; zie Gen. 40:12.
Genesis 41 vers 27— En die zeven ranke en lelijke koeien, die na gene opkwamen, zijn zeven jaren; en die zeven ranke van den oostenwind verzengde aren zullen zeven jaren des hongers wezen.
zeven jaren des
Dat is, voorbeelden en waartekenen van zeven jaren, waardoor God te verstaan geeft dat Hij in die jaren een duren tijd in het land zenden zal.
Hertaald:zeven jaren des
Dat is: voorafbeeldingen en tekenen van zeven jaar, waardoor God te kennen geeft dat Hij in die jaren een dure tijd over het land zal zenden.
Genesis 41 vers 29— Zie, de zeven aankomende jaren, zal er grote overvloed in het ganse land van Egypte zijn.
overvloed in
Hebr. verzaadheid; dat is, van alles, waarmede men zich kan verzadigen en nog veel overhouden.
Hertaald:overvloed in
Hebreeuws: verzadiging; dat is: van alles waarmee men zich kan verzadigen en nog veel overhoudt.
Genesis 41 vers 30— Maar na dezelve zullen er opstaan zeven jaren des hongers; dan zal in het land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal het land verteren.
vergeten worden;
Want gewoonlijk, wat uit het oog is, dat gaat ook uit de gedachten des harten; zie vs.31.
Hertaald:vergeten worden;
Want gewoonlijk gaat wat uit het oog is, ook uit de gedachten van het hart; zie vers 31.
het land verteren
Dat is mensen en beesten, die in het land zijn. Zo ook onder, vs.36.
Hertaald:het land verteren
Dat is: de mensen en dieren die in het land zijn. Zo ook in vers 36.
Genesis 41 vers 31— Ook zal de overvloed in het land niet gemerkt worden, vanwege dienzelven honger, die daarna wezen zal; want hij zal zeer zwaar zijn.
vanwege
Hebr. van het aangezicht diens hongers.
Hertaald:vanwege
Hebreeuws: van het aangezicht van die honger.
Genesis 41 vers 32— En aangaande, dat die droom aan Farao ten tweeden maal is herhaald, is, omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God haast, om dezelve te doen.
ten tweeden
Het is aan te merken, dat de herhaling hier betekent de vastigheid van Gods besluit, en de verhaasting der uitvoering.
Hertaald:ten tweeden
Het valt op te merken dat de herhaling hier de vastheid van Gods besluit aanduidt, en de bespoediging van de uitvoering ervan.
van God
Hebr. van met, of, bij God. Anders, van Gods wege.
Hertaald:van God
Hebreeuws: van met, of bij God. Anders: van Godswege.
vast besloten
Anders, vastgezet is.
Hertaald:vast besloten
Anders: vastgezet is.
Genesis 41 vers 34— Farao doe zo, en bestelle opzieners over het land; en neme het vijfde deel des lands van Egypte in de zeven jaren des overvloeds.
neme het
Hebr. hij vijve het land; dat is, hij ontvange het vijfde deel van de vruchten des lands; te weten, voor een billijken prijs, om het naderhand in den tijd des hongers aan de onderdanen weder alzo te verkopen.
Hertaald:neme het
Hebreeuws: hij vijve het land; dat is: hij ontvange het vijfde deel van de vruchten van het land, namelijk voor een redelijke prijs, om het later, in de tijd van de honger, weer aan de onderdanen te verkopen.
Genesis 41 vers 35— En dat zij alle spijze van deze aankomende goede jaren verzamelen, en koren opleggen, onder de hand van Farao, tot spijze in de steden, en bewaren het.
alle spijze
Dat is, voorraad van landvruchten, die tot spijs konden dienen.
Hertaald:alle spijze
Dat is: voorraad van landbouwproducten, die tot voedsel konden dienen.
onder de
Op last, macht en beleid; alzo Ex. 4:13, en Ex. 9:35; Num. 7:8, enz.
Hertaald:onder de
Op last, macht en beleid; zo ook in Ex. 4:13, en Ex. 9:35; Num. 7:8, enz.
Genesis 41 vers 36— Zo zal de spijze zijn tot voorraad voor het land, voor zeven jaren des hongers, die in Egypteland wezen zullen; opdat het land van honger niet verga.
niet verga
Hebr. niet afgesneden, of, uitgeroeid worde.
Hertaald:niet verga
Hebreeuws: niet afgesneden, of uitgeroeid worde.
Genesis 41 vers 37— En dit woord was goed in de ogen van Farao, en in de ogen van al zijn knechten.
was goed
Dat is, het beviel hem wel; zie boven, Gen. 19:8.
Hertaald:was goed
Dat is: het beviel hem goed; zie Gen. 19:8.
Genesis 41 vers 38— Zo zeide Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als deze, in welken Gods Geest is?
Gods geest is?
Versta wijsheid en voorzichtigheid, die God door zijn geest dezen man op een bijzondere wijze gegeven heeft. Alzo wrocht God in het hart van Faraö om zijn raad uit te voeren.
Hertaald:Gods geest is?
Versta hieronder: wijsheid en voorzichtigheid, die God door Zijn Geest deze man op een bijzondere wijze gegeven heeft. Zo werkte God in het hart van Farao om Zijn raad uit te voeren.
Genesis 41 vers 40— Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij.
mijn huis zijn,
Zie boven, Gen. 34:19.
Hertaald:mijn huis zijn,
Zie Gen. 34:19.
op uw bevel
Hebr. op uw, of, naar uw mond. Aldus wordt mond voor bevel genomen; Ex. 17:1, en Ex. 38:31; Num. 3:16, Num. 3:39, en Num. 4:27, en Num. 9:18; Deut. 17:10, enz.
Hertaald:op uw bevel
Hebreeuws: op uw, of naar uw mond. Zo wordt 'mond' voor 'bevel' gebruikt; Ex. 17:1, en Ex. 38:31; Num. 3:16, Num. 3:39, en Num. 4:27, en Num. 9:18; Deut. 17:10, enz.
de hand
Tot een teken van eerbied en gehoorzaamheid. Het was in dien tijd, als ook nog hedendaags, gebruikelijk, dat de onderdanen de hand aan den mond brachten, of kusten, wanneer enige grote heren hen aanspraken, of hun iets belastten; verg. Job 31:27; Hos. 13:2, waar deze manier van spreken voor afgodischen eerbied gebruik wordt; en aldus wordt door kussen ook verstaan een gewillige gehoorzaamheid, gelijk 1 Kon. 19:18; Ps. 2:12. Anders, aan uw mond zal al mijn volk kussen.
Hertaald:de hand
Als teken van eerbied en gehoorzaamheid. Het was in die tijd, zoals nog heden ten dage, gebruikelijk dat onderdanen de hand aan de mond brachten, of kusten, wanneer grote heren hen aanspraken, of hun iets opdroegen; vergelijk Job 31:27; Hos. 13:2, waar deze uitdrukking voor afgodische eerbied gebruikt wordt; en zo wordt door 'kussen' ook een gewillige gehoorzaamheid verstaan, zoals in 1 Kon. 19:18; Ps. 2:12. Anders: naar uw mond zal heel mijn volk zich schikken.
groter zijn
Verg. deze manier van spreken met Gen. 39:9.
Hertaald:groter zijn
Vergelijk deze uitdrukking met Gen. 39:9.
Genesis 41 vers 41— Voorts sprak Farao tot Jozef: Zie, ik heb u over gans Egypteland gesteld.
Zie, ik
Dat is, merk op en bedenk tot hoe grote eer en macht ik u verheven heb.
Hertaald:Zie, ik
Dat is: let op en bedenk tot hoe grote eer en macht ik u verheven heb.
Genesis 41 vers 42— En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen aantrekken, en legde hem een gouden keten aan zijn hals;
deed hem
Tot een teken, dat hij hem macht gaf, in zijn naam alles te zegelen.
Hertaald:deed hem
Als teken dat hij hem macht gaf om in zijn naam alles te bezegelen.
fijne linnen
Een soort van linnen, of doek, hetwelk bij de Egyptenaars zeer kostelijk, fijn en wit was; zie daarvan Ex. 25:4; en Ex. 39:27, Ex. 39:29; Spr. 31:22.
Hertaald:fijne linnen
Een soort linnen, of doek, dat bij de Egyptenaren zeer kostbaar, fijn en wit was; zie hierover Ex. 25:4; en Ex. 39:27, Ex. 39:29; Spr. 31:22.
Genesis 41 vers 43— En hij deed hem rijden op den tweeden wagen, dien hij had; en zij riepen voor zijn aangezicht: Knielt! Alzo stelde hij hem over gans Egypteland.
tweeden wagen,
De tweede naast den eerste, die van den koning was; tot een teken dat hij naast den koning boven alle heren des lands verheven was; Est. 10:3.
Hertaald:tweeden wagen,
De tweede na de eerste, die van de koning was; als teken dat hij, naast de koning, boven alle heren van het land verheven was; Est. 10:3.
Knielt
Sommigen leggen het woord Abrech uit: tedere vader. Tedere, vanwege zijn jonkheid, en vader, vanwege zijn ambt; gelijk de heren des lands worden genoemd vaders des vaderlands.
Hertaald:Knielt
Sommigen leggen het woord Abrech uit als: tedere vader. Teder, vanwege zijn jeugd, en vader, vanwege zijn ambt; zoals de heren van het land vaders van het vaderland genoemd worden.
Genesis 41 vers 44— En Farao zeide tot Jozef: Ik ben Farao! doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen in gans Egypteland.
Ik ben
Dat is, ten aanzien van de koninklijke majesteit ben ik boven u. Anderen nemen deze woorden voor een eed, alsof hij zeide: Zo waarachtig als ik koning ben, of, bij mijn koninklijke majesteit zal niemand, enz.
Hertaald:Ik ben
Dat is: met betrekking tot de koninklijke majesteit sta ik boven u. Anderen vatten deze woorden op als een eed, alsof hij zei: zo waar als ik koning ben, of: bij mijn koninklijke majesteit, zal niemand, enz.
zijn hand
Dat is, iets voornemen of bestaan.
Hertaald:zijn hand
Dat is: iets ondernemen of aandurven.
Genesis 41 vers 45— En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte.
Zafnath Paänéah,
Dat is, uitlegger van verborgenheid.
Hertaald:Zafnath Paänéah,
Dat is: uitlegger van het verborgene.
overste van
Het Hebreeuwse woord betekent wel een priester, maar ook in het algemeen een overste in den politieken staat, en een persoon van groot aanzien; zie 2 Sam. 8:18, en 2 Sam. 20:26; 1 Kron. 18:17; Job 12:19. Jozef wordt genoodzaakt door zijn tegenwoordige gelegenheid dit huwelijk te doen, zijnde niettemin de kinderen daarvan door Jakob gerekend voor vaders van twee stammen in Israel; onder Gen. 48:16.
Hertaald:overste van
Het Hebreeuwse woord betekent wel een priester, maar ook in het algemeen een leider in de staat, en een persoon van groot aanzien; zie 2 Sam. 8:18, en 2 Sam. 20:26; 1 Kron. 18:17; Job 12:19. Jozef ziet zich door zijn huidige omstandigheden genoodzaakt dit huwelijk aan te gaan; niettemin worden de kinderen daaruit door Jakob gerekend tot vaders van twee stammen in Israël; Gen. 48:16.
On,
De naam van een stad in Egypte.
Hertaald:On,
De naam van een stad in Egypte.
Genesis 41 vers 46— Jozef nu was dertig jaren oud, als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte; en Jozef ging uit van Farao's aangezicht, en hij toog door gans Egypteland.
dertig jaren
Hebr. een zoon van dertig jaar.
Hertaald:dertig jaren
Hebreeuws: een zoon van dertig jaar.
hij toog
Te weten, om volgens des konings last overal ambtlieden aan te stellen, en korenhuizen te bereiden tegen den aanstaanden duren tijd.
Hertaald:hij toog
Namelijk: om volgens het bevel van de koning overal ambtenaren aan te stellen, en korenschuren gereed te maken voor de komende dure tijd.
Genesis 41 vers 47— En het land bracht voort, in de zeven jaren des overvloeds, bij handvollen.
bracht voort,
Hebr. maakte.
Hertaald:bracht voort,
Hebreeuws: maakte.
bij handvollen
Dat is, alsof men van één graan handenvol bekomen had.
Hertaald:bij handvollen
Dat is: alsof men van één graankorrel handenvol gekregen had.
Genesis 41 vers 48— En hij vergaderde alle spijze der zeven jaren, die in Egypteland was, en deed de spijze in de steden; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was, deed hij daarbinnen.
alle spijze
Dat is, eetbare granen en vruchten; en zo in het volgende. Versta, het vijfde deel; gelijk boven, vs.34.
Hertaald:alle spijze
Dat is: eetbare granen en vruchten; zo ook verderop. Versta hieronder: het vijfde deel; zoals in vers 34.
daar binnen
Hebr. in haar midden.
Hertaald:daar binnen
Hebreeuws: in haar midden.
Genesis 41 vers 49— Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand der zee, totdat men ophield te tellen: want daarvan was geen getal.
als het zand
Deze manier van spreken betekent een ontallijke hoeveelheid; boven, Gen. 22:17; Richt. 7:12; 1 Sam. 13:5.
Hertaald:als het zand
Deze uitdrukking betekent een ontelbare hoeveelheid; Gen. 22:17; Richt. 7:12; 1 Sam. 13:5.
des was
Dat is, er was geen tellen aan; zie ook Richt. 6:5; Job 21:33.
Hertaald:des was
Dat is: er was niet aan te tellen; zie ook Richt. 6:5; Job 21:33.
Genesis 41 vers 51— En Jozef noemde den naam des eerstgeborenen Manasse; want, zeide hij, God heeft mij doen vergeten al mijn moeite, en het ganse huis mijns vaders.
Manasse;
Hebr. Menasscheh; dat is, die doet vergeten.
Hertaald:Manasse;
Hebreeuws: Menasseh; dat is: die doet vergeten.
al mijn moeite
Dat is, het verdriet en de moeite, die mij zo hier in Egypte, als in mijns vaders huis wedervaren is.
Hertaald:al mijn moeite
Dat is: het verdriet en de moeite die mij zowel hier in Egypte als in het huis van mijn vader overkomen zijn.
Genesis 41 vers 52— En den naam des tweeden noemde hij Efraim; want, zeide hij, God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking.
Efraïm;
Dat is, dubbele vrucht.
Hertaald:Efraïm;
Dat is: dubbele vrucht.
in het land
Dat is, in dit land, waarin ik tevoren verdrukt was.
Hertaald:in het land
Dat is: in dit land, waarin ik eerder verdrukt was.
Genesis 41 vers 54— En de zeven jaren des hongers begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in gans Egypteland was brood.
de landen
Te weten, omliggende; zoals Kanaän, Syrië, Arabië; gelijk onder, vs.57.
Hertaald:de landen
Namelijk: de omliggende landen, zoals Kanaän, Syrië, Arabië; zoals in vers 57.
brood
Dat is, allerlei voorraad van eetbare granen en vruchten.
Hertaald:brood
Dat is: allerlei voorraad van eetbare granen en vruchten.
Genesis 41 vers 55— Als nu gans Egypteland hongerde, riep het volk tot Farao om brood; en Farao zeide tot alle Egyptenaren: Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt.
hongerde,
Te weten, wanneer de particuliere voorraad der inwoners op was.
Hertaald:hongerde,
Namelijk: toen de eigen voorraad van de inwoners op was.
Genesis 41 vers 56— Als dan honger over het ganse land was, zo opende Jozef alles, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren; want de honger was sterk in Egypteland.
alles waarin
Te weten, alle korenhuizen, waarin het koren vergaderd en opgelegd was.
Hertaald:alles waarin
Namelijk: alle korenschuren, waarin het koren verzameld en opgeslagen was.
Genesis 41 vers 57— En alle landen kwamen in Egypte tot Jozef, om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.
alle landen kwamen
Hebr. al het land kwamen; dat is, de inwoners kwamen van alle omliggende landen.
Hertaald:alle landen kwamen
Hebreeuws: al het land kwamen; dat is: de inwoners kwamen uit alle omliggende landen.
in alle landen
Te weten, die omliggende waren gelijk tevoren.
Hertaald:in alle landen
Namelijk: de omliggende landen, zoals eerder genoemd.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Dan — hij heeft gericht, geoordeeld
De zoon van Jakob en Bilha, Rachels slavin (Gen. 30:6). Rachel gaf hem deze naam omdat God, naar haar zeggen, haar recht gedaan en haar stem gehoord had.
Jozef — Hij (God) voege toe
De eerste zoon van Jakob en Rachel, na lang wachten geboren (Gen. 30:22-24). Zijn naam drukt Rachels hoop uit dat de HEERE haar nog een zoon zou toevoegen — wat later met Benjamin ook gebeurde. Jozef zou later, als lieveling van zijn vader, door zijn broers uit jaloezie verkocht worden, maar door Gods voorzienigheid uiteindelijk heel Egypte en zijn eigen familie redden van de hongersnood (Gen. 37-50).
Er — wakend, waakzaam
De eerstgeboren zoon van Juda, die met Tamar trouwde. Omdat hij 'kwaad was in de ogen des HEEREN', doodde de HEERE hem, kinderloos (Gen. 38:6-7).
Potifera — die Ra (de zonnegod) gegeven heeft
De priester van On (Heliopolis), wiens dochter Asnath door Farao aan Jozef tot vrouw gegeven werd (Gen. 41:45, 50). Zijn naam betekent hetzelfde als die van Potifar, Jozefs vroegere heer, maar het betreft twee verschillende personen.
Asnath — gave van de zonnegod (Egyptische naam)
De dochter van Potifera, de priester van On, die Farao aan Jozef tot vrouw gaf (Gen. 41:45). Zij baarde hem zijn twee zonen, Manasse en Efraïm, vóór de jaren van hongersnood aanbraken (Gen. 41:50-52).
Manasse — doende vergeten
De eerstgeboren zoon van Jozef en Asnath, geboren vóór de zeven magere jaren. Jozef gaf hem deze naam omdat God, naar zijn zeggen, hem al zijn moeite en het huis van zijn vader had doen vergeten (Gen. 41:51). Later, bij het zegenen van Jozefs beide zonen, legde Jakob desondanks bewust zijn rechterhand op de jongere Efraïm in plaats van op Manasse (Gen. 48:13-20).
Efraïm — dubbele vruchtbaarheid
De tweede zoon van Jozef en Asnath, eveneens geboren vóór de hongersnood. Jozef noemde hem zo, 'want God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking' (Gen. 41:52). Ondanks dat hij de jongste was, ontving hij van zijn grootvader Jakob de eersterangs zegen (Gen. 48), en zijn nageslacht zou uitgroeien tot de belangrijkste stam van het noordelijke tienstammenrijk, zozeer zelfs dat de naam Efraïm later vaak voor heel Israël gebruikt wordt.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Egypte — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — een tweevoudsvorm (dual) in het Hebreeuws, die wijst op de twee natuurlijke delen van het land: Beneden-Egypte (de Delta) en Boven-Egypte
Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, begrensd door de Middellandse Zee in het noorden, Palestina/Arabië en de Rode Zee in het oosten, Nubië in het zuiden en de grote woestijn in het westen; het bewoonbare land beperkt zich vrijwel geheel tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.
Geschiedenis: Een van de oudste beschaafde koninkrijken die de geschiedenis kent, wiens taal (in zijn laatste vorm het Koptisch) van verre verwant is aan de Semitische talen. In Genesis 12 vlucht Abram, gedreven door hongersnood, naar Egypte; hij wordt er gastvrij ontvangen, maar dit gaat gepaard met gevaar voor de eer van zijn vrouw Sarai, die de farao naar zijn hof laat halen (Gen. 12:10-20) — een patroon dat zich later, in andere vorm, herhaalt in de geschiedenis van Jozef en van het volk Israël in de tijd van de uittocht.
Bijbelse betekenis: Door de hele Bijbel heen vervult Egypte een dubbele rol: het is zowel een toevluchtsoord in tijden van nood als een plaats van verdrukking waaruit God Zijn volk moet uitleiden — een spanning die al hier, bij Abram, voor het eerst zichtbaar wordt.
Gen. 12:10-20; en talrijke latere verwijzingen door de hele Schrift heen
On (Heliopolis) — Egyptisch An/Anoe, "pilaar, stenen zuil"; later door de Grieken Heliopolis genoemd, "stad van de zon" — in het Hebreeuws mogelijk ook aangeduid als Beth-Semes, "huis van de zon" (Jer. 43:13)
Ligging: Gelegen in Beneden-Egypte, aan de oostzijde van de Pelusische Nijltak, net onder de punt van de Delta, ongeveer dertig kilometer ten noordoosten van Memphis.
Geschiedenis: De stad van Potifera, de priester wiens dochter Asnath door Farao aan Jozef tot vrouw gegeven werd (Gen. 41:45,50; 46:20). On was van oudsher het belangrijkste centrum van de Egyptische zonnedienst, met een beroemde tempel voor de god Ra; het was een aloude en zeer aanzienlijke priesterstad, waar volgens de overlevering ook Griekse geleerden als Plato onderwijs ontvingen.
Bijbelse betekenis: Dat Jozef, de knecht des HEEREN, een vrouw ontving uit het huis van de hogepriester van de Egyptische zonnegod, laat zien hoezeer hij te midden van het heidense Egypte geplaatst werd — temidden waarvan hij niettemin, blijkens de namen die hij zijn zonen gaf (Manasse, Efraïm, Gen. 41:51-52), openlijk bleef getuigen van de HEERE, de God zijner vaderen.
Archeologie: Van de eens beroemde tempel van On rest tegenwoordig nog slechts één enkele, prachtige obelisk van rood graniet, opgericht door Sesostris I (12e dynastie) en meer dan vierduizend jaar oud.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt — 41:38-57
Jozef zit dertien jaar na zijn ontvoering nog altijd vast, vergeten door de man die hij geholpen had. Dan droomt Farao twee dromen die niemand kan verklaren, en wordt hij haastig uit de kuil gehaald, geschoren en verkleed, en voor de troon gebracht.
De man die door zijn eigen broers verkocht was, wordt in één dag van de gevangenis naar de tweede plaats van het rijk gebracht, en de wereld komt bij hem om brood.
Wat Farao zegt nadat hij de uitleg gehoord heeft, is opmerkelijk uit de mond van een heiden: “Zouden wij wel een man vinden als deze, in welken Gods Geest is?” Hij wijst niet op Jozefs verstand maar op Wie er in hem is.
De verhoging gaat daarna in vier snelle handelingen, en de verteller neemt er de tijd voor. De ring van Farao gaat van zijn eigen hand aan die van Jozef. Er komen fijne linnen klederen en een gouden keten. Hij rijdt op de tweede wagen die er is, en voor hem uit wordt geroepen: knielt. En dan het woord dat alles vastlegt: “Ik ben Farao! doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen in gans Egypteland.” Alleen de troon blijft boven hem.
Dan komen de zeven vette jaren en daarna de honger, en er valt een zin die het hele hoofdstuk samenvat. Het volk roept tot Farao om brood, en Farao zegt niet: hier is brood. Hij zegt: “Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt.” De koning verwijst zijn eigen onderdanen door naar de man die hij verhoogd heeft. En omdat de honger over de hele aarde is, komt uiteindelijk ook de wereld buiten Egypte bij hem kopen — en op een dag staan zijn eigen broers in die rij.
De overeenkomst met het Evangelie ligt hier zo dicht aan de oppervlakte, dat zij zich vanzelf opdringt. Iemand wordt door de zijnen verworpen en verkocht. Hij wordt onschuldig veroordeeld en zit tussen twee gevangenen, van wie er één gered wordt en één niet. Hij wordt uit de kuil gehaald en aan de rechterhand van de koning gezet, en van daaruit deelt hij brood uit aan wie het niet verdient. En zijn moeder in het geloof, de kerk, hoort van haar Koning precies wat de Egyptenaren hoorden: doet wat Hij u zegt — de woorden die Maria in Kana tot de dienaars sprak.
Maar het meest opmerkelijke staat verderop, wanneer Jozef zich bekendmaakt en zijn broers doodsbenauwd voor hem staan. Hij zegt niet dat het niet erg was. Hij zegt: “Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht.” En hij voegt eraan toe waartoe: om een groot volk in het leven te behouden. Dat is dezelfde uitleg die Petrus op de Pinksterdag geeft van het grootste kwaad dat ooit gebeurd is: door de bepaalde raad en voorkennis Gods overgegeven, en door de handen der onrechtvaardigen gedood.
Genesis 37:28 — Zijn eigen broers verkopen hem voor twintig zilverlingen.
Genesis 41:40-43 — In één dag van de gevangenis naar de tweede wagen van het rijk.
Genesis 41:55 — Gaat tot Jozef, doet wat hij u zegt — de koning verwijst door.
Genesis 50:20 — Gij hebt kwaad gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht.
Handelingen 2:23 — Petrus legt het grootste kwaad op precies die manier uit.
Filippenzen 2:9-11 — Daarom heeft God Hem uitermate verhoogd en een Naam gegeven boven allen naam.
In het Nieuwe Testament: Handelingen 7:9-14; Johannes 2:5; Handelingen 2:23; Genesis 50:20; Filippenzen 2:9-11
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament vertelt de geschiedenis van Jozef uitvoerig na in de rede van Stefanus, maar het noemt hem nergens een afbeelding van Christus. Wat hier gelegd wordt is dus geen uitleg van de tekst maar een reeks overeenkomsten: verworpen door de zijnen, onschuldig veroordeeld, verhoogd tot de rechterhand van de koning, en van daaruit brood uitdelend. Zulke overeenkomsten moeten niet verder opgerekt worden dan zij dragen. Wat wél in de tekst zelf staat, en wat het zwaarst weegt, is de uitleg die Jozef er in Genesis 50 zelf aan geeft.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 41:14.KruisverwijzingenDaniël 2:25→Psalmen 113:7→Jesaja 61:3→1 Samuël 2:7→Jesaja 61:10→Jeremia 52:32→Exodus 10:16→2 Samuël 19:24→ — Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao. “Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen.” Het is duidelijk dat Jozef innerlijk standvastig is, want de Hebreeuwse jongeman treedt moedig naar voren en spreekt over God aan een afgodisch hof. Farao geloofde in een veelheid aan goden; hij vereerde de krokodil, de ibis, de stier en allerlei andere dingen, zelfs prei en uien, zodat men over de Egyptenaren zei: “Gelukkig volk, wiens goden in hun eigen tuinen groeien!” Maar Jozef schaamde zich er niet voor om over zijn God te spreken als de enige levende en ware God. Hij zei: “Dit is het woord, hetwelk ik tot Farao gesproken heb: hetgeen God is doende, heeft Hij Farao vertoond.” Kalm en waardig ontrafelt hij de droom en legt hij alles aan de farao uit, terwijl hij alle eer voor zijn wijsheid afwijst. Hij zegt: “Het is buiten mij! God zal Farao’s welstand aanzeggen.” God was inderdaad met hem!
Genesis 41:46.Kruisverwijzingen2 Samuël 5:4→Daniël 1:19→Genesis 37:2→Numeri 4:3→1 Koningen 12:6→1 Samuël 16:21→Judas 1:24→Spreuken 22:29→ — Jozef nu was dertig jaren oud, als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte; en Jozef ging uit van Farao's aangezicht, en hij toog door gans Egypteland. “Jozef ging uit van Farao’s aangezicht, en hij toog door gans Egypteland.” Toen hij in aanzien werd verheven en de farao hem tot heerser over Egypte benoemde, werd hij niet hoogmoedig en zocht hij niet zijn eigen eer. Hij bleef niet stilzitten om in alle rust van zijn eerbewijzen te genieten en de uitvoering van zijn taak aan anderen over te laten, maar ging persoonlijk en onmiddellijk aan het werk. Velen hebben zich zo ingespannen om een hoge positie te verkrijgen, dat zij geen kracht meer over hebben om hun taak goed te vervullen. Jozef behoorde echter niet tot die mensen. Zodra hij tot algemeen bestuurder van Egypte was benoemd, zette hij zich met volle inzet aan het bouwen van graanschuren en het inzamelen van graan om die te vullen. Door zijn voortreffelijke economische beleid voorzag hij het volk van voedsel in tijden van hongersnood, terwijl tegelijkertijd de macht van de farao aanzienlijk werd versterkt. De Heere was met hem; daarom dacht hij niet aan de eer die hem ten deel was gevallen, maar aan de verantwoordelijkheid die hem was toevertrouwd, en wijdde hij zich met heel zijn hart aan zijn grote taak.
JOZEF WORDT, NA HET UITLEGGEN VAN FARAO’S DROMEN, VERHEVEN.
I. Gen. 41 vers 1-36
Twee jaar later heeft Farao zelf tot tweemaal toe een veelbetekenende droom. Daar de Egyptische wijzen die niet kunnen verklaren, herinnert de overste van de schenkers zich de Hebreeuwse jongeman in de gevangenis. Farao laat Jozef halen, en deze legt nu niet alleen de dromen uit, maar geeft ook de koning goede raad, hoe hij in de tijd van de overvloed voor de tijd van hongersnood voorzorgen kon nemen.
1. En het geschiedde ten einde van twee volle jaren, in welke de Heere het hart van de overste van de gevangenis tot Jozef keerde, zodat deze opziener over de gevangenen was (hoofdstuk. 39:21-23), dat Farao, de toenmalige vorst van Egypte; waarschijnlijk Osirtase II, de derde in de dynastie van Hyksos, ten gevolge van goddelijke besturing (Spreuken. 21:1) droomde, 1) en ziet, hij stond aan de rivier, 2) aan de oever van de voor Egypte’s welvaart zo gewichtige Nijl.
1) Een tweetal dromen hadden de eerste aanleiding van de ellende voor Jozef doen komen; een ander tweetal dromen, die van de oversten van de schenkers en bakkers, waren voor hem de eerste aanleiding tot bevrijding uit de ellende; en een derde tweetal dromen, die van de koning, baanden hem de weg tot grootheid en aanzien. Ook hier bespeurt gij wederom iets van die heilige evenredigheden en aangrijpende samentreffingen van de overeenkomst, die de heilsgeschiedenis boven elke andere als het bijzonder werk van Gods eigen hand kenmerken.
2) Hebr.: “aan de Jeor,” dat is de Nijl.
2. En ziet, uit de rivier kwamen op zeven koeien 1) schoon van aanzien, en vet van vlees, en zij weidden in het gras, aan de oever van de rivier.
1) Het mannelijk rund was een zinnebeeld van de Nijl (Diod. Sio 1, 51) en in het bijzonder aan de God Osiris geheiligd, die de akkerbouw uitgevonden had (Diod.1:21); de naam van Osiris gaven de Egyptische priesters ook aan de Nijl (Plut.de Iside 33,39,43). Het vrouwelijk rund was in de Egyptische beeldspraak een teken van de aarde, de akkerbouw en de voeding (Clemens Alex. Strom 5 p.567). Daarmee komt de voorstelling van Isis overeen. Isis werd als de godin van de alles voedende aarde (Macrob. Saturn. 1:20) of van de door de Nijl bevruchtte aarde (Plut. de Isid. 38) vereerd; zij werd met koehoornen afgebeeld (Herod.2:41 v.v). Zeven schone koeien, opkomende uit de Nijl, waren dus beelden van een zevenvoudige verschijning van de door de Nijl vruchtbaar gemaakte aardbodem.
3. En ziet, zeven andere koeien kwamen na die op uit de rivier, lelijk van aanzien, en dun van vlees; en zij stonden bij de andere vette koeien, die aan de oever van de rivier weidden.
4. En die koeien, lelijk van aanzien en dun van vlees, weiden niet, gelijk de eersten, maar aten op die zeven koeien 1) schoon van aanzien en vet, en bleven toch lelijk en mager als tevoren (vs.21). Toen ontwaakte Farao, en bemerkte dat het een droom was, die hem als zeer bijzondere voorkwam.
1) De Nijl, Egypte’s hoofdrivier, verdeelt het land in twee helften, en was door de zegen van de vruchtbaarheid, die hij over het land verbreidde, in de gehele oude wereld beroemd; door de inwoners werd hij als een God vereerd, en, evenals de alles voedende aarde benevens de maan onder Isis werd verstaan, zo deze benevens de alles verlichtende zon onder Osiris. Na zijn ontstaan uit de blauwe en witte rivier trekt hij, door een nu eens enger, dan een breder dal tot aan de Noordelijke grenzen van Ethiopië, breekt door het voorliggend granietgebergte en vormt de laatste van zijn watervallen bij Sijene of Assuan. Nu begint hij zijn loop door Egypte; terwijl de in zijn gehele lengte hem vergezellende oostelijke bergrug bijna loodrecht opstijgt, is de aan de westzijde gelegene Libische wal slechts een middelmatige rotsdam, die het dal voor het zand van de Libische woestijn beschut. Deze hoogten verwijderen zich hoe langer hoe verder van de rivier en het in de beginne slechts smalle Nijldal wordt breder; ten laatste zijn zij geheel toegetreden; de stroom verdeelt zich door een van hemzelf aangebrachte zandbank in twee hoofdarmen en vormt zo met de kusten van de Middellandse zee, waarin hij zich ontlast, een grote driehoek, die wegens zijn gelijkheid met de Griekse letter D de naam van Delta voert. Wat de jaarlijkse overstromingen betreft, zo hebben deze hun oorsprong in de menigvuldige regens, die van mei tot september in Ethiopië en in al de landen neervallen, welke hun water naar de Nijl voeren. In de tweede helft van juni begint gewoonlijk de rivier te wassen, en het water wordt soms groen of geelachtig, ook wel rood en ondrinkbaar; in augustus vloeit het buiten de oevers en bereikt tot in het begin van september zijn grootste hoogte, zodat het Nijldal aan een zee gelijkt, waaruit steden en dorpen als eilanden zich verheffen. Langzamerhand valt het, 60 of 70 dagen na de hoogste waterstand, en keert in het einde van oktober terug. Deze overstroming, welke in het vlakke Beneden-Egypte, van oude tijden af, door kanalen en werktuigen, naar alle richtingen heen verbreid werd, bewerkt alleen de vruchtbaarheid van het land; een bijzondere vruchtbaarheid is er, als het water tot 18 ellen stijgt, een toereikende, wanneer het 16 ellen bereikt. Door het achterblijvende slib ontstaan echter dikwijls ziekten, in het bijzonder melaatsheid en pest.
5. Daarna sliep hij en droomde andermaal, en ziet, zeven aren rezen op, in één halm, 1) vet en goed.
1) Welk een bewijs van vruchtbaarheid, zeven aren in één halm.
6. En ziet, zeven dunne en van de oostenwind, de uit de woestijn komende Chamsin, verzengde aren, schoten na deze uit.
7. En de dunne aren verslonden, terwijl zij opschoten de zeven vette en volle aren, zodat van deze niets meer te zien was. Toen ontwaakte Farao, en ziet, het was een droom.
8. En het geschiedde in de morgenstond, dat zijn geest verslagen was, daar hij tweemaal op zo merkwaardig overeenkomende wijze gedroomd had, dat hij hier een profetie moest vermoeden; en hij zond heen en a) riep al de tovenaars, waarzeggers van Egypte, en al de wijzen, 1) die daar in Egypteland waren, en Farao vertelde hun zijn droom, maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde, hoewel de betekenis zo voor de hand lag. Het is toch het lot van de wijsheid van deze wereld, dat zij verstommen moet, juist daar, waar de grootste behoefte is aan raad, en het behoort tot de wereldregering van God, de welsprekenden de lippen te sluiten en de ouden het verstand te ontnemen. (Job.12:20).
a) Daniël. 2:2
1) Hier zijn bedoeld de met de priesters tot één kaste behorende heilige schrijvers of schriftgeleerden, die zich met sterrenkunde en andere wetenschappen, en ook met waarzeggerij, droomuitlegging en tovenarij bezighielden en voor bezitters van buitengewone wijsheid aangezien werden.
9. Toen sprak de overste van de schenkers, die ook in die vergadering tegenwoordig was, tot Farao zeggende: Ik denk heden aan mijn zonden, 1) die ik twee jaar geleden tegen de koning bedreef.
1) Deze plaats was voor graaf Leopold van Stolberg (1750-1819) een middel tot zijn bekering, daar hij op de dag, waarop ook hij schenken werd, bij het opslaan van zijn Bijbel, deze woorden las.
Dit was geen oprechte schuldbelijdenis, maar middel, om weer diep zich in de gunst van de koning te dringen. Het was niet om het belang van Jozef, maar om dat van zichzelf. God, de Heere, wil zich echter ook hiervan bedienen, om Jozef te verlossen en om door de verlossing en verhoging van Jozef straks de Kerk van het Oude Verbond te redden. De wereld meent niet anders, dan dat zij altijd de kerk bestrijdt, maar zij ziet het niet, dat God haar onzichtbaar gebruikt en haar wegen alzo leidt, dat zij de welstand van de Kerk moet bevorderen.
10. Farao namelijk was zeer vertoornd op zijn dienaars (hoofdstuk. 40:2 vv.), en leverde mij in bewaring ten huize van de overste van de lijfwacht, mij en de overste van de bakkers.
11. En in een nacht droomden wij een droom, ik en hij: wij droomden, elk naar de uitlegging van zijn droom ieder van ons, gelijk later duidelijk is bewaarheid.
12. En aldaar was bij ons een Hebreeuwse jongeman, een knecht van de overste van de lijfwacht, die eveneens in de gevangenis was en gesteld was om ons te dienen. Deze vroeg ons ‘s morgens naar reden van onze treurigheid; wij antwoordden, dat wij opmerkelijke dromen hadden gehad, en wij vertelden ze hem; en hij legde ons onze dromen uit, een ieder legde hij ze in het bijzonder uit, naar zijn droom.
13. En zoals hij ons uitlegde, alzo is het geschied: mij heeft hij gezegd, dat ik zou hersteld worden in mijn staat, en hem, de bakker, heeft hij gezegd, dat hij zou gehangen worden.
14. Toen zond Farao, a) door dit verhaal van de schenken getroffen, en riep Jozef, 1) en zij, die gezonden waren, deden hem haastelijk uit de kuil, uit de gevangenis komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen, 2) opdat hij waardig voor de koning zou verschijnen; en hij kwam tot Farao. Waarschijnlijk woonde de koning te Memphis (Hebr. Moff zie Hos.9:6 of Nof zie Jesaja. 19:13, in het enge dal van de Nijl, zie “Genesis 41:4Kruisverwijzingen1 Koningen 3:15→ — En die koeien, lelijk van aanzien, en dun van vlees, aten op die zeven koeien, schoon van aanzien en vet. Toen ontwaakte Farao. ”, en wel aan de westzijde daarvan gelegen); daar was ook zeker Pótifar woonachtig, in wiens huis zich de gevangenis bevond.
a) Psalm. 105:20 Daniël. 2:25
1) Op deze wijze verwekt God Jozef een verlosser. Dat mag wel heten: een genadige God te hebben. Weent gij, Hij heeft een gouden schotel, en Hij bewaart uw tranen daarop.
2) Wie ongeschoren was of in een slordig, vuil kleed zich vertoonde, was onrein. En geen onreine mocht voor de koning verschijnen of in zijn huis komen. Daarom geschiedde dit met Jozef. De jongste ontdekkingen in Egypte hebben dit volkomen bevestigd.
15. En Farao sprak tot Jozef: Ik heb een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegt; maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort, dat gij hem uitlegt. 1)
1) Farao maakt sterke gevolgtrekkingen uit het woord van de schenken, maar geheel in de zin van een despoot, die verlangt, dat aan zijn verwachting voldaan zal worden. Het vleiend woord van de vorst brengt Jozef niet van de rechte weg. Hij geeft God de eer (hoofdstuk. 40:8); maar hij hoopt ook op Gods verlichting en nodigt de koning, op beleefde wijze, hem de droom te verhalen.
16. En Jozef, tegen zulk een heidense verheffing van zijn persoon zich stellende en de koning, evenals vroeger beide kamerlingen, op God als de enige onbedriegelijke uitlegger wijzende, antwoordde Farao, zeggende: Het is buiten mij!1) God zal Farao’s welstand aanzeggen. 2) Ik ben het niet, die dromen uitgelegd heb, of uitleggen kan; God is het, die het door mij gedaan heeft en het doen kan. Met dit laatste woord stelt zich Jozef ten dienste van de koning.
1) Jozef tegenover de Egyptische droomuitleggers; Mozes tegenover de Egyptische tovenaars; Christus tegenover de Farizeeën en schriftgeleerden; Paulus tegenover de dwaalleraars, enz. Ziet daar de tegenstelling tussen de goddelijke wijsheid en de wijsheid van deze wereld, gelijk zij door de gehele wereldgeschiedenis zichtbaar is.
2) Dit voegt Jozef uit aandrang van zijn gemoed erbij. Want hij weet nog niet, hoedanig de godsspraak zal zijn. Derhalve kan hij als profeet niets gelukkigs en wenselijks beloven, maar hij moet spreken net zoals hij het van God ontvangt, hoedanig het ook zij, ja, ook als het treurig en smartelijk is. Zo echter is hij niet gebonden, dat hij niet een blijde uitkomst voor de koning kan wensen.
17. Toen sprak Farao tot Jozef: Zie in mijn droom stond ik aan de oever van de rivier.
18. En zie, uit de rivier kwamen op zeven koeien, vet van vlees en schoon van gedaante, en zij weidden in het gras.
19. En zie, zeven andere koeien kwamen op na deze, mager en zeer lelijk van gedaante, rank van vlees: ik heb dergelijke van lelijkheid niet gezien in het gehele Egypteland.
20. En die ranke en lelijke koeien aten die eerste zeven vette koeien op.
21. Dewelke in haar buik inkwamen, maar men merkte niet, dat ze in haar buik ingekomen waren; want haar aanzien was lelijk, gelijk als in het begin. Toen ontwaakte ik.
22. Daarna zag ik in mijn droom, en zie, zeven aren rezen op in één halm, vol en goed.
23. En zie, zeven dorre, dunne en van de oostenwind verzengde aren, schoten na deze uit.
24. En die zeven dunne aren verslonden die zeven goede aren. 1) En ik heb het de tovenaars gezegd, maar er was niemand, die het mij verklaarde. 2)
1) Nu Farao de dromen aan Jozef meedeelt, staan zij hem nog levendig voor de geest. Voor zijn verbeelding ziet hij ze, die koeien en die aren, nog eens opkomen. Vandaar dat de beschrijving levendiger is en de koning nog enkele dingen voegt bij de dromen, zoals hij ze gedroomd heeft.
2) Farao wijst hier op de machteloosheid van de wetenschap tegenover het bovennatuurlijke; waar de Heilige schrijver dit opzettelijk vermeldt, daar bedoelt hij de wijsheid van de wereld tegenover de wijsheid Gods te plaatsen.
25. Toen zei Jozef tot Farao, voor wie hij daar stond in de stille majesteit van een knecht van God, die van zichzelf niets is, maar alles vermag door de levende God: De droom van Farao is één: hetgeen God is doende, wat Hij voorgenomen heeft te doen, heeft Hij Farao in deze dromen te kennen gegeven.
Jozef plaatst Farao terstond op het rechte standpunt. Hij doet terstond uitkomen, dat God de koning die dromen heeft toegezonden, met de bedoeling om Farao te waarschuwen, wat Hij doen zal in de volgende jaren. Zo moest God alleen de eer van Zijn werk ontvangen.
26. Die zeven schone koeien, die in de eerste droom uit het water opkwamen, zijn zeven jaren: die zeven schone aren, die in de andere droom uit een halm voortkwamen, zijn ook zeven jaren; de droom is één.
27. En die zeven ranke en lelijke koeien, die in de eerste droom, na deze schone en vette koeien opkwamen, zijn zeven jaren, overeenkomende met het beeld van de andere koeien; en die zeven ranke, van de oostenwind verzengde aren, die in de tweede droom voorkwamen, zullen zeven jaren van honger wezen.
28. Dit is nu, wanneer ik alles in het kort tezamen vat, het woord, hetwelk ik reeds tot Farao gesproken, heb (vs.25); hetgeen God is doende, heeft hij Farao vertoond.
De zaaitijd was toen reeds aangebroken.
29. Zie, de zeven aankomende jaren zal de Nijl het land zeer hoog overstromen, en uit die wateren zal er grote overvloed in het gehele land van Egypte zijn.
30. Maar na deze zullen er opstaan zeven jaren van honger; dan zal in het gehele land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal hoe langer hoe meer het land, de opbrengst van het land gedurende zeven jaren van overvloed verteren.
31. Ook zal de overvloed, die tevoren in het land geweest is, ten laatste niet meer gemerkt worden, vanwege dezelfde honger, die daarna wezen zal: want hij zal zeer zwaar zijn.
32. En aangaande, dat die droom aan Farao aanstonds ten tweede maal is herhaald, is, omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God zich haast, om deze te doen, haar te volbrengen.
Hiermee wil Jozef niet zeggen, dat als Farao slechts eenmaal de droom had gedroomd, het dan nog twijfelachtig kon zijn, maar dat God Farao twee maal hetzelfde, onder andere beelden, heeft laten dromen, om voor Farao zelf tot een zeker teken te zijn, dat de zaak geschieden zou.
33. Zo zie nu Farao naar een verstandige en wijze man, en stel hem aan over het land van Egypte.
Jozef geeft meer dan gevraagd was. Want niet slechts is hij uitlegger van de droom, maar opdat hij het ambt van profeet vervulle, verbindt hij wetenschap en raadgeving. Wij weten nu, dat de ware en wettige profeten van God niet enkel verkondigden, wat geschieden zou, maar ook het middel tegen boven het hoofd hangende rampen aangaven. Nadat Jozef voorspeld heeft, wat in de volgende veertien jaar bij afwisseling gebeuren zou, geeft hij vervolgens aan, wat nodig gedaan moest worden en vermaant Farao, dat hij, zoveel hij kan, daarvoor zorg. En dit nu is één van de kenmerken, waardoor God zijn profeten altijd van de valse waarzeggers onderscheidt, omdat Hij hun de genade schenkt van te leren en te vermanen, opdat zij de toekomstige dingen niet nutteloos verkondigen.
34. Farao doe zo, en bestelle onder deze opzieners over het land; en neme door deze het vijfde deel 1) van de opbrengst van het land van Egypte. Farao doe dit in al de zeven jaren van overvloed.
1) De koning had recht op het vijfde deel van de inkomsten van het land. Jozef komt dus niet aan hetgeen van het volk was, maar aan datgene, waarop de koning en niet het volk recht had. Zijn vroeger verblijf aan Pótifars huis had hem ongetwijfeld hiermee in kennis gebracht.
35. En dat zij alle door die vaste opbrengst verkregene spijze van deze aankomende goede jaren verzamelen, en koren opleggen, onder de hand, in de korenschuren van Farao, tot spijze in de steden, en bewaren het.
36. Zo zal de spijze opgelegd zijn tot voorraad voor het land, 1) voor zeven jaren van honger, die in Egypteland wezen zullen; opdat het land van honger niet verga. 2)
1) “Voor het land.” De bedoeling is niet alleen voor Egypte, maar voor de gehele aarde. Egypte was toentertijd vooral de voorraadschuur van vele volken.
2) De vrijmoedige raad van Jozef bewijst, dat hem zijn gave, om de droom uit te leggen niet in bedwelming heeft gebracht; dat hem veeleer de bedoeling van de dromen diep heeft aangegrepen. Hij voelt het gewicht van de tijd en begeert de redding uit het nabij zijnde en grote gevaar. Men kan niet zeggen, dat Jozef Farao de raad gegeven heeft, een geschikte man te zoeken (vs.33), met het doel, om zichzelf aan te bevelen. Veelmeer schijnt hij zo geheel vervuld te zijn met het vooruitzicht van de nood, dat hij aan zichzelf niet denkt. Ook is het ambt, dat hij aanraadt, veel geringer, dan hetgeen Farao hem later verleent. Tussen een overste van hen, die belastingen innen en een stadhouder is een groot onderscheid.
Jozef treedt hier op als voorbeeld van een echte staathuishoudkundige. Maar niet om de mens in hem te verheerlijken, maar God, die hem deze wijsheid verleend had. Ook door Jozefs leven wordt het woord bevestigd, dat de vrees voor de Heere het beginsel van wijsheid is. Welk een koninklijke geest, welk een veelomvattende blik, welk een diepe kennis van zaken spreidt hij hier ten toon!.
II. Gen. 41 vers 37-46
Farao, die een diepe indruk ontvangen heeft van Jozefs verlichting door de Geest van God, verheft hem tot Grootvizier. Hij laat hem op plechtige wijze door de hoofdstad voeren en neemt hem geheel onder het Egyptische volk op. Hij geeft hem een Egyptische naam, en de dochter van een opperpriester tot vrouw. Jozef treedt, dertig jaar oud, in zijn verheven ambt.
37. a) En dit woord was goed 1) in de ogen van Farao, en in de ogen van al zijn knechten, van al zijn hovelingen en raadslieden.
a) Hand.7:10
1) Niet slechts kwam de uitlegging van de dromen hun zo eenvoudig en natuurlijk, als treffend en waar voor (en dit des temeer, daar de koe bij de Egyptenaren het zinnebeeld van de alles vruchtbaarmakende aarde was, en de Nijl de bron van alle vruchtbaarheid van hun land; terwijl bovendien het tweede droomgezicht reëel bevestigde wat het eerste slechts symbolisch voorstelde), maar ook erkenden zij de bijgevoegde raad, die van veruitziende wijsheid getuigde, als zeer heilzaam. Daarbij kwam de persoonlijkheid van Jozef, zijn open en verheven wezen, dat aan zijn woorden een zo grote indruk verschafte.
38. a) Zo zei Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als deze, in welke Gods Geest 1) op zo buitengewone wijze aanwezig is, om zo verstandig te maken?
a) Psalm. 105:22
1) Merkwaardig is het, dat Farao, ofschoon hij door zijn waarzeggers was beschaamd, toch in Jozef de gaven van de Geest prijst.
39. Daarna zei 1) Farao tot Jozef: Omdat God u dit alles (vs.29-32) heeft verkondigd, zo is het ons duidelijk, dat er niemand zo verstandig en wijs is als gij; in u hebben wij de rechte man gevonden, naar wie gij ons geraden hebt (vs.33) om te zien.
1) Farao wordt gedwongen, om te midden van zijn heidense omgeving, God de eer van zijn Naam te geven. Waar de heidense waarzeggers machteloos stonden en Jozef hem heeft beleden, dat de uitleggingen van God zijn, daar moet Farao openlijk betuigen, dat de God van Jozef de God van wijsheid en van verstand is.
40. Gij zult over mijn huis zijn 1) a) en op uw bevel zal al mijn volk u de hand kussen, 2) het zal u gehoorzaam zijn; alleen op deze troon zal ik groter zijn dan gij; 3) alleen het zitten op deze troon zal ik in hoogheid en ere boven u hebben.
a) Psalm. 105:21
1) De grootvizier in de Oosterse rijken is de werkelijke verschijning van de vorst, die zelf meer in het verborgen blijft. In een land met geheel despotische regeringsvorm, waar de koning alleen door de zeden en gewoonten van de godsdienst beperkt was, kan de plotselinge verheffing van een slaaf tot de hoogste eer, voornamelijk, wanneer men iets goddelijks in hem meent te zien, niet zo geheel bevreemdend wezen; nog heden geschiedt dit in Oosterse landen, zelfs in Rusland.
Jozef wordt hiermee de rechterhand van Farao. Een dergelijk ambt wordt ook later bij de koningen van Israël gevonden. (1 Kon.18:3; 2 Koningen. 18:18).
2) “Op uw bevel zal al mijn volk u de hand kussen.” Zo leest onze Statenvertaling. Deze vertaling is echter niet juist. Wil men de vertaling “kussen” behouden, dan dient ook van “op uw bevel” gelezen te worden “op uw mond.” In het Hebreeuws Al-Phigaa. Voor het woord “kussen” staat in de grondtekst neshek, dat “kussen” betekent, maar ook in verband met het verwante Arabisch “inrichten.” De vertaling is deze: “op uw bevel zal al mijn volk zich inrichten,” d.i. doen wat gij beveelt. Een mondkus was als teken van huldiging niet in gebruik bij de Egyptenaren.
3) Hiermee verklaart Farao, dat hij Soeverein blijft en de Soevereine rechten blijft behouden.
41. Voorts sprak Farao tot Jozef: Zie ik heb u hiermee, van dit ogenblik aan, over geheel Egypte gesteld.
42. En Farao nam, terwijl hij dit zei, zijn ring, waarop de koninklijke naam gegraveerd was, van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, hem daardoor macht gevende, om in naam van de koning bevelen uit te vaardigen (Esther 3:10;8:2); en hij liet hem fijne linnen kleren aantrekken, klederen van witten fijnen byssus (zie “Ex 25.4), gelijk de priesters in Egypte droegen, waardoor hij de priesters in rang werd gelijk gesteld; en bovendien legde hij een gouden keten, als waarmee mensen van aanzien zich gewoonlijk versierden, aanzijn hals. 1)
1) Het eerste kenteken van die hoge waardigheid van de grootvizier is de zegelring “om daarmee koninklijke bevelen uit te vaardigen”
Dit zegel draagt ook bij de Turken de grootvizier.
Het tweede teken is het witte Byssus-kleed, dat de priesterkaste droeg, waardoor zijn verheffing tot die stand werd aangewezen; het derde ereteken is de gouden keten om de hals, in Egypte als onderscheiding gewoon, zonder twijfel een teken van koninklijke gunst en van hoge waardigheid tevens. In deze waardigheid moet Jozef nu ook aan het volk voorgesteld worden; daarom laat de koning hem op zijn tweede wagen door de stad trekken.
Men vraagt of het de heilige man geoorloofd was, in zulk een schitterende glans te voorschijn te treden. Ik antwoord: ofschoon de pracht nooit vrij is van zonde en het daarom in de uitwendige levenswijze nederigheid het beste is, zo is toch enige glans bij koningen en andere vorsten van de wereld niet te veroordelen, indien zij deze maar niet al te begerig zoeken, noch er zich hoogmoedig over betonen. De middelmaat is altijd te betrachten, maar omdat het niet in de macht van Jozef lag, om de maat voor te schrijven, het hogere gezag hem niet zonder het gebruikelijke ornaat kon geschonken worden, stond het hem vrij, meer te ontvangen dan wenselijk was.
Waar Job na zijn lijden alles dubbel ontving uit de hand van God, daar geschiedt dit in betrekkelijke zin ook met Jozef. God, de Heere, plaatst hem zo hoog mogelijk.
Die door zijn broeders werd gehaat, is de gunsteling van de koning; die als “meesterdromer” bespot was, is door dromen de hooggeëerde geworden. De gevangene is verhoogd tot de troon; de slaaf draagt de zegelring; die van de veelkleurige rok werd beroofd, draagt het witte kleed; ijzeren boeien hebben plaatsgemaakt voor een gouden ketting enzovoorts. Zo vergoedt de Heere vroeger ongeluk!.
43. En hij deed hem rijden op de tweede wagen, die hij had, de statiewagen, die onmiddellijk op de koninklijke volgde, door de hoofdstad Memphis (vs.4) heen; en zij (herauten) riepen voor zijn aangezicht: Abrek, 1) dat is: Knielt! Alzo stelde hij hem, als machthebbende, over geheel Egypte. 2)
1) Dit is waarschijnlijk een Egyptisch (Koptisch) woord, eigenlijk: aperek; d.i. “buigt het hoofd”. Daarvan is het Hebreeuwse gevormd, dat “buigt de knie”, “knielt” of “zegent” betekent. De herauten moesten alzo aan het gehele volk herinneren of bekend maken, dat men, na de koning, aan Jozef alom de diepste eerbied behoorde te betonen.
Abrek, in het Koptisch Abork: werpt u neer.
2) Dat had Jozef in de kerker niet begeerd, slechts dat hij mocht bevrijd worden (hoofdstuk. 40:14 vv.) Onze Heere in de hemel laat hem daar een tijdlang reukwerk aansteken, maar antwoordt hem: Gij weet niet, wat gij bidt. Ik pleeg veel meer te doen, dan gij bidden of begrijpen kunt. Daarom moet gij nog enige tijd langer wachten. Ik begeer nog meer van de ware wierook (Hoogl.3:6), die ten hemel opstijgt (hoofdstuk. 40:23). Overeenkomstig heeft Jozef ontvangen, wat hij tevoren niet had kunnen verstaan, noch hopen of bidden.
44. En Farao zei, nadat de plechtige tocht door de stad geëindigd was, tot Jozef: Ik ben Farao, en krachtens mijn koninklijke macht heb ik u tot grootvizier in mijn rijk aangesteld; ik ben Farao, doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen, in geheel Egypte; alles zal geschieden naar uw wil.
45. En Farao noemde Jozefs naam, Zafnath Paänéah 1) (levensbehouder), om hem door deze Egyptische naam geheel het Egyptische volk in te lijven, en bovendien gaf Farao, om hem tegelijk in de zozeer vereerde priesterkaste in te leiden 2) Asnath (geweide aan Neith, d.i. Egyptische Minerva), de dochter van Potiféra (priester van de zon), overste 3) van On (zon, zonnestad, Heliopolis), hem tot een vrouw, en Jozef toog als groot vizier, uit door het gehele land van Egypte, om overal zijn beschikkingen te maken.
1) De zuivere betekenis van deze naam is moeilijk uit te maken. Flavius Josefus vertaalt hem door “openbaarmaker van de verborgenheden.” De Septuaginta vertaalt dit woord door een Grieks, dat in verband met het Koptisch “Redder der Wereld” betekent. Zo vertaalt ook Hieronymus.
Van de Egyptische kasten of standen was die van de priesters de eerste en voornaamste; zij droegen geschoren hoofden en witlinnen kleding, namen de grootste reinheid in acht, en hadden, ten opzichte van spijs en drank, een strenge levenswijze. Hun behoorden de tempelgoederen toe, van wier inkomsten zij leefden; toch hielden zij zich niet alléén bezig met godsdienstige verrichtingen, maar voornamelijk ook met wetenschappen en kunsten (hoofdstuk. 41:8). Uit hen werden, reeds van de vroegste tijden af, de koningen genomen, die in de bijbel bijna overal “Farao” genoemd zijn; dat is: Pi-ouro, de koning, of Pe-ra, plaatsbekleder van de zonnegod (Ra = zon). Later behoorden de koningen tot de tweede stand, die van de krijgslieden, welke deels uit eigenlijke, ondergeschikte krijgslieden bestond, deels uit jonge mannen, die de koning tot wacht dienden; ieder van deze ontving 12 akkers land als soldatenleen. De derde kaste was die van de landbouwers of herders; zij bestond voornamelijk uit degenen, die de landerijen van de priesters en krijgslieden pachtten. Verdere kasten zijn die van de handwerkslieden, de schippers, de tolken, de zwijnenhoeders (die, evenals hun dieren voor onrein werden gehouden en geen tempel mochten betreden enz.) Men heeft meermalen gevraagd, hoe Jozef met zijn geloof in Jehova zich een priesterkaste als die van de afgodische Egyptenaren kon laten inwijden. Men bedenke, dat Jozef niet werd opgenomen onder de werkelijk dienstdoende priesters, maar dat hij tot een van de Egyptische standen moest behoren en nu onder de meest geëerde werd opgenomen. Dat Jozef zich niet bezoedeld heeft met de Egyptische natuurdienst is duidelijk genoeg; hij bleef getrouw aan zijn God.
3) Het Hebreeuwse woord betekent “priester”. In Heliopolis, dat noordoostelijk van Memphis gelegen is, was sedert oude tijd een beroemde tempel, aan de Zonnegod gewijd; de daar wonende priesters waren de voornaamste onder de Egyptische priesters.
46. Jozef nu was dertig jaar oud, 1) alzo op mannelijke leeftijd (Numeri. 4:30), als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte, om hem zijn dromen uit te leggen, hetgeen deze verhoging ten gevolge had; en Jozef ging uit van Farao’s aangezicht, en hij toog, gelijk boven in vs.45 reeds opgemerkt is, door geheel Egypte.
1) Om twee redenen deelt Mozes mee, hoe oud Jozef was, toen hij de regering van Egypte aanvaarde. Het is toch zeldzaam, dat ouderen zich door jongeren laten regeren. Daarom moet men aannemen, dat het door de bijzondere gunst van God geschied is, dat Jozef zonder benijd te worden, regeerde, en hem het ontzag en de eerbied onveranderd bleef na tal van jaren. De tweede reden is, dat de lezer bij zichzelf moge bedenken, de langdurige moeiten, waarmee hij op verschillende wijze gekweld is geweest. En ofschoon hij niet slecht behandeld is, toch kon een ballingschap van 13 jaar een zeer zware beproeving voor hem zijn, omdat zijn terugkeren naar zijn vaderhuis niet slechts door de slavernij, maar ook door de gevangenisstraf belemmerd werd.
III. Gen. 41 vers 47-57
In de zeven jaren van overvloed vult Jozef Farao’s korenschuren; maar de Heere vult ook zijn huis, daar Hij hem twee zonen laat geboren worden. Daarna komen de zeven jaren van misoogst met hun nood.
47. En het land bracht voort, gelijk Jozef voorzegd had, in de zeven jaren van overvloed met handenvol; iedere zaadkorrel gaf een handvol aren.
48. En hij (Jozef) vergaderde, door de aangestelde opzieners (vs.34), alle spijze van de zeven jaren, die in Egypte was, en hij deed de spijze in de steden, hij bracht ze daarin ter bewaring; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was, deed hij daarbinnen, in opgerichte korenschuren, opdat het later gemakkelijker zou zijn voor allen, om te halen.
Wel hem, die een goede Jozef in de hof van zijn hart heeft, die voorraad weet te verschaffen, wanneer de honger van het goddelijk woord op handen is.
49. Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand van de zee (hoofdstuk. 32:12; Psalm. 139:18) totdat men ophield te tellen, hetwelk men vroeger gedaan had, want daarvan was geen getal; men kon het niet meer tellen.
50. a) En Jozef werden twee zonen geboren, eer er een jaar van honger aankwam, die Asnath, de dochter van Potiféra, overste van On, hem baarde.
a) Genesis 46:20; 48:5
51. En Jozef noemde 1) zijn eerstgeborene Manasse (die vergeten doet); want, zei hij, tevreden met de wegen, langs welke de Heere hem geleid had, en het verdere, ook ten opzichte van het vaderlijk huis, aan diezelfde trouwe Bestuurder overgevende: God heeft mij doen vergeten al mijn moeite, en het gehele huis van mijn vader, 2) waaruit ik verstoten ben (hoofdstuk. 45:5; 50:20). God heeft het zó met mij gemaakt, dat ik Hem nu in al zijn wijze wegen, die Hij met mij gehouden heeft, hoe smartelijk zij ook waren, prijs en aanbid.
1) Jozef geeft zelf namen aan zijn kinderen en wel Hebreeuwse namen. Een sprekend bewijs, dat hij de huiselijke roeping niet verwaarloosde, en dat hij zijn vaderhuis evenmin vergeten had.
2) “Hoe?” vraagt hier Luther: “is het dan Christelijk, dat hij zich beroemt zijn vader en zijn moeder vergeten te hebben?” Dit doet hij niet, want, wanneer hij zegt, het gehele huis van zijn vader vergeten te hebben, zo denkt hij zeker bijzonder aan het leed, door zijn broeders hem aangedaan. Het is opmerkelijk, zegt Knobel, dat Jozef de hem innig liefhebbende vader niet tijdig van zijn verheffing heeft kennis gegeven, maar zo vele jaren voorbij liet gaan, en nog eerst door het komen van zijn broeders daartoe gebracht werd. De rechte verklaring van deze, reeds door Theodoretus gemaakte bedenking, vindt men bij Baumgarten: “Vast in het geloof, verwachtte hij niets van zelf ingrijpen in de raad van God, die naar een verder en heerlijker doel wees. Bovendien moet zijn voorspelling nog door het gevolg bevestigd worden, opdat zijn macht zou bevestigd worden.” Daarbij komt, dat Jozef zich niet kon bekend maken, zonder dat de schuld van zijn broeders ontdekt zou worden en dat hij een roeping had, die buitengewone inspanning vereiste.
Over deze uitdrukking wordt verschillend gedacht. De getuigenissen hierboven pleiten Jozef van alle schuld vrij. Calvijn echter is van mening, dat het niet goed van hem was en zegt o.m.: Hoewel hij onderkoning van Egypte was, zo was toch zijn toestand ongelukkig, nadat hij van de Kerk gescheiden leefde.
52. En de tweede noemde hij Efraïm (dubbele vruchtbaarheid): want, zei hij, God heeft mij doen groeien, tweemaal vruchtbaar doen worden in het land van mijn verdrukking, 1) waarin ik voorheen 13 jaar lang zo veelellende heb moeten doorstaan.
1) “Toch twijfel ik er niet aan, of de tegenwoordige eer en heerlijkheid zal Jozef meer geplaagd hebben, dan de gevangenis en overigens al zijn jammer en ellende,” zegt Luther. Uit deze woorden blijkt een weemoedig verlangen naar Kanaän in tegenoverstelling van de onverschilligheid, die in de woorden (vs.51) “en het gehele huis van mijn vader” schijnt te liggen.
53. Toen eindigden de zeven jaren van overvloed, die in Egypte geweest waren.
54. a) En de zeven jaren van honger begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had, en er was honger in alle landen, die om Egypte lagen, in Kanaän, Arabië en Syrië; want de tropische regen heeft met de Abyssinische een gelijke oorsprong, zij bleven ook daar uit; maar in geheel Egypte was voor de eerste tijd nog brood, zolang namelijk de voorraad toereikend was, die men hier en daar naar het voorbeeld van Jozef verzameld had.
a) Genesis 45:6 Psalm. 105:16
55. Als nu geheel Egypte, bij de aanhoudende misoogsten, ook hongerde, riep het volk tot Farao om brood, daar het wist, dat deze een grote voorraad bezat (2 Koningen. 6:25 vv.); en Farao zei tot al de Egyptenaren: Gaat tot Jozef, die ik u als vader van het land heb voorgesteld (vs.43); doet wat hij u zegt. 1)
1) Farao spreekt alzo niet, om de last van het verzorgen van zich af te schuiven, maar omdat hij een ongeschokt vertrouwen in Jozef heeft, zodat hij deze in niets wil belemmeren, om alles zo goed mogelijk te verzorgen.
56. Als dan honger over het gehele land was, en de mensen op Farao’s aanwijzing naar Jozef kwamen, zo opende Jozef alles, al de korenschuren in de steden, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren; want de honger was sterk in Egypteland.
57. En alle landen; de inwoners van alle omliggende landen, kwamen eveneens in Egypte tot Jozef, 1) om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.
1) Zij werden nog vroeger door de misoogsten gedrukt, dan de Egyptenaars (vs.53) en hadden daarom ook reeds vroeger hun toevlucht tot Jozef genomen. Er is nauwelijks een land op aarde, waar hongersnood zo dikwijls en zo vreselijk gewoed heeft, als juist in Egypte; geen land, dat zozeer de maatregelen behoefde, als die, welke Jozef tot redding van het volk aanwendde. Het overstromen van de Nijl, een paar voeten hoger of lager, dan de behoefte is, werkt reeds zeer schadelijk. In het jaar 1199 had de vloed een zeer lage stand. Het gevolg was een vreselijke hongersnood, vergezeld van ontzaglijke gruwelen. Ouders verteerden hun kinderen, mensenvlees was een gewone spijs geworden; men vond verschillende wijzen uit, om dit te bereiden; men sprak ervan en hoorde daarvan als van een gewone zaak. Het mensenvangen was tot een gewoon werk geworden. Het grootste gedeelte van de bevolking stierf weg. Ook het volgende jaar bereikte de overstroming de gewone hoogte niet en slechts het lager land werd onder water gezet. Ook van de overstroomde landen konden velen uit gebrek aan arbeiders en zaadkoren niet bezaaid worden; vele stukken land werden bovendien door wormen verwoest, die het uitgezaaide verteerden. In een andere hongersnood was de Kalief zelf bijna van honger gestorven.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 41
Genesis 41:14.KruisverwijzingenDaniël 2:25→Psalmen 113:7→Jesaja 61:3→1 Samuël 2:7→Jesaja 61:10→Jeremia 52:32→Exodus 10:16→2 Samuël 19:24→
— Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao.
“Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen.” Het is duidelijk dat Jozef innerlijk standvastig is, want de Hebreeuwse jongeman treedt moedig naar voren en spreekt over God aan een afgodisch hof. Farao geloofde in een veelheid aan goden; hij vereerde de krokodil, de ibis, de stier en allerlei andere dingen, zelfs prei en uien, zodat men over de Egyptenaren zei: “Gelukkig volk, wiens goden in hun eigen tuinen groeien!” Maar Jozef schaamde zich er niet voor om over zijn God te spreken als de enige levende en ware God. Hij zei: “Dit is het woord, hetwelk ik tot Farao gesproken heb: hetgeen God is doende, heeft Hij Farao vertoond.” Kalm en waardig ontrafelt hij de droom en legt hij alles aan de farao uit, terwijl hij alle eer voor zijn wijsheid afwijst. Hij zegt: “Het is buiten mij! God zal Farao’s welstand aanzeggen.” God was inderdaad met hem!
Genesis 41:46.Kruisverwijzingen2 Samuël 5:4→Daniël 1:19→Genesis 37:2→Numeri 4:3→1 Koningen 12:6→1 Samuël 16:21→Judas 1:24→Spreuken 22:29→
— Jozef nu was dertig jaren oud, als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte; en Jozef ging uit van Farao's aangezicht, en hij toog door gans Egypteland.
“Jozef ging uit van Farao’s aangezicht, en hij toog door gans Egypteland.” Toen hij in aanzien werd verheven en de farao hem tot heerser over Egypte benoemde, werd hij niet hoogmoedig en zocht hij niet zijn eigen eer. Hij bleef niet stilzitten om in alle rust van zijn eerbewijzen te genieten en de uitvoering van zijn taak aan anderen over te laten, maar ging persoonlijk en onmiddellijk aan het werk. Velen hebben zich zo ingespannen om een hoge positie te verkrijgen, dat zij geen kracht meer over hebben om hun taak goed te vervullen. Jozef behoorde echter niet tot die mensen. Zodra hij tot algemeen bestuurder van Egypte was benoemd, zette hij zich met volle inzet aan het bouwen van graanschuren en het inzamelen van graan om die te vullen. Door zijn voortreffelijke economische beleid voorzag hij het volk van voedsel in tijden van hongersnood, terwijl tegelijkertijd de macht van de farao aanzienlijk werd versterkt. De Heere was met hem; daarom dacht hij niet aan de eer die hem ten deel was gevallen, maar aan de verantwoordelijkheid die hem was toevertrouwd, en wijdde hij zich met heel zijn hart aan zijn grote taak.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
JOZEF WORDT, NA HET UITLEGGEN VAN FARAO’S DROMEN, VERHEVEN.
I. Gen. 41 vers 1-36
Twee jaar later heeft Farao zelf tot tweemaal toe een veelbetekenende droom. Daar de Egyptische wijzen die niet kunnen verklaren, herinnert de overste van de schenkers zich de Hebreeuwse jongeman in de gevangenis. Farao laat Jozef halen, en deze legt nu niet alleen de dromen uit, maar geeft ook de koning goede raad, hoe hij in de tijd van de overvloed voor de tijd van hongersnood voorzorgen kon nemen.
1. En het geschiedde ten einde van twee volle jaren, in welke de Heere het hart van de overste van de gevangenis tot Jozef keerde, zodat deze opziener over de gevangenen was (hoofdstuk. 39:21-23), dat Farao, de toenmalige vorst van Egypte; waarschijnlijk Osirtase II, de derde in de dynastie van Hyksos, ten gevolge van goddelijke besturing (Spreuken. 21:1) droomde, 1) en ziet, hij stond aan de rivier, 2) aan de oever van de voor Egypte’s welvaart zo gewichtige Nijl.
1) Een tweetal dromen hadden de eerste aanleiding van de ellende voor Jozef doen komen; een ander tweetal dromen, die van de oversten van de schenkers en bakkers, waren voor hem de eerste aanleiding tot bevrijding uit de ellende; en een derde tweetal dromen, die van de koning, baanden hem de weg tot grootheid en aanzien. Ook hier bespeurt gij wederom iets van die heilige evenredigheden en aangrijpende samentreffingen van de overeenkomst, die de heilsgeschiedenis boven elke andere als het bijzonder werk van Gods eigen hand kenmerken.
2) Hebr.: “aan de Jeor,” dat is de Nijl.
2. En ziet, uit de rivier kwamen op zeven koeien 1) schoon van aanzien, en vet van vlees, en zij weidden in het gras, aan de oever van de rivier.
1) Het mannelijk rund was een zinnebeeld van de Nijl (Diod. Sio 1, 51) en in het bijzonder aan de God Osiris geheiligd, die de akkerbouw uitgevonden had (Diod.1:21); de naam van Osiris gaven de Egyptische priesters ook aan de Nijl (Plut.de Iside 33,39,43). Het vrouwelijk rund was in de Egyptische beeldspraak een teken van de aarde, de akkerbouw en de voeding (Clemens Alex. Strom 5 p.567). Daarmee komt de voorstelling van Isis overeen. Isis werd als de godin van de alles voedende aarde (Macrob. Saturn. 1:20) of van de door de Nijl bevruchtte aarde (Plut. de Isid. 38) vereerd; zij werd met koehoornen afgebeeld (Herod.2:41 v.v). Zeven schone koeien, opkomende uit de Nijl, waren dus beelden van een zevenvoudige verschijning van de door de Nijl vruchtbaar gemaakte aardbodem.
3. En ziet, zeven andere koeien kwamen na die op uit de rivier, lelijk van aanzien, en dun van vlees; en zij stonden bij de andere vette koeien, die aan de oever van de rivier weidden.
4. En die koeien, lelijk van aanzien en dun van vlees, weiden niet, gelijk de eersten, maar aten op die zeven koeien 1) schoon van aanzien en vet, en bleven toch lelijk en mager als tevoren (vs.21). Toen ontwaakte Farao, en bemerkte dat het een droom was, die hem als zeer bijzondere voorkwam.
1) De Nijl, Egypte’s hoofdrivier, verdeelt het land in twee helften, en was door de zegen van de vruchtbaarheid, die hij over het land verbreidde, in de gehele oude wereld beroemd; door de inwoners werd hij als een God vereerd, en, evenals de alles voedende aarde benevens de maan onder Isis werd verstaan, zo deze benevens de alles verlichtende zon onder Osiris. Na zijn ontstaan uit de blauwe en witte rivier trekt hij, door een nu eens enger, dan een breder dal tot aan de Noordelijke grenzen van Ethiopië, breekt door het voorliggend granietgebergte en vormt de laatste van zijn watervallen bij Sijene of Assuan. Nu begint hij zijn loop door Egypte; terwijl de in zijn gehele lengte hem vergezellende oostelijke bergrug bijna loodrecht opstijgt, is de aan de westzijde gelegene Libische wal slechts een middelmatige rotsdam, die het dal voor het zand van de Libische woestijn beschut. Deze hoogten verwijderen zich hoe langer hoe verder van de rivier en het in de beginne slechts smalle Nijldal wordt breder; ten laatste zijn zij geheel toegetreden; de stroom verdeelt zich door een van hemzelf aangebrachte zandbank in twee hoofdarmen en vormt zo met de kusten van de Middellandse zee, waarin hij zich ontlast, een grote driehoek, die wegens zijn gelijkheid met de Griekse letter D de naam van Delta voert. Wat de jaarlijkse overstromingen betreft, zo hebben deze hun oorsprong in de menigvuldige regens, die van mei tot september in Ethiopië en in al de landen neervallen, welke hun water naar de Nijl voeren. In de tweede helft van juni begint gewoonlijk de rivier te wassen, en het water wordt soms groen of geelachtig, ook wel rood en ondrinkbaar; in augustus vloeit het buiten de oevers en bereikt tot in het begin van september zijn grootste hoogte, zodat het Nijldal aan een zee gelijkt, waaruit steden en dorpen als eilanden zich verheffen. Langzamerhand valt het, 60 of 70 dagen na de hoogste waterstand, en keert in het einde van oktober terug. Deze overstroming, welke in het vlakke Beneden-Egypte, van oude tijden af, door kanalen en werktuigen, naar alle richtingen heen verbreid werd, bewerkt alleen de vruchtbaarheid van het land; een bijzondere vruchtbaarheid is er, als het water tot 18 ellen stijgt, een toereikende, wanneer het 16 ellen bereikt. Door het achterblijvende slib ontstaan echter dikwijls ziekten, in het bijzonder melaatsheid en pest.
5. Daarna sliep hij en droomde andermaal, en ziet, zeven aren rezen op, in één halm, 1) vet en goed.
1) Welk een bewijs van vruchtbaarheid, zeven aren in één halm.
6. En ziet, zeven dunne en van de oostenwind, de uit de woestijn komende Chamsin, verzengde aren, schoten na deze uit.
7. En de dunne aren verslonden, terwijl zij opschoten de zeven vette en volle aren, zodat van deze niets meer te zien was. Toen ontwaakte Farao, en ziet, het was een droom.
8. En het geschiedde in de morgenstond, dat zijn geest verslagen was, daar hij tweemaal op zo merkwaardig overeenkomende wijze gedroomd had, dat hij hier een profetie moest vermoeden; en hij zond heen en a) riep al de tovenaars, waarzeggers van Egypte, en al de wijzen, 1) die daar in Egypteland waren, en Farao vertelde hun zijn droom, maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde, hoewel de betekenis zo voor de hand lag. Het is toch het lot van de wijsheid van deze wereld, dat zij verstommen moet, juist daar, waar de grootste behoefte is aan raad, en het behoort tot de wereldregering van God, de welsprekenden de lippen te sluiten en de ouden het verstand te ontnemen. (Job.12:20).
a) Daniël. 2:2
1) Hier zijn bedoeld de met de priesters tot één kaste behorende heilige schrijvers of schriftgeleerden, die zich met sterrenkunde en andere wetenschappen, en ook met waarzeggerij, droomuitlegging en tovenarij bezighielden en voor bezitters van buitengewone wijsheid aangezien werden.
9. Toen sprak de overste van de schenkers, die ook in die vergadering tegenwoordig was, tot Farao zeggende: Ik denk heden aan mijn zonden, 1) die ik twee jaar geleden tegen de koning bedreef.
1) Deze plaats was voor graaf Leopold van Stolberg (1750-1819) een middel tot zijn bekering, daar hij op de dag, waarop ook hij schenken werd, bij het opslaan van zijn Bijbel, deze woorden las.
Dit was geen oprechte schuldbelijdenis, maar middel, om weer diep zich in de gunst van de koning te dringen. Het was niet om het belang van Jozef, maar om dat van zichzelf. God, de Heere, wil zich echter ook hiervan bedienen, om Jozef te verlossen en om door de verlossing en verhoging van Jozef straks de Kerk van het Oude Verbond te redden. De wereld meent niet anders, dan dat zij altijd de kerk bestrijdt, maar zij ziet het niet, dat God haar onzichtbaar gebruikt en haar wegen alzo leidt, dat zij de welstand van de Kerk moet bevorderen.
10. Farao namelijk was zeer vertoornd op zijn dienaars (hoofdstuk. 40:2 vv.), en leverde mij in bewaring ten huize van de overste van de lijfwacht, mij en de overste van de bakkers.
11. En in een nacht droomden wij een droom, ik en hij: wij droomden, elk naar de uitlegging van zijn droom ieder van ons, gelijk later duidelijk is bewaarheid.
12. En aldaar was bij ons een Hebreeuwse jongeman, een knecht van de overste van de lijfwacht, die eveneens in de gevangenis was en gesteld was om ons te dienen. Deze vroeg ons ‘s morgens naar reden van onze treurigheid; wij antwoordden, dat wij opmerkelijke dromen hadden gehad, en wij vertelden ze hem; en hij legde ons onze dromen uit, een ieder legde hij ze in het bijzonder uit, naar zijn droom.
13. En zoals hij ons uitlegde, alzo is het geschied: mij heeft hij gezegd, dat ik zou hersteld worden in mijn staat, en hem, de bakker, heeft hij gezegd, dat hij zou gehangen worden.
14. Toen zond Farao, a) door dit verhaal van de schenken getroffen, en riep Jozef, 1) en zij, die gezonden waren, deden hem haastelijk uit de kuil, uit de gevangenis komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen, 2) opdat hij waardig voor de koning zou verschijnen; en hij kwam tot Farao. Waarschijnlijk woonde de koning te Memphis (Hebr. Moff zie Hos.9:6 of Nof zie Jesaja. 19:13, in het enge dal van de Nijl, zie “Genesis 41:4Kruisverwijzingen1 Koningen 3:15→
— En die koeien, lelijk van aanzien, en dun van vlees, aten op die zeven koeien, schoon van aanzien en vet. Toen ontwaakte Farao.
”, en wel aan de westzijde daarvan gelegen); daar was ook zeker Pótifar woonachtig, in wiens huis zich de gevangenis bevond.
a) Psalm. 105:20 Daniël. 2:25
1) Op deze wijze verwekt God Jozef een verlosser. Dat mag wel heten: een genadige God te hebben. Weent gij, Hij heeft een gouden schotel, en Hij bewaart uw tranen daarop.
2) Wie ongeschoren was of in een slordig, vuil kleed zich vertoonde, was onrein. En geen onreine mocht voor de koning verschijnen of in zijn huis komen. Daarom geschiedde dit met Jozef. De jongste ontdekkingen in Egypte hebben dit volkomen bevestigd.
15. En Farao sprak tot Jozef: Ik heb een droom gedroomd, en er is niemand, die hem uitlegt; maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort, dat gij hem uitlegt. 1)
1) Farao maakt sterke gevolgtrekkingen uit het woord van de schenken, maar geheel in de zin van een despoot, die verlangt, dat aan zijn verwachting voldaan zal worden. Het vleiend woord van de vorst brengt Jozef niet van de rechte weg. Hij geeft God de eer (hoofdstuk. 40:8); maar hij hoopt ook op Gods verlichting en nodigt de koning, op beleefde wijze, hem de droom te verhalen.
16. En Jozef, tegen zulk een heidense verheffing van zijn persoon zich stellende en de koning, evenals vroeger beide kamerlingen, op God als de enige onbedriegelijke uitlegger wijzende, antwoordde Farao, zeggende: Het is buiten mij!1) God zal Farao’s welstand aanzeggen. 2) Ik ben het niet, die dromen uitgelegd heb, of uitleggen kan; God is het, die het door mij gedaan heeft en het doen kan. Met dit laatste woord stelt zich Jozef ten dienste van de koning.
1) Jozef tegenover de Egyptische droomuitleggers; Mozes tegenover de Egyptische tovenaars; Christus tegenover de Farizeeën en schriftgeleerden; Paulus tegenover de dwaalleraars, enz. Ziet daar de tegenstelling tussen de goddelijke wijsheid en de wijsheid van deze wereld, gelijk zij door de gehele wereldgeschiedenis zichtbaar is.
2) Dit voegt Jozef uit aandrang van zijn gemoed erbij. Want hij weet nog niet, hoedanig de godsspraak zal zijn. Derhalve kan hij als profeet niets gelukkigs en wenselijks beloven, maar hij moet spreken net zoals hij het van God ontvangt, hoedanig het ook zij, ja, ook als het treurig en smartelijk is. Zo echter is hij niet gebonden, dat hij niet een blijde uitkomst voor de koning kan wensen.
17. Toen sprak Farao tot Jozef: Zie in mijn droom stond ik aan de oever van de rivier.
18. En zie, uit de rivier kwamen op zeven koeien, vet van vlees en schoon van gedaante, en zij weidden in het gras.
19. En zie, zeven andere koeien kwamen op na deze, mager en zeer lelijk van gedaante, rank van vlees: ik heb dergelijke van lelijkheid niet gezien in het gehele Egypteland.
20. En die ranke en lelijke koeien aten die eerste zeven vette koeien op.
21. Dewelke in haar buik inkwamen, maar men merkte niet, dat ze in haar buik ingekomen waren; want haar aanzien was lelijk, gelijk als in het begin. Toen ontwaakte ik.
22. Daarna zag ik in mijn droom, en zie, zeven aren rezen op in één halm, vol en goed.
23. En zie, zeven dorre, dunne en van de oostenwind verzengde aren, schoten na deze uit.
24. En die zeven dunne aren verslonden die zeven goede aren. 1) En ik heb het de tovenaars gezegd, maar er was niemand, die het mij verklaarde. 2)
1) Nu Farao de dromen aan Jozef meedeelt, staan zij hem nog levendig voor de geest. Voor zijn verbeelding ziet hij ze, die koeien en die aren, nog eens opkomen. Vandaar dat de beschrijving levendiger is en de koning nog enkele dingen voegt bij de dromen, zoals hij ze gedroomd heeft.
2) Farao wijst hier op de machteloosheid van de wetenschap tegenover het bovennatuurlijke; waar de Heilige schrijver dit opzettelijk vermeldt, daar bedoelt hij de wijsheid van de wereld tegenover de wijsheid Gods te plaatsen.
25. Toen zei Jozef tot Farao, voor wie hij daar stond in de stille majesteit van een knecht van God, die van zichzelf niets is, maar alles vermag door de levende God: De droom van Farao is één: hetgeen God is doende, wat Hij voorgenomen heeft te doen, heeft Hij Farao in deze dromen te kennen gegeven.
Jozef plaatst Farao terstond op het rechte standpunt. Hij doet terstond uitkomen, dat God de koning die dromen heeft toegezonden, met de bedoeling om Farao te waarschuwen, wat Hij doen zal in de volgende jaren. Zo moest God alleen de eer van Zijn werk ontvangen.
26. Die zeven schone koeien, die in de eerste droom uit het water opkwamen, zijn zeven jaren: die zeven schone aren, die in de andere droom uit een halm voortkwamen, zijn ook zeven jaren; de droom is één.
27. En die zeven ranke en lelijke koeien, die in de eerste droom, na deze schone en vette koeien opkwamen, zijn zeven jaren, overeenkomende met het beeld van de andere koeien; en die zeven ranke, van de oostenwind verzengde aren, die in de tweede droom voorkwamen, zullen zeven jaren van honger wezen.
28. Dit is nu, wanneer ik alles in het kort tezamen vat, het woord, hetwelk ik reeds tot Farao gesproken, heb (vs.25); hetgeen God is doende, heeft hij Farao vertoond.
De zaaitijd was toen reeds aangebroken.
29. Zie, de zeven aankomende jaren zal de Nijl het land zeer hoog overstromen, en uit die wateren zal er grote overvloed in het gehele land van Egypte zijn.
30. Maar na deze zullen er opstaan zeven jaren van honger; dan zal in het gehele land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal hoe langer hoe meer het land, de opbrengst van het land gedurende zeven jaren van overvloed verteren.
31. Ook zal de overvloed, die tevoren in het land geweest is, ten laatste niet meer gemerkt worden, vanwege dezelfde honger, die daarna wezen zal: want hij zal zeer zwaar zijn.
32. En aangaande, dat die droom aan Farao aanstonds ten tweede maal is herhaald, is, omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God zich haast, om deze te doen, haar te volbrengen.
Hiermee wil Jozef niet zeggen, dat als Farao slechts eenmaal de droom had gedroomd, het dan nog twijfelachtig kon zijn, maar dat God Farao twee maal hetzelfde, onder andere beelden, heeft laten dromen, om voor Farao zelf tot een zeker teken te zijn, dat de zaak geschieden zou.
33. Zo zie nu Farao naar een verstandige en wijze man, en stel hem aan over het land van Egypte.
Jozef geeft meer dan gevraagd was. Want niet slechts is hij uitlegger van de droom, maar opdat hij het ambt van profeet vervulle, verbindt hij wetenschap en raadgeving. Wij weten nu, dat de ware en wettige profeten van God niet enkel verkondigden, wat geschieden zou, maar ook het middel tegen boven het hoofd hangende rampen aangaven. Nadat Jozef voorspeld heeft, wat in de volgende veertien jaar bij afwisseling gebeuren zou, geeft hij vervolgens aan, wat nodig gedaan moest worden en vermaant Farao, dat hij, zoveel hij kan, daarvoor zorg. En dit nu is één van de kenmerken, waardoor God zijn profeten altijd van de valse waarzeggers onderscheidt, omdat Hij hun de genade schenkt van te leren en te vermanen, opdat zij de toekomstige dingen niet nutteloos verkondigen.
34. Farao doe zo, en bestelle onder deze opzieners over het land; en neme door deze het vijfde deel 1) van de opbrengst van het land van Egypte. Farao doe dit in al de zeven jaren van overvloed.
1) De koning had recht op het vijfde deel van de inkomsten van het land. Jozef komt dus niet aan hetgeen van het volk was, maar aan datgene, waarop de koning en niet het volk recht had. Zijn vroeger verblijf aan Pótifars huis had hem ongetwijfeld hiermee in kennis gebracht.
35. En dat zij alle door die vaste opbrengst verkregene spijze van deze aankomende goede jaren verzamelen, en koren opleggen, onder de hand, in de korenschuren van Farao, tot spijze in de steden, en bewaren het.
36. Zo zal de spijze opgelegd zijn tot voorraad voor het land, 1) voor zeven jaren van honger, die in Egypteland wezen zullen; opdat het land van honger niet verga. 2)
1) “Voor het land.” De bedoeling is niet alleen voor Egypte, maar voor de gehele aarde. Egypte was toentertijd vooral de voorraadschuur van vele volken.
2) De vrijmoedige raad van Jozef bewijst, dat hem zijn gave, om de droom uit te leggen niet in bedwelming heeft gebracht; dat hem veeleer de bedoeling van de dromen diep heeft aangegrepen. Hij voelt het gewicht van de tijd en begeert de redding uit het nabij zijnde en grote gevaar. Men kan niet zeggen, dat Jozef Farao de raad gegeven heeft, een geschikte man te zoeken (vs.33), met het doel, om zichzelf aan te bevelen. Veelmeer schijnt hij zo geheel vervuld te zijn met het vooruitzicht van de nood, dat hij aan zichzelf niet denkt. Ook is het ambt, dat hij aanraadt, veel geringer, dan hetgeen Farao hem later verleent. Tussen een overste van hen, die belastingen innen en een stadhouder is een groot onderscheid.
Jozef treedt hier op als voorbeeld van een echte staathuishoudkundige. Maar niet om de mens in hem te verheerlijken, maar God, die hem deze wijsheid verleend had. Ook door Jozefs leven wordt het woord bevestigd, dat de vrees voor de Heere het beginsel van wijsheid is. Welk een koninklijke geest, welk een veelomvattende blik, welk een diepe kennis van zaken spreidt hij hier ten toon!.
II. Gen. 41 vers 37-46
Farao, die een diepe indruk ontvangen heeft van Jozefs verlichting door de Geest van God, verheft hem tot Grootvizier. Hij laat hem op plechtige wijze door de hoofdstad voeren en neemt hem geheel onder het Egyptische volk op. Hij geeft hem een Egyptische naam, en de dochter van een opperpriester tot vrouw. Jozef treedt, dertig jaar oud, in zijn verheven ambt.
37. a) En dit woord was goed 1) in de ogen van Farao, en in de ogen van al zijn knechten, van al zijn hovelingen en raadslieden.
a) Hand.7:10
1) Niet slechts kwam de uitlegging van de dromen hun zo eenvoudig en natuurlijk, als treffend en waar voor (en dit des temeer, daar de koe bij de Egyptenaren het zinnebeeld van de alles vruchtbaarmakende aarde was, en de Nijl de bron van alle vruchtbaarheid van hun land; terwijl bovendien het tweede droomgezicht reëel bevestigde wat het eerste slechts symbolisch voorstelde), maar ook erkenden zij de bijgevoegde raad, die van veruitziende wijsheid getuigde, als zeer heilzaam. Daarbij kwam de persoonlijkheid van Jozef, zijn open en verheven wezen, dat aan zijn woorden een zo grote indruk verschafte.
38. a) Zo zei Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als deze, in welke Gods Geest 1) op zo buitengewone wijze aanwezig is, om zo verstandig te maken?
a) Psalm. 105:22
1) Merkwaardig is het, dat Farao, ofschoon hij door zijn waarzeggers was beschaamd, toch in Jozef de gaven van de Geest prijst.
39. Daarna zei 1) Farao tot Jozef: Omdat God u dit alles (vs.29-32) heeft verkondigd, zo is het ons duidelijk, dat er niemand zo verstandig en wijs is als gij; in u hebben wij de rechte man gevonden, naar wie gij ons geraden hebt (vs.33) om te zien.
1) Farao wordt gedwongen, om te midden van zijn heidense omgeving, God de eer van zijn Naam te geven. Waar de heidense waarzeggers machteloos stonden en Jozef hem heeft beleden, dat de uitleggingen van God zijn, daar moet Farao openlijk betuigen, dat de God van Jozef de God van wijsheid en van verstand is.
40. Gij zult over mijn huis zijn 1) a) en op uw bevel zal al mijn volk u de hand kussen, 2) het zal u gehoorzaam zijn; alleen op deze troon zal ik groter zijn dan gij; 3) alleen het zitten op deze troon zal ik in hoogheid en ere boven u hebben.
a) Psalm. 105:21
1) De grootvizier in de Oosterse rijken is de werkelijke verschijning van de vorst, die zelf meer in het verborgen blijft. In een land met geheel despotische regeringsvorm, waar de koning alleen door de zeden en gewoonten van de godsdienst beperkt was, kan de plotselinge verheffing van een slaaf tot de hoogste eer, voornamelijk, wanneer men iets goddelijks in hem meent te zien, niet zo geheel bevreemdend wezen; nog heden geschiedt dit in Oosterse landen, zelfs in Rusland.
Jozef wordt hiermee de rechterhand van Farao. Een dergelijk ambt wordt ook later bij de koningen van Israël gevonden. (1 Kon.18:3; 2 Koningen. 18:18).
2) “Op uw bevel zal al mijn volk u de hand kussen.” Zo leest onze Statenvertaling. Deze vertaling is echter niet juist. Wil men de vertaling “kussen” behouden, dan dient ook van “op uw bevel” gelezen te worden “op uw mond.” In het Hebreeuws Al-Phigaa. Voor het woord “kussen” staat in de grondtekst neshek, dat “kussen” betekent, maar ook in verband met het verwante Arabisch “inrichten.” De vertaling is deze: “op uw bevel zal al mijn volk zich inrichten,” d.i. doen wat gij beveelt. Een mondkus was als teken van huldiging niet in gebruik bij de Egyptenaren.
3) Hiermee verklaart Farao, dat hij Soeverein blijft en de Soevereine rechten blijft behouden.
41. Voorts sprak Farao tot Jozef: Zie ik heb u hiermee, van dit ogenblik aan, over geheel Egypte gesteld.
42. En Farao nam, terwijl hij dit zei, zijn ring, waarop de koninklijke naam gegraveerd was, van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, hem daardoor macht gevende, om in naam van de koning bevelen uit te vaardigen (Esther 3:10;8:2); en hij liet hem fijne linnen kleren aantrekken, klederen van witten fijnen byssus (zie “Ex 25.4), gelijk de priesters in Egypte droegen, waardoor hij de priesters in rang werd gelijk gesteld; en bovendien legde hij een gouden keten, als waarmee mensen van aanzien zich gewoonlijk versierden, aanzijn hals. 1)
1) Het eerste kenteken van die hoge waardigheid van de grootvizier is de zegelring “om daarmee koninklijke bevelen uit te vaardigen”
Dit zegel draagt ook bij de Turken de grootvizier.
Het tweede teken is het witte Byssus-kleed, dat de priesterkaste droeg, waardoor zijn verheffing tot die stand werd aangewezen; het derde ereteken is de gouden keten om de hals, in Egypte als onderscheiding gewoon, zonder twijfel een teken van koninklijke gunst en van hoge waardigheid tevens. In deze waardigheid moet Jozef nu ook aan het volk voorgesteld worden; daarom laat de koning hem op zijn tweede wagen door de stad trekken.
Men vraagt of het de heilige man geoorloofd was, in zulk een schitterende glans te voorschijn te treden. Ik antwoord: ofschoon de pracht nooit vrij is van zonde en het daarom in de uitwendige levenswijze nederigheid het beste is, zo is toch enige glans bij koningen en andere vorsten van de wereld niet te veroordelen, indien zij deze maar niet al te begerig zoeken, noch er zich hoogmoedig over betonen. De middelmaat is altijd te betrachten, maar omdat het niet in de macht van Jozef lag, om de maat voor te schrijven, het hogere gezag hem niet zonder het gebruikelijke ornaat kon geschonken worden, stond het hem vrij, meer te ontvangen dan wenselijk was.
Waar Job na zijn lijden alles dubbel ontving uit de hand van God, daar geschiedt dit in betrekkelijke zin ook met Jozef. God, de Heere, plaatst hem zo hoog mogelijk.
Die door zijn broeders werd gehaat, is de gunsteling van de koning; die als “meesterdromer” bespot was, is door dromen de hooggeëerde geworden. De gevangene is verhoogd tot de troon; de slaaf draagt de zegelring; die van de veelkleurige rok werd beroofd, draagt het witte kleed; ijzeren boeien hebben plaatsgemaakt voor een gouden ketting enzovoorts. Zo vergoedt de Heere vroeger ongeluk!.
43. En hij deed hem rijden op de tweede wagen, die hij had, de statiewagen, die onmiddellijk op de koninklijke volgde, door de hoofdstad Memphis (vs.4) heen; en zij (herauten) riepen voor zijn aangezicht: Abrek, 1) dat is: Knielt! Alzo stelde hij hem, als machthebbende, over geheel Egypte. 2)
1) Dit is waarschijnlijk een Egyptisch (Koptisch) woord, eigenlijk: aperek; d.i. “buigt het hoofd”. Daarvan is het Hebreeuwse gevormd, dat “buigt de knie”, “knielt” of “zegent” betekent. De herauten moesten alzo aan het gehele volk herinneren of bekend maken, dat men, na de koning, aan Jozef alom de diepste eerbied behoorde te betonen.
Abrek, in het Koptisch Abork: werpt u neer.
2) Dat had Jozef in de kerker niet begeerd, slechts dat hij mocht bevrijd worden (hoofdstuk. 40:14 vv.) Onze Heere in de hemel laat hem daar een tijdlang reukwerk aansteken, maar antwoordt hem: Gij weet niet, wat gij bidt. Ik pleeg veel meer te doen, dan gij bidden of begrijpen kunt. Daarom moet gij nog enige tijd langer wachten. Ik begeer nog meer van de ware wierook (Hoogl.3:6), die ten hemel opstijgt (hoofdstuk. 40:23). Overeenkomstig heeft Jozef ontvangen, wat hij tevoren niet had kunnen verstaan, noch hopen of bidden.
44. En Farao zei, nadat de plechtige tocht door de stad geëindigd was, tot Jozef: Ik ben Farao, en krachtens mijn koninklijke macht heb ik u tot grootvizier in mijn rijk aangesteld; ik ben Farao, doch zonder u zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen, in geheel Egypte; alles zal geschieden naar uw wil.
45. En Farao noemde Jozefs naam, Zafnath Paänéah 1) (levensbehouder), om hem door deze Egyptische naam geheel het Egyptische volk in te lijven, en bovendien gaf Farao, om hem tegelijk in de zozeer vereerde priesterkaste in te leiden 2) Asnath (geweide aan Neith, d.i. Egyptische Minerva), de dochter van Potiféra (priester van de zon), overste 3) van On (zon, zonnestad, Heliopolis), hem tot een vrouw, en Jozef toog als groot vizier, uit door het gehele land van Egypte, om overal zijn beschikkingen te maken.
1) De zuivere betekenis van deze naam is moeilijk uit te maken. Flavius Josefus vertaalt hem door “openbaarmaker van de verborgenheden.” De Septuaginta vertaalt dit woord door een Grieks, dat in verband met het Koptisch “Redder der Wereld” betekent. Zo vertaalt ook Hieronymus.
Van de Egyptische kasten of standen was die van de priesters de eerste en voornaamste; zij droegen geschoren hoofden en witlinnen kleding, namen de grootste reinheid in acht, en hadden, ten opzichte van spijs en drank, een strenge levenswijze. Hun behoorden de tempelgoederen toe, van wier inkomsten zij leefden; toch hielden zij zich niet alléén bezig met godsdienstige verrichtingen, maar voornamelijk ook met wetenschappen en kunsten (hoofdstuk. 41:8). Uit hen werden, reeds van de vroegste tijden af, de koningen genomen, die in de bijbel bijna overal “Farao” genoemd zijn; dat is: Pi-ouro, de koning, of Pe-ra, plaatsbekleder van de zonnegod (Ra = zon). Later behoorden de koningen tot de tweede stand, die van de krijgslieden, welke deels uit eigenlijke, ondergeschikte krijgslieden bestond, deels uit jonge mannen, die de koning tot wacht dienden; ieder van deze ontving 12 akkers land als soldatenleen. De derde kaste was die van de landbouwers of herders; zij bestond voornamelijk uit degenen, die de landerijen van de priesters en krijgslieden pachtten. Verdere kasten zijn die van de handwerkslieden, de schippers, de tolken, de zwijnenhoeders (die, evenals hun dieren voor onrein werden gehouden en geen tempel mochten betreden enz.) Men heeft meermalen gevraagd, hoe Jozef met zijn geloof in Jehova zich een priesterkaste als die van de afgodische Egyptenaren kon laten inwijden. Men bedenke, dat Jozef niet werd opgenomen onder de werkelijk dienstdoende priesters, maar dat hij tot een van de Egyptische standen moest behoren en nu onder de meest geëerde werd opgenomen. Dat Jozef zich niet bezoedeld heeft met de Egyptische natuurdienst is duidelijk genoeg; hij bleef getrouw aan zijn God.
3) Het Hebreeuwse woord betekent “priester”. In Heliopolis, dat noordoostelijk van Memphis gelegen is, was sedert oude tijd een beroemde tempel, aan de Zonnegod gewijd; de daar wonende priesters waren de voornaamste onder de Egyptische priesters.
46. Jozef nu was dertig jaar oud, 1) alzo op mannelijke leeftijd (Numeri. 4:30), als hij stond voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte, om hem zijn dromen uit te leggen, hetgeen deze verhoging ten gevolge had; en Jozef ging uit van Farao’s aangezicht, en hij toog, gelijk boven in vs.45 reeds opgemerkt is, door geheel Egypte.
1) Om twee redenen deelt Mozes mee, hoe oud Jozef was, toen hij de regering van Egypte aanvaarde. Het is toch zeldzaam, dat ouderen zich door jongeren laten regeren. Daarom moet men aannemen, dat het door de bijzondere gunst van God geschied is, dat Jozef zonder benijd te worden, regeerde, en hem het ontzag en de eerbied onveranderd bleef na tal van jaren. De tweede reden is, dat de lezer bij zichzelf moge bedenken, de langdurige moeiten, waarmee hij op verschillende wijze gekweld is geweest. En ofschoon hij niet slecht behandeld is, toch kon een ballingschap van 13 jaar een zeer zware beproeving voor hem zijn, omdat zijn terugkeren naar zijn vaderhuis niet slechts door de slavernij, maar ook door de gevangenisstraf belemmerd werd.
III. Gen. 41 vers 47-57
In de zeven jaren van overvloed vult Jozef Farao’s korenschuren; maar de Heere vult ook zijn huis, daar Hij hem twee zonen laat geboren worden. Daarna komen de zeven jaren van misoogst met hun nood.
47. En het land bracht voort, gelijk Jozef voorzegd had, in de zeven jaren van overvloed met handenvol; iedere zaadkorrel gaf een handvol aren.
48. En hij (Jozef) vergaderde, door de aangestelde opzieners (vs.34), alle spijze van de zeven jaren, die in Egypte was, en hij deed de spijze in de steden, hij bracht ze daarin ter bewaring; de spijze van het veld van elke stad, hetwelk rondom haar was, deed hij daarbinnen, in opgerichte korenschuren, opdat het later gemakkelijker zou zijn voor allen, om te halen.
Wel hem, die een goede Jozef in de hof van zijn hart heeft, die voorraad weet te verschaffen, wanneer de honger van het goddelijk woord op handen is.
49. Alzo bracht Jozef zeer veel koren bijeen, als het zand van de zee (hoofdstuk. 32:12; Psalm. 139:18) totdat men ophield te tellen, hetwelk men vroeger gedaan had, want daarvan was geen getal; men kon het niet meer tellen.
50. a) En Jozef werden twee zonen geboren, eer er een jaar van honger aankwam, die Asnath, de dochter van Potiféra, overste van On, hem baarde.
a) Genesis 46:20; 48:5
51. En Jozef noemde 1) zijn eerstgeborene Manasse (die vergeten doet); want, zei hij, tevreden met de wegen, langs welke de Heere hem geleid had, en het verdere, ook ten opzichte van het vaderlijk huis, aan diezelfde trouwe Bestuurder overgevende: God heeft mij doen vergeten al mijn moeite, en het gehele huis van mijn vader, 2) waaruit ik verstoten ben (hoofdstuk. 45:5; 50:20). God heeft het zó met mij gemaakt, dat ik Hem nu in al zijn wijze wegen, die Hij met mij gehouden heeft, hoe smartelijk zij ook waren, prijs en aanbid.
1) Jozef geeft zelf namen aan zijn kinderen en wel Hebreeuwse namen. Een sprekend bewijs, dat hij de huiselijke roeping niet verwaarloosde, en dat hij zijn vaderhuis evenmin vergeten had.
2) “Hoe?” vraagt hier Luther: “is het dan Christelijk, dat hij zich beroemt zijn vader en zijn moeder vergeten te hebben?” Dit doet hij niet, want, wanneer hij zegt, het gehele huis van zijn vader vergeten te hebben, zo denkt hij zeker bijzonder aan het leed, door zijn broeders hem aangedaan. Het is opmerkelijk, zegt Knobel, dat Jozef de hem innig liefhebbende vader niet tijdig van zijn verheffing heeft kennis gegeven, maar zo vele jaren voorbij liet gaan, en nog eerst door het komen van zijn broeders daartoe gebracht werd. De rechte verklaring van deze, reeds door Theodoretus gemaakte bedenking, vindt men bij Baumgarten: “Vast in het geloof, verwachtte hij niets van zelf ingrijpen in de raad van God, die naar een verder en heerlijker doel wees. Bovendien moet zijn voorspelling nog door het gevolg bevestigd worden, opdat zijn macht zou bevestigd worden.” Daarbij komt, dat Jozef zich niet kon bekend maken, zonder dat de schuld van zijn broeders ontdekt zou worden en dat hij een roeping had, die buitengewone inspanning vereiste.
Over deze uitdrukking wordt verschillend gedacht. De getuigenissen hierboven pleiten Jozef van alle schuld vrij. Calvijn echter is van mening, dat het niet goed van hem was en zegt o.m.: Hoewel hij onderkoning van Egypte was, zo was toch zijn toestand ongelukkig, nadat hij van de Kerk gescheiden leefde.
52. En de tweede noemde hij Efraïm (dubbele vruchtbaarheid): want, zei hij, God heeft mij doen groeien, tweemaal vruchtbaar doen worden in het land van mijn verdrukking, 1) waarin ik voorheen 13 jaar lang zo veelellende heb moeten doorstaan.
1) “Toch twijfel ik er niet aan, of de tegenwoordige eer en heerlijkheid zal Jozef meer geplaagd hebben, dan de gevangenis en overigens al zijn jammer en ellende,” zegt Luther. Uit deze woorden blijkt een weemoedig verlangen naar Kanaän in tegenoverstelling van de onverschilligheid, die in de woorden (vs.51) “en het gehele huis van mijn vader” schijnt te liggen.
53. Toen eindigden de zeven jaren van overvloed, die in Egypte geweest waren.
54. a) En de zeven jaren van honger begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had, en er was honger in alle landen, die om Egypte lagen, in Kanaän, Arabië en Syrië; want de tropische regen heeft met de Abyssinische een gelijke oorsprong, zij bleven ook daar uit; maar in geheel Egypte was voor de eerste tijd nog brood, zolang namelijk de voorraad toereikend was, die men hier en daar naar het voorbeeld van Jozef verzameld had.
a) Genesis 45:6 Psalm. 105:16
55. Als nu geheel Egypte, bij de aanhoudende misoogsten, ook hongerde, riep het volk tot Farao om brood, daar het wist, dat deze een grote voorraad bezat (2 Koningen. 6:25 vv.); en Farao zei tot al de Egyptenaren: Gaat tot Jozef, die ik u als vader van het land heb voorgesteld (vs.43); doet wat hij u zegt. 1)
1) Farao spreekt alzo niet, om de last van het verzorgen van zich af te schuiven, maar omdat hij een ongeschokt vertrouwen in Jozef heeft, zodat hij deze in niets wil belemmeren, om alles zo goed mogelijk te verzorgen.
56. Als dan honger over het gehele land was, en de mensen op Farao’s aanwijzing naar Jozef kwamen, zo opende Jozef alles, al de korenschuren in de steden, waarin iets was, en verkocht aan de Egyptenaren; want de honger was sterk in Egypteland.
57. En alle landen; de inwoners van alle omliggende landen, kwamen eveneens in Egypte tot Jozef, 1) om te kopen; want de honger was sterk in alle landen.
1) Zij werden nog vroeger door de misoogsten gedrukt, dan de Egyptenaars (vs.53) en hadden daarom ook reeds vroeger hun toevlucht tot Jozef genomen. Er is nauwelijks een land op aarde, waar hongersnood zo dikwijls en zo vreselijk gewoed heeft, als juist in Egypte; geen land, dat zozeer de maatregelen behoefde, als die, welke Jozef tot redding van het volk aanwendde. Het overstromen van de Nijl, een paar voeten hoger of lager, dan de behoefte is, werkt reeds zeer schadelijk. In het jaar 1199 had de vloed een zeer lage stand. Het gevolg was een vreselijke hongersnood, vergezeld van ontzaglijke gruwelen. Ouders verteerden hun kinderen, mensenvlees was een gewone spijs geworden; men vond verschillende wijzen uit, om dit te bereiden; men sprak ervan en hoorde daarvan als van een gewone zaak. Het mensenvangen was tot een gewoon werk geworden. Het grootste gedeelte van de bevolking stierf weg. Ook het volgende jaar bereikte de overstroming de gewone hoogte niet en slechts het lager land werd onder water gezet. Ook van de overstroomde landen konden velen uit gebrek aan arbeiders en zaadkoren niet bezaaid worden; vele stukken land werden bovendien door wormen verwoest, die het uitgezaaide verteerden. In een andere hongersnood was de Kalief zelf bijna van honger gestorven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel