Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen hief Jakob zijn voeten op, en ging naar het land der kinderen van het Oosten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen hiefH5375JakobH3290 zijn voetenH7272 op, en gingH3212 naar het landH776 der kinderenH1121 van het OostenH6924.Toen hief Jakob zijn voeten op, en ging naar het land der kinderen van het Oosten.
KJVThen Jacob2went on1his journey,3and came4into the land5of the people6of the east.
1וַיִּשָּׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2יַעֲקֹ֖בH3290Jakob, JakobsJacob3רַגְלָ֑יוH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time4וַיֵּ֖לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5אַ֥רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7קֶֽדֶםH6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)
2En hij zag toe, en ziet, er was een put in het veld; en ziet, er waren drie kudden schapen nevens dien nederliggende; want uit dien put drenkten zij de kudden; en er was een grote steen op den mond van dien put.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij zagH7200 toe, en zietH2009, er was een putH875 in het veldH7704; en zietH2009, er waren drieH7969kuddenH5739schapenH6629nevensH5921 dien nederliggendeH7257; wantH3588uitH4480 dien putH875drenktenH8248 zij de kuddenH5739; en er was een groteH1419steenH68opH5921 den mondH6310 van dien putH875.En hij zag toe, en ziet, er was een put in het veld; en ziet, er waren drie kudden schapen nevens dien nederliggende; want uit dien put drenkten zij de kudden; en er was een grote steen op den mond van dien put.
KJVAnd he looked,1and behold a well3in the field,4and, lo, there were three7flocks8of sheep9lying10by it; for out of that well14they watered16the flocks:17and a great19stone18was upon the well's22mouth.
1וַיַּ֞רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2וְהִנֵּ֧הH2009ziet, ziebehold, lo, see3בְאֵ֣רH875put, puts, waterputpit, well4בַּשָּׂדֶ֗הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild5וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see6שָׁ֞םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither7שְׁלֹשָׁ֤הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)8עֶדְרֵיH5739kudde, kudden, schaapskuddendrove, flock, herd9צֹאן֙H6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)10רֹבְצִ֣יםH7257nederliggen, legeren, ligtcrouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit11עָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14הַבְּאֵ֣רH875put, puts, waterputpit, well15הַהִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16יַשְׁק֖וּH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)17הָעֲדָרִ֑יםH5739kudde, kudden, schaapskuddendrove, flock, herd18וְהָאֶ֥בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)19גְּדֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word22הַבְּאֵֽרH875put, puts, waterputpit, well
3En derwaarts werden al de kudden verzameld, en zij wentelden den steen van den mond des puts, en drenkten de schapen, en legden den steen weder op den mond van dien put, op zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En derwaartsH8033 werden alH3605 de kuddenH5739verzameldH622, en zij wenteldenH1556 den steenH68 van den mondH6310 des putsH875, en drenktenH8248 de schapenH6629, en legdenH7725 den steenH68 weder opH5921 den mondH6310 van dien putH875, op zijn plaatsH4725.En derwaarts werden al de kudden verzameld, en zij wentelden den steen van den mond des puts, en drenkten de schapen, en legden den steen weder op den mond van dien put, op zijn plaats.
KJVAnd thither were all the flocks4gathered:1and they rolled5the stone7from the well's10mouth,9and watered11the sheep,13and put14the stone16againupon the well's19mouth18in his place.
1וְנֶאֶסְפוּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2שָׁ֣מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָעֲדָרִ֗יםH5739kudde, kudden, schaapskuddendrove, flock, herd5וְגָלֲל֤וּH1556Wentel, gewenteld, wenteltcommit, remove, roll (away, down, together), run down, seek occasion, trust, wallow6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָאֶ֨בֶן֙H68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)8מֵעַל֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9פִּ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word10הַבְּאֵ֔רH875put, puts, waterputpit, well11וְהִשְׁק֖וּH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַצֹּ֑אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)14וְהֵשִׁ֧יבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הָאֶ֛בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word19הַבְּאֵ֖רH875put, puts, waterputpit, well20לִמְקֹמָֽהּH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)
4Toen zeide Jakob tot hen: Mijn broeders! van waar zijt gij? En zij zeiden: Wij zijn van Haran.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen zeideH559JakobH3290 tot hen: Mijn broedersH251! van waar zijt gijH859? En zij zeidenH559: Wij zijn van HaranH2771.Toen zeide Jakob tot hen: Mijn broeders! van waar zijt gij? En zij zeiden: Wij zijn van Haran.
KJVAnd Jacob3said1unto them, My brethren,4whence5be ye? And they said,7Of Haran
5En hij zeide tot hen: Kent gij Laban, den zoon van Nahor? En zij zeiden: Wij kennen hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij zeideH559 tot hen: KentH3045 gij LabanH3837, den zoonH1121 van NahorH5152? En zij zeidenH559: Wij kennenH3045 hem.En hij zeide tot hen: Kent gij Laban, den zoon van Nahor? En zij zeiden: Wij kennen hem.
KJVAnd he said1unto them, Know3ye Laban5the son6of Nahor?7And they said,8We know
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶ֔ם3הַיְדַעְתֶּ֖םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5לָבָ֣ןH3837Laban, LabansLaban6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7נָח֑וֹרH5152Nahor, NahorsNahor8וַיֹּאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9יָדָֽעְנוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
6Voorts zeide hij tot hen: Is het wel met hem? En zij zeiden: Het is wel; en zie, Rachel, zijn dochter, komt met de schapen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Voorts zeideH559 hij tot hen: Is het wel met hem? En zij zeidenH559: Het is wel; en zieH2009, RachelH7354, zijn dochterH1323, komtH935metH5973 de schapenH6629.Voorts zeide hij tot hen: Is het wel met hem? En zij zeiden: Het is wel; en zie, Rachel, zijn dochter, komt met de schapen.
KJVAnd he said1unto them, Is he well?3And they said,5He is well:6and, behold, Rachel8his daughter9cometh10with the sheep.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶ֖ם3הֲשָׁל֣וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly4ל֑וֹ5וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6שָׁל֔וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly7וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see8רָחֵ֣לH7354Rachel, RachelsRachel9בִּתּ֔וֹH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village10בָּאָ֖הH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12הַצֹּֽאןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
7En hij zeide: Ziet, het is nog hoog dag, het is geen tijd, dat het vee verzameld worde; drenkt de schapen, en gaat heen, weidt dezelve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En hij zeideH559: ZietH2005, het is nogH5750hoogH1419dagH3117, het is geenH3808tijdH6256, dat het veeH4735verzameldH622 worde; drenktH8248 de schapenH6629, en gaatH3212 heen, weidtH7462 dezelve.En hij zeide: Ziet, het is nog hoog dag, het is geen tijd, dat het vee verzameld worde; drenkt de schapen, en gaat heen, weidt dezelve.
KJVAnd he said,1Lo,2it is yet high5day,4neither is it time7that the cattle9should be gathered together:8water10ye the sheep,11and go12and feed
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הֵ֥ןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though3עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)4הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5גָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7עֵ֖תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when8הֵאָסֵ֣ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw9הַמִּקְנֶ֑הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance10הַשְׁק֥וּH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)11הַצֹּ֖אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)12וּלְכ֥וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak13רְעֽוּH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste
8Toen zeiden zij: Wij kunnen niet, totdat al de kudden samen zullen vergaderd zijn, en dat men den steen van den mond des puts afwentele, opdat wij de schapen drenken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen zeidenH559 zij: Wij kunnen niet, totdatH5704alH3605 de kuddenH5739 samen zullen vergaderdH622 zijn, en datH834 men den steenH68 van den mondH6310 des putsH875afwenteleH1556, opdat wij de schapenH6629drenkenH8248.Toen zeiden zij: Wij kunnen niet, totdat al de kudden samen zullen vergaderd zijn, en dat men den steen van den mond des puts afwentele, opdat wij de schapen drenken.
KJVAnd they said,1We cannot,3until all the flocks8be gathered together,6and till they roll9the stone11from the well's14mouth;13then we water15the sheep.
1וַיֹּאמְרוּ֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3נוּכַל֒H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer4עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יֵאָֽסְפוּ֙H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָ֣עֲדָרִ֔יםH5739kudde, kudden, schaapskuddendrove, flock, herd9וְגָֽלֲלוּ֙H1556Wentel, gewenteld, wenteltcommit, remove, roll (away, down, together), run down, seek occasion, trust, wallow10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָאֶ֔בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)12מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13פִּ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word14הַבְּאֵ֑רH875put, puts, waterputpit, well15וְהִשְׁקִ֖ינוּH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)16הַצֹּֽאןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
9Als hij nog met hen sprak, zo kwam Rachel met de schapen, die haar vader toebehoorden; want zij was een herderin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Als hij nogH5750 met hen sprakH1696, zo kwamH935RachelH7354metH5973 de schapenH6629, die haar vaderH1toebehoordenH3588; want zijH1931 was een herderinH7462.Als hij nog met hen sprak, zo kwam Rachel met de schapen, die haar vader toebehoorden; want zij was een herderin.
KJVAnd while he yet1spake2with them, Rachel4came5with her father's9sheep:7for she kept them.
1עוֹדֶ֖נּוּH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)2מְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3עִמָּ֑םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4וְרָחֵ֣לH7354Rachel, RachelsRachel5בָּ֗אָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7הַצֹּאן֙H6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לְאָבִ֔יהָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11רֹעָ֖הH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste12הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
10En het geschiedde, als Jakob Rachel zag, de dochter van Laban, zijner moeders broeder, en de schapen van Laban, zijner moeders broeder, dat Jakob toetrad, en wentelde den steen van den mond des puts, en drenkte de schapen van Laban, zijner moeders broeder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En het geschieddeH1961, als JakobH3290RachelH7354zagH7200, de dochterH1323 van LabanH3837, zijner moedersH517broederH251, en de schapenH6629 van LabanH3837, zijner moedersH517broederH251, datH834JakobH3290toetradH5066, en wenteldeH1556 den steenH68 van den mondH6310 des putsH875, en drenkteH8248 de schapenH6629 van LabanH3837, zijner moedersH517broederH251.En het geschiedde, als Jakob Rachel zag, de dochter van Laban, zijner moeders broeder, en de schapen van Laban, zijner moeders broeder, dat Jakob toetrad, en wentelde den steen van den mond des puts, en drenkte de schapen van Laban, zijner moeders broeder.
KJVAnd it came to pass, when Jacob4saw3Rachel6the daughter7of Laban8his mother's10brother,9and the sheep12of Laban13his mother's15brother,14that Jacob17went near,16and rolled18the stone20from the well's23mouth,22and watered24the flock26of Laban27his mother's29brother.
1וַיְהִ֡יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3רָאָ֨הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4יַעֲקֹ֜בH3290Jakob, JakobsJacob5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6רָחֵ֗לH7354Rachel, RachelsRachel7בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8לָבָן֙H3837Laban, LabansLaban9אֲחִ֣יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'10אִמּ֔וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12צֹ֥אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)13לָבָ֖ןH3837Laban, LabansLaban14אֲחִ֣יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'15אִמּ֑וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting16וַיִּגַּ֣שׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand17יַעֲקֹ֗בH3290Jakob, JakobsJacob18וַיָּ֤גֶלH1556Wentel, gewenteld, wenteltcommit, remove, roll (away, down, together), run down, seek occasion, trust, wallow19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הָאֶ֨בֶן֙H68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)21מֵעַל֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22פִּ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word23הַבְּאֵ֔רH875put, puts, waterputpit, well24וַיַּ֕שְׁקְH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)25אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)26צֹ֥אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)27לָבָ֖ןH3837Laban, LabansLaban28אֲחִ֥יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'29אִמּֽוֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting
11En Jakob kuste Rachel; en hij hief zijn stem op en weende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En JakobH3290kusteH5401RachelH7354; en hij hiefH5375 zijn stemH6963 op en weendeH1058.En Jakob kuste Rachel; en hij hief zijn stem op en weende.
12En Jakob gaf Rachel te kennen, dat hij een broeder van haar vader, en dat hij de zoon van Rebekka was. Toen liep zij heen, en gaf het aan haar vader te kennen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En JakobH3290 gaf RachelH7354 te kennenH5046, dat hij een broederH251 van haar vaderH1, en dat hijH1931 de zoonH1121 van RebekkaH7259 was. Toen liepH7323 zij heen, en gaf het aan haar vaderH1 te kennenH5046.En Jakob gaf Rachel te kennen, dat hij een broeder van haar vader, en dat hij de zoon van Rebekka was. Toen liep zij heen, en gaf het aan haar vader te kennen.
KJVAnd Jacob2told1Rachel3that he was her father's6brother,5and that he was Rebekah's10son:9and she ran12and told13her father.
1וַיַּגֵּ֨דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2יַעֲקֹ֜בH3290Jakob, JakobsJacob3לְרָחֵ֗לH7354Rachel, RachelsRachel4כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5אֲחִ֤יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6אָבִ֨יהָ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8וְכִ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10רִבְקָ֖הH7259RebekkaRebekah11ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12וַתָּ֖רָץH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post13וַתַּגֵּ֥דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter14לְאָבִֽיהָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
13En het geschiedde, als Laban die tijding hoorde van Jakob, zijner zusters zoon, zo liep hij hem tegemoet, en omhelsde hem, en kuste hem, en bracht hem tot zijn huis. En hij vertelde Laban al deze dingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En het geschieddeH1961, als LabanH3837 die tijdingH8088hoordeH8085 van JakobH3290, zijner zustersH269zoonH1121, zo liepH7323 hij hem tegemoetH7125, en omhelsdeH2263 hem, en kusteH5401 hem, en brachtH935 hem totH413 zijn huisH1004. En hij verteldeH5608LabanH3837alH3605dezeH428 dingen.En het geschiedde, als Laban die tijding hoorde van Jakob, zijner zusters zoon, zo liep hij hem tegemoet, en omhelsde hem, en kuste hem, en bracht hem tot zijn huis. En hij vertelde Laban al deze dingen.
KJVAnd it came to pass, when Laban3heard2the tidings5of Jacob6his sister's8son,7that he ran9to meet10him, and embraced11him, and kissed13him, and brought15him to his house.17And he told18Laban19all these things.
1וַיְהִי֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִשְׁמֹ֨עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3לָבָ֜ןH3837Laban, LabansLaban4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שֵׁ֣מַעH8088gerucht, tijding, gehoorbruit, fame, hear(-ing), loud, report, speech, tidings6יַעֲקֹ֣בH3290Jakob, JakobsJacob7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8אֲחֹת֗וֹH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together9וַיָּ֤רָץH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post10לִקְרָאתוֹ֙H7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way11וַיְחַבֶּקH2263omhelzen, omhelsde, omhelzeembrace, fold12לוֹ֙13וַיְנַשֶּׁקH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched14ל֔וֹ15וַיְבִיאֵ֖הוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17בֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18וַיְסַפֵּ֣רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer19לְלָבָ֔ןH3837Laban, LabansLaban20אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work23הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
14Toen zeide Laban tot hem: Voorwaar, gij zijt mijn gebeente en mijn vlees! En hij bleef bij hem een volle maand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen zeideH559LabanH3837 tot hem: VoorwaarH389, gijH859 zijt mijn gebeenteH6106 en mijn vleesH1320! En hij bleefH3427bijH5973 hem een volleH3117maandH2320.Toen zeide Laban tot hem: Voorwaar, gij zijt mijn gebeente en mijn vlees! En hij bleef bij hem een volle maand.
KJVAnd Laban3said1to him, Surely4thou art my bone5and my flesh.6And he abode8with him the space11of a month.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לוֹ֙3לָבָ֔ןH3837Laban, LabansLaban4אַ֛ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)5עַצְמִ֥יH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very6וּבְשָׂרִ֖יH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin7אָ֑תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8וַיֵּ֥שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9עִמּ֖וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10חֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon11יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
15Daarna zeide Laban tot Jakob: Omdat gij mijn broeder zijt, zoudt gij mij derhalve om niet dienen? verklaar mij, wat zal uw loon zijn?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Daarna zeideH559LabanH3837 tot JakobH3290: OmdatH3588 gij mijn broederH251 zijt, zoudt gijH859 mij derhalve om niet dienenH5647? verklaarH5046 mij, watH4100 zal uw loonH4909 zijn?Daarna zeide Laban tot Jakob: Omdat gij mijn broeder zijt, zoudt gij mij derhalve om niet dienen? verklaar mij, wat zal uw loon zijn?
KJVAnd Laban2said1unto Jacob,3Because thou art my brother,5shouldest thou therefore serve7me for nought?8tell9me, what shall thy wages
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָבָן֙H3837Laban, LabansLaban3לְיַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob4הֲכִיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5אָחִ֣יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6אַ֔תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7וַעֲבַדְתַּ֖נִיH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,8חִנָּ֑םH2600om niet, zonder oorzaak, tevergeefswithout a cause (cost, wages), causeless, to cost nothing, free(-ly), innocent, for nothing (nought, in vain9הַגִּ֥ידָהH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter10לִּ֖י11מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12מַּשְׂכֻּרְתֶּֽךָH4909loonreward, wages
16En Laban had twee dochters: de naam der grootste was Lea; en de naam der kleinste was Rachel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En LabanH3837 had tweeH8147dochtersH1323: de naamH8034 der grootsteH1419 was LeaH3812; en de naamH8034 der kleinsteH6996 was RachelH7354.En Laban had twee dochters: de naam der grootste was Lea; en de naam der kleinste was Rachel.
KJVAnd Laban1had two2daughters:3the name4of the elder5was Leah,6and the name7of the younger8was Rachel.
17Doch Lea had tedere ogen; maar Rachel was schoon van gedaante, en schoon van aangezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Doch LeaH3812 had tedereH7390ogenH5869; maar RachelH7354wasH1961schoonH3303 van gedaanteH8389, en schoonH3303 van aangezichtH4758.Doch Lea had tedere ogen; maar Rachel was schoon van gedaante, en schoon van aangezicht.
18En Jakob had Rachel lief; en hij zeide: Ik zal u zeven jaren dienen, om Rachel, uw kleinste dochter.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En JakobH3290 had RachelH7354liefH157; en hij zeideH559: Ik zal u zevenH7651jarenH8141dienenH5647, om RachelH7354, uw kleinsteH6996dochterH1323.En Jakob had Rachel lief; en hij zeide: Ik zal u zeven jaren dienen, om Rachel, uw kleinste dochter.
KJVAnd Jacob2loved1Rachel;4and said,5I will serve6thee seven7years8for Rachel9thy younger11daughter.
1וַיֶּאֱהַ֥בH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend2יַעֲקֹ֖בH3290Jakob, JakobsJacob3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4רָחֵ֑לH7354Rachel, RachelsRachel5וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֶֽעֱבָדְךָ֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8שָׁנִ֔יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9בְּרָחֵ֥לH7354Rachel, RachelsRachel10בִּתְּךָ֖H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village11הַקְּטַנָּֽהH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)
19Toen zeide Laban: Het is beter, dat ik haar aan u geve, dan dat ik haar aan een anderen man geve; blijf bij mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Toen zeideH559LabanH3837: Het is beterH2896, dat ik haar aan u geveH5414, dan dat ik haar aan een anderen manH376geveH5414; blijfH3427 bij mij.Toen zeide Laban: Het is beter, dat ik haar aan u geve, dan dat ik haar aan een anderen man geve; blijf bij mij.
KJVAnd Laban2said,1It is better3that I give4her to thee, than that I should give7her to another10man:9abide
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָבָ֗ןH3837Laban, LabansLaban3ט֚וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)4תִּתִּ֣יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5אֹתָ֣הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6לָ֔ךְ7מִתִּתִּ֥יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8אֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9לְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10אַחֵ֑רH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange11שְׁבָ֖הH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12עִמָּדִֽיH5978met, bijagainst, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.)
20Alzo diende Jakob om Rachel zeven jaren; en die waren in zijn ogen als enige dagen, omdat hij haar liefhad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Alzo diendeH5647JakobH3290 om RachelH7354zevenH7651jarenH8141; en die warenH1961 in zijn ogenH5869 als enigeH259dagenH3117, omdat hij haar liefhadH160.Alzo diende Jakob om Rachel zeven jaren; en die waren in zijn ogen als enige dagen, omdat hij haar liefhad.
KJVAnd Jacob2served1seven4years5for Rachel;3and they seemed7unto him but a few9days,8for the love he had
1וַיַּעֲבֹ֧דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,2יַעֲקֹ֛בH3290Jakob, JakobsJacob3בְּרָחֵ֖לH7354Rachel, RachelsRachel4שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5שָׁנִ֑יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6וַיִּהְי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7בְעֵינָיו֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8כְּיָמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9אֲחָדִ֔יםH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10בְּאַהֲבָת֖וֹH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend11אֹתָֽהּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21Toen zeide Jakob tot Laban: Geef mijn huisvrouw, want mijn dagen zijn vervuld, dat ik tot haar inga.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen zeideH559JakobH3290totH413LabanH3837: GeefH3051 mijn huisvrouwH802, wantH3588 mijn dagenH3117 zijn vervuldH4390, dat ik totH413 haar ingaH935.Toen zeide Jakob tot Laban: Geef mijn huisvrouw, want mijn dagen zijn vervuld, dat ik tot haar inga.
KJVAnd Jacob2said1unto Laban,4Give5me my wife,7for my days10are fulfilled,9that I may go in
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יַעֲקֹ֤בH3290Jakob, JakobsJacob3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4לָבָן֙H3837Laban, LabansLaban5הָבָ֣הH3051Geeft, Geef, geeftascribe, bring, come on, give, go, set, take6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אִשְׁתִּ֔יH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9מָלְא֖וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly10יָמָ֑יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11וְאָב֖וֹאָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12אֵלֶֽיהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
22Zo verzamelde Laban al de mannen dier plaats, en maakte een maaltijd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Zo verzameldeH622LabanH3837alH3605 de mannenH582 dier plaatsH4725, en maakteH6213 een maaltijdH4960.Zo verzamelde Laban al de mannen dier plaats, en maakte een maaltijd.
KJVAnd Laban2gathered together1all the menof the place,6and made7a feast.
1וַיֶּאֱסֹ֥ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2לָבָ֛ןH3837Laban, LabansLaban3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אַנְשֵׁ֥יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6הַמָּק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)7וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8מִשְׁתֶּֽהH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23En het geschiedde des avonds, dat hij zijn dochter Lea nam, en bracht haar tot hem; en hij ging tot haar in.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En het geschiedde des avondsH6153, dat hij zijn dochterH1323LeaH3812namH3947, en brachtH935 haar totH413 hem; en hij ging totH413 haar in.En het geschiedde des avonds, dat hij zijn dochter Lea nam, en bracht haar tot hem; en hij ging tot haar in.
KJVAnd it came to pass in the evening,2that he took3Leah5his daughter,6and brought7her to him; and he went in
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בָעֶ֔רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night3וַיִּקַּח֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5לֵאָ֣הH3812LeaLeah6בִתּ֔וֹH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7וַיָּבֵ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֵלָ֑יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10וַיָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11אֵלֶֽיהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
24En Laban gaf haar Zilpa, zijn dienstmaagd, aan Lea, zijn dochter, tot een dienstmaagd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En LabanH3837gafH5414 haar ZilpaH2153, zijn dienstmaagdH8198, aan LeaH3812, zijn dochterH1323, tot een dienstmaagdH8198.En Laban gaf haar Zilpa, zijn dienstmaagd, aan Lea, zijn dochter, tot een dienstmaagd.
KJVAnd Laban2gave1unto his daughter8Leah7Zilpah5his maid6for an handmaid.
1וַיִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לָבָן֙H3837Laban, LabansLaban3לָ֔הּ4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5זִלְפָּ֖הH2153ZilpaZilpah6שִׁפְחָת֑וֹH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant7לְלֵאָ֥הH3812LeaLeah8בִתּ֖וֹH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village9שִׁפְחָֽהH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant
25En het geschiedde des morgens, en ziet, het was Lea. Daarom zeide hij tot Laban: Wat is dit, dat gij mij gedaan hebt; heb ik niet bij u gediend om Rachel? waarom hebt gij mij dan bedrogen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En het geschiedde des morgensH1242, en zietH2009, hetH1931 was LeaH3812. Daarom zeideH559 hij totH413LabanH3837: WatH4100 is ditH2063, dat gij mij gedaanH6213 hebt; heb ik nietH3808bijH5973 u gediendH5647 om RachelH7354? waaromH4100 hebt gij mij dan bedrogenH7411?En het geschiedde des morgens, en ziet, het was Lea. Daarom zeide hij tot Laban: Wat is dit, dat gij mij gedaan hebt; heb ik niet bij u gediend om Rachel? waarom hebt gij mij dan bedrogen?
KJVAnd it came to pass, that in the morning,2behold, it was Leah:5and he said6to Laban,8What is this thou hast done11unto me? did not I serve15with thee for Rachel?14wherefore then hast thou beguiled
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow3וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see4הִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5לֵאָ֑הH3812LeaLeah6וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8לָבָ֗ןH3837Laban, LabansLaban9מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why10זֹּאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus11עָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12לִּ֔י13הֲלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14בְרָחֵל֙H7354Rachel, RachelsRachel15עָבַ֣דְתִּיH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,16עִמָּ֔ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)17וְלָ֖מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why18רִמִּיתָֽנִיH7411bedrogen, bedriegelijk, bedriegtbeguile, betray, (bow-) man, carry, deceive, throw
26En Laban zeide: Men doet alzo niet te dezer onzer plaatse, dat men de kleinste uitgeve voor de eerstgeborene.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En LabanH3837zeideH559: Men doetH6213alzoH3651nietH3808 te dezer onzer plaatseH4725, dat men de kleinsteH6810uitgeveH5414voorH6440 de eerstgeboreneH1067.En Laban zeide: Men doet alzo niet te dezer onzer plaatse, dat men de kleinste uitgeve voor de eerstgeborene.
KJVAnd Laban2said,1It must not be so done4in our country,6to give7the younger8before9the firstborn.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָבָ֔ןH3837Laban, LabansLaban3לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יֵעָשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5כֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you6בִּמְקוֹמֵ֑נוּH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)7לָתֵ֥תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8הַצְּעִירָ֖הH6810jongste, kleinste, geringstenleast, little (one), small (one), [phrase] young(-er, -est)9לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10הַבְּכִירָֽהH1067eerstgeborenefirstborn
27Vervul de week van deze; dan zullen wij u ook die geven, voor den dienst, dien gij nog andere zeven jaren bij mij dienen zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27VervulH4390 de weekH7620 van dezeH2063; dan zullen wij u ookH1571 die gevenH5414, voor den dienstH5656, dien gij nogH5750 andere zevenH7651jarenH8141 bij mij dienenH5647 zult.Vervul de week van deze; dan zullen wij u ook die geven, voor den dienst, dien gij nog andere zeven jaren bij mij dienen zult.
KJVFulfil1her3week,2and we will give4thee this also for the service9which thou shalt serve11with me yet seven14other16years.
1מַלֵּ֖אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly2שְׁבֻ֣עַH7620weken, week, tijdenseven, week3זֹ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus4וְנִתְּנָ֨הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לְךָ֜6גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8זֹ֗אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus9בַּעֲבֹדָה֙H5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11תַּעֲבֹ֣דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12עִמָּדִ֔יH5978met, bijagainst, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.)13ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)14שֶֽׁבַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)15שָׁנִ֥יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)16אֲחֵרֽוֹתH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange
28En Jakob deed alzo; en hij vervulde de week van deze. Toen gaf hij hem Rachel, zijn dochter, hem tot een vrouw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En JakobH3290deedH6213alzoH3651; en hij vervuldeH4390 de weekH7620 van dezeH2063. Toen gafH5414 hij hem RachelH7354, zijn dochterH1323, hem tot een vrouwH802.En Jakob deed alzo; en hij vervulde de week van deze. Toen gaf hij hem Rachel, zijn dochter, hem tot een vrouw.
KJVAnd Jacob2did1so, and fulfilled4her week:5and he gave7him Rachel10his daughter11to wife
1וַיַּ֤עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2יַעֲקֹב֙H3290Jakob, JakobsJacob3כֵּ֔ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you4וַיְמַלֵּ֖אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly5שְׁבֻ֣עַH7620weken, week, tijdenseven, week6זֹ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7וַיִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8ל֛וֹ9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10רָחֵ֥לH7354Rachel, RachelsRachel11בִּתּ֖וֹH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village12ל֥וֹ13לְאִשָּֽׁהH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
29En Laban gaf aan zijn dochter Rachel zijn dienstmaagd Bilha, haar tot een dienstmaagd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En LabanH3837gafH5414 aan zijn dochterH1323RachelH7354 zijn dienstmaagdH8198BilhaH1090, haar tot een dienstmaagdH8198.En Laban gaf aan zijn dochter Rachel zijn dienstmaagd Bilha, haar tot een dienstmaagd.
KJVAnd Laban2gave1to Rachel3his daughter4Bilhah6his handmaid7to be her maid.
1וַיִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לָבָן֙H3837Laban, LabansLaban3לְרָחֵ֣לH7354Rachel, RachelsRachel4בִּתּ֔וֹH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בִּלְהָ֖הH1090BilhaBilhah7שִׁפְחָת֑וֹH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant8לָ֖הּ9לְשִׁפְחָֽהH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant
30En hij ging ook in tot Rachel, en had ook Rachel liever dan Lea; en hij diende bij hem nog andere zeven jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En hij ging ook in totH413RachelH7354, en had ookH1571RachelH7354lieverH157 dan LeaH3812; en hij diendeH5647bijH5973 hem nogH5750 andere zevenH7651jarenH8141.En hij ging ook in tot Rachel, en had ook Rachel liever dan Lea; en hij diende bij hem nog andere zeven jaren.
KJVAnd he went in1also unto Rachel,4and he loved5also Rachel8more than Leah,9and served10with him yet seven13other15years.
1וַיָּבֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4רָחֵ֔לH7354Rachel, RachelsRachel5וַיֶּאֱהַ֥בH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend6גַּֽםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8רָחֵ֖לH7354Rachel, RachelsRachel9מִלֵּאָ֑הH3812LeaLeah10וַיַּעֲבֹ֣דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,11עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)13שֶֽׁבַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)14שָׁנִ֥יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)15אֲחֵרֽוֹתH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange
31Toen nu de HEERE zag, dat Lea gehaat was, opende Hij haar baarmoeder; maar Rachel was onvruchtbaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Toen nu de HEEREH3068zagH7200, datH3588LeaH3812gehaatH8130 was, opendeH6605 Hij haar baarmoederH7358; maar RachelH7354 was onvruchtbaarH6135.Toen nu de HEERE zag, dat Lea gehaat was, opende Hij haar baarmoeder; maar Rachel was onvruchtbaar.
KJVAnd when the LORD2saw1that Leah5was hated,4he opened6her womb:8but Rachel9was barren.
1וַיַּ֤רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4שְׂנוּאָ֣הH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly5לֵאָ֔הH3812LeaLeah6וַיִּפְתַּ֖חH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8רַחְמָ֑הּH7358baarmoeder, baarmoeders, lijfmatrix, womb9וְרָחֵ֖לH7354Rachel, RachelsRachel10עֲקָרָֽהH6135onvruchtbaar, onvruchtbare, man([idiom] male or female) barren (woman)
32En Lea werd bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Ruben; want zij zeide: Omdat de HEERE mijn verdrukking heeft aangezien, daarom zal mijn man mij nu liefhebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En LeaH3812 werd bevruchtH2029, en baardeH3205 een zoonH1121, en zij noemdeH7121 zijn naamH8034RubenH7205; wantH3588 zij zeideH559: OmdatH3588 de HEEREH3068 mijn verdrukkingH6040 heeft aangezienH7200, daarom zal mijn manH376 mij nuH6258liefhebbenH157.En Lea werd bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Ruben; want zij zeide: Omdat de HEERE mijn verdrukking heeft aangezien, daarom zal mijn man mij nu liefhebben.
KJVAnd Leah2conceived,1and bare3a son,4and she called5his name6Reuben:7for8she said,9Surely10the LORD12hath looked11upon my affliction;13now therefore14my husband17will love
1וַתַּ֤הַרH2029bevrucht, zwanger, ontvangenbeen, be with child, conceive, progenitor2לֵאָה֙H3812LeaLeah3וַתֵּ֣לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4בֵּ֔ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וַתִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7רְאוּבֵ֑ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אָֽמְרָ֗הH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11רָאָ֤הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13בְּעָנְיִ֔יH6040ellende, verdrukking, drukafflicted(-ion), trouble14כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15עַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas16יֶאֱהָבַ֥נִיH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend17אִישִֽׁיH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
33En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Dewijl de HEERE gehoord heeft, dat ik gehaat was, zo heeft Hij mij ook dezen gegeven; en zij noemde zijn naam Simeon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En zij werd wederomH5750bevruchtH2029, en baardeH3205 een zoonH1121, en zeideH559: DewijlH3588 de HEEREH3068gehoordH8085 heeft, dat ik gehaatH8130 was, zo heeft Hij mijH595ookH1571dezenH2088gegevenH5414; en zij noemdeH7121 zijn naamH8034SimeonH8095.En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Dewijl de HEERE gehoord heeft, dat ik gehaat was, zo heeft Hij mij ook dezen gegeven; en zij noemde zijn naam Simeon.
KJVAnd she conceived1again, and bare3a son;4and said,5Because the LORD8hath heard7that I was hated,10he hath therefore given12me this son also: and she called17his name18Simeon.
1וַתַּ֣הַרH2029bevrucht, zwanger, ontvangenbeen, be with child, conceive, progenitor2עוֹד֮H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3וַתֵּ֣לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4בֵּן֒H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וַתֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7שָׁמַ֤עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10שְׂנוּאָ֣הH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly11אָנֹ֔כִיH595ik, mijI, me, [idiom] which12וַיִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13לִ֖י14גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16זֶ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)17וַתִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say18שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report19שִׁמְעֽוֹןH8095Simeon, JudaSimeon
34En zij werd nog bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Nu zal zich ditmaal mijn man bij mij voegen, dewijl ik hem drie zonen gebaard heb; daarom noemde zij zijn naam Levi.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En zij werd nogH5750bevruchtH2029, en baardeH3205 een zoonH1121, en zeideH559: NuH6258 zal zich ditmaalH6471 mijn manH376bijH5921 mij voegenH3867, dewijlH3588 ik hem drieH7969zonenH1121gebaardH3205 heb; daaromH3651noemdeH7121 zij zijn naamH8034LeviH3878.En zij werd nog bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Nu zal zich ditmaal mijn man bij mij voegen, dewijl ik hem drie zonen gebaard heb; daarom noemde zij zijn naam Levi.
KJVAnd she conceived again,1and bare3a son;4and said,5Now this time7will my husband9be joined8unto me, because I have born12him three14sons:15therefore was his name19called18Levi.
1וַתַּ֣הַרH2029bevrucht, zwanger, ontvangenbeen, be with child, conceive, progenitor2עוֹד֮H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3וַתֵּ֣לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4בֵּן֒H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וַתֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6עַתָּ֤הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas7הַפַּ֨עַם֙H6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel8יִלָּוֶ֤הH3867leent, lenen, vervoegenabide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er)9אִישִׁי֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12יָלַ֥דְתִּיH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)13ל֖וֹ14שְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)15בָנִ֑יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you18קָרָֽאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say19שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report20לֵוִֽיH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)
35En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Ditmaal zal ik den HEERE loven; daarom noemde zij zijn naam Juda. En zij hield op van baren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En zij werd wederomH5750bevruchtH2029, en baardeH3205 een zoonH1121, en zeideH559: DitmaalH6471 zal ik den HEEREH3068lovenH3034; daaromH3651noemdeH7121 zij zijn naamH8034JudaH3063. En zij hieldH5975opH5921 van barenH3205.En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Ditmaal zal ik den HEERE loven; daarom noemde zij zijn naam Juda. En zij hield op van baren.
KJVAnd she conceived1again, and bare3a son:4and she said,5Now6will I praise7the LORD:9therefore she called12his name13Judah;14and left15bearing.
1וַתַּ֨הַרH2029bevrucht, zwanger, ontvangenbeen, be with child, conceive, progenitor2ע֜וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3וַתֵּ֣לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4בֵּ֗ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וַתֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6הַפַּ֨עַם֙H6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel7אוֹדֶ֣הH3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11כֵּ֛ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you12קָרְאָ֥הH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say13שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report14יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah15וַֽתַּעֲמֹ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry16מִלֶּֽדֶתH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 29:1— Toen hief Jakob zijn voeten op, en ging naar het land der kinderen van het Oosten.Richteren 6:3→Richteren 6:33→Numeri 23:7→Psalmen 119:60→Richteren 7:12→Genesis 22:20→Genesis 25:20→Genesis 28:5→
Genesis 29:2— En hij zag toe, en ziet, er was een put in het veld; en ziet, er waren drie kudden schapen nevens dien nederliggende; want uit dien put drenkten zij de kudden; en er was een grote steen op den mond van dien put.Exodus 2:15→Genesis 24:11→Hooglied 1:6→Johannes 4:6→Psalmen 23:2→Johannes 4:14→Genesis 24:13→Openbaring 7:17→
Genesis 29:4— Toen zeide Jakob tot hen: Mijn broeders! van waar zijt gij? En zij zeiden: Wij zijn van Haran.Genesis 28:10→Genesis 27:43→Handelingen 7:4→Handelingen 7:2→Genesis 24:10→Genesis 11:31→
Genesis 29:5— En hij zeide tot hen: Kent gij Laban, den zoon van Nahor? En zij zeiden: Wij kennen hem.Genesis 24:24→Genesis 24:29→Genesis 31:53→
Genesis 29:6— Voorts zeide hij tot hen: Is het wel met hem? En zij zeiden: Het is wel; en zie, Rachel, zijn dochter, komt met de schapen.Exodus 18:7→Genesis 43:27→2 Samuël 20:9→1 Samuël 25:5→Genesis 37:14→1 Samuël 17:22→
Genesis 29:7— En hij zeide: Ziet, het is nog hoog dag, het is geen tijd, dat het vee verzameld worde; drenkt de schapen, en gaat heen, weidt dezelve.Efeze 5:16→Galaten 6:9→
Genesis 29:8— Toen zeiden zij: Wij kunnen niet, totdat al de kudden samen zullen vergaderd zijn, en dat men den steen van den mond des puts afwentele, opdat wij de schapen drenken.Lukas 24:2→Genesis 43:32→Genesis 29:3→Markus 16:3→Genesis 34:14→
Genesis 29:9— Als hij nog met hen sprak, zo kwam Rachel met de schapen, die haar vader toebehoorden; want zij was een herderin.Genesis 24:15→Exodus 2:15→Hooglied 1:7→Exodus 2:21→
Genesis 29:10— En het geschiedde, als Jakob Rachel zag, de dochter van Laban, zijner moeders broeder, en de schapen van Laban, zijner moeders broeder, dat Jakob toetrad, en wentelde den steen van den mond des puts, en drenkte de schapen van Laban, zijner moeders broeder.Exodus 2:17→
Genesis 29:11— En Jakob kuste Rachel; en hij hief zijn stem op en weende.Genesis 33:4→Genesis 45:2→Genesis 43:30→Genesis 45:14→Exodus 18:7→Exodus 4:27→Genesis 27:26→Genesis 29:13→
Genesis 29:12— En Jakob gaf Rachel te kennen, dat hij een broeder van haar vader, en dat hij de zoon van Rebekka was. Toen liep zij heen, en gaf het aan haar vader te kennen.Genesis 24:28→Genesis 13:8→Genesis 14:14→
Genesis 29:13— En het geschiedde, als Laban die tijding hoorde van Jakob, zijner zusters zoon, zo liep hij hem tegemoet, en omhelsde hem, en kuste hem, en bracht hem tot zijn huis. En hij vertelde Laban al deze dingen.Genesis 24:29→Lukas 7:45→Romeinen 16:16→2 Samuël 19:39→Handelingen 20:37→Exodus 4:27→Exodus 18:7→Genesis 45:15→
Genesis 29:14— Toen zeide Laban tot hem: Voorwaar, gij zijt mijn gebeente en mijn vlees! En hij bleef bij hem een volle maand.2 Samuël 19:12→Genesis 2:23→Richteren 9:2→2 Samuël 5:1→Genesis 29:12→Micha 7:5→Genesis 29:15→Genesis 13:8→
Genesis 29:15— Daarna zeide Laban tot Jakob: Omdat gij mijn broeder zijt, zoudt gij mij derhalve om niet dienen? verklaar mij, wat zal uw loon zijn?Genesis 31:7→Genesis 30:28→
Genesis 29:16— En Laban had twee dochters: de naam der grootste was Lea; en de naam der kleinste was Rachel.Ruth 4:11→Genesis 49:31→Genesis 46:15→Genesis 31:4→Genesis 35:23→Genesis 29:25→Genesis 30:19→Genesis 33:2→
Genesis 29:17— Doch Lea had tedere ogen; maar Rachel was schoon van gedaante, en schoon van aangezicht.Genesis 12:11→1 Samuël 10:2→Genesis 29:6→Genesis 29:18→Genesis 48:7→Genesis 35:19→Genesis 24:16→Spreuken 31:30→
Genesis 29:18— En Jakob had Rachel lief; en hij zeide: Ik zal u zeven jaren dienen, om Rachel, uw kleinste dochter.Hosea 12:12→Exodus 22:16→Genesis 31:41→Hosea 3:2→2 Samuël 3:14→Genesis 29:30→Genesis 34:12→Genesis 29:20→
Genesis 29:19— Toen zeide Laban: Het is beter, dat ik haar aan u geve, dan dat ik haar aan een anderen man geve; blijf bij mij.Jesaja 6:5→Jesaja 6:11→Psalmen 12:2→
Genesis 29:20— Alzo diende Jakob om Rachel zeven jaren; en die waren in zijn ogen als enige dagen, omdat hij haar liefhad.Hosea 12:12→1 Korinthe 13:7→Genesis 30:26→Genesis 24:67→Hooglied 8:6→2 Korinthe 5:14→Efeze 5:2→
Genesis 29:21— Toen zeide Jakob tot Laban: Geef mijn huisvrouw, want mijn dagen zijn vervuld, dat ik tot haar inga.Richteren 15:1→Mattheüs 1:18→Genesis 29:18→Genesis 31:41→Genesis 4:1→Genesis 38:16→Genesis 29:20→
Genesis 29:22— Zo verzamelde Laban al de mannen dier plaats, en maakte een maaltijd.Openbaring 19:9→Ruth 4:10→Richteren 14:10→Mattheüs 25:1→Johannes 2:1→Mattheüs 22:2→
Genesis 29:23— En het geschiedde des avonds, dat hij zijn dochter Lea nam, en bracht haar tot hem; en hij ging tot haar in.Micha 7:5→Genesis 24:65→Genesis 38:14→
Genesis 29:24— En Laban gaf haar Zilpa, zijn dienstmaagd, aan Lea, zijn dochter, tot een dienstmaagd.Genesis 30:9→Genesis 16:1→Genesis 24:59→Genesis 46:18→
Genesis 29:25— En het geschiedde des morgens, en ziet, het was Lea. Daarom zeide hij tot Laban: Wat is dit, dat gij mij gedaan hebt; heb ik niet bij u gediend om Rachel? waarom hebt gij mij dan bedrogen?Richteren 1:7→Genesis 12:18→Openbaring 3:19→Genesis 27:35→Mattheüs 7:12→1 Korinthe 3:13→Mattheüs 7:2→Johannes 21:17→
Genesis 29:27— Vervul de week van deze; dan zullen wij u ook die geven, voor den dienst, dien gij nog andere zeven jaren bij mij dienen zult.Richteren 14:12→Leviticus 18:18→1 Timotheüs 6:10→Genesis 8:10→Maleachi 2:15→Richteren 14:10→Genesis 2:2→
Genesis 29:29— En Laban gaf aan zijn dochter Rachel zijn dienstmaagd Bilha, haar tot een dienstmaagd.Genesis 35:22→Genesis 29:24→Genesis 35:25→Genesis 30:3→Genesis 37:2→
Genesis 29:30— En hij ging ook in tot Rachel, en had ook Rachel liever dan Lea; en hij diende bij hem nog andere zeven jaren.Genesis 31:41→Genesis 29:18→Genesis 29:20→Johannes 12:25→Hosea 12:12→Genesis 44:27→Genesis 44:20→Mattheüs 6:24→
Genesis 29:31— Toen nu de HEERE zag, dat Lea gehaat was, opende Hij haar baarmoeder; maar Rachel was onvruchtbaar.Deuteronomium 21:15→Psalmen 127:3→Genesis 30:22→Maleachi 1:3→Richteren 13:2→Mattheüs 10:37→Exodus 3:7→1 Samuël 1:5→
Genesis 29:32— En Lea werd bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Ruben; want zij zeide: Omdat de HEERE mijn verdrukking heeft aangezien, daarom zal mijn man mij nu liefhebben.Exodus 4:31→Deuteronomium 26:7→Psalmen 25:18→Exodus 3:7→Genesis 31:42→Genesis 49:3→Genesis 42:27→Psalmen 106:44→
Genesis 29:33— En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Dewijl de HEERE gehoord heeft, dat ik gehaat was, zo heeft Hij mij ook dezen gegeven; en zij noemde zijn naam Simeon.Genesis 34:25→Genesis 49:5→Genesis 30:20→Genesis 30:8→Genesis 30:6→Genesis 35:23→Genesis 34:30→Genesis 42:24→
Genesis 29:34— En zij werd nog bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Nu zal zich ditmaal mijn man bij mij voegen, dewijl ik hem drie zonen gebaard heb; daarom noemde zij zijn naam Levi.Genesis 49:5→Exodus 32:26→Genesis 35:23→Genesis 46:11→Exodus 2:1→Deuteronomium 33:8→Numeri 18:2→Genesis 34:25→
Genesis 29:35— En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Ditmaal zal ik den HEERE loven; daarom noemde zij zijn naam Juda. En zij hield op van baren.Mattheüs 1:2→Genesis 35:26→Genesis 46:12→1 Kronieken 5:2→Genesis 49:8→Genesis 43:8→Genesis 44:18→Genesis 38:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 29 vers 1— Toen hief Jakob zijn voeten op, en ging naar het land der kinderen van het Oosten.
hief
Door deze manier van spreken wordt te kennen gegeven dat Jakob, door de voorgaande goddelijke toespraak getroost en versterkt zijnde, met lust en vreugde zijn weg reisde.
Hertaald:hief
Door deze uitdrukking wordt te kennen gegeven dat Jakob, getroost en versterkt door de voorgaande goddelijke toespraak, met vreugde en blijdschap zijn weg vervolgde.
der kinderen
Dat is, van het volk, dat tegen het oosten van Kanaän woonachtig is. Alzo Richt. 6:33; 1 Kon. 4:30; Job 1:3; Jer. 49:28.
Hertaald:der kinderen
Dat is: van het volk dat ten oosten van Kanaän woont. Zo ook Richt. 6:33; 1 Kon. 4:30; Job 1:3; Jer. 49:28.
Genesis 29 vers 4— Toen zeide Jakob tot hen: Mijn broeders! van waar zijt gij? En zij zeiden: Wij zijn van Haran.
broeders
Verg. boven, Gen. 19:7.
Hertaald:broeders
Vergelijk Gen. 19:7.
Genesis 29 vers 5— En hij zeide tot hen: Kent gij Laban, den zoon van Nahor? En zij zeiden: Wij kennen hem.
zoon van
Dat is, zoons zoon.
Hertaald:zoon van
Dat is: kleinzoon.
Genesis 29 vers 6— Voorts zeide hij tot hen: Is het wel met hem? En zij zeiden: Het is wel; en zie, Rachel, zijn dochter, komt met de schapen.
Is het
Hebr. is hem vrede? of heeft hij vrede? alzo onder, Gen. 43:27; 2 Sam. 18:32; 2 Kon. 4:26, enz. Zie van het woord vrede, onder Gen. 37:14.
Hertaald:Is het
Hebreeuws: is hem vrede? Of: heeft hij vrede? Zo ook in Gen. 43:27; 2 Sam. 18:32; 2 Kon. 4:26, enz. Zie over het woord vrede, Gen. 37:14.
Genesis 29 vers 7— En hij zeide: Ziet, het is nog hoog dag, het is geen tijd, dat het vee verzameld worde; drenkt de schapen, en gaat heen, weidt dezelve.
het is
Hebr. het is nog grootdag.
Hertaald:het is
Hebreeuws: het is nog volop dag.
Genesis 29 vers 8— Toen zeiden zij: Wij kunnen niet, totdat al de kudden samen zullen vergaderd zijn, en dat men den steen van den mond des puts afwentele, opdat wij de schapen drenken.
Wij kunnen
Hebr. wij zullen niet kunnen. Te weten, om de zwaarheid van den steen, dien wij met ons weinigen niet kunnen afnemen, en om de gewoonte die wij hebben, naar elkander te wachten.
Hertaald:Wij kunnen
Hebreeuws: wij zullen niet kunnen. Namelijk: vanwege de zwaarte van de steen, die wij met ons weinigen niet kunnen wegnemen, en vanwege onze gewoonte om op elkaar te wachten.
Genesis 29 vers 9— Als hij nog met hen sprak, zo kwam Rachel met de schapen, die haar vader toebehoorden; want zij was een herderin.
zij was
Zie dergelijke exempelen Ex. 2:16; Hoogl. 1:7-8.
Hertaald:zij was
Zie soortgelijke voorbeelden in Ex. 2:16; Hoogl. 1:7-8.
Genesis 29 vers 10— En het geschiedde, als Jakob Rachel zag, de dochter van Laban, zijner moeders broeder, en de schapen van Laban, zijner moeders broeder, dat Jakob toetrad, en wentelde den steen van den mond des puts, en drenkte de schapen van Laban, zijner moeders broeder.
wentelde
Dat is, hij hielp de herders den steen afwentelen in Rachels plaats. Want alleen kon hij het niet doen. Zie vs.8.
Hertaald:wentelde
Dat is: hij hielp de herders in Rachels plaats de steen wegrollen, want alleen kon hij het niet doen. Zie vers 8.
Genesis 29 vers 11— En Jakob kuste Rachel; en hij hief zijn stem op en weende.
kuste
Naar het gebruik van die landen, bij manier van groetenis; zo in het komen, gelijk hier vs.13, en onder Gen. 33:4; Ex. 4:27, en Ex. 18:7; als in het scheiden, Ruth 1:14; 1 Sam. 20:41; 1 Kon. 19:20.
Hertaald:kuste
Naar het gebruik van die landen, als manier van groeten; zowel bij aankomst, zoals hier en in vers 13, en Gen. 33:4; Ex. 4:27, en Ex. 18:7, als bij afscheid, Ruth 1:14; 1 Sam. 20:41; 1 Kon. 19:20.
weende
Te weten, van blijdschap, omdat hij daar zijn nicht zo bekwamelijk en tijdig ontmoette. Zie van dergelijk wenen ook onder, Gen. 33:4.
Hertaald:weende
Namelijk: van blijdschap, omdat hij daar zijn nicht zo gepast en op het juiste moment ontmoette. Zie over zo'n manier van wenen ook Gen. 33:4.
Genesis 29 vers 12— En Jakob gaf Rachel te kennen, dat hij een broeder van haar vader, en dat hij de zoon van Rebekka was. Toen liep zij heen, en gaf het aan haar vader te kennen.
broeder was
Zie boven, Gen. 13:8.
Hertaald:broeder was
Zie Gen. 13:8.
Genesis 29 vers 13— En het geschiedde, als Laban die tijding hoorde van Jakob, zijner zusters zoon, zo liep hij hem tegemoet, en omhelsde hem, en kuste hem, en bracht hem tot zijn huis. En hij vertelde Laban al deze dingen.
als Laban
Hebr. toen Laban de horing Jakobs hoorde.
Hertaald:als Laban
Hebreeuws: toen Laban het horen van Jakob hoorde.
al deze
Te weten, de oorzaak van zijn reis, en wat hem op den weg bejegend was, hetwelk alles Laban diende te weten, om voor te komen alle kwaad vermoeden van een zo schielijke en slechte aankomst, in vergelijking van Eliëzers aankomst; boven, Gen 24.
Hertaald:al deze
Namelijk: de reden van zijn reis, en wat hem onderweg overkomen was, wat Laban allemaal moest weten om elk kwaad vermoeden te voorkomen over zo'n plotselinge en armzalige aankomst, in vergelijking met de aankomst van Eliëzer; zie Gen. 24.
Genesis 29 vers 14— Toen zeide Laban tot hem: Voorwaar, gij zijt mijn gebeente en mijn vlees! En hij bleef bij hem een volle maand.
mijn gebeente
Dat is, mijn verwant, mijn maagschap. Zie dergelijke manier van spreken boven, Gen. 2:23, en Richt. 9:2; 2 Sam. 19:12-13, en 1 Kron. 11:1, als ook in het geestelijke, Ef. 5:30.
Hertaald:mijn gebeente
Dat is: mijn verwant, mijn bloedverwantschap. Zie zo'n uitdrukking ook in Gen. 2:23, en Richt. 9:2; 2 Sam. 19:12-13, en 1 Kron. 11:1, en ook in geestelijke zin, Ef. 5:30.
een volle
Hebr. een maand der dagen, dat is, een volle maand, of, zoveel dagen als er in een maand gaan. Alzo is een jaar der dagen, onder Gen. 41:1, te zeggen een geheel jaar.
Hertaald:een volle
Hebreeuws: een maand der dagen, dat is: een volle maand, of zoveel dagen als een maand telt. Zo betekent ook 'een jaar der dagen', in Gen. 41:1, een heel jaar.
Genesis 29 vers 16— En Laban had twee dochters: de naam der grootste was Lea; en de naam der kleinste was Rachel.
grootste
Dat is, der oudste.
Hertaald:grootste
Dat is: de oudste.
kleinste
Dat is, der jongste.
Hertaald:kleinste
Dat is: de jongste.
Genesis 29 vers 17— Doch Lea had tedere ogen; maar Rachel was schoon van gedaante, en schoon van aangezicht.
tedere
Dat is, zwakke en gebrekkelijke.
Hertaald:tedere
Dat is: zwakke en gebrekkige.
Genesis 29 vers 18— En Jakob had Rachel lief; en hij zeide: Ik zal u zeven jaren dienen, om Rachel, uw kleinste dochter.
zeven
Jakob biedt aan, een langen tijd te dienen, zowel omdat de gierigheid van zijn oom hem niet onbekend was; alsook omdat hij, Rachel zeer beminnende, begeerde aldus meteen den bruidsschat te betalen, dien de bruidegoms in dien tijd geven moesten; zoals blijkt uit Ex. 22:17, en 1 Sam. 18:25.
Hertaald:zeven
Jakob biedt aan lange tijd te dienen, deels omdat de gierigheid van zijn oom hem niet onbekend was, deels omdat hij, Rachel zeer liefhebbend, op deze manier meteen de bruidsschat wilde betalen die bruidegoms in die tijd moesten geven, zoals blijkt uit Ex. 22:17, en 1 Sam. 18:25.
Genesis 29 vers 19— Toen zeide Laban: Het is beter, dat ik haar aan u geve, dan dat ik haar aan een anderen man geve; blijf bij mij.
Het is
Een twijfelachtig en listig antwoord, gelijk de uitkomst wel geleerd heeft.
Hertaald:Het is
Een dubbelzinnig en listig antwoord, zoals de afloop wel geleerd heeft.
Genesis 29 vers 20— Alzo diende Jakob om Rachel zeven jaren; en die waren in zijn ogen als enige dagen, omdat hij haar liefhad.
als enige
Hebr. ene dagen. Zie deze manier van spreken ook boven, Gen. 27:44. De zin dezer woorden is dat Jakob deze tijd zeer kort viel.
Hertaald:als enige
Hebreeuws: enige dagen. Zie deze uitdrukking ook in Gen. 27:44. De betekenis van deze woorden is dat deze tijd Jakob zeer kort viel.
Genesis 29 vers 21— Toen zeide Jakob tot Laban: Geef mijn huisvrouw, want mijn dagen zijn vervuld, dat ik tot haar inga.
mijn huisvrouw,
Dat is, mijn ondertrouwde vrouw, uit kracht van het verdrag des huwelijks. Zie dergelijke manier van spreken, Matt. 1:18-19, en Luc. 2:5.
Hertaald:mijn huisvrouw,
Dat is: mijn ondertrouwde vrouw, krachtens het huwelijksverdrag. Zie zo'n uitdrukking ook in Matt. 1:18-19, en Luc. 2:5.
mijn
Te weten, de besproken jaren van mijn dienst.
Hertaald:mijn
Namelijk: de afgesproken jaren van mijn dienst.
dat ik
Zie boven, Gen. 6:4, en Gen. 16:2.
Hertaald:dat ik
Zie Gen. 6:4, en Gen. 16:2.
Genesis 29 vers 22— Zo verzamelde Laban al de mannen dier plaats, en maakte een maaltijd.
al de
Dat is, zeer velen; te weten, al zijn vrienden en goede bekenden, naburen en de aanzienlijksten der stad, volgens de gewoonte; zie Richt. 14:10-11; Joh. 2:1-2, enz. en dezen noodde hij in des te meerder getal, opdat Jakob minder zou durven veranderen den snoden vond, dien hij bedacht had om hem te bedriegen.
Hertaald:al de
Dat is: zeer velen; namelijk al zijn vrienden en goede bekenden, buren en de voornaamsten van de stad, volgens de gewoonte; zie Richt. 14:10-11; Joh. 2:1-2, enz. En hij nodigde er des te meer uit, opdat Jakob minder zou durven ingaan tegen de laaghartige list die hij bedacht had om hem te bedriegen.
Genesis 29 vers 23— En het geschiedde des avonds, dat hij zijn dochter Lea nam, en bracht haar tot hem; en hij ging tot haar in.
en bracht
Het schijnt uit deze plaats dat het in die tijden gebruikelijk was, dat men de bruid tot den bruidegom in de slaapkamer bracht, bedekt zijnde met een doek of sluier, om haar beschaamdheid; doch onder dezen schijn is Jakob bedrogen.
Hertaald:en bracht
Uit deze plaats blijkt dat het in die tijden gebruikelijk was de bruid, bedekt met een doek of sluier vanwege haar schaamte, naar de bruidegom in de slaapkamer te brengen; maar onder dat voorwendsel is Jakob bedrogen.
Genesis 29 vers 24— En Laban gaf haar Zilpa, zijn dienstmaagd, aan Lea, zijn dochter, tot een dienstmaagd.
tot
Dit woordje wordt hier ingevoegd uit het volgende vs. (29). Het was in die tijden een gebruik, dat de ouders, hun dochters ten huwelijk uitgevende, een dienstmaagd of andere vrouwelijke persoon medegaven. Zie boven, Gen. 24:59.
Hertaald:tot
Dit woordje wordt hier ingevoegd uit het volgende vers (29). Het was in die tijden gebruikelijk dat ouders, wanneer zij hun dochters uithuwelijkten, een dienstmaagd of andere vrouw meegaven. Zie Gen. 24:59.
Genesis 29 vers 26— En Laban zeide: Men doet alzo niet te dezer onzer plaatse, dat men de kleinste uitgeve voor de eerstgeborene.
Men doet
Indien dit zo was, zo behoorde Laban dit Jakob tevoren gezegd, en hem zo lelijk niet bedrogen of behandeld te hebben.
Hertaald:Men doet
Als dit zo was, dan had Laban dit Jakob van tevoren moeten zeggen, en hem niet zo lelijk moeten bedriegen of behandelen.
de kleine
Hebr. de kleine, dat is, de jongste.
Hertaald:de kleine
Hebreeuws: de kleine, dat is: de jongste.
Genesis 29 vers 27— Vervul de week van deze; dan zullen wij u ook die geven, voor den dienst, dien gij nog andere zeven jaren bij mij dienen zult.
Vervul
Dat is, houd deze zeven dagen van het begonnen bruiloftsfeest met Lea uit; zie een dergelijk exempel van een zevendaagse bruiloft, Richt. 14:12, Richt. 14:15, Richt. 14:17. Sommigen nemen deze week voor een jaarweek.
Hertaald:Vervul
Dat is: breng deze zeven dagen van het begonnen bruiloftsfeest met Lea ten einde; zie een soortgelijk voorbeeld van een zevendaagse bruiloft in Richt. 14:12, Richt. 14:15, Richt. 14:17. Sommigen vatten deze week op als een jaarweek.
dan zullen
Te weten, na het einde van deze week, zoals volgt, vs.28.
Hertaald:dan zullen
Namelijk: na het einde van deze week, zoals volgt in vers 28.
Genesis 29 vers 28— En Jakob deed alzo; en hij vervulde de week van deze. Toen gaf hij hem Rachel, zijn dochter, hem tot een vrouw.
gaf hij
Hoewel het schijnt dat deze vrijheid van twee zusters aan één man uit te geven, door menselijke wetten nog niet verboden was; nochtans streed zij tegen de natuur en de wet, daarna door Mozes gegeven, Lev. 18:18.
Hertaald:gaf hij
Hoewel het erop lijkt dat deze vrijheid om twee zusters aan één man uit te huwelijken door menselijke wetten toen nog niet verboden was, streed zij toch tegen de natuur en tegen de wet, die later door Mozes gegeven is, Lev. 18:18.
Genesis 29 vers 30— En hij ging ook in tot Rachel, en had ook Rachel liever dan Lea; en hij diende bij hem nog andere zeven jaren.
hij ging
Jakob laat zich overreden twee vrouwen tegelijk te nemen, dat wel was naar het gebruik van dien tijd, maar niet naar de instelling Gods; boven, Gen. 2:24; Mal. 2:15. Zie ook de aantekening, Gen. 4:19.
Hertaald:hij ging
Jakob laat zich overhalen twee vrouwen tegelijk te nemen; dat was wel naar het gebruik van die tijd, maar niet naar Gods instelling; Gen. 2:24; Mal. 2:15. Zie ook de aantekening bij Gen. 4:19.
Genesis 29 vers 31— Toen nu de HEERE zag, dat Lea gehaat was, opende Hij haar baarmoeder; maar Rachel was onvruchtbaar.
gehaat
Dat is, dat zij haar man zo lief een aangenaam niet was als Rachel; zie boven, vs.20. Het woord haten wordt somtijds gebruikt voor minder liefhebben. Zie Deut. 21:15; Matt. 6:24, en Luc. 14:26.
Hertaald:gehaat
Dat is: dat zij haar man niet zo lief en aangenaam was als Rachel; zie vers 20. Het woord 'haten' wordt soms gebruikt voor 'minder liefhebben'. Zie Deut. 21:15; Matt. 6:24, en Luc. 14:26.
opende
Dat is, Hij maakte haar vruchtbaar. Zie boven, Gen. 20:18.
Hertaald:opende
Dat is: Hij maakte haar vruchtbaar. Zie Gen. 20:18.
Genesis 29 vers 32— En Lea werd bevrucht, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Ruben; want zij zeide: Omdat de HEERE mijn verdrukking heeft aangezien, daarom zal mijn man mij nu liefhebben.
Ruben;
Dat is, zie een zoon, of een zoon des aanziens, alsof zij zeide: zie hoe mij nu God een zoon gegeven heeft in mijn verdrukking, want haar man had haar zo lief niet als haar zuster.
Hertaald:Ruben;
Dat is: zie een zoon, of een zoon van aanzien, alsof zij zei: zie hoe God mij nu een zoon gegeven heeft in mijn verdrukking, want haar man had haar niet zo lief als haar zuster.
liefhebben
Dat is, liever dan tevoren.
Hertaald:liefhebben
Dat is: liever dan voorheen.
Genesis 29 vers 33— En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Dewijl de HEERE gehoord heeft, dat ik gehaat was, zo heeft Hij mij ook dezen gegeven; en zij noemde zijn naam Simeon.
Simeon
Hebr. Schimon. Deze naam komt van een woord, hetwelk betekent horen, of verhoren. Want God verhoorde haar gebed en haar zuchten.
Hertaald:Simeon
Hebreeuws: Schimon. Deze naam komt van een woord dat 'horen' of 'verhoren' betekent. Want God verhoorde haar gebed en haar zuchten.
Genesis 29 vers 34— En zij werd nog bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Nu zal zich ditmaal mijn man bij mij voegen, dewijl ik hem drie zonen gebaard heb; daarom noemde zij zijn naam Levi.
hij zijn
Te weten, Jakob.
Hertaald:hij zijn
Namelijk: Jakob.
Levi
Dat is, toegevoegd of bijvoeging, of mijn bijvoeging. De oorzaak voor dezen naam staat in den tekst.
Hertaald:Levi
Dat is: toegevoegd of bijvoeging, of mijn bijvoeging. De reden voor deze naam staat in de tekst.
Genesis 29 vers 35— En zij werd wederom bevrucht, en baarde een zoon, en zeide: Ditmaal zal ik den HEERE loven; daarom noemde zij zijn naam Juda. En zij hield op van baren.
loven;
Hiervan komt de naam Jehudah, dat is, lof, dankzegging, belijdenis, bekentenis.
Hertaald:loven;
Hiervan komt de naam Jehudah, dat is: lof, dankzegging, belijdenis, erkentenis.
Juda
Hebr. Jehudah.
Hertaald:Juda
Hebreeuws: Jehudah.
hield op
Hebr. zij stond van baren; alzo onder, Gen. 30:9.
Hertaald:hield op
Hebreeuws: zij hield op met baren; zo ook in Gen. 30:9.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Nahor — snuivend, briesend
Een zoon van Terah en broer van Abram (Gen. 11:26-27). Hij bleef, anders dan Abram, achter in Haran; zijn kleindochter Rebekka zou later de vrouw van Isaäk worden (Gen. 24).
Haran — bergbewoner
Een zoon van Terah en broer van Abram en Nahor, vader van Lot (Gen. 11:27-28). Hij stierf al vóór zijn vader Terah, in zijn geboortestad Ur der Chaldeeën, en liet zijn zoon Lot achter.
Rebekka — een strik, of: gebonden schoonheid
De dochter van Bethuel, hier voor het eerst genoemd in de geslachtslijst van Nahor (Gen. 22:23), en later, in Gen. 24, door Abrahams knecht bij de put gevonden en tot vrouw van Izak gemaakt. Zij zou de moeder worden van Ezau en Jakob, en toonde een sterke wil die haar zachtaardige man vaak overvleugelde, onder meer bij het verkrijgen van de zegen voor Jakob (Gen. 27).
Laban — wit
De zoon van Bethuel en broer van Rebekka (Gen. 24:29). Hij woonde te Haran in Mesopotamië. Later, wanneer zijn neef Jakob bij hem zijn toevlucht zoekt, blijkt Laban een sluw en berekenend man: hij laat Jakob eerst met Lea trouwen in plaats van de beloofde Rachel, en verandert herhaaldelijk Jakobs loon (Gen. 29-31).
Jakob — hielenlichter, bedrieger
De tweede tweelingzoon van Izak en Rebekka, geboren terwijl hij de hiel van zijn broer Ezau vasthield, waaraan zijn naam is ontleend (Gen. 25:26). Hij verwierf sluw het eerstgeboorterecht en later, met hulp van zijn moeder, ook de zegen van zijn vader. Later zou God zijn naam veranderen in Israël (Gen. 32:28), en uit zijn twaalf zonen zouden de twaalf stammen van Israël voortkomen.
Rachel — ooi (schaap)
De jongste dochter van Laban, door Jakob bemind vanaf het eerste ogenblik dat hij haar bij de put ontmoette (Gen. 29:9-12). Jakob diende zeven jaar voor haar, maar werd door Laban bedrogen met Lea; pas na nog eens zeven jaar dienst kreeg hij ook Rachel tot vrouw. Lange tijd bleef zij onvruchtbaar, tot zij Jozef baarde (Gen. 30:22-24); later stierf zij bij de geboorte van haar tweede zoon Benjamin (Gen. 35:16-19).
Lea — vermoeide
De oudste dochter van Laban en zuster van Rachel, met 'tedere' (zwakke) ogen (Gen. 29:16-17). Door een list van haar vader werd zij in de huwelijksnacht in plaats van Rachel aan Jakob gegeven. Zij baarde Jakob zes zonen — Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issaschar en Zebulon — en één dochter, Dina, en werd na haar dood, evenals later Jakob zelf, begraven in de spelonk van Machpela.
Ruben — ziet, een zoon!
De eerstgeboren zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:32). Later verspeelde hij door zijn zonde (Gen. 35:22) zijn eerstgeboorterecht en de bijbehorende zegen (Gen. 49:3-4). Wel was hij het die zijn broers ervan weerhield Jozef te doden, en die zich later garant stelde voor de veilige terugkeer van Benjamin uit Egypte.
Simeon — God hoort
De tweede zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:33), zo genoemd omdat de HEERE gehoord had dat Lea niet bemind was. Samen met zijn broer Levi trad hij later wreed op tegen de inwoners van Sichem, tot ergernis van hun vader (Gen. 34; 49:5-7).
Levi — aanhankelijkheid, verbondenheid
De derde zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:34), zo genoemd in de hoop dat haar man zich nu aan haar zou verbinden. Uit hem zou later de priesterlijke stam voortkomen die de dienst van de tabernakel zou verzorgen.
Juda — lof, lofprijzing
De vierde zoon van Jakob en Lea (Gen. 29:35), zo genoemd omdat Lea nu de HEERE wilde loven. Later stelde hij voor Jozef te verkopen in plaats van te doden (Gen. 37:26-27), en bood hij zich in Egypte aan als slaaf in Benjamins plaats (Gen. 44:33-34). Uit zijn nageslacht zou koning David, en uiteindelijk de Heere Jezus Christus, voortkomen.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Haran — Assyrisch-Babylonisch Charran, "weg" — mogelijk omdat hier de handelsroute van Damaskus samenkwam met die van Ninevé naar Karkemis
Ligging: Vertegenwoordigd door het huidige Charran (Harran), ten zuidoosten van Edessa, aan de rivier de Belias (Balikh), een zijrivier van de Eufraat. De ruïnes liggen aan weerszijden van de rivier.
Geschiedenis: De stad waar Terach zich vestigde na zijn vertrek uit Ur (Gen. 11:31v), en vanwaar Abram zijn pelgrimstocht naar Kanaän begon (Gen. 12:1v). Waarschijnlijk "de stad van Nahor" waar Abrahams knecht kwam om een vrouw voor Izak te zoeken (Gen. 24:10v). Hierheen vluchtte ook Jakob voor de toorn van Ezau (Gen. 27:43); hier ontmoette hij zijn bruid en hoedde hij de kudden van Laban. Van oudsher een zetel van de verering van de maangod Sin; er stond een tempel, gebouwd door Salmaneser II en later hersteld door Assurbanipal, die hier gekroond werd met "de kroon van Sin". Bij Haran versloegen de Parthen Crassus (53 v.Chr.); hier werd Caracalla vermoord (217 n.Chr.).
Bijbelse betekenis: Het laatste station voordat Abrams geloofsreis naar het beloofde land werkelijk begon — de plek van vertrek, niet van bestemming.
Archeologie: Bij het huidige Harran (Zuidoost-Turkije) zijn de resten van een zeer oud, uit grote basaltblokken opgetrokken kasteel opgegraven, met vierkante, ruim twee meter dikke zuilen die een gewelfd dak van zo'n negen meter hoog dragen; ook resten van een oude kathedraal zijn zichtbaar. Een bron in de buurt wordt van oudsher geïdentificeerd als de plaats waar Eliëzer Rebekka ontmoette.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het beloofde Zaadniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
De lijn loopt door de vrouw die niemand wilde — 29:16-20, 30-35
Jakob is op de vlucht voor zijn broer en komt aan bij zijn oom Laban. Hij dient zeven jaren voor Rachel, en die jaren vallen hem kort omdat hij haar liefheeft. In de bruiloftsnacht wordt de bedrieger bedrogen: hij krijgt haar oudere zuster Lea.
God ziet dat Lea de minst beminde is, en juist door haar loopt de lijn waaruit Christus geboren wordt.
De Schrift zegt van Lea maar één ding over haar uiterlijk, en het is geen compliment: zij had tedere ogen, waar de kanttekening kortweg zwakke en gebrekkige ogen van maakt. Van haar zuster wordt in dezelfde adem gezegd dat zij schoon was van gedaante en van aangezicht. De verteller laat het verschil staan zonder het te verzachten. Lea is de vrouw die erbij geleverd werd.
En dan komt een zin waar men overheen kan lezen, terwijl heel het vervolg van de Bijbel eraan hangt: “Toen nu de HEERE zag, dat Lea gehaat was, opende Hij haar baarmoeder.” Dat woord gehaat moet men niet zwaarder maken dan het is. De kanttekening legt uit dat haten hier gebruikt wordt voor minder liefhebben: zij was haar man niet zo lief en aangenaam als Rachel. Maar dat maakt het niet lichter voor wie het overkomt. Wat er staat is dit: God zag het, en God deed er iets aan, en wat Hij deed was haar geven wat de ander niet had.
De namen die zij haar zonen geeft, vertellen wat er ondertussen in haar omgaat. Bij de eerste zegt zij dat de HEERE haar verdrukking heeft aangezien, en zij hoopt hardop dat haar man haar nu zal liefhebben. Bij de tweede zegt zij dat de HEERE gehoord heeft dat zij gehaat was. De naam Simeon komt dan ook van het woord horen, tekent de kanttekening aan, want God verhoorde haar gebed en haar zuchten. Bij de derde hoopt zij opnieuw: nu zal mijn man zich bij mij voegen, en zij noemt hem Levi, toevoeging. Drie keer een naam, drie keer dezelfde hoop, en drie keer blijft die hoop onvervuld.
Bij de vierde gebeurt er iets anders. Zij zegt niets meer over haar man. Zij zegt: “Ditmaal zal ik den HEERE loven.” En daarom heet die zoon Juda, want die naam komt, zegt de kanttekening, van Jehudah: lof, dankzegging, belijdenis. Dat is de zin waarin deze vrouw ophoudt te wachten op wat zij niet krijgt, en begint te danken voor wat zij wel heeft. En precies bij die zoon, geboren onder die naam, wordt de lijn gelegd waarlangs alles verder gaat.
Want het is Juda uit wie de scepter niet wijken zal. Het is Juda die in het eerste hoofdstuk van Mattheüs staat. En van Juda zegt de Hebreeënbrief dat het openbaar is: onze Heere is daaruit gesproten. In de hemel heet Hij de Leeuw uit den stam van Juda. Rachel is de vrouw om wie veertien jaren gediend zijn, en zij krijgt Jozef, en Jozef redt zijn familie van de honger. Maar de Zaligmaker komt uit de zoon van de vrouw die de bruidegom niet gekozen had.
Zo werkt God in dit hele boek. Niet de eerstgeborene maar de tweede, niet de sterke maar de zwakke, niet de begeerde maar de overgeslagene. Paulus heeft aan ditzelfde gezin een heel betoog opgehangen over de verkiezing, die niet in de werken haar grond heeft maar in Hem Die roept. Wie zich in de kerk wel eens de minst beminde voelt, leest hier waar God Zijn lijn placht te leggen.
Genesis 29:31 — De HEERE ziet dat Lea de minst beminde is, en opent haar baarmoeder.
Genesis 29:35 — Bij haar vierde zoon houdt zij op te hopen op haar man: ditmaal zal ik den HEERE loven.
Genesis 49:10 — De scepter zal van Juda niet wijken.
Mattheüs 1:2-3 — Juda staat in het geslachtsregister van Jezus Christus.
Hebreeën 7:14 — Het is openbaar dat onze Heere uit Juda gesproten is.
Openbaring 5:5 — De Leeuw uit den stam van Juda heeft overwonnen.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 1:2-3; Hebreeën 7:14; Openbaring 5:5; Romeinen 9:10-13; 1 Korinthe 1:27-29
Hoever dit reikt: Dat Christus uit Juda voortkomt, en dus uit Lea, staat vast: de geslachtsregisters zeggen het, en de Hebreeënbrief noemt het openbaar. Dat God die stam heeft uitgekozen juist omdát Lea de minst beminde was, staat er niet met zoveel woorden. Wat er wél staat is dat de HEERE zag dat zij gehaat was en toen haar baarmoeder opende. Het verband dat hier gelegd wordt komt uit die ene zin, en gaat er niet buiten.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
JACOB VERKRIJGT VOOR EEN DIENST VAN VEERTIEN JAAR TWEE VROUWEN.
I. Gen. 29 vers 1-14
Jakob, gelukkig in Mesopotamië aangekomen, treft bij een put bij Haran enige herders en daarna Labans dochter, Rachel, aan, die haar vaders schapen weidt. Hij maakt zich aan haar bekend; zij geeft haar vader van hem bericht, en Laban gaat naar buiten om de neef te verwelkomen en in zijn huis te leiden.
1. Toen hief Jakob, door zijn ondervinding te Bethel van alle vrees verlost, en met een hart vol vrolijk vertrouwen, zijn voeten op, 1) en ging naar het land Mesopotamië, het land van de kinderen van het Oosten. Nadat hij het land Kanaän ver achter zich had, na een reis van meer dan 120 mijl, kwam hij daar aan.
1) Door de verschijning van de Heere gesterkt en in het geloof, dat de Heere zijn weg zou besturen, vervolgt Jakob zijn weg. En zijn Verbondsgod maakt hem niet beschaamd, maar bestuurt zijn schreden alzo, dat hij de herders van zijn oom Laban ontmoet.
2. En hij zag toe, of hij niet ergens iets gewaar kon worden, dat hem enige aanwijzing kon geven, om de weg naar Haran te vinden, en ziet, er was een put in het veld; en ziet, er waren drie kudden schapen daarnaast neerliggende, 1) want uit die put drenkten zij (de in die streek wonende herders) de kudden; en (gelijk dit meer het geval is, waar men geen levend water heeft, maar het regenwater in putten moet verzameld worden) er was een grote steen op de mond, de opening, van die put; die steen was zo zwaar, dat een enkel man die niet kon wegwentelen, zodat een vreemde herder, die daar zijn kudde voorbijdreef, het water niet kon wegnemen.
1) Dergelijke tonelen waren in het Oosten gewoon (hoofdstuk. 24:11 vv.; Exodus. 2:16 vv. en zijn het nog heden Bij die putten zijn stenen drinkbakken, en de gewoonte is, dat de eerst aangekomene het eerst zijn vee drenkt. Bij de Arabische Bedoeïenen behoren de putten aan enkele stammen of families, en vreemden mogen niet anders dan voor geschenken, dat is, tegen betaling, daaruit putten. Daarom is er dikwijls strijd over (hoofdstuk. 26:19). De Arabieren weten ze zeer goed te bedekken, zodat zij voor vreemden verborgen zijn Het bedekken met een steen komt nog heden voor. “Over de meeste putten is een grote, dikke, platte steen gelegd, in het midden waarvan een gat gehouwen is, dat de opening van de put vormt. Dit gat vonden wij op vele plaatsen met een zware steen bedekt, voor de wegwenteling waarvan twee of drie man nodig waren.”
3. En derwaarts werden telkens al de kudden verzameld van al de herders, aan wie die put toekwam, volgens een onder hen bestaande overeenkomst, en zij wentelden de steen van de mond van de put, en drenkten de schapen uit de drinkbakken, èn opdat van het voorhanden water niets nutteloos zou verloren gaan, èn opdat niemand van de medebezitters bij de anderen tekort zou komen; en zij legden de steen weer op de mond van die put, op zijn plaats, 1)opdat de wind het zand niet daarin zou waaien en om het gebruik door vreemden te beletten.
1) Uit het verhaal schijnt men te moeten afleiden, dat de bron niet zeer dicht dij Haran lag (Jakob ziet geen stad); waarom hier de bron, in hoofdstuk 24 bedoeld, niet gemeend kan zijn.
4. Toen zei Jakob tot hen, tot de herders, die zich bij de put gelegerd hadden: Mijn broeders!1) gij; van waar zijt gij? En zij zeiden: Wij zijn van Haran, dat niet ver van hier verwijderd ligt.
1) Uit deze ontmoeting blijkt, hoe groot de eenvoudigheid van zeden in die tijd was. Want ofschoon de broedernaam dikwijls aan goddelozen en slechten bij vergissing werd gegeven, toch is er geen twijfel aan of toen was de menselijke samenleving op vertrouwelijker wijze geschoeid. Vandaar dan ook, dat Jakob hem onbekende mensen, broeders noemt, zonder twijfel volgens het toen heersend gebruik.
5. En hij zei tot hen: Kent gij Laban, de zoon van Bethuël, en kleinzoon van Nachor? En zij zeiden: Wij kennen hem.
6. Voorts zei hij tot hen: Is het wél met hem? En zij zeiden: Het is wél, en zie, Rachel (ooilam) zijn dochter, 1) komt straks met de schapen, 2) om ze uit deze put te drenken.
1) Men leert hieruit het huishoudelijke van die dagen kennen, dat ook Rachel haar arbeid ten koste legt aan de kudde. Want, wanneer Laban overvloed hebbende van dienstbaren, toch zijn dochter voor heel gewone en geringe diensten gebruikt, is dit niet, omdat het schandelijk was, kinderen in rust, wekelijkheid en vermaak groot te brengen?.
2) Een zeer voorzichtig antwoord geven de herders hier. Laban-zijn doen en laten geven recht tot de veronderstelling -zal wellicht niet bemind bij zijn onderhorigen geweest zijn. Zij willen echter geen kwaad van hem zeggen en verwijzen nu de vreemdeling naar zijn dochter.
7. Toen Jakob, die was uitgegaan, om een vrouw voor zich te zoeken, hoorde dat Rachel kwam, had hij gaarne de herders verwijderd gezien, om haar alleen te ontmoeten; en hij zei tot die mannen: Ziet, het is nog hoog dag, het is geen tijd, dat het vee verzameld wordt, waarom zou het zolang van het grazen worden afgehouden? drenkt de schapen en gaat heen; weidt hen opnieuw.
8. Toen zeiden zij: Wij kunnen niet, wegens de onder ons bestaande overeenkomst (vs.5), totdat al de kudden samen zullen verzameld zijn, en dat men de steen van de mond van de put afwentelt, opdat wij de schapen drenken.
De herders hebben een wettige reden voor hun tijdverzuim. Ongetwijfeld zullen zij in Jakob een meerdere hebben gezien. Anders toch zouden zij niet zulk een antwoord hebben gegeven.
9. Als hij nog met hen sprak, zo kwam Rachel met de schapen, die haar vader toebehoorden, bij de put, want zij was een herderin, gelijk nog heden bij de Arabieren de dochters, zelfs van de rijkste Emirs, met de schapen uitgaan.
10. En het geschiedde, als Jakob Rachel zag, de dochter van Laban, de broeder van zijn moeder, en de schapen van Laban, de broeder van zijn moeder, 1) dat Jakob in liefde ontbrandde voor het schone meisje, zich dankbaar gevoelde jegens God, die hem zo kennelijk tot zijn doel had geleid, en toetrad; en hij wentelde 2) alleen de steen van de mond van de put, daar liefde en dankgevoel hem dubbele kracht verleenden, en hij drenkte de schapen van Laban, de broeder van zijn moeder. Reeds hierdoor maakte zich Jakob bekend als iemand, die in nadere betrekking tot haar stond; de herders nu weerden hem niet, omdat zij de vreemdeling met een zekere eerbied beschouwden, en zich bij hem, als een gast, een uitzondering lieten welgevallen.
1) Tot driemaal toe in dit vers: “De broeder van zijn moeder.” Zonder twijfel, om daarmee te doen uitkomen, én dat de Heere Jakob op bijzondere wijze de weg voorspoedig gemaakt had, én dat Rachel wel degelijk uit de familie van Abraham en van zijn moeder was. Ook kan in die herhaling tevens liggen, dat Rachel Jakob herinnerde aan zijn eigen moeder.
2) Jezus is de bron des levens; de steen is de menselijke onmacht, die het geloof wegwentelt.
Jakob wentelt alleen de steen af. God geeft hem er de kracht toe, opdat hij terstond bij zijn eerste kennismaking een goede indruk maakt.
11. En Jakob kuste Rachel, volgens het recht van zijn verwantschap met haar; want bij een kuis leven was toen de vrijheid ook groter. Terwijl hij haar nu wilde zeggen, wie hij was, opdat zij zich niet voor de herders beschaamd zou moeten voelen, verhinderde hem zijn gevoel, en hij hief zijn stem op en weende; 1) daarna herstelde hij zich.
1) “Hij weende.” Welk een tegenstelling met dat moedig afwentelen van de steen van de mond van de put! Dat wenen had een dubbele oorzaak. De eerste was, dankbare blijdschap over de leiding van God, en de tweede, weemoedige herinnering aan zijn moeder, die hij verlaten had. Ook de gelovige blijft mens.
12. En Jakob gaf Rachel te kennen, dat hij een broeder, een bloedverwant, van haar vader, en dat hij de zoon van Rebekka was. Toen liep zij aanstonds van de kudde heen, en gaf het aan haar vader, die zich niet ver van daar bevond, te kennen, dat zij een zoon van Rebekka bij de put ontmoet had.
13. En het geschiedde, als Laban die tijding hoorde van Jakob, zijn zusters zoon, zo liep hij hem tegemoet, verheugd, dat hij een zoon ontmoette van haar, die hij 97jaar geleden uit zijn vaders huis had zien trekken (hoofdstuk. 24:59 vv.) en, toen hij bij hem gekomen was, omhelsde hij hem, en kuste hem, en bracht hem naar zijn huis te Haran, dat waarschijnlijk weinig uren van de put gelegen was. En hij vertelde Laban al deze dingen, 1) hoe zijn vader en zijn moeder hem tot de reis hadden gedwongen, en hoe zij hem met zegenbeden hadden laten gaan, en hoe het hem tot hiertoe vergaan was.
1) Daar Laban vroeger een van de dienaren van Abraham, beladen met buitengewone schatten, gezien had, kon een verkeerde gedachte, omtrent diens kleinzoon, bij hem post vatten. Derhalve was het noodzakelijk voor de heilige Jakob, de redenen van zijn tocht bloot te leggen, en waarom hij in die verachtelijke toestand was weggezonden. En men kan geloven, dat zijn moeder hem bekend heeft gemaakt, door welke aanwijzingen en kentekenen hij haar verwantschap moest bewijzen. Daarom roept Laban uit: “Waarlijk, gij zijt mijn gebeente en mijn vlees,” hiermee tonende, dat hij hem genoeg overtuigd heeft, maar ook, dat hij zich door geen twijfelachtige bewijzen heeft laten overreden, om Jakob als zijn neef te erkennen.
14. Toen zei Laban, tot hem: Voorwaar! gij zijt ons welkom, want gij zijt mijn gebeente en mijn vlees, mijn bloedverwant; rust nu uit van uw reis, en blijf bij ons. En hij bleef bij hem een volle maand. 1) Gedurende deze tijd toonde Jakob een bijzondere vlijt, en zijn ervarenheid in alles, wat op het vee betrekking heeft.
1) Ofschoon Laban niet twijfelt, dat Jakob zijn zusters zoon is, wil hij toch, in de loop van een maand, diens zeden leren kennen. Daarop onderhandelt hij met hem over het loon. Hieruit kan men de vroomheid van de heilige man leren kennen, dat hij niet werkeloos bij zijn oom is geweest, maar zich met eervolle arbeid heeft bezig gehouden, opdat hij niet het brood van een ander zou eten, zonder er iets voor te doen, zodat hij Laban dwingt te bekennen, dat hij hem, behalve de leeftocht, ook nog enig loon verschuldigd is.
Zo ondervindt Jakob al aanstonds de vervulling van de belofte hem bij Bethel gedaan.
II. Gen. 29 vers 15-30
Jakob dient Laban voor Rachel zeven jaar; op de dag van de bruiloft verkrijgt hij echter niet deze, maar Lea, haar oudere zuster, en moet nu, daar Laban na zeven dagen hem ook de verkorene geeft, nog zeven jaar dienen.
15. Daarna zei Laban, die wij reeds in hoofdstuk. 24:30 vv. als een zelfzuchtig en inhalig man leerden kennen, tot Jakob, schijnbaar uit belangstelling in hem, maar eigenlijk alleen om eigen voordeel, om de kundige en vlijtige arbeider voor langere tijd aan zich te verbinden, en zeker wel vermoedende wat zijn begeerte was: Omdat gij mijn broeder (vs.11) zijt, en zelf er niet aan hebt gedacht voor uw diensten een loon te eisen, zou gij mij derhalve om niet dienen? Verklaar mij wat zal uw loon zijn? Het is beter, dat wij een vaste verbintenis omtrent uw beloning aangaan.
Labans zelfzucht komt in deze woorden treffend uit. Het komt hem zijn eer te na, dat Jakob hem zonder loon dient, maar tegelijk berekent hij reeds op welk een wijze hij voor weinig geld of voor geen geld van zijn diensten zal gebruik maken. Het is zeker zijn aandacht niet ontgaan, dat Jakob zijn dochter Rachel bemint.
16. En Laban had, behalve zonen (hoofdstuk. 31:1), twee dochters: de naam van de grootste (oudste) was Lea (smachtende, verlangende); en de naam van de kleinste (jongste) was Rachel (vs.6).
17. Doch Lea had tedere, 1) (zwakke) ogen, zodat zij minder aantrekkelijk door haar uiterlijk was, maar Rachel 2) was schoon van gedaante en bovendien schoon van aangezicht, geheel een vrouwelijke schoonheid.
1) In het Hebreeuws Raccoth, “zwakke”, “doffe” of “matte.” De Vulgata vertaalt: “lippus, druipend, leep.” De vertaling van “zwak”, in de zin van, dof of mat is het nauwkeurigst. Tot de vrouwelijke schoonheid behoorde toch voor een oosterlinge levendige en heldere ogen, de z.g. gazelle-ogen.
2) Rachel is de derde schoonheid in de familie van de patriarchen, die de Schrift ons noemt. Zo wij de geschiedenis niet kenden, zouden wij menen, dat Lea, als moeder van Juda en de Davidische Messiaanse geslachtslijn, na Sara en Rebekka de prijs van de schoonheid had moeten hebben.
Ook hier weer blijkt, dat de Heere het verachte uit het slijk opheft; want niet de schone Rachel, maar de wegens haar doffe ogen verachte Lea is bestemd, om de vóórmoeder van de Christus Gods te zijn.
Ook naar haar karakter waren de zusters zeer onderscheiden. “Over het algemeen stel ik mij Lea voor, als gewoon zich te onderwerpen, en als geen onderdrukking kennende. Zij boezemt ons belangstelling en deelneming in, daar zij door de baatzuchtigheid van haar vader tot een huwelijk gedwongen wordt waarin zij weinig genoeglijke dagen te verwachten heeft. Men verblijdt zich, dat de Voorzienigheid, die niet aanziet, wat voor ogen is, gelijk de mensen, de zijde van Lea kiest, en haar vruchtbaar maakt boven haar zuster; te meer, wanneer men acht geeft op haar godsvrucht, welke zij bij de geboorte van haar zonen aan de dag legt (zie hun namen vs.32 enz.). Rachel is niet geheel zo goedhartig. Men ziet meer vuur, meer leven in alles, wat zij doet; doch niet zoveel goedaardigheid. Zij is driftig, opvliegend, ongeduldig en onbezonnen”.
18. En Jakob had Rachel lief; reeds de eerste ontmoeting had een diepe indruk op hem gemaakt; na de vier weken, die hij in Labans huis vertoefd had, was zij het doel van al zijn wensen; in zijn bijzondere toestand, waarin hij, geheel van het vaderhuis verwijderd, op zichzelf en op de zegen des Heren vertrouwen moest, nam hij aanstonds het voorstel aan, en hij zei: a) Ik zal u zeven 1) jaar dienen, om Rachel, uw kleinste, jongste dochter; zeven jaar dienst zal mijn gave (hoofdstuk. 34:12; Exodus 22:16,17 aan u zijn voor Rachel.
a) Hos.12:13
1) In Kerek dient de onbemiddelde man vijf tot zes jaar en in Haran vond BURKHARDT (Syrië 464) een jonge man, die, alleen voor voedsel, acht jaar gediend had, vervolgens de dochter van zijn meester verkreeg, maar nog altijd dienen moest.
De zevenjarige dienst herinnert wellicht aan het later recht van de Israëlieten, volgens welke de lijfeigene steeds in het zevende jaar weer vrij werd (Exodus. 21:2). Zo zou dan Jakob ter vergoeding voor Labans dochter een volledige dienstbaarheid als knecht zich getroost hebben.
Dat hij de koopprijs niet van zijn vaders huis laat halen, laat zich daaruit verklaren, dat hij alle mogelijke aanraking daarmee vermeed, om de toorn van zijn broeder niet gaande te maken.
Wellicht, dat er nog enige hoop bij Jakob levend was, dat de toorn van zijn broeder eerder gestild zou zijn. Dan zou hij een geschenk kunnen geven.
Ook hier blijkt weer, dat “zeven” het getal van het Verbond is. Aleer het verbond van het huwelijk gesloten zou worden, zou Jakob een zevental jaar dienen.
19. Toen zei Laban: Het is beter, dat ik haar aan u, mijn bloedverwant, geef, 1) dan dat ik haar aan een andere man, een vreemde geef; blijf bij mij, om mij voor deze prijs zeven jaar te dienen.
1) Bij alle Bedoeïenen heeft de neef de voorrang boven de vreemden en de Druzen in Syrië trekken altijd de bloedverwant boven een rijke vreemdeling. Het is bovendien in het Oosten gewoonte, dat de man zijn naaste nicht huwt; hij behoeft dit niet, maar hij heeft er het recht toe, terwijl zij zonder zijn toestemming, geen ander nemen mag.
Hier wordt de hebzucht van Laban recht duidelijk. Want het was daar volstrekt geen gewoonte, om zijn vrouw te kopen. Men kwam eenvoudig met een bruidsschat. En nu wordt het loon van zeven jaar de bruidsschat van Jakob aan Laban voor zijn dochter. Ook hier geldt het, dat de barmhartigheden van de goddelozen wreed zijn. Wij moeten echter niet voorbij zien, dat Jakob hier, als de Kerk vertegenwoordigende, ook daardoor het beeld van die Kerk vertoont.
20. Alzo diende Jakob om Rachel zeven jaar, en die waren, ondanks de moeitevolle dienst, in zijn ogen, daar hij de man van de hoop was (Rom.8:18; 2 Cor.4:17), als enige dagen, 1) omdat hij haar liefhad, en hij zich in haar nabijheid zo gelukkig voelde, dat die dienst hem gemakkelijk en zoet was.
1) Ook hier blijkt wederom de waarheid van de spreuk: gewillige arbeid valt niet zwaar. Het werken is licht, waarvan liefde de prikkel en drangreden is. Zolang als derhalve uw werk u nog zo bijzonder zwaar valt, bewijst dit bij u gemis aan liefde en ware belangstelling of voor het werk dat, of voor de persoon ten wiens wille gij het verricht. Hoe snel vliegt de tijd heen, wanneer de liefde hem vleugels geeft; niet de tijd die besteed wordt aan het wachten op, maar aan het werken voor het beminde voorwerp. Maar hoe kort moet dan ook zelfs de eeuwigheid ons schijnen, waar, naar het woord van de Ziener op Patmos, de gezaligden de Heere, die zij liefhebben, omdat Hij hen eerst heeft liefgehad, dag en nacht in Zijn tempel dienen (Openbaring. 7:15).
21. Toen de zeven jaar voorbij waren, zei Jakob tot Laban: Geef mij uw dochter, die ik door mijn arbeid tot mijn rouw verkregen heb; geef mijn verloofde (Deuteronomium. 22:24) mij nu tot vrouw, want mijn dagen van dienen zijn volgens ons verbond vervuld, dat ik tot haar inga. 1)
1) Hoe wordt het ons hier duidelijk bericht, dat de liefde van Jakob een kuise liefde was. Hoewel hij zeven jaar lang met haar was uit- en ingegaan, toch had hij zich door de genade van God van alle onkuise daden weten te onthouden. Hij is hier een beschamend voorbeeld van velen. Vele huwelijken zijn daarom dan ook zo ongelukkig, omdat men tegen Gods heilige verordeningen in is begonnen.
22. Zo verzamelde Laban al de mannen van die plaats, die met hem verwant of zijn vrienden waren, en maakte een maaltijd als bruiloftsmaal.
Mozes bedoelt niet, dat hij een maaltijd aan het gehele volk heeft bereid, maar dat hij zeer vele gasten heeft genodigd, gelijk dat bij aanzienlijke huwelijken pleegt te geschieden. Het is niet twijfelachtig, of hij heeft zich met des te meer ijver toegelegd op het bereiden van een gastmaal, opdat hij Jakob zou verstrikken, zodat hij het huwelijk, waarmee hij bedrogen werd, niet voor nietig zou durven verklaren. Hieruit merken wij, hoe groot toen de heiligheid van het huwelijksbed was. Want de gelegenheid om Jakob te bedriegen was er, omdat daar de zedigheid van de bruid eiste, dat zij gesluierd naar het slaapvertrek werd geleid.
23. En het geschiedde ‘s avonds, wanneer men gewoonlijk de bruid gesluierd tot de bruidegom leidde, dat hij niet Rachel, maar zijn dochter Lea nam; en hij bracht haar tot hem 1) in het slaapvertrek, en hij, het bedrog niet bemerkende, daar waarschijnlijk Laban met opzet de maaltijd had aangelegd, om Jakob door wijn te bedwelmen, ging tot haar in.
1) Jakob had zijn half blinde vader bedrogen, hier wordt hij door de vader van zijn bruid bedrogen. “Gij zult uw zonde kennen als zij u zal vinden”.
24. En Laban, hetgeen hier reeds met het oog op het meegedeelde in hoofdstuk. 30:9 aangemerkt wordt, gaf haar Zilpa (bedauwende), zijn dienstmaagd, aan Lea, zijn dochter, tot een dienstmaagd. 1) (hoofdstuk. 24:61).
1) Dat Laban haar Zilpa tot dienstmaagd gaf, was weer uit berekening. Zilpa verving hier de geschenken, welke de vader gewoonlijk ook aan zijn dochter gaf.
25. En het geschiedde de volgende morgen, dat Jakob van zijn bed opstond, en ziet, het was Lea, 1) bij wie hij gelegen had. Daarom zei hij tot Laban: Wat is dit, dat gij mij gedaan hebt; heb ik niet bij u gediend om Rachel? Waarom hebt gij mij dan bedrogen?
1) Ook nu nog ziet in verscheidene Oosterse landen de bruidegom zijn bruid niet anders dan gesluierd, tot op de morgen na de bruiloft, en men zegt, dat dergelijke bedriegerijen ook nu nog wel plaats hebben.
In deze geschiedenis vertoont zich zo duidelijk de goddelijke vergelding (Luk.6:38). “Jakob kende Lea niet, toen hij met haar in de echt trad, evenmin als zijn vader hem kende, toen die hem zegende. Lea volbracht het bedrog op aansporen van haar vader; Jakob had het gedaan op aandringen van zijn moeder. Hij verkreeg echter in zijn onwetendheid in Lea zijn van God hem bestemde vrouw, die de moeder van de Messias zou worden (vs.35; MATTHEUS. 1:2), evenals Izaak onwetend hem als de rechte erfgenaam van de belofte zegende. O, in hoeveel misslagen en dwaasheden van de mensen is hier en overal de onveranderlijke genade en trouw van God ingevlochten”.
26. En Laban zei: Men doet alzo niet in deze plaats, dat men de kleinste uitgeeft vóór de eerstgeborene. Om echter aan alle verwijten van Jakob, als deze: Waarom hebt gij mij dat niet vroeger gezegd, tegemoet te komen ging hij aanstonds voort:
27. Vervul de week van deze, beloof ook nog zeven andere jaren voor Rachel, dan zullen wij u ook die geven, Rachel zal de uwe zijn, voor de dienst, die gij nog zeven andere jaren bij mij dienen zult. 1)
1) Hier openbaart Laban zo geheel zijn hebzucht; hij wilde Jakob, wiens dienst hem zo onontbeerlijk geworden was, zo lang mogelijk behouden; daarom bedroog hij hem eerst en stelde hem vervolgens de dubbele echt voor, daar hij wel wist, dat Jakob Rachel niet zou laten varen, maar liever nogmaals een dienst van zeven jaar om harentwille zou aannemen.
Op deze manier wordt Laban tevens een tweede bruiloftsmaal bespaard. Welk een fijne, maar ook sluwe berekening! Laban is het beeld van de volmaakte gierigheid.
28. En Jakob deed alzo, en hij vervulde deze week. Toen die zeven dagen voorbij waren, gaf hij hem ook Rachel, zijn dochter, hem tot een vrouw. 1)
1) Gekomen in Haran, om de vrouw van zijn keuze te zoeken, wordt hij door Laban gedwongen, tegen Gods verordeningen in, meer dan één vrouw te nemen, hoewel Jakob hierin niet geheel en al te verontschuldigen is, daar hij, naar recht en billijkheid, Laban had kunnen vragen, om Lea terug te nemen. Door de liefde voor Rachel is hij echter zó verblind, dat hij, om harentwille, niet schroomt in de zonde van polygamie te vervallen.
29. En Laban gaf aan zijn dochter Rachel, evenals hij vroeger aan Lea Zilpa gegeven had, zijn dienstmaagd Bilha, haar tot een dienstmaagd (hoofdstuk. 30:3,4).
30. En hij ging ook in tot Rachel, 1) en had ook Rachel liever dan Lea; 2) en hij diende bij hem nog zeven andere jaren.
1) Dit dubbel huwelijk, later door de wet (Leviticus 18:18) verboden, was door bedrog tot stand gekomen, en daaraan heeft het volk van de wet zijn ontstaan te danken. Met onbuigzame waarheidsliefde verhaalt dit de Heilige Schrift; haar beschrijving van de geschiedenis is waar, omdat zij heilig is, en is heilig, omdat zij waar is.
Ach, ouders! gij weet het niet, hoe uw wel overlegde huwelijksplannen voor uw kinderen zelf, wier geluk gij toch bedoelde, een onuitputtelijke bron van jammer en huiselijk leed doen ontspringen. Terwijl gij anderen tot slachtoffers van uw sluwe berekening meent te maken, doet gij dit het meest uw eigen vlees en bloed. Arme dochters! die als verkocht wordt en gelijk een Lea, feestelijk getooid ter feestzaal, ten echtaltaar gaat, om straks een leven lang te schreien over de eerzucht en onbarmhartigheid van uw ouders. Het is niet alleen een Lea, die reeds vóór het huwelijk de rood gekleurde ogen heeft! wier ogen, ook na de huwelijksdag, niet van tranen droog zijn.
2) Welk een bron van jammer ligt in die weinige woorden opgesloten! Jakob kon slechts aan één vrouw zijn hart geven.
III. Gen. 29 vers 31-Hoofdstuk 30:24
Spoedig op elkaar worden Jakob gedurende het tweede zevental jaar van zijn dienen, elf zonen en een dochter geboren, waarschijnlijk in deze volgorde: van Lea: 1. Ruben, 2. Simeon, 3. Levi, 5. Juda, 8. Issaschar, 10. Zebulon, 12. Dina; van Bilha: 4. Dan, 6 Nafthali; van Rachel: 11. Jozef; van Zilpa: 7. Gad, 9. Aser. Zodat nu tot vervulling komt wat aan Abraham beloofd was: “Ik zal u tot een groot volk maken.”
31. Toen nu de HEERE zag, dat Lea gehaat 1) was bij haar man, opende Hij haar baarmoeder; maar Rachel was onvruchtbaar, 2) gelijk de Heere gewoonlijk het onedele van de wereld en het verachte verkiest, en datgene, wat niets is, opdat Hij het sterke teniet zou doen. (1 Corinthiërs. 1:28; Luk.1:62).
1) “Gehaat” in de zin van “minder bemind.” Jakob verwaarloosde Lea en onthield haar, wat haar toekwam. Hij volbracht aan haar niet, wat hij schuldig was te doen.
2) Hier toont Mozes aan, dat de voorliefde van Jakob door de Heere is getuchtigd, zoals Hij de hartstochten van de gelovigen, wanneer deze al te zeer uitkomen, beteugelt. Rachel wordt voorgetrokken, niet zonder belediging voor haar zuster, aan wie hij de verschuldigde eer niet bewijst. Doch de Heere openbaart zich aan haar als een beschermer en betuigt Jakob’s gemoed, door het rechte middel, naar die zijde, waarvan hij al te afkerig was geweest. Deze plaats leert, dat kinderen een bijzonder geschenk van God zijn, daar Hem in het bijzonder de macht wordt toegekend, dat Hij de een vruchtbaar maakt en de baarmoeder van de andere toesluit. Bovendien is hier op te merken, dat het verwekken van kroost, de man met de vrouw nauw verbindt. Vandaar, dat de ouders de kinderen in het algemeen panden noemen, omdat zij niet weinig er toe bijdragen, de wederkerige liefde te vermeerderen en te koesteren.
32. En Lea werd bevrucht, en baarde nog in het eerste jaar van haar huwelijk een zoon, en zij noemde in vreugde, dat haar eerste kind reeds een zoon was, zijn naam Ruben (zie, een zoon!), want zij zei: Omdat de HEERE mijn verdrukkingheeft aangezien, daarom zal mijn man mij nu lief hebben.
Uit de naamgeving van Ruben blijkt, dat Jakob Lea veronachtzaamde, maar ook, dat zij een dankbaar gemoed bezat en er behoefte aan had, dit in de naam van haar zoon te openbaren.
33. En zij werd na enige tijd (Leviticus. 12:1-4) wederom bevrucht en baarde een tweede zoon en zei: Daar de HEERE mijn zuchten gehoord heeft, dat ik nog altijd gehaat was, zo heeft Hij mij ook deze gegeven; en zij noemde zijn naam Simeon (verhoring).
Men mag uit deze haar woorden opmaken, dat Lea nog niet had verkregen, wat zij gehoopt had.
Lea was, toen ze Simeon droeg, geprikkeld door nijd in haar nieren. Jaloersheid was in haar gevaren. En ze had Rachel niet kunnen zetten en niet kunnen uitstaan, niet omdat ze Jakob voor zonde wilde vrijwaren, maar omdat ze zichzelf gekrenkt voelde, en omdat haar ik gekrenkt was; omdat zij het onderspit dolf. En dit wekte wraakzucht in haar hartstochtelijk hart. Toen ontving en baarde ze Simeon, en haar uitroep is: Simeon zal mij troosten, want ik word gehaat, en er is een hoop voor mijn dorst naar voldoening. De Heere heeft gehoord.” Hartstocht dus in Lea, deels goede, deels zondige hartstocht; wonderbare vereniging van geloof en geprikkelde hovaarding. En dat alles gedekt door het roepen: De Heere heeft gehoord. En die gedachte in haar dracht droeg ze dan ook op Simeon over.
34. En zij werd, spoedig na de geboorte van haar tweede zoon nog bevrucht en baarde een derde zoon, en zei: Nu zal zich ditmaal mijn man bij mij voegen, zich aan mij aansluiten, daar ik hem drie zonen gebaard heb (Prediker. 4:12); daarom noemde zij zijn naam Levi (aansluiting, samenvoeging).
35. En zij werd wederom, voor de vierde maal, bevrucht en baarde een zoon, en zei: Ditmaal zal ik de HEERE loven, 1) want nu heeft Hij zeker mij voor mijn man dierbaar gemaakt; daarom noemde zij zijn naam Juda (zal geprezen worden). En zij hield voor enige tijd op met baren, totdat zij later opnieuw zwanger werd. (hoofdstuk. 30:17 vv.).
1) De namen van haar zoons drukken haar voortdurende smartelijke ondervinding uit. Na de geboorte van de eerste hoopt zij de liefde van Jakob te veroveren; na de geboorte van de derde hoopt zij ten minste nog op enige gehechtheid; bij de geboorte van de vierde, ziet zij geheel van zichzelf af op Jehova.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 29
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
JACOB VERKRIJGT VOOR EEN DIENST VAN VEERTIEN JAAR TWEE VROUWEN.
I. Gen. 29 vers 1-14
Jakob, gelukkig in Mesopotamië aangekomen, treft bij een put bij Haran enige herders en daarna Labans dochter, Rachel, aan, die haar vaders schapen weidt. Hij maakt zich aan haar bekend; zij geeft haar vader van hem bericht, en Laban gaat naar buiten om de neef te verwelkomen en in zijn huis te leiden.
1. Toen hief Jakob, door zijn ondervinding te Bethel van alle vrees verlost, en met een hart vol vrolijk vertrouwen, zijn voeten op, 1) en ging naar het land Mesopotamië, het land van de kinderen van het Oosten. Nadat hij het land Kanaän ver achter zich had, na een reis van meer dan 120 mijl, kwam hij daar aan.
1) Door de verschijning van de Heere gesterkt en in het geloof, dat de Heere zijn weg zou besturen, vervolgt Jakob zijn weg. En zijn Verbondsgod maakt hem niet beschaamd, maar bestuurt zijn schreden alzo, dat hij de herders van zijn oom Laban ontmoet.
2. En hij zag toe, of hij niet ergens iets gewaar kon worden, dat hem enige aanwijzing kon geven, om de weg naar Haran te vinden, en ziet, er was een put in het veld; en ziet, er waren drie kudden schapen daarnaast neerliggende, 1) want uit die put drenkten zij (de in die streek wonende herders) de kudden; en (gelijk dit meer het geval is, waar men geen levend water heeft, maar het regenwater in putten moet verzameld worden) er was een grote steen op de mond, de opening, van die put; die steen was zo zwaar, dat een enkel man die niet kon wegwentelen, zodat een vreemde herder, die daar zijn kudde voorbijdreef, het water niet kon wegnemen.
1) Dergelijke tonelen waren in het Oosten gewoon (hoofdstuk. 24:11 vv.; Exodus. 2:16 vv. en zijn het nog heden Bij die putten zijn stenen drinkbakken, en de gewoonte is, dat de eerst aangekomene het eerst zijn vee drenkt. Bij de Arabische Bedoeïenen behoren de putten aan enkele stammen of families, en vreemden mogen niet anders dan voor geschenken, dat is, tegen betaling, daaruit putten. Daarom is er dikwijls strijd over (hoofdstuk. 26:19). De Arabieren weten ze zeer goed te bedekken, zodat zij voor vreemden verborgen zijn Het bedekken met een steen komt nog heden voor. “Over de meeste putten is een grote, dikke, platte steen gelegd, in het midden waarvan een gat gehouwen is, dat de opening van de put vormt. Dit gat vonden wij op vele plaatsen met een zware steen bedekt, voor de wegwenteling waarvan twee of drie man nodig waren.”
3. En derwaarts werden telkens al de kudden verzameld van al de herders, aan wie die put toekwam, volgens een onder hen bestaande overeenkomst, en zij wentelden de steen van de mond van de put, en drenkten de schapen uit de drinkbakken, èn opdat van het voorhanden water niets nutteloos zou verloren gaan, èn opdat niemand van de medebezitters bij de anderen tekort zou komen; en zij legden de steen weer op de mond van die put, op zijn plaats, 1)opdat de wind het zand niet daarin zou waaien en om het gebruik door vreemden te beletten.
1) Uit het verhaal schijnt men te moeten afleiden, dat de bron niet zeer dicht dij Haran lag (Jakob ziet geen stad); waarom hier de bron, in hoofdstuk 24 bedoeld, niet gemeend kan zijn.
4. Toen zei Jakob tot hen, tot de herders, die zich bij de put gelegerd hadden: Mijn broeders!1) gij; van waar zijt gij? En zij zeiden: Wij zijn van Haran, dat niet ver van hier verwijderd ligt.
1) Uit deze ontmoeting blijkt, hoe groot de eenvoudigheid van zeden in die tijd was. Want ofschoon de broedernaam dikwijls aan goddelozen en slechten bij vergissing werd gegeven, toch is er geen twijfel aan of toen was de menselijke samenleving op vertrouwelijker wijze geschoeid. Vandaar dan ook, dat Jakob hem onbekende mensen, broeders noemt, zonder twijfel volgens het toen heersend gebruik.
5. En hij zei tot hen: Kent gij Laban, de zoon van Bethuël, en kleinzoon van Nachor? En zij zeiden: Wij kennen hem.
6. Voorts zei hij tot hen: Is het wél met hem? En zij zeiden: Het is wél, en zie, Rachel (ooilam) zijn dochter, 1) komt straks met de schapen, 2) om ze uit deze put te drenken.
1) Men leert hieruit het huishoudelijke van die dagen kennen, dat ook Rachel haar arbeid ten koste legt aan de kudde. Want, wanneer Laban overvloed hebbende van dienstbaren, toch zijn dochter voor heel gewone en geringe diensten gebruikt, is dit niet, omdat het schandelijk was, kinderen in rust, wekelijkheid en vermaak groot te brengen?.
2) Een zeer voorzichtig antwoord geven de herders hier. Laban-zijn doen en laten geven recht tot de veronderstelling -zal wellicht niet bemind bij zijn onderhorigen geweest zijn. Zij willen echter geen kwaad van hem zeggen en verwijzen nu de vreemdeling naar zijn dochter.
7. Toen Jakob, die was uitgegaan, om een vrouw voor zich te zoeken, hoorde dat Rachel kwam, had hij gaarne de herders verwijderd gezien, om haar alleen te ontmoeten; en hij zei tot die mannen: Ziet, het is nog hoog dag, het is geen tijd, dat het vee verzameld wordt, waarom zou het zolang van het grazen worden afgehouden? drenkt de schapen en gaat heen; weidt hen opnieuw.
8. Toen zeiden zij: Wij kunnen niet, wegens de onder ons bestaande overeenkomst (vs.5), totdat al de kudden samen zullen verzameld zijn, en dat men de steen van de mond van de put afwentelt, opdat wij de schapen drenken.
De herders hebben een wettige reden voor hun tijdverzuim. Ongetwijfeld zullen zij in Jakob een meerdere hebben gezien. Anders toch zouden zij niet zulk een antwoord hebben gegeven.
9. Als hij nog met hen sprak, zo kwam Rachel met de schapen, die haar vader toebehoorden, bij de put, want zij was een herderin, gelijk nog heden bij de Arabieren de dochters, zelfs van de rijkste Emirs, met de schapen uitgaan.
10. En het geschiedde, als Jakob Rachel zag, de dochter van Laban, de broeder van zijn moeder, en de schapen van Laban, de broeder van zijn moeder, 1) dat Jakob in liefde ontbrandde voor het schone meisje, zich dankbaar gevoelde jegens God, die hem zo kennelijk tot zijn doel had geleid, en toetrad; en hij wentelde 2) alleen de steen van de mond van de put, daar liefde en dankgevoel hem dubbele kracht verleenden, en hij drenkte de schapen van Laban, de broeder van zijn moeder. Reeds hierdoor maakte zich Jakob bekend als iemand, die in nadere betrekking tot haar stond; de herders nu weerden hem niet, omdat zij de vreemdeling met een zekere eerbied beschouwden, en zich bij hem, als een gast, een uitzondering lieten welgevallen.
1) Tot driemaal toe in dit vers: “De broeder van zijn moeder.” Zonder twijfel, om daarmee te doen uitkomen, én dat de Heere Jakob op bijzondere wijze de weg voorspoedig gemaakt had, én dat Rachel wel degelijk uit de familie van Abraham en van zijn moeder was. Ook kan in die herhaling tevens liggen, dat Rachel Jakob herinnerde aan zijn eigen moeder.
2) Jezus is de bron des levens; de steen is de menselijke onmacht, die het geloof wegwentelt.
Jakob wentelt alleen de steen af. God geeft hem er de kracht toe, opdat hij terstond bij zijn eerste kennismaking een goede indruk maakt.
11. En Jakob kuste Rachel, volgens het recht van zijn verwantschap met haar; want bij een kuis leven was toen de vrijheid ook groter. Terwijl hij haar nu wilde zeggen, wie hij was, opdat zij zich niet voor de herders beschaamd zou moeten voelen, verhinderde hem zijn gevoel, en hij hief zijn stem op en weende; 1) daarna herstelde hij zich.
1) “Hij weende.” Welk een tegenstelling met dat moedig afwentelen van de steen van de mond van de put! Dat wenen had een dubbele oorzaak. De eerste was, dankbare blijdschap over de leiding van God, en de tweede, weemoedige herinnering aan zijn moeder, die hij verlaten had. Ook de gelovige blijft mens.
12. En Jakob gaf Rachel te kennen, dat hij een broeder, een bloedverwant, van haar vader, en dat hij de zoon van Rebekka was. Toen liep zij aanstonds van de kudde heen, en gaf het aan haar vader, die zich niet ver van daar bevond, te kennen, dat zij een zoon van Rebekka bij de put ontmoet had.
13. En het geschiedde, als Laban die tijding hoorde van Jakob, zijn zusters zoon, zo liep hij hem tegemoet, verheugd, dat hij een zoon ontmoette van haar, die hij 97jaar geleden uit zijn vaders huis had zien trekken (hoofdstuk. 24:59 vv.) en, toen hij bij hem gekomen was, omhelsde hij hem, en kuste hem, en bracht hem naar zijn huis te Haran, dat waarschijnlijk weinig uren van de put gelegen was. En hij vertelde Laban al deze dingen, 1) hoe zijn vader en zijn moeder hem tot de reis hadden gedwongen, en hoe zij hem met zegenbeden hadden laten gaan, en hoe het hem tot hiertoe vergaan was.
1) Daar Laban vroeger een van de dienaren van Abraham, beladen met buitengewone schatten, gezien had, kon een verkeerde gedachte, omtrent diens kleinzoon, bij hem post vatten. Derhalve was het noodzakelijk voor de heilige Jakob, de redenen van zijn tocht bloot te leggen, en waarom hij in die verachtelijke toestand was weggezonden. En men kan geloven, dat zijn moeder hem bekend heeft gemaakt, door welke aanwijzingen en kentekenen hij haar verwantschap moest bewijzen. Daarom roept Laban uit: “Waarlijk, gij zijt mijn gebeente en mijn vlees,” hiermee tonende, dat hij hem genoeg overtuigd heeft, maar ook, dat hij zich door geen twijfelachtige bewijzen heeft laten overreden, om Jakob als zijn neef te erkennen.
14. Toen zei Laban, tot hem: Voorwaar! gij zijt ons welkom, want gij zijt mijn gebeente en mijn vlees, mijn bloedverwant; rust nu uit van uw reis, en blijf bij ons. En hij bleef bij hem een volle maand. 1) Gedurende deze tijd toonde Jakob een bijzondere vlijt, en zijn ervarenheid in alles, wat op het vee betrekking heeft.
1) Ofschoon Laban niet twijfelt, dat Jakob zijn zusters zoon is, wil hij toch, in de loop van een maand, diens zeden leren kennen. Daarop onderhandelt hij met hem over het loon. Hieruit kan men de vroomheid van de heilige man leren kennen, dat hij niet werkeloos bij zijn oom is geweest, maar zich met eervolle arbeid heeft bezig gehouden, opdat hij niet het brood van een ander zou eten, zonder er iets voor te doen, zodat hij Laban dwingt te bekennen, dat hij hem, behalve de leeftocht, ook nog enig loon verschuldigd is.
Zo ondervindt Jakob al aanstonds de vervulling van de belofte hem bij Bethel gedaan.
II. Gen. 29 vers 15-30
Jakob dient Laban voor Rachel zeven jaar; op de dag van de bruiloft verkrijgt hij echter niet deze, maar Lea, haar oudere zuster, en moet nu, daar Laban na zeven dagen hem ook de verkorene geeft, nog zeven jaar dienen.
15. Daarna zei Laban, die wij reeds in hoofdstuk. 24:30 vv. als een zelfzuchtig en inhalig man leerden kennen, tot Jakob, schijnbaar uit belangstelling in hem, maar eigenlijk alleen om eigen voordeel, om de kundige en vlijtige arbeider voor langere tijd aan zich te verbinden, en zeker wel vermoedende wat zijn begeerte was: Omdat gij mijn broeder (vs.11) zijt, en zelf er niet aan hebt gedacht voor uw diensten een loon te eisen, zou gij mij derhalve om niet dienen? Verklaar mij wat zal uw loon zijn? Het is beter, dat wij een vaste verbintenis omtrent uw beloning aangaan.
Labans zelfzucht komt in deze woorden treffend uit. Het komt hem zijn eer te na, dat Jakob hem zonder loon dient, maar tegelijk berekent hij reeds op welk een wijze hij voor weinig geld of voor geen geld van zijn diensten zal gebruik maken. Het is zeker zijn aandacht niet ontgaan, dat Jakob zijn dochter Rachel bemint.
16. En Laban had, behalve zonen (hoofdstuk. 31:1), twee dochters: de naam van de grootste (oudste) was Lea (smachtende, verlangende); en de naam van de kleinste (jongste) was Rachel (vs.6).
17. Doch Lea had tedere, 1) (zwakke) ogen, zodat zij minder aantrekkelijk door haar uiterlijk was, maar Rachel 2) was schoon van gedaante en bovendien schoon van aangezicht, geheel een vrouwelijke schoonheid.
1) In het Hebreeuws Raccoth, “zwakke”, “doffe” of “matte.” De Vulgata vertaalt: “lippus, druipend, leep.” De vertaling van “zwak”, in de zin van, dof of mat is het nauwkeurigst. Tot de vrouwelijke schoonheid behoorde toch voor een oosterlinge levendige en heldere ogen, de z.g. gazelle-ogen.
2) Rachel is de derde schoonheid in de familie van de patriarchen, die de Schrift ons noemt. Zo wij de geschiedenis niet kenden, zouden wij menen, dat Lea, als moeder van Juda en de Davidische Messiaanse geslachtslijn, na Sara en Rebekka de prijs van de schoonheid had moeten hebben.
Ook hier weer blijkt, dat de Heere het verachte uit het slijk opheft; want niet de schone Rachel, maar de wegens haar doffe ogen verachte Lea is bestemd, om de vóórmoeder van de Christus Gods te zijn.
Ook naar haar karakter waren de zusters zeer onderscheiden. “Over het algemeen stel ik mij Lea voor, als gewoon zich te onderwerpen, en als geen onderdrukking kennende. Zij boezemt ons belangstelling en deelneming in, daar zij door de baatzuchtigheid van haar vader tot een huwelijk gedwongen wordt waarin zij weinig genoeglijke dagen te verwachten heeft. Men verblijdt zich, dat de Voorzienigheid, die niet aanziet, wat voor ogen is, gelijk de mensen, de zijde van Lea kiest, en haar vruchtbaar maakt boven haar zuster; te meer, wanneer men acht geeft op haar godsvrucht, welke zij bij de geboorte van haar zonen aan de dag legt (zie hun namen vs.32 enz.). Rachel is niet geheel zo goedhartig. Men ziet meer vuur, meer leven in alles, wat zij doet; doch niet zoveel goedaardigheid. Zij is driftig, opvliegend, ongeduldig en onbezonnen”.
18. En Jakob had Rachel lief; reeds de eerste ontmoeting had een diepe indruk op hem gemaakt; na de vier weken, die hij in Labans huis vertoefd had, was zij het doel van al zijn wensen; in zijn bijzondere toestand, waarin hij, geheel van het vaderhuis verwijderd, op zichzelf en op de zegen des Heren vertrouwen moest, nam hij aanstonds het voorstel aan, en hij zei: a) Ik zal u zeven 1) jaar dienen, om Rachel, uw kleinste, jongste dochter; zeven jaar dienst zal mijn gave (hoofdstuk. 34:12; Exodus 22:16,17 aan u zijn voor Rachel.
a) Hos.12:13
1) In Kerek dient de onbemiddelde man vijf tot zes jaar en in Haran vond BURKHARDT (Syrië 464) een jonge man, die, alleen voor voedsel, acht jaar gediend had, vervolgens de dochter van zijn meester verkreeg, maar nog altijd dienen moest.
De zevenjarige dienst herinnert wellicht aan het later recht van de Israëlieten, volgens welke de lijfeigene steeds in het zevende jaar weer vrij werd (Exodus. 21:2). Zo zou dan Jakob ter vergoeding voor Labans dochter een volledige dienstbaarheid als knecht zich getroost hebben.
Dat hij de koopprijs niet van zijn vaders huis laat halen, laat zich daaruit verklaren, dat hij alle mogelijke aanraking daarmee vermeed, om de toorn van zijn broeder niet gaande te maken.
Wellicht, dat er nog enige hoop bij Jakob levend was, dat de toorn van zijn broeder eerder gestild zou zijn. Dan zou hij een geschenk kunnen geven.
Ook hier blijkt weer, dat “zeven” het getal van het Verbond is. Aleer het verbond van het huwelijk gesloten zou worden, zou Jakob een zevental jaar dienen.
19. Toen zei Laban: Het is beter, dat ik haar aan u, mijn bloedverwant, geef, 1) dan dat ik haar aan een andere man, een vreemde geef; blijf bij mij, om mij voor deze prijs zeven jaar te dienen.
1) Bij alle Bedoeïenen heeft de neef de voorrang boven de vreemden en de Druzen in Syrië trekken altijd de bloedverwant boven een rijke vreemdeling. Het is bovendien in het Oosten gewoonte, dat de man zijn naaste nicht huwt; hij behoeft dit niet, maar hij heeft er het recht toe, terwijl zij zonder zijn toestemming, geen ander nemen mag.
Hier wordt de hebzucht van Laban recht duidelijk. Want het was daar volstrekt geen gewoonte, om zijn vrouw te kopen. Men kwam eenvoudig met een bruidsschat. En nu wordt het loon van zeven jaar de bruidsschat van Jakob aan Laban voor zijn dochter. Ook hier geldt het, dat de barmhartigheden van de goddelozen wreed zijn. Wij moeten echter niet voorbij zien, dat Jakob hier, als de Kerk vertegenwoordigende, ook daardoor het beeld van die Kerk vertoont.
20. Alzo diende Jakob om Rachel zeven jaar, en die waren, ondanks de moeitevolle dienst, in zijn ogen, daar hij de man van de hoop was (Rom.8:18; 2 Cor.4:17), als enige dagen, 1) omdat hij haar liefhad, en hij zich in haar nabijheid zo gelukkig voelde, dat die dienst hem gemakkelijk en zoet was.
1) Ook hier blijkt wederom de waarheid van de spreuk: gewillige arbeid valt niet zwaar. Het werken is licht, waarvan liefde de prikkel en drangreden is. Zolang als derhalve uw werk u nog zo bijzonder zwaar valt, bewijst dit bij u gemis aan liefde en ware belangstelling of voor het werk dat, of voor de persoon ten wiens wille gij het verricht. Hoe snel vliegt de tijd heen, wanneer de liefde hem vleugels geeft; niet de tijd die besteed wordt aan het wachten op, maar aan het werken voor het beminde voorwerp. Maar hoe kort moet dan ook zelfs de eeuwigheid ons schijnen, waar, naar het woord van de Ziener op Patmos, de gezaligden de Heere, die zij liefhebben, omdat Hij hen eerst heeft liefgehad, dag en nacht in Zijn tempel dienen (Openbaring. 7:15).
21. Toen de zeven jaar voorbij waren, zei Jakob tot Laban: Geef mij uw dochter, die ik door mijn arbeid tot mijn rouw verkregen heb; geef mijn verloofde (Deuteronomium. 22:24) mij nu tot vrouw, want mijn dagen van dienen zijn volgens ons verbond vervuld, dat ik tot haar inga. 1)
1) Hoe wordt het ons hier duidelijk bericht, dat de liefde van Jakob een kuise liefde was. Hoewel hij zeven jaar lang met haar was uit- en ingegaan, toch had hij zich door de genade van God van alle onkuise daden weten te onthouden. Hij is hier een beschamend voorbeeld van velen. Vele huwelijken zijn daarom dan ook zo ongelukkig, omdat men tegen Gods heilige verordeningen in is begonnen.
22. Zo verzamelde Laban al de mannen van die plaats, die met hem verwant of zijn vrienden waren, en maakte een maaltijd als bruiloftsmaal.
Mozes bedoelt niet, dat hij een maaltijd aan het gehele volk heeft bereid, maar dat hij zeer vele gasten heeft genodigd, gelijk dat bij aanzienlijke huwelijken pleegt te geschieden. Het is niet twijfelachtig, of hij heeft zich met des te meer ijver toegelegd op het bereiden van een gastmaal, opdat hij Jakob zou verstrikken, zodat hij het huwelijk, waarmee hij bedrogen werd, niet voor nietig zou durven verklaren. Hieruit merken wij, hoe groot toen de heiligheid van het huwelijksbed was. Want de gelegenheid om Jakob te bedriegen was er, omdat daar de zedigheid van de bruid eiste, dat zij gesluierd naar het slaapvertrek werd geleid.
23. En het geschiedde ‘s avonds, wanneer men gewoonlijk de bruid gesluierd tot de bruidegom leidde, dat hij niet Rachel, maar zijn dochter Lea nam; en hij bracht haar tot hem 1) in het slaapvertrek, en hij, het bedrog niet bemerkende, daar waarschijnlijk Laban met opzet de maaltijd had aangelegd, om Jakob door wijn te bedwelmen, ging tot haar in.
1) Jakob had zijn half blinde vader bedrogen, hier wordt hij door de vader van zijn bruid bedrogen. “Gij zult uw zonde kennen als zij u zal vinden”.
24. En Laban, hetgeen hier reeds met het oog op het meegedeelde in hoofdstuk. 30:9 aangemerkt wordt, gaf haar Zilpa (bedauwende), zijn dienstmaagd, aan Lea, zijn dochter, tot een dienstmaagd. 1) (hoofdstuk. 24:61).
1) Dat Laban haar Zilpa tot dienstmaagd gaf, was weer uit berekening. Zilpa verving hier de geschenken, welke de vader gewoonlijk ook aan zijn dochter gaf.
25. En het geschiedde de volgende morgen, dat Jakob van zijn bed opstond, en ziet, het was Lea, 1) bij wie hij gelegen had. Daarom zei hij tot Laban: Wat is dit, dat gij mij gedaan hebt; heb ik niet bij u gediend om Rachel? Waarom hebt gij mij dan bedrogen?
1) Ook nu nog ziet in verscheidene Oosterse landen de bruidegom zijn bruid niet anders dan gesluierd, tot op de morgen na de bruiloft, en men zegt, dat dergelijke bedriegerijen ook nu nog wel plaats hebben.
In deze geschiedenis vertoont zich zo duidelijk de goddelijke vergelding (Luk.6:38). “Jakob kende Lea niet, toen hij met haar in de echt trad, evenmin als zijn vader hem kende, toen die hem zegende. Lea volbracht het bedrog op aansporen van haar vader; Jakob had het gedaan op aandringen van zijn moeder. Hij verkreeg echter in zijn onwetendheid in Lea zijn van God hem bestemde vrouw, die de moeder van de Messias zou worden (vs.35; MATTHEUS. 1:2), evenals Izaak onwetend hem als de rechte erfgenaam van de belofte zegende. O, in hoeveel misslagen en dwaasheden van de mensen is hier en overal de onveranderlijke genade en trouw van God ingevlochten”.
26. En Laban zei: Men doet alzo niet in deze plaats, dat men de kleinste uitgeeft vóór de eerstgeborene. Om echter aan alle verwijten van Jakob, als deze: Waarom hebt gij mij dat niet vroeger gezegd, tegemoet te komen ging hij aanstonds voort:
27. Vervul de week van deze, beloof ook nog zeven andere jaren voor Rachel, dan zullen wij u ook die geven, Rachel zal de uwe zijn, voor de dienst, die gij nog zeven andere jaren bij mij dienen zult. 1)
1) Hier openbaart Laban zo geheel zijn hebzucht; hij wilde Jakob, wiens dienst hem zo onontbeerlijk geworden was, zo lang mogelijk behouden; daarom bedroog hij hem eerst en stelde hem vervolgens de dubbele echt voor, daar hij wel wist, dat Jakob Rachel niet zou laten varen, maar liever nogmaals een dienst van zeven jaar om harentwille zou aannemen.
Op deze manier wordt Laban tevens een tweede bruiloftsmaal bespaard. Welk een fijne, maar ook sluwe berekening! Laban is het beeld van de volmaakte gierigheid.
28. En Jakob deed alzo, en hij vervulde deze week. Toen die zeven dagen voorbij waren, gaf hij hem ook Rachel, zijn dochter, hem tot een vrouw. 1)
1) Gekomen in Haran, om de vrouw van zijn keuze te zoeken, wordt hij door Laban gedwongen, tegen Gods verordeningen in, meer dan één vrouw te nemen, hoewel Jakob hierin niet geheel en al te verontschuldigen is, daar hij, naar recht en billijkheid, Laban had kunnen vragen, om Lea terug te nemen. Door de liefde voor Rachel is hij echter zó verblind, dat hij, om harentwille, niet schroomt in de zonde van polygamie te vervallen.
29. En Laban gaf aan zijn dochter Rachel, evenals hij vroeger aan Lea Zilpa gegeven had, zijn dienstmaagd Bilha, haar tot een dienstmaagd (hoofdstuk. 30:3,4).
30. En hij ging ook in tot Rachel, 1) en had ook Rachel liever dan Lea; 2) en hij diende bij hem nog zeven andere jaren.
1) Dit dubbel huwelijk, later door de wet (Leviticus 18:18) verboden, was door bedrog tot stand gekomen, en daaraan heeft het volk van de wet zijn ontstaan te danken. Met onbuigzame waarheidsliefde verhaalt dit de Heilige Schrift; haar beschrijving van de geschiedenis is waar, omdat zij heilig is, en is heilig, omdat zij waar is.
Ach, ouders! gij weet het niet, hoe uw wel overlegde huwelijksplannen voor uw kinderen zelf, wier geluk gij toch bedoelde, een onuitputtelijke bron van jammer en huiselijk leed doen ontspringen. Terwijl gij anderen tot slachtoffers van uw sluwe berekening meent te maken, doet gij dit het meest uw eigen vlees en bloed. Arme dochters! die als verkocht wordt en gelijk een Lea, feestelijk getooid ter feestzaal, ten echtaltaar gaat, om straks een leven lang te schreien over de eerzucht en onbarmhartigheid van uw ouders. Het is niet alleen een Lea, die reeds vóór het huwelijk de rood gekleurde ogen heeft! wier ogen, ook na de huwelijksdag, niet van tranen droog zijn.
2) Welk een bron van jammer ligt in die weinige woorden opgesloten! Jakob kon slechts aan één vrouw zijn hart geven.
III. Gen. 29 vers 31-Hoofdstuk 30:24
Spoedig op elkaar worden Jakob gedurende het tweede zevental jaar van zijn dienen, elf zonen en een dochter geboren, waarschijnlijk in deze volgorde: van Lea: 1. Ruben, 2. Simeon, 3. Levi, 5. Juda, 8. Issaschar, 10. Zebulon, 12. Dina; van Bilha: 4. Dan, 6 Nafthali; van Rachel: 11. Jozef; van Zilpa: 7. Gad, 9. Aser. Zodat nu tot vervulling komt wat aan Abraham beloofd was: “Ik zal u tot een groot volk maken.”
31. Toen nu de HEERE zag, dat Lea gehaat 1) was bij haar man, opende Hij haar baarmoeder; maar Rachel was onvruchtbaar, 2) gelijk de Heere gewoonlijk het onedele van de wereld en het verachte verkiest, en datgene, wat niets is, opdat Hij het sterke teniet zou doen. (1 Corinthiërs. 1:28; Luk.1:62).
1) “Gehaat” in de zin van “minder bemind.” Jakob verwaarloosde Lea en onthield haar, wat haar toekwam. Hij volbracht aan haar niet, wat hij schuldig was te doen.
2) Hier toont Mozes aan, dat de voorliefde van Jakob door de Heere is getuchtigd, zoals Hij de hartstochten van de gelovigen, wanneer deze al te zeer uitkomen, beteugelt. Rachel wordt voorgetrokken, niet zonder belediging voor haar zuster, aan wie hij de verschuldigde eer niet bewijst. Doch de Heere openbaart zich aan haar als een beschermer en betuigt Jakob’s gemoed, door het rechte middel, naar die zijde, waarvan hij al te afkerig was geweest. Deze plaats leert, dat kinderen een bijzonder geschenk van God zijn, daar Hem in het bijzonder de macht wordt toegekend, dat Hij de een vruchtbaar maakt en de baarmoeder van de andere toesluit. Bovendien is hier op te merken, dat het verwekken van kroost, de man met de vrouw nauw verbindt. Vandaar, dat de ouders de kinderen in het algemeen panden noemen, omdat zij niet weinig er toe bijdragen, de wederkerige liefde te vermeerderen en te koesteren.
32. En Lea werd bevrucht, en baarde nog in het eerste jaar van haar huwelijk een zoon, en zij noemde in vreugde, dat haar eerste kind reeds een zoon was, zijn naam Ruben (zie, een zoon!), want zij zei: Omdat de HEERE mijn verdrukkingheeft aangezien, daarom zal mijn man mij nu lief hebben.
Uit de naamgeving van Ruben blijkt, dat Jakob Lea veronachtzaamde, maar ook, dat zij een dankbaar gemoed bezat en er behoefte aan had, dit in de naam van haar zoon te openbaren.
33. En zij werd na enige tijd (Leviticus. 12:1-4) wederom bevrucht en baarde een tweede zoon en zei: Daar de HEERE mijn zuchten gehoord heeft, dat ik nog altijd gehaat was, zo heeft Hij mij ook deze gegeven; en zij noemde zijn naam Simeon (verhoring).
Men mag uit deze haar woorden opmaken, dat Lea nog niet had verkregen, wat zij gehoopt had.
Lea was, toen ze Simeon droeg, geprikkeld door nijd in haar nieren. Jaloersheid was in haar gevaren. En ze had Rachel niet kunnen zetten en niet kunnen uitstaan, niet omdat ze Jakob voor zonde wilde vrijwaren, maar omdat ze zichzelf gekrenkt voelde, en omdat haar ik gekrenkt was; omdat zij het onderspit dolf. En dit wekte wraakzucht in haar hartstochtelijk hart. Toen ontving en baarde ze Simeon, en haar uitroep is: Simeon zal mij troosten, want ik word gehaat, en er is een hoop voor mijn dorst naar voldoening. De Heere heeft gehoord.” Hartstocht dus in Lea, deels goede, deels zondige hartstocht; wonderbare vereniging van geloof en geprikkelde hovaarding. En dat alles gedekt door het roepen: De Heere heeft gehoord. En die gedachte in haar dracht droeg ze dan ook op Simeon over.
34. En zij werd, spoedig na de geboorte van haar tweede zoon nog bevrucht en baarde een derde zoon, en zei: Nu zal zich ditmaal mijn man bij mij voegen, zich aan mij aansluiten, daar ik hem drie zonen gebaard heb (Prediker. 4:12); daarom noemde zij zijn naam Levi (aansluiting, samenvoeging).
35. En zij werd wederom, voor de vierde maal, bevrucht en baarde een zoon, en zei: Ditmaal zal ik de HEERE loven, 1) want nu heeft Hij zeker mij voor mijn man dierbaar gemaakt; daarom noemde zij zijn naam Juda (zal geprezen worden). En zij hield voor enige tijd op met baren, totdat zij later opnieuw zwanger werd. (hoofdstuk. 30:17 vv.).
1) De namen van haar zoons drukken haar voortdurende smartelijke ondervinding uit. Na de geboorte van de eerste hoopt zij de liefde van Jakob te veroveren; na de geboorte van de derde hoopt zij ten minste nog op enige gehechtheid; bij de geboorte van de vierde, ziet zij geheel van zichzelf af op Jehova.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel