Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Genesis 25

1 En Abraham voer voort, en nam een vrouw, wier naam was Ketura.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En AbrahamH85 voer voortH3254, en namH3947 een vrouwH802, wier naamH8034 was KeturaH6989. En Abraham voer voort, en nam een vrouw, wier naam was Ketura.

KJV Then again1 Abraham2 took3 a wife,4 and her name5 was Keturah.

1 וַיֹּ֧סֶף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 2 אַבְרָהָ֛ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 3 וַיִּקַּ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 אִשָּׁ֖ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 וּשְׁמָ֥הּ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 קְטוּרָֽה H6989 Ketura Keturah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En zij baardeH3205 hem ZimranH2175 en JoksanH3370, en MedanH4091 en MidianH4080, en JisbakH3435 en SuahH7744. En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.

KJV And she bare1 him Zimran,4 and Jokshan,6 and Medan,8 and Midian,10 and Ishbak,12 and Shuah.

1 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 2 ל֗וֹ 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 זִמְרָן֙ H2175 Zimram, Zimran Zimran 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יָקְשָׁ֔ן H3370 Joksan Jokshan 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 מְדָ֖ן H4091 Medan Medan 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 מִדְיָ֑ן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 יִשְׁבָּ֖ק H3435 Isbak, Jisbak Ishbak 13 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 שֽׁוּחַ H7744 Suah Shuah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En JoksanH3370 gewonH3205 SebaH7614 en DedanH1719; en de zonenH1121 van DedanH1719 warenH1961 de AssurietenH805, en LetusietenH3912, en LeummietenH3817. En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten.

KJV And Jokshan1 begat2 Sheba,4 and Dedan.6 And the sons7 of Dedan8 were Asshurim,10 and Letushim,11 and Leummim.

1 וְיָקְשָׁ֣ן H3370 Joksan Jokshan 2 יָלַ֔ד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 שְׁבָ֖א H7614 Scheba, Sabeers, Seba Sheba, Sabeans 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 דְּדָ֑ן H1719 Dedan Dedan 7 וּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 דְדָ֔ן H1719 Dedan Dedan 9 הָי֛וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 אַשּׁוּרִ֥ם H805 Aschurieten, Assurieten Asshurim, Ashurites 11 וּלְטוּשִׁ֖ים H3912 Letusieten Letushim 12 וּלְאֻמִּֽים H3817 Leummieten Leummim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En de zonen van Midian waren Efa en Efer, en Henoch en Abida, en Eldaa. Deze allen waren zonen van Ketura.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En de zonenH1121 van MidianH4080 waren EfaH5891 en EferH6081, en HenochH2585 en AbidaH28, en EldaaH420. DezeH428 allenH3605 waren zonenH1121 van KeturaH6989. En de zonen van Midian waren Efa en Efer, en Henoch en Abida, en Eldaa. Deze allen waren zonen van Ketura.

KJV And the sons1 of Midian;2 Ephah,3 and Epher,4 and Hanoch,5 and Abida,6 and Eldaah.7 All these were the children10 of Keturah.

1 וּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 מִדְיָ֗ן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite 3 עֵיפָ֤ה H5891 Efa, Hefa Ephah 4 וָעֵ֨פֶר֙ H6081 Efer, Hefer Epher 5 וַחֲנֹ֔ךְ H2585 Henoch, Hanoch Enoch 6 וַאֲבִידָ֖ע H28 Abida Abida, Abidah 7 וְאֶלְדָּעָ֑ה H420 Eldaa Eldaah 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 אֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 10 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 קְטוּרָֽה H6989 Ketura Keturah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Doch Abraham gaf aan Izak al wat hij had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Doch AbrahamH85 gafH5414 aan IzakH3327 alH3605 watH834 hij had. Doch Abraham gaf aan Izak al wat hij had.

KJV And Abraham2 gave1 all that he had unto Isaac.

1 וַיִּתֵּ֧ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אַבְרָהָ֛ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 ל֖וֹ 7 לְיִצְחָֽק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Maar aan de zonenH1121 der bijwijvenH6370, dieH834 AbrahamH85 had, gafH5414 AbrahamH85 geschenkenH4979; en zondH7971 hen weg van zijn zoonH1121 IzakH3327, terwijlH5750 hij nog leefdeH2416, oostwaartsH6924 naarH413 het landH776 van het OostenH6924. Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.

KJV But unto the sons1 of the concubines,2 which Abraham4 had, Abraham6 gave5 gifts,7 and sent them away8 from Isaac10 his son,11 while he yet lived,13 eastward,14 unto the east17 country.

1 וְלִבְנֵ֤י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 הַפִּֽילַגְשִׁים֙ H6370 bijwijf, bijwijven concubine, paramour 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 לְאַבְרָהָ֔ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 5 נָתַ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 אַבְרָהָ֖ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 7 מַתָּנֹ֑ת H4979 gaven, geschenk, gave gift 8 וַֽיְשַׁלְּחֵ֞ם H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 9 מֵעַ֨ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 יִצְחָ֤ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 11 בְּנוֹ֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 בְּעוֹדֶ֣נּוּ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 13 חַ֔י H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 14 קֵ֖דְמָה H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 17 קֶֽדֶם H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Dit nu zijn de dagen der jaren des levens van Abraham, welke hij geleefd heeft, honderd vijf en zeventig jaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 DitH428 nu zijn de dagenH3117 der jarenH8141 des levensH2416 van AbrahamH85, welkeH834 hij geleefdH2425 heeft, honderdH3967 vijfH2568 en zeventigH7657 jarenH8141. Dit nu zijn de dagen der jaren des levens van Abraham, welke hij geleefd heeft, honderd vijf en zeventig jaren.

KJV And these are the days2 of the years3 of Abraham's5 life4 which he lived,7 an hundred8 threescore and fifteen10 years.

1 וְאֵ֗לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 יְמֵ֛י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 שְׁנֵֽי H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 4 חַיֵּ֥י H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 5 אַבְרָהָ֖ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 חָ֑י H2425 leven, leefde, leve live, save life 8 מְאַ֥ת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 9 שָׁנָ֛ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 10 וְשִׁבְעִ֥ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 11 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 12 וְחָמֵ֥שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 13 שָׁנִֽים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Abraham gaf den geest en stierf, in goede ouderdom, oud en des levens zat, en hij werd tot zijn volken verzameld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En AbrahamH85 gaf den geestH1478 en stierfH4191, in goedeH2896 ouderdomH7872, oudH2205 en des levens zat, en hij werd totH413 zijn volkenH5971 verzameldH622. En Abraham gaf den geest en stierf, in goede ouderdom, oud en des levens zat, en hij werd tot zijn volken verzameld.

KJV Then Abraham3 gave up the ghost,1 and died2 in a good5 old age,4 an old man,6 and full7 of years; and was gathered8 to his people.

1 וַיִּגְוַ֨ע H1478 geest, doodbrakende, eest die, be dead, give up the ghost, perish 2 וַיָּ֧מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 3 אַבְרָהָ֛ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 4 בְּשֵׂיבָ֥ה H7872 ouderdom, grijsheid, grauwe (be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age 5 טוֹבָ֖ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 6 זָקֵ֣ן H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 7 וְשָׂבֵ֑עַ H7649 verzadigd, verzadigde, wees verzadigd full (of), satisfied (with) 8 וַיֵּאָ֖סֶף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 עַמָּֽיו H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Izak en Ismael, zijn zonen, begroeven hem, in de spelonk van Machpela, in den akker van Efron, den zoon van Zohar, den Hethiet, welke tegenover Mamre is;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En IzakH3327 en IsmaelH3458, zijn zonenH1121, begroevenH6912 hem, in de spelonkH4631 van MachpelaH4375, in den akkerH7704 van EfronH6085, den zoonH1121 van ZoharH6714, den HethietH2850, welkeH834 tegenoverH6440 MamreH4471 is; En Izak en Ismael, zijn zonen, begroeven hem, in de spelonk van Machpela, in den akker van Efron, den zoon van Zohar, den Hethiet, welke tegenover Mamre is;

KJV And his sons5 Isaac3 and Ishmael4 buried1 him in the cave7 of Machpelah,8 in the field10 of Ephron11 the son12 of Zohar13 the Hittite,14 which is before17 Mamre;

1 וַיִּקְבְּר֨וּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 2 אֹת֜וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 יִצְחָ֤ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 4 וְיִשְׁמָעֵאל֙ H3458 Ismael Ishmael 5 בָּנָ֔יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 מְעָרַ֖ת H4631 spelonk, spelonken cave, den, hole 8 הַמַּכְפֵּלָ֑ה H4375 Machpela Machpelah 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 שְׂדֵ֞ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 11 עֶפְרֹ֤ן H6085 Efron Ephron, Ephrain (from the margin) 12 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 צֹ֨חַר֙ H6714 Zohar, Jezohar Zohar. Compare H3328 (יִצְחַר) 14 הַֽחִתִּ֔י H2850 Hethieten, Hethiet, Hethietische Hittite, Hittities 15 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 18 מַמְרֵֽא H4471 Mamre Mamre
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 In den akker, dien Abraham van de zonen Heths gekocht had, daar is Abraham begraven, en Sara, zijn huisvrouw.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 In den akkerH7704, dienH834 AbrahamH85 vanH854 de zonenH1121 HethsH2845 gekochtH7069 had, daarH8033 is AbrahamH85 begravenH6912, en SaraH8283, zijn huisvrouwH802. In den akker, dien Abraham van de zonen Heths gekocht had, daar is Abraham begraven, en Sara, zijn huisvrouw.

KJV The field1 which Abraham4 purchased3 of the sons6 of Heth:7 there was Abraham10 buried,9 and Sarah11 his wife.

1 הַשָּׂדֶ֛ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 קָנָ֥ה H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 4 אַבְרָהָ֖ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 5 מֵאֵ֣ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 בְּנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 חֵ֑ת H2845 Heths, Heth Heth 8 שָׁ֛מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 9 קֻבַּ֥ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 10 אַבְרָהָ֖ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 11 וְשָׂרָ֥ה H8283 Sara, sara Sarah 12 אִשְׁתּֽוֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En het geschiedde na Abrahams dood, dat God Izak, zijn zoon, zegende; en Izak woonde bij de put Lachai-Roi.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En het geschiedde naH310 AbrahamsH85 doodH4194, dat GodH430 IzakH3327, zijn zoonH1121, zegendeH1288; en IzakH3327 woondeH3427 bijH5973 de putH883 Lachai-RoiH2416. En het geschiedde na Abrahams dood, dat God Izak, zijn zoon, zegende; en Izak woonde bij de put Lachai-Roi.

KJV And it came to pass after2 the death3 of Abraham,4 that God6 blessed5 his son9 Isaac;8 and Isaac11 dwelt10 by12 the well Lahairoi.

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אַחֲרֵי֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 3 מ֣וֹת H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 4 אַבְרָהָ֔ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 5 וַיְבָ֥רֶךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 6 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 יִצְחָ֣ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 9 בְּנ֑וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 וַיֵּ֣שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 11 יִצְחָ֔ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 12 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 13 בְּאֵ֥ר H883 put Beer-lahai-roi 14 לַחַ֖י H883 put Beer-lahai-roi 15 רֹאִֽי H883 put Beer-lahai-roi

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Dit nu zijn de geboorten van Ismael, den zoon van Abraham, dien Hagar, de Egyptische, dienstmaagd van Sara, Abraham gebaard heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 DitH428 nu zijn de geboortenH8435 van IsmaelH3458, den zoonH1121 van AbrahamH85, dienH834 HagarH1904, de EgyptischeH4713, dienstmaagdH8198 van SaraH8283, AbrahamH85 gebaardH3205 heeft. Dit nu zijn de geboorten van Ismael, den zoon van Abraham, dien Hagar, de Egyptische, dienstmaagd van Sara, Abraham gebaard heeft.

KJV Now these are the generations2 of Ishmael,3 Abraham's5 son,4 whom Hagar8 the Egyptian,9 Sarah's11 handmaid,10 bare7 unto Abraham:

1 וְאֵ֛לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 תֹּלְדֹ֥ת H8435 geboorten, geslachten, geschiedenissen birth, generations 3 יִשְׁמָעֵ֖אל H3458 Ismael Ishmael 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 אַבְרָהָ֑ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 6 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 יָלְדָ֜ה H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 8 הָגָ֧ר H1904 Hagar Hagar 9 הַמִּצְרִ֛ית H4713 Egyptenaars, Egyptische, Egyptenaar Egyptian, of Egypt 10 שִׁפְחַ֥ת H8198 dienstmaagd, dienstmaagden, maagden (bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant 11 שָׂרָ֖ה H8283 Sara, sara Sarah 12 לְאַבְרָהָֽם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En dit zijn de namen der zonen van Ismael, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismael, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En ditH428 zijn de namenH8034 der zonenH1121 van IsmaelH3458, met hun namenH8034 naar hun geboortenH8435. De eerstgeboreneH1060 van IsmaelH3458, NabajothH5032; daarna KedarH6938, en AdbeelH110, en MibsamH4017, En dit zijn de namen der zonen van Ismael, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismael, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam,

KJV And these are the names2 of the sons3 of Ishmael,4 by their names,5 according to their generations:6 the firstborn7 of Ishmael,8 Nebajoth;9 and Kedar,10 and Adbeel,11 and Mibsam,

1 וְאֵ֗לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 שְׁמוֹת֙ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׁמָעֵ֔אל H3458 Ismael Ishmael 5 בִּשְׁמֹתָ֖ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 לְתוֹלְדֹתָ֑ם H8435 geboorten, geslachten, geschiedenissen birth, generations 7 בְּכֹ֤ר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 8 יִשְׁמָעֵאל֙ H3458 Ismael Ishmael 9 נְבָיֹ֔ת H5032 Nebajoth, Nabajoth Nebaioth, Nebajoth 10 וְקֵדָ֥ר H6938 Kedar, Kedars Kedar 11 וְאַדְבְּאֵ֖ל H110 Adbeel Adbeel 12 וּמִבְשָֽׂם H4017 Mibsam Mibsam
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Misma, en Duma, en Massa,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En MismaH4927, en DumaH1746, en MassaH4854, En Misma, en Duma, en Massa,

KJV And Mishma,1 and Dumah,2 and Massa,

1 וּמִשְׁמָ֥ע H4927 Misma Mishma 2 וְדוּמָ֖ה H1746 Duma Dumah 3 וּמַשָּֽׂא H4854 Massa Massa
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 HadarH2316 en ThemaH8485, JeturH3195, NafisH5305 en KedmaH6929. Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma.

KJV Hadar, and Tema,2 Jetur,3 Naphish,4 and Kedemah:

1 חֲדַ֣ד H2301 Hadad Hadad 2 וְתֵימָ֔א H8485 Thema Tema 3 יְט֥וּר H3195 Jetur, Jethur Jetur 4 נָפִ֖ישׁ H5305 Nafis Naphish 5 וָקֵֽדְמָה H6929 Kedma Kedemah

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Deze zijn de zonen van Ismael, en dit zijn hun namen, in hun dorpen en paleizen, twaalf vorsten naar hun volken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Deze zijn de zonenH1121 van IsmaelH3458, en ditH428 zijn hun namenH8034, in hun dorpenH2691 en paleizenH2918, twaalfH8147 vorstenH5387 naar hun volkenH523. Deze zijn de zonen van Ismael, en dit zijn hun namen, in hun dorpen en paleizen, twaalf vorsten naar hun volken.

KJV These are the sons3 of Ishmael,4 and these are their names,6 by their towns,7 and by their castles;8 twelve9 princes11 according to their nations.

1 אֵ֣לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 הֵ֞ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 בְּנֵ֤י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׁמָעֵאל֙ H3458 Ismael Ishmael 5 וְאֵ֣לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 6 שְׁמֹתָ֔ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 בְּחַצְרֵיהֶ֖ם H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 8 וּבְטִֽירֹתָ֑ם H2918 paleis, burchten, burgen (goodly) castle, habitation, palace, row 9 שְׁנֵים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 10 עָשָׂ֥ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 11 נְשִׂיאִ֖ם H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 12 לְאֻמֹּתָֽם H523 volken, natien nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En dit zijn de jaren des levens van Ismael, honderd zeven en dertig jaren; en hij gaf den geest, en stierf, en hij werd verzameld tot zijn volken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En ditH428 zijn de jarenH8141 des levensH2416 van IsmaelH3458, honderdH3967 zevenH7651 en dertigH7970 jarenH8141; en hij gaf den geestH1478, en stierfH4191, en hij werd verzameldH622 totH413 zijn volkenH5971. En dit zijn de jaren des levens van Ismael, honderd zeven en dertig jaren; en hij gaf den geest, en stierf, en hij werd verzameld tot zijn volken.

KJV And these are the years2 of the life3 of Ishmael,4 an hundred5 and thirty7 and seven9 years:6 and he gave up the ghost11 and died;12 and was gathered13 unto his people.

1 וְאֵ֗לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 שְׁנֵי֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 3 חַיֵּ֣י H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 4 יִשְׁמָעֵ֔אל H3458 Ismael Ishmael 5 מְאַ֥ת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 6 שָׁנָ֛ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 7 וּשְׁלֹשִׁ֥ים H7970 dertig, dertigste, Dertig thirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 8 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 9 וְשֶׁ֣בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 10 שָׁנִ֑ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 11 וַיִּגְוַ֣ע H1478 geest, doodbrakende, eest die, be dead, give up the ghost, perish 12 וַיָּ֔מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 13 וַיֵּאָ֖סֶף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 עַמָּֽיו H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En zij woonden van Havila tot Sur toe, hetwelk tegenover Egypte is, daar gij gaat naar Assur; hij heeft zich nedergeslagen voor het aangezicht van al zijn broederen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En zij woondenH7931 van HavilaH2341 totH5704 SurH7793 toe, hetwelkH834 tegenoverH5921 EgypteH4714 is, daar gij gaat naar AssurH804; hij heeft zich nedergeslagenH5307 voor het aangezichtH6440 van alH3605 zijn broederenH251. En zij woonden van Havila tot Sur toe, hetwelk tegenover Egypte is, daar gij gaat naar Assur; hij heeft zich nedergeslagen voor het aangezicht van al zijn broederen.

KJV And they dwelt1 from Havilah2 unto Shur,4 that is before7 Egypt,8 as thou goest9 toward Assyria:10 and he died15 in the presence12 of all his brethren.

1 וַיִּשְׁכְּנ֨וּ H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 2 מֵֽחֲוִילָ֜ה H2341 Havila Havilah 3 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 4 שׁ֗וּר H7793 Sur Shur 5 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 9 בֹּאֲכָ֖ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 אַשּׁ֑וּרָה H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 אֶחָ֖יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 15 נָפָֽל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Dit nu zijn de geboorten van Izak, den zoon van Abraham: Abraham gewon Izak.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 DitH428 nu zijn de geboortenH8435 van IzakH3327, den zoonH1121 van AbrahamH85: AbrahamH85 gewonH3205 IzakH3327. Dit nu zijn de geboorten van Izak, den zoon van Abraham: Abraham gewon Izak.

KJV And these are the generations2 of Isaac,3 Abraham's5 son:4 Abraham6 begat7 Isaac:

1 וְאֵ֛לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 תּוֹלְדֹ֥ת H8435 geboorten, geslachten, geschiedenissen birth, generations 3 יִצְחָ֖ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 אַבְרָהָ֑ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 6 אַבְרָהָ֖ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 7 הוֹלִ֥יד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יִצְחָֽק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Izak was veertig jaren oud, als hij Rebekka, de dochter van Betuel, den Syrier, uit Paddan-Aram, de zuster van Laban, den Syrier, zich ter vrouw nam.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En IzakH3327 wasH1961 veertigH705 jarenH8141 oudH1121, als hij RebekkaH7259, de dochterH1323 van Betuel, den SyrierH761, uit Paddan-AramH6307, de zusterH269 van LabanH3837, den SyrierH761, zich ter vrouwH802 namH3947. En Izak was veertig jaren oud, als hij Rebekka, de dochter van Betuel, den Syrier, uit Paddan-Aram, de zuster van Laban, den Syrier, zich ter vrouw nam.

Ook in dit vers BethuelH1328

KJV And Isaac2 was forty4 years5 old3 when he took6 Rebekah8 to wife,18 the daughter9 of Bethuel10 the Syrian11 of Padanaram,12 the sister14 to Laban15 the Syrian.

1 וַיְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 יִצְחָק֙ H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אַרְבָּעִ֣ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 5 שָׁנָ֔ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 6 בְּקַחְתּ֣וֹ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 רִבְקָ֗ה H7259 Rebekka Rebekah 9 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 10 בְּתוּאֵל֙ H1328 Bethuel Bethuel. Compare H1329 (בְּתוּל) 11 הָֽאֲרַמִּ֔י H761 Syrier, Syriers, Syrische Syrian, Aramitess 12 מִפַּדַּ֖ן H6307 Paddan-aram, Paddan Padan, Padan-aram 13 אֲרָ֑ם H6307 Paddan-aram, Paddan Padan, Padan-aram 14 אֲח֛וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 15 לָבָ֥ן H3837 Laban, Labans Laban 16 הָאֲרַמִּ֖י H761 Syrier, Syriers, Syrische Syrian, Aramitess 17 ל֥וֹ 18 לְאִשָּֽׁה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Izak bad den HEERE zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw; want zij was onvruchtbaar; en de HEERE liet zich van hem verbidden, zodat Rebekka, zijn huisvrouw, zwanger werd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En IzakH3327 badH6279 den HEEREH3068 zeer in de tegenwoordigheidH5227 van zijn huisvrouwH802; wantH3588 zij was onvruchtbaarH6135; en de HEEREH3068 liet zich van hem verbiddenH6279, zodat RebekkaH7259, zijn huisvrouwH802, zwangerH2029 werd. En Izak bad den HEERE zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw; want zij was onvruchtbaar; en de HEERE liet zich van hem verbidden, zodat Rebekka, zijn huisvrouw, zwanger werd.

KJV And Isaac2 intreated1 the LORD3 for4 his wife,5 because she was barren:7 and the LORD11 was intreated9 of him, and Rebekah13 his wife14 conceived.

1 וַיֶּעְתַּ֨ר H6279 verbidden, Bidt vuriglijk, bad intreat, (make) pray(-er) 2 יִצְחָ֤ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 3 לַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 לְנֹ֣כַח H5227 tegenover, recht, recht tegenover (over) against, before, direct(-ly), for, right (on) 5 אִשְׁתּ֔וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 עֲקָרָ֖ה H6135 onvruchtbaar, onvruchtbare, man ([idiom] male or female) barren (woman) 8 הִ֑וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 וַיֵּעָ֤תֶר H6279 verbidden, Bidt vuriglijk, bad intreat, (make) pray(-er) 10 לוֹ֙ 11 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וַתַּ֖הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 13 רִבְקָ֥ה H7259 Rebekka Rebekah 14 אִשְׁתּֽוֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En de kinderen stieten zich samen in haar lichaam. Toen zeide zij: Is het zo? waarom ben ik dus? en zij ging om den HEERE te vragen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En de kinderenH1121 stieten zich samen in haar lichaamH7130. Toen zeideH559 zij: Is het zo? waaromH4100 ben ikH595 dusH2088? en zij gingH3212 om den HEEREH3068 te vragenH1875. En de kinderen stieten zich samen in haar lichaam. Toen zeide zij: Is het zo? waarom ben ik dus? en zij ging om den HEERE te vragen.

Ook in dit vers stieten samenH7533

KJV And the children2 struggled together1 within her;3 and she said,4 If it be so, why am I thus?8 And she went10 to enquire11 of the LORD.

1 וַיִּתְרֹֽצֲצ֤וּ H7533 onderdrukt, gebroken, stukken gestoten break, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together 2 הַבָּנִים֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 בְּקִרְבָּ֔הּ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 4 וַתֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 6 כֵּ֔ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 7 לָ֥מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 זֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 אָנֹ֑כִי H595 ik, mij I, me, [idiom] which 10 וַתֵּ֖לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 11 לִדְרֹ֥שׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En de HEERE zeide tot haar: Twee volken zijn in uw buik, en twee natien zullen zich uit uw ingewand van een scheiden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de meerdere zal den mindere dienen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En de HEEREH3068 zeideH559 tot haar: TweeH8147 volkenH1471 zijn in uw buikH990, en tweeH8147 natienH3816 zullen zich uit uw ingewandH4578 van een scheidenH6504; en het ene volkH3816 zal sterkerH553 zijn dan het andere volkH3816; en de meerdereH7227 zal den mindereH6810 dienenH5647. En de HEERE zeide tot haar: Twee volken zijn in uw buik, en twee natien zullen zich uit uw ingewand van een scheiden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de meerdere zal den mindere dienen.

KJV And the LORD2 said1 unto her, Two4 nations5 are in thy womb,6 and two manner7 of people8 shall be separated10 from thy bowels;9 and the one people11 shall be stronger13 than the other people;12 and the elder14 shall serve15 the younger.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 לָ֗הּ 4 שְׁנֵ֤י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 5 גוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 6 בְּבִטְנֵ֔ךְ H990 buik, buiks, binnenste belly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb 7 וּשְׁנֵ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 לְאֻמִּ֔ים H3816 volken, natien, volk nation, people 9 מִמֵּעַ֖יִךְ H4578 ingewand, ingewanden, lijf belly, bowels, [idiom] heart, womb 10 יִפָּרֵ֑דוּ H6504 verdeeld, gescheiden, scheiden disperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder 11 וּלְאֹם֙ H3816 volken, natien, volk nation, people 12 מִלְאֹ֣ם H3816 volken, natien, volk nation, people 13 יֶֽאֱמָ֔ץ H553 goeden moed, versterken, machtiger confirm, be courageous (of good courage, stedfastly minded, strong, stronger), establish, fortify, harden, increase, prevail, strengthen (self), make strong (obstinate, speed) 14 וְרַ֖ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 15 יַעֲבֹ֥ד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 16 צָעִֽיר H6810 jongste, kleinste, geringsten least, little (one), small (one), [phrase] young(-er, -est)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Als nu haar dagen vervuld waren om te baren, ziet, zo waren tweelingen in haar buik.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Als nu haar dagenH3117 vervuldH4390 waren om te barenH3205, zietH2009, zo waren tweelingenH8380 in haar buikH990. Als nu haar dagen vervuld waren om te baren, ziet, zo waren tweelingen in haar buik.

KJV And when her days2 to be delivered3 were fulfilled,1 behold, there were twins5 in her womb.

1 וַיִּמְלְא֥וּ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 2 יָמֶ֖יהָ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 לָלֶ֑דֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 4 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 תוֹמִ֖ם H8380 tweelingen twins 6 בְּבִטְנָֽהּ H990 buik, buiks, binnenste belly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En de eerste kwam uit, ros; hij was geheel als een haren kleed; daarom noemden zij zijn naam Ezau.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En de eersteH7223 kwam uit, rosH132; hij was geheelH3605 als een harenH8181 kleedH155; daarom noemdenH7121 zij zijn naamH8034 EzauH6215. En de eerste kwam uit, ros; hij was geheel als een haren kleed; daarom noemden zij zijn naam Ezau.

KJV And the first2 came out1 red,3 all over like an hairy6 garment;5 and they called7 his name8 Esau.

1 וַיֵּצֵ֤א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 הָרִאשׁוֹן֙ H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 3 אַדְמוֹנִ֔י H132 roodachtig, ros red, ruddy 4 כֻּלּ֖וֹ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 כְּאַדֶּ֣רֶת H155 mantel, overkleed, heerlijken garment, glory, goodly, mantle, robe 6 שֵׂעָ֑ר H8181 haren, geschieden, harig hair(-y), [idiom] rough 7 וַיִּקְרְא֥וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 8 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 9 עֵשָֽׂו H6215 Ezau Esau
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En daarna kwam zijn broeder uit, wiens hand Ezau's verzenen hield; daarom noemde men zijn naam Jakob. En Izak was zestig jaren oud, als hij hen gewon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En daarnaH310 kwam zijn broederH251 uit, wiens handH3027 EzauH6215's verzenenH6119 hieldH270; daaromH3651 noemdeH7121 men zijn naamH8034 JakobH3290. En IzakH3327 was zestigH8346 jarenH8141 oudH1121, als hij hen gewonH3205. En daarna kwam zijn broeder uit, wiens hand Ezau's verzenen hield; daarom noemde men zijn naam Jakob. En Izak was zestig jaren oud, als hij hen gewon.

KJV And after1 that came3 his brother4 out, and his hand5 took hold6 on Esau's8 heel;7 and his name10 was called9 Jacob:11 and Isaac12 was threescore14 years15 old13 when she bare

1 וְאַֽחֲרֵי H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 כֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 יָצָ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 4 אָחִ֗יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 וְיָד֤וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 אֹחֶ֨זֶת֙ H270 bevangen, vast, bezitters [phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion) 7 בַּעֲקֵ֣ב H6119 verzenen, voetstappen, hielen heel, (horse-) hoof, last, lier in wait (by mistake for H6120 (עָקֵב)), (foot-) step 8 עֵשָׂ֔ו H6215 Ezau Esau 9 וַיִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 10 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 11 יַעֲקֹ֑ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 12 וְיִצְחָ֛ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 13 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 שִׁשִּׁ֥ים H8346 zestig sixty, three score 15 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 16 בְּלֶ֥דֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 17 אֹתָֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Als nu deze jongeren groot werden, werd Ezau een man, verstandig op de jacht, een veldman; maar Jakob werd een oprecht man, wonende in tenten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Als nu deze jongerenH5288 grootH1431 werdenH1961, werd EzauH6215 een manH376, verstandigH3045 op de jachtH6718, een veldmanH376; maar JakobH3290 werd een oprechtH8535 manH376, wonendeH3427 in tentenH168. Als nu deze jongeren groot werden, werd Ezau een man, verstandig op de jacht, een veldman; maar Jakob werd een oprecht man, wonende in tenten.

KJV And the boys2 grew:1 and Esau4 was a cunning6 hunter,7 a man5 of the field;9 and Jacob10 was a plain12 man,8 dwelling13 in tents.

1 וַֽיִּגְדְּלוּ֙ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 2 הַנְּעָרִ֔ים H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 3 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 עֵשָׂ֗ו H6215 Ezau Esau 5 אִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 יֹדֵ֥עַ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 צַ֖יִד H6718 wildbraad, jacht, jager [idiom] catcheth, food, [idiom] hunter, (that which he took in) hunting, venison, victuals 8 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 שָׂדֶ֑ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 10 וְיַעֲקֹב֙ H3290 Jakob, Jakobs Jacob 11 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 תָּ֔ם H8535 oprecht, oprechte, volmaakte coupled together, perfect, plain, undefiled, upright 13 יֹשֵׁ֖ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 14 אֹהָלִֽים H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En Izak had Ezau lief; want het wildbraad was naar zijn mond; maar Rebekka had Jakob lief.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En IzakH3327 had EzauH6215 liefH157; wantH3588 het wildbraadH6718 was naar zijn mondH6310; maar RebekkaH7259 had JakobH3290 liefH157. En Izak had Ezau lief; want het wildbraad was naar zijn mond; maar Rebekka had Jakob lief.

KJV And Isaac2 loved1 Esau,4 because he did eat7 of his venison:6 but Rebekah8 loved9 Jacob.

1 וַיֶּאֱהַ֥ב H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 2 יִצְחָ֛ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עֵשָׂ֖ו H6215 Ezau Esau 5 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 צַ֣יִד H6718 wildbraad, jacht, jager [idiom] catcheth, food, [idiom] hunter, (that which he took in) hunting, venison, victuals 7 בְּפִ֑יו H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 8 וְרִבְקָ֖ה H7259 Rebekka Rebekah 9 אֹהֶ֥בֶת H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 10 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 יַעֲקֹֽב H3290 Jakob, Jakobs Jacob
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Jakob had een kooksel gekookt; en Ezau kwam uit het veld, en was moede.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En JakobH3290 had een kookselH5138 gekooktH2102; en EzauH6215 kwamH935 uitH4480 hetH1931 veldH7704, en was moedeH5889. En Jakob had een kooksel gekookt; en Ezau kwam uit het veld, en was moede.

KJV And Jacob2 sod1 pottage:3 and Esau5 came4 from the field,7 and he was faint:

1 וַיָּ֥זֶד H2102 trotselijk, gekookt, handelden be proud, deal proudly, presume, (come) presumptuously, sod 2 יַעֲקֹ֖ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 3 נָזִ֑יד H5138 moes, kooksel, linzenkooksel pottage 4 וַיָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 עֵשָׂ֛ו H6215 Ezau Esau 6 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הַשָּׂדֶ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 8 וְה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 עָיֵֽף H5889 moede, vermoeide, dorstig faint, thirsty, weary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En EzauH6215 zeideH559 totH413 JakobH3290: Laat mij tochH4994 slorpenH3938 vanH4480 dat rodeH122, dat rodeH122 daar, wantH3588 ikH595 ben moedeH5889; daaromH3651 heeft men zijn naamH8034 genoemdH7121 EdomH123. En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom.

KJV And Esau2 said1 to Jacob,4 Feed5 me, I pray thee, with7 that same8 red9 pottage; for I am faint:12 therefore was his name17 called16 Edom.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 עֵשָׂ֜ו H6215 Ezau Esau 3 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יַעֲקֹ֗ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 5 הַלְעִיטֵ֤נִי H3938 slorpen feed 6 נָא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הָאָדֹ֤ם H122 rode, rood red, ruddy 9 הָאָדֹם֙ H122 rode, rood red, ruddy 10 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 עָיֵ֖ף H5889 moede, vermoeide, dorstig faint, thirsty, weary 13 אָנֹ֑כִי H595 ik, mij I, me, [idiom] which 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 כֵּ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 16 קָרָֽא H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 17 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 18 אֱדֽוֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Toen zeide Jakob: Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Toen zeideH559 JakobH3290: VerkoopH4376 mij op dezen dagH3117 uw eerstgeboorteH1062. Toen zeide Jakob: Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte.

KJV And Jacob2 said,1 Sell3 me this day4 thy birthright.

1 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יַעֲקֹ֑ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 3 מִכְרָ֥ה H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 4 כַיּ֛וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בְּכֹֽרָתְךָ֖ H1062 eerstgeboorte, eerstgeboorten, eerstgeborenen birthright, firstborn(-ling) 7 לִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En Ezau zeide: Zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En EzauH6215 zeideH559: ZieH2009, ikH595 ga stervenH4191; en waartoeH4100 mij dan de eerstgeboorteH1062? En Ezau zeide: Zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte?

KJV And Esau2 said,1 Behold, I am at the point5 to die:6 and what profit shall this birthright

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 עֵשָׂ֔ו H6215 Ezau Esau 3 הִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 4 אָנֹכִ֥י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 5 הוֹלֵ֖ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 6 לָמ֑וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 7 וְלָמָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 זֶּ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 לִ֖י 10 בְּכֹרָֽה H1062 eerstgeboorte, eerstgeboorten, eerstgeborenen birthright, firstborn(-ling)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Toen zeide Jakob: Zweer mij op dezen dag! en hij zwoer hem; en hij verkocht aan Jakob zijn eerstgeboorte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Toen zeideH559 JakobH3290: ZweerH7650 mij op dezen dagH3117! en hij zwoerH7650 hem; en hij verkochtH4376 aan JakobH3290 zijn eerstgeboorteH1062. Toen zeide Jakob: Zweer mij op dezen dag! en hij zwoer hem; en hij verkocht aan Jakob zijn eerstgeboorte.

KJV And Jacob2 said,1 Swear3 to me this day;5 and he sware6 unto him: and he sold8 his birthright10 unto Jacob.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יַעֲקֹ֗ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 3 הִשָּׁ֤בְעָה H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 4 לִּי֙ 5 כַּיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 וַיִּשָּׁבַ֖ע H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 7 ל֑וֹ 8 וַיִּמְכֹּ֥ר H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 בְּכֹרָת֖וֹ H1062 eerstgeboorte, eerstgeboorten, eerstgeborenen birthright, firstborn(-ling) 11 לְיַעֲקֹֽב H3290 Jakob, Jakobs Jacob
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En Jakob gaf aan Ezau brood, en het linzenkooksel; en hij at en dronk, en hij stond op en ging heen; alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En JakobH3290 gafH5414 aan EzauH6215 broodH3899, en het linzenkookselH5138; en hij atH398 en dronkH8354, en hij stondH6965 op en gingH3212 heen; alzo verachtteH959 EzauH6215 de eerstgeboorteH1062. En Jakob gaf aan Ezau brood, en het linzenkooksel; en hij at en dronk, en hij stond op en ging heen; alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte.

KJV Then Jacob1 gave2 Esau3 bread4 and pottage5 of lentiles;6 and he did eat7 and drink,8 and rose up,9 and went his way:10 thus Esau12 despised11 his birthright.

1 וְיַעֲקֹ֞ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 2 נָתַ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 לְעֵשָׂ֗ו H6215 Ezau Esau 4 לֶ֚חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 5 וּנְזִ֣יד H5138 moes, kooksel, linzenkooksel pottage 6 עֲדָשִׁ֔ים H5742 linzen lentile 7 וַיֹּ֣אכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 וַיֵּ֔שְׁתְּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 9 וַיָּ֖קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 10 וַיֵּלַ֑ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 11 וַיִּ֥בֶז H959 veracht, verachtte, verachten despise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person 12 עֵשָׂ֖ו H6215 Ezau Esau 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַבְּכֹרָֽה H1062 eerstgeboorte, eerstgeboorten, eerstgeborenen birthright, firstborn(-ling)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 25:1 Genesis 28:1 1 Kronieken 1:32 Genesis 23:1
Genesis 25:2 1 Kronieken 1:32 Numeri 22:4 Richteren 6:1 Numeri 25:17 Genesis 36:35 Genesis 37:28 Genesis 37:36 Jeremia 25:25
Genesis 25:3 Job 6:19 Jeremia 49:8 Ezechiël 27:6 Jeremia 25:23 Ezechiël 27:20 Psalmen 72:10 2 Samuël 2:9 Ezechiël 25:13
Genesis 25:4 Jesaja 60:6
Genesis 25:5 Genesis 24:36 Johannes 3:35 Mattheüs 28:18 Hebreeën 1:2 Romeinen 8:17 Galaten 4:28 Psalmen 68:18 Kolossenzen 1:19
Genesis 25:6 Genesis 21:14 Richteren 6:3 Job 1:3 Genesis 16:3 Psalmen 17:14 Richteren 19:1 Handelingen 14:17 Job 1:1
Genesis 25:7 Genesis 12:4
Genesis 25:8 Genesis 49:33 Genesis 25:17 Genesis 15:15 Genesis 47:8 Genesis 49:29 Richteren 2:10 Numeri 27:13 Spreuken 20:29
Genesis 25:9 Genesis 35:29 Genesis 50:13 Genesis 49:29 Genesis 21:9 Genesis 23:9
Genesis 25:10 Genesis 23:16 Genesis 49:31
Genesis 25:11 Genesis 16:14 Genesis 24:62 Genesis 22:17 Genesis 12:2 Genesis 50:24 Genesis 17:19
Genesis 25:12 Genesis 16:10 Psalmen 83:6 Genesis 21:13 Genesis 17:20
Genesis 25:13 1 Kronieken 1:29 Jesaja 60:7 Jesaja 42:11 Genesis 36:3 Jesaja 21:16 Psalmen 120:5 Hooglied 1:5
Genesis 25:14 Jesaja 21:16 Jesaja 21:11
Genesis 25:15 1 Kronieken 5:19 Job 2:11
Genesis 25:16 Genesis 17:20 Genesis 17:23
Genesis 25:17 Genesis 15:15 Genesis 25:7
Genesis 25:18 Genesis 16:12 Genesis 20:1 Psalmen 78:64 Genesis 14:10 Jesaja 19:23 Genesis 21:14 Genesis 21:21 Genesis 13:10
Genesis 25:19 Mattheüs 1:2 Handelingen 7:8 Lukas 3:34 1 Kronieken 1:32
Genesis 25:20 Genesis 24:29 Genesis 24:67 Genesis 22:23 Genesis 31:18 Genesis 31:20 Genesis 35:9 Genesis 28:5 Genesis 31:24
Genesis 25:21 2 Kronieken 33:13 Ezra 8:23 1 Kronieken 5:20 Genesis 11:30 Romeinen 9:10 Genesis 17:16 Jesaja 65:24 Jesaja 58:9
Genesis 25:22 1 Samuël 9:9 1 Samuël 10:22 1 Samuël 28:6 1 Samuël 30:8 1 Samuël 22:15 Ezechiël 20:31 Ezechiël 36:37
Genesis 25:23 Genesis 27:29 Genesis 27:40 2 Samuël 8:14 Genesis 17:16 Genesis 24:60 Numeri 20:14 Maleachi 1:2 Psalmen 60:8
Genesis 25:25 Genesis 27:11 Genesis 27:16 Genesis 27:23
Genesis 25:26 Genesis 27:36 Hosea 12:3 Genesis 38:28
Genesis 25:27 Hebreeën 11:9 Genesis 21:20 Genesis 6:9 Genesis 27:3 Genesis 31:39 Job 1:8 Job 2:3 Genesis 46:34
Genesis 25:28 Genesis 27:19 Genesis 27:4 Genesis 27:9 Genesis 27:25 Genesis 27:6 Genesis 27:31
Genesis 25:29 1 Samuël 14:28 Jesaja 40:30 Spreuken 13:25 1 Samuël 14:31 Richteren 8:4
Genesis 25:30 2 Koningen 8:20 Numeri 20:14 Deuteronomium 23:7 Genesis 36:43 Exodus 15:15 Genesis 36:9 Genesis 36:1
Genesis 25:32 Job 22:17 Job 34:9 Maleachi 3:14 Job 21:15 Exodus 22:9
Genesis 25:33 Hebreeën 12:16 Genesis 27:36 Genesis 24:3 Hebreeën 6:16 Genesis 14:22 Genesis 36:6 Markus 6:23
Genesis 25:34 Jesaja 22:13 Lukas 14:18 Mattheüs 22:5 Mattheüs 26:15 Zacharia 11:13 Psalmen 106:24 Hebreeën 12:16 1 Korinthe 15:32
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 25 vers 1

voer De zin is, dat hij na den dood van zijn huisvrouw en het trouwen van zijn zoon niet weduwnaar gebleven is; maar is voortgevaren om weder te trouwen.

Hertaald: voer De betekenis is dat hij na de dood van zijn vrouw en het trouwen van zijn zoon geen weduwnaar gebleven is, maar verdergegaan is met opnieuw te trouwen.

Genesis 25 vers 2

zij baarde Hoewel Abraham nu omtrent 140 jaren oud mocht zijn, en zijn lichaam al verstorven was, toen hij honderd jaren oud was, boven Gen. 17:17; Rom. 4:19; nochtans heeft hij kinderen van deze Ketura gekregen, niet omdat hij weder wonderbaarlijk gesterkt was, evenals toen hij Izak gewon, maar omdat hij de mirakeleuse sterkte behouden had.

Hertaald: zij baarde Hoewel Abraham nu ongeveer 140 jaar oud was, en zijn lichaam al 'verstorven' was toen hij honderd jaar oud was, Gen. 17:17; Rom. 4:19, heeft hij toch kinderen bij deze Ketura gekregen — niet omdat hij opnieuw wonderbaarlijk gesterkt was, zoals toen hij Izak verwekte, maar omdat hij de wonderbaarlijke kracht van toen behouden had.

Zimran Dezen en de volgenden zijn meest inwoners geweest van Arabië en andere van Kanaän oostwaarts gelegen plaatsen.

Hertaald: Zimran Deze en de volgenden zijn meestal inwoners geweest van Arabië en andere gebieden ten oosten van Kanaän.

Midian, De vader en oorsprong der Midianieten; zie van dezen onder Gen. 36:35; Richt. 6:2; Jes. 10:26; zij waren naburen van de Moabieten, Num. 22:4, en zijn haastig van het geloof van Abraham tot afgoderij vervallen; Num. 25:16-18; hun land wordt ook Midian genoemd, Ex. 2:16; 1 Kon. 11:18.

Hertaald: Midian, De vader en oorsprong van de Midianieten; zie over hen Gen. 36:35; Richt. 6:2; Jes. 10:26. Zij waren buren van de Moabieten, Num. 22:4, en zijn al snel van het geloof van Abraham tot afgoderij vervallen; Num. 25:16-18. Hun land wordt ook Midian genoemd, Ex. 2:16; 1 Kon. 11:18.

Suah Hebr. Schuah. Van dezen schijnt Bildad, Jobs vriend, afkomstig te zijn geweest, Job 2:11.

Hertaald: Suah Hebreeuws: Schuah. Hiervan schijnt Bildad, de vriend van Job, afkomstig te zijn geweest, Job 2:11.

Genesis 25 vers 3

Joksan Hebr. Jokschan.

Hertaald: Joksan Hebreeuws: Jokschan.

Genesis 25 vers 4

Epha Van Epha zie Jes. 60:6.

Hertaald: Epha Over Efa, zie Jes. 60:6.

Epher, Men meent dat van dezen Afrika den naam heeft.

Hertaald: Epher, Men meent dat Afrika naar hem genoemd is.

zonen Onder de zonen zijn hier mede begrepen de zonen van de zonen.

Hertaald: zonen Onder de zonen worden hier ook de zonen van de zonen begrepen.

Genesis 25 vers 5

gaf Zie boven, Gen. 15:4 en Gen. 24:26.

Hertaald: gaf Zie Gen. 15:4 en Gen. 24:26.

Genesis 25 vers 6

bijwijven, Van het woord bijvrouwen, zie boven, Gen. 22:24. Versta door deze bijwijven Hagar en Ketura, hoewel zij ook vrouwen genoemd worden.

Hertaald: bijwijven, Over het woord bijvrouwen, zie Gen. 22:24. Versta onder deze bijvrouwen Hagar en Ketura, hoewel zij ook vrouwen genoemd worden.

het land Versta, de landen oostwaarts van Kanaän gelegen, als Arabië en Groot-Azië, enz.

Hertaald: het land Versta hieronder: de landen ten oosten van Kanaän, zoals Arabië en Groot-Azië, enz.

Genesis 25 vers 7

honderd vijf en zeventig jaren Hebr. honderd jaar, en zeventig jaar, en vijf jaren. Alzo heeft Abraham, nadat hij van Ur vertrokken was, 105 jaren in vreemdelingenschap geleefd, en kindskinderen van vijftien jaren nagelaten: te weten, Jakob en Ezau, zoals af te nemen is uit vs.26. Intussen is Abraham nimmer bezweken in het geloof aan de beloften Gods, noch in geduld onder velerlei kruis, noch in de hoop der toekomende heerlijkheid, hoewel hij ook exempelen der menselijke zwakheid heeft nagelaten. Hij stierf [naar sommiger rekening] in het jaar na de schepping der wereld 2124, en na den dood zijner huisvrouw Sara 38.

Hertaald: honderd vijf en zeventig jaren Hebreeuws: honderd jaar, en zeventig jaar, en vijf jaar. Zo heeft Abraham, nadat hij uit Ur vertrokken was, 105 jaar in vreemdelingschap geleefd, en kleinkinderen van vijftien jaar nagelaten, namelijk Jakob en Ezau, zoals af te leiden is uit vers 26. Ondertussen is Abraham nooit bezweken in zijn geloof in de beloften van God, noch in geduld onder velerlei kruis, noch in de hoop op de toekomstige heerlijkheid, hoewel hij ook voorbeelden van menselijke zwakheid heeft nagelaten. Hij stierf (naar de berekening van sommigen) in het jaar 2124 na de schepping van de wereld, en 38 jaar na de dood van zijn vrouw Sara.

Genesis 25 vers 8

ouderdom, Hebr. grijsheid, of grauwheid gelijk God hem beloofd had; bov., Gen. 15:15.

Hertaald: ouderdom, Hebreeuws: grijsheid, of grauwheid, zoals God hem beloofd had; Gen. 15:15.

zat, Dat is, moede zijnde van den arbeid dezes levens, en verlangende naar de rust des toekomenden.

Hertaald: zat, Dat is: moe van de arbeid van dit leven, en verlangend naar de rust van het toekomende.

werd tot Verg. boven Gen. 15:15.; idem, zie deze manier van spreken onder, vs.17, en Gen. 49:29; Num. 20:24, en Num. 27:13; Richt. 2:10.

Hertaald: werd tot Vergelijk Gen. 15:15; zie deze uitdrukking ook in vers 17, en Gen. 49:29; Num. 20:24, en Num. 27:13; Richt. 2:10.

Genesis 25 vers 9

in den akker Zie boven, Gen. 23:9, Gen. 23:17, Gen. 23:19-20.

Hertaald: in den akker Zie Gen. 23:9, Gen. 23:17, Gen. 23:19-20.

Genesis 25 vers 10

daar is Ook zijn naderhand daar begraven Izak en Jakob, met hun vrouwen; onder, Gen. 49:29, Gen. 49:31.

Hertaald: daar is Later zijn daar ook Izak en Jakob begraven, met hun vrouwen; zie Gen. 49:29, Gen. 49:31.

Genesis 25 vers 11

zegende; Naar de beloften, die Hij Abraham tevoren gedaan had; boven, Gen. 17:7, Gen. 17:19.

Hertaald: zegende; Overeenkomstig de beloften die Hij Abraham eerder gedaan had; Gen. 17:7, Gen. 17:19.

Lachai-Róï. Zie boven, Gen. 16:14, en Gen. 24:62.

Hertaald: Lachai-Róï. Zie Gen. 16:14, en Gen. 24:62.

Genesis 25 vers 12

geboorten Dat is, nakomelingen uit hem geboren. Dit wordt hier verhaald om te bevestigen de waarheid der beloften Gods, gedaan boven, Gen. 16:10 en Gen. 17:20.

Hertaald: geboorten Dat is: nakomelingen uit hem geboren. Dit wordt hier verteld om de waarheid van de beloften van God te bevestigen, gedaan in Gen. 16:10 en Gen. 17:20.

Genesis 25 vers 13

hun namen Dat is, zoals zij genaamd worden naar de orde hunner geboorten; men meent dat deze twaalf zonen van Ismael gewoond hebben in het land Nabathea, gelegen tussen de Eufraat en de Rode zee.

Hertaald: hun namen Dat is: zoals zij genoemd worden naar de volgorde van hun geboorte; men meent dat deze twaalf zonen van Ismaël gewoond hebben in het land Nabathea, gelegen tussen de Eufraat en de Rode Zee.

Nebájoth; Zie Jes. 60:7.

Hertaald: Nebájoth; Zie Jes. 60:7.

Kedar, Zie Ps. 120:5; Hoogl. 1:5; Jes. 21:16; Jer. 49:28; Ezech. 27:21.

Hertaald: Kedar, Zie Ps. 120:5; Hoogl. 1:5; Jes. 21:16; Jer. 49:28; Ezech. 27:21.

Mibsam, Van een anderen Mibsam, die de zoon van Simeon was, lezen wij 1 Kron. 4:25.

Hertaald: Mibsam, Over een andere Mibsam, de zoon van Simeon, lezen wij 1 Kron. 4:25.

Genesis 25 vers 14

Duma, Zie Jes. 21:11; het is ook de naam van een stad in den naam van Juda, Joz. 15:52.

Hertaald: Duma, Zie Jes. 21:11; het is ook de naam van een stad in de stam van Juda, Joz. 15:52.

Massa, Aldus heet ook de plaats aan den berg Horeb, waar het volk Israels met Mozes twistte.

Hertaald: Massa, Zo heet ook de plaats bij de berg Horeb, waar het volk Israël met Mozes twistte.

Genesis 25 vers 15

Thema, Zie Job 6:19; Jer. 25:23.

Hertaald: Thema, Zie Job 6:19; Jer. 25:23.

Genesis 25 vers 16

twaalf Dit is de vervulling der belofte, gegeven boven Gen. 17:20.

Hertaald: twaalf Dit is de vervulling van de belofte, gegeven in Gen. 17:20.

Genesis 25 vers 17

en hij Zie boven Gen. 15:15, en boven, vs.8.

Hertaald: en hij Zie Gen. 15:15, en vers 8.

Genesis 25 vers 18

Havila Zie boven, Gen. 2:11, en de aantekening daarop.

Hertaald: Havila Zie Gen. 2:11, en de aantekening daar.

Sur Zie boven, Gen. 16:7, en Gen. 20:1.

Hertaald: Sur Zie Gen. 16:7, en Gen. 20:1.

hij heeft Te weten, met ter woon. Zie Num. 34:2; Richt. 7:12. Hebr. hij is gevallen, te weten, met zijn lot en erf, Joz. 23:4; Ps. 78:55.

Hertaald: hij heeft Namelijk: om er te wonen. Zie Num. 34:2; Richt. 7:12. Hebreeuws: hij is gevallen, namelijk met zijn lot en erfdeel, Joz. 23:4; Ps. 78:55.

voor het Zie boven, Gen. 16:12.

Hertaald: voor het Zie Gen. 16:12.

Genesis 25 vers 19

de geboorten Dat is, afkomst en nakomelingen.

Hertaald: de geboorten Dat is: afkomst en nakomelingen.

Genesis 25 vers 20

veertig jaren Hebr. zoon van veertig jaar.

Hertaald: veertig jaren Hebreeuws: zoon van veertig jaar.

uit Of, het landschap Mesopotamië boven genoemd Syrië der twee rivieren, Gen. 24:10, of een stad, of omtrek aldaar gelegen.

Hertaald: uit Of: het landschap Mesopotamië, hierboven Syrië der twee rivieren genoemd, Gen. 24:10, of een stad, of streek daar gelegen.

Genesis 25 vers 21

bad den Anders, hield aan met bidden. In deze oefening des gebeds schijnt Izak zeer lang geweest te zijn, dewijl hij zijn twee zonen eerst gekregen heeft zestig jaren oud zijnde, onder, vs.26, toen hij twintig jaren met Rebekka was getrouwd geweest, vs.20. Het schijnt een plechtig of bestemd gebed geweest te zijn, hetwelk zij beiden eendrachtiglijk samen gedaan hebben, om God den HEERE kinderen af te bidden. Anderen verstaan dus, dat Izak alleen gebeden heeft voor Rebekka, als hebbende haar voor zich in zijn gedachten.

Hertaald: bad den Anders: hield aan met bidden. In deze oefening van het gebed lijkt Izak zeer lang volhard te hebben, aangezien hij zijn twee zonen pas kreeg toen hij zestig jaar oud was, vers 26, terwijl hij op twintigjarige leeftijd met Rebekka getrouwd was, vers 20. Het lijkt een plechtig of vastgesteld gebed geweest te zijn, dat zij beiden eendrachtig samen gedaan hebben om de HEERE om kinderen te bidden. Anderen menen dat Izak alleen voor Rebekka gebeden heeft, haar daarbij voor ogen hebbend.

van hem Hebr. voor, of aan hem, dat is, de HEERE liet zich tot zijn best verbidden.

Hertaald: van hem Hebreeuws: voor, of aan hem, dat is: de HEERE liet zich gunstig door hem verbidden.

Genesis 25 vers 22

de kinderen Hebr. zonen.

Hertaald: de kinderen Hebreeuws: zonen.

stieten Te weten, op een ongewoon, zeldzame, smartelijke wijze, betekenende de scheiding en vijandschap dezer twee kinderen en hun nakomelingen.

Hertaald: stieten Namelijk: op een ongewone, zeldzame, pijnlijke wijze, die de scheiding en vijandschap van deze twee kinderen en hun nakomelingen voorafbeeldde.

lichaam Hebr. in het binnenste van haar.

Hertaald: lichaam Hebreeuws: in haar binnenste.

waarom Hebr. waarom ik dus? of waartoe ik dit? Het zijn afgebroken woorden, voortkomende uit ongeduld en ontzetting over dit zeldzame werk. De zin schijnt te zijn: is het zo te doen! waarom mocht ik naar kinderen wensen? of waarom geeft die mij God? of waarom ben ik dragende geweest? of waartoe ben ik nog in het leven?

Hertaald: waarom Hebreeuws: waarom ik zo? Of: waartoe dit? Het zijn afgebroken woorden, voortkomend uit ongeduld en ontsteltenis over dit zeldzame gebeuren. De betekenis lijkt te zijn: is het zo gesteld! Waarom zou ik naar kinderen verlangd hebben? Of: waarom geeft God mij dit? Of: waarom ben ik zwanger geweest? Of: waartoe ben ik nog in leven?

ging om Te weten, in een eenzame plaats, om den HEERE in dezen nood vuriglijk te bidden; of om zijn mening te verstaan door enigen profeet, zoals Abraham zelf, of enigen anderen nog levenden godzaligen patriarch.

Hertaald: ging om Namelijk: naar een eenzame plaats, om de HEERE in deze nood vurig te bidden; of om zijn wil te vernemen via een profeet, zoals Abraham zelf, of een andere nog levende godvrezende patriarch.

Genesis 25 vers 23

de HEERE Te weten, door enige tegenwoordige aanspraak, of door een gezicht, of in den droom, of door inwendige ingeving, geschied aan haarzelve, of aan enig profeet, die het haar van Gods wege heeft aangediend.

Hertaald: de HEERE Namelijk: door een rechtstreekse toespraak, of door een visioen, of in een droom, of door inwendige ingeving, hetzij aan haarzelf, hetzij aan een profeet, die het haar namens God bekendgemaakt heeft.

Twee Dat is, vaders van twee volken, te weten: Edomieten en Israëlieten.

Hertaald: Twee Dat is: vaders van twee volken, namelijk: Edomieten en Israëlieten.

vaneen Hetwelk vervuld is, niet alleen lichamelijk, ten aanzien van Jakob en Ezau, alsook de Israeliëten en Edomieten, maar ook geestelijk, ten aanzien van de ware kerk en het volk Gods en de vijanden derzelve.

Hertaald: vaneen Dit is vervuld, niet alleen naar het lichamelijke, met betrekking tot Jakob en Ezau, en de Israëlieten en Edomieten, maar ook naar het geestelijke, met betrekking tot de ware kerk en het volk van God en haar vijanden.

het ene De zin is, dat de ene broeder den anderen en het ene volk het andere in macht zouden te boven gaan.

Hertaald: het ene De betekenis is dat de ene broeder de andere, en het ene volk het andere, in macht zou overtreffen.

de meerdere Deze woorden verklaren de voorgaande. Versta door den meerderen Ezau, welke, ten aanzien van de eerstgeboorte, van de sterkte des lichaams en van het uiterlijk vermogen, de grootste geweest is; gelijk ook zijn nakomelingen lang het gebergte Seïr bezeten en daarin geregeerd hebben, toen de kinderen Israels vreemdelingen in Kanaän, slaven in Egypte, en arme reizigers in de woestijn waren. Niettemin zou deze meerdere den minderen onderworpen zijn en dienen; hetwelk vervuld is, eerst in Jakob, toen hij, het recht der eerstgeboorte verkregen hebbende, een heer zijns broeders geworden is; daarna in zijn nakomelingen, toen zij het land Kanaän geërf en de Edomieten aan zich cijnsbaar gemaakt hebben; zie 2 Sam. 8:14. Dit wordt ook vervuld in de ware kerk, welke, hoewel zij naar de uiterlijke heerlijkheid en macht veel geringer is dan de valse, is nochtans Christus door zijn woord en Geest in het midden van haar, over al zijne en hare vjianden heersende.

Hertaald: de meerdere Deze woorden lichten het voorgaande toe. Versta onder de meerdere Ezau, die, wat eerstgeboorterecht, lichaamskracht en uiterlijk vermogen betreft, de grootste is geweest; zoals ook zijn nakomelingen lange tijd het gebergte Seïr bezaten en daarin regeerden, terwijl de kinderen Israëls vreemdelingen in Kanaän, slaven in Egypte, en arme reizigers in de woestijn waren. Toch zou deze meerdere aan de mindere onderworpen zijn en hem dienen; dit is vervuld, eerst in Jakob, toen hij, het eerstgeboorterecht verkregen hebbend, heer over zijn broeder werd; daarna in zijn nakomelingen, toen zij het land Kanaän in bezit namen en de Edomieten aan zich schatplichtig maakten; zie 2 Sam. 8:14. Dit wordt ook vervuld in de ware kerk, die, hoewel naar uiterlijke heerlijkheid en macht veel geringer dan de valse kerk, toch door Christus, door zijn Woord en Geest in haar midden, heerst over al haar en zijn vijanden.

Genesis 25 vers 25

kleed; Het Hebr. woord betekent een overkleed, bijv. een mantel, rok.

Hertaald: kleed; Het Hebreeuwse woord betekent een overkleed, bijvoorbeeld een mantel, een rok.

Ezau Dat is, gemaakt, volmaakt, omdat hij haar had als een volwassen man.

Hertaald: Ezau Dat is: gemaakt, volmaakt, omdat hij haar had als een volwassen man.

Genesis 25 vers 26

Jakob Hebr. Jacob. Deze naam betekent zoveel, alsof men zeide: hielhouder; zie onder, Gen. 27:36.

Hertaald: Jakob Hebreeuws: Jaäkob. Deze naam betekent zoveel als: hielhouder; zie Gen. 27:36.

was zestig Hebr. een zoon van zestig jaar. Gelijk Abraham honderd jaren oud zijnde, 25 jaren gewacht had naar de vervulling der belofte Gods, boven Gen. 12:4; alzo heeft Izak, nu oud zijnde zestig jaren, tevoren twintig jaren moeten wachten op de vervulling dezer belofte. Zo weet God de zijnen te beproeven en te oefenen.

Hertaald: was zestig Hebreeuws: een zoon van zestig jaar. Zoals Abraham, honderd jaar oud, 25 jaar gewacht had op de vervulling van Gods belofte, Gen. 12:4, zo heeft Izak, nu zestig jaar oud, daarvoor twintig jaar moeten wachten op de vervulling van deze belofte. Zo weet God de zijnen te beproeven en te oefenen.

als hij Of, als zij hen baarde, want de tekst kan beide betekenen.

Hertaald: als hij Of: toen zij hen baarde, want de tekst kan beide betekenen.

Genesis 25 vers 27

verstandig Hebr. verstaande de jacht, dat is, jager.

Hertaald: verstandig Hebreeuws: verstand hebbend van de jacht, dat is: jager.

een veldman; Dat is, die liever op het veld dan tehuis was; zie boven, Gen. 9:20.

Hertaald: een veldman; Dat is: iemand die liever op het veld was dan thuis; zie Gen. 9:20.

oprecht Zie boven, Gen. 6:9.

Hertaald: oprecht Zie Gen. 6:9.

wonende Dat is, hij leidde een stil leven, zijnde niet woest noch uithuizig, zoals zijn broeder; maar de huislijke zaken en het veewerk verzorgende. Tot beiden dienende de tenten en hutten; zie boven, Gen. 4:20, en Hebr. 11:9.

Hertaald: wonende Dat is: hij leidde een stil leven, niet woest of uithuizig zoals zijn broer, maar zorgend voor de huiselijke zaken en het veewerk. Voor beiden dienden de tenten en hutten; zie Gen. 4:20, en Hebr. 11:9.

Genesis 25 vers 28

het wildbraad Anders, wildvang, of jachtvang.

Hertaald: het wildbraad Anders: wildvang, of jachtbuit.

was naar Dat is, was hem een aangename spijs, en mondde hem goed. Een menselijke zwakheid in dezen vromen patriarch, dat hij daarom dezen meer beminde, omtrent wien hij Gods mening tevoren klaar genoeg verstaan had.

Hertaald: was naar Dat is: was hem een aangename spijs, en smaakte hem goed. Een menselijke zwakheid van deze vrome patriarch, dat hij hem daarom meer liefhad, terwijl hij Gods bedoeling met betrekking tot hem eigenlijk al duidelijk genoeg begrepen had.

Genesis 25 vers 29

een kooksel Het Hebreeuwse woord betekent allerlei kooksel, als moes, potaadje, enz., maar onder, vs.34, wordt het genoemd een linzenkooksel.

Hertaald: een kooksel Het Hebreeuwse woord betekent allerlei kooksel, zoals moes, brij, enz., maar in vers 34 wordt het een linzenkooksel genoemd.

Genesis 25 vers 30

dat rode Het woord wordt verdubbeld, om te tonen zijn onmatige begeerte tot dit kooksel, dat hem zeer schoon en smakelijk toescheen; of omdat het zeer ros was; alzo goed, goed voor; zeer goed, Richt. 11:25; kwaad, kwaad, voor: zeer kwaad, Spr. 20:14.

Hertaald: dat rode Het woord wordt herhaald om zijn onmatige begeerte naar dit kooksel te tonen, dat hem zeer mooi en smakelijk voorkwam; of omdat het zeer rossig was; zo ook 'goed, goed' voor: zeer goed, Richt. 11:25; 'kwaad, kwaad' voor: zeer kwaad, Spr. 20:14.

Edom Dat is, rood, eensdeels omdat hij rood was van huid gelijk boven, vs.25, anderdeels, vanwege dit rode kooksel, waarop hij zo verzot was.

Hertaald: Edom Dat is: rood, deels omdat hij rood was van huid, zoals in vers 25, deels vanwege dit rode kooksel, waarop hij zo verzot was.

Genesis 25 vers 31

eerstgeboorte Dat is, het recht der eerstgeboorte, bestaande <i>I.</i> in de eer en heerschappij over zijn broeders; boven, Gen. 4:7, en Gen. 49:3; 2 Kron. 21:3, en Ps. 89:28; <i>II.</i> in de dubbel portie van de goederen. Deut. 21:17; <i>III.</i> in het recht tot het priesterschap na het overlijden van den huisvader, inzonderheid na het doden der eerstgeborenen in Egypte, totdat het priesterschap op en stam van Levi gekomen is; Num. 8:16-19.

Hertaald: eerstgeboorte Dat is: het recht van de eerstgeboorte, bestaande, I. uit de eer en heerschappij over zijn broers; Gen. 4:7, en Gen. 49:3; 2 Kron. 21:3, en Ps. 89:28; II. uit het dubbele deel van de goederen, Deut. 21:17; III. uit het recht op het priesterschap na het overlijden van de huisvader, vooral na het doden van de eerstgeborenen in Egypte, totdat het priesterschap op de stam van Levi is overgegaan; Num. 8:16-19.

Genesis 25 vers 32

ik ga Dat is, ik ben toch dagelijks op de jacht in perijkel van den een of den anderen tijd om het leven te geraken; of, ik moet toch eenmaal sterven; wat zal mij dan baten het recht der eerstgeboorte? Sommigen verstaan dat hij spreekt van zijn afgematheid en honger.

Hertaald: ik ga Dat is: ik verkeer toch dagelijks op de jacht in gevaar om vroeg of laat om het leven te komen; ofwel: ik moet toch eenmaal sterven — wat baat mij dan het recht van de eerstgeboorte? Sommigen menen dat hij spreekt over zijn uitputting en honger.

waartoe Alzo verwerpt Ezau met een onheilig hart dit groot en treffelijk recht der eerstgeboorte. Zie Hebr. 12:16, en onder, vs.34.

Hertaald: waartoe Zo verwerpt Ezau met een goddeloos hart dit grote en voortreffelijke recht van de eerstgeboorte. Zie Hebr. 12:16, en vers 34.

Genesis 25 vers 33

op dezen Hebr. Als heden.

Hertaald: op dezen Hebreeuws: als heden.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Henoch  — gewijd, ingewijd

De zoon van Jered en vader van Metuselah, de zevende van Adam af. Van hem wordt tot tweemaal toe gezegd dat hij 'met God wandelde' (Gen. 5:21-24) — een bijzondere aanduiding van een leven in nauwe gemeenschap met de HEERE. Na 365 jaar 'was hij niet meer, want God nam hem weg': hij is, net als later Elia, zonder te sterven van de aarde weggenomen (Hebr. 11:5).

Abram  — verheven vader

De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).

Sarai  — mijn vorstin

De vrouw en tegelijk halfzuster van Abram (Gen. 11:29; 20:12). Onder deze naam wordt zij voor het eerst genoemd; later, bij de instelling van het verbond der besnijdenis, zou haar naam veranderd worden in Sarah, 'vorstin' (Gen. 17:15), toen haar werd beloofd dat zij, ondanks haar hoge leeftijd, de moeder van de beloofde zoon zou worden.

Hagar  — vlucht; ook wel: vreemdelinge

De Egyptische slavin van Sarai, die haar aan Abram tot bijvrouw gaf omdat zijzelf onvruchtbaar was (Gen. 16:1-3). Toen zij zwanger was, werd zij hoogmoedig tegen haar meesteres en vluchtte na Sarais hardheid de woestijn in, waar de Engel des HEEREN haar bij een waterbron aantrof en haar beval terug te keren, met de belofte dat haar zoon een zeer talrijk nageslacht zou krijgen. Later, na de geboorte van Izak, werd zij met haar zoon Ismaël definitief weggezonden (Gen. 21).

Ismaël  — God hoort

De zoon van Abram en Hagar, geboren toen Abram zesentachtig jaar oud was (Gen. 16:15-16). Zijn naam verwijst naar de woorden van de Engel tot Hagar: 'de HEERE heeft uw verdrukking aangehoord.' Hij groeide op als een 'woudezel van een mens', werd op dertienjarige leeftijd besneden (Gen. 17:25), en werd, na de geboorte van Izak, met zijn moeder weggezonden. Hij vestigde zich in de woestijn Paran en werd de stamvader van twaalf vorsten, de Ismaëlieten.

Izak  — lachen, gelach

De zoon van Abraham en Sara, geboren toen Abraham honderd jaar oud was, precies zoals de HEERE beloofd had (Gen. 21:1-5). Zijn naam herinnert aan het ongelovige lachen van zowel Abraham (Gen. 17:17) als Sara (Gen. 18:12) toen hun deze geboorte was aangekondigd, en later aan Sara's vreugdevolle lach (Gen. 21:6). Als het kind der belofte is Izak in het Nieuwe Testament een voorafbeelding van de gelovigen, 'kinderen der belofte' (Gal. 4:28), en zijn beoogde offering op de berg Moria (Gen. 22) een beeld van de opoffering van Gods eigen Zoon.

Rebekka  — een strik, of: gebonden schoonheid

De dochter van Bethuel, hier voor het eerst genoemd in de geslachtslijst van Nahor (Gen. 22:23), en later, in Gen. 24, door Abrahams knecht bij de put gevonden en tot vrouw van Izak gemaakt. Zij zou de moeder worden van Ezau en Jakob, en toonde een sterke wil die haar zachtaardige man vaak overvleugelde, onder meer bij het verkrijgen van de zegen voor Jakob (Gen. 27).

Efron  — hertachtig, of: van een hert

Een Hethiet uit Hebron, van wie Abraham na de dood van Sara de spelonk van Machpela met het omliggende veld kocht als familiebegraafplaats (Gen. 23). Hier werden later ook Abraham zelf, Izak, Rebekka, Jakob en Lea begraven.

Laban  — wit

De zoon van Bethuel en broer van Rebekka (Gen. 24:29). Hij woonde te Haran in Mesopotamië. Later, wanneer zijn neef Jakob bij hem zijn toevlucht zoekt, blijkt Laban een sluw en berekenend man: hij laat Jakob eerst met Lea trouwen in plaats van de beloofde Rachel, en verandert herhaaldelijk Jakobs loon (Gen. 29-31).

Ketura  — wierook, geurig

De vrouw die Abraham na de dood van Sara tot zich nam (Gen. 25:1). Zij baarde hem zes zonen, onder wie Midian, wier nageslacht later bekendstond als 'de kinderen van het oosten'. Aan hen gaf Abraham geschenken en zond hen weg van Izak, om hem als enige erfgenaam van de belofte te laten.

Ezau  — harig, ruig

De eerstgeboren tweelingzoon van Izak en Rebekka, rossig en over zijn hele lichaam behaard geboren, waaraan hij zijn naam ontleent (Gen. 25:25). Hij werd een ervaren jager en een man van het veld, en verkocht in een ogenblik van honger zijn eerstgeboorterecht aan zijn broer Jakob voor een schotel linzenmoes. Hij werd de stamvader van de Edomieten.

Jakob  — hielenlichter, bedrieger

De tweede tweelingzoon van Izak en Rebekka, geboren terwijl hij de hiel van zijn broer Ezau vasthield, waaraan zijn naam is ontleend (Gen. 25:26). Hij verwierf sluw het eerstgeboorterecht en later, met hulp van zijn moeder, ook de zegen van zijn vader. Later zou God zijn naam veranderen in Israël (Gen. 32:28), en uit zijn twaalf zonen zouden de twaalf stammen van Israël voortkomen.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Havila  — mogelijk "zandland"

Ligging: Het land dat door de Pison omvloeid werd, rijk aan goed goud, bdellium (balsemhars) en de "schoham-steen" (in onze vertalingen: onyx — vermoedelijk malachiet of turkoois).

Geschiedenis: De naam Havila keert later terug als grensaanduiding van het gebied van de Ismaëlieten (Gen. 25:18) en de Amalekieten (1 Sam. 15:7); ook twee latere volken — een uit het geslacht van Cham/Cus, een uit dat van Sem/Joktan — dragen deze naam (Gen. 10:7, 29), te onderscheiden van het geografische Havila hier.

Bijbelse betekenis: Beeld van overvloed en rijkdom aan de rand van de bewoonde wereld.

Gen. 2:11-12; Gen. 10:7,29; Gen. 25:18; 1 Sam. 15:7

Hebron  — Hebreeuws chebron, "bondgenootschap, verbond"; ook bekend als Kirjath-Arba, "de stad van Arba" (naar de vader van Enak), of, volgens joodse overlevering, "de stad der vier" — omdat Abraham, Izak, Jakob en, naar men meende, ook Adam er begraven zouden zijn

Ligging: Circa 32 kilometer ten zuiden van Jeruzalem, gelegen in een open dal, ruim 900 meter boven zeeniveau — een van de oudste en belangrijkste steden van Zuid-Palestina. Volgens Num. 13:22 gesticht vóór Zoan (Tanis) in Egypte.

Geschiedenis: Hier woonde Abram bij de eiken van Mamre (Gen. 13:18); vandaar trok hij Lot te hulp na diens gevangenneming (Gen. 14); hier werd zijn naam veranderd in Abraham (Gen. 17); hier kwamen de drie mannen met de belofte van een zoon (Gen. 18); hier stierf Sara, en kocht Abraham de spelonk van Machpela als haar graf (Gen. 23) — de begraafplaats van vrijwel alle aartsvaders en hun vrouwen, behalve Rachel. Later werd Hebron een Levitische stad en vrijstad (Joz. 21); hier regeerde David zevenenhalf jaar voordat hij Jeruzalem tot zijn hoofdstad maakte (2 Sam. 5); hier ontstond ook de opstand van Absalom (2 Sam. 15).

Bijbelse betekenis: De plaats die door de hele aartsvadergeschiedenis heen steeds opnieuw terugkeert als woonplaats en begraafplaats van Abraham, Izak en Jakob — daarmee in zekere zin het geestelijke thuis van de patriarchen in het beloofde land.

Archeologie: De oudtestamentische stad wordt gezocht op de heuvel er-Roemeidi, ten westen van het huidige Hebron, waar cyclopische muren en andere sporen van oude bewoning zijn aangetroffen; een grondige opgraving van deze heuvel had in 1915 nog niet plaatsgevonden.

Gen. 13:18; 14:13; 17:1-5; 18:1; 23; 35:27; 37:14; Num. 13:22; Joz. 14:12-15; 21:11; 2 Sam. 5:1-5; 15:7-10

Mamre  — mogelijk de naam van een Amoritisch stamhoofd (Gen. 14:13,24), naar wie het eikenbos vernoemd werd

Ligging: De "eiken" (of terebinten) van Mamre, waar Abram zijn tent opsloeg, worden beschreven als gelegen "in Hebron" (Gen. 13:18); Mamre wordt zelfs met Hebron zelf gelijkgesteld (Gen. 23:19). De overlevering over de precieze locatie van de boom verschilt door de eeuwen heen, telkens bepaald door de aanwezigheid van een geschikte oude boom; de vroegste overlevering wees Ramet el-Chalil aan, een latere (vanaf de 12e eeuw) een plek een stukje ten noordwesten van het huidige Hebron.

Geschiedenis: Hier bouwde Abram een altaar voor de HEERE (Gen. 13:18); hier ontving hij de drie mannen/engelen met de belofte van Izaks geboorte (Gen. 18); ten oosten van Mamre lag de spelonk van Machpela, waar Sara, Abraham, Izak, Rebekka, Lea en Jakob begraven werden (Gen. 23:17,19; 25:9; 49:30; 50:13).

Bijbelse betekenis: De plek van Gods verschijning aan Abraham met de belofte van de zoon der belofte — een van de meest intieme ontmoetingen tussen God en een aartsvader in de hele Schrift.

Archeologie: Bij Ramet el-Chalil, de vroegste overgeleverde locatie, bevinden zich de resten van een door Herodes en later door keizer Constantijn aangelegde ommuurde heilige plaats; een eeuwenoude, inmiddels afstervende steeneik bij het huidige Hebron wordt sinds de 12e eeuw als "Abrahams eik" vereerd.

Gen. 13:18; 14:13,24; 18:1; 23:17,19; 25:9; 35:27; 49:30; 50:13

Sur  — Hebreeuws voor "muur"; verwijst mogelijk naar de bergwand van het Tih-plateau, die vanaf de kustvlakte gezien als een muur oprijst

Ligging: Een woestijn ten oosten van de Golf van Suez, tegenover Egypte, op de weg naar Assyrië (Gen. 25:18).

Geschiedenis: Hierheen vluchtte Hagar, de Egyptische slavin van Sarai, toen zij voor haar meesteres wegvluchtte; onderweg, bij een bron "op de weg naar Sur", ontmoette de Engel des HEEREN haar (Gen. 16:7). Abraham woonde later "tussen Kades en Sur" (Gen. 20:1). Na de doortocht door de Schelfzee trokken de Israëlieten de woestijn Sur in, die zich drie dagreizen ver naar het zuiden uitstrekte (Ex. 15:22).

Bijbelse betekenis: De plaats waar Hagar, gevlucht en radeloos, als eerste mens in de Bijbel de HEERE een naam geeft: "Gij, God, ziet mij" — een aanwijzing dat Gods zorg zich ook uitstrekt tot wie buiten het verbondsvolk lijkt te vallen.

Gen. 16:7; 20:1; 25:18; Ex. 15:22; 1 Sam. 15:7; 27:8

Beer-Lahai-Roi  — Hebreeuws beër lachai roï, "put van de Levende, Die mij ziet" — de naam die Hagar zelf aan de bron gaf, nadat zij daar de HEERE "Gij, God, ziet mij" had genoemd

Ligging: Een bron in de woestijn, "op de weg naar Sur", gelegen tussen Kades en Bered, in het Zuiderland (Negeb).

Geschiedenis: Hier verscheen de Engel des HEEREN aan de gevluchte Hagar met de belofte dat haar nageslacht zeer talrijk zou worden en dat haar zoon Ismaël genoemd zou worden (Gen. 16:7-14). Later woonde Izak een tijd in de omgeving van deze bron (Gen. 24:62; 25:11).

Bijbelse betekenis: De plaats waar voor het eerst in de Schrift een mens de HEERE een naam geeft, als antwoord op de ervaring gezien en gekend te zijn door God in de diepste verlatenheid.

Gen. 16:7-14; 24:62; 25:11

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Eerstgeboorterecht  — Hebreeuws: bekorah, het recht van de eerstgeborene

Als eerstgeborene had Ezau van rechtswege een dubbel erfdeel en een voorrangspositie boven zijn broer Jakob. Uitgeput van de jacht verkocht hij dit recht voor een enkele maaltijd linzenmoes aan Jakob, en verachtte daarmee, zegt de Schrift uitdrukkelijk, zijn eerstgeboorterecht (Gen. 25:29-34).

Bijbelse betekenis: Het eerstgeboorterecht was in Israël een voorrecht met blijvende waarde — het ging niet alleen om een groter erfdeel, maar bij de aartsvaders ook om het dragen van de verbondsbelofte. Dat Ezau dit voor een ogenblikkelijke bevrediging wegdeed, toont een minachting voor wat blijvend is ten gunste van wat vergankelijk is.

Typologie: De Hebreeënbrief noemt Ezau daarom een onheilige, die om één maaltijd het recht van zijn eerstgeboorte weggaf (Hebr. 12:16). Hij waarschuwt de gelovigen zich voor eenzelfde onbezonnenheid te wachten: het prijsgeven van een blijvend geestelijk goed voor een vergankelijk, aards genot.

Gen. 25:29-34; Hebr. 12:16-17

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het beloofde Zaad niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe uitwerking

De meerdere zal den mindere dienen — 25:21-34

Izak is veertig jaar getrouwd voordat er kinderen komen, en ook dan alleen omdat hij erom bidt. Rebekka draagt een tweeling die haar het leven zuur maakt: de kinderen stoten zich samen in haar lichaam. Zij gaat ermee naar God toe.

Voordat de tweeling geboren is, zegt God langs welke van de twee de lijn verder loopt — en Paulus gebruikt juist dat om uit te leggen wat verkiezing is.

Het antwoord dat Rebekka krijgt is geen troost maar een profetie: “Twee volken zijn in uw buik, en twee natiën zullen zich uit uw ingewand van een scheiden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de meerdere zal den mindere dienen.” Wat er in haar gebeurt, is geen ongemak maar een voorafschaduwing.

Hier is een opmerking op haar plaats die men niet vaak hoort. In het Hebreeuws is die laatste regel niet volstrekt eenduidig; men kan haar ook lezen als de mindere zal de meerdere dienen. Eén klein woordje had het verschil kunnen wegnemen, en God heeft dat woordje niet gebruikt. Sommige uitleggers denken daarom dat Izak, die de HEERE vreesde, de uitspraak anders verstond dan Rebekka. Het is immers moeilijk te geloven dat hij de zegen van de eerstgeborene met opzet aan Ezau gaf, dwars tegen Gods bekendgemaakte wil in.

Dat is de moeite van het onthouden waard, en niet alleen voor dit hoofdstuk. Profetie onthult veel over de toekomst, maar niet alles. Wij moeten benadrukken wat er staat en niet met stelligheid speculeren over wat God niet heeft willen onthullen. Wat God door de profetie bepaalt, komt zeker uit; wat mensen ervan menen te begrijpen, deelt in die zekerheid niet. En Gods voornemen liep hier ook niet stuk op het misverstand van een oude vader.

Het vervolg laat zien hoe de twee jongens zijn. Ezau is een man van het veld, verstandig op de jacht; Jakob is een oprecht man, wonende in tenten. En dan komt het tafereel om de eerstgeboorte. Ezau komt moe binnen, ruikt het kooksel, en vraagt erom met een zin waarin men zijn honger hoort: laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar. Jakob ziet zijn kans en vraagt de eerstgeboorte. Ezau's antwoord is dat van een man die niet verder kijkt dan die middag: zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte?

Het slot van het hoofdstuk oordeelt niet over Jakobs berekening maar over Ezau's minachting: hij at en dronk, en hij stond op en ging heen; alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte. Vijf werkwoorden achter elkaar, en dan één woord dat alles zegt. De Hebreeënbrief noemt hem daarom een onheilige, die voor één spijze zijn eerstgeboorte weggaf.

En Paulus gebruikt deze geschiedenis om iets uit te leggen dat er dwars doorheen loopt. Toen de kinderen nog niet geboren waren en niets goeds of kwaads gedaan hadden, werd er al gezegd: de meerdere zal den mindere dienen. Zijn punt is dat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast zou blijven: niet in de werken heeft het zijn grond, maar in Hem Die roept. De lijn naar Christus wordt hier dus niet door een verdienste bepaald en ook niet door de gewone volgorde van geboorte, maar door een roeping die eraan voorafgaat.

  1. Genesis 25:22 — Rebekka gaat met haar zwangerschap naar God, en krijgt een profetie terug.
  2. Genesis 25:23 — De meerdere zal den mindere dienen — gezegd vóór de geboorte.
  3. Genesis 25:34 — Ezau at, dronk, stond op en ging heen; zo verachtte hij de eerstgeboorte.
  4. Hebreeën 12:16-17 — Een onheilige, die voor één spijze zijn eerstgeboorte weggaf.
  5. Romeinen 9:11-12 — Nog niet geboren, niets gedaan — opdat het voornemen naar de verkiezing vast bleve.
  6. Romeinen 9:16 — Het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods.

In het Nieuwe Testament: Romeinen 9:10-13; Hebreeën 12:16-17; Maleachi 1:2-3; Genesis 27:27-29

Hoever dit reikt: Paulus haalt vers 23 zelf aan en past het toe op de verkiezing; over die uitleg bestaat dus geen twijfel. Bij de vertaling van die regel is voorzichtigheid op haar plaats: het Hebreeuws laat ook toe haar om te keren, en dat is een opmerking van uitleggers die de moeite van het vermelden waard is, geen aantasting van wat Paulus ermee doet. Dat Izak de uitspraak verkeerd verstaan zou hebben, is eveneens een vermoeden en staat er niet.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Genesis 25

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content