Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de deur der tent zat, toen de dag heet werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna verscheenH7200 hem de HEEREH3068aanH413 de eikenbossenH436 van MamreH4471, als hijH1931 in de deurH6607 der tentH168 zat, toen de dagH3117heetH2527 werd.Daarna verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de deur der tent zat, toen de dag heet werd.
KJVAnd the LORD3appeared1unto him in the plains4of Mamre:5and he sat7in the tent9door8in the heat10of the day;
1וַיֵּרָ֤אH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בְּאֵלֹנֵ֖יH436eikenbossen, eik, Elon-thaborplain. See also H356 (אֵילוֹן)5מַמְרֵ֑אH4471MamreMamre6וְה֛וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7יֹשֵׁ֥בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8פֶּֽתַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place9הָאֹ֖הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent10כְּחֹ֥םH2527heet, hitte, warmheat, to be hot (warm)11הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
2En hij hief zijn ogen op en zag; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem; als hij hen zag, zo liep hij hun tegemoet van de deur der tent, en boog zich ter aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij hiefH5375 zijn ogenH5869 op en zagH7200; en zietH2009, daar stondenH5324drieH7969mannenH582tegenoverH5921 hem; als hij hen zagH7200, zo liepH7323 hij hun tegemoetH7125 van de deurH6607 der tentH168, en boogH7812 zich ter aardeH776.En hij hief zijn ogen op en zag; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem; als hij hen zag, zo liep hij hun tegemoet van de deur der tent, en boog zich ter aarde.
KJVAnd he lift up1his eyes2and looked,3and, lo, three5menstood7by him: and when he saw9them, he ran10to meet11them from the tent13door,12and bowed14himself toward the ground,
1וַיִּשָּׂ֤אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2עֵינָיו֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)3וַיַּ֔רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see5שְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)6אֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7נִצָּבִ֖יםH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state8עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9וַיַּ֗רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10וַיָּ֤רָץH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post11לִקְרָאתָם֙H7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way12מִפֶּ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place13הָאֹ֔הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent14וַיִּשְׁתַּ֖חוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship15אָֽרְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3En hij zeide: Heere! heb ik nu genade gevonden in Uw ogen, zo gaat toch niet aan Uw knecht voorbij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En hij zeideH559: HeereH136! heb ik nu genadeH2580gevondenH4672 in Uw ogenH5869, zoH518gaatH5674tochH4994nietH408aanH5921 Uw knechtH5650voorbijH5674.En hij zeide: Heere! heb ik nu genade gevonden in Uw ogen, zo gaat toch niet aan Uw knecht voorbij.
KJVAnd said,1My Lord,if now I have found5favour6in thy sight,7pass not away,10I pray thee, from thy servant:
1וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲדֹנָ֗יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'3אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet4נָ֨אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh5מָצָ֤אתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on6חֵן֙H2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured7בְּעֵינֶ֔יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than9נָ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh10תַעֲבֹ֖רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath11מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12עַבְדֶּֽךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4Dat toch een weinig waters gebracht worde, en wast Uw voeten, en leunt onder dezen boom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Dat tochH4994 een weinigH4592watersH4325gebrachtH3947 worde, en wastH7364 Uw voetenH7272, en leuntH8172onderH8478 dezen boomH6086.Dat toch een weinig waters gebracht worde, en wast Uw voeten, en leunt onder dezen boom.
KJVLet a little3water,4I pray you,2be fetched,1and wash5your feet,6and rest yourselves7under the tree:
5En ik zal een bete broods langen, dat Gij Uw hart sterkt; daarna zult Gij voortgaan, daarom omdat Gij tot Uw knecht overgekomen zijt. En zij zeiden: Doe zo als gij gesproken hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En ik zal een beteH6595broodsH3899langenH3947, dat Gij Uw hartH3820sterktH5582; daarnaH310 zult Gij voortgaanH5674, daarom omdatH3588 Gij tot Uw knechtH5650overgekomenH5674 zijt. En zij zeidenH1696: DoeH6213zoH3651 als gij gesprokenH559 hebt.En ik zal een bete broods langen, dat Gij Uw hart sterkt; daarna zult Gij voortgaan, daarom omdat Gij tot Uw knecht overgekomen zijt. En zij zeiden: Doe zo als gij gesproken hebt.
KJVAnd I will fetch1a morsel2of bread,3and comfort ye4your hearts;5after that6ye shall pass on:7for therefore are ye come11to9your servant.13And they said,18So do,16as thou hast said.
1וְאֶקְחָ֨הH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2פַתH6595bete, stukken, stukmeat, morsel, piece3לֶ֜חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals4וְסַעֲד֤וּH5582Sterk, sterkt, Ondersteuncomfort, establish, hold up, refresh self, strengthen, be upholden5לִבְּכֶם֙H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom6אַחַ֣רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7תַּעֲבֹ֔רוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11עֲבַרְתֶּ֖םH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath12עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13עַבְדְּכֶ֑םH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant14וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you16תַּעֲשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18דִּבַּֽרְתָּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
6En Abraham haastte zich naar de tent tot Sara, en hij zeide: Haast u; kneed drie maten meelbloem, en maak koeken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En AbrahamH85haastteH4116 zich naar de tentH168totH413SaraH8283, en hij zeideH559: HaastH4116 u; kneedH3888drieH7969matenH5429meelbloemH5560, en maakH6213koekenH5692.En Abraham haastte zich naar de tent tot Sara, en hij zeide: Haast u; kneed drie maten meelbloem, en maak koeken.
KJVAnd Abraham2hastened1into the tent3unto Sarah,5and said,6Make ready quickly7three8measures9of fine11meal,10knead12it, and make13cakes14upon the hearth.
1וַיְמַהֵ֧רH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift2אַבְרָהָ֛םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3הָאֹ֖הֱלָהH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5שָׂרָ֑הH8283Sara, saraSarah6וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7מַהֲרִ֞יH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift8שְׁלֹ֤שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)9סְאִים֙H5429maten, maatmeasure10קֶ֣מַחH7058meel, meelsflour, meal11סֹ֔לֶתH5560meelbloem(fine) flour, meal12ל֖וּשִׁיH3888kneedde, gekneed, knedenknead13וַעֲשִׂ֥יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14עֻגֽוֹתH5692koekencake (upon the hearth)
7En Abraham liep tot de runderen, en hij nam een kalf, teder en goed, en hij gaf het aan den knecht, die haastte, om dat toe te maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En AbrahamH85liepH7323totH413 de runderenH1241, en hij namH3947 een kalfH1121, tederH7390 en goedH2896, en hij gafH5414 het aanH413 den knechtH5288, die haastteH4116, om dat toe te makenH6213.En Abraham liep tot de runderen, en hij nam een kalf, teder en goed, en hij gaf het aan den knecht, die haastte, om dat toe te maken.
KJVAnd Abraham4ran3unto the herd,2and fetcht5a calf6tender8and good,9and gave10it unto a young man;12and he hasted13to dress
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2הַבָּקָ֖רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox3רָ֣ץH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post4אַבְרָהָ֑םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham5וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7בָּקָ֜רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox8רַ֤ךְH7390teder, tedere, tederenfaint((-hearted), soft, tender ((-hearted), one), weak9וָטוֹב֙H2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)10וַיִּתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12הַנַּ֔עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)13וַיְמַהֵ֖רH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift14לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
8En hij nam boter en melk, en het kalf, dat hij toegemaakt had, en hij zette het hun voor, en stond bij hen onder dien boom, en zij aten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En hij namH3947boterH2529 en melkH2461, en het kalfH1121, dat hij toegemaaktH6213 had, en hij zetteH5414 het hun voor, en stondH5975bijH5921 hen onderH8478 dien boomH6086, en zij atenH398.En hij nam boter en melk, en het kalf, dat hij toegemaakt had, en hij zette het hun voor, en stond bij hen onder dien boom, en zij aten.
KJVAnd he took1butter,2and milk,3and the calf4which he had dressed,7and set8it before them;9and he stood11by them under the tree,14and they did eat.
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2חֶמְאָ֜הH2529boter, Boterbutter3וְחָלָ֗בH2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking4וּבֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5הַבָּקָר֙H1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8וַיִּתֵּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לִפְנֵיהֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10וְהֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11עֹמֵ֧דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry12עֲלֵיהֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with14הָעֵ֖ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood15וַיֹּאכֵֽלוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
9Toen zeiden zij tot hem: Waar is Sara, uw huisvrouw? En hij zeide: Ziet, in de tent.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen zeidenH559 zij totH413 hem: Waar is SaraH8283, uw huisvrouwH802? En hij zeideH559: ZietH2009, in de tentH168.Toen zeiden zij tot hem: Waar is Sara, uw huisvrouw? En hij zeide: Ziet, in de tent.
KJVAnd they said1unto him, Where3is Sarah4thy wife?5And he said,6Behold, in the tent.
10En Hij zeide: Ik zal voorzeker weder tot u komen, omtrent dezen tijd des levens; en zie, Sara, uw huisvrouw, zal een zoon hebben! En Sara hoorde het aan de deur der tent, welke achter Hem was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En Hij zeideH559: Ik zal voorzekerH7725 weder totH413 u komenH7725, omtrent dezen tijdH6256 des levensH2416; en zieH2009, SaraH8283, uw huisvrouwH802, zal een zoonH1121 hebben! En SaraH8283hoordeH8085 het aan de deurH6607 der tentH168, welke achterH310 Hem was.En Hij zeide: Ik zal voorzeker weder tot u komen, omtrent dezen tijd des levens; en zie, Sara, uw huisvrouw, zal een zoon hebben! En Sara hoorde het aan de deur der tent, welke achter Hem was.
KJVAnd he said,1I will certainly2return3unto thee according to the time5of life;6and, lo, Sarah9thy wife10shall have a son.8And Sarah11heard12it in the tent14door,13which was behind him.
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שׁ֣וֹבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3אָשׁ֤וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4אֵלֶ֨יךָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5כָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6חַיָּ֔הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop7וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see8בֵ֖ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9לְשָׂרָ֣הH8283Sara, saraSarah10אִשְׁתֶּ֑ךָH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English11וְשָׂרָ֥הH8283Sara, saraSarah12שֹׁמַ֛עַתH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13פֶּ֥תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place14הָאֹ֖הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent15וְה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16אַחֲרָֽיוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
11Abraham nu en Sara waren oud, en wel bedaagd; het had Sara opgehouden te gaan naar de wijze der vrouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11AbrahamH85 nu en SaraH8283 waren oudH2205, en wel bedaagdH935; het had SaraH8283opgehoudenH2308 te gaanH1961 naar de wijzeH734 der vrouwenH802.Abraham nu en Sara waren oud, en wel bedaagd; het had Sara opgehouden te gaan naar de wijze der vrouwen.
KJVNow Abraham1and Sarah2were old3and well stricken4in age;5and it ceased6to be with Sarah8after the manner9of women.
1וְאַבְרָהָ֤םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham2וְשָׂרָה֙H8283Sara, saraSarah3זְקֵנִ֔יםH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator4בָּאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5בַּיָּמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6חָדַל֙H2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want7לִהְי֣וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לְשָׂרָ֔הH8283Sara, saraSarah9אֹ֖רַחH734paden, pad, wegmanner, path, race, rank, traveller, troop, (by-, high-) way10כַּנָּשִֽׁיםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
12Zo lachte Sara bij zichzelve, zeggende: Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zo lachteH6711SaraH8283 bij zichzelveH7130, zeggendeH559: Zal ik wellustH5730 hebben, nadatH310 ik oud geworden ben, en mijn heerH113 oud isH1961?Zo lachte Sara bij zichzelve, zeggende: Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is?
Ook in dit vers
oudH1086
oudH2204
KJVTherefore Sarah2laughed1within herself,3saying,4After5I am waxed old6shall I have pleasure,9my lord10being old also?
13En de HEERE zeide tot Abraham: Waarom heeft Sara gelachen, zeggende: Zou ik ook waarlijk baren, nu ik oud geworden ben?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En de HEEREH3068zeideH559totH413AbrahamH85: WaaromH4100 heeft SaraH8283gelachenH6711, zeggendeH559: Zou ik ook waarlijkH552barenH3205, nu ikH589oudH2204 geworden ben?En de HEERE zeide tot Abraham: Waarom heeft Sara gelachen, zeggende: Zou ik ook waarlijk baren, nu ik oud geworden ben?
KJVAnd the LORD2said1unto Abraham,4Wherefore5did Sarah8laugh,7saying,9Shall I of a surety11bear12a child, which13am old?
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אַבְרָהָ֑םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham5לָ֣מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6זֶּה֩H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7צָחֲקָ֨הH6711gelachen, jokkende, lachtelaugh, mock, play, make sport8שָׂרָ֜הH8283Sara, saraSarah9לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10הַאַ֥ףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea11אֻמְנָ֛םH552waarlijk, rechtin (very) deed; of a surety12אֵלֵ֖דH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)13וַאֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who14זָקַֽנְתִּיH2204oud, veroudertaged man, be (wax) old (man)
14Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent dezen tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Zou ietsH1697 voor den HEEREH3068 te wonderlijkH6381 zijn? Ter gezetter tijd zal Ik totH413 u wederkomenH7725, omtrent dezen tijd des levensH2416, en SaraH8283 zal een zoonH1121 hebben!Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent dezen tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben!
Ook in dit vers
tijdH4150
tijdH6256
KJVIs1any thing3too hardfor the LORD?2At the time appointed4I will return5unto thee, according to the time7of life,8and Sarah9shall have a son.
1הֲיִפָּלֵ֥אH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)2מֵיְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3דָּבָ֑רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4לַמּוֹעֵ֞דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)5אָשׁ֥וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6אֵלֶ֛יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7כָּעֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when8חַיָּ֖הH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop9וּלְשָׂרָ֥הH8283Sara, saraSarah10בֵֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
15En Sara loochende het, zeggende: Ik heb niet gelachen; want zij vreesde. En Hij zeide: Neen! maar gij hebt gelachen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En SaraH8283loochendeH3584 het, zeggendeH559: Ik heb niet gelachenH6711; wantH3588 zij vreesdeH3372. En Hij zeideH559: NeenH3808! maarH3588 gij hebt gelachenH6711.En Sara loochende het, zeggende: Ik heb niet gelachen; want zij vreesde. En Hij zeide: Neen! maar gij hebt gelachen.
KJVThen Sarah2denied,1saying,3I laughed5not; for she was afraid.7And he said,8Nay;4but thou didst laugh.
1וַתְּכַחֵ֨שׁH3584liegen, gelogen, geveinsdelijk onderworpendeceive, deny, dissemble, fail, deal falsely, be found liars, (be-) lie, lying, submit selves2שָׂרָ֧הH8283Sara, saraSarah3לֵאמֹ֛רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5צָחַ֖קְתִּיH6711gelachen, jokkende, lachtelaugh, mock, play, make sport6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7יָרֵ֑אָהH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)8וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11צָחָֽקְתְּH6711gelachen, jokkende, lachtelaugh, mock, play, make sport
16Toen stonden die mannen op van daar, en zagen naar Sodom toe; en Abraham ging met hen, om hen te geleiden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Toen stondenH6965 die mannenH582opH5921 van daarH8033, en zagenH8259 naar SodomH5467 toe; en AbrahamH85gingH1980metH5973 hen, om hen te geleidenH7971.Toen stonden die mannen op van daar, en zagen naar Sodom toe; en Abraham ging met hen, om hen te geleiden.
KJVAnd the menrose up1from thence, and looked4toward6Sodom:7and Abraham8went9with them to bring them on the way.
1וַיָּקֻ֤מוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2מִשָּׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3הָֽאֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4וַיַּשְׁקִ֖פוּH8259keek, zag, nedergezienappear, look (down, forth, out)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7סְדֹ֑םH5467SodomSodom8וְאַ֨בְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham9הֹלֵ֥ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl10עִמָּ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11לְשַׁלְּחָֽםH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17En de HEERE zeide: Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En de HEEREH3068zeideH559: Zal Ik voor AbrahamH85verbergenH3680, watH834 Ik doeH6213?En de HEERE zeide: Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe?
KJVAnd the LORD1said,2Shall I hide3from Abraham5that thing which6I do;
1וַֽיהֹוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2אָמָ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3הַֽמְכַסֶּ֤הH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)4אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who5מֵֽאַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham6אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8עֹשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
18Dewijl Abraham gewisselijk tot een groot en machtig volk worden zal, en alle volken der aarde in hem gezegend zullen worden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Dewijl AbrahamH85gewisselijkH1961 tot een grootH1419 en machtigH6099volkH1471 worden zal, en alleH3605volkenH1471 der aardeH776 in hem gezegendH1288 zullen worden?Dewijl Abraham gewisselijk tot een groot en machtig volk worden zal, en alle volken der aarde in hem gezegend zullen worden?
KJVSeeing that Abraham1shall surely become a great5and mighty6nation,4and all the nations10of the earth11shall be blessed
19Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19WantH3588 Ik heb hem gekendH3045, opdat hij zijn kinderenH1121 en zijn huisH1004naH310 hem zoude bevelenH6680, en zij den wegH1870 des HEERENH3068houdenH8104, omH4616 te doenH6213gerechtigheidH4941 en gerichteH6666; opdatH4616 de HEEREH3068overH5921AbrahamH85brengeH935, hetgeenH834 Hij overH5921 hem gesprokenH1696 heeft.Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft.
KJVFor I know2him, that4he will command5his children7and his household9after him,10and they shall keep11the way12of the LORD,13to do14justice15and judgment;16that the LORD19may bring18upon Abraham21that which he hath spoken
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יְדַעְתִּ֗יוH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3לְמַעַן֩H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יְצַוֶּ֜הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בָּנָ֤יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בֵּיתוֹ֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10אַחֲרָ֔יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with11וְשָֽׁמְרוּ֙H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)12דֶּ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)13יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15צְדָקָ֖הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)16וּמִשְׁפָּ֑טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong17לְמַ֗עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to18הָבִ֤יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way19יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21אַבְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham22אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24דִּבֶּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work25עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
20Voorts zeide de HEERE: Dewijl het geroep van Sodom en Gomorra groot is, en dewijl haar zonde zeer zwaar is,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Voorts zeideH559 de HEEREH3068: Dewijl het geroepH2201 van SodomH5467 en GomorraH6017grootH7227 is, en dewijlH3588 haar zondeH2403zeerH3966zwaarH3513 is,Voorts zeide de HEERE: Dewijl het geroep van Sodom en Gomorra groot is, en dewijl haar zonde zeer zwaar is,
KJVAnd the LORD2said,1Because the cry3of Sodom4and Gomorrah5is great,7and because their sin8is very11grievous;
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3זַעֲקַ֛תH2201geroep, gekrijt, geschreeuwscry(-ing)4סְדֹ֥םH5467SodomSodom5וַעֲמֹרָ֖הH6017GomorraGomorrah6כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7רָ֑בָּהH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)8וְחַ֨טָּאתָ֔םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10כָבְדָ֖הH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop11מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
21Zal Ik nu afgaan en bezien, of zij naar hun geroep, dat tot Mij gekomen is, het uiterste gedaan hebben, en zo niet, Ik zal het weten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zal Ik nu afgaanH3381 en bezienH7200, of zij naar hun geroepH6818, dat totH413 Mij gekomenH935 is, het uitersteH3617gedaanH6213 hebben, en zoH518nietH3808, Ik zal het wetenH3045.Zal Ik nu afgaan en bezien, of zij naar hun geroep, dat tot Mij gekomen is, het uiterste gedaan hebben, en zo niet, Ik zal het weten.
KJVI will go down1now, and see3whether they have done7altogether8according to the cry4of it, which is come5unto me; and if not, I will know.
1אֵֽרֲדָהH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2נָּ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh3וְאֶרְאֶ֔הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4הַכְּצַעֲקָתָ֛הּH6818geroep, geschrei, gekrijtscry(-ing)5הַבָּ֥אָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7עָשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8כָּלָ֑הH3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance9וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10לֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11אֵדָֽעָהH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
22Toen keerden die mannen het aangezicht van daar, en gingen naar Sodom; maar Abraham bleef nog staande voor het aangezicht des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Toen keerdenH6437 die mannenH582 het aangezicht van daarH8033, en gingenH3212 naar SodomH5467; maar AbrahamH85bleefH5975nogH5750staandeH5975 voor het aangezicht des HEERENH3068.Toen keerden die mannen het aangezicht van daar, en gingen naar Sodom; maar Abraham bleef nog staande voor het aangezicht des HEEREN.
Ook in dit vers
aangezichtH6440
KJVAnd the menturned their faces1from thence, and went4toward Sodom:5but Abraham6stood8yet7before9the LORD.
1וַיִּפְנ֤וּH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)2מִשָּׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3הָֽאֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4וַיֵּלְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5סְדֹ֑מָהH5467SodomSodom6וְאַ֨בְרָהָ֔םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham7עוֹדֶ֥נּוּH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)8עֹמֵ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry9לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En AbrahamH85tradH5066 toe, en zeideH559: Zult Gij ook den rechtvaardigeH6662metH5973 den goddelozeH7563ombrengenH5595?En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen?
KJVAnd Abraham2drew near,1and said,3Wilt thou also destroy5the righteous6with7the wicked?
1וַיִּגַּ֥שׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2אַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4הַאַ֣ףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea5תִּסְפֶּ֔הH5595ombrengen, omkomen, omkomtadd, augment, consume, destroy, heap, join, perish, put6צַדִּ֖יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)7עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8רָשָֽׁעH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong
24Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij hen ook ombrengen, en de plaats niet sparen, om de vijftig rechtvaardigen, die binnen haar zijn?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Misschien zijn er vijftigH2572rechtvaardigenH6662 in de stadH5892; zult Gij hen ook ombrengenH5595, en de plaatsH4725nietH3808sparenH5375, omH4616 de vijftigH2572rechtvaardigenH6662, dieH834 binnen haar zijn?Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij hen ook ombrengen, en de plaats niet sparen, om de vijftig rechtvaardigen, die binnen haar zijn?
KJVPeradventure there be2fifty3righteous4within5the city:6wilt thou also destroy8and not spare10the place11for12the fifty13righteous14that are therein?
1אוּלַ֥יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless2יֵ֛שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest3חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty4צַדִּיקִ֖םH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)5בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6הָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7הַאַ֤ףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea8תִּסְפֶּה֙H5595ombrengen, omkomen, omkomtadd, augment, consume, destroy, heap, join, perish, put9וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִשָּׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11לַמָּק֔וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)12לְמַ֛עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to13חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty14הַצַּדִּיקִ֖םH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16בְּקִרְבָּֽהּH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self
25Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Het zij verreH2486 van U, zulk een dingH1697 te doenH6213, te dodenH4191 den rechtvaardigeH6662metH5973 den goddelozeH7563! datH2088 de rechtvaardigeH6662 zij gelijk de goddelozeH7563, verreH2486 zij het van U! zou de RechterH8199 der ganseH3605aardeH776geenH3808rechtH4941doenH6213?Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?
KJVThat be far1from thee to do3after this manner,4to slay6the righteous7with the wicked:9and that the righteous11should be as the wicked,12that be far13from thee: Shall not the Judge15of all the earth17do19right?
1חָלִ֨לָהH2486verre, Verre, latebe far, ([idiom] God) forbid2לְּךָ֜3מֵעֲשֹׂ֣תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4כַּדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6לְהָמִ֤יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7צַדִּיק֙H6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)8עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9רָשָׁ֔עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong10וְהָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11כַצַּדִּ֖יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)12כָּרָשָׁ֑עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong13חָלִ֣לָהH2486verre, Verre, latebe far, ([idiom] God) forbid14לָּ֔ךְ15הֲשֹׁפֵט֙H8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19יַעֲשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use20מִשְׁפָּֽטH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
26Toen zeide de HEERE: Zo Ik te Sodom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden, zo zal Ik de ganse plaats sparen om hunnentwil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Toen zeideH559 de HEEREH3068: Zo Ik te SodomH5467 binnen de stadH5892vijftigH2572rechtvaardigenH6662 zal vindenH4672, zo zal Ik de ganseH3605plaatsH4725sparenH5375 om hunnentwil.Toen zeide de HEERE: Zo Ik te Sodom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden, zo zal Ik de ganse plaats sparen om hunnentwil.
KJVAnd the LORD2said,1If I find4in Sodom5fifty6righteous7within8the city,9then I will spare10all the place
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet4אֶמְצָ֥אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5בִסְדֹ֛םH5467SodomSodom6חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty7צַדִּיקִ֖םH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)8בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9הָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10וְנָשָׂ֥אתִיH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הַמָּק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)13בַּעֲבוּרָֽםH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to
27En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En AbrahamH85antwoorddeH6030 en zeideH559: ZieH2009tochH4994; ik heb mij onderwondenH2974 te sprekenH1696totH413 den HeereH136, hoewelH595 ik stofH6083 en asH665 ben!En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben!
KJVAnd Abraham2answered1and said,3Behold now, I have taken upon me6to speak7unto the Lord,9which10am but dust11and ashes:
1וַיַּ֥עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2אַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see5נָ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh6הוֹאַ֨לְתִּי֙H2974wilden, beliefd, believeassay, begin, be content, please, take upon, [idiom] willingly, would7לְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9אֲדֹנָ֔יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord10וְאָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which11עָפָ֥רH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish12וָאֵֽפֶרH665asashes
28Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult Gij dan om vijf de ganse stad verderven? En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Misschien zullen aan de vijftigH2572rechtvaardigenH6662vijfH2568ontbrekenH2637; zult Gij dan om vijfH2568 de ganseH3605stadH5892verdervenH7843? En Hij zeideH559: Ik zal haar nietH3808verdervenH7843, zoH518 Ik er vijfH2568 en veertigH705 zal vindenH4672.Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult Gij dan om vijf de ganse stad verderven? En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden.
KJVPeradventure there shall lack2five5of the fifty3righteous:4wilt thou destroy6all the city10for lack of five?7And he said,11If I find15there forty17and five,18I will not destroy
1א֠וּלַיH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless2יַחְסְר֞וּןH2637ontbreken, gebrek, ontbreektbe abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want3חֲמִשִּׁ֤יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty4הַצַּדִּיקִם֙H6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)5חֲמִשָּׁ֔הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)6הֲתַשְׁחִ֥יתH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)7בַּחֲמִשָּׁ֖הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13אַשְׁחִ֔יתH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)14אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet15אֶמְצָ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on16שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17אַרְבָּעִ֖יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty18וַחֲמִשָּֽׁהH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)
29En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En hij voer voortH3254nogH5750totH413 Hem te sprekenH1696, en zeideH559: Misschien zullen aldaarH8033veertigH705gevondenH4672 worden! En Hij zeideH559: Ik zal het nietH3808doenH6213 om der veertigenH705wilH5668.En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil.
KJVAnd he spake3unto him yet again,1and said,5Peradventure there shall be forty9found7there. And he said,10I will not do12it for forty's
1וַיֹּ֨סֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2ע֜וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3לְדַבֵּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5וַיֹּאמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אוּלַ֛יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless7יִמָּצְא֥וּןH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on8שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither9אַרְבָּעִ֑יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty10וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12אֶֽעֱשֶׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13בַּעֲב֖וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to14הָאַרְבָּעִֽיםH705veertig, veertigste, Veertig-forty
30Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Voorts zeideH559 hij: Dat tochH4994 de HeereH136 niet ontstekeH2734, dat ik sprekeH1696; misschien zullen aldaarH8033dertigH7970gevondenH4672 worden! En Hij zeideH559: Ik zal het niet doenH6213, zoH518 Ik aldaarH8033dertigH7970 zal vindenH4672.Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden.
KJVAnd he said1unto him, Oh3let not the Lord5be angry,4and I will speak:6Peradventure there shall thirty10be found8there. And he said,11I will not do13it, if I find15thirty
1וַ֠יֹּאמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than3נָ֞אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4יִ֤חַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)5לַֽאדֹנָי֙H136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6וַאֲדַבֵּ֔רָהH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7אוּלַ֛יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless8יִמָּצְא֥וּןH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on9שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10שְׁלֹשִׁ֑יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13אֶֽעֱשֶׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet15אֶמְצָ֥אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on16שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17שְׁלֹשִֽׁיםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)
31En hij zeide: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de Heere; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En hij zeideH559: ZieH2009tochH4994, ik heb mij onderwondenH2974 te sprekenH1696totH413 de HeereH136; misschien zullen er twintigH6242gevondenH4672 worden! En Hij zeideH559: Ik zal haar nietH3808verdervenH7843 om der twintigenH6242wilH5668.En hij zeide: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de Heere; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil.
KJVAnd he said,1Behold now, I have taken upon me4to speak5unto the Lord:7Peradventure there shall be twenty11found9there. And he said,12I will not destroy14it for twenty's
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הִנֵּֽהH2009ziet, ziebehold, lo, see3נָ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4הוֹאַ֨לְתִּי֙H2974wilden, beliefd, believeassay, begin, be content, please, take upon, [idiom] willingly, would5לְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֲדֹנָ֔יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord8אוּלַ֛יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless9יִמָּצְא֥וּןH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on10שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11עֶשְׂרִ֑יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)12וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14אַשְׁחִ֔יתH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)15בַּעֲב֖וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to16הָֽעֶשְׂרִֽיםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)
32Nog zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik alleenlijk ditmaal spreke: misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Nog zeideH559 hij: Dat tochH4994 de HeereH136 niet ontstekeH2734, dat ik alleenlijk ditmaalH6471sprekeH1696: misschien zullen er tienH6235gevondenH4672 worden. En Hij zeideH559: Ik zal haar niet verdervenH7843 om der tienenH6235wilH5668.Nog zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik alleenlijk ditmaal spreke: misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil.
KJVAnd he said,1Oh let not the Lord5be angry,4and I will speak6yet7but this once:8Peradventure ten12shall be found10there. And he said,13I will not destroy15it for ten's
1וַ֠יֹּאמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than3נָ֞אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4יִ֤חַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)5לַֽאדֹנָי֙H136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6וַאֲדַבְּרָ֣הH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7אַךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)8הַפַּ֔עַםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel9אוּלַ֛יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless10יִמָּצְא֥וּןH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on11שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither12עֲשָׂרָ֑הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen13וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15אַשְׁחִ֔יתH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)16בַּעֲב֖וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to17הָעֲשָׂרָֽהH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen
33Toen ging de HEERE weg, als Hij geeindigd had tot Abraham te spreken; en Abraham keerde weder naar zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Toen ging de HEEREH3068wegH3212, als Hij geeindigdH3615 had totH413AbrahamH85 te sprekenH1696; en AbrahamH85keerdeH7725 weder naar zijn plaatsH4725.Toen ging de HEERE weg, als Hij geeindigd had tot Abraham te spreken; en Abraham keerde weder naar zijn plaats.
KJVAnd the LORD2went his way,1as soon as3he had left4communing5with Abraham:7and Abraham8returned9unto his place.
1וַיֵּ֣לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4כִּלָּ֔הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste5לְדַבֵּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אַבְרָהָ֑םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham8וְאַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham9שָׁ֥בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10לִמְקֹמֽוֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Genesis 18:1— Daarna verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de deur der tent zat, toen de dag heet werd.Genesis 14:13→Genesis 13:18→Genesis 48:3→Genesis 26:2→Exodus 4:1→Handelingen 7:2→Genesis 12:7→Genesis 15:1→
Genesis 18:2— En hij hief zijn ogen op en zag; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem; als hij hen zag, zo liep hij hun tegemoet van de deur der tent, en boog zich ter aarde.Hebreeën 13:2→Genesis 18:22→Genesis 19:1→Richteren 13:3→Genesis 23:7→Genesis 44:14→Jozua 5:13→Genesis 18:16→
Genesis 18:3— En hij zeide: Heere! heb ik nu genade gevonden in Uw ogen, zo gaat toch niet aan Uw knecht voorbij.Genesis 32:5→
Genesis 18:4— Dat toch een weinig waters gebracht worde, en wast Uw voeten, en leunt onder dezen boom.Genesis 19:2→Genesis 43:24→Genesis 24:32→Lukas 7:44→Johannes 13:5→1 Timotheüs 5:10→1 Samuël 25:41→
Genesis 18:5— En ik zal een bete broods langen, dat Gij Uw hart sterkt; daarna zult Gij voortgaan, daarom omdat Gij tot Uw knecht overgekomen zijt. En zij zeiden: Doe zo als gij gesproken hebt.Richteren 13:15→Richteren 19:5→Genesis 33:10→Psalmen 104:15→Genesis 19:8→Richteren 6:18→Jesaja 3:1→Mattheüs 6:11→
Genesis 18:6— En Abraham haastte zich naar de tent tot Sara, en hij zeide: Haast u; kneed drie maten meelbloem, en maak koeken.Hebreeën 13:2→Jesaja 32:8→Handelingen 16:15→1 Petrus 4:9→Romeinen 12:13→Galaten 5:13→Lukas 10:38→Mattheüs 13:33→
Genesis 18:7— En Abraham liep tot de runderen, en hij nam een kalf, teder en goed, en hij gaf het aan den knecht, die haastte, om dat toe te maken.Lukas 15:30→Lukas 15:27→Amos 6:4→Genesis 19:3→Maleachi 1:14→Richteren 13:15→Lukas 15:23→Mattheüs 22:4→
Genesis 18:8— En hij nam boter en melk, en het kalf, dat hij toegemaakt had, en hij zette het hun voor, en stond bij hen onder dien boom, en zij aten.Genesis 19:3→Lukas 12:37→Richteren 13:15→Lukas 24:30→Deuteronomium 32:14→Johannes 12:2→Nehemia 12:44→Handelingen 10:41→
Genesis 18:9— Toen zeiden zij tot hem: Waar is Sara, uw huisvrouw? En hij zeide: Ziet, in de tent.Genesis 24:67→Titus 2:5→Genesis 4:9→Genesis 31:33→
Genesis 18:10— En Hij zeide: Ik zal voorzeker weder tot u komen, omtrent dezen tijd des levens; en zie, Sara, uw huisvrouw, zal een zoon hebben! En Sara hoorde het aan de deur der tent, welke achter Hem was.Genesis 21:2→Genesis 17:21→Genesis 17:19→Richteren 13:3→Galaten 4:23→Romeinen 9:8→Genesis 18:13→Lukas 1:13→
Genesis 18:11— Abraham nu en Sara waren oud, en wel bedaagd; het had Sara opgehouden te gaan naar de wijze der vrouwen.Genesis 17:17→Hebreeën 11:11→Leviticus 15:19→Genesis 17:24→Hebreeën 11:19→Lukas 1:18→Romeinen 4:18→Lukas 1:7→
Genesis 18:12— Zo lachte Sara bij zichzelve, zeggende: Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is?Genesis 17:17→1 Petrus 3:6→Lukas 1:34→Genesis 21:6→Efeze 5:33→Hebreeën 11:11→Lukas 1:18→Psalmen 126:2→
Genesis 18:13— En de HEERE zeide tot Abraham: Waarom heeft Sara gelachen, zeggende: Zou ik ook waarlijk baren, nu ik oud geworden ben?Johannes 2:25→
Genesis 18:14— Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent dezen tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben!Jeremia 32:17→Mattheüs 19:26→Lukas 1:37→Markus 10:27→Jeremia 32:27→Efeze 3:20→Job 42:2→Zacharia 8:6→
Genesis 18:15— En Sara loochende het, zeggende: Ik heb niet gelachen; want zij vreesde. En Hij zeide: Neen! maar gij hebt gelachen.Spreuken 12:19→Efeze 4:23→Romeinen 3:19→Johannes 18:25→Johannes 2:25→Job 2:10→Psalmen 44:21→Genesis 4:9→
Genesis 18:16— Toen stonden die mannen op van daar, en zagen naar Sodom toe; en Abraham ging met hen, om hen te geleiden.3 Johannes 1:6→Handelingen 21:5→Handelingen 20:38→Handelingen 15:3→Romeinen 15:24→
Genesis 18:17— En de HEERE zeide: Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe?Amos 3:7→Psalmen 25:14→Genesis 19:24→Johannes 15:15→Jakobus 2:23→2 Kronieken 20:7→2 Koningen 4:27→
Genesis 18:18— Dewijl Abraham gewisselijk tot een groot en machtig volk worden zal, en alle volken der aarde in hem gezegend zullen worden?Galaten 3:8→Genesis 26:4→Galaten 3:14→Psalmen 72:17→Handelingen 3:25→Genesis 12:2→Genesis 22:17→Efeze 1:3→
Genesis 18:19— Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft.Deuteronomium 4:9→Efeze 6:4→Jozua 24:15→Spreuken 22:6→Deuteronomium 6:6→Deuteronomium 11:19→Psalmen 34:15→Job 1:5→
Genesis 18:20— Voorts zeide de HEERE: Dewijl het geroep van Sodom en Gomorra groot is, en dewijl haar zonde zeer zwaar is,Genesis 19:13→Genesis 4:10→Jesaja 3:9→Jakobus 5:4→Genesis 13:13→Ezechiël 16:49→Jesaja 5:7→Jeremia 14:7→
Genesis 18:21— Zal Ik nu afgaan en bezien, of zij naar hun geroep, dat tot Mij gekomen is, het uiterste gedaan hebben, en zo niet, Ik zal het weten.Genesis 11:5→Exodus 3:8→Exodus 33:5→Jozua 22:22→Genesis 11:7→Jeremia 17:10→Psalmen 90:8→Jeremia 17:1→
Genesis 18:22— Toen keerden die mannen het aangezicht van daar, en gingen naar Sodom; maar Abraham bleef nog staande voor het aangezicht des HEEREN.Genesis 19:1→Psalmen 106:23→Jeremia 18:20→Jeremia 15:1→Genesis 18:1→Handelingen 7:55→1 Timotheüs 2:1→Genesis 18:16→
Genesis 18:23— En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen?Numeri 16:22→2 Samuël 24:17→Genesis 20:4→Psalmen 11:4→Genesis 18:25→Hebreeën 10:22→Job 8:3→Psalmen 73:28→
Genesis 18:24— Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij hen ook ombrengen, en de plaats niet sparen, om de vijftig rechtvaardigen, die binnen haar zijn?Jesaja 1:9→Jeremia 5:1→Mattheüs 7:13→Genesis 18:32→Handelingen 27:24→
Genesis 18:25— Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?Job 8:3→Deuteronomium 32:4→Job 8:20→Jesaja 3:10→Psalmen 94:2→Psalmen 58:11→Johannes 5:22→Prediker 8:12→
Genesis 18:26— Toen zeide de HEERE: Zo Ik te Sodom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden, zo zal Ik de ganse plaats sparen om hunnentwil.Jeremia 5:1→Jesaja 65:8→Ezechiël 22:30→Mattheüs 24:22→Jesaja 10:22→Jesaja 19:24→Jesaja 6:13→
Genesis 18:27— En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben!Jesaja 6:5→Genesis 3:19→Lukas 18:1→Genesis 2:7→Ezra 9:6→Job 42:6→Lukas 5:8→Genesis 18:30→
Genesis 18:28— Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult Gij dan om vijf de ganse stad verderven? En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden.Job 23:3→Numeri 14:17→1 Koningen 20:32→Genesis 18:26→Genesis 18:29→
Genesis 18:29— En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil.Hebreeën 4:16→Efeze 6:18→
Genesis 18:30— Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden.Job 40:4→Genesis 44:18→Esther 4:11→Psalmen 9:12→Jesaja 6:5→Hebreeën 12:28→Psalmen 10:17→Jesaja 55:8→
Genesis 18:31— En hij zeide: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de Heere; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil.Genesis 18:27→Lukas 18:1→Mattheüs 7:11→Hebreeën 4:16→Lukas 11:8→Mattheüs 7:7→Efeze 6:18→Hebreeën 10:20→
Genesis 18:32— Nog zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik alleenlijk ditmaal spreke: misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil.Richteren 6:39→Jakobus 5:15→Spreuken 15:8→Job 33:23→Exodus 34:6→Genesis 18:30→Exodus 34:9→Psalmen 86:5→
Genesis 18:33— Toen ging de HEERE weg, als Hij geeindigd had tot Abraham te spreken; en Abraham keerde weder naar zijn plaats.Genesis 31:55→Genesis 18:16→Genesis 18:22→Genesis 32:26→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Genesis 18 vers 1— Daarna verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de deur der tent zat, toen de dag heet werd.
hem de HEERE
Namel, Abraham.
Hertaald:hem de HEERE
Namelijk: Abraham.
eikenbossen
Zie boven, hoofdstuk. Gen. 13:18. Hier had Abraham zijn woonstede gekozen, nadat Lot van hem gescheiden was; boven Gen. 13:18.
Hertaald:eikenbossen
Zie Gen. 13:18. Hier had Abraham zijn woonplaats gekozen, nadat Lot van hem gescheiden was; zie Gen. 13:18.
Genesis 18 vers 2— En hij hief zijn ogen op en zag; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem; als hij hen zag, zo liep hij hun tegemoet van de deur der tent, en boog zich ter aarde.
mannen
In gedaante en naar de mening van Abraham; maar in waarheid twee engelen en de derde de HEERE zelf, die voor den tijd van dit gezantschap met menselijke lichamen zich vertoonden; met welke zij gingen, zaten, spraken en aten; zie Hebr. 13:2. Dat de een de HEERE God was, blijkt hier vs.1, en uit het vervolg van deze historie.
Hertaald:mannen
Zo leken zij en zo dacht Abraham dat het waren; maar in werkelijkheid waren het twee engelen en de derde de HEERE zelf, die zich voor de duur van dit bezoek in menselijke lichamen vertoonden; met wie zij liepen, zaten, spraken en aten; zie Hebr. 13:2. Dat de een de HEERE God was, blijkt hier in vers 1, en uit het vervolg van deze geschiedenis.
boog zich
Te weten, om politieke en burgerlijke eer te bewijzen. Alzo onder Gen. 23:7, 12; 1 Sam. 25:24; 2 Sam. 14:4; 1 Kon. 1:23; Est. 3:2.
Hertaald:boog zich
Namelijk: om beleefde, wereldse eer te bewijzen. Zo ook Gen. 23:7, 12; 1 Sam. 25:24; 2 Sam. 14:4; 1 Kon. 1:23; Est. 3:2.
Genesis 18 vers 3— En hij zeide: Heere! heb ik nu genade gevonden in Uw ogen, zo gaat toch niet aan Uw knecht voorbij.
Heere
Anders, mijne heren.
Hertaald:Heere
Anders: mijn heren.
heb ik nu
Dat is, zo gij mij waardig acht deze gunst, eer en vriendschap. Bij de mensen genade te vinden is hun gunst, toegenegenheid en vriendschap te bekomen. Zie onder Gen. 32:5, en Gen. 34:11, en Gen. 39:4, enz.
Hertaald:heb ik nu
Dat is: als u mij deze gunst, eer en vriendschap waardig acht. Genade vinden bij mensen betekent hun gunst, genegenheid en vriendschap verwerven. Zie Gen. 32:5, en Gen. 34:11, en Gen. 39:4, enz.
uw ogen,
Abraham spreekt een van hen aan, die de aanzienlijkste was, en dien hij naderhand bevond de HEERE te zijn.
Hertaald:uw ogen,
Abraham spreekt een van hen aan, degene die het aanzienlijkst was, en die hij later ontdekte de HEERE te zijn.
Genesis 18 vers 4— Dat toch een weinig waters gebracht worde, en wast Uw voeten, en leunt onder dezen boom.
gebracht worde,
Hebr. genomen. Zie boven Gen. 15:9-10.
Hertaald:gebracht worde,
Hebreeuws: genomen. Zie Gen. 15:9-10.
wast uw
Naar het gebruik in die landen, om de voeten te wassen en te verfrissen, daar men om de hitte daar met aangebonden zolen of barvoets ging. Zie onder Gen. 19:2, en Gen. 24:32, en Gen. 43:24; Joh. 13:4-5.
Hertaald:wast uw
Naar de gewoonte in die landen om de voeten te wassen en te verfrissen, aangezien men daar vanwege de hitte met sandalen of blootsvoets liep. Zie Gen. 19:2, en Gen. 24:32, en Gen. 43:24; Joh. 13:4-5.
leunt onder
Dat is, rust.
Hertaald:leunt onder
Dat is: rust.
Genesis 18 vers 5— En ik zal een bete broods langen, dat Gij Uw hart sterkt; daarna zult Gij voortgaan, daarom omdat Gij tot Uw knecht overgekomen zijt. En zij zeiden: Doe zo als gij gesproken hebt.
broods langen,
De Hebreën noemen brood allerlei spijs, 1 Sam. 14:24; Matt. 6:11, Matt. 15:2; Luc. 14:1, Luc. 14:15. Verg. boven Gen. 3:19.
hart sterkt;
Zie deze manier van spreken, Richt. 19:5; Ps. 104:15; 1 Kon. 13:7. Sterken, is hier verkwikken en voeden, wat het brood doet, Ps. 104:15; niet uit zichzelf, maar door den zegen Gods; Deut. 8:3; Matt. 4:4.
Hertaald:hart sterkt;
Zie deze uitdrukking in Richt. 19:5; Ps. 104:15; 1 Kon. 13:7. Sterken betekent hier verkwikken en voeden, wat het brood doet, Ps. 104:15; niet uit zichzelf, maar door de zegen van God; Deut. 8:3; Matt. 4:4.
daarom
Anders, want gij daarom, enz. Niet dat hij meende, dat dit hun voornemen geweest was, maar dat God hen door zijn voorzienigheid daarom derwaarts geleid had. Zie onder, Gen. 33:10.
Hertaald:daarom
Anders: want gij daarom, enz. Niet dat hij dacht dat dit hun bedoeling was, maar dat God hen door zijn voorzienigheid daarheen geleid had. Zie Gen. 33:10.
Genesis 18 vers 6— En Abraham haastte zich naar de tent tot Sara, en hij zeide: Haast u; kneed drie maten meelbloem, en maak koeken.
maten
Hebr. Seïm. Een zekere maat van droge waren, houdende 144 henne-eierschalen , het derde deel van een efa. Zie van deze maat ook Ex. 16:36.
Hertaald:maten
Hebreeuws: Seïm. Een bepaalde maat voor droge waren, gelijk aan 144 hoenderei-schalen, het derde deel van een efa. Zie ook Ex. 16:36 over deze maat.
koeken
Het Hebr. woord betekent koeken, die op een heten haard onder of op kolen of in hete as gebakken worden. Zie Ex. 12:39; Num. 11:8; 1 Kon. 17:3, 1 Kon. 19:6.
Hertaald:koeken
Het Hebreeuwse woord betekent koeken die op een hete haard, onder of op kolen, of in hete as gebakken worden. Zie Ex. 12:39; Num. 11:8; 1 Kon. 17:3, 1 Kon. 19:6.
Genesis 18 vers 7— En Abraham liep tot de runderen, en hij nam een kalf, teder en goed, en hij gaf het aan den knecht, die haastte, om dat toe te maken.
kalf,
Hebr. een zoon van een rund. Dat is, een kalf of een jong rund.
Hertaald:kalf,
Hebreeuws: een zoon van een rund. Dat is: een kalf of een jong rund.
Genesis 18 vers 8— En hij nam boter en melk, en het kalf, dat hij toegemaakt had, en hij zette het hun voor, en stond bij hen onder dien boom, en zij aten.
voor,
Hebr. voor hun aangezicht.
Hertaald:voor,
Hebreeuws: voor hun aangezicht.
stond bij
Om hen te dienen.
Hertaald:stond bij
Om hen te bedienen.
aten
Zie boven vs.2.
Hertaald:aten
Zie hierboven bij vers 2.
Genesis 18 vers 9— Toen zeiden zij tot hem: Waar is Sara, uw huisvrouw? En hij zeide: Ziet, in de tent.
Waar is
Niet alsof zij het niet wisten, maar om gelegenheid te nemen van te komen tot de volgende handeling.
Hertaald:Waar is
Niet omdat zij het niet wisten, maar om gelegenheid te vinden voor wat er hierna volgt.
tent
Abraham wijst op de tent van zijn huisvrouw, gelijk blijkt uit het volgende vs.10, want de huisvaders en de huismoeders hebben elk hun bijzondere tenten gehad; onder Gen. 23:2, en Gen. 24:67, en Gen. 31:33.
Hertaald:tent
Abraham wijst naar de tent van zijn vrouw, zoals blijkt uit het volgende vers 10, want huisvaders en huismoeders hadden elk hun eigen tent; zie Gen. 23:2, en Gen. 24:67, en Gen. 31:33.
Genesis 18 vers 10— En Hij zeide: Ik zal voorzeker weder tot u komen, omtrent dezen tijd des levens; en zie, Sara, uw huisvrouw, zal een zoon hebben! En Sara hoorde het aan de deur der tent, welke achter Hem was.
hij zeide
De HEERE.
Hertaald:hij zeide
De HEERE.
weder
Hebr. wederkomende wederkomen. Deze wederkomst moet men niet juist verstaan van zulk een verschijning gelijk deze was, maar van de vervulling dezer belofte, genoemd een bezoeking, hoofdstuk Gen. 21:1.
Hertaald:weder
Hebreeuws: wederkerend wederkeren. Deze terugkomst moet men niet zomaar begrijpen als opnieuw zo'n verschijning, maar als de vervulling van deze belofte, in Gen. 21:1 een 'bezoeking' genoemd.
omtrent dezen
Dat is, in het volgende jaar, omtrent dezen tijd van het leven der mensen. Anders, als deze tijd zal leven, of levend zijn. Zie dezelfde manier van spreken in dit hoofdstuk vs.14; 2 Kon. 4:16.
Hertaald:omtrent dezen
Dat is: in het volgende jaar, rond deze tijd van het jaar zoals mensen die rekenen. Anders: zoals deze tijd zal leven, of levend zal zijn. Zie dezelfde uitdrukking in dit hoofdstuk vers 14; 2 Kon. 4:16.
achter hem
Achter dengene, die sprak; of achter Abraham, die daar stonder
Hertaald:achter hem
Achter degene die sprak; of achter Abraham, die daar stond.
Genesis 18 vers 11— Abraham nu en Sara waren oud, en wel bedaagd; het had Sara opgehouden te gaan naar de wijze der vrouwen.
wel bedaagd
Hebr. gaande in dagen. Deze manier van spreken vindt men ook onder Gen. 24:1; Joz. 13:1, en Joz. 23:1; 1 Kon. 1:1; Luc. 1:7, Luc. 1:18.
Hertaald:wel bedaagd
Hebreeuws: gaande in dagen. Deze uitdrukking komt ook voor in Gen. 24:1; Joz. 13:1, en Joz. 23:1; 1 Kon. 1:1; Luk. 1:7, Luk. 1:18.
te gaan
Hebr. te zijn.
Hertaald:te gaan
Hebreeuws: te zijn.
naar de
Of, naar de gewoonte. Hebr. naar den weg, gang, of pad. Zo is bij de Hebreën weg voor wijze of gewoonte gesteld. Alzo onder Gen. 19:31, en Gen. 31:35.
Hertaald:naar de
Of: naar de gewoonte. Hebreeuws: naar de weg, gang of pad. Zo wordt bij de Hebreeën 'weg' gebruikt voor manier of gewoonte. Zo ook in Gen. 19:31, en Gen. 31:35.
Genesis 18 vers 12— Zo lachte Sara bij zichzelve, zeggende: Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is?
Zo lachte
Niet uit geloof, gelijk tevoren Abraham, maar uit zwakheid, ziende meer op de natuur, dan op Gods macht.
Hertaald:Zo lachte
Niet uit geloof, zoals eerder Abraham, maar uit zwakheid, meer lettend op de natuur dan op Gods macht.
bij zichzelve,
Hebr. in haar midden.
Hertaald:bij zichzelve,
Hebreeuws: in haar binnenste.
Genesis 18 vers 13— En de HEERE zeide tot Abraham: Waarom heeft Sara gelachen, zeggende: Zou ik ook waarlijk baren, nu ik oud geworden ben?
de HEERE
Merk op dat Hij, die tot nog toe het woord gevoerd heeft en vs.2 een man genoemd wordt, hier JHWH, de HEERE genoemd wordt.
Hertaald:de HEERE
Merk op dat Hij, die tot nu toe het woord gevoerd heeft en in vers 2 een man genoemd wordt, hier JHWH, de HEERE, genoemd wordt.
Genesis 18 vers 14— Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent dezen tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben!
Zou iets
Te weten, om te volbrengen wat Hij beloofd heeft? Anders, zou enig ding verborgen zijn voor den HEERE? Namelijk dat Hij niet zou weten?
Hertaald:Zou iets
Namelijk: om te volbrengen wat Hij beloofd heeft? Anders: zou iets verborgen zijn voor de HEERE? Namelijk dat Hij het niet zou weten?
omtrent dezen
Zie boven, vs.10.
Hertaald:omtrent dezen
Zie hierboven bij vers 10.
Genesis 18 vers 15— En Sara loochende het, zeggende: Ik heb niet gelachen; want zij vreesde. En Hij zeide: Neen! maar gij hebt gelachen.
zij vreesde
Van wege de ontdekte zonde tegen God, schande bij de gasten en ondank bij haar man.
Hertaald:zij vreesde
Vanwege de ontdekte zonde tegen God, schande bij de gasten en verwijt van haar man.
Genesis 18 vers 16— Toen stonden die mannen op van daar, en zagen naar Sodom toe; en Abraham ging met hen, om hen te geleiden.
om hen
Uit beleefdheid. Zie van zulke gedienstigheid, Hand. 20:38, en Hand. 21:5; Rom. 15:24; 1 Kor. 16:11; Tit. 3:13.
Hertaald:om hen
Uit beleefdheid. Zie over zo'n dienstbetoon Hand. 20:38, en Hand. 21:5; Rom. 15:24; 1 Kor. 16:11; Tit. 3:13.
Genesis 18 vers 17— En de HEERE zeide: Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe?
Zal ik
Dat is, Ik zal het Abraham geenszins verbergen. Zie dergelijke manier van vragen, die stijf loochenen, 2 Sam. 7:5, verg. met 1 Kron. 17:4; Matt. 7:16. Verg. met Luc. 6:44. Zie ook Am. 3:7.
Hertaald:Zal ik
Dat is: Ik zal het Abraham geenszins verbergen. Zie een vergelijkbare, sterk ontkennende vraag in 2 Sam. 7:5, vergelijk met 1 Kron. 17:4; Matt. 7:16, vergelijk met Luk. 6:44. Zie ook Am. 3:7.
Genesis 18 vers 18— Dewijl Abraham gewisselijk tot een groot en machtig volk worden zal, en alle volken der aarde in hem gezegend zullen worden?
worden zal,
Hebr. zijnde zijn zal.
Hertaald:worden zal,
Hebreeuws: zijnde zijn zal.
in hem
Dat is, in zijn zaad Christus Jezus. Zie boven Gen. 12:3, en Gen. 22:18.
Hertaald:in hem
Dat is: in zijn zaad Christus Jezus. Zie Gen. 12:3, en Gen. 22:18.
Genesis 18 vers 19— Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft.
hem gekend,
Dat is, Ik heb hem uitverkoren, bezind en verzorgd als mijn eigendom. Alzo wordt het woord kennen genomen in verscheidene plaatsen, als Ps. 1:6; Jer. 1:5, en Jer. 24:5; Hos. 13:5; Am. 3:2; Joh. 10:27; 2 Tim. 2:19.
Hertaald:hem gekend,
Dat is: Ik heb hem uitverkoren, gekend en verzorgd als mijn eigendom. Zo wordt het woord kennen ook gebruikt op andere plaatsen, zoals Ps. 1:6; Jer. 1:5, en Jer. 24:5; Hos. 13:5; Am. 3:2; Joh. 10:27; 2 Tim. 2:19.
opdat hij
Aldus worden de Hebreeuwse woordjes, die hier gebruikt zijn, genomen Lev. 17:5; Deut. 20:18, en Deut. 27:3, enz.
Hertaald:opdat hij
Zo worden de Hebreeuwse woordjes die hier gebruikt zijn ook gebruikt in Lev. 17:5; Deut. 20:18, en Deut. 27:3, enz.
den weg
Dat is, het voorschrift van Gods Woord, ons onderwijzende in al hetgeen ons geloof en onzen wandel aangaat. Zie Ps. 51:15, enz.
Hertaald:den weg
Dat is: het voorschrift van Gods Woord, dat ons onderwijst in alles wat ons geloof en onze levenswandel betreft. Zie Ps. 51:15, enz.
om te
Een manier van spreken dikwijls in de Heilige Schrift gebruikt, betekende al wat goed en recht is, begrepen in de eerste en tweede tafel der wet, tot het privaat of publiek leven behorende. Verg. Ps. 119:121.
Hertaald:om te
Een uitdrukking die vaak in de Heilige Schrift gebruikt wordt, en al wat goed en recht is omvat, begrepen in de eerste en tweede tafel van de wet, voor zowel het privé- als het openbare leven. Vergelijk Ps. 119:121.
Genesis 18 vers 20— Voorts zeide de HEERE: Dewijl het geroep van Sodom en Gomorra groot is, en dewijl haar zonde zeer zwaar is,
het geroep
Zie boven 4, op vs.10.
Hertaald:het geroep
Zie hierboven bij vers 10.
Genesis 18 vers 21— Zal Ik nu afgaan en bezien, of zij naar hun geroep, dat tot Mij gekomen is, het uiterste gedaan hebben, en zo niet, Ik zal het weten.
afgaan
Zie boven Gen. 11:5.
Hertaald:afgaan
Zie Gen. 11:5.
of zij
God weet alles volkomenlijk van zichzelven, maar Hij spreekt hier menselijker wijze, als een, die niet wil straffen zonder onderzoek en volle kennis der zaken.
Hertaald:of zij
God weet alles volkomen uit Zichzelf, maar Hij spreekt hier op menselijke wijze, als iemand die niet wil straffen zonder onderzoek en volledige kennis van zaken.
hun geroep,
Namelijk, der stad Sodom, of, naar het geroep desgenen, tot dat, enz.
Hertaald:hun geroep,
Namelijk: van de stad Sodom, of: naar het geroep daarvan, dat, enz.
het uiterste
Hebr. de voleinding gedaan, of, gemaakt. Dat is, de maat van hun zonden vervuld hebben. Zie boven Gen. 15:16; 1 Sam. 20:7, 1 Sam. 20:9. Anders, of zij de uiterste verwoesting met hunne werken verdiend hebben.
Hertaald:het uiterste
Hebreeuws: de voleinding gedaan of gemaakt. Dat is: de maat van hun zonden vol gemaakt hebben. Zie Gen. 15:16; 1 Sam. 20:7, 1 Sam. 20:9. Anders: of zij met hun daden de uiterste verwoesting verdiend hebben.
Genesis 18 vers 22— Toen keerden die mannen het aangezicht van daar, en gingen naar Sodom; maar Abraham bleef nog staande voor het aangezicht des HEEREN.
die mannen
Versta de twee engelen; zie hoofdstuk Gen. 19:1, want de HEERE bleef spreken met Abraham.
Hertaald:die mannen
Bedoeld worden de twee engelen; zie Gen. 19:1, want de HEERE bleef met Abraham spreken.
Genesis 18 vers 25— Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?
Het zij
Hebr. Het zij u verre van te doen naar deze zaak. Hieruit blijkt dat Abraham met de voorgaande vragen God geenszins heeft willen verdenken van onrechtvaardigheid of straf der onschuldigen, want hij wil God niet vermanen omtrent zijn officie, om hem aan te wijzen wat Hij doen moest, maar zichzelven verzekeren van Gods natuur, waardoor Hij niet anders dan recht doen Kon.
Hertaald:Het zij
Hebreeuws: het zij ver van U om zo te handelen. Hieruit blijkt dat Abraham met de voorgaande vragen God geenszins heeft willen verdenken van onrechtvaardigheid of het straffen van onschuldigen, want hij wil God niet vermanen over wat Hij zou moeten doen, maar zichzelf verzekeren van Gods aard, waardoor Hij niet anders dan rechtvaardig kon handelen.
de Rechter
Hier kent Abraham dezen persoon, die met hem sprak, voor den Rechter der wereld, welke is de Heere Christus, Joh. 5:22, Joh. 5:27; Hand. 10:42, en Hand. 17:31.
Hertaald:de Rechter
Hier erkent Abraham deze persoon die met hem sprak als de Rechter van de wereld, dat is de Heere Christus, Joh. 5:22, Joh. 5:27; Hand. 10:42, en Hand. 17:31.
Genesis 18 vers 27— En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben!
ik stof
Te weten, naar het lichaam, ten aanzien van mijn oorsprong en einde in deze wereld. Zie boven Gen. 3:19; Job 4:19; Pred. 12:7; 1 Kor. 15:47-48; 2 Kor. 5:1.
Hertaald:ik stof
Namelijk: naar het lichaam, wat mijn oorsprong en einde in deze wereld betreft. Zie Gen. 3:19; Job 4:19; Pred. 12:7; 1 Kor. 15:47-48; 2 Kor. 5:1.
Genesis 18 vers 29— En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil.
veertig gevonden
Te weten, rechtvaardigen, en zo in het volgende vs.30.
Hertaald:veertig gevonden
Namelijk: rechtvaardigen, en zo ook in het volgende vers 30.
Genesis 18 vers 30— Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden.
Dat toch
Hebr. dat de Heere niet ontsteke. Te weten, zijn toornigheid. Zie boven Gen. 4:5-6, en onder, vs.32, en Gen. 31:36.
Hertaald:Dat toch
Hebreeuws: dat de Heere niet ontsteke — namelijk: zijn toorn. Zie Gen. 4:5-6, en verderop vers 32, en Gen. 31:36.
Genesis 18 vers 32— Nog zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik alleenlijk ditmaal spreke: misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil.
Nog zeide
Merk in dit voorgaande gesprek eensdeels in Abraham een bijzondere vrijmoedigheid, vermengd met behoorlijke nederigheid en onderwerping in zijn ijverig voorbidden; anderdeels, in God een wonderlijke vriendelijkheid en verdraagzame goedertierenheid in het antwoorden; waardoor Hij Abraham volkomen bevredigd heeft aangaande de rechtvaardigheid van dit schrikkelijk oordeel, dat Hij over Sodom en Gomórra wilde laten gaan, omdat de maat van hun zonden geheel vol was.
Hertaald:Nog zeide
Let in dit voorgaande gesprek enerzijds op een bijzondere vrijmoedigheid bij Abraham, gepaard met gepaste nederigheid en onderworpenheid in zijn ijverig voorbidden, en anderzijds op een wonderlijke vriendelijkheid en verdraagzame goedertierenheid bij God in het antwoorden; waardoor Hij Abraham volledig overtuigd heeft van de rechtvaardigheid van dit vreselijke oordeel dat Hij over Sodom en Gomorra liet komen, omdat de maat van hun zonden geheel vol was.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abram — verheven vader
De zoon van Terah, vóór zijn oudere broers Nahor en Haran genoemd (Gen. 11:27) omdat hij de erfgenaam van de beloften was. Op zeventigjarige leeftijd verliet hij met zijn familie Ur der Chaldeeën; later, na de dood van zijn vader in Haran, ontving hij van de HEERE de roeping om naar het onbekende land Kanaän te trekken, 'niet wetende waar hij komen zou' (Hebr. 11:8). Later zou zijn naam veranderd worden in Abraham (Gen. 17:4-5).
Sarai — mijn vorstin
De vrouw en tegelijk halfzuster van Abram (Gen. 11:29; 20:12). Onder deze naam wordt zij voor het eerst genoemd; later, bij de instelling van het verbond der besnijdenis, zou haar naam veranderd worden in Sarah, 'vorstin' (Gen. 17:15), toen haar werd beloofd dat zij, ondanks haar hoge leeftijd, de moeder van de beloofde zoon zou worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mamre — mogelijk de naam van een Amoritisch stamhoofd (Gen. 14:13,24), naar wie het eikenbos vernoemd werd
Ligging: De "eiken" (of terebinten) van Mamre, waar Abram zijn tent opsloeg, worden beschreven als gelegen "in Hebron" (Gen. 13:18); Mamre wordt zelfs met Hebron zelf gelijkgesteld (Gen. 23:19). De overlevering over de precieze locatie van de boom verschilt door de eeuwen heen, telkens bepaald door de aanwezigheid van een geschikte oude boom; de vroegste overlevering wees Ramet el-Chalil aan, een latere (vanaf de 12e eeuw) een plek een stukje ten noordwesten van het huidige Hebron.
Geschiedenis: Hier bouwde Abram een altaar voor de HEERE (Gen. 13:18); hier ontving hij de drie mannen/engelen met de belofte van Izaks geboorte (Gen. 18); ten oosten van Mamre lag de spelonk van Machpela, waar Sara, Abraham, Izak, Rebekka, Lea en Jakob begraven werden (Gen. 23:17,19; 25:9; 49:30; 50:13).
Bijbelse betekenis: De plek van Gods verschijning aan Abraham met de belofte van de zoon der belofte — een van de meest intieme ontmoetingen tussen God en een aartsvader in de hele Schrift.
Archeologie: Bij Ramet el-Chalil, de vroegste overgeleverde locatie, bevinden zich de resten van een door Herodes en later door keizer Constantijn aangelegde ommuurde heilige plaats; een eeuwenoude, inmiddels afstervende steeneik bij het huidige Hebron wordt sinds de 12e eeuw als "Abrahams eik" vereerd.
Gen. 13:18; 14:13,24; 18:1; 23:17,19; 25:9; 35:27; 49:30; 50:13
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De voorbede van Abraham voor Sodom — Abraham pleit bij God voor een goddeloze stad, en gaat daarbij van vijftig rechtvaardigen terug tot tien (Gen. 18:23-32)
Wanneer de HEERE Abraham te kennen geeft wat Hij met Sodom doen zal, treedt Abraham toe en begint met een vraag: "Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen?" (Gen. 18:23). Hij noemt vijftig rechtvaardigen en legt daarbij de grond van zijn pleit bloot: "zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?" (Gen. 18:25). God antwoordt dat Hij de hele plaats om hunnentwil sparen zal (Gen. 18:26). Daarna gaat het stap voor stap terug, telkens met verontschuldiging; hij weet dat hij stof en as is (Gen. 18:27). Vijfenveertig, veertig, dertig, twintig, en ten slotte tien: "misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil" (Gen. 18:32).
Bijbelse betekenis: Dit is de eerste uitvoerige voorbede van de Schrift, en zij leert er meer over dan menige les. Drie dingen vallen op. Het eerste is waarop Abraham pleit: niet op medelijden en niet op de mogelijke goedheid van Sodom, maar op Gods eigen recht. Het tweede is de houding; hij dringt aan en houdt tegelijk afstand, want hij weet met Wie hij spreekt. Het derde is dat God bij elke stap toegeeft. Het gebed wordt niet afgekapt, en het einde komt van Abrahams kant en niet van Gods kant. Hoe ver het gaat, blijkt uit het aantal: tien rechtvaardigen zouden een hele stad gered hebben. Toch blijkt in het volgende hoofdstuk dat die tien er niet waren, en dan is het Gods gedachtenis aan Abraham die Lot doet uitgaan (Gen. 19:29).
Typologie: Mozes staat later op dezelfde plaats voor Israël, wanneer hij in de bres treedt om Gods toorn af te wenden (Ps. 106:23). En het Nieuwe Testament wijst op Eén Die dit werk niet af en toe maar altijd doet: Hij leeft altijd om voor hen te bidden (Hebr. 7:25). Wat bij Abraham om tien rechtvaardigen ging, rust daar op Eén.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De Engel des HEERENniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
De HEERE aan de deur van de tent — 18:1-33
Kort na de verbondsvernieuwing en vlak vóór de ondergang van Sodom. Abraham en Sara wachten nog altijd op het kind dat beloofd is.
Drie mannen bezoeken Abraham, en van hen wordt er Eén afwisselend de HEERE genoemd — Hij blijft achter en laat Zich toespreken als de Rechter van de hele aarde.
Abraham ziet drie mannen en buigt zich neer. In het verloop van het hoofdstuk splitsen zij zich: twee gaan naar Sodom en worden daar engelen genoemd, terwijl Eén blijft staan en met Abraham spreekt. Van Hem zegt de tekst zonder omhaal dat het de HEERE is. Bij Hem pleit Abraham voor Sodom met het argument dat de Rechter van de ganse aarde geen recht doen zou. De kanttekenaars zijn hier voorzichtig maar duidelijk: waar de Engel des HEEREN spreekt als God en zo aangesproken wordt, is dat de Zoon vóór Zijn menswording. Het is opvallend dat Christus zelf later zegt dat Abraham Zijn dag gezien heeft en zich verblijd heeft.
Genesis 18:1 — De HEERE verschijnt aan Abraham bij de eiken van Mamre.
Genesis 18:25 — Abraham pleit: zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?
Genesis 18:33 — De twee gaan naar Sodom; Eén blijft en spreekt als de HEERE.
Johannes 8:56 — Abraham heeft Mijn dag gezien en is verblijd geweest.
Hebreeën 13:2 — Sommigen hebben onwetend engelen geherbergd.
In het Nieuwe Testament: Johannes 8:56; Hebreeën 13:2
Hoever dit reikt: Dat één van de drie de HEERE is, staat er. Dat het drietal op de Drie-eenheid zou wijzen, staat er niet; de kanttekening merkt op dat de twee anderen engelen waren.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 18:17-19. KruisverwijzingenAmos 3:7→Galaten 3:8→Deuteronomium 4:9→Efeze 6:4→Jozua 24:15→Spreuken 22:6→Deuteronomium 6:6→Deuteronomium 11:19→ — En de HEERE zeide: Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe? Dewijl Abraham gewisselijk tot een groot en machtig volk worden zal, en alle volken der aarde in hem gezegend zullen worden? Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft. Abraham was een vriend van God. Dat betekent niet alleen dat hij in een bijzondere gemeenschap met God leefde – hoe gezegend en wonderlijk die genade ook was – maar ook dat Abraham de eer ontving om “een vriend Gods” genoemd te worden: iemand met wie God vertrouwelijk omging, een man naar Zijn hart, aan wie Hij Zijn vertrouwen schonk en Zijn verborgenheden bekendmaakte. Ik vrees dat er ook nu niet veel mensen zijn zoals Abraham. Maar waar zo iemand wordt gevonden, iemand met wie God vertrouwelijk omgaat, zal hij ook zijn gezin leiden zoals God dat wil. Als de Heere mijn Vriend is en ik werkelijk Zijn vriend ben, dan verlang ik ernaar dat mijn kinderen Hem eren en zal ik mij inspannen om hen aan Zijn dienst toe te wijden. Ik vrees dat de afname van de godsvrucht in de gezinnen, die in onze tijd zo duidelijk zichtbaar is, de oorzaak is van veel van de ernstige zonden van deze tijd. De Kerk van God zou veel meer van de wereld onderscheiden zijn geweest als het kleine kerkje in ieder gezin met meer zorg was gevormd en onderwezen in de dienst van God. Als u wilt dat de Heere u in vertrouwen neemt en u Zijn verborgenheden bekendmaakt, moet Hij ook van u kunnen zeggen wat Hij van Abraham zei: “want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen.”
Genesis 18:20-22.KruisverwijzingenGenesis 11:5→Genesis 19:1→Genesis 19:13→Exodus 3:8→Exodus 33:5→Genesis 4:10→Jesaja 3:9→Jakobus 5:4→ — Voorts zeide de HEERE: Dewijl het geroep van Sodom en Gomorra groot is, en dewijl haar zonde zeer zwaar is, Zal Ik nu afgaan en bezien, of zij naar hun geroep, dat tot Mij gekomen is, het uiterste gedaan hebben, en zo niet, Ik zal het weten. Toen keerden die mannen het aangezicht van daar, en gingen naar Sodom; maar Abraham bleef nog staande voor het aangezicht des HEEREN. Hij had geen haast om dit gezegende gesprek te beëindigen. Toen hij eenmaal in de onmiddellijke nabijheid van de Heere was gekomen, bleef hij daar graag. Wie vrienden van God zijn, verlangen ernaar veel in het gezelschap van hun Heere te verkeren.
Genesis 18:23.KruisverwijzingenNumeri 16:22→2 Samuël 24:17→Genesis 20:4→Psalmen 11:4→Genesis 18:25→Hebreeën 10:22→Job 8:3→Psalmen 73:28→ — En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen? “En Abraham trad toe.” Er gaat niets boven het dicht naderen tot God in het gebed. Abraham trad toe, hij stond op het punt zijn invloed aan te wenden bij zijn grote Vriend, niet voor zichzelf, maar voor de mensen van Sodom, die op het punt stonden vernietigd te worden. Gelukkig zijn zij die, wanneer zij dicht bij God mogen zijn, die gelegenheid gebruiken om voor anderen te pleiten, ja, zelfs voor de meest goddeloze en verdorven mensen.
Genesis 18:23-25.KruisverwijzingenNumeri 16:22→2 Samuël 24:17→Deuteronomium 32:4→Job 8:20→Jesaja 3:10→Genesis 20:4→Psalmen 94:2→Psalmen 58:11→ — En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen? Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij hen ook ombrengen, en de plaats niet sparen, om de vijftig rechtvaardigen, die binnen haar zijn? Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen? Abraham baseert zijn pleidooi op de rechtvaardigheid van God. Wanneer een mens dat durft te doen, is dat een krachtig pleiten, want wees ervan verzekerd dat God nooit onrecht zal doen. Als u een beroep durft te doen op Zijn rechtvaardigheid, op Zijn onfeilbare gerechtigheid, dan pleit u met grote kracht.
Genesis 18:26-30.KruisverwijzingenJeremia 5:1→Jesaja 6:5→Genesis 3:19→Jesaja 65:8→Ezechiël 22:30→Lukas 18:1→Genesis 2:7→Mattheüs 24:22→ — Toen zeide de HEERE: Zo Ik te Sodom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden, zo zal Ik de ganse plaats sparen om hunnentwil. En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben! Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult Gij dan om vijf de ganse stad verderven? En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden. En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil. Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden. Deze keer gaat de aartsvader met tien tegelijk vooruit; eerder deed hij dat met vijf. Wie pleiten in het gebed, worden steeds vrijmoediger en moediger in hun verzoeken. Iemand die in nauwe gemeenschap met God leeft, zal gaandeweg dingen durven uitspreken die hij in het begin niet had durven zeggen.
Genesis 18:31-32.KruisverwijzingenRichteren 6:39→Jakobus 5:15→Genesis 18:27→Lukas 18:1→Mattheüs 7:11→Hebreeën 4:16→Lukas 11:8→Mattheüs 7:7→ — En hij zeide: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de Heere; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil. Nog zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik alleenlijk ditmaal spreke: misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil. Hij ging niet verder dan te pleiten dat Sodom gespaard zou blijven als er tien rechtvaardigen in de stad gevonden werden. Ik heb wel eens horen zeggen dat het jammer was dat Abraham niet verder ging met pleiten, maar dat zou ik niet durven zeggen. Hij wist beter dan u en ik wanneer hij moest beginnen en wanneer hij moest ophouden. Er zijn grenzen in het gebed die een man van God niet aan anderen kan uitleggen, maar die hij zelf wel duidelijk aanvoelt. God beweegt Zijn dienstknechten ertoe om in een bepaalde zaak te bidden, en dan bidden zij met grote vrijmoedigheid en merkbare kracht. Een andere situatie kan precies hetzelfde lijken, maar toch blijft de mond van dezelfde bidder gesloten en voelt hij in zijn hart dat hij niet kan bidden zoals hij eerder deed. Verwijt ik de mannen van God dat? Zeker niet. De Heere gaat wijs met Zijn dienstknechten om en maakt hun door zachte aanwijzingen, die zij spoedig verstaan, duidelijk wanneer en waar zij moeten ophouden met hun voorbede.
Genesis 18:33.KruisverwijzingenGenesis 31:55→Genesis 18:16→Genesis 18:22→Genesis 32:26→ — Toen ging de HEERE weg, als Hij geeindigd had tot Abraham te spreken; en Abraham keerde weder naar zijn plaats. “Toen ging de HEERE weg, als Hij geeindigd had tot Abraham te spreken; en Abraham keerde weder naar zijn plaats” Wij weten dat de engelen naar Sodom gingen, waar Lot hen ontving, maar waar de inwoners van Sodom hen schandelijk behandelden.
AAN ABRAHAM WORDT NOGMAALS IZAAK BELOOFD, EN TEVENS DE VERDELGING VAN SODOM GEOPENBAARD.
I. Vers 1-15
Bij een bezoek, dat de Heere in gezelschap van twee Engelen aan Abraham in zijn tent geeft, wordt aan Sara beloofd, dat zij binnen een jaar een zoon zal hebben. Zij lacht, even als Abraham bij de hem gegevene aankondiging deed (hoofdstuk. 17:16 vv.) en ontvangt daarover een beschamende terechtwijzing.
1. Daarna, spoedig na de vorige openbaring (hoofdstuk. 17), verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre, bij Hebron (hoofdstuk. 13:18), als hij in de deur van de tent zat, die hij onder de schaduw van een grote terpentijnboom opgeslagen had, toen de dag heet werd. Hij zat daar, om door de koele schaduw van de boom beschermd te zijn tegen de hitte van de zon, en de voorbijtrekkende reizigers, die een herberg en verkwikking nodig hadden, deze aan te bieden (Hebr. 13:2). Daar zat Abraham in stille gedachten verdiept over hetgeen de Heere met hem gesproken en hem beloofd had.
2. En hij hief na een tijd van stil nadenken zijn ogen op en zag over het voor hem liggend landschap heen; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem, enige schreden van hem verwijderd; hij had hun naderkomen niet bemerkt; maar zij waren op een afstand blijven staan, om zijn uitnodiging af te wachten; als hij hen zag, zo liep hij hun aanstonds tegemoet van de deur van de tent, en boog zich ter aarde, om hun zijn eerbied te betonen. Abraham, wiens oog voor het hemelse geoefend was, bemerkte reeds spoedig, dat hij in die vreemden een verschijning uit de hemel voor zich had. Spoedig bleef zijn oog gevestigd op die een onder de drie, van wiens aangezicht hem voornamelijk majesteit en heerlijkheid tegenstraalde, en die hij herkende als die Heere, die reeds meermalen zich aan hem had geopenbaard.
In alles herkent gij in deze Abraham, de beschaafde en wellevende man, die in zijn geloof volstrekt geen vrijbrief meent te bezitten, om met de gewone vormen en eisen van de burgerlijke samenleving te mogen breken. Het geloof adelt.
3. En hij zei, zich tot deze wendende: Heere! heb ik nu genade gevonden in Uw ogen, zo ga toch niet van Uw knecht voorbij. 1)
1) De oosterse deugd van gastvrijheid verschijnt hier in het licht van het geloof, en zo ook haar zegen, die door de gehele Schrift heen verkondigd wordt tot in de brief aan de Hebreeën (12:2). Er is tegenspraak in de gewoonte van de Arabieren, dat zij de reiziger in de woestijn beroven, maar voor hun tent met de grootste gastvrijheid opnemen; gelijk dan ook in de natuurlijke gewoonten van volken zeer veel tegenspraak is. Toch is de gastvrijheid een bijzondere deugd van de Arabieren, die zij van vader Abraham geërfd hebben. Bij Abraham zelf is deze deugd geheiligd als een vrucht van het geloof.
De ware gastvrijheid bestaat daarin, dat men in de gasten of met hen de Heere ontvangen wil.
De gastvrijheid is aan alle plaatsen, waar de kerk is. Deze heeft altijd een algemene buidel en genoegzame voorraad (MATTHEUS. 5:42). Wij moeten daarvan allen dienen; en hen verzorgen, niet alleen met de leer maar ook met hulp en weldadigheid, opdat tegelijk de geest en het vlees verkwikking en troost vinden. (MATTHEUS. 25:35,40).
Gelijk hier Abrahams tent de gastvrije woning voor de Zoon Gods en Zijn Engelen geweest is, zo is nu in gindse wereld Zijn schoot de algemene rustplaats van de Zaligen. (Luk. 16:22).
4. Vervolgens aan allen de dienst van zijn gastvrijheid aanbiedende, ging hij voort: dat toch een weinig water gebracht worde en wast uw voeten 1) en leunt onder deze boom, rust in zijn schaduw uit.
1) Dat was in de gehele oudheid, en is thans nog in het Oosten het eerste, wat men een gast toereikt, water voor een voetbad, om de slechts met voetzolen bekleedde en daardoor onrein geworden voeten te zuiveren; wanneer het een hoge gast was, liet men dit door een dienstknecht doen of waste men ze ook wel zelf. (hoofdstuk 19:2; 24:32; 43:24 Richteren. 19:21 Luc. 7:44; 1 Tim. 5:10. Dat deed de Engel des Heren, de Christus zelf aan Zijn discipelen. (Job. 13:4-17).
5. En ik zal intussen in mijn tent gaan en een bete broods aangeven, dat gij uw hart sterkt; daarna zult gij voortgaan, daarom, omdat gij tot uw knecht overgekomen zijt; daar het voor mij zo gelukkig beschikt is, dat gij in mijn nabijheid moest komen, moet gij het u ook laten welgevallen, dat ik u een weinig verzorge. En zij zeiden, hoewel zij als gasten uit de hemelse wereld niet behoefden, wat Abraham hun aanbood, maar toch als mensen met hem verkeren en zijn liefdedienst aannemen wilden: Doe zoals gij gesproken hebt. 1)
1) Heer! waar men U gaarne heeft, daar zijt Gij gaarne. Gij handelt als een groot Heer, die dikwijls in geringe burger en boerenklederen rondgaat in de huizen van de armen, opdat hij hun toestand beter lere kennen. O, bewijs ook mij uw oude, geliefde en geprezene vriendschap! wees ook mijn gast! Ik nodig U met mijn ernstig gebed; ik zeg U toe Abrahams geloof en Abrahams vroomheid; ik nodig U op een boetvaardig hart, dat zal het beste gerecht zijn; Gij wilt het bij mij voor lief nemen; ik wil U opdragen wat mijn hart vermag.
De Heere wijst de liefdedienst van de zijn niet af, al is hij ook de God, die niet gediend wordt van mensenhanden, als iets behoevende.
6. En Abraham, ten hoogste verheugd, dat zij bij hem inkwamen, haastte zich naar de tent tot Sara, en hij zei: Haast u, kneed drie maten meelbloem, 1) en maak koeken. 2)
1) Een grote hoeveelheid voor drie mannen, maar de liefde doet niets karig; bovendien zal hij hierdoor zijn gasten eer bewijzen. (hoofdstuk. 43:34), (Richteren. 6:19). Reizigers hebben ook teerkost nodig op de weg.
2) Askoeken, een dun, rond, op hete stenen platen bereid gebak, dat spoedig gereed te maken is, en nog heden bij de Bedoeïenen voor een lekkernij wordt gehouden.
De ijver van Abraham, om zijn gasten te bedienen, wordt meegedeeld, en tegelijk toont Mozes hoe wel ingericht zijn huis was. Vervolgers schildert hij met enkele woorden ons een schoon beeld van een gezin. Abraham loopt heen, deels om wat hij wil te bevelen, deels om wat het eigen werk is van de vader, te verrichten. Sara houdt zich in de tent op, niet om voor haar genoegen te leven, maar opdat ook zij haar deel van de arbeid verrichte. De dienstbaren zijn terstond gehoorzaam. Dit is wel een liefelijke overeenstemming van een wel ingericht huis. Welke niet zo dadelijk kan beoefend worden, tenzij elk in het bijzonder, door langdurige oefening aan de juiste tucht gewend is.
7. En Abraham liep, terwijl Sara de last ging volbrengen, tot de runderen, en hij nam een met zorg uitgekozen kalf, teder en goed, en hij gaf het aan de knecht, die haastte 1) om dat toe te maken, te bereiden.
1) Abrahams haasten is een gevolg van zijn blijdschap en liefde; hij wil zijn gasten spoedig verkwikken en zelf hun bijzijn genieten.
8. En hij nam boter, gestremde melk (boter, wordt in het oosten slechts als geneesmiddel gebruikt) en melk, en het kalf dat hij toegemaakt had, gelijk deze beide gewoonlijk werden voortgezet (Richteren. 5:25), en hij zette het hun voor en stond bij hen onder die boom, zich uit eerbied op enige afstand houdende, en om gereed te zijn tot het bewijzen van diensten, en zij aten, 1) niet slechts schijnbaar, maar werkelijk gelijk later de opgestane Christus. (Luc. 24:43)
1) Abraham slacht een kalf, bakt brood, richt de tafel aan, bedient de Engelen en zij eten. Dit alles is kennelijk zo geschied als het ons meegedeeld is. Ons lichaam heeft zolang het sterfelijk is, tot herstel van krachten, voedsel nodig. Daardoor ontstaat de honger, want ons lichaam verliest gedurig iets van zijn kracht, al merken wij het ook niet, terwijl wij door voeding zijn kracht herstellen. Zolang wij dus zodanige lichamen hebben, hebben wij steeds behoefte, naar verhouding van de kracht, die wij verliezen, en door die behoefte hebben wij honger, die wij door spijs bevredigen; maar een Engel eet niet, omdat hij het nodig heeft; want het is iets anders, iets te kunnen doen of iets te moeten doen. De mens eet, om niet te sterven; de Engel eet wanneer hij zich met de mens gelijk wil stellen. Zo at ook Christus na Zijn opstanding, niet om de behoefte van het vlees te stillen, maar om de Zijnen van de werkelijkheid van Zijn lichaam te overtuigen.
God, die de gehele wereld uit niets heeft te voorschijn gebracht, en dagelijks zich een verwonderlijk bouwheer in het formeren van schepselen betoont, heeft hun tijdelijk lichamen gegeven, waarin zij hun roeping konden volbrengen. Gelijk zij werkelijk wandelden, spraken enz., alle dingen konden uitoefenen, alzo stel ik ook vast, dat zij waarlijk hebben gegeten; niet omdat zij er behoefte aan hadden, maar opdat het tot op de tijd der openbaring verborgen zou zijn, wie zij waren. Overigens, gelijk God de lichamen, welke hij voor tijdelijk gebruik geschapen heeft, in een ogenblik weer kan vernietigen, zo is er ook niets ongerijmds in, indien wij zeggen, dat de spijs tegelijk met de lichamen verbruikt is.
De bevestiging van het Verbond in betrekking tot Sara wordt ingewijd met een gastmaal, waarbij de hemelse gezanten de aanzittende gasten zijn.
Het gastmaal van God bij Abraham is een nieuwtestamentisch en hemels voorteken, waarmee later de tafel met de toonbroden in de tempel, in het Nieuwe Verbond het avondmaal, in de nieuwe wereld het bruiloftsmaal van het lam in betrekking staat.
9. Toen zeiden zij, door de Een, die als de hoofdpersoon aanzat en de eigenlijke woordvoerder was tot hem: Waar is Sara, uw vrouw, want om harentwil vooral is dit bezoek. En hij zei: Ziet, in de tent.
De Heere vraagt naar Sara, omdat zij vroeger geen getuige geweest was van de aankondiging van de belofte. Abraham meende, dat zij in de tent vertoefde, maar het alwetend oog des Heren zag haar achter de deur van de tent.
10. En hij zei, wel wetende, dat Sara van binnen de deur genaderd was om te luisteren: a) Ik zal voorzeker weer tot u komen, 1) omtrent deze tijd van het leven; 2) gelijk Ik nu zichtbaar hier ben, zo zal Ik dan onzichtbaar, maar op niet minder kennelijke wijze, Mij in uw huis bevinden, en zie Sara, uw vrouw, zal een zoon hebben! En Sara hoorde het aan de deur van de tent, welke achter Hem was. 3)
a) Genesis 17:19,21; 21:2
1) In het Hebreeuws Schoev Aschoev “Ik zal zeker terugkomen.” Zo kan geen mensenkind spreken, wiens adem in zijn neusgaten is. Zo kan alleen de Heere spreken, Die over alles heerst.
2) “Omtrent deze tijd van het leven,” letterlijk: omtrent deze tijd, wanneer hij weer opleeft, d.i. over een jaar. Hiermee belooft de Heere, dat Hij er voor zal zorgen, dat uit de verstorvene Sara, over een jaar, de zoon van de belofte zal geboren zijn.
3) De Engel des Heren staat dus met de rug naar de deur van de tent gekeerd, waarom Sara menen kon dat haar lachen niet zou opgemerkt zijn.
11. Abraham nu en Sara waren a) oud en welbedaagd, de eerste 99, zij 89 jaar oud: het had Sara opgehouden te gaan naar de wijze van de vrouwen. 1)
a) Genesis 7:17 Romeinen 4:19 Hebr. 11:11
1) Ook door deze laatste uitdrukking wil de Heilige Schrift doen uitkomen, dat het werk van de belofte een wonderwerk Gods was.
12. Zo lachte Sara bij zichzelf, 1) daar zij alle gedachten aan een zoon had opgegeven, wiens ontvangenis zij om de (vs. 11) genoemde reden onmogelijk achtte, in het geheim over zulk een woord van de wonderbare vreemdeling zeggende: Zal ik wellust hebben, gelijk een jonge vrouw, nu ik de tijd van de huwelijksgemeenschap voorbij ben, nadat ik oud geworden ben, en a) mijn heer oud is? een ander begrijpe dat wondervol woord; ik kan het bijna niet geloven.
a) Richteren. 19:26; 1 Petrus. 3:6
1) Ook Abraham had vroeger gelachen, maar hun beider lachen staat volstrekt niet gelijk. Want het kwam bij Sara niet voort uit vreugde of verwondering over de geschonkene belofte, maar zij weigert geloof te slaan aan Gods woord, door de hoge leeftijd van haar en haar man er tegenover te stellen. Zij betichtte echter God niet met opzet van bedrog of van een ijdele belofte gegeven te hebben, maar daar zij in de overweging van de zaak slechts beoordeelde, wat op natuurlijke wijze kon geschieden, heft zij haar gemoed niet op om te rekenen met de almacht Gods, en weigert aldus, vermetel, geloof te slaan aan Gods Woord. Zo dikwijls wij de beloften en de daden Gods naar eigen zin en mening beoordelen, ontroven wij Hem de ere, hoewel wij zulks niet bedoelen, daar wij niet anders Hem Zijn ere kunnen geven, dan wanneer wij ons aan Zijn woord onderwerpen, wat wonderlijks ons ook bejegent in hemel en op aarde. Overigens, ofschoon de ongelovigheid van Sara niet te verontschuldigen is, verwerpt zij niet direct de gunst Gods; maar door beschroomdheid en een zeker gevoel van schaamte, wordt zij weerhouden, om terstond te geloven, wat zij hoort. Ook haar woorden getuigen van haar zedigheid. Want het is een bewijs van kuisheid, wat zij verder zegt.
13. En de HEERE zei tot Abraham, daar Hij wel wist, wie achter Hem aan de deur stond en ook haar gedachten verstond (Psalm. 139:1-4): Waarom heeft Sara gelachen, zeggende: Zou ik ook waarlijk baren, nu ik oud geworden ben?
Al meent Sara door geen enkel oog gezien te worden, de Heere ziet haar en hoort ook de ongelovige woorden, die in haar hart opklommen.
14. a) Zou iets voor de HEERE, en deze is het die met u spreekt, te wonderlijk Zijn? 1) Zou Hij niet kunnen volbrengen wat Hij gezegd heeft, al ware het tegen de regels der natuur? Ter gezetter tijd, Ik zeg u ten tweede male, zal Ik tot u wederkomen, omtrent deze tijd van het leven, en Sara zal een zoon hebben. 2)
a) MATTHEUS. 19:26 Luc. 1:37
1) Tweeledig is de bedoeling van dit woord des Heren. Zowel om aan Sara te ontdekken, wie Hij is, die de belofte heeft gegeven, als ook om haar te wijzen op de aard van haar zonde, dat zij geloof geweigerd heeft aan het woord des Heren en getwijfeld aan Zijn Almacht, waardoor ook deze buitengewone daad kon verricht worden.
2) Hoewel Sara, achter de deur staande, deze belofte reeds gehoord heeft, herhaalt de Heere haar nogmaals op de toon van het hoogste gezag, om daarmee te tonen, dat zij er beslist op kan rekenen en dat, wat aan Abraham gezegd was, voor deze gelegenheid ook voor haar oren bestemd was.
15. En Sara loochende het, 1) terwijl zij thans uit haar schuilplaats, waar zij had willen beluisteren maar waarin zij zelf beluisterd was, te voorschijn trad, zeggende: Ik heb niet gelachen; want zij vreesde; zij erkende wel hoedanig een zij voor zich had en zij schaamde zich over zichzelf; de schaamte nu neemt al te licht en te gaarne haar toevlucht tot de leugen. En Hij zei: Neen! het is niet gelijk gij zegt, maar gij hebt gelachen. 2)
1) Een nieuwe zonde van Sara, omdat zij beproeft haar lachen door een leugen te bedekken. Echter deze ontkenning van haar slecht gedrag was niet, zoals de huichelaars gewoon zijn, uitvluchten te zoeken, zodat zij zich, ten einde toe, gelijk blijven. De gemoedstoestand van Sara was anders. Want toen zij berouw had over haar dwaasheid, ontkende zij, door vrees overmand, dat zij het gedaan had, omdat zij gevoelde, dat het Gode mishaagde. Hieruit zien wij, hoe bedorven onze natuur is, waardoor het gebeurt, dat de vrees voor God, de eerste van alle deugden, tot ondeugd drijft. Verder is op te merken, dat de vrees, waarvan Mozes hier spreekt, het gemoed van Sara plotseling beving, omdat zij haar zonde door God ontdekt zag. Wij zien derhalve, dat de majesteit Gods, als zij voor het eerst gevoeld wordt, bij ons de stompheid van geest verdrijft; doch ook, dat wij tot dit gevoelen eerst dan worden gedrongen, wanneer God zijn rechterstoel bestijgt en onze zonden in het licht brengt.
2) Ook het ongeloof dat in het binnenste verborgen was, moest aan het licht gebracht worden, opdat zij nu zou bevestigd worden in het geloof; alle ongeloof moet eerst beschaamd worden en tot zonde worden zal het waar geloof in u kunnen opstaan. Na die zo ernstige terechtwijzing zweeg Sara en haar zwijgen is schuldbelijdenis. Nu heeft zij ondervonden en zij ziet in, dat Hij, die de belofte gaf, de Ziener van het verborgene, de Kennen van het hart was, wiens woord “Ja” en “Amen” is; nu kwam zij tot geloof aan de belofte en ontving daardoor kracht, om boven de tijd van haar ouderdom te ontvangen en te baren (Hebr. 11:11) (Luc. 1:20-38, 4, 5); en alzo is zij een voorbeeld van de vrije kerk van het Nieuwe Testament (Galaten. 4:22, 27, 31) en een moeder van de gelovigen (1 Petrus. 3:6) geworden.
II. Vers 16-33
De drie hemelingen maken zich gereed om heen te gaan, en Abraham leidt hen uit. De Heere openbaart hem, wat Hij met Sodom en Gomorra, het doel van de reis, voor had. Terwijl de Engelen verder trekken, bidt Abraham voor de tot verderf bestemde steden, en verkrijgt de toezegging, dat zij gespaard zullen worden, indien er ook slechts tien rechtvaardigen in gevonden worden.
16. Toen het doel bereikt was en ook Sara, gelijk vroeger (hoofdstuk. 17) Abraham met het raadsbesluit Gods bekend was gemaakt, en tot verwezenlijking daarvan bereid; stonden die mannen 1) op van daar, en zagen naar Sodom toe, want daarheen was het verdere doel van de reis; en Abraham ging met hen, om hen te geleiden, en alzo nog langer het bijzijn des Heren te genieten.
1) De gezanten Gods worden hier weer “mannen” genoemd, daar zij een menselijke gedaante hadden aangenomen, en daar hier in het bijzonder sprake is van de Engelen.
2) Hieruit kan men opmaken, welk een diepe eerbied Abraham vervulde voor zijn gasten. Want dat hij hen geleidde, of, zoals er letterlijk staat, meegeleide, behoorde niet tot de plichten van een gastheer, maar was een teken van diepe eerbied. Wellicht ook, dat de Heere hem tevens een wenk heeft gegeven, om hem mee te delen, wat Hij hem heeft te zeggen.
17. En de HEERE zei, als zij naast elkaar gingen, voor Abraham verstaanbaar, maar als in gedachten en tot zichzelf sprekende; a) Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe, 1) wat Ik voornemens ben te doen?
a) Amos 3:6
1) De Heere gaat op de vertrouwelijkste, diepst neerbuigende wijze met Abraham om, gelijk een vriend met zijn vriend, en wil hem zelfs zulke dingen openbaren, die hem niet eens persoonlijk aangaan, maar die hem, terwijl de Heere hem gelegenheid geeft, om met zijn voorspraak tussenbeide te treden, een diepe blik doen slaan zowel in de heilige straf vorderende rechtvaardigheid van God, als in Zijn erbarmende liefde. (vs. 26, 28-32).
Abraham is Jehova’s vriend en voor een vriend heeft men geen geheimen.
Een bijzondere reden, waarom Jehova het gericht over Sodom hem meedeelt, ligt daarin, dat niet slechts de geschiedenis van Sodom, maar ook de Dode zee voor alle tijden een gedeelte van de heilige geschiedenis moest worden, als een krachtige waarschuwing voor het volk Gods en voor de gehele wereld. Tevens moest deze geschiedenis Gods recht doen zien, volgens hetwelk een volk rijp wordt voor het gericht, namelijk, als het geroep van zijn zonden ten hemel opklimt. (vs. 20).
Nog een andere grond, uit het pas gesloten verbond voortvloeiende, verklaart de noodzakelijkheid van de volgende openbaring. De Heere had aan Abraham het land Kanaän als eeuwig erfgoed toegezegd. Nu Hij een deel daarvan gaat verderven, wil Hij Abraham daarvan niet onkundig laten. De Heere zendt dit verderf niet uit louter willekeur, maar door de eis van Zijn gerechtigheid. Zo belooft Hij, als het ware, door deze openbaring, dat, indien ooit het beloofde erfgoed voor Abrahams zaad verloren moest gaan, dit zal zijn door de schuld van het volk, die de straf eisende gerechtigheid Gods nodig maakten. Op deze waarheid doelen ook de herhaalde heenwijzigingen van de Profeten naar Sodom’s oordeel.
18. Daar Abraham gewis tot een groot en machtig volk worden zal, en a) alle volken op aarde in hem gezegend zullen worden. Reeds als stamvader van het volk, dat eenmaal Kanaän bezitten zal, heeft hij belang bij alles, wat met dit land geschieden zal, maar ook als middelpunt van het gehele mensengeslacht en als degene, in wie al de volken van de aarde zullen gezegend worden, mag hem niets verborgen zijn, wat betrekking heeft op zijn leiding van de geschiedenis van de wereld.
a) Genesis 12:3; 22:18; 26:4 Hand. 3:25 Galaten. 3:8
19. Want Ik heb hem gekend, 1) naar Mijn liefde verkoren (Amos 3:2 MATTHEUS. 7:23; 1 Cor. 3:3 opdat 2) hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou bevelen, en zij de weg des HEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte. Tot zulk een doel is de bekendmaking van deze verdelging van het grootste gewicht. Hierdoor kunnen Abrahams nakomelingen beter dan door vele woorden leren, wat zij te wachten hebben, wanneer zij Mijn wegen verlaten. Ik zal het hem bekend maken, opdat, terwijl zij door het voorbeeld van Mijn toorn, die de weerspanningen verteert, zich voor overmoed en misdaad laten waarschuwen, de HEERE over Abraham brengen, hetgeen Hij over hem gesproken heeft. 3)
1) Niet omdat God tevoren weet, dat Abraham aan zijn huis de wegen Gods zal leren, maakt Hij hem dit bekend; maar hij heeft hem verkoren, opdat hij het doe, en wanneer hij het in de kracht van Gods genade heeft gedaan, dan wordt de rijke zegen over hem uitgestort. Johannes 15:16).
2) “Opdat” niet omdat. Duidelijk wordt hier de verkiezing geleerd. Abraham gekend, uitverkoren, niet omdat, maar opdat hij zijn kinderen zou bekend maken; uitverkoren, niet omdat hij zou geloven, maar opdat dit zou geschieden. Ook hier wordt het duidelijk geleerd, dat van een verkiezing om het voorgezien geloof de Schrift niets weet.
3) Er zijn drie merkwaardige dingen in deze woorden. 1. Dat Abraham een vaderlijk gezag handhaafde in de besturing van zijn gezin; 2. dat hij evenwel, zowel voor zijn dienaars, als voor zijn kinderen zorgde, en 3. de uitkomst.
20. Voorts zei de HEERE, na dit woord tot Zichzelf gesproken, en Zich tot Abraham gewend te hebben: Daar het geroep 1) van Sodom en Gomorra, het geroep om wraak (hoofdstuk. 4:10), dat van die steden tot Mijten hemel stijgt, groot is, en daar haar zonde zeer zwaar is.
1) Als de zonde zeer groot geworden is, wordt zij gezegd: te roepen, te schreeuwen om vergelding. Woordelijk: “Een geroep van Sodom en Gomorra; want zij is groot, namelijk haar zonde; want zij is zeer groot.” Het geroep van Sodom en Gomorra. Dit kan tweeërlei betekenen. Of, dat het geroep van de zonden en ongerechtigheden groot is, of, dat de klachten van hen, die door Sodom’s inwoners vreselijk onderdrukt worden, vele zijn. Het komt ons voor, dat de tweede verklaring het meeste voor zich heeft, omdat over de zonden nog afzonderlijk gesproken wordt. Het roepen zou dan tevens een roepen om wraak zijn. In de Heilige Schrift worden sommige zonden in het bijzonder “roepende zonden” genoemd. De zonden van Sodom. Onschuldig bloed vergieten (Genesis 4:10 Hebr. 12:14 Job 16:18 ). Onthouding van het loon der arbeiders (Jacobus 5:4). Onderdrukking van het volk Gods. (Exodus 3:7). Onderdrukking van armen, weduwen en wezen, (Exodus 22:22-27), en huizen gebouwd met onrecht en roverij. (Habakuk. 2:11). De zonden van Sodom werden eerst in het tiende geslacht bezocht, gelijk ook de zondvloed eerst met het tiende geslacht kwam.
21. Daarom zal Ik nu, even als een menselijk rechter tevoren nauwkeurig onderzoekt en de schuld weegt, eer hij een vonnis velt, afgaan en bezien, of zij naar hun geroep, dat tot Mij gekomen is, het uiterste, dat Ik in Mijn lankmoedigheid dragen kan, gedaan hebben, 1) en zo niet, zo de maat van hun misdaden nog niet vol geworden is, Ik zal het weten en Mijn straf nog terughouden.
1) “En zo niet, Ik zal het weten.” Hiermee wil de Heere niets anders zeggen, dan dat, indien de zonde nog niet vol is, gelijk Hij vroeger getuigd heeft van de zonden van de Amorieten, Hij zijn straf nog zal inhouden. Nooit straft de Heere, dan met het volste recht.
22. Toen keerden die mannen, die beide Engelen, die de Heere vergezeld hadden, het aangezicht vandaar; zij verwijderden zich van de Heere en van Abraham, en gingen naar Sodom, 1) maar Abraham, denkende aan zijn broeder Lot, welke in die stad woonde, gevoelde zich geroepen en door liefde gedrongen, om, gelijk hij die steden tegen machtige vijanden beschermd had, nu ook als bemiddelaar en voorspreker tegenover de toorn van de opperste Rechter, voor haar op te treden; en hij bleef nog staande 2) voor het aangezicht des HEREN. De Heere verliet hem niet, maar gaf, de begeerte van Zijn vriend in zijn hart lezende, hem gelegenheid om te spreken.
1) Wat kon die openbaring Gods aan Abraham nu leren? Zij leert ons allereerst inzien, dat we met een God te doen hebben, die zich wil openbaren; daarna ook, welk een God wij in Hem hebben. Achtereenvolgens toch, de tekst volgende, leren wij God kennen als vertrouwelijk omgaande met de Zijnen, zegenend hun tegemoet tredende, trouw de raad van de eeuwige verkiezing, en eeuwige voorkennis hun houdende, heilig in Zijn eisen ook aan de gelovigen, en rechtvaardig in Zijn richten tegenover een goddeloze wereld, die in het boze ligt en zich van Hem heeft afgewend.
De Engelen als dienstknechten van God, worden nu uitgezonden tot onderzoek, om met eigen ogen te zien, hoe groot de zonde van Sodom en Gomorra geklommen is.
2) Vooreerst zegt Mozes, dat de mannen verder gingen, wat voor Abraham een teken was, dat het gesprek geëindigd was, en dat hij naar huis kon terugkeren. Vervolgens deelt hij mee, dat Abraham bleef staan voor het aangezicht des Heren, zoals zij plegen te doen, die, hoewel hun afscheid bekomen, niet terstond heengaan, daar zij noch iets hebben te bespreken, of te behandelen. En gij weet, dat Mozes, toen hij melding maakte van de tocht, aan de Engelen de naam van “mannen” gaf. Maar van Abraham zegt hij niet, dat deze stond voor het aangezicht van die mannen, maar voor het aangezicht van God, daar hij, ofschoon hij een menselijke gedaante voor zich zag, toch door het geloof wist, dat het God was. En zijn woorden tonen genoegzaam aan, dat hij niet gesproken heeft als met een sterfelijk mens. Hieruit leren wij, dat het verkeerd van ons is, indien wij aan de uiterlijke tekenen, waarin God zich openbaart, blijven hangen, of deze verhinderen, dat wij op de rechte wijze tot Hem naderen. Want van nature zijn wij wel tot deze ondeugd geneigd, maar des te meer moeten wij moeite doen, dat wij door het geloof tot God zelf opklimmen, opdat de uiterlijke tekenen in de wereld ons niet terughouden.
23. En Abraham trad toe, gelijk men zich dichter plaatst bij hem, die men in vertrouwen en dringend iets heeft te vragen, en zei: Gij wilt gaan zien, of dat geroep, dat voor Uw oren gekomen is, waar is, en het onderzoek zal zeker zo uitvallen, dat bij het grootste getal de maat van de zonde vol is maar zult Gij ook de rechtvaardige, met de goddeloze ombrengen? 1)
1) Abrahams voorbede naar haar kracht en haar beperking is een voorbeeld van de rechte verhouding van de gelovigen tot het verderf van de wereld. Zie over de beperking 1 Joh. 5:16. Door die beperking te overschrijden moet ook de voorbede zich boven het geloof verheffen en tot onwaarheid worden. Abrahams verontschuldigingen in zijn voorbede, zijn voorzichtig verder gaan, de wijze, waarop de Heere zelf aan zijn voorbede een einde maakt, bewijzen, dat de stoutste voorbede grenzen heeft. Aan de andere zijde blijken de kracht van het gebed en de volle zekerheid van gebedsverhoring.
Niet alleen denkt Abraham hier aan Lot, maar zijn hart is met medelijden vervuld, omtrent die vijf steden. Zijn pleiten is een pleiten voor allen. Hij kan het zich niet voorstellen, dat er in al die steden slechts één enkele rechtvaardige woont.
24. Misschien zijn er vijftig 1) rechtvaardigen in de stad, zult Gij hen ook ombrengen, en de plaats niet sparen, om de vijftig rechtvaardigen die binnen haar zijn?
1) Ongelijk aan Abraham zijn zij, die van hun medemensen denken, alsof niemand God kent. Hij denkt, dat er tenminste nog 50 rechtvaardigen in Sodom zouden kunnen zijn. Zo denken de liefde en ootmoed.
25. Het zij verre van U, 1) zulk een ding te doen, te doden de rechtvaardige 2) met de goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! Zou de Rechter van de gehele aarde geen recht doen? Zou Hij die een ieder vergelden zal naar zijn werken (Romeinen 2:6 vv.), gelijk een geweldige onder de mensen handelen, die blind voortgaat in zijn toorn, en steden en dorpen verbrandt, zonder te vragen: of rechtvaardigen of onrechtvaardigen daarbij omkomen?
1) Abraham pleit op Gods deugden en majesteit; hij verlangt alleen, wat met Gods grootheid overeenkomstig is. Dat is het ware bidden.
2) In het Hebreeuws chalilah, een woord, vooral als het herhaald wordt, maar óók als het eenmaal gebruikt wordt, een zeker afgrijzen te kennen geeft, een besliste afkeer van de een of andere zaak bij de persoon veronderstelt. (Jozua 22:29, 1 Samuel. 20:9). Abraham werpt hiermee alle gedachte verre van zich dat hij bij God ook maar enig onrecht veronderstelt, Hij is er van overtuigd, dat, indien God die steden omkeert, dit niet zal geschieden, dan naar het volste recht. Dit verhindert hem echter niet, als smekeling tot de Heere te naderen, om als voorbidder op te treden voor die goddeloze steden. Rechtvaardigen, worden zij hier genoemd, niet in de volstrekte zin van het woord, maar in de zin van vromen, van degenen, die zich aan de zonde van Sodom niet hebben schuldig gemaakt.
26. Toen zei de HEERE, op die bede, waaruit zo duidelijk een heilige ijver voor Gods eer en de innigste liefde jegens de naaste sprak: zo Ik te Sodom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden, zo zal Ik de gehele plaats sparen om hunnentwil. 1)
1) Merkt dit op, gij goddelozen! dat gij en de wereld slechts om der vromen wil gespaard wordt.
Om de wil van de rechtvaardigen, die met de goddelozen aan een en dezelfde plaats wonen, wordt de goddelijke straf opgeschort door God, die hen niet tegelijk met Zijn vijanden kan verderven, tenzij dan dat hun getal zo gering ware, dat God hen kan uitleiden. Een enkel kind Gods, hoe gering en onbeduidend ook naar de wereld, kan een macht zijn, die de loop van de geschiedenis wijzigt. Zo ondoorgrondelijk zijn Gods oordelen.
27. En Abraham, aan de ene zijde verheugd over de genadige toezegging, die de Heere hem gaf, maar aan de andere zijde ook verschrikt, dat hij zichzelf aan een bepaald getal gebonden had, antwoordde en zei: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de HEERE, hoewel ik stof en as ben! 1) Het is de grootste stoutheid, dat ik ondernomen heb met de Heere te onderhandelen; hebt Gij mij echter willen aanhoren, zo hoor mij nog verder.
1) Met de grootste vrijmoedigheid mag de gelovige zich aan God vasthouden, maar niet zonder diepe ootmoedigheid, niet zonder heilige eerbied. Abraham wordt steeds geringer, hoe langer hij met de Heere spreekt, maar ook moediger. Zo spreekt Abraham, voor zijn vrijmoedigheid vergiffenis verzoekende. Want wat is een sterveling wanneer hij met God onderhandelt? Hij bekent, dat hij al te vrijmoedig is, door op zulk een gemeenzame wijze God iets te verzoeken; maar hij vraagt hiermee tevens, dat Hij hem met toegevendheid behandele. Hier valt op te merken, dat Abraham hoe nader hij tot God komt, des te beter gevoelt, hoe ellendig en onaanzienlijk de toestand van de mens is.
28. Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken, zult Gij dan om vijf, die aan de vijftig, voor welke Gij mij verschoning hebt toegezegd, nog ontbreken, de gehele stad verderven? En Hij zei: Ik zal haar niet verderven, zo ik er vijfenveertig zal vinden.
29. En hij, door de neerbuigende goedheid des Heren, altijd vrijmoediger gemaakt, voer voort nog tot Hem te spreken, en zei: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zei: Ik zal het niet doen om der veertigen wil.
30. Voorts zei hij: Dat toch de HEERE niet ontsteke, dat ik, na drie maal reeds verhoord te zijn, nog meer spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden. En Hij zei: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden.
31. En hij zei: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de HEERE; daarom waag ik het nog langer vast te houden; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zei: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil. 1)
1) Abraham is een dinger met God, maar om zielen; het was Abraham te doen, om mensen levens te redden, en om mensen zielen te behouden, Hem was de kracht van de voorbede door het geloof bekend. Aan Paulus, een enig dienaar des Heren, werden ook al schepelingen geschonken. En zo gaat het ook nog heden. Menige stad, menig land wordt alleen gespaard om de rechtvaardigen, die er in zijn; ja de rechtvaardigen zijn de kurken, waar het land op drijft en zonder welke het zinken zou.
Luther wees op Abrahams dingen, tot een bewijs, dat wij, zo als het in de gelijkenissen van de onrechtvaardige rechter en van de voor zijn gast om brood vragende vriend geleerd wordt, God moeten bewegen door een aanhoudend bidden.
32. Nog zei hij: Dat toch de HEERE niet ontsteke in toorn, dat ik alleen ditmaal spreke: indien ook dat getal niet gevonden wordt, zo mag ik niet langer vragen: misschien zullen er tien gevonden worden! En Hij zei: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil.
Deze voorbede van Abraham, die met klimmende moed, zes maal tot God komt, is menigmaal bespot, terwijl zij ons een aanbiddenswaardige diepte van Goddelijk neerbuigen nevens een bewonderenswaardige hoogte van menselijke geloofskracht ontvouwt. Abraham weet, dat hij de Rechter van de gehele aarde voor zich heeft en tegenover Die slechts stof en as is; toch heeft hij een hart om met God te spreken, daar het geloof hem de vrees ontneemt; toch gaat hij schrede voor schrede verder; daar de barmhartige liefde tot de mens hem, zelfs tegenover God, tot een held maakt. Dingen nu, is het wezen van het ware gebed; het is de heilige onbeschaamdheid, van welke onze Heer (Luk. 11:8) spreekt, de onbeschaamdheid van het geloof, welke over de oneindige afstand tussen schepsel en Schepper heengaat en onophoudelijk op Gods hart aandringt en niet aflaat, voordat het overwonnen heeft. Dat zou zeker niet geoorloofd, noch mogelijk zijn, zo God niet krachtens de wondervolle eenheid van noodzakelijkheid en vrijheid in Zijn wezen, aan het gebed van het geloof een macht verleend had, door welke Hij zich overwinnen laat, zo Hij zich niet in zulk een betrekking tot de mens geplaatst had, dat Hij niet alleen door middel van Zijn genade op Hem werkt, maar ook door middel van het geloof op Zich werken laat; zo Hij het niet in het leven van het vrije schepsel ingeweven en niet aan de persoonlijkheid van het schepsel het recht verleend had, zich tegenover Hem in het geloof te doen gelden. Hierop verheft zich het gelovig gebed, en treedt het de goddelijke gerechtigheid in de weg, en bleekt het voor de goddelijke liefdebaan.
Het schijnt wel, dat Abraham op sofistische wijze met God heeft geschertst, daar hij, langzamerhand het eerste getal verkleinende, voortschrijdt tot de zesde bede. Ik antwoord, dat dit gesprek veeleer een blijk is geweest van een overstelpt gemoed. Vooreerst wordt hij zeer gekweld, omtrent de inwoners van Sodom; waarom hij niets aflaat, wat kan strekken, om zijn bekommernissen uit de weg te ruimen. Daar echter de Heere hem telkens vertrouwelijk antwoordt, weten wij, dat hij niet lastig of onbescheiden is geweest. Indien nu de Heere, als er voor de Sodomieten gebeden wordt, genadig voor de zesde maal Zijn oor neigt, zal Hij veel minder de gebeden afwijzen, die door de Kerk of door de huisgenoten van het geloof worden opgezonden.
33. Toen ging de Heere weg, als Hij geëindigd had tot Abraham te spreken, 1) en kwam met de Engelen, die Hem (vs.22) vooruitgegaan waren, weer tezamen; Sodom zelf, die plaats van de gruwelen, heeft Hij, als de volmaakte heilige, niet betreden, en Abraham keerde weer 2) naar zijn plaats.
1) Ziet hoe het geloof gemeenzaam maakt met God, en stout om van Hem te eisen. Een ander zou reeds lang opgehouden en gemeend hebben, dat hij voor dertig of twintig het geheel ontvangende, reeds een grote buit verkregen had; doch neen, God is lankmoedig en de lankmoedigheid Gods en de vrijmoedigheid van het geloof gaan samen. Abraham hield vol en trok, altijd onder andere vorm, altijd meer naar zich toe, totdat hij kwam tot tien. Hij dacht, dat er in zulk een grote stad tenminste wel tien mensen, die God vreesden, zouden gevonden worden. Doch er waren geen tien in geheel Sodom en Gomorra. Abraham had dus niet genoeg gebeden. Hij had nog meer moeten dingen; want er waren slechts vier, die te behouden waren waarvan slechts drie behouden werden. Doch zo is het, altijd ontbreekt het aan de zijde van de mensen, niet aan de zijde van God. De olie in de kruik van de weduwe hield niet op, omdat de vaten vol waren, maar omdat er geen ledige vaten meer waren. Abraham meende dus veel te hebben, en hij had niets. Maar God doet boven ons bidden en boven ons denken. Hij spaarde nochtans Lot en de zijnen, ofschoon Hij er niet toe gehouden was. God verhoorde dus Abraham niet, en toch verhoorde Hij hem wel; want het was Abraham bijzonder om Lot te doen; doch het kwam niet in zijn gedachte, om voor deze alleen te bidden.
Heeft Abrahams voorbede dan geen zegen? Zie hoofdstuk. 19:29: “God gedacht aan Abraham.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Genesis 18
Genesis 18:17-19. KruisverwijzingenAmos 3:7→Galaten 3:8→Deuteronomium 4:9→Efeze 6:4→Jozua 24:15→Spreuken 22:6→Deuteronomium 6:6→Deuteronomium 11:19→
— En de HEERE zeide: Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe? Dewijl Abraham gewisselijk tot een groot en machtig volk worden zal, en alle volken der aarde in hem gezegend zullen worden? Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft.
Abraham was een vriend van God. Dat betekent niet alleen dat hij in een bijzondere gemeenschap met God leefde – hoe gezegend en wonderlijk die genade ook was – maar ook dat Abraham de eer ontving om “een vriend Gods” genoemd te worden: iemand met wie God vertrouwelijk omging, een man naar Zijn hart, aan wie Hij Zijn vertrouwen schonk en Zijn verborgenheden bekendmaakte. Ik vrees dat er ook nu niet veel mensen zijn zoals Abraham. Maar waar zo iemand wordt gevonden, iemand met wie God vertrouwelijk omgaat, zal hij ook zijn gezin leiden zoals God dat wil. Als de Heere mijn Vriend is en ik werkelijk Zijn vriend ben, dan verlang ik ernaar dat mijn kinderen Hem eren en zal ik mij inspannen om hen aan Zijn dienst toe te wijden. Ik vrees dat de afname van de godsvrucht in de gezinnen, die in onze tijd zo duidelijk zichtbaar is, de oorzaak is van veel van de ernstige zonden van deze tijd. De Kerk van God zou veel meer van de wereld onderscheiden zijn geweest als het kleine kerkje in ieder gezin met meer zorg was gevormd en onderwezen in de dienst van God. Als u wilt dat de Heere u in vertrouwen neemt en u Zijn verborgenheden bekendmaakt, moet Hij ook van u kunnen zeggen wat Hij van Abraham zei: “want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen.”
Genesis 18:20-22.KruisverwijzingenGenesis 11:5→Genesis 19:1→Genesis 19:13→Exodus 3:8→Exodus 33:5→Genesis 4:10→Jesaja 3:9→Jakobus 5:4→
— Voorts zeide de HEERE: Dewijl het geroep van Sodom en Gomorra groot is, en dewijl haar zonde zeer zwaar is, Zal Ik nu afgaan en bezien, of zij naar hun geroep, dat tot Mij gekomen is, het uiterste gedaan hebben, en zo niet, Ik zal het weten. Toen keerden die mannen het aangezicht van daar, en gingen naar Sodom; maar Abraham bleef nog staande voor het aangezicht des HEEREN.
Hij had geen haast om dit gezegende gesprek te beëindigen. Toen hij eenmaal in de onmiddellijke nabijheid van de Heere was gekomen, bleef hij daar graag. Wie vrienden van God zijn, verlangen ernaar veel in het gezelschap van hun Heere te verkeren.
Genesis 18:23.KruisverwijzingenNumeri 16:22→2 Samuël 24:17→Genesis 20:4→Psalmen 11:4→Genesis 18:25→Hebreeën 10:22→Job 8:3→Psalmen 73:28→
— En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen?
“En Abraham trad toe.” Er gaat niets boven het dicht naderen tot God in het gebed. Abraham trad toe, hij stond op het punt zijn invloed aan te wenden bij zijn grote Vriend, niet voor zichzelf, maar voor de mensen van Sodom, die op het punt stonden vernietigd te worden. Gelukkig zijn zij die, wanneer zij dicht bij God mogen zijn, die gelegenheid gebruiken om voor anderen te pleiten, ja, zelfs voor de meest goddeloze en verdorven mensen.
Genesis 18:23-25.KruisverwijzingenNumeri 16:22→2 Samuël 24:17→Deuteronomium 32:4→Job 8:20→Jesaja 3:10→Genesis 20:4→Psalmen 94:2→Psalmen 58:11→
— En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen? Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij hen ook ombrengen, en de plaats niet sparen, om de vijftig rechtvaardigen, die binnen haar zijn? Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?
Abraham baseert zijn pleidooi op de rechtvaardigheid van God. Wanneer een mens dat durft te doen, is dat een krachtig pleiten, want wees ervan verzekerd dat God nooit onrecht zal doen. Als u een beroep durft te doen op Zijn rechtvaardigheid, op Zijn onfeilbare gerechtigheid, dan pleit u met grote kracht.
Genesis 18:26-30.KruisverwijzingenJeremia 5:1→Jesaja 6:5→Genesis 3:19→Jesaja 65:8→Ezechiël 22:30→Lukas 18:1→Genesis 2:7→Mattheüs 24:22→
— Toen zeide de HEERE: Zo Ik te Sodom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden, zo zal Ik de ganse plaats sparen om hunnentwil. En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben! Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult Gij dan om vijf de ganse stad verderven? En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden. En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil. Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden.
Deze keer gaat de aartsvader met tien tegelijk vooruit; eerder deed hij dat met vijf. Wie pleiten in het gebed, worden steeds vrijmoediger en moediger in hun verzoeken. Iemand die in nauwe gemeenschap met God leeft, zal gaandeweg dingen durven uitspreken die hij in het begin niet had durven zeggen.
Genesis 18:31-32.KruisverwijzingenRichteren 6:39→Jakobus 5:15→Genesis 18:27→Lukas 18:1→Mattheüs 7:11→Hebreeën 4:16→Lukas 11:8→Mattheüs 7:7→
— En hij zeide: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de Heere; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil. Nog zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik alleenlijk ditmaal spreke: misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil.
Hij ging niet verder dan te pleiten dat Sodom gespaard zou blijven als er tien rechtvaardigen in de stad gevonden werden. Ik heb wel eens horen zeggen dat het jammer was dat Abraham niet verder ging met pleiten, maar dat zou ik niet durven zeggen. Hij wist beter dan u en ik wanneer hij moest beginnen en wanneer hij moest ophouden. Er zijn grenzen in het gebed die een man van God niet aan anderen kan uitleggen, maar die hij zelf wel duidelijk aanvoelt. God beweegt Zijn dienstknechten ertoe om in een bepaalde zaak te bidden, en dan bidden zij met grote vrijmoedigheid en merkbare kracht. Een andere situatie kan precies hetzelfde lijken, maar toch blijft de mond van dezelfde bidder gesloten en voelt hij in zijn hart dat hij niet kan bidden zoals hij eerder deed. Verwijt ik de mannen van God dat? Zeker niet. De Heere gaat wijs met Zijn dienstknechten om en maakt hun door zachte aanwijzingen, die zij spoedig verstaan, duidelijk wanneer en waar zij moeten ophouden met hun voorbede.
Genesis 18:33.KruisverwijzingenGenesis 31:55→Genesis 18:16→Genesis 18:22→Genesis 32:26→
— Toen ging de HEERE weg, als Hij geeindigd had tot Abraham te spreken; en Abraham keerde weder naar zijn plaats.
“Toen ging de HEERE weg, als Hij geeindigd had tot Abraham te spreken; en Abraham keerde weder naar zijn plaats” Wij weten dat de engelen naar Sodom gingen, waar Lot hen ontving, maar waar de inwoners van Sodom hen schandelijk behandelden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
AAN ABRAHAM WORDT NOGMAALS IZAAK BELOOFD, EN TEVENS DE VERDELGING VAN SODOM GEOPENBAARD.
I. Vers 1-15
Bij een bezoek, dat de Heere in gezelschap van twee Engelen aan Abraham in zijn tent geeft, wordt aan Sara beloofd, dat zij binnen een jaar een zoon zal hebben. Zij lacht, even als Abraham bij de hem gegevene aankondiging deed (hoofdstuk. 17:16 vv.) en ontvangt daarover een beschamende terechtwijzing.
1. Daarna, spoedig na de vorige openbaring (hoofdstuk. 17), verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre, bij Hebron (hoofdstuk. 13:18), als hij in de deur van de tent zat, die hij onder de schaduw van een grote terpentijnboom opgeslagen had, toen de dag heet werd. Hij zat daar, om door de koele schaduw van de boom beschermd te zijn tegen de hitte van de zon, en de voorbijtrekkende reizigers, die een herberg en verkwikking nodig hadden, deze aan te bieden (Hebr. 13:2). Daar zat Abraham in stille gedachten verdiept over hetgeen de Heere met hem gesproken en hem beloofd had.
2. En hij hief na een tijd van stil nadenken zijn ogen op en zag over het voor hem liggend landschap heen; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem, enige schreden van hem verwijderd; hij had hun naderkomen niet bemerkt; maar zij waren op een afstand blijven staan, om zijn uitnodiging af te wachten; als hij hen zag, zo liep hij hun aanstonds tegemoet van de deur van de tent, en boog zich ter aarde, om hun zijn eerbied te betonen. Abraham, wiens oog voor het hemelse geoefend was, bemerkte reeds spoedig, dat hij in die vreemden een verschijning uit de hemel voor zich had. Spoedig bleef zijn oog gevestigd op die een onder de drie, van wiens aangezicht hem voornamelijk majesteit en heerlijkheid tegenstraalde, en die hij herkende als die Heere, die reeds meermalen zich aan hem had geopenbaard.
In alles herkent gij in deze Abraham, de beschaafde en wellevende man, die in zijn geloof volstrekt geen vrijbrief meent te bezitten, om met de gewone vormen en eisen van de burgerlijke samenleving te mogen breken. Het geloof adelt.
3. En hij zei, zich tot deze wendende: Heere! heb ik nu genade gevonden in Uw ogen, zo ga toch niet van Uw knecht voorbij. 1)
1) De oosterse deugd van gastvrijheid verschijnt hier in het licht van het geloof, en zo ook haar zegen, die door de gehele Schrift heen verkondigd wordt tot in de brief aan de Hebreeën (12:2). Er is tegenspraak in de gewoonte van de Arabieren, dat zij de reiziger in de woestijn beroven, maar voor hun tent met de grootste gastvrijheid opnemen; gelijk dan ook in de natuurlijke gewoonten van volken zeer veel tegenspraak is. Toch is de gastvrijheid een bijzondere deugd van de Arabieren, die zij van vader Abraham geërfd hebben. Bij Abraham zelf is deze deugd geheiligd als een vrucht van het geloof.
De ware gastvrijheid bestaat daarin, dat men in de gasten of met hen de Heere ontvangen wil.
De gastvrijheid is aan alle plaatsen, waar de kerk is. Deze heeft altijd een algemene buidel en genoegzame voorraad (MATTHEUS. 5:42). Wij moeten daarvan allen dienen; en hen verzorgen, niet alleen met de leer maar ook met hulp en weldadigheid, opdat tegelijk de geest en het vlees verkwikking en troost vinden. (MATTHEUS. 25:35,40).
Gelijk hier Abrahams tent de gastvrije woning voor de Zoon Gods en Zijn Engelen geweest is, zo is nu in gindse wereld Zijn schoot de algemene rustplaats van de Zaligen. (Luk. 16:22).
4. Vervolgens aan allen de dienst van zijn gastvrijheid aanbiedende, ging hij voort: dat toch een weinig water gebracht worde en wast uw voeten 1) en leunt onder deze boom, rust in zijn schaduw uit.
1) Dat was in de gehele oudheid, en is thans nog in het Oosten het eerste, wat men een gast toereikt, water voor een voetbad, om de slechts met voetzolen bekleedde en daardoor onrein geworden voeten te zuiveren; wanneer het een hoge gast was, liet men dit door een dienstknecht doen of waste men ze ook wel zelf. (hoofdstuk 19:2; 24:32; 43:24 Richteren. 19:21 Luc. 7:44; 1 Tim. 5:10. Dat deed de Engel des Heren, de Christus zelf aan Zijn discipelen. (Job. 13:4-17).
5. En ik zal intussen in mijn tent gaan en een bete broods aangeven, dat gij uw hart sterkt; daarna zult gij voortgaan, daarom, omdat gij tot uw knecht overgekomen zijt; daar het voor mij zo gelukkig beschikt is, dat gij in mijn nabijheid moest komen, moet gij het u ook laten welgevallen, dat ik u een weinig verzorge. En zij zeiden, hoewel zij als gasten uit de hemelse wereld niet behoefden, wat Abraham hun aanbood, maar toch als mensen met hem verkeren en zijn liefdedienst aannemen wilden: Doe zoals gij gesproken hebt. 1)
1) Heer! waar men U gaarne heeft, daar zijt Gij gaarne. Gij handelt als een groot Heer, die dikwijls in geringe burger en boerenklederen rondgaat in de huizen van de armen, opdat hij hun toestand beter lere kennen. O, bewijs ook mij uw oude, geliefde en geprezene vriendschap! wees ook mijn gast! Ik nodig U met mijn ernstig gebed; ik zeg U toe Abrahams geloof en Abrahams vroomheid; ik nodig U op een boetvaardig hart, dat zal het beste gerecht zijn; Gij wilt het bij mij voor lief nemen; ik wil U opdragen wat mijn hart vermag.
De Heere wijst de liefdedienst van de zijn niet af, al is hij ook de God, die niet gediend wordt van mensenhanden, als iets behoevende.
6. En Abraham, ten hoogste verheugd, dat zij bij hem inkwamen, haastte zich naar de tent tot Sara, en hij zei: Haast u, kneed drie maten meelbloem, 1) en maak koeken. 2)
1) Een grote hoeveelheid voor drie mannen, maar de liefde doet niets karig; bovendien zal hij hierdoor zijn gasten eer bewijzen. (hoofdstuk. 43:34), (Richteren. 6:19). Reizigers hebben ook teerkost nodig op de weg.
2) Askoeken, een dun, rond, op hete stenen platen bereid gebak, dat spoedig gereed te maken is, en nog heden bij de Bedoeïenen voor een lekkernij wordt gehouden.
De ijver van Abraham, om zijn gasten te bedienen, wordt meegedeeld, en tegelijk toont Mozes hoe wel ingericht zijn huis was. Vervolgers schildert hij met enkele woorden ons een schoon beeld van een gezin. Abraham loopt heen, deels om wat hij wil te bevelen, deels om wat het eigen werk is van de vader, te verrichten. Sara houdt zich in de tent op, niet om voor haar genoegen te leven, maar opdat ook zij haar deel van de arbeid verrichte. De dienstbaren zijn terstond gehoorzaam. Dit is wel een liefelijke overeenstemming van een wel ingericht huis. Welke niet zo dadelijk kan beoefend worden, tenzij elk in het bijzonder, door langdurige oefening aan de juiste tucht gewend is.
7. En Abraham liep, terwijl Sara de last ging volbrengen, tot de runderen, en hij nam een met zorg uitgekozen kalf, teder en goed, en hij gaf het aan de knecht, die haastte 1) om dat toe te maken, te bereiden.
1) Abrahams haasten is een gevolg van zijn blijdschap en liefde; hij wil zijn gasten spoedig verkwikken en zelf hun bijzijn genieten.
8. En hij nam boter, gestremde melk (boter, wordt in het oosten slechts als geneesmiddel gebruikt) en melk, en het kalf dat hij toegemaakt had, gelijk deze beide gewoonlijk werden voortgezet (Richteren. 5:25), en hij zette het hun voor en stond bij hen onder die boom, zich uit eerbied op enige afstand houdende, en om gereed te zijn tot het bewijzen van diensten, en zij aten, 1) niet slechts schijnbaar, maar werkelijk gelijk later de opgestane Christus. (Luc. 24:43)
1) Abraham slacht een kalf, bakt brood, richt de tafel aan, bedient de Engelen en zij eten. Dit alles is kennelijk zo geschied als het ons meegedeeld is. Ons lichaam heeft zolang het sterfelijk is, tot herstel van krachten, voedsel nodig. Daardoor ontstaat de honger, want ons lichaam verliest gedurig iets van zijn kracht, al merken wij het ook niet, terwijl wij door voeding zijn kracht herstellen. Zolang wij dus zodanige lichamen hebben, hebben wij steeds behoefte, naar verhouding van de kracht, die wij verliezen, en door die behoefte hebben wij honger, die wij door spijs bevredigen; maar een Engel eet niet, omdat hij het nodig heeft; want het is iets anders, iets te kunnen doen of iets te moeten doen. De mens eet, om niet te sterven; de Engel eet wanneer hij zich met de mens gelijk wil stellen. Zo at ook Christus na Zijn opstanding, niet om de behoefte van het vlees te stillen, maar om de Zijnen van de werkelijkheid van Zijn lichaam te overtuigen.
God, die de gehele wereld uit niets heeft te voorschijn gebracht, en dagelijks zich een verwonderlijk bouwheer in het formeren van schepselen betoont, heeft hun tijdelijk lichamen gegeven, waarin zij hun roeping konden volbrengen. Gelijk zij werkelijk wandelden, spraken enz., alle dingen konden uitoefenen, alzo stel ik ook vast, dat zij waarlijk hebben gegeten; niet omdat zij er behoefte aan hadden, maar opdat het tot op de tijd der openbaring verborgen zou zijn, wie zij waren. Overigens, gelijk God de lichamen, welke hij voor tijdelijk gebruik geschapen heeft, in een ogenblik weer kan vernietigen, zo is er ook niets ongerijmds in, indien wij zeggen, dat de spijs tegelijk met de lichamen verbruikt is.
De bevestiging van het Verbond in betrekking tot Sara wordt ingewijd met een gastmaal, waarbij de hemelse gezanten de aanzittende gasten zijn.
Het gastmaal van God bij Abraham is een nieuwtestamentisch en hemels voorteken, waarmee later de tafel met de toonbroden in de tempel, in het Nieuwe Verbond het avondmaal, in de nieuwe wereld het bruiloftsmaal van het lam in betrekking staat.
9. Toen zeiden zij, door de Een, die als de hoofdpersoon aanzat en de eigenlijke woordvoerder was tot hem: Waar is Sara, uw vrouw, want om harentwil vooral is dit bezoek. En hij zei: Ziet, in de tent.
De Heere vraagt naar Sara, omdat zij vroeger geen getuige geweest was van de aankondiging van de belofte. Abraham meende, dat zij in de tent vertoefde, maar het alwetend oog des Heren zag haar achter de deur van de tent.
10. En hij zei, wel wetende, dat Sara van binnen de deur genaderd was om te luisteren: a) Ik zal voorzeker weer tot u komen, 1) omtrent deze tijd van het leven; 2) gelijk Ik nu zichtbaar hier ben, zo zal Ik dan onzichtbaar, maar op niet minder kennelijke wijze, Mij in uw huis bevinden, en zie Sara, uw vrouw, zal een zoon hebben! En Sara hoorde het aan de deur van de tent, welke achter Hem was. 3)
a) Genesis 17:19,21; 21:2
1) In het Hebreeuws Schoev Aschoev “Ik zal zeker terugkomen.” Zo kan geen mensenkind spreken, wiens adem in zijn neusgaten is. Zo kan alleen de Heere spreken, Die over alles heerst.
2) “Omtrent deze tijd van het leven,” letterlijk: omtrent deze tijd, wanneer hij weer opleeft, d.i. over een jaar. Hiermee belooft de Heere, dat Hij er voor zal zorgen, dat uit de verstorvene Sara, over een jaar, de zoon van de belofte zal geboren zijn.
3) De Engel des Heren staat dus met de rug naar de deur van de tent gekeerd, waarom Sara menen kon dat haar lachen niet zou opgemerkt zijn.
11. Abraham nu en Sara waren a) oud en welbedaagd, de eerste 99, zij 89 jaar oud: het had Sara opgehouden te gaan naar de wijze van de vrouwen. 1)
a) Genesis 7:17 Romeinen 4:19 Hebr. 11:11
1) Ook door deze laatste uitdrukking wil de Heilige Schrift doen uitkomen, dat het werk van de belofte een wonderwerk Gods was.
12. Zo lachte Sara bij zichzelf, 1) daar zij alle gedachten aan een zoon had opgegeven, wiens ontvangenis zij om de (vs. 11) genoemde reden onmogelijk achtte, in het geheim over zulk een woord van de wonderbare vreemdeling zeggende: Zal ik wellust hebben, gelijk een jonge vrouw, nu ik de tijd van de huwelijksgemeenschap voorbij ben, nadat ik oud geworden ben, en a) mijn heer oud is? een ander begrijpe dat wondervol woord; ik kan het bijna niet geloven.
a) Richteren. 19:26; 1 Petrus. 3:6
1) Ook Abraham had vroeger gelachen, maar hun beider lachen staat volstrekt niet gelijk. Want het kwam bij Sara niet voort uit vreugde of verwondering over de geschonkene belofte, maar zij weigert geloof te slaan aan Gods woord, door de hoge leeftijd van haar en haar man er tegenover te stellen. Zij betichtte echter God niet met opzet van bedrog of van een ijdele belofte gegeven te hebben, maar daar zij in de overweging van de zaak slechts beoordeelde, wat op natuurlijke wijze kon geschieden, heft zij haar gemoed niet op om te rekenen met de almacht Gods, en weigert aldus, vermetel, geloof te slaan aan Gods Woord. Zo dikwijls wij de beloften en de daden Gods naar eigen zin en mening beoordelen, ontroven wij Hem de ere, hoewel wij zulks niet bedoelen, daar wij niet anders Hem Zijn ere kunnen geven, dan wanneer wij ons aan Zijn woord onderwerpen, wat wonderlijks ons ook bejegent in hemel en op aarde. Overigens, ofschoon de ongelovigheid van Sara niet te verontschuldigen is, verwerpt zij niet direct de gunst Gods; maar door beschroomdheid en een zeker gevoel van schaamte, wordt zij weerhouden, om terstond te geloven, wat zij hoort. Ook haar woorden getuigen van haar zedigheid. Want het is een bewijs van kuisheid, wat zij verder zegt.
13. En de HEERE zei tot Abraham, daar Hij wel wist, wie achter Hem aan de deur stond en ook haar gedachten verstond (Psalm. 139:1-4): Waarom heeft Sara gelachen, zeggende: Zou ik ook waarlijk baren, nu ik oud geworden ben?
Al meent Sara door geen enkel oog gezien te worden, de Heere ziet haar en hoort ook de ongelovige woorden, die in haar hart opklommen.
14. a) Zou iets voor de HEERE, en deze is het die met u spreekt, te wonderlijk Zijn? 1) Zou Hij niet kunnen volbrengen wat Hij gezegd heeft, al ware het tegen de regels der natuur? Ter gezetter tijd, Ik zeg u ten tweede male, zal Ik tot u wederkomen, omtrent deze tijd van het leven, en Sara zal een zoon hebben. 2)
a) MATTHEUS. 19:26 Luc. 1:37
1) Tweeledig is de bedoeling van dit woord des Heren. Zowel om aan Sara te ontdekken, wie Hij is, die de belofte heeft gegeven, als ook om haar te wijzen op de aard van haar zonde, dat zij geloof geweigerd heeft aan het woord des Heren en getwijfeld aan Zijn Almacht, waardoor ook deze buitengewone daad kon verricht worden.
2) Hoewel Sara, achter de deur staande, deze belofte reeds gehoord heeft, herhaalt de Heere haar nogmaals op de toon van het hoogste gezag, om daarmee te tonen, dat zij er beslist op kan rekenen en dat, wat aan Abraham gezegd was, voor deze gelegenheid ook voor haar oren bestemd was.
15. En Sara loochende het, 1) terwijl zij thans uit haar schuilplaats, waar zij had willen beluisteren maar waarin zij zelf beluisterd was, te voorschijn trad, zeggende: Ik heb niet gelachen; want zij vreesde; zij erkende wel hoedanig een zij voor zich had en zij schaamde zich over zichzelf; de schaamte nu neemt al te licht en te gaarne haar toevlucht tot de leugen. En Hij zei: Neen! het is niet gelijk gij zegt, maar gij hebt gelachen. 2)
1) Een nieuwe zonde van Sara, omdat zij beproeft haar lachen door een leugen te bedekken. Echter deze ontkenning van haar slecht gedrag was niet, zoals de huichelaars gewoon zijn, uitvluchten te zoeken, zodat zij zich, ten einde toe, gelijk blijven. De gemoedstoestand van Sara was anders. Want toen zij berouw had over haar dwaasheid, ontkende zij, door vrees overmand, dat zij het gedaan had, omdat zij gevoelde, dat het Gode mishaagde. Hieruit zien wij, hoe bedorven onze natuur is, waardoor het gebeurt, dat de vrees voor God, de eerste van alle deugden, tot ondeugd drijft. Verder is op te merken, dat de vrees, waarvan Mozes hier spreekt, het gemoed van Sara plotseling beving, omdat zij haar zonde door God ontdekt zag. Wij zien derhalve, dat de majesteit Gods, als zij voor het eerst gevoeld wordt, bij ons de stompheid van geest verdrijft; doch ook, dat wij tot dit gevoelen eerst dan worden gedrongen, wanneer God zijn rechterstoel bestijgt en onze zonden in het licht brengt.
2) Ook het ongeloof dat in het binnenste verborgen was, moest aan het licht gebracht worden, opdat zij nu zou bevestigd worden in het geloof; alle ongeloof moet eerst beschaamd worden en tot zonde worden zal het waar geloof in u kunnen opstaan. Na die zo ernstige terechtwijzing zweeg Sara en haar zwijgen is schuldbelijdenis. Nu heeft zij ondervonden en zij ziet in, dat Hij, die de belofte gaf, de Ziener van het verborgene, de Kennen van het hart was, wiens woord “Ja” en “Amen” is; nu kwam zij tot geloof aan de belofte en ontving daardoor kracht, om boven de tijd van haar ouderdom te ontvangen en te baren (Hebr. 11:11) (Luc. 1:20-38, 4, 5); en alzo is zij een voorbeeld van de vrije kerk van het Nieuwe Testament (Galaten. 4:22, 27, 31) en een moeder van de gelovigen (1 Petrus. 3:6) geworden.
II. Vers 16-33
De drie hemelingen maken zich gereed om heen te gaan, en Abraham leidt hen uit. De Heere openbaart hem, wat Hij met Sodom en Gomorra, het doel van de reis, voor had. Terwijl de Engelen verder trekken, bidt Abraham voor de tot verderf bestemde steden, en verkrijgt de toezegging, dat zij gespaard zullen worden, indien er ook slechts tien rechtvaardigen in gevonden worden.
16. Toen het doel bereikt was en ook Sara, gelijk vroeger (hoofdstuk. 17) Abraham met het raadsbesluit Gods bekend was gemaakt, en tot verwezenlijking daarvan bereid; stonden die mannen 1) op van daar, en zagen naar Sodom toe, want daarheen was het verdere doel van de reis; en Abraham ging met hen, om hen te geleiden, en alzo nog langer het bijzijn des Heren te genieten.
1) De gezanten Gods worden hier weer “mannen” genoemd, daar zij een menselijke gedaante hadden aangenomen, en daar hier in het bijzonder sprake is van de Engelen.
2) Hieruit kan men opmaken, welk een diepe eerbied Abraham vervulde voor zijn gasten. Want dat hij hen geleidde, of, zoals er letterlijk staat, meegeleide, behoorde niet tot de plichten van een gastheer, maar was een teken van diepe eerbied. Wellicht ook, dat de Heere hem tevens een wenk heeft gegeven, om hem mee te delen, wat Hij hem heeft te zeggen.
17. En de HEERE zei, als zij naast elkaar gingen, voor Abraham verstaanbaar, maar als in gedachten en tot zichzelf sprekende; a) Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe, 1) wat Ik voornemens ben te doen?
a) Amos 3:6
1) De Heere gaat op de vertrouwelijkste, diepst neerbuigende wijze met Abraham om, gelijk een vriend met zijn vriend, en wil hem zelfs zulke dingen openbaren, die hem niet eens persoonlijk aangaan, maar die hem, terwijl de Heere hem gelegenheid geeft, om met zijn voorspraak tussenbeide te treden, een diepe blik doen slaan zowel in de heilige straf vorderende rechtvaardigheid van God, als in Zijn erbarmende liefde. (vs. 26, 28-32).
Abraham is Jehova’s vriend en voor een vriend heeft men geen geheimen.
Een bijzondere reden, waarom Jehova het gericht over Sodom hem meedeelt, ligt daarin, dat niet slechts de geschiedenis van Sodom, maar ook de Dode zee voor alle tijden een gedeelte van de heilige geschiedenis moest worden, als een krachtige waarschuwing voor het volk Gods en voor de gehele wereld. Tevens moest deze geschiedenis Gods recht doen zien, volgens hetwelk een volk rijp wordt voor het gericht, namelijk, als het geroep van zijn zonden ten hemel opklimt. (vs. 20).
Nog een andere grond, uit het pas gesloten verbond voortvloeiende, verklaart de noodzakelijkheid van de volgende openbaring. De Heere had aan Abraham het land Kanaän als eeuwig erfgoed toegezegd. Nu Hij een deel daarvan gaat verderven, wil Hij Abraham daarvan niet onkundig laten. De Heere zendt dit verderf niet uit louter willekeur, maar door de eis van Zijn gerechtigheid. Zo belooft Hij, als het ware, door deze openbaring, dat, indien ooit het beloofde erfgoed voor Abrahams zaad verloren moest gaan, dit zal zijn door de schuld van het volk, die de straf eisende gerechtigheid Gods nodig maakten. Op deze waarheid doelen ook de herhaalde heenwijzigingen van de Profeten naar Sodom’s oordeel.
18. Daar Abraham gewis tot een groot en machtig volk worden zal, en a) alle volken op aarde in hem gezegend zullen worden. Reeds als stamvader van het volk, dat eenmaal Kanaän bezitten zal, heeft hij belang bij alles, wat met dit land geschieden zal, maar ook als middelpunt van het gehele mensengeslacht en als degene, in wie al de volken van de aarde zullen gezegend worden, mag hem niets verborgen zijn, wat betrekking heeft op zijn leiding van de geschiedenis van de wereld.
a) Genesis 12:3; 22:18; 26:4 Hand. 3:25 Galaten. 3:8
19. Want Ik heb hem gekend, 1) naar Mijn liefde verkoren (Amos 3:2 MATTHEUS. 7:23; 1 Cor. 3:3 opdat 2) hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou bevelen, en zij de weg des HEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte. Tot zulk een doel is de bekendmaking van deze verdelging van het grootste gewicht. Hierdoor kunnen Abrahams nakomelingen beter dan door vele woorden leren, wat zij te wachten hebben, wanneer zij Mijn wegen verlaten. Ik zal het hem bekend maken, opdat, terwijl zij door het voorbeeld van Mijn toorn, die de weerspanningen verteert, zich voor overmoed en misdaad laten waarschuwen, de HEERE over Abraham brengen, hetgeen Hij over hem gesproken heeft. 3)
1) Niet omdat God tevoren weet, dat Abraham aan zijn huis de wegen Gods zal leren, maakt Hij hem dit bekend; maar hij heeft hem verkoren, opdat hij het doe, en wanneer hij het in de kracht van Gods genade heeft gedaan, dan wordt de rijke zegen over hem uitgestort. Johannes 15:16).
2) “Opdat” niet omdat. Duidelijk wordt hier de verkiezing geleerd. Abraham gekend, uitverkoren, niet omdat, maar opdat hij zijn kinderen zou bekend maken; uitverkoren, niet omdat hij zou geloven, maar opdat dit zou geschieden. Ook hier wordt het duidelijk geleerd, dat van een verkiezing om het voorgezien geloof de Schrift niets weet.
3) Er zijn drie merkwaardige dingen in deze woorden. 1. Dat Abraham een vaderlijk gezag handhaafde in de besturing van zijn gezin; 2. dat hij evenwel, zowel voor zijn dienaars, als voor zijn kinderen zorgde, en 3. de uitkomst.
20. Voorts zei de HEERE, na dit woord tot Zichzelf gesproken, en Zich tot Abraham gewend te hebben: Daar het geroep 1) van Sodom en Gomorra, het geroep om wraak (hoofdstuk. 4:10), dat van die steden tot Mijten hemel stijgt, groot is, en daar haar zonde zeer zwaar is.
1) Als de zonde zeer groot geworden is, wordt zij gezegd: te roepen, te schreeuwen om vergelding. Woordelijk: “Een geroep van Sodom en Gomorra; want zij is groot, namelijk haar zonde; want zij is zeer groot.” Het geroep van Sodom en Gomorra. Dit kan tweeërlei betekenen. Of, dat het geroep van de zonden en ongerechtigheden groot is, of, dat de klachten van hen, die door Sodom’s inwoners vreselijk onderdrukt worden, vele zijn. Het komt ons voor, dat de tweede verklaring het meeste voor zich heeft, omdat over de zonden nog afzonderlijk gesproken wordt. Het roepen zou dan tevens een roepen om wraak zijn. In de Heilige Schrift worden sommige zonden in het bijzonder “roepende zonden” genoemd. De zonden van Sodom. Onschuldig bloed vergieten (Genesis 4:10 Hebr. 12:14 Job 16:18 ). Onthouding van het loon der arbeiders (Jacobus 5:4). Onderdrukking van het volk Gods. (Exodus 3:7). Onderdrukking van armen, weduwen en wezen, (Exodus 22:22-27), en huizen gebouwd met onrecht en roverij. (Habakuk. 2:11). De zonden van Sodom werden eerst in het tiende geslacht bezocht, gelijk ook de zondvloed eerst met het tiende geslacht kwam.
21. Daarom zal Ik nu, even als een menselijk rechter tevoren nauwkeurig onderzoekt en de schuld weegt, eer hij een vonnis velt, afgaan en bezien, of zij naar hun geroep, dat tot Mij gekomen is, het uiterste, dat Ik in Mijn lankmoedigheid dragen kan, gedaan hebben, 1) en zo niet, zo de maat van hun misdaden nog niet vol geworden is, Ik zal het weten en Mijn straf nog terughouden.
1) “En zo niet, Ik zal het weten.” Hiermee wil de Heere niets anders zeggen, dan dat, indien de zonde nog niet vol is, gelijk Hij vroeger getuigd heeft van de zonden van de Amorieten, Hij zijn straf nog zal inhouden. Nooit straft de Heere, dan met het volste recht.
22. Toen keerden die mannen, die beide Engelen, die de Heere vergezeld hadden, het aangezicht vandaar; zij verwijderden zich van de Heere en van Abraham, en gingen naar Sodom, 1) maar Abraham, denkende aan zijn broeder Lot, welke in die stad woonde, gevoelde zich geroepen en door liefde gedrongen, om, gelijk hij die steden tegen machtige vijanden beschermd had, nu ook als bemiddelaar en voorspreker tegenover de toorn van de opperste Rechter, voor haar op te treden; en hij bleef nog staande 2) voor het aangezicht des HEREN. De Heere verliet hem niet, maar gaf, de begeerte van Zijn vriend in zijn hart lezende, hem gelegenheid om te spreken.
1) Wat kon die openbaring Gods aan Abraham nu leren? Zij leert ons allereerst inzien, dat we met een God te doen hebben, die zich wil openbaren; daarna ook, welk een God wij in Hem hebben. Achtereenvolgens toch, de tekst volgende, leren wij God kennen als vertrouwelijk omgaande met de Zijnen, zegenend hun tegemoet tredende, trouw de raad van de eeuwige verkiezing, en eeuwige voorkennis hun houdende, heilig in Zijn eisen ook aan de gelovigen, en rechtvaardig in Zijn richten tegenover een goddeloze wereld, die in het boze ligt en zich van Hem heeft afgewend.
De Engelen als dienstknechten van God, worden nu uitgezonden tot onderzoek, om met eigen ogen te zien, hoe groot de zonde van Sodom en Gomorra geklommen is.
2) Vooreerst zegt Mozes, dat de mannen verder gingen, wat voor Abraham een teken was, dat het gesprek geëindigd was, en dat hij naar huis kon terugkeren. Vervolgens deelt hij mee, dat Abraham bleef staan voor het aangezicht des Heren, zoals zij plegen te doen, die, hoewel hun afscheid bekomen, niet terstond heengaan, daar zij noch iets hebben te bespreken, of te behandelen. En gij weet, dat Mozes, toen hij melding maakte van de tocht, aan de Engelen de naam van “mannen” gaf. Maar van Abraham zegt hij niet, dat deze stond voor het aangezicht van die mannen, maar voor het aangezicht van God, daar hij, ofschoon hij een menselijke gedaante voor zich zag, toch door het geloof wist, dat het God was. En zijn woorden tonen genoegzaam aan, dat hij niet gesproken heeft als met een sterfelijk mens. Hieruit leren wij, dat het verkeerd van ons is, indien wij aan de uiterlijke tekenen, waarin God zich openbaart, blijven hangen, of deze verhinderen, dat wij op de rechte wijze tot Hem naderen. Want van nature zijn wij wel tot deze ondeugd geneigd, maar des te meer moeten wij moeite doen, dat wij door het geloof tot God zelf opklimmen, opdat de uiterlijke tekenen in de wereld ons niet terughouden.
23. En Abraham trad toe, gelijk men zich dichter plaatst bij hem, die men in vertrouwen en dringend iets heeft te vragen, en zei: Gij wilt gaan zien, of dat geroep, dat voor Uw oren gekomen is, waar is, en het onderzoek zal zeker zo uitvallen, dat bij het grootste getal de maat van de zonde vol is maar zult Gij ook de rechtvaardige, met de goddeloze ombrengen? 1)
1) Abrahams voorbede naar haar kracht en haar beperking is een voorbeeld van de rechte verhouding van de gelovigen tot het verderf van de wereld. Zie over de beperking 1 Joh. 5:16. Door die beperking te overschrijden moet ook de voorbede zich boven het geloof verheffen en tot onwaarheid worden. Abrahams verontschuldigingen in zijn voorbede, zijn voorzichtig verder gaan, de wijze, waarop de Heere zelf aan zijn voorbede een einde maakt, bewijzen, dat de stoutste voorbede grenzen heeft. Aan de andere zijde blijken de kracht van het gebed en de volle zekerheid van gebedsverhoring.
Niet alleen denkt Abraham hier aan Lot, maar zijn hart is met medelijden vervuld, omtrent die vijf steden. Zijn pleiten is een pleiten voor allen. Hij kan het zich niet voorstellen, dat er in al die steden slechts één enkele rechtvaardige woont.
24. Misschien zijn er vijftig 1) rechtvaardigen in de stad, zult Gij hen ook ombrengen, en de plaats niet sparen, om de vijftig rechtvaardigen die binnen haar zijn?
1) Ongelijk aan Abraham zijn zij, die van hun medemensen denken, alsof niemand God kent. Hij denkt, dat er tenminste nog 50 rechtvaardigen in Sodom zouden kunnen zijn. Zo denken de liefde en ootmoed.
25. Het zij verre van U, 1) zulk een ding te doen, te doden de rechtvaardige 2) met de goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! Zou de Rechter van de gehele aarde geen recht doen? Zou Hij die een ieder vergelden zal naar zijn werken (Romeinen 2:6 vv.), gelijk een geweldige onder de mensen handelen, die blind voortgaat in zijn toorn, en steden en dorpen verbrandt, zonder te vragen: of rechtvaardigen of onrechtvaardigen daarbij omkomen?
1) Abraham pleit op Gods deugden en majesteit; hij verlangt alleen, wat met Gods grootheid overeenkomstig is. Dat is het ware bidden.
2) In het Hebreeuws chalilah, een woord, vooral als het herhaald wordt, maar óók als het eenmaal gebruikt wordt, een zeker afgrijzen te kennen geeft, een besliste afkeer van de een of andere zaak bij de persoon veronderstelt. (Jozua 22:29, 1 Samuel. 20:9). Abraham werpt hiermee alle gedachte verre van zich dat hij bij God ook maar enig onrecht veronderstelt, Hij is er van overtuigd, dat, indien God die steden omkeert, dit niet zal geschieden, dan naar het volste recht. Dit verhindert hem echter niet, als smekeling tot de Heere te naderen, om als voorbidder op te treden voor die goddeloze steden. Rechtvaardigen, worden zij hier genoemd, niet in de volstrekte zin van het woord, maar in de zin van vromen, van degenen, die zich aan de zonde van Sodom niet hebben schuldig gemaakt.
26. Toen zei de HEERE, op die bede, waaruit zo duidelijk een heilige ijver voor Gods eer en de innigste liefde jegens de naaste sprak: zo Ik te Sodom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden, zo zal Ik de gehele plaats sparen om hunnentwil. 1)
1) Merkt dit op, gij goddelozen! dat gij en de wereld slechts om der vromen wil gespaard wordt.
Om de wil van de rechtvaardigen, die met de goddelozen aan een en dezelfde plaats wonen, wordt de goddelijke straf opgeschort door God, die hen niet tegelijk met Zijn vijanden kan verderven, tenzij dan dat hun getal zo gering ware, dat God hen kan uitleiden. Een enkel kind Gods, hoe gering en onbeduidend ook naar de wereld, kan een macht zijn, die de loop van de geschiedenis wijzigt. Zo ondoorgrondelijk zijn Gods oordelen.
27. En Abraham, aan de ene zijde verheugd over de genadige toezegging, die de Heere hem gaf, maar aan de andere zijde ook verschrikt, dat hij zichzelf aan een bepaald getal gebonden had, antwoordde en zei: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de HEERE, hoewel ik stof en as ben! 1) Het is de grootste stoutheid, dat ik ondernomen heb met de Heere te onderhandelen; hebt Gij mij echter willen aanhoren, zo hoor mij nog verder.
1) Met de grootste vrijmoedigheid mag de gelovige zich aan God vasthouden, maar niet zonder diepe ootmoedigheid, niet zonder heilige eerbied. Abraham wordt steeds geringer, hoe langer hij met de Heere spreekt, maar ook moediger. Zo spreekt Abraham, voor zijn vrijmoedigheid vergiffenis verzoekende. Want wat is een sterveling wanneer hij met God onderhandelt? Hij bekent, dat hij al te vrijmoedig is, door op zulk een gemeenzame wijze God iets te verzoeken; maar hij vraagt hiermee tevens, dat Hij hem met toegevendheid behandele. Hier valt op te merken, dat Abraham hoe nader hij tot God komt, des te beter gevoelt, hoe ellendig en onaanzienlijk de toestand van de mens is.
28. Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken, zult Gij dan om vijf, die aan de vijftig, voor welke Gij mij verschoning hebt toegezegd, nog ontbreken, de gehele stad verderven? En Hij zei: Ik zal haar niet verderven, zo ik er vijfenveertig zal vinden.
29. En hij, door de neerbuigende goedheid des Heren, altijd vrijmoediger gemaakt, voer voort nog tot Hem te spreken, en zei: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zei: Ik zal het niet doen om der veertigen wil.
30. Voorts zei hij: Dat toch de HEERE niet ontsteke, dat ik, na drie maal reeds verhoord te zijn, nog meer spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden. En Hij zei: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden.
31. En hij zei: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de HEERE; daarom waag ik het nog langer vast te houden; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zei: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil. 1)
1) Abraham is een dinger met God, maar om zielen; het was Abraham te doen, om mensen levens te redden, en om mensen zielen te behouden, Hem was de kracht van de voorbede door het geloof bekend. Aan Paulus, een enig dienaar des Heren, werden ook al schepelingen geschonken. En zo gaat het ook nog heden. Menige stad, menig land wordt alleen gespaard om de rechtvaardigen, die er in zijn; ja de rechtvaardigen zijn de kurken, waar het land op drijft en zonder welke het zinken zou.
Luther wees op Abrahams dingen, tot een bewijs, dat wij, zo als het in de gelijkenissen van de onrechtvaardige rechter en van de voor zijn gast om brood vragende vriend geleerd wordt, God moeten bewegen door een aanhoudend bidden.
32. Nog zei hij: Dat toch de HEERE niet ontsteke in toorn, dat ik alleen ditmaal spreke: indien ook dat getal niet gevonden wordt, zo mag ik niet langer vragen: misschien zullen er tien gevonden worden! En Hij zei: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil.
Deze voorbede van Abraham, die met klimmende moed, zes maal tot God komt, is menigmaal bespot, terwijl zij ons een aanbiddenswaardige diepte van Goddelijk neerbuigen nevens een bewonderenswaardige hoogte van menselijke geloofskracht ontvouwt. Abraham weet, dat hij de Rechter van de gehele aarde voor zich heeft en tegenover Die slechts stof en as is; toch heeft hij een hart om met God te spreken, daar het geloof hem de vrees ontneemt; toch gaat hij schrede voor schrede verder; daar de barmhartige liefde tot de mens hem, zelfs tegenover God, tot een held maakt. Dingen nu, is het wezen van het ware gebed; het is de heilige onbeschaamdheid, van welke onze Heer (Luk. 11:8) spreekt, de onbeschaamdheid van het geloof, welke over de oneindige afstand tussen schepsel en Schepper heengaat en onophoudelijk op Gods hart aandringt en niet aflaat, voordat het overwonnen heeft. Dat zou zeker niet geoorloofd, noch mogelijk zijn, zo God niet krachtens de wondervolle eenheid van noodzakelijkheid en vrijheid in Zijn wezen, aan het gebed van het geloof een macht verleend had, door welke Hij zich overwinnen laat, zo Hij zich niet in zulk een betrekking tot de mens geplaatst had, dat Hij niet alleen door middel van Zijn genade op Hem werkt, maar ook door middel van het geloof op Zich werken laat; zo Hij het niet in het leven van het vrije schepsel ingeweven en niet aan de persoonlijkheid van het schepsel het recht verleend had, zich tegenover Hem in het geloof te doen gelden. Hierop verheft zich het gelovig gebed, en treedt het de goddelijke gerechtigheid in de weg, en bleekt het voor de goddelijke liefdebaan.
Het schijnt wel, dat Abraham op sofistische wijze met God heeft geschertst, daar hij, langzamerhand het eerste getal verkleinende, voortschrijdt tot de zesde bede. Ik antwoord, dat dit gesprek veeleer een blijk is geweest van een overstelpt gemoed. Vooreerst wordt hij zeer gekweld, omtrent de inwoners van Sodom; waarom hij niets aflaat, wat kan strekken, om zijn bekommernissen uit de weg te ruimen. Daar echter de Heere hem telkens vertrouwelijk antwoordt, weten wij, dat hij niet lastig of onbescheiden is geweest. Indien nu de Heere, als er voor de Sodomieten gebeden wordt, genadig voor de zesde maal Zijn oor neigt, zal Hij veel minder de gebeden afwijzen, die door de Kerk of door de huisgenoten van het geloof worden opgezonden.
33. Toen ging de Heere weg, als Hij geëindigd had tot Abraham te spreken, 1) en kwam met de Engelen, die Hem (vs.22) vooruitgegaan waren, weer tezamen; Sodom zelf, die plaats van de gruwelen, heeft Hij, als de volmaakte heilige, niet betreden, en Abraham keerde weer 2) naar zijn plaats.
1) Ziet hoe het geloof gemeenzaam maakt met God, en stout om van Hem te eisen. Een ander zou reeds lang opgehouden en gemeend hebben, dat hij voor dertig of twintig het geheel ontvangende, reeds een grote buit verkregen had; doch neen, God is lankmoedig en de lankmoedigheid Gods en de vrijmoedigheid van het geloof gaan samen. Abraham hield vol en trok, altijd onder andere vorm, altijd meer naar zich toe, totdat hij kwam tot tien. Hij dacht, dat er in zulk een grote stad tenminste wel tien mensen, die God vreesden, zouden gevonden worden. Doch er waren geen tien in geheel Sodom en Gomorra. Abraham had dus niet genoeg gebeden. Hij had nog meer moeten dingen; want er waren slechts vier, die te behouden waren waarvan slechts drie behouden werden. Doch zo is het, altijd ontbreekt het aan de zijde van de mensen, niet aan de zijde van God. De olie in de kruik van de weduwe hield niet op, omdat de vaten vol waren, maar omdat er geen ledige vaten meer waren. Abraham meende dus veel te hebben, en hij had niets. Maar God doet boven ons bidden en boven ons denken. Hij spaarde nochtans Lot en de zijnen, ofschoon Hij er niet toe gehouden was. God verhoorde dus Abraham niet, en toch verhoorde Hij hem wel; want het was Abraham bijzonder om Lot te doen; doch het kwam niet in zijn gedachte, om voor deze alleen te bidden.
Heeft Abrahams voorbede dan geen zegen? Zie hoofdstuk. 19:29: “God gedacht aan Abraham.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel