Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezra 7

1 Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 NaH310 dezeH428 geschiedenissenH1697 nu, in het koninkrijkH4438 van ArthahsastaH783, koningH4428 van PerzieH6539: EzraH5830, de zoonH1121 van SerajaH8304, den zoonH1121 van AzarjaH5838, den zoonH1121 van HilkiaH2518, Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,

KJV Now after1 these things,2 in the reign4 of Artaxerxes5 king6 of Persia,7 Ezra8 the son9 of Seraiah,10 the son11 of Azariah,12 the son13 of Hilkiah,

1 וְאַחַר֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הַדְּבָרִ֣ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 הָאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 4 בְּמַלְכ֖וּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 5 אַרְתַּחְשַׁ֣סְתְּא H783 Arthahsasta Artaxerxes 6 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 פָּרָ֑ס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians 8 עֶזְרָא֙ H5830 Ezra Ezra 9 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 שְׂרָיָ֔ה H8304 Seraja, Zeraja Seraiah 11 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 עֲזַרְיָ֖ה H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah 13 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 חִלְקִיָּֽה H2518 Hilkia, Hilkija Hillkiah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Den zoonH1121 van SallumH7967, den zoonH1121 van ZadokH6659, den zoonH1121 van AhitubH285, Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub,

KJV The son1 of Shallum,2 the son3 of Zadok,4 the son5 of Ahitub,

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 שַׁלּ֥וּם H7967 Sallum Shallum 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 צָד֖וֹק H6659 Zadok, Zadoks Zadok 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 אֲחִיטֽוּב H285 Ahitub Ahitub
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Den zoonH1121 van AmarjaH568, den zoonH1121 van AzarjaH5838, den zoonH1121 van MerajothH4812, Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,

KJV The son1 of Amariah,2 the son3 of Azariah,4 the son5 of Meraioth,

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אֲמַרְיָ֥ה H568 Amarja, amarja Amariah 3 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 עֲזַרְיָ֖ה H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 מְרָיֽוֹת H4812 Merajoth Meraioth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Den zoonH1121 van ZerahjaH2228, den zoonH1121 van UzziH5813, den zoonH1121 van BukkiH1231, Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki,

KJV The son1 of Zerahiah,2 the son3 of Uzzi,4 the son5 of Bukki,

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 זְרַֽחְיָ֥ה H2228 Zerahja, Serahja Zerahiah 3 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 עֻזִּ֖י H5813 Uzzi Uzzi 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 בֻּקִּֽי H1231 Bukki Bukki
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Den zoonH1121 van AbisuaH50, den zoonH1121 van PinehasH6372, den zoonH1121 van EleazarH499, den zoonH1121 van AaronH175, den hoofdpriesterH7218. Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester.

KJV The son1 of Abishua,2 the son3 of Phinehas,4 the son5 of Eleazar,6 the son7 of Aaron8 the chief10 priest:

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אֲבִישׁ֗וּעַ H50 Abisua Abishua 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 פִּֽינְחָס֙ H6372 Pinehas Phinehas 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 אֶלְעָזָ֔ר H499 Eleazar Eleazar 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 אַהֲרֹ֥ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 9 הַכֹּהֵ֖ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 10 הָרֹֽאשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Deze EzraH5830 toogH5927 op uit BabelH894; en hijH1931 was een vaardigH4106 schriftgeleerdeH5608 in de wetH8451 van MozesH4872, die de HEEREH3068, de GodH430 IsraelsH3478, gegevenH5414 heeft; en de koningH4428 gaf hem, naar de handH3027 des HEERENH3068, zijns GodsH430, overH5921 hem, alH3605 zijn verzoekH1246. Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek.

KJV This Ezra2 went up3 from Babylon;4 and he was a ready7 scribe6 in the law8 of Moses,9 which the LORD12 God13 of Israel14 had given:11 and the king17 granted15 him all his request,23 according to the hand18 of the LORD19 his God

1 ה֤וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 עֶזְרָא֙ H5830 Ezra Ezra 3 עָלָ֣ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 מִבָּבֶ֔ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 5 וְהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 סֹפֵ֤ר H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 7 מָהִיר֙ H4106 vaardig, vaardigen diligent, hasty, ready 8 בְּתוֹרַ֣ת H8451 wet, wetten, leer law 9 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 נָתַ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 14 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 וַיִּתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 16 ל֣וֹ 17 הַמֶּ֗לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 כְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 19 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 אֱלֹהָיו֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 21 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 בַּקָּשָׁתֽוֹ H1246 verzoek, verzoeks request
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Ook sommigen van de kinderenH1121 IsraelsH3478, en vanH4480 de priesterenH3548 en de LevietenH3881, en de zangersH7891, en de poortiersH7778, en de NethinimH5411, togenH5927 op naarH413 JeruzalemH3389, in het zevendeH7651 jaarH8141 van den koningH4428 ArthahsastaH783. Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta.

KJV And there went up1 some of the children2 of Israel,3 and of the priests,5 and the Levites,6 and the singers,7 and the porters,8 and the Nethinims,9 unto Jerusalem,11 in the seventh13 year12 of Artaxerxes14 the king.

1 וַיַּֽעֲל֣וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 מִבְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יִ֠שְׂרָאֵל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הַכֹּהֲנִ֨ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 6 וְהַלְוִיִּ֜ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 7 וְהַמְשֹׁרְרִ֧ים H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 8 וְהַשֹּׁעֲרִ֛ים H7778 poortiers, poortier doorkeeper, porter 9 וְהַנְּתִינִ֖ים H5411 Nethinim Nethinims 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 בִּשְׁנַת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 13 שֶׁ֖בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 14 לְאַרְתַּחְשַׁ֥סְתְּא H783 Arthahsasta Artaxerxes 15 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij kwamH935 te JeruzalemH3389 in de vijfdeH2549 maandH2320; dat was het zevendeH7637 jaarH8141 dezes koningsH4428. En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings.

KJV And he came1 to Jerusalem2 in the fifth4 month,3 which was in the seventh7 year6 of the king.

1 וַיָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 3 בַּחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 4 הַחֲמִישִׁ֑י H2549 vijfde, vijfden, vijfde deel fifth (part) 5 הִ֛יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 שְׁנַ֥ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 7 הַשְּׁבִיעִ֖ית H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 8 לַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 WantH3588 op den eerstenH259 der eersteH7223 maandH2320 was hetH1931 beginH3246 des optochtsH4609 uit BabelH894, en op den eerstenH259 der vijfdeH2549 maandH2320 kwamH935 hij te JeruzalemH3389, naarH413 de goedeH2896 handH3027 zijns GodsH430 overH5921 hem. Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.

KJV For upon the first2 day of the first4 month3 began6 he to go up7 from Babylon,8 and on the first9 day of the fifth11 month10 came12 he to Jerusalem,14 according to the good17 hand15 of his God

1 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בְּאֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 לַחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 4 הָרִאשׁ֔וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 5 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 יְסֻ֔ד H3246 begin [idiom] began 7 הַֽמַּעֲלָ֖ה H4609 Hammaaloth, trappen, graden things that come up, (high) degree, deal, go up, stair, step, story 8 מִבָּבֶ֑ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 9 וּבְאֶחָ֞ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 לַחֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 11 הַחֲמִישִׁ֗י H2549 vijfde, vijfden, vijfde deel fifth (part) 12 בָּ֚א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 15 כְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 אֱלֹהָ֖יו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 הַטּוֹבָ֥ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 18 עָלָֽיו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantH3588 EzraH5830 had zijn hartH3824 gerichtH3559, om de wetH8451 des HEERENH3068 te zoekenH1875 en te doenH6213, en om in IsraelH3478 te lerenH3925 de inzettingenH2706 en de rechtenH4941. Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten.

KJV For Ezra2 had prepared3 his heart4 to seek5 the law7 of the LORD,8 and to do9 it, and to teach10 in Israel11 statutes12 and judgments.

1 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 עֶזְרָא֙ H5830 Ezra Ezra 3 הֵכִ֣ין H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 4 לְבָב֔וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 5 לִדְר֛וֹשׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 תּוֹרַ֥ת H8451 wet, wetten, leer law 8 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וְלַעֲשֹׂ֑ת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 וּלְלַמֵּ֥ד H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 11 בְּיִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 חֹ֥ק H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 13 וּמִשְׁפָּֽט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Dit is nu het afschrift des briefs, dien de koning Arthahsasta gaf aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde; den schriftgeleerde van de woorden der geboden des HEEREN, en Zijn inzettingen over Israel:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 DitH2088 is nu het afschriftH6572 des briefsH5406, dien de koningH4428 ArthahsastaH783 gafH5414 aan EzraH5830, den priesterH3548, den schriftgeleerdeH5608; den schriftgeleerdeH5608 van de woordenH1697 der gebodenH4687 des HEERENH3068, en Zijn inzettingenH2706 overH5921 IsraelH3478: Dit is nu het afschrift des briefs, dien de koning Arthahsasta gaf aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde; den schriftgeleerde van de woorden der geboden des HEEREN, en Zijn inzettingen over Israel:

KJV Now this is the copy2 of the letter3 that the king6 Artaxerxes7 gave5 unto Ezra8 the priest,9 the scribe,10 even a scribe11 of the words12 of the commandments13 of the LORD,14 and of his statutes15 to Israel.

1 וְזֶ֣ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 2 פַּרְשֶׁ֣גֶן H6572 afschrift, inhoud copy 3 הַֽנִּשְׁתְּוָ֗ן H5406 briefs letter 4 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נָתַן֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 אַרְתַּחְשַׁ֔סְתְּא H783 Arthahsasta Artaxerxes 8 לְעֶזְרָ֥א H5830 Ezra Ezra 9 הַכֹּהֵ֖ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 10 הַסֹּפֵ֑ר H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 11 סֹפֵ֞ר H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer 12 דִּבְרֵ֧י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 13 מִצְוֺת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 14 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 וְחֻקָּ֖יו H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Arthahsasta koning der koningen, aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde der wet van den God des hemels, volkomen vrede en op zulken tijd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 ArthahsastaH783 koningH4430 der koningenH4430, aan EzraH5831, den priesterH3549, den schriftgeleerdeH5613 der wetH1882 van den GodH426 des hemelsH8065, volkomenH1585 vrede en op zulken tijdH3706. Arthahsasta koning der koningen, aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde der wet van den God des hemels, volkomen vrede en op zulken tijd.

KJV Artaxerxes,1 king2 of kings,3 unto Ezra4 the priest,5 a scribe6 of the law7 of the God9 of heaven,10 perfect11 peace, and at such a time.

1 אַ֨רְתַּחְשַׁ֔סְתְּא H783 Arthahsasta Artaxerxes 2 מֶ֖לֶךְ H4430 koning, konings, koningen king, royal 3 מַלְכַיָּ֑א H4430 koning, konings, koningen king, royal 4 לְעֶזְרָ֣א H5831 Ezra Ezra 5 כָ֠הֲנָא H3549 priesteren, priester priest 6 סָפַ֨ר H5613 schrijver, schriftgeleerde scribe 7 דָּתָ֜א H1882 wet, vonnis, wetten decree, law 8 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 9 אֱלָ֧הּ H426 God, Gods, goden God, god 10 שְׁמַיָּ֛א H8065 hemels, hemel, Hemel heaven 11 גְּמִ֖יר H1585 volkomen perfect 12 וּכְעֶֽנֶת H3706 tijd at such a time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Van mij wordt bevel gegeven, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, van het volk van Israel, en van deszelfs priesteren en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Van mij wordt bevelH2942 gegevenH7761, dat al wie vrijwilligH5069 is in mijn koninkrijkH4437, van het volkH5972 van IsraelH3479, en van deszelfs priesterenH3549 en LevietenH3879, om te gaan naar JeruzalemH3390, dat hij met u ga. Van mij wordt bevel gegeven, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, van het volk van Israel, en van deszelfs priesteren en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga.

KJV I1 make2 a decree,3 that all5 they of8 the people9 of Israel,10 and of his priests11 and Levites,12 in my realm,7 which are minded of their own freewill6 to go up13 to Jerusalem,14 go16 with thee.

1 מִנִּי֮ H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 2 שִׂ֣ים H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 3 טְעֵם֒ H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 4 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 5 כָל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 6 מִתְנַדַּ֣ב H5069 vrijwillig, vrijwillige gave, vrijwilliglijk (be minded of...own) freewill (offering), offer freely (willingly) 7 בְּמַלְכוּתִי֩ H4437 koninkrijk, Koninkrijk, Rijk kingdom, kingly, realm, reign 8 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 9 עַמָּ֨ה H5972 volken, volk, haalt people 10 יִשְׂרָאֵ֜ל H3479 Israel, Israels Israel 11 וְכָהֲנ֣וֹהִי H3549 priesteren, priester priest 12 וְלֵוָיֵ֗א H3879 Levieten Levite 13 לִמְהָ֧ךְ H1946 bring again, come, go (up) 14 לִֽירוּשְׁלֶ֛ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 15 עִמָּ֖ךְ H5974 met, bij by, from, like, to(-ward), with 16 יְהָֽךְ H1946 bring again, come, go (up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Dewijl gij van voor den koning en zijn zeven raadsheren gezonden zijt, om onderzoek te doen in Judea, en te Jeruzalem, naar de wet uws Gods, die in uw hand is;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Dewijl gij van voor den koningH4430 en zijn zevenH7655 raadsherenH3272 gezondenH7972 zijt, om onderzoekH1240 te doen in JudeaH3061, en te JeruzalemH3390, naar de wetH1882 uws GodsH426, die in uw handH3028 is; Dewijl gij van voor den koning en zijn zeven raadsheren gezonden zijt, om onderzoek te doen in Judea, en te Jeruzalem, naar de wet uws Gods, die in uw hand is;

KJV Forasmuch3 as1 thou art sent9 of4 the king,6 and of his seven7 counsellors,8 to enquire10 concerning11 Judah12 and Jerusalem,13 according to the law14 of thy God15 which is in thine hand;

1 כָּל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 2 קֳבֵ֗ל H6903 tegenover, aangezien, daarom (Aramees) [phrase] according to, [phrase] as, [phrase] because, before, [phrase] for this cause, [phrase] forasmuch as, [phrase] by this means, over against, by reason of, [phrase] that, [phrase] therefore, [phrase] though, [phrase] wherefore 3 דִּי֩ H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 4 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 5 קֳדָ֨ם H6925 voor, in tegenwoordigheid van (Aramees) before, [idiom] from, [idiom] I (thought), [idiom] me, [phrase] of, [idiom] it pleased, presence 6 מַלְכָּ֜א H4430 koning, konings, koningen king, royal 7 וְשִׁבְעַ֤ת H7655 zeven seven (times) 8 יָעֲטֹ֨הִי֙ H3272 raadsheren, beraadslaagd counsellor, consult together 9 שְׁלִ֔יחַ H7972 gezonden, zond, zonden put, send 10 לְבַקָּרָ֥א H1240 gezocht, onderzoek, zochten inquire, make search 11 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 12 יְה֖וּד H3061 Juda, Judea Jewry, Judah, Judea 13 וְלִֽירוּשְׁלֶ֑ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 14 בְּדָ֥ת H1882 wet, vonnis, wetten decree, law 15 אֱלָהָ֖ךְ H426 God, Gods, goden God, god 16 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 17 בִידָֽךְ H3028 hand, handen, geweld hand, power
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En om henen te brengen het zilver en goud, dat de koning en zijn raadsheren vrijwilliglijk gegeven hebben aan den God Israels, Wiens woning te Jeruzalem is;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En om henen te brengenH2987 het zilverH3702 en goudH1722, dat de koningH4430 en zijn raadsherenH3272 vrijwilliglijk gegevenH5069 hebben aan den GodH426 IsraelsH3479, Wiens woningH4907 te JeruzalemH3390 is; En om henen te brengen het zilver en goud, dat de koning en zijn raadsheren vrijwilliglijk gegeven hebben aan den God Israels, Wiens woning te Jeruzalem is;

KJV And to carry1 the silver2 and gold,3 which the king5 and his counsellors6 have freely offered7 unto the God8 of Israel,9 whose4 habitation12 is in Jerusalem,

1 וּלְהֵיבָלָ֖ה H2987 gebracht, brengen bring, carry 2 כְּסַ֣ף H3702 zilver, zilveren, geld money, silver 3 וּדְהַ֑ב H1722 gouden, goud gold(-en) 4 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 5 מַלְכָּ֣א H4430 koning, konings, koningen king, royal 6 וְיָעֲט֗וֹהִי H3272 raadsheren, beraadslaagd counsellor, consult together 7 הִתְנַדַּ֨בוּ֙ H5069 vrijwillig, vrijwillige gave, vrijwilliglijk (be minded of...own) freewill (offering), offer freely (willingly) 8 לֶאֱלָ֣הּ H426 God, Gods, goden God, god 9 יִשְׂרָאֵ֔ל H3479 Israel, Israels Israel 10 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 11 בִֽירוּשְׁלֶ֖ם H3390 Jeruzalem {Jerusalem} 12 מִשְׁכְּנֵֽהּ H4907 woning habitation
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Mitsgaders al het zilver en goud, dat gij vinden zult in het ganse landschap van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwilliglijk geven, ten huize huns Gods, dat te Jeruzalem is;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Mitsgaders al het zilverH3702 en goudH1722, dat gij vindenH7912 zult in het ganse landschapH4083 van BabelH895, met de vrijwillige gaveH5069 des volksH5972 en der priesterenH3549, die vrijwilliglijkH5069 geven, ten huizeH1005 huns GodsH426, dat te JeruzalemH3390 is; Mitsgaders al het zilver en goud, dat gij vinden zult in het ganse landschap van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwilliglijk geven, ten huize huns Gods, dat te Jeruzalem is;

KJV And all1 the silver2 and gold3 that thou canst find5 in all6 the province7 of Babylon,8 with9 the freewill offering10 of the people,11 and of the priests,12 offering willingly13 for the house14 of their God15 which is in Jerusalem:

1 וְכֹל֙ H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 2 כְּסַ֣ף H3702 zilver, zilveren, geld money, silver 3 וּדְהַ֔ב H1722 gouden, goud gold(-en) 4 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 5 תְהַשְׁכַּ֔ח H7912 gevonden, vinden, vonden find 6 בְּכֹ֖ל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 7 מְדִינַ֣ת H4083 landschap, landschappen province 8 בָּבֶ֑ל H895 Babel Babylon 9 עִם֩ H5974 met, bij by, from, like, to(-ward), with 10 הִתְנַדָּב֨וּת H5069 vrijwillig, vrijwillige gave, vrijwilliglijk (be minded of...own) freewill (offering), offer freely (willingly) 11 עַמָּ֤א H5972 volken, volk, haalt people 12 וְכָֽהֲנַיָּא֙ H3549 priesteren, priester priest 13 מִֽתְנַדְּבִ֔ין H5069 vrijwillig, vrijwillige gave, vrijwilliglijk (be minded of...own) freewill (offering), offer freely (willingly) 14 לְבֵ֥ית H1005 huis, huize, huizen house 15 אֱלָהֲהֹ֖ם H426 God, Gods, goden God, god 16 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 17 בִירוּשְׁלֶֽם H3390 Jeruzalem {Jerusalem}
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Opdat gij spoediglijk voor dat geld koopt runderen, rammen, lammeren, met hun spijsofferen, en hun drankofferen, en die offert op het altaar van het huis van ulieder God, dat te Jeruzalem is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Opdat gij spoediglijkH629 voor dat geldH3702 kooptH7066 runderenH8450, rammenH1798, lammerenH563, met hun spijsofferenH4504, en hun drankofferenH5261, en die offertH7127 op het altaarH4056 van het huisH1005 van ulieder GodH426, dat te JeruzalemH3390 is. Opdat gij spoediglijk voor dat geld koopt runderen, rammen, lammeren, met hun spijsofferen, en hun drankofferen, en die offert op het altaar van het huis van ulieder God, dat te Jeruzalem is.

KJV That1 thou mayest buy5 speedily4 with this3 money6 bullocks,8 rams,9 lambs,10 with their meat offerings11 and their drink offerings,12 and offer13 them14 upon15 the altar16 of the house18 of your God19 which is in Jerusalem.

1 כָּל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 2 קֳבֵ֣ל H6903 tegenover, aangezien, daarom (Aramees) [phrase] according to, [phrase] as, [phrase] because, before, [phrase] for this cause, [phrase] forasmuch as, [phrase] by this means, over against, by reason of, [phrase] that, [phrase] therefore, [phrase] though, [phrase] wherefore 3 דְּנָה֩ H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 4 אָסְפַּ֨רְנָא H629 spoediglijk, ras fast, forthwith, speed(-ily) 5 תִקְנֵ֜א H7066 koopt buy 6 בְּכַסְפָּ֣א H3702 zilver, zilveren, geld money, silver 7 דְנָ֗ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 8 תּוֹרִ֤ין H8450 ossen, runderen bullock, ox 9 דִּכְרִין֙ H1798 rammen ram 10 אִמְּרִ֔ין H563 lammeren lamb 11 וּמִנְחָתְה֖וֹן H4504 spijsoffer, spijsofferen oblation, meat offering 12 וְנִסְכֵּיה֑וֹן H5261 drankofferen drink offering 13 וּתְקָרֵ֣ב H7127 naderde, genaderd, nader approach, come (near, nigh), draw near 14 הִמּ֔וֹ H1994 zij, hen [idiom] are, them, those 15 עַֽל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 16 מַדְבְּחָ֔ה H4056 altaar altar 17 דִּ֛י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 18 בֵּ֥ית H1005 huis, huize, huizen house 19 אֱלָהֲכֹ֖ם H426 God, Gods, goden God, god 20 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 21 בִירוּשְׁלֶֽם H3390 Jeruzalem {Jerusalem}
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Daartoe, wat u en uw broederen goeddunken zal, met het overige zilver en goud te doen, zult gijlieden doen naar het welgevallen uws Gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Daartoe, wat u en uw broederenH252 goeddunken zal, met het overigeH7606 zilverH3702 en goudH1722 te doen, zult gijlieden doen naar het welgevallenH7470 uws GodsH426. Daartoe, wat u en uw broederen goeddunken zal, met het overige zilver en goud te doen, zult gijlieden doen naar het welgevallen uws Gods.

Ook in dit vers goed dunkenH3191

KJV And whatsoever1 shall seem good6 to thee, and to4 thy brethren,5 to do10 with the rest7 of the silver8 and the gold,9 that do13 after the will11 of your God.

1 וּמָ֣ה H4101 Hoe, hoe, kan how great (mighty), that which, what(-soever), why 2 דִי֩ H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 3 עֲלָ֨ךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 וְעַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 5 אֶחָ֜ךְ H252 broederen brother 6 יֵיטַ֗ב H3191 goed dunken seem good 7 בִּשְׁאָ֛ר H7606 overige, overigen [idiom] whatsoever more, residue, rest 8 כַּסְפָּ֥א H3702 zilver, zilveren, geld money, silver 9 וְדַהֲבָ֖ה H1722 gouden, goud gold(-en) 10 לְמֶעְבַּ֑ד H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 11 כִּרְע֥וּת H7470 believen, welgevallen pleasure, will 12 אֱלָהֲכֹ֖ם H426 God, Gods, goden God, god 13 תַּעַבְדֽוּן H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En geef de vaten, die u gegeven zijn tot den dienst van het huis uws Gods, weder voor den God van Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En geefH8000 de vatenH3984, die u gegevenH3052 zijn tot den dienstH6402 van het huisH1005 uws GodsH426, weder voor den GodH426 van JeruzalemH3390. En geef de vaten, die u gegeven zijn tot den dienst van het huis uws Gods, weder voor den God van Jeruzalem.

KJV The vessels1 also that are given3 thee for the service5 of the house6 of thy God,7 those deliver8 thou before9 the God10 of Jerusalem.

1 וּמָֽאנַיָּא֙ H3984 vaten vessel 2 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 3 מִתְיַהֲבִ֣ין H3052 gegeven, overgegeven, geef deliver, give, lay, [phrase] prolong, pay, yield 4 לָ֔ךְ 5 לְפָלְחָ֖ן H6402 dienst service 6 בֵּ֣ית H1005 huis, huize, huizen house 7 אֱלָהָ֑ךְ H426 God, Gods, goden God, god 8 הַשְׁלֵ֕ם H8000 geef, volbracht, voleind deliver, finish 9 קֳדָ֖ם H6925 voor, in tegenwoordigheid van (Aramees) before, [idiom] from, [idiom] I (thought), [idiom] me, [phrase] of, [idiom] it pleased, presence 10 אֱלָ֥הּ H426 God, Gods, goden God, god 11 יְרוּשְׁלֶֽם H3390 Jeruzalem {Jerusalem}
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Het overige nu, dat van node zal zijn voor het huis uws Gods, dat u voorvallen zal uit te geven, zult gij geven uit het schathuis des konings.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Het overigeH7606 nu, dat van nodeH2819 zal zijn voor het huisH1005 uws GodsH426, dat u voorvallenH5308 zal uit te geven, zult gij geven uit het schathuisH1596 des koningsH4430. Het overige nu, dat van node zal zijn voor het huis uws Gods, dat u voorvallen zal uit te geven, zult gij geven uit het schathuis des konings.

KJV And whatsoever more1 shall be needful2 for the house3 of thy God,4 which thou shalt have occasion6 to bestow,8 bestow9 it out of10 the king's13 treasure12 house.

1 וּשְׁאָ֗ר H7606 overige, overigen [idiom] whatsoever more, residue, rest 2 חַשְׁחוּת֙ H2819 node be needful 3 בֵּ֣ית H1005 huis, huize, huizen house 4 אֱלָהָ֔ךְ H426 God, Gods, goden God, god 5 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 6 יִפֶּל H5308 nedervallen, nedervalt, viel fall (down), have occasion 7 לָ֖ךְ 8 לְמִנְתַּ֑ן H5415 geeft, wilde bestow, give pay 9 תִּנְתֵּ֕ן H5415 geeft, wilde bestow, give pay 10 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 11 בֵּ֖ית H1005 huis, huize, huizen house 12 גִּנְזֵ֥י H1596 schathuis, schatten treasure 13 מַלְכָּֽא H4430 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En van mij, mij, koning Arthahsasta, wordt bevel gegeven aan alle schatmeesters, die aan gene zijde der rivier zijt, dat alles, wat Ezra, de priester, de schriftgeleerde der wet van den God des hemels, van u zal begeren, spoediglijk gedaan worde;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En van mij, mij, koningH4430 ArthahsastaH783, wordt bevelH2942 gegevenH7761 aan alle schatmeestersH1490, die aan geneH5675 zijde der rivierH5103 zijt, dat allesH3606, wat EzraH5831, de priesterH3549, de schriftgeleerdeH5613 der wetH1882 van den GodH426 des hemelsH8065, van u zal begerenH7593, spoediglijkH629 gedaan worde; En van mij, mij, koning Arthahsasta, wordt bevel gegeven aan alle schatmeesters, die aan gene zijde der rivier zijt, dat alles, wat Ezra, de priester, de schriftgeleerde der wet van den God des hemels, van u zal begeren, spoediglijk gedaan worde;

KJV And I,1 even I2 Artaxerxes3 the king,4 do make5 a decree6 to all7 the treasurers8 which are beyond10 the river,11 that whatsoever Ezra16 the priest,17 the scribe18 of the law19 of the God21 of heaven,22 shall require15 of you, it be done24 speedily,

1 וּ֠מִנִּי H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 2 אֲנָ֞ה H576 ik I, as for me 3 אַרְתַּחְשַׁ֤סְתְּא H783 Arthahsasta Artaxerxes 4 מַלְכָּא֙ H4430 koning, konings, koningen king, royal 5 שִׂ֣ים H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 6 טְעֵ֔ם H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 7 לְכֹל֙ H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 8 גִּזַּֽבְרַיָּ֔א H1490 schatmeesters treasurer 9 דִּ֖י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 10 בַּעֲבַ֣ר H5675 gene beyond, this side 11 נַהֲרָ֑ה H5103 rivier river, stream 12 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 13 כָל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 14 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 15 יִ֠שְׁאֲלֶנְכוֹן H7593 afgevraagd, begeerd, begeert ask, demand, require 16 עֶזְרָ֨א H5831 Ezra Ezra 17 כָהֲנָ֜ה H3549 priesteren, priester priest 18 סָפַ֤ר H5613 schrijver, schriftgeleerde scribe 19 דָּתָא֙ H1882 wet, vonnis, wetten decree, law 20 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 21 אֱלָ֣הּ H426 God, Gods, goden God, god 22 שְׁמַיָּ֔א H8065 hemels, hemel, Hemel heaven 23 אָסְפַּ֖רְנָא H629 spoediglijk, ras fast, forthwith, speed(-ily) 24 יִתְעֲבִֽד H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Tot honderd talenten zilvers toe, en tot honderd kor tarwe, en tot honderd bath wijn, en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Tot honderdH3969 talentenH3604 zilversH3702 toe, en tot honderdH3969 korH3734 tarweH2591, en tot honderdH3969 bathH1325 wijnH2562, en tot honderdH3969 bathH1325 olieH4887, en zoutH4416 zonder voorschriftH3792. Tot honderd talenten zilvers toe, en tot honderd kor tarwe, en tot honderd bath wijn, en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift.

KJV Unto1 an hundred4 talents3 of silver,2 and to an hundred8 measures7 of wheat,6 and to an hundred12 baths11 of wine,10 and to an hundred16 baths14 of oil,15 and salt17 without19 prescribing

1 עַד H5705 tot, totdat (Aramees) [idiom] and, at, for, (hither-) to, on till, (un-) to, until, within 2 כְּסַף֮ H3702 zilver, zilveren, geld money, silver 3 כַּכְּרִ֣ין H3604 talenten talent 4 מְאָה֒ H3969 honderd, tweehonderd hundred 5 וְעַד H5705 tot, totdat (Aramees) [idiom] and, at, for, (hither-) to, on till, (un-) to, until, within 6 חִנְטִין֙ H2591 tarwe wheat 7 כֹּרִ֣ין H3734 kor cor, measure. Aramaic the same 8 מְאָ֔ה H3969 honderd, tweehonderd hundred 9 וְעַד H5705 tot, totdat (Aramees) [idiom] and, at, for, (hither-) to, on till, (un-) to, until, within 10 חֲמַר֙ H2562 wijn wine 11 בַּתִּ֣ין H1325 bath bath 12 מְאָ֔ה H3969 honderd, tweehonderd hundred 13 וְעַד H5705 tot, totdat (Aramees) [idiom] and, at, for, (hither-) to, on till, (un-) to, until, within 14 בַּתִּ֥ין H1325 bath bath 15 מְשַׁ֖ח H4887 olie oil 16 מְאָ֑ה H3969 honderd, tweehonderd hundred 17 וּמְלַ֖ח H4416 zout [phrase] maintenance, salt 18 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 19 לָ֥א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 20 כְתָֽב H3792 schrift, voorschrift prescribing, writing(-ten)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Al wat naar het bevel van den God des hemels is, dat het vlijtiglijk gedaan worde, voor het huis van den God des hemels; want waartoe zou er grote toorn zijn over het koninkrijk des konings en zijner kinderen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Al wat naar het bevelH2941 van den GodH426 des hemelsH8065 is, dat het vlijtiglijkH149 gedaan worde, voor het huisH1005 van den GodH426 des hemelsH8065; want waartoeH4101 zou er grote toornH7109 zijn over het koninkrijkH4437 des koningsH4430 en zijner kinderenH1123? Al wat naar het bevel van den God des hemels is, dat het vlijtiglijk gedaan worde, voor het huis van den God des hemels; want waartoe zou er grote toorn zijn over het koninkrijk des konings en zijner kinderen?

KJV Whatsoever1 is commanded by4 the God5 of heaven,6 let it be diligently8 done7 for the house9 of the God10 of heaven:11 for2 why13 should there be14 wrath15 against16 the realm17 of the king18 and his sons?

1 כָּל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 2 דִּ֗י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 3 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 4 טַ֨עַם֙ H2941 bevel, rekenschap, zaak account, [idiom] to be commanded, commandment, matter 5 אֱלָ֣הּ H426 God, Gods, goden God, god 6 שְׁמַיָּ֔א H8065 hemels, hemel, Hemel heaven 7 יִתְעֲבֵד֙ H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 8 אַדְרַזְדָּ֔א H149 vlijtiglijk diligently 9 לְבֵ֖ית H1005 huis, huize, huizen house 10 אֱלָ֣הּ H426 God, Gods, goden God, god 11 שְׁמַיָּ֑א H8065 hemels, hemel, Hemel heaven 12 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 13 לְמָ֤ה H4101 Hoe, hoe, kan how great (mighty), that which, what(-soever), why 14 לֶֽהֱוֵא֙ H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 15 קְצַ֔ף H7109 toorn wrath 16 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 17 מַלְכ֥וּת H4437 koninkrijk, Koninkrijk, Rijk kingdom, kingly, realm, reign 18 מַלְכָּ֖א H4430 koning, konings, koningen king, royal 19 וּבְנֽוֹהִי H1123 kinderen, gevankelijk, jonge child, son, young
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Ook laten wij ulieden weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, Nethinim en dienaars van het huis dezes Gods, dat men den cijns, ouden impost en tol hun niet zal vermogen op te leggen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Ook laten wij ulieden wetenH3046, aangaande alle priesterenH3549 en LevietenH3879, zangersH2171, poortiersH8652, NethinimH5412 en dienaarsH6399 van het huisH1005 dezes GodsH426, dat men den cijnsH4061, ouden impostH1093 en tolH1983 hun niet zal vermogenH7990 op te leggenH7412. Ook laten wij ulieden weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, Nethinim en dienaars van het huis dezes Gods, dat men den cijns, ouden impost en tol hun niet zal vermogen op te leggen.

KJV Also we certify2 you, that touching any4 of the priests5 and Levites,6 singers,7 porters,8 Nethinims,9 or ministers10 of this13 house11 of God,12 it shall not17 be lawful18 to impose19 toll,14 tribute,15 or custom,16 upon

1 וּלְכֹ֣ם 2 מְהוֹדְעִ֗ין H3046 bekend, weten, kennen certify, know, make known, teach 3 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 4 כָל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 5 כָּהֲנַיָּ֣א H3549 priesteren, priester priest 6 וְ֠לֵוָיֵא H3879 Levieten Levite 7 זַמָּ֨רַיָּ֤א H2171 zangers singer 8 תָרָֽעַיָּא֙ H8652 poortiers porter 9 נְתִ֣ינַיָּ֔א H5412 Nethinim Nethinims 10 וּפָ֣לְחֵ֔י H6399 eren, eert, dienaars minister, serve 11 בֵּ֖ית H1005 huis, huize, huizen house 12 אֱלָהָ֣א H426 God, Gods, goden God, god 13 דְנָ֑ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 14 מִנְדָּ֤ה H4061 cijns toll, tribute 15 בְלוֹ֙ H1093 ouden impost, oude impost tribute 16 וַהֲלָ֔ךְ H1983 tol custom 17 לָ֥א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 18 שַׁלִּ֖יט H7990 heerschappij, heerser, Heerser captain, be lawful, rule(-r) 19 לְמִרְמֵ֥א H7412 geworpen, wierpen, gezet cast (down), impose 20 עֲלֵיהֹֽם H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En gij, Ezra, naar de wijsheid uws Gods, die in uw hand is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten Gods weten, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekend maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En gij, EzraH5831, naar de wijsheidH2452 uws GodsH426, die in uw handH3028 is, stelH4483 regeerdersH8200 en richtersH1782, die al het volkH5972 richtenH1934, dat aan geneH5675 zijde der rivierH5103 is, allen, die de wettenH1882 GodsH426 wetenH3046, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekendH3046 maken. En gij, Ezra, naar de wijsheid uws Gods, die in uw hand is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten Gods weten, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekend maken.

KJV And thou,1 Ezra,2 after the wisdom3 of thy God,4 that is in thine hand,6 set7 magistrates8 and judges,9 which may judge11 all13 the people14 that are beyond16 the river,17 all18 such as know19 the laws20 of thy God;21 and teach24 ye them that know25 them not.

1 וְאַ֣נְתְּ H607 gij as for thee, thou 2 עֶזְרָ֗א H5831 Ezra Ezra 3 כְּחָכְמַ֨ת H2452 wijsheid wisdom 4 אֱלָהָ֤ךְ H426 God, Gods, goden God, god 5 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 6 בִידָךְ֙ H3028 hand, handen, geweld hand, power 7 מֶ֣נִּי H4483 gesteld, geteld, stel number, ordain, set 8 שָׁפְטִ֞ין H8200 regeerders magistrate 9 וְדַיָּנִ֗ין H1782 richters judge 10 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 11 לֶהֱוֺ֤ן H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 12 דָּאיְנִין֙ H1778 dorst judge 13 לְכָל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 14 עַמָּה֙ H5972 volken, volk, haalt people 15 דִּ֚י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 16 בַּעֲבַ֣ר H5675 gene beyond, this side 17 נַהֲרָ֔ה H5103 rivier river, stream 18 לְכָל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 19 יָדְעֵ֖י H3046 bekend, weten, kennen certify, know, make known, teach 20 דָּתֵ֣י H1882 wet, vonnis, wetten decree, law 21 אֱלָהָ֑ךְ H426 God, Gods, goden God, god 22 וְדִ֧י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 23 לָ֦א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 24 יָדַ֖ע H3046 bekend, weten, kennen certify, know, make known, teach 25 תְּהוֹדְעֽוּן H3046 bekend, weten, kennen certify, know, make known, teach
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En al wie de wet uws Gods en de wet des konings niet zal doen, over dien laat spoediglijk recht worden gedaan, hetzij ter dood, of tot uitbanning, of tot boete van goederen, of tot de banden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En al wie de wetH1882 uws GodsH426 en de wetH1882 des koningsH4430 niet zal doen, over dien laat spoediglijkH629 rechtH1780 worden gedaan, hetzij ter doodH4193, of tot uitbanningH8332, of tot boeteH6065 van goederenH5232, of tot de bandenH613. En al wie de wet uws Gods en de wet des konings niet zal doen, over dien laat spoediglijk recht worden gedaan, hetzij ter dood, of tot uitbanning, of tot boete van goederen, of tot de banden.

KJV And whosoever1 will not3 do4 the law6 of thy God,8 and the law9 of the king,11 let judgment13 be14 executed5 speedily12 upon him,16 whether17 it be unto death,18 or19 to banishment,20 or21 to confiscation22 of goods,23 or to imprisonment.

1 וְכָל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 2 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 3 לָא֩ H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 4 לֶהֱוֵ֨א H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 5 עָבֵ֜ד H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 6 דָּתָ֣א H1882 wet, vonnis, wetten decree, law 7 דִֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 8 אֱלָהָ֗ךְ H426 God, Gods, goden God, god 9 וְדָתָא֙ H1882 wet, vonnis, wetten decree, law 10 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 11 מַלְכָּ֔א H4430 koning, konings, koningen king, royal 12 אָסְפַּ֕רְנָא H629 spoediglijk, ras fast, forthwith, speed(-ily) 13 דִּינָ֕ה H1780 gericht, gerichten, recht judgement 14 לֶהֱוֵ֥א H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 15 מִתְעֲבֵ֖ד H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 16 מִנֵּ֑הּ H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 17 הֵ֤ן H2006 indien, zie (that) if, or, whether 18 לְמוֹת֙ H4193 dood death 19 הֵ֣ן H2006 indien, zie (that) if, or, whether 20 לִשְׁרֹשִׁ֔י H8332 uitbanning banishment 21 הֵן H2006 indien, zie (that) if, or, whether 22 לַעֲנָ֥שׁ H6065 boete confiscation 23 נִכְסִ֖ין H5232 goederen goods 24 וְלֶאֱסוּרִֽין H613 band, banden band, imprisonment
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des HEEREN, dat te Jeruzalem is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 GeloofdH1288 zij de HEEREH3068, de GodH430 onzer vaderenH1, DieH834 alzulksH2063 in het hartH3820 des koningsH4428 gegevenH5414 heeft, om te versierenH6286 het huisH1004 des HEERENH3068, datH834 te JeruzalemH3389 is. Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des HEEREN, dat te Jeruzalem is.

KJV Blessed1 be the LORD2 God3 of our fathers,4 which hath put6 such a thing as this in the king's9 heart,8 to beautify10 the house12 of the LORD13 which is in Jerusalem:

1 בָּר֥וּךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 אֲבוֹתֵ֑ינוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 נָתַ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 כָּזֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 8 בְּלֵ֣ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 9 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 לְפָאֵ֕ר H6286 verheerlijkt, heerlijk, versieren beautify, boast self, go over the boughs, glorify (self), glory, vaunt self 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren, en aller geweldige vorsten des konings! Zo heb ik mij gesterkt, naar de hand des HEEREN, mijns Gods, over mij, en de hoofden uit Israel vergaderd, om met mij op te trekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En heeft tot mij weldadigheidH2617 geneigdH5186, voor het aangezichtH6440 des koningsH4428 en zijner raadsherenH3289, en allerH3605 geweldigeH1368 vorstenH8269 des koningsH4428! Zo heb ik mij gesterktH2388, naar de handH3027 des HEERENH3068, mijns GodsH430, over mij, en de hoofdenH7218 uit IsraelH3478 vergaderdH6908, om metH5973 mij op te trekkenH5927. En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren, en aller geweldige vorsten des konings! Zo heb ik mij gesterkt, naar de hand des HEEREN, mijns Gods, over mij, en de hoofden uit Israel vergaderd, om met mij op te trekken.

KJV And hath extended2 mercy3 unto me before4 the king,5 and his counsellors,6 and before all the king's9 mighty10 princes.8 And I was strengthened12 as the hand13 of the LORD14 my God15 was upon me, and I gathered together17 out of Israel18 chief men19 to go up

1 וְעָלַ֣י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 הִטָּה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 3 חֶ֗סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 4 לִפְנֵ֤י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 וְיֽוֹעֲצָ֔יו H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 7 וּלְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 שָׂרֵ֥י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 9 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 הַגִּבֹּרִ֑ים H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 11 וַאֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 12 הִתְחַזַּ֗קְתִּי H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 13 כְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 אֱלֹהַי֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 16 עָלַ֔י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 וָאֶקְבְּצָ֧ה H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 18 מִיִּשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 19 רָאשִׁ֖ים H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 20 לַעֲל֥וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 21 עִמִּֽי H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezra 7:1 Nehemia 2:1 1 Kronieken 6:4 Ezra 7:21 Ezra 6:14 Ezra 7:12 2 Koningen 22:4 Jeremia 52:24 1 Kronieken 9:11
Ezra 7:2 2 Samuël 8:17 1 Koningen 2:35
Ezra 7:5 Numeri 27:2 Numeri 20:25 2 Kronieken 26:20 2 Kronieken 19:11 Leviticus 10:6 Psalmen 106:30 Hebreeën 5:4 1 Kronieken 6:50
Ezra 7:6 Ezra 7:28 Ezra 8:22 Nehemia 12:36 Ezra 8:31 Nehemia 2:18 Ezra 8:18 Nehemia 2:8 Ezra 7:9
Ezra 7:7 Ezra 8:1 Nehemia 7:45 Ezra 7:24 1 Kronieken 25:1 Ezra 7:11 Nehemia 10:28 Nehemia 2:1 Ezra 2:40
Ezra 7:9 Ezra 7:6 Nehemia 2:8 Nehemia 2:18
Ezra 7:10 Ezra 7:25 Deuteronomium 33:10 Psalmen 10:17 Mattheüs 7:24 Johannes 13:17 Psalmen 1:2 2 Kronieken 12:14 Psalmen 19:7
Ezra 7:11 Ezra 4:11 Markus 7:1 Ezra 7:6 Mattheüs 23:13 Ezra 5:6 Mattheüs 23:2
Ezra 7:12 Ezechiël 26:7 Daniël 2:37 Ezra 4:17 Openbaring 19:16 1 Timotheüs 6:15 1 Koningen 20:1 Ezra 4:10 Jesaja 10:8
Ezra 7:13 Ezra 6:1 Psalmen 148:6 Esther 9:14 Esther 3:15 2 Kronieken 30:5 Openbaring 22:17 Ezra 5:13 Ezra 1:3
Ezra 7:14 Esther 1:14 Deuteronomium 17:18 Ezra 7:28 Jesaja 8:20 Ezra 5:8 Ezra 7:15 Ezra 6:12 Ezra 8:25
Ezra 7:15 2 Kronieken 6:2 Psalmen 135:21 Ezra 6:12 Psalmen 72:10 2 Kronieken 6:6 Jesaja 60:6 Psalmen 9:11 Ezra 6:8
Ezra 7:16 1 Kronieken 29:6 Ezra 1:4 Ezra 1:6 1 Kronieken 29:9 1 Kronieken 29:17 2 Korinthe 9:7 2 Korinthe 8:12 Ezra 8:25
Ezra 7:17 Deuteronomium 12:5 Numeri 15:4 Mattheüs 21:12 Deuteronomium 14:24 Ezra 6:9 Johannes 2:14
Ezra 7:18 Efeze 5:17 2 Koningen 22:7 Ezra 7:26 2 Koningen 12:15
Ezra 7:19 Ezra 8:33 2 Kronieken 32:19 Ezra 8:27 Jeremia 3:17
Ezra 7:20 Ezra 6:4 Ezra 6:8
Ezra 7:21 Ezra 7:6 Ezra 6:6 Ezra 4:20 Ezra 7:10 Ezra 4:16
Ezra 7:22 Leviticus 2:13 Lukas 16:6 Ezechiël 45:14
Ezra 7:23 Zacharia 12:3 Ezra 7:13 Ezra 7:18 Ezra 6:10 Psalmen 119:4
Ezra 7:24 Ezra 7:7 Ezra 4:13 Ezra 2:36 Ezra 4:20
Ezra 7:25 Deuteronomium 16:18 Ezra 7:10 Maleachi 2:7 Jakobus 1:5 Exodus 18:21 Ezra 6:6 Nehemia 9:3 1 Kronieken 22:12
Ezra 7:26 Ezra 6:11 Daniël 6:26 Psalmen 52:5 Leviticus 20:1 Deuteronomium 13:1 Daniël 3:28 Exodus 21:1 2 Kronieken 30:12
Ezra 7:27 Ezra 6:22 1 Kronieken 29:10 Openbaring 17:17 Jakobus 1:17 2 Korinthe 8:16 Hebreeën 8:10 Nehemia 2:8 Nehemia 7:5
Ezra 7:28 Ezra 9:9 Ezra 5:5 Genesis 32:28 Nehemia 2:8 Nehemia 1:11 Jona 3:7 Ezra 7:9 Ezra 7:14
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezra 7 vers 1

Arthahsasta, Zie boven, Ezra 6:14 .

Hertaald: Arthahsasta, Zie hierboven Ezra 6:14.

den zoon van Serája, Vergelijk 1 Kron. 6:4 , enz., waar de voorouders van Ezra in meerder getal verhaald worden, enigen kortheidshalve hier uitgelaten zijnde.

Hertaald: den zoon van Serája, Vergelijk 1 Kron. 6:4, enzovoort, waar de voorouders van Ezra uitgebreider genoemd worden; sommigen zijn hier kortheidshalve weggelaten.

Ezra 7 vers 5

hoofdpriester Zie 2 Kon. 25:18 .

Hertaald: hoofdpriester Zie 2 Kon. 25:18.

Ezra 7 vers 6

schriftgeleerde Hebreeuws, schrijver; waardoor verstaan wordt een, die in de Heilige Schrift zeer geoefend en een leraar of meester is, of geacht wordt. Hetzelfde woord wordt ook dikwijls in het Nieuwe Testament gebruikt; zie onder, vs.11, 21; Jer. 8:8 . Vergelijk Ps. 45:2 .

Hertaald: schriftgeleerde Hebreeuws: schrijver; waarmee bedoeld wordt iemand die zeer bedreven is in de Heilige Schrift en die een leraar of meester is, of daarvoor wordt gehouden. Hetzelfde woord wordt ook vaak in het Nieuwe Testament gebruikt; zie hieronder vers 11, 21; Jer. 8:8. Vergelijk Ps. 45:2.

naar de hand Dat is, dewijl de Heere met hem was en zijn voornemen zegende, besturende de zaken door zijn goddelijke voorzienigheid, naar zijn wens. Vergelijk vs.9.

Hertaald: naar de hand Dat is: omdat de HEERE met hem was en zijn voornemen zegende, en de zaken door Zijn goddelijke voorzienigheid naar zijn wens bestuurde. Vergelijk vers 9.

Ezra 7 vers 7

Levieten, Dit wordt hier vooraf in het algemeen gezegd, maar hoe de Levieten onderweg bij Ezra gekomen en mede opgetogen zijn, zie daarvan onder, Ezra 8:15 , enz.

Hertaald: Levieten, Dit wordt hier vooraf in het algemeen gezegd, maar over hoe de Levieten onderweg bij Ezra gekomen zijn en meegetrokken zijn, zie daarover hieronder Ezra 8:15, enzovoort.

Nethinim, Zie boven, Ezra 2:43 .

Hertaald: Nethinim, Zie hierboven Ezra 2:43.

Ezra 7 vers 8

vijfde maand; Genoemd Ab, passende voor een deel op Juli, voor een deel op Augustus.

Hertaald: vijfde maand; Ab genoemd, komt deels overeen met juli, deels met augustus.

Ezra 7 vers 9

eerste maand Genoemd Abib, of, Nisan.

Hertaald: eerste maand Abib, of Nisan genoemd.

het begin des optochts Hebreeuws, de grondlegging, of fondatie. Sommigen nemen het voor den raadslag, of berading.

Hertaald: het begin des optochts Hebreeuws: de fundering, of grondlegging. Sommigen vatten het op als het beraad, of de beraadslaging.

naar de goede hand Vergelijk boven, vs.6 met de aantekening aldaar, en onder, vs.28.

Hertaald: naar de goede hand Vergelijk hierboven vers 6 met de aantekening daar, en hieronder vers 28.

Ezra 7 vers 10

inzettingen Hebreeuws, inzetting en recht.

Hertaald: inzettingen Hebreeuws: inzetting en recht.

Ezra 7 vers 12

volkomen Anders, den volkomenen [schriftgeleerde].

Hertaald: volkomen Anders: de volmaakte [schriftgeleerde].

op zulken tijd Zie boven, Ezra 4:10 .

Hertaald: op zulken tijd Zie hierboven Ezra 4:10.

Ezra 7 vers 14

zeven raadsheren Vergelijk Est. 1:14 .

Hertaald: zeven raadsheren Vergelijk Est. 1:14.

om onderzoek Om u te informeren of de wet Gods wel wordt onderhouden, of niet, en alles, dat vervallen is, naar de wet weder op te richten en te verbeteren.

Hertaald: om onderzoek Om te onderzoeken of de wet van God wel wordt nageleefd of niet, en om alles wat vervallen is naar de wet weer op te richten en te herstellen.

die in uw hand is; Dat is, die gij steeds bij u hebt, of medeneemt, waar gij mede omgaat, en die gij vaardiglijk weet te gebruiken. Alzo onder, vs.25.

Hertaald: die in uw hand is; Dat is: die u altijd bij u hebt, of meeneemt, waarmee u omgaat en die u vaardig weet te gebruiken. Zo ook hieronder vers 25.

Ezra 7 vers 16

vinden zult Dat is, bekomen, of verkrijgen kunt.

Hertaald: vinden zult Dat is: bekomen, of verkrijgen kunt.

Ezra 7 vers 17

Opdat gij Of, daarom koop, enz.

Hertaald: Opdat gij Of: daarom koop, enzovoort.

Ezra 7 vers 22

talenten zilvers Van een talent, zie Ex. 25:39 .

Hertaald: talenten zilvers Zie over een talent Ex. 25:39.

kor tarwe, Van deze maten kor en bath, zie 1 Kon. 4:22 , en 1 Kon. 7:26 .

Hertaald: kor tarwe, Zie over deze maten kor en bath 1 Kon. 4:22, en 1 Kon. 7:26.

zonder voorschrift Dat is, zonder daarvan maat voor te schrijven, of, zoveel men vannode zal hebben.

Hertaald: zonder voorschrift Dat is: zonder daarvoor een maat voor te schrijven, of: zoveel als men nodig zal hebben.

Ezra 7 vers 23

grote toorn Hij wil zeggen dat hij Gods toorn en straf op zich, zijn rijk en kinderen zekerlijk zou laden, indien hij anders deed.

Hertaald: grote toorn Hij wil zeggen dat hij Gods toorn en straf zeker op zichzelf, zijn rijk en zijn kinderen zou laden, als hij anders zou handelen.

Ezra 7 vers 24

den cijns, Zie boven, Ezra 4:13 .

Hertaald: den cijns, Zie hierboven Ezra 4:13.

Ezra 7 vers 25

uws Gods, Dat is, die uw God u gegeven, of in u gewrocht heeft; of versta, de wet Gods in welke Gods wijsheid is geopenbaard, gelijk boven vs.14.

Hertaald: uws Gods, Dat is: die uw God u gegeven, of in u gewerkt heeft; of versta hieronder de wet van God, waarin Gods wijsheid geopenbaard is, zoals hierboven vers 14.

regeerders Anders, richters en onderzoekers van zaken.

Hertaald: regeerders Anders: rechters en onderzoekers van zaken.

Ezra 7 vers 26

verbanning, Chaldeeuws, uitworteling; omdat eens mensen vaderland of geboorteplaats is als een akker, waarin hij geplant en geworteld is, en de verdrijving daaruit is als een uitworteling.

Hertaald: verbanning, Chaldeeuws: ontworteling; omdat het vaderland of de geboorteplaats van een mens is als een akker waarin hij geplant en geworteld is, en de verdrijving daaruit is als een ontworteling.

Ezra 7 vers 27

Geloofd zij de HEERE, Dit zijn nu de woorden van Ezra. Hebreeuws, gezegend.

Hertaald: Geloofd zij de HEERE, Dit zijn nu de woorden van Ezra. Hebreeuws: gezegend.

Ezra 7 vers 28

weldadigheid Of, goedertierenheid, goedgunstigheid.

Hertaald: weldadigheid Of: goedertierenheid, welwillendheid.

gesterkt, Dat is, ik heb een moed gegrepen.

Hertaald: gesterkt, Dat is: ik heb moed gevat.

naar de hand Vergelijk boven, vs.6.

Hertaald: naar de hand Vergelijk hierboven vers 6.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Arthahsasta  — groot koninkrijk (Perzische naam)

Koning van Perzië, aan wie tegenstanders van de Joden een aanklacht tegen de herbouw van Jeruzalem zonden; hij gaf bevel het werk te staken (Ezra 4:7-23).

Ezra  — hulp

Zoon van Seraja, uit een geslacht dat teruggaat tot Aäron, de hoofdpriester; een bekwaam schriftgeleerde in de wet van Mozes. In het zevende jaar van Arthahsasta trok hij met een groep ballingen van Babel naar Jeruzalem, met een koninklijke volmacht om de wet te onderwijzen, rechters aan te stellen, en het huis Gods te versieren; later leidde hij de hervorming waarbij de gemengde huwelijken met vreemde vrouwen werden ontbonden (Ezra 7-10).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ezra had zijn hart gericht  — van de man naar wie het boek genoemd is, geeft de Schrift een drievoudige samenvatting: "Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten" (Ezra 7:10)

Ezra wordt eerst naar zijn afkomst getekend, in een lijn die teruggaat tot Aäron de hoofdpriester (Ezra 7:1-5). Hij trekt op uit Babel als een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, en de koning geeft hem al zijn verzoek, naar de hand des HEEREN over hem (Ezra 7:6). Met hem trekken priesters, Levieten, zangers, poortiers en Nethinim op (Ezra 7:7). De reis duurt van de eerste dag van de eerste maand tot de eerste dag van de vijfde maand, en de tekst zegt er tweemaal bij dat het ging naar de goede hand van zijn God over hem (Ezra 7:9). Dan volgt de verklaring van dat alles in één vers (Ezra 7:10). De brief van Arthahsasta geeft hem daarna een uitzonderlijke volmacht. Wie vrijwillig wil mag meegaan, en er wordt zilver en goud meegegeven (Ezra 7:13-15). Ezra mag bovendien regeerders en richters aanstellen die het volk richten naar de wet van zijn God, en wie die wet niet kent moet onderwezen worden (Ezra 7:25). Ezra's eigen reactie op die brief is geen zelfvoldaanheid maar lofzegging: geloofd zij de HEERE, Die dit in het hart van de koning gegeven heeft (Ezra 7:27-28).

Bijbelse betekenis: In vers 10 staan drie werkwoorden in een volgorde die niet omgekeerd mag worden. Eerst zoeken, dan doen, dan leren. Wie onderwijst wat hij niet onderzocht heeft, geeft van een ander door; wie onderwijst wat hij niet doet, weerspreekt zichzelf. Ezra was geleerd genoeg om aan een koninklijk hof te verkeren, en juist van zo iemand wordt gezegd dat hij eerst zijn hart richtte. De uitdrukking zelf is veelzeggend: het hart richten is een keuze en geen aanleg. Verder valt op hoe het hoofdstuk over de koninklijke gunst spreekt. Driemaal keert de goede hand van God terug, en de brief met zijn ruime volmachten wordt niet aan Ezra's aanzien toegeschreven maar aan wat God in het hart van de koning gaf. Aanzien bij mensen is in dit boek altijd een gave en nooit een prestatie.

Typologie: Jakobus vat de tweede stap van Ezra's drieslag samen in één regel: "En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende" (Jak. 1:22). Wie de Schrift onderzoekt zonder haar te doen, bedriegt volgens dat woord niet zijn hoorders maar zichzelf. Dezelfde volgorde ligt ten grondslag aan alle onderwijs in de gemeente.

Ezra 7:1-15; Ezra 7:25-28; Jak. 1:22

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

Ezra had zijn hart gericht — 7:1-10, 27-28

Bijna zestig jaar na de inwijding van de tweede tempel trekt er een tweede groep ballingen op uit Babel. Aan het hoofd staat Ezra, een priester uit het geslacht van Aäron, en de koning van Perzië geeft hem een brief mee met verregaande volmachten.

Van Ezra wordt in één vers gezegd wat hij met zijn leven deed, en dat vers bestaat uit drie werkwoorden in de goede volgorde.

Hij wordt eerst voorgesteld met zijn afkomst — de lijst loopt terug tot Aäron — en dan met zijn vak: hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes. Er staat bij dat de koning hem al zijn verzoek gaf, en de reden wordt er meteen naast gezet: naar de hand des HEEREN zijns Gods over hem. Die uitdrukking komt in dit hoofdstuk viermaal voor.

En dan volgt het tiende vers, dat het hele leven van deze man samenvat: “Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israël te leren de inzettingen en de rechten.”

Drie werkwoorden staan daar, en de volgorde is beslissend. Eerst zoeken: hij ging het na, hij bestudeerde het. Dan doen: wat hij vond, bracht hij in praktijk. En pas dan leren: hij onderwees anderen. Wie die volgorde omdraait, geeft door wat hij zelf niet gelooft.

En er staat iets vóór die drie werkwoorden dat er evengoed toe doet: hij had zijn hart gericht. Het is een besluit geweest, geen aanleg.

De brief die hij meekrijgt is opvallend ruim. Wie mee wil, mag mee. Er gaat zilver en goud mee voor de tempel. De priesters en Levieten worden vrijgesteld van belasting. En Ezra mag rechters aanstellen om recht te spreken naar de wet van zijn God. Een heidens koning geeft de wet van Israël rechtskracht in zijn eigen rijk.

Ezra's reactie daarop is het mooiste van het hoofdstuk, en zij begint niet bij de koning: “Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft.” Wat een vorst besloot, schrijft hij toe aan Wie dat besluit in dat hart legde — precies zoals er eerder over Kores geschreven was.

Dit besluit heeft in de uitlegkunde nog een bijzondere plaats gekregen. Daniël sprak van een tijd die zou beginnen bij het uitgaan van het bevel om Jeruzalem te herbouwen, en dit is een van de vier besluiten die daarvoor in aanmerking komen. Welke van de vier bedoeld is, wordt hier niet beslist.

Waar dit hoofdstuk in dit register op uitkomt is de lijn van het onderwijs. Ezra zocht, deed en leerde. Van Eén staat er dat Hij begonnen heeft te dóén en te leren. Lukas zet die twee werkwoorden met opzet in die volgorde neer.

  1. Ezra 7:6 — Een schriftgeleerde in de wet van Mozes, en de koning gaf hem al zijn verzoek.
  2. Ezra 7:10 — Hij had zijn hart gericht — een besluit, geen aanleg.
  3. Ezra 7:10 — Zoeken, doen, leren: die volgorde is beslissend.
  4. Ezra 7:25 — Een heidens koning geeft de wet van Israël rechtskracht in zijn rijk.
  5. Ezra 7:27 — En Ezra schrijft dat toe aan Wie het in het hart van de koning legde.
  6. Handelingen 1:1 — Van Eén staat er dat Hij begon te doen én te leren, in die volgorde.

In het Nieuwe Testament: Handelingen 1:1; Spreuken 21:1; Daniël 9:25; Mattheüs 5:19; Ezra 1:1

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Ezra 7 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op vers 10, waar drie werkwoorden in een bepaalde volgorde staan. Daarnaast op de overeenkomst met Handelingen 1:1, waar van Christus gezegd wordt dat Hij begon te doen en te leren. Dat Lukas daarbij aan Ezra dacht, staat er niet. Of het besluit van dit hoofdstuk het beginpunt is van de zeventig weken uit Daniël 9, wordt hier bewust opengelaten.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Ezra 7

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content