Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1NaH310dezeH428geschiedenissenH1697 nu, in het koninkrijkH4438 van ArthahsastaH783, koningH4428 van PerzieH6539: EzraH5830, de zoonH1121 van SerajaH8304, den zoonH1121 van AzarjaH5838, den zoonH1121 van HilkiaH2518,Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,
2Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Den zoonH1121 van SallumH7967, den zoonH1121 van ZadokH6659, den zoonH1121 van AhitubH285,Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub,
3Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Den zoonH1121 van AmarjaH568, den zoonH1121 van AzarjaH5838, den zoonH1121 van MerajothH4812,Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,
4Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Den zoonH1121 van ZerahjaH2228, den zoonH1121 van UzziH5813, den zoonH1121 van BukkiH1231,Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki,
5Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Den zoonH1121 van AbisuaH50, den zoonH1121 van PinehasH6372, den zoonH1121 van EleazarH499, den zoonH1121 van AaronH175, den hoofdpriesterH7218.Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester.
6Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Deze EzraH5830toogH5927 op uit BabelH894; en hijH1931 was een vaardigH4106schriftgeleerdeH5608 in de wetH8451 van MozesH4872, die de HEEREH3068, de GodH430IsraelsH3478, gegevenH5414 heeft; en de koningH4428 gaf hem, naar de handH3027 des HEERENH3068, zijns GodsH430, overH5921 hem, alH3605 zijn verzoekH1246.Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek.
KJVThis Ezra2went up3from Babylon;4and he was a ready7scribe6in the law8of Moses,9which the LORD12God13of Israel14had given:11and the king17granted15him all his request,23according to the hand18of the LORD19his God
1ה֤וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2עֶזְרָא֙H5830EzraEzra3עָלָ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4מִבָּבֶ֔לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon5וְהֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6סֹפֵ֤רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer7מָהִיר֙H4106vaardig, vaardigendiligent, hasty, ready8בְּתוֹרַ֣תH8451wet, wetten, leerlaw9מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11נָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15וַיִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16ל֣וֹ17הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18כְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves19יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֱלֹהָיו֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty21עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23בַּקָּשָׁתֽוֹH1246verzoek, verzoeksrequest
7Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Ook sommigen van de kinderenH1121IsraelsH3478, en vanH4480 de priesterenH3548 en de LevietenH3881, en de zangersH7891, en de poortiersH7778, en de NethinimH5411, togenH5927 op naarH413JeruzalemH3389, in het zevendeH7651jaarH8141 van den koningH4428ArthahsastaH783.Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta.
KJVAnd there went up1some of the children2of Israel,3and of the priests,5and the Levites,6and the singers,7and the porters,8and the Nethinims,9unto Jerusalem,11in the seventh13year12of Artaxerxes14the king.
1וַיַּֽעֲל֣וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2מִבְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִ֠שְׂרָאֵלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הַכֹּהֲנִ֨יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6וְהַלְוִיִּ֜םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite7וְהַמְשֹׁרְרִ֧יםH7891zangers, zingen, Zingtbehold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman)8וְהַשֹּׁעֲרִ֛יםH7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter9וְהַנְּתִינִ֖יםH5411NethinimNethinims10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem12בִּשְׁנַתH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)13שֶׁ֖בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)14לְאַרְתַּחְשַׁ֥סְתְּאH783ArthahsastaArtaxerxes15הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
8En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En hij kwamH935 te JeruzalemH3389 in de vijfdeH2549maandH2320; dat was het zevendeH7637jaarH8141 dezes koningsH4428.En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings.
KJVAnd he came1to Jerusalem2in the fifth4month,3which was in the seventh7year6of the king.
1וַיָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem3בַּחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon4הַחֲמִישִׁ֑יH2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)5הִ֛יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6שְׁנַ֥תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7הַשְּׁבִיעִ֖יתH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)8לַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
9Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9WantH3588 op den eerstenH259 der eersteH7223maandH2320 was hetH1931beginH3246 des optochtsH4609 uit BabelH894, en op den eerstenH259 der vijfdeH2549maandH2320kwamH935 hij te JeruzalemH3389, naarH413 de goedeH2896handH3027 zijns GodsH430overH5921 hem.Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.
KJVFor upon the first2day of the first4month3began6he to go up7from Babylon,8and on the first9day of the fifth11month10came12he to Jerusalem,14according to the good17hand15of his God
1כִּ֗יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2בְּאֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon4הָרִאשׁ֔וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past5ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6יְסֻ֔דH3246begin[idiom] began7הַֽמַּעֲלָ֖הH4609Hammaaloth, trappen, gradenthings that come up, (high) degree, deal, go up, stair, step, story8מִבָּבֶ֑לH894Babel, Babels, BabylonieBabel, Babylon9וּבְאֶחָ֞דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon11הַחֲמִישִׁ֗יH2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)12בָּ֚אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14יְר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem15כְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16אֱלֹהָ֖יוH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17הַטּוֹבָ֥הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)18עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
10Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10WantH3588EzraH5830 had zijn hartH3824gerichtH3559, om de wetH8451 des HEERENH3068 te zoekenH1875 en te doenH6213, en om in IsraelH3478 te lerenH3925 de inzettingenH2706 en de rechtenH4941.Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten.
KJVFor Ezra2had prepared3his heart4to seek5the law7of the LORD,8and to do9it, and to teach10in Israel11statutes12and judgments.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עֶזְרָא֙H5830EzraEzra3הֵכִ֣יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed4לְבָב֔וֹH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding5לִדְר֛וֹשׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7תּוֹרַ֥תH8451wet, wetten, leerlaw8יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וְלַעֲשֹׂ֑תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10וּלְלַמֵּ֥דH3925leren, geleerd, leert(un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing)11בְּיִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12חֹ֥קH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task13וּמִשְׁפָּֽטH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
11Dit is nu het afschrift des briefs, dien de koning Arthahsasta gaf aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde; den schriftgeleerde van de woorden der geboden des HEEREN, en Zijn inzettingen over Israel:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11DitH2088 is nu het afschriftH6572 des briefsH5406, dien de koningH4428ArthahsastaH783gafH5414 aan EzraH5830, den priesterH3548, den schriftgeleerdeH5608; den schriftgeleerdeH5608 van de woordenH1697 der gebodenH4687 des HEERENH3068, en Zijn inzettingenH2706overH5921IsraelH3478:Dit is nu het afschrift des briefs, dien de koning Arthahsasta gaf aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde; den schriftgeleerde van de woorden der geboden des HEEREN, en Zijn inzettingen over Israel:
KJVNow this is the copy2of the letter3that the king6Artaxerxes7gave5unto Ezra8the priest,9the scribe,10even a scribe11of the words12of the commandments13of the LORD,14and of his statutes15to Israel.
1וְזֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)2פַּרְשֶׁ֣גֶןH6572afschrift, inhoudcopy3הַֽנִּשְׁתְּוָ֗ןH5406briefsletter4אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נָתַן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7אַרְתַּחְשַׁ֔סְתְּאH783ArthahsastaArtaxerxes8לְעֶזְרָ֥אH5830EzraEzra9הַכֹּהֵ֖ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer10הַסֹּפֵ֑רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer11סֹפֵ֞רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer12דִּבְרֵ֧יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13מִצְוֺתH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept14יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15וְחֻקָּ֖יוH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
12Arthahsasta koning der koningen, aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde der wet van den God des hemels, volkomen vrede en op zulken tijd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12ArthahsastaH783koningH4430 der koningenH4430, aan EzraH5831, den priesterH3549, den schriftgeleerdeH5613 der wetH1882 van den GodH426 des hemelsH8065, volkomenH1585 vrede en op zulken tijdH3706.Arthahsasta koning der koningen, aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde der wet van den God des hemels, volkomen vrede en op zulken tijd.
KJVArtaxerxes,1king2of kings,3unto Ezra4the priest,5a scribe6of the law7of the God9of heaven,10perfect11peace, and at such a time.
1אַ֨רְתַּחְשַׁ֔סְתְּאH783ArthahsastaArtaxerxes2מֶ֖לֶךְH4430koning, konings, koningenking, royal3מַלְכַיָּ֑אH4430koning, konings, koningenking, royal4לְעֶזְרָ֣אH5831EzraEzra5כָ֠הֲנָאH3549priesteren, priesterpriest6סָפַ֨רH5613schrijver, schriftgeleerdescribe7דָּתָ֜אH1882wet, vonnis, wettendecree, law8דִּֽיH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose9אֱלָ֧הּH426God, Gods, godenGod, god10שְׁמַיָּ֛אH8065hemels, hemel, Hemelheaven11גְּמִ֖ירH1585volkomenperfect12וּכְעֶֽנֶתH3706tijdat such a time
13Van mij wordt bevel gegeven, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, van het volk van Israel, en van deszelfs priesteren en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Van mij wordt bevelH2942gegevenH7761, dat al wie vrijwilligH5069 is in mijn koninkrijkH4437, van het volkH5972 van IsraelH3479, en van deszelfs priesterenH3549 en LevietenH3879, om te gaan naar JeruzalemH3390, dat hij met u ga.Van mij wordt bevel gegeven, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, van het volk van Israel, en van deszelfs priesteren en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga.
KJVI1make2a decree,3that all5they of8the people9of Israel,10and of his priests11and Levites,12in my realm,7which are minded of their own freewill6to go up13to Jerusalem,14go16with thee.
14Dewijl gij van voor den koning en zijn zeven raadsheren gezonden zijt, om onderzoek te doen in Judea, en te Jeruzalem, naar de wet uws Gods, die in uw hand is;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Dewijl gij van voor den koningH4430 en zijn zevenH7655raadsherenH3272gezondenH7972 zijt, om onderzoekH1240 te doen in JudeaH3061, en te JeruzalemH3390, naar de wetH1882 uws GodsH426, die in uw handH3028 is;Dewijl gij van voor den koning en zijn zeven raadsheren gezonden zijt, om onderzoek te doen in Judea, en te Jeruzalem, naar de wet uws Gods, die in uw hand is;
KJVForasmuch3as1thou art sent9of4the king,6and of his seven7counsellors,8to enquire10concerning11Judah12and Jerusalem,13according to the law14of thy God15which is in thine hand;
1כָּלH3606alles, allerlei, enigenall, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole2קֳבֵ֗לH6903tegenover, aangezien, daarom (Aramees)[phrase] according to, [phrase] as, [phrase] because, before, [phrase] for this cause, [phrase] forasmuch as, [phrase] by this means, over against, by reason of, [phrase] that, [phrase] therefore, [phrase] though, [phrase] wherefore3דִּי֩H1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose4מִןH4481van, uit (Aramees)according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when5קֳדָ֨םH6925voor, in tegenwoordigheid van (Aramees)before, [idiom] from, [idiom] I (thought), [idiom] me, [phrase] of, [idiom] it pleased, presence6מַלְכָּ֜אH4430koning, konings, koningenking, royal7וְשִׁבְעַ֤תH7655zevenseven (times)8יָעֲטֹ֨הִי֙H3272raadsheren, beraadslaagdcounsellor, consult together9שְׁלִ֔יחַH7972gezonden, zond, zondenput, send10לְבַקָּרָ֥אH1240gezocht, onderzoek, zochteninquire, make search11עַלH5922op, over, tegen (Aramees)about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with12יְה֖וּדH3061Juda, JudeaJewry, Judah, Judea13וְלִֽירוּשְׁלֶ֑םH3390Jeruzalem{Jerusalem}14בְּדָ֥תH1882wet, vonnis, wettendecree, law15אֱלָהָ֖ךְH426God, Gods, godenGod, god16דִּ֥יH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose17בִידָֽךְH3028hand, handen, geweldhand, power
15En om henen te brengen het zilver en goud, dat de koning en zijn raadsheren vrijwilliglijk gegeven hebben aan den God Israels, Wiens woning te Jeruzalem is;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En om henen te brengenH2987 het zilverH3702 en goudH1722, dat de koningH4430 en zijn raadsherenH3272vrijwilliglijk gegevenH5069 hebben aan den GodH426IsraelsH3479, Wiens woningH4907 te JeruzalemH3390 is;En om henen te brengen het zilver en goud, dat de koning en zijn raadsheren vrijwilliglijk gegeven hebben aan den God Israels, Wiens woning te Jeruzalem is;
KJVAnd to carry1the silver2and gold,3which the king5and his counsellors6have freely offered7unto the God8of Israel,9whose4habitation12is in Jerusalem,
16Mitsgaders al het zilver en goud, dat gij vinden zult in het ganse landschap van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwilliglijk geven, ten huize huns Gods, dat te Jeruzalem is;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Mitsgaders al het zilverH3702 en goudH1722, dat gij vindenH7912 zult in het ganse landschapH4083 van BabelH895, met de vrijwillige gaveH5069 des volksH5972 en der priesterenH3549, die vrijwilliglijkH5069 geven, ten huizeH1005 huns GodsH426, dat te JeruzalemH3390 is;Mitsgaders al het zilver en goud, dat gij vinden zult in het ganse landschap van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwilliglijk geven, ten huize huns Gods, dat te Jeruzalem is;
KJVAnd all1the silver2and gold3that thou canst find5in all6the province7of Babylon,8with9the freewill offering10of the people,11and of the priests,12offering willingly13for the house14of their God15which is in Jerusalem:
17Opdat gij spoediglijk voor dat geld koopt runderen, rammen, lammeren, met hun spijsofferen, en hun drankofferen, en die offert op het altaar van het huis van ulieder God, dat te Jeruzalem is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Opdat gij spoediglijkH629 voor dat geldH3702kooptH7066runderenH8450, rammenH1798, lammerenH563, met hun spijsofferenH4504, en hun drankofferenH5261, en die offertH7127 op het altaarH4056 van het huisH1005 van ulieder GodH426, dat te JeruzalemH3390 is.Opdat gij spoediglijk voor dat geld koopt runderen, rammen, lammeren, met hun spijsofferen, en hun drankofferen, en die offert op het altaar van het huis van ulieder God, dat te Jeruzalem is.
KJVThat1thou mayest buy5speedily4with this3money6bullocks,8rams,9lambs,10with their meat offerings11and their drink offerings,12and offer13them14upon15the altar16of the house18of your God19which is in Jerusalem.
1כָּלH3606alles, allerlei, enigenall, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole2קֳבֵ֣לH6903tegenover, aangezien, daarom (Aramees)[phrase] according to, [phrase] as, [phrase] because, before, [phrase] for this cause, [phrase] forasmuch as, [phrase] by this means, over against, by reason of, [phrase] that, [phrase] therefore, [phrase] though, [phrase] wherefore3דְּנָה֩H1836dezen, aldus, ander(afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which4אָסְפַּ֨רְנָאH629spoediglijk, rasfast, forthwith, speed(-ily)5תִקְנֵ֜אH7066kooptbuy6בְּכַסְפָּ֣אH3702zilver, zilveren, geldmoney, silver7דְנָ֗הH1836dezen, aldus, ander(afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which8תּוֹרִ֤יןH8450ossen, runderenbullock, ox9דִּכְרִין֙H1798rammenram10אִמְּרִ֔יןH563lammerenlamb11וּמִנְחָתְה֖וֹןH4504spijsoffer, spijsofferenoblation, meat offering12וְנִסְכֵּיה֑וֹןH5261drankofferendrink offering13וּתְקָרֵ֣בH7127naderde, genaderd, naderapproach, come (near, nigh), draw near14הִמּ֔וֹH1994zij, hen[idiom] are, them, those15עַֽלH5922op, over, tegen (Aramees)about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with16מַדְבְּחָ֔הH4056altaaraltar17דִּ֛יH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose18בֵּ֥יתH1005huis, huize, huizenhouse19אֱלָהֲכֹ֖םH426God, Gods, godenGod, god20דִּ֥יH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose21בִירוּשְׁלֶֽםH3390Jeruzalem{Jerusalem}
18Daartoe, wat u en uw broederen goeddunken zal, met het overige zilver en goud te doen, zult gijlieden doen naar het welgevallen uws Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daartoe, wat u en uw broederenH252 goeddunken zal, met het overigeH7606zilverH3702 en goudH1722 te doen, zult gijlieden doen naar het welgevallenH7470 uws GodsH426.Daartoe, wat u en uw broederen goeddunken zal, met het overige zilver en goud te doen, zult gijlieden doen naar het welgevallen uws Gods.
Ook in dit vers
goed dunkenH3191
KJVAnd whatsoever1shall seem good6to thee, and to4thy brethren,5to do10with the rest7of the silver8and the gold,9that do13after the will11of your God.
1וּמָ֣הH4101Hoe, hoe, kanhow great (mighty), that which, what(-soever), why2דִי֩H1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose3עֲלָ֨ךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4וְעַלH5922op, over, tegen (Aramees)about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with5אֶחָ֜ךְH252broederenbrother6יֵיטַ֗בH3191goed dunkenseem good7בִּשְׁאָ֛רH7606overige, overigen[idiom] whatsoever more, residue, rest8כַּסְפָּ֥אH3702zilver, zilveren, geldmoney, silver9וְדַהֲבָ֖הH1722gouden, goudgold(-en)10לְמֶעְבַּ֑דH5648doen, maken, bereiden (Aramees)[idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work11כִּרְע֥וּתH7470believen, welgevallenpleasure, will12אֱלָהֲכֹ֖םH426God, Gods, godenGod, god13תַּעַבְדֽוּןH5648doen, maken, bereiden (Aramees)[idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work
19En geef de vaten, die u gegeven zijn tot den dienst van het huis uws Gods, weder voor den God van Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En geefH8000 de vatenH3984, die u gegevenH3052 zijn tot den dienstH6402 van het huisH1005 uws GodsH426, weder voor den GodH426 van JeruzalemH3390.En geef de vaten, die u gegeven zijn tot den dienst van het huis uws Gods, weder voor den God van Jeruzalem.
KJVThe vessels1also that are given3thee for the service5of the house6of thy God,7those deliver8thou before9the God10of Jerusalem.
1וּמָֽאנַיָּא֙H3984vatenvessel2דִּֽיH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose3מִתְיַהֲבִ֣יןH3052gegeven, overgegeven, geefdeliver, give, lay, [phrase] prolong, pay, yield4לָ֔ךְ5לְפָלְחָ֖ןH6402dienstservice6בֵּ֣יתH1005huis, huize, huizenhouse7אֱלָהָ֑ךְH426God, Gods, godenGod, god8הַשְׁלֵ֕םH8000geef, volbracht, voleinddeliver, finish9קֳדָ֖םH6925voor, in tegenwoordigheid van (Aramees)before, [idiom] from, [idiom] I (thought), [idiom] me, [phrase] of, [idiom] it pleased, presence10אֱלָ֥הּH426God, Gods, godenGod, god11יְרוּשְׁלֶֽםH3390Jeruzalem{Jerusalem}
20Het overige nu, dat van node zal zijn voor het huis uws Gods, dat u voorvallen zal uit te geven, zult gij geven uit het schathuis des konings.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Het overigeH7606 nu, dat van nodeH2819 zal zijn voor het huisH1005 uws GodsH426, dat u voorvallenH5308 zal uit te geven, zult gij geven uit het schathuisH1596 des koningsH4430.Het overige nu, dat van node zal zijn voor het huis uws Gods, dat u voorvallen zal uit te geven, zult gij geven uit het schathuis des konings.
KJVAnd whatsoever more1shall be needful2for the house3of thy God,4which thou shalt have occasion6to bestow,8bestow9it out of10the king's13treasure12house.
1וּשְׁאָ֗רH7606overige, overigen[idiom] whatsoever more, residue, rest2חַשְׁחוּת֙H2819nodebe needful3בֵּ֣יתH1005huis, huize, huizenhouse4אֱלָהָ֔ךְH426God, Gods, godenGod, god5דִּ֥יH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose6יִפֶּלH5308nedervallen, nedervalt, vielfall (down), have occasion7לָ֖ךְ8לְמִנְתַּ֑ןH5415geeft, wildebestow, give pay9תִּנְתֵּ֕ןH5415geeft, wildebestow, give pay10מִןH4481van, uit (Aramees)according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when11בֵּ֖יתH1005huis, huize, huizenhouse12גִּנְזֵ֥יH1596schathuis, schattentreasure13מַלְכָּֽאH4430koning, konings, koningenking, royal
21En van mij, mij, koning Arthahsasta, wordt bevel gegeven aan alle schatmeesters, die aan gene zijde der rivier zijt, dat alles, wat Ezra, de priester, de schriftgeleerde der wet van den God des hemels, van u zal begeren, spoediglijk gedaan worde;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En van mij, mij, koningH4430ArthahsastaH783, wordt bevelH2942gegevenH7761 aan alle schatmeestersH1490, die aan geneH5675 zijde der rivierH5103 zijt, dat allesH3606, wat EzraH5831, de priesterH3549, de schriftgeleerdeH5613 der wetH1882 van den GodH426 des hemelsH8065, van u zal begerenH7593, spoediglijkH629 gedaan worde;En van mij, mij, koning Arthahsasta, wordt bevel gegeven aan alle schatmeesters, die aan gene zijde der rivier zijt, dat alles, wat Ezra, de priester, de schriftgeleerde der wet van den God des hemels, van u zal begeren, spoediglijk gedaan worde;
KJVAnd I,1even I2Artaxerxes3the king,4do make5a decree6to all7the treasurers8which are beyond10the river,11that whatsoever Ezra16the priest,17the scribe18of the law19of the God21of heaven,22shall require15of you, it be done24speedily,
1וּ֠מִנִּיH4481van, uit (Aramees)according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when2אֲנָ֞הH576ikI, as for me3אַרְתַּחְשַׁ֤סְתְּאH783ArthahsastaArtaxerxes4מַלְכָּא֙H4430koning, konings, koningenking, royal5שִׂ֣יםH7761gegeven, gesteld, Geeft[phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set6טְעֵ֔םH2942bevel, acht, geproefd[phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom7לְכֹל֙H3606alles, allerlei, enigenall, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole8גִּזַּֽבְרַיָּ֔אH1490schatmeesterstreasurer9דִּ֖יH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose10בַּעֲבַ֣רH5675genebeyond, this side11נַהֲרָ֑הH5103rivierriver, stream12דִּ֣יH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose13כָלH3606alles, allerlei, enigenall, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole14דִּ֣יH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose15יִ֠שְׁאֲלֶנְכוֹןH7593afgevraagd, begeerd, begeertask, demand, require16עֶזְרָ֨אH5831EzraEzra17כָהֲנָ֜הH3549priesteren, priesterpriest18סָפַ֤רH5613schrijver, schriftgeleerdescribe19דָּתָא֙H1882wet, vonnis, wettendecree, law20דִּֽיH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose21אֱלָ֣הּH426God, Gods, godenGod, god22שְׁמַיָּ֔אH8065hemels, hemel, Hemelheaven23אָסְפַּ֖רְנָאH629spoediglijk, rasfast, forthwith, speed(-ily)24יִתְעֲבִֽדH5648doen, maken, bereiden (Aramees)[idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work
22Tot honderd talenten zilvers toe, en tot honderd kor tarwe, en tot honderd bath wijn, en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Tot honderdH3969talentenH3604zilversH3702 toe, en tot honderdH3969korH3734tarweH2591, en tot honderdH3969bathH1325wijnH2562, en tot honderdH3969bathH1325olieH4887, en zoutH4416 zonder voorschriftH3792.Tot honderd talenten zilvers toe, en tot honderd kor tarwe, en tot honderd bath wijn, en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift.
KJVUnto1an hundred4talents3of silver,2and to an hundred8measures7of wheat,6and to an hundred12baths11of wine,10and to an hundred16baths14of oil,15and salt17without19prescribing
1עַדH5705tot, totdat (Aramees)[idiom] and, at, for, (hither-) to, on till, (un-) to, until, within2כְּסַף֮H3702zilver, zilveren, geldmoney, silver3כַּכְּרִ֣יןH3604talententalent4מְאָה֒H3969honderd, tweehonderdhundred5וְעַדH5705tot, totdat (Aramees)[idiom] and, at, for, (hither-) to, on till, (un-) to, until, within6חִנְטִין֙H2591tarwewheat7כֹּרִ֣יןH3734korcor, measure. Aramaic the same8מְאָ֔הH3969honderd, tweehonderdhundred9וְעַדH5705tot, totdat (Aramees)[idiom] and, at, for, (hither-) to, on till, (un-) to, until, within10חֲמַר֙H2562wijnwine11בַּתִּ֣יןH1325bathbath12מְאָ֔הH3969honderd, tweehonderdhundred13וְעַדH5705tot, totdat (Aramees)[idiom] and, at, for, (hither-) to, on till, (un-) to, until, within14בַּתִּ֥יןH1325bathbath15מְשַׁ֖חH4887olieoil16מְאָ֑הH3969honderd, tweehonderdhundred17וּמְלַ֖חH4416zout[phrase] maintenance, salt18דִּיH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose19לָ֥אH3809niet, geen (Aramees)or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without20כְתָֽבH3792schrift, voorschriftprescribing, writing(-ten)
23Al wat naar het bevel van den God des hemels is, dat het vlijtiglijk gedaan worde, voor het huis van den God des hemels; want waartoe zou er grote toorn zijn over het koninkrijk des konings en zijner kinderen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Al wat naar het bevelH2941 van den GodH426 des hemelsH8065 is, dat het vlijtiglijkH149 gedaan worde, voor het huisH1005 van den GodH426 des hemelsH8065; want waartoeH4101 zou er grote toornH7109 zijn over het koninkrijkH4437 des koningsH4430 en zijner kinderenH1123?Al wat naar het bevel van den God des hemels is, dat het vlijtiglijk gedaan worde, voor het huis van den God des hemels; want waartoe zou er grote toorn zijn over het koninkrijk des konings en zijner kinderen?
KJVWhatsoever1is commanded by4the God5of heaven,6let it be diligently8done7for the house9of the God10of heaven:11for2why13should there be14wrath15against16the realm17of the king18and his sons?
1כָּלH3606alles, allerlei, enigenall, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole2דִּ֗יH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose3מִןH4481van, uit (Aramees)according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when4טַ֨עַם֙H2941bevel, rekenschap, zaakaccount, [idiom] to be commanded, commandment, matter5אֱלָ֣הּH426God, Gods, godenGod, god6שְׁמַיָּ֔אH8065hemels, hemel, Hemelheaven7יִתְעֲבֵד֙H5648doen, maken, bereiden (Aramees)[idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work8אַדְרַזְדָּ֔אH149vlijtiglijkdiligently9לְבֵ֖יתH1005huis, huize, huizenhouse10אֱלָ֣הּH426God, Gods, godenGod, god11שְׁמַיָּ֑אH8065hemels, hemel, Hemelheaven12דִּֽיH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose13לְמָ֤הH4101Hoe, hoe, kanhow great (mighty), that which, what(-soever), why14לֶֽהֱוֵא֙H1934zag, geschieden, wildebe, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would15קְצַ֔ףH7109toornwrath16עַלH5922op, over, tegen (Aramees)about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with17מַלְכ֥וּתH4437koninkrijk, Koninkrijk, Rijkkingdom, kingly, realm, reign18מַלְכָּ֖אH4430koning, konings, koningenking, royal19וּבְנֽוֹהִיH1123kinderen, gevankelijk, jongechild, son, young
24Ook laten wij ulieden weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, Nethinim en dienaars van het huis dezes Gods, dat men den cijns, ouden impost en tol hun niet zal vermogen op te leggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Ook laten wij ulieden wetenH3046, aangaande alle priesterenH3549 en LevietenH3879, zangersH2171, poortiersH8652, NethinimH5412 en dienaarsH6399 van het huisH1005 dezes GodsH426, dat men den cijnsH4061, ouden impostH1093 en tolH1983 hun niet zal vermogenH7990 op te leggenH7412.Ook laten wij ulieden weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, Nethinim en dienaars van het huis dezes Gods, dat men den cijns, ouden impost en tol hun niet zal vermogen op te leggen.
KJVAlso we certify2you, that touching any4of the priests5and Levites,6singers,7porters,8Nethinims,9or ministers10of this13house11of God,12it shall not17be lawful18to impose19toll,14tribute,15or custom,16upon
1וּלְכֹ֣ם2מְהוֹדְעִ֗יןH3046bekend, weten, kennencertify, know, make known, teach3דִּ֣יH1768die, dat; van (Aramees)[idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose4כָלH3606alles, allerlei, enigenall, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole5כָּהֲנַיָּ֣אH3549priesteren, priesterpriest6וְ֠לֵוָיֵאH3879LevietenLevite7זַמָּ֨רַיָּ֤אH2171zangerssinger8תָרָֽעַיָּא֙H8652poortiersporter9נְתִ֣ינַיָּ֔אH5412NethinimNethinims10וּפָ֣לְחֵ֔יH6399eren, eert, dienaarsminister, serve11בֵּ֖יתH1005huis, huize, huizenhouse12אֱלָהָ֣אH426God, Gods, godenGod, god13דְנָ֑הH1836dezen, aldus, ander(afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which14מִנְדָּ֤הH4061cijnstoll, tribute15בְלוֹ֙H1093ouden impost, oude imposttribute16וַהֲלָ֔ךְH1983tolcustom17לָ֥אH3809niet, geen (Aramees)or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without18שַׁלִּ֖יטH7990heerschappij, heerser, Heersercaptain, be lawful, rule(-r)19לְמִרְמֵ֥אH7412geworpen, wierpen, gezetcast (down), impose20עֲלֵיהֹֽםH5922op, over, tegen (Aramees)about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with
25En gij, Ezra, naar de wijsheid uws Gods, die in uw hand is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten Gods weten, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekend maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En gij, EzraH5831, naar de wijsheidH2452 uws GodsH426, die in uw handH3028 is, stelH4483regeerdersH8200 en richtersH1782, die al het volkH5972richtenH1934, dat aan geneH5675 zijde der rivierH5103 is, allen, die de wettenH1882GodsH426wetenH3046, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekendH3046 maken.En gij, Ezra, naar de wijsheid uws Gods, die in uw hand is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten Gods weten, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekend maken.
KJVAnd thou,1Ezra,2after the wisdom3of thy God,4that is in thine hand,6set7magistrates8and judges,9which may judge11all13the people14that are beyond16the river,17all18such as know19the laws20of thy God;21and teach24ye them that know25them not.
26En al wie de wet uws Gods en de wet des konings niet zal doen, over dien laat spoediglijk recht worden gedaan, hetzij ter dood, of tot uitbanning, of tot boete van goederen, of tot de banden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En al wie de wetH1882 uws GodsH426 en de wetH1882 des koningsH4430 niet zal doen, over dien laat spoediglijkH629rechtH1780 worden gedaan, hetzij ter doodH4193, of tot uitbanningH8332, of tot boeteH6065 van goederenH5232, of tot de bandenH613.En al wie de wet uws Gods en de wet des konings niet zal doen, over dien laat spoediglijk recht worden gedaan, hetzij ter dood, of tot uitbanning, of tot boete van goederen, of tot de banden.
KJVAnd whosoever1will not3do4the law6of thy God,8and the law9of the king,11let judgment13be14executed5speedily12upon him,16whether17it be unto death,18or19to banishment,20or21to confiscation22of goods,23or to imprisonment.
27Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des HEEREN, dat te Jeruzalem is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27GeloofdH1288 zij de HEEREH3068, de GodH430 onzer vaderenH1, DieH834alzulksH2063 in het hartH3820 des koningsH4428gegevenH5414 heeft, om te versierenH6286 het huisH1004 des HEERENH3068, datH834 te JeruzalemH3389 is.Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des HEEREN, dat te Jeruzalem is.
KJVBlessed1be the LORD2God3of our fathers,4which hath put6such a thing as this in the king's9heart,8to beautify10the house12of the LORD13which is in Jerusalem:
1בָּר֥וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֲבוֹתֵ֑ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6נָתַ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7כָּזֹאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus8בְּלֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom9הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10לְפָאֵ֕רH6286verheerlijkt, heerlijk, versierenbeautify, boast self, go over the boughs, glorify (self), glory, vaunt self11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
28En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren, en aller geweldige vorsten des konings! Zo heb ik mij gesterkt, naar de hand des HEEREN, mijns Gods, over mij, en de hoofden uit Israel vergaderd, om met mij op te trekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En heeft tot mij weldadigheidH2617geneigdH5186, voor het aangezichtH6440 des koningsH4428 en zijner raadsherenH3289, en allerH3605geweldigeH1368vorstenH8269 des koningsH4428! Zo heb ik mij gesterktH2388, naar de handH3027 des HEERENH3068, mijns GodsH430, over mij, en de hoofdenH7218 uit IsraelH3478vergaderdH6908, om metH5973 mij op te trekkenH5927.En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren, en aller geweldige vorsten des konings! Zo heb ik mij gesterkt, naar de hand des HEEREN, mijns Gods, over mij, en de hoofden uit Israel vergaderd, om met mij op te trekken.
KJVAnd hath extended2mercy3unto me before4the king,5and his counsellors,6and before all the king's9mighty10princes.8And I was strengthened12as the hand13of the LORD14my God15was upon me, and I gathered together17out of Israel18chief men19to go up
1וְעָלַ֣יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2הִטָּהH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield3חֶ֗סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing4לִפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal6וְיֽוֹעֲצָ֔יוH3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose7וּלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8שָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward9הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10הַגִּבֹּרִ֑יםH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man11וַאֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12הִתְחַזַּ֗קְתִּיH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand13כְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהַי֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16עָלַ֔יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17וָאֶקְבְּצָ֧הH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up18מִיִּשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael19רָאשִׁ֖יםH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top20לַעֲל֥וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work21עִמִּֽיH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezra 7:1— Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,Nehemia 2:1→1 Kronieken 6:4→Ezra 7:21→Ezra 6:14→Ezra 7:12→2 Koningen 22:4→Jeremia 52:24→1 Kronieken 9:11→
Ezra 7:2— Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub,2 Samuël 8:17→1 Koningen 2:35→
Ezra 7:5— Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester.Numeri 27:2→Numeri 20:25→2 Kronieken 26:20→2 Kronieken 19:11→Leviticus 10:6→Psalmen 106:30→Hebreeën 5:4→1 Kronieken 6:50→
Ezra 7:6— Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek.Ezra 7:28→Ezra 8:22→Nehemia 12:36→Ezra 8:31→Nehemia 2:18→Ezra 8:18→Nehemia 2:8→Ezra 7:9→
Ezra 7:7— Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta.Ezra 8:1→Nehemia 7:45→Ezra 7:24→1 Kronieken 25:1→Ezra 7:11→Nehemia 10:28→Nehemia 2:1→Ezra 2:40→
Ezra 7:9— Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.Ezra 7:6→Nehemia 2:8→Nehemia 2:18→
Ezra 7:10— Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten.Ezra 7:25→Deuteronomium 33:10→Psalmen 10:17→Mattheüs 7:24→Johannes 13:17→Psalmen 1:2→2 Kronieken 12:14→Psalmen 19:7→
Ezra 7:11— Dit is nu het afschrift des briefs, dien de koning Arthahsasta gaf aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde; den schriftgeleerde van de woorden der geboden des HEEREN, en Zijn inzettingen over Israel:Ezra 4:11→Markus 7:1→Ezra 7:6→Mattheüs 23:13→Ezra 5:6→Mattheüs 23:2→
Ezra 7:12— Arthahsasta koning der koningen, aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde der wet van den God des hemels, volkomen vrede en op zulken tijd.Ezechiël 26:7→Daniël 2:37→Ezra 4:17→Openbaring 19:16→1 Timotheüs 6:15→1 Koningen 20:1→Ezra 4:10→Jesaja 10:8→
Ezra 7:13— Van mij wordt bevel gegeven, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, van het volk van Israel, en van deszelfs priesteren en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga.Ezra 6:1→Psalmen 148:6→Esther 9:14→Esther 3:15→2 Kronieken 30:5→Openbaring 22:17→Ezra 5:13→Ezra 1:3→
Ezra 7:14— Dewijl gij van voor den koning en zijn zeven raadsheren gezonden zijt, om onderzoek te doen in Judea, en te Jeruzalem, naar de wet uws Gods, die in uw hand is;Esther 1:14→Deuteronomium 17:18→Ezra 7:28→Jesaja 8:20→Ezra 5:8→Ezra 7:15→Ezra 6:12→Ezra 8:25→
Ezra 7:15— En om henen te brengen het zilver en goud, dat de koning en zijn raadsheren vrijwilliglijk gegeven hebben aan den God Israels, Wiens woning te Jeruzalem is;2 Kronieken 6:2→Psalmen 135:21→Ezra 6:12→Psalmen 72:10→2 Kronieken 6:6→Jesaja 60:6→Psalmen 9:11→Ezra 6:8→
Ezra 7:16— Mitsgaders al het zilver en goud, dat gij vinden zult in het ganse landschap van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwilliglijk geven, ten huize huns Gods, dat te Jeruzalem is;1 Kronieken 29:6→Ezra 1:4→Ezra 1:6→1 Kronieken 29:9→1 Kronieken 29:17→2 Korinthe 9:7→2 Korinthe 8:12→Ezra 8:25→
Ezra 7:17— Opdat gij spoediglijk voor dat geld koopt runderen, rammen, lammeren, met hun spijsofferen, en hun drankofferen, en die offert op het altaar van het huis van ulieder God, dat te Jeruzalem is.Deuteronomium 12:5→Numeri 15:4→Mattheüs 21:12→Deuteronomium 14:24→Ezra 6:9→Johannes 2:14→
Ezra 7:18— Daartoe, wat u en uw broederen goeddunken zal, met het overige zilver en goud te doen, zult gijlieden doen naar het welgevallen uws Gods.Efeze 5:17→2 Koningen 22:7→Ezra 7:26→2 Koningen 12:15→
Ezra 7:19— En geef de vaten, die u gegeven zijn tot den dienst van het huis uws Gods, weder voor den God van Jeruzalem.Ezra 8:33→2 Kronieken 32:19→Ezra 8:27→Jeremia 3:17→
Ezra 7:20— Het overige nu, dat van node zal zijn voor het huis uws Gods, dat u voorvallen zal uit te geven, zult gij geven uit het schathuis des konings.Ezra 6:4→Ezra 6:8→
Ezra 7:21— En van mij, mij, koning Arthahsasta, wordt bevel gegeven aan alle schatmeesters, die aan gene zijde der rivier zijt, dat alles, wat Ezra, de priester, de schriftgeleerde der wet van den God des hemels, van u zal begeren, spoediglijk gedaan worde;Ezra 7:6→Ezra 6:6→Ezra 4:20→Ezra 7:10→Ezra 4:16→
Ezra 7:22— Tot honderd talenten zilvers toe, en tot honderd kor tarwe, en tot honderd bath wijn, en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift.Leviticus 2:13→Lukas 16:6→Ezechiël 45:14→
Ezra 7:23— Al wat naar het bevel van den God des hemels is, dat het vlijtiglijk gedaan worde, voor het huis van den God des hemels; want waartoe zou er grote toorn zijn over het koninkrijk des konings en zijner kinderen?Zacharia 12:3→Ezra 7:13→Ezra 7:18→Ezra 6:10→Psalmen 119:4→
Ezra 7:24— Ook laten wij ulieden weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, Nethinim en dienaars van het huis dezes Gods, dat men den cijns, ouden impost en tol hun niet zal vermogen op te leggen.Ezra 7:7→Ezra 4:13→Ezra 2:36→Ezra 4:20→
Ezra 7:25— En gij, Ezra, naar de wijsheid uws Gods, die in uw hand is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten Gods weten, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekend maken.Deuteronomium 16:18→Ezra 7:10→Maleachi 2:7→Jakobus 1:5→Exodus 18:21→Ezra 6:6→Nehemia 9:3→1 Kronieken 22:12→
Ezra 7:26— En al wie de wet uws Gods en de wet des konings niet zal doen, over dien laat spoediglijk recht worden gedaan, hetzij ter dood, of tot uitbanning, of tot boete van goederen, of tot de banden.Ezra 6:11→Daniël 6:26→Psalmen 52:5→Leviticus 20:1→Deuteronomium 13:1→Daniël 3:28→Exodus 21:1→2 Kronieken 30:12→
Ezra 7:27— Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des HEEREN, dat te Jeruzalem is.Ezra 6:22→1 Kronieken 29:10→Openbaring 17:17→Jakobus 1:17→2 Korinthe 8:16→Hebreeën 8:10→Nehemia 2:8→Nehemia 7:5→
Ezra 7:28— En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren, en aller geweldige vorsten des konings! Zo heb ik mij gesterkt, naar de hand des HEEREN, mijns Gods, over mij, en de hoofden uit Israel vergaderd, om met mij op te trekken.Ezra 9:9→Ezra 5:5→Genesis 32:28→Nehemia 2:8→Nehemia 1:11→Jona 3:7→Ezra 7:9→Ezra 7:14→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezra 7 vers 1— Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,
Arthahsasta,
Zie boven, Ezra 6:14 .
Hertaald:Arthahsasta,
Zie hierboven Ezra 6:14.
den zoon van Serája,
Vergelijk 1 Kron. 6:4 , enz., waar de voorouders van Ezra in meerder getal verhaald worden, enigen kortheidshalve hier uitgelaten zijnde.
Hertaald:den zoon van Serája,
Vergelijk 1 Kron. 6:4, enzovoort, waar de voorouders van Ezra uitgebreider genoemd worden; sommigen zijn hier kortheidshalve weggelaten.
Ezra 7 vers 5— Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester.
hoofdpriester
Zie 2 Kon. 25:18 .
Hertaald:hoofdpriester
Zie 2 Kon. 25:18.
Ezra 7 vers 6— Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek.
schriftgeleerde
Hebreeuws, schrijver; waardoor verstaan wordt een, die in de Heilige Schrift zeer geoefend en een leraar of meester is, of geacht wordt. Hetzelfde woord wordt ook dikwijls in het Nieuwe Testament gebruikt; zie onder, vs.11, 21; Jer. 8:8 . Vergelijk Ps. 45:2 .
Hertaald:schriftgeleerde
Hebreeuws: schrijver; waarmee bedoeld wordt iemand die zeer bedreven is in de Heilige Schrift en die een leraar of meester is, of daarvoor wordt gehouden. Hetzelfde woord wordt ook vaak in het Nieuwe Testament gebruikt; zie hieronder vers 11, 21; Jer. 8:8. Vergelijk Ps. 45:2.
naar de hand
Dat is, dewijl de Heere met hem was en zijn voornemen zegende, besturende de zaken door zijn goddelijke voorzienigheid, naar zijn wens. Vergelijk vs.9.
Hertaald:naar de hand
Dat is: omdat de HEERE met hem was en zijn voornemen zegende, en de zaken door Zijn goddelijke voorzienigheid naar zijn wens bestuurde. Vergelijk vers 9.
Ezra 7 vers 7— Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta.
Levieten,
Dit wordt hier vooraf in het algemeen gezegd, maar hoe de Levieten onderweg bij Ezra gekomen en mede opgetogen zijn, zie daarvan onder, Ezra 8:15 , enz.
Hertaald:Levieten,
Dit wordt hier vooraf in het algemeen gezegd, maar over hoe de Levieten onderweg bij Ezra gekomen zijn en meegetrokken zijn, zie daarover hieronder Ezra 8:15, enzovoort.
Nethinim,
Zie boven, Ezra 2:43 .
Hertaald:Nethinim,
Zie hierboven Ezra 2:43.
Ezra 7 vers 8— En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings.
vijfde maand;
Genoemd Ab, passende voor een deel op Juli, voor een deel op Augustus.
Hertaald:vijfde maand;
Ab genoemd, komt deels overeen met juli, deels met augustus.
Ezra 7 vers 9— Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.
eerste maand
Genoemd Abib, of, Nisan.
Hertaald:eerste maand
Abib, of Nisan genoemd.
het begin des optochts
Hebreeuws, de grondlegging, of fondatie. Sommigen nemen het voor den raadslag, of berading.
Hertaald:het begin des optochts
Hebreeuws: de fundering, of grondlegging. Sommigen vatten het op als het beraad, of de beraadslaging.
naar de goede hand
Vergelijk boven, vs.6 met de aantekening aldaar, en onder, vs.28.
Hertaald:naar de goede hand
Vergelijk hierboven vers 6 met de aantekening daar, en hieronder vers 28.
Ezra 7 vers 10— Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten.
inzettingen
Hebreeuws, inzetting en recht.
Hertaald:inzettingen
Hebreeuws: inzetting en recht.
Ezra 7 vers 12— Arthahsasta koning der koningen, aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde der wet van den God des hemels, volkomen vrede en op zulken tijd.
volkomen
Anders, den volkomenen [schriftgeleerde].
Hertaald:volkomen
Anders: de volmaakte [schriftgeleerde].
op zulken tijd
Zie boven, Ezra 4:10 .
Hertaald:op zulken tijd
Zie hierboven Ezra 4:10.
Ezra 7 vers 14— Dewijl gij van voor den koning en zijn zeven raadsheren gezonden zijt, om onderzoek te doen in Judea, en te Jeruzalem, naar de wet uws Gods, die in uw hand is;
zeven raadsheren
Vergelijk Est. 1:14 .
Hertaald:zeven raadsheren
Vergelijk Est. 1:14.
om onderzoek
Om u te informeren of de wet Gods wel wordt onderhouden, of niet, en alles, dat vervallen is, naar de wet weder op te richten en te verbeteren.
Hertaald:om onderzoek
Om te onderzoeken of de wet van God wel wordt nageleefd of niet, en om alles wat vervallen is naar de wet weer op te richten en te herstellen.
die in uw hand is;
Dat is, die gij steeds bij u hebt, of medeneemt, waar gij mede omgaat, en die gij vaardiglijk weet te gebruiken. Alzo onder, vs.25.
Hertaald:die in uw hand is;
Dat is: die u altijd bij u hebt, of meeneemt, waarmee u omgaat en die u vaardig weet te gebruiken. Zo ook hieronder vers 25.
Ezra 7 vers 16— Mitsgaders al het zilver en goud, dat gij vinden zult in het ganse landschap van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwilliglijk geven, ten huize huns Gods, dat te Jeruzalem is;
vinden zult
Dat is, bekomen, of verkrijgen kunt.
Hertaald:vinden zult
Dat is: bekomen, of verkrijgen kunt.
Ezra 7 vers 17— Opdat gij spoediglijk voor dat geld koopt runderen, rammen, lammeren, met hun spijsofferen, en hun drankofferen, en die offert op het altaar van het huis van ulieder God, dat te Jeruzalem is.
Opdat gij
Of, daarom koop, enz.
Hertaald:Opdat gij
Of: daarom koop, enzovoort.
Ezra 7 vers 22— Tot honderd talenten zilvers toe, en tot honderd kor tarwe, en tot honderd bath wijn, en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift.
talenten zilvers
Van een talent, zie Ex. 25:39 .
Hertaald:talenten zilvers
Zie over een talent Ex. 25:39.
kor tarwe,
Van deze maten kor en bath, zie 1 Kon. 4:22 , en 1 Kon. 7:26 .
Hertaald:kor tarwe,
Zie over deze maten kor en bath 1 Kon. 4:22, en 1 Kon. 7:26.
zonder voorschrift
Dat is, zonder daarvan maat voor te schrijven, of, zoveel men vannode zal hebben.
Hertaald:zonder voorschrift
Dat is: zonder daarvoor een maat voor te schrijven, of: zoveel als men nodig zal hebben.
Ezra 7 vers 23— Al wat naar het bevel van den God des hemels is, dat het vlijtiglijk gedaan worde, voor het huis van den God des hemels; want waartoe zou er grote toorn zijn over het koninkrijk des konings en zijner kinderen?
grote toorn
Hij wil zeggen dat hij Gods toorn en straf op zich, zijn rijk en kinderen zekerlijk zou laden, indien hij anders deed.
Hertaald:grote toorn
Hij wil zeggen dat hij Gods toorn en straf zeker op zichzelf, zijn rijk en zijn kinderen zou laden, als hij anders zou handelen.
Ezra 7 vers 24— Ook laten wij ulieden weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, Nethinim en dienaars van het huis dezes Gods, dat men den cijns, ouden impost en tol hun niet zal vermogen op te leggen.
den cijns,
Zie boven, Ezra 4:13 .
Hertaald:den cijns,
Zie hierboven Ezra 4:13.
Ezra 7 vers 25— En gij, Ezra, naar de wijsheid uws Gods, die in uw hand is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten Gods weten, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekend maken.
uws Gods,
Dat is, die uw God u gegeven, of in u gewrocht heeft; of versta, de wet Gods in welke Gods wijsheid is geopenbaard, gelijk boven vs.14.
Hertaald:uws Gods,
Dat is: die uw God u gegeven, of in u gewerkt heeft; of versta hieronder de wet van God, waarin Gods wijsheid geopenbaard is, zoals hierboven vers 14.
regeerders
Anders, richters en onderzoekers van zaken.
Hertaald:regeerders
Anders: rechters en onderzoekers van zaken.
Ezra 7 vers 26— En al wie de wet uws Gods en de wet des konings niet zal doen, over dien laat spoediglijk recht worden gedaan, hetzij ter dood, of tot uitbanning, of tot boete van goederen, of tot de banden.
verbanning,
Chaldeeuws, uitworteling; omdat eens mensen vaderland of geboorteplaats is als een akker, waarin hij geplant en geworteld is, en de verdrijving daaruit is als een uitworteling.
Hertaald:verbanning,
Chaldeeuws: ontworteling; omdat het vaderland of de geboorteplaats van een mens is als een akker waarin hij geplant en geworteld is, en de verdrijving daaruit is als een ontworteling.
Ezra 7 vers 27— Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des HEEREN, dat te Jeruzalem is.
Geloofd zij de HEERE,
Dit zijn nu de woorden van Ezra. Hebreeuws, gezegend.
Hertaald:Geloofd zij de HEERE,
Dit zijn nu de woorden van Ezra. Hebreeuws: gezegend.
Ezra 7 vers 28— En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren, en aller geweldige vorsten des konings! Zo heb ik mij gesterkt, naar de hand des HEEREN, mijns Gods, over mij, en de hoofden uit Israel vergaderd, om met mij op te trekken.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Arthahsasta — groot koninkrijk (Perzische naam)
Koning van Perzië, aan wie tegenstanders van de Joden een aanklacht tegen de herbouw van Jeruzalem zonden; hij gaf bevel het werk te staken (Ezra 4:7-23).
Ezra — hulp
Zoon van Seraja, uit een geslacht dat teruggaat tot Aäron, de hoofdpriester; een bekwaam schriftgeleerde in de wet van Mozes. In het zevende jaar van Arthahsasta trok hij met een groep ballingen van Babel naar Jeruzalem, met een koninklijke volmacht om de wet te onderwijzen, rechters aan te stellen, en het huis Gods te versieren; later leidde hij de hervorming waarbij de gemengde huwelijken met vreemde vrouwen werden ontbonden (Ezra 7-10).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Ezra had zijn hart gericht — van de man naar wie het boek genoemd is, geeft de Schrift een drievoudige samenvatting: "Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten" (Ezra 7:10)
Ezra wordt eerst naar zijn afkomst getekend, in een lijn die teruggaat tot Aäron de hoofdpriester (Ezra 7:1-5). Hij trekt op uit Babel als een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, en de koning geeft hem al zijn verzoek, naar de hand des HEEREN over hem (Ezra 7:6). Met hem trekken priesters, Levieten, zangers, poortiers en Nethinim op (Ezra 7:7). De reis duurt van de eerste dag van de eerste maand tot de eerste dag van de vijfde maand, en de tekst zegt er tweemaal bij dat het ging naar de goede hand van zijn God over hem (Ezra 7:9). Dan volgt de verklaring van dat alles in één vers (Ezra 7:10). De brief van Arthahsasta geeft hem daarna een uitzonderlijke volmacht. Wie vrijwillig wil mag meegaan, en er wordt zilver en goud meegegeven (Ezra 7:13-15). Ezra mag bovendien regeerders en richters aanstellen die het volk richten naar de wet van zijn God, en wie die wet niet kent moet onderwezen worden (Ezra 7:25). Ezra's eigen reactie op die brief is geen zelfvoldaanheid maar lofzegging: geloofd zij de HEERE, Die dit in het hart van de koning gegeven heeft (Ezra 7:27-28).
Bijbelse betekenis: In vers 10 staan drie werkwoorden in een volgorde die niet omgekeerd mag worden. Eerst zoeken, dan doen, dan leren. Wie onderwijst wat hij niet onderzocht heeft, geeft van een ander door; wie onderwijst wat hij niet doet, weerspreekt zichzelf. Ezra was geleerd genoeg om aan een koninklijk hof te verkeren, en juist van zo iemand wordt gezegd dat hij eerst zijn hart richtte. De uitdrukking zelf is veelzeggend: het hart richten is een keuze en geen aanleg. Verder valt op hoe het hoofdstuk over de koninklijke gunst spreekt. Driemaal keert de goede hand van God terug, en de brief met zijn ruime volmachten wordt niet aan Ezra's aanzien toegeschreven maar aan wat God in het hart van de koning gaf. Aanzien bij mensen is in dit boek altijd een gave en nooit een prestatie.
Typologie: Jakobus vat de tweede stap van Ezra's drieslag samen in één regel: "En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende" (Jak. 1:22). Wie de Schrift onderzoekt zonder haar te doen, bedriegt volgens dat woord niet zijn hoorders maar zichzelf. Dezelfde volgorde ligt ten grondslag aan alle onderwijs in de gemeente.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
Ezra had zijn hart gericht — 7:1-10, 27-28
Bijna zestig jaar na de inwijding van de tweede tempel trekt er een tweede groep ballingen op uit Babel. Aan het hoofd staat Ezra, een priester uit het geslacht van Aäron, en de koning van Perzië geeft hem een brief mee met verregaande volmachten.
Van Ezra wordt in één vers gezegd wat hij met zijn leven deed, en dat vers bestaat uit drie werkwoorden in de goede volgorde.
Hij wordt eerst voorgesteld met zijn afkomst — de lijst loopt terug tot Aäron — en dan met zijn vak: hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes. Er staat bij dat de koning hem al zijn verzoek gaf, en de reden wordt er meteen naast gezet: naar de hand des HEEREN zijns Gods over hem. Die uitdrukking komt in dit hoofdstuk viermaal voor.
En dan volgt het tiende vers, dat het hele leven van deze man samenvat: “Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israël te leren de inzettingen en de rechten.”
Drie werkwoorden staan daar, en de volgorde is beslissend. Eerst zoeken: hij ging het na, hij bestudeerde het. Dan doen: wat hij vond, bracht hij in praktijk. En pas dan leren: hij onderwees anderen. Wie die volgorde omdraait, geeft door wat hij zelf niet gelooft.
En er staat iets vóór die drie werkwoorden dat er evengoed toe doet: hij had zijn hart gericht. Het is een besluit geweest, geen aanleg.
De brief die hij meekrijgt is opvallend ruim. Wie mee wil, mag mee. Er gaat zilver en goud mee voor de tempel. De priesters en Levieten worden vrijgesteld van belasting. En Ezra mag rechters aanstellen om recht te spreken naar de wet van zijn God. Een heidens koning geeft de wet van Israël rechtskracht in zijn eigen rijk.
Ezra's reactie daarop is het mooiste van het hoofdstuk, en zij begint niet bij de koning: “Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft.” Wat een vorst besloot, schrijft hij toe aan Wie dat besluit in dat hart legde — precies zoals er eerder over Kores geschreven was.
Dit besluit heeft in de uitlegkunde nog een bijzondere plaats gekregen. Daniël sprak van een tijd die zou beginnen bij het uitgaan van het bevel om Jeruzalem te herbouwen, en dit is een van de vier besluiten die daarvoor in aanmerking komen. Welke van de vier bedoeld is, wordt hier niet beslist.
Waar dit hoofdstuk in dit register op uitkomt is de lijn van het onderwijs. Ezra zocht, deed en leerde. Van Eén staat er dat Hij begonnen heeft te dóén en te leren. Lukas zet die twee werkwoorden met opzet in die volgorde neer.
Ezra 7:6 — Een schriftgeleerde in de wet van Mozes, en de koning gaf hem al zijn verzoek.
Ezra 7:10 — Hij had zijn hart gericht — een besluit, geen aanleg.
Ezra 7:10 — Zoeken, doen, leren: die volgorde is beslissend.
Ezra 7:25 — Een heidens koning geeft de wet van Israël rechtskracht in zijn rijk.
Ezra 7:27 — En Ezra schrijft dat toe aan Wie het in het hart van de koning legde.
Handelingen 1:1 — Van Eén staat er dat Hij begon te doen én te leren, in die volgorde.
In het Nieuwe Testament: Handelingen 1:1; Spreuken 21:1; Daniël 9:25; Mattheüs 5:19; Ezra 1:1
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Ezra 7 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op vers 10, waar drie werkwoorden in een bepaalde volgorde staan. Daarnaast op de overeenkomst met Handelingen 1:1, waar van Christus gezegd wordt dat Hij begon te doen en te leren. Dat Lukas daarbij aan Ezra dacht, staat er niet. Of het besluit van dit hoofdstuk het beginpunt is van de zeventig weken uit Daniël 9, wordt hier bewust opengelaten.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
I. Vs. 1-28.KruisverwijzingenNehemia 2:1→Ezra 7:6→Ezra 7:25→Deuteronomium 33:10→1 Kronieken 6:4→Ezra 7:28→Ezra 8:22→Ezra 8:1→ — Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia, Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub, Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth, Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki, Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester. Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek. Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta. En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings. Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem. Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten. In het 6de jaar der regering van den Perzischen koning Artaxerxes Longimanus, daardoor door de priesters en Schriftgeleerden opgewekt, krijgt Ezra de uitgebreide volmacht om ene nieuwe kolonie van Israëlieten uit Babel naar Juda en Jeruzalem over te voeren, al de kosten van hetgeen voor den godsdienst nodig was, te bestrijden uit de vrijwillige geschenken en uit het bedrag van ene kollekte, en voor de verdere behoeften uit de koninklijke schatkist zoveel te nemen, als hij meende nodig te hebben, maar altijd tot ene zekere gestelde som. In het land aan Israël moest hij zowel de koninklijke instellingen handhaven als de Goddelijke geboden ten strengste ten uitvoer leggen. Krachtens deze volmacht verzamelt hij nu zo spoedig mogelijk, aan de rivier de Ahava, in het landschap van denzelfden naam, de hoofden zijns volks, dewijl hier alles van hun besluit zou afhangen; want waren dezen bereid om te vertrekken, dan kon men verwachten, dat de geslachten en families, aan welker hoofd zij stonden, zich zonder bedenken aan hen zouden aansluiten.
KruisverwijzingenNehemia 2:1→1 Kronieken 6:4→Ezra 7:21→Ezra 6:14→Ezra 7:12→2 Koningen 22:4→Jeremia 52:24→1 Kronieken 9:11→— Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,
Na deze in Hoofdstuk 1-6 verhaalde geschiedenissen nu, in het koninkrijk, onder de regering van Arthahsasta (Artaxerxes I, met den bijnaam Longimanus 1), koning van Perzië, regerende van 465-424 v. Chr. (Hoofdstuk 1: 4 ), Ezra = hulp, helper, de zoon van Seraja (vergelijk (1 Kronieken 6: 3-15),den zoon van 2) Azarja, den zoon van Hilkia.
In het jaar 465 v. Chr. besloot Artabanus, bevelhebber van de koninklijke lijfwacht, om te trachten zich van de kroon van Perzië meester te maken, en op enen nacht, die hem daarvoor gunstig scheen, vermoordde hij Xerxes, ging daarna naar den jongsten zoon des vermoorden konings, Artaxerxes geheten, terwijl de middelste, Hystapes geheten als stadhouder van Baktrië afwezig was, beschuldigde den oudsten broeder Darius van den beganen moord, en haalde den jongsten broeder over, om den vadermoord aan zijnen oudsten broeder te wreken. Hierna deed hij Artaxerxes den troon beklimmen, in de hoop van dien onbedreven jongeling wel naar zijne hand te kunnen stellen en zich later geheel van de regering meester te maken. Artaxerxes echter bleef niet onbekend met de listen van den moordenaar, en deed hem het loon van zijn verraad ontvangen. Vervolgens wist hij zich staande te houden tegen zijnen broeder en tegenstander Hystaspes, overwon hem in een bloedigen slag en daarna algemeen als koning erkend zijnde, wist hij ene betere orde in het bestuur te brengen, en de inkomsten te doen vermeerderen, terwijl hij zich tevens door zijne zachtheid en edelmoedigheid wist bemind te maken. Hij was de schoonste man van zijnen tijd, en kreeg den bijnaam van “Langhand” wel niet, zo als men beweert, omdat zijne rechterhand buitengewoon lang was, maar omdat zijne macht zich zover uitstrekte.
Kruisverwijzingen2 Samuël 8:17→1 Koningen 2:35→— Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub,
Zo Ezra de zoon is geweest van dien hogepriester Seraja, die bij de verwoesting van Jeruzalem (588 v. Chr.) mede naar Riblath gevoerd, en daarop bevel van Nebukadnezar werd gedood (2 Koningen 25: 18 vv.) dan was hij een oom van den hogepriester Jozua (1 Kronieken 6: 15 ) onder wien de eerste terugkering vóór omstreeks 78 jaren had plaats gehad (Hoofdstuk 2: 1 vv.), en dan moet hij in den tijd, waarvan hier gesproken wordt, 131 jaar oud zijn geweest. Deze opvatting der oudere uitleggers zou op zich zelven wel aan te nemen zijn, en komt overeen met de roeping van Ezra als hersteller van de burgerlijke en godsdienstige wetgeving Israël, waarom de Joden hem den tweeden Mozes noemen. Dan zou hij dezelfde Ezra kunnen zijn, die in Nehemia 12: 1 genoemd wordt, waar hij opgegeven wordt, als behorende tot degenen die met de eerste Joodse kolonie naar Jeruzalem kwamen; dan zou bij naar Babel moeten teruggekeerd zijn om daar onder de achtergeblevene Joden te arbeiden. Intussen komt Ezra nog later (Nehemia 8: 1 vv. 12: 26 en 36) voor, als gelijktijdig met Nehemia in het jaar 445 v. Chr. werkzaam, zodat hij toen een ouderdom van 150 jaren bereikt zou hebben, hetgeen nieuwere uitleggers voor bijna ongelofelijk houden. Men beschouwt hem daarom veeleer als een kleinzoon of achterkleinzoon van Seraja, uit ene andere linie, dan die, waarin de hogepriesterlijke waardigheid erfelijk was, en dan was hij een neef van Jozua.
Dit laatste is het meest waarschijnlijk, dewijl tussen den dood van Seraja onder Nebukadnezar in het jaar 588 en den terugkeer van Ezra uit Babel in het jaar 458 een tijdruimte ligt van 130 jaar. Het is dus vrij zeker, dat hij een achterkleinzoon van Seraja is geweest.
Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub,
— Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,
Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja den zoon van Johanan, den zoon van Azarja, den zoon van Ahimaäz, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub, den zoon van Amarja (1 Kronieken 6: 6-9), den zoon van Merajoth,
— Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki,
Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki,
KruisverwijzingenNumeri 27:2→Numeri 20:25→2 Kronieken 26:20→2 Kronieken 19:11→Leviticus 10:6→Psalmen 106:30→Hebreeën 5:4→1 Kronieken 6:50→— Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester.
Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aäron, den hogepriester.
KruisverwijzingenEzra 7:28→Ezra 8:22→Nehemia 12:36→Ezra 8:31→Nehemia 2:18→Ezra 8:18→Nehemia 2:8→Ezra 7:9→— Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek.
Deze Ezra toog op uit Babel; omdat bij de eerste terugkering onder Cyrus nog vele Joden achtergebleven waren (Hoofdstuk 1: 11 ); en hij was een vaardig schriftgeleerde 1) in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israëls, door Mozes gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods 2), over hem, naar Gods genadige besturing, die zijn voornemen zegende en het hart van den koning ten zijnen gunste neigde, al zijn verzoek 3), zo als de brief in vs. 11 vv. nader aanwijst.
Het Hebreeuwse woord Sopher betekent eigenlijk schrijver, secretaris (maar kreeg later de betekenis van Schriftgeleerde G.), en dien ten gevolge in zo verre een schriftgeleerde, als zijne voornaamste bezigheid bestond in het woordelijk afschrijven der Heilige Schriften. Ezra bezat ongetwijfeld een eigen, door hem zelven vervaardigd afschrift van de Thorah; maar volgens vs. 10, maakte hij deze wet des Heeren ook tot een voorwerp van ijverig onderzoek, en hij deed zijn best om hare eisen ook op het dagelijkse leven toe te passen, waardoor hij een leraar der wet voor het volk werd, waartoe hem zijne priesterlijke afkomst zowel gerechtigde als verplichtte. Onder de in de Ballingschap blijvende priesters en Levieten vergaderde hij zijne leerlingen om zich heen (Hoofdstuk 8: 10 vv.), en dezen gebruikte hij later, om evenals hij in Jeruzalem gedaan had, leerrijke voordrachten te houden, die dan ook een werkelijk deel der godsdienstige vergaderingen uitmaakten, in de reeds gedurende de Ballingschap ontstane Synagogen of scholen. Hij was alzo de grondlegger der werkzaamheden, die later onderscheidene Schriftgeleerden bezig hielden. Samuël had profetenscholen gesticht, die later nog bleven bestaan onder sommige koningen, maar nu in onbruik waren geraakt. Ezra was dus weer stichter van een bijzonderen schriftgeleerden stand, die zich meer en meer uitbreidde, maar ongelukkig ook langzamerhand een verkeerde richting aannam, zoals wij later ter geschikter plaats hopen aan te tonen. Wij vinden reeds in den tijd vóór de Babylonische ballingschap sporen van de verbreiding van de kennis der Schriften onder het volk, maar in hoeverre en op welke wijze de priesters in dezen tijd van hun roeping, om aan het volk de Woorden, die de Heere door Mozes gesproken heeft, te leren, beantwoord hebben, lost ons de geschiedenis niet op, behalve in een enkel geval onder koning Josafat in 2 Kronieken 17: 17 vv. De bovengenoemde profetenscholen, die door Samuël in het leven waren geroepen, en ene meer degelijke organisatie verkregen in het rijk der tien stammen door Elia en Eliza (zie op 1 Samuel 7: 6, en 1 Koningen 19: 21), waren eigenlijk gene scholen voor godgeleerden; zij waren verenigingen tot geestelijke vorming, om krachtig te werken op de tijdgenoten door woord en profetie; kweekscholen tot het opwekken en bevorderen van ene levendige theokratische gezindheid bij het volk tegenover de aanlokselen tot den afgodendienst door de heidenen. Eerst na de Ballingschap, toen de profetie begon te verminderen, werd de studie der wet een voorwerp van onderwijs in de Synagogen, het uitleggen der Schrift, om den inhoud aan het volk bekend te maken, verving nu het daarstellen van nieuwe scheppingen op het gebied der Schrift. Zo vermeerderden ook met hetzelfde doel de afschriften, zowel door vertaling der heilige Boeken, eerst de Thorah of de Wet, en later de overige Boeken, als door het nauwkeuriger afschrijven daarvan. De Hebreeuwse tekst werd nu overgebracht in enen onder het volk gebruikten tongval van het Syro-Chaldeeuws. De leervoordrachten waarvan boven gesproken is, verbonden met het voorlezen der wet in de Synagogen, bevorderden ook zeer de kennis der Heilige Schrift.
Naar de hand des Heeren, zijns Gods. Deze uitdrukking wordt in vs. 9 afgewisseld met die van, naar de goede hand zijns Gods en heeft de betekenis, dat God, de Heere, met Zijne voorzienige zorg over Ezra werkzaam was, zodat zijne plannen wèl gelukten. Hand Gods is Zijn kracht en macht, die het goede beschikt en het kwade afweert en bestrijdt.
“De koning gaf hem al zijn verzoek.” Deze uitdrukking wijst aan, dat Ezra een verzoekschrift bij den koning heeft aangeboden, en het in vs. 12 vv. medegedeelde koninklijk besluit heeft ook geheel het karakter van een antwoord op dat verzoekschrift. Volgens dit stuk, alzo merkt Herzfeld, een Rabbijn uit Brunswijk aan, schijnt Ezra niet alleen zijne begeerte te kennen gegeven te hebben tot ene overplaatsing van de Joden op ene grotere schaal dan de eerste, maar ook hierop te hebben aangedrongen, met te kennengeving, dat Judea zich in een slechten toestand bevond, door dat de bewoners uit armoede de openbare Godsverering niet naar behoren konden doen plaats hebben, en de rechtspleging, die de Joden nog hadden behouden, even als de andere volken onder de Perzische heerschappij, meestal in handen van mannen was, die geheel onbekend waren met de Joodse wetten. Ook zal hij wel niet nagelaten hebben te zeggen, hoe hoog de Joden bij Cyrus waren aangeschreven, en hoe edelmoedig Darius hen behandeld had. Maar ook zal hij gewezen hebben op het belang, dat de koning en het rijk er zelven bij hadden, dat de Godsdienst bij de Joden beter werd in stand gehouden, en dat de rechtspleging werd verbeterd. Zulk een verzoekschrift kon des te meer doen hopen een gunstig verhoor te ontvangen, omdat Artaxerxes een zeer goed vorst was, die gaarne orde in zijn rijk had. Hierbij kwam de omstandigheid, dat juist, toen Ezra dit rekwest indiende, er grote toerustingen gemaakt werden om de Egyptenaren, die met goed gevolg tegen Perzië waren opgestaan, te beoorlogen. In zulk een tijd moest het ook den koning zijn voorgekomen, dat ene goede verstandhouding met het naburige Judea, hoe onbeduidend het ook was, voor Perzië gunstig kon zijn. Het is ook wel mogelijk, dat Artaxerxes, die bij het wingewest Judea meer schade dan voordeel had, op deze wijze de Joden meer aan zich wilde verbinden. Bijzonder is hier op te merken, dat de goede hand des Heeren over Ezra was, en het daarom den koning in het harte gegeven werd om de Joden te begunstigen. Wanneer God voor is, wie zal dan tegen ons zijn? Deze Hand op te merken in alles wat ons ten deel valt, en het met dankbaarheid te erkennen, wanneer wij die goede hand over ons zien, dat is het voorrecht van hen, die den Heere vrezen met hun ganse hart.
KruisverwijzingenEzra 8:1→Nehemia 7:45→Ezra 7:24→1 Kronieken 25:1→Ezra 7:11→Nehemia 10:28→Nehemia 2:1→Ezra 2:40→— Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta.
Ook sommigen van de kinderen Israëls, mannen uit het volk, en van de priesteren, en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim (1 Kronieken 9: 2 ) togen, ten gevolge van het door den koning gegeven verlof (vs. 6), uit Babel op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta, d.i. in het jaar 457 v. Chr.
— En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings.
En hij kwam met de genoemde menigte in Jeruzalem, in de vijfde maand, Ab = Augustus (zie Exodus 12: 2 ); dat was het zevende jaar dezes konings, dus ook in 458 v. Chr.
KruisverwijzingenEzra 7:6→Nehemia 2:8→Nehemia 2:18→— Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.
Want op den eersten dag der eerste maand Nisan = April, was het begin des optochts uit Babel, maar er waren zoveel toebereidselen voor de reis te maken, dat de eigenlijke tocht eerst aanving op den twaalfden dag derzelfde maand (Hoofdstuk 8: 1 en 31),en op den eersten dag der vijfde maand kwam hij met zijne kolonisten, na ene moeilijke reis van 14-15 weken, te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem; tegen alle gevaren op den weg beschermde hem zijn God.
KruisverwijzingenEzra 7:25→Deuteronomium 33:10→Psalmen 10:17→Mattheüs 7:24→Johannes 13:17→Psalmen 1:2→2 Kronieken 12:14→Psalmen 19:7→— Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten.
Maar die goede hand zijns Gods was, zo als wij nog menigmaal zullen moeten opmerken (vs. 28; (Hoofdstuk 8: 18,22 en 23), op ene bijzondere wijze over hem. Want 1) Ezra had zijn hart voortdurend in vol vertrouwen daarop gericht, om de wet des HEEREN te zoeken, die te doorvorsen, en te doen, die ook in het leven toe te passen, en om, overeenkomstig de roeping eens priesters (Leviticus 10: 11), in Israël te leren de inzettingen en de rechten 2), zo als die in de geschreven wet zijn bepaald.
Wij hebben hier volstrekt niet het werkheilige beginsel, gelijk sommigen beweren, maar bevestiging van het woord, hetwelk de Heere God reeds vroeger had uitgesproken: Die Mij eren, zal Ik eren, maar die Mij versmaden, zullen licht geacht worden. Bij Ezra treffen wij aan een bereidwilligen ijver, om des Heeren wet te onderzoeken, wat den Heere welbehagelijk was, opdat hij Zijn volk zou kunnen onderwijzen in den rechten weg. Het was de vrucht der waarachtige bekering des volks van de afgoden tot den waren, zuiveren dienst Gods, vrucht van de werking des Geestes op dezen leidsman Israëls. Hij stelt al zijn lust er in, om zijn volk te behoeden voor een tweede ballingschap.
Men lette er op, op welk een wijze de Schriftgeleerde Ezra in deze handelde. Eerst leerde hij zelf en toen onderwees hij anderen; eerst onderzoekt hij des Heeren wet en leide een goeden schat van nuttige kennis in zijn hart en hersenen op, en toen onderrichtte hij zijne medebroeders, en zoekt dus winst te doen met zijne talenten.
KruisverwijzingenEzra 4:11→Markus 7:1→Ezra 7:6→Mattheüs 23:13→Ezra 5:6→Mattheüs 23:2→— Dit is nu het afschrift des briefs, dien de koning Arthahsasta gaf aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde; den schriftgeleerde van de woorden der geboden des HEEREN, en Zijn inzettingen over Israel:
Dit is nu het afschrift des briefs, zo als reeds in vs. 6 werd te kennen gegeven, dien de koning Arthahsasta gaf aan Ezra, den priester 1), den schriftgeleerde; den schriftgeleerde van de woorden der geboden des HEEREN, en Zijne inzettingen over Israël:
Priester, niet dewijl hij de priesterlijke waardigheid uitoefende, maar dewijl hij van priesterlijke afkomst was.
KruisverwijzingenEzechiël 26:7→Daniël 2:37→Ezra 4:17→Openbaring 19:16→1 Timotheüs 6:15→1 Koningen 20:1→Ezra 4:10→Jesaja 10:8→— Arthahsasta koning der koningen, aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde der wet van den God des hemels, volkomen vrede en op zulken tijd.
Arthahsasta, koning der koningen (Ezech. 26: 7. Daniël 2: 37), aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde der wet van den God des hemels (Hoofdstuk 1: 2), volkomen vrede en op zulken tijd (Hoofdstuk 4: 10 ).
KruisverwijzingenEzra 6:1→Psalmen 148:6→Esther 9:14→Esther 3:15→2 Kronieken 30:5→Openbaring 22:17→Ezra 5:13→Ezra 1:3→— Van mij wordt bevel gegeven, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, van het volk van Israel, en van deszelfs priesteren en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga.
Van mij wordt bevel gegeven, door de volmacht, die ik hierbij geef, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, namelijk van het volk van Israël, en van deszelfs priesteren en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga.
KruisverwijzingenEsther 1:14→Deuteronomium 17:18→Ezra 7:28→Jesaja 8:20→Ezra 5:8→Ezra 7:15→Ezra 6:12→Ezra 8:25→— Dewijl gij van voor den koning en zijn zeven raadsheren gezonden zijt, om onderzoek te doen in Judea, en te Jeruzalem, naar de wet uws Gods, die in uw hand is;
Dewijl gij van voor den koning en zijne zeven raadsheren1) (Esther 1: 13 vv.) gezonden zijt, in de hoedanigheid van koninklijk commissaris of inspecteur, om onderzoek te doen in Judea en te Jeruzalem, in hoeverre de thans daar bestaande burgerlijke en godsdienstige instellingen, naar de wet uws Gods, die in uwe hand is, zijn ingericht of niet;
In de geschiedenis lezen wij, dat zeven prinsen van Perzië door den overweldiger Smerdis zijn gedood, en dat de koningen van Perzië daarna zeven raadsheren hadden, welke grote voorrechten bezaten, en veel gezag uitoefenden in alle publieke aangelegenheden.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 6:2→Psalmen 135:21→Ezra 6:12→Psalmen 72:10→2 Kronieken 6:6→Jesaja 60:6→Psalmen 9:11→Ezra 6:8→— En om henen te brengen het zilver en goud, dat de koning en zijn raadsheren vrijwilliglijk gegeven hebben aan den God Israels, Wiens woning te Jeruzalem is;
En om, daartoe gemachtigd zijnde, daarhenen te brengen het zilver {a} en het goud, dat de koning en zijne raadsheren vrijwilliglijk gegeven hebben aan den God Israëls, wiens woning te Jeruzalem is: {a} Ezra 8: 25
Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:6→Ezra 1:4→Ezra 1:6→1 Kronieken 29:9→1 Kronieken 29:17→2 Korinthe 9:7→2 Korinthe 8:12→Ezra 8:25→— Mitsgaders al het zilver en goud, dat gij vinden zult in het ganse landschap van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwilliglijk geven, ten huize huns Gods, dat te Jeruzalem is;
Mitsgaders al het zilver en het goud, dat gij vinden zult, door het houden van ene collecte, waartoe ik u hierbij de vrijheid geef, in het ganse landschap van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwillig geven, ten huize 1) huns Gods, dat te Jeruzalem is;
Ten huize, beter voor het huis. Van drieërlei gaven voor den tempel is hier sprake. Vooreerst van de schatten, die de koning met zijne raadsheren hadden gegeven; ten tweede van de gaven, die Ezra ontving, bij wijze van collecte,, van de inwoners van Babel, dus van de niet-Israëlieten, en ten derde van de gaven, die Israëls volk zelf afzonderde voor den dienst des Heeren.
KruisverwijzingenDeuteronomium 12:5→Numeri 15:4→Mattheüs 21:12→Deuteronomium 14:24→Ezra 6:9→Johannes 2:14→— Opdat gij spoediglijk voor dat geld koopt runderen, rammen, lammeren, met hun spijsofferen, en hun drankofferen, en die offert op het altaar van het huis van ulieder God, dat te Jeruzalem is.
Opdat gij spoediglijk voor dat geld koopt runderen, rammen, lammeren, met hun spijsofferen, en hun drankofferen, en die offert op het altaar, van het huis van ulieder God, dat te, Jeruzalem is.
KruisverwijzingenEfeze 5:17→2 Koningen 22:7→Ezra 7:26→2 Koningen 12:15→— Daartoe, wat u en uw broederen goeddunken zal, met het overige zilver en goud te doen, zult gijlieden doen naar het welgevallen uws Gods.
Daartoe, wat u en uwen broederen, den priesteren en Levieten, of den geestelijken ambtenaren in Jeruzalem, die te beschikken hebben over het geld, dat voor de offeranden en voor den tempel bestemd is, goeddunken zal, met het overige zilver en goud te doen, dat zult gijlieden doen naar het welgevallen uws Gods 1).
Naar het welgevallen uws Gods, is ene andere uitdrukking voor, naar de wet Gods. Met het overige geld moest alzo gehandeld als de Heere wilde, en zoals Hij het had verordineerd in Zijne wet. De koning van Perzië staat er dus op, dat de dienst te Jeruzalem niet willekeurig mag worden ingericht, maar geheel in overeenstemming met de eigen wetten van Israëls volk, zoals die door God aan zijn erfdeel zijn gegeven.
KruisverwijzingenEzra 8:33→2 Kronieken 32:19→Ezra 8:27→Jeremia 3:17→— En geef de vaten, die u gegeven zijn tot den dienst van het huis uws Gods, weder voor den God van Jeruzalem.
En geef de vaten 1), die u gegeven zijn tot den dienst van het huis uws Gods, weer, of, over, en plaats die in de woning voor den God van Israël, Wiens woning te Jeruzalem is.
In Hoofdstuk 8: 25-27 wordt nader over deze vaten gesproken, als afkomstig van den koning en zijne raadsheren, en Zijne vorsten, en gans Israël. Deze moest hij overgeven voor den dienst des Heeren te Jeruzalem, opdat zij in Zijne heilige woning zouden worden gebracht. Had Cyrus alles wedergegeven, wat rechtens tot den tempel behoorde, maar was er veel gedurende de verwoesting verloren gegaan, hier ontvangt Israël nu weer veel nieuws, opdat de luister van den eersten en den tweeden tempel niet al te veel zou verschillen.
KruisverwijzingenEzra 6:4→Ezra 6:8→— Het overige nu, dat van node zal zijn voor het huis uws Gods, dat u voorvallen zal uit te geven, zult gij geven uit het schathuis des konings.
Het overige nu, dat behalve het bedrag der medegegeven geschenken en de collecten, van node zal zijn voor het huis uws Gods, dat u voorvallen zal, wat gij verplicht zult zijn uit te geven, zult gij, naar de aanwijzing van de bestuurders, van de openbare inkomsten in het land aan gene zijde van den Eufraat, geven uit het schathuis des konings.
KruisverwijzingenEzra 7:6→Ezra 6:6→Ezra 4:20→Ezra 7:10→Ezra 4:16→— En van mij, mij, koning Arthahsasta, wordt bevel gegeven aan alle schatmeesters, die aan gene zijde der rivier zijt, dat alles, wat Ezra, de priester, de schriftgeleerde der wet van den God des hemels, van u zal begeren, spoediglijk gedaan worde;
(Hier volgt het bevelschrift, zo als het woordelijk luidt: ) En van mij, mij koning Arthahsasta, wordt bevel gegeven aan alle schatmeesters, die aan gene zijde der rivier zijt, dat alles, wat Ezra, de priester, de schriftgeleerde der wet van den God des hemels, van u zal begeren, spoediglijk gedaan worde:
KruisverwijzingenLeviticus 2:13→Lukas 16:6→Ezechiël 45:14→— Tot honderd talenten zilvers toe, en tot honderd kor tarwe, en tot honderd bath wijn, en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift.
Tot honderd talenten zilvers toe (Exodus 30: 13 ), en tot honderd kor tarwe (zie Exodus 16: 36 ), en tot honderd bath wijns (zie Exodus 29: 40 ), en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift, zoveel men nodig heeft.
KruisverwijzingenZacharia 12:3→Ezra 7:13→Ezra 7:18→Ezra 6:10→Psalmen 119:4→— Al wat naar het bevel van den God des hemels is, dat het vlijtiglijk gedaan worde, voor het huis van den God des hemels; want waartoe zou er grote toorn zijn over het koninkrijk des konings en zijner kinderen?
Al wat naar het bevel, overeenkomstig de wet, van den God des hemels is, dat het vlijtiglijk gedaan worde, voor het huis van den God des hemels; want waartoe zou er grote toorn zijn over het koninkrijk des konings en zijner kinderen?
KruisverwijzingenEzra 7:7→Ezra 4:13→Ezra 2:36→Ezra 4:20→— Ook laten wij ulieden weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, Nethinim en dienaars van het huis dezes Gods, dat men den cijns, ouden impost en tol hun niet zal vermogen op te leggen.
Ook laten wij ulieden, n.l. aan de schatmeesters weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, Nethinim (een van de lijfeigenen des tempels, 1 Kronieken 9: 2) en dienaars van het huis dezes Gods, dat men den cijns, ouden impost en tol hun niet zal vermogen op te leggen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 16:18→Ezra 7:10→Maleachi 2:7→Jakobus 1:5→Exodus 18:21→Ezra 6:6→Nehemia 9:3→1 Kronieken 22:12→— En gij, Ezra, naar de wijsheid uws Gods, die in uw hand is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten Gods weten, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekend maken.
En gij, Ezra! tot wien nu na de inlassing van vs. 21-24 mijne rede terugkeert, naar de wijsheid uws Gods, die in uwe hand, in uw bezit is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten uws Gods weten 1), die tot het Israëlietische volk behoren, ook al wonen zij buiten het landschap Judea, en die ze niet weet, omdat zij ten tijde des afvals en der verwarring daarvan vervreemd zijn, zult gijlieden die bekend maken.
Die de wetten uws God weten, is nadere bepaling van het vorige, al het volk, dat aan gene zijde der rivier is. Ezra wordt volmacht gegeven, niet over alle volken, maar alleen over het volk Israël’s. Hierin wordt aan de Joden de rechtsbedeling over hun volksgenoten, ook in wereldlijke zaken, overgedragen. Dit had Cyrus niet toegestaan. Deze had alleen bevel gegeven tot den tempelbouw, maar Artaxerxes geeft nu ook verlof, ja bevel, om regeerders en rechters aan te stellen, opdat zij naar eigene wetten onder de opperheerschappij van Perzië zouden kunnen richten. Dit blijkt uit het volgende vers zeer duidelijk.
KruisverwijzingenEzra 6:11→Daniël 6:26→Psalmen 52:5→Leviticus 20:1→Deuteronomium 13:1→Daniël 3:28→Exodus 21:1→2 Kronieken 30:12→— En al wie de wet uws Gods en de wet des konings niet zal doen, over dien laat spoediglijk recht worden gedaan, hetzij ter dood, of tot uitbanning, of tot boete van goederen, of tot de banden.
En al wie van de Israëlieten de wet uws Gods, en de wet des konings niet zal doen, over dien laat spoediglijk recht 1) worden gedaan, naar den aard van de overtreding, en de straf die daarop gesteld is, hetzij ter dood, of tot uitbanning, uitsluiting van de gemeente, of tot boete van goederen, of tot de banden, d.i. tot de gevangenis.
Zonder rechters uit hun midden kon de Joodse gemeente in het eigen land niet recht gedijen, dewijl het burgerlijke en sociale leven in Israël zo innig met den godsdienst verbonden was, dat heidense rechters, hoe welgezind zij ook mochten zijn, niet in staat waren, het welwezen der Joden in waarheid te bevorderen.
Het bovengenoemde staatsstuk was niet zo zeer gewichtig voor de Joden, en de daarin genoemde gunstige beschikkingen, als wel door het ambtelijk karakter, waarmee het Ezra bekleedde (vgl. vs. 14, 25). Hem werd noch de waardigheid van pacha (Hoofdstuk 2: 63) opgedragen, noch enig ander ambt, anders zou dit wel op ene andere plaats, b.v. Nehemia 12: 26 vermeld worden; maar de uitdrukkelijke last des konings, zover het geschieden kon zonder krenking van de Perzische heerschappij, om Judea naar Joodse wetten te besturen, was voor een man als Ezra, die zo ijverig was om het goede voor zijn volk te zoeken, genoegzaam om de richting vast te stellen, die van toen aan het Jodendom genomen heeft.
KruisverwijzingenEzra 6:22→1 Kronieken 29:10→Openbaring 17:17→Jakobus 1:17→2 Korinthe 8:16→Hebreeën 8:10→Nehemia 2:8→Nehemia 7:5→— Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des HEEREN, dat te Jeruzalem is.
Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, ik Ezra, gevoel mij gedrongen dit bij het koninklijk besluit te voegen, de God, die al zulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des HEREN 1), dat te Jeruzalem is.
Om te versieren het huis des Heren. Ezra spreekt hier niet van bouwen, maar van versieren. Op andere plaatsen is het woord in den grondtekst vertaald door heerlijk maken (Jes. 60: 7,13). In verband met het stamverwante Arabisch kan het ook betekenen: uitmunten, verheffen. Ezra doelt hier niet op het uitwendig Godsgebouw alleen, maar voor zoverre dit in verband staat met den bloei en vooruitgang van de kerk, zo dat het uitwendige moest inwerken op het inwendige en het inwendige, godsdienstige leven nu meer in wasdom zou kunnen toenemen, als Israël’s volk, volgens Gods wetten en Zijne inzettingen geregeerd, bij Zijn Huis en altaar samenkwam, om den Heere God ongestoord te dienen.
KruisverwijzingenEzra 9:9→Ezra 5:5→Genesis 32:28→Nehemia 2:8→Nehemia 1:11→Jona 3:7→Ezra 7:9→Ezra 7:14→— En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren, en aller geweldige vorsten des konings! Zo heb ik mij gesterkt, naar de hand des HEEREN, mijns Gods, over mij, en de hoofden uit Israel vergaderd, om met mij op te trekken.
En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren, en aller geweldige vorsten des konings! Zo heb ik mij gesterkt naar de hand des HEREN, mijns Gods, over mij (vs. 6 en 9), en ik heb de hoofden van vaderhuizen uit Israël vergaderd, in de eerste dagen der maand Abib of Nisan, aan de rivier Ahava (Hoofdstuk 8: 15 en 31), om hen over te halen om met mij op te trekken. Ezra kan niet nalaten dankbaar te erkennen, dat God goed is voor hem en voor het volk. Voor twee zaken dankt hij zijnen God. 1. voor de opdracht aan hem gedaan door den koning. “Geloofd zij de Heere, die al zulks in het hart des konings gegeven heeft.” God kan zaken in het hart der mensen geven, die daar van zelven niet in zouden opkomen: Hij is het die in ons werkt, beide het willen en werken van datgene, wat goed is. 2. Voor de aanmoediging, die hij ontving om te handelen tengevolge van zijne ontvangene opdracht: “Ik heb mij gesterkt naar de hand des Heren, mijns Gods voor mij.” Wij mogen veronderstellen, dat de koning acht had geslagen op de verdiensten van Ezra, maar deze schrijft het geheel toe aan Gods Genade, die hem in de gunst van den koning deed delen. Ezra was een man van moed, maar hij schreef dit alleen toe aan de hand van God. Zo God ons Zijne hand toereikt, dan zijn wij moedig en verblijd, maar zo Hij die terugtrekt, zijn wij zwak als water, welken dienst wij ook menen voor God en mensen te kunnen verrichten: God komt er alleen de eer van toe. Alle kracht komt van Hem.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ezra 7
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-28.KruisverwijzingenNehemia 2:1→Ezra 7:6→Ezra 7:25→Deuteronomium 33:10→1 Kronieken 6:4→Ezra 7:28→Ezra 8:22→Ezra 8:1→
— Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia, Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub, Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth, Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki, Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester. Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek. Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta. En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings. Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem. Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten.
In het 6de jaar der regering van den Perzischen koning Artaxerxes Longimanus, daardoor door de priesters en Schriftgeleerden opgewekt, krijgt Ezra de uitgebreide volmacht om ene nieuwe kolonie van Israëlieten uit Babel naar Juda en Jeruzalem over te voeren, al de kosten van hetgeen voor den godsdienst nodig was, te bestrijden uit de vrijwillige geschenken en uit het bedrag van ene kollekte, en voor de verdere behoeften uit de koninklijke schatkist zoveel te nemen, als hij meende nodig te hebben, maar altijd tot ene zekere gestelde som. In het land aan Israël moest hij zowel de koninklijke instellingen handhaven als de Goddelijke geboden ten strengste ten uitvoer leggen. Krachtens deze volmacht verzamelt hij nu zo spoedig mogelijk, aan de rivier de Ahava, in het landschap van denzelfden naam, de hoofden zijns volks, dewijl hier alles van hun besluit zou afhangen; want waren dezen bereid om te vertrekken, dan kon men verwachten, dat de geslachten en families, aan welker hoofd zij stonden, zich zonder bedenken aan hen zouden aansluiten.
Na deze in Hoofdstuk 1-6 verhaalde geschiedenissen nu, in het koninkrijk, onder de regering van Arthahsasta (Artaxerxes I, met den bijnaam Longimanus 1), koning van Perzië, regerende van 465-424 v. Chr. (Hoofdstuk 1: 4 ), Ezra = hulp, helper, de zoon van Seraja (vergelijk (1 Kronieken 6: 3-15),den zoon van 2) Azarja, den zoon van Hilkia.
In het jaar 465 v. Chr. besloot Artabanus, bevelhebber van de koninklijke lijfwacht, om te trachten zich van de kroon van Perzië meester te maken, en op enen nacht, die hem daarvoor gunstig scheen, vermoordde hij Xerxes, ging daarna naar den jongsten zoon des vermoorden konings, Artaxerxes geheten, terwijl de middelste, Hystapes geheten als stadhouder van Baktrië afwezig was, beschuldigde den oudsten broeder Darius van den beganen moord, en haalde den jongsten broeder over, om den vadermoord aan zijnen oudsten broeder te wreken. Hierna deed hij Artaxerxes den troon beklimmen, in de hoop van dien onbedreven jongeling wel naar zijne hand te kunnen stellen en zich later geheel van de regering meester te maken. Artaxerxes echter bleef niet onbekend met de listen van den moordenaar, en deed hem het loon van zijn verraad ontvangen. Vervolgens wist hij zich staande te houden tegen zijnen broeder en tegenstander Hystaspes, overwon hem in een bloedigen slag en daarna algemeen als koning erkend zijnde, wist hij ene betere orde in het bestuur te brengen, en de inkomsten te doen vermeerderen, terwijl hij zich tevens door zijne zachtheid en edelmoedigheid wist bemind te maken. Hij was de schoonste man van zijnen tijd, en kreeg den bijnaam van “Langhand” wel niet, zo als men beweert, omdat zijne rechterhand buitengewoon lang was, maar omdat zijne macht zich zover uitstrekte.
Zo Ezra de zoon is geweest van dien hogepriester Seraja, die bij de verwoesting van Jeruzalem (588 v. Chr.) mede naar Riblath gevoerd, en daarop bevel van Nebukadnezar werd gedood (2 Koningen 25: 18 vv.) dan was hij een oom van den hogepriester Jozua (1 Kronieken 6: 15 ) onder wien de eerste terugkering vóór omstreeks 78 jaren had plaats gehad (Hoofdstuk 2: 1 vv.), en dan moet hij in den tijd, waarvan hier gesproken wordt, 131 jaar oud zijn geweest. Deze opvatting der oudere uitleggers zou op zich zelven wel aan te nemen zijn, en komt overeen met de roeping van Ezra als hersteller van de burgerlijke en godsdienstige wetgeving Israël, waarom de Joden hem den tweeden Mozes noemen. Dan zou hij dezelfde Ezra kunnen zijn, die in Nehemia 12: 1 genoemd wordt, waar hij opgegeven wordt, als behorende tot degenen die met de eerste Joodse kolonie naar Jeruzalem kwamen; dan zou bij naar Babel moeten teruggekeerd zijn om daar onder de achtergeblevene Joden te arbeiden. Intussen komt Ezra nog later (Nehemia 8: 1 vv. 12: 26 en 36) voor, als gelijktijdig met Nehemia in het jaar 445 v. Chr. werkzaam, zodat hij toen een ouderdom van 150 jaren bereikt zou hebben, hetgeen nieuwere uitleggers voor bijna ongelofelijk houden. Men beschouwt hem daarom veeleer als een kleinzoon of achterkleinzoon van Seraja, uit ene andere linie, dan die, waarin de hogepriesterlijke waardigheid erfelijk was, en dan was hij een neef van Jozua.
Dit laatste is het meest waarschijnlijk, dewijl tussen den dood van Seraja onder Nebukadnezar in het jaar 588 en den terugkeer van Ezra uit Babel in het jaar 458 een tijdruimte ligt van 130 jaar. Het is dus vrij zeker, dat hij een achterkleinzoon van Seraja is geweest.
Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub,
Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja den zoon van Johanan, den zoon van Azarja, den zoon van Ahimaäz, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub, den zoon van Amarja (1 Kronieken 6: 6-9), den zoon van Merajoth,
Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki,
Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aäron, den hogepriester.
Deze Ezra toog op uit Babel; omdat bij de eerste terugkering onder Cyrus nog vele Joden achtergebleven waren (Hoofdstuk 1: 11 ); en hij was een vaardig schriftgeleerde 1) in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israëls, door Mozes gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods 2), over hem, naar Gods genadige besturing, die zijn voornemen zegende en het hart van den koning ten zijnen gunste neigde, al zijn verzoek 3), zo als de brief in vs. 11 vv. nader aanwijst.
Het Hebreeuwse woord Sopher betekent eigenlijk schrijver, secretaris (maar kreeg later de betekenis van Schriftgeleerde G.), en dien ten gevolge in zo verre een schriftgeleerde, als zijne voornaamste bezigheid bestond in het woordelijk afschrijven der Heilige Schriften. Ezra bezat ongetwijfeld een eigen, door hem zelven vervaardigd afschrift van de Thorah; maar volgens vs. 10, maakte hij deze wet des Heeren ook tot een voorwerp van ijverig onderzoek, en hij deed zijn best om hare eisen ook op het dagelijkse leven toe te passen, waardoor hij een leraar der wet voor het volk werd, waartoe hem zijne priesterlijke afkomst zowel gerechtigde als verplichtte. Onder de in de Ballingschap blijvende priesters en Levieten vergaderde hij zijne leerlingen om zich heen (Hoofdstuk 8: 10 vv.), en dezen gebruikte hij later, om evenals hij in Jeruzalem gedaan had, leerrijke voordrachten te houden, die dan ook een werkelijk deel der godsdienstige vergaderingen uitmaakten, in de reeds gedurende de Ballingschap ontstane Synagogen of scholen. Hij was alzo de grondlegger der werkzaamheden, die later onderscheidene Schriftgeleerden bezig hielden. Samuël had profetenscholen gesticht, die later nog bleven bestaan onder sommige koningen, maar nu in onbruik waren geraakt. Ezra was dus weer stichter van een bijzonderen schriftgeleerden stand, die zich meer en meer uitbreidde, maar ongelukkig ook langzamerhand een verkeerde richting aannam, zoals wij later ter geschikter plaats hopen aan te tonen. Wij vinden reeds in den tijd vóór de Babylonische ballingschap sporen van de verbreiding van de kennis der Schriften onder het volk, maar in hoeverre en op welke wijze de priesters in dezen tijd van hun roeping, om aan het volk de Woorden, die de Heere door Mozes gesproken heeft, te leren, beantwoord hebben, lost ons de geschiedenis niet op, behalve in een enkel geval onder koning Josafat in 2 Kronieken 17: 17 vv. De bovengenoemde profetenscholen, die door Samuël in het leven waren geroepen, en ene meer degelijke organisatie verkregen in het rijk der tien stammen door Elia en Eliza (zie op 1 Samuel 7: 6, en 1 Koningen 19: 21), waren eigenlijk gene scholen voor godgeleerden; zij waren verenigingen tot geestelijke vorming, om krachtig te werken op de tijdgenoten door woord en profetie; kweekscholen tot het opwekken en bevorderen van ene levendige theokratische gezindheid bij het volk tegenover de aanlokselen tot den afgodendienst door de heidenen. Eerst na de Ballingschap, toen de profetie begon te verminderen, werd de studie der wet een voorwerp van onderwijs in de Synagogen, het uitleggen der Schrift, om den inhoud aan het volk bekend te maken, verving nu het daarstellen van nieuwe scheppingen op het gebied der Schrift. Zo vermeerderden ook met hetzelfde doel de afschriften, zowel door vertaling der heilige Boeken, eerst de Thorah of de Wet, en later de overige Boeken, als door het nauwkeuriger afschrijven daarvan. De Hebreeuwse tekst werd nu overgebracht in enen onder het volk gebruikten tongval van het Syro-Chaldeeuws. De leervoordrachten waarvan boven gesproken is, verbonden met het voorlezen der wet in de Synagogen, bevorderden ook zeer de kennis der Heilige Schrift.
Naar de hand des Heeren, zijns Gods. Deze uitdrukking wordt in vs. 9 afgewisseld met die van, naar de goede hand zijns Gods en heeft de betekenis, dat God, de Heere, met Zijne voorzienige zorg over Ezra werkzaam was, zodat zijne plannen wèl gelukten. Hand Gods is Zijn kracht en macht, die het goede beschikt en het kwade afweert en bestrijdt.
“De koning gaf hem al zijn verzoek.” Deze uitdrukking wijst aan, dat Ezra een verzoekschrift bij den koning heeft aangeboden, en het in vs. 12 vv. medegedeelde koninklijk besluit heeft ook geheel het karakter van een antwoord op dat verzoekschrift. Volgens dit stuk, alzo merkt Herzfeld, een Rabbijn uit Brunswijk aan, schijnt Ezra niet alleen zijne begeerte te kennen gegeven te hebben tot ene overplaatsing van de Joden op ene grotere schaal dan de eerste, maar ook hierop te hebben aangedrongen, met te kennengeving, dat Judea zich in een slechten toestand bevond, door dat de bewoners uit armoede de openbare Godsverering niet naar behoren konden doen plaats hebben, en de rechtspleging, die de Joden nog hadden behouden, even als de andere volken onder de Perzische heerschappij, meestal in handen van mannen was, die geheel onbekend waren met de Joodse wetten. Ook zal hij wel niet nagelaten hebben te zeggen, hoe hoog de Joden bij Cyrus waren aangeschreven, en hoe edelmoedig Darius hen behandeld had. Maar ook zal hij gewezen hebben op het belang, dat de koning en het rijk er zelven bij hadden, dat de Godsdienst bij de Joden beter werd in stand gehouden, en dat de rechtspleging werd verbeterd. Zulk een verzoekschrift kon des te meer doen hopen een gunstig verhoor te ontvangen, omdat Artaxerxes een zeer goed vorst was, die gaarne orde in zijn rijk had. Hierbij kwam de omstandigheid, dat juist, toen Ezra dit rekwest indiende, er grote toerustingen gemaakt werden om de Egyptenaren, die met goed gevolg tegen Perzië waren opgestaan, te beoorlogen. In zulk een tijd moest het ook den koning zijn voorgekomen, dat ene goede verstandhouding met het naburige Judea, hoe onbeduidend het ook was, voor Perzië gunstig kon zijn. Het is ook wel mogelijk, dat Artaxerxes, die bij het wingewest Judea meer schade dan voordeel had, op deze wijze de Joden meer aan zich wilde verbinden. Bijzonder is hier op te merken, dat de goede hand des Heeren over Ezra was, en het daarom den koning in het harte gegeven werd om de Joden te begunstigen. Wanneer God voor is, wie zal dan tegen ons zijn? Deze Hand op te merken in alles wat ons ten deel valt, en het met dankbaarheid te erkennen, wanneer wij die goede hand over ons zien, dat is het voorrecht van hen, die den Heere vrezen met hun ganse hart.
Ook sommigen van de kinderen Israëls, mannen uit het volk, en van de priesteren, en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim (1 Kronieken 9: 2 ) togen, ten gevolge van het door den koning gegeven verlof (vs. 6), uit Babel op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta, d.i. in het jaar 457 v. Chr.
En hij kwam met de genoemde menigte in Jeruzalem, in de vijfde maand, Ab = Augustus (zie Exodus 12: 2 ); dat was het zevende jaar dezes konings, dus ook in 458 v. Chr.
Want op den eersten dag der eerste maand Nisan = April, was het begin des optochts uit Babel, maar er waren zoveel toebereidselen voor de reis te maken, dat de eigenlijke tocht eerst aanving op den twaalfden dag derzelfde maand (Hoofdstuk 8: 1 en 31),en op den eersten dag der vijfde maand kwam hij met zijne kolonisten, na ene moeilijke reis van 14-15 weken, te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem; tegen alle gevaren op den weg beschermde hem zijn God.
Maar die goede hand zijns Gods was, zo als wij nog menigmaal zullen moeten opmerken (vs. 28; (Hoofdstuk 8: 18,22 en 23), op ene bijzondere wijze over hem. Want 1) Ezra had zijn hart voortdurend in vol vertrouwen daarop gericht, om de wet des HEEREN te zoeken, die te doorvorsen, en te doen, die ook in het leven toe te passen, en om, overeenkomstig de roeping eens priesters (Leviticus 10: 11), in Israël te leren de inzettingen en de rechten 2), zo als die in de geschreven wet zijn bepaald.
Wij hebben hier volstrekt niet het werkheilige beginsel, gelijk sommigen beweren, maar bevestiging van het woord, hetwelk de Heere God reeds vroeger had uitgesproken: Die Mij eren, zal Ik eren, maar die Mij versmaden, zullen licht geacht worden. Bij Ezra treffen wij aan een bereidwilligen ijver, om des Heeren wet te onderzoeken, wat den Heere welbehagelijk was, opdat hij Zijn volk zou kunnen onderwijzen in den rechten weg. Het was de vrucht der waarachtige bekering des volks van de afgoden tot den waren, zuiveren dienst Gods, vrucht van de werking des Geestes op dezen leidsman Israëls. Hij stelt al zijn lust er in, om zijn volk te behoeden voor een tweede ballingschap.
Men lette er op, op welk een wijze de Schriftgeleerde Ezra in deze handelde. Eerst leerde hij zelf en toen onderwees hij anderen; eerst onderzoekt hij des Heeren wet en leide een goeden schat van nuttige kennis in zijn hart en hersenen op, en toen onderrichtte hij zijne medebroeders, en zoekt dus winst te doen met zijne talenten.
Dit is nu het afschrift des briefs, zo als reeds in vs. 6 werd te kennen gegeven, dien de koning Arthahsasta gaf aan Ezra, den priester 1), den schriftgeleerde; den schriftgeleerde van de woorden der geboden des HEEREN, en Zijne inzettingen over Israël:
Priester, niet dewijl hij de priesterlijke waardigheid uitoefende, maar dewijl hij van priesterlijke afkomst was.
Arthahsasta, koning der koningen (Ezech. 26: 7. Daniël 2: 37), aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde der wet van den God des hemels (Hoofdstuk 1: 2), volkomen vrede en op zulken tijd (Hoofdstuk 4: 10 ).
Van mij wordt bevel gegeven, door de volmacht, die ik hierbij geef, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, namelijk van het volk van Israël, en van deszelfs priesteren en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga.
Dewijl gij van voor den koning en zijne zeven raadsheren1) (Esther 1: 13 vv.) gezonden zijt, in de hoedanigheid van koninklijk commissaris of inspecteur, om onderzoek te doen in Judea en te Jeruzalem, in hoeverre de thans daar bestaande burgerlijke en godsdienstige instellingen, naar de wet uws Gods, die in uwe hand is, zijn ingericht of niet;
In de geschiedenis lezen wij, dat zeven prinsen van Perzië door den overweldiger Smerdis zijn gedood, en dat de koningen van Perzië daarna zeven raadsheren hadden, welke grote voorrechten bezaten, en veel gezag uitoefenden in alle publieke aangelegenheden.
En om, daartoe gemachtigd zijnde, daarhenen te brengen het zilver {a} en het goud, dat de koning en zijne raadsheren vrijwilliglijk gegeven hebben aan den God Israëls, wiens woning te Jeruzalem is: {a} Ezra 8: 25
Mitsgaders al het zilver en het goud, dat gij vinden zult, door het houden van ene collecte, waartoe ik u hierbij de vrijheid geef, in het ganse landschap van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwillig geven, ten huize 1) huns Gods, dat te Jeruzalem is;
Ten huize, beter voor het huis. Van drieërlei gaven voor den tempel is hier sprake. Vooreerst van de schatten, die de koning met zijne raadsheren hadden gegeven; ten tweede van de gaven, die Ezra ontving, bij wijze van collecte,, van de inwoners van Babel, dus van de niet-Israëlieten, en ten derde van de gaven, die Israëls volk zelf afzonderde voor den dienst des Heeren.
Opdat gij spoediglijk voor dat geld koopt runderen, rammen, lammeren, met hun spijsofferen, en hun drankofferen, en die offert op het altaar, van het huis van ulieder God, dat te, Jeruzalem is.
Daartoe, wat u en uwen broederen, den priesteren en Levieten, of den geestelijken ambtenaren in Jeruzalem, die te beschikken hebben over het geld, dat voor de offeranden en voor den tempel bestemd is, goeddunken zal, met het overige zilver en goud te doen, dat zult gijlieden doen naar het welgevallen uws Gods 1).
Naar het welgevallen uws Gods, is ene andere uitdrukking voor, naar de wet Gods. Met het overige geld moest alzo gehandeld als de Heere wilde, en zoals Hij het had verordineerd in Zijne wet. De koning van Perzië staat er dus op, dat de dienst te Jeruzalem niet willekeurig mag worden ingericht, maar geheel in overeenstemming met de eigen wetten van Israëls volk, zoals die door God aan zijn erfdeel zijn gegeven.
En geef de vaten 1), die u gegeven zijn tot den dienst van het huis uws Gods, weer, of, over, en plaats die in de woning voor den God van Israël, Wiens woning te Jeruzalem is.
In Hoofdstuk 8: 25-27 wordt nader over deze vaten gesproken, als afkomstig van den koning en zijne raadsheren, en Zijne vorsten, en gans Israël. Deze moest hij overgeven voor den dienst des Heeren te Jeruzalem, opdat zij in Zijne heilige woning zouden worden gebracht. Had Cyrus alles wedergegeven, wat rechtens tot den tempel behoorde, maar was er veel gedurende de verwoesting verloren gegaan, hier ontvangt Israël nu weer veel nieuws, opdat de luister van den eersten en den tweeden tempel niet al te veel zou verschillen.
Het overige nu, dat behalve het bedrag der medegegeven geschenken en de collecten, van node zal zijn voor het huis uws Gods, dat u voorvallen zal, wat gij verplicht zult zijn uit te geven, zult gij, naar de aanwijzing van de bestuurders, van de openbare inkomsten in het land aan gene zijde van den Eufraat, geven uit het schathuis des konings.
(Hier volgt het bevelschrift, zo als het woordelijk luidt: ) En van mij, mij koning Arthahsasta, wordt bevel gegeven aan alle schatmeesters, die aan gene zijde der rivier zijt, dat alles, wat Ezra, de priester, de schriftgeleerde der wet van den God des hemels, van u zal begeren, spoediglijk gedaan worde:
Tot honderd talenten zilvers toe (Exodus 30: 13 ), en tot honderd kor tarwe (zie Exodus 16: 36 ), en tot honderd bath wijns (zie Exodus 29: 40 ), en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift, zoveel men nodig heeft.
Al wat naar het bevel, overeenkomstig de wet, van den God des hemels is, dat het vlijtiglijk gedaan worde, voor het huis van den God des hemels; want waartoe zou er grote toorn zijn over het koninkrijk des konings en zijner kinderen?
Ook laten wij ulieden, n.l. aan de schatmeesters weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, Nethinim (een van de lijfeigenen des tempels, 1 Kronieken 9: 2) en dienaars van het huis dezes Gods, dat men den cijns, ouden impost en tol hun niet zal vermogen op te leggen.
En gij, Ezra! tot wien nu na de inlassing van vs. 21-24 mijne rede terugkeert, naar de wijsheid uws Gods, die in uwe hand, in uw bezit is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten uws Gods weten 1), die tot het Israëlietische volk behoren, ook al wonen zij buiten het landschap Judea, en die ze niet weet, omdat zij ten tijde des afvals en der verwarring daarvan vervreemd zijn, zult gijlieden die bekend maken.
Die de wetten uws God weten, is nadere bepaling van het vorige, al het volk, dat aan gene zijde der rivier is. Ezra wordt volmacht gegeven, niet over alle volken, maar alleen over het volk Israël’s. Hierin wordt aan de Joden de rechtsbedeling over hun volksgenoten, ook in wereldlijke zaken, overgedragen. Dit had Cyrus niet toegestaan. Deze had alleen bevel gegeven tot den tempelbouw, maar Artaxerxes geeft nu ook verlof, ja bevel, om regeerders en rechters aan te stellen, opdat zij naar eigene wetten onder de opperheerschappij van Perzië zouden kunnen richten. Dit blijkt uit het volgende vers zeer duidelijk.
En al wie van de Israëlieten de wet uws Gods, en de wet des konings niet zal doen, over dien laat spoediglijk recht 1) worden gedaan, naar den aard van de overtreding, en de straf die daarop gesteld is, hetzij ter dood, of tot uitbanning, uitsluiting van de gemeente, of tot boete van goederen, of tot de banden, d.i. tot de gevangenis.
Zonder rechters uit hun midden kon de Joodse gemeente in het eigen land niet recht gedijen, dewijl het burgerlijke en sociale leven in Israël zo innig met den godsdienst verbonden was, dat heidense rechters, hoe welgezind zij ook mochten zijn, niet in staat waren, het welwezen der Joden in waarheid te bevorderen.
Het bovengenoemde staatsstuk was niet zo zeer gewichtig voor de Joden, en de daarin genoemde gunstige beschikkingen, als wel door het ambtelijk karakter, waarmee het Ezra bekleedde (vgl. vs. 14, 25). Hem werd noch de waardigheid van pacha (Hoofdstuk 2: 63) opgedragen, noch enig ander ambt, anders zou dit wel op ene andere plaats, b.v. Nehemia 12: 26 vermeld worden; maar de uitdrukkelijke last des konings, zover het geschieden kon zonder krenking van de Perzische heerschappij, om Judea naar Joodse wetten te besturen, was voor een man als Ezra, die zo ijverig was om het goede voor zijn volk te zoeken, genoegzaam om de richting vast te stellen, die van toen aan het Jodendom genomen heeft.
Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, ik Ezra, gevoel mij gedrongen dit bij het koninklijk besluit te voegen, de God, die al zulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des HEREN 1), dat te Jeruzalem is.
Om te versieren het huis des Heren. Ezra spreekt hier niet van bouwen, maar van versieren. Op andere plaatsen is het woord in den grondtekst vertaald door heerlijk maken (Jes. 60: 7,13). In verband met het stamverwante Arabisch kan het ook betekenen: uitmunten, verheffen. Ezra doelt hier niet op het uitwendig Godsgebouw alleen, maar voor zoverre dit in verband staat met den bloei en vooruitgang van de kerk, zo dat het uitwendige moest inwerken op het inwendige en het inwendige, godsdienstige leven nu meer in wasdom zou kunnen toenemen, als Israël’s volk, volgens Gods wetten en Zijne inzettingen geregeerd, bij Zijn Huis en altaar samenkwam, om den Heere God ongestoord te dienen.
En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren, en aller geweldige vorsten des konings! Zo heb ik mij gesterkt naar de hand des HEREN, mijns Gods, over mij (vs. 6 en 9), en ik heb de hoofden van vaderhuizen uit Israël vergaderd, in de eerste dagen der maand Abib of Nisan, aan de rivier Ahava (Hoofdstuk 8: 15 en 31), om hen over te halen om met mij op te trekken. Ezra kan niet nalaten dankbaar te erkennen, dat God goed is voor hem en voor het volk. Voor twee zaken dankt hij zijnen God. 1. voor de opdracht aan hem gedaan door den koning. “Geloofd zij de Heere, die al zulks in het hart des konings gegeven heeft.” God kan zaken in het hart der mensen geven, die daar van zelven niet in zouden opkomen: Hij is het die in ons werkt, beide het willen en werken van datgene, wat goed is. 2. Voor de aanmoediging, die hij ontving om te handelen tengevolge van zijne ontvangene opdracht: “Ik heb mij gesterkt naar de hand des Heren, mijns Gods voor mij.” Wij mogen veronderstellen, dat de koning acht had geslagen op de verdiensten van Ezra, maar deze schrijft het geheel toe aan Gods Genade, die hem in de gunst van den koning deed delen. Ezra was een man van moed, maar hij schreef dit alleen toe aan de hand van God. Zo God ons Zijne hand toereikt, dan zijn wij moedig en verblijd, maar zo Hij die terugtrekt, zijn wij zwak als water, welken dienst wij ook menen voor God en mensen te kunnen verrichten: God komt er alleen de eer van toe. Alle kracht komt van Hem.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel